ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 86

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

52e jaargang
31 maart 2009


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 250/2009 van de Commissie van 11 maart 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad, wat de definities van kenmerken, het technische formaat voor de indiening van gegevens, de vereisten inzake dubbele verslaglegging volgens NACE Rev. 1.1 en NACE Rev. 2 en de afwijkingen voor de structurele bedrijfsstatistieken betreft  ( 1 )

1

 

*

Verordening (EG) nr. 251/2009 van de Commissie van 11 maart 2009 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft reeksen gegevens die moeten worden geproduceerd voor de structurele bedrijfsstatistieken en de aanpassingen die nodig zijn na de herziening van de statistische classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten (CPA)  ( 1 )

170

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

31.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/1


VERORDENING (EG) Nr. 250/2009 VAN DE COMMISSIE

van 11 maart 2009

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad, wat de definities van kenmerken, het technische formaat voor de indiening van gegevens, de vereisten inzake dubbele verslaglegging volgens NACE Rev. 1.1 en NACE Rev. 2 en de afwijkingen voor de structurele bedrijfsstatistieken betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken (1), en met name op artikel 11, lid 1, onder a), c), d) en e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 (2) is een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor de productie van communautaire statistieken over de structuur, de activiteiten, het concurrentievermogen en de prestaties van ondernemingen in de Gemeenschap. Die verordening is voor de duidelijkheid en met het oog op rationalisering herschikt, waarbij diverse bepalingen aanzienlijk zijn gewijzigd.

(2)

Verordening (EG) nr. 2700/98 van de Commissie betreffende de definities van kenmerken voor de structurele bedrijfsstatistieken (3) en Verordening (EG) nr. 2702/98 van de Commissie betreffende het technische formaat voor de indiening van structurele bedrijfsstatistieken (4) moeten in verband met die wijzigingen worden gewijzigd. Voor de duidelijkheid moeten die verordeningen door deze verordening worden vervangen.

(3)

De kenmerken voor de structurele bedrijfsstatistieken moeten worden gedefinieerd, teneinde geharmoniseerde en van lidstaat tot lidstaat vergelijkbare gegevens te kunnen produceren.

(4)

Het technische formaat en de procedure voor de indiening van de in de bijlagen I tot en met IX bij Verordening (EG) nr. 295/2008 bedoelde structurele bedrijfsstatistieken moeten worden gespecificeerd, teneinde geharmoniseerde en van lidstaat tot lidstaat vergelijkbare gegevens te kunnen produceren, het risico van fouten bij de indiening van gegevens te beperken en de snelheid waarmee de verzamelde gegevens kunnen worden verwerkt en aan de gebruikers beschikbaar kunnen worden gesteld, te verhogen.

(5)

Bovendien moeten de vereisten inzake dubbele verslaglegging van de structurele bedrijfsstatistieken voor het referentiejaar 2008, niet alleen overeenkomstig NACE Rev. 2, maar ook overeenkomstig NACE Rev. 1.1, worden gespecificeerd.

(6)

Ingevolge artikel 10 van Verordening (EG) nr. 295/2008 kunnen tijdens de overgangsperioden afwijkingen van de bepalingen van de bijlagen bij die verordening worden toegestaan.

(7)

Enkele lidstaten hebben gevraagd tijdens de overgangsperioden van sommige bepalingen van de bijlagen I, II, III, VIII en IX bij Verordening (EG) nr. 295/2008 te mogen afwijken om de nodige gegevensverzamelingssystemen op te zetten of om hun bestaande systemen aan te passen, zodat aan het eind van de overgangsperiode aan de bepalingen van die verordening zal worden voldaan.

(8)

Het lijkt terecht die afwijkingen toe te staan, daar de verzoeken van de lidstaten gebaseerd zijn op de legitieme behoefte hun gegevensverzamelingssystemen verder aan te passen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 3, lid 3, van Verordening (EG) nr. 295/2008 bedoelde kenmerken worden gedefinieerd in bijlage I bij deze verordening.

Wanneer in deze definities wordt verwezen naar bedrijfsrekeningen, wordt dit geacht te gaan om verwijzingen naar de posten die zijn opgenomen in artikel 9 (balans), artikel 23 (winst- en verliesrekening) of artikel 43 (toelichting) van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (5), en naar de posten die zijn opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie (6).

Artikel 2

Het technische formaat voor de indiening van gegevens in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 295/2008 is vastgesteld in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

De bevoegde nationale autoriteiten (nationale bureaus voor de statistiek en de autoriteiten die toezicht houden op bepaalde financiële instellingen) sturen de gegevens en metagegevens die zij ingevolge deze verordening moeten indienen in elektronische vorm naar de Commissie (Eurostat). Het formaat van de ingediende gegevens is in overeenstemming met de door de Commissie (Eurostat) gespecificeerde passende gegevensuitwisselingsnormen. De gegevens worden langs elektronische weg ingediend of geüpload bij het centrale punt voor gegevenstoezending, dat door de Commissie (Eurostat) wordt beheerd.

De lidstaten voeren de door de Commissie (Eurostat) verstrekte gegevensuitwisselingsnormen en richtsnoeren uit overeenkomstig de vereisten van deze verordening.

Artikel 4

De vereisten inzake dubbele verslaglegging, zoals bedoeld in bijlage I, sectie 9, punt 2, bij Verordening (EG) nr. 295/2008, worden vastgesteld in bijlage III bij deze verordening.

Artikel 5

De toegestane afwijkingen van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 295/2008, zoals bedoeld in bijlage I, sectie 11, bijlage II, sectie 10, bijlage III, sectie 9, bijlage VIII, sectie 8, en bijlage IX, sectie 13, bij die verordening, zijn gespecificeerd in bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 6

De Verordeningen (EG) nr. 2700/98 en (EG) nr. 2702/98 worden hierbij ingetrokken.

Zij blijven evenwel van toepassing wat de verzameling, opstelling en toezending van gegevens voor de referentiejaren tot en met 2007 betreft.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 maart 2009.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 97 van 9.4.2008, blz. 13.

(2)  PB L 14 van 17.1.1997, blz. 1.

(3)  PB L 344 van 18.12.1998, blz. 49.

(4)  PB L 344 van 18.12.1998, blz. 102.

(5)  PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.

(6)  PB L 261 van 13.10.2003, blz. 1.


BIJLAGE I

DEFINITIE VAN KENMERKEN

Code

:

11 11 0

Titel

:

Aantal ondernemingen

Bijlage

:

I tot en met VIII

Definitie:

Een telling van het aantal tot de betrokken populatie behorende marktondernemingen, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 696/93 van de Raad (1), in het ondernemingsregister, gecorrigeerd voor fouten en met name fouten in het steekproefkader. Alleen actieve eenheden die op enig moment gedurende de referentieperiode omzet of werk hadden, worden in aanmerking genomen. Slapende (tijdelijk niet-actieve) en niet-actieve eenheden blijven buiten beschouwing. Deze statistiek omvat alle eenheden die gedurende ten minste een deel van de referentieperiode actief zijn geweest. Dit kenmerk omvat ook lokale eenheden (bijkantoren) zonder eigen rechtspersoonlijkheid, die afhankelijk zijn van buitenlandse ondernemingen, behalve voor activiteiten die vallen onder bijlage V bij Verordening (EG) nr. 295/2008. Voor statistieken van de in bijlage V, sectie 3, bij Verordening (EG) nr. 295/2008 omschreven activiteiten is dit kenmerk beperkt tot het aantal ondernemingen die zijn opgericht volgens de wetgeving van het meldende land en bijkantoren van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor zich in een niet-EER-land bevindt. Voor herverzekeringsondernemingen worden geen bijkantoren van ondernemingen met hoofdkantoor in een niet-EER-land geregistreerd. Voor de statistiek van de in bijlage VII, sectie 3, bij Verordening (EG) nr. 295/2008 gedefinieerde activiteiten omvat dit kenmerk ook pensioenfondsen die geen personeel in dienst hebben. Het omvat ook pensioenfondsen die niet als rechtspersoon zijn opgericht en die worden beheerd door een onderneming voor pensioenfondsbeheer, een verzekeringsonderneming of een andere financiële instelling (zonder dat ze evenwel onder de jaarrekening van die instelling vallen). Dit kenmerk omvat echter geen pensioenfondsen die niet gescheiden van de bijdragende onderneming of branche worden opgericht (bv. de niet-zelfstandige pensioenfondsen of het boekreservesysteem, die normaliter als hulpactiviteit door de werkgever worden beheerd).

Code

:

11 11 1

Titel

:

Aantal ondernemingen naar rechtsvorm

Bijlage

:

V en VI

Definitie:

Het aantal ondernemingen (zie variabele 11 11 0) wordt ingedeeld naar rechtsvorm.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar rechtsvorm is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 2

Titel

:

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van de geboekte brutopremies

Bijlage

:

V

Definitie:

Het aantal ondernemingen (zie variabele 11 11 0) wordt ingedeeld naar grootteklasse van de geboekte brutopremies.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van de geboekte brutopremies is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 3

Titel

:

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van de bruto technische voorzieningen

Bijlage

:

V

Definitie:

Het aantal ondernemingen (zie variabele 11 11 0) wordt ingedeeld naar grootteklasse van de bruto technische voorzieningen.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van de bruto technische voorzieningen is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 4

Titel

:

Aantal ondernemingen naar land van vestiging van de moederonderneming

Bijlage

:

VI

Definitie:

Onder „moederonderneming” wordt verstaan een moederonderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (2), alsmede elke onderneming die, naar de mening van de desbetreffende toezichthoudende instantie, daadwerkelijk een overheersende invloed op de kredietinstelling uitoefent.

Moederondernemingen worden als volgt geografisch ingedeeld: moederonderneming in de eigen lidstaat (de waargenomen onderneming kan worden beschouwd als onder binnenlandse zeggenschap), moederonderneming in een ander land (de waargenomen onderneming kan worden beschouwd als onder buitenlandse zeggenschap). Bijkantoren van kredietinstellingen waarvan het hoofdkantoor zich in een ander land dan het meldende land bevindt, hebben geen moederonderneming. Deze ondernemingen blijven hier buiten beschouwing. Bij voorkeur moet, waar mogelijk, het begrip „institutionele eenheid die de uiteindelijke zeggenschap heeft”, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad (3), worden gebruikt.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar land van vestiging van de moederonderneming maakt deel uit van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 5

Titel

:

Aantal ondernemingen naar land van vestiging van de moederonderneming

Bijlage

:

V

Definitie:

Onder „moederonderneming” wordt verstaan een moederonderneming in de zin van artikel 1, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening, alsmede elke onderneming die, naar de mening van de desbetreffende toezichthoudende instantie, daadwerkelijk een overheersende invloed op de kredietinstelling uitoefent.

Moederondernemingen worden als volgt geografisch ingedeeld: moederonderneming in de eigen lidstaat (de waargenomen onderneming kan worden beschouwd als onder binnenlandse zeggenschap), moederonderneming in een ander land (de waargenomen onderneming kan worden beschouwd als onder buitenlandse zeggenschap). Omdat onderlinge maatschappijen en bijkantoren van verzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in een niet-EER-land geen moederonderneming hebben, blijven zij hier buiten beschouwing. Bij voorkeur moet, waar mogelijk, het begrip „institutionele eenheid die de uiteindelijke zeggenschap heeft”, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad, worden gebruikt.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar land van vestiging van de moederonderneming maakt deel uit van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 6

Titel

:

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van het balanstotaal

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het aantal ondernemingen (zie variabele 11 11 0) wordt ingedeeld naar grootteklasse van het balanstotaal. Daarbij wordt gekeken naar het balanstotaal aan het eind van het boekjaar (zie variabele 43 30 0) n.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van het balanstotaal is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 7

Titel

:

Aantal ondernemingen naar categorie kredietinstelling

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het aantal ondernemingen (zie variabele 11 11 0) wordt als volgt ingedeeld naar categorie kredietinstelling: banken met vergunning, gespecialiseerde kredietverstrekkende instellingen, overige kredietinstellingen.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar categorie kredietinstelling is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 8

Titel

:

Aantal ondernemingen naar omvang van de investeringen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Het aantal ondernemingen zoals gedefinieerd in variabele 11 11 0, ingedeeld naar grootteklasse van de investeringen, waarbij het gaat om de investeringen die onder variabele 48 10 0 of 48 10 4 vallen, d.w.z. de totale investeringen tegen marktwaarde.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar omvang van de investeringen (11 11 8) is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 11 9

Titel

:

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van het aantal deelnemers

Bijlage

:

VII

Definitie:

Het aantal ondernemingen zoals gedefinieerd in variabele 11 11 0, ingedeeld naar grootteklasse van het aantal deelnemers, waarbij het gaat om de deelnemers zoals gedefinieerd in de variabele Aantal deelnemers (48 70 0).

Opmerking

:

Hierbij wordt uitgegaan van het aantal deelnemers aan het eind van het boekjaar.

Verband met andere variabelen

Aantal ondernemingen naar grootteklasse van het aantal deelnemers (11 11 9) is een uitsplitsing van Aantal ondernemingen (11 11 0).

Code

:

11 15 0

Titel

:

Aantal ondernemingen met niet-zelfstandige pensioenfondsen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele betreft het aantal ondernemingen die boekreserves aanleggen voor de uitkering van pensioenen aan hun werknemers. Het beheer van het niet-zelfstandige pensioenfonds is een hulpactiviteit van deze ondernemingen.

Code

:

11 21 0

Titel

:

Aantal lokale eenheden

Bijlage

:

I tot en met IV en VI

Definitie:

Een telling van het aantal tot de betrokken populatie behorende lokale eenheden, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 696/93 van de Raad, in het ondernemingsregister, gecorrigeerd voor fouten en met name fouten in het steekproefkader. Lokale eenheden worden ook in aanmerking genomen als zij geen betaalde werknemers hebben. Deze statistiek omvat alle eenheden die gedurende ten minste een deel van de referentieperiode actief zijn geweest.

Code

:

11 31 0

Titel

:

Aantal eenheden van economische activiteit

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

Een telling van het aantal tot de betrokken populatie behorende eenheden van economische activiteit, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 696/93 van de Raad, in het ondernemingsregister, gecorrigeerd voor fouten, en met name fouten in het steekproefkader, dan wel een schatting indien dergelijke eenheden niet worden geregistreerd. Deze statistiek omvat alle eenheden die gedurende ten minste een deel van de referentieperiode actief zijn geweest.

Code

:

11 41 0

Titel

:

Totaal aantal bijkantoren in andere landen

Bijlage

:

V

Definitie:

Bijkantoor zoals gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad (derde richtlijn schadeverzekering) (4) en artikel 1 van Richtlijn 92/96/EEG van de Raad (derde richtlijn levensverzekering) (5). De volgende geografische indeling van het aantal bijkantoren in het buitenland moet worden gebruikt: elke andere lidstaat afzonderlijk, overige EER-landen, Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, andere derde landen (rest van de wereld).

Code

:

11 41 1

Titel

:

Totaal aantal bijkantoren buiten de EER naar locatie

Bijlage

:

VI

Definitie:

„Bijkantoor” wordt gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 89/646/EEG van de Raad (6) en wordt nader omschreven in de mededeling van de Commissie Vrij verrichten van diensten en algemeen belang in de Tweede Richtlijn coördinatie bankrecht (95/C 291/06).

De volgende geografische indeling van het aantal bijkantoren in het buitenland moet worden gebruikt: Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, derde landen (rest van de wereld).

Opmerking

:

Alle actieve bijkantoren in niet-EER-landen die in de lidstaat van vestiging van de kredietinstelling zijn aangemeld, worden in aanmerking genomen.

Code

:

11 51 0

Titel

:

Totaal aantal financiële dochtermaatschappijen in andere landen naar locatie

Bijlage

:

VI

Definitie:

Onder „dochteronderneming” wordt verstaan een dochteronderneming in de zin van de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening. Alle ondernemingen die tot de financiële diensten verstrekkende ondernemingen (zoals gedefinieerd in hoofdstuk 1.3 van het methodologisch handboek voor de statistiek van kredietinstellingen) behoren, moeten worden opgenomen.

Opmerking

:

De volgende geografische indeling van dochterondernemingen moet worden gebruikt: elke andere lidstaat afzonderlijk, overige EER-landen, Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, derde landen (rest van de wereld). Alleen het eerste niveau van dochterondernemingen wordt in aanmerking genomen.

Code

:

11 61 0

Titel

:

Aantal pensioenregelingen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat het totale aantal pensioenregelingen dat pensioenfondsen onder beheer hebben. Een pensioenregeling is gebaseerd op een overeenkomst, in het algemeen tussen sociale partners, waarin wordt bepaald welke pensioenuitkeringen worden verstrekt en onder welke voorwaarden.

Code

:

11 91 0

Titel

:

Populatie van actieve ondernemingen in t

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal marktondernemingen dat op enig moment in een bepaalde referentieperiode omzet of werk had.

Code

:

11 92 0

Titel

:

Aantal oprichtingen van ondernemingen in t

Bijlage

:

IX

Definitie:

Een telling van het aantal oprichtingen van tot de betrokken populatie behorende marktondernemingen in het ondernemingsregister, gecorrigeerd voor fouten. Bij een oprichting ontstaat een combinatie van productiefactoren, met dien verstande dat hierbij geen andere ondernemingen betrokken mogen zijn. Tot de oprichtingen behoren geen toevoegingen aan de populatie als gevolg van fusies, op- of afsplitsingen of herstructureringen van ondernemingen. Toevoegingen aan een subpopulatie die uitsluitend het gevolg zijn van een verandering van activiteit, blijven eveneens buiten beschouwing.

Code

:

11 93 0

Titel

:

Aantal opheffingen van ondernemingen in t

Bijlage

:

IX

Definitie:

Een telling van het aantal opheffingen van tot de betrokken populatie behorende ondernemingen in het ondernemingsregister, gecorrigeerd voor fouten. Bij een opheffing wordt een combinatie van productiefactoren ontbonden, met dien verstande dat hierbij geen andere ondernemingen betrokken mogen zijn. Tot de opheffingen behoren geen verwijderingen uit de populatie als gevolg van fusies, overnames of opsplitsingen of herstructureringen van ondernemingen. Verwijderingen uit een subpopulatie die uitsluitend het gevolg zijn van een verandering van activiteit, blijven eveneens buiten beschouwing.

Code

:

11 94 1

Titel

:

Aantal in t-1 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

11 94 2

Titel

:

Aantal in t-2 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

11 94 3

Titel

:

Aantal in t-3 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

11 94 4

Titel

:

Aantal in t-4 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

11 94 5

Titel

:

Aantal in t-5 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Bijlage

:

IX

Definitie:

Een onderneming bestaat nog, zoals bedoeld in deze kenmerken, als zij zowel in het jaar van oprichting als in het volgende jaar (de volgende jaren) actief is, d.w.z. werk en/of omzet heeft. Twee gevallen kunnen worden onderscheiden:

1)

een onderneming die in jaar t-1 werd opgericht, wordt geacht in jaar t nog te bestaan als zij in elk deel van jaar t actief is, d.w.z. omzet en/of werk heeft (= bestaat nog ongewijzigd);

2)

een onderneming wordt ook geacht nog te bestaan als de ermee verbonden juridische eenheid (eenheden) weliswaar niet meer actief is (zijn), maar als haar/hun activiteit is overgenomen door een nieuwe juridische eenheid die speciaal is opgericht om de productiefactoren van die onderneming over te nemen (= bestaat nog door overname).

Code

:

12 11 0

Titel

:

Omzet

Bijlage

:

I tot en met V, VII en VIII

Definitie:

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV en VIII bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van de onder sectie K van de NACE Rev. 2 geclassificeerde activiteiten, omvat de omzet alle door de waargenomen eenheid tijdens de referentieperiode in rekening gebrachte bedragen, die overeenkomen met de marktverkoop van goederen en diensten aan derden. De verkoop van goederen omvat zowel de door de onderneming geproduceerde goederen als de door een detailhandelaar ingekochte waren of grond en ander onroerend goed dat voor wederverkoop bestemd is (indien grond en ander onroerend goed aanvankelijk voor investeringsdoeleinden waren aangeschaft, moeten zij niet tot de omzet worden gerekend). Het verlenen van diensten omvat normaliter de uitvoering van een contractueel overeengekomen taak door een onderneming binnen een overeengekomen periode. Inkomsten uit langlopende contracten (bv. in de bouw) moeten in aanmerking worden genomen naargelang de vervulling van het contract vordert en niet op grond van het voltooide contract. Voor eigen verbruik of voor investeringsdoeleinden geproduceerde goederen moeten niet tot de omzet worden gerekend.

De omzet omvat alle belastingen op de door de eenheid in rekening gebrachte goederen of diensten, met uitzondering van omzetbelastingen zoals de btw. De btw wordt door de onderneming in etappes geïnd en komt volledig ten laste van de eindgebruiker.

Bovendien omvat de omzet alle andere kosten (vervoer, verpakking enz.) die aan de klant worden doorberekend, ook al worden ze apart in rekening gebracht. Kortingen, rabatten en disconto's moeten in mindering worden gebracht, alsmede de waarde van teruggekomen verpakkingsmateriaal.

Inkomen dat overeenkomstig de Vierde Richtlijn Jaarrekeningen als overige bedrijfsopbrengsten, financieel inkomen of buitengewone baten in de bedrijfsrekeningen voorkomt, inkomsten die voortvloeien uit het gebruik door anderen van activa van de onderneming die rente, royalty's en dividend opbrengen en overige baten volgens de IAS/IFRS, wordt niet tot de omzet gerekend. Exploitatiesubsidies die van de overheid of van de instellingen van de Europese Unie zijn ontvangen, zijn eveneens uitgezonderd.

Voor de statistiek van de in sectie 3 van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 295/2008 gedefinieerde activiteiten luidt de titel van dit kenmerk Geboekte brutopremies. Dit kenmerk wordt in artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG (7) gedefinieerd. Opmerking: Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Voor de statistiek van de in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 295/2008 gedefinieerde activiteiten luidt de titel van dit kenmerk Totale pensioenbijdragen. Dit kenmerk omvat alle tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten betaalde pensioenbijdragen, zoals alle verplichte bijdragen, andere periodieke bijdragen, vrijwillige aanvullende bijdragen, ontvangen pensioenoverdrachten en overige bijdragen.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV en VIII bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van de onder sectie K van de NACE Rev. 2 geclassificeerde activiteiten:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De omzet, zoals die hierboven voor statistische doeleinden is gedefinieerd, omvat in de rekeningen de post:

Netto-omzet met inbegrip van de overige productgebonden belastingen die aan de omzet gekoppeld, maar niet aftrekbaar zijn.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad  (8) en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De omzet, zoals die hierboven voor statistische doeleinden is gedefinieerd, omvat in de rekeningen de post:

opbrengsten uit de verkoop van goederen en het verrichten van diensten (IAS 18.35). Indien deze post ook opbrengsten uit rente, dividenden en royalty's omvat, moeten deze worden afgetrokken.

Verband met andere variabelen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV en VIII bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

De omzet wordt gebruikt voor de berekening van Productiewaarde (12 12 0) en andere aggregaten en saldi.

De omzet kan worden ingedeeld naar activiteit: omzet uit i) hoofdactiviteit, ii) industriële activiteiten, iii) handelsactiviteiten met betrekking tot aankoop, wederverkoop en intermediaire activiteiten, iv) intermediaire activiteiten (tussenpersonen) en v) andere dienstenactiviteiten (18 11 0 tot en met 18 16 0).

De omzet kan worden ingedeeld naar type product: Specificatie van de omzet naar type product (18 21 0).

Voor de statistiek van de ondernemingen die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 295/2008 wordt Geboekte brutopremies (12 11 0) als volgt berekend:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1)

+

Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen (12 11 2).

Geboekte brutopremies wordt gebruikt bij de berekening van Verdiende brutopremies (32 11 0) en andere aggregaten en saldi.

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt Omzet (Totale pensioenbijdragen) als volgt berekend:

Pensioenbijdragen van aangeslotenen (48 00 1)

+

Pensioenbijdragen van werkgevers (48 00 2)

+

Ontvangen pensioenoverdrachten (48 00 3)

+

Overige pensioenbijdragen (48 00 4)

of:

Pensioenbijdragen aan vaste-uitkeringsregelingen (48 00 5)

+

Pensioenbijdragen aan beschikbarepremieregelingen (48 00 6)

+

Pensioenbijdragen aan hybride regelingen (48 00 7).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 295/2008 wordt Omzet uitgesplitst naar product en woonplaats van de cliënt.

Code

:

12 11 1

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Omvat alleen premies direct verzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): Artikel 34, post I.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1)

+

Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen (12 11 2)

=

Geboekte brutopremies (12 11 0).

Code

:

12 11 2

Titel

:

Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening. Omvat alleen geboekte premies van geaccepteerde zaken.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): Artikel 34, post I.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1)

+

Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen (12 11 2)

=

Geboekte brutopremies (12 11 0).

Code

:

12 11 3

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, individuele premies

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, individuele premies is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing individuele premies: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, individuele premies (12 11 3)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van groepsverzekeringsovereenkomsten (12 11 4)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 11 4

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van groepsverzekeringsovereenkomsten

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van groepsverzekeringsovereenkomsten is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing premies uit hoofde van groepsverzekeringsovereenkomsten: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, individuele premies (12 11 3)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van groepsverzekeringsovereenkomsten (12 11 4)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 11 5

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, periodieke premies

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, periodieke premies is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing periodieke premies: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, periodieke premies (12 11 5)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies ineens (12 11 6)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 11 6

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies ineens

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies ineens is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing premies ineens: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, periodieke premies (12 11 5)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies ineens (12 11 6)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 11 7

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten zonder winstdeling

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten zonder winstdeling is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing premies uit hoofde van overeenkomsten zonder winstdeling: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten zonder winstdeling (12 11 7)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten met winstdeling (12 11 8)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten waarbij de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen (12 11 9)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 11 8

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten met winstdeling

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten met winstdeling is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing premies uit hoofde van overeenkomsten met winstdeling: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten zonder winstdeling (12 11 7)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten met winstdeling (12 11 8)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten waarbij de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen (12 11 9)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 11 9

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten waarbij de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten waarbij de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de uitsplitsing premies uit hoofde van overeenkomsten waarbij de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen: artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten zonder winstdeling (12 11 7)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten met winstdeling (12 11 8)

+

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf, premies uit hoofde van overeenkomsten waarbij de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen (12 11 9)

=

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

12 12 0

Titel

:

Productiewaarde

Bijlage

:

I tot en met IV, VI en VII

Definitie:

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

De productiewaarde meet de werkelijk door de eenheid geproduceerde hoeveelheid op basis van de verkoop, voorraadwijziging en wederverkoop van goederen en diensten.

