ISSN 1977-0758

doi:10.3000/19770758.L_2011.268.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 268

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
13 oktober 2011


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1008/2011 van de Raad van 10 oktober 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1009/2011 van de Commissie van 12 oktober 2011 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

12

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1010/2011 van de Commissie van 12 oktober 2011 houdende vaststelling van een aanvaardingspercentage voor de afgifte van uitvoercertificaten, afwijzing van uitvoercertificaataanvragen en houdende schorsing van de mogelijkheid tot het indienen van uitvoercertificaataanvragen voor buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose

14

 

 

BESLUITEN

 

 

2011/672/EU

 

*

Besluit van de Raad van 10 oktober 2011 tot benoeming van een Roemeens lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

15

 

 

2011/673/EU

 

*

Besluit van de Raad van 10 oktober 2011 tot benoeming van een Duits lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

16

 

 

2011/674/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 12 oktober 2011 tot wijziging van Beschikking 2004/558/EG wat de status van bepaalde administratieve regio’s in Duitsland als vrij van infectieuze boviene rhinotracheïtis betreft (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 7165)  ( 1 )

17

 

 

2011/675/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 12 oktober 2011 tot wijziging van Beschikking 2003/467/EG wat betreft de verklaring dat Letland officieel vrij van tuberculose is en dat bepaalde administratieve regio's in Portugal officieel vrij van enzoötische boviene leukose zijn (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 7186)  ( 1 )

19

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1008/2011 VAN DE RAAD

van 10 oktober 2011

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand, na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9, lid 4, en artikel 11, leden 2, 5 en 6,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie („de Commissie”), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Geldende maatregelen

(1)

Na een antidumpingonderzoek („het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 en ex 8431 20 00, van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de definitieve antidumpingmaatregelen”). De maatregel kreeg de vorm van een ad-valoremrecht, dat 7,6 % tot 46,7 % bedroeg.

(2)

Na een tussentijds nieuw onderzoek in verband met de productomschrijving, dat ambtshalve was geopend, heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 684/2008 (3) de productomschrijving van het oorspronkelijke onderzoek verduidelijkt.

(3)

Na een onderzoek naar de ontwijking van de dumpingmaatregelen, dat ambtshalve was geopend, heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 499/2009 (4) het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1174/2005 voor „alle andere ondernemingen” was ingesteld, uitgebreid tot handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand.

2.   Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen

(4)

Na de bekendmaking van een bericht dat de definitieve antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (5), heeft de Commissie op 21 april 2010 een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. Het verzoek werd door twee producenten in de Unie ingediend: BT Products AB en Lifter Srl („de indieners van het verzoek”), die een groot deel, in dit geval bijna de hele productie van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan in de Unie, voor hun rekening nemen.

(5)

Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk leidt tot het voortduren of opnieuw optreden van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

3.   Opening van een nieuw onderzoek

(6)

Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een procedure voor een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen in te leiden, heeft zij op 20 juli 2010 door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (6) („het bericht van opening”) de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening aangekondigd.

4.   Onderzoek

4.1.   Onderzoektijdvak

(7)

Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 („het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of „TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van het voortduren of opnieuw optreden van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2007 tot het eind van het TNO („de beoordelingsperiode”).

4.2.   Bij het onderzoek betrokken partijen

(8)

De Commissie heeft de indieners van het verzoek, producenten-exporteurs, importeurs, de haar bekende betrokken gebruikers en de vertegenwoordigers in het land van uitvoer van de opening van het nieuwe onderzoek in kennis gesteld. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord.

(9)

Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

(10)

Wegens het kennelijk grote aantal niet-verbonden importeurs werd in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening besloten na te gaan of een steekproef moest worden gebruikt. Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd bovengenoemde partijen op grond van artikel 17 van de basisverordening verzocht zich binnen 15 dagen na de opening van het onderzoek kenbaar te maken en de in het bericht van opening gevraagde gegevens te verstrekken. Geen van de niet-verbonden importeurs meldde zich echter aan om aan het onderzoek mee te werken. Er hoefde derhalve geen steekproef te worden samengesteld.

(11)

De Commissie heeft alle haar bekende betrokken partijen en alle partijen die zich binnen de in het bericht van opening vermelde termijn kenbaar hadden gemaakt, een vragenlijst toegezonden. De Commissie heeft antwoorden ontvangen van de twee groepen producenten in de Unie, die ook het verzoek hadden ingediend. Geen van de bekende producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China („de VRC”) heeft aan het nieuwe onderzoek meegewerkt. Geen van de importeurs heeft bij de steekproefprocedure gereageerd en er waren geen andere importeurs of gebruikers die de Commissie informatie verschaften of zich tijdens het onderzoek kenbaar maakten.

(12)

De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping en daaruit resulterende schade zouden voortduren of opnieuw zouden optreden en om het belang van de Unie te bepalen. Bij de volgende belanghebbenden werd ter plaatse een controle verricht:

producenten in de Unie

Lifter Srl, Casole d’Elsa, Italië;

BT Products AB, Mjölby, Zweden.

B.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(13)

Dit nieuwe onderzoek betreft hetzelfde product als het oorspronkelijke onderzoek en het product dat het voorwerp uitmaakte van het tussentijdse nieuwe onderzoek waarbij de productomschrijving werd verduidelijkt, namelijk handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 en ex 8431 20 00. In deze verordening worden onder handpallettrucks toestellen verstaan met een door wielen ondersteunde hefvork die gebruikt worden om pallets te verplaatsen en die door een persoon te voet met behulp van een beweegbare dissel manueel geduwd, getrokken en gestuurd worden op een glad, vlak en hard oppervlak. De handpallettrucks zijn uitsluitend bestemd om ladingen met behulp van de als pomp gebruikte dissel hoog genoeg op te heffen om ze te kunnen verplaatsen. Zij hebben geen andere extra functies of gebruiksdoeleinden, zoals bijvoorbeeld i) ladingen verplaatsen en heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan (hoogheffende pallettrucks), ii) pallets boven elkaar stapelen (stapelaars), iii) ladingen tot een werkplatform heffen (schaarpallettrucks) of iv) ladingen heffen en wegen (weegpallettrucks).

(14)

Bij het nieuwe onderzoek werd net als bij het oorspronkelijke onderzoek vastgesteld dat het betrokken product en de producten die op de binnenlandse markt van de VRC worden vervaardigd en verkocht, alsook de door de producenten in de Unie vervaardigde en in de EU verkochte producten dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt; zij worden derhalve als soortgelijk product in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening beschouwd.

C.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

(15)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd nagegaan of het waarschijnlijk is dat de dumping zal worden voortgezet of zich opnieuw zal voordoen indien de bestaande maatregelen vervallen.

1.   Opmerkingen vooraf

(16)

Na de opening van het onderzoek zijn negentien bekende Chinese producenten-exporteurs gecontacteerd. In eerste instantie heeft zich slechts één onderneming, Crown Equipment (Suzhou), gemeld, die ermee instemde om in de steekproef te worden opgenomen, maar haar medewerking vervolgens stopzette. Bijgevolg heeft geen van de producenten-exporteurs in de VRC aan het onderzoek meegewerkt en moesten de bevindingen inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping worden gebaseerd op beschikbare gegevens, met name informatie die de indieners van het verzoek hadden verstrekt, waaronder informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek, Eurostatgegevens, alsook officiële uitvoerstatistieken van de VRC.

