ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.077.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 77

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
24 maart 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 241/2010 van de Commissie van 8 maart 2010 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de opname van Belarus in de lijst van derde landen in die verordening teneinde de doorvoer uit Belarus door de Europese Unie van voor menselijke consumptie bestemde eieren en eiproducten toe te staan, en tot wijziging van de certificering van eendagskuikens van pluimvee met uitzondering van loopvogels ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) nr. 242/2010 van de Commissie van 19 maart 2010 tot opstelling van de Catalogus van voedermiddelen ( 1 )

17

 

*

Verordening (EU) nr. 243/2010 van de Commissie van 23 maart 2010 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verbeteringen in International Financial Reporting Standards (IFRSs) ( 1 )

33

 

*

Verordening (EU) nr. 244/2010 van de Commissie van 23 maart 2010 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat International Financial Reporting Standard (IFRS) 2 betreft ( 1 )

42

 

*

Verordening (EU) nr. 245/2010 van de Commissie van 23 maart 2010 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 288/2009, wat betreft de termijn waarbinnen de lidstaten hun strategie bij de Commissie moeten aanmelden en de uiterste datum waarop de Commissie moet beslissen over de definitieve toewijzing van de steun in het kader van een schoolfruitregeling

50

 

*

Verordening (EU) nr. 246/2010 van de Commissie van 23 maart 2010 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 989/89 wat betreft de indeling van gewatteerde vesten in de gecombineerde nomenclatuur

51

 

 

Verordening (EU) nr. 247/2010 van de Commissie van 23 maart 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

52

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/176/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 19 maart 2010 houdende vervroeging van de uitkeringsdatum voor de tweede tranche van de herstructureringssteun die voor het verkoopseizoen 2009/2010 wordt toegekend in het kader van Verordening (EG) nr. 320/2006 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 1710)

54

 

 

2010/177/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 23 maart 2010 tot wijziging van Besluit 2006/109/EG door aanvaarding van drie aanbiedingen om zich aan te sluiten bij de gezamenlijke prijsverbintenis die is aanvaard in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van gietstukken van oorsprong uit de Volksrepubliek China

55

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/1


VERORDENING (EU) Nr. 241/2010 VAN DE COMMISSIE

van 8 maart 2010

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de opname van Belarus in de lijst van derde landen in die verordening teneinde de doorvoer uit Belarus door de Europese Unie van voor menselijke consumptie bestemde eieren en eiproducten toe te staan, en tot wijziging van de certificering van eendagskuikens van pluimvee met uitzondering van loopvogels

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (1), en met name op artikel 26, lid 2,

Gelet op Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 8 en artikel 9, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2009/158/EG bevat de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer binnen de Europese Unie en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren en voorziet in modellen van certificaten voor de invoer van die producten.

(2)

Richtlijn 2002/99/EG bevat de veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong en voorziet in de vaststelling van specifieke voorschriften en certificering voor doorvoer.

(3)

Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (3) bepaalt dat de onder die verordening vallende producten alleen mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Europese Unie uit de derde landen, gebieden, zones of compartimenten die zijn vermeld in de tabel in deel 1 van bijlage I bij die verordening. Ook zijn in die verordening de voorschriften inzake veterinaire certificering van die producten vastgelegd. De modellen van de veterinaire certificaten voor die producten zijn in deel 2 van die bijlage opgenomen.

(4)

Belarus is momenteel niet opgenomen in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008. Dit land heeft om opname in de lijst verzocht en de Commissie informatie verstrekt om aan te tonen dat het aan de voorwaarden van die verordening voldoet.

(5)

De Commissie heeft de door Belarus overgelegde informatie over de veterinairrechtelijke voorschriften in dat derde land voor de doorvoer van voor menselijke consumptie bestemde eieren en eiproducten door de Europese Unie gunstig beoordeeld. Daarom moet dat land in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 worden opgenomen. In afwachting echter van de resultaten van een inspectie van het Voedsel- en Veterinair Bureau in Belarus mag de opname in de lijst alleen betrekking hebben op de doorvoer van voor menselijke consumptie bestemde eieren en eiproducten uit dat derde land door de Europese Unie met een eindbestemming in andere derde landen, aangezien het risico voor de diergezondheid als gevolg van het binnenbrengen daarvan uiterst gering is. Aan die toestemming moet de aanvullende garantie worden verbonden dat de doorvoer over de weg of per spoor plaatsvindt in vrachtwagens respectievelijk wagons die zijn verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien.

(6)

Aangezien het hier om een tijdelijke maatregel gaat, dient zij niet langer dan 18 maanden vanaf de inwerkingtreding te gelden.

(7)

In deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 moet derhalve een vermelding voor Belarus worden ingevoegd en onder „Aanvullende garanties” in deel 2 van bijlage I moet een nieuwe vermelding worden opgenomen.

(8)

De certificering van de veterinairrechtelijke voorschriften voor eendagskuikens door de officiële dierenarts op het tijdstip van verzending voor invoer in de Europese Unie blijkt voor de bevoegde autoriteiten van derde landen praktische problemen te kunnen opleveren.

(9)

In verband met de productiepraktijken en de certificeringsprocedures moet het model van het veterinair certificaat voor eendagskuikens in deel 2 van bijlage I worden gewijzigd, zonder afbreuk te doen aan de naleving van de vereiste veterinaire voorschriften.

(10)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

Er moet een overgangsperiode worden vastgesteld zodat de lidstaten en het bedrijfsleven de nodige maatregelen kunnen nemen om aan de bij deze verordening vastgestelde voorschriften inzake veterinaire certificering te voldoen.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Producten waarvoor de vereiste veterinaire certificaten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008 zijn afgegeven, mogen nog tot en met 1 juni 2010 in de Europese Unie ingevoerd of door de Europese Unie doorgevoerd worden.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 74.

(2)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(3)  PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1.


BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Deel 1 wordt vervangen door:

„DEEL 1

Lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten

ISO-code en naam van het derde land of gebied

Code van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment

Omschrijving van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment

Veterinair certificaat

Bijzondere voorwaarden

Bijzondere voorwaarden

Status t.a.v. bewaking aviaire influenza

Status t.a.v. vaccinatie aviaire influenza

Status salmonellabestrijding

Model

Aanvullende garanties

Uiterste datum (1)

Aanvangsdatum (2)

1

2

3

4

5

6

6A

6B

7

8

9

AL — Albanië

AL-0

Het hele land

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

AR — Argentinië

AR-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

POU, RAT, EP, E

 

 

 

 

A

 

S4

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

AU — Australië

AU-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

BPP, DOC, HEP, SRP

 

 

 

 

 

 

S0

BPR

I

 

 

 

 

 

 

DOR

II

 

 

 

 

 

 

HER

III

 

 

 

 

 

 

POU

VI

 

 

 

 

 

 

RAT

VII

 

 

 

 

 

 

BR — Brazilië

BR-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

BR-1

De staten:

Rio Grande do Sul, Santa Catarina, Paraná, São Paulo en Mato Grosso do Sul

RAT, BPR, DOR, HER, SRA

 

N

 

 

A

 

 

BR-2

De staten:

Mato Grosso, Paraná, Rio Grande do Sul, Santa Catarina en São Paulo

BPP, DOC, HEP, SRP

 

N

 

 

 

S0

BR-3

Het Distrito Federal en de staten:

Goiás, Minas Gerais, Mato Grosso, Mato Grosso do Sul, Paraná, Rio Grande do Sul, Santa Catarina en São Paulo

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

EP, E, POU

 

N

 

 

 

 

S4

BW — Botswana

BW-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

BPR

I

 

 

 

 

 

 

DOR

II

 

 

 

 

 

 

HER

III

 

 

 

 

 

 

RAT

VII

 

 

 

 

 

 

BY — Belarus

BY-0

Het hele land

EP en E (beide „alleen voor doorvoer door de Europese Unie”)

IX

 

 

 

 

 

 

CA — Canada

CA-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

BPR, BPP, DOR, HER, SRA, SRP

 

N

 

 

A

 

S1

DOC, HEP

 

L, N

 

 

 

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

POU, RAT

 

N

 

 

 

 

 

CH — Zwitserland

CH-0

Het hele land

 (3)

 

 

 

 

A

 

 (3)

CL — Chili

CL-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

BPR, BPP, DOC, DOR, HEP, HER, SRA, SRP

 

N

 

 

A

 

S0

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

POU, RAT

 

N

 

 

 

 

 

CN — China

CN-0

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

CN-1

De provincie Shandong

POU, E

VI

P2

6.2.2004

 

 

S4

GL — Groenland

GL-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, WGM

 

 

 

 

 

 

 

HK — Hongkong

HK-0

Het hele grondgebied van de Speciale Administratieve Regio Hongkong

EP

 

 

 

 

 

 

 

HR — Kroatië

HR-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

BPR, BPP, DOR, DOC, HEP, HER, SRA, SRP

 

N

 

 

A

 

S2

EP, E, POU, RAT, WGM

 

N

 

 

 

 

 

IL — Israël

IL-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

BPR, BPP, DOC, DOR, HEP, HER, SRP

 

N

 

 

A

 

S1

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

EP, E, POU, RAT

 

N

 

 

 

 

S4

IN — India

IN-0

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

IS — IJsland

IS-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

KR — Zuid-Korea

KR-0

Het hele land

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

ME — Montenegro

ME-O

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

MG — Madagaskar

MG-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E, WGM

 

 

 

 

 

 

S4

MY — Maleisië

MY-0

 

 

 

 

 

 

 

MY-1

Westelijk schiereiland

EP

 

 

 

 

 

 

 

E

 

P2

6.2.2004

 

 

 

S4

MK —

voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (4)

MK-0 (4)

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

MX — Mexico

MX-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP

 

 

 

 

 

 

 

NA — Namibië

NA-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

BPR

I

 

 

 

 

 

 

DOR

II

 

 

 

 

 

 

HER

III

 

 

 

 

 

 

RAT, EP, E

VII

 

 

 

 

 

S4

NC —

Nieuw-Caledonië

NC-0

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

NZ —

Nieuw-Zeeland

NZ-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

BPR, BPP, DOC, DOR, HEP, HER, SRA, SRP

 

 

 

 

 

 

S0

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

EP, E, POU, RAT

 

 

 

 

 

 

S4

PM —

Saint-Pierre en Miquelon

PM-0

Het hele gebied

SPF

 

 

 

 

 

 

 

RS — Servië (5)

RS-0 (5)

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

RU — Rusland

RU-0

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

SG — Singapore

SG-0

Het hele land

EP

 

 

 

 

 

 

 

TH — Thailand

TH-0

Het hele land

SPF, EP

 

 

 

 

 

 

 

WGM

VIII

P2

23.1.2004

 

 

 

 

E, POU, RAT

 

P2

23.1.2004

 

 

 

S4

TN — Tunesië

TN-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

DOR, BPR, BPP, HER

 

 

 

 

 

 

S1

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

EP, E, POU, RAT

 

 

 

 

 

 

S4

TR — Turkije

TR-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

US —

Verenigde Staten van Amerika

US-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

BPR, BPP, DOC, DOR, HEP, HER, SRA, SRP

 

N

 

 

A

 

S3

WGM

VIII

 

 

 

 

 

 

EP, E, POU, RAT

 

N

 

 

 

 

S4

UY — Uruguay

UY-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E, RAT

 

 

 

 

 

 

S4

ZA — Zuid-Afrika

ZA-0

Het hele land

SPF

 

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

BPR

I

 

 

 

A

 

 

DOR

II

 

 

 

 

 

HER

III

 

 

 

 

 

RAT

VII

 

 

 

 

 

ZW — Zimbabwe

ZW-0

Het hele land

RAT

VII

 

 

 

 

 

 

EP, E

 

 

 

 

 

 

S4

2)

Deel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder het kopje „Aanvullende garanties (AG)” wordt de volgende vermelding toegevoegd:

„ „IX”

:

Alleen de doorvoer door de Europese Unie van zendingen voor menselijke consumptie bestemde eieren en eiproducten van oorsprong uit Belarus en bestemd voor andere derde landen is toegestaan, op voorwaarde dat de doorvoer over de weg of per spoor plaatsvindt in vrachtwagens respectievelijk wagons die zijn verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien. Deze doorvoer is slechts toegestaan tot en met [dd/mm/jjjj — 18 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding]”;

b)

het model van veterinair certificaat DOC wordt als volgt vervangen:

Veterinair certificaat voor eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels

(DOC)

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image


(1)  Vóór deze datum vervaardigde producten, ook indien zij zich op volle zee bevinden, mogen nog gedurende 90 dagen vanaf deze datum in de Europese Unie worden ingevoerd.

(2)  Alleen na deze datum vervaardigde producten mogen in de Europese Unie worden ingevoerd.

(3)  Volgens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132).

(4)  voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; voorlopige code die geen gevolgen heeft voor de definitieve naam van dit land, die zal worden vastgelegd na afsluiting van de onderhandelingen die momenteel in het kader van de Verenigde Naties worden gevoerd.

(5)  Exclusief Kosovo als omschreven in Resolutie 1244 van 10 juni 1999 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.”


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/17


VERORDENING (EU) Nr. 242/2010 VAN DE COMMISSIE

van 19 maart 2010

tot opstelling van de Catalogus van voedermiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (1), en met name op artikel 24, lid 2,

Na raadpleging van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 24 van Verordening (EG) nr. 767/2009 voorziet in de opstelling van een catalogus van voedermiddelen.

(2)

De eerste versie van die catalogus moet daarom worden opgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 767/2009 vermelde Catalogus van voedermiddelen wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1.


BIJLAGE

CATALOGUS VAN VOEDERMIDDELEN

BEPALINGEN BETREFFENDE HET GLOSSARIUM

In het hierna volgende glossarium wordt verwezen naar de belangrijkste procedés die worden gebruikt voor de vervaardiging van de voedermiddelen die zijn vermeld in deze bijlage. Wanneer bij de namen van deze voedermiddelen een gebruikelijke naam of benaming uit dit glossarium voorkomt, moet het te gebruiken procedé in overeenstemming zijn met de gegeven definitie.

 

Procedé

Definitie

Gebruikelijke naam/Benaming

(1)

(2)

(3)

(4)

1

Concentreren (1)

Verhogen van het gehalte aan bepaalde stoffen door het onttrekken van water of andere bestanddelen

Concentraat

2

Ontdoppen (2)

Het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de buitenste lagen van graankorrels, zaden, vruchten, noten, enz.

