ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2011.112.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 112

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
30 april 2011


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen

1

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

30.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 112/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 404/2011 VAN DE COMMISSIE

van 8 april 2011

houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 6, lid 5, artikel 7, lid 5, artikel 8, lid 1, artikel 9, lid 5, artikel 14, lid 10, artikel 15, lid 9, artikel 16, lid 2, artikel 21, lid 7, artikel 22, lid 7, artikel 23, lid 5, artikel 24, lid 8, artikel 25, lid 2, artikel 32, artikel 37, lid 4, artikel 40, lid 6, artikel 55, lid 5, artikel 58, lid 9, artikel 60, lid 7, artikel 61, artikel 64, lid 2, artikel 72, lid 5, artikel 73, lid 9, artikel 74, lid 6, artikel 75, lid 2, artikel 76, lid 4, artikel 78, lid 2, artikel 79, lid 7, artikel 92, lid 5, artikel 103, lid 8, artikel 105, lid 6, artikel 106, lid 4, artikel 107, lid 4, artikel 111, lid 3, artikel 116, lid 6, artikel 117, lid 4, en artikel 118, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1224/2009 (hierna „de controleverordening” genoemd) moeten bepalingen en maatregelen worden vastgesteld om een aantal in die verordening opgenomen bepalingen ten uitvoer te leggen.

(2)

Met het oog op een coherente toepassing van die uitvoeringsbepalingen moeten bepaalde begrippen worden omschreven.

(3)

Krachtens artikel 6, lid 1, van de controleverordening mag een EU-vissersvaartuig slechts voor de commerciële exploitatie van levende aquatische hulpbronnen worden gebruikt als het over een geldige visvergunning beschikt. In artikel 7, lid 1, van de controleverordening is bepaald dat een EU-vissersvaartuig slechts gemachtigd is specifieke visserijactiviteiten te verrichten voor zover die in een geldige vismachtiging zijn vermeld. Er dienen gemeenschappelijke voorschriften voor de afgifte en het beheer van dergelijke visvergunningen en vismachtigingen te worden vastgesteld teneinde te garanderen dat de in die documenten opgenomen gegevens aan een gemeenschappelijke norm voldoen.

(4)

Krachtens artikel 8, lid 1, van de controleverordening moeten kapiteins van vissersvaartuigen de voorwaarden en beperkingen betreffende de markering en identificatie van vissersvaartuigen en het aan boord gehouden vistuig naleven. Deze voorwaarden en beperkingen gelden voor de EU-wateren en moeten derhalve op EU-niveau worden vastgesteld.

(5)

Krachtens artikel 9, lid 1, van de controleverordening passen de lidstaten een satellietvolgsysteem voor vaartuigen toe om doeltreffend toezicht te houden op de visserijactiviteiten van hun vissersvaartuigen, ongeacht waar deze vaartuigen zich bevinden, en op de visserijactiviteiten in de wateren van de lidstaten. Op EU-niveau moeten gemeenschappelijke specificaties voor een dergelijk systeem worden vastgesteld. Deze specificaties dienen met name betrekking te hebben op de kenmerken van de satellietvolgapparatuur, de transmissie van positiegegevens en de werkwijze in het geval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur.

(6)

Krachtens artikel 14, lid 1, van de controleverordening moeten kapiteins van EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer een visserijlogboek van hun activiteiten bijhouden. Vastgesteld dient te worden welke gegevens in het visserijlogboek moeten worden geregistreerd, en in welk formaat.

(7)

Krachtens artikel 14, lid 7, van de controleverordening moeten kapiteins van EU-vissersvaartuigen voor de omrekening van opgeslagen of verwerkt visgewicht naar levend visgewicht omrekeningsfactoren toepassen die op EU-niveau zijn vastgesteld. Deze omrekeningsfactoren moeten bijgevolg worden vastgesteld.

(8)

Krachtens artikel 15, lid 1, van de controleverordening moeten kapiteins van EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van 12 m of meer de logboekgegevens elektronisch registreren. De voorschriften voor het elektronisch invullen en doorgeven van deze gegevens, alsmede het formaat ervan, dienen te worden vastgesteld.

(9)

Krachtens artikel 21, lid 1, en artikel 23, lid 1, van de controleverordening moeten kapiteins van EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer aangiften van overlading en van aanlanding invullen en overleggen. Vastgesteld moet worden welke gegevens in deze aangiften moeten worden vermeld en hoe de aangiften moeten worden overgelegd.

(10)

Krachtens artikel 22, lid 1, en artikel 24, lid 1, van de controleverordening moeten de aangiften van overlading en van aanlanding elektronisch worden ingevuld en elektronisch worden doorgegeven. De voorschriften voor het elektronisch invullen en elektronisch doorgeven van deze gegevens, alsmede het formaat ervan, dienen te worden vastgesteld.

(11)

Krachtens artikel 16, lid 1, en artikel 25, lid 1, van de controleverordening moet elke lidstaat steekproefsgewijs toezicht houden op de activiteiten van vissersvaartuigen waarop geen voorschriften inzake het visserijlogboek en de aangiften van aanlanding van toepassing zijn. Om te garanderen dat deze steekproeven aan gemeenschappelijke normen voldoen, moeten op EU-niveau uitvoeringsbepalingen in dit verband worden vastgesteld.

(12)

Krachtens artikel 37 van de controleverordening moet de Commissie corrigerende maatregelen nemen wanneer zij de visserij heeft verboden omdat de vangstmogelijkheden waarover een lidstaat, een groep lidstaten of de Europese Unie beschikt, zouden zijn opgebruikt, maar duidelijk wordt dat een lidstaat zijn vangstmogelijkheden in feite niet heeft opgebruikt. Met het oog op de herverdeling van deze vangstmogelijkheden moeten adequate voorschriften worden vastgesteld waarin rekening wordt gehouden met het al dan niet beschikbaar zijn van een totaal toegestane vangst (TAC) voor de EU of met de onmogelijkheid van herverdeling als gevolg van de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden.

(13)

De in de artikelen 39, 40 en 41 van de controleverordening opgenomen voorschriften moeten ervoor zorgen dat het vermogen van de motor van de vissersvaartuigen een bepaald vermogen niet te boven gaat. Er moeten technische voorschriften voor de hiertoe vereiste certificering en verificatie worden vastgesteld.

(14)

Krachtens artikel 55 van de controleverordening moeten de lidstaten erop toezien dat de recreatievisserij plaatsvindt op een wijze die strookt met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Voor bestanden waarvoor een herstelplan geldt, moeten de lidstaten vangstgegevens uit de recreatievisserij verzamelen. Wanneer blijkt dat de recreatievisserij een beduidende impact heeft op de hulpbronnen, kan de Raad besluiten specifieke beheersmaatregelen te nemen. Er moeten voorschriften voor het opstellen van steekproefplannen worden vastgesteld om de lidstaten in staat te stellen toezicht te houden op vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden die door recreatievisserijvaartuigen worden gedaan in wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de lidstaten vallen.

(15)

Met het oog op de vaststelling van een omvattende controleregeling is het noodzakelijk de hele productie- en afzetketen erin op te nemen. Artikel 58 van de controleverordening voorziet in een coherent traceerbaarheidssysteem dat moet garanderen dat alle partijen visserij- en aquacultuurproducten in alle stadia van de productie, de verwerking en de distributie traceerbaar zijn, vanaf de vangst of de oogst tot en met de detailhandel. Er moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de procedures ter identificatie van het betrokken product worden vastgesteld.

(16)

Krachtens artikel 60 van de controleverordening moeten alle visserijproducten worden gewogen op door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde systemen, tenzij de lidstaat een door de Commissie goedgekeurd steekproefplan heeft aangenomen. Er moeten in alle lidstaten uniform toe te passen voorschriften worden vastgesteld voor het wegen van verse en bevroren visserijproducten, van overgeladen visserijproducten en van visserijproducten die vanaf de plaats van aanlanding zijn vervoerd.

(17)

Krachtens artikel 61 van de controleverordening mogen visserijproducten na vervoer binnen dezelfde lidstaat of tussen twee lidstaten worden gewogen, mits door de betrokken lidstaat/lidstaten een door de Commissie goedgekeurd controleplan, respectievelijk gemeenschappelijk controleplan is vastgesteld dat is gestoeld op de risicogebaseerde methode die de Commissie heeft aangenomen. Deze risicogebaseerde methode moet worden omschreven.

(18)

De visserij op haring, makreel en horsmakreel heeft bepaalde specifieke kenmerken. Daarom dienen met betrekking tot weging en aanverwante elementen specifieke voorschriften te worden vastgesteld waarin rekening wordt gehouden met deze specifieke kenmerken.

(19)

Krachtens artikel 64 van de controleverordening moeten uitvoeringsbepalingen inzake de inhoud van de verkoopdocumenten worden vastgesteld. Deze bepalingen dienen in de onderhavige verordening te worden opgenomen.

(20)

Krachtens de artikelen 71 en 72 van de controleverordening dienen de lidstaten te zorgen voor bewaking in de EU-wateren en dienen zij de nodige maatregelen te nemen wanneer een waarneming niet overeenstemt met de informatie waarover zij beschikken. Er moeten gemeenschappelijke voorschriften worden vastgesteld inzake de inhoud en de doorgifte van de bewakingsverslagen.

(21)

Artikel 73 van de controleverordening biedt de Raad de mogelijkheid regelingen inzake met controle belaste waarnemers vast te stellen en bevat bovendien een algemene beschrijving van het profiel van deze waarnemers en van de taken die zij aan boord van vissersvaartuigen moeten uitvoeren. De taken en de inzetmodaliteiten voor deze met controle belaste waarnemers moeten nader worden omschreven.

(22)

Krachtens titel VII, hoofdstuk I, van de controleverordening moeten voorschriften voor de uitvoering van inspecties worden vastgesteld teneinde een gestandaardiseerde aanpak van de door de lidstaten verrichte controleactiviteiten te stimuleren. Er dient te worden vastgesteld welke voorschriften gelden voor het gedrag van de met de inspecties belaste functionarissen, en welke verplichtingen de lidstaten in acht moeten nemen ten aanzien van het gedrag van hun, tot de uitvoering van dergelijke inspecties gemachtigde functionarissen. Tevens moet worden verduidelijkt welke taken de marktdeelnemers tijdens de inspectie dienen te vervullen. Bovendien moeten gemeenschappelijke beginselen worden vastgesteld voor inspectieprocedures op zee, in de havens, tijdens het transport en op de markt, en voor het opstellen en doorgeven van de inspectieverslagen.

(23)

Krachtens artikel 79 van de controleverordening mogen inspecteurs van de Unie inspecties uitvoeren in de EU-wateren en op EU-vissersvaartuigen buiten de EU-wateren. Er dienen voorschiften te worden opgesteld voor de benoeming, taken en verplichtingen van de EU-inspecteurs, en voor de follow-up van de door hen opgestelde verslagen.

(24)

Artikel 92 van de controleverordening voorziet in de vaststelling van een puntensysteem voor ernstige inbreuken, dat tot doel heeft de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid en een gelijk speelveld in alle EU-wateren te garanderen. Hiertoe moeten op EU-niveau gemeenschappelijke voorschriften voor de toepassing van een dergelijk puntensysteem worden vastgesteld, met inbegrip van een lijst van punten die voor elke ernstige inbreuk moeten worden toegekend.

(25)

Krachtens artikel 5, lid 6, en artikel 103 van de controleverordening mag slechts financiële bijstand uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (2) en Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht (3) worden verleend, indien de lidstaten hun verplichtingen op het gebied van instandhouding en controle van de visserij nakomen, en kan de Commissie deze financiële bijstand onder bepaalde omstandigheden schorsen of intrekken. Er dienen voorschriften voor de toepassing van dergelijke maatregelen te worden vastgesteld.

(26)

Krachtens artikel 107 van de controleverordening kan de Commissie quota verlagen wanneer een lidstaat niet voldoet aan de regels inzake bestanden die onder een meerjarenplan vallen en daardoor de instandhouding van deze bestanden ernstig in gevaar kan brengen. Er moeten voorschriften voor de orde van grootte van deze verlaging worden vastgesteld, met inachtneming van de aard van de niet-naleving, de omvang van de impact ervan en de ernst van het gevaar voor het betrokken bestand.

(27)

In titel XII, hoofdstuk I, van de controleverordening zijn voorschriften vastgesteld voor de behandeling van voor de toepassing van die verordening geregistreerde gegevens, waaronder de aan de lidstaten opgelegde verplichting om een geautomatiseerd gegevensbestand en een valideringssysteem op te zetten, en de bepalingen voor toegang tot en uitwisseling van dergelijke gegevens. Er moeten gemeenschappelijke voorschriften worden vastgesteld voor het opstellen van procedures voor de verwerking van deze gegevens en voor de gewaarborgde toegang tot deze gegevens door de Commissie, alsmede gemeenschappelijke voorschriften met betrekking tot de vereisten voor de uitwisseling van deze gegevens.

(28)

Artikel 110 van de controleverordening betreft de toegang op afstand die de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie heeft tot computerbestanden met gegevens die door de visserijcontrolecentra van de lidstaten zijn geregistreerd. Om deze toegang te garanderen moeten duidelijke regels inzake de in acht te nemen voorwaarden en procedures worden opgesteld.

(29)

Krachtens de artikelen 114, 115 en 116 van de controleverordening moeten de lidstaten officiële websites installeren. Met het oog op een gelijke toegankelijkheid in alle lidstaten dienen op EU-niveau regels inzake deze websites te worden opgesteld.

(30)

Krachtens artikel 117 van de controleverordening moet met het oog op de administratieve samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie een systeem van wederzijdse bijstand worden ingesteld. Deze administratieve samenwerking is van essentieel belang, wil men garanderen dat het speelveld in de EU gelijk is en dat illegale activiteiten adequaat worden onderzocht en bestraft. Daarom moeten voorschriften worden vastgesteld voor een systematische gegevensuitwisseling, op verzoek of spontaan, en voor de mogelijkheid te verzoeken om handhavingsmaatregelen en administratieve kennisgeving van de zijde van een andere lidstaat.

(31)

De bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten valt onder Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (4). De bescherming van personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de Commissie valt onder Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5), in het bijzonder ten aanzien van de vereisten inzake vertrouwelijkheid en beveiliging van de verwerking, de doorgifte van persoonsgegevens uit de nationale systemen van de lidstaten aan de Commissie, de rechtmatige verwerking en de rechten van de betrokkenen op het gebied van informatie en van toegang tot en rectificatie van hun persoonsgegevens.

(32)

Om de tenuitvoerlegging van de visserijcontroleregeling te vergemakkelijken, moeten de uitvoeringsbepalingen in één verordening worden gegroepeerd. Bijgevolg dienen de volgende verordeningen van de Commissie te worden ingetrokken:

Verordening (EEG) nr. 2807/83 (6) houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten;

Verordening (EEG) nr. 3561/85 (7) inzake de gegevens die moeten worden verstrekt over de door de nationale controle-instanties uitgevoerde inspecties van de visserijactiviteiten;

Verordening (EEG) nr. 493/87 (8) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor het compenseren van nadeel dat wordt veroorzaakt wanneer bepaalde visserijen worden stopgezet;

Verordening (EEG) nr. 1381/87 (9) inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen,

Verordening (EEG) nr. 1382/87 (10) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de inspectie van vissersvaartuigen;

Verordening (EG) nr. 2943/95 (11) houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten;

Verordening (EG) nr. 1449/98 (12) houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad ten aanzien van de visserijinspanningsrapporten;

Verordening (EG) nr. 356/2005 (13) houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren;

Verordening (EG) nr. 2244/2003 (14) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS);

Verordening (EG) nr. 1281/2005 (15) betreffende het beheer van de visvergunningen en de minimuminformatie welke deze moeten bevatten;

Verordening (EG) nr. 1042/2006 (16) houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van artikel 28, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid;

Verordening (EG) nr. 1542/2007 (17) betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel;

Verordening (EG) nr. 1077/2008 (18) tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1966/2006 van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1566/2007 en

Verordening (EG) nr. 409/2009 (19) tot vaststelling van communautaire omrekeningsfactoren en codes van aanbiedingsvormen voor de omzetting van verwerkt gewicht aan vis in levend gewicht aan vis, en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie.

(33)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening bevat bepalingen voor de tenuitvoerlegging van de bij de controleverordening vastgestelde controleregeling van de Europese Unie.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)

„EU-vissersvaartuig”: vaartuig als gedefinieerd in artikel 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad (20);

(2)

„EU-wateren”: wateren als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

(3)

„houder van een visvergunning”: elke natuurlijke of rechtspersoon aan wie een in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunning is afgegeven;

(4)

„EU-inspecteurs”: in artikel 4, punt 7, van de controleverordening gedefinieerde inspecteurs;

(5)

„visaantrekkende voorzieningen”: op zee drijvende uitrustingen of verankerde uitrustingen waarmee wordt beoogd vis aan te trekken;

(6)

„passief vistuig”: alle soorten vistuig die tijdens het vissen niet actief hoeven te worden voortbewogen, met inbegrip van:

a)

kieuwnetten, warnetten, schakelnetten en kommen,

b)

drijvende kieuwnetten en drijvende schakelnetten, al of niet voorzien van verankerings-, drijf- en positiesignaleringsvoorzieningen,

c)

beuglijnen, kubben en korven en vallen;

(7)

„boomkor”: een trawl die wordt opengehouden door een boom of een soortgelijke voorziening, en al dan niet ondersteund over de zeebodem wordt gesleept;

(8)

„volgsysteem voor vaartuigen” (VMS), als bedoeld in artikel 9, lid 1, van de controleverordening: een systeem voor het volgen van vissersvaartuigen via satelliet, dat de visserijautoriteiten regelmatig voorziet van gegevens over de locatie, de koers en de snelheid van vaartuigen;

(9)

„satellietvolgapparatuur”, als bedoeld in artikel 4, lid 12, van de controleverordening: een aan boord van een vissersvaartuig geïnstalleerd apparaat dat de positie- en aanverwante gegevens automatisch overeenkomstig de rechtsvoorschriften naar het visserijcontrolecentrum verstuurt en dat het mogelijk maakt het vissersvaartuig te allen tijde te detecteren en te identificeren;

(10)

„visreis”: elke verplaatsing die een vissersvaartuig met het oog op het verrichten van visserijactiviteiten maakt en die begint wanneer het vissersvaartuig een haven verlaat en eindigt wanneer het in een haven aankomt;

(11)

„visserijactiviteit”: elke activiteit in verband met het zoeken naar vis, het te water laten, slepen en binnenhalen van actief vistuig, het te water laten, uitzetten, verwijderen of verplaatsen van passief vistuig, en het verwijderen van de vangst uit het vistuig, het bewaarnet of uit een transportkooi naar een mest- of een kweekkooi;

(12)

„elektronisch visserijlogboek”: het geautomatiseerde register van gegevens over de visserijactiviteit dat door de kapitein van het vissersvaartuig aan de autoriteiten van de lidstaat wordt verzonden;

(13)

„aanbiedingsvorm van het product”: de staat van verwerking van het visserijproduct of delen daarvan overeenkomstig de codes en omschrijvingen in bijlage I;

(14)

„Europees Bureau voor visserijcontrole”: het bureau dat is gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad (21);

(15)

„waarneming”: de waarneming van een vissersvaartuig door een bevoegde autoriteit van een lidstaat;

(16)

„commercieel gevoelige informatie”: gegevens die bij vrijgave de commerciële belangen van een marktdeelnemer kunnen schaden;

(17)

„geautomatiseerd valideringssysteem”: een systeem dat kan verifiëren of alle in de gegevensbestanden van de lidstaten geregistreerde gegevens correct en volledig zijn en tijdig zijn overgelegd;

(18)

„webdienst”: een softwaresysteem dat is ontworpen voor de ondersteuning van interoperabele machine-tot-machine netwerkinteractie.

TITEL II

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR TOEGANG TOT DE WATEREN EN DE HULPBRONNEN

HOOFDSTUK I

Visvergunningen

Artikel 3

Afgifte en beheer van visvergunningen

1.   De in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunningen zijn elk slechts geldig voor één EU-vissersvaartuig.

2.   De in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunningen worden door de lidstaten met betrekking tot hun vissersvaartuigen afgegeven, beheerd en ingetrokken overeenkomstig de in de onderhavige verordening vastgestelde bepalingen.

3.   De in artikel 6 van de controleverordening bedoelde visvergunningen bevatten op zijn minst de in bijlage II vermelde gegevens.

4.   Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1281/2005 afgegeven visvergunningen die op zijn minst de krachtens lid 3 van dit artikel vereiste gegevens bevatten, worden beschouwd als overeenkomstig de onderhavige verordening afgegeven visvergunningen.

5.   Een visvergunning is slechts geldig zolang aan de voorwaarden die aan de basis van de afgifte ervan lagen, wordt voldaan.

6.   Indien een visvergunning tijdelijk wordt geschorst of definitief wordt ingetrokken, stellen de autoriteiten van de vlaggenlidstaat de houder van die visvergunning onmiddellijk daarvan in kennis.

7.   De in BT of kW uitgedrukte totale capaciteit waarvoor een lidstaat visvergunningen heeft afgegeven, mag op geen enkel moment groter zijn dan het maximale capaciteitsniveau dat voor die lidstaat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, Verordening (EG) nr. 1438/2003 van de Commissie (22), Verordening (EG) nr. 639/2004 van de Raad (23) en Verordening (EG) nr. 2104/2004 van de Commissie (24).

HOOFDSTUK II

Vismachtigingen

Artikel 4

Vismachtigingen

1.   De in artikel 7 van de controleverordening bedoelde vismachtigingen zijn elk slechts geldig voor één EU-vissersvaartuig.

2.   De in artikel 7 van de controleverordening bedoelde vismachtigingen bevatten op zijn minst de in bijlage III vermelde gegevens. De vlaggenlidstaat ziet erop toe dat de in de vismachtiging opgenomen gegevens correct zijn en in overeenstemming zijn met de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

3.   Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad (25) afgegeven speciale visdocumenten die op zijn minst de krachtens lid 2 van dit artikel vereiste gegevens bevatten, worden beschouwd als overeenkomstig de onderhavige verordening afgegeven vismachtigingen.

4.   Een in lid 2 bedoelde vismachtiging en een in artikel 3, lid 2, bedoelde visvergunning mogen in één document worden opgenomen.

5.   Onverminderd bijzondere voorschriften hoeven EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 m die uitsluitend in de territoriale wateren van hun vlaggenlidstaat vissen, geen vismachtiging te bezitten.

6.   De leden 2 en 5 van artikel 3 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

Lijst van vismachtigingen

1.   Wanneer de in artikel 114 van de controleverordening bedoelde websites operationeel zijn geworden, maar niet later dan op 1 januari 2012, stellen de lidstaten onverminderd bijzondere voorschriften de lijst van onder hun vlag varende vissersvaartuigen die een in artikel 7 van de controleverordening bedoelde vismachtiging hebben ontvangen, ter beschikking op het beveiligde deel van hun officiële website voordat deze vismachtigingen geldig worden. Zij brengen eventuele veranderingen in deze lijst aan voordat deze veranderingen van kracht worden.

2.   Met betrekking tot de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 stellen de lidstaten de Commissie, op haar verzoek, een lijst ter beschikking van de onder hun vlag varende vissersvaartuigen die voor 2011 een vismachtiging hebben ontvangen. Zij stellen de Commissie in kennis van eventuele veranderingen in deze lijst voordat deze veranderingen van kracht worden.

HOOFDSTUK III

Markering en identificatie van EU-vissersvaartuigen en het aan boord aanwezige vistuig

Afdeling 1

Markering en identificatie van vissersvaartuigen

Artikel 6

Markering van vissersvaartuigen

De EU-vissersvaartuigen worden als volgt gemarkeerd:

a)

de letter(s) van de haven of het district waarin het EU-vissersvaartuig is geregistreerd, en het nummer (of de nummers) waaronder het vaartuig is geregistreerd, moeten in een kleur die contrasteert met de ondergrond, aan weerszijden van de boeg zo hoog mogelijk boven de waterlijn zijn geschilderd of aangebracht, zodat zij van op zee en vanuit de lucht duidelijk zichtbaar zijn;

b)

voor EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 m en minder dan 17 m bedraagt de hoogte van de cijfers en letters ten minste 25 cm en de lijndikte ten minste 4 cm. Voor EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 17 m bedraagt de hoogte van de cijfers en letters ten minste 45 cm en de lijndikte ten minste 6 cm;

c)

de vlaggenlidstaat mag voorschrijven dat de internationale radioroepnaam (IRCS) of de externe registratiecijfers en -letters zodanig op het dak van het stuurhuis worden geschilderd dat zij, in een kleur die contrasteert met de ondergrond, vanuit de lucht duidelijk zichtbaar zijn;

d)

de contrasterende kleuren zijn wit en zwart;

e)

de externe registratiecijfers en -letters die op de romp van het EU-vissersvaartuig zijn geschilderd of aangebracht, mogen niet verwijderbaar zijn en mogen niet worden uitgewist, worden gewijzigd, onleesbaar worden gelaten, worden bedekt of aan het gezicht worden onttrokken.

Artikel 7

Aan boord van een EU-vissersvaartuig aanwezige documenten

1.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig met een lengte over alles van 10 m of meer dient documenten aan boord te hebben die door een bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin het is geregistreerd, zijn afgegeven en waarin ten minste de volgende gegevens over het vaartuig worden vermeld:

a)

de naam, als het vaartuig een naam heeft;

b)

de letters van de haven of van het district waarin het vaartuig is geregistreerd en het nummer (of de nummers) waaronder het vaartuig is geregistreerd;

c)

de internationale radioroepnaam, als het vaartuig een radioroepnaam heeft;

d)

de naam en het adres van de eigenaar(s) en, indien van toepassing, de charteraar(s);

e)

de lengte over alles, het vermogen van de voortstuwingsmotor, de brutotonnage en, voor EU-vissersvaartuigen die met ingang van 1 januari 1987 in bedrijf zijn genomen, de datum van inbedrijfname.

2.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig met een lengte over alles van 17 m of meer dat met visruimen is uitgerust, dient accurate tekeningen met een beschrijving van deze visruimen aan boord te hebben waarin onder meer alle toegangspunten en de in kubieke meter uitgedrukte opslagcapaciteit van deze visruimen zijn aangegeven.

3.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig met tanks voor gekoeld zeewater dient een bijgewerkt document aan boord te hebben waarin de in kubieke meter uitgedrukte capaciteit van de tanks voor iedere 10 cm hoogte van die tanks wordt aangegeven.

4.   De in de leden 2 en 3 bedoelde documenten worden gecertificeerd door de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat. Wijzigingen van de kenmerken die in de documenten als bedoeld in de leden 1, 2 en 3 zijn vermeld, worden gecertificeerd door een bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat.

5.   De in dit artikel bedoelde documenten worden voor controle- of inspectiedoeleinden voorgelegd op verzoek van de ter zake bevoegde functionarissen.

Afdeling 2

Markering en identificatie van vistuig en sloepen

Artikel 8

Markering van sloepen en visaantrekkende voorzieningen

Aan boord van een EU-vissersvaartuig gehouden sloepen en visaantrekkende voorzieningen worden gemarkeerd met de externe registratiecijfers en -letters van het EU-vissersvaartuig dat deze in gebruik heeft.

Artikel 9

Algemene voorschriften voor passief vistuig en boomkorren

1.   De artikelen 9 tot en met 12 zijn van toepassing op EU-vissersvaartuigen die in EU-wateren vissen en de artikelen 13 tot en met 17 zijn van toepassing op EU-wateren buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de kustlidstaten.

2.   Het is verboden om in EU-wateren als bedoeld in lid 1, visserijactiviteiten te verrichten met passief vistuig, boeien en boomkorren die niet overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 17 gemarkeerd en identificeerbaar zijn.

3.   Het is verboden om in EU-wateren als bedoeld in lid 1, het volgende aan boord te hebben:

a)

bomen of boomkorren waarop de externe registratiecijfers en -letters niet overeenkomstig artikel 10 zijn aangebracht;

b)

passief vistuig zonder het in artikel 11, lid 2, bedoelde plaatje;

c)

boeien die niet zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 13, lid 2.

Artikel 10

Voorschriften voor boomkorren

De kapitein van een EU-vissersvaartuig of diens vertegenwoordiger zorgt ervoor dat de boom van elke aan boord gehouden of voor de visserij gebruikte gemonteerde boomkor duidelijk is voorzien van de externe registratiecijfers en -letters van het betrokken vissersvaartuig.

Artikel 11

Voorschriften voor passief vistuig

1.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig of diens vertegenwoordiger zorgt ervoor dat elk passief vistuig dat aan boord wordt gehouden of voor de visserij wordt gebruikt, duidelijk gemarkeerd en identificeerbaar is overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

2.   Op elk passief vistuig dat voor de visserij wordt gebruikt, moeten te allen tijde de externe registratiecijfers en -letters zichtbaar zijn die ook zijn aangebracht op de romp van het vaartuig waartoe het tuig behoort:

a)

voor netten: op een plaatje dat is bevestigd aan de bovenste eerste rij;

b)

voor beuglijnen: op een plaatje dat is bevestigd ter hoogte van de aansluiting met de meerboei;

c)

voor korven en vallen: op een plaatje dat is bevestigd aan de grondlijn;

d)

voor passief vistuig dat zich uitstrekt over meer dan één zeemijl: op plaatjes die overeenkomstig het bepaalde onder a), b) of c), op regelmatige afstand van niet meer dan één zeemijl zijn bevestigd, zodat geen enkel deel van het passieve vistuig over een lengte van meer dan één zeemijl ongemarkeerd is.

Artikel 12

Voorschriften voor plaatjes

1.   Elk plaatje is:

a)

gemaakt van duurzaam materiaal;

b)

stevig vastgemaakt aan het vistuig;

c)

ten minste 65 mm breed;

d)

ten minste 75 mm lang.

2.   De plaatjes mogen niet verwijderbaar zijn en mogen niet worden uitgewist, worden gewijzigd, onleesbaar worden gelaten, worden bedekt of aan het gezicht worden onttrokken.

Artikel 13

Voorschriften voor boeien

1.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig of diens vertegenwoordiger zorgt ervoor dat twee eindmarkeringsboeien en tussenboeien, gemonteerd overeenkomstig bijlage IV, worden bevestigd aan elk passief vistuig dat voor de visserij wordt gebruikt, en dat deze boeien worden ingezet overeenkomstig de bepalingen in deze afdeling.

2.   Op elke eindmarkeringsboei en tussenboei worden de externe registratiecijfers en -letters die zichtbaar zijn op de romp van het EU-vissersvaartuig waartoe zij behoren, als volgt aangebracht:

a)

de cijfers en letters worden zo hoog mogelijk boven de waterspiegel aangebracht, zodat zij duidelijk zichtbaar zijn;

b)

de kleuren van deze cijfers en letters contrasteren met het oppervlak waarop zij zijn aangebracht.

3.   De op de markeringsboei aangebrachte cijfers en letters mogen niet worden uitgewist of veranderd, noch onleesbaar worden gelaten.

Artikel 14

Voorschriften voor touwen

1.   De touwen waarmee de boeien aan het passief vistuig zijn bevestigd, zijn vervaardigd van zinkend materiaal of worden met gewichten onder water gehouden.

2.   De touwen waarmee de eindmarkeringsboeien aan elk vistuig zijn bevestigd, worden vastgemaakt aan de uiteinden van dat vistuig.

Artikel 15

Voorschriften voor eindmarkeringsboeien

1.   De eindmarkeringsboeien worden op een zodanige manier geplaatst dat te allen tijde kan worden vastgesteld waar de uiteinden van het vistuig zich bevinden.

2.   De mast van elke eindmarkeringsboei steekt ten minste 1 m boven het zeeniveau uit, gemeten vanaf de bovenkant van de drijver tot de onderkant van de onderste vlag.

3.   De eindmarkeringsboeien zijn gekleurd, maar niet rood of groen.

4.   Elke eindmarkeringsboei moet voorzien zijn van:

a)

één of twee rechthoekige vlaggen; wanneer op één boei twee vlaggen moeten zijn bevestigd, moeten deze op ten minste 20 cm van elkaar staan; vlaggen op boeien waarmee de uiteinden van één vistuig worden aangegeven, moeten dezelfde kleur (die niet wit mag zijn) en dezelfde afmetingen hebben;

b)

één of twee gele lichten die elke vijf seconden oplichten (F1 Y 5s) en zichtbaar zijn vanaf twee zeemijl.

5.   Elke eindmarkeringsboei mag voorzien zijn van een topteken met één of twee gestreepte lichtgevende banden die noch rood, noch groen mogen zijn en ten minste 6 cm breed moeten zijn.

Artikel 16

Voorschriften voor het vastmaken van eindmarkeringsboeien

1.   De eindmarkeringsboeien worden als volgt aan het passief vistuig vastgemaakt:

a)

de boei in de westelijke sector (de halve kompascirkel van zuid over west tot en met het noorden) moet zijn voorzien van twee vlaggen, twee gestreepte lichtgevende banden, twee lichten en een plaatje als bedoeld in artikel 12;

b)

de boei in de oostelijke sector (de halve kompascirkel van noord over oost tot en met het zuiden) moet zijn voorzien van één vlag, één gestreepte lichtgevende band, één licht en een plaatje als bedoeld in artikel 12.

2.   Het plaatje moet voorzien zijn van de in artikel 13, lid 2, bedoelde gegevens.

Artikel 17

Tussenboeien

1.   Passief vistuig dat langer is dan 5 zeemijl, moet als volgt worden voorzien van tussenboeien:

a)

de tussenboeien worden op maximaal 5 zeemijl van elkaar geplaatst, zodat geen enkel deel van het vistuig over een lengte van 5 zeemijl of meer ongemarkeerd is;

b)

de tussenboeien worden voorzien van een geel licht dat elke vijf seconden oplicht (F1 Y 5s) en zichtbaar is vanaf twee zeemijl. De tussenboeien hebben dezelfde kenmerken als de eindmarkeringsboeien in de oostelijke sector, behalve dat de vlaggen wit zijn.

2.   In afwijking van lid 1 moet in de Oostzee gebruikt passief vistuig dat langer is dan 1 zeemijl, worden voorzien van tussenboeien. De tussenboeien worden op maximaal één zeemijl van elkaar geplaatst, zodat geen enkel deel van het vistuig over een lengte van één zeemijl of meer ongemarkeerd is.

De tussenboeien hebben dezelfde kenmerken als de eindmarkeringsboeien in de oostelijke sector, met uitzondering van het volgende:

a)

de kleur van de vlaggen is wit;

b)

elke vijfde tussenboei wordt voorzien van een radarreflector met een echo die ten minste twee zeemijl ver draagt.

HOOFDSTUK IV

Volgsysteem voor vaartuigen

Artikel 18

Verplichte satellietvolgapparatuur op EU-vissersvaartuigen

1.   Onverminderd artikel 25, lid 3, mag een EU-vissersvaartuig dat onder de VMS-verplichting valt, de haven slechts verlaten indien er volledig bedrijfsklare satellietvolgapparatuur aan boord is geïnstalleerd.

2.   De satellietvolgapparatuur van een EU-vissersvaartuig dat zich in een haven bevindt, mag slechts worden uitgeschakeld indien:

a)

daarvan vooraf melding is gedaan aan het visserijcontrolecentrum (VCC) van de vlaggenlidstaat en het VCC van de kustlidstaat, en

b)

uit het eerstvolgende bericht blijkt dat de positie van het EU-vissersvaartuig dezelfde is gebleven als in het voorgaande bericht.

De bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat mogen toestaan dat een onder a) bedoelde voorafgaande melding wordt vervangen door een automatische VMS-boodschap of een door het VMS gegenereerde alarmeringsboodschap die aangeeft dat het EU-vissersvaartuig zich in een vooraf vastgesteld geografisch gebied van een haven bevindt.

3.   Dit hoofdstuk is niet van toepassing op EU-vissersvaartuigen die uitsluitend voor de aquacultuur worden gebruikt.

Artikel 19

Kenmerken van de satellietvolgapparatuur

1.   De satellietvolgapparatuur die is geïnstalleerd aan boord van EU-vissersvaartuigen, moet ervoor zorgen dat geregeld en automatisch de volgende gegevens aan het VCC van de vlaggenlidstaat worden doorgegeven:

a)

de identificatiegegevens van het vissersvaartuig;

b)

de meest recente geografische positie van het vissersvaartuig, met een foutenmarge van minder dan 500 m en een betrouwbaarheidsinterval van 99 %;

c)

de datum en het tijdstip (uitgedrukt in gecoördineerde universele tijd „UTC”) waarop de positie van het vissersvaartuig is bepaald, en

d)

de actuele snelheid en de koers van het vissersvaartuig.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de satellietvolgapparatuur wordt voorzien van een bescherming tegen de registratie en doorgifte van foute posities, en dat de gegevens niet manueel kunnen worden veranderd.

Artikel 20

Verplichtingen van de kapitein met betrekking tot de satellietvolgapparatuur

1.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig zorgt ervoor dat de satellietvolgapparatuur te allen tijde volledig bedrijfsklaar is en dat de in artikel 19, lid 1, bedoelde gegevens worden doorgegeven.

2.   Onverminderd artikel 26, lid 1, ziet de kapitein van een EU-vissersvaartuig er met name op toe dat:

a)

de gegevens op geen enkele wijze worden veranderd;

b)

de bij de satellietvolgapparatuur horende antenne of antennes op geen enkele wijze wordt/worden gehinderd, losgekoppeld of geblokkeerd;

c)

de stroomtoevoer van de satellietvolgapparatuur op geen enkele wijze wordt onderbroken, en

d)

de satellietvolgapparatuur niet uit het vissersvaartuig wordt verwijderd.

3.   Het is verboden het satellietvolgsysteem te vernielen, te beschadigen, buiten werking te stellen of op enige andere wijze te beïnvloeden tenzij de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat toestemming hebben gegeven voor de reparatie of de vervanging van het satellietvolgsysteem.

Artikel 21

Door de vlaggenlidstaten vast te stellen controlemaatregelen

Elke vlaggenlidstaat zorgt ervoor dat de juistheid van de in artikel 19 bedoelde gegevens continu en systematisch wordt gecontroleerd en neemt onmiddellijk maatregelen wanneer blijkt dat gegevens onjuist of onvolledig zijn.

Artikel 22

Frequentie van de doorgifte van gegevens

1.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn VCC ten minste om de twee uur via VMS de in artikel 19 bedoelde gegevens betreffende zijn vissersvaartuigen ontvangt. Het VCC mag eisen dat de betrokken gegevens met kortere tussenpozen worden doorgegeven.

2.   Het VCC dient in staat te zijn de werkelijke positie van elk onder zijn bevoegdheid vallend vissersvaartuig te bepalen.

Artikel 23

Toezicht op het binnenvaren en verlaten van bepaalde gebieden

Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn VCC aan de hand van de VMS-gegevens toezicht houdt op de datum en het tijdstip waarop zijn vissersvaartuigen een van de volgende gebieden binnenvaren of verlaten:

a)

maritieme gebieden waarvoor specifieke regels inzake toegang tot de wateren en de hulpbronnen gelden;

b)

voor de visserij beperkte gebieden, als bedoeld in artikel 50 van de controleverordening;

c)

het gereglementeerde gebied van regionale organisaties voor visserijbeheer waarbij de Europese Unie of bepaalde lidstaten als partij is/zijn aangesloten;

d)

wateren die onder de soevereiniteit en de jurisdictie van een derde land vallen.

Artikel 24

Doorgifte van gegevens aan de kustlidstaat

1.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn VMS de overeenkomstig artikel 19 te verstrekken gegevens betreffende de vissersvaartuigen van die lidstaat gedurende de tijd dat deze in de wateren van een kustlidstaat vissen, automatisch doorgeeft aan het VCC van die kustlidstaat. Deze gegevens worden in een formaat dat overeenstemt met dat in bijlage V doorgegeven zodra zij door het VCC van de vlaggenlidstaat worden ontvangen.

2.   Kustlidstaten die gezamenlijk toezicht houden op een gebied, kunnen een gemeenschappelijke bestemming vaststellen voor de overeenkomstig artikel 19 door te geven gegevens. Zij stellen de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis.

3.   Elke lidstaat deelt aan de andere lidstaten en de Commissie een volledige lijst met de lengte- en breedtecoördinaten die zijn exclusieve economische zone of exclusieve visserijzone afbakenen, zo mogelijk elektronisch mee in een formaat dat compatibel is met het World Geodetic System 1984 (WGS 84). Hij brengt de andere lidstaten en de Commissie onmiddellijk op de hoogte van eventuele veranderingen van deze coördinaten. Als alternatief hiervoor mogen de lidstaten deze lijst bekendmaken op de in artikel 115 van de controleverordening bedoelde website.

4.   De lidstaten zorgen er onder meer via het vaststellen van duidelijke en gedocumenteerde procedures voor dat hun bevoegde autoriteiten de doorgifte van VMS-gegevens overeenkomstig artikel 9, lid 3, van de controleverordening onderling efficiënt coördineren.

Artikel 25

Defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur

1.   Wanneer de aan boord van een EU-vissersvaartuig geïnstalleerde satellietvolgapparatuur defect is of anderszins niet functioneert, deelt de kapitein of diens vertegenwoordiger via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop dit feit is ontdekt of vanaf het tijdstip waarop hij overeenkomstig lid 4 of artikel 26, lid 1, van dit feit in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig mee aan het VCC van de vlaggenlidstaat. De lidstaten bepalen welke telecommunicatiemiddelen mogen worden gebruikt en vermelden deze op de in artikel 115 van de controleverordening bedoelde website.

2.   Het VCC van de vlaggenlidstaat voert de in lid 1 bedoelde geografische posities onmiddellijk bij ontvangst in in het VMS-gegevensbestand. In het gegevensbestand moeten de manuele VMS-gegevens duidelijk kunnen worden onderscheiden van de automatische boodschappen. In voorkomend geval worden deze manuele VMS-gegevens onmiddellijk aan de kustlidstaten doorgegeven.

3.   Een EU-vissersvaartuig waarvan de satellietvolgapparatuur defect is geweest of anderszins niet heeft gefunctioneerd, mag de haven pas verlaten wanneer naar tevredenheid van de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat is geconstateerd dat de aan boord van dat vissersvaartuig geïnstalleerde satellietvolgapparatuur weer volledig bedrijfsklaar is. Bij wijze van afwijking mag het VCC van de vlaggenlidstaat aan onder zijn bevoegdheid vallende vissersvaartuigen toestemming verlenen om met een niet-functionerend sattelietvolgsysteem de haven te verlaten teneinde het systeem te laten repareren of vervangen.

4.   De bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat of, in voorkomend geval, van de kustlidstaat moeten proberen de kapitein van een EU-vissersvaartuig of de voor dat vaartuig verantwoordelijke persoon, of hun vertegenwoordiger, te verwittigen wanneer de aan boord van dat vaartuig geïnstalleerde satellietvolgapparatuur defect lijkt te zijn of niet naar behoren lijkt te functioneren.

5.   Satellietvolgsystemen mogen slechts voor reparatie of vervanging worden verwijderd wanneer de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat daarvoor toestemming geven.

Artikel 26

Geen ontvangst van gegevens

1.   Wanneer het VCC van een vlaggenlidstaat gedurende twaalf opeenvolgende uren geen gegevens als bedoeld in artikel 22 of artikel 25, lid 1, heeft ontvangen, stelt het de kapitein of de exploitant van het betrokken EU-vissersvaartuig, of hun vertegenwoordiger, zo snel mogelijk daarvan in kennis. Indien deze situatie zich bij een bepaald EU-vissersvaartuig meer dan driemaal in een kalenderjaar voordoet, zorgt de vlaggenlidstaat ervoor dat de satellietvolgapparatuur van het betrokken vaartuig grondig wordt gecontroleerd. De betrokken lidstaat voert een controle uit om na te gaan of met de apparatuur is geknoeid. In afwijking van artikel 20, lid 2, onder d), kan deze controle inhouden dat de apparatuur voor onderzoek wordt meegenomen.

2.   Wanneer het VCC van een vlaggenlidstaat gedurende twaalf uur geen gegevens als bedoeld in artikel 22 of artikel 25, lid 1, heeft ontvangen en de laatst ontvangen positie in de wateren van een andere lidstaat was gelegen, stelt dit het VCC van die kustlidstaat zo snel mogelijk daarvan in kennis.

3.   Wanneer de bevoegde autoriteiten van een kustlidstaat de aanwezigheid van een EU-vissersvaartuig in hun wateren waarnemen en geen gegevens als bedoeld in artikel 24, lid 1, of artikel 25, lid 2, hebben ontvangen, stellen zij de kapitein van het vissersvaartuig en het VCC van de betrokken vlaggenlidstaat daarvan in kennis.

Artikel 27

Toezicht op de visserijactiviteiten en registratie van gegevens in verband met visserijactiviteiten

1.   De lidstaten gebruiken de op grond van artikel 22, artikel 24, lid 1, en artikel 25 ontvangen gegevens om doeltreffend toezicht uit te oefenen op de activiteiten van de vissersvaartuigen.

2.   De vlaggenlidstaten:

a)

zorgen ervoor dat de gegevens die zij op grond van dit hoofdstuk hebben ontvangen, in een computerleesbare vorm worden geregistreerd en gedurende ten minste drie jaar veilig in een elektronisch gegevensbestand worden opgeslagen;

b)

nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat dergelijke gegevens uitsluitend voor officiële doeleinden worden gebruikt, en

c)

treffen de nodige technische voorzieningen om dergelijke gegevens te beschermen tegen onopzettelijk of niet-geautoriseerd wissen, toevallig verlies, beschadiging, verspreiding of onbevoegde raadpleging.

Artikel 28

Toegang van de Commissie tot de gegevens

De Commissie kan de lidstaten overeenkomstig artikel 111, lid 1, onder a), van de controleverordening vragen ervoor te zorgen dat de krachtens artikel 19 van de onderhavige verordening te verstrekken gegevens over een specifieke groep vissersvaartuigen en een specifieke periode automatisch worden doorgegeven aan de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie. Deze gegevens worden in een formaat dat overeenstemt met dat in bijlage V doorgegeven zodra zij door het VCC van de vlaggenlidstaat worden ontvangen.

TITEL III

VISSERIJCONTROLE

HOOFDSTUK I

Papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding

Afdeling 1

Invullen en overleggen van papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding

Artikel 29

EU-vissersvaartuigen die papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding moeten invullen en overleggen

1.   Onverminderd specifieke bepalingen in meerjarenplannen moet de kapitein van een EU-vissersvaartuig met een lengte over alles van 10 m of meer dat de visserijlogboekgegevens en de aangiften van overlading/aanlanding niet elektronisch hoeft over te leggen, de in de artikelen 14, 21 en 23 van de controleverordening bedoelde visserijlogboekgegevens en aangiften van overlading/aanlanding op papier invullen en overleggen. Deze aangiften van overlading/aanlanding mogen ook worden ingevuld en overgelegd door de vertegenwoordiger van de kapitein, die dan namens de kapitein handelt.

2.   De vereiste om visserijlogboekgegevens en aangiften van overlading/aanlanding op papier in te vullen en over te leggen, geldt tevens voor EU-vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 m die van hun vlaggenlidstaat overeenkomstig artikel 16, lid 3, en artikel 25, lid 3, van de controleverordening een visserijlogboek moeten bijhouden en/of aangiften van overlading/aanlanding moeten overleggen.

Artikel 30

Formaten voor papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding

1.   Voor alle visserijgebieden, behalve NAFO-deelgebied 1 en de ICES-sectoren V(a) en XIV, moet de kapitein van een EU-vissersvaartuig de papieren visserijlogboeken en de papieren aangiften van overlading/aanlanding invullen en overleggen volgens het formaat in bijlage VI. Kapiteins van EU-vissersvaartuigen die het visserijlogboek en de aangifte van overlading/aanlanding niet elektronisch hoeven over te leggen en die dagelijkse visreizen in één visserijzone maken, mogen voor visserijactiviteiten die uitsluitend in de Middellandse Zee worden verricht, ook gebruik maken van het formaat in bijlage VII.

2.   Voor NAFO-deelgebied 1 en de ICES-sectoren V(a) en XIV moet het formaat in bijlage VIII worden gebruikt voor de papieren visserijlogboeken, en het formaat in bijlage IX voor de papieren aangiften van overlading/aanlanding.

3.   De visserijlogboeken en de aangiften van overlading/aanlanding die conform de bijlagen VI en VII op papier worden ingevuld, moeten tevens overeenkomstig lid 1 en artikel 31 worden bijgehouden wanneer dergelijke EU-vissersvaartuigen visserijactiviteiten verrichten in de wateren van een derde land, in wateren die onder een regionale organisatie voor visserijbeheer ressorteren of in wateren buiten de EU-wateren die niet onder een regionale organisatie voor visserijbeheer ressorteren, tenzij het betrokken derde land of de betrokken regionale organisatie voor visserijbeheer specifiek voorschrijft dat een ander type visserijlogboek of aangifte van overlading/aanlanding wordt ingevuld en overgelegd. Indien het betrokken derde land geen specifiek visserijlogboek voorschrijft, maar wel andere dan door de Europese Unie opgelegde gegevenselementen vereist, dienen deze gegevenselementen te worden geregistreerd.

4.   De lidstaten mogen voor EU-vissersvaartuigen die de visserijlogboekgegevens niet elektronisch overeenkomstig artikel 15 van de controleverordening hoeven in te vullen en over te leggen, gebruik blijven maken van het voor het papieren visserijlogboek bestemde formaat als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2807/83 zolang de voorraad van dat formaat strekt.

Artikel 31

Instructies voor het invullen en overleggen van papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding

1.   De papieren visserijlogboeken en de papieren aangiften van overlading/aanlanding moeten worden ingevuld en overgelegd overeenkomstig de instructies in bijlage X.

2.   Indien in de instructies in bijlage X wordt aangegeven dat de toepassing van een regel optioneel is, kan de vlaggenlidstaat deze regel verplicht maken.

3.   Alle vermeldingen in het visserijlogboek en in de aangifte van overlading/aanlanding moeten leesbaar en onuitwisbaar zijn. De vermeldingen mogen in geen geval worden geschrapt of gewijzigd. Indien een vergissing is begaan, moet de betrokken onjuiste vermelding met een enkele streep worden doorgehaald en moet de juiste vermelding door de kapitein worden opgeschreven en geparafeerd. De kapitein moet bij elke regel zijn paraaf plaatsen.

4.   De kapitein van het EU-vissersvaartuig, of, met betrekking tot aangiften voor overlading/aanlanding, diens vertegenwoordiger, moet aan de hand van zijn initialen of zijn handtekening certificeren dat de vermeldingen in het visserijlogboek en in de aangifte van overlading/aanlanding juist zijn.

Artikel 32

Termijnen voor het overleggen van papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding

1.   Indien een EU-vissersvaartuig in een haven van zijn vlaggenlidstaat een aanlanding heeft verricht of hetzij in een haven, hetzij op een plaats dicht bij de kust van zijn vlaggenlidstaat een overlading heeft verricht, moet de kapitein van dat vissersvaartuig het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, overleggen aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat. Het origineel van dergelijke aangiften van overlading/aanlanding mag ook worden overgelegd door de vertegenwoordiger van de kapitein, die dan namens de kapitein handelt.

2.   Wanneer na een visreis geen vangst wordt aangeland, moet de kapitein het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de aankomst in de haven, overleggen. Het origineel van dergelijke aangiften van overlading mag ook worden overgelegd door de vertegenwoordiger van de kapitein, die dan namens de kapitein handelt.

3.   EU-vissersvaartuigen die in een andere lidstaat dan hun vlaggenlidstaat hetzij in een haven, hetzij op een plaats dicht bij de kust een overlading hebben verricht of in een haven een aanlanding hebben verricht, leggen de eerste kopie van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, over aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de overlading/aanlanding plaatsvindt. Het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding wordt zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, verstuurd naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat.

4.   EU-vissersvaartuigen die in een haven of in de wateren van een derde land of op volle zee een overlading hebben verricht of in een haven van een derde land een aanlanding hebben verricht, versturen het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat.

5.   Wanneer een derde land of een regionale organisatie voor visserijbeheer een ander type visserijlogboek of aangifte van overlading/aanlanding voorschrijft dan is opgenomen in bijlage VI, moet de kapitein van het EU-vissersvaartuig zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, een kopie van het betrokken document overleggen aan zijn bevoegde autoriteiten.

Afdeling 2

Specifieke voorschriften voor het papieren visserijlogboek

Artikel 33

Invullen van het papieren visserijlogboek

1.   In het papieren visserijlogboek worden, zelfs wanneer geen vangsten zijn gedaan, alle verplichte gegevens ingevuld:

a)

dagelijks uiterlijk om 24.00 uur en vóór het binnenvaren van de haven;

b)

bij elke inspectie op zee;

c)

bij in de EU-wetgeving of door de vlaggenlidstaat omschreven gebeurtenissen.

2.   In het visserijlogboek wordt een nieuwe regel ingevuld:

a)

voor elke zeedag;

b)

wanneer op dezelfde dag in een nieuwe ICES-sector of een andere visserijzone wordt gevist;

c)

wanneer de visserijinspanningsgegevens worden ingevoerd.

3.   In het visserijlogboek wordt een nieuwe bladzijde ingevuld:

a)

wanneer van vistuig wordt veranderd of wanneer netten met een andere maaswijdte worden ingezet;

b)

voor elke visserijactiviteit na een overlading of een tussentijdse aanlanding;

c)

wanneer het aantal kolommen niet volstaat;

d)

bij vertrek uit een haven zonder dat een aanlanding is verricht.

4.   Bij vertrek uit een haven of na een overlading worden, wanneer nog vangsten aan boord blijven, de hoeveelheden per soort aangegeven op een nieuwe bladzijde in het visserijlogboek.

5.   Voor de vermelding van het gebruikte vistuig onder de desbetreffende kopjes van het papieren visserijlogboek, wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XI opgenomen codes.

Afdeling 3

Specifieke voorschriften voor de papieren aangiften van overlading/aanlanding

Artikel 34

Overhandiging van een papieren aangifte van overlading

1.   Na overlading tussen twee EU-vissersvaartuigen overhandigt de kapitein van het overladende vissersvaartuig, of diens vertegenwoordiger, een kopie van de aangifte van overlading van zijn vaartuig aan de kapitein van het ontvangende vaartuig, of aan diens vertegenwoordiger. De kapitein van het ontvangende vaartuig, of diens vertegenwoordiger, overhandigt na de overlading een kopie van de papieren aangifte van overlading naar zijn vaartuig aan de kapitein van het overladende vaartuig, of aan diens vertegenwoordiger.

2.   De in lid 1 bedoelde kopieën worden voor controle- of inspectiedoeleinden voorgelegd op verzoek van een functionaris.

Artikel 35

Ondertekening van de aangifte van aanlanding

Elke bladzijde van de aangifte van aanlanding wordt vóór de overlegging ondertekend door de kapitein of door diens vertegenwoordiger.

HOOFDSTUK II

Elektronische visserijlogboeken en elektronische aangiften van overlading/aanlanding

Afdeling 1

Invullen en doorgifte van gegevens uit elektronische visserijlogboeken en elektronische aangiften van overlading/aanlanding

Artikel 36

Verplicht elektronisch registratie- en meldsysteem op EU-vissersvaartuigen

1.   Onverminderd artikel 39, lid 4, mag een EU-vissersvaartuig dat een elektronisch visserijlogboek en elektronische aangiften van overlading/aanlanding moet invullen en overleggen overeenkomstig de artikelen 15, 21 en 24 van de controleverordening, de haven pas verlaten indien aan boord een volledig bedrijfsklaar elektronisch registratie- en meldsysteem is geïnstalleerd.

2.   Dit hoofdstuk is niet van toepassing op EU-vissersvaartuigen die uitsluitend voor de aquacultuur worden gebruikt.

Artikel 37

Formaat voor de doorgifte van gegevens door een EU-vissersvaartuig aan de bevoegde autoriteit van zijn vlaggenlidstaat

De lidstaten bepalen in welk formaat hun bevoegde autoriteiten en de onder hun vlag varende EU-vissersvaartuigen de visserijlogboekgegevens en de gegevens van de aangiften van overlading/aanlanding als bedoeld in de artikelen 15, 21 en 24 van de controleverordening, invullen en doorgeven.

Artikel 38

Retourberichten

1.   Voor elke doorgifte van visserijlogboek-, overladings- en aanlandingsgegevens en gegevens betreffende voorafgaande kennisgevingen wordt een retourbericht naar de betrokken EU-vissersvaartuigen verstuurd. Het retourbericht bevat een ontvangstbevestiging.

2.   De kapiteins van EU-vissersvaartuigen bewaren de retourberichten tot het einde van de visreis.

Artikel 39

Bepalingen inzake defecte of anderszins niet-functionerende elektronische registratie- en meldsystemen

1.   Wanneer het aan boord van een EU-vissersvaartuig geïnstalleerde elektronische registratie- en meldsysteem defect is of anderszins niet functioneert, deelt de kapitein van het vissersvaartuig, of diens vertegenwoordiger, vanaf het tijdstip waarop dit feit is ontdekt of vanaf het tijdstip waarop hij overeenkomstig lid 40, lid 1, van dit feit in kennis is gesteld, de visserijlogboekgegevens en de gegevens van de aangiften van overlading/aanlanding dagelijks uiterlijk om 24.00 uur via adequate telecommunicatiemiddelen mee aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat, zelfs wanneer niets is gevangen. De lidstaten bepalen welke telecommunicatiemiddelen mogen worden gebruikt en vermelden deze op de in artikel 115 van de controleverordening bedoelde website.

2.   In het geval van een defect of anderszins niet-functionerend elektronische registratie- en meldsysteem dienen de visserijlogboekgegevens en de gegevens van de aangiften van overlading tevens te worden verzonden:

a)

op verzoek van de bevoegde autoriteit van de vlaggenstaat;

b)

onmiddellijk na de laatste visserijactiviteit of na de overlading;

c)

vóór het binnenvaren van een haven;

d)

bij elke inspectie op zee;

e)

bij in de EU-wetgeving of door de vlaggenstaat omschreven gebeurtenissen.

Voorafgaande kennisgevingen en gegevens van de aangiften van aanlanding moeten in de onder a) en e), bedoelde gevallen eveneens worden verstuurd.

3.   De bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat voert de in lid 1 bedoelde gegevens onmiddellijk bij ontvangst in in het elektronische gegevensbestand.

4.   Een EU-vissersvaartuig met een defect of anderszins niet-functionerend elektronisch registratie- en meldsysteem mag de haven pas weer verlaten wanneer het aan boord geïnstalleerde registratie- en meldsysteem weer naar tevredenheid van de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat functioneert of wanneer de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat het vaartuig om andere redenen toestemming geven om te vertrekken. De vlaggenlidstaat meldt onmiddellijk aan de kustlidstaat dat hij één van de onder zijn vlag varende vissersvaartuigen toestemming heeft gegeven om een in de kustlidstaat gelegen haven te verlaten met een defect of anderszins niet-functionerend elektronisch registratie- en meldsysteem aan boord.

5.   Elektronische registratie- en meldsystemen mogen slechts voor reparatie of vervanging worden verwijderd wanneer de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat daarvoor toestemming geven.

Artikel 40

Geen ontvangst van gegevens

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten van een vlaggenlidstaat de door te geven gegevens niet overeenkomstig de artikelen 15, 22 en 24 van de controleverordening hebben ontvangen, stellen zij de kapitein of de exploitant van het EU-vissersvaartuig, of hun vertegenwoordiger, zo snel mogelijk daarvan in kennis. Indien deze situatie zich bij een bepaald EU-vissersvaartuig meer dan driemaal in een kalenderjaar voordoet, zorgt de vlaggenlidstaat ervoor dat het elektronische registratie- en meldsysteem van het betrokken vissersvaartuig grondig wordt gecontroleerd. De vlaggenlidstaat onderzoekt waarom geen gegevens zijn ontvangen en neemt adequate maatregelen.

2.   Wanneer de bevoegde autoriteiten van een vlaggenlidstaat de door te geven gegevens niet overeenkomstig de artikelen 15, 22 en 24 van de controleverordening hebben ontvangen en de laatste via het satellietvolgsysteem voor vaartuigen ontvangen positie binnen de wateren van een kustlidstaat gelegen was, stellen zij de bevoegde autoriteiten van die kustlidstaat zo snel mogelijk daarvan in kennis.

3.   De kapitein of de exploitant van het EU-vissersvaartuig, of hun vertegenwoordiger, zendt alle nog niet doorgestuurde gegevens waarvoor hij een in lid 1 bedoelde kennisgeving heeft ontvangen, onmiddellijk na ontvangst van die kennisgeving naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat.

Artikel 41

Geen toegang tot gegevens

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten van een kustlidstaat in hun wateren een EU-vissersvaartuig van een andere lidstaat waarnemen en zij geen toegang tot de visserijlogboek- of overladingsgegevens krijgen in de zin van artikel 44, verzoeken zij de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat voor toegang te zorgen.

2.   Indien niet binnen vier uur na het verzoek voor de in lid 1 bedoelde toegang is gezorgd, stelt de kustlidstaat de vlaggenlidstaat daarvan in kennis. Na ontvangst van de kennisgeving verstuurt de vlaggenlidstaat de gegevens onmiddellijk op enigerlei elektronische wijze naar de kustlidstaat.

3.   Indien de kustlidstaat de in lid 2 bedoelde gegevens niet ontvangt, verstuurt de kapitein of de exploitant van het EU-vissersvaartuig, of hun vertegenwoordiger, de gegevens en een kopie van het in artikel 38 bedoelde retourbericht op enigerlei wijze, zo mogelijk elektronisch, naar de bevoegde autoriteiten van de kustlidstaat indien deze daarom verzoeken. De lidstaten bepalen welke middelen hiervoor mogen worden gebruikt en vermelden deze op de in artikel 115 van de controleverordening bedoelde website.

4.   Indien de kapitein of de exploitant van het EU-vissersvaartuig, of hun vertegenwoordiger, aan de bevoegde autoriteiten van de kustlidstaat geen kopie van het in artikel 38 van de onderhavige verordening bedoelde retourbericht kan overleggen, worden de visserijactiviteiten van het betrokken vissersvaartuig in de wateren van de kustlidstaat verboden totdat de kapitein of de exploitant van het vissersvaartuig, of hun vertegenwoordiger, een kopie van het retourbericht of de in artikel 14, lid 1, van de controleverordening bedoelde informatie kan overleggen aan de reeds genoemde autoriteiten.

Artikel 42

Gegevens over de werking van het elektronische registratie- en meldsysteem

1.   De lidstaten houden een gegevensbestand bij over de werking van hun elektronische registratie- en meldsysteem. Deze gegevensbestanden moeten ten minste de volgende informatie bevatten en kunnen genereren:

a)

de lijst van de onder de vlag van de lidstaat varende vissersvaartuigen die met defecte of anderszins niet-functionerende elektronische registratie- en meldsystemen te kampen hebben gehad;

b)

het aantal vaartuigen dat niet op dagelijkse basis zijn visserijlogboekgegevens elektronisch heeft doorgegeven, en het gemiddelde aantal elektronische doorgiften van visserijlogboekgegevens dat per vissersvaartuig is ontvangen, opgesplitst naar vlaggenlidstaat;

c)

het aantal ontvangen aangiften van overlading, aangiften van aanlanding, aangiften van overname en verkoopdocumenten, opgesplitst naar vlaggenlidstaat.

2.   Samenvattingen van de krachtens lid 1 gegenereerde informatie moeten aan de Commissie worden toegestuurd, wanneer deze daarom verzoekt. Bij wijze van alternatief mag deze informatie op de beveiligde website beschikbaar worden gesteld in een formaat en met een regelmaat die door de Commissie, na overleg met de lidstaten, worden bepaald.

Artikel 43

Formaat voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten

1.   Voor de uitwisseling van in deze afdeling bedoelde informatie tussen de lidstaten wordt gebruik gemaakt van het formaat in bijlage XII, waaruit extensible mark-up language (XML) wordt afgeleid. De Commissie bepaalt na overleg met de lidstaten welk XML-formaat wordt gebruikt voor de elektronische gegevensuitwisseling tussen de lidstaten onderling en tussen, enerzijds, de lidstaten en, anderzijds, de Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie.

2.   Wijzigingen aan het in lid 1 bedoelde formaat moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn en moeten worden gemarkeerd met de datum waarop de wijziging is aangebracht. Dergelijke wijzigingen mogen op zijn vroegst zes maanden nadat het besluit tot wijziging is genomen, van kracht worden.

3.   Een lidstaat die elektronische informatie uit een andere lidstaat ontvangt, zorgt ervoor dat een retourbericht naar de bevoegde autoriteiten van die lidstaat wordt verstuurd. Het retourbericht bevat een ontvangstbevestiging.

4.   In bijlage XII bedoelde gegevenselementen die de kapiteins volgens de EU-voorschriften in hun visserijlogboek moeten registreren, moeten ook tussen de lidstaten worden uitgewisseld.

Artikel 44

Toegang tot gegevens

1.   Een vlaggenlidstaat zorgt ervoor dat een kustlidstaat in realtime toegang heeft tot de in artikel 111, lid 1, van de controleverordening bedoelde elektronische uitwisseling van informatie inzake gegevens uit het visserijlogboek, aangiften van overlading, voorafgaande kennisgevingen en aangiften van aanlanding van de vissersvaartuigen van die vlaggenlidstaat, wanneer deze vaartuigen visserijactiviteiten verrichten in wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de betrokken kustlidstaat vallen, of een haven van deze kustlidstaat binnenvaren.

2.   Onverminderd lid 1 kan een vlaggenlidstaat die daarom wordt verzocht, ervoor zorgen dat een lidstaat die overeenkomstig artikel 80 van de controleverordening vissersvaartuigen van een andere lidstaat inspecteert in buiten de wateren van de verzoekende lidstaat liggende EU-wateren, in internationale wateren of in wateren van derde landen, in realtime toegang heeft tot de in artikel 111, lid 1, van de controleverordening bedoelde elektronische uitwisseling van informatie inzake gegevens uit het visserijlogboek en uit de aangiften van overlading van onder zijn vlag varende vissersvaartuigen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens betreffende de vorige twaalf maanden worden op verzoek ter beschikking gesteld door de vlaggenlidstaat.

4.   De in lid 1 bedoelde gegevens omvatten ten minste de gegevens over de periode vanaf het laatste vertrek uit de haven tot het voltooien van de aanlanding. De in lid 2 bedoelde gegevens omvatten ten minste de gegevens over de periode vanaf het laatste vertrek uit de haven tot het tijdstip van het verzoek. In de leden 1 en 2 bedoelde gegevens over visreizen die in de vorige 12 maanden hebben plaatsgevonden, worden op verzoek ter beschikking gesteld.

5.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig heeft te allen tijde beveiligde toegang tot zijn eigen elektronische visserijlogboekgegevens en gegevens van de aangiften van overlading/aanlanding die in het gegevensbestand van de vlaggenlidstaat zijn opgeslagen.

6.   In het kader van een gezamenlijk inzetplan of andere overeengekomen gezamenlijke inspectieactiviteiten moet een kustlidstaat een visserijpatrouillevaartuig van een andere lidstaat via het VCC van die lidstaat online toegang verlenen tot zijn bestand van visserijlogboekgegevens, gegevens van aangiften van overlading/aanlanding en gegevens van voorafgaande kennisgevingen.

Artikel 45

Gegevensuitwisseling tussen de lidstaten

1.   De toegang tot in artikel 44 bedoelde gegevens dient permanent verzekerd te zijn via een beveiligde internetverbinding.

2.   De lidstaten wisselen de relevante technische informatie uit die nodig is om de wederzijdse toegang tot en de uitwisseling van visserijlogboekgegevens en gegevens van aangiften van overlading/aanlanding te verzekeren.

3.   De lidstaten:

a)

zorgen ervoor dat de gegevens die zij op grond van dit hoofdstuk hebben ontvangen, in een computerleesbare vorm worden geregistreerd en gedurende ten minste drie jaar veilig in elektronische gegevensbestanden worden opgeslagen;

b)

nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens uitsluitend voor officiële doeleinden worden gebruikt, en

c)

treffen de nodige technische voorzieningen om dergelijke gegevens te beschermen tegen onopzettelijk of niet-geautoriseerd wissen, toevallig verlies, beschadiging, verspreiding of onbevoegde raadpleging.

Artikel 46

Eén enkele autoriteit

1.   In elke lidstaat is de in artikel 5, lid 5, van de controleverordening bedoelde ene enkele autoriteit verantwoordelijk voor de doorgifte, de ontvangst, het beheer en de verwerking van alle gegevens waarop dit hoofdstuk van toepassing is.

2.   De lidstaten wisselen onderling de contactgegevens van hun in lid 1 bedoelde autoriteit uit en stellen de Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie daarvan uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening in kennis.

3.   Wijzigingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens worden voordat zij van kracht worden, meegedeeld aan de Commissie, de door de Commissie aangewezen instantie en de andere lidstaten.

Afdeling 2

Specifieke voorschriften voor elektronische visserijlogboeken

Artikel 47

Frequentie van de doorgifte

1.   Op zee geeft de kapitein van een EU-vissersvaartuig de elektronische visserijlogboekgegevens ten minste eenmaal daags, maar niet later dan om 24.00 uur, door aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat, ook al is er niets gevangen. Hij verstuurt deze gegevens ook:

a)

op verzoek van de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat;

b)

onmiddellijk na de laatste visserijactiviteit;

c)

vóór het binnenvaren van een haven;

d)

bij elke inspectie op zee;

e)

bij in de EU-wetgeving of door de vlaggenstaat omschreven gebeurtenissen.

Wanneer de laatste visserijactiviteit binnen één uur vóór het binnenvaren van een haven heeft plaatsgevonden, mogen de onder b) en c) bedoelde doorgiften in één boodschap worden verstuurd.

2.   De kapitein kan correcties die aan de gegevens van het elektronische visserijlogboek en de aangiften van overlading zijn aangebracht, doorgeven tot de in lid 1, onder c), bedoelde laatste doorgifte. De correcties moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn. Alle originele elektronische visserijlogboekgegevens en aan die gegevens aangebrachte correcties worden door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat opgeslagen.

3.   De kapitein bewaart gedurende elke buitengaats doorgebrachte periode een kopie van de in lid 1 bedoelde gegevens aan boord van het vissersvaartuig totdat de aangifte van aanlanding is overgelegd.

