ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2009.193.dut

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 193

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

52e jaargang
24 juli 2009


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 606/2009 van de commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, de oenologische procedés en de daarvoor geldende beperkingen

1

 

*

Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie van 14 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

60

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

24.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 193/1


VERORDENING (EG) Nr. 606/2009 VAN DE COMMISSIE

van 10 juli 2009

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, de oenologische procedés en de daarvoor geldende beperkingen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999 (1), en met name op artikel 25, lid 3, en artikel 32,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de definitie van wijn die is gegeven in punt 1, tweede alinea, onder c), eerste streepje, van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, waarin de wijncategorieën zijn opgesomd, is bepaald dat het totale alcoholgehalte hoogstens 15 % vol mag bedragen. Dit maximumgehalte wordt evenwel verhoogd tot 20 % vol voor wijn die zonder verrijking is verkregen in bepaalde wijnbouwzones welke nu moeten worden aangewezen.

(2)

Titel III, hoofdstuk II, en de bijlagen V en VI van Verordening (EG) nr. 479/2008 bevatten algemene voorschriften inzake oenologische behandelingen en procedés en verwijzen voor het overige naar door de Commissie vast te stellen uitvoeringsbepalingen. De toegestane oenologische procedés, met onder meer bepalingen betreffende de verzoeting van wijn, moeten helder en nauwkeurig worden omschreven, en er moet worden vastgesteld in welke hoeveelheden bepaalde stoffen mogen worden gebruikt en onder welke voorwaarden.

(3)

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (2) geeft een opsomming van de toegestane oenologische procedés. Deze toegestane oenologische procedés moeten, met aanvullingen om rekening te houden met de ontwikkeling van de technieken, worden gehandhaafd, maar dienen eenvoudiger en coherenter te worden beschreven in één enkele bijlage.

(4)

In punt A van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 zijn voor in de Gemeenschap geproduceerde wijnen maximale sulfietgehalten vastgesteld die hoger zijn dan de maxima van de „Organisation Internationale de la vigne et du vin” (Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding — OIV). Het verdient aanbeveling de op internationaal niveau erkende maxima van de OIV te volgen en voor bepaalde speciale zoete wijnen die in kleine hoeveelheden worden geproduceerd, afwijkingen te blijven toestaan die nodig zijn wegens het hogere suikergehalte van deze wijnen en met het oog op een goede bewaring. Gezien de resultaten van de aan de gang zijnde wetenschappelijke studies over de vermindering en de vervanging van sulfiet in wijn en het aandeel sulfiet in de menselijke voeding dat van wijn afkomstig is, moeten de grenswaarden later opnieuw kunnen worden onderzocht om ze te kunnen verlagen.

(5)

Er moet worden bepaald onder welke voorwaarden de lidstaten gedurende een bepaalde periode sommige oenologische procedés of behandelingen waarin de communautaire regelgeving niet heeft voorzien, voor experimentele doeleinden mogen toestaan.

(6)

Voor de bereiding van mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn en aromatische mousserende kwaliteitswijn zijn naast de elders toegestane oenologische procedés specifieke procedés noodzakelijk. Duidelijkheidshalve moeten deze procedés in een afzonderlijke bijlage worden vastgesteld.

(7)

Voor de bereiding van likeurwijnen zijn naast de elders toegestane oenologische procedés specifieke procedés noodzakelijk, en bepaalde likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming vereisen specifieke bepalingen. Duidelijkheidshalve moeten deze procedés en beperkingen in een afzonderlijke bijlage worden vastgesteld.

(8)

Versnijden is een courant oenologisch procedé en, rekening houdend met de mogelijke effecten ervan op de kwaliteit van de wijn, moet het begrip nauwkeuriger worden gedefinieerd en moet de toepassing ervan worden gereglementeerd om misbruik te voorkomen en een hoge kwaliteit van de wijn te garanderen, wat de concurrentiepositie van de sector zal versterken. Om diezelfde redenen moet dit gebruik worden gereglementeerd voor de productie van roséwijn, meer bepaald voor sommige wijnen waarvoor geen productdossier geldt.

(9)

In de communautaire regelgeving inzake levensmiddelen en in de „Codex œnologique international” (Internationale wijncodex) van de OIV zijn voor een groot aantal stoffen die bij oenologische procedés worden gebruikt, reeds specificaties met betrekking tot de zuiverheid en de identiteit vastgesteld. Met het oog op harmonisatie en duidelijkheid moet in de eerste plaats worden uitgegaan van deze specificaties, maar moet ook worden voorzien in aanvullingen in de vorm van voorschriften die specifiek zijn voor de communautaire situatie.

(10)

Wijnbouwproducten die niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk II van titel III van Verordening (EG) nr. 479/2008 of aan die welke in de onderhavige verordening zullen worden vastgesteld, mogen niet op de markt worden gebracht. Toch is industrieel gebruik van een aantal van deze producten mogelijk en moeten er bepalingen voor dat gebruik worden vastgesteld om een adequate controle op de eindbestemming van die producten te garanderen. Bovendien moet, om economische verliezen te voorkomen bij marktdeelnemers die nog voorraden producten hebben welke vóór de datum van toepassing van deze verordening zijn bereid, worden bepaald dat producten die zijn bereid overeenkomstig de vóór die datum geldende regels, nog voor consumptie mogen worden geleverd.

(11)

Op grond van bijlage V, punt D 4, van Verordening (EG) nr. 479/2008 moet elke verrijking, aanzuring en ontzuring bij de bevoegde autoriteiten worden gemeld. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheden suiker, geconcentreerde druivenmost en gerectificeerde geconcentreerde druivenmost die in het bezit zijn van de natuurlijke of rechtspersonen die deze behandelingen uitvoeren. Deze meldingen hebben tot doel een controle van de betrokken behandelingen mogelijk te maken. Het is derhalve noodzakelijk dat de meldingen worden gericht aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat op het grondgebied waarvan de behandeling zal plaatsvinden, dat deze meldingen zo nauwkeurig mogelijk zijn en dat zij bij de bevoegde autoriteit binnenkomen binnen een termijn die voor een doeltreffende controle geschikt is wanneer het een verhoging van het alcoholgehalte betreft.

(12)

Bij aanzuring of ontzuring is een controle achteraf voldoende. Daarom, en met het oog op een eenvoudiger administratie, moet worden toegestaan dat de meldingen, behalve de eerste melding van het wijnoogstjaar, plaatsvinden in de vorm van bijwerkingen van de registers die regelmatig door de bevoegde autoriteit worden gecontroleerd. In een aantal lidstaten verrichten de bevoegde autoriteiten systematisch analytische controles van alle partijen tot wijn verwerkte producten. Zolang deze toestand blijft bestaan, behoeft het voornemen tot verrijking niet te worden gemeld.

(13)

In afwijking van de algemene regel van bijlage VI, punt D, van Verordening (EG) nr. 479/2008 is het begieten van wijnmoer, druivendraf of geperste pulp van „aszú” of „výber” met wijn of druivenmost een essentieel kenmerk van de bereiding van bepaalde Hongaarse en Slowaakse wijnen. De bijzondere voorwaarden voor dit procedé moeten worden vastgesteld overeenkomstig de nationale bepalingen die in de respectieve lidstaten van kracht waren op 1 mei 2004.

(14)

Overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn de analysemethoden waarmee de samenstelling van de onder die verordening vallende producten wordt bepaald, en de voorschriften aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of deze producten behandelingen hebben ondergaan die strijdig zijn met de toegestane oenologische procedés, de analysemethoden en de voorschriften die door de OIV zijn aanbevolen en gepubliceerd in het „Recueil des méthodes internationales d’analyse des vins et des moûts” (Internationale analysemethoden voor wijn en most) van de OIV. Als er voor bepaalde communautaire wijnbouwproducten specifieke analysemethoden nodig zijn die niet door de OIV zijn vastgesteld, moeten deze communautaire methoden worden omschreven.

(15)

Om de transparantie te vergroten moeten de lijst en de beschrijving van de betrokken analysemethoden op communautair niveau worden bekendgemaakt.

(16)

Bijgevolg moeten Verordening (EEG) nr. 2676/90 van de Commissie van 17 september 1990 tot vaststelling van de in de wijnsector toe te passen communautaire analysemethoden (3) en Verordening (EG) nr. 423/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad en tot instelling van een communautaire regeling inzake oenologische procedés en behandelingen (4) worden ingetrokken.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 113, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 ingestelde regelgevend comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor titel III, hoofdstukken I en II, van Verordening (EG) nr. 479/2008.

Artikel 2

Wijnbouwoppervlakten waarvan de wijnen een totaal alcoholgehalte van ten hoogste 20 % vol mogen hebben

De wijnbouwoppervlakten als bedoeld in punt 1, tweede alinea, onder c), eerste streepje, van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn de zones C I, C II en C III die zijn vastgesteld in bijlage IX bij die verordening, alsmede de oppervlakten van zone B waar de volgende witte wijnen met een beschermde geografische aanduiding kunnen worden geproduceerd: „Vin de pays de Franche-Comté” en „Vin de pays du Val de Loire”.

Artikel 3

Toegestane oenologische procedés en beperkingen

1.   De in artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde toegestane oenologische procedés en beperkingen inzake de productie en de bewaring van onder die verordening vallende producten worden vastgesteld in bijlage I bij de onderhavige verordening.

2.   De toegestane oenologische procedés, de gebruiksvoorwaarden en de gebruikslimieten worden aangegeven in bijlage I A.

3.   De maximumgehalten aan zwaveldioxide voor wijn worden aangegeven in bijlage I B.

4.   De maximumgehalten aan vluchtige zuren worden aangegeven in bijlage I C.

5.   De voorwaarden met betrekking tot de verzoeting van wijn worden vastgesteld in bijlage I D.

Artikel 4

Experimentele toepassing van nieuwe oenologische procedés

1.   Voor de in artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde experimenten mag elke lidstaat voor een periode van ten hoogste drie jaar toestemming verlenen voor de toepassing van bepaalde niet in Verordening (EG) nr. 479/2008 noch in de onderhavige verordening genoemde oenologische procedés of behandelingen op voorwaarde dat:

a)

de betrokken procedés of behandelingen voldoen aan artikel 27, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 en aan de in artikel 30, onder b) tot en met e), van die verordening vastgestelde criteria;

b)

de bij de procedés of behandelingen betrokken hoeveelheden niet groter zijn dan 50 000 hl per jaar en per experiment;

c)

de betrokken lidstaat de toelatingsvoorwaarden bij de aanvang van ieder experiment aan de Commissie en de overige lidstaten meedeelt;

d)

de behandeling wordt vermeld in het in artikel 112, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde begeleidende document en in het in artikel 112, lid 2, van die verordening bedoelde register.

Een experiment omvat één of meer behandelingen in het kader van een welomschreven onderzoeksproject waarbij een gemeenschappelijke werkwijze gevolgd wordt.

2.   Producten die zijn verkregen door de experimentele toepassing van dergelijke procedés of behandelingen, mogen in een andere dan de betrokken lidstaat op de markt worden gebracht voor zover de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming vooraf door de lidstaat die het experiment heeft toegestaan, op de hoogte zijn gebracht van de toelatingsvoorwaarden en de betrokken hoeveelheden.

3.   Binnen drie maanden na afloop van de in lid 1 bedoelde periode zendt de betrokken lidstaat de Commissie een mededeling over het toegestane experiment en het resultaat daarvan. De Commissie stelt de overige lidstaten in kennis van de resultaten.

4.   Op grond van deze resultaten kan de lidstaat de Commissie in voorkomend geval verzoeken het experiment, eventueel voor grotere hoeveelheden dan bij het eerste experiment, gedurende een nieuwe periode van ten hoogste drie jaar te mogen voortzetten. De betrokken lidstaat legt een desbetreffend dossier voor ter staving van zijn verzoek. De Commissie besluit volgens de in artikel 113, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde procedure over het verzoek om het experiment te mogen voortzetten.

Artikel 5

Oenologische procedés voor mousserende wijn

De toegestane oenologische procedés en beperkingen, inclusief die voor verrijking, aanzuring en ontzuring, voor mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn en aromatische mousserende kwaliteitswijn, als bedoeld in artikel 32, tweede alinea, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008, worden vastgesteld in bijlage II bij de onderhavige verordening, onverminderd de algemene oenologische procedés en beperkingen waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 479/2008 of in bijlage I bij de onderhavige verordening.

Artikel 6

Oenologische procedés voor likeurwijnen

De toegestane oenologische procedés en beperkingen voor likeurwijnen, als bedoeld in artikel 32, tweede alinea, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008, worden vastgesteld in bijlage III bij de onderhavige verordening, onverminderd de algemene oenologische procedés en beperkingen waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 479/2008 of in bijlage I bij de onderhavige verordening.

Artikel 7

Definitie van versnijding

1.   Onder „versnijding” als bedoeld in artikel 32, tweede alinea, onder d), van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt verstaan de vermenging van wijn of most van verschillende herkomst, verschillende wijnstokrassen, verschillende oogstjaren of verschillende categorieën van wijn of most.

2.   Als verschillende categorieën van wijn of most gelden:

a)

rode wijn, witte wijn, alsmede de most of de wijnen die een van deze wijncategorieën kunnen opleveren;

b)

wijn zonder beschermde oorsprongsbenaming/geografische aanduiding, wijn met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA), alsmede de most of de wijnen die een van deze wijncategorieën kunnen opleveren.

Voor de toepassing van dit lid wordt roséwijn beschouwd als rode wijn.

3.   Niet als versnijding geldt:

a)

de verrijking door toevoeging van geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost;

b)

de verzoeting.

Artikel 8

Algemene bepalingen inzake vermenging en versnijding

1.   Wijn mag slechts via vermenging of versnijding worden verkregen als de bestanddelen van dit mengsel of deze versnijding de voor het verkrijgen van een wijn vastgestelde kenmerken vertonen en beantwoorden aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 479/2008 en van de onderhavige verordening.

Witte wijn zonder BOB/BGA en rode wijn zonder BOB/BGA mogen niet met elkaar worden versneden tot roséwijn.

Het bepaalde in de tweede alinea sluit evenwel de daar genoemde versnijding niet uit als het eindproduct bestemd is om er een cuvée van te maken als gedefinieerd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 479/2008 of bestemd is om er parelwijn van te maken.

2.   Druivenmost of wijn die het oenologische procedé als bedoeld in bijlage I A, punt 14, van de onderhavige verordening heeft ondergaan, mag niet worden versneden met druivenmost of wijn die dit oenologische procedé niet heeft ondergaan.

Artikel 9

Specificaties met betrekking tot zuiverheid en identiteit van de bij de oenologische procedés gebruikte stoffen

1.   De in artikel 32, tweede alinea, onder e), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde specificaties met betrekking tot zuiverheid en identiteit van de bij de oenologische procedés gebruikte stoffen, zijn die welke zijn vastgesteld en bekendgemaakt in de „Codex œnologique international” van de „Organisation Internationale de la Vigne et du Vin” (OIV), voor zover zij niet zijn vastgesteld in Richtlijn 2008/84/EG van de Commissie (5).

In voorkomend geval worden de zuiverheidscriteria aangevuld met de in bijlage I A bij de onderhavige verordening vastgestelde specifieke voorschriften.

2.   De enzymen en enzympreparaten die worden gebruikt bij de in bijlage I A opgesomde toegestane oenologische procedés en behandelingen, voldoen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1332/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake voedingsenzymen (6).

Artikel 10

Voorwaarden inzake het bezit, het verkeer en het gebruik van producten die niet in overeenstemming zijn met titel III, hoofdstuk II, van Verordening (EG) nr. 479/2008 of met de onderhavige verordening

1.   Producten die niet in overeenstemming zijn met titel III, hoofdstuk II, van Verordening (EG) nr. 479/2008 of met de onderhavige verordening, worden vernietigd. De lidstaten kunnen echter toestaan dat bepaalde producten, waarvan zij de kenmerken bepalen, in distilleerderijen, in azijnfabrieken of voor industriële doeleinden worden gebruikt.

2.   Deze producten mogen niet zonder wettige reden door producenten of handelaren in hun bezit worden gehouden en mogen alleen worden vervoerd naar een distilleerderij, een azijnfabriek of een bedrijf waar zij voor industriële doeleinden of voor de vervaardiging van industrieproducten worden aangewend, dan wel naar een verwijderingsinstallatie.

3.   Om de identificatie van de in lid 1 bedoelde wijn te vergemakkelijken mogen de lidstaten er denaturerende stoffen of verklikstoffen aan laten toevoegen. Om gegronde redenen mogen zij ook de aanwending ervan voor de in lid 1 genoemde doeleinden verbieden en de producten laten verwijderen.

4.   Vóór 1 augustus 2009 geproduceerde wijn mag voor rechtstreekse menselijke consumptie worden aangeboden of geleverd voor zover hij voldoet aan de vóór die datum geldende communautaire of nationale voorschriften.

Artikel 11

Algemene voorwaarden voor verrijking, aanzuring en ontzuring van andere producten dan wijn

De in bijlage V, punt D 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde behandelingen moeten in één maal worden uitgevoerd. Toch kunnen de lidstaten bepalen dat bepaalde behandelingen in verschillende fasen mogen worden uitgevoerd, wanneer daardoor een betere vinificatie van de betrokken producten wordt gegarandeerd. In dat geval gelden de in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde maxima voor de hele betrokken behandeling.

Artikel 12

Administratieve voorschriften voor verrijking

1.   De in bijlage V, punt D 4, bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde melding van de behandelingen tot verhoging van het alcoholgehalte wordt gedaan door de natuurlijke en de rechtspersonen die deze behandelingen uitvoeren, met inachtneming van de toepasselijke termijnen en controlevoorschriften die zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de behandeling plaatsvindt.

2.   De melding wordt schriftelijk gedaan en bevat de volgende gegevens:

a)

naam en adres van de declarant;

b)

de plaats waar de behandeling wordt uitgevoerd;

c)

datum en uur waarop de behandeling zal aanvangen;

d)

de omschrijving van het te behandelen product;

e)

het bij die behandeling aangewende procedé, met opgave van de aard van het product dat daarbij zal worden gebruikt.

3.   De lidstaten kunnen toestaan dat een voorafgaande melding die voor meerdere behandelingen of voor een bepaalde periode geldt, aan de bevoegde autoriteit wordt gezonden. Een dergelijke melding wordt slechts toegestaan als de declarant een register bijhoudt waarin hij alle verrijkingsbehandelingen overeenkomstig lid 6 optekent en de in lid 2 bedoelde gegevens vermeldt.

4.   De lidstaten bepalen de voorwaarden waaronder de declarant die wegens overmacht de behandeling waarop de melding betrekking heeft, niet tijdig kon uitvoeren, bij de bevoegde autoriteiten een nieuwe melding kan doen toekomen die de nodige controles mogelijk maakt.

5.   De in lid 1 bedoelde melding is niet vereist in de lidstaten waar de bevoegde controleautoriteiten systematisch analytische controles van alle tot wijn verwerkte producten verrichten.

6.   De gegevens over de behandelingen tot verhoging van het alcoholgehalte worden onmiddellijk na het einde van de behandeling ingeschreven in de in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde registers.

Wanneer in een voorafgaande melding voor meerdere behandelingen datum noch uur is aangegeven waarop de behandeling zal aanvangen, moet bovendien iedere behandeling vóór het begin ervan in die registers worden ingeschreven.

Artikel 13

Administratieve voorschriften voor aanzuring en ontzuring

1.   De in bijlage V, punt D 4, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde melding betreffende aanzuring en ontzuring wordt door de betrokkenen uiterlijk op de tweede dag na de eerste behandeling in een wijnoogstjaar gedaan. Zij geldt voor alle behandelingen in het wijnoogstjaar.

2.   De in lid 1 bedoelde melding wordt schriftelijk gedaan en bevat de volgende gegevens:

a)

naam en adres van de declarant;

b)

aard van de behandeling;

c)

de plaats waar de behandeling heeft plaatsgevonden.

3.   De gegevens over elke aanzuring of ontzuring worden ingeschreven in de in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde registers.

Artikel 14

Begieten van wijnmoer, druivendraf of geperste pulp van „aszú”/„výber” met wijn of druivenmost

Het begieten van wijnmoer, druivendraf of geperste pulp van „aszú”/„výber” met wijn of druivenmost, als bedoeld in bijlage VI, punt D 2, bij Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt overeenkomstig de op 1 mei 2004 geldende nationale bepalingen als volgt uitgevoerd:

a)

„Tokaji fordítás” of „Tokajský forditáš” wordt bereid door druivenmost of wijn over de geperste pulp van „aszú”/„výber” te gieten;

b)

„Tokaji máslás” of „Tokajský mášláš” wordt bereid door druivenmost of wijn over de wijnmoer van „szamorodni”/„samorodné” of van „aszú”/„výber” te gieten.

De betrokken producten moeten van hetzelfde oogstjaar afkomstig zijn.

Artikel 15

Toepasselijke communautaire analysemethoden

1.   De in artikel 31, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde analysemethoden die moeten worden toegepast voor de controle van bepaalde wijnbouwproducten of van bepaalde op communautair niveau vastgestelde maxima, zijn opgenomen in bijlage IV.

2.   De Commissie publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie, de lijst en de beschrijving van de in artikel 31, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde analysemethoden die in de „Recueil des méthodes internationales d’analyse des vins et des moûts” (het handboek van internationale analysemethoden voor wijn en most) van de OIV zijn beschreven en moeten worden toegepast om de in de communautaire regelgeving vastgestelde maxima en voorschriften voor de productie van wijnbouwproducten te controleren.

Artikel 16

Intrekking

De Verordeningen (EEG) nr. 2676/90 en (EG) nr. 423/2008 worden ingetrokken.

De verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen en naar Verordening (EG) nr. 1493/1999 gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en moeten worden gelezen overeenkomstig de in bijlage V opgenomen concordantietabel.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 148 van 6.6.2008, blz. 1.

(2)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(3)  PB L 272 van 3.10.1990, blz. 1.

(4)  PB L 127 van 15.5.2008, blz. 13.

(5)  PB L 253 van 20.9.2008, blz. 1.

(6)  PB L 354 van 31.12.2008, blz. 7.


BIJLAGE I A

TOEGESTANE OENOLOGISCHE PROCEDÉS EN BEHANDELINGEN

1

2

3

Oenologisch procedé

Gebruiksvoorwaarden (1)

Gebruikslimieten

1

Beluchting of toevoeging van gasvormige zuurstof

 

 

2

Warmtebehandelingen

 

 

3

Centrifugering en filtratie, met of zonder toeslagstoffen voor inerte filtratie

 

Eventuele toeslagstoffen mogen geen ongewenste residuen in het behandelde product achterlaten.

4

Gebruik van kooldioxide, ook koolzuurgas genoemd, van argon of van stikstof, afzonderlijk dan wel onderling vermengd, om een inerte atmosfeer te scheppen en het product onder afsluiting van lucht te behandelen

 

 

5

Gebruik van wijnbereidingsfermenten, droog of in wijnsuspensie

Uitsluitend voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, jonge, nog gistende wijn, alsmede voor de tweede alcoholische gisting van alle categorieën mousserende wijn

 

6

Gebruik van één of meer van de onderstaande stoffen, eventueel in een inert medium van microkristallijne cellulose, ter bevordering van de ontwikkeling van fermenten:

 

 

toevoeging van diammoniumfosfaat of ammoniumsulfaat

Uitsluitend voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, jonge, nog gistende wijn, alsmede voor de tweede alcoholische gisting van alle categorieën mousserende wijn

Maximaal 1 g/l (uitgedrukt in zout) (2), respectievelijk 0,3 g/l voor de tweede gisting van mousserende wijn

toevoeging van ammoniumbisulfiet

Uitsluitend voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, alsmede voor jonge, nog gistende wijn

Maximaal 0,2 g/l (uitgedrukt in zout) (2) en binnen de in punt 7 bedoelde limieten

toevoeging van thiaminedichloorhydraat

Uitsluitend voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, jonge, nog gistende wijn, alsmede voor de tweede alcoholische gisting van alle categorieën mousserende wijn

Maximaal 0,6 mg/l (uitgedrukt in thiamine) per behandeling

7

Gebruik van zwaveldioxide, ook zwaveligzuuranhydride genoemd, van kaliumbisulfiet of van kaliummetabisulfiet, ook kaliumdisulfiet of kaliumpyrosulfiet genoemd

 

De limieten (de maximumgehalten in het op de markt gebrachte product) zijn vastgesteld in bijlage I B

8

Verwijdering van zwaveldioxide door natuurkundige procedés

Uitsluitend voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost en jonge, nog gistende wijn

 

9

Behandeling met kool voor oenologisch gebruik

Uitsluitend voor most en jonge, nog gistende wijn, gerectificeerde geconcentreerde druivenmost en witte wijn

Maximaal 100 g droog product per hl

10

Klaring door middel van één of meer van de volgende stoffen voor oenologisch gebruik:

voedselgelatine,

proteïnestoffen van plantaardige oorsprong, afkomstig van tarwe of erwten,

vislijm,

caseïne en kaliumcaseïnaten,

ovoalbumine,

bentoniet,

siliciumdioxide in de vorm van een gel of van een colloïdale oplossing,

kaolien,

tannine,

pectolytische enzymen,

enzymatische bereidingen van betaglucanase

De gebruiksvoorwaarden voor betaglucanase zijn vastgesteld in aanhangsel 1.

 

11

Gebruik van sorbinezuur in de vorm van kaliumsorbaat

 

Maximumhoeveelheid sorbinezuur in het behandelde, op de markt gebrachte product: 200 mg/l

12

Gebruik, voor de aanzuring, van L(+)-wijnsteenzuur, L-appelzuur, DL-appelzuur of melkzuur

De voorwaarden en de limieten zijn vastgesteld in de punten C en D van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 479/2008 en in de artikelen 11 en 13 van de onderhavige verordening.

Aanhangsel 2, punt 2, omvat specificaties voor L(+)-wijnsteenzuur.

 

13

Gebruik van één of meer van de volgende stoffen voor ontzuring:

neutraal kaliumtartraat,

kaliumbicarbonaat,

calciumcarbonaat, dat eventueel kleine hoeveelheden calciumdubbelzout van L(+)- wijnsteenzuur en L(-)-appelzuur bevat,

calciumtartraat,

L(+)-wijnsteenzuur,

homogene bereiding van wijnsteenzuur en calciumcarbonaat in gelijke delen, fijn verpulverd

De voorwaarden en de limieten zijn vastgesteld in de punten C en D van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 479/2008 en in de artikelen 11 en 13 van de onderhavige verordening.

Voor L(+)-wijnsteenzuur: onder de voorwaarden van aanhangsel 2

 

14

Toevoeging van hars van Aleppo-pijnbomen

Onder de voorwaarden van aanhangsel 3

 

15

Gebruik van bereidingen van gistschillen

 

Maximaal 40 g/hl

16

Gebruik van polyvinylpolypyrrolidon

 

Maximaal 80 g/hl

17

Gebruik van melkzuurbacteriën

 

 

18

Toevoeging van lysozym

 

Maximaal 500 mg/l (wanneer de stof wordt toegevoegd aan most en aan wijn, mag de totale hoeveelheid niet groter zijn dan 500 mg/l)

19

Toevoeging van l-ascorbinezuur

 

Maximumhoeveelheid in de behandelde, op de markt gebrachte wijn: 250 mg/l (3)

20

Gebruik van ionenwisselende harsen

Uitsluitend voor druivenmost die bestemd is voor de bereiding van gerectificeerde geconcentreerde druivenmost en onder de in aanhangsel 4 vastgestelde voorwaarden

 

21

Gebruik in droge wijn van verse, gezonde en onverdunde moer die fermenten bevat welke afkomstig zijn van de recente bereiding van droge wijn

Voor de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

De hoeveelheden mogen niet groter zijn dan 5 % van het volume van het behandelde product.

22

Wassing door middel van argon of stikstof

 

 

23

Toevoeging van kooldioxide

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 7 en 9 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

Bij niet-mousserende wijn bedraagt de hoeveelheid koolstofdioxide in behandelde, op de markt gebrachte wijn ten hoogste 3 g/l en moet de koolstofdioxideoverdruk kleiner zijn dan 1 bar bij een temperatuur van 20 °C.

24

Toevoeging van citroenzuur met het oog op de stabilisatie van de wijn

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

Maximumhoeveelheid in de behandelde, op de markt gebrachte wijn: 1g/l

25

Toevoeging van tannine

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

 

26

Behandeling:

van witte wijn en roséwijn met kaliumferrocyanide,

van rode wijn met kaliumferrocyanide of met calciumfitaat

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, onder de voorwaarden van aanhangsel 5

Gebruikslimiet voor calciumfitaat: 8 g/hl

27

Toevoeging van metawijnsteenzuur

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

Maximaal 100 mg/l

28

Gebruik van arabische gom

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

 

29

Gebruik van dl-wijnsteenzuur, ook wel racemisch zuur genoemd, of een neutraal kaliumzout, om het teveel aan calcium te doen neerslaan

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, onder de voorwaarden van aanhangsel 5

 

30

Gebruik, om het neerslaan van wijnsteen te bevorderen:

van kaliumbitartraat of kaliumhydrogeentartraat,

van calciumtartraat

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

Gebruikslimiet voor calciumtartraat: 200 g/hl

31

Gebruik van kopersulfaat of kopercitraat om een smaak- of geurgebrek van de wijn weg te nemen

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

Maximaal 1 g/hl en op voorwaarde dat het kopergehalte van het hiermee behandelde product niet hoger is dan 1 mg/l

32

Toevoeging van karamel, in de zin van Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1994 inzake kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (4) om de kleur ervan te intensiveren

Uitsluitend voor likeurwijnen

 

33

Gebruik van schijven zuivere paraffine, gedrenkt in allylisothiocyanaat voor het tot stand brengen van een steriele atmosfeer

Uitsluitend voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en voor wijn

Uitsluitend toegestaan in Italië voor zover dit niet bij de nationale regelgeving is verboden en uitsluitend in recipiënten met een inhoud van meer dan 20 l

In de wijn mag geen enkel spoor van allylisothiocyanaat terug te vinden zijn.

34

Toevoeging van dimethyldicarbonaat (dmdc) aan wijn met het oog op microbiologische stabilisatie

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 en onder de voorwaarden van aanhangsel 6

Maximaal 200 mg/l en in de op de markt gebrachte wijn mogen geen residuen terug te vinden zijn.

35

Toevoeging van mannoproteïnen uit gist om de wijnsteen en het proteïnegehalte in wijn te stabiliseren

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008

 

36

Behandeling door elektrodialyse om de wijnsteen in wijn te stabiliseren

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, onder de voorwaarden van aanhangsel 7

 

37

Gebruik van urease om het ureumgehalte van de wijn te verlagen

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, onder de voorwaarden van aanhangsel 8

 

38

Gebruik van stukjes eikenhout bij de bereiding en de rijping van wijn, en onder meer voor de gisting van verse druiven en druivenmost

Onder de voorwaarden van aanhangsel 9

 

39

Gebruik van:

calciumalginaat of

kaliumalginaat

Uitsluitend voor de bereiding van alle categorieën mousserende wijn en parelwijn die wordt verkregen door gisting op de fles en waarvan de wijnmoer door degorgering wordt afgescheiden.

 

40

Gedeeltelijke desalcoholisatie van wijn

Uitsluitend voor wijn en onder de voorwaarden van aanhangsel 10

 

41

Gebruik van de copolymeren polyvinylimidazol — polyvinylpyrrolidon (pvi/pvp) om het gehalte aan koper, ijzer en zware metalen te verlagen

Onder de voorwaarden van aanhangsel 11

Maximaal 500 mg/l (wanneer de stof wordt toegevoegd aan de most en aan de wijn, mag de totale hoeveelheid niet groter zijn dan 500 mg/l)

42

Toevoeging van carboxymethylcellulose (cellulosegom) om de wijnsteen te stabiliseren

Uitsluitend voor wijn en alle categorieën mousserende wijn en parelwijn

Maximaal 100 mg/l

43

Behandeling met kationenwisselaars om de wijnsteen te stabiliseren

Voor gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat en de producten die zijn gedefinieerd in de punten 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, onder de voorwaarden van aanhangsel 12

 


(1)  Tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, mogen de beschreven procedés of behandelingen worden toegepast voor druiven, druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, geconcentreerde druivenmost, jonge, nog gistende wijn, gedeeltelijk gegiste druivenmost voor rechtstreekse menselijke consumptie in ongewijzigde staat, wijn, alle categorieën mousserende wijn, parelwijn, parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, likeurwijn, wijn van ingedroogde druiven en wijn van overrijpe druiven.

(2)  Deze ammoniumzouten mogen ook samen worden gebruikt binnen de totale limiet van 1 g/l op voorwaarde dat de genoemde specifieke limieten van 0,3 g/l of 0,2 g/l in acht worden genomen.

(3)  Gebruikslimiet: 250 mg/l per behandeling.

(4)  PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13.

Aanhangsel 1

Voorschriften voor betaglucanase

1.

Internationale code van betaglucanase: E.C. 3-2-1-58

2.

Betaglucaanhydrolase (breekt het glucaan van Botrytis cinerea)

3.

Oorsprong: Trichoderma harzianum

4.

Toepassingsgebied: afbraak van betaglucanen in wijn, met name die welke afkomstig zijn van druiven met botrytis

5.

Maximale gebruiksdosis: per hectoliter 3 g van de enzymatische bereiding met 25 % organische stof in de suspensie (T.O.S.)

6.

Voorschriften inzake chemische en microbiologische zuiverheid

Droogverlies

minder dan 10 %

Zware metalen

minder dan 30 ppm

Lood

minder dan 10 ppm

Arseen

minder dan 3 ppm

Coliforme bacteriën

geen

Escherichia coli

geen in een monster van 25 g

Salmonella spp.

geen in een monster van 25 g

Totaal aërobe kiemen

minder dan 5 × 104/g

Aanhangsel 2

L(+)-wijnsteenzuur

1.

Het gebruik van wijnsteenzuur, dat overeenkomstig bijlage I A, punt 13, voor ontzuring mag worden gebruikt, is slechts toegestaan voor producten:

 

die verkregen zijn uit druiven van de wijnstokrassen Elbling en Riesling, en

 

die verkregen zijn uit druiven die geoogst zijn in de onderstaande wijnbouwgebieden van het noordelijke gedeelte van wijnbouwzone A:

Ahr,

Rheingau,

Mittelrhein,

Mosel,

Nahe,

Rheinhessen,

Pfalz,

Moselle luxembourgeoise.

2.

Overeenkomstig de punten 12 en 13 van deze bijlage gebruikt wijnsteenzuur, ook L(+)-wijnsteenzuur geheten, moet van agrarische oorsprong zijn, en meer in het bijzonder door extractie uit wijnbouwproducten verkregen zijn. Het moet ook voldoen aan de in Richtlijn 2008/84/EG vastgestelde zuiverheidseisen.

Aanhangsel 3

Hars van Aleppo-pijnbomen

1.

Het gebruik van hars van Aleppo-pijnbomen overeenkomstig bijlage I A, punt 14, is slechts toegestaan voor het verkrijgen van „retsina”-wijn. Dit oenologische procedé mag uitsluitend worden toegepast:

a)

op het geografische grondgebied van Griekenland;

b)

op druivenmost die is verkregen uit druiven waarvan de rassen met het productie- en het wijnbereidingsgebied in de op 31 december 1980 geldende Griekse voorschriften zijn bepaald;

c)

door toevoeging, vóór de gisting, of voor zover het effectieve alcoholvolumegehalte niet hoger is dan een derde van het totale alcoholvolumegehalte, gedurende de gisting, van een hoeveelheid hars van ten hoogste 1 000 g per hectoliter behandeld product.