Ontdopt, gedeeltelijk ontdopt

3

Drogen

Het onttrekken van water door middel van een kunstmatig of een natuurlijk procedé

Gedroogd (zon of kunstmatig)

4

Extraheren

Het onttrekken, met behulp van een organisch oplosmiddel, van vet of olie aan bepaalde grondstoffen, dan wel met behulp van een waterig oplosmiddel, van suiker of andere in water oplosbare componenten. Bij gebruik van een organisch oplosmiddel moet het daarbij verkregen product technisch vrij zijn van dat oplosmiddel

Schroot (voor oliehoudend materiaal), Melasse, pulp (voor suikerhoudend materiaal of materiaal met andere in water oplosbare componenten)

5

Extruderen

Het onder druk door gaatjes persen of duwen van stoffen. (Zie ook voorverstijfselen)

Geëxtrudeerd

6

Vlokken

Het walsen van vochtig materiaal dat een hittebehandeling heeft ondergaan

Vlokken

7

Malen

Fysische bewerking van graankorrels met het doel de grootte van de partikels te verminderen en de scheiding in afzonderlijke fracties te vergemakkelijken (hoofdzakelijk meel, zemelgrint en gries)

Meel, zemelgrint, nameel (3), gries

8

Verhitten

Algemene term voor een aantal hittebehandelingen die onder specifieke omstandigheden worden toegepast om effect uit te oefenen op de voederwaarde of op de structuur van het materiaal

Geroosterd, gekookt, hittebehandeld

9

Harden

Het omzetten van onverzadigde glyceriden in verzadigde glyceriden (harden van oliën en vetten)

Gehard, gedeeltelijk gehard

10

Hydrolyseren

Het splitsen in eenvoudigere chemische bestanddelen door een passende behandeling met water en eventueel enzymen of een zuur/base

Gehydrolyseerd

11

Persen (4)

Het onttrekken door mechanisch extraheren (met een schroef- of andere pers) en eventueel warmte, van vet/olie aan oliehoudende producten of sap uit vruchten of andere plantaardige producten

Schilfers (5) (bij oliehoudende producten) Pulp, draf (bij vruchten, enz.) Geperste bietenpulp (bij suikerbieten)

12

Pelletiseren

Het samenpersen met behulp van een matrijs

Pellet, gepelletiseerd

13

Voorverstijfselen

Het modificeren van zetmeel om het zwelvermogen in koud water aanzienlijk te verhogen

Voorverstijfseld (6), gezwollen

14

Raffineren

Het geheel of gedeeltelijk verwijderen van onzuiverheden uit suikers, oliën, vetten en andere natuurlijke producten door middel van een chemische of fysische behandeling

Geraffineerd, gedeeltelijk geraffineerd

15

Nat

Het langs mechanische weg scheiden van de afzonderlijke delen van de pit/korrel na inweken met water, waaraan mogelijk zwaveldioxide is toegevoegd ten behoeve van extractie van zetmeel

Kiem, gluten, zetmeel

16

Breken

Het langs mechanische weg transformeren van graankorrels of andere voedermiddelen teneinde de grootte ervan te verminderen

Gebroken, het breken

17

Ontsuikeren

Het geheel of gedeeltelijk onttrekken van mono- en disachariden aan melasse of andere suikerhoudende stoffen door middel van een chemisch of een fysisch procedé

Ontsuikerd, gedeeltelijk ontsuikerd

Niet-exclusieve lijst van de belangrijkste voedermiddelen

1.   GRANEN EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

1.01

Haver

Korrels van Avena sativa L. en andere gecultiveerde haversoorten

 

1.02

Havervlokken

Product verkregen door het stomen en het pletten van gepelde haver. Het kan een kleine hoeveelheid haverdoppen bevatten

Zetmeel

1.03

Havergries

Bijproduct dat wordt verkregen bij de verwerking van geschoonde, gepelde haver tot havergrutten en meel. Het bestaat hoofdzakelijk uit haverzemelen en een geringe hoeveelheid endosperm

Ruwe celstof

1.04

Haverschillen en -zemelen

Bijproduct dat wordt verkregen bij de verwerking van geschoonde haver tot havergrutten. Het bestaat hoofdzakelijk uit haverschillen en zemelen

Ruwe celstof

1.05

Gerst

Korrels van Hordeum vulgare L.

 

1.06

Gerstepelmeel

Bijproduct dat wordt verkregen bij de verwerking van geschoonde en gepelde gerst tot gort, grutten of bloem

Ruwe celstof

1.07

Gersteiwit

Gedroogd bijproduct van de bereiding van gerstzetmeel. Het bestaat hoofdzakelijk uit bij de afscheiding van het zetmeel verkregen eiwitbestanddelen

Ruw eiwit

Zetmeel

1.08

Rijst, gebroken

Bijproduct van de bereiding van gepolijste of geglansde rijst Oryza sativa L. Het bestaat in hoofdzaak uit kleine en/of gebroken korrels

Zetmeel

1.09

Rijstevoermeel (bruin)

Bijproduct verkregen bij de eerste slijping van gepelde rijst. Het bestaat in hoofdzaak uit deeltjes van de aleuronlaag, het endosperm en de kiem

Ruwe celstof

1.10

Rijstevoermeel (wit)

Bijproduct verkregen bij de slijping van gepelde rijst. Het bestaat in hoofdzaak uit deeltjes van de aleuronlaag, het endosperm en de kiem

Ruwe celstof

1.11

Calciumcarbonaat-houdend rijstevoermeel

Bijproduct verkregen bij de slijping van gepelde rijst. Het bestaat in hoofdzaak uit zilverhuidjes, deeltjes van de aleuronlaag, het endosperm en de kiem. Het bevat veranderlijke hoeveelheden calciumcarbonaat als gevolg van de slijping

Ruwe celstof

Calcium-carbonaat

1.12

Voermeel van voorgekookte rijst

Bijproduct verkregen bij het slijpen van gepelde voorgekookte rijst. Het bestaat in hoofdzaak uit zilverhuidjes, deeltjes van de aleuronlaag, het endosperm en de kiem. Het bevat veranderlijke hoeveelheden calciumcarbonaat als gevolg van de slijping

Ruwe celstof

Calcium carbonaat

1.13

Gemalen voederrijst

Product verkregen door het malen van voederrijst die bestaat uit hetzij groene onrijpe dan wel krijtachtige korrels die door zeven bij de bereiding van gepelde rijst zijn verkregen, hetzij normaal gevormde gepelde, gevlekte of gele rijstkorrels

Zetmeel

1.14

Rijstkiemschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit de kiemen van rijst, waaraan nog delen van het endosperm en de zaadhuid hechten

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

1.15

Rijstkiemschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit de kiemen van rijst, waaraan nog delen van het endosperm en de zaadhuid hechten

Ruw eiwit

1.16

Rijstzetmeel

Technisch zuiver uit rijst verkregen zetmeel

Zetmeel

1.17

Gierst

Graankorrels van Panicum millaceum L.

 

1.18

Rogge

Graankorrels van Secale cereale L.

 

1.19

Roggevoerbloem (7)

Bijproduct van de bereiding van bloem uit geschoonde rogge. Het bestaat overwegend uit deeltjes van het endosperm en bevat ook fijne schildelen en een geringe hoeveelheid andere bestanddelen van de korrel

Zetmeel

1.20

Roggegries

Bijproduct van de bereiding van bloem uit geschoonde rogge. Het bestaat overwegend uit deeltjes van de schil, voor het overige uit bestanddelen van de korrel, die niet zo vergaand van endosperm ontdaan zijn als bij roggezemelgrint

Zetmeel

1.21

Roggezemelgrint

Bijproduct van de bereiding van bloem uit geschoonde rogge. Het bestaat overwegend uit deeltjes van de schil en uit korreldeeltjes waaruit het endosperm grotendeels is verwijderd

Ruwe celstof

1.22

Sorghum

Graankorrels van Sorghum bicolor L. Moench s.l.

 

1.23

Tarwe

Graankorrels van Triticum aestivum (L.), Triticum durum Dosf. en van andere gecultiveerde tarwesoorten

 

1.24

Tarwevoerbloem (8)

Bijproduct van de bereiding van bloem uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt. Het bestaat overwegend uit deeltjes van het endosperm en voorts uit fijne schildelen en enkele andere delen van de korrel

Zetmeel

1.25

Tarwegries

Bijproduct van de bereiding van bloem uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt. Het bestaat overwegend uit deeltjes van de schil en voorts uit korreldeeltjes waaruit minder endosperm is verwijderd dan bij tarwezemelgrint

Ruwe celstof

1.26

Tarwezemelgrint (9)

Bijproduct van de bereiding van bloem uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt. Het bestaat overwegend uit deeltjes van de schil en uit korreldeeltjes waaruit het endosperm grotendeels is verwijderd

Ruwe celstof

1.27

Tarwekiemen

Bijproduct van de bereiding van bloem, dat overwegend bestaat uit al dan niet geplette tarwekiemen, waaraan eventueel nog delen van het endosperm en van de schil hechten

Ruw eiwit

Ruw vet

1.28

Tarwegluten

Gedroogd bijproduct van de bereiding van tarwezetmeel. Het bestaat overwegend uit glutenbestanddelen die verkregen worden bij het afscheiden van het zetmeel

Ruw eiwit

1.29

Tarweglutenvoer

Bijproduct van de bereiding van tarwezetmeel en tarwegluten. Het bestaat uit zemelen waarvan de kiem al dan niet gedeeltelijk verwijderd is, en gluten, waaraan zeer geringe hoeveelheden na het zeven overblijvende breukkorrels en zeer geringe hoeveelheden residuen van de zetmeelhydrolyse toegevoegd mogen zijn

Ruw eiwit

Zetmeel

1.30

Tarwezetmeel

Technisch zuiver, uit tarwe verkregen zetmeel

Zetmeel

1.31

Tarwezetmeel, voorverstijfseld

Tarwezetmeel dat door een hittebehandeling sterk voorverstijfseld is

Zetmeel

1.32

Spelt

Korrels van spelt Triticum spelta L., Triticum dicoccum Schrank, Triticum monococcum

 

1.33

Triticale

Graankorrels van de Triticum × Secale hybride

 

1.34

Maïs

Korrels van Zea mays L.

 

1.35

Maïsgries (10)

Bijproduct van de bereiding van bloem of griesmeel uit maïs. Het bestaat hoofdzakelijk uit delen van de schil en uit korreldeeltjes, waaruit minder endosperm is verwijderd dan bij maïszemelgrint

Ruwe celstof

1.36

Maïszemelgrint

Bijproduct van de bereiding van bloem of griesmeel uit maïs. Het bestaat hoofdzakelijk uit delen van de schil en uit een geringe hoeveelheid maïskiemdeeltjes en aanhechtende deeltjes van het endosperm

Ruwe celstof

1.37

Maïskiemschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit door droge of natte verwerking verkregen maïskiemen, en waaraan eventueel nog delen van het endosperm en de zaadhuid hechten

Ruw eiwit

Ruw vet

1.38

Maïskiemschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit door droge of natte verwerking verkregen maïskiemen, en waaraan eventueel nog delen van het endosperm en de zaadhuid hechten

Ruw eiwit

1.39

Maïsglutenvoer (11)

Bijproduct van de bereiding van maïszetmeel door middel van de natte methode. Het bestaat uit zemelen en gluten, waaraan na het zeven van de maïs overblijvende residuen, tot ten hoogste 15 gewichtsprocent, en/of residuen van het zwelwater van maïs dat is gebruikt bij de vervaardiging van alcohol of andere zetmeelderivaten, zijn toegevoegd. Het product mag bovendien residuen bevatten van de extractie van olie uit maïskiemen door middel van de natte methode.

Ruw eiwit

Zetmeel

Ruw vet, wanneer > 4,5 %

1.40

Maïsgluten

Gedroogd bijproduct van de bereiding van maïszetmeel. Het bestaat in hoofdzaak uit gluten verkregen bij het afscheiden van het zetmeel

Ruw eiwit

1.41

Maïszetmeel

Technisch zuiver, uit maïs verkregen zetmeel

Zetmeel

1.42

Maïszetmeel, voorverstijfseld (12)

Maïszetmeel dat door een hittebehandeling sterk is voorverstijfseld

Zetmeel

1.43

Moutkiemen

Bijproduct van de mouterij, dat voornamelijk bestaat uit de gedroogde kiemwortels van gekiemde granen

Ruw eiwit

1.44

Gedroogde bierbostel

Bijproduct van de brouwerij, verkregen door het drogen van de residuen van gemoute en ongemoute granen en andere zetmeelhoudende producten

Ruw eiwit

1.45

Gedroogde spoeling (13)

Bijproduct van de alcoholdistilleerderij, verkregen door het drogen van de vaste residuen van gegiste granen

Ruw eiwit

1.46

Donkere gedroogde spoeling (14)

Bijproduct van de distilleerderij, verkregen door drogen van de vaste residuen van gegiste granen, waaraan een deel van de spoelingsiroop of de geëvaporeerde draf is toegevoegd

Ruw eiwit


2.   OLIEHOUDENDE ZADEN, OLIEHOUDENDE VRUCHTEN EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

2.01

Grondnotenschilfers van gedeeltelijk ontdopt zaad

Bijproduct van de winning van olie door persing uit de gedeeltelijk ontdopte vruchten van de grondnoot Arachis hypogaea L. en andere Arachis-soorten (maximumgehalte aan ruwe celstof: 16 % in de droge stof)

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

2.02

Grondnotenschroot van gedeeltelijk ontdopt zaad

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit de gedeeltelijk ontdopte vruchten van de grondnoot (maximumgehalte aan ruwe celstof: 16 % in de droge stof)

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.03

Grondnotenschilfers van ontdopt zaad

Bijproduct van de winning van olie door persing uit de ontdopte vruchten van de grondnoot

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

2.04

Grondnotenschroot van ontdopt zaad

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit de ontdopte vruchten van de grondnoot

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.05

Kool- en raapzaad (15)

Zaden van koolzaad Brassica napus L. ssp. oleifera (Metzg.) Sinsk., van Indische sarson Brassica napus L. Var. Glauca (Roxb.) O.E. Schulz en van raapzaad Brassica rapa L. ssp. oleifera (Metzg.) Sinsk. (botanische zuiverheidsgraad: minimaal 94 %)

 

2.06

Kool- en raapzaadschilfers (15)

Bijproduct van de winning van olie door persing uit kool- en raapzaad (botanische zuiverheidsgraad: minimaal 94 %)

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

2.07

Kool- en raapzaadschroot (15)

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit kool- en raapzaad (botanische zuiverheidsgraad: minimaal 94 %)

Ruw eiwit

2.08

Kool- en raapzaadschillen

Bijproduct verkregen bij het schillen van kool- en raapzaad

Ruwe celstof

2.09

Saffloerzaadschroot, gedeeltelijk ontdopt

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit gedeeltelijk ontdopt saffloerzaad Carthamus tinctorius L.

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.10

Kokosschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit het gedroogde, door de zaadhuid bedekte endosperm van het zaad van de kokospalm Cocos nucifera L.

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

2.11

Kokosschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit het gedroogde door de zaadhuid bedekte endosperm van het zaad van de kokospalm

Ruw eiwit

2.12

Palmpitschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit de zoveel mogelijk van de steenschaal ontdane zaden van de volgende soorten oliepalm: Elaeis guineensis Jacq., Corozo oleifera (HBK) L. H. Bailey (Elaeis melanococca auct.)

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

2.13

Palmpitschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit de zoveel mogelijk van de steenschaal ontdane zaden van de oliepalm

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.14

Sojabonen, getoast

Sojabonen (Glycine max. L. Merr.) die een passende hittebehandeling hebben ondergaan (ureaseactiviteit: maximaal 0,4 mg N/g × min.)

 

2.15

Sojaschroot, getoast

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit sojabonen die een adequate hittebehandeling hebben ondergaan (ureaseactiviteit: maximaal 0,4 mg N/g × min.)

Ruw eiwit

Ruwe celstof, wanneer > 8 %

2.16

Sojaschroot, geschild, getoast

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit geschilde sojabonen die een passende hittebehandeling hebben ondergaan (maximumgehalte van ruwe celstof: 8 % in de droge stof) (ureasewerkzaamheid: maximaal 0,5 mg N/g × min.)

Ruw eiwit

2.17

Soja-eiwitconcentraat

Product dat wordt verkregen uit geschilde sojabonen waaruit het vet is geëxtraheerd en dat verder is geëxtraheerd om het gehalte aan andere oplosbare bestanddelen dan eiwitten te verlagen

Ruw eiwit

2.18

Plantaardige olie (16)

Olie uit gewassen

Vochtgehalte, wanneer > 1 %

2.19

Soja(bonen)schillen

Bijproduct verkregen bij het schillen van de sojabonen

Ruwe celstof

2.20

Katoenzaad

Zaden van de katoenplant Gossypium spp. die van zaadpluis zijn ontdaan

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

2.21

Katoenzaadschroot van gedeeltelijk ontdopt zaad

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit de van zaadpluis ontdane en gedeeltelijk ontdopte zaden van de katoenplant (maximumgehalte aan ruwe celstof: 22,5 % in de droge stof)

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.22

Katoenzaadschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit de van zaadpluis ontdane zaden van de katoenplant

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

2.23

Nigerzaadschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit nigerzaad Guizotia abyssinica (L.f) Cass. (in HCl onoplosbare as: maximaal 3,4 %)

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

2.24

Zonnebloemzaad

Zaad van de zonnebloem Helianthus annuus L.

