ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 79

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

52e jaargang
25 maart 2009


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 246/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia) (Gecodificeerde versie)

1

 

 

Verordening (EG) nr. 247/2009 van de Commissie van 24 maart 2009 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

5

 

*

Verordening (EG) nr. 248/2009 van de Commissie van 19 maart 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad inzake de mededelingen betreffende de erkenning van de producentenorganisaties en de vaststelling van de prijzen en de interventiemaatregelen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (Herschikking)

7

 

*

Verordening (EG) nr. 249/2009 van de Commissie van 23 maart 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad wat betreft de aanpassing van de vergoedingen die aan het Europees Geneesmiddelenbureau dienen te worden betaald

34

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2009/289/EG

 

*

Beschikking van de Raad van 20 januari 2009 tot toekenning van wederzijdse bijstand aan Letland

37

 

 

2009/290/EG

 

*

Beschikking van de Raad van 20 januari 2009 tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Letland

39

 

 

Commissie

 

 

2009/291/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 20 maart 2009 betreffende de ontwerpverordening van Ierland over de vermelding van het land van oorsprong van pluimvee-, varkens- en schapenvlees op het etiket (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 1931)  ( 1 )

42

 

 

2009/292/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 24 maart 2009 tot vaststelling van de voorwaarden voor een afwijking ten aanzien van de bij Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgestelde concentraties van zware metalen in kunststof kratten en kunststof paletten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 1959)  ( 1 )

44

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Besluit 2009/293/GBVB van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van Kenia betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht

47

Briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van Kenia betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht

49

 

*

Gemeenschappelijk Optreden 2009/294/GBVB van de Raad van 23 maart 2009 tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia

60

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/1


VERORDENING (EG) Nr. 246/2009 VAN DE RAAD

van 26 februari 2009

betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen („consortia”)

(Gecodificeerde versie)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 83,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 479/92 van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen („consortia”) (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

(2)

Artikel 81, lid 1, van het Verdrag kan op grond van artikel 81, lid 3, van het Verdrag buiten toepassing worden verklaard voor groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die voldoen aan de in artikel 81, lid 3, vastgestelde voorwaarden.

(3)

Volgens artikel 83 van het Verdrag moeten de bepalingen tot toepassing van artikel 81, lid 3, bij verordening of richtlijn worden vastgesteld. Volgens artikel 83, lid 2, onder b), van het Verdrag moeten deze bepalingen de wijze van toepassing van artikel 81, lid 3, vaststellen met inachtneming van de noodzaak, enerzijds een doeltreffend toezicht te verzekeren, anderzijds de administratieve controle zoveel mogelijk te vereenvoudigen. Volgens artikel 83, lid 2, onder d), van het Verdrag moeten deze bepalingen de taak van de Commissie onderscheidenlijk van het Hof van Justitie vaststellen.

(4)

De lijnvaart is een kapitaalintensieve industrie. Het toenemende gebruik van containers heeft een groeiende behoefte aan samenwerking en rationalisatie doen ontstaan. De koopvaardij moet in de Gemeenschap, om met succes te kunnen concurreren op de wereldmarkt van de lijnvaart, de noodzakelijke schaalvoordelen kunnen realiseren.

(5)

Overeenkomsten inzake gemeenschappelijke dienstverlening tussen lijnvaartondernemingen met als doel de rationalisatie van hun activiteiten door middel van technische, operationele en/of commerciële regelingen (in scheepvaartkringen „consortia” genoemd) kunnen ertoe bijdragen de middelen ter beschikking te stellen die noodzakelijk zijn om de productiviteit van lijnvaartdiensten te verbeteren en de technische en economische vooruit-gang te bevorderen.

(6)

Het zeevervoer is van belang voor de ontwikkeling van de handel van de Gemeenschap, en consortiumovereenkomsten kunnen in dit opzicht een rol spelen, gezien de bijzondere kenmerken van de internationale lijnvaart. Het wettigen van deze overeenkomsten is een maatregel die op positieve wijze bijdraagt tot de verbetering van het concurrentievermogen van de zeescheepvaartsector van de Gemeenschap.

(7)

De gebruikers van de door consortia aangeboden scheepvaartdiensten kunnen meedelen in de voordelen die voortvloeien uit de verbetering van de productiviteit en de dienstverlening, met name door middel van regelmatigheid, kostenverlagingen als gevolg van een hogere capaciteitsbenutting, verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening door het gebruik van betere schepen en uitrusting.

(8)

Aan de Commissie moet bij verordening de bevoegdheid worden toegekend het bepaalde in artikel 81, lid 1, van het Verdrag buiten toepassing te verklaren voor bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van consortia, ten einde het voor ondernemingen gemakkelijker te maken samen te werken op een in economisch opzicht wenselijke wijze, zonder dat zulks averechtse gevolgen heeft uit het oogpunt van het mededingingsbeleid. De Commissie moet in staat zijn in voortdurend nauw contact met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de draagwijdte van deze vrijstellingen en de daaraan verbonden voorwaarden nauwkeurig vast te stellen.

(9)

Consortia zijn in de lijnvaart een bijzonder en complex type van joint venture. Er bestaat een grote verscheidenheid van uiteenlopende consortiumovereenkomsten, die onder verschillende omstandigheden worden toegepast. De partijen wisselen bij een consortiumovereenkomst vaak en die overeenkomsten worden vaak gewijzigd wat betreft werkingssfeer, activiteiten of contractsclausules. Het moet bijgevolg aan de Commissie worden overgelaten, van tijd tot tijd vast te stellen op welke consortia een groepsvrijstelling van toepassing behoort te zijn.

(10)

Ten einde te verzekeren dat aan alle voorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag is voldaan, is het noodzakelijk voorwaarden aan de groepsvrijstelling te verbinden, waardoor wordt gewaarborgd dat een billijk aandeel in de voordelen ten goede komt aan de verladers en dat de mededinging niet wordt uitgeschakeld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie kan bij verordening en overeenkomstig artikel 81, lid 3, van het Verdrag, artikel 81, lid 1, van het Verdrag buiten toepassing verklaren voor bepaalde groepen overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die ertoe strekken samenwerking te bevorderen of tot stand te brengen bij de gemeenschappelijke exploitatie van zeevervoersdiensten, tussen lijnvaartondernemingen, ten einde hun activiteiten te rationaliseren door middel van technische, operationele of commerciële regelingen — met uitzondering van prijsbepalingen („consortia”).

2.   In de overeenkomstig lid 1 vastgestelde verordening wordt vastgesteld op welke groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen zij van toepassing is en onder welke voorwaarden en met inachtneming van welke verplichtingen deze op grond van artikel 81, lid 3, van het Verdrag worden geacht niet onder toepassing van artikel 81, lid 1, van het Verdrag te vallen.

Artikel 2

1.   De op grond van artikel 1 vastgestelde verordening heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding.

2.   De op grond van artikel 1 vastgestelde verordening kan worden ingetrokken of gewijzigd wanneer zich een verandering in de omstandigheden voordoet met betrekking tot enig feit dat van beslissend belang is geweest bij de vaststelling ervan.

Artikel 3

In de op grond van artikel 1 vastgestelde verordening kan worden bepaald dat zij met terugwerkende kracht van toepassing is op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die bestonden op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening, mits deze in overeenstemming zijn met de in de verordening vastgestelde voorwaarden.

Artikel 4

De verordening op grond van artikel 1 kan bepalen dat het in artikel 81, lid 1, van het Verdrag vervatte verbod gedurende de in die verordening vastgestelde periode niet van toepassing zal zijn op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die reeds bestaan op 1 januari 1995 en waarop artikel 81, lid 1, krachtens de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden van toepassing is en die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3. Dit artikel is echter niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die op 1 januari 1995 reeds onder artikel 53, lid 1, van de EER-overeenkomst vielen.

Artikel 5

Alvorens de verordening op grond van artikel 1 vast te stellen, maakt de Commissie een ontwerp ervan bekend, teneinde alle belanghebbende personen en organisaties in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken binnen een redelijke termijn die door de Commissie wordt vastgesteld en die niet korter mag zijn dan één maand.

Artikel 6

Alvorens zij de ontwerp-verordening bekendmaakt en alvorens zij de verordening op grond van artikel 1 vaststelt, raadpleegt de Commissie het in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (4) bedoelde adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities.

Artikel 7

Verordening (EEG) nr. 479/92, zoals gewijzigd bij de besluiten in bijlage I, wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 februari 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

I. LANGER


(1)  Advies van het Europees Parlement van 23 april 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 55 van 29.2.1992, blz. 3.

(3)  Zie bijlage I.

(4)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.


BIJLAGE I

Ingetrokken verordening met de lijst van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 7)

Verordening (EEG) nr. 479/92 van de Raad

(PB L 55 van 29.2.1992, blz. 3)

 

Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad

(PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1)

uitsluitend artikel 42

Toetredingsakte van 1994, artikel 29 en bijlage I, punt IIIA.4

(PB C 241 van 29.8.1994, blz. 56)

 


BIJLAGE II

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EEG) nr. 479/92

De onderhavige verordening

Artikelen 1, 2 en 3

Artikelen 1, 2 en 3

Artikel 3a

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8

Bijlage I

Bijlage II


25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/5


VERORDENING (EG) Nr. 247/2009 VAN DE COMMISSIE

van 24 maart 2009

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 25 maart 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 maart 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

82,5

JO

64,0

MA

61,5

TN

134,4

TR

101,8

ZZ

88,8

0707 00 05

JO

167,2

MA

69,5

TR

146,8

ZZ

127,8

0709 90 70

MA

52,9

TR

139,7

ZZ

96,3

0709 90 80

EG

60,4

ZZ

60,4

0805 10 20

EG

44,2

IL

60,0

MA

44,2

TN

49,5

TR

70,6

ZZ

53,7

0805 50 10

TR

53,5

ZZ

53,5

0808 10 80

AR

91,7

BR

75,3

CA

110,4

CL

84,2

CN

68,6

MK

21,2

US

115,4

UY

67,9

ZA

82,7

ZZ

79,7

0808 20 50

AR

81,3

CL

96,6

CN

66,7

ZA

91,6

ZZ

84,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/7


VERORDENING (EG) Nr. 248/2009 VAN DE COMMISSIE

van 19 maart 2009

houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad inzake de mededelingen betreffende de erkenning van de producentenorganisaties en de vaststelling van de prijzen en de interventiemaatregelen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (Herschikking)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (1), en met name op artikel 34, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 80/2001 van de Commissie van 16 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad inzake de mededelingen betreffende de erkenning van de producentenorganisaties en de vaststelling van de prijzen en de interventiemaatregelen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Aangezien verdere wijzigingen nodig zijn voor de aanpassing van de lijst met regio’s van de lidstaten en van de valutacodes die in deze verordening worden gebruikt, dient zij duidelijkheidshalve te worden herschikt.

(2)

Overeenkomstig artikel 13, lid 6, van Verordening (EG) nr. 104/2000 publiceert de Commissie elk jaar de lijst van erkende producentenorganisaties en verenigingen daarvan. De lidstaten moeten haar daartoe de nodige gegevens meedelen.

(3)

De Commissie moet in staat zijn om de wijze waarop de producentenorganisaties de prijzen reguleren en de wijze waarop zij de regelingen inzake de financiële vergoeding en steun voor verkoopuitstel toepassen, te volgen.

(4)

Voor de communautaire interventiemechanismen waarin de artikelen 21 tot en met 26 van Verordening (EG) nr. 104/2000 voorzien, dienen met name de op geregelde tijdstippen in welbepaalde gebieden opgetekende prijzen bekend te zijn.

(5)

In het kader van het beheer van het gemeenschappelijk visserijbeleid is een systeem voor de elektronische uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten en de Commissie (FIDES II) opgezet. Dit systeem dient te worden gebruikt voor het vergaren van de gegevens waarop deze verordening betrekking heeft.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Mededelingen betreffende de erkenning van producentenorganisaties en van verenigingen daarvan

Artikel 1

De lidstaten delen de Commissie uiterlijk twee maanden na het betrokken besluit de in artikel 6, lid 1, onder c), en in artikel 13, lid 3, onder d), van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde gegevens mee.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage I bij de onderhavige verordening.

HOOFDSTUK II

Prijzen en interventiemaatregelen

Artikel 2

De lidstaten delen de Commissie uiterlijk twee maanden na het begin van elk visseizoen de in artikel 17, lid 4, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde gegevens mee.

Alle wijzigingen van de in de eerste alinea bedoelde elementen worden door de lidstaten onverwijld aan de Commissie gemeld.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage II bij de onderhavige verordening.

Artikel 3

Voor de in de bijlagen I en IV bij Verordening (EG) nr. 104/2000 genoemde soorten delen de lidstaten de Commissie uiterlijk zeven weken na afloop van elk kwartaal de in dat kwartaal op hun grondgebied aangevoerde, verkochte, uit de markt genomen en opgehouden hoeveelheden mee, alsook de waarde van de in de verschillende gebieden als omschreven in tabel 1 van bijlage VIII bij de onderhavige verordening verkochte hoeveelheden.

In geval van een crisis voor bepaalde in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 104/2000 genoemde soorten delen de lidstaten de Commissie uiterlijk twee weken na afloop van elk tijdvak van twee weken de in dat tijdvak op hun grondgebied aangevoerde, verkochte, uit de markt genomen en opgehouden hoeveelheden mee, alsook de waarde van de in de verschillende gebieden als omschreven in tabel 1 van bijlage VIII bij de onderhavige verordening verkochte hoeveelheden.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage III bij de onderhavige verordening.

Artikel 4

Voor elk in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermeld product dat uit de markt is genomen, delen de lidstaten de Commissie uiterlijk acht weken na afloop van elk kwartaal de in dat kwartaal afgezette hoeveelheden en de waarde die zij vertegenwoordigen mee, uitgesplitst naar de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2493/2001 (4) van de Commissie genoemde afzetmogelijkheden.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage IV bij de onderhavige verordening.