2.

Als Griekenland voornemens is de in lid 1, onder b), genoemde voorschriften te wijzigen, stelt het de Commissie daarvan in kennis. Wanneer de Commissie niet binnen twee maanden na deze kennisgeving reageert, mag Griekenland de betrokken wijzigingen doorvoeren.

Aanhangsel 4

Ionenwisselende harsen

De ionenwisselende harsen die overeenkomstig bijlage I A, punt 20, mogen worden gebruikt, zijn sulfonzuur- of ammoniumgroepen bevattende copolymeren van styreen of van divinylbenzeen. Zij moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (1) en met de communautaire en nationale voorschriften die ter uitvoering van die verordening zijn vastgesteld. Bovendien mogen zij bij de controle aan de hand van de in lid 2 beschreven analysemethode in ieder van de genoemde oplosmiddelen niet meer dan 1 mg/l organische stoffen afgeven. De regeneratie ervan moet worden verricht met stoffen die voor de bereiding van levensmiddelen zijn toegelaten.

Deze stoffen mogen slechts worden gebruikt onder toezicht van een oenoloog of een technicus die is en in installaties die zijn erkend door de autoriteiten van de lidstaat waar de harsen worden gebruikt. Deze autoriteiten bepalen de taak en de verantwoordelijkheid van de erkende oenologen en technici.

Analysemethode voor de bepaling van het verlies aan organisch materiaal uit ionenwisselende harsen:

1.   STREKKING EN TOEPASSINGSGEBIED

Met deze methode wordt het verlies aan organisch materiaal uit ionenwisselende harsen bepaald.

2.   DEFINITIE

Verlies aan organisch materiaal uit ionenwisselende harsen: het verlies aan organisch materiaal zoals dat door de hieronder beschreven methode wordt bepaald.

3.   PRINCIPE

Men laat extractievloeistoffen door hiervoor toebereide harsen lopen, waarna het gewicht aan geëxtraheerd organisch materiaal gravimetrisch wordt bepaald.

4.   REAGENTIA

Alle reagentia moeten van analytische kwaliteit zijn.

Extractievloeistoffen:

4.1.   Gedistilleerd water, gedeïoniseerd water of water van dezelfde zuiverheid.

4.2.   Ethanol, 15 % v/v, bereid door 15 volumedelen absolute ethanol met 85 volumedelen water (punt 4.1) te mengen.

4.3.   Azijnzuur, 5 % m/m, bereid door vijf gewichtsdelen ijsazijn met 95 gewichtsdelen water (punt 4.1) te mengen.

5.   APPARATUUR

5.1.   Ionenwisselende chromatografiekolommen.

5.2.   Maatcilinders, inhoud 2 l.

5.3.   Verdampingsschalen, bestand tegen 850 °C in een moffeloven.

5.4.   Droogoven, met thermostaatregeling op 105 ± 2 °C.

5.5.   Moffeloven, met thermostraatregeling op 850 ± 25 °C.

5.6.   Analytische balans, nauwkeurigheid 0,1 mg.

5.7.   Verdamper, verwarmingsplaat of infraroodverdamper.

6.   WERKWIJZE

6.1.   Breng in elk van de drie ionenwisselende chromatografiekolommen (punt 5.1) 50 ml van de te onderzoeken ionenwisselende hars, die gewassen en behandeld is volgens de aanwijzingen van de fabrikant betreffende harsen die bestemd zijn voor gebruik in de sector levensmiddelen.

6.2.   Laat voor anionische harsen de drie extractievloeistoffen (punten 4.1, 4.2 en 4.3) afzonderlijk door de daartoe klaargemaakte kolommen (punt 6.1) lopen met een snelheid van 350 tot 450 ml per uur. Werp steeds de eerste liter eluaat weg en verzamel de volgende twee liter in maatcilinders (punt 5.2). Laat voor kationische harsen alleen de twee in de punten 4.1 en 4.2 aangegeven extractievloeistoffen door de daartoe klaargemaakte kolommen lopen.

6.3.   Damp de drie eluaten in op een verwarmingsplaat of met behulp van een infraroodverdamper (punt 5.7), in afzonderlijke verdampingsschalen (punt 5.3) die van tevoren gereinigd en gewogen (m0) zijn. Leg de schalen in een oven (punt 5.4) en droog ze tot constant gewicht (ml).

6.4.   Leg de verdampingsschaal, na het registreren van het gewicht na droging (punt 6.3), in de moffeloven (punt 5.5) en veras tot constant gewicht (m2).

6.5.   Bereken de hoeveelheid geëxtraheerd organisch materiaal (punt 7.1). Als het resultaat groter is dan 1 mg/l, voer dan een blancoproef uit op de reagentia en bereken opnieuw de hoeveelheid geëxtraheerd organisch materiaal.

De blancoproef moet worden uitgevoerd door de in de punten 6.3 en 6.4 vermelde handelingen te herhalen, maar dan met twee liter extractievloeistof; dit geeft de gewichten m3 en m4 respectievelijk uit de punten 6.3 en 6.4.

7.   WEERGAVE VAN DE RESULTATEN

7.1.   Formule en berekening van de resultaten

Het gehalte aan uit de ionenwisselende harsen geëxtraheerd organisch materiaal, wordt in mg/l gegeven door:

500 (m1 – m2)

waarin m1 en m2 in g staan.

Het gecorrigeerde gehalte aan uit de ionenwisselende harsen geëxtraheerd materiaal wordt in mg/l gegeven door:

500 (m1 – m2 – m3 + m4)

waarin m1, m2, m3 en m4 in g staan.

7.2.   Het verschil tussen de resultaten van twee parallelle bepalingen uitgevoerd op hetzelfde monster, mag niet meer bedragen dan 0,2 mg/l.


(1)  PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4.

Aanhangsel 5

Kaliumferrocyanide

Calciumfitaat

DL-wijnsteenzuur

Het gebruik van kaliumferrocyanide en van calciumfitaat overeenkomstig bijlage I A, punt 26, of het gebruik van DL-wijnsteenzeer overeenkomstig bijlage I A, punt 29, is slechts toegestaan indien deze behandelingen worden uitgevoerd onder toezicht van een oenoloog of een technicus die is erkend door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar deze behandeling plaatsvindt en wiens verantwoordelijkheid eventueel door de betrokken lidstaat nader is bepaald.

Na de behandeling met kaliumferrocyanide of calciumfitaat moeten in wijn sporen van ijzer aanwezig zijn.

Voor de controle op het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde producten gelden de door de lidstaten vastgestelde bepalingen.

Aanhangsel 6

Voorschriften voor dimethyldicarbonaat

TOEPASSINGSGEBIED

Dimethyldicarbonaat mag aan wijn worden toegevoegd met het doel de microbiologische stabilisatie van gebottelde wijn die vergistbare suikers bevat, te garanderen.

VOORSCHRIFTEN

de toevoeging moet kort voor het bottelen plaatsvinden, waarbij onder „bottelen” wordt verstaan het aftappen, voor handelsdoeleinden, van het betrokken product in recipiënten met een inhoud van 60 l of minder,

de behandeling mag slechts worden toegepast bij wijn met een suikergehalte van ten minste 5 g/l,

het gebruikte product moet aan de bij Richtlijn 2008/84/EG vastgestelde zuiverheidseisen voldoen,

de behandeling moet worden ingeschreven in het in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde register.

Aanhangsel 7

Voorschriften voor de behandeling door elektrodialyse

Deze behandeling is bedoeld om de wijnsteen in wijn te stabiliseren ten opzichte van kaliumhydrogeentartraat en calciumtartraat (en andere calciumzouten) door extractie van ionen die in oververzadiging aanwezig zijn in de wijn, onder invloed van een elektrisch veld met behulp van membranen die alleen anionen doorlaten, enerzijds, en membranen die alleen kationen doorlaten, anderzijds.

1.   VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT DE MEMBRANEN

1.1.   De membranen worden afwisselend aangebracht in een systeem van het „filterpers”-type of in ieder ander geschikt systeem, met een afdeling voor de behandeling (wijn) en een afdeling voor de concentratie (afvoerwater).

1.2.   De voor kationen permeabele membranen moeten geschikt zijn voor de extractie van alleen kationen en inzonderheid van de kationen K+, Ca++.

1.3.   De voor anionen permeabele membranen moeten geschikt zijn voor de extractie van alleen anionen en inzonderheid van tartraatanionen.

1.4.   De membranen mogen geen buitensporige wijzigingen in de fysische en chemische samenstelling en in de sensorische kenmerken van de wijn veroorzaken. Zij moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

zij moeten volgens goede fabricageprocedés zijn vervaardigd van stoffen die mogen worden gebruikt voor de vervaardiging van materialen in kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen en die zijn vermeld in bijlage II bij Richtlijn 2002/72/EG van de Commissie (1);

de gebruiker van de elektrodialyse-inrichting moet kunnen bewijzen dat de gebruikte membranen aan de bovengenoemde voorschriften voldoen en dat eventuele vervangingen door gespecialiseerd personeel zijn uitgevoerd;

zij mogen geen schadelijke stoffen afgeven in hoeveelheden die gevaar opleveren voor de menselijke gezondheid of die de smaak of de geur van levensmiddelen aantasten en zij moeten aan de voorschriften van Richtlijn 2002/72/EG voldoen;

bij het gebruik mag er tussen de bestanddelen van het membraan en die van de wijn geen wisselwerking zijn die ertoe kan leiden dat in het behandelde product nieuwe samenstellingen worden gevormd die toxicologische gevolgen kunnen hebben.

De stabiliteit van de nieuwe elektrodialysemembranen moet worden bepaald aan de hand van een simulatievloeistof die de fysische en chemische samenstelling van de wijn heeft, met het oog op de eventuele bepaling van de migratie van bepaalde stoffen die afkomstig zijn van elektrodialysemembranen.

De aanbevolen beproevingsmethode is als volgt:

De simulatievloeistof is een mengsel van alcohol en water die is gebufferd voor de pH en de conductiviteit van de wijn. Zij is samengesteld uit:

zuivere ethanol 11 l,

kaliumhydrogeentartraat: 380 g,

kaliumchloride: 60 g,

geconcentreerd zwavelzuur: 5 ml,

gedistilleerd water: qsp voor 100 l.

Deze oplossing wordt gebruikt voor de migratieproeven in gesloten kringloop in een elektrodialyse-installatie onder stroom (1 volt/cel) tegen 50 l/m2 anionen en kationen doorlatende membranen, totdat de oplossing voor 50 % is gedemineraliseerd. De afvoerwaterkringloop wordt op gang gebracht door een oplossing van kaliumchloride van 5 g/l. De migrerende stoffen worden bepaald in de simulatievloeistof en in het afvoerwater van de elektrodialyse.

Het gehalte van de organische moleculen die deel uitmaken van de samenstelling van het membraan en die naar de behandelde oplossing zouden kunnen overgaan, zal worden bepaald. Dit gehalte zal voor elk van deze bestanddelen afzonderlijk worden bepaald door een erkend laboratorium. Het gehalte in de simulatievloeistof moet in totaal, voor alle bestanddelen samen, lager zijn dan 50 g/l.

Voorts zijn de algemene voorschriften voor de controle van materialen die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanmerking te komen, ook van toepassing op deze membranen.

2.   VOORSCHRIFTEN INZAKE HET GEBRUIK VAN MEMBRANEN

Het voor een behandeling voor het stabiliseren van wijnsteen in wijn door middel van elektrodialyse gebruikte stel membranen moet zodanig zijn dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

de pH van de wijn mag niet dalen met meer dan 0,3 pH-eenheden,

de verlaging van het gehalte aan vluchtige zuren moet minder dan 0,12 g/l bedragen (2 meq. uitgedrukt in azijnzuur),

de behandeling door elektrodialyse mag geen invloed hebben op de andere bestanddelen van de wijn dan ionen, en inzonderheid op de polyfenolen en de polysachariden,

de diffusie van kleine moleculen zoals ethanol moet beperkt zijn en mag niet leiden tot een verlaging van het alcoholgehalte van de wijn met meer dan 0,1 % vol,

het onderhoud en de reiniging van deze membranen moeten gebeuren volgens toegestane technieken, met stoffen die mogen worden gebruikt voor de bereiding van levensmiddelen,

de membranen moeten worden gemerkt om de volgorde ervan in de opstelling te kunnen controleren,

het gebruikte materiaal moet worden bestuurd door een controle- en stuursysteem dat rekening houdt met de specifieke instabiliteit van elke wijn, opdat alleen de oververzadiging aan kaliumhydrogeentartraat en calciumzouten wordt verwijderd,

de behandeling moet worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een oenoloog of een bevoegde technicus.

Deze behandeling moet worden vermeld in het in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde register.


(1)  PB L 220 van 15.8.2002, blz. 18.

Aanhangsel 8

Voorschriften voor urease

1.

Internationale code van urease: EC 3-5-1-5, CAS-nr.: 9002-13-5.

2.

Werkzame stof: urease (werkzaam in zuur milieu), splitst ureum in ammoniak en kooldioxide. Opgegeven activiteit: minstens 5 eenheden/mg, waarbij 1 eenheid gedefinieerd wordt als de hoeveelheid enzym die bij 37 °C 1 μmol NH3 per minuut vrijmaakt uit een ureumoplossing met een concentratie van 5 g/l (pH4).

3.

Oorsprong: Lactobacillus fermentum.

4.

Toepassingsgebied: afbraak van ureum in wijn, met name in voor langere rijping bestemde wijn, wanneer deze aanvankelijk meer dan 1 mg/l ureum bevat.

5.

Maximale gebruiksdosis: 75 mg enzympreparaat per liter behandelde wijn, met een maximum van 375 eenheden urease per liter wijn. Aan het einde van de behandeling moet alle residuele enzymwerking geëlimineerd worden door de wijn te filtreren (poriediameter: minder dan 1 μm).

6.

Voorschriften inzake chemische en microbiologische zuiverheid:

Droogverlies

minder dan 10 %

Zware metalen

minder dan 30 ppm

Lood

minder dan 10 ppm

Arseen

minder dan 2 ppm

Coliforme bacteriën

geen

Salmonella spp.

geen in een monster van 25 g

Totaal aërobe kiemen

minder dan 5 × 104/g

De voor de behandeling van wijn toegelaten urease moet in dezelfde omstandigheden vervaardigd zijn als de urease waarop het op 10 december 1998 uitgebrachte advies van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding betrekking had.

Aanhangsel 9

Voorschriften voor het gebruik van stukjes eikenhout

ONDERWERP, OORSPRONG EN TOEPASSINGSGEBIED

Bij de bereiding en de rijping van wijn, waaronder ook de gisting van druiven en druivenmost, worden stukjes eikenhout gebruikt om aan de wijn bepaalde aan eikenhout verbonden kenmerken te verlenen.

De stukjes hout mogen uitsluitend afkomstig zijn van de Quercus-soorten.

De stukjes hout worden gebruikt in natuurlijke staat, dan wel licht, gemiddeld of sterk verhit, maar zij mogen niet zijn verbrand — zelfs niet oppervlakkig —, mogen niet koolstofhoudend zijn en mogen niet brokkelig aanvoelen. Zij mogen geen chemische, enzymatische of fysische behandeling hebben ondergaan, afgezien van de verhitting. Aan de stukjes hout mag geen enkel product zijn toegevoegd dat bestemd is om het natuurlijk aromatisch vermogen of de extraheerbare fenolbestanddelen ervan te verhogen.

ETIKETTERING VAN HET PRODUCT

In de etikettering moet melding worden gemaakt van de oorsprong van de botanische soort(en) eik en de eventuele verhittingsintensiteit, de bewaaromstandigheden en de veiligheidsvoorschriften.

AFMETINGEN

De afmetingen van de stukjes hout moeten van die aard zijn dat ten minste 95 gewichtspercent ervan wordt tegengehouden met een zeef met mazen van 2 mm (d.i. 9 mesh).

ZUIVERHEID

De stukjes eikenhout mogen geen substanties vrijgeven waarvan de concentratie eventuele risico’s zou kunnen opleveren voor de gezondheid.

Deze behandeling moet worden vermeld in het in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde register.

Aanhangsel 10

Voorschriften voor de gedeeltelijke desalcoholisatie van wijn

Deze behandeling heeft tot doel een gedeeltelijk gedesalcoholiseerde wijn te verkrijgen door de verwijdering, met fysische scheidingstechnieken, van een deel van de alcohol (ethanol) uit de wijn.

Voorschriften

De behandelde wijn mag geen organoleptische gebreken vertonen en moet geschikt zijn voor rechtstreekse menselijke consumptie.

Er mag geen alcohol uit de wijn worden verwijderd als op een van de wijnbouwproducten die bij de bereiding van de betrokken wijn is gebruikt, een van de in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde verrijkingsprocedés is toegepast.

Het effectieve alcoholvolumegehalte mag met niet meer dan 2 % vol dalen en het effectieve alcoholvolumegehalte van het eindproduct moet in overeenstemming zijn met punt 1, tweede alinea, onder a), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008.

De behandeling moet worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een oenoloog of een bevoegde technicus.

Deze behandeling moet worden vermeld in het in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde register.

De lidstaten kunnen bepalen dat deze behandeling moet worden gemeld bij de bevoegde autoriteiten.

Aanhangsel 11

Voorschriften voor de behandeling met de copolymeren PVI/PVP

Deze behandeling heeft tot doel buitensporige concentraties aan metalen te verlagen en de door die te hoge gehalten veroorzaakte gebreken, zoals ijzerbreuk, te voorkomen door de toevoeging van copolymeren die deze metalen adsorberen.

Voorschriften

Bij wijze van voorzorg moeten de aan de wijn toegevoegde copolymeren uiterlijk twee dagen na de toevoeging via filtrering worden verwijderd.

Bij most mogen de copolymeren niet vroeger dan twee dagen vóór de filtrering worden toegevoegd.

De behandeling moet worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een oenoloog of een bevoegde technicus.

De gebruikte adsorberende copolymeren moeten voldoen aan de voorschriften van de door de OIV gepubliceerde „Codex œnologique international”, met name wat de maximumgehalten aan monomeren betreft (1).


(1)  De behandeling met de copolymeren PVI/PVP mag pas worden toegepast nadat de specificaties met betrekking tot de zuiverheid en de identiteit van de toegestane copolymeren zijn vastgesteld en gepubliceerd in de „Codex œnologique international” van de OIV.

Aanhangsel 12

Voorschriften voor de behandeling met kationenwisselaars om de wijnsteen te stabiliseren

Deze behandeling heeft tot doel de wijnsteen in wijn te stabiliseren ten opzichte van kaliumhydrogeentartraat en calciumtartraat (en andere calciumzouten).

Voorschriften

1.

De behandeling moet beperkt blijven tot de verwijdering van overtollige kationen.

De wijn moet vooraf een koudebehandeling hebben ondergaan.

De behandeling met kationenwisselaars mag slechts worden toegepast bij een voor de stabilisering vereiste minimale hoeveelheid wijn.

2.

De behandeling wordt uitgevoerd met behulp van kationenwisselende harsen die met een zuur worden geregenereerd.

3.

Alle behandelingen moeten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een oenoloog of een bevoegde technicus. De behandeling met kationenwisselaars moet worden ingeschreven in het in artikel 112, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde register.

4.

De kationische harsen moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (1) en met de communautaire en nationale voorschriften die ter uitvoering van die verordening zijn vastgesteld en moeten voldoen aan de analytische voorschriften die zijn opgenomen in aanhangsel 4 bij de onderhavige verordening. Het gebruik ervan mag geen buitensporige wijzigingen veroorzaken in de fysische en chemische samenstelling en in de sensorische kenmerken van de wijn en bij het gebruik moeten de maxima in acht worden genomen die zijn vastgesteld in punt 3 van de monografie „Résines échangeuses de cations” van de door de OIV gepubliceerde „Codex œnologique international”.


(1)  PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4.


BIJLAGE I B

MAXIMUMGEHALTEN AAN ZWAVELDIOXIDE IN WIJN

A.   ZWAVELDIOXIDEGEHALTE VAN WIJN

1.

Het totale zwaveldioxidegehalte van wijn, andere dan mousserende wijn en likeurwijn, mag wanneer die voor rechtstreekse menselijke consumptie op de markt wordt gebracht, niet meer bedragen dan:

a)

150 milligram per liter voor rode wijn;

b)

200 milligram per liter voor witte wijn en roséwijn.

2.

In afwijking van punt 1, onder a) en b), wordt het maximumgehalte aan zwaveldioxide voor wijnen met een suikergehalte, uitgedrukt als de som van glucose en fructose, van ten minste 5 g per liter, verhoogd tot:

a)

200 milligram per liter voor rode wijn;

b)

250 milligram per liter voor witte wijn en roséwijn;

c)

300 milligram per liter voor:

wijn die overeenkomstig de communautaire bepalingen recht heeft op de vermelding „Spätlese”;

witte wijn die recht heeft op een van de volgende beschermde oorsprongsbenamingen: Bordeaux supérieur, Graves de Vayres, Côtes de Bordeaux-Saint-Macaire, Premières Côtes de Bordeaux, Côtes de Bergerac, Haut Montravel, Côtes de Montravel, Gaillac, Rosette of Savennières;

witte wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming Allela, Navarra, Penedès, Tarragona of Valencia, en wijn die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming, afkomstig is van de „Comunidad Autónoma del País Vasco” en wordt aangeboden met de vermelding „vendimia tardia”;

zoete wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Binissalem-Mallorca”;

overeenkomstig de Britse regelgeving bereide wijn uit het Verenigd Koninkrijk, wanneer het suikergehalte meer dan 45 g/l bedraagt;

wijn uit Hongarije met de beschermde oorsprongsbenaming „Tokaji” die overeenkomstig de Hongaarse regelgeving is omschreven als „Tokaji édes szamorodni” of „Tokaji szàraz szamorodni”;

wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Loazzolo”, „Alto Adige” of „Trentino” en wordt aangeboden met (een van) de volgende vermeldingen: „passito” of „vendemmia tardiva”;

wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Colli orientali del Friuli”, vergezeld van de vermelding „Picolit”;

wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Moscato di Pantelleria naturale” of „Moscato di Pantelleria”;

wijn uit Tsjechië die recht heeft op de vermelding „pozdní sběr”;

wijn uit Slowakije die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding „neskorý zber” en Slowaakse Tokaj-wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Tokajské samorodné suché” of „Tokajské samorodné sladké”;

wijn uit Slovenië die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding „vrhunsko vino ZGP — pozna trgatev”;

witte wijn met de volgende geografische aanduiding, wanneer het totale alcoholvolumegehalte hoger is dan 15 % vol en het suikergehalte hoger is dan 45 g/l:

Vin de pays de Franche-Comté,

Vin de pays des coteaux de l’Auxois,

Vin de pays de Saône-et-Loire,

Vin de pays des coteaux de l’Ardèche,

Vin de pays des collines rhodaniennes,

Vin de pays du comté Tolosan,

Vin de pays des côtes de Gascogne,

Vin de pays du Gers,

Vin de pays du Lot,

Vin de pays des côtes du Tarn,

Vin de pays de la Corrèze,

Vin de pays de l’Ile de Beauté,

Vin de pays d’Oc,

Vin de pays des côtes de Thau,

Vin de pays des coteaux de Murviel,

Vin de pays du Val de Loire,

Vin de pays de Méditerranée,

Vin de pays des comtés rhodaniens,

Vin de pays des côtes de Thongue,

Vin de pays de la Côte Vermeille;

zoete wijn uit Griekenland waarvan het totale alcoholvolumegehalte minstens 15 % vol bedraagt en het suikergehalte minstens 45 g/l en die recht heeft op een van de volgende beschermde geografische aanduidingen:

Τοπικός Οίνος Τυρνάβου (streekwijn van Tyrnavos),

Αχαϊκός Τοπικός Οίνος (streekwijn van Ahaia),

Λακωνικός Τοπικός Οίνος (streekwijn van Lakonia),

Τοπικός Οίνος Φλώρινας (streekwijn van Florina),

Τοπικός Οίνος Κυκλάδων (streekwijn van de Cycladen),

Τοπικός Οίνος Αργολίδας (streekwijn van Argolida),

Τοπικός Οίνος Πιερίας (streekwijn van Pieria),

Αγιορείτικος Τοπικός Οίνος (streekwijn van de heilige berg Athos);

zoete wijn uit Cyprus waarvan het effectieve alcoholvolumegehalte hoogstens 15 % vol bedraagt en het suikergehalte minstens 45 g/l en die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming Κουμανδαρία (Commandaria);

zoete wijn uit Cyprus, bereid uit overrijpe of ingedroogde druiven, waarvan het totale alcoholvolumegehalte minstens 15 % vol bedraagt en het suikergehalte minstens 45 g/l en die recht heeft op een van de volgende beschermde geografische aanduidingen:

Τοπικός Οίνος Λεμεσός (streekwijn van Lemesos),

Τοπικός Οίνος Πάφος (streekwijn van Pafos),

Τοπικός Οίνος Λάρνακα (streekwijn van Larnaka),

Τοπικός Οίνος Λευκωσία (streekwijn van Lefkosia);

d)

350 milligram per liter voor:

wijn die overeenkomstig de communautaire bepalingen recht heeft op de vermelding „Auslese”;

Roemeense witte wijn die recht heeft op een van de volgende beschermde oorsprongsbenamingen: Murfatlar, Cotnari, Târnave, Pietroasa of Valea Călugărească;

wijn uit Tsjechië die recht heeft op de vermelding „výběr z hroznů”;

wijn uit Slowakije die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding „výber z hrozna” en Slowaakse Tokaj-wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Tokajský másláš” of „Tokajský forditáš”;

wijn uit Slovenië die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding „vrhunsko vino ZGP — izbor”;

e)

400 milligram per liter voor:

wijn die overeenkomstig de communautaire bepalingen recht heeft op de vermelding „Beerenauslese”, „Ausbruch”, „Ausbruchwein”, „Trockenbeerenauslese”, „Strohwein”, „Schilfwein” of „Eiswein”;

witte wijn die recht heeft op een van de volgende beschermde oorsprongsbenamingen: Sauternes, Barsac, Cadillac, Cérons, Loupiac, Sainte-Croix-du-Mont, Monbazillac, Bonnezeaux, Quarts de Chaume, Coteaux du Layon, Coteaux de l'Aubance, Graves Supérieures, Sainte-Foy Bordeaux, Saussignac, Jurançon behalve indien gevolgd door de vermelding „sec”, Anjou-Coteaux de la Loire, Coteaux du Layon gevolgd door de naam van het dorp van oorsprong, Chaume, Coteaux de Saumur, Pacherenc du Vic Bilh behalve indien gevolgd door de vermelding „sec”, Alsace en Alsace grand cru gevolgd door de vermelding „vendanges tardives” of „sélection de grains nobles”;

zoete wijn van overrijpe druiven en zoete wijn van ingedroogde druiven uit Griekenland, waarvan het gehalte aan suikerresiduen, uitgedrukt in suiker, ten minste 45 g per liter bedraagt, en die recht hebben op een van de volgende beschermde benamingen van oorsprong: Σάμος (Samos), Ρόδος (Rhodos), Πατρα (Patras), Ρίο Πατρών (Rio Patron), Κεφαλονία (Kefalonia), Λήμνος (Limnos), Σητεία (Sitia), Σαντορίνη (Santorini), Νεμέα (Nemea), Δαφνές (Daphnes), en zoete wijn van overrijpe druiven en zoete wijn van ingedroogde druiven die recht hebben op een van de volgende beschermde geografische aanduidingen: Σιάτιστας (Siatista), Καστοριάς (Kastoria), Κυκλάδων (Cycladen), Μονεμβάσιος (Monemvasia), Αγιορείτικος (wijn van de heilige berg Athos);

wijn uit Tsjechië die recht heeft op de vermelding „výber z bobulí”, „výber z cibéb”, „ledové víno” of „slámové víno”;

wijn uit Slowakije die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding „bobuľový výber”, „hrozienkový výber”, „cibébový výber”, „ľadové víno” of „slamové víno” en Slowaakse Tokaj-wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Tokajský výber”, „Tokajská esencia” of „Tokajská výberová esencia”;

wijn uit Hongarije die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en overeenkomstig de Hongaarse regelgeving is omschreven als „Tokaji máslás”, „Tokaji fordítás”, „Tokaji aszúeszencia”, „Tokaji eszencia”, „Tokaji aszú” of „Töppedt szőlőből készült bor”;

wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Albana di Romagna” en wordt aangeboden met de vermelding „passito”;

Luxemburgse wijn die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding „vendanges tardives”, „vin de glace” of „vin de paille”;

witte wijn die recht heeft op de beschermde oorsprongsbenaming „Douro”, gevolgd door de vermelding „colheita tardia”;

wijn uit Slovenië die recht heeft op een beschermde oorsprongsbenaming en wordt aangeboden met de vermelding: „vrhunsko vino ZGP — jagodni izbor” of „vrhunsko vino ZGP — ledeno vino” of „vrhunsko vino ZGP — suhi jagodni izbor”;

witte wijn uit Canada die recht heeft op de vermelding „Icewine”.

3.

De lijsten met wijnen die recht hebben op een van de in punt 2, onder c), d) en e), vermelde beschermde oorsprongsbenamingen of beschermde geografische aanduidingen, kunnen worden gewijzigd als de voorwaarden waaronder de betrokken wijnen worden geproduceerd, veranderen of hun geografische aanduiding of oorsprongsbenaming wordt gewijzigd. De lidstaten verstrekken vooraf alle nodige technische gegevens over de betrokken wijnen, met inbegrip van de productspecificaties en de per jaar geproduceerde hoeveelheden.

4.

Als de weersomstandigheden zulks noodzakelijk hebben gemaakt, kan de Commissie volgens de in artikel 113, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde procedure besluiten dat de betrokken lidstaten in bepaalde wijnbouwzones van de Gemeenschap kunnen toestaan dat het in dit punt A bedoelde totale maximumgehalte aan zwaveldioxide van minder dan 300 milligram per liter, voor de op hun grondgebied voortgebrachte wijnen met maximaal 50 milligram per liter wordt verhoogd. De lijst van de gevallen waarin de lidstaten een dergelijke verhoging mogen toestaan, is opgenomen in aanhangsel 1.

5.

De lidstaten mogen strengere bepalingen toepassen op wijnen die op hun grondgebied worden voortgebracht.

B.   ZWAVELDIOXIDEGEHALTE VAN LIKEURWIJN

Het totale zwaveldioxidegehalte van likeurwijn mag, wanneer die voor rechtstreekse menselijke consumptie op de markt wordt gebracht, niet meer bedragen dan:

150 milligram per liter wanneer het suikergehalte minder bedraagt dan 5 g per liter;

200 milligram per liter wanneer het suikergehalte minstens 5 g per liter bedraagt.

C.   ZWAVELDIOXIDEGEHALTE VAN MOUSSERENDE WIJN

1.

Het totale zwaveldioxidegehalte van mousserende wijn mag, wanneer die voor rechtstreekse menselijke consumptie op de markt wordt gebracht, niet meer bedragen dan:

a)

185 milligram per liter voor alle categorieën mousserende kwaliteitswijn, en

b)

235 milligram per liter voor de overige mousserende wijnen.

2.

Als de weersomstandigheden zulks in bepaalde wijnbouwzones van de Gemeenschap noodzakelijk hebben gemaakt, kunnen de betrokken lidstaten toestaan dat het totale maximumgehalte aan zwaveldioxide voor de in punt 1, onder a) en b), bedoelde op hun grondgebied voortgebrachte mousserende wijn met maximaal 40 milligram per liter wordt verhoogd, mits de wijnen waarvoor die toestemming wordt verleend niet uit de betrokken lidstaten worden verzonden.

Aanhangsel 1

Verhoging van het totale maximumgehalte aan zwaveldioxide indien de weersomstandigheden zulks noodzakelijk hebben gemaakt

(Bijlage I B bij deze verordening)

 

Jaar

Lidstaat

Wijnbouwzone(s)

Betrokken wijn

1.

2000

Duitsland

Alle wijnbouwzones van het Duitse grondgebied

Alle wijnen die zijn verkregen uit tijdens het jaar 2000 geoogste druiven

2.

2006

Duitsland

De wijnbouwzones van de regio’s Baden-Wurtemberg, Beieren, Hessen en Rijnland-Palts

Alle wijnen die zijn verkregen uit tijdens het jaar 2006 geoogste druiven

3.

2006

Frankrijk

De wijnbouwzones van de departementen Bas-Rhin en Haut-Rhin

Alle wijnen die zijn verkregen uit tijdens het jaar 2006 geoogste druiven


BIJLAGE I C

MAXIMUMGEHALTEN AAN VLUCHTIGE ZUREN IN WIJN

1.

Het gehalte aan vluchtige zuren mag niet hoger zijn dan:

a)

18 milli-equivalent per liter voor gedeeltelijk gegiste druivenmost,

b)

18 milli-equivalent per liter voor witte wijn en roséwijn, of

c)

20 milli-equivalent per liter voor rode wijn.

2.

De in punt 1 bedoelde gehalten gelden:

a)

voor producten die afkomstig zijn van in de Gemeenschap geoogste druiven: in het productiestadium en in alle stadia van het in de handel brengen,

b)

voor gedeeltelijk gegiste druivenmost en wijn van oorsprong uit derde landen: in alle stadia vanaf de binnenkomst op het geografische grondgebied van de Gemeenschap.

3.

Er mag in afwijkingen van punt 1 worden voorzien voor:

a)

bepaalde wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en bepaalde wijnen met een beschermde geografische aanduiding (BGA) die:

een rijpingsperiode van ten minste twee jaar hebben doorgemaakt of

volgens bijzondere methoden zijn bereid;

b)

wijn met een totaal alcoholvolumegehalte van ten minste 13 % vol.

De lidstaten delen deze afwijkingen mee aan de Commissie, die ze ter kennis van de overige lidstaten brengt.


BIJLAGE I D

MAXIMUMGEHALTEN EN VOORWAARDEN VOOR DE VERZOETING VAN WIJN

1.

Wijn mag slechts worden verzoet met behulp van één of meer van de volgende producten:

a)

druivenmost;

b)

geconcentreerde druivenmost;

c)

gerectificeerde geconcentreerde druivenmost.

Het totale alcoholvolumegehalte van de wijn mag met niet meer dan 4 % vol worden verhoogd.

2.

Verzoeten van ingevoerde wijn die voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemd is en met een geografische benaming wordt aangeduid, is op het grondgebied van de Gemeenschap verboden. Voor de verzoeting van andere ingevoerde wijnen gelden dezelfde voorwaarden als voor in de Gemeenschap geproduceerde wijnen.

3.

Het verzoeten van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming mag door een lidstaat slechts worden toegestaan als deze behandeling plaatsvindt:

a)

met inachtneming van de voorwaarden en de maximumgehalten die elders in deze bijlage zijn vastgesteld;

b)

in het gebied waaruit de betrokken wijn afkomstig is of in een gebied in de onmiddellijke nabijheid daarvan.

De in punt 1 bedoelde druivenmost en geconcentreerde druivenmost moeten afkomstig zijn uit hetzelfde gebied als de wijn voor het verzoeten waarvan zij worden gebruikt.

4.

Verzoeting van wijn is slechts toegestaan in het productiestadium en in het groothandelsstadium.

5.