 

2.25

Zonnebloemzaadschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit zaad van zonnebloemen

Ruw eiwit

2.26

Zonnebloemzaadschroot van gedeeltelijk ontdopt zaad

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit gedeeltelijk ontdopt zaad van zonnebloemen (maximumgehalte aan ruwe celstof: 27,5 % in de droge stof)

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.27

Lijnzaad

Zaad van lijnzaad Linum usitatissimum L. (botanische zuiverheidsgraad: minimaal 93 %)

 

2.28

Lijnzaadschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit lijnzaad (botanische zuiverheidsgraad: minimaal 93 %)

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe celstof

2.29

Lijnzaadschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie uit lijnzaad (botanische zuiverheidsgraad: minimaal 93 %)

Ruw eiwit

2.30

Olijfschroot

Bijproduct van de winning van olie door extractie van uitgeperste olijven Olea europaea L., waaruit delen van de pit zoveel mogelijk zijn verwijderd

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.31

Sesamschilfers

Bijproduct van de winning van olie door persing uit sesamzaad Sesamum indicum L. (in HCl onoplosbare as: maximaal 5 %)

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

2.32

Cacaoschroot van gedeeltelijk ontdopte bonen

Bijproduct van de winning van olie, verkregen door extractie uit gedroogde en geroosterde gedeeltelijk ontdopte cacaobonen Theobroma cacao L.

Ruw eiwit

Ruwe celstof

2.33

Cacaodoppen

Zaadhuiden van de gedroogde en geroosterde cacaobonen Theobroma cacao L.

Ruwe celstof


3.   ZADEN VAN PEULVRUCHTEN EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

3.01

Kikkererwten

Zaden van Cicer arietinum L.

 

3.02

Guarschroot

Bijproduct verkregen na extractie van het bindmiddel uit de zaden van Cyanopsis tetragonoloba (L.) Taub.

Ruw eiwit

3.03

Linzenwikke

Zaden van Ervum ervilia L.

 

3.04

Zaailathyrus (17)

Zaden van Lathyrus sativus L. die een geschikte hittebehandeling hebben ondergaan

 

3.05

Linzen

Zaden van Lens culinaris a.o. Medik

 

3.06

Niet-bittere lupinen

Zaden van Lupinus spp. met een laag bitterstofgehalte

 

3.07

Bonen, getoast

Zaden van Phaseolus of Vigna spp. die een geschikte hittebehandeling hebben ondergaan om de giftige lectines te vernietigen

 

3.08

Erwten

Zaden van Pisum spp.

 

3.09

Erwtenslijpmeel

Bijproduct van de bereiding van erwtenbloem. Het bestaat overwegend uit deeltjes van de zaadlob en in mindere mate uit de schillen van erwten

Ruw eiwit

Ruwe celstof

3.10

Erwtenzemelen

Bijproduct van de bereiding van erwtenbloem. Het bestaat overwegend uit de schillen die afgescheiden worden bij het schillen en schonen van de erwten

Ruwe celstof

3.11

Paardenbonen

Zaden van Vicia faba L ssp. faba var. equina Pers. en var. minuta (Alef.) Mansf.

 

3.12

Vicia articulata

Zaden van Vicia monanthos Desf.

 

3.13

Wikken

Zaden van Vicia sativa L. var. sativa en andere variëteiten

 


4.   KNOLLEN EN WORTELS EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

4.01

(Suiker)bietenpulp

Bijproduct van de suikerbereiding, dat bestaat uit de na extractie overgebleven gedroogde delen van suikerbieten Beta vulgaris L. ssp. vulgaris var. altissima Doell. (maximumgehalte aan in HCl onoplosbare as: 4,5 % in de droge stof)

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,5 % van de droge stof. Totaal suikers (sacharose), wanneer > 10,5 %

4.02

(Suiker)bietenmelasse

Bijproduct, bestaande uit het stroopachtige residu dat wordt verkregen bij de bereiding of het raffineren van bietsuiker

Totaal suikers (sacharose)

Vochtgehalte, wanneer > 28 %

4.03

(Suiker)bietenpulp (gemelasseerd)

Bijproduct van de bereiding van suiker, bestaande uit gedroogde suikerbietenpulp, waaraan melasse is toegevoegd (maximumgehalte aan in HCl onoplosbare as: 4,5 % in de droge stof)

Totaal suikers (sacharose)

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,5 % van de droge stof

4.04

(Suiker)bietvinasse

Bijproduct verkregen na de fermentatie van bietmelasse bij de productie van alcohol, gist, citroenzuur of andere organische stoffen

Ruw eiwit

Vochtgehalte, wanneer > 35 %

4.05

(Biet)suiker (18)

Uit suikerbieten gewonnen suiker

Sacharose

4.06

Bataten (zoete aardappelen)

Knollen van Ipomoea batatas (L.) Poir ongeacht hun aanbiedingsvorm

Zetmeel

4.07

Maniok (19)

Wortelknollen van Manihot esculenta Crantz, ongeacht hun aanbiedingsvorm (maximumgehalte aan in HCl onoplosbare as: 4,5 % in de droge stof)

Zetmeel

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,5 % van de droge stof

4.08

Maniokzetmeel (20), voorverstijfseld

Uit maniokwortels verkregen zetmeel dat door een geschikte hittebehandeling vergaand is verstijfseld

Zetmeel

4.09

Aardappelvezels

Bijproduct van de bereiding van aardappelzetmeel (Solanum tuberosum L.)

 

4.10

Aardappelzetmeel

Technisch zuiver, uit aardappelen verkregen zetmeel

Zetmeel

4.11

Aardappeleiwit

Gedroogd bijproduct van de bereiding van aardappelzetmeel, dat hoofdzakelijk bestaat uit eiwitbestanddelen die verkregen worden bij het afscheiden van het zetmeel

Ruw eiwit

4.12

Aardappelvlokken

Product verkregen door het drogen op walsen van gewassen, al dan niet geschilde en gestoomde aardappelen

Zetmeel

Ruwe celstof

4.13

Ingedikt aardappelsap

Residu van de aardappelmeelbereiding waaraan de eiwitten en het water gedeeltelijk zijn onttrokken

Ruw eiwit

Ruwe as

4.14

Voorverstijfseld aardappelzetmeel („Quellmehl”)

Sterk voorverstijfseld aardappelzetmeelproduct

Zetmeel


5.   OVERIGE ZADEN EN VRUCHTEN EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

5.01

Johannesbroodmeel

Product verkregen door het malen van gedroogde, van de zaden ontdane vruchten (peulen) van de Johannesbroodboom Ceratonia siliqua L.

Ruwe celstof

5.02

Citruspulp

Bijproduct dat overblijft na het persen van citrusvruchten Citrus ssp. bij de bereiding van citrussap

Ruwe celstof

5.03

Vruchtenpulp (21)

Bijproduct dat overblijft na het persen van pit- of steenvruchten bij de bereiding van vruchtensap

Ruwe celstof

5.04

Tomatenpulp

Bijproduct dat overblijft na het persen van tomaten Solanum lycopersicum Karst. bij de bereiding van tomatensap

Ruwe celstof

5.05

Druivenpittenschroot

Bijproduct verkregen bij het extraheren van de olie uit druivenpitten

Ruwe celstof, wanneer > 45 %

5.06

Druivenpulp

Na het extraheren van de alcohol snel gedroogde draf van druiven, die zoveel mogelijk van steeltjes en pitten ontdaan is

Ruwe celstof, wanneer > 25 %

5.07

Druivenpitten

Uit druivendraf geëxtraheerde, niet-ontoliede pitten

Ruw vet

Ruwe celstof, wanneer > 45 %


6.   VOEDERGEWASSEN EN RUWVOEDERGEWASSEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

6.01

Luzernemeel (22)

Product verkregen door het drogen en malen van jonge luzerne Medicago sativa L. en Medicago var. Martyn. Het mag echter maximaal 20 % jonge klaver of andere voedergewassen bevatten, die gelijktijdig met de luzerne gedroogd en gemalen zijn

Ruw eiwit

Ruwe celstof

In HCl onoplosbare as, indien > 3,5 % van de droge stof

6.02

Luzernepulp

Gedroogd bijproduct verkregen door het persen van sap uit luzerne

Ruw eiwit

6.03

Luzerne-eiwitconcentraat

Product verkregen door kunstmatig drogen van fracties van geperst luzernesap, dat is gecentrifugeerd en dat een hittebehandeling heeft ondergaan om de eiwitten neer te slaan

Caroteen

Ruw eiwit

6.04

Klavermeel (22)

Product verkregen door het drogen en malen van jonge klaver Trifolium spp. Het mag echter maximaal 20 % jonge luzerne of andere voedergewassen bevatten, die gelijktijdig met de klaver gedroogd en gemalen zijn

Ruw eiwit

Ruwe celstof

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,5 % van de droge stof

6.05

Grasmeel (22)  (23)

Product verkregen door het drogen en malen van jong weidegras

Ruw eiwit

Ruwe celstof

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,5 % van de droge stof

6.06

Stro (24)

Stro van granen

 

6.07

Behandeld stro (25)

Product verkregen door een passende behandeling van stro

Natrium, indien behandeld met NaOH


7.   OVERIGE PLANTEN EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

7.01

(Suiker)rietmelasse

Bijproduct bestaande uit het stroopachtige residu van het bereiden of raffineren van suiker uit suikerriet Saccharum officinarum L.

Totaal suikers (sacharose)

Vochtgehalte, wanneer > 30 %

7.02

(Suiker)rietvinasse

Bijproduct verkregen na fermentatie van suikerrietmelasse bij de bereiding van alcohol, gist, citroenzuur of andere organische stoffen

Ruw eiwit

Vochtgehalte, wanneer > 35 %

7.03

(Riet)suiker (26)

Uit suikerriet gewonnen suiker

Sacharose

7.04

Zeewier, gedroogd

Product verkregen door het drogen en malen van zeewier, vooral bruinwieren. Het product kan zijn gewassen om het jodiumgehalte te verlagen

Ruwe as


8.   MELKPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

8.01

Mageremelkpoeder

Product verkregen door het onttrekken van vocht aan ontvette melk

Ruw eiwit

Vochtgehalte, wanneer > 5 %

8.02

Karnemelkpoeder

Product verkregen door het onttrekken van vocht aan de vloeistof die overblijft na het karnen van boter

Ruw eiwit

Ruw vet

Lactose

Vochtgehalte, wanneer > 6 %

8.03

Weipoeder

Product verkregen door het drogen van de vloeistof die overblijft na de bereiding van kaas, kwark of caseïne, of na een ander soortgelijk proces

Ruw eiwit

Lactose

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

Ruwe as

8.04

Weipoeder, melksuikerarm

Product verkregen door het drogen van wei waaraan een deel van de melksuiker is onttrokken

Ruw eiwit

Lactose

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

Ruwe as

8.05

Gedroogd melkeiwit (27)

Product verkregen door het drogen van uit wei of melk langs chemische of fysische weg afgescheiden eiwitverbindingen

Ruw eiwit

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

8.06

Caseïnepoeder

Product verkregen uit magere melk of karnemelk door het drogen van caseïne, die door middel van zuren of stremsel is neergeslagen

Ruw eiwit

Vochtgehalte, wanneer > 10 %

8.07

Lactosepoeder

Door middel van zuiveren en drogen aan melk of wei onttrokken suiker

Lactose

Vochtgehalte, wanneer > 5 %


9.   PRODUCTEN VAN LANDDIEREN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

9.01

Diermeel (28)

Product verkregen door het verhitten, drogen en malen van warmbloedige landdieren of delen daarvan, al dan niet gedeeltelijk ontvet door middel van extractie of langs fysische weg. Het product moet nagenoeg vrij zijn van hoeven en hoorn, borstels, haren en veren, alsmede van maag- en darminhoud (minimumgehalte aan ruw eiwit: 50 % in de droge stof) (maximale totale fosforgehalte: 8 %)

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe as

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.02

Vleesbeendermeel (28)

Product verkregen door het verhitten, drogen en malen van warmbloedige landdieren of delen daarvan, al dan niet gedeeltelijk ontvet door middel van extractie of langs fysische weg. Het product moet nagenoeg vrij zijn van hoorn en hoeven, borstels, haren en veren, alsmede van maag- en darminhoud

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe as

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.03

Beendermeel

Product verkregen door het verhitten, drogen, en fijnmalen van — door middel van extractie of langs fysische weg — vergaand ontvette beenderen van warmbloedige landdieren. Het product moet nagenoeg vrij zijn van hoorn en hoeven, borstels, haren en veren, alsmede van maag- en darminhoud

Ruw eiwit

Ruwe as

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.04

Vetkanen

Product dat overblijft na de winning van talg, reuzel en andere, door middel van extractie of langs fysische weg verkregen vetten van dierlijke oorsprong

Ruw eiwit

Ruw vet

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.05

Pluimveemeel (28)

Product verkregen door het verhitten, drogen en malen van bijproducten van geslacht pluimvee. Het product moet nagenoeg vrij zijn van veren

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe as

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,3 %;

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.06

Verenmeel, gehydrolyseerd

Product verkregen door hydrolyseren, drogen en malen van veren van pluimvee

Ruw eiwit

In HCl onoplosbare as, wanneer > 3,4 %;

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.07

Bloedmeel

Product verkregen door het drogen van bloed van geslachte warmbloedige dieren. Het product moet nagenoeg vrij zijn van vreemde bestanddelen

Ruw eiwit

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

9.08

Dierlijk vet (29)

Product dat bestaat uit vet van warmbloedige landdieren

Vochtgehalte, wanneer > 1 %


10.   VIS EN ANDERE ZEEDIEREN EN DAARVAN AFGELEIDE PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

10.01

Vismeel (30)

Product verkregen door de bewerking van vis of delen van vis, waaraan een deel van de olie kan zijn onttrokken, maar waaraan het visperssap weer kan zijn toegevoegd

Ruw eiwit

Ruw vet

Ruwe as, wanneer > 20 %;

Vochtgehalte, wanneer > 8 %

10.02

Visperssap, ingedikt

Bij de vervaardiging van vismeel verkregen product dat door drogen of verzuren afgescheiden en gestabiliseerd is

Ruw eiwit

Ruw vet

Vochtgehalte, wanneer > 5 %

10.03

Visolie

Uit vis of delen van vis verkregen olie

Vochtgehalte, wanneer > 1 %

10.04

Visolie, geraffineerd, gehard

Uit vis of delen van vis verkregen olie die is geraffineerd en gehydrogeneerd

Joodgetal

Vochtgehalte, wanneer > 1 %


11.   MINERALEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

11.01

Koolzure voederkalk (calciumcarbonaat) (31)

Product verkregen door het malen van stoffen die calciumcarbonaat opleveren, bijvoorbeeld kalksteen, krijt, schelpen van mosselen of oesters, of door precipitatie uit een zuuroplossing

Calcium

In HCl onoplosbare as, wanneer > 5 %

11.02

Koolzure magnesiavoederkalk (calciummagnesiumcarbonaat)

Natuurlijk mengsel van calciumcarbonaat en magnesiumcarbonaat

Calcium

Magnesium

11.03

Koolzure algenkalk

In de natuur voorkomend, uit kalkalgen ontstaan product, gemalen of gekorreld

Calcium

In HCl onoplosbare as, wanneer > 5 %

11.04

Magnesiumoxide

Technisch zuiver magnesiumoxide (MgO)

Magnesium

11.05

Magnesiumsulfaat

Technisch zuiver magnesiumsulfaat (MgSO4·7H2O)

Magnesium

Zwavel

11.06

Dicalciumfosfaat (32)

Geprecipiteerd calciummonowaterstoffosfaat uit beenderen of anorganisch materiaal (CaHPO4·H2O)

