ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 33

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

52e jaargang
3 februari 2009


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 95/2009 van de Commissie van 2 februari 2009 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 96/2009 van de Commissie van 2 februari 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 93/2009 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 februari 2009

3

 

*

Verordening (EG) nr. 97/2009 van de Commissie van 2 februari 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken, wat het gebruik van de flexibele module betreft ( 1 )

6

 

*

Verordening (EG) nr. 98/2009 van de Commissie van 2 februari 2009 houdende inschrijving van een aantal benamingen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Aceite de La Alcarria (BOB), Radicchio di Verona (BGA), Zafferano di Sardegna (BOB), Huîtres Marennes Oléron (BGA))

8

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2008/122/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling ( 1 )

10

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2009/85/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 27 januari 2009 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van Estland betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven op het gebied van maatregelen voor plattelandsontwikkeling over het begrotingsjaar 2007 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 150)

31

 

 

2009/86/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 28 januari 2009 tot goedkeuring van de rekeningen van bepaalde betaalorganen in België, Duitsland en Oostenrijk betreffende de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2007 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 420)

35

 

 

2009/87/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 29 januari 2009 inzake de goedkeuring van de rekeningen van bepaalde betaalorganen in Estland, Nederland en Portugal betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2007 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 414)

38

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Besluit 2009/88/GBVB van de Raad van 22 december 2008 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Djibouti over de status van een door de Europese Unie geleide strijdmacht in de Republiek Djibouti in het kader van de militaire operatie Atalanta van de Europese Unie

41

Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Djibouti over de status van een door de Europese Unie geleide strijdmacht in de Republiek Djibouti in het kader van de militaire operatie Atalanta van de Europese Unie

43

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EG) nr. 85/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat een aantal bepalingen met betrekking tot het financiële beheer betreft (PB L 25 van 29.1.2009)

49

 

 

 

*

Bericht aan de lezer (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/1


VERORDENING (EG) Nr. 95/2009 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2009

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 3 februari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

JO

71,2

MA

46,7

TN

129,8

TR

113,5

ZZ

90,3

0707 00 05

JO

167,2

MA

105,6

TR

177,5

ZZ

150,1

0709 90 70

MA

126,0

TR

118,0

ZZ

122,0

0709 90 80

EG

82,9

ZZ

82,9

0805 10 20

EG

51,5

IL

50,4

MA

56,1

TN

42,1

TR

58,1

ZZ

51,6

0805 20 10

IL

190,1

MA

88,0

TR

63,0

ZZ

113,7

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

CN

70,2

IL

78,6

JM

75,5

PK

73,9

TR

64,2

ZZ

72,5

0805 50 10

MA

51,7

TR

49,1

ZZ

50,4

0808 10 80

CA

86,3

CL

67,8

CN

66,2

MK

31,6

US

109,3

ZZ

72,2

0808 20 50

CL

71,6

CN

33,7

TR

40,0

US

105,6

ZA

88,5

ZZ

67,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/3


VERORDENING (EG) Nr. 96/2009 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2009

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 93/2009 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 februari 2009

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoerrechten in de sector granen die van toepassing zijn vanaf 1 februari 2009, zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 93/2009 van de Commissie (3).

(2)

Aangezien het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR per ton verschilt van het vastgestelde recht, moet een overeenkomstige aanpassing van de bij Verordening (EG) nr. 93/2009 vastgestelde invoerrechten plaatsvinden.

(3)

Verordening (EG) nr. 93/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 93/2009 worden vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 3 februari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125.

(3)  PB L 29 van 31.1.2009, blz. 38.


BIJLAGE I

Vanaf 3 februari 2009 geldende invoerrechten voor de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 10 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

0,00

1001 90 91

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

1002 00 00

ROGGE

20,60

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

16,72

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

16,72

1007 00 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

20,60


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt,

2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

30.1.2009

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe van gemiddelde kwaliteit (2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (3)

Gerst

Beurs

Minnéapolis

Chicago

Notering

198,21

116,02

Fob-prijs VSA

240,07

230,07

210,07

128,75

Golfpremie

58,31

17,18

Grote-Merenpremie

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

10,53 EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

8,00 EUR/t


(1)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/6


VERORDENING (EG) Nr. 97/2009 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2009

tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende structurele bedrijfsstatistieken, wat het gebruik van de flexibele module betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 betreffende structurele bedrijfsstatistieken (1), en met name op artikel 3, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 295/2008 werd een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor de verzameling, opstelling, toezending en evaluatie van communautaire statistieken over de structuur, de activiteiten, het concurrentievermogen en de prestaties van ondernemingen in de Gemeenschap.

(2)

Het gebruik van de flexibele module als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder j), van die verordening moet worden gepland in nauwe samenwerking met de lidstaten, en er moet een besluit worden genomen over het toepassingsgebied van de module, de lijst van kenmerken, de referentieperiode, de bestreken activiteiten en de kwaliteitsvereisten.

(3)

In de meeste lidstaten en in de Gemeenschap vormt de toegang tot financiering een punt van zorg bij de beleidsvorming. Alles wijst erop dat Europese ondernemingen, in het bijzonder snel groeiende en jonge ondernemingen, met een financieringstekort kampen. Er zijn dan ook statistieken nodig waarmee de situatie van deze ondernemingen in vergelijking met alle kleine en middelgrote ondernemingen kan worden geanalyseerd. Die gegevens moeten indien mogelijk uit bestaande bronnen worden verkregen.

(4)

Alle verdere technische details zullen worden behandeld in richtsnoeren en aanbevelingen die door de Commissie (Eurostat) in nauwe samenwerking met de lidstaten worden vastgesteld.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De flexibele module bedoeld in artikel 3, lid 2, onder j), van Verordening (EG) nr. 295/2008 wordt gebruikt om statistieken over de toegang van ondernemingen tot financiering te produceren. Er worden gegevens verzameld over ondernemingen, met uitzondering van financiële ondernemingen, die in 2005 tussen 10 en 249 werknemers telden, in 2008 nog steeds actief waren en tijdens de in artikel 6 vermelde referentieperiode minstens 10 werknemers in dienst hadden, met als subpopulaties snel groeiende ondernemingen (gemiddelde geannualiseerde werkgelegenheidsgroei van meer dan 20 % per jaar tijdens de periode 2005-2008) en „gazellen” (snelgroeiende ondernemingen die maximaal vijf jaar bestaan), die in 2003 of 2004 werden opgericht.

Artikel 2

Teneinde de lasten voor de ondernemingen en de kosten voor de lidstaten te beperken, worden indien mogelijk bestaande gegevens uit administratieve bronnen gebruikt.

Artikel 3

Er worden gegevens verzameld over de volgende kenmerken:

a)

de relevantie van de eigendomssituatie bij het starten van de onderneming en op het moment van waarneming voor de toegang tot financiering;

b)

het aantal pogingen om diverse soorten interne en externe financiering te verkrijgen, het percentage succesvolle pogingen en de redenen waarom die financiering niet werd verkregen;

c)

de omvang van de garanties voor bedrijfsleningen;

d)

de beoordeling door de eigenaar/bedrijfsleider van de kosten en lasten die met het verkrijgen van bedrijfsleningen gepaard gaan, alsook van de financiële situatie van de onderneming;

e)

het belang van de keuze van financiële instelling (geografische nabijheid, in het bijzonder wanneer landsgrenzen worden overschreden, binnen- of buitenlandse instelling, instelling waar de onderneming reeds klant is enz.);

f)

de schulden als percentage van de omzet en andere verhoudingsgetallen van financiële kenmerken in de bedrijfsrekeningen en het belang daarvan voor de toekomstige groei van de onderneming;

g)

de beoordeling van de behoefte aan toekomstige financiering en de vormen van die financiering, alsook de redenen voor die behoefte;

h)

de beoordeling van het verband tussen de financieringsopties en hun beschikbaarheid en perspectieven voor nieuwe banen;

i)

de beoordeling van de algemene administratieve lasten voor ondernemingen;

j)

de vereiste inspanning om een (eventuele) vragenlijst over de toegang tot financiering in te vullen.

Artikel 4

De bestreken activiteiten zijn die van de volgende aggregaten van de statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad (NACE Rev. 2) (2), voor zover het marktactiviteiten betreft:

a)

B tot en met E (industrie);

b)

F (bouwnijverheid);

c)

G tot en met N (diensten, geaggregeerd behalve J, K (financiële diensten) en M);

d)

J (informatie en communicatie);

e)

M (vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten).

Artikel 5

De bevoegde nationale autoriteiten in de lidstaten dienen de resultaten betreffende de in artikel 3 van deze verordening bedoelde kenmerken, met inbegrip van vertrouwelijke gegevens, in bij de Commissie (Eurostat) overeenkomstig de vigerende communautaire bepalingen inzake de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens, en met name Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (3).

Die bepalingen zijn van toepassing op de resultaten voor zover deze vertrouwelijke gegevens bevatten. De gegevens worden in elektronische vorm toegezonden. De opmaak van de ingediende gegevens is in overeenstemming met de door de Commissie (Eurostat) gespecificeerde gegevensuitwisselingsnormen. De gegevens moeten langs elektronische weg worden ingediend of geüpload bij het centrale punt voor gegevenstoezending, dat door de Commissie (Eurostat) wordt beheerd.

Artikel 6

De referentieperiode is de periode in 2010 tijdens welke de gegevens uit bestaande bronnen of bij ondernemingen worden verzameld.

Artikel 7

De kwaliteitsvereiste bestaat in de toezending van gegevensverzamelingen over het onderstaande aantal statistische eenheden per deelnemende lidstaat:

Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk: 1 800 bevraagde ondernemingen elk, of het equivalent uit bestaande bronnen;

België, Bulgarije, Ierland, Griekenland, Nederland, Polen, Slowakije en Zweden: 900 bevraagde ondernemingen elk, of het equivalent uit bestaande bronnen;

Denemarken en Finland: 500 bevraagde ondernemingen elk, of het equivalent uit bestaande bronnen;

Letland en Litouwen: 300 bevraagde ondernemingen elk, of het equivalent uit bestaande bronnen;

Cyprus en Malta: 233 bevraagde ondernemingen elk, of het equivalent uit bestaande bronnen.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2009.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 97 van 9.4.2008, blz. 13.

(2)  PB L 393 van 30.12.2006, blz.1.

(3)  PB L 151 van 15.6.1990, blz.1.


3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/8


VERORDENING (EG) Nr. 98/2009 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2009

houdende inschrijving van een aantal benamingen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Aceite de La Alcarria (BOB), Radicchio di Verona (BGA), Zafferano di Sardegna (BOB), Huîtres Marennes Oléron (BGA))

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 7, lid 4, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 zijn de door Spanje ingediende registratieaanvraag voor de benaming „Aceite de La Alcarria”, de door Italië ingediende registratieaanvragen voor de benamingen „Radicchio di Verona” en „Zafferano di Sardegna” en de door Frankrijk ingediende registratieaanvraag voor de benaming „Huîtres Marennes Oléron” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006, moeten deze benamingen worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze verordening vermelde benamingen worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.

(2)  PB C 112 van 7.5.2008, blz. 39 (Aceite de La Alcarria), PB C 114 van 9.5.2008, blz. 11 (Radicchio di Verona), PB C 117 van 14.5.2008, blz. 39 (Zafferano di Sardegna), PB C 118 van 15.5.2008, blz. 35 (Huîtres Marennes Oléron).


BIJLAGE

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.5.   Oliën en vetten (boter, margarine, spijsolie, enz.)

SPANJE

Aceite de La Alcarria (BOB)

Categorie 1.6.   Groenten en fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt

ITALIË

Radicchio di Verona (BGA)

Categorie 1.7.   Verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren en producten op basis van verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren

FRANKRIJK

Huîtres Marennes Oléron (BGA)

Categorie 1.8.   Andere in bijlage I bij het Verdrag genoemde producten (specerijen, enz.)

ITALIË

Zafferano di Sardegna (BOB)


RICHTLIJNEN

3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/10


RICHTLIJN 2008/122/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 januari 2009

betreffende de bescherming van de consumenten met betrekking tot bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sinds de vaststelling van Richtlijn 94/47/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 26 oktober 1994 betreffende de bescherming van de verkrijger voor wat bepaalde aspecten betreft van overeenkomsten inzake de verkrijging van een recht van deeltijds gebruik van onroerende goederen (3), heeft gebruik in deeltijd (timesharing) zich verder ontwikkeld en zijn nieuwe soortgelijke vakantieproducten op de markt verschenen. Deze nieuwe vakantieproducten en bepaalde aan gebruik in deeltijd gerelateerde transacties, zoals overeenkomsten inzake doorverkoop en inzake uitwisseling, vallen niet onder Richtlijn 94/47/EG. Bovendien is uit de ervaring met de toepassing van Richtlijn 94/47/EG gebleken dat sommige onderwerpen die er wel al onder vallen, moeten worden geactualiseerd of verduidelijkt om te voorkomen dat producten worden ontwikkeld met het doel de onderhavige richtlijn te omzeilen.

