ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2011.147.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 147

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
2 juni 2011


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 536/2011 van de Commissie van 1 juni 2011 tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de gegevens voor Zuid-Afrika in de lijsten van derde landen of delen daarvan ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) nr. 537/2011 van de Commissie van 1 juni 2011 betreffende het mechanisme voor de toewijzing van de hoeveelheden gereguleerde stoffen waarvan het gebruik in de Unie voor analytische en laboratoriumtoepassingen is toegestaan krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen

4

 

*

Verordening (EU) nr. 538/2011 van de Commissie van 1 juni 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 607/2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

6

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 539/2011 van de Commissie van 1 juni 2011 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

13

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2011/63/EU van de Commissie van 1 juni 2011 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof, met het oog op de aanpassing ervan aan de technische vooruitgang

15

 

 

BESLUITEN

 

 

2011/326/EU

 

*

Uitvoeringsbesluit van de Raad van 30 mei 2011 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Ierland

17

 

 

2011/327/EU

 

*

Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van 1 juni 2011 inzake de behandeling van documenten van civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2008/836

20

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 536/2011 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2011

tot wijziging van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG en bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de gegevens voor Zuid-Afrika in de lijsten van derde landen of delen daarvan

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 8, inleidende zin, artikel 8, punt 1, eerste alinea, en artikel 8, punt 4,

Gezien Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (2), en met name artikel 23, lid 1, en artikel 24, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2007/777/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor bepaalde uit derde landen ingevoerde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie en tot intrekking van Beschikking 2005/432/EG (3) bevat voorschriften voor de invoer in en de doorvoer door en de opslag in de Unie van zendingen vleesproducten, zoals gedefinieerd in punt 7.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (4) en van zendingen behandelde magen, blazen en darmen, zoals gedefinieerd in punt 7.9 van die bijlage.

(2)

Bij Beschikking 2007/777/EG zijn ook lijsten vastgesteld van derde landen en delen daarvan waaruit die producten mogen worden ingevoerd, doorgevoerd en opgeslagen, alsmede de voor die producten vereiste gezondheids- en veterinaire certificaten en behandelingen.

(3)

Bijlage II, deel 2, bij Beschikking 2007/777/EG bevat een lijst van derde landen of delen daarvan waaruit vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die verschillende in deel 4 van die bijlage vermelde behandelingen ondergaan, in de Unie mogen worden ingevoerd.

(4)

Overeenkomstig bijlage II, deel 2, bij Beschikking 2007/777/EG is de invoer van vleesproducten, behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie, verkregen van vlees van gekweekte loopvogels, die een niet-specifieke behandeling ondergaan en waarvoor geen minimumtemperatuur is vastgesteld („behandeling A”), uit Zuid-Afrika toegestaan.

(5)

Bijlage II, deel 3, bij Beschikking 2007/777/EG bevat een lijst van derde landen of delen daarvan waaruit biltong/jerky en gepasteuriseerde vleesproducten die verschillende in deel 4 van die bijlage vermelde behandelingen ondergaan, in de Unie mogen worden ingevoerd.

(6)

Overeenkomstig bijlage II, deel 3, bij Beschikking 2007/777/EG is de invoer in de Unie van biltong/jerky, geheel of gedeeltelijk bestaande uit vlees van pluimvee, gekweekt vederwild, loopvogels en vrij vederwild dat een specifieke behandeling („behandeling E”) ondergaat, uit Zuid-Afrika toegestaan.

(7)

Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (5) bevat voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer in en doorvoer door de Unie van pluimvee, broedeieren, eendagskuikens en van specifieke pathogenen vrije eieren en van vlees, gehakt vlees en separatorvlees van pluimvee, inclusief loopvogels en vrij vederwild, eieren en eiproducten. Die verordening bepaalt dat de daaronder vallende producten alleen mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Unie uit de derde landen, gebieden, zones of compartimenten die in de tabel in bijlage I, deel 1, bij die verordening zijn aangegeven.

(8)

Overeenkomstig bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 is de invoer in de Unie van fok- en gebruiksloopvogels en van eendagskuikens, broedeieren en vlees van loopvogels uit Zuid-Afrika toegestaan.

(9)

Verordening (EG) nr. 798/2008 bevat ook de voorwaarden waaraan een derde land, gebied, zone of compartiment moet voldoen om als vrij van hoogpathogene aviaire influenza (HPAI) te worden beschouwd en de voorschriften inzake veterinaire certificering in dat verband voor producten die bestemd zijn voor invoer in de Unie.

(10)

Zuid-Afrika heeft de Commissie in kennis gesteld van een uitbraak van HPAI van het subtype H5N2, die op 9 april 2011 op zijn grondgebied werd bevestigd.

(11)

Wegens de bevestigde uitbraak van HPAI mag het grondgebied van Zuid-Afrika niet langer als vrij van die ziekte worden beschouwd. Bijgevolg hebben de veterinaire autoriteiten van Zuid-Afrika de afgifte van veterinaire certificaten voor zendingen van de desbetreffende producten met onmiddellijke ingang opgeschort. De gegevens voor Zuid-Afrika in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Voorts voldoet Zuid-Afrika als gevolg van de HPAI-uitbraak niet langer aan de veterinairrechtelijke voorschriften voor de toepassing van „behandeling A” op in bijlage II, deel 2, bij Beschikking 2007/777/EG vermelde producten, geheel of gedeeltelijk bestaande uit vlees van gekweekte loopvogels of behandelde magen, blazen en darmen van loopvogels voor menselijke consumptie, en voor de toepassing van „behandeling E” op in die bijlage, deel 3, vermelde biltong/jerky en gepasteuriseerde vleesproducten, geheel of gedeeltelijk bestaande uit vlees van pluimvee, gekweekt vederwild, loopvogels en vrij vederwild. Die behandelingen zijn niet toereikend om met die producten verband houdende risico's voor de diergezondheid weg te nemen. De gegevens voor Zuid-Afrika betreffende die producten in deel 2 en 3 van bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG moeten daarom worden gewijzigd zodat zij op adequate wijze worden behandeld.