Calcium

Totaal fosfor

11.07

Mono-dicalciumfosfaat

Langs chemische weg verkregen product dat is samengesteld uit gelijke delen dicalciumfosfaat en monocalciumfosfaat(CaHPO4 -Ca(H2PO4)2·H2O)

Totaal fosfor

Calcium

11.08

Natuurlijk voederfosfaat, gedefluoreerd

Product verkregen door het malen van in de natuur voorkomende fosfaten die zijn gezuiverd en adequaat gedefluoreerd

Totaal fosfor

Calcium

11.09

Beendermeel, ontlijmd

Ontvette, ontlijmde, gesteriliseerde, gemalen beenderen

Totaal fosfor

Calcium

11.10

Monocalciumfosfaat

Technisch zuiver calcium-bis(diwaterstoffosfaat) (Ca(H2PO4)2·xH2O)

Totaal fosfor

Calcium

11.11

Calciummagnesiumfosfaat

Technisch zuiver calciummagnesiumfosfaat

Calcium

Magnesium

Totaal fosfor

11.12

Monoammoniumfosfaat

Technisch zuiver monoammoniumfosfaat (NH4H2PO4)

Totaal stikstof

Totaal fosfor

11.13

Natriumchloride (31)

Technisch zuiver natriumchloride of product verkregen door het malen van natuurlijke natriumchloridebronnen, bijvoorbeeld steenzout en zeezout

Natrium

11.14

Magnesiumpropionaat

Technisch zuiver magnesiumpropionaat

Magnesium

11.15

Magnesiumfosfaat

Technisch zuiver dimagnesiumfosfaat (MgHPO4·xH2O)

Totaal fosfor

Magnesium

11.16

Natriumcalciummagnesiumfosfaat

Product dat bestaat uit natriumcalciummagnesiumfosfaat

Totaal fosfor

Magnesium

Calcium

Natrium

11.17

Mononatriumfosfaat

Technisch zuiver mononatriumfosfaat (NaH2PO4·H2O)

Totaal fosfor

Natrium

11.18

Natriumbicarbonaat

Technisch zuiver natriumbicarbonaat (NaHCO3)

Natrium


12.   DIVERSEN

Nummer

Benaming

Omschrijving

Verplichte vermeldingen

(1)

(2)

(3)

(4)

12.01

Bakkerij- en deegwarenproducten en bijproducten (33)

Product of bijproduct verkregen bij de bereiding van brood, met inbegrip van fijn bakkerswerk, biscuits en deegwaren

Zetmeel

Totaal suikers (sacharose)

12.02

Producten en bijproducten van de zoetwarenindustrie (33)

Product of bijproduct verkregen bij de bereiding van suikerwerk, inclusief chocolade

Totaal suikers (sacharose)

12.03

Producten en bijproducten van de banketbakkerij en consumptie-ijsbereiding (33)

Bij de vervaardiging van gebak, taarten of consumptie-ijs verkregen product of bijproduct

Zetmeel

Totaal suikers (sacharose)

Ruw vet

12.04

Vetzuren

Bijproduct verkregen bij het ontzuren, door middel van loog of door destillatie, van oliën en vetten van onbepaalde plantaardige of dierlijke oorsprong

Ruw vet

Vochtgehalte, wanneer > 1 %

12.05

Vetzuurzouten (34)

Product verkregen door vetzuren in zout om te zetten met calcium-, natrium- of kaliumhydroxide

Ruw vet

Ca (of Na of K, naargelang van het geval)


13.   PRODUCTEN EN BIJPRODUCTEN VAN FERMENTATIEPROCESSEN EN AMMONIUMZOUTEN

2

3

4

Naam van het product

Benaming van het werkzame bestanddeel of vermelding van het micro-organisme

Voedingssubstraat (eventuele specificaties)

1.1.1.1.

Eiwitachtig fermentproduct verkregen door Methylophilus methylotrophus op methanol te kweken

Methylophilus methylotrophus NCIB stam 10 515

Methanol

1.1.2.1.

Eiwitachtig fermentproduct verkregen door Methylococcus capsulatus (Bath), Alcaligenes acidovorans en Bacillus firmus op aardgas te kweken en waarvan de cellen zijn gedood

Methylococcus capsulatus (Bath) NCIMB stam 11132

Alcaligenes acidovorans NCIMB stam 12387

Bacillus brevis NCIMB stam 13288

Bacillus firmus NCIMB stam 13280

Aardgas: (ongeveer 91 % methaan, 5 % ethaan, 2 % propaan, 0,5 % isobutaan, 0,5 % n-butaan, 1 % andere bestanddelen), ammonium, minerale zouten

Alle gist — verkregen uit de in respectievelijk kolom 3 en kolom 4 vermelde micro-organismen en substraten — waarvan de cellen zijn gedood

Saccharomyces cerevisiae,

Saccharomyces carlsbergiensis

Kluyveromyces lactis,

Kluyveromyces fragilis

Candida guilliermondii

Melasse, destillatieresiduen, granen en zetmeelhoudende producten, vruchtensappen, wei, melkzuur en gehydrolyseerde plantaardige vezels

1.4.1.1.

Mycelium, nat bijproduct van de bereiding van penicilline, geënsileerd met Lactobacillus brevis, plantarum, sake, collenoides en Streptococcus lactis om de penicilline te inactiveren, en verhit

Stikstofverbinding Penicillium chrysogenum ATCC 48271

Verschillende koolhydraten en hydrolyseproducten ervan

2.2.1.

Ammoniumlactaat, bereid door fermentatie met Lactobacillus bulgaricus

CH3CHOHCOONH4

Wei

2.2.2.

Ammoniumacetaat in waterige oplossing

CH3COONH4

2.2.3.

Ammoniumsulfaat in waterige oplossing

(NH4)2SO4

2.3.1.

Geconcentreerde vloeibare bijproducten van de bereiding van L-glutaminezuur door fermentatie met Corynebacterium melassecola

Ammoniumzouten en andere stikstofverbindingen

Sacharose, melasse, zetmeelproducten en de hydrolyseproducten ervan

2.3.2.

Geconcentreerde vloeibare bijproducten van de bereiding van L-lysine monohydrochloride door fermentatie met Brevibacterium lactofermentum

Ammoniumzouten en andere stikstofverbindingen

Sacharose, melasse, zetmeelproducten en de hydrolyseproducten ervan


(1)  In het Duits mag „Konzentrieren” in voorkomend geval worden vervangen door „Eindicken”. De gebruikelijke benaming is dan „eingedickt”.

(2)  „Ontdoppen” mag in voorkomend geval worden vervangen door „schillen” of „pellen”. De gebruikelijke benaming is dan „geschild” of „gepeld”.

(3)  In het Frans mag de naam „issues” worden gebruikt.

(4)  In het Frans mag „Pressage” in voorkomend geval worden vervangen door „Extraction mécanique”.

(5)  Het woord „schilfers” mag in voorkomend geval worden vervangen door „koek”.

(6)  In het Duits mag de benaming „aufgeschlossen” en de naam „Quellwasser” (met betrekking tot stijfsel) worden gebruikt.

(7)  Producten met een zetmeelgehalte van meer dan 40 % mogen „rijk aan zetmeel” worden genoemd. In het Duits mag de benaming „Roggennachmehl” worden gebruikt.

(8)  Producten met een zetmeelgehalte van meer dan 40 % mogen „rijk aan zetmeel” worden genoemd. In het Duits mag de benaming „Weizennachmehl” worden gebruikt.

(9)  Wanneer dit ingrediënt fijner is gemalen, mag aan de naam het woord „fijn” worden toegevoegd of mag de naam door een overeenkomstige benaming worden vervangen.

(10)  Producten met en zetmeelgehalte van meer dan 40 % mogen „rijk aan zetmeel” worden genoemd. In het Duits mag de benaming „Maisnachmehl” worden gebruikt.

(11)  Deze benaming mag worden vervangen door „maïsglutenfeed”.

(12)  Deze benaming mag worden vervangen door „maïszetmeel, geëxtrudeerd”.

(13)  De graansoort mag bij de benaming worden vermeld.

(14)  Deze naam mag worden vervangen door „distillers dried grains and solubles”. De graansoort mag bij de benaming worden vermeld.

(15)  In voorkomend geval mag de benaming vergezeld gaan van de vermelding „met een laag glucosinolaatgehalte” (zoals gedefinieerd in de wetgeving van de Europese Unie).

(16)  Bij de benaming moet ook de plantensoort worden vermeld.

(17)  Deze benaming moet worden aangevuld met de aard van de hittebehandeling.

(18)  Deze benaming mag worden vervangen door „sacharose”.

(19)  Deze benaming mag worden vervangen door „tapioca”.

(20)  Deze benaming mag worden vervangen door „tapiocazetmeel”.

(21)  De vruchtensoort mag bij de benaming worden vermeld.

(22)  De term „meel” mag worden vervangen door „pellets”. Bij de benaming mag ook de droogmethode worden vermeld.

(23)  Het voedergewas mag bij de benaming worden vermeld.

(24)  De graansoort moet bij de benaming worden vermeld.

(25)  Deze benaming moet worden aangevuld met de aard van de toegepaste chemische behandeling.

(26)  Deze benaming mag worden vervangen door „sacharose”.

(27)  Deze benaming mag worden vervangen door „gedroogde melkalbumine”.

(28)  Producten met een vetgehalte van meer dan 13 % in de droge stof moeten „vetrijk” worden genoemd.

(29)  Daarnaast mag ook de soort dierlijk vet worden vermeld naargelang van de oorsprong of de wijze waarop het verkregen is (talg, reuzel, beendervet enz.).

(30)  Producten met een ruw eiwitgehalte van meer dan 75 % in de droge stof mogen „eiwitrijk” genoemd worden.

(31)  De aard van de herkomst mag bij of in plaats van de benaming worden vermeld.

(32)  De bereidingswijze mag in de benaming worden aangegeven.

(33)  De benaming mag gewijzigd of aangevuld worden met de vermelding van het levensmiddelenbereidingsprocedé waarmee het voedermiddel verkregen is.

(34)  In de benaming mag het betreffende zout worden aangegeven.


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/33


VERORDENING (EU) Nr. 243/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verbeteringen in International Financial Reporting Standards (IFRSs)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

In april 2009 is de International Accounting Standards Board (IASB) in het kader van zijn jaarlijkse verbeteringsproces dat erop gericht is de internationale standaarden voor jaarrekeningen te stroomlijnen en te verduidelijken, overgegaan tot de publicatie van Verbeteringen in International Financial Reporting Standards, hierna „de verbeteringen in IFRSs” genoemd. Het merendeel van de wijzigingen betreft verduidelijkingen of correcties van bestaande IFRSs of wijzigingen die uit eerdere in de IFRSs aangebrachte veranderingen voortvloeien. De wijzigingen in IFRS 8, IAS 17, IAS 36 en IAS 39 betreffen veranderingen in de bestaande vereisten of aanvullende leidraden voor de toepassing van deze vereisten.

(3)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft bevestigd dat de verbeteringen in IFRSs beantwoorden aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria. Overeenkomstig Besluit 2006/505/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot oprichting van een werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden om de Commissie van advies te dienen over de objectiviteit en neutraliteit van de adviezen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (3) heeft de werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden het goedkeuringsadvies van EFRAG bekeken en de Commissie meegedeeld dat het evenwichtig en objectief is.

(4)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

International Financial Reporting Standard (IFRS) 2, IFRS 5 en IFRS 8 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

2)

International Accounting Standard (IAS) 1, IAS 7, IAS 17, IAS 36, IAS 38 en IAS 39 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

3)

Interpretatie 9 van International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) en IFRIC-interpretatie 16 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijzigingen in de standaarden toe uiterlijk vanaf de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 31 december 2009 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

(3)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 33.


BIJLAGE

INTERNATIONALE STANDAARDEN VOOR JAARREKENINGEN

Verbeteringen in International Financial Reporting Standards

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org

Wijziging in IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen

De alinea's 5 en 61 worden gewijzigd.

TOEPASSINGSGEBIED

5

Zoals opgemerkt in alinea 2 geldt deze IFRS … Een entiteit mag deze IFRS echter niet toepassen op transacties waarbij de entiteit goederen verwerft als onderdeel van de nettoactiva die zijn verworven in een bedrijfscombinatie zoals gedefinieerd in IFRS 3 Bedrijfscombinaties (herziene versie van 2008), in een combinatie van entiteiten of bedrijven waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend zoals beschreven in de alinea's B1 tot en met B4 van IFRS 3, of de bijdrage van een bedrijf aan de oprichting van een joint venture zoals gedefinieerd in IAS 31 Belangen in Joint Ventures. Vandaar dat in een bedrijfscombinatie uitgegeven eigenvermogensinstrumenten … (en derhalve binnen het toepassingsgebied van deze IFRS vallen).

INGANGSDATUM

61

Alinea 5 is gewijzigd door IFRS 3 (herziene versie van 2008) en de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit IFRS 3 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moet ze ook de wijzigingen op die eerdere periode toepassen.

Wijziging in IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten

De alinea's 5B en 44E worden toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

5B

Deze IFRS specificeert welke informatie moet worden verstrekt met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten. De informatievereisten in andere IFRSs zijn niet op dergelijke activa (of groepen activa die worden afgestoten) van toepassing, tenzij deze IFRSs het volgende vereisen:

a)

specifieke informatie met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten; of

b)

informatie met betrekking tot de waardering van niet binnen het toepassingsgebied van de waarderingsvereisten van IFRS 5 vallende activa en verplichtingen binnen een groep activa die wordt afgestoten, mits deze informatie nog niet elders in de toelichting bij de jaarrekening is verstrekt.

Het kan noodzakelijk zijn aanvullende informatie met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten te verstrekken om te voldoen aan de algemene eisen van IAS 1, en met name de alinea's 15 en 125 van die standaard.

INGANGSDATUM

44E

Alinea 5B is toegevoegd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet die wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IFRS 8 Operationele segmenten

De alinea's 23 en 36 worden gewijzigd. Alinea 35A wordt toegevoegd.

OPENBAARMAKING

Informatie over winst of verlies, activa en verplichtingen

23

Een entiteit moet voor elk te rapporteren segment een waardering van winst of verlies rapporteren. Een entiteit moet voor elk te rapporteren segment een waardering van de totale activa en verplichtingen rapporteren indien dergelijke waarderingen regelmatig worden meegedeeld aan de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt. Een entiteit moet tevens de volgende informatie over elk te rapporteren segment vermelden indien de gespecificeerde bedragen zijn opgenomen in de waardering van het resultaat van het segment die wordt beoordeeld door de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt, dan wel anderszins regelmatig aan deze functionaris worden meegedeeld, ook al zijn deze bedragen niet in de genoemde waardering van de winst of het verlies van het segment opgenomen:

a)

opbrengsten uit de verkoop aan externe cliënten;

b)

OVERGANG EN INGANGSDATUM

35A

Alinea 23 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

36

Gesegmenteerde informatie van voorafgaande jaren die als vergelijkende informatie voor het eerste toepassingsjaar is gerapporteerd (met inbegrip van de toepassing van de in april 2009 in alinea 23 aangebrachte wijziging), moet worden aangepast zodat zij aan de vereisten van deze IFRS voldoet, tenzij de benodigde informatie niet beschikbaar is en de kosten voor het opstellen ervan overdreven hoog zouden uitvallen.

Wijziging in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening

Alinea 69 wordt gewijzigd. Alinea 139D wordt toegevoegd.

OPZET EN INHOUD

Balans

Kortlopende verplichtingen

69

Een entiteit moet een verplichting als kortlopend classificeren als:

a)

ze verwacht dat de verplichting in de normale exploitatiecyclus van de entiteit zal worden afgewikkeld;

b)

ze de verplichting voornamelijk aanhoudt voor handelsdoeleinden;

c)

de verplichting binnen twaalf maanden na de verslagperiode moet worden afgewikkeld; of

d)

ze geen onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode uit te stellen (zie alinea 73). De voorwaarden van een verplichting die, afhankelijk van de keuze van de tegenpartij, in de afwikkeling ervan door de uitgifte van eigenvermogensinstrumenten kunnen resulteren, zijn niet van invloed op de classificatie van de verplichting.