(2)

De bestaande leemten in de regelgeving zorgen voor aanzienlijke concurrentieverstoringen en veroorzaken ernstige problemen voor de consumenten, waardoor de vlotte werking van de interne markt wordt belemmerd. Richtlijn 94/47/EG moet dan ook worden vervangen door een nieuwe actuele richtlijn. Gezien het groeiende economische belang van het toerisme voor de lidstaten moeten snellere groei en hogere productiviteit in de sector van gebruik in deeltijd en vakantieproducten van lange duur door middel van de vaststelling van gemeenschappelijke regels gestimuleerd worden.

(3)

Om de rechtszekerheid te vergroten en de consumenten en de ondernemingen ten volle te laten profiteren van de voordelen van de interne markt, moeten de desbetreffende wetten van de lidstaten verder worden geharmoniseerd. Derhalve moeten bepaalde aspecten van de marketing, verkoop en doorverkoop van producten met betrekking tot gebruik in deeltijd en van vakantieproducten van lange duur alsook de uitwisseling van rechten die uit hoofde van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd worden genoten, volledig worden geharmoniseerd. Het mag de lidstaten niet worden toegestaan nationale bepalingen te handhaven of in te voeren die van deze richtlijn afwijken. Bij ontstentenis van dergelijke geharmoniseerde bepalingen moeten de lidstaten de vrijheid houden om nationale wetgeving, mits die in overeenstemming is met het Gemeenschapsrecht, te handhaven of in te voeren. Zo moet het voor lidstaten bijvoorbeeld mogelijk zijn bepalingen te handhaven of in te voeren ten aanzien van de gevolgen van het uitoefenen van het herroepingsrecht in rechtsbetrekkingen die zich buiten het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn situeren of bepalingen waaruit volgt dat geen verbintenis tussen de consument en een persoon die producten betreffende gebruik in deeltijd of vakantieproducten van lange duur verhandelt mag worden aangegaan, noch een betaling tussen hen mag plaatsvinden, zolang de consument de kredietovereenkomst ter financiering van de aanschaf van deze diensten niet heeft ondertekend.

(4)

Deze richtlijn mag de lidstaten evenwel niet beletten de bepalingen van de richtlijn overeenkomstig het Gemeenschapsrecht toe te passen op gebieden die niet onder het toepassingsgebied ervan vallen. Daarom kan een lidstaat, met betrekking tot transacties die buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, nationale wetgeving handhaven of invoeren die overeenstemt met een aantal of alle bepalingen van de richtlijn.

(5)

De verschillende onder deze richtlijn vallende overeenkomsten moeten duidelijk worden gedefinieerd, op een wijze die voorkomt dat de bepalingen van deze richtlijn worden omzeild.

(6)

Voor de toepassing van deze richtlijn moet onder overeenkomsten met betrekking tot overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd niet de meervoudige reservering van accommodatie, waaronder hotelkamers, worden verstaan indien deze meervoudige reservering qua rechten en plichten niet meer inhoudt dan een afzonderlijke reservering. Evenmin moeten onder overeenkomsten met betrekking tot gebruik in deeltijdovereenkomsten gewone huurovereenkomsten worden verstaan, aangezien het bij deze laatste gaat om één aaneensluitende bezettingsperiode en niet om verschillende periodes.

(7)

Voor de toepassing van deze richtlijn moeten onder overeenkomsten betreffende vakantieproducten van lange duur niet gewone klantenbindingsprogramma’s worden verstaan waarbij korting wordt gegeven op toekomstig verblijf in hotels van een bepaalde keten, aangezien het lidmaatschap niet tegen vergoeding wordt verworven of de door de consument te betalen vergoeding niet in de eerste plaats ten doel heeft kortingen of andere voordelen betreffende accommodatie te verkrijgen.

(8)

Deze richtlijn dient het bepaalde in Richtlijn 90/314/EEG van de Raad van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten (4), onverlet te laten.

(9)

Volgens Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (5) zijn misleidende, agressieve en andere oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten verboden. Gezien de aard van de producten en handelspraktijken bij gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling is het passend dat meer gedetailleerde en specifieke bepalingen worden aangenomen ten aanzien van informatieverplichtingen en verkoopevenementen. Het moet de consument duidelijk worden gemaakt dat uitnodigingen voor verkoopevenementen een commercieel doel hebben. De bepalingen betreffende de precontractuele informatie en de overeenkomst moeten worden verduidelijkt en geactualiseerd. Teneinde consumenten in de gelegenheid te stellen van de betreffende informatie kennis te nemen alvorens zij de overeenkomst aangaan, dient deze hun via goed toegankelijke middelen ter beschikking te worden gesteld.

(10)

Consumenten moeten het recht hebben, dat hen door de handelaar niet mag worden ontzegd, om precontractuele informatie en de overeenkomst te verkrijgen in een door de betrokken consument gekozen en hem vertrouwde taal. Voorts moet het, teneinde de uitvoering en de eventuele gedwongen uitvoering van de overeenkomst te vergemakkelijken, de lidstaten worden toegestaan te bepalen dat ook andere taalversies van de overeenkomst aan de consument worden verstrekt.

(11)

Om consumenten in staat te stellen volledig te begrijpen wat hun verplichtingen en rechten op grond van de overeenkomst zijn, moet een termijn worden vastgesteld waarbinnen zij de overeenkomst kunnen herroepen zonder dat zij deze herroeping hoeven te rechtvaardigen en zonder kosten hunnerzijds. Momenteel verschilt de duur van deze termijn van lidstaat tot lidstaat en uit ervaring blijkt dat de bij Richtlijn 94/47/EG bepaalde duur niet lang genoeg is. Deze termijn dient derhalve te worden verlengd, teneinde een hoog niveau van consumentenbescherming tot stand te brengen en voor de consumenten en handelaars meer duidelijkheid te scheppen. De lengte van de termijn en de voorwaarden voor en de gevolgen van de uitoefening van het recht op herroeping dienen te worden geharmoniseerd.

(12)

De consument moet beschikken over effectieve rechtsmiddelen ingeval een handelaar de bepalingen betreffende precontractuele informatie of de overeenkomst niet naleeft, met name de bepalingen dat de overeenkomst alle vereiste informatie moet omvatten en dat de consument op het moment van sluiting een exemplaar van de overeenkomst moet ontvangen. Bovenop de rechtsmiddelen die bestaan krachtens de nationale wetgeving, moet de consument een verlengde herroepingstermijn genieten, wanneer de handelaar informatie niet heeft verstrekt. De uitoefening van het herroepingsrecht moet gedurende deze verlengde termijn kosteloos zijn, ongeacht de diensten die de consument eventueel heeft genoten. De verstrijking van de herroepingstermijn belet niet dat de consument een beroep doet op rechtsmiddelen overeenkomstig de nationale wetgeving wegens schending van de informatievereisten.

(13)

Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (6) dient van toepassing te zijn op de berekening van de termijnen in deze richtlijn.

(14)

Het verbod op vooruitbetalingen aan de handelaar of aan een derde voordat de herroepingstermijn is verstreken, moet worden verduidelijkt om de bescherming van de consument te verbeteren. Ten aanzien van overeenkomsten voor doorverkoop moet het verbod op vooruitbetalingen gelden totdat de eigenlijke verkoop heeft plaatsgevonden of de doorverkoopovereenkomst is beëindigd, maar het moet de lidstaten vrij staan om de mogelijkheid tot en de nadere bepalingen betreffende de definitieve betaling aan tussenpersonen in geval van beëindiging van de doorverkoopovereenkomst aan voorschriften te binden.

(15)

Voor overeenkomsten betreffende vakantieproducten van lange duur mag bij de prijs die in het kader van een betalingsregeling met termijnen moet worden betaald, rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de na het eerste jaar te betalen bedragen worden aangepast teneinde ervoor te zorgen dat de reële waarde van de betalingstermijnen in kwestie gelijk blijft, bijvoorbeeld om rekening te houden met de inflatie.

(16)

Bij herroeping door de consument van een overeenkomst waarbij de prijs volledig of gedeeltelijk is gedekt door een krediet dat door de handelaar of door een derde op grond van een regeling tussen die derde en de handelaar aan de consument is verleend, moet de kredietovereenkomst zonder enige kosten voor de consument worden beëindigd. Dit moet ook gelden voor overeenkomsten betreffende andere hieraan verwante diensten die door de handelaar of door een derde partij op grond van een regeling tussen die derde partij en de handelaar worden verstrekt.

(17)

De consument mag niet verstoken blijven van de door deze richtlijn geboden bescherming wanneer het op de overeenkomst toepasselijke recht het recht van een lidstaat is. Welk recht op een overeenkomst toepasselijk is, moet worden bepaald volgens de communautaire regels inzake internationaal privaatrecht, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (7). Volgens deze verordening kan het recht van een derde land toepasselijk zijn, in het bijzonder wanneer consumenten tijdens hun vakantie in een ander land dan het land waar zij normaal verblijven, door handelaars worden benaderd. Zulke handelspraktijken zijn gebruikelijk op het door deze richtlijn bestreken gebied en met de overeenkomsten zijn aanzienlijke geldbedragen gemoeid, en daarom is er een bijkomende waarborg nodig die ervoor zorgt dat de consument, in bepaalde specifieke gevallen, in het bijzonder wanneer rechtbanken in een lidstaat rechterlijke bevoegdheid hebben over de overeenkomst, niet verstoken blijft van de door deze richtlijn geboden bescherming. Deze benadering is in overeenstemming met de bijzondere behoeften inzake consumentenbescherming die voortvloeien uit de ingewikkelde, langdurige en in financieel opzicht belangrijke overeenkomsten die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.

(18)

Welke rechtbanken bevoegd zijn voor vorderingen die betrekking hebben op zaken die onder deze richtlijn vallen, dient te worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (8).

(19)

Om ervoor te zorgen dat de bescherming die consumenten uit hoofde van deze richtlijn wordt geboden, volledig effectief is, met name wat de naleving van de informatievereisten, zowel in de precontractuele fase als in de overeenkomst, door handelaars betreft, is het nodig dat de lidstaten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor inbreuken op deze richtlijn vaststellen.

(20)

Het is nodig ervoor te zorgen dat personen of organisaties die krachtens nationale wetgeving een rechtmatig belang bij de zaak hebben, beschikken over rechtsmiddelen om procedures tegen inbreuken op deze richtlijn in te stellen.

(21)

Het is nodig in de lidstaten geschikte en doeltreffende beroepsprocedures te ontwikkelen voor de beslechting van geschillen tussen consumenten en handelaren. Daartoe moeten de lidstaten de oprichting van openbare of particuliere instanties voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting aanmoedigen.

(22)

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de consumenten efficiënt worden geïnformeerd over de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, en zij moeten de handelaren en de houders van een gedragscode ertoe aanmoedigen om consumenten informatie te verstrekken over hun gedragscodes op dit gebied. Om een hoog niveau van consumentenbescherming te verzekeren kunnen consumentenorganisaties worden geïnformeerd over en betrokken bij het opstellen van de gedragscodes.

(23)

Daar de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter op communautair niveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, zoals vastgelegd in bovengenoemd artikel, gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om de belemmeringen voor de interne markt weg te werken en een hoog niveau van consumentenbescherming tot stand te brengen.

(24)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en strookt met de beginselen die met name in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn neergelegd.

(25)

Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord „Beter wetgeven” (9) worden de lidstaten aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen die, voor zover mogelijk, het verband weergeven tussen de richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel en toepassingsgebied

1.   Deze richtlijn heeft ten doel bij te dragen aan de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van consumentenbescherming tot stand te brengen door middel van de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten ten aanzien van bepaalde aspecten van de marketing, verkoop en doorverkoop van producten betreffende gebruik in deeltijd en vakantieproducten van lange duur alsook van overeenkomsten inzake uitwisseling.