(13)

Beschikking 2007/777/EG en Verordening (EG) nr. 798/2009 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(2)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 74.

(3)  PB L 312 van 30.11.2007, blz. 49.

(4)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(5)  PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1.


BIJLAGE I

Bijlage II bij Beschikking 2007/777/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel 2 worden de gegevens voor Zuid-Afrika vervangen door:

„ZA

Zuid-Afrika (1)

C

C

C

A

D

D

A

C

C

A

A

D

XXX”

2)

In deel 3 worden de gegevens voor Zuid-Afrika vervangen door:

„ZA

Zuid-Afrika

XXX

XXX

XXX

XXX

D

D

A

XXX

XXX

A

A

D

XXX”

Zuid Afrika ZA-1

E

E

XXX

XXX

D

D

A

E

XXX

A

A

D

 


BIJLAGE II

In bijlage I, deel 1, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 worden de gegevens voor Zuid-Afrika vervangen door:

„ZA — Zuid-Afrika

ZA-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4”

BPR

I

P2

9.4.2011

 

A

 

 

DOR

II

 

 

HER

III

 

 

RAT

VII

P2

9.4.2011

 

 

 


2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/4


VERORDENING (EU) Nr. 537/2011 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2011

betreffende het mechanisme voor de toewijzing van de hoeveelheden gereguleerde stoffen waarvan het gebruik in de Unie voor analytische en laboratoriumtoepassingen is toegestaan krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (1), en met name artikel 10, lid 6, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het mechanisme voor de toewijzing van de hoeveelheden gereguleerde stoffen waarvan het gebruik voor analytische en laboratoriumtoepassingen is toegestaan, moet ervoor zorgen dat de hoeveelheid waarvoor aan afzonderlijke producenten en importeurs vergunningen worden afgegeven, niet meer bedraagt dan 130 % van het jaargemiddelde van het berekende niveau van de gereguleerde stoffen waarvoor in de jaren 2007 tot en met 2009 aan de producent of importeur een vergunning is afgegeven voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen en dat de totale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt verleend, met inbegrip van de vergunningen voor chloorfluorkoolwaterstoffen uit hoofde van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1005/2009, per jaar niet meer bedraagt dan 110 ton ozonafbrekend vermogen (hierna „ODP” genoemd).

(2)

De totale hoeveelheden gereguleerde stoffen waarvan het gebruik voor analytische en laboratoriumtoepassingen is toegestaan voor de ondernemingen die in de jaren 2007 tot en met 2009 met een vergunning produceerden of invoerden, mogen niet meer bedragen dan 77 243,181 kilogram ODP, berekend op basis van de productie en invoer tijdens de referentieperiode waarvoor een vergunning is afgegeven.

(3)

Het verschil met de maximumhoeveelheid van 110 ton ODP (32 756,819 kilogram ODP), evenals de hoeveelheden waarvoor geen verklaringen zijn ingediend door de ondernemingen die in de jaren 2007 tot en met 2009 met een dergelijke vergunning produceerden of invoerden, moeten worden toegewezen aan ondernemingen waaraan tijdens de referentieperiode 2007 tot en met 2009 geen productie- of invoervergunningen zijn afgegeven. Het toewijzingsmechanisme moet ervoor zorgen dat alle ondernemingen die om nieuwe quota vragen een passend aandeel van de toe te wijzen hoeveelheden ontvangen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De quota voor gereguleerde stoffen voor analytische en laboratoriumtoepassingen worden toegewezen aan producenten en importeurs waaraan in de jaren 2007 tot en met 2009 geen productie- of invoervergunning is afgegeven overeenkomstig het in de bijlage uiteengezette mechanisme.

Artikel 2

Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 januari 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 286 van 31.10.2009, blz. 1.


BIJLAGE

Toewijzingsmechanisme

1.   Bepaling van de toe te wijzen hoeveelheid aan ondernemingen waaraan in de jaren 2007 tot en met 2009 geen productie- of invoervergunning is afgegeven voor gereguleerde stoffen voor analytische en laboratoriumtoepassingen (nieuwe ondernemingen)

Elke onderneming waaraan in de jaren 2007 tot en met 2009 een productie- of invoervergunning is afgegeven voor gereguleerde stoffen voor essentiële analytische en laboratoriumtoepassingen ontvangt een quotum dat overeenstemt met de hoeveelheid die werd gevraagd in haar verklaring als bedoeld in artikel 10, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1005/2009, maar dat niet meer bedraagt dan 130 % van het jaargemiddelde van het berekende niveau van de gereguleerde stoffen waarvoor aan deze onderneming in de jaren 2007 tot en met 2009 een vergunning is afgegeven.

De som deze toewijzingen wordt afgetrokken van 110 ton ODP om de hoeveelheid te bepalen die aan nieuwe ondernemingen moet worden toegewezen (hoeveelheid voor toewijzing in fase 1).

2.   Fase 1

Elke nieuwe onderneming ontvangt een toewijzing die overeenstemt met de in haar verklaring gevraagde hoeveelheid, maar niet meer dan een proportioneel aandeel van de in fase 1 toe te wijzen hoeveelheid. Het proportionele aandeel wordt berekend door het aantal nieuwe ondernemingen te delen door 100. De som van de in fase 1 toegewezen quota wordt van de in fase 1 toe te wijzen hoeveelheid afgetrokken om de in fase 2 toe te wijzen hoeveelheid te bepalen.

3.   Fase 2

Elke nieuwe onderneming die in fase 1 niet 100 % van de in haar verklaring gevraagde hoeveelheid heeft verkregen, ontvangt een extra toewijzing die overeenstemt met het verschil tussen de gevraagde hoeveelheid en de in fase 1 verkregen hoeveelheid, maar die niet meer mag bedragen dan het proportionele aandeel van de in fase 2 toe te wijzen hoeveelheid. Het proportionele aandeel wordt berekend door het aantal nieuwe ondernemingen dat in aanmerking komt voor toewijzing in fase 2 te delen door 100. De som van de in fase 2 toegewezen quota wordt van de in fase 2 toe te wijzen hoeveelheid afgetrokken om de in fase 3 toe te wijzen hoeveelheid te bepalen.