Bij de verzoeting van wijn moeten de volgende specifieke administratieve voorschriften in acht worden genomen:

a)

De natuurlijke of rechtspersonen die wijn verzoeten, moeten dit melden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar deze behandeling plaatsvindt.

b)

De meldingen worden schriftelijk gedaan. Zij moeten minstens 48 uur vóór de dag waarop de behandeling plaatsvindt, bij de bevoegde autoriteit binnenkomen.

c)

Wanneer een onderneming zich gewoonlijk of voortdurend met het verzoeten van wijn bezighoudt, kunnen de lidstaten echter toestaan dat een melding voor meerdere behandelingen of voor een bepaalde periode aan de bevoegde autoriteit wordt gezonden. Een dergelijke melding wordt slechts toegestaan indien de onderneming een register bijhoudt waarin elke verzoeting en de onder d) bedoelde gegevens worden opgetekend.

d)

De melding omvat de volgende gegevens:

de hoeveelheid en het totale en het effectieve alcoholgehalte van de te behandelen wijn;

de hoeveelheid en het totale en het effectieve alcoholgehalte van de druivenmost of de hoeveelheid en de concentratiegraad van de geconcentreerde druivenmost of de gerectificeerde geconcentreerde druivenmost die zal worden toegevoegd, naargelang van het geval;

het totale en het effectieve alcoholgehalte van de wijn na de verzoeting.

De onder a) bedoelde personen houden registers bij van de ontvangen en afgeleverde hoeveelheden en vermelden de hoeveelheden druivenmost, geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost die zij voor het verzoeten in voorraad hebben.


BIJLAGE II

TOEGESTANE OENOLOGISCHE PROCEDÉS EN BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT MOUSSERENDE WIJN, MOUSSERENDE KWALITEITSWIJN EN AROMATISCHE MOUSSERENDE KWALITEITSWIJN

A.   Mousserende wijn

1.

In dit punt en in de punten B en C van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)

„liqueur de tirage”:

het product dat bestemd is om aan de cuvée te worden toegevoegd teneinde de koolzuurontwikkeling op te wekken;

b)

„dosagelikeur”:

het product dat bestemd is om aan mousserende wijn te worden toegevoegd teneinde daaraan bijzondere smaakkenmerken te geven.

2.

De dosagelikeur mag slechts zijn samengesteld uit:

sacharose,

druivenmost,

gedeeltelijk gegiste druivenmost,

geconcentreerde druivenmost,

gerectificeerde geconcentreerde druivenmost,

wijn, of

een mengsel hiervan,

eventueel met toevoeging van wijndistillaat.

3.

Afgezien van de verrijking die krachtens Verordening (EG) nr. 479/2008 voor de bestanddelen van de cuvée is toegestaan, is iedere verrijking van de cuvée verboden.

4.

De lidstaten mogen evenwel voor regio’s en rassen waarvoor dit vanuit technisch oogpunt gerechtvaardigd is, toestaan dat de cuvée wordt verrijkt op de plaats waar de mousserende wijn wordt bereid, op voorwaarde dat.

a)

geen enkel bestanddeel van de cuvée reeds verrijkt is;

b)

de betrokken bestanddelen uitsluitend afkomstig zijn van druiven die op het grondgebied van de lidstaat zijn geoogst;

c)

de verrijking in één behandeling geschiedt;

d)

de hiernavolgende maxima niet worden overschreden:

i)

3 % vol voor de cuvée waarvan de bestanddelen afkomstig zijn uit wijnbouwzone A;

ii)

2 % vol voor de cuvée waarvan de bestanddelen afkomstig zijn uit wijnbouwzone B;

iii)

1,5 % vol voor de cuvée waarvan de bestanddelen afkomstig zijn uit wijnbouwzone C;

e)

de toegepaste methode bestaat in de toevoeging van sacharose, geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost.

5.

Toevoeging van liqueur de tirage en toevoeging van dosagelikeur worden niet beschouwd als verrijking noch als verzoeting. De toevoeging van liqueur de tirage mag niet tot gevolg hebben dat het totale alcoholvolumegehalte van de cuvée met meer dan 1,5 % vol wordt verhoogd. Deze verhoging wordt gemeten door het verschil te berekenen tussen het totale alcoholvolumegehalte van de cuvée en het totale alcoholvolumegehalte van de mousserende wijn vóór eventuele toevoeging van de dosagelikeur.

6.

Het toevoegen van dosagelikeur geschiedt zodanig dat het effectieve alcoholvolumegehalte van de mousserende wijn met niet meer dan 0,5 % vol wordt verhoogd.

7.

Verzoeting van de cuvée en van de bestanddelen daarvan is verboden.

8.

Bovenop eventuele, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 479/2008 toegepaste aanzuring of ontzuring van de bestanddelen van de cuvée mag de cuvée worden aangezuurd of ontzuurd. Aanzuring en ontzuring van de cuvée sluiten elkaar wederkerig uit. Aanzuring van wijn mag slechts plaatshebben tot een maximum van 1,50 g per liter, uitgedrukt in wijnsteenzuur, ofwel 20 milli-equivalent per liter.

9.

In jaren waarin de weersomstandigheden uitzonderlijk zijn geweest, kan het maximum van 1,50 g per liter, ofwel 20 milli-equivalent per liter, worden verhoogd tot 2,50 g per liter, ofwel 34 milli-equivalent per liter, mits het natuurlijke zuurgehalte van de producten niet minder bedraagt dan 3 g per liter, uitgedrukt in wijnsteenzuur, ofwel 40 milli-equivalent per liter.

10.

Het in mousserende wijn aanwezige koolzuur mag alleen afkomstig zijn van de alcoholische vergisting van de cuvée waaruit de betrokken wijn is bereid.

Genoemde vergisting mag, behalve wanneer het vergisting betreft die is bedoeld om druiven of druivenmost of gedeeltelijk gegiste druivenmost direct om te zetten in mousserende wijn, alleen het gevolg zijn van de toevoeging van liqueur de tirage. Zij mag slechts plaatsvinden in flessen of in hermetisch gesloten kuipen.

Het gebruik van koolzuur bij toepassing van het procedé van overheveling door tegendruk is toegestaan onder controle en mits de koolzuurdruk in de mousserende wijnen hierdoor niet wordt verhoogd.

11.

Voor mousserende wijn zonder beschermde oorsprongsbenaming geldt het volgende:

a)

de liqueur de tirage die bestemd is voor de bereiding van mousserende wijn, mag slechts zijn samengesteld uit:

druivenmost,

gedeeltelijk gegiste druivenmost,

geconcentreerde druivenmost,

gerectificeerde geconcentreerde druivenmost,

sacharose en wijn;

b)

het effectieve alcoholvolumegehalte, met inbegrip van de alcohol in de eventueel toegevoegde dosagelikeur, moet ten minste 9,5 % vol bedragen.

B.   Mousserende kwaliteitswijn

1.

De liqueur de tirage voor de bereiding van mousserende kwaliteitswijn mag slechts zijn samengesteld uit:

a)

sacharose,

b)

geconcentreerde druivenmost,

c)

gerectificeerde geconcentreerde druivenmost,

d)

druivenmost of gedeeltelijk gegiste druivenmost, of

e)

wijn.

2.

De producerende lidstaten kunnen aanvullende of strengere kenmerken en voorwaarden vaststellen voor de productie en het verkeer van de in deze titel bedoelde en op hun grondgebied voortgebrachte mousserende kwaliteitswijnen.

3.

Voorts zijn op de bereiding van mousserende kwaliteitswijnen de voorschriften van toepassing van:

de punten 1 tot en met 10 van punt A;

punt C 3 voor het effectieve alcoholvolumegehalte, punt C.5 voor de minimale overdruk en de punten C.6 en C.7 voor de minimale bereidingsduur, onverminderd het onderhavige punt B.4, onder d).

4.

Aromatische mousserende kwaliteitswijn:

a)

Behoudens toegestane afwijkingen mag deze wijn alleen worden verkregen wanneer voor de cuvée uitsluitend druivenmost of gedeeltelijk gegist druivenmost wordt gebruikt van druivenrassen die zijn vermeld in de in aanhangsel 1 opgenomen lijst. Aromatische mousserende kwaliteitswijn mag evenwel op traditionele wijze worden bereid door voor de samenstelling van de cuvée wijnen te gebruiken die zijn verkregen uit het druivenras „Prosecco”, geoogst in de regio’s Trentino-Alto Adige, Veneto en Friuli-Venezia Giulia.

b)

Het gistingsproces vóór en na de bereiding van de cuvée mag, om de cuvée mousserend te maken, alleen middels koeling of andere natuurkundige procedés worden gestuurd.

c)

De toevoeging van dosagelikeur is verboden.

d)

De bereiding van aromatische mousserende kwaliteitswijn moet minstens één maand in beslag nemen.

C.   Mousserende wijn en mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming

1.

Het totale alcoholvolumegehalte van cuvées die voor de bereiding van mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming zijn bestemd, bedraagt ten minste:

9,5 % vol in de wijnbouwzones C III,

9 % vol in de andere wijnbouwzones.

2.

De cuvées voor de bereiding van mousserende kwaliteitswijn met de beschermde oorsprongsbenaming „Prosecco di Conegliano Valdobbiadene” en „Montello e Colli Asolani” die op basis van één enkele druivensoort zijn bereid, mogen evenwel een totaal alcoholvolumegehalte van 8,5 % vol of meer hebben.

3.

Het effectieve alcoholvolumegehalte van mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming, met inbegrip van de alcohol in de eventueel toegevoegde dosagelikeur, bedraagt ten minste 10 % vol.

4.

De liqueur de tirage voor mousserende wijn en mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming mag slechts zijn samengesteld uit:

a)

sacharose,

b)

geconcentreerde druivenmost,

c)

gerectificeerde geconcentreerde druivenmost,

en:

a)

druivenmost,

b)

gedeeltelijk gegiste druivenmost, of

c)

wijn,

die geschikt zijn voor de bereiding van dezelfde mousserende wijn of dezelfde mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming als die waaraan de liqueur de tirage wordt toegevoegd.

5.

In afwijking van punt 5, onder c), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 mag mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming die bij 20 °C wordt bewaard in gesloten recipiënten van minder dan 25 centiliter, een minimale overdruk van 3 bar hebben.

6.

De duur van het bereidingsproces van mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming, met inbegrip van de rijping in het producerende bedrijf en berekend vanaf het begin van de gisting om de wijn mousserend te maken, mag niet korter zijn dan:

a)

zes maanden, wanneer de gisting om de wijn mousserend te maken, in gesloten kuipen plaatsvindt,

b)

negen maanden, wanneer de gisting om de wijn mousserend te maken, op fles plaatsvindt.

7.

De duur van de gisting die bestemd is om de cuvée mousserend te maken en de duur van de aanwezigheid van de cuvée op de wijnmoer bedragen ten minste:

90 dagen,

30 dagen, wanneer de gisting plaatsvindt in recipiënten die van agitatoren zijn voorzien.

8.

De voorschriften van de punten A.1 tot en met A.10 en van punt B.2 zijn ook van toepassing op mousserende wijn en mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming.

9.

Voor aromatische mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming geldt het volgende:

a)

deze wijn mag alleen worden verkregen wanneer voor de cuvée uitsluitend druivenmost of gedeeltelijk gegist druivenmost wordt gebruikt van druivenrassen die zijn vermeld in de in aanhangsel 1 opgenomen lijst, mits deze rassen als geschikt zijn erkend voor de productie van mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming in het gebied waarvan deze mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming de naam draagt. In afwijking hiervan mag aromatische mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming worden verkregen door voor de samenstelling van de cuvée wijn te gebruiken van druiven van het „Prosecco”-ras die geoogst zijn in de gebieden met de oorsprongsbenaming „Conegliano-Valdobbiadene” of „Montello e Colli Asolani”;

b)

het gistingsproces vóór en na de bereiding van de cuvée mag, om de cuvée mousserend te maken, alleen middels koeling of andere natuurkundige procedés worden gestuurd;

c)

de toevoeging van dosagelikeur is verboden;

d)

het effectieve alcoholvolumegehalte van aromatische mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming moet ten minste 6 % vol bedragen;

e)

het totale alcoholvolumegehalte van aromatische mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming moet ten minste 10 % vol bedragen;

f)

aromatische mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming heeft, wanneer hij in gesloten recipiënten bij 20 °C wordt bewaard, een overdruk van ten minste 3 bar;

g)

in afwijking van punt C.6 mag de duur van het bereidingsproces van aromatische mousserende kwaliteitswijnen met een beschermde oorsprongsbenaming niet korter zijn dan een maand.

Aanhangsel 1

Lijst van wijnstokrassen waarvan de druiven gebruikt mogen worden voor de samenstelling van de cuvée van aromatische mousserende kwaliteitswijn en van aromatische mousserende kwaliteitswijn met een beschermde oorsprongsbenaming

 

Airén

 

Aleatico N

 

Alvarinho

 

Ασύρτικο (Assyrtiko)

 

Bourboulenc B

 

Brachetto N.

 

Busuioacă de Bohotin

 

Clairette B

 

Colombard B

 

Csaba gyöngye B

 

Cserszegi fűszeres B

 

Devín

 

Fernão Pires

 

Freisa N

 

Gamay N

 

Gewürztraminer Rs

 

Girò N

 

Γλυκερύθρα (Glykerythra)

 

Huxelrebe

 

Irsai Olivér B

 

Macabeu B

 

Alle Malvasia

 

Mauzac wit en rosé

 

Monica N

 

Μοσχοφίλερο (Moschofilero)

 

Müller-Thurgau B

 

Alle muskaatwijn

 

Manzoni moscato

 

Nektár

 

Pálava B

 

Parellada B

 

Perle B

 

Piquepoul B

 

Poulsard

 

Prosecco

 

Ροδίτης (Roditis)

 

Scheurebe

 

Tămâioasă românească

 

Torbato

 

Touriga Nacional

 

Verdejo

 

Zefír B


BIJLAGE III

TOEGESTANE OENOLOGISCHE PROCEDÉS EN BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT LIKEURWIJN EN LIKEURWIJN MET EEN BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING OF EEN BESCHERMDE GEOGRAFISCHE AANDUIDING

A.   Likeurwijn

1.

De in punt 3, onder c), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 genoemde producten die voor de bereiding van likeurwijn en likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding worden gebruikt, mogen in voorkomend geval alleen de oenologische procedés en behandelingen hebben ondergaan die in Verordening (EG) nr. 479/2008 of de onderhvaige verordening zijn genoemd.

2.

Hierbij geldt evenwel het volgende:

a)

de verhoging van het natuurlijke alcoholvolumegehalte mag slechts het gevolg zijn van het gebruik van de producten die zijn genoemd in punt 3, onder e) en f), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, en

b)

in afwijking hiervan wordt Spanje gemachtigd om het gebruik toe te staan van calciumsulfaat voor Spaanse wijnen die de traditionele vermelding „vino generoso” of „vino generoso de licor” dragen, wanneer dit procedé vanouds wordt toegepast en op voorwaarde dat het sulfaatgehalte van het aldus behandelde product niet meer bedraagt dan 2,5 g per liter, uitgedrukt in kaliumsulfaat. Deze aldus verkregen wijnen mogen extra aangezuurd worden tot ten hoogste 1,5 g per liter.

3.

Onverminderd de meer beperkende bepalingen die de lidstaten kunnen vaststellen voor op hun grondgebied voortgebrachte likeurwijn en likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding, mogen op deze producten de oenologische procedés worden toegepast die zijn genoemd in Verordening (EG) nr. 479/2008 of de onderhavige verordening.

4.

Voorts worden toegestaan:

a)

verzoeting, onder voorbehoud van een aangifte- en registratieverplichting en wanneer de gebruikte producten niet zijn verrijkt door middel van geconcentreerde druivenmost, door toevoeging van:

geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, op voorwaarde dat het totale alcoholvolumegehalte van de betrokken wijn met niet meer dan 3 % vol wordt verhoogd,

geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost of gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, voor de Spaanse wijn met de traditionele vermelding „vino generoso de licor”, op voorwaarde dat het totale alcoholvolumegehalte van de betrokken wijn met niet meer dan 8 % vol wordt verhoogd,

geconcentreerde druivenmost of gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, voor likeurwijnen met de beschermde oorsprongsbenaming „Madeira”, op voorwaarde dat het totale alcoholvolumegehalte van de betrokken wijn met niet meer dan 8 % vol wordt verhoogd;

b)

toevoeging van alcohol, distillaat of eau de vie, als bedoeld in punt 3, onder e) en f), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, ter compensatie van het verlies door verdamping bij rijping;

c)

het rijpen in recipiënten bij een temperatuur van niet hoger dan 50 °C voor likeurwijn met de beschermde oorsprongsbenaming „Madeira”.

5.

De druivenrassen waaruit de in punt 3, onder c), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten zijn verkregen die voor de bereiding van likeurwijn en likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding worden gebruikt, moeten behoren tot de in artikel 24, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde rassen.

6.

Het natuurlijke alcoholvolumegehalte van de in punt 3, onder c), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten die voor de bereiding van andere likeurwijn dan likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding worden gebruikt, mag niet lager zijn dan 12 % vol.

B.   Likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming (andere bepalingen dan die onder punt A van deze bijlage, specifiek met betrekking tot likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming)

1.

De lijst van de likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die worden bereid met druivenmost of een mengsel van druivenmost en wijn als bedoeld in punt 3, onder c), vierde streepje, van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, is opgenomen in aanhangsel 1, deel A, van de onderhavige bijlage.

2.

De lijst van de likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming waaraan de in punt 3, onder f), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten mogen worden toegevoegd, is opgenomen in aanhangsel 1, deel B, van de onderhavige bijlage.

3.

De in punt 3, onder c), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten en geconcentreerde druivenmost en gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven als bedoeld in punt 3, onder f), iii), van die bijlage IV, die worden gebruikt voor de bereiding van likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming, moeten afkomstig zijn van het gebied waarvan de betrokken likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming de naam draagt.

Voor likeurwijn met de beschermde oorsprongsbenaming „Málaga” of „Jerez-Xérès-Sherry” mag de druivenmost, de geconcentreerde druivenmost en, voor de toepassing van punt B 4 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 479/2008, de in punt 3, onder f), iii), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven, die uit het druivenras „Pedro Ximénez” zijn verkregen, evenwel afkomstig zijn van het gebied „Montilla-Moriles”.

4.

De in de punt A.1 tot en met A.4 van deze bijlage bedoelde behandelingen voor de bereiding van likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming mogen uitsluitend plaatsvinden in het in punt 3 bedoelde gebied.

Voor likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming waarvoor de benaming „Porto” is gereserveerd voor het product bereid uit druiven verkregen in het gebied genaamd „Douro”, mogen de aanvullende bereidingsprocessen en de rijping echter plaatsvinden hetzij in voornoemd gebied, hetzij in Vila Nova de Gaia-Porto.

5.

Onverminderd de strengere bepalingen die de lidstaten mogen vaststellen voor likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming die op hun grondgebied wordt bereid:

a)

mag het natuurlijke alcoholvolumegehalte van de in punt 3, onder c), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten voor de bereiding van likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming, niet lager zijn dan 12 % vol. Bepaalde likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die zijn vermeld in een van de lijsten in aanhangsel 2, deel A, van de onderhavige bijlage, mogen evenwel worden verkregen:

i)

hetzij uit druivenmost met een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 10 % vol in het geval van likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die worden verkregen door toevoeging van eau de vie van wijn of druivendraf met een oorsprongsbenaming en eventueel afkomstig van hetzelfde bedrijf,

ii)

hetzij uit gedeeltelijk gegiste druivenmost of, in het in het tweede streepje hieronder bedoelde geval, wijn, met een oorspronkelijk natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste:

11 % vol voor likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming verkregen door toevoeging van neutrale alcohol, wijndistillaaat met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 70 % vol of eau de vie van wijnbouwproducten,

10,5 % vol voor wijn die is bereid uit most van witte druiven die zijn opgenomen in lijst 3 van aanhangsel 2, deel A,

9 % vol voor Portugese likeurwijn met de beschermde oorsprongsbenaming „Madeira” die op traditionele en gebruikelijke wijze wordt geproduceerd overeenkomstig uitdrukkelijk in de nationale wetgeving opgenomen bepalingen;

b)

de lijst van de likeurwijnen met beschermde oorsprongsbenaming die, in afwijking van punt 3, onder b), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, een totaal alcoholvolumegehalte van minder dan 17,5 % vol doch niet minder dan 15 % vol hebben, wanneer de nationale bepalingen die vóór 1 januari 1985 golden, daarin uitdrukkelijk voorzagen, is opgenomen in aanhangsel 2, deel B.

6.

De traditionele specifieke vermeldingen „οίνος γλυκύς φυσικός”, „vino dulce natural”, „vino dolce naturale”, „vinho doce natural” zijn voorbehouden voor likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die:

zijn verkregen uit druiven die voor minstens 85 % afkomstig zijn van wijnstokrassen van de lijst in aanhangsel 3,

afkomstig zijn van most met een oorspronkelijk natuurlijk suikergehalte van ten minste 212 g per liter,

zijn verkregen, met uitsluiting van elke andere vorm van verrijking, door toevoeging van alcohol, distillaat of eau de vie, als bedoeld in bijlage IV, punt 3, onder e) en f), van Verordening (EG) nr. 479/2008.

7.

Wanneer vanouds bestaande gebruiken zulks voor het product vereisen, mogen de lidstaten, voor likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming die op hun grondgebied wordt bereid, bepalen dat de vanouds gebezigde specifieke aanduiding „vin doux naturel” alleen mag worden gebruikt voor likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die:

rechtstreeks tot wijn zijn verwerkt door de oogstende producent, mits zij uitsluitend afkomstig zijn van hun oogsten Muscats, Grenache, Maccabéo of Malvoisie; niettemin zijn oogsten toegestaan die zijn verkregen op gemengde percelen die tot maximaal 10 % zijn beplant met andere wijnstokrassen dan de vier hierboven genoemde,

zijn verkregen binnen de grens van een rendement per hectare van 40 hl druivenmost bedoeld in bijlage IV, punt 3, onder c), eerste en vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008, met dien verstande dat bij elke overschrijding van dit rendement de volledige oogst de benaming „vin doux naturel” verliest,

afkomstig zijn uit voornoemde druivenmost met een oorspronkelijk natuurlijk suikergehalte van ten minste 252 g per liter,

zijn verkregen, met uitsluiting van iedere andere vorm van verrijking, door toevoeging van uit de wijnbouw afkomstige alcohol overeenkomend met zuivere alcohol van een hoeveelheid van ten minste 5 % van het volume van de most van bovengenoemde gebruikte druiven en van ten hoogste de geringste van de volgende twee hoeveelheden:

10 % van het volume van de gebruikte voornoemde druivenmost, of

40 % van het totale alcoholvolumegehalte van het eindproduct, vertegenwooordigd door de som van het effectieve alcoholvolumegehalte en het equivalent van het potentiële alcoholvolumegehalte, berekend op basis van 1 % vol zuivere alcohol per 17,5 g restsuiker per liter.

8.

De traditionele specifieke vermelding „vino generoso” mag alleen worden gebruikt voor droge, volledig of gedeeltelijk onder voile bereide likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming die:

is verkregen uit witte druiven van de wijnstokrassen Palomino de Jerez, Palomino fino, Pedro Ximénez, Verdejo, Zalema of Garrido Fino,

ten verbruik wordt aangeboden na een gemiddelde rijpingsperiode van twee jaar in eiken vaten.

Onder de in de eerste alinea bedoelde bereiding onder voile wordt verstaan het biologische procedé dat optreedt bij de spontane ontwikkeling van een voile van typische gisten op het vrije oppervlak van de wijn na totale alcoholgisting van de most, en dat aan het product specifieke analytische en organoleptische kenmerken verleent.

9.

De traditionele specifieke vermelding „vinho generoso” mag alleen worden gebruikt voor likeurwijnen met de beschermde oorsprongsbenamingen „Porto”, „Madeira”, „Moscatel de Setubal” en „Carcavelos”, in samenhang met de respectieve benamingen van oorsprong.

10.

De traditionele specifieke vermelding „vino generoso de licor” mag alleen worden gebrukt voor likeurwijn met een beschermde oorsprongsbenaming die:

is verkregen uit de in punt 8 bedoelde „vino generoso”, of uit wijn onder voile die een dergelijke „vino generoso” kan opleveren en waaraan gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven of geconcentreerde druivenmost is toegevoegd,

ten verbruik wordt aangeboden na een gemiddelde rijpingsperiode van twee jaar in eiken vaten.

Aanhangsel 1

Lijst van likeurwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming voor de bereiding waarvan bijzondere voorschriften gelden

A.   LIJST VAN LIKEURWIJNEN MET EEN BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING DIE MET DRUIVENMOST OF HET MENGSEL VAN DIT PRODUCT MET WIJN WORDEN BEREID

(zie punt B.1 van deze bijlage)

GRIEKENLAND

Σάμος (Samos), Μοσχάτος Πατρών (muskaatwijn uit Patras), Μοσχάτος Ρίου Πατρών (muskaatwijn uit Rio bij Patras), Μοσχάτος Κεφαλληνίας (muskaatwijn uit Kefalonia), Μοσχάτος Ρόδου (muskaatwijn uit Rhodos), Μοσχάτος Λήμνου (muskaatwijn uit Lemnos), Σητεία (Sitia), Νεμέα (Nemea), Σαντορίνη (Santorini), Δαφνές (Dafnes), Μαυροδάφνη Κεφαλληνίας (Mavrodafne uit Kefalonia), Μαυροδάφνη Πατρών (Mavrodafne uit Patras)

SPANJE

Likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de communautaire of de nationale wetgeving

Alicante

Moscatel de Alicante

Vino dulce

Cariñena

Vino dulce

Jerez-Xérès-Sherry

Pedro Ximénez

Moscatel

Málaga

Vino dulce

Montilla-Moriles

Pedro Ximénez

Moscatel

Priorato

Vino dulce

Tarragona

Vino dulce

Valencia

Moscatel de Valencia

Vino dulce

ITALIË

Cannonau di Sardegna, Giró di Cagliari, Malvasia di Bosa, Malvasia di Cagliari, Marsala, Monica di Cagliari, Moscato di Cagliari, Moscato di Sorso-Sennori, Moscato di Trani, Masco di Cagliari, Oltrepó Pavese Moscato, San Martino della Battaglia, Trentino, Vesuvio Lacrima Christi.

B.   LIJST VAN DE LIKEURWIJNEN MET BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING WAARVOOR BIJ DE BEREIDING DE IN BIJLAGE IV, PUNT 3, ONDER f), VAN VERORDENING (EG) Nr. 479/2008 GENOEMDE PRODUCTEN WORDEN TOEGEVOEGD

(zie punt B.2 van deze bijlage)

1.   Lijst van de likeurwijnen met beschermde oorsprongsbenaming (lwbob’s) waaraan bij de bereiding alcohol van wijn of van rozijnen of krenten wordt toegevoegd met een alcoholvolumegehalte van ten minste 95 % vol en ten hoogste 96 % vol

(Bijlage IV, punt 3, onder f), ii), eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008)

GRIEKENLAND

Σάμος (Samos), Μοσχάτος Πατρών (muskaatwijn uit Patras), Μοσχάτος Ρίου Πατρών (muskaatwijn uit Rio bij Patras), Μοσχάτος Κεφαλληνίας (muskaatwijn uit Kefalonia), Μοσχάτος Ρόδου (muskaatwijn uit Rhodos), Μοσχάτος Λήμνου (muskaatwijn uit Lemnos), Σητεία (Sitia), Σαντορίνη (Santorini), Δαφνές (Dafnes), Μαυροδάφνη Πατρών (Mavrodafne uit Patras), Μαυροδάφνη Κεφαλληνίας (Mavrodafne uit Kefalonia).

SPANJE

Condado de Huelva, Jerez-Xérès-Sherry, Manzanilla-Sanlúcar de Barrameda, Málaga, Montilla-Moriles, Rueda, Terra Alta.

CYPRUS

Κουμανδαρία (Commandaria).

2.   Lijst van lwbob’s waaraan bij de bereiding eau de vie van wijn of van druivendraf wordt toegevoegd met een alcoholgehalte van ten minste 52 % vol en ten hoogste 86 % vol

(Bijlage IV, punt 3, onder f), ii), tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008)

GRIEKENLAND

Μαυροδάφνη Πατρών (Mavrodafne uit Patras), Μαυροδάφνη Κεφαλληνίας (Mavrodafne uit Kefalonia), Σητεία (Sitia), Σαντορίνη (Santorini), Δαφνές (Dafnes), Νεμέα (Nemea).

FRANKRIJK

Pineau des Charentes of Pineau charentais, Floc de Gascogne, Macvin du Jura.

CYPRUS

Κουμανδαρία (Commandaria).

3.   Lijst van lwbob’s waaraan bij de bereiding eau de vie van rozijnen of krenten wordt toegevoegd met een alcoholgehalte van ten minste 52 % vol doch minder dan 94,5 % vol

(Bijlage IV, punt 3, onder f), ii), derde streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008)

GRIEKENLAND

Μαυροδάφνη Πατρών (Mavrodafne uit Patras), Μαυροδάφνη Κεφαλληνίας (Mavrodafne uit Kefalonia).

4.   Lijst van lwbob’s waaraan bij de bereiding gedeeltelijk gegiste druivenmost van ingedroogde druiven wordt toegevoegd

(Bijlage IV, punt 3, onder f), iii), eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008)

SPANJE

Likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de communautaire of de nationale wetgeving

Jerez-Xérès-Sherry

Vino generoso de licor

Málaga

Vino dulce

Montilla-Moriles

Vino generoso de licor

ITALIË

Aleatico di Gradoli, Giró di Cagliari, Malvasia delle Lipari, Malvasia di Cagliari, Moscato passito di Pantelleria.

CYPRUS

Κουμανδαρία (Commandaria).

5.   Lijst van lwbob’s waaraan bij de bereiding geconcentreerde druivenmost wordt toegevoegd die is verkregen door rechtstreekse werking van vuur en die, afgezien van deze bewerking, voldoet aan de definitie van geconcentreerde druivenmost

(Bijlage IV, punt 3, onder f), iii), tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008)

SPANJE

Likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de communautaire of de nationale wetgeving

Alicante

 

Condado de Huelva

Vino generoso de licor

Jerez-Xérès-Sherry

Vino generoso de licor

Málaga

Vino dulce

Montilla-Moriles

Vino generoso de licor

Navarra

Moscatel

ITALIË

Marsala.

6.   Lijst van lwbob’s waaraan bij de bereiding geconcentreerde druivenmost wordt toegevoegd

(Bijlage IV, punt 3, onder f), iii), derde streepje, van Verordening (EG) nr. 479/2008)

SPANJE

Likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de communautaire of de nationale wetgeving

Málaga

Vino dulce

Montilla-Moriles

Vino dulce

Tarragona

Vino dulce

ITALIË

Oltrepó Pavese Moscato, Marsala, Moscato di Trani.

Aanhangsel 2

A.   In bijlage III — B, punt 5, onder a), bedoelde lijsten

1.   Lijst van lwbob’s die zijn bereid uit druivenmost met een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 10 % vol en zijn verkregen door toevoeging van eau de vie van wijn of druivendraf met een oorsprongsbenaming, eventueel afkomstig uit hetzelfde bedrijf

FRANKRIJK

Pineau des Charentes of Pineau charentais, Floc de Gascogne, Macvin du Jura.

2.   Lijst van lwbob’s verkregen uit gistende druivenmost met een oorspronkelijk natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 11 % vol, verkregen door toevoeging van neutrale alcohol, een wijndistillaat met een effectief alcoholgehalte van ten minste 70 % vol of eau de vie van wijnbouwproducten

PORTUGAL

 

Porto — Port

 

Moscatel de Setúbal, Setúbal

 

Carcavelos

 

Moscatel do Douro.

ITALIË

 

Moscato di Noto

 

Trentino

3.   Lijst van lwbob’s verkregen uit wijn met een oorspronkelijk natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 10,5 % vol

SPANJE

 

Jerez-Xérès-Sherry

 

Manzanilla-Sanlúcar de Barrameda

 

Condado de Huelva

 

Rueda

4.   Lijst van lwbob’s verkregen uit gistende druivenmost met een oorspronkelijk natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol

PORTUGAL

Madeira.

B.   Lijst als bedoeld in bijlage III — B, punt 5, onder b)

Lijst van lwbob’s met een totaal alcoholvolumegehalte van minder dan 17,5 % vol doch niet minder dan 15 % vol, wanneer de nationale bepalingen die vóór 1 januari 1985 golden, daarin uitdrukkelijk voorzagen

(Bijlage IV, punt 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008)

SPANJE

Likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de communautaire of de nationale wetgeving

Condado de Huelva

Vino generoso

Jerez-Xérès-Sherry

Vino generoso

Manzanilla-Sanlúcar de Barrameda

Vino generoso

Málaga

Seco

Montilla-Moriles

Vino generoso

Priorato

Rancio seco

Rueda

Vino generoso

Tarragona

Rancio seco

ITALIË

Trentino.

PORTUGAL

Likeurwijn met beschermde oorsprongsbenaming

Omschrijving van het product in de communautaire of de nationale wetgeving

Porto — Port

Branco leve seco

Aanhangsel 3

Lijst van de wijnstokrassen die mogen worden gebruikt voor de bereiding van lwbob’s die worden aangeboden met de traditionele specifieke vermeldingen „vino dulce natural”, „vino dolce naturale”, „vinho doce natural” of „οίνος γλυκύς φυσικός”

Muscats — Grenache — Garnacha Blanca — Garnacha Peluda — Listán Blanco — Listán Negro-Negramoll — Maccabéo — Malvoisies — Mavrodaphne — Assirtiko — Liatiko — Garnacha tintorera — Monastrell — Palomino — Pedro Ximénez — Albarola — Aleatico — Bosco — Cannonau — Corinto nero — Giró — Monica — Nasco — Primitivo — Vermentino — Zibibbo.


BIJLAGE IV

SPECIFIEKE COMMUNAUTAIRE ANALYSEMETHODEN

A.   ALLYLISOTHIOCYANAAT

1.   Principe van de methode

Het eventueel in wijn aanwezige allylisothiocyanaat wordt door distillatie afgescheiden en gaschromatografisch geïdentificeerd.

2.   Reagentia

2.1.   Ethylalcohol absoluut.

2.2.   Standaardoplossing: oplossing van 15 mg/l allylisothiocyanaat in absolute ethylalcohol.

2.3.   Koudmakend mengsel van ethylalcohol en vast kooldioxide (temperatuur –60 °C).

3.   Apparatuur

3.1.   Distillatieopstelling onder doorleiding van stikstof (zie figuur).

3.2.   Regelbare verwarmingsmantel.

3.3.   Zeepvliesmeter.

3.4.   Gaschromatograaf voorzien van een vlamfotometerdetector met zwavelfilter (λ = 394 nm) of van een andere hiervoor geschikte detector.

3.5.   Roestvaststalen kolom, inwendige diameter 3 mm, lengte 3 m, gevuld met 10 % Carbowax 20 M op Chromosorb WHP, 80-100 mesh.

3.6.   Injectiespuit van 10 µl.

4.   Werkwijze

Breng 2 l wijn in de distillatiekolf. Vul de twee opvangbuizen met zoveel ethylalcohol (punt 2.1) dat het poreuze gedeelte zich volledig onder het vloeistofniveau bevindt. Koel de twee opvangbuizen met het koudmakend mengsel. Verbind de distillatiekolf met de opvangbuizen en leid er een stroom stikstof door met een snelheid van 3 l/h. Verwarm de wijn tot 80 °C door de verwarmingsmantel op een daarvoor geschikte stand in te stellen en vang in totaal 45-50 ml distillaat op.

