ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.260.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 260

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
2 oktober 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit 2010/587/GBVB van de Raad van 14 juni 2010 betreffende de sluiting en de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens

1

Overeenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens

2

 

 

2010/588/EU

 

*

Besluit van de Raad van 27 september 2010 betreffende de afsluiting van het overleg met de Republiek Niger krachtens artikel 96 van de herziene ACS-EU-partnerschapsovereenkomst

6

 

 

2010/589/EU

 

*

Besluit van de Raad van 27 september 2010 tot wijziging en verlenging van Besluit 2007/641/EG houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

10

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EU) nr. 870/2010 van de Commissie van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

16

 

 

Verordening (EU) nr. 871/2010 van de Commissie van 1 oktober 2010 tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

18

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/590/EU

 

*

Besluit van de Raad van 27 september 2010 houdende benoeming van een Deens lid en vijf Deense plaatsvervangers in het Comité van de Regio’s

20

 

 

2010/591/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 1 oktober 2010 tot erkenning van een laboratorium in Rusland voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 6684)  ( 1 )

21

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/1


BESLUIT 2010/587/GBVB VAN DE RAAD

van 14 juni 2010

betreffende de sluiting en de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name artikel 37, en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), met name artikel 218, lid 5, en artikel 218, lid 6, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft tijdens zijn zitting van 10 november 2009 besloten het voorzitterschap te machtigen om overeenkomstig het vroegere artikel 24 van het VEU onderhandelingen aan te gaan met Montenegro met het oog op de sluiting van een overeenkomst inzake de beveiliging van gegevens.

(2)

Ingevolge die machtiging heeft het voorzitterschap via onderhandelingen met Montenegro een overeenkomst inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gegevens bereikt.

(3)

Deze overeenkomst moet worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De overeenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens wordt namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is bij dit besluit gevoegd.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon/personen aan te wijzen die bevoegd is/zijn de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Unie te binden.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 14 juni 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

C. ASHTON


VERTALING

OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en Montenegro inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens

DE EUROPESE UNIE, hierna „de Europese Unie” genoemd,

en

MONTENEGRO

hierna „de partijen” genoemd;

OVERWEGENDE dat de partijen zich beide ten doel stellen hun eigen veiligheid op alle mogelijke manieren te versterken;

OVERWEGENDE dat de partijen het erover eens zijn dat onderling overleg en onderlinge samenwerking over beveiligingsaangelegenheden van gemeenschappelijk belang geboden zijn;

OVERWEGENDE dat er in dit verband een voortdurende behoefte bestaat aan uitwisseling van gerubriceerde gegevens tussen de partijen;

CONSTATEREND dat volledige en doeltreffende raadpleging en samenwerking inzage in en uitwisseling van gerubriceerde gegevens en aanverwant materiaal van de partijen kan vergen;

ZICH ERVAN BEWUST dat die inzage en uitwisseling van gerubriceerde gegevens en aanverwant materiaal vereist dat passende beveiligingsmaatregelen worden genomen;

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

1.   Deze overeenkomst heeft betrekking op beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens of gerubriceerd materiaal in enige vorm of op enig gebied, verstrekt door of uitgewisseld tussen de partijen om uitvoering te geven aan het streven de veiligheid van elk van de partijen op alle mogelijke manieren te versterken.

2.   Elke partij beschermt de van de andere partij ontvangen gerubriceerde gegevens tegen openbaarmaking zonder machtiging, volgens het bepaalde in deze overeenkomst en volgens de respectieve wet- en regelgeving van de partijen.

Artikel 2

In het kader van deze overeenkomst wordt onder „gerubriceerde gegevens” verstaan gegevens of materiaal in enige vorm:

a)

met betrekking waartoe door een partij is bepaald dat deze/dit bescherming behoeven/behoeft tegen ongeoorloofde openbaarmaking die de belangen van Montenegro of van de Europese Unie of van een of meer van haar lidstaten in meerdere of mindere mate zou kunnen schaden, aantasten of benadelen, en

b)

waarop een rubriceringsmarkering is aangebracht.

Artikel 3

De EU-instellingen en -entiteiten waarop deze overeenkomst van toepassing is, zijn: de Europese Raad, de Raad van de Europese Unie („de Raad”), het secretariaat-generaal van de Raad, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie en de Europese dienst voor extern optreden („de EDEO”). In deze overeenkomst wordt naar deze instellingen en entiteiten verwezen als naar „de Europese Unie”.

Artikel 4

Ieder van de partijen en de in artikel 3 van deze overeenkomst bedoelde EU-instellingen en -entiteiten zorgen ervoor dat zij beschikken over een beveiligingssysteem en over beveiligingsmaatregelen gebaseerd op de grondbeginselen en minimumnormen voor beveiliging die zijn vastgelegd in hun wet- of regelgeving, en die worden weerspiegeld in de overeenkomstig artikel 12 vast te stellen regelingen, opdat er een gelijkwaardig beschermingsniveau geldt voor gerubriceerde gegevens die uit hoofde van deze overeenkomst worden verstrekt of uitgewisseld.

