ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.108.dut

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 108

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
29 april 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

 

2010/224/EU, Euratom

 

*

Besluit van de Raad en de Commissie van 29 maart 2010 betreffende de sluiting van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds

1

Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds

3

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

29.4.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 108/1


BESLUIT VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE

van 29 maart 2010

betreffende de sluiting van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds

(2010/224/EU, Euratom)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a) en artikel 218, lid 8,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 101,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de instemming van het Europees Parlement,

Gezien de goedkeuring van de Raad overeenkomstig artikel 101 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds (hierna: „de overeenkomst” te noemen), is ondertekend op 15 oktober 2007, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

(2)

De in deze overeenkomst vervatte handelsbepalingen zijn van uitzonderlijke aard en verbonden met het in het kader van het stabilisatie- en associatieproces gevoerde beleid, en scheppen voor de Europese Unie geen precedent ten aanzien van de handelspolitiek van de Unie in de betrekkingen met derde landen, andere dan die van de Westelijke Balkan.

(3)

Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009, is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is.

(4)

Deze overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds, de bijlagen en protocollen daarbij en de gemeenschappelijke verklaringen en de verklaring van de Gemeenschap die aan de slotakte zijn gehecht, worden goedgekeurd namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de volgende kennisgeving:

„Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009, is de Europese Unie in de plaats getreden van de Europese Gemeenschap, waarvan zij de opvolgster is, en vanaf die datum oefent de Europese Unie alle rechten van de Europese Gemeenschap uit en treedt zij in alle verplichtingen van de Europese Gemeenschap. Derhalve dienen alle verwijzingen in de tekst van de overeenkomst naar „de Europese Gemeenschap” in voorkomend geval gelezen te worden als „de Europese Unie”.”

Artikel 3

1.   Het standpunt dat de Unie of de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie inneemt in de Stabilisatie- en associatieraad en in het Stabilisatie- en associatiecomité, wanneer dit laatste door de Stabilisatie- en associatieraad is gemachtigd, wordt vastgesteld door de Raad op voorstel van de Commissie, of in voorkomend geval door de Commissie, in beide gevallen overeenkomstig de verdragsbepalingen dienaangaande.

2.   Het voorzitterschap van de Stabilisatie- en associatieraad wordt overeenkomstig artikel 120 van de overeenkomst bekleed door de voorzitter van de Raad. Het voorzitterschap van het Stabilisatie- en associatiecomité wordt overeenkomstig zijn reglement van orde bekleed door een vertegenwoordiger van de Commissie.

3.   Tot bekendmaking van de besluiten van de Stabilisatie- en associatieraad en het Stabilisatie- en associatiecomité in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt door de Raad of de Commissie, per geval besloten, in beide gevallen overeenkomstig de verdragsbepalingen dienaangaande.

Artikel 4

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de personen aan te wijzen die bevoegd zijn namens de Europese Unie de akte van goedkeuring neer te leggen, bedoeld in artikel 138 van de overeenkomst. De akte van goedkeuring wordt namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie neergelegd door de voorzitter van de Commissie.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Brussel, 29 maart 2010

Voor de Raad

De voorzitter

E. ESPINOSA

Voor de Commissie

De voorzitter

O. REHN


STABILISATIE- EN ASSOCIATIEOVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

DE REPUBLIEK MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP en DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK MONTENEGRO, hierna „Montenegro” genoemd,

anderzijds,

tezamen „de partijen” genoemd,

GELET OP de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij gemeen hebben, hun verlangen deze banden nog te versterken en op wederkerigheid en wederzijds belang gebaseerde nauwe en langdurige betrekkingen tot stand te brengen die Montenegro in staat moeten stellen de betrekkingen met de Gemeenschap en haar lidstaten te versterken en uit te breiden;

GELET OP het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces (SAP) met de landen van Zuidoost-Europa voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het stabiliteitspact;

GEZIEN de bereidheid van de Europese Unie om Montenegro zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en gezien de status van het land als een potentiële kandidaat voor het EU-lidmaatschap op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie (hierna „het EU-Verdrag” genoemd) en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria en de voorwaarden in het kader van het SAP, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking;

GELET OP het Europees Partnerschap, waarin de prioriteiten zijn vastgesteld voor acties ter ondersteuning van de inspanningen die het land doet voor een nauwere aansluiting bij de Europese Unie;

GELET OP de verbintenis van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot politieke, economische en institutionele stabilisatie, in Montenegro en in de gehele regio, door de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en door democratisering, institutionele opbouw en hervorming van het openbaar bestuur, regionale handelsintegratie en meer economische samenwerking, alsmede door samenwerking op veel uiteenlopende gebieden, met name op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, en versterking van de nationale en regionale veiligheid;

GELET OP de verbintenis van de partijen om de politieke en economische vrijheden te stimuleren als grondslag van deze overeenkomst, de mensenrechten te eerbiedigen en de rechtsstaat te handhaven, inclusief de rechten van leden van nationale minderheden, alsmede de democratische beginselen, op basis van een meerpartijenstelsel met vrije en eerlijke verkiezingen;

GELET OP de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de OVSE, met name die van de Slotakte van de Conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa (hierna „de Slotakte van Helsinki” genoemd), de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot regionale stabiliteit en samenwerking tussen de landen van de regio;

OPNIEUW BEVESTIGEND dat alle vluchtelingen en binnenlandse ontheemden recht hebben op terugkeer en op de bescherming van hun eigendom en andere hiermee verband houdende mensenrechten;

GELET OP de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie duurzame ontwikkeling en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in Montenegro bij te dragen;

GELET OP het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de WTO;

GELET OP de wens van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) van de Europese Unie;

GELET OP de verbintenis van de partijen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en beter samen te werken in de strijd tegen terrorisme, op basis van de verklaring van de Europese Conferentie van 20 oktober 2001;

OVERTUIGD dat de stabilisatie- en associatieovereenkomst (hierna: „deze overeenkomst” genoemd) een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, factoren van cruciaal belang voor de economische herstructurering en modernisering;

GELET OP de toezegging van Montenegro om zijn wetgeving op de relevante terreinen aan te passen aan die van de Gemeenschap en om die daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;

REKENING HOUDEND met de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van hervormingen en daartoe gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand, op een brede, indicatieve meerjarige basis;

BEVESTIGEND dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna „het EG-Verdrag” genoemd) vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke verdragsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) Montenegro ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het EU-Verdrag en het EG-Verdrag is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

WIJZEND OP de top van Zagreb, waarop werd opgeroepen tot verdere consolidatie van de betrekkingen tussen de landen die deel uitmaken van het stabilisatie- en associatieproces en de Europese Unie, alsmede tot intensievere samenwerking in de regio;

ERAAN HERINNEREND dat de top van Thessaloniki het stabilisatie- en associatieproces heeft bevestigd als het beleidskader voor de betrekkingen van de Europese Unie met de landen op de Westelijke Balkan en dat die landen naargelang van hun individuele voortgang en prestaties met betrekking tot de hervormingen uitzicht hebben op toetreding tot de Europese Unie;

WIJZEND OP de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend, als middel om de regio beter in staat te stellen investeringen aan te trekken en haar integratie in de wereldeconomie te bevorderen;

GEZIEN de wens om de culturele samenwerking te intensiveren en de uitwisseling van informatie te bevorderen;

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

1.   Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds.

2.   Deze associatie heeft ten doel:

a)

de inspanningen van Montenegro te ondersteunen om de democratie en de rechtsstaat te versterken;

b)

bij te dragen aan de politieke, economische en institutionele stabiliteit in Montenegro, alsmede aan de stabilisatie van de regio;

c)

een passend kader voor de politieke dialoog tot stand te brengen, zodat nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen kunnen ontstaan;

d)

de inspanningen van Montenegro voor de ontwikkeling van de economische en internationale samenwerking te ondersteunen, onder meer door de aanpassing van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap;

e)

de inspanningen van Montenegro te ondersteunen om de overgang naar een goed functionerende markteconomie te voltooien;

f)

harmonieuze economische betrekkingen te bevorderen en geleidelijk een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Montenegro in te stellen;

g)

de regionale samenwerking op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen te bevorderen.

TITEL I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, zoals deze zijn vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en gedefinieerd in het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationale recht (waaronder volledige medewerking aan het Internationaal Strafhof voor het voormalige Joegoslavië) en de rechtsstaat en de beginselen van de markteconomie zoals deze zijn neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormt de grondslag van het binnen- en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel 3

De bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor is een essentieel element van deze overeenkomst.

Artikel 4

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan het nakomen van internationale verplichtingen, met name volledige samenwerking met het Internationale Strafhof voor Voormalig Joegoslavië.

Artikel 5

Internationale en regionale vrede en stabiliteit, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, mensenrechten en de bescherming van minderheden staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces, als bedoeld in de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 21 juni 1999. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst geschieden in het kader van de conclusies van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1997, en zijn gebaseerd op de afzonderlijke verdiensten van Montenegro.

Artikel 6

Montenegro verbindt zich ertoe de samenwerking en de betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio te blijven bevorderen, wat mede inhoudt dat een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten wordt ingesteld en dat projecten van wederzijds belang worden ontwikkeld, met name inzake grensbeheer, de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, witwassen van geld, illegale migratie en smokkel, met name van mensen, lichte wapens en drugs. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel 7

De partijen bevestigen nogmaals het belang dat zij hechten aan de bestrijding van terrorisme en de nakoming van internationale verplichtingen op dit gebied.

Artikel 8

De associatie wordt geleidelijk volledig verwezenlijkt gedurende een overgangsperiode van maximaal vijf jaar.

De overeenkomstig artikel 119 opgerichte Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden, normaal gezien jaarlijks, de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en de goedkeuring en uitvoering door Montenegro van de juridische, bestuurlijke, institutionele en economische hervormingen, in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst. Daarbij zal rekening worden gehouden met de voor deze overeenkomst relevante prioriteiten die in het kader van het Europees Partnerschap zijn vastgesteld en zal worden toegezien op de samenhang met de mechanismen die in het kader van het stabilisatie- en associatieproces zijn ingesteld, met name het voortgangsverslag dat in dat verband wordt opgesteld.

Op basis van deze toetsing doet de Stabilisatie- en associatieraad aanbevelingen en neemt hij besluiten. Als de toetsing bijzondere problemen aan het licht brengt, kunnen deze worden onderworpen aan de mechanismen voor geschillenbeslechting die bij de overeenkomst zijn ingesteld.

De volledige associatie zal geleidelijk tot stand worden gebracht. Uiterlijk in het derde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verricht de Stabilisatie- en associatieraad een grondige toetsing van de toepassing van de overeenkomst. Op basis van deze toetsing evalueert de Stabilisatie- en associatieraad de vorderingen die Montenegro heeft gemaakt en kan hij besluiten nemen over de volgende fasen van het associatieproces.

Deze toetsing geldt niet voor het vrije verkeer van goederen, waarvoor in Titel IV een aparte regeling wordt vastgesteld.

Artikel 9

De overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (GATT 1994) en artikel V van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (GATS), en moet dienovereenkomstig worden uitgevoerd.

TITEL II

POLITIEKE DIALOOG

Artikel 10

1.   In het kader van deze overeenkomst wordt de politieke dialoog tussen de partijen verder ontwikkeld. Deze dialoog begeleidt en consolideert de toenadering tussen de Europese Unie en Montenegro en draagt bij tot nauwe solidariteitsbanden en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

2.   De politieke dialoog moet met name bijdragen tot het bevorderen van:

a)

volledige integratie van Montenegro in de gemeenschap van democratische naties en de geleidelijke toenadering tot de Europese Unie;

b)

convergentie van de standpunten van de partijen inzake internationale kwesties, waaronder op het gebied van het GBVB, mede door de uitwisseling van informatie, voor zover van toepassing, met name inzake kwesties die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de partijen;

c)

regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap;

d)

gezamenlijke standpunten inzake veiligheid en stabiliteit in Europa, met inbegrip van samenwerking op de gebieden die vallen onder het GBVB van de Europese Unie.

3.   De partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element is van deze overeenkomst en deel uitmaakt van de politieke dialoog die deze elementen begeleiden en consolideren.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen:

a)

door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere internationale instrumenten ter zake, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;

b)

door de instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.

c)

De politieke dialoog hierover kan op regionale basis plaatsvinden.

Artikel 11

1.   De politieke dialoog vindt plaats binnen de Stabilisatie- en associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen hem voorleggen.

2.   Op verzoek van de partijen kan de politieke dialoog ook de volgende vormen aannemen:

a)

vergaderingen, waar nodig, van hoge ambtenaren van enerzijds Montenegro en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en de Europese Commissie;

b)

optimaal gebruik van alle diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE, de Raad van Europa en andere internationale fora;

c)

alle andere middelen die een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan de consolidatie, ontwikkeling en intensivering van de dialoog, zoals onder meer vastgesteld in de agenda van Thessaloniki.

Artikel 12

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 125 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité.

Artikel 13

De politieke dialoog kan plaatsvinden in multilateraal verband en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken, onder meer in het kader van het forum tussen de EU en de Westelijke Balkan.

TITEL III

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 14

In overeenstemming met zijn verbintenis op het gebied van internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap, bevordert Montenegro actief de regionale samenwerking. Ook kan de Gemeenschap via haar programma’s voor technische bijstand projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer Montenegro voornemens is de samenwerking met een van de in de artikelen 15, 16 en 17 genoemde landen te intensiveren, stelt het de Gemeenschap en haar lidstaten daarvan in kennis en voert het overleg met hen overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Montenegro zorgt voor de volledige tenuitvoerlegging van de bestaande bilaterale overeenkomsten die tot stand zijn gekomen op grond van het memorandum van overeenstemming met Servië en Montenegro inzake handelsbevordering en liberalisering, dat op 27 juni 2001 in Brussel werd ondertekend en van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, die op 19 december 2006 in Boekarest werd ondertekend.

Artikel 15

Samenwerking met andere landen die een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben gesloten

Na de ondertekening van deze overeenkomst opent Montenegro met de landen die reeds een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend, onderhandelingen over de sluiting van bilaterale overeenkomsten inzake regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dergelijke overeenkomsten zijn:

a)

politieke dialoog;

b)

de totstandbrenging van met de relevante WTO-bepalingen verenigbare vrijhandelszones;

c)

wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer en andere beleidsterreinen die betrekking hebben op het verkeer van personen, op een niveau dat gelijkwaardig is met dat in deze overeenkomst;

d)

bepalingen inzake samenwerking op andere al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name justitie, vrijheid en veiligheid.

Deze overeenkomsten zullen in voorkomend geval bepalingen omvatten met betrekking tot de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomsten worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. De bereidheid van Montenegro om deze overeenkomsten te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen Montenegro en de Europese Unie.

Montenegro opent vergelijkbare onderhandelingen met de resterende landen van de regio, zodra deze landen een stabilisatie- en associatieovereenkomst hebben ondertekend.

Artikel 16

Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

Montenegro streeft naar regionale samenwerking met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken staten op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsgebieden, met name die van wederzijds belang. Deze samenwerking moet te allen tijde verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 17

Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU die niet bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn

1.   Montenegro zou met elke kandidaat-lidstaat van de Europese Unie de samenwerking moeten versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Een dergelijke overeenkomst moet de bilaterale betrekkingen tussen Montenegro en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante onderdeel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

2.   Montenegro moet onderhandelingen openen met Turkije, dat een douane-unie met de Europese Gemeenschap heeft ingesteld, om op een tot wederzijds voordeel strekkende basis een overeenkomst te sluiten, waarbij een vrijhandelszone tussen beide partijen wordt ingesteld overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994, alsmede vestiging en dienstverlening tussen de partijen te liberaliseren op een niveau dat gelijkwaardig is aan dat van deze overeenkomst, volgens artikel V van de GATS.

Deze onderhandelingen moeten zo snel mogelijk worden geopend om de bovengenoemde overeenkomst voor het einde van de in artikel 18, lid 1, genoemde overgangsperiode te kunnen sluiten.

TITEL IV

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 18

1.   De Gemeenschap en Montenegro brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst geleidelijk een bilaterale vrijhandelszone tot stand overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst, de GATT 1994 en de WTO. Daarbij houden zij rekening met de hierna vermelde specifieke eisen.

2.   In het handelsverkeer tussen de partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

3.   Voor de toepassing van deze overeenkomsten omvatten douanerechten en heffingen van gelijke werking alle rechten en heffingen op de in- of uitvoer van goederen, met inbegrip van eventuele aanvullende heffingen of belastingen, maar geen:

a)

heffingen die gelijk zijn aan een binnenlandse belasting die wordt geheven overeenkomstig artikel III, lid 2, van de GATT 1994;

b)

antidumpingrechten of compenserende rechten;

c)

retributies of andere rechten evenredig aan de kosten van verleende diensten.

4.   Het basisrecht waarop de in de overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product:

a)

het overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2658/87 (1) gemeenschappelijk douanetarief van de Gemeenschap dat erga omnes daadwerkelijk wordt toepast op de dag van ondertekening van de overeenkomst;

b)

het door Montenegro toegepaste tarief (2).

5.   Als na de ondertekening van deze overeenkomst tariefverlagingen op erga-omnesgrondslag worden toegepast, in het bijzonder verlagingen die:

a)

voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in de WTO,

b)

voortvloeien uit de toetreding van Montenegro tot de WTO, of

c)

worden ingevoerd na de toetreding van Montenegro tot de WTO,

komen deze verlaagde rechten vanaf de datum waarop de verlagingen worden toegepast in de plaats van de in lid 4 bedoelde basisrechten.

6.   De Gemeenschap en Montenegro delen elkaar hun respectieve basisrechten en eventuele veranderingen daarin mede.

HOOFDSTUK I

Industrieproducten

Artikel 19

Definities

1.   Dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Montenegro, vermeld in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1, punt I, onder ii), van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

2.   De handel tussen de partijen in producten die onder het Euratom-Verdrag vallen, geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van dat Verdrag.

