ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2011.254.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 254

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
30 september 2011


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit 2011/640/GBVB van de Raad van 12 juli 2011 betreffende de ondertekening en de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius inzake de voorwaarden waaronder piraterijverdachten en in beslag genomen goederen door de Europese Unie geleide zeemacht worden overgedragen aan de Republiek Mauritius, en inzake de positie van de verdachten na de overdracht

1

Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius betreffende de voorwaarden voor de overdracht van piraterij verdachte personen en bijbehorende in beslag genomen goederen van de door de Europese Unie geleide zeemacht aan de Republiek Mauritius en over de omstandigheden van personen die verdacht worden van piraterij na de overdracht

3

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 969/2011 van de Commissie van 29 september 2011 tot opening van een nieuw onderzoek ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad (tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea) met het oog op de vaststelling of een Koreaanse exporteur van die maatregelen kan worden vrijgesteld, of het antidumpingrecht ten aanzien van de invoer afkomstig van die exporteur kan worden ingetrokken en of die invoer moet worden geregistreerd

7

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 970/2011 van de Commissie van 29 september 2011 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

10

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 971/2011 van de Commissie van 29 september 2011 tot vaststelling van de representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker voor het verkoopseizoen 2011/2012

12

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 972/2011 van de Commissie van 29 september 2011 tot vaststelling, voor de sector suiker, van de vanaf 1 oktober 2011 geldende representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor melasse

14

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 973/2011 van de Commissie van 29 september 2011 inzake het minimumdouanerecht dat moet worden vastgesteld naar aanleiding van de vijfde deelinschrijvingen in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 634/2011 geopende openbare inschrijving

16

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit 2011/641/GBVB van de Raad van 29 september 2011 houdende wijziging van Besluit 2010/573/GBVB inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië

18

 

 

2011/642/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 29 september 2011 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit de Volksrepubliek China

20

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Richtlijn 2011/72/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2011 tot wijziging van Richtlijn 2000/25/EG wat betreft de voorschriften voor trekkers die in het kader van de flexibele regeling in de handel zijn gebracht (PB L 246 van 23.9.2011)

22

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/1


BESLUIT 2011/640/GBVB VAN DE RAAD

van 12 juli 2011

betreffende de ondertekening en de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius inzake de voorwaarden waaronder piraterijverdachten en in beslag genomen goederen door de Europese Unie geleide zeemacht worden overgedragen aan de Republiek Mauritius, en inzake de positie van de verdachten na de overdracht

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name artikel 37, en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 218, leden 5 en 6,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 2 juni 2008 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1816 (2008) aangenomen, waarbij alle staten worden opgeroepen samen te werken bij de bepaling van de rechtsmacht en het onderzoek naar en de vervolging van personen die zich schuldig maken aan piraterij en gewapende overvallen in de Somalische wateren. De VNVR heeft deze bepalingen in vervolgresoluties herhaald.

(2)

Op 10 november 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB inzake een militaire operatie van de Europese Unie aangenomen, teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (1) (operatie „Atalanta”).

(3)

Krachtens artikel 12 van Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB kunnen in de territoriale wateren van Somalië gevangen genomen personen die ervan verdacht worden daden van piraterij of gewapende overvallen te beogen, te begaan of te hebben begaan, alsmede de goederen die tot uitvoering van deze daden gediend hebben, met het oog op de uitoefening van rechterlijke bevoegdheden worden overgedragen aan een derde staat die rechtsmacht wil uitoefenen ten aanzien van de bovengenoemde personen en goederen, mits de voorwaarden voor deze overdracht die met deze derde staat zijn overeengekomen, zijn vastgesteld overeenkomstig het toepasselijk internationaal recht, daaronder begrepen het internationaal recht inzake de mensenrechten, om in het bijzonder te waarborgen dat deze personen niet worden onderworpen aan de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling.

(4)

Ingevolge het besluit van 22 maart 2010 houdende machtiging door de Raad, heeft de HV onderhandelingen geopend over een overeenkomst, op grond van artikel 37 VEU, tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius inzake de voorwaarden waaronder piraterijverdachten en in beslag genomen goederen door de door de Europese Unie geleide zeemacht worden overgedragen aan de Republiek Mauritius, en inzake de positie van de verdachten na de overdracht („de overeenkomst”).

(5)

Deze overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius inzake de voorwaarden waaronder piraterijverdachten en in beslag genomen goederen door de door de Europese Unie geleide zeemacht worden overgedragen aan de Republiek Mauritius, en inzake de positie van de verdachten na de overdracht, wordt namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Unie te binden.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in artikel 11, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (2).

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 12 juli 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

J. VINCENT-ROSTOWSKI


(1)  PB L 301 van 12.11.2008, blz. 33.

(2)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.


