ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.291.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 291

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
9 november 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2010/674/EU

 

*

Besluit van de Raad van 26 juli 2010 inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van een Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014, een Overeenkomst tussen de Europese Unie en Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014, een Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland betreffende bepaalde vis en visserijproducten voor de periode 2009-2014 en een Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Noorwegen tot vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende de invoer in de Europese Unie van bepaalde vis en visserijproducten voor de periode 2009-2014

1

Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014

4

Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014

10

Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland

14

Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen

18

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 1003/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden ( 1 )

22

 

*

Verordening (EU) nr. 1004/2010 van de Commissie van 8 november 2010 tot verlaging van bepaalde vangstquota voor 2010 wegens overbevissing in het voorgaande jaar

31

 

*

Verordening (EU) nr. 1005/2010 van de Commissie van 8 november 2010 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor sleepvoorzieningen voor motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden ( 1 )

36

 

 

Verordening (EU) nr. 1006/2010 van de Commissie van 8 november 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

43

 

 

Verordening (EU) nr. 1007/2010 van de Commissie van 8 november 2010 tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

45

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/675/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 8 november 2010 betreffende de niet-opneming van bepaalde stoffen in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 7579)  ( 1 )

47

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 26 juli 2010

inzake de ondertekening en voorlopige toepassing van een Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014, een Overeenkomst tussen de Europese Unie en Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014, een Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland betreffende bepaalde vis en visserijproducten voor de periode 2009-2014 en een Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Noorwegen tot vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende de invoer in de Europese Unie van bepaalde vis en visserijproducten voor de periode 2009-2014

(2010/674/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De volgende financiële mechanismen en samenwerkingsprogramma’s zijn op 30 april 2009 verstreken:

het financieel mechanisme van de EER voor de periode 2004-2009, ingesteld bij Protocol nr. 38 bis bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („EER-overeenkomst”) (1), zoals aangevuld door een addendum bij de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EER-overeenkomst in 2007 (2);

het financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2004-2009, ingesteld in de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Gemeenschap inzake een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2004-2009 (3);

het samenwerkingsprogramma vermeld in de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een samenwerkingsprogramma voor economische groei en duurzame ontwikkeling in Bulgarije (4), en

het samenwerkingsprogramma vermeld in de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een samenwerkingsprogramma voor economische groei en duurzame ontwikkeling in Roemenië (5).

(2)

Het blijft noodzakelijk de economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte te verminderen. Derhalve dienen een nieuw mechanisme voor de financiële bijdragen van de EER/EVA-staten en een nieuw financieel mechanisme van Noorwegen te worden ingesteld.

(3)

De Commissie heeft met dit doel namens de Unie onderhandelingen gevoerd over een overeenkomst met IJsland, Liechtenstein en Noorwegen betreffende een nieuw financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014 alsmede over een bijlage bij die overeenkomst. De bijlage zal de vorm van een protocol aannemen, dat Protocol nr. 38 ter bij de EER-overeenkomst genoemd zal worden. De Commissie heeft met hetzelfde doel namens de Unie tevens onderhandelingen gevoerd over een overeenkomst met Noorwegen betreffende een nieuw financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014.

(4)

Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip dienen deze overeenkomsten te worden ondertekend.

(5)

De bijzondere bepalingen inzake de invoer in de Unie van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit IJsland en Noorwegen, die zijn opgenomen in de volgende protocollen, zijn op 30 april 2009 verstreken en dienen overeenkomstig artikel 2 van die protocollen opnieuw te worden bekeken:

Aanvullend Protocol bij de overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (6);

Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (7);

Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (8);

Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (9).

(6)

De Commissie heeft daartoe namens de Unie onderhandelingen gevoerd over nieuwe aanvullende protocollen bij de vrijhandelsovereenkomsten met IJsland respectievelijk Noorwegen, tot vaststelling van bijzondere bepalingen inzake de invoer in de Unie van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit IJsland en Noorwegen voor de periode 2009-2014.

(7)

Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip dienen deze aanvullende protocollen te worden ondertekend.

(8)

De vervanging van de bestaande financiële mechanismen door nieuwe mechanismen, die betrekking hebben op andere tijdsperiodes en andere bedragen van de fondsen en die andere uitvoeringsbepalingen hebben, vormt samen met de hernieuwing en verlenging van de concessies ten aanzien van bepaalde vis en visproducten een belangrijke ontwikkeling van de associatie met de EER/EVA-staten, wat rechtvaardigt dat gebruik wordt gemaakt van artikel 217 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(9)

In afwachting van de voltooiing van de procedures die voor de sluiting ervan vereist zijn, worden de in overweging 4 bedoelde overeenkomsten en de in overweging 7 bedoelde protocollen op voorlopige basis toegepast,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ondertekening van de volgende overeenkomsten en protocollen wordt namens de Europese Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting ervan:

de Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014 en de bijlage daarbij;

de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014;

het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland en de bijlage daarbij;

het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen en de bijlage daarbij.

De tekst van de overeenkomsten en aanvullende protocollen en de bijlagen daarbij zijn aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon of de personen aan te wijzen die bevoegd is/zijn deze overeenkomsten en protocollen namens de Unie te ondertekenen, onder voorbehoud van de sluiting ervan.

Artikel 3

In afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan, zijn de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten en protocollen voorlopig van toepassing vanaf de volgende data:

de Overeenkomst tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014 en de bijlage daarbij, te beginnen op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving;

de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014, te beginnen op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving;

het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland en de bijlage daarbij, te beginnen op de eerste dag van de derde maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving;

het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen en de bijlage daarbij, te beginnen op de eerste dag van de derde maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 26 juli 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

S. VANACKERE


(1)  PB L 130 van 29.4.2004, blz. 14.

(2)  PB L 221 van 25.8.2007, blz. 18.

(3)  PB L 130 van 29.4.2004, blz. 81.

(4)  PB L 221 van 25.8.2007, blz. 46.

(5)  PB L 221 van 25.8.2007, blz. 52.

(6)  PB L 130 van 29.4.2004, blz. 85.

(7)  PB L 130 van 29.4.2004, blz. 89.

(8)  PB L 221 van 25.8.2007, blz. 58.

(9)  PB L 221 van 25.8.2007, blz. 62.


OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie, IJsland, het Vorstendom Liechtenstein en het Koninkrijk Noorwegen betreffende een financieel mechanisme van de EER voor de periode 2009-2014

DE EUROPESE UNIE,

IJSLAND,

HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN,

HET KONINKRIJK NOORWEGEN,

OVERWEGENDE dat de partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte („EER-overeenkomst”) zijn overeengekomen dat de economische en sociale verschillen tussen hun regio’s moeten worden teruggedrongen, teneinde een gestadige en evenwichtige versterking van hun handel en hun economische betrekkingen te bevorderen,

OVERWEGENDE dat de EVA-staten, teneinde aan de verwezenlijking van dat doel bij te dragen, een financieel mechanisme hebben ingesteld in de context van de Europese Economische Ruimte,

OVERWEGENDE dat de bepalingen betreffende het financieel mechanisme van de EER voor de periode 2004-2009 zijn opgenomen in Protocol nr. 38 bis en het addendum bij Protocol nr. 38 bis bij de EER-overeenkomst,

OVERWEGENDE dat het noodzakelijk blijft de economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte te verminderen en dat derhalve voor de periode 2009-2014 een nieuw mechanisme voor de financiële bijdragen van de EER/EVA-staten dient te worden ingesteld,

HEBBEN BESLOTEN DE VOLGENDE OVEREENKOMST TE SLUITEN:

Artikel 1

Artikel 117 van de EER-overeenkomst komt als volgt te luiden:

„Protocol nr. 38, Protocol nr. 38 bis en het addendum bij Protocol nr. 38 bis en Protocol nr. 38 ter bevatten bepalingen betreffende het financieel mechanisme.”.

Artikel 2

Na Protocol nr. 38 bis wordt in de EER-overeenkomst een nieuw Protocol nr. 38 ter ingevoegd. De tekst van Protocol nr. 38 ter is in de bijlage bij deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 3

Deze Overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures bekrachtigd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.

In afwachting van de voltooiing van de in de leden 1 en 2 bedoelde procedures, is deze overeenkomst voorlopig van toepassing, te beginnen op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving.

Artikel 4

Deze Overeenkomst, opgesteld in één exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse, de IJslandse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan doet toekomen aan elk van de partijen bij deze Overeenkomst.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми юли две хиляди и десета година и деветнадесети август две хиляди и десета година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de julio de dos mil diez y el diecinueve de agosto de dos mil diez.

V Bruselu dne 28. července 2010 a 19. srpna 2010.

Udfærdiget i Bruxelles, den 28. juli 2010 og den 19. august 2010.

Geschehen zu Brüssel am 28. Juli 2010 und am 19. August 2010.

Brüsselis kahe tuhande kümnenda aasta juulikuu kahekümne kaheksandal ja augustikuu üheksateistkümnendal päeval

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις 28 Iουλίου 2010 και στις 19 Αυγούστου 2010.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of July and on the nineteenth day of August in the year two thousand and ten.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit juillet deux mil dix et le dix-neuf août deux mil dix.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto luglio duemiladieci e diciannove agosto duemiladieci.

Briselē, 2010. gada 28. jūlijā un 2010. gada 19. augustā

Priimta Briuselyje 2010 m. liepos 28 d. ir 2010 m. rugpjūčio 19 d.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizedik év július havának huszonnyolcadik napján és a kétezer-tizedik év augusztus havának tizenkilencedik napján.

Magħmul fi Brussell, it-28 ta’ Lulju 2010 u d-19 ta’ Awwissu 2010.

Gedaan te Brussel, 28 juli 2010 en 19 augustus 2010.

Sporządzono w Brukseli dnia 28 lipca 2010 r. i 19 sierpnia 2010 r.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Julho de dois mil e dez e em dezanove de Agosto de dois mil e dez.

Întocmit la Bruxelles, 28 iulie 2010 și 19 august 2010.

V Bruseli dvadsiateho ôsmeho júla dvetisícdesať a devätnásteho augusta dvetisícdesať.

V Bruslju, 28. julija 2010 in 19. avgusta 2010.

Tehty Brysselissä, kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä heinäkuuta vuonna kaksituhattakymmenen ja yhdeksäntenätoista päivänä elokuuta vuonna kaksituhattakymmenen

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde juli tjugohundratio och den nittonde augusti tjugohundratio.