Artikel 20

Concessies van de Gemeenschap voor industrieproducten

1.   De douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van industrieproducten van oorsprong uit Montenegro, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

2.   Kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap van industrieproducten van oorsprong uit Montenegro en maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel 21

Concessies van Montenegro voor industrieproducten

1.   De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Montenegro van niet in bijlage I vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

2.   Heffingen van gelijke werking als douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in Montenegro van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

3.   De douanerechten die van toepassing zijn bij de invoer in Montenegro van de in bijlage I vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk afgeschaft volgens het tijdschema in die bijlage.

4.   Kwantitatieve beperkingen bij invoer in Montenegro van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel 22

Rechten en beperkingen op uitvoer

1.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Montenegro alle douanerechten bij uitvoer en heffingen die eenzelfde effect op hun onderlinge handel hebben af.

2.   De Gemeenschap en Montenegro schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst wederzijds alle kwantitatieve beperkingen bij de uitvoer en alle maatregelen van gelijke werking af.

Artikel 23

Versnelde verlaging van het douanerecht

Montenegro verklaart zich bereid zijn douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap sneller te verlagen dan in artikel 21 bepaald, als de algemene economische situatie in Montenegro en de situatie in de betrokken sector van de economie dat toelaten.

De Stabilisatie- en associatieraad analyseert de situatie dienaangaande en doet daarover aanbevelingen.

HOOFDSTUK II

Landbouw en visserij

Artikel 24

Definities

1.   Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Montenegro.

2.   Met „landbouw- en visserijproducten” worden de producten bedoeld die vermeld zijn in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en in bijlage I, punt I, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

3.   Deze definitie omvat vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 3, de posten 1604 en 1605, en de posten 0511 91, 2301 20 en ex 1902 20 („gevulde deegwaren, bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren”).

Artikel 25

Bewerkte landbouwproducten

Protocol 1 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde bewerkte landbouwproducten.

Artikel 26

Concessies van de Gemeenschap voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Montenegro

1.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Montenegro.

2.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en heffingen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit Montenegro, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.

Voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een „ad valorem” douanerecht en een specifiek douanerecht voorziet, is de afschaffing uitsluitend van toepassing op het „ad valorem”-deel van de douanerechten.

3.   Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Gemeenschap de douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Gemeenschap van de in bijlage II gedefinieerde producten van de categorie „baby beef” van oorsprong uit Montenegro vast op 20 % van het recht ad valorem en 20 % van het specifieke recht als vastgesteld in het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen, binnen een jaarlijks tariefcontingent van 800 ton geslacht gewicht.

Artikel 27

Concessies van Montenegro voor landbouwproducten

1.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Montenegro alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

2.   Bij de inwerkingtreding van de overeenkomst gaat Montenegro over tot

a)

afschaffing van de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III a) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap;

b)

geleidelijke verlaging van de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III b) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap volgens het voor ieder product in die bijlage vastgestelde tijdschema;

c)

geleidelijke vermindering tot 50 % van de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer van de in bijlage III c) vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap volgens het voor ieder product in die bijlage vastgestelde tijdschema.

Artikel 28

Het protocol inzake wijn en gedistilleerde dranken

In protocol 2 is de regeling neergelegd die van toepassing is op de daarin genoemde wijn en gedistilleerde dranken.

Artikel 29

Concessies van de Gemeenschap voor vis en visserijproducten

1.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit Montenegro.

2.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft de Gemeenschap alle douanerechten en maatregelen van gelijke werking op de niet in bijlage IV vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit Montenegro af. Op de in bijlage IV vermelde producten zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.

Artikel 30

Concessies van Montenegro voor vis en visserijproducten

1.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Montenegro alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking af die van toepassing zijn op de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

2.   Met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaft Montenegro alle douanerechten en maatregelen van gelijke werking op de niet in bijlage V vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap af. Op de in bijlage V vermelde producten zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.

Artikel 31

Herzieningsclausule

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden van die producten, de regels van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid van de Gemeenschap en het landbouw- en visserijbeleid van Montenegro, de rol van landbouw en visserij in de Montenegrijnse economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, alsmede de eventuele toetreding van Montenegro tot de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en Montenegro binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de Stabilisatie- en associatieraad per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen teneinde de handel in landbouw- en visserijproducten verder te liberaliseren.

Artikel 32

Vrijwaringsclausule betreffende landbouw en visserij

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name artikel 41, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25 tot en met 30 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of voor de binnenlandse regelingen van de andere partij, zo spoedig mogelijk overleg om een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

Artikel 33

Bescherming van geografische aanduidingen voor landbouw- en visserijproducten en voedingsmiddelen anders dan wijn en gedistilleerde dranken

1.   Montenegro beschermt de geografische aanduidingen van de Gemeenschap die in de Gemeenschap zijn geregistreerd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (3), overeenkomstig dit artikel. Geografische aanduidingen van Montenegro kunnen in de Gemeenschap worden geregistreerd onder de voorwaarden zoals beschreven in genoemde verordening.

2.   Montenegro verbiedt het gebruik op zijn grondgebied van de in de Gemeenschap beschermde namen voor vergelijkbare producten die niet voldoen aan de kenmerken van de geografische aanduiding. Dit geldt ook wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld, wanneer de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald of wanneer de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „genre”, „type”, „wijze”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen.

3.   Montenegro weigert de registratie van handelsmerken in gevallen zoals beschreven in lid 2.

4.   Handelsmerken die overeenkomen met de in lid 2 beschreven gevallen en die in Montenegro zijn geregistreerd of gangbaar zijn, mogen na 1 januari 2009 niet meer worden gebruikt. Dit geldt echter niet voor handelsmerken die in Montenegro zijn geregistreerd of gangbaar zijn en die eigendom zijn van onderdanen van derde landen, mits het publiek niet wordt misleid met betrekking tot de aard, de kenmerken of de geografische oorsprong van de producten.

5.   Overeenkomstig lid 1 beschermde geografische aanduidingen die in de omgangstaal van Montenegro gebruikelijk zijn voor dergelijke producten, mogen na 1 januari 2009 niet meer worden gebruikt.

6.   Montenegro zorgt ervoor dat de goederen die na 1 januari 2009 uit zijn grondgebied worden uitgevoerd geen inbreuk maken op dit artikel.

7.   Montenegro waarborgt de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde bescherming op eigen initiatief alsmede op verzoek van een betrokken partij.

HOOFDSTUK III

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 34

Toepassingsgebied

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in protocol 1 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel 35

Gunstigere concessies

De bepalingen van deze titel vormen in geen geval een belemmering voor de eenzijdige toepassing van gunstiger maatregelen door een partij.

Artikel 36

Standstill

1.   Zodra deze overeenkomst in werking treedt, mogen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Montenegro geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking worden ingesteld, noch mogen de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn, worden verhoogd.

2.   Zodra deze overeenkomst in werking treedt, mogen in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Montenegro geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking worden ingesteld, noch mogen reeds bestaande beperkingen restrictiever worden gemaakt.

3.   Onverminderd de overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 30 verleende concessies vormen de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de voortzetting van het landbouwbeleid van Montenegro en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid, voor zover de invoerregeling in de bijlagen II tot en met V en protocol 1 daardoor niet wordt beïnvloed.

Artikel 37

Verbod op fiscale discriminatie

1.   De Gemeenschap en Montenegro onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, direct of indirect, discrimineren tussen de producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, en schaffen dergelijke bestaande maatregelen of praktijken af.

2.   De teruggave van binnenlandse indirecte belastingen voor producten die naar het grondgebied van een van de partijen worden uitgevoerd, mag niet hoger zijn dan de daarop geheven indirecte belastingen.

Artikel 38

Rechten van fiscale aard

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 39

Douane-unies, vrijhandelszones, regelingen voor grensverkeer

1.   De overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2.   Gedurende de in artikel 18 vermelde overgangsperioden mag deze overeenkomst geen invloed hebben op de tenuitvoerlegging van de specifieke preferentiële regelingen voor het goederenverkeer die ofwel zijn vastgelegd in grensovereenkomsten die eerder zijn gesloten tussen een of meer lidstaten en Servië en Montenegro, ofwel voortvloeien uit de in titel III gespecificeerde bilaterale overeenkomsten die door Montenegro zijn gesloten ter bevordering van de regionale handel.

3.   De partijen plegen in de Stabilisatie- en associatieraad overleg over de in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun respectieve handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Montenegro als omschreven in deze overeenkomst.

Artikel 40

Dumping en subsidiëring

1.   De bepalingen in deze overeenkomst beletten de partijen niet handelsbeschermingsmaatregelen overeenkomstig lid 2 en artikel 41 te treffen.

2.   Als een partij constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping plaatsvindt en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden gegeven, kan die partij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994, de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, en haar eigen wetgeving ter zake.

Artikel 41

Vrijwaringsclausule

1.   De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.

2.   In afwijking van lid 1 geldt dat, wanneer een product uit een van de partijen in de andere partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat:

a)

ernstige moeilijkheden worden veroorzaakt of dreigen te worden veroorzaakt voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van de invoerende partij; of

b)

bepaalde sectoren van de economie ernstig worden verstoord of dreigen te worden verstoord of moeilijkheden worden veroorzaakt of dreigen te worden veroorzaakt die een ernstige verslechtering van de economische situatie in een regio van de invoerende partij ten gevolge kunnen hebben.

De invoerende partij passende bilaterale vrijwaringsmaatregelen kan nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

3.   Bilaterale vrijwaringsmaatregelen die gericht zijn tegen invoer uit de andere partij mogen niet meer inhouden dan wat nodig is om de als gevolg van de toepassing van deze overeenkomst gerezen moeilijkheden zoals beschreven in lid 2 te compenseren. Deze vrijwaringsmaatregelen bestaan normaliter uit de opschorting van de verdere verhoging of verlaging van de preferentiemarges krachtens deze overeenkomst voor het betrokken product tot een maximum dat overeenkomt met het in artikel 18, lid 4, onder a) en b), en in artikel 18, lid 5 bedoelde basisrecht voor dat product. Dergelijke maatregelen bevatten duidelijke elementen die uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode geleidelijk leiden tot de intrekking ervan, en mogen voor een periode van maximaal twee jaar worden genomen.

In zeer uitzonderlijke omstandigheden mogen dergelijke maatregelen met maximaal twee jaar worden verlengd. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen reeds eerder vrijwaringsmaatregelen zijn genomen, mogen gedurende een periode van ten minste vier jaar na het verstrijken van deze maatregelen niet opnieuw bilaterale vrijwaringsmaatregelen worden genomen.

4.   In de in dit artikel genoemde gevallen verstrekt de Gemeenschap of Montenegro, vóór de in dit artikel bedoelde maatregelen worden genomen of, in de gevallen waarop lid 5, onder b), van toepassing is, zo spoedig mogelijk, de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

5.   Voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 tot en met 4 gelden de volgende bepalingen:

a)

De moeilijkheden die voortvloeien uit de in dit artikel bedoelde situatie worden onmiddellijk ter bespreking voorgelegd aan de Stabilisatie- en associatieraad, die alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een oplossing te vinden voor deze moeilijkheden.

Indien binnen 30 dagen nadat de kwestie aan de Stabilisatie- en associatieraad is voorgelegd, deze raad of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden en geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem in overeenstemming met dit artikel op te lossen. Bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Vrijwaringsmaatregelen die overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, dienen het niveau en de marges van de bij deze overeenkomst toegekende preferenties in stand te houden.

b)

Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek onmogelijk maken, kan de betrokken partij, in de in dit artikel vermelde omstandigheden, onmiddellijk de nodige vrijwaringsmaatregelen nemen, op voorwaarde dat zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stelt.

De vrijwaringsmaatregelen worden de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in deze raad op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan, zodra de omstandigheden dat mogelijk maken.

6.   Wanneer de Gemeenschap of Montenegro de invoer van producten die de in dit artikel bedoelde moeilijkheden kunnen doen rijzen aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij daarvan in kennis.

Artikel 42

Tekortclausule

1.   Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel leidt tot:

a)

een ernstig tekort of een dreigend ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn, of

b)

wederuitvoer naar een derde land van een product waarop de exporterende partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen of heffingen van gelijke werking toepast, en de bovengenoemde situaties aanleiding geven of vermoedelijk aanleiding zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij,

kan die partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

2.   Bij de keuze van deze maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen mogen niet worden toegepast op een wijze die in gelijke omstandigheden willekeurige of onrechtvaardige discriminatie of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en moeten worden opgeheven zodra de omstandigheden verdere handhaving niet meer rechtvaardigen.

3.   Alvorens de in lid 1 bedoelde maatregelen te nemen, of in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekt de Gemeenschap of Montenegro de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie om de raad in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing voor het probleem te vinden. De partijen kunnen in de Stabilisatie- en associatieraad besluiten tot maatregelen die nodig zijn om de moeilijkheden te beëindigen. Indien dertig dagen nadat de zaak aan het Stabilisatie- en associatieraad is voorgelegd geen overeenstemming is bereikt, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen toepassen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product.

4.   Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen voorafgaande informatie of voorafgaand onderzoek onmogelijk maken, kan de Gemeenschap of Montenegro om het probleem op te lossen onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen, waarvan de andere partij onmiddellijk in kennis wordt gesteld.

5.   Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden de Stabilisatie- en associatieraad onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in die raad op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

Artikel 43

Staatsmonopolies

Met betrekking tot staatsmonopolies van commerciële aard zorgt Montenegro ervoor dat er bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen sprake meer is van discriminatie tussen onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en onderdanen van Montenegro ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht.

Artikel 44

Oorsprongsregels

Tenzij anders bepaald in deze overeenkomst, zijn de oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst in protocol 3 vastgesteld.

Artikel 45

Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 46

Niet-verlening van administratieve medewerking

1.   De partijen komen overeen dat administratieve samenwerking essentieel is voor de uitvoering van en controle op de preferentiële behandeling die op grond van deze titel wordt verleend en benadrukken zich te zullen inzetten om onregelmatigheden en fraude in douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

2.   Wanneer een partij op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich uit hoofde van deze titel onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de preferentiële regeling ten aanzien van de betrokken producten overeenkomstig dit artikel tijdelijk opschorten.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking verstaan:

a)

het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichtingen om de oorsprong van de betrokken producten te controleren,

b)

het herhaaldelijk weigeren de daaropvolgende controle van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mee te delen, of onnodige vertraging daarbij;

c)

het herhaaldelijk weigeren toestemming te verlenen om administratieve samenwerkingsmissies uit te voeren om de authenticiteit van documenten of de juistheid van informatie te controleren die van belang zijn voor de betrokken preferentiële regeling, of onnodige vertraging daarbij.

In het kader van dit artikel is onder andere sprake van onregelmatigheden of fraude wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daar een bevredigende verklaring voor is, wanneer die invoer het gebruikelijke niveau van de productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging verband houdt met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.

4.   Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a)

de partij die op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, moet het Stabilisatie- en associatiecomité onverwijld in kennis stellen van haar conclusies, en deze kennisgeving vergezeld doen gaan van de objectieve informatie en in overleg treden met het Stabilisatie- en associatiecomité, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden;

b)

wanneer de partijen als hierboven beschreven in overleg zijn getreden in het kader van het bovengenoemde Stabilisatie- en associatiecomité en het niet binnen drie maanden na die kennisgeving eens zijn geworden over een aanvaardbare oplossing, kan de betrokken partij de preferentiële regeling voor de betrokken producten tijdelijk schorsen. Het Stabilisatie- en associatiecomité moet onverwijld van een tijdelijke schorsing in kennis worden gesteld;

c)

tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel mogen alleen dienen ter bescherming van de financiële belangen van de betrokken partij. De schorsingen duren uiterlijk zes maanden, maar zij mogen wel worden verlengd. Tijdelijke schorsingen moeten onmiddellijk na goedkeuring ervan worden gemeld aan het Stabilisatie- en associatiecomité. Binnen het Stabilisatie- en associatiecomité moet hierover periodiek overleg plaatsvinden, met name om tot beëindiging ervan te komen, zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot toepassing ervan, niet meer gelden.

5.   Tegelijk met de kennisgeving aan het Stabilisatie- en associatiecomité overeenkomstig lid 4, onder a), moet de betrokken partij in haar officiële publicatieblad een kennisgeving voor importeurs publiceren. De voor de importeurs bestemde kennisgeving moet voor het betrokken product aangeven dat op basis van objectieve informatie is geconcludeerd dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.

Artikel 47

Indien de bevoegde autoriteiten de preferentiële uitvoerregeling niet op de juiste wijze hebben beheerd, en met name indien zij protocol 3 bij de overeenkomst niet juist hebben toegepast en dit gevolgen heeft voor de overeenkomstsluitende partij die te maken krijgt met die consequenties in de vorm van invoerrechten, mag de Stabilisatie- en associatieraad verzoeken de mogelijkheden van de goedkeuring van passende maatregelen te onderzoeken om de situatie op te lossen.

Artikel 48

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL V

VERKEER VAN WERKNEMERS, VESTIGING, VERRICHTEN VAN DIENSTEN, KAPITAAL

HOOFDSTUK I

Verkeer van werknemers

Artikel 49

1.   Met inachtneming van de in elke lidstaat geldende voorwaarden en modaliteiten:

a)

is de behandeling van werknemers die onderdaan van Montenegro zijn en die legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzaam zijn, wat betreft arbeidsvoorwaarden, beloning en ontslag vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit ten opzichte van de nationale onderdanen van die lidstaat;

b)

hebben de legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende echtgenoot en kinderen van een legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzame werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 50 vallen, tenzij in dergelijke overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode dat het verblijf van die werknemer voor arbeidsdoeleinden is toegestaan, toegang tot de arbeidsmarkt van die lidstaat.

2.   Montenegro verleent, volgens de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat en die legaal op zijn grondgebied werkzaam zijn, alsmede aan hun echtgenoot en kinderen die daar legaal verblijven, de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 50

1.   Rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten, hun wetgeving en de voorschriften die in de lidstaten gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers:

a)

dienen de door de lidstaten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende werkgelegenheidsmogelijkheden voor Montenegrijnse werknemers behouden te blijven en zo mogelijk te worden verbeterd;

b)

dienen de overige lidstaten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.

2.   Na drie jaar onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad of andere verbeteringen, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de lidstaten geldende regels en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en de Gemeenschap tot stand kunnen worden gebracht.

Artikel 51

1.   Er worden regels vastgesteld voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels die van toepassing zijn op legaal op het grondgebied van een lidstaat werkzame werknemers die onderdaan van Montenegro zijn en hun legaal in die lidstaat verblijvende gezinsleden. Hiertoe worden bij een besluit van de Stabilisatie- en associatieraad, dat alle rechten en verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten onverlet laat indien deze in een gunstigere behandeling voorzien, de volgende bepalingen ingevoerd:

a)

alle door dergelijke werknemers in de verschillende lidstaten vervulde verzekerings-, arbeids- of verblijfsperioden worden bijeengeteld met het oog op pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit of overlijden, alsmede met het oog op de medische zorg voor deze werknemers en hun gezinsleden;

b)

alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, arbeidsongevallen of beroepsziekten dan wel wegens daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, kunnen vrij worden overgemaakt tegen de koers die krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, wordt toegepast;

c)

de werknemers in kwestie ontvangen gezinsbijslagen voor hun gezinsleden zoals hierboven omschreven.

2.   Montenegro kent aan legaal op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn en aan hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in lid 1, onder b) en c), wordt omschreven.

HOOFDSTUK II

Vestiging

Artikel 52

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)

„communautaire vennootschap” respectievelijk „Montenegrijnse vennootschap”: een volgens de wetgeving van een lidstaat respectievelijk Montenegro opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro heeft. Indien een volgens het recht van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro heeft, wordt deze vennootschap als vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Montenegrijnse vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een van de lidstaten respectievelijk van Montenegro blijkt;

b)

„dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;

c)

„filiaal”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat die derden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er zo nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

d)

„vestiging”:

i)

voor onderdanen: het recht op toegang tot economische activiteiten anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen, op te richten en daadwerkelijk te besturen. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de oprichting en het beheer van ondernemingen door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geeft geen recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op personen die ook in loondienst werkzaam zijn;

ii)

voor communautaire respectievelijk Montenegrijnse vennootschappen: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Montenegro respectievelijk de Gemeenschap;

e)

„werkzaamheden”: het verrichten van economische activiteiten;

f)

„economische activiteiten”: in beginsel activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;

g)

„onderdaan van de Gemeenschap” respectievelijk „onderdaan van Montenegro”: een natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat respectievelijk van Montenegro;

Wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Montenegro gevestigde onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro, en op buiten de Gemeenschap of Montenegro gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro, indien hun vaartuigen in die lidstaat respectievelijk in Montenegro in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven;

h)

„financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel 53

1.   Montenegro vereenvoudigt het op zijn grondgebied opzetten van werkzaamheden door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap. Montenegro verleent daartoe vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst:

a)

voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van Montenegro een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die het verleent aan de eigen vennootschappen, of de behandeling die het verleent aan vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is;

b)

voor de werkzaamheden van op het grondgebied van Montenegro gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die wordt verleend aan de eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die wordt verleend aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.

2.   De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst:

a)

voor de vestiging van Montenegrijnse vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan eigen vennootschappen of de behandeling die zij verlenen aan vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is;

b)

voor de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van Montenegrijnse vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan hun eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die zij verlenen aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is.

3.   De partijen voeren geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die discriminerend zijn ten aanzien van de vestiging van communautaire of Montenegrijnse vennootschappen op hun grondgebied of ten aanzien van de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde communautaire of Montenegrijnse vennootschappen in vergelijking tot de eigen vennootschappen.

4.   Vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de voorwaarden vast voor de uitbreiding van bovenstaande bepalingen tot de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap en van Montenegro die economische activiteiten anders dan in loondienst wensen uit te oefenen.

5.   Onverminderd het bepaalde in dit artikel:

a)

hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in Montenegro onroerend goed te huren en te gebruiken;

b)

hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als Montenegrijnse vennootschappen en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, dezelfde rechten als Montenegrijnse vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben.

Artikel 54

1.   Met inachtneming van artikel 56 en uitgezonderd de in bijlage VI beschreven financiële diensten kan elke partij de vestiging van en de werkzaamheden van vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

2.   Ten aanzien van financiële diensten vormt geen van de bepalingen van deze overeenkomst voor een partij een beletsel om prudentiële maatregelen te treffen, zoals om investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of personen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan, te beschermen, of om de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Dergelijke maatregelen mogen door een partij niet worden aangewend om zich aan de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken.

3.   Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele cliënten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van overheidsinstanties.

Artikel 55

1.   Onverminderd de multilaterale overeenkomst voor een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (4) (hierna: „ECAA” genoemd), is dit hoofdstuk niet van toepassing op het luchtvervoer, de binnenvaart en cabotage in het zeevervoer.

2.   De Stabilisatie- en associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de voorwaarden voor vestiging en voor het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 56

1.   De artikelen 53 en 54 vormen geen beletsel voor de toepassing door een partij, met betrekking tot de vestiging en uitoefening van activiteiten op haar grondgebied van filialen van vennootschappen van een andere partij die op het grondgebied van de eerste partij geen rechtspersoonlijkheid bezitten, van bijzondere regels die gerechtvaardigd zijn op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en filialen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste partij rechtspersoonlijkheid bezitten, of, wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen.

2.   Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, wat financiële diensten betreft, tot hetgeen om prudentiële redenen noodzakelijk is.

Artikel 57

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde activiteiten in het kader van vrije beroepen in Montenegro respectievelijk de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 58

1.   Een op het grondgebied van Montenegro respectievelijk de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Montenegrijnse vennootschap heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van Montenegro respectievelijk de Gemeenschap werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Montenegro in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, indien dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 van dit artikel bekleden en zij uitsluitend een dienstverband hebben met vennootschappen, dochterondernemingen of filialen. De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn.

2.   Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties” genoemd, zijn „binnen de organisatie overgeplaatste personen” als omschreven onder c) van dit lid, van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon moet zijn en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsbelang) waren:

a)

personen met een hogere leidinggevende functie binnen een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder leiding en algemeen toezicht van met name de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, met inbegrip van personeelsleden die:

i)

leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling van de vestiging;

ii)

belast zijn met toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;

iii)

persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

b)

binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over buitengewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de specifieke kennis met betrekking tot de betrokken vestiging, kan deze kennis betrekking hebben op de bekwaamheid om bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden en eventueel het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep vereist zijn;

c)

een „binnen de organisatie overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere partij; de betrokken organisatie dient haar belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van een partij te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging (dochteronderneming, filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische handelingen verricht.

3.   Toegang tot het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro van onderdanen van respectievelijk Montenegro en de Gemeenschap wordt verleend en tijdelijk verblijf is toegestaan voor vertegenwoordigers van vennootschappen met een hogere leidinggevende functie als gedefinieerd in lid 2, onder a), binnen een vennootschap, die belast zijn met het opzetten van een dochteronderneming of filiaal in de Gemeenschap van een Montenegrijnse vennootschap, respectievelijk een dochteronderneming of filiaal in Montenegro van een vennootschap uit de Gemeenschap, mits:

a)

deze vertegenwoordigers zich niet bezig houden met rechtstreekse verkoop of dienstverlening en geen vergoeding ontvangen vanuit een bron binnen het grondgebied van het gastland, en

b)

de vennootschap haar belangrijkste handelsactiviteit buiten de Gemeenschap respectievelijk Montenegro heeft, en geen andere vertegenwoordigers, kantoren, filialen of dochterondernemingen in de betrokken lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk Montenegro heeft.

HOOFDSTUK III

Het verlenen van diensten

Artikel 59

1.   De Gemeenschap en Montenegro verbinden zich ertoe overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verrichten van diensten mogelijk te maken door vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en Montenegro die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht.

2.   Naarmate de in lid 1 genoemde liberalisering tot stand komt, staan de partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen die de dienst verlenen of als werknemer voor de dienstverlener een sleutelpositie bekleden als omschreven in artikel 58, met inbegrip van natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een vennootschap of onderdaan van de Gemeenschap of Montenegro en die tijdelijk toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverlener, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de openbare directe verkoop of bij de eigenlijke dienstverlening.

3.   Vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst neemt de Stabilisatie- en associatieraad de nodige maatregelen om het bepaalde in lid 1 geleidelijk ten uitvoer te leggen. Hierbij wordt rekening gehouden met de vorderingen die de partijen maken bij de onderlinge aanpassing van hun wetgeving.

Artikel 60

1.   De partijen treffen geen maatregelen en ondernemen geen acties die de voorwaarden voor het verrichten van diensten door vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap of Montenegro die gevestigd zijn op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht aanmerkelijk restrictiever maken ten opzichte van de situatie op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

2.   Indien een partij van mening is dat maatregelen die door de andere partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn genomen, tot een situatie leiden die ten aanzien van het verrichten van diensten aanmerkelijk restrictiever is dan op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, kan eerstgenoemde partij de andere partij om overleg verzoeken.

Artikel 61

Ten aanzien van vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Montenegro zijn de volgende bepalingen van toepassing:

1)

Wat het vervoer over land betreft, stelt protocol 4 de regels vast die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de partijen teneinde te voorzien in onbeperkt transitoverkeer over de weg door Montenegro en de gehele Gemeenschap, de effectieve toepassing van het verbod op discriminatie en de geleidelijke aanpassing van de Montenegrijnse vervoerswetgeving aan die van de Gemeenschap.

2)

Op het gebied van internationaal zeevervoer verbinden de partijen zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en het verkeer op commerciële basis toe te passen en de internationale en Europese verplichtingen op het gebied van veiligheid, beveiliging en milieunormen na te komen.

De partijen bevestigen een omgeving van vrije concurrentie na te streven als een essentieel aspect van internationaal zeevervoer.

3)

De partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 2:

a)

in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen;

b)

bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer;

c)

door onderdanen en vennootschappen van de andere partij geëxploiteerde schepen onder meer geen minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot havens die opengesteld zijn voor de internationale handel, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van deze havens, alsmede de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

4)

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve handelsbehoeften moeten de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer worden vastgelegd in de ECAA.

5)

Alvorens de ECAA te sluiten nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.

6)

Montenegro past zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aan de communautaire wetgeving op het gebied van het vervoer door de lucht, over zee, via binnenwateren en over land, zoals die op enig ogenblik van kracht is, voor zover dit dienstig is voor de liberalisering en wederzijdse toegang tot de markten van de partijen, en het verkeer van reizigers en goederen vergemakkelijkt.

7)

De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, hoe de noodzakelijke voorwaarden voor het vergroten van de vrijheid van dienstlening in het vervoer door de lucht, over land en via de binnenwateren tot stand kunnen worden gebracht.

HOOFDSTUK IV

Betalings- en kapitaalverkeer

Artikel 62

De partijen verbinden zich ertoe, overeenkomstig artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, machtiging te verlenen tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en Montenegro.

Artikel 63

1.   Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans garanderen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met directe investeringen in ondernemingen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en met investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel V, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.

2.   Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans waarborgen de partijen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot kredieten die verband houden met handelstransacties of het verrichten van diensten waarbij een ingezetene van een der partijen betrokken is, alsmede met financiële leningen en kredieten met een looptijd van meer dan een jaar.

3.   Montenegro kent vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst nationale behandeling toe aan onderdanen van de EU die onroerend goed verwerven op het grondgebied van Montenegro.

4.   De Gemeenschap en Montenegro waarborgen voorts vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal in verband met beleggingen en financiële leningen en kredieten met een looptijd van minder dan een jaar.

5.   Onverminderd het bepaalde in lid 1 stellen de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de lopende betalingen tussen ingezetenen van de Gemeenschap en van Montenegro, en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

6.   Onverminderd het bepaalde in artikel 62 en in dit artikel mogen de Gemeenschap en Montenegro in uitzonderlijke gevallen, wanneer het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Montenegro ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of Montenegro, vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Montenegro voor een periode van ten hoogste zes maanden, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

7.   Geen van bovenstaande bepalingen mag worden uitgelegd als een beperking van het recht van de economische subjecten van de partijen op een gunstiger behandeling, waarin kan zijn voorzien in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten waarbij de partijen bij deze overeenkomst betrokken zijn.

8.   De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Montenegro te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 64

1.   Gedurende het eerste jaar volgend op de inwerkingtreding van de overeenkomst nemen de Gemeenschap en Montenegro maatregelen om de voorwaarden tot stand te brengen voor verdere geleidelijke toepassing van de communautaire regelgeving betreffende het vrije verkeer van kapitaal.

2.   Aan het einde van het tweede jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst gaat de Stabilisatie- en associatieraad na op welke wijze de communautaire regelgeving betreffende het kapitaalverkeer in Montenegro volledig kan worden toegepast.

HOOFDSTUK V

Algemene bepalingen

Artikel 65

1.   De bepalingen van deze titel zijn van toepassing onder voorbehoud van de beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2.   Zij zijn niet van toepassing op werkzaamheden die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de partijen.

Artikel 66

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden, vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, met name wat betreft het toekennen, verlengen of weigeren van een verblijfsvergunning, mits zij ze niet toepassen op een manier die de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen tenietdoet of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 65 onverlet.

Artikel 67

Deze titel is eveneens van toepassing op vennootschappen die gezamenlijk door Montenegrijnse en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn.

Artikel 68

1.   De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.

2.   Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.

3.   Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of Montenegro om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 69

1.   De partijen spannen zich waar mogelijk in om het opleggen van beperkende maatregelen te vermijden, waaronder maatregelen met betrekking tot de invoer om met de betalingsbalans verband houdende redenen. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, verstrekt de partij die ze heeft genomen de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.

2.   Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer lidstaten of van Montenegro ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Montenegro in overeenstemming met de in de WTO-overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans te corrigeren. De andere partij wordt daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.

3.   De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, met name de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en van daaruit voortvloeiende inkomsten van ongeacht welke aard.

Artikel 70

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die in artikel V van de GATS worden gesteld.

Artikel 71

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan toepassing door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt worden ontdoken via de bepalingen van deze overeenkomst.

TITEL VI

HARMONISATIE VAN WETGEVING, RECHTSHANDHAVING EN MEDEDINGINGSREGELS

Artikel 72

1.   De partijen erkennen het belang van de aanpassing van de bestaande wetgeving van Montenegro aan die van de Gemeenschap en van de doeltreffende toepassing daarvan. Montenegro streeft ernaar zijn huidige en toekomstige wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met het acquis van de Gemeenschap. Montenegro ziet erop toe dat de bestaande en toekomstige wetgeving naar behoren ten uitvoer wordt gelegd en nageleefd.

2.   Deze aanpassing begint bij de inwerkingtreding van de overeenkomst en wordt in de loop van de overgangsperiode die is vastgesteld in artikel 8 van deze overeenkomst geleidelijk uitgebreid tot alle in de overeenkomst genoemde onderdelen van het acquis van de Gemeenschap.

3.   In eerste instantie richt deze aanpassing zich op fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt, waaronder wetgeving inzake de financiële sector, justitie, vrijheid en veiligheid, alsmede handelsgerelateerde vraagstukken. In een later stadium zal Montenegro zich op de resterende delen van het acquis richten.

De aanpassing vindt plaats op basis van een programma waarover de Europese Commissie en Montenegro overeenstemming moeten bereiken.

4.   Montenegro stelt tevens, in overeenstemming met de Europese Commissie, de voorwaarden vast voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de aanpassing van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen.

Artikel 73

Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten

1.   Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Montenegro daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:

i)

alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

ii)

misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Montenegro, of op een wezenlijk deel daarvan;

iii)

alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.

2.   Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels die van toepassing zijn in de Gemeenschap, inzonderheid de artikelen 81, 82, 86 en 87 van het EG-Verdrag en de besluiten die ter interpretatie hiervan door de instellingen van de Gemeenschap zijn vastgesteld.

3.   De partijen zien erop toe dat een overheidsinstantie die onafhankelijk kan optreden, de nodige bevoegdheden krijgt voor de volledige toepassing van lid 1, onder i) en ii), ten aanzien van particuliere en overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere rechten zijn verleend.

4.   Binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt Montenegro een overheidsinstantie in die onafhankelijk kan optreden en die wordt voorzien van de bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de volledige toepassing van lid 1, onder iii). Deze instantie beschikt onder meer over de bevoegdheid toestemming te verlenen voor steunregelingen van de overheid, overeenkomstig lid 2, alsmede de bevoegdheid terugbetaling van onwettig verleende overheidssteun te vorderen.

5.   Elke partij draagt zorg voor transparantie ten aanzien van de overheidssteun, met name door de andere partij een jaarverslag of een gelijkwaardig rapport te doen toekomen, waarbij de methodologie en de presentatie worden gevolgd van het overzicht van de overheidssteun dat door de Gemeenschap wordt opgesteld. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.

6.   Montenegro stelt een volledig overzicht op van de steunregelingen die vóór de oprichting van de instantie bedoeld in lid 4 zijn ingesteld, en past deze steunregelingen binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan volgens de in lid 2 van dit artikel bedoelde criteria.

7.

a)

Voor de toepassing van lid 1, onder iii), komen de partijen overeen dat gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Montenegro toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Montenegro wordt beschouwd als een regio zoals bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag.

b)

Binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst verstrekt Montenegro de Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen de BBP-cijfers per hoofd van de bevolking, geharmoniseerd op NUTS II-niveau. De in lid 4 bedoelde instantie en de Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen zullen dan gezamenlijk evalueren welke regio’s van Montenegro voor overheidssteun in aanmerking komen, alsmede hoeveel de maximale steun voor die regio’s mag bedragen, teneinde op basis van de desbetreffende communautaire richtsnoeren het regionale steunoverzicht op te stellen.

8.   In protocol 5 worden de regels vastgesteld voor staatssteun in de staalindustrie in geval van steun voor herstructurering. Hierbij ligt de nadruk op het uitzonderlijke karakter van deze steun; de steun moet beperkt in tijd zijn en verband houden met capaciteitsverminderingen in het kader van haalbaarheidsprogramma’s.

9.   Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:

a)

is het bepaalde in lid 1, onder iii), niet van toepassing;

b)

dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder i), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het EG-Verdrag en specifieke communautaire instrumenten die op deze basis zijn vastgesteld.

10.   Als een van de partijen van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1, kan zij, na overleg in de Stabilisatie- en associatieraad, of 30 werkdagen na het verzoek om dergelijk overleg, passende maatregelen nemen. Niets in dit artikel vormt een beletsel of een hindernis voor het nemen van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen door de partijen overeenkomstig de desbetreffende artikelen van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, of hun interne wetgeving op dit gebied.

Artikel 74

Overheidsondernemingen

Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst past Montenegro op overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of uitsluitende rechten zijn toegekend, de beginselen van het EG-Verdrag toe, en dan met name artikel 86.

De bijzondere rechten van overheidsondernemingen tijdens de overgangsperiode omvatten niet de mogelijkheid tot instelling van kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking op de invoer in Montenegro van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel 75

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

1.   Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en bijlage VII bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

2.   Ten aanzien van de erkenning en bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom kennen de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan elkaars ondernemingen en onderdanen een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke zij op grond van bilaterale overeenkomsten aan derde landen toekennen.

3.   Montenegro treft de nodige maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.

4.   Montenegro verbindt zich ertoe binnen bovengenoemde periode toe te treden tot de in bijlage VII bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten. De Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten Montenegro te verplichten toe te treden tot specifieke multilaterale overeenkomsten op dit terrein.

5.   Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Artikel 76

Overheidsopdrachten

1.   De partijen beschouwen het openstellen van de aanbesteding van overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.

2.   Montenegrijnse vennootschappen krijgen, ongeacht of zij in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Montenegrijnse vennootschappen wordt verleend.

Zodra de regering van Montenegro de wetgeving heeft goedgekeurd waarbij de communautaire regels op dit terrein worden ingevoerd, zullen bovenstaande bepalingen ook van toepassing zijn op contracten in de nutssector. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of Montenegro deze wetgeving inderdaad heeft ingevoerd.

3.   Vennootschappen uit de Gemeenschap die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel V in Montenegro zijn gevestigd, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures, en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Montenegrijnse vennootschappen wordt verleend.

4.   Vennootschappen uit de Gemeenschap die niet in Montenegro zijn gevestigd, krijgen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in Montenegro en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die aan Montenegrijnse vennootschappen wordt verleend.

5.   De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor Montenegro om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in Montenegro. Montenegro brengt jaarlijks verslag uit aan de Stabilisatie- en associatieraad over de maatregelen die zijn genomen om de transparantie te vergroten en ervoor te zorgen dat besluiten met betrekking tot overheidsopdrachten effectief juridisch worden getoetst.

6.   Op de vestiging, de activiteiten en de verlening van diensten tussen de Gemeenschap en Montenegro, alsmede de werkgelegenheid en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten zijn de artikelen 49 tot en met 64 van toepassing.

Artikel 77

Normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling

1.   Montenegro neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.

2.   In dit verband verbinden de partijen zich tot:

a)

het bevorderen van het gebruik van communautaire technische regelgeving en Europese normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

b)

het verlenen van bijstand bij het bevorderen van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling;

c)

het stimuleren van de betrokkenheid van Montenegro bij de activiteiten van gespecialiseerde organisaties op het gebied van normen, conformiteitsbeoordeling, metrologie en dergelijke gebieden (bijv. CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMET) (5);

d)

indien mogelijk, het sluiten van een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten zodra Montenegro zijn wetgeving en procedures voldoende heeft aangepast aan die van de Gemeenschap en voldoende deskundigheid beschikbaar is.

Artikel 78

Consumentenbescherming

De partijen werken samen om de normen voor de bescherming van de consument in Montenegro aan te passen aan die in de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen stimuleren de partijen:

a)

een beleid gericht op actieve bescherming van de consument overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap, waaronder betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties;

b)

harmonisatie van de wetgeving inzake de bescherming van de consument in Montenegro met die in de Gemeenschap;

c)

efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden;

d)

toezicht op de naleving van de regels door bevoegde autoriteiten en toegang tot juridische procedures in geval van geschillen;

e)

uitwisseling van informatie over gevaarlijke producten.

Artikel 79

Arbeidsomstandigheden en gelijke kansen

Montenegro moet zijn wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden geleidelijk aanpassen aan die van de Gemeenschap, met name op de gebieden gezondheid en veiligheid op het werk en gelijke kansen.

TITEL VII

JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel 80

Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid schenken de partijen bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan, de verbetering van het functioneren van de politie en andere rechtshandhavingsinstanties, het voorzien in adequate opleiding en bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad.

Artikel 81

Bescherming van persoonsgegevens

Zodra deze overeenkomst in werking is getreden, past Montenegro zijn wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens aan de Gemeenschapswetgeving en internationale wetgeving op het gebied van privacy aan. Montenegro richt een of meer onafhankelijke toezichthoudende organen op die over voldoende financiële en personele middelen beschikken om efficiënt te kunnen toezien op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens. De partijen zullen samenwerken om dit doel te bereiken.

Artikel 82

Visa, grensbeheer, asiel en migratie

De partijen werken samen op het gebied van visa, grenstoezicht, asiel en migratie en zetten een kader op voor deze samenwerking, ook op regionaal niveau, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met en optimaal geprofiteerd wordt van bestaande initiatieven op dit vlak.

De samenwerking op bovengenoemde gebieden is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie van de activiteiten van de partijen en omvat tevens technische en administratieve bijstand bij:

a)

de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken;

b)

het opstellen van wetgeving;

c)

de verbetering van de efficiëntie van de instellingen;

d)

de opleiding van personeel;

e)

beveiliging van reisdocumenten en de herkenning van valse documenten;

f)

grensbeheer.

De samenwerking is vooral gericht op:

a)

op het gebied van asiel: de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving die voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het Protocol van New York van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, zodat het beginsel van non-refoulement alsmede andere rechten van asielzoekers en vluchtelingen gerespecteerd worden;

b)

op het gebied van legale migratie: toelatingsregels en de rechten en de status van de toegelaten personen. Ten aanzien van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

Artikel 83

Preventie en controle van illegale immigratie; overname

1.   De partijen werken samen met oog op de preventie en controle van illegale immigratie. Daartoe verbinden Montenegro en de lidstaten zich ertoe hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven over te nemen en een overnameovereenkomst [te sluiten] en volledig ten uitvoer te leggen, met inbegrip van een verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.

De lidstaten en Montenegro verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en verlenen hun toegang tot de administratieve faciliteiten die daartoe vereist zijn.

Specifieke procedures in verband met de overname van elkaars onderdanen, onderdanen van derde landen en staatlozen worden vastgesteld in het kader van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Montenegro inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven.

2.   Montenegro zegt toe overnameovereenkomsten te sluiten met de andere landen van het stabilisatie- en associatieproces.

3.   Montenegro zegt toe alle noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle in dit artikel genoemde overnameovereenkomsten flexibel en snel worden uitgevoerd.

4.   De Stabilisatie- en associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd met het oog op de preventie en controle van illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel en illegale migratienetwerken.

Artikel 84

Witwassen van geld en financiering van terrorisme

1.   De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, alsmede voor de financiering van terrorisme.

2.   De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en het efficiënt functioneren van passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF).

Artikel 85

Samenwerking op het gebied van drugs

1.   Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsvraagstukken. Beleid en maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om illegale drugs te bestrijden, waaronder het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar illegale drugs, waarbij de gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt en precursoren beter gecontroleerd worden.

2.   De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbeleid van de EU.

Artikel 86

Voorkoming en bestrijding van georganiseerde misdaad en andere illegale activiteiten

De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

a)

mensensmokkel en mensenhandel;

b)

illegale economische activiteiten, met name valsemunterij en namaak van niet-contante betaalmiddelen, illegale transacties met producten als industrieel afval en radioactief materiaal, en transacties met illegale of namaakproducten;

c)

corruptie, zowel in de publieke als in de particuliere sector, met name in verband met niet-transparante administratieve praktijken;

d)

belastingfraude;

e)

identiteitsdiefstal;

f)

illegale handel in drugs en psychotrope stoffen;

g)

illegale wapenhandel;

h)

het vervalsen van documenten;

i)

smokkel van en illegale handel in goederen, waaronder auto’s;

j)

computercriminaliteit.

Op het gebied van valsemunterij werkt Montenegro nauw samen met de Europese Gemeenschap om de namaak van bankbiljetten en munten te bestrijden en valsemunterij op hun grondgebied tegen te gaan en te bestraffen. Met betrekking tot preventie streeft Montenegro naar uitvoeringsmaatregelen die vergelijkbaar zijn met de relevante wetgeving van de Gemeenschap en zal Montenegro zich aansluiten bij internationale verdragen op dit terrein. Montenegro komt in aanmerking voor communautaire steun voor uitwisseling, bijstand en opleiding met betrekking tot het bestrijden van valsemunterij. Regionale samenwerking en de naleving van internationaal erkende normen op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad worden bevorderd.

Artikel 87

Bestrijding van terrorisme

Overeenkomstig de internationale verdragen waarbij zij partij zijn en hun eigen wet- en regelgeving komen de partijen overeen samen te werken aan de voorkoming en bestrijding van terroristische daden en de financiering daarvan:

a)

in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad (2001) en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten;

b)

door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht;

c)

door ervaringen uit te wisselen over manieren om terrorisme te bestrijden, op technisch gebied en op het gebied van opleiding, en door ervaringen uit te wisselen over het voorkomen van terrorisme.

TITEL VIII

SAMENWERKINGSBELEID

Artikel 88

1.   De Gemeenschap en Montenegro werken nauw samen om de ontwikkeling en het groeipotentieel van Montenegro te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.

2.   Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de duurzame economische en sociale ontwikkeling van Montenegro. Daarbij dient ervoor te worden gezorgd dat de milieuaspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd, en moet rekening worden gehouden met een harmonieuze sociale ontwikkeling.

3.   Het samenwerkingsbeleid moet in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen Montenegro en zijn buurlanden, waaronder lidstaten, bevorderen en aldus bijdragen tot de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en associatieraad bepaalt welk van de hierna omschreven samenwerkingsterreinen prioriteit heeft, en wat prioriteit heeft binnen de verschillende terreinen, overeenkomstig het Europees partnerschap.

Artikel 89

Economisch beleid en handelspolitiek

De Gemeenschap en Montenegro vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door middel van samenwerking die beoogt het inzicht in de basiselementen van hun respectieve economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid in een markteconomie te verbeteren.

De Gemeenschap en Montenegro werken daarom samen op de volgende terreinen:

a)

uitwisseling van informatie over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;

b)

gezamenlijke analyse van economische kwesties van wederzijds belang, met inbegrip van het uitstippelen van een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan; en

c)

bevordering van bredere samenwerking om de instroom van kennis en de toegang tot nieuwe technologieën te versnellen.

Montenegro streeft ernaar een goed functionerende markteconomie tot stand te brengen en zijn beleid geleidelijk aan te passen aan het op stabiliteit gerichte beleid in het kader van de Europese Economische en Monetaire Unie. Op verzoek van de autoriteiten van Montenegro kan de Gemeenschap bijstand verlenen ter ondersteuning van de inspanningen van Montenegro in dit verband.

De samenwerking is tevens gericht op de versterking van de rechtsstaat op zakelijk gebied door middel van een stabiel en niet-discriminerend wetgevingskader voor de handel.

Samenwerking op dit gebied omvat ook de uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Europese Economische en Monetaire Unie.

Artikel 90

Statistische samenwerking

De samenwerking tussen de partijen is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het acquis van de Gemeenschap op het gebied van de statistiek, waaronder op economisch, monetair en financieel gebied en op het gebied van de handel. De statistische samenwerking is met name gericht op de ontwikkeling van efficiënte en duurzame statistische stelsels die in staat zijn de betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in Montenegro te plannen en te controleren. Ook moet de statistische samenwerking het bureau voor de statistiek van Montenegro in staat stellen beter te voldoen aan de behoeften van nationale en internationale afnemers (overheid en particuliere sector). Het statistisch stelsel moet de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd, de Europese praktijkcode voor statistieken en de bepalingen van de Europese statistiekwetgeving eerbiedigen en zich ontwikkelen in de richting van het acquis. De partijen werken met name samen om de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens te waarborgen, de verzameling van gegevens en doorgifte daarvan aan het Europees statistisch systeem geleidelijk te intensiveren en informatie uit te wisselen inzake methoden, kennisoverdracht en opleiding.

Artikel 91

Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten

De samenwerking tussen Montenegro en de Gemeenschap is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis voor het bank- en verzekeringswezen en financiële diensten. De partijen werken samen om een passend kader tot stand te brengen en verder te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en de sector financiële diensten in Montenegro, op basis van eerlijke concurrentie en de waarborging van gelijke marktvoorwaarden.

Artikel 92

Interne controle en externe boekhoudkundige controle

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van interne controle van de overheidsfinanciën (PIFC) en externe boekhoudkundige controle. De partijen werken door het uitwerken en goedkeuren van relevante regelgeving met name samen aan de ontwikkeling van efficiënte systemen voor PIFC (waaronder financieel beheer en financiële controle en operationeel onafhankelijke interne boekhoudkundige controle) en onafhankelijke externe boekhoudkundige controle in Montenegro overeenkomstig internationaal erkende normen en methoden en de op Europees niveau overeengekomen beste praktijken. De samenwerking zal zich ook richten op de opbouw van capaciteit voor de hoogste auditinstantie in Montenegro. Om de uit bovenstaande eisen voortvloeiende taken met betrekking tot coördinatie en harmonisatie te kunnen uitvoeren, moet de samenwerking zich ook richten op de oprichting en versterking van centrale harmonisatie-eenheden voor financieel beheer, financiële controle en interne boekhoudkundige controle.

Artikel 93

Stimulering en bescherming van investeringen

De samenwerking tussen de partijen, binnen de reikwijdte van hun respectieve bevoegdheden, op het gebied van de bevordering en bescherming van investeringen is erop gericht een gunstig klimaat te creëren voor binnenlandse en buitenlandse particuliere investeringen, die essentieel zijn voor de economische en industriële revitalisering van Montenegro. Montenegro zal zich met name toeleggen op de verbetering van het juridisch kader dat investeringen stimuleert en beschermt.

Artikel 94

Industriële samenwerking

De samenwerking richt zich op stimulering van de modernisering en herstructurering van de industrie van Montenegro en van individuele sectoren. Hieronder valt ook industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gewaarborgd moet zijn.

Samenwerkingsinitiatieven op het gebied van de industrie dienen een afspiegeling te zijn van prioriteiten die door de partijen zijn vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden, zo nodig, transnationale partnerschappen gestimuleerd. De initiatieven dienen in het bijzonder te zijn gericht op het creëren van een passend kader voor het bedrijfsleven, beter management, stimulering van markten, transparantie van de markt en het ondernemingsklimaat. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan het opzetten van efficiënte exportpromotieactiviteiten in Montenegro.

In het kader van de samenwerking wordt ook op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op het gebied van industriebeleid.

Artikel 95

Midden- en kleinbedrijf

De partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf in de particuliere sector te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en Montenegro te vergroten. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op het gebied van het midden- en kleinbedrijf en met de tien beginselen die zijn vastgelegd in het Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Artikel 96

Toerisme

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van toerisme is voornamelijk gericht op de intensivering van de informatiestroom over toerisme (via internationale netwerken, databanken, enz.), waarbij de totstandbrenging van infrastructuur wordt gestimuleerd die tot investeringen in de toeristische sector kan leiden, en op deelname van Montenegro aan belangrijke Europese organisaties voor toerisme. Ook zullen de mogelijkheden worden onderzocht voor gemeenschappelijke activiteiten, de versterking van de samenwerking tussen de toeristische sector, deskundigen, regeringen en overheidsinstanties op het gebied van toerisme en kennisoverdracht (door middel van opleiding, uitwisselingen, workshops). In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis in verband met deze sector.

De samenwerking kan in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd.

Artikel 97

De landbouw en de agro-industriële sector

Op alle prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op landbouwgebied zal samenwerking tussen de partijen worden ontwikkeld, alsmede op veterinair en fytosanitair gebied. De samenwerking is met name gericht op de modernisering en herstructurering van de landbouw en levensmiddelensector, zodat wordt voldaan aan de gezondheidsvoorschriften van de Gemeenschap, de verbetering van het waterbeheer en plattelandsontwikkeling, alsmede de ontwikkeling van de bosbouwsector in Montenegro en op de ondersteuning van de geleidelijke aanpassing van de Montenegrijnse wetgeving en praktijk aan de communautaire regels en normen.

Artikel 98

Visserij

De partijen onderzoeken de mogelijkheid om in de visserijsector gebieden van wederzijds belang aan te wijzen waarop samenwerking voor elk van hen voordeel zou opleveren. In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op visserijgebied, waaronder de naleving van internationale verplichtingen betreffende regels van de internationale en de regionale visserijorganisaties inzake het beheer en de instandhouding van de visbestanden.

Artikel 99

Douane

De samenwerking tussen de partijen op dit gebied is erop gericht de naleving te waarborgen van de op handelsgebied in te voeren bepalingen en het douanesysteem van Montenegro aan te passen aan dat van de Gemeenschap, teneinde zo de weg vrij te maken voor de in het kader van deze overeenkomst geplande liberaliseringsmaatregelen en de geleidelijke aanpassing van de Montenegrijnse douanewetgeving aan het acquis.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met het communautair acquis op douanegebied.

In protocol 6 worden de regels vastgesteld inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen partijen op het gebied van douane.

Artikel 100

Belastingen

De door de partijen tot stand te brengen samenwerking op belastinggebied omvat maatregelen die gericht zijn op de verdere hervorming van het Montenegrijnse belastingstelsel en de herstructurering van de belastingdienst, teneinde de efficiëntie van de belastinginning te verbeteren en belastingfraude te bestrijden.

In het kader van de samenwerking wordt op passende wijze rekening gehouden met de prioritaire gebieden met betrekking tot het communautair acquis op fiscaal gebied en de bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie. Schadelijke belastingconcurrentie moet tegengegaan worden op basis van de beginselen van de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, die de Raad op 1 december 1997 heeft goedgekeurd.

De samenwerking richt zich ook op het vergroten van de transparantie en het bestrijden van corruptie, alsmede het uitwisselen van informatie met de lidstaten, teneinde de handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingfraude, -ontwijking of -ontduiking te vergemakkelijken. Montenegro zal ook het netwerk van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten voltooien, overeenkomstig de laatste versie van het OESO-modelverdrag inzake belasting naar inkomen en vermogen en de OESO-modelovereenkomst betreffende de uitwisseling van belastinggegevens, voor zover de verzoekende lidstaat hierbij aangesloten is.

Artikel 101

Samenwerking op sociaal gebied

Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de partijen voornamelijk betrekking op het verbeteren van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, ondersteuningsmaatregelen en het stimuleren van de plaatselijke ontwikkeling om de herstructurering van industrie en arbeidsmarkt te begeleiden. De samenwerking vindt tevens plaats in de vorm van studies, detachering van deskundigen, voorlichting en opleiding.

De samenwerking tussen de partijen is gericht op de vergemakkelijking van de hervorming van het Montenegrijnse werkgelegenheidsbeleid in het kader van versterkte economische hervorming en integratie. De samenwerking is ook gericht op de ondersteuning van de aanpassing van het Montenegrijnse stelsel van sociale zekerheid aan de nieuwe economische en sociale vereisten, en betreft eveneens de aanpassing van de Montenegrijnse wetgeving inzake arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor vrouwen en mannen, mensen met een handicap en mensen die behoren tot een minderheid, alsmede de verbetering van het beschermingsniveau voor de gezondheid en veiligheid van werknemers, waarbij het bestaande beschermingsniveau in de Gemeenschap maatstaf is. Montenegro zal de basisverdragen van de IAO onderschrijven en ervoor zorgen dat deze doeltreffend worden toegepast.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel 102

Onderwijs en opleiding

De partijen werken samen om het peil van het algemene onderwijs en van beroepsonderwijs en -opleiding, alsmede van het jongerenbeleid en jongerenwerk, waaronder niet-formeel onderwijs, in Montenegro te verhogen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de Verklaring van Bologna (die in het kader van het intergouvernementele proces van Bologna is aangenomen) is een prioriteit voor het hoger onderwijs.

De partijen streven er ook naar dat iedereen in Montenegro gelijke toegang heeft tot alle onderwijsniveaus, zonder onderscheid naar sekse, huidskleur, etnische afkomst of religie.

De relevante communautaire programma’s en instrumenten dragen bij tot de verbetering van de onderwijs- en opleidingsstructuren en -activiteiten in Montenegro.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op dit gebied.

Artikel 103

Samenwerking op cultureel gebied

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen. Deze samenwerking beoogt onder meer het wederzijds begrip en het wederzijds respect voor personen, gemeenschappen en volkeren te doen toenemen. De partijen verbinden zich er eveneens toe om samen te werken om de culturele diversiteit te bevorderen, met name in het kader van het UNESCO-verdrag inzake de bescherming en bevordering van de diversiteit van culturele uitingen.

Artikel 104

Samenwerking op audiovisueel gebied

De partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De samenwerking kan programma’s en faciliteiten omvatten voor de opleiding van journalisten en andere mensen die werkzaam zijn in de media, alsmede technische bijstand voor publieke en particuliere media, zodat hun onafhankelijkheid, hun professionele vaardigheden en hun contacten met Europese media worden versterkt.

Montenegro stemt zijn beleid inzake de regulering van de inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende televisie af op dat van de EG en past zijn wetgeving aan het EU-acquis aan. Montenegro besteedt daarbij bijzondere aandacht aan vraagstukken in verband met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet-, kabel- of etheruitzendingen.

Artikel 105

Informatiemaatschappij

Op alle gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van de informatiemaatschappij zal samenwerking worden ontwikkeld. Er wordt voornamelijk steun verleend voor de geleidelijke aanpassing van beleid en wetgeving van Montenegro in deze sector aan beleid en wetgeving van de Gemeenschap.

De partijen werken tevens samen met het oog op de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Montenegro. Algemene doelstellingen zijn de voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en het zorgen voor de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

Artikel 106

Netwerken en diensten voor elektronische communicatie

De samenwerking is in eerste instantie gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op dit gebied. De partijen moeten met name de samenwerking op het gebied van elektronische-communicatienetwerken en -diensten versterken, waarbij het uiteindelijke doel is dat Montenegro het communautaire acquis op deze gebieden drie jaar na inwerkingtreding van deze overeenkomst overneemt.

Artikel 107

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en Montenegro nemen de nodige maatregelen om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programma’s die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in Montenegro.

Artikel 108

Vervoer

De samenwerking tussen de partijen is gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op het gebied van vervoer.

De samenwerking kan met name worden gericht op de herstructurering en modernisering van de Montenegrijnse vervoerssystemen, de verbetering van het vrij verkeer van reizigers en goederen, de verbetering van de toegang tot de vervoersmarkt en -voorzieningen, met inbegrip van havens en luchthavens. Daarnaast kan steun worden verleend voor de ontwikkeling van multimodale infrastructuurvoorzieningen in verband met de voornaamste trans-Europese netwerken, met name ter versterking van regionale verbindingen in Zuidoost-Europa, overeenkomstig het memorandum van overeenstemming inzake het kernnetwerk voor regionaal vervoer. Gestreefd wordt naar exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap en naar de ontwikkeling in Montenegro van een vervoerssysteem dat compatibel is met dat in de Gemeenschap en daarop aansluit, alsmede een betere bescherming van het milieu in de context van het vervoer.

Artikel 109

Energie

De samenwerking is voornamelijk gericht op prioritaire gebieden die verband houden met het communautair acquis op milieugebied. De samenwerking wordt gebaseerd op het regionale Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap en zal gericht zijn op de geleidelijke integratie van Montenegro in de Europese energiemarkten. De samenwerking omvat met name:

a)

formulering en planning van energiebeleid, modernisering van infrastructuur, verbetering en diversificatie van de voorziening, verbetering van de toegang tot de energiemarkt, alsmede vergemakkelijking van doorvoer, transmissie en distributie, en herstel van koppelingen van regionaal belang met de elektriciteitsnetten van de buurlanden;

b)

de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik, duurzame energie en onderzoek naar de milieueffecten van energieproductie en -verbruik;

c)

formulering van randvoorwaarden voor de herstructurering van energiebedrijven en samenwerking tussen bedrijven in die sector.

Artikel 110

Nucleaire veiligheid

De partijen werken samen op het gebied van nucleaire veiligheid en splijtstofbewaking. De samenwerking kan de volgende onderwerpen omvatten:

a)

verbetering van de wet- en regelgeving van de partijen inzake stralingsbescherming, nucleaire veiligheid, kernmateriaalboekhouding en de controle daarop, alsmede versterking van de toezichthoudende instanties en hun middelen;

b)

bevordering van het sluiten van overeenkomsten tussen de lidstaten of de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Montenegro over vroegtijdige kennisgeving en uitwisseling van informatie bij nucleaire ongevallen en over paraatheid bij rampen, en waar nodig nucleaire veiligheidskwesties in het algemeen;

c)

aansprakelijkheid van derden bij kernrampen.

Artikel 111

Milieu

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op milieugebied, vooral om de achteruitgang van het milieu een halt toe te roepen en te beginnen met het milieu te verbeteren met het oog op duurzame ontwikkeling.

De partijen werken met name samen met het oog op de versterking van de bestuurlijke structuren en procedures om strategische planning van milieuvraagstukken en coördinatie tussen de relevante actoren te waarborgen; de nadruk zal liggen op de aanpassing van de wetgeving van Montenegro aan die van de Gemeenschap. De samenwerking kan ook worden toegespitst op de ontwikkeling van strategieën om plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging aanzienlijk te verminderen, de totstandbrenging van een kader voor efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -gebruik en de uitvoering van milieueffectrapportage en strategische milieueffectbeoordelingen. Bijzondere aandacht zal worden geschonken aan ratificatie en tenuitvoerlegging van het Kyoto-protocol.

Artikel 112

Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO), met wederzijds voordeel als uitgangspunt en rekening houdende met de beschikbaarheid van hulpmiddelen en adequate toegang tot elkaars programma’s, waarbij erop wordt toegezien dat intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten goed worden beschermd.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling.

Artikel 113

Regionale en plaatselijke ontwikkeling

De partijen zetten zich in voor de versterking van de regionale en plaatselijke ontwikkelingssamenwerking, teneinde bij te dragen tot de economische ontwikkeling en de vermindering van regionale verschillen. Specifieke aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende, internationale en interregionale samenwerking.

In het kader van de samenwerking wordt rekening gehouden met de prioritaire terreinen in verband met het communautair acquis op het gebied van regionale ontwikkeling.

Artikel 114

Openbaar bestuur

De samenwerking is erop gericht dat de ontwikkeling van efficiënt en verantwoordelijk openbaar bestuur in Montenegro wordt gegarandeerd, zodat met name ondersteuning wordt verleend aan de invoering van de rechtsstaat, het juist functioneren van de staatsinstellingen ten behoeve van de Montenegrijnse bevolking in het algemeen en de vlotte ontwikkeling van de verhoudingen tussen de EU en Montenegro.

De samenwerking is voornamelijk gericht op institutionele opbouw, waaronder de ontwikkeling en uitvoering van transparante en eerlijke wervings- en selectieprocedures, personeelsbeheer en loopbaanontwikkeling voor ambtenaren, permanente educatie en de bevordering van ethisch openbaar bestuur. De samenwerking zal betrekking hebben op alle overheidsniveaus, met inbegrip van lokaal bestuur.

TITEL IX

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 115

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 5, 116 en 118 komt Montenegro in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm van subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank. De steun van de Gemeenschap is afhankelijk van de vorderingen met betrekking tot de politieke criteria van Kopenhagen, en met name de verwezenlijking van de specifieke prioriteiten van het Europees Partnerschap. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de resultaten van het jaarlijks onderzoek van de landen van het stabilisatie- en associatieproces, met name wat betreft de toezeggingen van de begunstigde landen om democratische, economische en institutionele hervormingen door te voeren, en met andere conclusies van de Raad, met name ten aanzien van de naleving van aanpassingsprogramma’s. De steun aan Montenegro wordt afgestemd op de geconstateerde behoeften, de overeengekomen prioriteiten, het vermogen tot opneming en terugbetaling en de maatregelen die worden getroffen om de economie te hervormen en te herstructureren.

Artikel 116

De financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt verleend via operationele maatregelen die bij een verordening van de Raad worden ingesteld, binnen een door de Gemeenschap na overleg met Montenegro vast te stellen indicatief meerjarenkader en op basis van jaarlijkse actieprogramma’s.

De financiële bijstand kan betrekking hebben op alle samenwerkingsterreinen, waarbij met name aandacht wordt besteed aan justitie, vrijheid en veiligheid, harmonisatie van wetgeving, economische ontwikkeling en milieubescherming.

Artikel 117

In het geval van bijzondere noodzaak kan de Gemeenschap op verzoek van Montenegro, in overleg met de internationale financiële instellingen, onderzoeken of bij wijze van uitzondering macrofinanciële bijstand kan worden verleend, op bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de beschikbaarheid van alle financiële middelen. Deze bijstand wordt dan vrijgegeven op bepaalde voorwaarden, die in het kader van een door Montenegro en het Internationaal Monetair Fonds overeen te komen programma worden vastgesteld.

Artikel 118

Met het oog op optimale benutting van de beschikbare middelen zien de partijen erop toe dat de bijdragen van de Gemeenschap worden verstrekt in nauwe coördinatie met andere financieringsbronnen, zoals lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Daartoe wisselen de partijen regelmatig informatie uit over alle bronnen van bijstand.

TITEL X

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 119

Er wordt een Stabilisatie- en associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De Stabilisatie- en associatieraad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 120

1.   De Stabilisatie- en associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Europese Commissie, en anderzijds leden van de regering van Montenegro.

2.   De Stabilisatie- en associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.   De leden van de Stabilisatie- en associatieraad mogen zich laten vertegenwoordigen overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.

4.   De Stabilisatie- en associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Montenegro, overeenkomstig de in het reglement van orde vast te leggen bepalingen.

5.   De Europese Investeringsbank neemt, voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen, als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en associatieraad.

Artikel 121

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, heeft de Stabilisatie- en associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Stabilisatie- en associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen. De besluiten en aanbevelingen van de raad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 122

1.   De Stabilisatie- en associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en associatiecomité, bestaande uit enerzijds vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Europese Commissie, en anderzijds vertegenwoordigers van Montenegro.

2.   In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en associatieraad de taken van het Stabilisatie- en associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.

3.   De Stabilisatie- en associatieraad mag bevoegdheden aan het Stabilisatie- en associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en associatiecomité zijn besluiten volgens de voorwaarden van artikel 121.

Artikel 123

Het Stabilisatie- en associatiecomité kan subcomités oprichten. Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst zet het Stabilisatie- en associatiecomité de nodige subcomités op voor de adequate uitvoering van de overeenkomst.

Er wordt een subcomité ingesteld voor aangelegenheden met betrekking tot migratie.

Artikel 124

De Stabilisatie- en associatieraad kan tot de oprichting besluiten van andere speciale comités of lichamen die hem bij de uitvoering van zijn taken kunnen bijstaan. In zijn reglement van orde legt de Stabilisatie- en associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel 125

Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Montenegrijnse parlement en het Europese Parlement elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Dit comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement en leden van het Montenegrijnse parlement.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een lid van het Europees Parlement en een lid van het Montenegrijnse parlement, overeenkomstig de in het reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel 126

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel 127

Niets in deze overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

a)

die zij nodig acht om onthulling te beletten van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist;

b)

die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist is voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

c)

die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid, in geval van ernstige binnenlandse onlusten die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 128

1.   Op de door de overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen mogen:

a)

de regelingen die Montenegro ten opzichte van de Gemeenschap toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;

b)

de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Montenegro toepast, geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Montenegrijnse onderdanen of vennootschappen.

2.   Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de desbetreffende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in een identieke situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 129

1.   De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen. Zij verzekeren dat de in de overeenkomst beschreven doelstellingen worden bereikt.

2.   De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

3.   De partijen leggen geschillen die verband houden met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst voor aan de Stabilisatie- en associatieraad. In dat geval geldt artikel 130, en eventueel protocol 7.

De Stabilisatie- en associatieraad kan een dergelijk geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

4.   Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij besproken in de Stabilisatie- en associatieraad, het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander op grond van de artikelen 123 of 124 opgericht orgaan.

5.   De leden 2, 3 en 4 hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 32, 40, 41, 42 en 46 en protocol 3 (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking).

Artikel 130

1.   Wanneer tussen de partijen een meningsverschil ontstaat over de interpretatie of de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, dient de ene partij bij de andere partij en bij de Stabilisatie- en associatieraad een formeel verzoek tot geschillenbeslechting in.

Wanneer een partij van mening is dat een maatregel van de andere partij of het niet-optreden van de andere partij een inbreuk vormt op haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst, moet in het formele verzoek tot geschillenbeslechting worden vermeld waarom de eerste partij deze mening is toegedaan en dat zij maatregelen kan nemen zoals bedoeld in artikel 129, lid 4.

2.   De partijen streven ernaar geschillen op te lossen via overleg te goeder trouw binnen de Stabilisatie- en associatieraad en de andere in lid 3 beschreven organen, teneinde zo snel mogelijk tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

3.   De partijen verstrekken de Stabilisatie- en associatieraad alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie.

Zolang het geschil niet is beslecht, wordt het tijdens elke vergadering van de Stabilisatie- en associatieraad besproken, tenzij de in protocol 7 beschreven arbitrageprocedure is ingeleid. Een geschil wordt geacht beslecht te zijn wanneer de Stabilisatie- en associatieraad een bindend besluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 129, lid 3, of wanneer hij heeft verklaard dat het geschil niet langer bestaat.

In overleg tussen de partijen of op verzoek van een van de partijen kan een geschil ook worden besproken tijdens een vergadering van het Stabilisatie- en associatiecomité of een ander relevant comité of orgaan dat is opgezet op grond van artikel 123 of 124. Overleg kan ook schriftelijk plaatsvinden.

Alle tijdens het overleg verstrekte informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

4.   Voor vraagstukken die onder protocol 7 vallen, kan een partij het geschil voor arbitrage voordragen overeenkomstig het protocol wanneer de partijen er niet in slagen binnen twee maanden na de inleiding van de in lid 1 bedoelde procedure voor geschillenbeslechting een oplossing te vinden.

Artikel 131

Zolang onder deze overeenkomst geen gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en Montenegro, anderzijds.

Artikel 132

In protocol 8 worden de algemene beginselen vastgesteld voor de deelname van Montenegro aan communautaire programma’s.

De bijlagen I tot en met VII en de protocollen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 133

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij van deze opzegging in kennis te stellen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Elk van beide partijen kan de overeenkomst met onmiddellijke ingang schorsen wanneer de andere partij een essentieel element van deze overeenkomst schendt.

Artikel 134

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds.

Artikel 135

Deze overeenkomst is enerzijds van toepassing op het grondgebied waarop de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn, onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Montenegro.

Artikel 136

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel 137

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Spaanse, de Tsjechische, de Deense, de Duitse, de Estse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Hongaarse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Finse en de Zweedse taal, en in de officiële taal die in Montenegro wordt gebruikt, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 138

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Artikel 139

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat, indien in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van sommige gedeelten van deze overeenkomst, met name die inzake het vrije verkeer van goederen, alsmede de relevante bepalingen inzake vervoer, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Montenegro ten uitvoer worden gelegd, voor de toepassing van titel IV, van de artikelen 73, 74 en 75 van deze overeenkomst en van de protocollen 1, 2, 3, 5, 6 en 7 alsmede de relevante bepalingen van protocol 4, onder de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt verstaan de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst, voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.

Съставено в Люксембург, на петнайсти октомври две хиляди и седма година.

Hecho en Luxemburgo, el quince de octubre de dos mil siete.

V Lucemburku dne patnáctého října dva tisíce sedm.

Udfærdiget i Luxembourg den femtende oktober to tusind og syv.

Geschehen zu Luxemburg am fünfzehnten Oktober zweitausendsieben.

Kahe tuhande seitsmenda aasta oktoobrikuu viieteistkümnendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στo Λουξεμβούργο, στις δέκα πέντε Οκτωβρίου δύο χιλιάδες επτά.

Done at Luxembourg on the fifteenth day of October in the year two thousand and seven.

Fait à Luxembourg, le quinze octobre deux mille sept.

Fatto a Lussemburgo, addì quindici ottobre duemilasette.

Luksemburgā, divtūkstoš septītā gada piecpadsmitajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai septintųjų metų spalio penkioliktą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kétezer-hetedik év október tizenötödik napján.

Magħmul fil-Lussemburgu, fil-ħmistax-il jum ta’ Ottubru tas-sena elfejn u sebgħa.

Gedaan te Luxemburg, de vijftiende oktober tweeduizend zeven.

Sporządzono w Luksemburgu dnia piętnastego października roku dwa tysiące siódmego.

Feito em Luxemburgo, em quinze de Outubro de dois mil e sete.

Întocmit la Luxembourg, la cincisprezece octombrie două mii şapte.

V Luxemburgu dňa pätnásteho októbra dvetisícsedem.

V Luxembourgu, dne petnajstega oktobra leta dva tisoč sedem.

Tehty Luxemburgissa viidentenätoista päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaseitsemän.

Som skedde i Luxemburg den femtonde oktober tjugohundrasju.

Sačinjeno u Luksemburgu petnaestog oktobra dvije hiljade i sedme godine.

Pour le Royaume de Belgique

Voor het Koninkrijk België

Für das Königreich Belgien

Image

Cette signature engage également la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale.

Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Diese Unterschrift bindet zugleich die Deutschsprachige Gemeinschaft, die Flämische Gemeinschaft, die Französische Gemeinschaft, die Wallonische Region, die Flämische Region und die Region Brüssel-Hauptstadt.

За Република България

Image

Za Českou republiku

Image

På Kongeriget Danmarks vegne

Image

Für die Bundesrepublik Deutschland

Image

Eesti Vabariigi nimel

Image

Thar cheann Na hÉireann

For Ireland

Image

Για την Ελληνική Δημοκρατία

Image

Por el Reino de España

Image

Pour la République française

Image

Per la Repubblica italiana

Image

Για την Κυπριακή Δημοκρατία

Image

Latvijas Republikas vārdā

Image

Lietuvos Respublikos vardu

Image

Pour le Grand-Duché de Luxembourg

Image

A Magyar Köztársaság részéről

Image

Għal Malta

Image

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

Image

Für die Republik Österreich

Image

W imieniu Rzeczypospolitej Polskiej

Image

Pela República Portuguesa

Image

Pentru România

Image

Za Republiko Slovenijo

Image

Za Slovenskú republiku

Image

Suomen tasavallan puolesta

För Republiken Finland

Image

För Konungariket Sverige

Image

For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

Image

За Европейската общност

Por las Comunidades Europeas

Za Evropská společenství

For De Europæiske Fællesskaber

Für die Europäischen Gemeinschaften

Euroopa ühenduste nimel

Για τις Ευρωπαϊκές Κοινότητες

For the European Communities

Pour les Communautés européennes

Per le Comunità europee

Eiropas Kopienu vārdā

Europos Bendrijų vardu

Az Európai Közösségek részéről

Għall-Komunitajiet Ewropej

Voor de Europese Gemeenschappen

W imieniu Wspólnot Europejskich

Pelas Comunidades Europeias

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvá

Za Evropske skupnosti

Euroopan yhteisöjen puolesta

På europeiska gemenskapernas vägnar

Image

Image

U ime Republike Crne Gore

Image


(1)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(2)  Staatsblad nr. 17/07 van Montenegro.

(3)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(4)  Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, Roemenië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (PB L 285 van 16.10.2006, blz. 23).

(5)  Europese Commissie voor normalisatie, Europees Comité voor elektrotechnische normen, Europees Instituut voor telecommunicatienormen, Europese Samenwerking voor accreditatie, Europese Samenwerking in wettelijke metrologie, Europese organisatie voor wettelijke metrologie.

BIJLAGE I

BIJLAGE I. A

TARIEFCONCESSIES VAN MONTENEGRO VOOR INDUSTRIEPRODUCTEN VAN DE GEMEENSCHAP

(bedoeld in artikel 21)

De rechten worden als volgt verlaagd:

a)

bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verminderd tot 80 % van het basisrecht;

b)

op 1 januari van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht;

c)

op 1 januari van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht;

d)

op 1 januari van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de resterende invoerrechten afgeschaft.

GN-code

Omschrijving

2515

Marmer, travertijn, ecaussine en andere kalksteen voor de steenhouwerij of voor het bouwbedrijf, met een schijnbare dichtheid van 2,5 of meer, en albast, ook indien enkel kantrecht behouwen dan wel in blokken of in platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze:

 

marmer en travertijn:

2515 11 00

– –

onbewerkt of enkel kantrecht behouwen

2515 12

– –

blokken of platen van vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door zagen, door splijten of op dergelijke wijze

2515 12 20

– – –

met een dikte van niet meer dan 4 cm

2515 12 50

– – –

met een dikte van meer dan 4 doch niet meer dan 25 cm

2515 12 90

– – –

andere

2522

Ongebluste kalk, gebluste kalk en hydraulische kalk, andere dan calciumoxide en calciumhydroxide bedoeld bij post 2825:

2522 20 00

gebluste kalk

2523

Hydraulisch cement (cementklinker daaronder begrepen), ook indien gekleurd

 

portlandcement:

2523 29 00

– –

ander

3602 00 00

Bereide springstoffen, andere dan buskruit

3603 00

Lonten; slagkoorden; slaghoedjes en percussiedopjes; ontstekers; elektrische ontstekingspatronen:

3603 00 10

lonten; slagkoorden

3603 00 90

andere

3820 00 00

Antivriespreparaten en vloeibare ontdooiingspreparaten

4406

Houten dwarsliggers en wisselhouten:

4406 90 00

andere

4410

Spaanplaat, zogenoemde oriented strand board (OSB) en dergelijke plaat (bijvoorbeeld zogenoemde waferboard), van hout of van andere houtachtige stoffen, ook indien samengeperst met harsen of met andere organische bindmiddelen:

 

van hout:

4410 12

– –

zogenoemde oriented strand board (OSB):

4410 12 10

– – –

onbewerkt of enkel gladgeschuurd

4410 19 00

– –

andere

4412

Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout:

4412 10 00

van bamboe

 

ander:

4412 94

– –

met een vulling van plankjes, latten of staafjes:

4412 94 10

– – –

met ten minste een der buitenste lagen van ander hout dan naaldhout

4412 94 90

– – –

ander

4412 99

– –

ander:

4412 99 70

– – –

ander

6403

Schoeisel met buitenzool van rubber, van kunststof, van leder of van kunstleder en met bovendeel van leder:

 

ander schoeisel met buitenzool van leder:

6403 51

– –

de enkel bedekkend:

 

– – –

ander:

 

– – – –

de enkel bedekkend, maar beneden de kuit, met een binnenzoollengte:

 

– – – – –

van 24 cm of meer:

6403 51 15

– – – – – –

voor heren

6403 51 19

– – – – – –

voor dames

 

– – – –

ander, met een binnenzoollengte:

 

– – – – –

van 24 cm of meer:

6403 51 95

– – – – – –

voor heren

6403 51 99

– – – – – –

voor dames

6405

Ander schoeisel:

6405 10 00

met bovendeel van leder of van kunstleder

7604

Staven en profielen, van aluminium:

7604 10

van niet-gelegeerd aluminium:

7604 10 90

– –

profielen

 

van aluminiumlegeringen:

7604 29

– –

andere:

7604 29 90

– – –

profielen

7616

Andere werken van aluminium:

 

andere:

7616 99

– –

andere:

7616 99 90

– – –

andere

8415

Machines en apparaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten, bestaande uit een door een motor aangedreven ventilator en elementen voor het wijzigen van de temperatuur en de vochtigheid van de lucht, die waarmee de vochtigheid van de lucht niet afzonderlijk kan worden geregeld daaronder begrepen

 

andere:

8415 81 00

– –

uitgerust met een koeltechnische inrichting en voorzien van een klep voor het omkeren van de werking daarvan (omkeerbare warmtepompen):

8507

Elektrische accumulatoren, alsmede scheiplaten daarvoor, ook indien in vierkante of rechthoekige vorm:

8507 20

andere loodaccumulatoren:

 

– –

andere:

8507 20 98

– – –

andere

8517

Telefoontoestellen, daaronder begrepen telefoontoestellen voor cellulaire netwerken of voor andere draadloze netwerken; andere toestellen voor het zenden of ontvangen van spraak, van beelden of van andere gegevens, daaronder begrepen toestellen voor de overdracht in een kabelnetwerk of in een draadloos netwerk (zoals een lokaal netwerk of een uitgestrekt netwerk), andere dan die bedoeld bij de posten 8443, 8525, 8527 en 8528:

 

telefoontoestellen, daaronder begrepen telefoontoestellen voor cellulaire netwerken of voor andere draadloze netwerken;

8517 12 00

– –

telefoontoestellen voor cellulaire netwerken of voor andere draadloze netwerken

8703

Automobielen en andere motorvoertuigen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer (andere dan die bedoeld bij post 8702), motorvoertuigen van het type „station-wagon” of „break” en racewagens daaronder begrepen:

 

andere voertuigen met een motor met vonkontsteking en met op- en neergaande zuigers:

8703 22

– –

met een cilinderinhoud van meer dan 1 000 doch niet meer dan 1 500 cm3:

8703 22 10

– – –

nieuwe:

ex 8703 22 10

– – – –

personenauto’s

8703 22 90

– – –

gebruikte

8703 23

– –

met een cilinderinhoud van meer dan 1 500 doch niet meer dan 3 000 cm3:

 

– – –

nieuwe:

8703 23 19

– – – –

andere:

ex 8703 23 19

– – – – –

personenauto’s

8703 23 90

– – –

gebruikte

 

andere voertuigen met een motor met zelfontsteking (diesel- of semi-dieselmotor)

8703 32

– –

met een cilinderinhoud van meer dan 1 500 doch niet meer dan 2 500 cm3:

 

– – –

nieuwe:

8703 32 19

– – – –

andere:

ex 8703 32 19

– – – – –

personenauto’s

8703 32 90

– – –

gebruikte

8703 33

– –

met een cilinderinhoud van meer dan 2 500 cm3

 

– – –

nieuwe:

8703 33 11

– – – –

kampeerauto’s

8703 33 90

– – –

gebruikte

BIJLAGE I. B

TARIEFCONCESSIES VAN MONTENEGRO VOOR INDUSTRIEPRODUCTEN VAN DE GEMEENSCHAP

(bedoeld in artikel 21)

De rechten worden als volgt verlaagd:

a)

bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verminderd tot 85 % van het basisrecht;

b)

op 1 januari van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 70 % van het basisrecht;

c)

op 1 januari van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 55 % van het basisrecht;

d)

op 1 januari van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

e)

op 1 januari van het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de invoerrechten verlaagd tot 20 % van het basisrecht;

f)

op 1 januari van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden de resterende invoerrechten afgeschaft.

GN-code

Omschrijving

2501

Zout (keuken- en tafelzout en gedenatureerd zout daaronder begrepen) en zuiver natriumchloride, ook indien in waterige oplossing of met toegevoegde zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan of om de strooibaarheid te bevorderen; zeewater:

 

zout (steen-, klip- en mijnzout, zeezout, geraffineerd zout, met inbegrip van bereid industrie-, keuken- en tafelzout) en zuiver natriumchloride, ook indien opgelost in water of met toegevoegde zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan of om de strooibaarheid te bevorderen:

 

– –

ander:

 

– – –

ander:

2501 00 91

– – – –

zout geschikt voor menselijke consumptie

3304

Schoonheidsmiddelen en producten voor de huidverzorging (andere dan geneesmiddelen), preparaten tegen zonnebrand en preparaten voor het verkrijgen van een bruine huidskleur daaronder begrepen; producten voor manicure of voor pedicure:

 

andere:

3304 99 00

– –

andere

3305

Haarverzorgingsmiddelen:

3305 10 00

shampoo

3305 90

andere:

3305 90 90

– –

andere

3306

Producten voor mondhygiëne en voor tandverzorging, kleefpoeders en -pasta’s voor kunstgebitten daaronder begrepen; garens gebruikt voor het schoonmaken tussen de tanden (floszijde), opgemaakt voor de verkoop in het klein:

3306 10 00

tandreinigingsmiddelen

3401

Zeep; als zeep te gebruiken organische tensioactieve producten en organische tensioactieve bereidingen, in de vorm van staven, broden, gestempelde stukken of gestempelde fantasievormen, ook indien zeep bevattend; voor het wassen van de huid te gebruiken organische tensioactieve producten en organische tensioactieve bereidingen, in de vorm van een vloeistof of een crème, ook indien zeep bevattend, opgemaakt voor de verkoop in het klein; papier, watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia:

 

zeep, organische tensioactieve producten en organische tensioactieve bereidingen, in de vorm van staven, broden, gestempelde stukken of gestempelde fantasievormen, alsmede papier, watten, vilt en gebonden textielvlies, geïmpregneerd of bedekt met zeep of met detergentia:

3401 11 00

– –

voor toiletdoeleinden (voor medicinale doeleinden daaronder begrepen)

3402

Organische tensioactieve producten (andere dan zeep); tensioactieve bereidingen, wasmiddelen (hulppreparaten voor het wassen daaronder begrepen) en reinigingsmiddelen, ook indien zeep bevattend, andere dan die bedoeld bij post 3401:

3402 20

bereidingen opgemaakt voor de verkoop in het klein:

3402 20 20

– –

tensioactieve bereidingen

3402 20 90

– –

was- en reinigingsmiddelen

3402 90

andere:

3402 90 90

– –

was- en reinigingsmiddelen

3923

Artikelen voor vervoer of voor verpakking, van kunststof; stoppen, deksels, capsules en andere sluitingen, van kunststof:

 

zakken:

3923 21 00

– –

van polymeren van ethyleen

3923 29

– –

van andere kunststof:

3923 29 10

– – –

van poly(vinylchloride)

3923 90

andere:

3923 90 10

– –

netten, verkregen door extrusie, in buisvorm

3923 90 90

– –

andere

3926

Andere artikelen van kunststof en artikelen van andere stoffen bedoeld bij de posten 3901 tot en met 3914:

3926 90

andere:

 

– –

andere:

3926 90 97

– – –

andere

4011

Nieuwe luchtbanden van rubber:

4011 10 00

van de soort gebruikt voor personenauto’s (van het type „station-wagon” of „break” en racewagens daaronder begrepen)

4202

Reiskoffers en valiezen, koffers voor toiletbenodigdheden, documentenkoffertjes, aktetassen, school- en boekentassen, etuis, foedralen en kokers voor kijkers, voor camera’s, voor wapens, voor muziekinstrumenten of voor brillen, alsmede dergelijke bergingsmiddelen; reiszakken, isothermische zakken voor voedsel of voor dranken, toiletzakken, rugzakken, handtassen, boodschappentassen, portefeuilles, portemonnees, kaartentassen, sigarettenkokers, tabakszakken, gereedschapstassen en -zakken, tassen, etuis, foedralen en kokers voor sportartikelen, etuis, foedralen en kokers voor flacons, juwelendoosjes, poederdozen, etuis, foedralen en kokers voor messenmakerswerk, alsmede dergelijke bergingsmiddelen, van leder, van kunstleder, van kunststof in vellen, van textiel, van vulkanfiber of van karton, of geheel of voor het grootste deel bekleed met deze stoffen of met papier:

 

reiskoffers en valiezen, koffers voor toiletbenodigdheden, documentenkoffertjes, aktetassen, school- en boekentassen, alsmede dergelijke bergingsmiddelen:

4202 11

– –

met een buitenkant van leder, van kunstleder of van lakleder:

4202 11 10

– – –

documentenkoffertjes, aktetassen, school- en boekentassen, alsmede dergelijke bergingsmiddelen:

4202 11 90

– – –

andere

4203

Kleding en kledingtoebehoren, van leder of van kunstleder:

4203 10 00

kleding

 

handschoenen (met of zonder vingers) en wanten:

4203 29

– –

andere:

4203 29 10

– – –

voor bescherming, ongeacht voor welk ambacht of voor welk bedrijf

4418

Schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken, daaronder begrepen panelen met cellenstructuur, ineengezette panelen voor vloerbedekking en dakspanen („shingles” en „shakes”), van hout:

4418 10

vensters en vensterdeuren, alsmede kozijnen daarvoor:

4418 10 50

– –

van naaldhout

4418 10 90

– –

andere

4418 20

deuren en kozijnen daarvoor, alsmede drempels:

4418 20 50

– –

van naaldhout

4418 20 80

– –

andere

4418 40 00

bekistingen voor betonwerken

4418 90

andere:

4418 90 10

– –

van gelamineerd hout

4418 90 80

– –

andere

4802

Papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden, alsmede papier en karton, niet geperforeerd, voor ponskaarten of ponsband, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat, ander dan papier bedoeld bij de posten 4801 en 4803; handgeschept papier en handgeschept karton:

 

ander papier en karton, bevattende geen of niet meer dan 10 gewichtspercenten langs mechanische of chemisch-mechanische weg verkregen vezels (berekend over de totale vezelmassa):

4802 55

– –

met een gewicht van 40 of meer doch niet meer dan 150 g/m2, op rollen:

4802 55 15

– – –

met een gewicht van 40 of meer doch minder dan 60 g/m2:

ex 4802 55 15

– – – –

ander dan ruw decoratiepapier

4802 55 25

– – –

met een gewicht van 60 of meer doch minder dan 75 g/m2:

ex 4802 55 25

– – – –

ander dan ruw decoratiepapier

4802 55 30

– – –

met een gewicht van 75 of meer doch minder dan 80 g/m2:

ex 4802 55 30

– – – –

ander dan ruw decoratiepapier

4802 55 90

– – –

met een gewicht van 80 g/m2 of meer:

ex 4802 55 90

– – – –

ander dan ruw decoratiepapier

4819

Dozen, zakken, hoezen en andere verpakkingsmiddelen van papier, van karton, van cellulosewatten of van vliezen van cellulosevezels; kartonnagewerk voor kantoorgebruik, voor winkelgebruik en voor dergelijk gebruik:

4819 10 00

dozen van gegolfd papier of van gegolfd karton

4819 20 00

vouwdozen, andere dan van gegolfd papier of van gegolfd karton

4819 30 00

zakken met een bodembreedte van 40 cm of meer

4819 40 00

andere zakken, puntzakken daaronder begrepen

4820

Registers, comptabiliteitsboeken, zakboekjes, orderboekjes, kwitantieboekjes, agenda's, blocnotes en dergelijke artikelen, schriften, onderleggers, opbergmappen, mappen en banden (met losse bladen of andere), omslagen voor dossiers en andere schoolartikelen, kantoorartikelen en dergelijke artikelen (sets kettingformulieren en andere sets formulieren, ook indien voorzien van carbonpapier, daaronder begrepen), van papier of van karton; albums voor monstercollecties of voor verzamelingen, alsmede boekomslagen, van papier of van karton:

4820 10

registers, comptabiliteitsboeken, zakboekjes, orderboekjes, kwitantieboekjes, agenda’s, blocnotes en dergelijke artikelen:

4820 10 10

– –

registers, comptabiliteitsboeken, orderboekjes en kwitantieboekjes

4820 20 00

schriften

4820 90 00

andere

4821

Etiketten van alle soorten, van papier of van karton, al dan niet bedrukt:

4821 10

bedrukt:

4821 10 10

– –

zelfklevend

4821 90

andere:

4821 90 10

– –

zelfklevend

4910 00 00

Kalenders van alle soorten, gedrukt, kalenderblokken daaronder begrepen

4911

Ander drukwerk, prenten, gravures en foto’s daaronder begrepen:

4911 10

reclamedrukwerk, handelscatalogi en dergelijke:

4911 10 10

– –

handelscatalogi

4911 10 90

– –

ander

 

ander:

4911 99 00

– –

ander

5111

Weefsels van gekaarde wol of van gekaard fijn haar:

 

bevattende 85 of meer gewichtspercenten wol of fijn haar:

5111 19

– –

andere:

5111 19 10

– – –

met een gewicht van meer dan 300 doch niet meer dan 450 g/m2

5111 19 90

– – –

met een gewicht van meer dan 450 g/m2

5112

Weefsels van gekamde wol of van gekamd fijn haar:

 

bevattende 85 of meer gewichtspercenten wol of fijn haar:

5112 11 00

– –

met een gewicht van niet meer dan 200 g/m2

5112 19

– –

andere:

5112 19 10

– – –

met een gewicht van meer dan 200 doch niet meer dan 375 g/m2

5112 19 90

– – –

met een gewicht van meer dan 375 g/m2

5209

Weefsels van katoen, bevattende 85 of meer gewichtspercenten katoen, met een gewicht van meer dan 200 g/m2:

 

gebleekt:

5209 21 00

– –

met platbinding

5209 22 00

– –

met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

5209 29 00

– –

andere weefsels

 

geverfd:

5209 31 00

– –

met platbinding

5209 32 00

– –

met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

5209 39 00

– –

andere weefsels

 

van verschillend gekleurd garen:

5209 41 00

– –

met platbinding

5209 43 00

– –

andere weefsels met drie- of vierschachtskeperbinding, gelijkzijdige keperbinding daaronder begrepen

5209 49 00

– –

andere weefsels

6101

Overjassen, jekkers, capes, anoraks, blousons en dergelijke artikelen, van brei- of haakwerk, voor heren of voor jongens, andere dan de artikelen bedoeld bij post 6103:

6101 90

van andere textielstoffen:

6101 90 20

– –

overjassen, jekkers, capes en dergelijke artikelen:

ex 6101 90 20

– – –

van wol of van fijn haar

6101 90 80

– –

anoraks, blousons en dergelijke artikelen:

ex 6101 90 80

– – –

van wol of van fijn haar

6115

Kousenbroeken, kousen, kniekousen, sokken en dergelijke artikelen, die met degressieve compressie (bijvoorbeeld aderspatkousen) daaronder begrepen, van brei- of haakwerk:

 

ander:

6115 95 00

– –

van katoen

6115 96

– –

van synthetische vezels:

6115 96 10

– – –

kniekousen

 

– – –

andere:

6115 96 99

– – – –

andere

6205

Overhemden voor heren of voor jongens:

6205 20 00

van katoen

6205 30 00

van synthetische of kunstmatige vezels

6205 90

van andere textielstoffen:

6205 90 10

– –

van vlas of van ramee

6205 90 80

– –

andere

6206

Blouses en hemdblouses, voor dames of voor meisjes:

6206 10 00

van zijde of van afval van zijde

6206 20 00

van wol of van fijn haar

6206 30 00

van katoen

6206 40 00

van synthetische of kunstmatige vezels

6206 90

van andere textielstoffen:

6206 90 10

– –

van vlas of van ramee

6206 90 90

– –

andere

6207

Onderhemden, slips, onderbroeken, nachthemden, pyjama’s, badjassen, kamerjassen en dergelijke artikelen, voor heren of voor jongens:

 

slips en onderbroeken:

6207 11 00

– –

van katoen

6207 19 00

– –

van andere textielstoffen

 

nachthemden en pyjama’s:

6207 21 00

– –

van katoen

6207 22 00

– –

van synthetische of kunstmatige vezels

6207 29 00

– –

van andere textielstoffen

 

andere:

6207 91 00

– –

van katoen

6207 99

– –

van andere textielstoffen

6207 99 10

– – –

van synthetische of kunstmatige vezels

6207 99 90

– – –

andere

6208

Onderhemden, onderjurken, onderrokken, slips, nachthemden, pyjama’s, negligés, badjassen, kamerjassen en dergelijke artikelen, voor dames of voor meisjes:

 

onderjurken en onderrokken:

6208 11 00

– –

van synthetische of kunstmatige vezels

6208 19 00

– –

van andere textielstoffen

 

nachthemden en pyjama’s:

6208 21 00

– –

van katoen

6208 22 00

– –

van synthetische of kunstmatige vezels

6208 29 00

– –

van andere textielstoffen

 

andere:

6208 91 00

– –

van katoen

6208 92 00

– –

van synthetische of kunstmatige vezels

6208 99 00

– –

van andere textielstoffen

6211

Trainingspakken, skipakken, badpakken en zwembroeken; andere kleding:

 

andere kleding, voor heren of voor jongens:

6211 32

– –

van katoen:

6211 32 10

– – –

werk- en bedrijfskleding

 

– – –

trainingspakken met voering:

6211 32 31

– – – –

waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

 

– – – –

andere:

6211 32 41

– – – – –

delen voor het bovenlichaam

6211 32 42

– – – – –

delen voor het onderlichaam

 

andere kleding, voor dames of voor meisjes:

6211 42

– –

van katoen:

6211 42 10

– – –

schorten, stofjassen en andere werk- en bedrijfskleding

 

– – –

trainingspakken met voering:

6211 42 31

– – – –

waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

 

– – – –

andere:

6211 42 41

– – – – –

delen voor het bovenlichaam

6211 42 42

– – – – –

delen voor het onderlichaam

6211 42 90

– – –

andere

6211 43

– –

van synthetische of kunstmatige vezels:

6211 43 10

– – –

schorten, stofjassen en andere werk- en bedrijfskleding

 

– – –

trainingspakken met voering:

6211 43 31

– – – –

waarvan de buitenzijde is vervaardigd van een en dezelfde stof

 

– – – –

andere:

6211 43 41

– – – – –

delen voor het bovenlichaam

6211 43 42

– – – – –

delen voor het onderlichaam

6211 43 90

– – –

andere

6301

Dekens:

6301 20

dekens (andere dan elektrisch verwarmde dekens) van wol of van fijn haar:

6301 20 10

– –

van brei- of haakwerk

6301 20 90

– –

andere

6301 90

andere dekens:

6301 90 10

– –

van brei- of haakwerk

6301 90 90

– –

andere

6302

Tafel-, bedden- en huishoudlinnen:

 

ander beddenlinnen, bedrukt:

6302 21 00

– –

van katoen

 

ander beddenlinnen:

6302 31 00

– –

van katoen

 

ander tafellinnen:

6302 51 00

– –

van katoen

6302 53

– –

van synthetische of kunstmatige vezels:

6302 53 90

– – –

ander

6403

Schoeisel met buitenzool van rubber, van kunststof, van leder of van kunstleder en met bovendeel van leder:

 

ander schoeisel met buitenzool van leder:

6403 59

– –

ander:

 

– – –

ander:

 

– – – –

schoeisel waarvan het voorblad is uitgesneden of uit riempjes bestaat:

 

– – – – –

ander, met een binnenzoollengte:

 

– – – – – –

van 24 cm of meer:

6403 59 35

– – – – – – –

voor heren

6403 59 39

– – – – – – –

voor dames

 

– – – –

ander, met een binnenzoollengte:

 

– – – – –

van 24 cm of meer:

6403 59 95

– – – – – –

voor heren

6403 59 99

– – – – – –

voor dames

6802

Werken van steen (andere dan leisteen), bewerkte steen daaronder begrepen, andere dan bedoeld bij post 6801; blokjes en dergelijke artikelen voor mozaïeken, van natuursteen (leisteen daaronder begrepen), ook indien op een drager; korrels, splinters (scherven) en poeder, van natuursteen (leisteen daaronder begrepen), kunstmatig gekleurd:

 

andere werken van steen, bewerkte steen daaronder begrepen, enkel behakt of bezaagd, met platte of met effen vlakken:

6802 21 00

– –

van marmer, van travertijn of van albast

6802 23 00

– –

van graniet

6802 29 00

– –

van andere steen:

ex 6802 29 00

– – –

van andere kalksteen

 

andere:

6802 91

– –

van marmer, van travertijn of van albast:

6802 91 10

– – –

gepolijst albast, versierd of op andere wijze bewerkt, doch niet gebeeldhouwd

6802 91 90

– – –

andere

6802 93

– –

van graniet:

6802 93 10

– – –

gepolijst, versierd of op andere wijze bewerkt, doch niet gebeeldhouwd, met een nettogewicht van 10 kg of meer

6802 93 90

– – –

andere

6810

Werken van cement, van beton of van kunststeen, ook indien gewapend:

 

dakpannen, tegels, bouwstenen en dergelijke artikelen:

6810 11

– –

blokken en stenen voor het bouwbedrijf:

6810 11 10

– – –

van licht beton (op basis van bimskies, gegranuleerde slakken, enz.)

6810 11 90

– – –

andere

 

andere werken:

6810 91

– –

geprefabriceerde bouwelementen:

6810 91 90

– – –

andere

6810 99 00

– –

andere

6904

Baksteen, vloerstroken (hourdis), balkbekleding en dergelijke keramische artikelen:

6904 10 00

baksteen

6904 90 00

andere

6905

Dakpannen, elementen voor schoorstenen, rookkanalen, bouwkundige ornamenten en ander bouwmateriaal, van keramische stoffen:

6905 10 00

dakpannen

7207

Halffabricaten van ijzer of van niet-gelegeerd staal:

 

bevattende minder dan 0,25 gewichtspercent koolstof:

7207 11

– –

met een vierkante of rechthoekige dwarsdoorsnede waarvan de breedte minder is dan tweemaal de dikte:

7207 11 90

– – –

gesmeed

7207 12

– –

andere, met een rechthoekige dwarsdoorsnede:

7207 12 90

– – –

gesmeed

7207 19

– –

andere

 

– – –

met een cirkelvormige of veelhoekige dwarsdoorsnede:

7207 19 12

– – – –

gewalst of door continugieten verkregen

7207 19 19

– – – –

gesmeed

7207 19 80

– – –

andere

7207 20

bevattende 0,25 of meer gewichtspercenten koolstof:

 

– –

met een vierkante of rechthoekige dwarsdoorsnede waarvan de breedte minder is dan tweemaal de dikte:

 

– – –

gewalst of door continugieten verkregen:

 

– – – –

andere, bevattende:

7207 20 15

– – – – –

0,25 of meer doch minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof

7207 20 17

– – – – –

0,6 of meer gewichtspercenten koolstof

7207 20 19

– – –

gesmeed

 

– –

andere, met een rechthoekige dwarsdoorsnede:

7207 20 32

– – –

gewalst of door continugieten verkregen

7207 20 39

– – –

gesmeed

 

– –

met een cirkelvormige of veelhoekige dwarsdoorsnede:

7207 20 52

– – –

gewalst of door continugieten verkregen

7207 20 59

– – –

gesmeed

7207 20 80

– –

andere

7213

Walsdraad van ijzer of van niet-gelegeerd staal:

7213 10 00

voorzien van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen

 

ander:

7213 91

– –

met een cirkelvormige dwarsdoorsnede met een diameter van minder dan 14 mm:

7213 91 10

– – –

van de soort gebruikt voor het wapenen van beton

 

– – –

ander:

7213 91 49

– – – –

bevattende meer dan 0,06 doch niet meer dan 0,25 gewichtspercent koolstof:

ex 7213 91 49

– – – – –

met een diameter van meer dan 8 mm

7213 99

– –

ander:

7213 99 10

– – –

bevattende minder dan 0,25 gewichtspercent koolstof

7213 99 90

– – –

bevattende 0,25 of meer gewichtspercenten koolstof

7214

Staven van ijzer of van niet-gelegeerd staal, enkel gesmeed, warm gewalst, warm getrokken of warm geperst, ook indien na het walsen getordeerd:

7214 10 00

gesmeed

7214 20 00

voorzien van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen

 

andere:

7214 99

– –

andere:

 

– – –

bevattende minder dan 0,25 gewichtspercent koolstof:

7214 99 10

– – – –

van de soort gebruikt voor het wapenen van beton

 

– – – –

andere, met een cirkelvormige dwarsdoorsnede met een diameter:

7214 99 31

– – – – –

van 80 mm of meer

7214 99 39

– – – – –

van minder dan 80 mm

7214 99 50

– – – –

andere

 

– – –

bevattende 0,25 of meer gewichtspercenten koolstof:

 

– – – –

met een cirkelvormige dwarsdoorsnede met een diameter:

7214 99 71

– – – – –

van 80 mm of meer

7214 99 79

– – – – –

van minder dan 80 mm

7214 99 95

– – – –

andere

7215

Andere staven van ijzer of van niet-gelegeerd staal:

7215 10 00

van automatenstaal, enkel door koud bewerken of koud nabewerken verkregen

7215 50

andere, enkel door koud bewerken of koud nabewerken verkregen:

 

– –

bevattende minder dan 0,25 gewichtspercent koolstof:

7215 50 11

– – –

met een rechthoekige dwarsdoorsnede

7215 50 19

– – –

andere

7215 50 80

– –

bevattende 0,25 of meer gewichtspercenten koolstof

7215 90 00

andere

7224

Ander gelegeerd staal in ingots of in andere primaire vormen; halffabricaten van ander gelegeerd staal:

7224 10

ingots en andere primaire vormen:

7224 10 10

– –

van gereedschapsstaal

7224 10 90

– –

andere

7224 90

andere:

 

– –

andere:

 

– – –

met een vierkante of rechthoekige dwarsdoorsnede:

 

– – – –

warm gewalst of verkregen door continugieten:

 

– – – – –

met een breedte van minder dan tweemaal de dikte:

7224 90 05

– – – – – –

bevattende niet meer dan 0,7 gewichtspercent koolstof, 0,5 of meer doch niet meer dan 1,2 gewichtspercent mangaan en 0,6 of meer doch niet meer dan 2,3 gewichtspercenten silicium; bevattende 0,0008 of meer gewichtspercenten boor (borium) met andere elementen waarvan de hoeveelheden kleiner zijn dan de in aantekening 1, onder f), op dit hoofdstuk vermelde gehalten

7224 90 07

– – – – – –

andere

7224 90 14

– – – – –

andere

7224 90 18

– – – –

gesmeed

 

– – –

andere:

 

– – – –

warm gewalst of verkregen door continugieten:

7224 90 31

– – – – –

bevattende 0,9 of meer doch niet meer dan 1,15 gewichtspercent koolstof en 0,5 of meer doch niet meer dan 2 gewichtspercenten chroom en indien aanwezig niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen

7224 90 38

– – – – –

andere

7224 90 90

– – – –

gesmeed

7228

Staven en profielen van ander gelegeerd staal; holle staven voor boringen van gelegeerd of van niet-gelegeerd staal:

7228 20

staven van siliciummangaanstaal:

7228 20 10

– –

met een rechthoekige dwarsdoorsnede, aan vier zijden warm gewalst

 

– –

andere:

7228 20 99

– – –

andere

7228 30

andere staven, enkel warm gewalst, warm getrokken of warm geperst:

7228 30 20

– –

van gereedschapsstaal

 

– –

bevattende 0,9 of meer doch niet meer dan 1,15 gewichtspercent koolstof en 0,5 of meer doch niet meer dan 2 gewichtspercenten chroom en indien aanwezig niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen:

7228 30 41

– – –

met een cirkelvormige dwarsdoorsnede, met een diameter van 80 mm of meer

7228 30 49

– – –

andere

 

– –

andere:

 

– – –

met een cirkelvormige dwarsdoorsnede:

7228 30 61

– – – –

met een diameter van 80 mm of meer

7228 30 69

– – – –

met een diameter van minder dan 80 mm

7228 30 70

– – –

met een rechthoekige dwarsdoorsnede, aan vier zijden warm gewalst

7228 30 89

– – –

andere

7228 40

andere staven, enkel gesmeed:

7228 40 10

– –

van gereedschapsstaal

7228 40 90

– –

andere

7228 60

andere staven:

7228 60 20

– –

van gereedschapsstaal

7228 60 80

– –

andere

7314

Metaaldoek (eindeloos metaaldoek daaronder begrepen), metaalgaas en traliewerk, van ijzerdraad of van staaldraad; plaatgaas verkregen door het uitrekken van plaatijzer, plaatstaal, bandijzer of bandstaal:

7314 20

metaalgaas en traliewerk, op de kruispunten gelast, van draad waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 3 mm of meer bedraagt en met een maas van 100 cm2 of meer:

7314 20 90

– –

ander

 

ander metaalgaas en traliewerk, op de kruispunten gelast:

7314 39 00

– –

ander

7317 00

Draadnagels, spijkers, punaises, aangepunte krammen, gegolfde krambanden en dergelijke artikelen, van gietijzer, van ijzer of van staal, ook indien met een kop van andere stoffen, doch met uitzondering van die met een koperen kop:

 

andere:

 

– –

uit draad:

7317 00 40

– – –

nagels en spijkers van staal, gehard, bevattende 0,5 of meer gewichtspercenten koolstof

 

– – –

andere:

7317 00 69

– – – –

andere

7317 00 90

– –

andere

7605

Draad van aluminium:

 

van niet-gelegeerd aluminium:

7605 11 00

– –

waarvan de grootste afmeting der dwarsdoorsnede 7 mm overtreft

7605 19 00

– –

ander

7606

Platen, bladen en strippen, van aluminium, met een dikte van meer dan 0,2 mm:

 

vierkant of rechthoekig:

7606 11

– –

van niet-gelegeerd aluminium:

 

– – –

andere, met een dikte:

7606 11 91

– – – –

van minder dan 3 mm

7606 11 93

– – – –

van 3 of meer doch minder dan 6 mm

7606 11 99

– – – –

van 6 mm of meer

7606 12

– –

van aluminiumlegeringen:

 

– – –

andere:

 

– – – –

andere, met een dikte:

7606 12 91

– – – – –

van minder dan 3 mm

7606 12 93

– – – – –

van 3 of meer doch minder dan 6 mm

7606 12 99

– – – – –

van 6 mm of meer

7607

Bladaluminium (ook indien bedrukt of op een drager van papier, van karton, van kunststof of op dergelijke dragers) met een dikte van niet meer dan 0,2 mm (de dikte van de drager niet meegerekend):

 

niet op een drager:

7607 11

– –

enkel gewalst:

7607 11 10

– – –

met een dikte van minder dan 0,021 mm

7607 11 90

– – –

met een dikte van 0,021 of meer doch niet meer dan 0,2 mm

7607 19

– –

andere:

7607 19 10

– – –

met een dikte van minder dan 0,021 mm

 

– – –

met een dikte van 0,021 of meer doch niet meer dan 0,2 mm:

7607 19 99

– – – –

andere

7607 20

op een drager:

7607 20 10

– –

met een dikte (de dikte van de drager niet meegerekend) van minder dan 0,021 mm

 

– –

met een dikte (de dikte van de drager niet meegerekend) van 0,021 of meer doch niet meer dan 0,2 mm:

7607 20 99

– – –

andere

7610

Constructiewerken en delen van constructiewerken (bijvoorbeeld bruggen, brugdelen, torens, vakwerkmasten en andere masten, pijlers, kolommen, kapconstructies, deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor, drempels, luiken, balustrades), van aluminium, andere dan de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij post 9406; platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken:

7610 10 00

deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor en drempels

7610 90

andere:

7610 90 90

– –

andere

7614

Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden van elektriciteit:

7614 10 00

met een kern van staal

7614 90 00

andere

8311

Draad, staven, buizen, platen, elektroden en dergelijke artikelen, van onedel metaal of van metaalcarbide, bekleed of gevuld met vloeimiddelen, voor het lassen, solderen of afzetten van metaal of van metaalcarbide; draad en staven van samengekit poeder van onedel metaal, voor het metaalspuiten (schooperen):

8311 10

beklede elektroden voor het elektrisch booglassen, van onedel metaal:

8311 10 10

– –

laselektroden, met een kern van ijzer of van staal, bekleed met vuurvast materiaal

8311 10 90

– –

andere

8311 20 00

gevulde draad voor het elektrisch booglassen, van onedel metaal

8418

Koelkasten, vrieskasten en andere machines, apparaten en toestellen voor de koeltechniek, al dan niet elektrisch werkend; warmtepompen, andere dan klimaatregelingstoestellen bedoeld bij post 8415:

8418 10

koelkast-vrieskastcombinaties, voorzien van afzonderlijke buitendeuren:

8418 10 20

– –

met een capaciteit van meer dan 340 l:

ex 8418 10 20

– – –

niet bestemd voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

8418 10 80

– –

andere:

ex 8418 10 80

– – –

niet bestemd voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

 

koelkasten voor huishoudelijk gebruik:

8418 21

– –

met compressiekoeling:

 

– – –

andere:

 

– – – –

andere, met een capaciteit:

8418 21 91

– – – – –

van niet meer dan 250 l

8418 21 99

– – – – –

van meer dan 250 doch niet meer dan 340 l

8418 30

vrieskisten met een capaciteit van niet meer dan 800 l:

8418 30 20

– –

met een capaciteit van niet meer dan 400 l:

ex 8418 30 20

– – –

niet bestemd voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

8418 30 80

– –

met een capaciteit van meer dan 400 doch niet meer dan 800 l

ex 8418 30 80

– – –

niet bestemd voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

8418 40

vrieskasten met een capaciteit van niet meer dan 900 l:

8418 40 20

– –

met een capaciteit van niet meer dan 250 l:

ex 8418 40 20

– – –

niet bestemd voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

8418 40 80

– –

met een capaciteit van meer dan 250 doch niet meer dan 900 l

ex 8418 40 80

– – –

niet bestemd voor gebruik in burgerluchtvaartuigen

8422

Machines voor het afwassen van vaatwerk; machines en toestellen voor het reinigen of het drogen van flessen en andere bergingsmiddelen; machines en toestellen voor het vullen, sluiten of etiketteren van flessen, van bussen, van zakken of van andere bergingsmiddelen; machines en toestellen voor het capsuleren van flessen, van potten van tubes en van dergelijke bergingsmiddelen; andere verpakkingsmachines (krimpverpakkingsmachines en -toestellen daaronder begrepen); toestellen voor het persen van koolzuur in dranken:

 

machines voor het afwassen van vaatwerk:

8422 11 00

– –

voor huishoudelijk gebruik

8426

Dirkkranen; hijskranen, vervoerkabels daaronder begrepen; hefportalen, portaalwagens en transportwagens met kraan:

 

andere machines en toestellen:

8426 91

– –

ontworpen om op een wegvoertuig te worden gemonteerd:

8426 91 10

– – –

hydraulische kranen voor het laden of het lossen van het voertuig

8426 91 90

– – –

andere

8450

Wasmachines voor wasgoed, ook indien met drooginrichting:

 

machines met een capaciteit van niet meer dan 10 kg droog wasgoed:

8450 11

– –

volautomatische machines:

 

– – –

machines met een capaciteit van niet meer dan 6 kg droog wasgoed:

8450 11 11

– – – –

voorladers

8483

Drijfwerkassen (nokkenassen en krukassen daaronder begrepen) en krukken; kussenblokken en lagerschalen; getande overbrengingen en wrijvingswielen; kogellager- en rollagerassen; tandwielkasten en andere overbrengingsmechanismen voor het opvoeren, vertragen of anderszins aanpassen van de snelheid (koppelomvormers daaronder begrepen); vliegwielen en riemschijven (takelblokken daaronder begrepen); koppelingen en koppelingsorganen (beweeglijke koppelingen zoals cardankoppelingen daaronder begrepen):

8483 30

kussenblokken, andere dan die voorzien van kogel-, rol-, naald- of dergelijke lagers; lagerschalen:

8483 30 80

– –

lagerschalen

8703

Automobielen en andere motorvoertuigen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer (andere dan die bedoeld bij post 8702), motorvoertuigen van het type „station-wagon” of „break” en racewagens daaronder begrepen:

 

andere voertuigen met een motor met vonkontsteking en met op- en neergaande zuigers:

8703 24

– –

met een cilinderinhoud van meer dan 3 000 cm3

8703 24 10

– – –

nieuwe:

ex 8703 24 10

– – – –

personenauto’s

8703 24 90

– – –

gebruikte

 

andere voertuigen met een motor met zelfontsteking (diesel- of semi-dieselmotor)

8703 33

– –

met een cilinderinhoud van meer dan 2 500 cm3

 

– – –

nieuwe:

8703 33 19

– – – –

andere:

ex 8703 33 19

– – – – –

personenauto’s

9401

Stoelen, banken en andere zitmeubelen (andere dan die bedoeld bij post 9402), ook indien zij tot bed kunnen worden omgevormd, alsmede delen daarvan:

9401 40 00

zitmeubelen, andere dan tuin- of campingmeubelen, die tot bed kunnen worden omgevormd

 

andere zitmeubelen, met onderstel van hout:

9401 61 00

– –

opgevuld

9401 69 00

– –

andere

 

andere zitmeubelen, met onderstel van metaal:

9401 71 00

– –

opgevuld

9401 79 00

– –

andere

9401 80 00

andere zitmeubelen

9403

Andere meubelen en delen daarvan:

9403 40

meubelen van hout, van de soort gebruikt in keukens:

9403 40 90

– –

andere

9403 50 00

meubelen van hout, van de soort gebruikt in slaapkamers

9403 60

andere meubelen van hout:

9403 60 10

– –

meubelen van hout, van de soort gebruikt in zit- en eetkamers

9403 60 90

– –

andere meubelen van hout

9404

Springbakken, spiraalmatrassen en dergelijke in een lijst of in een raam gevatte matrassen; artikelen voor bedden en dergelijke (bij voorbeeld matrassen, dekbedden, gewatteerde dekens, kussens, poefs, peluws), met binnenvering of opgevuld met ongeacht welk materiaal, dan wel van rubber of van kunststof, met celstructuur, ook indien overtrokken:

 

matrassen:

9404 29

– –

van andere stoffen:

9404 29 10

– – –

met metalen binnenvering

9404 90

andere:

9404 90 90

– –

andere

9406 00

Geprefabriceerde bouwwerken:

 

andere:

9406 00 20

– –

van hout

BIJLAGE II

BEDOELDE PRODUCTEN VAN DE CATEGORIE „BABY BEEF”

omschrijving van de in artikel 26, lid 3,

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur dient de omschrijving van de goederen slechts als indicatief te worden beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes bepalend zijn voor de preferentieregeling. Wanneer de GN-code wordt voorafgegaan door „ex”, zijn de GN-code en de omschrijving gezamenlijk bepalend.

GN-code

Taric-onderverdeling

Omschrijving

0102

 

Levende runderen:

0102 90

 

andere:

 

 

– –

huisdieren:

 

 

– – –

met een gewicht van meer dan 300 kg:

 

 

– – – –

vaarzen (vrouwelijke runderen die nog niet gekalfd hebben):

ex 0102 90 51

 

– – – – –

slachtvaarzen:

 

10

nog zonder vervangingstanden en met een gewicht van ten minste 320 kg doch niet meer dan 470 kg (1)

ex 0102 90 59

 

– – – – –

andere:

 

11

21

31

91

nog zonder vervangingstanden en met een gewicht van ten minste 320 kg doch niet meer dan 470 kg (1)

 

 

– – – –

andere:

ex 0102 90 71

 

– – – – –

slachtdieren:

 

10

mannelijke runderen, nog zonder vervangingstanden en met een gewicht van ten minste 350 kg doch niet meer dan 500 kg (1)

ex 0102 90 79

 

– – – – –

andere:

 

21

91

mannelijke runderen, nog zonder vervangingstanden en met een gewicht van ten minste 350 kg doch niet meer dan 500 kg (1)

0201

 

Vlees van runderen, vers of gekoeld:

ex 0201 10 00

 

hele en halve dieren

 

91

hele dieren met een gewicht van ten minste 180 kg doch niet meer dan 300 kg en halve dieren met een gewicht van ten minste 90 kg doch niet meer dan 150 kg, met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name van de schaambeenverbinding en van de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees, en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur (1)

0201 20

 

andere delen, met been:

ex 0201 20 20

 

– –

„Compensated quarters”:

 

91

„Compensated quarters” met een gewicht van ten minste 90 kg doch niet meer dan 150 kg, met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name van de schaambeenverbinding en van de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees, en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur (1)

ex 0201 20 30

 

– –

voorvoeten en voorspannen:

 

91

voorvoeten met een gewicht van ten minste 45 kg doch niet meer dan 75 kg, met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name van de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees, en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur (1)

ex 0201 20 50

 

– –

achtervoeten en achterspannen:

 

91

achtervoeten met een gewicht van ten minste 45 kg en niet meer dan 75 kg (of, wanneer het de zogenoemde „Pistola”-versnijding betreft, met een gewicht van ten minste 38 kg doch niet meer dan 68 kg) met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name van de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees, en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur (1)


(1)  Indeling onder deze onderverdeling is onderworpen aan de voorwaarden van de op dit gebied geldende communautaire bepalingen.

BIJLAGE III a

TARIEFCONCESSIES VAN MONTENEGRO VOOR PRIMAIRE LANDBOUWPRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT DE GEMEENSCHAP

bedoeld in artikel 27, lid 2, onder a)

met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst

GN-code

Omschrijving

0101

Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels:

0101 90

andere:

 

– –

paarden:

0101 90 11

– – –

slachtpaarden

0101 90 19

– – –

andere

0101 90 30

– –

ezels

0101 90 90

– –

muildieren en muilezels

0105

Levend pluimvee (hanen, kippen, eenden, ganzen, kalkoenen en parelhoenders):

 

met een gewicht van niet meer dan 185 g:

0105 12 00

– –

kalkoenen

0105 19

– –

andere:

0105 19 20

– – –

ganzen

0105 19 90

– – –

eenden en parelhoenders

0106

Andere levende dieren:

 

zoogdieren:

0106 19

– –

andere:

0106 19 10

– – –

tamme konijnen

0106 19 90

– – –

andere

0106 20 00

reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

 

vogels:

0106 39

– –

andere:

0106 39 10

– – –

duiven

0205 00

Vlees van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren:

0205 00 20

vers of gekoeld

0205 00 80

bevroren

0206

Eetbare slachtafvallen van runderen, van varkens, van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren:

0206 10

van runderen, vers of gekoeld:

0206 10 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

 

– –

andere:

0206 10 91

– – –

levers

0206 10 95

– – –

longhaasjes en omlopen

0206 10 99

– – –

andere

 

van runderen, bevroren:

0206 21 00

– –

tongen

0206 22 00

– –

levers

0206 29

– –

andere:

0206 29 10

– – –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

 

– – –

andere:

0206 29 91

– – – –

longhaasjes en omlopen

0206 29 99

– – – –

andere

0206 30 00

van varkens, vers of gekoeld

 

van varkens, bevroren:

0206 41 00

– –

levers

0206 49

– –

andere:

0206 49 20

– – –

van varkens (huisdieren)

0206 49 80

– – –

andere

0206 80

andere, vers of gekoeld:

0206 80 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

 

– –

andere:

0206 80 91

– – –

van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

0206 80 99

– – –

van schapen en van geiten

0206 90

andere, bevroren:

0206 90 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

 

– –

andere:

0206 90 91

– – –

van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

0206 90 99

– – –

van schapen en van geiten

0208

Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren:

0208 10

van konijnen of van hazen:

 

– –

van tamme konijnen:

0208 10 11

– – –

vers of gekoeld

0208 10 19

– – –

bevroren

0208 10 90

– – –

andere

0208 30 00

van primaten

0208 40

van walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia)

0208 40 10

– –

vlees van walvissen

0208 40 90

– –

andere

0208 50 00

van reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

0208 90

andere

0208 90 10

– –

van tamme duiven

 

– –

van wild (met uitzondering van konijnen of van hazen):

0208 90 20

– – –

van kwartels

0208 90 40

– – –

andere

0208 90 55

– –

vlees van robben

0208 90 60

– –

van rendieren

0208 90 70

– –

kikkerbilletjes

0208 90 95

– –

andere

0210

Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie:

 

ander, meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, daaronder begrepen:

0210 91 00

– –

van primaten

0210 92 00

– –

van walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia)

0210 93 00

– –

van reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

0210 99

– –

andere:

 

– – –

vlees:

0210 99 10

– – – –

van paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd

 

– – – –

van schapen en van geiten:

0210 99 21

– – – – –

met been

0210 99 29

– – – – –

zonder been

0210 99 31

– – – –

van rendieren

0210 99 39

– – – –

andere

 

– – –

slachtafvallen:

 

– – – –

van varkens (huisdieren):

0210 99 41

– – – – –

levers

0210 99 49

– – – – –

andere

 

– – – –

van runderen:

0210 99 51

– – – – –

longhaasjes en omlopen

0210 99 59

– – – – –

andere

0210 99 60

– – – –

van schapen en van geiten

 

– – – –

andere:

 

– – – – –

levers van pluimvee:

0210 99 71

– – – – – –

vette levers (foies gras) van ganzen en van eenden, gezouten of gepekeld

0210 99 79

– – – – – –

andere

0210 99 80

– – – – –

andere

0210 99 90

– – –

meel en poeder, van vlees of van slachtafvallen

0407 00

Vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt:

 

van pluimvee:

 

– –

broedeieren:

0407 00 11

– – –

van kalkoenen of van ganzen

0407 00 19

– – –

andere

0408

Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

 

eigeel:

0408 11

– –

gedroogd:

0408 11 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

0408 19

– –

andere:

0408 19 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

 

andere:

0408 91

– –

gedroogd:

0408 91 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

0408 99

– –

andere:

0408 99 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

0410 00 00

Eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen

0601

Bollen, knollen en wortelstokken, ook indien in blad of in bloei; cichoreiplanten en -wortels, andere dan die bedoeld bij post 1212:

0601 10

bollen, knollen en wortelstokken, in rusttoestand:

0601 10 10

– –

hyacinten

0601 10 20

– –