2.   Deze richtlijn is van toepassing op transacties van handelaren jegens consumenten.

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan nationale wetgeving:

a)

die voorziet in rechtsmiddelen uit het algemeen verbintenissenrecht;

b)

die betrekking heeft op de registratie van onroerende of roerende goederen en de overdracht van onroerende goederen;

c)

die betrekking heeft op vestigingsvoorwaarden, erkenningsregelingen of eisen inzake vergunningen, en

d)

die betrekking heeft op het bepalen van de juridische aard van de rechten die het voorwerp uitmaken van de in deze richtlijn bedoelde overeenkomsten.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)

„overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd”: een overeenkomst met een looptijd van meer dan een jaar uit hoofde waarvan een consument tegen vergoeding het recht verkrijgt om één of meer overnachtingsaccommodaties voor meer dan één verblijfsperiode te gebruiken;

b)

„overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur”: een overeenkomst met een looptijd van meer dan een jaar uit hoofde waarvan een consument tegen vergoeding hoofdzakelijk het recht verkrijgt op kortingen op of andere voordelen inzake accommodatie, al dan niet tezamen met reizen of andere diensten;

c)

„doorverkoopovereenkomst”: een overeenkomst uit hoofde waarvan een handelaar een consument tegen vergoeding bijstaat om een recht van gebruik in deeltijd of een vakantieproduct van lange duur te verkopen of te kopen;

d)

„uitwisselingsovereenkomst”: een overeenkomst uit hoofde waarvan een consument tegen vergoeding toetreedt tot een uitwisselingsysteem waarbij hem in ruil voor het feit dat hij tijdelijk aan anderen toegang verleent tot de rechten die hij uit hoofde van zijn overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd geniet, toegang tot overnachtingsaccomodatie of andere diensten wordt geboden;

e)

„handelaar”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die handelt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, alsook degene die in naam van of ten behoeve van hem optreedt;

f)

„consument”: een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

g)

„aanvullende overeenkomst”: een overeenkomst op grond waarvan de consument diensten geniet die betrekking hebben op een overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd of een overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur, en die worden verleend door de handelaar of door een derde partij op grond van een overeenkomst tussen deze derde partij en de handelaar;

h)

„duurzame gegevensdrager”: een hulpmiddel dat de consument dan wel de handelaar in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;

i)

„gedragscode”: een overeenkomst of een aantal niet bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat voorgeschreven regels waarin wordt vastgesteld hoe handelaren die zich aan de code binden, zich moeten gedragen met betrekking tot één of meer bepaalde handelspraktijken of bedrijfssectoren;

j)

„beheerder van een gedragscode”: een instantie, bijvoorbeeld een handelaar of een groep handelaren, die verantwoordelijk is voor het opstellen en herzien van een gedragscode en/of voor het toezicht op de naleving ervan door degenen die zich eraan hebben gebonden.

2.   Voor de berekening van de looptijd van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd of betreffende een vakantieproduct van lange duur zoals gedefinieerd in lid 1, onder a) respectievelijk b), wordt rekening gehouden met iedere bepaling in de overeenkomst die een stilzwijgende of andere verlenging mogelijk maakt.

Artikel 3

Reclame

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat in iedere reclame wordt vermeld dat de in artikel 4, lid 1, bedoelde informatie kan worden verkregen, en waar deze kan worden verkregen.

2.   Wanneer tijdens een promotie- of verkoopevenement aan een consument persoonlijk een overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd, een overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur, een uitwisselingsovereenkomst of een doorverkoopovereenkomst wordt aangeboden, geeft de handelaar in de uitnodiging duidelijk de commerciële aard en bedoeling van dat evenement te kennen.

3.   De in artikel 4, lid 1, bedoelde informatie dient tijdens het evenement voor de consument voortdurend beschikbaar te zijn.

4.   Producten betreffende gebruik in deeltijd en vakantieproducten van lange duur mogen niet als investeringen op de markt worden gebracht of verkocht.

Artikel 4

Precontractuele informatie

1.   Geruime tijd voordat de consument door een overeenkomst of een aanbod wordt gebonden, verstrekt de handelaar hem, op een duidelijke en voor hem begrijpelijke wijze, de volgende nauwkeurige en toereikende informatie:

a)

indien het gaat om een overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd: via het standaardinformatieformulier in bijlage I, alsook de informatie die is opgesomd in deel 3 van dat formulier;

b)

indien het gaat om een overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur: via het standaardinformatieformulier in bijlage II, alsook de informatie die is opgesomd in deel 3 van dat formulier;

c)

indien het gaat om een overeenkomst tot doorverkoop: via het standaardinformatieformulier in bijlage III, alsook de informatie die is opgesomd in deel 3 van dat formulier;

d)

indien het gaat om een uitwisselingsovereenkomst: via het standaardinformatieformulier in bijlage IV, alsook de informatie die is opgesomd in deel 3 van dat formulier.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie wordt kosteloos door de handelaar verstrekt op papier of op een andere duurzame gegevensdrager die voor de consument gemakkelijk toegankelijk is.

3.   De lidstaten dragen er zorg voor dat de in lid 1 bedoelde informatie wordt opgesteld in de taal, of een van de talen van de lidstaat waar de consument woont of waarvan hij onderdaan is, naar diens keuze, mits deze een van de officiële talen van de Gemeenschap is.

Artikel 5

De overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd, overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur, uitwisselingsovereenkomst of doorverkoopovereenkomst

1.   De lidstaten zien erop toe dat de overeenkomst schriftelijk wordt opgesteld, op papier of op een andere duurzame gegevensdrager, en opgesteld is in de taal of een van de talen van de lidstaat waar de consument woont of waarvan hij onderdaan is, naar diens keuze, mits deze taal een van de officiële talen van de Gemeenschap is.

De lidstaat waar de consument woont, kan evenwel voorschrijven dat daarenboven:

a)

de overeenkomst in alle gevallen in de of een van de talen van die lidstaat aan de consument wordt verstrekt, mits deze taal een van de officiële talen van de Gemeenschap is;

b)

indien het gaat om een overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd van een bepaald onroerend goed, de handelaar de consument een eensluidend verklaarde vertaling verstrekt van de overeenkomst in de taal of een van de talen van de lidstaat waar het onroerend goed gelegen is, mits deze een van de officiële talen van de Gemeenschap is.

De lidstaat op het grondgebied waarvan de handelaar zijn verkoopactiviteiten uitoefent, kan eisen dat de overeenkomst in alle gevallen in de taal of een van de talen van die lidstaat aan de consument wordt verstrekt, mits deze taal een van de officiële talen van de Gemeenschap is.

2.   De in artikel 4, lid 1, bedoelde informatie vormt een integrerend deel van de overeenkomst en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen of de wijzigingen het gevolg zijn van ongewone en onvoorzienbare omstandigheden buiten de macht van de handelaar en waarvan hij de gevolgen niet kan vermijden, zelfs als alle zorg zou zijn betracht.

Deze wijzigingen worden, voordat de overeenkomst wordt gesloten, aan de consument meegedeeld op papier of op een andere duurzame gegevensdrager die voor hem gemakkelijk toegankelijk is.

Deze wijzigingen worden uitdrukkelijk in de overeenkomst vermeld.

3.   Naast de in artikel 4, lid 1, bedoelde informatie vermeldt de overeenkomst:

a)

de identiteit, de verblijfplaats en de handtekening van alle partijen, en

b)

de datum en de plaats van sluiting van de overeenkomst.

4.   Voordat de overeenkomst wordt gesloten, vestigt de handelaar uitdrukkelijk de aandacht van de consument op het bestaan van het herroepingsrecht, de duur van de herroepingstermijn bedoeld in artikel 6 en het verbod van vooruitbetalingen tijdens de herroepingstermijn bedoeld in artikel 9.

De desbetreffende bepalingen van de overeenkomst worden door de consument afzonderlijk ondertekend.

De overeenkomst omvat een afzonderlijk standaardformulier voor herroeping naar het model in bijlage V, dat ten doel heeft de uitoefening van het recht van herroeping overeenkomstig artikel 6 te vergemakkelijken.

5.   De consument ontvangt op het moment van sluiting van de overeenkomst een exemplaar of exemplaren van de overeenkomst.

Artikel 6

Herroepingsrecht

1.   Bovenop de rechtsmiddelen die de consument krachtens de nationale wetgeving ter beschikking staan in geval van een overtreding van de bepalingen van deze richtlijn, zorgen de lidstaten ervoor dat de consument een termijn van veertien kalenderdagen krijgt om zonder opgave van redenen de overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd, overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lage duur, uitwisselingsovereenkomst of doorverkoopovereenkomst te herroepen.

2.   De herroepingstermijn wordt berekend:

a)

vanaf de dag waarop de overeenkomst dan wel een bindende voorovereenkomst wordt gesloten, of

b)

vanaf de dag waarop de consument de overeenkomst of de eventuele bindende voorovereenkomst ontvangt indien die dag later is dan de onder a) bedoelde dag.

3.   De herroepingstermijn verstrijkt:

a)

indien de consument niet schriftelijk, op papier of op een andere duurzame gegevensdrager, een afzonderlijk, door de handelaar ingevuld standaardformulier voor herroeping, als voorgeschreven door artikel 5, lid 4, is verstrekt, binnen een jaar en veertien kalenderdagen na de in lid 2 van dit artikel bedoelde dag.

b)

indien de consument niet schriftelijk, op papier of op een andere duurzame gegevensdrager, de in artikel 4, lid 1, bedoelde informatie, inclusief het toepasselijke standaardinformatieformulier opgenomen in bijlage I tot IV is verstrekt, binnen drie maanden en veertien kalenderdagen na de in lid 2 van dit artikel bedoelde dag.

Voorts voorzien de lidstaten in passende sancties overeenkomstig artikel 15, in het bijzonder voor gevallen waarin de handelaar bij het verstrijken van de herroepingstermijn niet voldaan heeft aan de informatie-eisen krachtens deze richtlijn.

4.   Indien de consument schriftelijk, op papier of op een andere duurzame gegevensdrager een afzonderlijk, door de handelaar ingevuld standaardformulier voor herroeping, als voorgeschreven door artikel 5, lid 4, is verstrekt binnen een jaar na de dag bedoeld in lid 2 van dit artikel, begint de herroepingstermijn te lopen vanaf de dag waarop de consument dat formulier heeft ontvangen. Indien de consument schriftelijk, op papier of op een andere duurzame gegevensdrager, de in artikel 4, lid 1, bedoelde informatie, inclusief het toepasselijke standaardinformatieformulier opgenomen in bijlage I tot IV is verstrekt binnen drie maanden na de in lid 2 van dit artikel bedoelde dag, begint de herroepingstermijn te lopen vanaf de dag waarop de consument deze informatie heeft ontvangen.

5.   Indien de uitwisselingsovereenkomst aan de consument wordt aangeboden tezamen met en op het zelfde tijdstip als de overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd, geldt voor beide overeenkomsten slechts een enkele herroepingstermijn overeenkomstig lid 1. De herroepingstermijn voor beide overeenkomsten wordt berekend overeenkomstig hetgeen in lid 2 ten aanzien van de overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd bepaald is.

Artikel 7

Voorwaarden voor de uitoefening van het herroepingsrecht

Wanneer de consument het voornemen heeft het herroepingsrecht uit te oefenen, stelt hij voor het verstrijken van de herroepingstermijn de handelaar op papier of op een andere duurzame gegevensdrager in kennis van zijn besluit te herroepen. De consument kan daartoe gebruikmaken van het standaardformulier voor herroeping opgenomen in bijlage V, dat de handelaar hem overeenkomstig artikel 5, lid 4, heeft verstrekt. De kennisgeving is tijdig indien zij verzonden is voor het verstrijken van de herroepingstermijn.

Artikel 8

Gevolgen van de uitoefening van het herroepingsrecht

1.   Door de uitoefening van het herroepingsrecht door de consument worden de partijen bevrijd van de verplichting om de overeenkomst uit te voeren.

2.   Aan de consument die het herroepingsrecht uitoefent, mogen geen kosten worden aangerekend, noch mag deze in enig opzicht aansprakelijk worden gesteld voor diensten die hem voorafgaand aan de herroeping kunnen zijn geleverd.

Artikel 9

Vooruitbetalingen

1.   De lidstaten stellen, ten aanzien van overeenkomsten betreffende gebruik in deeltijd, overeenkomsten betreffende vakantieproducten van lange duur en uitwisselingsovereenkomsten, een verbod in op vooruitbetalingen, de verstrekking van garanties, de reservering van geld op rekeningen, de uitdrukkelijke erkenning van schuld of op elke andere vergoeding aan de handelaar of aan derden door de consument vóór het eind van de herroepingstermijn krachtens artikel 6.

2.   De lidstaten stellen ten aanzien van doorverkoopovereenkomsten een verbod in op vooruitbetalingen, verstrekking van garanties, reservering van geld op rekeningen, uitdrukkelijke erkenning van schuld of op elke andere vergoeding aan de handelaar of aan derden door de consument voordat de eigenlijke verkoop heeft plaatsgevonden of de doorverkoopovereenkomst op andere wijze wordt beëindigd.