Artikel 5

Ieder van de partijen en de in artikel 3 bedoelde EU-instellingen en -entiteiten:

a)

beschermen gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst worden verstrekt door of uitgewisseld met de andere partij, op een wijze die ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming ervan door de verstrekkende partij;

b)

dragen er zorg voor dat de in het kader van deze overeenkomst verstrekte of uitgewisselde gerubriceerde gegevens de beveiligingsrubricering behouden die door de verstrekkende partij daaraan is toegekend en niet lager worden gerubriceerd of gederubriceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verstrekkende partij. De ontvangende partij beschermt gerubriceerde gegevens volgens haar eigen beveiligingsvoorschriften inzake gegevens of materiaal met een gelijkwaardige beveiligingsrubricering, zoals gespecificeerd in artikel 7;

c)

gebruiken de gerubriceerde gegevens niet voor andere doeleinden dan die welke door de afzender zijn vastgesteld of waarvoor de gegevens zijn verstrekt of uitgewisseld;

d)

maken de gerubriceerde gegevens niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verstrekkende partij openbaar aan derden of aan enige EU-instelling of -entiteit die niet in artikel 3 wordt bedoeld;

e)

staan de toegang van particulieren tot die gerubriceerde gegevens niet toe, tenzij voor hen een kennisnemingsbehoefte geldt en zij aan een passend en door de betrokken partij toegestaan beveiligingsonderzoek zijn onderworpen;

f)

dragen zorg voor de beveiliging van de locaties waar door de andere partij verstrekte gerubriceerde gegevens worden bewaard; en

g)

zorgen ervoor dat alle personen die toegang hebben tot gerubriceerde gegevens, op de hoogte zijn van hun verantwoordelijkheden om de gegevens te beschermen overeenkomstig de toepasselijke wet- en regelgeving.

Artikel 6

1.   Gerubriceerde informatie wordt openbaar gemaakt of vrijgegeven overeenkomstig het beginsel van instemming door de afzender.

2.   De ontvangende partij besluit per geval tot bekendmaking of vrijgave van de gerubriceerde gegevens aan andere ontvangers dan de partijen, zulks na schriftelijke instemming van de verstrekkende partij en overeenkomstig het beginsel van instemming door de afzender.

3.   Algemene vrijgave is alleen mogelijk indien tussen de partijen procedures inzake bepaalde categorieën van gegevens zijn overeengekomen welke beantwoorden aan hun specifieke behoeften.

4.   Niets in deze overeenkomst verplicht de partijen tot onderlinge vrijgave van gerubriceerde gegevens.

5.   Van de verstrekkende partij ontvangen gerubriceerde gegevens mogen, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de verstrekkende partij, worden verstrekt aan een aannemer of potentiële aannemer. Voorafgaand aan de vrijgave vergewist de ontvangende partij zich ervan dat de aannemer of potentiële aannemer de gegevens kan beschermen en dat hij aan een passend veiligheidsonderzoek wordt onderworpen.

Artikel 7

Met het oog op een gelijkwaardig niveau van bescherming voor door de partijen verstrekte of tussen de partijen uitgewisselde gegevens komen de beveiligingsrubriceringen als volgt overeen:

EU

Montenegro

RESTREINT UE

INTERNO

CONFIDENTIEL UE

POVJERLJIVO

SECRET UE

TAJNO

TRES SECRET UE/EU TOP SECRET

STROGO TAJNO

Artikel 8

1.   De partijen dragen er zorg voor dat personen die bij het vervullen van hun officiële werkzaamheden toegang dienen te hebben tot in het kader van deze overeenkomst verstrekte of uitgewisselde, als CONFIDENTIEL UE of POVJERLIVO of hoger gerubriceerde gegevens, of wier werkzaamheden of taken hen in staat stellen toegang daartoe te krijgen, naar behoren aan een veiligheidsonderzoek worden onderworpen voordat zij toegang krijgen tot dergelijke gegevens.

2.   De procedures voor beveiligingsonderzoek zijn van dien aard, dat kan worden bepaald of een persoon, gelet op diens loyaliteit en betrouwbaarheid, inzage kan krijgen in gerubriceerde gegevens.

Artikel 9

De partijen verlenen elkaar bijstand op het gebied van de beveiliging van gerubriceerde gegevens die overeenkomstig deze overeenkomst worden verstrekt of uitgewisseld en op het gebied van beveiligingsaangelegenheden van gemeenschappelijk belang. De in artikel 12 genoemde autoriteiten overleggen met elkaar over beveiligingsaangelegenheden en leggen onderling evaluatiebezoeken af, teneinde de doeltreffendheid van de onder hun verantwoordelijkheid ressorterende en ingevolge datzelfde artikel vast te stellen beveiligingsregelingen te beoordelen.

Artikel 10

1.   In het kader van deze overeenkomst geldt het onderstaande:

a)

wat de Europese Unie betreft, dient alle correspondentie te worden gericht aan het hoofd postregistratie van de Raad en door hem te worden doorgestuurd aan de lidstaten en de in artikel 3 bedoelde instellingen of entiteiten, onverminderd lid 2;

b)

wat Montenegro betreft, moet alle correspondentie via de missie van Montenegro bij de Europese Unie worden gezonden aan het Central Registry of the Directorate for the Protection of Classified Information.

2.   Bij wijze van uitzondering kan de correspondentie van een partij waartoe slechts bepaalde daartoe bevoegde ambtenaren, organen of diensten van deze partij toegang hebben, om operationele redenen gericht worden aan — en uitsluitend toegankelijk zijn voor — bepaalde daartoe bevoegde ambtenaren, organen of diensten van de andere partij, die daartoe uitdrukkelijk als ontvangers zijn aangewezen, gelet op hun bevoegdheden en volgens het beginsel van kennisnemingsbehoefte. Wat de Europese Unie betreft, wordt de doorzending van deze correspondentie verzorgd door, respectievelijk, het hoofd postregistratie van de Raad, het hoofd postregistratie van de Commissie, of het hoofd postregistratie van de EDEO.

Artikel 11

De minister van Binnenlandse Zaken en de directeur van het Directorate for the Protection of Classified Information van Montenegro en de secretaris-generaal van de Raad en het voor beveiligingsvraagstukken bevoegde lid van de Commissie houden toezicht op de uitvoering van deze overeenkomst.

Artikel 12

1.   Ter uitvoering van deze overeenkomst worden door de drie hieronder aangewezen autoriteiten, die elk handelen onder de leiding van en namens hun hiërarchische meerderen, onderlinge beveiligingsregelingen ingesteld om de normen vast te stellen voor de wederzijdse beveiligingsbescherming van gerubriceerde gegevens die onder deze overeenkomst vallen:

het Directorate for the Protection of Classified Information van Montenegro, voor gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst aan Montenegro worden verstrekt;

de Dienst beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad, voor gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst aan de Europese Unie worden verstrekt;

het Directoraat beveiliging van de Commissie, voor gerubriceerde gegevens die in het kader van deze overeenkomst binnen de Commissie en haar gebouwen worden verstrekt.