Gert í Brussel, 28. júlí 2010 og 19. ágúst 2010.

Utferdiget i Brussel, den 28. juli 2010 og den 19. august 2010.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l’Union européenne

Per l’Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Fyrir Ísland

Image

Für das Fürstentum Liechtenstein

Image

For Konveriket Norge

Image

BIJLAGE

PROTOCOL Nr. 38 TER

BETREFFENDE HET FINANCIEEL MECHANISME VAN DE EER (2009-2014)

Artikel 1

IJsland, Liechtenstein en Noorwegen („de EVA-staten”) dragen bij tot de vermindering van economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte en de versterking van hun betrekkingen met de begunstigde staten door middel van financiële bijdragen ten gunste van de in artikel 3 vermelde prioritaire sectoren.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde financiële bijdrage bedraagt in totaal 988,5 miljoen EUR, waarvan over de periode van 1 mei 2009 tot en met 30 april 2014 jaarlijkse tranches van 197,7 miljoen EUR beschikbaar worden gemaakt voor het aangaan van betalingsverplichtingen.

Artikel 3

1.   Voor de financiële bijdragen komen de volgende prioritaire sectoren in aanmerking:

a)

milieubescherming en milieubeheer;

b)

klimaatverandering en hernieuwbare energie;

c)

het maatschappelijk middenveld;

d)

menselijke en sociale ontwikkeling;

e)

bescherming van het cultureel erfgoed.

2.   Academisch onderzoek kan voor financiering in aanmerking komen voor zover dit onderzoek op één of meer van deze prioritaire sectoren betrekking heeft.

3.   De indicatieve toewijzing voor iedere begunstigde staat bedraagt ten minste 30 % voor de prioritaire sectoren a) en b) gecombineerd, en 10 % voor prioritaire sector c). Overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 2, worden de prioritaire sectoren op flexibele wijze gekozen, geconcentreerd en aangepast volgens de verschillende behoeften van elke begunstigde staat, met inachtneming van de omvang van de betrokken staat en de omvang van de bijdrage.

Artikel 4

1.   De EVA-bijdrage is nooit groter dan 85 % van de programmakosten. In bijzondere gevallen kan de bijdrage 100 % van de programmakosten bedragen.

2.   De toepasselijke voorschriften inzake steunmaatregelen van de staten worden nageleefd.

3.   De Commissie onderzoekt alle programma’s en elke substantiële wijziging in een programma op hun verenigbaarheid met de doelstellingen van de Europese Unie.

4.   De verantwoordelijkheid van de EVA-staten voor de projecten beperkt zich tot het ter beschikking stellen van de middelen volgens het overeengekomen plan. Aansprakelijkheid ten aanzien van derden wordt niet aanvaard.

Artikel 5

De middelen worden ter beschikking gesteld van de volgende begunstigde staten: Bulgarije, Tsjechië, Estland, Griekenland, Spanje, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië en Slowakije.

Aan Spanje wordt 45,85 miljoen EUR ter beschikking gesteld voor overgangssteun voor de periode van 1 mei 2009 tot en met 31 december 2013. Met inachtneming van overgangsaanpassingen worden de overige middelen beschikbaar gesteld volgens de volgende verdeelsleutel:

 

Middelen

(miljoen euro)

Bulgarije

78,60

Tsjechië

61,40

Estland

23,00

Griekenland

63,40

Cyprus

3,85

Letland

34,55

Litouwen

38,40

Hongarije

70,10

Malta

2,90

Polen

266,90

Portugal

57,95

Roemenië

190,75

Slovenië

12,50

Slowakije

38,35

Artikel 6

In november 2011 en nogmaals in november 2013 vindt een evaluatie plaats met het oog op het opnieuw toewijzen van beschikbare, maar niet-vastgelegde middelen ten gunste van projecten met een hoge prioriteit die door een begunstigde staat zijn ingediend.

Artikel 7

1.   De financiële bijdrage waarin dit protocol voorziet, wordt zorgvuldig gecoördineerd met de bilaterale bijdrage van Noorwegen waarin het financieel mechanisme van Noorwegen voorziet.

2.   De EVA-staten zien er in het bijzonder op toe dat voor beide in het voorgaande lid bedoelde financiële mechanismen in wezen dezelfde aanvraagprocedures en uitvoeringsprocedures worden toegepast.

3.   Met alle relevante wijzigingen van het cohesiebeleid van de Europese Unie wordt de nodige rekening gehouden.

Artikel 8

Voor de tenuitvoerlegging van het financieel mechanisme van de EER geldt het volgende:

1.

In alle uitvoeringsfasen wordt de hoogste mate van transparantie, verantwoording en kosteneffectiviteit in acht genomen, evenals de beginselen van goed bestuur, duurzame ontwikkeling en gelijke behandeling van mannen en vrouwen. De doelstellingen van het financieel mechanisme van de EER worden nagestreefd in het kader van nauwe samenwerking tussen de begunstigde staten en de EVA-staten.

2.

Teneinde efficiënte en doelgerichte tenuitvoerlegging te waarborgen, sluiten de EVA-staten met elke begunstigde staat, met inachtneming van de nationale prioriteiten, een memorandum van overeenstemming waarin het meerjarige programmeringskader en de structuren voor beheer en controle worden vastgelegd.

3.

Na de sluiting van het memorandum van overeenstemming dient de begunstigde staat programmeringsvoorstellen in. De EVA-staten verrichten de beoordeling en goedkeuring van de voorstellen en sluiten met de begunstigde staten voor elk programma een subsidieovereenkomst. De omvang van de bijdrage is mede bepalend voor de mate van gedetailleerdheid van het programma. Binnen programma’s kunnen in uitzonderingsgevallen projecten worden aangegeven met de voorwaarden voor selectie, goedkeuring en controle, in overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen van lid 8.

De begunstigde staat is verantwoordelijk voor de uitvoering van de overeengekomen programma’s. De begunstigde staten voorzien in een passend beheers- en controlesysteem om een gedegen tenuitvoerlegging en beheer te waarborgen.

4.

Bij de voorbereiding, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van de financiële bijdrage worden waar nuttig partnerschappen aangegaan teneinde brede participatie te waarborgen. De partners kunnen onder andere plaatselijke, regionale en nationale overheden zijn, alsmede particuliere ondernemingen, maatschappelijke organisaties en sociale partners in de begunstigde staten en de EVA-staten.

5.

Het voor het beheer van het financieel mechanisme van de EER opgezette controlesysteem moet waarborgen dat het beginsel van gezond financieel beheer in acht wordt genomen. De EVA-staten kunnen tevens de volgens hun interne regelgeving vereiste controles verrichten. De begunstigde staten verlenen hiertoe alle noodzakelijke bijstand en verstrekken alle noodzakelijke informatie en documentatie. In geval van onregelmatigheden mogen de EVA-staten de financiering opschorten en verstrekte middelen terugvorderen.

6.

Projecten binnen het meerjarige programmeringskader in de begunstigde staten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking tussen organisaties in de begunstigde staten en in de EVA-staten, overeenkomstig de regelgeving inzake overheidsopdrachten.

7.

De beheerskosten van de EVA-staten worden bekostigd uit het in artikel 2 genoemde totaalbedrag en worden gespecificeerd in de uitvoeringsbepalingen bedoeld in lid 8.

8.

De EVA-staten stellen een comité in voor het algemene beheer van het financieel mechanisme van de EER. Nadere uitvoeringsbepalingen betreffende het financieel mechanisme van de EER worden door de EVA-staten vastgesteld na overleg met de begunstigde staten. De EVA-staten streven ernaar deze bepalingen vast te stellen voor de ondertekening van de memoranda van overeenstemming.

Artikel 9

Aan het einde van de periode van vijf jaar, en onverminderd de rechten en verplichtingen in het kader van de Overeenkomst, onderzoeken de overeenkomstsluitende partijen in het licht van artikel 115 opnieuw de behoefte aan maatregelen met betrekking tot de economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte.


OVEREENKOMST

tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie betreffende een financieel mechanisme van Noorwegen voor de periode 2009-2014

Artikel 1

Het Koninkrijk Noorwegen verbindt zich ertoe gedurende een periode van vijf jaar bij te dragen tot de vermindering van economische en sociale verschillen binnen de Europese Economische Ruimte en de versterking van zijn betrekkingen met de begunstigde staten door middel van een afzonderlijk financieel mechanisme van Noorwegen ten gunste van de in artikel 3 vermelde prioritaire sectoren.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde financiële bijdrage bedraagt in totaal 800 miljoen euro, waarvan over de periode 1 mei 2009 tot en met 30 april 2014 jaarlijkse tranches van 160 miljoen euro beschikbaar worden gemaakt voor het aangaan van betalingsverplichtingen.

Artikel 3

Voor de financiële bijdragen komen de volgende prioritaire sectoren in aanmerking:

a)

afvang en opslag van koolstofdioxide;

b)

groene industriële innovatie;

c)

onderzoek en wetenschap;

d)

menselijke en sociale ontwikkeling;

e)

justitie en binnenlandse zaken;

f)

bevordering van fatsoenlijk werk en driepartijenoverleg.

Er wordt gestreefd naar een toewijzing van ten minste 20 % voor prioritaire sector a). Er wordt naar behoren rekening gehouden met de verschillende behoeften en omvang van elke begunstigde staat.

Van de toewijzing aan elke begunstigde staat wordt 1 % ingelegd in een fonds voor de bevordering van fatsoenlijk werk en driepartijenoverleg, dat beheerd wordt door een door het Koninkrijk Noorwegen aan te wijzen organisatie, in overeenstemming met de in artikel 5 vastgestelde verdeling.

Artikel 4

De bijdrage van het Koninkrijk Noorwegen is nooit groter dan 85 % van de programmakosten. In bijzondere gevallen kan de bijdrage 100 % van de programmakosten bedragen.

De toepasselijke voorschriften inzake steunmaatregelen van de staten worden nageleefd.

De Commissie onderzoekt alle programma’s en elke substantiële wijziging in een programma op hun verenigbaarheid met de doelstellingen van de Europese Unie.

De verantwoordelijkheid van het Koninkrijk Noorwegen voor de projecten beperkt zich tot het verstrekken van middelen volgens het overeengekomen plan. Aansprakelijkheid ten aanzien van derden wordt niet aanvaard.

