ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2011.160.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 160

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
18 juni 2011


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2011/349/EU

 

*

Besluit van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking

1

Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

3

 

 

2011/350/EU

 

*

Besluit van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen

19

Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

21

 

 

2011/351/EU

 

*

Besluit van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

37

Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

39

 

*

Nota over de inwerkingtreding van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

50

 

*

Informatie betreffende de inwerkingtreding van het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

50

 

*

Informatie betreffende de inwerkingtreding, tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein, van het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

51

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 583/2011 van de Raad van 9 juni 2011 tot wijziging van de lijsten van insolventie- en liquidatieprocedures en curatoren die zijn opgenomen in de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures en houdende codificatie van de bijlagen A, B en C bij die verordening

52

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 584/2011 van de Commissie van 17 juni 2011 tot goedkeuring van niet-minimale wijzigingen van het productdossier voor een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Grana Padano (BOB))

65

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011 van de Commissie van 17 juni 2011 tot vaststelling van tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de sector groenten en fruit

71

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 586/2011 van de Commissie van 17 juni 2011 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

80

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 587/2011 van de Commissie van 17 juni 2011 tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

82

 

 

BESLUITEN

 

 

2011/352/EU

 

*

Besluit van de Raad van 9 juni 2011 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in het Vorstendom Liechtenstein

84

 

 

2011/353/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 17 juni 2011 tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Unie in de uitgaven voor de spoedmaatregelen ter bestrijding van aviaire influenza in Duitsland in 2007 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 4161)

88

 

 

2011/354/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 17 juni 2011 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met het genetisch gemodificeerde katoen GHB614 (BCS-GHØØ2-5) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 4177)  ( 1 )

90

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 7 maart 2011

betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, met name betreffende de justitiële samenwerking in strafzaken en de politiële samenwerking

(2011/349/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, artikel 79, lid 2, onder c), artikel 82, lid 1, onder b) en d), artikel 87, leden 2 en 3, de artikelen 89 en 114 in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ingevolge de op 27 februari 2006 verleende machtiging aan het voorzitterschap, bijgestaan door de Commissie, zijn de onderhandelingen afgerond die werden gevoerd met het Vorstendom Liechtenstein en de Zwitserse Bondsstaat over een Protocol betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

(2)

Overeenkomstig Besluit 2008/261/EG (1) en Besluit 2008/262/JBZ (2) van de Raad en behoudens sluiting op een later tijdstip, is het protocol op 28 februari 2008 namens de Europese Unie ondertekend.

(3)

Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is.

(4)

Het protocol dient te worden goedgekeurd.

(5)

Wat de ontwikkeling van het Schengenacquis betreft dat onder titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, dient Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (3), mutatis mutandis te worden toegepast op de betrekkingen met Liechtenstein.

(6)

Het Verenigd Koninkrijk neemt aan dit besluit deel overeenkomstig artikel 5, lid 1, van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, en artikel 8, lid 2, van Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (4).

(7)

Ierland neemt aan dit besluit deel overeenkomstig artikel 5, lid 1, van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (5).

(8)

Dit besluit laat de positie van Denemarken overeenkomstig het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, onverlet,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de bijbehorende documenten worden namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van het protocol en van de bijbehorende documenten is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op de gebieden die onder de in artikel 2, leden 1 en 2, van het protocol bedoelde bepalingen vallen alsmede op de ontwikkeling daarvan, voor zover deze bepalingen in Besluit 2000/365/EG en Besluit 2002/192/EG van de Raad worden vermeld.

Artikel 3

De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 4 van Besluit 1999/437/EG zijn op dezelfde manier van toepassing op de wijze waarop Liechtenstein wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Artikel 4

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om namens de Europese Unie de in artikel 9 van het protocol genoemde akte van goedkeuring neer te leggen, waarmee de instemming van de Europese Unie om door het protocol gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht, en om onderstaande kennisgeving te doen:

„Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is, en vanaf diezelfde datum oefent zij alle rechten van de Europese Gemeenschap uit en neemt zij al haar verplichtingen over. Daarom dienen in het protocol en in de overeenkomst, waar passend, verwijzingen naar „de Europese Gemeenschap” te worden gelezen als verwijzingen naar „de Europese Unie”.”.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 6

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 7 maart 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

CZOMBA S.


(1)  Besluit 2008/261/EG van de Raad van 28 februari 2008 betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 3).

(2)  Besluit 2008/262/JBZ van de Raad van 28 februari 2008 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 5).

(3)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(4)  PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(5)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.


PROTOCOL

tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

DE EUROPESE UNIE

en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP

en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT

en

HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN,

hierna „de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

GEZIEN de op 26 oktober 2004 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (1) („de associatieovereenkomst”),

ERAAN HERINNEREND dat in artikel 16 van de associatieovereenkomst wordt bepaald dat het Vorstendom Liechtenstein via een protocol tot deze overeenkomst kan toetreden,

GEZIEN de geografische ligging van het Vorstendom Liechtenstein,

OVERWEGENDE dat de nauwe betrekkingen tussen het Vorstendom Liechtenstein en de Zwitserse Bondsstaat hebben geleid tot een ruimte zonder controles aan de binnengrenzen tussen het Vorstendom Liechtenstein en de Zwitserse Bondsstaat,

GEZIEN de wens van het Vorstendom Liechtenstein om met alle Schengenlanden een ruimte zonder grenscontroles tot stand te brengen en te handhaven en om dus betrokken te worden bij het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat bij de op 18 mei 1999 door de Raad van Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst (2), deze beide staten werden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat het wenselijk is het Vorstendom Liechtenstein op voet van gelijkheid met IJsland, Noorwegen en Zwitserland te betrekken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein een protocol moet worden gesloten dat soortgelijke rechten en verplichtingen bevat als die welke zijn overeengekomen tussen enerzijds de Raad van de Europese Unie en anderzijds IJsland, Noorwegen en Zwitserland,

OVERWEGENDE dat de bepalingen van titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap alsmede de besluiten die op grond van deze titel zijn aangenomen, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken, en dat de besluiten tot ontwikkeling van het Schengenacquis uit hoofde van die titel die Denemarken in zijn nationale wetgeving heeft omgezet alleen verplichtingen volgens internationaal recht kunnen scheppen tussen Denemarken en de andere lidstaten,

OVERWEGENDE dat Ierland alsmede het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland overeenkomstig de besluiten uit hoofde van het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, deelnemen aan enkele bepalingen van het Schengenacquis (3),

OVERWEGENDE dat het noodzakelijk is ervoor te zorgen dat de staten die de Europese Unie heeft betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis dit acquis ook toepassen in hun onderlinge betrekkingen,

OVERWEGENDE dat het voor de goede werking van het Schengenacquis vereist is dat dit protocol gelijktijdig wordt toegepast met de overeenkomsten tussen de verschillende partijen die zijn betrokken bij of deelnemen aan de uitvoering en de ontwikkeling van het Schengenacquis ter regeling van hun onderlinge betrekkingen,

GEZIEN het Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland (4) wordt ingediend,

INDACHTIG HET FEIT dat er een verband bestaat tussen het Schengenacquis en het acquis communautaire inzake de vaststelling van criteria en mechanismen om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat wordt ingediend en inzake de instelling van het Eurodac-systeem,

OVERWEGENDE dat dit verband vereist dat het Schengenacquis gelijktijdig wordt toegepast met het acquis communautaire inzake de vaststelling van criteria en mechanismen om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat wordt ingediend en inzake de instelling van het Eurodac-systeem,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

In overeenstemming met artikel 16 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis treedt het Vorstendom Liechtenstein (hierna „Liechtenstein” genoemd) tot de associatieovereenkomst toe onder de in dit protocol vermelde voorwaarden.

Deze toetreding schept wederzijdse rechten en verplichtingen tussen de overeenkomstsluitende partijen volgens de hierbij vastgestelde regels en procedures.

Artikel 2

1.   De in de bijlagen A en B bij de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis genoemde bepalingen van het Schengenacquis worden, voor zover zij van toepassing zijn op de lidstaten van de Europese Unie, door Liechtenstein uitgevoerd en toegepast onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.

2.   Daarnaast worden de in de bijlage bij dit protocol genoemde bepalingen van de besluiten van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap die bepalingen van het Schengenacquis hebben vervangen of ontwikkeld door Liechtenstein uitgevoerd en toegepast.

3.   De besluiten en maatregelen die de Europese Unie en de Europese Gemeenschap aannemen tot wijziging of ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis, en waarop de in de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis, in samenhang met dit protocol, vastgestelde procedures zijn toegepast, worden onverminderd het bepaalde in artikel 5 ook aanvaard, uitgevoerd en toegepast door Liechtenstein.

Artikel 3

De rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 3, leden 1 tot en met 4, de artikelen 4 tot en met 6, 8 tot en met 10, artikel 11, leden 2 tot en met 4, en in artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis, zijn van toepassing op Liechtenstein.

Artikel 4

Het voorzitterschap van het bij artikel 3 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ingestelde gemengd comité wordt op het niveau van de deskundigen uitgeoefend door de vertegenwoordiger van de Europese Unie. Op het niveau van de hoge ambtenaren en ministers wordt het voorzitterschap afwisselend voor een periode van zes maanden uitgeoefend respectievelijk door de vertegenwoordiger van de Europese Unie en door de vertegenwoordiger van de regering van Liechtenstein of Zwitserland.

Artikel 5

1.   De aanneming van nieuwe besluiten of maatregelen betreffende de in artikel 2 bedoelde aangelegenheden wordt voorbehouden aan de bevoegde instellingen van de Europese Unie. Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2, treden die besluiten of maatregelen gelijktijdig in werking voor de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de betrokken lidstaten alsmede voor Liechtenstein, tenzij in de betrokken besluiten of maatregelen uitdrukkelijk anders is bepaald. In dit verband wordt naar behoren rekening gehouden met de termijn die Liechtenstein in het gemengd comité heeft verklaard nodig te hebben om in staat te zijn aan zijn grondwettelijke verplichtingen te voldoen.

2.

a)

De Raad van de Europese Unie (hierna „de Raad” genoemd) stelt Liechtenstein onverwijld in kennis van de aanneming van de in lid 1 bedoelde besluiten of maatregelen waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast. Liechtenstein beslist of het de inhoud ervan aanvaardt en of het die in zijn interne rechtsorde omzet. Deze beslissing worden binnen dertig dagen na de aanneming van de betrokken besluiten of maatregelen ter kennis gebracht van de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna „de Commissie” genoemd).

b)

Indien de inhoud van dergelijke besluiten of maatregelen voor Liechtenstein pas bindend kan worden nadat aan zijn grondwettelijke verplichtingen is voldaan, deelt Liechtenstein de Raad en de Commissie zulks bij zijn kennisgeving mee. Liechtenstein deelt de Raad en de Commissie onverwijld schriftelijk mee wanneer aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan. Wanneer geen referendum is vereist, vindt de kennisgeving plaats uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn. Indien een referendum is vereist, beschikt Liechtenstein voor het verrichten van de kennisgeving over een termijn van achttien maanden vanaf de kennisgeving door de Raad. Vanaf de datum waarop het besluit of de maatregel voor Liechtenstein in werking moet treden, tot de mededeling dat aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan, past Liechtenstein, voor zover mogelijk, het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig toe.

Indien Liechtenstein het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig niet kan toepassen en dit problemen oplevert voor de werking van de Schengensamenwerking, wordt de situatie door het gemengd comité onderzocht. De Europese Unie en de Europese Gemeenschap kunnen ten aanzien van Liechtenstein evenredige en noodzakelijke maatregelen nemen om de goede werking van de Schengensamenwerking te waarborgen.

3.   De aanvaarding door Liechtenstein van de in lid 2 bedoelde besluiten en maatregelen schept rechten en verplichtingen tussen enerzijds Liechtenstein en anderzijds de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten, voor zover zij door die besluiten en maatregelen zijn gebonden, alsook Zwitserland.

4.   Indien:

a)

Liechtenstein kennis geeft van zijn beslissing om de inhoud van een besluit of maatregel in de zin van lid 2 waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast, niet te aanvaarden, of

b)

Liechtenstein geen kennisgeving doet binnen de in lid 2, onder a), bedoelde termijn van dertig dagen, of

c)

Liechtenstein geen kennisgeving doet uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn of, in het geval van een referendum, binnen de in lid 2, onder b), vastgestelde termijn van achttien maanden, dan wel niet voorziet in de in datzelfde punt bedoelde voorlopige toepassing vanaf de datum waarop het betrokken besluit of de betrokken maatregel in werking moet treden,

wordt dit protocol geacht te zijn beëindigd, tenzij het gemengd comité, na zorgvuldig onderzoek van de middelen om het protocol voort te zetten, binnen negentig dagen anders besluit. De beëindiging van dit protocol wordt van kracht drie maanden na het verstrijken van de termijn van negentig dagen.

5.

a)

Indien bepalingen van een nieuw besluit of een nieuwe maatregel tot gevolg hebben dat de lidstaten niet langer gemachtigd zijn de uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp in strafzaken of de erkenning van een bevel tot huiszoeking of inbeslagneming van bewijsmiddelen vanuit een andere lidstaat aan de voorwaarden van artikel 51 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst (5) te onderwerpen, kan Liechtenstein de Raad en de Commissie binnen de in lid 2, onder a), bedoelde termijn van dertig dagen meedelen dat het de inhoud van deze bepalingen niet aanvaardt en dat het deze niet zal omzetten in zijn interne rechtsorde, voor zover deze bepalingen van toepassing zijn op verzoeken of bevelen tot huiszoeking en inbeslagneming die betrekking hebben op onderzoeken of vervolgingen van delicten op het gebied van de directe belastingen, die indien zij in Liechtenstein zijn gepleegd naar Liechtensteins recht niet strafbaar zouden zijn met een vrijheidsstraf. In dit geval wordt dit protocol niet geacht te zijn beëindigd, in tegenstelling tot het bepaalde in lid 4.

b)

Op verzoek van een van zijn leden komt het gemengd comité uiterlijk twee maanden na dit verzoek bijeen en bespreekt het, rekening houdend met de ontwikkelingen op internationaal niveau, de situatie die is ontstaan als gevolg van de kennisgeving overeenkomstig het bepaalde onder a).

Zodra het gemengd comité unaniem een akkoord heeft bereikt over de volledige aanvaarding en omzetting door Liechtenstein van de relevante bepalingen van het nieuwe besluit of de nieuwe maatregel, zijn lid 2, onder b), en de leden 3 en 4 van toepassing. De informatie waarnaar in lid 2, onder b), eerste zin, wordt verwezen, wordt binnen dertig dagen na het in het gemengd comité bereikte akkoord verstrekt.

Artikel 6

Bij de nakoming van zijn verplichting met betrekking tot het Schengeninformatiesysteem en het Visuminformatiesysteem, kan Liechtenstein de technische infrastructuur van Zwitserland gebruiken om toegang te krijgen tot deze systemen.

Artikel 7

Voor de administratieve kosten van de toepassing van dit protocol draagt Liechtenstein jaarlijks aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een bedrag bij van 0,071 % van 8 100 000 EUR, met dien verstande dat dit bedrag jaarlijks wordt aangepast overeenkomstig het inflatiepercentage voor de Europese Unie.

Artikel 8

1.   Dit protocol laat de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en alle andere tussen de Europese Gemeenschap en Liechtenstein gesloten overeenkomsten onverlet.

2.   Dit protocol laat de overeenkomsten tussen enerzijds Liechtenstein en anderzijds één of meer lidstaten onverlet, voor zover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

3.   Dit protocol laat alle eventuele toekomstige overeenkomsten tussen Liechtenstein en de Europese Gemeenschap of tussen enerzijds de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en anderzijds Liechtenstein of de eventuele overeenkomsten op grond van de artikelen 24 en 38 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, onverlet.

4.   Dit protocol laat de overeenkomsten tussen Liechtenstein en Zwitserland onverlet, voor zover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

Artikel 9

1.   Dit protocol treedt in werking een maand na de dag waarop de secretaris-generaal van de Raad, die optreedt als depositaris, heeft vastgesteld dat alle formaliteiten zijn vervuld waarmee door of namens de overeenkomstsluitende partijen kenbaar wordt gemaakt dat zij ermee instemmen door dit protocol gebonden te zijn.

2.   De artikelen 1 en 4 en artikel 5, lid 2, onder a), eerste zin, van dit protocol en de rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 3, leden 1 tot en met 4, en in de artikelen 4 tot en met 6 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis zijn vanaf de datum van ondertekening van dit protocol voorlopig van toepassing op Liechtenstein.

3.   Wat de na de ondertekening, doch vóór de inwerkingtreding van dit protocol aangenomen besluiten of maatregelen betreft, gaat de in artikel 5, lid 2, onder a), laatste zin, bedoelde termijn van dertig dagen in op de dag van inwerkingtreding van dit protocol.

Artikel 10

1.   De in artikel 2 bedoelde bepalingen worden door Liechtenstein ten uitvoer gelegd op een datum die de Raad vaststelt met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten die alle in artikel 2 bedoelde bepalingen toepassen, na overleg in het gemengd comité, en nadat hij zich ervan heeft vergewist dat Liechtenstein aan de voorwaarden voor de uitvoering van de relevante bepalingen voldoet.

De leden van de Raad die de regeringen van Ierland, respectievelijk het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vertegenwoordigen, nemen aan de aanneming van dit besluit deel voor zover het betrekking heeft op de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop gebaseerde of daarmee samenhangende besluiten waaraan deze lidstaten deelnemen.

De leden van de Raad die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten waarvoor overeenkomstig hun Toetredingsverdrag slechts een deel van de in artikel 2 bedoelde bepalingen van toepassing is, nemen aan de aanneming van dit besluit deel voor zover het betrekking heeft op de bepalingen van het Schengenacquis die reeds van toepassing zijn in deze lidstaten.

2.   De toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen schept rechten en verplichtingen tussen enerzijds Zwitserland en Liechtenstein en anderzijds tussen Liechtenstein en, naargelang van het geval, de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten, voor zover zij door die bepalingen zijn gebonden.

3.   Dit protocol wordt slechts toegepast indien ook de door Liechtenstein te sluiten overeenkomsten in de zin van artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ten uitvoer worden gelegd.

4.   Bovendien wordt dit protocol slechts toegepast indien ook het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 11

1.   Dit protocol kan worden opgezegd door Liechtenstein of Zwitserland dan wel bij besluit van de Raad met eenparigheid van stemmen van zijn leden. De depositaris wordt in kennis gesteld van de opzegging, die zes maanden na de kennisgeving van kracht wordt.

2.   Ingeval Zwitserland dit protocol of de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis opzegt of ingeval de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ten aanzien van Zwitserland wordt beëindigd, blijven de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis en dit protocol van toepassing op de betrekkingen tussen enerzijds de Europese Unie en de Europese Gemeenschap en anderzijds Liechtenstein. In een dergelijk geval, besluit de Raad na raadpleging van Liechtenstein tot de nodige maatregelen. Die maatregelen zijn evenwel slechts bindend voor Liechtenstein indien deze door hem worden aanvaard.

3.   Dit protocol wordt geacht te zijn beëindigd indien Liechtenstein een van de door Liechtenstein gesloten overeenkomsten in de zin van artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis of het in artikel 10, lid 4, bedoelde protocol opzegt.

Artikel 12

Dit protocol is opgesteld in drie exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben geplaatst.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми февруари две хиляди и осма година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de febrero de dos mil ocho.

V Bruselu dne dvacátého osmého února dva tisíce osm.

Udfærdiget i Bruxelles den otteogtyvende februar to tusind og otte.

Geschehen zu Brüssel am achtundzwanzigsten Februar zweitausendacht.

Kahe tuhande kaheksanda aasta veebruarikuu kahekümne kaheksandal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις είκοσι οκτώ Φεβρουαρίου δύο χιλιάδες οκτώ.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of February in the year two thousand and eight.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit février deux mille huit.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto febbraio duemilaotto.

Briselē, divtūkstoš astotā gada divdesmit astotajā februārī.

Priimta du tūkstančiai aštuntų metų vasario dvidešimt aštuntą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-nyolcadik év február huszonnyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, fit-tmienja u għoxrin jum ta’ Frar tas-sena elfejn u tmienja.

Gedaan te Brussel, de achtentwintigste februari tweeduizend acht.

Sporządzono w Brukseli dnia dwudziestego ósmego lutego roku dwa tysiące ósmego.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Fevereiro de dois mil e oito.

Încheiat la Bruxelles, la douăzeci și opt februarie în anul două mii opt.

V Bruseli dňa dvadsiateho ôsmeho februára dvetisícosem.

V Bruslju, dne osemindvajsetega februarja leta dva tisoč osem.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä helmikuuta vuonna kaksituhattakahdeksan.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde februari tjugohundraåtta.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā

Europos Sajungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

På Europeiska unionens vägnar

Image

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

Az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération Suisse

Per la Confederazione svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Államszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Żvizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suíça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarskou konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image

За Княжество Лихтенщайн

Por el Principado de Liechtenstein

Za Lichtenštejnské knížectví

For Fyrstendømmet Liechtenstein

Für das Fürstentum Liechtenstein

Liechtensteini Vürstiriigi nimel

Για το Πριγκιπάτο του Λιχτενστάιν

For the Principality of Liechtenstein

Pour la Principauté de Liechtenstein

Per il Principato del Liechtenstein

Lihtenšteinas Firstistes vārdā

Lichtenšteino Kunigaikštystės vardu

A Liechtensteini Hercegség részéről

Għall-Prinċipat ta’ Liechtenstein

Voor het Vorstendom Liechtenstein

W imieniu Księstwa Liechtensteinu

Pelo Principado do Liechtenstein

Pentru Principatul Liechtenstein

Za Lichtenštajnské kniežatstvo

Za Kneževino Lihtenštajn

Liechtensleinin ruhtinaskunnan puolesta

För Furstendömet Liechtenstein

Image


(1)  PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(2)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(3)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20 en PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(4)  Zie bladzijde 39 van dit Publicatieblad.

