ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.001.nld

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 1

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
5 januari 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EU) nr. 1/2010 van de Commissie van 4 januari 2010 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EU) nr. 2/2010 van de Commissie van 4 januari 2010 tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10

3

 

 

Verordening (EU) nr. 3/2010 van de Commissie van 4 januari 2010 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1290/2009 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 januari 2010

5

 

 

BESLUITEN

 

 

2010/1/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 23 december 2009 inzake de verlenging van het mandaat van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën

8

 

 

2010/2/EU

 

*

Besluit van de Commissie van 24 december 2009 tot vaststelling, overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een lijst van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10251)  ( 1 )

10

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

5.1.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 1/1


VERORDENING (EU) Nr. 1/2010 VAN DE COMMISSIE

van 4 januari 2010

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 januari 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 januari 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

45,8

TN

99,9

TR

86,1

ZZ

77,3

0707 00 05

EG

196,3

MA

80,6

TR

133,3

ZZ

136,7

0709 90 70

MA

31,0

TR

98,5

ZZ

64,8

0805 10 20

EG

57,9

MA

55,7

TR

55,5

ZZ

56,4

0805 20 10

MA

74,9

ZZ

74,9

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

CN

53,3

IL

67,2

TR

76,3

US

75,0

ZZ

68,0

0805 50 10

TR

75,6

ZZ

75,6

0808 10 80

CA

101,1

CN

97,4

US

95,5

ZZ

98,0

0808 20 50

US

103,1

ZZ

103,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


5.1.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 1/3


VERORDENING (EU) Nr. 2/2010 VAN DE COMMISSIE

van 4 januari 2010

tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 877/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2009/10

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2009/10 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 877/2009 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1271/2009 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2009/10 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 877/2009 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 januari 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 januari 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 253 van 25.9.2009, blz. 3.

(4)  PB L 339 van 22.12.2009, blz. 32.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 5 januari 2010

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

42,90

0,00

1701 11 90 (1)

42,90

2,03

1701 12 10 (1)

42,90

0,00

1701 12 90 (1)

42,90

1,74

1701 91 00 (2)

49,28

2,69

1701 99 10 (2)

49,28

0,00

1701 99 90 (2)

49,28

0,00

1702 90 95 (3)

0,49

0,22


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


5.1.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 1/5


VERORDENING (EU) Nr. 3/2010 VAN DE COMMISSIE

van 4 januari 2010

houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1290/2009 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 januari 2010

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoerrechten in de sector granen die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2010, zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1290/2009 van de Commissie (3).

(2)

Aangezien het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR/t verschilt van het vastgestelde recht, moet een overeenkomstige aanpassing van de bij Verordening (EU) nr. 1290/2009 vastgestelde invoerrechten plaatsvinden.

(3)

Verordening (EU) nr. 1290/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij Verordening (EU) nr. 1290/2009 worden vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 5 januari 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 januari 2010.

Voor de Commissie, namens de voorzitter,

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125.

(3)  PB L 347 van 24.12.2009, blz. 11.


BIJLAGE I

Vanaf 5 januari 2010 geldende invoerrechten voor de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 10 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

2,44

1001 90 91

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

1002 00 00

ROGGE

38,56

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

18,00

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

18,00

1007 00 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

38,56


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt,

2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

31.12.2009

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe van gemiddelde kwaliteit (2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (3)

Gerst

Beurs

Minnéapolis

Chicago

Notering

150,20

109,83

Fob-prijs VSA

135,93

125,93

105,93

98,22

Golfpremie

8,71

Grote-Merenpremie

7,46

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

22,39 EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

— EUR/t


(1)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


BESLUITEN

5.1.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 1/8


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 23 december 2009

inzake de verlenging van het mandaat van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën

(2010/1/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In november 1991 heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen besloten de afweging van ethische aspecten op te nemen in het besluitvormingsproces voor communautair beleid op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling door de instelling van de Adviesgroep ethische implicaties van de biotechnologie (AGEIB).

(2)

De Commissie heeft op 16 december 1997 besloten de AGEIB te vervangen door de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE) en daarbij het werkgebied van de groep uit te breiden tot alle toepassingsgebieden van wetenschap en technologie.

(3)

Het enigszins gewijzigde mandaat van de EGE is bij besluit van de Commissie van 26 maart 2001 met een periode van vier jaar verlengd (C(2001) 691).

(4)

Het huidige mandaat van de EGE is op 11 mei 2005 vastgesteld (Besluit 2005/383/EG van de Commissie (1) en bij Besluit 2009/757/EG van de Commissie (2) verlengd.

(5)

Het is thans aangewezen het mandaat met een periode van vijf jaar te verlengen en de nieuwe leden te benoemen; het onderhavige besluit laat echter de mogelijkheid onverlet dat de nieuwe Commissie het mandaat inhoudelijk herziet.

(6)

Het volgende besluit vervangt Besluit 2009/757/EG,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Commissie besluit het mandaat van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE) met een periode van vijf jaar te verlengen.

Artikel 2

Opdracht

De EGE heeft als taak de Commissie op haar verzoek of op eigen initiatief te adviseren over ethische vraagstukken in verband met de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën. Het Parlement en de Raad kunnen de aandacht van de Commissie vestigen op vraagstukken die zij van groot ethisch belang achten. Wanneer de Commissie de EGE om advies vraagt, bepaalt zij binnen welke termijn dit advies dient te worden uitgebracht.