Artikel 5

De middelen worden ter beschikking gesteld van de volgende begunstigde staten (Bulgarije, Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije) volgens onderstaande verdeelsleutel:

Begunstigde staat

Middelen (miljoen euro)

Bulgarije

48,00

Cyprus

4,00

Tsjechië

70,40

Estland

25,60

Letland

38,40

Litouwen

45,60

Hongarije

83,20

Malta

1,60

Polen

311,20

Roemenië

115,20

Slovenië

14,40

Slowakije

42,40

Artikel 6

In november 2011 en nogmaals in november 2013 vindt een evaluatie plaats met het oog op het opnieuw toewijzen van beschikbare, maar niet-vastgelegde middelen ten gunste van projecten met een hoge prioriteit die door een begunstigde staat zijn ingediend.

Artikel 7

De in artikel 1 bedoelde financiële bijdrage wordt zorgvuldig gecoördineerd met de bijdrage van de EVA-staten waarin het financieel mechanisme van de EER voorziet.

Het Koninkrijk Noorwegen ziet er in het bijzonder op toe dat voor beide in de voorgaande alinea bedoelde financiële mechanismen in wezen dezelfde aanvraagprocedures en uitvoeringsprocedures worden toegepast.

Met alle relevante wijzigingen van het cohesiebeleid van de Europese Unie wordt de nodige rekening gehouden.

Artikel 8

Voor de tenuitvoerlegging van het financieel mechanisme van Noorwegen geldt het volgende:

1.

In alle uitvoeringsfasen wordt de hoogste mate van transparantie, verantwoording en kosteneffectiviteit in acht genomen, evenals de doelstellingen en beginselen van goed bestuur, duurzame ontwikkeling en gelijke behandeling van mannen en vrouwen. De doelstellingen van het financieel mechanisme van Noorwegen worden nagestreefd in het kader van nauwe samenwerking tussen de begunstigde staten en het Koninkrijk Noorwegen.

2.

Teneinde efficiënte en doelgerichte tenuitvoerlegging te waarborgen, sluit het Koninkrijk Noorwegen met elke begunstigde staat, met inachtneming van de nationale prioriteiten, een memorandum van overeenstemming waarin het meerjarige programmeringskader en de structuren voor beheer en controle worden vastgelegd.

3.

Na de sluiting van het memorandum van overeenstemming dienen de begunstigde staten programmeringsvoorstellen in. Het Koninkrijk Noorwegen verricht de beoordeling en goedkeuring van de voorstellen en sluit met de begunstigde staten voor elk programma een subsidieovereenkomst. De omvang van de bijdrage is mede bepalend voor de mate van gedetailleerdheid van het programma. Binnen programma’s kunnen in uitzonderingsgevallen projecten worden aangegeven met de voorwaarden voor selectie, goedkeuring en controle, in overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen van lid 8.

De begunstigde staat is verantwoordelijk voor de uitvoering van de overeengekomen programma’s. De begunstigde staten voorzien in een passend beheers- en controlesysteem om een gedegen tenuitvoerlegging en beheer te waarborgen. De begunstigde staat en het Koninkrijk Noorwegen kunnen in specifieke omstandigheden overeenkomen dat programma’s door een door hen aangewezen organisatie worden uitgevoerd.

4.

Bij de voorbereiding, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van de financiële bijdragen worden waar nuttig partnerschappen aangegaan teneinde brede participatie te waarborgen. De partners kunnen onder andere plaatselijke, regionale en nationale overheden zijn, alsmede particuliere ondernemingen, maatschappelijke organisaties en sociale partners in de begunstigde staten en het Koninkrijk Noorwegen.

5.

Het voor het beheer van het financieel mechanisme van Noorwegen opgezette controlesysteem moet waarborgen dat het beginsel van gezond financieel beheer in acht wordt genomen. Het Koninkrijk Noorwegen kan tevens de volgens zijn interne regelgeving vereiste controles verrichten. De begunstigde staten verlenen hiertoe alle noodzakelijke bijstand en verstrekken alle noodzakelijke informatie en documentatie. In geval van onregelmatigheden mag het Koninkrijk Noorwegen de financiering opschorten en verstrekte middelen terugvorderen.

6.

Projecten binnen het meerjarige programmeringskader in de begunstigde staten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking tussen organisaties in de begunstigde staten en in het Koninkrijk Noorwegen, overeenkomstig de regelgeving inzake overheidsopdrachten.

7.

De beheerskosten van het Koninkrijk Noorwegen worden bekostigd uit het in artikel 2 genoemde totaalbedrag en worden gespecificeerd in de uitvoeringsbepalingen bedoeld in lid 8.

8.

Het Koninkrijk Noorwegen of een door het Koninkrijk Noorwegen aangewezen organisatie is verantwoordelijk voor het algemene beheer van het financieel mechanisme van Noorwegen. Nadere uitvoeringsbepalingen betreffende het financieel mechanisme van Noorwegen worden door het Koninkrijk Noorwegen vastgesteld na overleg met de begunstigde staten. Het Koninkrijk Noorwegen streeft ernaar deze bepalingen vast te stellen voor de ondertekening van de memoranda van overeenstemming.

Artikel 9

Deze Overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures bekrachtigd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.

In afwachting van de voltooiing van de in de leden 1 en 2 bedoelde procedures, is deze overeenkomst voorlopig van toepassing, te beginnen op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving.

Artikel 10

Deze Overeenkomst, opgesteld in één exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan doet toekomen aan elk van de partijen bij deze overeenkomst.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми юли две хиляди и десета година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de julio de dos mil diez.

V Bruselu dne 28. července 2010.

Udfærdiget i Bruxelles, den 28. juli 2010.

Geschehen zu Brüssel am 28. Juli 2010.

Brüsselis kahe tuhande kümnenda aasta juulikuu kahekümne kaheksandal päeval

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις 28 Iουλίου 2010.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of July in the year two thousand and ten.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit juillet deux mil dix.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto luglio duemiladieci.

Briselē, 2010. gada 28. jūlijā

Priimta Briuselyje 2010 m. liepos 28 d.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizedik év július havának huszonnyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, it-28 ta’ Lulju 2010.

Gedaan te Brussel, 28 juli 2010.

Sporządzono w Brukseli dnia 28 lipca 2010 r.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Julho de dois mil e dez.

Întocmit la Bruxelles, 28 iulie 2010.

V Bruseli dvadsiateho ôsmeho júla dvetisícdesať.

V Bruslju, 28. julija 2010

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä heinäkuuta vuonna kaksituhattakymmenen.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde juli tjugohundratio.

Utferdiget i Brussel, den 28. juli 2010.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

For Konveriket Norge

Image


AANVULLEND PROTOCOL

bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland

DE EUROPESE UNIE

en

IJSLAND

GEZIEN de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland, die op 22 juli 1972 te Brussel is ondertekend, en de regeling die IJsland en de Gemeenschap voor de handel in vis en visserijproducten zijn overeengekomen,

GEZIEN het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en met name artikel 2,

GEZIEN het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en IJsland naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie,

HEBBEN BESLOTEN HET VOLGENDE PROTOCOL TE SLUITEN:

Artikel 1

Bijzondere bepalingen inzake de invoer in de Europese Unie van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit IJsland zijn opgenomen in dit protocol en de bijlage bij dit protocol. De jaarlijkse rechtenvrije tariefcontingenten zijn vermeld in de bijlage bij dit protocol.

Deze tariefcontingenten zijn van toepassing gedurende de periode van 1 mei 2009 tot en met 30 april 2014. De omvang van de contingenten wordt aan het einde van die periode opnieuw bekeken, waarbij alle relevante belangen in aanmerking worden genomen.

Artikel 2

De hoeveelheden van de rechtenvrije tariefcontingenten voor de eerste periode van twaalf maanden, van 1 mei 2009 tot en met 30 april 2010, worden toegewezen aan de periode van 1 mei 2010 tot en met 30 april 2011.

Indien de hoeveelheden van de tariefcontingenten voor de contingentperiode van 1 mei 2010 tot en met 30 april 2011 niet volledig zijn benut, worden de resterende hoeveelheden overgedragen naar de contingentperiode van 1 mei 2011 tot en met 30 april 2012. Daartoe worden de afboekingen van het tariefcontingent voor de periode van 1 mei 2010 tot en met 30 april 2011 gestopt op de tweede werkdag van de Commissie volgend op 1 september 2011. Op de eerstvolgende werkdag wordt de niet-opgenomen hoeveelheid van deze tariefcontingenten ter beschikking gesteld in het kader van het overeenkomende tariefcontingent voor de periode van 1 mei 2011 tot en met 30 april 2012. Vanaf die datum zijn afboekingen met terugwerkende kracht en terugboekingen niet meer mogelijk voor dat specifieke tariefcontingent voor de periode van 1 mei 2010 tot en met 30 april 2011.

Artikel 3

Dit protocol wordt door de partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.

In afwachting van de voltooiing van de in de leden 1 en 2 bedoelde procedures, is dit protocol voorlopig van toepassing, te beginnen op de eerste dag van de derde maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving.

Artikel 4

Dit protocol, opgesteld in één exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de IJslandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan doet toekomen aan elk van de partijen bij deze overeenkomst.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми юли две хиляди и десета година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de julio de dos mil diez.

V Bruselu dne 28. července 2010.

Udfærdiget i Bruxelles, den 28. juli 2010.

Geschehen zu Brüssel am 28. Juli 2010.

Brüsselis kahe tuhande kümnenda aasta juulikuu kahekümne kaheksandal päeval

'Εγινε στις Βρυξέλλες, στις 28 Iουλίου 2010.

Done at Brussels on the twenty-eighth day of July in the year two thousand and ten.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit juillet deux mil dix.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto luglio duemiladieci.

Briselē, 2010. gada 28. jūlijā

Priimta Briuselyje 2010 m. liepos 28 d.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizedik év július havának huszonnyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, it-28 ta’ Lulju 2010.

Gedaan te Brussel, 28 juli 2010.

Sporządzono w Brukseli dnia 28 lipca 2010 r.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Julho de dois mil e dez.

Întocmit la Bruxelles, 28 iulie 2010.

V Bruseli dvadsiateho ôsmeho júla dvetisícdesať.