Een entiteit moet alle overige verplichtingen classificeren als langlopende verplichtingen.

OVERGANG EN INGANGSDATUM

139D

Alinea 69 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 7 Het kasstroomoverzicht

Alinea 16 wordt gewijzigd en alinea 56 wordt toegevoegd.

PRESENTATIE VAN EEN KASSTROOMOVERZICHT

Investeringsactiviteiten

16

De afzonderlijke presentatie van kasstromen die voortkomen uit investeringsactiviteiten is belangrijk, aangezien de kasstromen een indicatie geven van de mate waarin uitgaven zijn gedaan voor middelen die bedoeld zijn om toekomstige baten en kasstromen te genereren. Alleen uitgaven die in een in de balans opgenomen actief resulteren, komen in aanmerking voor classificatie als investeringsactiviteiten. Voorbeelden van kasstromen die voortkomen uit investeringsactiviteiten zijn:

a)

INGANGSDATUM

56

Alinea 16 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 17 Leaseovereenkomsten

De alinea's 14 en 15 worden verwijderd. De alinea's 15A, 68A en 69A worden toegevoegd.

CLASSIFICATIE VAN LEASEOVEREENKOMSTEN

14

[Verwijderd]

15

[Verwijderd]

15A

Wanneer een leaseovereenkomst zowel een bestanddeel terreinen als een bestanddeel gebouwen omvat, wordt de classificatie van elk bestanddeel als een financiële of een operationele lease afzonderlijk door een entiteit beoordeeld in overeenstemming met de alinea's 7 tot en met 13. Bij het bepalen of het bestanddeel terreinen een operationele dan wel een financiële lease is, is een belangrijke overweging dat terreinen normaliter een onbeperkte economische levensduur hebben.

OVERGANGSBEPALINGEN

68A

Een entiteit moet de classificatie van het bestanddeel terreinen van leaseovereenkomsten die nog niet zijn afgelopen op de datum waarop zij de in alinea 69A bedoelde wijzigingen toepast, herbeoordelen op basis van de informatie die beschikbaar was bij de sluiting van deze leaseovereenkomsten. Zij moet een leaseovereenkomst die als een financiële lease is geherclassificeerd, retroactief opnemen in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. Als een entiteit echter niet over de benodigde informatie beschikt om de wijzigingen retroactief toe te passen, moet zij:

a)

de wijzigingen op de betrokken leaseovereenkomsten toepassen op basis van de feiten en omstandigheden die bestaan op de datum waarop zij de wijzigingen toepast; en

b)

het actief en de verplichting die betrekking hebben op een grondlease die als een financiële lease is geherclassificeerd, opnemen tegen de reële waarde daarvan op die datum; elk verschil tussen beide reële waarden wordt in de ingehouden winsten opgenomen.

INGANGSDATUM

69A

De alinea's 14 en 15 zijn verwijderd en de alinea's 15A en 68A zijn toegevoegd in het kader van de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa

Alinea 80 wordt gewijzigd en alinea 140E wordt toegevoegd.

KASSTROOMGENERERENDE EENHEDEN EN GOODWILL

Realiseerbare waarde en boekwaarde van een kasstroomgenererende eenheid

Goodwill

Toerekening van goodwill aan kasstroomgenererende eenheden

80

In het kader van het onderzoek op bijzondere waardevermindering moet goodwill die verworven is in een bedrijfscombinatie vanaf de overnamedatum worden toegerekend aan alle kasstroomgenererende eenheden of aan elke groep kasstroomgenererende eenheden van de overnemende partij, die naar verwachting voordeel zullen halen uit de synergie in de bedrijfscombinatie, ongeacht of vorderingen of verplichtingen van de overgenomen partij aan die eenheden of groepen eenheden zijn toegekend. Elke eenheid of groep eenheden waaraan goodwill op die wijze is toegerekend:

a)

moet het laagste niveau binnen de entiteit vertegenwoordigen waarop goodwill opgevolgd wordt voor interne managementdoeleinden; en

b)

mag vóór samenvoeging niet groter zijn dan een operationeel segment zoals gedefinieerd in alinea 5 van IFRS 8 Operationele segmenten.

OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM

140E

Alinea 80(b) is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 38 Immateriële activa

De alinea's 36, 37, 40, 41 en 130C worden gewijzigd en alinea 130E wordt toegevoegd.

OPNAME EN WAARDERING

Verwerving als onderdeel van een bedrijfscombinatie

Waardering van de reële waarde van een in een bedrijfscombinatie verworven immaterieel actief

36

Een in een bedrijfscombinatie verworven immaterieel actief kan afscheidbaar zijn, maar uitsluitend in combinatie met een aanverwant contract, identificeerbaar actief of verplichting. In dergelijke gevallen neemt de overnemende partij het immaterieel actief los van goodwill op, maar samen met de aanverwante post.

37

De overnemende partij mag een groep van elkaar aanvullende immateriële activa als één actief opnemen, op voorwaarde dat de individuele activa van de groep een soortgelijke gebruiksduur hebben. Zo worden de begrippen „merk” en „merknaam” vaak als synoniem gebruikt voor handelsmerken en andere merken. De eerste begrippen zijn echter algemene marketingbegrippen die gewoonlijk gebruikt worden om te verwijzen naar een groep van complementaire activa zoals een handelsmerk (of dienstverleningsmerk) en zijn aanverwante handelsnaam, formules, recepten en technologische deskundigheid.

40

Indien er voor een immaterieel actief geen actieve markt bestaat, is zijn reële waarde gelijk aan het bedrag dat de entiteit op de verwervingsdatum voor het actief zou hebben betaald in een transactie tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn, gebaseerd op de beste beschikbare informatie. Bij de bepaling van deze waarde houdt een entiteit rekening met de resultaten van recente transacties voor soortgelijke activa. Zo mag een entiteit conversietabellen die de actuele markttransacties weerspiegelen, toepassen op factoren waarop de winstgevendheid van het actief is gebaseerd (zoals opbrengst, exploitatiewinst of winst vóór aftrek van rente, belastingen en afschrijvingen).

41

Entiteiten die betrokken zijn bij de aankoop en verkoop van immateriële activa hebben mogelijk technieken ontwikkeld om de reële waarde ervan indirect te bepalen. Deze technieken kunnen worden gehanteerd voor de eerste waardering van een immaterieel actief dat is verworven in een bedrijfscombinatie als ze tot doel hebben de reële waarde te schatten en als deze technieken actuele transacties en praktijken weerspiegelen in de bedrijfstak waartoe het actief behoort. Deze technieken omvatten bijvoorbeeld:

a)

discontering van geschatte toekomstige nettokasstromen uit het actief; of

b)

raming van de kosten die de entiteit vermijdt door eigenaar te zijn van het immaterieel actief en niet verplicht te zijn om:

i)

er een licentie op te nemen bij een andere partij in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen (zoals in de methode „ondersteuning door royalty's”, waarbij van gedisconteerde nettokasstromen wordt gebruikgemaakt); of

ii)

het opnieuw te vervaardigen of te vervangen (zoals bij de kostprijsbenadering).

OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM

130C

IFRS 3 (herziene versie van 2008) wijzigde alinea's 12, 33 tot en met 35, 68, 69, 94 en 130, verwijderde alinea's 38 en 129 en voegde alinea 115A toe. De alinea's 36 en 37 zijn gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Derhalve mogen bedragen die in voorgaande bedrijfscombinaties zijn opgenomen voor immateriële activa en goodwill, niet worden aangepast. Als een entiteit IFRS 3 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moet zij ook de wijzigingen op die eerdere periode toepassen en dit feit vermelden.

130E

De alinea's 40 en 41 zijn gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering

De alinea's 2(g), 80, 97, 100 en 108C worden gewijzigd en alinea 103K wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

2

Deze standaard moet door alle entiteiten worden toegepast op alle soorten financiële instrumenten, met uitzondering van:

a)

g)

alle termijncontracten tussen een overnemende partij en een verkopende aandeelhouder tot aankoop of verkoop van een overgenomen partij welke op een toekomstige overnamedatum in een bedrijfscombinatie zullen resulteren. De looptijd van het termijncontract mag niet langer zijn dan de redelijke termijn die normaliter noodzakelijk is om alle vereiste goedkeuringen te verkrijgen en de transactie te voltooien;

h)

AFDEKKING

Afgedekte posities

In aanmerking komende posities

80

Ten behoeve van hedge accounting kunnen alleen activa, verplichtingen, vaststaande toezeggingen en zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties als afgedekte positie worden aangewezen, indien daarbij een partij buiten de entiteit is betrokken. Dit houdt in dat de toepassing van hedge accounting op transacties tussen entiteiten in dezelfde groep alleen is toegestaan in de individuele of enkelvoudige jaarrekening van die entiteiten en niet in de geconsolideerde jaarrekening van de groep. Een uitzondering hierop …

Administratieve verwerking van afdekkingstransacties

Kasstroomafdekking

97

Leidt een afdekking van een verwachte toekomstige transactie tot de opname van een financieel actief of een financiële verplichting, dan moeten de daarmee verbonden winsten of verliezen die overeenkomstig alinea 95 in niet-gerealiseerde resultaten zijn opgenomen, van het eigen vermogen naar de winst of het verlies worden overgeboekt als een herclassificatieaanpassing (zie IAS 1 (herziene versie van 2007)) in dezelfde periode of perioden waarin de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen van invloed zijn op de winst of het verlies (zoals in de perioden waarin rentebaten en -lasten worden opgenomen). Verwacht een entiteit echter dat een (deel van een) verlies dat in niet-gerealiseerde resultaten is verwerkt in een of meer toekomstige perioden niet realiseerbaar zal zijn, dan moet zij het naar verwachting niet-realiseerbare bedrag overboeken naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing.

100

Voor andere kasstroomafdekkingen dan die welke in de alinea's 97 en 98 worden besproken, moeten bedragen die in niet-gerealiseerde resultaten waren opgenomen, overgeboekt worden van het eigen vermogen naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing (zie IAS 1 (herziene versie van 2007)) in dezelfde periode(n) waarin de afgedekte verwachte toekomstige kasstromen de winst of het verlies beïnvloedt (bijvoorbeeld wanneer een verwachte verkoop werkelijk plaatsvindt).

INGANGSDATUM EN OVERGANGSBEPALINGEN

103K

De alinea's 2(g), 97, 100 en TL30(g) zijn gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 2(g), 97 en 100 prospectief op alle niet-afgelopen contracten toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Een entiteit moet de wijziging in alinea TL30(g) toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit de wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

108C

De alinea's 9, 73 en TL8 zijn gewijzigd en alinea 50A is toegevoegd door Verbeteringen in IFRSs, uitgegeven in mei 2008. Alinea 80 is gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2009 aanvangen. Een entiteit moet de wijzigingen in de alinea's 9 en 50A toepassen vanaf dezelfde datum en op dezelfde wijze als de in 2005 aangebrachte wijzigingen die in alinea 105A worden beschreven. Eerdere toepassing van alle wijzigingen is toegestaan. Als een entiteit de wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijziging in de toepassingsleidraad bij IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering

Alinea TL30(g) wordt gewijzigd.

IN CONTRACTEN BESLOTEN DERIVATEN (ALINEA'S 10 TOT EN MET 13)

TL30

Onderstaand worden voorbeelden gegeven waarbij de economische kenmerken en risico's van een in een contract besloten derivaat niet nauw zijn verbonden met het basiscontract (alinea 11(a)). In deze voorbeelden worden de in contracten besloten derivaten los van het basiscontract verwerkt, gesteld dat tevens wordt voldaan aan de voorwaarden in alinea 11, onder (b) en (c).

g)

Een call-, put- of vooruitbetalingsoptie die is besloten in een als basiscontract fungerende schuld of een als basiscontract fungerend verzekeringscontract is niet nauw verbonden met het basiscontract, tenzij:

i)

de uitoefenprijs van de optie op iedere uitoefendatum ongeveer gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs van de als basiscontract fungerende schuld of de boekwaarde van het als basiscontract fungerende verzekeringscontract; of

ii)

de uitoefenprijs van een vooruitbetalingsoptie de kredietverstrekker compenseert voor een bedrag tot de geschatte contante waarde van de verloren rente over de resterende looptijd van het basiscontract. De verloren rente is de vooruitbetaalde hoofdsom vermenigvuldigd met het renteverschil. Het renteverschil is het surplus van de effectieve rentevoet van het basiscontract ten opzichte van de effectieve rentevoet die de entiteit op de vooruitbetalingsdatum zou ontvangen indien zij de vooruitbetaalde hoofdsom tijdens de resterende looptijd van het basiscontract in een soortgelijk contract zou herbeleggen.

De beoordeling van de al dan niet nauwe verbondenheid van de call- of putoptie met de als basiscontract fungerende schuld wordt uitgevoerd voordat het eigenvermogenselement in overeenstemming met IAS 32 van een converteerbaar schuldbewijs wordt afgescheiden.

h)

Wijziging in IFRIC-interpretatie 9 Herbeoordeling van in contracten besloten derivaten

Alinea 5 wordt gewijzigd en alinea 11 wordt toegevoegd.

TOEPASSINGSGEBIED

5

Deze interpretatie is niet van toepassing op derivaten die zijn besloten in contracten verworven in:

a)

een bedrijfscombinatie (zoals gedefinieerd in IFRS 3 Bedrijfscombinaties (herziene versie van 2008));

b)

een combinatie van entiteiten of bedrijven waarover gezamenlijk de zeggenschap wordt uitgeoefend zoals beschreven in de alinea's B1 tot en met B4 van IFRS 3 (herziene versie van 2008); of

c)

de oprichting van een joint venture zoals gedefinieerd in IAS 31 Belangen in Joint Ventures,

en evenmin op de eventuele herbeoordeling ervan op de verwervingsdatum (1).

INGANGSDATUM EN OVERGANGSBEPALINGEN

11

Alinea 5 werd gewijzigd door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs. Een entiteit moet deze wijziging prospectief toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Als een entiteit IFRS 3 (herziene versie van 2008) op een eerdere periode toepast, moet ze ook de wijziging op die eerdere periode toepassen en dit feit vermelden.

Wijziging in IFRIC-interpretatie 16 Afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit

De alinea's 14 en 18 worden gewijzigd.

CONSENSUS

Waar het hedging instrument kan worden aangehouden

14

Een afgeleid of een niet-afgeleid instrument (of een combinatie van afgeleide en niet-afgeleide instrumenten) kan worden aangemerkt als een hedging instrument in een afdekking van een netto-investering in een buitenlandse activiteit. Het (De) hedging instrument(en) kan (kunnen) worden aangehouden door om het even welke entiteit of entiteiten binnen de groep, mits voldaan is aan de in alinea 88 van IAS 39 beschreven vereisten inzake aanmerking, documentatie en effectiviteit die betrekking hebben op de afdekking van een netto-investering. Met name de hedging strategie van de groep moet duidelijk worden gedocumenteerd, vanwege de mogelijkheid van verschillende aanmerkingen op verschillende niveaus van de groep.

INGANGSDATUM

18

Entiteiten moeten deze interpretatie toepassen op jaarperioden die op of na 1 oktober 2008 aanvangen. Een entiteit moet de wijziging die door de in april 2009 uitgegeven Verbeteringen in IFRSs in alinea 14 is aangebracht, toepassen op jaarperioden die op of na 1 juli 2009 aanvangen. Eerdere toepassing van beide is toegestaan. Als een entiteit deze interpretatie toepast op een verslagperiode die vóór 1 oktober 2008 aanvangt of als ze de wijziging in alinea 14 vóór 1 juli 2009 toepast, moet ze dit feit vermelden.


