ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2012.200.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 200

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

55e jaargang
27 juli 2012


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2012/434/EU

 

*

Besluit van de Raad van 24 juli 2012 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van de Russische Federatie met betrekking tot de handhaving van in de huidige Partnerschap- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland opgenomen verbintenissen inzake de handel in diensten

1

 

 

2012/435/EU

 

*

Besluit van de Raad van 24 juli 2012 tot sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Russische Federatie betreffende de invoering of verhoging van uitvoerrechten op grondstoffen

2

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 685/2012 van de Commissie van 24 juli 2012 tot vaststelling van een verbod op de visserij op blauwe leng in EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI en VII door vaartuigen die de vlag van Spanje voeren

3

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie van 26 juli 2012 waarbij de beoordeling van de werkzame stoffen waarvan de goedkeuring uiterlijk op 31 december 2018 vervalt, in het kader van de verlengingsprocedure aan de lidstaten wordt toevertrouwd ( 1 )

5

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 687/2012 van de Commissie van 26 juli 2012 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

11

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 688/2012 van de Commissie van 26 juli 2012 inzake de afgifte van invoercertificaten voor rijst in het kader van de tariefcontingenten die voor de deelperiode juli 2012 zijn geopend bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011

13

 

 

BESLUITEN

 

 

2012/436/GBVB

 

*

Besluit EUCAP SAHEL Niger/1/2012 van het Politiek en Veiligheidscomité van 17 juli 2012 betreffende de benoeming van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP SAHEL Niger)

17

 

 

2012/437/GBVB

 

*

Besluit EU BAM Rafah/2/2012 van het Politiek en Veiligheidscomité van 24 juli 2012 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah (EU BAM Rafah) ad interim

18

 

 

2012/438/EU

 

*

Besluit van de Raad van 24 juli 2012 houdende benoeming van een Fins lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

19

 

 

2012/439/EU

 

*

Besluit van de Raad van 24 juli 2012 houdende benoeming van een Litouws lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

20

 

*

Besluit 2012/440/GBVB van de Raad van 25 juli 2012 tot benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten

21

 

 

IV   Handelingen die vóór 1 december 2009 zijn aangenomen krachtens het EG-Verdrag, het EU-Verdrag en het Euratom-Verdrag

 

 

2012/441/EG

 

*

Besluit van de Raad van 9 oktober 2009 inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van een Protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

24

Protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

25

 

 

Rectificaties

 

 

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 648/2012 van de Commissie van 25 juli 2012 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit (PB L 199 van 26.7.2012)

28

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 24 juli 2012

betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van de Russische Federatie met betrekking tot de handhaving van in de huidige Partnerschap- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland opgenomen verbintenissen inzake de handel in diensten

(2012/434/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, artikel 100, lid 2, en artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring door het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ingevolge Besluit 2012/107/EU van de Raad (1) werd de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van de Russische Federatie met betrekking tot de handhaving van in de huidige Partnerschap- en samenwerkings-overeenkomst tussen de EU en Rusland opgenomen verbintenissen inzake de handel in diensten (hierna „de overeenkomst” genoemd) op 16 december 2011 ondertekend onder voorbehoud van de sluiting ervan.

(2)

De overeenkomst moet worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van de Russische Federatie met betrekking tot de handhaving van in de huidige Partnerschap- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland opgenomen verbintenissen inzake de handel in diensten wordt namens de Unie goedgekeurd (2).

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wijst de persoon (personen) aan die bevoegd is (zijn) om namens de Europese Unie de in de overeenkomst bedoelde kennisgeving te doen, waarmee de instemming van de Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht (3).

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB L 57 van 29.2.2012, blz. 43.

(2)  De overeenkomst is samen met het ondertekeningsbesluit bekendgemaakt in PB L 57 van 29.2.2012, blz. 44.

(3)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/2


BESLUIT VAN DE RAAD

van 24 juli 2012

tot sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Russische Federatie betreffende de invoering of verhoging van uitvoerrechten op grondstoffen

(2012/435/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring door het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In overeenstemming met Besluit 2012/108/EU van de Raad (1) werd de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Russische Federatie betreffende de invoering of verhoging van uitvoerrechten op grondstoffen (hierna „de overeenkomst” genoemd) op 16 december 2011 ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan.

(2)

Deze overeenkomst moet worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en de Russische Federatie betreffende de invoering of verhoging van uitvoerrechten op grondstoffen wordt namens de Unie goedgekeurd (2).

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wijst de persoon (personen) aan die bevoegd is (zijn) om namens de Unie de in de overeenkomst bedoelde kennisgeving te doen, waarmee de instemming van de Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht (3).

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB L 57 van 29.2.2012, blz. 52.

(2)  De overeenkomst is samen met het ondertekeningsbesluit bekendgemaakt in PB L 57 van 29.2.2012, blz. 53.

