ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.175.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 175

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
10 juli 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 605/2010 van de Commissie van 2 juli 2010 tot vaststelling van de volks- en diergezondheidsvoorwaarden en de veterinaire certificeringsvoorschriften voor het binnenbrengen in de Europese Unie van rauwe melk en zuivelproducten, bestemd voor menselijke consumptie ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) nr. 606/2010 van de Commissie van 9 juli 2010 inzake de goedkeuring van een vereenvoudigd instrument, ontwikkeld door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol), voor de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vliegtuigexploitanten met een geringe emissie ( 1 )

25

 

*

Verordening (EU) nr. 607/2010 van de Commissie van 9 juli 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1542/2007 betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel

27

 

 

Verordening (EU) nr. 608/2010 van de Commissie van 9 juli 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

29

 

 

Verordening (EU) nr. 609/2010 van de Commissie van 9 juli 2010 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 576/2010 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 juli 2010

31

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/383/EU

 

*

Besluit van de Raad van 29 juni 2010 over het in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (begrotingsonderdelen)

34

 

 

2010/384/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 9 juli 2010 betreffende de hoeveelheid emissierechten voor de hele Gemeenschap die in het kader van de EU-regeling voor de handel in emissierechten voor 2013 moet worden verleend (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 4658)

36

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009)

38

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/1


VERORDENING (EU) Nr. 605/2010 VAN DE COMMISSIE

van 2 juli 2010

tot vaststelling van de volks- en diergezondheidsvoorwaarden en de veterinaire certificeringsvoorschriften voor het binnenbrengen in de Europese Unie van rauwe melk en zuivelproducten, bestemd voor menselijke consumptie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (1), en met name op artikel 8, inleidende zin, punt 1, eerste alinea, en punt 4, en artikel 9, lid 4,

Gelet op Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (2), en met name op artikel 12,

Gelet op Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3), en met name op artikel 9,

Gelet op Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (4), en met name op artikel 11, lid 1, artikel 14, lid 4, en artikel 16,

Gelet op Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (5), en met name op artikel 48, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (6) bepaalt dat een lijst moet worden opgesteld van de derde landen of delen daarvan waaruit de lidstaten het binnenbrengen van melk of producten op basis van melk moeten toestaan en dat deze goederen vergezeld moeten gaan van een gezondheidscertificaat en moeten voldoen aan bepaalde voorschriften, waaronder voorschriften inzake de warmtebehandeling, en garanties.

(2)

Dienovereenkomstig is Beschikking 2004/438/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor het binnenbrengen in de Gemeenschap van warmtebehandelde melk, producten op basis van melk en rauwe melk, bestemd voor menselijke consumptie (7) vastgesteld.

(3)

Sinds de datum van vaststelling van die beschikking is een aantal nieuwe veterinairrechtelijke voorschriften en gezondheidsvoorschriften vastgesteld, die een nieuw regelgevend kader op dit gebied vormen en waarmee in deze verordening rekening moet worden gehouden. Bovendien is Richtlijn 92/46/EEG ingetrokken bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 houdende intrekking van bepaalde richtlijnen inzake levensmiddelenhygiëne en tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (8).

(4)

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (9) stelt de algemene beginselen voor levensmiddelen en diervoeders in het algemeen en voor voedsel- en voederveiligheid in het bijzonder op EU- en nationaal niveau vast.

(5)

Richtlijn 2002/99/EG stelt voorschriften vast voor het binnenbrengen uit derde landen van producten van dierlijke oorsprong, die voor menselijke consumptie zijn bestemd. De richtlijn bepaalt dat die producten alleen in de Europese Unie mogen worden binnengebracht als zij voldoen aan de bepalingen voor alle stadia van de productie, verwerking en distributie van dergelijke producten in de Europese Unie dan wel gelijkwaardige waarborgen voor de diergezondheid bieden.

(6)

Verordening (EG) nr. 852/2004 bevat de algemene voorschriften voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven inzake levensmiddelenhygiëne in alle stadia van de voedselketen, inclusief op het niveau van de primaire productie.

(7)

Verordening (EG) nr. 853/2004 bevat specifieke voorschriften voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven inzake de hygiëne van levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Die verordening bepaalt dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven die voor menselijke consumptie bestemde rauwe melk en zuivelproducten produceren, aan de desbetreffende bepalingen van bijlage III bij die verordening moeten voldoen.

(8)

Verordening (EG) nr. 854/2004 bevat specifieke voorschriften voor de organisatie van officiële controles op producten van dierlijke oorsprong.

(9)

Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (10) stelt de microbiologische criteria voor bepaalde micro-organismen en de uitvoeringsbepalingen vast waaraan exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten voldoen bij de toepassing van de algemene en specifieke hygiënemaatregelen als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 852/2004. Verordening (EG) nr. 2073/2005 bepaalt dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven ervoor moeten zorgen dat levensmiddelen aan de desbetreffende microbiologische criteria van die verordening voldoen.

(10)

Krachtens Richtlijn 92/46/EEG van de Raad kunnen rauwe melk en producten daarvan alleen worden verkregen van koeien, ooien, geiten of buffelkoeien. De definities van rauwe melk en zuivelproducten, als vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004, breiden de werkingssfeer van de hygiënevoorschriften voor melk uit tot alle zoogdiersoorten en rauwe melk wordt omschreven als melk afgescheiden door de melkklier van landbouwhuisdieren, die niet is verhit tot meer dan 40 °C en evenmin een behandeling met een gelijkwaardig effect heeft ondergaan. Bovendien worden zuivelproducten omschreven als verwerkte producten die zijn verkregen door verwerking van rauwe melk of door verdere verwerking van zulke verwerkte producten.

(11)

Met het oog op de inwerkingtreding van de Verordeningen (EG) nrs. 852/2004, 853/2004 en 854/2004 en de bepalingen ter uitvoering van die verordeningen is het nodig dat de volks- en diergezondheidsvoorwaarden en certificeringsvoorschriften van de Europese Unie voor het binnenbrengen in de Europese Unie van voor menselijke consumptie bestemde rauwe melk en zuivelproducten worden gewijzigd en bijgewerkt.