4.   Indien een EU-vissersvaartuig zich zonder visserijproducten aan boord in de haven bevindt en de kapitein de aangifte van aanlanding voor alle visserijactiviteiten van de laatste visreis heeft overgelegd, kan de doorgifte overeenkomstig lid 1 worden opgeschort, mits het VCC van de vlaggenlidstaat daarvan vooraf in kennis wordt gesteld. De doorgifte wordt hervat zodra het EU-vissersvaartuig de haven verlaat. Voorafgaande kennisgeving is niet vereist voor EU-vissersvaartuigen die zijn uitgerust met het VMS en de gegevens via dit systeem doorgeven.

HOOFDSTUK III

Gemeenschappelijke voorschriften voor papieren en elektronische visserijlogboeken en aangiften van overlading/aanlanding

Afdeling 1

Gemeenschappelijke voorschriften voor het bepalen van het levend gewicht

Artikel 48

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

1.

„aanbiedingsvorm”: de vorm van de vis na verwerking aan boord van het vissersvaartuig en vóór aanlanding, als beschreven in bijlage I;

2.

„collectieve aanbiedingsvorm”: een aanbiedingsvorm waarbij twee of meer van dezelfde vis afkomstige delen samen worden aangeboden.

Artikel 49

Omrekeningsfactoren

1.   Met het oog op het indienen en overleggen van de visserijlogboeken overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van de controleverordening worden de in de bijlagen XIII, XIV en XV opgenomen EU-factoren gebruikt voor de omrekening van opgeslagen of verwerkt visgewicht in levend visgewicht. Deze omrekeningsfactoren zijn van toepassing op visserijproducten die door EU-vissersvaartuigen aan boord worden gehouden, worden overgeladen of worden aangeland.

2.   In afwijking van lid 1 geldt dat, wanneer omrekeningsfactoren zijn vastgesteld hetzij door regionale organisaties voor visserijbeheer waarbij de Europese Unie met betrekking tot het door die organisatie bestreken gereglementeerde gebied als overeenkomstsluitende partij of meewerkende niet-overeenkomstsluitende partij is aangesloten, hetzij door derde landen waarmee de Europese Unie met betrekking tot de wateren die onder de bevoegdheid of de jurisdictie van dat land vallen een visserijovereenkomst heeft gesloten, die factoren van toepassing zijn.

3.   Als voor een bepaalde soort of aanbiedingsvorm geen in de leden 1 en 2 bedoelde omrekeningsfactoren bestaan, is de door de vlaggenlidstaat vastgestelde omrekeningsfactor van toepassing.

4.   Onverminderd lid 2 passen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de in lid 1 bedoelde EU-omrekeningsfactoren toe wanneer zij het levend gewicht van de overladingen en de aanlandingen berekenen met het oog op de controle van het quotumgebruik.

Artikel 50

Berekeningsmethode

1.   Het levend gewicht aan vis wordt verkregen door het verwerkt gewicht aan vis te vermenigvuldigen met de omrekeningsfactor voor elke soort en aanbiedingsvorm, als bedoeld in artikel 49.

2.   Bij collectieve aanbiedingsvormen wordt slechts gebruik gemaakt van één omrekeningsfactor die met één van de delen van de collectieve aanbiedingsvorm overeenkomt.

Afdeling 2

Gemeenschappelijke voorschriften voor het invullen en overleggen van het visserijlogboek

Artikel 51

Algemene voorschriften voor visserijlogboeken

1.   De in artikel 14, lid 3, van de controleverordening bedoelde tolerantiemarge voor de raming van de in kg levend gewicht uitgedrukte hoeveelheden van elke aan boord gehouden soort wordt uitgedrukt als een percentage van de in het visserijlogboek opgenomen cijfers.

2.   Voor ongesorteerd aan te landen vangsten mag de tolerantiemarge worden berekend op basis van één of meer monsters die representatief zijn voor de totale aan boord gehouden hoeveelheden.

3.   Voor de toepassing van artikel 14 van de controleverordening wordt een soort die is gevangen om als levend aas te worden gebruikt, beschouwd als een gevangen en aan boord gehouden soort.

4.   De kapitein van een EU-vissersvaartuig dat een inspanningsgebied doorvaart waar het gemachtigd is om te vissen, registreert en meldt de in artikel 14, lid 5, van de controleverordening bedoelde gegevens zelfs indien hij in dat gebied geen visserijactiviteiten verricht.

Afdeling 3

Gemeenschappelijke voorschriften voor het invullen en overleggen van aangiften van overlading/aanlanding

Artikel 52

Tolerantiemarge voor de aangiften van overlading

De in artikel 21, lid 3, van de controleverordening bedoelde tolerantiemarge voor de raming van de in kg levend gewicht uitgedrukte hoeveelheden van elke overgeladen of ontvangen soort wordt uitgedrukt als een percentage van de in de aangifte van overlading opgenomen cijfers.

Artikel 53

Verschil in overgeladen vangsten

Wanneer de uit het overladende vaartuig overgeladen hoeveelheden verschillen van de door het ontvangende vaartuig aan boord genomen hoeveelheden, wordt de grootste hoeveelheid beschouwd als de overgeladen hoeveelheid. De lidstaten zien erop toe dat follow-upmaatregelen worden genomen om het daadwerkelijke gewicht van de hoeveelheid die van het overladende naar het ontvangende vaartuig is overgeladen, te bepalen.

Artikel 54

Voltooiing van een aanlanding

Indien de visserijproducten overeenkomstig artikel 61 van de controleverordening van de plaats van aanlanding worden vervoerd alvorens te zijn gewogen, wordt de aanlanding met het oog op de toepassing van artikel 23, lid 3, en artikel 24, lid 1, van de controleverordening als voltooid beschouwd zodra de visserijproducten zijn gewogen.

Artikel 55

Visserijactiviteiten waarbij twee of meer EU-vissersvaartuigen zijn betrokken

Onverminderd specifieke voorschriften wordt, met betrekking tot visserijactiviteiten die worden verricht door twee of meer EU-vissersvaartuigen

uit verschillende lidstaten, of

uit één lidstaat, die hun vangsten aanlanden in een andere lidstaat dan hun vlaggenlidstaat,

de aangelande vangst toegeschreven aan het EU-vissersvaartuig dat de visserijproducten aanlandt.

HOOFDSTUK IV

Steekproefplannen en verzameling van gegevens inzake EU-vissersvaartuigen waarop de vereisten met betrekking tot visserijlogboeken en aangiften van aanlanding niet van toepassing zijn

Artikel 56

Vaststelling van steekproefplannen

Met het oog op het toezicht op EU-vissersvaartuigen waarop de vereisten inzake visserijlogboeken en aangiften van aanlanding niet van toepassing zijn, stellen de lidstaten overeenkomstig dit hoofdstuk de in artikel 16, lid 2, en artikel 25, lid 2, van de controleverordening bedoelde steekproefplannen op om te bepalen welke hoeveelheid van een bestand of groep bestanden door dergelijke vissersvaartuigen is aangeland en, in voorkomend geval, wat hun visserijinspanning is. Deze gegevens worden gebruikt voor de registratie van de vangsten en, in voorkomend geval, van de visserijinspanning, als bedoeld in artikel 33 van de controleverordening.

Artikel 57

Steekproefmethode

1.   De in artikel 56 bedoelde steekproefplannen worden overeenkomstig bijlage XVI opgesteld.

2.   De omvang van de te inspecteren steekproef wordt als volgt op basis van het risiconiveau bepaald:

a)

„zeer klein” risico: 3 % van de steekproef;

b)

„klein” risico: 5 % van de steekproef;

c)

„middelmatig” risico: 10 % van de steekproef;

d)

„groot” risico: 15 % van de steekproef;

e)

zeer groot risico: 20 % van de steekproef.

3.   De dagelijkse vangst van een bepaald bestand door een vlootsegment wordt geraamd door het totale aantal actieve EU-vissersvaartuigen van het betrokken vlootsegment te vermenigvuldigen met de gemiddelde vangst van dat bestand die dagelijks per EU-vissersvaartuig wordt bovengehaald en die wordt berekend aan de hand van de vangsten van de in het kader van de de steekproef geïnspecteerde EU-vissersvaartuigen.

4.   Lidstaten die ten minste eens per maand systematisch voor elk van de onder hun vlag varende vissersvaartuigen waarop geen vereisten inzake het visserijlogboek en de aangiften van aanlanding van toepassing zijn, gegevens verzamelen over

a)

alle aanlandingen van vangsten van alle soorten, uitgedrukt in kg, ook indien de vangst nul bedraagt;

b)

de statistische vakken waarin deze vangsten zijn gedaan, worden beschouwd als hebbende voldaan aan de verplichting een in artikel 56 bedoeld steekproefplan op te stellen.

HOOFDSTUK V

Controle van de visserijinspanning

Artikel 58

Visserijinspanningsverslag

1.   Het in artikel 28 van de controleverordening bedoelde visserijinspanningsverslag wordt verzonden overeenkomstig bijlage XVII.

2.   Indien kapiteins van EU-vissersvaartuigen via de radio een boodschap aan de bevoegde autoriteiten doorgeven overeenkomstig artikel 28, lid 1, van de controleverordening, beslissen de lidstaten welke radiostations daarvoor moeten worden gebruikt en vermelden zij deze op de in artikel 115 van de controleverordening bedoelde website.

HOOFDSTUK VI

Corrigerende maatregelen

Artikel 59

Algemene beginselen

Om in aanmerking te komen voor de in artikel 37 van de controleverordening bedoelde corrigerende maatregelen, moeten de lidstaten de Commissie zo snel mogelijk, en in elk geval binnen één maand nadat de sluiting van een visserijtak overeenkomstig artikel 36 van de controleverordening in het Publicatieblad is bekendgemaakt, in kennis stellen van de geleden schade.

Artikel 60

Toewijzing van beschikbare vangstmogelijkheden

1.   Wanneer de schade ondanks maatregelen in het kader van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 niet geheel of gedeeltelijk ongedaan is gemaakt, neemt de Commissie zo snel mogelijk na ontvangst van de in artikel 59 van de onderhavige verordening bedoelde gegevens de nodige maatregelen om de geleden schade te compenseren.

2.   In de in lid 1 bedoelde maatregelen worden de volgende gegevens vermeld:

a)

de lidstaten die de schade hebben geleden („de benadeelde lidstaten”) en de omvang van de schade (verminderd met eventueel uitgewisselde quota);

b)

in voorkomend geval, de lidstaten die hun vangstmogelijkheden hebben overschreden („de overschrijdende lidstaten”) en de hoeveelheden waarmee de vangstmogelijkheden zijn overschreden (verminderd met eventueel overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 uitgewisselde quota);

c)

in voorkomend geval, de kortingen die moeten worden toegepast op de vangstmogelijkheden van de overschrijdende lidstaten, in verhouding tot de hoeveelheden waarmee de vangstmogelijkheden zijn overschreden;

d)

in voorkomend geval, de verhogingen die moeten worden toegepast op de vangstmogelijkheden van de benadeelde lidstaten, in verhouding tot de geleden schade;

e)

in voorkomend geval, de datum of de data waarop de verhogingen en kortingen van kracht worden;

f)

in voorkomend geval, andere maatregelen die nodig zijn om de geleden schade te compenseren.

HOOFDSTUK VII

Motorvermogen

Artikel 61

Certificering van het vermogen van de voortstuwingsmotor

1.   De in artikel 40, leden 1 en 2, van de controleverordening bedoelde certificering van het maximale continu motorvermogen van een nieuwe voortstuwingsmotor, een ruilvoortstuwingsmotor of een technisch gewijzigde voortstuwingsmotor dient plaats te vinden overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad (26).

2.   Voor de toepassing van lid 1 wordt een voortstuwingsmotor als technisch gewijzigd beschouwd wanneer één of meer hoofdcomponenten (onderdelen), zoals, onder meer, injectieapparatuur, kleppen, turbocompressoren, zuigers, cilinderwanden, drijfstangen en cilinderkoppen zijn gewijzigd of zijn vervangen door nieuwe onderdelen met andere technische specificaties die tot een wijziging van het motorvermogen leiden, of wanneer aanpassingen aan de motor zijn verricht, onder meer op het gebied van de brandstofinspuitingsinstellingen of de configuratie van de turbocompressoren, of wanneer de klepafstellingen zijn gewijzigd. De aard van de technische wijziging dient in het kader van de in lid 1 bedoelde certificering duidelijk te worden toegelicht.

3.   De houder van een visvergunning stelt de bevoegde autoriteiten ervan in kennis dat een nieuwe voortstuwingsmotor zal worden geïnstalleerd of dat een bestaande voortstuwingsmotor zal worden vervangen of technisch gewijzigd.

4.   Dit artikel is met ingang van 1 januari 2012 van toepassing op vissersvaartuigen waarvoor een visserijinspanningsregeling geldt. Voor andere vissersvaartuigen is het van toepassing vanaf 1 januari 2013. Het is uitsluitend van toepassing op vissersvaartuigen waarin na de inwerkingtreding van deze verordening een nieuwe voortstuwingsmotor is geïnstalleerd of de bestaande voortstuwingsmotor is vervangen of technisch gewijzigd.

Artikel 62

Verificatie- en steekproefplan

1.   Om het motorvermogen overeenkomstig artikel 41 van de controleverordening te verifiëren, stellen de lidstaten een verificatieplan op aan de hand waarvan zij kunnen bepalen voor welke vissersvaartuigen of groepen van vissersvaartuigen uit een vloot het risico bestaat dat zij voor de voortstuwingsmotor een te klein vermogen hebben opgegeven. Het steekproefplan moet op zijn minst gebaseerd zijn op de volgende hogerisicocriteria:

a)

vissersvaartuigen die actief zijn in onder visserijinspanningsregelingen vallende visserijtakken, en met name vissersvaartuigen met een in kW*dagen uitgedrukte individuele toegewezen visserijinspanning;

b)

vissersvaartuigen waarop uit hoofde van de nationale of de EU-wetgeving een beperking van het motorvermogen van toepassing is;

c)

vissersvaartuigen met een verhouding tussen vaartuigvermogen (kW) en vaartuigtonnage (BT) die 50% lager ligt dan de gemiddelde verhouding voor hetzelfde type vissersvaartuig, hetzelfde type vistuig en dezelfde doelsoorten. Voor het uitvoeren van deze analyse mogen de lidstaten de vloot volgens één of meer van de volgende criteria opsplitsen:

i)

in de nationale wetgeving gedefinieerde vlootsegmenten of beheerseenheden;

ii)

lengtecategorieën;

iii)

tonnagecategorieën;

iv)

gebruikt vistuig;

v)

doelsoorten.

2.   De lidstaten mogen naar eigen goeddunken aanvullende risicocriteria in overweging nemen.

3.   De lidstaten stellen een lijst van de onder hun vlag varende vissersvaartuigen op die voldoen aan één of meer van de in lid 1 vermelde risicocriteria en, in voorkomend geval, aan de in lid 2 bedoelde risicocriteria.

4.   De lidstaten nemen een aselecte steekproef van elke groep van vissersvaartuigen die aan één van de in de leden 1 en 2 vermelde risicocriteria voldoen. De omvang van de steekproef is gelijk aan de vierkantswortel, afgerond op het dichtstbijgelegen gehele getal, van het aantal vissersvaartuigen in de betrokken groep.

5.   Met betrekking tot elk vissersvaartuig in de aselecte steekproef verifiëren de lidstaten alle in artikel 41, lid 1, van de controleverordening bedoelde technische documenten die zij in hun bezit hebben. Wat de in artikel 41, lid 1, onder g), van de controleverordening bedoelde andere documenten betreft, letten de lidstaten met name op de catalogusspecificaties van de motorproducent, voor zover deze beschikbaar zijn.

6.   Dit artikel is vanaf 1 januari 2012 van toepassing. De in artikel 41, lid 2, van de controleverordening bedoelde fysieke controles worden in de eerste plaats toegepast op trawlers die actief zijn in een visserijtak waarvoor een visserijinspanningsregeling geldt.

Artikel 63

Fysieke verificatie

1.   Wanneer aan boord van een vissersvaartuig metingen van het voortstuwingsvermogen worden uitgevoerd in het kader van een fysieke verificatie van het vermogen van de voortstuwingsmotor overeenkomstig artikel 41, lid 2, van de controleverordening, mag het vermogen van de voortstuwingsmotor worden gemeten op het toegankelijkste punt tussen de schroef en de motor.

2.   Indien het vermogen van de voortstuwingsmotor wordt gemeten achter het reductietandwiel moet de meting adequaat worden gecorrigeerd teneinde het vermogen van de voortstuwingsmotor te berekenen aan de uitgaande as van de tandwielkast overeenkomstig de definitie in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2930/86. Het met de tandwielkast samenhangende vermogensverlies dient in deze correctie te worden verrekend op basis van de officiële technische gegevens van de tandwielkastproducent.

HOOFDSTUK VIII

Controle van de recreatievisserij

Artikel 64

Vaststelling van steekproefplannen

1.   Onverminderd het gebruik van gegevens conform lid 5 moeten de steekproefplannen die de lidstaten op grond van artikel 55, lid 3, van de controleverordening moeten vaststellen om toezicht te houden op de vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden door recreatievisserijvaartuigen, voorzien in de verzameling van tweejaarlijkse gegevens.

2.   De in de steekproefplannen gebruikte methoden dienen duidelijk te worden vastgesteld en moeten, voor zover mogelijk:

a)

op de lange termijn stabiel zijn;

b)

binnen regio's gestandaardiseerd zijn;

c)

overeenstemmen met de kwaliteitsnormen van ter zake relevante internationale wetenschappelijke instanties en, in voorkomend geval, van ter zake relevante regionale organisaties voor visserijbeheer waarbij de Europese Unie als overeenkomstsluitende partij of als waarnemer is aangesloten.

3.   Het steekproefplan moet een steekproefopzet voor de raming van de vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden bevatten, alsmede verwijzingen naar het gebruikte tuig en het onder het herstelplan vallende geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan.

4.   De lidstaten stellen systematisch een raming op van de accuraatheid en de precisie van de verzamelde gegevens.

5.   De lidstaten mogen met betrekking tot de in lid 1 bedoelde steekproefplannen gebruik maken van de gegevens die zijn verzameld in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad (27) vastgestelde communautaire meerjarenprogramma, voor zover dergelijke gegevens beschikbaar zijn.

6.   Deze bepaling is niet van toepassing wanneer een lidstaat de recreatievisserij van onder een herstelplan vallende bestanden heeft verboden.

Artikel 65

Melding en evaluatie van steekproefplannen

1.   De lidstaten melden hun steekproefplannen twaalf maanden na de inwerkingtreding van een herstelplan aan bij de Commissie. Voor herstelplannen die bij de inwerkingtreding van de onderhavige verordening reeds van kracht zijn, wordt het steekproefplan uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening aangemeld. Wijzigingen van een steekproefplan worden aangemeld voordat zij van kracht worden.

2.   Naast de in artikel 55, lid 4, van de controleverordening opgenomen elementen evalueert het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij tevens:

a)

na de in lid 1 bedoelde melding en daarna om de vijf jaar: of de aangemelde steekproefplannen in overeenstemming zijn met de in artikel 64, leden 2 en 3, van de onderhavige verordening opgenomen criteria en vereisten;

b)

of de in lid 1 bedoelde wijzigingen van een steekproefplan in overeenstemming zijn met de in artikel 64, leden 2 en 3, van de onderhavige verordening opgenomen criteria en vereisten.

3.   Het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij doet, in voorkomend geval, aanbevelingen ter verbetering van het steekproefplan.

TITEL IV

CONTROLE OP DE AFZET

HOOFDSTUK I

Traceerbaarheid

Artikel 66

Definitie

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

„visserij- en aquacultuurproducten”: alle producten die vallen onder hoofdstuk 03 en de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (28).

Artikel 67

Informatie over partijen

1.   De marktdeelnemers verstrekken de in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie over visserij- en aquacultuurproducten bij de indeling van de visserij- en aquacultuurproducten in partijen en uiterlijk bij de eerste verkoop.

2.   In aanvulling op lid 1 werken de marktdeelnemers de in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde ter zake relevante informatie die voortvloeit uit het samenvoegen of splitsen van partijen visserij- en aquacultuurproducten, bij zodra deze informatie beschikbaar is.

3.   Wanneer visserij- en aquacultuurproducten die afkomstig zijn van verschillende vissersvaartuigen of aquacultuurproductie-eenheden, na samenvoeging of splitsing van partijen na de eerste verkoop, met elkaar worden vermengd, moeten de marktdeelnemers in staat zijn elke partij van oorsprong op zijn minst aan de hand van het in artikel 58, lid 5, onder a), van de controleverordening bedoelde identificatienummer te identificeren en op grond van artikel 58, lid 3, van de controleverordening te traceren naar het stadium van de vangst of de oogst.

4.   Middels de in artikel 58, lid 4, van de controleverordening bedoelde systemen en procedures moeten de marktdeelnemers de rechtstreekse leverancier(s) en koper(s) – behalve wanneer dit de eindconsument is – van de visserij- en aquacultuurproducten kunnen identificeren.

5.   De in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie over visserij- en aquacultuurproducten wordt verstrekt op het etiket of de verpakking van de partij, of aan de hand van een handelsdocument dat de partij fysiek vergezelt. Deze informatie mag op de partij worden aangebracht aan de hand van een identificatiedrager zoals een code, een streepjescode, een elektronische chip of een soortgelijk instrument of markeersysteem. De informatie over de partij blijft in alle fasen van de productie, verwerking en afzet beschikbaar zodat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten er op elk moment toegang toe hebben.

6.   De in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie over visserij- en aquacultuurproducten wordt door de marktdeelnemers aangebracht aan de hand van een identificatiedrager zoals een code, streepjescode, een elektronische chip of een soortgelijk instrument of markeersysteem:

a)

met ingang van 1 januari 2013, voor visserijtakken waarop een meerjarenplan van toepassing is;

b)

met ingang van 1 januari 2015, voor andere visserij- en aquacultuurproducten.

7.   Indien de in artikel 58, lid 5, van de controleverordening bedoelde informatie wordt verstrekt in een handelsdocument dat de partij fysiek vergezelt, wordt ten minste het identificatienummer op de overeenkomstige partij aangebracht.

8.   De lidstaten werken met elkaar samen om ervoor te zorgen dat de informatie die op de partij is aangebracht en/of de partij fysiek vergezelt, toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat dan die waar de visserij- of de aquacultuurproducten in de partij zijn ingedeeld, met name wanneer deze informatie op de partij is aangebracht met identificatiedragers zoals codes, streepjescodes, elektronische chips of soortgelijke systemen. Marktdeelnemers die dergelijke systemen gebruiken, moeten garanderen dat deze systemen zijn ontwikkeld op basis van internationaal erkende normen en specificaties.

9.   De in artikel 58, lid 5, onder d), van de controleverordening bedoelde datum van de vangsten kan meerdere kalenderdagen omvatten of één periode die overeenstemt met meerdere vangstdagen.

10.   De in artikel 58, lid 5, onder f), van de controleverordening bedoelde informatie over leveranciers, heeft betrekking op de in lid 4 van het onderhavige artikel bedoelde rechtstreekse leverancier(s). De informatie mag, in voorkomend geval, worden verstrekt aan de hand van het identificatiemerk als bedoeld in bijlage II, sectie I, van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (29).

11.   De in artikel 58, lid 5, onder a) tot en met f), van de controleverordening bedoelde informatie hoeft niet te worden verstrekt voor:

a)

geïmporteerde visserij- en aquacultuurproducten die zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van het vangstcertificaat overeenkomstig artikel 12, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (30);

b)

in zoet water gevangen of gekweekte visserij- en aquacultuurproducten, en

c)

siervis, schaal- en schelpdieren en weekdieren.

12.   De in artikel 58, lid 5, onder a) tot en met h), van de controleverordening bedoelde informatie hoeft niet te worden verstrekt voor visserij- en aquacultuurproducten van de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur.

13.   Voor de toepassing van artikel 58 van de controleverordening wordt als geografisch gebied beschouwd:

a)

het in artikel 4, punt 30, van de controleverordening omschreven betrokken geografische gebied: voor vangsten van bestanden of groepen bestanden waarvoor in de EU-wetgeving quota en/of minimummaten zijn vastgesteld, of

b)

het in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2065/2001 van de Commissie (31) bedoelde vangstgebied: voor andere bestanden of groepen bestanden.

14.   Onder de in artikel 58, lid 8, van de controleverordening bedoelde waarde van kleine hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten wordt verstaan de waarde bij rechtstreekse verkoop per vissersvaartuig, per kalenderdag en per eindconsument.

Artikel 68

Informatie voor de consument

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 58, lid 6, van de controleverordening bedoelde informatie over de handelsbenaming en de wetenschappelijke benaming van de soort, het in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2065/2001 bedoelde vangstgebied en de productiemethode wordt vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de al dan niet geïmporteerde, voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten.

2.   In afwijking van lid 1 mag de informatie over de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau aan de consument worden verstrekt aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters.

3.   Wanneer een visserij- of een aquacultuurproduct voorafgaand is bevroren, moet op het in lid 1 bedoelde etiket of identificatiemerk tevens het woord „ontdooid” worden vermeld. Wordt dit woord niet vermeld op detailhandelniveau, dan wordt daaruit opgemaakt dat het betrokken visserij- of aquacultuurproduct voorafgaand niet is bevroren en achteraf niet is ontdooid.

4.   In afwijking van lid 3 hoeft het woord „ontdooid” niet te worden vermeld op:

a)

visserij- en aquacultuurproducten die om gezondheidsbeschermingsredenen voorafgaand zijn bevroren overeenkomstig bijlage III, sectie VIII, van Verordening (EG) nr. 853/2004, en

b)

visserij- en aquacultuurproducten die zijn ontdooid vóór het roken, zouten, koken, pekelen en/of drogen.

5.   Dit artikel is niet van toepassing op visserij- en aquacultuurproducten van de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur.

6.   Visserij- en aquacultuurproducten, alsmede verpakkingen daarvan, die vóór de inwerkingtreding van dit artikel zijn geëtiketteerd of gemarkeerd en die niet voldoen aan artikel 58, lid 5, onder g) (wetenschappelijk naam) en h), van de controleverordening, noch aan de leden 1, 2 en 3, van het onderhavige artikel, mogen worden afgezet zolang de voorraad strekt.

HOOFDSTUK II

Weging van visserijproducten

Afdeling 1

Algemene weegvoorschriften

Artikel 69

Toepassingsgebied

Onverminderd de artikelen 78 tot en met 89 zijn de in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen van toepassing op aanlandingen door EU-vissersvaartuigen in een lidstaat en op overladingen waarbij EU-vissersvaartuigen betrokken zijn, in havens of plaatsen dichtbij de kust van een lidstaat, alsmede op de weging van visserijproducten aan boord van EU-vissersvaartuigen in EU wateren.

Artikel 70

Weegregisters

1.   Geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen of andere instanties of personen die verantwoordelijk zijn voor de eerste afzet of de aan de eerste afzet voorafgaande opslag van visserijproducten, of in voorkomend geval de kapiteins van de EU-vissersvaartuigen, registreren de overeenkomstig de artikelen 60 en 61 van de controleverordening uitgevoerde weging aan de hand van de vermelding van de volgende gegevens:

a)

de FAO-drielettercode van de gewogen soort;

b)

de in kg productgewicht uitgedrukte weegresultaten voor elke hoeveelheid van elke soort;

c)

het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig waarvan de gewogen hoeveelheid afkomstig is;

d)

de aanbiedingsvorm van de gewogen visserijproducten;

e)

de datum van de weging (JJJJ-MM-DD).

2.   Geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen of andere instanties of personen die verantwoordelijk zijn voor de eerste afzet of de aan de eerste afzet voorafgaande opslag van visserijproducten, of in voorkomend geval de kapiteins van de EU-vissersvaartuigen, bewaren de in lid 1 bedoelde registers gedurende drie jaar.

Artikel 71

Tijdstip van de weging

1.   Visserijproducten die van het ene op het andere EU-vissersvaartuig worden overgeladen en bestemd zijn om in een haven buiten de Europese Unie voor het eerst te worden aangeland, worden gewogen voordat zij vanuit de haven van overlading of vanaf de plaats van overlading worden vervoerd.

2.   Wanneer de visserijproducten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van de controleverordening aan boord van een EU-vissersvaartuig worden gewogen en na aanlanding aan land nogmaals worden gewogen, wordt voor de toepassing van artikel 60, lid 5, van de controleverordening het bij de weging aan land geconstateerde cijfer gebruikt.

3.   Onverminderd specifieke bepalingen voor EU-vissersvaartuigen waarop de vereisten inzake het elektronisch invullen en indienen van visserijlogboekgegevens overeenkomstig artikel 15 van de controleverordening niet van toepassing zijn, kan de lidstaat de kapitein vragen om vóór de weging een kopie van de betrokken visserijlogboekbladzijde te overhandigen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van aanlanding.

Artikel 72

Weegsystemen

1.   Alle weegsystemen moeten door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden gekalibreerd en verzegeld overeenkomstig de nationale systemen.

2.   De voor het weegsysteem bevoegde natuurlijke of rechtspersoon houdt een kalibratieregister bij.

3.   Indien de weging wordt uitgevoerd op een transportband, dient een zichtbare teller te zijn aangebracht waarop het cumulatieve gewicht wordt geregistreerd. Zowel het cijfer dat bij het begin van de weging op de teller is aangegeven, als het cumulatieve totaal wordt geregistreerd. De voor de weging bevoegde natuurlijke of rechtspersoon registreert elk gebruik van het systeem in het wegingslogboek.

Artikel 73

Weging van bevroren visserijproducten

1.   Onverminderd specifieke bepalingen en met name de artikelen 70 en 74 mag bij de weging van aangelande hoeveelheden bevroren visserijproducten het gewicht van bevroren visserijproducten die in dozen of blokken worden aangeland, per soort en, in voorkomend geval, per aanbiedingsvorm worden bepaald door het totale aantal dozen of blokken te vermenigvuldigen met een gemiddeld nettogewicht per doos of blok, dat wordt berekend aan de hand van de in bijlage XVIII vastgestelde methode.

2.   De natuurlijke of de rechtspersonen die de visserijproducten wegen, houden per aanlanding een register bij waarin het volgende wordt vermeld:

a)

de naam en de externe registratiecijfers en -letters van het vaartuig dat de vis heeft aangeland;

b)

de soort en, in voorkomend geval, de aanbiedingsvorm van de aangelande vis;

c)

de omvang van de partij en van de steekproef van de pallets per soort en, in voorkomend geval, per aanbiedingsvorm overeenkomstig punt 1 van bijlage XVIII;

d)

het gewicht van elk pallet in de steekproef en het gemiddelde gewicht van de pallets;

e)

het aantal dozen of blokken per pallet in de steekproef;

f)

het tarragewicht per doos, indien dit verschillend is van het in punt 4 van bijlage XVIII bedoelde tarragewicht;

g)

het gemiddelde gewicht van een leeg pallet overeenkomstig punt 3, onder b), van bijlage XVIII;

h)

het gemiddelde gewicht per doos of blok visserijproducten per soort en, in voorkomend geval, per aanbiedingsvorm.

Artikel 74

IJs en water

1.   Vóór de weging zorgen de geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen of andere instanties of personen die verantwoordelijk zijn voor de eerste afzet van de visserijproducten, ervoor dat het ijs van de visserijproducten wordt verwijderd voor zover dit geen visbederf en kwaliteitsvermindering veroorzaakt.

2.   Onverminderd de in de artikelen 78 tot en met 89 bedoelde speciale voorschriften voor pelagische soorten die in bulk worden aangeland voor overbrenging naar de plaats van eerste afzet, opslag of verwerking, mag niet meer dan 2 % water en ijs in mindering worden gebracht op het totale gewicht. Het in mindering gebrachte percentage water en ijs moet in elk geval op de weegbrief worden geregistreerd bij de vermelding van het gewicht. Voor andere dan pelagische soorten mag geen vermindering voor water of ijs worden toegepast.

Artikel 75

Toegang door de bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten hebben te allen tijde volledige toegang tot de weegsystemen, de weegregisters, de schriftelijke verklaringen en alle ruimten waar de visserijproducten worden opgeslagen of verwerkt.

Artikel 76

Steekproefplannen

1.   De in artikel 60, lid 1, van de controleverordening bedoelde steekproefplannen en de eventuele substantiële wijzigingen daarvan worden door de lidstaten vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XIX bij de onderhavige verordening beschreven risicogebaseerde methode.

2.   De in artikel 60, lid 3, van de controleverordening bedoelde steekproefplannen en de eventuele substantiële wijzigingen daarvan worden door de lidstaten vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XX bij de onderhavige verordening beschreven risicogebaseerde methode. De in artikel 14, lid 3, en artikel 21, lid 3, van de controleverordening vastgestelde tolerantiemarge geldt niet voor aan boord gewogen vangsten wanneer het aan land gewogen gewicht groter is dan het overeenkomstige aan boord gewogen gewicht.

3.   Lidstaten die van plan zijn in artikel 60, leden 1 en 3, van de controleverordening bedoelde steekproefplannen vast te stellen, moeten uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening bij voorkeur één enkel steekproefplan indienen dat betrekking heeft op alle betrokken weegprocedures voor een periode van drie jaar. Dat steekproefplan mag op basis van de visserijtakken worden opgesplitst in verschillende delen.

4.   Nieuwe steekproefplannen die na de in lid 3 bedoelde termijn moeten worden vastgesteld, alsmede wijzigingen van die plannen, moeten uiterlijk drie maanden vóór het einde van het betrokken jaar worden ingediend.

Artikel 77

Controleplannen en -programma's voor de weging van visserijproducten na vervoer vanaf de plaats van aanlanding

1.   De in artikel 61, lid 1, van de controleverordening bedoelde controleplannen en de eventuele substantiële wijzigingen daarvan worden door de lidstaten vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XXI bij de onderhavige verordening beschreven risicogebaseerde methode.

2.   Lidstaten die van plan zijn in artikel 61, lid 1, van de controleverordening bedoelde controleplannen vast te stellen, moeten één enkel controleplan indienen dat betrekking heeft op elk vervoer van visserijproducten die na het vervoer moeten worden gewogen. Deze controleplannen moeten uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening worden ingediend. Het enige steekproefplan mag op basis van de visserijtakken worden opgesplitst in verschillende delen.

3.   De in artikel 61, lid 2, van de controleverordening bedoelde gemeenschappelijke controleprogramma's en de eventuele substantiële wijzigingen daarvan worden door de lidstaten vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XXII bij de onderhavige verordening beschreven risicogebaseerde methode.

4.   Lidstaten die van plan zijn in artikel 61, lid 2, van de controleverordening bedoelde gemeenschappelijke controleprogramma's vast te stellen, moeten deze uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening indienen.

5.   Nieuwe, in lid 2 bedoelde controleplannen of nieuwe, in lid 4 bedoelde gemeenschappelijke controleprogramma's die na de in de leden 2 en 4 bedoelde termijn moeten worden vastgesteld, alsmede wijzigingen van die plannen of programma's moeten uiterlijk drie maanden vóór het einde van het jaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding van dat plan of programma, worden ingediend.