Artikel 3

Samenstelling — Voordracht — Benoeming

1.   De leden van de EGE worden door de voorzitter van de Commissie benoemd.

2.   De volgende bepalingen zijn van toepassing:

De leden worden op persoonlijke titel voorgedragen. De leden treden op in hun persoonlijke hoedanigheid en worden verzocht onafhankelijk van invloeden van buitenaf advies uit te brengen aan de Commissie. De EGE is onafhankelijk, pluralistisch en multidisciplinair.

De EGE heeft ten hoogste vijftien leden.

Elk lid van de EGE wordt voor een ambtstermijn van vijf jaar benoemd. Deze benoeming kan met ten hoogste twee ambtstermijnen worden verlengd.

De keuze en selectie van de leden van de EGE vindt plaats op basis van een open uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling. Bij de selectieprocedure wordt ook rekening gehouden met aanvullende kandidaturen die via andere kanalen worden ingediend.

De ledenlijst van de EGE wordt door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Niet als lid voorgedragen maar geschikte kandidaten worden op een reservelijst geplaatst.

Wanneer een lid niet langer een efficiënte bijdrage tot de werkzaamheden van de groep kan leveren of aftreedt, kan de voorzitter voor de resterende duur van het mandaat van het oorspronkelijke lid een vervangend lid uit de reservelijst benoemen.

Artikel 4

Werkwijze

1.   De leden van de EGE kiezen uit hun midden een voorzit(s)ter en een vice-voorzit(s)ter voor de duur van een ambtstermijn.

2.   Het werkprogramma van de EGE, met inbegrip van de ethische evaluaties die uit hoofde van zijn initiatiefrecht door de EGE zelf worden voorgesteld, wordt door de voorzitter van de Commissie goedgekeurd. Het Bureau van Europese beleidsadviseurs (BEPA) van de Commissie is in nauwe samenwerking met de voorzit(s)ter van de EGE verantwoordelijk voor de organisatie van de werkzaamheden van de EGE en zijn secretariaat.

3.   De werkvergaderingen van de EGE zijn besloten. Naast deze werkvergaderingen kan de EGE zijn werkzaamheden met betrokken diensten van de Commissie bespreken en kan hij indien van toepassing vertegenwoordigers van NGO's of representatieve organisaties uitnodigen om met hem van gedachten te wisselen. De agenda voor de vergaderingen van de EGE wordt aan betrokken diensten van de Commissie toegezonden.

4.   De EGE komt normaal gesproken volgens door de Commissie vastgestelde procedures en tijdschema’s ten kantore van de Commissie bijeen. De EGE dient gedurende een periode van twaalf maanden ten minste zes keer te vergaderen, hetgeen neerkomt op ongeveer twaalf werkdagen per jaar. Van de leden wordt verwacht dat zij ten minste vier vergaderingen per jaar bijwonen.

5.   Ten behoeve van de opstelling van zijn adviezen en binnen de grenzen van de hiervoor beschikbare middelen:

kan de EGE als leidraad en informatie ten behoeve van zijn werkzaamheden, indien dit nuttig en/of nodig wordt geacht, deskundigen met specifieke kennis uitnodigen;

kan de EGE het initiatief nemen voor studies teneinde alle benodigde wetenschappelijke en technische informatie te verzamelen;

kan de EGE werkgroepen instellen om specifieke kwesties te bestuderen;

organiseert de EGE voor elk advies dat hij uitbrengt een publieke rondetafelconferentie teneinde de dialoog te bevorderen en de transparantie te verbeteren;

onderhoudt de EGE intensieve contacten met de diensten van de Commissie die betrokken zijn bij het onderwerp dat de groep bespreekt;

kan de EGE intensieve contacten onderhouden met vertegenwoordigers van de verschillende organen op het gebied van de ethiek in de Europese Unie en in de kandidaat-lidstaten.

6.   Elk advies wordt onmiddellijk na de vaststelling ervan gepubliceerd. Wanneer een advies niet met algemene stemmen wordt vastgesteld, worden hierin ook afwijkende standpunten opgenomen. Wanneer een advies over een bepaald onderwerp om operationele redenen sneller moet worden uitgebracht, wordt er een korte verklaring afgelegd die indien nodig door een vollediger analyse wordt gevolgd, zonder dat dit afbreuk doet aan de transparantie zoals die bij elk ander advies in acht wordt genomen. In adviezen van de EGE wordt altijd uitgegaan van de actuele stand van zaken op het desbetreffende gebied op het ogenblik dat het advies wordt uitgebracht. Als de EGE dit nodig acht, kan hij besluiten een advies te actualiseren.

7.   De EGE stelt zijn reglement van orde vast.

8.   Vóór het eind van het mandaat van de EGE wordt onder verantwoordelijkheid van de voorzit(s)ter een verslag over zijn activiteiten opgesteld. Dit verslag wordt gepubliceerd.

Artikel 5

Onkostenvergoeding

De reis- en verblijfskosten voor de vergaderingen van de EGE worden overeenkomstig de voorschriften van de Commissie door de Commissie vergoed.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Dit besluit wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treedt in werking op de dag waarop de nieuwe EGE-leden worden voorgedragen. Het vervangt Besluit 2009/757/EG.

Gedaan te Brussel, 23 december 2009.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 127 van 20.5.2005, blz. 17.

(2)  PB L 270 van 15.10.2009, blz. 18.


5.1.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 1/10


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 24 december 2009

tot vaststelling, overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een lijst van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10251)

(Voor de EER relevante tekst)

(2010/2/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name op artikel 10 bis, lid 13,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2003/87/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), bepaalt dat veiling het basisbeginsel voor de toewijzing van broeikasgasemissierechten moet zijn.