Conditioneer de gaschromatograaf waarbij de volgende instellingen als richtsnoer kunnen dienen:

injectietemperatuur: 200 °C,

kolomtemperatuur: 130 °C,

20 ml helium per minuut.

Injecteer met de injectiespuit een zodanige hoeveelheid standaardoplossing dat de piek afkomstig van allylisothiocyanaat gemakkelijk in het gaschromatogram kan worden geïdentificeerd.

Injecteer onder dezelfde omstandigheden een gelijke hoeveelheid distillaat en controleer of in het chromatogram een piek voorkomt met dezelfde retentietijd als allylisothiocyanaat.

Onder de aangegeven omstandigheden geeft geen enkele natuurlijke component van wijn een piek met de retentietijd van allylisothiocyanaat.

Distillatieopstelling onder doorleiding van stikstof

Image

B.   SPECIALE ANALYSEMETHODEN VOOR GERECTIFICEERDE GECONCENTREERDE DRUIVENMOST

a)   Totaal kationen

1.   Principe van de methode

Het monster wordt behandeld met een sterk zure kationenwisselaar. De kationen worden uitgewisseld tegen H+-ionen. Het kationengehalte wordt opgegeven als het getal dat het verschil aangeeft tussen het totale zuur in het eluaat en dat van het monster zelf.

2.   Apparatuur

2.1.   Glazen buis met een lengte van ongeveer 300 mm en een inwendige doorsnede van 10-11 mm, voorzien van een kraan.

2.2.   pH-meter, afleesbaar in ten minste 0,1 pH-eenheden.

2.3.   Elektroden:

glaselektrode, te bewaren in gedistilleerd water;

Calomel-referentie-elektrode, verzadigd met kaliumchloride, te bewaren in een verzadigde kaliumchlorideoplossing, of

een gecombineerde elektrode, te bewaren in gedistilleerd water.

3.   Reagentia

3.1.   Sterk zure kationenwisselaar, in H+-vorm. Voorbehandeld door het hars gedurende één nacht in water te laten zwellen.

3.2.   Natriumhydroxydeoplossing, 0,1 M.

3.3.   pH-indicatorpapier.

4.   Werkwijze

4.1.   Voorbehandeling van het monster

Gebruik de oplossing die wordt verkregen bij het tot 40 % (m/v) verdunnen van gerectificeerde geconcentreerde most: breng een nauwkeurig afgewogen hoeveelheid van 200 g gerectificeerde geconcentreerde most in een maatkolf van 500 ml, vul tot de maatstreep aan met water en homogeniseer.

4.2.   Bereiding van de ionenwisselaar

Breng in de kolom ongeveer 10 ml ionenwisselaar in H+-vorm; spoel de kolom met gedistilleerd water tot zuurvrij, hetgeen met pH-indicatorpapier wordt gecontroleerd.

4.3.   Ionenwisseling

Laat met een snelheid van één druppel per seconde 100 ml volgens punt 4.1 voorbehandelde gerectificeerde geconcentreerde mostoplossing door de kolom lopen. Vang het eluaat op in een bekerglas. Spoel de kolom met 50 ml gedistilleerd water. Titreer de uitgewisselde H+-ionen (met inbegrip van het waswater) met 0,1 M natriumhydroxideoplossing tot pH 7 bij 20 °C. De toevoeging van de loogoplossing moet langzaam geschieden onder voortdurend schudden. Het verbruikte aantal ml 0,1 M natriumhydroxideoplossing zij n ml.

5.   Weergave van de resultaten

Het totale kationengehalte wordt opgegeven in milli-equivalent per kilogram suikers met één decimaal.

5.1.   Berekeningen

Zuurgraad van het eluaat, uitgedrukt in milli-equivalent per kilogram gerectificeerde geconcentreerde most:

E = 2,5 n.

Totale zuurgraad van de gerectificeerde geconcentreerde most, uitgedrukt in milli-equivalent per kilogram: a.

Totaal kationen in milli-equivalent per kilogram totaal suikers:

((2,5 n-a)/(P)) × 100 waarin

P = totaal suikergehalte in % (m/m).

b)   Geleidend vermogen

1.   Principe van de methode

Bepaling van het geleidend vermogen van de vloeistof tussen twee parallel geplaatste platinaelektroden opgenomen in een brug van Wheatstone.

Het geleidend vermogen is temperatuurafhankelijk. Het wordt opgegeven bij 20 °C.

2.   Apparatuur

2.1.   Geleidbaarheidsmeter waarmee metingen kunnen worden uitgevoerd in het gebied tussen 1 en 1 000 microsiemens per cm.

2.2.   Waterbad waarmee de temperatuur van de monsters op ongeveer 20 °C kan worden gebracht (20 ± 2 °C).

3.   Reagentia

3.1.   Gedemineraliseerd water met een specifiek geleidend vermogen dat lager is dan 2 microsiemens per cm bij 20 °C.

3.2.   Referentie-kaliumchlorideoplossing

Los 0,581 g van tevoren tot constant gewicht bij 105 °C gedroogd kaliumchloride, KCl, op in gedemineraliseerd water (punt 3.1). Vul aan tot 1 l met gedemineraliseerd water (punt 3.1). Deze oplossing heeft een geleidend vermogen van 1 000 microsiemens per cm bij 20 °C. De oplossing is drie maanden houdbaar.

4.   Werkwijze

4.1.   Voorbehandeling van het monster

Gebruik de oplossing waarvan het totale suikergehalte op 25 % (m/m) (25°Brix) is gebracht: weeg een hoeveelheid af gelijk aan 2 500/P en vul aan met water tot 100 g (punt 3.1), waarbij P het totale suikergehalte is in % (m/m) van de gerectificeerde geconcentreerde most.

4.2.   Bepaling van het geleidend vermogen

Breng het monster op 20 °C door onderdompeling in het waterbad. Controleer de temperatuur tot op 0,1 °C.

Spoel de meetcel van de geleidbaarheidsmeter tweemaal met de te onderzoeken oplossing.

Bepaal het geleidend vermogen, uitgedrukt in microsiemens per cm.

5.   Weergave van de resultaten

Het geleidend vermogen van de gerectificeerde geconcentreerde mostoplossing van 25 % (m/m) (25°Brix) wordt opgegeven in microsiemens per cm (µScm–1) bij 20 °C, zonder decimalen.

5.1.   Berekeningen

Indien de geleidbaarheidsmeter niet van een temperatuurcompensatie is voorzien, corrigeer dan het geleidend vermogen met behulp van tabel I. Bij temperaturen lager dan 20 °C moet de aangegeven correctie worden opgeteld, bij temperaturen hoger dan 20 °C moet de aangegeven correctie worden afgetrokken.

Tabel I

Correcties aan te brengen op het geleidend vermogen bij van 20 °C afwijkende temperaturen, uitgedrukt in microsiemens cm–1

Geleidend vermogen

Temperatuur

20,2

19,8

20,4

19,6

20,6

19,4

20,8

19,2

21,0

19,0

21,2

18,8

21,4

18,6

21,6

18,4

21,8

18,2

22,0 (1)

18,0 (2)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

50

0

0

1

1

1

1

1

2

2

2

100

0

1

1

2

2

3

3

3

4

4

150

1

1

2

3

3

4

5

5

6

7

200

1

2

3

3

4

5

6

7

8

9

250

1

2

3

4

6

7

8

9

10

11

300

1

3

4

5

7

8

9

11

12

13

350

1

3

5

6

8

9

11

12

14

15

400

2

3

5

7

9

11

12

14

16

18

450

2

3

6

8

10

12

14

16

18

20

500

2

4

7

9

11

13

15

18

20

22

550

2

5

7

10

12

14

17

19

22

24

600

3

5

8

11

13

16

18

21

24

26

c)   Hydroxymethylfurfural

1.   Principe van de methode

1.1.   Colorimetrische methode

Furaanaldehyden, waarvan hydroxymethylfurfural de belangrijkste is, reageren met barbituurzuur en para-toluïdine onder vorming van een roodgekleurd complex hetgeen colorimetrisch bij 550 nm wordt bepaald.

1.2.   Hogedrukvloeistof-chromatografische methode

Scheiding over een kolom in omgekeerde fase en detectie bij 280 nm.

2.   Colorimetrische methode

2.1.   Apparatuur

2.1.1.   Spectrofotometer waarmee metingen kunnen worden uitgevoerd tussen 300 en 700 nm.

2.1.2.   Glascuvetten met een optische weglengte van 1 cm.

2.2.   Reagentia

2.2.1.   Barbituurzuuroplossing 0,5 % (m/v)

Los 500 mg barbituurzuur, C4O3N2H4, onder verwarming op een waterbad van 100 °C om het oplossen te vergemakkelijken, op in gedistilleerd water; vul aan tot 100 ml met gedistilleerd water. De oplossing is ongeveer één week houdbaar.

2.2.2.   Para-toluïdineoplossing 10 % (m/v)

Breng 10 g para-toluïdine, C6H4(CH3) NH2, in een maatkolf van 100 ml; voeg 50 ml isopropanol, CH3CH(OH)CH3, toe en 10 ml ijsazijn, CH3COOH (ρ20 = 1,05 g/ml); vul aan tot 100 ml met isopropanol. Deze oplossing moet dagelijks vers worden bereid.

2.2.3.   Ethanaloplossing, CH3CHO, in water 1 % (m/v)

Deze oplossing dient vlak voor gebruik te worden bereid.

2.2.4.   Hydroxymethylfurfuraloplossing, C6O3H6, in water van 1 g/l

Bereid door verdunning een reeks standaardoplossingen die respectievelijk 5, 10, 20, 30 en 40 mg hydroxymethylfurfural per liter bevatten. De oplossing van 1 g/l en de verdunningen daarvan moeten vers worden bereid.

2.3.   Werkwijze

2.3.1.   Voorbehandeling van het monster

Gebruik de oplossing die wordt verkregen bij het tot 40 % (m/v) verdunnen van gerectificeerde geconcentreerde most: breng een nauwkeurig afgewogen hoeveelheid van 200 g gerectificeerde geconcentreerde most in een maatkolf van 500 ml, vul tot de maatstreep aan met water en homogeniseer. Neem 2 ml van deze oplossing in behandeling.

2.3.2.   Colorimetrische bepaling

Breng in twee 25 ml-flesjes met slijpstuk, a en b, 2 ml volgens punt 2.3.1 voorbehandeld monster. Voeg aan elk flesje 5 ml para-toluïdineoplossing (punt 2.2.2) toe; meng. Voeg aan flesje b (blanco) 1 ml gedistilleerd water toe en aan flesje a 1 ml barbituurzuuroplossing (punt 2.2.1). Schud om te homogeniseren. Breng de inhoud van de flesjes over in cuvetten met 1 cm optische weglengte. Stel het nulpunt bij een golflengte van 550 nm in met de cuvette die oplossing b bevat, meet vervolgens de extinctie van de cuvette die oplossing a bevat; noteer de maximale waarde van de extinctie E welke wordt bereikt tussen twee en vijf minuten.

Monsters met een gehalte aan hydroxymethylfurfural hoger dan 30 mg/l moeten voor de analyse verder worden verdund.

2.3.3.   Opstellen van de ijklijn

Breng in twee reeksen 25 ml-flesjes, a en b, 2 ml van elk van de verdunde oplossingen die respectievelijk 5, 10, 20, 30 en 40 mg hydroxymethylfurfural per liter bevatten (punt 2.2.4) en behandel deze zoals aangegeven in punt 2.3.2.

De grafische weergave van de gemeten extincties en de daarbij behorende hydroxymethylfurfuralconcentraties van de standaardoplossingen is een rechte lijn die door het nulpunt gaat.

2.4.   Weergave van de resultaten

Het methylfurfuralgehalte van de gerectificeerde geconcentreerde wijnmost wordt uitgedrukt in milligram per kilogram totaal suiker.

2.4.1.   Berekening

Uit de gemeten extinctie E van het monster kan met behulp van de ijklijn het hydroxymethylfurfuralgehalte C van het onderzochte monster worden afgeleid.

Het hydroxymethylfurfuralgehalte in milligram per kilogram totaal suiker is dus:

250 × ((C)/(P)) waarin

P = totaal suikergehalte in % (m/m) van de gerectificeerde geconcentreerde most.

3.   Hogedrukvloeistof-chromatografische methode (HPLC)

3.1.   Apparatuur

3.1.1.   Hogedrukvloeistof-chromatograaf, voorzien van:

een injectielus van 5 of 10 µl,

een spectrofotometrische detector, waarmee bij 280 nm kan worden gemeten,

een octadecyl-siliciumkolom (bijvoorbeeld: Bondapak C18 — Corasil, Waters Ass.),

een schrijver, of eventueel een integrator.

Snelheid van de mobiele fase: 1,5 ml/min.

3.1.2.   Membraanfiltratie-eenheid (0,45 µm)

3.2.   Reagentia

3.2.1.   Dubbel gedistilleerd water

3.2.2.   Methanol, CH3OH, gedistilleerd of van HPLC-kwaliteit

3.2.3.   Azijnzuur, CH3COOH (ρ20 = 1,05 g/ml)

3.2.4.   Mobiele fase: water-methanol (punt 3.2.2) — azijnzuur (punt 3.2.3), van tevoren gefiltreerd via het membraanfilter (0,45 µm), (40-9-1; v/v).

De mobiele fase moet elke dag vers worden bereid en worden ontgast vóór het gebruik.

3.2.5.   Referentieoplossing van hydroxymethylfurfural van 25 mg/l (m/v)

Breng in een maatkolf van 100 ml een afgewogen hoeveelheid van precies 25 mg hydroxymethylfurfural, C6H3O6, en vul aan tot de streep met methanol (punt 3.2.2). Verdun deze oplossing 1 op 10 met methanol (punt 3.2.2) en filtreer over het membraanfilter (0,45 µm).

Deze oplossing is in een hermetisch afgesloten bruine fles in de koelkast twee à drie maanden houdbaar.

3.3.   Werkwijze

3.3.1.   Voorbehandeling van het monster

Gebruik de oplossing die wordt verkregen bij het tot 40 % (m/v) verdunnen van gerectificeerde geconcentreerde most (breng een nauwkeurig afgewogen hoeveelheid van 200 g gerectificeerde geconcentreerde most in een maatkolf van 500 ml, vul tot de maatstreep aan met water en homogeniseer) en filtreer deze over het membraanfilter (0,45 µm).

3.3.2.   Chromatografische bepaling

Injecteer 5 (of 10) µl van het volgens punt 3.3.1 voorbehandelde monster en 5 (of 10) µl van de verdunde hydroxymethylfurfural-standaardoplossing (punt 3.2.5). Registreer het chromatogram.

De retentietijd van hydroxymethylfurfural is ongeveer zes à zeven minuten.

3.4.   Weergave van de resultaten

Het methylfurfuralgehalte van de gerectificeerde geconcentreerde wijnmost wordt uitgedrukt in milligram per kilogram totaal suiker.

3.4.1.   Berekening

Stel C is het hydroxymethylfurfuralgehalte in mg/l van de gerectificeerde geconcentreerde mostoplossing van 40 % (m/v).

Het hydroxymethylfurfuralgehalte in milligram per kilogram totaal suiker is dus:

250 × ((C)/(P)) waarin

P = totaal suikergehalte in % (m/m) van de gerectificeerde geconcentreerde most.

d)   Zware metalen

1.   Principe van de methode

I.   Screeningmethode voor zware metalen

Zware metalen worden aangetoond in een geschikte verdunning van de gerectificeerde geconcentreerde most door middel van de vorming van gekleurde sulfiden. De hoeveelheid ervan wordt geschat ten opzichte van een standaard-loodoplossing die overeenkomt met het maximaal toelaatbare gehalte.

II.   Bepaling van lood met behulp van atoomabsorptiespectrofotometrie

Lood geeft met ammoniumpyrrolidinedithiocarbamaat een chelaat, dat wordt geëxtraheerd met methylisobutylketon. Dit chelaat wordt bij 283,3 nm gemeten. Het loodgehalte wordt bepaald met behulp van standaardtoevoegingen.

2.   Screeningmethode voor zware metalen

2.1.   Reagentia

2.1.1.   Zoutzuur, verdund 70 % (m/v)

Verdun 70 g zoutzuur, HCl (ρ20 = 1,16-1,19 g/ml), tot 100 ml met water.

2.1.2.   Zoutzuur, verdund 20 % (m/v)

Verdun 20 g zoutzuur, HCl (ρ20 = 1,16-1,19 g/ml), tot 100 ml met water.

2.1.3.   Verdunde ammoniak

Verdun 14 g ammoniak, NH320, = 0,931-0,934 g/ml), tot 100 ml met water.

2.1.4.   Bufferoplossing pH 3,5

Los 25 g ammoniumacetaat, CH3COONH4, op in 25 ml water en voeg 38 ml verdund zoutzuur (punt 2.1.1) toe. Stel, indien noodzakelijk, de pH in op 3,5 met verdund zoutzuur (punt 2.1.2) of verdunde ammoniak (punt 2.1.3) en vul aan tot 100 ml met water.

2.1.5.   Thioacetamideoplossing, C2H5NS, van 4 % (m/v)

2.1.6.   Glyceroloplossing (C3H8O3), van 85 % (m/v)

(n D 20 °C = 1,449-1,455).

2.1.7.   Thioacetamidereagens

Voeg aan 0,2 ml thioacetamideoplossing (punt 2.1.5) 1 ml van een mengsel van 5 ml water, 15 ml natriumhydroxideoplossing 1 M en 20 ml glycerol (punt 2.1.6) toe. Verhit op een kokend waterbad gedurende 20 seconden. Dit reagens moet vlak voor gebruik worden bereid.

2.1.8.   Standaard-loodoplossing van 2 mg/l

Maak een oplossing die 1 g lood per liter bevat door 0,400 g loodnitraat, Pb(NO3)2, op te lossen in water en aan te vullen tot 250 ml. Pipetteer 2 ml van deze oplossing in een maatkolf van 1 000 ml en vul aan tot de streep met water. Deze verdunde standaardoplossing bevat 2 mg lood per liter.

2.2.   Werkwijze

Los 10 g gerectificeerde geconcentreerde most op in 10 ml water. Voeg 2 ml bufferoplossing (pH 3,5) toe (punt 2.1.4); meng. Voeg 1,2 ml thioacetamidereagens (punt 2.1.7) toe. Meng onmiddellijk. Bereid een standaardoplossing met dezelfde toevoegingen waarbij 10 ml verdunde loodstandaardoplossing van 2 mg/l (punt 2.1.8) wordt gebruikt.

Vergelijk na twee minuten de bruinkleuring van de oplossingen. De bruinkleuring van het monster mag niet intenser zijn dan die van de verdunde loodoplossing.

2.3.   Berekening

Onder de aangegeven omstandigheden komt het standaardmonster overeen met een gerectificeerde geconcentreerde most die het maximaal toegelaten gehalte aan zware metalen, uitgedrukt in lood, bevat, namelijk 2 mg/kg.

3.   Bepaling van lood met behulp van atoomabsorptiespectrofotometrie

3.1.   Apparatuur

3.1.1.   Atoomabsorptiespectrofotometer, uitgerust met een door lucht en acetyleen te voeden brander

3.1.2.   Holle-kathodelamp voor lood

3.2.   Reagentia

3.2.1.   Verdund azijnzuur

Verdun 12 g ijsazijn, (ρ20 = 1,05 g/ml), met water tot 100 ml.

3.2.2.   Ammoniumpyrrolidinedithiocarbamaat, C5H12N2S2, 1 % (m/v)

3.2.3.   Methylisobutylketon, (CH3)2 CHCH2COCH3

3.2.4.   Standaard-loodoplossing van 10 mg/l

Pipetteer 10 ml loodoplossing van 1 g/l (v/v) (punt 2.1.8) in een maatkolf van 1 000 ml.

3.3.   Werkwijze

3.3.1.   Monster

Los 10 g gerectificeerde geconcentreerde most op in een mengsel van gelijke volumedelen van verdund azijnzuur (punt 3.2.1) en water en vul met dit mengsel aan tot 100 ml.

Voeg 2 ml ammoniumpyrrolidinedithiocarbamaat (punt 3.2.2) en 10 ml methylisobutylketon (punt 3.2.3) toe. Schud gedurende 30 seconden, onder vermijding van blootstelling aan direct daglicht. Laat de twee lagen zich scheiden. Vervolg de bepaling met de methylisobutylketonlaag.

3.3.2.   Monster met toevoegingen

Bereid drie oplossingen die naast de hoeveelheid van 10 g gerectificeerde geconcentreerde most respectievelijk 1, 2 en 3 ml van de loodoplossing van 10 mg/l bevatten (punt 3.2.4). Behandel deze oplossingen zoals in punt 3.3.1 is aangegeven.

3.3.3.   Blanco

Bereid volgens punt 3.3.1 een blanco oplossing zonder toevoeging van de gerectificeerde geconcentreerde most.

3.3.4.   Bepaling

Kies als golflengte 283,3 nm.

Stel het nulpunt in door de methylisobutylketonlaag van de blanco te verstuiven.

Verstuif de methylisobutylketonlaag van het bewerkte monster en vervolgens de methylisobutylketonlagen van de monsters met toevoegingen.

3.4.   Weergave van de resultaten

Het loodgehalte van gerectificeerde geconcentreerde most wordt opgegeven in milligram per kilogram met één decimaal.

3.4.1.   Berekening

Stel de ijklijn op met behulp van de gemeten extincties en de daarbij behorende loodconcentraties van de monsteroplossingen waaraan lood is toegevoegd. Het nulpunt van de concentratieas komt overeen met het monster.

Extrapoleer de rechte die deze punten verbindt tot deze de concentratieas aan de negatieve zijde snijdt. De afstand van dit snijpunt tot de oorsprong geeft het loodgehalte aan van het onderzochte monster.

e)   Chemische bepaling van ethylalcohol

Deze methode wordt gebruikt voor de bepaling van het alcoholgehalte in vloeistoffen met een laag alcoholgehalte, zoals most, geconcentreerde most en gerectificeerde geconcentreerde most.

1.   Principe van de methode

Enkelvoudige distillatie gevolgd door oxidatie van ethylalcohol met kaliumbichromaat. De overmaat bichromaat wordt getitreerd met een tweewaardige ijzeroplossing.

2.   Apparatuur

2.1.   Distillatieapparaat dat voor de bepaling van het alcoholvolumegehalte wordt gebruikt.

3.   Reagentia

3.1.   Kaliumbichromaatoplossing

Los 33,600 g kaliumbichromaat, K2Cr2O7, op in water en vul aan tot 1 l bij 20 °C.

1 ml van deze oplossing oxideert 7,8924 mg alcohol.

3.2.   IJzer(II)ammoniumsulfaatoplossing

Los 135 g ijzer(II)ammoniumsulfaat, Fe SO4, (NH4)2SO4, 6 H2O, op in water, vul aan tot 1 l en voeg 20 ml geconcentreerd zwavelzuur, (H2SO4), (ρ20 = 1,84 g/ml) toe. Indien vers bereid correspondeert deze oplossing met de helft van haar volume aan kaliumbichromaatoplossing. Na bereiding treedt langzaam oxidatie op.

3.3.   Kaliumpermanganaatoplossing

Los 1,088 g kaliumpermanganaat, KMnO4, op in water en vul met water aan tot 1 l.

3.4.   Zwavelzuuroplossing, 1 tot 2 verdund (v/v)

Voeg onder schudden voorzichtig en beetje bij beetje 500 ml zwavelzuur, H2SO420 = 1,84 g/ml), toe aan 500 ml water.

3.5.   IJzer-ortho-fenanthroline-reagens

Los 0,695 g ijzer(II)sulfaat, FeSO4·7 H2O, op in 100 ml water en voeg 1,485 g ortho-fenanthroline-monohydraat, C12H8N2·H2O, toe. Verwarm om het oplossen te bespoedigen. Deze helderrode oplossing is onbeperkt houdbaar.

4.   Werkwijze

4.1.   Distillatie

Breng in de distillatiekolf 100 g gerectificeerde geconcentreerde most en 100 ml water. Vang het distillaat op in een maatkolf van 100 ml en vul aan tot de streep met water.

4.2.   Oxidatie

Breng in een kolf met slijpstuk van 300 ml, waarvan de hals verwijd is uitgevoerd waardoor de hals zonder verlies van oplossing kan worden gespoeld, 20 ml gestelde kaliumbichromaatoplossing (punt 3.1) en 20 ml verdunde zwavelzuuroplossing (punt 3.4) en schud. Voeg 20 ml distillaat toe. Sluit de kolf af met het slijpstuk, schud en wacht ten minste 30 minuten waarbij u af en toe omschudt (monsterkolf).

Titreer de ijzer(II)ammoniumsulfaatoplossing (punt 3.2) met de kaliumbichromaatoplossing waarbij dezelfde hoeveelheden reagentia in een identieke kolf worden gebracht, maar waarbij de 20 ml distillaat wordt vervangen door 20 ml gedistilleerd water (blancokolf).

4.3.   Titratie

Voeg aan de monsterkolf vier druppels ortho-fenanthroline-reagens (punt 3.5) toe. Titreer de overmaat bichromaat met ijzer(II)ammoniumsulfaatoplossing (punt 3.2). Stop de toevoeging van ijzer(II)ammoniumsulfaatoplossing als de kleur van blauwgroen omslaat naar kastanjebruin.

Titreer, om de kleuromslag nauwkeuriger te bepalen, terug met kaliumpermanganaatoplossing (punt 3.3) van kastanjebruin naar blauw-groen. Trek een tiende gedeelte van het verbruikte volume kaliumpermanganaatoplossing af van het verbruikte volume ijzer(II) ammoniumsulfaatoplossing. Het verschil zij n.

Behandel de blancokolf op dezelfde wijze. Het verbruik zij n’.

5.   Weergave van de resultaten

Het ethylalcoholgehalte wordt opgegeven in gram per kilogram totaal suiker met één decimaal.

5.1.   Berekening

n’ ml ijzer(II)ammoniumsulfaatoplossing reduceren 20 ml kaliumbichromaatoplossing welke 157,85 mg ethylalcohol p. a. oxideren.

1 ml ijzer(II)ammoniumsulfaatoplossing heeft dus dezelfde reducerende werking als:

((157,85)/(n’)) mg ethylalcohol.

(n’ – n) ml ijzer(II)ammoniumsulfaatoplossing hebben dezelfde reducerende werking als:

157,85 × ((n’ – n)/(n’)) mg ethylalcohol.

Het ethylalcoholgehalte van gerectificeerde geconcentreerde most, uitgedrukt in gram per kilogram, is:

7,892 × ((n’ – n)/(n’)).

Het ethylalcoholgehalte, uitgedrukt in gram per kilogram totaal suiker, is:

789,2 × ((n’ – n)/(n’ × P)) waarin

P = totaal suikergehalte in % (m/m) van de gerectificeerde geconcentreerde most.

f)   Meso-inositol, scyllo-inositol en sacharose

1.   Principe van de methode

Meso-inositol wordt als gesilyleerd derivaat gaschromatografisch bepaald.

2.   Reagentia

2.1.   Interne standaard: xylitol (waterige oplossing van ongeveer 10 g/l waaraan een spatelpunt natriumoxide werd toegevoegd)

2.2.   Bis-trimethylsilyltrifluoroacetamide — BSTFA — (C8H18F3NOSi2)

2.3.   Trimethylchloorsilaan (C3H9ClSi)

2.4.   Pyridine p. a. (C5H5N)

2.5.   Meso-inositol (C6H12O6)

3.   Apparatuur

3.1.   Gaschromatograaf, uitgerust met:

3.2.   Capillaire kolom (bijvoorbeeld belegd met silicium OV 1 (dikte van de laag: 0,15 µm), lengte 25 m, inwendige diameter 0,3 mm)

Werkomstandigheden: draaggas: waterstof en helium,

snelheid draaggas: 2 ml per minuut,

injectie- en detectortemperatuur: 300 °C,

temperatuurprogramma: 1 min bij 160 °C, van 160 °C naar 260 °C aan 4 °C/min, vervolgens 15 min bij 260 °C,

splitverhouding: 1 à 20 ongeveer

3.3.   Integrator

3.4.   Injectiespuit van 10 µl

3.5.   Micropipetten van 50, 100 en 200 µl

3.6.   Kolfje van 2 ml met teflonstop

3.7.   Oven

4.   Werkwijze

Voeg in een maatkolf eerst 5 g gerectificeerde geconcentreerde most bij 1 ml van de xylitolstandaardoplossing (punt 2.1) en leng aan met water tot 50 ml. Na homogenisatie van het monster wordt 100 µl van de oplossing in een kolf (punt 3.6) gebracht en gedroogd in een lichte luchtstroom, na eventuele toevoeging van 100 µl ethanol om de verdamping te vergemakkelijken.

Los het residu op in 100 µl pyridine (punt 2.4), voeg 100 µl bis-trimethylsilyltrifluoracetamide (punt 2.2) en 10 µl trimethylchloorsilaan (punt 2.3) toe, sluit het kolfje met de teflonstop en verwarm gedurende één uur bij 60 °C.

Injecteer dan 0,5 µl van de heldere oplossing (met warme en lege maatkolf, volgens de eerder vermelde splitverhouding).

5.   Berekening

5.1.   Bereid een oplossing die:

60 g/l glucose, 60 g/l fructose, 1 g/l meso-inositol en 1 g/l sacharose bevat.

Weeg 5 g van deze oplossing af en vervolg zoals in punt 4. Uit het chromatogram kunnen de responsfactoren voor meso-inositol en voor sacharose ten opzichte van xylitol berekend worden.

Voor scyllo-inositol (dat niet commercieel verkrijgbaar is), waarvan de retentietijd begrepen is tussen de laatste piek van de anomeren van glucose en die van meso-inositol (zie figuur), kan dezelfde responsfactor als voor meso-inositol gebruikt worden.

6.   Weergave van de resultaten

6.1.   Meso-inositol en scyllo-inositol worden uitgedrukt in milligram per kilogram totaal suiker.

Saccharose wordt uitgedrukt in gram per kilogram most.

Image


(1)  Correctie aftrekken.

(2)  Correctie optellen.


BIJLAGE V

CONCORDANTIETABEL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 16, TWEEDE ALINEA

Verordening (EG) nr. 1493/1999

Verordening (EEG) nr. 2676/90

Verordening (EG) nr. 423/2008

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 43, lid 1

Artikel 5

Artikel 3, lid 1

Artikel 43, lid 2, eerste streepje

Artikel 23

Artikel 3, lid 2

Artikel 43, lid 2, eerste streepje

Artikel 24

Artikel 3, lid 3

Artikel 43, lid 2, eerste streepje

Artikelen 34, 35 en 36

Artikel 3, lid 4

Artikel 44

Artikel 4

Artikel 43, lid 2, tweede streepje

Artikel 5

Artikel 43, lid 2, derde streepje

Artikel 6

Artikel 38

Artikel 7

Artikel 42, lid 6

Artikel 39

Artikel 8

Artikel 6

Artikel 9

Artikel 46

Artikel 10, lid 1

Artikel 45

Artikel 10, lid 2

Artikel 32

Artikel 11

Artikel 29

Artikel 12

Artikel 30

Artikel 13

Artikel 21

Artikel 14

Artikel 1, lid 1

Artikel 47

Artikel 15

Artikel 48

Artikel 16

Bijlage IV

Artikelen 7 en 12

Bijlage I A

Artikel 10

Bijlage I A, aanhangsel 1

Artikel 8

Bijlage I A, aanhangsel 2

Artikel 9

Bijlage I A, aanhangsel 3

Artikel 13

Bijlage I A, aanhangsel 4

Artikelen 14, 15 en 16

Bijlage I A, aanhangsel 5

Artikel 17

Bijlage I A, aanhangsel 6

Artikel 18

Bijlage I A, aanhangsel 7

Artikel 19

Bijlage I A, aanhangsel 8

Artikel 22

Bijlage I A, aanhangsel 9

Bijlage V, punt A

Bijlage I B

Bijlage V, punt B

Bijlage I C

Bijlage V, punt F

Bijlage I D

Bijlage V, punt H

Artikel 28

Bijlage II, punt A

Bijlage V, punt I

Artikel 4

Bijlage II, punt B

Bijlage VI, punt K

Bijlage II, punt C

Bijlage V, punt J

Artikelen 25 en 37

Bijlage III, punt A

Artikel 43

Bijlage III, punt A

Bijlage VI, punt L

Artikelen 40 en 41

Bijlage III, punt B

Bijlage, punt 39

Bijlage IV, punt A

Bijlage, punt 42

Bijlage IV, punt B


24.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 193/60


VERORDENING (EG) Nr. 607/2009 VAN DE COMMISSIE

van 14 juli 2009

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999 (1), en met name op de artikelen 52, 56 en 63 en artikel 126, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In titel III, hoofdstuk IV, van Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn de algemene regels vastgesteld voor de bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van bepaalde wijnbouwproducten.

(2)

Om te garanderen dat de in de Gemeenschap geregistreerde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 479/2008 voldoen, moeten de aanvragen door de nationale autoriteiten van de betrokken lidstaat in het kader van een inleidende nationale bezwaarprocedure worden onderzocht. Vervolgens moeten controles worden verricht om te garanderen dat de aanvragen aan de voorwaarden van de onderhavige verordening voldoen, dat in alle lidstaten een eenvormige aanpak wordt gevolgd en dat de registratie van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen niet nadelig is voor derden. Bijgevolg moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld met betrekking tot de aanvraag-, onderzoek-, bezwaar- en annuleringsprocedures die moeten worden gevolgd voor de oorsprongsbenamingen en de geografische aanduidingen van bepaalde wijnbouwproducten.

(3)

De voorwaarden waaronder een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een registratieaanvraag kan indienen, moeten worden vastgesteld. Specifieke aandacht dient te gaan naar de afbakening van het betrokken gebied, waarbij zowel met het productiegebied als met de kenmerken van het product rekening moet worden gehouden. Elke producent die in het afgebakende geografische gebied is gevestigd, moet de geregistreerde naam kunnen gebruiken voor zover aan de voorwaarden van het productdossier wordt voldaan. Elk gebied moet op gedetailleerde, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze worden afgebakend zodat de producenten, de bevoegde autoriteiten en de controleorganen kunnen nagaan of de behandelingen wel degelijk in het afgebakende geografische gebied plaatsvinden.

(4)

Er moeten specifieke voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de registratie van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen.

(5)

Dat een wijnbouwproduct met een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding in het afgebakende geografische gebied moet worden verpakt en dat ook de behandelingen in verband met de presentatie van het product in dat afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden, zijn beperkingen van het vrije verkeer van goederen en van de vrijheid van dienstverlening. In het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie mogen dergelijke beperkingen alleen worden opgelegd als zij voor de bescherming van de reputatie van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding noodzakelijk zijn, daarmee in verhouding zijn en daartoe geschikt zijn. Elke beperking moet naar behoren worden verantwoord vanuit het standpunt van het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van dienstverlening.

(6)

Er moeten bepalingen worden vastgesteld betreffende de verplichte productie in het afgebakende gebied. In de Gemeenschap wordt namelijk in een beperkt aantal gevallen hiervan afgeweken.

(7)

Voorts moet worden omschreven welke gegevens moeten worden verstrekt om de band met de kenmerken van het geografische gebied en de invloed van die kenmerken op het eindproduct aan te tonen.

(8)

Als een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding in een communautair register wordt opgenomen, moet daarover informatie worden verstrekt aan al wie bij de handel betrokken is en aan de consument. Om ervoor te zorgen dat die informatie voor iedereen toegankelijk is, moet zij elektronisch beschikbaar zijn.

(9)

Om het specifieke karakter van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding te behouden en de regelgeving van de lidstaten nader op elkaar af te stemmen teneinde een gelijk speelveld voor de mededinging in de Gemeenschap te creëren, moet een communautair rechtskader voor de controle van dergelijke wijnen worden vastgesteld, waarmee de specifieke bepalingen van de lidstaten moeten stroken. Dergelijke controles moeten het mogelijk maken de traceerbaarheid van de betrokken producten te verbeteren en te specificeren welke aspecten moeten worden gecontroleerd. Om concurrentie te voorkomen moet permanent worden gecontroleerd en moeten de controles door onafhankelijke instanties worden verricht.

(10)

Met het oog op de coherente toepassing van Verordening (EG) nr. 479/2008 moeten modelformulieren worden opgesteld voor aanvragen, bezwaren, wijzigingen en annuleringen.

(11)

In titel III, hoofdstuk V, van Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn de algemene regels vastgesteld voor het gebruik van beschermde traditionele aanduidingen met betrekking tot bepaalde wijnbouwproducten.

(12)

Het gebruik en de bescherming van bepaalde aanduidingen (andere dan oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen) voor de omschrijving van wijnbouwproducten, alsmede de desbetreffende regelgeving zijn gevestigde praktijken in de Gemeenschap. Deze traditionele aanduidingen roepen bij de consument de associatie op met een productie- of rijpingsmethode dan wel met een kwaliteit, een kleur, een plaats of een specifieke gebeurtenis die met de geschiedenis van de wijn verband houdt. Bijgevolg moet, om een eerlijke mededinging te garanderen en misleiding van de consument te voorkomen, een gemeenschappelijk kader worden vastgesteld voor de definiëring, de erkenning, de bescherming en het gebruik van dergelijke traditionele aanduidingen.

(13)

Voor producten uit derde landen mogen traditionele aanduidingen worden gebruikt op voorwaarde dat die aanduidingen voldoen aan dezelfde of gelijkwaardige voorwaarden als die welke aan de lidstaten worden gesteld om misleiding van de consumenten te voorkomen. Voorts moeten, aangezien tal van derde landen niet hetzelfde niveau van gecentraliseerde voorschriften hebben als het communautaire rechtsbestel, bepalingen betreffende „representatieve beroepsorganisaties” in derde landen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat dezelfde garanties worden geboden als die waarin de communautaire regels voorzien.

(14)

In titel III, hoofdstuk VI, van Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn de algemene regels vastgesteld voor de etikettering en de presentatie van bepaalde wijnbouwproducten.

(15)

Bepaalde voorschriften inzake etikettering van levensmiddelen zijn vastgesteld bij Eerste Richtlijn 89/104/EEG van de Raad (2), Richtlijn 89/396/EEG van de Raad van 14 juni 1989 betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren (3), Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) en Richtlijn 2007/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van regels betreffende nominale hoeveelheden voor voorverpakte producten (5). Deze voorschriften gelden ook voor wijnbouwproducten, tenzij in de betrokken richtlijnen uitdrukkelijk anders is bepaald.

(16)

Bij Verordening (EG) nr. 479/2008 is de etikettering van alle wijnbouwproducten geharmoniseerd en is het gebruik van andere aanduidingen dan die waarin de communautaire regelgeving uitdrukkelijk voorziet, toegestaan mits die aanduidingen juist zijn.

(17)

In Verordening (EG) nr. 479/2008 is bepaald dat de voorwaarden moeten worden vastgesteld voor het gebruik van bepaalde aanduidingen van onder meer de herkomst, de bottelaar, de producent, de importeur enz. Voor sommige van die aanduidingen moeten, met het oog op de soepele werking van de interne markt, communautaire regels worden vastgesteld. Deze regels moeten zo veel mogelijk gebaseerd zijn op bestaande bepalingen. Voor andere aanduidingen moet elke lidstaat voor de op zijn grondgebied geproduceerde wijnen met het Gemeenschapsrecht verenigbare regels vaststellen, om er aldus voor te zorgen dat die regels zo dicht mogelijk bij de producent tot stand komen. Deze regels moeten niettemin volledig transparant zijn.

(18)

In het belang van de consument moeten bepaalde verplichte gegevens binnen hetzelfde gezichtsveld op de recipiënt worden gegroepeerd, moeten voor de vermelding van het effectieve alcoholgehalte tolerantiegrenzen worden vastgesteld en moet rekening worden gehouden met het specifieke karakter van de betrokken producten.

(19)

De bestaande regels voor het gebruik van vermeldingen of merktekens op de etikettering die het mogelijk maken de partij te identificeren waartoe een levensmiddel behoort, hebben hun nut bewezen en moeten bijgevolg worden gehandhaafd.

(20)

De begrippen die naar de biologische productie van de druiven verwijzen, vallen uitsluitend onder Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten (6) en zijn van toepassing voor alle wijnbouwproducten.

(21)

Het gebruik van loodhoudende capsules om de sluiting van recipiënten waarin onder Verordening (EG) nr. 479/2008 vallende producten worden bewaard, te bedekken, moet verboden blijven om enerzijds elk gevaar voor verontreiniging, met name door toevallig contact met die capsules, en anderzijds elk risico voor milieuvervuiling met loodhoudend afval van die capsules te voorkomen.

(22)

Met het oog op de traceerbaarheid van de producten en de transparantie moeten nieuwe regels inzake de aanduiding van de herkomst worden ingevoerd.

(23)

Voor het gebruik van aanduidingen betreffende de wijndruivenrassen en het wijnoogstjaar bij wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding zijn specifieke uitvoeringsbepalingen nodig.

(24)

Het gebruik van bepaalde typen flessen voor bepaalde producten is vanouds een gevestigd gebruik in de Gemeenschap en in derde landen. Doordat deze flessen reeds lang worden gebruikt, kunnen zij bij de consumenten associaties oproepen met bepaalde kenmerken of met een bepaalde oorsprong van een product. Het gebruik van deze typen flessen moet dus voor de betrokken wijnen worden voorbehouden.

(25)

Ook de voorschriften inzake de etikettering van wijnbouwproducten uit derde landen die in de Gemeenschap in de handel zijn, moeten zoveel mogelijk worden geharmoniseerd met de voor de communautaire wijnbouwproducten vastgestelde aanpak, teneinde misleiding van de consument en oneerlijke concurrentie tussen de producenten te voorkomen. Hierbij dient echter rekening te worden gehouden met de verschillen in productieomstandigheden, wijnbouwtradities en wetgeving in de betrokken derde landen.

(26)

Gelet op de verschillen tussen de onder deze verordening vallende producten en tussen de markten waarop zij worden verhandeld en gezien de verwachtingen van de consument moeten de voorschriften worden gedifferentieerd naargelang van de betrokken producten, met name wat betreft bepaalde facultatieve aanduidingen voor wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding waarop toch namen van wijndruivenrassen en wijnoogstjaren worden vermeld als die wijnen via een certificeringsprocedure zijn erkend (de zogenoemde cépagewijnen). Daarom moeten, om binnen de categorie wijnen zonder BOB/BGA een onderscheid te maken tussen de wijnen die onder de subcategorie cépagewijnen vallen en die welke niet onder die subcategorie vallen, specifieke voorschriften voor het gebruik van facultatieve aanduidingen worden vastgesteld voor enerzijds wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding en anderzijds wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, er rekening mee houdend dat deze laatste ook cépagewijnen omvatten.

(27)

Er moeten maatregelen worden vastgesteld om de overgang van de vroegere wijnbouwregeling, met name Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (7), naar de bij de onderhavige verordening vastgestelde regeling te vergemakkelijken ten einde te voorkomen dat de marktdeelnemers onnodig worden belast. Om de marktdeelnemers die in de Gemeenschap of in een derde land zijn gevestigd, in staat te stellen aan de etiketteringsvoorschriften te voldoen, moet voor de aanpassing een overgangsperiode worden gelaten. Derhalve moeten bepalingen worden vastgesteld die garanderen dat producten die overeenkomstig de bestaande regels zijn geëtiketteerd, nog tijdens een overgangsperiode mogen worden verkocht.

(28)

Door de hiermee gepaard gaande administratieve lasten zijn sommige lidstaten niet in staat om de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om tegen 1 augustus 2009 aan artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008 te voldoen. Om ervoor te zorgen dat de marktdeelnemers en de bevoegde autoriteiten geen nadeel van deze deadline ondervinden, moet een overgangsperiode worden gelaten en moeten overgangsbepalingen worden vastgesteld.

(29)

Deze verordening moet gelden onverminderd specifieke voorschriften die worden overeengekomen in het kader van overeenkomsten met derde landen die volgens de procedure van artikel 133 van het Verdrag worden gesloten.

(30)

De nieuwe uitvoeringsbepalingen voor titel III, hoofdstukken IV, V en VI, van Verordening (EG) nr. 479/2008 moeten de bestaande regelgeving ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1493/1999 vervangen. Verordening (EG) nr. 1607/2000 van de Commissie van 24 juli 2000 tot vaststelling van enige uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (8), en in het bijzonder de titel betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn, en Verordening (EG) nr. 753/2002 van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten (9) moeten derhalve worden ingetrokken.

(31)

Bij artikel 128 van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt de bestaande regelgeving van de Raad in de wijnbouwsector, met inbegrip van die welke betrekking heeft op aspecten die door deze verordening worden bestreken, ingetrokken. Om handelsproblemen te voorkomen, een vlotte overgang voor de marktdeelnemers mogelijk te maken en de lidstaten een redelijke termijn te laten voor de vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen, moet in overgangsperioden worden voorzien.

(32)

De uitvoeringsbepalingen die in de onderhavige verordening worden vastgesteld, moeten van toepassing worden met ingang van de datum waarop de hoofdstukken IV, V en VI van titel III van Verordening (EG) nr. 479/2008 van toepassing worden.

(33)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van titel III van Verordening (EG) nr. 479/2008, met name wat betreft:

a)

de bepalingen van hoofdstuk IV van die titel, die betrekking hebben op beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten;

b)

de bepalingen van hoofdstuk V van die titel, die betrekking hebben op traditionele aanduidingen van de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten;

c)

de bepalingen van hoofdstuk VI van die titel, die betrekking hebben op de etikettering en de presentatie van bepaalde wijnbouwproducten.

HOOFDSTUK II

BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMINGEN EN GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

AFDELING 1

Beschermingsaanvraag

Artikel 2

Aanvrager

1.   Een individuele producent kan een aanvrager zijn in de zin van artikel 37, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 als wordt aangetoond dat:

a)

de betrokken persoon de enige producent in het afgebakende geografische gebied is, en

b)

wanneer het betrokken afgebakende geografische gebied door gebieden met oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen wordt omringd, dit betrokken gebied kenmerken vertoont die wezenlijk verschillen van die van de omringende afgebakende gebieden, of de kenmerken van het product verschillen van die van de producten die in de omringende afgebakende gebieden worden verkregen.

2.   Een lidstaat of derde land, of de respectieve autoriteiten daarvan, zijn geen aanvrager in de zin van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 479/2008.

Artikel 3

Beschermingsaanvraag

Een beschermingsaanvraag bestaat uit de op grond van de artikelen 35 of 36 van Verordening (EG) nr. 479/2008 vereiste documenten en een elektronische kopie van het productdossier en van het enige document.

De beschermingsaanvraag en het enige document worden opgesteld volgens het model in bijlage I, respectievelijk bijlage II bij de onderhavige verordening.

Artikel 4

Naam

1.   De te beschermen naam wordt uitsluitend geregistreerd in de taal (talen) die wordt (worden) gebruikt om het betrokken product in het afgebakende geografische gebied te omschrijven.

2.   De naam wordt geregistreerd in zijn originele spellingwijze(n).

Artikel 5

Afbakening van het geografische gebied

Het gebied wordt op gedetailleerde, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze afgebakend.

Artikel 6

Productie in het afgebakende geografische gebied

1.   Met het oog op de toepassing van artikel 34, lid 1, onder a), iii) en onder b), iii), van Verordening (EG) nr. 479/2008 en van het onderhavige artikel heeft „productie” betrekking op alle betrokken behandelingen, van het oogsten van de druiven tot de voltooiing van het wijnbereidingsproces, met uitzondering van eventuele procedés die pas na het productiestadium plaatsvinden.

2.   Voor producten met een beschermde geografische aanduiding is het aandeel druiven van ten hoogste 15 % dat overeenkomstig artikel 34, lid 1, onder b), ii), van Verordening (EG) nr. 479/2008 van buiten het afgebakende geografische gebied mag komen, afkomstig uit de betrokken lidstaat of het betrokken derde land waarin het afgebakende geografische gebied ligt.

3.   In afwijking van artikel 34, lid 1), onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 479/2008 is punt 3 van deel B van bijlage III van Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie (10) betreffende de toegestane oenologische procedés en beperkingen, van toepassing.

4.   In afwijking van artikel 34, lid 1, onder a), iii), en lid 1, onder b), iii), van Verordening (EG) nr. 479/2008 en voor zover dit in het productdossier is bepaald, mag een product met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding tot wijn worden verwerkt:

a)

hetzij in een gebied in de onmiddellijke nabijheid van het afgebakende geografische gebied,

b)

hetzij in een gebied dat overeenkomstig de regelgeving van de lidstaat tot dezelfde administratieve eenheid of een naburige administratieve eenheid behoort,

c)

hetzij, wanneer het om een grensoverschrijdende oorsprongsbenaming of geografische aanduiding gaat of wanneer er tussen twee of meer lidstaten of tussen één of meer lidstaten en één of meer derde landen een overeenkomst inzake controlemaatregelen bestaat, in een gebied dat zich in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken afgebakende geografische gebied bevindt.

In afwijking van artikel 34, lid 1), onder b), iii), van Verordening (EG) nr. 479/2008 en voor zover dit in het productdossier is bepaald, mogen wijnen met een beschermde geografische aanduiding nog tot en met 31 december 2012 tot wijn worden verwerkt in een gebied dat niet in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken afgebakende geografische gebied ligt.

In afwijking van artikel 34, lid 1), onder a), iii), van Verordening (EG) nr. 479/2008 en voor zover dit in het productdossier is bepaald, mag een product in een gebied dat niet in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken afgebakende geografische gebied ligt, tot mousserende wijn of parelwijn met een beschermde oorsprongsbenaming worden verwerkt voor zover dit procedé reeds vóór 1 maart 1986 werd toegepast.

Artikel 7

Verband

1.   Met de in artikel 35, lid 2), onder g), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde gegevens over het geografische verband wordt gepreciseerd in welke mate de kenmerken van het afgebakende geografische gebied het eindproduct beïnvloeden.

Als een aanvraag op meer dan één wijncategorie betrekking heeft, worden voor elk van de betrokken wijnbouwproducten gegevens over het geografische verband verstrekt.

2.   Voor een oorsprongsbenaming omvat het productdossier de volgende gegevens:

a)

voor het verband relevante bijzonderheden over het geografische gebied, en met name natuurlijke en menselijke factoren;

b)

bijzonderheden over de kwaliteit of de kenmerken van het product die hoofdzakelijk of uitsluitend toe te schrijven zijn aan de geografische omgeving;

c)

een beschrijving van de causale interactie tussen de onder a) en b) bedoelde bijzonderheden.

3.   Voor een geografische aanduiding omvat het productdossier de volgende gegevens:

a)

voor het verband relevante bijzonderheden over het geografische gebied;

b)

bijzonderheden over de kwaliteit, de reputatie of andere specifieke kenmerken van het product die toe te schrijven zijn aan de geografische oorsprong van het product;

c)

een beschrijving van de causale interactie tussen de onder a) en de onder b) bedoelde bijzonderheden.

4.   In het productdossier voor een geografische aanduiding wordt vermeld of dat dossier is gebaseerd op een specifieke kwaliteit, een specifieke reputatie of andere kenmerken die met de geografische oorsprong van het product verband houdt of houden.

Artikel 8

Verpakking in het afgebakende geografische gebied

Als op grond van een vereiste als bedoeld in artikel 35, lid 2, onder h), van Verordening (EG) nr. 479/2008 in een productdossier staat dat het product in het afgebakende geografische gebied of in een gebied in de onmiddellijke nabijheid van het betrokken afgebakende geografische gebied moet worden verpakt, wordt deze vereiste voor het betrokken product verantwoord.

AFDELING 2

Onderzoeksprocedure van de Commissie

Artikel 9

Ontvangst van de aanvraag

1.   De aanvraag wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van een aanvraag bij de Commissie is de datum waarop die aanvraag is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie. Deze datum wordt met passende middelen bij het publiek bekendgemaakt.

2.   De Commissie brengt op de documenten die deel uitmaken van de aanvraag, de datum van ontvangst en het aan de aanvraag toegekende dossiernummer aan.

De autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager krijgen een ontvangstbevestiging waarop ten minste de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

het dossiernummer;

b)

de te registreren naam;

c)

het aantal ontvangen bladzijden, en

d)

de datum van ontvangst van de aanvraag.

Artikel 10

Indiening van een grensoverschrijdende aanvraag

1.   Bij een grensoverschrijdende aanvraag mag de gezamenlijke aanvraag voor een naam die een grensoverschrijdend geografisch gebied aanduidt, worden ingediend door verschillende producentenverenigingen die dat gebied vertegenwoordigen.

2.   Als bij een grensoverschrijdende aanvraag uitsluitend lidstaten betrokken zijn, geldt de in artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde inleidende nationale procedure in alle betrokken lidstaten.

Met het oog op de toepassing van artikel 38, lid 5, van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt een grensoverschrijdende aanvraag aan de Commissie voorgelegd door één lidstaat namens alle andere en bevat die aanvraag een machtiging van elke andere betrokken lidstaat voor de lidstaat die de aanvraag voorlegt, om namens hem te handelen.

3.   Als bij een grensoverschrijdende aanvraag uitsluitend derde landen betrokken zijn, wordt de aanvraag aan de Commissie voorgelegd door hetzij een van de aanvragende verenigingen namens de andere, hetzij een van de derde landen namens de andere en bevat zij de volgende gegevens:

a)

elementen waaruit blijkt dat de in de artikelen 34 en 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld;

b)

het bewijs van bescherming in de betrokken derde landen, en

c)

een in lid 2 bedoelde machtiging van elk ander betrokken derde land.

4.   Als bij een grensoverschrijdende aanvraag minstens één lidstaat en minstens één derde land betrokken zijn, geldt de in artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde inleidende nationale procedure in alle betrokken lidstaten. De aanvraag wordt aan de Commissie voorgelegd door één van de lidstaten of derde landen of door één van de aanvragende verenigingen van de derde landen en bevat de volgende gegevens:

a)

elementen waaruit blijkt dat de in de artikelen 34 en 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld;

b)

het bewijs van bescherming in de betrokken derde landen, en

c)

een in lid 2 bedoelde machtiging van elke andere betrokken lidstaat of elk ander betrokken derde land.

5.   De lidstaten, de derde landen of de in derde landen gevestigde producentenverenigingen die een in de leden 2, 3 of 4 van dit artikel bedoelde grensoverschrijdende aanvraag aan de Commissie voorleggen, fungeren als geadresseerde van elke desbetreffende kennisgeving of elk desbetreffend besluit van de Commissie.

Artikel 11

Ontvankelijkheid

1.   Om te bepalen of een beschermingsaanvraag ontvankelijk is, verifieert de Commissie of de in bijlage I opgenomen registratieaanvraag is ingevuld en of de bewijsstukken bij de aanvraag zijn gevoegd.

2.   Elke registratieaanvraag die ontvankelijk wordt geacht, wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

Als de aanvraag niet of slechts gedeeltelijk is ingevuld of als de in lid 1 bedoelde bewijsstukken niet samen met de registratieaanvraag zijn overgelegd of als sommige daarvan ontbreken, brengt de Commissie de aanvrager daarvan op de hoogte en nodigt zij hem uit om binnen twee maanden de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie de aanvraag onontvankelijk. Elk onontvankelijkheidsbesluit wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

Artikel 12

Onderzoek van de inachtneming van de geldigheidsvoorwaarden

1.   Als een ontvankelijke aanvraag voor de bescherming van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding niet voldoet aan de artikelen 34 en 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008, stelt de Commissie de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager in kennis van de weigeringsgronden en stelt zij een termijn vast voor de intrekking of de wijziging van de aanvraag of voor het maken van opmerkingen.

2.   Als de autoriteiten van de lidstaat of het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager de belemmeringen voor de registratie niet binnen de vastgestelde termijn verhelpen, wijst de Commissie de aanvraag af overeenkomstig artikel 39, lid 3, van Verordening (EG) nr. 479/2008.

3.   De Commissie neemt haar besluit om de betrokken oorsprongsbenaming of geografische aanduiding af te wijzen op basis van de documenten en de informatie waarover zij beschikt. Elk afwijzingsbesluit wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

AFDELING 3

Bezwaarprocedures

Artikel 13

Nationale bezwaarprocedure bij grensoverschrijdende aanvragen

Met het oog op de toepassing van artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt, als bij een grensoverschrijdende aanvraag uitsluitend lidstaten of ten minste één lidstaat en ten minste één derde land betrokken zijn, de bezwaarprocedure in alle betrokken lidstaten toegepast.

Artikel 14

Indiening van bezwaren in het kader van de communautaire procedure

1.   De in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde bezwaren worden opgesteld aan de hand van het in bijlage III bij de onderhavige verordening vastgestelde formulier. Het bezwaarschrift wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van een bezwaar bij de Commissie is de datum waarop het betrokken bezwaarschrift is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie. Deze datum wordt met passende middelen bij het publiek bekendgemaakt.

2.   De Commissie brengt op de documenten die deel uitmaken van het bezwaarschrift, de datum van ontvangst en het aan het bezwaarschrift toegekende dossiernummer aan.

Degene die bezwaar maakt, krijgt een ontvangstbevestiging waarin minstens de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

het dossiernummer,

b)

het aantal ontvangen bladzijden, en

c)

de datum van ontvangst van het verzoek.

Artikel 15

Ontvankelijkheid in het kader van de communautaire procedure

1.   Om te bepalen of een krachtens artikel 40 van Verordening (EG) nr. 479/2008 opgesteld bezwaarschrift ontvankelijk is, gaat de Commissie na of de verworven rechten waarop aanspraak wordt gemaakt en de bezwaargronden in het bezwaarschrift zijn vermeld en of het bezwaarschrift binnen de vastgestelde termijn bij de Commissie is ingediend.

2.   Als het bezwaar overeenkomstig artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt gemaakt omdat er reeds een merk met reputatie en bekendheid bestaat, wordt bij het bezwaarschrift een bewijs van het depot, de registratie of het gebruik van dat reeds bestaande merk gevoegd, zoals het registratiecertificaat of het bewijs van het gebruik van dat merk, alsmede een bewijs van de reputatie en de bekendheid ervan.

3.   Elk naar behoren gemotiveerd bezwaarschrift bevat gedetailleerde gegevens over de feiten, bewijsstukken en opmerkingen ter staving van het bezwaar en gaat vergezeld van de desbetreffende onderbouwende bescheiden.

De inlichtingen en de bewijsstukken die moeten worden verstrekt om het gebruik van een reeds bestaand merk aan te tonen, hebben betrekking op de plaats, de duur, de omvang en de aard van dat gebruik en op de reputatie en de bekendheid van dat merk.

4.   Als de gegevens over de verworven rechten waarop aanspraak wordt gemaakt, de bezwaargronden, de feiten, de bewijsstukken, de opmerkingen en de onderbouwende bescheiden als bedoeld in de leden 1 tot en met 3, niet samen met het bezwaarschrift worden voorgelegd of als sommige daarvan ontbreken, stelt de Commissie de opposant daarvan in kennis en verzoekt zij hem de geconstateerde tekortkomingen binnen twee maanden te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie het bezwaar onontvankelijk. Het onontvankelijkheidsbesluit wordt gemeld aan degene die bezwaar maakt en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

5.   Elk ontvankelijk geacht bezwaar wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

Artikel 16

Onderzoek van een bezwaar in het kader van de communautaire procedure

1.   Als de Commissie het bezwaar niet heeft afgewezen overeenkomstig artikel 15, lid 4, stelt zij de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager in kennis van het bezwaar en nodigt zij hen of hem uit binnen twee maanden na de datum van die kennisgeving opmerkingen te maken. Alle opmerkingen die binnen die twee maanden worden ontvangen, worden meegedeeld aan degene die bezwaar maakt.

Tijdens het onderzoek van het bezwaarschrift verzoekt de Commissie de partijen om, indien nodig, binnen twee maanden na dat verzoek opmerkingen te maken over de mededelingen van de andere partijen.

2.   Als de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land, de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager of degene die bezwaar maakt, vervolgens geen opmerkingen maken of de vastgestelde termijnen niet naleven, neemt de Commissie een besluit betreffende het bezwaar.

3.   De Commissie neemt elk besluit om de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding af te wijzen of te registreren op basis van de gegevens waarover zij beschikt. Het afwijzingsbesluit wordt gemeld aan degene die bezwaar maakt, de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

4.   Als meerdere personen bezwaar maken, is het mogelijk dat, na een verkennend onderzoek van één of meer van die bezwaren, wordt besloten dat de registratieaanvraag niet kan worden aanvaard; in dergelijke gevallen kan de Commissie de overige bezwaarprocedures schorsen. De Commissie stelt de andere opposanten in kennis van alle tijdens de procedure genomen besluiten die voor hen van belang zijn.

Als een aanvraag wordt afgewezen, worden de geschorste bezwaarprocedures geacht te zijn afgesloten en worden de betrokken opposanten daarvan naar behoren in kennis gesteld.

AFDELING 4

Bescherming

Artikel 17

Beschermingsbesluit

1.   Tenzij de aanvragen voor de bescherming van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding overeenkomstig de artikelen 11, 12, 16 of 28 worden afgewezen, besluit de Commissie de betrokken oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen te beschermen.

2.   Beschermingsbesluiten die overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EG) nr. 479/2008 worden genomen, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 18

Register

1.   De Commissie houdt het in artikel 46 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen”, hieronder „het register” genoemd, bij.

2.   Een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die is aanvaard, wordt opgenomen in het register.

Als het gaat om namen die zijn geregistreerd op grond van artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008, neemt de Commissie de in lid 3 van het onderhavige artikel vermelde gegevens in het register op, behalve het onder f) bedoelde gegeven.

3.   De Commissie neemt de volgende gegevens in het register op:

a)

de geregistreerde naam van het product of de producten;

b)

de vermelding dat de naam beschermd is als geografische aanduiding of als oorsprongsbenaming;

c)

de naam van het land of de landen van oorsprong;

d)

de datum van registratie;

e)

de verwijzing naar het rechtsinstrument waarbij de naam is geregistreerd;

f)

de verwijzing naar het enige document.

Artikel 19

Bescherming

1.   De bescherming van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding loopt vanaf de datum waarop die benaming of aanduiding in het register is opgenomen.

2.   Bij onrechtmatig gebruik van een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding nemen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op eigen initiatief overeenkomstig artikel 45, lid 4, van Verordening (EG) nr. 479/2008, dan wel op verzoek van een partij, de nodige maatregelen om dat onrechtmatige gebruik te stoppen en het in de handel brengen of de uitvoer van de betrokken producten te voorkomen.

3.   De bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding geldt voor de hele benaming, met inbegrip van alle elementen waaruit die bestaat, voor zover die elementen op zich distinctief zijn. Een niet-distinctief of generisch element van een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt niet beschermd.

AFDELING 5

Wijzigingen en annulering

Artikel 20

Wijziging van het productdossier of van het enige document

1.   Een aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen in het productdossier die wordt ingediend door een in artikel 37 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde aanvrager van een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, wordt opgesteld overeenkomstig bijlage IV bij de onderhavige verordening.

2.   Om te bepalen of een krachtens artikel 49, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 ingediende aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen in het productdossier ontvankelijk is, gaat de Commissie na of zij de op grond van artikel 35, lid 2, van die verordening vereiste gegevens alsmede een in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde ingevulde aanvraag heeft ontvangen.

3.   Met het oog op de toepassing van artikel 49, lid 2, eerste zin, van Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn de artikelen 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 en 18 van de onderhavige verordening van overeenkomstig toepassing.

4.   Een wijziging wordt geacht minimaal te zijn als zij:

a)

geen betrekking heeft op de wezenlijke kenmerken van het product;

b)

het verband niet wijzigt;

c)

geen wijziging inhoudt van de naam van het product of van delen daarvan;

d)

geen invloed heeft op het afgebakende geografische gebied;

e)

geen verdere beperkingen meebrengt voor het in de handel brengen van het product.

5.   Als de aanvraag tot goedkeuring van wijzigingen in het productdossier door een andere dan de oorspronkelijke aanvrager wordt ingediend, stelt de Commissie de oorspronkelijke aanvrager in kennis van de aanvraag.

6.   Als de Commissie besluit haar goedkeuring te hechten aan een wijziging in het productdossier die van invloed is op de in het register opgenomen gegevens of van die gegevens afwijkt, schrapt zij de originele gegevens uit het register en voert zij de nieuwe gegevens in, die van kracht worden op de datum waarop het betrokken besluit in werking treedt.

Artikel 21

Indiening van een annuleringsverzoek

1.   Een verzoek tot annulering op grond van artikel 50 van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt opgesteld aan de hand van het in bijlage V bij de onderhavige verordening vastgestelde formulier. Het annuleringsverzoek wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van het annuleringsverzoek bij de Commissie is de datum waarop dat verzoek is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie. Deze datum wordt met passende middelen bij het publiek bekendgemaakt.

2.   De Commissie brengt op de documenten die deel uitmaken van het annuleringsverzoek, de datum van ontvangst en het aan het annuleringsverzoek toegekende dossiernummer aan.

De opsteller van het annuleringsverzoek krijgt een ontvangstbevestiging die minstens de volgende gegevens bevat:

a)

het dossiernummer;

b)

het aantal ontvangen bladzijden, en

c)

de datum van ontvangst van het verzoek.

3.   De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing als de annulering door de Commissie wordt ingeleid.

Artikel 22

Ontvankelijkheid

1.   Om te bepalen of een krachtens artikel 50 van Verordening (EG) nr. 479/2008 opgesteld annuleringsverzoek ontvankelijk is, gaat de Commissie na of in het verzoek:

a)

het rechtmatige belang, de redenen en de verantwoording van de opsteller van het annuleringsverzoek zijn vermeld;

b)

de annuleringsgrond is toegelicht, en

c)

wordt verwezen naar een verklaring ter onderbouwing van het annuleringsverzoek die is opgesteld door de lidstaat of het derde land waar zich de verblijfplaats of statutaire zetel van de opsteller van het verzoek bevindt.

2.   Elk annuleringsverzoek bevat gedetailleerde gegevens over de feiten, bewijsstukken en opmerkingen ter staving van de gevraagde annulering en gaat vergezeld van de desbetreffende onderbouwende bescheiden.

3.   Als de gegevens over de annuleringsgronden, de feiten, de bewijsstukken, de opmerkingen en de onderbouwende bescheiden als bedoeld in de leden 1 en 2, niet samen met het annuleringsverzoek worden voorgelegd, stelt de Commissie de opsteller van het annuleringsverzoek daarvan in kennis en verzoekt zij hem de geconstateerde tekortkomingen binnen twee maanden te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie het verzoek onontvankelijk. Het besluit over de onontvankelijkheid wordt gemeld aan de opsteller van het annuleringsverzoek en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde opsteller van het annuleringsverzoek.

4.   Ontvankelijk geachte annuleringsverzoeken en door de Commissie ingeleide annuleringsprocedures worden gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het derde land gevestigde aanvragers van wie de oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen door de annulering worden getroffen.

Artikel 23

Onderzoek van een annuleringsverzoek

1.   Als de Commissie het annuleringsverzoek niet heeft afgewezen overeenkomstig artikel 22, lid 3, stelt zij de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde producenten in kennis van het annuleringsverzoek en nodigt zij hen uit binnen twee maanden na de datum van die kennisgeving opmerkingen te maken. Alle opmerkingen die binnen die twee maanden worden ontvangen, worden, indien nodig, meegedeeld aan de opsteller van het annuleringsverzoek.

Tijdens het onderzoek van het annuleringsverzoek nodigt de Commissie de partijen uit om, indien nodig, binnen twee maanden na de datum van die uitnodiging opmerkingen te maken over de mededelingen van de andere partijen.

2.   Als de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land, de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager of de opsteller van het annuleringsverzoek vervolgens geen opmerkingen maken of de vastgestelde termijnen niet naleven, neemt de Commissie een besluit betreffende de annulering.

3.   De Commissie neemt haar besluit om een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding te annuleren op basis van de gegevens waarover zij beschikt. Zij gaat na of het productdossier voor een wijnbouwproduct met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding niet langer kan worden nageleefd dan wel of de naleving ervan niet langer kan worden gegarandeerd, met name wanneer de voorwaarden van artikel 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008 niet langer worden vervuld of misschien in de nabije toekomst niet langer zullen worden vervuld.

Een dergelijk annuleringsbesluit wordt gemeld aan de opsteller van het annuleringsverzoek en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

4.   Als meerdere annuleringsverzoeken worden ingediend, is het mogelijk dat, na een verkennend onderzoek van één of meer van die verzoeken, niet kan worden aanvaard dat een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding nog langer wordt beschermd, in welk geval de Commissie de overige annuleringsprocedures kan schorsen. In dit geval stelt de Commissie de overige opstellers van annuleringsverzoeken in kennis van alle tijdens de procedure genomen besluiten die voor hen van belang zijn.

Als een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt geannuleerd, worden de geschorste annuleringsprocedures geacht te zijn afgesloten en worden de opstellers van de betrokken annuleringsverzoeken daarvan naar behoren in kennis gesteld.

5.   Als een annulering van kracht wordt, schrapt de Commissie de naam uit het register.

AFDELING 6

Controles

Artikel 24

Aangifte door de marktdeelnemers

Elke marktdeelnemer die een product met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wenst te produceren of te verpakken, of een deel van die activiteiten wenst uit te voeren, geeft dit aan bij de in artikel 47 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde bevoegde controleautoriteit.

Artikel 25

Jaarlijkse verificatie

1.   De door de bevoegde controleautoriteit verrichte jaarlijkse verificatie als bedoeld in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 omvat het volgende:

a)

voor producten met een oorsprongsbenaming: een organoleptisch en een analytisch onderzoek;

b)

voor producten met een geografische aanduiding: enkel een analytisch onderzoek of zowel een organoleptisch als een analytisch onderzoek, en

c)

een controle op de naleving van het productdossier.

De jaarlijkse verificatie wordt verricht in de lidstaat waar volgens het productdossier de productie heeft plaatsgevonden, en wordt uitgevoerd:

a)

via op een risicoanalyse gebaseerde aselecte controles, of

b)

via steekproeven, of

c)

op systematische wijze.

Bij een aselecte controle bepaalt de lidstaat het minimum aantal marktdeelnemers dat moet worden gecontroleerd.

Als steekproefsgewijs wordt gecontroleerd, zien de lidstaten erop toe dat de controles qua aantal, aard en frequentie representatief zijn voor het hele betrokken afgebakende geografische gebied en in overeenstemming zijn met de hoeveelheid wijnbouwproducten die in de handel is gebracht of met het oog daarop in voorraad wordt gehouden.

Aselecte controles mogen met steekproefsgewijze controles worden gecombineerd.

2.   De in lid 1, eerste alinea, onder a) en b), bedoelde onderzoeken worden verricht op anonieme monsters, moeten aantonen dat het onderzochte product de kenmerken en kwaliteiten bezit die in het productdossier voor de desbetreffende oorsprongsbenaming of geografische aanduiding zijn beschreven, en worden uitgevoerd in elke fase van het productieproces, met inbegrip van de verpakkingsfase, of later. Elk monster moet representatief zijn voor de betrokken wijnen die door de marktdeelnemer in voorraad worden gehouden.

