ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2011.068.dut

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 68

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

54e jaargang
15 maart 2011


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BEGROTINGEN

 

 

Europees Parlement

 

 

2011/125/EU, Euratom

 

*

Definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011

1

In dit begrotingsdocument zijn, tenzij anders vermeld, de bedragen uitgedrukt in euro.Alle ontvangsten als bedoeld in artikel 18, lid 1, van het Financieel Reglement en opgenomen onder de titels 5 en 6 van de staat van ontvangsten, kunnen leiden tot de opvoering van bijkomende kredieten op de begrotingsplaatsen van de oorspronkelijke uitgaven die de betrokken ontvangsten doen ontstaan.De cijfers voor de uitvoering hebben betrekking op alle toegestane kredieten, dus begrotingskredieten, aanvullende kredieten en bestemmingsontvangsten.

Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BEGROTINGEN

 

 

Europees Parlement

 

*

1

In dit begrotingsdocument zijn, tenzij anders vermeld, de bedragen uitgedrukt in euro.Alle ontvangsten als bedoeld in artikel 18, lid 1, van het Financieel Reglement en opgenomen onder de titels 5 en 6 van de staat van ontvangsten, kunnen leiden tot de opvoering van bijkomende kredieten op de begrotingsplaatsen van de oorspronkelijke uitgaven die de betrokken ontvangsten doen ontstaan.De cijfers voor de uitvoering hebben betrekking op alle toegestane kredieten, dus begrotingskredieten, aanvullende kredieten en bestemmingsontvangsten.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

BEGROTINGEN

Europees Parlement

15.3.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 68/1


DEFINITIEVE VASTSTELLING

van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011

(2011/125/EU, Euratom)

DE VOORZITTER VAN HET EUROPEES PARLEMENT,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 a,

Gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (1),

Gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (2),

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (3), en met name het meerjarig financieel kader dat is vastgelegd in deel I en wordt omschreven in bijlage I daarvan,

Gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, gepresenteerd door de Commissie op 27 april 2010,

Gezien het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting van de Europese Unie, vastgesteld op 12 augustus 2010,

Gezien nota van wijzigingen nr. 1/2011 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, door de Commissie gepresenteerd op 15 september 2010,

Gezien zijn resolutie van 20 oktober 2010 over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, zoals gewijzigd door de Raad,

Gezien de door het Europees Parlement op 20 oktober 2010 aangenomen amendementen op het ontwerp van algemene begroting,

Gezien de brief van de voorzitter van 22 oktober waarin hij, in overeenstemming met de voorzitter van de Raad, een vergadering van het bemiddelingscomité bijeenroept voor 27 oktober 2010,

Gezien de brief van de voorzitter van de Raad van 25 oktober 2010 waarin hij meedeelt dat de Raad waarschijnlijk niet alle amendementen van het Parlement goedkeurt,

Gezien de nota's van wijzigingen nr. 2/2011 en nr. 3/2011 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, door de Commissie gepresenteerd op respectievelijk 11 oktober 2010 en 20 oktober 2010,

Gezien het feit dat het bemiddelingscomité geen gemeenschappelijke tekst is overeengekomen binnen de termijn van 21 dagen als bedoeld in artikel 314, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het nieuwe ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, door de Commissie gepresenteerd op 26 november 2010 overeenkomstig artikel 314, lid 8, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting van de Europese Unie, vastgesteld op 10 december 2010,

Gezien de artikelen 75 ter, 75 quinquies en 75 sexies van zijn Reglement,

Gezien de goedkeuring door het Parlement op 15 december 2010 van het standpunt van de Raad,

CONSTATEERT:

Enig artikel

De procedure zoals vastgelegd in artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is afgerond en de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011 is definitief vastgesteld.

Gedaan te Straatsburg, 15 december 2010.

De voorzitter

J. BUZEK


(1)  PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.


ALGEMENE BEGROTING VAN DE EUROPESE UNIE VOOR HET BEGROTINGSJAAR 2011

INHOUD

ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN

A. Inleiding en financiering van de algemene begroting

B. Algemene staat van ontvangsten per begrotingsonderdeel

C. Personeel volgens de lijst van het aantal ambten

D. Onroerendgoedbezit

STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

Afdeling I: Parlement

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling II: Europese Raad en Raad

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling III: Commissie (Volume II)

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling IV: Hof van Justitie van de Europese Unie

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling V: Rekenkamer

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling VI: Europees Economisch en Sociaal Comité

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling VII: Comité van de Regio’s

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling VIII: Europese Ombudsman

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling IX: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

Afdeling X: Europese Dienst voor extern optreden

— Staat van ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Personeel

INHOUD

ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN

A. Inleiding en financiering van de algemene begroting

B. Algemene staat van ontvangsten per begrotingsonderdeel

— Titel 1: Eigen middelen

— Titel 3: Overschotten, saldi en aanpassingen

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

— Titel 5: Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instellingen

— Titel 6: Bijdragen en terugbetalingen in het kader van uniale/communautaire overeenkomsten en programma’s

— Titel 7: Intrest voor betalingsachterstand

— Titel 8: Opgenomen en verstrekte leningen

— Titel 9: Diverse ontvangsten

C. Personeel volgens de lijst van het aantal ambten

D. Onroerendgoedbezit

STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

Afdeling I: Parlement

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

— Titel 5: Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instelling

— Titel 6: Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten van de Unie en programma’s

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

— Titel 3: Uitgaven voortvloeiende uit de algemene taken van de instelling

— Titel 4: Uitgaven voortvloeiende uit specifieke taken van de instelling

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling II: Europese Raad en Raad

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Diverse communautaire belastingen, heffingen en bijdragen

— Titel 5: Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instelling

— Titel 6: Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de EU/Gemeenschap

— Titel 7: Intrest voor betalingsachterstand

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, materieel en huishoudelijke uitgaven

— Titel 3: Uitgaven voortvloeiend uit de verrichting van specifieke taken door de instelling

— Titel 4: Uitgaven betreffende de Reflectiegroep

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling IV: Hof van Justitie van de Europese Unie

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen of andere organen van de Unie

— Titel 5: Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven

— Titel 3: Uitgaven voortvloeiende uit specifieke taken van de instelling

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling V: Rekenkamer

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van aan de instelling verbonden personen

— Titel 5: Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instelling

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse huishoudelijke uitgaven

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling VI: Europees Economisch en Sociaal Comité

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

— Titel 5: Administratieve ontvangsten van de instelling

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse huishoudelijke uitgaven

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling VII: Comité van de Regio’s

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

— Titel 5: Administratieve ontvangsten van de instelling

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse huishoudelijke uitgaven

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling VIII: Europese Ombudsman

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

— Titel 6: Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Uitgaven betreffende de aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse huishoudelijke uitgaven

— Titel 3: Uitgaven voortvloeiende uit de algemene taken van de instelling

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling IX: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Diverse belastingen, heffingen en bijdragen van de Unie

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Uitgaven betreffende de aan de instelling verbonden personen

— Titel 2: Gebouwen, materieel en uitgaven in verband met de werking van de instelling

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

Afdeling X: Europese Dienst voor extern optreden

— Staat van ontvangsten

— Titel 4: Diverse uniale belastingen, heffingen en bijdragen

— Titel 5: Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instelling

— Titel 6: Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie/Gemeenschap

— Titel 7: Interest voor betalingsachterstand

— Titel 9: Diverse ontvangsten

— Staat van uitgaven

— Titel 1: Personeel op de hoofdzetel

— Titel 2: Gebouwen, materieel en huishoudelijke uitgaven op de hoofdzetel

— Titel 3: Delegaties

— Titel 10: Overige uitgaven

— Personeel

A. INLEIDING EN FINANCIERING VAN DE ALGEMENE BEGROTING

INLEIDING

De algemene begroting van de Europese Unie is het besluit waarbij voor elk begrotingsjaar alle noodzakelijk geachte ontvangsten en uitgaven van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie worden geraamd en goedgekeurd.

Bij de opstelling en de uitvoering van de begroting moeten het eenheids-, het begrotingswaarachtigheids-, het jaarperiodiciteits-, het evenwichts-, het rekeneenheids-, het universaliteits- en het specialiteitsbeginsel, het beginsel van goed financieel beheer en het transparantiebeginsel in acht worden genomen.

Het eenheidsbeginsel en het begrotingswaarachtigheidsbeginsel houden in dat alle ontvangsten en uitgaven van de Unie, voor zover die ten laste van de begroting komen, in een enkel document moeten worden opgenomen.

Het jaarperiodiciteitsbeginsel impliceert dat de begroting per begrotingsjaar wordt vastgesteld en dat zowel de vastleggings- als de betalingskredieten van een bepaald begrotingsjaar in beginsel in datzelfde begrotingsjaar moeten worden besteed.

Volgens het evenwichtsbeginsel moeten de ontvangsten gelijk zijn aan de betalingskredieten. Een lening aangaan om een eventueel begrotingstekort te dekken, strookt niet met het stelsel van eigen middelen en is dus niet toegestaan.

Volgens het rekeneenheidsbeginsel wordt de begroting in euro opgesteld, uitgevoerd en onderworpen aan rekening en verantwoording.

Het universaliteitsbeginsel houdt in dat de gezamenlijke ontvangsten ter dekking van de gezamenlijke betalingskredieten dienen, behoudens bepaalde ontvangsten die bestemd zijn voor de financiering van bepaalde specifieke uitgaven. De ontvangsten en de uitgaven moeten in hun geheel in de begroting worden opgenomen en mogen niet met elkaar worden gecompenseerd.

Het specialiteitsbeginsel houdt in dat ieder krediet een bepaalde bestemming heeft en voor een bepaald doel wordt gebruikt, zodat geen verwarring met andere kredieten mogelijk is.

De definitie van het beginsel van goed financieel beheer is gebaseerd op de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid.

De begroting wordt opgesteld met inachtneming van het transparantiebeginsel, waarbij goede informatie over de uitvoering van de begroting en over de boekhouding wordt gegeven.

Om tot meer transparantie te komen en de doelstellingen van een goed financieel beheer te verwezenlijken, met name wat efficiëntie en doeltreffendheid betreft, zijn de kredieten en middelen in de begroting opgenomen naar bestemming, d.w.z. op basis van de activiteiten (activiteitenbegroting of ABB (activity based budgeting)).

De toegestande uitgaven in deze begroting belopen in totaal 141 909 398 849 EUR aan vastleggingskredieten en 126 527 133 762 EUR aan betalingskredieten, hetgeen neerkomt op een stijging met respectievelijk 0,25 % en 2,90 % ten opzicht van de begroting 2010.

De begrotingsontvangsten bedragen in totaal 126 527 133 762 EUR. Het uniforme afroepingspercentage van de btw-middelen bedraagt 0,30 % (behalve voor Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Zweden, waarvoor het is vastgesteld op respectievelijk 0,225 %, 0,15 %, 0,10 % en 0,10 %), en dat van de middelen van het bruto nationaal inkomen 0,7538 %. De begroting voor 2011 wordt voor 13,26 % gefinancierd met traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen), voor 10,90 % met btw-middelen en voor 74,72 % met bni-middelen. De diverse ontvangsten voor dit begrotingsjaar worden geraamd op 1 421 368 232 EUR.

De eigen middelen die nodig zijn voor de financiering van de begroting 2011, bedragen 1,00 % van het totaal van het bni, dus minder dan het maximum van 1,23 % van het bni dat is vastgesteld volgens de berekeningsmethode van artikel 3, lid 1, van Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17).

Aan de hand van de hiernavolgende tabellen kan de financiering van de begroting 2011 stap voor stap worden gevolgd.

FINANCIERING VAN DE ALGEMENE BEGROTING

Kredieten die gedurende het begrotingsjaar 2011 moeten worden gedekt overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen

UITGAVEN

Omschrijving

Begroting 2011

Begroting 2010 (1)

Verschil (in %)

1. Duurzame groei

53 279 897 424

47 647 241 763

+11,82

2. Instandhouding en beheer van natuurlijke hulpbronnen

56 378 918 184

58 135 640 809

–3,02

3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en recht

1 459 246 345

1 477 871 910

–1,26

4. EU als mondiale speler

7 237 527 520

7 787 695 183

–7,06

5. Administratie

8 171 544 289

7 907 468 861

+3,34

Totaal uitgaven  (2)

126 527 133 762

122 955 918 526

+2,90


ONTVANGSTEN

Omschrijving

Begroting 2011

Begroting 2010 (3)

Verschil (in %)

Diverse ontvangsten (titels 4 t/m 9)

1 421 368 232

1 432 338 606

–0,77

Overschot van het vorige begrotingsjaar (hoofdstuk 3 0, artikel 3 0 0)

p.m.