Artikel 5

Voor elk in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermeld product delen de lidstaten de Commissie uiterlijk zes weken na afloop van elk kwartaal de in dat kwartaal in de verschillende gebieden als omschreven in tabel 1 van bijlage VIII bij de onderhavige verordening aangevoerde, verkochte en opgeslagen hoeveelheden mee, alsook de waarde van de verkochte hoeveelheden.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage V bij de onderhavige verordening.

Artikel 6

Voor elk in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermeld product delen de lidstaten de Commissie uiterlijk zes weken na afloop van elke maand de in die maand in de verschillende gebieden als omschreven in tabel 1 van bijlage VIII bij de onderhavige verordening door producentenorganisaties aangevoerde, verkochte en aan de industrie geleverde hoeveelheden mee, alsook de waarde van de aan de industrie geleverde hoeveelheden.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage VI bij de onderhavige verordening.

Artikel 7

De lidstaten delen de Commissie jaarlijks uiterlijk drie maanden na afloop van het betrokken jaar de gegevens mee ter bepaling van de technische kosten van de in de artikelen 23 en 25 van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde verrichtingen die voor stabilisatie en opslag noodzakelijk zijn.

Deze gegevens en de vorm waarin zij moeten worden verstrekt, worden gedefinieerd in bijlage VII bij de onderhavige verordening.

HOOFDSTUK III

Algemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel 8

De lidstaten delen de Commissie de gegevens langs elektronische weg mee, met behulp van de transmissiesystemen die momenteel voor gegevensuitwisseling in het kader van het beheer van het gemeenschappelijk visserijbeleid worden gebruikt (FIDES II-systeem).

Artikel 9

Verordening (EG) nr. 80/2001 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage X.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 maart 2009.

Voor de Commissie

Joe BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(2)  PB L 13 van 17.1.2001, blz. 3.

(3)  Zie bijlage IX.

(4)  PB L 337 van 20.12.2001, blz. 20.


BIJLAGE I

Gegevens betreffende de producentenorganisaties en verenigingen van producentenorganisaties

Recordnummer

Naam van het veld

Type

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-PO

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

4

Type bericht

<TYP>

Tekst

3

INS = nieuw

MOD = wijziging

DEL = intrekking erkenning

5

Nummer van de PO of vereniging van PO's

<NOP>

Tekst

7

Uitsluitend voor bericht van type „MOD” of „DEL”

6

Benaming

<NOM>

Tekst

 

 

7

Officiële afkorting

<ABB>

 

 

Indien bestaand

8

Nationaal nummer

<NID>

 

 

Indien bestaand

9

Bevoegdheidsgebied

<ARE>

Tekst

 

 

10

Activiteit

<ACT>

Tekst

6

Tab. 10

11

Oprichtingsdatum

<DCE>

JJJJMMDD

 

 

12

Datum van de statuten

<DST>

JJJJMMDD

 

 

13

Datum verlening erkenning

<DRE>

JJJJMMDD

 

 

14

Datum intrekking erkenning

<DRA>

JJJJMMDD

 

Uitsluitend voor bericht van type „DEL”

15

Adres 1

<ADR1>

Tekst

 

 

16

Adres 2

<ADR2>

Tekst

 

 

17

Adres 3

<ADR3>

 

 

 

18

Postcode

<CPO>

Tekst

 

 

19

Plaats:

<LOC>

Tekst

 

 

20

Telefoonnummer 1

<TEL1>

Tekst

 

+ nn(nn)nnn.nnn.nnn

21

Telefoonnummer 2

<TEL2>

Tekst

 

+ nn(nn)nnn.nnn.nnn

22

Faxnummer

<FAX>

Tekst

 

+ nn(nn)nnn.nnn.nnn

23

E-mail

<MEL>

Tekst

 

 

24

Internetadres

<WEB>

Tekst

 

 

25 en volgende

Nummer van aangesloten PO

<ADH>

Tekst

 

Indien vereniging van PO's, lijst van aangesloten PO's


BIJLAGE II

Door de producentenorganisaties toegepaste ophoudprijzen

Mee te delen uiterlijk twee maanden na het begin van het visseizoen


Recordnummer

Gegevens

Gegevenstypelabel

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-PO-WP

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Volgnummer bericht

<LOT>

Numeriek

4

Volgnummer toegekend door de lidstaat

4

Type bericht

<MTYP>

 

19

INS NOTIFICATION

SUP NOTIFICATION

REP NOTIFICATION

INS IN NOTIFICATION

MOD IN NOTIFICATION

SUP IN NOTIFICATION

5

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

6

Type periode

<PTYP>

J

1

J = jaarlijks

7

Identificatie van de periode

<IDP>

PPP/JJJJ

8

PPP = volgnummer

JJJJ = jaar

8

Valuta

<MON>

Tekst

3

Tab. 6

9 en volgende

Identificatiecode PO

<DAT>

Tekst

7

CCC-999

 

Code „soort”

 

Tekst

3

Tab. 7

 

Code „bewaarmethode”

 

Tekst

3

Tab. 4

 

Code „aanbiedingsvorm”

 

Tekst

2

Tab. 3

 

Code „versheidsklasse”

 

Tekst

2

Tab. 5

 

Code „grootteklasse”

 

Tekst

3

Tab. 2

 

Ophoudprijs

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8 per 1 000 kg

 

Toepassingsgebied van een ophoudprijs waarvoor een regionale coëfficiënt geldt

 

Tekst

 

Tab. 8


BIJLAGE III

Producten van de bijlagen I en IV bij Verordening (EG) nr. 104/2000

Mee te delen per kwartaal


Recordnummer

Gegevens

Gegevenstypelabel

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-FRESH

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Volgnummer bericht

<LOT>

Numeriek

4

Volgnummer toegekend door de lidstaat

4

Type bericht

<MTYP>

 

19

INS NOTIFICATION

SUP NOTIFICATION

REP NOTIFICATION

INS IN NOTIFICATION

MOD IN NOTIFICATION

SUP IN NOTIFICATION

5

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

6

Type periode

<PTYP>

Q of C

1

Q = kwartaal

C = crisis

7

Identificatie van de periode

<IDP>

PPP/JJJJ

8

PPP = volgnummer

1 tot en met 4 voor kwartaal

1 tot en met 24 voor periodes van twee weken

JJJJ = jaar

8

Valuta

<MON>

Tekst

3

Tab. 6

9 en volgende

NUTS-code aanvoergebied

<DAT>

Tekst

7

Tab. 1

 

Code „soort”

 

Tekst

3

Tab. 7

 

Code „bewaarmethode”

 

Tekst

3

Tab. 4

 

Code „aanbiedingsvorm”

 

Tekst

2

Tab. 3

 

Code „versheidsklasse”

 

Tekst

2

Tab. 5

 

Code „grootteklasse”

 

Tekst

3

Tab. 2

 

Waarde verkochte hoeveelheden

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

 

Verkochte hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg

 

Tegen de communautaire prijs uit de markt genomen hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg

 

Tegen de autonome prijs uit de markt genomen hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg

 

Opgehouden hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg


BIJLAGE IV

Producten van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 104/2000

Bestemming van uit de markt genomen producten

Mee te delen per kwartaal


Recordnummer

Gegevens

Gegevenstypelabel

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-STD-VAL

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Volgnummer bericht

<LOT>

Numeriek

4

Volgnummer toegekend door de lidstaat

4

Type bericht

<MTYP>

 

19

INS NOTIFICATION

SUP NOTIFICATION

REP NOTIFICATION

INS IN NOTIFICATION

MOD IN NOTIFICATION

SUP IN NOTIFICATION

5

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

6

Type periode

<PTYP>

Q

1

Q = kwartaal

7

Identificatie van de periode

<IDP>

PPP/JJJJ

8

PPP = volgnummer van 1 tot en met 4

JJJJ = jaar

8

Valuta

<MON>

Tekst

3

Tab. 6

9 en volgende

Code „soort”

<DAT>

Tekst

3

Tab. 7

 

Code „bestemming”

 

Tekst

6

Tab. 9

 

Waarde van verkochte of afgestane hoeveelheden

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

waarde „0” toegestaan voor afgestane hoeveelheden

 

Verkochte of afgestane hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg


BIJLAGE V

Producten van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 104/2000 (Mee te delen per kwartaal)

Recordnummer

Gegevens

Gegevenstypelabel

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-FROZEN

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Volgnummer bericht

<LOT>

Numeriek

4

Volgnummer toegekend door de lidstaat

4

Type bericht

<MTYP>

 

19

INS NOTIFICATION

SUP NOTIFICATION

REP NOTIFICATION

INS IN NOTIFICATION

MOD IN NOTIFICATION

SUP IN NOTIFICATION

5

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

6

Type periode

<PTYP>

Q

1

Q = kwartaal

7

Identificatie van de periode

<IDP>

PPP/JJJJ

8

PPP = volgnummer van 1 tot en met 4

JJJJ = jaar

8

Valuta

<MON>

Tekst

3

Tab. 6

9 en volgende

NUTS-code aanvoergebied

<DAT>

Tekst

7

Tab. 1

 

Code „soort”

<DAT>

Tekst

3

Tab. 7

 

Code „bewaarmethode”

 

Tekst

3

Tab. 4

 

Code „aanbiedingsvorm”

 

Tekst

2

Tab. 3

 

Code „versheidsklasse”

 

Tekst

2

Tab. 5

 

Code „grootteklasse”

 

Tekst

3

Tab. 2

 

Waarde verkochte hoeveelheden

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

 

Verkochte hoeveelheden vóór opslag

 

Geheel getal

 

kg

 

Ingeslagen hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg

 

Uitgeslagen hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg


BIJLAGE VI

Producten van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 104/2000

Mee te delen per maand


Recordnummer

Gegevens

Gegevenstypelabel

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-TUNA

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Volgnummer bericht

<LOT>

Numeriek

4

Volgnummer toegekend door de lidstaat

4

Type bericht

<MTYP>

 

19

INS NOTIFICATION

SUP NOTIFICATION

REP NOTIFICATION

INS IN NOTIFICATION

MOD IN NOTIFICATION

SUP IN NOTIFICATION

5

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

6

Type periode

<PTYP>

M

1

M = maandelijks

7

Identificatie van de periode

<IDP>

PPP/JJJJ

7

PPP = volgnummer van 1 tot en met 12

JJJJ = jaar

8

Valuta

<MON>

Tekst

3

Tab. 6

9 en volgende

Producentenorganisatie

<DAT>

Tekst

7

CCC-999

 

Code „soort”

 

Tekst

3

Tab. 7

 

Code „bewaarmethode”

 

Tekst

3

Tab. 4

 

Code „aanbiedingsvorm”

 

Tekst

2

Tab. 3

 

Code „grootteklasse”

 

Tekst

3

Tab. 2

 

Waarde van de verkochte en aan de industrie geleverde hoeveelheden

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

 

Verkochte en aan de industrie geleverde hoeveelheden

 

Geheel getal

 

kg


BIJLAGE VII

Producten van de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 104/2000

Oproepfrequentie: jaarlijks


Recordnummer

Gegevens

Gegevenstypelabel

Formaat

Grootte

Code

1

Identificatie van het bericht

<REQUEST.NAME>

Tekst

 

MK-TECH

2

Lidstaat:

<REQUEST.COUNTRY.ISO_A3>

Tekst

3

Tab. 1

3

Volgnummer bericht

<LOT>

Numeriek

4

Volgnummer toegekend door de lidstaat

4

Type bericht

<MTYP>

 

19

INS NOTIFICATION

SUP NOTIFICATION

REP NOTIFICATION

INS IN NOTIFICATION

MOD IN NOTIFICATION

SUP IN NOTIFICATION

5

Verzendingsdatum

<DSE>

JJJJMMDD

8

 

6

Type periode

<PTYP>

J

1

J = jaarlijks

7

Identificatie van de periode

<IDP>

PPP/JJJJ

7

PPP = 1

JJJJ = jaar

8

Valuta

<MON>

Tekst

3

Tab. 6

9 en volgende

Code „product”

<DAT>

Tekst

3

1AB = product bijlage I, AB

1C = product bijlage I, C

2 = product bijlage II

 

Code „bewaarmethode”

 

Tekst

2

Tab. 11

 

Arbeidskosten

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

 

Energiekosten

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

 

Transportkosten

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8

 

Overige kosten (ingrediënten, marinade, onmiddellijke verpakking)

 

Geheel getal

 

In de valuta als vermeld in record nr. 8


BIJLAGE VIII

Tabel 1

code NUTS „ISO-A3”

LAND

NUTS-benaming

BE

BELGIQUE-BELGIE

 

BE10

REG.BRUXELLES-CAP./BRUSSELS HFDST.GEW.