Artikel 10

Specifieke bepalingen over overeenkomsten betreffende een vakantieproduct van lange duur

1.   Voor overeenkomsten betreffende vakantieproducten van lange duur dienen de betalingen plaats te vinden volgens een betalingsregeling met termijnen. Iedere betaling van de in de overeenkomst vastgestelde prijs buiten de betalingsregeling met termijnen om is verboden. De betalingen, met inbegrip van de eventuele ledencontributie, worden verdeeld in gelijke jaarlijkse termijnen. De handelaar zendt ten minste veertien kalenderdagen voor elke vervaldag schriftelijk op papier of op een andere duurzame gegevensdrager, een verzoek om betaling.

2.   Vanaf de tweede betalingstermijn kan de consument binnen veertien dagen na ontvangst van het betalingsverzoek voor iedere termijn de overeenkomst zonder enige sanctie beëindigen middels een hiertoe strekkende mededeling aan de handelaar. Dit recht laat de rechten tot het beëindigen van overeenkomsten uit hoofde van de bestaande nationale wetgeving onverlet.

Artikel 11

Beëindiging van aanvullende overeenkomsten

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat, als de consument zijn recht uitoefent om de overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd of de overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur te herroepen, alle hieraan gekoppelde uitwisselingsovereenkomsten en alle andere aanvullende overeenkomsten, automatisch en zonder kosten voor de consument worden beëindigd.

2.   Onverminderd artikel 15 van Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (10), wordt, indien de prijs volledig of gedeeltelijk is gedekt door een krediet dat door de handelaar of door een derde op grond van een regeling tussen die derde en de handelaar aan de consument is verleend, de kredietovereenkomst zonder kosten voor de consument beëindigd indien de consument zijn recht om de overeenkomst betreffende gebruik in deeltijd, overeenkomst betreffende een vakantieproduct van lange duur, doorverkoopovereenkomst of uitwisselingsovereenkomst te herroepen, uitoefent.

3.   De lidstaten stellen gedetailleerde voorschriften voor de beëindiging van dergelijke overeenkomsten vast.

Artikel 12

Dwingend karakter van de richtlijn en toepassing op internationale gevallen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer het op de overeenkomst toepasselijke recht het recht van een lidstaat is, de consument geen afstand mag doen van de rechten die deze richtlijn hem verleent.

2.   Wanneer het toepasselijke recht het recht van een derde land is, wordt de consument de bescherming die wordt geboden door deze richtlijn, zoals geïmplementeerd in de lidstaat van de rechter, niet ontnomen indien:

één van de onroerende goederen in kwestie zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt, of

in geval van een overeenkomst die niet rechtstreeks betrekking heeft op onroerend goed, de handelaar zijn handels- of beroepsactiviteit verricht in een lidstaat of deze activiteit met enigerlei middel richt op een lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteit valt.

Artikel 13

Gerechtelijke en bestuurlijke handhaving

1.   De lidstaten zorgen voor passende en doeltreffende middelen zodat de naleving van deze richtlijn door handelaren in het belang van de consument wordt verzekerd.

2.   De in lid 1 bedoelde middelen omvatten bepalingen volgens welke een of meer van onderstaande instanties, als bepaald door het nationale recht, gerechtigd worden zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of bestuurlijke instanties te wenden om de nationale bepalingen ter uitvoering van deze richtlijn te doen naleven:

a)

instanties en autoriteiten van de overheid dan wel vertegenwoordigers ervan;

b)

consumentenorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij de bescherming van de consument;

c)

beroepsorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij een optreden in rechte.

Artikel 14

Consumentenvoorlichting en buitengerechtelijk beroep

1.   De lidstaten nemen passende maatregelen om de consumenten in te lichten over het nationale recht tot omzetting van deze richtlijn en moedigen handelaren en beheerders van gedragscodes waar nodig aan de consumenten in te lichten over hun gedragscodes.

De Commissie moedigt aan dat op Gemeenschapsniveau overeenkomstig het Gemeenschapsrecht, in het bijzonder door beroepsorden, -organisaties en -verenigingen, gedragscodes worden opgesteld om de uitvoering van deze richtlijn te vergemakkelijken. Zij moedigt handelaren en hun sectorale organisaties ook aan om de consument over alle dergelijke codes te informeren, inclusief, indien nodig, door middel van een specifieke markering.

2.   De lidstaten stimuleren dat er passende en doeltreffende buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures voor de beslechting van consumentengeschillen op grond van deze richtlijn worden ingevoerd en ontwikkeld, en moedigen, waar passend, de handelaren en hun sectorale organisaties aan de consumenten over het bestaan van zulke procedures in te lichten.

Artikel 15

Sancties

1.   De lidstaten voorzien in passende sancties voor het geval dat een handelaar de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen niet naleeft.

2.   Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 16

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 23 februari 2011 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 23 februari 2011.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 17

Evaluatie

De Commissie evalueert deze richtlijn en brengt bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit uiterlijk op 23 februari 2014.

Zo nodig doet zij nieuwe voorstellen om de richtlijn aan de zich ter zake voordoende ontwikkelingen aan te passen.

De Commissie kan de lidstaten en de nationale regelgevingsinstanties om informatie verzoeken.

Artikel 18

Intrekking

Richtlijn 94/47/EG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de in bijlage VI opgenomen transponeringstabel.

Artikel 19

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 20

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 14 januari 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

A. VONDRA


(1)  PB C 44 van 16.2.2008, blz. 27.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 22 oktober 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 18 december 2008.

(3)  PB L 280 van 29.10.1994, blz. 83.

(4)  PB L 158 van 23.6.1990, blz. 59.

(5)  PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

(6)  PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1.

(7)  PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.

(8)  PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

(9)  PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

(10)  PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66.


BIJLAGE I

STANDAARDINFORMATIEFORMULIER VOOR OVEREENKOMSTEN BETREFFENDE GEBRUIK IN DEELTIJD

Image

Image

Image


BIJLAGE II

STANDAARDINFORMATIEFORMULIER VOOR OVEREENKOMSTEN BETREFFENDE VAKANTIEPRODUCTEN VAN LANGE DUUR

Image

Image


BIJLAGE III

STANDAARDINFORMATIEFORMULIER VOOR DOORVERKOOPOVEREENKOMSTEN

Image

Image


BIJLAGE IV

STANDAARDINFORMATIEFORMULIER VOOR UITWISSELINGSOVEREENKOMSTEN

Image

Image


BIJLAGE V

AFZONDERLIJK HERROEPINGSFORMULIER OM DE UITOEFENING VAN HET RECHT VAN HERROEPING TE VERGEMAKKELIJKEN

Image


BIJLAGE VI

CONCORDANTIETABEL VAN DE BEPALINGEN VAN DEZE RICHTLIJN EN RICHTLIJN 94/47/EG

Richtlijn 94/47/EG

Deze richtlijn

Artikel 1, eerste alinea

Artikel 1, lid 1, en artikel 1, lid 2, eerste alinea

Artikel 1, tweede alinea

Artikel 1, derde alinea

Artikel 1, lid 2, tweede alinea

Artikel 2, eerste streepje

Artikel 2, lid 1, onder a)

Artikel 2, lid 1, onder b) (nieuw)

Artikel 2, lid 1, onder c) (nieuw)

Artikel 2, lid 1, onder d) (nieuw)

Artikel 2, tweede streepje

Artikel 2, derde streepje

Artikel 2, lid 1, onder e)

Artikel 2, vierde streepje

Artikel 2, lid 1, onder f)

Artikel 2, lid 1, onder g) (nieuw)

Artikel 2, lid 1, onder h) (nieuw)

Artikel 2, lid 1, onder i) (nieuw)

Artikel 2, lid 1, onder j) (nieuw)

Artikel 2, lid 2 (nieuw)

Artikel 3, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 5, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 2 (nieuw)

Artikel 3, lid 3 (nieuw)

Artikel 3, lid 4 (nieuw)

Artikel 4, eerste streepje

Artikel 5, lid 1, eerste alinea en artikel 5, lid 2, eerste alinea

Artikel 4, tweede streepje

Artikel 4, lid 3 en artikel 5, lid 1

Artikel 4, lid 2 (nieuw)

Artikel 5, lid 4 (nieuw)

Artikel 5, lid 5 (nieuw)

Artikel 5, lid 1, inleidende zin

Artikel 6, lid 1, eerste alinea

Artikel 5, lid 1, eerste streepje

Artikel 6, lid 1 en artikel 6, lid 2

Artikel 5, lid 1, tweede streepje

Artikel 6, lid 3 en artikel 6, lid 4

Artikel 5, lid 1, derde streepje

Artikel 6, lid 3

Artikel 6, lid 5 (nieuw)

Artikel 5, lid 2

Artikel 7

Artikel 8, lid 1 (nieuw)

Artikel 5, lid 3

Artikel 8, lid 2

Artikel 5, lid 4

Artikel 8, lid 2

Artikel 6

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 2 (nieuw)

Artikel 10, lid 1 (nieuw)

Artikel 10, lid 2 (nieuw)

Artikel 11, lid 1 (nieuw)

Artikel 7, eerste alinea

Artikel 11, lid 2

Artikel 7, tweede alinea

Artikel 11, lid 3

Artikel 8

Artikel 12, lid 1

Artikel 9

Artikel 12, lid 2

Artikel 10

Artikelen 13 en 15

Artikel 11

Artikel 14, lid 1 (nieuw)

Artikel 14, lid 2 (nieuw)

Artikel 12

Artikel 16

Artikel 17 (nieuw)

Artikel 18 (nieuw)

Artikel 19 (nieuw)

Artikel 13

Artikel 20

Bijlage

Bijlage I

Bijlage, punt a)

Artikel 5, lid 3, onder a) en bijlage I, deel 1, eerste rij

Bijlage, punt b)

Bijlage I, deel 1, derde rij, en bijlage I, deel 3, punt 1, eerste streepje

Bijlage, punt c)

Bijlage I, deel 1, tweede rij, en bijlage I, deel 3, punt 2, eerste streepje

Bijlage, punt d), onder 1

Bijlage I, deel 3, punt 3, eerste streepje

Bijlage, punt d), onder 2

Bijlage I, deel 1, vierde rij, en bijlage I, deel 3, punt 3, tweede streepje

Bijlage, punt d), onder 3

Bijlage I, deel 3, punt 3, derde streepje

Bijlage, punt d), onder 4

Bijlage I, deel 3, punt 3, eerste streepje

Bijlage, punt d), onder 5

Bijlage I, deel 3, punt 3, vierde streepje

Bijlage, punt e)

Bijlage I, deel 1, zesde rij, en bijlage I, deel 3, punt 2, tweede streepje

Bijlage, punt f)

Bijlage I, deel 1, zesde rij, en bijlage I, deel 3, punt 2, derde streepje

Bijlage, punt g)

Bijlage I, deel 3, punt 6, eerste streepje

Bijlage, punt h)

Bijlage I, deel 1, vierde rij

Bijlage, punt i)

Bijlage I, deel 1, vijfde en zesde rij, en bijlage I, deel 3, punt 4, eerste streepje

Bijlage, punt j)

Bijlage I, deel 2, derde streepje

Bijlage, punt k)

Bijlage I, deel 2, zevende rij, en bijlage I, deel 3, punt 6, tweede streepje

Bijlage, punt l)

Bijlage I, deel 2, eerste en derde streepje, bijlage I, deel 3, punt 5, eerste streepje en bijlage V (nieuw)

Bijlage, punt m)

Artikel 5, lid 3, onder b)

Bijlage I, deel 1, achtste rij (nieuw)

Bijlage I, deel 2, tweede streepje (nieuw)

Bijlage I, deel 2, vierde streepje (nieuw)

Bijlage I, deel 3, punt 1, tweede streepje (nieuw)

Bijlage I, deel 3, punt 4, tweede streepje (nieuw)

Bijlage I, deel 3, punt 5, tweede streepje (nieuw)

Bijlage I, deel 3, punt 6, derde streepje (nieuw)

Bijlage I, deel 3, punt 6, vierde streepje (nieuw)

Bijlagen II tot en met V (nieuw)


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/31


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 27 januari 2009

inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van Estland betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven op het gebied van maatregelen voor plattelandsontwikkeling over het begrotingsjaar 2007

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 150)

(Slechts de tekst in de Estse taal is authentiek)

(2009/85/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op de artikelen 30 en 39,

Na raadpleging van het Comité voor de Landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2008/395/EG van de Commissie (2) zijn voor het begrotingsjaar 2007 de rekeningen goedgekeurd van alle betaalorganen behalve het Estse betaalorgaan „PRIA” en het Maltese betaalorgaan „MRAE”.

(2)

Nadat nieuwe gegevens zijn verstrekt en aanvullende controles zijn verricht, kan de Commissie nu ten aanzien van de betrokken uitgaven op het gebied van maatregelen voor plattelandsontwikkeling een besluit nemen over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen die zijn ingediend door het Estse betaalorgaan „PRIA”.