Afdeling 2

Specifieke weegvoorschriften voor bepaalde pelagische soorten

Artikel 78

Werkingssfeer van de weegprocedures voor haring-, makreel- en horsmakreelvangsten

De in deze afdeling vastgestelde voorschriften gelden voor het wegen van hoeveelheden haring (Clupea harengus), makreel (Scomber scombrus) en/of horsmakreel (Trachurus spp.) die zijn aangeland in de Europese Unie of door EU-vissersvaartuigen in derde landen, én zijn gevangen in:

a)

de ICES-sectoren I, II, IIIa, IV, Vb, VI en VII, wat haring betreft,

b)

de ICES-sectoren IIa, IIIa, IV, Vb, VI, VII, VIII, IX, XII en XIV en de EU-wateren van het CECAF-gebied, wat makreel betreft;

c)

de ICES-sectoren IIa, IV, Vb, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV en de EU-wateren van het CECAF-gebied, wat horsmakreel betreft,

én per aanlanding meer dan 10 ton bedragen.

Artikel 79

Havens voor het wegen van haring-, makreel- en horsmakreelvangsten

1.   Vangsten van de in artikel 78 vermelde soorten worden onmiddellijk na aanlanding gewogen. Vangsten van deze soorten mogen evenwel na het vervoer worden gewogen wanneer:

de betrokken lidstaat voor een bestemming in een lidstaat een in artikel 61, lid 1, van de controleverordening bedoeld controleplan heeft vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XXI bij de onderhavige verordening beschreven risicogebaseerde methode;

de betrokken lidstaten voor een bestemming in een andere lidstaat een in artikel 61, lid 2, van de controleverordening bedoeld gemeenschappelijk controleprogramma hebben vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XXII bij de onderhavige verordening beschreven risicogebaseerde methode,

en wanneer de betrokken controleplannen of gemeenschappelijke controleprogramma's door de Commissie zijn goedgekeurd.

2.   De betrokken lidstaten stellen vast in welke havens de in artikel 78 vermelde soorten moeten worden gewogen en zorgen ervoor dat deze soorten steeds in die havens worden aangeland. Deze havens moeten beschikken over:

a)

vaststaande tijdstippen van aanlanding en van overlading;

b)

vaststaande plaatsen van aanlanding en van overlading;

c)

vaststaande inspectie- en controleprocedures.

3.   Voorts delen de betrokken lidstaten de Commissie de lijst van deze havens en de aldaar geldende inspectie- en controleprocedures mee, alsook de voorwaarden voor de registratie en de doorgifte van de bij elke aanlanding aangevoerde hoeveelheden van elk van deze soorten.

4.   Wijzigingen van de in lid 3 bedoelde lijsten van havens en inspectie- en controleprocedures worden uiterlijk 15 dagen voordat zij van kracht worden, aan de Commissie meegedeeld.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dan alle aanlandingen van de in artikel 78 vermelde soorten die door hun vissersvaartuigen buiten de Europese Unie worden gedaan, plaatsvinden in havens die uitdrukkelijk voor weging zijn geselecteerd door derde landen die voor deze soorten overeenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten.

6.   De Commissie verstrekt de in de leden 3 en 4 bedoelde gegevens, alsook de lijst van de door derde landen geselecteerde havens aan alle betrokken lidstaten.

7.   De Commissie en de betrokken lidstaten publiceren de lijsten van havens en de wijzigingen daarvan op hun officiële websites.

Artikel 80

Binnenkomst in een haven van een lidstaat

1.   Met het oog op de weging, stelt de kapitein van een vissersvaartuig, of diens vertegenwoordiger, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de aanlanding zal plaatsvinden, ten minste vier uur vóór de binnenkomst in de betrokken haven van aanlanding in kennis van:

a)

de haven die hij wil aandoen, alsmede de naam en de externe registratiecijfers en -letters van het vaartuig;

b)

het verwachte tijdstip van aankomst in die haven;

c)

de in kg levend gewicht uitgedrukte hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die aan boord worden gehouden;

d)

het/de betrokken geografische gebied(en) waar de vangst heeft plaatsgehad; het gebied verwijst naar het deelgebied en de sector of deelsector waar krachtens het EU-recht vangstbeperkingen gelden.

2.   De kapiteins van EU-vissersvaartuigen waarop de voorschriften inzake de elektronische registratie van visserijlogboekgegevens van toepassing zijn, geven de in lid 1 bedoelde gegevens elektronisch door aan hun vlaggenlidstaat. De lidstaten geven deze informatie onmiddellijk door aan de lidstaat waar de aanlanding zal plaatsvinden. De in artikel 15 van de controleverordening bedoelde elektronische visserijlogboekgegevens en de in lid 1 van de onderhavige verordening bedoelde gegevens mogen in één keer elektronisch worden doorgestuurd.

3.   De lidstaten kunnen een kortere dan de in lid 1 genoemde kennisgevingsperiode vaststellen. In dat geval stelt de betrokken lidstaat de Commissie 15 dagen vóór de inwerkingtreding van de kortere kennisgevingsperiode daarvan in kennis. De Commissie en de betrokken lidstaten publiceren deze informatie op hun website.

Artikel 81

Lossen

De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten eisen dat pas met het lossen van de in artikel 78 bedoelde vangsten wordt begonnen wanneer uitdrukkelijk toestemming voor het lossen is verleend. Onderbroken lossingen kunnen pas worden hervat nadat hiervoor toestemming is verleend.

Artikel 82

Visserijlogboek

1.   Onmiddellijk bij aankomst in de haven en vóór het begin van het lossen legt de kapitein van een vissersvaartuig dat zijn visserijlogboekgegevens niet elektronisch hoeft te registreren, de betrokken ingevulde visserijlogboekbladzijde(n) over met het oog op inspectie door de bevoegde autoriteit van de lidstaat in de haven van aanlanding.

2.   De aan boord gehouden hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel waarvan overeenkomstig artikel 80, lid 1, onder c), vóór de aanlanding kennisgeving is gedaan, moeten overeenstemmen met de definitief geregistreerde vermelding van de hoeveelheden in het visserijlogboek.

Artikel 83

Openbare weeginstallaties voor verse haring, verse makreel en verse horsmakreel

Onverminderd artikel 72 moeten de natuurlijke of de rechtspersonen die in artikel 78 bedoelde vangsten wegen in openbare weeginstallaties, de koper een weegbrief overhandigen met daarin de datum en het tijdstip van de weging en het identificatienummer van de container. Een kopie van de weegbrief wordt aan het verkoopdocument of de aangifte van overname gehecht.

Artikel 84

Particuliere weeginstallaties voor verse vis

1.   Naast artikel 72 is het onderhavige artikel van toepassing op het gebruik van particuliere weeginstallaties.

2.   De natuurlijke of de rechtspersonen die in artikel 78 bedoelde vangsten wegen, moeten voor elk weegsysteem een ingebonden, gepagineerd register bijhouden. Dit register wordt onmiddellijk na de weging van elke aanlanding ingevuld, maar niet later dan om 23.59 uur plaatselijke tijd op de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden. Het register dient de volgende gegevens te bevatten:

a)

de naam en de externe registratiecijfers en -letters van het vaartuig dat in artikel 78 bedoelde vangsten heeft aangeland;

b)

het unieke identificatienummer van de containers en de lading ervan, wanneer in artikel 78 bedoelde vangsten zijn vervoerd vanuit de haven van aanlanding voordat zij overeenkomstig artikel 79 zijn gewogen. Elke containerlading wordt afzonderlijk gewogen en geregistreerd. Het is evenwel toegestaan het totale gewicht van alle van één vaartuig afkomstige containerladingen in zijn geheel te registreren, op voorwaarde dat deze containerladingen zonder onderbreking na elkaar worden gewogen;

c)

de vissoort;

d)

het gewicht van elke aanlanding;

e)

de datum en het tijdstip van begin en einde van de weging.

3.   Onverminderd artikel 72, lid 3, dient, bij wegingen op een transportband, elk gebruik van het systeem te worden geregistreerd in het ingebonden, gepagineerde weegregister.

Artikel 85

Wegen van bevroren vis

Bij de weging van aangelande hoeveelheden bevroren haring, makreel of horsmakreel wordt het gewicht van de in dozen aangelande bevroren vis overeenkomstig artikel 73 bepaald per soort.

Artikel 86

Bewaren van de weegregisters

Alle in artikel 84, lid 3, en artikel 85 bedoelde weegregisters en de kopieën van vervoersdocumenten in het kader van een in artikel 79, lid 1, bedoeld controleplan of controleprogramma worden gedurende zes jaar bewaard.

Artikel 87

Verkoopdocument en aangifte van overname

De natuurlijke of de rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor de indiening van verkoopdocumenten en aangiften van overname, leggen stukken van deze aard die betrekking hebben op de in artikel 78 vermelde soorten, op verzoek over aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat.

Artikel 88

Kruiscontroles

In afwachting van het opzetten van een geautomatiseerd gegevensbestand overeenkomstig artikel 109 van de controleverordening voeren de bevoegde autoriteiten administratieve kruiscontroles uit op alle aanlandingen, en vergelijken zij daarbij de volgende gegevens:

a)

de naar soort uitgesplitste hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die in de in artikel 80, lid 1, onder c), bedoelde voorafgaande kennisgeving van de aanlanding zijn opgegeven, en de respectieve hoeveelheden die in het visserijlogboek zijn geregistreerd;

b)

de naar soort uitgesplitste hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die in het visserijlogboek zijn geregistreerd, en de respectieve hoeveelheden die in de aangifte van aanlanding zijn geregistreerd;

c)

de naar soort uitgesplitste hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die in de aangifte van aanlanding zijn geregistreerd, en de respectieve hoeveelheden die in de aangifte van overname of het verkoopdocument zijn geregistreerd;

d)

het in het visserijlogboek van het vaartuig geregistreerde vangstgebied en de VMS-gegevens voor het betrokken vaartuig.

Artikel 89

Controle van de weging

1.   De controle van de weging van de haring-, makreel- en horsmakreelvangsten van een vaartuig vindt plaats per soort. Indien een vaartuig zijn vangst aan wal pompt, wordt de weging van de volledige lossing gecontroleerd. Bij aanlanding van bevroren haring, makreel en horsmakreel worden alle dozen geteld en wordt de toepassing van de in bijlage XVIII vastgestelde methode voor de berekening van het gemiddelde nettogewicht van de dozen gecontroleerd.

2.   Naast de in artikel 88 bedoelde kruiscontroles vindt een vergelijking plaats van:

a)

de naar soort uitgesplitste hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die in de weegregisters van openbare of particuliere weeginstallaties zijn geregistreerd, en de respectieve hoeveelheden die zijn geregistreerd in de aangifte van overname of het verkoopdocument;

b)

de naar soort uitgesplitste hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die in de vervoersdocumenten zijn geregistreerd in het kader van een in artikel 79, lid 1, bedoeld controleplan of gemeenschappelijk controleprogramma;

c)

de unieke identificatienummers van de containers die in het register zijn vermeld overeenkomstig artikel 84, lid 2, onder b).

3.   Zodra het lossen is voltooid, wordt gecontroleerd of alle vis uit het vaartuig is verwijderd.

4.   Alle in het onderhavige artikel en in artikel 107 bedoelde controles moeten worden gedocumenteerd. Deze documenten worden gedurende zes jaar bewaard.

HOOFDSTUK III

Verkoopdocumenten

Artikel 90

Algemene voorschriften

1.   Het in artikel 64, lid 1, onder f), van de controleverordening bedoelde aantal vissen wordt in het verkoopdocument aangegeven, indien het betrokken quotum op basis van het aantal vissen wordt beheerd.

2.   Onder de in artikel 64, lid 1, onder g), van de controleverordening bedoelde aanbiedingsvorm wordt tevens de in bijlage I bij de onderhavige verordening omschreven staat van verwerking begrepen.

3.   De in artikel 64, lid 1, onder l), van de controleverordening bedoelde prijs wordt opgegeven in de munteenheid van de lidstaat waar de verkoop plaatsvindt.

Artikel 91

Formaat voor het verkoopdocument

1.   De lidstaten bepalen in welk formaat de verkoopdocumenten elektronisch moeten worden ingevuld en doorgegeven overeenkomstig artikel 63 van de controleverordening.

2.   Voor de uitwisseling van de in dit hoofdstuk bedoelde informatie tussen de lidstaten wordt gebruik gemaakt van het formaat in bijlage XII, waaruit extensible mark-up language (XML) wordt afgeleid. De Commissie bepaalt na overleg met de lidstaten welk XML-formaat wordt gebruikt voor de elektronische gegevensuitwisseling tussen de lidstaten onderling en tussen, enerzijds, de lidstaten en, anderzijds, de Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie.

3.   Wijzigingen van het in lid 1 bedoelde formaat moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn en moeten worden gemarkeerd met de datum waarop de wijziging is aangebracht. Dergelijke wijzigingen mogen op zijn vroegst zes maanden nadat het besluit tot wijziging is genomen, van kracht worden.

4.   Een lidstaat die elektronische informatie uit een andere lidstaat ontvangt, zorgt ervoor dat een retourbericht naar de bevoegde autoriteiten van die lidstaat wordt verstuurd. Het retourbericht bevat een ontvangstbevestiging.

5.   De in bijlage XII bedoelde gegevenselementen die geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen of andere door de lidstaten gemachtigde instanties of personen op grond van de EU-voorschriften verplicht in hun verkoopdocumenten moeten registreren, moeten ook tussen de lidstaten worden uitgewisseld.

6.   De lidstaten:

a)

zorgen ervoor dat de gegevens die zij op grond van dit hoofdstuk hebben ontvangen, in een computerleesbare vorm worden geregistreerd en gedurende ten minste drie jaar veilig in een elektronisch gegevensbestand worden opgeslagen;

b)

nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens uitsluitend voor officiële doeleinden worden gebruikt, en

c)

treffen de nodige technische voorzieningen om dergelijke gegevens te beschermen tegen onopzettelijk of niet-geautoriseerd wissen, toevallig verlies, beschadiging, verspreiding of onbevoegde raadpleging.

7.   In elke lidstaat is de in artikel 5, lid 5, van de controleverordening bedoelde ene enkele autoriteit verantwoordelijk voor de doorgifte, de ontvangst, het beheer en de verwerking van alle gegevens waarop dit hoofdstuk van toepassing is.

8.   De lidstaten wisselen onderling de contactgegevens van hun in lid 7 bedoelde autoriteit uit en stellen de Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie daarvan uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening in kennis.

9.   Wijzigingen van de in de leden 7 en 8 bedoelde gegevens worden voordat zij van kracht worden, meegedeeld aan de Commissie, de door de Commissie aangewezen instantie en de andere lidstaten.

10.   Het formaat van verkoopdocumenten die niet elektronisch hoeven te worden ingevuld en doorgegeven, wordt bepaald door de lidstaten. Het verkoopdocument bevat ten minste de in artikel 64, lid 1, van de controleverordening bedoelde gegevens.

TITEL V

BEWAKING

HOOFDSTUK I

Bewakingsverslagen

Artikel 92

In het bewakingsverslag te registeren gegevens

1.   Het in artikel 71, leden 3 en 4, van de controleverordening bedoelde bewakingsverslag wordt opgesteld overeenkomstig bijlage XXIII bij de onderhavige verordening.

2.   De lidstaten voeren de in hun bewakingsverslagen opgenomen gegevens in in het in artikel 78 van de controleverordening bedoelde elektronische gegevensbestand en zorgen voor de in bijlage XXIV, punt 2, van de onderhavige verordening bedoelde functies. In dit gegevensbestand moeten ten minste de in bijlage XXIII bedoelde gegevens worden geregistreerd. Papieren bewakingsverslagen mogen bij wijze van aanvulling in het gegevensbestand worden ingescand.

3.   De in de verslagen opgenomen gegevens dienen ten minste drie jaar beschikbaar te blijven in het gegevensbestand.

4.   Na ontvangst van een in lid 1 bedoeld bewakingsverslag stelt de vlaggenlidstaat zo snel mogelijk een onderzoek in naar de activiteiten van de onder zijn vlag varende vissersvaartuigen waarop het bewakingsverslag betrekking heeft.

5.   Lid 1 is van toepassing onverminderd de voorschriften van regionale organisaties voor visserijbeheer waarbij de Europese Unie als overeenkomstsluitende partij is aangesloten.

HOOFDSTUK II

Met controle belaste waarnemers

Artikel 93

Algemene voorschriften inzake met controle belaste waarnemers

1.   Onverminderd speciale voorschriften die door een regionale organisatie voor visserijbeheer zijn vastgesteld of met een derde land zijn overeengekomen, hebben EU-vissersvaartuigen die met het oog op de tenuitvoerlegging van een regeling inzake met controle belaste waarnemers zijn aangewezen, gedurende de in de regeling vastgestelde periode ten minste één met controle belaste waarnemer aan boord.

2.   De lidstaten wijzen de met controle belaste waarnemers aan en zorgen ervoor dat deze in staat zijn hun taken te vervullen. De lidstaten zorgen met name voor het goede verloop van de heen- en terugreis van de met controle belaste waarnemers naar en van het betrokken EU-vissersvaartuig.

3.   De met controle belaste waarnemers voeren uitsluitend de in artikel 73 van de controleverordening en in artikel 95 van de onderhavige verordening vastgestelde taken uit, tenzij andere taken moeten worden vervuld in het kader van de EU-regeling inzake met controle belaste waarnemers of in het kader van een waarnemersprogramma dat onder de bevoegdheid van een regionale organisatie voor visserijbeheer valt of is vastgesteld in het kader van een bilaterale overeenkomst met een derde land.

4.   De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat de met controle belaste waarnemers voor het vervullen van hun taak over communicatiemiddelen beschikken die onafhankelijk van het communicatiesysteem van het betrokken vissersvaartuig werken.

5.   Deze voorschriften doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de kapitein van het vissersvaartuig, die als enige verantwoordelijk is voor de activiteiten van het vaartuig.

Artikel 94

Onafhankelijkheid van de met controle belaste waarnemers

Om de in artikel 73, lid 2, van de controleverordening bedoelde onafhankelijkheid van de met controle belaste waarnemers ten opzichte van de eigenaar, de exploitant, de kapitein en de bemanningsleden van het EU-vissersvaartuig te verzekeren, mogen de met controle belaste waarnemers:

geen familielid of werknemer zijn van de kapitein, of diens vertegenwoordiger, een bemanningslid, de eigenaar of de exploitant van het EU-vissersvaartuig dat de waarnemers dienen te controleren;

geen werknemer zijn van een bedrijf waarover zeggenschap wordt uitgeoefend door de kapitein, of diens vertegenwoordiger, een bemanningslid, de eigenaar of de exploitant van het EU-vissersvaartuig dat de waarnemers dienen te controleren.

Artikel 95

Taken van de met controle belaste waarnemers

1.   De met controle belaste waarnemers verifiëren de relevante documenten en registreren de visserijactiviteiten van het EU-vissersvaartuig dat hen aan boord heeft genomen, overeenkomstig bijlage XXV.

2.   De met controle belaste waarnemers die zich aan boord van een EU-vissersvaartuig bevinden, brengen verslag uit aan de functionarissen die het betrokken vissersvaartuig gaan inspecteren zodra deze aan boord komen. Indien de voorzieningen aan boord van het EU-vissersvaartuig daarvoor geschikt zijn, vindt deze verslaglegging, in voorkomend geval, plaats tijdens een besloten bijeenkomst.

3.   De met controle belaste waarnemers stellen het in artikel 73, lid 5, van de controleverordening bedoelde verslag op volgens het formaat in bijlage XXVI bij de onderhavige verordening. Zij verzenden dit verslag onmiddellijk, en in elk geval binnen 30 dagen na het voltooien van de opdracht, naar hun autoriteiten en naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat. De voor de met controle belaste waarnemers bevoegde autoriteiten stellen het verslag op verzoek ter beschikking van de kustlidstaat, de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie. Exemplaren van het verslag die aan andere lidstaten ter beschikking worden gesteld, hoeven geen melding te maken van de locaties van de vangsten, wat de begin- en eindposities van elke visserijactiviteit betreft, maar mogen wel de in kg levend gewicht uitgedrukte dagelijkse totale vangsten per soort en per ICES-sector of eventueel andere zone bevatten.

Artikel 96

Proefprojecten

De Unie kan op grond van artikel 8, onder a) iii), van Verordening (EG) nr. 861/2006 financiële steun ter beschikking stellen voor de uitvoering van proefprojecten op het gebied van de inzet van met controle belaste waarnemers.

TITEL VI

INSPECTIES

HOOFDSTUK I

Uitvoering van inspecties

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 97

Tot de uitvoering van inspecties op zee of aan land gemachtigde functionarissen

1.   In artikel 74 van de controleverordening bedoelde functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van inspecties, moeten daartoe gemachtigd zijn door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Met het oog daarop geven de lidstaten hun functionarissen een dienstkaart waarin hun identiteit en functie worden vermeld. De diensthebbende functionarissen dragen deze dienstkaart bij zich en tonen haar bij de eerste mogelijkheid die zich daartoe bij de inspectie voordoet.

2.   De lidstaten geven hun functionarissen de bevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van controle-, inspectie- en handhavingstaken overeenkomstig deze verordening en voor de handhaving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Artikel 98

Algemene beginselen

1.   Onverminderd bepalingen in meerjarenplannen stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aan de hand van alle beschikbare informatie een risicogebaseerde benadering voor de selectie van inspectiedoelen vast. De functionarissen voeren de inspecties volgens deze benadering uit overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk.

2.   Onverminderd bepalingen in meerjarenplannen coördineren de lidstaten hun controle-, inspectie- en handhavingsactiviteiten. Met het oog daarop en met het oog op de handhaving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid zorgen zij voor de vaststelling en uitvoering van de in respectievelijk artikel 46 en artikel 94 van de controleverordening bedoelde nationale controleactieprogramma's en gemeenschappelijke controleprogramma's die betrekking hebben op activiteiten op zee en aan land.

3.   De lidstaten voeren aan de hand van een risicogebaseerde controle- en handhavingsstrategie en op objectieve wijze de inspectieactiviteiten uit die nodig zijn om te voorkomen dat visserijproducten die afkomstig zijn van tegen de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid indruisende activiteiten, aan boord worden gehouden of worden overgeladen, aangeland, overgebracht naar kooien en kwekerijen, verwerkt, vervoerd, opgeslagen, afgezet of in voorraad gehouden.

4.   Bij de inspecties wordt al het mogelijke gedaan om een achteruitgang van de hygiënische toestand en de kwaliteit van de geïnspecteerde visserijproducten te voorkomen.

5.   De lidstaten zorgen voor nationale visserijgerelateerde informatiesystemen die uitgerust zijn om overeenkomstig artikel 111 van de controleverordening rechtstreeks elektronisch informatie over havenstaatinspecties uit te wisselen met, naargelang van het geval, andere lidstaten, de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie.

Artikel 99

Taken van de functionarissen in de pre-inspectiefase

Tijdens de pre-inspectiefase verzamelen de functionarissen, waar dat mogelijk is, alle relevante gegevens, met inbegrip van:

a)

visvergunningen en -machtigingen;

b)

VMS-gegevens over de lopende visreis;

c)

gegevens over inspecties vanuit de lucht en andere waarnemingen;

d)

reeds bestaande inspectiedocumenten en gegevens over het betrokken EU-vissersvaartuig die te vinden zijn op het beveiligde deel van de website van de vlaggenlidstaat.

Artikel 100

Taken van de tot de uitvoering van inspecties gemachtigde functionarissen

1.   Tot de uitvoering van inspecties gemachtigde functionarissen verifiëren en noteren de ter zake relevante elementen die zijn omschreven in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII opgenomen inspectieverslag. Hiertoe kunnen zij foto's nemen en beeld- en geluidsmateriaal maken — beide in overeenstemming met de nationale wetgeving — en kunnen zij, in voorkomend geval, steekproeven nemen.

2.   De functionarissen doen geen afbreuk aan het recht van een marktdeelnemer om tijdens de inspectieverrichtingen te communiceren met de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat.

3.   De functionarissen houden rekening met informatie die overeenkomstig artikel 95, lid 2, ter beschikking wordt gesteld door een met controle belaste waarnemer die zich aan boord van het te inspecteren vissersvaartuig bevindt.

4.   Na een inspectie ondervragen de inspectiefunctionarissen de marktdeelnemers in voorkomend geval over de visserijregelgeving die op de betrokken omstandigheden van toepassing is.

5.   De functionarissen verlaten het geïnspecteerde vissersvaartuig of de geïnspecteerde ruimte zo snel mogelijk na de inspectie indien geen bewijs van een kennelijke inbreuk wordt gevonden.

Artikel 101

Verplichtingen van de lidstaten, de Commissie en het Europees Bureau voor visserijcontrole

1.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten en, in voorkomend geval, de Commissie en het Europees Bureau voor visserijcontrole zorgen ervoor dat hun functionarissen zich op een beleefde, begrijpende, professionele en degelijke manier van hun inspectietaken kwijten.

2.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen procedures vast die ervoor moeten zorgen dat klachten van marktdeelnemers over de uitvoering van inspecties door functionarissen van de lidstaten billijk en grondig worden onderzocht overeenkomstig de nationale wetgeving.

3.   Een kustlidstaat kan, wanneer daartoe regelingen worden getroffen met de vlaggenlidstaat van een vissersvaartuig, functionarissen van de bevoegde autoriteiten van die vlaggenlidstaat uitnodigen om deel te nemen aan inspecties van vissersvaartuigen van die vlaggenlidstaat die actief zijn in wateren van de kustlidstaat of vangsten aanlanden in de havens van de kustlidstaat.

Afdeling 2

Inspecties op zee

Artikel 102

Algemene bepalingen over inspecties op zee

1.   Alle vaartuigen die met het oog op controle, inclusief bewaking, worden gebruikt, moeten duidelijk zichtbaar zijn dankzij de aanwezigheid van een in bijlage XXVIII beschreven wimpel of symbool.

2.   Sloepen voor het aan boord brengen en van boord halen van de inspectiefunctionarissen moeten een soortgelijke, aan de omvang van de sloep aangepaste vlag of wimpel voeren om duidelijk te maken dat de sloep betrokken is bij de uitvoering van visserijinspectietaken.

3.   De voor de inspectievaartuigen verantwoordelijke personen dienen de regels van goed zeemanschap in acht te nemen en op een veilige afstand van het vissersvaartuig te manoeuvreren overeenkomstig de internationale voorschriften voor de preventie van aanvaringen op zee.

Artikel 103

Aan boord van visserstuigen gaan

1.   De voor de uitvoering van de inspectie bevoegde functionarissen zorgen ervoor dat geen maatregelen worden genomen die de veiligheid van het vissersvaartuig of van de bemanning ervan in gevaar kunnen brengen.

2.   De functionarissen mogen de kapitein van een vissersvaartuig tijdens het aan of van boord gaan niet de opdracht geven om tijdens het vissen te stoppen of te manoeuvreren of om het uitzetten dan wel het binnenhalen van vistuig te beëindigen. De functionarissen mogen echter wel eisen dat het uitzetten van vistuig wordt onderbroken of uitgesteld totdat zij veilig van of aan boord van het vissersvaartuig zijn. Dit uitstel mag niet meer tijd in beslag nemen dan 30 minuten nadat de functionarissen aan boord van het vissersvaartuig zijn gekomen, tenzij een inbreuk is geconstateerd. Onverminderd deze bepaling kunnen de functionarissen eisen dat het vistuig voor inspectiedoeleinden wordt binnengehaald.

Artikel 104

Activiteiten aan boord

1.   Tijdens de inspectie verifiëren en noteren de functionarissen alle relevante elementen die zijn omschreven in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII opgenomen inspectieverslag.

2.   De functionarissen mogen de kapitein vragen het vistuig voor inspectiedoeleinden binnen te halen.

3.   De inspectieteams bestaan doorgaans uit twee functionarissen. Zo nodig kunnen de inspectieteams met extra functionarissen worden uitgebreid.

4.   Een inspectie mag niet langer duren dan vier uur of dan de tijd die nodig is om de netten binnen te halen en de netten en de vangst te inspecteren, naargelang van wat het langste duurt. Dit voorschrift is niet van toepassing wanneer een kennelijke inbreuk wordt geconstateerd of wanneer de functionarissen aanvullende informatie nodig hebben.

5.   Wanneer een kennelijke inbreuk wordt geconstateerd, is het toegestaan om ongeacht welk deel van het vistuig of het vissersvaartuig, inclusief containers visserijproducten en het/de compartiment(en) waarin deze kunnen worden gestouwd, van stevig vastgemaakte identificatiemerktekens en -zegels te voorzien en is het de functionaris(sen) toegestaan aan boord te blijven totdat de nodige maatregelen zijn genomen om alle bewijzen van de kennelijke inbreuk te beveiligen en het behoud ervan te waarborgen.

Afdeling 3

Inspecties in de haven

Artikel 105

Voorbereiding van de inspectie

1.   Ongeacht de benchmarks die zijn vastgesteld in specifieke controle- en inspectieprogramma's en in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1005/2008, wordt een vissersvaartuig in een haven of bij aanlanding in de volgende omstandigheden geïnspecteerd:

a)

routinematig, volgens een steekproefmethode die is gestoeld op risicogebaseerd beheer, of

b)

bij een vermoeden dat het vissersvaartuig niet voldoet aan de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2.   In de in lid 1, onder b), bedoelde gevallen en onverminderd artikel 106, lid 2, laatste zin, zorgen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ervoor dat hun functionarissen aanwezig zijn bij de aankomst van vissersvaartuigen die in een haven moeten worden geïnspecteerd.

3.   Lid 1 belet de lidstaten niet aselecte inspecties uit te voeren.

Artikel 106

Inspecties in de haven

1.   Tijdens de inspectie verifiëren en noteren de functionarissen alle relevante elementen die zijn omschreven in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII opgenomen inspectieverslag. De functionarissen besteden de nodige aandacht aan eventuele specifieke voorschriften die van toepassing zijn op het te inspecteren vissersvaartuig, met name ter zake relevante bepalingen in de meerjarenplannen.

2.   Functionarissen die een aanlanding inspecteren, houden toezicht op het hele aanlandingsproces. De naar soort opgesplitste hoeveelheden die zijn geregistreerd in de voorafgaande kennisgeving van aankomst met het oog op aanlanding van visserijproducten, de naar soort opgesplitste hoeveelheden die in het visserijlogboek zijn geregistreerd en de naar soort opgesplitste hoeveelheden die worden aangeland of overgeladen, afhankelijk van het geval, worden met elkaar vergeleken in het kader van een kruiscontrole. Deze bepaling belet niet dat ná het begin van de aanlanding inspecties kunnen worden uitgevoerd.

3.   De lidstaten zorgen voor een doeltreffende inspectie en controle van de ruimten die voor de visserijactiviteiten en voor de latere verwerking van de visserijproducten worden gebruikt.

Artikel 107

Inspectie bij aanlanding van bepaalde pelagische soorten

Met betrekking tot haring, makreel en horsmakreel zoals bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 2, zorgen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ervoor dat ten minste 15 % van de aangelande hoeveelheden en ten minste 10 % van de aanlandingen worden geïnspecteerd.

Afdeling 4

Vervoersinspecties

Artikel 108

Algemene beginselen

1.   Onverminderd bepalingen in meerjarenplannen kan het vervoer overal en altijd worden geïnspecteerd vanaf de plaats van aanlanding tot de aankomst van de visserijproducten op de plaats van verkoop of verwerking. Bij de uitvoering van de inspecties wordt ervoor gezorgd dat de koudeketen van de geïnspecteerde visserijproducten intact blijft.

2.   Onverminderd bepalingen in meerjarenplannen, nationale controleprogramma's of specifieke controle- en inspectieprogramma's omvatten de vervoersinspecties waar mogelijk een fysiek onderzoek van de vervoerde producten.

3.   In het kader van het fysieke onderzoek van de vervoerde visserijproducten wordt een steekproef genomen die representatief is voor de verschillende onderdelen van de vervoerde partij of partijen.

4.   Bij de uitvoering van een vervoersinspectie verifiëren en noteren de functionarissen alle elementen als bedoeld in artikel 68, lid 5, van de controleverordening en alle relevante elementen in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII bij de onderhavige verordening opgenomen inspectieverslag. In dit kader wordt onder meer geverifieerd of de hoeveelheden vervoerde visserijproducten overeenstemmen met de gegevens in het vervoersdocument.

Artikel 109

Verzegelde vervoermiddelen

1.   Wanneer een voertuig of een container is verzegeld om manipulatie van de lading te voorkomen, zorgen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten ervoor dat de serienummers van de zegels worden genoteerd op het vervoersdocument. De functionarissen controleren of de zegels intact zijn en of de serienummers overeenstemmen met de gegevens in het vervoersdocument.

2.   Wanneer de zegels verwijderd worden met het oog op inspectie van de lading vóór aankomst op de eindbestemming, vervangen de functionarissen het oorspronkelijke zegel door een nieuw zegel en noteren zij daarbij de gegevens van het zegel en de redenen voor het verwijderen van het oorspronkelijke zegel in het vervoersdocument.

Afdeling 5

Marktinspecties

Artikel 110

Algemene beginselen

Functionarissen die koelhuizen, groot- en kleinhandelsmarkten, restaurants of andere ruimten bezoeken waar vis na aanlanding wordt opgeslagen en/of verkocht, verifiëren en noteren de ter zake relevante elementen die worden opgesomd in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII opgenomen inspectieverslag.

Artikel 111

Aanvullende methoden en technologieën

De lidstaten mogen, naast de in bijlage XXVII opgesomde elementen, andere beschikbare methoden en technologieën gebruiken om de visserijproducten, de plaats van oorsprong van de visserijproducten, de leveranciers en de visserijvaartuigen of productie-eenheden te identificeren en te valideren.

Artikel 112

Controle van uit de markt genomen visserijproducten

De functionarissen verifiëren of de overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (32) uit de markt genomen visserijproducten worden afgezet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2493/2001 van de Commissie (33).

HOOFDSTUK II

Taken van de marktdeelnemers

Artikel 113

Algemene verplichtingen van de marktdeelnemers

1.   Alle onder de jurisdictie van een lidstaat optredende marktdeelnemers kunnen worden geïnspecteerd op de naleving van hun verplichtingen uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2.   Marktdeelnemers die worden geïnspecteerd, moeten:

a)

functionarissen op verzoek voorzien van de nodige gegevens en documenten over visserijactiviteiten, inclusief zo mogelijk kopieën daarvan, die in elektronische of papieren versie naar behoren zijn ingevuld en bewaard overeenkomstig de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid, alsmede functionarissen toegang verschaffen tot gegevensbestanden over visserijactiviteiten;

b)

toegang verschaffen tot alle delen van vaartuigen, ruimten en vervoermiddelen, met inbegrip van luchtvaartuigen en luchtkussenvaartuigen, die in het kader van de visserij- en verwerkingsactiviteiten worden gebruikt;

c)

te allen tijde zorgen voor de veiligheid van de functionarissen en hun actief hulp en medewerking verlenen bij de uitvoering van hun inspectietaken;

d)

zichzelf onthouden van gedragingen die de functionarissen tegenwerken, intimideren of verhinderen hun werkzaamheden uit te voeren, alsmede andere personen verhinderen dit te doen;

e)

waar mogelijk zorgen voor een besloten ontmoetingsruimte waarin de met controle belaste waarnemers verslag aan de functionarissen kunnen uitbrengen als bedoeld in artikel 95, lid 2, van deze verordening.