VERTALING

OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius betreffende de voorwaarden voor de overdracht van piraterij verdachte personen en bijbehorende in beslag genomen goederen van de door de Europese Unie geleide zeemacht aan de Republiek Mauritius en over de omstandigheden van personen die verdacht worden van piraterij na de overdracht

DE EUROPESE UNIE (EU),

enerzijds, en

DE REPUBLIEK MAURITIUS,

hierna „Mauritius” genoemd,

anderzijds,

hierna „de partijen” te noemen,

IN AANMERKING NEMEND:

de Resoluties 1814 (2008), 1838 (2008), 1846 (2008) en 1851 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN), en de resoluties die daarop het vervolg vormen,

het VN-Verdrag inzake het recht van de zee (UNCLOS) van 1982, met name de artikelen 100 tot en met 107 en artikel 110,

Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van 10 november 2008 inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (1) (operatie „EUNAVFOR Atalanta”), als gewijzigd bij Besluit 2009/907/GBVB van de Raad van 8 december 2009 (2),

het internationale recht betreffende de mensenrechten, met inbegrip van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966 en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

dat deze overeenkomst de rechten en verplichtingen van de partijen krachtens internationale overeenkomsten en andere instrumenten tot instelling van internationale tribunalen, waaronder het statuut van het Internationaal Strafhof, onverlet laat,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

Doel

Deze overeenkomst bevat de voorwaarden en nadere bepalingen voor:

a)

de overdracht van personen die ervan worden verdacht daden van piraterij te begaan of te hebben begaan dan wel hiertoe een poging te hebben ondernomen binnen het gebied waarin EUNAVFOR opereert, op volle zee, buiten de territoriale wateren van Mauritius, Madagaskar, de Comoren, de Seychellen en het eiland Réunion, en die door EUNAVFOR worden vastgehouden;

b)

de overdracht van de bijbehorende door EUNAVFOR in beslag genomen goederen, van EUNAVFOR aan Mauritius; en

c)

de behandeling van overgedragen personen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)   „door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR)”: het militaire hoofdkwartier van de Europese Unie en de nationale contingenten die bijdragen tot de operatie Atalanta van de EU, alsmede hun schepen, luchtvaartuigen en goederen;

b)   „operatie”: de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en ondersteuning van de militaire missie die is vastgesteld bij Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de Europese Unie en/of de missies ter voortzetting daarvan;

c)   „nationale contingenten”: de eenheden en schepen van de lidstaten van de Europese Unie, zoals aangegeven door de EU, en van andere staten die aan de operatie deelnemen;

d)   „zendstaat”: een staat die een nationaal contingent voor EUNAVFOR levert;

e)   „piraterij”: piraterij als omschreven in artikel 101 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee;

f)   „overgedragen persoon”: eenieder die ervan wordt verdacht daden van piraterij te begaan of te hebben begaan dan wel een poging daartoe te hebben ondernomen, en die krachtens de onderhavige overeenkomst door EUNAVFOR aan Mauritius is overgedragen.

Artikel 3

Algemene beginselen

1.   Op verzoek van EUNAVFOR kan Mauritius de overdracht van door EUNAVFOR in verband met piraterij vastgehouden personen en de bijbehorende door EUNAVFOR in beslag genomen goederen aanvaarden en de betrokken personen en goederen met het oog op onderzoek en vervolging overgeven aan zijn bevoegde instanties. Mauritius bepaalt per geval of het instemt met een voorgestelde overdracht en houdt daarbij rekening met alle ter zake doende omstandigheden, zoals de plaats waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

2.   EUNAVFOR draagt personen alleen over aan bevoegde wetshandhavingsinstanties van Mauritius.

3.   Overdrachten worden pas uitgevoerd als de bevoegde wetshandhavingsinstanties van Mauritius binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van door EUNAVFOR toegezonden bewijs besluiten dat er redelijke vooruitzichten zijn op veroordeling van door EUNAVFOR vastgehouden personen.

4.   Het besluit of er redelijke vooruitzichten op veroordeling zijn, wordt door de bevoegde wetshandhavingsinstanties van Mauritius genomen op basis van bewijsmateriaal dat EUNAVFOR via de geëigende communicatiekanalen heeft doen toekomen.

5.   Een overgedragen persoon wordt humaan behandeld overeenkomstig de internationale mensenrechtenverplichtingen die zijn verankerd in de grondwet van Mauritius, zoals het verbod op foltering en wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing en het verbod op willekeurige hechtenis, alsook overeenkomstig de verplichting te zorgen voor een eerlijk proces.

Artikel 4

Behandeling, vervolging en berechting van overgedragen personen

1.   Overeenkomstig de internationale mensenrechtenverplichtingen die zijn verankerd in de grondwet van Mauritius, wordt een overgedragen persoon menselijk behandeld en niet onderworpen aan foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, wordt hij op passende wijze gehuisvest en gevoed, krijgt hij toegang tot medische verzorging en wordt hij in staat gesteld zijn godsdienstige plichten te vervullen.

2.   Een overgedragen persoon wordt terstond voorgeleid aan een rechter of andere magistraat die krachtens de wet bevoegd is rechterlijke macht uit te oefenen, en die zich onverwijld over de wettigheid van zijn aanhouding uitspreekt, en hem in vrijheid doet stellen indien de gevangenhouding niet gerechtvaardigd is.

3.   Een overgedragen persoon heeft het recht binnen een redelijke termijn te worden berecht of in vrijheid te worden gesteld.

4.   Bij de vaststelling van de aanklacht jegens hem heeft iedere overgedragen persoon recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een bij de wet ingestelde bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige rechtbank.

5.   Een overgedragen persoon tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt geacht onschuldig te zijn totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

6.   Bij de vaststelling van de aanklacht jegens hem heeft iedere overgedragen persoon in volle gelijkheid recht op de volgende minimumwaarborgen:

a)

onverwijld, in detail en in een taal die hij begrijpt, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van het hem ten laste gelegde;

b)

te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten voor de voorbereiding van zijn verdediging en te communiceren met de raadsman van zijn keuze;

c)

terecht te staan zonder buitensporige vertraging;

d)

aanwezig te zijn ter terechtzitting, verweer te voeren in persoon of door middel van door hemzelf gekozen rechtsbijstand; ingeval hij geen rechtsbijstand heeft, van het recht daarop in kennis te worden gesteld; en rechtsbijstand toegewezen te krijgen in alle gevallen waarin het belang van de rechtspleging dit vereist, en kosteloos indien betrokkene niet over voldoende middelen beschikt;

e)

kennis te nemen of te doen nemen van alle bewijsstukken tegen hem, met inbegrip van de beëdigde verklaringen van de getuigen op grond waarvan de aanhouding heeft plaatsgevonden, en de verschijning en ondervraging te verkrijgen van getuigen à decharge onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor getuigen à charge;

f)

zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd, niet verstaat of niet spreekt;

g)

niet gedwongen te worden tegen zichzelf te getuigen of schuld te bekennen.