De productiewaarde wordt gedefinieerd als de omzet of de inkomsten uit de verkoop van goederen of het verrichten van diensten, plus of minus de wijzigingen in voorraden gereed product, onderhanden werk en goederen en diensten die zijn gekocht voor wederverkoop, minus de aankopen van goederen en diensten voor wederverkoop (uitsluitend voor goederen en diensten die tijdens de verslagperiode zijn verkocht en met uitzondering van de kosten van opslag en vervoer van de voor wederverkoop gekochte goederen), plus de geactiveerde productie, plus andere bedrijfsinkomsten (m.u.v. subsidies). Inkomsten en uitgaven die in de bedrijfsrekeningen als financieel of als opbrengsten in de vorm van rente en dividenden zijn ingedeeld, blijven voor de productiewaarde buiten beschouwing. Tot de aankopen van goederen en diensten voor wederverkoop behoren aankopen van diensten die zijn gekocht om in de oorspronkelijke staat aan derden te worden doorverkocht.

Opmerking

:

De geactiveerde productie omvat de productie in eigen beheer van alle goederen die door de producent als investering worden aangehouden. Dit omvat zowel materiële vaste activa (gebouwen enz.) als immateriële activa (ontwikkeling van software enz.). Bij de geactiveerde productie gaat het om niet-verkochte producten die worden gewaardeerd tegen de productiekosten. Deze kapitaalgoederen moeten ook bij de investeringen in aanmerking worden genomen.

Opmerking

:

Overige opbrengsten (overige bedrijfsopbrengsten en buitengewone baten) is een rubriek van de bedrijfsrekeningen. De inhoud ervan kan van sector tot sector en in de loop der tijd variëren en kan derhalve niet nauwkeurig worden gedefinieerd voor statistische doeleinden.

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2 wordt de productiewaarde gedefinieerd als verdiende brutopremies, plus totale opbrengsten van beleggingen in effecten, plus overige geproduceerde diensten, minus brutoschaden, met uitzondering van kosten schadebeheer, plus vermogenswinst en voorzieningen.

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de productiewaarde gedefinieerd als ontvangen rente en dergelijke baten, minus betaalde rente en dergelijke lasten, plus ontvangen provisie, plus opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren, plus nettowinst of nettoverlies uit financiële transacties, plus overige bedrijfsopbrengsten.

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de productiewaarde gedefinieerd als de omzet, minus betaalde verzekeringspremies, plus opbrengsten van beleggingen, plus overige inkomsten, plus ontvangen verzekeringsuitkeringen, minus totale pensioenuitgaven, minus nettoverandering in technische voorzieningen.

Voor de ondernemingen van klasse 64.11 (centrale banken) van de NACE Rev. 2 wordt de productiewaarde gedefinieerd als ontvangen rente en dergelijke baten, minus betaalde rente en dergelijke lasten, plus ontvangen provisie, plus opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren, plus nettowinst of nettoverlies uit financiële transacties, plus overige bedrijfsopbrengsten.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De componenten van Productiewaarde zijn begrepen in de volgende rubrieken van de rekeningen:

Netto-omzet

deel van Overige bedrijfsopbrengsten — met uitzondering van subsidies

deel van Buitengewone baten — met uitzondering van subsidies

Wijziging in voorraden gereed product en goederen in bewerking

deel van Kosten van grondstoffen en hulpstoffen met betrekking tot aankopen en wijziging in de voorraden goederen voor wederverkoop

Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De componenten van Productiewaarde zijn begrepen in de volgende rubrieken van de rekeningen (functionele kostenindeling):

Opbrengsten uit de verkoop van goederen en het verrichten van diensten, opbrengsten uit royalty's (met uitzondering van opbrengsten uit rente en dividenden indien begrepen in de opbrengsten)

Overige baten (met uitzondering van subsidies)

+

Wijziging in voorraden gereed product en onderhanden werk

-

deel van Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen met betrekking tot aankopen en wijziging in voorraden goederen voor wederverkoop

+

Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf (begrepen in Overige baten)

De componenten van Productiewaarde zijn begrepen in de volgende rubrieken van de rekeningen (categoriale kostenindeling):

Opbrengsten uit de verkoop van goederen en het verrichten van diensten, inkomsten uit royalty's (met uitzondering van opbrengsten uit rente en dividenden indien begrepen in de opbrengsten)

Overige baten (met uitzondering van subsidies)

-

Verkoopkosten met uitzondering van afschrijvingskosten

+

Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf (begrepen in Overige baten).

Verband met andere variabelen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd is de productiewaarde gebaseerd op:

Omzet (12 11 0)

+/-

Voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werken in de eenheid (13 21 3)

+/-

Voorraadwijziging van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijk staat (13 21 1)

-

Aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat (13 12 0)

+

Geactiveerde productie

+

Overige bedrijfsopbrengsten (m.u.v. subsidies).

Productiewaarde wordt gebruikt voor de berekening van Toegevoegde waarde tegen factorkosten (12 15 0) en andere aggregaten en saldi.

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2 wordt de productiewaarde als volgt berekend:

Voor het levensverzekeringsbedrijf:

Geboekte brutopremies (12 11 0)

+

Brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies (32 11 2)

+

Opbrengsten van beleggingen (32 22 0)

-

Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5)

-

Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6)

-

Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1)

+

[(Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0) — Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1))/Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1)] × (Opbrengsten van beleggingen (32 22 0) — Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5) — Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6) — Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1))

+

Overige technische baten, nettobedrag (32 16 1)

+

Andere baten (32 46 0)

-

Brutobetalingen in verband met schaden (32 13 1)

-

Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden (32 13 4)

+

Interne en externe kosten schadebeheer (32 61 5)

+

Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6)

+

Niet-gerealiseerde winsten op beleggingen (32 23 0)

-

Verlies uit realisatie van beleggingen (32 72 3)

-

Niet-gerealiseerde verliezen op beleggingen (32 28 0)

-

Brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering (32 25 0)

-

Winstdeling en restorno' s, nettobedrag (32 16 3)

-

Wijziging in het fonds voor toekomstige kredieten (deel van 32 29 0)

-

Nettowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld (32 16 2).

Voor het schadeverzekerings- en het herverzekeringsbedrijf:

Geboekte brutopremies (12 11 0)

+

Brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies (32 11 2)

+

Opbrengsten van beleggingen (32 42 0)

-

Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5)

-

Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6)

-

Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1)

+

[(Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0) — Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1))/Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1)] × (Opbrengsten van beleggingen (32 42 0) — Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5) — Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6) — Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1))

+

Overige technische baten, nettobedrag (32 16 1)

+

Andere baten (32 46 0)

-

Brutobetalingen in verband met schaden (32 13 1)

-

Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden (32 13 4)

+

Interne en externe kosten schadebeheer (32 61 5)

+

Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6)

-

Verlies uit realisatie van beleggingen (32 72 3)

-

Winstdeling en restorno' s, nettobedrag (32 16 3)

-

Wijziging van de egalisatievoorziening (32 15 0)

-

Nettowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld (32 16 2).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt Productiewaarde als volgt berekend:

Rente en soortgelijke baten (42 11 0)

-

Rente en soortgelijke lasten (42 12 0),

+

Ontvangen provisie (42 14 0)

+

Opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren (42 13 1)

+

Resultaat uit financiële transacties (42 20 0)

+

Overige bedrijfsopbrengsten (42 31 0).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt Productiewaarde als volgt berekend:

Omzet (12 11 0)

-

Betaalde verzekeringspremies (48 05 0)

+

Opbrengsten van beleggingen (48 01 0)

+

Overige inkomsten (48 02 2)

+

Ontvangen verzekeringsuitkeringen (48 02 1)

-

Totale pensioenuitgaven (48 03 0)

-

Nettoverandering in technische voorzieningen (48 04 0).

Code

:

12 13 0

Titel

:

Brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

De brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen komt overeen met de opbrengst van aankoop en wederverkoop zonder verdere verwerking. De brutowinst wordt berekend aan de hand van de omzet, de aankoop en de voorraadwijziging van goederen en diensten, die voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat zijn ingekocht.

Inbegrepen in de omzet, de aankoop en de voorraadwijziging van goederen en diensten voor wederverkoop, zijn de verkoop, de aankoop en de voorraadwijziging van diensten die zijn ingekocht om in de oorspronkelijke staat aan derden te worden doorverkocht.

De brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen wordt ook brutohandelsmarge genoemd.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Deze cijfers worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Volgens de Vierde Richtlijn Jaarrekeningen (78/660) maken ze in de rekeningen deel uit van de Netto-omzet en de Kosten van grondstoffen en hulpstoffen.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Deze cijfers worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Bij de categoriale kostenindeling maken ze deel uit van de opbrengsten en de verwerkte grondstoffen en hulpstoffen. Bij de functionele kostenindeling maken ze deel uit van de opbrengsten en de verkoopkosten.

Verband met andere variabelen

De brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen is gebaseerd op:

Omzet uit handelsactiviteiten met betrekking tot aankoop en wederverkoop (18 16 0)

-

Aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat (13 12 0)

+/-

Voorraadwijziging van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijk staat (13 21 1)

Brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen maakt deel uit van Productiewaarde (12 12 0).

Code

:

12 15 0

Titel

:

Toegevoegde waarde tegen factorkosten

Bijlage

:

I tot en met IV, VI en VII

Definitie:

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd, betreft de toegevoegde waarde tegen factorkosten het bruto-inkomen uit bedrijfsactiviteiten na correctie voor exploitatiesubsidies en indirecte belastingen.

De toegevoegde waarde tegen factorkosten kan worden berekend als de omzet plus de geactiveerde productie, plus de overige bedrijfsopbrengsten (inclusief exploitatiesubsidies), plus of minus de voorraadwijziging, minus de aankoop van goederen en diensten, minus de overige productgebonden belastingen die gekoppeld zijn aan de omzet, maar niet aftrekbaar zijn, minus de niet-productgebonden belastingen. De niet-productgebonden belastingen zijn verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie en de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden gebruikt, ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde of verkochte goederen en diensten. Ook kan de toegevoegde waarde tegen factorkosten worden berekend door bij het bruto-exploitatieoverschot de personeelskosten op te tellen.

Inkomsten en uitgaven die overeenkomstig de Vierde Richtlijn Jaarrekeningen (78/660) in de bedrijfsrekeningen als financieel worden geclassificeerd, blijven voor de toegevoegde waarde buiten beschouwing. Ook inkomsten en uitgaven die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie als inkomen uit rente of dividend, als winsten uit wisselkoersverschillen als gevolg van leningen in vreemde valuta in verband met rentekosten, winsten door de aflossing of kwijtschelding van schulden of financieringskosten worden geclassificeerd, blijven voor de toegevoegde waarde buiten beschouwing.

De toegevoegde waarde tegen factorkosten wordt „bruto” berekend omdat waardecorrecties (zoals afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen) niet worden afgetrokken.

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten vastgesteld als de productiewaarde, minus brutowaarde van de ontvangen herverzekeringsdiensten, minus provisies, minus overige externe uitgaven aan goederen en diensten.

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten gedefinieerd als de productiewaarde, minus de totale aankoop van goederen en diensten.

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten gedefinieerd als de productiewaarde, minus de totale aankoop van goederen en diensten.

Voor de ondernemingen van klasse 64.11 van de NACE Rev. 2 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten gedefinieerd als de productiewaarde, minus de totale aankoop van goederen en diensten.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De toegevoegde waarde tegen factorkosten kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen:

Netto-omzet

Wijziging in voorraden gereed product en goederen in bewerking

Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf

Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen

Overige externe kosten

Overige bedrijfslasten

Overige bedrijfsopbrengsten

Buitengewone lasten

Buitengewone baten

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De toegevoegde waarde tegen factorkosten kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen (categoriale kostenindeling):

Opbrengsten (met uitzondering van opbrengsten uit rente en dividenden, indien deze in de opbrengsten zijn begrepen)

+/-

Wijziging in voorraden gereed product en onderhanden werk

-

Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen

-

Overige kosten

+

Overige baten.

De toegevoegde waarde tegen factorkosten kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen (functionele kostenindeling):

Opbrengsten (met uitzondering van opbrengsten uit rente en dividenden, indien deze in de opbrengsten zijn begrepen)

-

Verkoopkosten (met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingskosten)

-

Distributiekosten (met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen)

-

Beheerskosten (met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen)

-

Overige kosten

+

Overige baten.

Verband met andere variabelen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

De toegevoegde waarde tegen factorkosten is gebaseerd op

Omzet (12 11 0)

+/-

Voorraadwijziging van goederen en diensten (13 21 0)

+

Geactiveerde productie

+

Overige bedrijfsopbrengsten

-

Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0)

-

Overige productgebonden belastingen die gekoppeld zijn aan de omzet, maar niet aftrekbaar zijn

-

Niet-productgebonden belastingen.

-

De toegevoegde waarde tegen factorkosten wordt gebruikt voor de berekening van het bruto-exploitatieoverschot (12 17 0) en andere aggregaten en saldi.

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten als volgt berekend:

Productiewaarde (12 12 0)

-

Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten als volgt berekend:

Productiewaarde (12 12 0)

-

Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de toegevoegde waarde tegen factorkosten als volgt berekend:

Productiewaarde (12 12 0)

-

Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0).

Code

:

12 17 0

Titel

:

Bruto-exploitatieoverschot

Bijlage

:

I tot en met IV

Definitie:

Het bruto-exploitatieoverschot is het overschot dat voortvloeit uit de bedrijfsactiviteiten na betaling van de input van arbeid. Het kan worden berekend door van de toegevoegde waarde tegen factorkosten de personeelskosten af te trekken. Het gaat om het saldo dat voor de eenheid beschikbaar is om de verschaffers van eigen middelen en leningen te belonen, belasting te betalen en uiteindelijk alle of een gedeelte van de investeringen te financieren.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Het bruto-exploitatieoverschot kan worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen:

Netto-omzet

Wijziging in voorraden gereed product en goederen in bewerking

Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf

Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen

Overige externe kosten

Overige bedrijfskosten

Overige bedrijfsopbrengsten

Buitengewone lasten

Buitengewone baten

Personeelsuitgaven.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Het bruto-exploitatieoverschot kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen (categoriale kostenindeling):

Opbrengsten (met uitzondering van opbrengsten uit rente en dividenden, indien deze in de opbrengsten zijn begrepen)

+/-

Wijziging in voorraden gereed product en onderhanden werk

-

Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen

-

Overige kosten

+

Overige baten

-

Kosten van personeelsbeloningen.

Het bruto-exploitatieoverschot kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen (functionele kostenindeling):

Opbrengsten (met uitzondering van opbrengsten uit rente en dividenden, indien deze in de opbrengsten zijn begrepen)

-

Verkoopkosten (met uitzondering van afschrijvingskosten)

-

Distributiekosten (met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen)

-

Beheerskosten (met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen)

-

Overige kosten (met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen)

+

Overige baten.

Verband met andere variabelen

Het bruto-exploitatieoverschot is gebaseerd op:

Toegevoegde waarde tegen factorkosten (12 15 0)

-

Personeelskosten (13 31 0)

Code

:

13 11 0

Titel

:

Totale aankoop van goederen en diensten

Bijlage

:

I tot en met IV, VI en VII

Definitie:

De aankoop van goederen en diensten omvat de waarde van alle goederen en diensten die gedurende de verslagperiode zijn ingekocht voor wederverkoop of voor verbruik in het productieproces, met uitzondering van kapitaalgoederen, waarvan het verbruik wordt geregistreerd als verbruik van vaste activa. De betrokken goederen en diensten kunnen zonder, dan wel na verdere verwerking worden doorverkocht, volledig in het productieproces worden gebruikt of worden opgeslagen.

Tot deze aankopen behoren ook materiaal dat rechtstreeks in de geproduceerde goederen wordt verwerkt (grondstoffen, halffabricaten, componenten) en niet tot de kapitaalgoederen behorende kleine gereedschappen en uitrusting. Verder is inbegrepen de waarde van hulpstoffen (smeermiddelen, water, verpakkingsmateriaal, materiaal voor onderhoud en reparatie, kantoorartikelen) en van energieproducten. Ook de aankoop van materiaal voor de productie van kapitaalgoederen door de eenheid valt onder deze variabele.

Diensten waarvoor tijdens de referentieperiode is betaald, zijn ook inbegrepen, of deze nu van industriële of van niet-industriële aard zijn. Onder deze code vallen ook betalingen voor al het werk dat door derden ten behoeve van de eenheid is uitgevoerd, met inbegrip van lopende reparaties en onderhoud, installatiewerkzaamheden en technische studies. Bedragen die zijn betaald voor de installatie van kapitaalgoederen en de waarde van geactiveerde goederen vallen er evenwel niet onder.

Ook inbegrepen zijn betalingen voor niet-industriële diensten, zoals honoraria voor juridisch adviseurs en accountants, bedragen voor octrooien en licenties (indien deze niet tot de vaste activa behoren), verzekeringspremies, kosten van vergaderingen van aandeelhouders en bestuursorganen, contributies voor bedrijfs- en beroepsverenigingen, uitgaven voor post, telefoon, elektronische communicatie, telegraaf en fax, vervoer van goederen en personeel, reclamekosten, provisies (indien deze niet zijn begrepen in de lonen), huur, bankkosten (behalve rentebetalingen) en alle andere zakelijke diensten die door derden worden verricht. Inbegrepen zijn diensten die door de eenheid zijn getransformeerd en geactiveerd.

Uitgaven die als financiële uitgaven of als inkomsten in de vorm van rente en dividenden zijn geclassificeerd, blijven voor de totale aankoop van goederen en diensten buiten beschouwing.

De aankoop van goederen en diensten wordt gewaardeerd tegen de aankoopprijs, d.w.z. de prijs die de koper werkelijk voor de producten betaalt, met inbegrip van het saldo van productgebonden belastingen en subsidies, maar met uitzondering van omzetbelastingen.

Alle andere productgebonden belastingen worden dus niet van de waarde van de gekochte goederen en diensten afgetrokken. Voor de waardering van deze aankopen is de behandeling van niet-productgebonden belastingen niet relevant.

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd, blijven de uitgaven die in de bedrijfsrekeningen als financiële uitgaven worden geboekt, bij de totale aankoop van goederen en diensten buiten beschouwing.

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2 wordt de totale aankoop van goederen en diensten gedefinieerd als de brutowaarde van de ontvangen herverzekeringsdiensten, plus de totale provisies als bedoeld in artikel 64 van Richtlijn 91/674, plus alle overige externe kosten van goederen en diensten (met uitzondering van personeelskosten).

Voor de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG, Euratom) nr. 295/2008 wordt de totale aankoop van goederen en diensten gedefinieerd als betaalde provisie, plus andere beheerskosten, plus overige bedrijfskosten.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De aankoop van goederen en diensten kan worden berekend op basis van de volgende rubrieken van de rekeningen:

Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen (voordat rekening is gehouden met wijzigingen in voorraden goederen en diensten)

Overige externe kosten (voordat rekening is gehouden met wijzigingen in voorraden goederen en diensten)

deel van Overige bedrijfskosten — Het hier inbegrepen gedeelte betreft betalingen voor goederen en diensten die niet onder de twee hierboven genoemde rubrieken vallen (Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen en Overige externe kosten). Het hier niet inbegrepen gedeelte betreft de betaling van niet-productgebonden belastingen.

Buitengewone lasten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De aankoop van goederen en diensten kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen (categoriale kostenindeling):

Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen

Overige externe kosten (voordat rekening is gehouden met wijzigingen in voorraden goederen en diensten).

De aankoop van goederen en diensten kan rechtstreeks worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de rekeningen (functionele kostenindeling):

Verkoopkosten (voordat rekening is gehouden met wijzigingen in voorraden goederen en diensten en met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingskosten)

Distributiekosten (gedurende de verslagperiode, met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingskosten)

Beheerskosten (gedurende de verslagperiode, met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingskosten)

Overige uitgaven.

Verband met andere variabelen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd, wordt Totale aankoop van goederen en diensten gebruikt voor de berekening van Toegevoegde waarde tegen factorkosten (12 15 0) en andere aggregaten en saldi.

Veel onder Totale aankoop van goederen en diensten begrepen posten worden afzonderlijk geregistreerd:

Aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat (13 12 0)

Betalingen voor uitzendkrachten (13 13 1)

Betalingen voor langetermijnhuur en operationele lease van goederen (13 41 1)

Aankoop van energieproducten (20 11 0).

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2 wordt Totale aankoop van goederen en diensten als volgt berekend:

Voor het levensverzekeringsbedrijf:

Herverzekeringssaldo (32 18 0)

+

[(Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0) — Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1))/Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1)] × (Opbrengsten van beleggingen (32 22 0) — Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5) — Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6) — Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1))

+

Provisies (32 61 1)

+

Externe uitgaven aan goederen en diensten (32 61 4).

Voor het schadeverzekerings- en het herverzekeringsbedrijf:

Herverzekeringssaldo (32 18 0)

+

[(Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0) — Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1))/Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 1)] × (Opbrengsten van beleggingen (32 42 0) — Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5) — Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6) — Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1))

+

Provisies (32 61 1)

+

Externe uitgaven aan goederen en diensten (32 61 4).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 295/2008 wordt Totale aankoop van goederen en diensten als volgt berekend:

Betaalde provisie (42 15 0)

+

Andere beheerskosten (42 32 2)

+

Overige bedrijfslasten (42 33 0).

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 295/2008 wordt de variabele Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0) gebruikt voor de berekening van de variabele Totale exploitatiekosten (48 06 0).

Code

:

13 12 0

Titel

:

Aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat

Bijlage

:

I tot en met IV

Definitie:

Bij de aankoop voor wederverkoop gaat het om de aankoop van goederen voor de wederverkoop aan derden zonder verdere verwerking. Inbegrepen is de aankoop van diensten bij bedrijven die tegen betaling diensten verlenen, d.w.z. bedrijven waarvan de omzet niet alleen bestaat uit het honorarium dat ze als tussenpersoon voor een dienstentransactie in rekening brengen (zoals bij makelaars), maar ook het bedrag dat met de dienst zelf gemoeid is, zoals de aankoop van vervoersprestaties door reisagenten. De waarde van goederen en diensten die op provisiebasis aan derden worden verkocht, blijft buiten beschouwing aangezien deze goederen niet worden gekocht of verkocht door de tussenpersoon die de provisie ontvangt.

Wanneer hier sprake is van diensten voor wederverkoop, gaat het om de output van dienstverlenende activiteiten, rechten op het gebruik van vooraf vastgestelde diensten of fysieke ondersteuning van diensten. De aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt gewaardeerd tegen de aankoopprijs zonder aftrekbare btw en andere aftrekbare belastingen die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de omzet. Alle andere productgebonden belastingen worden derhalve niet afgetrokken van de waardering van de aankoop van goederen en diensten.

Voor de waardering van deze aankopen is de behandeling van niet-productgebonden belastingen niet relevant.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Hij maakt dan deel uit van

Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen

Overige externe kosten

Overige bedrijfskosten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Hij maakt dan deel uit van de volgende rubrieken van de rekeningen (categoriale kostenindeling):

Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen (voordat rekening is gehouden met wijzigingen in voorraden goederen en diensten)

Overige kosten.

De aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Hij maakt dan deel uit van de volgende rubrieken van de rekeningen (functionele kostenindeling):

Verkoopkosten (voordat rekening is gehouden met wijzigingen in voorraden goederen en diensten en met uitzondering van kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingskosten)

Overige kosten.

Verband met andere variabelen

Deel van Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0).

Aankoop van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt gebruikt voor de berekening van Brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen (12 13 0), Productiewaarde (12 12 0) en andere aggregaten en saldi.

Code

:

13 13 1

Titel

:

Betalingen voor uitzendkrachten

Bijlage

:

I tot en met IV

Definitie:

Dit cijfer omvat betalingen aan uitzendbureaus en dergelijke organisaties die voor korte tijd arbeidskrachten aan bedrijven van klanten leveren als extra personeel of om het personeel van de klant tijdelijk te vervangen, terwijl de betrokken arbeidskrachten werknemer van het uitzendbureau zijn. Deze bureaus en organisaties houden evenwel niet direct toezicht op hun werknemers wanneer deze bij de klant zijn. Alleen betalingen voor de levering van personeel die geen verband houdt met de levering van een specifieke industriële of niet-industriële dienst is inbegrepen.

Verband met bedrijfsrekeningen

Voor de statistiek van de activiteiten die zijn omschreven in sectie 3 van de bijlagen I tot en met IV bij Verordening (EG) nr. 295/2008, met uitzondering van ondernemingen waarvan een activiteit in sectie K van de NACE Rev. 2 is geclassificeerd:

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De betalingen voor uitzendkrachten worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maken dan deel uit van Overige externe kosten en Overige bedrijfskosten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De betalingen voor uitzendkrachten worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maken dan deel uit van Overige kosten of van Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen (in sommige gevallen, wanneer de uitzendkrachten productiewerkzaamheden verrichten) (categoriale kostenindeling).

De betalingen voor uitzendkrachten worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maken dan deel uit van de rubrieken Verkoopkosten, Distributiekosten, Beheerskosten en/of Overige kosten (functionele kostenindeling).

Voor de statistiek van de activiteiten van de groepen 65.1 en 65.2 van de NACE Rev. 2:

De betalingen voor uitzendkrachten worden in de bedrijfsrekeningen zoals beschreven in artikel 34, onder III 16, van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad niet altijd afzonderlijk vermeld.

Voor de statistiek van de activiteiten van kredietinstellingen van de klassen 64.19 en 64.92 van de NACE Rev. 2:

De betalingen voor uitzendkrachten worden onder Andere beheerskosten, genoemd in artikel 27, onder 8 b), en artikel 28, onder A 4 b), van Richtlijn 86/635/EEG, niet altijd afzonderlijk vermeld.

Verband met andere variabelen

Deel van Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0)

Code

:

13 21 0

Titel

:

Voorraadwijziging van goederen en diensten

Bijlage

:

III

Definitie:

De voorraadwijziging (positief of negatief) is het verschil tussen de waarde van de voorraden aan het eind en die aan het begin van de referentieperiode. De voorraadwijziging kan worden gemeten door de waarde van de onttrekkingen aan de voorraden en de waarde van de lopende verliezen aan goederen in voorraad af te trekken van de waarde van de toevoegingen aan de voorraad. Voorraden worden geregistreerd tegen aankoopprijzen zonder btw indien ze van een andere eenheid zijn gekocht, en anders tegen productiekosten.

