ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.021.dut

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 21

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
26 januari 2010


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Raad

 

*

Verordening (EU) nr. 23/2010 van de raad van 14 januari 2010 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EU en, voor vaartuigen van de EU, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1359/2008, Verordening (EG) nr. 754/2009, Verordening (EG) nr. 1226/2009 en Verordening (EG) nr. 1287/2009

1

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

Raad

26.1.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 21/1


VERORDENING (EU) Nr. 23/2010 VAN DE RAAD

van 14 januari 2010

tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EU en, voor vaartuigen van de EU, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1359/2008, Verordening (EG) nr. 754/2009, Verordening (EG) nr. 1226/2009 en Verordening (EG) nr. 1287/2009

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 43, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden (1), en met name op artikel 11,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Conform artikel 43, lid 3, van het Verdrag, stelt de Raad op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

(2)

Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) moet de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke, technische en economische adviezen en met name van verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), maatregelen vaststellen inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten.

(3)

Op grond van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad de totaal toegestane vangsten (TAC's) vaststellen per visserijtak of groep van visserijtakken. De vangstmogelijkheden moeten zo over de lidstaten en derde landen worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserij-activiteiten voor elk bestand of elke visserij geniet, mede met inachtneming van de in Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijke visserijbeleid. Om ervoor te zorgen dat de vangstmogelijkheden optimaal en doeltreffend worden benut, dienen daaraan bepaalde voorwaarden te worden verbonden die er essentieel voor zijn en er functioneel verband mee houden.

(4)

De TAC's dienen te worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen en met inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd. In dit verband dient rekening te worden gehouden met de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomst van 23 juli 2009 met het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA), de betrokken regionale adviesraden (RAR's) en de lidstaten, en op 29 september 2009 met het RCVA en de betrokken RAR's.

(5)

Voor bestanden waarvoor specifieke meerjarenplannen gelden, dienen de TAC's overeenkomstig de in die plannen vervatte voorschriften te worden vastgesteld. Bijgevolg dienen de TAC's voor de bestanden van heek, langoustine en tong in de Golf van Biskaje, het westelijk Kanaal en de Noordzee, schol in de Noordzee, haring in het gebied ten westen van Schotland, kabeljauw in het Kattegat, de Noordzee en het Skagerrak, het oostelijk deel van het Kanaal, het gebied ten westen van Schotland en de Ierse Zee te worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in respectievelijk Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (3), Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland (4),

Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad van 23 februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje (5), Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in het westelijk Kanaal (6), Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee (7), Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren (8), Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (9) en Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad van 6 april 2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

(6)

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 moet worden bepaald op welke bestanden de verschillende, in die verordening bedoelde maatregelen van toepassing zijn.

(7)

Uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek uitgevoerde visserijoperaties mogen niet worden opgenomen in het toepassingsgebied van deze verordening, met uitzondering van operaties die worden uitgevoerd door vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij.

(8)

Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaisoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten.

(9)

De maximaal toegestane inspanning voor 2010 dient te worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005, artikel 5 van Verordening (EG) nr. 509/2007, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007, de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 5 en 9 van Verordening (EG) nr. 302/2009, en rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen uit de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008 (10).

(10)

Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een systeem te handhaven, zij het met herziening, voor het beheer van de visserijinspanning op zandspiering in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV.

(11)

In het licht van het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES en overeenkomstig de internationale verbintenissen in het kader van het Verdrag inzake de visserij in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dient de visserijinspanning op bepaalde diepzeesoorten te worden beperkt.

(12)

Bij de benutting van de vangstmogelijkheden moet worden voldaan aan de Uniewetgeving op dit gebied, en met name aan Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten (11), Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (12), Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (13), artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (14), Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten (15), Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (16),

Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (17), Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (18), Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS) (19), Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (20), Verordening (EG) nr. 2115/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van een herstelplan voor zwarte heilbot in het kader van de visserijorganisatie in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (21),

Verordening (EG) nr. 2166/2005, Verordening (EG) nr. 388/2006, Verordening (EG) nr. 1966/2006 van de Raad van 21 december 2006 betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie (22), Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee (23), Verordening (EG) nr. 509/2007 (24), Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden, Verordening (EG) nr. 676/2007, Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (25), Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (26), Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de EU-wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de EU-wateren (27),

Verordening (EG) nr. 1077/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1966/2006 van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie (28), Verordening (EG) nr. 1300/2008, Verordening (EG) nr. 1342/2008, Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (herschikking) (29), Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (herschikking) (30), Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (herschikking) (31), Verordening (EG) nr. 302/2009 en Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (32).

(13)

De Unie heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties, over de visserijrechten overleg gepleegd met Noorwegen (33), de Faeröer (34) en Groenland (35). Het overleg met Groenland is op 25 november 2009 afgesloten met de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2010 voor EU-vaartuigen in Groenlandse wateren. Het overleg met de Faeröer en Noorwegen is nog niet afgelopen en naar verwachting zullen de overeenkomsten voor 2010 met deze partners begin 2010 worden gesloten. Om te vermijden dat de visserijactiviteiten van de Unie worden onderbroken en tevens de nodige flexibiliteit mogelijk te maken voor het sluiten van deze overeenkomsten begin 2010, moet de Unie de vangstmogelijkheden voor onder die overeenkomsten vallende bestanden voorlopig vaststellen, totdat de overeenkomsten worden gesloten.

(14)

De Unie is verdragsluitende partij bij verscheidene visserijorganisaties en neemt aan andere organisaties deel als samenwerkende niet-verdragsluitende partij. Voorts worden de visserijovereenkomsten die Polen vóór de toetreding tot de Europese Unie heeft gesloten, zoals de Overeenkomst voor de instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee, krachtens de Toetredingsakte van 2003 vanaf de datum van toetreding beheerd door de Unie. De visserijorganisaties hebben aanbevolen om voor 2010 een aantal maatregelen in te voeren, onder meer vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen. Deze vangstmogelijkheden moeten door de Unie ten uitvoer worden gelegd.

(15)

De Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) heeft op haar jaarlijkse vergadering in 2009 geen vangstbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld; hoewel de Unie geen lid is van de IATTC, dienen de vangstmogelijkheden voor bestanden die onder de jurisdictie van de IATTC vallen, te worden gereguleerd om het duurzame beheer ervan te garanderen.

(16)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2009 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) tabellen goedgekeurd van de onderbenutting en de overbenutting van de vangstmogelijkheden van de bij de Iccat aangesloten partijen. In dit verband heeft de Iccat een besluit aangenomen waarin geconstateerd wordt dat de Unie in 2008 haar quota voor Atlantische en mediterrane zwaardvis, grootoogtonijn en Noord-Atlantische witte tonijn heeft onderbenut. Om rekening te houden met de door de Iccat in de quota van de Unie aangebrachte aanpassingen, is het noodzakelijk de uit die onderbenutting voortvloeiende vangstmogelijkheden over de lidstaten te spreiden op basis van het respectieve aandeel van elke lidstaat in de onderbenutting, zonder te raken aan de voor de jaarlijkse verdeling van de TAC's in de onderhavige verordening bepaalde verdeelsleutel. Tijdens deze vergadering is het herstelplan voor blauwvintonijn aangepast. Voorts heeft de Iccat een aanbeveling betreffende de instandhouding van grootoogvoshaaien aangenomen. Met het oog op de instandhouding van visbestanden is het noodzakelijk deze maatregelen uit te voeren.

(17)

Tijdens de derde internationale vergadering over de oprichting van een Regionale Organisatie voor het visserijbeheer op volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) in mei 2007, hebben de deelnemers tussentijdse maatregelen goedgekeurd, waaronder vangstmogelijkheden, om, in afwachting van de oprichting van deze regionale organisatie voor het visserijbeheer, de pelagische en de bodemvisserij in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan te reguleren. In november 2009 zijn deze maatregelen tijdens de achtste internationale vergadering voor de oprichting van de SPRFMO herzien. Conform het door de deelnemers bereikte akkoord zijn deze tussentijdse maatregelen vrijwillig en niet juridisch bindend uit hoofde van het internationaal recht, maar het lijkt niettemin - in het licht van soortelijke bepalingen in de VN-visbestandenovereenkomst raadzaam - deze maatregelen op te nemen in de wetgeving van de Unie.

(18)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2009 heeft de Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO) vangstbeperkingen vastgesteld voor nog eens twee visbestanden in het SEAFO-verdragsgebied. Deze vangstbeperkingen moeten in EU-recht worden omgezet.

(19)

Om redenen van continuïteit moet het vissersvaartuigen van bepaalde derde landen worden toegestaan onder bepaalde voorwaarden in EU-wateren te vissen, met naleving van Verordening (EG) nr. 1006/2008 en de bijbehorende uitvoeringsbepalingen.

(20)

Bij het vaststellen van de vangstmogelijkheden kan de Raad overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1342/2008, op basis van de door de lidstaten aangebrachte gegevens alsmede een beoordeling daarover van het WTECV, bepaalde groepen vaartuigen uitsluiten van de in de betreffende verordening vastgestelde visserijinspanningsregeling, op voorwaarde dat passende gegevens over de kabeljauwvangsten en -teruggooi op de betrokken vaartuigen beschikbaar zijn, dat het percentage kabeljauwvangsten niet meer bedraagt dan 1,5 % van de totale vangsten van de groep vaartuigen en dat de opneming van de groep vaartuigen in de visserijinspanningsregeling een administratieve belasting zou teweegbrengen die niet in verhouding staat tot hun globaal effect op de kabeljauwbestanden. Polen heeft gegevens verstrekt over de kabeljauwvangsten van een groep vaartuigen die bestaat uit één vaartuig dat in de Noordzee op koolvis vist met bodemtrawls met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 100 mm. Het Verenigd Koninkrijk heeft informatie verstrekt over de kabeljauwvangsten van twee groepen vaartuigen die ten westen van Schotland gebruik maken van bodemtrawls. Op basis van deze door het WTECV geëvalueerde gegevens kan worden geconstateerd dat deze kabeljauwvangsten, inclusief teruggooi van deze groepen vaartuigen niet meer dan 1,5 % van hun totale vangst bedragen. Wanneer bovendien rekening wordt gehouden met de toepasselijke controle- en toezichtsmaatregelen, die de garantie bieden dat de visserijactiviteiten van deze groepen vaartuigen worden gevolgd en gecontroleerd, en met het feit dat de opneming van deze groepen vaartuigen een administratieve belasting zou teweegbrengen die niet in verhouding staat tot hun globaal effect op de kabeljauwbestanden, is het aangewezen deze groepen uit te sluiten van de toepassing van hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008, en kunnen de inspanningbeperkingen voor de betrokken lidstaten dienovereenkomstig worden vastgesteld.