2 253 591 199

Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds (hoofdstuk 3 0, artikel 3 0 2)

p.m.

p.m.

Saldi aan btw- en aan bnp/bni-middelen uit vorige begrotingsjaren (hoofdstukken 3 1 en 3 2)

p.m.

p.m.

Totaal van de ontvangsten van de titels 3 t/m 9

1 421 368 232

3 685 929 805

–61,44

Nettobedrag van de douanerechten en de suikerheffingen (hoofdstukken 1 1 en 1 2)

16 777 100 000

15 719 200 000

+6,73

Eigen middelen uit de btw tegen uniform percentage (tabellen 1 en 2, hoofdstuk 1 3)

13 786 799 525

13 277 325 100

+3,84

Nog te financieren uit de aanvullende middelenbron (bni-middelen, tabel 3, hoofdstuk 1 4)

94 541 866 005

90 273 463 621

+4,73

Uit de eigen middelen zoals bedoeld in artikel 2 van Besluit 2007/436/EG, Euratom, te dekken kredieten (4)

125 105 765 530

119 269 988 721

+4,89

Totaal ontvangsten  (5)

126 527 133 762

122 955 918 526

+2,90


TABEL 1

Berekening van de aftopping van de uniforme btw-grondslagen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Lidstaat

1 % van de niet-afgetopte btw-grondslag

1 % van het bruto nationaal inkomen

Aftoppings-percentage (in %)

1 % van het bruto nationaal inkomen (bni) × aftoppingspercentage

1 % van de afgetopte btw-grondslag (6)

Lidstaten met afgetopte btw-grondslag

 

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

België

1 490 188 000

3 616 891 000

50

1 808 445 500

1 490 188 000

 

Bulgarije

166 799 000

348 101 000

50

174 050 500

166 799 000

 

Tsjechië

661 192 000

1 398 582 000

50

699 291 000

661 192 000

 

Denemarken

960 047 000

2 447 431 000

50

1 223 715 500

960 047 000

 

Duitsland

10 786 131 000

25 498 136 000

50

12 749 068 000

10 786 131 000

 

Estland

67 256 000

137 606 000

50

68 803 000

67 256 000

 

Ierland

671 307 000

1 329 568 000

50

664 784 000

664 784 000

Ierland

Griekenland

1 068 721 000

2 326 192 000

50

1 163 096 000

1 068 721 000

 

Spanje

3 980 274 000

10 530 906 000

50

5 265 453 000

3 980 274 000

 

Frankrijk

8 957 675 000

20 468 603 000

50

10 234 301 500

8 957 675 000

 

Italië

6 217 429 000

15 802 535 000

50

7 901 267 500

6 217 429 000

 

Cyprus

167 385 000

173 886 000

50

86 943 000

86 943 000

Cyprus

Letland

67 515 000

171 066 000

50

85 533 000

67 515 000

 

Litouwen

139 817 000

272 430 000

50

136 215 000

136 215 000

Litouwen

Luxemburg

203 892 000

292 046 000

50

146 023 000

146 023 000

Luxemburg

Hongarije

435 758 000

989 419 000

50

494 709 500

435 758 000

 

Malta

43 813 000

57 711 000

50

28 855 500

28 855 500

Malta

Nederland

2 971 670 000

6 033 982 000

50

3 016 991 000

2 971 670 000

 

Oostenrijk

1 300 651 000

2 882 680 000

50

1 441 340 000

1 300 651 000

 

Polen

2 046 902 000

3 683 272 000

50

1 841 636 000

1 841 636 000

Polen

Portugal

1 016 939 000

1 633 378 000

50

816 689 000

816 689 000

Portugal

Roemenië

484 272 000

1 280 218 000

50

640 109 000

484 272 000

 

Slovenië

192 557 000

356 079 000

50

178 039 500

178 039 500

Slovenië

Slowakije

265 882 000

688 108 000

50

344 054 000

265 882 000

 

Finland

804 121 000

1 830 942 000

50

915 471 000

804 121 000

 

Zweden

1 538 220 000

3 505 588 000

50

1 752 794 000

1 538 220 000

 

Verenigd Koninkrijk

8 557 834 000

17 661 074 000

50

8 830 537 000

8 557 834 000

 

Totaal

55 264 247 000

125 416 430 000

 

62 708 215 000

54 680 820 000

 


TABEL 2

Verdeling van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (btw) overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 3)

Lidstaat

1 % van de afgetopte btw-grondslag

Uniform percentage van de eigen middelen „btw” (7) (in %)

Eigen middelen „btw” tegen uniform percentage

 

(1)

(2)

(3) = (1) × (2)

België

1 490 188 000

0,300

447 056 400

Bulgarije

166 799 000

0,300

50 039 700

Tsjechië

661 192 000

0,300

198 357 600

Denemarken

960 047 000

0,300

288 014 100

Duitsland

10 786 131 000

0,150

1 617 919 650

Estland

67 256 000

0,300

20 176 800

Ierland

664 784 000

0,300

199 435 200

Griekenland

1 068 721 000

0,300

320 616 300

Spanje

3 980 274 000

0,300

1 194 082 200

Frankrijk

8 957 675 000

0,300

2 687 302 500

Italië

6 217 429 000

0,300

1 865 228 700

Cyprus

86 943 000

0,300

26 082 900

Letland

67 515 000

0,300

20 254 500

Litouwen

136 215 000

0,300

40 864 500

Luxemburg

146 023 000

0,300

43 806 900

Hongarije

435 758 000

0,300

130 727 400

Malta

28 855 500

0,300

8 656 650

Nederland

2 971 670 000

0,100

297 167 000

Oostenrijk

1 300 651 000

0,225

292 646 475

Polen

1 841 636 000

0,300

552 490 800

Portugal

816 689 000

0,300

245 006 700

Roemenië

484 272 000

0,300

145 281 600

Slovenië

178 039 500

0,300

53 411 850

Slowakije

265 882 000

0,300

79 764 600

Finland

804 121 000

0,300

241 236 300

Zweden

1 538 220 000

0,100

153 822 000

Verenigd Koninkrijk

8 557 834 000

0,300

2 567 350 200

Totaal

54 680 820 000

 

13 786 799 525


TABEL 3

Vaststelling van het uniforme percentage en verdeling van de eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 4)

Lidstaat

1 % van het bruto nationaal inkomen

Uniform percentage van de eigen middelen „aanvullende grondslag”

Eigen middelen „aanvullende grondslag” tegen uniform percentage

 

(1)

(2)

(3) = (1) × (2)

België

3 616 891 000

 

2 726 497 830

Bulgarije

348 101 000

 

262 406 752

Tsjechië

1 398 582 000

 

1 054 284 132

Denemarken

2 447 431 000

 

1 844 931 271

Duitsland

25 498 136 000

 

19 221 096 928

Estland

137 606 000

 

103 730 652

Ierland

1 329 568 000

 

1 002 259 749

Griekenland

2 326 192 000

 

1 753 538 451

Spanje

10 530 906 000

 

7 938 445 577

Frankrijk

20 468 603 000

 

15 429 716 203

Italië

15 802 535 000

 

11 912 323 979

Cyprus

173 886 000

 

131 079 372

Letland

171 066 000

0,7538236 (8)

128 953 590

Litouwen

272 430 000

 

205 364 166

Luxemburg

292 046 000

 

220 151 170

Hongarije

989 419 000

 

745 847 402

Malta

57 711 000

 

43 503 914

Nederland

6 033 982 000

 

4 548 558 093

Oostenrijk

2 882 680 000

 

2 173 032 244

Polen

3 683 272 000

 

2 776 537 395

Portugal

1 633 378 000

 

1 231 278 900

Roemenië

1 280 218 000

 

965 058 554

Slovenië

356 079 000

 

268 420 757

Slowakije

688 108 000

 

518 712 057

Finland

1 830 942 000

 

1 380 207 308

Zweden

3 505 588 000

 

2 642 595 001

Verenigd Koninkrijk

17 661 074 000

 

13 313 334 558

Totaal

125 416 430 000

 

94 541 866 005


TABEL 4

Berekening van de brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdragen van Nederland en Zweden overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 6)

Lidstaat

Brutovermindering

Aandelen in de bni-grondslagen

Bni-sleutel toegepast op de brutovermindering

Financiering van de vermindering ten gunste van Nederland en Zweden

 

(1)

(2)

(3)

(4) = (1) + (3)

België

 

2,88

23 934 277

23 934 277

Bulgarije

 

0,28

2 303 510

2 303 510

Tsjechië

 

1,12

9 254 923

9 254 923

Denemarken

 

1,95

16 195 537

16 195 537

Duitsland

 

20,33

168 730 393

168 730 393

Estland

 

0,11

910 589

910 589

Ierland

 

1,06

8 798 233

8 798 233

Griekenland

 

1,85

15 393 254

15 393 254

Spanje

 

8,40

69 686 816

69 686 816

Frankrijk

 

16,32

135 448 153

135 448 153

Italië

 

12,60

104 571 093

104 571 093

Cyprus

 

0,14

1 150 667

1 150 667

Letland

 

0,14

1 132 006

1 132 006

Litouwen

 

0,22

1 802 768

1 802 768

Luxemburg

 

0,23

1 932 574

1 932 574

Hongarije

 

0,79

6 547 344

6 547 344

Malta

 

0,05

381 895

381 895

Nederland

– 665 039 963

4,81

39 929 040

– 625 110 923

Oostenrijk

 

2,30

19 075 737

19 075 737

Polen

 

2,94

24 373 544

24 373 544

Portugal

 

1,30

10 808 653

10 808 653

Roemenië

 

1,02

8 471 666

8 471 666

Slovenië

 

0,28

2 356 304

2 356 304

Slowakije

 

0,55

4 553 460

4 553 460

Finland

 

1,46

12 116 006

12 116 006

Zweden

– 164 885 941

2,80

23 197 744

– 141 688 197

Verenigd Koninkrijk

 

14,08

116 869 718

116 869 718

Totaal

– 829 925 904

100,—

829 925 904

0

bbp-deflator van de EU, in EUR, (economische voorjaarsprognoses 2010)

(a) 2004 EU25 = 107,4023 / (b) 2006 EU25 = 112,1509 / (c) 2006 EU27 = 112,4894 / (d) 2011 EU27 = 118,4172

Forfaitair bedrag voor Nederland in prijzen van 2011:

605 000 000 EUR × [(b/a) × (d/c)] = 665 039 963 EUR

Forfaitair bedrag voor Zweden in prijzen van 2011:

150 000 000 EUR × [(b/a) × (d/c)] = 164 885 941 EUR


TABEL 5

Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk voor het begrotingsjaar 2010 overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 5)

Omschrijving

Coëfficiënt (9) (%)

Bedrag

1. Aandeel van het Verenigd Koninkrijk (in %) in de theoretische niet-afgetopte btw-grondslag

15,3816

 

2. Aandeel van het Verenigd Koninkrijk (in %) in de voor de uitbreiding gecorrigeerde totale toegerekende uitgaven

8,1222

 

3. (1) – (2)

7,2593

 

4. Totale toegerekende uitgaven

 

112 118 871 234

5. Uitbreidingsuitgaven (10) = (5a + 5b)

 

25 444 654 082

5a. Pretoetredingsuitgaven

 

2 981 845 806

5b. Uitgaven in verband met artikel 4, lid 1, onder g)

 

22 462 808 276

6. Voor de uitbreiding gecorrigeerde totale toegewezen uitgaven = (4) – (5)

 

86 674 217 152

7. Oorspronkelijk bedrag van de correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk = (3) × (6) × 0,66

 

4 152 698 471

8. Voordeel voor het Verenigd Koninkrijk (11)

 

1 046 923 607

9. Kerncorrectie voor het Verenigd Koninkrijk = (7) – (8)

 

3 105 774 864

10. Uitzonderlijke meevallers aan traditionele eigen middelen  (12)

 

26 548 215

11. Correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk = (9) – (10)

 

3 079 226 649


Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Besluit 2007/436/EG, Euratom mag de aanvullende bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als gevolg van de in lid 1, onder g), van dat artikel bedoelde vermindering van de toegewezen uitgaven in de periode 2007-2013 in totaal niet meer bedragen dan 10 500 000 000 EUR in prijzen van 2004. De corresponderende bedragen worden weergegeven in de tabel hierna.