4.   Fase 3

Fase 2 wordt analoog herhaald tot de resterende, in de verdere fase toe te wijzen hoeveelheid kleiner is dan 1 ton ODP.


2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/6


VERORDENING (EU) Nr. 538/2011 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2011

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 607/2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name artikel 121, eerste alinea, onder k), l) en m), en artikel 203 ter, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 18 van Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie (2) is bepaald dat het „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen”, dat overeenkomstig artikel 118 quindecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 door de Commissie wordt bijgehouden, hieronder „het register” genoemd, in de elektronische databank „E-Bacchus” wordt opgenomen.

(2)

Met het oog op vereenvoudiging moet de lijst van de representatieve beroepsorganisaties en de leden daarvan, die is opgenomen in bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 607/2009, op het internet worden bekendgemaakt. Bijgevolg moet artikel 30, lid 2, dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Om discriminatie tussen wijnen van oorsprong uit de Unie en wijnen die uit derde landen worden ingevoerd, te voorkomen, moet worden verduidelijkt dat aanduidingen die traditioneel in derde landen worden gebruikt, in de Unie als traditionele aanduidingen kunnen worden erkend en beschermd, ook als zij worden gebruikt in samenhang met geografische aanduidingen of oorsprongsbenamingen die door die derde landen worden gereglementeerd.

(4)

Duidelijkheidshalve moeten de beschermde traditionele aanduidingen die in bijlage XII zijn opgenomen, naar de elektronische databank „E-Bacchus” worden overgeheveld, zodat de beschermde oorsprongsbenamingen, de beschermde geografische aanduidingen en de beschermde traditionele aanduidingen worden bijeengebracht in één enkel, gemakkelijk te raadplegen IT-instrument.

(5)

Om actuele gegevens over de traditionele aanduidingen te kunnen verstrekken moet de in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 607/2009 opgenomen informatie naar de elektronische databank „E-Bacchus” worden overgeheveld en moeten nieuwe gegevens met betrekking tot de bescherming van traditionele aanduidingen uitsluitend in die databank worden opgenomen.

(6)

Om de verhouding tussen beschermde traditionele aanduidingen en merken te verduidelijken moet worden gespecificeerd op welke rechtsgrond een aanvraag voor een merk dat een beschermde traditionele aanduiding bevat of daaruit bestaat, moet worden beoordeeld overeenkomstig Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (3) of Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (4).

(7)

Om de regels betreffende de traditionele aanduidingen transparanter te maken, vooral naar aanleiding van de overheveling ervan naar de elektronische databank „E-Bacchus”, moet voor wijzigingen met betrekking tot de traditionele aanduidingen een formeel omschreven procedure worden gevolgd.

(8)

Om het publiek accurate informatie te verschaffen moeten voorschriften worden vastgesteld voor de vermelding van het alcoholvolumegehalte van bepaalde specifieke wijnbouwproducten.

(9)

Om de etikettering minder omslachtig te maken kan in sommige omstandigheden worden afgezien van de eis om bepaalde gegevens betreffende de naam en het adres van de bottelaar te verstrekken.

(10)

Om de controle van bepaalde wijnbouwproducten te verbeteren moeten de lidstaten worden gemachtigd om het gebruik van vermeldingen betreffende de producent en de verwerker te regelen.

(11)

Duidelijkheidshalve moeten artikel 42, lid 1, en artikel 56, lid 3, worden gewijzigd.

(12)

Het in artikel 69 van Verordening (EG) nr. 607/2009 bedoelde gebruik van een specifieke soort fles en sluiting voor mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn en aromatische mousserende kwaliteitswijn mag uitsluitend verplicht worden gesteld voor het in de handel brengen en de uitvoer van dergelijke in de Europese Unie geproduceerde wijnen.

(13)

Wat betreft het doorsturen van de technische dossiers met betrekking tot bestaande beschermde wijnnamen als bedoeld in artikel 118 vicies van Verordening (EG) nr. 1234/2007, kan de in artikel 118 quater, lid 1, onder b), van die verordening vastgestelde eis tot identificatie van de indiener van een aanvraag voor een bestaande wijnnaam, voor sommige lidstaten problemen opleveren, aangezien die bestaande beschermde wijnnamen op nationaal niveau zijn geregeld, zonder enige verwijzing naar een specifieke aanvrager. Om de overgang van de regeling van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad (5) naar die van Verordening (EG) nr. 1234/2007 te vergemakkelijken moeten overgangsmaatregelen worden vastgesteld om aan de nationale regelgevingen van die lidstaten te voldoen.

(14)

Bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 607/2009 moet worden gewijzigd met betrekking tot de verworven rechten waarop aanspraak kan worden gemaakt als bezwaar wordt ingediend tegen een aanvraag om bescherming van een traditionele aanduiding.

(15)

Verordening (EG) nr. 607/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 607/2009

Verordening (EG) nr. 607/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 30 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Als de aanvraag wordt ingediend door een representatieve beroepsorganisatie die in een derde land is gevestigd, worden ook de gegevens van die beroepsorganisatie bijgevoegd. De Commissie maakt op het internet de lijst bekend van de betrokken derde landen, de namen van de representatieve beroepsorganisaties en de leden van die representatieve beroepsorganisaties.”.

2)

Artikel 32 wordt vervangen door:

„Artikel 32

Voorschriften voor traditionele aanduidingen van derde landen

1.   De in artikel 118 duovicies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde definitie van traditionele aanduidingen geldt mutatis mutandis voor aanduidingen die traditioneel in derde landen worden gebruikt voor wijnbouwproducten die een geografische aanduiding of oorsprongsbenaming hebben krachtens de regelgeving van die derde landen.

