ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2011.279.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 279

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
26 oktober 2011


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1078/2011 van de Commissie van 25 oktober 2011 tot niet-goedkeuring van de werkzame stof propanil overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen ( 1 )

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1079/2011 van de Commissie van 25 oktober 2011 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

3

 

 

RICHTSNOEREN

 

 

2011/704/EU

 

*

Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 14 oktober 2011 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/2 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2) (ECB/2011/15)

5

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1078/2011 VAN DE COMMISSIE

van 25 oktober 2011

tot niet-goedkeuring van de werkzame stof propanil overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 13, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 80, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (2) van toepassing — wat de procedure en de goedkeuringsvoorwaarden betreft — op werkzame stoffen waarvan de volledigheid is vastgesteld overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 33/2008 van de Commissie van 17 januari 2008 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de uitvoering van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad met betrekking tot een normale en een versnelde procedure voor de beoordeling van werkzame stoffen die deel uitmaakten van het in artikel 8, lid 2, van die richtlijn bedoelde werkprogramma, maar niet in bijlage I ervan zijn opgenomen (3). Propanil is een werkzame stof waarvan de volledigheid is vastgesteld overeenkomstig die verordening.

(2)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 (4) en (EG) nr. 1490/2002 (5) van de Commissie zijn bepalingen voor de uitvoering van de tweede en de derde fase van het in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG bedoelde werkprogramma vastgesteld en de lijsten opgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht voor eventuele opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Propanil is in deze lijsten opgenomen.

(3)

Overeenkomstig artikel 11 septies van Verordening (EG) nr. 1490/2002 en artikel 12, lid 1, onder a), en lid 2, onder b), van die verordening is Beschikking 2008/769/EG van de Commissie van 30 september 2008 betreffende de niet-opneming van propanil in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten (6) vastgesteld.

(4)

Krachtens artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG heeft de oorspronkelijke kennisgever ("de aanvrager") een nieuwe aanvraag ingediend met het verzoek de versnelde procedure toe te passen overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 19 van Verordening (EG) nr. 33/2008.

(5)

De aanvraag is ingediend bij Italië, dat bij Verordening (EG) nr. 1490/2002 tot rapporteur-lidstaat is aangewezen. De termijn voor de versnelde procedure is nageleefd. De specificatie van de werkzame stof en de ondersteunde toepassingen zijn dezelfde als voor Beschikking 2008/769/EG. Die aanvraag voldoet ook aan de overige materiële en procedurele voorschriften van artikel 15 van Verordening (EG) nr. 33/2008.

(6)

Italië heeft de door de aanvrager verstrekte aanvullende gegevens onderzocht en een aanvullend verslag opgesteld. Het heeft dat verslag op 26 februari 2010 aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie toegezonden. De EFSA heeft het aanvullende verslag aan de andere lidstaten en de aanvrager toegezonden en de naar aanleiding daarvan ontvangen opmerkingen naar de Commissie doorgestuurd. Overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 33/2008 en op verzoek van de Commissie heeft de EFSA haar conclusie over de risicobeoordeling van propanil op 23 februari 2011 aan de Commissie overgelegd (7). Het ontwerpbeoordelingsverslag, het aanvullende verslag en de conclusie van de EFSA zijn door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 27 september 2011 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor propanil.

(7)

Op grond van de door de aanvrager ingediende en in het aanvullende verslag opgenomen nieuwe gegevens kon een aanvaardbaar blootstellingsniveau voor de toedieners worden vastgesteld. Tijdens de evaluatie van deze werkzame stof is echter een aantal problemen vastgesteld. Het was met name niet mogelijk om een betrouwbare beoordeling van de blootstelling van de consumenten uit te voeren omdat gegevens over de toxiciteit van de metaboliet 3,4-DCA ontbraken, die hoger kan zijn dan die van de oorspronkelijke stof. Bovendien konden geen maximumresidugehalten voor het ondersteunde gebruik op rijst worden voorgesteld, aangezien de ingediende proeven niet zijn uitgevoerd overeenkomstig de kritieke goede landbouwpraktijken. Er is een hoog risico voor vogels en zoogdieren geconstateerd en op basis van de door de aanvrager verstrekte gegevens kan een hoog risico voor in het water levende organismen en niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen niet worden uitgesloten. Bovendien kan een eventueel vervoer door de lucht over lange afstanden niet worden uitgesloten.