Correctie voor het Verenigd Koninkrijk 2007-2012

Verschil van het oorspronkelijke bedrag t.o.v. de grenswaarde van 10,5 miljard EUR

(EMB 2007 t.o.v. EMB 2000), in EUR

Verschil

in lopende

prijzen

Verschil

in constante

prijzen van 2004

(A) Britse correctie voor 2007

0

0

(B) Britse correctie voor 2008

– 299 990 334

– 278 238 906

(C) Britse correctie voor 2009

–1 349 647 274

–1 270 060 542

(D) Britse correctie voor 2010

–2 280 386 723

–2 106 891 926

(E) Britse correctie voor 2011

n.b.

n.b.

(F) Britse correctie voor 2012

n.b.

n.b.

(G) Totaal verschil = (A) + (B) + (C) + (D) + (E) + (F)

–3 930 024 332

–3 655 191 375


TABEL 6

Berekening van de financiering van de correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk, vastgesteld op –3 079 226 649 EUR (hoofdstuk 1 5)

Lidstaat

Aandelen in de bni-grondslagen

Aandelen zonder het Verenigd Koninkrijk

Aandelen zonder Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk

3/4 van het aandeel van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden in kolom (2)

Kolom (4) verdeeld volgens de sleutel van kolom (3)

Financieringssleutel

Op de correctie toegepaste financieringssleutel

 

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6) = (2) + (4) + (5)

(7)

België

2,88

3,36

5,18

 

1,37

4,72

145 448 571

Bulgarije

0,28

0,32

0,50

 

0,13

0,45

13 998 429

Tsjechië

1,12

1,30

2,—

 

0,53

1,83

56 242 158

Denemarken

1,95

2,27

3,50

 

0,92

3,20

98 420 257

Duitsland

20,33

23,66

0,—

–17,75

0,—

5,92

182 159 254

Estland

0,11

0,13

0,20

 

0,05

0,18

5 533 646

Ierland

1,06

1,23

1,90

 

0,50

1,74

53 466 849

Griekenland

1,85

2,16

3,33

 

0,88

3,04

93 544 788

Spanje

8,40

9,77

15,08

 

3,98

13,75

423 486 700

Frankrijk

16,32

19,—

29,31

 

7,74

26,73

823 118 270

Italië

12,60

14,67

22,63

 

5,97

20,64

635 478 409

Cyprus

0,14

0,16

0,25

 

0,07

0,23

6 992 600

Letland

0,14

0,16

0,24

 

0,06

0,22

6 879 197

Litouwen

0,22

0,25

0,39

 

0,10

0,36

10 955 418

Luxemburg

0,23

0,27

0,42

 

0,11

0,38

11 744 250

Hongarije

0,79

0,92

1,42

 

0,37

1,29

39 788 199

Malta

0,05

0,05

0,08

 

0,02

0,08

2 320 773

Nederland

4,81

5,60

0,—

–4,20

0,—

1,40

43 106 902

Oostenrijk

2,30

2,68

0,—

–2,01

0,—

0,67

20 593 930

Polen

2,94

3,42

5,27

 

1,39

4,81

148 117 997

Portugal

1,30

1,52

2,34

 

0,62

2,13

65 684 174

Roemenië

1,02

1,19

1,83

 

0,48

1,67

51 482 303

Slovenië

0,28

0,33

0,51

 

0,13

0,47

14 319 254

Slowakije

0,55

0,64

0,99

 

0,26

0,90

27 671 369

Finland

1,46

1,70

2,62

 

0,69

2,39

73 628 953

Zweden

2,80

3,25

0,—

–2,44

0,—

0,81

25 043 999

Verenigd Koninkrijk

14,08

0,—

0,—

 

0,—

0,—

0

Totaal

100,—

100,—

100,—

–26,39

26,39

100,—

3 079 226 649

De berekening is tot op 15 decimalen nauwkeurig.

TABEL 7

Overzicht van de financiering (13) van de algemene begroting per soort eigen middelen en per lidstaat

Lidstaat

Traditionele eigen middelen (TEM)

Btw- en bni-middelen, inclusief aanpassingen

Totaal eigen middelen (14)

Nettobijdragen van de suikersector (75 %)

Nettodouanerechten (75 %)

Totaal netto traditionele eigen middelen (75 %)

Inningskosten (25 % van bruto TEM) (p.m.)

Eigen middelen uit de btw

Bni-middelen

Vermindering ten voordele van Nederland en Zweden

Correctie voor het Verenigd Koninkrijk

Totaal nationale bijdragen

Aandeel (%) in totaal „nationale bijdragen”

 

(1)

(2)

(3)= (1) + (2)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8)

(9) = (5) + (6) + (7) + (8)

(10)

(11) = (3) + (9)

België

6 600 000

1 512 400 000

1 519 000 000

506 333 333

447 056 400

2 726 497 830

23 934 277

145 448 571

3 342 937 078

3,09

4 861 937 078

Bulgarije

400 000

55 400 000

55 800 000

18 600 000

50 039 700

262 406 752

2 303 510

13 998 429

328 748 391

0,30

384 548 391

Tsjechië

3 400 000

193 300 000

196 700 000

65 566 667

198 357 600

1 054 284 132

9 254 923

56 242 158

1 318 138 813

1,22

1 514 838 813

Denemarken

3 400 000

318 500 000

321 900 000

107 300 000

288 014 100

1 844 931 271

16 195 537

98 420 257

2 247 561 165

2,07

2 569 461 165

Duitsland

26 300 000

3 403 800 000

3 430 100 000

1 143 366 662

1 617 919 650

19 221 096 928

168 730 393

182 159 254

21 189 906 225

19,56

24 620 006 225

Estland

0

16 800 000

16 800 000

5 600 000

20 176 800

103 730 652

910 589

5 533 646

130 351 687

0,12

147 151 687

Ierland

0

178 200 000

178 200 000

59 400 000

199 435 200

1 002 259 749

8 798 233

53 466 849

1 263 960 031

1,17

1 442 160 031

Griekenland

1 400 000

155 000 000

156 400 000

52 133 334

320 616 300

1 753 538 451

15 393 254

93 544 788

2 183 092 793

2,02

2 339 492 793

Spanje

4 700 000

1 056 600 000

1 061 300 000

353 766 667

1 194 082 200

7 938 445 577

69 686 816

423 486 700

9 625 701 293

8,89

10 687 001 293

Frankrijk

30 900 000

1 357 500 000

1 388 400 000

462 800 000

2 687 302 500

15 429 716 203

135 448 153

823 118 270

19 075 585 126

17,61

20 463 985 126

Italië

4 700 000

1 795 300 000

1 800 000 000

600 000 000

1 865 228 700

11 912 323 979

104 571 093

635 478 409

14 517 602 181

13,40

16 317 602 181

Cyprus

0

33 200 000

33 200 000

11 066 667

26 082 900

131 079 372

1 150 667

6 992 600

165 305 539

0,15

198 505 539

Letland

0

21 100 000

21 100 000

7 033 333

20 254 500

128 953 590

1 132 006

6 879 197

157 219 293

0,15

178 319 293

Litouwen

800 000

47 900 000

48 700 000

16 233 334

40 864 500

205 364 166

1 802 768

10 955 418

258 986 852

0,24

307 686 852

Luxemburg

0

12 300 000

12 300 000

4 100 000

43 806 900

220 151 170

1 932 574

11 744 250

277 634 894

0,26

289 934 894

Hongarije

2 000 000

112 200 000

114 200 000

38 066 667

130 727 400

745 847 402

6 547 344

39 788 199

922 910 345

0,85

1 037 110 345

Malta

0

10 100 000

10 100 000

3 366 667

8 656 650

43 503 914

381 895

2 320 773

54 863 232

0,05

64 963 232

Nederland

7 300 000

2 039 100 000

2 046 400 000

682 133 333

297 167 000

4 548 558 093

– 625 110 923

43 106 902

4 263 721 072

3,94

6 310 121 072

Oostenrijk

3 200 000

168 100 000

171 300 000

57 100 000

292 646 475

2 173 032 244

19 075 737

20 593 930

2 505 348 386

2,31

2 676 648 386

Polen

12 800 000

379 500 000

392 300 000

130 766 667

552 490 800

2 776 537 395

24 373 544

148 117 997

3 501 519 736

3,23

3 893 819 736

Portugal

200 000

131 300 000

131 500 000

43 833 334

245 006 700

1 231 278 900

10 808 653

65 684 174

1 552 778 427

1,43

1 684 278 427

Roemenië

1 000 000

142 300 000

143 300 000

47 766 667

145 281 600

965 058 554

8 471 666

51 482 303

1 170 294 123

1,08

1 313 594 123

Slovenië

0

78 800 000

78 800 000

26 266 667

53 411 850

268 420 757

2 356 304

14 319 254

338 508 165

0,31

417 308 165

Slowakije

1 400 000

93 400 000

94 800 000

31 600 000

79 764 600

518 712 057

4 553 460

27 671 369

630 701 486

0,58

725 501 486

Finland

800 000

138 000 000

138 800 000

46 266 667

241 236 300

1 380 207 308

12 116 006

73 628 953

1 707 188 567

1,58

1 845 988 567

Zweden

2 600 000

450 300 000

452 900 000

150 966 667

153 822 000

2 642 595 001

– 141 688 197

25 043 999

2 679 772 803

2,47

3 132 672 803

Verenigd Koninkrijk

9 500 000

2 753 300 000

2 762 800 000

920 933 334

2 567 350 200

13 313 334 558

116 869 718

–3 079 226 649

12 918 327 827

11,93

15 681 127 827

Totaal

123 400 000

16 653 700 000

16 777 100 000

5 592 366 667

13 786 799 525

94 541 866 005

0

0

108 328 665 530

100,—

125 105 765 530

B. ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN PER BEGROTINGSONDERDEEL

Titel

Omschrijving

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

1

EIGEN MIDDELEN

125 105 765 530

119 269 988 721

110 373 020 433,48

3

OVERSCHOTTEN, SALDI EN AANPASSINGEN

p.m.

2 253 591 199

330 078 341,24

4

ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN PERSONEN DIE VERBONDEN ZIJN AAN DE INSTELLINGEN EN ANDERE ORGANEN VAN DE UNIE

1 180 425 515

1 180 234 606

1 025 436 452,65

5

ONTVANGSTEN VOORTVLOEIENDE UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN

57 294 000

68 894 000

334 525 272,13

6

BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN IN HET KADER VAN UNIALE/COMMUNAUTAIRE OVEREENKOMSTEN EN PROGRAMMA’S

30 000 000

30 000 000

4 559 416 721,52

7

INTREST VOOR BETALINGSACHTERSTAND

123 000 000

123 000 000

932 990 431,87

8

OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN

438 717

p.m.

3 678 263,68

9

DIVERSE ONTVANGSTEN

30 210 000

30 210 000

66 423 842,85

 

TOTAAL-GENERAAL

126 527 133 762

122 955 918 526

117 625 569 759,42

TITEL 1

EIGEN MIDDELEN

Artikel

Post

Omschrijving

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

HOOFDSTUK 1 1

1 1 0

Productieheffingen met betrekking tot het verkoopsseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen

p.m.

p.m.

–2 283 540,09

1 1 1

Bijdragen in verband met de opslag van suiker

p.m.

p.m.

14 450 440,21

1 1 3

Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop, en voor vervangende C-suiker en C-isoglucose

p.m.

p.m.

397 365,75

1 1 7

Productieheffing

123 400 000

123 400 000

118 080 852,61

1 1 8

Eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota

p.m.

p.m.

0,—

1 1 9

Overschotheffing

p.m.

p.m.