(21)

Overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag moeten de maatregelen die nodig zijn voor het vaststellen van vangstbepalingen voor bepaalde kortlevende bestanden worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (36),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

1.   Bij deze verordening worden de volgende vangstmogelijkheden vastgesteld, alsmede de voorwaarden die functioneel verbonden zijn met het gebruik van deze vangstmogelijk–heden:

voor het jaar 2010, de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden, en

voor het jaar 2011, bepaalde beperkingen van de visserijinspanning en, voor de in titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, en in de bijlagen IE en V vastgestelde perioden, de vangstmogelijkheden voor bepaalde Antarctische bestanden.

2.   In deze verordening worden ook voorlopige vangstmogelijkheden vastgesteld voor bepaalde visbestanden of groepen visbestanden die vallen onder de bilaterale visserijovereenkomsten met Noorwegen en de Faeröer, in afwachting van de afloop van het overleg over de regelingen voor 2010.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Tenzij anders bepaald, is deze verordening van toepassing op:

a)

EU-EU-vaartuigen, en

b)

vissersvaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd staan in een derde land (hierna „vaartuigen van derde landen” genoemd), in EU-wateren.

2.   In afwijking van lid 1 geldt deze verordening, met uitzondering van voetnoot 1 bij de tabel in Deel B van bijlage V, niet voor visserijoperaties die uitsluitend worden uitgevoerd voor wetenschappelijk onderzoek dat plaatsvindt met toestemming en onder het gezag van de lidstaat waarvan het vaartuig de vlag voert, en waarvan de Commissie en de lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd, van te voren op de hoogte zijn gesteld. Lidstaten die voor wetenschappelijk onderzoek visserijoperaties uitvoeren, stellen de Commissie, de lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek wordt gedaan, de ICES en het WTECV op de hoogte van alle vangsten die bij deze visserijoperaties worden gedaan.

3.   Lid 2 geldt niet voor visserijoperaties door vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij wanneer voor die visserij bijkomende quota gelden.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden naast de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde definities de volgende definities:

a)

„EU-vaartuigen”: vaartuigen als gedefinieerd in artikel in artikel 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)

„EU-wateren”: wateren als gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

c)

„totaal toegestane vangsten (TAC's)”: de hoeveelheden die elk jaar van elk bestand mogen worden gevangen en aangeland;

d)

„quotum”: een vast aandeel van de aan de Unie, de lidstaten, of derde landen toegewezen TAC's;

e)

„internationale wateren”: wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

f)

„maaswijdte”: de maaswijdte zoals vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (37);

g)

„EU-vissersvlootregister”: het register dat door de Commissie is opgesteld overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

h)

„visserijlogboek”: het logboek bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

a)

voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea - Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de afbakening van Verordening (EEG) nr. 218/2009;

b)

voor het Skagerrak: het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

c)

voor het Kattegat: het gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

d)

voor de Golf van Cadiz: het gebied van ICES-zone IXa ten oosten van 7° 23′48″ WL;

e)

voor de CECAF-zones (Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic - Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische Oceaan, of FAO-gebied 34): de afbakening van Verordening (EG) nr. 216/2009;

f)

voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries Organisation - Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan): de afbakening van Verordening (EG) nr. 217/2009;

g)

voor de SEAFO-zones (South East Atlantic Fisheries Organisation - Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan): de afbakening van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (38);

h)

voor de ICCAT-zone (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas - Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen): de afbakening van het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (39);

i)

voor de CCAMLR-zones (Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources - Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): de afbakening van Verordening (EG) nr. 601/2004;

j)

voor de IATTC-zone (Inter American Tropical Tuna Convention - Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn): de afbakening van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (40);

k)

voor de IOTC-zone (Indian Ocean Tuna Commission - Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): de afbakening van de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (41);

l)

voor het SPFO-gebied (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - Regionale visserijorganisatie voor het zuidelijke deel van de Stille Oceaan): het gebied op open zee bezuiden 10o noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied, zoals vastgesteld in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (42), en ten westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

m)

voor de WCPFC-zone (Western and Central Pacific Fisheries Convention - Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan): de afbakening van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan (43);

n)

voor de diepzee van de Beringzee: het diepzeegebied van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten.

TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU-VAARTUIGEN

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 5

Vangstbeperkingen en toewijzingen

1.   De vangstbeperkingen voor EU-vaartuigen in EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze vangstbeperkingen aan de lidstaten, alsmede aanvullende voorwaarden overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96, worden vastgesteld in bijlage I.

2.   EU-vaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de voorschriften van artikel 12 en bijlage III van de onderhavige verordening en van Verordening (EG) nr. 1006/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

3.   De Commissie stelt de vangstbeperkingen voor de zandspieringvisserij in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV vast volgens de regels in punt 6 van bijlage IID.

4.   De Commissie stelt de vangstbeperkingen voor lodde in de Groenlandse wateren van de ICES-zones V en XIV voor de Unie vast op 7,7 % van de TAC voor lodde, zodra de TAC is vastgesteld.

5.   De vangstbeperkingen voor het keverbestand in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV en voor het sprotbestand in de EU-wateren van de ICES-zones IIa en IV kunnen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure door de Commissie worden herzien in het licht van de wetenschappelijke gegevens die tijdens het eerste halfjaar van 2010 worden verzameld.

6.   Als gevolg van een herziening van het keverbestand overeenkomstig lid 5 kunnen de vangstbeperkingen voor het wijtingbestand in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV en voor het schelvisbestand in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, III en IV volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure door de Commissie worden herzien om rekening te houden met de industriële bijvangsten in de kevervisserij.

7.   De Commissie kan de vangstbeperkingen voor het ansjovisbestand in ICES-zone VIII vaststellen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure in het licht van de wetenschappelijke gegevens die tijdens het eerste halfjaar van 2010 worden verzameld.

Artikel 6

Verboden soorten

Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)

Reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle EU- en niet-EU-wateren;

b)

Zee-engel (Squatina squatina) in alle EU-wateren;

c)

Vleet (Dipturus batus) in de EU-wateren van ICES-zones IIa, III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

d)

Golfrog (Raja undulate) en witte rog (Rostroraja alba) in de EU-wateren van ICES-zones VI, VII, VIII, IX en X; en

e)

Haringhaai (Lamna nasus) in internationale wateren.

Artikel 7

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 21, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2847/93, of op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008;

c)

het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)

het inhouden van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96;

e)

verminderingen of kortingen op grond van de artikelen 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

2.   Tenzij anders vermeld in bijlage I van deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor TAC's bij wijze van voorzorgsmaatregel zijn vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 8

Beperkingen van de visserijinspanning

Vanaf 1 februari 2010 tot en met 31 januari 2011 zijn de maatregelen tot vermindering van de visserijinspanning die zijn vastgesteld in:

a)

bijlage IIA, van toepassing op het beheer van sommige bestanden in het Kattegat, het Skagerrak, het deel van ICES-zone IIIa dat niet behoort tot het Skagerrak en het Kattegat, de ICES-zones IV, VIa, VIIa en VIId en de EU-wateren van de ICES-zones IIa en Vb;

b)

bijlage IIB, van toepassing op het herstel van heek en langoustine in de ICES-zones VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;

c)

bijlage IIC, van toepassing op het beheer van de tongbestanden in ICES-zone VIIe;

d)

bijlage IID, van toepassing op het beheer van de zandspieringbestanden in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV.

Artikel 9

Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij

1.   Naast de vangstbeperkingen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1359/2008 van 28 november 2008 tot vaststelling, voor 2009 en 2010, van de vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (44), is het verboden per zeereis een totale hoeveelheid diepzeesoorten en zwarte heilbot van meer dan 100 kg te vangen en aan boord te houden, over te laden of aan te landen, tenzij het betrokken vaartuig in het bezit is van een diepzeevisserijdocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2347/2002.

2.   De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die hun vlag voeren en op hun grondgebied zijn geregistreerd, visserijactiviteiten die leiden tot de vangst en het aan boord houden van meer dan 10 ton diepzeesoorten en zwarte heilbot per kalenderjaar, slechts uitoefenen als ze in het bezit zijn van een diepzeevisserijdocument.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2010 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisserijdocumenten niet meer bedragen dan 65 % van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning van de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 op reizen tijdens welke deze vaartuigen beschikten over diepzeevisserijdocumenten en/of er diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 2347/2002, werden gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote zilversmelt is gevangen.

Artikel 10

Voorwaarden voor de aanlanding van vangsten en bijvangsten

1.   Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:

a)

die vis is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en dat quotum nog niet is opgebruikt; of

b)

die vis deel uitmaakt van een quotum van de Unie dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat quotum nog niet is opgebruikt.