7.   Een overgedragen persoon die voor een misdaad is veroordeeld, heeft het recht overeenkomstig de wetgeving van Mauritius tegen zijn veroordeling en het vonnis bezwaar aan te tekenen of bij een hogere rechtbank in beroep te gaan.

8.   Mauritius kan, na overleg met de EU, overgedragen personen die in Mauritius zijn veroordeeld en daar hun straf uitzitten, overdragen aan een andere staat die garandeert dat hij zich houdt aan bovengenoemde mensenrechtennormen, zodat de persoon in kwestie de rest van zijn straf in die andere staat kan uitzitten. In geval van ernstige bezorgdheid over de mensenrechtensituatie in die andere staat, vindt er geen overdracht plaats zolang overleg tussen de partijen over de geformuleerde bezwaren geen bevredigende oplossing oplevert.

Artikel 5

Doodstraf

Aan een overgedragen persoon mag, overeenkomstig de wet in Mauritius inzake de afschaffing van de doodstraf, geen misdrijf ten laste worden gelegd waarop de doodstraf staat, en aan hem mag geen doodstraf worden opgelegd of voltrokken.

Artikel 6

Gegevens en kennisgevingen

1.   Met betrekking tot iedere overdracht wordt een passend document opgesteld, dat wordt ondertekend door een vertegenwoordiger van EUNAVFOR en een vertegenwoordiger van de bevoegde wetshandhavingsinstanties van Mauritius.

2.   EUNAVFOR verstrekt Mauritius ten aanzien van iedere overgedragen persoon de gegevens betreffende zijn hechtenis. Deze omvatten, voor zover mogelijk, de fysieke toestand van de overgedragen persoon tijdens de hechtenis, het tijdstip van overdracht aan de autoriteiten van Mauritius, de reden voor zijn hechtenis, tijdstip en plaats van begin van de hechtenis en eventuele beslissingen in verband met zijn hechtenis.

3.   Mauritius is verantwoordelijk voor een nauwkeurige administratie van alle overgedragen personen, met ten minste gegevens betreffende eventuele in beslag genomen goederen, de fysieke toestand van de betrokkenen, de plaats van hechtenis, de eventuele tenlastelegging en alle beslissingen van enig belang die in de loop van de vervolging en het proces zijn genomen.

4.   Deze gegevens zijn voor de vertegenwoordigers van de Europese Unie en EUNAVFOR beschikbaar indien zij het ministerie van Buitenlandse Zaken van Mauritius daar schriftelijk om verzoeken.

5.   Daarenboven stelt Mauritius de Europese Unie en EUNAVFOR in kennis van de plaats van hechtenis van iedere uit hoofde van deze overeenkomst overgedragen persoon, alsmede van iedere verslechtering van zijn fysieke toestand en van alle meldingen waarin sprake is van slechte behandeling. Vertegenwoordigers van de Europese Unie en van EUNAVFOR hebben tijdens het voorarrest toegang tot alle krachtens deze overeenkomst overgedragen personen en hebben het recht hen te ondervragen.

6.   Op hun verzoek wordt het nationale en internationale humanitaire instellingen toegestaan personen die uit hoofde van de onderhavige overeenkomst zijn overgedragen, te bezoeken.

7.   Teneinde EUNAVFOR in staat te stellen Mauritius tijdig bij te staan middels de verschijning van getuigen van EUNAVFOR en de overlegging van relevante bewijsstukken, stelt Mauritius EUNAVFOR in kennis van zijn voornemen om jegens een overgedragen persoon een strafproces in te stellen, en deelt Mauritius het tijdschema voor het indienen van de bewijsstukken en het verhoor mede.

Artikel 7

Bijstand door de Europese Unie en EUNAVFOR

1.   EUNAVFOR helpt Mauritius met al zijn middelen en vermogens bij de instructie betreffende en de vervolging van de overgedragen personen.

2.   EUNAVFOR moet met name:

a)

de gegevens betreffende de hechtenis verstrekken overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze overeenkomst;

b)

alle beschikbare bewijsmateriaal verwerken overeenkomstig de wensen van de bevoegde autoriteiten van Mauritius als overeengekomen in de uitvoeringsregelingen van artikel 10;

c)

zorgen voor al dan niet beëdigde getuigenverklaringen door functionarissen van EUNAVFOR die betrokken zijn geweest bij incidenten in verband waarmee personen uit hoofde van de onderhavige overeenkomst zijn overgedragen;

d)

trachten te zorgen voor al dan niet beëdigde getuigenverklaringen door andere getuigen die zich niet in Mauritius bevinden;

e)

alle ter zake doende in beslag genomen goederen, bewijsstukken, foto’s en artikelen met bewijswaarde die in het bezit van EUNAVFOR zijn, overdragen;

f)

zorgen voor de aanwezigheid van getuigen van EUNAVFOR, waar nodig, zodat zij in de rechtbank (of via een televisieverbinding of een ander goedgekeurd elektronisch middel) tijdens het proces kunnen getuigen;

g)

de aanwezigheid van andere getuigen, waar nodig, vergemakkelijken zodat zij in de rechtbank (of via een televisieverbinding of een ander goedgekeurd elektronisch middel) tijdens het proces kunnen getuigen;

h)

de aanwezigheid van de eventueel door de bevoegde autoriteiten van Mauritius verlangde tolken vergemakkelijken zodat zij kunnen helpen bij onderzoeken en processen waarbij overgedragen personen betrokken zijn.