BE21

PROV. ANTWERPEN

BE22

PROV. LIMBURG (B)

BE23

PROV. OOST-VLAANDEREN

BE24

PROV. VLAAMS BRABANT

BE25

PROV. WEST-VLAANDEREN

BE31

PROV. BRABANT WALLON

BE32

PROV. HAINAUT

BE33

PROV. LIEGE

BE34

PROV. LUXEMBOURG (B)

BE35

PROV. NAMUR

BG

България

 

BG01

SEVEROZAPADEN

BG02

SEVEREN TSENTRALEN

BG03

SEVEROIZTOCHEN

BG04

YUGOZAPADEN

BG05

YUZHEN TSENTRALEN

BG06

YUGOIZTOCHEN

CZ

ČESKÁ REPUBLIKA

 

CZ01

PRAHA

DK

DANMARK

 

DK011

BYEN KØBENHAVN

DK012

KØBENHAVNS OMEGN

DK013

NORDSJÆLLAND

DK014

BORNHOLM

DK021

ØSTSJÆLLAND

DK022

VEST – OG SYDSJÆLLAND

DK031

FYN

DK032

SYDJYLLAND

DK041

VESTJYLLAND

DK042

ØSTJYLLAND

DK050

NORDJYLLAND

DE

DEUTSCHLAND

 

DE11

STUTTGART

DE12

KARLSRUHE

DE13

FREIBURG

DE14

TÜBINGEN

DE21

OBERBAYERN

DE22

NIEDERBAYERN

DE23

OBERPFALZ

DE24

OBERFRANKEN

DE25

MITTELFRANKEN

DE26

UNTERFRANKEN

DE27

SCHWABEN

DE30

BERLIN

DE41

BRANDENBURG - NORDOST

DE42

BRANDENBURG - SÜDWEST

DE50

BREMEN

DE60

HAMBURG

DE71

DARMSTADT

DE72

GIEßEN

DE73

KASSEL

DE80

MECKLENBURG-VORPOMMERN

DE91

BRAUNSCHWEIG

DE92

HANNOVER

DE93

LÜNEBURG

DE94

WESER-EMS

DEA1

DÜSSELDORF

DEA2

KÖLN

DEA3

MÜNSTER

DEA4

DETMOLD

DEA5

ARNSBERG

DEB1

KOBLENZ

DEB2

TRIER

DEB3

RHEINHESSEN-PFALZ

DEC0

SAARLAND

DED1

CHEMNITZ

DED2

DRESDEN

DED3

LEIPZIG

DEE0

SACHSEN-ANHALT

DEF0

SCHLESWIG-HOLSTEIN

DEG0

THÜRINGEN

EE

EESTI

 

EE001

PÕHJA-EESTI

EE004

LÄÄNE-EESTI

EE006

KESK-EESTI

EE007

KIRDE-EESTI

EE008

LÕUNA-EESTI

GR

ΕΛΛΑΔΑ

 

GR11

Aνατολική Μακεδονία, Θράκη

GR12

Κεντρική Μακεδονία

GR13

Δυτική Μακεδονία

GR14

Θεσσαλία

GR21

Ήπειρος

GR22

Ιόνια Νησιά

GR23

Δυτική Ελλάδα

GR24

Στερεά Ελλάδα

GR25

Πελοπόννησος

GR30

Aττική

GR41

Βόρειο Αιγαίο

GR42

Νότιο Αιγαίο

GR43

Κρήτη

ES

ESPAÑA

 

ES11

GALICIA

ES12

PRINCIPADO DE ASTURIAS

ES13

CANTABRIA

ES21

PAÍS VASCO

ES22

COMUNIDAD FORAL DE NAVARRA

ES23

LA RIOJA

ES24

ARAGÓN

ES30

COMUNIDAD DE MADRID

ES41

CASTILLA Y LEÓN

ES42

CASTILLA-LA MANCHA

ES43

EXTREMADURA

ES51

CATALUÑA

ES52

COMUNIDAD VALENCIANA

ES53

ILLES BALEARS

ES61

ANDALUCÍA

ES62

REGIÓN DE MURCIA

ES63

CIUDAD AUTÓNOMA DE CEUTA

ES64

CIUDAD AUTÓNOMA DE MELILLA

ES70

CANARIAS

FR

FRANCE

 

FR1

ÎLE DE FRANCE

FR21

CHAMPAGNE-ARDENNE

FR22

PICARDIE

FR23

HAUTE-NORMANDIE

FR24

CENTRE

FR25

BASSE-NORMANDIE

FR26

BOURGOGNE

FR30

NORD-PAS-DE-CALAIS

FR41

LORRAINE

FR42

ALSACE

FR43

FRANCHE-COMTÉ

FR51

PAYS DE LA LOIRE

FR521

CÔTES-D’ARMOR

FR522

FINISTÈRE

FR523

ILLE-ET-VILAINE

FR524

MORBIHAN

FR53

POITOU-CHARENTES

FR61

AQUITAINE

FR62

MIDI-PYRÉNÉES

FR63

LIMOUSIN

FR71

RHÔNE-ALPES

FR72

AUVERGNE

FR81

LANGUEDOC-ROUSSILLON

FR82

PROVENCE-ALPES-CÔTE D’AZUR

FR83

CORSE

FR91

GUADELOUPE

FR92

MARTINIQUE

FR93

GUYANE

FR94

RÉUNION

IE

IRELAND

 

IE011

BORDER

IE012

MIDLAND

IE013

WEST

IE021

DUBLIN

IE022

MID-EAST

IE023

MID-WEST

IE024

SOUTH-EAST (IRL)

IE025

SOUTH-WEST (IRL)

IT

ITALIA

 

ITC1

PIEMONTE

ITC2

VALLE D’AOSTA/VALLEE D'AOSTE

ITC3

LIGURIA

ITC4

LOMBARDIA

ITD1

PROVINCIA AUTONOMA BOLZANO/BOZEN

ITD2

PROVINCIA AUTONOMA TRENTO

ITD3

VENETO

ITD4

FRIULI-VENEZIA GIULIA

ITD5

EMILIA-ROMAGNA

ITE1

TOSCANA

ITE2

UMBRIA

ITE3

MARCHE

ITE4

LAZIO

ITF1

ABRUZZO

ITF2

MOLISE

ITF3

CAMPANIA

ITF4

PUGLIA

ITF5

BASILICATA

ITF6

CALABRIA

ITG1

SICILIA

ITG2

SARDEGNA

CY

ΚΥΠΡΟΣ/KIBRIS

 

LV

LATVIJA

 

LV003

KURZEME

LV005

LATGALE

LV006

RĪGA

LV007

PIERĪGA

LV008

VIDZEME

LV009

ZEMGALE

LT

LIETUVA

 

LT001

ALYTAUS APSKRITIS

LT002

KAUNO APSKRITIS

LT003

KLAIPĖDOS APSKRITIS

LT004

MARIJAMPOLĖS APSKRITIS

LT005

PANEVĖŽIO APSKRITIS

LT006

ŠIAULIŲ APSKRITIS

LT007

TAURAGĖS APSKRITIS

LT008

TELŠIŲ APSKRITIS

LT009

UTENOS APSKRITIS

LT00A

VILNIAUS APSKRITIS

LU

LUXEMBOURG (GRAND-DUCHÉ)

 

HU

MAGYARORSZÁG

 

HU10

KÖZÉP-MAGYARORSZÁG

HU21

KÖZÉP-DUNÁNTÚL

HU22

NYUGAT-DUNÁNTÚL

HU23

DÉL-DUNÁNTÚL

HU31

ÉSZAK-MAGYARORSZÁG

HU32

ÉSZAK-ALFÖLD

HU33

DÉL-ALFÖLD

MT

MALTA

 

NL

NEDERLAND

 

NL11

GRONINGEN

NL12

FRIESLAND (NL)

NL13

DRENTHE

NL21

OVERIJSSEL

NL22

GELDERLAND

NL23

FLEVOLAND

NL31

UTRECHT

NL32

NOORD-HOLLAND

NL33

ZUID-HOLLAND

NL34

ZEELAND

NL41

NOORD-BRABANT

NL42

LIMBURG (NL)

AT

ÖSTERREICH

 

AT11

BURGENLAND (A)

AT12

NIEDERÖSTERREICH

AT13

WIEN

AT21

KÄRNTEN

AT22

STEIERMARK

AT31

OBERÖSTERREICH

AT32

SALZBURG

AT33

TIROL

AT34

VORARLBERG

PL

POLSKA

 

PL11

ŁÓDZKIE

PL12

MAZOWIECKIE

PL21

MAŁOPOLSKIE

PL22

ŚLĄSKIE

PL31

LUBELSKIE

PL32

PODKARPACKIE

PL33

ŚWIĘTOKRZYSKIE

PL34

PODLASKIE

PL41

WIELKOPOLSKIE

PL42

ZACHODNIOPOMORSKIE

PL43

LUBUSKIE

PL51

DOLNOŚLĄSKIE

PL52

OPOLSKIE

PL61

KUJAWSKO-POMORSKIE

PL62

WARMIŃSKO-MAZURSKIE

PL63

POMORSKIE

PT

PORTUGAL

 

PT11

NORTE

PT15

ALGARVE

PT16

CENTRO (P)

PT17

LISBOA

PT18

ALENTEJO

PT20

REGIÃO AUTÓNOMA DOS AÇORES

PT30

REGIÃO AUTÓNOMA DA MADEIRA

RO

ROMÂNIA

 

RO01

NORD-EST

RO02

SUD-EST

RO03

SUD

RO04

SUD-VEST

RO05

VEST

RO06

NORD-VEST

RO07

CENTRU

RO08

BUCUREȘTI

SI

SLOVENIJA

 

SK

SLOVENSKÁ REPUBLIKA

 

FI

SUOMI/FINLAND

 

FI13

ITÄ-SUOMI

FI18

ETELÄ-SUOMI

FI19

LÄNSI-SUOMI

FI1A

POHJOIS-SUOMI

FI20

ÅLAND

SE

SVERIGE

 

SE11

STOCKHOLM

SE12

ÖSTRA MELLANSVERIGE

SE21

SMÅLAND MED ÖARNA

SE22

SYDSVERIGE

SE23

VÄSTSVERIGE

SE31

NORRA MELLANSVERIGE

SE32

MELLERSTA NORRLAND

SE33

ÖVRE NORRLAND

UK

UNITED KINGDOM

 

UKC1

TEES VALLEY AND DURHAM

UKC2

NORTHUMBERLAND AND TYNE AND WEAR

UKD1

CUMBRIA

UKD2

CHESHIRE

UKD3

GREATER MANCHESTER

UKD4

LANCASHIRE

UKD5

MERSEYSIDE

UKE1

EAST YORKSHIRE AND NORTHERN LINCOLNSHIRE

UKE2

NORTH YORKSHIRE

UKE3

SOUTH YORKSHIRE

UKE4

WEST YORKSHIRE

UKF1

DERBYSHIRE AND NOTTINGHAMSHIRE

UKF2

LEICESTERSHIRE, RUTLAND AND NORTHAMPTONSHIRE

UKF3

LINCOLNSHIRE

UKG1

HEREFORDSHIRE, WORCESTERSHIRE AND WARWICKSHIRE

UKG2

SHROPSHIRE AND STAFFORDSHIRE

UKG3

WEST MIDLANDS

UKH1

EAST ANGLIA

UKH2

BEDFORDSHIRE AND HERTFORDSHIRE

UKH3

ESSEX

UKI1

INNER LONDON

UKI2

OUTER LONDON

UKJ1

BERKSHIRE, BUCKINGHAMSHIRE AND OXFORDSHIRE

UKJ2

SURREY, EAST AND WEST SUSSEX

UKJ3

HAMPSHIRE AND ISLE OF WIGHT

UKJ4

KENT

UKK1

GLOUCESTERSHIRE, WILTSHIRE AND BRISTOL/BATH AREA

UKK2

DORSET AND SOMERSET

UKK3

CORNWALL AND ISLES OF SCILLY

UKK4

DEVON

UKL1

WEST WALES AND THE VALLEYS

UKL2

EAST WALES

UKM2

EASTERN SCOTLAND

UKM3

SOUTH WESTERN SCOTLAND

UKM50

ABERDEEN CITY AND ABERDEENSHIRE

UKM61

CAITHNESS & SUTHERLAND AND ROSS & CROMARTY

UKM62

INVERNESS & NAIRN AND MORAY, BADENOCH & STRATHSPEY

UKM63

LOCHABER, SKYE & LOCHALSH, ARRAN & CUMBRAE AND ARGYLL & BUTE

UKM64

EILAN SIAR (WESTERN ISLES)

UKM65

ORKNEY ISLANDS

UKM66

SHETLAND ISLANDS

UKN

NORTHERN IRELAND


Tabel 2

Code „grootteklasse”

Code

Benaming

1

Grootteklasse 1

2

Grootteklasse 2

3

Grootteklasse 3

4

Grootteklasse 4

5

Grootteklasse 5

6

Grootteklasse 6

M10

≤ 10 kg

P10

> 10 kg

M4

≤ 4 kg

M1

≤ 1,1 kg

50

> 1,8 kg

51

≤ 1,8 kg

SO

Niet toepasselijk

M11

< 1,1 kg

M13

< 1,33 kg

B21

≥ 1,1 kg < 2,1 kg

B27

≥ 1,33 kg < 2,7 kg

P21

≥ 2,1 kg

P27

≥ 2,7 kg


Tabel 3

Code „aanbiedingsvorm”

Code

Aanbiedingsvorm

1

In gehele staat

12

Ontkopt

3

Ontdaan van ingewanden, met kop

31

Ontdaan van ingewanden en kieuwen

32

Ontdaan van ingewanden, zonder kop

61

Schoongemaakt

25

Lappen

2

Filet

62

Cilinder

63

Tube

21

Filet, met graten „standard”

22

Filet, zonder graten

23

Filet, met huid

24

Filet, zonder huid

51

Geagglomereerde vriesblokken

5

Stukken en ander visvlees

11

Met of zonder kop

9

Alle aanbiedingsvormen, m.u.v. „in gehele staat” en „ontdaan van ingewanden, met kieuwen”

26

Filets: vriesblokken < 4 kg

70

Schoongemaakt, met kop OF in gehele staat

71

Alle aanbiedingsvormen voor deze soort

72

Alle aanbiedingsvormen, behalve filet, stukken en ander visvlees

6

Schoongemaakt, cilinder, tube

7

Andere aanbiedingsvormen

SO

Niet toepasselijk


Tabel 4

Code „bewaarmethode”

Code

Bewaarmethode

SO

Niet toepasselijk

V

Levend

C

Bevroren

CU

Gekookt in water

S

Gezouten

FC

Vers of bevroren

FR

Vers of gekoeld

PRE

Voorbereiding

CSR

Visconserven

F

Vers

R

Gekoeld


Tabel 5

Code „versheidsklasse”

Code

Versheidsklasse

E

Extra

A

A

B

B

V

Levend

SO

Niet toepasselijk


Tabel 6

Code „valuta”

Code

Valuta

EUR

Euro

BGN

Bulgaarse lev

CZK

Tsjechische kroon

DKK

Deense kroon

EEK

Estlandse kroon

GBP

Brits pond

HUF

Hongaarse forint

LTL

Litouwse litas

LVL

Letlandse lats

PLN

Poolse zloty

RON

Nieuwe Roemeense leu

SEK

Zweedse kroon


Tabel 7

Code

Soorten

ALB

Thunnus alalunga

ALK

Theragra chalcogramma

BFT

Thunnus thynnus

BIB

Trisopterus luscus

BOG

Boops boops

BRA

Brama spp.