(5)  Het Schengenacquis — Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19).

BIJLAGE

Bijlage bij het Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

Liechtenstein zal vanaf de door de Raad overeenkomstig artikel 10 vastgestelde datum de volgende besluiten als bedoeld in artikel 2, lid 2, toepassen:

Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1); beschikking van de Commissie van 28 februari 2005 tot vaststelling van de technische specificaties in verband met de normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (C(2005) 409 definitief) en beschikking van de Commissie van 28 juni 2006 tot vaststelling van de technische specificaties in verband met de normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (C(2006) 2909 definitief);

Besluit 2005/211/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 68 van 15.3.2005, blz. 44);

Besluit 2005/719/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 271 van 15.10.2005, blz. 54);

Besluit 2005/727/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 273 van 19.10.2005, blz. 25);

Besluit 2006/228/JBZ van de Raad van 9 maart 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 81 van 18.3.2006, blz. 45);

Besluit 2006/229/JBZ van de Raad van 9 maart 2006 tot vaststelling van de datum van toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 81 van 18.3.2006, blz. 46);

Besluit 2006/631/JBZ van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 256 van 20.9.2006, blz. 18);

Beschikking 2005/267/EG van de Raad van 16 maart 2005 betreffende de totstandbrenging van een beveiligd op internet gebaseerd informatie- en coördinatienetwerk voor de migratiebeheersdiensten van de lidstaten (PB L 83 van 1.4.2005, blz. 48);

Besluit van de Commissie van 15 december 2005 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Beschikking 2005/267/EG van de Raad betreffende de totstandbrenging van een beveiligd op internet gebaseerd informatie- en coördinatienetwerk voor de migratiebeheersdiensten van de lidstaten (C(2005) 5159 definitief);

Verordening (EG) nr. 851/2005 van de Raad van 2 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 3);

Besluit 2005/451/JBZ van de Raad van 13 juni 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van enige bepalingen van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 158 van 21.6.2005, blz. 26);

Verordening (EG) nr. 1160/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, voor wat betreft de toegang tot het Schengeninformatiesysteem voor de diensten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 18);

Aanbeveling 2005/761/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot vergemakkelijking van de afgifte van eenvormige visa voor een verblijf van korte duur aan onderzoekers die onderdaan zijn van een derde land en die zich met het oog op wetenschappelijk onderzoek verplaatsen in de Gemeenschap (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 23);

Beschikking 2005/687/EG van de Commissie van 29 september 2005 betreffende het standaardformaat voor verslagen over de activiteiten van de netwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en over de situatie in het ontvangende land ter zake van illegale immigratie (PB L 264 van 8.10.2005, blz. 8);

Besluit 2005/728/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 273 van 19.10.2005, blz. 26);

Verordening (EG) nr. 2046/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende maatregelen ter vereenvoudiging van de procedures voor de aanvraag en afgifte van visa voor de leden van de Olympische familie die deelnemen aan de Olympische en/of Paralympische Winterspelen van 2006 in Turijn (PB L 334 van 20.12.2005, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1);

Beschikking 2006/440/EG van de Raad van 1 juni 2006 houdende wijziging van bijlage 12 bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies en van bijlage 14 a bij het Gemeenschappelijk Handboek met betrekking tot de legesrechten ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van visumaanvragen (PB L 175 van 29.6.2006, blz. 77);

Besluit 2006/628/EG van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van artikel 1, punten 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 256 van 20.9.2006, blz. 15);

Beschikking 2006/648/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot vaststelling van de technische specificaties betreffende de normen voor biometrische kenmerken in verband met de ontwikkeling van het visuminformatiesysteem (PB L 267 van 27.9.2006, blz. 41);

Rectificatie bij Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 271 van 30.9.2006, blz. 85);

Beschikking 2006/757/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot wijziging van het Sirenehandboek (PB L 317 van 16.11.2006, blz. 1);

Besluit 2006/758/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot wijziging van het Sirenehandboek (PB L 317 van 16.11.2006, blz. 41);

Beschikking 2006/684/EG van de Raad van 5 oktober 2006 houdende wijziging van bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies betreffende de visumplicht voor houders van Indonesische diplomatieke en dienstpaspoorten (PB L 208 van 12.10.2006, blz. 29);

Beschikking 2006/752/EG van de Commissie van 3 november 2006 tot vaststelling van de locaties voor het Visuminformatiesysteem gedurende de ontwikkelingsfase (PB L 305 van 4.11.2006, blz. 13);

Aanbeveling van de Commissie van 6 november 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk „Praktisch handboek voor grenswachters (Schengenhandboek)” voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de uitvoering van grenstoezicht op personen (C(2006) 5186 definitief);

Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 89. Rectificatie in PB L 75 van 15.3.2007, blz. 26);

Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4);

Verordening (EG) nr. 1931/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van regels inzake klein grensverkeer aan de landbuitengrenzen van de lidstaten en tot wijziging van de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst ( PB L 405 van 30.12.2006, blz. 1. Rectificatie in PB L 29 van 3.2.2007, blz. 3);

Verordening (EG) nr. 1932/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van deze plicht zijn vrijgesteld (PB L 405 van 30.12.2006, blz. 23. Rectificatie in PB L 29 van 3.2.2007, blz. 10);

Verordening (EG) nr. 1988/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2424/2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 1. Rectificatie in PB L 27 van 2.2.2007, blz. 3);

Besluit 2006/1007/JBZ van de Raad van 21 december 2006 tot wijziging van Besluit 2001/886/JBZ betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 78. Rectificatie in PB L 27 van 2.2.2007, blz. 43);

Beschikking 2007/170/EG van de Commissie van 16 maart 2007 tot vaststelling van de netwerkvereisten voor het Schengeninformatiesysteem II (eerste pijler) (PB L 79 van 20.3.2007, blz. 20);

Besluit 2007/171/EG van de Commissie van 16 maart 2007 tot vaststelling van de netwerkvereisten voor het Schengeninformatiesysteem II (derde pijler) (PB L 79 van 20.3.2007, blz. 29);

Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22);

Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63);

Besluit 2007/472/EG van de Raad van 25 juni 2007 tot wijziging van het besluit van het Uitvoerend Comité, opgericht bij de Schengenovereenkomst van 1990, betreffende de wijziging van het financieel reglement betreffende de kosten voor de installatie en exploitatie van de technisch ondersteunende functie van het Schengeninformatiesysteem (C.SIS) (PB L 179 van 7.7.2007, blz. 50);

Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad wat betreft dat mechanisme en de regeling van de taken en bevoegdheden van uitgezonden functionarissen (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 30);

Beschikking 2007/519/EG van de Raad van 16 juli 2007 tot wijziging van deel 2 van het Schengen-raadplegingsnetwerk (Technische specificaties) (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 26);

Beschikking 2007/599/EG van de Commissie van 27 augustus 2007 tot uitvoering van Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de goedkeuring van strategische richtsnoeren voor de periode 2007-2013 (PB L 233 van 5.9.2007, blz. 3);

Beschikking 2007/866/EG van de Raad van 6 december 2007 tot wijziging van deel 1 van het Schengen-raadplegingsnetwerk (Technische specificaties) (PB L 340 van 22.12.2007, blz. 92).


SLOTAKTE

De gevolmachtigden

van de EUROPESE UNIE

en

van de EUROPESE GEMEENSCHAP

en

van de ZWITSERSE BONDSSTAAT

en

van het VORSTENDOM LIECHTENSTEIN,

hierna „de betrokken partijen” genoemd,

bijeengekomen te Brussel op de achtentwintigste dag van februari van het jaar 2008 voor de ondertekening van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse bondsstaat betreffende de associatie van de Zwitserse Bondsstaat met de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, hebben het protocol vastgesteld.

De gevolmachtigden van de overeenkomstsluitende partijen hebben akte genomen van de volgende verklaringen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie;

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende artikel 23, lid 7, van de Overeenkomst van 29 mei 2000 betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (1);

Verklaring van de Europese Gemeenschap en Liechtenstein betreffende de externe betrekkingen;

Verklaring van Liechtenstein betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken;

Verklaring van Liechtenstein betreffende artikel 5, lid 2, onder b);

Verklaring van Liechtenstein inzake de toepassing van het Europese Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het Europees Verdrag betreffende uitlevering;

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013;

Verklaring van de Europese Commissie betreffende de beschikbaarstelling van voorstellen;

Gemeenschappelijke verklaring over gezamenlijke vergaderingen.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā

Europos Sajungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

På Europeiska unionens vägnar

Image

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Államszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Żvizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suíça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarskou konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image

За Княжество Лихтенщайн

Por el Principado de Liechtenstein

Za Lichtenštejnské knížectví

For Fyrstendømmet Liechtenstein

Für das Fürstentum Liechtenstein

Liechtensteini Vürstiriigi nimel

Για το Πριγκιπάτο του Λιχτενστάιν

For the Principality of Liechtenstein

Pour la Principauté de Liechtenstein

Per il Principato del Liechtenstein

Lihtenšteinas Firstistes vārdā

Lichtenšteino Kunigaikštystės vardu

A Liechtensteini Hercegség részéről

Għall-Prinċipat ta’ Liechtenstein

Voor het Vorstendom Liechtenstein

W imieniu Księstwa Liechtensteinu

Pelo Principado do Liechtenstein

Pentru Principatul Liechtenstein

Za Lichtenštajnské kniežatstvo

Za Kneževino Lihtenštajn

Liechtensleinin ruhtinaskunnan puolesta

För Furstendömet Liechtenstein

Image


(1)  PB C 197 van 12.7.2000, blz. 1.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE HET EUROPEES AGENTSCHAP VOOR HET BEHEER VAN DE OPERATIONELE SAMENWERKING AAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE

De overeenkomstsluitende partijen nemen er kennis van dat er nadere regelingen zullen worden afgesproken betreffende de participatie van Zwitserland en Liechtenstein in het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, met als voorbeeld de regelingen die met Noorwegen en IJsland zijn overeengekomen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE ARTIKEL 23, LID 7, VAN DE OVEREENKOMST VAN 29 MEI 2000 BETREFFENDE DE WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN TUSSEN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE

De overeenkomstsluitende partijen komen overeen dat Liechtenstein, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 23, lid 1, onder c), van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, naargelang van het geval, kan eisen dat — tenzij de betrokken lidstaat de toestemming van de betrokkene heeft verkregen — persoonsgegevens alleen na voorafgaande toestemming van Liechtenstein voor de in artikel 23, lid 1, onder a) en b), van deze overeenkomst bedoelde doeleinden mogen worden gebruikt in het kader van procedures waarvoor Liechtenstein de verstrekking of het gebruik van persoonsgegevens had kunnen weigeren of beperken uit hoofde van deze overeenkomst of de in artikel 1 daarvan bedoelde instrumenten.

Indien Liechtenstein in een bepaald geval weigert in te stemmen met het verzoek van een lidstaat overeenkomstig bovengenoemde bepalingen moet het zijn weigering schriftelijk met redenen omkleden.

ANDERE VERKLARINGEN

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE DE EXTERNE BETREKKINGEN

De Europese Gemeenschap en Liechtenstein komen overeen dat de Europese Gemeenschap zich ertoe verbindt derde staten of internationale organisaties waarmee zij overeenkomsten sluit op een met de Schengensamenwerking verband houdend gebied, ertoe aan te zetten soortgelijke overeenkomsten te sluiten met het Vorstendom Liechtenstein, onverminderd de bevoegdheid van het Vorstendom Liechtenstein om dergelijke overeenkomsten te sluiten.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE DE WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN

Liechtenstein verklaart dat fiscale delicten die door de Liechtensteinse autoriteiten worden onderzocht geen aanleiding kunnen geven tot het instellen van een beroep bij een ook in strafzaken bevoegde rechter.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE ARTIKEL 5, LID 2, ONDER b)

over de termijn voor aanvaarding van nieuwe ontwikkelingen van het Schengenacquis

De maximumtermijn van 18 maanden in artikel 5, lid 2, onder b), heeft betrekking op de goedkeuring en de uitvoering van het besluit of de maatregel. Hij omvat de volgende fasen:

de voorbereidende fase,

de parlementaire procedure,

de referendumtermijn van 30 dagen,

in voorkomend geval het referendum (organisatie en stemming),

bekrachtiging door de regerende vorst.

De regering van Liechtenstein stelt de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van de beëindiging van elk van deze fasen.

De regering van Liechtenstein verbindt zich ertoe alle haar ter beschikking staande middelen aan te wenden om ervoor te zorgen dat de bovenvermelde fasen zo snel mogelijk verlopen.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN INZAKE DE TOEPASSING VAN HET EUROPESE VERDRAG AANGAANDE DE WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN EN HET EUROPEES VERDRAG BETREFFENDE UITLEVERING

Liechtenstein verbindt zich ertoe geen gebruik te maken van de bij de bekrachtiging van het Europese Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 en het Europese Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959 gemaakte voorbehouden en verklaringen die met deze overeenkomst onverenigbaar zijn.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE HET BUITENGRENZENFONDS VOOR DE PERIODE 2007-2013

De Europese Gemeenschap stelt momenteel een Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 in, waarvoor nadere regelingen zullen worden afgesproken met derde landen die zijn betrokken bij het Schengenacquis.

VERKLARING VAN DE EUROPESE COMMISSIE BETREFFENDE DE BESCHIKBAARSTELLING VAN VOORSTELLEN

Wanneer de Commissie aan de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement voorstellen toezendt die met deze overeenkomst verband houden, doet zij een afschrift ervan toekomen aan Liechtenstein.

Deelneming aan de comités die de Europese Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden

Op 1 juni 2006 machtigde de Raad de Commissie om met de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein onderhandelingen te voeren over de sluiting van een Overeenkomst inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de werkzaamheden van de comités die de Europese Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Tot de sluiting van een dergelijke overeenkomst, is de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Raad van de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat over de comités die de Europese Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden van toepassing op Liechtenstein, met dien verstande dat wat betreft Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (1), de deelneming van Liechtenstein wordt geregeld overeenkomstig artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER GEZAMENLIJKE VERGADERINGEN

De delegaties van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie,

De delegatie van de Europese Commissie,

De delegaties van de regeringen van de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen,

De delegatie van de regering van de Zwitserse Bondsstaat,

De delegatie van de regering van het Vorstendom Liechtenstein,

Stellen vast dat Liechtenstein toetreedt tot het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en dit via een protocol bij deze overeenkomst,

Hebben besloten de vergaderingen van de gemengde comités die zijn ingesteld bij de Overeenkomst inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, ongeacht het niveau van de vergadering, gezamenlijk te organiseren,

Stellen vast dat voor het gezamenlijk beleggen van deze vergaderingen een praktische regeling met betrekking tot het voorzitterschap van deze vergaderingen vereist is wanneer dat voorzitterschap door de deelnemende staten moet worden uitgeoefend krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, of de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

Nemen kennis van de wens van de betrokken staten om, indien zulks nodig is, de uitoefening van hun voorzitterschap af te staan en het tussen hen te laten rouleren in alfabetische volgorde op naam, vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en vanaf de inwerkingtreding van het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein.


(1)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/19


BESLUIT VAN DE RAAD

van 7 maart 2011

betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen

(2011/350/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 16, 74, 77, lid 2, en 79, lid 2, onder a) en c), in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Na de op 27 februari 2006 verleende machtiging aan de Commissie zijn de onderhandelingen afgerond die werden gevoerd met het Vorstendom Liechtenstein en de Zwitserse Bondsstaat over een Protocol betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

(2)

Overeenkomstig Besluit 2008/261/EG (1) en Besluit 2008/262/JBZ (2) van de Raad en behoudens sluiting op een later tijdstip, is het protocol op 28 februari 2008 namens de Europese Unie ondertekend.

(3)

Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is.

(4)

Dit protocol dient te worden goedgekeurd.

(5)

Wat de ontwikkeling van het Schengenacquis betreft dat onder titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, dient Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (3), mutatis mutandis te worden toegepast op de betrekkingen met Liechtenstein.

(6)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (4), niet deelneemt; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit dat niet bindend is voor, noch van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk.

(7)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (5) niet deelneemt; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing in Ierland.

(8)

Dit besluit laat de positie van Denemarken overeenkomstig het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, onverlet,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de bijbehorende documenten worden namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van het protocol en van de bijbehorende documenten is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op de gebieden die onder de in artikel 2, leden 1 en 2, van het protocol bedoelde bepalingen vallen alsmede op de ontwikkeling daarvan, voor zover deze bepalingen niet in Besluit 2000/365/EG en Besluit 2002/192/EG worden vermeld.

Artikel 3

De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 4 van Besluit 1999/437/EG zijn op dezelfde manier van toepassing op de wijze waarop Liechtenstein wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Artikel 4

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om namens de Europese Unie de in artikel 9 van het protocol genoemde akte van goedkeuring neer te leggen, waarmee de instemming van de Europese Unie om door het protocol gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht, en om onderstaande kennisgeving te doen:

„Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is, en vanaf diezelfde datum oefent zij alle rechten van de Europese Gemeenschap uit en neemt zij al haar verplichtingen over. Daarom dienen in het protocol en, waar passend, in de overeenkomst verwijzingen naar „de Europese Gemeenschap” te worden gelezen als verwijzingen naar „de Europese Unie”.”.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 6

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 7 maart 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

CZOMBA S.


(1)  Besluit 2008/261/EG van de Raad van 28 februari 2008 betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 3).

(2)  Besluit 2008/262/JBZ van de Raad van 28 februari 2008 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 5).

(3)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(4)  PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(5)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.


PROTOCOL

tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

DE EUROPESE UNIE

en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP

en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT

en

HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN,

hierna „de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

GEZIEN de op 26 oktober 2004 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (1) („de associatieovereenkomst”),

ERAAN HERINNEREND dat in artikel 16 van de associatieovereenkomst wordt bepaald dat het Vorstendom Liechtenstein via een protocol tot deze overeenkomst kan toetreden,

GEZIEN de geografische ligging van het Vorstendom Liechtenstein,

OVERWEGENDE dat de nauwe betrekkingen tussen het Vorstendom Liechtenstein en de Zwitserse Bondsstaat hebben geleid tot een ruimte zonder controles aan de binnengrenzen tussen het Vorstendom Liechtenstein en de Zwitserse Bondsstaat,

GEZIEN de wens van het Vorstendom Liechtenstein om met alle Schengenlanden een ruimte zonder grenscontroles tot stand te brengen en te handhaven en om dus betrokken te worden bij het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat bij de op 18 mei 1999 door de Raad van Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst (2), deze beide staten werden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat het wenselijk is het Vorstendom Liechtenstein op voet van gelijkheid met IJsland, Noorwegen en Zwitserland te betrekken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein een protocol moet worden gesloten dat soortgelijke rechten en verplichtingen bevat als die welke zijn overeengekomen tussen enerzijds de Raad van de Europese Unie en anderzijds IJsland, Noorwegen en Zwitserland,

OVERWEGENDE dat de bepalingen van titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap alsmede de besluiten die op grond van deze titel zijn aangenomen, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken, en dat de besluiten tot ontwikkeling van het Schengenacquis uit hoofde van die titel die Denemarken in zijn nationale wetgeving heeft omgezet alleen verplichtingen volgens internationaal recht kunnen scheppen tussen Denemarken en de andere lidstaten,

OVERWEGENDE dat Ierland alsmede het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland overeenkomstig de besluiten uit hoofde van het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, deelnemen aan enkele bepalingen van het Schengenacquis (3),

OVERWEGENDE dat het noodzakelijk is ervoor te zorgen dat de staten die de Europese Unie heeft betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis dit acquis ook toepassen in hun onderlinge betrekkingen,

OVERWEGENDE dat het voor de goede werking van het Schengenacquis vereist is dat dit protocol gelijktijdig wordt toegepast met de overeenkomsten tussen de verschillende partijen die zijn betrokken bij of deelnemen aan de uitvoering en de ontwikkeling van het Schengenacquis ter regeling van hun onderlinge betrekkingen,

GEZIEN het Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland (4) wordt ingediend,

INDACHTIG HET FEIT dat er een verband bestaat tussen het Schengenacquis en het acquis communautaire inzake de vaststelling van criteria en mechanismen om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat wordt ingediend en inzake de instelling van het Eurodac-systeem,

OVERWEGENDE dat dit verband vereist dat het Schengenacquis gelijktijdig wordt toegepast met het acquis communautaire inzake de vaststelling van criteria en mechanismen om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat wordt ingediend en inzake de instelling van het Eurodac-systeem,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

In overeenstemming met artikel 16 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis treedt het Vorstendom Liechtenstein (hierna „Liechtenstein” genoemd) tot de associatieovereenkomst toe onder de in dit protocol vermelde voorwaarden.

Deze toetreding schept wederzijdse rechten en verplichtingen tussen de overeenkomstsluitende partijen volgens de hierbij vastgestelde regels en procedures.

Artikel 2

1.   De in de bijlagen A en B bij de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis genoemde bepalingen van het Schengenacquis worden, voor zover zij van toepassing zijn op de lidstaten van de Europese Unie, door Liechtenstein uitgevoerd en toegepast onder de in die bijlagen vermelde voorwaarden.

2.   Daarnaast worden de in de bijlage bij dit protocol genoemde bepalingen van de besluiten van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap die bepalingen van het Schengenacquis hebben vervangen of ontwikkeld door Liechtenstein uitgevoerd en toegepast.

3.   De besluiten en maatregelen die de Europese Unie en de Europese Gemeenschap aannemen tot wijziging of ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis, en waarop de in de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis, in samenhang met dit protocol, vastgestelde procedures zijn toegepast, worden onverminderd het bepaalde in artikel 5 ook aanvaard, uitgevoerd en toegepast door Liechtenstein.