3.   Als deze middelen niet via andere financiële donoren worden geleverd, stellen de partijen middels de toepasselijke procedures uitvoeringsbepalingen op over financiële, technische en andersoortige bijstand met het oog op de overdracht, de hechtenis, het onderzoek, de vervolging en de berechting van overgedragen personen. De uitvoeringsbepalingen betreffen tevens technische en logistieke bijstand aan Mauritius met betrekking tot herziening van de wetgeving, opleiding van onderzoekers en officieren van justitie, onderzoeksprocedures en gerechtelijke procedures, en in het bijzonder bepalingen voor de bewaring en de overdracht van bewijsmateriaal en beroepsprocedure. Daarnaast wordt in deze uitvoeringsbepalingen de repatriëring geregeld van overgedragen personen die zijn vrijgesproken of niet worden vervolgd, alsmede de overbrenging van overgedragen personen voor het uitzitten van hun verdere straf in een andere staat en de repatriëring van overgedragen personen die hun gevangenisstraf in Mauritius hebben uitgezeten.

Artikel 8

Verband met de andere rechten van de overgedragen personen

Niets in deze overeenkomst is bedoeld als een afwijking, of kan worden opgevat als een afwijking, van enig recht van een overgedragen persoon krachtens het toepasselijke nationale of internationale recht.

Artikel 9

Contacten en geschillen

1.   Alle problemen die zich ten aanzien van de toepassing van deze overeenkomst voordoen, worden door de bevoegde autoriteiten van Mauritius en van de Europese Unie gezamenlijk onderzocht.

2.   Bij gebreke van een regeling worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst uitsluitend langs diplomatieke weg opgelost tussen vertegenwoordigers van Mauritius en van de EU.

Artikel 10

Uitvoeringsregelingen

1.   Met het oog op de toepassing van deze overeenkomst kunnen voor operationele, administratieve en technische aangelegenheden uitvoeringsregelingen worden overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten van Mauritius enerzijds en de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en die van de zendstaten anderzijds.

2.   Uitvoeringsregelingen kunnen onder andere betrekking hebben op:

a)

het aanwijzen van de bevoegde wetshandhavingsinstanties van Mauritius waaraan EUNAVFOR personen kan overdragen;

b)

de inrichtingen voor bewaring waar de overgedragen personen worden vastgehouden;

c)

de afhandeling van documenten, waaronder die betreffende bewijsverkrijging, die bij de overdracht van een persoon aan de bevoegde wetshandhavingsinstanties van Mauritius worden overhandigd;

d)

contactpunten voor kennisgevingen;

e)

bij de overdracht te gebruiken formulieren;

f)

het op verzoek van Mauritius verstrekken van technische steun, deskundigheid, opleidingen en andere bijstand, bedoeld in artikel 7, teneinde het doel van deze overeenkomst te bereiken.

Artikel 11

Inwerkingtreding en beëindiging

1.   Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast met ingang van de datum waarop zij wordt ondertekend en treedt in werking zodra alle partijen elkaar hebben laten weten dat zij hun interne procedures voor de bekrachtiging van de overeenkomst hebben afgerond.

2.   Deze overeenkomst blijft van kracht tot de door EUNAVFOR opgegeven datum van beëindiging van de operatie. Niettemin kan iedere partij deze overeenkomst middels een schriftelijke kennisgeving opzeggen. De opzegging wordt van kracht zes maanden na ontvangst van de kennisgeving. Als de Europese Unie oordeelt dat onmiddellijke opzegging van deze overeenkomst gerechtvaardigd is op grond van een wijziging van het materiële strafrecht van Mauritius, zoals vermeld in deze overeenkomst, kan de Europese Unie de overeenkomst opzeggen met ingang van de datum van verzending van de kennisgeving. Een verandering in het materiële strafrecht van Mauritius heeft geen negatieve gevolgen voor personen die reeds uit hoofde van deze overeenkomst zijn overgedragen.

3.   Deze overeenkomst kan worden gewijzigd op basis van schriftelijke overeenstemming tussen de partijen.

4.   De beëindiging van deze overeenkomst heeft geen gevolgen voor de rechten en plichten die uit de uitvoering van deze overeenkomst zijn voortgevloeid voordat deze beëindigd was, zulks met inbegrip van de rechten die in Mauritius in hechtenis gehouden of vervolgde overgedragen personen eraan kunnen ontlenen.

5.   Na beëindiging van de operatie kunnen alle rechten die EUNAVFOR uit hoofde van deze overeenkomst geniet, worden uitgeoefend door een persoon of entiteit die wordt aangewezen door de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. De aangewezen persoon of entiteit kan onder andere het hoofd of een lid van de delegatie van de Europese Unie in Mauritius zijn, of een in Mauritius geaccrediteerde diplomatieke of consulaire functionaris van een lidstaat van de EU. Na beëindiging van de operatie worden alle uit hoofde van de onderhavige overeenkomst aan EUNAVFOR gerichte kennisgevingen gericht aan de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

Gedaan te Port Louis, 14 juli 2011, in twee originele exemplaren, elk in de Engelse taal.

Voor de Europese Unie

Voor Mauritius


(1)  PB L 301 van 12.11.2008, blz. 33; gerectificeerd in PB L 253 van 25.9.2009, blz. 18.

(2)  PB L 322 van 9.12.2009, blz. 27.


VERORDENINGEN

30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/7


VERORDENING (EU) Nr. 969/2011 VAN DE COMMISSIE

van 29 september 2011

tot opening van een nieuw onderzoek ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad (tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 ingestelde definitieve antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Republiek Korea) met het oog op de vaststelling of een Koreaanse exporteur van die maatregelen kan worden vrijgesteld, of het antidumpingrecht ten aanzien van de invoer afkomstig van die exporteur kan worden ingetrokken en of die invoer moet worden geregistreerd

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) ("de antidumpingbasisverordening"), en met name artikel 11, lid 4, artikel 13, lid 4, en artikel 14, lid 5,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   BESTAANDE MAATREGELEN

(1)

De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 (2) antidumpingmaatregelen ingesteld op stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China ("de oorspronkelijke maatregelen"). Bij Verordening (EG) nr. 400/2010 (3) heeft de Raad deze maatregelen uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea ("de uitgebreide maatregelen"), met uitzondering van de invoer verzonden door bepaalde, specifiek genoemde ondernemingen.

(2)

In november 2010 heeft de Commissie een bericht van opening (4) van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stalen kabels van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China gepubliceerd. Zolang dit nieuwe onderzoek niet is afgesloten, blijven de maatregelen van kracht.

B.   VERZOEK OM EEN NIEUW ONDERZOEK

(3)

De Commissie heeft op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de antidumpingbasisverordening een verzoek ontvangen om vrijstelling van de antidumpingmaatregelen die waren uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit de Republiek Korea. Het verzoek is ingediend door SEIL Wire and Cable ("de indiener van het verzoek"), een producent in de Republiek Korea ("het betrokken land").

C.   PRODUCT

(4)

Het verzoek heeft betrekking op stalen kabels, gesloten kabels daaronder begrepen, met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste afmeting van de dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, verzonden vanuit de Republiek Korea ("het betrokken product"), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81, ex 7312 10 83, ex 7312 10 85, ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98.

D.   MOTIVERING VAN HET NIEUWE ONDERZOEK

(5)

De indiener van het verzoek heeft aangevoerd dat hij het betrokken product in het onderzoektijdvak van het onderzoek dat tot de uitbreiding van de maatregelen heeft geleid, namelijk de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009, niet naar de Europese Unie heeft uitgevoerd.

(6)

Bovendien is hij naar eigen zeggen niet verbonden met de producenten-exporteurs op wie de maatregelen van toepassing zijn en heeft hij de maatregelen ten aanzien van stalen kabels van oorsprong uit China niet ontweken.

(7)

Voorts beweert hij eerst na afloop van het onderzoektijdvak van het onderzoek dat tot de uitbreiding van de maatregelen heeft geleid, met de uitvoer van het betrokken product naar de Unie te zijn begonnen.

E.   PROCEDURE

(8)

De bekende betrokken producenten in de Unie zijn van het bovenstaande verzoek in kennis gesteld en hebben daarop kunnen reageren.

(9)

Na onderzoek van het beschikbare bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit voldoende is om een onderzoek te openen op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de antidumpingbasisverordening teneinde vast te stellen of de indiener van het verzoek van de uitgebreide maatregelen kan worden vrijgesteld.

(a)   Vragenlijsten

Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden.

(b)   Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal te verstrekken. Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

F.   INTREKKING VAN HET GELDENDE ANTIDUMPINGRECHT EN REGISTRATIE VAN DE INVOER

(10)

Ingevolge artikel 11, lid 4, van de antidumpingbasisverordening moet het antidumpingrecht dat van toepassing is op de invoer van het betrokken product dat door de indiener van het verzoek wordt geproduceerd en met het oog op uitvoer naar de Europese Unie wordt verkocht, worden ingetrokken.

(11)

Tevens moet de invoer van dit product overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de antidumpingbasisverordening worden geregistreerd om te verzekeren dat de antidumpingrechten met terugwerkende kracht vanaf de datum van opening van dit onderzoek kunnen worden geheven, wanneer bij het onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek deze ontwijkt. In dit stadium kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn.

G.   TERMIJNEN

(12)

Met het oog op een behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen:

belanghebbenden zich bij de Commissie kenbaar kunnen maken, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en hun antwoorden op de in overweging 9, onder a), van deze verordening genoemde vragenlijst alsmede alle andere gegevens waarmee bij het onderzoek rekening moet worden gehouden, kunnen inzenden,

belanghebbenden schriftelijk kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

H.   NIET-MEDEWERKING

(13)

Indien een belanghebbende geen toegang verleent tot de nodige gegevens, deze niet binnen de vastgestelde termijn verstrekt dan wel het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de antidumpingbasisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies, zowel in positieve als in negatieve zin, worden getrokken.

(14)

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze buiten beschouwing gelaten en kan overeenkomstig artikel 18 van de antidumpingbasisverordening gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent, en de conclusies derhalve overeenkomstig artikel 18 van de antidumpingbasisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor hem minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.

I.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(15)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5).

J.   VOOR DE HEARING BEVOEGDE AMBTENAAR

(16)

Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de voor de hearing bevoegde ambtenaar van het directoraat-generaal Handel wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen in procedurele kwesties aangaande de bescherming van hun belangen tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen.

(17)

Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina's van de voor de hearing bevoegde ambtenaar op de website van DG Handel: http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/hearing-officer/,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad wordt een nieuw onderzoek geopend ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad om vast te stellen of de invoer van stalen kabels, gesloten kabels daaronder begrepen, met uitzondering van roestvrijstalen kabels, met een grootste afmeting van de dwarsdoorsnede van meer dan 3 mm, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7312 10 81, ex 7312 10 83, ex 7312 10 85, ex 7312 10 89 en ex 7312 10 98 (TARIC-codes 7312108113, 7312108313, 7312108513, 7312108913 en 7312109813), verzonden vanuit de Republiek Korea en vervaardigd door SEIL Wire and Cable (aanvullende TARIC-code A994), moet worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat is ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad.

Artikel 2

Het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 400/2010 van de Raad ingestelde antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product.

Artikel 3

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad wordt de douaneautoriteiten opgedragen de nodige maatregelen te nemen om de invoer van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product te registreren. De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

Artikel 4

1.   Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders vermeld, binnen 37 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en de antwoorden op de in overweging 9, onder a), genoemde vragenlijst en eventuele andere gegevens verstrekken. Er wordt op gewezen dat de meeste in Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen bovengenoemde termijn kenbaar maakt.

Verzoeken om door de Commissie te worden gehoord moeten schriftelijk binnen dezelfde termijn van 37 dagen worden ingediend.

2.   Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie waarvoor om een vertrouwelijke behandeling wordt verzocht, moeten zijn voorzien van de vermelding "Limited" (6).

Belanghebbenden die informatie met de vermelding "Limited" verstrekken, moeten hiervan krachtens artikel 19, lid 2, van de basisverordening een niet-vertrouwelijke samenvatting indienen, voorzien van de vermelding "For inspection by interested parties". Deze samenvatting moet gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte inlichtingen. Als een belanghebbende die vertrouwelijke inlichtingen verstrekt, geen niet-vertrouwelijke samenvatting daarvan indient met de vereiste vorm en inhoud, kan deze vertrouwelijke informatie buiten beschouwing worden gelaten.

Voor dit onderzoek zal de Commissie gebruikmaken van een elektronisch systeem voor het beheer van documenten. Belanghebbenden dienen alle opmerkingen en verzoeken elektronisch (niet-vertrouwelijke opmerkingen via e-mail, vertrouwelijke op cd-r/dvd) toe te zenden onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer. Volmachten en ondertekende certificaten, die bij de antwoorden op de vragenlijst worden gevoegd, alsmede bijwerkingen daarvan moeten echter op papier, per post of in persoon, op onderstaand adres worden ingediend. Overeenkomstig artikel 18, lid 2, van de basisverordening moet een belanghebbende die zijn opmerkingen en verzoeken niet in elektronische vorm kan indienen, de Commissie daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen. Nadere informatie over de correspondentie met de Commissie vinden belanghebbenden op de volgende pagina van de website van het directoraat-generaal Handel: http://ec.europa.eu/trade/tackling-unfair-trade/trade-defence/.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer: N105 04/092

1049 Brussel

BELGIË

Fax +32 22956505

E-mail: TRADE-STEEL-ROPE-DUMPING@EC.EUROPA.EU

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  PB L 299 van 16.11.2005, blz. 1.

(3)  PB L 117 van 11.05.2010, blz. 1.

(4)  PB C 309 van 13.11.2010, blz. 6.

(5)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(6)  Een "Limited"-document wordt als vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) 1225/2009 van de Raad (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst) beschouwd. Het is ook een beschermd document krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).


30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 970/2011 VAN DE COMMISSIE

van 29 september 2011

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 30 september 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AR

25,3

BR

31,9

MK

26,7

ZZ

28,0

0707 00 05

MK

44,0

TR

111,6

ZZ

77,8

0709 90 70

TR

107,9

ZZ

107,9

0805 50 10

AR

65,8

BR

41,3

CL

65,2

TR

71,3

UY

61,2

ZA

72,4

ZZ

62,9

0806 10 10

CL

71,0

MK

82,2

TR

106,4

ZA

58,9

ZZ

79,6

0808 10 80

CL

73,3

CN

82,6

NZ

98,4

US

83,3

ZA

92,6

ZZ

86,0

0808 20 50

CN

88,7

TR

120,5

ZZ

104,6

0809 30

TR

167,9

ZZ

167,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 971/2011 VAN DE COMMISSIE

van 29 september 2011

tot vaststelling van de representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker voor het verkoopseizoen 2011/2012

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1), en met name artikel 143 juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2) is bepaald dat de cif-prijzen bij invoer van witte suiker en ruwe suiker als „representatieve prijzen” worden beschouwd. Deze prijzen gelden voor de standaardkwaliteit zoals gedefinieerd in bijlage IV, respectievelijk punt II en punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)

Bij de vaststelling van deze representatieve prijzen moet rekening worden gehouden met alle in artikel 23 van Verordening (EG) nr. 951/2006 genoemde gegevens, behalve in de in artikel 24 van die verordening genoemde gevallen.

(3)

Voor de aanpassing van prijzen die geen betrekking hebben op de standaardkwaliteit, dienen voor witte suiker de overeenkomstig artikel 26, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 951/2006 vastgestelde toeslagen of kortingen op de in aanmerking genomen aanbiedingen te worden toegepast. Voor ruwe suiker moeten de aanpassingscoëfficiënten worden toegepast zoals omschreven onder b) van dat lid.

(4)

Indien er een verschil is tussen de reactieprijs voor het betrokken product en de representatieve prijs, moeten aanvullende invoerrechten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(5)

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de betrokken producten moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde producten worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.


BIJLAGE

Representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 99 die gelden met ingang van 1 oktober 2011

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

44,74

0,00

1701 11 90 (1)

44,74

1,48

1701 12 10 (1)

44,74

0,00

1701 12 90 (1)

44,74

1,19

1701 91 00 (2)

47,22

3,30

1701 99 10 (2)

47,22

0,17

1701 99 90 (2)

47,22

0,17

1702 90 95 (3)

0,47

0,23


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 972/2011 VAN DE COMMISSIE

van 29 september 2011

tot vaststelling, voor de sector suiker, van de vanaf 1 oktober 2011 geldende representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor melasse

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europse Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1), en met name artikel 143, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2) is bepaald dat de cif-prijs bij invoer van melasse als „representatieve prijs” wordt beschouwd. Deze prijs geldt voor de standaardkwaliteit als omschreven in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(2)

Bij de vaststelling van de representatieve prijzen moet rekening worden gehouden met alle in artikel 29 van Verordening (EG) nr. 951/2006 genoemde gegevens, behalve in de in artikel 30 van die verordening genoemde gevallen, en deze prijzen mogen, in voorkomend geval, worden vastgesteld overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(3)

Voor de aanpassing van prijzen die geen betrekking hebben op de standaardkwaliteit, dienen de prijzen naargelang de kwaliteit van de aangeboden melasse te worden verhoogd of verlaagd overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(4)

Indien er een verschil is tussen de reactieprijs voor het betrokken product en de representatieve prijs, moeten aanvullende invoerrechten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 951/2006. Bij schorsing van de invoerrechten op grond van artikel 40 van Verordening (EG) nr. 951/2006 moeten specifieke bedragen voor deze rechten worden vastgesteld.

(5)

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de betrokken producten moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EG) nr. 951/2006.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de in artikel 34 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde producten worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.


BIJLAGE

De voor de sector suiker vanaf 1 oktober 2011 geldende representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor melasse

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

Naar aanleiding van de in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde schorsing toe te passen recht per 100 kg netto van het betrokken product (1)

1703 10 00 (2)

12,44

0

1703 90 00 (2)

11,97

0


(1)  Dit bedrag komt overeenkomstig artikel 40 van Verordening (EG) nr. 951/2006 in de plaats van het voor die producten vastgestelde bedrag van het gemeenschappelijke douanetarief.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 951/2006.


30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/16


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 973/2011 VAN DE COMMISSIE

van 29 september 2011

inzake het minimumdouanerecht dat moet worden vastgesteld naar aanleiding van de vijfde deelinschrijvingen in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 634/2011 geopende openbare inschrijving

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 187, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 634/2011 van de Commissie (2) is een permanente openbare inschrijving geopend voor het verkoopseizoen 2010/2011 voor de invoer van suiker van GN-code 1701 tegen een verlaagd douanerecht.

(2)

Overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 634/2011 moet de Commissie, in het licht van de naar aanleiding van een deelinschrijving ontvangen offertes, besluiten al dan niet een minimumdouanerecht per achtcijferige GN-code vast te stellen.

(3)

Op basis van de voor de vijfde deelinschrijving ontvangen offertes moet voor bepaalde onder GN-code 1701 vallende achtcijferige codes voor suiker een minimumdouanerecht worden vastgesteld en moet voor de overige onder die GN-code vallende achtcijferige codes voor suiker geen minimumdouanerecht worden vastgesteld.

(4)

Om de markt snel een signaal te geven en met het oog op een efficiënt beheer van de maatregel, moet de onderhavige verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(5)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de vijfde deelinschrijving in het kader van de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 634/2011 geopende openbare inschrijving, waarvan de termijn voor de indiening van offertes is verstreken op 28 september 2011, wordt voor de onder GN-code 1701 vallende achtcijferige codes voor suiker al dan niet een minimumdouanerecht vastgesteld, zoals is aangegeven in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 170 van 30.6.2011, blz. 21.


BIJLAGE

Minimumdouanerechten

(EUR/t)

Achtcijferige GN-code

Minimumdouanerecht

1

2

1701 11 10

227

1701 11 90

300

1701 12 10

X

1701 12 90

1701 91 00

X

1701 99 10

308,80

1701 99 90

X

(—)

Geen vaststelling van een minimumdouanerecht (alle biedingen afgewezen).

(X)

Geen biedingen.


BESLUITEN

30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/18


BESLUIT 2011/641/GBVB VAN DE RAAD

van 29 september 2011

houdende wijziging van Besluit 2010/573/GBVB inzake beperkende maatregelen tegen de leiders van de regio Transnistrië van de Republiek Moldavië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 27 september 2010 Besluit 2010/573/GBVB (1) vastgesteld.

(2)

Na toetsing van Besluit 2010/573/GBVB wordt het wenselijk geacht de toepassing van de beperkende maatregelen te verlengen tot en met 30 september 2012.

(3)

Om de partijen echter te stimuleren vooruitgang te boeken bij het vinden van een politieke oplossing voor het Transnistrische conflict — het uit de weg ruimen van de resterende problemen in verband met de scholen waar het Latijnse schrift wordt gebruikt, en het herstel van het vrije verkeer van personen —, is het wenselijk de beperkende maatregelen op te schorten tot en met 31 maart 2012. Aan het eind van die periode zal de Raad de beperkende maatregelen opnieuw bezien in het licht van de ontwikkelingen, met name op de hierboven vermelde gebieden. De Raad kan te allen tijde besluiten de reisbeperkingen opnieuw toe te passen of in te trekken.

(4)

De informatie betreffende bepaalde personen die zijn opgenomen op de lijsten in de bijlagen I en II bij Besluit 2010/573/GBVB, moet worden geactualiseerd.

(5)

Besluit 2010/573/GBVB moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2010/573/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Dit besluit is van toepassing tot en met 30 september 2012. Het wordt voortdurend getoetst. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad oordeelt dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.”.

2)

Artikel 4, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De in dit besluit vervatte beperkende maatregelen worden opgeschort tot en met 31 maart 2012. Aan het eind van die periode beziet de Raad de beperkende maatregelen opnieuw.”.

Artikel 2

1.   De vermeldingen voor de volgende personen in bijlage I bij Besluit 2010/573/GBVB:

1.

Oleg Igorjevitsj SMIRNOV;

2.

Oleg Andrejevitsj GOEDYMO;

worden vervangen door de vermeldingen in bijlage I bij dit besluit.

2.   De vermeldingen voor de volgende persoon in bijlage II bij Besluit 2010/573/GBVB:

1.

Alla Viktorovna TSJERBOELENKO;

worden vervangen door de vermeldingen in bijlage II bij dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

M. KOROLEC


(1)  PB L 253 van 28.9.2010, blz. 54.


BIJLAGE I

Entiteiten bedoeld in artikel 2, lid 1

„3.

SMIRNOV, Oleg Igorjevitsj, zoon van nr. 1 en voormalig „adviseur van het Staatscomité voor douanezaken”, voormalig „lid van de Opperste Sovjet”, geboren op 8 augustus 1967 in Novaja Kachovka, oblast Cherson, Oekraïne, Russisch paspoort nr. 60No1907537.”.

„9.

GOEDYMO, Oleg Andrejevitsj, voormalig „lid van de Opperste Sovjet”, voormalig „voorzitter van het Comité voor veiligheid, defensie en vredeshandhaving van de Opperste Sovjet”, voormalig „onderminister van Veiligheid”, geboren op 11 september 1944 in Almaty, Kazachstan, Russisch paspoort nr. 51No0592094.”


BIJLAGE II

Entiteiten bedoeld in artikel 2, lid 2

„3.

TSJERBOELENKO, Alla Viktorovna, voormalig „plaatsvervangend hoofd van de overheidsdiensten van Rybnitsa”, bevoegd voor onderwijsvraagstukken.”


30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/20


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 29 september 2011

tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit de Volksrepubliek China

(2011/642/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

(1)

Op 5 november 2010 ontving de Europese Commissie („Commissie”) een klacht overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening over schadeveroorzakende dumping van bepaalde grafietelektrodesystemen („grafietelektroden”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China („China”); deze klacht was ingediend door de European Carbon and Graphite Association („de klager”) namens producenten die goed zijn voor een groot deel, namelijk meer dan 50 %, van de totale productie in de Unie van grafietelektrodesystemen.

(2)

De klacht bevatte voorlopig bewijsmateriaal inzake dumping en daaruit voortvloeiende aanmerkelijke schade dat toereikend werd geacht om tot de inleiding van een antidumpingprocedure over te gaan.

(3)

Na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2) een antidumpingprocedure ingeleid met betrekking tot de invoer in de Unie van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit China.

(4)

De Commissie heeft de producenten-exporteurs in China, de haar bekende betrokken importeurs, handelaren, gebruikers en verenigingen, de autoriteiten van China en alle haar bekende producenten in de Unie in kennis gesteld van de inleiding van de procedure. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord.

(5)

Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

B.   INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE

(6)

Per brief van 8 juli 2011 aan de Commissie heeft de klager zijn klacht formeel ingetrokken.

(7)

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van de basisverordening kan de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit strijdig is met het belang van de Unie.

(8)

In dit verband wordt opgemerkt dat de Commissie geen redenen heeft gevonden die erop duiden dat beëindiging niet in het belang van de Unie is, terwijl de belanghebbenden evenmin redenen hebben aangevoerd. Derhalve was de Commissie van oordeel dat deze procedure moet worden beëindigd. De belanghebbenden werden hiervan in kennis gesteld en zij kregen de gelegenheid opmerkingen te maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen dat beëindiging van de procedure niet in het belang van de Unie zou zijn.

(9)

De Commissie komt derhalve tot de conclusie dat de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde grafietelektrodesystemen van oorsprong uit de Volksrepubliek China moet worden beëindigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde grafietelektroden van de soort die voor elektrische ovens wordt gebruikt, met een schijnbare dichtheid van 1,5 g/cm3 of meer en een elektrische weerstand van 7 μΩ.m of minder, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8545 11 00, en nippels voor dergelijke elektroden, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8545 90 90, van oorsprong uit de Volksrepubliek China wordt hierbij beëindigd.

Artikel 2

Het besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 september 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  PB C 343 van 17.12.2010, blz. 24.


Rectificaties

30.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 254/22


Rectificatie van Richtlijn 2011/72/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2011 tot wijziging van Richtlijn 2000/25/EG wat betreft de voorschriften voor trekkers die in het kader van de flexibele regeling in de handel zijn gebracht

( Publicatieblad van de Europese Unie L 246 van 23 september 2011 )

Bladzijde 2, artikel 2, lid 1, eerste zin:

in plaats van:

„1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 24 september 2011 …”,

te lezen:

„1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 24 september 2012 …”.