BRB

Spondyliosoma cantharus

BSF

Aphanopus carbo

CDZ

Gadus spp.

COD

Gadus morhua

COE

Conger conger

CRE

Cancer pagurus

CSH

Crangon crangon

CTC

Sepia officinalis

CTR

Sepiola rondeleti

DAB

Limanda limanda

DEC

Dentex dentex

DGS

Squalus acanthias

DOL

Coryphaena hippurus

DPS

Parapenaeus longirostris

ENR

Engraulis spp.

FLE

Platichthys flesus

GHL

Rheinhardtius hippoglossoides

GRC

Gadus ogac

GUY

Triga spp.

HAD

Melanogrammus aeglefinus

HER

Clupea harengus

HKE

Merluccius merluccius

HKP

Merluccius hubbsi

HKX

Merluccius spp.

ILL

Illex spp.

JAX

Trachurus spp.

LEM

Mircostomus kitt

LEZ

Lepidorhombus spp.

LNZ

Molva spp.

MAC

Scomber scombrus

MAS

Scomber japonicus

MAZ

Scomber scombrus, japonicus, Orcynopsis unicolor

MGS

Mugil spp.

MNZ

Lophius spp.

MUR

Mullus surmulettus

MUT

Mullus barbatus

NEP

Nephrops norvegicus

OCZ

Octopus spp.

PAX

Pagellus spp.

PCO

Gadus macrocephalus

PEN

Penaeus spp.

PIL

Sardina pilchardus

PLE

Pleuronectes platessa

POC

Boreogadus saida

POK

Pollachius virens

POL

Pollachius pollachius

PRA

Pandalus borealis

RED

Sebastes spp.

ROA

Rossia macrosoma

SCE

Pecten maximus

SCL

Scyliorhinus spp.

SFS

Lepidopus caudatus

SKA

Raja spp.

SKJ

Katsuwonus pelamis

SOO

Solea spp.

SPC

Spicara smaris

SPR

Sprattus sprattus

SQA

Illex argentinus

SQC

Loligo spp.

SQE

Ommastrephes sagittatus

SQE

Todarodes sagittatus sagittatus

SQI

Illex illecebrosus

SQL

Loligo pealei

SQN

Loligo patagonica

SQO

Loligo opalescens

SQR

Loligo vulgaris

SWO

Xiphias gladius

TUS

Thunnus spp. en Euthynnus spp. met uitzondering van Thunnus thunnus en T. obesus

WHB

Micromesistius poutassou

WHE

Buccinum undatum

WHG

Merlangius merlangus

YFT

Thunnus albacares


Tabel 8

Toepassingsgebied van een ophoudprijs waarvoor een regionale coëfficiënt geldt

Code

Regio

Beschrijving van het gebied

MADER

Azoren en Madeira

De eilanden van de Azoren en Madeira

BALNOR

Noordelijke Oostzee

Oostzee ten noorden van 59° 30′

CANA

Canarische Eilanden

De Canarische Eilanden

CORN

Cornwall

De kustgebieden en de eilanden van de graafschappen Cornwall en Devon in het Verenigd Koninkrijk

ECOS

Schotland

De kustgebieden vanaf Wick tot Aberdeen in het noordoosten van Schotland

ECOIRL

Schotland en Noord-Ierland

De kustgebieden vanaf Portpatrick in het zuidwesten van Schotland tot Wick in het noordoosten van Schotland, en de eilanden ten westen en ten noorden daarvan. De kustgebieden en de eilanden van Noord-Ierland

ESTECO

Schotland (Oosten)

De kustgebieden van Schotland vanaf Portpatrick tot Eyemouth, en de eilanden ten westen en ten noorden daarvan

ESPATL

Spanje (Atlantische kust)

De Atlantische kustgebieden van Spanje (m.u.v. de Canarische Eilanden)

ESTANG

Engeland (Oosten)

De gebieden aan de oostkust van Engeland, van Berwick tot Dover. De kustgebieden van Schotland vanaf Portpatrick tot Eyemouth, en de eilanden ten westen en ten noorden daarvan. De kustgebieden van het graafschap Down

FRAATL

Frankrijk (Atlantische kust, Kanaal, Noordzee)

De Franse kustgebieden van de Atlantische Oceaan, het Kanaal en de Noordzee)

IRL

Ierland

De kustgebieden en de eilanden van Ierland

NIRL

Noord-Ierland

De kustgebieden van het graafschap Down (Noord-Ierland)

PRT

Portugal

De Atlantische kustgebieden van Portugal

UER

Rest Europese Unie

De Europese Unie, m.u.v. de gebieden waarvoor een regionale coëfficiënt wordt toegepast

EU

Europese Unie

De gehele Europese Unie

WECO

Schotland (Westen)

De kustgebieden vanaf Troon in het zuidwesten van Schotland tot Wick in het noordoosten van Schotland, en de eilanden ten westen en ten noorden daarvan

BALSUD

Oostzee

Oostzee ten zuiden van 59° 30′


Tabel 9

Bestemming van de uit de markt genomen producten

Code

Bestemming van de uit de markt genomen producten

FMEAL

Gebruik na verwerking tot meel (diervoeding)

OTHER

Gebruik in verse staat of na verduurzaming (diervoeding)

NOALIM

Gebruik voor andere dan voedingsdoeleinden

DIST

Gratis uitreiking

BAIT

Aas


Tabel 10

Type visserij

Code

Type visserij

D

Zeevisserij

H

Visserij op de volle zee

C

Kustvisserij

L

Kleinschalige kustvisserij

O

Andere visserijtypes

A

Aquacultuur


Tabel 11

Type technische kosten

Code

Type technische kosten

CO

Diepvriezen

ST

Opslag

FL

Fileren

SL

Zouten — drogen

MA

Marineren

CU

Koken — pasteuriseren

VV

Bewaring in leeftanks


BIJLAGE IX

Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EG) nr. 80/2001 van de Commissie (PB L 13 van 17.1.2001, blz. 3)

 

Verordening (EG) nr. 2494/2001 van de Commissie (PB L 337 van 20.12.2001, blz. 22)

Akte van Toetreding 2003 (bijlage II, punt 7.4, blz. 445)

 

Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Commissie (PB L 362 van 20.12.2006, blz. 1)

Alleen voor de referentie in artikel 1, lid 1, vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 80/2001 van de Commissie en voor bijlage, punt 5, onder 1


BIJLAGE X

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 80/2001

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage III

Bijlage IV

Bijlage IV

Bijlage V

Bijlage V

Bijlage VI

Bijlage VI

Bijlage VII

Bijlage VII

Bijlage VIII

Bijlage VIII

Bijlage IX

Bijlage X


25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/34


VERORDENING (EG) Nr. 249/2009 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2009

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad wat betreft de aanpassing van de vergoedingen die aan het Europees Geneesmiddelenbureau dienen te worden betaald

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad van 10 februari 1995 inzake de vergoedingen die aan het Europees Geneesmiddelenbureau dienen te worden betaald (1), en met name op artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 67, lid 3, van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (2) bepaalt dat de ontvangsten van het Europees Geneesmiddelenbureau, hierna „het bureau” genoemd, bestaan uit een bijdrage van de Gemeenschap en uit vergoedingen die door ondernemingen aan het bureau worden betaald. Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad bepaalt de categorieën en de hoogte van deze vergoedingen.

(2)

Artikel 12 van Verordening (EG) nr. 297/95 bepaalt dat de Commissie de vergoedingen aan het bureau herziet aan de hand van het inflatiecijfer en ze elk jaar met ingang van 1 april aanpast.

(3)

Daarom moeten die vergoedingen aan de hand van het inflatiecijfer van 2008 worden aangepast. Het inflatiecijfer in de Gemeenschap, zoals gepubliceerd door het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen (Eurostat), was 3,7 % in 2008.

(4)

Eenvoudigheidshalve worden de aangepaste vergoedingen afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 100 EUR.

(5)

Verordening (EG) nr. 297/95 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Omwille van de rechtszekerheid mag deze verordening niet van toepassing zijn op geldige aanvragen die op 1 april 2009 in behandeling zijn.

(7)

Krachtens artikel 12 van Verordening (EG) nr. 297/95 moet de aanpassing ingaan op 1 april 2009. Daarom moet deze verordening met spoed in werking treden en vanaf die datum van toepassing zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 297/95 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt a) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „242 600 EUR” vervangen door „251 600 EUR”;

in de tweede alinea wordt „24 300 EUR” vervangen door „25 200 EUR”;

in de derde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

ii)

punt b) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „94 100 EUR” vervangen door „97 600 EUR”;

in de tweede alinea wordt „156 800 EUR” vervangen door „162 600 EUR”;

in de derde alinea wordt „9 400 EUR” vervangen door „9 700 EUR”;

in de vierde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

iii)

punt c) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „72 800 EUR” vervangen door „75 500 EUR”;

in de tweede alinea wordt „tussen de 18 200 EUR en de 54 600 EUR” vervangen door „tussen de 18 900 EUR en de 56 600 EUR”;

in de derde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt a), eerste alinea, wordt als volgt gewijzigd:

„2 600 EUR” wordt vervangen door „2 700 EUR”;

„6 100 EUR” wordt vervangen door „6 300 EUR”;

ii)

punt b) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „72 800 EUR” vervangen door „75 500 EUR”;

in de tweede alinea wordt „tussen de 18 200 EUR en de 54 600 EUR” vervangen door „tussen de 18 900 EUR en de 56 600 EUR”;

c)

in lid 3 wordt „12 100 EUR” vervangen door „12 500 EUR”;

d)

in lid 4 wordt „18 200 EUR” vervangen door „18 900 EUR”;

e)

in lid 5 wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

f)

lid 6 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de eerste alinea wordt „87 000 EUR” vervangen door „90 200 EUR”;

ii)

in de tweede alinea wordt „tussen de 21 700 EUR en de 65 200 EUR” vervangen door „tussen de 22 500 EUR en de 67 600 EUR”.

2.

In artikel 4 wordt „60 600 EUR” vervangen door „62 800 EUR”.

3.

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt a) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „121 300 EUR” vervangen door „125 800 EUR”;

in de tweede alinea wordt „12 100 EUR” vervangen door „12 500 EUR”;

in de derde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

de vierde alinea wordt als volgt gewijzigd:

„60 600 EUR” wordt vervangen door „62 800 EUR”;

„6 100 EUR” wordt vervangen door „6 300 EUR”;

ii)

punt b) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „60 600 EUR” vervangen door „62 800 EUR”;

in de tweede alinea wordt „102 500 EUR” vervangen door „106 300 EUR”;

in de derde alinea wordt „12 100 EUR” vervangen door „12 500 EUR”;

in de vierde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

de vijfde alinea wordt als volgt gewijzigd:

„30 300 EUR” wordt vervangen door „31 400 EUR”;

„6 100 EUR” wordt vervangen door „6 300 EUR”;

iii)

punt c) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „30 300 EUR” vervangen door „31 400 EUR”;

in de tweede alinea wordt „tussen de 7 500 EUR en de 22 700 EUR” vervangen door „tussen de 7 800 EUR en de 23 500 EUR”;

in de derde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt a) wordt „2 600 EUR” vervangen door „2 700 EUR” en wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

ii)

punt b) wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste alinea wordt „36 400 EUR” vervangen door „37 700 EUR”;

in de tweede alinea wordt „tussen de 9 100 EUR en de 27 300 EUR” vervangen door „tussen de 9 400 EUR en de 28 300 EUR”;

in de derde alinea wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

c)

in lid 3 wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

d)

in lid 4 wordt „18 200 EUR” vervangen door „18 900 EUR”;

e)

in lid 5 wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”;

f)

lid 6 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de eerste alinea wordt „29 000 EUR” vervangen door „30 100 EUR”;

ii)

in de tweede alinea wordt „tussen de 7 200 EUR en de 21 700 EUR” vervangen door „tussen de 7 500 EUR en de 22 500 EUR”.

4.

In artikel 6 wordt „36 400 EUR” vervangen door „37 700 EUR”.

5.

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de eerste alinea wordt „60 600 EUR” vervangen door „62 800 EUR”;

b)

in de tweede alinea wordt „18 200 EUR” vervangen door „18 900 EUR”.

6.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de tweede alinea wordt „72 800 EUR” vervangen door „75 500 EUR”;

ii)

in de derde alinea wordt „36 400 EUR” vervangen door „37 700 EUR”;

iii)

in de vierde alinea wordt „tussen de 18 200 EUR en de 54 600 EUR” vervangen door „tussen de 18 900 EUR en de 56 600 EUR”;

iv)

in de vijfde alinea wordt „tussen de 9 100 EUR en de 27 300 EUR” vervangen door „tussen de 9 400 EUR en de 28 300 EUR”;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in de tweede alinea wordt „242 600 EUR” vervangen door „251 600 EUR”;

ii)

in de derde alinea wordt „121 300 EUR” vervangen door „125 800 EUR”;

iii)

in de vijfde alinea wordt „tussen de 2 600 EUR en de 209 100 EUR” vervangen door „tussen de 2 700 EUR en de 216 800 EUR”;

iv)

in de zesde alinea wordt „104 600 EUR” vervangen door „108 500 EUR”;

c)

in lid 3 wordt „6 100 EUR” vervangen door „6 300 EUR”.