De voorraden (en dus de voorraadwijziging) kunnen als volgt worden ingedeeld:

voorraden eindproducten,

voorraden onderhanden werk,

voorraden goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat,

voorraden grondstoffen en hulpstoffen.

De voorraden eindproducten en onderhanden werk zijn inbegrepen wanneer ze door de eenheid zijn geproduceerd en nog niet zijn verkocht. Hiertoe behoort ook onderhanden werk dat aan de eenheid behoort, maar dat in het bezit is van derden. Producten die in het bezit van de eenheid zijn, maar die aan derden behoren, zijn daarentegen uitgesloten.

Inbegrepen zijn de voorraden goederen en diensten die uitsluitend zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat. Uitgesloten zijn voorraden goederen en diensten die op provisiebasis aan derden worden geleverd. Producten die door dienstverlenende bedrijven voor wederverkoop zijn ingekocht en opgeslagen, kunnen zowel goederen (industrie-uitrusting in het geval van contracten inzake de oplevering van bedrijfsklare installaties, gebouwen in het geval van bouwprojecten enz.) als diensten (rechten op het gebruik van advertentieruimte, vervoer, accommodatie enz.) omvatten.

Bij de opslag van diensten gaat het om de output van dienstverlenende activiteiten, rechten op het gebruik van vooraf vastgestelde diensten, of fysieke ondersteuning van diensten.

Voorts zijn inbegrepen voorraden grondstoffen en hulpstoffen, halffabricaten, componenten, energie, niet tot de vaste activa behorende kleine gereedschappen en diensten die aan de eenheid behoren.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De voorraadwijziging van goederen en diensten kan worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken:

Wijziging in voorraden gereed product en goederen in bewerking

Deel van Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen

Deel van Overige externe kosten

Deel van Overige bedrijfskosten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De voorraadwijziging van goederen en diensten kan worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling):

Wijzigingen in voorraden gereed product en onderhanden werk

Deel van Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen

Deel van Overige kosten.

Voorraadwijziging van goederen en diensten kan worden berekend aan de hand van de volgende rubrieken van de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling):

Deel van Verkoopkosten

Deel van Distributiekosten

Deel van Beheerskosten

Deel van Overige kosten.

Verband met andere variabelen

Voorraadwijziging van goederen en diensten wordt gebruikt voor de berekening van Toegevoegde waarde tegen factorkosten (12 15 0) en van andere aggregaten en saldi.

Voorraadwijziging van goederen en diensten kan worden ingedeeld naar aard van de voorraden: i) Voorraadwijziging van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat (13 21 1), ii) Voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werk in de eenheid (13 21 3) en iii) Voorraadwijziging van grondstoffen en hulpstoffen.

Code

:

13 21 1

Titel

:

Voorraadwijziging van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat

Bijlage

:

III

Definitie:

Deze variabele wordt gedefinieerd als de voorraadwijziging tegen aankoopprijzen zonder btw tussen het eind en het begin van de referentieperiode. De voorraadwijziging kan worden gemeten door de waarde van de onttrekkingen aan de voorraden en de waarde van lopende verliezen aan goederen in voorraad af te trekken van de waarde van de toevoegingen aan de voorraad producten die voor wederverkoop zijn ingekocht.

Inbegrepen zijn de voorraden goederen en diensten die uitsluitend zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat. Uitgesloten zijn voorraden goederen en diensten die op provisiebasis aan derden worden geleverd.

Producten die door dienstverlenende bedrijven voor wederverkoop zijn ingekocht en opgeslagen, kunnen zowel goederen (industrie-uitrusting in het geval van contracten inzake de oplevering van bedrijfsklare installaties, gebouwen in het geval van bouwprojecten enz.) als diensten (rechten op het gebruik van advertentieruimte, vervoer, accommodatie enz.) omvatten.

Bij de opslag van diensten gaat het om de output van dienstverlenende activiteiten, rechten op het gebruik van vooraf vastgestelde diensten, of fysieke ondersteuning van diensten.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De voorraadwijziging van goederen ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maakt dan deel uit van Kosten van grondstoffen en hulpstoffen, Overige externe kosten en Overige bedrijfskosten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De voorraadwijziging van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maakt dan deel uit van Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen en Overige uitgaven in de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling).

De voorraadwijziging van goederen en diensten, ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maakt deel dan uit van Verkoopkosten en Overige uitgaven in de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Voorraadwijziging van goederen ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat, wordt gebruikt voor de berekening van Brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen (12 13 0), Productiewaarde (12 12 0) en andere aggregaten en saldi.

Deel van Voorraadwijziging van goederen en diensten (13 21 0).

Code

:

13 21 3

Titel

:

Voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werk in de eenheid

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

Deze variabele wordt gedefinieerd als de wijziging in de waarde van de voorraden eindproducten en onderhanden werk, die door de eenheid zijn geproduceerd en nog niet zijn verkocht, tussen de eerste en de laatste dag van de referentieperiode.

Hiertoe behoort ook onderhanden werk dat aan de eenheid behoort, maar dat in het bezit is van derden. Producten die in het bezit van de eenheid zijn, maar die aan derden behoren, zijn daarentegen uitgesloten.

Voorraden worden gewaardeerd tegen productiekosten voordat waardecorrecties worden aangebracht (zoals afschrijving).

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werk in de eenheid wordt in de bedrijfsrekeningen geregistreerd als Wijziging in voorraden gereed product en goederen in bewerking.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werk wordt in de winst- en verliesrekening geregistreerd als Wijzigingen in voorraden gereed product en onderhanden werk (categoriale kostenindeling).

De voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werk maakt deel uit van de rubriek Verkoopkosten in de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Voorraadwijziging van eindproducten en onderhanden werk in de eenheid wordt gebruikt voor de berekening van Productiewaarde (12 12 0) en andere aggregaten en saldi.

Deel van Voorraadwijziging van goederen en diensten (13 21 0).

Code

:

13 31 0

Titel

:

Personeelskosten

Bijlage

:

I tot en met VII

Definitie:

De personeelskosten worden gedefinieerd als de totale beloning, in geld of in natura, die een werkgever verschuldigd is aan zijn werknemers (vaste en tijdelijke werknemers, alsmede thuiswerkers) voor werk dat dezen tijdens de referentieperiode hebben verricht. Ook omvatten de personeelskosten de belastingen en sociale premies t.l.v. werknemers die door de eenheid worden ingehouden, en de verplichte en vrijwillige sociale premies t.l.v. werkgevers.

De personeelskosten bestaan uit:

lonen,

wettelijke-socialezekerheidskosten van de werkgever.

De totale gedurende de referentieperiode betaalde beloning is inbegrepen, ongeacht of deze is betaald op basis van de werktijd, de output of stukloon, en of de betaling regelmatig plaatsvindt of niet. Inbegrepen zijn alle fooien, arbeidsplaatsgebonden toeslagen, productiviteitspremies, gratificaties, dertiendemaandbetalingen (en dergelijke vaste bonussen), betalingen aan werknemers in verband met ontslag, huisvesting, vervoer of kosten van levensonderhoud, gezinstoelagen, provisies, presentiegelden, toeslagen voor overwerk of nachtdienst enz., alsmede belastingen, sociale premies en andere bedragen die de werknemers verschuldigd zijn en door de werkgevers aan de bron worden ingehouden.

Inbegrepen zijn voorts de wettelijke-socialezekerheidskosten van de werkgever. Daartoe behoren de sociale premies t.l.v. werkgevers voor regelingen op het gebied van pensioenen, ziekte, moederschap, invaliditeit, werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten, gezinstoelagen en andere regelingen. De kosten hiervan zijn inbegrepen, of het nu gaat om wettelijke regelingen, bij cao of individueel arbeidscontract overeengekomen regelingen of vrijwillige regelingen.

Betalingen voor uitzendkrachten zijn niet in de personeelskosten begrepen.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De personeelskosten kunnen rechtstreeks worden berekend op basis van de volgende rubrieken van de rekeningen:

Personeelskosten, zijnde de som van de rubrieken Lonen en salarissen en Sociale lasten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De personeelskosten kunnen rechtstreeks worden berekend op basis van de rubriek Personeelsbeloningen in de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling).

De kosten van personeelsbeloningen worden vermeld in een aanvulling op de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

De personeelskosten zijn gebaseerd op:

Lonen (13 32 0)

+

Wettelijke-socialezekerheidskosten (13 33 0).

Personeelskosten worden gebruikt voor de berekening van Bruto-exploitatieoverschot (12 17 0) en andere aggregaten en saldi.

Code

:

13 32 0

Titel

:

Lonen

Bijlage

:

I tot en met IV

Definitie:

Lonen wordt gedefinieerd als „de totale beloning in geld of in natura die verschuldigd is aan iedereen die op de loonlijst voorkomt (m.i.v. thuiswerkers) voor werk dat hij of zij tijdens de verslagperiode heeft gedaan”, ongeacht of de betrokkene wordt betaald op basis van de werktijd, de output of stukloon en of de betaling regelmatig plaatsvindt of niet.

De lonen omvatten de waarde van alle sociale premies, loonbelasting enz., die door de werknemer moeten worden betaald, ook al worden ze in werkelijkheid ingehouden door de werkgever en ten behoeve van de werknemer rechtstreeks afgedragen aan socialeverzekeringsinstellingen, belastingautoriteiten enz. De sociale premies t.l.v. werkgevers vallen niet onder de lonen.

Tot de lonen behoren: alle speciale premies, bonussen, gratificaties, dertiendemaandbetalingen, ontslagvergoedingen, betalingen in verband met huisvesting, vervoer of kosten van levensonderhoud, gezinstoelagen, fooien, provisies, presentiegelden enz., ontvangen door werknemers, alsmede belastingen, sociale premies en andere bedragen die door werknemers moeten worden betaald, maar door de werkgever aan de bron worden ingehouden. Door de werkgever doorbetaald loon bij ziekte, beroepsongeval, zwangerschapsverlof of arbeidstijdverkorting wordt hier of onder de wettelijke-socialezekerheidskosten geregistreerd, afhankelijk van de boekhoudpraktijken van de eenheid.

De lonen omvatten geen betalingen voor uitzendkrachten.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De lonen worden in de bedrijfsrekeningen geregistreerd in de rubriek Lonen en salarissen.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De lonen maken deel uit van de rubriek Kosten van personeelsbeloningen in de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling).

De lonen maken deel uit van de rubriek Kosten van personeelsbeloningen die wordt vermeld in een aanvulling op de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

De variabele Lonen wordt gebruikt voor de berekening van Personeelskosten (13 31 0).

Code

:

13 33 0

Titel

:

Wettelijke-socialezekerheidskosten

Bijlage

:

I tot en met IV

Definitie:

De wetttelijke-socialezekerheidskosten van werkgevers komen overeen met een bedrag dat gelijk is aan de waarde van de sociale premies t.l.v. werkgevers om ervoor te zorgen dat hun werknemers recht hebben op sociale uitkeringen.

De wettelijke-socialezekerheidskosten voor de werkgevers omvatten de sociale premies t.l.v. werkgevers voor regelingen op het gebied van pensioenen, ziekte, moederschap, invaliditeit, werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten, gezinstoelagen en andere regelingen.

Hieronder vallen de kosten voor alle werknemers, inclusief thuiswerkers en leerlingen.

Inbegrepen zijn de kosten voor alle regelingen, of het nu gaat om wettelijke regelingen, bij cao of individueel arbeidscontract overeengekomen regelingen of vrijwillige regelingen. Door de werkgever doorbetaald loon bij ziekte, beroepsongeval, zwangerschapsverlof of arbeidstijdverkorting wordt hier of onder de lonen geregistreerd, afhankelijk van de boekhoudpraktijken van de eenheid.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

De wettelijke-socialezekerheidskosten worden in de rekeningen geregistreerd onder Sociale lasten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De wetttelijke-socialezekerheidskosten maken in de winst- en verliesrekening deel uit van de rubriek Kosten van personeelsbeloningen (categoriale kostenindeling).

De wetttelijke-socialezekerheidskosten maken deel uit van de rubriek Kosten van personeelsbeloningen die wordt vermeld in een aanvulling op de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Wettelijke-socialezekerheidskosten wordt gebruikt voor de berekening van de Personeelskosten (13 31 0).

Code

:

13 41 1

Titel

:

Betalingen voor langetermijnhuur en operationele lease van goederen

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

De betalingen voor langetermijnhuur betreffen alle kosten van het huren van materiële goederen voor een periode langer dan een jaar.

Bij operationele lease worden de belangrijkste risico's en beloningen in verband met het wettelijk eigendom niet aan de lessee overgedragen. Wel verwerft de lessee het recht een duurzaam goed te gebruiken gedurende een bepaalde periode, die lang of kort kan zijn, maar niet vooraf hoeft te zijn vastgesteld. Wanneer de leaseperiode afloopt, verwacht de lessor zijn goed terug in min of meer dezelfde staat als waarin hij het verhuurd had, afgezien van normale slijtage. De leaseperiode bestrijkt dus niet de gehele of een heel groot deel van de economische levensduur van het goed. Betalingen voor operationele lease van goederen hebben betrekking op de kosten van het gebruik van materiële goederen die door middel van een leasecontract ter beschikking van de eenheid zijn gesteld.

Indien alle risico's en beloningen van de eigendom de facto, maar niet de jure, van de lessor worden overgedragen aan de lessee, gaat het om financiële lease. Bij financiële lease bestrijkt de leaseperiode de gehele of het grootste deel van de economische levensduur van het duurzame goed. Aan het eind van deze periode heeft de lessee vaak de keuze het goed tegen een symbolische prijs te kopen. De lessor hoeft geen deskundigheid ten aanzien van het betrokken goed te bezitten. Hij repareert, onderhoudt of vervangt het goed niet. Gewoonlijk wordt het goed door de lessee gekozen en wordt het door de producent of de verkoper rechtstreeks aan hem geleverd. De lessor heeft dus uitsluitend een financiële rol. Alle betalingen met betrekking tot financiële lease blijven bij variabele 13 41 1 buiten beschouwing. De aankoopprijs van het goed wordt op het moment van verwerving van het goed onder de bruto-investeringen geregistreerd.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Betalingen voor langetermijnhuur en operationele lease worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maken dan deel uit van Overige externe kosten en Overige bedrijfskosten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Betalingen voor langetermijnhuur en operationele lease worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maken dan deel uit van Overige kosten in de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling).

Betalingen voor langetermijnhuur en operationele lease worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld. Zij maken dan deel uit van Overige kosten in de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Deel van Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0).

Code

:

15 11 0

Titel

:

Bruto-investeringen in materiële goederen

Bijlage

:

I tot en met IV, VI en VII

Definitie:

Investeringen in alle materiële goederen gedurende de referentieperiode. Inbegrepen zijn nieuwe en bestaande materiële kapitaalgoederen, of deze nu bij derden zijn gekocht, door middel van financiële lease zijn verworven (d.w.z. het recht een duurzaam goed te gebruiken in ruil voor de betaling van huur gedurende een vooraf bepaalde, langere tijd) of voor eigen gebruik zijn geproduceerd (d.w.z. geactiveerde productie van materiële kapitaalgoederen), met een nuttige levensduur van meer dan één jaar, met inbegrip van niet-geproduceerde materiële goederen zoals grond. De drempel voor de nuttige levensduur van voor activering in aanmerking komende goederen kan worden verhoogd indien in de boekhouding van het bedrijf een langere verwachte nuttige levensduur dan één jaar als drempel wordt gehanteerd.

Alle investeringen worden bruto gewaardeerd (d.w.z. vóór waardecorrecties en vóór aftrek van inkomsten uit verkoop). Gekochte goederen worden gewaardeerd tegen de aankoopprijs, d.w.z. inclusief vervoer- en installatiekosten, honoraria, belastingen en andere kosten in verband met de eigendomsoverdracht. De waarde van door middel van financiële lease verworven goederen komt overeen met de marktwaarde die het goed in het jaar van verwerving had. In beginsel wordt de waarde in het contract genoemd en anders kan deze worden geschat aan de hand van het gedeelte van de afbetalingen dat betrekking heeft op de terugbetaling van het kapitaal. Het deel van de afbetalingen dat betrekking heeft op rentebetalingen, blijft buiten beschouwing. Zelf geproduceerde materiële goederen worden gewaardeerd tegen de productiekosten. Goederen die worden verworven als gevolg van herstructureringen (zoals fusies, overnames en op- of afsplitsingen), blijven buiten beschouwing. Aankopen van kleine gereedschappen die niet tot de vaste activa behoren, zijn in de lopende uitgaven begrepen.

Inbegrepen zijn voorts alle toevoegingen, veranderingen, verbeteringen en renovaties die de nuttige levensduur verlengen of het productief vermogen van de kapitaalgoederen doen toenemen.

Lopende onderhoudskosten blijven buiten beschouwing, evenals de waarde van en de lopende uitgaven voor kapitaalgoederen die worden gebruikt op grond van huur- en operationeleleasecontracten. Jaarlijkse betalingen voor activa die in het kader van financiële lease worden gebruikt, blijven buiten beschouwing. Ook investeringen in immateriële goederen en financiële activa blijven buiten beschouwing.

Verder wordt financiële lease gekenmerkt door het feit dat alle risico's en beloningen van de eigendom de facto, maar niet de jure van de lessor worden overgedragen aan de lessee. De leaseperiode bestrijkt de gehele of het grootste deel van de economische levensduur van het duurzame goed. Aan het eind van deze periode heeft de lessee vaak de keuze het goed tegen een symbolische prijs te kopen. De lessor heeft uitsluitend een financiële rol.

Wanneer de facturering, levering, betaling en het eerste gebruik van investeringen in verschillende referentieperiodes plaatsvindt, moet worden gestreefd naar de volgende registratiemethode:

Investeringen worden geregistreerd wanneer de eigendom wordt overgedragen aan de eenheid die de goederen denkt te gebruiken. Voor door middel van financiële lease verworven goederen wordt de waarde geregistreerd op het moment waarop het goed aan de lessee wordt geleverd. Geactiveerde productie wordt geregistreerd wanneer deze wordt geproduceerd. Bij investeringen die in identificeerbare etappes plaatsvinden, wordt iedere deelinvestering geregistreerd in de referentieperiode waarin deze wordt gedaan.

In de praktijk is dit niet altijd mogelijk; gezien de afspraken voor bedrijfsboekhoudingen is wellicht een van de volgende benaderingen van deze methode nodig:

i)

investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze worden geleverd;

ii)

investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze in het productieproces worden ingezet;

iii)

investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze in rekening worden gebracht;

iv)

investeringen worden geregistreerd in de referentieperiode waarin ze worden betaald.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Materiële goederen worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Materiële vaste activa. De waarde van materiële goederen die door financiële lease worden verkregen, blijft in de Vierde Richtlijn Jaarrekeningen buiten beschouwing. In sommige lidstaten kunnen deze goederen echter volgens de boekhoudregels op de balans worden geactiveerd.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Materiële goederen worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Materiële vaste activa. Informatie over financiële lease moet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen worden vermeld.

Verband met andere variabelen

De bruto-investeringen in materiële goederen zijn gebaseerd op

Bruto-investeringen in grond (15 12 0)

+

Bruto-investeringen in bestaande bouwwerken (15 13 0)

+

Bruto-investeringen in de bouw en verbouwing van gebouwen (15 14 0)

+

Bruto-investeringen in machines en werktuigen (15 15 0).

De bruto-investeringen in materiële goederen kunnen groter zijn dan de som van 15 12 0 + 15 13 0 + 15 14 0 + 15 15 0 omdat bepaalde activa, zoals kunst, bossen, boomgaarden, vee enz., niet bij een van deze categorieën materiële goederen kunnen worden ingedeeld.

Code

:

15 12 0

Titel

:

Bruto-investeringen in grond

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

Behalve grond vallen onder deze variabele ondergrondse minerale reserves, bossen en binnenwateren. Wanneer de grond wordt gekocht met bestaande gebouwen en de waarde van beide componenten niet scheidbaar is, wordt het totaal onder deze rubriek geregistreerd indien geschat wordt dat de waarde van de grond groter is dan de waarde van de bestaande gebouwen. Indien daarentegen de bestaande gebouwen meer waard worden geacht dan de grond, wordt het totaal geregistreerd onder de bruto-investeringen in bestaande bouwwerken (15 13 0). Inbegrepen is hier ook grond die enkel verbeterd is door egalisering, het leggen van leidingen of de aanleg van paden of wegen. Grond die wordt verworven als gevolg van herstructureringen (zoals fusies, overnames en op- of afsplitsingen) blijft buiten beschouwing.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Grond komt niet afzonderlijk voor in de lijst van materiële activa, maar is in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Materiële vaste activa — Terreinen en gebouwen. Het gedeelte betreffende gebouwen blijft hier buiten beschouwing. Het gedeelte van Vooruitbetalingen en materiële vaste activa in aanbouw dat grond betreft, moet worden meegeteld.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De bruto-investeringen in grond komen niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor, maar zijn opgenomen onder Materiële vaste activa.

Verband met andere variabelen

Deel van Bruto-investeringen in materiële goederen (15 11 0)

Code

:

15 13 0

Titel

:

Bruto-investeringen in bestaande bouwwerken

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

De investeringen omvatten de kosten van bestaande bouwwerken (die voordien al zijn gebruikt) wanneer deze gedurende de referentieperiode zijn verworven. Wanneer grond is gekocht met bestaande gebouwen en de waarde van beide componenten niet scheidbaar is, wordt het totaal onder deze rubriek geregistreerd indien geschat wordt dat de waarde van de bestaande gebouwen groter is dan die van de grond. Indien daarentegen de grond meer waard wordt geacht dan de bestaande gebouwen, wordt het totaal geregistreerd onder Bruto-investeringen in grond (15 12 0). Aankopen van nieuwe gebouwen die nooit zijn gebruikt, blijven buiten beschouwing. Bestaande bouwwerken die worden verworven als gevolg van herstructureringen (zoals fusies, overnames, op- of afsplitsingen), blijven buiten beschouwing.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Bruto-investeringen in bestaande bouwwerken komen niet apart voor in de lijst van materiële activa, maar zijn in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Materiële vaste activa — Terreinen en gebouwen. Het gedeelte betreffende terreinen en de bouw en verbouwing van bouwwerken blijft hier buiten beschouwing. Het gedeelte van Vooruitbetalingen en materiële vaste activa in aanbouw dat bouwwerken betreft, moet worden meegeteld.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De bruto-investeringen in bestaande bouwwerken komen niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor, maar zijn opgenomen onder Materiële vaste activa.

Verband met andere variabelen

Deel van Bruto-investeringen in materiële goederen (15 11 0)

Code

:

15 14 0

Titel

:

Bruto-investeringen in de bouw en verbouwing van gebouwen

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

Deze variabele bestrijkt de uitgaven tijdens de referentieperiode voor de bouw of verbouwing van gebouwen. Ook aankopen van nieuwe gebouwen die nooit zijn gebruikt, vallen hieronder. Verder behoren hiertoe toevoegingen, veranderingen, verbeteringen en renovaties die de nuttige levensduur verlengen of het productief vermogen van de gebouwen doen toenemen.

Inbegrepen zijn permanente installaties zoals watervoorziening, centrale verwarming, airconditioning, verlichting enz., alsmede uitgaven voor de aanleg van aardoliebronnen, operationele mijnen, pijpleidingen, hoogspanningsleidingen, gasleidingen, spoorlijnen, haveninstallaties, wegen, bruggen, viaducten, rioleringen en andere verbeteringen van terreinen. Lopende onderhoudskosten blijven buiten beschouwing.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Bruto-investeringen in de bouw en verbouwing van gebouwen komt niet afzonderlijk voor in de lijst van materiële activa, maar is in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Materiële vaste activa — Terreinen en gebouwen. Het gedeelte betreffende terreinen en bestaande bouwwerken blijft hier buiten beschouwing. Het gedeelte van Vooruitbetalingen en materiële vaste activa in aanbouw dat de bouw en verbouwing van gebouwen betreft, moet worden meegeteld.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De bruto-investeringen in de bouw en verbouwing van gebouwen komen niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor, maar zijn opgenomen onder Materiële vaste activa.

Verband met andere variabelen

Deel van Bruto-investeringen in materiële goederen (15 11 0)

Code

:

15 15 0

Titel

:

Bruto-investeringen in machines en werktuigen

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

Deze variabele bestrijkt machines (kantoormachines enz.), speciale voertuigen voor gebruik binnen de onderneming, andere machines en werktuigen, alle voertuigen en boten die buiten het bedrijfsterrein worden gebruikt, d.w.z. auto's, bedrijfswagens en vrachtwagens, alsmede speciale voertuigen van alle soorten, boten, spoorwegwagons enz., die gedurende de referentieperiode nieuw of tweedehands zijn aangeschaft. Machines en werktuigen die worden verworven als gevolg van herstructureringen (zoals fusies, overnames, op- of afsplitsingen), blijven buiten beschouwing. Inbegrepen zijn voorts alle toevoegingen, veranderingen, verbeteringen of renovaties die de nuttige levensduur verlengen of het productief vermogen van de kapitaalgoederen verhogen. Lopende onderhoudskosten blijven buiten beschouwing.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Bruto-investeringen in machines en werktuigen staan in de lijst van materiële activa in de bedrijfsrekeningen onder Vaste activa — Materiële vaste activa — Technische installaties en machines en Andere installaties, technische en administratieve uitrusting. Het gedeelte van Vooruitbetalingen en materiële vaste activa in aanbouw dat machines en werktuigen betreft, moet worden meegeteld.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

De bruto-investeringen in machines en werktuigen komen niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor, maar zijn opgenomen onder Materiële vaste activa. Het gedeelte van Vooruitbetalingen en materiële vaste activa in aanbouw dat machines en werktuigen betreft, moet worden meegeteld.

Verband met andere variabelen

Deel van Bruto-investeringen in materiële goederen (15 11 0)

Code

:

15 21 0

Titel

:

Verkoop van materiële investeringsgoederen

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

De verkoop van materiële goederen omvat de waarde van bestaande materiële kapitaalgoederen die aan derden zijn verkocht. De verkoop van materiële kapitaalgoederen wordt gewaardeerd tegen de werkelijk ontvangen prijs (zonder btw) — niet tegen de boekwaarde — na aftrek van de kosten van eigendomsoverdracht die ten laste van de verkoper komen. Waardecorrecties en andere onttrekkingen aan de vaste activa dan door verkoop zijn uitgezonderd.