(8)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen over de conclusie van de EFSA in te dienen. Bovendien heeft de Commissie de aanvrager overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EG) nr. 33/2008 verzocht zijn opmerkingen over het ontwerpevaluatieverslag in te dienen. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(9)

Ondanks de argumenten van de aanvrager blijven de in overweging 7 vermelde problemen echter bestaan. Bijgevolg is niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die propanil bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden in het algemeen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen.

(10)

Propanil mag daarom niet worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(11)

Voor de duidelijkheid moet Beschikking 2008/769/EG worden ingetrokken,

(12)

Deze verordening laat de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag voor propanil in te dienen overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 onverlet.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Niet-goedkeuring van een werkzame stof

De werkzame stof propanil wordt niet goedgekeurd.

Artikel 2

Intrekking

Beschikking 2008/769/EG wordt ingetrokken.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 oktober 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(3)  PB L 15 van 18.1.2008, blz. 5.

(4)  PB L 55 van 29.2.2000, blz. 25.

(5)  PB L 224 van 21.8.2002, blz. 23.

(6)  PB L 263 van 2.10.2008, blz. 14.

(7)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid: Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance propanil. EFSA Journal 2011;9(3):2085 [63 blz.]. doi:10.2903/j.efsa.2011.2085. Online te vinden op: www.efsa.europa.eu/efsajournal.htm


26.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1079/2011 VAN DE COMMISSIE

van 25 oktober 2011

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 26 oktober 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 oktober 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

57,4

MA

48,8

MK

52,3

ZZ

52,8

0707 00 05

AL

45,6

MK

62,2

TR

151,2

ZZ

86,3

0709 90 70

AR

33,4

TR

132,0

ZZ

82,7

0805 50 10

AR

62,5

TR

69,8

ZA

78,3

ZZ

70,2

0806 10 10

BR

217,5

CL

71,4

TR

144,1

ZA

67,9

ZZ

125,2

0808 10 80

AR

61,9

BR

86,4

CA

106,3

CL

90,0

CN

82,6

NZ

113,1

US

99,9

ZA

107,1

ZZ

93,4

0808 20 50

CN

53,4

TR

126,5

ZZ

90,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


RICHTSNOEREN

26.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 279/5


RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 14 oktober 2011

tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/2 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2)

(ECB/2011/15)

(2011/704/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid op artikel 127, lid 2,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid op artikel 3.1 en de artikelen 17, 18 en 22,

Overwegende:

(1)

De Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft Richtsnoer ECB/2007/2 van 26 april 2007 betreffende een geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutovereveningssysteem (TARGET2) (1), aangaande TARGET2, gekenmerkt door één technisch platform, het Single Shared Platform (SSP) genaamd, aangenomen.

(2)

Richtsnoer ECB/2007/2 dient te worden gewijzigd om: a) rekening te houden met de noodzaak de „overwegingen van prudentieel handelen” toe te voegen aan de criteria op grond waarvan een verzoek tot deelname aan TARGET2 zal worden afgewezen, en de deelname van een deelnemer aan TARGET2 of diens toegang tot intraday-krediet kan worden opgeschort, beperkt of beëindigd; en respectievelijk b) nieuwe vereisten weer te geven voor TARGET2-deelnemers in verband met de uit hoofde van de artikelen 75 en 215 van het Verdrag ingevoerde administratieve en beperkende maatregelen,

HEEFT HET VOLGENDE RICHTSNOER VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtsnoer ECB/2007/2

1.   In artikel 2 van richtsnoer ECB/2007/2, wordt de definitie van „overgangsperiode” als volgt vervangen:

„—   „overgangsperiode”: met betrekking tot elke centrale bank van het Eurosysteem: de periode van vier jaar vanaf het moment dat de centrale bank van het Eurosysteem naar het SSP migreert, tenzij de Raad van bestuur inzake specifieke kenmerken of diensten van geval tot geval anders heeft besloten.”.