2.   Als bij wijnen uit derde landen andere traditionele vermeldingen op het etiket zijn aangebracht dan de traditionele aanduidingen welke in de elektronische databank „E-Bacchus” zijn opgenomen, mogen die traditionele vermeldingen op het etiket worden gebruikt volgens de in de betrokken derde landen geldende voorschriften, met inbegrip van de voorschriften van representatieve beroepsorganisaties.”.

3)

Artikel 40 wordt vervangen door:

„Artikel 40

Algemene bescherming

1.   Als een aanvraag om bescherming van een traditionele aanduiding voldoet aan de voorwaarden van artikel 118 duovicies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en van de artikelen 31 en 35 van de onderhavige verordening en niet is afgewezen op grond van de artikelen 36, 38 en 39 van de onderhavige verordening, wordt de traditionele aanduiding opgenomen in de elektronische databank „E-Bacchus”, met vermelding van:

a)

de in artikel 31 bedoelde taal;

b)

de wijncategorie of -categorieën waarop de bescherming betrekking heeft;

c)

een verwijzing naar de nationale regelgeving van de lidstaat waarin de traditionele aanduiding is gedefinieerd en gereglementeerd, of naar voorschriften voor wijnproducenten in derde landen, met inbegrip van de voorschriften van representatieve beroepsorganisaties, en

d)

een samenvatting van de definitie of de gebruiksvoorwaarden.

2.   De in de elektronische databank „E-Bacchus” opgenomen traditionele aanduidingen worden uitsluitend in de in de aanvraag gebruikte taal en voor de in de aanvraag vermelde wijncategorieën beschermd tegen:

a)

elk misbruik, zelfs als de beschermde aanduiding vergezeld gaat van uitdrukkingen als „soort”, „type”, „methode”, „op de wijze van”, „imitatie”, „smaak”, „zoals” en dergelijke;

b)

enige andere bedrieglijke of misleidende vermelding over de aard, de kenmerken of de wezenlijke kwaliteiten van het product op de binnen- of de buitenverpakking, in reclamemateriaal of in documenten die op het betrokken product betrekking hebben;

c)

andere praktijken die de consument kunnen misleiden, met name praktijken die de indruk wekken dat de wijn recht heeft op de beschermde traditionele aanduiding.”.

4)

In artikel 41 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Als een traditionele aanduiding op grond van deze verordening is beschermd, wordt de registratie van een merk waarvan het gebruik strijdig zou zijn met artikel 40, lid 2, beoordeeld overeenkomstig Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) of Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad (7).

Merken die in strijd met de eerste alinea zijn geregistreerd, worden nietig verklaard als daartoe een verzoek wordt ingediend volgens de daarvoor geldende procedures van Richtlijn 2008/95/EG of Verordening (EG) nr. 207/2009.

5)

In artikel 42 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Bij de bescherming van een aanduiding waarvoor een aanvraag is ingediend en die volledig of gedeeltelijk homoniem is met een reeds krachtens dit hoofdstuk beschermde traditionele aanduiding, wordt naar behoren rekening gehouden met de plaatselijke en traditionele gebruiken en het risico van verwarring.

Een homonieme aanduiding die de consument misleidt ten aanzien van de aard, de kwaliteit of de echte oorsprong van het product, wordt niet geregistreerd, ook al is de aanduiding correct.

Het gebruik van een beschermde homonieme aanduiding is slechts toegestaan indien de praktische omstandigheden garanderen dat het in tweede instantie beschermde homoniem zich duidelijk onderscheidt van de reeds in de elektronische databank „E-Bacchus” opgenomen traditionele aanduiding, rekening houdend met het feit dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consument niet mag worden misleid.”.

6)

Een nieuw artikel 42 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 42 bis

Wijziging

Een in artikel 29 bedoelde aanvrager kan een aanvraag indienen om goedkeuring van een wijziging van een traditionele aanduiding, de vermelde taal, de betrokken wijn of wijnen of de samenvatting van de definitie of de voorwaarden voor het gebruik van de betrokken traditionele aanduiding.

De artikelen 33 tot en met 39 gelden mutatis mutandis voor wijzigingsaanvragen.”.

7)

In artikel 47 wordt lid 5 vervangen door:

„5.   Als een annulering van kracht wordt, schrapt de Commissie de betrokken naam uit de lijst in de elektronische databank „E-Bacchus”.”.

8)

Aan artikel 54 wordt een nieuw lid 3 toegevoegd:

„3.   Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost of jonge, nog gistende wijn wordt op het etiket het effectieve en/of totale alcoholvolumegehalte vermeld. Als het totale alcoholvolumegehalte op het etiket wordt vermeld, wordt dat getal gevolgd door „% vol” en kan het worden voorafgegaan door de woorden „totaal alcoholgehalte” of „totale alcohol”.”.

9)

Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 2, derde alinea, wordt de volgende tweede zin toegevoegd.

„Deze voorschriften gelden niet als wordt gebotteld op een plaats in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de bottelaar is gevestigd.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   De naam en het adres van de producent of verkoper worden aangevuld met de begrippen „producent” of „geproduceerd door” en „verkoper” of „verkocht door”, of equivalente begrippen.

De lidstaten kunnen besluiten:

a)

de vermelding van de producent op te leggen;

b)

toe te staan dat de begrippen „producent” en „geproduceerd door” worden vervangen door „verwerker”, respectievelijk „verwerkt door”.”.

10)

Artikel 69 wordt vervangen door:

„Artikel 69

Voorschriften inzake de presentatie van bepaalde producten

1.   In de Europese Unie geproduceerde mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn en aromatische mousserende kwaliteitswijn wordt in de handel gebracht of uitgevoerd in glazen flessen van het type „mousserende wijn” die op de onderstaande wijze worden gesloten:

a)

voor flessen met een nominale inhoud van meer dan 0,20 l: een paddenstoelvormige stop van kurk of van een ander materiaal dat met levensmiddelen in contact mag komen, die met een korfsluiting aan de fles is bevestigd en in voorkomend geval is bedekt met een capsule en bekleed met een folie die de stop geheel en de hals van de fles geheel of gedeeltelijk omsluit;

b)

voor flessen met een nominale inhoud van hoogstens 0,20 l: elke andere passende sluiting.