2.   In afwijking van lid 1 mogen de volgende vissoorten aan boord worden gehouden en aangeland, zelfs indien de lidstaat er geen quota voor heeft of zijn quota of aandelen heeft opgebruikt:

a)

andere soorten dan haring en makreel, mits

i)

die soorten samen met andere soorten zijn gevangen met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 850/98; en

ii)

de vangst noch aan boord, noch bij aanlanding is gesorteerd;

of

b)

makreel, mits

i)

die soort samen met horsmakreel of sardine is gevangen;

ii)

de vangst van die soort ten hoogste 10 % bedraagt van het totale gewicht van de aan boord aanwezige hoeveelheid makreel, horsmakreel en sardine, en

iii)

de vangst noch aan boord, noch bij aanlanding is gesorteerd.

3.   Alle aangelande hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum of, wanneer het quotum van de Unie niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, op het quotum van de Unie, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde vangsten.

4.   Het percentage en de bestemming van de bijvangsten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 4 en 11 van Verordening (EG) nr. 850/98.

Artikel 11

Beperkingen op het gebruik van bepaalde vangstmogelijkheden

Van 1 mei tot en met 31 juli 2010 is het vissen op of het aan boord houden van andere maritieme organismen dan haring, makreel, sardines, horsmakreel, sprot, blauwe wijting en zilvervis verboden, en wel in het gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

Punt

Breedtegraad

Lengtegraad

1

52o 27' NB

12o 19' WL

2

52o 40' NB

12o 30' WL

3

52o 47' NB

12o 39,600' WL

4

52o 47' NB

12o 56' WL

5

52o 13,5' NB

13o 53,830' WL

6

51o 22' NB

14o 24' WL

7

51o 22' NB

14o 03' WL

8

52o 10' NB

13o 25' WL

9

52o 32' NB

13o 07,500' WL

10

52o 43' NB

12o 55' WL

11

52o 43' NB

12o 43' WL

12

52o 38,800' NB

12o 37' WL

13

52o 27' NB

12o 23' WL

14

52o 27' NB

12o 19' WL

Artikel 12

Ongesorteerde aanlanding in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en de EU-wateren van ICES-zone IIa

1.   Wanneer de voor een lidstaat vastgestelde vangstbeperkingen voor haring in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en in de EU-wateren van ICES-zone IIa zijn opgebruikt, is het voor vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, in de Unie geregistreerd zijn en actief zijn in de visserijtakken waarvoor de betrokken vangstbeperkingen gelden, verboden om ongesorteerde vangsten aan te landen die ook haring bevatten.

2.   De lidstaten zien erop toe dat er een adequaat bemonsteringsprogramma bestaat voor een effectief toezicht op ongesorteerde aanlanding van soorten die zijn gevangen in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en in de EU-wateren van ICES-zone IIa.

3.   Ongesorteerde vangsten uit de ICES-zones IIIa, IV en VIId en uit de EU-wateren van ICES-zone IIa mogen alleen worden aangeland in havens of andere aanlandingsplaatsen waar een in lid 2 bedoeld bemonsteringsprogramma van kracht is.

Artikel 13

Gegevensverstrekking

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

HOOFDSTUK II

Vismachtigingen in wateren van derde landen

Artikel 14

Vismachtigingen

1.   Het maximum aantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage III.

2.   Indien een lidstaat quota in de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (uitwisseling of „swap”), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet worden overschreden.

HOOFDSTUK III

Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer

Afdeling 1

ICCAT-GEBIED

Artikel 15

Beperking van het aantal vaartuigen dat op blauwvintonijn mag vissen

Voor de onderstaande vaartuigen gelden de in bijlage IV vastgestelde maximumaantallen:

met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen;

vaartuigen die in het kader van de EU-ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen;

EU-vaartuigen die in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen voor kweekdoeleinden.

Artikel 16

Bijkomende voorwaarden voor de in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn

In aanvulling op artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 302/2009 is het in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee van 15 april tot en met 15 mei 2010 verboden met ringzegenvaartuigen op blauwvintonijn te vissen.

Artikel 17

Recreatie- en sportvisserij

De lidstaten kennen een specifiek deelquota van de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie- en sportvisserij.

Artikel 18

Haaien

1.   In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).

2.   Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias spp.

Afdeling 2

CCAMLR-GEBIED

Artikel 19

Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen

1.   Gerichte visserij op de in bijlage V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.   Voor nieuwe en experimentele visserij worden de vangst- en bijvangstbeperkingen per deelgebied vastgelegd in bijlage V, deel B.

Artikel 20

Experimentele visserij

1.   Een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en er geregistreerd staat, en dat bij de CCAMLR is aangemeld overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004, mag deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 buiten gebieden onder nationale jurisdictie.

2.   De vangst- en bijvangstbeperkingen in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende vangstbeperking hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.

3.   De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel verschillende diepten als mogelijk om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan 550 m.

Artikel 21

Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2010/2011

1.   Uitsluitend de lidstaten die lid zijn van de CCAMLR mogen tijdens het visseizoen 2010/2011 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen. Lidstaten die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat en de Commissie overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni 2010 in kennis van:

a)

hun voornemen om op Antarctisch krill te vissen, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel C, vastgestelde formulier,

b)

de vorm van de netten, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel D, vastgestelde formulier.

2.   De in lid 1 vermelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.

3.   De lidstaten die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied de visserij op Antarctisch krill te beoefenen, geven alleen kennis van de vaartuigen met vergunning die ten tijde van de kennisgeving hun vlag voeren.

4.   De lidstaten mogen toestaan dat een ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 aan de CCAMLR gemelde vaartuigen, deelneemt aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een vaartuig met vergunning om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte, met opgave van:

a)

alle bijzonderheden over het in lid 2 bedoelde vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;

b)

een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

5.   De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat voorkomt op een van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van IOO-vaartuigen, aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.

Artikel 22

Sluiting van de visserij

1.   Na kennisgeving door het CCAMLR-secretariaat dat de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist, zoals omschreven in bijlage IE, zien de lidstaten erop toe dat alle vaartuigen die onder hun vlag varen en vissen in het gebied, het beheersgebied, het deelgebied, de sector, het SSRU of een andere beheerseenheid waarvoor het bericht van sluiting geldt, al hun vistuig vóór de meegedeelde sluitingsdatum en -tijd uit het water halen.

2.   Zodra het vaartuig een dergelijke kennisgeving ontvangt, mogen in de laatste 24 uur vóór de meegedeelde datum en tijd geen andere beugen meer worden uitgezet. Indien de kennisgeving minder dan 24 uur voor de sluitingsdatum en -tijd wordt toegezonden, mogen na ontvangst van de kennisgeving geen andere beugen worden uitgezet.

3.   In geval van sluiting van de visserij zoals bedoeld in lid 1 vertrekken alle vaartuigen uit het visserijgebied zodra al het vistuig uit het water is gehaald.

4.   Indien een vaartuig niet in staat is om al zijn vistuig vóór de meegedeelde sluitingsdatum en -tijd uit het water te halen vanwege:

a)

de veiligheid van het vaartuig en de bemanning;

b)

de beperkingen als gevolg van slechte weersomstandigheden;

c)

zee-ijsbedekking; of

d)

de noodzaak om het milieu in de Antarctische wateren te beschermen,

stelt het zijn vlaggenlidstaat in kennis van de situatie. De lidstaat brengt onverwijld het CCAMLR-secretariaat en de Commissie op de hoogte. Het vaartuig doet niettemin al het mogelijke om zijn vistuig zo spoedig mogelijk uit het water te halen.

5.   Indien lid 4 van toepassing is, stellen de lidstaten een onderzoek in naar de activiteiten van het vaartuig en stellen zij uiterlijk tegen de volgende CCAMLR-vergadering het CCAMLR-secretariaat en de Commissie overeenkomstig hun interne procedures in kennis van hun bevindingen. In het eindverslag wordt beoordeeld of het vaartuig binnen de grenzen van de redelijkheid al het mogelijke heeft gedaan om al zijn vistuig uit het water te halen:

a)

uiterlijk op de meegedeelde sluitingsdatum en -tijd; en

b)

zo spoedig mogelijk na de in lid 4 bedoelde kennisgeving.

6.   Indien een vaartuig het gesloten gebied niet verlaat zodra al het vistuig uit het water is gehaald, ziet de vlaggenlidstaat erop toe dat het CCAMLR-secretariaat en de Commissie op de hoogte worden gebracht.

Afdeling 3

IOTC-GEBIED

Artikel 23

Beperking van de visserijcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-gebied vissen

1.   Het maximum aantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-gebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in brutotonnage (GT) uitgedrukte capaciteit, wordt vastgesteld in bijlage VI, punt 1.

2.   Het maximum aantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-gebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in GT uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in bijlage VI, punt 2.

3.   De lidstaten kunnen het in de leden 1 en 2 bedoelde aantal vaartuigen, per type vistuig, wijzigen, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.

4.   De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Vaartuigen die voorkomen op de lijst van vaartuigen die onwettige, ongereglementeerde en niet-aangegeven visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen) van een regionale organisatie voor visserijbeheer, mogen niet worden overgedragen.

5.   Rekening houdend met de uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen, kunnen de lidstaten de in dit artikel bedoelde maxima van de visserijcapaciteit slechts verhogen binnen de in die ontwikkelingsplannen bepaalde grenzen.

Afdeling 4

SFPO-GEBIED

Artikel 24

Pelagische visserij - capaciteitsbeperking

De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SFPO-verdragsgebied, beperken de totale GT van de vaartuigen die hun vlag voeren en die op pelagische bestanden vissen in 2010 tot het niveau van 78 610 GT in het SFPO-verdragsgebied, en wel zodanig dat de duurzame exploitatie van de pelagische visbestanden in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan is gewaarborgd.

Artikel 25

Pelagische visserij - vangstbeperkingen

1.   Alleen de lidstaten die, zoals omschreven in artikel 24, actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SFPO-verdragsgebied in 2007, 2008 of 2009, mogen in dit gebied op pelagische bestanden vissen met de in bijlage IJ vastgestelde vangstbeperkingen.