944 778,39

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 1 1

123 400 000

123 400 000

131 589 896,87

HOOFDSTUK 1 2

1 2 0

Douanerechten en overige rechten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

16 653 700 000

15 595 800 000

14 396 633 126,11

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 1 2

16 653 700 000

15 595 800 000

14 396 633 126,11

HOOFDSTUK 1 3

1 3 0

Eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

13 786 799 525

13 277 325 100

13 742 628 001,31

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 1 3

13 786 799 525

13 277 325 100

13 742 628 001,31

HOOFDSTUK 1 4

1 4 0

Eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c) van Besluit 2007/436/EG, Euratom

94 541 866 005

90 273 463 621

82 413 255 470,10

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 1 4

94 541 866 005

90 273 463 621

82 413 255 470,10

HOOFDSTUK 1 5

1 5 0

Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden, welke aan het Verenigd Koninkrijk wordt toegekend overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Besluit 2007/436/EG, Euratom

0

0

– 315 228 368,69

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 1 5

0

0

– 315 228 368,69

HOOFDSTUK 1 6

1 6 0

Aan Nederland en Zweden toegekend brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit 2007/436/EG, Euratom

0

0

4 142 307,78

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 1 6

0

0

4 142 307,78

 

Totaal van titel 1

125 105 765 530

119 269 988 721

110 373 020 433,48

HOOFDSTUK 1 1 —

BIJDRAGEN EN ANDERE HEFFINGEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER (ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM)

HOOFDSTUK 1 2 —

DOUANERECHTEN EN OVERIGE RECHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 1 3 —

EIGEN MIDDELEN UIT DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER B), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 1 4 —

EIGEN MIDDELEN OP BASIS VAN HET BRUTO NATIONAAL INKOMEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER C), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 1 5 —

CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN

HOOFDSTUK 1 6 —

AAN NEDERLAND EN ZWEDEN TOEGEKENDE BRUTOVERMINDERING VAN DE JAARLIJKSE BNI-BIJDRAGE

HOOFDSTUK 1 1 —   BIJDRAGEN EN ANDERE HEFFINGEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER (ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM)

1 1 0   Productieheffingen met betrekking tot het verkoopsseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

–2 283 540,09

Toelichting

In het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector suiker betaalden de producenten van suiker, isoglucose en inulinestroop heffingen op de productie van basis- en B-suiker. Deze heffingen waren bedoeld om de uitgaven voor marktondersteuning te dekken. De bedragen die thans op dit artikel zijn opgevoerd, zijn een gevolg van de herziening van in het verleden vastgestelde heffingen. De heffingen voor het verkoopseizoen 2007/2008 en volgende worden opgevoerd op artikel 1 1 7 van dit hoofdstuk als „productieheffing”.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

0,—

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

–2 283 540,09

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 0

p.m.

p.m.

–2 283 540,09

1 1 1   Bijdragen in verband met de opslag van suiker

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

14 450 440,21

Toelichting

Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die aan de nieuwe lidstaten in rekening worden gebracht in geval van niet-wegwerking van overtollige voorraden suiker in de zin van Verordening (EG) nr. 60/2004 van de Commissie van 14 januari 2004 houdende overgangsmaatregelen in de sector suiker in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 8).

Onder dit artikel worden tevens de ontvangsten geboekt uit de restanten van de bijdrage voor de opslag van suiker, die bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1) is afgeschaft.

Voorts worden hier de bedragen opgenomen die krachtens artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 65/82 van de Commissie van 13 januari 1982 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het overbrengen van suiker naar het volgende verkoopseizoen voor suiker (PB L 9 van 14.1.1982, blz. 14) verschuldigd zijn wanneer de verplichting tot opslag van de overgebrachte suiker niet is nagekomen en de bedragen die krachtens Verordening (EEG) nr. 1789/81 van de Raad van 30 juni 1981 tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de regeling inzake een minimumvoorraad in de sector suiker verschuldigd zijn (PB L 177 van 1.7.1981, blz. 39), wanneer de algemene regels betreffende de regeling inzake een minimumvoorraad in de sector suiker niet zijn nagekomen.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

p.m.

p.m.

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

0,—

Estland

p.m.

p.m.

8 566 175,25

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

303 588,38

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

p.m.

p.m.

3 748 404,19

Letland

p.m.

p.m.

813 292,38

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

p.m.

p.m.

229 645,13

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

p.m.

p.m.

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

789 334,88

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 1

p.m.

p.m.

14 450 440,21

1 1 3   Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop, en voor vervangende C-suiker en C-isoglucose

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

397 365,75

Toelichting

Bedragen van de heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop. Hierin zijn ook de heffingen op C-suiker en C-isoglucose voor vervanging opgenomen.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EEG) nr. 2670/81 van de Commissie van 14 september 1981 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de productie buiten de quota in de sector suiker (PB L 262 van 16.9.1981, blz. 14).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

397 365,75

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 3

p.m.

p.m.

397 365,75

1 1 7   Productieheffing

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

123 400 000

123 400 000

118 080 852,61

Toelichting

In het kader van de huidige gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, wordt een productieheffing opgelegd aan ondernemingen die suiker, isoglucose of inulinestroop produceren.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 16.

Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1), met name artikel 51.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

6 600 000

6 600 000

6 601 725,90

Bulgarije

400 000

400 000

401 391,—

Tsjechië

3 400 000

3 400 000

2 917 573,02

Denemarken

3 400 000

3 400 000

3 356 485,49

Duitsland

26 300 000

26 300 000

26 339 173,20

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

1 400 000

1 400 000

1 428 318,—

Spanje

4 700 000

4 700 000

5 428 011,31

Frankrijk

30 900 000

30 900 000

30 933 280,80

Italië

4 700 000

4 700 000

4 721 627,25

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

800 000

800 000

812 268,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

2 000 000

2 000 000

1 570 176,64

Malta

0,—

Nederland

7 300 000

7 300 000

7 243 992,—

Oostenrijk

3 200 000

3 200 000

3 159 246,60

Polen

12 800 000

12 800 000

9 289 822,03

Portugal

200 000

200 000

56 250,—

Roemenië

1 000 000

1 000 000

886 934,09

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

1 400 000

1 400 000

1 317 300,75

Finland

800 000

800 000

728 991,—

Zweden

2 600 000

2 600 000

2 283 540,09

Verenigd Koninkrijk

9 500 000

9 500 000

8 604 745,44

Totaal van artikel 1 1 7

123 400 000

123 400 000

118 080 852,61

1 1 8   Eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Een eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota die aan ondernemingen zijn toegewezen overeenkomstig artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 8 en artikel 9, leden 2 en 3.

Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

p.m.

p.m.

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

0,—

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

p.m.

p.m.

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 8

p.m.

p.m.

0,—

1 1 9   Overschotheffing

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

944 778,39

Toelichting

Er wordt een door de lidstaten aan te rekenen heffing opgelegd aan op hun grondgebied gevestigde ondernemingen overeenkomstig artikel 64 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 15.

Verordening (EG) nr. 967/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 318/2006 met betrekking tot de productie buiten het quotum in de sector suiker (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 22).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

p.m.

p.m.

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

914 135,91

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

24 549,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

661,60

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

p.m.

p.m.

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

5 431,88

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 9

p.m.

p.m.

944 778,39

HOOFDSTUK 1 2 —   DOUANERECHTEN EN OVERIGE RECHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

1 2 0   Douanerechten en overige rechten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

16 653 700 000

15 595 800 000

14 396 633 126,11

Toelichting

De aanwending van de douanerechten als eigen middelen voor de financiering van de gemeenschappelijke uitgaven vloeit logischerwijs voort uit het feit dat er binnen de Unie vrij verkeer van goederen bestaat. Op dit artikel kunnen de heffingen, premies, extra bedragen of compenserende bedragen, aanvullende bedragen of aanvullende elementen, rechten van het gemeenschappelijk douanetarief en de overige door de instellingen van de Unie ingevoerde of in te voeren rechten op het handelsverkeer met derde landen en de douanerechten op de onder het vroegere Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende producten worden opgevoerd.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

1 512 400 000

1 440 400 000

1 416 348 750,37

Bulgarije

55 400 000

52 700 000

52 479 088,83

Tsjechië

193 300 000

177 400 000

163 922 845,39

Denemarken

318 500 000

301 900 000

279 428 734,82

Duitsland

3 403 800 000

3 154 600 000

2 918 247 776,52

Estland

16 800 000

15 800 000

15 469 809,84

Ierland

178 200 000

172 200 000

176 611 433,74

Griekenland

155 000 000

163 000 000

189 364 822,79

Spanje

1 056 600 000

1 036 900 000

996 031 086,69

Frankrijk

1 357 500 000

1 280 600 000

1 232 048 660,10

Italië

1 795 300 000

1 701 700 000

1 500 633 974,65

Cyprus

33 200 000

31 200 000

30 743 797,10

Letland

21 100 000

19 500 000

17 644 652,81

Litouwen

47 900 000

44 200 000

39 491 948,33

Luxemburg

12 300 000

11 400 000

10 751 834,84

Hongarije

112 200 000

100 000 000

91 334 442,06

Malta

10 100 000

9 800 000

9 415 724,53

Nederland

2 039 100 000

1 877 200 000

1 713 822 982,41

Oostenrijk

168 100 000

159 900 000

153 700 810,60

Polen

379 500 000

336 000 000

290 198 607,—

Portugal

131 300 000

128 200 000

117 590 627,11

Roemenië

142 300 000

131 200 000

123 398 781,78

Slovenië

78 800 000

73 500 000

68 829 554,96

Slowakije

93 400 000

88 200 000

81 479 931,89

Finland

138 000 000

124 900 000

114 122 566,77

Zweden

450 300 000

422 300 000

370 099 306,19

Verenigd Koninkrijk

2 753 300 000

2 541 100 000

2 223 420 573,99

Totaal van artikel 1 2 0

16 653 700 000

15 595 800 000

14 396 633 126,11

HOOFDSTUK 1 3 —   EIGEN MIDDELEN UIT DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER B), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

1 3 0   Eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

13 786 799 525

13 277 325 100

13 742 628 001,31

Toelichting

Het toegepaste, voor alle lidstaten geldende uniforme percentage op de btw-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld volgens de voorschriften van de Unie, bedraagt 0,30 %. De hiertoe in aanmerking te nemen grondslag mag niet meer bedragen dan 50 % van het bni van elke lidstaat. Het btw-afroepingspercentage wordt — uitsluitend voor de periode 2007-2013 — voor Oostenrijk vastgesteld op 0,225 %, voor Duitsland op 0,15 % en voor Nederland en Zweden op 0,10 %.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder b) en lid 4.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

447 056 400

431 826 000

424 319 700,—

Bulgarije

50 039 700

47 289 600

50 547 600,01

Tsjechië

198 357 600

185 608 800

187 483 914,90

Denemarken

288 014 100

279 603 600

293 564 908,56

Duitsland

1 617 919 650

1 591 451 700

1 581 459 150,—

Estland

20 176 800

19 381 200

20 656 950,17

Ierland

199 435 200

192 087 600

208 952 250,—

Griekenland

320 616 300

324 634 500

352 958 250,—

Spanje

1 194 082 200

1 171 392 600

1 542 368 100,—

Frankrijk

2 687 302 500

2 601 826 800

2 694 111 000,—

Italië

1 865 228 700

1 813 767 300

2 000 065 800,—

Cyprus

26 082 900

25 190 100

25 272 300,—

Letland

20 254 500

20 302 500

23 462 583,08

Litouwen

40 864 500

39 432 450

42 241 200,09

Luxemburg

43 806 900

41 264 700

42 061 950,—

Hongarije

130 727 400

123 501 000

113 789 473,02

Malta

8 656 650

8 246 700

8 258 700,—

Nederland

297 167 000

257 072 000

282 072 999,96

Oostenrijk

292 646 475

286 416 900

277 101 450,—

Polen

552 490 800

498 108 600

422 755 072,92

Portugal

245 006 700

239 920 200

231 396 000,—

Roemenië

145 281 600

134 115 000

141 236 846,53

Slovenië

53 411 850

51 704 850

53 130 450,—

Slowakije

79 764 600

75 822 000

82 874 400,—

Finland

241 236 300

232 248 600

236 805 900,—

Zweden

153 822 000

138 929 600

125 278 050,43

Verenigd Koninkrijk

2 567 350 200

2 446 180 200

2 278 403 001,64

Totaal van artikel 1 3 0

13 786 799 525

13 277 325 100

13 742 628 001,31

HOOFDSTUK 1 4 —   EIGEN MIDDELEN OP BASIS VAN HET BRUTO NATIONAAL INKOMEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER C), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

1 4 0   Eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c) van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

94 541 866 005

90 273 463 621

82 413 255 470,10

Toelichting

De bni-middelenbron is een „aanvullende” bron van eigen middelen, die de ontvangsten verschaft welke in een begrotingsjaar nodig zijn ter dekking van uitgaven die uitstijgen boven het bedrag aan traditionele eigen middelen, btw-afdrachten en andere ontvangsten. Deze middelenbron zorgt er met andere woorden voor dat de algemene begroting van de Europese Unie altijd in evenwicht is ex ante.