Andere in de Unie geproduceerde producten mogen niet in de handel worden gebracht of worden uitgevoerd in glazen flessen van het type „mousserende wijn” of met een sluiting als beschreven in de eerste alinea, onder a).

2.   In afwijking van lid 1, tweede alinea, kunnen de lidstaten besluiten dat de onderstaande producten in de handel mogen worden gebracht of mogen worden uitgevoerd in glazen flessen van het type „mousserende wijn” en/of met een sluiting als beschreven in lid 1, eerste alinea, onder a):

a)

producten die traditioneel in dergelijke flessen worden gebotteld en:

i)

zijn bedoeld in artikel 113 quinquies, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007,

ii)

zijn bedoeld in de punten 7, 8 en 9 van bijlage XI ter bij Verordening (EG) nr. 1234/2007,

iii)

zijn bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad (8), of

iv)

een effectief alcoholvolumegehalte hebben dat niet hoger is dan 1,2 % vol;

b)

andere dan de onder a) vermelde producten op voorwaarde dat de consument niet wordt misleid omtrent de ware aard van het product.

11)

Aan artikel 71 wordt een nieuw lid 3 toegevoegd:

„3.   In afwijking van artikel 2, lid 2, van deze verordening kunnen, met betrekking tot het doorsturen van de technische dossiers als bedoeld in artikel 118 vicies, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007, de autoriteiten van de lidstaten worden geacht aanvrager te zijn met het oog op de toepassing van artikel 118 quater, lid 1, onder b), van die verordening.”.

12)

Bijlage II wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening.

13)

Bijlage VIII wordt vervangen door bijlage II bij deze verordening.

14)

De bijlagen XI en XII worden geschrapt.

Artikel 2

Overgangsbepalingen

1.   Voordat de bijlagen XI en XII bij Verordening (EG) nr. 607/2009 op grond van artikel 1, punt 14, van de onderhavige verordening worden geschrapt,

a)

kopieert de Commissie de inhoud van bijlage XI en maakt zij die op het internet bekend, en

b)

kopieert de Commissie de in bijlage XII vermelde traditionele aanduidingen en neemt zij die op in de elektronische databank „E-Bacchus”.

2.   Wijzigingen met betrekking tot een traditionele aanduiding die door een lidstaat of een derde land zijn erkend en uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aan de Commissie zijn meegedeeld en niet in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 607/2009 zijn opgenomen, vallen niet onder de in artikel 42 bis bedoelde procedure, die bij artikel 1, punt 6, van de onderhavige verordening is ingesteld. De Commissie voert die wijziging in de elektronische databank „E-Bacchus” in.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 193 van 24.7.2009, blz. 60.

(3)  PB L 299 van 8.11.2008, blz. 25.

(4)  PB L 78 van 24.3.2009, blz. 1.

(5)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(6)  PB L 299 van 8.11.2008, blz. 25.

(7)  PB L 78 van 24.3.2009, blz. 1.”.

(8)  PB L 149 van 14.6.1991, blz. 1.”.


BIJLAGE I

„BIJLAGE II

ENIG DOCUMENT

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van de aanvraag …

Dossiernummer [wordt door de Commissie ingevuld]

Aanvrager

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Rechtsvorm (in het geval van rechtspersonen)

Nationaliteit …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*) …

Autoriteit van een derde land (*) …

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Benaming waarvoor de registratie wordt aangevraagd

Oorsprongsbenaming (*) …

Geografische aanduiding (*) …

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Beschrijving van de wijn(en) (1)

Vermelding van traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 118 duovicies, lid 1  (2), die verband houden met deze oorsprongsbenaming of geografische aanduiding

Specifieke oenologische procedés  (3)

Afgebakend gebied

Maximumopbrengst per hectare …

Toegestane druivenrassen

Verband met het geografische gebied  (4)

Verdere voorwaarden  (3)

Verwijzing naar het productdossier


(1)  Met een verwijzing naar de producten die onder artikel 118 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vallen.

(2)  Artikel 118 duovicies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Facultatief.

(4)  Beschrijf de specifieke aard van het product en het geografische gebied en geef het oorzakelijke verband tussen beide aan.”


BIJLAGE II

„BIJLAGE VIII

BEZWAARSCHRIFT TEGEN EEN TRADITIONELE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van het bezwaarschrift …

Dossiernummer [wordt door de Commissie ingevuld]

Persoon die bezwaar maakt

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*) …

Autoriteit van het derde land (facultatief) (*) …

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Traditionele aanduiding waartegen bezwaar wordt gemaakt

Verworven rechten

Beschermde oorsprongsbenaming (*) …

Beschermde geografische aanduiding (*) …

Nationale geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam …

Registratienummer …

Datum van registratie (DD/MM/JJJJ) …

Bestaande beschermde traditionele aanduiding …

Merk

Symbool …

Lijst van producten en diensten …

Registratienummer …

Datum van registratie …

Land van oorsprong …

Reputatie/bekendheid (*) …

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Bezwaargronden

Artikel 31 (*)

Artikel 35 (*)

Artikel 40, lid 2, onder a) (*)

Artikel 40, lid 2, onder b) (*)

Artikel 40, lid 2, onder c) (*)

Artikel 41, lid 3 (*)

Artikel 42, lid 1 (*)

Artikel 42, lid 2 (*)

Artikel 54 van Verordening (EG) nr. 479/2008

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Toelichting bij de bezwaargrond(en)

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …”


2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/13


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 539/2011 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2011

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gezien Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 juni 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