(1)  IFRS 3 (herziene versie van 2008) behandelt de verwerving van contracten met daarin besloten derivaten in een bedrijfscombinatie.


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/42


VERORDENING (EU) Nr. 244/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat International Financial Reporting Standard (IFRS) 2 betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

Op 18 juni 2009 heeft de International Accounting Standards Board (IASB) wijzigingen in International Financial Reporting Standard (IFRS) 2 Op aandelen gebaseerde betalingen (hierna „wijziging van IFRS 2” genoemd) gepubliceerd. Met de wijziging van IFRS 2 wordt duidelijkheid verschaft over de administratieve verwerking van op aandelen gebaseerde transacties waarbij de leverancier van goederen of diensten contant wordt betaald en de verplichting door een andere entiteit van de groep wordt aangegaan (in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties van groepen).

(3)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft bevestigd dat de wijziging van IFRS 2 beantwoordt aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria. Overeenkomstig Besluit 2006/505/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot oprichting van een werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden om de Commissie van advies te dienen over de objectiviteit en neutraliteit van de adviezen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (3) heeft de werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden het goedkeuringsadvies van EFRAG bekeken en de Commissie meegedeeld dat het evenwichtig en objectief is.

(4)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

International Financial Reporting Standard (IFRS) 2 Op aandelen gebaseerde betalingen wordt gewijzigd in overeenstemming met de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wijzigingen in IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen.

2)

Interpretatie 8 van het International Financial Reporting Interpretations Committee (IFRIC) en IFRIC-interpretatie 11 worden verwijderd.

Artikel 2

Elke onderneming past de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wijzigingen toe uiterlijk vanaf de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 31 december 2009 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

(3)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 33.


BIJLAGE

INTERNATIONALE STANDAARDEN VOOR JAARREKENINGEN

IFRS 2

Wijzigingen in IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen

„Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org”

Wijzigingen in IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen

TOEPASSINGSGEBIED

Alinea 2 wordt gewijzigd, alinea 3 wordt verwijderd en alinea 3A wordt toegevoegd.

2

Een entiteit moet deze IFRS toepassen bij de administratieve verwerking van alle op aandelen gebaseerde betalingstransacties, ongeacht of de entiteit sommige of alle ontvangen goederen of diensten al dan niet specifiek kan identificeren, waaronder:

a)

in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties,

b)

in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, en

c)

transacties waarbij de entiteit goederen of diensten ontvangt of verwerft en de bepalingen van de overeenkomst hetzij de entiteit, hetzij de leverancier van die goederen of diensten de keuze bieden om te bepalen of de entiteit de transactie afwikkelt in geldmiddelen (of andere activa), dan wel door eigenvermogensinstrumenten uit te geven,

behoudens het vermelde in de alinea’s 3A tot en met 6. Indien er geen specifiek identificeerbare goederen of diensten zijn, kunnen andere omstandigheden erop wijzen dat goederen of diensten zijn (of zullen worden) ontvangen, in welk geval deze IFRS van toepassing is.

3

[Verwijderd]

3A

Een op aandelen gebaseerde betalingstransactie mag door een andere entiteit van de groep (of een aandeelhouder van een entiteit van de groep) worden afgewikkeld in naam van de entiteit die de goederen of diensten ontvangt of verwerft. Alinea 2 is ook van toepassing op een entiteit die

a)

goederen of diensten ontvangt wanneer een andere entiteit van dezelfde groep (of een aandeelhouder van een entiteit van de groep) de verplichting heeft om de op aandelen gebaseerde betalingstransactie af te wikkelen, of

b)

de verplichting heeft om een op aandelen gebaseerde betalingstransactie af te wikkelen wanneer een andere entiteit van dezelfde groep de goederen of diensten ontvangt,

tenzij de transactie klaarblijkelijk een ander doel dient dan de betaling van aan de ontvangende entiteit geleverde goederen of verleende diensten.

IN EIGENVERMOGENSINSTRUMENTEN AFGEWIKKELDE, OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGSTRANSACTIES

De volgende alinea 13A wordt toegevoegd.

Samenvatting

13A

Met name indien de eventueel door de entiteit ontvangen identificeerbare vergoeding geringer blijkt te zijn dan de reële waarde van de toegekende eigenvermogensinstrumenten of aangegane verplichting, dan wijst deze situatie er doorgaans op dat de entiteit een andere vergoeding (d.w.z. niet-identificeerbare goederen of diensten) heeft (of zal) ontvangen. De entiteit moet de waarde van de ontvangen identificeerbare goederen of diensten bepalen in overeenstemming met deze IFRS. De entiteit moet de waarde van de ontvangen (of te ontvangen) niet-identificeerbare goederen of diensten bepalen op het verschil tussen de reële waarde van de op aandelen gebaseerde betaling en de reële waarde van eventueel ontvangen (of te ontvangen) identificeerbare goederen of diensten. De entiteit moet de waarde van de ontvangen niet-identificeerbare goederen of diensten bepalen op de toekenningsdatum. Bij in geldmiddelen afgewikkelde transacties moet de waarde van de verplichting evenwel aan het einde van elke verslagperiode opnieuw worden bepaald in overeenstemming met de alinea's 30 tot en met 33 totdat deze is afgewikkeld.

Op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen groepsentiteiten

Na alinea 43 worden een kopje en de alinea's 43A tot en met 43D toegevoegd.

OP AANDELEN GEBASEERDE BETALINGSTRANSACTIES TUSSEN GROEPSENTITEITEN (WIJZIGINGEN VAN 2009)

43A

In het geval van op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen groepsentiteiten moet de entiteit die de goederen of diensten ontvangt, de ontvangen goederen of diensten in haar individuele of enkelvoudige jaarrekening waarderen als ofwel een in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie, ofwel een in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie door het volgende te beoordelen:

a)

de aard van de toegekende beloningen, en

b)

haar eigen rechten en verplichtingen.

Het bedrag dat wordt opgenomen door de entiteit die de goederen of diensten ontvangt, kan verschillen van het bedrag dat wordt opgenomen door de geconsolideerde groep of door een andere entiteit van de groep die de op aandelen gebaseerde betalingstransactie afwikkelt.

43B

De entiteit die de goederen of diensten ontvangt, moet de ontvangen goederen of diensten als een in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie waarderen wanneer:

a)

de toegekende beloningen haar eigen eigenvermogensinstrumenten zijn, of

b)

de entiteit geen verplichting heeft om de op aandelen gebaseerde betalingstransactie af te wikkelen.

De entiteit moet een dergelijke in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie vervolgens alleen herwaarderen voor veranderingen in „vesting conditions” die geen marktgerelateerde voorwaarden zijn in overeenstemming met de alinea's 19, 20 en 21. In alle andere omstandigheden moet de entiteit die de goederen of diensten ontvangt, de ontvangen goederen of diensten waarderen als een in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie.

43C

De entiteit die een op aandelen gebaseerde betalingstransactie afwikkelt wanneer een andere entiteit van de groep de goederen of diensten ontvangt, moet de transactie alleen als een in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie opnemen als de transactie in de eigen eigenvermogensinstrumenten van de entiteit wordt afgewikkeld. Anders moet de transactie als een in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie worden opgenomen.

43D

Sommige groepstransacties hebben betrekking op terugbetalingsovereenkomsten op grond waarvan een entiteit van de groep een andere entiteit van de groep moet betalen voor het verrichten van de op aandelen gebaseerde betalingen aan de leveranciers van goederen of diensten. In dergelijke gevallen moet de entiteit die de goederen of diensten ontvangt, de op aandelen gebaseerde betalingstransactie administratief verwerken in overeenstemming met alinea 43B, ongeacht eventuele binnen de groep bestaande terugbetalingsovereenkomsten.

INGANGSDATUM

Alinea 63, een kopje en alinea 64 worden toegevoegd.

63

Een entiteit moet de volgende wijzigingen die door In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties van groepen, uitgegeven in juni 2009, zijn aangebracht retroactief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2010 aanvangen, met inachtneming van de overgangsbepalingen in de alinea's 53 tot en met 59 en overeenkomstig IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten:

a)

de wijziging in alinea 2, de verwijdering van alinea 3 en de toevoeging van de alinea's 3A en 43A tot en met 43D en van de alinea's B45, B47, B50, B54, B56, B57, B58 en B60 in bijlage B met betrekking tot de administratieve verwerking van transacties tussen groepsentiteiten;

b)

de herziene definities in bijlage A van de volgende begrippen:

in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie,

in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie,

op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst, en

op aandelen gebaseerde betalingstransactie.

Indien de voor retroactieve toepassing benodigde informatie niet beschikbaar is, moet een entiteit de eerder in de geconsolideerde jaarrekening van de groep opgenomen bedragen in haar individuele of enkelvoudige jaarrekening weergeven. Eerdere toepassing is toegestaan. Indien een entiteit de wijzigingen toepast op een periode die aanvangt vóór 1 januari 2010, moet zij dit feit vermelden.

INTREKKING VAN INTERPRETATIES

64

In geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties van groepen, uitgegeven in juni 2009, vervangt IFRIC 8 Toepassingsgebied van IFRS 2 en IFRIC 11 IFRS 2Transacties in groepsaandelen en ingekochte eigen aandelen. In de door eerstgenoemd document aangebrachte wijzigingen zijn immers de voordien in IFRIC 8 en IFRIC 11 uiteengezette vereisten opgenomen door middel van:

a)

de wijziging van alinea 2 en de toevoeging van alinea 13A met betrekking tot de administratieve verwerking van transacties waarbij de entiteit sommige of alle ontvangen goederen of diensten niet specifiek kan identificeren. Deze vereisten zijn van kracht voor jaarperioden die op of na 1 mei 2006 aanvangen;

b)

de toevoeging van de alinea's B46, B48, B49, B51, B52, B53, B55, B59 en B61 in bijlage B met betrekking tot de administratieve verwerking van transacties tussen groepsentiteiten. Deze vereisten zijn van kracht voor jaarperioden die op of na 1 maart 2007 aanvangen.

Deze vereisten zijn retroactief toegepast overeenkomstig de vereisten van IAS 8 en met inachtneming van de overgangsbepalingen van IFRS 2.

DEFINITIES

In bijlage A worden de volgende definities gewijzigd en wordt een voetnoot toegevoegd.

in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie

Een op aandelen gebaseerde betalingstransactie waarbij de entiteit goederen of diensten verwerft door een verplichting aan te gaan tot overdracht van geldmiddelen of andere activa aan de leverancier van die goederen of diensten voor een bedrag dat is gebaseerd op de prijs (of waarde) van de eigenvermogensinstrumenten (met inbegrip van aandelen of aandelenopties) van de entiteit of een andere entiteit van de groep.

in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransactie

Een op aandelen gebaseerde betalingstransactie waarbij de entiteit

a)

goederen of diensten ontvangt als vergoeding voor haar eigen eigenvermogensinstrumenten (met inbegrip van aandelen of aandelenopties), of

b)

goederen of diensten ontvangt maar geen verplichting heeft om de transactie met de leverancier af te wikkelen.

op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst

Een overeenkomst tussen de entiteit (of een andere entiteit van de groep (1), dan wel een aandeelhouder van een entiteit van de groep) en een andere partij (met inbegrip van een werknemer) op grond waarvan de andere partij recht heeft op

a)

geldmiddelen of andere activa van de entiteit voor een bedrag dat is gebaseerd op de prijs (of waarde) van de eigenvermogensinstrumenten (met inbegrip van aandelen of aandelenopties) van de entiteit of een andere entiteit van de groep, of

b)

eigenvermogensinstrumenten (met inbegrip van aandelen of aandelenopties) van de entiteit of een andere entiteit van de groep,

mits aan de eventuele „vesting conditions” wordt voldaan.

op aandelen gebaseerde betalingstransactie

Een transactie waarbij de entiteit

a)

goederen of diensten ontvangt van de leverancier van die goederen of diensten (met inbegrip van een werknemer) in het kader van een op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst, of

b)

een verplichting aangaat om de transactie met de leverancier af te wikkelen in het kader van een op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst wanneer een andere entiteit van de groep die goederen of diensten ontvangt.

TOEPASSINGSGEBIED VAN IFRS 2

In bijlage B Toepassingsleidraad worden een kopje en de alinea's B45 tot en met B61 toegevoegd.

Op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen groepsentiteiten (wijzigingen van 2009)

B45

In de alinea's 43A, 43B en 43C wordt ingegaan op de wijze waarop op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen groepsentiteiten administratief moeten worden verwerkt in de individuele of enkelvoudige jaarrekening van elke entiteit. In de alinea's B46 tot en met B61 wordt besproken hoe de vereisten van de alinea's 43A, 43B en 43C moeten worden toegepast. Zoals in alinea 43D is opgemerkt, kunnen op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen groepsentiteiten om uiteenlopende redenen plaatsvinden, afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Deze bespreking is derhalve niet uitputtend en gaat tevens uit van de veronderstelling dat wanneer de entiteit die de goederen of diensten ontvangt geen verplichting heeft om de transactie af te wikkelen, de transactie een kapitaalstorting van de moedermaatschappij aan de dochteronderneming is, ongeacht eventuele binnen de groep bestaande terugbetalingsovereenkomsten.

B46

Hoewel in onderstaande bespreking transacties met werknemers centraal staan, is zij ook van toepassing op soortgelijke op aandelen gebaseerde betalingstransacties met andere leveranciers van goederen of diensten dan werknemers. Een overeenkomst tussen een moedermaatschappij en haar dochteronderneming kan vereisen dat de dochteronderneming de moedermaatschappij betaalt voor het verschaffen van de eigenvermogensinstrumenten aan de werknemers. In onderstaande bespreking wordt niet ingegaan op de wijze waarop een dergelijke binnen de groep bestaande betalingsovereenkomst administratief moet worden verwerkt.

B47

Bij op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen groepsentiteiten doen zich gewoonlijk vier problemen voor. Gemakshalve worden deze problemen in de onderstaande voorbeelden uit het oogpunt van een moedermaatschappij en haar dochteronderneming behandeld.

Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten die op eigen eigenvermogensinstrumenten van een entiteit betrekking hebben

B48

Het eerste probleem is of de volgende transacties die op eigen eigenvermogensinstrumenten van een entiteit betrekking hebben, administratief als in eigenvermogensinstrumenten dan wel als in geldmiddelen afgewikkelde transacties moeten worden verwerkt overeenkomstig de vereisten van deze IFRS:

a)

een entiteit kent haar werknemers rechten op eigenvermogensinstrumenten van de entiteit toe (bv. aandelenopties) en kiest ervoor of is verplicht van een andere partij eigenvermogensinstrumenten te kopen (d.w.z. ingekochte eigen aandelen) om haar verplichtingen jegens haar werknemers na te komen; en

b)

aan de werknemers van een entiteit worden ofwel door de entiteit zelf, ofwel door haar aandeelhouders rechten op eigenvermogensinstrumenten van de entiteit toegekend (bv. aandelenopties) en de aandeelhouders van de entiteit verschaffen de nodige eigenvermogensinstrumenten.

B49

De entiteit moet op aandelen gebaseerde betalingstransacties waarbij zij als vergoeding voor haar eigen eigenvermogensinstrumenten diensten ontvangt, administratief verwerken als in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde betalingstransacties. Dit geldt ongeacht of de entiteit ervoor kiest dan wel verplicht is deze eigenvermogensinstrumenten van een andere partij te kopen om de verplichtingen na te komen die zij uit hoofde van de op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst jegens haar werknemers is aangegaan. Dit geldt ook ongeacht:

a)

of de rechten van de werknemer op de eigenvermogensinstrumenten van de entiteit door de entiteit zelf of door haar aandeelhouder(s) zijn toegekend; dan wel

b)

of de op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst door de entiteit zelf of door haar aandeelhouder(s) is afgewikkeld.