Artikel 3

De rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 3, leden 1 tot en met 4, de artikelen 4 tot en met 6, 8 tot en met 10, artikel 11, leden 2 tot en met 4, en in artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis, zijn van toepassing op Liechtenstein.

Artikel 4

Het voorzitterschap van het bij artikel 3 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ingestelde gemengd comité wordt op het niveau van de deskundigen uitgeoefend door de vertegenwoordiger van de Europese Unie. Op het niveau van de hoge ambtenaren en ministers wordt het voorzitterschap afwisselend voor een periode van zes maanden uitgeoefend respectievelijk door de vertegenwoordiger van de Europese Unie en door de vertegenwoordiger van de regering van Liechtenstein of Zwitserland.

Artikel 5

1.   De aanneming van nieuwe besluiten of maatregelen betreffende de in artikel 2 bedoelde aangelegenheden wordt voorbehouden aan de bevoegde instellingen van de Europese Unie. Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2, treden die besluiten of maatregelen gelijktijdig in werking voor de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de betrokken lidstaten alsmede voor Liechtenstein, tenzij in de betrokken besluiten of maatregelen uitdrukkelijk anders is bepaald. In dit verband wordt naar behoren rekening gehouden met de termijn die Liechtenstein in het gemengd comité heeft verklaard nodig te hebben om in staat te zijn aan zijn grondwettelijke verplichtingen te voldoen.

2.

a)

De Raad van de Europese Unie (hierna „de Raad” genoemd) stelt Liechtenstein onverwijld in kennis van de aanneming van de in lid 1 bedoelde besluiten of maatregelen waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast. Liechtenstein beslist of het de inhoud ervan aanvaardt en of het die in zijn interne rechtsorde omzet. Deze beslissing worden binnen dertig dagen na de aanneming van de betrokken besluiten of maatregelen ter kennis gebracht van de Raad en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna „de Commissie” genoemd).

b)

Indien de inhoud van dergelijke besluiten of maatregelen voor Liechtenstein pas bindend kan worden nadat aan zijn grondwettelijke verplichtingen is voldaan, deelt Liechtenstein de Raad en de Commissie zulks bij zijn kennisgeving mee. Liechtenstein deelt de Raad en de Commissie onverwijld schriftelijk mee wanneer aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan. Wanneer geen referendum is vereist, vindt de kennisgeving plaats uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn. Indien een referendum is vereist, beschikt Liechtenstein voor het verrichten van de kennisgeving over een termijn van achttien maanden vanaf de kennisgeving door de Raad. Vanaf de datum waarop het besluit of de maatregel voor Liechtenstein in werking moet treden, tot de mededeling dat aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan, past Liechtenstein, voor zover mogelijk, het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig toe.

Indien Liechtenstein het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig niet kan toepassen en dit problemen oplevert voor de werking van de Schengensamenwerking, wordt de situatie door het gemengd comité onderzocht. De Europese Unie en de Europese Gemeenschap kunnen ten aanzien van Liechtenstein evenredige en noodzakelijke maatregelen nemen om de goede werking van de Schengensamenwerking te waarborgen.

3.   De aanvaarding door Liechtenstein van de in lid 2 bedoelde besluiten en maatregelen schept rechten en verplichtingen tussen enerzijds Liechtenstein en anderzijds de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten, voor zover zij door die besluiten en maatregelen zijn gebonden, alsook Zwitserland.

4.   Indien:

a)

Liechtenstein kennis geeft van zijn beslissing om de inhoud van een besluit of maatregel in de zin van lid 2 waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast, niet te aanvaarden, of

b)

Liechtenstein geen kennisgeving doet binnen de in lid 2, onder a), bedoelde termijn van dertig dagen, of

c)

Liechtenstein geen kennisgeving doet uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn of, in het geval van een referendum, binnen de in lid 2, onder b), vastgestelde termijn van achttien maanden, dan wel niet voorziet in de in datzelfde punt bedoelde voorlopige toepassing vanaf de datum waarop het betrokken besluit of de betrokken maatregel in werking moet treden,

wordt dit protocol geacht te zijn beëindigd, tenzij het gemengd comité, na zorgvuldig onderzoek van de middelen om het protocol voort te zetten, binnen negentig dagen anders besluit. De beëindiging van dit protocol wordt van kracht drie maanden na het verstrijken van de termijn van negentig dagen.

5.

a)

Indien bepalingen van een nieuw besluit of een nieuwe maatregel tot gevolg hebben dat de lidstaten niet langer gemachtigd zijn de uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp in strafzaken of de erkenning van een bevel tot huiszoeking of inbeslagneming van bewijsmiddelen vanuit een andere lidstaat aan de voorwaarden van artikel 51 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst (5) te onderwerpen, kan Liechtenstein de Raad en de Commissie binnen de in lid 2, onder a), bedoelde termijn van dertig dagen meedelen dat het de inhoud van deze bepalingen niet aanvaardt en dat het deze niet zal omzetten in zijn interne rechtsorde, voor zover deze bepalingen van toepassing zijn op verzoeken of bevelen tot huiszoeking en inbeslagneming die betrekking hebben op onderzoeken of vervolgingen van delicten op het gebied van de directe belastingen, die indien zij in Liechtenstein zijn gepleegd naar Liechtensteins recht niet strafbaar zouden zijn met een vrijheidsstraf. In dit geval wordt dit protocol niet geacht te zijn beëindigd, in tegenstelling tot het bepaalde in lid 4.

b)

Op verzoek van een van zijn leden komt het gemengd comité uiterlijk twee maanden na dit verzoek bijeen en bespreekt het, rekening houdend met de ontwikkelingen op internationaal niveau, de situatie die is ontstaan als gevolg van de kennisgeving overeenkomstig het bepaalde onder a).

Zodra het gemengd comité unaniem een akkoord heeft bereikt over de volledige aanvaarding en omzetting door Liechtenstein van de relevante bepalingen van het nieuwe besluit of de nieuwe maatregel, zijn lid 2, onder b), en de leden 3 en 4 van toepassing. De informatie waarnaar in lid 2, onder b), eerste zin, wordt verwezen, wordt binnen dertig dagen na het in het gemengd comité bereikte akkoord verstrekt.

Artikel 6

Bij de nakoming van zijn verplichting met betrekking tot het Schengeninformatiesysteem en het Visuminformatiesysteem, kan Liechtenstein de technische infrastructuur van Zwitserland gebruiken om toegang te krijgen tot deze systemen.

Artikel 7

Voor de administratieve kosten van de toepassing van dit protocol draagt Liechtenstein jaarlijks aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een bedrag bij van 0,071 % van 8 100 000 EUR, met dien verstande dat dit bedrag jaarlijks wordt aangepast overeenkomstig het inflatiepercentage voor de Europese Unie.

Artikel 8

1.   Dit protocol laat de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en alle andere tussen de Europese Gemeenschap en Liechtenstein gesloten overeenkomsten onverlet.

2.   Dit protocol laat de overeenkomsten tussen enerzijds Liechtenstein en anderzijds één of meer lidstaten onverlet, voor zover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

3.   Dit protocol laat alle eventuele toekomstige overeenkomsten tussen Liechtenstein en de Europese Gemeenschap of tussen enerzijds de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en anderzijds Liechtenstein of de eventuele overeenkomsten op grond van de artikelen 24 en 38 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, onverlet.

4.   Dit protocol laat de overeenkomsten tussen Liechtenstein en Zwitserland onverlet, voor zover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

Artikel 9

1.   Dit protocol treedt in werking een maand na de dag waarop de secretaris-generaal van de Raad, die optreedt als depositaris, heeft vastgesteld dat alle formaliteiten zijn vervuld waarmee door of namens de overeenkomstsluitende partijen kenbaar wordt gemaakt dat zij ermee instemmen door dit protocol gebonden te zijn.

2.   De artikelen 1 en 4 en artikel 5, lid 2, onder a), eerste zin, van dit protocol en de rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 3, leden 1 tot en met 4, en in de artikelen 4 tot en met 6 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis zijn vanaf de datum van ondertekening van dit protocol voorlopig van toepassing op Liechtenstein.

3.   Wat de na de ondertekening, doch vóór de inwerkingtreding van dit protocol aangenomen besluiten of maatregelen betreft, gaat de in artikel 5, lid 2, onder a), laatste zin, bedoelde termijn van dertig dagen in op de dag van inwerkingtreding van dit protocol.

Artikel 10

1.   De in artikel 2 bedoelde bepalingen worden door Liechtenstein ten uitvoer gelegd op een datum die de Raad vaststelt met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten die alle in artikel 2 bedoelde bepalingen toepassen, na overleg in het gemengd comité, en nadat hij zich ervan heeft vergewist dat Liechtenstein aan de voorwaarden voor de uitvoering van de relevante bepalingen voldoet.

De leden van de Raad die de regeringen van Ierland, respectievelijk het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vertegenwoordigen, nemen aan de aanneming van dit besluit deel voor zover het betrekking heeft op de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop gebaseerde of daarmee samenhangende besluiten waaraan deze lidstaten deelnemen.

De leden van de Raad die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten waarvoor overeenkomstig hun Toetredingsverdrag slechts een deel van de in artikel 2 bedoelde bepalingen van toepassing is, nemen aan de aanneming van dit besluit deel voor zover het betrekking heeft op de bepalingen van het Schengenacquis die reeds van toepassing zijn in deze lidstaten.

2.   De toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen schept rechten en verplichtingen tussen enerzijds Zwitserland en Liechtenstein en anderzijds tussen Liechtenstein en, naargelang van het geval, de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de lidstaten, voor zover zij door die bepalingen zijn gebonden.

3.   Dit protocol wordt slechts toegepast indien ook de door Liechtenstein te sluiten overeenkomsten in de zin van artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ten uitvoer worden gelegd.

4.   Bovendien wordt dit protocol slechts toegepast indien ook het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 11

1.   Dit protocol kan worden opgezegd door Liechtenstein of Zwitserland dan wel bij besluit van de Raad met eenparigheid van stemmen van zijn leden. De depositaris wordt in kennis gesteld van de opzegging, die zes maanden na de kennisgeving van kracht wordt.

2.   Ingeval Zwitserland dit protocol of de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis opzegt of ingeval de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis ten aanzien van Zwitserland wordt beëindigd, blijven de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis en dit protocol van toepassing op de betrekkingen tussen enerzijds de Europese Unie en de Europese Gemeenschap en anderzijds Liechtenstein. In een dergelijk geval, besluit de Raad na raadpleging van Liechtenstein tot de nodige maatregelen. Die maatregelen zijn evenwel slechts bindend voor Liechtenstein indien deze door hem worden aanvaard.

3.   Dit protocol wordt geacht te zijn beëindigd indien Liechtenstein een van de door Liechtenstein gesloten overeenkomsten in de zin van artikel 13 van de Overeenkomst inzake deelneming aan het Schengenacquis of het in artikel 10, lid 4, bedoelde protocol opzegt.

Artikel 12

Dit protocol is opgesteld in drie exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben geplaatst.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми февруари две хиляди и осма година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de febrero de dos mil ocho.

V Bruselu dne dvacátého osmého února dva tisíce osm.

Udfærdiget i Bruxelles den otteogtyvende februar to tusind og otte.

Geschehen zu Brüssel am achtundzwanzigsten Februar zweitausendacht.

Kahe tuhande kaheksanda aasta veebruarikuu kahekümne kaheksandal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις είκοσι οκτώ Φεβρουαρίου δύο χιλιάδες οκτώ.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of February in the year two thousand and eight.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit février deux mille huit.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto febbraio duemilaotto.

Briselē, divtūkstoš astotā gada divdesmit astotajā februārī.

Priimta du tūkstančiai aštuntų metų vasario dvidešimt aštuntą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-nyolcadik év február huszonnyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, fit-tmienja u għoxrin jum ta’ Frar tas-sena elfejn u tmienja.

Gedaan te Brussel, de achtentwintigste februari tweeduizend acht.

Sporządzono w Brukseli dnia dwudziestego ósmego lutego roku dwa tysiące ósmego.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Fevereiro de dois mil e oito.

Încheiat la Bruxelles, la douăzeci și opt februarie în anul două mii opt.

V Bruseli dňa dvadsiateho ôsmeho februára dvetisícosem.

V Bruslju, dne osemindvajsetega februarja leta dva tisoč osem.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä helmikuuta vuonna kaksituhattakahdeksan.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde februari tjugohundraåtta.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā

Europos Sajungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

På Europeiska unionens vägnar

Image

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

Az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération Suisse

Per la Confederazione svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Államszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Żvizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suíça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarskou konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image

За Княжество Лихтенщайн

Por el Principado de Liechtenstein

Za Lichtenštejnské knížectví

For Fyrstendømmet Liechtenstein

Für das Fürstentum Liechtenstein

Liechtensteini Vürstiriigi nimel

Για το Πριγκιπάτο του Λιχτενστάιν

For the Principality of Liechtenstein

Pour la Principauté de Liechtenstein

Per il Principato del Liechtenstein

Lihtenšteinas Firstistes vārdā

Lichtenšteino Kunigaikštystės vardu

A Liechtensteini Hercegség részéről

Għall-Prinċipat ta’ Liechtenstein

Voor het Vorstendom Liechtenstein

W imieniu Księstwa Liechtensteinu

Pelo Principado do Liechtenstein

Pentru Principatul Liechtenstein

Za Lichtenštajnské kniežatstvo

Za Kneževino Lihtenštajn

Liechtensleinin ruhtinaskunnan puolesta

För Furstendömet Liechtenstein

Image


(1)  PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(2)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(3)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20 en PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(4)  Zie bladzijde 39 van dit Publicatieblad.

(5)  Het Schengenacquis — Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19).

BIJLAGE

Bijlage bij het Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

Liechtenstein zal vanaf de door de Raad overeenkomstig artikel 10 vastgestelde datum de volgende besluiten als bedoeld in artikel 2, lid 2, toepassen:

Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 1); Beschikking van de Commissie van 28 februari 2005 tot vaststelling van de technische specificaties in verband met de normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (C(2005) 409 definitief) en Beschikking van de Commissie van 28 juni 2006 tot vaststelling van de technische specificaties in verband met de normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (C(2006) 2909 definitief);

Besluit 2005/211/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 68 van 15.3.2005, blz. 44);

Besluit 2005/719/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 271 van 15.10.2005, blz. 54);

Besluit 2005/727/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 273 van 19.10.2005, blz. 25);

Besluit 2006/228/JBZ van de Raad van 9 maart 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 81 van 18.3.2006, blz. 45);

Besluit 2006/229/JBZ van de Raad van 9 maart 2006 tot vaststelling van de datum van toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 81 van 18.3.2006, blz. 46);

Besluit 2006/631/JBZ van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2005/211/JBZ betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 256 van 20.9.2006, blz. 18);

Beschikking 2005/267/EG van de Raad van 16 maart 2005 betreffende de totstandbrenging van een beveiligd op internet gebaseerd informatie- en coördinatienetwerk voor de migratiebeheersdiensten van de lidstaten (PB L 83 van 1.4.2005, blz. 48);

Besluit van de Commissie van 15 december 2005 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Beschikking 2005/267/EG van de Raad betreffende de totstandbrenging van een beveiligd op internet gebaseerd informatie- en coördinatienetwerk voor de migratiebeheersdiensten van de lidstaten (C(2005) 5159 definitief.);

Verordening (EG) nr. 851/2005 van de Raad van 2 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme (PB L 141 van 4.6.2005, blz. 3);

Besluit 2005/451/JBZ van de Raad van 13 juni 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van enige bepalingen van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 158 van 21.6.2005, blz. 26);

Verordening (EG) nr. 1160/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, voor wat betreft de toegang tot het Schengeninformatiesysteem voor de diensten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 18);

Aanbeveling 2005/761/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 tot vergemakkelijking van de afgifte van eenvormige visa voor een verblijf van korte duur aan onderzoekers die onderdaan zijn van een derde land en die zich met het oog op wetenschappelijk onderzoek verplaatsen in de Gemeenschap (PB L 289 van 3.11.2005, blz. 23);

Beschikking 2005/687/EG van de Commissie van 29 september 2005 betreffende het standaardformaat voor verslagen over de activiteiten van de netwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en over de situatie in het ontvangende land ter zake van illegale immigratie (PB L 264 van 8.10.2005, blz. 8);

Besluit 2005/728/JBZ van de Raad van 12 oktober 2005 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 273 van 19.10.2005, blz. 26);

Verordening (EG) nr. 2046/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende maatregelen ter vereenvoudiging van de procedures voor de aanvraag en afgifte van visa voor de leden van de olympische familie die deelnemen aan de Olympische en/of Paralympische Winterspelen van 2006 in Turijn (PB L 334 van 20.12.2005, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1);

Beschikking 2006/440/EG van de Raad van 1 juni 2006 houdende wijziging van bijlage 12 bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies en van bijlage 14 a bij het Gemeenschappelijk Handboek met betrekking tot de legesrechten ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van visumaanvragen (PB L 175 van 29.6.2006, blz. 77);

Besluit 2006/628/EG van de Raad van 24 juli 2006 tot vaststelling van de datum voor de toepassing van artikel 1, punten 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 871/2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (PB L 256 van 20.9.2006, blz. 15);

Beschikking 2006/648/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot vaststelling van de technische specificaties betreffende de normen voor biometrische kenmerken in verband met de ontwikkeling van het visuminformatiesysteem (PB L 267 van 27.9.2006, blz. 41);

Rectificatie van Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 271 van 30.9.2006, blz. 85);

Beschikking 2006/757/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot wijziging van het Sirenehandboek (PB L 317 van 16.11.2006, blz. 1);

Besluit 2006/758/EG van de Commissie van 22 september 2006 tot wijziging van het Sirenehandboek (PB L 317 van 16.11.2006, blz. 41);

Beschikking 2006/684/EG van de Raad van 5 oktober 2006 houdende wijziging van bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies betreffende de visumplicht voor houders van Indonesische diplomatieke en dienstpaspoorten (PB L 280 van 12.10.2006, blz. 29);

Beschikking 2006/752/EG van de Commissie van 3 november 2006 tot vaststelling van de locaties voor het Visuminformatiesysteem gedurende de ontwikkelingsfase (PB L 305 van 4.11.2006, blz. 13);

Aanbeveling van de Commissie van 6 november 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk „Praktisch handboek voor grenswachters (Schengenhandboek)” voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de uitvoering van grenstoezicht op personen (C(2006) 5186 definitief);

Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 89. Rectificatie in PB L 75 van 15.3.2007, blz. 26);

Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4);

Verordening (EG) nr. 1931/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van regels inzake klein grensverkeer aan de landbuitengrenzen van de lidstaten en tot wijziging van de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst (PB L 405 van 30.12.2006, blz. 1. Rectificatie in PB L 29 van 3.2.2007, blz. 3);

Verordening (EG) nr. 1932/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van deze plicht zijn vrijgesteld (PB L 405 van 30.12.2006, blz. 23. Rectificatie in PB L 29 van 3.2.2007, blz. 10);

Verordening (EG) nr. 1988/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2424/2001 betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 1. Rectificatie in PB L 27 van 2.2.2007, blz. 3);

Besluit 2006/1007/JBZ van de Raad van 21 december 2006 tot wijziging van Besluit 2001/886/JBZ betreffende de ontwikkeling van een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 78. Rectificatie in PB L 27 van 2.2.2007, blz. 43);

Beschikking 2007/170/EG van de Commissie van 16 maart 2007 tot vaststelling van de netwerkvereisten voor het Schengeninformatiesysteem II (eerste pijler) (PB L 79 van 20.3.2007, blz. 20);

Besluit 2007/171/EG van de Commissie van 16 maart 2007 tot vaststelling van de netwerkvereisten voor het Schengeninformatiesysteem II (derde pijler) (PB L 79 van 20.3.2007, blz. 29);

Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22);

Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63);

Besluit 2007/472/EG van de Raad van 25 juni 2007 tot wijziging van het besluit van het Uitvoerend Comité, opgericht bij de Schengenovereenkomst van 1990, betreffende de wijziging van het financieel reglement betreffende de kosten voor de installatie en exploitatie van de technisch ondersteunende functie van het Schengeninformatiesysteem (C.SIS) (PB L 179 van 7.7.2007, blz. 50);

Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle-grensinterventieteams en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad wat betreft dat mechanisme en de regeling van de taken en bevoegdheden van uitgezonden functionarissen (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 30);

Beschikking 2007/519/EG van de Raad van 16 juli 2007 tot wijziging van deel 2 van het Schengen-raadplegingsnetwerk (Technische specificaties) (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 26);

Beschikking 2007/599/EG van de Commissie van 27 augustus 2007 tot uitvoering van Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de goedkeuring van strategische richtsnoeren voor de periode 2007-2013 betreft (PB L 233 van 5.9.2007, blz. 3);

Beschikking 2007/866/EG van de Raad van 6 december 2007 tot wijziging van deel 1 van het Schengen-raadplegingsnetwerk (Technische specificaties) (PB L 340 van 22.12.2007, blz. 92).


SLOTAKTE

De gevolmachtigden

van de EUROPESE UNIE

en

van de EUROPESE GEMEENSCHAP

en

van de ZWITSERSE BONDSSTAAT

en

van het VORSTENDOM LIECHTENSTEIN,

hierna „de betrokken partijen” genoemd,

bijeengekomen te Brussel op de achtentwintigste dag van februari van het jaar 2008 voor de ondertekening van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse bondsstaat betreffende de associatie van de Zwitserse Bondsstaat met de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, hebben het protocol vastgesteld.