2.   Voordat de partijen in het kader van deze overeenkomst gerubriceerde gegevens aan elkaar verstrekken of met elkaar uitwisselen, dienen de in lid 1 bedoelde bevoegde beveiligingsautoriteiten te besluiten dat de ontvangende partij in staat is deze gegevens conform de op grond van dat lid vast te stellen beveiligingsregelingen te beschermen.

Artikel 13

1.   De in artikel 12 bedoelde bevoegde autoriteit van elke partij informeert de bevoegde autoriteit van de andere partij onverwijld van elk bewezen of vermoedelijk geval van ongeoorloofde openbaarmaking of verlies van gerubriceerde gegevens die door die partij zijn verstrekt, stelt een onderzoek in en brengt de andere partij verslag uit over de resultaten.

2.   De in artikel 12 bedoelde bevoegde autoriteiten stellen de procedures vast die in die gevallen moeten worden gevolgd.

Artikel 14

Elke partij draagt de kosten die zij ter uitvoering van deze overeenkomst heeft gemaakt.

Artikel 15

Niets in deze overeenkomst doet afbreuk aan bestaande overeenkomsten of regelingen tussen de partijen noch aan overeenkomsten tussen Montenegro en lidstaten van de Europese Unie. Deze overeenkomst belet de partijen niet andere overeenkomsten betreffende de verstrekking of uitwisseling van gerubriceerde gegevens als bedoeld in deze overeenkomst te sluiten, mits deze niet onverenigbaar zijn met de verplichtingen krachtens deze overeenkomst.

Artikel 16

Geschillen tussen de partijen die voortkomen uit de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst, worden in onderhandelingen tussen de partijen behandeld. Tijdens die onderhandelingen blijven beide parijen al hun verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst naleven.

Artikel 17

1.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na die waarin de partijen elkaar schriftelijk hebben kennisgegeven van de voltooiing van de daartoe vereiste interne procedures.

2.   Elke partij stelt de andere partij in kennis van eventuele wijzigingen in haar wet- en regelgeving die gevolgen zouden kunnen hebben voor de bescherming van de in deze overeenkomst bedoelde gerubriceerde gegevens.

3.   Deze overeenkomst kan, op verzoek van een van beide partijen, ter overweging van mogelijke wijzigingen opnieuw in behandeling worden genomen.

4.   Wijzigingen van deze overeenkomst komen uitsluitend schriftelijk en in onderlinge overeenstemming tussen de partijen tot stand. Zij treden in werking na wederzijdse kennisgeving als bedoeld in lid 1.

Artikel 18

Deze overeenkomst kan door een van de partijen worden beëindigd middels een schriftelijke kennisgeving van beëindiging aan de andere partij. De beëindiging wordt van kracht zes maanden na de ontvangst van deze kennisgeving door de andere partij, maar is niet van invloed op verplichtingen welke reeds in het kader van deze overeenkomst zijn aangegaan. Inzonderheid blijven volgens deze overeenkomst verstrekte of uitgewisselde gegevens onderworpen aan bescherming volgens het bepaalde in deze overeenkomst.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, hun handtekening onder deze overeenkomst hebben gesteld.

Gedaan te Brussel, op 13 september in het jaar 2010, in twee exemplaren, beide in de Engelse taal.

Voor Montenegro

de minister van Buitenlandse Zaken

Voor de Europese Unie

de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid


2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/6


BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 september 2010

betreffende de afsluiting van het overleg met de Republiek Niger krachtens artikel 96 van de herziene ACS-EU-partnerschapsovereenkomst

(2010/588/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217,

Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1) en herzien te Luxemburg op 25 juni 2005 (2) (hierna „de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”), en met name artikel 96,

Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (3), en met name artikel 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De in artikel 9 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst genoemde essentiële elementen zijn geschonden.

(2)

Krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, heeft op 8 december 2009 en 26 mei 2010 overleg plaatsgevonden met de Republiek Niger in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de groep van staten in Afrika, het Caribische Gebied en de Stille Oceaan. Tijdens de laatste overlegronde hebben de vertegenwoordigers van de overgangsregering van Niger tevredenstellende voorstellen en verbintenissen ingediend,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het overleg met de Republiek Niger krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst wordt afgesloten.

Artikel 2

De maatregelen uiteengezet in de brief in de bijlage worden vastgesteld als passende maatregelen zoals bedoeld in artikel 96, lid 2, onder c), van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het blijft gedurende twaalf maanden van kracht. Het wordt ten minste om de zes maanden op grond van een follow-upmissie van de Unie getoetst.

Gedaan te Brussel, 27 september 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

K. PEETERS


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.

(3)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376.


BIJLAGE

ONTWERPBRIEF

De voorzitter van de Hoge Raad voor het herstel van de democratie,

De eerste minister,

Excellenties,

De Europese Unie (EU) is van mening dat de politieke crisis die in 2009 uw land trof, alsook de staatsgreep van 18 februari 2010, een ernstige schending inhouden van de essentiële elementen die worden genoemd in artikel 9 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst. De Europese Unie heeft daarom op 19 februari 2010 in een verklaring van de woordvoerder van de Hoge Vertegenwoordigster Catherine Ashton deze staatsgreep in krachtige termen veroordeeld, aangezien deze in strijd is met de beginselen van de democratie. De Europese Unie heeft de autoriteiten van Niger uitgenodigd tot overleg in Brussel krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en is daarom met de huidige machthebbers een politieke dialoog aangegaan teneinde de situatie en de mogelijke oplossingen te onderzoeken. Het overleg werd geopend op 8 december 2009 en een tweede ronde vond plaats op 26 mei 2010. Na deze laatste vergadering bevestigden de vertegenwoordigers van de Europese Unie dat zij aan de Raad van de Europese Unie passende maatregelen wilden voorstellen om het overgangsproces naar een herstel van de constitutionele orde in Niger te begeleiden, zoals aangekondigd door de autoriteiten van Niger.