Artikel 114

Verplichtingen van de kapitein tijdens de inspectie

1.   De kapitein van een vissersvaartuig dat wordt geïnspecteerd, of diens vertegenwoordiger, moet:

a)

het veilig en efficiënt aan boord gaan van de functionarissen overeenkomstig de voorschriften van goed zeemanschap mogelijk maken wanneer het desbetreffende sein uit het internationale seinboek wordt gegeven of wanneer een vaartuig of een helikopter met een functionaris aan boord via radiocommunicatie te kennen geeft dat deze functionaris aan boord van het vissersvaartuig wil komen;

b)

zorgen voor een met de eisen van bijlage XXIX overeenstemmende loodsladder wanneer het vissersvaartuig slechts na een klim van 1,5 m of meer veilig en gemakkelijk te betreden is;

c)

het inspectiewerk van de functionarissen faciliteren door, binnen de grenzen van de redelijkheid, de gevraagde bijstand te verlenen;

d)

de functionarissen toestaan met de autoriteiten van de vlaggenstaat, van de kuststaat en van de inspecterende staat te communiceren;

e)

de functionarissen wijzen op specifieke veiligheidsrisico's aan boord van het vissersvaartuig;

f)

de functionarissen toegang verschaffen tot alle delen van het vaartuig, alle al dan niet verwerkte vangsten, al het vistuig en alle relevante informatie en documenten;

g)

het veilig van boord gaan van de functionarissen na de inspectie faciliteren.

2.   De kapitein is er niet toe verplicht via open radiokanalen commercieel gevoelige informatie bekend te maken.

HOOFDSTUK III

Inspectieverslag

Artikel 115

Algemene voorschriften inzake inspectieverslagen

1.   Onverminderd specifieke voorschriften van regionale organisaties voor visserijbeheer dienen de in artikel 76 van de controleverordening bedoelde inspectieverslagen de relevante gegevens te bevatten die zijn opgenomen in de betrokken module van bijlage XXVII bij de onderhavige verordening. De functionaris vult het verslag tijdens of zo snel mogelijk na de inspectie in.

2.   Wanneer tijdens de inspectie een kennelijke inbreuk wordt geconstateerd, worden de juridische en materiële elementen, samen met andere voor de inbreuk relevante gegevens, in het inspectieverslag opgenomen. Wanneer tijdens de inspectie meerdere kennelijke inbreuken worden geconstateerd, worden voor elke inbreuk de ter zake relevante gegevens in het inspectieverslag opgenomen.

3.   De functionarissen delen aan het einde van de inspectie hun bevindingen mee aan de natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor de geïnspecteerde vissersvaartuigen, luchtvaartuigen, voertuigen, luchtkussenvaartuigen of ruimten (marktdeelnemers). De marktdeelnemers hebben de mogelijkheid opmerkingen te maken over de inspectie en de bevindingen ervan. Opmerkingen van de marktdeelnemers worden genoteerd in het inspectieverslag. Functionarissen die niet dezelfde taal spreken als de geïnspecteerde marktdeelnemer, doen het nodige om hun bevindingen aan de marktdeelnemer duidelijk te maken.

4.   De marktdeelnemer heeft het recht om zo nodig contact op te nemen met zijn vertegenwoordiger of met de bevoegde autoriteiten van zijn vlaggenlidstaat indien zich ernstige problemen voordoen op het gebied van de begrijpelijkheid van de bevindingen van de inspectie en het betrokken verslag.

5.   Het formaat voor het elektronisch verzenden als bedoeld in artikel 76, lid 1, van de controleverordening wordt na onderling overleg tussen de lidstaten en de Commissie vastgesteld.

Artikel 116

Invullen van de inspectieverslagen

1.   De gegevens in manueel opgestelde papieren inspectieverslagen moeten leesbaar, onuitwisbaar en duidelijk opgetekend zijn. De gegevens mogen in geen geval geschrapt of gewijzigd worden. Fouten in een manueel opgesteld verslag moeten netjes worden doorgehaald en door de betrokken functionaris van zijn paraaf worden voorzien.

2.   De voor de inspectie bevoegde functionaris ondertekent het verslag. De marktdeelnemer wordt verzocht het inspectieverslag te ondertekenen. Onverminderd de nationale wetgeving houdt de handtekening van de marktdeelnemer in dat hij nota neemt van het feit dat een verslag is opgesteld, maar niet dat hij zich akkoord verklaart met de inhoud ervan.

3.   De functionarissen mogen de in artikel 115 bedoelde inspectieverslagen in elektronische vorm opstellen.

Artikel 117

Kopie van het inspectieverslag

De marktdeelnemer krijgt uiterlijk 15 werkdagen na de inspectie een kopie van het in artikel 116 bedoelde inspectieverslag toegestuurd overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat die de soevereiniteit of de jurisdictie over de plaats van inspectie bezit. Indien een inbreuk wordt geconstateerd, valt de bekendmaking van het verslag onder de informatiebekendmakingswetgeving van de betrokken lidstaat.

HOOFDSTUK IV

Elektronisch gegevensbestand

Artikel 118

Elektronisch gegevensbestand

1.   De lidstaten nemen in hun nationale controleprogramma's procedures op over de registratie van papieren en elektronische inspectieverslagen door hun functionarissen. Deze verslagen worden ingevoerd in het in artikel 78 van de controleverordening bedoelde elektronische gegevensbestand en bevatten de in bijlage XXIV, punt 2, van de onderhavige verordening bedoelde functies. In het elektronische gegevensbestand worden ten minste de elementen opgenomen die op grond van artikel 115, lid 1, van de onderhavige verordening zijn genoteerd en in bijlage XXVII als verplicht zijn aangegeven. De papieren inspectieverslagen dienen eveneens in het gegevensbestand te worden ingescand.

2.   De Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie hebben toegang tot het gegevensbestand overeenkomstig de in de artikelen 114, 115 en 116 van de controleverordening bedoelde procedures. In het kader van een gezamenlijk inzetplan dienen ter zake relevante gegevens tevens toegankelijk te zijn voor de andere betrokken lidstaten.

3.   De gegevens van de inspectieverslagen dienen ten minste drie jaar beschikbaar te zijn in het gegevensbestand.

HOOFDSTUK V

EU-inspecteurs

Artikel 119

Aanmelding van de EU-inspecteurs

1.   De lidstaten en het Europees Bureau voor visserijcontrole melden de namen van hun functionarissen die moeten worden opgenomen in de in artikel 79 van de controleverordening bedoelde lijst van EU-inspecteurs, uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening elektronisch aan bij de Commissie.

2.   Om in de lijst te worden opgenomen, moeten de functionarissen:

a)

beschikken over uitgebreide ervaring op het gebied van visserijcontrole en -inspectie;

b)

een grondige kennis van de visserijwetgeving van de Europese Unie hebben:

c)

een grondige kennis van een van de officiële talen van de Europese Unie en een voldoende kennis van een tweede van deze talen hebben;

d)

fysiek fit genoeg zijn om hun taken te vervullen;

e)

in voorkomend geval de nodige opleiding op het gebied van veiligheid op zee hebben gehad.

Artikel 120

Lijst van EU-inspecteurs

1.   De Commissie stelt zes maanden na de inwerkintreding van deze verordening een lijst van EU-inspecteurs op aan de hand van de aanmeldingen door de lidstaten en door het Europees Bureau voor visserijcontrole.

2.   Na het opstellen van de initiële lijst stellen de lidstaten en het Europees Bureau voor visserijcontrole de Commissie jaarlijks tegen oktober in kennis van wijzigingen in deze lijst die zij het volgende kalenderjaar willen invoeren. De Commissie past de lijst uiterlijk op 31 december van elk jaar dienovereenkomstig aan.

3.   De lijst en de wijzigingen ervan worden bekendgemaakt op de officiële website van het Europees Bureau voor visserijcontrole.

Artikel 121

Melding van EU-inspecteurs aan regionale organisaties voor visserijbeheer

De door de Commissie aangewezen instantie meldt aan het secretariaat van een regionale organisatie van visserijbeheer welke EU-inspecteurs de inspecties in het kader van die organisatie dienen uit te voeren.

Artikel 122

Bevoegdheden en taken van de EU-inspecteurs

1.   De EU-inspecteurs dienen hun taken te vervullen overeenkomstig de wetgeving van de Europese Unie en, voor zover van toepassing, de wetgeving van de lidstaat waar de inspectie plaatsvindt, of, wanneer de inspectie plaatsvindt buiten de EU-wateren, overeenkomstig de wetgeving van de vlaggenlidstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig en de desbetreffende internationale voorschriften.

2.   De EU-inspecteurs moeten een dienstkaart kunnen tonen waarin hun identiteit en functie worden vermeld. Hiertoe krijgen zij een door de Commissie of het Europees Bureau voor visserijcontrole afgegeven identificatiedocument waarin hun identiteit en hun functie worden vermeld.

3.   De lidstaten faciliteren het werk van de EU-inspecteurs en verlenen hun de hulp die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben.

4.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten mogen aan EU-inspecteurs toestemming geven om nationale inspecteurs bij de uitvoering van hun taken te helpen.

5.   De artikelen 113 en 114 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 123

Verslagen

1.   Dagelijks wordt door de EU-inspecteurs een samenvattend verslag van hun inspectieactiviteiten, met vermelding van onder meer de naam en het identificatienummer van alle geïnspecteerde vissers- en andere vaartuigen en het type inspectie dat is uitgevoerd, ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in de wateren waarvan de inspectie heeft plaatsgevonden, of, wanneer de inspectie buiten de EU-wateren heeft plaatsgevonden, bij de vlaggenlidstaat van het geïnspecteerde EU-vissersvaartuig en bij het Europees Bureau voor visserijcontrole.

2.   EU-inspecteurs die tijdens de inspectie een inbreuk constateren, dienen onmiddellijk een samenvattend inspectieverslag hierover in bij de bevoegde autoriteiten van de kustlidstaat, of, wanneer de inspectie buiten de EU-wateren heeft plaatsgevonden, bij de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig en bij het Europees Bureau voor visserijcontrole. In het samenvattende inspectieverslag moeten ten minste de datum en de plaats van de inspectie, de identificatie van het inspectieplatform, de identificatie van het geïnspecteerde doel en het type geconstateerde inbreuk worden vermeld.

3.   De EU-inspecteurs moeten uiterlijk zeven dagen na de inspectie een kopie van het volledige inspectieverslag met de ter zake relevante elementen die zijn omschreven in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII opgenomen inspectieverslag, indienen bij de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig of ander vaartuig en bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat in de wateren waarvan de inspectie heeft plaatsgevonden. Indien de EU-inspecteurs een inbreuk hebben geconstateerd, wordt bovendien een kopie van het volledige inspectieverslag toegezonden aan het Europees Bureau voor visserijcontrole.

4.   De in dit artikel bedoelde dagelijkse verslagen en inspectieverslagen worden op verzoek aan de Commissie doorgegeven.

Artikel 124

Follow-up van verslagen

1.   De lidstaten nemen naar aanleiding van verslagen die de EU-inspecteurs overeenkomstig artikel 123 indienen, dezelfde maatregelen als naar aanleiding van door hun eigen functionarissen ingediende verslagen.

2.   Indien een lidstaat maatregelen neemt naar aanleiding van een door een EU-inspecteur ingediend verslag, werkt de lidstaat die deze EU-inspecteur heeft benoemd, dan wel, in voorkomend geval, de Commissie of het Europees Bureau voor visserijcontrole met het oog op het vlotte verloop van de juridische en administratieve procedures samen met de eerstgenoemde lidstaat.

3.   Wanneer zij daarom worden verzocht, verschaffen de EU-inspecteurs hulp en bewijsmateriaal in het kader van door lidstaten ingeleide inbreukprocedures.

TITEL VII

HANDHAVING

PUNTENSYSTEEM VOOR ERNSTIGE INBREUKEN

Artikel 125

Invoering en werking van een puntensysteem voor ernstige inbreuken

De lidstaten wijzen de bevoegde nationale autoriteiten aan die bevoegd zijn voor:

a)

het opzetten van het in artikel 92, lid 1, van de controleverordening bedoelde puntensysteem voor ernstige inbreuken;

b)

het toewijzen van het juiste aantal punten aan de houder van een visvergunning;

c)

het overdragen van de punten van een vissersvaartuig dat wordt verkocht of overgedragen of anderszins van eigenaar verandert, naar de volgende houder van de visvergunning voor dat vissersvaartuig, en

d)

het registreren van het aantal punten die voor elke visvergunning aan de houder ervan zijn toegewezen.

Artikel 126

Het toewijzen van punten

1.   Het aantal punten voor ernstige inbreuken wordt door de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat overeenkomstig bijlage XXX toegewezen aan de houder van de visvergunning voor het betrokken vissersvaartuig.

2.   Indien tijdens een inspectie wordt geconstateerd dat een natuurlijke of een rechtspersoon die de houder van de visvergunning is, twee of meer ernstige inbreuken heeft begaan, worden aan de in lid 1 bedoelde houder van de visvergunning voor elke ernstige inbreuk tot 12 punten toegewezen.

3.   De houder van de visvergunning wordt ervan in kennis gesteld dat hem punten zijn toegewezen.

4.   De punten worden aan de houder van de vergunning toegewezen op de datum van het besluit tot toewijzing van de punten. De lidstaten waken ervoor dat het puntensysteem ondoeltreffend wordt als gevolg van de toepassing van nationale voorschriften betreffende de opschortende werking van beroepsprocedures.

5.   Indien de ernstige inbreuk wordt geconstateerd in een andere lidstaat dan de vlaggenlidstaat, worden de punten na kennisgeving op grond van artikel 89, lid 4, van de controleverordening toegewezen door de in artikel 125 van de onderhavige verordening bedoelde bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat.

Artikel 127

Kennisgeving van besluiten

Indien de op grond van artikel 125 van de onderhavige verordening aangewezen autoriteit niet dezelfde is als de in artikel 5, lid 5, van de controleverordening bedoelde ene enkele autoriteit, wordt de laatstbedoelde autoriteit in kennis gesteld van alle op grond van deze titel vastgestelde besluiten.

Artikel 128

Eigendomsoverdracht

Wanneer een vissersvaartuig voor verkoop of voor een andere soort eigendomsoverdracht wordt aangeboden, stelt de houder van de visvergunning potentiële toekomstige vergunninghouders aan de hand van een door de bevoegde autoriteiten afgegeven voor echt verklaarde kopie in kennis van het aantal punten dat nog steeds aan hem is toegewezen.

Artikel 129

Schorsing en definitieve intrekking van een visvergunning

1.   Indien de houder van een visvergunning 18, 36, 54 en 72 punten heeft geaccumuleerd, gaat, respectievelijk, de eerste, tweede, derde en vierde schorsing van de visvergunning automatisch in voor de betrokken in artikel 92, lid 3, van de controleverordening bedoelde perioden.

2.   Wanneer een houder van een visvergunning 90 punten heeft geaccumuleerd, wordt zijn visvergunning automatisch definitief ingetrokken.

Artikel 130

Follow-up van de schorsing en de definitieve intrekking van visvergunningen

1.   Indien een visvergunning overeenkomstig artikel 129 is geschorst of definitief is ingetrokken, stelt de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat de houder van de visvergunning onmiddellijk hiervan in kennis.

2.   Bij ontvangst van de in lid 1 bedoelde informatie zorgt de houder van de visvergunning ervoor dat de visserijactiviteiten van het betrokken vissersvaartuig meteen worden stopgezet. Hij zorgt er tevens voor dat het betrokken vissersvaartuig zich onmiddellijk naar zijn thuishaven of een door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat aangewezen haven begeeft. Tijdens deze reis wordt het vistuig vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig artikel 47 van de controleverordening. De houder van de visvergunning zorgt ervoor dat alle aan boord van het vissersvaartuig gehouden vangsten worden behandeld overeenkomstig de instructies van de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat.

Artikel 131

Schrapping van visvergunningen in de betrokken lijst

1.   Indien de visvergunning wordt geschrapt of definitief wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 129, lid 1 of lid 2, van de onderhavige verordening, wordt het vissersvaartuig waarop de geschorste of definitief ingetrokken visvergunning betrekking heeft, in het in artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde nationale register aangemerkt als een vissersvaartuig zonder visvergunning. Het vissersvaartuig wordt tevens op die wijze geïdentificeerd in het in artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde EU-gegevensbestand over de vissersvloot.

2.   De definitieve intrekking van visvergunningen overeenkomstig artikel 129, lid 2, van de onderhavige verordening heeft geen gevolgen voor de in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde referentieniveaus van de lidstaten die de vergunningen afgeven.

3.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken de in artikel 116, lid 1, onder d), van de controleverordening bedoelde lijst onmiddellijk bij door daarin alle toegewezen punten op te nemen, alsmede de daaruit voortvloeiende schorsingen en definitieve intrekkingen van visvergunningen met de datum van inwerkingtreding en de looptijd ervan.

Artikel 132

Illegale visserij tijdens de periode waarin een visvergunning is geschorst of definitief is ingetrokken

1.   Indien een vissersvaartuig waarvan de visvergunning overeenkomstig artikel 129 van de onderhavige verordening is geschorst of definitief is ingetrokken, visserijactiviteiten verricht tijdens de schorsingsperiode of na de definitieve intrekking van zijn visvergunning, nemen de bevoegde autoriteiten onmiddellijk handhavingsmaatregelen overeenkomstig artikel 91 van de controleverordening.

2.   Een in lid 1 bedoeld vissersvaartuig kan in voorkomend geval overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 worden opgenomen in de EU-lijst van IOO-vaartuigen.

Artikel 133

Schrapping van punten

1.   Indien een visvergunning overeenkomstig artikel 129 is geschorst, worden de punten op basis waarvan deze visvergunning is geschorst, niet geschrapt. Nieuwe aan de houder van de visvergunning toegewezen punten worden met het oog op de toepassing van artikel 129 opgeteld bij de bestaande punten.

2.   Met het oog op de toepassing van artikel 92, lid 3, van de controleverordening geldt dat bij schrapping van punten overeenkomstig artikel 92, lid 4, van de controleverordening de houder van de betrokken visvergunning wordt beschouwd als een houder van een visvergunning die niet overeenkomstig artikel 129 van de onderhavige verordening is geschorst.

3.   Mits aan de houder van een visvergunning voor een vissersvaartuig in totaal meer dan twee punten zijn toegekend, worden twee punten geschrapt indien:

a)

het vissersvaartuig waarmee de met punten bestrafte inbreuk is gepleegd, nadien werkt met VMS of meedoet aan de elektronische registratie en melding van gegevens uit het visserijlogboek en uit de aangiften van overlading/aanlanding, zonder van rechtswege verplicht te zijn tot het gebruik van deze technologieën, of

b)

de houder van de visvergunning na de toewijzing van de punten vrijwillig deelneemt aan een wetenschappelijke campagne ter verbetering van de selectiviteit van vistuig, of

c)

de houder van de visvergunning lid is van een producentenorganisatie en zich akkoord verklaart met een visserijplan dat de producentenorganisatie tijdens het jaar na de toekenning van de punten heeft vastgesteld en in het kader waarvan de vangstmogelijkheden van de houder van de visvergunning met 10 % worden gereduceerd, of

d)

de houder van de visvergunning zich aansluit bij een visserijtak waarop een milieukeurregeling van toepassing is die tot doel heeft keurmerken voor producten die afkomstig zijn uit een goed beheerde zeevisserij, te certificeren en te bevorderen, en die gericht is op het duurzame gebruik van visserijhulpbronnen.

Voor elke periode van drie jaar na de datum van de laatste ernstige inbreuk kan de houder van een visvergunning één keer gebruik maken van elk van de onder a), b), c) en d), opgenomen opties om het aantal toegewezen punten te reduceren, op voorwaarde dat dit niet leidt tot schrapping van alle punten op de visvergunning.

4.   De houder van de visvergunning wordt ervan in kennis gesteld wanneer punten overeenkomstig lid 3 zijn geschrapt. De houder van de visvergunning wordt tevens in kennis gesteld van het aantal resterende punten.

Artikel 134

Puntensysteem voor kapiteins van vissersvaartuigen

De lidstaten stellen de Commissie zes maanden na de datum waarop deze titel van toepassing is geworden, in kennis van hun nationale puntensysteem voor kapiteins, als bedoeld in artikel 92, lid 6, van de controleverordening.

TITEL VIII

MAATREGELEN OM DE NALEVING VAN DE DOELSTELLINGEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK VISSERIJBELEID DOOR DE LIDSTATEN TE GARANDEREN

HOOFDSTUK I

Schorsing en intrekking van de financiële bijstand van de Unie

Artikel 135

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

1.

„betaling”: een financiële bijdrage die de Commissie betaalt nadat een lidstaat een betalingsaanvraag heeft ingediend tijdens of na de tenuitvoerlegging van een operationeel programma in het kader van Verordening (EG) nr. 1198/2006 of een project in het kader van artikel 8, onder a), van Verordening (EG) nr. 861/2006;

2.

„uitstel”: opschorting van een betalingstermijn;

3.

„schorsing”: in artikel 103, lid 1, van de controleverordening bedoelde schorsing van betalingen naar aanleiding van specifieke betalingsaanvragen;

4.

„intrekking”: het, na schorsing, geheel of gedeeltelijk annuleren van een bijdrage van de Unie voor een operationeel programma in het kader van Verordening (EG) nr. 1198/2006 of een project in het kader van artikel 8, onder a), van Verordening (EG) nr. 861/2006.

Artikel 136

Uitstel van betaling

1.   De in Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (34) bedoelde gedelegeerde ordonnateur kan de betaling maximaal zes maanden uitstellen als:

a)

wordt geconstateerd dat de GVB-regels niet worden nageleefd, of

b)

de gedelegeerde ordonnateur aanvullende verificaties moet uitvoeren op basis van constateringen die wijzen op tekortkomingen in de controleregeling van een lidstaat en/of niet-naleving van de GVB-regels op het gebied van visserij- en visserijgerelateerde activiteiten.

2.   De betrokken lidstaat wordt overeenkomstig artikel 103, lid 3, van de controleverordening schriftelijk in kennis gesteld van de redenen voor het uitstel van betaling. Deze lidstaat wordt verzocht om de Commissie uiterlijk één maand na ontvangst van dat schrijven in kennis te stellen van de corrigerende maatregelen en/of de in bijlage XXXI bij de onderhavige verordening bedoelde informatie inzake de financiële bijstand die is toegekend voor de visserijgerelateerde activiteiten waarop de niet-naleving betrekking heeft.

3.   Indien de betrokken lidstaat niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn op het verzoek van de Commissie reageert of een onbevredigend antwoord geeft, kan de Commissie een herinnering sturen waarin de antwoordtermijn met maximaal 15 dagen wordt verlengd.

4.   Het uitstel wordt beëindigd wanneer de lidstaat in zijn antwoord aantoont dat hij corrigerende maatregelen heeft genomen om de naleving van de GVB-regels te garanderen, of dat de constateringen die zouden wijzen op tekortkomingen in het controlesysteem van die lidstaat en/of niet-naleving van de GVB-regels voor visserijactiviteiten en visserijgerelateerde activiteiten niet gefundeerd zijn.

Artikel 137

Schorsing van betalingen

1.   Indien de betrokken lidstaat niet binnen de in artikel 136 van de onderhavige verordening bedoelde termijn op het verzoek van de Commissie reageert of een onbevredigend antwoord geeft, kan de Commissie overeenkomstig artikel 103, lid 1, van de controleverordening op basis van de op dat moment beschikbare informatie een besluit vaststellen om de betaling van de financiële bijstand van de Unie aan die lidstaat geheel of gedeeltelijk te schorsen (hierna „schorsingsbesluit” genoemd).

2.   Het schorsingsbesluit bevat een samenvatting van de betrokken feiten en wetsbepalingen, de beoordeling van de in artikel 103, leden 1 en 6, van de controleverordening bedoelde omstandigheden en de vermelding van het geschorste deel van de betaling. Bij dit schorsingsbesluit wordt de betrokken lidstaat opgeroepen om binnen een nader omschreven periode die niet langer mag duren dan zes maanden, corrigerende maatregelen te nemen.

3.   Het te schorsen deel van de betaling wordt vastgesteld door een percentage toe te passen dat wordt bepaald met inachtneming van de in artikel 103, lid 5, van de controleverordening bedoelde criteria.

Artikel 138

Intrekking van de financiële bijstand

1.   Indien de betrokken lidstaat tijdens de schorsingsperiode nog steeds niet in de zin van artikel 103, lid 2, van de controleverordening kan aantonen corrigerende maatregelen te hebben genomen om de situatie die aanleiding heeft gegeven tot het schorsingsbesluit, recht te zetten, kan de Commissie deze lidstaat in kennis stellen van haar voornemen een intrekkingsbesluit vast te stellen. Artikel 136, leden 2 en 3, van de onderhavige verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

2.   Indien de betrokken lidstaat niet op het in lid 1 bedoelde verzoek van de Commissie reageert, of een onbevredigend antwoord geeft, kan de Commissie op basis van de op dat moment beschikbare informatie een besluit vaststellen om de reeds geschorste betalingen aan die lidstaat geheel of gedeeltelijk in te trekken.

3.   In het in lid 2 bedoelde intrekkingsbesluit kan onder meer worden bepaald dat eventuele voorschotten op de financiële bijdrage die reeds zijn betaald voor onder een schorsingsbesluit vallende projecten in het kader van artikel 8, onder a), van Verordening (EG) nr. 861/2006, geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.

4.   Het in te trekken deel van de geschorste betalingen wordt vastgesteld door een percentage toe te passen dat wordt bepaald met inachtneming van de in artikel 103, lid 5, van de controleverordening bedoelde criteria.

5.   Het terug te vorderen bedrag van de voorschotten op de financiële bijdrage voor onder een schorsingsbesluit vallende projecten wordt aan de Commissie terugbetaald in het kader van een terugvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 861/2006 en artikel 72 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

HOOFDSTUK II

Verlaging van vangstmogelijkheden

Artikel 139

Algemene voorschriften voor de verlaging van vangstmogelijkheden vanwege overbenutting

1.   De omvang van de overbenutting van vangstmogelijkheden ten opzichte van de in artikel 105, lid 1, en artikel 106, lid 1, van de controleverordening bedoelde, voor een bepaalde periode beschikbare quota en visserijinspanningen, wordt vastgesteld op basis van de cijfers die beschikbaar zijn op de vijftiende dag van de tweede maand na het verstrijken van de gereglementeerde periode.

2.   De omvang van de overbenutting van vangstmogelijkheden wordt vastgesteld ten opzichte van de vangstmogelijkheden waarover de betrokken lidstaat aan het einde van elke periode beschikt, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002, het overdragen van quota overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (35), het toewijzen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 37 van de controleverordening en het verlagen van de vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 105, 106 en 107 van de controleverordening.

3.   Het ruilen van vangstmogelijkheden voor een bepaalde periode overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 is niet toegestaan na de laatste dag van de eerste maand na het verstrijken van die periode.

Artikel 140

Overleg over de verlaging van vangstmogelijkheden

Met betrekking tot verlagingen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 105, leden 4 en 5, en artikel 106, lid 3, van de controleverordening pleegt de Commissie met de betrokken lidstaat overleg over de voorgestelde maatregelen. De betrokken lidstaat dient binnen 10 werkdagen te reageren op deze raadpleging door de Commissie.

HOOFDSTUK III

Verlaging van quota wegens niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid

Artikel 141

Voorschriften inzake de verlaging van quota wegens niet-naleving van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid

1.   De in artikel 107, lid 2, van de controleverordening vastgestelde termijn waarbinnen de lidstaten moeten aantonen dat de visbestanden veilig kunnen worden geëxploiteerd, gaat in op de dag waarop de brief van de Commissie aan de betrokken lidstaat wordt verzonden.

2.   De lidstaten nemen in hun antwoord op grond van artikel 107, lid 2, van de controleverordening materiële bewijsstukken op waaruit de Commissie kan opmaken dat de visbestanden veilig kunnen worden geëxploiteerd.

Artikel 142

Vaststelling van de hoeveelheden waarmee de quota moeten worden verlaagd

1.   Verlagingen van quota overeenkomstig artikel 107 van de controleverordening moeten evenredig zijn aan de omvang en de aard van de niet-naleving van de voorschriften inzake onder meerjarenplannen vallende bestanden, en aan de ernst van de bedreiging voor de instandhouding van deze bestanden. Bij het vaststellen van de verlagingen dient rekening te worden gehouden met de schade die bestanden lijden als gevolg van de niet-naleving van de voorschriften inzake onder meerjarenplannen vallende bestanden.

2.   Indien een in lid 1 bedoelde verlaging niet kan worden toegepast op het quotum, de toewijzing of het gedeelte van een bestand of groep bestanden waarop de niet-naleving betrekking heeft, omdat dat quotum, die toewijzing of dat gedeelte van een bestand of groep bestanden niet of niet voldoende beschikbaar is voor de lidstaat in kwestie, kan de Commissie, na raadpleging van de betrokken lidstaat, het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren overeenkomstig lid 1 een verlaging toepassen op de quota voor andere bestanden of groepen bestanden van die lidstaat in hetzelfde geografische gebied of met dezelfde handelswaarde.

TITEL IX

GEGEVENS EN INFORMATIE

HOOFDSTUK I

Analyse en audit van gegevens

Artikel 143

Onderwerp

Het in artikel 109, lid 1, van de controleverordening bedoelde geautomatiseerde gegevensbestand voor validering bevat met name:

a)

een gegevensbestand of meerdere gegevensbestanden voor de opslag van alle gegevens die door dit systeem moeten worden gevalideerd, als bedoeld in artikel 144 van de onderhavige verordening;

b)

valideringsprocedures, met inbegrip van gegevenskwaliteitscontroles en analyses en kruiscontroles van al deze gegevens, als bedoeld in artikel 145 van de onderhavige verordening;

c)

procedures voor het verschaffen van toegang tot al deze gegevens aan de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie, als bedoeld in artikel 146 van de onderhavige verordening.

Artikel 144

Te valideren gegevens

1.   Met het oog op de toepassing van een geautomatiseerd valideringssysteem zorgen de lidstaten ervoor dat alle in artikel 109, lid 2, van de controleverordening bedoelde gegevens worden opgeslagen in één of meer geautomatiseerde gegevensbestanden. Als minimum moeten hierin worden opgenomen de gegevens in bijlage XXIII, de als verplicht aangemerkte gegevens in bijlage XXVII, de gegevens in bijlage XII en de gegevens in bijlage XXXII. In het kader van het valideringssysteem mag tevens rekening worden gehouden met andere gegevens die voor de valideringsprocedures noodzakelijk worden geacht.

2.   Met het oog op de werking van het valideringssysteem zijn de in lid 1 bedoelde in de gegevensbestanden op te nemen gegevens continu en in realtime toegankelijk. Het valideringssysteem heeft rechtstreeks, zonder menselijk ingrijpen, toegang tot al deze gegevensbestanden. Hiertoe dienen alle gegevensbestanden of systemen die in de lidstaten aanwezig zijn en de in lid 1 bedoelde gegevens bevatten, met elkaar verbonden te zijn.

3.   Indien de in lid 1 bedoelde gegevens niet automatisch in een gegevensbestand worden opgeslagen, zorgen de lidstaten er onmiddellijk en met inachtneming van de in de betrokken wetgeving vastgestelde termijnen voor dat de gegevensbestanden handmatig worden aangevuld of gedigitaliseerd. De datum van ontvangst en van invoering van de gegevens wordt correct in het gegevensbestand geregistreerd.

Artikel 145

Valideringsprocedures

1.   Het geautomatiseerde valideringssysteem zorgt op basis van geautomatiseerde algoritmen en procedures voor een onafgebroken, systematische en grondige validering van elke in artikel 144, lid 1, bedoelde gegevensreeks. De validering behelst procedures om de kwaliteit van de basisgegevens, het formaat van de gegevens en de minimale gegevensvoorschriften te controleren, alsmede een geavanceerdere verificatie die erin bestaat verschillende records van een gegevensreeks aan de hand van statistische methoden gedetailleerd te analyseren of kruiscontroles toe te passen op gegevens uit verschillende bronnen.

2.   Elke valideringsprocedure gaat vergezeld van een bedrijfsregel of een reeks bedrijfsregels waarin wordt gedefinieerd welke valideringen door de procedure worden uitgevoerd en waar de resultaten van deze valideringen worden opgeslagen. In voorkomend geval wordt de verwijzing naar de op toepassing geverifieerde wetgeving aangegeven. De Commissie kan na overleg met de lidstaten een standaardreeks bedrijfregels vaststellen.

3.   Alle, zowel positieve als negatieve, bevindingen van het geautomatiseerde valideringssysteem worden in een gegevensbestand opgeslagen. Gevallen van incoherentie en niet-naleving die in het kader van de valideringsprocedures worden gedetecteerd, alsmede de follow-up van deze incoherenties, moeten onmiddellijk als zodanig kunnen worden geïdentificeerd. Bovendien moet het mogelijk zijn de identificatie van vissersvaartuigen, kapiteins van vaartuigen en marktdeelnemers terug te vinden met betrekking waartoe/tot wie de vorige drie jaar herhaaldelijk incoherenties en eventuele gevallen van niet-naleving zijn gedetecteerd.

4.   De follow-up van door het valideringssysteem gedetecteerde incoherenties moet aan de valideringsbevindingen worden gekoppeld, met vermelding van zowel de datum als de follow-up van de validering.

Indien de gedetecteerde incoherentie het resultaat van een verkeerde invoering van gegevens blijkt te zijn, worden die ingevoerde gegevens in het gegevensbestand gecorrigeerd, waarbij de gegevens duidelijk als gecorrigeerd worden aangemerkt, de oorspronkelijke waarde of vermelding wordt aangegeven en wordt uitgelegd waarom de gegevens zijn gecorrigeerd.

Indien de gedetecteerde incoherentie aanleiding geeft tot een follow-up, wordt in de valideringsbevinding een link naar het inspectieverslag en, in voorkomend geval, naar de follow-up daarvan opgenomen.

Artikel 146

Toegang door de Commissie

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie te allen tijde in realtime toegang heeft tot:

a)

alle in artikel 144, lid 1, bedoelde gegevens;

b)

alle voor het valideringssysteem vastgestelde bedrijfsregels, met de definitie, de betrokken wetgeving en de plaats waar de valideringsbevindingen worden opgeslagen;

c)

alle valideringsbevindingen en follow-upmaatregelen, voorzien van een marker indien het gegevenselement gecorrigeerd is, en, in voorkomend geval, van een link naar inbreukprocedures.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde gegevens toegankelijk zijn via de geautomatiseerde gegevensuitwisseling op in artikel 147 bedoelde beveiligde websites.

3.   De gegevens worden voor downloaddoeleinden in XML-formaat beschikbaar gesteld volgens het gegevensuitwisselingsformaat in bijlage XII. Andere gegevenselementen die toegankelijk moeten zijn en niet zijn omschreven in bijlage XII, moeten beschikbaar worden gesteld volgens het formaat in bijlage XXXII.

4.   De Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie krijgt de mogelijkheid om met betrekking tot om het even welke periode en om het even welk geografisch gebied de in lid 1 bedoelde gegevens van een individueel vissersvaartuig of een lijst van vissersvaartuigen te downloaden.