De gevolmachtigden van de overeenkomstsluitende partijen hebben akte genomen van de volgende verklaringen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie;

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende artikel 23, lid 7, van de Overeenkomst van 29 mei 2000 betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (1);

Verklaring van de Europese Gemeenschap en Liechtenstein betreffende de externe betrekkingen;

Verklaring van Liechtenstein betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken;

Verklaring van Liechtenstein betreffende artikel 5, lid 2, onder b);

Verklaring van Liechtenstein inzake de toepassing van het Europese Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het Europees Verdrag betreffende uitlevering;

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013;

Verklaring van de Commissie betreffende de beschikbaarstelling van voorstellen;

Gemeenschappelijke verklaring over gezamenlijke vergaderingen.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

På Europeiska unionens vägnar

Image

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Államszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Żvizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suíça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarsku konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image

За Княжество Лихтенщайн

Por el Principado de Liechtenstein

Za Lichtenštejnské knížectví

For Fyrstendømmet Liechtenstein

Für das Fürstentum Liechtenstein

Liechtensteini Vürstiriigi nimel

Για το Πριγκιπάτο του Λιχτενστάιν

For the Principality of Liechtenstein

Pour la Principauté de Liechtenstein

Per il Principato del Liechtenstein

Lihtenšteinas Firstistes vārdā

Lichtenšteino Kunigaikštystės vardu

A Liechtensteini Hercegség részéről

Għall-Prinċipat ta' Liechtenstein

Voor het Vorstendom Liechtenstein

W imieniu Księstwa Liechtensteinu

Pelo Principado do Liechtenstein

Pentru Principatul Liechtenstein

Za Lichtenštajnské kniežatstvo

Za Kneževino Lihtenštajn

Liechtensteinin ruhtinaskunnan puolesta

För Furstendömet Liechtenstein

Image


(1)  PB C 197 van 12.7.2000, blz. 1.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE HET EUROPEES AGENTSCHAP VOOR HET BEHEER VAN DE OPERATIONELE SAMENWERKING AAN DE BUITENGRENZEN VAN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE

De overeenkomstsluitende partijen nemen er kennis van dat er nadere regelingen zullen worden afgesproken betreffende de participatie van Zwitserland en Liechtenstein in het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, met als voorbeeld de regelingen die met Noorwegen en IJsland zijn overeengekomen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE ARTIKEL 23, LID 7, VAN DE OVEREENKOMST VAN 29 MEI 2000 BETREFFENDE DE WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN TUSSEN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE

De overeenkomstsluitende partijen komen overeen dat Liechtenstein, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 23, lid 1, onder c), van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, naargelang van het geval, kan eisen dat — tenzij de betrokken lidstaat de toestemming van de betrokkene heeft verkregen — persoonsgegevens alleen na voorafgaande toestemming van Liechtenstein voor de in artikel 23, lid 1, onder a) en b), van deze overeenkomst bedoelde doeleinden mogen worden gebruikt in het kader van procedures waarvoor Liechtenstein de verstrekking of het gebruik van persoonsgegevens had kunnen weigeren of beperken uit hoofde van deze overeenkomst of de in artikel 1 daarvan bedoelde instrumenten.

Indien Liechtenstein in een bepaald geval weigert in te stemmen met het verzoek van een lidstaat overeenkomstig bovengenoemde bepalingen moet het zijn weigering schriftelijk met redenen omkleden.

ANDERE VERKLARINGEN

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE DE EXTERNE BETREKKINGEN

De Europese Gemeenschap en Liechtenstein komen overeen dat de Europese Gemeenschap zich ertoe verbindt derde staten of internationale organisaties waarmee zij overeenkomsten sluit op een met de Schengensamenwerking verband houdend gebied, ertoe aan te zetten soortgelijke overeenkomsten te sluiten met het Vorstendom Liechtenstein, onverminderd de bevoegdheid van het Vorstendom Liechtenstein om dergelijke overeenkomsten te sluiten.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE DE WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN

Liechtenstein verklaart dat fiscale delicten die door de Liechtensteinse autoriteiten worden onderzocht geen aanleiding kunnen geven tot het instellen van een beroep bij een ook in strafzaken bevoegde rechter.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE ARTIKEL 5, LID 2, ONDER B),

over de termijn voor aanvaarding van nieuwe ontwikkelingen van het Schengenacquis

De maximumtermijn van achttien maanden in artikel 5, lid 2, onder b), heeft betrekking op de goedkeuring en de uitvoering van het besluit of de maatregel. Hij omvat de volgende fasen:

de voorbereidende fase,

de parlementaire procedure,

de referendumtermijn van dertig dagen,

in voorkomend geval het referendum (organisatie en stemming),

bekrachtiging door de regerende vorst.

De regering van Liechtenstein stelt de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van de beëindiging van elk van deze fasen.

De regering van Liechtenstein verbindt zich ertoe alle haar ter beschikking staande middelen aan te wenden om ervoor te zorgen dat de bovenvermelde fasen zo snel mogelijk verlopen.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN INZAKE DE TOEPASSING VAN HET EUROPESE VERDRAG AANGAANDE DE WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN EN HET EUROPEES VERDRAG BETREFFENDE UITLEVERING

Liechtenstein verbindt zich ertoe geen gebruik te maken van de bij de bekrachtiging van het Europese Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 en het Europese Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959 gemaakte voorbehouden en verklaringen die met deze overeenkomst onverenigbaar zijn.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE HET BUITENGRENZENFONDS VOOR DE PERIODE 2007-2013

De Europese Gemeenschap stelt momenteel een Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 in, waarvoor nadere regelingen zullen worden afgesproken met derde landen die zijn betrokken bij het Schengenacquis.

VERKLARING VAN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE BESCHIKBAARSTELLING VAN VOORSTELLEN

Wanneer de Commissie aan de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement voorstellen toezendt die met deze overeenkomst verband houden, doet zij een afschrift ervan toekomen aan Liechtenstein.

Deelneming aan de comités die de Commissie bijstaan bij de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden:

Op 1 juni 2006 machtigde de Raad de Commissie om met de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein onderhandelingen te voeren over de sluiting van een Overeenkomst inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de werkzaamheden van de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden op het gebied van de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Tot de sluiting van een dergelijke overeenkomst, is de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Raad van de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat over de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoerende bevoegdheden van toepassing op Liechtenstein, met dien verstande dat wat betreft Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (1), de deelneming van Liechtenstein wordt geregeld overeenkomstig artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER GEZAMENLIJKE VERGADERINGEN

De delegaties van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie,

De delegatie van de Commissie,

De delegaties van de regeringen van de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen,

De delegatie van de regering van de Zwitserse Bondsstaat,

De delegatie van de regering van het Vorstendom Liechtenstein,

Stellen vast dat Liechtenstein toetreedt tot het gemengd comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en dit via een protocol bij deze overeenkomst,

Hebben besloten de vergaderingen van de gemengde comités die zijn ingesteld bij de Overeenkomst inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en de Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, ongeacht het niveau van de vergadering, gezamenlijk te organiseren,

Stellen vast dat voor het gezamenlijk beleggen van deze vergaderingen een praktische regeling met betrekking tot het voorzitterschap van deze vergaderingen vereist is wanneer dat voorzitterschap door de deelnemende staten moet worden uitgeoefend krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, of de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis,

Nemen kennis van de wens van de betrokken staten om, indien zulks nodig is, de uitoefening van hun voorzitterschap af te staan en het tussen hen te laten rouleren in alfabetische volgorde op naam, vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en vanaf de inwerkingtreding van het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein.


(1)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/37


BESLUIT VAN DE RAAD

van 7 maart 2011

betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

(2011/351/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 78, lid 2, onder e), in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Na de op 27 februari 2006 aan de Commissie verleende machtiging, zijn de onderhandelingen afgerond die werden gevoerd met de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over een Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (hierna het „protocol” genoemd).

(2)

Overeenkomstig het besluit van de Raad van 28 februari 2008 en behoudens de sluiting ervan op een latere datum, is dit protocol op 28 februari 2008 namens de Europese Gemeenschap ondertekend.

(3)

Ten gevolge van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009, is de Europese Gemeenschap vervangen en opgevolgd door de Europese Unie.

(4)

Dit protocol dient te worden goedgekeurd.

(5)

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, nemen deze lidstaten deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit.

(6)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit, dat derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in Denemarken,

HEET HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend en de daaraan gehechte documenten worden namens de Europese Unie goedgekeurd.

De teksten van het protocol, de slotakte en de bijbehorende documenten zijn aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om namens de Unie de in artikel 8, lid 1, van het protocol genoemde akte van goedkeuring neer te leggen, waarmee de instemming van de Unie om door het protocol gebonden te zijn tot uiting wordt gebracht, en om de volgende kennisgeving te verrichten:

„Ten gevolge van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon van 1 december 2009, is de Europese Gemeenschap vervangen en opgevolgd door de Europese Unie; met ingang van die datum oefent zij alle rechten en verplichtingen van de Europese Gemeenschap uit. Verwijzingen naar „de Europese Gemeenschap” in zowel het protocol als de overeenkomst gelden in voorkomend geval dan ook als verwijzingen naar „de Europese Unie”.”.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 7 maart 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

CZOMBA S.


PROTOCOL

tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

DE EUROPESE GEMEENSCHAP

en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT

en

HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN,

hierna de „overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

GEZIEN de op 26 oktober 2004 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (1) (hierna de „overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland” genoemd),

ERAAN HERINNEREND dat in artikel 15 daarvan wordt bepaald dat het Vorstendom Liechtenstein via een protocol tot de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland kan toetreden,

GEZIEN de geografische ligging van het Vorstendom Liechtenstein,

GEZIEN de wens van het Vorstendom Liechtenstein om te worden betrokken bij de communautaire wetgeving betreffende de Overeenkomst van Dublin en de Eurodac-verordening (hierna het „Dublin/Eurodac-acquis” genoemd),

OVERWEGENDE dat de Europese Gemeenschap op 19 januari 2001 een overeenkomst heeft gesloten met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend, die is gebaseerd op de Overeenkomst van Dublin (2),

OVERWEGENDE dat het wenselijk is het Vorstendom Liechtenstein op voet van gelijkheid met IJsland, Noorwegen en Zwitserland te betrekken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis,

OVERWEGENDE dat tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein een protocol moet worden gesloten dat soortgelijke rechten en verplichtingen bevat als die welke zijn overeengekomen tussen enerzijds de Europese Gemeenschap en anderzijds IJsland, Noorwegen en Zwitserland,

OVERWEGENDE dat de bepalingen van titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap alsmede de besluiten die op grond van die titel zijn aangenomen, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, niet van toepassing zijn op het Koninkrijk Denemarken, maar dat het voor enerzijds de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein en anderzijds Denemarken mogelijk moet worden gemaakt in hun onderlinge betrekkingen de materiële bepalingen van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland toe te passen, overeenkomstig artikel 11, lid 1, van die overeenkomst,

OVERWEGENDE dat het noodzakelijk is ervoor te zorgen dat de staten die de Europese Gemeenschap heeft betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis dit acquis ook toepassen in hun onderlinge betrekkingen,

OVERWEGENDE dat het voor de goede werking van het Dublin/Eurodac-acquis vereist is dat dit protocol gelijktijdig wordt toegepast met de overeenkomsten tussen de verschillende partijen die zijn betrokken bij of deelnemen aan de uitvoering en de ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis ter regeling van hun onderlinge betrekkingen,

OVERWEGENDE dat Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3) door het Vorstendom Liechtenstein moet worden toegepast zoals zij door de lidstaten van de Europese Unie wordt toegepast, wanneer deze gegevens verwerken in het kader van de in dit protocol beschreven doeleinden,

GEZIEN het Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (4),

INDACHTIG HET FEIT dat er een verband bestaat tussen het acquis communautaire inzake de vaststelling van criteria en mechanismen om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat wordt ingediend en inzake de instelling van Eurodac en het Schengenacquis,

OVERWEGENDE dat dit verband vereist dat het Schengenacquis gelijktijdig wordt toegepast met het acquis communautaire inzake de vaststelling van criteria en mechanismen om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat wordt ingediend en inzake de instelling van Eurodac,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

1.   Overeenkomstig artikel 15 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (hierna de „overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland” genoemd) treedt het Vorstendom Liechtenstein (hierna „Liechtenstein” genoemd) tot deze overeenkomst toe onder de in dit protocol vermelde voorwaarden.

2.   Dit protocol schept wederzijdse rechten en verplichtingen tussen de overeenkomstsluitende partijen volgens de hierbij vastgestelde regels en procedures.

Artikel 2

1.   De bepalingen van

de Dublin-verordening (5)

de Eurodac-verordening (6)

de verordening met uitvoeringsbepalingen voor Eurodac (7), en

de verordening met uitvoeringsbepalingen voor Dublin (8),

worden door Liechtenstein uitgevoerd en in zijn betrekkingen met de lidstaten van de Europese Unie en Zwitserland toegepast.

2.   Onverminderd artikel 5 worden de besluiten en maatregelen van de Europese Gemeenschap tot wijziging of aanvulling van de in lid 1 bedoelde bepalingen alsmede de beslissingen die overeenkomstig de in deze bepalingen vastgestelde procedures worden genomen, ook aanvaard, uitgevoerd en toegepast door Liechtenstein.

3.   Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden verwijzingen naar de „lidstaten” in de in lid 1 bedoelde bepalingen geacht ook Liechtenstein te omvatten.

Artikel 3

De rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 2, artikel 3, leden 1 tot en met 4, de artikelen 5 tot en met 7, artikel 8, lid 1, tweede alinea, en artikel 8, lid 2, en in de artikelen 9 tot en met 11 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland, zijn in Liechtenstein mutatis mutandis van toepassing.

Artikel 4

Een vertegenwoordiger van de regering van Liechtenstein wordt lid van het gemengd comité dat is ingesteld bij artikel 3 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland.

Het voorzitterschap van het gemengd comité wordt afwisselend voor een periode van zes maanden uitgeoefend door de vertegenwoordiger van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna de „Commissie” genoemd) en de vertegenwoordiger van de regering van respectievelijk Liechtenstein of Zwitserland.

Artikel 5

1.   Wanneer de Raad van de Europese Unie (hierna de „Raad” genoemd) besluiten of maatregelen tot wijziging of aanvulling van de bepalingen in de zin van artikel 2 aanneemt en wanneer besluiten of maatregelen overeenkomstig de in deze bepalingen vastgestelde procedures worden aangenomen, worden deze besluiten of maatregelen — onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2 — gelijktijdig door de lidstaten en Liechtenstein toegepast, tenzij in die besluiten of maatregelen uitdrukkelijk anders is bepaald.

2.   De Commissie stelt Liechtenstein onverwijld in kennis van de aanneming van de in lid 1 bedoelde besluiten of maatregelen. Liechtenstein beslist of het de inhoud ervan aanvaardt en of het die in zijn interne rechtsorde omzet. Deze beslissing worden binnen dertig dagen na de aanneming van de betrokken besluiten of maatregelen ter kennis gebracht van de Commissie.

3.   Indien de inhoud van dergelijke besluiten of maatregelen voor Liechtenstein pas bindend kan worden nadat aan zijn grondwettelijke verplichtingen is voldaan, deelt Liechtenstein de Commissie zulks bij zijn kennisgeving mee. Liechtenstein deelt de Raad en de Commissie onverwijld schriftelijk mee wanneer aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan. Wanneer geen referendum is vereist, vindt de kennisgeving plaats uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn. Indien een referendum is vereist, beschikt Liechtenstein voor het verrichten van de kennisgeving over een termijn van maximaal achttien maanden vanaf de kennisgeving door de Commissie. Vanaf de datum waarop het besluit of de maatregel voor Liechtenstein in werking moet treden, tot de mededeling dat aan de grondwettelijke verplichtingen is voldaan, past Liechtenstein, voor zover mogelijk, het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig toe.

4.   Indien Liechtenstein het betrokken besluit of de betrokken maatregel voorlopig niet kan toepassen en dit problemen oplevert voor de werking van de Dublin/Eurodac-samenwerking, wordt de situatie door het gemengd comité onderzocht. De Europese Gemeenschap kan ten aanzien van Liechtenstein evenredige en noodzakelijke maatregelen nemen om de goede werking van de Dublin/Eurodac-samenwerking te waarborgen.

5.   De aanvaarding door Liechtenstein van de in lid 1 bedoelde besluiten en maatregelen schept rechten en verplichtingen tussen Liechtenstein, Zwitserland en de lidstaten van de Europese Unie.

6.   Dit protocol wordt opgeschort indien:

a)

Liechtenstein kennis geeft van zijn beslissing om de inhoud van een besluit of maatregel in de zin van lid 1 waarop de in dit protocol bedoelde procedures zijn toegepast, niet te aanvaarden, of

b)

Liechtenstein geen kennisgeving doet binnen de in lid 2 bedoelde termijn van dertig dagen, of

c)

Liechtenstein geen kennisgeving doet uiterlijk dertig dagen na het verstrijken van de referendumtermijn of, in het geval van een referendum, binnen de in lid 3 vastgestelde termijn van achttien maanden, dan wel niet voorziet in de in datzelfde lid bedoelde voorlopige toepassing vanaf de datum waarop het betrokken besluit of de betrokken maatregel in werking moet treden.

7.   Het gemengd comité onderzoekt de kwestie die tot de opschorting heeft geleid en tracht binnen een termijn van negentig dagen de oorzaken voor de niet-aanvaarding of de niet-bekrachtiging weg te nemen. Nadat alle andere mogelijkheden om de goede werking van dit protocol te garanderen zijn onderzocht, inclusief de mogelijkheid om de gelijkwaardigheid van wettelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen vast te stellen, kan het comité met eenparigheid van stemmen besluiten dit protocol weer in werking te laten treden. Indien dit protocol na negentig dagen opgeschort blijft, wordt het geacht te zijn beëindigd.

Artikel 6

Voor de administratieve en operationele kosten in verband met de installatie en de werking van de centrale eenheid van Eurodac draagt Liechtenstein jaarlijks aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een bedrag bij van 0,071 % van het oorspronkelijke referentiebedrag van 11 675 000 EUR en vanaf het begrotingsjaar 2004 een jaarlijkse bijdrage van 0,071 % van de overeenkomstige begrotingskredieten voor het betrokken begrotingsjaar.

Artikel 7

Dit protocol laat de overeenkomsten tussen Liechtenstein en Zwitserland onverlet, voor zover deze overeenkomsten met dit protocol verenigbaar zijn. Indien deze overeenkomsten niet verenigbaar zijn met dit protocol, dan prevaleert het protocol.

Artikel 8

1.   Dit protocol wordt bekrachtigd of goedgekeurd door de overeenkomstsluitende partijen. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij de secretaris-generaal van de Raad, die als depositaris zal optreden.

2.   Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de mededeling door de depositaris aan de overeenkomstsluitende partijen dat de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.

3.   De artikelen 1 en 4 en artikel 5, lid 2, eerste zin, van dit protocol en de rechten en verplichtingen die zijn neergelegd in artikel 2 en in artikel 3, leden 1 tot en met 4, van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland zijn vanaf de ondertekening van dit protocol voorlopig van toepassing op Liechtenstein.

Artikel 9

Wat de na de ondertekening, doch vóór de inwerkingtreding van dit protocol aangenomen besluiten of maatregelen betreft, gaat de in artikel 5, lid 2, laatste zin, bedoelde termijn van dertig dagen in op de dag van inwerkingtreding van dit protocol.

Artikel 10

1.   Dit protocol wordt slechts toegepast indien ook de door Liechtenstein te sluiten overeenkomsten in de zin van artikel 11 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland ten uitvoer worden gelegd.

2.   Bovendien wordt dit protocol slechts toegepast indien ook het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 11

1.   Dit protocol kan worden opgezegd door elke overeenkomstsluitende partij. De depositaris wordt in kennis gesteld van de opzegging, die zes maanden na de kennisgeving van kracht wordt.

2.   Ingeval Zwitserland dit protocol of de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland opzegt of ingeval de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland ten aanzien van Zwitserland wordt beëindigd, blijven de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland en dit protocol van toepassing op de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en Liechtenstein.

3.   Dit protocol wordt geacht te zijn beëindigd indien Liechtenstein een van de door Liechtenstein gesloten overeenkomsten in de zin van artikel 11 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland dan wel het in artikel 10, lid 2, bedoelde protocol opzegt.

Artikel 12

Dit protocol is opgesteld in drie exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben geplaatst.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми февруари две хиляди и осма година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de febrero de dos mil ocho.

V Bruselu dne dvacátého osmého února dva tisíce osm.

Udfærdiget i Bruxelles den otteogtyvende februar to tusind og otte.

Geschehen zu Brüssel am achtundzwanzigsten Februar zweitausendacht.

Kahe tuhande kaheksanda aasta veebruarikuu kahekümne kaheksandal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις είκοσι οκτώ Φεβρουαρίου δύο χιλιάδες οκτώ.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of February in the year two thousand and eight.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit février deux mille huit.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto febbraio duemilaotto.

Briselē, divtūkstoš astotā gada divdesmit astotajā februārī.

Priimta du tūkstančiai aštuntų metų vasario dvidešimt aštuntą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-nyolcadik év február huszonnyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, fit-tmienja u għoxrin jum ta’ Frar tas-sena elfejn u tmienja.

Gedaan te Brussel, de achtentwintigste februari tweeduizend acht.

Sporządzono w Brukseli dnia dwudziestego ósmego lutego roku dwa tysiące ósmego.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Fevereiro de dois mil e oito.

Încheiat la Bruxelles, la douăzeci și opt februarie în anul două mii opt.

V Bruseli dňa dvadsiateho ôsmeho februára dvetisícosem.

V Bruslju, dne osemindvajsetega februarja leta dva tisoč osem.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä helmikuuta vuonna kaksituhattakahdeksan.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde februari tjugohundraåtta.