Verband met bedrijfsrekeningen

De verkoop van investeringsgoederen staat niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Materiële investeringsgoederen worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Materiële vaste activa.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Materiële investeringsgoederen worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Materiële vaste activa.

Code

:

15 42 0

Titel

:

Bruto-investeringen in concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en soortgelijke rechten

Bijlage

:

II

Definitie:

Investeringen in concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en soortgelijke rechten worden alleen als immateriële activa erkend als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische baten die aan de activa zijn toe te rekenen, ten goede komen aan de onderneming en als de kosten van de activa betrouwbaar kunnen worden gemeten. Dit vereiste is zowel van toepassing op immateriële activa die zijn overgenomen van derden als op immateriële activa die intern zijn gegenereerd.

Een concessie is een bedrijf dat wordt geëxploiteerd op grond van een contract of een vergunning waardoor dat bedrijf met een zekere mate van exclusiviteit binnen een bepaald geografisch gebied mag worden geëxploiteerd. Zo kunnen kramen in sportarena's of in openbare parken op basis van een concessie worden geëxploiteerd; hetzelfde geldt voor openbare diensten als de watervoorziening. De eigenaar van de concessie (de concessionaris) werkt als zelfstandige en betaalt hetzij een vast bedrag of een percentage van het inkomen of de winst, hetzij beide aan de eenheid die de bevoegdheid heeft exclusieve rechten voor een gebied of een voorziening toe te kennen. In het kader van een concessie kan de concessionaris het recht krijgen een deel van bestaande infrastructuur te gebruiken als hij die nodig heeft om het bedrijf uit te oefenen (zoals een waterleidingstelsel in een stad).

Een octrooi is een rechtstitel voor industriële eigendom waarbij de eigenaar het exclusieve recht krijgt gedurende een beperkte tijd in een bepaald gebied een uitvinding commercieel te exploiteren. Door het octrooi krijgt de eigenaar ervan onder meer het recht anderen te beletten de uitvinding in kwestie te maken, te gebruiken of te verkopen zonder dat hij toestemming heeft verleend. Als tegenprestatie voor het exclusieve recht de uitvinding te exploiteren, worden de technische bijzonderheden ervan gepubliceerd. Om octrooieerbaar te zijn, moet de uitvinding nieuw, origineel en industrieel toepasbaar zijn.

Een licentiegever kan een derde in het kader van zijn intellectuele-eigendomsrecht een licentie geven om iets te doen (zoals software kopiëren of gebruikmaken van een geoctrooieerde uitvinding), zonder dat deze derde bang hoeft te zijn voor een vordering van de licentiegever in verband met een inbreuk op zijn intellectuele-eigendomsrecht. De licentie bestaat gewoonlijk uit verscheidene componenten, waaronder de termijn, het gebied, de verlenging en andere beperkingen die de licentiegever noodzakelijk acht.

Een handelsmerk is een onderscheidend teken dat grafisch kan worden weergegeven. Als concurrentie-instrument is het handelsmerk een middel voor industrieën en andere bedrijven om klanten te werven of te behouden door hun goederen en diensten te onderscheiden van die van hun concurrenten.

Een merk wordt gebruikt om een product of een dienst te onderscheiden. Handelsmerken kunnen twee- of driedimensionaal zijn en kunnen bestaan uit woorden, beelden, kleuren en/of geluiden enz.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en soortgelijke rechten worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Immateriële vaste activa.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Concessies, octrooien, licenties, handelsmerken en soortgelijke rechten worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Immateriële activa.

Code

:

15 44 1

Titel

:

Investeringen in aangekochte programmatuur

Bijlage

:

II, IV

Definitie:

Investeringen in aangekochte programmatuur worden alleen als immateriële activa erkend als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische baten die aan de activa zijn toe te rekenen, ten goede komen aan de onderneming en als de kosten van de activa betrouwbaar kunnen worden gemeten. Indien de aankoop van programmatuur niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt deze aankoop op het moment dat de kosten worden gemaakt, als uitgaven onder variabele 13 11 0 Totale aankoop van goederen en diensten geboekt.

De investeringen in aangekochte programmatuur omvatten de aankoopprijs, inclusief eventuele invoerrechten en niet-terugvorderbare omzetbelasting, en eventuele direct toe te rekenen uitgaven om de programmatuur geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Direct toe te rekenen uitgaven zijn bijvoorbeeld de betaling van de installateur. Eventuele handelskortingen en andere kortingen worden afgetrokken om de kostprijs te bepalen.

Verband met bedrijfsrekeningen

Investeringen staan niet op de balans. Wel worden toevoegingen en onttrekkingen aan en overdrachten van vaste activa, alsmede waardecorrecties voor deze vaste activa op de balans of in de toelichting op de rekeningen opgenomen.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Investeringen in programmatuur worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Immateriële vaste activa.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Investeringen in programmatuur worden in de bedrijfsrekeningen opgenomen onder Vaste activa — Immateriële activa.

Code

:

16 11 0

Titel

:

Aantal werkzame personen

Bijlage

:

I tot en met VII

Definitie:

Het aantal werkzame personen wordt gedefinieerd als het totale aantal personen dat in de waargenomen eenheid werkt (inclusief meewerkende eigenaren, regelmatig in de eenheid meewerkende partners en regelmatig in de eenheid niet-betaalde meewerkende gezinsleden), alsmede personen die buiten de eenheid werken, maar er wel toe behoren en erdoor worden betaald (bv. vertegenwoordigers, bezorgers, reparatie- en onderhoudsteams). Hieronder vallen ook personen die gedurende een korte periode afwezig zijn (wegens ziekte, betaalde vakantie, speciaal verlof enz.) en stakers, maar niet degenen die voor onbepaalde tijd afwezig zijn. Verder vallen hieronder deeltijdwerkers die krachtens de wetgeving van het betrokken land als zodanig worden beschouwd en die op de loonlijst staan, alsmede seizoenarbeiders, leerlingen en thuiswerkers die op de loonlijst staan.

Tot de werkzame personen behoren geen arbeidskrachten die door andere ondernemingen aan de eenheid zijn uitgeleend, personen die voor andere ondernemingen reparatie- en onderhoudswerk in de waargenomen eenheid verrichten en dienstplichtigen.

Onder niet-betaalde meewerkende gezinsleden worden verstaan personen die in het huishouden van de eigenaar van de eenheid wonen en die regelmatig werk voor de eenheid verrichten zonder dat ze een arbeidscontract hebben of een vast bedrag krijgen voor het werk dat ze verrichten. Hieronder vallen alleen personen die niet als hoofdberoep in een andere eenheid werken en daar op de loonlijst staan.

Opmerking

:

Om de vergelijkbaarheid van de gegevens te controleren, moet worden aangegeven of deze rubriek ook vrijwilligers omvat.

Het aantal werkzame personen is het resultaat van een telling; het wordt gemeten als een jaarlijks gemiddelde waarbij ten minste gegevens voor elk kwartaal van het jaar worden gebruikt, behalve voor statistieken van de in sectie 3 van de bijlagen V, VI en VII bij Verordening (EG) nr. 295/2008 omschreven activiteiten, waarvoor een berekening op basis van gegevens met een geringere frequentie mogelijk is.

Verband met bedrijfsrekeningen

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Het aantal werkzame personen wordt geregistreerd in de toelichting op de bedrijfsrekeningen (artikel 43, lid 1, onder 9).

Verband met andere variabelen

Aantal werkzame personen kan worden ingedeeld in Aantal werknemers (16 13 0) en Aantal niet-betaalde werkzame personen (16 12 0).

Code

:

16 11 1

Titel

:

Aantal werkzame personen naar categorie kredietinstelling

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het aantal werkzame personen (zie variabele 16 11 0) wordt als volgt naar categorie kredietinstelling ingedeeld: banken met vergunning, gespecialiseerde kredietverstrekkende instellingen, overige kredietinstellingen. Deze indeling maakt het mogelijk de categorieën kredietinstellingen bij de desbetreffende klassen van de NACE Rev. 2 in te delen.

Verband met andere variabelen

Aantal werkzame personen naar categorie kredietinstelling is een uitsplitsing van Aantal werkzame personen (16 11 0).

Code

:

16 11 2

Titel

:

Aantal werkzame vrouwen

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het aantal werkzame personen (zie variabele 16 11 0) van het vrouwelijke geslacht.

Verband met andere variabelen

Aantal werkzame vrouwen maakt deel uit van Aantal werkzame personen (16 11 0).

Code

:

16 12 0

Titel

:

Aantal niet-betaalde werkzame personen

Bijlage

:

I tot en met IV en VI

Definitie:

Het aantal niet-betaalde werkzame personen wordt gedefinieerd als het aantal personen die regelmatig in de waarnemingseenheid werken, maar die geen beloning ontvangen in de vorm van loon, provisie, fooien, stukloon of beloning in natura (niet-betaalde meewerkende gezinsleden, meewerkende eigenaren die geen beloning ontvangen in de vorm van loon enz.).

Verband met andere variabelen

Aantal niet-betaalde werkzame personen (16 12 0) wordt berekend als het verschil tussen Aantal werkzame personen (16 11 0) en Aantal werknemers (16 13 0).

Code

:

16 13 0

Titel

:

Aantal werknemers

Bijlage

:

I tot en met IV en VI

Definitie:

Het aantal werknemers wordt gedefinieerd als de personen die voor een werkgever werken, een arbeidscontract hebben en een beloning ontvangen in de vorm van loon, provisie, fooien, stukloon of beloning in natura. (Alle personen voor wie in de rubriek Personeelskosten van de winst- en verliesrekening van de onderneming betalingen worden geboekt, moeten worden meegeteld, ongeacht of er een arbeidscontract bestaat.)

Er is sprake van een arbeidsverhouding als er een door beide partijen vrijwillig aangegane formele of informele overeenkomst is, waarin wordt bepaald dat de betrokkene voor de onderneming werkt in ruil voor een beloning in geld of in natura.

Een werknemer geldt als loontrekker van een eenheid wanneer hij of zij loon van die eenheid ontvangt, ongeacht de plaats waar het werk wordt uitgevoerd (binnen of buiten de productie-eenheid). Iemand die voor een uitzendbureau werkt, wordt geacht werknemer van het uitzendbureau te zijn en niet van de eenheid waar hij of zij werkt (de klant van het uitzendbureau).

Als werknemer gelden met name ook:

betaalde meewerkende eigenaren;

studenten die zich er formeel toe hebben verplicht om in ruil voor loon en/of onderwijs mee te werken aan het productieproces van een onderneming;

werknemers met een contract van de soort bedoeld om de aanstelling van werklozen te stimuleren;

thuiswerkers indien er sprake is van een expliciete afspraak dat zij worden betaald op basis van het werk dat zij hebben verricht, en zij op de loonlijst staan.

Het aantal werknemers omvat deeltijdwerkers, seizoenarbeiders, stakers of personen die korte tijd op vakantie zijn, maar niet degenen die voor lange tijd verlof hebben opgenomen.

Vrijwilligers worden niet als werknemers beschouwd.

Het aantal werknemers wordt op dezelfde manier berekend als het aantal werkzame personen: het is het resultaat van een telling en wordt gemeten als een jaarlijks gemiddelde waarbij ten minste gegevens voor elk kwartaal van het jaar worden gebruikt, behalve voor statistieken van de in sectie 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 295/2008 omschreven activiteiten, waarvoor een berekening op basis van gegevens met een geringere frequentie mogelijk is.

Verband met andere variabelen

Deel van Aantal werkzame personen (16 11 0)

Code

:

16 13 6

Titel

:

Aantal vrouwen in loondienst

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het aantal werknemers (zie variabele 16 13 0) van het vrouwelijke geslacht.

Verband met andere variabelen

Aantal vrouwen in loondienst maakt deel uit van Aantal werknemers (16 13 0).

Code

:

16 14 0

Titel

:

Aantal werknemers in voltijdequivalenten

Bijlage

:

I tot en met IV en VI

Definitie:

Het aantal werknemers omgerekend in voltijdequivalenten.

De cijfers voor het aantal personen die korter werken dan de standaardarbeidstijd voor een werknemer die het gehele jaar voltijds werkt, moeten worden omgerekend in voltijdequivalenten, waarbij wordt uitgegaan van de arbeidstijd van een werknemer in de eenheid die het gehele jaar voltijds werkt. Voor de berekening van het voltijdequivalent wordt het totale aantal gewerkte uren gedeeld door het gemiddelde aantal op het economisch grondgebied in voltijdbanen gewerkte uren per jaar. Omdat de lengte van een voltijdbaan in de loop der tijd is veranderd en van bedrijfstak tot bedrijfstak verschilt, moeten methoden worden toegepast om per banengroep het gemiddelde aandeel deeltijdbanen en het gemiddelde aantal uren dat korter wordt gewerkt dan in voltijdbanen, vast te stellen. Voor elke banengroep moet eerst worden vastgesteld hoe lang een normale volle arbeidsweek duurt. Indien mogelijk kan binnen een bedrijfstak een banengroep worden gedefinieerd op grond van geslacht en/of aard van het werk van de werknemers. Voor de werknemers kunnen deze cijfers worden vastgesteld aan de hand van het bij het arbeidscontract overeengekomen aantal uren. De voltijdequivalenten worden voor elke banengroep afzonderlijk berekend, en vervolgens samengeteld.

Inbegrepen in deze categorie zijn mensen die minder dan een normale werkdag, minder dan een normaal aantal werkdagen in de week of minder dan het normale aantal weken/maanden van het jaar werken. De omrekening vindt plaats op basis van het aantal uren, dagen, weken of maanden dat is gewerkt.

Verband met andere variabelen

Aantal door werknemers gewerkte uren (16 15 0) kan worden gebruikt voor de omrekening van Aantal werknemers (16 13 0) in voltijdequivalenten.

Code

:

16 15 0

Titel

:

Aantal door werknemers gewerkte uren

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

Het aantal door werknemers gewerkte uren komt overeen met het geaggregeerde aantal uren dat gedurende de referentieperiode werkelijk voor de output van de waargenomen eenheid is gewerkt.

Bij deze variabele blijven uren die niet werkelijk zijn gewerkt, maar wel zijn betaald, zoals in geval van vakantie, feestdagen of ziekte, buiten beschouwing. Evenmin worden lunchpauzes en het woon-werkverkeer meegerekend.

Het gaat om de uren die gedurende de normale werktijd werkelijk zijn gewerkt, de uren die buiten de normale werktijd gewerkt zijn, de tijd die op de werkplek is besteed aan werkzaamheden als werkvoorbereiding en de tijd die overeenkomt met korte rustperiodes op de werkplek.

Indien het aantal werkelijk gewerkte uren niet precies bekend is, kan dit worden geschat op basis van het theoretische aantal gewerkte uren en het gemiddelde absentiecijfer (ziekte, zwangerschap enz.).

Verband met andere variabelen

Aantal door werknemers gewerkte uren kan worden gebruikt voor de omrekening van Aantal werknemers (16 13 0) in Aantal werknemers in voltijdequivalenten (16 14 0).

Code

:

16 91 0

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van actieve ondernemingen in t

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werkzame personen wordt gedefinieerd als het totale aantal personen dat in de waargenomen eenheid werkt (inclusief meewerkende eigenaren, regelmatig in de eenheid meewerkende partners en niet-betaalde meewerkende gezinsleden), alsmede personen die buiten de eenheid werken, maar er wel toe behoren en erdoor worden betaald (bv. vertegenwoordigers, bezorgers, reparatie- en onderhoudsteams). Hieronder vallen ook personen die gedurende een korte periode afwezig zijn (wegens ziekte, betaalde vakantie, speciaal verlof enz.) en stakers, maar niet degenen die voor onbepaalde tijd afwezig zijn. Verder vallen hieronder deeltijdwerkers die krachtens de wetgeving van het betrokken land als zodanig worden beschouwd en die op de loonlijst staan, alsmede seizoenarbeiders, leerlingen en thuiswerkers die op de loonlijst staan.

Tot de werkzame personen behoren geen arbeidskrachten die door andere ondernemingen aan de eenheid zijn uitgeleend, personen die voor andere ondernemingen reparatie- en onderhoudswerk in de waargenomen eenheid verrichten en dienstplichtigen.

Onder niet-betaalde meewerkende gezinsleden worden verstaan personen die in het huishouden van de eigenaar van de eenheid wonen en die regelmatig werk voor de eenheid verrichten zonder dat ze een arbeidscontract hebben of een vast bedrag krijgen voor het werk dat ze verrichten. Hieronder vallen alleen personen die niet als hoofdberoep in een andere eenheid werken en daar op de loonlijst staan.

Opmerking

:

Om de vergelijkbaarheid van de gegevens te controleren, moet worden aangegeven of deze rubriek ook vrijwilligers omvat.

Code

:

16 91 1

Titel

:

Aantal werknemers in de populatie van actieve ondernemingen in t

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werknemers wordt gedefinieerd als de personen die voor een werkgever werken, een arbeidscontract hebben en een beloning ontvangen in de vorm van loon, provisie, fooien, stukloon of beloning in natura.

Er is sprake van een arbeidsverhouding als er een door beide partijen vrijwillig aangegane formele of informele overeenkomst is, waarin wordt bepaald dat de betrokkene voor de onderneming werkt in ruil voor een beloning in geld of in natura.

Een werknemer geldt als loontrekker van een eenheid wanneer hij of zij loon van die eenheid ontvangt, ongeacht de plaats waar het werk wordt uitgevoerd (binnen of buiten de productie-eenheid). Iemand die voor een uitzendbureau werkt, wordt geacht werknemer van het uitzendbureau te zijn en niet van de eenheid waar hij of zij werkt (de klant van het uitzendbureau).

Als werknemer gelden met name ook:

betaalde meewerkende eigenaren;

studenten die zich er formeel toe hebben verplicht om in ruil voor loon en/of onderwijs mee te werken aan het productieproces van een onderneming;

werknemers met een contract van de soort bedoeld om de aanstelling van werklozen te stimuleren;

thuiswerkers indien er sprake is van een expliciete afspraak dat zij worden betaald op basis van het werk dat zij hebben verricht, en zij op de loonlijst staan.

Het aantal werknemers omvat deeltijdwerkers, seizoenarbeiders, stakers of personen die korte tijd op vakantie zijn, maar niet degenen die voor lange tijd verlof hebben opgenomen.

Vrijwilligers worden niet als werknemers beschouwd.

Het aantal werknemers wordt op dezelfde manier berekend als het aantal werkzame personen, namelijk als het aantal banen; het wordt gemeten als jaargemiddelde.

Code

:

16 92 0

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t opgerichte ondernemingen

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werkzame personen wordt gedefinieerd als in kenmerk 16 91 0. De populatie van opgerichte ondernemingen wordt gedefinieerd als in kenmerk 11 92 0.

Code

:

16 92 1

Titel

:

Aantal werknemers in de populatie van in t opgerichte ondernemingen

Definitie:

Het aantal werknemers wordt gedefinieerd als in kenmerk 16 91 1. De populatie van opgerichte ondernemingen wordt gedefinieerd als in kenmerk 11 92 0.

Code

:

16 93 0

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t opgeheven ondernemingen

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werkzame personen wordt gedefinieerd als in kenmerk 16 91 0. De populatie van opgeheven ondernemingen wordt gedefinieerd als in kenmerk 11 93 0.

Code

:

16 93 1

Titel

:

Aantal werknemers in de populatie van in t opgeheven ondernemingen

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werknemers wordt gedefinieerd als in kenmerk 16 91 1. De populatie van opgeheven ondernemingen wordt gedefinieerd als in kenmerk 11 93 0.

Code

:

16 94 1

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t-1 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 94 2

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t-2 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 94 3

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t-3 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 94 4

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t-4 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 94 5

Titel

:

Aantal werkzame personen in de populatie van in t-5 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werkzame personen wordt gedefinieerd als in kenmerk 16 91 0. De populatie van opgerichte ondernemingen wordt gedefinieerd als in kenmerk 11 92 0. Het nog bestaan wordt gedefinieerd als in de kenmerken 11 94 1 tot en met 11 94 5.

Code

:

16 95 1

Titel

:

Aantal werkzame personen in het jaar van oprichting in de populatie van in t-1 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 95 2

Titel

:

Aantal werkzame personen in het jaar van oprichting in de populatie van in t-2 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 95 3

Titel

:

Aantal werkzame personen in het jaar van oprichting in de populatie van in t-3 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 95 4

Titel

:

Aantal werkzame personen in het jaar van oprichting in de populatie van in t-4 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Code

:

16 95 5

Titel

:

Aantal werkzame personen in het jaar van oprichting in de populatie van in t-5 opgerichte ondernemingen die in t nog bestaan

Bijlage

:

IX

Definitie:

Het aantal werkzame personen wordt gedefinieerd als in kenmerk 16 91 0. De populatie van opgerichte ondernemingen wordt gedefinieerd als in kenmerk 11 92 0. Het nog bestaan wordt gedefinieerd als in de kenmerken 11 94 1 tot en met 11 94 5.

Code

:

17 32 0

Titel

:

Aantal detailhandelswinkels

Bijlage

:

III

Definitie:

Dit is het totale aantal detailhandelwinkels dat door de onderneming wordt geëxploiteerd, ongeacht of zij deze in eigendom heeft of huurt. Winkels worden gedefinieerd als vaste verkooppunten waar de klanten binnenkomen om hun aankopen te doen. Detailhandelwinkels worden ingedeeld in de groepen 47.1-47.7 van de NACE Rev. 2.

Verband met andere variabelen

Deel van Aantal lokale eenheden (11 21 0)

Code

:

17 33 1

Titel

:

Verkoopruimte

Bijlage

:

III

Definitie:

De verkoopruimte is de geschatte vloeroppervlakte (in m2) van het gedeelte van de bedrijfsruimte dat is bestemd voor de verkoop en voor uitstalling:

de totale ruimte waartoe de klanten toegang hebben, met inbegrip van paskamers;

toonbanken en etalages;

de ruimte achter de toonbanken die wordt gebruikt door het winkelpersoneel.

De verkoopruimte omvat geen kantoren, opslag- en voorbereidingsruimten, ateliers, trappen, garderobes en andere ruimten met voorzieningen.

Code

:

18 10 0

Titel

:

Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten

Bijlage

:

III

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met activiteiten die worden ingedeeld bij de secties A tot en met F van de NACE Rev. 2.

Hieronder valt niet de omzet die wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat zijn ingekocht.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten komt niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Code

:

18 11 0

Titel

:

Omzet uit hoofdactiviteit op het niveau van de NACE Rev. 2 met drie cijfers

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met de hoofdactiviteit van de eenheid. De hoofdactiviteit van een eenheid wordt bepaald volgens de regels in Verordening (EG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake statistische eenheden.

Inbegrepen is de omzet die wordt behaald met de verkoop van goederen en diensten die van onderaannemers afkomstig zijn, maar niet die welke wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit hoofdactiviteit op het niveau van de NACE Rev. 2 met drie cijfers komt niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Code

:

18 12 0

Titel

:

Omzet uit industriële activiteiten

Bijlage

:

II

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met activiteiten die worden ingedeeld bij de secties B tot en met F van de NACE Rev. 2.

Inbegrepen is de omzet die wordt behaald met de verkoop van goederen en diensten die van onderaannemers afkomstig zijn, maar niet die welke wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit industriële activiteiten komt niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Deel van Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten (18 10 0)

Code

:

18 12 1

Titel

:

Omzet uit industriële activiteiten met uitzondering van de bouwnijverheid

Bijlage

:

IV

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met activiteiten die worden ingedeeld bij de secties B tot en met E van de NACE Rev. 2.

Inbegrepen is de omzet die wordt behaald met de verkoop van goederen en diensten die van onderaannemers afkomstig zijn, maar niet die welke wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit industriële activiteiten met uitzondering van de bouwnijverheid komt niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Deel van Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten (18 10 0)

Deel van Omzet uit industriële activiteiten (18 12 0)

Code

:

18 12 2

Titel

:

Omzet uit bouwnijverheid

Bijlage

:

IV

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met activiteiten die worden ingedeeld bij sectie F van de NACE Rev. 2.

Inbegrepen is de omzet die wordt behaald met de verkoop van goederen en diensten die van onderaannemers afkomstig zijn, maar niet die welke wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit bouwnijverheid komt niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Deel van Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten (18 10 0)

Deel van Omzet uit industriële activiteiten (18 12 0)

Code

:

18 15 0

Titel

:

Omzet uit dienstenactiviteiten

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

Inkomsten uit alle verleende diensten (bank- en verzekeringsdiensten, zakelijke en persoonlijke diensten).

Deze variabele omvat de omzet uit dienstenactiviteiten die als hoofd- of als nevenactiviteit worden verricht; soms worden dienstenactiviteiten verricht door industrie-eenheden. Deze activiteiten zijn ingedeeld in de secties H tot en met N en P tot en met S, alsmede in sectie G, groepen 45.2 en 45.4 (onderhoud en reparatie), van de NACE Rev. 2.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit dienstenactiviteiten wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Code

:

18 16 0

Titel

:

Omzet uit handelsactiviteiten met betrekking tot aankoop en wederverkoop en uit intermediaire activiteiten

Bijlage

:

II tot en met IV

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat afkomstig is uit de handelsactiviteiten van de eenheid met betrekking tot aankoop en wederverkoop en uit haar intermediaire activiteiten. Dit komt overeen met de verkoop van goederen die door de eenheid in eigen naam en in eigen beheer zijn ingekocht en die zijn doorverkocht in dezelfde staat als waarin ze waren gekocht, dan wel na de in de handel gebruikelijke etikettering en verpakking, alsmede provisies op aan- en verkopen in naam van en ten behoeve van derden, en dergelijke activiteiten.

De wederverkoop kan worden ingedeeld in:

wederverkoop aan andere handelaren, professionele gebruikers enz. (groothandelsverkoop);

wederverkoop aan huishoudens en kleine gebruikers (detailhandelsverkoop).

Deze activiteiten worden ingedeeld in sectie G van de NACE Rev. 2 (m.u.v. de groepen 45.2 en 45.4).

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit handelsactiviteiten en intermediaire activiteiten wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van de Omzet (12 11 0)

Code

:

18 21 0

Titel

:

Specificatie van de omzet naar product (overeenkomstig sectie G van de CPA)

Bijlage

:

III

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat moet worden gespecificeerd, is de omzet die afkomstig is van handelsactiviteiten van de eenheid met betrekking tot aankoop en wederverkoop en van haar intermediaire activiteiten (zoals gedefinieerd voor variabele 18 16 0).