(3)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


VERORDENINGEN

27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/3


VERORDENING (EU) Nr. 685/2012 VAN DE COMMISSIE

van 24 juli 2012

tot vaststelling van een verbod op de visserij op blauwe leng in EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI en VII door vaartuigen die de vlag van Spanje voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De quota voor 2012 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 44/2012 van de Raad van 17 januari 2012 tot vaststelling, voor 2012, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden (2).

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2012 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2012 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verboden

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Lowri EVANS

Directeur-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  PB L 25 van 27.1.2012, blz. 55.


BIJLAGE

Nr.

8/T&Q

Lidstaat

Spanje

Bestand

BLI/5B67-

Soort

Blauwe leng (Molva dypterygia)

Gebied

EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI en VII

Datum

12.6.2012


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 686/2012 VAN DE COMMISSIE

van 26 juli 2012

waarbij de beoordeling van de werkzame stoffen waarvan de goedkeuring uiterlijk op 31 december 2018 vervalt, in het kader van de verlengingsprocedure aan de lidstaten wordt toevertrouwd

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Wat werkzame stoffen betreft waarvan de goedkeuring uiterlijk op 31 december 2018 vervalt, is het passend de beoordeling in het kader van de verlengingsprocedure toe te vertrouwen aan de lidstaten, en voor elke werkzame stof een rapporteur en een corapporteur aan te wijzen. Dit toevertrouwen dient zodanig te geschieden dat de verantwoordelijkheden en werkzaamheden tussen de lidstaten evenwichtig worden verdeeld.

(2)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wat de verlengingsprocedure aangaat, wordt de beoordeling van elke werkzame stof zoals vermeld in de eerste kolom van de bijlage, toevertrouwd aan een lidstaat-rapporteur zoals vermeld in de tweede kolom van die bijlage, en aan een lidstaat-corapporteur zoals vermeld in de derde kolom van die bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.


BIJLAGE

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

1-Methylcyclopropeen

UK

PT

2,4-DB

BE

EL

Acetamiprid

NL

ES

Alfa-cypermethrin

BE

EL

Amidosulfuron

FI

HR

Ampelomyces quisqualis

stam AQ10

FR

DE

Bacillus subtilis (Cohn 1872)

stam QST 713, identiek aan stam AQ 713

DE

DK

Beflubutamide

DE

LT

Benalaxyl

RO

PT

Benthiavalicarb

PL

FR

Benzoëzuur

HU

NL

Bèta-cyfluthrin

DE

HU

Bifenazaat

SE

IT

Bifenox

PL

BE

Bitertanol

SE

CZ

Boscalid

SK

FR

Bromoxynil

FR

DE

Captan

AT

IT

Carbendazim

DE

SI

Carfentrazone-ethyl

BE

FR

Carvon

NL

SE

Chloridazon

DE

PL

Chloorthalonil

NL

BE

Chloortoluron

BG

FR

Chloorprofam

NL

ES

Chloorpyrifos

ES

PL

Chloorpyrifos-methyl

ES

PL

Clodinafop

EL

DE

Clofentezin

ES

NL

Clomazon

DK

DE

Clopyralid

FI

PL

Clothianidine

DE

ES

Coniothyrium minitans

stam CON/M/91-08 (DSM 9660)

NL

EE

Koperverbindingen

FR

DE

Cyazofamide

FR

LV

Cyfluthrin

DE

HU

Cypermethrin

BE

DE

Cyprodinil

FR

BG

Daminozide

CZ

HU

Deltamethrin

UK

AT

Desmedifam

FI

DK

Dicamba

DK

RO

Dichloorprop-P

IE

PL

Difenoconazool

ES

UK

Diflubenzuron

EL

SK

Diflufenican

UK

CZ

Dimethenamid-P

DE

BG

Dimethoaat

IT

BG

Dimethomorf

PL

DE

Dimoxystrobin

HU

IE

Diuron

DE

DK

Ethefon

NL

PL

Ethofumesaat

AT

DK

Ethoprofos

IT

IE

Ethoxysulfuron

IT

AT

Etoxazool

EL

UK

Fenamidone

CZ

FR

Fenamifos

EL

CY

Fenoxaprop-P

AT

FI

Fenpropidin

CZ

DE

Fipronil

AT

NL

Flazasulfuron

ES

FR

Fludioxonil

FR

ES

Flufenacet

PL

FR

Fluoxastrobin

UK

CZ

Flurtamone

CZ

IE

Folpet

AT

IT

Foramsulfuron

FI

SK

Forchlorfenuron

ES

EL

Formetanaat

ES

EL

Fosetyl

FR

EE

Fosthiazaat

DE

EL

Gliocladium catenulatum

stam J1446

HU

NL

Glufosinaat

DE

FR

Imazamox

FR

IT

Imazaquin

BE

IE

Imazosulfuron

SI

FI

Indoxacarb

FR

ES

Iodosulfuron

SE

FI

Ioxynil

FR

AT

Iprodion

FR

BE

Isoxaflutool

IT

SI

Laminarin

NL

FR

Lenacil

BE

AT

Linuron

IT

DE

Maleïnehydrazide

DK

BE

Mancozeb

UK

EL

Maneb

IT

UK

MCPA

PL

NL

MCPB

PL

NL

Mecoprop

PL

IE

Mecoprop-P

PL

IE

Mepanipyrim

BE

EL

Mesosulfuron

FR

PL

Mesotrione

UK

BE

Metconazool

BE

UK

Methiocarb

UK

DE

Methoxyfenozide

UK

SK

Metiram

IT

UK

Metrafenon

LV

SK

Metribuzin

EE

DE

Milbemectin

DE

NL

Molinaat

EL

PT

Nicosulfuron

LV

NL

Oxadiargyl

PL

IT

Oxadiazon

IT

ES

Oxamyl

IT

FR

Oxasulfuron

IT

AT

Paecilomyces lilacinus (Thom)

Samson 1974 stam 251 (AGAL: nr. 89/030550)

HU

NL

Pendimethalin

NL

ES

Pethoxamide

AT

CZ

Fenmedifam

FI

DK

Fosmet

ES

EL

Picloram

PL

CZ

Picoxystrobin

CZ

RO

Pirimicarb

UK

SE

Pirimifos-methyl

UK

FR

Propamocarb

PT

BE

Propiconazool

FI

UK

Propineb

IT

RO

Propoxycarbazon

SE

EE

Propyzamide

SE

UK

Prosulfocarb

PT

SE

Prothioconazool

UK

FR

Pseudomonas chlororaphis

stam MA 342

NL

DK

Pyraclostrobine

DE

HU

Pyrimethanil

CZ

AT

Pyriproxyfen

NL

ES

Quinoclamine

SE

DE

Quinoxyfen

UK

AT

Rimsulfuron

SI

FI

Silthiofam

IE

BE

S-metolachloor

DE

FR

Spinosad

NL

FR

Spodoptera exigua kernpolyedervirus

HU

NL

Tepraloxydim

ES

PL

Thiacloprid

UK

DE

Thiamethoxam

FR

ES

Thiofanaat-methyl

SE

FI

Thiram

FR

BE

Tolclofos-methyl

SE

DK

Tribenuron

SE

LV

Triclopyr

PL

HU

Trifloxystrobin

UK

EL

Trinexapac

LT

LV

Triticonazool

AT

UK

Tritosulfuron

SI

AT

Warfarine

SE

DE

Ziram

IT

MT

Zoxamide

LV

FR


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 687/2012 VAN DE COMMISSIE

van 26 juli 2012

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0707 00 05

TR

95,4

ZZ

95,4

0709 93 10

TR

97,8

ZZ

97,8

0805 50 10

AR

75,7

TR

89,0

UY

97,3

ZA

101,8

ZZ

91,0

0806 10 10

EG

190,5

IL

121,6

MA

254,1

TR

165,1

ZZ

182,8

0808 10 80

AR

162,2

BR

99,1

CL

103,5

NZ

123,2

US

145,9

UY

52,1

ZA

107,0

ZZ

113,3

0808 30 90

AR

159,7

CL

124,9

NZ

175,8

ZA

95,2

ZZ

138,9

0809 10 00

AR

124,4

TR

170,0

ZZ

147,2

0809 29 00

TR

341,6

ZZ

341,6

0809 30

TR

175,5

ZZ

175,5

0809 40 05

BA

70,8

IL

84,6

ZZ

77,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 688/2012 VAN DE COMMISSIE

van 26 juli 2012

inzake de afgifte van invoercertificaten voor rijst in het kader van de tariefcontingenten die voor de deelperiode juli 2012 zijn geopend bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name artikel 7, lid 2,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 van de Commissie van 7 december 2011 inzake de opening en de wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor de invoer van rijst en breukrijst (3), en met name artikel 5, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 betreft de opening en de wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor de invoer van rijst en breukrijst, die overeenkomstig bijlage I bij die uitvoeringsverordening zijn verdeeld over landen van oorsprong en over verscheidene deelperioden.

(2)

Juli is de derde deelperiode voor het bij artikel 1, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingent en de tweede deelperiode voor de bij artikel 1, lid 1, onder b), c) en d), van die uitvoeringsverordening vastgestelde contingenten.

(3)

Blijkens de gegevens die overeenkomstig artikel 8, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 zijn verstrekt, hebben de aanvragen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, van die uitvoeringsverordening gedurende de eerste tien werkdagen van juli 2012 zijn ingediend voor de contingenten met de volgnummers 09.4154 – 09.4166, betrekking op een hoeveelheid die groter is dan de beschikbare hoeveelheid. Bijgevolg dient door vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de voor de betrokken contingenten aangevraagde hoeveelheid, te worden bepaald in hoeverre de invoercertificaten kunnen worden afgegeven.

(4)

Uit de bovenbedoelde gegevens blijkt ook dat de aanvragen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 gedurende de eerste tien werkdagen van juli 2012 zijn ingediend voor de contingenten met de volgnummers 09.4127 – 09.4128 – 09.4129 – 09.4148 – 09.4149 – 09.4150 – 09.4152 – 09.4153, betrekking hebben op een hoeveelheid die kleiner is dan de beschikbare hoeveelheid.

(5)

Voorts dient voor de contingenten met de volgnummers 09.4127 – 09.4128 – 09.4129 – 09.4130 – 09.4148 – 09.4112 – 09.4116 – 09.4117 – 09.4118 – 09.4119 – 09.4166 overeenkomstig artikel 5, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 de totale hoeveelheid te worden vastgesteld die beschikbaar is voor de volgende deelperiode.

(6)

Met het oog op een efficiënt beheer van de procedure voor de afgifte van invoercertificaten dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van de aanvragen van certificaten voor de invoer van rijst in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingenten met de volgnummers 09.4154 – 09.4166 die gedurende de eerste tien werkdagen van juli 2012 zijn ingediend, worden certificaten afgegeven voor de aangevraagde hoeveelheid, vermenigvuldigd met de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde toewijzingscoëfficiënt.

2.   De totale hoeveelheid die in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgestelde contingenten met de volgnummers 09.4127 – 09.4128 – 09.4129 – 09.4130 – 09.4148 – 09.4112 – 09.4116 – 09.4117 – 09.4118 – 09.4119 – 09.4166 beschikbaar is voor de volgende deelperiode, wordt vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 2012.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.

(3)  PB L 325 van 8.12.2011, blz. 6.


BIJLAGE

Hoeveelheden die overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 voor de deelperiode juli 2012 moeten worden toegewezen, dan wel beschikbaar zijn voor de daaropvolgende deelperiode

a)

Bij artikel 1, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor volwitte of halfwitte rijst van GN-code 1006 30:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode juli 2012

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode september 2012 (in kg)

Verenigde Staten

09.4127

 (1)

12 327 801

Thailand

09.4128

 (1)

1 716 114

Australië

09.4129

 (1)

811 500

Andere landen van oorsprong

09.4130

 (2)

227

b)

Bij artikel 1, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor gedopte rijst van GN-code 1006 20:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode juli 2012

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode oktober 2012 (in kg)

Alle landen

09.4148

 (3)

1 634 000

c)

Bij artikel 1, lid 1, onder c), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor breukrijst van GN-code 1006 40 00:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode juli 2012

Thailand

09.4149

 (4)

Australië

09.4150

 (5)

Guyana

09.4152

 (5)

Verenigde Staten

09.4153

 (5)

Andere landen van oorsprong

09.4154

1,470237 %

d)

Bij artikel 1, lid 1, onder d), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1273/2011 vastgesteld contingent voor volwitte of halfwitte rijst van GN-code 1006 30:

Oorsprong

Volgnummer

Toewijzingscoëfficiënt voor de deelperiode juli 2012

Totale hoeveelheid die beschikbaar is voor de deelperiode september 2012 (in kg)

Thailand

09.4112

 (6)

76 317

Verenigde Staten

09.4116

 (6)

65 072

India

09.4117

 (6)

7 985

Pakistan

09.4118

 (6)

29 077

Andere landen van oorsprong

09.4119

 (6)

235 183

Alle landen

09.4166

0,835139 %

0


(1)  De aanvragen hebben betrekking op hoeveelheden die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de beschikbare hoeveelheden: alle aanvragen zijn derhalve ontvankelijk.

(2)  Voor deze deelperiode zijn geen hoeveelheden beschikbaar.

(3)  Voor deze deelperiode wordt geen toewijzingscoëfficiënt toegepast: de Commissie is geen enkele certificaataanvraag meegedeeld.

(4)  De aanvragen hebben betrekking op hoeveelheden die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de beschikbare hoeveelheden: alle aanvragen zijn derhalve ontvankelijk.

(5)  Voor deze deelperiode wordt geen toewijzingscoëfficiënt toegepast: de Commissie is geen enkele certificaataanvraag meegedeeld.

(6)  Voor deze deelperiode zijn geen hoeveelheden beschikbaar.


BESLUITEN

27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/17


BESLUIT EUCAP SAHEL NIGER/1/2012 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 17 juli 2012

betreffende de benoeming van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP SAHEL Niger)

(2012/436/GBVB)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,

Gezien Besluit 2012/392/GBVB van de Raad van 16 juli 2012 inzake de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (1) (EUCAP SAHEL Niger), en met name artikel 9, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 9, lid 1, van Besluit 2012/392/GBVB heeft de Raad het Politiek en Veiligheids-comité gemachtigd, overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag, de relevante besluiten te nemen met het oog op de politieke controle op en de strategische leiding van de missie EUCAP SAHEL Niger, waaronder de benoeming van een hoofd van de missie.

(2)

De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid heeft voorgesteld kolonel Francisco ESPINOSA NAVAS tot hoofd van de missie EUCAP SAHEL Niger te benoemen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De kolonel Francisco ESPINOSA NAVAS wordt benoemd tot hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP SAHEL Niger) voor een periode van 12 maanden.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 17 juli 2012.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

O. SKOOG


(1)  PB L 187 van 17.7.2012, blz. 48.


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/18


BESLUIT EU BAM RAFAH/2/2012 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 24 juli 2012

tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah (EU BAM Rafah) ad interim

(2012/437/GBVB)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,

Gezien Gemeenschappelijk Optreden 2005/889/GBVB van de Raad van 25 november 2005 tot instelling van een missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah (EU BAM Rafah) (1), en met name artikel 10, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 10, lid 1, van Besluit 2005/889/GBVB is het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) gemachtigd om, overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag, de nodige besluiten te nemen over de politieke controle en strategische leiding van de missie EU BAM Rafah, en met name een hoofd van de missie te benoemen.

(2)

Op 3 juli 2012 heeft het PVC, bij Besluit 2012/382/GBVB (2) op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV), de heer Davide PALMIGIANI benoemd tot hoofd van de missie EU BAM Rafah ad interim voor de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 juli 2012.

(3)

De HV heeft voorgesteld het mandaat van de heer Davide PALMIGIANI als hoofd van de missie EU BAM Rafah ad interim gedurende twee maanden, van 1 augustus 2012 tot en met 30 september 2012, te verlengen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het mandaat van de heer Davide PALMIGIANI als hoofd van de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah (EU BAM Rafah) ad interim wordt verlengd tot en met 30 september 2012.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 1 augustus 2012.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

O. SKOOG


(1)  PB L 327 van 14.12.2005, blz. 28.

(2)  PB L 186 van 14.7.2012, blz. 30.


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/19


BESLUIT VAN DE RAAD

van 24 juli 2012

houdende benoeming van een Fins lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

(2012/438/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien de voordracht van de Finse regering,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 13 september 2010 heeft de Raad Besluit 2010/570/EU, Euratom tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2010 tot en met 20 september 2015 (1) vastgesteld.

(2)

Een zetel van lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité is vrijgekomen doordat een einde is gekomen aan de ambtstermijn van de heer Reijo PAANANEN,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De heer Pekka RISTELÄ, adviseur Internationale Zaken van de SAK (centrale organisatie van Finse vakverenigingen), wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 20 september 2015.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB L 251 van 25.9.2010, blz. 8.


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/20


BESLUIT VAN DE RAAD

van 24 juli 2012

houdende benoeming van een Litouws lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

(2012/439/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien de voordracht van de Litouwse regering,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 13 september 2010 heeft de Raad Besluit 2010/570/EU, Euratom tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2010 tot en met 20 september 2015 (1) vastgesteld.

(2)

Een zetel van lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité is vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Zenonas Rokus RUDZIKAS,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De heer Vitas MAČIULIS, bedrijfsadviseur bij het Litouws centrum voor natuurwetenschappen en technologie (CPST), en bestuurslid van de Litouwse vereniging voor fotovoltaïsche technologie en ondernemingen (PTBA), wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 20 september 2015.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB L 251 van 25.9.2010, blz. 8.


27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/21


BESLUIT 2012/440/GBVB VAN DE RAAD

van 25 juli 2012

tot benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, artikel 31, lid 2, en artikel 33,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) heeft op 12 december 2011, mede namens de Commissie, een gezamenlijke mede-deling aan het Europees Parlement en de Raad met de titel „Een centrale plaats voor mensenrechten en democratie in het externe optreden van de EU — voor een meer doel-treffende aanpak” voorgelegd.

(2)

De Raad heeft op 25 juni 2012 het strategisch kader van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie en een actieplan van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie vastgesteld.

(3)

Er dient derhalve een speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) voor de mensenrechten te worden benoemd om de doeltreffendheid en de zichtbaarheid van het mensenrechtenbeleid van de Unie te vergroten en bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, zonder afbreuk te doen aan de rol van de HV op grond van het Verdrag, te weten het vertegenwoordigen van de Unie in aangelegenheden die onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid vallen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Benoeming

De heer Stavros LAMBRINIDIS wordt benoemd tot SVEU voor de mensenrechten tot en met 30 juni 2014. Het mandaat van de SVEU kan eerder worden beëindigd, indien de Raad daartoe besluit op voorstel van de HV.

Artikel 2

Beleidsdoelstellingen

Het mandaat van de SVEU is gebaseerd op de beleidsdoelstellingen van de Unie met betrekking tot de mensenrechten, als verankerd in het Verdrag, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het strategisch kader van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie en het actieplan van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie:

a)

het vergroten van de doeltreffendheid, de aanwezigheid en de zichtbaarheid van de Unie bij het beschermen en bevorderen van de mensenrechten door met name de samenwerking en de politieke dialoog van de Unie met derde landen, relevante partners, het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en internationale en regionale organisaties te verdiepen; en door in de betrokken internationale fora op te treden;

b)

het vergroten van de bijdrage van de Unie aan de versterking van de democratie, de institutionele opbouw, de rechtsstaat, goed bestuur en de eerbiediging van de mensen-rechten en de fundamentele vrijheden overal in de wereld;

c)

het verbeteren van de samenhang in het optreden van de Unie op mensenrechtengebied en de integratie van de mensenrechten in alle sectoren van het externe optreden van de Unie.

Artikel 3

Mandaat

Ter verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen krijgt de SVEU het mandaat om:

a)

bij te dragen tot de uitvoering van het mensenrechtenbeleid van de Unie, in het bijzonder het strategisch kader van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie en het actieplan van de Europese Unie voor mensenrechten en democratie, onder meer door in dat opzicht aanbevelingen te formuleren;

b)

bij te dragen tot de toepassing van de richtsnoeren, instrumenten en actieplannen van de Unie met betrekking tot de mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

c)

de mensenrechtendialoog met overheidsinstanties in derde landen en internationale en regionale organisaties, alsook met maatschappelijke organisaties en andere relevante actoren te versterken om de doeltreffendheid en de zichtbaarheid van het mensenrechten-beleid van de Unie te waarborgen;

d)

bij te dragen tot een grotere samenhang en consistentie van de beleidsmaatregelen en acties van de Unie op het gebied van de bescherming en bevordering van de mensenrechten door met name een eigen inbreng te leveren voor de formulering van ter zake dienende beleids-maatregelen van de Unie.

Artikel 4

Uitvoering van het mandaat

1.   De SVEU is onder het gezag van de HV verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat.

2.   Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) onderhoudt een bevoorrechte relatie met de SVEU en vormt het eerste contactpunt van de SVEU met de Raad. Onverminderd de bevoegdheden van de HV zorgt het PVC binnen het kader van het mandaat voor strategische aansturing en politieke leiding ten behoeve van de SVEU.

3.   De SVEU werkt volledig samen met de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de betrokken afdelingen daarvan om de samenhang en de consistentie van hun respectieve werkzaamheden op het gebied van de mensenrechten te verzekeren.

Artikel 5

Financiering

1.   Het financieel referentiebedrag ter dekking van de kosten in verband met het mandaat van de SVEU tot en met 30 juni 2013 bedraagt 712 500 EUR.

2.   Het financieel referentiebedrag voor de daaropvolgende periode voor het mandaat van de SVEU wordt door de Raad vastgesteld.

3.   De uitgaven worden beheerd volgens de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

4.   Voor het uitgavenbeheer wordt een overeenkomst gesloten tussen de SVEU en de Commissie. De SVEU legt van alle uitgaven verantwoording af aan de Commissie.

Artikel 6

Vorming en samenstelling van het team

1.   Binnen de grenzen van het mandaat van de SVEU en de daartoe uitgetrokken financiële middelen is de SVEU verantwoordelijk voor het samenstellen van een team. In het team dient de door het mandaat vereiste deskundigheid inzake specifieke beleidsvraagstukken aanwezig te zijn. De SVEU brengt de Raad en de Commissie steeds onmiddellijk op de hoogte van de samenstelling van het team.

2.   De lidstaten, de instellingen van de Unie en de EDEO kunnen voorstellen personeel te detacheren bij de SVEU. De bezoldiging van het gedetacheerde personeel komt ten laste van respectievelijk de lidstaat, de betrokken instelling van de Unie of de EDEO. Deskundigen die door de lidstaten bij de instellingen van de Unie of de EDEO zijn gedetacheerd, kunnen eveneens aan de SVEU worden toegewezen. Internationaal aangeworven personeel moet de nationaliteit van een lidstaat hebben.

3.   Al het gedetacheerde personeel blijft onder het administratieve gezag van de detacherende lidstaat, van de detacherende instelling van de Unie of van de EDEO, en voert zijn taken uit en handelt in het belang van het mandaat van de SVEU.

Artikel 7

Beveiliging van gerubriceerde EU-informatie

De SVEU en de leden van het team van de SVEU leven de beveiligingsbeginselen en -minimum-normen na die zijn vastgelegd in Besluit 2011/292/EU van de Raad van 31 maart 2011 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (1).

Artikel 8

Toegang tot informatie en logistieke steun

1.   De lidstaten, de Commissie, de EDEO en het secretariaat-generaal van de Raad zorgen ervoor dat de SVEU toegang krijgt tot alle relevante informatie.

2.   De delegaties van de Unie en de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten, naargelang van het geval, verlenen de SVEU logistieke steun.

Artikel 9

Beveiliging

Overeenkomstig het beleid van de Unie inzake de veiligheid van personeel dat op grond van titel V van het Verdrag wordt ingezet in operaties buiten de Unie, neemt de SVEU alle redelijkerwijs haalbare maatregelen voor de beveiliging van het personeel dat rechtstreeks onder zijn gezag staat, in overeenstemming met het mandaat en op basis van de veiligheidssituatie in het betrokken land, met name:

a)

stelt hij een missiespecifiek veiligheidsplan op dat is gebaseerd op richtsnoeren van de EDEO en dat voorziet in missiespecifieke fysieke, organisatorische en procedurele beveiligingsmaatregelen voor het beheer van veilige personeelsbewegingen naar en binnen het missiegebied en het beheer van veiligheids-incidenten, en voorziet hij in een noodplan en evacuatieplan van de missie;

b)

zorgt hij ervoor dat alle buiten de Unie ingezette personeelsleden gedekt zijn door een op de omstandigheden in het missiegebied afgestemde verzekering voor grote risico's;

c)

zorgt hij ervoor dat alle buiten de Unie in te zetten leden van het team van de SVEU, ook het ter plaatse aangeworven personeel, voor of bij aankomst in het missiegebied een passende beveiligingsopleiding hebben genoten waarvan de inhoud is bepaald op basis van de risicoklasse waarin het missiegebied door de EDEO is ingedeeld;

d)

zorgt hij ervoor dat alle naar aanleiding van de geregelde beveiligingsbeoordelingen overeengekomen aanbevelingen worden opgevolgd, en brengt hij aan de HV, de Raad, en de Commissie schriftelijk verslag uit over de uitvoering daarvan en over andere veilig-heidskwesties in het kader van het tussentijds verslag en het verslag over de uitvoering van het mandaat.

Artikel 10

Rapportage

De SVEU brengt geregeld mondeling en schriftelijk verslag uit aan de HV en het PVC. De SVEU brengt zo nodig tevens verslag uit aan de bevoegde werkgroepen van de Raad, met name de werkgroep voor de mensenrechten. De geregelde schriftelijke verslagen worden verspreid via het COREU-netwerk. Op aanbeveling van de HV of het PVC kan de SVEU ook verslag uitbrengen aan de Raad Buitenlandse Zaken. Overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag kan de SVEU worden ingeschakeld bij de informatie-verstrekking aan het Europees Parlement.

Artikel 11

Coördinatie

1.   De SVEU draagt bij tot de eenheid, de samenhang en de doeltreffendheid van het optreden van de Unie en helpt ervoor te zorgen dat alle instrumenten van de Unie en van de lidstaten op consistente wijze worden ingezet om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezen-lijken. De SVEU werkt samen met de lidstaten en de Commissie en, in voorkomend geval, met andere speciale vertegen-woordigers van de Europese Unie. De SVEU verstrekt regelmatig informatie aan de missies van de lidstaten en aan de delegaties van de Unie.

2.   Ter plaatse worden nauwe contacten onderhouden met de hoofden van de delegaties van de Unie, de missiehoofden van de lidstaten en, in voorkomend geval, de hoofden/comman-danten van missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheid- en defensiebeleid en andere speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie, die alles doen wat in hun vermogen ligt om de SVEU bij te staan in de uitvoering van het mandaat.

3.   De SVEU onderhoudt tevens contacten en streeft naar complementariteit en synergieën met andere internationale en regionale actoren, zowel op beleids- als op operationeel niveau. De SVEU streeft zowel op beleids- als op operationeel niveau naar regelmatige contacten met maatschappelijke organisaties.

Artikel 12

Toetsing

De uitvoering van dit besluit en de samenhang ervan met andere bijdragen van de Unie op dit gebied worden op gezette tijden getoetst. De SVEU legt de HV, de Raad en de Commissie een zesmaandelijks voortgangsverslag, en aan het einde van het mandaat een uitvoerig verslag over de uitvoering van het mandaat voor.

Artikel 13

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 25 juli 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

A. D. MAVROYIANNIS


(1)  PB L 141 van 27.5.2011, blz. 17.


IV Handelingen die vóór 1 december 2009 zijn aangenomen krachtens het EG-Verdrag, het EU-Verdrag en het Euratom-Verdrag

27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/24


BESLUIT VAN DE RAAD

van 9 oktober 2009

inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van een Protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

(2012/441/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 80, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, artikel 300, lid 3, eerste alinea, en artikel 300, lid 4,

Gezien de Toetredingsakte van de Republiek Bulgarije en Roemenië, en met name artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 5 december 2004 heeft de Raad de Commissie gemachtigd te onderhandelen over een Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds.

(2)

De Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, (hierna „de overeenkomst” genoemd), is ondertekend te Brussel op 12 december 2006 (1).

(3)

Het Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie is op 25 april 2005 ondertekend te Luxemburg en is op 1 januari 2007 in werking getreden.

(4)

Om rekening te houden met de toetreding van deze twee nieuwe lidstaten is een protocol tot wijziging van de overeenkomst nodig.

(5)

De partijen hebben op 19 maart 2007 onderhandeld over het protocol.

(6)

Het protocol dient te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast in afwachting van de voor de sluiting ervan noodzakelijke procedures,

BESLUIT:

Artikel 1

1.   De ondertekening van het Protocol tot wijziging van de Euro-mediterrane Luchtvaart-overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, (hierna „het protocol” genoemd), wordt namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd, onder voorbehoud van sluiting.

2.   De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de personen aan te wijzen die het protocol namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten mogen ondertekenen onder voorbehoud van sluiting.