2.   De bijlagen II, III en IV bij Richtsnoer ECB/2007/2 worden overeenkomstig de bijlage bij dit richtsnoer gewijzigd.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit richtsnoer treedt twee dagen na de vaststelling ervan in werking. Het is vanaf 21 november 2011 van toepassing.

Artikel 3

Geadresseerden en uitvoeringsmaatregelen

1.   Dit richtsnoer is gericht aan alle centrale banken van het Eurosysteem.

2.   De NCB’s van de deelnemende lidstaten stellen de ECB tegen 21 oktober 2011 in kennis van de maatregelen waarmee zij voornemens zijn te voldoen aan dit richtsnoer.

Gedaan te Frankfurt am Main, 14 oktober 2011.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 237 van 8.9.2007, blz. 1.


BIJLAGE

1.

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

In artikel 1 worden de definities van begunstigde (payee) en betaler (payer) als volgt vervangen:

„—   „begunstigde” (payee), behalve in het geval van artikel 39 van deze bijlage: een TARGET2-deelnemer wiens PM-rekening na afwikkeling van een betalingsopdracht wordt gecrediteerd,

—   „betaler” (payer), behalve in het geval van artikel 39 van deze bijlage: een TARGET2-deelnemer wiens PM-rekening na afwikkeling van een betalingsopdracht wordt gedebiteerd,”.

b)

Artikel 8, lid 4, onder c), wordt als volgt vervangen:

„c)

naar oordeel van [naam van CB] een dergelijke deelname de algehele stabiliteit, de soliditeit en de veiligheid van TARGET2-[CB/landenverwijzing] of van een ander TARGET2-deelsysteem in gevaar zou brengen, of de vervulling door de [naam van de CB] van de taken zoals omschreven in [naar het relevante nationale recht verwijzen] en de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank in gevaar zou brengen, dan wel bezien vanuit het oogpunt van prudentieel handelen risico's met zich meebrengt.”.

c)

Artikel 34, lid 2, onder e), wordt als volgt vervangen:

„e)

zich een andere deelnemer-gerelateerde omstandigheid voordoet die, naar het oordeel van [naam van CB] een bedreiging zou vormen voor de algehele stabiliteit, de soliditeit en de veiligheid van TARGET2-[naam CB/landreferentie] of van een ander TARGET2-deelsysteem, of die de vervulling door de [naam van de CB] van de taken als omschreven in [het relevante nationale recht] en de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en de Europese Centrale Bank in gevaar zou brengen, dan wel bezien vanuit het oogpunt van prudentieel handelen risico's met zich meebrengt; en/of”.

d)

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de titel „Gegevensbescherming, het voorkomen van witwassen en gerelateerde onderwerpen” wordt vervangen door „Gegevensbescherming, het voorkomen van witwassen, administratieve of beperkende maatregelen en gerelateerde onderwerpen”;

ii)

het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

„3.   Deelnemers die optreden als de betalingsdienstverlener van een betaler of begustigde, voldoen aan alle vereisten die voortvloeien uit administratieve of beperkende maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van de artikelen 75 of 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waaronder inzake notificatie en/of het verkrijgen van instemming van een bevoegde autoriteit in verband met het verwerken van transacties. Bovendien:

a)

indien de [naam van de CB] de betalingsdienstverlener is van een deelnemer die een betaler is:

i)

de deelnemer voert de vereiste notificatie uit dan wel verkrijgt instemming namens de centrale bank die in eerste instantie de notificatie dient uit te voeren dan wel instemming dient te verkrijgen, en verstrekt [naam van de CB] het bewijs dat de notificatie is uitgevoerd of de instemming is verkregen;

ii)

de deelnemer voert in TARGET2 geen overboekingsopdracht in vooraleer hij van [naam van de CB] de bevestiging heeft ontvangen dat de vereiste notificatie is uitgevoerd dan wel instemming is verkregen door of namens de betalingsdienstverlener van de begunstigde;

b)

indien de [naam van de CB] een betalingsdienstverlener is van een deelnemer die een begunstigde is, voert de deelnemer de vereiste notificatie uit dan wel verkrijgt hij instemming namens de centrale bank die in eerste instantie de notificatie dient uit te voeren of de instemming dient te verkrijgen, en verstrekt [naam van de CB] het bewijs dat de notificatie is uitgevoerd of dat instemming is verkregen.

In dit lid hebben de termen „betalingsdienstverlener”, „betaler” en „begunstigde” de betekenis die daaraan is toegekend in de toepasselijke administratieve of beperkende maatregelen.”.

2.

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)

Punt h) van de definitie van „geval van verzuim” wordt als volgt vervangen:

„h)

indien deelname van de entiteit aan een ander TARGET2-deelsysteem en/of een aangesloten systeem is opgeschort of beëindigd;”.

b)

De titel „Opschorting of beëindiging van intraday-krediet” wordt vervangen door „Opschorting, beperking of beëindiging van intraday-krediet”.

c)

Lid 12 wordt als volgt vervangen:

„12.

a)

Een NCB van een deelnemende lidstaat schort de toegang tot intraday-krediet op of beëindigt deze indien zich een van de volgende gevallen van verzuim voordoet:

i)

de rekening van de entiteit bij de NCB van de deelnemende lidstaat wordt opgeschort of gesloten;

ii)

de betrokken entiteit voldoet niet meer aan in deze bijlage neergelegde vereisten voor het verlenen van intraday-krediet;

iii)

een bevoegde gerechtelijke of andere autoriteit besluit ten aanzien van de entiteit tot het openen van een procedure tot liquidatie van de entiteit of de benoeming van een vereffenaar of soortgelijke functionaris voor de entiteit of een andere soortgelijke procedure;

iv)

de gelden van de entiteit worden bevroren en/of andere maatregelen worden door de Unie opgelegd waardoor de entiteit beperkt over haar gelden kan beschikken.

b)

NCB’s van deelnemende lidstaten kunnen de toegang tot intraday-krediet opschorten of beëindigen, indien een NCB de deelname van de deelnemer aan TARGET2 krachtens artikel 34, lid 2, onder b) tot e) van bijlage II opschort of beëindigt, of indien zich één of meerdere gevallen van verzuim voordoen (buiten de artikel 34. lid 2, onder a) bedoelde gevallen).

c)

Indien het Eurosysteem overeenkomstig hoofdstuk 2.4 van bijlage I bij Richtsnoer ECB/2000/7 besluit op grond van overwegingen van prudentieel handelen of anderszins de toegang van tegenpartijen tot monetaire beleidsinstrumenten op te schorten, te beperken of te ontzeggen, voeren de NCB’s van de deelnemende lidstaten dat besluit met betrekking tot toegang tot intraday-krediet uit, zulks uit hoofde van door de betreffende NCB gehanteerde contracten of reglementen.

d)

NCB’s van de deelnemende lidstaten kunnen de toegang van een deelnemer tot intraday-krediet opschorten, beperken of beëindigen, indien de deelnemer, bezien vanuit het oogpunt van prudentieel handelen geacht wordt een risico te vormen. In dergelijke gevallen stelt de NCB van de deelnemende lidstaat de ECB en de andere NCB’s van deelnemende lidstaten en aangesloten NCB’s hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis. Indien toepasselijk neemt de Raad van bestuur inzake de uniforme implementatie van de in alle TARGET2-deelsystemen getroffen maatregelen een besluit.”.

d)

Lid 13 wordt als volgt vervangen:

„13.

Indien een NCB van een deelnemende lidstaat de toegang tot intraday-krediet voor een tegenpartij inzake monetair beleid van het Eurosysteem opschort, beperkt of beëindigt, treedt een dergelijk besluit pas in werking na goedkeuring door de ECB.”.

3.

In bijlage V, artikel 4, lid 16, onder b), worden de woorden „Appendix IA” vervangen door de woorden „Appendix IV” en de woorden „Bijlage V” door de woorden „Bijlage II”.