2.   De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van de naam en de kenmerken, met inbegrip van de GT, van hun vaartuigen die betrokken zijn bij de in dit artikel bedoelde visserij.

3.   Voor het toezicht op de in dit artikel bedoelde visserij sturen de lidstaten de Commissie, ter toezending aan het interim-secretariaat van de SPRFMO, VMS-gegevens, maandelijkse vangstaangiften, en indien voorhanden, gegevens over aanloophavens uiterlijk de 15e dag van de maand volgend op de maand waarop de gegevens betrekking hebben.

Artikel 26

Bodemvisserij

De lidstaten beperken de bodemvisserijinspanning of de uit die visserij voortkomende vangsten in het SPFO-gebied tot het gemiddelde van de jaarlijkse hoeveelheden in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006, wat betreft het aantal vissersvaartuigen en andere parameters die een maatstaf zijn voor de vangsthoeveelheid, de visserijinspanning en de visserijcapaciteit, en tot de delen van het SFPO-gebied waar tijdens het vorige visseizoen bodemvisserij heeft plaatsgevonden.

Afdeling 5

IATTC-GEBIED

Artikel 27

Ringzegenvisserij

1.   De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) of gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:

a)

van hetzij 29 juli tot en met 28 september 2010, hetzij van 10 november 2010 tot en met 18 januari 2011 in het gebied dat wordt begrensd door:

de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan,

lengtegraad 150° WL;

breedtegraad 40° NB;

breedtegraad 40° ZB;

b)

van 29 september tot en met 29 oktober 2010 in het gebied dat wordt begrensd door:

lengtegraad 94° WL;

lengtegraad 110° WL;

breedtegraad 3° NB;

breedtegraad 5° ZB.

2.   De betrokken lidstaten delen de Commissie vóór 1 april 2010 de in lid 1, onder a), bedoelde periode mee waarin de visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvissers van de betrokken lidstaten moeten de visserij met de ringzegen in het beschreven gebied en gedurende de vastgestelde periode stopzetten.

3.   Ringzegenvissers die in IATTC-gebied vissen, moeten alle gevangen grootoogtonijnen, gestreepte tonijnen en geelvintonijnen aan boord houden en aanlanden, behalve vis die om andere redenen dan de grootte als ongeschikt voor menselijke consumptie wordt beschouwd. Eén uitzondering vormt de laatste vangst van een reis, wanneer misschien onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die vangst gevangen tonijn op te slaan.

Afdeling 6

SEAFO-GEBIED

Artikel 28

Maatregelen ter bescherming van diepzeehaaien

De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden: roggen (Rajidae), doornhaai (Squalus acanthias), gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus bigelowi), kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), spookkathaai (Apristurus manis), fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus) en diepzeehaaien van de superorde Selachimorpha (haaien).

Afdeling 7

WCPFC-GEBIED

Artikel 29

Beperkingen van de visserijinspanning voor geelvintonijn, grootoogtonijn, gestreepte tonijn en witte tonijn

De lidstaten zien erop toe dat de totale inspanning bij de visserij op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares), gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) en witte tonijn (Thunnus alalunga) in het WCPFC-gebied wordt beperkt tot de visserijinspanning die in partnerschapsovereenkomsten tussen de Unie en kuststaten in de regio is overeengekomen.

Artikel 30

Gesloten gebied voor de visserij met visconcentratievoorzieningen (FAD's)

1.   In het gedeelte van het WCPFC-gebied tussen 20°NB en 20°ZB zijn visserijactiviteiten van ringzegenvaartuigen die gebruik maken van FAD's verboden tussen 1 juli 2010, 00.00 uur en 30 september 2010, 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen in dat gedeelte van het WCPFC-gebied alleen visserijactiviteiten verrichten indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig op geen enkel ogenblik:

a)

een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat gebruikt of in dienst heeft,

b)

met behulp van FAD's vist op scholen.

2.   Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-gebied vissen, houden alle grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn aan boord en landen deze aan of laden deze over.

3.   Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:

a)

tijdens de laatste trek van een visreis, indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan,

b)

wanneer de vis om andere dan met de grootte verband houdende redenen niet geschikt is voor menselijke consumptie, of

c)

wanneer zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.

Artikel 31

Beperking van het aantal vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen

Het maximum aantal EU-vaartuigen dat in de gebieden bezuiden 20° ZB van het WCPFC-gebied op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen, wordt vastgesteld in bijlage VII.

Afdeling 8

Beringzee

Artikel 32

Verbod op de visserij in de diepzee van de Beringzee

De visserij op alaskakoolvis (Theragra chalcogramma) in de diepzee van de Beringzee is verboden.

TITEL III

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN

Artikel 33

Vangstbeperkingen

Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde vangstbeperkingen en de in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1006/2008 en de onderhavige titel vastgestelde voorwaarden, in EU-wateren vissen.

Artikel 34

Vismachtigingen

1.   Het maximum aantal vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in EU-wateren vissen, wordt vastgesteld in bijlage VIII.

2.   Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits die vis is gevangen met vaartuigen van derde landen die een quotum hebben en dat quotum niet is opgebruikt.

Artikel 35

Verboden soorten

Het is vaartuigen van derde landen verboden de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a)

reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle EU-wateren;

b)

zee-engel (Squatina squatina) in alle EU-wateren;

c)

vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-zones IIa, III, IV, VI, VII, VIII, IX en X, en

d)

golfrog (Raja undulata) en witte rog (Rostroraja alba) in de EU-wateren van ICES-zones VI, VII, VIII, IX en X.

TITEL IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 36

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1359/2008

In deel 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1359/2008 worden de gegevens betreffende grenadiervis in wateren van de Gemeenschap en wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen van ICES-subsectie III vallen, vervangen door:

„Soort:

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Gebied:

III (wateren van de Gemeenschap en wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen vallen) (45)

(RNG/03-)

Jaar

2009

2010

 

Denemarken

804

804

Duitsland

5

5

Zweden

41

41

EU

850

850

Artikel 37

Wijziging van Verordening (EG) nr. 754/2009

In artikel 1 van Verordening (EG) nr. 754/2009 worden de volgende punten toegevoegd:

„c)

de in het Britse verzoek van 18 juni 2009 aangegeven groep onder Britse vlag varende vaartuigen die in het gebied ten westen van Schotland, in het bijzonder in de Minch (statistische vakken van de ICES 42 E3, 42 E4, 43 E3, 43 E4, 44 E3, 44 E4, 45 E3) gericht op langoustine vissen met bodemtrawls en zegennetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm;

d)

de in het Britse verzoek van 18 juni 2009 aangegeven groep onder Britse vlag varende vaartuigen die in het gebied ten westen van Schotland, in het bijzonder in de Firth of Clyde (statistische vakken van de ICES 39 E5 en 40 E5) gericht op langoustine vissen met bodemtrawls en zegennetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm;

e)

de in het Poolse verzoek van 24 april 2009, aangevuld bij brief van 11 juli 2009, aangegeven groep onder Poolse vlag varende vaartuigen die in de Noordzee en de EU-wateren van ICES-zone IIa gericht op koolvis vissen met bodemtrawls met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 100 mm onder voltijds toezicht door waarnemers.”.

Artikel 38

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1226/2009

Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1226/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en van de bij die visserij in acht te nemen voorschriften (46) wordt vervangen door:

„Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op communautaire vissersvaartuigen (communautaire vaartuigen) die in de Oostzee opereren.

2.   In afwijking van lid 1 geldt deze verordening niet voor visserijoperaties die uitsluitend worden uitgevoerd voor wetenschappelijk onderzoek dat plaatsvindt met toestemming en onder het gezag van de lidstaat waarvan het betrokken vaartuig de vlag voert, en waarvan de Commissie en de lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd, van te voren op de hoogte zijn gesteld. Lidstaten die voor wetenschappelijk onderzoek visserijoperaties uitvoeren, stellen de Commissie, de lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek wordt gedaan, de ICES en het WTECV op de hoogte van alle vangsten die bij deze visserijoperaties worden gedaan.

3.   Lid 2 geldt niet voor visserijoperaties, uitgevoerd door vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij wanneer voor die visserij bijkomende quota gelden.”.

Artikel 39

Wijziging van Verordening(EG) nr. 1287/2009

Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1287/2009 (47) van de Raad van 27 november 2009 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden welke in de Zwarte Zee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften wordt vervangen door:

„Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op communautaire vissersvaartuigen (communautaire vaartuigen) die in de Zwarte Zee opereren.

2.   In afwijking van lid 1 geldt deze verordening niet voor visserij-operaties die uitsluitend worden uitgevoerd voor wetenschappelijk onderzoek dat plaatsvindt met toestemming en onder het gezag van de lidstaat waarvan het betrokken vaartuig de vlag voert, en waarvan de Commissie en de lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd, van te voren op de hoogte zijn gesteld. Lidstaten die voor wetenschappelijk onderzoek visserij-operaties uitvoeren, stellen de Commissie, de lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek wordt gedaan, de ICES en het WTECV op de hoogte van alle vangsten die bij deze visserij-operaties worden gedaan.

3.   Lid 2 geldt niet voor visserij-operaties, uitgevoerd door vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij wanneer voor die visserij bijkomende quota gelden.”.

Artikel 40

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2010.

Op vangstmogelijkheden voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2010, zijn titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, en de bijlagen IE en V van toepassing met ingang van de datum waarop de betrokken vangstmogelijkheden van toepassing zijn.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 januari 2010

Voor de Raad

De voorzitter

M. A. MORATINOS


(1)  PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20.

(2)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(3)  PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1.

(4)  PB L 345 van 28.12.2005, blz. 5.

(5)  PB L 65 van 7.3.2006, blz. 1.

(6)  PB L 122 van 11.5.2007, blz. 7.

(7)  PB L 157 van 19.6.2007, blz. 1.

(8)  PB L 344 van 20.12.2008, blz. 6.