2.   Invoer met dumping in het TNO

2.1.   Referentieland

(17)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening moest de normale waarde worden vastgesteld op basis van de prijs of de door berekening vastgestelde normale waarde in een geschikt derde land met een markteconomie („het referentieland”), of op basis van de prijs bij uitvoer uit het referentieland naar andere landen, met inbegrip van de EU, of, indien zulks niet mogelijk was, op elke andere redelijke grondslag, met inbegrip van de in de EU werkelijk betaalde of te betalen prijs van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge.

(18)

In het oorspronkelijke onderzoek was Canada referentieland om de normale waarde vast te stellen. Aangezien de productie in Canada is stopgezet, werd in het bericht van opening van dit nieuwe onderzoek Brazilië als referentieland overwogen. Geen van de bekende Braziliaanse producenten-exporteurs was echter bereid mee te werken. Bij wijze van alternatief werd 27 Indiase producenten en 2 Taiwanese producenten om medewerking verzocht, maar ook zij wensten niet mee te werken. Belanghebbenden hebben geen voorstellen voor een referentieland gedaan.

(19)

Een niet-medewerkende exporteur argumenteerde dat de Commissie niet heeft aangetoond dat het in dit geval onmogelijk was een beroep te doen op een referentieland. De suggesties die de onderneming heeft gedaan, zijn gecontroleerd. In een aantal gevallen bleken de ondernemingen die de niet-medewerkende exporteur had voorgesteld het betrokken product niet te produceren. De onderneming suggereerde ook dat Vietnam als referentieland had kunnen worden gebruikt: Vietnam kwam niet in aanmerking omdat het niet als een land met een markteconomie wordt beschouwd. Zoals uiteengezet in de overwegingen 17 en 18 heeft de Commissie contact opgenomen met een groot aantal ondernemingen in drie mogelijke referentielanden: Brazilië, India en Taiwan. Ondanks deze inspanningen werd geen medewerking verkregen. Aangezien geen referentieland wenste mee te werken, moest de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening worden vastgesteld aan de hand van de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het soortgelijke product in de Europese Unie, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge. Het argument moest daarom worden afgewezen.

2.2.   Normale waarde

(20)

Aangezien geen referentieland aan dit nieuwe onderzoek meewerkt, werd als basis voor de vaststelling van de normale waarde de in de Unie werkelijk betaalde of te betalen prijs voor het soortgelijke product gebruikt, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge. Dezelfde methode is gebruikt voor de onderneming waaraan in het oorspronkelijke onderzoek BMO werd toegekend en voor de ondernemingen waaraan in het oorspronkelijke onderzoek geen BMO werd toegekend.

2.3.   Uitvoerprijs

(21)

Aangezien de Chinese producenten-exporteurs geen medewerking hebben verleend, is de uitvoerprijs op basis van beschikbare gegevens vastgesteld. Om de uitvoerprijs vast te stellen zijn verschillende informatiebronnen geraadpleegd: Eurostatgegevens, door de indieners van het verzoek verstrekte offertes van Chinese producenten-exporteurs en uitvoerfacturen die bij de douaneautoriteiten van de lidstaten zijn verzameld.

2.4.   Vergelijking

(22)

De gewogen gemiddelde normale waarde werd vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs, af fabriek en in hetzelfde handelsstadium. Overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening werd, om een billijke vergelijking te kunnen maken, rekening gehouden met verschillen in factoren die de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen beïnvloeden. Er werden correcties gemaakt voor de kosten van vervoer over zee en in het land van uitvoer, alsook voor verzekeringen.

2.5.   Dumpingmarge

(23)

Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de dumpingmarge vastgesteld door de gewogen gemiddelde normale waarde met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs te vergelijken. Uit die vergelijking is gebleken dat de dumpingmarge in het TNO aanzienlijk was en varieerde van 97 tot 224 %. Het aanzienlijke verschil in dumpingmarges is toe te schrijven aan de verschillende gegevens die voor de vaststelling van de uitvoerprijs zijn gebruikt.

3.   Ontwikkeling van de invoer als de maatregelen worden ingetrokken

(24)

In aansluiting op de analyse waaruit bleek dat in het TNO met dumping werd ingevoerd, werd nagegaan hoe waarschijnlijk het was dat voortzetting van dumping zou plaatsvinden indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. Aangezien geen enkele producent-exporteur in de VRC aan dit onderzoek heeft meegewerkt, berusten de onderstaande conclusies op beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, namelijk gegevens uit het verzoek om een nieuw onderzoek, gegevens verstrekt door de indieners van het verzoek, gegevens van Eurostat en officiële uitvoerstatistieken van de VRC.

(25)

Hiervoor werden de volgende elementen onderzocht: ontwikkeling van de invoer uit de VRC, reservecapaciteit van de exporteurs en aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, Chinese binnenlandse prijzen en prijzen bij uitvoer naar derde landen.

3.1.   Ontwikkeling van de invoer uit de VRC

(26)

Na de instelling van de maatregelen in 2005 bleven de Chinese producenten-exporteurs de Uniemarkt van aanzienlijke hoeveelheden handpallettrucks voorzien. Het volume van de invoer uit de VRC naar de EU tijdens het TNO, bijna 400 000 eenheden, wat overeenstemt met 99 % van de totale invoer in de EU, overtrof aanzienlijk de niveaus van vóór de instelling van de maatregel (tussen 118 000 eenheden in 2000 en 280 000 eenheden in het oorspronkelijke OT).

3.2.   Reservecapaciteit van de exporteurs

(27)

Bij gebrek aan andere bronnen van informatie over productie en capaciteit in de VRC, is de analyse overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening uitgevoerd op grond van de door de indieners van het verzoek verstrekt informatie. De marktinformatie in het verzoek om een nieuw onderzoek, die de belanghebbenden niet hebben aangevochten, wijst op een zeer grote capaciteit in de VRC. Reeds de productieniveaus in 2008 en 2009, respectievelijk 1,5 miljoen eenheden en 800 000 eenheden, vertegenwoordigen meer dan het dubbele van de hele Uniemarkt. Bovendien werd slechts een beperkt deel van de Chinese productie (14 % in 2008 en 23 % in 2009) op de Chinese binnenlandse markt verkocht.

(28)

De productieniveaus laten duidelijk concluderen dat bij gebrek aan maatregelen aanzienlijke extra hoeveelheden Chinese handpallettrucks naar de markt van de Unie kunnen worden verlegd.

3.3.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en Chinese binnenlandse prijzen en prijzen bij uitvoer naar derde landen

(29)

De markt van de Unie blijft, wat de prijzen betreft, aantrekkelijk voor Chinese producenten-exporteurs. De invoer uit de VRC kwam de EU binnen tegen ongeveer een derde van de prijzen die de bedrijfstak van de Unie aan zijn niet-verbonden afnemers in de EU aanrekende.