(12)

Voor de samenhang van de EU-wetgeving moet deze verordening ook rekening houden met de voorschriften van Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (11) en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vastgesteld in Verordening (EU) nr. 37/2010 van de Commissie van 22 december 2009 betreffende farmacologisch werkzame stoffen en de indeling daarvan op basis van maximumwaarden voor residuen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (12) en Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (13).

(13)

Richtlijn 96/93/EG van de Raad van 17 december 1996 inzake de certificering van dieren en dierlijke producten (14) stelt de voorschriften vast die moeten worden nageleefd bij de verlening van de door de veterinaire wetgeving vereiste certificaten om misleidende of frauduleuze certificering te voorkomen. Er moet voor worden gezorgd dat door de bevoegde autoriteiten van de exporterende derde landen certificeringsvoorschriften worden toegepast die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van die richtlijn.

(14)

Bovendien voorziet Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (15) in de oprichting van een in de Europese Unie ontwikkeld geautomatiseerd systeem dat de veterinaire autoriteiten met elkaar verbindt. Het formaat van alle modelgezondheidscertificaten moet worden gewijzigd om rekening te houden met de compatibiliteit ervan met een mogelijke elektronische certificering in het kader van het Trade Control and Expert System (Traces), waarin wordt voorzien in Richtlijn 90/425/EEG. De in deze verordening vastgestelde voorschriften moeten bijgevolg rekening houden met Traces.

(15)

Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (16) stelt voorschriften, waaronder bepaalde certificeringsvoorschriften, vast voor de veterinaire controles van producten van dierlijke oorsprong die met het oog op invoer of doorvoer uit derde landen in de Europese Unie worden binnengebracht. Die voorschriften zijn van toepassing op de onder deze verordening vallende goederen.

(16)

Gezien de geografische ligging van Kaliningrad moeten specifieke voorschriften voor de doorvoer via de Europese Unie van zendingen van en naar Rusland worden vastgesteld, die alleen Letland, Litouwen en Polen betreffen.

(17)

Voor de duidelijkheid van de EU-wetgeving moet Beschikking 2004/438/EG van de Commissie worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

(18)

Om te vermijden dat het handelsverkeer wordt onderbroken, moet het gebruik van overeenkomstig Beschikking 2004/438/EG afgegeven gezondheidscertificaten tijdens een overgangsperiode worden toegestaan.

(19)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening worden vastgesteld:

a)

de volks- en diergezondheidsvoorwaarden en de certificeringsvoorschriften voor het binnenbrengen in de Europese Unie van zendingen rauwe melk en zuivelproducten;

b)

de lijst van derde landen waaruit dergelijke zendingen in de Europese Unie mogen worden binnengebracht.

Artikel 2

Invoer van rauwe melk en zuivelproducten uit derde landen of delen daarvan die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I

De lidstaten staan de invoer toe van zendingen rauwe melk en zuivelproducten uit de derde landen of delen daarvan die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I.

Artikel 3

Invoer van bepaalde zuivelproducten uit derde landen of delen daarvan die zijn opgenomen in kolom B van bijlage I

De lidstaten staan de invoer toe van zendingen zuivelproducten, afgeleid van rauwe melk van koeien, ooien, geiten of buffelkoeien, uit de in kolom B van bijlage I opgenomen derde landen of delen daarvan waar geen risico van mond-en-klauwzeer bestaat, mits die zuivelproducten een pasteurisatiebehandeling hebben ondergaan of zijn geproduceerd met rauwe melk die een pasteurisatiebehandeling heeft ondergaan, bestaande uit één warmtebehandeling:

a)

waarvan het verhittingseffect ten minste gelijk is aan dat van een pasteurisatie bij een temperatuur van ten minste 72 °C gedurende 15 seconden;

b)

die, indien van toepassing, voldoende is om te zorgen voor een negatieve reactie op een alkalischefosfatasetest die onmiddellijk na de warmtebehandeling wordt uitgevoerd.

Artikel 4

Invoer van bepaalde zuivelproducten uit derde landen of delen daarvan die zijn opgenomen in kolom C van bijlage I

1.   De lidstaten staan de invoer toe van zendingen zuivelproducten, afgeleid van rauwe melk van koeien, ooien, geiten of buffelkoeien, uit de in kolom C van bijlage I opgenomen derde landen of delen daarvan waar een risico van mond-en-klauwzeer bestaat, mits die zuivelproducten een warmtebehandeling hebben ondergaan of zijn geproduceerd met rauwe melk die een warmtebehandeling heeft ondergaan, bestaande uit:

a)

een sterilisatie met een F0-waarde van ten minste 3;

b)

een ultrahogetemperatuur (UHT)-behandeling bij ten minste 135 °C gedurende voldoende lange tijd;

c)

i)

een tweevoudige kortstondige pasteurisatie bij hoge temperatuur (High Temperature Short Time - HTST) bij 72 °C gedurende 15 seconden van melk met een pH gelijk aan of groter dan 7,0 om, indien van toepassing, een negatieve reactie te veroorzaken op een alkalischefosfatasetest die onmiddellijk na de warmtebehandeling wordt uitgevoerd; of

ii)

een behandeling met een gelijkwaardig pasteurisatie-effect als in punt i) om, indien van toepassing, een negatieve reactie te veroorzaken op een alkalischefosfatasetest die onmiddellijk na de warmtebehandeling wordt uitgevoerd;

d)

een HTST-behandeling van melk met een pH van minder dan 7,0; of

e)

een HTST-behandeling, gecombineerd met een andere fysieke behandeling, namelijk:

i)

hetzij verlaging van de pH tot minder dan 6 gedurende een uur,

ii)

hetzij extra verhitting tot ten minste 72 °C, gecombineerd met een droogprocedé.

2.   De lidstaten staan de invoer toe van zendingen zuivelproducten, afgeleid van rauwe melk van andere dieren dan die bedoeld in lid 1, uit de in kolom C van bijlage I opgenomen derde landen of delen daarvan waar een risico van mond-en-klauwzeer bestaat, mits die zuivelproducten een behandeling hebben ondergaan of zijn geproduceerd met rauwe melk die een behandeling heeft ondergaan, bestaande uit:

a)

een sterilisatie met een F0-waarde van ten minste 3; of

b)

een ultrahogetemperatuur (UHT)-behandeling bij ten minste 135 °C gedurende voldoende lange tijd.