Het bni-afroepingspercentage is afhankelijk van hoeveel aanvullende middelen er nodig zijn ter financiering van de gebudgetteerde uitgaven die niet gedekt worden door de andere middelen (btw-afdrachten, traditionele eigen middelen en overige ontvangsten). Het afroepingspercentage wordt toegepast op het bruto nationaal inkomen van elk van de lidstaten.

Het voor dit begrotingsjaar op het bruto nationaal inkomen van de lidstaten toe te passen percentage bedraagt 0,7538 %.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder c).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

2 726 497 830

2 621 134 499

2 381 246 881,04

Bulgarije

262 406 752

247 201 341

238 330 851,09

Tsjechië

1 054 284 132

983 927 108

895 012 330,38

Denemarken

1 844 931 271

1 768 717 348

1 671 286 639,53

Duitsland

19 221 096 928

18 636 926 600

16 884 497 842,04

Estland

103 730 652

98 307 875

97 397 076,70

Ierland

1 002 259 749

958 866 432

985 205 380,04

Griekenland

1 753 538 451

1 731 945 117

1 664 190 583,—

Spanje

7 938 445 577

7 710 542 285

7 272 232 531,—

Frankrijk

15 429 716 203

14 810 280 668

13 589 348 082,04

Italië

11 912 323 979

11 451 174 444

10 510 520 358,—

Cyprus

131 079 372

125 744 407

119 158 353,—

Letland

128 953 590

130 213 083

138 816 078,49

Litouwen

205 364 166

196 839 633

199 784 486,29

Luxemburg

220 151 170

205 985 892

198 321 192,96

Hongarije

745 847 402

697 361 285

599 254 504,69

Malta

43 503 914

41 166 029

38 939 593,—

Nederland

4 548 558 093

4 358 377 184

4 090 251 449,—

Oostenrijk

2 173 032 244

2 095 235 440

1 911 207 838,96

Polen

2 776 537 395

2 486 467 716

1 999 772 270,42

Portugal

1 231 278 900

1 197 638 089

1 091 027 180,—

Roemenië

965 058 554

877 904 627

852 238 761,37

Slovenië

268 420 757

258 101 226

250 508 932,96

Slowakije

518 712 057

485 647 281

465 458 204,96

Finland

1 380 207 308

1 315 128 025

1 260 261 433,96

Zweden

2 642 595 001

2 351 995 614

2 060 335 111,17

Verenigd Koninkrijk

13 313 334 558

12 430 634 373

10 948 651 524,01

Totaal van artikel 1 4 0

94 541 866 005

90 273 463 621

82 413 255 470,10

HOOFDSTUK 1 5 —   CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN

1 5 0   Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden, welke aan het Verenigd Koninkrijk wordt toegekend overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

0

0

– 315 228 368,69

Toelichting

Het mechanisme ter correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk (de „Britse correctie”) is ingesteld door de Europese Raad van Fontainebleau (juni 1984) en het daaruit voortvloeiende eigenmiddelenbesluit van 7 mei 1985. Het doel van dit mechanisme was de begrotingsonevenwichtigheid ten nadele van het Verenigd Koninkrijk te compenseren door een vermindering van de door dit land aan de Unie af te dragen middelen.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

145 448 571

166 903 516

250 480 224,96

Bulgarije

13 998 429

15 740 807

25 069 707,96

Tsjechië

56 242 158

62 652 601

92 637 750,59

Denemarken

98 420 257

112 624 951

175 776 288,55

Duitsland

182 159 254

210 656 145

317 139 353,04

Estland

5 533 646

6 259 858

10 245 070,06

Ierland

53 466 849

61 056 836

103 632 456,96

Griekenland

93 544 788

110 283 440

175 054 017,—

Spanje

423 486 700

490 976 949

764 956 566,—

Frankrijk

823 118 270

943 060 313

1 429 445 634,96

Italië

635 478 409

729 165 665

1 105 587 800,04

Cyprus

6 992 600

8 006 908

12 534 110,04

Letland

6 879 197

8 291 456

14 611 870,35

Litouwen

10 955 418

12 533 972

21 015 066,97

Luxemburg

11 744 250

13 116 370

20 861 145,—

Hongarije

39 788 199

44 405 219

62 320 872,88

Malta

2 320 773

2 621 291

4 096 005,—

Nederland

43 106 902

49 263 430

76 826 667,96

Oostenrijk

20 593 930

23 682 779

35 897 970,96

Polen

148 117 997

158 328 466

208 797 487,91

Portugal

65 684 174

76 260 874

114 763 713,—

Roemenië

51 482 303

55 901 507

89 652 116,11

Slovenië

14 319 254

16 434 869

26 350 704,96

Slowakije

27 671 369

30 924 105

48 960 936,—

Finland

73 628 953

83 742 170

132 565 241,04

Zweden

25 043 999

26 584 980

38 316 035,47

Verenigd Koninkrijk

–3 079 226 649

–3 519 479 477

–5 672 823 182,46

Totaal van artikel 1 5 0

0

0

– 315 228 368,69

HOOFDSTUK 1 6 —   AAN NEDERLAND EN ZWEDEN TOEGEKENDE BRUTOVERMINDERING VAN DE JAARLIJKSE BNI-BIJDRAGE

1 6 0   Aan Nederland en Zweden toegekend brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

0

0

4 142 307,78

Toelichting

Uitsluitend voor de periode 2007-2013 komen Nederland en Zweden in aanmerking voor een brutovermindering van hun jaarlijkse bni-bijdrage ten belope van respectievelijk 605 000 000 EUR en 150 000 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2004. Deze bedragen worden in actuele prijzen omgerekend.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), en met name artikel 10, lid 9.

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 5.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

23 934 277

23 602 839

24 132 837,96

Bulgarije

2 303 510

2 226 003

2 415 372,96

Tsjechië

9 254 923

8 860 084

9 155 560,96

Denemarken

16 195 537

15 926 977

16 944 389,49

Duitsland

168 730 393

167 822 128

171 116 589,96

Estland

910 589

885 244

987 074,04

Ierland

8 798 233

8 634 417

9 984 602,04

Griekenland

15 393 254

15 595 850

16 865 802,96

Spanje

69 686 816

69 432 028

73 700 718,96

Frankrijk

135 448 153

133 363 878

137 721 768,—

Italië

104 571 093

103 115 739

106 519 271,04

Cyprus

1 150 667

1 132 305

1 207 614,96

Letland

1 132 006

1 172 545

1 400 794,—

Litouwen

1 802 768

1 772 505

2 024 724,—

Luxemburg

1 932 574

1 854 865

2 009 894,04

Hongarije

6 547 344

6 279 611

6 109 282,09

Malta

381 895

370 693

394 635,—

Nederland

– 625 110 923

– 612 147 160

– 624 384 804,—

Oostenrijk

19 075 737

18 867 213

19 369 209,—

Polen

24 373 544

22 390 189

20 138 780,69

Portugal

10 808 653

10 784 513

11 057 057,04

Roemenië

8 471 666

7 905 371

8 654 235,62

Slovenië

2 356 304

2 324 155

2 538 792,—

Slowakije

4 553 460

4 373 165

4 717 203,96

Finland

12 116 006

11 842 488

12 772 167,96

Zweden

– 141 688 197

– 140 323 242

– 148 700 177,51

Verenigd Koninkrijk

116 869 718

111 935 597

115 288 910,56

Totaal van artikel 1 6 0

0

0

4 142 307,78

TITEL 3

OVERSCHOTTEN, SALDI EN AANPASSINGEN

Artikel

Post

Omschrijving

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

HOOFDSTUK 3 0

3 0 0

Overschot van het vorige begrotingsjaar

p.m.

2 253 591 199

1 796 151 820,81

3 0 2

Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds

p.m.

p.m.

0,—

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 0

p.m.

2 253 591 199

1 796 151 820,81

HOOFDSTUK 3 1

3 1 0

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 1 0 3

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

p.m.

p.m.

– 946 461 518,97

 

Totaal van artikel 3 1 0

p.m.

p.m.

– 946 461 518,97

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 1

p.m.

p.m.

– 946 461 518,97

HOOFDSTUK 3 2

3 2 0

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 2 0 3

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

p.m.

p.m.

– 430 722 780,35

 

Totaal van artikel 3 2 0

p.m.

p.m.

– 430 722 780,35

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 2

p.m.

p.m.

– 430 722 780,35

HOOFDSTUK 3 4

3 4 0

Aanpassing in verband met de gevolgen van de niet-deelneming van bepaalde lidstaten aan sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

p.m.

p.m.

5 690 587,91

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 4

p.m.

p.m.

5 690 587,91

HOOFDSTUK 3 5

3 5 0

Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 5 0 4

Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

p.m.

0

–5 894 916,19

 

Totaal van artikel 3 5 0

p.m.

0

–5 894 916,19

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 5

p.m.

0

–5 894 916,19

HOOFDSTUK 3 6

3 6 0

Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 6 0 4

Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

p.m.

0

0,—

 

Totaal van artikel 3 6 0

p.m.

0

0,—

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 6

p.m.

0

0,—

HOOFDSTUK 3 7

3 7 0

Aanpassing met betrekking tot de tenuitvoerlegging van Besluit 2007/436/EG, Euratom voor de jaren 2007 en 2008

–88 684 851,97

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 3 7

–88 684 851,97

 

Totaal van titel 3

p.m.

2 253 591 199

330 078 341,24

HOOFDSTUK 3 0 —

OVERSCHOT VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR

HOOFDSTUK 3 1 —

SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN DE BTW-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 4, 5, EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

HOOFDSTUK 3 2 —

SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN BNI/BNP-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 6, 7 EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

HOOFDSTUK 3 4 —

AANPASSING IN VERBAND MET DE GEVOLGEN VAN DE NIET-DEELNEMING VAN BEPAALDE LIDSTATEN AAN SOMMIGE BELEIDSMAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE RUIMTE VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

HOOFDSTUK 3 5 —

RESULTAAT VAN DE DEFINITIEVE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

HOOFDSTUK 3 6 —

RESULTAAT VAN DE TUSSENTIJDSE BIJSTELLINGEN VAN DE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

HOOFDSTUK 3 7 —

AANPASSING MET BETREKKING TOT DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 3 0 —   OVERSCHOT VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR

3 0 0   Overschot van het vorige begrotingsjaar

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

2 253 591 199

1 796 151 820,81

Toelichting

Overeenkomstig artikel 15 van het Financieel Reglement wordt het saldo van elk begrotingsjaar, naargelang het een overschot of tekort betreft, in de begroting van het volgende begrotingsjaar als ontvangst of als betalingskrediet opgenomen.

De ramingen van deze ontvangsten of uitgaven worden in de begroting opgenomen tijdens de begrotingsprocedure en, in voorkomend geval, door middel van de procedure van een nota van wijzigingen, die wordt ingediend overeenkomstig artikel 34 van het Financieel Reglement. Zij worden vastgesteld overeenkomstig de beginselen bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000.

Na de afsluiting van de rekeningen van elk begrotingsjaar worden verschillen ten opzichte van de raming in de begroting van het volgende begrotingsjaar opgenomen middels een gewijzigde begroting, die door de Commissie moet worden gepresenteerd binnen 15 dagen nadat de voorlopige rekeningen zijn ingediend.

Een tekort wordt onder artikel 27 02 01 van de staat van uitgaven van afdeling III „Commissie” opgenomen.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1).

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1), met name artikel 15.

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 7.

3 0 2   Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Dit artikel dient ter opname, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009, van de eventuele overschotten in het Garantiefonds voor extern optreden die uitgaan boven het streefbedrag van het Fonds, wanneer eenmaal dit streefbedrag is bereikt.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10).

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1), met name artikel 4, lid 3.

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17).

HOOFDSTUK 3 1 —   SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN DE BTW-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 4, 5, EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

3 1 0   Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 1 0 3   Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

– 946 461 518,97

Toelichting

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 zenden de lidstaten vóór 31 juli aan de Commissie een overzicht waarin het totale eindbedrag wordt vermeld van de voor het voorgaande kalenderjaar berekende grondslag van de btw-middelen.

Op de debetzijde van elke lidstaat wordt een bedrag ingeschreven dat volgens regels van de Europese Unie wordt berekend op basis van dat overzicht en op de creditzijde de twaalf betalingen die in het vorige begrotingsjaar daadwerkelijk zijn verricht. De Commissie bepaalt het saldo en deelt het tijdig aan de lidstaten mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bedoelde rekening van de Commissie kunnen boeken.

Rectificaties van de bovenbedoelde overzichten als gevolg van controles door de Commissie op grond van artikel 9 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 en/of wijzigingen in het bni van vroegere begrotingsjaren die gevolgen hebben wat betreft de aftopping van de btw-grondslag, geven aanleiding tot aanpassingen van de btw-saldi.

Rechtsgronden

Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9).

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), met name artikel 10, leden 4, 5 en 8.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

–74 879 290,45

Bulgarije

p.m.

p.m.

411 027,82

Tsjechië

p.m.

p.m.

–17 437 400,97

Denemarken

p.m.

p.m.

–18 712 622,05

Duitsland

p.m.

p.m.

123 522 626,24

Estland

p.m.

p.m.

– 754 402,96

Ierland

p.m.

p.m.

–7 543 217,58

Griekenland

p.m.

p.m.

–24 684 214,91

Spanje

p.m.

p.m.

–14 430 810,97

Frankrijk

p.m.

p.m.

– 148 483 695,28

Italië

p.m.

p.m.

– 621 418 785,55

Cyprus

p.m.

p.m.

– 454 387,16

Letland

p.m.

p.m.

– 915 067,74

Litouwen

p.m.

p.m.

– 440 016,77

Luxemburg

p.m.

p.m.

– 991 998,21

Hongarije

p.m.

p.m.

– 573 725,28

Malta

p.m.

p.m.

–78 142,09

Nederland

p.m.

p.m.

–17 920 417,48

Oostenrijk

p.m.

p.m.

–6 401 805,97

Polen

p.m.

p.m.

4 799 412,70

Portugal

p.m.

p.m.

–3 672 456,02

Roemenië

p.m.

p.m.

15 346 814,54

Slovenië

p.m.

p.m.

774 359,64

Slowakije

p.m.

p.m.

–5 911 212,90

Finland

p.m.

p.m.

440 108,29

Zweden

p.m.

p.m.

27 633 990,02

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

– 153 686 187,88

Totaal van post 3 1 0 3

p.m.

p.m.

– 946 461 518,97

HOOFDSTUK 3 2 —   SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN BNI/BNP-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 6, 7 EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

3 2 0   Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 2 0 3   Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

– 430 722 780,35

Toelichting

Aan de hand van de op grond van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 door de lidstaten verstrekte cijfers betreffende de bni/mp-grootheid en de elementen daarvan voor het voorgaande begrotingsjaar, wordt iedere lidstaat gedebiteerd voor een bedrag dat volgens regels van de Europese Unie wordt berekend en gecrediteerd voor de 12 betalingen die in de loop van het vorige begrotingsjaar daadwerkelijk zijn verricht.

De Commissie bepaalt het saldo en deelt het tijdig aan de lidstaten mede, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bedoelde rekening kunnen boeken.

Wijzigingen in het bruto nationaal product/bruto nationaal inkomen van vroegere begrotingsjaren in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003, geven met inachtneming van de artikelen 4 en 5 daarvan, voor de betrokken lidstaat aanleiding tot een aanpassing van het overeenkomstig artikel 10, lid 7, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bepaalde saldo.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), met name artikel 10, leden 6, 7 en 8.

Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1).

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

26 862 819,69

Bulgarije

p.m.

p.m.

2 423 295,42

Tsjechië

p.m.

p.m.

–34 686 305,65

Denemarken

p.m.

p.m.

–71 068 125,35

Duitsland

p.m.

p.m.

219 877 330,27

Estland

p.m.

p.m.

–3 487 837,13

Ierland

p.m.

p.m.

–35 455 169,60

Griekenland

p.m.

p.m.

–86 418 539,08

Spanje

p.m.

p.m.

–63 947 699,10

Frankrijk

p.m.

p.m.

33 616 568,61

Italië

p.m.

p.m.

– 120 176 288,67

Cyprus

p.m.

p.m.

–1 596 818,51

Letland

p.m.

p.m.

8 614 426,97

Litouwen

p.m.

p.m.

2 702 641,27

Luxemburg

p.m.

p.m.

–3 902 181,10

Hongarije

p.m.

p.m.

–10 402 627,35

Malta

p.m.

p.m.

– 139 664,57

Nederland

p.m.

p.m.

– 100 141 251,40

Oostenrijk

p.m.

p.m.

–39 873 577,37

Polen

p.m.

p.m.

31 184 803,61

Portugal

p.m.

p.m.

–13 539 188,40

Roemenië

p.m.

p.m.

49 533 992,05

Slovenië

p.m.

p.m.

5 512 854,12

Slowakije

p.m.

p.m.

–2 557 151,09

Finland

p.m.

p.m.

–56 740 352,55

Zweden

p.m.

p.m.

–15 955 865,08

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

– 150 962 870,36

Totaal van post 3 2 0 3

p.m.

p.m.

– 430 722 780,35

HOOFDSTUK 3 4 —   AANPASSING IN VERBAND MET DE GEVOLGEN VAN DE NIET-DEELNEMING VAN BEPAALDE LIDSTATEN AAN SOMMIGE BELEIDSMAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE RUIMTE VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

3 4 0   Aanpassing in verband met de gevolgen van de niet-deelneming van bepaalde lidstaten aan sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

5 690 587,91

Toelichting

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken en artikel 5 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dragen deze lidstaten geen andere financiële gevolgen van sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht dan de ermee gepaard gaande administratieve kosten. Zij kunnen bijgevolg een aanpassing verkrijgen van de betaalde eigen middelen voor elk jaar waarin zij niet deelnemen.

Hoeveel elke lidstaat aan het aanpassingsmechanisme bijdraagt, wordt berekend door op de begrotingsuitgaven waartoe de maatregelen aanleiding geven de verdeelsleutel toe te passen van het bni-aggregaat en zijn componenten van het voorgaande jaar, meegedeeld door de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1).

De Commissie bepaalt het saldo van elke lidstaat en deelt het tijdig aan de lidstaten mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar overeenkomstig artikel 10 bis van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1150/2000 op de in artikel 9, lid 1, van die verordening bedoelde rekening kunnen boeken.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), met name artikel 10 bis.

Protocol betreffende de positie van Denemarken gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 3, en Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 5.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

p.m.

1 125 764,94

Bulgarije

p.m.

p.m.

106 840,71

Tsjechië

p.m.

p.m.

425 107,23

Denemarken

p.m.

p.m.

– 523 079,32

Duitsland

p.m.

p.m.

8 257 141,74

Estland

p.m.

p.m.

48 527,82

Ierland

p.m.

p.m.

–2 346 208,01

Griekenland

p.m.

p.m.

749 192,01

Spanje

p.m.

p.m.

3 435 599,87

Frankrijk

p.m.

p.m.

6 376 041,30

Italië

p.m.

p.m.

5 024 248,22

Cyprus

p.m.

p.m.

52 265,07

Letland

p.m.

p.m.

72 316,90

Litouwen

p.m.

p.m.

101 252,43

Luxemburg

p.m.

p.m.

96 426,56

Hongarije

p.m.

p.m.

292 790,85

Malta

p.m.

p.m.

17 929,03

Nederland

p.m.

p.m.

1 880 809,67

Oostenrijk

p.m.

p.m.

901 516,03

Polen

p.m.

p.m.

960 515,15

Portugal

p.m.

p.m.

516 028,30

Roemenië

p.m.

p.m.

359 225,17

Slovenië

p.m.

p.m.

117 048,93

Slowakije

p.m.

p.m.

210 732,09

Finland

p.m.

p.m.

599 685,24

Zweden

p.m.

p.m.

1 008 058,68

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

–24 175 188,70

Totaal van artikel 3 4 0

p.m.

p.m.

5 690 587,91

HOOFDSTUK 3 5 —   RESULTAAT VAN DE DEFINITIEVE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

3 5 0   Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 5 0 4   Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

0

–5 894 916,19

Toelichting

Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk.

De cijfers voor 2009 zijn het resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2005.

De cijfers voor 2010 zijn het resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2006.

Rechtsgronden

Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42), met name de artikelen 4 en 5.

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

5 025 912

591 653,04

Bulgarije

p.m.

489 243

0,—

Tsjechië

p.m.

1 177 440

2 806 922,68

Denemarken

p.m.

–9 197 734

–3 011 966,64

Duitsland

p.m.

39 179 773

–5 481 921,—

Estland

p.m.

–69 352

627 249,96

Ierland

p.m.

2 623 764

2 962 200,—

Griekenland

p.m.

65 528 142

9 093 524,04

Spanje

p.m.

22 584 489

–2 745 993,—

Frankrijk

p.m.

–22 588 521

–8 257 101,—

Italië

p.m.

–94 910 109

–22 829 273,04

Cyprus

p.m.

107 925

–55 882,63

Letland

p.m.

1 017 474

– 570 026,21

Litouwen

p.m.

– 725 966

–2 191 779,—

Luxemburg

p.m.

– 281 514

628 919,04

Hongarije

p.m.

–6 699 387

–5 856 986,18

Malta

p.m.

128 050

122 538,96

Nederland

p.m.

10 720 377

16 057 254,—

Oostenrijk

p.m.

– 499 052

–8 230 674,96

Polen

p.m.

8 677 483

–63 393,88

Portugal

p.m.

1 266 237

–1 614 009,—

Roemenië

p.m.

6 495 846

0,—

Slovenië

p.m.

1 562 004

888 598,40

Slowakije

p.m.

4 478 030

–2 664 084,11

Finland

p.m.

4 653 367

1 991 702,04

Zweden

p.m.

6 038 398

6 738 576,18

Verenigd Koninkrijk

p.m.

–46 782 319

15 169 036,12

Totaal van post 3 5 0 4

p.m.

0

–5 894 916,19

HOOFDSTUK 3 6 —   RESULTAAT VAN DE TUSSENTIJDSE BIJSTELLINGEN VAN DE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

3 6 0   Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 6 0 4   Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

0

0,—

Toelichting

Deze post is bestemd om het verschil tussen de vorige in de begroting opgenomen en de meest recente tussentijdse bijstelling van de Britse correctie te boeken voordat de definitieve berekeningen plaatsvinden.

De cijfers voor 2010 zijn het resultaat van de tussentijdse berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2008.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

p.m.

–3 504 541

0,—

Bulgarije

p.m.

–1 523 420

0,—

Tsjechië

p.m.

496 143

0,—

Denemarken

p.m.

–8 155 544

0,—

Duitsland

p.m.

– 213 638

0,—

Estland

p.m.

– 602 251

0,—

Ierland

p.m.

–7 602 523

0,—

Griekenland

p.m.

–7 281 407

0,—

Spanje

p.m.

–17 398 703

0,—

Frankrijk

p.m.

–22 865 571

0,—

Italië

p.m.

–18 521 220

0,—

Cyprus

p.m.

– 379 606

0,—

Letland

p.m.

224 016

0,—

Litouwen

p.m.

–1 577 325

0,—

Luxemburg

p.m.

–2 092 216

0,—

Hongarije

p.m.

–2 763 065

0,—

Malta

p.m.

– 170 277

0,—

Nederland

p.m.

–5 075 335

0,—

Oostenrijk

p.m.

– 501 383

0,—

Polen

p.m.

–2 489 164

0,—

Portugal

p.m.

– 312 262

0,—

Roemenië

p.m.

–10 996 050

0,—

Slovenië

p.m.

–1 405 069

0,—

Slowakije

p.m.

–3 676 917

0,—

Finland

p.m.

–7 803 260

0,—

Zweden

p.m.

1 895 807

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

124 294 781

0,—

Totaal van post 3 6 0 4

p.m.

0

0,—

HOOFDSTUK 3 7 —   AANPASSING MET BETREKKING TOT DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

3 7 0   Aanpassing met betrekking tot de tenuitvoerlegging van Besluit 2007/436/EG, Euratom voor de jaren 2007 en 2008

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

–88 684 851,97

Toelichting

Resultaat van de berekening voor de tenuitvoerlegging met terugwerkende kracht van Besluit 2007/436/EG, Euroatom voor de jaren 2007 en 2008.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 11.

Lidstaat

Begroting 2011

Begroting 2010

Uitvoering 2009

België

204 589 861,—

Bulgarije

17 366 133,—

Tsjechië

71 898 232,29

Denemarken

143 817 127,80

Duitsland

–1 736 354 527,—

Estland

8 734 505,06

Ierland

91 629 026,—

Griekenland

126 166 977,—

Spanje

592 534 409,—

Frankrijk

1 096 152 291,—

Italië

949 414 872,—

Cyprus

8 837 040,27

Letland

11 682 657,39

Litouwen

16 715 516,02

Luxemburg

16 872 718,—

Hongarije

51 074 101,48

Malta

3 006 056,—

Nederland

–2 108 712 670,—

Oostenrijk

–30 989 269,—

Polen

146 112 853,43

Portugal

89 132 398,—

Roemenië

61 014 784,18

Slovenië

19 006 610,—

Slowakije

36 944 055,65

Finland

110 353 342,—

Zweden

– 609 395 301,23

Verenigd Koninkrijk

523 711 348,69

Totaal van artikel 3 7 0

–88 684 851,97

TITEL 4

ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN PERSONEN DIE VERBONDEN ZIJN AAN DE INSTELLINGEN EN ANDERE ORGANEN VAN DE UNIE

Artikel

Post

Omschrijving

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

HOOFDSTUK 4 0

4 0 0

Opbrengst van de belasting op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden, alsmede van de leden van de organen, de personeelsleden en de gepensioneerden van de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en het Europees Investeringsfonds

591 693 725

602 510 728

519 205 367,07

4 0 3

Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

p.m.

p.m.

190 856,57

4 0 4

Opbrengst van de speciale heffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

60 128 782

55 518 908

46 463 120,48

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 4 0

651 822 507

658 029 636

565 859 344,12

HOOFDSTUK 4 1

4 1 0

Bijdragen van het personeel in de financiering van de pensioenregeling

437 655 803

430 238 260

374 439 928,64

4 1 1

Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel

77 713 938

80 385 060

76 367 682,08

4 1 2

Pensioenbijdrage van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die verlof om redenen van persoonlijke aard hebben opgenomen

110 000

105 000

57 339,85

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 4 1

515 479 741

510 728 320

450 864 950,57

HOOFDSTUK 4 2

4 2 0

Werkgeversbijdragen van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling

13 123 267

11 476 650

7 891 672,96

4 2 1

Bijdrage van de leden van het Europees Parlement aan een pensioenregeling

p.m.

p.m.

820 485,—

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 4 2

13 123 267

11 476 650

8 712 157,96

 

Totaal van titel 4

1 180 425 515

1 180 234 606

1 025 436 452,65

HOOFDSTUK 4 0 —

DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN

HOOFDSTUK 4 1 —

BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN

HOOFDSTUK 4 2 —

ANDERE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN

HOOFDSTUK 4 0 —   DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN

4 0 0   Opbrengst van de belasting op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden, alsmede van de leden van de organen, de personeelsleden en de gepensioneerden van de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en het Europees Investeringsfonds

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

591 693 725

602 510 728

519 205 367,07

Toelichting

Deze ontvangsten omvatten alle belastingen op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van eender welke aard, met uitzondering van gezins- en kinderbijslagen, betaald aan de leden van de Commissie, de ambtenaren, de andere personeelsleden, de personen die de ontslagvergoeding ontvangen vermeld in hoofdstuk 01 van elke titel van de staat van uitgaven, en de ontvangers van een pensioen.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 12.

Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht van eerste aanleg en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8).

Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1).

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15).

Besluit nr. 1247/2002/EG van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 1 juli 2002 betreffende het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van de functie van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 1).

Besluit nr. 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35).

Besluit nr. 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36).

Besluit nr. 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38).

Parlement

 

47 464 953

Raad

 

22 212 000

Commissie:

 

408 054 400

— Administratie

(330 928 000)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(14 581 831)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(16 491 055)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(2 761 000)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(579 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(2 438 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(859 000)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(1 157 000)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(3 109 000)

 

— Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

(256 812)

 

— Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige informatiesystemen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

(418 716)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Artemis — Initiatief Ingebedde computersystemen (GO Artemis)

(44 663)

 

— Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC)

(66 994)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky

(100 492)

 

— Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC/CFCA)

(391 237)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(254 739)

 

— Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA)

(990 871)

 

— Europees Bureau voor wederopbouw

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(259 194)

 

— Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex)

(970 832)

 

— Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

(212 149)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(3 251 522)

 

— Europese Bankautoriteit (EBA)

(111 657)

 

— Eurojust

(614 658)

 

— Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

(805 557)

 

— Europees Centrum voor ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(578 823)

 

— Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

(3 526 495)

 

— Europees Milieuagentschap (EMA)

(1 272 098)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(1 836 615)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(654 087)

 

— Europees GNSS-Agentschap (Galileo)

(274 705)

 

— Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

(150 738)

 

— Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

(156 320)

 

— Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA)

(106 075)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy — F4E)

(1 068 623)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(897 451)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA)

(3 805 436)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD/EMCDDA)

(527 789)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Adviesraad voor het Europese nano-elektronica-initiatief (ENIAC)

(33 497)

 

— Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA)

(245 646)

 

— Europese Politieacademie (CEPOL)

(163 468)

 

— Europese Politiedienst (Europol)

(1 381 083)

 

— Europees Spoorwegbureau

(666 433)

 

— Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (ERCEA)

(879 910)

 

— Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(120 032)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(774 812)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(337 534)

 

— Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (EACI)

(551 422)

 

— Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten (EAHC)

(164 497)

 

— Uitvoerend Agentschap Onderzoek (REA)

(1 035 699)

 

— Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T EA)

(244 737)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Brandstofcellen en waterstof (FCH)

(100 492)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI)

(161 903)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR)

(217 732)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (HBIM/OHIM)

(3 374 913)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(1 091 356)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

22 159 000

Rekenkamer

 

10 497 081

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

4 436 469

Comité van de Regio's

 

3 008 956

Europese Ombudsman

 

546 866

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

452 000

Europese Dienst voor extern optreden

 

17 672 000

Europese Investeringsbank

 

38 840 000

Europese Centrale Bank

 

14 250 000

Europees Investeringsfonds

 

2 100 000

 

Totaal

591 693 725

4 0 3   Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

190 856,57

Toelichting

De bepalingen betreffende de tijdelijke bijdrage waren van toepassing tot en met 30 juni 2003. Op dit begrotingsonderdeel zullen daarom ontvangsten worden opgevoerd die voortkomen uit het restbedrag van de tijdelijke bijdrage op de bezoldigingen van de leden van de Commissie, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, en met name artikel 66 bis in de versie die van kracht was tot 2003.

Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht van eerste aanleg en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1).

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie:

 

p.m.

— Administratie

(p.m.)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(p.m.)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(p.m.)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(p.m.)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(p.m.)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(p.m.)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(p.m.)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(p.m.)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(p.m.)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(p.m.)

 

— Eurojust

(p.m.)

 

— Europees Bureau voor wederopbouw

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(p.m.)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA)

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(p.m.)

 

— Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(p.m.)

 

— Europees Milieuagentschap (EMA)

(p.m.)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(p.m.)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(p.m.)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD/EMCDDA)

(p.m.)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(p.m.)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(p.m.)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (HBIM/OHIM)

(p.m.)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(p.m.)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

4 0 4   Opbrengst van de speciale heffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

60 128 782

55 518 908

46 463 120,48

Toelichting

Op dit begrotingsonderdeel zal de opbrengst worden opgevoerd van de speciale heffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst overeenkomstig artikel 66 bis van het Statuut.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht van eerste aanleg en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1).

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15).

Besluit nr. 1247/2002/EG van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 1 juli 2002 betreffende het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van de functie van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 1).

Besluit nr. 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35).

Besluit nr. 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36).

Besluit nr. 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38).

Parlement

 

8 109 730

Raad

 

2 258 000

Commissie:

 

42 428 398

— Administratie

(30 915 000)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(2 348 125)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(2 655 569)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(521 000)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(110 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(410 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(139 000)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(215 000)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(555 000)

 

— Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

(38 793)

 

— Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige informatiesystemen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

(63 250)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Artemis — Initiatief Ingebedde computersystemen (GO Artemis)

(6 747)

 

— Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC)

(10 120)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky

(15 180)

 

— Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC/CFCA)

(55 242)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(30 058)

 

— Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA)

(119 424)

 

— Europees Bureau voor wederopbouw

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(32 502)

 

— Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex)

(144 330)

 

— Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

(32 046)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(508 242)

 

— Europese Bankautoriteit (EBA)

(16 867)

 

— Eurojust

(46 805)

 

— Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

(101 587)

 

— Europees Centrum voor ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(83 938)

 

— Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

(449 786)

 

— Europees Milieuagentschap (EMA)

(139 280)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(252 386)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(79 079)

 

— Europees GNSS-Agentschap (Galileo)

(45 875)

 

— Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

(22 770)

 

— Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

(23 613)

 

— Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA)

(16 023)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy — F4E)

(164 582)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(152 913)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA)

(386 863)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD/EMCDDA)

(87 566)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Adviesraad voor het Europese nano-elektronica-initiatief (ENIAC)

(5 060)

 

— Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA)

(37 106)

 

— Europese Politieacademie (CEPOL)

(16 510)

 

— Europese Politiedienst (Europol)

(46 805)

 

— Europees Spoorwegbureau

(102 394)

 

— Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (ERCEA)

(129 028)

 

— Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(18 132)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(103 322)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(43 173)

 

— Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (EACI)

(64 880)

 

— Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten (EAHC)

(23 870)

 

— Uitvoerend Agentschap Onderzoek (REA)

(130 550)

 

— Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T EA)

(34 805)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Brandstofcellen en waterstof (FCH)

(15 180)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI)

(24 457)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR)

(32 890)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (HBIM/OHIM)

(446 258)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(159 417)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

3 004 000

Rekenkamer

 

1 100 000

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

947 174

Comité van de Regio's

 

437 055

Europese Ombudsman

 

58 425

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

74 000

Europese Dienst voor extern optreden

 

1 712 000

 

Totaal

60 128 782

HOOFDSTUK 4 1 —   BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN

4 1 0   Bijdragen van het personeel in de financiering van de pensioenregeling

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

437 655 803

430 238 260

374 439 928,64

Toelichting

Deze ontvangsten worden gevormd door de bijdragen van het personeel in de financiering van de pensioenregeling.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24).

Parlement

 

58 631 602

Raad

 

24 527 000

Commissie:

 

305 137 702

— Administratie

(204 432 325)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(17 597 225)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(19 901 259)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(3 268 319)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(996 587)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(5 052 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(1 516 000)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(2 591 181)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(4 542 678)

 

— Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

(367 775)

 

— Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige informatiesystemen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

(599 633)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Artemis — Initiatief Ingebedde computersystemen (GO Artemis)

(63 961)

 

— Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC)

(95 941)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky

(143 912)

 

— Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC/CFCA)

(445 123)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(296 303)

 

— Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA)

(1 937 575)

 

— Europees Bureau voor wederopbouw

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(375 309)

 

— Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex)

(1 192 819)

 

— Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

(303 814)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(3 975 484)

 

— Europese Bankautoriteit (EBA)

(159 902)

 

— Eurojust

(981 419)

 

— Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

(1 209 354)

 

— Europees Centrum voor ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(819 457)

 

— Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

(3 090 008)

 

— Europees Milieuagentschap (EMA)

(1 260 080)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(2 608 206)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(743 740)

 

— Europees GNSS-Agentschap (Galileo)

(353 342)

 

— Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

(215 868)

 

— Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

(223 863)

 

— Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA)

(151 907)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy — F4E)

(1 292 617)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(1 380 207)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA)

(3 796 239)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD/EMCDDA)

(737 351)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Adviesraad voor het Europese nano-elektronica-initiatief (ENIAC)

(47 971)

 

— Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA)

(351 785)

 

— Europese Politieacademie (CEPOL)

(187 759)

 

— Europese Politiedienst (Europol)

(981 419)

 

— Europees Spoorwegbureau

(881 640)

 

— Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (ERCEA)

(2 093 394)

 

— Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(171 895)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(884 740)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(426 662)

 

— Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (EACI)

(1 035 003)

 

— Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten (EAHC)

(294 879)

 

— Uitvoerend Agentschap Onderzoek (REA)

(2 118 080)

 

— Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T EA)

(454 054)

 

— Gemeenschappelijke onderneming Brandstofcellen en waterstof (FCH)

(143 912)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI)

(231 858)

 

— Gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR)

(311 809)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (HBIM/OHIM)

(4 271 005)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(1 531 054)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

17 711 000

Rekenkamer

 

7 715 532

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

5 974 002

Comité van de Regio's

 

4 303 311

Europese Ombudsman

 

493 113

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

411 000

Europese Dienst voor extern optreden

 

12 751 541

 

Totaal

437 655 803

4 1 1   Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

77 713 938

80 385 060

76 367 682,08

Toelichting

Deze ontvangsten worden gevormd door de aan de Europese Unie betaalde actuariële tegenwaarde of de afkoopsom van de pensioenrechten die ambtenaren in een vorige werkkring hebben verworven.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Parlement

 

9 134 938

Raad

 

p.m.