(30)

Uit de Chinese uitvoerstatistieken blijkt dat tijdens het TNO 40 % van alle Chinese uitvoer van handpallettrucks voor de Unie bestemd was. De VS is de op één na grootste uitvoermarkt voor Chinese handpallettrucks, die 20 % van alle Chinese uitvoer vertegenwoordigt, terwijl de resterende volumes over verschillende bestemmingen gefragmenteerd zijn.

(31)

De Chinese prijzen bij uitvoer naar de EU stemmen over het algemeen overeen met de gemiddelde Chinese prijzen bij uitvoer naar alle derde landen, behalve de VS. Er kan echter worden geconcludeerd dat minstens een deel van de Chinese uitvoer naar andere derde landen dan de EU of de VS (40 % van de totale Chinese uitvoer) naar de EU kan worden verlegd indien de maatregelen worden ingetrokken. Een dergelijke ontwikkeling is niet alleen waarschijnlijk omdat hogere prijzen kunnen worden gevraagd wanneer er geen maatregelen gelden, maar met name ook wegens de fragmentatie van deze uitvoer naar derde landen. Gezien het belang van de Uniemarkt en de reeds bestaande verkoopkanalen, zou één uitvoerbestemming comfortabeler zijn dan uitvoer naar verschillende landen.

(32)

De Chinese prijzen bij uitvoer naar de EU liggen aanzienlijk hoger dan die bij uitvoer naar de VS (17 % hoger tijdens het TNO). Aangezien de Chinese exporteurs geen medewerking verlenen, kan niet worden vastgesteld in welke mate dit prijsverschil door verschillen in de productmix kan worden verklaard. Toch kan op grond van de beschikbare uitvoergegevens niet worden uitgesloten dat handpallettrucks die momenteel tegen lagere prijzen naar de VS worden uitgevoerd (gedeeltelijk) naar de markt van de Unie worden verlegd indien de maatregelen worden ingetrokken. Een dergelijke ontwikkeling kan worden verklaard door de in overweging 31 vermelde redenen.

(33)

Uit de prijsvergelijkingen hierboven blijkt dat de EU een zeer aantrekkelijke bestemming blijft voor de Chinese producenten-exporteurs, die zeer waarschijnlijk grote hoeveelheden handpallettrucks tegen lage prijzen zouden blijven uitvoeren.

3.4.   Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping

(34)

Uit bovenstaande analyse blijkt dat China voort met zeer hoge dumpingmarges op de markt van de Unie bleef invoeren. Gezien met name de analyse van de prijsniveaus op de markt van de EU en op de markten van andere derde landen, alsook de in de VRC beschikbare capaciteiten, kan worden geconcludeerd dat de dumping waarschijnlijk zal worden voortgezet indien de maatregelen worden opgeheven.

D.   DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE

1.   Productie in de Unie

(35)

In de Unie wordt het soortgelijke product geproduceerd door de twee groepen ondernemingen die het verzoek hebben ingediend, en door een derde producent van handpallettrucks in de Unie. De output van deze ondernemingen vormt de totale productie in de Unie van het soortgelijke product in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

2.   Bedrijfstak van de Unie

(36)

Aangezien deze producenten de totale productie in de Unie van handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan vertegenwoordigen, worden zij geacht de bedrijfstak van de Unie uit te maken in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening en wordt hierna naar hen verwezen als „de bedrijfstak van de Unie”.

(37)

Een niet-medewerkende exporteur voerde aan dat de Commissie een onnauwkeurige definitie van de bedrijfstak van de Unie heeft gebruikt, omdat zij een niet-medewerkende producent in de Unie heeft opgenomen in de omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en in het schadeonderzoek. Dit zou indruisen tegen artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de basisverordening omvat de bedrijfstak van de Unie echter alle producenten in de Unie van het soortgelijke product. De niet-medewerkende producent maakt volgens de basisverordening bijgevolg deel uit van de bedrijfstak van de Unie. Zoals uiteengezet in overweging 42 is met de gegevens betreffende de niet-medewerkende producent in de Unie slechts rekening gehouden voor de analyse van de verkoopvolumes aan niet-verbonden afnemers en de marktaandelen van de bedrijfstak van de Unie. Er zij ook opgemerkt dat de bevindingen van het onderzoek ongewijzigd zouden blijven indien de niet-medewerkende producent in de Unie van de analyse werd uitgesloten.

E.   SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE

1.   Opmerking vooraf

(38)

Aangezien geen enkele Chinese producent-exporteur van het betrokken product aan het onderzoek meewerkte, moesten de gegevens over de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC („het betrokken land”) naar de Europese Unie op cijfers van Eurostat worden gebaseerd.

2.   Verbruik in de Unie

(39)

Het verbruik in de Unie werd vastgesteld op grond van het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en van invoergegevens van Eurostat.

(40)

Tussen 2007 en het eind van het TNO nam het verbruik in de Unie met 40 % af; deze daling vond vooral plaats tussen 2008 en 2009.

Tabel 1

 

2007

2008

2009

TNO

Totaal verbruik in de EU (stuks)

783 330

654 843

385 410

468 557

Index (2007 = 100)

100

84

49

60

3.   Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer uit de VRC

(41)

De omvang van de invoer van oorsprong uit de VRC is gedurende de beoordelingsperiode met 37 % gedaald en bereikte in het TNO een niveau van 387 907 stuks. Ondanks de aanzienlijke daling van de vraag in de Unie, groeide het marktaandeel van de invoer uit de VRC tijdens de beoordelingsperiode, aangezien de Chinese invoer minder sterk daalde dan het verbruik in de Unie. Het marktaandeel van de invoer uit het betrokken land is tussen 2007 en het eind van het TNO dan ook aanzienlijk gegroeid tot ongeveer 83 %. De gemiddelde prijs van de Chinese invoer varieerde licht tijdens de beoordelingsperiode.

Tabel 2

 

2007

2008

2009

TNO

Omvang van de invoer uit het betrokken land

(stuks)  (7)

612 222

522 573

300 222

387 907

Index (2007 = 100)

100

85

49

63

Marktaandeel van de invoer uit het betrokken land  (7)

78 %

80 %

78 %

83 %

Prijs van de invoer uit het betrokken land (EUR/stuk)  (7)

96

92

100

97

Index (2007 = 100)

100

96

104

101

4.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

(42)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening onderzocht de Commissie alle relevante economische factoren en indicatoren die op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. Met het oog op de vertrouwelijkheid (slechts twee producenten - de indieners van het verzoek - hebben aan het nieuwe onderzoek meegewerkt) worden de gegevens hieronder slechts in geïndexeerde vorm gepresenteerd. Wat het totale verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in de tabellen 6 en 7 betreft, zijn de gegevens met het oog op de coherentie met de tabellen 1 en 2 (verbruik en Chinees marktaandeel) gebaseerd op de drie producenten in de Unie, dit wil zeggen op de twee groepen die het verzoek hebben ingediend en de derde producent die niet aan het nieuwe onderzoek heeft meegewerkt (het verkoopvolume van deze laatste is gebaseerd op informatie van de indieners van het verzoek).

4.1.   Productie

(43)

De productie lag in het TNO 35 % lager dan in 2007.