(9)  PB L 96 van 15.4.2009, blz. 1.

(10)  PB L 214 van 19.8.2009, blz. 16.

(11)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1.

(12)  PB L 274 van 25.9.1986, blz. 1.

(13)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9.

(14)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.

(15)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7.

(16)  PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1.

(17)  PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6.

(18)  PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1.

(19)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(20)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16.

(21)  PB L 340 van 23.12.2005, blz. 3.

(22)  PB L 409 van 30.12.2006, blz. 1.

(23)  PB L 36 van 8.2.2007, blz. 6.

(24)  PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3.

(25)  PB L 318 van 5.12.2007, blz. 1.

(26)  PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.

(27)  PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33.

(28)  PB L 295 van 4.11.2008, blz. 3.

(29)  PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1.

(30)  PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42.

(31)  PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70.

(32)  PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(33)  Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48).

(34)  Overeenkomst betreffende de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering van de Faeröer, anderzijds (PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12).

(35)  Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de regering van Denemarken en de autonome regering van Groenland, anderzijds (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 4) en Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie als bedoeld in de partnerschapsovereenkomst (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 9).

(36)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(37)  PB L 151 van 11.6.2008, blz. 5.

(38)  Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad (PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39).

(39)  De Europese Gemeenschap trad toe bij Besluit 86/238/EEG van de Raad (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33).

(40)  Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).

(41)  De Gemeenschap trad toe bij Besluit 95/399/EG van de Raad (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24).

(42)  Gesloten bij Besluit 2008/780/EG van de Raad (PB L 268 van 9.10.2008, blz. 27).

(43)  De Europese Gemeenschap trad toe bij Besluit 2005/75/EG van de Raad (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1).

(44)  PB L 352 van 31.12.2008, blz. 1.

(45)  In afwachting van overleg tussen de Europese Unie en Noorwegen mag niet gericht op grenadiervis worden gevist in ICES-zone IIIa.”

(46)  PB L 330 van 16.12.2009, blz. 1.

(47)  PB L 347 van 24.12.2009, blz. 1.


BIJLAGE I

VANGSTBEPERKINGEN, PER SOORT EN PER GEBIED (IN TON LEVEND GEWICHT, TENZIJ ANDERS VERMELD), VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN MET VANGSTBEPERKINGEN EN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN DE EU-WATEREN

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstbeperkingen worden als quota beschouwd voor de toepassing van artikel 5 van deze verordening en vallen derhalve onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34.

Tenzij anders bepaald zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. In de onderstaande overzichtstabel staan naast de in deze verordening gebruikte wetenschappelijke namen de corresponderende gewone namen vermeld:

Wetenschappelijke benaming

Drielettercode

Gewone naam

Amblyraja radiata

RJR

Sterrog

Ammodytes spp.

SAN

Zandspieringen

Argentina silus

ARU

Grote zilvervis

Beryx spp.

ALF

Beryciden

Brosme brosme

USK

Lom

Centrophorus squamosus

GUQ

Donkere doornhaai

Centroscymnus coelolepis

CYO

Portugese hondshaai

Chaceon (Geryon) quinquedens

CRR

Rode diepzeekrabben

Champsocephalus gunnari

ANI

IJsvis

Chionoecetes spp.

PCR

Sneeuwkrabben

Clupea harengus

HER

Haring

Coryphaenoides rupestris

RNG

Grenadiervis

Dalatias licha

SCK

Zwarte haai

Deania calcea

DCA

Spitssnuitsnavelhaai

Dipturus batis

RJB

Vleet

Dissostichus eleginoides

TOP

Zwarte patagonische ijsvis

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Etmopterus princeps

ETR

Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

ETP

Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba

KRI

Antarctisch krill

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Galeorhinus galeus

GAG

Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus

WIT

Witje

Hippoglossoides platessoides

PLA

Amerikaanse schol

Hippoglossus hippoglossus

HAL

Heilbot

Hoplostethus atlanticus

ORY

Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus

SQI

Kortvinnige pijlinktvis

Lamna nasus

POR

Haringhaai

Lepidonotothen squamifrons

NOS

Grijze zuidpoolkabeljauw

Lepidorhombus spp.

LEZ

Scharretongen

Leucoraja circularis

RJI

Zandrog

Leucoraja fullonica

RJF

Kaardrog

Leucoraja naevus

RJN

Grootoogrog

Limanda ferruginea

YEL

Geelstaartschar

Limanda limanda

DAB

Schar

Lophiidae

ANF

Zeeduivels

Macrourus spp.

GRV

Grenadiers

Makaira nigricans

BUM

Blauwe marlijn

Mallotus villosus

CAP

Lodde

Martialia hyadesi

SQS

Pijlinktvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

Schelvis

Merlangius merlangus

WHG

Wijting

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Micromesistius poutassou

WHB

Blauwe wijting

Microstomus kitt

LEM

Tongschar

Molva dypterygia

BLI

Blauwe leng

Molva molva

LIN

Leng

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Pandalus borealis

PRA

Noordse garnaal

Paralomis spp.

PAI

Krabben

Penaeus spp.

PEN

Peneide garnalen

Platichthys flesus

FLE

Bot

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Pleuronectiformes

FLX

Platvis

Pollachius pollachius

POL

Pollak

Pollachius virens

POK

Koolvis

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Raja brachyura

RJH

Blonde rog

Raja clavata

RJC

Stekelrog

Raja (Dipturus) nidarosiensis

JAD

Noorse rog

Raja microocellata

RJE

Kleinoogrog

Raja montagui

RJM

Gevlekte rog

Raja undulata

RJA

Golfrog

Rajiformes - Rajidae

SRX-RAJ

Roggen

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

Rostroraja alba

RJA

Witte rog

Scomber scombrus

MAC

Makreel

Scophthalmus rhombus

BLL

Griet

Sebastes spp.

RED

Roodbaarzen

Solea solea

SOL

Tong

Sole idae

SOX

Tongen

Sprattus sprattus

SPR

Sprot

Squalus acanthias

DGS

Doornhaai

Tetrapturus albidus

WHM

Witte marlijn

Thunnus maccoyii

SBF

Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus

BET

Grootoogtonijn

Thunnus thynnus

BFT

Blauwvintonijn

Trachurus spp.

JAX

Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii

NOP

Kever

Urophycis tenuis

HKW

Witte heek

Xiphias gladius

SWO

Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gewone benamingen en wetenschappelijke benamingen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Amerikaanse schol

PLA

Hippoglossoides platessoides

Ansjovis

ANE

Engraulis encrasicolus

Antarctisch krill

KRI

Euphausia superba

Atlantische slijmkop

ORY

Hoplostethus atlanticus

Beryciden

ALF

Beryx spp.

Blauwe leng

BLI

Molva dypterygia

Blauwe marlijn

BUM

Makaira nigricans

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn

BFT

Thunnus thynnus

Blonde rog

RJH

Raja brachyura

Bot

FLE

Platichthys flesus

Donkere doornhaai

GUQ

Centrophorus squamosus

Doornhaai

DGS

Squalus acanthias

Geelstaartschar

YEL

Limanda ferruginea

Gevlekte rog

RJM

Raja montagui

Gladde lantaarnhaai

ETP

Etmopterus pusillus

Golfrog

RJU

Raja undulata

Grenadiers

GRV

Macrourus spp.

Grenadiervis

RNG

Coryphaenoides rupestris

Griet

BLL

Scophthalmus rhombus

Grijze zuidpoolkabeljauw

NOS

Lepidonotothen squamifrons

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Grootoogrog

RJN

Leucoraja naevus

Grootoogtonijn

BET

Thunnus obesus

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Grote zilvervis

ARU

Argentina silus

Haring

HER

Clupea harengus

Haringhaai

POR

Lamna nasus

Heek

HKE

Merluccius merluccius

Heilbot

HAL

Hippoglossus hippoglossus

Horsmakrelen

JAX

Trachurus spp.

IJsvis

ANI

Champsocephalus gunnari

Kaardrog

RJF

Leucoraja fullonica

Kabeljauw

COD

Gadus morhua

Kever

NOP

Trisopterus esmarkii

Kleinoogrog

RJE

Raja microocellata

Koolvis

POK

Pollachius virens

Kortvinnige pijlinktvis

SQI

Illex illecebrosus

Krabben

PAI

Paralomis spp.

Langoustine

NEP

Nephrops norvegicus

Leng

LIN

Molva molva

Lodde

CAP

Mallotus villosus

Lom

USK

Brosme brosme

Makreel

MAC

Scomber scombrus

Noordse garnaal

PRA

Pandalus borealis

Noorse rog

JAD

Raja (Dipturus) nidarosiensis

Peneide garnalen

PEN

Penaeus spp.

Pijlinktvis

SQS

Martialia hyadesi

Platvis

FLX

Pleuronectiformes

Pollak

POL

Pollachius pollachius

Portugese hondshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Rode diepzeekrabben

CRR

Chaceon (Geryon) quinquedens

Roggen

SRX-RAJ

Rajiformes - Rajidae

Roodbaarzen

RED

Sebastes spp.

Ruwe haai

GAG

Galeorhinus galeus

Schar

DAB

Limanda limanda

Scharretongen

LEZ

Lepidorhombus spp.

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Schol

PLE

Pleuronectes platessa

Sneeuwkrabben

PCR

Chionoecetes spp.

Spitssnuitsnavelhaai

DCA

Deania calcea

Sprot

SPR

Sprattus sprattus

Stekelrog

RJC

Raja clavata

Sterrog

RJR

Ambliraja radiata

Tarbot

TUR

Psetta maxima

Tong

SOL

Solea solea

Tongen

SOX

Sole idae.

Tongschar

LEM

Microstomus kitt

Vleet

RJB

Dipturus Batis

Wijting

WHG

Merlangius merlangus

Witje

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Witte heek

HKW

Urophycis tenuis

Witte marlijn

WHM

Tetrapturus albidus

Witte rog

RJA

Rostroraja alba

Zandrog

RJI

Leucoraja circularis

Zandspieringen

SAN

Ammodytes spp.

Zeeduivels

ANF

Lophiidae

Zuidelijke blauwvintonijn

SBF

Thunnus maccoyii

Zwaardvis

SWO

Xiphias gladius

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Zwarte patagonische ijsvis

TOP

Dissostichus elegionoides

BIJLAGE IA

Skagerrak, Kattegat, ICES-zones I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van CECAF en wateren van Frans Guyana

Soort:

Zandspiering

Ammodytides

Gebied:

Noorse wateren van IV

(SAN/04-N.)

Denemarken

0

 (1)

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 (1)

 

 

EU

0

 (1)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Zandspiering

Ammodytidae

Gebied:

EU-wateren van IIa, IIIa en IV (2)

(SAN/2A3A4.)

Denemarken

108 834

 (2)

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 379

 (2)

 

 

Duitsland

166

 (2)

 

 

Zweden

3 996

 (2)

 

 

EU

115 375

 (2)

 

 

TAC

200 000

 

 


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van I en II

(ARU/1/2.)

Duitsland

30

 

 

 

Frankrijk

10

 

 

 

Nederland

24

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

48

 

 

 

EU

112

 

 

 

TAC

112

 

 


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

EU-wateren van III en IV

(ARU/3/4.)

Denemarken

1 134

 

 

 

Duitsland

11

 

 

 

Frankrijk

8

 

 

 

Ierland

8

 

 

 

Nederland

53

 

 

 

Zweden

44

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

20

 

 

 

EU

1 278

 

 

 

TAC

1 278

 

 


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

(ARU/567.)

Duitsland

389

 

 

 

Frankrijk

8

 

 

 

Ierland

360

 

 

 

Nederland

4 057

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

285

 

 

 

EU

5 099

 

 

 

TAC

5 099

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV

(USK/1214EI.)

Duitsland

6

 (3)

 

 

Frankrijk

6

 (3)

 

 

Verenigd Koninkrijk

6

 (3)

 

 

Overige

3

 (3)

 

 

EU

21

 (3)

 

 

TAC

21

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

EU-wateren van III

(USK/03-C.)

Denemarken

12

 

 

 

Zweden

6

 

 

 

Duitsland

6

 

 

 

EU

24

 

 

 

TAC

24

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

EU-wateren van IV

(USK/04-C.)

Denemarken

53

 

 

 

Duitsland

16

 

 

 

Frankrijk

37

 

 

 

Zweden

5

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

80

 

 

 

Overige

5

 (4)

 

 

EU

196

 

 

 

TAC

196

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

(USK/567EI.)

Duitsland

4

 (6)

 

 

Spanje

14

 (6)

 

 

Frankrijk

165

 (6)

 

 

Ierland

16

 (6)

 

 

Verenigd Koninkrijk

80

 (6)

 

 

Overige

4

 (5)  (6)

 

 

EU

283

 (6)

 

 

TAC

3 217

 

 


Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

Noorse wateren van IV

(USK/04-N.)

België

0

 (7)

 

 

Denemarken

0

 (7)

 

 

Duitsland

0

 (7)

 

 

Frankrijk

0

 (7)

 

 

Nederland

0

 (7)

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 (7)

 

 

EU

0

 (7)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Haring (8)

Clupea harengus

Gebied:

IIIa

(HER/03A.)

Denemarken

10 147

 (9)

 

 

Duitsland

163

 (9)

 

 

Zweden

10 614

 (9)

 

 

EU

20 924

 (9)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Haring (10)

Clupea harengus

Gebied:

EU-wateren van IV benoorden 53° 30'NB

(HER/04A.), (HER/04B.)

Denemarken

15 259

 (11)

 

 

Duitsland

9 595

 (11)

 

 

Frankrijk

6 547

 (11)

 

 

Nederland

14 637

 (11)

 

 

Zweden

1 131

 (11)

 

 

Verenigd Koninkrijk

16 429

 (11)

 

 

EU

63 598

 (11)

 

 

TAC

niet relevant

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

Noorse wateren bezuiden 62°NB

(HER/04-N.)

Zweden

0

 (12)  (13)

 

 

EU

0

 (13)

 

 

TAC

niet relevant

 (13)

 


Soort:

Haring (14)

Clupea harengus

Gebied:

Bijvangsten in IIIa

(HER/03A-BC)

Denemarken

4 652

 (15)

 

 

Duitsland

42

 (15)

 

 

Zweden

748

 (15)

 

 

EU

5 442

 (15)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Haring (16)

Clupea harengus

Gebied:

Bijvangsten in de EU-wateren van IIa en IV; VIId

(HER/2A47DX)

België

51

 (17)

 

 

Denemarken

9 948

 (17)

 

 

Duitsland

51

 (17)

 

 

Frankrijk

51

 (17)

 

 

Nederland

51

 (17)

 

 

Zweden

49

 (17)

 

 

Verenigd Koninkrijk

189

 (17)

 

 

EU

10 390

 (17)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Haring (18)

Clupea harengus

Gebied:

VIId; IVc (19)

(HER/4CXB7D.)

België

4 615

 (20)  (21)

 

 

Denemarken

218

 (20)  (21)

 

 

Duitsland

137

 (20)  (21)

 

 

Frankrijk

3 550

 (20)  (21)

 

 

Nederland

5 557

 (20)  (21)

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 242

 (20)  (21)

 

 

EU

15 319

 (21)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN (22)

(HER/5B6ANB)

Duitsland

1 533

 (23)

 

 

Frankrijk

290

 (23)

 

 

Ierland

2 072

 (23)

 

 

Nederland

1 533

 (23)

 

 

Verenigd Koninkrijk

8 287

 (23)

 

 

EU

13 715

 (23)

 

 

TAC

24 420

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

VIIb; VIIc; VIaS (24)

(HER/6AS7BC)

Ierland

6 774

 

 

 

Nederland

677

 

 

 

EU

7 451

 

 

 

TAC

7 451

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

VI Clyde (25)

(HER/06ACL.)

Verenigd Koninkrijk

720

 

 

 

EU

720

 

 

 

TAC

720

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

VIIa (26)

(HER/07A/MM)

Ierland

1 250

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

3 550

 

 

 

EU

4 800

 

 

 

TAC

4 800

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

VIIe en VIIf

(HER/7EF.)

Frankrijk

500

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

500

 

 

 

EU

1 000

 

 

 

TAC

1 000

 

 


Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

VIIg (27), VIIh (27), VIIj (27)en VIIk (27)

(HER/7G-K.)

Duitsland

113

 

 

 

Frankrijk

627

 

 

 

Ierland

8 770

 

 

 

Nederland

627

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

13

 

 

 

EU

10 150

 

 

 

TAC

10 150

 

 


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied:

VIII

(ANE/08.)

Spanje

6 300

 

 

 

Frankrijk

700

 

 

 

EU

7 000

 

 

 

TAC

7 000

 

 


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(ANE/9/3411)

Spanje

3 826

 

 

 

Portugal

4 174

 

 

 

EU

8 000

 

 

 

TAC

8 000

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Skagerrak

(COD/03AN.)

België

7

 (28)  (29)

 

 

Denemarken

2 140

 (28)  (29)

 

 

Duitsland

54

 (28)  (29)

 

 

Nederland

13

 (28)  (29)

 

 

Zweden

374

 (28)  (29)

 

 

EU

2 588

 (29)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Kattegat

(COD/03AS.)

Denemarken

234

 

 

 

Duitsland

5

 

 

 

Zweden

140

 

 

 

EU

379

 

 

 

TAC

379

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV; het gedeelte van IIIa dat niet bij het Skagerrak en het Kattegat hoort

(COD/2A3AX4)

België

553

 (30)  (31)

 

 

Denemarken

3 178

 (30)( (31)

 

 

Duitsland

2 015

 (30)( (31)

 

 

Frankrijk

683

 (30)( (31)

 

 

Nederland

1 796

 (30)( (31)

 

 

Zweden

21

 (30)( (31)

 

 

Verenigd Koninkrijk

7 290

 (30)( (31)

 

 

EU

15 536

 (30)( (31)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(COD/04-N.)

Zweden

0

 (32)  (33)

 

 

EU

0

 (33)

 

 

TAC

niet relevant

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

VIb; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten westen van 12° 00WL en van XII en XIV

(COD/561214)

België

0

 

 

 

Duitsland

1

 

 

 

Frankrijk

13

 

 

 

Ierland

18

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

48

 

 

 

EU

80

 

 

 

TAC

80

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

VIa; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten oosten van 12° 00 WL

(COD/5B6A-C)

België

0

 

 

 

Duitsland

4

 

 

 

Frankrijk

38

 

 

 

Ierland

53

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

145

 

 

 

EU

240

 

 

 

TAC

240

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

VIIa

(COD/07A.)

België

9

 

 

 

Frankrijk

25

 

 

 

Ierland

444

 

 

 

Nederland

2

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

194

 

 

 

EU

674

 

 

 

TAC

674

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

VIIb-c, VIIe-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(COD/7XAD34)

België

167

 

 

 

Frankrijk

2 735

 

 

 

Ierland

825

 

 

 

Nederland

1

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

295

 

 

 

EU

4 023

 

 

 

TAC

4 023

 

 


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

VIId

(COD/07D.)