Artikel 5

Certificaten

Overeenkomstig de artikelen 2, 3 en 4 voor invoer toegestane zendingen gaan vergezeld van een gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het passende model van deel 2 van bijlage II voor de betrokken goederen is opgesteld en overeenkomstig de toelichtingen van deel 1 van die bijlage is ingevuld.

De bepalingen van dit artikel sluiten echter niet uit dat gebruik kan worden gemaakt van een elektronisch certificeringssysteem of een ander overeengekomen systeem dat op het niveau van de Europese Unie is geharmoniseerd.

Artikel 6

Doorvoer- en opslagvoorschriften

Het binnenbrengen in de Europese Unie van zendingen rauwe melk en zuivelproducten die niet bedoeld zijn voor invoer in de Europese Unie maar bestemd zijn voor een derde land, hetzij via onmiddellijke doorvoer, hetzij na opslag in de Europese Unie, overeenkomstig artikel 11, 12 of 13 van Richtlijn 97/78/EG van de Raad, mag alleen worden toegestaan als de zendingen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij zijn afkomstig uit een derde land of een deel daarvan waaruit zendingen rauwe melk of zuivelproducten in de Europese Unie mogen worden binnengebracht en zij voldoen aan de warmtebehandelingsvoorschriften voor dergelijke zendingen, als vastgesteld in de artikelen 2, 3 en 4;

b)

zij voldoen aan de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in de Europese Unie van de rauwe melk of het betrokken zuivelproduct, als vastgesteld in de verklaring inzake de diergezondheid in deel II.1 van het desbetreffende modelgezondheidscertificaat in deel 2 van bijlage II;

c)

zij gaan vergezeld van een gezondheidscertificaat dat overeenkomstig het passende model van deel 3 van bijlage II voor de betrokken zending is opgesteld en overeenkomstig de toelichtingen van deel 1 van die bijlage is ingevuld;

d)

de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst in de Europese Unie heeft op het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie (17) verklaard dat de zendingen kunnen worden doorgevoerd en opgeslagen, naargelang het geval.

Artikel 7

Afwijking van de doorvoer- en opslagvoorschriften

1.   In afwijking van artikel 6 wordt de doorvoer over de weg of per spoor door de Europese Unie tussen aangewezen grensinspectieposten in Letland, Litouwen en Polen, als opgenomen in Beschikking 2009/821/EG van de Commissie (18), van zendingen afkomstig uit en bestemd voor Rusland, rechtstreeks of via een ander derde land, onder de volgende voorwaarden toegestaan:

a)

de zending wordt in de grensinspectiepost van binnenkomst in de Europese Unie door de veterinaire dienst van de bevoegde autoriteit verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien;

b)

de documenten die de zending vergezellen, als bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 97/78/EG, worden op elke bladzijde door de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit die voor de grensinspectiepost van binnenkomst in de Europese Unie verantwoordelijk is, voorzien van het stempel „ONLY FOR TRANSIT TO RUSSIA VIA THE EU” („ALLEEN VOOR DOORVOER NAAR RUSLAND VIA DE EU”);

c)

de procedurevoorschriften van artikel 11 van Richtlijn 97/78/EG worden nageleefd;

d)

de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst in de Europese Unie heeft op het gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst verklaard dat de zending kan worden doorgevoerd.

2.   Het lossen of opslaan van dergelijke zendingen op het grondgebied van de Europese Unie overeenkomstig artikel 12, lid 4, of artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG is niet toegestaan.

3.   De bevoegde autoriteit verricht op gezette tijden audits om na te gaan of de aantallen zendingen en hoeveelheden producten die het grondgebied van de Europese Unie binnengekomen zijn en verlaten hebben, met elkaar in overeenstemming zijn.

Artikel 8

Specifieke behandeling

Zendingen zuivelproducten die overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4, 6 of 7 in de Europese Unie mogen worden binnengebracht uit derde landen of delen daarvan waar binnen een periode van twaalf maanden vóór de datum van het gezondheidscertificaat een uitbraak van mond-en-klauwzeer heeft plaatsgevonden of die in die periode een vaccinatie tegen die ziekte hebben uitgevoerd, mogen alleen in de Europese Unie worden binnengebracht als deze producten een van de in artikel 4 vermelde behandelingen hebben ondergaan.

Artikel 9

Intrekking

Beschikking 2004/438/EG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar Beschikking 2004/438/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 10

Overgangsbepalingen

Voor een overgangsperiode tot en met 30 november 2010 mogen zendingen rauwe melk en producten op basis van melk, als omschreven in Beschikking 2004/438/EG, waarvoor de desbetreffende gezondheidscertificaten zijn afgegeven overeenkomstig Beschikking 2004/438/EG, verder in de Europese Unie worden binnengebracht.

Artikel 11

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 juli 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1.

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(4)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206.

(5)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 206.

(6)  PB L 268 van 14.9.1992, blz. 1.

(7)  PB L 154 van 30.4.2004, blz. 72.

(8)  PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33.

(9)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(10)  PB L 338 van 22.12.2005, blz. 1.

(11)  PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11.

(12)  PB L 15 van 20.1.2010, blz. 1.

(13)  PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10.

(14)  PB L 13 van 16.1.1997, blz. 28.

(15)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(16)  PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.

(17)  PB L 21 van 28.1.2004, blz. 11.

(18)  PB L 296 van 12.11.2009, blz. 1.