3.   Om de naleving van het productdossier te controleren als bedoeld in lid 1, eerste alinea, onder c), controleert de controleautoriteit:

a)

de gebouwen van de marktdeelnemers, waarbij zij nagaat of de marktdeelnemers werkelijk aan de voorwaarden van het productdossier kunnen voldoen, en

b)

de producten in elke fase van het productieproces, met inbegrip van de verpakkingsfase, volgens een inspectieplan dat vooraf door de controleautoriteit is opgesteld, waarvan de marktdeelnemers in kennis zijn gesteld en dat elke productiefase omvat.

4.   De jaarlijkse verificatie garandeert dat voor een product geen op dat product betrekking hebbende beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt gebruikt tenzij:

a)

uit de resultaten van de in lid 1, eerste alinea, onder a) en b), en in lid 2 bedoelde onderzoeken blijkt dat het betrokken product aan de grenswaarden voldoet en alle desbetreffende kenmerken van de betrokken oorsprongsbenaming of geografische aanduiding bezit;

b)

aan de overige in het productdossier opgesomde voorwaarden is voldaan, wat blijkt uit de overeenkomstig lid 3 verrichte controles.

5.   Producten die niet aan de in dit artikel vastgestelde voorwaarden voldoen, mogen in de handel worden gebracht, maar zonder de desbetreffende oorsprongsbenaming of geografische aanduiding en voor zover zij in overeenstemming zijn met de overige rechtsvoorschriften.

6.   Als het om een grensoverschrijdende beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding gaat, mag de verificatie worden verricht door de controleautoriteit van eender welke lidstaat die bij deze oorsprongsbenaming of geografische aanduiding betrokken is.

7.   Als de jaarlijkse verificatie wordt verricht in de fase waarin het product wordt verpakt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van productie, is artikel 84 van Verordening (EG) nr. 555/2008 van de Commissie (11) van toepassing.

8.   De leden 1 tot en met 7 zijn van toepassing op wijnen met een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding voor zover voor die benaming of aanduiding aan het bepaalde in artikel 38, lid 5, van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt voldaan.

Artikel 26

Analytisch en organoleptisch onderzoek

De analytische en organoleptische onderzoeken als bedoeld in artikel 25, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), bestaan uit:

a)

een analyse van de betrokken wijn waarbij de volgende kenmerkende eigenschappen worden gemeten:

i)

via een fysische en chemische analyse:

het totale en het effectieve alcoholgehalte;

het totaal aan suikers, uitgedrukt in fructose en glucose (met inbegrip van de eventuele sucrose wanneer het om parelwijn of mousserende wijn gaat);

het totaalgehalte aan zuren;

het gehalte aan vluchtige zuren;

het totaalgehalte aan zwaveldioxide;

ii)

via een aanvullende analyse:

het koolzuurgehalte (parelwijn en mousserende wijn, overdruk in bar bij 20 °C);

eventuele andere kenmerkende eigenschappen die in de wetgeving van de lidstaten of het productdossier voor de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen zijn vastgesteld;

b)

een organoleptisch onderzoek van het uitzicht, de geur en de smaak.

Artikel 27

Controle van producten van oorsprong uit derde landen

Als wijnen uit derde landen door een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding worden beschermd, stuurt het betrokken derde land de Commissie desgevraagd gegevens over de in artikel 48, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde bevoegde instanties en over de aspecten waarop de controle betrekking heeft, alsmede het bewijs dat de betrokken wijn voldoet aan de voorwaarden van de desbetreffende oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

AFDELING 7

Omzetting in een geografische aanduiding

Artikel 28

Verzoek

1.   De autoriteiten van een lidstaat of een derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager kunnen om de omzetting van een beschermde oorsprongsbenaming in een beschermde geografische aanduiding verzoeken als de naleving van het productdossier van een beschermde oorsprongsbenaming niet langer mogelijk is of niet langer kan worden gegarandeerd.

Het omzettingsverzoek, dat bij de Commissie wordt ingediend, wordt opgesteld volgens het model in bijlage VI bij deze verordening. Het omzettingsverzoek wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van het omzettingsverzoek bij de Commissie is de datum waarop dat verzoek is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie.

2.   Als het verzoek tot omzetting in een geografische aanduiding niet voldoet aan de artikelen 34 en 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008, stelt de Commissie de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager in kennis van de weigeringsgronden en nodigt zij hen uit binnen twee maanden het verzoek in te trekken of te wijzigen of opmerkingen te maken.

3.   Als de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager de belemmeringen voor de omzetting in een geografische aanduiding niet binnen de vastgestelde termijn hebben verholpen, wijst de Commissie het verzoek af.

4.   De Commissie neemt haar besluit tot afwijzing van een omzettingsverzoek op basis van de documenten en de informatie waarover zij beschikt. Elk afwijzingsbesluit wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

5.   Artikel 40, en artikel 49, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 zijn niet van toepassing.

HOOFDSTUK III

TRADITIONELE AANDUIDINGEN

AFDELING 1

Aanvraag

Artikel 29

Aanvragers

1.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten of van derde landen of in derde landen gevestigde representatieve beroepsorganisaties kunnen bij de Commissie een aanvraag indienen voor de bescherming van traditionele aanduidingen in de zin van artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008.

2.   Onder „representatieve beroepsorganisatie” wordt verstaan elke producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties die dezelfde voorschriften heeft vastgesteld en actief is in één of meer gebieden waarvoor een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding geldt, als ten minste twee derde van de producenten die in dat gebied of die gebieden actief zijn, bij haar is aangesloten en zij ten minste twee derde van de productie van dat gebied of die gebieden voor haar rekening neemt. Een representatieve beroepsorganisatie mag alleen een beschermingsaanvraag indienen voor wijnen die zij zelf produceert.

Artikel 30

Beschermingsaanvraag

1.   De aanvraag tot bescherming van een traditionele aanduiding wordt ingediend volgens het model in bijlage VII en gaat vergezeld van een kopie van de voorschriften betreffende het gebruik van de betrokken aanduiding.

2.   Als de aanvraag wordt ingediend door een representatieve beroepsorganisatie die in een derde land is gevestigd, worden ook de gegevens van die beroepsorganisatie bijgevoegd. Deze informatie, met inbegrip van relevante gegevens over de leden van de representatieve beroepsorganisatie, wordt indien nodig in bijlage XI opgenomen.

Artikel 31

Taal

1.   De te beschermen aanduiding is gesteld:

a)

in de officiële taal of talen dan wel de regionale taal of talen van de lidstaat of het derde land waar de aanduiding vandaan komt, of

b)

in de taal die in de handel voor deze aanduiding wordt gebruikt.

De in een bepaalde taal gebruikte term verwijst naar specifieke producten als bedoeld in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008.

2.   De aanduiding wordt geregistreerd in haar originele spellingwijze(n).

Artikel 32

Voorschriften voor traditionele aanduidingen van derde landen

1.   Artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 geldt mutatis mutandis voor traditioneel in derde landen gebruikte aanduidingen wanneer het wijnbouwproducten betreft waarop geografische aanduidingen van de betrokken derde landen zijn aangebracht.

2.   Als bij wijnen uit derde landen andere traditionele vermeldingen op het etiket zijn aangebracht dan de traditionele aanduidingen welke in bijlage XII zijn vermeld, mogen die traditionele vermeldingen worden gebruikt volgens de in de betrokken derde landen geldende voorschriften, met inbegrip van de voorschriften van representatieve beroepsorganisaties.

AFDELING 2

Onderzoeksprocedure

Artikel 33

Indiening van de aanvraag

De Commissie brengt op de documenten die deel uitmaken van de aanvraag, de datum van ontvangst en het aan de aanvraag toegekende dossiernummer aan. De aanvraag wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van de aanvraag bij de Commissie is de datum waarop die aanvraag is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie. Deze datum en de traditionele aanduiding worden met passende middelen bij het publiek bekendgemaakt.

De aanvrager krijgt een ontvangstbevestiging waarin minstens de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

het dossiernummer;

b)

de traditionele aanduiding;

c)

het aantal ontvangen documenten, en

d)

de datum van de ontvangst daarvan.

Artikel 34

Ontvankelijkheid

De Commissie gaat na of het aanvraagformulier volledig is ingevuld en vergezeld gaat van de in artikel 30 vermelde vereiste documenten.

Als het aanvraagformulier onvolledig is of als er documenten ontbreken of onvolledig zijn, brengt de Commissie de aanvrager daarvan op de hoogte en nodigt zij hem uit om binnen twee maanden de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie de aanvraag onontvankelijk. Het onontvankelijkheidsbesluit wordt ter kennis gebracht van de aanvrager.

Artikel 35

Geldigheidsvoorwaarden

1.   De erkenning van een traditionele aanduiding wordt aanvaard als:

a)

de aanduiding voldoet aan de definitie van artikel 54, lid 1, onder a) of b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 en de bepalingen van artikel 31 van de onderhavige verordening;

b)

de aanduiding uitsluitend bestaat uit:

i)

hetzij een naam die traditioneel in een groot deel van het grondgebied van de Gemeenschap of van het betrokken derde land in de handel wordt gebruikt om de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde specifieke wijncategorieën te identificeren;

ii)

hetzij een gereputeerde naam die traditioneel minstens op het grondgebied van de betrokken lidstaat of het betrokken derde land in de handel wordt gebruikt om de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde specifieke wijncategorieën te identificeren;

c)

de aanduiding:

i)

geen soortnaam is;

ii)

in de regelgeving van de lidstaat is gedefinieerd en daarbij is geregeld, of

iii)

moet worden gebruikt volgens voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de voorschriften welke in het betrokken derde land voor de wijnproducenten gelden, met inbegrip van de voorschriften die zijn vastgesteld door representatieve beroepsorganisaties.

2.   Met het oog op de toepassing van lid 1, onder b), wordt onder traditioneel gebruik verstaan gebruik gedurende:

a)

minstens vijf jaar voor aanduidingen waarvoor de aanvraag wordt ingediend in de in artikel 31, onder a), van deze verordening bedoelde taal of talen,

b)

minstens vijftien jaar voor aanduidingen waarvoor de aanvraag wordt ingediend in de in artikel 31, onder b), van deze verordening bedoelde taal,

3.   Met het oog op de toepassing van lid 1, onder c), i), wordt met „soortnaam” bedoeld dat de traditionele aanduiding, hoewel die betrekking heeft op een specifieke productie- of rijpingsmethode dan wel op een kwaliteit, een kleur, een plaats of een specifieke gebeurtenis die met de geschiedenis van een wijnbouwproduct verband houdt, in de Gemeenschap de gebruikelijke naam van het betrokken wijnbouwproduct is geworden.

4.   De voorwaarde van lid 1, onder b), van dit artikel geldt niet voor de in artikel 54, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde traditionele aanduidingen.

Artikel 36

Weigeringsgronden

1.   Als een aanvraag voor een traditionele aanduiding niet voldoet aan de definitie van artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 en de bepalingen van de artikelen 31 en 35, stelt de Commissie de aanvrager in kennis van de weigeringsgronden en stelt zij een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de datum van die kennisgeving, vast voor de intrekking of de wijziging van de aanvraag of voor het maken van opmerkingen.

De Commissie neemt haar besluit inzake de bescherming op basis van de informatie waarover zij beschikt.

2.   Als de aanvrager de belemmeringen niet heeft verholpen binnen de in lid 1 vermelde termijn, wijst de Commissie de aanvraag af. De Commissie neemt haar besluit om de betrokken traditionele aanduiding af te wijzen op basis van de documenten en de informatie waarover zij beschikt. Een dergelijk afwijzingsbesluit wordt ter kennis gebracht van de aanvrager.

AFDELING 3

Bezwaarprocedures

Artikel 37

Indiening van een bezwaarschrift

1.   Binnen twee maanden te rekenen vanaf de in de eerste alinea van artikel 33 bedoelde datum van bekendmaking kan elke lidstaat, elk derde land of elke natuurlijke persoon of rechtspersoon met een rechtmatig belang bezwaar tegen de voorgestelde erkenning aantekenen door indiening van een bezwaarschrift.

2.   Het bezwaarschrift wordt opgesteld aan de hand van het formulier volgens het model in bijlage VIII en wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van het bezwaarschrift bij de Commissie is de datum waarop dat bezwaarschrift is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie.

3.   De Commissie brengt op de documenten die deel uitmaken van het bezwaarschrift, de datum van ontvangst en het aan het bezwaarschrift toegekende dossiernummer aan.

Degene die bezwaar maakt, krijgt een ontvangstbevestiging waarin minstens de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

het dossiernummer;

b)

het aantal ontvangen bladzijden, en

c)

de datum van ontvangst van het bezwaarschrift.

Artikel 38

Ontvankelijkheid

1.   Om te bepalen of een bezwaarschrift ontvankelijk is, gaat de Commissie na of de verworven rechten waarop aanspraak wordt gemaakt en de bezwaargronden in het bezwaarschrift zijn vermeld en of het bezwaarschrift binnen de in artikel 37, lid 1, gestelde termijn bij de Commissie is ingediend.

2.   Als het bezwaar wordt gemaakt omdat er reeds een merk met reputatie en bekendheid bestaat overeenkomstig artikel 41, lid 2, wordt bij het bezwaarschrift een bewijs gevoegd van het depot, de registratie of het gebruik van dat reeds bestaande merk, zoals het registratiecertificaat, alsmede een bewijs van de reputatie en de bekendheid ervan.

3.   Elk naar behoren gemotiveerd bezwaarschrift bevat gedetailleerde gegevens over de feiten, bewijsstukken en opmerkingen ter staving van het bezwaar en gaat vergezeld van de desbetreffende onderbouwende bescheiden.

De inlichtingen en de bewijsstukken die moeten worden verstrekt om het gebruik van een reeds bestaand merk aan te tonen, hebben betrekking op de plaats, de duur, de omvang en de aard van dat gebruik en op de faam en de bekendheid van dat merk.

4.   Als de gegevens over de verworven rechten waarop aanspraak wordt gemaakt, de bezwaargronden, de feiten, de bewijsstukken, de opmerkingen of de onderbouwende bescheiden als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, niet samen met het bezwaarschrift worden voorgelegd of als sommige daarvan ontbreken, stelt de Commissie de opposant daarvan in kennis en verzoekt zij hem de geconstateerde tekortkomingen binnen twee maanden te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn verholpen, verklaart de Commissie het bezwaarschrift onontvankelijk. Het onontvankelijkheidsbesluit wordt gemeld aan degene die bezwaar maakt en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde representatieve beroepsorganisatie.

5.   Elk ontvankelijk geacht bezwaarschrift wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde representatieve beroepsorganisatie.

Artikel 39

Onderzoek van een bezwaar

1.   Als de Commissie het bezwaarschrift niet heeft afgewezen overeenkomstig artikel 38, lid 4, stelt zij de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde representatieve beroepsorganisatie in kennis van het bezwaar en nodigt zij hen uit binnen twee maanden na de datum van die kennisgeving opmerkingen te maken. Alle opmerkingen die binnen die twee maanden worden ontvangen, worden meegedeeld aan degene die bezwaar maakt.

Tijdens het onderzoek van het bezwaarschrift verzoekt de Commissie de partijen om, indien nodig, binnen twee maanden na dat verzoek opmerkingen te maken over de mededelingen van de andere partijen.

2.   Als de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land, de in het betrokken derde land gevestigde representatieve beroepsorganisatie of degene die bezwaar maakt, vervolgens geen opmerkingen maken of de vastgestelde termijnen niet naleven, neemt de Commissie een besluit betreffende het bezwaar.

3.   De Commissie neemt haar besluit om de betrokken traditionele aanduiding af te wijzen of te erkennen op basis van de gegevens waarover zij beschikt. Zij gaat na of de in artikel 40, lid 1, bedoelde voorwaarden en de voorwaarden van artikel 41, lid 3, of artikel 42 al dan niet zijn vervuld. Elk afwijzingsbesluit wordt gemeld aan degene die bezwaar maakt en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde representatieve beroepsorganisatie.

4.   Als meerdere bezwaarschriften worden ingediend, is het mogelijk dat, na een verkennend onderzoek van één of meer van die bezwaarschriften, wordt besloten dat de erkenningsaanvraag niet kan worden aanvaard; in dergelijke gevallen kan de Commissie de overige bezwaarprocedures schorsen. De Commissie stelt de andere opposanten in kennis van alle tijdens de procedure genomen besluiten die voor hen van belang zijn.

Als een aanvraag wordt afgewezen, worden de geschorste bezwaarprocedures geacht te zijn afgesloten en worden de betrokken opposanten daarvan naar behoren in kennis gesteld.

AFDELING 4

Bescherming

Artikel 40

Algemene bescherming

1.   Als een aanvraag voldoet aan de bepalingen van artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 en van de artikelen 31 en 35 en niet is afgewezen op grond van de artikelen 38 en 39, wordt de traditionele aanduiding opgenomen in bijlage XII bij de onderhavige verordening.

2.   De in bijlage XII opgenomen traditionele aanduidingen worden uitsluitend in de in de aanvraag gebruikte taal en voor de in de aanvraag vermelde wijncategorieën beschermd tegen:

a)

elk misbruik, zelfs als de beschermde traditionele aanduiding vergezeld gaat van uitdrukkingen als „soort”, „type”, „methode”, „op de wijze van”, „imitatie”, „smaak”, „zoals” en dergelijke;

b)

enige andere bedrieglijke of misleidende vermelding over de aard, de kenmerken of de wezenlijke kwaliteiten van het product op de binnen- of de buitenverpakking, in reclamemateriaal of in documenten die op het betrokken product betrekking hebben;

c)

andere praktijken die de consument kunnen misleiden, met name praktijken die de indruk wekken dat de wijn recht heeft op de beschermde traditionele aanduiding.

Artikel 41

Verband met merken

1.   Als een traditionele aanduiding op grond van deze verordening is beschermd, wordt de registratie van een merk in een van de in artikel 40 bedoelde situaties geweigerd als de registratie van het merk wordt aangevraagd voor wijn die niet in aanmerking komt voor die traditionele aanduiding, de registratieaanvraag is ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de traditionele aanduiding bij de Commissie is ingediend en de traditionele aanduiding vervolgens is beschermd.

Merken die in strijd met de eerste alinea zijn geregistreerd, worden nietig verklaard als daartoe een aanvraag wordt ingediend volgens de daarvoor geldende procedures van Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (12) of van Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad (13).

2.   Een merk waarvoor een van de in artikel 40 van de onderhavige verordening bedoelde situaties van toepassing is en dat vóór 4 mei 2002 of vóór de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de traditionele aanduiding bij de Commissie is ingediend, op het grondgebied van de Gemeenschap is gedeponeerd, is geregistreerd of, mits de betrokken regelgeving in deze mogelijkheid voorziet, door gebruik rechten heeft verworven, mag ondanks de bescherming van de traditionele aanduiding verder worden gebruikt, waarbij de duur van de registratie mag worden verlengd.

In die gevallen mag de traditionele aanduiding naast het desbetreffende merk worden gebruikt.

3.   Een naam wordt niet als traditionele aanduiding beschermd indien de bescherming, rekening houdend met de reputatie en de bekendheid van een merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit, de aard, de kenmerken of de kwaliteit van de wijn.

Artikel 42

Homoniemen

1.   Bij de bescherming van een traditionele aanduiding waarvoor een aanvraag is ingediend en die volledig of gedeeltelijk homoniem is met een reeds krachtens dit hoofdstuk beschermde traditionele aanduiding, wordt naar behoren rekening gehouden met de plaatselijke en traditionele gebruiken en het risico van verwarring.

Een homonieme traditionele aanduiding die de consument misleidt ten aanzien van de aard, de kwaliteit of de echte oorsprong van het product, wordt niet geregistreerd, ook al is de aanduiding correct.

Het gebruik van een beschermde homonieme aanduiding is slechts toegestaan indien de praktische omstandigheden garanderen dat het in tweede instantie beschermde homoniem zich duidelijk onderscheidt van de reeds in bijlage XII opgenomen traditionele aanduiding, rekening houdend met het feit dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consument niet mag worden misleid.

2.   Lid 1 geldt mutatis mutandis voor traditionele aanduidingen die vóór 1 augustus 2009 zijn beschermd en gedeeltelijk homoniem zijn met een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding of een in bijlage XV vermelde naam van een wijndruivenras of synoniem daarvan.

Artikel 43

Handhaving van de bescherming

Met het oog op de toepassing van artikel 55 van Verordening (EG) nr. 479/2008 nemen de bevoegde nationale autoriteiten bij onrechtmatig gebruik van een beschermde traditionele aanduiding, op eigen initiatief of op verzoek van een partij, alle maatregelen die nodig zijn om het in de handel brengen van de betrokken producten, met inbegrip van de uitvoer ervan, te stoppen.

AFDELING 5

Annuleringsprocedure

Artikel 44

Annuleringsgronden

Een traditionele aanduiding wordt geannuleerd als zij niet langer voldoet aan de definitie van artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 of aan de bepalingen van artikel 31, artikel 35, artikel 40, lid 2, artikel 41, lid 3, of artikel 42.

Artikel 45

Indiening van een annuleringsverzoek

1.   Een lidstaat, een derde land, een natuurlijke persoon of een rechtspersoon met een rechtmatig belang kan een naar behoren gemotiveerd annuleringsverzoek bij de Commissie indienen aan de hand van het formulier volgens het model in bijlage IX. Het annuleringsverzoek wordt op papier of elektronisch bij de Commissie ingediend. De datum van indiening van het annuleringsverzoek bij de Commissie is de datum waarop dat verzoek is ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie. Deze datum wordt met passende middelen bij het publiek bekendgemaakt.

2.   De Commissie brengt op de documenten die deel uitmaken van het annuleringsverzoek, de datum van ontvangst en het aan het annuleringsverzoek toegekende dossiernummer aan.

De opsteller van het annuleringsverzoek krijgt een ontvangstbevestiging die minstens de volgende gegevens bevat:

a)

het dossiernummer;

b)

het aantal ontvangen bladzijden, en

c)

de datum van ontvangst van het verzoek.

3.   De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing als de annulering door de Commissie wordt ingeleid.

Artikel 46

Ontvankelijkheid

1.   Om te bepalen of een annuleringsverzoek ontvankelijk is, gaat de Commissie na of in het verzoek:

a)

het rechtmatige belang van de opsteller van het annuleringsverzoek is vermeld;

b)

de annuleringsgrond is vermeld, en

c)

wordt verwezen naar een verklaring die is opgesteld door de lidstaat of het derde land waar zich de verblijfplaats of statutaire zetel van de opsteller van het verzoek bevindt en waarin het rechtmatige belang, de redenen en de verantwoording van de opsteller van het annuleringsverzoek zijn toegelicht.

2.   Elk annuleringsverzoek bevat gedetailleerde gegevens over de feiten, bewijsstukken en opmerkingen ter staving van de annulering en gaat vergezeld van de desbetreffende onderbouwende bescheiden.

3.   Als de gegevens over de in de leden 1 en 2 bedoelde annuleringsgronden, feiten, bewijsstukken, opmerkingen en onderbouwende bescheiden niet samen met het annuleringsverzoek worden voorgelegd, stelt de Commissie de opsteller van het annuleringsverzoek daarvan in kennis en verzoekt zij hem de geconstateerde tekortkomingen binnen twee maanden te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie het verzoek onontvankelijk. Het onontvankelijkheidsbesluit wordt gemeld aan de opsteller van het annuleringsverzoek en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde opsteller van het annuleringsverzoek.

4.   Ontvankelijk geachte annuleringsverzoeken en door de Commissie ingeleide annuleringsprocedures worden gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het derde land gevestigde opstellers van het annuleringsverzoek van wie de traditionele aanduiding door de annulering wordt getroffen.

Artikel 47

Onderzoek van een annuleringsverzoek

1.   Als de Commissie het annuleringsverzoek niet heeft afgewezen overeenkomstig artikel 46, lid 3, stelt zij de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager in kennis van het annuleringsverzoek en nodigt zij hen uit binnen twee maanden na de datum van die kennisgeving opmerkingen te maken. Alle opmerkingen die binnen die twee maanden worden ontvangen, worden aan de opsteller van het annuleringsverzoek meegedeeld.

Tijdens het onderzoek van het annuleringsverzoek verzoekt de Commissie de partijen om, indien nodig, binnen twee maanden na de datum van dat verzoek opmerkingen te maken over de mededelingen van de andere partijen.

2.   Als de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land, de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager of de opsteller van een annuleringsverzoek vervolgens geen opmerkingen maken of de vastgestelde termijnen niet naleven, neemt de Commissie een besluit betreffende de annulering.

3.   De Commissie neemt haar besluit om de betrokken traditionele aanduiding te annuleren op basis van de gegevens waarover zij beschikt. Zij gaat na of de voorwaarden van artikel 44 niet langer worden vervuld.

Een dergelijk annuleringsbesluit wordt gemeld aan de opsteller van het annuleringsverzoek en aan de betrokken autoriteiten van de lidstaat of van het derde land.

4.   Als meerdere annuleringsverzoeken worden ingediend, is het mogelijk dat, na een verkennend onderzoek van één of meer van die annuleringsverzoeken, niet kan worden aanvaard dat de traditionele aanduiding nog langer wordt beschermd, in welk geval de Commissie de overige annuleringsprocedures kan schorsen. In dit geval stelt de Commissie de overige opstellers van annuleringsverzoeken in kennis van alle tijdens de procedure genomen besluiten die voor hen van belang zijn.

Als een traditionele aanduiding wordt geannuleerd, worden de geschorste annuleringsprocedures geacht te zijn afgesloten en worden de opstellers van de betrokken annuleringsverzoeken daarvan naar behoren in kennis gesteld.

5.   Als een annulering van kracht wordt, schrapt de Commissie de betrokken naam uit de in bijlage XII vastgestelde lijst.

AFDELING 6

Bestaande beschermde traditionele aanduidingen

Artikel 48

Bestaande beschermde traditionele aanduidingen

Traditionele aanduidingen die beschermd zijn op grond van de artikelen 24, 28 of 29 van Verordening (EG) nr. 753/2002, worden automatisch beschermd op grond van de onderhavige verordening op voorwaarde dat:

a)

tegen 1 mei 2009 bij de Commissie een samenvatting van de definitie of van de gebruiksvoorwaarden was ingediend;

b)

de lidstaten of derde landen geen einde hebben gemaakt aan de bescherming van de betrokken traditionele aanduidingen.

HOOFDSTUK IV

ETIKETTERING EN PRESENTATIE

Artikel 49

Gemeenschappelijke regel voor alle etiketteringsaanduidingen

Tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald, mogen bij de etikettering van de producten als bedoeld in de punten 1 tot en met 11 en de punten 13, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 (hieronder „de producten” genoemd) geen andere aanduidingen worden gebruikt dan die welke zijn bedoeld in artikel 58 of zijn vastgesteld in artikel 59, lid 1, en artikel 60, lid 1, van die verordening, behalve wanneer die aanduidingen voldoen aan artikel 2, lid 1, onder a), van Richtlijn 2000/13/EG.

AFDELING 1

Verplichte aanduidingen

Artikel 50

Presentatie van de verplichte aanduidingen

1.   De in artikel 58 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde en de in artikel 59 van diezelfde verordening vastgestelde verplichte aanduidingen staan op de recipiënt in hetzelfde gezichtsveld, en wel zo dat zij tegelijk kunnen worden gelezen zonder dat het nodig is de recipiënt daarvoor te draaien.

Het is evenwel toegestaan de verplichte aanduidingen betreffende het nummer van de partij en de in artikel 51 en artikel 56, lid 4, van de onderhavige verordening bedoelde aanduidingen te vermelden buiten het gezichtsveld waarin de andere verplichte aanduidingen zich bevinden.

2.   De in lid 1 bedoelde verplichte aanduidingen en die welke van toepassing zijn op grond van de in artikel 58 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde rechtsinstrumenten, worden met onuitwisbare karakters aangebracht en kunnen duidelijk worden onderscheiden van de omringende tekst of tekeningen.

Artikel 51

Toepassing van bepaalde horizontale voorschriften

1.   Wanneer één van de in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 vermelde producten één of meer van de in bijlage III bis bij Richtlijn 2000/13/EG opgenomen ingrediënten bevat, worden deze laatste bij de etikettering vermeld, voorafgegaan door het woord „bevat”. Voor sulfieten mogen de aanduidingen „sulfiet” of „zwaveldioxide” worden gebruikt.

2.   Het in lid 1 bedoelde verplichte etiketteringsgegeven kan worden gecombineerd met het in bijlage X bij deze verordening afgebeelde pictogram.

Artikel 52

In de handel brengen en uitvoer

1.   Producten waarvan het etiket of de presentatie niet aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening voldoen, mogen niet in de Gemeenschap in de handel worden gebracht of worden uitgevoerd.

2.   In afwijking van de hoofdstukken V en VI van Verordening (EG) nr. 479/2008 kunnen de lidstaten, als de betrokken producten voor uitvoer zijn bestemd, toestaan dat aanduidingen die in strijd zijn met de communautaire etiketteringsvoorschriften, toch op de etiketten van voor uitvoer bestemde wijnen worden aangebracht als die aanduidingen op grond van de wetgeving van het betrokken derde land zijn vereist. Deze aanduidingen mogen in andere dan de officiële talen van de Gemeenschap worden aangebracht.

Artikel 53

Verbod op het gebruik van loodhoudende capsules of folie

De sluiting van de in artikel 49 bedoelde producten mag niet zijn bekleed met een capsule of folie die lood bevat.

Artikel 54

Effectief alcoholgehalte

1.   Het in artikel 59, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde effectieve alcoholvolumegehalte wordt vermeld per alcoholvolumeprocent of half alcoholvolumeprocent.

Het getal waarmee het effectieve alcoholgehalte wordt aangegeven, wordt gevolgd door „% vol” en kan worden voorafgegaan door de woorden „effectief alcoholgehalte” of „effectieve alcohol” of door de afkorting „alc.”.

Onverminderd de toleranties die voor de gebruikte referentieanalysemethode gelden, mag het vermelde alcoholgehalte maximaal 0,5 % hoger of lager zijn dan het bij analyse geconstateerde gehalte. Voor producten met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die gedurende meer dan drie jaar in flessen worden opgeslagen, mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, parelwijn, parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, likeurwijn en wijn verkregen uit overrijpe druiven mag het vermelde alcoholgehalte, onverminderd de toleranties die voor de gebruikte referentieanalysemethode gelden, maximaal 0,8 % vol hoger of lager zijn dan het bij analyse geconstateerde gehalte.

2.   Het effectieve alcoholvolumegehalte wordt op de etikettering vermeld in karakters die, als het nominale volume groter is dan 100 cl, ten minste 5 mm hoog zijn, als het nominale volume gelijk is aan of kleiner dan 100 cl en groter dan 20 cl, ten minste 3 mm hoog zijn en, als het nominale volume gelijk is of kleiner dan 20 cl, ten minste 2 mm hoog zijn.

Artikel 55

Aanduiding van de herkomst

1.   De in artikel 59, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde aanduiding van de herkomst wordt als volgt vermeld:

a)

voor de in de punten 1, 2, 3, 7, 8, 9, 15 en 16 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde wijnen die geen beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding hebben, aan de hand van een van de volgende uitdrukkingen:

i)

de woorden „wijn van (…)”, „geproduceerd in (…)”, of „product van (…)”, of equivalente begrippen, en de naam van de lidstaat of het derde land waar de druiven zijn geoogst en tot wijn zijn verwerkt.

Als het gaat om grensoverschrijdende wijnen van bepaalde wijndruivenrassen als bedoeld in artikel 60, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008, mag alleen de naam van één of meer lidstaten of derde landen worden vermeld;

ii)

hetzij de woorden „wijn van de Europese Gemeenschap” of een equivalente uitdrukking, dan wel „mengsel van wijnen uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap” voor wijn die is verkregen door vermenging van wijnen van oorsprong uit een aantal lidstaten,

hetzij de woorden „mengsel van wijn uit verschillende niet tot de Europese Gemeenschap behorende landen” of „mengsel van wijn uit (…)”, en de naam van de betrokken derde landen voor wijn die is verkregen door vermenging van wijnen van oorsprong uit een aantal derde landen;

iii)

hetzij de woorden „wijn van de Europese Gemeenschap” of een equivalente uitdrukking, dan wel „wijn verkregen in (…) uit in (…) geoogste druiven”, en de naam van de betrokken lidstaten, voor wijn die in een lidstaat met druiven uit een andere lidstaat is gemaakt;

hetzij de woorden „wijn verkregen in (…) uit in (…) geoogste druiven”, en de naam van de betrokken derde landen, voor wijn die in een derde land met druiven uit een ander derde land is gemaakt;

b)

voor de in de punten 4, 5 en 6 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde wijnen die geen beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding hebben, aan de hand van een van de volgende uitdrukkingen:

i)

de woorden „wijn van (…)”, „geproduceerd in (…)”, „product van (…)” of „sekt van (…)” of equivalente begrippen, en de naam van de lidstaat of het derde land waar de druiven zijn geoogst en tot wijn zijn verwerkt;

ii)

de woorden „geproduceerd in (…)”, of equivalente begrippen, en de naam van de lidstaat waar de tweede gisting plaatsvindt;

c)

voor wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, aan de hand van de woorden „wijn van (…)”, „geproduceerd in (…)”, of „product van (…)”, of equivalente begrippen, en de naam van de lidstaat of het derde land waar de druiven zijn geoogst en tot wijn zijn verwerkt.

Als het gaat om een grensoverschrijdende beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding mag alleen de naam van één of meer lidstaten of derde landen worden vermeld.

Dit lid laat de artikelen 56 en 67 onverlet.

2.   De in artikel 59, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde aanduiding van de herkomst wordt op de etiketten van druivenmost, gedeeltelijk gegiste druivenmost, geconcentreerde druivenmost of jonge, nog gistende wijn vermeld aan de hand van de volgende uitdrukkingen:

a)

most van (…)” of „most geproduceerd in (….)” of equivalente begrippen, en de naam van de lidstaat of van het tot een lidstaat behorende aparte land waar het product is gemaakt;

b)

mengsel van producten van twee of meer landen van de Europese Gemeenschap” bij vermenging van producten die in twee of meer lidstaten zijn bereid;

c)

most verkregen in (…) uit in (…) geoogste druiven” wanneer het gaat om druivenmost die niet is bereid in de lidstaat waarin de gebruikte druiven zijn geoogst.

3.   Als het om het Verenigd Koninkrijk gaat, mag de naam van de lidstaat worden vervangen door de naam van het aparte land dat deel uitmaakt van het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 56

Aanduiding van bottelaar, producent, importeur en verkoper

1.   Met het oog op de toepassing van artikel 59, lid 1, onder e) en f), van Verordening (EG) nr. 479/2008 en van het onderhavige artikel wordt verstaan onder:

a)

bottelaar”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon of groepering van dergelijke personen die de producten bottelt of voor zijn rekening laat bottelen;

b)

bottelen”: het aftappen, voor latere verkoop, van het betrokken product in recipiënten met een inhoud van 60 liter of minder;

c)

producent”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon of groepering van dergelijke personen door wie of in opdracht van wie de druiven, de druivenmost en de wijn zijn verwerkt tot mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn;

d)

importeur”: de in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon of groepering van dergelijke personen die verantwoordelijk is voor het in het vrije verkeer brengen van niet-communautaire goederen in de zin van artikel 4, lid 8, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (14);

e)

verkoper”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon of groepering van dergelijke personen die niet onder de definitie van producent valt en mousserende wijn, mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, mousserende kwaliteitswijn of aromatische mousserende kwaliteitswijn aankoopt en vervolgens in het vrije verkeer brengt;

f)

adres”: de naam van de gemeente en van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de bottelaar, de producent, de verkoper of de importeur is gevestigd.

2.   De naam en het adres van de bottelaar worden aangevuld met:

a)

hetzij de woorden „bottelaar” of „gebotteld door (…)”;

b)

hetzij begrippen waarvoor de gebruiksvoorwaarden door de lidstaten zijn vastgesteld indien het bottelen van de wijn met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding plaatsvindt:

i)

op het wijnbouwbedrijf, of

ii)

in de gebouwen van de producentengroepering, of

iii)

in een bedrijf dat zich bevindt in het afgebakende geografische gebied of in de onmiddellijke omgeving van het betrokken afgebakende geografische gebied.

Als in loondienst wordt gebotteld, wordt de aanduiding van de bottelaar aangevuld met de woorden „gebotteld voor (…)” of, als ook de naam en het adres van degene die voor rekening van een derde het product heeft gebotteld, worden vermeld, met de woorden „gebotteld voor (…) door (…)”.

Als op een andere plaats wordt gebotteld dan op de plaats waar de bottelaar is gevestigd, gaan de in dit lid vermelde aanduidingen vergezeld van een verwijzing naar de exacte plaats waar de handeling heeft plaatsgevonden en, als die in een andere lidstaat is verricht, van de naam van die lidstaat.

Als de wijn in andere recipiënten dan flessen wordt aangeboden, worden de woorden „bottelaar” en „gebotteld door (…)” vervangen door „verpakker”, respectievelijk „verpakt door (…)”, tenzij in de gebruikte taal geen onderscheid tussen deze begrippen wordt gemaakt.

3.   De naam en het adres van de producent of verkoper worden aangevuld met de woorden „producent” of „geproduceerd door” en „verkoper” of „verkocht door”, of equivalente begrippen. De lidstaten kunnen opleggen dat de producent wordt vermeld.

4.   De naam en het adres van de importeur worden voorafgegaan door de woorden „importeur” of „ingevoerd door (…)”.

5.   Als de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde aanduidingen betrekking hebben op eenzelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon, mogen zij worden gegroepeerd.

Een van deze aanduidingen mag worden vervangen door een code die wordt vastgesteld door de lidstaat waar de bottelaar, de producent, de importeur of de verkoper zijn hoofdkantoor heeft. De code wordt aangevuld met een verwijzing naar de betrokken lidstaat. De naam en het adres van andere natuurlijke personen of rechtspersonen die betrokken zijn bij het verhandelen van het product, andere dan de met een code aangeduide bottelaar, producent, importeur of verkoper, worden ook op het etiket van het betrokken wijnbouwproduct vermeld.

6.   Als de naam of het adres van de bottelaar, de producent, de importeur of de verkoper geheel of gedeeltelijk bestaat uit een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, worden die op het etiket vermeld:

a)

in letters die hoogstens half zo groot zijn als die welke zijn gebruikt voor de beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding of voor de aanduiding van de betrokken wijncategorie, of

b)

aan de hand van een code als die waarin is voorzien in lid 5, tweede alinea.

De lidstaten mogen beslissen welke optie van toepassing is voor op hun grondgebied bereide producten.

Artikel 57

Aanduiding van het bedrijf

1.   De in bijlage XIII opgenomen aanduidingen die naar een bedrijf verwijzen, andere dan aanduidingen van de naam van de bottelaar, de producent of de verkoper, worden uitsluitend gebruikt voor wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding voor zover:

a)

de wijn uitsluitend is bereid van druiven die zijn geoogst in wijngaarden die door dat bedrijf worden geëxploiteerd;

b)

de wijnbereiding volledig op dat bedrijf plaatsvindt;

c)

de lidstaten het gebruik regelen van hun in bijlage XIII opgenomen aanduidingen. Derde landen bepalen welke voorschriften, met inbegrip van voorschriften die zijn vastgesteld door representatieve beroepsorganisaties, van toepassing zijn met betrekking tot het gebruik van hun in bijlage XIII opgenomen aanduidingen.

2.   De naam van een bedrijf mag slechts door andere bij het verhandelen van het product betrokken marktdeelnemers worden gebruikt als het betrokken bedrijf daarmee instemt.

Artikel 58

Aanduiding van het suikergehalte

1.   De in deel A van bijlage XIV bij deze verordening opgenomen vermeldingen ter aanduiding van het suikergehalte worden aangebracht op het etiket van de in artikel 59, lid 1, onder g), van Verordening (EG) nr. 479/2008 genoemde producten.

2.   Als het suikergehalte van deze producten, uitgedrukt in fructose en glucose (met inbegrip van eventuele sucrose), het gebruik van twee van die in deel A van bijlage XIV opgenomen vermeldingen rechtvaardigt, wordt slechts één van die twee vermeldingen gekozen.

3.   Onverminderd de in deel A van bijlage XIV zijn omschreven gebruiksvoorwaarden, mag het suikergehalte niet met meer dan 3 gram per liter afwijken van wat op het etiket van het product is vermeld.

Artikel 59

Afwijkingen

Overeenkomstig artikel 59, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 mag de vermelding „beschermde oorsprongsbenaming” worden weggelaten voor wijnen met de onderstaande beschermde oorsprongsbenamingen op voorwaarde dat de regelgeving van de lidstaat of de in het betrokken derde land geldende voorschriften, met inbegrip van de voorschriften van representatieve beroepsorganisaties, in deze mogelijkheid voorzien:

a)

Cyprus:

Κουμανδαρία (Commandaria)

b)

Griekenland:

Σάμος (Samos)

c)

Spanje:

Cava

Jerez, Xérès of Sherry

Manzanilla

d)

Frankrijk:

Champagne

e)

Italië:

Asti

Marsala

Franciacorta

f)

Portugal:

Madeira of Madère

Port of Porto

Artikel 60

Bijzondere voorschriften voor mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd, parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd en mousserende kwaliteitswijn

1.   De vermeldingen „mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd” en „parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd” als bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008, worden in letters die even groot en van hetzelfde type zijn, aangevuld met de woorden „verkregen door toevoeging van koolzuurgas” of „verkregen door toevoeging van kooldioxide”, tenzij de vermelding in de gebruikte taal vanzelf aangeeft dat koolzuurgas is toegevoegd.

De woorden „verkregen door toevoeging van koolzuurgas” of „verkregen door toevoeging van kooldioxide” worden vermeld zelfs als artikel 59, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 van toepassing is.

2.   Wat mousserende kwaliteitswijn betreft, mag de verwijzing naar de wijncategorie worden weggelaten voor wijnen waarvoor op het etiket de vermelding „Sekt” is opgenomen.

AFDELING 2

Facultatieve aanduidingen

Artikel 61

Wijnoogstjaar

1.   Het wijnoogstjaar als bedoeld in artikel 60, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 mag op de etiketten van de in artikel 49 bedoelde producten worden vermeld op voorwaarde dat ten minste 85 % van de druiven die voor de bereiding van de producten zijn gebruikt, in het betrokken jaar is geoogst. Hieronder vallen niet:

a)

hoeveelheden producten die voor het verzoeten zijn gebruikt, „dosagelikeur” of „liqueur de tirage”, of

b)

hoeveelheden producten als bedoeld in punt 3, onder e) en f), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008.

2.   Voor producten die traditioneel worden verkregen uit in januari of februari geoogste druiven, is het wijnoogstjaar dat op het etiket van de wijn moet worden vermeld, het voorafgaande kalenderjaar.

3.   Producten zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding moeten ook in overeenstemming zijn met de leden 1 en 2 van dit artikel en met artikel 63.

Artikel 62

Naam van het wijndruivenras

1.   De in artikel 60, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde namen, of synoniemen daarvan, van de wijndruivenrassen die worden gebruikt voor de bereiding van de in artikel 49 van de onderhavige verordening bedoelde producten, mogen op de etiketten van de betrokken producten worden vermeld onder de in punt a) of punt b) van dit artikel vastgestelde voorwaarden.

a)

Voor in de Europese Gemeenschap geproduceerde wijnen zijn de namen, of synoniemen daarvan, van de wijndruivenrassen die welke zijn vermeld in de in artikel 24, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde indeling van wijndruivenrassen.

Voor de lidstaten die overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 van de verplichting tot indeling zijn vrijgesteld, moeten de namen, of synoniemen daarvan, van de wijndruivenrassen vermeld zijn in de „Internationale lijst van druivenrassen en synoniemen daarvan” die door de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding (OIV) wordt beheerd.

b)

Voor wijnen uit derde landen worden de namen, of synoniemen daarvan, van de wijndruivenrassen gebruikt overeenkomstig de voorschriften die voor de wijnproducenten in het betrokken derde land gelden, met inbegrip van die van representatieve beroepsorganisaties, en moeten die namen of synoniemen in de lijsten van minstens één van de onderstaande organisaties zijn opgenomen:

i)

de Internationale Organisatie voor wijnbouw en wijnbereiding (Organisation Internationale de la Vigne et du Vin — OIV);

ii)

de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten (Union for the Protection of Plant Varieties — UPOV);

iii)

de Internationale Raad voor plantaardige genetische hulpbronnen (International Board for Plant Genetic Resources — IBPGR).

c)

Voor producten met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding of met een geografische aanduiding van een derde land, mogen de namen, of synoniemen daarvan, van de wijndruivenrassen worden vermeld indien:

i)

bij vermelding van slechts één wijndruivenras of een synoniem daarvan, minstens 85 % van de producten uit dat ras is bereid, waarbij niet worden meegerekend:

hoeveelheden producten die voor het verzoeten zijn gebruikt, „dosagelikeur” of „liqueur de tirage”, of

hoeveelheden producten als bedoeld in punt 3, onder e) en f), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008;

ii)

bij vermelding van twee of meer wijndruivenrassen of synoniemen daarvan, 100 % van de betrokken producten uit die rassen is bereid, waarbij niet worden meegerekend:

hoeveelheden producten die voor het verzoeten zijn gebruikt, „dosagelikeur” of „liqueur de tirage”, of

hoeveelheden producten als bedoeld in punt 3, onder e) en f), van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008.

In het onder ii) bedoelde geval worden de wijndruivenrassen vermeld in dalende volgorde van hun aandeel en in karakters van gelijke grootte.

d)

Voor producten zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding mogen de namen, of synoniemen daarvan, van de wijndruivenrassen worden vermeld op voorwaarde dat wordt voldaan aan lid 1, onder a) of b), en onder c), en aan artikel 63.

2.   Bij mousserende wijn en mousserende kwaliteitswijn mogen de ter aanvulling van de omschrijving van het product gebruikte namen van de wijndruivenrassen, namelijk „Pinot blanc”, „Pinot noir”, „Pinot meunier” en „Pinot gris” en de overeenkomstige namen in de andere talen van de Gemeenschap, worden vervangen door het synoniem „Pinot”.

3.   In afwijking van artikel 42, lid 3, van Verordening (EG) nr. 479/2008 mogen de namen, en synoniemen daarvan, van wijndruivenrassen die zijn opgenomen in deel A van bijlage XV bij de onderhavige verordening en geheel of gedeeltelijk bestaan uit een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, slechts op het etiket van een product met een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding of een geografische aanduiding van een derde land worden vermeld als zij waren toegestaan op grond van de communautaire voorschriften die van kracht waren op 11 mei 2002 of, indien dit later is, op de datum van toetreding van de betrokken lidstaat.

4.   De in deel B van bijlage XV bij deze verordening opgenomen namen, en synoniemen daarvan, van wijndruivenrassen die gedeeltelijk bestaan uit een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding en rechtstreeks verwijzen naar het geografische element van de betrokken beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, mogen enkel worden vermeld op het etiket van een product met een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding of een geografische aanduiding van een derde land.

Artikel 63

Bijzondere voorschriften betreffende wijndruivenrassen en wijnoogstjaren voor wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding

1.   De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteit of autoriteiten die verantwoordelijk is of zijn voor de in artikel 60, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde certificering, aan volgens de criteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (15).

2.   De wijn wordt in elke productiefase, met inbegrip van de verpakkingsfase, gecertificeerd door:

a)

de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit of autoriteiten, of

b)

één of meer controleorganen in de zin van artikel 2, tweede alinea, punt 5, van Verordening (EG) nr. 882/2004 die overeenkomstig artikel 5 van die verordening optreden als certificeringsorgaan voor het product.

De in lid 1 bedoelde autoriteit of autoriteiten bieden adequate garanties inzake objectiviteit en onpartijdigheid, en beschikken over het gekwalificeerde personeel en de middelen die nodig zijn om hun taak te vervullen.

De in de eerste alinea, onder b), bedoelde certificeringsorganen moeten voldoen aan, en vanaf 1 mei 2010 geaccrediteerd zijn volgens, de Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 (Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen).

De kosten van de certificering zijn ten laste van de betrokken marktdeelnemer.

3.   De in artikel 60, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde certificeringsprocedure moet administratieve gegevens opleveren waaruit blijkt dat de op de etiketten van de betrokken wijnen aangegeven wijndruivenrassen of wijnoogstjaren correct zijn.

Daarnaast mag een producerende lidstaat besluiten dat:

a)

de wijn aan de hand van anonieme steekproeven organoleptisch op geur en smaak moet worden onderzocht om te verifiëren of de essentiële kenmerken van de wijn aan het (de) gebruikte wijndruivenras(sen) toe te schrijven zijn;

b)

als de wijn bereid is uit één enkel wijndruivenras, een analytisch onderzoek moet worden verricht.

De certificeringsprocedure wordt door de in de leden 1 en 2 bedoelde bevoegde autoriteiten of controleorganen uitgevoerd in de lidstaat waarin de productie plaatsvond.

De certificering wordt uitgevoerd:

a)

hetzij via op een risicoanalyse gebaseerde aselecte controles,

b)

hetzij via steekproeven,

c)

hetzij op systematische wijze.

Bij de aselecte controles wordt uitgegaan van een vooraf door de autoriteit(en) opgesteld controleprogramma dat de verschillende stadia van de bereiding van het product omvat. De marktdeelnemers worden van het controleprogramma in kennis gesteld. De lidstaten selecteren op aselecte wijze het minimum aantal marktdeelnemers dat moet worden gecontroleerd.

Als steekproefsgewijs wordt gecontroleerd, ziet de lidstaat erop toe dat de controles qua aantal, aard en frequentie representatief zijn voor zijn hele grondgebied en in overeenstemming zijn met de hoeveelheid wijnbouwproducten die in de handel is gebracht of met het oog daarop in voorraad wordt gehouden.

Aselecte controles mogen met steekproefsgewijze controles worden gecombineerd.

4.   Wat artikel 60, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 betreft, zien de producerende lidstaten erop toe dat de producenten van de betrokken wijnen zijn erkend door de lidstaat waar de productie plaatsvindt.

5.   Op het gebied van de controle, met inbegrip van de traceerbaarheid, zien de producerende lidstaten erop toe dat titel V van Verordening (EG) nr. 555/2008 en Verordening (EG) nr. 606/2009 worden toegepast.

6.   Bij mengsels van wijnen uit verschillende lidstaten als bedoeld in artikel 60, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008 kan de certificering worden uitgevoerd door de autoriteit(en) van ongeacht welke betrokken lidstaat.

7.   Voor overeenkomstig artikel 60, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 geproduceerde wijnen mogen de lidstaten besluiten de aanduiding „cépagewijn” te gebruiken, aangevuld met de naam van:

a)

de betrokken lidstaat of lidstaten;

b)

het wijndruivenras of de wijndruivenrassen.

Voor in derde landen geproduceerde wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming, beschermde geografische aanduiding of geografische aanduiding, op het etiket waarvan de naam van één of meer wijndruivenrassen of het wijnoogstjaar zijn vermeld, mogen derde landen besluiten de vermelding „cépagewijn” te gebruiken, aangevuld met de naam van het betrokken derde land of de betrokken derde landen.

Als de naam van de lidstaat (lidstaten) of van het (de) derde land(en) wordt aangeduid, is artikel 55 van deze verordening niet van toepassing.

8.   De leden 1 tot en met 6 zijn van toepassing voor producten die zijn bereid van druiven welke in 2009 of daarna zijn geoogst.

Artikel 64

Aanduiding van het suikergehalte

1.   Tenzij in artikel 58 van deze verordening anders is bepaald, mag het overeenkomstig deel B van bijlage XIV bij deze verordening als fructose en glucose uitgedrukte suikergehalte worden vermeld op het etiket van de in artikel 60, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten.

2.   Als het suikergehalte van de producten het gebruik van twee van de in deel B van bijlage XIV bij deze verordening opgenomen vermeldingen rechtvaardigt, wordt slechts één van die twee vermeldingen gekozen.

3.   Onverminderd de gebruiksvoorwaarden die in deel B van bijlage XIV bij deze verordening zijn omschreven, mag het suikergehalte niet met meer dan 1 gram per liter afwijken van wat op het etiket van het product is vermeld.

4.   Lid 1 geldt niet voor de in de punten 3, 8 en 9 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde producten voor zover de lidstaten of derde landen voorwaarden voor het gebruik van de aanduiding van het suikergehalte hebben vastgesteld.

Artikel 65

Aanduiding van de communautaire symbolen

1.   De in artikel 60, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde communautaire symbolen mogen op de etiketten van wijn worden weergegeven overeenkomstig bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1898/2006 van de Commissie (16). Onverminderd artikel 59 mogen de aanduidingen „BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING” en „BESCHERMDE GEOGRAFISCHE AANDUIDING” in de symbolen worden vervangen door de in de bovengenoemde bijlage vastgestelde overeenkomstige vermeldingen in een andere officiële taal van de Gemeenschap.

2.   Als de in artikel 60, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde communautaire symbolen of aanduidingen op het etiket van een product worden aangebracht, gaan zij vergezeld van de overeenkomstige beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

Artikel 66

Aanduidingen die verwijzen naar bepaalde productiemethoden

1.   Overeenkomstig artikel 60, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 479/2008 mogen op wijnen die in de Gemeenschap verhandeld worden, aanduidingen worden aangebracht die verwijzen naar bepaalde productiemethoden, waaronder die welke zijn vastgesteld in de leden 2, 3, 4, 5 en 6 van dit artikel.

2.   Om wijn met een beschermde oorsprongsbenaming, beschermde geografische aanduiding of geografische aanduiding van een derde land die in een houten recipiënt is gegist, verouderd of gerijpt te omschrijven, mogen enkel de in bijlage XVI vastgestelde aanduidingen worden gebruikt. De lidstaten en de derde landen mogen voor dergelijke wijnen evenwel andere aanduidingen vaststellen die gelijkwaardig zijn aan die van bijlage XVI.

Het gebruik van een van de in de eerste alinea bedoelde aanduidingen is toegestaan wanneer de wijn in een houten recipiënt is gerijpt overeenkomstig de geldende nationale regels, zelfs wanneer de rijping in een andere soort recipiënt wordt voortgezet.

De in de eerste alinea bedoelde aanduidingen mogen niet worden gebruikt om een wijn te beschrijven die met behulp van stukjes eikenhout is bereid, zelfs niet wanneer daarbij houten recipiënten zijn gebruikt.

3.   De uitdrukking „gisting op fles” mag alleen voor de beschrijving van mousserende wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding van een derde land of voor mousserende kwaliteitswijnen worden gebruikt op voorwaarde dat:

a)

het product mousserend is gemaakt door een tweede alcoholische vergisting op fles;

b)

het bereidingsproces, met inbegrip van de rijping in het productiebedrijf, gerekend vanaf het begin van de gisting die is bestemd om de cuvée mousserend te maken, ten minste negen maanden heeft geduurd;

c)

de gisting die is bestemd om de cuvée mousserend te maken, en de aanwezigheid van de cuvée op de wijnmoer ten minste 90 dagen hebben geduurd, en

d)

het product van de wijnmoer is gescheiden door filtreren bij het oversteken of door degorgering.

4.   De uitdrukkingen „gisting op fles volgens de traditionele methode” of „traditionele methode” of „klassieke methode” of „traditionele klassieke methode” mogen alleen worden gebruikt om mousserende wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of met een geografische aanduiding van een derde land dan wel mousserende kwaliteitswijnen te omschrijven op voorwaarde dat het product:

a)

mousserend is gemaakt door een tweede alcoholische vergisting op fles;

b)

zonder onderbreking gedurende ten minste negen maanden vanaf de samenstelling van de cuvée in dezelfde onderneming op de wijnmoer is gebleven;

c)

van de wijnmoer is gescheiden door degorgering.

5.   De uitdrukking „crémant” mag alleen worden gebruikt voor witte of „rosé” mousserende kwaliteitswijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of met een geografische aanduiding van een derde land op voorwaarde dat:

a)

de druiven manueel zijn geoogst;

b)

de wijn is verkregen door persing van volledige of afgeriste druiven. De verkregen hoeveelheid most mag hoogstens 100 liter per 150 kg druiven bedragen;

c)

het maximumgehalte aan zwaveldioxide niet meer bedraagt dan 150 mg/l;

d)

het suikergehalte minder bedraagt dan 50 g/l;

e)

de wijn aan de eisen van lid 4 voldoet, en

f)

onverminderd artikel 67 de uitdrukking „crémant” op de etiketten van mousserende kwaliteitswijnen wordt vermeld in combinatie met de naam van de geografische eenheid die ten grondslag ligt aan het afgebakende gebied van de beschermde oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding van het betrokken derde land.

De punten a) en f) zijn niet van toepassing op producenten die vóór 1 maart 1986 geregistreerde merken bezitten waarin de uitdrukking „crémant” voorkomt.

6.   Verwijzingen naar de biologische productie van de druiven vallen onder Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (17).

Artikel 67

Naam van een geografische eenheid die kleiner of groter is dan het gebied dat aan de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding ten grondslag ligt, en verwijzingen naar een geografisch gebied

1.   Wat artikel 60, lid 1, onder g), van Verordening (EG) nr. 479/2008 betreft, mogen, onverminderd de artikelen 55 en 56 van de onderhavige verordening, de naam van een geografische eenheid en verwijzingen naar een geografisch gebied uitsluitend worden vermeld op de etiketten van wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding of met een geografische aanduiding van een derde land.

2.   De naam van een kleinere geografische eenheid dan het gebied dat aan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding ten grondslag ligt, mag slechts worden gebruikt als het gebied van de betrokken geografische eenheid goed omschreven is. De lidstaten mogen voorschriften vaststellen voor het gebruik van de naam van deze geografische eenheden. Minstens 85 % van de druiven waarmee de wijn is gemaakt, moet afkomstig zijn uit die kleinere geografische eenheid. De overige 15 % van de druiven moet afkomstig zijn uit het afgebakende geografische gebied van de betrokken oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

Bij geregistreerde merken of merken die door gebruik vóór 11 mei 2002 rechten hebben verworven en geheel of gedeeltelijk bestaan uit de naam van een kleinere geografische eenheid dan het gebied dat ten grondslag ligt aan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, en uit verwijzingen naar een geografisch gebied van de betrokken lidstaat, mag de lidstaat besluiten de vereisten van de derde en de vierde zin van de eerste alinea niet toe te passen.

3.   De naam van een kleinere of een grotere geografische eenheid dan het gebied dat aan de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding ten grondslag ligt, en verwijzingen naar een geografisch gebied bestaan uit:

a)

een buurtschap of een groep van buurtschappen;

b)

een gemeente of een deel van een gemeente;

c)

een wijndeelgebied of een gedeelte daarvan;

d)

een administratief gebied.

AFDELING 3

Voorschriften voor bepaalde specifieke flestypen en -sluitingen en aanvullende bepalingen van wijnproducerende lidstaten

Artikel 68

Voorwaarden voor het gebruik van specifieke flestypen

Om te kunnen worden opgenomen in de lijst van specifieke flestypen van bijlage XVII moet het flestype aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

het wordt traditioneel sinds ten minste 25 jaar op authentieke en exclusieve wijze gebruikt voor een bepaalde wijn met een specifieke beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, en

b)

het gebruik ervan doet de consument denken aan een specifieke beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding.

In bijlage XVII zijn de voorwaarden vermeld waaronder de erkende specifieke flestypen mogen worden gebruikt.

Artikel 69

Voorschriften inzake de presentatie van bepaalde producten

1.   In glazen flessen van het type „mousserende wijn” die op de onderstaande wijze worden gesloten, worden uitsluitend mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn en aromatische mousserende kwaliteitswijn in de handel gebracht of uitgevoerd:

a)

voor flessen met een nominale inhoud van meer dan 0,20 liter: een paddenstoelvormige stop van kurk of van een ander materiaal dat met levensmiddelen in contact mag komen, die met een korfsluiting aan de fles is bevestigd en in voorkomend geval is bedekt met een capsule en bekleed met een folie die de stop geheel en de hals van de fles geheel of gedeeltelijk omsluit;

b)

voor flessen met een nominale inhoud van hoogstens 0,20 liter: elke andere passende sluiting.

2.   De lidstaten mogen besluiten dat de in lid 1 vastgestelde voorwaarde geldt voor:

a)

producten die traditioneel in dergelijke flessen worden gebotteld en:

i)

zijn bedoeld in artikel 25, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008,

ii)

zijn bedoeld in de punten 7, 8 en 9 van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 479/2008,

iii)

zijn bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad (18), of

iv)

een effectief alcoholvolumegehalte hebben dat niet hoger is dan 1,2 % vol;

b)

andere dan de onder a) vermelde producten op voorwaarde dat de consument niet wordt misleid omtrent de ware aard van het product.

Artikel 70

Aanvullende bepalingen van de wijnproducerende lidstaten met betrekking tot de etikettering en de presentatie

1.   Voor wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die op het grondgebied van een lidstaat zijn geproduceerd, mogen de in de artikelen 61, 62 en 64 tot en met 67 bedoelde aanduidingen worden verplicht, verboden of in hun gebruik beperkt door de invoering, via het productdossier van de betrokken wijn, van strengere voorwaarden dan die welke in dit hoofdstuk zijn vastgesteld.

2.   Voor wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding die op hun grondgebied zijn geproduceerd, mogen de lidstaten de in de artikelen 64 en 66 bedoelde aanduidingen verplicht stellen.

3.   Met het oog op de controle mogen de lidstaten besluiten om voor op hun grondgebied geproduceerde wijnen andere dan de in artikel 59, lid 1, en artikel 60, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 opgenomen aanduidingen te definiëren en daaromtrent regels vast te stellen.

4.   Met het oog op de controle mogen de lidstaten besluiten de toepassing van de artikelen 58, 59 en 60 van Verordening (EG) nr. 479/2008 te verplichten voor wijn die op hun grondgebied is gebotteld, maar nog niet in de handel is gebracht of uitgevoerd.

HOOFDSTUK V

ALGEMENE BEPALINGEN, OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 71

In het kader van Verordening (EG) nr. 1493/1999 beschermde wijnnamen

1.   De Commissie vermeldt op elk krachtens artikel 51, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 van de lidstaten ontvangen document betreffende een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding als bedoeld in artikel 51, lid 3, van die verordening, de datum van ontvangst en het dossiernummer.

De betrokken lidstaat krijgt een ontvangstbevestiging waarin minstens de volgende gegevens zijn vermeld:

a)

het dossiernummer,

b)

het aantal ontvangen documenten, en

c)

de datum van ontvangst van de documenten.

De datum van indiening bij de Commissie is de datum waarop die documenten zijn ingeschreven in het correspondentieregister van de Commissie.

2.   Elk besluit om een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding overeenkomstig artikel 51, lid 4, van Verordening (EG) nr. 479/2008 te annuleren, wordt door de Commissie genomen op grond van de documenten waarover zij op grond van artikel 51, lid 2, van die verordening beschikt.

Artikel 72

Voorlopige etikettering

1.   In afwijking van artikel 65 van deze verordening worden wijnen met een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding waarvan die benaming of aanduiding voldoet aan de in artikel 38, lid 5, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde voorwaarden, geëtiketteerd overeenkomstig hoofdstuk IV van de onderhavige verordening.

2.   Als de Commissie op grond van artikel 41 van Verordening (EG) nr. 479/2008 besluit geen bescherming te verlenen aan een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, worden wijnen die overeenkomstig lid 1 van het onderhavige artikel zijn geëtiketteerd, uit de handel genomen of opnieuw geëtiketteerd overeenkomstig hoofdstuk IV van de onderhavige verordening.

Artikel 73

Overgangsbepalingen

1.   Voor wijnnamen die tegen 1 augustus 2009 door de lidstaten zijn erkend als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding, maar niet door de Commissie zijn bekendgemaakt op grond van artikel 54, lid 5, van Verordening (EG) nr.1493/1999 of artikel 28 van Verordening (EG) nr. 753/2002, wordt de procedure toegepast waarin is voorzien bij artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008.

2.   Voor elke uiterlijk op 1 augustus 2009 bij de lidstaat ingediende wijziging in een productdossier met betrekking tot wijnnamen die beschermd zijn op grond van artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 of tot wijnnamen die niet beschermd zijn op grond van artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008, wordt de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde procedure gevolgd op voorwaarde dat, uiterlijk op 31 december 2011, de lidstaat een goedkeuringsbesluit heeft aangenomen en een in artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoeld technisch dossier aan de Commissie heeft voorgelegd.

3.   Lidstaten die de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke nodig zijn om tegen 1 augustus 2009 aan artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008 te voldoen, nog niet hebben ingevoerd, doen dit tegen 1 augustus 2010. In de tussenperiode gelden de artikelen 9, 10, 11 en 12 in de betrokken lidstaten mutadis mutandis als inleidende nationale procedure als bedoeld in artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008.

4.   Wijnen die vóór 31 december 2010 in de handel zijn gebracht of zijn geëtiketteerd en die voldoen aan de vóór 1 augustus 2009 geldende bepalingen, mogen worden verkocht tot de voorraden zijn uitgeput.

Artikel 74

Intrekking

De Verordeningen (EG) nr. 1607/2000 en (EG) nr. 753/2002 worden ingetrokken.

Artikel 75

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juli 2009

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 148 van 6.6.2008, blz. 1.

(2)  PB L 40 van 11.2.1989, blz. 1.

(3)  PB L 186 van 30.6.1989, blz. 21.

(4)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(5)  PB L 247 van 21.9.2007, blz. 17.

(6)  PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(7)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(8)  PB L 185 van 25.7.2000, blz. 17.

(9)  PB L 118 van 4.5.2002, blz. 1.

(10)  Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

(11)  PB L 170 van 30.6.2008, blz. 1.

(12)  PB L 299 van 8.11.2008, blz. 25.

(13)  PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1.

(14)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(15)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(16)  PB L 369 van 23.12.2006, blz. 1.

(17)  PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(18)  PB L 149 van 14.6.1991, blz. 1.


BIJLAGE I

AANVRAAG TOT REGISTRATIE VAN EEN OORSPRONGSBENAMING OF GEOGRAFISCHE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van de aanvraag …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aanvrager

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Rechtsvorm, omvang en samenstelling (In het geval van rechtspersonen) …

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*)

Autoriteit van een derde land (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Telefoon, fax, e-mail …

Naam waarvoor de registratie wordt aangevraagd 

Oorsprongsbenaming (*)

Geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Bewijs van bescherming in het derde land …

Wijncategorieën 

[op een afzonderlijk blad]

Productdossier

Aantal bladzijden …

Naam van de ondertekenaar(s) …

Handtekening(en) …


BIJLAGE II

ENIG DOCUMENT

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van de aanvraag …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aanvrager

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Rechtsvorm (in het geval van rechtspersonen) …

Nationaliteit …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*)

Autoriteit van een derde land (*)

[(*)Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Naam waarvoor de registratie wordt aangevraagd 

Oorsprongsbenaming (*)

Geografische aanduiding (*)

[(*)Doorhalen wat niet van toepassing is]

Beschrijving van de wijn(en) (1) …

Vermelding van traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 54, lid 1, onder a)  (2) , die verband houden met deze oorsprongsbenaming of geografische aanduiding …

Specifieke oenologische procedés  (3) …

Afgebakend gebied …

Maximumopbrengst per hectare …

Toegestane druivenrassen …

Verband met het geografische gebied  (4) …

Verdere voorwaarden  (3) …

Verwijzing naar het productdossier


(1)  Met een verwijzing naar de producten die vallen onder artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008.

(2)  Artikel 54, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008.

(3)  Facultatief.

(4)  Beschrijf de specifieke aard van het product en het geografische gebied en geef het oorzakelijke verband tussen beide aan.


BIJLAGE III

BEZWAARSCHRIFT TEGEN EEN OORSPRONGSBENAMING OF GEOGRAFISCHE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van het bezwaarschrift …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Persoon die bezwaar maakt

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*)

Autoriteit van een derde land (facultatief) (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Naam waartegen bezwaar wordt gemaakt 

Oorsprongsbenaming (*)

Geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Verworven rechten

Beschermde oorsprongsbenaming (*)

Beschermde geografische aanduiding (*)

Nationale geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam …

Registratienummer …

Datum van registratie (DD/MM/JJJJ) …

Merk

Symbool …

Lijst van producten en diensten …

Registratienummer …

Registratiedatum …

Land van oorsprong …

Reputatie/bekendheid (*) …

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Bezwaargronden

Artikel 42, lid 1, van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 42, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 45, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 45, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 45, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 45, lid 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Toelichting bij de bezwaargrond(en) …

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …


BIJLAGE IV

AANVRAAG TOT WIJZIGING VAN EEN OORSPRONGSBENAMING OF GEOGRAFISCHE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van de wijziging …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*)

Autoriteit van een derde land (facultatief) (*)

[(*) DSoorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Telefoon, fax, e-mail …

Benaming 

Oorsprongsbenaming (*)

Geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Rubriek van het productdossier waarop de wijziging betrekking heeft

Beschermde naam (*)

Omschrijving van het product (*)

Toegepaste oenologische procedés (*)

Geografisch gebied (*)

Opbrengst per hectare (*)

Gebruikte wijndruivenrassen (*)

Verband (*)

Naam en adres van de controlerende autoriteiten (*)

Andere (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Wijziging

Wijziging in het productdossier die geen wijziging van het enig document meebrengt (*)

Wijziging in het productdossier die een wijziging van het enig document meebrengt (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Geringe wijziging (*)

Grote wijziging (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Toelichting bij de wijziging …

Gewijzigd enig document

[op een afzonderlijk blad]

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …


BIJLAGE V

VERZOEK TOT ANNULERING VAN EEN OORSPRONGSBENAMING OF GEOGRAFISCHE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Opsteller van het annuleringsverzoek …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Taal van het annuleringsverzoek …

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Betwiste naam 

Oorsprongsbenaming (*)

Geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Rechtmatig belang van de opsteller van het verzoek …

Verklaring van de lidstaat of het derde land …

Annuleringsgronden

Artikel 34, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 34, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder g), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder h), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Artikel 35, lid 2, onder i), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Staving van de annuleringsgrond(en) …

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …


BIJLAGE VI

VERZOEK TOT OMZETTING VAN EEN BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING IN EEN GEOGRAFISCHE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van het omzettingsverzoek …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aanvrager

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Rechtsvorm, omvang en samenstelling (In het geval van rechtspersonen) …

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*)

Autoriteit van een derde land (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Telefoon, fax, e-mail …

Naam waarvoor de registratie wordt aangevraagd 

Bewijs van bescherming in het derde land …

Productcategorieën

[op een afzonderlijk blad]

Productdossier

Aantal bladzijden …

Naam van de ondertekenaar(s) …

Handtekening(en) …


BIJLAGE VII

AANVRAAG TOT ERKENNING VAN EEN TRADITIONELE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van de aanvraag …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aanvrager

Bevoegde autoriteit van de lidstaat (*)

Bevoegde autoriteit van het derde land (*)

Representatieve beroepsorganisatie (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Juridische entiteit (alleen bij eenrepresentatieve beroepsorganisatie) …

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Benaming 

Traditionele aanduiding krachtens artikel 54, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

Traditionele aanduiding krachtens artikel 54, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Taal

Artikel 31, onder a) (*)

Artikel 31, onder b) (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen …

Wijncategorieën …

Definitie …

Exemplaar van de voorschriften

[moet worden bijgevoegd]

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …


BIJLAGE VIII

BEZWAARSCHRIFT TEGEN EEN TRADITIONELE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Taal van het bezwaarschrift …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Persoon die bezwaar maakt

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Bemiddelende instantie

Lidsta(a)t(en) (*)

Autoriteit van het derde land (facultatief) (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam van de bemiddelende instantie(s) …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land) …

Traditionele aanduiding waartegen bezwaar wordt gemaakt …

Verworven rechten

Beschermde oorsprongsbenaming (*)

Beschermde geografische aanduiding (*)

Nationale geografische aanduiding (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Naam …

Registratienummer …

Datum van registratie (DD/MM/JJJJ) …

Merk

Symbool …

Lijst van producten en diensten …

Registratienummer …

Registratiedatum …

Land van oorsprong …

Reputatie/bekendheid (*) …

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Bezwaargronden

Artikel 31 (*)

Artikel 35 (*)

Artikel 40, lid 2, onder a) (*)

Artikel 40, lid 2, onder b) (*)

Artikel 40, lid 2, onder c) (*)

Artikel 41, lid 3 (*)

Artikel 42, lid 1 (*)

Artikel 42, lid 2 (*)

Artikel 54 van Verordening (EG) nr. 479/2008

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Toelichting bij de bezwaargrond(en) …

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …


BIJLAGE IX

VERZOEK TOT ANNULERING VAN EEN TRADITIONELE AANDUIDING

Datum van ontvangst (DD/MM/JJJJ) …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Aantal bladzijden (deze bladzijde inbegrepen) …

Opsteller van het annuleringsverzoek …

Dossiernummer …

[wordt door de Commissie ingevuld]

Taal van het annuleringsverzoek …

Naam van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon …

Volledig adres (straatnaam, huisnummer, gemeente/stad en postcode, land)

Nationaliteit …

Telefoon, fax, e-mail …

Betwiste traditionele aanduiding …

Rechtmatig belang van de opsteller van het verzoek …

Verklaring van de lidstaat of het derde land …

Annuleringsgronden

Artikel 31 (*)

Artikel 35 (*)

Artikel 40, lid 2, onder a) (*)

Artikel 40, lid 2, onder b) (*)

Artikel 40, lid 2, onder c) (*)

Artikel 41, lid 3 (*)

Artikel 42, lid 1 (*)

Artikel 42, lid 2 (*)

Artikel 54 van Verordening (EG) nr. 479/2008 (*)

[(*) Doorhalen wat niet van toepassing is]

Staving van de annuleringsgrond(en) …

Naam van de ondertekenaar …

Handtekening …


BIJLAGE X

PICTOGRAM ALS BEDOELD IN ARTIKEL 51, LID 2

Image


BIJLAGE XI

LIJST VAN DE IN ARTIKEL 30, LID 2, BEDOELDE REPRESENTATIEVE BEROEPSORGANISATIES EN DE LEDEN DAARVAN

Derde land

Naam van de representatieve beroepsorganisatie

Leden van de representatieve beroepsorganisatie

Zuid-Afrika

Zuid-Afrikan Fortified Wine Producers Association (SAFPA)

Allesverloren Estate

Axe Hill

Beaumont Wines

Bergsig Estate

Boplaas Wine Cellar

Botha Wine Cellar

Bredell Wines

Calitzdorp Wine Cellar

De Krans Wine Cellar

De Wet Co-op

Dellrust Wines

Distell

Domein Doornkraal

Du Toitskloof Winery

Groot Constantia Estate

Grundheim Wine Cellar

Kango Wine Cellar

KWV International

Landskroon Wine

Louiesenhof

Morgenhog Estate

Overgaauw Estate

Riebeek Cellars

Rooiberg Winery

Swartland Winery

TTT Cellars

Vergenoegd Wine Estate

Villiera Wines

Withoek Estate


BIJLAGE XII

LIJST VAN DE TRADITIONELE AANDUIDINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 40

Traditionele aanduidingen

Taal

Wijnen (1)

Samenvatting van de definitie/gebruiksvoorwaarden (2)

Betrokken derde land(en)

DEEL A —   Traditionele aanduidingen als bedoeld in artikel 54, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008

BELGIË

Appellation d'origine contrôlée

Frans

BOB

(1, 4)

In plaats van „beschermde oorsprongsbenamingen” worden traditionele aanduidingen gebruikt.

 

Gecontroleerde oorsprongsbenaming

Nederlands

BOB

(1, 4)

 

Landwijn

Nederlands

BGA

(1)

In plaats van „beschermde geografische aanduidingen” worden traditionele aanduidingen gebruikt.

 

Vin de pays

Frans

BGA

(1)

 


BULGARIJE

Гарантирано наименование запроизход (ГНП)

(guaranteed designation of origin)

Bulgaars

BOB

(1, 3, 4)

Traditionele aanduidingen die worden gebruikt in plaats van „beschermde oorsprongsbenamingen” of „beschermde geografische aanduidingen”

14.4.2000

 

Гарантирано и контролиранонаименование за произход (ГКНП)

(guaranteed and controlled designation of origin)

Bulgaars

BOB

(1, 3, 4)

 

Благородно сладко вино (БСВ) (noble sweet wine)

Bulgaars

BOB

(3)

 

 

Pегионално вино

(Regional wine)

Bulgaars

BGA

(1, 3, 4)

 

 


TSJECHIË

Jakostní šumivé víno stanovené oblasti

Tsjechisch

BOB

(4)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven die in een bepaalde wijngaard in het betrokken gebied zijn geoogst. De wijn die voor de bereiding van de in een specifiek gebied geproduceerde mousserende kwaliteitswijn is gebruikt, is geproduceerd in het wijnbouwgebied. In het afgebakende gebied is de opbrengst per hectare niet overschreden. De wijn voldoet aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften.

 

Jakostní víno

Tsjechisch

BOB

(1)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven die in een bepaalde wijngaard in het betrokken gebied zijn geoogst. De opbrengst per hectare is niet verhoogd. De druiven waaruit de wijn is bereid, hebben een suikergehalte van ten minste 15 °NM. Het oogsten van de druiven en het bereiden van de wijn, uitgezonderd het bottelen, vinden in het betrokken wijnbouwgebied plaats. De wijn voldoet aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften.

 

Jakostní víno odrůdové

Tsjechisch

BOB

(1)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven, pulp of wijnmost; wijn geproduceerd uit in een bepaalde wijngaard geoogste druiven of door het vermengen van kwaliteitswijnen, die ten hoogste van drie verschillende wijndruivenrassen afkomstig mogen zijn.

 

Jakostní víno známkové

Tsjechisch

BOB

(1)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven, pulp of wijnmost en misschien uit wijn die gemaakt is van in een bepaalde wijngaard geoogste druiven.

 

Jakostní víno s přívlastkem, aangevuld met:

Kabinetní víno

Pozdní sběr

Výběr z hroznů

Výběr z bobulí

Výběr z cibéb

Ledové víno

Slámové víno

Tsjechisch

BOB

(1)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven, pulp of wijnmost en misschien uit wijn die gemaakt is van in een bepaalde wijngaard in het betrokken gebied of deelgebied geoogste druiven. De opbrengst per hectare is niet overschreden. De wijn is bereid uit druiven waarvan de oorsprong, het suikergehalte en het gewicht en indien nodig het wijndruivenras of het mengsel van wijndruivenrassen en de eventuele aantasting daarvan door de grauwe schimmel Botrytis cinerea P. in de vorm van edelrot door de inspectiedienst zijn gecontroleerd en die voldoet aan de voorschriften voor die specifieke soort kwaliteitswijn met die kenmerken, of door het vermengen van kwaliteitswijnen met die kenmerken. De wijn voldoet aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften. De wijn is door de inspectiedienst ingedeeld als kwaliteitswijn die aan een van de volgende omschrijvingen beantwoordt:

„Kabinetní víno” mag alleen worden bereid uit druiven met een suikergehalte van minstens 19 °NM,

„Pozdní sběr” mag alleen worden bereid uit druiven met een suikergehalte van minstens 21 °NM,

„Výběr z hroznů” mag alleen worden bereid uit druiven met een suikergehalte van minstens 24 °NM,

„Výběr z bobulí” mag alleen worden bereid uit geselecteerde druiven waarvan het suikergehalte minstens 27 °NM bedraagt,

„Výběr z cibéb” mag alleen worden bereid uit geselecteerde, door edelrot aangetaste druiven of overrijpe druiven die een suikergehalte van minstens 32 °NM hebben,

„Ledové víno” mag alleen worden bereid uit druiven die bij een temperatuur van –7 °C en lager zijn geoogst, tijdens het oogsten en de verwerking bevroren zijn gebleven en waarvan de most een suikergehalte van minstens 27 °NM heeft,

„Slámové víno” mag alleen worden bereid uit druiven die vóór de verwerking op stro of riet zijn opgeslagen en indien nodig gedurende minstens drie maanden in een geventileerd lokaal zijn opgehangen; de verkregen most heeft een suikergehalte van minstens 27 °NM.

 

Pozdní sběr

Tsjechisch

BOB

(1)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven die in een bepaalde wijngaard in het betrokken gebied zijn geoogst. De opbrengst per hectare is niet verhoogd. De druiven waaruit de wijn is bereid, hebben een suikergehalte van ten minste 21 °NM. Het oogsten van de druiven en het bereiden van de wijn, uitgezonderd het bottelen, vinden in het betrokken wijnbouwgebied plaats. De wijn voldoet aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften.

 

Víno s přívlastkem, aangevuld met:

Kabinetní víno

Pozdní sběr

Výběr z hroznů

Výběr z bobulí

Výběr z cibéb

Ledové víno

Slámové víno

Tsjechisch

BOB

(1)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven, pulp of wijnmost en misschien uit wijn die gemaakt is van in een bepaalde wijngaard in het betrokken gebied of deelgebied geoogste druiven, waar de opbrengst per hectare niet overschreden is. De wijn is bereid uit druiven waarvan de oorsprong, het suikergehalte en het gewicht en indien nodig het wijndruivenras of het mengsel van wijndruivenrassen en de eventuele aantasting daarvan door de grauwe schimmel Botrytis cinerea P. in de vorm van edelrot door de inspectiedienst zijn gecontroleerd en die voldoet aan de voorschriften voor die specifieke soort kwaliteitswijn met predikaten, of door het vermengen van kwaliteitswijnen met predikaten. De wijn voldoet aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften. De wijn is door de inspectiedienst ingedeeld als kwaliteitswijn met een van de volgende predikaten:

„Kabinetní víno” mag alleen worden bereid uit druiven met een suikergehalte van minstens 19 °NM,

„Pozdní sběr” mag alleen worden bereid uit druiven met een suikergehalte van minstens 21 °NM,

„Výběr z hroznů” mag alleen worden bereid uit druiven met een suikergehalte van minstens 24 °NM,

„Výběr z bobulí” mag alleen worden bereid uit geselecteerde druiven waarvan het suikergehalte minstens 27 °NM bedraagt,

„Výběr z cibéb” mag alleen worden bereid uit geselecteerde, door edelrot aangetaste druiven of overrijpe druiven die een suikergehalte van minstens 32 °NM hebben,

„Ledové víno” mag alleen worden bereid uit druiven die bij een temperatuur van –7 °C en lager zijn geoogst, tijdens het oogsten en de verwerking bevroren zijn gebleven en waarvan de most een suikergehalte van minstens 27 °NM heeft,

„Slámové víno” mag alleen worden bereid uit druiven die vóór de verwerking op stro of riet zijn opgeslagen en indien nodig gedurende minstens drie maanden in een geventileerd lokaal zijn opgehangen; de verkregen most heeft een suikergehalte van minstens 27 °NM.

 

Jakostní likérové víno

Tsjechisch

BOB

(3)

Wijn die door de Tsjechische dienst voor landbouw- en levensmiddeleninspectie is ingedeeld en bereid is uit druiven die in de betrokken wijngaard in het specifieke gebied zijn geoogst. De opbrengst per hectare is niet overschreden. De wijn is geproduceerd in het specifieke wijnbouwgebied waar de druiven zijn geoogst. De wijn voldoet aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften.

 

Zemské víno

Tsjechisch

BGA

(1)

Wijn die bereid is uit druiven die op het Tsjechische grondgebied zijn geoogst en voor de productie van kwaliteitswijn in het specifieke gebied geschikt zijn, of uit rassen die zijn opgenomen in de lijst van wijndruivenrassen welke in de uitvoeringsbepalingen is vastgesteld. Op het etiket van deze wijn mag alleen de geografische aanduiding worden aangebracht die in de uitvoeringsbepalingen is vastgesteld. Voor de productie van deze wijn met een geografische aanduiding mogen alleen druiven worden gebruikt met een suikergehalte van minstens 14 °NM die zijn geoogst in de geografische eenheid die de geografische aanduiding overeenkomstig dit punt draagt en voor zover die wijn aan de bij de uitvoeringsbepalingen vastgestelde kwaliteitsvoorschriften voldoet. Het gebruik van een naam van een andere geografische eenheid dan die welke in de uitvoeringsbepalingen is vastgesteld, is verboden.

 

Víno origininální certifikace (VOC of V.O.C.)

Tsjechisch

BOB

(1)

De wijn moet in het wijnbouwgebied of een kleiner gebied worden geproduceerd; de producent moet lid zijn van de vereniging die gemachtigd is de aanduiding van de wijn met originele certificering overeenkomstig het rechtsbesluit te verlenen; de wijn voldoet minstens aan de kwalitetsvereisten met betrekking tot kwaliteitswijn die in dit rechtsbesluit zijn vastgesteld; de wijn voldoet aan de voorwaarden van het besluit tot machtiging om aanduidingen voor wijn met originele certificering te verlenen; voor het overige moet de wijn voldoen aan de vereisten voor specifieke wijnsoorten die bij dit besluit zijn vastgesteld.

 


DENEMARKEN

Regional vin

Deens

BGA

(1, 3, 4)

Wijn of mousserende wijn die in Denemarken overeenkomstig de nationale regelgeving is geproduceerd. De „Regional wine” heeft een organoleptisch en een analytisch onderzoek ondergaan. De aard en het karakter van de wijn zijn gedeeltelijk toe te schrijven aan het productiegebied, de gebruikte druiven en de bekwaamheid van de producent en de wijnbereider.

 


DUITSLAND

Prädikatswein (Qualitätswein mit Prädikat (1)), aangevuld met:

Kabinett

Spätlese

Auslese

Beerenauslese

Trockenbeerenauslese

Eiswein

Duits

BOB

(1)

Algemene categorie van wijnen met speciale predikaten die een bepaald minimaal mostgewicht hebben bereikt en niet zijn verrijkt (niet zijn gechaptaliseerd of met geconcentreerd druivensap zijn verrijkt) en waarvan de naam met een van de volgende aanduidingen is aangevuld:

(Kabinett): eerste kwaliteitsniveau bij de kwaliteitswijnen met speciale predikaten (Prädikatsweine); Kabinett-wijnen zijn licht en verfijnd en bereiken 67 tot 85 graden Öchsle naargelang van het wijndruivenras en het gebied;

(Spätlese): kwaliteitswijn met speciaal predikaat waarvan het mostgewicht, naargelang van het wijndruivenras en het gebied, tussen 76 en 95 graden Öchsle ligt; de druiven moeten laat worden geoogst en volledig rijp zijn; Spätlese-wijnen hebben een intense smaak (niet noodzakelijk zoet);

(Auslese): bereid uit afzonderlijk geselecteerde volrijpe druiven waarvan de concentratie door Botrytis cinerea kan zijn verhoogd en het mostgewicht, naargelang van het wijndruivenras en het gebied, tussen 85 en 100 graden Öchsle ligt;

(Beerenauslese): bereid uit speciaal geselecteerde volrijpe druiven die door Botrytis cinerea (edelrot) een hoge suikerconcentratie hebben verkregen; de druiven worden meestal na de normale oogstperiode geoogst. Het mostgewicht ligt, naargelang van het wijndruivenras en het gebied, tussen 110 en 125 graden Öchsle; deze wijnen zijn zeer zoet en kunnen lang worden bewaard;

(Trockenbeerenauslese): hoogste kwaliteitsniveau bij de kwaliteitswijnen met speciale predikaten (Prädikatswein); het mostgewicht is groter dan 150 graden Öchsle. Wijnen van deze categorie zijn bereid uit zorgvuldig geselecteerde overrijpe druiven waarvan het sap door Botrytis cinerea (edelrot) is geconcentreerd. De druiven zijn verschrompeld en zien eruit als rozijnen. De hiervan afkomstige wijn is uiterst zoet en bevat weinig alcohol;

(Eiswein): Eiswein wordt bereid uit druiven die worden geoogst in perioden van strenge vorst waarin de temperatuur tot onder –7 graad Celsius daalt; deze druiven worden in bevroren toestand geperst. Unieke wijn van superieure kwaliteit met extreem hoge concentraties aan zoetheid en zuren.

 

Qualitätswein, al dan niet aangevuld met b.A. (Qualitätswein bestimmter Anbaugebiete)

Duits

BOB

(1)

Uit afgebakende gebieden afkomstige kwaliteitswijn waarop een analytisch en een organoleptisch onderzoek zijn verricht en die beantwoordt aan de voorschriften inzake rijpheid van de druiven (mostgewicht van de wijn/graden Öchsle)

 

Qualitätslikörwein, al dan niet aangevuld met b.A. (Qualitätslikörwein bestimmter Anbaugebiete) (2)

Duits

BOB

(3)

Uit afgebakende gebieden afkomstige kwaliteitslikeurwijn waarop een analytisch en een organoleptisch onderzoek zijn verricht en die beantwoordt aan de voorschriften inzake rijpheid van de druiven (mostgewicht van de wijn/graden Öchsle).

 

Qualitätsperlwein, al dan niet aangevuld met b.A. (Qualitätsperlwein bestimmter Anbaugebiete) (2)

Duits

BOB

(8)

Uit afgebakende gebieden afkomstige kwaliteitsparelwijn waarop een analytisch en een organoleptisch onderzoek zijn verricht en die beantwoordt aan de voorschriften inzake rijpheid van de druiven (mostgewicht van de wijn/graden Öchsle).

 

Sekt b.A. (Sekt bestimmter Anbaugebiete) (2)

Duits

BOB

(4)

Mousserende kwaliteitswijn uit afgebakende gebieden

 

Landwein

Duits

BGA

(1)

Superieure wijn wegens zijn iets hoger mostgewicht

 

Winzersekt (2)

Duits

BOB

(1)

Mousserende kwaliteitswijn die bereid is in specifieke wijnbouwgebieden en is verkregen uit druiven die zijn geoogst op hetzelfde wijnbouwbedrijf waar ook de druiven worden verwerkt tot de wijn waarmee de in een specifiek wijnbouwgebied geproduceerde mousserende kwaliteitswijn wordt gemaakt; geldt ook voor producentenverenigingen.

 


GRIEKENLAND

Ονομασία Προέλευσης Ανωτέρας Ποιότητας (ΟΠΑΠ)

(appellation d’origine de qualité supérieure)

Grieks

BOB

(1, 3, 4, 15, 16)

De naam van een regio of een specifieke plaats die administratief is erkend en waarmee wijnen worden beschreven die aan de volgende vereisten voldoen:

zij zijn bereid uit druiven van hoogwaardige wijndruivenrassen die tot Vitis vinifera behoren en uitsluitend uit dit geografische gebied komen; ook de productie van deze wijnen vindt in dit gebied plaats,

zij zijn bereid uit druiven van wijngaarden met een lage opbrengst per hectare,

de kwaliteit en de kenmerken van de wijnen zijn hoofdzakelijk of uitsluitend toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door natuur en mens bepaalde factoren.

[L.D. 243/1969 en L.D. 427/76 betreffende de verbetering en de bescherming van de wijnbouwproductie]

 

Ονομασία Προέλευσης Ελεγχόμενη (ΟΠΕ)

(appellation d'origine contrôlée)

Grieks

BOB

(3, 15)

De wijnen die tot deze categorie behoren, voldoen niet alleen aan de vereisten voor een „appellation d’origine de qualité supérieure”, maar ook aan de volgende voorschriften:

zij zijn bereid uit druiven die afkomstig zijn van hoogwaardige wijngaarden met een lage opbrengst per hectare, en zijn geteeld op bodems die voor de productie van kwaliteitswijnen geschikt zijn,

zij voldoen aan bepaalde voorschriften betreffende het snoeien van de wijngaarden en het minimale suikergehalte van de most.

[L.D. 243/1969 en L.D. 427/76 betreffende de verbetering en de bescherming van de wijnbouwproductie]

 

Οίνος γλυκός φυσικός

(vin doux naturel)

Grieks

BOB

(3)

Wijnen die tot de categorie „appellation d'origine contrôlée” of „appellation d’origine de qualité supérieure” behoren en bovendien aan de volgende vereisten voldoen:

zij zijn afkomstig van druivenmost met een oorspronkelijk natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 12 % vol,

zij hebben een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 15 % vol en ten hoogste 22 % vol,

zij hebben een totaal alcoholvolumegehalte van ten hoogste 17,5 % vol.

[L.D. 212/1982 inzake de registratie van wijnen met de oorsprongsbenaming „Samos”]

 

Οίνος φυσικώς γλυκύς

(vin naturellement doux)

Grieks

BOB

(3, 15, 16)

Wijnen die tot de categorie „appellation d'origine contrôlée” of „appellation d’origine de qualité supérieure” behoren en bovendien aan de volgende vereisten voldoen:

zij zijn bereid uit druiven die in de zon of in de schaduw werden gelaten,

zij zijn bereid zonder verrijking,

zij hebben een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 17 % vol (of 300 gram suiker per liter).

[L.D. 212/1982 inzake de registratie van wijnen met de oorsprongsbenaming „Samos”]

 

ονομασία κατά παράδοση

(appellation traditionnelle)

Grieks

BGA

(1)

Wijnen die uitsluitend op het geografische grondgebied van Griekenland zijn geproduceerd en bovendien:

als het wijn met de traditionele aanduiding „Retsina” betreft, zijn bereid uit druivenmost die met hars van de Aleppo-pijnboom is behandeld, en

als het wijn met de traditionele aanduiding „Verntea” betreft, zijn bereid uit druiven van wijngaarden op het eiland Zakynthos en voldoen aan bepaalde voorwaarden inzake het gebruikte druivenras, de opbrengst per hectare van de wijngaarden en het suikergehalte van de most.

[P.D. 514/1979 inzake de productie, de controle en de bescherming van retsinawijnen en M.D. 397779/92 tot vaststelling van voorschriften voor het gebruik van de aanduiding „Verntea Traditional Designation of Zakynthos”]

 

τοπικός οίνος

(vin de pays)

Grieks

BGA

(1, 3, 4, 11, 15, 16)

De naar een regio of een specifieke plaats verwijzende aanduiding die administratief is erkend en waarmee wijnen worden beschreven die aan de volgende vereisten voldoen:

zij bezitten een specifieke kwaliteit, reputatie of andere kenmerken die aan hun oorsprong kunnen worden toegeschreven,

minstens 85 % van de druiven die voor de productie worden gebruikt, komt uitsluitend uit dit geografische gebied en de productie van deze wijnen vindt in dit geografische gebied plaats,

zij zijn afkomstig van wijndruivenrassen die in het specifieke gebied zijn ingedeeld,

zij zijn bereid uit druiven van wijngaarden waarvan de bodem voor wijnbouw geschikt is en waarvan de opbrengst per hectare laag is,

voor elk van deze wijnen is een natuurlijk en een effectief alcoholvolumegehalte vastgesteld.

[C.M.D. 392169/1999 Algemene voorschriften voor het gebruik van de aanduiding „τοπικός οίνος” (streekwijn) voor tafelwijn, als gewijzigd bij C.M.D. 321813/2007].

 


SPANJE

Denominación de origen (DO)

Spaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Naam van een regio, een gebied, een lokaliteit of een afgebakende plaats die administratief is erkend voor de aanduiding van wijnen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

zij zijn in de regio, het gebied, de lokaliteit of de afgebakende plaats bereid uit druiven die daarvan afkomstig zijn,

in het handelsverkeer staan zij in hoog aanzien wegens hun oorsprong, en

de kwaliteit en de kenmerken zijn grotendeels of volledig toe te schrijven aan de geografische kenmerken die factoren van natuurlijke en menselijke aard omvatten.

(Wet 24/2003 betreffende wijnbouw en wijnbereiding; andere rechtsbepalingen zijn vastgesteld in de reeds genoemde regelgeving en in andere voorschriften)

Chili

Denominación de origen calificada (DOCa)

Spaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Naast de vereisten voor de „denominación de origen” gelden voor de „denominación de origen calificada” de volgende voorschriften:

sinds de erkenning als „denominación de origen” moeten minstens tien jaar verstreken zijn,

de beschermde producten worden verhandeld na botteling in wijnmakerijen die in het afgebakende geografische gebied zijn geregistreerd en gevestigd, en

het gebied dat geschikt wordt geacht voor de productie van wijnen die recht hebben op de beschreven oorsprongsbenaming, is door elke gemeente cartografisch afgebakend.

(Wet 24/2003 betreffende wijnbouw en wijnbereiding; andere rechtsbepalingen zijn vastgesteld in de reeds genoemde wet en in andere voorschriften)

 

Vino de calidad con indicación geográfica

Spaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Wijn die in een regio, een gebied, een lokaliteit of een afgebakende plaats is bereid uit druiven die daarvan afkomstig zijn en waarvan de kwaliteit, de reputatie of de kenmerken aan de geografische of aan de menselijke factor of aan beide toe te schrijven zijn, in die zin dat die factoren van invloed zijn op de productie van de druiven, de wijnbereiding of de rijping van de wijn. De wijnen worden geïdentificeerd met de begrippen „vino de calidad de”, gevolgd door de naam van de regio, het gebied, de lokaliteit of de afgebakende plaats waar zij zijn geproduceerd en bereid.

(Wet 24/2003 betreffende wijnbouw en wijnbereiding; andere rechtsbepalingen zijn vastgesteld in de reeds genoemde wet en in andere voorschriften)

 

Vino de pago

Spaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Geeft de plaats of de plattelandssite aan die door specifieke bodemkenmerken en een microklimaat van de omringende plaatsen of sites wordt onderscheiden en bekend is onder een naam die traditioneel en notoir verbonden is met de cultuur van de wijngaarden die wijnen met bijzondere kenmerken en kwaliteiten opleveren en waarvan de maximumoppervlakte door de bevoegde overheidsdienst is vastgesteld met inachtneming van de kenmerken van elke regio. De oppervlakte moet kleiner zijn dan die van de gemeente(n) waarin zij zich bevindt. Er bestaat een notoir verband met de cultuur van de wijngaarden als de naam van de „pago” gedurende minstens vijf jaar in het normale handelsverkeer wordt gebruikt om wijnen te identificeren die daarvan afkomstig zijn. Alle druiven die voor de „vino de pago” bestemd zijn, zijn afkomstig van wijngaarden die in die „pago” gevestigd zijn en de wijn wordt apart van andere wijnen bereid, opgeslagen en in voorkomend geval gerijpt.

(Wet 24/2003 betreffende wijnbouw en wijnbereiding; andere bepalingen zijn vastgesteld in de reeds genoemde wet en in andere voorschriften)

 

Vino de pago calificado

Spaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Als de volledige „pago” tot het gebied van een „Denominación de origen calificada” behoort, mag de wijn worden aangeduid met „vino de pago calificado” en wordt de daar geproduceerde wijn altijd aangeduid met „de pago calificado” als hij voldoet aan de vereisten voor wijnen met een „Denominación de origen calificada” en als hij daar als dusdanig is geregistreerd.

(Wet 24/2003 betreffende wijnbouw en wijnbereiding; andere rechtsbepalingen zijn vastgesteld in de reeds genoemde wet en in andere voorschriften)

 

Vino de la tierra

Spaans

BGA

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Voorschriften voor het gebruik van de traditionele aanduiding „vino de la tierra” vergezeld van een geografische aanduiding:

1. In de regeling betreffende de geografische aanduidingen voor de in artikel 1 vermelde producten zal minstens met de volgende aspecten rekening moeten worden gehouden:

a)

de wijncategorie of -categorieën waarvoor de aanduiding van toepassing is,

b)

de te gebruiken naam van de geografische aanduiding,

c)

de precieze grens van het geografische gebied,

d)

de aanduiding van de te gebruiken wijndruivenrassen,

e)

het natuurlijk alcoholvolumegehalte van de verschillende soorten wijnen die recht op de aanduiding hebben,

f)

een beoordeling of indicatie van de organoleptische kenmerken,

g)

de door een overheidsinstantie of privé-instantie ten uitvoer te leggen controleregeling voor de wijnen.

2. Het gebruik van een geografische aanduiding voor wijnen die het resultaat zijn van een mengsel van wijnen waarvoor druiven uit verschillende productiegebieden zijn gebruikt, wordt aanvaard als ten minste 85 procent van de wijn afkomstig is uit het productiegebied waarvan hij de naam draagt.

(Wet 24/2003 betreffende wijnbouw en wijnbereiding; Decreet 1126/2003)

 

Vino dulce natural

Spaans

BOB

(3)

(Bijlage III, punt B.6, van Verordening (EG) nr. 606/2009)

 

Vino Generoso

Spaans

BOB

(3)

(Bijlage III, punt B.8, van Verordening (EG) nr. 606/2009)

Chili

Vino Generoso de licor

Spaans

BOB

(3)

(Bijlage III, punt B.10, van Verordening (EG) nr. 606/2009)

 


FRANKRIJK

Appellation d'origine contrôlée

Frans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15, 16)

Naam van een lokaliteit die wordt gebruikt om een product te beschrijven dat van oorsprong is uit die lokaliteit en waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend toe te schrijven zijn aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door natuur en mens bepaalde factoren; dit product geniet grote bekendheid en voor de productie gelden goedkeuringsprocedures die o.m. de goedkeuring van de belanghebbenden, de controle van de productieomstandigheden en de productcontrole omvatten.

Algerije

Zwitserland

Tunesië

Appellation 606/2009 contrôlée

Frans

 

Appellation d'origine vin délimité de qualité supérieure

Frans

 

Vin doux naturel

Frans

BOB

(3)

Gemuteerde wijn, d.i. wijn waarvan de alcoholische gisting is gestopt door toevoeging van neutrale wijnalcohol. Dit procedé heeft tot doel het alcoholgehalte van de wijn te verhogen met behoud van het grootste gedeelte van de natuurlijke suikers van de druiven.

Naargelang van het type „Vin doux naturel” dat wordt bereid — wit, rood of rosé — vindt de stuiting van de gisting plaats tijdens een bepaalde fase van de alcoholische gisting, met of zonder maceratie.

 

Vin de pays

Frans

BGA

(1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 15, 16)

Wijn met een geografische aanduiding die geïndividualiseerd is door de vermelding van de geografische oorsprong (gebiedsaanduiding). Een „vin de pays” mag uitsluitend afkomstig zijn van het productiegebied waarvan hij de naam draagt. Deze wijn voldoet aan strikte, bij besluit vastgestelde productievoorwaarden die o.m. de maximumopbrengst, het minimumalcoholgehalte, de wijndruivenrassen en strikte analysevoorschriften omvatten.

 


ITALIË

Denominazione di origine controllata (D.O.C.)

Italiaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 15, 16)

Met de oorsprongsbenaming van de wijnen wordt de geografische naam van een wijnbouwgebied bedoeld dat gekenmerkt wordt door een specifieke productie; deze naam wordt gebruikt voor de beschrijving van een vermaard kwaliteitsproduct waarvan de kenmerken aan de geografische omgeving en de menselijke factor toe te schrijven zijn. De genoemde wet voorziet voor de Italiaanse benamingen in de specifieke traditionele aanduiding „D.O.C.” om het bovenstaande concept van kwalitatief zeer hoogstaande en traditionele oorsprongsbenamingen te verduidelijken.

[Wet nr. 164 van 10.2.1992]

 

Kontrollierte Ursprungsbezeichnung

Duits

 

Denominazione di origine controllata e garantia (D.O.C.G.)

Italiaans

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 15, 16)

Deze benaming gelijkt op de D.O.C.-omschrijving, maar bevat ook het woord „gegarandeerd” en wordt toegekend aan wijnen met een specifieke waarde die sinds ten minste vijf jaar als DOC-wijnen zijn erkend. Zij worden verhandeld in recipiënten met een inhoud van ten hoogste 5 liter en dragen een identificatiemerk van de regering om de consument een betere garantie te bieden.

[Wet nr. 164 van 10.2.1992]

 

Kontrollierte und garantierte Ursprungsbezeichnung

Duits

 

Vino dolce naturale

Italiaans

BOB

(1, 3, 11, 15)

Traditionele aanduiding voor de beschrijving en de kwalificatie van sommige wijnen die zijn verkregen door extractie van ingedroogde druiven en een bepaald gehalte aan van de druiven afkomstig suikerresidu bevatten, zonder dat er verrijking heeft plaatsgevonden.

Het gebruik van deze aanduiding is toegestaan bij de specifieke besluiten betreffende de verschillende wijnen.

 

Indicazione geografica tipica (IGT)

Italiaans

BGA

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 11, 15, 16)

Een uitsluitend Italiaanse aanduiding die is vastgesteld bij Wet nr. 164 van 10 februari 1992, en wordt gebruikt voor de beschrijving van Italiaanse wijnen met een geografische aanduiding waarvan de bijzondere aard en kwaliteit toe te schrijven zijn aan het geografische gebied waar de druiven worden geteeld.

 

Landwein

Duits

 

Vin de pays

Frans

 


CYPRUS

Οίνος Ελεγχόμενης Ονομασίας

Προέλευσης (ΟΕΟΠ)

(Controlled Designation of Origin)

Grieks

BOB

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Duidt wijnen met een BOB aan.

Κ.Δ.Π.403/2005 Αρ.4025/19.8.2005/Ε.Ε. Παρ. ΙΙΙ (Ι)

Κ.Δ.Π.212/2005 Αρ.3896/26.04.2005/Ε.Ε. Παρ. ΙΙΙ (Ι)

Κ.Δ.Π.706/2004 Αρ.3895/27.08.2004/Ε.Ε. Παρ. ΙΙΙ (Ι)

 

Τοπικός Οίνος

(Regional Wine)

Grieks

BGA

(1, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 11, 15, 16)

Duidt wijnen met een BGA aan.

Κ.Δ.Π. 704/2004 Αρ.3895/27.8.2004/Ε.Ε. Παρ. ΙΙΙ(Ι)

 


LUXEMBURG

Crémant de Luxembourg

Frans

BOB

(4)

[Regeringsbesluit van 4 januari 1991] De belangrijkste normen die bij de productie in acht moeten worden genomen, zijn:

de druiven worden manueel geoogst en speciaal voor de productie van „Crémant” geselecteerd;

de cuvée van basiswijnen voldoet aan de kwaliteitsnormen voor kwaliteitswijnen;

het product is afkomstig van most verkregen uit de persing van — voor witte of rosé mousserende wijnen — volledige druiven, tot een maximum van 100 liter per 150 kg geoogste druiven;

het product is op de fles gegist via de traditionele methode;

het maximumgehalte aan zwaveldioxide bedraagt niet meer dan 150 mg/l;