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vārdā

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisee

Per la Confederazione svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Állmszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Żvizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suiça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarsku konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image

За Княжeство Лиxтeнщaйн

Por el Principado de Liechtenstein

Za Lichtenštejnské knížectví

For Fyrstendømmet Liechtenstein

Für das Fürstentum Liechtenstein

Liechtensteini Vürstiriigi nimel

Για τo Πριγκιπάτo τoυ Λιχτενστάιν

For the Principality of Liechtenstein

Pour la Principauté de Liechtenstein

Per il Principato del Liechtenstein

Lihtenšteinas Firstistes vārdā

Lichtenšteino Kunigaikštystės vardu

A Liechtensteini Hercegség részéről

Għall-Prinċipat ta’ Liechtenstein

Voor het Vorstendom Liechtenstein

W imieniu Księstwa Liechtensteinu

Pelo Principado do Liechtenstein

Pentru Principatul Liechtenstein

Za Lichtenštajnské kniežatstvo

Za Kneževino Lihtenštajn

Liechtensteinin ruhtinaskunnan puolesta

För Furstendömet Liechtenstein

Image


(1)  PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(2)  PB L 93 van 3.4.2001, blz. 38.

(3)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(4)  Zie bladzijde 3 van dit Publicatieblad.

(5)  Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 50 van 25.2.2003, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie van 2 september 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3).

(7)  Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin (PB L 316 van 15.12.2000, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 407/2002 van de Raad van 28 februari 2002 tot vaststelling van sommige uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 1).


SLOTAKTE

De gevolmachtigden

van de EUROPESE GEMEENSCHAP

en

van de ZWITSERSE BONDSSTAAT

en

van het VORSTENDOM LIECHTENSTEIN

hierna de „overeenkomstsluitende partijen” genoemd

bijeengekomen te Brussel op de achtentwintigste dag van februari van het jaar 2008 voor de ondertekening van het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend.

De gevolmachtigde van de overeenkomstsluitende partijen hebben akte genomen van de hieronder opgesomde verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende een nauwe dialoog;

Verklaring van Liechtenstein betreffende artikel 5, lid 3;

Gemeenschappelijke verklaring over gezamenlijke vergaderingen van de gemengde comités.

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vārdā

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

За Конфедерация Швейцария

Por la Confederación Suiza

Za Švýcarskou konfederaci

For Det Schweiziske Forbund

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Šveitsi Konföderatsiooni nimel

Για την Ελβετική Συνομοσπονδία

For the Swiss Confederation

Pour la Confédération suisee

Per la Confederazione svizzera

Šveices Konfederācijas vārdā

Šveicarijos Konfederacijos vardu

A Svájci Állmszövetség részéről

Għall-Konfederazzjoni Żvizzera

Voor de Zwitserse Bondsstaat

W imieniu Konfederacji Szwajcarskiej

Pela Confederação Suiça

Pentru Confederația Elvețiană

Za Švajčiarsku konfederáciu

Za Švicarsko konfederacijo

Sveitsin valaliiton puolesta

För Schweiziska edsförbundet

Image

За Княжeство Лиxтeнщaйн

Por el Principado de Liechtenstein

Za Lichtenštejnské knížectví

For Fyrstendømmet Liechtenstein

Für das Fürstentum Liechtenstein

Liechtensteini Vürstiriigi nimel

Για τo Πριγκιπάτo τoυ Λιχτενστάιν

For the Principality of Liechtenstein

Pour la Principauté de Liechtenstein

Per il Principato del Liechtenstein

Lihtenšteinas Firstistes vārdā

Lichtenšteino Kunigaikštystės vardu

A Liechtensteini Hercegség részéről

Għall-Prinċipat ta’ Liechtenstein

Voor het Vorstendom Liechtenstein

W imieniu Księstwa Liechtensteinu

Pelo Principado do Liechtenstein

Pentru Principatul Liechtenstein

Za Lichtenštajnské kniežatstvo

Za Kneževino Lihtenštajn

Liechtensteinin ruhtinaskunnan puolesta

För Furstendömet Liechtenstein

Image

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BETREFFENDE EEN NAUWE DIALOOG

De overeenkomstsluitende partijen onderstrepen het belang van een nauwe en productieve dialoog tussen alle partijen die deelnemen aan de tenuitvoerlegging van de in artikel 2, lid 1, van dit protocol opgesomde bepalingen.

Met inachtneming van artikel 3, lid 1, van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland, zal de Commissie deskundigen van de lidstaten uitnodigen op vergaderingen van het gemengd comité om van gedachten te wisselen met deskundigen uit Liechtenstein over alle aangelegenheden die onder de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland vallen.

De overeenkomstsluitende partijen nemen kennis van de bereidheid van de lidstaten om op dergelijke uitnodigingen in te gaan en deel te nemen aan dergelijke gedachtewisselingen met Liechtenstein over alle aangelegenheden die onder de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland vallen.

VERKLARING VAN LIECHTENSTEIN BETREFFENDE ARTIKEL 5, LID 3,

over de termijn voor aanvaarding van nieuwe ontwikkelingen van het Dublin/Eurodac-acquis

De maximumtermijn van achttien maanden in artikel 5, lid 3, heeft betrekking op de goedkeuring en de uitvoering van het besluit of de maatregel. Hij omvat de volgende fasen:

de voorbereidende fase,

de parlementaire procedure,

de referendumtermijn van dertig dagen,

in voorkomend geval het referendum (organisatie en stemming),

bekrachtiging door de regerende vorst.

De regering van Liechtenstein stelt de Raad en de Commissie onverwijld in kennis van de beëindiging van elk van deze fasen.

De regering van Liechtenstein verbindt zich ertoe alle haar ter beschikking staande middelen aan te wenden om ervoor te zorgen dat de bovenvermelde fasen zo snel mogelijk verlopen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER GEZAMENLIJKE VERGADERINGEN VAN DE GEMENGDE COMITÉS

De delegatie van de Europese Commissie,

De delegaties van de regeringen van de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen,

De delegatie van de regering van de Zwitserse Bondsstaat,

De delegatie van de regering van het Vorstendom Liechtenstein,

Stellen vast dat Liechtenstein toetreedt tot het gemengd comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend en dit via een protocol bij deze overeenkomst,

Hebben besloten de vergaderingen van de gemengde comités die zijn ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, gezamenlijk te organiseren,

Stellen vast dat voor het gezamenlijk beleggen van deze vergaderingen een praktische regeling met betrekking tot het voorzitterschap van deze vergaderingen vereist is wanneer dat voorzitterschap door de deelnemende staten moet worden uitgeoefend krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein, of de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend,

Nemen kennis van de wens van de deelnemende staten om, indien zulks nodig is, de uitoefening van hun voorzitterschap af te staan en het tussen hen te laten rouleren in alfabetische volgorde op naam, vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend, zoals aangevuld bij het Protocol inzake de deelneming van Liechtenstein.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/50


Nota over de inwerkingtreding van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis

De procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van het bovengenoemde protocol (1), dat op 28 februari 2008 in Brussel is ondertekend, zijn op 7 maart 2011 voltooid. Dit protocol is derhalve op 7 april 2011 in werking getreden, overeenkomstig artikel 9, eerste alinea, van het protocol.


(1)  Zie bladzijde 3 van dit Publicatieblad.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/50


Informatie betreffende de inwerkingtreding van het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

De procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van het bovengenoemde protocol (1), dat op 28 februari 2008 in Brussel is ondertekend, zijn op 7 maart 2011 voltooid. Dit protocol is bijgevolg op 1 april 2011 in werking getreden, overeenkomstig artikel 8, tweede lid, van het Protocol.


(1)  Zie bladzijde 39 van dit Publicatieblad.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/51


Informatie betreffende de inwerkingtreding, tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein, van het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

Het bovengenoemde protocol (1), dat op 28 februari 2008 in Brussel is ondertekend, is op 1 december 2008 in werking getreden tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, nadat de betrokken procedures op 24 oktober 2008 werden voltooid.

Aangezien de noodzakelijke procedures voor de inwerkingtreding van dit protocol tussen de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein op 7 maart 2011 zijn voltooid, zal het bovengenoemde protocol wat betreft het Vorstendom Liechtenstein op 1 mei 2011 in werking treden, overeenkomstig artikel 5, derde alinea, van het protocol.


(1)  PB L 161 van 24.6.2009, blz. 8.


VERORDENINGEN

18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/52


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 583/2011 VAN DE RAAD

van 9 juni 2011

tot wijziging van de lijsten van insolventie- en liquidatieprocedures en curatoren die zijn opgenomen in de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures en houdende codificatie van de bijlagen A, B en C bij die verordening

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures (1), en met name artikel 45,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 1346/2000 zijn de benamingen opgenomen die in de nationale wetgeving van de lidstaten worden gebruikt voor de procedures en de curatoren waarop die verordening van toepassing is. Bijlage A bevat een lijst van de in artikel 2, onder a), van die verordening bedoelde insolventieprocedures. Bijlage B bevat een lijst van de in artikel 2, onder c), van die verordening bedoelde liquidatieprocedures en bijlage C bevat een lijst van de in artikel 2, onder b), van die verordening bedoelde curatoren.

(2)

Op 15 september 2010 heeft Oostenrijk de Commissie overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1346/2000 in kennis gesteld van teksten tot wijziging van de in de bijlagen A, B en C bij die verordening opgenomen lijsten.

(3)

Letland heeft overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1346/2000 de Commissie op 23 november 2010 in kennis gesteld van teksten tot wijziging van de in de bijlagen A en B bij die verordening opgenomen lijsten.

(4)

Rekening gehouden met de wijzigingen die aan de bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 1346/2000 moeten worden aangebracht, is na voornoemde kennisgevingen van Oostenrijk en Letland een codificatie van de bijlagen A, B en C bij die verordening nodig om alle partijen die betrokken zijn bij de onder die verordening vallende insolventieprocedures de nodige rechtszekerheid te verschaffen.

(5)

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn gebonden door Verordening (EG) nr. 1346/2000 en nemen, op grond van artikel 45 van die verordening, bijgevolg deel aan de vaststelling en uitvoering van de onderhavige verordening.

(6)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat.

(7)

De bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 1346/2000 moeten derhalve gewijzigd en gecodificeerd worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1346/2000 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage A wordt als volgt gewijzigd:

a)

de benamingen betreffende Letland worden vervangen door:

„LATVIJA

Tiesiskās aizsardzības process

Juridiskās personas maksātnespējas process

Fiziskās personas maksātnespējas process”;

b)

de benamingen betreffende Oostenrijk worden vervangen door:

„ÖSTERREICH

Das Konkursverfahren (Insolvenzverfahren)

Das Sanierungsverfahren ohne Eigenverwaltung (Insolvenzverfahren)

Das Sanierungsverfahren mit Eigenverwaltung (Insolvenzverfahren)

Das Schuldenregulierungsverfahren

Das Abschöpfungsverfahren

Das Ausgleichsverfahren”.

2)

Bijlage B wordt als volgt gewijzigd:

a)

de benamingen betreffende Letland worden vervangen door:

„LATVIJA

Juridiskās personas maksātnespējas process;

Fiziskās personas maksātnespējas process”;

b)

de benamingen betreffende Oostenrijk worden vervangen door:

„ÖSTERREICH

Das Konkursverfahren (Insolvenzverfahren)”.

3)

In bijlage C worden de benamingen betreffende Oostenrijk vervangen door:

„ÖSTERREICH

Masseverwalter

Sanierungsverwalter

Ausgleichsverwalter

Besonderer Verwalter

Einstweiliger Verwalter

Sachwalter

Treuhänder

Insolvenzgericht

Konkursgericht”.

Artikel 2

De bijlagen A, B en C bij Verordening (EG) nr. 1346/2000, gewijzigd overeenkomstig artikel 1 van deze verordening, worden gecodificeerd en vervangen door de bijlagen I, II en III bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Luxemburg, 9 juni 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

PINTÉR S.


(1)  PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1.


BIJLAGE I

„BIJLAGE A

Insolventieprocedures bedoeld in artikel 2, onder a)

BELGIË/BELGIQUE

Het faillissement/La faillite

De gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord/La réorganisation judiciaire par accord collectif

De gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag/La réorganisation judiciaire par transfert sous autorité de justice

De collectieve schuldenregeling/Le règlement collectif de dettes

De vrijwillige vereffening/La liquidation volontaire

De gerechtelijke vereffening/La liquidation judiciaire

De voorlopige ontneming van beheer, bepaald in artikel 8 van de faillissementswet/Le dessaisissement provisoire, visé à l’article 8 de la loi sur les faillites

БЪЛГАРИЯ

Производство по несъстоятелност

ČESKÁ REPUBLIKA

Konkurs

Reorganizace

Oddlužení

DEUTSCHLAND

Das Konkursverfahren

Das gerichtliche Vergleichsverfahren

Das Gesamtvollstreckungsverfahren

Das Insolvenzverfahren

EESTI

Pankrotimenetlus

ΕΛΛΑΣ

Η πτώχευση

Η ειδική εκκαθάριση

Η προσωρινή διαχείριση εταιρείας. Η διοίκηση και διαχείριση των πιστωτών

Η υπαγωγή επιχείρησης υπό επίτροπο με σκοπό τη σύναψη συμβιβασμού με τους πιστωτές

ESPAÑA

Concurso

FRANCE

Sauvegarde

Redressement judiciaire

Liquidation judiciaire

IRELAND

Compulsory winding-up by the court

Bankruptcy

The administration in bankruptcy of the estate of persons dying insolvent

Winding-up in bankruptcy of partnerships

Creditors’ voluntary winding-up (with confirmation of a court)

Arrangements under the control of the court which involve the vesting of all or part of the property of the debtor in the Official Assignee for realisation and distribution

Company examinership

ITALIA

Fallimento

Concordato preventivo

Liquidazione coatta amministrativa

Amministrazione straordinaria

ΚΥΠΡΟΣ

Υποχρεωτική εκκαθάριση από το Δικαστήριο

Εκούσια εκκαθάριση από πιστωτές κατόπιν Δικαστικού Διατάγματος

Εκούσια εκκαθάριση από μέλη

Εκκαθάριση με την εποπτεία του Δικαστηρίου

Πτώχευση κατόπιν Δικαστικού Διατάγματος

Διαχείριση της περιουσίας προσώπων που απεβίωσαν αφερέγγυα

LATVIJA

Tiesiskās aizsardzības process

Juridiskās personas maksātnespējas process

Fiziskās personas maksātnespējas process

LIETUVA

Įmonės restruktūrizavimo byla

Įmonės bankroto byla

Įmonės bankroto procesas ne teismo tvarka

LUXEMBOURG

Faillite

Gestion contrôlée

Concordat préventif de faillite (par abandon d’actif)

Régime spécial de liquidation du notariat

MAGYARORSZÁG

Csődeljárás

Felszámolási eljárás

MALTA

Xoljiment

Amministrazzjoni

Stralċ volontarju mill-membri jew mill-kredituri

Stralċ mill-Qorti

Falliment f’każ ta’ negozjant

NEDERLAND

Het faillissement

De surséance van betaling

De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

ÖSTERREICH

Das Konkursverfahren (Insolvenzverfahren)

Das Sanierungsverfahren ohne Eigenverwaltung (Insolvenzverfahren)

Das Sanierungsverfahren mit Eigenverwaltung (Insolvenzverfahren)

Das Schuldenregulierungsverfahren

Das Abschöpfungsverfahren

Das Ausgleichsverfahren

POLSKA

Postępowanie upadłościowe

Postępowanie układowe

Upadłość obejmująca likwidację

Upadłość z możliwością zawarcia układu

PORTUGAL

Processo de insolvência

Processo de falência

Processos especiais de recuperação de empresa, ou seja:

Concordata

Reconstituição empresarial

Reestruturação financeira

Gestão controlada

ROMÂNIA

Procedura insolvenței

Reorganizarea judiciară

Procedura falimentului

SLOVENIJA

Stečajni postopek

Skrajšani stečajni postopek

Postopek prisilne poravnave

Prisilna poravnava v stečaju

SLOVENSKO

Konkurzné konanie

Reštrukturalizačné konanie

SUOMI/FINLAND

Konkurssi/konkurs

Yrityssaneeraus/företagssanering

SVERIGE

Konkurs

Företagsrekonstruktion

UNITED KINGDOM

Winding-up by or subject to the supervision of the court

Creditors’ voluntary winding-up (with confirmation by the court)

Administration, including appointments made by filing prescribed documents with the court

Voluntary arrangements under insolvency legislation

Bankruptcy or sequestration”.


BIJLAGE II

„BIJLAGE B

Liquidatieprocedures bedoeld in artikel 2, onder c)

BELGIË/BELGIQUE

Het faillissement/La faillite

De vrijwillige vereffening/La liquidation volontaire

De gerechtelijke vereffening/La liquidation judiciaire

De gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag/La réorganisation judiciaire par transfert sous autorité de justice

БЪЛГАРИЯ

Производство по несъстоятелност

ČESKÁ REPUBLIKA

Konkurs

DEUTSCHLAND

Das Konkursverfahren

Das Gesamtvollstreckungsverfahren

Das Insolvenzverfahren

EESTI

Pankrotimenetlus

ΕΛΛΑΣ

Η πτώχευση

Η ειδική εκκαθάριση

ESPAÑA

Concurso

FRANCE

Liquidation judiciaire

IRELAND

Compulsory winding-up

Bankruptcy

The administration in bankruptcy of the estate of persons dying insolvent

Winding-up in bankruptcy of partnerships

Creditors’ voluntary winding-up (with confirmation of a court)

Arrangements under the control of the court which involve the vesting of all or part of the property of the debtor in the Official Assignee for realisation and distribution

ITALIA

Fallimento

Concordato preventivo con cessione dei beni

Liquidazione coatta amministrativa

Amministrazione straordinaria con programma di cessione dei complessi aziendali

Amministrazione straordinaria con programma di ristrutturazione di cui sia parte integrante un concordato con cessione dei beni

ΚΥΠΡΟΣ

Υποχρεωτική εκκαθάριση από το Δικαστήριο

Εκκαθάριση με την εποπτεία του Δικαστηρίου

Εκούσια εκκαθάριση από πιστωτές (με την επικύρωση του Δικαστηρίου)

Πτώχευση

Διαχείριση της περιουσίας προσώπων που απεβίωσαν αφερέγγυα

LATVIJA

Juridiskās personas maksātnespējas process

Fiziskās personas maksātnespējas process

LIETUVA

Įmonės bankroto byla

Įmonės bankroto procesas ne teismo tvarka

LUXEMBOURG

Faillite

Régime spécial de liquidation du notariat

MAGYARORSZÁG

Felszámolási eljárás

MALTA

Stralċ volontarju

Stralċ mill-Qorti

Falliment inkluż il-ħruġ ta’ mandat ta’ qbid mill-Kuratur f’każ ta’ negozjant fallut

NEDERLAND

Het faillissement

De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

ÖSTERREICH

Das Konkursverfahren (Insolvenzverfahren)

POLSKA

Postępowanie upadłościowe

Upadłość obejmująca likwidację

PORTUGAL

Processo de insolvência

Processo de falência

ROMÂNIA

Procedura falimentului

SLOVENIJA

Stečajni postopek

Skrajšani stečajni postopek

SLOVENSKO

Konkurzné konanie

SUOMI/FINLAND

Konkurssi/konkurs

SVERIGE

Konkurs

UNITED KINGDOM

Winding-up by or subject to the supervision of the court

Winding-up through administration, including appointments made by filing prescribed documents with the court

Creditors’ voluntary winding-up (with confirmation by the court)

Bankruptcy or sequestration.”


BIJLAGE III

„BIJLAGE C

Curatoren bedoeld in artikel 2, onder b)

BELGIË/BELGIQUE

De curator/Le curateur

De gedelegeerd rechter/Le juge-délégué

De gerechtsmandataris/Le mandataire de justice

De schuldbemiddelaar/Le médiateur de dettes

De vereffenaar/Le liquidateur

De voorlopige bewindvoerder/L’administrateur provisoire

БЪЛГАРИЯ

Назначен предварително временен синдик

Временен синдик

(Постоянен) синдик

Служебен синдик

ČESKÁ REPUBLIKA

Insolvenční správce

Předběžný insolvenční správce

Oddělený insolvenční správce

Zvláštní insolvenční správce

Zástupce insolvenčního správce

DEUTSCHLAND

Konkursverwalter

Vergleichsverwalter

Sachwalter (nach der Vergleichsordnung)

Verwalter

Insolvenzverwalter

Sachwalter (nach der Insolvenzordnung)

Treuhänder

Vorläufiger Insolvenzverwalter

EESTI

Pankrotihaldur

Ajutine pankrotihaldur

Usaldusisik

ΕΛΛΑΣ

Ο σύνδικος

Ο προσωρινός διαχειριστής. Η διοικούσα επιτροπή των πιστωτών

Ο ειδικός εκκαθαριστής

Ο επίτροπος

ESPAÑA

Administradores concursales

FRANCE

Mandataire judiciaire

Liquidateur

Administrateur judiciaire

Commissaire à l’exécution du plan

IRELAND

Liquidator

Official Assignee

Trustee in bankruptcy

Provisional Liquidator

Examiner

ITALIA

Curatore

Commissario giudiziale

Commissario straordinario

Commissario liquidatore

Liquidatore giudiziale

ΚΥΠΡΟΣ

Εκκαθαριστής και Προσωρινός Εκκαθαριστής

Επίσημος Παραλήπτης

Διαχειριστής της Πτώχευσης

Εξεταστής

LATVIJA

Maksātnespējas procesa administrators

LIETUVA

Bankrutuojančių įmonių administratorius

Restruktūrizuojamų įmonių administratorius

LUXEMBOURG

Le curateur

Le commissaire

Le liquidateur

Le conseil de gérance de la section d’assainissement du notariat

MAGYARORSZÁG

Vagyonfelügyelő

Felszámoló

MALTA

Amministratur Proviżorju

Riċevitur Uffiċjali

Stralċjarju

Manager Speċjali

Kuraturi f’każ ta' proċeduri ta' falliment

NEDERLAND

De curator in het faillissement

De bewindvoerder in de surséance van betaling

De bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

ÖSTERREICH

Masseverwalter

Sanierungsverwalter

Ausgleichsverwalter

Besonderer Verwalter

Einstweiliger Verwalter

Sachwalter

Treuhänder

Insolvenzgericht

Konkursgericht

POLSKA

Syndyk

Nadzorca sądowy

Zarządca

PORTUGAL

Administrador da insolvência

Gestor judicial

Liquidatário judicial

Comissão de credores

ROMÂNIA

Practician în insolvență

Administrator judiciar

Lichidator

SLOVENIJA

Upravitelj prisilne poravnave

Stečajni upravitelj

Sodišče, pristojno za postopek prisilne poravnave

Sodišče, pristojno za stečajni postopek

SLOVENSKO

Predbežný správca

Správca

SUOMI/FINLAND

Pesänhoitaja/boförvaltare

Selvittäjä/utredare

SVERIGE

Förvaltare

Rekonstruktör

UNITED KINGDOM

Liquidator

Supervisor of a voluntary arrangement

Administrator

Official Receiver

Trustee

Provisional Liquidator

Judicial factor”.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/65


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 584/2011 VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2011

tot goedkeuring van niet-minimale wijzigingen van het productdossier voor een benaming die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Grana Padano (BOB))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 7, lid 4, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 9, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 heeft de Commissie de door Italië ingediende aanvraag beoordeeld tot goedkeuring van een wijziging van onderdelen van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming „Grana Padano”, die bij Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie (2) is geregistreerd.

(2)

Aangezien de betrokken wijzigingen niet minimaal zijn in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 510/2006, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, eerste alinea, van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3).

(3)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 hebben de Zwitserse autoriteiten namens de firma Chäs & Co Käsehandel GmbH, eigenaar Urs Reichen, Grubenstraβe 39, 8045 Zürich, Zwitserland, bij de Commissie een bezwaarschrift ingediend. De Commissie heeft de betrokken partijen bij brief van 6 april 2010 verzocht op gepaste wijze overleg te plegen.

(4)

Aangezien binnen een termijn van zes maanden een overeenkomst is bereikt die minimale wijzigingen van het productdossier omvat, moet de Commissie een besluit nemen.

(5)

In het licht van deze elementen moeten de wijzigingen worden goedgekeurd en moet het gewijzigde enig document worden bekendgemaakt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De wijzigingen in het productdossier die zijn opgenomen in bijlage II en die betrekking hebben op de benaming in bijlage I bij de onderhavige verordening zijn goedgekeurd.

Artikel 2

Het enig document in bijlage II bij onderhavige verordening wordt toegepast.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

(2)  PB L 148 van 21.6.1996, blz. 1.

(3)  PB C 199 van 25.8.2009, blz. 24.


BIJLAGE I

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.3.   Kaas

ITALIË

Grana Padano (BOB)


BIJLAGE II

ENIG DOCUMENT

VERORDENING (EG) NR. 510/2006 VAN DE RAAD

„GRANA PADANO”

EG-nummer: IT-PDO-0217-0011-26.7.2006

BGA ( ) BOB (X)

1.   Naam

„GRANA PADANO”

2.   Lidstaat of derde land

Italië

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie (bijlage III)

Categorie 1.3.

Kaas

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

„Grana Padano” is een harde, gekookte en langzaam rijpende kaas die als tafelkaas en geraspt wordt gebruikt en het hele jaar door wordt geproduceerd met door middel van natuurlijke oproming gedeeltelijk ontroomde melk. Deze wordt in twee dagelijkse melkwinningen verkregen van koeien waarvan het basisrantsoen uit groen- of droogvoer bestaat. Het is toegestaan melk van een enkele melkwinning of een mengsel van twee melkwinningen te verwerken. De kaaswielen zijn cilindervormig, met een enigszins convexe of bijna recht opstaande zijkant en een vlakke onder- en bovenkant met een licht opstaand randje.

De diameter van een kaaswiel is 35 tot 45 cm en de hoogte van de zijkant is 18 tot 25 cm. De afmetingen zijn afhankelijk van de technische productiefactoren.

Gewicht: van 24 tot 40 kg. Korst: hard, glad en 4 tot 8 mm dik.

Het zuivel is hard met een fijnkorrelige structuur en nauwelijks zichtbare ogen en brokkelt radiaal in schilfers af. Het vetgehalte in de droge stof is ten minste 32 %. De korst is donker of natuurlijk goudgeel van kleur; het zuivel is wit of strogeel van kleur. De kaasmassa heeft een aangename geur en een verfijnde smaak.

3.3.   Grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

Rauwe koemelk, natuurlijke startcultuur, kalverstremsel.

De melk is afkomstig van koeien die in het in punt 4 omschreven gebied worden gehouden.

3.4.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong)

Het basisvoer van de melkkoeien bestaat uit verse of gedroogde voedergewassen en is bestemd voor lacterende koeien, droogstaande koeien en koekalveren van meer dan zeven maanden oud.

De melkkoeien worden hoofdzakelijk gevoederd met voedergewassen die op het gemengde bedrijf of elders in het afgebakende productiegebied van de „GRANA PADANO BOB” worden geteeld.

Ten minste 50 % (berekend op de droge stof) van het dagelijkse rantsoen moet bestaan uit voedergewassen. Uitgaande van het drogestofgehalte mag de verhouding voedergewassen/droogvoer niet minder zijn dan 1.

Ten minste 75 % van de droge stof van de voedergewassen in het dagelijkse rantsoen moet afkomstig zijn van voedermiddelen die verkregen zijn in het productiegebied van de melk.

De positieve lijst van toegestane voedermiddelen vermeldt de volgende producten:

voedergewassen: groene voedergewassen, hooi, stro, kuilvoer (dat niet mag worden gebruikt voor de productie van „Trentingrana”);

in categorieën onderverdeelde grondstoffen voor diervoeders, die als aanvulling op de voedergewassen mogen worden toegediend: granen en daarvan afgeleide producten, oliehoudende zaden, knol- en wortelgewassen en producten daarvan, gedehydrateerde voedergewassen, afgeleide producten van de suikerindustrie, zaden van peulvruchten, vetten, mineralen en hulpstoffen.

3.5.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De bereiding en de rijping van de kaas moeten plaatsvinden in het in punt 4 vermelde afgebakende gebied.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz.

De kaas moet worden geraspt en vervolgens worden verpakt in het in punt 4 vermelde afgebakende productiegebied. Omdat de vers geraspte kaas erg gevoelig is voor omgevingsinvloeden, is het voor het behoud van de organoleptische eigenschappen noodzakelijk dat het geraspte product onmiddellijk wordt verpakt en wel onder zodanige voorwaarden dat uitdroging uitgesloten is. Wanneer de geraspte kaas onmiddellijk wordt verpakt in een omhulsel waarop de oorsprongsbenaming voorkomt, bestaan er bovendien meer garanties voor de authenticiteit van het product dat vanwege de specifieke aard en vergeleken met een kaaswiel met een duidelijk zichtbaar merkteken, minder gemakkelijk kan worden geïdentificeerd (wat bevestigd wordt door de uitspraak van het Hof van Justitie van 20 mei 2003).

Afsnijdsels en resten die overblijven nadat „GRANA PADANO BOB” in stukken met een vast en/of variabel gewicht of in blokjes, dobbelstenen dan wel tot borrelhapjes is versneden en verpakt, mogen onder de volgende voorwaarden voor de productie van geraspte „GRANA PADANO” worden gebruikt: het percentage korsten is ten hoogste 18 %; de traceerbaarheid van de wielen „GRANA PADANO BOB” waarvan de afsnijdsels afkomstig zijn, is steeds gegarandeerd; wanneer de afsnijdsels niet in één keer worden opgebruikt en/of van een productie-inrichting naar een andere worden overgebracht, moeten ze op basis van de partijcode en de productiemaand gescheiden van elkaar worden bewaard; overblijfsels mogen uitsluitend binnen eenzelfde in het productiegebied gevestigde onderneming of ondernemingsgroep worden verplaatst. Dientengevolge is de handel in resten en afsnijdsels die bestemd zijn voor de productie van de geraspte „GRANA PADANO”, verboden.

3.7.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering

Het officiële merkteken dat bewijst dat het product voldoet aan de eisen voor een rechtmatig gebruik van de oorsprongsbenaming „GRANA PADANO” en dat derhalve moet voorkomen op alle hele kazen en op alle verpakkingen van versneden en geraspte „GRANA PADANO BOB”, bestaat uit een ruitvormig teken met daarop de woorden „GRANA” en „PADANO” in hoofdletters. In de afgeronde punten van de ruit staan de initialen „G” respectievelijk „P”.

De matrijsbanden die het oorsprongsstempel koud in de kaas drukken wanneer de wrongel in kaasvormen wordt overgebracht, bevatten een reeks gepointilleerde ruitvormen waarin afwisselend de woorden „GRANA” en „PADANO” voorkomen, alsmede de identificatiegegevens van de kaasfabriek en de maand en het jaar waarin de kaas is geproduceerd.

Voor „GRANA PADANO BOB” die in de autonome provincie Trento wordt geproduceerd, mogen de speciale matrijsbanden voor het type „Trentingrana” worden gebruikt, mits de kaas uitsluitend is bereid met melk die afkomstig is van koeien die met voedergewassen worden gevoederd en die het hele jaar door geen enkele soort kuilvoer toegediend krijgen. Dergelijke matrijzen bevatten een rij gepointilleerde ruitvormen die worden doorkruist met het woord „TRENTINO”; in het centrale deel van de opstaande zijde staan tweemaal in spiegelbeeld de woorden „TRENTINO” tussen de gestileerde afbeelding van enkele bergtoppen.

Behalve door de merktekens van de matrijsbanden wordt de oorsprong van de kaas tevens aangetoond door middel van een caseïneplaatje met het opschrift „GRANA PADANO”, het productiejaar en een alfanumerieke code dat elk kaaswiel op ondubbelzinnige wijze identificeert.

„GRANA PADANO” die gedurende ten minste 20 maanden na het overbrengen van de wrongel in kaasmallen in het productiegebied is gerijpt, mag worden aangeduid met de term „RISERVA” [Reserve]. „Grana Padano”-kaas die tot de categorie „GRANA PADANO RISERVA” behoort, is herkenbaar aan een tweede merkteken dat op verzoek van de betreffende producent op de opstaande kant van de kazen wordt gebrand. Hiervoor wordt dezelfde werkwijze als die voor het inbranden van het BOB-merk gevolgd. Het merk bestaat uit een cirkelvormig figuur dat in het midden wordt doorkruist door het woord „RISERVA”. In de bovenste halve maan staan het woord „OLTRE” (meer dan) en het cijfer „20”, en in de onderste halve maan het woord „MESI” (maanden).

Het verpakte product is onderverdeeld in de volgende categorieën: „GRANA PADANO OLTRE 16 MESI” [Grana Padano van meer dan 16 maanden] en „GRANA PADANO RISERVA” [Grana Padano Reserve].

Op de verpakkingen van kaas die tot de categorie „GRANA PADANO OLTRE 16 MESI” behoort, gaat het logo GRANA PADANO vergezeld van de extra vermelding „OLTRE 16 MESI” op een enkele regel en tussen parallelle horizontale strepen.

Op verpakkingen van kaas die tot de categorie „GRANA PADANO RISERVA” behoort, gaat het logo GRANA PADANO vergezeld van een afbeelding van het brandmerk „RISERVA”.

4.   Beknopte omschrijving van de afbakening van het geografische gebied

Het gebied waar „GRANA PADANO BOB” wordt geproduceerd en geraspt omvat het grondgebied van de provincies: Alessandria, Asti, Biella, Cuneo, Novara, Torino, Verbania, Vercelli, Bergamo, Brescia, Como, Cremona, Lecco, Lodi en Mantova links van de Po, Milano, Monza, Pavia, Sondrio, Varese, Trento, Padova, Rovigo, Treviso, Venezia, Verona, Vicenza en Bologna rechts van de Reno, Ferrara, Forlì Cesena, Piacenza, Ravenna en Rimini. Het productiegebied bevat bovendien de volgende gemeenten van de provincie Bolzano: Anterivo, Trodena, Lauregno, Proves en Senale-San Felice.

5.   Verband met het geografische gebied

5.1.   Specificiteit van het geografische gebied

Het productiegebied van „GRANA PADANO BOB” valt grotendeels samen met de grenzen van de Povlakte, dat wil zeggen het geografische gebied van het rivierbed van de Po. Dit vrijwel vlakke gebied wordt gevormd door uiterwaarden, aanslibbingen en ijstijdafzettingen met een overvloed aan water en heeft een van de meeste vruchtbare bodemtypen ter wereld, dat zich bij uitstek leent voor de productie van voedergewassen.

Een dergelijke bodemgesteldheid, in combinatie met het specifieke microklimaat van het gebied, is gunstig voor de maïsteelt. Maïs is het belangrijkste basisvoer voor de melkkoeien die de melk voor de productie van „GRANA PADANO BOB” leveren en kan tot 50 % van het rantsoen in droge stof vormen.

Grondverbeteringwerkzaamheden en de regulering van de irrigatie die in de XIde eeuw in de Povlakte in gang zijn gezet, hebben een directe aanleiding gevormd voor de ontwikkeling van de plaatselijke melkveehouderij. Aangezien er dientengevolge aanzienlijke hoeveelheden melk beschikbaar waren, die de dagelijkse behoefte van de boerenbevolking ruim overschreden, ontstond de wens en de noodzaak deze grondstof tot een houdbare kaassoort te verwerken. Ook het grote aanbod aan lokale voedergewassen, en met name maïs, dat rechtstreeks verband houdt met de goede watervoorziening, is tot op heden steeds een fundamentele factor geweest voor de instandhouding van de melkveehouderij en de beschikbaarheid van melk.

5.2.   Specificiteit van het product

De specificiteit van „GRANA PADANO BOB” kan worden teruggevoerd op de volgende eigenschappen:

de afmetingen en het gewicht van de kazen;

de specifieke morfologie van het zuivel, die het gevolg is van een productiemethode waarmee de typische korrelige en in schilfers afbrokkelende structuur wordt verkregen;

de witte of strogele kleur van het zuivel, de delicate smaak en de aromatische geur die hoofdzakelijk het gevolg zijn van de hoge concentraties kleefmaïs in het veevoer;

een vrijwel gelijke verhouding tussen het gehalte aan water en vet en het gehalte aan eiwitten;

een hoge natuurlijke afbraak van eiwitten tot peptonen, peptiden en vrije aminozuren;

de bestendigheid tegen lange rijpingstijden van zelfs meer dan 20 maanden.

5.3.   Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)

Het causale verband tussen de kaas „GRANA PADANO BOB” en het gebied van oorsprong kan worden teruggevoerd op de volgende elementen:

de uitstekende watervoorziening in de Povlakte en daardoor het grote aanbod aan voedergewassen waaronder met name kleefmaïs, waaraan het zuivel zijn in punt 5.2 beschreven specifieke eigenschappen als de witte of strogele kleur, de geur en smaak ontleent;

het rechtstreekse gevolg van het gebruik van kuilmaïs — of kleefmaïs — is dat het voer in mindere mate is samengesteld uit chromatische bestanddelen als carotenen, antocyanen en chlorofylen en derhalve in meerdere mate uit voedingselementen op basis van hooi van gemengde gewassen of groenvoer. Dit is een rechtstreeks gevolg van het inkuilen van voer;

het gebruik van rauwe melk en dientengevolge de toepassing van typische melkzuurbacteriën van het afgebakende gebied bij de kaasbereiding;

het gebruik van natuurlijke wei als entstof, waardoor er een ononderbroken microbiologisch verband met het productiegebied ontstaat. De melk in de vorm van wei en natuurlijke entstof vormt enerzijds de schakel tussen het productiegebied en de kaasfabrieken en garandeert anderzijds een voortdurend gebruik van typische melkzuurbacteriën uit het oorsprongsgebied die de basis vormen voor de belangrijkste specifieke eigenschappen van „GRANA PADANO BOB”.

Een ander causaal verband tussen de producteigenschappen en het gebied van oorsprong is de figuur van de „casaro”, de kaasmaker, die altijd een centrale en fundamentele rol heeft gespeeld in de productie van de „GRANA PADANO BOB”.

Ook vandaag de dag wordt de verwerking van melk tot de kaas „GRANA PADANO BOB” nog steeds toevertrouwd aan kaasmakers en niet aan technici of wetenschappers.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

De bevoegde instantie heeft de nationale procedure voor de indiening van bezwaarschriften tegen de wijzigingsaanvraag voor de beschermde oorsprongsbenaming „Grana Padano” ingeleid.

De geconsolideerde tekst van het productdossier kan worden geraadpleegd:

via de link

http://www.politcheagricole.it/flex/cm/pages/ServeBLOB.php/L/IT/IDPagina/335

of

door rechtstreeks de homepage van de website van het ministerie (www.politicheagricole.it) te openen en (rechtsboven) te klikken op „Qualità e sicurezza” en vervolgens op „Disciplinari di Produzione all’esame dell’UE [regolamento (CE) n. 510/2006]”.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/71


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 585/2011 VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2011

tot vaststelling van tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de sector groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 191, in samenhang met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De markt voor groenten en fruit van de Unie maakt een ongekende crisis door ingevolge een dodelijke uitbraak van Enterohemorragische Escherichia coli (E. coli) in Duitsland, die in verband is gebracht met de consumptie van bepaalde verse groenten en fruit. De crisis begon op 26 mei 2011, toen in de pers berichten verschenen dat komkommers de oorzaak van de uitbraak zouden zijn.

(2)

Verschillende lidstaten en derde landen hebben voorzorgsmaatregelen genomen en door een plotseling verlies van vertrouwen bij de consument wegens vermeende risico’s voor de volksgezondheid wordt de markt voor groenten en fruit van de Unie momenteel zeer ernstig verstoord, met name met betrekking tot komkommers, tomaten, paprika’s, courgettes en bepaalde producten van de sla- en de andijviefamilie die in de Unie zijn geteeld.

(3)

Gezien de huidige en de verwachte marktsituatie en gelet op het feit dat in Verordening (EG) nr. 1234/2007 en Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), die met ingang van 22 juni 2011 wordt vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (3), niet specifiek is voorzien in adequate sectorspecifieke instrumenten om de praktische problemen in de sector groenten en fruit aan te pakken, is er een dringende noodzaak om gedurende een beperkte periode buitengewone maatregelen vast te stellen.

(4)

Aangezien komkommers, tomaten, paprika’s, courgettes en bepaalde producten van de sla- en de andijviefamilie de belangrijkste producten zijn die door de groente- en fruitcrisis zijn getroffen, is het passend het toepassingsgebied van de buitengewone maatregelen tot deze producten te beperken.

(5)

Gezien de specifieke aard van de sector groenten en fruit zijn de in artikel 103 quater, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde crisisbeheers- en marktondersteunende maatregelen het meest geschikt ter ondersteuning van voor de productie van groenten en fruit erkende producentenorganisaties.

(6)

De Unie moet aanvullende steun verlenen voor het uit de markt nemen, het groen oogsten en het niet oogsten van komkommers, tomaten, paprika’s, courgettes en bepaalde producten van de sla- en de andijviefamilie die voor verse consumptie zijn bestemd. Gezien de ernstige verstoring van de markt voor groenten en fruit en het relatief beperkte ledental van producentenorganisaties in sommige lidstaten, is het eveneens noodzakelijk steun van de Unie voor die maatregelen te verlenen aan producenten van groenten en fruit die geen lid zijn van een erkende producentenorganisatie en die een contract hebben gesloten met een erkende producentenorganisatie om komkommers, tomaten, paprika’s, courgettes en bepaalde producten van de sla- en de andijviefamilie uit de markt te nemen.

(7)

Ter wille van de eenvormigheid en ter voorkoming van overcompensatie moeten op het niveau van de Unie maximumniveaus voor de aanvullende steun van de Unie voor het uit de markt nemen, groen oogsten en niet oogsten van producten worden vastgesteld. Om rekening te houden met de bijzondere kenmerken van verrichtingen voor niet oogsten en groen oogsten moeten de lidstaten de op kg gebaseerde benadering voor het uit de markt nemen omzetten in een op hectare gebaseerde benadering, uitgaande van de opbrengsten.

(8)

Producentenorganisaties zijn de primaire actoren in de sector groenten en fruit en zijn de meest aangewezen entiteiten om ervoor te zorgen dat de steun van de Unie wordt betaald aan producenten die geen lid zijn van een erkende producentenorganisatie. Zij moeten er door het sluiten van een contract voor zorgen dat er steun van de Unie wordt betaald aan de producenten die geen lid zijn van een erkende producentenorganisatie. Daar niet alle lidstaten dezelfde graad van organisatie aan de aanbodzijde van de markt voor groenten en fruit hebben, is het passend de bevoegde autoriteit van de lidstaten in de mogelijkheid te stellen de steun van de Unie in terdege gemotiveerde gevallen rechtstreeks aan de producenten uit te betalen.

(9)

Ter wille van de begrotingsdiscipline moet een maximum aan de door het Europese Landbouwgarantiefonds (ELGF) te financieren uitgaven worden gesteld en moet een systeem voor kennisgeving en monitoring worden ingesteld waarmee de lidstaten de Commissie informeren over hun verrichtingen voor het uit de markt nemen, niet oogsten of groen oogsten.

(10)

Om de impact van de aan de sector groenten en fruit toegebrachte schade te beperken, moet deze verordening van toepassing zijn op een periode die ingaat op 26 mei 2011. Vanwege de spoedeisendheid moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan.

(11)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Van 26 mei 2011 tot en met 30 juni 2011 wordt met betrekking tot de volgende voor verse consumptie bestemde producten van de sector groenten en fruit buitengewone steun verleend aan in artikel 122, onder a) iii), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producentenorganisaties en aan producenten die geen lid zijn van die organisaties:

a)

tomaten van GN-code 0702 00 00;

b)

sla van de GN-codes 0705 11 00 en 0705 19 00 en krulandijvie en andijvie van GN-code 0705 29 00;

c)

komkommers van GN-code 0707 00 05;

d)

niet-scherpsmakende pepers van GN-code 0709 60 10;

e)

courgettes van GN-code 0709 90 70.

2.   De krachtens deze verordening genomen maatregelen worden beschouwd als interventiemaatregelen ter regulering van de landbouwmarkten in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad (4).

Artikel 2

Maximumbedrag van de steun

De totale uitgaven van de Unie in het kader van deze verordening bedragen niet meer dan 210 000 000 EUR. Zij worden gefinancierd door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en worden uitsluitend gebruikt ter financiering van de bij deze verordening vastgestelde maatregelen.

Artikel 3

Toepasselijkheid van de voorschriften

Tenzij in deze verordening uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn Verordening (EG) nr. 1234/2007, Verordening (EG) nr. 1580/2007 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van toepassing op producentenorganisaties en de leden ervan en mutatis mutandis op de in artikel 5 bedoelde producenten.

Artikel 4

Producentenorganisaties

1.   Het in artikel 80, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en in artikel 79, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde maximum van 5 % is niet van toepassing op de in artikel 1, lid 1, van deze verordening bedoelde producten wanneer die producten uit de markt zijn genomen tijdens de in dat artikel bedoelde periode.

2.   Zelfs wanneer in het desbetreffende productiegebied tijdens de normale productiecyclus productie is geoogst voor commerciële doeleinden mogen ten aanzien van de producten en gedurende de periode als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de onderhavige verordening, de in artikel 85, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en artikel 84, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde maatregelen om niet te oogsten worden genomen. In zulke gevallen worden de in artikel 86, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en in artikel 85, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde vergoedingen verlaagd naar verhouding van de reeds geoogste productie, zoals vastgesteld op basis van de boekhoudkundige en/of fiscale gegevens van de betrokken producentenorganisaties.

3.   In het geval van producten die voor andere doeleinden dan gratis uitreiking uit de markt worden genomen, bedraagt de bijdrage van de Unie aan de door de lidstaten overeenkomstig artikel 80 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 of artikel 79 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde maximumbedragen niet meer dan de in bijlage I, deel A, bij de onderhavige verordening vastgestelde bedragen. In het geval van gratis uitreiking worden deze bedragen verdubbeld.

4.   Het in artikel 103 quater, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde maximum van één derde van de uitgaven en het in artikel 67, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en in artikel 66, lid 3, onder c), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde maximum van 25 % voor de verhoging van het actiefonds gelden niet voor uitgaven voor in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen tijdens de in artikel 1, lid 1, bedoelde periode.

5.   Er wordt aanvullende steun van de Unie verleend voor verrichtingen voor het uit de markt nemen, niet oogsten en groen oogsten van de producten en gedurende de periode als bedoeld in artikel 1, lid 1. Steun voor groen oogsten heeft uitsluitend betrekking op de producten die fysiek op de velden aanwezig zijn en die daadwerkelijk groen worden geoogst.

De aanvullende steun van de Unie wordt niet opgenomen in de operationele programma’s van de producentenorganisaties en wordt niet in aanmerking genomen bij de berekening van de in artikel 103 quinquies, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde maxima van 4,1 % en 4,6 %.

De bedragen van de aanvullende steun van de Unie voor het uit de markt nemen van producten zijn opgenomen in bijlage I, deel B, bij deze verordening.

Met betrekking tot niet oogsten en groen oogsten stellen de lidstaten het niveau van de bedragen van de aanvullende steun van de Unie per hectare zo vast dat deze niet meer bedragen dan 90 % van de in bijlage I, deel B, bij deze verordening vastgestelde bedragen voor het uit de markt nemen.

De aanvullende steun van de Unie wordt ook verleend indien de producentenorganisaties in het kader van hun operationele programma’s niet in die verrichtingen voorzien.

6.   Uitgaven overeenkomstig dit artikel maken deel uit van het actiefonds van de producentenorganisaties. Artikel 103 ter, lid 2, en artikel 103 quinquies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 zijn niet van toepassing op de in lid 5 bedoelde aanvullende steun.

Artikel 5

Producenten die geen lid zijn van producentenorganisaties

1.   Er wordt steun van de Unie verleend aan producenten van groenten en fruit die geen lid zijn van een erkende producentenorganisatie (hierna „producenten die geen lid zijn” genoemd) voor verrichtingen voor het uit de markt nemen, niet oogsten en groen oogsten van producten en gedurende de periode als bedoeld in artikel 1, lid 1. Wanneer een producentenorganisatie is geschorst overeenkomstig artikel 116, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1580/2007 of artikel 114, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 worden de leden ervan voor de toepassing van deze verordening beschouwd als producenten die geen lid zijn.

Steun voor groen oogsten heeft uitsluitend betrekking op de producten die fysiek op de velden aanwezig zijn en daadwerkelijk groen worden geoogst.

2.   In geval van het uit de markt nemen van producten sluiten producenten die geen lid zijn een contract met een erkende producentenorganisatie.

De steun van de Unie wordt aan die producenten betaald door de producentenorganisatie waarmee zij een dergelijk contract hebben gesloten. Artikel 4, lid 5, tweede en vijfde alinea, en artikel 4, lid 6, zijn mutatis mutandis van toepassing.

3.   De bedragen van de krachtens lid 1 verleende steun in de in lid 2 bedoelde situatie zijn de in bijlage I, deel B, vastgestelde bedragen, verminderd met de bedragen die overeenstemmen met de reële kosten van de producentenorganisatie voor het uit de markt nemen van de respectieve producten, welke door de producentenorganisatie worden ingehouden. Deze kosten worden bewezen door middel van facturen. In het kader van deze verordening aanvaarden de producentenorganisaties alle redelijke verzoeken van producenten die geen lid zijn van een producentenorganisatie.

4.   De lidstaten mogen, om terdege gemotiveerde redenen, zoals de beperkte graad van organisatie van de producenten in de betrokken lidstaat, en op niet-discriminerende wijze, toestaan dat een producent die geen lid is, in plaats van het in lid 2 bedoelde contract te sluiten, een melding doet aan de lidstaat. Artikel 79 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 of artikel 78 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/201 zijn mutatis mutandis van toepassing op een dergelijke melding.

In zulke gevallen betaalt de bevoegde autoriteit van de lidstaat de steun van de Unie rechtstreeks uit aan de producent, overeenkomstig zijn eigen wetgeving. De bedragen van de steun zijn de in bijlage I, deel B, vastgestelde bedragen.

5.   In geval van niet oogsten en groen oogsten doen producenten die geen lid zijn de toepasselijke melding aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat overeenkomstig de door de lidstaten krachtens artikel 86, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1580/2007 of artikel 85, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde bepalingen.

De bedragen van de steun van de Unie voor verrichtingen voor niet oogsten en groen oogsten zijn de krachtens artikel 4, lid 5, vierde alinea, vastgestelde bedragen.

Artikel 6

Controles op uit de markt nemen, niet oogsten en groen oogsten

1.   De in de artikelen 4 en 5 bedoelde verrichtingen voor het uit de markt nemen worden onderworpen aan controles van het eerste niveau overeenkomstig artikel 110 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en artikel 108 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011. Deze controles zijn evenwel beperkt tot 10 % van de hoeveelheid uit de markt genomen producten.

Met betrekking tot in artikel 5, lid 4, bedoelde verrichtingen voor het uit de markt nemen hebben de controles van het eerste niveau betrekking op 100 % van de uit de markt genomen producten.

2.   Verrichtingen voor niet oogsten en groen oogsten als bedoeld in de artikelen 4 en 5 worden onderworpen aan de in artikel 112 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en artikel 110 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde controles en voorwaarden, behalve ten aanzien van de eis dat de gewassen nog niet gedeeltelijk zijn geoogst. De controles zijn beperkt tot 10 % van de in artikel 4, lid 2, bedoelde productiegebieden.

Met betrekking tot in artikel 5, lid 5, bedoelde verrichtingen voor niet oogsten en groen oogsten hebben de controles betrekking op 100 % van de productiegebieden.

Artikel 7

Meldingen

1.   De lidstaten stellen de Commissie elke woensdag (vóór twaalf uur 's middags, plaatselijke tijd Brussel) vanaf de dag van de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de gedurende de voorbije week van de productenorganisaties en van producenten die geen lid zijn ontvangen meldingen. Die meldingen hebben betrekking op de verrichtingen die moeten worden ondernomen ter toepassing van deze verordening, in termen van hoeveelheden, oppervlakte en maximumuitgaven van de Unie voor elk van de in artikel 1, lid 1, bedoelde producten.

De lidstaten gebruiken de in bijlage II opgenomen sjablonen.

De lidstaten stellen de Commissie, aan de hand van de in bijlage II opgenomen sjablonen, op 22 juni 2011 in kennis van de in de eerste alinea bedoelde informatie met betrekking tot tussen 26 mei 2011 en de datum van de inwerkingtreding van deze verordening ondernomen verrichtingen voor het uit de markt nemen, niet oogsten en groen oogsten.

2.   De lidstaten stellen de Commissie tegen 18 juli 2011 in kennis van de informatie over de totale uit de markt genomen hoeveelheden, de totale oppervlakte waarop verrichtingen voor niet oogsten en groen oogsten zijn ondernomen en de totale steun van de Unie waarom is verzocht voor de overeenkomstige verrichtingen voor het uit de markt nemen en niet oogsten.

De lidstaten gebruiken de in bijlage III opgenomen sjablonen.

Er wordt geen steun van de Unie verleend voor verrichtingen voor het uit de markt nemen, niet oogsten of groen oogsten die niet overeenkomstig dit lid aan de Commissie zijn gemeld.

3.   Wanneer overeenkomstig lid 2 gemelde verzoeken om steun van de Unie het in artikel 2 bedoelde maximumbedrag van de steun overschrijden, stelt de Commissie, zonder de hulp van het in artikel 195, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde comité, op basis van de ontvangen verzoeken een toewijzingscoëfficiënt vast voor de verlening van de totale beschikbare steun van de Unie. Ingeval de verzoeken om steun het maximumbedrag van de steun niet overschrijden wordt de toewijzingscoëfficiënt vastgesteld op 100 %.

De lidstaten passen de toewijzingscoëfficiënt toe ten aanzien van alle in artikel 8 bedoelde aanvragen.

Artikel 8

Aanvraag voor en betaling van steun van de Unie

1.   Producentenorganisaties vragen uiterlijk 11 juli 2011 de betaling aan van de in artikel 4, lid 5, en artikel 5, lid 2, bedoelde steun van de Unie.

2.   In afwijking van de krachtens artikel 73 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en artikel 72 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde termijnen vragen producentenorganisaties uiterlijk 11 juli 2011 overeenkomstig de in artikel 73 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en artikel 72 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde procedure, de betaling aan van de in artikel 4, leden 1 tot en met 4, van de onderhavige verordening bedoelde totale steun van de Unie.

Het in artikel 73, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1580/2007 en artikel 72 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde maximum van 80 % van het oorspronkelijk goedgekeurde bedrag van de steun voor het operationele programma is niet van toepassing.

3.   In de in artikel 5, leden 4 en 5, bedoelde situaties vragen producenten die geen lid zijn, uiterlijk 11 juli 2011 zelf bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de betaling van steun van de Unie aan. Uiterlijk 30 juni 2011 wijzen de lidstaten de bevoegde autoriteiten aan.

4.   De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde aanvragen om steun van de Unie gaan vergezeld van bewijsstukken die het bedrag van de verzochte steun van de Unie staven en een schriftelijke verklaring bevatten dat de aanvrager met betrekking tot de verrichtingen die overeenkomstig deze verordening voor steun van de Unie in aanmerking komen, geen dubbele financiering uit uniale of nationale bron of compensatie in het kader van een verzekeringpolis heeft ontvangen.

5.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verrichten geen betalingen alvorens de in artikel 7, lid 3, bedoelde toewijzingscoëfficiënt is vastgesteld. Zij zorgen ervoor dat de ter toepassing van deze verordening te verrichten betalingen uiterlijk op 15 oktober 2011 worden verricht.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.

(3)  PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.

(4)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.


BIJLAGE I

DEEL A

Maximumbedragen van de bijdrage van de Unie aan steun voor het uit de markt nemen van producten als bedoeld in artikel 4, lid 3

Product als bedoeld in artikel 1, lid 1

Maximaal steunbedrag (EUR/100 kg)

Sla en krulandijvie en andijvie

15,5

Komkommers

9,6

Paprika’s

17,8

Courgettes

11,8


DEEL B

Maximumbedragen van aanvullende steun van de Unie voor het uit de markt nemen van producten als bedoeld in artikel 4, lid 5

Product als bedoeld in artikel 1, lid 1

Maximaal steunbedrag (EUR/100 kg)

Tomaten

33,2

Sla en krulandijvie en andijvie

38,9

Komkommers

24,0

Paprika’s

44,4

Courgettes

29,6


BIJLAGE II

Sjablonen voor de melding als bedoeld in artikel 7, lid 1

MELDING VAN HET UIT DE MARKT NEMEN VAN PRODUCTEN

Land:

 

Datum  (1):

 

Product (2)

PO's

Producenten die geen lid zijn

Totale eu-steun

EUR

Hoeveelheden die uit markt moeten worden genomen

(t)

Aanvullende EU-steun

EUR

(artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Actiefondssteun van de EU

EUR

(artikel 80, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1580/2007/artikel 79, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011) (3)

Totale eu- steun

EUR

Uit de markt te nemen hoeveelheden

(t)

Aanvullende EU- steun

EUR

(artikel 5, leden 3 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011

Komkommer

 

 

 

 

 

 

 

Tomaat

 

 

 

 

 

 

 

Sla en andijvie

 

 

 

 

 

 

 

Paprika's

 

 

 

 

 

 

 

Courgettes

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

De volgende tabel moet worden ingevuld op de eerste dag van de melding:

Door de lidstaten overeenkomstig artikel 80, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1580/2007/artikel 79, lid 1, van Verordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde maximale steunbedragen:

 

Bijdrage van de Unie

(EUR/100 kg)

Bijdrage van de PO

(EUR/100 kg)

Komkommer

 

 

Sla en andijvie

 

 

Paprika's

 

 

Courgettes

 

 

MELDING VAN GROEN/NIET OOGSTEN

Land:

 

Datum  (4):

 

Product (5)

PO's

Producenten die geen lid zijn

Totale eu-steun

EUR

Oppervlakte

(ha) (6)

AF-steun van de EU

EUR

(artikel 86, lid 4 van Verordening (EG) nr. 1580/2007/ artikel 85, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011) (7)

Aanvullende EU-steun

EUR

(artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Totale eu- steun

EUR

Oppervlakte

(ha) (6)

EU-steun

EUR

(artikel 5, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Komkommer

 

 

 

 

 

 

 

Tomaat

 

 

 

 

 

 

 

Sla en andijvie

 

 

 

 

 

 

 

Paprika's

 

 

 

 

 

 

 

Courgettes

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

De volgende tabel moet worden ingevuld op de eerste dag van de melding:

Door de lidstaten overeenkomstig artikel 86, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1580/2007/artikel 85, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 vastgestelde maximale steunbedragen:

 

Vollegrondteelt

Kasteelt

Bijdrage van de Unie

(EUR/ha)

Bijdrage van de PO

(EUR/ha)

Bijdrage van de Unie

(EUR/ha)

Bijdrage van de PO

(EUR/ha)

Tomaten

 

 

 

 

Komkommers

 

 

 

 

Sla en andijvie

 

 

 

 

Paprika's

 

 

 

 

Courgettes

 

 

 

 


(1)  Voor elke week moet een ander Excelblad worden ingevuld (in geval van lidstaten die een eerdere melding hebben gedaan, met inbegrip van de mededeling „nihil” voor weken zonder verrichtingen).

(2)  Producten als gedefinieerd in artikel 1, lid 1.

(3)  Alleen de bijdrage van de Unie wordt in aanmerking genomen voor de berekening, bijv. voor tomaten 3,6325 EUR/100 kg.

(4)  Voor elke week moet een ander Excelblad worden ingevuld (in geval van lidstaten die een eerdere melding hebben gedaan, met inbegrip van de mededeling „nihil” voor weken zonder verrichtingen).

(5)  Producten als gedefinieerd in artikel 1, lid 1.

(6)  Wanneer er al commerciële productie is geoogst, is het in te vullen cijfer een raming van de equivalente oppervlakte met productie.

(7)  Alleen de bijdrage van de Unie wordt in aanmerking genomen voor de berekening.


BIJLAGE III

Sjablonen voor de melding als bedoeld in artikel 7, lid 2

MELDING VAN HET UIT DE MARKT NEMEN VAN PRODUCTEN

Land:

 

Datum:

26 mei t/m 30 juni 2011

Product (1)

PO's

Producenten die geen lid zijn

Totale EU - steun

EUR

Totale uit de markt genomen hoeveelheden

(t)

Aanvullende EU-steun

EUR

(artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Actiefondssteun van de EU

EUR

(artikel 80, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1580/2007/artikel 79, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EG) nr. 543/2011) (2)

Totale EU - steun

EUR

Totale uit de markt genomen hoeveelheden

(t)

Aanvullende EU- steun

EUR

(artikel 5, leden 3 en 4, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Komkommer

 

 

 

 

 

 

 

Tomaat

 

 

 

 

 

 

 

Sla en andijvie

 

 

 

 

 

 

 

Paprika's

 

 

 

 

 

 

 

Courgettes

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

MELDING VAN GROEN/NIET OOGSTEN

Land:

 

Datum:

26 mei t/m 30 juni 2011

Product (3)

PO's

Producenten die geen lid zijn

Totale EU- Steun

EUR

Oppervlakte

(ha) (4)

AF-steun van de EU

EUR

(artikel 86, lid van Verordening (EG) nr. 1580/2007/ artikel 85, lid 4, van Uitvoeringsverordening (EG) nr. 543/2011) (5)

Aanvullende EU-steun

EUR

(artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Totale EU- Steun

EUR

Oppervlakte

(ha) (4)

EU-steun

EUR

(artikel 5, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 585/2011)

Komkommer

 

 

 

 

 

 

 

Tomaat

 

 

 

 

 

 

 

Sla en andijvie

 

 

 

 

 

 

 

Paprika's

 

 

 

 

 

 

 

Courgettes

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Producten als gedefinieerd in artikel 1, lid 1.

(2)  Alleen de bijdrage van de Unie wordt in aanmerking genomen voor de berekening, bijv. voor tomaten 3,6325 EUR/100 kg.

(3)  Producten als gedefinieerd in artikel 1, lid 1.

(4)  Wanneer er al commerciële productie is geoogst, is het in te vullen cijfer een raming van de equivalente oppervlakte met productie.

(5)  Alleen de bijdrage van de Unie wordt in aanmerking genomen voor de berekening.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/80


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 586/2011 VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2011

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 18 juni 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

57,8

MK

31,8

TR

54,0

ZZ

47,9

0707 00 05

TR

97,3

ZZ

97,3

0709 90 70

TR

111,4

ZZ

111,4

0805 50 10

AR

65,2

BR

40,6

TR

76,6

ZA

100,1

ZZ

70,6

0808 10 80

AR

90,6

BR

79,3

CL

84,5

CN

80,6

NZ

97,4

UY

98,4

ZA

85,5

ZZ

88,0

0809 10 00

TR

158,2

ZZ

158,2

0809 20 95

TR

385,5

XS

175,4

ZZ

280,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/82


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 587/2011 VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2011

tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2010/11 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 867/2010 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 570/2011 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2010/11 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 867/2010 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 18 juni 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 259 van 1.10.2010, blz. 3.

(4)  PB L 158 van 16.6.2011, blz. 31.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 18 juni 2011

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

47,19

0,00

1701 11 90 (1)

47,19

0,75

1701 12 10 (1)

47,19

0,00

1701 12 90 (1)

47,19

0,45

1701 91 00 (2)

50,08

2,45

1701 99 10 (2)

50,08

0,00

1701 99 90 (2)

50,08

0,00

1702 90 95 (3)

0,50

0,22


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


BESLUITEN

18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/84


BESLUIT VAN DE RAAD

van 9 juni 2011

betreffende de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in het Vorstendom Liechtenstein

(2011/352/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis („het protocol”) (1), op 28 februari 2008 ondertekend (2) en op 7 april 2011 in werking getreden, en met name artikel 10, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 10, lid 1, van het protocol bepaalt dat de bepalingen van het Schengenacquis door het Vorstendom Liechtenstein alleen ten uitvoer worden gelegd krachtens een daartoe strekkend besluit dat de Raad vaststelt nadat er is geverifieerd of het Vorstendom Liechtenstein de voorwaarden voor de uitvoering van dat acquis heeft voldaan.

(2)

De Raad heeft op de volgende wijze geverifieerd of het Vorstendom Liechtenstein een toereikend niveau van gegevensbescherming waarborgt: er is akte genomen van de antwoorden op een complete, aan het Vorstendom Liechtenstein voorgelegde vragenlijst, waarna er, overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures in het besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998 betreffende de oprichting van een permanente Schengencommissie („SCH/Com-ex (98) 26 def.”) (3) („het besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998”), in het Vorstendom Liechtenstein verificatie- en evaluatiebezoeken met betrekking tot gegevensbescherming hebben plaatsgevonden.

(3)

Op 9 juni 2011 heeft de Raad geconcludeerd dat het Vorstendom Liechtenstein aan de voorwaarden met betrekking tot gegevensbescherming heeft voldaan. Derhalve kan worden bepaald vanaf welke datum het Schengenacquis met betrekking tot het Schengeninformatiesysteem („het SIS”) op het Vorstendom Liechtenstein kan worden toegepast.

(4)

De inwerkingtreding van dit besluit moet de overdracht van echte SIS-gegevens aan het Vorstendom Liechtenstein mogelijk maken. Door een concreet gebruik van die gegevens moet de Raad aan de hand van de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures, vervat in het besluit van het Uitvoerend Comité van 16 september 1998, kunnen nagaan of de bepalingen van het Schengenacquis met betrekking tot het SIS in het Vorstendom Liechtenstein correct worden toegepast. Zodra die evaluatie is voltooid, moet de Raad een besluit nemen over het opheffen van de controles aan de binnengrenzen met het Vorstendom Liechtenstein.

(5)

In de Overeenkomst tussen het Vorstendom Liechtenstein, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en betreffende de criteria en mechanismen voor het vaststellen van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een in Liechtenstein, IJsland of Noorwegen ingediend asielverzoek, is bepaald dat deze, wat de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenaquis betreft, op dezelfde datum in werking zal treden als het protocol.

(6)

De datum voor de opheffing van de controles aan de binnengrenzen moet bij afzonderlijk besluit van de Raad worden vastgesteld. Tot die datum moeten er bepaalde beperkingen op het gebruik van het SIS worden gesteld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in bijlage I bedoelde bepalingen van het Schengenacquis die op het SIS betrekking hebben, zijn met ingang van 19 juli 2011 van toepassing op het Vorstendom Liechtenstein in zijn betrekkingen met het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.

2.   De in bijlage II bedoelde bepalingen van het Schengenacquis die op het SIS betrekking hebben, zijn met ingang van de in die bepalingen gestelde data van toepassing op het Vorstendom Liechtenstein in zijn betrekkingen met het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.

3.   Met ingang van 9 juni 2011 mogen er echte SIS-gegevens aan het Vorstendom Liechtenstein worden overgedragen.

Onverminderd lid 4 wordt het Vorstendom Liechtenstein met ingang van 19 juli 2011 gemachtigd om gegevens in het SIS in te voeren en SIS-gegevens te gebruiken.

4.   Tot de datum waarop de controles aan de binnengrenzen met het Vorstendom Liechtenstein worden opgeheven:

a)

is het Vorstendom Liechtenstein niet verplicht de toegang tot zijn grondgebied te weigeren aan onderdanen van derde landen die ter fine van weigering van toegang door een lidstaat in het SIS zijn gesignaleerd, noch deze onderdanen te verwijderen;

b)

voert het Vorstendom Liechtenstein geen gegevens in die vallen onder artikel 96 van de Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (4) (de „Schengenuitvoeringsovereenkomst”)

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 9 juni 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

PINTÉR S.


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  Besluit 2008/261/EG van de Raad (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 3) en Besluit 2008/262/EG van de Raad (PB L 83 van 26.3.2008, blz. 5).

(3)  PB L 239 van 22.9.2000, blz. 138.

(4)  PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19.


BIJLAGE I

Lijst van de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het SIS en op het Vorstendom Liechtenstein van toepassing moeten worden verklaard

1.

Wat betreft de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst:

artikel 64 en de artikelen 92 tot en met 119 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst.

2.

Wat betreft de besluiten en verklaringen van het bij de Schengenuitvoeringsovereenkomst opgerichte Uitvoerend Comité die betrekking hebben op het SIS:

a)

Besluit van het Uitvoerend Comité van 15 december 1997 betreffende de wijziging van het financieel reglement van het C.SIS (SCH/Com-ex (97) 35) (1);

b)

Verklaring van het Uitvoerend Comité van 18 april 1996 betreffende de definiëring van het begrip „vreemdeling” (SCH/Com-ex (96) decl. 5) (2);

Verklaring van het Uitvoerend Comité van 28 april 1999 betreffende de structuur van het SIS (SCH/Com-ex (99) decl. 2 herz.) (3),

3.

Wat betreft andere teksten die betrekking hebben op het SIS:

a)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens (4), voor zover van toepassing op de verwerking van gegevens binnen het SIS;

b)

Besluit 2000/265/EG van de Raad van 27 maart 2000 houdende vaststelling van een financieel reglement met betrekking tot de budgettaire aspecten van het beheer door de plaatsvervangend secretaris-generaal van de Raad van de overeenkomsten die deze sluit namens bepaalde lidstaten met betrekking tot de installatie en de werking van de communicatie-infrastructuur voor de Schengenomgeving „Sisnet” (5);

c)

het Sirenehandboek (6);

d)

Verordening (EG) nr. 871/2004 van de Raad van 29 april 2004 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (7), en alle latere besluiten betreffende de datum van toepassing van die functies;

e)

Besluit 2005/211/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme (8), en alle latere besluiten betreffende de datum van toepassing van die functies;

f)

Verordening (EG) nr. 1160/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, voor wat betreft de toegang tot het Schengeninformatiesysteem voor de diensten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (9);

g)

artikel 5, lid 4, onder a), en de bepalingen van titel II, en de bijlagen daarbij, die verwijzen naar het Schengeninformatiesysteem (SIS), van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (10);

h)

Verordening (EG) nr. 1104/2008 van de Raad van 24 oktober 2008 over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (11);

i)

Besluit 2008/839/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (12).


(1)  PB L 239 van 22.9.2000, blz. 444.

(2)  PB L 239 van 22.9.2000, blz. 458.

(3)  PB L 239 van 22.9.2000, blz. 459.

(4)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(5)  PB L 85 van 6.4.2000, blz. 12.

(6)  Delen van het Sirenehandboek zijn verschenen in PB C 38 van 17.2.2003, blz. 1. Het handboek is gewijzigd bij Besluiten 2006/757/EC (PB L 317 van 16.11.2006, blz. 1) en 2006/758/EC (PB L 317 van 16.11.2006, blz. 41) van de Commissie.

(7)  PB L 162 van 30.4.2004, blz. 29.

(8)  PB L 68 van 15.3.2005, blz. 44.

(9)  PB L 191 van 22.7.2005, blz. 18.

(10)  PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.

(11)  PB L 299 van 8.11.2008, blz. 1.

(12)  PB L 299 van 8.11.2008, blz. 43.


BIJLAGE II

Lijst van de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het SIS en die op de in die bepalingen gestelde datum op het Vorstendom Liechtenstein van toepassing moeten worden verklaard

1.

Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (1);

2.

Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (2);

3.

Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) (3).


(1)  PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1.

(2)  PB L 381 van 28.12.2006, blz. 4.

(3)  PB L 205 van 7.8.2007, blz. 63.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/88


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2011

tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Unie in de uitgaven voor de spoedmaatregelen ter bestrijding van aviaire influenza in Duitsland in 2007

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 4161)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(2011/353/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name artikel 4, leden 2 en 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 75 van het Financieel Reglement en artikel 90, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften moet de vastlegging van een uitgave uit de EU-begroting worden voorafgegaan door een financieringsbesluit waarin de essentiële elementen worden uiteengezet van de actie die een uitgave meebrengt, en dat is vastgesteld door de instelling of door de door haar gedelegeerde autoriteiten.

(2)

Beschikking 2009/470/EG stelt de procedures vast voor de financiële bijdrage van de Unie in de kosten van specifieke veterinaire maatregelen, waaronder urgente maatregelen. Om aviaire influenza zo spoedig mogelijk te helpen uitroeien, moet de Unie financieel bijdragen in de door de lidstaten gemaakte subsidiabele kosten. Artikel 4, lid 3, eerste en tweede streepje, van die beschikking behelst voorschriften inzake het op de door de lidstaten gemaakte kosten toe te passen percentage.

(3)

Verordening (EG) nr. 349/2005 van de Commissie (2) stelt voorschriften vast inzake de communautaire financiering van de in Beschikking 90/424/EEG van de Raad bedoelde urgente maatregelen en maatregelen ter bestrijding van bepaalde dierziekten. Bij artikel 3 van die verordening worden voorschriften vastgesteld voor de uitgaven die in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Unie.

(4)

Bij Beschikking 2008/441/EG van de Commissie van 4 juni 2008 inzake de financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de uitgevoerde spoedmaatregelen ter bestrijding van aviaire influenza in Duitsland in 2007 (3) is aan Duitsland een financiële bijdrage van de Unie toegekend voor de uitgaven die zijn gedaan voor de uitroeiing van deze ziekte. Overeenkomstig die beschikking is een eerste tranche van 320 000 EUR uitbetaald.

(5)

Op 13 mei 2008 en 25 juli 2008 heeft Duitsland een officieel verzoek om vergoeding ingediend overeenkomstig artikel 7, lid 1, en artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 349/2005. Op 9 februari 2009 is de aanzet gegeven tot een voorafgaande audit. De definitieve conclusies van de Commissie zijn aan Duitsland meegedeeld per brief van 20 september 2010 en bevestigd per brief van 21 februari 2011.

(6)

De financiële bijdrage van de Unie wordt alleen uitbetaald als de geplande activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd en de autoriteiten alle noodzakelijke informatie binnen de vastgestelde termijnen hebben verstrekt.

(7)

De Duitse autoriteiten hebben volledig voldaan aan hun technische en administratieve verplichtingen overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Beschikking 2009/470/EG en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 349/2005.

(8)

Rekening houdend met het voorgaande moet nu het totale bedrag worden vastgesteld van de financiële bijdrage van de Unie in de uitgaven voor de uitroeiing van aviaire influenza in Duitsland in 2007.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De totale financiële bijdrage van de Unie in de uitgaven in verband met de uitroeiing van aviaire influenza in Duitsland in 2007 wordt vastgesteld op 1 141 550,98 EUR. Dit besluit vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 75 van het Financieel Reglement.

Artikel 2

Het saldo van de financiële bijdrage wordt vastgesteld op 821 550,98 EUR.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30.

(2)  PB L 55 van 1.3.2005, blz. 12.

(3)  PB L 156 van 14.6.2008, blz. 14.


18.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/90


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 17 juni 2011

tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met het genetisch gemodificeerde katoen GHB614 (BCS-GHØØ2-5) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 4177)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/354/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 januari 2008 heeft Bayer CropScience AG overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bij de bevoegde instantie van Nederland een aanvraag ingediend voor het in de handel brengen van levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen GHB614 („de aanvraag”).

(2)

De aanvraag heeft ook betrekking op het in de handel brengen van andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit katoen GHB614 voor dezelfde gebruiksdoeleinden als ander katoen, met uitzondering van de teelt. Daarom omvat zij overeenkomstig artikel 5, lid 5, en artikel 17, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 de gegevens en de informatie als voorgeschreven in de bijlagen III en IV bij Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (2) en de informatie en de conclusies over de risicobeoordeling die is uitgevoerd overeenkomstig de beginselen van bijlage II bij Richtlijn 2001/18/EG. Zij omvat eveneens een monitoringplan voor de milieueffecten overeenkomstig bijlage VII bij Richtlijn 2001/18/EG.

(3)

Op 10 maart 2009 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overeenkomstig de artikelen 6 en 18 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een gunstig advies uitgebracht. Zij was van mening dat katoen GHB614 even veilig is als zijn niet genetisch gemodificeerde pendant wat de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu betreft. Daarom heeft de EFSA geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen GHB614, zoals beschreven in de aanvraag („de producten”), schadelijke gevolgen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu zal hebben in de context van de beoogde toepassingen ervan (3). In haar advies heeft de EFSA aandacht besteed aan alle specifieke kwesties en problemen die door de lidstaten aan de orde waren gesteld in de context van de raadpleging van de bevoegde nationale instanties, als bedoeld in artikel 6, lid 4, en artikel 18, lid 4, van die verordening.

(4)

Met name concludeerde de EFSA dat katoen GHB614 qua samenstelling en teelteigenschappen gelijkwaardig is aan zijn niet genetisch gemodificeerde pendant en andere conventionele katoenvariëteiten, met uitzondering van het ingebrachte kenmerk, en dat de ingediende moleculaire karakterisering geen aanwijzigen bevatte van onbedoelde effecten van de genetische modificatie en er bijgevolg geen behoefte is aan aanvullende studies naar de veiligheid voor dieren met de volledige levensmiddelen/diervoeders (bijvoorbeeld een toxiciteitsstudie van 90 dagen bij ratten).

(5)

De EFSA heeft in haar advies ook geconcludeerd dat het door de aanvrager ingediende monitoringplan voor de milieueffecten, dat bestaat uit een algemeen toezichtsplan, aansluit bij het beoogde gebruik van de producten. Wegens de fysieke eigenschappen van katoenzaad en de transportmethoden beveelt de EFSA echter aan in het kader van het algemene toezicht specifieke maatregelen te nemen om actief toezicht te houden op het voorkomen van verwilderde katoenplanten in gebieden waar de kans op het morsen van zaad en de vestiging van planten groot is.

(6)

Om de voorschriften voor monitoring beter te begrijpen en aan de aanbeveling van de EFSA te voldoen, is het door de aanvrager ingediende monitoringplan gewijzigd. Er zijn specifieke maatregelen ingevoerd om verliezen en verspilling te beperken en om onvoorziene katoenpopulaties uit te roeien.

(7)

Gezien het bovenstaande moet een vergunning voor de producten worden verleend.

(8)

Er moet aan ieder genetisch gemodificeerd organisme (ggo) een eenduidig identificatienummer worden toegekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 65/2004 van de Commissie van 14 januari 2004 tot vaststelling van een systeem voor de ontwikkeling en toekenning van eenduidige identificatienummers voor genetisch gemodificeerde organismen (4).

(9)

Op grond van het EFSA-advies lijken voor levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen GHB614 geen andere specifieke etiketteringsvoorschriften nodig te zijn dan die van artikel 13, lid 1, en artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003. Om ervoor te zorgen dat de producten binnen de grenzen van de vergunning worden gebruikt, moet op het etiket van diervoeders en andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit het ggo waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, wel duidelijk worden vermeld dat de producten in kwestie niet voor de teelt mogen worden gebruikt.

(10)

In artikel 4, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (5) worden etiketteringsvoorschriften vastgesteld voor producten die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan. Traceerbaarheidsvoorschriften voor producten die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, zijn vastgelegd in artikel 4, leden 1 tot en met 5, en voor levensmiddelen of diervoeders die met ggo’s zijn geproduceerd, in artikel 5 van die verordening.

(11)

De vergunninghouder moet bij de Commissie elk jaar een verslag indienen over de uitvoering en de resultaten van de in het monitoringplan opgenomen activiteiten voor de milieueffecten. Die resultaten moeten worden ingediend overeenkomstig Beschikking 2009/770/EG van de Commissie van 13 oktober 2009 tot vaststelling van standaardrapportageformulieren voor de presentatie van de resultaten van monitoring van de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, als product of in producten en met het oog op het in de handel brengen, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (6). Het advies van de EFSA rechtvaardigt niet het opleggen van specifieke voorwaarden of beperkingen voor het in de handel brengen en/of specifieke voorwaarden of beperkingen voor het gebruik en de behandeling, met inbegrip van voorschriften voor monitoring na het in de handel brengen betreffende het gebruik van de levensmiddelen en diervoeders, of specifieke voorwaarden voor de bescherming van bijzondere ecosystemen/het milieu en/of geografische gebieden, als bedoeld in artikel 6, lid 5, onder e), en artikel 18, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1829/2003.

(12)

Alle relevante informatie over de verlening van de vergunning voor de producten moet worden opgenomen in het bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 vastgestelde communautaire register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.

(13)

Krachtens artikel 9, lid 1, en artikel 15, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 1946/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de grensoverschrijdende verplaatsing van genetisch gemodificeerde organismen (7) moeten de partijen bij het aan het Verdrag inzake biodiversiteit gehechte Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid via het uitwisselingscentrum voor bioveiligheid van dit besluit in kennis worden gesteld.

(14)

De aanvrager is over de in dit besluit vervatte maatregelen geraadpleegd.

(15)

Daar het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn geen advies heeft uitgebracht, heeft de Commissie bij de Raad een voorstel betreffende deze maatregelen ingediend. Aangezien de Raad tijdens de vergadering van 17 maart 2011 geen gekwalificeerde meerderheid heeft kunnen bereiken voor of tegen het voorstel en de Raad heeft aangegeven dat hij zijn besprekingen over dit dossier heeft afgesloten, moeten deze maatregelen door de Commissie worden vastgesteld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Genetisch gemodificeerd organisme en eenduidig identificatienummer

Aan het genetisch gemodificeerde katoen (Gossypium hirsutum) GHB614, als nader gespecificeerd in punt b) van de bijlage bij dit besluit, wordt het eenduidige identificatienummer BCS-GHØØ2-5 toegekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 65/2004.

Artikel 2

Vergunning

Voor de volgende producten wordt voor de doeleinden van artikel 4, lid 2, en artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een vergunning verleend overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit:

a)

levensmiddelen en levensmiddeleningrediënten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen BCS-GHØØ2-5;

b)

diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen BCS-GHØØ2-5;

c)

andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit katoen BCS-GHØØ2-5 voor dezelfde gebruiksdoeleinden als ander katoen, met uitzondering van de teelt.

Artikel 3

Etikettering

1.   Voor de etiketteringsvoorschriften van artikel 13, lid 1, en artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 en artikel 4, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1830/2003 is de naam van het organisme „katoen”.

2.   De woorden „niet voor teeltdoeleinden” worden aangebracht op het etiket en in de begeleidende documenten van de in artikel 2, onder b) en c), bedoelde producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit katoen BCS-GHØØ2-5.

Artikel 4

Monitoring van de milieueffecten

1.   De vergunninghouder zorgt ervoor dat het in punt h) van de bijlage vermelde monitoringplan voor de milieueffecten wordt voorbereid en uitgevoerd.

2.   De vergunninghouder dient bij de Commissie elk jaar overeenkomstig Beschikking 2009/770/EG een verslag in over de uitvoering en de resultaten van het monitoringplan.

Artikel 5

Communautair register

De informatie in de bijlage bij dit besluit wordt opgenomen in het bij artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 vastgestelde communautaire register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.

Artikel 6

Vergunninghouder

De vergunninghouder is Bayer CropScience AG.

Artikel 7

Geldigheid

Dit besluit is van toepassing gedurende een periode van tien jaar vanaf de datum van kennisgeving.

Artikel 8

Adressaat

Dit besluit is gericht tot Bayer CropScience AG, Alfred-Nobel-Strasse 50, 40789 Monheim am Rhein, Duitsland.

Gedaan te Brussel, 17 juni 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(2)  PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1.

(3)  http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/questionLoader?question=EFSA-Q-2006-020

(4)  PB L 10 van 16.1.2004, blz. 5.

(5)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 24.

(6)  PB L 275 van 21.10.2009, blz. 9.

(7)  PB L 287 van 5.11.2003, blz. 1.


BIJLAGE

a)   Aanvrager en vergunninghouder

Naam

:

Bayer CropScience AG

Adres

:

Alfred-Nobel-Strasse 50, 40789 Monheim am Rhein, Duitsland

b)   Benaming en specificatie van de producten

1.

levensmiddelen en levensmiddeleningrediënten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen BCS-GHØØ2-5;

2.

diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met katoen BCS-GHØØ2-5;

3.

andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit katoen BCS-GHØØ2-5 voor dezelfde gebruiksdoeleinden als ander katoen, met uitzondering van de teelt.

Het in de aanvraag beschreven genetisch gemodificeerde katoen BCS-GHØØ2-5 (Gossypium hirsutum), brengt het 2mEPSPS-eiwit tot expressie dat tolerantie geeft voor het herbicide glyfosaat.

c)   Etikettering

1.

Voor de specifieke etiketteringsvoorschriften van artikel 13, lid 1, en artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 en artikel 4, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1830/2003 is de naam van het organisme „katoen”.

2.

De woorden „niet voor teeltdoeleinden” worden aangebracht op het etiket en in de begeleidende documenten van de in artikel 2, onder b) en c), van dit besluit bedoelde producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit katoen BCS-GHØØ2-5.

d)   Detectiemethode

modificatiespecifieke real-time PCR-methode voor de kwantificering van katoen BCS-GHØØ2-5;

gevalideerd op zaaizaad door het communautair referentielaboratorium, opgericht bij Verordening (EG) nr. 1829/2003, gepubliceerd op http://gmo-crl.jrc.ec.europa.eu/statusofdoss.htm;

Referentiemateriaal: AOCS 1108-A en AOCS 0306-A, toegankelijk via de American Oil Chemists Society op http://www.aocs.org/tech/crm/.

e)   Eenduidig identificatienummer

BCS-GHØØ2-5

f)   Informatie die vereist is krachtens bijlage II bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid dat aan het Verdrag inzake biodiversiteit gehecht is

Uitwisselingscentrum voor bioveiligheid, Record ID: zie [wordt ingevuld bij de kennisgeving].

g)   Voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het in de handel brengen, het gebruik en de behandeling van het product

Niet van toepassing.

h)   Monitoringplan

Monitoringplan voor de milieueffecten overeenkomstig bijlage VII bij Richtlijn 2001/18/EG.

[Link naar het plan op internet]

i)   Voorschriften voor monitoring, na het in de handel brengen, van het gebruik van het levensmiddel voor menselijke consumptie

Niet van toepassing.

N.B.: het kan gebeuren dat de links naar de documenten na verloop van tijd gewijzigd moeten worden. Dergelijke wijzigingen worden bekendgemaakt door middel van updates van het communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.