José Manuel SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

64,0

MA

133,3

TR

82,0

ZZ

93,1

0707 00 05

MK

28,2

TR

100,7

ZZ

64,5

0709 90 70

EG

82,4

MA

86,8

TR

126,4

ZZ

98,5

0709 90 80

EC

18,6

ZZ

18,6

0805 50 10

AR

72,2

TR

65,1

ZA

91,9

ZZ

76,4

0808 10 80

AR

78,8

BR

75,6

CA

142,4

CL

84,2

CN

95,4

NZ

108,6

US

116,1

UY

96,7

ZA

88,9

ZZ

98,5

0809 20 95

TR

392,6

US

392,9

XS

198,4

ZZ

328,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


RICHTLIJNEN

2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/15


RICHTLIJN 2011/63/EU VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2011

tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof, met het oog op de aanpassing ervan aan de technische vooruitgang

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG (1) van de Raad, en met name artikel 10, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 98/70/EG worden milieutechnische specificaties en analysemethoden vastgesteld voor in de handel gebrachte benzine en dieselbrandstof.

(2)

Bij deze analysemethoden wordt verwezen naar bepaalde normen die zijn vastgesteld door het Europees Comité voor normalisatie (CEN). Aangezien het CEN deze normen, gezien de technische vooruitgang, heeft vervangen door nieuwe normen, is het passend de verwijzing naar deze normen in de bijlagen I en II bij Richtlijn 98/70/EG te actualiseren.

(3)

In bijlage III bij Richtlijn 98/70/EG wordt de toegestane afwijking gespecificeerd voor de dampspanning van benzine waarin bio-ethanol is bijgemengd. De in deze bijlage gegeven waarden worden afgerond tot op de tweede decimaal. In de norm EN ISO (International Organization for Standardization) 4259:2006 zijn de regels vastgelegd voor de afronding van resultaten naar gelang van de nauwkeurigheid van de testmethode en wordt een afronding tot op de eerste decimaal voorgeschreven. Het is derhalve passend de in bijlage III bij Richtlijn 98/70/EG gespecificeerde waarden dienovereenkomstig aan te passen.

(4)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 11, lid 1, van Richtlijn 98/70/EG opgerichte Comité voor de brandstofkwaliteit,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 98/70/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

voetnoot 1 wordt vervangen door:

„(1)

De testmethoden komen overeen met de methoden van de norm EN 228:2008. De lidstaten mogen in plaats daarvan de in EN 228:2008 als vervangende norm aangemerkte testmethode gebruiken indien deze methode even nauwkeurig en precies is als de testmethode die wordt vervangen.”;

b)

voetnoot 6 wordt vervangen door:

„(6)

Overige monoalcoholen en ethers waarvan het eindkookpunt niet hoger is dan in de norm EN 228:2008 is vastgesteld.”.

2)

In bijlage II wordt voetnoot 1 vervangen door:

„(1)

De testmethoden komen overeen met de methoden van de norm EN 590:2009. De lidstaten mogen in plaats daarvan de in EN 590:2009 als vervangende norm aangemerkte testmethode gebruiken indien deze methode even nauwkeurig en precies is als de testmethode die wordt vervangen.”.

3)

Bijlage III wordt vervangen door de tekst van de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   Binnen twaalf maanden na bekendmaking van deze richtlijn in het Publicatieblad stellen de lidstaten de wetten en bestuursrechtelijke bepalingen vast die vereist zijn om aan deze richtlijn te voldoen en maken zij deze bekend.

Zij passen die bepalingen toe binnen twaalf maanden na bekendmaking van deze richtlijn in het Publicatieblad.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 350 van 28.12.1998, blz. 58.


BIJLAGE

„BIJLAGE III

TOEGESTANE AFWIJKING VOOR DE DAMPSPANNING VAN BENZINE WAARIN BIO-ETHANOL IS BIJGEMENGD

Bio-ethanolgehalte (vol %)

Toegestane afwijking van de dampspanning (kPa) (1)

0

0

1

3,7

2

6,0

3

7,2

4

7,8

5

8,0

6

8,0

7

7,9

8

7,9

9

7,8

10

7,8

De toegestane afwijking van de dampspanning voor benzine met een bio-ethanolgehalte dat tussen de hierboven gegeven waarden ligt, wordt bepaald aan de hand van een lineaire interpolatie tussen het bio-ethanolgehalte dat onmiddellijk boven en onmiddellijk onder de tussenliggende waarde ligt.”


(1)  De in deze specificatie genoemde waarden zijn „echte waarden”. Bij de vaststelling van hun grenswaarden is het bepaalde in EN ISO 4259:2006 „Petroleum products — Determination and application of precision data in relation to methods of test” toegepast en bij de vaststelling van een minimumwaarde is rekening gehouden met een minimumverschil van 2R boven nul (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de afzonderlijke metingen moeten worden geïnterpreteerd op basis van de in EN ISO 4259:2006 beschreven criteria.


BESLUITEN

2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/17


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

van 30 mei 2011

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU tot verlening van financiële bijstand van de Unie aan Ierland

(2011/326/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (1), en met name artikel 3, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op verzoek van Ierland heeft de Raad Ierland financiële bijstand verleend (Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU (2)) ter ondersteuning van een krachtig economisch en financieel hervormingsprogramma dat erop gericht is het vertrouwen te herstellen, de economie wederom op een duurzaam groeipad te brengen en de financiële stabiliteit in Ierland, de eurozone en de Unie te vrijwaren.

(2)

Overeenkomstig artikel 3, lid 9, van Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU heeft de Commissie samen met het Internationaal monetair fonds („IMF”) en in contact met de Europese Centrale Bank („ECB”) voor het eerst beoordeeld welke vorderingen de autoriteiten bij de uitvoering van de overeengekomen maatregelen maken, hoe doeltreffend deze zijn en welk economisch en sociaal effect ze sorteren.