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet gespecificeerd naar product wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

De som van de omzet voor alle producten moet gelijk zijn aan Omzet uit handelsactiviteiten met betrekking tot aankoop en wederverkoop en uit intermediaire activiteiten (18 16 0).

Code

:

18 31 0

Titel

:

Omzet uit burgerlijke en utiliteitsbouw

Bijlage

:

IV

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met activiteiten die worden ingedeeld in sectie F van de NACE Rev. 2 en betrekking hebben op bouwwerken die in de classificatie van bouwwerken zijn ingedeeld als gebouwen.

Inbegrepen is de omzet die wordt behaald met de verkoop van goederen en diensten die van onderaannemers afkomstig zijn, maar niet die welke wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit burgerlijke en utiliteitsbouw wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Deel van Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten (18 10 0)

Deel van Omzet uit industriële activiteiten (18 12 0)

Deel van Omzet uit bouwnijverheid (18 12 2)

Code

:

18 32 0

Titel

:

Omzet uit grond-, weg- en waterbouw

Bijlage

:

IV

Definitie:

Het gedeelte van de omzet dat wordt behaald met activiteiten die worden ingedeeld in sectie F van de NACE Rev. 2 en betrekking hebben op bouwwerken die in de classificatie van bouwwerken zijn ingedeeld als civieltechnische werken.

Inbegrepen is de omzet die wordt behaald met de verkoop van goederen en diensten die van onderaannemers afkomstig zijn, maar niet die welke wordt behaald met de wederverkoop van goederen en diensten die zijn ingekocht voor wederverkoop in de oorspronkelijke staat.

Verband met bedrijfsrekeningen

De omzet uit grond-, weg- en waterbouw wordt in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk vermeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de opbrengsten.

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Deel van Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten (18 10 0)

Deel van Omzet uit industriële activiteiten (18 12 0)

Deel van Omzet uit bouwnijverheid (18 12 2)

Code

:

20 11 0

Titel

:

Aankoop van energieproducten (waarde)

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

Aankopen van energieproducten gedurende de referentieperiode moeten alleen in deze variabele worden opgenomen indien de energieproducten als brandstof worden gebruikt. Hieronder vallen geen energieproducten die als grondstof of voor de wederverkoop zonder verwerking zijn gekocht. Alleen de waarde van de aankoop moet worden opgegeven.

Verband met bedrijfsrekeningen

De aankoop van energieproducten komt niet afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen voor.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Maakt deel uit van de Kosten voor grondstoffen en hulpstoffen.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Maakt deel uit van de Verwerkte grondstoffen en hulpstoffen (categoriale kostenindeling).

Maakt deel uit van de verkoop-, distributie- en beheerskosten (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Deel van Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0)

Code

:

21 11 0

Titel

:

Investeringen in apparatuur en installaties ter voorkoming van verontreiniging en speciaal toebehoren ter bestrijding van verontreiniging (hoofdzakelijk end-of-pipeapparatuur)

Bijlage

:

II

Definitie:

Kapitaaluitgaven voor methoden, technologieën, processen of apparatuur die bedoeld zijn om verontreinigingen en verontreinigende stoffen (bv. luchtemissies, afvalwater of vaste afvalstoffen) te verzamelen en te verwijderen nadat deze zijn ontstaan, de verspreiding van verontreinigingen te voorkomen, de verontreinigingsgraad te meten en de verontreinigende stoffen die door de bedrijfsactiviteit van de onderneming zijn ontstaan, te behandelen en te verwijderen.

Het betreft de som van de uitgaven op de milieugebieden Bescherming van de luchtkwaliteit en het klimaat, Afvalwaterbeheer, Afvalbeheer en Overige activiteiten op het gebied van milieubescherming. Overige activiteiten op het gebied van milieubescherming omvat Bescherming en sanering van bodem, grondwater en oppervlaktewater, Beperking van geluidshinder en trillingen, Bescherming van de biodiversiteit en het landschap, Bescherming tegen straling, Onderzoek en ontwikkeling, Algemene milieuadministratie en algemeen milieubeheer, Onderwijs, opleiding en voorlichting, Activiteiten die leiden tot ondeelbare uitgaven en Niet elders ingedeelde activiteiten.

Inbegrepen zijn:

investeringen in afzonderlijke, identificeerbare componenten ter aanvulling van bestaande apparatuur, die worden geïmplementeerd aan het eind van of volledig buiten de productielijn (end-of-pipeapparatuur);

investeringen in apparatuur (bv. filters of afzonderlijke reinigingsstappen) die verontreinigende stoffen binnen de productielijn verzwakt of extraheert, wanneer de verwijdering van deze toegevoegde voorzieningen over het geheel genomen geen invloed op het functioneren van de productielijn heeft.

Het hoofddoel of de hoofdfunctie van deze kapitaaluitgaven is milieubescherming en de totale uitgaven hiervoor moeten worden gemeld.

De uitgaven moeten worden gemeld inclusief eventuele kostencompensaties die het resultaat zijn van het genereren en de verkoop van verhandelbare bijproducten, gerealiseerde besparingen of ontvangen subsidies.

De aangekochte goederen worden gewaardeerd tegen de aankoopprijs exclusief aftrekbare btw en andere direct met de omzet verbonden aftrekbare belastingen.

Niet inbegrepen zijn:

milieuvriendelijke acties en activiteiten die ongeacht overwegingen inzake milieubescherming toch zouden zijn ondernomen, met inbegrip van maatregelen die hoofdzakelijk gericht zijn op veiligheid en gezondheid op het werk en productiebeveiliging;

maatregelen ter vermindering van verontreiniging wanneer de producten worden gebruikt of worden afgedankt (aanpassing van producten uit milieuoverwegingen), tenzij de producent in het kader van het milieubeleid en de milieuregelgeving ook wettelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de verontreiniging die de producten tijdens het gebruik veroorzaken of voor wat er met de producten gebeurt wanneer ze worden afgedankt;

activiteiten betreffende het gebruik van en de besparing op hulpbronnen (bv. watervoorziening of de besparing op energie of grondstoffen), tenzij het hoofddoel milieubescherming is: bv. wanneer deze activiteiten tot doel hebben nationaal of internationaal milieubeleid uit te voeren en niet met het oog op kostenbesparingen worden ondernomen.

Verband met bedrijfsrekeningen

De definitie is gebaseerd op de door de onderneming in haar boekhouding toegepaste boekhoudregels overeenkomstig de EU-standaarden voor jaarrekeningen: d.w.z. dit zijn uitgaven die in aanmerking komen voor erkenning als activa.

Materiële vaste activa kunnen worden verworven om veiligheids- of milieuredenen. De verwerving van dergelijke materiële vaste activa verhoogt de toekomstige economische voordelen van een bepaald bestaand materieel vast actief niet rechtstreeks, maar kan voor de onderneming nodig zijn om de toekomstige economische voordelen van haar andere activa te verkrijgen. In dat geval komt een dergelijke verwerving van materiële vaste activa in aanmerking voor opname als activa, aangezien ze de onderneming de mogelijkheid geeft om aan de activa die er verband mee houden meer toekomstige economische voordelen te ontlenen dan wanneer de activa niet waren verworven. Dergelijke activa worden echter alleen opgenomen voor zover de resulterende boekwaarde van het actief en van de activa die er verband mee houden, niet groter is dan de totale realiseerbare waarde van het actief en de activa die er verband mee houden. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een fabrikant van chemische producten een bepaald nieuw chemisch behandelingsproces moet installeren om te voldoen aan de milieunormen voor de productie en opslag van gevaarlijke chemische stoffen; de verbeteringen van de fabriek in verband daarmee worden als activa opgenomen tot hun realiseerbare waarde, aangezien de onderneming zonder deze verbetering geen chemische stoffen kan produceren en verkopen.

Verband met andere variabelen

De totale investeringen in milieubescherming komen overeen met de som van de variabelen 21 11 0 en 21 12 0. De totale uitgaven voor milieubescherming komen overeen met de som van de variabelen 21 11 0, 21 12 0 en 21 14 0.

Deel van:

15 11 0 Bruto-investeringen in materiële goederen

Code

:

21 12 0

Titel

:

Investeringen in apparatuur en installaties voor schonere technologieën (geïntegreerde technologie)

Bijlage

:

II

Definitie:

Kapitaaluitgaven voor nieuwe of de aanpassing van bestaande methoden, technologieën, processen, apparatuur (of delen daarvan) die bedoeld zijn om aan de bron geproduceerde verontreiniging te voorkomen of te verminderen (bv. luchtemissies, afvalwater of vaste afvalstoffen), waarbij de milieueffecten van verontreinigende activiteiten en/of het vrijkomen van verontreinigende stoffen worden verminderd.

Het betreft de som van de uitgaven op de milieugebieden Bescherming van de luchtkwaliteit en het klimaat, Afvalwaterbeheer, Afvalbeheer en Overige activiteiten op het gebied van milieubescherming. Overige activiteiten op het gebied van milieubescherming omvat Bescherming en sanering van bodem, grondwater en oppervlaktewater, Beperking van geluidshinder en trillingen, Bescherming van de biodiversiteit en het landschap, Bescherming tegen straling, Onderzoek en ontwikkeling, Algemene milieuadministratie en algemeen milieubeheer, Onderwijs, opleiding en voorlichting, Activiteiten die leiden tot ondeelbare uitgaven en Niet elders ingedeelde activiteiten.

Inbegrepen zijn:

kapitaaluitgaven waarbij het gaat om afzonderlijke, apart identificeerbare (milieutechnische onderdelen van) methoden, processen, technologieën en apparatuur. Het hoofddoel of de hoofdfunctie ervan is per definitie milieubescherming en de totale uitgaven voor de (milieutechnische onderdelen van) methoden, processen, technologieën en apparatuur moeten worden gemeld;

kapitaaluitgaven voor methoden, processen, technologieën en apparatuur die op zodanige wijze in de algemene bedrijfsactiviteit (productieproces/-installatie) zijn geïntegreerd dat het moeilijk is de component voor het voorkomen van verontreiniging apart te identificeren. In deze gevallen (geïntegreerde maatregelen) moet alleen het gedeelte milieubescherming van de totale investering worden gemeld.

Dit gedeelte komt overeen met de extra investering ten opzichte van de kapitaaluitgaven die zouden zijn gedaan indien geen milieubeschermingsoverwegingen zouden hebben meegespeeld. Bijgevolg komt het alternatief ter vergelijking overeen met het goedkoopste voor de onderneming beschikbare alternatief met vergelijkbare functies en kenmerken, behalve die welke met milieubescherming verband houden.

Wanneer de geselecteerde optie standaardtechnologie is en er geen goedkoper, minder milieuvriendelijk alternatief beschikbaar is voor de onderneming, is de maatregel per definitie geen milieubeschermingsactiviteit en mogen geen uitgaven worden gemeld.

De uitgaven moeten worden gemeld inclusief eventuele kostencompensaties die het resultaat zijn van het genereren en de verkoop van verhandelbare bijproducten, gerealiseerde besparingen of ontvangen subsidies.

De aangekochte goederen worden gewaardeerd tegen de aankoopprijs exclusief aftrekbare btw en andere direct met de omzet verbonden aftrekbare belastingen.

Niet inbegrepen zijn:

milieuvriendelijke acties en activiteiten die ongeacht overwegingen inzake milieubescherming toch zouden zijn ondernomen, met inbegrip van maatregelen die hoofdzakelijk gericht zijn op veiligheid en gezondheid op het werk en productiebeveiliging;

maatregelen ter vermindering van verontreiniging wanneer de producten worden gebruikt of worden afgedankt (aanpassing van producten uit milieuoverwegingen), tenzij de producent in het kader van het milieubeleid en de milieuregelgeving ook wettelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de verontreiniging die de producten tijdens het gebruik veroorzaken of voor wat er met de producten gebeurt wanneer ze worden afgedankt;

activiteiten betreffende het gebruik van en de besparing op hulpbronnen (bv. watervoorziening of de besparing op energie of grondstoffen), tenzij het hoofddoel milieubescherming is: bv. wanneer deze activiteiten tot doel hebben nationaal of internationaal milieubeleid uit te voeren en niet met het oog op kostenbesparingen worden ondernomen.

Verband met bedrijfsrekeningen

De definitie is gebaseerd op de door de onderneming in haar boekhouding toegepaste boekhoudregels overeenkomstig de EU-standaarden voor jaarrekeningen: d.w.z. dit zijn uitgaven die in aanmerking komen voor erkenning als activa.

Materiële vaste activa kunnen worden verworven om veiligheids- of milieuredenen. De verwerving van dergelijke materiële vaste activa verhoogt de toekomstige economische voordelen van een bepaald bestaand materieel vast actief niet rechtstreeks, maar kan voor de onderneming nodig zijn om de toekomstige economische voordelen van haar andere activa te verkrijgen. In dat geval komt een dergelijke verwerving van materiële vaste activa in aanmerking voor opname als activa, aangezien ze de onderneming de mogelijkheid geeft om aan de activa die er verband mee houden meer toekomstige economische voordelen te ontlenen dan wanneer de activa niet waren verworven. Dergelijke activa worden echter alleen opgenomen voor zover de resulterende boekwaarde van het actief en van de activa die er verband mee houden, niet groter is dan de totale realiseerbare waarde van het actief en de activa die er verband mee houden. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een fabrikant van chemische producten een bepaald nieuw chemisch behandelingsproces moet installeren om te voldoen aan de milieunormen voor de productie en opslag van gevaarlijke chemische stoffen; de verbeteringen van de fabriek in verband daarmee worden als activa opgenomen tot hun realiseerbare waarde, aangezien de onderneming zonder deze verbetering geen chemische stoffen kan produceren en verkopen.

Verband met andere variabelen

De totale investeringen in milieubescherming komen overeen met de som van de variabelen 21 11 0 en 21 12 0. De totale uitgaven voor milieubescherming komen overeen met de som van de variabelen 21 11 0, 21 12 0 en 21 14 0.

Deel van:

15 11 0 Bruto-investeringen in materiële goederen

Code

:

21 14 0

Titel

:

Totale lopende uitgaven voor milieubescherming

Bijlage

:

II

Definitie:

De totale lopende uitgaven voor milieubescherming zijn de uitgaven voor de exploitatie en het onderhoud van een activiteit, technologie, proces, apparatuur (of delen daarvan) die bedoeld zijn om verontreinigende stoffen en verontreiniging (bv. luchtemissies, afvalwater of vaste afvalstoffen) of andere aantastingen van het milieu als gevolg van de bedrijfsactiviteit van de onderneming te voorkomen, te verminderen, te behandelen of te verwijderen.

Het betreft de som van de uitgaven op de milieugebieden Bescherming van de luchtkwaliteit en het klimaat, Afvalwaterbeheer, Afvalbeheer en Overige activiteiten op het gebied van milieubescherming. Overige activiteiten op het gebied van milieubescherming omvat Bescherming en sanering van bodem, grondwater en oppervlaktewater, Beperking van geluidshinder en trillingen, Bescherming van de biodiversiteit en het landschap, Bescherming tegen straling, Onderzoek en ontwikkeling, Algemene milieuadministratie en algemeen milieubeheer, Onderwijs, opleiding en voorlichting, Activiteiten die leiden tot ondeelbare uitgaven en Niet elders ingedeelde activiteiten.

De totale lopende uitgaven voor milieubescherming moeten worden gemeld inclusief eventuele kostencompensaties die het resultaat zijn van de verkoop van verkoopbare bijproducten, besparingen of ontvangen subsidies.

De lopende uitgaven zijn de som van de interne uitgaven en de aankoop van milieubeschermingsdiensten:

de interne uitgaven omvatten alle lopende uitgaven voor milieubescherming, behalve de aankoop van milieubeschermingsdiensten van andere eenheden. Zij zijn de som van de arbeidskosten, de kosten van het gebruik van grondstoffen en hulpstoffen, met inbegrip van energie, en de betalingen voor operationele lease. Bijvoorbeeld met betrekking tot: gebruik en onderhoud van milieuapparatuur, meting en controle van verontreiningsniveaus, milieubeheer, -voorlichting en -onderwijs, onderzoek en ontwikkeling op milieugebied;

de aankoop van milieubeschermingsdiensten omvat alle vergoedingen, kosten en soortgelijke betalingen aan andere, publieke of particuliere, organisaties (buiten de rapportage-eenheid) voor milieubeschermingsdiensten betreffende de milieueffecten van de bedrijfsactiviteit van de onderneming. Bijvoorbeeld betalingen voor het ophalen en de behandeling van afval en afvalwater, betalingen voor bodemsanering, voorgeschreven heffingen, betalingen aan milieuadviseurs betreffende bv. milieuvoorlichting, de certificering of het gebruik van milieuapparatuur.

De aangekochte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijs exclusief aftrekbare btw en andere direct met de omzet verbonden aftrekbare belastingen. De arbeidskosten omvatten de brutolonen, inclusief werkgeverslasten en de wettelijke-socialezekerheidskosten, maar exclusief de algemene overheadkosten.

Niet inbegrepen zijn:

milieuvriendelijke acties en activiteiten die ongeacht overwegingen inzake milieubescherming toch zouden zijn ondernomen, met inbegrip van maatregelen die hoofdzakelijk gericht zijn op veiligheid en gezondheid op het werk en productiebeveiliging;

maatregelen ter vermindering van verontreiniging wanneer de producten worden gebruikt of worden afgedankt (aanpassing van producten uit milieuoverwegingen), tenzij de producent in het kader van het milieubeleid en de milieuregelgeving ook wettelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de verontreiniging die de producten tijdens het gebruik veroorzaken of voor wat er met de producten gebeurt wanneer ze worden afgedankt;

activiteiten betreffende het gebruik van en de besparing op hulpbronnen (bv. watervoorziening of de besparing op energie of grondstoffen), tenzij het hoofddoel milieubescherming is: bv. wanneer deze activiteiten tot doel hebben nationaal of internationaal milieubeleid uit te voeren en niet met het oog op kostenbesparingen worden ondernomen;

betalingen van belastingen, vergoedingen en heffingen door de rapportage-eenheid, die geen verband houden met de aankoop van een milieubeschermingsdienst betreffende de milieueffecten van de bedrijfsactiviteit van de onderneming, zelfs indien de overheid de inkomsten heeft bestemd voor de financiering van milieubeschermingsactiviteiten (bv. belastingen op vervuiling);

berekende kostenposten zoals de afschrijving van milieuapparatuur, kapitaalverlies door gedwongen vervanging of algemene overheadkosten;

inkomstenderving, compenserende heffingen, boetes, sancties en dergelijke, die geen verband houden met een milieubeschermingsactiviteit.

Verband met bedrijfsrekeningen

De definitie van lopende uitgaven is gebaseerd op de door de onderneming in haar boekhouding toegepaste boekhoudregels overeenkomstig de EU-standaarden voor jaarrekeningen: d.w.z. de lopende uitgaven omvatten alle uitgaven die niet worden geactiveerd, maar op de winst-en-verliesrekening worden geboekt.

Zij zijn de som van de aankoop van grondstoffen en hulpstoffen, arbeidskosten, door de overheid gevorderde vergoedingen en heffingen, uitgaven voor externe diensten, en huur- en leasekosten voor milieubeschermingsactiviteiten.

Verband met andere variabelen

De totale investeringen in milieubescherming komen overeen met de som van de variabelen 21 11 0 en 21 12 0. De totale uitgaven voor milieubescherming komen overeen met de som van de variabelen 21 11 0, 21 12 0 en 21 14 0.

Deel van:

13 11 0 Totale aankoop van goederen en diensten

13 31 0 Personeelskosten

Code

:

23 11 0

Titel

:

Betalingen aan onderaannemers

Bijlage

:

II en IV

Definitie:

Voor de statistiek van de in sectie 3 van bijlage II omschreven activiteiten zijn betalingen aan onderaannemers betalingen van de eenheid aan derden voor industriële goederen en diensten die worden geleverd in het kader van een onderaannemingsrelatie die als volgt wordt gedefinieerd:

Twee ondernemingen hebben een onderaannemingsrelatie wanneer tegelijkertijd aan de voorwaarden A en B wordt voldaan:

A.

de hoofdaannemer neemt als klant van de onderaannemer deel aan het ontwerp van het product en geeft alle of een deel van de technische specificaties aan de onderaannemer en/of verschaft deze het materiaal dat moet worden verwerkt;

B.

de hoofdaannemer verkoopt het door de onderaannemer vervaardigde product, hetzij als zodanig, hetzij als onderdeel van een complexer product, en is verantwoordelijk voor de service met betrekking tot het product.

Opmerking

:

bepaling van kleur, grootte of catalogusnummer alleen is nog geen technische specificatie. De vervaardiging van een product op maat hoeft niet te betekenen dat er sprake is van een onderaannemingsrelatie.

Voor de statistiek van de in sectie 3 van bijlage IV omschreven activiteiten zijn betalingen aan onderaannemers betalingen van de eenheid aan derden voor bouwwerkzaamheden die worden verricht in het kader van een onderaannemingsrelatie.

Twee ondernemingen hebben een onderaannemingsrelatie wanneer tegelijkertijd aan de voorwaarden A, B, C en D wordt voldaan:

A.

de hoofdaannemer sluit een contract met de leverende onderneming, hierna „onderaannemer” genoemd, over de uitvoering van werken of diensten die een specifiek deel van het bouwproces uitmaken;

B.

de hoofdaannemer is verantwoordelijk voor het eindproduct van het bouwproces, ook voor de door de onderaannemer uitgevoerde delen; in sommige gevallen kan ook de onderaannemer enige verantwoordelijkheid dragen;

C.

de hoofdaannemer geeft specificaties aan de onderaannemer: bijvoorbeeld, het werk of de dienst van de onderaannemer moet speciaal bestemd zijn voor het project in kwestie en kan derhalve niet bestaan in gestandaardiseerde werken of diensten dan wel werken of diensten uit een catalogus;

D.

op het onderlinge contract is niet ook een samenwerkingsovereenkomst of dergelijke van toepassing, zoals een gezamenlijke reactie op een aanbesteding, een consortium of een joint venture enz.

Verband met bedrijfsrekeningen

Betalingen aan onderaannemers worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk behandeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Zij kunnen zijn opgenomen in de Overige externe kosten en de Overige bedrijfskosten.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Zij kunnen deel uitmaken van Overige kosten in de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling).

Zij kunnen deel uitmaken van Overige kosten in de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Deel van Totale aankopen van goederen en diensten (13 11 0)

Code

:

23 12 0

Titel

:

Inkomsten uit onderaanneming

Bijlage

:

IV

Definitie:

Voor de statistiek van de in sectie 3 van bijlage IV omschreven activiteiten komen de inkomsten uit onderaanneming overeen met de omzet die wordt gegenereerd door de bouwwerkzaamheden die de eenheid zelf voor een derde in het kader van een onderaannemingsrelatie verricht.

Twee ondernemingen hebben een onderaannemingsrelatie wanneer tegelijkertijd aan de voorwaarden A, B, C en D wordt voldaan:

A.

de hoofdaannemer sluit een contract met de leverende onderneming, hierna „onderaannemer” genoemd, over de uitvoering van werken of diensten die een specifiek deel van het bouwproces uitmaken;

B.

de hoofdaannemer is verantwoordelijk voor het eindproduct van het bouwproces, ook voor de door de onderaannemer uitgevoerde delen; in sommige gevallen kan ook de onderaannemer enige verantwoordelijkheid dragen;

C.

de hoofdaannemer geeft specificaties aan de onderaannemer: bijvoorbeeld, het werk of de dienst van de onderaannemer moet speciaal bestemd zijn voor het project in kwestie en kan derhalve niet bestaan in gestandaardiseerde werken of diensten dan wel werken of diensten uit een catalogus;

D.

op het onderlinge contract is niet ook een samenwerkingsovereenkomst of dergelijke van toepassing, zoals een gezamenlijke reactie op een aanbesteding, een consortium of een joint venture enz.

Verband met bedrijfsrekeningen

Inkomsten uit onderaanneming worden in de bedrijfsrekeningen niet altijd afzonderlijk behandeld.

Vierde Richtlijn Jaarrekeningen: Richtlijn 78/660/EEG van de Raad

Is begrepen in de netto-omzet.

IAS-verordeningen: Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie

Zijn begrepen in de Opbrengsten in de winst- en verliesrekening (categoriale kostenindeling).

Zijn begrepen in de Opbrengsten in de winst- en verliesrekening (functionele kostenindeling).

Verband met andere variabelen

Deel van Omzet (12 11 0)

Deel van Omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten (18 10 0)

Deel van Omzet uit industriële activiteiten (18 12 0)

Deel van Omzet uit bouwnijverheid (18 12 2)

Deel van Omzet uit burgerlijke en utiliteitsbouw (18 31 0) of de Omzet uit grond-, weg- en waterbouw (18 32 0)

Code

:

32 11 2

Titel

:

Brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

De artikelen 25 en 37 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies — zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.1.c), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.1.c), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies wordt gebruikt voor de berekening van Verdiende brutopremies, van Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en van andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 11 4

Titel

:

Geboekte brutopremies naar rechtsvorm

Bijlage

:

V

Definitie:

De geboekte brutopremies (zie variabele 12 11 0) worden als volgt naar rechtsvorm ingedeeld: kapitaalvennootschappen, onderlinge maatschappijen, bijkantoren van verzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in een niet-EER-land, andere.

Opmerking:

Bijkantoren van herverzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in een niet-EER-land blijven buiten beschouwing.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies naar rechtsvorm is een uitsplitsing van Geboekte brutopremies (12 11 0).

Code

:

32 11 5

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf naar land van vestiging van de moederonderneming

Bijlage

:

V

Definitie:

Overeenkomstig de indeling van variabele 11 11 5 zijn de geboekte brutopremies uitgesplitst in een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder binnenlandse zeggenschap en een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder buitenlandse zeggenschap.

Code

:

32 11 6

Titel

:

Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen naar land van vestiging van de moederonderneming

Bijlage

:

V

Definitie:

Overeenkomstig de indeling van variabele 11 11 5 zijn de geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen uitgesplitst in een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder binnenlandse zeggenschap en een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder buitenlandse zeggenschap.

Code

:

32 12 0

Titel

:

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de niet-technische rekening

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikelen 42 en 43 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de niet-technische rekening, is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34, post I.2, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast. Landen die gebruikmaken van de mogelijkheden die artikel 42, lid 4, van Richtlijn 91/674/EEG biedt, mogen deze post door andere posten vervangen op basis van de door dit artikel geboden mogelijkheden.