Tabel 3

 

2007

2008

2009

TNO

Productie (in stuks)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

84

55

65

4.2.   Capaciteit en bezettingsgraad

(44)

De productiecapaciteit bleef tussen 2007 en het eind van het TNO stabiel. Hoewel de bezettingsgraad in 2007 reeds laag was, leidde de productiedaling tussen 2007 en het eind van het TNO tot een verdere aanzienlijke daling van de bezettingsgraad met 20 procentpunten tussen 2007 en het eind van het TNO, toen de bezettingsgraad erg laag was.

Tabel 4

 

2007

2008

2009

TNO

Productiecapaciteit (in stuks)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

100

100

100

Bezettingsgraad

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

84

55

65

4.3.   Voorraden

(45)

De eindvoorraden van de bedrijfstak van de Unie zijn tussen 2007 en het eind van het TNO met 56 % toegenomen.

Tabel 5

 

2007

2008

2009

TNO

Eindvoorraden (in stuks)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

131

59

156

4.4.   Omvang van de verkoop

(46)

De verkoop door de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie nam in de beoordelingsperiode met 50 % af en kende de sterkste daling tussen 2008 en 2009.

Tabel 6

 

2007

2008

2009

TNO

Omvang van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers (stuks)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

79

55

50

4.5.   Marktaandeel

(47)

Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie was reeds klein in 2007 en kromp tussen 2007 en het eind van het TNO met nog eens 16 %. Twee van de vier producenten in de Unie uit het oorspronkelijke onderzoek hebben de productie van handpallettrucks stopgezet. Beide gebeurtenissen kunnen worden gezien als het gevolg van de grotere druk van de Chinese invoer met dumping op de Uniemarkt; de bedrijfstak van de Unie ondervond deze druk nog sterker in een situatie waarin het verbruik sterk terugliep.

Tabel 7

 

2007

2008

2009

TNO

Marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

95

111

84

4.6.   Groei

(48)

Tussen 2007 en het eind van het TNO nam het verbruik in de Unie met 40 % af. Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie daalde met 3,2 procentpunten, terwijl dat van de betrokken invoer met 5 procentpunten steeg.

4.7.   Werkgelegenheid

(49)

De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is tussen 2007 en het eind van het TNO met 17 % afgenomen. Dat wijst op de inspanningen die de bedrijfstak van de Unie heeft geleverd om de productie te rationaliseren bij een sterk teruglopende vraag.

Tabel 8

 

2007

2008

2009

TNO

Aantal werknemers i.v.m. betrokken product

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

84

76

83

4.8.   Productiviteit

(50)

De productiviteit van de werknemers van de bedrijfstak van de Unie, uitgedrukt in productie per werknemer per jaar, nam tussen 2007 en het eind van het TNO met 22 % af.

Tabel 9

 

2007

2008

2009

TNO

Productiviteit (aantal stuks per werknemer)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

103

74

78

4.9.   Verkoopprijzen en factoren die van invloed zijn op de binnenlandse prijzen

(51)

De verkoopprijzen per eenheid van de bedrijfstak van de Unie zijn tussen 2007 en het eind van het TNO met 4 % gestegen.

Tabel 10

 

2007

2008

2009

TNO

Eenheidsprijs op de EU-markt (euro/stuk)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

101

103

104

4.10.   Lonen

(52)

Tussen 2007 en het eind van het TNO daalde het gemiddelde loon per werknemer met 29 %. Ook dit wijst op de succesvolle inspanningen van de bedrijfstak van de Unie om de kosten te beperken, ondanks de problemen die werden veroorzaakt door de drastische vermindering van het productievolume.

Tabel 11

 

2007

2008

2009

TNO

Jaarlijkse arbeidskosten per werknemer (× 1 000 EUR)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

91

63

71

4.11.   Investeringen

(53)

Tussen 2007 en het eind van het TNO namen de jaarlijkse investeringen door de bedrijfstak van de Unie in het betrokken product sterk af, namelijk met 91 %.

Tabel 12

 

2007

2008

2009

TNO

Netto-investeringen (EUR)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

58

27

9

4.12.   Winstgevendheid en rendement van investeringen

(54)

De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie nam tussen 2007 en het eind van het TNO sterk af, namelijk met 66 %.

(55)

Tijdens de beoordelingsperiode is ook het rendement van investeringen sterk gedaald, namelijk met 57 %.

Tabel 13

 

2007

2008

2009

TNO

Nettowinst van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van de nettoverkoop)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

68

–2

34

Rendement van investeringen (nettowinst in % van de nettoboekwaarde van de investeringen)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

80

–2

43

4.13.   Kasstroom en vermogen om kapitaal aan te trekken

(56)

De nettokasstroom uit ondernemingsactiviteiten is weergegeven in tabel 14. Er waren geen aanwijzingen dat de bedrijfstak van de Unie moeite had om kapitaal aan te trekken, wat met name komt doordat sommige producenten deel uitmaken van een grotere groep van ondernemingen.

Tabel 14

 

2007

2008

2009

TNO

Kasstroom (in EUR)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

84

65

73

4.14.   Hoogte van de dumpingmarge

(57)

Gezien de omvang, het marktaandeel en de prijzen van de invoer uit de VRC kan het effect van de werkelijke dumpingmarges op de bedrijfstak van de Unie niet als te verwaarlozen worden beschouwd.

4.15.   Herstel van de effecten van eerdere dumping

(58)

Uit de hierboven onderzochte indicatoren blijkt dat de economische en financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie, ondanks de instelling van de antidumpingmaatregelen in 2005, erg kwetsbaar is gebleven ingevolge de overweldigende aanwezigheid van laaggeprijsde Chinese goederen op de Uniemarkt. Deze reeds precaire situatie werd duidelijk schadelijk in 2009 en het TNO, toen een aanzienlijke daling van het verbruik in de Unie de volle omvang van de negatieve druk van de Chinese invoer met dumping duidelijk maakte. Tijdens die periode daalden de productie en de verkoop van de bedrijfstak van de Unie namelijk sterker dan het verbruik in de Unie, waardoor de bedrijfstak van de Unie dus nog aanzienlijk meer marktaandeel verloor. Tijdens dezelfde periode en ondanks de maatregelen is het marktaandeel van de invoer uit de VRC verder gestegen en werden Chinese producten verder ingevoerd tegen prijzen die aanzienlijk lager waren dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Tijdens het TNO is de winst van de bedrijfstak van de Unie verder gedaald. De bedrijfstak van de Unie kon zich bijgevolg niet herstellen van de gevolgen van de dumping en zijn situatie verslechterde nog verder tijdens het TNO.

4.16.   Conclusies

(59)

Ondanks de geldende antidumpingmaatregelen hebben enkele belangrijke indicatoren zich tussen 2007 en het eind van het TNO negatief ontwikkeld: de winstgevendheid daalde met 4,9 procentpunten, de productie en verkoop liepen met respectievelijk 35 % en 50 % terug, de bezettingsgraad nam met 35 % af, waarna ook het aantal werknemers daalde. Hoewel een deel van deze negatieve ontwikkelingen wellicht valt te verklaren door de sterke daling van het verbruik met bijna 40 % in de beoordelingsperiode, zijn de verdere afkalving van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie (– 4 procentpunten tussen 2007 en het eind van het TNO) en de constante groei van het marktaandeel van de invoer uit de VRC duidelijke tekenen die wijzen op de stijgende druk die wordt uitgeoefend door de invoer met dumping uit de VRC. Aangezien de Chinese invoer op de markt van de Unie reeds een quasimonopolie heeft bereikt, kan een verdere toename van de Chinese invoer, ook wegens de zeer lage prijzen, de bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie onder het minimum brengen dat nodig is om de sector levensvatbaar te houden. In dit verband wordt eraan herinnerd dat, zoals reeds vermeld in overweging 47, twee producenten in de Unie zich tijdens de beoordelingsperiode verplicht zagen de productie van handpallettrucks stop te zetten.

(60)

In zijn opmerkingen bij de mededeling van feiten en overwegingen argumenteerde een Chinese producent-exporteur dat bepaalde indicatoren, waaronder productie, verkoopvolume, winstgevendheid, bezettingsgraad en werkgelegenheid, voor de bedrijfstak van de Unie in feite niet op een negatieve ontwikkeling wijzen. De onderneming had echter alleen gekeken naar de ontwikkeling tussen 2009 en het eind van het TNO, terwijl voor de beoordeling van de schade de algemene ontwikkeling van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode, d.w.z. tussen 2007 en het eind van het TNO, in aanmerking moet worden genomen. Zoals hierboven uiteengezet (zie de overwegingen 43 tot en met 49), ontwikkelden alle door de Chinese exporteur vermelde schade-indicatoren zich tijdens de beoordelingsperiode in negatieve zin.

(61)

Dezelfde exporteur argumenteerde bovendien dat de Commissie geen onderscheid had gemaakt tussen de door de invoer met dumping veroorzaakte schadelijke effecten en andere effecten, met name de ineenstorting van de vraag ingevolge de economische crisis. Hoewel het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode inderdaad met 40 % is gedaald, slaagden Chinese exporteurs er ten koste van de bedrijfstak van de Unie in aanzienlijk aan marktaandeel te winnen. Er zij op gewezen dat de gevolgen van de invoer met dumping, zoals uiteengezet in overweging 58, bovendien schadelijker waren tijdens de periode van zwakke vraag.

Bijgevolg wordt geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie, ondanks de geldende antidumpingmaatregelen, in het TNO aanmerkelijke schade heeft geleden.

5.   Gevolgen van de invoer met dumping en andere factoren

5.1.   Gevolgen van de invoer met dumping

(62)

Ondanks de daling van het verbruik in de Europese Unie tijdens de beoordelingsperiode zijn de hoeveelheden die uit het betrokken land werden ingevoerd niet in dezelfde mate gedaald, waardoor de invoer uit de VRC zijn marktaandeel verder heeft vergroot. Aangezien de Chinese producenten-exporteurs geen medewerking hebben verleend, zijn de prijsonderbiedings- en de prijsbederfmarge berekend op basis van de beste gegevens die beschikbaar waren; die gegevens werden uit verschillende bronnen verkregen, namelijk van Eurostat, uit offertes van Chinese producenten-exporteurs die door de indieners van het verzoek zijn verstrekt, en uitvoerfacturen verkregen van douaneautoriteiten van de lidstaten. Er werd vastgesteld dat de invoer uit het betrokken land de prijzen van de bedrijfstak van de Unie duidelijk onderbood, afhankelijk van de informatiebron namelijk met 43 % tot 78 %.

5.2.   Invoer uit andere landen

(63)

De invoer uit andere landen is zeer beperkt en daalde tussen 2007 en het eind van het TNO met nog eens 79 %. Ook het marktaandeel van andere landen nam tijdens het TNO af. Met het oog op de vertrouwelijkheid (twee producenten vormen de bedrijfstak van de Unie) worden de gegevens hieronder slechts in geïndexeerde vorm gepresenteerd.

Tabel 15

 

2007

2008

2009

TNO

Omvang van de invoer uit andere landen (stuks)

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

60

6

21

Marktaandeel van de invoer uit andere landen

 

 

 

 

Index (2007 = 100)

100

71

12

34

6.   Conclusie

(64)

Zoals aangetoond in overweging 41 is het marktaandeel van de invoer uit het betrokken land tijdens de beoordelingsperiode gegroeid, ondanks een aanzienlijke daling van het verbruik in de Unie. Daardoor groeide het marktaandeel van de Chinese invoer tot 83 % van het verbruik in de Unie tijdens het TNO. Deze verhoogde druk qua volumes, ondanks een algemeen dalende vraag, viel samen met zeer lage prijzen van de Chinese invoer in de Unie, die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk onderboden. Bijgevolg wordt geconcludeerd dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de invoer met dumping uit de VRC en de tijdens het TNO door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade.

F.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DE SCHADE

1.   Opmerkingen vooraf

(65)

Zoals al is opgemerkt, heeft de bedrijfstak van de Unie zich door de instelling van antidumpingmaatregelen slechts ten dele van de geleden schade kunnen herstellen.

2.   Waarschijnlijke ontwikkeling van de Chinese uitvoer indien de maatregelen worden ingetrokken

(66)

Zoals in overweging 27 is vermeld, beschikt de VRC over zeer grote productiecapaciteiten. De productieniveaus in 2008 en 2009, respectievelijk 1,5 miljoen eenheden en 800 000 eenheden, vertegenwoordigen reeds meer dan het dubbele van de hele Uniemarkt. Bovendien werd slechts een beperkt deel van de Chinese productie (14 % in 2008 en 23 % in 2009) op de Chinese binnenlandse markt verkocht. Indien de maatregelen worden ingetrokken, kunnen aanzienlijke extra hoeveelheden Chinese handpallettrucks naar de markt van de Unie worden verlegd.

(67)

Zoals vermeld in overweging 31 stemmen de Chinese prijzen bij uitvoer naar de EU over het algemeen overeen met de gemiddelde Chinese prijzen bij uitvoer naar alle derde landen. Er kan echter worden geconcludeerd dat minstens een deel van de Chinese uitvoer naar andere derde landen dan de EU of de VS (40 % van de totale Chinese uitvoer) naar de EU kan worden verlegd indien de maatregelen worden ingetrokken. Een dergelijke ontwikkeling is niet alleen waarschijnlijk omdat hogere prijzen kunnen worden gevraagd wanneer er geen maatregelen gelden, maar met name ook wegens de fragmentatie van deze uitvoer naar derde landen. Gezien het belang van de Uniemarkt en de reeds bestaande verkoopkanalen, zou één uitvoerbestemming comfortabeler zijn dan uitvoer naar tal van verschillende landen.

3.   Conclusie

(68)

In het licht van de bevindingen in de overwegingen 66 en 67 wordt geconcludeerd dat de tijdens het TNO vastgestelde aanmerkelijke schade zich waarschijnlijk zal voortzetten indien de maatregelen worden ingetrokken. Dat zal de economische en financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk verder verslechteren en kan het bestaan ervan op middellange termijn zelfs bedreigen.

G.   BELANG VAN DE UNIE

1.   Inleiding

(69)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de hele Unie. Het belang van de Unie werd bepaald aan de hand van een afweging van de belangen van de betrokkenen, namelijk die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de gebruikers.

(70)

Bij het oorspronkelijke onderzoek werden antidumpingmaatregelen niet in strijd met het belang van de Unie geacht. Bovendien kan nu, omdat het om een nieuw onderzoek gaat waarbij een situatie wordt onderzocht waarin al antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, worden nagegaan of die maatregelen ongewenste negatieve gevolgen voor de betrokken partijen hebben.

(71)

Op basis hiervan werd onderzocht of er, ondanks de vastgestelde waarschijnlijkheid van voortzetting van schade veroorzakende dumping, duidelijk kan worden geconcludeerd dat handhaving van de maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie is.

2.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(72)

De bedrijfstak van de Unie heeft in de beoordelingsperiode voortdurend aan marktaandeel ingeboet, terwijl het marktaandeel van de invoer uit het betrokken land juist aanzienlijk toenam. Twee van de oorspronkelijk vier producenten in de Unie hebben de productie van het onderzochte product stopgezet. Bovendien leed de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode aanmerkelijke schade. Zonder maatregelen zou de bedrijfstak van de Unie zich nu waarschijnlijk in een nog ongunstiger situatie bevinden.

3.   Belang van de importeurs en de gebruikers

(73)

Geen enkele niet-verbonden importeur of gebruiker met wie contact werd opgenomen, bleek bereid mee te werken. Er wordt aan herinnerd dat bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat de instelling van maatregelen geen grote gevolgen zou hebben voor de gebruikers. Ondanks het feit dat vijf jaar lang maatregelen van toepassing waren, zijn de importeurs/gebruikers in de Unie hun handpallettrucks hoofdzakelijk grotendeels uit de VRC blijven betrekken. Ook is er niets naar voren gebracht waaruit zou blijken dat het moeilijk was andere bronnen te vinden. Bovendien wordt erop gewezen dat de gebruikers die aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt een neutrale positie innamen wat de instelling van maatregelen betrof en er werd geconcludeerd dat handpallettrucks voor hun activiteiten van weinig belang waren. Tijdens dit nieuwe onderzoek is uit niets het tegendeel gebleken. Derhalve wordt geconcludeerd dat handhaving van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk geen ernstige gevolgen heeft voor de importeurs/gebruikers in de Unie. Indien de maatregelen worden ingetrokken, kan de invoer met dumping uit China in feite de Uniemarkt voor handpallettrucks monopoliseren.

4.   Conclusie

(74)

Gezien het bovenstaande kan niet duidelijk worden geconcludeerd dat de handhaving van de huidige antidumpingmaatregelen niet in het belang van de Unie zou zijn.

H.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(75)

Alle partijen zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie wil aanbevelen de bestaande maatregelen te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Wanneer deze opmerkingen gegrond waren, werd er rekening mee gehouden.

(76)

In zijn opmerkingen na de mededeling van feiten en overwegingen benadrukte de bedrijfstak van de Unie dat de dumping- en prijsonderbiedingsmarges die tijdens het nieuwe onderzoek zijn vastgesteld veel hoger liggen dan in het oorspronkelijke onderzoek en dat de druk van de invoer met dumping uit de VRC toenam. De bedrijfstak van de Unie argumenteerde bijgevolg dat de Commissie ook moet overwegen de hoogte van de antidumpingrechten te herzien. Gezien deze opmerkingen en de bevindingen van dit nieuwe onderzoek wordt de mogelijkheid overwogen een volledig tussentijds nieuw onderzoek te openen dat beperkt is tot dumping.

(77)

Uit het bovenstaande volgt dat de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan van oorsprong uit de VRC overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd. Er wordt aan herinnerd dat deze maatregelen uit ad-valoremrechten van verschillende hoogte bestaan.

(78)

Er wordt aan herinnerd dat de thans opnieuw onderzochte maatregelen bij Verordening (EG) nr. 499/2009 werden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product dat is verzonden vanuit Thailand en al dan niet is aangegeven als van oorsprong uit Thailand. In dit verband zijn in het kader van het nieuwe onderzoek geen nieuwe elementen naar voren gebracht. Het definitieve antidumpingrecht van 46,7 % dat „voor alle andere ondernemingen” geldt en van toepassing is op de invoer van oorsprong uit de VRC moet daarom worden uitgebreid tot de invoer van hetzelfde product verzonden vanuit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand.

(79)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in de verordening met naam worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het betrokken product dat door deze ondernemingen en dus door de specifiek vermelde juridische entiteiten is vervaardigd. Deze rechten zijn niet van toepassing op het ingevoerde betrokken product dat is vervaardigd door andere, niet specifiek in het dispositief van deze verordening met naam en adres genoemde ondernemingen, ook al gaat het hierbij om entiteiten die verbonden zijn met de specifiek genoemde ondernemingen; op die producten is het recht van toepassing dat geldt voor „alle andere ondernemingen”.

(80)

Verzoeken in verband met de toepassing van een individueel antidumpingrecht (bijvoorbeeld na een naamswijziging van de onderneming of na de oprichting van een nieuwe productie- of handelsmaatschappij) moeten onverwijld aan de Commissie (8) worden gericht en vergezeld gaan van alle relevante gegevens, met name over wijzigingen in de activiteiten van de onderneming die verband houden met de productie, de binnenlandse verkoop en de uitvoer die bijvoorbeeld tot die naamswijziging of de oprichting van een productie- of handelsmaatschappij hebben geleid. Indien het verzoek gerechtvaardigd is, zal de verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd door bijwerking van de lijst van ondernemingen waarvoor een individueel recht geldt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 (Taric-codes 8427900011 en 8427900019) en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8431200011 en 8431200019), van oorsprong uit de Volksrepubliek China. In deze verordening worden onder handpallettrucks toestellen verstaan met een door wielen ondersteunde hefvork die gebruikt worden om pallets te verplaatsen en die door een persoon te voet met behulp van een beweegbare dissel manueel geduwd, getrokken en gestuurd worden op een glad, vlak en hard oppervlak. De handpallettrucks zijn uitsluitend bestemd om ladingen met behulp van de als pomp gebruikte dissel hoog genoeg op te heffen om ze te kunnen verplaatsen. Ze hebben geen andere extra functies of gebruiksdoeleinden, zoals bijvoorbeeld i) ladingen verplaatsen en heffen om ze hoger te plaatsen of te helpen opslaan (hoogheffende pallettrucks), ii) pallets boven elkaar stapelen (stapelaars), iii) ladingen tot een werkplatform heffen (schaarpallettrucks) of iv) ladingen heffen en wegen (weegpallettrucks).

2.   De definitieve antidumpingrechten, die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven producten, geproduceerd door onderstaande ondernemingen, zijn als volgt:

Onderneming

Recht

(%)

Aanvullende Taric-code

Ningbo Liftstar Material Transport Equipment Factory, Zhouyi Village, Zhanqi Town, Yin Zhou District, Ningbo City, Zhejiang Province, 315144, VRC

32,2

A600

Ningbo Ruyi Joint Stock Co. Ltd, 656 North Taoyuan Road, Ninghai, Zhejiang Province, 315600, VRC

28,5

A601

Ningbo Tailong Machinery Co. Ltd, Economic Developing Zone, Ninghai, Ningbo City, Zhejiang Province, 315600, VRC

39,9

A602

Zhejiang Noblelift Equipment Joint Stock Co. Ltd, 58, Jing Yi Road, Economy Development Zone, Changxin, Zhejiang Province, 313100, VRC

7,6

A603

Alle andere ondernemingen

46,7

A999

3.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”, zoals vastgesteld in lid 2, wordt uitgebreid tot handpallettrucks en essentiële onderdelen daarvan, d.w.z. het chassis en de hydraulische onderdelen, zoals nader gedefinieerd in lid 1, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8427 90 00 en ex 8431 20 00 (Taric-codes 8427900011 en 8431200011) verzonden uit Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Thailand.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 10 oktober 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

A. KRASZEWSKI


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  PB L 189 van 21.7.2005, blz. 1.

(3)  PB L 192 van 19.7.2008, blz. 1.

(4)  PB L 151 van 16.6.2009, blz. 1.

(5)  PB C 70 van 19.3.2010, blz. 29.

(6)  PB C 196 van 20.7.2010, blz. 15.

(7)  Gegevens van Eurostat. In 2007 en 2008 werd een deel van de Chinese producten aangegeven als van oorsprong uit Thailand, tot in 2008 antiontwijkingsmaatregelen ten aanzien van de invoer uit Thailand werden ingesteld. Deze invoer uit Thailand werd bijgevolg opgeteld bij de invoer uit het betrokken land, wat de gegevens voor 2007 en 2008 in tabel 2 licht beïnvloedde.

(8)  Europese Commissie, Directoraat-generaal Handel, Directoraat H, 1049 Brussel, BELGIË.


13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1009/2011 VAN DE COMMISSIE

van 12 oktober 2011

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 13 oktober 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 oktober 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

58,3

EC

36,3

MA

46,5

MK

42,0

ZZ

45,8

0707 00 05

AL

65,0

MK

64,2

TR

132,0

ZZ

87,1

0709 90 70

TR

123,3

ZZ

123,3

0805 50 10

AR

68,2

BR

38,2

CL

60,5

TR

70,3

UY

56,8

ZA

80,8

ZZ

62,5

0806 10 10

BR

245,1

CL

79,6

MK

85,4

PE

228,3

TR

116,1

US

275,5

ZA

65,0

ZZ

156,4

0808 10 80

CL

69,1

CN

86,4

NZ

123,4

ZA

92,8

ZZ

92,9

0808 20 50

CL

85,4

CN

55,3

TR

107,9

ZZ

82,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1010/2011 VAN DE COMMISSIE

van 12 oktober 2011

houdende vaststelling van een aanvaardingspercentage voor de afgifte van uitvoercertificaten, afwijzing van uitvoercertificaataanvragen en houdende schorsing van de mogelijkheid tot het indienen van uitvoercertificaataanvragen voor buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose

DE EUROPESE COMMISSIE

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name artikel 7 sexies juncto artikel 9, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 61, eerste alinea, onder d), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 mag suiker die in een verkoopseizoen boven het in artikel 56 van die verordening bedoelde quotum wordt geproduceerd, slechts worden uitgevoerd binnen de door de Commissie vast te stellen kwantitatieve grens.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 372/2011 van de Commissie van 15 april 2011 tot vaststelling van de kwantitatieve grens voor de uitvoer van buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose tot het einde van het verkoopseizoen 2011/2012 (3) is die kwantitatieve grens vastgesteld. Deze verordening is slechts van toepassing vanaf 1 januari 2012 en dus is de kwantitatieve grens voor de uitvoer van buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose tot het einde van het verkoopseizoen 2011/2012 slechts van toepassing vanaf die datum.

(3)

Voor het verkoopseizoen 2011/2012 moet derhalve een aanvaardingspercentage worden vastgesteld op nul voor de hoeveelheden die zijn aangevraagd van 3 oktober 2011 tot en met 7 oktober 2011 en moet de indiening van uitvoercertificaataanvragen voor suiker en isoglucose worden geschorst. Voor het verkoopseizoen 2011/2012 moeten alle uitvoercertificaataanvragen voor suiker en isoglucose die zijn ingediend op 10, 11, 12, 13 en 14 oktober 2011 dienovereenkomstig worden afgewezen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor het verkoopseizoen 2011/2012 worden de uitvoercertificaten voor buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose waarvoor aanvragen zijn ingediend in de periode van 3 oktober 2011 tot en met 7 oktober 2011, afgegeven voor de aangevraagde hoeveelheden waarop een aanvaardingspercentage van 0 % is toegepast.

2.   Voor het verkoopseizoen 2011/2012 worden de aanvragen voor uitvoercertificaten voor buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose die op 10, 11, 12, 13 en 14 oktober 2011 zijn ingediend, afgewezen.

3.   Voor het verkoopseizoen 2011/2012 wordt het indienen van aanvragen voor uitvoercertificaten voor buiten het quotum geproduceerde suiker en isoglucose en isoglucose geschorst voor de periode van 17 oktober 2011 tot en met 31 december 2011.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 oktober 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 102 van 16.4.2011, blz. 8.


BESLUITEN

13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/15


BESLUIT VAN DE RAAD

van 10 oktober 2011

tot benoeming van een Roemeens lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

(2011/672/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien de voordracht van de Roemeense regering,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 13 september 2010 heeft de Raad Besluit 2010/570/EU, Euratom tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2010 tot en met 20 september 2015 (1) vastgesteld.

(2)

Een zetel van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité is vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Sorin Cristian STAN,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De heer Liviu LUCA, Confederația Națională a Sindicatelor Libere din România FRĂȚIA wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 20 september 2015.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 10 oktober 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

A. KRASZEWSKI


(1)  PB L 251 van 25.9.2010, blz. 8.


13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/16


BESLUIT VAN DE RAAD

van 10 oktober 2011

tot benoeming van een Duits lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité

(2011/673/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien de voordracht van de Duitse regering,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 13 september 2010 heeft de Raad Besluit 2010/570/EU, Euratom tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2010 tot en met 20 september 2015 (1) vastgesteld.

(2)

Een zetel van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité is vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Thomas ILKA,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Dr. Sabine HEPPERLE, Leiterin der Vertretung des DIHK bei der EU wordt benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 20 september 2015.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 10 oktober 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

A. KRASZEWSKI


(1)  PB L 251 van 25.9.2010, blz. 8.


13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/17


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 12 oktober 2011

tot wijziging van Beschikking 2004/558/EG wat de status van bepaalde administratieve regio’s in Duitsland als vrij van infectieuze boviene rhinotracheïtis betreft

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 7165)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/674/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (1), en met name artikel 9, lid 2, en artikel 10, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 64/432/EEG bevat regels voor het handelsverkeer in runderen binnen de Unie. In artikel 9 wordt bepaald dat een lidstaat die een bindend nationaal programma voor de bestrijding van een van de in bijlage E (II) bij die richtlijn genoemde besmettelijke ziekten heeft, dat programma aan de Commissie ter goedkeuring kan voorleggen. Tot die ziekten behoort infectieuze boviene rhinotracheïtis. Infectieuze boviene rhinotracheïtis is de beschrijving van de opvallendste klinische symptomen van een infectie met het boviene herpesvirus van het type 1 (BHV1).

(2)

Artikel 9 van Richtlijn 64/432/EEG voorziet ook in de vaststelling van de aanvullende garanties die in het handelsverkeer binnen de Unie kunnen worden geëist.

(3)

Bovendien wordt in artikel 10 van Richtlijn 64/432/EEG bepaald dat, wanneer een lidstaat van oordeel is dat zijn grondgebied geheel of gedeeltelijk vrij is van een van de in bijlage E (II) bij die richtlijn genoemde ziekten, hij de Commissie in het bezit stelt van de nodige bewijsstukken. Dat artikel voorziet ook in de vaststelling van de aanvullende garanties die in het handelsverkeer binnen de Unie kunnen worden geëist.

(4)

Beschikking 2004/558/EG van de Commissie van 15 juli 2004 tot uitvoering van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voor wat betreft aanvullende garanties voor het intracommunautaire handelsverkeer in runderen ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis en de goedkeuring van de door sommige lidstaten ingediende uitroeiingsprogramma’s (2) keurt de programma’s voor de bestrijding en uitroeiing van BHV1 goed die zijn ingediend door de in bijlage I bij die beschikking vermelde lidstaten voor de in die bijlage opgenomen regio’s, waarvoor overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 64/432/EEG aanvullende garanties gelden.

(5)

Bovendien bevat bijlage II bij Beschikking 2004/558/EG een lijst van de regio’s van de lidstaten, die als vrij van BHV1 worden beschouwd en waarvoor overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 64/432/EEG aanvullende garanties gelden.

(6)

Momenteel zijn alle regio’s van Duitsland, met uitzondering van de Regierungsbezirke Oberpfalz, Oberfranken, Mittelfranken en Unterfranken in de deelstaat Beieren, opgenomen in de lijst van bijlage I bij Beschikking 2004/558/EG. Die vier administratieve regio’s in de deelstaat Beieren worden als BHV1-vrij beschouwd, en zijn derhalve thans opgenomen in bijlage II bij die beschikking.

(7)

Duitsland heeft thans verzocht om de overige administratieve regio’s van de deelstaat Beieren, namelijk de Regierungsbezirke Oberbayern, Niederbayern en Schwaben, als BHV1-vrij te beschouwen en de aanvullende garanties overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 64/432/EEG tot die administratieve regio’s uit te breiden.

(8)

Op grond van de evaluatie van de door die lidstaat overgelegde bewijsstukken behoeven die drie BHV1-vrije Regierungsbezirke niet langer te worden opgenomen in de lijst van bijlage I bij Beschikking 2004/558/EG, maar moeten zij worden vermeld in bijlage II en moet de toepassing van de overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 64/432/EEG vastgestelde aanvullende garanties tot hen worden uitgebreid.

(9)

Beschikking 2004/558/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij Beschikking 2004/558/EG worden vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 oktober 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64.

(2)  PB L 249 van 23.7.2004, blz. 20.


BIJLAGE

BIJLAGE I

Lidstaat

Regio’s van de lidstaten waarvoor overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 64/432/EEG aanvullende garanties ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis gelden

Tsjechië

Alle regio’s

Duitsland

Alle regio’s, behalve de deelstaat Beieren

Italië

De autonome regio Friuli Venezia Giulia

De autonome provincie Trento

BIJLAGE II

Lidstaat

Regio’s van de lidstaten waarvoor overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 64/432/EEG aanvullende garanties ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis gelden

Denemarken

Alle regio’s

Duitsland

De deelstaat Beieren

Italië

De provincie Bolzano

Oostenrijk

Alle regio’s

Finland

Alle regio’s

Zweden

Alle regio’s


13.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/19


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 12 oktober 2011

tot wijziging van Beschikking 2003/467/EG wat betreft de verklaring dat Letland officieel vrij van tuberculose is en dat bepaalde administratieve regio's in Portugal officieel vrij van enzoötische boviene leukose zijn

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 7186)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/675/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (1), en met name bijlage A, hoofdstuk I, punt 4, en bijlage D, hoofdstuk I, punt E,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 64/432/EEG is van toepassing op het handelsverkeer in runderen en varkens binnen de Unie. Bij die richtlijn wordt bepaald onder welke voorwaarden een lidstaat of gebied van een lidstaat officieel tuberculosevrij en officieel vrij van enzoötische boviene leukose kan worden verklaard ten aanzien van de rundveebeslagen.

(2)

De bijlagen I en III bij Beschikking 2003/467/EG van de Commissie van 23 juni 2003 houdende erkenning van bepaalde lidstaten en delen van lidstaten als officieel tuberculosevrij, officieel brucellosevrij en officieel vrij van enzoötische boviene leukose ten aanzien van de rundveebeslagen (2) bevatten lijsten van de lidstaten en regio's van lidstaten die officieel vrij van tuberculose respectievelijk officieel vrij van enzoötische boviene leukose zijn verklaard.

(3)

Letland heeft bij de Commissie bewijsstukken ingediend waaruit blijkt dat voor het gehele grondgebied van die lidstaat wordt voldaan aan de in Richtlijn 64/432/EEG vastgestelde voorwaarden voor de erkenning van de officieel tuberculosevrije status.

(4)

Na evaluatie van de door Letland ingediende bewijsstukken moet het hele Letse grondgebied als officieel tuberculosevrij worden erkend.

(5)

Portugal heeft bij de Commissie bewijsstukken ingediend waaruit blijkt dat voor de administratieve regio's (regiões) Algarve en Alentejo wordt voldaan aan de in Richtlijn 64/432/EEG vastgestelde voorwaarden voor de erkenning van de status als officieel vrij van enzoötische boviene leukose.

(6)

Na evaluatie van de door Portugal ingediende bewijsstukken moeten de onder deze administratieve regio's vallende gebieden (distritos) als officieel van enzoötische boviene leukose vrije delen van Portugal worden erkend.

(7)

Beschikking 2003/467/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en III bij Beschikking 2003/467/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 oktober 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64.

(2)  PB L 156 van 25.6.2003, blz. 74.


BIJLAGE

De bijlagen I en III bij Beschikking 2003/467/EG worden als volgt gewijzigd:

a)

In bijlage I wordt hoofdstuk 1 vervangen door:

HOOFDSTUK 1

Officieel tuberculosevrije lidstaten

ISO-code

Lidstaat

BE

België

CZ

Tsjechië

DK

Denemarken

DE

Duitsland

EE

Estland

FR

Frankrijk

LV

Letland

LU

Luxemburg

NL

Nederland

AT

Oostenrijk

PL

Polen

SI

Slovenië

SK

Slowakije

FI

Finland

SE

Zweden”

b)

In bijlage III, hoofdstuk 2, worden de gegevens betreffende Portugal vervangen door:

„In Portugal:

Região Algarve: alle distritos;

Região Algarve: alle distritos;

Região Autónoma dos Açores.”.