5.   Op een met redenen omkleed verzoek van de Commissie corrigeert de betrokken lidstaat onmiddellijk de gegevens die de Commissie als incoherent heeft aangemerkt. De betrokken lidstaat stelt de andere betrokken lidstaten onmiddellijk in kennis van deze correctie.

HOOFDSTUK II

Websites van de lidstaten

Artikel 147

Werking van websites en webdiensten

1.   Met het oog op de werking van de in de artikelen 115 en 116 van de controleverordening bedoelde officiële websites zetten de lidstaten webdiensten op. Deze webdiensten genereren realtime dynamische inhoud voor de officiële websites en verschaffen geautomatiseerde toegang tot de gegevens. Zo nodig passen de lidstaten hun bestaande gegevensbestanden aan of creëren zij nieuwe gegevensbestanden om de bij de webdiensten opgevraagde inhoud aan te bieden.

2.   Deze webdiensten moeten de Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie in staat stellen te allen tijde alle beschikbare, in de artikelen 148 en 149 bedoelde gegevens op te vragen. Dit geautomatiseerde opvraagsysteem moet zijn gebaseerd op het elektronische gegevensuitwisselingsformaat en -protocol in bijlage XII. De webdiensten dienen overeenkomstig de internationale normen te worden opgezet.

3.   Elke subpagina van een in lid 1 bedoelde officiële website bevat aan de linkerkant een menu met hyperlinks naar alle andere subpagina's. Op elke subpagina worden de gerelateerde webdiensten onderaan gedefinieerd.

4.   De webdiensten en de websites worden gecentraliseerd ingezet, met één enkel toegangspunt per lidstaat.

5.   De Commissie kan gemeenschappelijke normen, technische specificaties en procedures vaststellen betreffende de interface van de website en de technische compatibiliteit van de geautomatiseerde systemen en webdiensten tussen de lidstaten, de Commissie en de door de Commissie aangewezen instantie. De Commissie coördineert het proces tot vaststelling van deze specificaties en procedures na overleg met de lidstaten.

Artikel 148

Publiek toegankelijke websites en webdiensten

1.   Het publiek toegankelijke deel van de website bevat een overzichtspagina en meerdere subpagina's. De publieke overzichtspagina bevat een lijst met hyperlinks naar de in artikel 115, onder a) tot en met g), van de controleverordening bedoelde informatie en naar de subpagina's met de in dat artikel bedoelde gegevens.

2.   Elke publieke subpagina bevat ten minste één van de in artikel 115, onder a) tot en met g), van de controleverordening bedoelde gegevenselementen. De subpagina's en de desbetreffende webdiensten verschaffen ten minste de in bijlage XXXIII bedoelde informatie.

Artikel 149

Beveiligde websites en webdiensten

1.   Het beveiligde deel van de website bevat een overzichtspagina en meerdere subpagina's. De beveiligde overzichtspagina bevat een lijst met hyperlinks naar de in artikel 116, lid 1, onder a) tot en met h), van de controleverordening bedoelde informatie en naar de subpagina's met de in dat artikel bedoelde informatie.

2.   Elke beveiligde subpagina bevat ten minste één van de in artikel 116, lid 1, onder a) tot en met h), van de controleverordening bedoelde gegevenselementen. De subpagina's en de desbetreffende webdiensten verschaffen ten minste de in bijlage XXIV bedoelde informatie.

3.   Zowel op de beveiligde websites als in het kader van de beveiligde webdiensten dient gebruik te worden gemaakt van de in artikel 166, lid 3, van de controleverordening bedoelde elektronische certificaten.

TITEL X

TENUITVOERLEGGING

HOOFDSTUK I

Wederzijdse bijstand

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 150

Toepassingsgebied

1.   In dit hoofdstuk wordt vastgesteld onder welke voorwaarden de lidstaten administratief moeten samenwerken met elkaar, met derde landen, met de Commissie en met de door de Commissie tot handhaving van de controleverordening en van de onderhavige verordening aangewezen instantie. De in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen staan andere vormen van administratieve samenwerking tussen de lidstaten niet in de weg.

2.   De in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen verplichten de lidstaten niet tot wederzijdse bijstand wanneer de kans reëel is dat hun nationale rechtsbestel, openbaar beleid, veiligheid of andere fundamentele belangen daardoor in gevaar worden gebracht. Alvorens een verzoek om wederzijdse bijstand af te wijzen, pleegt de aangezochte lidstaat overleg met de verzoekende lidstaat om vast te stellen of onder specifieke voorwaarden gedeeltelijk op het bijstandsverzoek kan worden ingegaan. Indien niet op een bijstandsverzoek kan worden ingegaan, worden de verzoekende lidstaat en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie daarvan onmiddellijk in kennis gesteld, onder vermelding van de redenen waarom het verzoek niet kan worden ingewilligd.

3.   De in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen laten de toepassing in de lidstaten van de regels inzake de strafrechtelijke vervolging en de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, met inbegrip van de regels betreffende het geheim van het onderzoek, onverlet.

Artikel 151

Kosten

De lidstaten nemen hun eigen kosten voor de uitvoering van een bijstandsverzoek op zich en zien af van het recht aanvragen in te dienen voor de vergoeding van in het kader van deze titel gedane uitgaven.

Artikel 152

Eén enkele autoriteit

De in artikel 5, lid 5, van de controleverordening bedoelde ene enkele autoriteit treedt op als een enig verbindingsbureau, dat bevoegd is voor de toepassing van de in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen

Artikel 153

Follow-upmaatregelen

1.   Nationale autoriteiten die naar aanleiding van een op dit hoofdstuk gebaseerd bijstandsverzoek of naar aanleiding van een spontane informatie-uitwisseling, besluiten maatregelen te nemen die slechts met de toestemming of op verzoek van een rechterlijke instantie ten uitvoer kunnen worden gelegd, delen de betrokken lidstaat en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie alle informatie inzake die maatregelen mee die betrekking heeft op de niet-naleving van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2.   Voor dergelijke mededelingen moet de voorafgaande toestemming van de rechterlijke instantie worden verkregen indien die toestemming krachtens de nationale wetgeving vereist is.

Afdeling 2

Informatieverstrekking zonder voorafgaand verzoek

Artikel 154

Informatieverstrekking zonder voorafgaand verzoek

1.   Lidstaten die vernemen dat de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid mogelijk niet worden nageleefd en dat met name een in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuk plaatsvindt, of die gegronde vermoedens hebben dat een dergelijke inbreuk kan plaatsvinden, stellen de andere betrokken lidstaten en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie daarvan onmiddellijk in kennis. Deze kennisgeving gaat vergezeld van alle nodige informatie en wordt gedaan via de in artikel 152 bedoelde ene enkele autoriteit.

2.   Lidstaten die handhavingsmaatregelen nemen in verband met een in lid 1 bedoelde niet-naleving of inbreuk, stellen de andere betrokken lidstaten en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie daarvan in kennis via de in artikel 152 bedoelde ene enkele autoriteit.

3.   Alle in dit artikel bedoelde kennisgevingen worden schriftelijk gedaan.

Afdeling 3

Bijstandsverzoeken

Artikel 155

Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder „bijstandsverzoek” verstaan een door een lidstaat aan een andere lidstaat gedaan verzoek of een door de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie aan een lidstaat gedaan verzoek om:

a)

gegevens, inclusief de in artikel 93, leden 2 en 3, van de controleverordening bedoelde gegevens;

b)

handhavingsmaatregelen, of

c)

administratieve kennisgevingen.

Artikel 156

Algemene voorschriften

1.   De verzoekende lidstaat zorgt ervoor dat alle bijstandsverzoeken voldoende informatie bevatten om de aangezochte lidstaat in staat te stellen aan het verzoek te voldoen, inclusief noodzakelijk bewijsmateriaal dat op het grondgebied van de verzoekende lidstaat kan worden verkregen.

2.   Bijstandsverzoeken mogen slechts betrekking hebben op onderbouwde gevallen waarin om gegronde redenen wordt aangenomen dat de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid niet zijn nageleefd, en met name dat een in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuk heeft plaatsgevonden, en waarin de verzoekende lidstaat zonder hulp van buitenaf de gevraagde informatie niet kan verkrijgen of de gevraagde maatregelen niet kan nemen.

Artikel 157

Toezending van verzoeken en antwoorden

1.   Verzoeken mogen alleen door de ene enkele autoriteit van de verzoekende lidstaat, dan wel door de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie worden gericht aan de ene enkele autoriteit van de aangezochte lidstaat. Voor de antwoorden wordt hetzelfde communicatiekanaal gebruikt.

2.   Verzoeken om wederzijdse bijstand en antwoorden daarop worden schriftelijk overgelegd.

3.   Alvorens verzoeken worden gedaan, komen de betrokken ene enkele autoriteiten overeen welke talen voor de verzoeken en de antwoorden worden gebruikt. Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, worden de verzoeken toegezonden in de officiële taal of talen van de verzoekende lidstaat, en de antwoorden in de officiële taal of talen van de aangezochte lidstaat.

Artikel 158

Verzoeken om informatie

1.   Op verzoek van hetzij een verzoekende lidstaat hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie verstrekt de betrokken lidstaat alle relevante informatie die nodig is om vast te stellen of gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en met name in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken, hebben plaatsgevonden of, naar redelijkerwijs kan worden vermoed, kunnen plaatsvinden. Deze informatie wordt verstrekt via de in artikel 152 bedoelde ene enkele autoriteit.

2.   De aangezochte lidstaat voert op verzoek van hetzij de verzoekende lidstaat hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie de nodige administratieve onderzoeken uit met betrekking tot handelingen die overeenkomen met gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met name met in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken, of die daarmee volgens de verzoekende lidstaat lijken overeen te komen. De aangezochte lidstaat deelt de resultaten van dergelijke administratieve onderzoeken mee aan de verzoekende lidstaat en aan de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie.

3.   Op verzoek van hetzij de verzoekende lidstaat hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie kan de aangezochte lidstaat een bevoegd functionaris van de verzoekende lidstaat toestemming verlenen om de functionarissen van hetzij de aangezochte lidstaat hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie tijdens de in lid 2 bedoelde administratieve onderzoeken te vergezellen. Voor zover op grond van de nationale bepalingen inzake strafrechtelijke procedures bepaalde handelingen slechts mogen worden verricht door daartoe specifiek bij de nationale wet aangewezen functionarissen, nemen de functionarissen van de verzoekende lidstaat niet deel aan deze handelingen. Zij nemen in geen geval deel aan huiszoekingen of formele verhoren van personen krachtens het nationale strafrecht. De functionarissen van de verzoekende lidstaat die aanwezig zijn in de aangezochte lidstaat, moeten hun identiteit en officiële functie te allen tijde aan de hand van een schriftelijke machtiging kunnen aantonen.

4.   De aangezochte lidstaat stelt de verzoekende lidstaat, op diens verzoek, alle in zijn bezit zijnde documenten of gewaarmerkte kopieën ter beschikking die betrekking hebben op een geval van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid of een in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuk.

5.   Het standaardformaat voor informatieverstrekking op verzoek is vastgesteld in bijlage XXXIV.

Artikel 159

Verzoek om handhavingsmaatregelen

1.   De aangezochte lidstaat neemt op basis van het in artikel 156 van de onderhavige verordening bedoelde bewijsmateriaal en op verzoek van hetzij de verzoekende lidstaat, hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie alle handhavingsmaatregelen die nodig zijn voor de onmiddellijke stopzetting van gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid of van in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken op zijn grondgebied of in onder zijn soevereiniteit of jurisdictie vallende maritieme wateren.

2.   De aangezochte lidstaat kan met hetzij de verzoekende lidstaat hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie overleg plegen bij het nemen van de in lid 1 bedoelde handhavingsmaatregelen.

3.   De aangezochte lidstaat rapporteert, via de in artikel 152 bedoelde ene enkele autoriteit, aan de verzoekende lidstaat, de andere betrokken lidstaten en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie welke maatregelen zijn genomen en met welke resultaten.

Artikel 160

Termijn voor antwoorden op verzoeken om informatie en om handhavingsmaatregelen

1.   De aangezochte lidstaat verstrekt de in artikel 158, lid 1, en in artikel 159, lid 3, bedoelde informatie zo snel mogelijk, maar niet later dan 4 weken na de datum van ontvangst van het verzoek. De aangezochte lidstaat, de verzoekende lidstaat, de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie kunnen andere termijnen afspreken.

2.   Wanneer de aangezochte lidstaat niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt hij hetzij de verzoekende lidstaat, hetzij de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie schriftelijk mee waarom hij de termijn niet kan nakomen, en wanneer hij denkt aan het verzoek te kunnen voldoen.

Artikel 161

Verzoek om administratieve kennisgeving

1.   De aangezochte lidstaat meldt de geadresseerde op verzoek van de verzoekende lidstaat en overeenkomstig zijn nationale voorschriften inzake kennisgeving van soortgelijke instrumenten en besluiten, welke instrumenten en besluiten in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name inzake onderwerpen die bij de controleverordening en de onderhavige verordening worden gereglementeerd, zijn vastgesteld door de administratieve autoriteiten van de verzoekende lidstaat en op het grondgebied van de aangezochte lidstaat ten uitvoer moeten worden gelegd.

2.   Verzoeken om kennisgeving worden ingediend volgens het standaardformaat in bijlage XXXV.

3.   De aangezochte lidstaat zendt zijn antwoord onmiddellijk na de kennisgeving via de in artikel 152 bedoelde ene enkele autoriteit toe aan de verzoekende lidstaat. Het antwoord wordt verstrekt volgens het standaardformaat in bijlage XXXVI.

Afdeling 4

Betrekkingen met de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie

Artikel 162

Communicatie tussen de lidstaten en de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie

1.   Elke lidstaat meldt alle door hem als relevant beschouwde informatie over methoden, praktijken of geconstateerde tendensen waarvan in gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met name bij in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken gebruik is gemaakt of vermoedelijk gebruik is gemaakt, aan de Commissie of aan de door de Commissie aangewezen instantie zodra hij over deze informatie beschikt.

2.   De Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie stelt de lidstaten in kennis van alle informatie die voor hen van nut kan zijn bij de handhaving van de controleverordening of de onderhavige verordening, zodra zij over deze informatie beschikt.

Artikel 163

Coördinatie door de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie

1.   Lidstaten die vernemen dat specifiek voor de Unie relevante handelingen plaatsvinden die overeenkomen met gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met name met in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken, of daarmee lijken overeen te komen, delen aan de Commissie of aan de door de Commissie aangewezen instantie zo snel mogelijk alle relevante informatie mee die nodig is voor de vaststelling van de feiten. De Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie zendt deze informatie door aan de andere betrokken lidstaten.

2.   Voor de toepassing van lid 1 worden handelingen die overeenkomen met gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met name met in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken vooral in de volgende omstandigheden beschouwd als specifiek voor de Unie relevante handelingen:

a)

deze handelingen hebben vertakkingen in één of meer andere lidstaten, of zouden deze kunnen hebben, of

b)

het lijkt de lidstaat waarschijnlijk dat soortgelijke handelingen ook in andere lidstaten zijn verricht.

3.   Wanneer de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie van mening is dat handelingen die overeenkomen met gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met name met in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken, in één of meer lidstaten hebben plaatsgevonden, meldt zij dit aan de betrokken lidstaten, die zo snel mogelijk onderzoeken verrichten. De betrokken lidstaten stellen de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie zo snel mogelijk in kennis van de bevindingen van deze onderzoeken.

Afdeling 5

Betrekkingen met derde landen

Artikel 164

Informatie-uitwisseling met derde landen

1.   Lidstaten die van een derde land of een regionale organisatie voor visserijbeheer informatie ontvangen die relevant is voor de doeltreffende toepassing van de controleverordening en de onderhavige verordening, delen deze informatie via de ene enkele autoriteit mee aan de andere betrokken lidstaten, de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie, voor zover zij dit mogen doen krachtens bilaterale overeenkomsten met het betrokken derde land of krachtens de voorschriften van de betrokken regionale organisatie voor visserijbeheer.

2.   Een lidstaat mag de informatie die hij op grond van dit hoofdstuk ontvangt, via zijn ene enkele autoriteit meedelen aan een derde land of aan een regionale organisatie voor visserijbeheer in het kader van een bilaterale overeenkomst met dat derde land of overeenkomstig de voorschriften van de betrokken regionale organisatie voor visserijbeheer. Dergelijke mededelingen vinden plaats na raadpleging van de lidstaat die de informatie oorspronkelijk heeft meegedeeld en overeenkomstig de nationale en de EU-wetgeving inzake de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

3.   In het kader van tussen de Unie en derde landen gesloten visserijovereenkomsten of in het kader van regionale organisaties voor visserijbeheer of soortgelijke regelingen waarbij de Unie overeenkomstsluitende partij of niet-overeenkomstsluitende samenwerkende partij is, kan de Commissie of de door de Commissie aangewezen instantie relevante informatie over gevallen van niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid of in artikel 90, lid 1, van de controleverordening bedoelde ernstige inbreuken meedelen aan andere bij die overeenkomsten, organisaties of regelingen aangesloten partijen, mits de lidstaat die deze informatie heeft verstrekt, daarmee instemt.

HOOFDSTUK II

Rapportageverplichtingen

Artikel 165

Rapportageformaat en -termijnen

1.   Voor het in artikel 118, lid 1, van de controleverordening bedoelde vijfjaarlijkse verslag maken de lidstaten gebruik van de in bijlage XXXVII bij de onderhavige verordening bedoelde gegevens.

2.   Het in artikel 118, lid 4, van de controleverordening bedoelde verslag waarin wordt toegelicht volgens welke regels de verslagen over de basisgegevens worden opgesteld, wordt zes maanden na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening verzonden. Telkens wanneer deze regels worden gewijzigd, sturen de lidstaten een nieuw verslag.

TITEL XI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 166

Intrekkingen

1.   Verordening (EEG) nr. 2807/83, Verordening (EEG) nr. 3561/85, Verordening (EEG) nr. 493/87, Verordening (EEG) nr. 1381/87, Verordening (EEG) nr. 1382/87, Verordening (EEG) nr. 2943/95, Verordening (EG) nr. 1449/98, Verordening (EG) nr. 2244/2003, Verordening (EG) nr. 1281/2005, Verordening (EG) nr. 1042/2006, Verordening (EG) nr. 1542/2007, Verordening (EG) nr. 1077/2008 en Verordening (EG) nr. 409/2009 worden ingetrokken.

2.   Verordening (EG) nr. 356/2005 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2012.

3.   Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 167

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, met uitzondering van titel VII, die op 1 juli 2011 in werking treedt.

Titel II, hoofdstuk III, en titel IV, hoofdstuk I, zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2012. Overeenkomstig artikel 124, onder c), van de controleverordening en de vorige alinea van het onderhavige artikel is titel VII van toepassing met ingang van 1 januari 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 april 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1.

(3)  PB L 160 van 14.6.2006, blz. 1.

(4)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(5)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(6)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1.

(7)  PB L 339 van 18.12.1985, blz. 29.

(8)  PB L 50 van 19.2.1987, blz. 13.

(9)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9.

(10)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 11.

(11)  PB L 308 van 21.12.1995, blz. 15.

(12)  PB L 192 van 8.7.1998, blz. 4.

(13)  PB L 56 van 2.3.2005, blz. 8.

(14)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(15)  PB L 203 van 4.8.2005, blz. 3.

(16)  PB L 187 van 8.7.2006, blz. 14.

(17)  PB L 337 van 21.12.2007, blz. 56.

(18)  PB L 295 van 4.11.2008, blz. 3.

(19)  PB L 123 van 19.5.2009, blz. 78.

(20)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(21)  PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1.

(22)  PB L 204 van 13.8.2003, blz. 21.

(23)  PB L 102 van 7.4.2004, blz. 9.

(24)  PB L 365 van 10.12.2004, blz. 19.

(25)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7.

(26)  PB L 274 van 25.9.1986, blz. 1.

(27)  PB L 60 van 5.3.2008, blz. 1.

(28)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(29)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(30)  PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.

(31)  PB L 278 van 23.10.2001, blz. 6.

(32)  PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(33)  PB L 337 van 20.12.2001, blz. 20.

(34)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(35)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.


BIJLAGE I

Tabel 1

Drielettercodes van de aanbiedingsvorm van de producten

Drielettercode van de aanbiedingsvorm

Aanbiedingsvorm

Beschrijving

CBF

Dubbele kabeljauwfilet (escalado)

HEA met vel, ruggengraat en staart

CLA

Scharen

Alleen scharen

DWT

ICCAT-code

Ontdaan van kieuwen, ingewanden, vinnen en een deel van de kop

FIL

Filet

HEA+GUT+TLD+ zonder graten; elke vis levert twee filets op die op geen enkele plaats aan elkaar zijn vastgehecht

FIS

Filet ontdaan van vel

FIL + SKI; elke vis levert twee filets op, die op geen enkele plaats aan elkaar zijn vastgehecht

FSB

Gefileerd met vel en graten

Gefileerd, met vel en graten

FSP

Filet ontdaan van vel, met graten

Gefileerd, ontdaan van het vel, maar met graten

GHT

Ontdaan van ingewanden, kop en staart

GUH+TLD

GUG

Ontdaan van ingewanden en kieuwen

Zonder ingewanden en kieuwen

GUH

Ontdaan van ingewanden en kop

Zonder ingewanden en kop

GUL

Zonder ingewanden, maar met lever

GUT zonder de lever te verwijderen

GUS

Ontdaan van ingewanden, kop en vel

GUH+SKI

GUT

Ontdaan van ingewanden

Zonder ingewanden

HEA

Ontdaan van kop

Zonder kop

JAP

Japanse versnijding

Dwarse doorsnede waarbij alle delen van kop tot buik zijn verwijderd

JAT

Japanse versnijding zonder staart

JAP + zonder staart

LAP

Lappen

Dubbele filet; HEA, met vel, staart en vinnen

LVR

Lever

Uitsluitend de lever; bij een collectieve aanbiedingsvorm moet de code LVR-C worden gebruikt.

OTH

Overige

Alle andere aanbiedingsvormen (1)

KUIT

Kuit

Uitsluitend kuit; bij een collectieve aanbiedingsvorm moet de code ROE-C worden gebruikt.

SAD

Gezouten en gedroogd

Zonder kop, maar met vel, graat en staart, en onmiddellijk gezouten

SAL

Gezouten en nat

CBF+gezouten

SGH

Gezouten, ontdaan van ingewanden en kop

GUH+gezouten

SGT

Gezouten, ontdaan van ingewanden

GUT+gezouten

SKI

Ontdaan van vel

Zonder vel

SUR

Surimi

Surimi

TAL

Staart

Alleen staarten

TLD

Ontdaan van de staart

Zonder staart

TNG

Tong

Alleen de tong; bij een collectieve aanbiedingsvorm moet de code TNG-C worden gebruikt.

TUB

Mantel

Alleen de mantel (inktvis)

WHL

In gehele staat

Geen enkele vorm van verwerking

WNG

Vleugels

Alleen de vleugels


Tabel 2

Staat van verwerking

CODE

STAAT

ALI

Levend

BOI

Gekookt

DRI

Gedroogd

FRE

Vers

FRO

Bevroren

SAL

Gezouten


(1)  Kapiteins van vissersvaartuigen die in de aangiften van overlading/aanlanding de code van de aanbiedingsvorm „OTH” (overige) gebruiken, dienen precies te omschrijven wat met de aanbiedingsvorm „OTH” wordt bedoeld.


BIJLAGE II

IN DE VISVERGUNNING TE VERMELDEN MINIMUMGEGEVENS

1.   GEGEVENS BETREFFENDE HET VISSERSVAARTUIG (1)

Nummer in het EU-vlootregister (2)

Naam vissersvaartuig (3)

Vlaggenstaat/Land van registratie (3)

Haven van registratie (naam en nationale code (3))

Externe kentekens (3)

Internationale radioroepnaam (IRCS (4))

2.   HOUDER VAN DE VERGUNNING/EIGENAAR VAN HET VISSERSVAARTUIG (2) /GEMACHTIGDE VOOR HET VISSERSVAARTUIG (2)

Naam natuurlijke of rechtspersoon

3.   KENMERKEN VISSERIJCAPACITEIT

Motorvermogen (kW) (5)

Tonnage (BT) (6)

Lengte over alles (6)

Voornaamste vistuig (7)

Bijkomend vistuig (7)

EVENTUEEL: ANDERE NATIONALE MAATREGELEN


(1)  Deze gegevens worden pas in de visvergunning opgenomen bij registratie van het vaartuig in het EU-vissersvlootregister overeenkomstig Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 25).

(2)  Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 26/2004.

(3)  Voor vaartuigen met een naam.

(4)  Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 26/2004 voor vaartuigen die een IRCS moeten hebben.

(5)  Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2930/86.

(6)  Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2930/86. Deze gegevens worden pas in de visvergunning opgenomen bij registratie van het vaartuig in het EU-vissersvlootregister overeenkomstig Verordening (EG) nr. 26/2004.

(7)  Overeenkomstig de internationale statistische standaardindeling van vistuig (ISSCFCG).


BIJLAGE III

IN DE VISMACHTIGING TE VERMELDEN MINIMUMGEGEVENS

A.   IDENTIFICATIE

1.

Nummer in het EU-vlootregister (1)

2.

Naam van het vissersvaartuig (2)

3.

Externe kentekens (1)

B.   VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE VISSERIJ

1.

Datum van afgifte:

2.

Geldigheidsduur:

3.

Aan de machtiging verbonden voorwaarden betreffende, in voorkomend geval, soort, gebied en vistuig:

 

Van ../../..

tot ../../..

Van ../../..

tot ../../..

Van ../../..

tot ../../..

Van ../../..

tot ../../..

Van ../../..

tot ../../..

Van ../../..

tot ../../..

Gebied

 

 

 

 

 

 

Soort

 

 

 

 

 

 

Vistuig

 

 

 

 

 

 

Andere voorwaarden

 

 

 

 

 

 

Eventuele andere vereisten die voortvloeien uit een vismachtigingsaanvraag.


(1)  Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 26/2004.

(2)  Voor vaartuigen met een naam.


BIJLAGE IV

KENMERKEN VAN DE MARKERINGSBOEIEN

Image

EINDMARKERINGSBOEIEN IN DE WESTELIJKE SECTOR

Image

EINDMARKERINGSBOEIEN IN DE OOSTELIJKE SECTOR

Image

TUSSENMARKERINGSBOEIEN

Image


BIJLAGE V

FORMAAT VOOR DE ELEKTRONISCHE DOORGIFTE VAN VMS-GEGEVENS DOOR DE VLAGGENLIDSTAAT AAN DE KUSTLIDSTAAT

A.   Inhoud van het positierapport en omschrijving van de gegevenselementen

Categorie

Gegevenselement

Veldcode

Type

Inhoud

Verplicht (C)/

Optioneel (O)

Omschrijving

Systeemgegeven

Begin record

SR

 

 

C

Geeft begin record aan

 

Einde record

ER

 

 

C

Geeft einde record aan

Berichtgegevens

Adres bestemming

AD

Char (3)3

ISO 3166-1 alfa-3

C

Adres in de kustlidstaat dat het bericht ontvangt. Drieletterige ISO-landcode

 

Van

FR

Char (3)3

ISO 3166-1 alfa-3

C

Drieletterige ISO-landcode van de vlaggenlidstaat die het bericht doorgeeft

 

Type bericht

TM

Сhаr (3)3

Code

C

Eerste drie letters van het berichttype (POS — voor positierapport)

 

Datum

DA

Num (3)8

JJJJMMDD

C

Jaar, maand en dag van de doorgifte

 

Tijdstip

TI

Num (3)4

UUMM

C

Tijdstip van doorgifte (in UTC)

Registratiegegevens vissersvaartuig

Nummer in EU-vlootregister

IR

Char (3)12

ISO 3166-1 alfa-3 +Char (3)9

O (1)

Nummer in het EU-vlootregister, bestaande uit de drieletterige ISO-landcode en de code van het vissersvaartuig

 

Vlaggenstaat

FS

Char (3)3

ISO 3166-1 alfa-3

C

Drieletterige ISO-landcode van de vlaggenlidstaat van het vaartuig

 

Radioroepnaam

RC

Char (3)7

IRCS-code

C

Internationale radioroepnaam van het vissersvaartuig

 

Naam vissersvaartuig

NA

Char (3)30

ISO 8859-1

O

Naam van het vissersvaartuig

 

Externe registratie

XR

Char (3)14

ISO 8859-1

O

Nummer van het vissersvaartuig op de zijkant van de romp

Gegevens over de activiteit

Breedtegraad (decimalen)

LT

Char (3)7

+/-DD.ddd

C

Breedtegraad van het vissersvaartuig ten tijde van de doorgifte, uitgedrukt in decimale graden, overeenkomstig het WGS84-coördinatensysteem (2)

 

Lengtegraad (decimalen)

LG

Char (3)8

+/-DDD.ddd

C

Breedtegraad van het vissersvaartuig ten tijde van de doorgifte, uitgedrukt in decimale graden, overeenkomstig het WGS84-coördinatensysteem. Nauwkeurig tot op 3 decimalen. Posities op het westelijke halfrond negatief (2).

 

Snelheid

SP

Num (3)3

Knopen (3) 10

C

Snelheid van het vissersvaartuig in tienden van knopen. Bijv. //SP/105 = 10,5 knopen

 

Koers

CO

Num (3)3

Schaal 360 graden

C

Koers van het vissersvaartuig op een schaal van 360°. Bijv. //CO/270 = 270°

 

Nummer zeereis

TN

Num (3)3

001-999

O

Serienummer van de visreis in het lopende jaar

B.   Structuur van het positierapport

Elke gegevensdoorgifte dient op de volgende manier te worden gestructureerd:

dubbele schuine streep (//) en de letters „SR” voor het begin van een record;

dubbele schuine streep (//) en veldcode voor het begin van een gegevenselement;

enkele schuine streep (/) als scheiding tussen de veldcode en het gegeven;

gegevensparen worden gescheiden door een spatie;

de letters „ER” en een dubbele schuine streep (//) voor het einde van een record.


(1)  Verplicht voor EU-vissersvaartuigen.

(2)  Het plusteken (+) hoeft niet te worden doorgegeven; introducerende nullen mogen worden weggelaten.

(3)  Drieletterige ISO-codes voor internationale organisaties:

XEU

Europese Commissie

XFA

CFCA

XNW

NAFO

XNE

NEAFC

XIC

ICCAT

XCA

CCAMLR


BIJLAGE VI

FORMAAT VOOR HET GEÏNTEGREERDE EU DOCUMENT (VISSERIJLOGBOEK EN AANGIFTEN VAN AANLANDING/OVERLADING)

Image


BIJLAGE VII

FORMAAT VOOR HET VISSERIJLOGBOEK EN DE AANGIFTEN VAN AANLANDING/OVERLADING VAN DE EUROPESE UNIE

(MIDDELLANDSE ZEE)

Image


BIJLAGE VIII

EU VISSERIJLOGBOEK VOOR NAFO-DEELGEBIED 1 EN ICES-SECTOREN V(a) EN XIV

Naam vissersvaartuig/Externe identificatie/IRCS

 

Datum

NAFO-deelgebied/ICES-sector

 

 

Dag

Maand

Jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tijdstip begin trek

(GMT)

Tijdstip einde trek

(GMT)

Aantal visuren

Positie bij begin trek

Type vistuig

Aantal gebruikte netten of lijnen

Maaswijdte

Vangst per soort (kg – levend gewicht)

Breedtegraad

Lengtegraad

NAFO-deelgebied/ICES-sector

 

Kabel-jauw

(101)

Roodbaars

(103)

Zwarte heilbot/Groenlandse heilbot

(118)

Heilbot

(120)

Zeewolf

(340)

Lodde

(340)

Garnaal

(639)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Subtotaal per dag

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal voor de visreis

Aan boord gehouden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Teruggegooid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In kg uitgedrukt levend gewicht van de op dezelfde dag voor menselijke consumptie verwerkte hoeveelheden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In kg uitgedrukt levend gewicht van de op dezelfde dag tot vismeel verwerkte hoeveelheden (reductie)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

Opmerkingen

 

Handtekening van de kapitein


BIJLAGE IX

EU-AANGIFTE VAN AANLANDING/OVERLADING  (1) VOOR NAFO-DEELGEBIED 1 EN ICES-SECTOREN V(a) EN XIV

Naam vissersvaartuig/Extern identificatienummer (1)

IRCS (2)

(3) Bij overlading

Naam en/of radioroepnaam, externe

identificatie en nationaliteit van het ontvangende vissersvaartuig:


 

Dag

Maand

Uur

Jaar

2.0 …

Naam van de gemachtigde:

Naam van de kapitein:

Vertrek (4)

 

 

 

van

 

 

 

Terugkeer (5)

 

 

naar

 

 

 

Aanlanding (6)

 

 

 

 

 

Handtekening:

Handtekening:


Vermeld het gewicht in kg of de gebruikte eenheid (bijv. doos, mand) en het aangelande gewicht in kg van deze eenheid:

 

kg (18) (19)


Soort

ICES/NAFO (1)

Visserijgebied niet lidstaten

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

Aanbiedingsvorm

(17)

In gehele staat

Zonder ingewanden

Zonder kop

Filet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.


BIJLAGE X

INSTRUCTIES VOOR KAPITEINS VAN EU-VISSERSVAARTUIGEN DIE PAPIEREN VISSERIJLOGBOEKEN EN PAPIEREN AANGIFTEN VAN AANLANDING/OVERLADING MOETEN INVULLEN EN OVERLEGGEN

1.   Voor visserijlogboekgegevens inzake het vissersvaartuig: gebruik de formaten in de bijlagen VI, VII en VIII.

1.1.   De onderstaande algemene vaartuiggegevens moeten in het visserijlogboek (onder het juiste referentienummer) worden geregistreerd.

Vaartuiggegevens en visreisdata

Referentienummer in het visserijlogboek

Gegevenselement

(C=verplicht)

(O=optioneel)

Omschrijving en/of registratietijdstip

(1)

Naam van het/de vissersvaartuig(en) en radioroepnaam

(C)

In te vullen op de eerste regel. Bij de spanvisserij moeten onder de naam van het vaartuig waarvoor het visserijlogboek wordt ingevuld, met betrekking tot het tweede vissersvaartuig de naam, de naam van de kapitein, de nationaliteit en de externe identificatiekentekens worden vermeld.

(2)

Externe identificatie

(C)

Op de romp aangebrachte externe identificatiekentekens

(3)

Naam en adres van de kapitein

(C)

Naam, voornaam en adres van de kapitein (straat, huisnummer, plaats, lidstaat).

De gevangen en aan boord gehouden hoeveelheden worden tevens door de kapitein(s) van het/de andere vissersvaartuig(en) in zijn/hun visserijlogboek geregistreerd, op zodanige wijze dat dubbele telling van de vangsten wordt voorkomen.

(4)

Dag, maand, uur (plaatselijk) en haven van vertrek

(C)

In te vullen vóór het vertrek van het vissersvaartuig uit de haven.

(5)

Dag, maand, uur (plaatselijk) en haven van terugkeer

(C)

In te vullen vóór het binnenvaren van de haven.

(6)

Datum en haven van aanlanding, indien deze verschillen van (5)

(C)

In te vullen vóór het binnenvaren van de haven van aanlanding.

(7)

Datum, naam, radioroepnaam, nationaliteit en externe identificatiekentekens van het ontvangende vissersvaartuig

(C)

In te vullen bij overlading.