BIJLAGE I

Lijst van derde landen of delen daarvan waaruit zendingen rauwe melk en zuivelproducten in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, met vermelding van het type warmtebehandeling dat voor die goederen vereist is

„+”

:

derde land waaruit de goederen in de Europese Unie mogen worden binnengebracht

„0”

:

derde land waaruit de goederen niet in de Europese Unie mogen worden binnengebracht


ISO-code van het derde land

Derde land of deel daarvan

Kolom A

Kolom B

Kolom C

AD

Andorra

+

+

+

AL

Albanië

0

0

+

AN

Nederlandse Antillen

0

0

+

AR

Argentinië

0

0

+

AU

Australië

+

+

+

BR

Brazilië

0

0

+

BW

Botswana

0

0

+

BY

Belarus

0

0

+

BZ

Belize

0

0

+

BA

Bosnië en Herzegovina

0

0

+

CA

Canada

+

+

+

CH

Zwitserland (1)

+

+

+

CL

Chili

0

+

+

CN

China

0

0

+

CO

Colombia

0

0

+

CR

Costa Rica

0

0

+

CU

Cuba

0

0

+

DZ

Algerije

0

0

+

ET

Ethiopië

0

0

+

GL

Groenland

0

+

+

GT

Guatemala

0

0

+

HK

Hongkong

0

0

+

HN

Honduras

0

0

+

HR

Kroatië

0

+

+

IL

Israël

0

0

+

IN

India

0

0

+

IS

Ijsland

+

+

+

KE

Kenia

0

0

+

MA

Marokko

0

0

+

MG

Madagaskar

0

0

+

MK (2)

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

0

+

+

MR

Mauritanië

0

0

+

MU

Mauritius

0

0

+

MX

Mexico

0

0

+

NA

Namibië

0

0

+

NI

Nicaragua

0

0

+

NZ

Nieuw-Zeeland

+

+

+

PA

Panama

0

0

+

PY

Paraguay

0

0

+

RS (3)

Servië

0

+

+

RU

Rusland

0

0

+

SG

Singapore

0

0

+

SV

El Salvador

0

0

+

SZ

Swaziland

0

0

+

TH

Thailand

0

0

+

TN

Tunesië

0

0

+

TR

Turkije

0

0

+

UA

Oekraïne

0

0

+

US

Verenigde Staten

+

+

+

UY

Uruguay

0

0

+

ZA

Zuid-Afrika

0

0

+

ZW

Zimbabwe

0

0

+


(1)  Certificaten overeenkomstig de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132).

(2)  Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; de definitieve naam van dit land zal worden vastgesteld na afsluiting van de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties.

(3)  Exclusief Kosovo, dat momenteel onder internationaal bestuur staat overeenkomstig Resolutie nr. 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.


BIJLAGE II

DEEL 1

Modellen voor gezondheidscertificaten

„Melk-RM”

:

Gezondheidscertificaat voor rauwe melk die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom A van bijlage I, mag worden binnengebracht en die bestemd is voor verdere verwerking in de Europese Unie voordat zij voor menselijke consumptie wordt gebruikt.

„Melk-RMP”

:

Gezondheidscertificaat voor zuivelproducten, afgeleid van rauwe melk, voor menselijke consumptie, die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom A van bijlage I, mogen worden binnengebracht en die bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie.

„Melk-HTB”

:

Gezondheidscertificaat voor zuivelproducten, afgeleid van melk van koeien, ooien, geiten en buffelkoeien, voor menselijke consumptie, die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom B van bijlage I, mogen worden binnengebracht en die bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie.

„Melk-HTC”

:

Gezondheidscertificaat voor zuivelproducten voor menselijke consumptie die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom C van bijlage I, mogen worden binnengebracht en die bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie.

„Melk-T/S”

:

Diergezondheidscertificaat voor rauwe melk of zuivelproducten voor menselijke consumptie, bestemd voor doorvoer/opslag in de Europese Unie.

Toelichtingen

a)

De gezondheidscertificaten worden door de bevoegde autoriteiten van het derde land van oorsprong opgesteld volgens het model voor de rauwe melk of de betrokken zuivelproducten in deel 2 van deze bijlage. Zij moeten, in de in het model aangegeven volgorde, de verklaringen bevatten die voor elk derde land zijn vereist en, naar gelang van het geval, ook de aanvullende garanties die zijn vereist voor het betrokken derde land van uitvoer.

b)

Het origineel van het gezondheidscertificaat bestaat uit één enkel blad waarvan beide zijden worden bedrukt, of heeft, wanneer meer tekst is vereist, een zodanige vorm dat alle bladen één ondeelbaar geheel vormen.

c)

Voor iedere zending van de betrokken goederen die in dezelfde spoorwagon, dezelfde vrachtwagen, hetzelfde vliegtuig of hetzelfde schip uit een derde land dat is opgenomen in kolom 2 van de tabel in bijlage I naar dezelfde bestemming wordt uitgevoerd, moet een afzonderlijk gezondheidscertificaat worden overgelegd.

d)

Het origineel van het gezondheidscertificaat en de in het modelcertificaat bedoelde etiketten moeten worden opgesteld in ten minste één officiële taal van de lidstaat waar de controle in de grensinspectiepost wordt uitgevoerd en van de lidstaat van bestemming. Die lidstaten kunnen evenwel toestaan dat het certificaat in plaats van in de eigen taal in een andere officiële taal van de Europese Unie wordt opgesteld, indien nodig vergezeld van een officiële vertaling.

e)

Indien voor de identificatie van de goederen van de zending extra bladen aan het gezondheidscertificaat worden gehecht, worden deze bladen ook beschouwd als deel uitmakend van het originele certificaat, mits elk blad voorzien is van de handtekening en het stempel van de certificerende officiële dierenarts.

f)

Wanneer het gezondheidscertificaat meer dan één bladzijde beslaat, wordt elke bladzijde onderaan genummerd met „–x (bladzijdenummer) van y (totaal aantal bladzijden)–” en wordt elke bladzijde bovenaan voorzien van het referentienummer van het certificaat dat door de bevoegde autoriteit is toegekend.

g)

Het origineel van het gezondheidscertificaat moet worden ingevuld en ondertekend door een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit die moet verifiëren en certificeren dat de rauwe melk en de zuivelproducten voldoen aan de gezondheidsvoorschriften, vastgesteld in sectie IX, hoofdstuk I, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en in Richtlijn 2002/99/EG.

h)

De bevoegde autoriteiten van het derde land van uitvoer moeten ervoor zorgen dat beginselen van certificering worden toegepast die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van Richtlijn 96/93/EG van de Raad (1).

i)

De kleur van de handtekening van de officiële dierenarts moet verschillen van die van de gedrukte tekst op het gezondheidscertificaat. Dat geldt ook voor andere stempels dan reliëfstempels of watermerken.

j)

Het origineel van het gezondheidscertificaat moet de zending tot in de grensinspectiepost van binnenkomst in de Europese Unie vergezellen.

k)

Indien in het modelcertificaat staat dat een verklaring in bepaalde gevallen kan worden doorgehaald, houdt dit in dat niet terzake doende verklaringen mogen worden doorgehaald, met paraaf en stempel van de certificerende ambtenaar, of helemaal uit het certificaat mogen worden weggelaten.