Artikel 2

Deze verordening is niet van toepassing op geldige aanvragen die op 1 april 2009 in behandeling zijn.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2009.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)  PB L 35 van 15.2.1995, blz. 1.

(2)  PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1.


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/37


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 20 januari 2009

tot toekenning van wederzijdse bijstand aan Letland

(2009/289/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 119,

Gezien de aanbeveling van de Commissie, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité (EFC),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Door een algemene verslechtering van het marktsentiment en toenemende zorgen over de gezondheid van de Letse economie met haar grote onevenwichtigheden in de vorm van een omvangrijk extern tekort en een zeer hoge externe schuld, een verzwakking van de overheidsfinanciën en een hoge kosten- en prijsinflatie, zijn de Letse financiële en kapitaalmarkten in de afgelopen tijd onder druk komen te staan, terwijl er tegelijk sprake is van een zeer grote externe financieringsbehoefte. De Letse banksector heeft met ernstige liquiditeits- en vertrouwensproblemen te kampen. Als gevolg van interventies van de centrale bank om de koppeling van de wisselkoers in stand te houden, zijn de deviezenreserves verminderd.

(2)

De Raad onderwerpt het economische beleid van Letland, met name in het kader van het Letse convergentieprogramma en nationaal hervormingsprogramma en in het kader van de convergentieverslagen, periodiek aan een evaluatie.

(3)

De totale Letse externe financieringsbehoefte tot het eerste kwartaal van 2011 wordt geraamd op 7,5 miljard EUR.

(4)

De Letse autoriteiten hebben de Europese Unie en andere internationale financiële instellingen en landen om aanzienlijke financiële betalingsbalanssteun gevraagd.

(5)

De Letse betalingsbalans loopt ernstig gevaar en daarom moet de Gemeenschap samen met het IMF en andere gevers dringend wederzijdse bijstand toekennen. Gezien de urgentie van deze kwestie moet ook een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken die is bedoeld in punt I.3 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen.

(6)

Het financiële bijstandspakket wordt alleen verstrekt als de Letse autoriteiten zich er uitdrukkelijk toe verbinden om een ambitieus programma met hervormingen van het budgettaire en financiële stelsel en met structurele hervormingen uit te voeren om de nodige externe en interne aanpassingen te bevorderen, de economie te stabiliseren en de geloofwaardigheid van het economische beleid te herstellen. De Commissie zal in samenwerking met het EFC op gezette tijden grondig onderzoeken of voldaan wordt aan de economische beleidsvoorwaarden die aan de bijstand verbonden zijn,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

De Gemeenschap kent Letland wederzijdse bijstand toe.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

M. KALOUSEK


25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/39


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 20 januari 2009

tot verlening van financiële middellangetermijnbijstand van de Gemeenschap aan Letland

(2009/290/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (1), en met name op artikel 3, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité (EFC),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2009/289/EG (2) heeft de Raad besloten tot toekenning van wederzijdse bijstand aan Letland.

(2)

Door een algemene verslechtering van het marktsentiment en toenemende zorgen over de gezondheid van de Letse economie met haar grote onevenwichtigheden in de vorm van een omvangrijk extern tekort, een verzwakking van de overheidsfinanciën en een hoge kosten- en prijsinflatie, zijn de Letse financiële en kapitaalmarkten in de afgelopen tijd onder druk komen te staan, terwijl er tegelijk sprake is van een zeer grote externe financieringsbehoefte. De Letse banksector heeft met ernstige liquiditeits- en vertrouwensproblemen te kampen. Als gevolg van interventies van de centrale bank om de koppeling van de wisselkoers in stand te houden, zijn de deviezenreserves verminderd.

(3)

De totale Letse externe financieringsbehoefte tot het eerste kwartaal van 2011 wordt geraamd op 7,5 miljard EUR.

(4)

De Gemeenschap moet Letland tot 3,1 miljard EUR steun verlenen in het kader van het mechanisme voor financiele ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 332/2002. Deze bijstand moet worden gecombineerd met een lening van 1,5 miljard STR van het Internationale Monetaire Fonds (1 200 % van het Letse IMF-quotum van circa 1,7 miljard EUR) in het kader van een IMF-stand-byregeling van 23 december 2008. De Noordse landen (Zweden, Denemarken, Finland, Estland en Noorwegen) zullen samen 1,9 miljard EUR bijdragen, de Wereldbank 0,4 miljard EUR en de Europese Bank voor Wederopbouw en ontwikkeling samen met Tsjechië en Polen in totaal 0,4 miljard EUR, waarmee het totale bedrag uitkomt op 7,5 miljard EUR over de periode tot het eerste kwartaal van 2011.

(5)

De Commissie moet de bijstand van de Gemeenschap beheren. De concrete economischebeleidsvoorwaarden die na raadpleging van het EFC met de Letse autoriteiten worden overeengekomen, moeten in een memorandum van overeenstemming worden vastgelegd. Deze moeten onder meer bestaan uit maatregelen om de directe liquiditeitsdruk tegen te gaan, de stabiliteit op lange termijn door een versterking van de banksector te herstellen, budgettaire onevenwichtigheden te verhelpen en binnenlands beleid vast te stellen dat tot een verbetering van het concurrentievermogen zal leiden. Voorts moeten ze bestaan uit een onmiddellijke en duurzame consolidatie van de begroting, een brede oplossingsstrategie voor probleembanken, een uitbreiding van de middelen van toezichthouders om crises het hoofd te bieden, ingrijpende structurele hervormingen en andere belangrijke maatregelen. De Commissie moet de nadere financiële voorwaarden in de leningovereenkomst vastleggen.

(6)

De bijstand is nodig om de directe liquiditeitsdruk tegen te gaan en mag alleen worden verleend als beleidsmaatregelen worden getroffen om de stabiliteit op lange termijn te herstellen door de banksector te versterken, budgettaire onevenwichtigheden te verhelpen en binnenlands beleid vast te stellen dat tot een verbetering van het concurrentievermogen zal leiden, terwijl tegelijk wordt vastgehouden aan de nauwe fluctuatiemarge van de wisselkoers rondom de bestaande spilkoers,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Gemeenschap stelt Letland een middellangetermijnlening van maximaal 3,1 miljard EUR met een maximale gemiddelde looptijd van zeven jaar ter beschikking.

2.   De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt gedurende een periode van drie jaar beschikbaar gesteld, en wel met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van deze beschikking.

Artikel 2

1.   De Commissie beheert de bijstand op een wijze die aansluit bij de verbintenissen van Letland en bij de aanbevelingen van de Raad. Deze voorwaarden worden in een memorandum van overeenstemming vastgelegd. De Commissie legt de nadere financiële voorwaarden in de leningovereenkomst vast.

2.   De Commissie gaat samen met het EFC op gezette tijden na of voldaan wordt aan de economischebeleidsvoorwaarden die aan de bijstand verbonden zijn. De Commissie houdt het EFC op de hoogte van een eventuele herfinanciering van de leningen of een eventuele herstructurering van de financiële voorwaarden.

3.   Letland staat klaar om aanvullende consolidatiemaatregelen te nemen en uit te voeren om de economie te stabiliseren, mochten dergelijke maatregelen tijdens het bijstandsprogramma noodzakelijk zijn. Vóór de vaststelling van die maatregelen winnen de Letse autoriteiten advies in bij de Commissie.

Artikel 3

1.   De Commissie stelt de financiële bijstand van de Gemeenschap aan Letland beschikbaar in ten hoogste zes tranches, waarvan de omvang in het memorandum van overeenstemming zal worden vastgelegd.

2.   De vrijgave van de eerste tranche hangt af van de inwerkingtreding van de leningovereenkomst en het memorandum van overeenstemming.

3.   Een voorzichtig gebruik van renteswaps met tegenpartijen die de hoogste kredietwaardigheid bezitten, is toegestaan indien dit nodig is om de lening te financieren.

4.   De Commissie beslist na raadpleging van het EFC over de vrijgave van de volgende tranches.

5.   Elke volgende tranche wordt alleen uitgekeerd bij een bevredigende tenuitvoerlegging van het nieuwe, in het convergentieprogramma opgenomen economische programma (het zogeheten „programma om de economie te stabiliseren en de groei te herstellen”), en meer in het bijzonder van de concrete economischebeleidsvoorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn vastgelegd. Daarbij gaat het onder meer om:

a)

de vaststelling van een duidelijk budgettair middellangetermijnprogramma om het begrotingstekort in 2011 terug te brengen tot niet meer dan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp;

b)

de uitvoering van de begroting voor 2009 zoals gewijzigd bij de aanvullende (uiterlijk eind maart 2009 nader uit te werken) begroting van 12 december 2008, waarin gemikt wordt op een overheidscashflowtekort van niet meer dan 5 % van het bbp of 5,3 % volgens het ESR 95;

c)

een terugdringing van de gemiddelde nominale beloning in de publieke sector in 2009 met ten minste 15 % ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van 14 november 2008 en met nog eens 2 % in 2010 en 2011;

d)

voortzetting van de in 2008 aangevangen maatregelen die leiden tot een personeelsreductie bij de centrale overheden in 2008 met ten minste 5 % en uiterlijk op 30 juni 2009 met de totale reductie van 10 %;

e)

een verbetering van de ontwikkeling en uitvoering van begrotingsprocedures door de vaststelling van een begrotingskader- en begrotingshervormingswet door middel van een wijziging van de huidige wet op de begroting en het financiële beheer;

f)

de invoering van een duidelijk en transparant beloningssysteem voor rechtstreeks voor de overheid werkzaam personeel en de instelling van één systeem voor de planning en het beheer van de personele middelen bij overheidsinstellingen;

g)

mechanismen om de stabiliteit in het bankwezen op middellange termijn te waarborgen, waaronder een reeks prudentiële en toezichtmaatregelen en monetairebeleidsmaatregelen. Daarmee moet de kredietgroei worden teruggedrongen tot een houdbaar niveau en moet een sterke afhankelijkheid van niet-gegarandeerde buitenlandse financiering worden tegengegaan. Er wordt gericht onderzocht of de banken solvabel en voldoende gekapitaliseerd zijn;

h)

schuldherstructureringsmaatregelen voor de particuliere sector. De desbetreffende rechtsgrondslag voor de herstructurering van de looptijd en valuta van de bestaande schuld wordt versterkt. Ook krijgen een vergemakkelijking van insolventieprocedures en een snelle uitvoering van saneringsplannen prioriteit;

i)

maatregelen om ervoor te zorgen dat de resterende minderheidsaandeelhouders van Parex Bank niet profiteren van de oplossing van de problemen bij de bank, en maatregelen om de financiële stabiliteit door een volledige nationalisatie van Parex Bank te vergroten;

j)

in het Letse nationale hervormingsprogramma opgenomen structurele hervormingsmaatregelen in het kader van de Lissabonstrategie, waarbij onder meer een actief beleid wordt gevoerd voor de arbeidsmarkt en een leven lang leren, de particuliere sector nauwer wordt betrokken bij O&O en innovatie, de export wordt bevorderd en administratieve lasten voor het bedrijfsleven worden geschrapt;

k)

de uitvoering van EU-gefinancierde projecten op het geplande niveau zodat de verhandelbare sector een grotere bijdrage kan leveren aan de economische groei;

l)

maatregelen om de toegang tot financiering te verbeteren voor ondernemingen en ondernemers wier aanvraag voor een structuurfondsbijdrage is ingewilligd of die van plan zijn een aanvraag voor een structuurfondsbijdrage in te dienen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Letland.

Artikel 5

Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

M. KALOUSEK


(1)  PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1.

(2)  Zie bladzijde 37 van dit Publicatieblad.


Commissie

25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/42


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 20 maart 2009

betreffende de ontwerpverordening van Ierland over de vermelding van het land van oorsprong van pluimvee-, varkens- en schapenvlees op het etiket

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 1931)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2009/291/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/89/EG (2), en met name op de artikelen 19 en 20,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig de procedure van artikel 19, tweede alinea, van Richtlijn 2000/13/EG hebben de Ierse autoriteiten de Commissie op 25 juni 2008 op de hoogte gesteld van een ontwerpverordening op het gebied van de volksgezondheid („Health Regulations”) betreffende de verplichte vermelding van het land van oorsprong van pluimvee-, varkens- en schapenvlees op het etiket.

(2)

De ontwerpverordening bepaalt dat alle pluimvee-, varkens- en schapenvlees, evenals levensmiddelen die ten minste 70 % in gewicht van deze vleessoorten bevatten, moeten worden voorzien van een etiket waarop het land van oorsprong in een duidelijk leesbaar lettertype in de Ierse en/of de Engelse taal wordt vermeld. „Land van oorsprong” wordt gedefinieerd als het land waar het dier het grootste deel van zijn leven is gehouden en, indien dit afwijkt, het land waar het is geslacht.

(3)

Richtlijn 2000/13/EG harmoniseert de voorschriften inzake etikettering van levensmiddelen door in de eerste plaats een aantal nationale bepalingen te harmoniseren en in de tweede plaats een regeling voor de niet-geharmoniseerde nationale bepalingen vast te stellen. De reikwijdte van de harmonisatie is vastgelegd in artikel 3, lid 1, dat een lijst bevat met alle gegevens die „onder de voorwaarden en onder voorbehoud van de afwijkende bepalingen zoals bedoeld in de artikelen 4 tot en met 17” op de etikettering moeten worden vermeld. Voorts mogen op grond van artikel 4, lid 2, voor bepaalde levensmiddelen op grond van communautaire bepalingen of, bij het ontbreken daarvan, op grond van nationale maatregelen, naast de in artikel 3, lid 1, genoemde vermeldingen, nog andere vermeldingen verplicht worden gesteld.

(4)

Artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG staat de vaststelling van niet-geharmoniseerde nationale bepalingen toe indien zij gerechtvaardigd zijn uit hoofde van een van de daarin genoemde redenen, waaronder het tegengaan van misleiding en de bescherming van de volksgezondheid, mits deze bepalingen niet van dien aard zijn dat daarmee de toepassing van de in Richtlijn 2000/13/EG vervatte definities en voorschriften wordt belemmerd. Wanneer in een lidstaat nationale ontwerp-etiketteringsvoorschriften worden voorgesteld, moet daarom worden onderzocht of zij verenigbaar zijn met bovengenoemde voorschriften en met de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

(5)

Volgens artikel 3, lid 1, punt 8, van Richtlijn 2000/13/EG is de vermelding van de plaats van oorsprong of herkomst verplicht „indien het weglaten daarvan de consument zou kunnen misleiden aangaande de werkelijke oorsprong of herkomst van het levensmiddel”. Deze bepaling houdt een verplichting in om de oorsprong of de herkomst van een levensmiddel te vermelden wanneer andere vermeldingen op het etiket van een bepaald product de indruk kunnen geven dat het desbetreffende product een andere oorsprong heeft, en verschaft hierdoor een geschikt mechanisme om te voorkomen dat consumenten worden misleid.

(6)

Wat pluimvee-, varkens- en schapenvlees betreft, geven de door de Ierse autoriteiten naar voren gebrachte argumenten geen reden om aan te nemen dat de Ierse consumenten in de regel zullen denken dat het betrokken product van een bepaalde plaats afkomstig is.

(7)

Ierland heeft niet aangetoond dat de aangemelde ontwerpverordening nodig is om een van de doelstellingen van bovengenoemd artikel 18 te bereiken en dat de daardoor veroorzaakte handelsbelemmering daarom evenredig is. De lidstaat noemt slechts als doel de consument over de oorsprong van de betrokken producten te informeren. Deze reden is op zichzelf niet voldoende om de ontwerpverordening te rechtvaardigen.

(8)

Deze constateringen gaven de Commissie aanleiding om overeenkomstig artikel 19, derde alinea, van Richtlijn 2000/13/EG een andersluidend advies uit te brengen.

(9)

Derhalve dient de Ierse autoriteiten te worden verzocht de desbetreffende ontwerpverordening niet vast te stellen.

(10)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Enig artikel

Het is Ierland niet toegestaan de ontwerpverordening genaamd Health (Country of Origin of Poultrymeat, Pigmeat and Sheepmeat) Regulations vast te stellen.

Deze beschikking is gericht tot Ierland.

Gedaan te Brussel, 20 maart 2009.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(2)  PB L 308 van 25.11.2003, blz. 15.


25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/44


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 24 maart 2009

tot vaststelling van de voorwaarden voor een afwijking ten aanzien van de bij Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgestelde concentraties van zware metalen in kunststof kratten en kunststof paletten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 1959)

(Voor de EER relevante tekst)

(2009/292/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (1), en met name op artikel 11, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 1999/177/EG van de Commissie van 8 februari 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor een afwijking ten aanzien van de bij Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgestelde concentraties van zware metalen in kunststofkratten en -paletten (2) is op 9 februari 2009 verstreken.

(2)

Bij het verstrijken van Beschikking 1999/177/EG was nog een groot aantal kunststof kratten en kunststof paletten op de markt die hogere concentratieniveaus zware metalen bevatten dan in Richtlijn 94/62/EG wordt bepaald. Gelet op het ontbreken van capaciteit bij de industrie om al deze kratten en paletten te vervangen, is het risico groot dat zij door storten of verbranding zullen worden verwijderd. Beide oplossingen zouden schadelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu hebben.

(3)

Richtlijn 94/62/EG is erop gericht, de hoeveelheid zware metalen in verpakkingen te beperken en voor milieubescherming op een hoog niveau te zorgen, onder meer door hergebruik en recycling.

(4)

Om de industrie de tijd te geven die kunststof kratten en kunststof paletten met gebruikmaking van de beste beschikbare technieken te vervangen, dienen de voorwaarden te worden vastgesteld voor een afwijking voor die kratten en paletten die in productcycli in een gesloten en gecontroleerde keten blijven. In de bij de Commissie ingediende wetenschappelijke rapporten wordt aanbevolen een dergelijke afwijking toe te staan.

(5)

Daar de Commissie voornemens is, het functioneren van de in deze beschikking opgenomen regeling en de vorderingen die zijn gemaakt bij de geleidelijke eliminatie van kunststof kratten en kunststof paletten die zware metalen bevatten na vijf jaar opnieuw te bezien, moeten de lidstaten de daarvoor nodige informatie indienen. Teneinde de al bestaande administratieve belasting niet te vergroten door de lidstaten een specifieke rapportageverplichting op te leggen, volstaat het dat deze informatie wordt opgenomen in de verslagen die krachtens artikel 17 van Richtlijn 94/62/EG bij de Commissie moeten worden ingediend.

(6)

Ter wille van de rechtszekerheid moet deze beschikking van toepassing zijn vanaf de datum volgende op die van het verstrijken van Beschikking 1999/177/EG, om mogelijke negatieve gevolgen van dat verstrijken te voorkomen.

(7)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 21 van Richtlijn 94/62/EG ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder:

1.

„zware metalen”: lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom;

2.

„doelbewuste toevoeging van zware metalen”: het doelbewuste gebruik van een stof die zware metalen bevat, bij de samenstelling van een verpakking of een verpakkingscomponent, waarbij de blijvende aanwezigheid van deze stof in de definitieve verpakking of verpakkingscomponent gewenst is om een specifieke eigenschap, verschijningsvorm of kwaliteit te geven;

3.

„incidentele aanwezigheid van zware metalen”: de aanwezigheid van zware metalen als onbedoeld bestanddeel van een verpakking of verpakkingscomponent.

Artikel 2

De som van de concentraties van zware metalen die in kunststof kratten en kunststof paletten aanwezig zijn, mag hoger zijn dan de toepasselijke in artikel 11, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG vastgestelde grenswaarden, mits die kratten en paletten onder de in de artikelen 3, 4 en 5 vastgestelde voorwaarden in productcycli in een gesloten en gecontroleerde keten worden opgenomen en blijven.

Artikel 3

1.   Kunststof kratten en kunststof paletten die een te hoge hoeveelheid zware metalen bevatten, zoals bedoeld in artikel 2, worden overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel in een gecontroleerd recyclingproces vervaardigd of hersteld.

2.   Het voor de recycling gebruikte materiaal is uitsluitend afkomstig van andere kunststof kratten of kunststof paletten.

De toevoeging van ander materiaal wordt beperkt tot de minimale hoeveelheid die technisch nodig is en is in elk geval niet groter dan 20 gewichtsprocent.

3.   De doelbewuste toevoeging van zware metalen als element bij de recycling wordt, in tegenstelling tot de incidentele aanwezigheid van zware metalen, niet toegestaan.

Het gebruik van gerecycleerde materialen als grondstof voor het herstel van verpakkingsmaterialen, waarbij een bepaald gedeelte van de gerecycleerde materialen zware metalen kan bevatten, wordt niet als doelbewuste toevoeging van zware metalen beschouwd.

4.   De som van de concentraties zware metalen in kunststof kratten en kunststof paletten mag alleen als gevolg van het gebruik bij het recyclingproces van zware metalen bevattende stoffen hoger zijn dan de in artikel 11, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG vastgestelde grenswaarden.

Artikel 4

1.   Kunststof kratten en kunststof paletten die een te hoge hoeveelheid zware metalen bevatten, zoals bedoeld in artikel 2, worden op een permanente en zichtbare wijze gemerkt.

2.   De lidstaten zorgen ervoor, dat binnen de levenscyclus van de betrokken kunststof kratten en kunststof paletten ten minste 90 % van de verzonden kunststof kratten en kunststof paletten die een te hoge hoeveelheid zware metalen bevatten, zoals bedoeld in artikel 2, naar de fabrikant, de verpakker of de vuller of een gemachtigde vertegenwoordiger worden teruggezonden.

3.   Onverminderd de krachtens artikel 6 getroffen maatregelen, worden alle kunststof kratten en kunststof paletten die overeenkomstig dit artikel worden teruggezonden en niet meer voor hergebruik geschikt of bedoeld zijn, overeenkomstig een specifieke door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat toegelaten procedure verwijderd of in een gecontroleerd recyclingproces overeenkomstig artikel 3, leden 2, 3 en 4, gerecycleerd.

Artikel 5

1.   De lidstaten voorzien in een inventarisatie- en registratiesysteem en een methode voor verantwoording van de naleving van de regelgeving en financiële verantwoording, waarmee kan worden aangetoond dat aan de in deze beschikking vastgestelde voorwaarden wordt voldaan.

In het systeem worden alle kunststof kratten en kunststof paletten verantwoord die een te hoge hoeveelheid zware metalen bevatten, zoals bedoeld in artikel 2, en die in of uit bedrijf worden genomen.

2.   Tenzij in een vrijwillige overeenkomst anders wordt bepaald, zorgen de lidstaten ervoor dat de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger jaarlijks een schriftelijke verklaring van overeenstemming opstelt alsmede een jaarverslag waarin wordt aangetoond hoe aan de in deze beschikking vastgestelde voorwaarden is voldaan. Dit verslag bevat eventuele wijzigingen in het systeem en de gemachtigde vertegenwoordigers.

3.   De lidstaten zorgen ervoor, dat de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger de relevante technische documentatie gedurende ten minste vier jaar met het oog op inspectie ter beschikking van de bevoegde instanties houdt.

Wanneer noch de fabrikant, noch zijn gemachtigde vertegenwoordiger binnen de Gemeenschap is gevestigd, rust de verplichting om de relevante technische documentatie beschikbaar te houden, op de persoon die het product in de Gemeenschap op de markt brengt.

Artikel 6

De lidstaten treffen maatregelen om de fabrikanten ertoe aan te zetten, methoden te onderzoeken om geleidelijk de in artikel 11, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG vastgestelde grenswaarden voor zware metalen in kunststof kratten en kunststof paletten te bereiken, met inbegrip van de beste beschikbare technieken voor verwijdering van zware metalen.

Artikel 7

De lidstaten nemen in de op grond van artikel 17 van Richtlijn 94/62/EG bij de Commissie in te dienen verslagen een gedetailleerd verslag op over het functioneren van de in deze beschikking opgenomen regeling en over de vorderingen die zijn gemaakt bij de geleidelijke eliminatie van kunststof kratten en paletten die niet in overeenstemming zijn met artikel 11, lid 1, van Richtlijn 94/62/EG.

Artikel 8

Deze beschikking is van toepassing vanaf 10 februari 2009.

Artikel 9

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 maart 2009.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10.

(2)  PB L 56 van 4.3.1999, blz. 47.


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/47


BESLUIT 2009/293/GBVB VAN DE RAAD

van 26 februari 2009

betreffende de briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van Kenia betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name op artikel 24,

Gezien de aanbeveling van het voorzitterschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 2 juni 2008 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1816 (2008) aangenomen, waarbij alle staten worden opgeroepen samen te werken bij de bepaling van de rechtsmacht en het onderzoek naar en vervolging van personen die zich schuldig maken aan piraterij en gewapende overvallen in de Somalische wateren. Deze bepalingen zijn bij Resolutie 1846 (2008) van de VN-Veiligheidsraad bevestigd op 2 december 2008.

(2)

Op 10 november 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB aangenomen inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (1) (operatie „Atalanta”).

(3)

Krachtens artikel 12 van dat gemeenschappelijke optreden worden in de territoriale wateren van Somalië gevangengenomen personen die daden van piraterij of gewapende overvallen hebben begaan of hiervan verdacht worden, alsmede de goederen die tot uitvoering van deze daden gediend hebben, met het oog op de uitoefening van rechterlijke bevoegdheden overgedragen aan een derde staat die rechtsmacht wil uitoefenen ten aanzien van de bovengenoemde personen of goederen, mits de voorwaarden voor deze overdracht die met deze derde staat zijn overeengekomen, zijn vastgesteld overeenkomstig het toepasselijke internationale recht, daaronder begrepen het internationale recht inzake de mensenrechten, om in het bijzonder te waarborgen dat deze personen niet worden onderworpen aan de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling.

(4)

Overeenkomstig artikel 24 van het Verdrag heeft het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV), onderhandeld over briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van Kenia betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht.

(5)

De briefwisseling dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van Kenia betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door EUNAVFOR, alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht, wordt hierbij namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de briefwisseling is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon (of personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de onderscheiden brief te ondertekenen teneinde daardoor de Europese Unie te binden.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 26 februari 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

I. LANGER


(1)  PB L 301 van 12.11.2008, blz. 33.


VERTALING

Briefwisseling tussen de Europese Unie en de regering van Kenia betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht

Nairobi, 6 maart 2009, 10.15 uur

Mijnheer,

Onder verwijzing naar mijn brief van 14 november 2008 en Uw brief van 5 december 2008 heb ik de eer U te bevestigen dat de Europese Unie voornemens is met de regering van Kenia een briefwisseling te sluiten tot vaststelling van de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij in volle zee, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht.

Deze briefwisseling wordt gesloten in het kader van Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de EU van 10 november 2008 inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (operatie „Atalanta”).

Overigens laat deze briefwisseling de rechten en verplichtingen van de partijen krachtens internationale overeenkomsten en andere instrumenten tot instelling van internationale tribunalen, alsook de desbetreffende binnenlandse wetgeving, onverlet, en wordt zij gesloten met volledige inachtneming van:

de Resoluties 1814 (2008), 1838 (2008), 1846 (2008), 1851 (2008) van de VN-Veiligheidsraad en de resoluties die daarop het vervolg vormen;

het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) van 1982, met name de artikelen 100 tot en met 107;

het internationaal recht betreffende de mensenrechten, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966 en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984.

Dienovereenkomstig heb ik de eer U als bijlage dezes een aantal bepalingen voor te leggen tot vaststelling van de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de EUNAVFOR, alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht.

Ik verzoek U mij namens de regering van Kenia te bevestigen dat U deze bepalingen aanvaardt.

Dit instrument zal met ingang van de datum waarop het is ondertekend voorlopig worden toegepast en in werking treden zodra alle deelnemers hun interne procedures hebben afgerond. Dit instrument blijft van kracht tot zes maanden na de datum waarop een van de deelnemers de overige ondertekenende partijen schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn besluit de overeenkomst op te zeggen. In dit instrument kunnen in onderling overleg tussen de ondertekenende partijen kleinere wijzigingen worden aangebracht. De eventuele opzegging van dit instrument heeft geen gevolgen voor de rechten en plichten die uit dit instrument zijn voortgevloeid voordat het beëindigd was, zulks met inbegrip van de rechten die in Kenia gevangengehouden of vervolgde overgedragen personen eraan kunnen ontlenen.

Na de beëindiging van de operatie als omschreven in de bijlage bij deze brief kunnen alle in die bijlage omschreven rechten die EUNAVFOR uit hoofde van dit instrument geniet, worden uitgeoefend door een persoon of entiteit die wordt aangewezen door de staat die het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt. De aangewezen persoon of entiteit kan onder andere een in Kenia geaccrediteerde diplomatieke of consulaire functionaris van deze staat zijn. Na de beëindiging van de operatie worden alle kennisgevingen die uit hoofde van het onderhavige instrument aan EUNAVFOR worden gericht, gericht aan de staat die het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt.

Namens de Europese Unie

BIJLAGE

BEPALINGEN BETREFFENDE DE VOORWAARDEN WAARONDER PERSONEN DIE VERDACHT WORDEN VAN PIRATERIJ ALSMEDE IN BESLAG GENOMEN GOEDEREN DOOR DE DOOR DE EU GELEIDE ZEEMACHT AAN DE REPUBLIEK KENIA KUNNEN WORDEN OVERGEDRAGEN

1.   Definities

Voor deze briefwisseling gelden de volgende definities:

a)

„door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR)”: het militaire hoofdkwartier van de EU en de nationale contingenten die bijdragen tot de operatie „Atalanta” van de EU, alsmede hun schepen, luchtvaartuigen en goederen;

b)

„operatie”: de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en ondersteuning van de militaire missie die is vastgesteld bij Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de EU en/of de missies ter voortzetting daarvan;

c)

„operationele commandant van de EU”: de commandant van de operatie;

d)

„commandant van de EU-troepenmacht”: de commandant van de EU in het inzetgebied als omschreven in artikel 1, lid 2 van Gemeenschappelijke Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de EU;

e)

„nationale contingenten”: de eenheden en schepen van de lidstaten van de Europese Unie en van andere staten die aan de operatie deelnemen;

f)

„zendstaat”: een staat die een nationaal contingent voor EUNAVFOR levert;

g)

„piraterij”: piraterij als bedoeld in artikel 101 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee;

h)

„overgedragen persoon”: eenieder die ervan verdacht wordt eenmalig of herhaaldelijk piraterij te plegen, te hebben gepleegd of te willen plegen en die krachtens de onderhavige briefwisseling door EUNAVFOR aan Kenia is overgedragen.

2.   Algemene beginselen

a)

Op verzoek van EUNAVFOR aanvaardt Kenia de overdracht van door EUNAVFOR in verband met piraterij vastgehouden personen, en de bijbehorende door EUNAVFOR in beslag genomen goederen, en geeft het de betrokken personen en goederen met het oog op onderzoek en vervolging in handen van zijn bevoegde instanties.

b)

EUNAVFOR zal in het kader van de onderhavige briefwisseling personen of eigendom alleen overdragen aan de bevoegde Keniaanse wethandhavingsinstanties.

c)

De ondertekenende partijen bevestigen dat zij personen die in het kader van deze briefwisseling worden overgedragen zowel voor als na de overdracht humaan zullen behandelen en zich daarbij zullen houden aan de internationale mensenrechtenverplichtingen, zoals het verbod op foltering en op een wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing en het verbod op willekeurige hechtenis, en aan de verplichting te zorgen voor een eerlijk proces.

3.   Behandeling, vervolging en berechting van overgedragen personen

a)

Overgedragen personen worden menselijk behandeld en niet onderworpen aan foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, worden op passende wijze gehuisvest en gevoed, krijgen toegang tot medische verzorging en worden in staat gesteld hun godsdienstige plichten te vervullen.

b)

Overgedragen personen moeten meteen worden voorgeleid aan een rechter of een andere magistraat die door de wet bevoegd verklaard is rechterlijke macht uit te oefenen, en die zich onverwijld over het al dan niet gewettigd zijn van hun aanhouding uitspreekt, en hen in vrijheid doet stellen indien deze gevangenhouding niet conform de wet is.

c)

Overgedragen personen hebben het recht binnen een redelijke termijn berecht te worden of in vrijheid te worden gesteld.

d)

Bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft iedere overgedragen persoon recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een competente, onafhankelijke en onpartijdige rechtbank die bij de wet is ingesteld.

e)

Overgedragen personen tegen wie een vervolging is ingesteld, worden voor onschuldig gehouden totdat hun schuld in rechte is komen vast te staan.

f)

Bij de vaststelling van de aanklacht jegens hem heeft iedere overgedragen persoon op gelijke voet met de aanklager recht op de volgende minimumwaarborgen:

1)

onverwijld en in detail op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van het hem ten laste gelegde, in een taal die hij begrijpt;

2)

te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten voor de voorbereiding van zijn verdediging en te communiceren met de raadsman van zijn keuze;

3)

terecht te staan zonder onnodige vertraging;

4)

aanwezig te zijn ter terechtzitting, verweer te voeren in persoon of door middel van door hemzelf gekozen rechtsbijstand; op de hoogte te worden gesteld van dit recht wanneer hij geen rechtsbijstand heeft; en rechtsbijstand toegewezen te krijgen in alle gevallen waarin het belang van de rechtspleging dit vereist, en kosteloos indien de beschuldigde niet over voldoende middelen beschikt;

5)

kennis te nemen van alle bewijsstukken tegen hem, met inbegrip van de beëdigde verklaringen van de getuigen op wier aanwijzingen hij is aangehouden, en de verschijning en ondervraging te verkrijgen van getuigen à decharge op dezelfde voorwaarden als gelden voor getuigen à charge;

6)

zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd, niet verstaat of niet spreekt;

7)

niet gedwongen te worden tegen zichzelf te getuigen of schuld te bekennen.

g)

Overgedragen personen die voor een misdaad veroordeeld zijn, hebben het recht overeenkomstig de Keniaanse wetgeving tegen hun veroordeling en hun vonnis bezwaar aan te tekenen of bij een hogere rechtbank in beroep te gaan.

h)

Kenia zal overgedragen personen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van EUNAVFOR niet aan andere staten overdragen met het oog op onderzoek of vervolging.

4.   Doodstraf

Aan overgedragen personen mag geen doodstraf worden voltrokken. Kenia zal, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, het nodige doen om eventuele doodstraffen om te zetten in gevangenisstraffen.

5.   Gegevens en kennisgevingen

a)

Met betrekking tot iedere overdracht wordt een passend document ondertekend door een vertegenwoordiger van EUNAVFOR en een vertegenwoordiger van de bevoegde Keniaanse wethandhavingsautoriteiten.

b)

EUNAVFOR verstrekt Kenia ten aanzien van iedere overgedragen persoon de gegevens betreffende zijn hechtenis. Deze omvatten, voor zover mogelijk, de fysieke toestand van de overgedragen persoon tijdens de hechtenis, het tijdstip van overdracht aan de Keniaanse autoriteiten, de reden voor zijn hechtenis, het tijdstip waarop en de plaats waar hij werd aangehouden, en eventuele beslissingen in verband met zijn hechtenis.

c)

Kenia is verantwoordelijk voor het bijhouden van een nauwkeurige administratie van alle overgedragen personen, met ten minste gegevens betreffende eventuele in beslag genomen goederen, de fysieke toestand van de betrokkene, de plaats waar hij wordt vastgehouden, de eventuele tenlastelegging jegens hem en alle beslissingen van enig belang die in de loop van zijn vervolging en zijn proces zijn genomen.

d)

Deze gegevens zijn voor de vertegenwoordigers van de EU en EUNAVFOR beschikbaar indien zij het Keniaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken daarom verzoeken.

e)

Daarenboven stelt Kenia EUNAVFOR in kennis van de plaats van detentie van iedere uit hoofde van deze briefwisseling overgedragen persoon, alsmede van iedere achteruitgang van zijn fysieke toestand en van alle meldingen waarin sprake is van slechte behandeling. Vertegenwoordigers van de EU en van EUNAVFOR hebben tijdens het voorarrest toegang tot alle krachtens de onderhavige briefwisseling overgedragen personen en hebben het recht hen te ondervragen.

f)

Op hun verzoek wordt het nationale en internationale humanitaire instellingen toegestaan personen die uit hoofde van de onderhavige briefwisseling zijn overgedragen, te bezoeken.

g)

Opdat EUNAVFOR in staat is Kenia tijdig bij te staan om van EUNAVFOR afkomstige getuigen te doen verschijnen en te zorgen voor relevante bewijsstukken, stelt Kenia, wanneer het voornemens is jegens een overgedragen persoon tot een strafproces over te gaan, EUNAVFOR daarvan op de hoogte en deelt het het tijdschema voor het indienen van de bewijsstukken en het verhoor mede.

6.   Bijstand door EUNAVFOR

a)

EUNAVFOR helpt Kenia met al zijn middelen en vermogens bij de instructie betreffende en de vervolging van de overgedragen personen.

b)

In het bijzonder zal EUNAVFOR:

1)

de detentiegegevens verstrekken overeenkomstig punt 5, onder b) van deze briefwisseling;

2)

alle beschikbare bewijsmateriaal verwerken overeenkomstig de wensen van de bevoegde Keniaanse autoriteiten als overeengekomen in de uitvoeringsregelingen die in punt 9 omschreven worden;

3)

zorgen voor al dan niet beëdigde getuigenverklaringen door functionarissen van EUNAVFOR die betrokken zijn geweest bij incidenten in verband waarmee personen uit hoofde van de onderhavige briefwisseling zijn overgedragen;

4)

alle ter zake doende in beslag genomen goederen die in het bezit van EUNAVFOR zijn, overdragen.

7.   Verband met de andere rechten van de overgedragen personen

Niets in deze briefwisseling heeft ten doel of kan worden aangewend om afbreuk te doen aan de rechten waarover een overgedragen persoon krachtens de toepasselijke nationale of internationale wetgeving beschikt.

8.   Contacten en geschillen

a)

Alle problemen die zich ten aanzien van de toepassing van deze bepalingen voordoen, worden door de bevoegde autoriteiten van Kenia en van de EU gezamenlijk onderzocht.

b)

Indien hiervoor tevoren geen regeling werd overeengekomen, worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze bepalingen uitsluitend langs diplomatieke weg opgelost tussen de vertegenwoordigers van de Kenia en die van de EU.

9.   Uitvoeringsbepalingen

a)

Met het oog op de toepassing van deze bepalingen kunnen voor operationele, administratieve en technische aangelegenheden uitvoeringsovereenkomsten worden goedgekeurd tussen de bevoegde Keniaanse autoriteiten enerzijds en de bevoegde autoriteiten van de EU en die van de zendstaten anderzijds.

b)

Uitvoeringsbepalingen kunnen onder andere betrekking hebben op:

1)

het aanwijzen van de bevoegde wetshandhavingsautoriteiten van Kenia waaraan EUNAVFOR personen kan overdragen;

2)

de inrichtingen voor bewaring waar de overgedragen personen worden vastgehouden;

3)

de afhandeling van documenten, waaronder die betreffende bewijsverkrijging, die onmiddellijk na de overdracht van een persoon aan de bevoegde Keniaanse wethandhavingsautoriteiten zullen worden overgemaakt;

4)

contactpunten voor kennisgevingen;

5)

bij de overdracht te gebruiken formulieren;

6)

het op verzoek van Kenia verstrekken van technische steun, deskundigheid, opleidingen en andere bijstand teneinde het doel van deze briefwisseling te bereiken.

Nairobi, 6 maart 2009, 10.15 uur

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van 6 maart 2009 en de daarbij behorende bijlage betreffende de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij in volle zee, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht, die als volgt luidt:

„Onder verwijzing naar mijn brief van 14 november 2008 en Uw brief van 5 december 2008 heb ik de eer U te bevestigen dat de Europese Unie voornemens is met de regering van Kenia een briefwisseling te sluiten tot vaststelling van de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij in volle zee, en die worden vastgehouden door de door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR), alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht.

Deze briefwisseling wordt gesloten in het kader van Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de EU van 10 november 2008 inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (operatie „Atalanta”).

Overigens laat deze briefwisseling de rechten en verplichtingen van de partijen krachtens internationale overeenkomsten en andere instrumenten tot instelling van internationale tribunalen, alsook de desbetreffende binnenlandse wetgeving, onverlet, en wordt zij gesloten met volledige inachtneming van:

de Resoluties 1814 (2008), 1838 (2008), 1846 (2008), 1851 (2008) van de VN-Veiligheidsraad en de resoluties die daarop het vervolg vormen;

het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) van 1982, met name de artikelen 100 tot en met 107;

het internationale recht betreffende de mensenrechten, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966 en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984.

Dienovereenkomstig heb ik de eer U als bijlage dezes een aantal bepalingen voor te leggen tot vaststelling van de voorwaarden en nadere bepalingen voor de overdracht door EUVNAVFOR aan Kenia van personen die verdacht worden van piraterij, en die worden vastgehouden door de door de EUNAVFOR, alsmede van in beslag genomen goederen die in handen zijn van EUNAVFOR, en voor de behandeling van deze personen en goederen na de overdracht.

Ik verzoek U mij namens de regering van Kenia te bevestigen dat U deze bepalingen aanvaardt.

Dit instrument zal met ingang van de datum waarop het is ondertekend voorlopig worden toegepast en in werking treden zodra alle deelnemers hun interne procedures hebben afgerond. Dit instrument blijft van kracht tot zes maanden na de datum waarop een van de deelnemers de overige ondertekenende partijen schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn besluit de overeenkomst op te zeggen. In dit instrument kunnen in onderling overleg tussen de ondertekenende partijen kleinere wijzigingen worden aangebracht. De eventuele opzegging van dit instrument heeft geen gevolgen voor de rechten en plichten die uit dit instrument zijn voortgevloeid voordat het beëindigd was, zulks met inbegrip van de rechten die in Kenia gevangengehouden of vervolgde overgedragen personen eraan kunnen ontlenen.

Na de beëindiging van de operatie als omschreven in de bijlage bij deze brief kunnen alle in die bijlage omschreven rechten die EUNAVFOR uit hoofde van dit instrument geniet, worden uitgeoefend door een persoon of entiteit die wordt aangewezen door de staat die het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt. De aangewezen persoon of entiteit kan onder andere een in Kenia geaccrediteerde diplomatieke of consulaire functionaris van deze staat zijn. Na de beëindiging van de operatie worden alle kennisgevingen die uit hoofde van het onderhavige instrument aan EUNAVFOR worden gericht, gericht aan de staat die het voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt.

BIJLAGE

BEPALINGEN BETREFFENDE DE VOORWAARDEN WAARONDER PERSONEN DIE VERDACHT WORDEN VAN PIRATERIJ ALSMEDE IN BESLAG GENOMEN GOEDEREN DOOR DE DOOR DE EU GELEIDE ZEEMACHT AAN DE REPUBLIEK KENIA KUNNEN WORDEN OVERGEDRAGEN

1.   Definities

Voor deze briefwisseling gelden de volgende definities:

a)

„door de Europese Unie geleide zeemacht (EUNAVFOR)”: het militaire hoofdkwartier van de EU en de nationale contingenten die bijdragen tot de operatie „Atalanta” van de EU, alsmede hun schepen, luchtvaartuigen en goederen;

b)

„operatie”: de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en ondersteuning van de militaire missie die is vastgesteld bij Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de EU en/of de missies ter voortzetting daarvan;

c)

„operationele commandant van de EU”: de commandant van de operatie;

d)

„commandant van de EU-troepenmacht”: de commandant van de EU in het inzetgebied als omschreven in artikel 1, lid 2 van Gemeenschappelijke Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de EU;

e)

„nationale contingenten”: de eenheden en schepen van de lidstaten van de Europese Unie en van andere staten die aan de operatie deelnemen;

f)

„zendstaat”: een staat die een nationaal contingent voor EUNAVFOR levert;

g)

„piraterij”: piraterij als bedoeld in artikel 101 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee;

h)

„overgedragen persoon”: eenieder die ervan verdacht wordt eenmalig of herhaaldelijk piraterij te plegen, te hebben gepleegd of te willen plegen en die krachtens de onderhavige briefwisseling door EUNAVFOR aan Kenia is overgedragen.

2.   Algemene beginselen

a)

Op verzoek van EUNAVFOR aanvaardt Kenia de overdracht van door EUNAVFOR in verband met piraterij vastgehouden personen, en de bijbehorende door EUNAVFOR in beslag genomen goederen, en geeft het de betrokken personen en goederen met het oog op onderzoek en vervolging in handen van zijn bevoegde instanties.

b)

EUNAVFOR zal in het kader van de onderhavige briefwisseling personen of eigendom alleen overdragen aan de bevoegde Keniaanse wethandhavingsinstanties.

c)

De ondertekenende partijen bevestigen dat zij personen die in het kader van deze briefwisseling worden overgedragen zowel voor als na de overdracht humaan zullen behandelen en zich daarbij zullen houden aan de internationale mensenrechtenverplichtingen, zoals het verbod op foltering en op een wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing en het verbod op willekeurige hechtenis, en aan de verplichting te zorgen voor een eerlijk proces.

3.   Behandeling, vervolging en berechting van overgedragen personen

a)

Overgedragen personen worden menselijk behandeld en niet onderworpen aan foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, worden op passende wijze gehuisvest en gevoed, krijgen toegang tot medische verzorging en worden in staat gesteld hun godsdienstige plichten te vervullen.

b)

Overgedragen personen moeten meteen worden voorgeleid aan een rechter of een andere magistraat die door de wet bevoegd verklaard is rechterlijke macht uit te oefenen, en die zich onverwijld over het al dan niet gewettigd zijn van hun aanhouding uitspreekt, en hen in vrijheid doet stellen indien deze gevangenhouding niet conform de wet is.

c)

Overgedragen personen hebben het recht binnen een redelijke termijn berecht te worden of in vrijheid te worden gesteld.

d)

Bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft iedere overgedragen persoon recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een competente, onafhankelijke en onpartijdige rechtbank die bij de wet is ingesteld.

e)

Overgedragen personen tegen wie een vervolging is ingesteld, worden voor onschuldig gehouden totdat hun schuld in rechte is komen vast te staan.

f)

Bij de vaststelling van de aanklacht jegens hem heeft iedere overgedragen persoon op gelijke voet met de aanklager recht op de volgende minimumwaarborgen:

1)

onverwijld en in detail op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van het hem ten laste gelegde, in een taal die hij begrijpt;

2)

te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten voor de voorbereiding van zijn verdediging en te communiceren met de raadsman van zijn keuze;

3)

terecht te staan zonder onnodige vertraging;

4)

aanwezig te zijn ter terechtzitting, verweer te voeren in persoon of door middel van door hemzelf gekozen rechtsbijstand; op de hoogte te worden gesteld van dit recht wanneer hij geen rechtsbijstand heeft; en rechtsbijstand toegewezen te krijgen in alle gevallen waarin het belang van de rechtspleging dit vereist, en kosteloos indien de beschuldigde niet over voldoende middelen beschikt;

5)

kennis te nemen van alle bewijsstukken tegen hem, met inbegrip van de beëdigde verklaringen van de getuigen op wier aanwijzingen hij is aangehouden, en de verschijning en ondervraging te verkrijgen van getuigen à decharge op dezelfde voorwaarden als gelden voor getuigen à charge;

6)

zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd, niet verstaat of niet spreekt;

7)

niet gedwongen te worden tegen zichzelf te getuigen of schuld te bekennen.

g)

Overgedragen personen die voor een misdaad veroordeeld zijn, hebben het recht overeenkomstig de Keniaanse wetgeving tegen hun veroordeling en hun vonnis bezwaar aan te tekenen of bij een hogere rechtbank in beroep te gaan.

h)

Kenia zal overgedragen personen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van EUNAVFOR niet aan andere staten overdragen met het oog op onderzoek of vervolging.

4.   Doodstraf

Aan overgedragen personen mag geen doodstraf worden voltrokken. Kenia zal, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, het nodige doen om eventuele doodstraffen om te zetten in gevangenisstraffen.

5.   Gegevens en kennisgevingen

a)

Met betrekking tot iedere overdracht wordt een passend document ondertekend door een vertegenwoordiger van EUNAVFOR en een vertegenwoordiger van de bevoegde Keniaanse wethandhavingsautoriteiten.

b)

EUNAVFOR verstrekt Kenia ten aanzien van iedere overgedragen persoon de gegevens betreffende zijn hechtenis. Deze omvatten, voor zover mogelijk, de fysieke toestand van de overgedragen persoon tijdens de hechtenis, het tijdstip van overdracht aan de Keniaanse autoriteiten, de reden voor zijn hechtenis, het tijdstip waarop en de plaats waar hij werd aangehouden, en eventuele beslissingen in verband met zijn hechtenis.

c)

Kenia is verantwoordelijk voor het bijhouden van een nauwkeurige administratie van alle overgedragen personen, met ten minste gegevens betreffende eventuele in beslag genomen goederen, de fysieke toestand van de betrokkene, de plaats waar hij wordt vastgehouden, de eventuele tenlastelegging jegens hem en alle beslissingen van enig belang die in de loop van zijn vervolging en zijn proces zijn genomen.

d)

Deze gegevens zijn voor de vertegenwoordigers van de EU en EUNAVFOR beschikbaar indien zij het Keniaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken daarom verzoeken.

e)

Daarenboven stelt Kenia EUNAVFOR in kennis van de plaats van detentie van iedere uit hoofde van deze briefwisseling overgedragen persoon, alsmede van iedere achteruitgang van zijn fysieke toestand en van alle meldingen waarin sprake is van slechte behandeling. Vertegenwoordigers van de EU en van EUNAVFOR hebben tijdens het voorarrest toegang tot alle krachtens de onderhavige briefwisseling overgedragen personen en hebben het recht hen te ondervragen.

f)

Op hun verzoek wordt het nationale en internationale humanitaire instellingen toegestaan personen die uit hoofde van de onderhavige briefwisseling zijn overgedragen, te bezoeken.

g)

Opdat EUNAVFOR in staat is Kenia tijdig bij te staan om van EUNAVFOR afkomstige getuigen te doen verschijnen en te zorgen voor relevante bewijsstukken, stelt Kenia, wanneer het voornemens is jegens een overgedragen persoon tot een strafproces over te gaan, EUNAVFOR daarvan op de hoogte en deelt het het tijdschema voor het indienen van de bewijsstukken en het verhoor mede.

6.   Bijstand door EUNAVFOR

a)

EUNAVFOR helpt Kenia met al zijn middelen en vermogens bij de instructie betreffende en de vervolging van de overgedragen personen.

b)

In het bijzonder zal EUNAVFOR:

1)

de detentiegegevens verstrekken overeenkomstig punt 5, onder b) van deze briefwisseling;

2)

alle beschikbare bewijsmateriaal verwerken overeenkomstig de wensen van de bevoegde Keniaanse autoriteiten als overeengekomen in de uitvoeringsregelingen die in punt 9 omschreven worden;

3)

zorgen voor al dan niet beëdigde getuigenverklaringen door functionarissen van EUNAVFOR die betrokken zijn geweest bij incidenten in verband waarmee personen uit hoofde van de onderhavige briefwisseling zijn overgedragen;

4)

alle ter zake doende in beslag genomen goederen die in het bezit van EUNAVFOR zijn, overdragen.

7.   Verband met de andere rechten van de overgedragen personen

Niets in deze briefwisseling heeft ten doel of kan worden aangewend om afbreuk te doen aan de rechten waarover een overgedragen persoon krachtens de toepasselijke nationale of internationale wetgeving beschikt.

8.   Contacten en geschillen

a)

Alle problemen die zich ten aanzien van de toepassing van deze bepalingen voordoen, worden door de bevoegde autoriteiten van Kenia en van de EU gezamenlijk onderzocht.

b)

Indien hiervoor tevoren geen regeling werd overeengekomen, worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze bepalingen uitsluitend langs diplomatieke weg opgelost tussen de vertegenwoordigers van de Kenia en die van de EU.

9.   Uitvoeringsbepalingen

a)

Met het oog op de toepassing van deze bepalingen kunnen voor operationele, administratieve en technische aangelegenheden uitvoeringsovereenkomsten worden goedgekeurd tussen de bevoegde Keniaanse autoriteiten enerzijds en de bevoegde autoriteiten van de EU en die van de zendstaten anderzijds.

b)

Uitvoeringsbepalingen kunnen onder andere betrekking hebben op:

1)

het aanwijzen van de bevoegde wetshandhavingsautoriteiten van Kenia waaraan EUNAVFOR personen kan overdragen;

2)

de inrichtingen voor bewaring waar de overgedragen personen worden vastgehouden;

3)

de afhandeling van documenten, waaronder die betreffende bewijsverkrijging, die onmiddellijk na de overdracht van een persoon aan de bevoegde Keniaanse wetshandhavingsautoriteiten zullen worden overgemaakt;

4)

contactpunten voor kennisgevingen;

5)

bij de overdracht te gebruiken formulieren;

6)

het op verzoek van Kenia verstrekken van technische steun, deskundigheid, opleidingen en andere bijstand teneinde het doel van deze briefwisseling te bereiken.

”.

Ik heb de eer U, namens de regering van de Republiek Kenia, te bevestigen dat de inhoud van Uw brief en van de daarbij behorende bijlage aanvaardbaar is voor de regering van de Republiek Kenia.

Zoals in uw brief werd gesteld, wordt dit instrument voorlopig toegepast met ingang van de datum van ondertekening van deze brief en treedt het in werking zodra alle ondertekenende partijen hun interne procedures hebben afgerond.

Voor de regering van de Republiek Kenia


25.3.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 79/60


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2009/294/GBVB VAN DE RAAD

van 23 maart 2009

tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 15 september 2008 Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (1), met een financieel referentiebedrag van 31 000 000 EUR, vastgesteld.

(2)

De Raad heeft op 25 september 2008 Gemeenschappelijk Optreden 2008/759/GBVB tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (2) vastgesteld, teneinde het financiële referentiebedrag te verhogen tot 35 000 000 EUR.

(3)

Het financiële referentiebedrag in verband met de EUMM Georgia moet met ingang van 1 februari 2009 verder worden verhoogd om nieuwe operationele behoeften van de missie te kunnen dekken,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 14, lid 1, van Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB wordt vervangen door:

„1.   Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met de missie moet dekken, bedraagt 37 100 000 EUR.”.

Artikel 2

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 1 februari 2009.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

P. GANDALOVIČ


(1)  PB L 248 van 17.9.2008, blz. 26.

(2)  PB L 259 van 27.9.2008, blz. 15.