(3)

Volgens de huidige Commissieprognoses voor de nominale bbp-groei (– 3,6 % in 2010, 1,3 % in 2011, 2,8 % in 2012 en 4,0 % in 2013) is het budgettaire aanpassingstraject ongeveer in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad van 7 december 2010 om het buitensporige overheidstekort in Ierland te verhelpen op grond van artikel 126, lid 7, van het Verdrag en is het in overeenstemming met een traject naar een schuldquote van 96,2 % in 2010, 112,0 % in 2011, 117,9 % in 2012 en 120,3 % in 2013. De schuldquote zou derhalve in 2013 worden gestabiliseerd en daarna op een neerwaarts pad worden gebracht mits verdere vorderingen worden gemaakt bij de tekortreductie. De schulddynamiek wordt beïnvloed door diverse transacties „onder de streep”, zoals een kapitaalinjectie in de banken in 2011 met een schuldverhogend effect van netto circa 6 procentpunten van het bbp, een aanname dat hoge kasreserves moeten worden aangehouden, en verschillen tussen rentebetalingen op transactiebasis en op kasbasis.

(4)

Vanwege de te houden algemene verkiezingen heeft de demissionaire regering de herkapitalisatie van de Allied Irish Bank, de Bank of Ireland en de EBS Building Society waarbij hun core tier 1-ratio (op basis van de Prudential Capital Assessment Review („PCAR”) van 2010) uiterlijk in februari 2011 tot 12 % zou worden opgetrokken, uitgesteld.

(5)

Op 31 maart 2011 heeft de centrale bank van Ierland de uitkomsten van de PCAR en de Prudential Liquidity Assessment Review („PLAR”) bekendgemaakt. Uit deze beoordelingen bleek dat de vier deelnemende binnenlandse banken (Allied Irish Bank, Bank of Ireland, EBS Building Society en Irish Life & Permanent) in totaal 24 miljard EUR extra kapitaal, inclusief 3 miljard EUR aan voorwaardelijk kapitaal, nodig hadden om in een stressscenario voldoende gekapitaliseerd te blijven.

(6)

Op 31 maart 2011 heeft de nieuwe regering die was gevormd na de verkiezingen van 25 februari 2011, haar strategie aangekondigd, die erop was gericht de binnenlandse banken te versterken en te hervormen door er onder meer voor te zorgen dat de bij de PCAR/PLAR vastgestelde kapitalisatiebehoefte zou worden gedekt. Daardoor zou de core tier 1-ratio van de binnenlandse banken eind juli 2011 (met inachtneming van een passende correctie voor de verwachte verkoop van activa in het geval van Irish Life & Permanent) ruim boven het niveau komen te liggen dat oorspronkelijk in februari 2011 had moeten worden bereikt.

(7)

De centrale bank van Ierland moet de Allied Irish Bank, de Bank of Ireland, de EBS Building Society en de Irish Life & Permanent verplichten om eind 2013 een ratio kredieten/deposito’s van 122,5 % te realiseren zonder dat activa overhaast worden verkocht. Voorts moeten de Ierse autoriteiten de ontwikkeling van de netto stabiele financieringsratio en de liquiditeitsdekkingsratio van de banken nauwlettend volgen, teneinde ervoor te zorgen dat deze convergeren naar de Bazel III-standaarden. De autoriteiten moeten ervoor zorgen dat de doelen worden gehaald door een geloofwaardig kader voor de monitoring van de voortgang op te zetten dat berust op tussentijdse doelstellingen en op bancaire governanceregelingen die passende prikkels bevatten.

(8)

Na haar aantreden is de nieuwe regering begonnen met een brede evaluatie van de uitgaven om te bepalen waar besparingen dankzij efficiëntieverbeteringen mogelijk zijn, en om de prioriteiten van de budgettaire consolidatie nauw af te stemmen op de prioriteiten voor nationaal herstel vervat in het op 7 maart 2011 bekendgemaakte programma voor de regering voor de periode 2011-2016.

(9)

In het licht van deze ontwikkelingen moet Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 3 van Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

in lid 5 wordt punt a) vervangen door:

„a)

actie ondernemen om ervoor te zorgen dat de binnenlandse banken voldoende worden geherkapitaliseerd, met aandelenkapitaal indien nodig, en er aldus voor te zorgen dat het minimumtoetsingsvereiste van 10,5 % core tier 1-kapitaal wordt gehandhaafd voor de gehele duur van het financiële bijstandsprogramma van de Europese Unie, en tegelijk de schuldhefboom wordt afgebouwd richting het streefcijfer voor de ratio kredieten/deposito’s van 122,5 % eind 2013;”;

2)

lid 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan punt b) wordt de volgende zin toegevoegd:

„Teneinde onverkort de efficiëntieverbeteringen die in de lopende brede evaluatie van de uitgaven zullen worden geïdentificeerd en de prioriteiten van het Programme for Government te kunnen realiseren, mag Ierland, in overleg met de Commissie, het IMF en de ECB, budgettaire wijzigingen in de bovengenoemde maatregelen doorvoeren zolang deze verenigbaar blijven met de overkoepelende doelstelling om in de begroting van 2012 een budgettaire consolidatie van ten minste 3,6 miljard EUR tot stand te brengen;”;

b)

punt e) wordt vervangen door:

„e)

vaststellen van maatregelen om tot een geloofwaardiger begrotingsstrategie te komen en het begrotingskader te versterken. Ierland gaat over tot de vaststelling en toepassing van de budgettaire regel dat inkomstenmeevallers in de periode 2011-2015 voor tekort- en schuldreductie worden aangewend. Ierland stelt een adviesraad voor de begroting in om voor een onafhankelijke evaluatie van de budgettaire situatie en prognoses van de overheid te zorgen. Ierland stelt een wet inzake budgettaire verantwoordelijkheid vast waarbij een uitgavenkader voor de middellange termijn wordt ingevoerd met bindende meerjarenplafonds voor de uitgaven op elk gebied. Daarbij wordt rekening gehouden met herziene economische governancehervormingen op uniaal niveau en wordt voortgebouwd op reeds doorgevoerde hervormingen;”;

c)

punt g) wordt vervangen door:

„g)

herkapitaliseren — uiterlijk eind juli 2011 — van de binnenlandse banken (met inachtneming van een passende correctie voor de verwachte verkoop van activa in het geval van Irish Life & Permanent) op basis van de bevindingen van de PLAR en de PCAR van 2011, zoals op 31 maart 2011 bekendgemaakt door de centrale bank van Ierland;”;

d)

punt l) wordt vervangen door:

„l)

ter bevordering van de mededinging op open markten wordt de wetgeving zodanig hervormd dat deze een geloofwaardiger afschrikkende werking heeft, door ervoor te zorgen dat effectieve sancties kunnen worden opgelegd bij inbreuken op het Ierse mededingingsrecht en op de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door ervoor te zorgen dat de mededingingsautoriteit doeltreffend functioneert. Voorts zullen de autoriteiten er voor de duur van het programma voor zorgen dat geen verdere afwijkingen van het mededingingsrechtskader worden toegestaan, tenzij deze volledig verenigbaar zijn met de doelen van het financiële bijstandsprogramma van de Unie en met de economische behoeften;”;

e)

de volgende punten worden toegevoegd:

„n)

afbouwen van de schuldhefboom van de binnenlandse banken richting het streefcijfer voor de ratio kredieten/deposito’s dat in de PLAR 2011 is vastgesteld;

o)

opstellen van een plan om de solvabiliteit en de levensvatbaarheid van ondergekapitaliseerde instellingen in de financiële coöperatieve sector te verbeteren, door onder meer de centrale bank van Ierland de noodzakelijke bevoegdheden te verlenen om de consolidatie in de sector te bevorderen, zulks eventueel middels fusies, waarvoor de regering financiële steun verleent, indien daarvoor goede redenen zijn;

p)

indienen bij de Oireachtas van wetgeving die voorziet in een versterking van het regelgevingskader voor de financiële coöperaties, door onder meer de effectiviteit van de governance- en de regelgevingsvereisten te verhogen.”;

3)

lid 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan punt a) wordt de volgende zin toegevoegd:

„Teneinde onverkort de efficiëntieverbeteringen die in de lopende brede evaluatie van de uitgaven zullen worden geïdentificeerd en de prioriteiten van het Programme for Government te kunnen realiseren, mag Ierland, in overleg met de Commissie, het IMF en de ECB, budgettaire wijzigingen in de bovengenoemde maatregelen doorvoeren zolang deze verenigbaar blijven met de overkoepelende doelstelling om in de begroting van 2013 een budgettaire consolidatie van ten minste 3,1 miljard EUR tot stand te brengen;”;

b)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„c)

afbouwen van de schuldhefboom van de binnenlandse banken richting de streefcijfers voor de ratio kredieten/deposito’s die in de PLAR 2011 zijn vastgesteld.”.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Ierland.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

CSÉFALVAY Z.


(1)  PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1.

(2)  PB L 30 van 4.2.2011, blz. 34.


2.6.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 147/20


BESLUIT VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN

van 1 juni 2011

inzake de behandeling van documenten van civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2008/836

(2011/327/EU)

DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 2008/836 van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van 29 oktober 2008 inzake de behandeling van documenten van civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie (1) bepaalt dat documenten van civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie, na beëindiging van die missies en operaties, gearchiveerd worden door het secretariaat-generaal van de Raad. Voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (2) en van Verordening (EEG, Euratom) nr. 354/83 van de Raad van 1 februari 1983 inzake het voor het publiek toegankelijk maken van de historische archieven van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (3) zijn de documenten van civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie beschouwd als bij de Raad berustende documenten.

(2)

Artikel 11, lid 2, van Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden (4) („EDEO”) bepaalt dat de relevante archieven uit de overgehevelde diensten van het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie naar de EDEO moeten worden overgebracht.

(3)

Omwille van de samenhang moeten documenten over de civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie, na beëindiging van die missies en operaties, gearchiveerd worden door de EDEO.

(4)

Op grond van artikel 10 van Besluit 2010/427/EU moet de EDEO ervoor zorgen dat door de lidstaten of andere autoriteiten gerubriceerde documenten beschermd worden volgens de beveiligingsvoorschriften van de EDEO.

(5)

De documenten over de civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie moeten op een speciale plaats in het archief van de EDEO bewaard worden. Het personeel dat deze documenten behandelt, moet een opleiding krijgen over documenten van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en over de behandeling van gerubriceerde inlichtingen in die context.

(6)

Voor de duidelijkheid moet Besluit 2008/836 worden ingetrokken,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 en van Verordening (EEG, Euratom) nr. 354/83 worden documenten van beëindigde, lopende en toekomstige civiele crisisbeheersingsmissies en militaire operaties van de Europese Unie die onder auspiciën van de Raad worden gevoerd, na beëindiging van die missies en operaties, gearchiveerd door de EDEO en zij worden vanaf dat tijdstip beschouwd als documenten die bij de EDEO berusten.

2.   De in lid 1 bedoelde documenten omvatten geen documenten met betrekking tot personeelszaken, overeenkomsten met derden en documenten dienaangaande, noch documenten van kortstondige relevantie.

3.   De lidstaten staan de EDEO bij bij het verkrijgen van de in lid 1 bedoelde documenten.

Artikel 2

Besluit 2008/836 van 29 oktober 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 3

1.   Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Het is toepasselijk met ingang van de dag waarop de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en de uitvoerend secretaris-generaal van de Europese dienst voor extern optreden overeenkomen dat de EDEO over de nodige operationele en archiveringsfaciliteiten beschikt.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2011.

De voorzitter

GYÖRKÖS P.


(1)  PB L 299 van 8.11.2008, blz. 34.

(2)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

(3)  PB L 43 van 15.2.1983, blz. 1.

(4)  PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.