DEEL 2

Model Melk-RM

Gezondheidscertificaat voor rauwe melk die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 605/2010, mag worden binnengebracht en die bestemd is voor verdere verwerking in de Europese Unie voordat zij voor menselijke consumptie wordt gebruikt.

Image

Image

Image

Model Melk-RMP

Gezondheidscertificaat voor zuivelproducten, afgeleid van rauwe melk, voor menselijke consumptie, die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom A van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 605/2010, mogen worden binnengebracht en die bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie.

Image

Image

Image

Model Melk-HTB

Gezondheidscertificaat voor zuivelproducten, afgeleid van melk van koeien, ooien, geiten en buffelkoeien, voor menselijke consumptie, die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom B van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 605/2010, mogen worden binnengebracht en die bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie.

Image

Image

Image

Model Melk-HTC

Gezondheidscertificaat voor zuivelproducten voor menselijke consumptie, die uit derde landen of delen daarvan, als aangegeven in kolom C van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 605/2010, mogen worden binnengebracht en die bestemd zijn voor invoer in de Europese Unie.

Image

Image

Image

Image

DEEL 3

Model Melk-T/S

Diergezondheidscertificaat voor rauwe melk of zuivelproducten voor menselijke consumptie, bestemd voor [doorvoer]/[opslag] (1) (2) in de Europese Unie

Image

Image

Image


(1)  PB L 13 van 16.1.1997, blz. 28.


10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/25


VERORDENING (EU) Nr. 606/2010 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2010

inzake de goedkeuring van een vereenvoudigd instrument, ontwikkeld door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol), voor de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vliegtuigexploitanten met een geringe emissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name op artikel 14, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een volledige, consistente, transparante en nauwkeurige monitoring en rapportage van emissies van broeikasgassen overeenkomstig de richtsnoeren die zijn vastgesteld in Beschikking 2007/589/EG van de Commissie van 18 juli 2007 tot vaststelling van richtsnoeren voor de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), is van fundamenteel belang voor een doeltreffend functioneren van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten die bij Richtlijn 2003/87/EG is ingesteld.

(2)

Krachtens artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG moet een vliegtuigexploitant met ingang van 1 januari 2010 voor elk kalenderjaar de hoeveelheid kooldioxide die wordt uitgestoten door de vluchten die hij of zij exploiteert, overeenkomstig de bij Beschikking 2007/589/EG vastgestelde richtsnoeren monitoren en rapporteren.

(3)

Elke vliegtuigexploitant dient een monitoringplan op te stellen en bij zijn of haar administrerende lidstaat in te dienen, waarin de maatregelen worden opgenomen die hij of zij voornemens is in te voeren om zijn of haar emissie te monitoren en te rapporteren, en de bevoegde instanties van de administrerende lidstaat dienen deze monitoringplannen overeenkomstig de bij Beschikking 2007/589/EG vastgestelde richtsnoeren goed te keuren.

(4)

Deel 4 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG beperkt de administratieve belasting voor bepaalde vliegtuigexploitanten die verantwoordelijk zijn voor een beperkt aantal vluchten per jaar of een geringe uitstoot van kooldioxide hebben, door een vereenvoudigde procedure vast te stellen voor de raming van het brandstofverbruik van de vliegtuigen die ze exploiteren met behulp van instrumenten die worden toegepast door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) of andere relevante organisaties, die alle relevante luchtverkeersinformatie kunnen verwerken zoals die waarover Eurocontrol beschikt, indien deze instrumenten door de Commissie zijn goedgekeurd.

(5)

Eurocontrol heeft een vereenvoudigd instrument voor de raming van het brandstofverbruik en de uitstoot van kooldioxide voor specifieke vluchten tussen vliegvelden ontwikkeld en gedocumenteerd. Dat instrument gebruikt de reële lengte van de route van elke vlucht op basis van de meest gedetailleerde luchtverkeers- en operationele vluchtinformatie die momenteel beschikbaar is en houdt rekening met de verbruikte brandstof tijdens alle delen van een bepaalde vlucht, zoals aan de vertrekgate, tijdens het taxiën, opstijgen en landen, op kruissnelheid en tijdens activiteiten in verband met de regeling van het luchtverkeer. Het instrument gebruikt statistisch robuuste coëfficiënten voor het brandstofverbruik van de belangrijkste vliegtuigtypes en een algemenere benadering voor andere vliegtuigen waarbij de coëfficiënten voor het brandstofverbruik worden bepaald aan de hand van de maximale opstijgmassa van het vliegtuig, hetgeen aanvaardbare onzekerheidsniveaus oplevert.

(6)

Dit instrument voldoet aan de eisen van de bij Beschikking 2007/589/EG vastgestelde richtsnoeren ten aanzien van de aanpak op basis van individuele vluchten, reële lengte van de route en statistisch betrouwbare brandstofverbruik-relaties. Dit instrument dient derhalve beschikbaar te zijn en te worden goedgekeurd voor gebruik door de desbetreffende vliegtuigexploitanten, zodat deze op een administratief minder belastende wijze aan hun monitoring- en rapportageverplichtingen kunnen voldoen.

(7)

Het is mogelijk dat een vliegtuigexploitant om redenen waarop hij of zij geen invloed heeft, het reële brandstofverbruik voor een bepaalde vlucht niet kan monitoren. In deze omstandigheden dient het door kleine emittenten gebruikte instrument voor de raming van het brandstofverbruik, als er geen andere methoden zijn om het reële brandstofverbruik te bepalen, ook voor andere vliegtuigexploitanten beschikbaar te zijn voor de bepaling van ramingen van het brandstofverbruik voor specifieke vluchten waarvoor gegevens over het reële brandstofverbruik ontbreken.