Op de vergadering van 26 mei 2010 hebben de deelnemers gesproken over de wijze waarop vorm moet worden gegeven aan de terugkeer naar de constitutionele orde en de instelling van een democratisch gekozen regering door middel van vrije en transparante verkiezingen. Niger heeft een memorandum ingediend met een precies overzicht van de fasen van deze overgang en de onderwerpen die daarbij aan de orde zijn. De Europese Unie heeft met name kennis genomen van het volgende:

het opzetten van pluralistische instellingen voor de overgang, waarin alle politieke componenten van Niger zijn vertegenwoordigd;

de vaststelling op grond van consensus van een algemeen aanvaarde kieswet;

het opzetten van een Nationale Onafhankelijke Verkiezingscommissie (Commission électorale nationale indépendante — CENI).

De Europese Unie verheugt zich tevens over de vaststelling van een routekaart waarin door middel van een aantal verkiezingstermijnen de krijtlijnen worden uitgetekend voor de instelling van een nieuw constitutioneel kader en nieuwe democratisch verkozen autoriteiten. Ten slotte neemt de Europese Unie nota van de verbintenissen van de leden van de Hoge Raad voor het herstel van de democratie (Conseil suprême pour la Restauration de la Démocratie — CSRD) en van de burgerlijke overgangsregering die in februari jl. is geïnstalleerd om het overgangsproces te beheren, om niet aan de verkiezingen deel te nemen en op het eind van de overgangsperiode, dat gepland is voor maart 2011, de macht aan de verkozen burgers over te dragen.

De Europese Unie heeft bij het overleg kennis genomen van de voorstellen die door Niger zijn ingediend, waaronder de volgende door de Unie zeer belangrijk geachte verbintenissen:

1.

de vaststelling van de fundamentele teksten door de CSRD;

2.

de organisatie op basis daarvan van een constitutioneel referendum;

3.

de organisatie van lokale, parlements- en presidentsverkiezingen uiterlijk tegen maart 2011;

4.

respect voor de fundamentele rechten en de openbare vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van handelen van de politieke partijen;

5.

persdelicten decriminaliseren en de onafhankelijkheid van de regelgevende instanties alsook de toegang tot informatie garanderen;

6.

zich verbinden tot goed economisch en financieel beheer tijdens de overgangsperiode.

De Europese Unie acht de verbintenissen van Niger over het geheel genomen bemoedigend. Teneinde het overgangsproces te begeleiden, heeft zij daarom besloten krachtens artikel 96, lid 2, onder c), van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst de passende maatregelen opgenomen in de tabel met verbintenissen in de bijlage te nemen met het oog op geleidelijke hervatting van de samenwerking.

Meer bepaald blijft de Europese Unie financiering verstrekken voor maatregelen van humanitaire aard en noodmaatregelen, waarbij rechtstreeks aan de bevolking steun wordt verleend, en maatregelen ter ondersteuning van voor het politieke overgangsproces en om de crisis te helpen oplossen. In dit kader kan de Europese Unie nieuwe steun verlenen aan de voorbereiding van de parlements- en presidentsverkiezingen.

Indien nodig behoudt de Commissie zich evenwel het recht voor om de taken van de nationale ordonnateur van het Europees Ontwikkelingsfonds voor eigen rekening over te nemen.

In het kader van de procedure van artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst blijft de Europese Unie de situatie in Niger gedurende twaalf maanden nauwlettend volgen. Tijdens deze periode wordt met de regering van Niger een intensieve dialoog gevoerd overeenkomstig artikel 8 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst teneinde het overgangsproces te begeleiden, en worden er regelmatige evaluaties door de Europese Unie verricht. Uiterlijk binnen zes maanden volgend op de ondertekening van deze brief, vindt de eerste follow-upmissie plaats.

De Europese Unie behoudt zich het recht voor om de „passende maatregelen” aan te passen in het licht van de vooruitgang bij de uitvoering van de verbintenissen.

De Europese Unie is ook voornemens om met de nieuwe regering na de verkiezingen een regelmatige politieke dialoog te voeren, in het kader van artikel 8 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, met name inzake de hervormingen op het gebied van goed politiek, gerechtelijk en economisch bestuur, alsmede hervormingen in de veiligheidssector.

Met bijzondere hoogachting,

Voor de Raad

Voor de Commissie

BIJLAGE BIJ DE BIJLAGE: OVERZICHT VAN VERBINTENISSEN

Verbintenissen van de partners

Niger

EU

Situatie op 26 mei 2010

De Europese Unie blijft financiering verstrekken voor maatregelen van humanitaire aard en noodmaatregelen, waarbij rechtstreeks aan de bevolking steun wordt verleend en maatregelen ter ondersteuning van het politieke overgangsproces en om de crisis te helpen oplossen.

Vaststelling op basis van consensus van een kieswet (na gunstig advies van de Nationale Adviesraad — Conseil consultatif national — CCN)

Installering van de Nationale Onafhankelijke Verkiezingscommissie (CENI) waarvan de leden op basis van consensus worden samengesteld (na gunstig advies van de Nationale Adviesraad — Conseil consultatif national — CCN)

Hervatting van het project „versterking van de democratie”, meer bepaald van het onderdeel „verkiezingssteun” en de verlenging daarvan tot de volgende verkiezingen; de financieringsovereenkomst is van kracht

Behandeling van een verzoek van de autoriteiten om het beschikbare bedrag van de financieringsovereenkomst voor verkiezingssteun te vergroten

Hervatting van de institutionele steun aan hervormingen op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, meer bepaald steun aan de Rekenkamer, met het oog op handhaving van de subsidiabiliteit van begrotingssteun