(2)

De Unie ondersteunt een ambitieuze internationale overeenkomst op het gebied van klimaatverandering waarmee wordt geprobeerd de wereldwijde temperatuurstoename te beperken tot 2 °C. Mochten andere ontwikkelde landen en andere grote veroorzakers van broeikasgasemissies niet aan die internationale overeenkomst deelnemen, dan zou dit kunnen leiden tot een toename van broeikasgasemissies in derde landen waar de industrie niet onderworpen is aan vergelijkbare beperkingen van de uitstoot van CO2 (hierna „CO2-weglekeffect” of kortweg „weglekeffect” genoemd), waardoor de milieu-integriteit en de baten van de maatregelen van de Unie zouden worden ondermijnd. Om het risico van het weglekeffect aan te pakken, is in Richtlijn 2003/87/EG bepaald dat de Unie, afhankelijk van de uitkomst van de internationale onderhandelingen, aan bedrijfstakken en deeltakken waar een significant weglekrisico bestaat, gratis rechten moet toewijzen voor 100 % van de hoeveelheid die overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde maatregelen wordt vastgesteld.

(3)

Tegen 31 december 2009 en vervolgens om de vijf jaar moet de Commissie een lijst vaststellen van de bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico, hierna „lijst van bedrijfstakken en deeltakken” genoemd, op basis van de criteria waarnaar in artikel 10 bis, leden 14 tot en met 17, van Richtlijn 2003/87/EG wordt verwezen.

(4)

Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 14, van Richtlijn 2003/87/EG beoordeelt de Commissie op het niveau van de Unie, met het oog op de vaststelling van de bedrijfstakken of deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico, de mate waarin de betrokken bedrijfstak of deeltak op het relevante aggregatieniveau de kosten van de vereiste emissierechten en de indirecte kosten van hogere elektriciteitsprijzen die het gevolg zijn van Richtlijn 2003/87/EG, kan doorberekenen in de productprijzen zonder een significant verlies van marktaandeel aan minder koolstofefficiënte installaties buiten de Unie. Deze beoordelingen steunen op een gemiddelde koolstofprijs overeenkomstig de effectbeoordeling van de Commissie bij het pakket uitvoeringsbepalingen voor de doelstellingen van de Unie inzake klimaatverandering en hernieuwbare energie voor 2020 en, indien beschikbaar, de gegevens betreffende de handel, de productie en de toegevoegde waarde voor elke bedrijfstak of deeltak over de laatste drie jaren.

(5)

Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 15, van Richtlijn 2003/87/EG wordt een bedrijfstak of deeltak geacht te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico indien de som van de directe en indirecte extra kosten die het gevolg zijn van de toepassing van die richtlijn, tot een aanzienlijke stijging van de productiekosten zouden leiden, berekend als een deel, ten minste 5 %, van de bruto toegevoegde waarde, en indien de intensiteit van de handel met derde landen, gedefinieerd als de verhouding tussen de totale waarde van de uitvoer naar derde landen plus de waarde van de invoer uit derde landen en de totale marktomvang voor de Unie (jaaromzet plus totale invoer uit derde landen), hoger is dan 10 %. Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 16, van Richtlijn 2003/87/EG wordt een bedrijfstak of deeltak ook geacht te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico indien de som van de directe en indirecte extra kosten die het gevolg zijn van de toepassing van die richtlijn tot een aanzienlijke stijging van de productiekosten zouden leiden, berekend als een deel, ten minste 30 %, van de bruto toegevoegde waarde, of indien de intensiteit van de handel met derde landen, gedefinieerd als de verhouding tussen de totale waarde van de uitvoer naar derde landen plus de waarde van de invoer uit derde landen en de totale marktomvang voor de Unie (jaaromzet plus totale invoer uit derde landen), hoger is dan 30 %.

(6)

Om de lijst vast te stellen van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico, moet dat weglekrisico om te beginnen worden beoordeeld op een 3-cijferniveau (NACE-3-niveau) of, indien dit gepast is en wanneer de gegevens beschikbaar zijn, op een 4-cijferniveau (NACE-4-niveau). De bedrijfstakken en deeltakken moeten worden opgenomen in de lijst van bedrijfstakken en deeltakken met gebruikmaking van de meest nauwkeurige NACE-beschrijving. Sommige bedrijfstakken waarvan niet is geconstateerd dat zij zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico op NACE-4-niveau, zijn opgesplitst, en een aantal deeltakken daarvan, die wegens hun specifieke kenmerken een sterk verschillend effect ondervinden in vergelijking met de rest van de bedrijfstak, zijn afzonderlijk beoordeeld.

(7)

De informatie die nodig was om de lijst op basis van de in artikel 10 bis, leden 14 tot en met 17, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde criteria vast te stellen, is vanaf december 2008 ingewonnen bij de lidstaten, Eurostat, de beschikbare publieke en commerciële bronnen en de brancheorganisaties. Alle informatie die niet van de lidstaten of van andere officiële bronnen afkomstig was, is geverifieerd. Ook zijn door Eurostat verwerkte vertrouwelijke gegevens gebruikt.

(8)

De gegevens in het „onafhankelijke transactielogboek van de Gemeenschap” (CITL) worden beschouwd als de nauwkeurigste, betrouwbaarste en meest transparante schattingen van CO2-emissies voor bedrijfstakken waarvan de activiteiten reeds vóór de wijziging door Richtlijn 2009/29/EG in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG waren opgenomen, en zijn derhalve gebruikt als de belangrijkste bron van gegevens om de rechtstreekse kosten van de emissierechten voor die bedrijfstakken te berekenen.

(9)

Ten aanzien van de procesemissies van nieuwe activiteiten en broeikasgassen die zijn opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2009/29/EG, zijn, voor enkele bedrijfstakken met een aanzienlijk aantal kleine installaties of installaties die in de perioden 2005-2007 en 2008-2012 van de regeling voor de handel in emissierechten waren uitgesloten, waarvoor geen CITL-gegevens beschikbaar waren of waarvan de emissies niet op NACE-4-niveau konden worden toegeschreven, de verzamelde gegevens voor de betrokken jaren afkomstig van de lidstaten en de broeikasgasinventaris van de Unie. Ten aanzien van de raming van het elektriciteitsverbruik die wordt gebruikt voor de berekening van de indirecte kosten als gevolg van hogere elektriciteitsprijzen, zijn geen gegevens van Eurostat beschikbaar, en kunnen de gegevens die rechtstreeks bij de lidstaten worden verzameld, worden beschouwd als de meest betrouwbare die beschikbaar zijn. Ten aanzien van de raming van de bruto toegevoegde waarde, zijn de gegevens van de structurele bedrijfsstatistieken van Eurostat gebruikt, aangezien die bron als de meest betrouwbare wordt aangemerkt. De gegevens die Eurostat in de Comext-databank inzake handel tussen de lidstaten en met derde landen rapporteert, worden als de meest betrouwbare beschouwd wat betreft de totale waarde van de uitvoer naar derde landen en de invoer uit derde landen, alsmede wat betreft de totale jaarlijkse omzet in de Unie.

(10)

De ramingen zijn gebaseerd op de gemiddelde koolstofprijs volgens de effectbeoordeling van de Commissie van het pakket uitvoeringsmaatregelen in verband met de doelstellingen van de Unie inzake klimaatverandering en duurzame energie voor 2020 (3). De koolstofprijs op basis van de ramingen uit het belangrijkste scenario waarin de credits uit de Gezamenlijke Uitvoeringsprojecten (JI) en het Mechanisme voor schone ontwikkeling (CDM) zijn meegeteld, bedraagt 30 EUR per ton CO2-equivalent.

(11)

Om de rechtstreekse extra kosten die het gevolg zijn van de uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG te ramen, moet rekening worden gehouden met de hoeveelheid emissierechten die de bedrijfstak zou moeten kopen als zij niet werd geacht te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico. Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 11, van die richtlijn moet de hoeveelheid emissierechten die in 2013 kosteloos aan die bedrijfstakken wordt toegewezen, 80 % bedragen van de hoeveelheid die overeenkomstig artikel 10 bis, lid 1, is vastgesteld, en moet deze hoeveelheid elk jaar met een even grote hoeveelheid afnemen, zodat de kosteloze toewijzing in 2020 30 % bedraagt, met het oog op een uiteindelijk te bereiken gratis toewijzing van 0 % in 2027. Het uitgangspunt voor de op grond van artikel 10 bis, lid 1, vastgestelde benchmarks is de gemiddelde prestatie van de 10 % meest efficiënte installaties in de bedrijfstak of deeltak in de Unie in de jaren 2007-2008, en er wordt rekening worden gehouden met de meest efficiënte technieken, vervangingsproducten en alternatieve productieprocedés.

(12)

De benchmarks die overeenkomstig artikel 10 bis, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG moeten worden vastgesteld, hoeven pas tegen het einde van 2010 te worden goedgekeurd. Met de raming van rechtstreekse kosten op basis van die benchmarks kan derhalve alleen rekening worden gehouden bij de herziening van de lijst van bedrijfstakken en deeltakken. Om de lijst van bedrijfstakken en deeltakken vast te stellen, moet daarom een raming worden gemaakt van de hoeveelheid emissierechten die kosteloos moet worden toegewezen. Deze ramingen moeten voor 2013 en 2014 op het niveau van de Unie worden gemaakt. De beste raming voor de doeleinden van dit besluit, die recht doet aan de stringente eisen voor benchmarks en aan de toepassing van de lineaire verminderingsfactor, is dat in 2013 en 2014 75 % van de emissierechten voor niet aan een weglekrisico blootgestelde bedrijfstakken zal moeten worden aangekocht.

(13)

De raming van de indirecte kosten is gebaseerd op de gemiddelde emissiefactor voor elektriciteit in de Unie van 0,465 t CO2 per MWh volgens de modelanalyse van het EU-beleidspakket inzake klimaatverandering en hernieuwbare energiebronnen uit 2008 (4), die is gebruikt voor de effectbeoordeling door de Commissie die het pakket uitvoeringsmaatregelen in verband met de EU-doelstellingen inzake klimaatverandering en hernieuwbare energiebronnen voor 2020 vergezelt. Het gebruik van een gemiddelde waarde in de Unie is passend, omdat het in overeenstemming is met de eis om de raming op het niveau van de Unie uit te voeren en aangezien het overeenstemt met de reële emissies in verband met de elektriciteitsproductie in de Unie.

(14)

Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 17, van Richtlijn 2003/87/EG kan de lijst na voltooiing van een kwalitatieve beoordeling worden aangevuld indien de desbetreffende gegevens beschikbaar zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de mate waarin individuele installaties in de betrokken bedrijfstak of deeltak hun emissieniveau of elektriciteitsverbruik kunnen verlagen, daarbij zo nodig de stijging van de productiekosten in aanmerking nemend die de daarmee samenhangende investeringen kunnen meebrengen, bijvoorbeeld op basis van de meest efficiënte technieken; met de huidige en verwachte marktstructuur, inclusief wanneer de blootstelling aan handel of de directe en indirecte kostenstijgingscijfers dichtbij een van de drempelwaarden liggen; en met winstmarges als een potentiële indicator van beslissingen inzake langetermijninvestering of verplaatsing.

(15)

Er is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd voor een aantal bedrijfstakken en deeltakken die op grond van de in artikel 10 bis, leden 14 en 15, van Richtlijn 2003/87/EG vermelde kwantitatieve criteria niet geacht werden te zijn blootgesteld aan een weglekrisico. De kwalitatieve beoordeling werd voornamelijk toegepast op bedrijfstakken die niet in voldoende mate in de kwantitatieve beoordeling vertegenwoordigd waren, en op bedrijfstakken die werden beschouwd als grensgevallen of waarvoor geen statistieken of slechts statistieken van slechte kwaliteit bestonden, en waarvoor de lidstaten of de vertegenwoordigers van de industrie een kwalitatieve analyse hadden gevraagd op basis van plausibele argumenten en onderbouwde verzoeken. Naar aanleiding van die beoordeling moeten sommige van de geanalyseerde bedrijfstakken worden geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico. De bedrijfstakken en deeltakken die aan de lijst zijn toegevoegd, worden in het derde deel van de bijlage bij dit besluit apart genoemd.

(16)

Andere bedrijfstakken en deeltakken waarvan bij deze gelegenheid wegens tijdgebrek geen volledige analyse is gemaakt, of waarvan de kwaliteit en de beschikbaarheid van de gegevens beperkt was, zoals de bedrijfstak vervaardiging van bakstenen en dakpannen, worden zo spoedig mogelijk opnieuw beoordeeld overeenkomstig artikel 10 bis, lid 13, van Richtlijn 2003/87/EG en, afhankelijk van de uitkomst van de analyse, aan de lijst toegevoegd.

(17)

Er is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd van de bedrijfstak „textielveredeling” (NACE-code 1730), voornamelijk omdat er op het niveau van de Unie geen officiële handelsgegevens zijn aan de hand waarvan de handelsintensiteit kan worden beoordeeld en omdat alle andere textielsectoren zeer handelsintensief zijn. Uit de beoordeling bleek dat er sprake is van een sterkere internationale concurrentiedruk, een aanzienlijke afname van de productie in de Unie in de afgelopen jaren en negatieve of slechts zeer bescheiden winstmarges voor de geëvalueerde jaren, waardoor de capaciteit van installaties om te investeren en de emissies te verlagen wordt beperkt. Op grond van de combinatie van die factoren wordt de bedrijfstak geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico.

(18)

Er is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd van de bedrijfstak „vervaardiging van fineer; vervaardiging van duplex-, triplex- en multiplexhout, meubelplaat, spaanplaat, vezelplaat en andere panelen en platen” (NACE-code 2020). Uit de beoordeling bleek dat er weinig mogelijkheden zijn om de emissies te verminderen zonder de kosten aanzienlijk te verhogen, dat de markt ongunstige kenmerken vertoont zoals een grote prijsgevoeligheid en een toenemende tendens om producten in te voeren uit landen met lage productiekosten, en dat de extra kosten in verband met de uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG een aanzienlijk effect hebben op de winstmarges, waardoor de capaciteit van installaties om te investeren en de emissies te verlagen wordt beperkt. Op grond van de combinatie van die factoren wordt de bedrijfstak geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico.

(19)

Er is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd van de bedrijfstak „vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen” (NACE-code 2416). Ten aanzien van de huidige marktkenmerken bleek uit de beoordeling dat er sprake is van een sterke verwevenheid met andere delen van de chemische industrie, die geacht worden te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico; dat de prijzen op de wereldmarkt tot stand komen, waardoor eenzijdige prijsverhogingen onmogelijk worden; en dat er sprake is van verstoringen van de EU- of de wereldmarkt door oneerlijke commerciële praktijken van producenten in bepaalde derde landen. Wat betreft de verwachte toekomstige marktkenmerken, ondervindt de bedrijfstak, die zich dicht tegen de handelsintensiteitsdrempel van 30 % bevindt, een sterke toename van de invoer, die voornamelijk als gevolg van grote nieuwe investeringen in het Midden-Oosten nog zal voortduren. Op grond van de combinatie van die factoren wordt de bedrijfstak geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico.

(20)

Er is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd van de bedrijfstak „gieten van ijzer” (NACE-code 2751), voornamelijk omdat er op het niveau van de Unie geen officiële handelsgegevens zijn aan de hand waarvan de handelsintensiteit kan worden beoordeeld, aangezien de voornaamste gietproducten in de Comext-databank van Eurostat in verschillende groepen zijn opgedeeld. Uit de beoordeling bleek dat er sprake is van een beperkt reductiepotentieel vanwege de gedeeltelijk onvermijdelijke procesemissies en de beperkte capaciteit om te investeren in reductietechnologieën omdat de uit de uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG voortvloeiende extra kosten aanzienlijke gevolgen hebben voor de winstmarges. Ten aanzien van de marktkenmerken kan worden opgemerkt dat de marktconcentratie laag is, terwijl er sprake is van een hoge concentratie bij de bedrijfstakken die de producten afnemen. Dit betekent dat er een beperkt potentieel is voor de sector om de extra kosten door te berekenen. Uit bestaande handelsgegevens uit alternatieve bronnen blijkt ook dat de gietproducten in toenemende mate internationaal worden verhandeld. Op grond van de combinatie van die factoren wordt de bedrijfstak geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico.

(21)

Er is een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd van de bedrijfstak „gieten van lichte metalen” (NACE-code 2753), voornamelijk omdat er op het niveau van de Unie geen officiële handelsgegevens zijn aan de hand waarvan de handelsintensiteit kan worden beoordeeld, aangezien de voornaamste gietproducten in de Comext-databank van Eurostat in verschillende groepen zijn opgedeeld. Ten aanzien van de marktkenmerken bleek uit de beoordeling dat er sprake is van een lage marktconcentratie en een hoge mate van afhankelijkheid van de vraag van één geconcentreerde bedrijfstak die de producten afneemt. Dit betekent dat er een beperkt potentieel is voor de sector om de extra kosten door te berekenen. Bovendien heeft de bedrijfstak in de onderzochte jaren verlies geleden of slechts zeer beperkte winstmarges gekend, wat een slechte invloed heeft op de capaciteit om in reductietechnologieën te investeren, welke capaciteit door de extra kosten nog verder zou kunnen afnemen. Uit bestaande handelsgegevens uit alternatieve bronnen blijkt ook dat de gietproducten in toenemende mate internationaal worden verhandeld. Op grond van de combinatie van die factoren wordt de bedrijfstak geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico.

(22)

Bij de vaststelling van de lijst van bedrijfstakken en deeltakken moet, indien de betrokken gegevens voorhanden zijn, rekening worden gehouden met de mate waarin derde landen die een bepalend aandeel van de wereldproductie voor hun rekening nemen in bedrijfstakken of deeltakken waarvoor een weglekrisico bestaat, zich er uitdrukkelijk toe verbinden hun broeikasgasemissies in de betrokken bedrijfstakken of deeltakken in een vergelijkbare mate en binnen dezelfde termijn als de Unie te reduceren, en met de mate waarin de CO2-efficiëntie van in de betrokken landen gevestigde installaties vergelijkbaar is met die in de Unie. In dit stadium hebben alleen Noorwegen, IJsland en Zwitserland zich hiertoe verbonden, en deze landen vertegenwoordigen geen bepalend aandeel van de wereldproductie in de bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht een significant weglekrisico te lopen. Ten aanzien van de CO2-efficiëntie zijn de relevante gegevens die nodig zijn voor de beoordeling niet beschikbaar als gevolg van de onvergelijkbaarheid van statistische definities en het ontbreken van in voldoende mate gedisaggregeerde en tot op bedrijfstakniveau gedetailleerde wereldwijde gegevens. Daarom hadden de in artikel 10 bis, lid 18, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde criteria geen gevolgen voor de lijst van bedrijfstakken en deeltakken.

(23)

De beoordeling waarop de lijst van bedrijfstakken en deeltakken is gebaseerd, dekt alle NACE-codes van 1010 tot en met 3720, en dus de winning van delfstoffen en de be- en verwerkende industrie. Sommige andere industriële sectoren die buiten deze reeks NACE-codes vallen, maar waarvan de vaste installaties potentieel onder de EU-ETS-bepalingen inzake CO2-lekkage vallen, zullen in 2010 door de Commissie worden geanalyseerd. Als een dergelijke industriële bedrijfstak aan de criteria van artikel 10 bis, leden 14 tot en met 17, van Richtlijn 2003/87/EG voldoet, zal deze in het kader van de jaarlijkse actualisering aan de lijst worden toegevoegd.

(24)

Deze lijst geldt voor de jaren 2013 en 2014, afhankelijk van de uitkomst van de internationale onderhandelingen.

(25)

Verschillende belanghebbenden, onder meer lidstaten, brancheorganisaties, niet-gouvernementele milieuorganisaties en academici, zijn geraadpleegd over de lijst van bedrijfstakken en deeltakken en de informatie over dat proces is op de website van de Commissie beschikbaar gesteld (5).

(26)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage opgenomen bedrijfstakken en deeltakken worden geacht te zijn blootgesteld aan een aanzienlijk CO2-weglekrisico.

Sommige andere industriële bedrijfstakken die buiten de beoordeelde reeks NACE-codes (1010 tot en met 3720) vallen, maar die potentieel onder de EU-ETS-bepalingen inzake CO2-lekkage vallen, worden in 2010 door de Commissie geanalyseerd. Als een dergelijke industriële bedrijfstak aan de criteria van artikel 10 bis, leden 14 tot en met 17, van Richtlijn 2003/87/EG voldoet, wordt hij in het kader van de jaarlijkse actualisering aan de lijst toegevoegd.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 december 2009.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)  PB L 140 van 5.6.2009, blz. 63.

(3)  http://ec.europa.eu/energy/climate_actions/doc/2008_res_ia_en.pdf

(4)  P. Capros et al.: Model-based Analysis of the 2008 EU Policy Package on Climate Change and Renewables, Primes Model — E3MLab/NTUA, juni 2008:

http://ec.europa.eu/environment/climat/pdf/climat_action/analysis.pdf

(5)  http://ec.europa.eu/environment/climat/emission/carbon_en.htm


BIJLAGE

Bedrijfstakken en deeltakken die overeenkomstig artikel 10 bis, lid 13, van Richtlijn 2003/87/EG worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant weglekrisico

1.   OP NACE-4-NIVEAU

1.1.   OP BASIS VAN DE KWANTITATIEVE CRITERIA VAN ARTIKEL 10 BIS, LEDEN 15 EN 16, VAN RICHTLIJN 2003/87/EG

NACE-code

Omschrijving

1010

Winning van steenkool en vervaardiging van steenkoolbriketten

1430

Winning van mineralen voor de chemische en de kunstmestindustrie

1597

Vervaardiging van mout

1711

Bewerken en spinnen van katoen- of katoenachtige vezels

1810

Vervaardiging van kleding van leer

2310

Vervaardiging van cokesovenproducten

2413

Vervaardiging van overige anorganische chemische basisproducten

2414

Vervaardiging van overige organische chemische basisproducten

2415

Vervaardiging van kunstmeststoffen en stikstofverbindingen

2417

Vervaardiging van synthetische rubber in primaire vormen

2710

Vervaardiging van ijzer en staal en van ferrolegeringen

2731

Koudtrekken

2742

Productie van aluminium

2744

Productie van koper

2745

Productie van overige non-ferrometalen

2931

Vervaardiging van landbouwtractoren

1.2.   OP BASIS VAN DE KWANTITATIEVE CRITERIA VAN ARTIKEL 10 BIS, LID 15, VAN RICHTLIJN 2003/87/EG

NACE-code

Omschrijving

1562

Vervaardiging van zetmeel en zetmeelproducten

1583

Vervaardiging van suiker

1595

Vervaardiging van andere niet-gedistilleerde gegiste dranken

1592

Productie van ethylalcohol door gisting

2112

Vervaardiging van papier en karton

2320

Vervaardiging van geraffineerde aardolieproducten

2611

Vervaardiging van vlakglas

2613

Vervaardiging van holglas

2630

Vervaardiging van keramische tegels en plavuizen

2721

Vervaardiging van gietijzeren buizen

2743

Productie van lood, zink en tin

1.3.   OP BASIS VAN DE KWANTITATIEVE CRITERIA VAN ARTIKEL 10 BIS, LID 16, ONDER A), VAN RICHTLIJN 2003/87/EG

NACE-code

Omschrijving

2651

Vervaardiging van cement

2652

Vervaardiging van kalk

1.4.   OP BASIS VAN DE KWANTITATIEVE CRITERIA VAN ARTIKEL 10 BIS, LID 16, ONDER B), VAN RICHTLIJN 2003/87/EG

NACE-code

Omschrijving

1110

Winning van aardolie en aardgas

1310

Winning van ijzererts

1320

Winning van non-ferrometaalertsen, exclusief uranium- en thoriumerts

1411

Winning van bouw- en siersteen

1422

Winning van klei en kaolien

1450

Overige winning van delfstoffen, n.e.g.

1520

Verwerking en conservering van vis en visproducten

1541

Vervaardiging van ruwe oliën en vetten

1591

Vervaardiging van gedistilleerde alcoholische dranken

1593

Vervaardiging van wijnen

1712

Bewerken en spinnen van kaardwol- of kaardwolachtige vezels

1713

Bewerken en spinnen van kamwol- of kamwolachtige vezels

1714

Bewerken en spinnen van vlas- of vlasachtige vezels

1715

Twijnen en voorbewerken van zijde, met inbegrip van chappezijde, en twijnen en textureren van synthetisch of kunstmatig vezelgaren

1716

Vervaardiging van naaigarens

1717

Bewerken en spinnen van overige textielvezels

1721

Vervaardiging van katoenen of katoenachtige weefsels

1722

Vervaardiging van kaardwollen of kaardwolachtige weefsels

1723

Vervaardiging van kamwollen of kamwolachtige weefsels

1724

Vervaardiging van zijden of zijdeachtige weefsels

1725

Vervaardiging van overige weefsels

1740

Vervaardiging van geconfectioneerde artikelen van textiel, exclusief kleding

1751

Vervaardiging van vloerkleden en tapijt

1752

Vervaardiging van koord, bindgaren, touw en netten

1753

Vervaardiging van gebonden textielvlies en van artikelen van gebonden textielvlies, exclusief kleding

1754

Vervaardiging van overige textielproducten, n.e.g.

1760

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen

1771

Vervaardiging van gebreide en gehaakte kousen en sokken

1772

Vervaardiging van gebreide en gehaakte pullovers, vesten en dergelijke artikelen

1821

Vervaardiging van werkkleding

1822

Vervaardiging van overige bovenkleding

1823

Vervaardiging van onderkleding

1824

Vervaardiging van overige kleding en toebehoren, n.e.g.

1830

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

1910

Looien en bereiden van leer

1920

Vervaardiging van koffers, tassen en dergelijke, zadel- en tuigmakerswerk

1930

Vervaardiging van schoeisel

2010

Zagen en schaven van hout, impregneren van hout

2052

Vervaardiging van artikelen van kurk en riet en van vlechtwerk

2111

Vervaardiging van pulp

2124

Vervaardiging van behangselpapier

2215

Overige uitgeverijen

2330

Bewerking van splijt- en kweekstoffen

2412

Vervaardiging van kleurstoffen en pigmenten

2420

Vervaardiging van verdelgingsmiddelen en van andere chemische producten voor de landbouw

2441

Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen

2442

Vervaardiging van farmaceutische producten

2452

Vervaardiging van parfums en cosmetische artikelen

2463

Vervaardiging van etherische oliën

2464

Vervaardiging van fotochemische producten

2465

Vervaardiging van informatiedragers waarop niet is opgenomen

2466

Vervaardiging van overige chemische producten, n.e.g.

2470

Vervaardiging van synthetische en kunstmatige vezels

2511

Vervaardiging van binnen- en buitenbanden van rubber

2615

Vervaardiging en bewerking van overig glas, inclusief technisch glaswerk

2621

Vervaardiging van huishoudelijk en sieraardewerk

2622

Vervaardiging van sanitair aardewerk

2623

Vervaardiging van isolatoren en isolatiemateriaal, van keramische stoffen

2624

Vervaardiging van overig technisch aardewerk

2625

Vervaardiging van andere keramische producten

2626

Vervaardiging van vuurvaste keramische producten

2681

Vervaardiging van schuur-, slijp- en polijstmiddelen

2722

Vervaardiging van stalen buizen

2741

Productie van edele metalen

2861

Vervaardiging van scharen, messen, bestekken enz.

2862

Vervaardiging van gereedschap

2874

Vervaardiging van bouten, schroeven, moeren, kettingen en veren

2875

Vervaardiging van overige producten van metaal, n.e.g.

2911

Vervaardiging van motoren en turbines, exclusief motoren voor luchtvaartuigen, motorvoertuigen en bromfietsen

2912

Vervaardiging van pompen en compressoren

2913

Vervaardiging van kranen en dergelijke artikelen

2914

Vervaardiging van tandwielen, lagers en andere drijfwerkelementen

2921

Vervaardiging van ovens en branders

2923

Vervaardiging van machines en apparaten voor de koeltechniek en klimaatregeling, voor niet-huishoudelijk gebruik

2924

Vervaardiging van overige machines en apparaten voor algemeen gebruik, n.e.g.

2932

Vervaardiging van overige machines en werktuigen voor de landbouw en de bosbouw

2941

Vervaardiging van motorisch aangedreven handgereedschap

2942

Vervaardiging van overige gereedschapswerktuigen voor de metaalbewerking

2943

Vervaardiging van andere gereedschapswerktuigen, n.e.g.

2951

Vervaardiging van machines voor de metallurgie

2952

Vervaardiging van machines voor de winning van delfstoffen en voor de bouw

2953

Vervaardiging van machines voor de productie van voedings- en genotmiddelen

2954

Vervaardiging van machines voor de productie van textiel, kleding en leer

2955

Vervaardiging van machines voor de productie van papier of karton

2956

Vervaardiging van overige machines, apparaten en werktuigen voor specifieke doeleinden, n.e.g.

2960

Vervaardiging van wapens en munitie

2971

Vervaardiging van elektrische huishoudapparaten

3001

Vervaardiging van kantoormachines

3002

Vervaardiging van computers en andere apparatuur voor de verwerking van informatie

3110

Vervaardiging van elektromotoren en van elektrische generatoren en transformatoren

3120

Vervaardiging van schakel- en verdeelinrichtingen

3130

Vervaardiging van geïsoleerde kabels en draad

3140

Vervaardiging van accumulatoren, elektrische elementen en elektrische batterijen

3150

Vervaardiging van verlichtingsbenodigdheden en van elektrische lampen en buizen

3162

Vervaardiging van overige elektrische benodigdheden, n.e.g.

3210

Vervaardiging van elektronenbuizen en andere elektronische onderdelen

3220

Vervaardiging van zendapparatuur voor televisie en radio en van apparatuur voor lijntelefonie en voor lijntelegrafie

3230

Vervaardiging van televisie- en radio-ontvangers, audio- of video-opnameapparatuur of -reproductietoestellen

3310

Vervaardiging van medische apparatuur en instrumenten en van orthopedische artikelen

3320

Vervaardiging van meet-, regel- en controleapparatuur en van apparatuur voor het navigeren of voor andere doeleinden, exclusief apparaten voor de bewaking van industriële processen

3340

Vervaardiging van optische instrumenten en van foto- en filmapparatuur

3350

Vervaardiging van uurwerken

3511

Scheepsbouw en -reparatie

3512

Bouw en reparatie van plezier- en sportvaartuigen

3530

Vervaardiging van lucht- en ruimtevaartuigen

3541

Vervaardiging van motorfietsen

3542

Vervaardiging van rijwielen

3543

Vervaardiging van invalidenwagens

3550

Vervaardiging van andere transportmiddelen, n.e.g.

3621

Slaan van munten en medailles

3622

Bewerken van edelstenen en vervaardiging van juwelen en dergelijke artikelen, n.e.g.

3630

Vervaardiging van muziekinstrumenten

3640

Vervaardiging van sportartikelen

3650

Vervaardiging van spellen en speelgoed

3661

Vervaardiging van imitatiesieraden

3662

Vervaardiging van borstelwaren

3663

Overige industrie, n.e.g.

2.   BOVEN NACE-4-NIVEAU OP BASIS VAN DE KWANTITATIEVE CRITERIA VAN ARTIKEL 10 BIS, LEDEN 15 EN 16, VAN RICHTLIJN 2003/87/EG

Prodcom-code

Omschrijving

15331427

Geconcentreerde tomatenpuree

155120

Melk en room in vaste vorm

155153

Caseïne

155154

Lactose (melksuiker) en melksuikerstroop

15891333

Droge bakkersgist

24111150

Waterstof (inclusief de productie van waterstof in combinatie met syngas)

24111160

Stikstof

24111170

Zuurstof

243021

Bereide pigmenten, opacifieermiddelen en verfstoffen, verglaasbare samenstellingen, engobes, vloeibare glansmiddelen en dergelijke preparaten; glasfritten

24621030

Gelatine en derivaten daarvan; vislijm (exclusief caseïne- en beenderlijm)

261411

Lonten, rovings en garens, ook indien gesneden, van glasvezels

26821400

Kunstmatig grafiet, colloïdaal en semi-colloïdaal grafiet en preparaten

26821620

Geëxpandeerd vermiculiet, geëxpandeerde klei, slakkenschuim en dergelijke geëxpandeerde minerale producten en mengsels daarvan

3.   OP NACE-4-NIVEAU OP BASIS VAN DE KWALITATIEVE CRITERIA VAN ARTIKEL 10 BIS, LID 17, VAN RICHTLIJN 2003/87/EG

NACE-code

Omschrijving

1730

Textielveredeling

2020

Vervaardiging van fineer; vervaardiging van duplex-, triplex- en multiplexhout, meubelplaat, spaanplaat, vezelplaat en andere panelen en platen

2416

Vervaardiging van kunststoffen in primaire vormen

2751

Gieten van ijzer

2753

Gieten van lichte metalen