Gegevens over het vistuig

(8)

Vistuig

(C)

Het type vistuig moet worden aangegeven aan de hand van de code in kolom 1 van bijlage XI.

(9)

Maaswijdte

(C)

In mm.

(10)

Afmetingen

(O)

Omvang en afmetingen van het tuig moeten worden aangegeven conform de specificaties in kolom 2 van bijlage XI.

Gegevens over de visserijactiviteiten

(11)

Datum

(C)

De datum van elke zeedag moet worden ingevuld op een nieuwe regel.

(12)

Aantal visserijactiviteiten.

(C)

Het aantal visserijactiviteiten moet worden aangegeven conform de specificaties in kolom 3 van bijlage XI (C).

(13)

Vistijd

(O)

De totale duur van het zoeken naar vis (bijv. met sonar) en het vissen zelf moet worden opgegeven en stemt overeen met het aantal op zee doorgebrachte uren min de tijd die nodig is voor de vaart naar, tussen en van de visgronden, voor het reven, voor inactiviteit of voor het wachten op reparatie.

(14)

Positie

(C)

Het betrokken geografische vangstgebied is het statistisch vak waarin het grootste deel van de vangst is bovengehaald, gevolgd door een verwijzing naar de/het betrokken ICES sector, ICES deelsector, CECAF deelgebied, GFCM deelgebied of NAFO deelgebied. (C)

Voorbeelden:

 

„ICES-sector, CECAF deelgebied, GFCM deelgebied, NAFO deelgebied en NEAFC deelgebied”: vermeld deze aan de hand van de kaarten die in de omslag van het visserijlogboek zijn afgedrukt en gebruik daarvoor de code voor elke sector/elk deelgebied in een statistisch vak, bijv. IVa, VIb, VIId.

 

„Statistisch vak”: zie de ICES-vakken op de kaarten die in de omslag van het visserijlogboek zijn afgedrukt. Deze vakken hebben als grens een breedtecirkel op een geheel aantal graden of een geheel aantal graden plus 30 minuten en een lengtecirkel op een geheel aantal graden. Geef met een combinatie van cijfers en een letter het statistisch vak aan waarin het grootste gedeelte van de vangst is bovengehaald (bijv. het gebied tussen 56° en 56°30′ noorderbreedte en 6° en 7° oosterlengte = ICES-code 41/F6).

(C)

De kapitein mag echter alle statistische vakken vermelden waarin het vissersvaartuig op een bepaalde dag heeft gevist.

(O)

„Visserijgebied derde land”: vermeld het/de visserijgebied(en) van niet lidstaten of van de zich buiten de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat bevindende wateren, met gebruikmaking van ISO 3166 drieletterige landcodes.

Bijv. NOR= Noorwegen

FRO= Faeröer

CAN= Canada

ISL= IJsland

INT= volle zee

(C)

(15)

Hoeveelheden van de aan boord gehouden vangsten

(C)

Wanneer de aan boord gehouden hoeveelheid per soort meer levendgewichtequivalent bedraagt, moeten deze in het visserijlogboek worden genoteerd. In deze hoeveelheden zijn de voor consumptie door de bemanning van het vaartuig apart gehouden hoeveelheden begrepen. Er wordt gebruik gemaakt van drieletterige FAO soortencodes.

De vangst per soort wordt in kg levendgewichtequivalent geregistreerd.

(O) Indien deze vangsten in manden, kisten, bakken, dozen, zakken of andere containers, of in blokken wordt bewaard, wordt het nettogewicht van de eenheid in kg levendgewichtequivalent geregistreerd, alsmede het precieze aantal eenheden. Als alternatief mag de vangst die in dergelijke eenheden aan boord wordt gehouden, in kg levendgewichtequivalent worden geregistreerd.

(16)

Geraamde teruggooi

(C)

Elke teruggooi van meer dan 50 kg levendgewichtequivalent per soort wordt genoteerd. Teruggooi van soorten die worden gevangen om als levend aas te worden gebruikt en in het visserijlogboek onder nr. 15 zijn vermeld, worden eveneens geregistreerd.

2.   Instructies betreffende de aangifte van aanlanding/overlading

2.1.   Zie de formaten in de bijlagen VI en IX (voor aanlandingen/overladingen in NAFO-deelgebied 1 en ICES-sectoren Va)

2.2.   Te verstrekken gegevens

Met betrekking tot visserijproducten die zijn aangeland of overgeladen en aan de hand van door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten goedgekeurde weegsystemen zijn gewogen op het overladende of het ontvangende vissersvaartuig, wordt het daadwerkelijke, in kg uitgedrukte gewicht van de aangelande of overgeladen hoeveelheden per soort genoteerd op de aangifte van aanlanding/overlading, met vermelding van:

a)

de aanbiedingsvorm van de vis (referentienummer (17) in het visserijlogboek);

b)

de maateenheid voor de aangelande hoeveelheden (referentienummer (18) in het visserijlogboek); vermeld het gewicht van de eenheid in kg productgewicht. Deze maateenheid mag een andere zijn dan die welke eerder in het visserijlogboek werd gebruikt;

c)

het totaalgewicht van elke aangelande/overgeladen soort (referentienummer (19) in het visserijlogboek); vermeld voor alle soorten het daadwerkelijk aangelande/overgeladen gewicht;

d)

het gewicht is het gewicht van het product bij aanlanding, dat wil zeggen na eventuele verwerking aan boord. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat berekenen dan aan de hand van omrekeningsfactoren het levendgewichtequivalent;

e)

handtekening van de kapitein (20);

f)

handtekening en naam en adres van de gemachtigde (in voorkomend geval) (21);

g)

ICES sector/ deelgebied NAFO/CECAF/GFCM/Zwarte Zee / zone Frans Guyana (FAO gebied 31) of beheersgebied en visserijgebied derde land (referentienummer (22) in het visserijlogboek). Cf. referentienummer (14) hierboven.

3.   Extra instructies voor kapiteins van EU vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer die niet vallen onder de verplichtingen van artikel 9 van de controleverordening, de VMS verplichtingen of de verplichtingen inzake het elektronisch invullen en overleggen van visserijlogboekgegevens overeenkomstig artikel 15 van de controleverordening, en die de visserijinspanning in een visserijlogboek moeten registeren

Deze instructies zijn van toepassing op de kapiteins van EU vissersvaartuigen die krachtens de EU-voorschriften moeten registreren hoeveel tijd zij actief zijn in visserijtakken die onder visserijinspanningsregelingen vallen:

a)

alle krachtens dit deel vereiste gegevens moeten in het visserijlogboek worden geregistreerd tussen de referentienummers (15) en (16);

b)

de tijd wordt uitgedrukt in UTC;

c)

de soorten worden geregistreerd aan de hand van de drieletterige vissoortcodes van FAO.

3.1.   Gegevens over de visserijinspanning

a)   Doorvaren van een inspanningsgebied

Wanneer een gemachtigd vissersvaartuig een inspanningsgebied doorvaart zonder visserijactiviteiten in dat gebied uit te voeren, wordt een extra regel in het visserijlogboek ingevuld. Op deze regel moeten de volgende gegevens worden vermeld:

de datum;

het inspanningsgebied;

de data en tijdstippen van elke binnenvaart/buitenvaart;

de positie bij elke binnen en buitenvaart, in lengte en breedtegraad;

de aan boord gehouden vangsten op het tijdstip van binnenvaren, gespecificeerd naar soort;

het woord „doorvaren”.

b)   Binnenvaren van een inspanningsgebied

Wanneer het vissersvaartuig een inspanningsgebied binnenvaart waar het een visserijactiviteit zou kunnen uitoefenen, wordt een extra regel in het visserijlogboek ingevuld. Op deze regel moeten de volgende gegevens worden vermeld:

de datum;

het woord „binnenvaren”;

het inspanningsgebied;

de positie in lengte- en breedtegraad;

het tijdstip van binnenvaren;

de aan boord gehouden vangsten op het tijdstip van binnenvaren, gespecificeerd naar soort, en

de doelsoort(en).

c)   Buitenvaren van een inspanningsgebied

Wanneer het vaartuig een inspanningsgebied verlaat waar het een visserijactiviteit heeft uitgeoefend en wanneer het vaartuig een ander inspanningsgebied binnenvaart waarin het van plan is te vissen, wordt een extra regel in het visserijlogboek ingevuld. Op deze regel moeten de volgende gegevens worden vermeld:

de datum;

het woord „binnenvaren”;

de positie in lengte- en breedtegraad;

het nieuwe inspanningsgebied;

het tijdstip van buitenvaren/binnenvaren;

de aan boord gehouden vangsten op het tijdstip van buitenvaren/binnenvaren, gespecificeerd naar soort, en

de doelsoort(en).

Wanneer een vissersvaartuig een inspanningsgebied verlaat waar het een visserijactiviteit heeft uitgeoefend en waar het voorts geen visserijactiviteit meer zal uitoefenen, wordt een extra regel in het visserijlogboek ingevuld. Op deze regel moeten de volgende gegevens worden vermeld:

de datum;

het woord „buitenvaren”;

de positie in lengte- en breedtegraad;

het inspanningsgebied;

het tijdstip van buitenvaren;

de aan boord gehouden vangsten op het tijdstip van buitenvaren, gespecificeerd naar soort, en

de doelsoort(en).

Transzonale visserij wanneer het vaartuig transzonale visserijactiviteiten verricht (1).

Wanneer het vaartuig transzonaal vist, wordt een extra regel ingevuld. Op deze regel moeten de volgende gegevens worden vermeld:

de datum;

het woord „transzonaal”;

het tijdstip van de eerste buitenvaart en het inspanningsgebied;

de positie bij de eerste binnenvaart, in lengte en breedtegraad;

het tijdstip van de laatste binnenvaart en het inspanningsgebied;

de positie bij de laatste buitenvaart, in lengte en breedtegraad;

de aan boord gehouden vangsten op het tijdstip van buitenvaren/binnenvaren, gespecificeerd naar soort, en

de doelsoort(en).

d)   Vissersvaartuigen die passief vistuig gebruiken, dienen bovendien de onderstaande gegevens te verstrekken.

Bij het inzetten of opnieuw inzetten van passief vistuig moeten de volgende gegevens op die regel worden vermeld:

de datum;

het inspanningsgebied;

de positie in lengte- en breedtegraad;

het woord „inzetten” of „opnieuw inzetten”;

het tijdstip.

Bij het beëindigen van de verrichtingen met statisch vistuig door het vissersvaartuig moeten de volgende gegevens worden vermeld:

de datum;

het inspanningsgebied;

de positie in lengte- en breedtegraad;

het woord „beëindigd”;

het tijdstip.

3.2.   Gegevens betreffende de melding van de verplaatsingen van het vaartuig

Wanneer een vissersvaartuig dat visserijactiviteiten verricht, overeenkomstig artikel 28 van de controleverordening een visserijinspanningsverslag aan de bevoegde autoriteiten moet doen toekomen, moeten de in punt 3.1 bedoelde gegevens worden aangevuld met:

a)

de datum en het tijdstip van de melding;

b)

de geografische positie van het vissersvaartuig in lengte en breedtegraad;

c)

het gebruikte communicatiemiddel en, eventueel, het gebruikte radiostation, en

d)

de bestemming(en) van de melding.


(1)  De vaartuigen die binnen een afstand van ten hoogste 5 zeemijl vanaf de grens tussen twee inspanningszones blijven, moeten gedurende een periode van 24 uur alleen het tijdstip vermelden waarop zij de eerste maal de inspanningszone binnenvaren en dat waarop zij de laatste maal de inspanningszone verlaten.


BIJLAGE XI

CODES VOOR VISTUIG EN VISSERIJACTIVITEITEN

Type vistuig

Kolom 1

Code

Kolom 2

Afmetingen/aantal (meter)

(optioneel)

Kolom 3

Aantal uitzettingen per dag

(verplicht)

Bodemottertrawl

OTB

Model van de trawl (specificeer het model of de omtrek ter hoogte van de opening)

Aantal uitzettingen

Kreeftentrawls

TBN

Garnalentrawls

TBS

Bodemtrawls (niet gespecificeerd)

TB

Boomkor

TBB

Boomlengte × aantal bomen

Aantal uitzettingen

Dubbele-bordentrawls

OTT

Model van de trawl (specificeer het model of de omtrek ter hoogte van de opening) x het aantal trawls

Aantal uitzettingen

Bodemspantrawl

PTB

Model van de trawl (specificeer het model of de omtrek ter hoogte van de opening)

Pelagische ottertrawl

OTM

Model van de trawl

Pelagische spantrawl

PTM

Model van de trawl

ZEGENNETTEN

Deense zegen

SDN

Totale lengte van de zegenlijnen

Aantal uitzettingen

Schotse zegen

SSC

Schotse spanzegen

SPR

Zegennetten (niet gespecificeerd)

SX

Bootzegen

SV

OMSLUITINGSNETTEN

Ringzegen

PS

Lengte, hoogte

Aantal uitzettingen

Door één vaartuig bediende ringzegen

PS1

Lengte, hoogte

Door twee vaartuigen bediende ringzegen

PS2

 

Ringzegens zonder sluitlijn (lampara)

LA

 

KORREN

Kor

DRB

Breedte × aantal korren

Aantal uitzettingen

KIEUWNETTEN EN WARNETTEN

Kieuwnetten (niet gespecificeerd)

GN

Lengte, hoogte

Aantal netten dat per dag is uitgezet

Geankerd kieuwnet (staand net)

GNS

Kieuwnet (drijfnet)

GND

Kieuwnet (omringend)

GNC

Combinatie kieuw- en schakelnetten

GTN

Schakelnetten

GTR

VALLEN

Korven

FPO

Aantal korven dat per dag is uitgezet

 

Vallen (niet gespecificeerd.)

FIX

Niet gespecificeerd

 

HAKEN EN LIJNEN

Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend)

LHP

Totaal aantal haken/lijnen dat per dag is uitgezet

Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal)

LHM

Grondbeugen

LLS

Aantal haken en lijnen dat per dag is uitgezet

Drijvende beugen

LLD

Beuglijnen, niet nader gespecificeerd

LL

Sleeplijnen

LTL

 

 

Haken en lijnen (niet gespecificeerd.)

LX

 

 

VERZAMELMACHINES

Motordreggen

HMD

 

 

 

 

 

 

Diverse soorten vistuig

MIS

 

 

Recreatievistuig

RG

 

 

Onbekend of niet nader gespecificeerd vistuig

NK

 

 


BIJLAGE XII

FORMAAT VOOR ELEKTRONISCHE GEGEVENSREGISTRATIE EN GEGEVENSUITWISSELING (VERSIE 3.0)

(1)

Als tekensetdefinities voor ERS moet gebruik worden gemaakt van Western character set (UTF-8).

(2)

Alle 3-tekencodes zijn XML-elementen (codes van 3 tekens), alle 2-tekencodes zijn XML-kenmerken.

(3)

De XML-voorbeeldfiles, de meest recente XSD-referentiedefinitie en de tabelversie van deze bijlage worden op de visserijwebsite van de Europese Commissie gezet.

(4)

Alle gewichten in de tabel worden uitgedrukt in kg, zo nodig tot op 2 decimalen nauwkeurig.

Overzichtstabel van de handelingen

Nr.

Naam van het element of kenmerk

Code

Omschrijving en inhoud

Verplicht (C) / Verplicht indien (CIF) (2)/

Optioneel (O) (3)

1

OPS-ELEMENT

OPS

Handelingselement: hoogste niveau van alle handelingen die met het oog op verzending naar de webdienst worden verricht. Het OPS-element moet één van de volgende subelementen bevatten: DAT, RET, DEL, COR, QUE, RSP

 

2

Land van bestemming

AD

Bestemming van het bericht (drieletterige ISO-landcode)

C

3

Verzendend land

FR

Land dat de gegevens verzendt (IS0-drielettercode)

C

4

Nummer

ON

Uniek identificatienummer (AAAJJJJMMDD999999) dat door de verzender wordt gegenereerd

C

5

Datum

OD

Datum van doorgifte van het bericht (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

6

Tijdstip

OT

Tijdstip van doorgifte van het bericht (UU:MM in UTC)

C

7

Testvlag

TS

Vrije tekst

O

8

Gegevens

DAT

(zie details van subelementen en kenmerken van DAT)

CIF

9

Ontvangstbevestiging

RET

(zie details van subelementen en kenmerken van RET)

CIF

10

Schrapping

DEL

(zie details van subelementen en kenmerken van DEL)

CIF

11

Correctie

COR

(zie details van subelementen en kenmerken van COR)

CIF

12

Verzoek

QUE

(zie details van subelementen en kenmerken van QUE)

CIF

13

Antwoord

RSP

(zie details van subelementen en kenmerken van RSP)

CIF

14

 

 

 

 

15

Gegevens

DAT

Doorgifte van gegevens uit logboeken of verkoopdocumenten aan een andere LS

 

16

Elektronisch-meldsysteembericht (ERS-bericht)

ERS

Bevat alle relevante ERS-gegevens, d.w.z. het volledige bericht

C

17

Soort bericht

TM

Type bericht (in real time (CU — current) of uitgesteld (DE — delayed)

C

18

 

 

 

 

19

Schrapping

DEL

Verzoek aan de ontvangende lidstaat om schrapping van eerder verstuurde gegevens

 

20

Nummer van het record

RN

Nummer van het te schrappen record (AAAJJJJMMDD999999)

C

21

Reden van afwijzing

RE

Vrije tekst of codelijst met toelichting bij de verwerping

O

22

 

 

 

 

23

Correctie

COR

Verzoek aan een andere LS om correctie van eerder verstuurde gegevens

 

24

Nummer van het oorspronkelijke record

RN

Nummer van het te corrigeren record (AAAJJJJMMDD999999)

C

25

Reden voor correctie

RE

Vrije tekst of codelijst (4)

O

26

Nieuwe gecorrigeerde gegevens

ERS

Bevat alle relevante ERS-gegevens, d.w.z. het volledige bericht

C

27

 

 

 

 

28

Ontvangstbevestiging

RET

Ontvangstbevestiging als reactie op een DAT-, DEL- of COR-handeling

 

29

Nummer van het verzonden bericht

ON

Handeling nr. (AAAJJJJMMDD999999) waarvan de ontvangst wordt bevestigd

C

30

Retourstatus

RS

Geeft de status van het ontvangen bericht/verslag aan (4)

C

31

Reden van afwijzing

RE

Vrije tekst of codelijst (4) met toelichting bij de afwijzing

O

32

 

 

 

 

33

Verzoek

QUE

Verzoek tot verstrekking van visserijlogboekgegevens door een andere LS

 

34

Uit te voeren opdrachten

CD

Verkrijg de LOG-gegevens (voor maximaal 12 maanden; voor de volledige periode of gespecificeerd naar SD en ED —zie hieronder). De huidige en de meest recente beschikbare gegevens moeten steeds worden vermeld

C

35

Vaartuigidentificatie

ID

Ten minste één van de volgende: RC/IR/XR/NA

C

36

Vaartuigidentificatiewaarde

IV

In voorkomend geval conform de formattering van „vaartuigidentificatie”

C

37

Begindatum

SD

Begindatum van de periode waarop het verzoek betrekking heeft (vroegste datum in het verzoek) (JJJJ-MM-DD)

O

38

Einddatum

ED

Einddatum van de periode waarop het verzoek betrekking heeft (meest recente datum in het verzoek) (JJJJ-MM-DD)

O

39

 

 

 

 

40

Antwoord

RSP

Antwoord op een QUE-handeling

 

41

Elektronisch-meldsysteembericht (ERS-bericht)

ERS

Bevat alle relevante ERS-gegevens, afhankelijk van de in het verzoek opgenomen vaartuigidentificatie, d.w.z. het volledige bericht

O

42

Retourstatus

RS

Geeft de status van het ontvangen bericht/verslag aan (4)

C

43

Handeling nr.

ON

Het nummer van het verzoek (AAAJJJJMMDD999999) waarop wordt geantwoord.

C

44

Reden van afwijzing

RE

Bij een negatief antwoord: geef de reden waarom geen gegevens worden verstrekt. Vrije tekst of codelijst (4) met toelichting bij de afwijzing

O

45

Antwoordonderdelen

RP

Antwoorden met verschillende schemadefinities

C

46

 

 

 

 


Overzichtstabel visserijlogboek, verkoopdocument en vervoersdocument

Nr.

Naam van het element of kenmerk

Code

Omschrijving en inhoud

Verplicht (C) / Verplicht indien (CIF) (2)/

Optioneel (O) (3)

47

Elektronisch-meldsysteembericht (ERS-bericht)

ERS

Markering met het ERS-bericht. Het ERS-bericht bevat een LOG-, SAL- of TRN-aangifte

 

48

Nummer van het bericht (record)

RN

Volgnummer van het bericht (formaat AAAJJJJMMDD999999)

C

49

Datum van het bericht (record)

RD

Datum van doorgifte van het bericht (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

50

Tijdstip van het bericht (record)

RT

Tijdstip van doorgifte van het bericht (UU:MM:SS in UTC)

C

51

 

 

 

 

52

Visserijlogboekaangifte

LOG

LOG bevat één of meer van de volgende aangiften DEP, FAR, RLC, TRA, COE, COX, CRO, TRZ, INS, DIS, PNO, EOF, RTP, LAN, PNT

 

53

Nummer in het EU-vlootregister (CFR)

IR

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van de eerste registratie in de EU aangeeft en X een letter of een cijfer is

C

54

IRCS

RC

Internationale radioroepnaam

C

55

Externe identificatietekens op de romp van het vaartuig

XR

Op de romp aangebrachte registratiecijfers en -letters van het vaartuig

CIF FAR, PNO

56

Naam van het vaartuig

NA

Naam van het vaartuig

CIF FAR, PNO en overeenkomstig BFT-regels (blauwvintonijn)

57

Naam van de kapitein

MA

Naam van de kapitein (elke wijziging tijdens de visreis moet worden meegedeeld in de volgende LOG-doorgifte)

C

58

Adres van de kapitein

MD

Adres van de kapitein (elke wijziging tijdens de visreis moet worden meegedeeld in de volgende LOG-doorgifte)

C

59

Land van registratie

FS

Vlaggenstaat waar het vaartuig is geregistreerd. Drieletterige ISO-landcode

C

60

ICCAT-nummer van het vaartuig

IN

Nummer van het vaartuig in het ICCAT-vaartuigregister

CIF overeenkomstig BFT-regels

61

IMO-nummer van het vaartuig

IM

IMO-nummer, overeenkomstig BFT-regels

CIF overeenkomstig BFT-regels, en indien beschikbaar

62

 

 

 

 

63

Aangifte vertrek

DEP

Aangifte vertrek uit de haven. Vereist voor elk vertrek uit een haven, te zenden in het volgende bericht

 

64

Datum

DA

Datum van vertrek (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

65

Tijdstip

TI

Tijdstip van vertrek (UU:MM in UTC). Volledige tijd vereist in het kader van inspanningsregelingen. Indien slechts het tijdstip vereist is, mag de tijdsvermelding tot op het halve uur worden afgerond

C

66

Naam van de haven

PO

Havencode (tweeletterige ISO-landcode + drieletterige havencode) Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

C

67

Geplande activiteiten

AA

Codelijst (4)

O

68

Vistuig aan boord

GEA

(zie details van subelementen en kenmerken van GEA)

C

69

Subaangifte vangst aan boord (lijst van subaangiften soorten SPE)

SPE

(Zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

CIF vangst aan boord van het vaartuig

70

 

 

 

 

71

Rapport visserijactiviteit

FAR

Vereist tegen middernacht op elke zeedag of als antwoord op een verzoek van de vlaggenstaat

 

72

Markering voor verzending van het laatste verslag

LR

Markering die aangeeft dat dit het laatste FAR-verslag is dat zal worden verzonden (LR = 1). Elke op zee doorgebrachte dag moet het vaartuig een FAR versturen. Na verzending van een FAR met LR = 1 kan vóór het binnenvaren van een haven geen FAR meer worden verstuurd

CIF laatste bericht

73

Inspectiemarkering

IS

Markering die aangeeft dat dit visserijactiviteitenverslag is ontvangen net vóór een inspectie aan boord van het vaartuig. (IS=1). Dit gebeurt wanneer de inspecteur de visser vraagt zijn visserijlogboek vóór de verificatie bij te werken

CIF inspectie bezig

74

Datum

DA

Datum waarvoor visserijactiviteiten worden gemeld terwijl het vaartuig op zee is (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

75

Tijdstip

TI

Begintijdstip van de visserijactiviteit (UU:MM in UTC)

O

76

Partnervaartuig(en) bij spanvisserij

PFP

Wordt gespecificeerd wanneer bij de spanvisserij één of meer andere vaartuigen zijn betrokken. Is vereist voor een doeltreffend toezicht op de spanvisserij. Er kunnen meerdere partnervaartuigen aan de spanvisserij deelnemen. Elke deelnemende partner dient een PAR-aangifte in waarin alle andere partners worden vermeld. Bij spanvisserij zonder relocatie geeft het vaartuig dat de hele vangst bovenhaalt, de SPE-elementen op en beperken de andere vaartuigen zich tot het opgeven van het RAS-element. Bij spanvisserij met relocatie worden ook de RLC-aangiften ingediend. (zie details van subelementen en kenmerken van PFP)

CIF spanvisserij mét partners, die niet onder de BFT-regels valt

77

Subaangifte betrokken gebied

RAS

Specificeer indien geen vangsten zijn gedaan (voor inspanningsdoeleinden) (4).

(zie details van subelementen en kenmerken van RAS)

CIF bij gebrek aan te registreren SPE (en in het kader van inspanningsregelingen)

78

Subaangifte positie

POS

Positie om 12.00 uur wanneer geen vangst is gedaan.

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

CIF overeenkomstig BFT-regels

79

Subaangifte vistuig

GEA

(Zie details van subelementen en kenmerken van GEA).

Maximaal één GEA per FAR

CIF er uitzettingen zijn gedaan

80

Subaangifte verlies vistuig

GLS

(zie details van subelementen en kenmerken van GLS)

CIF dit volgens de voorschriften vereist is (3)

81

Subaangifte vangst (lijst van subaangiften soorten SPE )

SPE

Vangst aan boord van dit vaartuig in het kader van deze visserijactiviteit.

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

Bij een gezamenlijke visserijactiviteit overeenkomstig BFT-regels: vermeld de totale en toegewezen SPE in de CVT-, CVO- en JCI-aangifte

CIF vis is gevangen en niet bij JFO overeenkomstig BFT-regels

82

Subaangifte overladend visserijvaartuig

CVT

(zie details van subelementen en kenmerken van CVT) Bij gezamenlijke visserijactiviteiten overeenkomstig BFT-regels moet de informatie over het „visserijvaartuig dat de vis overdraagt” door elk bij de JFO betrokken vaartuig worden gerapporteerd.

CIF JFO overeenkomstig BFT-regels

83

Subaangifte(n) ander(e) visserijvaartuig(en)

CVO

(zie details van subelementen en kenmerken van CVO) Bij gezamenlijke visserijactiviteiten overeenkomstig BFT-regels moet de informatie over het „andere, bij de JFO betrokken visserijvaartuig” door elk bij de JFO betrokken vaartuig worden gerapporteerd.

CIF JFO overeenkomstig BFT-regels

84

Subaangifte vangstgegevens

JCI

(zie details van subelementen en kenmerken van JCI) Bij gezamenlijke visserijactiviteiten overeenkomstig BFT-regels moet de informatie over de totale JFO-vangst door elk bij de JFP betrokken vaartuig worden gerapporteerd.

CIF JFO overeenkomstig BFT-regels

85

ICCAT-JFO-nummer

JF

ICCAT-JFO-nummer, optioneel in het kader van BFT-regels

O

86

 

 

 

 

87

Aangifte van relocatie

RLC

Gebruikt als de vangst (volledig of gedeeltelijk) wordt overgeheveld of verplaatst van gemeenschappelijk vistuig naar een vaartuig, of van het ruim of het vistuig van een vaartuig naar een net, container of hok (buiten het vaartuig), waarin de levende vangst wordt bewaard tot de aanlanding

 

88

Datum

DA

Datum van relocatie van de vangst terwijl het vaartuig op zee is (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

89

Tijdstip

TI

Tijdstip van relocatie (UU:MM in UTC)

CIF overeenkomstig BFT-regels

90

Ontvangend vaartuig

REC

Identificatie ontvangend vaartuig

(zie details van subelementen en kenmerken van REC).

Voor overheveling overeenkomstig BFT-regels: vul BTI in

CIF relocatie en niet overeenkomstig BFT-regels

91

Overladend(e) vaartuig(en)

DON

Identificatie overladend(e) vaartuig(en)

(zie details van subelementen en kenmerken van DON)

Voor overheveling overeenkomstig BFT-regels: vul BTI in

CIF relocatie en niet overeenkomstig BFT-regels

91

Relocatie naar

RT

Drielettercode voor relocatiebestemming (4)

CIF vereist, met name overeenkomstig BFT-regels

92

Subaangifte positie

POS

Positie waar de overheveling plaatsvindt

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

93

Subaangifte vangst (lijst van subaangiften soorten SPE )

SPE

Hoeveelheid gereloceerde vis.

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

Overeenkomstig BFT-regels: vul BTI in

CIF relocatie en niet overeenkomstig BFT-regels

94

BFT Subaangifte overhevelingsgegevens

BTI

(zie details van subelementen en kenmerken van BTI)

Overeenkomstig BFT-regels: vul BTI in in plaats van DON, REC en SPE

CIF overeenkomstig BFT-regels

95

 

 

 

 

96

Aangifte van overlading

TRA

Voor elke overlading van de vangst is een aangifte vereist van zowel het overladende als het ontvangende vaartuig

 

97

Datum

DA

Begin van TRA (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

98

Tijdstip

TI

Begin van TRA (UU:MM in UTC)

O

99

Subaangifte betrokken gebied

RAS

Het geografische gebied waar de overlading plaatsvond (4).

(zie details van subelementen en kenmerken van RAS)

CIF overlading op zee plaatsvond

100

Naam van de haven

PO

Havencode (tweeletterige ISO-landcode + drieletterige havencode) Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

CIF overlading in de haven plaatsvond

101

Nummer van het ontvangende vaartuig in het EU-vlootregister (CFR)

IR

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van registratie in de EU aangeeft en X een letter of een cijfer is

CIF EU-vissersvaartuig

102

Overlading: ontvangend vaartuig

TT

Internationale radioroepnaam van het ontvangende vaartuig

C

103

Overlading: vlaggenstaat van het ontvangende vaartuig

TC

Vlaggenlidstaat van het vaartuig dat de overlading ontvangt (drieletterige ISO-landcode)

C

104

Nummer van het overladende vaartuig in het EU-vlootregister (CFR)

RF

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van de eerste registratie in de EU aangeeft en X een letter of een cijfer is

CIF EU-vissersvaartuig

105

Overlading: (overladend) vaartuig

TF

Internationale radioroepnaam van het overladende vaartuig

C

106

Overlading: vlaggenstaat van het overladende vaartuig

FC

Vlaggenstaat van het overladende vaartuig (drieletterige ISO-landcode)

C

107

Subaangifte positie

POS

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

CIF vereist (3)

(NEAFC-, NAFO-wateren of BFT-regels)

108

Overgedragen vangst (lijst van subaangiften soorten SPE)

SPE

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

109

 

 

 

 

110

COE: aangifte van binnenvaren van een inspanningsgebied

COE

Aangifte van binnenvaren van een inspanningsgebied. Indien de visserij in het gebied valt onder een visserijinspanningsregeling

CIF vereist

111

Datum

DA

Datum van binnenvaren (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

112

Tijdstip

TI

Tijdstip van binnenvaren (UU:MM in UTC)

C

113

Doelsoort(en)

TS

Soorten waarop in het gebied gericht wordt gevist (4)

CIF visserijactiviteiten vallen onder inspanningsregeling en geen doorvaart van gebieden plaatsvindt

114

Subaangifte betrokken gebied

RAS

Geografische positie van het vaartuig (4).

(zie details van subelementen en kenmerken van RAS)

CIF visserijactiviteiten vallen onder inspanningsregeling en geen doorvaart van gebieden plaatsvindt

115

Subaangifte positie

POS

Positie bij binnenvaren (zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

116

Subaangifte vangst aan boord (lijst van subaangiften soorten SPE )

SPE

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

O

117

 

 

 

 

118

Aangifte van buitenvaren van een inspanningsgebied

COX

Aangifte van buitenvaren van een inspanningsgebied. Indien de visserij in het gebied valt onder een visserijinspanningsregeling

CIF vereist

119

Datum

DA

Datum van buitenvaren (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

120

Tijdstip

TI

Tijdstip van buitenvaren (UU:MM in UTC)

C

121

Doelsoort(en)

TS

Soorten waarop in het gebied gericht wordt gevist (4)

CIF visserijactiviteiten vallen onder inspanningsregeling en geen doorvaart van gebieden plaatsvindt

122

Subaangifte betrokken gebied

RAS

Geografische positie van het vaartuig (4).

(zie details van subelementen en kenmerken van RAS)

CIF visserijactiviteiten vallen onder inspanningsregeling en geen doorvaart plaatsvindt

123

Subaangifte positie

POS

Positie van buitenvaren (zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

124

Subaangifte vangst

SPE

Vangst in gebied (zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

O

125

 

 

 

 

126

Aangifte van doorvaren van een inspanningsgebied

CRO

Aangifte van doorvaren van een inspanningsgebied (zonder visserijactiviteit). Indien een onder een visserijinspanningsregeling vallend gebied wordt doorgevaren

CIF vereist

127

Aangifte van binnenvaren van een gebied

COE

(zie details van subelementen en kenmerken van COE)

Slechts specificatie van DA TI POS

CIF

128

Aangifte van buitenvaren van een gebied

COX

(zie details van subelementen en kenmerken van COX)

Slechts specificatie van DA TI POS

CIF

129

 

 

 

 

130

Aangifte transzonale visserijinspanning

TRZ

Markering voor transzonale visserij wanneer voor de visserij een visserijinspanningsregeling geldt

CIF vereist

131

Aangifte van binnenvaren

COE

Eerste binnenvaart (zie details van subelementen en kenmerken van COE)

C

132

Aangifte van buitenvaren

COX

Laatste buitenvaart (zie details van subelementen en kenmerken van COX)

C

133

 

 

 

 

134

INS: aangifte van inspectie

INS

Markering voor het begin van een subaangifte inspectie. Te verstrekken door de autoriteiten, niet door de kapitein

O

135

Land van inspectie

IC

Drieletterige ISO-landcode van de kuststaat waar de inspectie plaatsvindt

C

136

Aangewezen inspecteur

IA

Tekstveld met naam van de inspecteur, of, indien van toepassing, een viercijferig identificatienummer van de inspecteur

O

137

Land van de inspecteur

SC

Drieletterige ISO-code van het land van de inspecteur

O

138

Datum

DA

Datum van inspectie (JJJJ-MM-DD)

C

139

Tijdstip

TI

Tijdstip van inspectie (UU:MM in UTC)

C

140

Naam van de haven

PO

Havencode (tweeletterige ISO-landcode + drieletterige havencode) Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

CIF geen aangifte positie

141

Subaangifte positie

POS

Positie waar de inspectie plaatsvindt

(Zie details van subelementen en kenmerken van POS)

CIF geen havencode

142

 

 

 

 

143

Aangifte van teruggooi

DIS

Markering met gegevens over teruggegooide vis

CIF dit vereist is (3)

144

Datum

DA

Datum van teruggooi (JJJJ-MM-DD)

C

145

Tijdstip

TI

Tijdstip van teruggooi (UU:MM in UTC)

C

146

Subaangifte positie

POS

Positie bij de teruggooi

(Zie details van subelementen en kenmerken van POS)

CIF vereist

147

Subaangifte teruggegooide vis

SPE

Teruggegooide vis

(Zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

148

 

 

 

 

149

Aangifte van voorafgaande aanmelding van terugkeer

PNO

Markering betreffende voorafgaande aanmelding. Te verzenden vóór de terugkeer naar de haven of indien vereist op grond van de EU- voorschriften

CIF dit vereist is (1)  (2)

150

Verwachte datum van aankomst in de haven

PD

Verwachte datum van aankomst/doorvaren (JJJJ-MM-DD)

C

151

Verwacht tijdstip van aankomst in de haven

PT

Verwacht tijdstip van aankomst/doorvaren (UU:MM in UTC)

C

152

Naam van de haven

PO

Havencode (tweeletterige ISO-landcode + drieletterige havencode) Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

C

153

Subaangifte betrokken gebied

RAS

Visgebied voor voorafgaande aanmelding van kabeljauw. Lijst van codes van visserij- en inspanningsgebieden/instandhoudingsgebieden (4).