(3)

Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 staat de onderhavige beschikking niet in de weg aan latere beschikkingen van de Commissie waarbij uitgaven die niet overeenkomstig de communautaire voorschriften blijken te zijn gedaan, alsnog aan communautaire financiering worden onttrokken,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De rekeningen van het Estse betaalorgaan „PRIA” betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven op het gebied van maatregelen voor plattelandsontwikkeling over het begrotingsjaar 2007 worden goedgekeurd.

De bedragen die op grond van deze beschikking moeten worden ingevorderd bij of betaald aan Estland in het kader van de in die lidstaat toegepaste maatregelen voor plattelandsontwikkeling, worden vastgesteld in de bijlagen I en II.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Estland.

Gedaan te Brussel, 27 januari 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 29.5.2008, blz. 25.


BIJLAGE I

GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN VAN DE BETAALORGANEN

BEGROTINGSJAAR 2007 — UITGAVEN VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING UIT HET ELGF IN DE NIEUWE LIDSTATEN

BIJ DE LIDSTAAT IN TE VORDEREN OF AAN DE LIDSTAAT TE BETALEN BEDRAG

LS

 

2007 — Uitgaven van de betaalorganen waarvan de rekeningen worden

Totaal a + b

Verlagingen

Totaal

Tussentijdse betalingen aan de lidstaat voor het begrotingsjaar

Bij de lidstaat in te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag (1)

goedgekeurd

afgesplitst

= in de jaarlijkse declaratie opgenomen uitgaven

= totaal van de tussentijdse betalingen aan de lidstaat voor het begrotingsjaar

 

 

a

b

c = a + b

d

e = c + d

f

g = e – f

EE

EUR

40 720 193,48

0,00

40 720 193,48

0,00

40 720 193,48

36 236 291,00

4 483 902,48


(1)  Voor Estland zal het saldo bij de afsluiting van het programma worden geregeld, omdat de betalingen 95 % van de in het financieringsplan bepaalde totale bedrag hebben bereikt.


BIJLAGE II

GOEDGEKEURDE UITGAVEN IN HET BEGROTINGSJAAR 2007 IN DE NIEUWE LIDSTATEN PER DOOR HET ELGF GEFINANCIERDE MAATREGEL VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING

VERSCHILLEN TUSSEN DE JAARREKENINGEN EN DE UITGAVENDECLARATIES

LS

Nr.

Maatregel

Uitgaven 2007

Bijlage I, kolom a

Verlagingen

Bijlage I, kolom d

Voor 2007 goedgekeurd bedrag

Bijlage I, kolom e

EE

Nr.

Maatregel

i

ii

iii = i + ii

 

1

Steun voor investeringen voor het beheer van dierlijk afval

6 551 632,40

0,00

6 551 632,40

 

2

Bevordering van verbetering en ontwikkeling

20 321 752,46

0,00

20 321 752,46

 

3

Bevordering van de oprichting van producentengroeperingen

101 134,83

0,00

101 134,83

 

4

Bevordering van beroepsopleiding van landbouwers

2 566 539,21

0,00

2 566 539,21

 

5

Technische en adviesdiensten voor landbouwers

6 225 307,60

0,00

6 225 307,60

 

6

Vervroegde uittreding

4 021 137,22

0,00

4 021 137,22

 

7

Steun voor de vestiging van jonge landbouwers

932 689,76

0,00

932 689,76

 

8

Voldoen aan EU-normen

0,00

0,00

0,00

 

9

Vaststelling van agromilieumaatregelen

0,00

0,00

0,00

 

10

Agromilieuacties ter bescherming van natuurwaarden

0,00

0,00

0,00

 

11

Bebossing

0,00

0,00

0,00

 

12

Verbetering van infrastructuur voor de ontwikkeling van de veehouderij

0,00

0,00

0,00

 

13

Probleemgebieden

0,00

0,00

0,00

 

14

Steun voor kwaliteitsregelingen

0,00

0,00

0,00

 

15

Steun voor kleinschalige traditionele verwerking

0,00

0,00

0,00

 

16

Bescherming van landbouw- en traditionele landschappen

0,00

0,00

0,00

 

17

Bescherming tegen bosbrand en andere natuurrampen

0,00

0,00

0,00

 

18

Bebossing van andere dan landbouwgrond

0,00

0,00

0,00

 

19

Verbetering van het oogstproces

0,00

0,00

0,00

 

20

Technische steun voor de uitvoering, toezicht

0,00

0,00

0,00

 

21

Technische steun voor collectieve initiatieven op lokaal niveau

0,00

0,00

0,00

Totaal

40 720 193,48

0,00

40 720 193,48


3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/35


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 28 januari 2009

tot goedkeuring van de rekeningen van bepaalde betaalorganen in België, Duitsland en Oostenrijk betreffende de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2007

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 420)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

(2009/86/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op de artikelen 30 en 33,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2008/397/EG van de Commissie (2) zijn de rekeningen over het begrotingsjaar 2007 goedgekeurd voor alle betaalorganen, behalve voor „ALV” en „Région wallonne” (België), „Baden-Württemberg” en „Bayern” (Duitsland), „MAVI” (Finland), „OPEKEPE” (Griekenland), „AMA” (Oostenrijk) en „IFAP” (Portugal).

(2)

Naar aanleiding van nieuwe informatie en aanvullende controles kan de Commissie nu een beschikking geven waarbij de rekeningen die met betrekking tot de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven zijn ingediend door de betaalorganen „ALV” en „Région wallonne” (België), „Baden-Württemberg” en „Bayern” (Duitsland) en „AMA” (Oostenrijk), als volledig, juist en waarheidsgetrouw worden aangemerkt.

(3)

Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 wordt de onderhavige beschikking gegeven onverminderd latere beschikkingen van de Commissie waarbij uitgaven die niet overeenkomstig de communautaire voorschriften zijn verricht, van communautaire financiering worden uitgesloten,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De rekeningen die met betrekking tot de door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2007 zijn ingediend door de betaalorganen „ALV” en „Région wallonne” (België), „Baden Württemberg” en „Bayern” (Duitsland) en „AMA” (Oostenrijk), worden goedgekeurd.

De bedragen die op grond van deze beschikking in het kader van elk plattelandsontwikkelingsprogramma bij de betrokken lidstaten moeten worden ingevorderd of aan hen moeten worden betaald, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1290/2005, worden vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 29.5.2008, blz. 40.


BIJLAGE

GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN BETREFFENDE DE ELFPO-UITGAVEN OVER HET BEGROTINGSJAAR 2007 (PER PLATTELANDSONTWIKKELINGSPROGRAMMA EN -MAATREGEL) VAN DE BETAALORGANEN DIE VAN DE OORSPRONKELIJKE GOEDKEURINGSBESCHIKKING WAREN AFGESPLITST

BIJ DE LIDSTAAT IN TE VORDEREN OF AAN DE LIDSTAAT TE BETALEN BEDRAG, PER PROGRAMMA

(EUR)

CCI: programma/maatregel

Uitgaven 2007

Correcties

Totaal

Niet-herbruikbare bedragen

Met het oog op de goedkeuring over het begrotingsjaar 2007 aanvaard bedrag

Voor het begrotingsjaar aan de lidstaat gedane tussentijdse betalingen

In het kader van de volgende aangifte bij de lidstaat in te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag

AT: 2007AT06RPO001

i

ii

iii = i + ii

iv

v = iii – iv

vi

vii = v – vi

111

3 158 372,63

0,00

3 158 372,63

0,00

3 158 372,63

3 158 372,63

0,00

112

3 908 233,15

0,00

3 908 233,15

0,00

3 908 233,15

3 908 233,15

0,00

121

9 235 304,14

0,00

9 235 304,14

0,00

9 235 304,14

9 235 304,14

0,00

122

3 294 281,45

0,00

3 294 281,45

0,00

3 294 281,45

3 294 281,45

0,00

123

2 191 695,41

0,00

2 191 695,41

0,00

2 191 695,41

2 191 695,41

0,00

125

5 401 861,15

0,00

5 401 861,15

0,00

5 401 861,15

5 401 861,15

0,00

211

298 848,34

0,00

298 848,34

0,00

298 848,34

298 848,34

0,00

212

131 066,58

0,00

131 066,58

0,00

131 066,58

131 066,58

0,00

214

37 084 625,03

0,00

37 084 625,03

0,00

37 084 625,03

37 084 625,03

0,00

221

149 747,87

0,00

149 747,87

0,00

149 747,87

149 747,87

0,00

226

2 085 551,36

0,00

2 085 551,36

0,00

2 085 551,36

2 085 551,36

0,00

311

827 659,84

0,00

827 659,84

0,00

827 659,84

827 659,84

0,00

321

6 898 491,47

0,00

6 898 491,47

0,00

6 898 491,47

6 898 491,47

0,00

322

223 025,38

0,00

223 025,38

0,00

223 025,38

223 025,38

0,00

323

934 078,97

0,00

934 078,97

0,00

934 078,97

934 078,97

0,00

511

3 663 758,63

0,00

3 663 758,63

0,00

3 663 758,63

3 663 758,63

0,00

Totaal

79 486 601,40

0,00

79 486 601,40

0,00

79 486 601,40

79 486 601,40

0,00

BE: 2007BE06RPO001

i

ii

iii = i + ii

iv

v = iii – iv

vi

vii = v – vi

111

1 301 988,20

0,00

1 301 988,20

0,00

1 301 988,20

1 301 988,20

0,00

112

2 273 234,91

0,00

2 273 234,91

0,00

2 273 234,91

2 273 234,86

0,05

114

209 790,00

0,00

209 790,00

0,00

209 790,00

209 790,00

0,00

121

11 929 557,45

0,00

11 929 557,45

0,00

11 929 557,45

11 929 554,14

3,31

123

35 905,58

0,00

35 905,58

0,00

35 905,58

35 905,58

0,00

213

311 355,00

0,00

311 355,00

0,00

311 355,00

311 355,00

0,00

214

8 017 687,58

0,00

8 017 687,58

0,00

8 017 687,58

8 017 670,58

17,00

221

186 511,63

0,00

186 511,63

0,00

186 511,63

186 511,40

0,23

227

34 254,60

0,00

34 254,60

0,00

34 254,60

34 254,60

0,00

311

355 114,08

0,00

355 114,08

0,00

355 114,08

355 113,99

0,09

511

23 346,27

0,00

23 346,27

0,00

23 346,27

23 346,26

0,01

Totaal

24 678 745,30

0,00

24 678 745,30

0,00

24 678 745,30

24 678 724,61

20,69

BE: 2007BE06RPO002

i

ii

iii = i + ii

iv

v = iii – iv

vi

vii = v – vi

112

568 902,71

0,00

568 902,71

0,00

568 902,71

568 902,30

0,41

121

1 001 347,40

0,00

1 001 347,40

0,00

1 001 347,40

1 001 345,70

1,70

214

12 388 593,98

0,00

12 388 593,98

0,00

12 388 593,98

12 388 595,00

–1,02

511

9 099,20

0,00

9 099,20

0,00

9 099,20

9 099,00

0,20

Totaal

13 967 943,29

0,00

13 967 943,29

0,00

13 967 943,29

13 967 942,00

1,29

DE: 2007DE06RPO003

i

ii

iii = i + ii

iv

v = iii – iv

vi

vii = v – vi

123

1 125 569,50

0,00

1 125 569,50

0,00

1 125 569,50

1 125 569,50

0,00

212

1 828 100,21

0,00

1 828 100,21

0,00

1 828 100,21

1 828 100,21

0,00

214

47 585 258,80

0,00

47 585 258,80

0,00

47 585 258,80

47 585 258,80

0,00

225

202 164,16

0,00

202 164,16

0,00

202 164,16

202 164,16

0,00

313

397 179,32

0,00

397 179,32

0,00

397 179,32

397 179,32

0,00

323

175 079,31

0,00

175 079,31

0,00

175 079,31

175 079,31

0,00

331

15 000,00

0,00

15 000,00

0,00

15 000,00

15 000,00

0,00

341

454 059,46

0,00

454 059,46

0,00

454 059,46

454 059,46

0,00

511

1 268,10

0,00

1 268,10

0,00

1 268,10

1 268,10

0,00

Totaal

51 783 678,86

0,00

51 783 678,86

0,00

51 783 678,86

51 783 678,86

0,00

DE: 2007DE06RPO004

i

ii

iii = i + ii

iv

v = iii – iv

vi

vii = v – vi

125

10 354 885,93

0,00

10 354 885,93

0,00

10 354 885,93

10 354 885,93

0,00

211

12 533 554,12

0,00

12 533 554,12

0,00

12 533 554,12

12 533 554,12

0,00

212

43 732 465,69

0,00

43 732 465,69

0,00

43 732 465,69

43 732 465,69

0,00

214

74 414 645,47

0,00

74 414 645,47

0,00

74 414 645,47

74 414 645,47

0,00

221

716 592,00

0,00

716 592,00

0,00

716 592,00

716 592,00

0,00

225

120 299,00

0,00

120 299,00

0,00

120 299,00

120 299,00

0,00

227

1 512 681,00

0,00

1 512 681,00

0,00

1 512 681,00

1 512 681,00

0,00

322

13 601 799,43

0,00

13 601 799,43

0,00

13 601 799,43

13 601 799,43

0,00

323

1 933 637,50

0,00

1 933 637,50

0,00

1 933 637,50

1 933 637,50

0,00

511

106 380,88

0,00

106 380,88

0,00

106 380,88

106 380,88

0,00

Totaal

159 026 941,02

0,00

159 026 941,02

0,00

159 026 941,02

159 026 941,02

0,00


3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/38


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 29 januari 2009

inzake de goedkeuring van de rekeningen van bepaalde betaalorganen in Estland, Nederland en Portugal betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2007

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 414)

(Slechts de teksten in de Estse, de Nederlandse en de Portugese taal zijn authentiek)

(2009/87/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1), en met name op de artikelen 30 en 32,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2008/396/EG van de Commissie (2) zijn voor het begrotingsjaar 2007 de rekeningen van alle betaalorganen goedgekeurd, behalve die van het Estse betaalorgaan „PRIA”, het Griekse betaalorgaan „OPEKEPE”, het Finse betaalorgaan „MAVI”, het Italiaanse betaalorgaan „ARBEA”, het Maltese betaalorgaan „MRAE”, het Nederlandse betaalorgaan „Dienst Regelingen” en de Portugese betaalorganen „IFADAP”, „INGA” en „IFAP”.

(2)

Nadat nieuwe gegevens zijn verstrekt en aanvullende controles zijn verricht, kan de Commissie nu een besluit nemen over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen die zijn ingediend door het Estse betaalorgaan „PRIA”, het Nederlandse betaalorgaan „Dienst Regelingen” en het Portugese betaalorgaan „INGA”.

(3)

In artikel 10, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de erkenning van de betaalorganen en andere instanties en de goedkeuring van de rekeningen inzake het ELGF en het ELFPO (3) is bepaald dat het bedrag dat overeenkomstig de in lid 1, eerste alinea, van dat artikel bedoelde beschikking tot goedkeuring van de rekeningen moet worden ingevorderd bij of betaald aan elke lidstaat, wordt vastgesteld door de voorschotten die tijdens het betrokken begrotingsjaar, in dit geval 2007, zijn betaald, af te trekken van de overeenkomstig lid 1 van dat artikel voor datzelfde jaar erkende uitgaven. Dit bedrag wordt afgetrokken van of opgeteld bij de voorschotten op de uitgaven van de tweede maand na de maand waarin de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen is gegeven.

(4)

Krachtens artikel 32, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 worden de financiële gevolgen van de niet-invordering van in verband met onregelmatigheden verschuldigde bedragen voor 50 % door de betrokken lidstaat en voor 50 % door de Gemeenschapsbegroting gedragen als de invordering niet heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van het eerste administratieve of gerechtelijke proces-verbaal, of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank. In artikel 32, lid 3, van die verordening is bepaald dat de lidstaten de Commissie bij de indiening van de jaarrekeningen een samenvattend overzicht van de in verband met onregelmatigheden ingeleide terugvorderingsprocedures moeten bezorgen. De bepalingen over de manier waarop de lidstaten de terug te vorderen bedragen moeten rapporteren zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 885/2006. In bijlage III bij die verordening zijn de modellen opgenomen voor de tabellen 1 en 2 die de lidstaten in 2008 moesten indienen. Op basis van de door de lidstaten ingevulde tabellen moet de Commissie een beschikking geven over de financiële gevolgen van het na respectievelijk vier of acht jaar nog steeds achterwege blijven van invordering van in verband met onregelmatigheden verschuldigde bedragen. De onderhavige beschikking laat toekomstige conformiteitsbeschikkingen op grond van artikel 32, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 onverlet.

(5)

Overeenkomstig artikel 32, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 kunnen de lidstaten besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het terug te vorderen bedrag of indien de invordering onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als dat besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van het eerste administratieve of gerechtelijke proces-verbaal, of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-invordering voor 100 % door de Gemeenschapsbegroting gedragen. De bedragen waarvoor de lidstaten hebben besloten de terugvordering niet voort te zetten, en de redenen voor dat besluit moeten worden vermeld in het in artikel 32, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 bedoelde samenvattende overzicht. Die bedragen worden niet ten laste van de betrokken lidstaten gebracht en worden bijgevolg gedragen door de Gemeenschapsbegroting. De onderhavige beschikking laat toekomstige conformiteitsbeschikkingen op grond van artikel 32, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 onverlet.

(6)

Bij de goedkeuring van de rekeningen van de betrokken betaalorganen moet de Commissie rekening houden met de bedragen die op grond van Beschikking 2008/396/EG reeds zijn ingehouden op de betalingen aan de betrokken lidstaten.

(7)

Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 doet de onderhavige beschikking geen afbreuk aan latere beschikkingen van de Commissie waarbij uitgaven die niet overeenkomstig de communautaire voorschriften blijken te zijn gedaan, alsnog aan communautaire financiering worden onttrokken,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De rekeningen van het Estse betaalorgaan „PRIA”, het Nederlandse betaalorgaan „Dienst Regelingen” en het Portugese betaalorgaan „INGA” betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2007 worden goedgekeurd.

De bedragen die op grond van deze beschikking bij de betrokken lidstaten moeten worden ingevorderd of aan hen moeten worden betaald, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 32, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1290/2005, worden vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Estland, het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek.

Gedaan te Brussel, 29 januari 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 29.5.2008, blz. 33.

(3)  PB L 171 van 23.6.2006, blz. 90.


BIJLAGE

GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN VAN DE BETAALORGANEN

BEGROTINGSJAAR 2007

BIJ DE LIDSTAAT IN TE VORDEREN OF AAN DE LIDSTAAT TE BETALEN BEDRAG

Noot: Nomenclatuur 2009: 05 07 01 06, 05 02 16 02, 6701, 6702, 6803.

LS

 

2007 — Uitgaven/bestemmingsontvangsten van de betaalorganen waarvan de rekeningen zijn

Totaal a + b

Verlagingen en schorsingen voor het hele begrotingsjaar (1)

Verlagingen overeenkomstig art. 32 van Verord. (EG) nr. 1290/2005

Totaal incl. verlagingen en schorsingen

Voor het begrotingsjaar aan de lidstaat verrichte betalingen (2)

Bij de lidstaat in te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag

Op grond van Beschikking 2008/396/EG bij de lidstaat ingevorderd (–) of aan de lidstaat betaald (+) bedrag

Op grond van de onderhavige beschikking bij de lidstaat in te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag (3)

goedgekeurd

afgesplitst

= in de jaarlijkse declaratie opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten

= totaal van de in de maandelijkse declaraties opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten

 

 

a = xxxxx – A (kol. i)

b = xxxxx – A (kol. h)

c = a + b

d = xxxxx – C1 (kol. e)

e = xxxxx – ART32

f = c + d + e

g

h = f – g

i

j = h – i

EE

EEK

48 756 155,26

0,00

48 756 155,26

0,00

0,00

48 756 155,26

43 218 699,70

5 537 455,56

0,00

5 537 455,56

EE

EUR

35 127 040,45

0,00

35 127 040,45

0,00

0,00

35 127 040,45

35 126 777,91

262,54

0,00

262,54

NL

EUR

1 013 075 985,35

0,00

1 013 075 985,35

– 197 851,62

–99 891,82

1 012 778 241,91

1 014 343 940,20

–1 565 698,29

0,00

–1 565 698,29

PT

EUR

528 151 439,51

189 388 757,34

717 540 196,85

–35 399,52

0,00

717 504 797,33

717 209 444,82

295 352,51

0,00

295 352,51


LS

 

Uitgaven (4)

Bestemmingsontvangsten (4)

Suikerfonds

Artikel 32 (= e)

Totaal (= j)

Uitgaven (5)

Bestemmingsontvangsten (5)

05 07 01 06

6701

05 02 16 02

6803

6702

k

l

m

n

o

p = k + l + m + n + o

EE

EEK

5 537 455,56

0,00

0,00

0,00

0,00

5 537 455,56

EE

EUR

262,54

0,00

0,00

0,00

0,00

262,54

NL

EUR

163 611,00

–1 629 417,47

0,00

0,00

–99 891,82

–1 565 698,29

PT

EUR

295 352,51

0,00

0,00

0,00

0,00

295 352,51


(1)  Nederland heeft de „andere verlagingen” (–1 338,54 EUR) reeds in zijn rekeningen verwerkt. De verlagingen en schorsingen omvatten die welke in het kader van de regeling voor de betalingen zijn verricht, en voorts met name de correcties wegens de in de maanden augustus, september en oktober 2007 geconstateerde overschrijdingen van de betalingstermijn.

(2)  De in euro's verrichte betalingen zijn uitgesplitst naargelang van de valuta waarin de declaraties waren uitgedrukt. In het geval van Estland zijn de totale uitgaven verdeeld in het in euro’s luidende deel en het in de nationale valuta luidende deel (art. 2 van Verordening (EG) nr. 883/2006 van de Commissie).

(3)  Het bedrag waarvan is uitgegaan bij de berekening van het bij de lidstaat in te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag, is het totaal van de jaarlijkse declaratie in het geval van de goedgekeurde uitgaven (kol. a), respectievelijk het totaal van de maandelijkse declaraties in het geval van de afgesplitste uitgaven (kol. b). Toe te passen wisselkoers: artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/2006.

(4)  Een eventuele aanpassing van de bestemmingsontvangsten in het voordeel van de lidstaat moet worden gedeclareerd ten laste van post 05 07 01 06.

(5)  Een eventuele aanpassing van de bestemmingsontvangsten voor het Suikerfonds in het voordeel van de lidstaat moet worden gedeclareerd ten laste van post 05 02 16 02.

Noot: Nomenclatuur 2009: 05 07 01 06, 05 02 16 02, 6701, 6702, 6803.


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/41


BESLUIT 2009/88/GBVB VAN DE RAAD

van 22 december 2008

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Djibouti over de status van een door de Europese Unie geleide strijdmacht in de Republiek Djibouti in het kader van de militaire operatie Atalanta van de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 24,

Gezien de aanbeveling van het voorzitterschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 15 mei 2008 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1814 (2008) aangenomen, waarin de landen en regionale organisaties wordt verzocht maatregelen te nemen ter bescherming van de schepen die betrokken zijn bij het vervoer en het leveren van humanitaire hulp voor Somalië en bij door de VN toegestane activiteiten.

(2)

Op 2 juni 2008 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1816 (2008) aangenomen, waarbij de staten die met de federale overgangsregering van Somalië samenwerken, toestemming wordt gegeven om, gedurende zes maanden vanaf de aanneming van de resolutie, de territoriale wateren van Somalië binnen te gaan en alle middelen te gebruiken die noodzakelijk zijn om piraterij en gewapende overvallen op zee te bestrijden, overeenkomstig het toepasselijke internationale recht. Deze bepalingen zijn bij Resolutie 1846 (2008) van de VN-Veiligheidsraad, die op 2 december 2008 is aangenomen, met 12 maanden verlengd.

(3)

Op 10 november 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB aangenomen inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (operatie „Atalanta”) (1).

(4)

In artikel 11 van dat gemeenschappelijk optreden wordt bepaald dat de status van de door de Europese Unie geleide strijdmacht, en van het personeel ervan, die op het grondgebied van derde landen is gestationeerd of opereert in de territoriale of binnenwateren van derde landen, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 24 van het Verdrag. De regering van de Republiek Djibouti heeft per brief d.d. 1 december 2008 aan de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV) kennis gegeven van haar instemming met het inzetten van een Europese strijdmacht op het grondgebied van de Republiek Djibouti en van haar voornemen te dien einde een overeenkomst over de status van de strijdmacht te sluiten.

(5)

Hiertoe op 18 september 2007 door de Raad gemachtigd overeenkomstig artikel 24 van het Verdrag, heeft het voorzitterschap, bijgestaan door de SG/HV, onderhandeld over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Djibouti over de status van een door de Europese Unie geleide strijdmacht in de Republiek Djibouti.

(6)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Djibouti over de status van een door de Europese Unie geleide strijdmacht in de Republiek Djibouti in het kader van de militaire operatie Atalanta van de Europese Unie wordt namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Europese Unie te binden.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 22 december 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

B. KOUCHNER


(1)  PB L 301 van 12.11.2008, blz. 33.


VERTALING

OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Republiek Djibouti over de status van een door de Europese Unie geleide strijdmacht in de Republiek Djibouti in het kader van de militaire operatie Atalanta van de Europese Unie

DE EUROPESE UNIE (EU),

enerzijds, en

DE REPUBLIEK DJIBOUTI, hierna „de gaststaat” genoemd,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

Verontrust over de plotse toename van piraterij en gewapende overvallen op schepen die humanitaire hulp vervoeren en schepen die langs de Somalische kust varen,

REKENING HOUDEND MET:

de Resoluties 1814 (2008), 1838 (2008) en 1846 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad);

de brief van de Republiek Djibouti d.d. 1 december 2008 waarbij in het bijzonder de aanwezigheid van onderdelen van de EU-zeestrijdmacht op het grondgebied van Djibouti wordt aanvaard;

Gemeenschappelijk Optreden 2008/851/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 10 november 2008 inzake de militaire operatie van de Europese Unie teneinde bij te dragen tot het ontmoedigen, het voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust (operatie „Atalanta”);

het feit dat deze overeenkomst de rechten en verplichtingen van de partijen krachtens internationale overeenkomsten en andere internationale instrumenten tot instelling van internationale tribunalen, waaronder het statuut van het Internationaal Strafhof, onverlet laat,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HETGEEN VOLGT:

Artikel 1

Werkingssfeer en definities

1.   Deze overeenkomst is van toepassing op de door de Europese Unie geleide strijdmacht en op het personeel daarvan.

2.   Deze overeenkomst is uitsluitend van toepassing op het grondgebied van de gaststaat, met inbegrip van zijn binnenwateren, territoriale zee en luchtruim.

3.   Voor de toepassing van deze overeenkomst gelden de volgende definities:

a)

„door de Europese Unie geleide zeestrijdmacht” (EUNAVFOR): het militaire hoofdkwartier van de Europese Unie en de nationale contingenten die bijdragen tot de operatie, alsmede hun schepen, hun luchtvaartuigen, hun materieel en middelen en hun vervoermiddelen;

b)

„operatie”: de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en ondersteuning van de militaire missie in aansluiting op het mandaat op grond van de Resoluties 1814 (2008) en 1816 (2008) van de VN-Veiligheidsraad en eventuele toepasselijke vervolgresoluties van de VN-Veiligheidsraad en het op 10 december 1982 ondertekende Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee;

c)

„operationele commandant”: de commandant van de operatie;

d)

„commandant van de EU-strijdmacht”: de commandant in het inzetgebied;

e)

„militair hoofdkwartier van de Europese Unie”: het militaire hoofdkwartier en de verschillende onderdelen daarvan, ongeacht waar deze zich bevinden, die onder het gezag staan van de militaire commandanten van de Europese Unie die het militaire commando of de militaire controle over de operatie uitoefenen;

f)

„nationale contingenten”: de eenheden, schepen, luchtvaartuigen en onderdelen, met name de aan boord van koopvaardijschepen ingescheepte beschermingsdetachementen en militaire onderdelen van de lidstaten van de Europese Unie en van andere staten die aan deze operatie deelnemen;

g)

„EUNAVFOR-personeel”: het burgerpersoneel en het militaire personeel dat is toegewezen aan EUNAVFOR, personeel dat wordt ingezet om de operatie voor te bereiden, personeel dat op missie is en politiepersoneel dat door de EUNAVFOR gevangengenomen personen begeleidt, voor een zendstaat of een EU-instelling in het kader van de operatie, en dat aanwezig is op het grondgebied van de gaststaat, behoudens andersluidende bepalingen in deze overeenkomst, met uitzondering van het ter plaatse aangeworven personeel en het personeel in dienst van internationale commerciële contractanten;

h)

„ter plaatse aangeworven personeel”: personeel dat onderdaan is van de gaststaat of er permanent verblijft;

i)

„faciliteiten”: alle gebouwen, huisvesting en terreinen die nodig zijn voor EUNAVFOR en voor het EUNAVFOR-personeel;

j)

„zendstaat”: een staat die een nationaal contingent levert voor EUNAVFOR;

k)

„wateren”: de binnenwateren en territoriale zee van de gaststaat en het luchtruim boven deze wateren;

l)

„officiële briefwisseling”: alle op de operatie en de functies ervan betrekking hebbende briefwisseling.

Artikel 2

Algemene bepalingen

1.   EUNAVFOR en het EUNAVFOR-personeel eerbiedigen de wetten en regels van de gaststaat en onthouden zich van alle acties en activiteiten die onverenigbaar zijn met de doeleinden van de operatie.

2.   EUNAVFOR informeert de regering van de gaststaat vooraf en op gezette tijden over het aantal EUNAVFOR-personeelsleden dat het grondgebied van de gaststaat transiteert of op dat grondgebied is gestationeerd, en over de identiteit van de vaartuigen, luchtvaartuigen en eenheden die in de wateren van de gaststaat opereren of de havens van de gaststaat aandoen.

Artikel 3

Identificatie

1.   De leden van het op het grondgebied van de gaststaat aanwezige EUNAVFOR-personeel moeten te allen tijde hun paspoort of militaire identiteitskaart bij zich dragen.

2.   Voertuigen, luchtvaartuigen, schepen en andere vervoermiddelen van EUNAVFOR zijn voorzien van een duidelijk EUNAVFOR-herkenningsteken en/of kentekenplaten, waarvan de bevoegde autoriteiten van de gaststaat vooraf in kennis worden gesteld.

3.   EUNAVFOR mag de vlag van de Europese Unie voeren en herkenningstekens zoals militaire tekens, titels en officiële symbolen aanbrengen op zijn faciliteiten, voertuigen en andere vervoermiddelen. Op de uniformen van het EUNAVFOR-personeel wordt een duidelijk EUNAVFOR-herkenningsteken aangebracht. Nationale vlaggen of tekens van de nationale contingenten die deel uitmaken van de operatie, mogen op de faciliteiten, voertuigen en andere vervoermiddelen en de uniformen van EUNAVFOR worden gevoerd of aangebracht, een en ander overeenkomstig het besluit van de commandant van de door de Europese Unie geleide strijdmacht.

Artikel 4

Overschrijding van de grenzen en verplaatsingen op het grondgebied van de gaststaat

1.   De leden van het EUNAVFOR-personeel komen het grondgebied van de gaststaat uitsluitend binnen op vertoon van een geldig paspoort en, in geval van een eerste binnenkomst, behoudens voor de bemanningen van schepen en luchtvaartuigen van EUNAVFOR, een door EUNAVFOR afgegeven individuele of collectieve dienstopdracht. Het EUNAVFOR-personeel is bij het betreden en verlaten van, en tijdens het verblijf op het grondgebied van de gaststaat vrijgesteld van alle instructies in het kader van immigratieformaliteiten en douanecontroles. De bemanningen van schepen en luchtvaartuigen van EUNAVFOR zijn vrijgesteld van visumverplichtingen.

2.   De leden van het EUNAVFOR-personeel zijn vrijgesteld van de voorschriften van de gaststaat inzake de registratie van en het toezicht op vreemdelingen, maar verwerven geen permanent verblijfs- of woonrecht op het grondgebied van de gaststaat.

3.   De gaststaat ontvangt ter informatie een algemene lijst van het EUNAVFOR-materieel dat het grondgebied van de gaststaat binnenkomt. Dit materieel is voorzien van een duidelijk EUNAVFOR-herkenningsteken. EUNAVFOR is vrijgesteld van het overleggen van enig ander douanedocument en van enige controle.

4.   Het EUNAVFOR-personeel mag op en boven het grondgebied van de gaststaat motorvoertuigen, schepen en luchtvaartuigen besturen, op voorwaarde dat het in het bezit is van een geldig door een van de zendstaten afgegeven nationaal, internationaal of militair rijbewijs, vaarbewijs of vliegbrevet.

5.   De gaststaat garandeert dat EUNAVFOR en het EUNAVFOR-personeel zich voor de operatie op zijn grondgebied, en in zijn wateren en zijn luchtruim vrij kunnen verplaatsen en er vrij kunnen reizen. Vrij verkeer binnen de territoriale zee van de gaststaat houdt in dat met name mag worden gestopt en voor anker mag worden gegaan.

6.   EUNAVFOR mag voor de operatie in de wateren van de gaststaat luchtvaartuigen of militaire apparatuur doen opstijgen, doen landen of aan boord nemen.

7.   EUNAVFOR mag voor de operatie met de vervoermiddelen die zij huurt, zonder betaling van belastingen en soortgelijke heffingen gebruikmaken van openbare wegen, bruggen, veerponten, luchthavens en havens. EUNAVFOR is niet vrijgesteld van betaling van een financiële vergoeding voor op verzoek ontvangen diensten.

Artikel 5

Door de gaststaat aan EUNAVFOR verleende voorrechten en immuniteiten

1.   De faciliteiten en de schepen en luchtvaartuigen van EUNAVFOR zijn onschendbaar. Vertegenwoordigers van de gaststaat mogen deze alleen betreden met toestemming van de commandant van de EU-strijdmacht.

2.   EUNAVFOR, haar bezittingen en goederen, ongeacht waar deze zich bevinden en door wie ze worden gehouden, genieten immuniteit van iedere vorm van gerechtelijke procedure.

3.   De faciliteiten van EUNAVFOR, alsmede het meubilair en andere goederen die zich daarin bevinden en de vervoermiddelen, genieten immuniteit van onderzoek, vordering, beslaglegging of executoriale maatregelen.

4.   Het archief en de documenten van EUNAVFOR zijn, te allen tijde en waar ze zich ook bevinden, onschendbaar.

5.   De officiële briefwisseling van EUNAVFOR is onschendbaar.

6.   De gaststaat laat alle voor de operatie bestemde goederen toe tot zijn grondgebied en verleent daarvoor vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en vergelijkbare heffingen, met uitzondering van kosten voor opslag, vervoer en andere geleverde diensten.

7.   Wat betreft aangekochte of ingevoerde goederen, verleende diensten en faciliteiten die EUNAVFOR voor de operatie gebruikt, geniet EUNAVFOR vrijstelling van alle nationale, regionale en gemeentelijke belastingen en heffingen en vergelijkbare rechten. EUNAVFOR geniet geen vrijstelling van vergoedingen en rechten die gelden als betaling van verleende diensten.

Artikel 6

Door de gaststaat verleende voorrechten en immuniteiten van het EUNAVFOR-personeel

1.   Het EUNAVFOR-personeel is gevrijwaard van enigerlei vorm van aanhouding of vrijheidsbeneming. Bij betrapping op heterdaad op de openbare weg door een politiële autoriteit van de gaststaat kan deze de pleger van een strafbaar feit die de lichamelijke integriteit van een onderdaan van de gaststaat heeft aangetast, aanhouden teneinde voor diens bescherming in te staan tot de bevoegde autoriteiten van EUNAVFOR ter plaatse zijn aangekomen.

2.   De papieren, briefwisseling en bezittingen van EUNAVFOR-personeel zijn onschendbaar, behalve in het geval van executoriale maatregelen die uit hoofde van lid 6 geoorloofd zijn.

3.   Het EUNAVFOR-personeel geniet immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de gaststaat.

De betrokken zendstaat of EU-instelling kan afstand doen van deze immuniteit van EUNAVFOR-personeel ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken. Het afstand doen van de immuniteit dient altijd schriftelijk kenbaar te worden gemaakt.

4.   Het EUNAVFOR-personeel geniet immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van de gaststaat in burgerlijke en administratieve zaken wanneer het gaat om uitspraken of geschriften en alle handelingen die het EUNAVFOR-personeel verricht bij de uitoefening van zijn officiële functies.

Indien tegen EUNAVFOR-personeel een burgerlijke procedure wordt ingeleid voor een rechter van de gaststaat, worden de commandant van de EU-strijdmacht en de bevoegde autoriteit van de zendstaat of de betrokken EU-instelling daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. Voordat de procedure voor de bevoegde rechter wordt ingeleid, verklaren de commandant van de EU-strijdmacht en de bevoegde autoriteit van de zendstaat of de betrokken EU-instelling dat het EUNAVFOR-personeel de handeling in kwestie al dan niet tijdens de uitoefening van zijn officiële functies heeft gepleegd.

Indien de handeling in kwestie tijdens de uitoefening van officiële functies is gepleegd, wordt de procedure niet ingeleid en gelden de bepalingen van artikel 15. Indien de handeling in kwestie niet tijdens de uitoefening van officiële functies is gepleegd, kan de procedure worden voortgezet. De gaststaat vergewist zich ervan dat de verklaring van de commandant van de EU-strijdmacht en de bevoegde autoriteit van de zendstaat of de betrokken EU-instelling door de bevoegde rechter wordt erkend.