België

47

 (34)  (35)

 

 

Frankrijk

916

 (34)  (35)

 

 

Nederland

27

 (34)  (35)

 

 

Verenigd Koninkrijk

101

 (34)  (35)

 

 

EU

1 091

 (35)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Haringhaai

Lamna nasus

Gebied:

EC-wateren van III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII

(POR/3-12)

Denemarken

0

 

 

 

Frankrijk

0

 

 

 

Duitsland

0

 

 

 

Ierland

0

 

 

 

Spanje

0

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 

 

 

EU

0

 

 

 

TAC

niet relevant

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(LEZ/2AC4-C)

België

5

 

 

 

Denemarken

5

 

 

 

Duitsland

5

 

 

 

Frankrijk

29

 

 

 

Nederland

23

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 690

 

 

 

EU

1 757

 

 

 

TAC

1 757

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(LEZ/561 214)

Spanje

350

 

 

 

Frankrijk

1 364

 

 

 

Ierland

399

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

966

 

 

 

EU

3 079

 

 

 

TAC

3 079

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

VII

(LEZ/07.)

België

494

 

 

 

Spanje

5 490

 

 

 

Frankrijk

6 663

 

 

 

Ierland

3 029

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 624

 

 

 

EU

18 300

 

 

 

TAC

18 300

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(LEZ/8ABDE.)

Spanje

1 176

 

 

 

Frankrijk

949

 

 

 

EU

2 125

 

 

 

TAC

2 125

 

 


Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(LEZ/8C3411)

Spanje

1 188

 

 

 

Frankrijk

59

 

 

 

Portugal

40

 

 

 

EU

1 287

 

 

 

TAC

1 287

 

 


Soort:

Schar en bot

Limanda limanda en Platichthys flesus

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(D/F/2AC4-C)

België

513

 

 

 

Denemarken

1 927

 

 

 

Duitsland

2 890

 

 

 

Frankrijk

200

 

 

 

Nederland

11 654

 

 

 

Zweden

6

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 620

 

 

 

EU

18 810

 

 

 

TAC

18 810

 

 


Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(ANF/2AC4-C)

België

401

 (36)

 

 

Denemarken

884

 (36)

 

 

Duitsland

432

 (36)

 

 

Frankrijk

82

 (36)

 

 

Nederland

303

 (36)

 

 

Zweden

10

 (36)

 

 

Verenigd Koninkrijk

9 233

 (36)

 

 

EU

11 345

 (36)

 

 

TAC

11 345

 

 


Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

Noorse wateren van IV

(ANF/04-N.)

België

0

 (37)

 

 

Denemarken

0

 (37)

 

 

Duitsland

0

 (37)

 

 

Nederland

0

 (37)

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 (37)

 

 

EU

0

 (37)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(ANF/561214)

België

200

 

 

 

Duitsland

228

 

 

 

Spanje

214

 

 

 

Frankrijk

2 462

 

 

 

Ierland

557

 

 

 

Nederland

193

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 713

 

 

 

EU

5 567

 

 

 

TAC

5 567

 

 


Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

VII

(ANF/07.)

België

2 984

 (38)

 

 

Duitsland

333

 (38)

 

 

Spanje

1 186

 (38)

 

 

Frankrijk

19 149

 (38)

 

 

Ierland

2 447

 (38)

 

 

Nederland

386

 (38)

 

 

Verenigd Koninkrijk

5 807

 (38)

 

 

EU

32 292

 (38)

 

 

TAC

32 292

 (38)

 


Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(ANF/8ABDE.)

Spanje

1 387

 

 

 

Frankrijk

7 721

 

 

 

EU

9 108

 

 

 

TAC

9 108

 

 


Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(ANF/8C3411)

Spanje

1 247

 

 

 

Frankrijk

1

 

 

 

Portugal

248

 

 

 

EU

1 496

 

 

 

TAC

1 496

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

IIIa, EU-wateren van IIIb, IIIc en IIId

(HAD/3A/BCD)

België

7

 (40)

 

 

Denemarken

1 213

 (40)

 

 

Duitsland

77

 (40)

 

 

Nederland

1

 (40)

 

 

Zweden

143

 (40)

 

 

EU

1 441

 (39)  (40)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(HAD/2AC4.)

België

225

 (42)

 

 

Denemarken

1 549

 (42)

 

 

Duitsland

986

 (42)

 

 

Frankrijk

1 718

 (42)

 

 

Nederland

169

 (42)

 

 

Zweden

109

 (42)

 

 

Verenigd Koninkrijk

16 485

 (42)

 

 

EU

21 241

 (41)  (42)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(HAD/04-N.)

Zweden

0

 (43)  (44)

 

 

EU

0

 (44)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV

(HAD/6B1214)

België

11

 

 

 

Duitsland

13

 

 

 

Frankrijk

551

 

 

 

Ierland

393

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

4 029

 

 

 

EU

4 997

 

 

 

TAC

4 997

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van Vb en VIa

(HAD/5BC6A.)

België

3

 

 

 

Duitsland

4

 

 

 

Frankrijk

147

 

 

 

Ierland

438

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 081

 

 

 

EU

2 673

 

 

 

TAC

2 673

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

VIIb-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(HAD/7X7A34)

België

129

 

 

 

Frankrijk

7 719

 

 

 

Ierland

2 573

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 158

 

 

 

EU

11 579

 

 

 

TAC

11 579

 

 


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

VIIa

(HAD/07A.)

België

23

 

 

 

Frankrijk

103

 

 

 

Ierland

617

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

681

 

 

 

EU

1 424

 

 

 

TAC

1 424

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

IIIa

(WHG/03A.)

Denemarken

151

 (46)

 

 

Nederland

1

 (46)

 

 

Zweden

16

 (46)

 

 

EU

168

 (45)  (46)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(WHG/2AC4.)

België

250

 (48)  (49)

 

 

Denemarken

1 082

 (48)  (49)

 

 

Duitsland

282

 (48)  (49)

 

 

Frankrijk

1 627

 (48)  (49)

 

 

Nederland

626

 (48)  (49)

 

 

Zweden

1

 (48)  (49)

 

 

Verenigd Koninkrijk

4 317

 (48)  (49)

 

 

EU

8 185

 (47)  (48)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(WHG/561 214)

Duitsland

3

 

 

 

Frankrijk

53

 

 

 

Ierland

129

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

246

 

 

 

EU

431

 

 

 

TAC

431

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

VIIa

(WHG/07A.)

België

0

 

 

 

Frankrijk

5

 

 

 

Ierland

91

 

 

 

Nederland

0

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

61

 

 

 

EU

157

 

 

 

TAC

157

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh en VIIk

(WHG/7X7A.)

België

133

 

 

 

Frankrijk

8 180

 

 

 

Ierland

4 565

 

 

 

Nederland

66

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 463

 

 

 

EU

14 407

 

 

 

TAC

14 407

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

VIII

(WHG/08.)

Spanje

1 296

 

 

 

Frankrijk

1 944

 

 

 

EU

3 240

 

 

 

TAC

3 240

 

 


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(WHG/9/3411)

Portugal

588

 

 

 

EU

588

 

 

 

TAC

588

 

 


Soort:

Wijting en pollak

Merlangius merlangus en Pollachius pollachius

Gebied:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(W/P/04-N.)

Zweden

0

 (50)  (51)

 

 

EU

0

 (51)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

IIIa; EU-wateren van IIIb, IIIc en IIId

(HKE/3A/BCD)

Denemarken

1 531

 

 

 

Zweden

130

 

 

 

EU

1 661

 

 

 

TAC

1 661

 (52)

 


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(HKE/2AC4-C)

België

28

 

 

 

Denemarken

1 119

 

 

 

Duitsland

128

 

 

 

Frankrijk

248

 

 

 

Nederland

64

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

348

 

 

 

EU

1 935

 

 

 

TAC

1 935

 (53)

 


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(HKE/571214)

Belgïë

284

 (54)

 

 

Spanje

9 109

 

 

 

Frankrijk

14 067

 (54)

 

 

Ierland

1 704

 

 

 

Nederland

183

 (54)

 

 

Verenigd Koninkrijk

5 553

 (54)

 

 

EU

30 900

 

 

 

TAC

30 900

 (55)

 


Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(HKE/*8ABDE)

België

37

Spanje

1 469

Frankrijk

1 469

Ierland

184

Nederland

18

Verenigd Koninkrijk

827

EU

4 004


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(HKE/8ABDE.)

België

9

 (56)

 

 

Spanje

6 341

 

 

 

Frankrijk

14 241

 

 

 

Nederland

18

 (56)

 

 

EU

20 609

 

 

 

TAC

20 609

 (57)

 


Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(HKE/*57-14)

België

2

Spanje

1 837

Frankrijk

3 305

Nederland

6

EU

5 150


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(HKE/8C3411)

Spanje

5 952

 

 

 

Frankrijk

571

 

 

 

Portugal

2 777

 

 

 

EU

9 300

 

 

 

TAC

9 300

 

 


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

Noorse wateren van II en IV

(WHB/4AB-N.)

Denemarken

0

 (58)

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 (58)

 

 

EU

0

 (58)

 

 

TAC

niet relevant

 

 


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV

(WHB/1X14)

Denemarken

7 349

 (59)  (60)  (61)

 

 

Duitsland

2 858

 (59)  (60)  (61)

 

 

Spanje

6 231

 (59)  (60)  (61)

 

 

Frankrijk

5 115

 (59)  (60)  (61)

 

 

Ierland

5 691

 (59)  (60)  (61)

 

 

Nederland

8 962

 (59)  (60)  (61)

 

 

Portugal

579

 (59)  (60)  (61)

 

 

Zweden

1 818

 (59)  (60)  (61)

 

 

Verenigd Koninkrijk

9 535

 (59)  (60)  (61)

 

 

EU

48 138

 (59)  (60)  (61)

 

 

TAC

540 000

 

 


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

VIIIc, IX and X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(WHB/8C3411)

Spanje

7 881

 (62)

 

 

Portugal

1 970

 (62)

 

 

EU

9 851

 (62)  (63)  (64)

 

 

TAC

540 000

 

 


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30NB en VII ten westen van 12°WL

(WHB/24A567)

Noorwegen

88 701

 (65)  (66)

 

 

TAC

540 000

 

 


Soort:

Tongschar en witje

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(L/W/2AC4-C)

België

353

 

 

 

Denemarken

973

 

 

 

Duitsland

125

 

 

 

Frankrijk

266

 

 

 

Nederland

810

 

 

 

Zweden

11

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

3 983

 

 

 

EU

6 521

 

 

 

TAC

6 521

 

 


Soort:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van VI en VII

(BLI/67-)

Duitsland

21

 (68)

 

 

Estland

3

 (68)

 

 

Spanje

67

 (68)

 

 

Frankrijk

1 536

 (68)

 

 

Ierland

6

 (68)

 

 

Litouwen

1

 (68)

 

 

Polen

1

 (68)

 

 

Verenigd Koninkrijk

391

 (68)

 

 

Overige

6

 (67)  (68)

 

 

EU

2 032

 (68)

 

 

TAC

1 732

 

 


Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van I en II

(LIN/1/2.)

Denemarken

8

 

 

 

Duitsland

8

 

 

 

Frankrijk

8

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

8

 

 

 

Overige

4

 (69)

 

 

EU

38

 

 

 

TAC

38

 

 


Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

IIIa; EU-wateren van IIIb, IIIc en IIId

(LIN/03.)

België

7

 (70)

 

 

Denemarken

51

 

 

 

Duitsland

7

 (70)

 

 

Zweden

20

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

7

 (70)

 

 

EU

92

 

 

 

TAC

92

 

 


Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

EU-wateren van IV

(LIN/04.)

België

16

 

 

 

Denemarken

243

 

 

 

Duitsland

150

 

 

 

Frankrijk

135

 

 

 

Nederland

5

 

 

 

Zweden

10

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 869

 

 

 

EU

2 428

 

 

 

TAC

2 428

 

 


Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van V

(LIN/05.)

België

10

 

 

 

Denemarken

6

 

 

 

Duitsland

6

 

 

 

Frankrijk

6

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

6

 

 

 

EU

34

 

 

 

TAC

34

 

 


Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV

(LIN/6X14.)

België

26

 (71)

 

 

Denemarken

5

 (71)

 

 

Duitsland

95

 (71)

 

 

Spanje

1 930

 (71)

 

 

Frankrijk

2 057

 (71)

 

 

Ierland

516

 (71)

 

 

Portugal

5

 (71)

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 369

 (71)

 

 

EU

7 003

 (71)

 

 

TAC

14 164

 

 


Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

Noorse wateren van IV

(LIN/04-N.)

België

0

 (72)

 

 

Denemarken

0

 (72)

 

 

Duitsland

0

 (72)

 

 

Frankrijk

0

 (72)

 

 

Nederland

0

 (72)

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 (72)

 

 

EU

0

 (72)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

IIIa; EU-wateren van IIIb, IIIc en IIId

(NEP/3A/BCD)

Denemarken

3 800

 

 

 

Duitsland

11

 (73)

 

 

Zweden

1 359

 

 

 

EU

5 170

 

 

 

TAC

5 170

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(NEP/2AC4-C)

België

1 291

 

 

 

Denemarken

1 291

 

 

 

Duitsland

19

 

 

 

Frankrijk

38

 

 

 

Nederland

665

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

21 384

 

 

 

EU

24 688

 

 

 

TAC

24 688

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

Noorse wateren van IV

(NEP/04-N.)

Denemarken

0

 (74)

 

 

Duitsland

0

 (74)

 

 

Verenigd Koninkrijk

0

 (74)

 

 

EU

0

 (74)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb

(NEP/5BC6.)

Spanje

33

 

 

 

Frankrijk

130

 

 

 

Ierland

217

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

15 677

 

 

 

EU

16 057

 

 

 

TAC

16 057

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

VII

(NEP/07.)

Spanje

1 346

 

 

 

Frankrijk

5 455

 

 

 

Ierland

8 273

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

7 358

 

 

 

EU

22 432

 

 

 

TAC

22 432

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(NEP/8ABDE.)

Spanje

234

 

 

 

Frankrijk

3 665

 

 

 

EU

3 899

 

 

 

TAC

3 899

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

VIIIc

(NEP/08C.)

Spanje

97

 

 

 

Frankrijk

4

 

 

 

EU

101

 

 

 

TAC

101

 

 


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(NEP/9/3411)

Spanje

84

 

 

 

Portugal

253

 

 

 

EU

337

 

 

 

TAC

337

 

 


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

IIIa

(PRA/03A.)

Denemarken

2 621

 (75)

 

 

Zweden

1 412

 (75)

 

 

EU

4 033

 (75)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(PRA/2AC4-C)

Denemarken

3 145

 

 

 

Nederland

29

 

 

 

Zweden

127

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

932

 

 

 

EU

4 233

 

 

 

TAC

4 233

 

 


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(PRA/04-N.)

Denemarken

0

 (77)

 

 

Zweden

0

 (76)  (77)

 

 

EU

0

 (77)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Peneide garnalen

Penaeus spp

Gebied:

Wateren van Frans Guyana

(PEN/FGU.)

Frankrijk

4 108

 (78)

 

 

EU

4 108

 (78)

 

 

TAC

4 108

 (78)

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

Skagerrak

(PLE/03AN.)

België

36

 (79)

 

 

Denemarken

4 733

 (79)

 

 

Duitsland

24

 (79)

 

 

Nederland

910

 (79)

 

 

Zweden

253

 (79)

 

 

EU

5 956

 (79)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

Kattegat

(PLE/03AS.)

Denemarken

1 353

 (80)

 

 

Duitsland

15

 (80)

 

 

Zweden

152

 (80)

 

 

EU

1 520

 (80)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

(PLE/2A3AX4)

België

2 100

 (81)

 

 

Denemarken

6 824

 (81)

 

 

Duitsland

1 968

 (81)

 

 

Frankrijk

394

 (81)

 

 

Nederland

13 123

 (81)

 

 

Verenigd Koninkrijk

9 711

 (81)

 

 

EU

34 120

 (81)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(PLE/561214)

Frankrijk

10

 

 

 

Ierland

280

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

417

 

 

 

EU

707

 

 

 

TAC

707

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VIIa

(PLE/07A.)

België

42

 

 

 

Frankrijk

18

 

 

 

Ierland

1 063

 

 

 

Nederland

13

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

491

 

 

 

EU

1 627

 

 

 

TAC

1 627

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VIIb en VIIc

(PLE/7BC.)

Frankrijk

16

 

 

 

Ierland

64

 

 

 

EU

80

 

 

 

TAC

80

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VIId en VIIe

(PLE/7DE.)

België

699

 

 

 

Frankrijk

2 332

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 243

 

 

 

EU

4 274

 

 

 

TAC

4 274

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VIIf en VIIg

(PLE/7FG.)

België

67

 

 

 

Frankrijk

120

 

 

 

Ierland

201

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

63

 

 

 

EU

451

 

 

 

TAC

451

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VIIh, VIIj en VIIk

(PLE/7HJK.)

België

7

 

 

 

Frankrijk

14

 

 

 

Ierland

156

 

 

 

Nederland

27

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

14

 

 

 

EU

218

 

 

 

TAC

218

 

 


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(PLE/8/3411)

Spanje

67

 

 

 

Frankrijk

269

 

 

 

Portugal

67

 

 

 

EU

403

 

 

 

TAC

403

 

 


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

(POL/561214)

Spanje

6

 

 

 

Frankrijk

194

 

 

 

Ierland

57

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

148

 

 

 

EU

405

 

 

 

TAC

405

 

 


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Gebied:

VII

(POL/07.)

België

428

 

 

 

Spanje

26

 

 

 

Frankrijk

9 864

 

 

 

Ierland

1 051

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

2 401

 

 

 

EU

13 770

 

 

 

TAC

13 770

 

 


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Gebied:

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

(POL/8ABDE.)

Spanje

257

 

 

 

Frankrijk

1 255

 

 

 

EU

1 512

 

 

 

TAC

1 512

 

 


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Gebied:

VIIIc

(POL/08C.)

Spanje

212

 

 

 

Frankrijk

24

 

 

 

EU

236

 

 

 

TAC

236

 

 


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Gebied:

IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(POL/9/3411)

Spanje

278

 

 

 

Portugal

10

 

 

 

EU

288

 

 

 

TAC

288

 

 


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Gebied:

IIIa; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc, IIId en IV

(POK/2A34.)

België

29

 (82)

 

 

Denemarken

3 394

 (82)

 

 

Duitsland

8 572

 (82)

 

 

Frankrijk

20 172

 (82)

 

 

Nederland

86

 (82)

 

 

Zweden

466

 (82)

 

 

Verenigd Koninkrijk

6 572

 (82)

 

 

EU

39 291

 (82)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Gebied:

VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; EU-wateren en internationale wateren van XII en XIV

(POK/561214)

Duitsland

621

 (83)

 

 

Frankrijk

6 163

 (83)

 

 

Ierland

206

 (83)

 

 

Verenigd Koninkrijk

1 503

 (83)

 

 

EU

8 493

 (83)

 

 

TAC

niet vastgesteld

 

 


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Gebied:

Noorse wateren bezuiden 62°NB

(POK/04-N.)

Zweden

0

 (84)  (85)

 

 

EU

0

 (85)

 

 

TAC

Niet relevant

 

 


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Gebied:

VII, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

(POK/7/3411)

België

6

 

 

 

Frankrijk

1 428

 

 

 

Ierland

1 525

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

452

 

 

 

EU

3 411

 

 

 

TAC

3 411

 

 


Soort:

Tarbot en griet

Psetta maxima en Scopthalmus rhombus

Gebied:

EU-wateren van IIa en IV

(T/B/2AC4-C)

België

347

 

 

 

Denemarken

742

 

 

 

Duitsland

189

 

 

 

Frankrijk

89

 

 

 

Nederland

2 633

 

 

 

Zweden

5