ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2012.028.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 28

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

55e jaargang
31 januari 2012


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 64/2012 van de Commissie van 23 januari 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 582/2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie van 24 januari 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat schakelindicatoren betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

24

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

31.1.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/1


VERORDENING (EU) Nr. 64/2012 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2012

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 582/2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (1), en met name artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 2 en artikel 12,

Gezien Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (2), en met name artikel 39, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 595/2009 zijn gemeenschappelijke technische voorschriften vastgesteld voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en vervangingsonderdelen wat emissies betreft, alsook regels inzake conformiteit tijdens het gebruik, duurzaamheid van systemen voor verontreinigingsbeheersing, boorddiagnosesystemen (OBD-systemen), meting van het brandstofverbruik en toegankelijkheid van reparatie- en onderhoudsinformatie.

(2)

Krachtens artikel 3, lid 15, van Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) mag slechts dan typegoedkeuring voor voertuigen en motoren krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen ervan worden verleend nadat meetprocedures voor het meten van het aantal deeltjes zoals uiteengezet in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 595/2009, eventueel noodzakelijke specifieke bepalingen met betrekking tot motoren met verschillende instellingen en bepalingen ter uitvoering van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 595/2009 zijn vastgesteld. Verordening (EU) nr. 582/2011 moet daarom worden gewijzigd om er dergelijke voorschriften in op te nemen.

(3)

Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 595/2009 zijn de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (4) van overeenkomstige toepassing. De bepalingen inzake de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van Verordening (EG) nr. 715/2007 en de uitvoeringsmaatregelen ervan moeten daarom worden overgenomen in deze verordening. Het is echter nodig die bepalingen aan te passen om rekening te houden met de specifieke eigenschappen van de zware bedrijfsvoertuigen.

(4)

Met name moeten specifieke procedures worden vastgesteld voor de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 595/2009 in het geval van meerfasentypegoedkeuring. Ook moeten specifieke voorschriften en procedures worden vastgesteld voor de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie in het geval van aanpassingen voor de klant en kleine productievolumes. Ten slotte moet ook worden verwezen naar de specifiek voor zware bedrijfsvoertuigen ontwikkelde normen voor herprogrammering.

(5)

Toepassing van de bepalingen inzake de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie kan op de korte termijn te belastend zijn voor voertuigfabrikanten wat bepaalde systemen betreft die van oude op nieuwe voertuigtypen worden overgenomen. Daarom moeten bepaalde beperkte afwijkingen van de algemene bepalingen inzake de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie worden ingevoerd.

(6)

Er moeten bepalingen inzake de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie ten behoeve van het ontwerp en de fabricage van voertuiguitrusting voor voertuigen op alternatieve brandstof worden vastgesteld zodra het mogelijk wordt voor dergelijke uitrusting typegoedkeuring te verkrijgen.

(7)

Krachtens Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (5) moeten snelheidsbegrenzers worden gemonteerd door door de lidstaten goedgekeurde garages of instanties. Krachtens Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (6) mogen slechts goedgekeurde garages de registratieapparatuur in motorvoertuigen kalibreren. Daarom moet de informatie over de herprogrammering van besturingseenheden voor snelheidsbegrenzers en registratieapparatuur worden uitgesloten van de bepalingen over het verlenen van toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie.

(8)

Verordening (EU) nr. 582/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 582/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 2 worden de volgende punten 42, 43 en 44 toegevoegd:

„42.   „aanpassing voor de klant”: een wijziging van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid die op het specifieke verzoek van een klant wordt verricht en die moet worden goedgekeurd;

43.   „OBD-informatie van het voertuig”: informatie met betrekking tot een boorddiagnosesysteem voor een elektronisch systeem in het voertuig;

44.   „overgenomen systeem”: een systeem zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 23, van Richtlijn 2007/46/EG, overgenomen van een oud op een nieuw voertuigtype.”.

2)

De volgende artikelen 2 bis tot en met 2 nonies worden ingevoegd:

„Artikel 2 bis

Toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie

1.   Fabrikanten brengen de nodige regelingen en procedures tot stand overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 595/2009 en bijlage XVII bij deze verordening om de toegankelijkheid op snel en makkelijk te raadplegen websites te waarborgen van OBD-informatie van het voertuig en van reparatie- en onderhoudsinformatie, in een gestandaardiseerd formaat en op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan erkende handelaren en reparatiebedrijven. De fabrikant stelt aan onafhankelijke marktdeelnemers en aan erkende handelaren en reparatiebedrijven eveneens opleidingsdocumentatie ter beschikking.

2.   Goedkeuringsinstanties verlenen alleen typegoedkeuring als ze van de fabrikant een Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie hebben ontvangen.

3.   Het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie dient als bewijs dat artikel 6 van Verordening (EG) nr. 595/2009 is nageleefd.

4.   Het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie wordt opgesteld overeenkomstig het model in bijlage XVII, aanhangsel 1.

5.   De OBD-informatie van het voertuig en de reparatie- en onderhoudsinformatie bevat de volgende elementen:

a)

een eenduidige identificatie van het voertuig, systeem, onderdeel of de technische eenheid waarvoor de fabrikant verantwoordelijk is;

b)

servicehandboeken met service- en onderhoudsgegevens;

c)

technische handleidingen;

d)

informatie over onderdelen en diagnose (zoals de theoretische minimale en maximale meetwaarden);

e)

bedradingsschema's;

f)

de diagnostische foutcodes (met inbegrip van de eigen codes van de fabrikant);

g)

het identificatienummer van de softwarekalibratie dat op een voertuigtype van toepassing is;

h)

over en door middel van eigen instrumenten en apparatuur verstrekte informatie;

i)

informatie over gegevensregistratie en bidirectionele bewaking en testgegevens;

j)

standaard arbeidseenheden of tijdvakken voor reparatie- en onderhoudstaken, als deze aan erkende handelaren en reparatiebedrijven van de fabrikant rechtstreeks of via een derde ter beschikking worden gesteld;

k)

in het geval van meerfasentypegoedkeuring, de krachtens artikel 2 ter vereiste informatie.

6.   Erkende handelaren en reparatiebedrijven die deel uitmaken van het distributienet van een bepaalde voertuigfabrikant, worden als onafhankelijke marktdeelnemers in de zin van deze verordening beschouwd voor zover zij reparatie- of onderhoudsdiensten verrichten voor voertuigen van een fabrikant van wiens distributienet zij geen deel uitmaken.

7.   De reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig is altijd beschikbaar, uitgezonderd tijdens noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan het informatiesysteem.

8.   Voor de fabricage en het onderhoud van OBD-compatibele vervangings- en onderhoudsonderdelen en diagnose- en testapparatuur verstrekken de fabrikanten zonder daarbij te discrimineren de relevante OBD-informatie van het voertuig en reparatie- en onderhoudsinformatie aan belangstellende fabrikanten en reparatiebedrijven van onderdelen en diagnose- en testapparatuur.

9.   De fabrikant stelt latere wijzigingen van en aanvullingen op de reparatie- en onderhoudsinformatie op zijn websites ter beschikking zodra deze ter beschikking worden gesteld van erkende reparatiebedrijven.

10.   Indien de reparatie- en onderhoudsgegevens van een voertuig in een door of namens de voertuigfabrikant beheerde centrale databank worden opgeslagen, krijgen krachtens bijlage XVII, punt 2.2, goedgekeurde en geautoriseerde onafhankelijke reparatiebedrijven gratis en onder dezelfde voorwaarden als erkende reparatiebedrijven toegang tot deze gegevens om informatie over de door hen uitgevoerde reparatie- en onderhoudswerkzaamheden te kunnen invoeren.

11.   De fabrikant verstrekt aan belanghebbenden de volgende informatie:

a)

relevante informatie om de ontwikkeling mogelijk te maken van vervangingsonderdelen die voor het naar behoren functioneren van het OBD-systeem van wezenlijk belang zijn;

b)

informatie om de ontwikkeling van generieke diagnoseapparatuur mogelijk te maken.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), mag de ontwikkeling van vervangingsonderdelen niet worden beperkt door een of meer van de volgende omstandigheden:

a)

de onbeschikbaarheid van relevante informatie;

b)

technische voorschriften met betrekking tot storingsindicatiestrategieën als de OBD-drempelwaarden worden overschreden of als het OBD-systeem niet meer aan de fundamentele bewakingsvoorschriften van deze verordening kan voldoen;

c)

specifieke wijzigingen om de OBD-informatie met betrekking tot het gebruik van het voertuig op benzine of op gas afzonderlijk te kunnen verwerken;

d)

de typegoedkeuring van voertuigen op gas die een beperkt aantal minder belangrijke gebreken vertonen.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), moeten, wanneer fabrikanten diagnose- en testapparatuur overeenkomstig ISO 22900 — Modulaire voertuigencommunicatie-interface (MVCI) en ISO 22901 — Open uitwisseling van diagnostische gegevens (ODX) gebruiken in hun franchisenetwerken, de ODX-bestanden via de website van de fabrikant toegankelijk zijn voor onafhankelijke marktdeelnemers.

Artikel 2 ter

Meerfasentypegoedkeuring

1.   In het geval van meerfasentypegoedkeuring, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 7, van Richtlijn 2007/46/EG, is de eindfabrikant verantwoordelijk voor het verlenen van toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie met betrekking tot de eigen fabricagefase(n) en de schakel tussen die fase(n) en de eraan voorafgaande fase(n).

Daarnaast stelt de eindfabrikant op zijn website de volgende informatie beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers:

a)

webadres van de voor de voorafgaande fase(n) verantwoordelijke fabrikant(en);

b)

naam en adres van alle voor de voorafgaande fase(n) verantwoordelijke fabrikanten;

c)

typegoedkeuringsnummer(s) van de voorafgaande fase(n);

d)

het motornummer.

2.   Elke voor een bepaalde fase of voor bepaalde fasen van de typegoedkeuring verantwoordelijke fabrikant is verantwoordelijk voor het verlenen van toegang via zijn website tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie met betrekking tot de typegoedkeuringsfase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is en de schakel tussen die fase(n) en de eraan voorafgaande fase(n).

3.   De voor een bepaalde fase of voor bepaalde fasen van de typegoedkeuring verantwoordelijke fabrikant verstrekt de volgende informatie aan de voor de volgende fase verantwoordelijke fabrikant:

a)

het conformiteitscertificaat dat betrekking heeft op de fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;

b)

het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie, met inbegrip van de aanhangsels daarvan;

c)

het typegoedkeuringsnummer dat overeenstemt met de fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;

d)

de onder a), b) en c) bedoelde documenten, zoals verstrekt door de bij de voorafgaande fase(n) betrokken fabrikant(en).

Elke fabrikant staat de voor de volgende fase verantwoordelijke fabrikant toe de verstrekte documenten door te geven aan de voor iedere volgende fase en voor de eindfase verantwoordelijke fabrikanten.

Daarnaast verleent de voor een bepaalde fase of voor bepaalde fasen van de typegoedkeuring verantwoordelijke fabrikant op contractbasis:

a)

de voor de volgende fase verantwoordelijke fabrikant toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie en informatie over de interface met betrekking tot de specifieke fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;

b)

de voor een volgende typegoedkeuringsfase verantwoordelijke fabrikant op verzoek toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie en informatie over de interface met betrekking tot de specifieke fase(n) waarvoor hij verantwoordelijk is;

4.   Fabrikanten, met inbegrip van eindfabrikanten, kunnen slechts dan overeenkomstig artikel 2 septies om vergoedingen vragen indien het de specifieke fase(n) betreft waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Fabrikanten, met inbegrip van eindfabrikanten, vragen geen vergoeding voor het verstrekken van informatie over het webadres of de contactgegevens van andere fabrikanten.

Artikel 2 quater

Aanpassingen voor de klant

1.   In afwijking van artikel 2 bis wordt, als het aantal systemen, onderdelen of technische eenheden dat voorwerp vormt van een bepaalde aanpassing voor de klant minder bedraagt dan 250 wereldwijd geproduceerde eenheden, de reparatie- en onderhoudsinformatie voor die aanpassing voor de klant op gemakkelijk en snel toegankelijke wijze aangeboden, en op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan, erkende handelaren en reparatiebedrijven.

Voor het onderhoud en de herprogrammering van de elektronische regeleenheden voor de aanpassing voor de klant stelt de fabrikant de desbetreffende eigen specialistische diagnose- of testapparatuur waarover erkende reparatiebedrijven kunnen beschikken ook beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers.

De aanpassingen voor de klant worden op het moment van de typegoedkeuring vermeld op de website met reparatie- en onderhoudsinformatie van de fabrikant en op het certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie.

2.   Tot 31 december 2015 mag de fabrikant, als het aantal systemen, onderdelen of technische eenheden dat voorwerp vormt van een bepaalde aanpassing voor de klant wereldwijd minder bedraagt dan 250 eenheden, afwijken van de verplichting krachtens artikel 2 bis om toegang te bieden tot OBD-informatie van het voertuig en reparatie- en onderhoudsinformatie in een gestandaardiseerd formaat. Als de fabrikant van een dergelijke afwijkingsmogelijkheid gebruikmaakt, biedt hij gemakkelijke en snelle toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie, op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan, erkende handelaren en reparatiebedrijven.

3.   Fabrikanten stellen de eigen specialistische diagnose- of testapparatuur voor het onderhoud van de voor de klant aangepaste systemen, onderdelen of technische eenheden middels verkoop en verhuur beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers.

4.   Op het moment van de typegoedkeuring vermeldt de fabrikant op het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie de aanpassingen voor de klant waarvoor wordt afgeweken van de verplichting krachtens artikel 2 bis om toegang te bieden tot OBD-informatie van het voertuig en reparatie- en onderhoudsinformatie in een gestandaardiseerd formaat, alsmede alle met die aanpassingen verband houdende elektronische regeleenheden.

Deze aanpassingen voor de klant en alle daarmee verband houdende elektronische regeleenheden worden tevens op de website met reparatie- en onderhoudsinformatie van de fabrikant vermeld.

Artikel 2 quinquies

Fabrikanten van kleine productievolumes

1.   In afwijking van artikel 2 bis bieden fabrikanten die wereldwijd minder dan 250 eenheden per jaar van een onder deze verordening vallend type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid produceren, gemakkelijke en snelle toegang tot de reparatie- en onderhoudsinformatie, op niet-discriminerende wijze ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan, erkende handelaren en reparatiebedrijven.

2.   Onder lid 1 vallende voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden worden op de website met reparatie- en onderhoudsinformatie van de fabrikant vermeld.

3.   De goedkeuringsinstantie stelt de Commissie in kennis van alle aan fabrikanten van kleine productievolumes verleende typegoedkeuringen.

Artikel 2 sexies

Overgenomen systemen

1.   Tot 30 juni 2016 kan de fabrikant voor de in bijlage XVII, aanhangsel 3, vermelde overgenomen systemen afwijken van de verplichting de elektronische regeleenheden overeenkomstig de in bijlage XVII genoemde normen te herprogrammeren.

Een dergelijke afwijking wordt op het moment van de typegoedkeuring op het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie vermeld.

De systemen waarvoor een fabrikant afwijkt van de verplichting de elektronische regeleenheden overeenkomstig de in bijlage XVII genoemde normen te herprogrammeren, worden op diens website met reparatie- en onderhoudsinformatie vermeld.

2.   Met het oog op het onderhoud en de herprogrammering van de elektronische regeleenheden in de overgenomen systemen waarvoor de fabrikant afwijkt van de verplichting de elektronische regeleenheden overeenkomstig de in bijlage XVII genoemde normen te herprogrammeren, zorgen de fabrikanten ervoor dat de desbetreffende eigen instrumenten of apparatuur voor onafhankelijke marktdeelnemers te koop of te huur zijn.

Artikel 2 septies

Vergoedingen voor de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie

1.   De fabrikanten mogen een redelijke en evenredige vergoeding vragen voor de toegang tot de reparatie- en onderhoudsinformatie waarop deze verordening van toepassing is.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt een vergoeding onredelijk of onevenredig geacht indien deze ontmoedigend werkt doordat geen rekening wordt gehouden met de mate waarin de onafhankelijke marktdeelnemer deze toegang gebruikt.

2.   De fabrikanten stellen de reparatie- en onderhoudsinformatie, met inbegrip van transactiediensten zoals herprogrammering of technische ondersteuning, op uur-, dag-, maand- of jaarbasis ter beschikking, waarbij de vergoeding voor toegang tot die informatie varieert naargelang de tijd dat er toegang wordt verleend.

Behalve tijdgerelateerde toegang kunnen de fabrikanten ook toegang op transactiebasis aanbieden, waarvoor vergoedingen worden gevraagd per transactie en niet op basis van de tijdsperiode gedurende welke toegang wordt geboden. Als de fabrikant beide systemen voor het verkrijgen van toegang aanbiedt, kiezen onafhankelijke reparatiebedrijven het systeem, tijdgerelateerd dan wel op transactiebasis, waaraan zij de voorkeur geven.

Artikel 2 octies

Naleving van de verplichtingen in verband met de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie

1.   Een goedkeuringsinstantie kan op elk moment, hetzij op eigen initiatief na een klacht, hetzij op basis van een beoordeling door een technische dienst, controleren of Verordening (EG) nr. 595/2009, deze verordening en de voorwaarden van het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie door de fabrikant worden nageleefd.

2.   Wanneer een goedkeuringsinstantie vaststelt dat de fabrikant zijn verplichtingen in verband met de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie niet is nagekomen, neemt de goedkeuringsinstantie die de desbetreffende typegoedkeuring heeft verleend, de nodige maatregelen om de situatie te verhelpen.

Het kan gaan om de intrekking of schorsing van de typegoedkeuring, boeten of andere sancties overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 595/2009.

3.   De goedkeuringsinstantie verifieert of een fabrikant zijn verplichtingen in verband met de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie is nagekomen, als een onafhankelijke marktdeelnemer of een beroepsvereniging die onafhankelijke marktdeelnemers vertegenwoordigt, bij de goedkeuringsinstantie een klacht indient.

4.   Bij de uitvoering van deze verificatie kan de goedkeuringsinstantie een technische dienst of een andere onafhankelijke deskundige vragen een beoordeling uit te voeren om te bepalen of aan deze verplichtingen is voldaan.

Artikel 2 nonies

Forum Toegang tot voertuiginformatie

Het toepassingsgebied van de activiteiten van het bij artikel 13, lid 9, van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (7) ingestelde forum Toegang tot voertuiginformatie wordt uitgebreid tot de onder Verordening (EG) nr. 595/2009 vallende voertuigen.

Op basis van aanwijzingen voor opzettelijk of onopzettelijk verkeerd gebruik van OBD-informatie van het voertuig en van reparatie- en onderhoudsinformatie, brengt het forum advies uit aan de Commissie over maatregelen om dergelijk verkeerd gebruik van informatie te voorkomen.

3)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 komt als volgt te luiden:

„1.   Om EG-typegoedkeuring te verkrijgen voor een motorsysteem of motorenfamilie als technische eenheid, voor een voertuig met een goedgekeurd motorsysteem wat emissies en reparatie- en onderhoudsinformatie betreft of voor een voertuig wat emissies en reparatie- en onderhoudsinformatie betreft, toont de fabrikant overeenkomstig bijlage I aan dat de voertuigen of motorsystemen aan de tests zijn onderworpen en voldoen aan de voorschriften in de artikelen 4 en 14 en de bijlagen III tot en met VIII, X, XIII, XIV en XVII. De fabrikant waarborgt ook de conformiteit met de specificaties van referentiebrandstoffen in bijlage IX.”;

b)

de volgende leden 1 bis, 1 ter en 1 quater worden ingevoegd:

„1 bis.   Indien de OBD-informatie van het voertuig en de reparatie- en onderhoudsinformatie op het moment van de aanvraag voor typegoedkeuring niet beschikbaar is of niet conform is met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 595/2009, artikel 2 bis en, voor zover relevant, de artikelen 2 ter, 2 quater en 2 quinquies van deze verordening, en bijlage XVII bij deze verordening, verstrekt de fabrikant deze informatie binnen zes maanden vanaf de datum die in artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 595/2009 is vastgesteld of, indien dit later is, binnen zes maanden na de datum van typegoedkeuring.

1 ter.   De verplichting om binnen de in lid 1 bis bedoelde termijn informatie te verstrekken, geldt alleen als het voertuig na typegoedkeuring in de handel wordt gebracht.

Indien het voertuig meer dan zes maanden na de typegoedkeuring in de handel wordt gebracht, wordt de informatie verstrekt op de datum waarop het voertuig in de handel wordt gebracht.

1 quater.   De goedkeuringsinstantie mag op basis van een ingevuld certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie aannemen dat de fabrikant wat de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie betreft, afdoende regelingen en procedures tot stand heeft gebracht, op voorwaarde dat er geen klachten waren, en dat de fabrikant dit certificaat binnen de in lid 1 bis genoemde termijn verstrekt.

Indien het certificaat van naleving niet binnen deze termijn wordt geleverd, neemt de goedkeuringsinstantie de nodige maatregelen om de naleving te waarborgen.”;

c)

lid 15 wordt geschrapt.

4)

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel komt als volgt te luiden:

„Artikel 5

Aanvraag van EG-typegoedkeuring voor een motorsysteem of motorenfamilie als technische eenheid wat emissies en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie betreft”.

b)

lid 4, onder g), komt als volgt te luiden:

„g)

het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie;”.

5)

De titel van artikel 6 komt als volgt te luiden:

„Artikel 6

Bestuursrechtelijke bepalingen voor de EG-typegoedkeuring voor een motorsysteem of motorenfamilie als technische eenheid wat emissies en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie betreft”.

6)

Artikel 7, lid 4, onder d), komt als volgt te luiden:

„d)

het certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie;”.

7)

Artikel 14, lid 1, onder d), komt als volgt te luiden:

„d)

de voorschriften met betrekking tot de demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem bij typegoedkeuring en alle aanvullende voorschriften met betrekking tot tests buiten de cyclus op in gebruik zijnde voertuigen zoals vastgelegd in deze verordening;”.

8)

Artikel 15, lid 1, eerste alinea, komt als volgt te luiden:

„De fabrikant zorgt ervoor dat vervangingssystemen voor verontreinigingsbeheersing die bestemd zijn om te worden gemonteerd op onder Verordening (EG) nr. 595/2009 vallende motorsystemen of voertuigen met EG-typegoedkeuring, EG-typegoedkeuring krijgen als technische eenheid overeenkomstig dit artikel en de artikelen 1 bis, 16 en 17.”.

9)

Artikel 16, lid 3, komt als volgt te luiden:

„3.   De fabrikant dient het Certificaat betreffende de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie in.”.

10)

De bijlagen I, II, III, VI, X, XI en XIII worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

11)

Er wordt een nieuwe bijlage XVII toegevoegd, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1.

(2)  PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.

(3)  PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1.

(4)  PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.

(5)  PB L 57 van 2.3.1992, blz. 27.

(6)  PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8.

(7)  PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1.”.


BIJLAGE I

De bijlagen I, II, III, VI, X, XI en XIII bij Verordening (EU) nr. 582/2011 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1.2 komt als volgt te luiden:

„1.2.   Voorschriften voor typegoedkeuring voor een beperkt aantal brandstoffen in het geval van motoren met elektrische ontsteking die op aardgas of lpg lopen

Goedkeuring voor een beperkt aantal brandstoffen wordt verleend op grond van de voorschriften in de punten 1.2.1 tot en met 1.2.2.2.”;

b)

punt 5.3.3 komt als volgt te luiden:

„5.3.3.

De conformiteit van het koppelsignaal van de elektronische regeleenheid met de punten 5.2.2 en 5.2.3 wordt aangetoond met de basismotor van een motorenfamilie bij de bepaling van het motorvermogen overeenkomstig bijlage XIV en bij de uitvoering van de WHSC-test overeenkomstig bijlage III en van laboratoriumtests buiten de cyclus bij typegoedkeuring overeenkomstig bijlage VI, punt 6.”;

c)

na punt 5.3.3 wordt het volgende punt 5.3.3.1 ingevoegd:

„5.3.3.1.

De conformiteit van het koppelsignaal van de elektronische regeleenheid met de punten 5.2.2 en 5.2.3 wordt voor elk lid van de motorenfamilie aangetoond bij de bepaling van het motorvermogen volgens bijlage XIV. Hiertoe worden aanvullende metingen uitgevoerd bij meerdere deellast- en toerentalwerkpunten (bijvoorbeeld bij de WHSC-teststanden en enkele aanvullende, willekeurig gekozen punten).”;

d)

in aanhangsel 4 wordt onder Modellen van het inlichtingformulier het volgende deel 3 toegevoegd:

„DEEL 3

TOEGANG TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

16.

TOEGANG TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

16.1.

Adres van de belangrijkste website voor toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie

16.1.1.

Datum vanaf wanneer deze beschikbaar is (uiterlijk zes maanden na de datum van typegoedkeuring)

16.2.

Voorwaarden voor toegang tot de website

16.3.

Formaat van de via de website toegankelijke reparatie- en onderhoudsinformatie”;

e)

in aanhangsel 5 wordt onder Addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat na punt 1.4.3 het volgende punt 1.4.4 ingevoegd:

„1.4.4.   Demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem

Tabel 6a

Demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem

Voertuigtype (bv. M3, N3) en toepassing (bv. enkelvoudige of gelede vrachtwagen, stadsbus)

 

Beschrijving van het voertuig (bv. voertuigmodel, prototype)

 

Negatieve/positieve resultaten (7)

CO

THC

NMHC

CH4

NOx

Deeltjesmassa

Werkvenster conformiteitsfactor

 

 

 

 

 

 

Venster CO2-massa conformiteitsfactor

 

 

 

 

 

 

Informatie over de rit

Stad

Platteland

Autosnelweg

Percentage van de totale duur van de rit dat wordt ingenomen door de verschillende rijcycli (stads-, plattelands- en snelwegcyclus), zoals beschreven in bijlage II, punt 4.5, bij Verordening (EU) nr. 582/2011

 

 

 

Percentage van de totale duur van de rit dat wordt ingenomen door versnelling, vertraging, constante snelheid en stoppen, zoals beschreven in bijlage II, punt 4.5.5, bij Verordening (EU) nr. 582/2011

 

 

 

 

Min.

Max.

Werkvenster gemiddeld vermogen (%)

 

 

Vensterduur CO2-massa (s)

 

 

Werkvenster: percentage geldige vensters

 

Venster CO2-massa: percentage geldige vensters

 

Consistentiefactor brandstofverbruik”;

 

f)

in aanhangsel 7 wordt onder addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat na punt 1.4.3 het volgende punt 1.4.4 ingevoegd:

„1.4.4.   Demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem

Tabel 6a

Demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem

Voertuigtype (bv. M3, N3) en toepassing (bv. enkelvoudige of gelede vrachtwagen, stadsbus)

 

Beschrijving van het voertuig (bv. voertuigmodel, prototype)

 

Negatieve/positieve resultaten (7)

CO

THC

NMHC

CH4

NOx

Deeltjesmassa

Werkvenster conformiteitsfactor

 

 

 

 

 

 

Venster CO2-massa conformiteitsfactor

 

 

 

 

 

 

Informatie over de rit

Stad

Platteland

Autosnelweg

Percentage van de totale duur van de rit dat wordt ingenomen door de verschillende rijcycli (stads-, plattelands- en snelwegcyclus), zoals beschreven in bijlage II, punt 4.5, bij Verordening (EU) nr. 582/2011

 

 

 

Percentage van de totale duur van de rit dat wordt ingenomen door versnelling, vertraging, constante snelheid en stoppen, zoals beschreven in bijlage II, punt 4.5.5, bij Verordening (EU) nr. 582/2011

 

 

 

 

Min.

Max.

Werkvenster gemiddeld vermogen (%)

 

 

Vensterduur CO2-massa (s)

 

 

Werkvenster: percentage geldige vensters

 

Venster CO2-massa: percentage geldige vensters

 

Consistentiefactor brandstofverbruik”

 

2)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt 10.1.12 worden de volgende punten 10.1.12.5.1 tot en met 10.1.12.5.5 toegevoegd:

„10.1.12.5.1.

Resultaten van de in aanhangsel 1, punt 3.2.1, van deze bijlage beschreven lineaire regressie, met inbegrip van de helling van de regressierechte, m, de determinatiecoëfficiënt, r2, en het y-afsnijpunt van de regressierechte, b

10.1.12.5.2.

Resultaat van de controle van de gegevensconsistentie van de elektronische regeleenheid in overeenstemming met aanhangsel 1, punt 3.2.2, van deze bijlage

10.1.12.5.3.

Resultaat van de controle van de consistentie van het specifieke brandstofverbruik op de testbank in overeenstemming met aanhangsel 1, punt 3.2.3, van deze bijlage, met inbegrip van het berekende specifieke brandstofverbruik op de testbank en de verhouding tussen het berekende specifieke brandstofverbruik op de testbank uit de meting met het draagbare emissiemeetsysteem en het opgegeven specifieke brandstofverbruik op de testbank voor de WHTC-test

10.1.12.5.4.

Resultaat van de controle van de consistentie van de kilometerteller in overeenstemming met aanhangsel 1, punt 3.2.4, van deze bijlage

10.1.12.5.5.

Resultaat van de controle van de consistentie van de omgevingsdruk in overeenstemming met aanhangsel 1, punt 3.2.5, van deze bijlage”;

b)

in aanhangsel 1 worden na punt 4.3.1 de volgende punten 4.3.1.1, 4.3.1.2 en 4.3.1.3 ingevoegd:

„4.3.1.1.

Als het percentage geldige vensters lager dan 50 % is, worden de gegevens opnieuw beoordeeld met een langere vensterduur. Hiertoe wordt de waarde 0,2 in de formule van punt 4.3.1 telkens met 0,01 verminderd totdat het percentage geldige vensters gelijk aan of groter dan 50 % is.

4.3.1.2.

In geen geval wordt de waarde in bovengenoemde formule tot minder dan 0,15 verlaagd.

4.3.1.3.

De test wordt ongeldig verklaard als het percentage geldige vensters minder dan 50 % is bij een overeenkomstig de punten 4.3.1, 4.3.1.1 en 4.3.1.2 berekende maximale vensterduur.”;

c)

in aanhangsel 4 komt punt 2.2 als volgt te luiden:

„2.2.

Indien een punt op het referentiemaximum van de koppelcurve als functie van het motortoerental niet is bereikt tijdens de conformiteitstest met draagbaar emissiemeetsysteem betreffende emissies tijdens het gebruik, mag de fabrikant de belasting en/of de testroute van het voertuig indien nodig wijzigen om de demonstratie uit te voeren na voltooiing van deze test.”.

3)

In bijlage III wordt na punt 2.1 het volgende punt 2.1.1 ingevoegd:

„2.1.1.

De voorschriften voor het meten van het deeltjesaantal zijn vastgelegd in bijlage 4C bij VN/ECE-Reglement 49.”.

4)

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 6 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel wordt vervangen door:

ii)

punt 6.1.3 komt als volgt te luiden:

„6.1.3.

Bijlage 10, punt 7.3, bij VN/ECE-Reglement nr. 49 wordt als volgt gelezen:

Bij de typegoedkeuring wordt een demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem uitgevoerd door de basismotor in een voertuig te testen volgens de in aanhangsel 1 van deze bijlage beschreven procedure.

Aanvullende voorschriften met betrekking tot voertuigtests tijdens het gebruik worden in een later stadium gedefinieerd overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) nr. 582/2011.”;

iii)

na punt 6.1.3 worden de volgende punten 6.1.3.1 en 6.1.3.2 ingevoegd:

„6.1.3.1.

De fabrikant kan het voor de tests te gebruiken voertuig selecteren, maar voor de keuze voor een bepaald voertuig is de instemming van de goedkeuringsinstantie vereist. De kenmerken van het voor de demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem gebruikte voertuig zijn representatief voor de voertuigcategorie waarvoor het motorsysteem is bestemd. Het voertuig mag een prototype zijn.

6.1.3.2.

Op verzoek van de goedkeuringsinstantie kan een aanvullende motor uit dezelfde motorenfamilie of een gelijkwaardige motor die representatief is voor een andere voertuigcategorie in een voertuig worden getest.”;

b)

het volgende aanhangsel 1 wordt toegevoegd:

„Aanhangsel 1

Demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem bij typegoedkeuring

1.   INLEIDING

In deze bijlage wordt de procedure voor de demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem bij typegoedkeuring beschreven.

2.   TESTVOERTUIG

2.1.   Het voor de demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem gebruikte voertuig is representatief voor de voertuigcategorie waarvoor het motorsysteem is bestemd. Het voertuig mag een prototype zijn of een aangepast productievoertuig.

2.2.   De beschikbaarheid en conformiteit van de datastreaminformatie van de elektronische regeleenheid wordt aangetoond (bijvoorbeeld volgens het bepaalde in bijlage II, punt 5, bij deze verordening).

3.   TESTOMSTANDIGHEDEN

3.1.   Lading van het voertuig

De lading van het voertuig bedraagt 50-60 % van de maximumvoertuiglading overeenkomstig bijlage II.

3.2.   Omgevingsomstandigheden

De test wordt uitgevoerd onder omgevingsomstandigheden zoals beschreven in bijlage II, punt 4.2.

3.3.   De motorkoelmiddeltemperatuur moet conform zijn met bijlage II, punt 4.3.

3.4.   Brandstof, smeermiddelen en reagens

De brandstof en het smeermiddel en reagens voor het uitlaatgasnabehandelingssysteem moeten overeenstemmen met bijlage II, punten 4.4 tot en met 4.4.3.

3.5.   Voorschriften voor de rit en operationele voorschriften

De voorschriften voor de rit en operationele voorschriften zijn beschreven in bijlage II, punten 4.5 tot en met 4.6.8.

4.   EMISSIEBEOORDELING

4.1.   De test wordt uitgevoerd en de testresultaten worden berekend overeenkomstig bijlage II, punt 6.

5.   RAPPORT

5.1.   De activiteiten en resultaten worden uiteengezet in een technisch rapport waarin de demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem wordt beschreven en dat ten minste de volgende informatie bevat:

a)

algemene informatie zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.1 tot en met 10.1.1.14;

b)

uitleg waarom het (de) voor de test gebruikte voertuig(en) (1) als representatief voor de voertuigcategorie waarvoor het motorsysteem is bestemd kan worden beschouwd;

c)

informatie over testapparatuur en -gegevens zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.3 tot en met 10.1.4.8;

d)

informatie over de geteste motor zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.5 tot en met 10.1.5.20;

e)

informatie over het voor de test gebruikte voertuig zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.6 tot en met 10.1.6.18;

f)

informatie over de kenmerken van de route zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.7 tot en met 10.1.7.7;

g)

informatie over gemeten en berekende momentane gegevens zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.8 tot en met 10.1.9.24;

h)

informatie over gemiddelde en geïntegreerde gegevens zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.10 tot en met 10.1.10.12;

i)

positieve/negatieve resultaten zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.11 tot en met 10.1.1.13;

j)

informatie over testcontroles zoals beschreven in bijlage II, punten 10.1.12 tot en met 10.1.12.5.

5)

Bijlage X wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 2.4.1, derde alinea, komt als volgt te luiden:

„De fabrikant kan ofwel het geheel aan bepalingen van deze bijlage en bijlage XIII bij deze verordening toepassen, ofwel het geheel aan bepalingen van de bijlagen XI en XVI bij Verordening (EG) nr. 692/2008.”;

b)

punt 2.4.2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het opschrift wordt geschrapt;

ii)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

„Een fabrikant mag de alternatieve bepalingen in dit punt niet toepassen voor meer dan 500 motoren per jaar.”;

c)

punt 2.4.3 wordt geschrapt;

d)

aanhangsel 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 2.2.1 komt als volgt te luiden:

„2.2.1.

Bij de goedkeuring van de door de fabrikant gekozen prestatiebewaking baseert de goedkeuringsinstantie zich op technische informatie die door de fabrikant is verstrekt.”;

ii)

de punten 2.2.2.1 en 2.2.2.2 komen als volgt te luiden:

„2.2.2.1.

De kwalificatietest wordt uitgevoerd op de wijze die is beschreven in punt 6.3.2 van bijlage 9B bij VN/ECE-Reglement nr. 49.

2.2.2.2.

De afname van de prestaties van het onderdeel in kwestie wordt gemeten en dient vervolgens als de prestatiedrempel voor de basismotor van de OBD-motorenfamilie.”;

iii)

punt 2.2.3 komt als volgt te luiden:

„2.2.3.

De prestatiebewakingscriteria die voor de basismotor zijn goedgekeurd, worden zonder verdere demonstratie van toepassing geacht op alle andere leden van de OBD-motorenfamilie.”;

iv)

na punt 2.2.3 worden de volgende punten 2.2.4 en 2.2.4.1 ingevoegd:

„2.2.4.

Indien de fabrikant en de goedkeuringsinstantie dit overeenkomen, is het mogelijk de prestatiedrempel aan te passen aan verschillende leden van de OBD-motorenfamilie om verschillende ontwerpparameters (bijvoorbeeld afmetingen van de EGR-koeler) in aanmerking te kunnen nemen. Een dergelijke overeenkomst komt tot stand op basis van technische elementen die de relevantie ervan aantonen.

2.2.4.1.

Op verzoek van de goedkeuringsinstantie kan een tweede lid van de OBD-motorenfamilie aan het in punt 2.2.2 beschreven goedkeuringsproces worden onderworpen.”;

v)

punt 2.3.1 komt als volgt te luiden:

„2.3.1.

Teneinde de OBD-prestaties van de geselecteerde bewakingsfunctie van een OBD-motorenfamilie te demonstreren, wordt een beschadigd onderdeel gekwalificeerd op de basismotor van de OBD-motorenfamilie overeenkomstig bijlage 9B, punt 6.3.2, bij VN/ECE-Reglement nr. 49.”;

vi)

na punt 2.3.1 wordt het volgende punt 2.3.2 ingevoegd:

„2.3.2.

in het geval van een overeenkomstig punt 2.2.4.1 geteste tweede motor wordt het beschadigde onderdeel overeenkomstig bijlage 9B, punt 6.3.2, bij VN/ECE-Reglement nr. 49 op die tweede motor gekwalificeerd.”.

6)

Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:

In aanhangsel 1 wordt onder Modellen van het inlichtingformulier het volgende nieuwe punt toegevoegd:

TOEGANG TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

2.

TOEGANG TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

2.1.

Adres van de belangrijkste website voor toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie

2.1.1.

Datum vanaf wanneer deze beschikbaar is (uiterlijk zes maanden na de datum van typegoedkeuring)

2.2.

Voorwaarden voor toegang tot de website

2.3.

Formaat van de via de website toegankelijke reparatie- en onderhoudsinformatie”

7)

Bijlage XIII wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 2.1, derde alinea, komt als volgt te luiden:

„De fabrikant kan ofwel het geheel aan bepalingen van deze bijlage en bijlage X bij deze verordening toepassen, ofwel het geheel aan bepalingen van de bijlagen XI en XVI bij Verordening (EG) nr. 692/2008.”;

b)

punt 4.2 komt als volgt te luiden:

„4.2.

Het weergavesysteem voor boorddiagnose (OBD) dat is beschreven in bijlage 9B bij VN/ECE-Reglement nr. 49 en waarnaar wordt verwezen in bijlage X bij deze verordening, wordt niet gebruikt voor de visuele signalen in punt 4.1. De waarschuwing is niet dezelfde als de waarschuwing die voor OBD-doeleinden (de storingsindicator) of motoronderhoud wordt gebruikt. Het mag niet mogelijk zijn het waarschuwingssysteem of visuele signalen middels een scanner uit te schakelen indien de oorzaak van de activering van de waarschuwing niet is weggenomen. De voorwaarden voor de in- en uitschakeling van het waarschuwingssysteem en de visuele signalen worden in aanhangsel 2 van deze bijlage beschreven.”;

c)

punt 5.3, eerste alinea, komt als volgt te luiden:

„Het lichte aansporingssysteem beperkt het maximaal beschikbare motorkoppel overeenkomstig aanhangsel 3 met 25 % in het hele motortoerentalbereik tussen het hoogste koppel en het breekpunt van de regulateur. Het maximaal beschikbare verminderde motorkoppel bij een toerental lager dan het toerental van het hoogste koppel van de motor vóór de toepassing van de koppelvermindering mag niet groter zijn dan het verminderde koppel bij dat laatstgenoemde toerental.”;

d)

punt 5.5 komt als volgt te luiden:

„5.5.

Het aansporingssysteem wordt overeenkomstig de punten 6.3, 7.3, 8.5 en 9.4 ingeschakeld.”;

e)

de punten 6.3.1 en 6.3.2 komen als volgt te luiden:

„6.3.1.

Het in punt 5.3 beschreven lichte aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd wanneer het niveau van het reagensreservoir minder dan 2,5 % van de nominale volledige capaciteit bedraagt, of een door de fabrikant gekozen hoger percentage.

6.3.2.

Het in punt 5.4 beschreven zware aansporingssysteem wordt naar keuze van de fabrikant ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd wanneer het reagensreservoir leeg is (d.w.z. het doseringssysteem kan geen reagens meer uit de tank putten) of zich op een niveau van minder dan 2,5 % van de nominale volledige capaciteit bevindt.”;

f)

de punten 7.3.1 en 7.3.2 komen als volgt te luiden:

„7.3.1.

Het in punt 5.3 beschreven lichte aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd als de reagenskwaliteit niet binnen 10 bedrijfsuren van de motor na de activering van het waarschuwingssysteem zoals beschreven in punt 7.2 wordt gecorrigeerd.

7.3.2.

Het in punt 5.4 beschreven zware aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd als de reagenskwaliteit niet binnen 20 bedrijfsuren van de motor na de activering van het waarschuwingssysteem zoals beschreven in punt 7.2 wordt gecorrigeerd.”;

g)

de punten 8.5.1 en 8.5.2 komen als volgt te luiden:

„8.5.1.

Het in punt 5.3 beschreven lichte aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd als een fout in het reagensverbruik of een onderbreking van de reagensdosering niet binnen 10 bedrijfsuren van de motor na de activering van het waarschuwingssysteem zoals beschreven in de punten 8.4.1 en 8.4.2 wordt gecorrigeerd.

8.5.2.

Het in punt 5.4 beschreven zware aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd als een fout in het reagensverbruik of een onderbreking van de reagensdosering niet binnen 20 bedrijfsuren van de motor na de activering van het waarschuwingssysteem zoals beschreven in de punten 8.4.1 en 8.4.2 wordt gecorrigeerd.”;

h)

punt 9.2.2.1 komt als volgt te luiden:

„9.2.2.1.

Er wordt een specifieke teller toegekend aan een verhinderde EGR-klep. De teller van de EGR-klep houdt het aantal bedrijfsuren van de motor bij waarbij is bevestigd dat een diagnostische foutcode voor een verhinderde EGR-klep actief is.”;

i)

de punten 9.4.1 en 9.4.2 komen als volgt te luiden:

„9.4.1.

Het in punt 5.3 beschreven lichte aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd als een in punt 9.1 beschreven fout niet binnen 36 bedrijfsuren van de motor na de activering van het waarschuwingssysteem zoals beschreven in punt 9.3 wordt gecorrigeerd.

9.4.2.

Het in punt 5,4 beschreven zware aansporingssysteem wordt ingeschakeld en vervolgens overeenkomstig de voorschriften van dat punt geactiveerd als een in punt 9.1 beschreven fout niet binnen 100 bedrijfsuren van de motor na de activering van het waarschuwingssysteem zoals beschreven in punt 9.3 wordt gecorrigeerd.”;

j)

aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 3.2.3 komt als volgt te luiden:

„3.2.3.

Teneinde aan te tonen dat het waarschuwingssysteem wordt geactiveerd bij fouten die het gevolg kunnen zijn van manipulatie, zoals gedefinieerd in punt 9 van deze bijlage, vindt de selectie plaats volgens de volgende voorschriften:”;

ii)

punt 3.3.6.2,onder a) en b), komt als volgt te luiden:

„a)

het waarschuwingssysteem is geactiveerd met een reagensbeschikbaarheid die hoger is dan of gelijk is aan 10 % van de reservoircapaciteit;

b)

het „continue” waarschuwingssysteem is geactiveerd met een reagensbeschikbaarheid die hoger is dan of gelijk is aan de waarde die de fabrikant overeenkomstig punt 6 van deze bijlage heeft opgegeven.”;

iii)

punt 3.4 komt als volgt te luiden:

„3.4.

De demonstratie van de activering van het waarschuwingssysteem wordt als voltooid beschouwd indien het systeem aan het einde van iedere demonstratietest die volgens punt 3.2.1 is uitgevoerd adequaat is geactiveerd.”;

iv)

na punt 3.4 wordt het volgende punt 3.5 ingevoegd:

„3.5.

De demonstratie van de activering van het waarschuwingssysteem wordt als voltooid beschouwd voor door diagnostische foutcodes gestuurde gebeurtenissen indien het systeem aan het einde van iedere demonstratietest die overeenkomstig punt 3.2.1 is uitgevoerd adequaat is geactiveerd en de diagnostische foutcode voor de geselecteerde fout de in aanhangsel 2, tabel 1, van deze bijlage vermelde status heeft.”;

v)

punt 4.2 komt als volgt te luiden:

„4.2.

De testreeks moet aantonen dat het aansporingssysteem wordt geactiveerd bij een reagenstekort en wanneer zich een van de in de punten 7, 8 of 9 van deze bijlage gedefinieerde fouten voordoet.”;

vi)

punt 4.3, onder a), komt als volgt te luiden:

„a)

de goedkeuringsinstantie kiest naast het reagenstekort één van de in de punten 7, 8 of 9 van deze bijlage gedefinieerde fouten die voorheen is gebruikt bij de demonstratie van het waarschuwingssysteem;”

vii)

de inleidende zin van punt 4.4 komt als volgt te luiden:

„De fabrikant moet daarnaast de werking van het aansporingssysteem aantonen onder de in de punten 7, 8 en 9 van deze bijlage gedefinieerde foutomstandigheden die niet zijn gekozen voor gebruik in de in de punten 4.1, 4.2 en 4.3 beschreven demonstratietests.”;

viii)

punt 4.5.2 komt als volgt te luiden:

„4.5.2.

Wanneer de reactie van het systeem op een reagenstekort in het reservoir wordt gecontroleerd, wordt het motorsysteem gebruikt totdat de beschikbaarheid van het reagens een waarde heeft bereikt van 2,5 % van de nominale volledige capaciteit van het reservoir of de door de fabrikant opgegeven waarde overeenkomstig punt 6.3.1 van deze bijlage waarbij het lichte aansporingssysteem in werking moet treden.”;

ix)

punt 4.6.4 komt als volgt te luiden:

„4.6.4.

De demonstratie van het zware aansporingssysteem wordt als voltooid beschouwd indien de fabrikant aan het einde van iedere demonstratietest die overeenkomstig de punten 4.6.2 en 4.6.3 is uitgevoerd, aan de goedkeuringsinstantie heeft aangetoond dat het vereiste mechanisme voor begrenzing van de voertuigsnelheid is geactiveerd.”;

x)

punt 5.2 komt als volgt te luiden:

„5.2.

Wanneer de fabrikant een aanvraag indient voor goedkeuring van een motor of motorenfamilie als technische eenheid, verstrekt hij de goedkeuringsinstantie bewijzen waaruit blijkt dat het documentatiepakket inzake de installatie voldoet aan de bepalingen van punt 2.2.4 van deze bijlage betreffende maatregelen waarmee wordt gewaarborgd dat het voertuig bij gebruik op de weg of elders voldoet aan de voorschriften van deze bijlage betreffende zware aansporing.”;

xi)

punt 5.4.2 komt als volgt te luiden:

„5.4.2.

De fabrikant kiest één van de in de punten 6 tot en met 9 van deze bijlage gedefinieerde fouten; in gezamenlijk overleg tussen de fabrikant en de goedkeuringsinstantie wordt bepaald of deze op het motorsysteem worden geïnduceerd of worden gesimuleerd.”;

k)

aanhangsel 2, punt 4.1.1, inleidende zin, komt als volgt te luiden:

„Om aan deze bijlage te voldoen moet het systeem ten minste vijf tellers bevatten waarmee het aantal uren wordt geregistreerd dat de motor heeft gelopen na detectie van een van de volgende zaken door het systeem:”;

l)

aanhangsel 5, punt 3.1, onder e), komt als volgt te luiden:

„e)

het aantal warmloopcycli en bedrijfsuren van de motor sinds de geregistreerde „informatie over NOx-beperking” vanwege onderhoud of reparatie is gewist;”.


(1)  Voertuig of voertuigen in het geval van een secundaire motor.”.


BIJLAGE II

BIJLAGE XVII

TOEGANG TOT OBD-INFORMATIE VAN HET VOERTUIG EN TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

1.   INLEIDING

1.1.

In deze bijlage worden technische voorschriften voor de toegankelijkheid van OBD-informatie van het voertuig en van reparatie- en onderhoudsinformatie beschreven.

2.   VOORSCHRIFTEN

2.1.

Via websites beschikbare OBD-informatie van het voertuig en reparatie- en onderhoudsinformatie moet conform zijn met de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 595/2009 bedoelde algemene standaard. Tot het moment waarop deze standaard is goedgekeurd, wordt OBD-informatie van het voertuig en reparatie- en onderhoudsinformatie gepresenteerd op een gestandaardiseerde wijze die niet discriminerend is ten opzichte van de bepalingen die gelden voor, of de toegang die wordt geboden aan erkende handelaren en reparatiebedrijven.

Wie het recht wil om de informatie te dupliceren of te herpubliceren, onderhandelt daartoe rechtstreeks met de desbetreffende fabrikant. Ook wordt informatie over opleidingsmateriaal beschikbaar gesteld, maar die kan via andere media dan websites worden aangeboden.

Informatie over alle voertuigonderdelen waarmee het voertuig, aangeduid door het voertuigidentificatienummer (VIN) en door aanvullende criteria zoals wielbasis, motorvermogen, uitrustingsniveau of opties, door de voertuigfabrikant is uitgerust en die kunnen worden vervangen door reserveonderdelen die door de voertuigfabrikant aan zijn erkende reparateurs of dealers of aan derden worden aangeboden met verwijzing naar de originele onderdeelnummers, wordt ter beschikking gesteld in een databank die voor onafhankelijke marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk is.

Deze databank omvat het VIN, de originele onderdeelnummers, de originele benaming van de onderdelen, geldigheidsattributen (datum begin en einde geldigheid), montagekenmerken en, indien van toepassing, structurele eigenschappen.

De informatie in de databank wordt geregeld geüpdatet. De updates moeten met name alle modificaties van individuele voertuigen sinds hun productie omvatten die voor erkende dealers beschikbaar zijn.

2.2.

Toegang tot door erkende dealers en reparatiebedrijven gebruikte beveiligingskenmerken van het voertuig wordt aan onafhankelijke marktdeelnemers verstrekt met behulp van beveiligingstechnologie die voldoet aan de volgende voorschriften:

a)

bij de uitwisseling van gegevens worden vertrouwelijkheid, integriteit en beveiliging tegen replay gewaarborgd;

b)

de norm https//ssl-tls (RFC4346) wordt toegepast;

c)

voor de wederzijdse authenticatie van onafhankelijke marktdeelnemers en fabrikanten wordt gebruikgemaakt van beveiligingscertificaten overeenkomstig ISO 20828;

d)

de private sleutel van de onafhankelijke marktdeelnemer wordt met veilige hardware beveiligd.

Het in artikel 2 nonies bedoelde forum Toegang tot voertuiginformatie zal de parameters vaststellen om volgens de stand van de techniek aan deze voorschriften te voldoen. De onafhankelijke marktdeelnemer wordt hiertoe goedgekeurd en geautoriseerd op basis van documenten waaruit blijkt dat hij legitieme handelsactiviteiten verricht en niet veroordeeld is voor criminele activiteiten.

2.3.

Herprogrammering van besturingseenheden geschiedt overeenkomstig ISO 22900-2 of SAE J2534 of TMC RP1210B en met behulp van niet aan eigendomsrechten gebonden hardware. Herprogrammering via ethernet, seriële kabel of lokaal netwerk (LAN) en met behulp van verwisselbare media zoals compact discs (cd’s), digital versatile discs (dvd’s) of solid-stategeheugenmedia voor infotainmentsystemen (bv. navigatiesystemen of telefoons) is eveneens toegestaan, maar slechts op voorwaarde dat hiervoor geen aan eigendomsrechten gebonden communicatiesoftware (bv. stuurprogramma’s of plug-ins) of -hardware vereist is. Voor de validering van de compatibiliteit van de fabrikantspecifieke toepassing en de voertuigcommunicatie-interfaces (VCI’s) overeenkomstig ISO 22900-2 of SAE J2534 of TMC RP1210B, biedt de fabrikant een validering aan van onafhankelijk ontwikkelde VCI’s, of verstrekt hij de vereiste informatie en geeft hij de eventueel vereiste speciale hardware in bruikleen waarmee een VCI-fabrikant deze validering zelf kan uitvoeren. Op vergoedingen voor dergelijke valideringen of dergelijke informatie en hardware zijn de voorwaarden van artikel 2 septies, lid 1, van toepassing.

2.4.

De voorschriften van punt 2.3 zijn niet van toepassing op de herprogrammering van snelheidsbegrenzers en registratieapparatuur.

2.5.

Alle emissiegerelateerde diagnostische foutcodes zijn in overeenstemming met bijlage X.

2.6.

Wat de toegang tot niet aan de beveiliging van het voertuig gerelateerde OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie betreft, mag in de registratievoorschriften om als onafhankelijke marktdeelnemer van de website van de fabrikant gebruik te maken, alleen informatie worden gevraagd die nodig is om te bevestigen hoe voor de informatie zal worden betaald. Wat de toegang tot beveiligde delen van het voertuig betreft, verstrekt de onafhankelijke marktdeelnemer een certificaat overeenkomstig ISO 20828 waarin hij zichzelf en de organisatie waarvan hij deel uitmaakt, identificeert; de fabrikant verstrekt daarop zijn eigen certificaat overeenkomstig ISO 20828 waarin hij bevestigt dat de onafhankelijke marktdeelnemer een wettige site van de beoogde fabrikant bezoekt. Beide partijen houden een overzicht van de eventuele transacties bij, met vermelding van de voertuigen en de wijzigingen ervan krachtens deze bepaling.

2.7.

Fabrikanten vermelden op hun website met reparatie-informatie het typegoedkeuringsnummer per model.

2.8.

Voor voertuigen van de categorieën M1, M2, N1 en N2 met een toelaatbare maximummassa van ten hoogste 7,5 t en voertuigen van categorie M3 in klasse I, II, A of B zoals gedefinieerd in bijlage I bij Richtlijn 2001/85/EG met een toelaatbare maximummassa van ten hoogste 7,5 t, moet conformiteit met de voorschriften van bijlage I, aanhangsel 5, en bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 692/2008 op verzoek van de fabrikant worden beschouwd als gelijkwaardig met conformiteit met deze bijlage.

2.9.

De goedkeuringsinstantie stelt de Commissie in kennis van de omstandigheden van elke typegoedkeuring die uit hoofde van punt 2.8 is verleend.

Aanhangsel 1

Certificaat van de fabrikant met betrekking tot de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie

(Fabrikant): …

(Adres van de fabrikant): …

verklaart dat:

hij toegang geeft tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie overeenkomstig:

artikel 6 van Verordening (EG) nr. 595/2009 en artikel 2 bis van Verordening (EU) nr. 582/2011

artikel 4, lid 6, van Verordening (EU) nr. 582/2011

bijlage I, aanhangsel 4, punt 16, bij Verordening (EU) nr. 582/2011

bijlage X, punt 2.1, bij Verordening (EU) nr. 582/2011

bijlage XVII bij Verordening (EU) nr. 582/2011

wat de in de bijlage bij dit certificaat opgesomde typen voertuigen, motoren en systeem voor verontreiningsbeheersing betreft.

De volgende afwijkingen worden toegepast: aanpassingen voor de klant (1) — klein productievolume (1) — overgenomen systemen (1).

Het voornaamste webadres waarop de relevante informatie toegankelijk is — en dat bij deze in overeenstemming met bovenstaande bepalingen wordt verklaard — is vermeld in een bijlage bij dit certificaat, samen met de contactgegevens van de verantwoordelijke vertegenwoordiger van de fabrikant, die hieronder tekent.

Indien van toepassing: De fabrikant verklaart ook dat hij heeft voldaan aan de verplichting in artikel 3, lid 1 bis, van Verordening (EU) nr. 582/2011 om relevante informatie over eerdere goedkeuringen van deze voertuigtypen uiterlijk zes maanden na de datum van typegoedkeuring te verstrekken.

Gedaan te … [plaats]

Op … [datum]

[Handtekening] [Functie]

Bijlagen:

Webadressen

Contactgegevens

BIJLAGE I

bij Certificaat van de fabrikant met betrekking tot de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie

Webadressen waarnaar in dit certificaat wordt verwezen:

BIJLAGE II

bij certificaat van de fabrikant met betrekking tot de toegang tot OBD-informatie van het voertuig en tot reparatie- en onderhoudsinformatie

Contactgegevens van de vertegenwoordiger van de fabrikant naar wie in dit certificaat wordt verwezen:

Aanhangsel 2

OBD-informatie van het voertuig

1.   De voertuigfabrikant moet de in dit aanhangsel genoemde informatie verstrekken om de fabricage van OBD-compatibele vervangings- of onderhoudsonderdelen en van diagnose- en testapparatuur mogelijk te maken.

2.   Op verzoek wordt de volgende informatie op niet-discriminerende basis beschikbaar gesteld aan alle belanghebbende fabrikanten van onderdelen, diagnose- of testapparatuur:

een beschrijving van het type en het aantal voorconditioneringscycli waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen;

een beschrijving van het type OBD-demonstratiecyclus waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen met betrekking tot het onderdeel dat door het OBD-systeem wordt bewaakt;

Een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met een sensor worden gemeten in het kader van de strategie voor foutenopsporing en activering van de storingsindicator (vast aantal rijcycli of statistische methode), met inbegrip van een lijst van relevante secundaire parameters voor de sensormeting van elk door het OBD-systeem bewaakt onderdeel en een lijst van alle OBD-uitvoercodes en -formaten (met een verklaring van elke code en elk formaat) die worden gebruikt voor afzonderlijke, emissiegerelateerde onderdelen van de aandrijflijn en voor afzonderlijke, niet-emissiegerelateerde onderdelen, voor zover de bewaking van het onderdeel wordt gebruikt om te bepalen wanneer de storingsindicator wordt geactiveerd. In het geval van voertuigtypen die gebruikmaken van een communicatielink volgens ISO 15765-4 „Wegvoertuigen — Diagnostische communicatie op Controller Area Networks (DoCAN) — Deel 4: Eisen voor emissiegebonden systemen”, wordt voor elke bewakingsfunctie-ID van het OBD-systeem een uitvoerige toelichting gegeven op de in modus $05 Test ID $21 tot en met FF en de in modus $06 verstrekte gegevens, alsmede een uitvoerige toelichting op de in modus $06 Test ID $00 tot en met FF verstrekte gegevens.

Indien andere normen voor communicatieprotocollen worden gebruikt, wordt een equivalente uitvoerige toelichting verstrekt.

Deze informatie kan worden verstrekt in de vorm van onderstaande tabel:

 

Onderdeel Foutcode Bewakingsstrategie Foutdetectiecriteria MI-activeringscriteria Secundaire parameters Voorconditionering Demonstratietest

 

Katalysator PO420 Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2 Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2 3e cyclus Toerental, belasting van de motor, A/F modus, katalysatortemperatuur Twee cycli van type 1 Type 1

3.   Vereiste informatie voor de fabricage van diagnoseapparatuur

Om de levering van generieke diagnoseapparatuur voor multimerkenreparateurs te vereenvoudigen, stellen voertuigfabrikanten de in de punten 3.1, 3.2 en 3.3 bedoelde informatie ter beschikking via hun websites met reparatie-informatie. Die informatie omvat alle functies van de diagnoseapparatuur en alle links naar reparatie-informatie en instructies voor het opsporen en oplossen van fouten. Voor de toegang tot de informatie kan een redelijke vergoeding worden gevraagd.

3.1.   Communicatieprotocolinformatie

De volgende informatie is vereist, ingedeeld volgens merk, model en variant van het voertuig, of een andere bruikbare definitie zoals VIN of voertuig- en systeemidentificatie:

a)

eventuele extra protocolinformatiesystemen om een volledige diagnose mogelijk te maken, naast de in bijlage 9B, punt 4.7.3, bij VN/ECE-Reglement nr. 49 voorgeschreven standaarden, inclusief eventuele extra hard- of softwareprotocolinformatie, parameteridentificatie, transferfuncties, „keep alive”-voorschriften of fouttoestanden;

b)

bijzonderheden over het verkrijgen en interpreteren van foutcodes die niet in overeenstemming zijn met de in bijlage 9B, punt 4.7.3, bij VN/ECE-Reglement nr. 49 voorgeschreven standaarden;

c)

een lijst van alle beschikbare „live data”-parameters, inclusief scaling en toegangsinformatie;

d)

een lijst van alle beschikbare functionele tests, inclusief activering of besturing van apparatuur en de middelen om deze uit te voeren;

e)

bijzonderheden over het verkrijgen van alle onderdeel- en statusinformatie, tijdstempels, foutcodes in behandeling, en freeze frames;

f)

resetten van adaptieve leerparameters, codering van varianten en instelling van vervangingsonderdelen, en voorkeur van de klant;

g)

identificatie van de elektronische regeleenheid en codering van varianten;

h)

bijzonderheden over het resetten van onderhoudsverklikkerlichten;

i)

plaats van de diagnoseconnector en bijzonderheden over de connector;

j)

identificatiecode van de motor.

3.2.   Test en diagnose van door het OBD-systeem bewaakte onderdelen

De volgende informatie moet worden overgelegd:

a)

een beschrijving van de tests om de functionaliteit aan te tonen, aan het onderdeel of in het harnas;

b)

testprocedure inclusief testparameters en onderdeelinformatie;

c)

bijzonderheden over de verbinding, inclusief minimum- en maximuminput en -output en rij- en belastingswaarden;

d)

onder bepaalde rijomstandigheden, waaronder stationair draaien, te verwachten waarden;

e)

elektrische waarden voor het onderdeel in statische en dynamische toestand;

f)

storingsconditiewaarden voor bovenstaande scenario’s;

g)

diagnosesequenties bij storingsconditie, inclusief foutenbomen en scenario om de storing op te lossen.

3.3.   Vereiste gegevens om de reparatie uit te voeren

De volgende informatie moet worden overgelegd:

a)

ECU- en onderdeelinitialisatie (wanneer vervangingsonderdelen worden gemonteerd);

b)

initialisatie van nieuwe en vervangings-ECU’s, in voorkomend geval met gebruikmaking van „pass-through” (her-)programmeringstechnieken.

Aanhangsel 3

Lijst van onder artikel 2 sexies vallende overgenomen systemen

1.

Klimaatbeheersingssystemen

a)

Temperatuurregelingssystemen;

b)

Niet-motorafhankelijk verwarmingssysteem;

c)

Niet-motorafhankelijke airconditioning

2.

Systemen voor bussen en toerbussen

a)

Besturingssystemen voor deuren;

b)

Besturingssystemen voor draaikransen;

c)

Regeling van de binnenverlichting.


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.


31.1.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 28/24


VERORDENING (EU) Nr. 65/2012 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2012

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat schakelindicatoren betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (1), en met name artikel 14, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 661/2009 bepaalt dat alle voertuigen van categorie M1 met een referentiemassa van maximaal 2 610 kg en alle voertuigen waartoe de typegoedkeuring is uitgebreid overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personenen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (2), voor zover zij met een handgeschakelde versnellingsbak zijn uitgerust, van een schakelindicator moeten worden voorzien.

(2)

Verordening (EG) nr. 661/2009 vereist dat de technische details van de bepalingen van die verordening met betrekking tot schakelindicatoren bij uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld. Thans dienen de specifieke procedures, tests en voorschriften voor de typegoedkeuring van schakelindicatoren te worden vastgelegd.

(3)

Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (3) moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technische comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op voertuigen van categorie M1 die aan de volgende vereisten voldoen:

zij zijn uitgerust met een handgeschakelde versnellingsbak;

zij hebben een referentiemassa van maximaal 2 610 kg of de typegoedkeuring is overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 715/2007 tot de desbetreffende voertuigen uitgebreid.

Deze verordening is niet van toepassing op „voertuigen die in een specifieke sociale behoefte moeten voorzien” zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 715/2007.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden, naast de definities van Verordening (EG) nr. 661/2009, de volgende definities:

1.   „voertuigtype wat de schakelindicator betreft”: een groep voertuigen die niet van elkaar verschillen met betrekking tot de functionele kenmerken van de schakelindicator en de logica die de schakelindicator volgt om een schakelaanwijzing te geven. De indicator kan bijvoorbeeld een aanwijzing tot opschakelen geven:

2.   „functionele kenmerken van de schakelindicator”: de reeks inputparameters zoals motortoerental, benodigd vermogen, koppel en de verandering van deze parameters in de tijd, waardoor de schakelindicatoraanwijzing wordt bepaald, en de functionele afhankelijkheid van de schakelindicatoraanwijzingen ten aanzien van deze parameters;

3.   „bedrijfsstand van het voertuig”: toestand van het voertuig waarin schakelingen tussen ten minste twee voorwaartse versnellingen kunnen plaatsvinden;

4.   „manuele stand”: een bedrijfsstand van het voertuig waarbij het schakelen tussen alle of bepaalde versnellingen steeds het onmiddellijke gevolg is van een handeling van de bestuurder;

5.   „uitlaatemissies”: uitlaatemissies zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 6, van Verordening (EG) nr. 715/2007.

Artikel 3

Inschatting van handgeschakelde versnellingsbak

Voor de beoordeling van de vraag of een versnellingsbak aan de definitie van artikel 3, lid 16, van Verordening (EG) nr. 661/2009 voldoet, wordt een versnellingsbak met ten minste één manuele stand zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 4, van deze verordening, beschouwd als een „handgeschakelde versnellingsbak”. Automatische wisselingen van versnelling die niet plaatsvinden om de werking van het voertuig te optimaliseren, maar alleen in extreme omstandigheden om de motor te beschermen of het afslaan van de motor te voorkomen, worden hier buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4

EG-typegoedkeuring

1.   De fabrikanten zorgen ervoor dat voertuigen die in de handel worden gebracht en onder artikel 11 van Verordening (EG) nr. 661/2009 vallen, van schakelindicatoren worden voorzien volgens de voorschriften van bijlage I bij deze verordening.

2.   Om een EG-typegoedkeuring te krijgen voor de voertuigen die onder artikel 11 van Verordening (EG) nr. 661/2009 vallen, moeten de fabrikanten aan de volgende verplichtingen voldoen:

a)

bij de typegoedkeuringsinstantie een inlichtingenformulier indienen, opgesteld volgens het model in deel 1 van bijlage II bij deze verordening;

b)

bij de typegoedkeuringsinstantie een verklaring indienen waarin staat dat het voertuig volgens de beoordeling van de fabrikant aan de voorschriften van deze verordening voldoet;

c)

bij de typegoedkeuringsinstantie een certificaat indienen, opgesteld overeenkomstig het model in deel 2 van bijlage II bij deze verordening;

d)

hetzij

i)

de typegoedkeuringsinstantie de door de schakelindicator aanbevolen schakelmomenten verstrekken, die analytisch worden bepaald overeenkomstig de laatste alinea van punt 4.1 van bijlage I, hetzij

ii)

de voor de uitvoering van de typegoedkeuringstests verantwoordelijke technische dienst een voertuig ter beschikking stellen dat representatief is voor het goed te keuren voertuigtype, zodat de in punt 4.1 van bijlage I beschreven test kan worden uitgevoerd.

3.   Op basis van de door de fabrikant verstrekte elementen, vermeld in lid 2, onder a), b) en c), en de resultaten van de in lid 2, onder d), vermelde typegoedkeuringstest beoordeelt de typegoedkeuringsinstantie of aan de voorschriften van bijlage I wordt voldaan.

Alleen wanneer is vastgesteld dat aan de voorschriften is voldaan, geeft de typegoedkeuringsinstantie voor de voertuigen die onder artikel 11 van Verordening (EG) nr. 661/2009 vallen, een EG-typegoedkeuringscertificaat af volgens het model in deel 3 van bijlage II bij deze verordening.

Artikel 5

Follow-up van het effect van deze wetgeving

Om de Commissie in staat te stellen het effect van deze verordening te volgen en de behoefte aan verdere stappen in te schatten, vertrekken fabrikanten en typegoedkeuringsinstanties haar op verzoek de in bijlage II vermelde informatie. Deze informatie wordt door de Commissie en haar gemachtigden vertrouwelijk behandeld.

Artikel 6

Wijzigingen in Richtlijn 2007/46/EG

De bijlagen I, III, IV, VI en XI bij Richtlijn 2007/46/EG worden gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1.

(2)  PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.

(3)  PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.


BIJLAGE I

BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN VOOR VOERTUIGEN MET EEN SCHAKELINDICATOR

1.   Uiterlijke kenmerken van de schakelindicator

1.1.   De aanbeveling tot schakelen moet worden gegeven via een afzonderlijk visueel signaal, bijvoorbeeld een duidelijke indicatie tot opschakelen of op-/terugschakelen of een symbool dat aangeeft naar welke versnelling de bestuurder moet overgaan. Het visuele signaal kan worden aangevuld met andere signalen zoals een geluidssignaal, mits deze de veiligheid niet in het gedrang brengen.

1.2.   De schakelindicator mag verklikkerlichten, bedieningsorganen of meters die verplicht zijn of de veilige bediening van het voertuig ondersteunen, niet verstoren of aan het zicht onttrekken. Onverminderd punt 1.3 moet het signaal zo worden ontworpen dat het de aandacht van de bestuurder niet afleidt en dus de correcte en veilige bediening van het voertuig niet in de weg staat.

1.3.   De plaats van de schakelindicator moet worden bepaald overeenkomstig punt 5.1.2 van VN/ECE-Reglement nr. 121. De schakelindicator moet zo worden ontworpen dat hij niet kan worden verward met andere verklikkerlichten, bedieningsorganen of meters van het voertuig.

1.4.   Voor de weergave van schakelindicatoraanwijzingen mag een display worden gebruikt, mits de schakelindicatoraanwijzingen voldoende van andere aanwijzingen verschillen zodat ze duidelijk zichtbaar zijn en door de bestuurder als dusdanig worden herkend.

1.5.   In uitzonderlijke omstandigheden mogen de aanwijzingen van de schakelindicator tijdelijk automatisch worden genegeerd of gedeactiveerd, namelijk wanneer de veilige bediening of de integriteit van het voertuig in het gedrang komt, bijvoorbeeld bij activering van tractie- of stabiliteitscontrolesystemen, tijdelijke aanduidingen van rijhulpsystemen of een storing in de werking van het voertuig. Zodra de uitzonderlijke omstandigheden eindigen, moet de schakelindicator binnen de tien seconden (of langer indien gerechtvaardigd om specifieke technische of gedragsredenen) opnieuw normaal werken.

2.   Functionele vereisten voor schakelindicatoren (van toepassing op alle manuele standen)

2.1.   De schakelindicator moet een verandering van versnelling voorstellen wanneer het brandstofverbruik in de voorgestelde versnelling lager wordt geschat dan dat in de op dat moment gebruikte versnelling, rekening houdend met de voorschriften in de punten 2.2 en 2.3.

2.2.   De schakelindicator moet zo worden ontworpen dat hij onder redelijkerwijs te verwachten rijomstandigheden een optimale, zuinige rijstijl aanmoedigt. Het voornaamste doel van de schakelindicator is het brandstofverbruik van het voertuig tot een minimum te beperken wanneer de bestuurder de aanwijzingen volgt. De gereglementeerde uitlaatemissies mogen echter ten opzichte van de uitgangssituatie niet onevenredig toenemen wanneer de aanwijzingen van de schakelindicator worden gevolgd. Het volgen van de schakelindicatorstrategie mag ook geen negatief effect hebben op het tijdig functioneren van emissiebeheersingssystemen zoals katalysatoren na een koude start. Daartoe moeten de automobielfabrikanten de typegoedkeuringsinstantie technische documentatie verstrekken waarin de impact van de schakelindicatorstrategie op de gereglementeerde uitlaatemissies van het voertuig wordt beschreven, ten minste bij constante snelheid.

2.3.   Het volgen van de schakelindicatoraanwijzingen mag de veilige bediening van het voertuig niet in het gedrang brengen, bijvoorbeeld doordat de motor afslaat, de motor onvoldoende remt of er onvoldoende koppel is wanneer veel vermogen wordt gevraagd.

3.   Te verstrekken informatie

3.1.   De fabrikant moet de typegoedkeuringsinstantie de volgende informatie verstrekken. De informatie moet in twee delen beschikbaar worden gesteld:

a)

het „formele documentatiepakket”, dat op verzoek aan belanghebbenden ter beschikking kan worden gesteld;

b)

het „uitgebreide documentatiepakket”, dat strikt vertrouwelijk blijft.

3.1.1.   Het formele documentatiepakket bevat:

a)

een beschrijving van alle uiterlijke kenmerken van de schakelindicatoren die in voertuigen van het desbetreffende voertuigtype wat de schakelindicator betreft worden ingebouwd, en bewijs dat zij aan de voorschriften van punt 1 voldoen;

b)

bewijs in de vorm van gegevens of technische evaluaties, bijvoorbeeld modelgegevens, emissie- of brandstofverbruiksgrafieken of emissietests, waaruit voldoende blijkt dat de schakelindicator doeltreffend werkt en hij de bestuurder tijdig zinvolle aanbevelingen geeft, zodat aan de voorschriften van punt 2 wordt voldaan;

c)

een toelichting over het doel, het gebruik en de functies van de schakelindicator, die wordt opgenomen in een hoofdstuk „Schakelindicator” in de handleiding bij het voertuig.

3.1.2.   Het uitgebreide documentatiepakket bevat de ontwerpstrategie van de schakelindicator, met name de functionele kenmerken ervan.

3.1.3.   Onverminderd de bepalingen van artikel 5 blijft het uitgebreide documentatiepakket strikt vertrouwelijk tussen de typegoedkeuringsinstantie en de fabrikant. Het kan door de typegoedkeuringsinstantie worden bewaard of, met toestemming van de typegoedkeuringsinstantie, door de fabrikant. Indien de fabrikant het documentatiepakket bewaart, wordt het, na controle en goedkeuring, door de typegoedkeuringsinstantie van een kenmerk voorzien en gedateerd. Het pakket moet bij de goedkeuring of op elk ogenblik tijdens de geldigheidsduur van de goedkeuring beschikbaar worden gesteld voor inspectie door de goedkeuringsinstantie.

3.2.   De fabrikant moet in een hoofdstuk „Schakelindicator” in de handleiding bij het voertuig toelichting verstrekken over het doel, het gebruik en de functies van de schakelindicator.

4.   Het effect van de door de schakelindicator aanbevolen schakelmomenten op het brandstofverbruik wordt vastgesteld aan de hand van de volgende procedure

4.1.   Bepaling van de voertuigsnelheden waarbij de schakelindicator een aanwijzing tot opschakelen geeft

Deze test moet worden uitgevoerd met een opgewarmd voertuig op een rollenbank volgens het snelheidsprofiel van aanhangsel 1 van deze bijlage. De aanwijzingen van de schakelindicator tot opschakelen worden gevolgd en de voertuigsnelheden waarbij de schakelindicator opschakelen aanbeveelt, worden geregistreerd. De test wordt driemaal herhaald.

Vn GSI geeft de gemiddelde snelheid aan waarbij de schakelindicator aanbeveelt op te schakelen van versnelling n (n = 1, 2, …, #g) naar versnelling n + 1, berekend op basis van de drie tests, waarbij #g voor het aantal voorwaartse versnellingen van het voertuig staat. Er wordt alleen rekening gehouden met schakelindicatoraanwijzingen in de fase vóór het bereiken van de maximumsnelheid. Schakelindicatoraanwijzingen bij vaartvermindering worden buiten beschouwing gelaten.

Voor de volgende berekeningen wordt V0 GSI vastgesteld op 0 km/h en V#g GSI op 140 km/h of de maximumsnelheid van het voertuig (de kleinste waarde van beide is van toepassing). Als het voertuig geen 140 km/h haalt, moet de maximumsnelheid van het voertuig worden aangehouden totdat opnieuw het snelheidsprofiel in figuur I.1 kan worden gevolgd.

In plaats van deze test kunnen de snelheden waarbij de schakelindicator opschakelen aanbeveelt, door de fabrikant ook analytisch worden bepaald op basis van het schakelindicatoralgoritme dat in het overeenkomstig punt 3.1 te verstrekken uitgebreide documentatiepakket staat.

4.2.   Gebruikelijke schakelmomenten

Vn std geeft de snelheid aan waarbij een doorsneebestuurder zonder hulp van een schakelindicator verondersteld wordt op te schakelen van versnelling n naar versnelling n + 1. Op basis van de in de emissietest van type 1 gedefinieerde schakelmomenten (1), worden de standaardsnelheden waarbij wordt geschakeld, als volgt vastgelegd:

V0 std

=

0 km/h;

V1 std

=

15 km/h;

V2 std

=

35 km/h;

V3 std

=

50 km/h;

V4 std

=

70 km/h;

V5 std

=

90 km/h;

V6 std

=

110 km/h;

V7 std

=

130 km/h;

V8 std

=

V#g GSI;

Vn min geeft de minimumsnelheid aan waarmee het voertuig in versnelling n kan rijden zonder dat de motor afslaat, en Vn max de maximumsnelheid waarmee het voertuig in versnelling n kan rijden zonder de motor te beschadigen.

Indien de uit deze lijst afgeleide Vn std-waarde lager ligt dan Vn + 1 min, wordt Vn std vastgesteld op Vn + 1 min. Indien de uit deze lijst afgeleide Vn std-waarde hoger ligt dan Vn max, wordt Vn std vastgesteld op Vn max (n = 1, 2, …, #g – 1).

Indien de via deze procedure bepaalde V#g std-waarde lager ligt dan V#g GSI, wordt V#g std vastgesteld op V#g GSI.

4.3.   Brandstofverbruiksnelheidscurven

De fabrikant informeert de typegoedkeuringsinstantie over de functionele afhankelijkheid van het brandstofverbruik van het voertuig ten aanzien van de constante voertuigsnelheid in versnelling n volgens de volgende regels.

FCn i geeft het brandstofverbruik in kg/h (kilogram per uur) aan wanneer het voertuig met een constante snelheid vi = i × 5 km/h – 2,5 km/h (waarbij i een positief geheel getal is) rijdt in versnelling n. Deze gegevens moet de fabrikant verstrekken voor elke versnelling n (n = 1, 2, …, #g) en vn min ≤ vi ≤ vn max. De brandstofverbruikswaarden moeten worden vastgesteld onder identieke omgevingsomstandigheden die overeenkomen met een realistische rijsituatie die door de automobielfabrikant mag worden gedefinieerd, hetzij door een fysische test, hetzij door een geschikt berekeningsmodel dat door de goedkeuringsinstantie en de fabrikant wordt overeengekomen.

4.4.   Verdeling van de snelheid van het voertuig

De volgende verdeling moet worden gebruikt voor de waarschijnlijkheid Pi dat het voertuig tegen een snelheid v rijdt, waarbij vi - 2,5 km/h < v ≤ vi + 2,5 km/h (i = 1, …, 28):

i

Pi

1

4,610535879

2

5,083909299

3

4,86818148

4

5,128313511

5

5,233189418

6

5,548597362

7

5,768706442

8

5,881761847

9

6,105763476

10

6,098904359

11

5,533164348

12

4,761325003

13

4,077325232

14

3,533825909

15

2,968643201

16

2,61326375

17

2,275220718

18

2,014651418

19

1,873070659

20

1,838715054

21

1,982122053

22

2,124757402

23

2,226658166

24

2,137249569

25

1,76902642

26

1,665033625

27

1,671035353

28

0,607049046

Indien de maximumsnelheid van het voertuig overeenkomt met stap i en i < 28, worden de waarden voor Pi + 1 tot en met P28 opgeteld bij Pi.

4.5.   Bepaling van het modelbrandstofverbruik

FCGSI geeft het brandstofverbruik van het voertuig aan wanneer de bestuurder de aanwijzingen van de schakelindicator volgt:

FCGSI i = FCn i als Vn – 1 GSI ≤ vi < Vn GSI (n = 1, …, #g) en FCGSI i = 0 als vi ≥ V#g GSI.

Formula

FCstd geeft het brandstofverbruik van het voertuig aan wanneer de gebruikelijke schakelmomenten worden gebruikt:

FCstd i = FCn i als Vn – 1 std ≤ vi < Vn std (n = 1, …, #g) en FCstd i = 0 als vi ≥ V#g GSI.

Formula

De relatieve brandstofbesparing wanneer de aanwijzingen van de schakelindicator van het model worden gevolgd, wordt als volgt berekend:

FCrel. Save = (1 – FCGSI/FCstd) × 100 %

4.6.   Gegevensregistratie

De volgende gegevens moeten worden geregistreerd:

de overeenkomstig punt 4.1 vastgestelde Vn GSI-waarden;

de overeenkomstig punt 4.3 door de fabrikant mee te delen FCn i-waarden van de brandstofverbruik-snelheidcurve;

de overeenkomstig punt 4.5 berekende waarden FCGSI, FCstd en FCrel. Save.


(1)  Gedefinieerd in bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83, wijzigingenreeks 05.

Aanhangsel 1

Beschrijving van het in punt 4.1 bedoelde voertuigsnelheidsprofiel

Nr. van de handeling

Handeling

Versnelling

(in m/s2)

Snelheid

(km/h)

Gecumuleerde tijd

(s)

1

Stationair draaien

0

0

20

2

Versnelling

1,1

0-31,68

28

3

0,7

31,68-49,32

35

4

0,64

49,32-79,27

48

5

0,49

79,27-109,26

65

6

0,3

109,26-128,70

83

7

0,19

128,70-140,33

100

8

Statische toestand

0

140,33

105

9

Vertraging

–0,69

140,33-80,71

129

10

–1,04

80,71-50,76

137

11

–1,39

50,76-0

147

12

Stationair draaien

0

0

150

De mate waarin van dit snelheidsprofiel mag worden afgeweken, is vastgelegd in punt 6.1.3.4 van bijlage 4a bij VN/ECE-Reglement nr. 83, wijzigingenreeks 05.

Figuur I.:

Grafische voorstelling van het in punt 4.1 bedoelde snelheidsprofiel; volle lijn: snelheidsprofiel; stippellijnen: toegestane afwijkingen van dit snelheidsprofiel.

Image

De volgende tabel beschrijft het snelheidsprofiel seconde per seconde. Als het voertuig geen 140 km/h haalt, moet de maximumsnelheid van het voertuig worden aangehouden totdat opnieuw het snelheidsprofiel kan worden gevolgd.

Tijd (s)

Snelheid (km/h)

0

0,00

1

0,00

2

0,00

3

0,00

4

0,00

5

0,00

6

0,00

7

0,00

8

0,00

9

0,00

10

0,00

11

0,00

12

0,00

13

0,00

14

0,00

15

0,00

16

0,00

17

0,00

18

0,00

19

0,00

20

0,00

21

3,96

22

7,92

23

11,88

24

15,84

25

19,80

26

23,76

27

27,72

28

31,68

29

34,20

30

36,72

31

39,24

32

41,76

33

44,28

34

46,80

35

49,32

36

51,62

37

53,93

38

56,23

39

58,54

40

60,84

41

63,14

42

65,45

43

67,75

44

70,06

45

72,36

46

74,66

47

76,97

48

79,27

49

81,04

50

82,80

51

84,56

52

86,33

53

88,09

54

89,86

55

91,62

56

93,38

57

95,15

58

96,91

59

98,68

60

100,44

61

102,20

62

103,97

63

105,73

64

107,50

65

109,26

66

110,34

67

111,42

68

112,50

69

113,58

70

114,66

71

115,74

72

116,82

73

117,90

74

118,98

75

120,06

76

121,14

77

122,22

78

123,30

79

124,38

80

125,46

81

126,54

82

127,62

83

128,70

84

129,38

85

130,07

86

130,75

87

131,44

88

132,12

89

132,80

90

133,49

91

134,17

92

134,86

93

135,54

94

136,22

95

136,91

96

137,59

97

138,28

98

138,96

99

139,64

100

140,33

101

140,33

102

140,33

103

140,33

104

140,33

105

140,33

106

137,84

107

135,36

108

132,88

109

130,39

110

127,91

111

125,42

112

122,94

113

120,46

114

117,97

115

115,49

116

113,00

117

110,52

118

108,04

119

105,55

120

103,07

121

100,58

122

98,10

123

95,62

124

93,13

125

90,65

126

88,16

127

85,68

128

83,20

129

80,71

130

76,97

131

73,22

132

69,48

133

65,74

134

61,99

135

58,25

136

54,50

137

50,76

138

45,76

139

40,75

140

35,75

141

30,74

142

25,74

143

20,74

144

15,73

145

10,73

146

5,72

147

0,72

148

0,00

149

0,00

150

0,00


BIJLAGE II

DEEL 1

Inlichtingenformulier

MODEL

Inlichtingenformulier nr. … voor de EG-typegoedkeuring van een voertuig wat technische schakelindicatoren betreft

De onderstaande gegevens moeten, in voorkomend geval, in drievoud worden verstrekt en vergezeld gaan van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen moeten op een passende schaal en met voldoende details, in A4-formaat of tot dat formaat gevouwen, worden ingediend. Eventuele foto's moeten voldoende gedetailleerd zijn.

Indien de systemen, onderdelen of technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, moeten gegevens over de prestaties ervan worden verstrekt.

Inlichtingen overeenkomstig de punten 0, 3 en 4 van aanhangsel 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (1).

4.11.

Schakelindicator

4.11.1.

Geluidssignaal beschikbaar: ja/neen (2). Zo ja, beschrijving van het geluid en vermelding van de geluidssterkte voor het oor van de bestuurder in dB(A). (Geluidssignaal kan altijd aan- of uitgezet worden.): …

4.11.2.

Informatie overeenkomstig punt 4.6 van bijlage I (volgens fabrieksopgave): …

4.11.3.

Informatie overeenkomstig punt 3.1.1 van bijlage I: …

4.11.4.

Informatie overeenkomstig punt 3.1.2 van bijlage I: …

4.11.5.

Foto's en/of tekeningen van de schakelindicator en korte beschrijving van de systeemonderdelen en de werking ervan: …

4.11.6.

Informatie over de schakelindicator in de handleiding bij het voertuig: …

DEEL 2

MODEL

Image

DEEL 3

EG-typegoedkeuringscertificaat

MODEL

(maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

EG-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT

Mededeling betreffende de

EG-typegoedkeuring (3)

uitbreiding van de EG-typegoedkeuring (3)

weigering van de EG-typegoedkeuring (3)

intrekking van de EG-typegoedkeuring (3)

van een voertuigtype wat de schakelindicator betreft

krachtens Verordening (EU) nr. 65/2012, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. …/2012 (3)

Nummer van de EG-typegoedkeuring: …

Reden van de uitbreiding: …

AFDELING I

0.1.

Merk (handelsnaam van fabrikant): …

0.2.

Type: …

0.2.1.

Handelsbenaming(en) (indien van toepassing): …

0.3.

Middel tot identificatie van het type, indien aangebracht op het voertuig: …

0.3.1.

Plaats waar het identificatiemiddel is aangebracht: …

0.4.

Voertuigcategorie: …

0.5.

Naam en adres van de fabrikant: …

0.8.

Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.

Eventueel naam en adres van de vertegenwoordiger van de fabrikant: …

AFDELING II

1.

Aanvullende informatie (indien van toepassing): zie addendum

2.

Technische dienst die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de test en de evaluaties:

3.

Datum van het testrapport:

4.

Nummer van het testrapport:

5.

Informatie overeenkomstig punt 4.6 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 65/2012 (vastgesteld tijdens de typegoedkeuring):

6.

Eventuele opmerkingen: zie addendum

7.

Plaats:

8.

Datum:

9.

Handtekening:

Bijlagen

:

Informatiepakket

Testrapport

Aanvullende informatie: …

Addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. … betreffende …


(1)  PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1.

(2)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(3)  Doorhalen wat niet van toepassing is.


BIJLAGE III

WIJZIGINGEN IN KADERRICHTLIJN 2007/46/EG

Richtlijn 2007/46/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I worden de volgende punten ingevoegd:

„4.11.

Schakelindicator

4.11.1.

Geluidssignaal beschikbaar: ja/neen (1). Zo ja, beschrijving van het geluid en vermelding van de geluidssterkte voor het oor van de bestuurder in dB(A). (Geluidssignaal kan altijd aan- of uitgezet worden.)

4.11.2.

Informatie overeenkomstig punt 4.6 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 65/2012 (volgens fabrieksopgave)

4.11.3.

Foto's en/of tekeningen van de schakelindicator en korte beschrijving van de systeemonderdelen en de werking ervan:”.

2)

In bijlage III worden de volgende punten ingevoegd:

„4.11.

Schakelindicator

4.11.1.

Geluidssignaal beschikbaar: ja/neen (1). Zo ja, beschrijving van het geluid en vermelding van de geluidssterkte voor het oor van de bestuurder in dB(A). (Geluidssignaal kan altijd aan- of uitgezet worden.)

4.11.2.

Informatie overeenkomstig punt 4.6 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 65/2012 (vastgesteld tijdens de typegoedkeuring)”.

3)

Bijlage IV, deel I, wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de tabel wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

Onderwerp

Regelgeving

Publicatieblad

Van toepassing op

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012

L 28 van 31.1.2012, blz. 24

X”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

in de tabel van het aanhangsel wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

 

Onderwerp

Regelgeving

Publicatieblad

M1

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012

L 28 van 31.1.2012, blz. 24

 

4)

In de tabel van het aanhangsel van bijlage VI wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

Betreft:

Regelgeving

Gewijzigd bij

Van toepassing op varianten

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012”

 

 

5)

Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de tabel van aanhangsel 1 wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

Nr.

Onderwerp

Regelgeving

M1 ≤ 2 500 kg (1)

M1 > 2 500 kg (1)

M2

M3

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012

G

G”

 

 

b)

in de tabel van aanhangsel 2 wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

Nr.

Onderwerp

Regelgeving

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012

G”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

c)

in de tabel van aanhangsel 3 wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

Nr.

Onderwerp

Regelgeving

M1

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012

G”

d)

in de tabel van aanhangsel 4 wordt tussen de kolommen „Regelgeving” en „M2” een kolom „M1” toegevoegd en wordt volgend punt 63.1 ingevoegd:

Nr.

Onderwerp

Regelgeving

M1

M2

M3

N1

N2

N3

O1

O2

O3

O4

„63.1

Schakelindicatoren

(EU) nr. 65/2012

G”