(8)

Krachtens deel 6 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG moet een vliegtuigexploitant die een instrument voor de raming van het brandstofverbruik gebruikt, in zijn of haar monitoringplan aantonen dat aan de voorwaarden voor kleine emittenten wordt voldaan en een bevestiging en een beschrijving van het gebruikte instrument opnemen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) (3) ontwikkelde instrument voor de raming van het brandstofverbruik wordt goedgekeurd voor gebruik door:

1.

kleine emittenten teneinde te voldoen aan hun monitoring- en rapportageverplichtingen uit hoofde van artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG en deel 4 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG;

2.

alle vliegtuigexploitanten uit hoofde van deel 5 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG met het oog op de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vluchten die vallen onder bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG, wanneer de voor de monitoring van de uitstoot van kooldioxide benodigde gegevens ten gevolge van omstandigheden waarop de vliegtuigexploitant geen invloed heeft ontbreken en niet kunnen worden bepaald via een andere methode die in het monitoringplan van de exploitant wordt gespecificeerd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)  PB L 229 van 31.8.2007, blz. 1.

(3)  www.eurocontrol.int/ets/small_emitters


10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/27


VERORDENING (EU) Nr. 607/2010 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2010

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1542/2007 betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring, makreel en horsmakreel

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 5, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap, Noorwegen en de Faeröer hebben in nauwe samenwerking aanvoer- en weegprocedures ontwikkeld. Deze zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1542/2007 van de Commissie (2). De desbetreffende voorschriften zijn slechts van toepassing op de bestanden die onder de samenwerking met Noorwegen en de Faeröer vallen. De gebieden waarin het zuidelijke makreel- en horsmakreelbestand voorkomt, zijn echter niet afgedekt, net zomin als andere gebieden waarvoor vangstbeperkingen gelden. Het toepassingsgebied van de desbetreffende voorschriften dient te worden uitgebreid tot alle gebieden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld en alle gebieden waar zulks nodig is met het oog op de staat van instandhouding van de bestanden en de vereiste uitvoering van doeltreffende controles.

(2)

Krachtens artikel 9, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1542/2007 moet de partij die de vis weegt, een weeglogboek bijhouden, maar de termijn waarbinnen aan deze vereiste moet worden voldaan, wordt niet gespecificeerd. Om onzekerheid over de interpretatie van deze bepaling te voorkomen, dient een duidelijke termijn voor het invullen van het logboek te worden vastgesteld.

(3)

Krachtens artikel 9, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 1542/2007 moeten ladingen in containers die gebruikt zijn om de vis van de kaai naar het verwerkingsbedrijf te vervoeren, elk afzonderlijk worden gewogen en geregistreerd. Om het lossen van de lading niet onnodig op te houden, dient de mogelijkheid te worden geboden om slechts het totale gewicht van alle van één vaartuig afkomstige containerladingen te registeren, op voorwaarde dat deze containerladingen zonder onderbreking na elkaar worden gewogen.

(4)

Verordening (EG) nr. 1542/2007 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

In artikel 60 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (3), is de algemene regel voor de weging van visserijproducten vastgesteld en wordt de Commissie gemachtigd nadere bepalingen voor de toepassing van deze regel vast te stellen. Aangezien dit artikel pas met ingang van 1 januari 2011 van toepassing wordt en het urgent is dat de wijziging van Verordening (EG) nr. 1542/2007 tijdens het visseizoen 2010 wordt toegepast, dient artikel 5, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2847/93 als rechtsgrondslag voor deze wijziging te worden gebruikt.

(6)

Het Comité van beheer voor de visserij en de aquacultuur heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1542/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op aanvoer in de Europese Unie door vissersvaartuigen van de Europese Unie en van derde landen, en op aanvoer in derde landen door vissersvaartuigen van de Europese Unie van hoeveelheden die per aanvoer meer dan 10 t haring (Clupea harengus), makreel (Scomber scombrus), horsmakreel (Trachurus spp.) of een combinatie daarvan bedragen, gevangen in

a)

de ICES-deelgebieden (4) I, II, IIIa, IV, Vb, VI en VII wat haring betreft;

b

de ICES-deelgebieden IIa, IIIa, IV, Vb, VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV en de EU-wateren van het CECAF (5) -gebied wat makreel betreft;

c)

de ICES-deelgebieden IIa, IV, Vb, VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV en de EU-wateren van het CECAF-gebied wat horsmakreel betreft.

2)

Artikel 9, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De partij die de vis weegt, houdt voor elk weegsysteem een gebonden, gepagineerd logboek („weeglogboek”) bij. Het weeglogboek wordt onmiddellijk na de weging van elke individuele aanvoer ingevuld, maar niet later dan om 23.59 uur plaatselijke tijd op de dag waarop de weging heeft plaatsgevonden. In het weeglogboek worden de volgende gegevens vermeld:

a)

de naam en het registratienummer van het vaartuig waarvan de vis voor aanvoer is gelost;

b)

het identificatienummer van de containers indien de vis vóór de weging overeenkomstig artikel 7 vanuit de aanvoerhaven is vervoerd. Elke containerlading wordt afzonderlijk gewogen en geregistreerd. Het is evenwel toegestaan het totale gewicht van alle van één vaartuig afkomstige containerladingen in zijn geheel te registreren, op voorwaarde dat deze containerladingen zonder onderbreking na elkaar worden gewogen;

c)

de vissoort;

d)

het gewicht van elke aanvoer;

e)

de datum en het tijdstip van aanvang en einde van de weging.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.

(2)  PB L 337 van 21.12.2007, blz. 56.

(3)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(4)  ICES-deelgebieden (Internationale Raad voor het onderzoek van de zee) als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).

(5)  CECAF-gebied (centraaloostelijke Atlantische Oceaan of groot visgebied 34 van de FAO) als omschreven in Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1).”.


10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/29


VERORDENING (EU) Nr. 608/2010 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 10 juli 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MK

54,3

ZZ

54,3

0707 00 05

MK

41,0

TR

121,6

ZZ

81,3

0709 90 70

TR

94,2

ZZ

94,2

0805 50 10

AR

86,9

TR

111,6

UY

78,6

ZA

77,9

ZZ

88,8

0808 10 80

AR

95,7

BR

63,7

CA

119,1

CL

86,9

CN

65,8

NZ

115,1

US

113,7

UY

116,3

ZA

92,5

ZZ

96,5

0808 20 50

AR

105,7

CL

104,4

CN

98,4

NZ

144,8

ZA

102,2

ZZ

111,1

0809 10 00

TR

204,6

ZZ

204,6

0809 20 95

TR

299,8

US

509,9

ZZ

404,9

0809 30

AR

137,1

TR

162,6

ZZ

149,9

0809 40 05

IL

131,9

ZZ

131,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/31


VERORDENING (EU) Nr. 609/2010 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2010

houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 576/2010 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 juli 2010

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoerrechten in de sector granen die van toepassing zijn vanaf 1 juli 2010, zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 576/2010 van de Commissie (3).

(2)

Aangezien het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR/t verschilt van het vastgestelde recht, moet een overeenkomstige aanpassing van de bij Verordening (EU) nr. 576/2010 vastgestelde invoerrechten plaatsvinden.

(3)

Verordening (EU) nr. 576/2010 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij Verordening (EU) nr. 576/2010 worden vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 10 juli 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125.

(3)  PB L 166 van 1.7.2010, blz. 11.


BIJLAGE I

Vanaf 10 juli 2010 geldende invoerrechten voor de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 10 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

0,00

1001 90 91

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

1002 00 00

ROGGE

29,07

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

5,34

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

5,34

1007 00 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

29,07


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee of de Zwarte Zee ligt,

2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

30.6.2010-8.7.2010

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe van gemiddelde kwaliteit (2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (3)

Gerst

Beurs

Minnéapolis

Chicago

Notering

170,70

111,08

Fob-prijs VSA

139,88

129,88

109,88

74,05

Golfpremie

14,26

Grote-Merenpremie

40,50

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

26,36 EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

53,91 EUR/t


(1)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


BESLUITEN

10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/34


BESLUIT VAN DE RAAD

van 29 juni 2010

over het in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende een wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (begrotingsonderdelen)

(2010/383/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op de artikelen 114 en 218, lid 9,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name op artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst bevat specifieke bepalingen betreffende de samenwerking tussen de Europese Unie en de EVA-EER-staten buiten de vier vrijheden.

(2)

Het is wenselijk om de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij uit de algemene begroting van de Unie gefinancierde uniale acties met betrekking tot de tenuitvoerlegging, de werking en de ontwikkeling van de interne markt na 31 december 2009 voort te zetten. Dit betreft de volgende begrotingsonderdelen:

12 01 04 01 Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt — Uitgaven voor administratief beheer.

12 02 01 Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt.

02 03 01 Werking en ontwikkeling van de interne markt, met name op het gebied van kennisgeving, certificering en sectorale harmonisatie.

02 01 04 01 Werking en ontwikkeling van de interne markt, met name op de gebieden van kennisgeving, certificering en sectorale harmonisatie — Uitgaven voor administratief beheer.

(3)

Bijgevolg dient Protocol nr. 31 dienovereenkomstig te worden aangepast. Het is aangewezen het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt vast te leggen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

Het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt omtrent een voorgenomen wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden bestaat erin het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER goed te keuren.

Gedaan te Luxemburg, 29 juni 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. ESPINOSA


(1)  PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.


BIJLAGE

ONTWERP

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr.

van

tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna „de Overeenkomst” genoemd, en met name op de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Protocol nr. 31 bij de Overeenkomst werd gewijzigd bij Besluit nr. 93/2009 van het Gemengd Comité van de EER van 3 juli 2009 (1).

(2)

Het is wenselijk om de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij uit de algemene begroting van de Unie gefinancierde uniale acties met betrekking tot de tenuitvoerlegging, de werking en de ontwikkeling van de interne markt voort te zetten.

(3)

Protocol nr. 31 bij de Overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd, teneinde voortzetting van de samenwerking na 31 december 2009 mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 7 van Protocol nr. 31 bij de Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In lid 6 worden de woorden „jaren 2004, 2005, 2006, 2007, 2008 en 2009” vervangen door „jaren 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010”.

2)

In lid 7 worden de woorden „jaren 2006, 2007, 2008 en 2009” vervangen door „jaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010”.

3)

In lid 8 worden de woorden „jaren 2008 en 2009” vervangen door „jaren 2008, 2009 en 2010”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de laatste kennisgeving aan het Gemengd Comité van de EER zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst (2).

Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

De secretarissen

van het Gemengd Comité van de EER


(1)  PB L 277 van 22.10.2009, blz. 49.

(2)  [Er zijn geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.].


10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/36


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2010

betreffende de hoeveelheid emissierechten voor de hele Gemeenschap die in het kader van de EU-regeling voor de handel in emissierechten voor 2013 moet worden verleend

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 4658)

(2010/384/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name op artikel 9, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG moet de Commissie de absolute hoeveelheid emissierechten voor 2013 voor de hele Gemeenschap berekenen op basis van de totale hoeveelheden emissierechten die door de lidstaten overeenkomstig de beschikkingen of besluiten van de Commissie inzake hun nationale toewijzingsplannen voor de periode 2008-2012 zijn of zullen worden verleend.

(2)

Het onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap bevat de relevante gegevens over de hoeveelheden emissierechten die overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG zijn of zullen worden verleend. Aanvullende gegevens over de in de periode 2008-2012 te veilen hoeveelheden emissierechten zijn opgenomen in de tabellen op basis van de nationale toewijzingsplannen als bedoeld in artikel 44 van Verordening (EG) nr. 2216/2004 van de Commissie van 21 december 2004 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (2).

(3)

Emissierechten die zijn of zullen worden verleend aan in de EU-regeling voor de handel in emissierechten opgenomen installaties, met inbegrip van nieuwkomers, emissierechten overeenkomstig de tabellen op basis van de nationale toewijzingsplannen en emissierechten die moeten worden verleend om te worden geveild, zoals aangegeven in de tabellen op basis van de nationale toewijzingsplannen, moeten worden geacht emissierechten te zijn in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG.

(4)

Deze emissierechten zijn emissierechten in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG, aangezien het hierbij gaat om de in de betrokken tabellen op basis van de nationale toewijzingsplannen van de lidstaten voor de periode 2008-2012 vermelde hoeveelheid emissierechten die oorspronkelijk wordt verleend, en wel overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 2216/2004.

(5)

Voor de toepassing van dit besluit mogen voor nieuwkomers gereserveerde emissierechten die niet vóór 30 april 2010 aan een nieuwkomer zijn toegewezen, slechts worden geacht emissierechten in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG te zijn als zij vóór het einde van de periode 2008-2012 aan nieuwkomers worden toegewezen dan wel worden verkocht of geveild, aangezien de overeenkomstige hoeveelheid emissierechten pas op het ogenblik van de toewijzing wordt verleend.

(6)

Zolang als er aanvullende gegevens, en met name wijzigingen in de nationale toewijzingsplannen, onder meer als gevolg van gerechtelijke procedures, beschikbaar kunnen komen, zal het mogelijk zijn die gegevens weer te geven in toekomstige aanpassingen van de hoeveelheid emissierechten voor de hele Gemeenschap voor 2013.

(7)

Om deze redenen heeft de Commissie bij de vaststelling van de voor 2013 voor de hele Gemeenschap te verlenen hoeveelheid emissierechten rekening gehouden met de volgende hoeveelheden emissierechten:

emissierechten die zijn of zullen worden toegewezen aan installaties die al sinds 2008 in de EU-regeling voor de handel in emissierechten zijn opgenomen;

emissierechten die in het kader van de EU-regeling voor de handel in emissierechten in de periode 2008-2012 zijn of zullen worden geveild of verkocht en daartoe in de betrokken tabellen op basis van de nationale toewijzingsplannen van de lidstaten zijn opgenomen;

emissierechten die in de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 april 2010 aan nieuwkomers zijn toegewezen uit de nationale reserves van de lidstaten voor nieuwkomers;

emissierechten uit de nationale reserves van de lidstaten voor nieuwkomers die niet aan nieuwkomers zijn toegewezen, voor zover de betrokken lidstaat in zijn nationale regelgeving of, als die er nog niet is, via passende verklaringen in zijn nationaal toewijzingsplan heeft bepaald dat de emissierechten uit de reserve voor nieuwkomers die aan het einde van de periode 2008-2012 niet onder nieuwkomers zijn verdeeld, zullen worden geveild of verkocht.

(8)

Emissierechten die overeenkomstig Beschikking 2006/780/EG van de Commissie van 13 november 2006 inzake het voorkomen van dubbeltellingen van reducties van broeikasgasemissies in het kader van de communautaire regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten voor projectactiviteiten uit hoofde van het Protocol van Kyoto overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) of om andere redenen zijn gereserveerd en zijn opgenomen in de beschikkingen of de besluiten van sommige lidstaten inzake de tabellen op basis van de nationale toewijzingsplannen, moeten slechts aan de totale hoeveelheid emissierechten voor de hele Gemeenschap voor 2013 en volgende jaren worden toegevoegd als die in de periode tot en met 31 december 2012 zijn verleend en toegewezen of zijn verleend en geveild of verkocht.

(9)

Aangezien in artikel 10 van Richtlijn 2003/87/EG is bepaald dat de lidstaten minstens 90 % van de emissierechten kosteloos moeten toewijzen, dienen voor nieuwkomers gereserveerde emissierechten slechts voor de vaststelling van de voor 2013 voor de hele Gemeenschap te verlenen hoeveelheid emissierechten in aanmerking te worden genomen voor zover de totale hoeveelheid van die emissierechten, vermeerderd met de hoeveelheid te veilen of te verkopen emissierechten, niet meer bedraagt dan 10 % van de totale hoeveelheid emissierechten die in de tabel op basis van het nationale toewijzingsplan van een lidstaat zijn aangegeven.

(10)

De hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG aan luchtvaartexploitanten moet worden toegewezen, is niet opgenomen in de bij het onderhavige besluit vastgestelde hoeveelheden, aangezien op grond van artikel 3 quarter van die richtlijn daarvoor een afzonderlijk besluit vereist is.

(11)

Voor de berekening van de absolute hoeveelheid emissierechten voor 2013 voor de hele Gemeenschap is uitgegaan van de gegevens waarover de Commissie per 30 april 2010 beschikte.

(12)

De gemiddelde jaarlijkse totale hoeveelheid emissierechten die door de lidstaten overeenkomstig de beschikkingen of besluiten van de Commissie inzake hun nationale toewijzingsplannen voor de periode 2008-2012 zijn of zullen worden verleend en overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG, gewijzigd bij Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de hoeveelheid emissierechten voor de hele Gemeenschap, bedraagt 2 032 998 912 emissierechten.

(13)

De totale hoeveelheid emissierechten die vanaf 2013 moet worden verleend, moet elk jaar afnemen met een lineaire factor van 1,74 %, wat overeenkomt met 35 374 181 emissierechten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor 2013 bedraagt de absolute hoeveelheid emissierechten in de hele Gemeenschap als bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG, 1 926 876 368.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2010.

Voor de Commissie

Connie HEDEGAARD

Lid van de Commissie


(1)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)  PB L 386 van 29.12.2004, blz. 1.

(3)  PB L 316 van 16.11.2006, blz. 12.

(4)  PB L 140 van 5.6.2009, blz. 63.


Rectificaties

10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/38


Rectificatie van Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde

( Publicatieblad van de Europese Unie L 325 van 11 december 2009 )

Bladzijde 36, bijlage „Reglement van orde van de Raad”, artikel 2, titel:

in plaats van:

„Raadsformaties, rol van de formatie Algemene Zaken en van de formatie Externe Betrekkingen en programmering”,

te lezen:

„Raadsformaties, rol van de formatie Algemene Zaken en van de formatie Buitenlandse Zaken en programmering”.

Bladzijde 45, bijlage „Reglement van orde van de Raad”, artikel 18, titel:

in plaats van:

„Ondertekening van de handelingen”,

te lezen:

„Kennisgeving van de handelingen”.

Bladzijde 47, bijlage „Reglement van orde van de Raad”, artikel 19, lid 6, eerste alinea, tweede zin:

in plaats van:

„(…). De praktische toepassing van dit lid geschiedt op basis van een akkoord tussen de twee betrokken voorzitterschappen.”,

te lezen:

„(…). De praktische toepassing van deze alinea geschiedt op basis van een akkoord tussen de twee betrokken voorzitterschappen.”.