(zie details van subelementen en kenmerken van RAS)

CIF in de Oostzee

154

Verwachte datum van aanlanding

DA

Verwachte datum van aanlanding (JJJJ-MM-DD) in de Oostzee met het oog op het buitenvaren van het gebied

O

155

Verwacht tijdstip van aanlanding

TI

Verwacht tijdstip van aanlanding (UU:MM in UTC) in de Oostzee met het oog op het buitenvaren van het gebied

O

156

Subaangiften vangst aan boord (lijst van subaangiften soorten SPE )

SPE

Vangst aan boord (indien pelagisch ICES-gebied vereist)

(zie details van de subaangifte SPE)

CIF vangst aan boord

157

Subaangifte positie

POS

Positie voor het binnenvaren/buitenvaren van het gebied/de zone.

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

CIF

158

Doel van bezoek

PC

LAN voor aanlanding, TRA voor overlading, ACS voor toegang tot diensten, OTH voor „andere”

C

159

Datum begin visreis

DS

Datum waarop de visreis begint (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

160

 

 

 

 

161

Aangifte van voorafgaande aanmelding van overheveling

PNT

Markering betreffende voorafgaande aanmelding van overheveling. Verplicht overeenkomstig BFT-regels

CIF overeenkomstig BFT-regels

162

Verwachte datum

DA

Verwachte datum van de overheveling naar de kooi (JJJJ-MM-DD)

C

163

Verwacht tijdstip

TI

Verwacht tijdstip van de overheveling naar de kooi (UU:MM in UTC)

C

164

Subaangifte raming van de hoeveelheid

SPE

Geraamde hoeveelheid over te hevelen BFT, met vermelding van zowel de levende als de aan boord genomen hoeveelheden.

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

165

Subaangifte positie

POS

Positie waar de overheveling zal plaatsvinden.

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

166

Naam sleepvaartuig

NA

Naam van het sleepvaartuig

C

167

ICCAT-nummer sleepvaartuig

IN

Nummer van het sleepvaartuig in het ICCAT-vaartuigregister

C

168

Aantal gesleepte kooien

CT

Aantal door het sleepvaartuig op sleeptouw genomen kooien

C

169

 

 

 

 

170

Aangifte van het einde van de visserij

EOF

Markering voor het voltooien van de visserijactiviteiten vóór de terugkeer naar de haven. Door te sturen onmiddellijk na de laatste visserijactiviteit en vóór terugkeer naar de haven

 

171

Datum

DA

Datum einde visserij (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

172

Tijdstip

TI

Tijdstip einde visserij (UU:MM in UTC)

C

173

 

 

 

 

174

Aangifte terugkeer naar haven

RTP

Markering om de terugkeer naar de haven aan te geven. Door te zenden bij binnenvaren van de haven, na elke PNO-aangifte.

 

175

Datum

DA

Datum van terugkeer (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

176

Tijdstip

TI

Tijdstip van terugkeer (UU:MM in UTC)

C

177

Naam van de haven

PO

Havencode (tweeletterige ISO-landcode + drieletterige havencode) Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

C

178

Reden van terugkeer

RE

Reden van de terugkeer naar de haven (4)

CIF

179

Vistuig aan boord

GEA

(zie details van subelementen en kenmerken van GEA)

O

180

 

 

 

 

181

Aangifte van aanlanding

LAN

Markering met de gegevens over de aanlanding. Door te zenden na aanlanding van vangst. LAN kan worden gebruikt in plaats van de vervoersaangifte

 

182

Datum

DA

(JJJJ-MM-DD UTC) – datum waarop de aanlanding is beëindigd

C

183

Tijdstip

TI

Tijdstip van aanlanding (UU:MM in UTC)

O

184

Type verzender

TS

Drieletterige code (MAS: kapitein, REP: vertegenwoordiger van kapitein, AGE: gemachtigde)

C

185

Naam van de haven

PO

Havencode (tweeletterige ISO-landcode + drieletterige havencode) Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

C

186

Subaangifte aangelande vangst (lijst van subaangiften SPE met PRO)

SPE

Soorten, visgebieden, aangeland gewicht, gebruikt vistuig en aanbiedingsvorm

(Zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

187

Aangifte vervoer

TRN

LAN kan worden gebruikt in plaats van de vervoersaangifte. Door een TRN bij te sluiten kan de transporteur worden vrijgesteld van het invullen van een aparte TRN. In dat geval hoeft de SPE van de TRN niet te worden ingevuld, aangezien deze informatie zou overlappen met de subaangifte aangelande vangst

O

188

 

 

 

 

189

Subaangifte positie

POS

Subaangifte met coördinaten van de geografische positie

 

190

Breedtegraad (decimalen)

LT

Breedtegraad uitgedrukt overeenkomstig WGS84-formaat voor VMS

C

191

Lengtegraad (decimalen)

LG

Lengtegraad uitgedrukt overeenkomstig WGS84-formaat voor VMS

C

192

 

 

 

 

193

GEA: subaangifte inzet vistuig

GEA

Subaangifte met informatie over de inzet van het vistuig

 

194

Type vistuig

GE

Vistuigcode volgens de internationale statistische standaardclassificatie van vistuig van de FAO (4)

C

195

Maaswijdte

ME

Maaswijdte (in millimeter)

CIF voor het vistuig maaswijdtevoorschriften gelden

196

Afmetingen vistuig

GC

Afmetingen van het vistuig overeenkomstig bijlage XI (kolom 2). Informatie in de vorm van tekst

O

197

Visserijactiviteiten

FO

Aantal visserijactiviteiten

C

198

Vistijd

DU

Duur van de visserijactiviteit in minuten – vistijd gelijk aan het aantal uren op zee min de tijd die nodig is voor de vaart naar, tussen en van de visgronden, reven, inactiviteit of wachten op reparatie

C

(samengevoegd met regel 74: FAR/DU-element)

199

Subaangifte uitgezet vistuig

GES

Subaangifte uitgezet vistuig

(zie details van subelementen en kenmerken van GES)

CIF dit vereist is (3) (vaartuig gebruikt staande of vaste netten)

200

Subaangifte binnengehaald vistuig

GER

Subaangifte binnengehaald vistuig

(zie details van subelementen en kenmerken van GER)

CIF dit vereist is (3) (vaartuig gebruikt staande of vaste netten)

201

Subaangifte inzet kieuwnetten

GIL

Subaangifte inzet kieuwnetten

(zie details van subelementen en kenmerken van GIL)

CIF vaartuig vergunning heeft voor ICES-sectoren IIIa, IVa, IVb, Vb, VIa, VIb, VIIb, c, j, k en XII

202

Diepten waarop wordt gevist

FD

Afstand tussen het wateroppervlak en het laagst gelegen onderdeel van het vistuig (in meter). Van toepassing op vaartuigen die gesleept vistuig, beuglijnen en staande netten gebruiken

CIF wordt gevist op diepzeevissen en vissen in de Noorse wateren

203

Gemiddeld aantal haken aan beuglijnen

NH

Gemiddeld aantal haken aan beuglijnen

CIF wordt gevist op diepzeevissen en vissen in de Noorse wateren

204

Gemiddelde lengte van de netten

GL

Gemiddelde lengte van de netten bij gebruik van staande netten (in meter)

CIF wordt gevist op diepzeevissen en vissen in de Noorse wateren

205

Gemiddelde hoogte van de netten

GD

Gemiddelde hoogte van de netten bij gebruik van staande netten (in meter)

CIF wordt gevist op diepzeevissen en vissen in de Noorse wateren

206

Aantal vistuigen

QG

Totaal aantal aan boord gehouden netten — melding bij vertrek indien kieuwnetten aan boord aanwezig zijn

CIF kieuwnetten aan boord

207

Totale lengte van het vistuig

TL

Totale lengte van het aan boord gehouden vistuig — melding bij vertrek indien kieuwnetten aan boord aanwezig zijn

CIF kieuwnetten aan boord

208

 

 

 

 

209

GES: subaangifte uitgezet vistuig

GES

Subaangifte met informatie over uitgezet vistuig

CIF dit volgens de voorschriften vereist is (3)

210

Datum

DA

Datum van uitzet van vistuig (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

211

Tijdstip

TI

Tijdstip van uitzet van vistuig (UU:MM in UTC)

C

212

Subaangifte positie

POS

Positie waar het vistuig is uitgezet

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

213

Identificatie uitzet vistuig

GS

Datum waarop de uitzet van het vistuig is beëindigd, en het dagsequentienummer in formaat MMDDXX, waarbij XX de sequentie van de uitzet aangeeft, en mm en DD de maand en de dag waarop dit gebeurde. Bijv.: 122002 — de tweede uitzet op 20 december.

O

214

 

 

 

 

215

Subaangifte binnengehaald vistuig

GER

Subaangifte met informatie over binnengehaald vistuig

CIF dit volgens de voorschriften vereist is (3)

216

Datum

DA

Datum waarop vistuig is binnengehaald (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

217

Tijdstip

TI

Tijdstip waarop vistuig is binnengehaald (UU:MM in UTC)

C

218

Subaangifte positie

POS

Positie van binnenhalen van vistuig

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

219

Identificatie uitzet vistuig

GS

Datum waarop de uitzet van het vistuig is beëindigd, en het dagsequentienummer in formaat MMDDXX

O

220

 

 

 

 

221

Subaangifte inzet kieuwnetten

GIL

Subaangifte over de inzet van kieuwnetten

CIF vaartuig vergunning heeft voor ICES-sectoren IIIa, IVa, IVb, Vb, VIa, VIb, VIIb, c, j, k en XII

222

Nominale lengte van één net

NL

Informatie die tijdens elke visreis moet worden geregistreerd (in meter)

C

223

Aantal netten

NN

Aantal netten per vloot

C

224

Aantal vloten

FL

Aantal ingezette vloten

C

225

Subaangifte positie

POS

Positie van elke vlootinzet

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

226

Diepte van elke ingezette vloot

FD

Diepte van elke ingezette vloot (afstand tussen het wateroppervlak en het laagst gelegen onderdeel van het vistuig)

C

227

Uitzettijd per ingezette vloot

ST

Uitzettijd per ingezette vloot (in uren)

C

228

Identificatie uitzet vistuig

GS

Datum waarop de uitzet van het vistuig is beëindigd, en het dagsequentienummer in formaat MMDDXX

O

229

 

 

 

 

230

Subaangifte verlies vistuig

GLS

Subaangifte over verloren staand vistuig

CIF dit volgens de voorschriften vereist is (3)

231

Datum verlies vistuig

DA

Datum van verlies van vistuig (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

232

Tijdstip verlies vistuig

TI

Tijdstip van verlies van vistuig (UU:MM in UTC)

C

233

Aantal eenheden

NN

Aantal stuks verloren vistuig

C

234

Subaangifte POS

POS

Laatst bekende positie van het vistuig

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

235

Maatregelen om het vistuig te recupereren

MG

Vrije tekst

C

236

 

 

 

 

237

RAS: Subaangifte betrokken gebied

RAS

Betrokken gebied, afhankelijk van het betrokken rapportagevoorschrift - ten minste één veld moet worden ingevuld. De lijst van codes zal op de website van de Europese Commissie worden gezet, op een nader te bepalen plaats.

CIF

238

FAO-gebied

FA

FAO-gebied (bijv. 27)

CIF betrokken gebied type FAO is

239

FAO-deelgebied

SA

FAO-deelgebied (bijv. 3)

CIF betrokken gebied type FAO is

240

FAO- sector

ID

FAO-sector (bijv. d)

CIF betrokken gebied type FAO is

241

FAO-deelsector

SD

FAO-deelsector (bijv. 28) (in combinatie met de bovenstaande codes levert dit 27.3.d.28 op)

CIF betrokken gebied type FAO is

242

FAO-eenheid

UI

FAO-eenheid (bijv. 1) (in combinatie met de bovenstaande codes levert dit 27.3.d.28.1 op)

CIF betrokken gebied type FAO is

243

Economische zone

EZ

Economische zone

CIF buiten EU-wateren

244

Statistisch vak

SR

Statistisch vak (bijv. 49E6)

CIF betrokken gebied type statistisch vak is

245

Visserijinspanningsgebied

FE

Lijst van visserijinspanningcodes (4)

CIF betrokken gebied type inspanningsgebied is

246

 

 

 

 

247

Subaangifte vissoort

SPE

Subaangifte met gegevens over de naar soort opgesplitste vangst

 

248

Soortnaam

SN

Naam van de vissoort (drieletterige FAO-code)

C

249

Gewicht van de vis

WT

Naargelang van de context is dit:

1.

Het totaalgewicht van de vis (in kg) in de vangstperiode

2.

Het totaalgewicht van de vis (in kg) aan boord (totaal) of

3.

Het totaalgewicht van de aangelande vis (in kg)

4.

Het totaalgewicht van de teruggegooide of als levend aas gebruikte vis

CIF soorten niet geteld; overeenkomstig BFT-regels

250

Aantal vissen

NF

Aantal vissen (wanneer de vangst in aantallen moet worden geregistreerd, bijv. bij zalm, tonijn)

CIF zalm; BFT-regels

251

Gewicht van de aan te landen vis

WL

Het totaalgewicht van de aan te landen of over te laden vis (in kg)

CIF (indien dit vereist is via PNO)

252

Aantal aan te landen vissen

FL

Totaal aantal aan te landen of over te laden vissen

CIF (indien dit vereist is via PNO)

253

Hoeveelheid in de netten

NQ

Geraamde hoeveelheid levende vis in de netten, d.w.z. niet in het ruim

CIF levende BFT

254

Aantal vissen in de netten

NB

Geraamd aantal levende vissen in de netten, d.w.z. niet in het ruim

CIF levende BFT

255

Subaangifte grootteverdeling

SIZ

Gegevens over de grootteverdeling van de vangst indien vis wordt gevangen die kleiner is dan de normale minimummaat.

(zie details van subelementen en kenmerken van SIZ)

CIF kleine vis overeenkomstig BFT-regels

256

Subaangifte betrokken gebied

RAS

Het geografische gebied waarin het grootste gedeelte van de vangst is bovengehaald (4).

(zie details van subelementen en kenmerken van RAS)

C

257

Type vistuig

GE

Lettercode volgens de internationale statistische standaardclassificatie van vistuig van de FAO (4)

CIF-aangifte van aanlanding alleen voor bepaalde soorten en vangstgebieden

258

Subaangifte verwerking

PRO

(zie details van subelementen en kenmerken van PRO)

CIF-aangifte van aanlanding (overlading)

259

Manier van wegen

MM

Manier van wegen: schatting (EST), weging aan boord (WGH)

CIF overeenkomstig BFT-regels

260

 

 

 

 

261

Subaangifte verwerking

PRO

Gegevens over verwerking/aanbiedingsvorm voor elke aangelande soort

 

262

Versheidscategorie vis

FF

Versheidscategorie vis (4)

CIF indien vereist op grond van het verkoopdocument

263

Bewaartoestand

PS

Lettercode voor de bewaartoestand van de vis (4)

CIF verkoopdocument

264

Aanbiedingsvorm van de vis

PR

Lettercode voor de aanbiedingsvorm van het product (volgens de wijze van verwerking) (4)

C

265

Verpakking verwerkte producten

TY

Drieletterige code (4)

CIF (voor LAN en TRA en vis niet vooraf gewogen)

266

Aantal verpakkingseenheden

NN

Aantal verpakkingseenheden: dozen, kisten, zakken, containers, blokken enz.

CIF (voor LAN en TRA en vis niet vooraf gewogen)

267

Gemiddeld gewicht per verpakkingseenheid

AW

Productgewicht (kg)

CIF (voor LAN en TRA en vis niet vooraf gewogen)

268

Omrekeningsfactor

CF

Een becijferde factor voor de omrekening van in verwerkt gewicht uitgedrukte vis naar in levend gewicht uitgedrukte vis

CIF geen regionale of EU-omrekeningsfactor voor deze combinatie van SPE en aanbiedingsvorm

269

 

 

 

 

270

Subaangifte CVT

CVT

Subaangifte met de gegevens van het BFT-visserijvaartuig dat de in het kader van een JFO gevangen vis naar kooien „overhevelt”

 

271

Naam van het vissersvaartuig

NA

Naam van het vissersvaartuig

C

272

ICCAT-nummer

IN

Nummer van het vaartuig in het ICCAT-vaartuigregister

C

273

IMO-nummer

IM

IMO-nummer

CIF beschikbaar

274

Nummer van het vaartuig in het EU-vlootregister (CFR)

IR

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van de eerste registratie in de EU aangeeft en X een cijfer of een letter is (uitsluitend voor EU-vaartuigen)

CIF het om een EU-vissersvaartuig gaat

275

IRCS van het vaartuig

RC

Internationale radioroepnaam van het vissersvaartuig

C

276

Subaangifte verhouding vangst/quotum

SPE

Hoeveelheid JFO-vangsten die in mindering worden gebracht op het quotum van het betrokken vaartuig, met inachtneming van de JFO-toewijzingssleutels.

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

CIF gebruikt in het kader van de FAR-aangifte

277

 

 

 

 

278

Subaangifte CVO

CVO

Subaangifte met gegevens over het/de andere BFT-visserijvaartuig(en) dat/die bij de JFO, maar niet bij de overheveling van de vis is/zijn betrokken. Voor elk ander bij de JFO betrokken visserijvaartuig moet een CVO-subaangifte worden ingevuld. Door deze CVO in te vullen, certificeert het vaartuig dat het geen vangst aan boord heeft genomen of naar kooien heeft overgeheveld

 

279

Naam van het vissersvaartuig

NA

Naam van het vissersvaartuig

C

280

ICCAT-nummer

IN

Nummer van het vaartuig in het ICCAT-vaartuigregister

C

281

IMO-nummer

IM

IMO-nummer

CIF beschikbaar

282

Nummer van het vaartuig in het EU-vlootregister (CFR)

IR

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van de eerste registratie in de EU aangeeft en X een cijfer of een letter is (uitsluitend voor EU-vaartuigen)

CIF het om een EU-vissersvaartuig gaat

283

IRCS van het vaartuig

RC

Internationale radioroepnaam van het vissersvaartuig

C

284

Subaangifte verhouding vangst/quotum

SPE

Hoeveelheid JFO-vangsten die in mindering worden gebracht op het quotum van het betrokken vaartuig, met inachtneming van de JFO-toewijzingssleutels.

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

285

 

 

 

 

286

Subaangifte JCI

JCI

Subaangifte met gegevens over de vangst in het kader van een JFO. Bevat informatie over de vangst en de totale in het kader van een JFO gevangen hoeveelheid (overeenkomstig BFT-regels)

 

287

Datum van de vangst

DA

Datum van de vangst

C

288

Tijdstip van de vangst

TI

Tijdstip van de vangst

C

289

Subaangifte positie bij de vangst

POS

Plaats waar de vangst is gedaan.

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

290

Subaangifte met gegevens over de totale JFO-vangst

SPE

Totale hoeveelheid gevangen BFT, met vermelding van zowel de in kooien als de aan boord aanwezige hoeveelheden.

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

CIF er vangsten zijn gedaan

291

 

 

 

 

292

Subaangifte BTI

BTI

Subaangifte met gegevens over BFT-overhevelingen. Gegevens over de overheveling en het bij de overheveling van BFT betrokken overhevelingsvaartuig

 

293

Subaangifte overhevelend visserijvaartuig

CVT

Identificatie van het visserijvaartuig dat de vis overhevelt (in het kader van CVT hoeft SPE niet te worden ingevuld)

(zie details van subelementen en kenmerken van CVT)

C

294

Subaangifte positie bij de overheveling

POS

Positie bij de overheveling

(zie details van subelementen en kenmerken van POS)

C

295

Subaangifte overgehevelde vangst

SPE

Totale hoeveelheid naar kooien overgehevelde BFT

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

CIF er vangsten zijn gedaan

296

Naam sleepvaartuig

NA

Naam van het sleepvaartuig

C

297

ICCAT-nummer sleepvaartuig

IN

Nummer van het sleepvaartuig in het ICCAT-vaartuigregister

C

298

Naam kwekerij van bestemming

FN

Naam van de kwekerij

C

299

ICCAT-nummer van de kwekerij

FI

ICCAT-registratienummer van de kwekerij

C

300

 

 

 

 

301

Subaangifte grootteverdeling

SIZ

Gegevens over de grootteverdeling van de vangst indien vis wordt gevangen die kleiner is dan de normale minimummaat.

 

302

Vis zwaarder van 6,4 kg

S6

Hoeveelheid BFT die tussen 6,4 kg en 8 kg weegt of tussen 70 cm en 75 cm lang is.

CIF

303

Vis zwaarder van 8 kg

S8

Hoeveelheid BFT die tussen 8 kg en 30 kg weegt of tussen 75 cm en 115 cm lang is.

CIF

304

 

 

 

 

305

Subaangifte ontvangend vaartuig

REC

Subaangifte over een partnervaartuig bij de spanvisserij (PFP).

 

306

Partnervaartuig

PFP

Identificatie van het partnervaartuig bij spanvisserij

C

307

 

 

 

 

308

Subaangifte overladend vaartuig

DON

Subaangifte met gegevens over één of meer PFP's (partnervaartuigen bij de spanvisserij). Er kunnen verschillende PFP's worden opgegeven die hun vangst collectief in één relocatietransactie overladen

 

309

Partnervaartuig(en)

PFP

Identificatie van één of meer partnervaartuigen bij spanvisserij

C

310

 

 

 

 

311

Subaangifte PFP

PFP

PFP-boodschap over bij spanvisserij betrokken partnervaartuigen, met of zonder relocatie.

 

312

Nummer van het partnervaartuig in het EU-vlootregister (CFR)

IR

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van de eerste registratie in de EU aangeeft en X een letter of een cijfer is

O

313

IRCS partnervaartuig

RC

Internationale radioroepnaam van het partnervaartuig

C

314

Externe kentekens van het vaartuig

XR

Op de romp aangebracht registratienummer van het vaartuig

C

315

Vlaggenstaat van het partnervaartuig

FS

Vlaggenstaat van het partnervaartuig (drieletterige ISO-landcode)

C

316

Naam partnervaartuig

NA

Naam van het vissersvaartuig

C

317

Naam kapitein partnervaartuig

MA

Naam van de kapitein (elke wijziging tijdens de visreis moet worden meegedeeld in de volgende LOG-doorgifte)

C

318

 

 

 

 

319

Aangifte verkoopdocument

SAL

Record verkoopdocument

 

320

Nummer in het EU-vlootregister (CFR)

IR

Formaat AAAXXXXXXXXX, waarbij A een hoofdletter is die het land van de eerste registratie in de EU aangeeft en X een letter of een cijfer is

C

321

IRCS

RC

Internationale radioroepnaam

CIF CFR niet up-to-date

322

Externe identificatiekentekens van het vaartuig

XR

Op de romp aangebracht registratienummer van het vaartuig dat de vis heeft aangeland

C

323

Land van registratie

FS

Drieletterige ISO-landcode van het vaartuig

C

324

Naam van het vaartuig

NA

Naam van het vaartuig dat de vis heeft aangeland

C

325

SLI-aangifte

SLI

(zie details van subelementen en kenmerken van SLI)

CIF verkoop

326

TLI-aangifte

TLI

(zie details van subelementen en kenmerken van TLI)

CIF overname

327

Referentienummer factuur

NR

Factuurreferentienummer conform de bepalingen van de lidstaat

CIF mogelijk

328

Factuurdatum

ND

Datum van de factuur (JJJJ-MM-DD)

CIF mogelijk

329

Referentienummer overnameovereenkomst

CN

Referentienummer van de overnameovereenkomst

CIF de overname heeft plaatsgevonden

330

Referentienummer vervoersdocument

TR

Referentienummer van het vervoersdocument ter identificatie van het vervoersdocument, zie TRN

CIF toepasselijk

331

 

 

 

 

332

Aangifte verkoop

SLI

Aangifte met details van verkoop van partij

 

333

Datum

DA

Datum van verkoop (JJJJ-MM-DD)

C

334

Land van verkoop

SC

Land waar de verkoop heeft plaatsgevonden (drieletterige ISO-landcode)

C

335

Plaats van verkoop

SL

Lijst van havencodes (LLHHH) (4)

C

336

Naam van de verkoper

NS

Naam van de visafslag, andere instantie of persoon die de vis verkoopt

C

337

Naam van de koper

NB

Naam van de instantie of persoon die de vis koopt

C

338

Identificatienummer van de koper

VN

Btw-nummer van de koper (tweeletterige ISO-landcode, gevolgd door maximaal 12 cijfers of letters), fiscaal identificatienummer of ander uniek identificatiekenteken

C

339

Referentienummer verkoopovereenkomst

CN

Referentienummer van de verkoopovereenkomst

CIF van toepassing

340

Subaangifte brondocument

SRC

(zie details van subelementen en kenmerken van SRC)

C

341

Subaangifte verkochte partij

CSS

(zie details van subelementen en kenmerken van CSS)

C

342

BCD-nummer

BC

Verwijzing naar het nummer van het BFT-vangstdocument (BCD: Bluefin tuna Catch Document)

O overeenkomstig BFT-regels

343

 

 

 

 

344

Subaangifte bron

SRC

Subaangifte met gegevens over het brondocument voor de verkochte partij. De vlaggenstaatautoriteiten traceren het brondocument aan de hand van de visserijlogboekgegevens en de aanlandingsgegevens van het vaartuig

 

345

Datum van aanlanding

DL

Datum van aanlanding (JJJJ-MM-DD)

C

346

Naam van land en haven

PO

Naam van land en haven voor de plaats van aanlanding. Voor de uitwisseling van gegevens kan de lijst van havencodes (LLHHH) worden gebruikt (4)

C

347

 

 

 

 

348

Subaangifte verkochte partij

CSS

Subaangifte met gegevens over verkocht item

 

349

Prijs van de vis

FP

Prijs/kg

C

350

Totale prijs

TP

Totale prijs voor dit verkochte CSS-item. Moet worden opgegeven wanneer de totale prijs niet kan worden afgeleid van de prijs/kg. Controleverordening art. 64, lid 1, onder l)

CIF

351

Munteenheid van verkoop

CR

Munt waarin de verkoopprijs is uitgedrukt (4)

C

352

Grootteklasse vis

SF

Grootte van de vis (1-8; één grootte of kg, g, cm, mm of aantal vissen per kg, naargelang van het geval) (4)

CIF

353

Bestemming van product (doel)

PP

Code voor de bestemming van het product (4)

CIF

354

Uit de markt genomen

WD

Uit de markt genomen door een producentenorganisatie (J-ja, N-neen, T-tijdelijk)

C

355

Gebruikscode producentenorganisatie

OP

Lijst van codes van producentenorganisaties (4)

O

356

Soorten in de partij

SPE

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

357

 

 

 

 

358

Aangifte van overname

TLI

Aangifte met gegevens over de overname

 

359

Datum

DA

Datum van overname (JJJJ-MM-DD)

C

360

Land van overname

SC

Land waar de overname plaatsvond (IS0-drieletterige landcode)

C

361

Plaats van overname

SL

UN/LOCODE-code voor de positie (indien buiten een haven) waar de overname heeft plaatsgevonden Indien de overname in een haven plaatsvindt, wordt de EC-lijst van havencodes gebruikt (4)

C

362

Naam van de overnameorganisatie

NT

Naam van de organisatie die de vis heeft overgenomen

C

363

Naam opslagvoorziening

NF

Naam van de voorzieningen waar de producten zijn opgeslagen

C

364

Adres van de opslagvoorziening

AF

Adres van de voorzieningen waar de producten zijn opgeslagen

C

365

Referentienummer vervoersdocument

TR

Referentienummer van het vervoersdocument ter identificatie van het vervoersdocument, zie TRN

CIF toepasselijk

366

Subaangifte bron

SRC

(zie details van subelementen en kenmerken van SRC)

C

367

Subaangifte overgenomen partij

CST

(zie details van subelementen en kenmerken van CST)

C

368

 

 

 

 

369

Subaangifte overgenomen partij

CST

Subaangifte met gegevens over elke overgenomen soort

 

370

Grootteklasse vis

SF

Grootte van de vis (1-8; één grootte of kg, g, cm, mm of aantal vissen per kg, naargelang van het geval). Overeenkomstig bijlage II van Verordening (EG) nr. 2406/96

O

371

Soorten in de partij

SPE

(zie details van subelementen en kenmerken van SPE)

C

372

 

 

 

 

373

Subaangifte vervoer

TRN

Het vervoersdocument mag elektronisch worden verzonden voordat het vervoer van de vis begint.

 

374

Plaats van bestemming van de partij

DC

UN/LOCODE-code voor de positie (indien buiten een haven) waarheen de vis wordt vervoerd. Indien het vervoer in een haven plaatsvindt, wordt de EC-lijst van havencodes gebruikt (4)

C

375

Registratienummer voertuig

LP

Unieke numerieke of alfanumerieke code van het voertuig zoals dat is geregistreerd in het gegevensbestand van het land van afgifte en is weergegeven op het nummerbord van het voertuig.

C

376

Extern identificatienummer van het vissersvaartuig

XR

Extern identificatienummer van het vissersvaartuig

C

377

Naam van het vissersvaartuig

NA

Naam van het vissersvaartuig

C

378

Lijst van soorten

SPE

Lijst van door het bovenbedoelde vissersvaartuig gevangen soorten die in de partij aanwezig zijn (bevat tevens RAS- en PRO-gegevens). Omdat de vervoersaangifte kan worden vervangen door de aanlandingsaangifte, kan het onmiddellijk aan dit TRN-subelement voorafgaand element een LAN- in plaats van een ERS-element zijn.

CIF deze TRN geen deel uitmaakt van een LAN

379

Plaats van lading

PL

UN/LOCODE-code voor de positie (indien buiten een haven) waar de vis wordt geladen. Indien het laden in een haven plaatsvindt, wordt de EC-lijst van havencodes gebruikt (4)

C

380

Datum van lading

DL

Datum van het laden van het vervoermiddel (JJJJ-MM-DD in UTC)

C

381

Naam van de geadresseerde(n)

NC

Naam van het bedrijf dat de vis na het vervoer in ontvangst neemt

C

382

Adres van de geadresseerde(n)

AC

Adres van het bedrijf dat de vis na het vervoer in ontvangst neemt

C

383

Referentienummer vervoersdocument

TR

Referentienummer van het vervoersdocument; aan de hand van dit nummer wordt verwezen naar het vervoersdocument. Indien dit nummer wordt opgegeven, mag het uitsluitend betrekking hebben op het vervoersdocument. De LS die de TRN verstuurt, dient dit nummer toe te kennen

CIF elektronisch vervoersdocument

384

 

 

 

 


(1)  Deze bijlage vervangt volledig de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1077/2008 van de Commissie tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1966/2006 van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1566/2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 599/2010 (PB L 295 van 4.11.2008, blz. 3).

(2)  Verplicht indien vereist volgens de EU-voorschriften, of bij internationale of bilaterale overeenkomsten.

(3)  Indien CIF niet van toepassing is, is het kenmerk optioneel.

(4)  Alle codes (of passende verwijzingen) worden opgesomd op de visserijwebsite van de Europese Commissie.

(1)

Als tekensetdefinities voor ERS moet gebruik worden gemaakt van Western character set (UTF-8).

(2)

Alle 3-tekencodes zijn XML-elementen (codes van 3 tekens), alle 2-tekencodes zijn XML-kenmerken.

(3)

De XML-voorbeeldfiles, de meest recente XSD-referentiedefinitie en de tabelversie van deze bijlage worden op de visserijwebsite van de Europese Commissie gezet.

(4)

Alle gewichten in de tabel worden uitgedrukt in kg, zo nodig tot op 2 decimalen nauwkeurig.


BIJLAGE XIII

EU-OMREKENINGSFACTOREN VOOR VERSE VIS

Soort: Witte tonijn

Thunnus alalunga

ALB

WHL

1,00

GUT

1,11


Soort: Alfonsinos

Beryx spp.

ALF

WHL

1,00


Soort: Ansjovis

Engraulis encrasicholus

ANE

WHL

1,00


Soort: Zeeduivel

Lophiidae

ANF

WHL

1,00

GUT

1,22

GUH

3,04

TAL

3,00


Soort: IJsvis

Champsocephalus gunnari

ANI

WHL

1,00


Soort: Grote zilvervis

Argentina silus

ARU

WHL

1,00


Soort: Grootoogtonijn

Thunnus obesus

BET

WHL

1,00

GUH

1,10

GUH

1,29


Soort: Blauwe leng

Molva dypterygia

BLI

WHL

1,00

GUT

1,17


Soort: Griet

Scophthalmus rhombus

BLL

WHL

1,00

GUT

1,09


Soort: Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

BSF

WHL

1,00

GUT

1,24

HEA

1,40


Soort: Blauwe marlijn

Makaira nigricans

BUM

WHL

1,00


Soort: Lodde

Mallotus villosus

CAP

WHL

1,00


Soort: Kabeljauw

Gadus morhua

COD

WHL

1,00

GUT

1,17

GUH

1,70

HEA

1,38

FIL

2,60

FIS

2,60


Soort: Schar

Limanda limanda

DAB

WHL

1,00

GUT

1,11

GUH

1,39


Soort: Doornhaai

Squalus acanthias

DGS

WHL

1,00

GUT

1,35

GUS

2,52


Soort: Bot

Platichthys flesus

FLE

WHL

1,00

GUT

1,08

GUS

1,39


Soort: Gaffelkabeljauw

Phycis blennoides

GFB

WHL

1,00

GUT

1,11

GUH

1,40


Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

WHL

1,00

GUT

1,08


Soort: Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

WHL

1,00

GUT

1,17

GUH

1,46


Soort: Heilbot

Hippoglossus hippoglossus

HAL

WHL

1,00


Soort: Haring

Clupea harengus

HER

WHL

1,00

GUT

1,12

GUH

1,19


Soort: Heek

Merluccius merluccius

HKE

WHL

1,00

GUT

1,11

GUH

1,40


Soort: Witte heek

Urophycis tenuis

HKW

WHL

1,00


Soort: Horsmakrelen

Trachurus spp.

JAX

WHL

1,00

GUT

1,08