Hervatting van het programma voor steun aan justitie en de rechtsstaat (PAJED)

Vaststelling door de Hoge Raad voor het herstel van de democratie (Conseil suprême pour la Restauration de la Démocratie — CSRD) van de voorgestelde fundamentele teksten (na gunstig advies van de Nationale Adviesraad — Conseil consultatif national — CCN)

Bekendmaking van de kieslijsten (in het kader van de actualisering van de kiezerslijsten)

Decriminalisering van persdelicten

Wederindiening ter goedkeuring van de projecten „steun aan de handel” en „steun aan het nationale statistische systeem”

Hervatting van de beoordeling van de programma’s van het indicatieve nationale programma in het kader van het 10e EOF (justitie, decentralisatie, plattelandsontwikkeling enz.) en starten van de noodzakelijke studies

Behoud van de saldi van de financieringsovereenkomst inzake begrotingssteun in het kader van het 9e EOF

Starten van een studie tot vaststelling van steunmaatregelen ter stabilisering van de situatie in het noorden

Starten van de steun aan de strategie voor plattelandsontwikkeling (10e EOF)

Hervatting van het programma tot steun aan de mijnsector

Organisatie van een constitutioneel referendum in acceptabele omstandigheden

Geleidelijke uitbetalingen van de begrotingssteun (9e en 10e EOF)

Hervatting van de aanbestedingsprocedure voor wegenonderhoud in het kader van het 10e EOF

Hervatting van de aanbestedingsprocedure voor de uitbreiding van het ziekenhuis van Arlit (programma mijnsector)

Organisatie van parlementsverkiezingen en van de eerste ronde van presidentsverkiezingen in acceptabel geachte omstandigheden

Organisatie van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen (indien nodig) in acceptabele omstandigheden

Installering van het nieuwe parlement

Investituur van de president van de republiek

Voortzetting van de reeds aangevatte uitbetalingen van de begrotingssteun

Ondertekening van de financieringsovereenkomsten van de projecten „steun aan de handel” en „steun aan het nationale statistische systeem”

Hervatting van de samenwerkingsactiviteiten in hun geheel


2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/10


BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 september 2010

tot wijziging en verlenging van Besluit 2007/641/EG houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

(2010/589/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217,

Gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, ondertekend in Cotonou op 23 juni 2000 (1) en gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005 (2) („de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst”), en met name artikel 96,

Gezien het Intern Akkoord van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (3), en met name artikel 3,

Gezien Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (4) („het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking”), en met name artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 2007/641/EG houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (5) is vastgesteld om passende maatregelen ten uitvoer te leggen ingevolge de schending van de in artikel 9 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst bedoelde essentiële elementen en de in artikel 3 van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking bedoelde waarden.

(2)

Die maatregelen zijn verlengd bij Besluit 2009/735/EG (6) en vervolgens bij Besluit 2010/208/EU (7), omdat niet alleen een aantal belangrijke verbintenissen betreffende essentiële elementen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking nog door de Republiek Fiji-eilanden moeten worden uitgevoerd, maar zich ook recent negatieve ontwikkelingen in verband met een aantal van deze verbintenissen hebben voorgedaan.

(3)

De maatregelen van Besluit 2007/641/EG verstrijken op 1 oktober 2010. Het is passend de geldigheidsduur ervan te verlengen en de inhoud van de passende maatregelen dienovereenkomstig technisch te actualiseren,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2007/641/EG van de Raad wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

„Het is geldig tot en met 31 maart 2011. Het wordt regelmatig ten minste ieder halfjaar getoetst.”.

2)

De bijlage wordt vervangen door de tekst opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

De brief in de bijlage bij dit besluit wordt aan de Republiek Fiji-eilanden toegezonden.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 27 september 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

K. PEETERS


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.

(3)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376.

(4)  PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.

(5)  PB L 260 van 5.10.2007, blz. 15.

(6)  PB L 262 van 6.10.2009, blz. 43.

(7)  PB L 89 van 9.4.2010, blz. 7.


BIJLAGE

ONTWERPBRIEF

Z.E. Ratu Epeli NAILATIKAU

President van de Republiek Fiji-eilanden

Suva

Republiek Fiji-eilanden

Excellentie,

De Europese Unie (EU) hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en artikel 3 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Het ACS-EU-partnerschap is gebaseerd op de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die essentiële elementen zijn van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de grondslag vormen van onze betrekkingen.

Op 11 december 2006 veroordeelde de Raad van de Europese Unie de militaire machtsovername in Fiji.

Krachtens artikel 96 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en aangezien de militaire machtsovername van 5 december 2006 een schending vormde van de in artikel 9 van die overeenkomst genoemde essentiële elementen, heeft de Europese Unie de Republiek Fiji-eilanden (Fiji) uitgenodigd voor het in de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst bedoelde overleg, teneinde de situatie grondig te onderzoeken en voor zover nodig maatregelen te nemen om tot een oplossing te komen.

Het formele gedeelte van dat overleg ging op 18 april 2007 van start in Brussel. De Europese Unie was verheugd dat de interimregering bij die gelegenheid enkele belangrijke verbintenissen bevestigde met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen en de rechtsstaat, zoals hierna aangegeven, en positieve stappen voorstelde met betrekking tot hun tenuitvoerlegging.

Helaas heeft zich sindsdien een aantal negatieve ontwikkelingen voorgedaan, met name in april 2009, waardoor Fiji thans inbreuk maakt op een reeks verbintenissen. Het betreft met name de afschaffing van de grondwet, de aanzienlijke vertraging bij het organiseren van parlementsverkiezingen en de schending van de mensenrechten. Hoewel de naleving van de verbintenissen grote vertraging heeft opgelopen, blijft het grootste deel van deze verbintenissen nog zeer relevant voor de huidige situatie in Fiji en daarom wordt de lijst van verbintenissen aan deze brief gehecht. Aangezien Fiji een aantal essentiële verbintenissen eenzijdig heeft opgezegd, heeft dit voor Fiji geleid tot verlies van ontwikkelingsmiddelen.

In de geest van partnerschap die de hoeksteen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst vormt, is de Europese Unie echter bereid opnieuw formeel overleg aan te gaan, zodra er een redelijk vooruitzicht is op een positieve afloop van dit overleg. De interimpremier heeft op 1 juli 2009 een plan voor hervormingen en voor een terugkeer naar de democratische rechtsstaat gepresenteerd. De Europese Unie is bereid een dialoog aan te gaan over dit plan en te overwegen of het als basis voor nieuw overleg kan dienen. In dit verband heeft de Europese Unie besloten de bestaande passende maatregelen ten aanzien van Fiji te verlengen om aldus nieuw overleg een kans te geven. Hoewel een aantal passende maatregelen niet langer actueel is, besloot de Europese Unie deze niet eenzijdig te actualiseren, maar veeleer verdere mogelijkheden tot nieuw overleg met Fiji te exploreren. Het is bijgevolg van bijzonder belang dat de interimregering zich verbindt tot een brede binnenlandse politieke dialoog en tot flexibiliteit met betrekking tot het tijdschema voor het hervormingsplan. Hoewel de Europese Unie altijd is uitgegaan en steeds zal blijven uitgaan van de essentiële elementen en fundamentele beginselen van de herziene ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, met name wat betreft de sleutelrol van de dialoog en het nakomen van wederzijdse verplichtingen, wordt er met klem op gewezen dat er van de kant van de Europese Unie geen vooraf bepaalde conclusies zijn met betrekking tot de uitkomst van toekomstig overleg.

Indien nieuw overleg resulteert in ernstige verbintenissen van Fiji, verbindt de Europese Unie zich ertoe deze passende maatregelen spoedig en in positieve zin te herzien. Indien de situatie in Fiji echter niet verbetert, is verder verlies van ontwikkelingsmiddelen voor Fiji in de toekomst onvermijdelijk. Meer in het bijzonder zal de Europese Unie zich bij de komende besluiten inzake begeleidende maatregelen voor landen van het suikerprotocol en het nationale indicatieve programma voor Fiji in het kader van het 10e Europese Ontwikkelingsfonds (EOF) laten leiden door de evaluatie van de vorderingen op weg naar het herstel van de rechtsstaat.

In afwachting van nieuw overleg roept de Europese Unie Fiji op de versterkte politieke dialoog voort te zetten en te intensiveren.

Hierna volgt een overzicht van de passende maatregelen:

humanitaire hulp en directe steun aan maatschappelijke organisaties mogen worden voortgezet;

lopende samenwerkingsactiviteiten, met name in het kader van het 8e en 9e EOF, mogen worden voortgezet;

samenwerkingsactiviteiten die de terugkeer naar de democratie bevorderen en leiden tot beter bestuur, mogen worden voortgezet, behalve onder bepaalde zeer uitzonderlijke omstandigheden;

de tenuitvoerlegging van begeleidende maatregelen voor de hervorming van de suikersector voor 2006 mag worden voortgezet. De financieringsovereenkomst is op 19 juni 2007 op technisch niveau door Fiji ondertekend. De financieringsovereenkomst omvat een opschortingsclausule;

de voorbereiding en uiteindelijke ondertekening van het meerjarige indicatieve programma voor de begeleidende maatregelen voor de hervorming van de suikersector voor 2011-2013 kunnen doorgaan;

de voltooiing, ondertekening op technisch niveau en tenuitvoerlegging van het landenstrategiedocument en het nationale indicatieve programma voor het 10e EOF met een indicatieve financiële bijdrage, alsmede de mogelijke toewijzing van een stimuleringstranche van maximaal 25 % van dat bedrag, zijn afhankelijk van de naleving van de verbintenissen met betrekking tot de mensenrechten en de rechtsstaat; daarbij geldt met name dat de interimregering de grondwet moet eerbiedigen; dat de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat volledig moet worden nageleefd; dat de op 6 september 2007 opnieuw ingevoerde noodtoestand zo spoedig mogelijk wordt opgeheven; dat alle vermeende mensenrechtenschendingen moeten worden onderzocht of vervolgd op basis van de verschillende procedures en binnen de daarvoor bestemde fora overeenkomstig de wetgeving van Fiji; verder moet de interimregering zich tot het uiterste inspannen om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te voorkomen;

de suikertoewijzing voor 2007 was nul;

de beschikbaarstelling van de suikertoewijzing voor 2008 was afhankelijk van voldoende aanwijzingen voor de geloofwaardige en tijdige voorbereiding van verkiezingen in overeenstemming met de overeengekomen verbintenissen, met name een volkstelling, de herziening van de grenzen van de kiesdistricten en de hervorming van de kieswet in overeenstemming met de grondwet; voorts maatregelen voor het goede functioneren van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder uiterlijk op 30 september 2007, in overeenstemming met de grondwet. De suikertoewijzing voor 2008 verviel definitief op 31 december 2009;

de suikertoewijzing voor 2009 werd in mei 2009 geschrapt, omdat de interimregering had besloten de algemene verkiezingen tot september 2014 uit te stellen;

de toewijzing voor 2010 werd nog vóór 1 mei 2010 geschrapt, omdat het democratische proces niet verder was gevorderd. Gezien de precaire situatie van de suikersector heeft de Commissie evenwel een deel van de toewijzing gereserveerd voor rechtstreekse bijstand — dat wil zeggen centraal beheerd door de EU-delegatie in Suva en niet via de regering verstrekt — aan de bevolking die direct afhankelijk is van de suikerproductie, teneinde de negatieve sociale gevolgen te milderen. Het verstrekken van die steun dient door de wetgevende en begrotingsautoriteiten van de Europese Unie te worden bevestigd;

aanvullende steun voor de voorbereiding en tenuitvoerlegging van belangrijke verbintenissen, met name steun voor het voorbereiden en/of houden van verkiezingen, is mogelijk bovenop de steun die in deze brief wordt beschreven;

de regionale samenwerking, en de deelname van Fiji daaraan, blijft intact;

de samenwerking met de Europese Investeringsbank en het Centrum voor de ontwikkeling van het bedrijfsleven mag worden voortgezet, mits de aangegane verbintenissen op tijd worden nagekomen.

De controle op de naleving van de verbintenissen geschiedt overeenkomstig de in de bijlage bij deze brief genoemde verbintenissen met betrekking tot regelmatige dialoog, samenwerking met missies en rapportage.

Voorts verwacht de Europese Unie dat Fiji volledig samenwerkt met het Forum van de eilanden in de Stille Oceaan („Pacific Islands Forum”) wat betreft de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de groep van eminente personen die door de ministers van Buitenlandse Zaken van het Forum op hun bijeenkomst van 16 maart 2007 in Vanuatu werden goedgekeurd.

De Europese Unie blijft de situatie in Fiji nauwlettend volgen. Op grond van artikel 8 van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst zal met Fiji een versterkte politieke dialoog worden gevoerd met het oog op de eerbiediging van de mensenrechten, het herstel van de democratie en de eerbiediging van de rechtsstaat, tot beide partijen concluderen dat de versterkte dialoog zijn vruchten heeft afgeworpen.

Indien de tenuitvoerlegging van de verbintenissen door de interimregering wordt vertraagd, stopgezet of ongedaan gemaakt, behoudt de Europese Unie zich het recht voor de passende maatregelen te wijzigen.

De Europese Unie benadrukt dat de privileges van Fiji in de samenwerking met de Europese Unie afhankelijk zijn van de eerbiediging van de essentiële elementen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de waarden bedoeld in de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Teneinde de Europese Unie ervan te overtuigen dat de interimregering bereid is de verbintenissen volledig na te komen, is het essentieel dat er snel substantiële vorderingen worden gemaakt bij de naleving van de overeengekomen verbintenissen.

Met de meeste hoogachting,

Gedaan te Brussel,

Voor de Commissie

Voor de Raad

BIJLAGE BIJ DE BIJLAGE

MET DE REPUBLIEK FIJI-EILANDEN OVEREENGEKOMEN VERBINTENISSEN

A.   Eerbiediging van de democratische beginselen

Verbintenis nr. 1

Binnen 24 maanden te rekenen vanaf 1 maart 2007 worden vrije en eerlijke parlementsverkiezingen gehouden, afhankelijk van de bevindingen van de evaluatie door de onafhankelijke auditors die door het secretariaat van het Forum van de eilanden in de Stille Oceaan („Pacific Islands Forum”) zijn benoemd. De procedures die voorafgaan aan de organisatie van de verkiezingen zullen gezamenlijk worden gecontroleerd, aangepast en waar nodig herzien op basis van overeengekomen ijkpunten. Dit houdt met name het volgende in:

de interimregering keurt uiterlijk op 30 juni 2007 een tijdschema goed met daarin de data waarop de verschillende stappen moeten worden voltooid die nodig zijn ter voorbereiding van de nieuwe parlementsverkiezingen,

in het tijdschema worden het tijdstip van de volkstelling, de herziening van de districtgrenzen en de hervorming van de kieswet gespecificeerd,

de vaststelling van de districtsgrenzen en de hervorming van de kieswet geschieden in overeenstemming met de grondwet,

in overeenstemming met de grondwet worden maatregelen genomen voor het goed functioneren van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder uiterlijk op 30 september 2007,

de benoeming van de vicepresident geschiedt in overeenstemming met de grondwet.

Verbintenis nr. 2

De interimregering houdt bij de goedkeuring van belangrijke wetgevende, begrotings- en andere beleidsinitiatieven en veranderingen rekening met overleg dat is gepleegd met maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen.

B.   Rechtsstaat

Verbintenis nr. 1

De interimregering doet al het nodige om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te voorkomen.

Verbintenis nr. 2

De interimregering eerbiedigt de grondwet van 1997 en garandeert dat grondwettelijke instellingen, zoals de mensenrechtencommissie van de Fiji-eilanden, de Commissie voor de openbare dienst en de Commissie grondwettelijke instellingen normaal en onafhankelijk kunnen functioneren. De ruime mate van onafhankelijkheid en het functioneren van de Grote Raad van stamhoofden worden gewaarborgd.

Verbintenis nr. 3

De onafhankelijkheid van het justitiële apparaat wordt volledig gerespecteerd, het kan vrij functioneren en zijn vonnissen worden door alle betrokkenen geëerbiedigd. Daarbij wordt met name het volgende gegarandeerd:

de interimregering zorgt ervoor dat het tribunaal bedoeld in artikel 138, lid 3, van de grondwet uiterlijk op 15 juli 2007 wordt aangesteld,

benoemingen en/of ontslagen van rechters geschieden voortaan strikt in overeenstemming met de grondwettelijke bepalingen en procedureregels,

leger, politie en interimregering onthouden zich van iedere inmenging in de activiteiten van het justitiële apparaat en alle ambten binnen het justitiële apparaat worden ten volle geëerbiedigd.

Verbintenis nr. 4

Alle strafrechtelijke procedures in verband met corruptie worden via de passende justitiële kanalen afgehandeld; alle andere organen die worden ingesteld om vermeende gevallen van corruptie te onderzoeken, werken binnen de grondwettelijke grenzen.

C.   Mensenrechten en fundamentele vrijheden

Verbintenis nr. 1

De interimregering stelt al het nodige in het werk om ervoor te zorgen dat vermeende mensenrechtenschendingen worden onderzocht of vervolgd in overeenstemming met de verschillende procedures en fora overeenkomstig de wetgeving van de Fiji-eilanden.

Verbintenis nr. 2

De interimregering heft in mei 2007 de noodtoestand op, afhankelijk van eventuele bedreigingen van de nationale veiligheid of de openbare orde en veiligheid.

Verbintenis nr. 3

De interimregering zorgt ervoor dat de mensenrechtencommissie van de Fiji-eilanden volledig onafhankelijk en in overeenstemming met de grondwet kan functioneren.

Verbintenis nr. 4

De vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media worden in alle vormen geëerbiedigd, in overeenstemming met de grondwet.

D.   Naleving van de verbintenissen

Verbintenis nr. 1

De interimregering verbindt zich ertoe regelmatig een dialoog te voeren, zodat kan worden vastgesteld of er vooruitgang is geboekt, en verleent de autoriteiten/vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Commissie onbeperkt toegang tot informatie over alle vraagstukken die verband houden met de mensenrechten en het vreedzaam herstel van de democratie en de rechtsstaat in Fiji.

Verbintenis nr. 2

Met het oog op de evaluatie en de controle van de vooruitgang werkt de interimregering volledig mee met de missies van de Europese Unie en de Commissie.

Verbintenis nr. 3

De interimregering stelt om de drie maanden, te beginnen op 30 juni 2007, voortgangsverslagen op met betrekking tot de essentiële elementen van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de verbintenissen.

Bepaalde vraagstukken kunnen alleen doeltreffend worden aangepakt met een pragmatische benadering, waarbij rekening wordt gehouden met de realiteit van het heden en op de toekomst wordt gefocust.


VERORDENINGEN

2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/16


VERORDENING (EU) Nr. 870/2010 VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 oktober 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

84,4

MK

49,2

XS

54,8

ZZ

62,8

0707 00 05

MK

26,7

TR

126,1

ZZ

76,4

0709 90 70

TR

100,1

ZZ

100,1

0805 50 10

AR

92,9

CL

49,6

EG

66,3

IL

119,1

MA

157,0

TR

102,8

UY

128,7

ZA

96,3

ZZ

101,6

0806 10 10

TR

118,1

ZA

60,3

ZZ

89,2

0808 10 80

AR

72,2

AU

203,7

BR

52,7

CL

87,7

CN

82,6

NZ

99,2

US

84,1

ZA

80,3

ZZ

95,3

0808 20 50

CN

83,7

ZA

92,6

ZZ

88,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/18


VERORDENING (EU) Nr. 871/2010 VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2010

tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 867/2010 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2010/11

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2010/11 zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 867/2010 van de Commissie (3).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2010/11 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 867/2010 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 oktober 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 259 van 1.10.2010, blz. 3.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 2 oktober 2010

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

55,47

0,00

1701 11 90 (1)

55,47

0,00

1701 12 10 (1)

55,47

0,00

1701 12 90 (1)

55,47

0,00

1701 91 00 (2)

45,21

3,91

1701 99 10 (2)

45,21

0,77

1701 99 90 (2)

45,21

0,77

1702 90 95 (3)

0,45

0,24


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


BESLUITEN

2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/20


BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 september 2010

houdende benoeming van een Deens lid en vijf Deense plaatsvervangers in het Comité van de Regio’s

(2010/590/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien de voordracht van de Deense regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 22 december 2009 en 18 januari 2010 heeft de Raad respectievelijk Besluit 2009/1014/EU en Besluit 2010/29/EU vastgesteld houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2010 tot en met 25 januari 2015 (1).

(2)

Door het verstrijken van de ambtstermijn van mevrouw Tove LARSEN is in het Comité van de Regio’s een zetel van lid vrijgekomen. Vier zetels van plaatsvervanger zijn vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Erik Bent NIELSEN, de heer Johnny SØTRUP, de heer Bo ANDERSEN en mevrouw Jane Findahl LINDSKOV. Door de benoeming van de heer Jan BOYE tot lid van het Comité van de Regio’s is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Worden benoemd in het Comité van de Regio’s voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 25 januari 2015:

a)

als lid:

mevrouw Kirstine Helene BILLE, Borgmester

alsmede

b)

als plaatsvervanger:

de heer Steen Ole DAHLSTRØM, Borgmester

de heer Carsten KISSMEYER-NIELSEN, Borgmester

de heer Martin MERRILD, 2. viceborgmester

mevrouw Tatiana SØRENSEN, Byrådsmedlem

de heer Hans Freddie Holmgaard MADSEN, Byrådsbrmedlem.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 27 september 2010.

Voor de Raad

De voorzitter

K. PEETERS


(1)  PB L 348 van 29.12.2009, blz. 22, en PB L 12 van 19.1.2010, blz. 11.


2.10.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 260/21


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2010

tot erkenning van een laboratorium in Rusland voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 6684)

(Voor de EER relevante tekst)

(2010/591/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking 2000/258/EG van de Raad van 20 maart 2000 houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren (1), en met name artikel 3, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2000/258/EG is het laboratorium van het Agence française de sécurité sanitaire des aliments de Nancy („AFSSA Nancy”) aangewezen als specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren. Die beschikking stelt ook de taken van dat laboratorium vast.

(2)

AFSSA Nancy moet met name de laboratoria in de lidstaten en derde landen beoordelen met het oog op hun erkenning voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren.

(3)

De bevoegde autoriteit van Rusland heeft een aanvraag om erkenning ingediend van een laboratorium in dat derde land om deze serologische tests uit te voeren.

(4)

AFSSA Nancy heeft dat laboratorium beoordeeld en op 19 februari 2010 een gunstig beoordelingsverslag bij de Commissie ingediend.

(5)

Daarom dient dat laboratorium te worden erkend voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins bij honden, katten en fretten te controleren.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het volgende laboratorium wordt erkend voor het uitvoeren van serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins bij honden, katten en fretten te controleren, zoals voorgeschreven in artikel 3, lid 2, van Beschikking 2000/258/EG:

„Federal Centre for Animal Health (FGI „ARRIAH”), 600901 Vladimir, Urjvets, Rusland”.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing met ingang van 15 oktober 2010.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2010.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 79 van 30.3.2000, blz. 40.