B50

Indien de aandeelhouder de verplichting heeft om de transactie met de werknemers van zijn deelneming af te wikkelen, verschaft hij eigenvermogensinstrumenten van zijn deelneming in plaats van eigen eigenvermogensinstrumenten. Indien de aandeelhouder en zijn deelneming tot dezelfde groep behoren, moet de aandeelhouder overeenkomstig alinea 43C derhalve de waarde van zijn verplichting als volgt bepalen: in zijn enkelvoudige jaarrekening in overeenstemming met de vereisten die gelden voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties en in zijn geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de vereisten die gelden voor in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties.

Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten die op eigenvermogensinstrumenten van de moedermaatschappij betrekking hebben

B51

Het tweede probleem betreft op aandelen gebaseerde betalingstransacties tussen twee of meer entiteiten van dezelfde groep die op een eigenvermogensinstrument van een andere entiteit van de groep betrekking hebben. Aan werknemers van een dochteronderneming worden bijvoorbeeld rechten op eigenvermogensinstrumenten van haar moedermaatschappij toegekend als vergoeding voor de diensten die zij aan de dochteronderneming hebben verleend.

B52

Het tweede probleem heeft derhalve op de volgende op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten betrekking:

a)

een moedermaatschappij kent direct aan de werknemers van haar dochteronderneming rechten op haar eigenvermogensinstrumenten toe: de moedermaatschappij (niet de dochteronderneming) is verplicht de werknemers van de dochteronderneming de eigenvermogensinstrumenten te verschaffen; en

b)

een dochteronderneming kent haar werknemers rechten op eigenvermogensinstrumenten van haar moedermaatschappij toe: de dochteronderneming is verplicht haar werknemers de eigenvermogensinstrumenten te verschaffen.

Een moedermaatschappij kent rechten op haar eigenvermogensinstrumenten toe aan de werknemers van haar dochteronderneming (alinea B52(a))

B53

De dochteronderneming is niet verplicht om eigenvermogensinstrumenten van haar moedermaatschappij aan de werknemers van de dochteronderneming te verschaffen. Overeenkomstig alinea 43B moet de dochteronderneming de waarde van de diensten die zij van haar werknemers heeft ontvangen derhalve bepalen in overeenstemming met de vereisten die gelden voor in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties, onder overeenkomstige opboeking van het eigen vermogen uit hoofde van een kapitaalstorting van de moedermaatschappij.

B54

De moedermaatschappij is verplicht om de transactie met de werknemers van de dochteronderneming af te wikkelen door eigenvermogensinstrumenten van de moedermaatschappij te verschaffen. Overeenkomstig alinea 43C moet de moedermaatschappij de waarde van haar verplichting derhalve bepalen in overeenstemming met de vereisten die gelden voor in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties.

Een dochteronderneming kent haar werknemers rechten op eigenvermogensinstrumenten van haar moedermaatschappij toe (alinea B52(b))

B55

Aangezien de dochteronderneming aan geen van beide voorwaarden van alinea 43B voldoet, moet zij de transactie met haar werknemers administratief verwerken als een in geldmiddelen afgewikkelde transactie. Dit vereiste geldt ongeacht de wijze waarop de dochteronderneming de eigenvermogensinstrumenten verkrijgt die zij nodig heeft om haar verplichtingen jegens haar werknemers na te komen.

Op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten die betrekking hebben op in geldmiddelen afgewikkelde betalingen aan werknemers

B56

Het derde probleem is hoe een entiteit die goederen of diensten van haar leveranciers (met inbegrip van werknemers) ontvangt, in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde overeenkomsten administratief moet verwerken wanneer de entiteit zelf geen enkele verplichting heeft om de vereiste betalingen aan haar leveranciers te doen. Neem bijvoorbeeld de volgende overeenkomsten op grond waarvan de moedermaatschappij (niet de entiteit zelf) verplicht is de vereiste geldbetalingen aan de werknemers van de entiteit te doen:

a)

de werknemers van de entiteit zullen geldbetalingen ontvangen die gekoppeld zijn aan de prijs van de eigenvermogensinstrumenten van de entiteit;

b)

de werknemers van de entiteit zullen geldbetalingen ontvangen die gekoppeld zijn aan de prijs van de eigenvermogensinstrumenten van haar moedermaatschappij.

B57

De dochteronderneming is niet verplicht om de transactie met haar werknemers af te wikkelen. De dochteronderneming moet de transactie met haar werknemers bijgevolg administratief verwerken als een in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde transactie, onder overeenkomstige opboeking van het eigen vermogen uit hoofde van een kapitaalstorting van haar moedermaatschappij. De dochteronderneming moet de kostprijs van de transactie vervolgens herwaarderen voor veranderingen die voortvloeien uit het feit dat overeenkomstig de alinea's 19, 20 en 21 niet is voldaan aan „vesting conditions” die geen marktgerelateerde voorwaarden zijn. Deze behandeling verschilt van de waardering van de transactie als een in geldmiddelen afgewikkelde transactie in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.

B58

Aangezien de moedermaatschappij de verplichting heeft om de transactie met de werknemers af te wikkelen en de vergoeding uit geldmiddelen bestaat, moet de moedermaatschappij (en de geconsolideerde groep) de waarde van haar verplichting bepalen in overeenstemming met de vereisten van alinea 43C die gelden voor in geldmiddelen afgewikkelde, op aandelen gebaseerde betalingstransacties.

Overplaatsing van werknemers tussen groepsentiteiten

B59

Het vierde probleem betreft op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomsten van de groep waarbij werknemers van meer dan één groepsentiteit betrokken zijn. Een moedermaatschappij kan bijvoorbeeld rechten op haar eigenvermogensinstrumenten toekennen aan de werknemers van haar dochterondernemingen en deze rechten afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de betrokken werknemers gedurende een bepaalde periode ononderbroken bij de groep in dienst blijven. Een werknemer van een dochteronderneming kan tijdens de gespecificeerde wachtperiode voor een andere dochteronderneming gaan werken zonder dat dit zijn rechten op eigenvermogensinstrumenten van de moedermaatschappij uit hoofde van de oorspronkelijke op aandelen gebaseerde betalingsovereenkomst beïnvloedt. Indien de dochterondernemingen niet verplicht zijn de op aandelen gebaseerde betalingstransactie met hun werknemers af te wikkelen, verwerken zij deze transactie administratief als een in eigenvermogensinstrumenten afgewikkelde transactie. Elke dochteronderneming moet de waarde van de van de werknemer ontvangen diensten bepalen op basis van de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten op de datum waarop de rechten op deze eigenvermogensinstrumenten oorspronkelijk door de moedermaatschappij werden toegekend, als bedoeld in bijlage A, en naar rato van het deel van de wachttermijn dat de werknemer bij elke dochteronderneming in dienst is geweest.

B60

Indien de dochteronderneming een verplichting heeft om de transactie met haar werknemers in eigenvermogensinstrumenten van haar moedermaatschappij af te wikkelen, verwerkt zij de transactie administratief als een in geldmiddelen afgewikkelde transactie. Elke dochteronderneming moet de waarde van de ontvangen diensten bepalen op basis van de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten op de toekenningsdatum, naar rato van het deel van de wachttermijn dat de werknemer bij elke dochteronderneming in dienst is geweest. Voorts moet elke dochteronderneming elke verandering in de reële waarde van de eigenvermogensinstrumenten opnemen die zich tijdens de dienstperiode van de werknemer bij elke dochteronderneming voordoet.

B61

Het kan gebeuren dat een dergelijke werknemer, na tussen entiteiten van de groep te zijn overgestapt, niet langer voldoet aan een „vesting condition” die geen marktgerelateerde voorwaarde als bedoeld in bijlage A is, bijvoorbeeld wanneer de werknemer de groep verlaat voordat de dienstperiode is verstreken. Aangezien hierbij de „vesting condition” bestaat uit het verrichten van diensten ten behoeve van de groep, moet elke dochteronderneming het eerder opgenomen bedrag in verband met de van de werknemer ontvangen diensten aanpassen in overeenstemming met de beginselen van alinea 19. Indien de door de moedermaatschappij toegekende rechten op eigenvermogensinstrumenten derhalve niet onvoorwaardelijk worden omdat een werknemer niet voldoet aan een „vesting condition” die geen marktgerelateerde voorwaarde is, wordt in geen enkele jaarrekening van een groepsentiteit op cumulatieve basis een bedrag voor de van de betrokken werknemer ontvangen diensten opgenomen.


(1)  In alinea 4 van IAS 27 Geconsolideerde jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening wordt een „groep” uit het oogpunt van de hoofdmoedermaatschappij van de verslaggevende entiteit gedefinieerd als „een moedermaatschappij en al haar dochterondernemingen”.


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/50


VERORDENING (EU) Nr. 245/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 288/2009, wat betreft de termijn waarbinnen de lidstaten hun strategie bij de Commissie moeten aanmelden en de uiterste datum waarop de Commissie moet beslissen over de definitieve toewijzing van de steun in het kader van een schoolfruitregeling

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 103 nonies, onder f), juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de toekenning, in het kader van een schoolfruitregeling, van communautaire steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen (2) moeten lidstaten die de in artikel 103 octies bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun aanvragen voor een periode die loopt van 1 augustus tot en met 31 juli, hun strategie uiterlijk op 31 januari van het jaar waarin de betrokken periode van start gaat, bij de Commissie aanmelden.

(2)

Een aantal lidstaten heeft moeilijkheden ondervonden bij het in acht nemen van die uiterste datum, onder meer omdat zij de doeltreffendheid van hun regeling na het eerste jaar van uitvoering daarvan moeten beoordelen.

(3)

Om de lidstaten extra tijd te geven om hun regeling te beoordelen en hun strategie zo nodig te wijzigen, dient hun bij wijze van overgangsmaatregel te worden toegestaan hun strategie voor de periode die loopt van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011, uiterlijk op 28 februari 2010 aan te melden.

(4)

Om dezelfde reden dient de in artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 288/2009 vastgestelde uiterste datum waarop de Commissie moet beslissen over de definitieve toewijzing van de steun voor de periode die loopt van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011, naar later te worden verschoven, meer bepaald naar 30 april 2010.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   In afwijking van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 288/2009 mogen de lidstaten hun strategie voor de periode die loopt van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011, tot uiterlijk 28 februari 2010 bij de Commissie aanmelden.

2.   In afwijking van artikel 4, lid 4, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 288/2009 neemt de Commissie uiterlijk op 30 april 2010 een besluit over de definitieve toewijzing van de steun voor de periode die loopt van 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 februari 2010.

Zij vervalt op 30 april 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 94 van 8.4.2009, blz. 38.


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/51


VERORDENING (EU) Nr. 246/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 989/89 wat betreft de indeling van gewatteerde vesten in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de statistiek- en tariefnomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EEG) nr. 989/89 van de Commissie (2) zijn de indelingscriteria voor anoraks, blousons en dergelijke van de GN-codes 6101, 6102, 6201 en 6202 vastgesteld.

(2)

Kledingstukken van de bovengenoemde posten worden in het algemeen over andere kledingstukken gedragen en bieden bescherming tegen slechte weersomstandigheden (zie GS-toelichtingen op de posten 6101, 6102, 6201 en 6202, eerste alinea); daarom moeten de onder deze posten vallende anoraks, blousons en dergelijke voorzien zijn van lange mouwen. Gewatteerde vesten moeten, ondanks het feit dat zij helemaal geen mouwen hebben, ook onder deze posten vallen, omdat zij over alle andere kledingstukken worden gedragen ter bescherming tegen slechte weersomstandigheden en omdat zij voorzien zijn van wattering (zie ook GS-toelichtingen op de posten 6101, 6102, 6201 en 6202, tweede alinea).

(3)

Teneinde de uniforme toepassing van de aan Verordening (EEG) nr. 2658/87 gehechte gecombineerde nomenclatuur te garanderen ten aanzien van de indeling van gewatteerde vesten, is het dienstig te verduidelijken dat gewatteerde vesten, ondanks het feit dat zij geen mouwen hebben, onder de posten 6101, 6102, 6201 of 6202 moeten worden ingedeeld.

(4)

Verordening (EEG) nr. 989/89 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 989/89 wordt het volgende lid toegevoegd:

„In afwijking van lid 1 omvatten deze posten eveneens gewatteerde vesten, ondanks het feit dat deze geen mouwen hebben.”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Algirdas ŠEMETA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(2)  PB L 106 van 18.4.1989, blz. 25.


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/52


VERORDENING (EU) Nr. 247/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 24 maart 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

130,0

JO

62,0

MA

90,3

TN

129,0

TR

92,5

ZZ

100,8

0707 00 05

JO

119,8

MA

71,3

MK

124,9

TR

122,3

ZZ

109,6

0709 90 70

JO

97,9

MA

164,3

TR

105,2

ZZ

122,5

0805 10 20

EG

44,9

IL

58,8

MA

51,6

TN

47,5

TR

64,5

ZZ

53,5

0805 50 10

EG

66,4

IL

91,6

MA

53,9

TR

69,2

ZZ

70,3

0808 10 80

AR

88,1

BR

87,1

CA

99,1

CL

85,5

CN

70,3

MK

24,7

US

129,5

UY

68,2

ZZ

81,6

0808 20 50

AR

79,9

CL

69,3

CN

94,1

US

134,2

ZA

94,2

ZZ

94,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/54


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 19 maart 2010

houdende vervroeging van de uitkeringsdatum voor de tweede tranche van de herstructureringssteun die voor het verkoopseizoen 2009/2010 wordt toegekend in het kader van Verordening (EG) nr. 320/2006

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 1710)

(2010/176/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 320/2006 van de Raad van 20 februari 2006 tot instelling van een tijdelijke regeling voor de herstructurering van de suikerindustrie in de Europese Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op artikel 10, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10, lid 5, van Verordening (EG) nr. 320/2006 is bepaald dat de Commissie kan besluiten de datum te vervroegen voor de uitkering van de steun die wordt toegekend in het kader van de bij die verordening vastgestelde tijdelijke regeling van de herstructurering van de suikerindustrie.

(2)

Aangezien de nodige financiële middelen in het in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 320/2006 bedoelde herstructureringsfonds beschikbaar zijn, zouden de lidstaten de mogelijkheid moeten krijgen de uitkeringsdatum voor de tweede tranche van de in het verkoopseizoen 2009/2010 toegekende herstructureringssteun aan ondernemingen, telers en loonwerkbedrijven die van 1 oktober 2009 tot de datum van betaling van de eerste tranche afstand hebben gedaan van hun quota, te vervroegen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 320/2006 mogen de lidstaten 100 % van de bij artikel 3 van die verordening voor het verkoopseizoen 2009/2010 vastgestelde investeringssteun in één enkele tranche uitkeren. In dat geval wordt die steun in juni 2010 uitgekeerd.

Indien de lidstaten gebruik willen maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, stellen zij de Commissie daarvan uiterlijk op 31 maart 2010 in kennis.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2010.

Voor de Commissie

Dacian CIOLOŞ

Lid van de Commissie


(1)  PB L 58 van 28.2.2006, blz. 42.


24.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/55


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2010

tot wijziging van Besluit 2006/109/EG door aanvaarding van drie aanbiedingen om zich aan te sluiten bij de gezamenlijke prijsverbintenis die is aanvaard in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van gietstukken van oorsprong uit de Volksrepubliek China

(2010/177/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 8 en artikel 11, lid 3,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1212/2005 (2) („de definitieve verordening”) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op gietstukken van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC”). Deze verordening is laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 500/2009 van de Raad (3).

(2)

De Commissie heeft bij Besluit 2006/109/EG (4) een gezamenlijke prijsverbintenis van de Chinese Kamer van Koophandel voor de In- en Uitvoer van Machines en Elektronische Producten (China Chamber of Commerce for Import and Export of Machinery and Electronics Products of „CCCME”) tezamen met 20 medewerkende Chinese ondernemingen of groepen ondernemingen aanvaard. Dit besluit is gewijzigd bij Besluit 2008/437/EG (5).