Commissie

 

66 779 000

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

500 000

Rekenkamer

 

1 300 000

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

77 713 938

4 1 2   Pensioenbijdrage van ambtenaren en tijdelijke functionarissen die verlof om redenen van persoonlijke aard hebben opgenomen

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

110 000

105 000

57 339,85

Toelichting

Ambentaren en andere personeelsleden die verlof om persoonlijke redenen nemen, kunnen pensioenrechten blijven opbouwen mits zij ook de werkgeversbijdrage voor hun rekening nemen.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Parlement

 

10 000

Raad

 

p.m.

Commissie

 

100 000

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

110 000

HOOFDSTUK 4 2 —   ANDERE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN

4 2 0   Werkgeversbijdragen van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

13 123 267

11 476 650

7 891 672,96

Toelichting

Deze ontvangsten worden gevormd door de werkgeversbijdrage van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Commissie

 

13 123 267

4 2 1   Bijdrage van de leden van het Europees Parlement aan een pensioenregeling

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

820 485,00

Toelichting

Deze ontvangsten worden gevormd door de bijdrage van de leden van het Europees Parlement in de financiering van de pensioenregeling.

Rechtsgronden

Regeling betreffende de kosten en vergoedingen van de leden van het Europees Parlement, met name bijlage III.

Parlement

 

p.m.

TITEL 5

ONTVANGSTEN VOORTVLOEIENDE UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN

Artikel

Post

Omschrijving

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

HOOFDSTUK 5 0

5 0 0

Verkoop van roerende goederen (leveringen)

5 0 0 0

Verkoop van vervoermiddelen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

72 027,05

5 0 0 1

Verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

39 602,42

5 0 0 2

Ontvangsten die voortvloeien uit leveringen aan andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

362 665,38

 

Totaal van artikel 5 0 0

p.m.

p.m.

474 294,85

5 0 1

Verkoop van onroerende goederen

p.m.

p.m.

0,—

5 0 2

Verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

1 868 325,21

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 0

p.m.

p.m.

2 342 620,06

HOOFDSTUK 5 1

5 1 0

Opbrengst van de verhuur van meubilair en materieel — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

0,—

5 1 1

Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen en terugbetaling van huurlasten

5 1 1 0

Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

20 015 601,71

5 1 1 1

Terugbetaling van huurlasten — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

1 082 853,85

 

Totaal van artikel 5 1 1

p.m.

p.m.

21 098 455,56

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 1

p.m.

p.m.

21 098 455,56

HOOFDSTUK 5 2

5 2 0

Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere intresten over de rekeningen van de instellingen

7 194 000

8 794 000

18 390 467,80

5 2 1

Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere intresten over de rekeningen van gesubsidieerde organisaties die aan de Commissie worden overgemaakt

10 000 000

10 000 000

26 885 559,70

5 2 2

Rente op betaalde voorfinanciering

40 000 000

50 000 000

62 408 819,19

5 2 3

Ontvangsten uit trustrekeningen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

 

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 2

57 194 000

68 794 000

107 684 846,69

HOOFDSTUK 5 5

5 5 0

Ontvangsten afkomstig van de levering van diensten en werkzaamheden ten behoeve van andere instellingen of organen, inclusief de door andere instellingen of organen terugbetaalde kosten van dienstreizen die voor deze instellingen of organen waren betaald — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

14 496 682,85

5 5 1

Ontvangsten afkomstig van op verzoek van derden verrichte diensten en werkzaamheden — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

3 289 115,57

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 5

p.m.

p.m.

17 785 798,42

HOOFDSTUK 5 7

5 7 0

Ontvangsten voortvloeiende uit de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

41 991 820,80

5 7 1

Ontvangsten die voor een bepaald doel zijn bestemd, zoals inkomsten van stichtingsvermogens, subsidies, giften en legaten, met inbegrip van de specifieke bestemde ontvangsten voor elke instelling — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

31 997,47

5 7 2

Terugbetaling van voor rekening van een andere instelling gedane sociale uitgaven

p.m.

p.m.

0,—

5 7 3

Andere bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit de administratieve werking van de instelling — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

140 034 796,82

5 7 4

Ontvangsten uit hoofde van de bijdrage van de Commissie aan de EDEO voor personeelsleden van de Commissie die in de delegaties van de Unie werkzaam zijn — Bestemmingsuitgaven

p.m.

 

 

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 7

p.m.

p.m.

182 058 615,09

HOOFDSTUK 5 8

5 8 0

Ontvangsten uit huurvergoedingen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

160 148,61

5 8 1

Ontvangsten uit verzekeringsuitkeringen — Bestemmingsontvangsten

p.m.

p.m.

1 648 018,09

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 8

p.m.

p.m.

1 808 166,70

HOOFDSTUK 5 9

5 9 0

Overige ontvangsten uit het administratieve beheer

100 000

100 000

1 746 769,61

 

TOTAAL VAN HOOFDSTUK 5 9

100 000

100 000

1 746 769,61

 

Totaal van titel 5

57 294 000

68 894 000

334 525 272,13

HOOFDSTUK 5 0 —

VERKOOP VAN ROERENDE (LEVERINGEN) EN ONROERENDE GOEDEREN

HOOFDSTUK 5 1 —

HUUROPBRENGSTEN

HOOFDSTUK 5 2 —

OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE INTRESTEN

HOOFDSTUK 5 5 —

ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN

HOOFDSTUK 5 7 —

ANDERE BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN

HOOFDSTUK 5 8 —

DIVERSE VERGOEDINGEN

HOOFDSTUK 5 9 —

OVERIGE ONTVANGSTEN UIT HET ADMINISTRATIEVE BEHEER

HOOFDSTUK 5 0 —   VERKOOP VAN ROERENDE (LEVERINGEN) EN ONROERENDE GOEDEREN

5 0 0   Verkoop van roerende goederen (leveringen)

5 0 0 0   Verkoop van vervoermiddelen — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

72 027,05

Toelichting

Onder deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van de vervoermiddelen van de instellingen.

Tevens worden hier de opbrengsten geboekt van de verkoop van vervoermiddelen die worden vervangen of die volledig afgeschreven zijn.

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder e) en e bis), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

5 0 0 1   Verkoop van andere roerende goederen — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

39 602,42

Toelichting

Onder deze post worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop of de overname van andere roerende goederen van de instellingen dan vervoermiddelen.

Tevens worden hier de opbrengsten geboekt van de verkoop van materieel, installaties, materialen en wetenschappelijke en technische apparaten die worden vervangen of die volledig afgeschreven zijn.

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder e) en e bis), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

5 0 0 2   Ontvangsten die voortvloeien uit leveringen aan andere instellingen of organen — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

362 665,38

Toelichting

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder g), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

5 0 1   Verkoop van onroerende goederen

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Onder dit artikel worden de inkomsten geboekt die afkomstig zijn van de verkoop van onroerende goederen van de instellingen.

5 0 2   Verkoop van publicaties, drukwerken en films — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

1 868 325,21

Toelichting

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder j), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Dit artikel omvat tevens de ontvangsten uit de verkoop van deze producten in elektronische vorm.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

HOOFDSTUK 5 1 —   HUUROPBRENGSTEN

5 1 0   Opbrengst van de verhuur van meubilair en materieel — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

5 1 1   Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen en terugbetaling van huurlasten

5 1 1 0   Opbrengst van de verhuur en onderverhuur van onroerende goederen — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

20 015 601,71

Toelichting

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

5 1 1 1   Terugbetaling van huurlasten — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

1 082 853,85

Toelichting

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van extra kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie

 

p.m.

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

HOOFDSTUK 5 2 —   OPBRENGST VAN UITGEZETTE OF UITGELEENDE MIDDELEN, BANKRENTEN EN ANDERE INTRESTEN

5 2 0   Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere intresten over de rekeningen van de instellingen

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

7 194 000

8 794 000

18 390 467,80

Toelichting

Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die afkomstig zijn van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere intresten, geïnd op de rekeningen van de instellingen.

Parlement

 

1 300 000

Raad

 

p.m.

Commissie

 

5 600 000

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

130 000

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

64 000

Comité van de Regio's

 

100 000

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

Europese Dienst voor extern optreden

 

p.m.

 

Totaal

7 194 000

5 2 1   Opbrengst van uitgezette of uitgeleende middelen, bankrenten en andere intresten over de rekeningen van gesubsidieerde organisaties die aan de Commissie worden overgemaakt

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

10 000 000

10 000 000

26 885 559,70

Toelichting

Op dit begrotingsonderdeel worden de ontvangsten opgevoerd die voortkomen uit de terugstorting van rente door gesubsidieerde organisaties die voorschotten van de Commissie op rentedragende rekeningen hebben geplaatst. De ongebruikte voorschotten en de rente daarop moeten aan de Commissie worden teruggestort.

Commissie

 

10 000 000

5 2 2   Rente op betaalde voorfinanciering

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

40 000 000

50 000 000

62 408 819,19

Toelichting

Op dit artikel worden de ontvangsten uit de rente op voorfinancieringen geboekt.

Deze ontvangsten kunnen overeenkomstig artikel 5 bis van het Financieel Reglement worden gebruikt ter opvoering van de extra kredieten voor het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid. De rente uit voorfinancieringen wordt bestemd voor het betrokken programma of de actie en in mindering gebracht op het saldo van de aan de begunstigde verschuldigde bedragen.

In de verordening houdende uitvoeringsvoorschriften van het Financieel Reglement worden de gevallen genoemd waarin de verantwoordelijke ordonnateur bij wijze van uitzondering jaarlijks de betrokken rente zal terugvorderen.

Commissie

 

40 000 000

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1), met name artikel 5 bis.

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1), met name de artikelen 4 en 4 bis.

5 2 3   Ontvangsten uit trustrekeningen — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

 

Toelichting

Op dit artikel worden rente en andere ontvangsten uit trustrekeningen geboekt.

De trustrekeningen worden namens de Unie aangehouden door internationale financiële instellingen (Europees Investeringsfonds, Europese Investeringsbank, Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa/Kreditanstalt für Wiederaufbau, Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) die uniale/communautaire programma’s beheren en de door de Unie/Gemeenschap overgemaakte bedragen blijven op de rekening totdat deze beschikbaar worden gesteld voor de begunstigden in het kader van het enige programma, zoals kleine en middelgrote ondernemingen of instellingen die projecten in toetredingslanden beheren.

Overeenkomstig artikel 18, lid 2, van het Financieel Reglement geeft rente uit trustrekeningen voor uniale/communautaire programma’s aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op de begrotingsonderdelen van de oorspronkelijke uitgave die tot de desbetreffende ontvangsten heeft geleid.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1), met name artikel 18, lid 2.

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1).

HOOFDSTUK 5 5 —   ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN DE LEVERING VAN DIENSTEN EN WERKZAAMHEDEN

5 5 0   Ontvangsten afkomstig van de levering van diensten en werkzaamheden ten behoeve van andere instellingen of organen, inclusief de door andere instellingen of organen terugbetaalde kosten van dienstreizen die voor deze instellingen of organen waren betaald — Bestemmingsontvangsten

Begrotingsjaar 2011

Begrotingsjaar 2010

Begrotingsjaar 2009

p.m.

p.m.

14 496 682,85

Toelichting

Deze ontvangsten worden overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder g), van het Financieel Reglement beschouwd als bestemmingsontvangsten en geven aanleiding tot de opvoering van aanvullende kredieten op het begrotingsonderdeel van de oorspronkelijke uitgave die tot de ontvangsten heeft geleid.

Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.