Artikel 3

Onder voorbehoud van wederkerigheid en in afwachting van de formele sluiting wordt het protocol voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening door de partijen.

Artikel 4

De in artikel 4, lid 1, van het protocol bedoelde kennisgeving wordt gedaan door de Raad.

Gedaan te Luxemburg, 9 oktober 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

Å. TORSTENSSON


(1)  PB L 386 van 29.12.2006, blz. 55.


PROTOCOL

tot wijziging van de Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

hierna „de lidstaten” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie,

enerzijds, en

HET KONINKRIJK MAROKKO,

hierna „Marokko” genoemd,

anderzijds,

Gezien de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De Republiek Bulgarije en Roemenië zijn partij bij de Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, ondertekend te Brussel op 12 december 2006 (hierna „de overeenkomst” genoemd).

Artikel 2

1.   Aan bijlage II bij de overeenkomst (bilaterale overeenkomsten tussen Marokko en lidstaten van de Europese Gemeenschap) worden de volgende bepalingen toegevoegd:

a)

na het eerste streepje:

„—

Overeenkomst tussen de Volksrepubliek Bulgarije en het Koninkrijk Marokko inzake luchtvervoer, ondertekend te Rabat op 14 oktober 1966;";

b)

na het zestiende streepje:

„—

Overeenkomst tussen de regering van de Socialistische Volksrepubliek Roemenië en de regering van het Koninkrijk Marokko inzake civiel luchtvervoer, ondertekend te Boekarest op 6 december 1971.

Laatstelijk gewijzigd bij de gemeenschappelijke intentieverklaring, gesloten te Rabat op 29 februari 1996.”.

2.   Aan bijlage III, punt 1, van de overeenkomst (procedures voor exploitatievergunningen en technische vergunningen: bevoegde autoriteiten) worden de volgende bepalingen toegevoegd:

a)

na de tekst met betrekking tot België:

„Bulgarije:

Directoraat-generaal van de burgerluchtvaartautoriteit

Ministerie van Vervoer, van Informatietechnologieën en Communicatie”;

b)

na de tekst met betrekking tot de Slowaakse Republiek:

„Roemenië:

Directoraat-generaal van infrastructuur en luchtvervoer

Ministerie van Vervoer en Infrastructuur”.

Artikel 3

De teksten van de overeenkomst in het Bulgaars en het Roemeens, die als bijlage bij dit protocol zijn gevoegd, zijn evenzeer authentiek als de teksten in de andere talen.

Artikel 4

1.   Dit protocol wordt door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd. Het treedt in werking op dezelfde datum als de overeenkomst. Indien dit protocol echter na de inwerkingtreding van de overeenkomst door de overeenkomstsluitende partijen zou worden goedgekeurd, treedt het overeenkomstig artikel 27, lid 1, van de overeenkomst in werking op de dag waarop de partijen elkaar hebben medegedeeld dat zij hun interne goedkeurings-procedures hebben voltooid.

2.   Dit protocol wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening door de partijen.

Artikel 5

Dit protocol is opgesteld te Brussel, op 18 juni 2012, in tweevoud, in de Bulgaarse, Deense, Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Roemeense, Slowaakse, Sloveense, Spaanse, Tsjechische, Zweedse en Arabische taal, waarbij elk van deze teksten authentiek is.

За дьржавите-членки

Por los Estados miembros

Za členské státy

For medlemsstaterne

Für die Mitgliedstaaten

Liikmesriikide nimel

Για τα κράτη μέλη

For the Member States

Pour les États membres

Per gli Stati membri

Dalīvalstu vārdā –

Valstybių narių vardu

A tagállamok részéről

Għall-Istati Membri

Voor de lidstaten

W imieniu Państw Członkowskich

Pelos Estados-Membros

Pentru statele membre

Za členské štáty

Za države članice

Jäsenvaltioiden puolesta

För medlemsstaternas

Image

Image

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l’Union européenne

Per l’Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Image

За Кралство Мароко

Por el Reino de Marruecos

Za Marocké království

For Kongeriget Marokko

Für das Königreich Marokko

Maroko Kuningriigi nimel

Για το Βασίλειο του Μαρόκου

For the Kingdom of Morocco

Pour le Royaume du Maroc

Per il Regno del Marocco

Marokas Karalistes vārdā –

Maroko Karalystės vardu

A Marokkói Királyság nevében

Għar-Renju tal-Marokk

Voor het Koninkrijk Marokko

W imieniu Królestwa Maroka

Pelo Reino de Marrocos

Pentru Regatul Maroc

Za Marocké kráľovstvo

Za Kraljevino Maroko

Marokon kuningaskunnan puolesta

För Konungariket Marocko

Image

Image


Rectificaties

27.7.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 200/28


Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 648/2012 van de Commissie van 25 juli 2012 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

( Publicatieblad van de Europese Unie L 199 van 26 juli 2012 )

Op de omslag en op bladzijde 4 in de titel:

in plaats van:

„(EU) nr. 648/2012”,

te lezen:

„(EU) nr. 684/2012”.