Verband met andere variabelen

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de niet-technische rekening wordt gebruikt voor de berekening van het brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en voor andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 13 1

Titel

:

Brutobetalingen in verband met schaden

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Brutobetalingen in verband met schaden is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.4.a).aa), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.5.a).aa), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf. Alle brutobetalingen in verband met schaden gedurende het boekjaar worden in aanmerking genomen.

Verband met andere variabelen

Brutobetalingen in verband met schaden wordt gebruikt voor de berekening van Brutoschaden, van Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en voor andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 13 2

Titel

:

Brutobetalingen in verband met schaden in het lopende boekjaar

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Brutobetalingen in verband met schaden in het lopende boekjaar is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Alle in het boekjaar verrichte brutobetalingen in verband met schaden die tijdens het lopende boekjaar zijn ontstaan, worden in aanmerking genomen.

Verband met andere variabelen

Brutobetalingen in verband met schaden in het lopende boekjaar maakt deel uit van de variabele Brutobetalingen in verband met schaden (32 13 1).

Code

:

32 13 4

Titel

:

Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.4.b).aa), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.5.b).aa), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutoschaden, van Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en van andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 14 0

Titel

:

Brutobeheerskosten

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is de som van de acquisitiekosten, de wijziging overlopende acquisitiekosten en de beheerskosten.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.7.a), b) en c), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.8.a), b) en c), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Brutobeheerskosten wordt gebruikt voor de berekening van Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en voor andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 15 0

Titel

:

Wijziging van de egalisatievoorziening (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 30 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Wijziging van de egalisatievoorziening is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.9, van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Wijziging van de egalisatievoorziening wordt gebruikt voor de berekening van Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en voor andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 16 0

Titel

:

Overige posten in de technische rekening, brutobedrag

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is het saldo van Overige technische baten, brutobedrag, Brutowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld, Winstdeling en restorno's, brutobedrag, en Overige technische lasten, brutobedrag.

Als het verschil tussen het bruto- en het nettobedrag voor deze post niet groot is, kan de post worden vervangen door Overige posten van de technische rekening, nettobedrag. In dat geval is deze variabele het saldo van Overige technische baten, nettobedrag (32 16 1), Nettowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld (32 16 2), Winstdeling en restorno's, nettobedrag (32 16 3), en Overige technische lasten, nettobedrag (32 16 4). Lidstaten die het nettobedrag gebruiken, moeten dit vermelden.

Verband met andere variabelen

Overige posten in de technische rekening, brutobedrag, wordt gebruikt voor de berekening van Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) en voor andere aggregaten en saldi.

Code

:

32 16 1

Titel

:

Overige technische baten, nettobedrag

Bijlage

:

V

Definitie:

Nettobedrag van de technische baten, voor zover niet onder een andere post vermeld.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.3, van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.4, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Overige technische baten, nettobedrag, worden gebruikt voor de berekening van Overige posten in de technische rekening, brutobedrag (32 16 0).

Code

:

32 16 2

Titel

:

Nettowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 26 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Nettowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld, is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.5, van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.6.b), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Nettowijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld, wordt gebruikt voor de berekening van Overige posten in de technische rekening, brutobedrag (32 16 0).

Code

:

32 16 3

Titel

:

Winstdeling en restorno's, nettobedrag

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikelen 29 en 39 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Winstdeling en restorno's, nettobedrag, is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.6, van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.7, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Winstdeling en restorno's, nettobedrag, wordt gebruikt voor de berekening van Overige posten in de technische rekening, brutobedrag (32 16 0).

Code

:

32 16 4

Titel

:

Overige technische lasten, nettobedrag

Bijlage

:

V

Definitie:

Nettobedrag van de technische lasten, voor zover niet onder een andere post vermeld.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.8, van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.11, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Overige technische lasten, nettobedrag, wordt gebruikt voor de berekening van Overige posten in de technische rekening, brutobedrag (32 16 0).

Code

:

32 17 0

Titel

:

Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Brutosaldo van de technische rekening van de winst- en verliesrekening

Opmerking:

Brutobedrag overeenkomend met het subtotaal in artikel 34, post I.10, van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.13, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Subtotaal I wordt voor het schadeverzekeringsbedrijf als volgt berekend:

Verdiende brutopremies [12 11 0 + 32 11 2 (+/-)]

+

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de niet-technische rekening (post 32 12 0)

-

Brutoschaden [32 13 1 + 32 13 4 (+/-)]

-

Brutobeheerskosten (32 14 0).

+

Wijziging van de egalisatievoorziening (32 15 0) (+/-)

+

Overige posten in de technische rekening, brutobedrag (32 16 0) (+/-).

Indien Overige posten in de technische rekening (32 16 0) netto wordt geboekt, wordt alleen dit nettobedrag in aanmerking genomen voor de berekening van Subtotaal I: brutosaldo van de technische rekening

Subtotaal I wordt voor het levensverzekeringsbedrijf als volgt berekend:

Verdiende brutopremies [12 11 0 + 32 11 2 (+/-)]

+

Opbrengsten van beleggingen (32 22 0)

+

Niet-gerealiseerde winsten op beleggingen (32 23 0)

-

Brutoschaden [32 13 1 + 32 13 4 (+/-)]

+

Brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering (32 25 0) (+/-)

-

Brutobeheerskosten (32 14 0)

-

Lasten in verband met beleggingen (32 27 0)

-

Niet-gerealiseerde verliezen op beleggingen (32 28 0)

-

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de niet-technische rekening (post 32 29 0)

+

Overige posten in de technische rekening, brutobedrag (32 16 0) (+/-).

Indien Overige posten in de technische rekening (32 16 0) netto wordt geboekt, wordt alleen dit nettobedrag in aanmerking genomen voor de berekening van Subtotaal I: brutosaldo van de technische rekening

Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal II (= nettosaldo van de technische rekening) (32 19 0).

Code

:

32 18 0

Titel

:

Herverzekeringssaldo (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Herverzekeringssaldo van de technische rekening van de winst- en verliesrekening

Opmerking:

Artikel 63 van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt als volgt berekend:

Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies (32 18 1)

+

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies (32 18 3) (+/-)

-

Aandeel van herverzekeraars in brutoschaden [32 18 5 + 32 18 6 (+/-)]

-

Van herverzekeraars ontvangen provisie en winstdeling (32 18 7)

+

Aandeel van herverzekeraars in het brutobedrag van de overige posten in de technische rekening (32 18 8) (+/-)

+

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering (32 33 4) (+/-).

Het herverzekeringssaldo wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal II (= nettosaldo van de technische rekening) (32 19 0) (+/-).

Code

:

32 18 1

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 36 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.1.b), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.1.b), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies maakt deel uit van Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 18 2

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies naar land van vestiging van de moederonderneming

Bijlage

:

V

Definitie:

Overeenkomstig de indeling van variabele 11 11 5 is het aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies uitgesplitst in een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder binnenlandse zeggenschap en een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder buitenlandse zeggenschap.

Code

:

32 18 3

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikelen 25 en 37 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.1.d), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.1.c), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf. Hier wordt het aandeel van herverzekeraars in het brutobedrag in aanmerking genomen.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor niet-verdiende premies maakt deel uit van Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 18 5

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in de brutobetalingen in verband met schaden

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Aandeel van herverzekeraars in de brutobetalingen in verband met schaden is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.4.a).bb), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.5.a).bb), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in de brutobetalingen in verband met schaden maakt deel uit van Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 18 6

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.4.b).bb), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.5.b).bb), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden maakt deel uit van Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 18 7

Titel

:

Van herverzekeraars ontvangen provisie en winstdeling

Bijlage

:

V

Definitie:

Van herverzekeraars ontvangen provisie en winstdeling voor in herverzekering gegeven contracten.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.7.d), van Richtlijn 91/674/EEG voor het schadeverzekeringsbedrijf en artikel 34, post II.8.d), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Van herverzekeraars ontvangen provisie en winstdeling maakt deel uit van Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 18 8

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in het brutobedrag van de overige posten in de technische rekening (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is het aandeel van herverzekeraars dat overeenkomt met variabele 32 16 0 (het saldo van: Overige technische baten, Wijziging van de overige technische voorzieningen, voor zover niet onder een andere post vermeld, Winstdeling en restorno's en Overige technische lasten).

Opmerking:

Als Overige posten in de technische rekening (32 16 0) alleen netto wordt geboekt, hoeft deze variabele niet te worden verstrekt.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in het brutobedrag van de overige posten in de technische rekening maakt deel uit van i Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 19 0

Titel

:

Subtotaal II (= nettosaldo van de technische rekening) (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Nettosaldo van de technische rekening van de winst- en verliesrekening, zonder herverzekering.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34, post I.10, van Richtlijn 91/674/EEG (technische rekening) voor het schadeverzekeringsbedrijf, artikel 34, post II.13, van Richtlijn 91/674/EEG (technische rekening) voor het levensverzekeringsbedrijf en artikel 34, post III.1 en 2, van Richtlijn 91/674/EEG (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt als volgt berekend:

Brutosaldo van de technische rekening (32 17 0) (+/-)

-

Herverzekeringssaldo (32 18 0) (+/-).

Code

:

32 22 0

Titel

:

Opbrengsten van beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van beleggingen die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post II.2, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Verband met andere variabelen

Opbrengsten van beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (32 17 0).

Code

:

32 23 0

Titel

:

Niet-gerealiseerde winsten op beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 44 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de niet-gerealiseerde winsten op beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post II.3, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Niet-gerealiseerde winsten op beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (32 17 0).

Code

:

32 25 0

Titel

:

Brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 27 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post II.6.a).aa), van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (32 17 0).

Code

:

32 27 0

Titel

:

Lasten in verband met beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de lasten in verband met beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post II.9, van Richtlijn 91/674/EEG voor het levensverzekeringsbedrijf. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Verband met andere variabelen

Lasten in verband met beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (32 17 0).

Code

:

32 28 0

Titel

:

Niet-gerealiseerde verliezen op beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 44 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de niet-gerealiseerde verliezen op beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post II.10, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Niet-gerealiseerde verliezen op beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (32 17 0).

Code

:

32 29 0

Titel

:

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de niet-technische rekening

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 43 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de niet-technische rekening, is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34, post II.12, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Verband met andere variabelen

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de niet-technische rekening wordt gebruikt voor de berekening van Subtotaal I (= brutosaldo van de technische rekening) (32 17 0).

Code

:

32 33 4

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 27 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering — is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34, post II.6.a).bb), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in de brutowijziging van de voorziening voor levensverzekering maakt deel uit van Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

32 42 0

Titel

:

Opbrengsten van beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.3, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Code

:

32 43 0

Titel

:

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de technische rekening levensverzekering

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 43 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt van de technische rekening levensverzekering, die is opgenomen in het niet-technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.4, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Code

:

32 44 0

Titel

:

Lasten in verband met beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de lasten in verband met beleggingen, die zijn opgenomen in het niet-technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.5, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Code

:

32 45 0

Titel

:

Toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de technische rekening schadeverzekering

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de toegerekende opbrengst van beleggingen, overgeboekt naar de technische rekening schadeverzekering, die is opgenomen in het niet-technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.6, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze gegevens worden verzameld overeenkomstig de verschillende methoden die voor de toerekening van de opbrengst van beleggingen in de technische en de niet-technische rekening worden toegepast.

Code

:

32 46 0

Titel

:

Andere baten

Bijlage

:

V

Definitie:

Andere baten, voor zover niet onder een andere post vermeld.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.7, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

32 47 0

Titel

:

Andere lasten, inclusief waardecorrecties

Bijlage

:

V

Definitie:

Andere lasten, voor zover niet onder een andere post vermeld (inclusief waardecorrecties).

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.8, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

32 48 0

Titel

:

Winst of verlies uit de normale bedrijfsuitoefening (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad. De IAS/IFRS staan niet toe dat de buitengewone resultaten afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen worden gepresenteerd. Voor landen waar de IAS/IFRS op de rekeningen van verzekeringsondernemingen worden toegepast, hoeft deze variabele niet meer te worden ingediend.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, posten III.9 en 10, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

32 49 0

Titel

:

Buitengewoon resultaat (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad. De IAS/IFRS staan niet toe dat de buitengewone resultaten afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen worden gepresenteerd. Voor landen waar de IAS/IFRS op de rekeningen van verzekeringsondernemingen worden toegepast, hoeft deze variabele niet meer te worden ingediend.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.13, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

32 50 0

Titel

:

Alle belastingen (belasting op het resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening, belasting op het buitengewone resultaat, overige belastingen)

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, posten III.9, 14 en 15, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

32 51 0

Titel

:

Resultaat van het boekjaar (+/-)

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (niet-technische rekening): artikel 34, post III.16, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

32 61 0

Titel

:

Totaal provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele komt overeen met de som van Provisies met betrekking tot het totale verzekeringsbedrijf (32 61 1), Externe uitgaven aan goederen en diensten (32 61 4) en Personeelskosten (13 31 0).

Code

:

32 61 1

Titel

:

Provisies met betrekking tot het totale verzekeringsbedrijf

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is de som van Provisies met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf (32 61 2) en Provisies met betrekking tot geaccepteerde zaken (zie ook artikel 64 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad).

Verband met andere variabelen

Provisies met betrekking tot het totale verzekeringsbedrijf wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Externe uitgaven aan goederen en diensten (32 61 4).

Code

:

32 61 2

Titel

:

Provisies met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 64 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Deze variabele omvat het totale bedrag aan provisies met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Provisies met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf maakt deel uit van de variabele Provisies met betrekking tot het totale verzekeringsbedrijf (32 61 1).

Code

:

32 61 3

Titel

:

Provisies met betrekking tot geaccepteerde zaken

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele omvat het totale bedrag aan provisies met betrekking tot de geaccepteerde zaken. Deze variabele wordt als volgt berekend: Provisies met betrekking tot het totale verzekeringsbedrijf (32 61 1) minus Provisies met betrekking tot het directe verzekeringsbedrijf (32 61 2) (zie ook artikel 64 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad).

Code

:

32 61 4

Titel

:

Externe uitgaven aan goederen en diensten

Bijlage

:

V

Definitie:

Totale aankoop van goederen en diensten (variabele 13 11 0) minus Provisies met betrekking tot het totale verzekeringsbedrijf (variabele 32 61 1) minus Herverzekeringssaldo (variabele 32 18 0) en opbrengsten van beleggingen in effecten van herverzekeraars, behaald op hun aandeel in de bruto technische voorzieningen van de onderneming.

Opmerking:

Voor ondernemingsgroepen moet de toewijzing op ondernemingsniveau door middel van een verdeelsleutel geschieden.

Code

:

32 61 5

Titel

:

Interne en externe kosten schadebeheer

Bijlage

:

V

Definitie:

Interne en externe kosten schadebeheer.

Opmerking:

Het totaal van provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 1 + 32 61 4 + 13 31 0) moet worden toegewezen naar functie. Daarom moet dit totaal worden uitgesplitst in de variabelen 32 61 5, 32 61 6, 32 61 7, 32 61 8 en 32 61 9 (zie ook artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG).

Verband met andere variabelen

Interne en externe kosten schadebeheer maakt deel uit van de variabele Totaal provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 0).

Code

:

32 61 6

Titel

:

Acquisitiekosten

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 40 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de acquisitiekosten die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Het totaal van provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 1 + 32 61 4 + 13 31 0) moet worden toegewezen naar functie en moet daarom worden uitgesplitst in de variabelen 32 61 5, 32 61 6, 32 61 7, 32 61 8 en 32 61 9.

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.7.a) en punt II.8.a), van Richtlijn 91/674/EEG voor respectievelijk het schadeverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Acquisitiekosten maakt deel uit van de variabele Totaal provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 0).

Code

:

32 61 7

Titel

:

Beheerskosten

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 41 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de beheerskosten die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Het totaal van provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 1 + 32 61 4 + 13 31 0) moet worden toegewezen naar functie en moet daarom worden uitgesplitst in de variabelen 32 61 5, 32 61 6, 32 61 7, 32 61 8 en 32 61 9.

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, post I.7.c) en punt II.8.c), van Richtlijn 91/674/EEG voor respectievelijk het schadeverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Beheerskosten maakt deel uit van de variabele Totaal provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 0).

Code

:

32 61 8

Titel

:

Overige technische lasten (bruto)

Bijlage

:

V

Definitie:

Overige technische lasten (bruto)

Opmerking:

Het totaal van provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 1 + 32 61 4 + 13 31 0) moet worden toegewezen naar functie en moet daarom worden uitgesplitst in de variabelen 32 61 5, 32 61 6, 32 61 7, 32 61 8 en 32 61 9.

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34, posten I.8 en II.11, van Richtlijn 91/674/EEG voor respectievelijk het schadeverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf.

Verband met andere variabelen

Overige technische lasten (bruto) maakt deel uit van de variabele Totaal provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 0).

Code

:

32 61 9

Titel

:

Lasten beleggingenbeheer

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de lasten beleggingenbeheer die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening.

Opmerking:

Het totaal van provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 1 + 32 61 4 + 13 31 0) moet worden toegewezen naar functie en moet daarom worden uitgesplitst in de variabelen 32 61 5, 32 61 6, 32 61 7, 32 61 8 en 32 61 9.

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening (technische rekening): artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post I.9.a) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening) en post II.5.a) (niet-technische rekening),.

Verband met andere variabelen

Lasten beleggingenbeheer maakt deel uit van de variabele Totaal provisies, externe uitgaven aan goederen en diensten en personeelskosten (32 61 0).

Code

:

32 71 0

Titel

:

Opbrengsten van beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Deze variabele is de som van Opbrengsten van deelnemingen (32 71 1), Opbrengsten van terreinen, gebouwen en andere beleggingen (32 71 2), Terugneming van waardecorrecties op beleggingen (32 71 5) en Winst verkregen uit realisatie van beleggingen (32 71 6).

Code

:

32 71 1

Titel

:

Opbrengsten van deelnemingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van deelnemingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.2.a), voor het levensverzekeringsbedrijf. (technische rekening) en post III.3.a) (niet-technische rekening),

Verband met andere variabelen

Opbrengsten van deelnemingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Opbrengsten van beleggingen (32 71 0).

Code

:

32 71 2

Titel

:

Opbrengsten van terreinen, gebouwen en andere beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van terreinen, gebouwen en andere beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Deze variabele is de som van Opbrengsten van terreinen en gebouwen (32 71 3) en Opbrengsten van andere beleggingen (32 71 4).

Verband met andere variabelen

Opbrengsten van terreinen, gebouwen en andere beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Opbrengsten van beleggingen (32 71 0).

Code

:

32 71 3

Titel

:

Opbrengsten van terreinen en gebouwen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van terreinen en gebouwen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.2.b).aa), voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening), en post III.3.b).aa) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Opbrengsten van terreinen en gebouwen wordt gebruikt voor de berekening van de variabelen Opbrengsten van beleggingen (32 71 0) en Opbrengsten van terreinen, gebouwen en andere beleggingen (32 71 2).

Code

:

32 71 4

Titel

:

Opbrengsten van andere beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de opbrengsten van andere beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel van het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, punt II.2.b).bb) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening), en punt III.3.b).bb) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Opbrengsten van andere beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabelen Opbrengsten van beleggingen (32 71 0) en Opbrengsten van terreinen, gebouwen en andere beleggingen (32 71 2).

Code

:

32 71 5

Titel

:

Terugneming van waardecorrecties op beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de terugneming van waardecorrecties op beleggingen, die is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.2.c) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening), en post III.3.c) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Terugneming van waardecorrecties op beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Opbrengsten van beleggingen (32 71 0).

Code

:

32 71 6

Titel

:

Winst verkregen uit realisatie van beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de winst verkregen uit realisatie van beleggingen, die is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.2.d) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening), en post III.3.d) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Winst verkregen uit realisatie van beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Opbrengsten van beleggingen (32 71 0).

Code

:

32 72 0

Titel

:

Lasten in verband met beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de lasten in verband met beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf. Deze variabele is de som van Lasten in verband met het beheer van beleggingen, inclusief rentelasten (32 72 1), Waardecorrecties op beleggingen (32 72 2) en Verlies uit realisatie van beleggingen (32 72 3).

Code

:

32 72 1

Titel

:

Lasten in verband met het beheer van beleggingen, inclusief rentelasten

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de lasten in verband met het beheer van beleggingen, inclusief rentelasten, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.9.a) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening), en post III.5.a) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Lasten in verband met het beheer van beleggingen, inclusief rentelasten, wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Lasten in verband met beleggingen (32 72 0).

Code

:

32 72 2

Titel

:

Waardecorrecties op beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om de waardecorrecties op beleggingen, die zijn opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel voor het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.9.b) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening) en post III.5.b) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Waardecorrecties op beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Lasten in verband met beleggingen (32 72 0).

Code

:

32 72 3

Titel

:

Verlies uit realisatie van beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 42 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad — het gaat om het verlies uit realisatie van beleggingen, dat is opgenomen in het technische deel van de winst- en verliesrekening voor het levensverzekeringsbedrijf en het niet-technische deel van het schadeverzekeringsbedrijf.

Opmerking:

Voor de indeling van de winst- en verliesrekening: artikel 34 van Richtlijn 91/674/EEG, post II.9.c) voor het levensverzekeringsbedrijf (technische rekening) en post III.5.c) (niet-technische rekening).

Verband met andere variabelen

Verlies uit realisatie van beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Lasten in verband met beleggingen (32 72 0).

Code

:

33 11 1

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad en classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen.

Opmerking:

Zie voor de indeling in producten artikel 63, punt I, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) is een uitsplitsing van de variabele Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

33 12 1

Titel

:

Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad en classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen.

Opmerking:

Zie voor de indeling in producten artikel 63, punt I, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) is een uitsplitsing van de variabele Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies (32 18 1).

Code

:

33 13 1

Titel

:

Brutoschaden direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 38 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad en classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen.

Opmerking:

Zie voor de indeling in producten artikel 63, punt I, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutoschaden direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) is een uitsplitsing van de variabele Brutoschaden (32 13 0).

Code

:

33 14 1

Titel

:

Brutobeheerskosten direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikelen 40 en 41 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad en classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen

Opmerking:

Zie voor de indeling in producten artikel 63, punt I, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobeheerskosten direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) is een uitsplitsing van de variabele Brutobeheerskosten (32 14 0).

Code

:

33 15 1

Titel

:

Herverzekeringssaldo direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA)

Bijlage

:

V

Definitie:

Zie variabele 32 18 0 en classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen

Opmerking:

Zie voor de indeling in producten artikel 63, punt I, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Herverzekeringssaldo direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) is een uitsplitsing van de variabele Herverzekeringssaldo (32 18 0).

Code

:

34 11 0

Titel

:

Geografische verdeling — algemeen — van geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Vanuit het gezichtspunt van de lidstaat van vestiging worden de geboekte brutopremies als volgt ingedeeld: lidstaat waar het hoofdkantoor gevestigd is, overige lidstaten, overige EER-landen, Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, overige derde landen (rest van de wereld).

Opmerking:

Zie voor de geografische verdeling artikel 63, punt IV, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geografische verdeling — algemeen — van geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf is een uitsplitsing van de variabele Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

34 12 0

Titel

:

Geografische verdeling — algemeen — van geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Vanuit het gezichtspunt van de lidstaat van vestiging worden de geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen als volgt ingedeeld: lidstaat waar het hoofdkantoor gevestigd is, overige lidstaten, overige EER-landen, Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, overige derde landen (rest van de wereld).

Opmerking:

Bij de verdeling wordt uitgegaan van de vestigingsplaats van de cederende verzekeraar.

Verband met andere variabelen

Geografische verdeling — algemeen — van geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen is een uitsplitsing van de variabele Geboekte brutopremies voor geaccepteerde herverzekeringen (12 11 2).

Code

:

34 13 0

Titel

:

Geografische verdeling — algemeen — van het aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 36 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Vanuit het gezichtspunt van de lidstaat van vestiging wordt het aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies als volgt ingedeeld: lidstaat van vestiging van het hoofdkantoor, overige lidstaten, overige EER-landen, Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, overige derde landen (rest van de wereld).

Opmerking:

Bij de verdeling wordt uitgegaan van de vestigingsplaats van de accepterende verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Verband met andere variabelen

Geografische verdeling — algemeen — van het aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies is een uitsplitsing van de variabele Aandeel van herverzekeraars in geboekte brutopremies (32 18 1).

Code

:

34 31 1

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) en lidstaat: geografische verdeling van de geboekte contracten in het kader van het recht van vestiging

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Vanuit het gezichtspunt van de lidstaat van vestiging van het hoofdkantoor worden de geboekte brutopremies van bijkantoren in andere lidstaten uitgesplitst naar elk van de andere EER-landen afzonderlijk en volgens de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen

Opmerking:

Zie artikel 43 van de Derde richtlijn levensverzekering en artikel 44 van de Derde richtlijn schadeverzekering. Met behulp van de matrix van CPA-categorieën en andere lidstaten kan het bereik van elke nationale verzekeringsmarkt voor het directe verzekeringsbedrijf worden weergegeven.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) en lidstaat: geografische verdeling van de geboekte contracten in het kader van het recht van vestiging maakt deel uit van de variabele Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

34 32 1

Titel

:

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) en lidstaat: geografische verdeling van de geboekte contracten in het kader van het vrij verrichten van diensten

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 35 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. Vanuit het gezichtspunt van de lidstaat van vestiging van het hoofdkantoor worden de geboekte brutopremies in het kader van het vrij verrichten van diensten in andere lidstaten uitgesplitst naar elk van de andere EER-landen afzonderlijk en volgens de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen.

Opmerking:

Zie artikel 44 van de Derde richtlijn schadeverzekering en artikel 43 van de Derde richtlijn levensverzekering. Met behulp van de matrix van CPA-categorieën en andere lidstaten kan het bereik van elke nationale verzekeringsmarkt voor het directe verzekeringsbedrijf worden weergegeven.

Verband met andere variabelen

Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf per product (op basis van de CPA) en lidstaat: geografische verdeling van de geboekte contracten in het kader van het vrij verrichten van diensten maakt deel uit van de variabele Geboekte brutopremies direct verzekeringsbedrijf (12 11 1).

Code

:

36 10 0

Titel

:

Totaal beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is de som van Terreinen en gebouwen (36 11 0), Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen (36 12 0), Overige financiële beleggingen (36 13 0) en Deposito's bij cederende ondernemingen (36 14 0).