Indien EUNAVFOR-personeel een burgerlijke procedure inleidt, kan het zich niet beroepen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht wanneer er een tegenvordering wordt ingesteld die direct verband houdt met de hoofdvordering.

5.   EUNAVFOR-personeel is niet verplicht als getuige op te treden.

6.   Tegen EUNAVFOR-personeel mogen geen executoriale maatregelen worden genomen, behalve indien tegen EUNAVFOR-personeel een burgerlijke procedure wordt ingeleid die geen verband houdt met zijn officiële functies. De bezittingen van EUNAVFOR-personeel waarvan de commandant van de EU-strijdmacht heeft verklaard dat zij nodig zijn voor de vervulling van de officiële functies van het EUNAVFOR-personeel, mogen niet ter uitvoering van een rechterlijke beslissing in beslag worden genomen. In burgerlijke procedures gelden voor EUNAVFOR-personeel geen beperking van de persoonlijke vrijheid, noch andere dwangmaatregelen.

7.   De immuniteit van het EUNAVFOR-personeel ten aanzien van de rechtsmacht van de gaststaat houdt voor het personeel geen immuniteit in ten aanzien van de rechtsmacht van de zendstaat.

8.   Het EUNAVFOR-personeel is vrijgesteld van elke vorm van belasting in de gaststaat over het salaris en de emolumenten die EUNAVFOR of de zendstaten aan het personeel betalen, evenals van iedere belasting op inkomsten die van buiten de gaststaat worden ontvangen.

9.   De gaststaat laat, overeenkomstig zijn mogelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de binnenkomst toe van goederen voor persoonlijk gebruik door EUNAVFOR-personeel en verleent daarvoor vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende vergoedingen, met uitzondering van vergoedingen voor opslag, vervoer en soortgelijke diensten.

De persoonlijke bagage van EUNAVFOR-personeel wordt vrijgesteld van onderzoek, tenzij er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de bagage goederen bevat die niet bedoeld zijn voor persoonlijk gebruik door EUNAVFOR-personeel of goederen waarvan de in- of uitvoer bij wet verboden is of onderworpen is aan quarantainebepalingen van de gaststaat. Onderzoek mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van het betrokken EUNAVFOR-personeel of een gemachtigde vertegenwoordiger van EUNAVFOR.

Artikel 7

Plaatselijk aangeworven personeel

Plaatselijk aangeworven personeel geniet geen voorrechten en immuniteiten. De gaststaat moet zijn rechtsmacht over dit personeel evenwel uitoefenen op een wijze die de uitoefening van de functies van de operatie niet onnodig bemoeilijkt.

Artikel 8

Rechtsmacht in strafzaken

De bevoegde autoriteiten van een zendstaat kunnen op het grondgebied van en in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de gaststaat de rechtsmacht in strafzaken en de tuchtrechtelijke rechtsmacht uitoefenen die hun door de wetgeving van die zendstaat verleend wordt met betrekking tot alle onder die wetgeving vallende leden van het EUNAVFOR-personeel.

Artikel 9

Uniform en wapens

1.   Voor het dragen van het uniform gelden de door de commandant van de door de EU-strijdmacht uitgevaardigde voorschriften.

2.   Militair EUNAVFOR-personeel en politiepersoneel dat door de EUNAVFOR gevangengenomen personen begeleidt mag de voor de operatie benodigde wapens en munitie dragen of meevoeren, op voorwaarde dat de bevelen daarin voorzien.

Artikel 10

Steun van de gaststaat en het sluiten van contracten

1.   De gaststaat gaat ermee akkoord de EUNAVFOR op verzoek bij te staan bij het vinden van geschikte faciliteiten.

2.   Binnen de grenzen van zijn middelen en mogelijkheden helpt de gaststaat bij het voorbereiden, opzetten, uitvoeren en ondersteunen van de operatie.

3.   In elk contract dat EUNAVFOR in de gaststaat sluit, wordt vastgelegd welk recht op het contract van toepassing is.

4.   In het contract, kan worden bepaald dat bij geschillen die voortvloeien uit de toepassing van het contract, de in artikel 15, leden 3 en 4, bedoelde procedure voor het beslechten van geschillen wordt gehanteerd.

5.   De gaststaat faciliteert de uitvoering van de contracten die EUNAVFOR ten behoeve van de operatie sluit met commerciële instellingen.

Artikel 11

Veranderingen aan faciliteiten

EUNAVFOR mag met de voorafgaande toestemming van de gaststaat faciliteiten bouwen of veranderen naar gelang van de operationele vereisten van EUNAVFOR.

Artikel 12

Overleden EUNAVFOR-personeelsleden

1.   De commandant van de EU-strijdmacht mag passende regelingen treffen voor de repatriëring van overleden EUNAVFOR-personeelsleden en hun persoonlijke bezittingen.

2.   Op overleden EUNAVFOR-personeelsleden wordt geen lijkschouwing verricht zonder de instemming van de betrokken staat en de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van EUNAVFOR en/of van de betrokken staat.

3.   De gaststaat en EUNAVFOR verlenen elkaar alle medewerking om overleden EUNAVFOR-personeelsleden zo spoedig mogelijk te repatriëren.

Artikel 13

Veiligheid van EUNAVFOR en de militaire politie

1.   De gaststaat neemt alle passende maatregelen om de veiligheid en de beveiliging van EUNAVFOR en EUNAVFOR-personeel buiten de EUNAVFOR-faciliteiten te waarborgen.

2.   EUNAVFOR mag op het grondgebied en in de wateren van de gaststaat, en in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de gaststaat, de nodige maatregelen nemen om zijn faciliteiten, schepen en luchtvaartuigen, alsmede de schepen die het beschermt, tegen iedere aanval of indringing van buitenaf te beschermen.

3.   De commandant van de EU-strijdmacht kan een militaire politie-eenheid instellen met het oog op de ordehandhaving binnen de EUNAVFOR-faciliteiten.

4.   De militaire politie-eenheid mag, in overleg en in samenwerking met de militaire politie of de politie van de gaststaat, ook buiten deze faciliteiten optreden om de orde en tucht onder het EUNAVFOR-personeel te handhaven.

5.   EUNAVFOR-personeel dat over het grondgebied van Djibouti transiteert om door de EUNAVFOR gevangengenomen personen te begeleiden, kan ten aanzien van deze personen de nodige lichamelijke dwangmaatregelen nemen.

Artikel 14

Communicatie

1.   EUNAVFOR mag zend- en ontvangststations voor radiocommunicatie en satellietsystemen installeren en gebruiken. EUNAVFOR overlegt met de bevoegde autoriteiten van de gaststaat teneinde conflicten te vermijden bij het gebruik van de nodige frequenties. De gaststaat verleent volgens zijn geldende wetgeving toegang tot het frequentiespectrum.

2.   EUNAVFOR heeft het recht op onbeperkte communicatie via radio (met inbegrip van satelliet-, cellulaire en draagbare systemen), telefoon, telegraaf, fax of anderszins, en om de noodzakelijke apparatuur voor de instandhouding van die communicatie binnen en tussen EUNAVFOR-faciliteiten te installeren, inclusief het recht te voorzien in de voor de operatie benodigde kabels en grondverbindingen.

3.   EUNAVFOR mag, wat de eigen installaties betreft, de nodige voorzieningen treffen voor het bezorgen van post aan en van EUNAVFOR en/of EUNAVFOR-personeel.

4.   Over de wijze van toepassing van dit artikel worden regelingen getroffen met de bevoegde autoriteiten van de gaststaat.

Artikel 15

Schadevorderingen bij overlijden, lichamelijk letsel en beschadiging of verlies van goederen

1.   Verzoeken om schadevergoeding bij beschadiging of verlies van bezittingen van burgers of van de overheid, evenals vorderingen bij overlijden of lichamelijk letsel van personen en bij beschadiging of verlies van EUNAVFOR-bezittingen, worden bij minnelijke schikking geregeld.

2.   Deze verzoeken worden via de bevoegde autoriteiten van de gaststaat bij EUNAVFOR ingediend indien het gaat om verzoeken van natuurlijke of rechtspersonen van de gaststaat of bij de bevoegde autoriteiten van de gaststaat indien het gaat om verzoeken van EUNAVFOR.

3.   Indien geen minnelijke schikking kan worden getroffen, wordt het verzoek om schadevergoeding voorgelegd aan een schadevergoedingscommissie die bestaat uit evenveel vertegenwoordigers van EUNAVFOR en van de gaststaat. De vorderingen worden geregeld bij onderlinge overeenstemming.

4.   Indien binnen de schadevergoedingscommissie geen minnelijke schikking wordt bereikt, worden verzoeken:

a)

over bedragen tot en met 80 000 EUR langs diplomatieke weg opgelost tussen de gaststaat en vertegenwoordigers van de Europese Unie;

b)

over bedragen die het onder a) genoemde bedrag overstijgen, voorgelegd aan een scheidsgerecht waarvan de beslissingen bindend zijn.

5.   Het scheidsgerecht bestaat uit drie scheidsrechters waarvan er één wordt benoemd door de gaststaat, één door EUNAVFOR en één door de gaststaat en EUNAVFOR tezamen. Indien één van beide partijen niet binnen twee maanden een scheidsrechter benoemt of indien de gaststaat en EUNAVFOR het niet eens kunnen worden over de benoeming van de derde scheidsrechter, wordt de scheidsrechter in kwestie benoemd door de president van het Hooggerechtshof van de Republiek Djibouti.

6.   EUNAVFOR en de overheid van de gaststaat treffen een administratieve regeling waarin het mandaat van de schadevergoedingscommissie en het scheidsgerecht worden vastgelegd, evenals de procedures die binnen deze twee instanties worden gehanteerd en de voorwaarden voor het indienen van verzoeken om schadevergoeding.

Artikel 16

Contacten en geschillen

1.   Alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze overeenkomst worden gezamenlijk onderzocht door vertegenwoordigers van EUNAVFOR en van de bevoegde autoriteiten van de gaststaat.

2.   Bij gebreke van een regeling worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst uitsluitend langs diplomatieke weg opgelost tussen de gaststaat en vertegenwoordigers van de EU.

Artikel 17

Overige bepalingen

1.   Wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen naar de voorrechten, immuniteiten en rechten van EUNAVFOR en het EUNAVFOR-personeel, is de overheid van de gaststaat verantwoordelijk voor de uitvoering en naleving ervan door de bevoegde lokale autoriteiten van de gaststaat.

2.   Niets in deze overeenkomst is bedoeld of mag worden geïnterpreteerd als een afwijking van eventueel voor een EU-lidstaat of een andere staat die bijdraagt tot EUNAVFOR geldende rechten uit hoofde van andere overeenkomsten.

Artikel 18

Uitvoeringsbepalingen

Ter uitvoering van deze overeenkomst kunnen operationele, administratieve, financiële en technische aangelegenheden worden behandeld in afzonderlijke regelingen die worden gesloten tussen de commandant van de EU-strijdmacht en de administratieve autoriteiten van de gaststaat.

Artikel 19

Inwerkingtreding en opzegging

1.   Deze overeenkomst treedt in werking op de dag waarop ze wordt ondertekend en blijft twaalf maanden van kracht. Zij wordt stilzwijgend telkens met drie maanden verlengd. Elke partij stelt de andere partij ten minste één maand tevoren in kennis van haar voornemen deze overeenkomst niet te verlengen.

2.   Niettegenstaande lid 1 worden de bepalingen van artikel 4, lid 7, artikel 5, leden 1 tot en met 3, 6 en 7, artikel 6, leden 1, 3, 4, 6, 8 en 9, artikel 11 en artikel 15 geacht van toepassing te zijn vanaf de datum waarop het eerste EUNAVFOR-personeel is ingezet indien deze datum eerder valt dan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

3.   Deze overeenkomst kan worden gewijzigd op basis van schriftelijke onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

4.   De opzegging van deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de uitvoering van de overeenkomst vóór de opzegging ervan.

Gedaan te Djibouti, 5 januari 2009, in twee originele exemplaren in de Franse taal.

Voor de Europese Unie

Voor de gaststaat


Rectificaties

3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/49


Rectificatie van Verordening (EG) nr. 85/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat een aantal bepalingen met betrekking tot het financiële beheer betreft

( Publicatieblad van de Europese Unie L 25 van 29 januari 2009 )

De bekendmaking van Verordening (EG) nr. 85/2009 van de Raad in Publicatieblad van de Europese Unie L 25 van 29 januari 2009, bladzijde 1, dient als nietig te worden beschouwd.


3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 33/s3


BERICHT AAN DE LEZER

De instellingen hebben besloten in hun teksten niet langer te verwijzen naar de laatste wijziging van de aangehaalde besluiten.

Tenzij anders vermeld, zijn de besluiten waarnaar in de hierin gepubliceerde teksten wordt verwezen, de besluiten zoals die momenteel van kracht zijn.