V Bruslju, 28. julija 2010

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä heinäkuuta vuonna kaksituhattakymmenen.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde juli tjugohundratio.

Gert i Brussel, 28. juli 2010.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Fyrir Ísland

Image

BIJLAGE

BIJZONDERE BEPALINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 1 VAN HET PROTOCOL

De Unie opent de volgende jaarlijkse rechtenvrije tariefcontingenten voor producten van oorsprong uit IJsland, in aanvulling op de reeds bestaande tariefcontingenten:

GN-code

Omschrijving

Omvang van het jaarlijkse tariefcontingent (1 mei t/m 30 april) in nettogewicht, tenzij anders aangegeven

0303 51 00

Haring van de soorten Clupea harengus en Clupea pallasii, bevroren, met uitzondering van levers, hom en kuit (1)

950 t

0306 19 30

Langoestines (Nephrops norvegicus), bevroren

520 t

0304 19 35

Filets van Noorse schelvis (Sebastes spp.), vers of gekoeld

750 t


(1)  Het tariefcontingent is niet van toepassing op goederen die van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.


AANVULLEND PROTOCOL BIJ DE OVEREENKOMST

tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen

DE EUROPESE UNIE

en

HET KONINKRIJK NOORWEGEN

GEZIEN de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen, die op 14 mei 1973 te Brussel is ondertekend, en de regeling die Noorwegen en de Europese Unie voor de handel in vis en visserijproducten zijn overeengekomen,

GEZIEN het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en met name artikel 2,

GEZIEN het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, en met name artikel 2,

HEBBEN BESLOTEN HET VOLGENDE PROTOCOL TE SLUITEN:

Artikel 1

Bijzondere bepalingen inzake de invoer in de Europese Unie van bepaalde vis en visserijproducten van oorsprong uit Noorwegen zijn opgenomen in dit protocol en de bijlage bij dit protocol.

De jaarlijkse rechtenvrije tariefcontingenten zijn vermeld in de bijlage bij dit protocol. Deze tariefcontingenten zijn van toepassing gedurende de periode van 1 mei 2009 tot en met 30 april 2014. De omvang van de contingenten wordt aan het einde van die periode opnieuw bekeken, waarbij alle relevante belangen in aanmerking worden genomen.

Artikel 2

De tariefcontingenten die voor Noorwegen hadden moeten worden geopend met ingang van 1 mei 2009 tot de tenuitvoerlegging van dit protocol worden in gelijke delen verdeeld, die jaarlijks worden toegewezen gedurende de resterende toepassingsduur van dit protocol.

Artikel 3

Noorwegen neemt de nodige maatregelen tot handhaving van de regeling die is vastgesteld bij het koninklijk besluit van 21 april 2006 waarbij de vrije doorvoer wordt toegestaan van vis en visserijproducten die in Noorwegen aan land zijn gebracht door vaartuigen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren. Deze regeling is van toepassing gedurende de in artikel 1 genoemde periode. Zodra de jaarlijkse tariefcontingenten ten uitvoer zijn gelegd.

Artikel 4

Op de in de bijlage bij dit protocol vermelde tariefcontingenten zijn de oorsprongsregels van toepassing die zijn opgenomen in Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen, die op 14 mei 1973 is ondertekend.

Artikel 5

Dit protocol wordt door de partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de laatste akte van bekrachtiging of goedkeuring is neergelegd.

In afwachting van de voltooiing van de in de leden 1 en 2 bedoelde procedures, is dit protocol voorlopig van toepassing, te beginnen op de eerste dag van de derde maand die volgt op de neerlegging van de laatste desbetreffende kennisgeving.

Artikel 6

Dit protocol, opgesteld in één exemplaar in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan doet toekomen aan elk van de partijen.

Съставено в Брюксел на двадесет и осми юли две хиляди и десета година.

Hecho en Bruselas, el veintiocho de julio de dos mil diez.

V Bruselu dne 28. července 2010.

Udfærdiget i Bruxelles, den 28. juli 2010.

Geschehen zu Brüssel am 28. Juli 2010.

Brüsselis kahe tuhande kümnenda aasta juulikuu kahekümne kaheksandal päeval

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις 28 Iουλίου 2010.

Done at Brussels, on the twenty-eighth day of July in the year two thousand and ten.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit juillet deux mil dix.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto luglio duemiladieci.

Briselē, 2010. gada 28. jūlijā

Priimta Briuselyje, 2010 m. liepos 28 d.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizedik év július havának huszonnyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, it-28 ta’ Lulju 2010.

Gedaan te Brussel, 28 juli 2010.

Sporządzono w Brukseli dnia 28 lipca 2010 r.

Feito em Bruxelas, em vinte e oito de Julho de dois mil e dez.

Întocmit la Bruxelles, 28 iulie 2010.

V Bruseli dvadsiateho ôsmeho júla dvetisícdesať.

V Bruslju, 28. julija 2010.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkahdeksantena päivänä, heinäkuuta vuonna kaksituhattakymmenen.

Som skedde i Bryssel den tjugoåttonde juli tjugohundratio.

Utferdiget i Brussel, 28. juli 2010.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sajungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

For Kongeriket Norge

Image

BIJLAGE

BIJZONDERE BEPALINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 1 VAN HET PROTOCOL

De Europese Unie opent de volgende jaarlijkse rechtenvrije tariefcontingenten voor producten van oorsprong uit Noorwegen, in aanvulling op de reeds bestaande rechtenvrije tariefcontingenten:

GN-code

Omschrijving

Omvang van het jaarlijkse tariefcontingent (1 mei t/m 30 april) in nettogewicht, tenzij anders aangegeven

0303 29 00

Andere zalmachtigen, bevroren

2 000 t

0303 51 00

Haring van de soorten Clupea harengus en Clupea pallasii, bevroren, met uitzondering van levers, hom en kuit (1)

45 800 t

0303 74 30

Makreel van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus, bevroren, in gehele staat, met uitzondering van levers, hom en kuit (2)

39 800 t

0303 79 98

Andere vis, bevroren, met uitzondering van levers, hom en kuit

2 200 t

0304 29 75

0304 99 23

Bevroren haringfilets van de soorten Clupea harengus en Clupea pallasii

Bevroren haringlappen van de soorten Clupea harengus en Clupea pallasii  (3)

67 600 t

ex 1605 20 10

ex 1605 20 91

ex 1605 20 99

Bereidingen en conserven van garnalen, gepeld en bevroren

7 000 t

ex 1604 12 91

ex 1604 12 99

Haring, bereid met kruiden en/of azijn, gepekeld (4)

3 000 t netto uitgelekt gewicht


(1)  Het tariefcontingent is niet van toepassing op goederen die van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.

(2)  Het tariefcontingent is niet van toepassing op goederen die van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.

(3)  Het tariefcontingent is niet van toepassing op goederen vallende onder GN-code 0304 99 23 die van 15 februari tot en met 15 juni voor het vrije verkeer worden aangegeven.

(4)  Dit tariefcontingent wordt verhoogd tot 4 000 t netto uitgelekt gewicht voor de periode van 1 mei 2010 tot en met 30 april 2011, tot 5 000 t netto uitgelekt gewicht voor de periode van 1 mei 2011 tot en met 30 april 2012 en tot 6 000 t netto uitgelekt gewicht voor de periode van 1 mei tot en met 30 april in elke daaropvolgende periode van twaalf maanden.


VERORDENINGEN

9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/22


VERORDENING (EU) Nr. 1003/2010 VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2010

betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (1), en met name op artikel 14, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 661/2009 is een bijzondere verordening voor de toepassing van de typegoedkeuringsprocedure die is ingesteld bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (2).

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 661/2009 wordt Richtlijn 70/222/EEG van de Raad van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de plaats en het aanbrengen van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan ingetrokken (3). De voorschriften van die richtlijn moeten worden overgenomen in deze verordening en waar nodig worden gewijzigd om ze aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technologische kennis aan te passen.

(3)

In Verordening (EG) nr. 661/2009 worden fundamentele bepalingen vastgesteld met betrekking tot de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten betreft. Derhalve moeten ook de specifieke procedures, tests en voorschriften voor die typegoedkeuring worden vastgesteld.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)   „voertuigtype wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten betreft”: voertuigen die onderling niet verschillen op essentiële punten zoals:

de afmetingen van de ruimte voor de montage en bevestiging van de achterkentekenplaat;

de plaats van de ruimte voor de montage en bevestiging van de achterkentekenplaat;

de vorm van het oppervlak voor de montage en bevestiging van de achterkentekenplaat;

(2)   „nagenoeg vlak oppervlak”: een oppervlak van stevig materiaal, dat ook kan bestaan uit een raster met motief of een rooster, met een kromtestraal van ten minste 5 000 mm;

(3)   „rasteroppervlak met motief”: een oppervlak dat bestaat uit een gelijkmatig verdeeld patroon van vormen, zoals ronde, ovale, ruitvormige, rechthoekige of vierkante mazen, die gelijkmatig zijn verdeeld en een onderlinge afstand van niet meer dan 15 mm hebben;

(4)   „roosteroppervlak”: een oppervlak dat bestaat uit evenwijdige en gelijkmatig verdeelde spijlen met een onderlinge afstand van niet meer dan 15 mm;

(5)   „nominaal oppervlak”: het theoretische geometrisch perfecte oppervlak, waarbij ongelijkmatigheden in het oppervlak, zoals uitsteeksels of inkepingen, buiten beschouwing worden gelaten;

(6)   „middenlangsvlak van het voertuig”: het spiegelvlak van het voertuig of, als het voertuig niet symmetrisch is, het verticale langsvlak door het midden van de assen van het voertuig;

(7)   „helling”: de hoekverdraaiing ten opzichte van een verticaal vlak.

Artikel 2

Bepalingen voor de EG-typegoedkeuring van een motorvoertuig of een aanhangwagen wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten betreft

1.   De fabrikant of zijn vertegenwoordiger dient de aanvraag voor EG-typegoedkeuring van een voertuig wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft, in bij de typegoedkeuringsinstantie.

2.   De aanvraag wordt opgesteld volgens het model van het inlichtingenformulier in deel 1 van bijlage I.

3.   Als aan de relevante voorschriften in bijlage II is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG beschreven nummeringssysteem.

Een lidstaat mag hetzelfde nummer niet aan een ander voertuigtype toekennen.

4.   Voor de toepassing van lid 3 verleent de typegoedkeuringsinstantie een EG-typegoedkeuringscertificaat dat volgens het model in deel 2 van bijlage I is opgesteld.

Artikel 3

Geldigheid en uitbreiding van krachtens Richtlijn 70/222/EEG verleende goedkeuringen

De nationale autoriteiten staan de verkoop en het in het verkeer brengen toe van voertuigen waarvoor vóór de in artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 661/2009 genoemde datum typegoedkeuring is verleend en blijven uitbreiding van goedkeuringen voor die voertuigen toestaan krachtens Richtlijn 70/222/EEG.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 november 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1.

(2)  PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.

(3)  PB L 76 van 6.4.1970, blz. 25.


BIJLAGE I

Administratieve documenten voor de EG-typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten betreft

DEEL 1

Inlichtingenformulier

MODEL

Inlichtingenformulier nr. … betreffende de EG-typegoedkeuring van een motorvoertuig of een aanhangwagen wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten betreft.

De onderstaande gegevens worden in drievoud verstrekt en gaan vergezeld van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen worden op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot dat formaat gevouwen verstrekt. Op eventuele foto's zijn voldoende details te zien.

Indien de in dit inlichtingenformulier bedoelde systemen, onderdelen en technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt.

0.   ALGEMEEN

0.1.   Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

0.2.   Type: …

0.2.1.   Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): …

0.3.   Middel tot identificatie van het type, indien aangebracht op het voertuig (1): …

0.3.1.   Plaats van dat identificatiemiddel: …

0.4.   Voertuigcategorie (2): …

0.5.   Naam en adres van de fabrikant: …

0.8.   Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.   Naam en adres van de eventuele vertegenwoordiger van de fabrikant: …

1.   ALGEMENE CONSTRUCTIEKENMERKEN VAN HET VOERTUIG

1.1.   Foto's en/of tekeningen van een representatief voertuig: …

2.   MASSA'S EN AFMETINGEN (3)  (4)

2.4.   Bereik van de afmetingen van het voertuig (buitenmaten)

2.4.2.   Chassis met carrosserie:

2.4.2.3.   Hoogte (in rijklare toestand) (5): (bij in hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven) …

2.6.   Massa in rijklare toestand

Massa van het voertuig in rijklare toestand met carrosserie en, in het geval van een trekker van een andere categorie dan M1, met koppelinrichting, indien gemonteerd door de fabrikant, of massa van het chassis of het chassis met cabine, zonder carrosserie en/of koppelinrichting indien niet gemonteerd door de fabrikant (met inbegrip van de massa van vloeistoffen, gereedschap, reservewiel, indien gemonteerd, en bestuurder en, voor bussen en toerbussen, een bijrijder als er voor hem een zitplaats aanwezig is) (6) (maximum en minimum voor elke variant): …

9.   CARROSSERIE

9.14.   Ruimte voor de montage van de achterkentekenplaat (vermeld in voorkomend geval het bereik; er kan eventueel gebruik worden gemaakt van tekeningen): …

9.14.1.   Hoogte boven het wegdek, bovenrand: …

9.14.2.   Hoogte boven het wegdek, onderrand: …

9.14.3.   Afstand van de middellijn tot het middenlangsvlak van het voertuig: …

9.14.4.   Afstand tot de linkerrand van het voertuig: …

9.14.5.   Afmetingen (lengte x breedte): …

9.14.6.   Helling van het vlak ten opzichte van de verticaal: …

9.14.7.   Zichtbaarheidshoek in het horizontale vlak: …

Toelichting

DEEL 2

EG-typegoedkeuringscertificaat

MODEL

Formaat: A4 (210 × 297 mm)

EG-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT

Mededeling betreffende de:

EG-typegoedkeuring (7)

uitbreiding van de EG-typegoedkeuring (7)

weigering van de EG-typegoedkeuring (7)

intrekking van de EG-typegoedkeuring (7)

van een type motorvoertuig of aanhangwagen wat de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten betreft

overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1003/2010 [deze verordening], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. …/… (7)

EG-typegoedkeuringsnummer: …

Reden voor uitbreiding: …

DEEL I

0.1.   Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

0.2.   Type: …

0.2.1.   Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): …

0.3.   Middel tot identificatie van het type, indien aangebracht op het voertuig (8): …

0.3.1.   Plaats van dat identificatiemiddel: …

0.4.   Voertuigcategorie (9): …

0.5.   Naam en adres van de fabrikant: …

0.8.   Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.   Naam en adres van de eventuele vertegenwoordiger van de fabrikant: …

DEEL II

1.   Aanvullende informatie: zie addendum.

2.   Technische dienst die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de tests: …

3.   Datum van het testrapport: …

4.   Nummer van het testrapport: …

5.   Eventuele opmerkingen: zie addendum.

6.   Plaats: …

7.   Datum: …

8.   Handtekening: …

Bijlagen

:

Informatiepakket

Testrapport


(1)  Indien het middel tot identificatie van het type tekens bevat die niet relevant zijn voor de beschrijving van het voertuig, het onderdeel of de technische eenheid waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten die tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool „?” (bijvoorbeeld ABC??123??).

(2)  Ingedeeld aan de hand van de definities in Richtlijn 2007/46/EG, bijlage II, deel A.

(3)  Indien de ene uitvoering een normale cabine en de andere een slaapcabine heeft, moeten de massa's en afmetingen van beide uitvoeringen worden vermeld.

(4)  ISO-norm 612:1978 - Road vehicles - Dimensions of motor vehicles and towed vehicles - terms and definitions.

(5)  

(g8)

Term nr. 6.3.

(6)  De massa van de bestuurder en van een eventueel aanwezige bijrijder wordt gesteld op 75 kg (verdeeld in 68 kg voor de persoon en 7 kg voor de bagage overeenkomstig ISO-norm 2416:1992), de brandstoftank wordt gevuld tot 90 % van de inhoud en de andere systemen waarin zich vloeistof bevindt (behalve die voor gebruikt water), tot 100 % van de inhoud volgens fabrieksopgave.

(7)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(8)  Indien het middel tot identificatie van het type tekens bevat die niet relevant zijn voor de beschrijving van het voertuig, het onderdeel of de technische eenheid waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten die tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool „?” (bijvoorbeeld ABC??123??).

(9)  Zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/46/EG, bijlage II, deel A.

Addendum

bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. …

1.

Aanvullende informatie:

1.1.

Korte beschrijving van het voertuigtype wat de structuur, afmetingen, lijnen en gebruikte materialen betreft: …

1.2.

Beschrijving van de ruimte voor de achterkentekenplaat: …

2.

De ruimte voor de achterkentekenplaat is geschikt voor de bevestiging van een kentekenplaat met als maximale afmetingen (in mm): 520 × 120/340 × 240 (1)

3.

Plaats van de ruimte voor de achterkentekenplaat: links van het midden/in het midden (1)

4.

Ruimte voor de achterkentekenplaat wordt aan het zicht onttrokken wanneer een mechanische koppelinrichting wordt gemonteerd: ja/nee (1)

5.

Opmerkingen: …


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.


BIJLAGE II

Voorschriften voor de ruimte voor de montage en de bevestiging van de achterkentekenplaten

1.   VOORSCHRIFTEN

1.1.   Vorm en afmetingen van de ruimte voor de montage van een achterkentekenplaat.

1.1.1.

Deze ruimte moet bestaan uit een rechthoekig, vlak of nagenoeg vlak oppervlak van ten minste de volgende afmetingen:

hetzij

breedte

:

520 mm

hoogte

:

120 mm

of

breedte

:

340 mm

hoogte

:

240 mm

1.1.2.

Het oppervlak dat door de kentekenplaat bedekt zal worden mag gaten of openingen bevatten.

1.1.2.1.

Bij voertuigen van categorie M1 mag het gat of de opening niet breder zijn dan 40 mm, ongeacht de lengte ervan.

1.1.3.

Het oppervlak dat door de kentekenplaat bedekt zal worden mag uitsteeksels bevatten, op voorwaarde dat deze niet meer dan 5,0 mm uitsteken ten opzichte van het nominale oppervlak. Stukjes zeer zacht materiaal, zoals schuim of vilt, die bedoeld zijn om trillingen van de kentekenplaat tegen te gaan, worden buiten beschouwing gelaten.

1.2.   Montage en bevestiging van een achterkentekenplaat.

1.2.1.

De ruimte voor de montage moet zodanig zijn dat de kentekenplaat, na volgens de instructies van de fabrikant bevestigd te zijn, de volgende kenmerken heeft:

1.2.1.1.

stand van de plaat ten opzichte van het middenlangsvlak van het voertuig:

1.2.1.1.1.

het middelpunt van de plaat mag niet rechts van het middenlangsvlak van het voertuig gelegen zijn;

1.2.1.2.

stand van de plaat ten opzichte van het verticale langsvlak van het voertuig:

1.2.1.2.1.

de plaat moet loodrecht op het langsvlak van het voertuig staan;

1.2.1.2.2.

de linkerrand van de plaat mag niet links gelegen zijn van het verticale vlak dat evenwijdig is aan het middenlangsvlak van het voertuig en dat raakt aan de uiterste buitenrand van het voertuig;

1.2.1.3.

stand van de plaat ten opzichte van het verticale dwarsvlak:

1.2.1.3.1.

de plaat mag een helling ten opzichte van de verticaal vertonen:

1.2.1.3.1.1.

van niet minder dan – 5° en niet meer dan 30°, op voorwaarde dat de bovenrand van de plaat zich niet meer dan 1,20 m boven de grond bevindt;

1.2.1.3.1.2.

van niet minder dan – 15° en niet meer dan 5°, op voorwaarde dat de bovenrand van de plaat zich meer dan 1,20 m boven de grond bevindt;

1.2.1.4.

hoogte van de plaat boven de grond:

1.2.1.4.1.

de onderrand van de plaat mag zich niet minder dan 0,30 m boven de grond bevinden;

1.2.1.4.2.

de bovenrand van de plaat mag zich niet meer dan 1,20 m boven de grond bevinden. Als het vanwege de constructie van het voertuig praktisch onmogelijk is om aan deze bepaling te voldoen, mag de maximale hoogte echter meer dan 1,20 m bedragen, op voorwaarde dat zij slechts zoveel meer bedraagt als de constructie van het voertuig vereist; in geen geval mag deze hoogte meer dan 2,00 m bedragen;

1.2.1.5.

geometrische zichtbaarheid:

1.2.1.5.1.

als de bovenrand van de plaat zich niet meer dan 1,20 m boven de grond bevindt, moet de plaat zichtbaar zijn in het hele gebied tussen de volgende vier vlakken:

de twee verticale raakvlakken aan de twee zijranden van de plaat, die een naar buiten gemeten hoek van 30° vormen ten opzichte van het middenlangsvlak van het voertuig;

het raakvlak aan de bovenrand van de plaat, dat een naar boven gemeten hoek van 15° met de horizontaal vormt;

het horizontale vlak door de onderrand van de plaat;

1.2.1.5.2.

als de bovenrand van de plaat zich meer dan 1,20 m boven de grond bevindt, moet de plaat zichtbaar zijn in het hele gebied tussen de volgende vier vlakken:

de twee verticale raakvlakken aan de twee zijranden van de plaat, die een naar buiten gemeten hoek van 30° vormen ten opzichte van het middenlangsvlak van het voertuig;

het raakvlak aan de bovenrand van de plaat, dat een naar boven gemeten hoek van 15° met de horizontaal vormt;

het raakvlak aan de onderrand van de plaat, dat een naar beneden gemeten hoek van 15° met de horizontaal vormt;

1.2.1.6.

de ruimte tussen de randen van de gemonteerde en bevestigde kentekenplaat en het eigenlijke oppervlak van de ruimte voor de kentekenplaat mag niet meer dan 5,0 mm bedragen voor elk punt op de omtrek van de kentekenplaat;

1.2.1.6.1.

de voorgeschreven maximale ruimte mag plaatselijk worden overschreden wanneer deze wordt gemeten ter hoogte van een gat of opening in het rasteroppervlak met motief of tussen de evenwijdige spijlen van het roosteroppervlak.

1.2.2.

De daadwerkelijke stand en vorm van de gemonteerde en bevestigde kentekenplaat, zoals bepaald volgens punt 1.2, en met name de resulterende kromtestraal ervan, wordt in aanmerking genomen voor de voorschriften voor achterkentekenplaatverlichting.

1.2.3.

Als de ruimte voor de montage van de achterkentekenplaat binnen de geometrische zichtbaarheidsvlakken aan het zicht wordt onttrokken als gevolg van de eventuele installatie van een mechanische koppelinrichting, moet dit in het testrapport en op het EG-typegoedkeuringscertificaat worden vermeld.

2.   TESTPROCEDURE

2.1.   Bepaling van de verticale helling en hoogte van de kentekenplaat boven de grond

2.1.1.

Vóór het begin van de metingen wordt het voertuig op een vlakke ondergrond geplaatst, waarbij de massa van het voertuig wordt aangepast aan de door de fabrikant aangegeven massa in rijklare toestand, maar zonder de bestuurder.

2.1.2.

Als het voertuig met een hydropneumatische, hydraulische of pneumatische ophanging is uitgerust of van een inrichting voor automatische niveauregeling naar gelang van de belading is voorzien, wordt getest met die ophanging of niveauregeling in de normale rijklare stand zoals aangegeven door de fabrikant.

2.1.3.

Als de kentekenplaat naar beneden is gericht, wordt het meetresultaat met betrekking tot de helling als negatieve waarde uitgedrukt.

2.2.   Metingen van uitstekende delen vinden plaats loodrecht op en rechtstreeks in de richting van het nominale oppervlak dat door de kentekenplaat zal worden bedekt.

2.3.   Metingen van de ruimte tussen de randen van de gemonteerde en bevestigde kentekenplaat en het eigenlijke oppervlak van de ruimte voor de kentekenplaat vinden plaats loodrecht op en rechtstreeks in de richting van het eigenlijke oppervlak dat door de kentekenplaat zal worden bedekt.

2.4.   De voor de controle van de conformiteit gebruikte kentekenplaat moet een van de twee in punt 1.1.1 gespecificeerde afmetingen hebben.


9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/31


VERORDENING (EU) Nr. 1004/2010 VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2010

tot verlaging van bepaalde vangstquota voor 2010 wegens overbevissing in het voorgaande jaar

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 105, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De vangstquota voor 2009 zijn vastgesteld bij:

Verordening (EG) nr. 1322/2008 van de Raad van 28 november 2008 tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (2),

Verordening (EG) nr. 1139/2008 van de Raad van 10 november 2008 tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden welke in de Zwarte Zee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3),

Verordening (EG) nr. 1359/2008 van de Raad van 28 november 2008 tot vaststelling, voor 2009 en 2010, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (4), en

Verordening (EG) nr. 43/2009 van de Raad van 16 januari 2009 tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

(2)

De vangstquota voor 2010 zijn vastgesteld bij:

Verordening (EG) nr. 1359/2008 van de Raad,

Verordening (EG) nr. 1226/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en van de bij die visserij in acht te nemen voorschriften (5),

Verordening (EG) nr. 1287/2009 van de Raad van 27 november 2009 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden welke in de Zwarte Zee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (6),

Verordening (EU) nr. 53/2010 van de Raad van 14 januari 2010 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EU en, voor vaartuigen van de EU, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1359/2008, Verordening (EG) nr. 754/2009, Verordening (EG) nr. 1226/2009 en Verordening (EG) nr. 1287/2009 (7).

(3)

Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen.

(4)

Sommige lidstaten hebben hun vangstquota voor 2009 overschreden. Het is dan ook dienstig de aan die lidstaten voor 2010 toegewezen vangstquota te verlagen.

(5)

Bij Verordening (EG) nr. 649/2009 van de Commissie (8) zijn de vangstquota voor 2009 verlaagd wegens overschrijding van de quota in 2008. Voor sommige lidstaten waren de toe te passen verlagingen evenwel groter dan hun quota voor 2009 en konden die verlagingen in dat jaar niet volledig worden uitgevoerd. Om te garanderen dat ook in dergelijke gevallen de volledige verlaging wordt toegepast, moeten de resterende hoeveelheden in rekening worden gebracht bij de vaststelling van de verlagingen van de quota voor 2010.

(6)

De bij deze verordening vastgestelde verlagingen moeten gelden onverminderd de quotaverlagingen voor 2010 die zijn vastgesteld bij:

Verordening (EG) nr. 147/2007 van de Commissie van 15 februari 2007 tot aanpassing van bepaalde vangstquota voor de periode van 2007 tot en met 2012 overeenkomstig artikel 23, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (9) en

Verordening (EG) nr. 635/2008 van de Commissie van 3 juli 2008 houdende aanpassing, op grond van Verordening (EG) nr. 338/2008 van de Raad, van de aan Polen toe te wijzen quota voor de vangst van kabeljauw in de Oostzee (deelsectoren 25-32, EG-wateren) in de periode 2008-2011 (10).

(7)

In artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is bepaald dat de vangstquota moeten worden verlaagd door toepassing van bepaalde vermenigvuldigingsfactoren die in dat lid zijn vastgesteld.

(8)

Aangezien de toe te passen verlagingen evenwel gelden voor overbevissing in 2009 en dus voor een periode waarin Verordening (EG) nr. 1224/2009 nog niet van toepassing was, is het, met het oog op de juridische voorspelbaarheid, wenselijk te voorzien in verlagingen die niet stringenter zijn dan die welke zouden zijn voortgevloeid uit de toepassing van de op dat ogenblik van kracht zijnde voorschriften, namelijk artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (11),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De vangstquota die zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EG) nr. 1226/2009, (EG) nr. 1287/2009, (EG) nr. 1359/2008 en (EU) nr. 53/2010 worden verlaagd zoals aangegeven in de bijlage.

2.   Lid 1 is van toepassing onverminderd de verlagingen waarin is voorzien bij de Verordeningen (EG) nr. 147/2007 en (EG) nr. 635/2008.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 november 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  PB L 345 van 23.12.2008, blz. 1.

(3)  PB L 308 van 19.11.2008, blz. 3.

(4)  PB L 352 van 31.12.2008, blz. 1.

(5)  PB L 330 van 16.12.2009, blz. 1.

(6)  PB L 347 van 24.12.2009, blz. 1.

(7)  PB L 21 van 26.1.2010, blz. 1.

(8)  PB L 192 van 24.7.2009, blz. 14.

(9)  PB L 46 van 16.2.2007, blz. 10.

(10)  PB L 176 van 4.7.2008, blz. 8.

(11)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 1.


BIJLAGE

Lid- staat

Soort- code

Gebieds- code 2009

Soortnaam

Gebiedsnamen 2009

Sanctie art. 5, lid 2 V. 847/96

Definitief quotum 2009

Marge

Totale aangepaste hoeveelheid 2009

Vangsten onder bijzondere voorwaarden 2009

Vangsten 2009

Totale vangsten 2009

%

In mindering gebrachte hoeveelheid

Oorspronkelijke hoeveelheid 2010

Nog voor 2009 in mindering te brengen hoeveel- heid (V. 649/09)

Herziene hoeveelheid 2010

Nog in mindering te brengen saldo

BGR

TUR

F3742C

Tarbot

Zwarte Zee

j

50,00

0,0

50,00

0,0

52,26

52,26

104,5 %

–2,26

48,00

 

46

 

DEU

PLE

3BCD-C

Schol

EG-wateren van de deelsectoren 22-32

j

305,00

0,0

305,00

0,0

314,70

314,70

103,2 %

–9,70

242,00

 

232

 

DNK

DGS

03A-C.

Doornhaai/hondshaai

EG-wateren van IIIa

j

36,00

0,0

36,00

0,0

51,10

51,10

141,9 %

–15,10

3,00

 

 

12

ESP

BLI

67-

Blauwe leng

VI en VII (Gemeenschapswateren en niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallende wateren)

j

68,00

0,0

68,00

0,0

187,60

187,60

275,9 %

– 159,96

57,00

 

 

103

EST

COD

3BC+24

Kabeljauw

EG-wateren van de deelsectoren 22-24

j

190,00

0,0

190,00

0,0

192,50

192,50

101,3 %

–2,50

171,00

 

169

 

EST

HER

03D.RG

Haring

Deelsector 28.1

j

16 113,00

0,0

16 113,00

0,0

17 279,00

17 279,00

107,2 %

–1 166,00

16 809,00

 

15 643

 

EST

RED

N3M.

Roodbaars

NAFO 3M

j

1 540,00

0,0

1 540,00

0,0

2 182,10

2 182,10

141,7 %

– 729,54

1 571,00

 

841

 

EST

SPR

03A.

Sprot

IIIa

j

0,00

0,0

0,00

0,0

0,00

0,00

0,0 %

0,00

0,00

– 150,00

 

150

FRA

BLI

245-

Blauwe leng

Gemeenschapswateren en niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallende wateren van II, IV en V

n

51,00

0,0

51,00

0,0

59,50

59,50

116,7 %

–8,50

25,00

 

17

 

GRC

BFT*

AE045W

Blauwvintonijn

Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en de Middellandse Zee

n

362,40

0,0

362,40

0,0

373,10

373,10

103,0 %

–10,70

130,30

 

120

 

IRL

HER

1/2.

Haring

EG-wateren en internationale wateren van I en II

j

9 965,00

8 539,0

18 504,00

9 560,1

9 333,70

18 893,80

102,1 %

– 389,80

8 563,00

 

8 173

 

IRL

HER

*2AJMN

Haring

Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen

j

8 539,00

0,0

8 539,00

0,0

9 560,10

9 560,10

112,0 %

–1 037,82

7 707,00

 

6 669

 

IRL

HAD

7X7A34

Schelvis

VIIb-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

j

2 965,00

0,0

2 965,00

0,0

2 984,00

2 984,00

100,6 %

–19,00

2 573,00

 

2 554

 

NLD

PLE

03AN.

Schol

Skagerrak

j

303,00

0,0

303,00

0,0

305,60

305,60

100,9 %

–2,60

910,00

 

907

 

NLD

OTH

4AB-N

Andere soorten

Noorse wateren van IV

j

64,00

0,0

64,00

0,0

68,90

68,90

107,7 %

–4,90

200,00

 

195

 

NLD

BSF

56712-

Zwarte haarstaartvis

Gemeenschapswateren en niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallende wateren van V, VI, VII en XII

n

0,00

0,0

0,00

0,0

0,00

0,00

0,0 %

0,00

0,00

–5,00

 

5

NLD

SBR

678-

Zeebrasem

VI, VII en VIII (EG-wateren en niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallende wateren)

n

15,00

0,0

15,00

0,0

6,60

6,60

44,0 %

0,00

0,00

–6,00

 

6

POL

COD

1/2B.

Kabeljauw

Internationale wateren van I en IIb

j

1 188,00

0,0

1 188,00

0,0

1 189,60

1 189,60

100,1 %

–1,60

1 838,00

 

1 836

 

POL

HER

3BC+24

Haring

Deelsectoren 22-24

j

4 666,00

0,0

4 666,00

0,0

5 479,70

5 479,70

117,4 %

– 848,41

2 953,00

 

2 105

 

POL

COD

1N2AB.

Kabeljauw

Noorse wateren van I en II

j

0,00

0,0

0,00

0,0

0,00

0,00

0,0 %

0,00

0,00

–2,00

 

2

POL

GHL

514GRN

Zwarte heilbot

Groenlandse wateren van V en XIV

j

1 002,00

0,0

1 002,00

0,0

974,10

974,10

97,2 %

0,00

0,00

–2,00

 

2

POL

GHL

1N2AB.

Zwarte heilbot

Noorse wateren van I en II

j

8,00

0,0

8,00

0,0

0,00

0,00

0,0 %

0,00

0,00

–1,00

 

1

POL

RED

514GRN

Zwarte heilbot

Groenlandse wateren van V en XIV

j

602,00

0,0

602,00

0,0

177,80

177,80

29,5 %

0,00

0,00

–1,00

 

1

POL

HAD

2AC4.

Schelvis

IV; EG-wateren van IIa

j

80,00

0,0

80,00

0,0

0,20

0,20

0,3 %

0,00

0,00

–16,00

 

16

POL

WHB

1X14

Blauwe wijting

EG-wateren en internationale wateren van I, II, III,

j

0,00

0,0

0,00

0,0

0,00

0,00

0,0 %

0,00

0,00

–8,00

 

8

POL

MAC

2A34.

Makreel

IIIa en IV; EG-wateren van IIa, IIIb, IIIc en IIId

j

0,00

0,0

0,00

0,0

0,00

0,00

0,0 %

0,00

0,00

–5,00

 

5

PRT

GFB

89-

Gaffelkabeljauwen

Gemeenschapswateren en niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallende wateren van VIII en IX

n

9,00

0,0

9,00

0,0

9,90

9,90

110,0 %

–0,90

10,00

 

9

 

PRT

RED

51214.

Roodbaars

EG-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van V en XIV

j

1 628,00

0,0

1 628,00

0,0

1 708,40

1 708,40

104,9 %

–80,40

896,00

 

816

 

PRT

ANF

8C3411

Zeeduivel

VIIIc, IX en X; EG-wateren van CECAF 34.1.1

j

328,00

0,0

328,00

0,0

338,60

338,60

103,2 %

–10,60

248,00

 

237

 

PRT

HAD

1N2AB.

Schelvis

Noorse wateren van I en II

j

395,00

0,0

395,00

0,0

357,30

357,30

90,5 %

0,00

0,00

– 458,00

 

458

PRT

POK

1N2AB.

Zwarte koolvis

Noorse wateren van I en II

j

203,00

0,0

203,00

0,0

128,20

128,20

63,2 %

0,00

0,00

– 294,00

 

294

PRT

GHL

1N2AB.

Zwarte heilbot

Noorse wateren van I en II

j

0,00

0,0

0,00

0,0

10,00

10,00

0,0 %

–10,00

0,00

–1,00

 

11

UK

BET

ATLANT

Grootoogtonijn

Atlantische Oceaan

 

26,30

0,0

26,30

0,0

26,30

26,30

100,0 %

0,00

0,00

–10,00

 

10


9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/36


VERORDENING (EU) Nr. 1005/2010 VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2010

betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor sleepvoorzieningen voor motorvoertuigen en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (1), en met name op artikel 14, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 661/2009 is een bijzondere verordening voor de communautaire typegoedkeuringsprocedure zoals bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (2).

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 661/2009 wordt Richtlijn 77/389/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake sleepinrichtingen voor motorvoertuigen (3) ingetrokken. De voorschriften van die richtlijn moeten worden overgenomen in deze verordening en waar nodig aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technologische kennis worden aangepast.

(3)

Het toepassingsgebied van deze verordening stemt overeen met dat van Richtlijn 77/389/EEG en is bijgevolg beperkt tot voertuigen van de categorieën M en N.

(4)

In Verordening (EG) nr. 661/2009 worden fundamentele bepalingen vastgesteld met betrekking tot de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen wat sleepvoorzieningen betreft. Derhalve moeten de specifieke procedures, tests en voorschriften voor die typegoedkeuring worden vastgesteld.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op motorvoertuigen van de categorieën M en N zoals gedefinieerd in bijlage II bij Richtlijn 2007/46/EG.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)   „voertuigtype wat de sleepvoorzieningen betreft”: voertuigen die onderling niet verschillen op essentiële punten zoals de kenmerken van de sleepvoorzieningen;

(2)   „sleepvoorziening”: een voorziening die de vorm heeft van een haak of oog, of een andere vorm, en waaraan een verbindingsdeel zoals een sleepstang of sleepkabel kan worden bevestigd.

Artikel 3

Bepalingen voor de EG-typegoedkeuring van een voertuig wat sleepvoorzieningen betreft

1.   De fabrikant of zijn vertegenwoordiger dient de aanvraag voor EG-typegoedkeuring van een voertuig wat sleepvoorzieningen betreft, in bij de typegoedkeuringsinstantie.

2.   De aanvraag wordt opgesteld volgens het model van het inlichtingenformulier in deel 1 van bijlage I.

3.   Als aan de relevante voorschriften in bijlage II is voldaan, verleent de goedkeuringsinstantie EG-typegoedkeuring en kent zij een typegoedkeuringsnummer toe volgens het in bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG beschreven nummeringssysteem.

Een lidstaat mag hetzelfde nummer niet aan een ander voertuigtype toekennen.

4.   Voor de toepassing van lid 3 verleent de typegoedkeuringsinstantie een EG-typegoedkeuringscertificaat dat volgens het model in deel 2 van bijlage I is opgesteld.

Artikel 4

Geldigheid en uitbreiding van goedkeuringen verleend krachtens Richtlijn 77/389/EEG

De nationale autoriteiten staan de verkoop en het in het verkeer brengen toe van voertuigen waarvoor vóór de in artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 661/2009 genoemde datum typegoedkeuring is verleend en blijven uitbreiding van goedkeuringen voor die voertuigen toestaan krachtens Richtlijn 77/389/EEG.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 november 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1.

(2)  PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.

(3)  PB L 154 van 13.6.1977, blz. 41.


BIJLAGE I

Administratieve documenten voor de EG-typegoedkeuring van motorvoertuigen wat sleepvoorzieningen betreft

DEEL 1

Inlichtingenformulier

MODEL

Inlichtingenformulier nr. … betreffende de EG-typegoedkeuring van een motorvoertuig wat sleepvoorzieningen betreft.

De onderstaande gegevens worden in drievoud verstrekt en voorzien van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen worden op een passende schaal met voldoende details in formaat A4 of tot dat formaat gevouwen verstrekt. Op eventuele foto's zijn voldoende details te zien.

Indien de in dit inlichtingenformulier bedoelde systemen, onderdelen en technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt.

0.   ALGEMENE GEGEVENS

0.1.   Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

0.2.   Type: …

0.2.1.   Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): …

0.3.   Middel tot identificatie van het type, indien aangebracht op het voertuig (1): …

0.3.1.   Plaats van dat identificatiemiddel: …

0.4.   Voertuigcategorie (2): …

0.5.   Naam en adres van de fabrikant: …

0.8.   Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.   Naam en adres van de eventuele vertegenwoordiger van de fabrikant: …

1.   ALGEMENE BOUWWIJZE VAN HET VOERTUIG

1.1.   Foto's en/of tekeningen van een representatief voertuig: …

2.   MASSA'S EN AFMETINGEN (3)  (4)

2.8.   Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand volgens fabrieksopgave (5): …

2.11.5.   Het voertuig is wel/niet (6) geschikt voor het slepen van lasten

12.   DIVERSEN

12.3.   Sleepvoorziening(en)

12.3.1.   Voor: haak / oog / andere (6)

12.3.2.   Achter: haak / oog / andere / geen (6)

12.3.3.   Tekening of foto van het chassis/gedeelte van de voertuigcarrosserie met aanduiding van de plaats, constructie en montage van de sleepvoorziening(en): …

Toelichting

DEEL 2

EG-typegoedkeuringscertificaat

MODEL

Formaat: A4 (210 × 297 mm)

EG-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT

Mededeling betreffende de:

EG-typegoedkeuring (7)

uitbreiding van de EG-typegoedkeuring (7)

weigering van de EG-typegoedkeuring (7)

intrekking van de EG-typegoedkeuring (7)

van een voertuigtype wat sleepvoorzieningen betreft

overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1005/2010, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. …/… (7)

EG-typegoedkeuringsnummer: …

Reden voor uitbreiding: …

DEEL I

0.1.   Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

0.2.   Type: …

0.2.1.   Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): …

0.3.   Middel tot identificatie van het type, indien op het voertuig aangegeven (8): …

0.3.1.   Plaats van dat identificatiemiddel: …

0.4.   Voertuigcategorie (9): …

0.5.   Naam en adres van de fabrikant: …

0.8.   Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

0.9.   Naam en adres van de eventuele vertegenwoordiger van de fabrikant: …

DEEL II

1.   Verdere informatie: zie addendum.

2.   Technische dienst die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de tests: …

3.   Datum van het testrapport: …

4.   Nummer van het testrapport: …

5.   Eventuele opmerkingen: zie addendum.

6.   Plaats: …

7.   Datum: …

8.   Handtekening: …

Bijlagen

:

Informatiepakket

Testverslag


(1)  Indien het middel tot identificatie van het type tekens bevat die niet relevant zijn voor de beschrijving van het voertuig, het onderdeel of de technische eenheid waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten die tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool „?” (bijvoorbeeld ABC??123??).

(2)  Ingedeeld aan de hand van de definities in Richtlijn 2007/46/EG, bijlage II, deel A.

(3)  Indien de ene uitvoering een normale cabine en de andere een slaapcabine heeft, moeten de massa's en afmetingen van beide uitvoeringen worden vermeld.

(4)  ISO-norm 612: 1978 - Road vehicles - Dimensions of motor vehicles and towed vehicles - terms and definitions.

(5)  Vul de laagste en hoogste waarde voor elke variant in.

(6)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(7)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(8)  Indien het middel tot identificatie van het type tekens bevat die niet relevant zijn voor de beschrijving van het voertuig, het onderdeel of de technische eenheid waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten die tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool „?” (bijvoorbeeld ABC??123??).

(9)  Zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/46/EG, bijlage II, deel A.

Addendum

bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. …

1.

Verdere informatie:

1.1.

Korte beschrijving van het voertuigtype wat de structuur, afmetingen, lijnen en gebruikte materialen betreft: …

1.2.

Totaal aantal en plaats van de sleepvoorziening(en): …

1.3.

Wijze van bevestiging aan het voertuig: …

1.4.

Technisch toelaatbare maximummassa van het voertuig in beladen toestand (kg): …

2.

Sleepvoorziening(en) aan de voorzijde: verwijderbaar/niet verwijderbaar (1) haak/oog/andere (1)

3.

Sleepvoorziening(en) aan de achterzijde: verwijderbaar/niet verwijderbaar (1) haak/oog/andere/geen (1)

4.

Het voertuig is wel/niet (1) geschikt voor het slepen van lasten

5.

Opmerkingen: …


(1)  Doorhalen wat niet van toepassing is.


BIJLAGE II

Voorschriften voor sleepvoorzieningen

1.   SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN

1.1.   Minimumaantal voorzieningen.

1.1.1.

Ieder motorvoertuig moet beschikken over een aan de voorzijde gemonteerde sleepvoorziening.

1.1.2.

Voertuigen van categorie M1, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/46/EG, bijlage II, deel A, met uitzondering van voertuigen die niet geschikt zijn voor het slepen van lasten, moeten ook beschikken over een aan de achterzijde gemonteerde sleepvoorziening.

1.1.3.

Een sleepvoorziening aan de achterzijde kan worden vervangen door een mechanische koppelinrichting, zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement nr. 55 (1), mits aan de voorschriften van punt 1.2.1 is voldaan.

1.2.   Belasting en stabiliteit

1.2.1.

Iedere op het voertuig gemonteerde sleepvoorziening moet bestand zijn tegen een statische trek- en compressiekracht die overeenkomt met ten minste de helft van de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van het voertuig.

2.   TESTPROCEDURE

2.1.   Tijdens de test worden op iedere afzonderlijke op het voertuig gemonteerde sleepvoorziening zowel trek- als compressiebelastingen uitgeoefend.

2.2.   De testbelastingen worden in horizontale lengterichting ten opzichte van het voertuig uitgeoefend.


(1)  PB L 373 van 27.12.2006, blz. 50.


9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/43


VERORDENING (EU) Nr. 1006/2010 VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 november 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 november 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

AL

55,6

MA

77,5

MK

35,0

TR

95,0

ZZ

65,8

0707 00 05

EG

161,4

MK

59,4

TR

138,7

ZA

121,6

ZZ

120,3

0709 90 70

MA

64,9

TR

153,2

ZZ

109,1

0805 20 10

MA

72,3

ZA

149,8

ZZ

111,1

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

AR

100,3

HR

46,4

TR

55,4

UY

57,1

ZA

60,7

ZZ

64,0

0805 50 10

AR

58,5

BR

83,8

CL

81,9

EC

92,5

TR

75,7

UY

41,2

ZA

76,8

ZZ

72,9

0806 10 10

BR

233,2

PE

182,7

TR

143,8

US

233,1

ZA

79,2

ZZ

174,4

0808 10 80

AR

75,7

AU

149,8

CA

73,1

CL

84,2

CN

82,6

NZ

115,8

US

118,9

ZA

80,9

ZZ

97,6

0808 20 50

CN

41,4

US

48,2

ZZ

44,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/45


VERORDENING (EU) Nr. 1007/2010 VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2010

tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2010/11 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 867/2010 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 989/2010 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2010/11 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 867/2010 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 november 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 november 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 259 van 1.10.2010, blz. 3.

(4)  PB L 286 van 4.11.2010, blz. 13.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 9 november 2010

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

62,16

0,00

1701 11 90 (1)

62,16

0,00

1701 12 10 (1)

62,16

0,00

1701 12 90 (1)

62,16

0,00

1701 91 00 (2)

55,14

0,93

1701 99 10 (2)

55,14

0,00

1701 99 90 (2)

55,14

0,00

1702 90 95 (3)

0,55

0,19


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


BESLUITEN

9.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 291/47


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 8 november 2010

betreffende de niet-opneming van bepaalde stoffen in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 7579)

(Voor de EER relevante tekst)

(2010/675/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (1), en met name artikel 16, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1451/2007 van de Commissie van 4 december 2007 betreffende de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG moeten worden beoordeeld.

(2)

Voor een aantal stof/productsoortcombinaties op die lijst hebben alle deelnemers zich uit het beoordelingsprogramma teruggetrokken of had de voor de beoordeling als rapporteur aangewezen lidstaat binnen de in artikel 9 en artikel 12, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 vastgestelde periode geen volledig dossier ontvangen.

(3)

De Commissie heeft dit derhalve overeenkomstig artikel 11, lid 2, artikel 12, lid 1, en artikel 13, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 aan de lidstaten meegedeeld. Deze informatie is ook elektronisch openbaar gemaakt.

(4)

In de periode van drie maanden na die bekendmakingen hebben enkele bedrijven belangstelling getoond voor het overnemen van de taak van deelnemer voor deze stoffen en productsoorten. Vervolgens hebben die bedrijven evenwel geen volledig dossier ingediend.

(5)

Krachtens artikel 12, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 mogen de betrokken stoffen en productsoorten derhalve niet in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG worden opgenomen.

(6)

Omwille van de rechtszekerheid moet worden bepaald vanaf welke datum biociden die werkzame stoffen bevatten voor de in de bijlage bij dit besluit genoemde productsoorten niet langer op de markt mogen worden gebracht.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij dit besluit genoemde stoffen mogen voor de betrokken productsoorten niet in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG worden opgenomen.

Artikel 2

Voor de doeleinden van artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1451/2007 mogen biociden die werkzame stoffen bevatten voor de in de bijlage bij dit besluit genoemde productsoorten met ingang van 1 november 2011 niet langer op de markt worden gebracht.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 november 2010.

Voor de Commissie

Janez POTOČNIK

Lid van de Commissie


(1)  PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1.

(2)  PB L 325 van 11.12.2007, blz. 3.


BIJLAGE

Stoffen en productsoorten die niet in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG worden opgenomen

Naam

EG-nummer

CAS-nummer

Productsoort

Rapporterende lidstaat

Formaldehyde

200-001-8

50-00-0

4

DE

Formaldehyde

200-001-8

50-00-0

6

DE

Benzoëzuur

200-618-2

65-85-0

20

DE

Natriumbenzoaat

208-534-8

532-32-1

11

DE

Natriumbenzoaat

208-534-8

532-32-1

20

DE

2-Butanon, peroxide

215-661-2

1338-23-4

9

HU

2-Butanon, peroxide

215-661-2

1338-23-4

22

HU

Tolnaftaat

219-266-6

2398-96-1

9

PL

2,4,4′-Trichloor 2′-hydroxy-difenylether (Triclosan)

222-182-2

3380-34-5

3

DK

Siliciumdioxide, amorf

231-545-4

7631-86-9

3

FR

N’-tert-butyl-N-cyclopropyl-6-(methylthio)-1,3,5-triazine-2,4-diamine

248-872-3

28159-98-0

7

NL

N’-tert-butyl-N-cyclopropyl-6-(methylthio)-1,3,5-triazine-2,4-diamine

248-872-3

28159-98-0

10

NL

Mengsel van cis- en trans-p-menthaan-3,8 diol/citriodiol

255-953-7

42822-86-6

1

VK

Mengsel van cis- en trans-p-menthaan-3,8 diol/citriodiol

255-953-7

42822-86-6

2

VK