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.I, van Richtlijn 91/674/EEG. Volgens de waarderingsregels van Richtlijn 91/674/EEG kunnen beleggingen op basis van de aankoopprijs of van de actuele waarde worden gewaardeerd. Voor elke lidstaat moet de toegepaste waarderingsregel worden vermeld.

Verband met andere variabelen

Totaal beleggingen (36 10 0) is gelijk aan:

Terreinen en gebouwen (36 11 0)

+

Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen (36 12 0)

+

Overige financiële beleggingen (36 13 0)

+

Deposito's bij cederende ondernemingen (36 14 0).

Code

:

36 11 0

Titel

:

Terreinen en gebouwen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag, betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen.

Verband met andere variabelen

Terreinen en gebouwen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 11 1

Titel

:

Terreinen en gebouwen die door de verzekeringsonderneming voor haar eigen activiteit worden gebruikt

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele maakt deel uit van variabele 36 11 0. Alleen terreinen en gebouwen die door de verzekeringsonderneming voor haar eigen activiteit worden gebruikt, worden in aanmerking genomen.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.I, van Richtlijn 91/674/EEG. Volgens de waarderingsregels van Richtlijn 91/674/EEG kunnen beleggingen op basis van de aankoopprijs of van de lopende waarde worden gewaardeerd. Voor elke lidstaat moet de toegepaste waarderingsregel worden vermeld.

Verband met andere variabelen

Terreinen en gebouwen die door de verzekeringsonderneming voor haar eigen activiteit worden gebruikt maakt deel uit van de variabele Terreinen en gebouwen (36 11 0).

Code

:

36 11 2

Titel

:

Terreinen en gebouwen (actuele waarde)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 45 en volgende van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad (op grond van deze artikelen kan de waarde van de beleggingen zowel op de aankoopprijs als op de actuele waarde worden gebaseerd).

Opmerking:

Dit gegeven hoeft alleen te worden verstrekt indien variabele 36 11 0 betrekking heeft op de boekwaarde van de terreinen en gebouwen.

Code

:

36 12 0

Titel

:

Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad. Deze variabele is de som van de variabelen 36 12 1 en 36 12 2.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.II, van Richtlijn 91/674/EEG. Volgens de waarderingsregels van Richtlijn 91/674/EEG kunnen beleggingen op basis van de aankoopprijs of van de actuele waarde worden gewaardeerd. Voor elke lidstaat moet de toegepaste waarderingsregel worden vermeld.

Verband met andere variabelen

Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 12 1

Titel

:

Aandelen in verbonden ondernemingen en deelnemingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Zie artikel 6 (activa), punten C.II.1 en C.II.3, van Richtlijn 91/674/EEG. Volgens de waarderingsregels van Richtlijn 91/674/EEG kunnen beleggingen op basis van de aankoopprijs of van de actuele waarde worden gewaardeerd. Voor elke lidstaat moet de toegepaste waarderingsregel worden vermeld.

Verband met andere variabelen

Aandelen in verbonden ondernemingen en deelnemingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen (36 12 0).

Code

:

36 12 2

Titel

:

Obligaties en andere vastrentende waardepapieren uitgegeven door en vorderingen op verbonden ondernemingen en op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), de punten C.II.2 en C.II.4, van Richtlijn 91/674/EEG. Volgens de waarderingsregels van Richtlijn 91/674/EEG kunnen beleggingen op basis van de aankoopprijs of van de actuele waarde worden gewaardeerd. Voor elke lidstaat moet de toegepaste waarderingsregel worden vermeld.

Verband met andere variabelen

Obligaties en andere vastrentende waardepapieren uitgegeven door en vorderingen op verbonden ondernemingen en op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen (36 12 0).

Code

:

36 12 3

Titel

:

Beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen (actuele waarde)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 45 en volgende van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad (op grond van deze artikelen kan de waarde van de beleggingen zowel op de aankoopprijs als op de actuele waarde worden gebaseerd).

Opmerking:

Dit gegeven hoeft alleen te worden verstrekt indien variabele 36 12 0 betrekking heeft op de boekwaarde van de beleggingen in verbonden ondernemingen en deelnemingen.

Code

:

36 13 0

Titel

:

Overige financiële beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is de som van de variabelen 36 13 1, 36 13 2, 36 13 3, 36 13 4, 36 13 5 en 36 13 6. Volgens de waarderingsregels van Richtlijn 91/674/EEG kunnen beleggingen op basis van de aankoopprijs of van de actuele waarde worden gewaardeerd. Voor elke lidstaat moet de toegepaste waarderingsregel worden vermeld.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.III, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Overige financiële beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 1

Titel

:

Aandelen, andere niet-vastrentende waardepapieren en rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.III.1, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Aandelen, andere niet-vastrentende waardepapieren en rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen maakt deel uit van de variabele Overige financiële beleggingen (36 13 0).

Aandelen, andere niet-vastrentende waardepapieren en rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 2

Titel

:

Obligaties en andere vastrentende waardepapieren

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 9 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.III.2, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Obligaties en andere vastrentende waardepapieren maakt deel uit van de variabele Overige financiële beleggingen (36 13 0).

Obligaties en andere vastrentende waardepapieren wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 3

Titel

:

Deelnemingen in gemeenschappelijke beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 10 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.III.3, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Deelnemingen in gemeenschappelijke beleggingen maakt deel uit van de variabele Overige financiële beleggingen (36 13 0).

Deelnemingen in gemeenschappelijke beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 4

Titel

:

Hypothecaire leningen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 11 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.III.4, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Hypothecaire leningen maakt deel uit van de variabele Overige financiële beleggingen (36 13 0).

Hypothecaire leningen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 5

Titel

:

Andere leningen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 11 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad en artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.III.5, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Andere leningen maakt deel uit van de variabele Overige financiële beleggingen (36 13 0).

Andere beleggingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 6

Titel

:

Andere (inclusief deposito's bij kredietinstellingen)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikelen 12 en 13 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad,

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punten C.III.6 en C.III.7, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Andere (inclusief deposito's bij kredietinstellingen) maakt deel uit van de variabele Overige financiële beleggingen (36 13 0).

Andere (inclusief deposito's bij kredietinstellingen) wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 13 8

Titel

:

Overige financiële beleggingen (actuele waarde)

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 45 en volgende van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad (op grond van deze artikelen kan de waarde van de beleggingen zowel op de aankoopprijs als op de actuele waarde worden gebaseerd.

Opmerking:

Dit gegeven hoeft alleen te worden verstrekt indien variabele 36 13 0 de boekwaarde van de overige financiële beleggingen betreft.

Code

:

36 14 0

Titel

:

Deposito's bij cederende ondernemingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 14 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt C.IV, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Deposito's bij cederende ondernemingen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Totaal beleggingen (36 10 0).

Code

:

36 20 0

Titel

:

Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 15 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (activa), punt D, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

36 21 0

Titel

:

Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen — terreinen en gebouwen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad. Deze variabele maakt deel uit van variabele 36 20 0.

Opmerking:

Het hier vermelde bedrag moet in overeenstemming zijn met variabele 36 11 0.

Verband met andere variabelen

Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen — terreinen en gebouwen maakt deel uit van de variabele Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen (36 20 0).

Code

:

36 22 0

Titel

:

Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen — overige financiële beleggingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele maakt deel uit van variabele 36 20 0.

Opmerking:

Het hier vermelde bedrag moet in overeenstemming zijn met variabele 36 13 0.

Verband met andere variabelen

Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen — overige financiële beleggingen maakt deel uit van de variabele Beleggingen waarvan verzekeringsnemers (levensverzekering) het risico dragen (36 20 0).

Code

:

36 30 0

Titel

:

Balanstotaal

Bijlage

:

V

Definitie:

De variabele bestaat uit de som van de posten A, B, C, D, E, F, G en H aan de actiefzijde van de balans of uit de som van de posten A, B, C, D, E, F, G, H en I aan de passiefzijde van de balans overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad. In ieder geval moet worden aangegeven of het verlies over het boekjaar aan de actiefzijde of aan de passiefzijde van de balans wordt vermeld.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

37 10 0

Titel

:

Totaal eigen vermogen

Bijlage

:

V

Definitie:

Hier worden alle delen van het eigen vermogen (= post A aan de passiefzijde van de balans, overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 91/647/EEG van de Raad) geregistreerd. Het verlies over het boekjaar behoort hierbij in aanmerking te worden genomen (indien dat niet gebeurt, moet dit worden vermeld).

Code

:

37 10 1

Titel

:

Totaal eigen vermogen, ingedeeld naar rechtsvorm

Bijlage

:

V

Definitie:

Totaal eigen vermogen (variabele 37 10 0) wordt als volgt naar rechtsvorm ingedeeld: kapitaalvennootschappen, onderlinge maatschappijen, bijkantoren van verzekeringsondernemingen met hoofdkantoor in een niet-EER-land, andere.

Verband met andere variabelen

Totaal eigen vermogen, ingedeeld naar rechtsvorm is een uitsplitsing van Totaal eigen vermogen (37 10 0).

Code

:

37 11 0

Titel

:

Geplaatst kapitaal of equivalent fonds

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 19 van Richtlijn 91/674/EEG.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt A.I, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Geplaatst kapitaal of equivalent fonds maakt deel uit van de variabele Totaal eigen vermogen (37 10 0).

Code

:

37 12 0

Titel

:

Agio, herwaarderingsreserve, reserves

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punten A.II, A.III en A.IV, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Agio, herwaarderingsreserve, reserves maakt deel uit van de variabele Totaal eigen vermogen (37 10 0).

Code

:

37 20 0

Titel

:

Achtergestelde schulden

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 21 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt B, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

37 30 0

Titel

:

Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is de som van de variabelen Brutobedrag van de voorziening voor niet-verdiende premies (37 31 0), Brutobedrag van de voorziening voor levensverzekering (37 32 0), Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden (37 33 0), Brutobedrag van de voorziening voor winstdeling en restorno's (37 34 0), Egalisatievoorziening (37 35 0), Brutobedrag van de overige technische voorzieningen (37 36 0) en Brutobedrag van de technische voorzieningen betreffende levensverzekering wanneer de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen (37 37 0).

Code

:

37 30 1

Titel

:

Nettobedrag van de technische voorzieningen, totaal

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele is het nettobedrag van de som van de variabelen 37 31 0, 37 32 0, 37 33 0, 37 34 0, 37 35 0, 37 36 0 en 37 37 0 (= na aftrek van het aandeel van de herverzekeraars).

Opmerking:

Deze variabele is nodig voor de gedetailleerde berekeningen van de macro-economische variabelen in de productierekening.

Code

:

37 31 0

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor niet-verdiende premies

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 25 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.1.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de voorziening voor niet-verdiende premies wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 32 0

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor levensverzekering

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 27 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.2.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de voorziening voor levensverzekering wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 33 0

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 28 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.3.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 33 1

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met het directe verzekeringsbedrijf

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele maakt deel uit van variabele 37 33 0 (zie ook artikel 28 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad).

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.3.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met het directe verzekeringsbedrijf maakt deel uit van de variabele Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden (37 33 0).

Code

:

37 33 2

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met geaccepteerde zaken

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele maakt deel uit de variabele Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden (37 33 0) (zie ook artikel 28 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad).

Code

:

37 33 3

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met het directe verzekeringsbedrijf, per product (op basis van de CPA)

Bijlage

:

V

Definitie:

Deze variabele betreft een aanvullende uitsplitsing van variabele 37 33 1 (zie ook artikel 28 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad). Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met het directe verzekeringsbedrijf wordt ingedeeld naar product (op basis van de CPA)

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.3.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met het directe verzekeringsbedrijf, per product (op basis van de CPA) is een verdere uitsplitsing van de variabele Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden in verband met het directe verzekeringsbedrijf (37 33 1).

Code

:

37 34 0

Titel

:

Brutobedrag van de voorziening voor winstdeling en restorno's

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 29 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.4.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de voorziening voor winstdeling en restorno's wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 35 0

Titel

:

Egalisatievoorziening

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 30 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.5, van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Egalisatievoorziening wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 36 0

Titel

:

Brutobedrag van de overige technische voorzieningen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 26 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt C.6.a), van Richtlijn 91/674/EEG. De indeling van deze variabele moet in detail worden aangegeven.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de overige technische voorzieningen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 37 0

Titel

:

Brutobedrag van de technische voorzieningen betreffende levensverzekering wanneer de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen

Bijlage

:

V

Definitie:

Artikel 31 van Richtlijn 91/674/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt D.a), van Richtlijn 91/674/EEG.

Verband met andere variabelen

Brutobedrag van de technische voorzieningen betreffende levensverzekering wanneer de verzekeringnemers het beleggingsrisico dragen wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Brutobedrag van de technische voorzieningen, totaal (37 30 0 = 37 31 0 + 37 32 0 + 37 33 0 + 37 34 0 + 37 35 0 + 37 36 0 + 37 37 0).

Code

:

37 41 0

Titel

:

Obligatieleningen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt G.III, van Richtlijn 91/674/EEG. Deze variabele omvat ook converteerbare leningen.

Code

:

37 42 0

Titel

:

Schulden aan kredietinstellingen

Bijlage

:

V

Definitie:

Enige informatie in artikel 8 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad.

Opmerking:

Voor de indeling van de balans: artikel 6 (passiva), punt G.IV, van Richtlijn 91/674/EEG.

Code

:

39 10 0

Titel

:

Aantal uitstaande contracten aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor alle individuele levensverzekeringscontracten en voor de volgende producten: niet-gekoppelde levensverzekeringen en CPA 65.12.1, 65.12.4 en 65.12.5

Bijlage

:

V

Definitie:

Dit betreft het aantal uitstaande contracten aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor alle individuele levensverzekeringscontracten en voor de volgende producten: niet-gekoppelde levensverzekeringen en CPA 65.12.1, 65.12.4 en 65.12.5

Opmerking:

Alleen aan het eind van het boekjaar nog lopende contracten worden in aanmerking genomen. Voor individuele levensverzekeringscontracten komen de gegevens overeen met de inhoud van variabele 12 11 3.

Code

:

39 20 0

Titel

:

Aantal verzekerde personen aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor alle collectieve levensverzekeringscontracten en voor het volgende product: CPA 65.12.1

Bijlage

:

V

Definitie:

Dit betreft het aantal verzekerden aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor alle collectieve levensverzekeringscontracten en voor collectieve verzekeringscontracten in de volgende subcategorie van de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteit, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen: 65.12.1.

Opmerking:

Alleen verzekerden met een aan het eind van het boekjaar nog lopend contract worden in aanmerking genomen. Voor collectieve levensverzekeringscontracten komen de gegevens overeen met de inhoud van variabele 12 11 4.

Code

:

39 30 0

Titel

:

Aantal verzekerde voertuigen aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor het volgende product: CPA 65.12.2.

Bijlage

:

V

Definitie:

Dit betreft het aantal verzekerde voertuigen aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor de volgende subcategorie van de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteit, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen: 65.12.2.

Opmerking:

Alleen voertuigen die worden gedekt door een aan het eind van het boekjaar nog lopend contract, worden in aanmerking genomen. Ook alle voertuigen die worden gedekt door een collectief contract, worden individueel meegeteld.

Code

:

39 40 0

Titel

:

Bruto verzekerd bedrag aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor de volgende producten: niet-gekoppelde levensverzekeringen en kapitaalverzekeringen

Bijlage

:

V

Definitie:

Dit betreft het totale bruto verzekerde bedrag aan het eind van het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor de volgende producten: niet-gekoppelde levensverzekeringen en kapitaalverzekeringen

Opmerking:

Alleen bedragen in verband met aan het eind van het boekjaar nog lopende contracten worden in aanmerking genomen. Voor lijfrentecontracten worden de nationale equivalenten voor de verzekerde som toegepast.

Code

:

39 50 0

Titel

:

Aantal ontvangen schadeclaims gedurende het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor het volgende product: CPA 65.12.2

Bijlage

:

V

Definitie:

Dit betreft het totale aantal ontvangen schadeclaims gedurende het boekjaar, in verband met het directe verzekeringsbedrijf, voor de volgende subcategorie van de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteit, voor het verzekeringswezen en de pensioenfondsen: 65.12.2.

Opmerking:

Zie artikel 44 van Richtlijn 92/49/EEG van de Raad. Het totale aantal schadegevallen die gedurende het boekjaar hebben plaatsgevonden en zijn gemeld en die recht geven op een schadevergoeding, wordt in aanmerking genomen (schattingen van schadegevallen die hebben plaatsgevonden maar niet zijn gemeld, blijven buiten beschouwing).

Code

:

42 11 0

Titel

:

Rente en soortgelijke baten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat:

1)

alle baten uit kas en tegoeden bij de centrale bank, overheidspapier en ander papier dat bij de centrale bank ter herfinanciering kan worden aangeboden, vorderingen op kredietinstellingen, vorderingen op cliënten, obligaties en andere vastrentende waardepapieren, ongeacht hoe deze zijn berekend. Hiertoe behoren ook alle baten uit de gespreide resultaatboeking van het agio op de activa die beneden het op de vervaldag te betalen bedrag zijn verkregen, en op de boven dit bedrag aangegane verplichtingen;

2)

de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit derivaten en het karakter van rente hebben.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 1, en artikel 28, post B 1, van Richtlijn 86/635/EEG (9). Zie punt 35 van IAS 18, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie (rente en soortgelijke baten) en punt 20 van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie (10).

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Productiewaarde (variabele 12 12 0).

Code

:

42 11 1

Titel

:

Rente en soortgelijke baten van vastrentende waardepapieren

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat:

1)

alle baten uit vastrentende waardepapieren. Hiertoe behoren ook alle baten uit de gespreide resultaatboeking van het agio op de activa die beneden het op de vervaldag te betalen bedrag zijn verkregen, en op de boven dit bedrag aangegane verplichtingen;

2)

de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit derivaten en het karakter van rente hebben.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 1, en artikel 28, post B 1, van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IAS 18, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003, en in punt 20 van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele maakt deel uit van variabele 42 11 0.

Code

:

42 12 0

Titel

:

Rente en soortgelijke lasten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat:

1)

alle lasten met betrekking tot aan kredietinstellingen verschuldigde bedragen, aan cliënten verschuldigde bedragen, in schuldbewijzen belichaamde schulden en achtergestelde schulden, ongeacht hoe deze zijn berekend. Hiertoe behoren ook de lasten van de gespreide afschrijving van het disagio op de activa die boven het op de vervaldag te betalen bedrag zijn verkregen en op de verplichtingen die beneden dit bedrag zijn aangegaan;

2)

de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit derivaten en het karakter van rente hebben.

Opmerking

:

Zie artikel 27, post 2, en artikel 28, post A 1, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 35 van IAS 18, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie en punt 20 van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Productiewaarde (variabele 12 12 0).

Code

:

42 12 1

Titel

:

Rente en soortgelijke lasten in verband met uitgegeven obligaties

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat:

1)

alle lasten in verband met uitgegeven obligaties, ongeacht hoe deze zijn berekend. Hiertoe behoren ook de lasten van de gespreide afschrijving van het disagio op de activa die boven het op de vervaldag te betalen bedrag zijn verkregen en op de verplichtingen die beneden dit bedrag zijn aangegaan. Obligaties omvatten verhandelbare obligaties en andere vastrentende obligaties die zijn uitgegeven door kredietinstellingen, waardepapieren met een variabele rentevoet die gekoppeld is aan een bepaalde parameter, zoals het rentetarief op de interbankenmarkt of op de euromarkt;

2)

de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit derivaten en het karakter van rente hebben.

Opmerking

:

Zie artikel 4, post 3 a) (passiva), van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IAS 18, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003, en in punt 20 van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele maakt deel uit van variabele 42 12 0.

Code

:

42 13 0

Titel

:

Opbrengsten uit waardepapieren

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat alle dividenden en andere opbrengsten uit niet-vastrentende waardepapieren, uit deelnemingen en uit aandelen in verbonden ondernemingen. De opbrengsten uit aandelen in beleggingsmaatschappijen worden eveneens onder deze post opgenomen. Voor kredietinstellingen die gebruikmaken van de winst- en verliesrekening van IFRS 7, kan de variabele worden beperkt tot dividenden. Eurostat moet daarvan in kennis worden gesteld.

Opmerking

:

zie artikel 27, posten 3 a), b) en c) als aggregaat, en artikel 28, posten B 2 a), b) en c) als aggregaat, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 35 van IAS 18, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie, en punt 20 a) van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

42 13 1

Titel

:

Opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat alle dividenden en andere opbrengsten uit niet-vastrentende waardepapieren, uit deelnemingen en uit aandelen in verbonden ondernemingen. Voor kredietinstellingen die gebruikmaken van de winst- en verliesrekening van IAS 30, kan de variabele worden beperkt tot dividenden. Eurostat moet daarvan in kennis worden gesteld.

Opmerking

:

Zie artikel 27, post 3 a), en artikel 28, post B 2 a), van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele maakt deel uit van variabele 42 13 0 en wordt gebruikt bij de berekening van Productiewaarde (variabele 12 12 0).

Code

:

42 14 0

Titel

:

Ontvangen provisie

Bijlage

:

VI

Definitie:

Ontvangen provisie omvat de opbrengsten uit hoofde van vergoeding van alle voor rekening van derden verrichte diensten, in het bijzonder:

provisie voor garanties, voor kredietbeheer voor rekening van andere kredietverleners, alsmede voor effectentransacties voor rekening van derden;

provisie voor afwikkeling van betalingen en andere daarmee verband houdende lasten en opbrengsten, kosten voor het houden van rekeningen en voor effectenbeheer en -bewaring;

valutaprovisie, provisie voor aan- en verkoop van munten en edele metalen voor rekening van derden;

ontvangen provisie voor bemiddeling in krediettransacties, en voor spaar- of verzekeringscontracten.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 4, en artikel 28, post B 3, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Productiewaarde (variabele 12 12 0).

Code

:

42 15 0

Titel

:

Betaalde provisie

Bijlage

:

VI

Definitie:

Betaalde provisie omvat de betalingen voor vergoeding van alle door derden verrichte diensten, in het bijzonder:

provisie voor garanties, voor kredietbeheer voor rekening van andere kredietverleners, alsmede voor effectentransacties voor rekening van derden;

provisie voor afwikkeling van betalingen en andere daarmee verband houdende lasten en opbrengsten, kosten voor het houden van rekeningen en voor effectenbeheer en -bewaring;

valutaprovisie, provisie voor aan- en verkoop van munten en edele metalen voor rekening van derden;

ontvangen provisie voor bemiddeling in krediettransacties, en voor spaar- of verzekeringscontracten.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 5, en artikel 28, post A 2, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 van IFRS 7, die is opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Totale aankoop van goederen en diensten (variabele 13 11 0).

Code

:

42 20 0

Titel

:

Resultaat uit financiële transacties

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat:

1.

het winst- of verliessaldo van transacties in waardepapier dat niet tot de financiële vaste activa behoort, alsmede de waardecorrecties op dergelijk waardepapier en de terugnemingen van deze waardecorrecties, rekening houdend in geval van toepassing van artikel 36, lid 2, van Richtlijn 86/635 met het hieruit voortvloeiende verschil; in de lidstaten die gebruikmaken van de door artikel 37 van Richtlijn 86/635 geboden mogelijkheid, behoeven deze bedragen slechts te worden opgenomen indien zij betrekking hebben op waardepapier in de handelsportefeuille. Ook moeten waardecorrecties en terugnemingen daarvan als gevolg van de toepassing van IAS 32 en IAS 39, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie, in aanmerking worden genomen;

2.

het winst- en verliessaldo van valutatransacties, met uitzondering van de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit gedekte termijntransacties en het karakter van rente hebben;

3.

de winst- en verliessaldi van de overige aankoop- en verkooptransacties in financiële instrumenten, waaronder edele metalen.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 6, en artikel 28, post A 3 of B 4, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 a) van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Productiewaarde (variabele 12 12 0).

Code

:

42 31 0

Titel

:

Overige bedrijfsopbrengsten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Bedrijfsopbrengsten, voor zover niet onder een andere post vermeld. Alle buitengewone opbrengsten blijven hier buiten beschouwing.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 7, en artikel 28, post B 7, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 86 van IAS 1, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie (overige baten).

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Productiewaarde (variabele 12 12 0).

Code

:

42 32 0

Titel

:

Algemene beheerskosten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele is de som van Personeelskosten (variabele 13 31 0) en Andere beheerskosten (variabele 42 32 2).

Opmerking

:

zie artikel 27, posten 8 a) en b) als aggregaat, en artikel 28, posten A 4 a) en b) als aggregaat, van Richtlijn 86/635/EEG. Niet genoemd in punt 20 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

42 32 2

Titel

:

Andere beheerskosten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Andere beheerskosten, niet opgenomen in variabele 13 31 0.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 8 b), en artikel 28, post A 4 b), van Richtlijn 86/635/EEG. Niet genoemd in punt 20 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Totale aankoop van goederen en diensten (variabele 13 11 0) en Algemene beheerskosten (variabele 42 32 0).

Code

:

42 33 0

Titel

:

Overige bedrijfslasten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Bedrijfslasten, voor zover niet onder een andere post vermeld. Alle belastingen en buitengewone lasten blijven hier buiten beschouwing.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 10, en artikel 28, post A 6, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 91 van IAS 1, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Deze variabele wordt gebruikt bij de berekening van Totale aankoop van goederen en diensten (variabele 13 11 0).

Code

:

42 35 0

Titel

:

Waardecorrecties en terugneming van waardecorrecties op vorderingen en voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen

Bijlage

:

VI

Definitie:

1.

Deze variabele omvat enerzijds de lasten wegens waardecorrecties op vorderingen en voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen die buiten de balanstelling worden opgenomen, en anderzijds de opbrengsten uit inning van afgeschreven vorderingen en terugneming van eerder uitgevoerde waardecorrecties en van eerder getroffen voorzieningen.

2.

In de lidstaten die gebruikmaken van de door artikel 37 van Richtlijn 86/635 geboden mogelijkheid, bevat deze post ook het winst- of verliessaldo van transacties in obligaties en aandelen die niet behoren tot de financiële vaste activa en ook niet in de handelsportefeuille zijn opgenomen, alsmede de waardecorrecties op dergelijk waardepapier en de terugneming van dergelijke waardecorrecties, rekening houdend, in geval van toepassing van artikel 36, lid 2, van Richtlijn 86/635, met het hieruit voortvloeiende verschil.

3.

De kosten en opbrengsten die onder deze posten zijn begrepen, mogen worden gecompenseerd, waardoor alleen het saldo (baten of lasten) wordt opgenomen.