(3)

De definitieve verordening biedt de mogelijkheid dat nieuwe Chinese producenten-exporteurs dezelfde behandeling krijgen als de medewerkende ondernemingen in het oorspronkelijke onderzoek, op voorwaarde dat deze producenten de behandeling als nieuwe producent-exporteur („NEPT”) hebben gekregen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1212/2005.

(4)

Ingevolge drie verzoeken om NEPT op grond van artikel 1, lid 4, van de definitieve verordening heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 426/2008 (6) de definitieve verordening gewijzigd en een individueel recht van 28,6 % opgelegd aan de producenten-exporteurs HanDan County Yan Yuan Smelting and Casting Co., Ltd („HanDan”), XianXian Guozhuang Precision Casting Co., Ltd („XianXian”) en Wuxi Norlong Foundry Co., Ltd („Norlong”).

(5)

Ingevolge een verzoek om NEPT op grond van artikel 1, lid 4, van de definitieve verordening heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 282/2009 (7) de definitieve verordening gewijzigd en een individueel recht van 28,6 % opgelegd aan de producent-exporteur Weifang Stable Casting Co., Ltd („Weifang”).

(6)

Er zij aan herinnerd dat alle vier producenten-exporteurs tijdens het NEPT-onderzoek een individuele behandeling (IB) hebben gekregen.

(7)

Twee van de vier bovengenoemde producenten-exporteurs aan wie een NEPT was toegekend (XianXian en Weifang), hebben tezamen met de CCCME een formeel aanbod ingediend om zich aan te sluiten bij de door de Commissie aanvaarde verbintenis met gezamenlijke aansprakelijkheid.

(8)

Op 10 juni 2009 heeft de Commissie door een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (8) een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de definitieve maatregelen geopend. Het onderzoek heeft alleen betrekking op de vorm van de maatregelen en met name de aanvaardbaarheid en bruikbaarheid van door bepaalde producenten-exporteurs in de VRC aangeboden verbintenissen.

(9)

Na de opening van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de maatregelen heeft nog een producent-exporteur aan wie een NEPT was toegekend, namelijk HanDan, binnen de termijn tezamen met de CCCME een formeel aanbod ingediend om zich aan te sluiten bij de door de Commissie aanvaarde verbintenis met gezamenlijke aansprakelijkheid.

(10)

Een andere producent-exporteur aan wie een NEPT was toegekend, namelijk Norlang, heeft laten weten dat hij zich niet wenst aan te sluiten bij de door de Commissie aanvaarde gezamenlijke verbintenis, maar heeft binnen de termijn een afzonderlijke verbintenis aangeboden.

(11)

Op 15 december 2009 werden de belanghebbende partijen in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de door de CCCME en HanDan, de CCCME en XianXian en de CCCME en Weifang ingediende aanbiedingen om zich bij de gezamenlijke prijsverbintenis aan te sluiten te aanvaarden en de door Norlong aangeboden verbintenis af te wijzen. Zij werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te formuleren. Hun opmerkingen zijn geëvalueerd voordat een definitief besluit is genomen.

B.   VERBINTENISAANBIEDINGEN

(12)

In verband met het door de CCCME tezamen met HanDan, XianXian en Weifang ingediende verbintenisaanbod zij erop gewezen dat dit identiek is aan het collectieve verbintenisaanbod dat bij Besluit 2006/109/EG is aanvaard en de CCCME en de drie producenten-exporteurs verbinden zich er dan ook toe ervoor te zorgen dat het betrokken product wordt uitgevoerd tegen of boven de minimuminvoerprijs („MPI”), vastgesteld op een niveau dat de schadelijke gevolgen van dumping tenietdoet. Er zij aan herinnerd dat de verbintenis de indexering van de minimuminvoerprijs van het betrokken product omvat in overeenstemming met de openbare internationale prijsnoteringen van de voornaamste grondstof daarvan, namelijk ruw ijzer, aangezien de prijzen van gietstukken aan sterke schommelingen onderhevig zijn, afhankelijk van de prijs van ruw ijzer.

(13)

Bovendien is uit een verder onderzoek gebleken dat er geen ondernemingsspecifieke redenen bestaan om het door de CCCME tezamen met HanDan, XianXian en Weifang ingediende aanbod af te wijzen. In het licht van het voorgaande en aangezien de ondernemingen een individueel recht hebben gekregen, is de Commissie van mening dat zij het door de CCCME en de producenten-exporteurs gedane verbintenisaanbod kan aanvaarden.

(14)

Bovendien hebben de CCCME en de ondernemingen zich ertoe verbonden de Commissie regelmatig gedetailleerde verslagen te doen toekomen, hetgeen een doeltreffende controle mogelijk zal maken. Daarom wordt ervan uitgegaan dat het risico van ontwijking van de verbintenis beperkt is.

(15)

In verband met de door Norlong aangeboden afzonderlijke verbintenis, zij eraan herinnerd dat de bij Besluit 2006/109/EG aanvaarde oorspronkelijke verbintenis een verbintenis met gezamenlijke aansprakelijkheid van 20 ondernemingen tezamen met de CCCME was. Het feit dat zij werd aangeboden als een gezamenlijke verbintenis droeg er op beslissende wijze toe bij dat zij door de Commissie aanvaardbaar werd geacht, aangezien zij de uitvoerbaarheid daarvan vergrootte en de controle op de naleving van de uit de verbintenis voortvloeiende verplichtingen verbeterde, wat nodig is gezien het grote aantal betrokken producenten-exporteurs.

(16)

Norlong voerde aan dat de Commissie reeds in het verleden ten minste een individuele verbintenis had aanvaard van een onderneming die geen behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) maar slechts een individuele behandeling (9) had gekregen, zoals het geval is voor Norlong. Er zij echter op gewezen dat de situatie in het door Norlong vermelde geval verschilt van de situatie in de oorspronkelijke verbintenis die bij Besluit 2006/109/EG is aanvaard: in het door Norlong vermelde geval werd uiteindelijk slechts één verbintenisaanbod van één producent-exporteur aanvaard. Er zij ook aan herinnerd dat die verbintenis later door de Commissie werd ingetrokken omdat talrijke inbreuken werden geconstateerd, waaronder kruiscompensatieregelingen (10).

(17)

Voor de bij Besluit 2006/109/EG aanvaarde verbintenis vereist het specifieke karakter van de situatie, d.w.z. het grote aantal ondernemingen dat meer dan 20 bedraagt, een bijzondere regeling voor een speciale controle en monitoring. Norlong voerde geen enkel relevant argument aan waaruit bleek dat de situatie waarin de onderneming zich bevond, verschilde van die van de andere ondernemingen die deelnamen aan de gezamenlijke verbintenis of dat rechtvaardigde dat de Commissie Norlong anders behandelde dan de andere ondernemingen die aan de gezamenlijke verbintenis deelnamen. Bovendien zou het aanbod van Norlong leiden tot doublures in het controle- en monitoringsysteem van de Commissie. Aangezien het voor de Commissie praktisch niet uitvoerbaar en niet kosteneffectief is om de naleving van de uit het individuele verbintenisaanbod van Norlong voortvloeiende verplichtingen te controleren, is de Commissie van mening dat zij het afzonderlijke verbintenisaanbod van Norlong niet kan aanvaarden.

(18)

De bedrijfstak van de Unie verzette zich tegen het door de CCCME tezamen met HanDan, XianXian en Weifang ingediende verbintenisaanbod op grond van het feit dat de MPI te laag zou zijn om de Europese bedrijfstak te beschermen tegen de gevolgen van invoer met dumping en dat de bedrijfstak van de Unie verdere schade lijdt. Wat de hoogte van de MIP betreft, zij erop gewezen dat de antidumpingrechten waren ingesteld op het niveau van de geconstateerde dumpingmarges die lager waren dan de schademarges. Daarom werd de MIP ook vastgesteld op de normale waarde en heft aldus gewoon de vastgestelde dumping op overeenkomstig het beginsel van de regel van het laagste recht van artikel 8, lid 1, van de basisverordening.

(19)

De bedrijfstak van de Unie voerde verder aan dat, ondanks de instelling van de antidumpingmaatregelen, het marktaandeel van de Chinese exporteurs sinds het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek was gestegen (11). De bedrijfstak van de Unie stelde dat dit te wijten was aan een toename van de uitvoer uit China, gecombineerd met een sterke daling van het verbruik in de Unie. Er werden echter geen sluitende bewijzen in verband met de beweerde sterke daling van het verbruik ingediend. Bovendien blijkt uit de beschikbare statistieken (12) dat de invoer met dumping sinds het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek met 14 % is gedaald.

(20)

Gezien het bovenstaande kon geen van de door de bedrijfstak van de Unie aangevoerde redenen de conclusie wijzigen dat het door de CCCME tezamen met HanDan, Weifang en XianXian ingediende verbintenisaanbod moest worden aanvaard.

(21)

Om de Commissie in staat te stellen effectief toezicht op de naleving van de verbintenis door de ondernemingen uit te oefenen, zal, wanneer de aanvraag voor het vrije verkeer bij de douaneautoriteit wordt ingediend, de vrijstelling van het antidumpingrecht afhankelijk worden gesteld van i) de overlegging van een verbintenisfactuur die ten minste de gegevens bevat die in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 268/2006 van de Raad (13) zijn vermeld; ii) het feit dat de ingevoerde goederen door de genoemde onderneming zijn vervaardigd en verzonden en door haar direct aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie zijn gefactureerd, en iii) het feit dat de bij de douane aangegeven en aangeboden goederen exact overeenstemmen met de beschrijving in de verbintenisfactuur. Wanneer geen verbintenisfactuur wordt overgelegd, of wanneer deze niet in overeenstemming is met het bij de douane aangeboden product, moet het toepasselijke antidumpingrecht worden betaald.

(22)

Om de naleving van de verbintenis verder te waarborgen, zijn de importeurs er door Verordening (EG) nr. 268/2006 op gewezen dat niet-inachtneming van de in die verordening genoemde voorwaarden of intrekking van de aanvaarding van de verbintenis door de Commissie voor de desbetreffende transacties tot een douaneschuld kan leiden.

(23)

Als de verbintenis niet in acht wordt genomen of wordt opgezegd, of als de Commissie de aanvaarding van de verbintenis intrekt, is ingevolge artikel 8, lid 9, van de basisverordening het overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de basisverordening ingestelde antidumpingrecht automatisch van toepassing,

(24)

Gezien het bovenstaande moet de door Norlong aangeboden verbintenis worden afgewezen. Het door de CCCME en HanDan, de CCCME en XianXian en de CCCME en Weifang ingediende aanbod om zich aan te sluiten bij de gezamenlijke prijsverbintenis, als aanvaard bij Besluit 2006/109/EG, moet worden aanvaard en artikel 1 van Besluit 2006/109/EG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde gietstukken van oorsprong uit de Volksrepubliek China door: i) de Chinese Kamer van Koophandel voor de In- en Uitvoer van Machines en Elektronische Producten (China Chamber of Commerce for Import and Export of Machinery and Electronics Products („CCCME”)) en HanDan County Yan Yuan Smelting and Casting Co., Ltd, ii) CCCME en XianXian Guozhuang Precision Casting Co. Ltd; en iii) CCCME en Weifang Stable Casting Co., Ltd wordt aanvaard.

Artikel 2

De tabel in artikel 1 van Besluit 2006/109/EG, gewijzigd bij Besluit 2008/437/EG, wordt door de volgende tabel vervangen:

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Beijing Tongzhou Dadusche Foundry Factory, East of Dongtianyang Village, Dadushe, Tongzhou Beijing

A708

Botou City Simencun Town Bai Fo Tang Casting Factory, Bai Fo Tang Village, Si Men Cun Town, Bo Tou City, 062159, Hebei Province

A681

Botou City Wangwu Town Tianlong Casting Factory, Changle Village, Wangwu Town, Botou City, Hebei Province

A709

Changan Cast Limited Company of Yixian Hebei, Taiyuan main street, Yi County, Hebei Province, 074200

A683

Changsha Jinlong Foundry Industry Co., Ltd, 260, Jinchang Road, JinJing Town, Changsha, Hunan

A710

Changsha Lianhu Foundry, Lianhu Village, Yuhuating Town, Yuhua District, Changsha, Hunan

A711

Vervaardigd en verkocht door GB Metal Products Co., Ltd, Zhuanlu Town, Dingzhou, Hebei of vervaardigd door GB Metal Products Co., Ltd, Zhuanlu Town, Dingzhou, Hebei en verkocht door haar verbonden verkooponderneming GB International Trading Shanghai Co Ltd, B301-310 Yinhai Building., 250 Cao Xi Road., Shanghai

A712

Guiyang Bada Foundry Co., Ltd, Mengguan Huaxi Guiyang, Guizhou

A713

Hebei Jize Xian Ma Gang Cast Factory, Nankai District. Xiao Zhai Town, Jize County, Handan City, Hebei

A714

Vervaardigd en verkocht door Hebei Shunda Foundry Co., Ltd, Qufu Road, Quyang, 073100, PRC of vervaardigd door Hebei Shunda Foundry Co., Ltd, Qufu Road, Quyang, 073100, PRC en verkocht door haar verbonden verkooponderneming Success Cast Tech-Ltd, 603A Huimei Business Centre 83 Guangzhou Dadao(s), Guangzhou 510300

A715

Hong Guang Handan Cast Foundry Co., Ltd, Nankai District, Xiao Zhai Town, Handou City, Jize County, Hebei

A716

Qingdao Qitao Casting Co., Ltd, Nan Wang Jia Zhuang Village, Da Xin Town, Jimo City, Qingdao, Shandong Province, 266200

A718

Shandong Huijin Stock Co., Ltd, North of Kouzhen Town, Laiwu City, Shandong Province, 271114

A684

Shahe City Fangyuan Casting Co., Ltd, West of Nango Village, Shiliting Town, Shahe City, Hebei Province

A719

Shanxi Yuansheng Casting and Forging Industrial Co. Ltd, No 8 DiZangAn, Taiyuan, Shanxi, 030002

A680

Tianjin Fu Xing Da Casting Co., Ltd, West of Nan Yang Cun Village, Jin Nan District, 300350, Tianjin

A720

Weifang Jianhua Casting Co., Ltd, Kai Yuan Jie Dao Office, Hanting District, Weifang City, Shandong Province

A721

Zibo City Boshan Guangyuan Casting Machinery Factory, Xiangyang Village, Badou Town, Boshan District, Zibo City Shandong Province

A722

Zibo Dehua Machinery Co., Ltd, North of Lanyan Street, Zibo High-tech Developing Zone

A723

HanDan County Yan Yuan Smelting and Casting Co., Ltd, South of Hu Cun Village, Hu Cun Town, Han Dan County, Hebei, 056105

A871

XianXian Guozhuang Precision Casting Co., Ltd, Guli Village, Xian County, Gouzhuang, Hebei, Cangzhou 062250

A869

Weifang Stable Casting Co., Ltd, Fangzi District, Weifang City, Shandong Province, 261202

A931

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)  PB L 199 van 29.7.2005, blz. 1.

(3)  PB L 151 van 16.6.2009, blz. 6.

(4)  PB L 47 van 17.2.2006, blz. 59.

(5)  PB L 153 van 12.6.2008, blz. 37.

(6)  PB L 129 van 17.5.2008, blz. 1.

(7)  PB L 94 van 8.4.2009, blz. 1.

(8)  PB C 131 van 10.6.2009, blz. 18.

(9)  PB L 267 van 12.10.2005, blz. 27.

(10)  PB L 164 van 26.6.2007, blz. 32.

(11)  Het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek had betrekking op de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004.

(12)  Bron: 14.6 database en Comext.

(13)  PB L 47 van 17.2.2006, blz. 3.