ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.275.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 275

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
20 oktober 2010


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2010/66/EU van de Raad van 14 oktober 2010 houdende wijziging van Richtlijn 2008/9/EG tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn

1

 

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2010/622/EU

 

*

Besluit van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf voor houders van een gewoon paspoort

3

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EU) nr. 936/2010 van de Commissie van 19 oktober 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

5

 

 

Verordening (EU) nr. 937/2010 van de Commissie van 19 oktober 2010 tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

7

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/623/EU

 

*

Besluit van de Raad van 11 oktober 2010 tot wijziging van Besluit 1999/70/EG betreffende de externe accountants van de nationale centrale banken, met betrekking tot de externe accountants van de Banca d’Italia

9

 

 

2010/624/EU

 

*

Besluit van de Europese Centrale Bank van 14 oktober 2010 betreffende het beheer van door de Unie opgenomen en verstrekte leningen in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme (ECB/2010/17)

10

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

RICHTLIJNEN

20.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/1


RICHTLIJN 2010/66/EU VAN DE RAAD

van 14 oktober 2010

houdende wijziging van Richtlijn 2008/9/EG tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (3), is van toepassing op verzoeken om teruggaaf die na 31 december 2009 worden ingediend.

(2)

Om Richtlijn 2008/9/EG te kunnen toepassen, moeten de lidstaten elektronische portalen ontwikkelen waarlangs belastingplichtigen die in een lidstaat gevestigd zijn, kunnen verzoeken om teruggaaf van btw die zij hebben betaald in een lidstaat waar zij niet gevestigd zijn. Die elektronische portalen dienden in gebruik te zijn met ingang van 1 januari 2010.

(3)

Een aantal ernstige vertragingen en verscheidene technische problemen hebben de ontwikkeling en de werking van de elektronische portalen in een beperkt aantal lidstaten gehinderd, waardoor een aantal verzoeken niet tijdig kon worden ingediend. Volgens Richtlijn 2008/9/EG moet een teruggaafverzoek uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak bij de lidstaat van vestiging worden ingediend. Gelet op deze termijn en de onbeschikbaarheid van sommige elektronische portalen bestaat het risico dat een aantal belastingplichtigen hun recht op aftrek van btw op kosten uit 2009 niet kunnen uitoefenen. Daarom dient de termijn voor verzoeken betreffende teruggaaftijdvakken in 2009 bij wijze van uitzondering te worden verlengd tot 31 maart 2011.

(4)

Overeenkomstig punt 34 van Interinstitutioneel Akkoord „Beter wetgeven” (4) worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Unie hun eigen tabellen op te stellen, die voor zover mogelijk het verband weergeven tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(5)

Teneinde te voorkomen dat belastingplichtigen zich moeten houden aan de termijn van 30 september 2010 voor verzoeken betreffende teruggaaftijdvakken in 2009, dient deze richtlijn in werking te treden met ingang van 1 oktober 2010.

(6)

Richtlijn 2008/9/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2008/9/EG wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Teruggaafverzoeken betreffende teruggaaftijdvakken in 2009 moeten uiterlijk op 31 maart 2011 bij de lidstaat van vestiging worden ingediend.”.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 oktober 2010 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 oktober 2010.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Luxemburg, 14 oktober 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

J. SCHAUVLIEGE


(1)  Advies van 22 september 2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Advies van 15 september 2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)  PB L 44 van 20.2.2008, blz. 23.

(4)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

20.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/3


BESLUIT VAN DE RAAD

van 7 oktober 2010

betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf voor houders van een gewoon paspoort

(2010/622/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a), juncto artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om hun visumbeleid af te stemmen op Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (1) hebben bepaalde lidstaten vóór hun toetreding tot de Unie de burgers van de Federale Republiek Brazilië („Brazilië”) vrijgesteld van de visumplicht, omdat Brazilië voorkomt op de lijst van derde landen waarvan de onderdanen zijn vrijgesteld van de visumplicht.

(2)

Om grondwettelijke redenen kan Brazilië lidstaten niet eenzijdig vrijstellen van de visumplicht; dit moet gebeuren door middel van een visumvrijstellingsovereenkomst die door het Braziliaanse parlement moet worden geratificeerd.

(3)

Brazilië heeft bilaterale visumvrijstellingsovereenkomsten met de meeste lidstaten gesloten voordat deze lid werden van de Unie of voordat het gemeenschappelijk visumbeleid werd ingevoerd. Er zijn echter vier lidstaten waarmee Brazilië geen bilaterale visumvrijstellingsovereenkomst heeft gesloten en daarom eist Brazilië van de burgers van deze lidstaten nog steeds een visum voor een kort verblijf.

(4)

Het gemeenschappelijk visumbeleid en de exclusieve externe bevoegdheid van de Unie op dit gebied zijn van dien aard dat alleen de Unie, en niet de afzonderlijke lidstaten, over een visumvrijstellingsovereenkomst kan onderhandelen en een dergelijke overeenkomst kan sluiten.

(5)

Gezien de niet-wederkerige behandeling door Brazilië van bepaalde lidstaten heeft de Raad bij besluit van 18 april 2008 de Commissie gemachtigd te onderhandelen over een overeenkomst tussen de Unie en Brazilië inzake vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf, om tot volledige wederkerige visumvrijstelling te komen.

(6)

De onderhandelingen over de overeenkomst zijn op 2 juli 2008 begonnen en op 1 oktober 2009 afgerond.

(7)

Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip, moet de op 28 april 2010 te Brussel geparafeerde Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf voor houders van een gewoon paspoort worden ondertekend.

(8)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (2). Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit; dit besluit is dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(9)

Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (3). Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit; dit besluit is dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf voor houders van een gewoon paspoort („de overeenkomst”), wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van sluiting ervan (4).

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen onder voorbehoud van sluiting ervan.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 7 oktober 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

M. WATHELET


(1)  PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1.

(2)  PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(3)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

(4)  De tekst van de overeenkomst zal samen met het besluit betreffende de sluiting worden bekendgemaakt.


VERORDENINGEN

20.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/5


VERORDENING (EU) Nr. 936/2010 VAN DE COMMISSIE

van 19 oktober 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 20 oktober 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 oktober 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

73,0

MK

80,1

TR

95,0

XS

87,5

ZZ

83,9

0707 00 05

MK

77,8

TR

131,0

ZZ

104,4

0709 90 70

TR

135,9

ZZ

135,9

0805 50 10

AR

77,2

BR

100,4

CL

77,6

IL

91,2

TR

89,9

ZA

95,1

ZZ

88,6

0806 10 10

BR

216,9

TR

147,6

US

149,0

ZA

65,4

ZZ

144,7

0808 10 80

AR

75,7

BR

59,6

CL

85,5

CN

82,6

NZ

104,2

US

82,6

ZA

85,9

ZZ

82,3

0808 20 50

CN

75,3

ZA

88,6

ZZ

82,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


20.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/7


VERORDENING (EU) Nr. 937/2010 VAN DE COMMISSIE

van 19 oktober 2010

tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2010/11 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 867/2010 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 933/2010 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2010/11 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 867/2010 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 20 oktober 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 oktober 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 259 van 1.10.2010, blz. 3.

(4)  PB L 273 van 19.10.2010, blz. 11.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 20 oktober 2010

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

58,26

0,00

1701 11 90 (1)

58,26

0,00

1701 12 10 (1)

58,26

0,00

1701 12 90 (1)

58,26

0,00

1701 91 00 (2)

50,43

2,34

1701 99 10 (2)

50,43

0,00

1701 99 90 (2)

50,43

0,00

1702 90 95 (3)

0,50

0,22


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


BESLUITEN

20.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/9


BESLUIT VAN DE RAAD

van 11 oktober 2010

tot wijziging van Besluit 1999/70/EG betreffende de externe accountants van de nationale centrale banken, met betrekking tot de externe accountants van de Banca d’Italia

(2010/623/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 27.1,

Gezien Aanbeveling ECB/2010/11 van de Europese Centrale Bank van 23 augustus 2010 aan de Raad van de Europese Unie betreffende de externe accountants van de Banca d’Italia (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De rekeningen van de Europese Centrale Bank (ECB) en van de nationale centrale banken van het Eurosysteem moeten worden gecontroleerd door onafhankelijke externe accountants die op aanbeveling van de Raad van bestuur van de ECB zijn aanvaard door de Raad van de Europese Unie.

(2)

Het mandaat van de huidige externe accountants van de Banca d’Italia eindigde na de audit van het boekjaar 2009. Het is derhalve noodzakelijk met ingang van het boekjaar 2010 externe accountants te benoemen.

(3)

De Banca d’Italia heeft PricewaterhouseCoopers SpA geselecteerd als haar externe accountant voor de boekjaren 2010 tot en met 2015.

(4)

De Raad van bestuur van de ECB heeft aanbevolen dat PricewaterhouseCoopers SpA wordt benoemd tot externe accountant van de Banca d’Italia voor de boekjaren 2010 tot en met 2015.

(5)

Het is dienstig de aanbeveling van de Raad van bestuur van de ECB op te volgen en Besluit 1999/70/EG (2) dienovereenkomstig aan te passen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1, lid 6, van Besluit 1999/70/EG wordt vervangen door:

„6.   PricewaterhouseCoopers SpA wordt aanvaard als externe accountant van de Banca d’Italia voor de boekjaren 2010 tot en met 2015.”.

Artikel 2

Dit besluit wordt van toepassing op de dag van kennisgeving ervan.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Europese Centrale Bank.

Gedaan te Luxemburg, 11 oktober 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

V. VAN QUICKENBORNE


(1)  PB C 233 van 28.8.2010, blz. 1.

(2)  PB L 22 van 29.1.1999, blz. 69.


20.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/10


BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 14 oktober 2010

betreffende het beheer van door de Unie opgenomen en verstrekte leningen in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme

(ECB/2010/17)

(2010/624/EU)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid artikel 122, lid 2, en 132, lid 1,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid de artikelen 17 en 21 en artikel 34, lid 1,

Gezien Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (1), inzonderheid artikel 8,

Overwegende:

(1)

Verordening (EU) nr. 407/2010 voorziet in mogelijke financiële bijstand van de Unie in de vorm van bij besluit van de Raad van de Europese Unie te verlenen leningen of kredietlijnen aan lidstaten die zich voor een feitelijke of ernstig dreigende serieuze economische of financiële verstoring gesteld zien die wordt veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaten niet kunnen beheersen.

(2)

Volgens artikel 8 van Verordening (EU) nr. 407/2010 zal de Commissie met de Europese Centrale Bank (ECB) de noodzakelijke regelingen treffen voor het beheer van de leningen. Veertien TARGET2-werkdagen vóór de overeenkomstige vervaldatum zal de begunstigde lidstaat de uit hoofde van de leningen verschuldigde aflossingen en rentebetalingen overmaken op een rekening bij de ECB.

(3)

Ter vervulling van de voor de ECB in Verordening (EU) nr. 407/2010 voorziene taken, acht de ECB het aangewezen voor de Commissie en voor nationale centrale banken van begunstigde lidstaten, op verzoek, specifieke rekeningen te openen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De ECB vervult de taken met betrekking tot het beheer van leningen, en verricht betalingen in verband met de door de Unie opgenomen en verstrekte leningen in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 407/2010.

Artikel 2

Op verzoek van de Commissie opent de ECB rekeningen op naam van de Commissie en op verzoek van een nationale centrale bank van een begunstigde lidstaat opent zij rekeningen op naam van een dergelijke nationale centrale bank.

Artikel 3

De in artikel 2 bedoelde rekeningen worden gebruikt ter verwerking van betalingen in verband met het Europees financieel stabilisatiemechanisme ten behoeve van lidstaten.

Artikel 4

De ECB betaalt interest op het overnight batig saldo van dergelijke rekeningen equivalent aan de toepasselijke ECB-depositorente op een werkelijk aantal dagen/360-basis.

Artikel 5

De directie van de ECB treft de nodige maatregelen om dit besluit te effectueren.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 14 oktober 2010.

De president van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1.