Opmerking

:

zie artikel 27, posten 11 en 12, en artikel 28, posten A 7 en B 5, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 84 van IAS 37, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie (voorzieningen voor voorwaardelijke/eventuele schulden en verplichtingen).

Code

:

42 36 0

Titel

:

Overige waardecorrecties en terugneming van waardecorrecties

Bijlage

:

VI

Definitie:

1.

Deze variabele omvat enerzijds de lasten wegens waardecorrecties op obligaties en andere vastrentende waardepapieren en aandelen, en anderzijds de terugneming van eerder uitgevoerde waardecorrecties, voor zover de lasten en baten betrekking hebben op effecten die tot de financiële vaste activa behoren, op deelnemingen en op aandelen in verbonden ondernemingen.

2.

De kosten en opbrengsten die onder deze posten zijn begrepen, mogen worden gecompenseerd, waardoor alleen het saldo (baten of lasten) wordt opgenomen.

Opmerking

:

zie artikel 27, posten 9, 13 en 14, en artikel 28, posten A 5, A 8 en B 6, van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IAS 30, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie.

Code

:

42 40 0

Titel

:

Resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele wordt gedefinieerd in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen. De IAS/IFRS staan niet toe dat de buitengewone resultaten afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen worden gepresenteerd. Voor landen waar de IAS/IFRS worden toegepast op de rekeningen van kredietinstellingen, hoeft deze variabele niet meer te worden ingediend.

Opmerking

:

zie artikel 27, posten 15 en 16, en artikel 28, posten A 9, A 10 en B 8, van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

42 50 0

Titel

:

Buitengewoon resultaat

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele wordt gedefinieerd in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen. De IAS/IFRS staan niet toe dat de buitengewone resultaten afzonderlijk in de bedrijfsrekeningen worden gepresenteerd. Voor landen waar de IAS/IFRS worden toegepast op de rekeningen van kredietinstellingen, hoeft deze variabele niet meer te worden ingediend.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 19, en artikel 28, posten A 13 en B 10, van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

42 51 0

Titel

:

Alle belastingen (belasting op het resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening, belasting op het buitengewone resultaat, overige belastingen)

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele wordt gedefinieerd in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen.

Opmerking

:

zie artikel 27, posten 15, 20 en 22, en artikel 28, posten A 9, A 12 en A 14, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 81 e) van IAS 1, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie.

Code

:

42 60 0

Titel

:

Resultaat over het boekjaar

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele wordt gedefinieerd in artikel 22 en volgende van Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 23, en artikel 28, posten A 15 en B 11, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 81 f) van IAS 1, opgenomen in Verordening (EG) nr. 1725/2003 van de Commissie.

Code

:

43 11 0

Titel

:

Vorderingen op cliënten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat alle tot de activa behorende vermogensbestanddelen die bestaan uit vorderingen op binnen- en buitenlandse cliënten, niet zijnde kredietinstellingen, ongeacht de benaming die daarvoor in een gegeven geval wordt gebruikt.

Daarvan zijn slechts uitgezonderd de in obligaties of andere waardepapieren belichaamde vorderingen op cliënten.

Opmerking

:

zie artikel 4, post 4 (activa), en artikel 16 (activa: post 4) van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 8 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

43 21 0

Titel

:

Schulden aan cliënten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat alle bedragen die verschuldigd zijn aan crediteuren, niet zijnde kredietinstellingen, ongeacht de benaming die daarvoor in een gegeven geval wordt gebruikt.

Daarvan zijn slechts uitgezonderd de in obligaties of andere schuldbewijzen belichaamde schulden.

Opmerking

:

zie artikel 4, posten 2 a) en 2 b) als aggregaat (passiva), en artikel 19 (passiva: post 2) van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 8 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

43 29 0

Titel

:

Totaal eigen vermogen

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat het geplaatste kapitaal en de reserves. Het geplaatste kapitaal omvat, ongeacht de benaming die daarvoor in een gegeven geval wordt gebruikt, alle bedragen die overeenkomstig de rechtsvorm van de betrokken kredietinstelling en overeenkomstig de nationale wetgeving als bij aandeelhouders of andere inbrengers geplaatste aandelen in het eigen vermogen van de kredietinstelling moeten worden aangemerkt. De reserves omvatten alle in Richtlijn 78/660/EEG, artikel 9, passiva, onder A.IV, genoemde reserves volgens de daar gegeven definitie. De lidstaten kunnen bovendien andere reserves voorschrijven, indien dat voor kredietinstellingen met een niet onder Richtlijn 78/660/EEG vallende rechtsvorm nodig blijkt te zijn.

Opmerking

:

zie artikel 4, posten 7, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 (passiva) en 16 (activa) als aggregaat, van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

43 30 0

Titel

:

Balanstotaal

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele bestaat uit de som van de posten 1 tot en met 15 van de actiefzijde van de balans of de som van de posten 1 tot en met 14 van de passiefzijde van de balans, opgenomen in artikel 4 van Richtlijn 86/635. In het algemeen komt het balanstotaal overeen met de som van alle posten aan de actiefzijde of met de som van alle posten aan de passiefzijde van de balans.

Opmerking

:

zie artikel 4 van Richtlijn 86/635/EEG. Deze post wordt niet afzonderlijk vermeld in de vereisten inzake informatieverschaffing in IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Code

:

43 31 0

Titel

:

Balanstotaal naar land van vestiging van de moederonderneming

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het balanstotaal (zie variabele 43 30 0) wordt ingedeeld naar land van vestiging van de moederonderneming.

Overeenkomstig de indeling van variabele 11 11 4 moet het balanstotaal worden uitgesplitst in een deel dat betrekking heeft op kredietinstellingen onder binnenlandse zeggenschap en een deel dat betrekking heeft op ondernemingen onder buitenlandse zeggenschap. Als moederonderneming wordt geregistreerd de institutionele eenheid die de uiteindelijke zeggenschap heeft, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad.

Verband met andere variabelen

Balanstotaal naar land van vestiging van de moederonderneming is een uitsplitsing van Balanstotaal (43 30 0).

Code

:

43 32 0

Titel

:

Balanstotaal naar rechtsvorm

Bijlage

:

VI

Definitie:

Het balanstotaal (zie variabele 43 30 0) wordt als volgt naar rechtsvorm ingedeeld: kapitaalvennootschappen, coöperatieve ondernemingen, publiekrechtelijke ondernemingen, bijkantoren van ondernemingen met hoofdkantoor in een niet-EER-land, andere.

Verband met andere variabelen

Balanstotaal naar rechtsvorm is een uitsplitsing van Balanstotaal (43 30 0).

Code

:

44 11 0

Titel

:

Rente en soortgelijke baten naar (sub)categorieën van de CPA

Bijlage

:

VI

Definitie:

Rente en soortgelijke baten wordt als volgt ingedeeld:

1.

alle baten uit vastrentende waardepapieren, ongeacht hoe zij zijn berekend. Hiertoe behoren ook alle opbrengsten uit de gespreide resultaatboeking van het agio op de activa die beneden het op de vervaldag te betalen bedrag zijn verkregen, en op de boven dit bedrag aangegane verplichtingen;

2.

de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit derivaten en het karakter van rente hebben.

De indeling naar producten is gebaseerd op de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor diensten van financiële intermediairs en ondersteunende diensten in verband met financiële intermediairs. Deze variabele moet worden ingedeeld naar (sub)categorieën van de CPA op het passende niveau.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 1, en artikel 28, post B 1, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Rente en soortgelijke baten naar (sub)categorieën van de CPA is een uitsplitsing van Rente en soortgelijke baten (42 11 0).

Code

:

44 12 0

Titel

:

Rente en soortgelijke lasten naar (sub)categorieën van de CPA

Bijlage

:

VI

Definitie:

Rente en soortgelijke lasten wordt als volgt ingedeeld:

1.

alle lasten met betrekking tot aan kredietinstellingen verschuldigde bedragen, aan cliënten verschuldigde bedragen, in schuldbewijzen belichaamde schulden en achtergestelde schulden, ongeacht hoe zij zijn berekend. Hiertoe behoren ook de lasten van de gespreide afschrijving van het disagio op de activa die boven het op de vervaldag te betalen bedrag zijn verkregen en op de verplichtingen die beneden dit bedrag zijn aangegaan;

2.

de over de effectieve duur van de transactie gespreide baten en lasten die voortvloeien uit derivaten en het karakter van rente hebben.

De indeling naar producten is gebaseerd op de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor diensten van financiële intermediairs en ondersteunende diensten in verband met financiële intermediairs. Deze variabele moet worden ingedeeld naar (sub)categorieën van de CPA op het passende niveau.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 2, en artikel 28, post A 1, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Rente en soortgelijke lasten naar (sub)categorieën van de CPA is een uitsplitsing van Rente en soortgelijke lasten (42 12 0).

Code

:

44 13 0

Titel

:

Ontvangen provisie naar (sub)categorieën van de CPA

Bijlage

:

VI

Definitie:

Ontvangen provisie omvat opbrengsten uit hoofde van alle voor rekening van derden verrichte diensten. De indeling naar producten is gebaseerd op de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor diensten van financiële intermediairs en ondersteunende diensten in verband met financiële intermediairs. Deze variabele moet worden ingedeeld naar (sub)categorieën van de CPA op het passende niveau.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 4, en artikel 28, post B 3, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Ontvangen provisie naar (sub)categorieën van de CPA is een uitsplitsing van Ontvangen provisie (42 14 0).

Code

:

44 14 0

Titel

:

Betaalde provisie naar (sub)categorieën van de CPA

Bijlage

:

VI

Definitie:

Betaalde provisie wordt in artikel 31 van Richtlijn 86/635/EEG gedefinieerd. De indeling naar producten is gebaseerd op de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor diensten van financiële intermediairs en ondersteunende diensten in verband met financiële intermediairs. Deze variabele moet worden ingedeeld naar (sub)categorieën van de CPA op het passende niveau.

Opmerking

:

zie artikel 27, post 5, en artikel 28, post A 2, van Richtlijn 86/635/EEG. Zie punt 20 van IFRS 7, opgenomen in Verordening (EG) nr. 108/2006 van de Commissie.

Verband met andere variabelen

Betaalde provisie naar (sub)categorieën van de CPA is een uitsplitsing van Betaalde provisie (42 15 0).

Code

:

45 11 0

Titel

:

Geografische verdeling van totaal aantal bijkantoren in de EER

Bijlage

:

VI

Definitie:

„Bijkantoor” wordt gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 89/646/EEG en wordt nader omschreven in de mededeling van de Commissie Vrij verrichten van diensten en algemeen belang in de tweede bankrichtlijn (95/C 291/06).

Opmerking

:

uit het gezichtspunt van de land van ontvangst moet het totale aantal bijkantoren in de EER worden ingedeeld naar EER-land.

Code

:

45 21 0

Titel

:

Geografische verdeling van rente en soortgelijke baten

Bijlage

:

VI

Definitie:

Rente en soortgelijke baten (zie variabele 42 11 0) geboekt in het land van ontvangst door bijkantoren met hoofdkantoor in een ander EER-land, naar EER-land.

Code

:

45 22 0

Titel

:

Geografische verdeling van balanstotaal

Bijlage

:

VI

Definitie:

Balanstotaal (zie variabele 43 30 0) van bijkantoren gevestigd in het land van ontvangst met hoofdkantoor in een ander EER-land, naar EER-land.

Code

:

45 31 0

Titel

:

Geografische verdeling van rente en soortgelijke baten in verband met het vrije verkeer van diensten (in andere EER-landen)

Bijlage

:

VI

Definitie:

Rente en soortgelijke baten (zie variabele 42 11 0) die in het kader van het recht op vrijheid van dienstverrichting door in de lidstaat van vestiging erkende kredietinstellingen zijn geboekt in elk ander EER-land afzonderlijk.

Code

:

45 41 0

Titel

:

Geografische verdeling van rente en soortgelijke baten van de activiteit van bijkantoren (in niet-EER-landen)

Bijlage

:

VI

Definitie:

Rente en soortgelijke baten (zie variabele 42 11 0) die door bijkantoren van in de lidstaat van vestiging erkende kredietinstellingen zijn geboekt in niet-EER-landen.

De volgende verdeling moet worden gebruikt: Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, derde landen (rest van de wereld).

Code

:

45 42 0

Titel

:

Geografische verdeling van rente en soortgelijke baten in verband met het vrije verkeer van diensten (in niet-EER-landen)

Bijlage

:

VI

Definitie:

Rente en soortgelijke baten (zie variabele 42 11 0) die in het kader van het recht op vrijheid van dienstverrichting door in de lidstaat van vestiging erkende kredietinstellingen zijn geboekt in niet-EER-landen.

De volgende verdeling moet worden gebruikt: Zwitserland, Verenigde Staten, Japan, derde landen (rest van de wereld).

Code

:

47 11 0

Titel

:

Aantal rekeningen naar (sub)categorieën van de CPA

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat het aantal rekeningen bij kredietinstellingen aan het eind van het boekjaar. De indeling naar producten is gebaseerd op de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor diensten van financiële intermediairs en ondersteunende diensten in verband met financiële intermediairs. Het aantal rekeningen is gekoppeld aan (sub)categorieën van de CPA op het passende niveau.

Code

:

47 12 0

Titel

:

Aantal vorderingen op cliënten naar (sub)categorieën van de CPA

Bijlage

:

VI

Definitie:

Deze variabele omvat het aantal vorderingen op cliënten aan het eind van het boekjaar. De indeling naar producten is gebaseerd op de classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten, voor diensten van financiële intermediairs en ondersteunende diensten in verband met financiële intermediairs. Het aantal vorderingen op cliënten is gekoppeld aan (sub)categorieën van de CPA op het passende niveau.

Code

:

47 13 0

Titel

:

Aantal gelduitgifteautomaten van kredietinstellingen

Bijlage

:

VI

Definitie:

De term „gelduitgifteautomaten” omvat verschillende soorten automaten om elektronische bankdiensten te verlenen, bv. automaten om deposito's op te nemen (geldautomaten), om betalingen te verrichten en informatie over transacties te vragen, om geld te wisselen, om smartcards te laden, enz.

Code

:

48 00 1

Titel

:

Pensioenbijdragen van aangeslotenen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten van de aangeslotenen ontvangen pensioenbijdragen, met inbegrip van alle verplichte bijdragen, andere periodieke bijdragen en vrijwillige aanvullende bijdragen.

Verband met andere variabelen

De variabele Pensioenbijdragen van aangeslotenen (48 00 1) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 00 2

Titel

:

Pensioenbijdragen van werkgevers

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten van werkgevers ontvangen pensioenbijdragen, met inbegrip van alle verplichte bijdragen, andere periodieke bijdragen en vrijwillige aanvullende bijdragen.

Verband met andere variabelen

De variabele Pensioenbijdragen van werkgevers (48 00 2) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 00 3

Titel

:

Ontvangen pensioenoverdrachten

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle ontvangen pensioenoverdrachten. Deze pensioenoverdrachten worden gewoonlijk ontvangen van andere pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen. Wanneer een werknemer van werkgever verandert, heeft hij vaak de mogelijkheid om het bedrag aan pensioenrechten die hij bij het pensioenfonds of de verzekeringsregeling van zijn vorige werknemer heeft verworven, te laten overdragen naar het pensioenfonds van de nieuwe werkgever.

Verband met andere variabelen

De variabele Ontvangen pensioenoverdrachten (48 00 3) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 00 4

Titel

:

Overige pensioenbijdragen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle overige tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten ontvangen pensioenbijdragen (bv. bijdragen van centrale of lokale overheden, van personen en verenigingen).

Verband met andere variabelen

De variabele Overige pensioenbijdragen (48 00 4) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 00 5

Titel

:

Pensioenbijdragen aan vaste-uitkeringsregelingen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten door vaste-uitkeringsregelingen ontvangen pensioenbijdragen, met inbegrip van alle periodieke, vrijwillige en andere bijdragen.

Verband met andere variabelen

De variabele Pensioenbijdragen aan vaste-uitkeringsregelingen (48 00 5) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 00 6

Titel

:

Pensioenbijdragen aan beschikbarepremieregelingen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten door beschikbarepremieregelingen ontvangen pensioenbijdragen, met inbegrip van alle periodieke, vrijwillige en andere bijdragen.

Verband met andere variabelen

De variabele Pensioenbijdragen aan beschikbarepremieregelingen (48 00 6) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 00 7

Titel

:

Pensioenbijdragen aan hybride regelingen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle tijdens het boekjaar met betrekking tot pensioencontracten door hybride regelingen ontvangen pensioenbijdragen, met inbegrip van alle periodieke, vrijwillige en andere bijdragen.

Opmerking

:

Hybride regelingen zijn regelingen met elementen van zowel vaste-uitkeringsregelingen als beschikbarepremieregelingen.

Verband met andere variabelen

De variabele Pensioenbijdragen aan hybride regelingen (48 00 7) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Omzet (12 11 0).

Code

:

48 01 0

Titel

:

Opbrengsten van beleggingen (PF)

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat opbrengsten van beleggingen, terugneming van waardecorrecties op beleggingen en opbrengsten van gerealiseerde en niet-gerealiseerde kapitaalwinsten en -verliezen. Zij omvat ontvangen huur, renteopbrengst, dividenden en gerealiseerde en niet-gerealiseerde kapitaalwinsten en -verliezen.

Verband met andere variabelen

De variabele Opbrengsten van beleggingen (PF) (48 01 0) omvat de variabele Kapitaalwinst en -verlies (48 01 1).

Code

:

48 01 1

Titel

:

Kapitaalwinst en -verlies

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat opbrengsten van gerealiseerde en niet-gerealiseerde kapitaalwinsten en -verliezen die in de winst-en-verliesrekening zijn opgenomen. Kapitaalwinst en -verlies zijn het resultaat van het verschil tussen de waardering van beleggingen aan het begin van de boekperiode (of bij de aankoop, indien deze later plaatsvindt) en de waardering ervan aan het eind van de boekperiode (of bij de verkoop, indien deze eerder plaatsvindt).

Verband met andere variabelen

De variabele Kapitaalwinst en -verlies (48 01 1) wordt gebruikt voor de berekening van de variabele Opbrengsten van beleggingen (PF) (48 01 0).

Code

:

48 02 1

Titel

:

Ontvangen verzekeringsuitkeringen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat uitkeringen ontvangen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met betrekking tot gecedeerde risico's.

Code

:

48 02 2

Titel

:

Overige inkomsten (PF)

Bijlage

:

VII

Definitie:

Overige inkomsten omvat alle overige inkomsten van pensioenfondsen behalve pensioenbijdragen en opbrengsten van beleggingen van pensioenfondsen, zoals inkomsten uit provisie en andere inkomsten.

Code

:

48 03 0

Titel

:

Totale pensioenuitgaven

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle soorten uitgaven aan de deelnemers aan pensioenregelingen en de personen te hunnen laste, overdrachten naar andere regelingen, enz. Hieronder vallen ook uitgaven die worden gedaan nadat zij als inkomsten in verband met aan verzekeringsondernemingen gecedeerde risico' s zijn ontvangen.

Verband met andere variabelen

Totale pensioenuitgaven (48 03 0) wordt als volgt berekend:

Periodieke pensioenuitkeringen (48 03 1)

+

Pensioenuitkeringen ineens (48 03 2)

+

Overdrachten naar andere regelingen (48 03 3).

Code

:

48 03 1

Titel

:

Periodieke pensioenuitkeringen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle betalingen voor pensioenen die periodiek plaatsvinden (d.w.z. lijfrente).

Verband met andere variabelen

De variabele Periodieke pensioenuitkeringen (48 03 1) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Totale pensioenuitgaven (48 03 0).

Code

:

48 03 2

Titel

:

Pensioenuitkeringen ineens

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle betalingen voor pensioenen die ineens plaatsvinden.

Verband met andere variabelen

De variabele Pensioenuitkeringen ineens (48 03 2) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Totale pensioenuitgaven (48 03 0).

Code

:

48 03 3

Titel

:

Overdrachten naar andere regelingen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle overdrachten naar andere regelingen (gewoonlijk het bedrag aan pensioenrechten dat aan andere pensioenfondsen of aan verzekeringsmaatschappijen wordt overgedragen wanneer een werknemer van werkgever verandert en zich bijgevolg aansluit bij het pensioenfonds of de verzekeringsregeling van zijn nieuwe werkgever).

Verband met andere variabelen

De variabele Overdrachten naar andere regelingen (48 03 3) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Totale pensioenuitgaven (48 03 0).

Code

:

48 04 0

Titel

:

Nettoverandering in technische voorzieningen (reserves)

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle soorten veranderingen in technische voorzieningen, exclusief herverzekering. Inkomende en uitgaande overdrachten van technische voorzieningen tussen pensioenfondsen worden hierin opgenomen.

Code

:

48 05 0

Titel

:

Betaalde verzekeringspremies

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat het totaal van de betaalde verzekeringspremies voor alle soorten aan verzekerings- of herverzekeringsondernemingen gecedeerde risico's.

Code

:

48 06 0

Titel

:

Totale exploitatiekosten

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle kosten die verband houden met de inning van pensioenbijdragen, portefeuillebeheer, het uitkeren van pensioenen, alsmede provisie, overige externe uitgaven aan goederen en diensten, en personeelskosten.

Verband met andere variabelen

Totale exploitatiekosten (48 06 0) wordt als volgt berekend:

Personeelskosten (13 31 0)

+

Totale aankoop van goederen en diensten (13 11 0).

Code

:

48 07 0

Titel

:

Alle belastingen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle door het pensioenfonds betaalde directe belastingen (bv. op opbrengsten van beleggingen, enz.) die niet in Externe uitgaven aan goederen en diensten of in Personeelskosten zijn opgenomen.

Code

:

48 08 0

Titel

:

Omzet van niet-zelfstandige pensioenfondsen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle pensioenbijdragen met betrekking tot pensioencontracten die tijdens het boekjaar in de boekreserve worden gestort.

Code

:

48 10 0

Titel

:

Totale investeringen van pensioenfondsen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele is de som van de volgende variabelen: Terreinen en gebouwen (PF) (48 11 0) + Beleggingen in gelieerde ondernemingen en deelnemingen (PF) (48 12 0) + Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren (48 13 0) + Rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten (48 14 0) + Obligaties en andere vastrentende waardepapieren (48 15 0) + Deelnemingen in gemeenschappelijke beleggingen (48 16 0) + Hypothecaire leningen en andere, niet elders genoemde leningen (48 17 0) + Overige investeringen (48 18 0).

Code

:

48 10 1

Titel

:

Totale investeringen in de „bijdragende onderneming”

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle investeringen in de bijdragende ondernemingen, zoals aandelen van de bijdragende ondernemingen, obligaties uitgegeven door en leningen aan de bijdragende ondernemingen, enz. De bijdragende ondernemingen zijn de werkgevers die voor hun werknemers bijdragen aan het pensioenfonds betalen.

Verband met andere variabelen

De variabele Totale investeringen in de „bijdragende onderneming” maakt deel uit van de variabele Totale investeringen van pensioenfondsen (48 10 0).

Code

:

48 10 4

Titel

:

Totale investeringen tegen marktwaarde

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat Totale investeringen (= som van de variabelen Terreinen en gebouwen (PF) (48 11 0) + Beleggingen in gelieerde ondernemingen en deelnemingen (PF) (48 12 0) + Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren (48 13 0) + Rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten (48 14 0) + Obligaties en andere vastrentende waardepapieren (48 15 0) + Deelnemingen in gemeenschappelijke beleggingen (48 16 0) + Hypothecaire leningen en andere, niet elders genoemde leningen (48 17 0) + Overige investeringen (48 18 0)) tegen marktwaarde.

Opmerking

:

De variabele Totale investeringen tegen marktwaarde (48 10 4) hoeft alleen te worden verstrekt indien de variabele Totale investeringen van pensioenfondsen (48 10 0) niet tegen marktwaarde wordt verstrekt.

Code

:

48 11 0

Titel

:

Terreinen en gebouwen (PF)

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle terreinen en gebouwen in het bezit van het pensioenfonds.

Verband met andere variabelen

De variabele Terreinen en gebouwen (PF) (48 11 0) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Totale investeringen van pensioenfondsen (48 10 0).

Code

:

48 12 0

Titel

:

Beleggingen in gelieerde ondernemingen en deelnemingen (PF)

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat aandelen in gelieerde ondernemingen, obligaties uitgegeven door en vorderingen op gelieerde ondernemingen, deelnemingen en obligaties uitgegeven door en vorderingen op ondernemingen waarmee een pensioenfonds door een deelnemingsverhouding verbonden is. De onder post 48 10 1 vermelde investeringen blijven buiten beschouwing.

Verband met andere variabelen

De variabele Beleggingen in gelieerde ondernemingen en deelnemingen (PF) (48 12 0) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Totale investeringen van pensioenfondsen (48 10 0).

Code

:

48 13 0

Titel

:

Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle soorten beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, alsmede andere niet-vastrentende waardepapieren, behalve die welke tot de variabelen 48 12 0 en 48 14 0 behoren.

Verband met andere variabelen

De variabele Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren (48 13 0) wordt gebruikt bij de berekening van de variabele Totale investeringen van pensioenfondsen (48 10 0) en is gebaseerd op:

Op een gereglementeerde markt verhandelde aandelen (48 13 1)

+

Niet openbaar verhandelde aandelen (48 13 3)

+

Overige niet-vastrentende waardepapieren (48 13 4).

Code

:

48 13 1

Titel

:

Op een gereglementeerde markt verhandelde aandelen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle op een beurs genoteerde aandelen.

Verband met andere variabelen

De variabele Op een gereglementeerde markt verhandelde aandelen (48 13 1) maakt deel uit van de variabele Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren (48 13 0).

Code

:

48 13 2

Titel

:

Op een gereglementeerde, in het mkb gespecialiseerde markt verhandelde aandelen

Bijlage

:

VII

Definitie:

Deze variabele omvat alle aandelen die genoteerd zijn op gereglementeerde markten die gespecialiseerd zijn in innoverende, snelgroeiende ondernemingen en tot het mkb behorende bedrijven. Deze markten staan ook bekend onder de naam parallelmarkten. Op deze markten kunnen de genoteerde waardepapieren van kleine en middelgrote ondernemingen op efficiënte en concurrerende wijze worden verhandeld.

Verband met andere variabelen

De variabele Op een gereglementeerde, in het mkb gespecialiseerde markt verhandelde aandelen (48 13 2) maakt deel uit van de variabele Op een gereglementeerde markt verhandelde aandelen (48 13 1).

Code

:

48 13 3

Titel

:

Niet openbaar verhandelde aandelen

Bijlage

: