ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 19

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

52e jaargang
23 januari 2009


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 55/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 56/2009 van de Commissie van 21 januari 2009 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

3

 

 

Verordening (EG) nr. 57/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten

5

 

 

Verordening (EG) nr. 58/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van het maximumbedrag van de uitvoerrestitutie voor boter in het kader van de in Verordening (EG) nr. 619/2008 bedoelde permanente inschrijving

9

 

 

Verordening (EG) nr. 59/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van het maximumbedrag van de uitvoerrestitutie voor mageremelkpoeder in het kader van de in Verordening (EG) nr. 619/2008 bedoelde permanente inschrijving

11

 

 

Verordening (EG) nr. 60/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector rundvlees

12

 

 

Verordening (EG) nr. 61/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van uitvoerrestituties in de sector varkensvlees

16

 

 

Verordening (EG) nr. 62/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector eieren

18

 

 

Verordening (EG) nr. 63/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van uitvoerrestituties in de sector vlees van pluimvee

20

 

 

Verordening (EG) nr. 64/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95

22

 

 

Verordening (EG) nr. 65/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op eieren en eigeel, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

24

 

 

Verordening (EG) nr. 66/2009 van de Commissie van 22 januari 2009 houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op melk en zuivelproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

26

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2008/121/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 inzake textielbenamingen (Herschikking) ( 1 )

29

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Europees Parlement en Raad

 

 

2009/45/EG

 

*

Besluit van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2008 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument overeenkomstig punt 27 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

49

 

 

Commissie

 

 

2009/46/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 19 december 2008 tot vrijstelling van bepaalde diensten in de postsector in Zweden van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 8409)  ( 1 )

50

 

 

2009/47/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 22 december 2008 waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, niet van toepassing is op de productie van elektriciteit in Tsjechië (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 8569)  ( 1 )

57

 

 

2009/48/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 22 januari 2009 tot vrijstelling van bepaalde partijen van de uitbreiding tot bepaalde rijwielonderdelen van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad ingestelde antidumpingrecht op rijwielen uit de Volksrepubliek China, laatstelijk gehandhaafd en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1095/2005, en tot opheffing van de bij Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie vastgestelde schorsing van het tot bepaalde rijwielonderdelen uit de Volksrepubliek China uitgebreide antidumpingrecht voor bepaalde partijen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 157)

62

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/1


VERORDENING (EG) Nr. 55/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

138,6

JO

78,3

MA

45,4

TN

139,0

TR

110,6

ZZ

102,4

0707 00 05

JO

155,5

MA

116,0

TR

152,1

ZZ

141,2

0709 90 70

MA

163,7

TR

136,6

ZZ

150,2

0805 10 20

EG

49,7

IL

56,3

MA

64,4

TN

49,3

TR

55,7

ZZ

55,1

0805 20 10

MA

83,3

TR

54,0

ZZ

68,7

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

CN

63,3

EG

88,5

IL

72,4

JM

105,5

PK

46,6

TR

74,1

ZZ

75,1

0805 50 10

EG

52,5

MA

67,1

TR

61,3

ZZ

60,3

0808 10 80

CN

84,7

MK

32,6

TR

67,5

US

103,4

ZZ

72,1

0808 20 50

CN

60,8

TR

97,0

US

111,8

ZZ

89,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/3


VERORDENING (EG) Nr. 56/2009 VAN DE COMMISSIE

van 21 januari 2009

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de statistiek- en tariefnomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 is gevoegd, moeten bepalingen worden vastgesteld voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen op de gecombineerde nomenclatuur is gebaseerd en die bij specifieke Gemeenschapswetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tariefmaatregelen en andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels moeten de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

In deze verordening moet een bepaling worden opgenomen dat de houder van een door de douane van een lidstaat afgegeven bindende tariefinlichting inzake de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur die in strijd is met deze verordening, deze inlichting nog drie maanden mag blijven gebruiken op grond van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2).

(5)

De bepalingen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité Douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De goederen die zijn omschreven in kolom 1 van de tabel in de bijlage worden onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld.

Artikel 2

Uit hoofde van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 kan een door de douane van een lidstaat afgegeven bindende tariefinlichting die in strijd is met onderhavige verordening, nog voor een periode van drie maanden worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2009.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(2)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling (GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een tas, gemaakt van uit minder dan 5 mm brede polypropyleenstroken geweven materiaal, in de vorm van een balk, ong. 54,5 cm × 74 cm × 25 cm , met twee sterke handvatten van hetzelfde materiaal die aan beide lange kanten van de zak zijn vastgenaaid, en allebei tot onder de bodem van de tas doorlopen.

De tas is aan beide kanten zichtbaar bekleed met een vel kunststof, binnenin zijn er geen vakken, en de tas kan aan de bovenkant met een ritssluiting worden gesloten. De naden van de randen zijn versterkt met opgenaaide band.

(bergingsmiddel dat gelijkenis vertoont met een boodschappentas)

(Zie foto nr. 649) (1)

4202 92 19

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 2, onder m), op hoofdstuk 39, aanvullende aantekening 1 op hoofdstuk 42 en de tekst van de GN-codes 4202, 4202 92 en 4202 92 19.

Wegens zijn balkvorm, typisch voor boodschappentassen, en de versterkte handvatten die zo zijn aangebracht dat de tas door de klant met de handen kan worden gedragen, en wegens het feit dat de kunststof bekleding, de ritssluiting, de versterkte randen en de sterke handvatten (die ter versterking langs de kanten van de zak doorlopen) langdurig gebruik mogelijk maken, heeft de tas de objectieve kenmerken van een „bergingsmiddel dat gelijkenis vertoont met een boodschappentas”.

Bergingsmiddelen die gelijkenis vertonen met een boodschappentas vallen onder post 4202 (zie ook de toelichting bij het geharmoniseerd systeem (GS) op post 4202, eerste alinea, waarin uitdrukkelijk vermeld wordt dat onder deze post enkel de daarin specifiek genoemde artikelen en gelijkaardige bergingsmiddelen vallen).

Wegens de bovengenoemde kenmerken is het artikel in kwestie niet het soort bergingsmiddel dat over het algemeen voor de verpakking of het vervoer van allerlei producten wordt gebruikt; daarom is indeling onder post 3923 uitgesloten in de zin van aantekening 2, onder m), op hoofdstuk 39 (zie ook de toelichting bij het GS op post 3923, eerste alinea, onder a), en tweede alinea).

Aangezien de buitenkant van het artikel zichtbaar met kunststof in vellen is bekleed, moet het worden ingedeeld als artikel met een buitenkant van kunststof (zie aanvullende aantekening 1 op hoofdstuk 42).

Bijgevolg moet het artikel worden ingedeeld onder GN-code 4202 92 19.

Image


(1)  De foto is louter ter informatie.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/5


VERORDENING (EG) Nr. 57/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 164, lid 2, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in deel XVI van bijlage I bij die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gelet op de huidige situatie op de markt voor melk en zuivelproducten dienen uitvoerrestituties te worden vastgesteld in overeenstemming met de voorschriften en bepaalde criteria van de artikelen 162, 163, 164, 167, 169 en 170 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

In artikel 164, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat de restitutie kan variëren naargelang van de bestemming, met name indien de situatie in de internationale handel, de specifieke vereisten van bepaalde markten of de verplichtingen die voortvloeien uit volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten, dit noodzakelijk maken.

(4)

Overeenkomstig het memorandum van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek betreffende beschermende maatregelen ten aanzien van de invoer van melkpoeder in de Dominicaanse Republiek (2), goedgekeurd bij Besluit 98/486/EG van de Raad (3), kan een bepaalde hoeveelheid naar de Dominicaanse Republiek uitgevoerde communautaire zuivelproducten in aanmerking komen voor verlaagde douanerechten. De uitvoerrestituties voor in het kader van deze regeling uitgevoerde producten dienen bijgevolg te worden verlaagd met een bepaald percentage.

(5)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 164 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde uitvoerrestituties worden toegekend voor de in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgestelde producten en bedragen, onder de voorwaarden van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1282/2006 van de Commissie (4).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 218 van 6.8.1998, blz. 46.

(3)  PB L 218 van 6.8.1998, blz. 45.

(4)  PB L 234 van 29.8.2006, blz. 4.


BIJLAGE

Vanaf 23 januari 2009 geldende uitvoerrestituties voor melk en zuivelproducten

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

0401 30 31 9100

L20

EUR/100 kg

8,60

0401 30 31 9400

L20

EUR/100 kg

13,42

0401 30 31 9700

L20

EUR/100 kg

14,80

0401 30 39 9100

L20

EUR/100 kg

8,60

0401 30 39 9400

L20

EUR/100 kg

13,42

0401 30 39 9700

L20

EUR/100 kg

14,80

0401 30 91 9100

L20

EUR/100 kg

16,87

0401 30 99 9100

L20

EUR/100 kg

16,87

0401 30 99 9500

L20

EUR/100 kg

24,79

0402 10 11 9000

L20 (1)

EUR/100 kg

17,00

0402 10 19 9000

L20 (1)

EUR/100 kg

17,00

0402 10 99 9000

L20

EUR/100 kg

17,00

0402 21 11 9200

L20

EUR/100 kg

17,00

0402 21 11 9300

L20

EUR/100 kg

23,63

0402 21 11 9500

L20

EUR/100 kg

24,53

0402 21 11 9900

L20 (1)

EUR/100 kg

26,00

0402 21 17 9000

L20

EUR/100 kg

17,00

0402 21 19 9300

L20

EUR/100 kg

23,63

0402 21 19 9500

L20

EUR/100 kg

24,53

0402 21 19 9900

L20 (1)

EUR/100 kg

26,00

0402 21 91 9100

L20

EUR/100 kg

26,15

0402 21 91 9200

L20 (1)

EUR/100 kg

26,28

0402 21 91 9350

L20

EUR/100 kg

26,53

0402 21 99 9100

L20

EUR/100 kg

26,15

0402 21 99 9200

L20 (1)

EUR/100 kg

26,28

0402 21 99 9300

L20

EUR/100 kg

26,53

0402 21 99 9400

L20

EUR/100 kg

27,79

0402 21 99 9500

L20

EUR/100 kg

28,23

0402 21 99 9600

L20

EUR/100 kg

30,00

0402 21 99 9700

L20

EUR/100 kg

30,97

0402 29 15 9200

L20

EUR/100 kg

17,00

0402 29 15 9300

L20

EUR/100 kg

23,63

0402 29 15 9500

L20

EUR/100 kg

24,53

0402 29 19 9300

L20

EUR/100 kg

23,63

0402 29 19 9500

L20

EUR/100 kg

24,53

0402 29 19 9900

L20

EUR/100 kg

26,00

0402 29 99 9100

L20

EUR/100 kg

26,15

0402 29 99 9500

L20

EUR/100 kg

27,79

0402 91 10 9370

L20

EUR/100 kg

2,58

0402 91 30 9300

L20

EUR/100 kg

3,05

0402 91 99 9000

L20

EUR/100 kg

16,87

0402 99 10 9350

L20

EUR/100 kg

6,64

0402 99 31 9300

L20

EUR/100 kg

8,60

0403 90 11 9000

L20

EUR/100 kg

17,00

0403 90 13 9200

L20

EUR/100 kg

17,00

0403 90 13 9300

L20

EUR/100 kg

23,63

0403 90 13 9500

L20

EUR/100 kg

24,53

0403 90 13 9900

L20

EUR/100 kg

26,00

0403 90 33 9400

L20

EUR/100 kg

23,63

0403 90 59 9310

L20

EUR/100 kg

8,60

0403 90 59 9340

L20

EUR/100 kg

13,42

0403 90 59 9370

L20

EUR/100 kg

14,80

0404 90 21 9120

L20

EUR/100 kg

14,50

0404 90 21 9160

L20

EUR/100 kg

17,00

0404 90 23 9120

L20

EUR/100 kg

17,00

0404 90 23 9130

L20

EUR/100 kg

23,63

0404 90 23 9140

L20

EUR/100 kg

24,53

0404 90 23 9150

L20

EUR/100 kg

26,00

0404 90 81 9100

L20

EUR/100 kg

17,00

0404 90 83 9110

L20

EUR/100 kg

17,00

0404 90 83 9130

L20

EUR/100 kg

23,63

0404 90 83 9150

L20

EUR/100 kg

24,53

0404 90 83 9170

L20

EUR/100 kg

26,00

0405 10 11 9500

L20

EUR/100 kg

43,90

0405 10 11 9700

L20

EUR/100 kg

45,00

0405 10 19 9500

L20

EUR/100 kg

43,90

0405 10 19 9700

L20

EUR/100 kg

45,00

0405 10 30 9100

L20

EUR/100 kg

43,90

0405 10 30 9300

L20

EUR/100 kg

45,00

0405 10 30 9700

L20

EUR/100 kg

45,00

0405 10 50 9500

L20

EUR/100 kg

43,90

0405 10 50 9700

L20

EUR/100 kg

45,00

0405 10 90 9000

L20

EUR/100 kg

46,65

0405 20 90 9500

L20

EUR/100 kg

41,16

0405 20 90 9700

L20

EUR/100 kg

42,80

0405 90 10 9000

L20

EUR/100 kg

54,49

0405 90 90 9000

L20

EUR/100 kg

45,00

0406 10 20 9640

L04

EUR/100 kg

11,78

L40

EUR/100 kg

14,72

0406 10 20 9650

L04

EUR/100 kg

9,82

L40

EUR/100 kg

12,27

0406 10 20 9830

L04

EUR/100 kg

7,03

L40

EUR/100 kg

8,79

0406 10 20 9850

L04

EUR/100 kg

6,85

L40

EUR/100 kg

8,56

0406 20 90 9913

L04

EUR/100 kg

8,54

L40

EUR/100 kg

10,68

0406 20 90 9915

L04

EUR/100 kg

11,61

L40

EUR/100 kg

14,51

0406 20 90 9917

L04

EUR/100 kg

12,34

L40

EUR/100 kg

15,42

0406 20 90 9919

L04

EUR/100 kg

13,79

L40

EUR/100 kg

17,24

0406 30 31 9730

L04

EUR/100 kg

5,29

L40

EUR/100 kg

6,61

0406 30 31 9930

L04

EUR/100 kg

5,69

L40

EUR/100 kg

7,11

0406 30 31 9950

L04

EUR/100 kg

5,17

L40

EUR/100 kg

6,46

0406 30 39 9500

L04

EUR/100 kg

4,62

L40

EUR/100 kg

5,77

0406 30 39 9700

L04

EUR/100 kg

4,96

L40

EUR/100 kg

6,20

0406 30 39 9930

L04

EUR/100 kg

5,31

L40

EUR/100 kg

6,64

0406 30 39 9950

L04

EUR/100 kg

5,11

L40

EUR/100 kg

6,39

0406 40 50 9000

L04

EUR/100 kg

12,47

L40

EUR/100 kg

15,59

0406 40 90 9000

L04

EUR/100 kg

13,82

L40

EUR/100 kg

17,28

0406 90 13 9000

L04

EUR/100 kg

17,58

L40

EUR/100 kg

21,98

0406 90 15 9100

L04

EUR/100 kg

18,17

L40

EUR/100 kg

22,71

0406 90 17 9100

L04

EUR/100 kg

18,17

L40

EUR/100 kg

22,71

0406 90 21 9900

L04

EUR/100 kg

17,60

L40

EUR/100 kg

22,00

0406 90 23 9900

L04

EUR/100 kg

15,93

L40

EUR/100 kg

19,91

0406 90 25 9900

L04

EUR/100 kg

15,53

L40

EUR/100 kg

19,41

0406 90 27 9900

L04

EUR/100 kg

14,06

L40

EUR/100 kg

17,58

0406 90 32 9119

L04

EUR/100 kg

13,02

L40

EUR/100 kg

16,28

0406 90 35 9190

L04

EUR/100 kg

18,63

L40

EUR/100 kg

23,29

0406 90 35 9990

L04

EUR/100 kg

18,63

L40

EUR/100 kg

23,29

0406 90 37 9000

L04

EUR/100 kg

17,58

L40

EUR/100 kg

21,98

0406 90 61 9000

L04

EUR/100 kg

20,31

L40

EUR/100 kg

25,39

0406 90 63 9100

L04

EUR/100 kg

19,93

L40

EUR/100 kg

24,91

0406 90 63 9900

L04

EUR/100 kg

19,93

L40

EUR/100 kg

24,91

0406 90 69 9910

L04

EUR/100 kg

19,56

L40

EUR/100 kg

24,45

0406 90 73 9900

L04

EUR/100 kg

16,20

L40

EUR/100 kg

20,25

0406 90 75 9900

L04

EUR/100 kg

16,61

L40

EUR/100 kg

20,76

0406 90 76 9300

L04

EUR/100 kg

14,65

L40

EUR/100 kg

18,31

0406 90 76 9400

L04

EUR/100 kg

16,41

L40

EUR/100 kg

20,51

0406 90 76 9500

L04

EUR/100 kg

15,02

L40

EUR/100 kg

18,77

0406 90 78 9100

L04

EUR/100 kg

16,53

L40

EUR/100 kg

20,66

0406 90 78 9300

L04

EUR/100 kg

15,87

L40

EUR/100 kg

19,84

0406 90 79 9900

L04

EUR/100 kg

13,22

L40

EUR/100 kg

16,53

0406 90 81 9900

L04

EUR/100 kg

16,41

L40

EUR/100 kg

20,51

0406 90 85 9930

L04

EUR/100 kg

18,12

L40

EUR/100 kg

22,65

0406 90 85 9970

L04

EUR/100 kg

16,61

L40

EUR/100 kg

20,76

0406 90 86 9200

L04

EUR/100 kg

17,30

L40

EUR/100 kg

21,63

0406 90 86 9400

L04

EUR/100 kg

17,60

L40

EUR/100 kg

22,00

0406 90 86 9900

L04

EUR/100 kg

18,12

L40

EUR/100 kg

22,65

0406 90 87 9300

L04

EUR/100 kg

15,89

L40

EUR/100 kg

19,86

0406 90 87 9400

L04

EUR/100 kg

15,61

L40

EUR/100 kg

19,51

0406 90 87 9951

L04

EUR/100 kg

16,12

L40

EUR/100 kg

20,15

0406 90 87 9971

L04

EUR/100 kg

16,12

L40

EUR/100 kg

20,15

0406 90 87 9973

L04

EUR/100 kg

15,82

L40

EUR/100 kg

19,78

0406 90 87 9974

L04

EUR/100 kg

16,85

L40

EUR/100 kg

21,06

0406 90 87 9975

L04

EUR/100 kg

16,50

L40

EUR/100 kg

20,63

0406 90 87 9979

L04

EUR/100 kg

15,93

L40

EUR/100 kg

19,91

0406 90 88 9300

L04

EUR/100 kg

13,82

L40

EUR/100 kg

17,28

0406 90 88 9500

L04

EUR/100 kg

13,52

L40

EUR/100 kg

16,90

De bestemmingen zijn als volgt vastgesteld:

L20

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van:

a)

derde landen: Andorra, de Heilige Stoel (Vaticaanstad), Liechtenstein en de Verenigde Staten van Amerika;

b)

tot de lidstaten behorend grondgebied dat geen deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap: de Faeröer, Groenland, Helgoland, Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d'Italia, en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de Regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

c)

Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd en die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap: Gibraltar.

d)

de vormen van uitvoer als bedoeld in artikel 36, lid 1, artikel 44, lid 1, en artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).

L04

:

Albanië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Kosovo (), Montenegro en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

L40

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van:

a)

derde landen: L04, Andorra, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitzerland, de Heilige Stoel (Vaticaanstad), de Verenigde Staten van Amerika, Kroatië, Turkije, Australië, Canada, Nieuw Zeeland en Zuid Afrika;

b)

tot de lidstaten behorend grondgebied dat geen deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap: de Faeröer, Groenland, Helgoland, Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d'Italia, en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de Regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

c)

Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd en die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap: Gibraltar.

d)

de vormen van uitvoer als bedoeld in artikel 36, lid 1, artikel 44, lid 1, en artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).


(1)  Voor producten die zijn bestemd voor uitvoer naar de Dominicaanse Republiek in het kader van het contingent 2008/2009 als bedoeld in Besluit 98/486/EG en die voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk III, afdeling 1, van Verordening (EG) nr. 1282/1999, gelden de volgende restituties:

a)

producten van de GN-codes 0402 10 11 9000 en 0402 10 19 9000

0,00 euro/100 kg

b)

producten van de GN-codes 0402 21 11 9900, 0402 21 19 9900, 0402 21 91 9200 en 0402 21 99 9200

0,00 euro/100 kg

De bestemmingen zijn als volgt vastgesteld:

L20

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van:

a)

derde landen: Andorra, de Heilige Stoel (Vaticaanstad), Liechtenstein en de Verenigde Staten van Amerika;

b)

tot de lidstaten behorend grondgebied dat geen deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap: de Faeröer, Groenland, Helgoland, Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d'Italia, en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de Regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

c)

Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd en die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap: Gibraltar.

d)

de vormen van uitvoer als bedoeld in artikel 36, lid 1, artikel 44, lid 1, en artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).

L04

:

Albanië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Kosovo (), Montenegro en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

L40

:

Alle bestemmingen, met uitzondering van:

a)

derde landen: L04, Andorra, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitzerland, de Heilige Stoel (Vaticaanstad), de Verenigde Staten van Amerika, Kroatië, Turkije, Australië, Canada, Nieuw Zeeland en Zuid Afrika;

b)

tot de lidstaten behorend grondgebied dat geen deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap: de Faeröer, Groenland, Helgoland, Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d'Italia, en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de Regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

c)

Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd en die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap: Gibraltar.

d)

de vormen van uitvoer als bedoeld in artikel 36, lid 1, artikel 44, lid 1, en artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).

(2)  Zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/9


VERORDENING (EG) Nr. 58/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van het maximumbedrag van de uitvoerrestitutie voor boter in het kader van de in Verordening (EG) nr. 619/2008 bedoelde permanente inschrijving

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 164, lid 2, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 619/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot opening van een permanente inschrijving voor de vaststelling van de uitvoerrestituties voor bepaalde zuivelproducten (2) voorziet in een permanente inschrijving.

(2)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1454/2007 van de Commissie van 10 december 2007 houdende gemeenschappelijke bepalingen betreffende inschrijvingen voor de vaststelling van uitvoerrestituties voor bepaalde landbouwproducten (3) moet, na bestudering van de offertes die in het kader van de inschrijving zijn ingediend, een maximumbedrag van de uitvoerrestitutie worden vastgesteld voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 20 januari 2009.

(3)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de bij Verordening (EG) nr. 619/2008 geopende permanente inschrijving wordt voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 20 januari 2009, het maximumbedrag van de uitvoerrestitutie voor de in artikel 1, onder a) en b), en artikel 2, van die verordening vermelde producten en bestemmingen, vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 168 van 28.6.2008, blz. 20.

(3)  PB L 325 van 11.12.2007, blz. 69.


BIJLAGE

(EUR/100 kg)

Product

Productcodes

Maximumuitvoerrestitutie voor uitvoer naar de in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 619/2008 vermelde bestemmingen

Boter

ex ex 0405 10 19 9700

50,00

Butteroil

ex ex 0405 90 10 9000

58,00


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/11


VERORDENING (EG) Nr. 59/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van het maximumbedrag van de uitvoerrestitutie voor mageremelkpoeder in het kader van de in Verordening (EG) nr. 619/2008 bedoelde permanente inschrijving

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 164, lid 2, juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 619/2008 van de Commissie van 27 juni 2008 tot opening van een permanente inschrijving voor de vaststelling van de uitvoerrestituties voor bepaalde zuivelproducten (2) voorziet in een permanente inschrijving.

(2)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1454/2007 van de Commissie van 10 december 2007 houdende gemeenschappelijke bepalingen betreffende inschrijvingen voor de vaststelling van uitvoerrestituties voor bepaalde landbouwproducten (3) moet, na bestudering van de offertes die in het kader van de inschrijving zijn ingediend, een maximumbedrag van de restitutie worden vastgesteld voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 20 januari 2009.

(3)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de bij Verordening (EG) nr. 619/2008 geopende permanente inschrijving wordt voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 20 januari 2009, het maximumbedrag van de restitutie voor de in artikel 1, onder c), en artikel 2, van die verordening bedoelde producten en bestemmingen vastgesteld op 20,00 EUR/100 kg.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 168 van 28.6.2008, blz. 20.

(3)  PB L 325 van 11.12.2007, blz. 69.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/12


VERORDENING (EG) Nr. 60/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector rundvlees

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 164, lid 2, laatste alinea, en artikel 170,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in deel XV van bijlage I bij die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gezien de huidige situatie marktsituatie in de rundvleessector moeten uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften en criteria van de artikelen 162, 163, 164 en 167 tot en met 170 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

Krachtens artikel 164, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kunnen de restituties naar gelang van de bestemming worden gedifferentieerd, met name indien dit noodzakelijk is wegens de situatie op de wereldmarkt, de specifieke vereisten van bepaalde markten of de verplichtingen die voortvloeien uit volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten.

(4)

Restituties mogen uitsluitend worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap kunnen circuleren en die zijn voorzien van een gezondheidsmerk zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2). Deze producten moeten ook voldoen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (3) en van Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (4).

(5)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1359/2007 van de Commissie van 21 november 2007 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been (5) wordt de bijzondere restitutie verlaagd wanneer de voor uitvoer bestemde hoeveelheid minder dan 95 %, doch ten minste 85 % van de totale hoeveelheid (in gewicht) door uitbening verkregen stukken bedraagt.

(6)

Verordening (EG) nr. 1044/2008 van de Commissie (6) moet derhalve worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De voor de uitvoerrestituties als bedoeld in artikel 164 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 in aanmerking komende producten, alsmede het bedrag van die restituties zijn opgenomen in de bijlage bij de onderhavige verordening, en gelden onder voorbehoud van de naleving van de in lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde voorwaarden.

2.   De op grond van lid 1 voor restituties in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de desbetreffende eisen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, en moeten met name in een erkende inrichting zijn vervaardigd en voldoen aan de in bijlage I, sectie I, hoofdstuk III, van Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde bepalingen inzake gezondheidsmerken.

Artikel 2

In het in artikel 7, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1359/2007 bedoelde geval wordt de restitutie voor producten van code 0201 30 00 9100 verminderd met 7 EUR/100 kg.

Artikel 3

Verordening (EG) nr. 1044/2008 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22.

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(4)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83.

(5)  PB L 304 van 22.11.2007, blz. 21.

(6)  PB L 281 van 24.10.2008, blz. 10.


BIJLAGE

Met ingang van 23 januari 2009 geldende uitvoerrestituties in de sector rundvlees

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

0102 10 10 9140

B00

EUR/100 kg levend gewicht

25,9

0102 10 30 9140

B00

EUR/100 kg levend gewicht

25,9

0201 10 00 9110 (2)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

36,6

B03

EUR/100 kg nettogewicht

21,5

0201 10 00 9130 (2)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

48,8

B03

EUR/100 kg nettogewicht

28,7

0201 20 20 9110 (2)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

48,8

B03

EUR/100 kg nettogewicht

28,7

0201 20 30 9110 (2)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

36,6

B03

EUR/100 kg nettogewicht

21,5

0201 20 50 9110 (2)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

61,0

B03

EUR/100 kg nettogewicht

35,9

0201 20 50 9130 (2)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

36,6

B03

EUR/100 kg nettogewicht

21,5

0201 30 00 9050

US (4)

EUR/100 kg nettogewicht

6,5

CA (5)

EUR/100 kg nettogewicht

6,5

0201 30 00 9060 (7)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

22,6

B03

EUR/100 kg nettogewicht

7,5

0201 30 00 9100 (3)  (7)

B04

EUR/100 kg nettogewicht

84,7

B03

EUR/100 kg nettogewicht

49,8

EG

EUR/100 kg nettogewicht

103,4

0201 30 00 9120 (3)  (7)

B04

EUR/100 kg nettogewicht

50,8

B03

EUR/100 kg nettogewicht

29,9

EG

EUR/100 kg nettogewicht

62,0

0202 10 00 9100

B02

EUR/100 kg nettogewicht

16,3

B03

EUR/100 kg nettogewicht

5,4

0202 20 30 9000

B02

EUR/100 kg nettogewicht

16,3

B03

EUR/100 kg nettogewicht

5,4

0202 20 50 9900

B02

EUR/100 kg nettogewicht

16,3

B03

EUR/100 kg nettogewicht

5,4

0202 20 90 9100

B02

EUR/100 kg nettogewicht

16,3

B03

EUR/100 kg nettogewicht

5,4

0202 30 90 9100

US (4)

EUR/100 kg nettogewicht

6,5

CA (5)

EUR/100 kg nettogewicht

6,5

0202 30 90 9200 (7)

B02

EUR/100 kg nettogewicht

22,6

B03

EUR/100 kg nettogewicht

7,5

1602 50 31 9125 (6)

B00

EUR/100 kg nettogewicht

23,3

1602 50 31 9325 (6)

B00

EUR/100 kg nettogewicht

20,7

1602 50 95 9125 (6)

B00

EUR/100 kg nettogewicht

23,3

1602 50 95 9325 (6)

B00

EUR/100 kg nettogewicht

20,7

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

De bestemmingscodes zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19).

De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

B00

:

alle bestemmingen (derde landen, andere gebieden, bevoorrading en met uitvoer uit de Gemeenschap gelijkgestelde bestemmingen).

B02

:

B04 en bestemming EG.

B03

:

Albanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Kosovo (), Montenegro, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, proviandering en bunkeren (bestemmingen zoals bedoeld in de artikelen 36 en 45 en, indien toepasselijk, artikel 44 van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).

B04

:

Turkije, Oekraïne, Belarus, Moldavië, Rusland, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Kazachstan, Turkmenistan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië, Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Libanon, Syrië, Irak, Iran, Israël, Westelijke Jordaanoever/Gazastrook, Jordanië, Saoedi-Arabië, Koeweit, Bahrein, Qatar, Verenigde Arabische Emiraten, Oman, Jemen, Pakistan, Sri Lanka, Myanmar (Birma), Thailand, Vietnam, Indonesië, Filipijnen, China, Noord-Korea, Hongkong, Soedan, Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger, Tsjaad, Kaapverdië, Senegal, Gambia, Guinee-Bissau, Guinee, Sierra Leone, Liberia, Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Nigeria, Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, Equatoriaal-Guinea, Sao Tomé en Principe, Gabon, Congo (Republiek), Congo (Democratische Republiek), Rwanda, Burundi, Sint-Helena en onderhorigheden, Angola, Ethiopië, Eritrea, Djibouti, Somalië, Oeganda, Tanzania, Seychellen en onderhorigheden, Brits gebied in de Indische Oceaan, Mozambique, Mauritius, Comoren, Mayotte, Zambia, Malawi, Zuid-Afrika, Lesotho.


(1)  Zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999.

(2)  Indeling onder deze onderverdeling is afhankelijk van de overlegging van het attest dat is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 433/2007 van de Commissie (PB L 104 van 21.4.2007, blz. 3).

(3)  De restitutie wordt toegekend mits voldaan is aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1359/2007 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2007, blz. 21) en, indien van toepassing, aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1741/2006 van de Commissie (PB L 329 van 25.11.2006, blz. 7).

(4)  Zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1643/2006 van de Commissie (PB L 308 van 8.11.2006, blz. 7).

(5)  Zoals bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2051/96 van de Commissie (PB L 274 van 26.10.1996, blz. 18).

(6)  De restitutie wordt toegekend mits voldaan is aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1731/2006 van de Commissie (PB L 325 van 24.11.2006, blz. 12).

(7)  Het gehalte aan mager rundvlees met uitzondering van vet wordt bepaald aan de hand van de analyseprocedure die is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2429/86 van de Commissie (PB L 210 van 1.8.1986, blz. 39).

Het begrip „gemiddeld gehalte” verwijst naar de hoeveelheid van het monster zoals bepaald in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 765/2002 van de Commissie (PB L 117 van 4.5.2002, blz. 6). Het monster wordt genomen uit het deel van de betrokken partij met het hoogste risico.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/16


VERORDENING (EG) Nr. 61/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van uitvoerrestituties in de sector varkensvlees

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 164, lid 2, laatste alinea, en artikel 170,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in deel XVII van bijlage I die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gezien de huidige marktsituatie in de varkensvleessector moeten uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften en criteria van de artikelen 162, 163, 164, 167, 169 en 170 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

Krachtens artikel 164, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kunnen de restituties naar gelang van de bestemming worden gedifferentieerd, met name indien dit noodzakelijk is wegens de situatie op de wereldmarkt, de specifieke vereisten van bepaalde markten of de verplichtingen die voortvloeien uit volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten.

(4)

Restituties mogen uitsluitend worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap kunnen circuleren en die zijn voorzien van een gezondheidsmerk zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2). Deze producten moeten ook voldoen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (3) en van Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (4).

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De voor de uitvoerrestituties als bedoeld in artikel 164 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 in aanmerking komende producten, alsmede het bedrag van die restituties zijn opgenomen in de bijlage bij de onderhavige verordening, en gelden onder voorbehoud van de naleving van de in lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde voorwaarden.

2.   De op grond van lid 1 voor restituties in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de desbetreffende eisen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, en moeten met name in een erkende inrichting zijn vervaardigd en voldoen aan de in bijlage I, sectie I, hoofdstuk III, van Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde bepalingen inzake gezondheidsmerken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22.

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(4)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206; gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83.


BIJLAGE

Uitvoerrestituties in de sector varkensvlees voor de periode vanaf 23 januari 2009

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

0210 11 31 9110

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 11 31 9910

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 19 81 9100

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 19 81 9300

A00

EUR/100 kg

54,20

1601 00 91 9120

A00

EUR/100 kg

19,50

1601 00 99 9110

A00

EUR/100 kg

15,20

1602 41 10 9110

A00

EUR/100 kg

29,00

1602 41 10 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

1602 42 10 9110

A00

EUR/100 kg

22,80

1602 42 10 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

1602 49 19 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/18


VERORDENING (EG) Nr. 62/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector eieren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (1), en met name op artikel 164, lid 2, laatste alinea, en artikel 170,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in deel XIX van bijlage I bij die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gezien de huidige situatie op de eiermarkt, moeten uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de regels en bepaalde criteria van de artikelen 162, 163, 164, 167, 169 en 170 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

Krachtens artikel 164, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kunnen de restituties naar gelang van de bestemming worden gedifferentieerd, met name indien dit noodzakelijk is wegens de situatie op de wereldmarkt, de specifieke vereisten van bepaalde markten of de verplichtingen die voortvloeien uit volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten.

(4)

De restituties moeten slechts worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap mogen worden verhandeld en die voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (2) en van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (3), alsmede aan de voorwaarden inzake het merken die zijn vastgesteld in bijlage XIV, punt A, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De voor de restituties als bedoeld in artikel 164 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 in aanmerking komende producten, alsmede het bedrag van die restituties zijn opgenomen in de bijlage bij de onderhavige verordening, en gelden onder voorbehoud van de naleving van de in lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde voorwaarden.

2.   De op grond van lid 1 voor restituties in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de vereisten van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, en moeten met name in een erkende inrichting zijn bereid en voldoen aan de voorwaarden voor het merken, die zijn vastgesteld in bijlage II, sectie I, van Verordening (EG) nr. 853/2004 en in bijlage XIV, punt A, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1. Rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55. Rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22.


BIJLAGE

Uitvoerrestituties in de sector eieren van toepassing vanaf 23 januari 2009

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

0407 00 11 9000

A02

EUR/100 st.

0,78

0407 00 19 9000

A02

EUR/100 st.

0,39

0407 00 30 9000

E09

EUR/100 kg

0,00

E10

EUR/100 kg

16,00

E19

EUR/100 kg

0,00

0408 11 80 9100

A03

EUR/100 kg

25,10

0408 19 81 9100

A03

EUR/100 kg

12,60

0408 19 89 9100

A03

EUR/100 kg

12,60

0408 91 80 9100

A03

EUR/100 kg

15,90

0408 99 80 9100

A03

EUR/100 kg

4,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

E09

Uitvoer naar Koeweit, Bahrein, Oman, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Jemen, Hongkong SAR, Rusland en Turkije

E10

Uitvoer naar Zuid-Korea, Japan, Maleisië, Thailand, Taiwan en de Filipijnen

E19

Uitvoer naar alle bestemmingen, met uitzondering van Zwitserland en de bestemmingen bedoeld onder E09 en E10


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/20


VERORDENING (EG) Nr. 63/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van uitvoerrestituties in de sector vlees van pluimvee

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (1), en met name op artikel 164, lid 2, laatste alinea, en artikel 170,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in deel XX van bijlage I bij die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en die in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gezien de huidige situatie op de pluimveevleesmarkt, moeten uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de regels en bepaalde criteria van de artikelen 162, 163, 164, 167, 169 en 170 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

Krachtens artikel 164, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kunnen de restituties naar gelang van de bestemming worden gedifferentieerd, met name indien dit noodzakelijk is wegens de situatie op de wereldmarkt, de specifieke vereisten van bepaalde markten of de verplichtingen die voortvloeien uit volgens artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten.

(4)

De restituties moeten slechts worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap mogen worden verhandeld en die zijn voorzien van het identificatiemerk als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2). Deze producten moeten tevens voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (3).

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De voor de restituties als bedoeld in artikel 164 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 in aanmerking komende producten, alsmede het bedrag van die restituties zijn opgenomen in de bijlage bij de onderhavige verordening, en gelden onder voorbehoud van de naleving van de in lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde voorwaarden.

2.   De op grond van lid 1 voor restituties in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de vereisten van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, en moeten met name in een erkende inrichting zijn bereid en voldoen aan de voorwaarden inzake het identificatiemerk, die zijn vastgesteld in bijlage II, sectie I, van Verordening (EG) nr. 853/2004.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1. Rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.


BIJLAGE

Uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee voor de periode vanaf 23 januari 2009

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

0105 11 11 9000

A02

EUR/100 pcs

0,47

0105 11 19 9000

A02

EUR/100 pcs

0,47

0105 11 91 9000

A02

EUR/100 pcs

0,47

0105 11 99 9000

A02

EUR/100 pcs

0,47

0105 12 00 9000

A02

EUR/100 pcs

0,94

0105 19 20 9000

A02

EUR/100 pcs

0,94

0207 12 10 9900

V03

EUR/100 kg

40,00

0207 12 90 9190

V03

EUR/100 kg

40,00

0207 12 90 9990

V03

EUR/100 kg

40,00

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

V03

A24, Angola, Saudi-Arabië, Koeweit, Bahrein, Qatar, Oman, Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië, Jemen, Libanon, Irak en Iran.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/22


VERORDENING (EG) Nr. 64/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vaststelling van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 143,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2783/75 van de Raad van 29 oktober 1975 betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine, en met name op artikel 3, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1484/95 van de Commissie (2) zijn bepalingen vastgesteld voor de toepassing van de regeling inzake aanvullende invoerrechten en zijn de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, vastgesteld.

(2)

Uit de regelmatige controle van de gegevens die als basis worden gebruikt voor het bepalen van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, blijkt dat de representatieve prijzen voor de invoer van bepaalde producten moeten worden gewijzigd met inachtneming van de naar gelang van de oorsprong optredende prijsverschillen. De representatieve prijzen moeten derhalve worden bekendgemaakt.

(3)

Deze wijziging moet, gezien de marktsituatie, zo spoedig mogelijk worden toegepast.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 1484/95 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 145 van 29.6.1995, blz. 47.


BIJLAGE

van de verordening van de Commissie van 22 januari 2009 tot vaststelling van de representatieve prijzen in de sectoren slachtpluimvee en eieren, alsmede van ovoalbumine, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1484/95

„BIJLAGE I

GN-code

Omschrijving

Representatieve prijs

(EUR/100 kg)

In artikel 3, lid 3, bedoelde zekerheid

(EUR/100 kg)

Oorsprong (1)

0207 12 10

Geslachte kippen (zogenaamde kippen 70 %), bevroren

124,2

0

AR

0207 12 90

Geslachte kippen (zogenaamde kippen 65 %), bevroren

125,0

0

BR

138,6

0

AR

0207 14 10

Delen zonder been, van hanen of van kippen, bevroren

239,0

18

BR

268,4

10

AR

279,6

6

CL

0207 14 50

Borsten van kippen, bevroren

180,9

9

BR

0207 14 60

Dijen van kippen, bevroren

126,7

5

BR

0207 25 10

Geslachte kalkoenen (zogenaamde kalkoenen 80 %), bevroren

213,5

0

BR

0207 27 10

Delen zonder been, van kalkoenen, bevroren

311,9

0

BR

316,5

0

CL

0408 11 80

Eigeel

452,7

0

AR

0408 91 80

Eieren uit de schaal, gedroogd

427,9

0

AR

1602 32 11

Bereidingen van hanen of van kippen, niet gekookt en niet gebakken

269,6

5

BR

3502 11 90

Ovoalbumine, gedroogd

604,0

0

AR


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.”


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/24


VERORDENING (EG) Nr. 65/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op eieren en eigeel, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 164 lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 162, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in artikel 1, lid 1, onder s), en in deel XIX van bijlage I bij die verordening bedoelde producten in de internationale handel enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd wanneer deze producten worden uitgevoerd in de vorm van goederen die in deel V van bijlage XX bij die verordening worden genoemd.

(2)

In Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad wat betreft de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (2), is aangegeven voor welke producten een restitutie moet worden vastgesteld wanneer ze worden uitgevoerd in de vorm van goederen bedoeld in deel V van bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1043/2005 dient de restitutie per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten te worden vastgesteld voor dezelfde periode als die welke is gekozen voor de vaststelling van de restituties voor dezelfde producten die in onverwerkte toestand worden uitgevoerd.

(4)

In artikel 11 van de in het kader van de Uruguayronde gesloten landbouwovereenkomst is bepaald dat de restitutie bij uitvoer van een in een goed verwerkt product niet meer mag bedragen dan de restitutie voor ditzelfde product dat in onverwerkte toestand wordt uitgevoerd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties die van toepassing zijn op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 en in artikel 1, lid 1, onder s), Verordening (EG) nr. 1234/2007 opgenomen basisproducten die worden uitgevoerd in de vorm van in deel V van bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 vermelde goederen, worden vastgesteld zoals in de bijlage bij deze verordening is aangegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Heinz ZOUREK

Directeur-generaal Ondernemingen en industrie


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24.


BIJLAGE

Restituties die met ingang van 23 januari 2009 van toepassing zijn op eieren en eigeel die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving

Bestemming (1)

Restituties

0407 00

Vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt:

 

 

– van pluimvee:

 

 

0407 00 30

– – andere:

 

 

a)

in geval van uitvoer van ovoalbumine van de GN-codes 3502 11 90 en 3502 19 90

02

0,00

03

16,00

04

0,00

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

01

0,00

0408

Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

 

 

– eigeel:

 

 

0408 11

– – gedroogd:

 

 

ex 0408 11 80

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ongezoet

01

25,10

0408 19

– – andere:

 

 

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ex 0408 19 81

– – – – vloeibaar:

 

 

ongezoet

01

12,60

ex 0408 19 89

– – – – bevroren:

 

 

ongezoet

01

12,60

– andere:

 

 

0408 91

– – gedroogd:

 

 

ex 0408 91 80

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ongezoet

01

15,90

0408 99

– – andere:

 

 

ex 0408 99 80

– – – geschikt voor menselijke consumptie:

 

 

ongezoet

01

4,00


(1)  De bestemmingen zijn:

01

derde landen. Voor Zwitserland en Liechtenstein gelden deze restituties niet voor de goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II bij Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972;

02

Bahrein, Hongkong SAR, Jemen, Koeweit, Oman, Qatar, Rusland, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten;

03

de Filipijnen, Japan, Maleisië, Taiwan, Thailand en Zuid-Korea, en

04

alle bestemmingen, met uitzondering van Zwitserland en van de bestemmingen bedoeld onder 02 en 03.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/26


VERORDENING (EG) Nr. 66/2009 VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op melk en zuivelproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op artikel 164, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 162, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan het verschil tussen de prijzen van de in artikel 1, lid 1, onder p) en in deel XVI van bijlage I bij die verordening bedoelde producten in de internationale handel enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd wanneer deze producten worden uitgevoerd in de vorm van goederen vermeld in deel IV van bijlage XX bij die verordening.

(2)

In Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad wat betreft de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten (2), uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, is aangegeven voor welke producten een restitutie moet worden vastgesteld wanneer deze worden uitgevoerd in de vorm van goederen vermeld in deel IV van bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, tweede alinea, onder a), van Verordening (EG) nr. 1043/2005 wordt de restitutie per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten vastgesteld voor dezelfde periode als die welke is gekozen voor de vaststelling van de restituties voor dezelfde producten die in onverwerkte toestand worden uitgevoerd.

(4)

In artikel 11 van de in het kader van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw is bepaald dat de restitutie bij uitvoer van een in een goed verwerkt product niet meer mag bedragen dan de restitutie voor ditzelfde product dat in onverwerkte toestand wordt uitgevoerd.

(5)

Voor bepaalde melkproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, bestaat evenwel het gevaar dat, indien vooraf hoge restituties worden vastgesteld, de verplichtingen die met betrekking tot deze restituties zijn aangegaan, op het spel worden gezet. Om dat gevaar te voorkomen moeten passende voorzorgsmaatregelen worden genomen, zonder evenwel langetermijncontracten uit te sluiten. De vaststelling van specifieke restitutiebedragen voor het vooraf vaststellen van de restituties voor deze producten moet het mogelijk maken beide doelstellingen te verwezenlijken.

(6)

In artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 is bepaald dat voor de vaststelling van de restitutie in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met restituties bij de productie en steunmaatregelen of andere maatregelen van gelijke werking die voor de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 vermelde basisproducten of daarmee gelijkgestelde producten in alle lidstaten worden toegepast uit hoofde van de verordening houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten.

(7)

Overeenkomstig artikel 100, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt steun verleend aan in de Gemeenschap geproduceerde en tot caseïne verwerkte ondermelk, indien deze melk en de daarvan vervaardigde caseïne aan bepaalde eisen voldoen.

(8)

Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat (3) op de markt van de Gemeenschap, bepaalt dat boter en room tegen verlaagde prijs beschikbaar worden gesteld aan industrieën die deze goederen verwerken.

(9)

Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties die van toepassing zijn op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 en in deel XVI van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 opgenomen basisproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen vermeld in deel IV van bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007, worden vastgesteld zoals in de bijlage bij deze verordening is aangegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 23 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Heinz ZOUREK

Directeur-generaal Ondernemingen en industrie


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24.

(3)  PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1.


BIJLAGE

Restituties welke van toepassing zijn vanaf 23 januari 2009 op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (1)

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving

Restituties

Bij vaststelling vooraf van de restituties

Overige gevallen

ex 0402 10 19

Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van minder dan 1,5 gewichtspercenten (PG 2):

 

 

a)

in geval van uitvoer van goederen van GN-code 3501

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

17,00

17,00

ex 0402 21 19

Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van 26 gewichtspercenten (PG 3):

 

 

a)

bij uitvoer van producten, bevattende boter of room in de vorm van een aan PG 3 gelijkgesteld product, tegen verlaagde prijs krachtens Verordening (EG) nr. 1898/2005

26,85

26,85

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

26,00

26,00

ex 0405 10

Boter met een vetgehalte van 82 gewichtspercenten (PG 6):

 

 

a)

bij uitvoer van producten, bevattende boter of room tegen verlaagde prijs, vervaardigd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1898/2005

45,00

45,00

b)

in geval van uitvoer van goederen behorende tot GN-code 2106 90 98, met een vetgehalte van 40 of meer gewichtspercenten

46,05

46,05

c)

in geval van uitvoer van andere goederen

45,00

45,00


(1)  De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing op de uitvoer naar:

a)

derde landen: Andorra, de Heilige Stoel (Vaticaanstad), Liechtenstein en de Verenigde Staten van Amerika en op de naar de Zwitserse Bondsstaat uitgevoerde goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972;

b)

gebieden van de lidstaten van de EU die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap: Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d’Italia, Helgoland, Groenland, de Faeröer en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent;

c)

Europese gebieden waarvoor buitenlandse betrekkingen onder de verantwoordelijkheid van een lidstaat vallen en die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap: Gibraltar.

d)

de vormen van uitvoer als bedoeld in artikel 36, lid 1, artikel 44, lid 1, en artikel 45, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).


RICHTLIJNEN

23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/29


RICHTLIJN 2008/121/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 januari 2009

inzake textielbenamingen (Herschikking)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 inzake textielbenamingen (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

Verschillen tussen de bepalingen van de lidstaten inzake de benaming, de samenstelling en de etikettering van textielproducten zouden de werking van de interne markt belemmeren.

(3)

Die belemmeringen kunnen worden opgeheven indien er op communautair niveau uniforme voorschriften worden vastgesteld voor het op de markt brengen van textielproducten. Derhalve is een harmonisatie noodzakelijk van de benamingen van de textielvezels, alsmede van de aanduidingen welke voorkomen op de etiketten, merkingen of documenten welke de textielproducten bij de diverse handelingen in het productie-, bewerkings- en distributiestadium begeleiden.

(4)

Deze harmonisatie dient tevens betrekking te hebben op sommige producten die niet uitsluitend uit textiel bestaan, wanneer het textielgedeelte een wezenlijk deel van het product uitmaakt of wanneer daarop door de producent, de bewerker of de handelaar door een speciale vermelding de aandacht wordt gevestigd.

(5)

De voor zuivere producten reeds vastgestelde tolerantie voor andere vezels moet tevens worden toegepast op gemengde producten.

(6)

Ter bereiking van de doelstellingen welke aan de nationale bepalingen ter zake ten grondslag liggen, dient de etikettering verplicht te zijn.

(7)

Voor de producten waarvan het uit technisch oogpunt moeilijk is de samenstelling aan te duiden op het ogenblik van de fabricage, mogen de eventueel dan bekende vezels op het etiket worden vermeld, mits zij een bepaald percentage van het eindproduct vertegenwoordigen.

(8)

Teneinde toepassingsverschillen binnen de Gemeenschap te vermijden, moeten er nauwkeurig bijzondere bepalingen worden vastgesteld voor het etiketteren van bepaalde textielproducten die uit twee of meer gedeelten bestaan, en moet tevens worden bepaald met welke bestanddelen van textielproducten bij de etikettering en de analyse geen rekening behoeft te worden gehouden.

(9)

Het te koop aanbieden van textielproducten, waarvoor alleen de verplichting tot globale etikettering geldt en van producten welke per meter of in coupons worden verkocht, moet zo gebeuren dat de verbruiker werkelijk kennis kan nemen van de aanduidingen die zich op de buitenverpakking of de rol bevinden en dat het de taak van de lidstaten is de te dien einde te nemen maatregelen vast te stellen.

(10)

Het gebruik van aanduidingen of benamingen die op bijzondere wijze het vertrouwen van gebruikers en consumenten genieten, dient aan bepaalde voorwaarden te worden onderworpen.

(11)

Het is noodzakelijk methoden te voorzien voor het trekken van monsters en het analyseren van textiel, teneinde alle mogelijke geschillen over de gebezigde methoden te voorkomen. De voorlopige handhaving van de thans gebruikte nationale methoden vormt evenwel geen belemmering voor de toepassing van uniforme voorschriften.

(12)

Bijlage V, die de op de watervrije massa van elke vezel bij de bepaling van de vezelsamenstelling van textielproducten toe te passen overeengekomen percentages bevat, schrijft onder de nummers 1, 2 en 3 twee verschillende overeengekomen percentages voor de berekening van de samenstelling van wol en/of haar bevattende gekaarde of gekamde producten voor. Het is voor de laboratoria echter niet altijd mogelijk uit te maken of een product tot de gekaarde dan wel tot de gekamde vezels behoort, zodat toepassing van deze bepaling bij de in de Gemeenschap uitgevoerde conformiteitscontroles van textielproducten in dit geval tot tegenstrijdige resultaten kan leiden. De laboratoria dient derhalve te worden toegestaan om in twijfelgevallen één enkel overeengekomen percentage toe te passen.

(13)

Het is niet wenselijk, in een specifieke richtlijn betreffende textielproducten, alle bepalingen die daarop van toepassing zijn, te harmoniseren.

(14)

De bijlagen III en IV moeten op grond van het uitzonderlijke karakter van de daarin vermelde gevallen eveneens andere, van etikettering vrijgestelde producten behelzen, waaronder in het bijzonder wegwerpartikelen of producten waarvoor alleen een globale etikettering is vereist.

(15)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (5).

(16)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven, om de bijlagen I en V aan de technische vooruitgang aan te passen en nieuwe kwantitatieve analysemethoden voor binaire en ternaire mengsels vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, onder meer door haar aan te vullen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.

(17)

Daar de in deze richtlijn opgenomen nieuwe onderdelen alleen de comitéprocedure betreffen, is omzetting ervan door de lidstaten niet nodig.

(18)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage VI, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Textielproducten mogen vóór verwerking, gedurende het productieproces en in de diverse stadia van de distributie, binnen de Gemeenschap slechts op de markt worden gebracht indien zij in overeenstemming zijn met deze richtlijn.

2.   Deze richtlijn is niet van toepassing op textielproducten:

a)

die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen;

b)

die de lidstaten binnenkomen om onder douanetoezicht te worden doorgevoerd;

c)

die uit derde landen worden ingevoerd in het kader van het actieve-veredelingsverkeer;

d)

die ter bewerking aan huisarbeiders of aan zelfstandige loonondernemingen worden toevertrouwd, zonder dat overdracht onder bezwarende titel plaatsvindt.

Artikel 2

1.   Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)

„textielproducten”, alle onbewerkte, halfbewerkte, bewerkte, halfafgewerkte, afgewerkte, halfgeconfectioneerde of geconfectioneerde producten welke uitsluitend zijn samengesteld uit textielvezels, ongeacht het toegepaste meng- of assemblageprocédé;

b)

„textielvezel”,

i)

een element dat wordt gekenmerkt door zijn soepelheid, fijnheid en de grote lengte in verhouding tot de maximale dwarsdoorsnede, waardoor het geschikt is voor gebruik als textiel;

ii)

soepele stroken of buizen waarvan de schijnbare breedte niet meer dan 5 mm bedraagt, met inbegrip van die stroken welke uit bredere stroken of uit folie zijn geknipt, die zijn vervaardigd op basis van de materialen die dienen voor de fabricage van de vezels genoemd in bijlage I onder de nummers 19 tot en met 47 en die geschikt zijn voor gebruik als textiel; de schijnbare breedte is die van de strook of buis in gevouwen, platgemaakte, samengedrukte of verwrongen vorm; bij een niet-uniforme breedte geldt de gemiddelde breedte.

2.   De volgende producten worden met textielproducten gelijkgesteld en onder de bepalingen van deze richtlijn gebracht:

a)

producten die ten minste 80 gewichtspercenten textielvezels bevatten;

b)

overtrekken, waarvan de uit textiel bestaande delen ten minste 80 % van het gewicht ervan uitmaken, van meubels, paraplu’s en parasols en, onder dezelfde voorwaarde, de textielbestanddelen van uit verscheidene lagen bestaande vloerbedekkingen, van matrassen en van kampeerartikelen, alsmede de warme voeringen van schoeisel en handschoenen;

c)

textiel dat is verwerkt in andere producten waarvan het een bestanddeel vormt, voor zover de samenstelling nader wordt aangegeven.

Artikel 3

1.   De benamingen en de beschrijvingen van de in artikel 2 bedoelde vezels zijn opgenomen in bijlage I.

2.   De benamingen welke in de tabel van bijlage I zijn opgenomen, mogen uitsluitend worden gebruikt voor vezels die overeenkomen met de onder hetzelfde nummer in de tabel gegeven beschrijving.

3.   Voor alle andere vezels mogen die benamingen noch als hoofdwoord, noch als stamwoord, noch als bijvoeglijke bepaling worden gebezigd, ongeacht de gebruikte taal.

4.   De benaming „zijde” mag niet worden gebruikt ter aanduiding van de speciale vorm of opmaak van de textielvezels als filamentgarens.

Artikel 4

1.   Aan de benaming van een textielproduct mag de aanduiding 100 % of „zuiver” of eventueel „puur”, met uitsluiting van iedere andere term van die strekking, slechts worden toegevoegd indien het product geheel uit een en dezelfde soort vezel bestaat.

2.   Een hoeveelheid andere vezels tot 2 % van het gewicht van het textielproduct wordt toegelaten, voor zover zij technisch gerechtvaardigd is en niet het resultaat is van stelselmatige toevoeging. Deze tolerantie wordt op 5 % gebracht voor textielproducten die een kaardbewerking hebben ondergaan.

Artikel 5

1.   Een wolproduct mag met een van de in bijlage II genoemde benamingen worden aangeduid mits het uitsluitend bestaat uit vezels die voordien nooit in een afgewerkt product verwerkt zijn geweest, die geen andere dan de voor de vervaardiging van het product vereiste verspinnings- en/of verviltingsbewerkingen hebben ondergaan, en die niet zodanig behandeld of gebruikt zijn dat de vezel daardoor is beschadigd.

2.   In afwijking van lid 1 mogen de in bijlage II genoemde benamingen worden gebruikt om wol aan te duiden die in een mengsel van vezels is verwerkt, wanneer:

a)

al de in het mengsel verwerkte wol voldoet aan de in lid 1 omschreven kenmerken;

b)

de hoeveelheid van deze wol niet minder is dan 25 % van het totale gewicht van het mengsel;

c)

in geval van een fijne menging, de wol slechts met één andere vezel is vermengd.

In het in dit lid bedoelde geval is de aanduiding van de volledige procentuele samenstelling verplicht.

3.   De tolerantie op technische gronden die verband houden met de vervaardiging, wordt beperkt tot 0,3 % onzuivere vezels voor de producten zoals bedoeld in de leden 1 en 2, ook indien het gaat om wolproducten die een kaardbewerking hebben ondergaan.

Artikel 6

1.   Textielproducten, samengesteld uit twee of meer vezelsoorten waarvan er een ten minste 85 % van het totale gewicht uitmaakt, worden aangeduid:

a)

met de benaming van deze laatste vezelsoort en het overeenkomstige gewichtspercentage;

b)

met de benaming van de bedoelde vezelsoort, voorafgegaan door de vermelding „minimum 85 %”, of

c)

met de volledige procentuele samenstelling van het product.

2.   Textielproducten, samengesteld uit twee of meer vezelsoorten waarvan geen enkele 85 % van het totale gewicht uitmaakt, worden aangeduid met de benaming en het gewichtspercentage van ten minste de twee vezels met de hoogste gewichtspercentages, gevolgd door de benamingen der andere samenstellende vezelsoorten in afnemende volgorde van gewicht, al dan niet met vermelding van de overeenkomstige gewichtspercentages, met dien verstande dat:

a)

de gezamenlijke vezelsoorten waarvan elke soort afzonderlijk minder dan 10 % van het totale gewicht van het product uitmaakt, mogen worden aangeduid als „andere vezels”, gevolgd door het totale gewichtspercentage;

b)

ingeval de benaming van een vezelsoort die minder dan 10 % van het totale gewicht van het product uitmaakt, wordt vermeld, de volledige procentuele samenstelling van het product dient te worden opgegeven.

3.   Producten met een ketting van zuiver katoen en een inslag van zuiver vlas, waarin het aandeel van het vlas niet minder dan 40 % van het totale gewicht van het ontpapte weefsel bedraagt, mogen worden aangeduid met de benaming „halflinnen”, met de verplichte vermelding van de samenstelling: „ketting zuiver katoen — inslag zuiver vlas of linnen”.

4.   De uitdrukkingen „diverse vezels” of „textiel van onbepaalde samenstelling” mogen worden gebruikt voor elk product waarvan de samenstelling op het ogenblik van de fabricage moeilijk kan worden aangeduid.

5.   Voor textielproducten die bestemd zijn voor de eindverbruiker wordt, in de procentuele samenstellingen, bedoeld in de leden 1 tot en met 4:

a)

een hoeveelheid andere vezels tot 2 % van het totale gewicht van het textielproduct toegelaten, voor zover zij technisch gerechtvaardigd is en niet het resultaat van een stelselmatige toevoeging is; deze tolerantie wordt op 5 % gebracht voor textielproducten die een kaardbewerking hebben ondergaan en laat de in artikel 5, lid 3, bepaalde tolerantie onverlet;

b)

een fabricagetolerantie van 3 % ten opzichte van het totale gewicht van de op het etiket aangegeven vezels toegelaten tussen de opgegeven vezelpercentages en de percentages die blijken uit de analyse; deze tolerantie wordt ook toegepast op de vezels die overeenkomstig lid 2 zijn opgesomd in afnemende volgorde van gewicht zonder vermelding van het overeenkomstige percentage. Deze tolerantie geldt ook voor de toepassing van artikel 5, lid 2, onder b).

Bij de analyse worden deze toleranties afzonderlijk berekend. Het totale gewicht dat in aanmerking moet worden genomen bij de berekening van de onder b) bedoelde tolerantie, is dat van de vezels in het eindproduct, met uitsluiting van de andere vezels die eventueel werden aangetroffen overeenkomstig de onder a) bedoelde tolerantie.

Samenvoeging van de onder a) en b) bedoelde toleranties wordt slechts toegelaten ingeval de andere vezels die eventueel worden aangetroffen bij de analyse overeenkomstig de onder a) bedoelde tolerantie, van dezelfde chemische aard blijken te zijn als een of meer vezels die op het etiket zijn aangegeven.

Voor bijzondere producten waarvan de fabricagetechniek toleranties vereist die hoger zijn dan die welke onder a) en b) zijn vermeld, kunnen bij de in artikel 13, lid 1, bedoelde conformiteitscontrole van de producten slechts bij wijze van uitzondering en na overlegging van een passende motivering door de fabrikant hogere toleranties worden toegestaan. De lidstaten brengen de Commissie hiervan onverwijld op de hoogte.

Artikel 7

Onverminderd de in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 3, en artikel 6, lid 5, bedoelde toleranties, behoeven zichtbare en isoleerbare vezels met een louter decoratieve functie die niet meer dan 7 % van het gewicht van het eindproduct uitmaken, alsmede vezels, bijvoorbeeld van metaal, die worden verwerkt om een antistatisch effect te verkrijgen en die niet meer dan 2 % van het gewicht van het eindproduct uitmaken, niet te worden vermeld in de procentuele samenstellingen bedoeld in de artikelen 4 en 6. In het geval van de in artikel 6, lid 3, bedoelde producten moeten deze percentages niet ten opzichte van het gewicht van de stof, maar afzonderlijk ten opzichte van het gewicht van de inslag en de ketting worden berekend.

Artikel 8

1.   Textielproducten in de zin van deze richtlijn moeten geetiketteerd of gemerkt zijn bij iedere handeling in het productie- en het handelsstadium die ten doel heeft deze op de markt te brengen. Naast of in plaats van de merken en etiketten mogen begeleidende handelsdocumenten gebruikt worden, wanneer de betrokken producten niet te koop worden aangeboden aan de eindverbruiker of wanneer zij worden geleverd ter uitvoering van een opdracht van de staat of van een andere rechtspersoon naar publiek recht of, in lidstaten waar een dergelijk begrip onbekend is, van een gelijkwaardig lichaam.

2.   De benamingen, aanduidingen en gehalten aan samenstellende vezelsoorten, zoals bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 en in de bijlagen I en II, moeten in de handelsdocumenten duidelijk worden vermeld. Deze verplichting sluit met name het gebruik van afkortingen in contracten, facturen of verkoopdocumenten uit. Wel mag gebruik worden gemaakt van een code voor machinale verwerking, mits in hetzelfde document een verklaring van de code wordt opgenomen.

3.   Bij het te koop aanbieden en de verkoop aan de consumenten moeten, met name in de catalogussen en prospectussen, alsmede op de verpakkingen, etiketten en merken, de benamingen, aanduidingen en gehalten aan samenstellende vezelsoorten, zoals bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 en in de bijlagen I en II, leesbaar en goed zichtbaar in uniforme letters worden vermeld.

Andere dan de bij deze richtlijn voorgeschreven aanduidingen en inlichtingen dienen duidelijk daarvan te worden gescheiden. Deze bepaling is niet van toepassing op merken of handelsnamen die onmiddellijk na of vóór de bij deze richtlijn voorgeschreven vermeldingen kunnen worden aangebracht.

Indien evenwel, bij het te koop aanbieden of de verkoop aan consumenten, zoals bedoeld in de eerste alinea, een merk of een handelsnaam wordt vermeld waarbij, hetzij als hoofdwoord, hetzij als bijvoeglijke bepaling dan wel als stamwoord, een benaming wordt gebezigd die is genoemd in bijlage I of die tot verwarring daarmede aanleiding kan geven, dienen onmiddellijk na het merk of de handelsnaam in duidelijk zichtbare, goed leesbare en uniforme letters de benamingen, aanduidingen en gehalten aan samenstellende vezelsoorten, zoals bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 en in de bijlagen I en II, te worden toegevoegd.

4.   De lidstaten kunnen voorschrijven dat op hun grondgebied, bij het te koop aanbieden en de verkoop aan eindverbruikers, voor het etiketteren of merken, zoals bedoeld in dit artikel, mede gebruik wordt gemaakt van hun nationale talen.

Voor klossen, rolletjes, pijpjesstrengen, kluwens en elke andere kleine eenheid van naai-, stop- en borduurgaren mogen de lidstaten van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid slechts gebruikmaken voor de algemene etikettering op verpakkingen of presentatiemateriaal. Onverminderd de in bijlage IV, punt 18, bedoelde gevallen, mogen de afzonderlijke eenheden in ongeacht welke taal van de Gemeenschap zijn geëtiketteerd.

5.   De lidstaten kunnen het gebruik van andere dan de in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde aanduidingen of vermeldingen betreffende de kenmerken der producten niet verbieden indien deze aanduidingen of vermeldingen in overeenstemming zijn met hun eerlijke handelsgebruiken.

Artikel 9

1.   Een textielproduct bestaande uit twee of meer delen die niet dezelfde vezelsamenstelling hebben, dient te worden voorzien van een etiket dat de vezelsamenstelling van elk van de delen aangeeft. Deze wijze van etikettering is niet verplicht voor delen die minder dan 30 % van het totale gewicht van het product uitmaken, met uitzondering van hoofdvoeringen.

2.   Voor twee of meer textielproducten met een gelijke vezelsamenstelling, die normaal tezamen een stel vormen, kan met één enkel etiket worden volstaan.

3.   Onverminderd artikel 12:

a)

wordt de vezelsamenstelling van de volgende corsetterieartikelen aangegeven door vermelding van de samenstelling van het volledige product of van de hieronder genoemde delen, afzonderlijk dan wel tezamen genomen:

i)

voor bustehouders: buiten- en binnenbekledingsstof van de cups en van het rugpand;

ii)

voor gaines en corsetten: voorpand, achterpand en zijpanden;

iii)

voor corseletten: buiten- en binnenbekledingsstof van de cups, voor-, achter- en zijpanden.

De vezelsamenstelling van andere corsetterieartikelen dan de in de eerste alinea genoemde, wordt aangegeven door vermelding van de samenstelling van het gehele product of, afzonderlijk dan wel tezamen genomen, de samenstelling van de diverse delen van deze artikelen, waarbij de etikettering niet verplicht is voor delen die minder dan 10 % van het totale gewicht van het product uitmaken.

De afzonderlijke etikettering van de diverse delen van de genoemde corsetterieartikelen wordt zo uitgevoerd dat de eindverbruiker gemakkelijk kan begrijpen naar welk deel van het product wordt verwezen in de vermeldingen die op het etiket voorkomen;

b)

wordt de vezelsamenstelling van uitgebrande textielproducten opgegeven voor het volledige product; zij kan worden aangegeven door afzonderlijke vermelding van de samenstelling van het basisweefsel en van het uitgebrande weefsel; beide bestanddelen dienen met naam te worden vermeld;

c)

wordt de vezelsamenstelling van geborduurde textielproducten opgegeven voor het volledige product; zij kan worden aangegeven door afzonderlijke vermelding van de samenstelling van het basisweefsel en die van de borduurgarens, waarbij beide bestanddelen met naam moeten worden vermeld; indien de geborduurde delen minder dan 10 % van het oppervlak van het product beslaan, behoeft alleen de samenstelling van het basisweefsel te worden aangegeven;

d)

wordt de samenstelling van garens, bestaande uit een kern en een uit verschillende vezels samengestelde bekleding, die als zodanig aan de consument worden aangeboden, opgegeven voor het gehele product; zij kan worden aangegeven door afzonderlijke vermelding van de samenstelling van de kern en van de bekleding, waarbij beide bestanddelen met naam moeten worden vermeld;

e)

wordt de vezelsamenstelling van textielproducten van fluweel en pluche of van daarop gelijkende producten voor het gehele product opgegeven; zij kan, wanneer deze producten bestaan uit afzonderlijke grond- en gebruikslagen en uit verschillende vezels zijn samengesteld, afzonderlijk worden opgegeven voor beide bestanddelen, die met naam moeten worden genoemd;

f)

behoeft de samenstelling van vloerbedekkingen en van tapijten waarvan de grondlaag en de gebruikslaag uit verschillende vezels zijn samengesteld, alleen te worden opgegeven voor de gebruikslaag, die met naam moet worden genoemd.

Artikel 10

1.   In afwijking van de artikelen 8 en 9:

a)

kunnen de lidstaten voor de textielproducten die voorkomen in bijlage III en die in een in artikel 2, lid 1, onder a), genoemd stadium verkeren, geen etikettering of merking voorschrijven die betrekking heeft op de benaming en de aanduiding van de samenstelling. Wanneer deze producten evenwel voorzien zijn van een etiket of een merk dat de benaming, de samenstelling of het merk, dan wel de handelsnaam van een onderneming vermeldt, waarbij, hetzij als hoofdwoord, hetzij als bijvoeglijke bepaling of als stamwoord, een benaming wordt aangewend die in bijlage I wordt genoemd of die tot verwarring daarmede aanleiding kan geven, zijn de bepalingen van de artikelen 8 en 9 van toepassing;

b)

kunnen de textielproducten, die in bijlage IV zijn opgenomen, wanneer zij van gelijke soort en samenstelling zijn, bij de verkoop tezamen worden aangeboden onder één algemeen etiket dat de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens omtrent de samenstelling bevat;

c)

de etikettering inzake de samenstelling van textielproducten die per meter worden verkocht, behoeft alleen voor te komen op het stuk of de rol die te koop wordt aangeboden.

2.   De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1, onder b) en c), bedoelde producten zodanig te koop worden aangeboden dat de eindverbruiker daadwerkelijk van de samenstelling van deze producten kennis kan nemen.

Artikel 11

De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen om te voorkomen dat de inlichtingen, verstrekt bij het op de markt brengen van textielproducten, aanleiding kunnen geven tot verwarring met de bij deze richtlijn voorgeschreven benamingen en aanduidingen.

Artikel 12

Voor de toepassing van artikel 8, lid 1, en van de overige voorschriften van deze richtlijn met betrekking tot de etikettering van textielproducten, worden de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde vezelpercentages bepaald zonder rekening te houden met de hieronder opgegeven bestanddelen:

a)

bij alle textielproducten: delen die niet van textiel zijn, zelfkanten, etiketten en insignes, biezen en garneringen die geen integrerend deel van het product uitmaken, met stof beklede knopen en gespen, toebehoren, versieringen, niet-elastische band, elastische draad en band die op specifieke en beperkte plaatsen van de producten worden toegevoegd en, zulks onder de in artikel 7 vastgestelde voorwaarden, zichtbare en isoleerbare vezels met decoratieve functie en antistatische vezels;

b)

bij vloerbedekkingen en tapijten: alle bestanddelen buiten de gebruikslaag;

c)

bij meubelbekledingsstoffen: de bindkettingen en -inslagen en vulkettingen en -inslagen die geen deel uitmaken van de gebruikslaag;

d)

bij overgordijnstoffen: de bindkettingen en -inslagen en vulkettingen en -inslagen die geen deel uitmaken van de rechte zijde van de stof;

e)

bij andere textielproducten: steunstukken, versterkingen, dubbele voeringen en binddoek, naai- en rijggaren, behoudens wanneer deze de kettingen en/of inslagen van de stof vervangen, vullingen met een andere dan isolerende functie en, behoudens artikel 9, lid 1, voeringen.

Voor de toepassing van dit punt:

i)

worden niet beschouwd als te verwijderen steunstukken, de basisstoffen van textielproducten die als grondlaag voor de gebruikslaag dienen, met name de basisstoffen van dekens en van dubbelweefsels en het basismateriaal van producten van fluweel of van pluche en van aanverwante producten;

ii)

worden onder versterkingen verstaan, de garens of stoffen die op specifieke en beperkte plaatsen aan het textielproduct worden toegevoegd om deze te versterken, dan wel stijver of dikker te maken;

f)

vetten, bindmiddelen, vulstoffen, appreteermiddelen, impregneermiddelen, hulpstoffen voor het verven en het drukken en andere producten voor de behandeling van textiel. Indien communautaire bepalingen ontbreken treffen de lidstaten alle dienstige maatregelen om te voorkomen dat deze bestanddelen in zodanige hoeveelheden worden aangewend dat de consument daardoor wordt misleid.

Artikel 13

1.   De controle van de conformiteit van de textielproducten met de bij deze richtlijn vastgestelde aanduidingen inzake de samenstelling wordt uitgevoerd overeenkomstig de analysemethoden vastgesteld bij de in lid 2 bedoelde richtlijnen.

Te dien einde worden de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde vezelpercentages bepaald door toepassing van de in bijlage V opgenomen overeengekomen percentages op het gewicht in watervrije toestand van iedere vezelsoort, nadat de in artikel 12 genoemde bestanddelen zijn verwijderd.

2.   Bij bijzondere richtlijnen worden de voor de lidstaten geldende methoden voor het trekken van monsters en het verrichten van analyses ter bepaling van de vezelsamenstelling van de in deze richtlijn bedoelde producten voorgeschreven.

Artikel 14

1.   De lidstaten mogen het op de markt brengen van textielproducten niet verbieden of belemmeren om redenen verband houdende met de benamingen of de aanduidingen van de samenstelling, indien die producten aan het bepaalde van deze richtlijn voldoen.

2.   Het bepaalde in deze richtlijn vormt geen belemmering voor de toepassing in elke lidstaat van de aldaar geldende bepalingen betreffende de bescherming van de industriële en commerciële eigendom, de aanduidingen van herkomst en oorsprong, alsmede het tegengaan van oneerlijke concurrentie.

Artikel 15

1.   De Commissie stelt de toevoegingen aan bijlage I, alsmede de toevoegingen en wijzigingen betreffende bijlage V, die noodzakelijk zijn om deze bijlagen aan de technische vooruitgang aan te passen, vast.

2.   De Commissie stelt de nieuwe kwantitatieve analysemethodes voor binaire en ternaire mengsels vast die niet worden genoemd in Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels (6) en Richtlijn 73/44/EEG van de Raad van 26 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de kwantitatieve analyse van ternaire mengsels van textielvezels (7).

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigingen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 16

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Richtlijn 96/73/EG ingestelde Comité voor de sector richtlijnen met betrekking tot de benamingen en de etikettering van textielproducten.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 en 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 17

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 18

Richtlijn 96/74/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage VI, deel A, genoemde besluiten, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage VI, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VII.

Artikel 19

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 20

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 14 januari 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

A. VONDRA


(1)  PB C 162 van 25.6.2008, blz. 40.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 17 juni 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en Besluit van de Raad van 16 december 2008.

(3)  PB L 32 van 3.2.1997, blz. 38.

(4)  Zie bijlage VI, deel A.

(5)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(6)  PB L 32 van 3.2.1997, blz. 1.

(7)  PB L 83 van 30.3.1973, blz. 1.


BIJLAGE I

TABEL VAN DE TEXTIELVEZELS

(Bedoeld in artikel 3)

Nummer

Benaming

Vezelomschrijving

1

wol (1)

Vezel van de vacht van schapen (Ovis aries)

2

alpaca, lama, kameel, kasjmier, mohair, angora, vigogne, jak, guanaco, cashgora, bever, otter, al dan niet gevolgd door de benaming „wol” of „haar” (1)

Haar van de volgende dieren: alpaca, lama, kameel, kasjmiergeit, angorageit, angorakonijn, vigogne, jak, guanaco, cashgorageit (kruising van de kasjmiergeit en de angorageit), bever, otter

3

haar of grof haar al dan niet met vermelding van de diersoort (b.v. haar van runderen, haar van gewone geiten, paardenhaar)

Haar van verschillende dieren die niet in nummer 1 of 2 zijn vermeld

4

zijde

Vezel uitsluitend afkomstig van zijdevoortbrengende insecten

5

katoen

Vezel afkomstig van de zaden van de katoenplant (Gossypium)

6

kapok

Vezel afkomstig van het binnenste van de vrucht van de kapok (Ceiba pentandra)

7

vlas of linnen

Bastvezel afkomstig van vlas (Linum usitatissimum)

8

hennep

Bastvezel afkomstig van hennep (Cannabis sativa)

9

jute

Bastvezel afkomstig van de Corchorus olitorius en de Corchorus capsularis. In de zin van deze richtlijn worden met jute gelijkgesteld vezels afkomstig van de Hibiscus cannabinus, Hibiscus sabdariffa, Abutilon avicennae, Urena lobata, Urena sinuata

10

abaca

Vezel afkomstig van de bladscheden van de Musa textilis

11

alfa

Vezel afkomstig van het blad van de Stipa tenacissima

12

kokos

Vezel afkomstig van de vrucht van de Cocos nucifera

13

brem

Bastvezel afkomstig van de Cytisus scoparius en/of de Spartium junceum

14

ramee

Bastvezel afkomstig van de Boehmeria nivea en de Boehmeria tenacissima

15

sisal

Vezel afkomstig van de bladeren van de Agave sisalana

16

sunn

Bastvezel van de Crotalaria juncea

17

henequen

Bastvezel van de Agave Fourcroydes

18

maguey

Bastvezel van de Agave Cantala

19

acetaat

Vezel van celluloseacetaat waarvan minder dan 92 % doch ten minste 74 % van de hydroxylgroepen geacetyleerd zijn

20

alginaat

Vezel verkregen uit metaalzouten van alginezuur

21

cupro

Vezel van geregenereerde cellulose verkregen volgens het koperoxydeammoniakprocedé

22

modal

Vezel van geregenereerde cellulose, verkregen door middel van een gewijzigd viscoseprocédé, met een hoge breeksterkte en een hoge modulus in natte toestand. De breeksterkte (BC) in geconditioneerde toestand en de kracht (BM) die nodig is om een rek van 5 % in natte toestand te veroorzaken zijn:

BC (centinewton) ≥ 1,3 √T + 2 T

BM (centinewton) ≥ 0,5 √T

waarin T de gemiddelde lineaire dichtheid in decitex is.

23

proteïne

Vezel verkregen uit door behandeling met chemicaliën geregenereerde en gestabiliseerde natuurlijke proteïnestoffen

24

triacetaat

Vezel van celluloseacetaat waarvan ten minste 92 % van de hydroxylgroepen geacetyleerd zijn

25

viscose

Vezel van geregenereerde cellulose verkregen volgens het viscoseprocedé voor filament en stapelvezels

26

acryl

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen die in de keten ten minste 85 gewichtspercenten acrylnitrilgroepen bevatten

27

chloorvezel

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen die in de keten meer dan 50 gewichtspercenten van een gechloreerd vinyl of gechloreerd vinylideenmonomeer bevatten

28

fluorvezel

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen, verkregen op basis van alifatische fluorkoolstofmonomeren

29

modacryl

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen die in de keten meer dan 50 en minder dan 85 gewichtspercenten acrylnitrilgroepen bevatten

30

polyamide of nylon

Vezel van synthetische lineaire macromoleculen met in de keten herhaalde amidebindingen waarvan minimaal 85 % gebonden is aan alifatische of cycloalifatische eenheden

31

aramide

Vezel van synthetische lineaire macromoleculen, bestaande uit aromatische groepen die onderling verbonden zijn door amide- en imidebindingen waarvan minimaal 85 % rechtstreeks aan twee aromaatkernen gebonden is en waarvan het aantal imidebindingen, zo al aanwezig, niet groter mag zijn dan het aantal amidebindingen

32

polyimide

Vezel van synthetische lineaire macromoleculen met herhaalde imide-eenheden in de keten

33

lyocell (2)

Vezel van geregenereerde cellulose, verkregen door een oplossings- en spinprocédé in een organisch oplosmiddel, zonder vorming van derivaten

34

polylactide

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen die in de keten ten minste 85 gewichtspercenten melkzure-estereenheden bevatten die zijn verkregen uit in de natuur voorkomende suikers, met een smelttemperatuur van minimaal 135 °C

35

polyester

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen die in de keten ten minste 85 gewichtspercenten van een tereftaalzure diolester bevatten

36

polyetheen

Vezel gevormd door verzadigde lineaire macromoleculen, bestaande uit niet-gesubstitueerde alifatische koolwaterstoffen

37

polypropeen

Vezel gevormd door verzadigde lineaire macromoleculen, bestaande uit alifatische koolwaterstoffen, waarbij aan één op de twee koolstofatomen een methylzijketen isotactisch is aangelegd, doch overigens niet gesubstitueerd

38

polycarbamide

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen, die in de keten de herhaling van de functionele uryleengroep (NH-CO-NH) bezitten

39

polyurethaan

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen die in de keten de herhaling van de functionele urethaangroep bezitten

40

vinylal

Vezel gevormd door lineaire macromoleculen waarvan de keten wordt gevormd door polyvinylalcohol met een variabele acetalisatiegraad

41

trivinyl

Vezel gevormd uit terpolymeer van acrylnitril, een gechloreerd vinylmonomeer en een derde vinylmonomeer waarbij geen van de drie bestanddelen 50 % van de totale massa uitmaakt

42

elastodieen

Elastomeervezel die, hetzij uit natuurlijk of synthetisch polyisopreen, hetzij uit een of meer gepolymeriseerde dienen, al dan niet met een of meer vinylmonomeren, bestaat en die, door een trekkracht tot driemaal haar aanvankelijke lengte gerekt, snel tot nagenoeg die aanvankelijke lengte terugkeert zodra de belasting wordt weggenomen

43

elastaan

Elastomeervezel die voor ten minste 85 % van haar massa uit gesegmenteerd polyurethaan bestaat en die, door een trekkracht tot driemaal haar aanvankelijke lengte gerekt, snel tot nagenoeg die aanvankelijke lengte terugkeert zodra de belasting wordt weggenomen

44

glasvezel

Vezel van glas

45

benaming overeenkomende met de stof waaruit de vezels bestaan, bijvoorbeeld metaal, asbest, papier, al dan niet gevolgd door het woord „vezel” of „garen”

Vezel verkregen uit diverse of nieuwe stoffen, andere dan de in deze bijlage genoemde

46

elastomultiester

Vezel gevormd door de wisselwerking van twee of meer chemisch verschillende lineaire macromoleculen in twee of meer onderscheiden fasen (waarvan geen enkele 85 gewichtpercenten overschrijdt) die estergroepen als overheersende functionele eenheid bevat (ten minste 85 %) en die, na een passende behandeling, door een trekkracht tot anderhalve maal haar aanvankelijke lengte gerekt, snel tot nagenoeg die aanvankelijke lengte terugkeert zodra de belasting wordt weggenomen

47

elastolefine

Vezel die voor ten minste 95 gewichtspercenten bestaat uit gedeeltelijk vernette macromoleculen, opgebouwd uit ethyleen en ten minste één andere olefine, en die, door een trekkracht tot anderhalf maal haar aanvankelijke lengte gerekt, snel tot nagenoeg die aanvankelijke lengte terugkeert zodra de belasting wordt weggenomen


(1)  De benaming „wol” in nummer 1 kan tevens worden gebruikt om een mengsel aan te geven van vezels die afkomstig zijn van schapenvacht en van in nummer 2, derde kolom, vermeld haar.

Dit voorschrift geldt voor de textielproducten bedoeld in de artikelen 4 en 5, alsmede voor die bedoeld in artikel 6, voor zover deze laatste gedeeltelijk zijn samengesteld uit de vezels aangegeven in de nummers 1 en 2.

(2)  Onder „organisch oplosmiddel” wordt in wezen verstaan een mengsel van organische chemische stoffen en water.


BIJLAGE II

In artikel 5, lid 1, bedoelde benamingen

:

in het Bulgaars

:

„необработена вълна”,

:

in het Spaans

:

„lana virgen” of „lana de esquilado”,

:

in het Tsjechisch

:

„střižní vlna”,

:

in het Deens

:

„ren, ny uld”,

:

in het Duits

:

„Schurwolle”,

:

in het Ests

:

„uus vill”,

:

in het Grieks

:

„παρθένο μαλλί”,

:

in het Engels

:

„virgin wool” of „fleece wool”,

:

in het Frans

:

„laine vierge” of „laine de tonte”,

:

in het Italiaans

:

„lana vergine” of „lana di tosa”,

:

in het Lets

:

„pirmlietojuma vilna” of „jaunvilna”,

:

in het Litouws

:

„natūralioji vilna”,

:

in het Hongaars

:

„élőgyapjú”,

:

in het Maltees

:

„suf verġni”,

:

in het Nederlands

:

„scheerwol”,

:

in het Pools

:

„żywa wełna”,

:

in het Portugees

:

„lã virgem”,

:

in het Roemeens

:

„lână virgină”,

:

in het Sloveens

:

„strižná vlna”,

:

in het Slowaaks

:

„runska volna”,

:

in het Fins

:

„uusi villa”,

:

in het Zweeds

:

„ren ull”.


BIJLAGE III

Producten waarvoor geen verplichting tot etikettering of merking kan worden voorgeschreven

(Bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a))

1.

Mouwophouders.

2.

Horlogebandjes van textiel.

3.

Etiketten en insignes.

4.

Opgevulde pannenlappen van textiel.

5.

Koffiemutsen.

6.

Theemutsen.

7.

Overmouwen.

8.

Moffen, andere dan van pluche.

9.

Kunstbloemen.

10.

Speldenkussens.

11.

Beschilderd doek.

12.

Textielproducten voor versterkingen en steunstukken.

13.

Vilt.

14.

Gebruikte geconfectioneerde textielproducten, voor zover zij uitdrukkelijk als zodanig worden aangegeven.

15.

Beenkappen.

16.

Verpakkingen, andere dan nieuwe en als zodanig verkocht.

17.

Hoeden van vilt.

18.

Zadelmakersartikelen, tassen, koffers en dergelijke, van textiel.

19.

Reisartikelen van textiel.

20.

Handgeborduurde tapisserieën, afgewerkt of af te werken, en materialen voor de fabricage daarvan, met inbegrip van borduurgarens, die afzonderlijk van het stramien worden verkocht en speciaal worden aangeboden om voor dergelijke tapisserieën te worden gebruikt.

21.

Ritssluitingen.

22.

Knopen en gespen met stof bekleed.

23.

Boekomslagen van textiel.

24.

Speelgoed.

25.

Onderdelen van schoeisel van textiel, met uitzondering van warme voeringen.

26.

Uit verschillende bestanddelen bestaande dekservetten met een oppervlakte van minder dan 500 cm2.

27.

Ovenwanten.

28.

Eierwarmers.

29.

Opschikdoosjes.

30.

Stoffen tabakszakken.

31.

Stoffen doosjes voor brillen, sigaretten en sigaren, aanstekers en kammen.

32.

Beschermende artikelen voor sportbeoefening, behalve handschoenen en wanten.

33.

Toiletnecessaires.

34.

Tassen, etuis, enz. met benodigdheden voor het onderhoud van schoeisel.

35.

Begrafenisartikelen.

36.

Wegwerpartikelen, met uitzondering van watten.

In de zin van deze richtlijn worden als „wegwerpartikelen” beschouwd textielartikelen die eenmaal of gedurende korte tijd worden gebruikt en die bij normaal gebruik niet in de oorspronkelijke staat kunnen worden hersteld met het oog op een zelfde of soortgelijk gebruik ervan later.

37.

Textielartikelen die vallen onder de voorschriften van de Europese farmacopee, voorzien van een desbetreffende vermelding, verbanden die geen wegwerpartikelen zijn, voor medisch en orthopedisch gebruik en orthopedische textielartikelen in het algemeen.

38.

Textielartikelen met inbegrip van touw, kabel en bindgaren (onder voorbehoud van punt 12 van bijlage IV), die normaal zijn bestemd

a)

om als hulpmiddel te worden gebruikt bij activiteiten die bestaan in het vervaardigen en het verwerken van goederen;

b)

om te worden verwerkt in machines, installaties (voor verwarming, airconditioning, verlichting, enz.), huishoudelijke en andere toestellen, voertuigen en andere transportmiddelen, of om te dienen voor de werking, het in gebruik houden en de uitrusting daarvan, met uitzondering van dekzeilen en accessoires van textiel voor motorvoertuigen, die los van de voertuigen worden verkocht.

39.

Textielartikelen voor bescherming en veiligheidsartikelen van textiel, zoals veiligheidsgordels, parachutes, reddingsvesten, noodladders, brandbeveiligingsvoorzieningen, kogelvrije vesten, speciale beschermende kleding (bijvoorbeeld ter bescherming tegen vuur, chemische stoffen of andere gevaren).

40.

Opblaasbare constructies (hallen voor sport, tentoonstellingen, opslag, enz.), op voorwaarde dat aanwijzingen worden verstrekt betreffende de technische prestaties en specificaties van die artikelen.

41.

Zeilen.

42.

Textielartikelen voor dieren.

43.

Vlaggen en standaarden.


BIJLAGE IV

Producten waarvoor alleen een algemene etikettering of een algemene merking verplicht is

(Bedoeld in artikel 10, lid 1, onder b))

1.

Dweilen.

2.

Poetsdoeken.

3.

Biezen en garneringen.

4.

Passementen.

5.

Gordels.

6.

Bretels.

7.

Sokophouders en kousenbanden.

8.

Veters.

9.

Band.

10.

Elastiek.

11.

Verpakkingsmateriaal, nieuw en als zodanig verkocht.

12.

Paktouw en in de landbouw gebruikt bindtouw; ander bindgaren, touw en kabel dan bedoeld is in punt 38 van bijlage III (1).

13.

Dekservetten.

14.

Zakdoeken.

15.

Haarnetjes.

16.

Dassen en vlinderdassen voor kinderen.

17.

Slabbetjes, washandjes en -lapjes.

18.

Naai-, stop- en borduurgaren, dat speciaal voor de detailverkoop wordt aangeboden in kleine eenheden en waarvan het nettogewicht niet meer bedraagt dan 1 g.

19.

Koorden en riemen voor gordijnen en persiennes.


(1)  Voor de in dit punt genoemde textielproducten die in coupons worden verkocht, is het algemene etiket dat van de rol. Tot de onder dit punt bedoelde touwen en kabels behoren met name die voor alpinisme en watersport.


BIJLAGE V

Overeengekomen percentages toe te passen voor de berekening van het gewicht van de in een textielproduct verwerkte vezels

(Bedoeld in artikel 13)

Nummer vezel

Vezels

Percentages

1-2

Wol en haar:

 

gekamde vezels

18,25

gekaarde vezels

17,00 (1)

3

Haar:

 

gekamde vezels

18,25

gekaarde vezels

17,00 (1)

Staart-en manenharen

 

gekamde vezels

16,00

gekaarde vezels

15,00

4

Zijde

11,00

5

Katoen:

 

normale vezels

8,50

gemerceriseerde vezels

10,50

6

Kapok

10,90

7

Vlas of linnen

12,00

8

Hennep

12,00

9

Jute

17,00

10

Abaca

14,00

11

Alfa

14,00

12

Kokos

13,00

13

Brem

14,00

14

Ramee (ontvette vezel)

8,50

15

Sisal

14,00

16

Sunn

12,00

17

Henequen

14,00

18

Maguey

14,00

19

Acetaat

9,00

20

Alginaat

20,00

21

Cupro

13,00

22

Modal

13,00

23

Proteïne

17,00

24

Triacetaat

7,00

25

Viscose

13,00

26

Acryl

2,00

27

Chloorvezel

2,00

28

Fluorvezel

0,00

29

Modacryl

2,00

30

Polyamide of nylon:

 

stapelvezel

6,25

filament

5,75

31

Aramide

8,00

32

Polymide

3,50

33

Lyocell

13,00

34

Polylactide

1,50

35

Polyester:

 

stapelvezel

1,50

filament

1,50

36

Polyetheen

1,50

37

Polypropeen

2,00

38

Polycarbamide

2,00

39

Polyurethaan

 

stapelvezel

3,50

filament

3,00

40

Vinylal

5,00

41

Trivinyl

3,00

42

Elastodieen

1,00

43

Elastaan

1,50

44

Glasvezel:

 

met meer dan 5 micron doorsnede

2,00

met niet meer dan 5 micron doorsnede

3,00

45

Metaalvezel

2,00

Gemetalliseerde vezel

2,00

Asbestvezel

2,00

Papiergaren

13,75

46

Elastomultiester

1,50

47

Elastolefine

1,50


(1)  Het overeengekomen percentage van 17,00 moet worden toegepast wanneer het onmogelijk is om uit te maken of het wol en/of haar bevattende textielproduct tot de gekamde of de gekaarde vezels behoort.


BIJLAGE VI

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(Bedoeld in artikel 18)

Richtlijn 96/74/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 32 van 3.2.1997, blz. 38)

 

Richtlijn 97/37/EG van de Commissie

(PB L 169 van 27.6.1997, blz. 74)

 

Punt 1.F.2 van bijlage II bij de Toetredingsakte van 2003

(PB L 236 van 23.9.2003, blz. 66)

 

Richtlijn 2004/34/EG van de Commissie

(PB L 89 van 26.3.2004, blz. 35)

 

Richtlijn 2006/3/EG van de Commissie

(PB L 5 van 10.1.2006, blz. 14)

 

Richtlijn 2006/96/EG van de Raad

(PB L 363 van 20.12.2006, blz. 81)

uitsluitend punt D 2

Richtlijn 2007/3/EG van de Commissie

(PB L 28 van 3.2.2007, blz. 12)

 


DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(Bedoeld in artikel 18)

Richtlijn

Omzettingstermijn

96/74/EG

97/37/EG

van 1 juni 1998

2004/34/EG

van 1 maart 2005

2006/3/EG

van 9 januari 2007

2006/96/EG

van 1 januari 2007

2007/3/EG

van 2 februari 2008


BIJLAGE VII

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 96/74/EG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1

Artikel 1, lid 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 1, onder a)

Artikel 2, lid 2, aanhef

Artikel 2, lid 1, onder b), aanhef

Artikel 2, lid 2, eerst streepje

Artikel 2, lid 1, onder b), i)

Artikel 2, lid 2, tweede streepje

Artikel 2, lid 1, onder b), ii)

Artikel 2, lid 3, aanhef

Artikel 2, lid 2, aanhef

Artikel 2, lid 3, eerste streepje

Artikel 2, lid 2, onder a)

Artikel 2, lid 3, tweede streepje

Artikel 2, lid 2, onder b)

Artikel 2, lid 3, derde streepje

Artikel 2, lid 2, onder c)

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5, lid 1, tekst uitgezonderd de streepjes

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 1, streepjes

Bijlage II

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 3

Artikel 5, lid 3

Artikel 6, lid 1, aanhef

Artikel 6, lid 1, aanhef

Artikel 6, lid 1, eerst streepje

Artikel 6, lid 1, onder a)

Artikel 6, lid 1, tweede streepje

Artikel 6, lid 1, onder b)

Artikel 6, lid 1, derde streepje

Artikel 6, lid 1, onder c)

Artikel 6, lid 2

Artikel 6, lid 2

Artikel 6, lid 3

Artikel 6, lid 3

Artikel 6, lid 4

Artikel 6, lid 5

Artikel 6, lid 5

Artikel 6, lid 4

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 2, onder a)

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 2, onder b)

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 2, onder c)

Artikel 8, lid 4

Artikel 8, lid 2, onder d)

Artikel 8, lid 5

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 2

Artikel 9, lid 2

Artikel 9, lid 3, aanhef

Artikel 9, lid 3, aanhef

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, aanhef

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, aanhef

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, eerste streepje

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, onder i)

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, tweede streepje

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, onder ii)

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, derde streepje

Artikel 9, lid 3, onder a), eerste alinea, onder iii)

Artikel 9, lid 3, onder a), tweede alinea

Artikel 9, lid 3, onder a), tweede alinea

Artikel 9, lid 3, onder a), derde alinea

Artikel 9, lid 3, onder a), derde alinea

Artikel 9, lid 3, onder b) tot en met f)

Artikel 9, lid 3, onder b) tot en met f)

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11

Artikel 12, aanhef

Artikel 12, aanhef

Artikel 12, punt 1

Artikel 12, onder a)

Artikel 12, punt 2, onder a)

Artikel 12, onder b)

Artikel 12, punt 2, onder b), eerste alinea

Artikel 12, onder c)

Artikel 12, punt 2, onder b), tweede alinea

Artikel 12, onder d)

Artikel 12, punt 2, onder c), eerste alinea

Artikel 12, onder e), eerste alinea

Artikel 12, punt 2, onder c), tweede alinea, aanhef

Artikel 12, onder e), tweede alinea, aanhef

Artikel 12, punt 2, onder c), tweede alinea, eerste streepje

Artikel 12, onder e), tweede alinea, onder i)

Artikel 12, punt 2, onder c), tweede alinea, tweede streepje

Artikel 12, onder e), tweede alinea, onder ii)

Artikel 12, punt 3

Artikel 12, onder f)

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 14

Artikel 15, aanhef

Artikel 1, lid 2, aanhef

Artikel 15, punt 1

Artikel 1, lid 2, onder a)

Artikel 15, punt 2

Artikel 1, lid 2, onder b)

Artikel 15, punt 3

Artikel 1, lid 2, onder c)

Artikel 15, punt 4

Artikel 1, lid 2, onder d)

Artikel 16

Artikelen 15 en 16

Artikel 17

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 18

Artikel 19, eerste alinea

Artikel 20

Artikel 19, tweede alinea

Artikel 19

Bijlage I, nummers 1 tot en met 33

Bijlage I, nummers 1 tot en met 33

Bijlage I, nummer 33a

Bijlage I, nummer 34

Bijlage I, nummer 34

Bijlage I, nummer 35

Bijlage I, nummer 35

Bijlage I, nummer 36

Bijlage I, nummer 36

Bijlage I, nummer 37

Bijlage I, nummer 37

Bijlage I, nummer 38

Bijlage I, nummer 38

Bijlage I, nummer 39

Bijlage I, nummer 39

Bijlage I, nummer 40

Bijlage I, nummer 40

Bijlage I, nummer 41

Bijlage I, nummer 41

Bijlage I, nummer 42

Bijlage I, nummer 42

Bijlage I, nummer 43

Bijlage I, nummer 43

Bijlage I, nummer 44

Bijlage I, nummer 44

Bijlage I, nummer 45

Bijlage I, nummer 45

Bijlage I, nummer 46

Bijlage I, nummer 46

Bijlage I, nummer 47

Bijlage II, nummers 1 tot en met 33

Bijlage V, nummers 1 tot en met 33

Bijlage II, nummer 33a

Bijlage V, nummer 34

Bijlage II, nummer 34

Bijlage V, nummer 35

Bijlage II, nummer 35

Bijlage V, nummer 36

Bijlage II, nummer 36

Bijlage V, nummer 37

Bijlage II, nummer 37

Bijlage V, nummer 38

Bijlage II, nummer 38

Bijlage V, nummer 39

Bijlage II, nummer 39

Bijlage V, nummer 40

Bijlage II, nummer 40

Bijlage V, nummer 41

Bijlage II, nummer 41

Bijlage V, nummer 42

Bijlage II, nummer 42

Bijlage V, nummer 43

Bijlage II, nummer 43

Bijlage V, nummer 44

Bijlage II, Nummer 44

Bijlage V, Nummer 45

Bijlage II, nummer 45

Bijlage V, nummer 46

Bijlage II, nummer 46

Bijlage V, nummer 47

Bijlage III

Bijlage III

Bijlage IV

Bijlage IV

Bijlage V

Bijlage VI

Bijlage VI

Bijlage VII


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Europees Parlement en Raad

23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/49


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 december 2008

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument overeenkomstig punt 27 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

(2009/45/EG)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (1), en met name op punt 27, vijfde alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat beide takken van de begrotingsautoriteit tijdens het overleg op 21 november 2008 zijn overeengekomen het flexibiliteitsinstrument te gebruiken om in de begroting 2009 420 miljoen EUR boven de maxima van rubriek 4 extra uit te trekken voor de financiering van de snelleresponsfaciliteit voor maatregelen tegen de scherpe stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden,

BESLUITEN:

Artikel 1

Via het flexibiliteitsinstrument wordt 420 miljoen EUR aan vastleggingskredieten verstrekt voor de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2009.

Dat bedrag zal worden gebruikt om onder rubriek 4 de financiering van de snelleresponsfaciliteit voor maatregelen tegen de scherpe stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden aan te vullen.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Straatsburg, 18 december 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

E. WOERTH


(1)  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.


Commissie

23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/50


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2008

tot vrijstelling van bepaalde diensten in de postsector in Zweden van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 8409)

(Slechts de tekst in de Zweedse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2009/46/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (1), en met name op artikel 30, leden 4 en 6,

Gezien het verzoek dat Posten AB Sweden (hierna „Zweedse Post” genoemd) op 19 juni 2008 per e-mail heeft ingediend,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   DE FEITEN

(1)

Op 19 juni 2008 heeft Zweedse Post op grond van artikel 30, lid 5, van Richtlijn 2004/17/EG per e-mail een verzoek bij de Commissie ingediend. Overeenkomstig artikel 30, lid 5, eerste alinea, heeft de Commissie de Zweedse autoriteiten daarvan bij brief van 25 juni 2008 in kennis gesteld, waarop de Zweedse autoriteiten, na een verzoek tot verlenging van de termijn, op 2 september 2008 per e-mail hebben geantwoord. De Commissie heeft Zweedse Post tevens op 30 juli 2008 per e-mail om nadere inlichtingen verzocht, die Zweedse Post op 15 augustus 2008 per e-mail heeft verstrekt.

(2)

Het verzoek dat Zweedse Post heeft ingediend, betreft bepaalde postdiensten en bepaalde andere diensten dan postdiensten in Zweden. Het gaat daarbij om de volgende diensten:

a)

geadresseerde prioritaire brieven (consument naar consument (CtC), consument naar bedrijf (CtB), bedrijf naar bedrijf (BtB) en bedrijf naar consument (BtC)), zowel binnenland als internationaal; deze categorie omvat ook de prioritaire bezorging van kranten en exprespostdiensten;

b)

niet-prioritaire brieven, met inbegrip van de zogeheten „e-brev”-dienst, de niet-prioritaire bezorging van kranten en geadresseerde direct mail. E-brev is een dienst waarbij de klant op elektronische media materiaal aanlevert dat door een dienst voor het drukken en verzendklaar maken van post wordt omgezet in papieren brieven, die vervolgens per post worden verzonden; binnen deze dienstencategorie wordt verder onderscheid gemaakt op basis van het feit dat bepaalde soorten post een verschillende behandeling ondergaan en aan een verschillend tarief onderworpen zijn. Zo bestaat er een groot verschil tussen individuele zendingen en grote gesorteerde zendingen (ook voorgesorteerde bulkpost genoemd). Wat laatstgenoemde categorie betreft, wordt tevens een onderscheid gemaakt naar gelang van het geografische gebied waar deze dienst wordt aangeboden, namelijk tussen grote gesorteerde zendingen in stedelijke gebieden (2) en grote gesorteerde zendingen elders in Zweden. Een bijzonder belangrijk gevolg van dit onderscheid is dat de tarieven verschillen al naar gelang de plaats waar de diensten worden verleend en dat deze verschillen aanzienlijk zijn (3). Voor de toepassing van deze beschikking zullen daarom drie verschillende diensten worden onderzocht, namelijk:

niet-prioritaire brieven in het algemeen, d.w.z. alle zopas beschreven niet-prioritaire brieven, met uitzondering van:

grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in stedelijke gebieden, en

grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in gebieden in Zweden die geen stedelijke gebieden zijn;

c)

niet-geadresseerde direct mail;

d)

binnenlandse BtB-standaardpakketdiensten;

e)

binnenlandse BtC-standaardpakketdiensten;

f)

binnenlandse CtC- en CtB-standaardpakketdiensten;

g)

binnenlandse expres- en koerierspakketdiensten;

h)

internationale pakketdiensten (BtB, BtC, CtB, CtC), d.w.z. diensten die betrekking hebben op pakketten die van buiten Zweden afkomstig zijn en diensten die betrekking hebben op pakketten die buiten Zweden moeten worden bezorgd;

i)

binnenlandse palletdiensten (ook diensten met betrekking tot lichte goederen genoemd, d.w.z. diensten met betrekking tot goederen tot ongeveer 1 000 kg);

j)

filateliediensten;

k)

derde- en vierdepartijlogistiek, omschreven als omvattende zowel de invoer, opslag en distributie, als de sturing, controle en ontwikkeling van de goederenstromen van de klant;

l)

uitbesteding van interne kantoordiensten. Dit wordt in het verzoek als volgt omschreven: „Postservice houdt in dat de beheersroutines van de interne post van een bedrijf door een externe partij worden beheerd teneinde interne middelen vrij te maken en de bedrijfsefficiëntie te verhogen. Postservice is een onderdeel van de markt voor de uitbesteding van interne kantoordiensten, die nog een aantal andere diensten omvat. Op deze markt zijn tal van ondernemingen actief die uiteenlopende diensten verlenen. De diensten zijn verschillend gebundeld en omvatten soms het merendeel van de diensten die samen als de postdienst kunnen worden beschouwd, terwijl in andere gevallen het dienstenpakket slechts enkele van die diensten omvat en het accent veeleer op bijvoorbeeld poetsdiensten ligt.”.

(3)

In het verzoek wordt voorts melding gemaakt van een dienst die in het aanbieden van postbussen bestaat, maar tevens — terecht — geconcludeerd dat het gaat om een nevendienst die als onderdeel van het bieden van toegang tot de postinfrastructuur moet worden aangemerkt. De dienst kan bijgevolg geen onderwerp uitmaken van een autonoom besluit van de Commissie op grond van artikel 30.

(4)

Bij het verzoek zijn de conclusies gevoegd van de onafhankelijke nationale instantie Konkurrensverket (4) (de Zweedse mededingingsautoriteit), waarvan de belangrijkste opmerkingen en conclusies als volgt luiden: „Konkurrensverket heeft geen zwaarwegende bezwaren tegen de wijze waarop [Zweedse Post] de relevante markten heeft afgebakend. (…) Het beeld van een bestaande en toenemende concurrentie van nieuwe ondernemingen in de postsector tegen [Zweedse Post] is correct; dit geldt met name in de dichterbevolkte gebieden. (…) Zweden is echter dunbevolkt en er zijn grote geografische gebieden waar het momenteel en wellicht ook in de voorzienbare toekomst commercieel niet interessant zal zijn voor nieuwe ondernemingen om zich te vestigen [m.a.w. om postdiensten te verstrekken]. Dit betekent dat [Zweedse Post] ook in de toekomst in sommige segmenten van de Zweedse postmarkt zo niet de enige dan toch een zeer sterke marktpartij zal blijven. (…) Concluderend meent Konkurrensverket dat het verzoek dat [Zweedse Post] op grond van artikel 30 van de richtlijn nutsbedrijven (Richtlijn 2004/17/EG) heeft ingediend, voldoet aan de vereisten voor het verlenen van een vrijstelling met betrekking tot de [in dit verzoek] genoemde markten. (…)”.

II.   RECHTSKADER

(5)

In artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG is bepaald dat die richtlijn niet van toepassing is op opdrachten voor een onder de richtlijn vallende activiteit indien die activiteit in de lidstaat waar zij wordt uitgeoefend, rechtstreeks aan mededinging blootstaat op marktgebieden waartoe de toegang niet beperkt is. De rechtstreekse blootstelling aan mededinging wordt beoordeeld aan de hand van objectieve criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken sector. De toegang tot een markt wordt als niet-beperkt beschouwd indien de lidstaat de desbetreffende communautaire wetgeving tot openstelling van een bepaalde (deel)sector ten uitvoer heeft gelegd en toepast.

(6)

Aangezien Zweden Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst (5) ten uitvoer heeft gelegd en toepast, zonder gebruik te maken van de bij artikel 7 daarvan geboden mogelijkheid om diensten voor te behouden, moet de toegang tot de markt overeenkomstig artikel 30, lid 3, eerste alinea, van Richtlijn 2004/17/EG als niet-beperkt worden beschouwd. De rechtstreekse blootstelling aan mededinging op een bepaalde markt moet worden beoordeeld aan de hand van diverse criteria, waarbij geen van deze criteria op zichzelf doorslaggevend is.

(7)

Wat de markten betreft waarop deze beschikking betrekking heeft, is het marktaandeel van de belangrijkste spelers op een bepaalde markt een van de criteria waarmee rekening moet worden gehouden. Een ander criterium is de mate van concentratie op die markten. Daar er voor de activiteiten waarop deze beschikking betrekking heeft uiteenlopende omstandigheden gelden, moet bij het onderzoek naar de mededingingssituatie met die uiteenlopende omstandigheden op de verschillende markten rekening worden gehouden.

(8)

Hoewel in bepaalde gevallen een engere marktomschrijving zou kunnen worden overwogen, is voor een aantal van de in het verzoek van Zweedse Post beschreven diensten geen precieze omschrijving van de relevante markt nodig om deze beschikking toe te passen, daar de analyse bij een enge en een bredere omschrijving hetzelfde resultaat oplevert.

(9)

Deze beschikking laat de toepassing van de mededingingsregels onverlet.

III.   BEOORDELING

(10)

Voor geadresseerde prioritaire brieven heeft Zweedse Post een marktaandeel dat zowel in waarde- als in volumetermen tussen 2005 en 2007 elk jaar stabiel is gebleven op iets meer dan […%] (6)  (7). Volgens Zweedse Post vertoont het marktaandeel geen noemenswaardige verschillen voor elk van de mogelijke afzonderlijke segmenten die kunnen worden beschouwd (CtC, CtB, BtC, BtB, binnenland en internationaal, brieven en prioritaire kranten, individuele zendingen en bulkpost, gesorteerde en niet-gesorteerde zendingen, grote en kleine zendingen, stedelijk gebied en de rest van Zweden (…)) (8). In het onderhavige geval kan de vraag of al deze segmenten van dezelfde productmarkt deel uitmaken, derhalve open worden gelaten. Volgens Zweedse Post is de relevante markt op basis waarvan zijn marktpositie moet worden beoordeeld, evenwel een ruimere „berichtenmarkt”, die, afgezien van geadresseerde brieven van alle categorieën en soorten, prioritaire en niet-prioritaire kranten en tijdschriften alsmede geadresseerde direct mail, ook „alle elektronische alternatieven voor de fysieke bestelling van postzendingen omvat. (…) Voorbeelden zijn onder meer e-mail, EDI, communicatie via websites (informatieverstrekking, transactie-uitvoering enz.) bedrijfssystemen (die communicatie- en dienstenapplicaties, zoals elektronische factureringssystemen, genereren) en telefoniediensten (in de vorm van sms en mms)”. Op een aldus omschreven markt zou Zweedse Post „een beperkt marktaandeel” hebben. Volgens Zweedse Post zou in de praktijk van de mogelijkheid om „traditionele” papieren brieven door elektronische communicatiemiddelen (zoals e-mail en sms) te vervangen, concurrentiedruk uitgaan. Wat substitutie betreft, bepalen de EG-mededingingsregels dat de analyse van de substitueerbaarheid onder meer moet worden gebaseerd op de kenmerken en de prijs van de producten en de belemmeringen bij de omschakeling op potentiële substituten. Er blijken evenwel aanmerkelijke verschillen te bestaan tussen de kenmerken van papieren post en die van elektronische communicatie wat communicatievorm, tijdsduur van de communicatie en klantenvoorkeuren betreft. Er bestaan ook grote belemmeringen voor het omschakelen van papieren op elektronische post (9). Dit alles wijst erop dat elektronische communicatie tot een andere productmarkt behoort en dus niet rechtstreeks kan concurreren met de diensten van Zweedse Post met betrekking tot geadresseerde prioritaire brieven. Het toenemende gebruik van elektronische post lijkt voorts voornamelijk tot gevolg te hebben dat de algehele omvang van de markt voor papieren post flink afneemt en niet dat binnen deze markt mededinging ontstaat (10). Of er van directe blootstelling aan mededinging sprake is, kan derhalve niet worden beoordeeld door de „berichtenmarkt” als uitgangspunt te nemen. Indien dat niet kan, is de relevante markt volgens Zweedse Post een „markt voor geadresseerde fysieke berichten”, d.w.z. één enkele markt die alle vormen en categorieën van brieven (prioritaire en niet-prioritaire, expres- en „gewone” brieven) geadresseerde direct mail, kranten en tijdschriften bestrijkt. Op de aldus omschreven markt zou het marktaandeel van Zweedse Post in 2007 […%] in waardetermen en […%] in volumetermen hebben bedragen. Nog afgezien van het feit dat de tarieven voor de verschillende soorten diensten in kwestie sterk uiteenlopen, gaan achter dit hoge totale marktaandeel afzonderlijke marktaandelen voor Zweedse Post schuil die variëren van […%] tot […%] in waardetermen en van […%] tot […%] in volumetermen, hetgeen niet passend is voor één enkele markt. De markt voor geadresseerde prioritaire brieven moet derhalve afzonderlijk worden beoordeeld en de marktaandelen van Zweedse Post op deze markt zijn van zodanige omvang dat, bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel, moet worden geconcludeerd dat de in deze overweging onderzochte diensten met betrekking tot geadresseerde prioritaire brieven in Zweden niet rechtstreeks aan mededinging blootstaan. Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is derhalve niet van toepassing op opdrachten voor die activiteiten in Zweden.

(11)

Voor niet-prioritaire brieven in het algemeen, als omschreven in overweging 2, onder b), eerste streepje, bezat Zweedse Post in 2007 (11) een geschat marktaandeel van […%] in waardetermen, terwijl de grootste concurrent de resterende […%] van de markt voor zijn rekening nam. In dit verband zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak (12)„zeer aanzienlijke marktaandelen, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, op zichzelf reeds het bewijs van een machtspositie vormen. Dit is het geval bij een marktaandeel van […%]”. Gezien de hoge mate van concentratie ([…%]) op deze markt en bij gebrek aan indicatoren die op het tegendeel wijzen, moet derhalve worden geconcludeerd dat niet-prioritaire brieven in het algemeen in Zweden niet rechtstreeks aan mededinging blootstaan. Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is derhalve niet van toepassing op opdrachten voor die activiteit in Zweden.

(12)

In de door Zweedse Post verstrekte informatie over grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in gebieden in Zweden die geen stedelijke gebieden zijn, als omschreven in overweging 2, onder b), derde streepje, wordt gesteld dat de „marktaandelen van de marktpartijen die grote zendingen buiten stedelijke gebieden bezorgen, niet afzonderlijk maar enkel als onderdeel van alle andere voor deze gebieden bestemde post worden gemeten. Dit betekent dat de marktaandelen van deze partijen vrijwel dezelfde zijn als de marktaandelen van de partijen die prioritaire zendingen bestellen, wat inhoudt dat het marktaandeel van [Zweedse Post] ongeveer […%] [bedraagt]”. Gezien de hoge mate van concentratie op deze markt en bij gebrek aan indicatoren die op het tegendeel wijzen, moet worden geconcludeerd dat grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in andere gebieden in Zweden dan stedelijke gebieden niet rechtstreeks aan mededinging blootstaan (13). Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is derhalve niet van toepassing op opdrachten voor die activiteit in Zweden.

(13)

Op het gebied van niet-geadresseerde direct mail, waaronder in deze beschikking niet-geadresseerde zendingen voor marketingdoeleinden worden verstaan, heeft Zweedse Post een geschat marktaandeel van […%] in waardetermen, waarbij de grootste belangrijke concurrent een marktaandeel van […%] heeft, eveneens in waardetermen. Volgens Zweedse Post is de relevante markt op basis waarvan zijn marktpositie moet worden beoordeeld, echter de grotere „markt voor reclameverspreiding”, die behalve niet-geadresseerde direct mail ook „andere kanalen voor reclameverspreiding, zoals krantenreclame, radio- en televisiereclame, buitenreclame, internetreclame, sponsoring enz. omvat”. Op een aldus omschreven markt zou het marktaandeel van Zweedse Post ongeveer […%] (14) bedragen. Het bestaan van één enkele ruime markt die reclame in diverse media bestrijkt, is echter reeds in een eerdere beschikking van de Commissie (15) onderzocht en verworpen. Of er van directe blootstelling aan mededinging sprake is, kan derhalve niet worden beoordeeld door de „markt voor reclameverspreiding” als uitgangspunt te nemen. De markt voor niet-geadresseerde direct mail moet derhalve apart worden onderzocht. Gezien de hoge mate van concentratie op deze markt en tevens rekening houdend met de in overweging 11 vermelde vaste rechtspraak moet, bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel, worden geconcludeerd dat diensten in verband met niet-geadresseerde direct mail in Zweden niet rechtstreeks aan mededinging blootstaan. Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is derhalve niet van toepassing op opdrachten voor die activiteit in Zweden.

(14)

Volgens Zweedse Post is er sprake van één enkele markt (de zogeheten „markt voor door sorteerkantoren verwerkte stukgoederen”) voor de „standaardbezorging van pakketten, pakketzendingen en palletten in nationale, regionale of mondiale vervoersnetwerken”, omdat al deze diensten als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat „sorteerkantoren voor de verwerking van grote goederenvolumes een centrale plaats in de netwerken innemen”. Op een aldus omschreven markt zou Zweedse Post een marktaandeel van de orde van […%] bezitten. Achter dit totale marktaandeel gaan echter uiteenlopende aandelen op de deelmarkten schuil, die variëren van […%] in waardetermen voor binnenlandse exprespakketdiensten tot […%] in waardetermen voor binnenlandse standaardpakketdiensten voor consumenten. Dit is niet passend voor één enkele markt. Binnenlandse standaardpakketdiensten voor consumenten moeten derhalve apart worden beschouwd omdat zij voldoen aan andere vraagbehoeften (universele postdienst) dan zakelijke pakketdiensten, waarvan het technologisch dienstverleningsproces doorgaans totaal anders is. Ten aanzien van deze diensten is de positie van Zweedse Post vrij sterk, met een geschat marktaandeel dat in de periode 2005-2007 stabiel is gebleven op […%] in waardetermen (16). Hoewel de komende jaren verandering in deze situatie kan komen doordat in (de laatste maanden van) 2007 twee nieuwe concurrenten tot de markt zijn toegetreden, moet worden geconcludeerd dat de beschouwde categorie diensten in Zweden niet rechtstreeks aan mededinging blootstaat. Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is derhalve niet van toepassing op opdrachten voor die activiteiten in Zweden.

(15)

Volgens de door Zweedse Post verstrekte informatie bestaat er één enkele markt voor de uitbesteding van interne kantoordiensten. Zoals in overweging 2, onder l), wordt uiteengezet, zou deze markt verschillende soorten diensten bestrijken, gaande van een of meer met postzendingen verband houdende diensten (zoals mailroom management services) tot poetsdiensten. De precieze combinatie van diensten hangt af van de behoeften van de klant. Nog afgezien van alle andere overwegingen betreffende de niet-substitueerbaarheid aan zowel de vraag- als de aanbodzijde van zo sterk uiteenlopende diensten als poetsdiensten en mailroom management services, valt niet van tevoren vast te stellen welke diensten op verzoek van een of meer klanten zullen worden gecombineerd. Een besluit over de wettelijke regeling voor de uitbesteding van interne kantoordiensten zou bijgevolg tot aanzienlijke rechtsonzekerheid leiden. Daarom kan uitbesteding van interne kantoordiensten, zoals gedefinieerd in de kennisgeving van Zweedse Post, niet als één enkele categorie diensten worden beschouwd in een besluit uit hoofde van artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG.

(16)

Zoals in overweging 2, onder b), is gesteld, bestaat er in Zweden een aparte markt voor grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in stedelijke gebieden. Op deze markt bedroeg het aandeel van Zweedse Post in 2007 […%] in waardetermen. De mate van concentratie op deze markt, waar de grootste concurrent in 2007 een aandeel van ongeveer […%] in waardetermen heeft veroverd, wijst erop dat Zweedse Post hier rechtstreeks aan mededinging blootstaat.

(17)

Het marktaandeel van Zweedse Post voor binnenlandse BtB-standaardpakketdiensten beliep in 2007 […%] in waardetermen. Aangezien het geschatte gezamenlijke marktaandeel van de grootste twee concurrenten voor binnenlandse diensten […%] bedraagt en het aandeel van de grootste drie concurrenten samen […%] in waardetermen beloopt, is het marktaandeel van de grootste drie concurrenten niet verwaarloosbaar, zodat wordt geconcludeerd dat Zweedse Post bij deze activiteit rechtstreeks aan mededinging blootstaat.

(18)

In 2007 beliep het marktaandeel van Zweedse Post voor binnenlandse diensten naar schatting […%] in waardetermen. De grootste concurrent had in 2007 echter een geschat marktaandeel van […%] in waardetermen, wat ongeveer de helft van het marktaandeel van Zweedse Post is en voldoende om ervan uit te kunnen gaan dat die concurrent een aanzienlijke concurrentiedruk op Zweedse Post zou kunnen uitoefenen. Deze factoren wijzen er dus op dat er sprake is van rechtstreekse blootstelling aan mededinging.

(19)

Op deze markt had Zweedse Post in 2007 een marktaandeel van […%] in waardetermen, terwijl het marktaandeel van de grootste twee concurrenten samen […%] bedroeg. Deze factoren wijzen er dus op dat er op het gebied van binnenlandse expres- en koerierspakketdiensten van rechtstreekse blootstelling aan mededinging sprake is.

(20)

Op de markt voor internationale pakketdiensten als omschreven in overweging 2, onder h), had Zweedse Post in 2007 een marktaandeel van […%] in waardetermen, terwijl het aandeel van zijn grootste concurrent met […%] van vergelijkbare omvang was en het aandeel van de grootste twee concurrenten samen met […%] bijna dubbel zo groot was als dat van Zweedse Post. Deze factoren wijzen er dus op dat er voor internationale pakketdiensten van rechtstreekse blootstelling aan mededinging sprake is.

(21)

Op de markt voor binnenlandse palletdiensten als omschreven in overweging 2, onder i), heeft Zweedse Post een geschat marktaandeel van […%]. Volgens de door Zweedse Post verstrekte informatie „… wordt de markt beheerst door DHL, Schenker, DSV en [Zweedse Post], waarbij [Zweedse Post] en DSV met elkaar wedijveren voor de derde plaats. Daarnaast zijn er zowel op lokaal als op nationaal niveau transportondernemingen actief die palletvervoer aanbieden. De Zweedse vervoersector telt ongeveer 14 000 ondernemingen en het valt onmogelijk uit te maken bij hoeveel daarvan het productengamma ook palletdiensten omvat”. Deze factoren wijzen er dus op dat er van rechtstreekse blootstelling aan mededinging sprake is.

(22)

Op de markt voor derde- en vierdepartijlogistiek als omschreven in overweging 2, onder k), is het marktaandeel van Zweedse Post met minder dan […%] vrijwel te verwaarlozen, omdat er volgens de door Zweedse Post verstrekte informatie „op de Zweedse markt een groot aantal Zweedse en internationale spelers, zoals DHL, Schenker, DSV en Green Cargo, actief zijn. Ook zijn er ondernemingen met eigen mondiale netwerken op de markt actief die oorspronkelijk in de verzendings- en expeditiesector werkzaam waren (zoals Maersk en Tradimus)”. Dit kan daarom als een teken van rechtstreekse blootstelling aan mededinging worden beschouwd.

(23)

Voor de toepassing van deze beschikking wordt onder filateliediensten het volgende verstaan: „verkopen van postzegels en met postzegels verband houdende producten aan vooral postzegelverzamelaars en, in beperkte mate, kopers van geschenken en souvenirs”. Volgens de verstrekte informatie is Zweedse Post het grootste bedrijf dat in Zweden doorlopend nieuwe postzegels uitgeeft. Andere actoren die in Zweden nieuw uitgegeven postzegels op de filateliemarkt aanbieden, zijn lokale Zweedse postexploitanten en buitenlandse (vooral Noorse) postexploitanten. De filateliemarkt bestaat echter niet alleen uit postzegels die door postexploitanten worden aangeboden, maar ook uit postzegelverkopen, zowel door veilingen en postzegelhandelaren als op internet via diverse verkoop- en veilingsites. Het geschatte marktaandeel van Zweedse Post op de gehele Zweedse markt voor filateliediensten (van postzegelhandelaren en postzegelveilingen samen) bedraagt ongeveer […%], terwijl het gezamenlijke marktaandeel van de veilingen […%], van de postzegelhandelaren […%], van de internetverkopen […%] en van alle overige postexploitanten in Zweden samen […%] beloopt. Het geschatte gezamenlijke marktaandeel van de grootste drie postzegelveilingen ([…%]) is iets groter dan dat van Zweedse Post. Deze factoren wijzen dus op een rechtstreekse blootstelling aan mededinging op de markt voor filateliediensten, ongeacht of hierbij wordt uitgegaan van de totale markt, van de postzegelhandel of van de postzegelveilingen.

IV.   CONCLUSIES

(24)

Gezien de in de overwegingen 2 tot en met 23 onderzochte factoren worden de volgende diensten in Zweden geacht te voldoen aan de voorwaarde betreffende rechtstreekse blootstelling aan mededinging van artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG:

a)

grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in stedelijke gebieden;

b)

binnenlandse standaardpakketdiensten van bedrijf naar bedrijf;

c)

binnenlandse standaardpakketdiensten van consument naar bedrijf;

d)

binnenlandse expres- en koerierspakketdiensten;

e)

binnenlandse palletdiensten (ook diensten met betrekking tot lichte goederen genoemd);

f)

derde- en vierdepartijlogistiek;

g)

filateliediensten, en

h)

internationale pakketdiensten.

(25)

Aangezien geacht wordt te zijn voldaan aan de voorwaarde van een niet-beperkte toegang tot de markt, hoeft Richtlijn 2004/17/EG niet van toepassing te zijn wanneer aanbestedende diensten opdrachten plaatsen voor het verrichten in Zweden van de in overweging 24, onder a) tot en met g), vermelde diensten, of wanneer zij prijsvragen organiseren om daar een dergelijke activiteit te verrichten.

(26)

Deze beschikking is gebaseerd op de juridische en feitelijke situatie van juni tot en met september 2008, zoals die blijkt uit de door Zweedse Post en het Koninkrijk Zweden verstrekte informatie. Zij kan worden herzien wanneer de juridische of feitelijke situatie zodanig verandert dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van toepassing is,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Richtlijn 2004/17/EG is niet van toepassing op opdrachten die aanbestedende diensten plaatsen om in Zweden de volgende diensten te kunnen leveren:

a)

grote gesorteerde niet-prioritaire zendingen in stedelijke gebieden;

b)

binnenlandse standaardpakketdiensten van bedrijf naar bedrijf;

c)

binnenlandse standaardpakketdiensten van consument naar bedrijf;

d)

binnenlandse expres- en koerierspakketdiensten;

e)

binnenlandse palletdiensten (ook diensten met betrekking tot lichte goederen genoemd);

f)

derde- en vierdepartijlogistiek;

g)

filateliediensten, en

h)

internationale pakketdiensten.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 19 december 2008.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  Dit zijn bepaalde postcodegebieden die grotere steden (zoals Stockholm, Göteborg, Malmö en Västerås) en hun omstreken omvatten.

(3)  Gemiddeld 0,40 SEK — ter vergelijking: het tarief voor een niet-prioritaire brief tot 20 g (individuele zending) bedraagt 4,0 SEK en het tarief voor niet-prioritaire brieven die van grote gesorteerde zendingen buiten de stedelijke gebieden deel uitmaken, bedraagt 2,84 SEK. Het tarief in stedelijke gebieden is gemiddeld 16,39 % lager voor niet-prioritaire brieven die van grote gesorteerde zendingen deel uitmaken.

(4)  Notitie van 28.2.2008, Dnr 656/2007.

(5)  PB L 15 van 21.1.1998, blz. 14.

(6)  Vertrouwelijke gegevens.

(7)  Gemeten naar waarde bedroeg het marktaandeel in 2005, 2006 en 2007 respectievelijk […%], terwijl het overeenkomstige marktaandeel gemeten naar volume in dezelfde jaren op respectievelijk […%] is uitgekomen.

(8)  Zie punt 3.1, C, van het verzoek, blz. 25-26.

(9)  Zo heeft ongeveer een kwart van de Zweedse huishoudens geen internetaansluiting. Bovendien zou „iets meer dan de helft” van de Zweedse bevolking zijn rekeningen via internet betalen, waaruit kan worden opgemaakt dat bijna de helft dat niet doet.

(10)  Zie ook de vergelijkbare conclusie die is geformuleerd in overweging 10 van Beschikking 2007/564/EG van de Commissie van 6 augustus 2007 tot vrijstelling van bepaalde diensten in de postsector in Finland, exclusief de Ålandeilanden, van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coordinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 215 van 18.8.2007, blz. 21).

(11)  2005[…%], 2006: […%].

(12)  Zie punt 328 van het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 28 februari 2002, Atlantic Container Line AB en anderen tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen, zaak T-395/94, Jurispr. 2002, blz. II-00875.

(13)  Bevolkingsdichtheid werd niet als een relevante factor beschouwd bij de opstelling van de bovengenoemde Beschikking 2007/564/EG inzake Finland, waar de bevolkingsdichtheid (17,4 inwoners per km2 op 1.1.2007) kleiner is dan in Zweden (22,2 inwoners per km2 op 1.1.2007).

(14)  Met inbegrip van geadresseerde direct mail, die volgens Zweedse Post van de markt voor geadresseerde fysieke berichten deel uitmaakt, „onder meer rekening houdend met de in de richtlijn nutsbedrijven gemaakte indeling van de postdiensten”.

(15)  Zie punt 11 van de beschikking van de Commissie van 8 april 2005 (Zaak IV/M.3648 — GRUNER + JAHR / MPS). De media in kwestie waren reclame in tijdschriften, op televisie, op de radio en op internet. Zie in dezelfde zin punt 15 van de beschikking van de Commissie van 24 januari 2005 (zaak IV/M.3579 — WPP / GREY), waarin onder meer het volgende wordt gesteld: „… de diverse soorten media lijken veeleer complementair dan substitueerbaar te zijn, aangezien verschillende media verschillende publieksgroepen op verschillende manieren kunnen aanspreken”.

(16)  Volgens een studie die Zweedse Post bij zijn verzoek heeft gevoegd, „maakt [Zweedse Post] in feite geen onderscheid tussen beide soorten diensten: ongeacht of het om een CtC- dan wel een CtB-pakket gaat, de dienst draagt dezelfde productnaam („Postpaket”). Daar het aan de aanbodzijde dus om nauwe substituten gaat, is het aangewezen deze diensten als CtX-diensten te behandelen”. Dit sluit ook aan bij de analyse voor Finland in Beschikking 2007/564/EG.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/57


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2008

waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, niet van toepassing is op de productie van elektriciteit in Tsjechië

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 8569)

(Alleen de tekst in de Tsjechische taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2009/47/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (1), en met name op artikel 30, leden 4 en 6,

Gezien het verzoek dat Tsjechië op 3 juli 2008 per e-mail heeft ingediend,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   FEITEN

(1)

Op 3 juli 2008 heeft Tsjechië bij de Commissie per e-mail een verzoek als bedoeld in artikel 30, lid 4, van Richtlijn 2004/17/EG ingediend. De Commissie heeft op 26 september 2008 per e-mail om nadere inlichtingen verzocht, die de Tsjechische autoriteiten op 9 oktober 2008 per e-mail hebben verstrekt.

(2)

Het verzoek van Tsjechië betreft de productie van elektriciteit.

(3)

Bij het verzoek zijn een brief van een onafhankelijke nationale instantie (Energetický regulační úřad, de Tsjechische energietoezichthouder) en een brief van een andere onafhankelijke instantie (Úřad pro ochranu hospodářské soutěže, het Tsjechische bureau voor de bescherming van de mededinging) gevoegd. Beide instanties analyseren daarin de voorwaarden voor toegang tot de relevante markt en komen tot de conclusie dat deze niet aan beperkingen is onderworpen, maar geen van beide instanties stelt vast dat aan de andere voorwaarde wordt voldaan, namelijk dat de elektriciteitsproductie in Tsjechië rechtstreeks aan mededinging blootstaat.

II.   RECHTSKADEŔ

(4)

In artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG is bepaald dat deze richtlijn niet van toepassing is op opdrachten voor een onder de richtlijn vallende activiteit indien die activiteit in de lidstaat waar zij wordt uitgeoefend, rechtstreeks aan mededinging blootstaat op marktgebieden waartoe de toegang niet beperkt is. De rechtstreekse blootstelling aan mededinging wordt beoordeeld aan de hand van objectieve criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken sector. De toegang tot een markt wordt als niet-beperkt beschouwd indien de lidstaat de desbetreffende communautaire wetgeving tot openstelling van een bepaalde (deel)sector ten uitvoer heeft gelegd en toepast. Deze wetgeving is vermeld in bijlage XI bij Richtlijn 2004/17/EG. Voor de elektriciteitssector gaat het om Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (2). Richtlijn 96/92/EG is vervangen door Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG (3), waarbij de markt nog verder wordt opengesteld.

(5)

Tsjechië heeft naast Richtlijn 96/92/EG ook Richtlijn 2003/54/EG ten uitvoer gelegd en past de desbetreffende wetgeving toe, waarbij is gekozen voor juridische en organisatorische ontvlechting voor transmissie- en distributienetten, uitgezonderd voor de kleinste distributieondernemingen, die wel onderworpen blijven aan boekhoudkundige ontvlechting, maar zijn vrijgesteld van de vereisten inzake juridische en organisatorische ontvlechting als zij minder dan 100 000 afnemers hebben of het verbruik op hun elektriciteitsnet in 1996 minder dan 3 TWh bedroeg. Voorts is transmissienetbeheerder CEPS eigendomsrechtelijk ontvlecht. De toegang tot de markt moet dus, overeenkomstig artikel 30, lid 3, eerste alinea, van Richtlijn 2004/17/EG, als niet-beperkt worden beschouwd.

(6)

De rechtstreekse blootstelling aan mededinging moet worden beoordeeld aan de hand van diverse indicatoren, waarbij geen van deze indicatoren op zichzelf doorslaggevend is. Wat de markten betreft waarop deze beschikking betrekking heeft, is het marktaandeel van de belangrijkste spelers op een bepaalde markt een van de criteria waarmee rekening moet worden gehouden. Een ander criterium is de mate van concentratie op deze markten. Gezien de kenmerken van de betrokken markten moet ook rekening worden gehouden met andere criteria, zoals de werking van het balanceringsmechanisme, prijsconcurrentie en de mate waarin afnemers overstappen.

(7)

Deze beschikking laat de toepassing van de mededingingsregels onverlet.

III.   BEOORDELING

(8)

Het verzoek van Tsjechië betreft de productie van elektriciteit in Tsjechië.

(9)

Volgens Tsjechië is de relevante markt groter dan het nationale grondgebied en omvat deze naast Tsjechië ook Polen, Slowakije, Oostenrijk en Duitsland. Als belangrijke reden voor deze marktafbakening wordt het aandeel van de interconnectiecapaciteit (met de verschillende lidstaten) aangevoerd: dit is groot als het wordt afgezet tegen de binnenlandse opwekking en vraag. Volgens de informatie die de Tsjechische autoriteiten in hun antwoord van 9 oktober 2008 hebben verstrekt, is in 2007 25,6 TWh geëxporteerd en 9,5 TWh geïmporteerd. Tsjechië is dus een netto-exporteur van elektriciteit: de netto-export bedraagt 16,1 TWh, ofwel bijna 20 % (4) van de totale netto-elektriciteitsopwekking (81,4 TWh). Als ander argument voor het bestaan van een grotere geografische markt wordt aangevoerd dat er sprake is van een ontwikkeling richting prijsconvergentie tussen de nationale markt van Tsjechië en die van Duitsland, en dat de Praagse energiebeurs PXE aan belang wint.

(10)

Alleen op basis van een betrekkelijk grote interconnectiecapaciteit en prijsconvergentie kan een relevante markt niet worden afgebakend. Op basis van de lokale marktvoorschriften, en met name de onmisbaarheid en machtspositie van een marktspeler (CEZ in het geval van Tsjechië) kan de markt ook nauwere grenzen krijgen. In dit verband moet worden opgemerkt dat het overgrote deel van het groeivolume van de PXE volgens het antwoord van de Tsjechische autoriteiten van 9 oktober 2008 verband houdt met CEZ-transacties. Voorts is de Commissie in haar onderzoek naar de energiesector (5), wat de mogelijke geografische marktafbakeningen betreft die het nationale kader overstijgen, ook nagegaan of bepaalde landenparen in Midden-Europa een relevante markt zouden kunnen vormen. In het geval van het landenpaar Oostenrijk-Duitsland is de Commissie op grond van de omvang van de grootste exploitant in Oostenrijk in combinatie met de interne Oostenrijkse netcongestie tot de conclusie gekomen dat de relevante markt niet groter is dan de nationale markt. Evenzo is in het geval van Tsjechië en Slowakije op grond van de omvang van de dominante exploitanten in beide landen en hun onmisbaarheid om aan de vraag te voldoen, geconcludeerd dat zelfs dit landenpaar geen relevante geografische markt vormt. Voorts heeft de Commissie onlangs de Oostenrijke en de Poolse markt voor de elektriciteitsproductie aan een onderzoek onderworpen en deze eveneens als nationaal in geografische zin aangemerkt (6). Tot slot heeft de Commissie in haar recente E.ON-kartelbeschikking van 26 november 2008 C(2008) 7367 (7) inzake de Duitse groothandelsmarkt deze markt als nationaal aangemerkt en vastgesteld dat deze geen bredere geografische markt vormt met de (westelijke en oostelijke) buurlanden.

(11)

Er kan dus geen sprake zijn van een regionale markt. Dit sluit ook aan bij de verklaring van het Tsjechische bureau voor de bescherming van de mededinging dat het „bij de beoordeling [van de aanvraag overeenkomstig artikel 30] op grond van zijn reeds verrichte onderzoek ervan is uitgegaan dat de relevante markt voor de productie van elektriciteit geografisch gezien samenvalt met het Tsjechische grondgebied”. Gelet op de in de overwegingen 9 en 10 genoemde feiten moet het grondgebied van Tsjechië derhalve als de relevante markt worden beschouwd bij de toetsing of aan de voorwaarden van artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG wordt voldaan.

(12)

Het is vaste praktijk van de Commissie (8) om in haar beschikkingen overeenkomstig artikel 30 ten aanzien van de elektriciteitsopwekking te stellen dat „een indicator voor de mate van mededinging op de nationale markten […] het totale marktaandeel van de drie grootste producenten [is]”. Volgens tabel 6 „Wholesale Market Position 2006”, blz. 12 en volgende, van het werkdocument van de diensten van de Commissie bij het voortgangsverslag over de totstandbrenging van de interne markt voor gas en elektriciteit (9) hadden de drie grootste producenten in 2006 een aandeel van 69,4 % in de elektriciteitsproductie en was dit aandeel in 2007 opgelopen tot 73,9 %. Volgens de informatie van de Tsjechische autoriteiten in hun antwoord van 9 oktober 2008 bezat de dominante onderneming bijna 70 % en bezaten de nummers 2 en 3 respectievelijk 3,5 % en 3 % van de totale geïnstalleerde capaciteit. Deze concentratieniveaus voor het totale marktaandeel van de drie grootste producenten liggen boven het desbetreffende percentage van 39 dat in de Beschikkingen 2006/211/EG van de Commissie (10) en 2007/141/EG (11) voor het Verenigd Koninkrijk genoemd wordt. Ook liggen ze duidelijk hoger dan het niveau van 52,2 % dat in Beschikking 2008/585/EG van de Commissie (12) voor Oostenrijk wordt genoemd, en liggen ze boven het niveau van 58 % (van de brutoproductie) dat in Beschikking 2008/741/EG van de Commissie (13) voor Polen wordt genoemd.

(13)

Tot slot zijn de Tsjechische concentratieniveaus van de drie grootste exploitanten vergelijkbaar met of lager dan de desbetreffende niveaus van 73,6 % en 86,7 % die in de Beschikkingen 2006/422/EG van de Commissie (14) en 2007/706/EG (15) voor respectievelijk Finland en Zweden worden genoemd. Er is echter een belangrijk verschil tussen de Tsjechische situatie aan de ene kant en de Zweedse en Finse situatie aan de andere kant. In Tsjechië is er namelijk één dominante exploitant en hebben de andere twee grote producenten een marktaandeel dat twintigmaal zo klein is (het kleinste aandeel is 3 % en het grootste aandeel bijna 70 %). In Finland blijkt de kleinste exploitant in de top drie een marktaandeel van 18,3 % te hebben, tegen een marktaandeel van 33,7 % voor de grootste exploitant. Voor Zweden geldt hetzelfde: 17,4 % voor de kleinste en 47,1 % voor de grootste exploitant.

(14)

In dit verband zij er ook aan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak (16)„zeer aanzienlijke marktaandelen, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, op zichzelf reeds het bewijs van een machtspositie vormen. Dit is het geval bij een marktaandeel van 50 %”.

(15)

Tsjechië voert iets meer dan 11 % van zijn totale vraag in (17), waarmee het meer invoert dan Polen, maar op minder dan de helft van het Oostenrijkse percentage uitkomt (18)  (19). Ook in het geval van Zweden en Finland worden de hoge concentratieniveaus van de drie grootste producenten „gecompenseerd” door de „concurrentiedruk op de […] markt als gevolg van de mogelijkheid om elektriciteit van buiten […] te betrekken” (20). Daarom kan moeilijk worden gesteld dat van de invoer van elektriciteit in Tsjechië een sterke concurrentiedruk uitgaat, en is het feit dat er transportcapaciteit is om de invoer fors te vergroten, slechts van theoretische betekenis, aangezien Tsjechië vanaf in elk geval 2003 jaarlijks een netto-exporteur is geweest en dat op middellange termijn zal blijven. Dit concentratieniveau kan dus niet worden beschouwd als aanwijzing dat de productiemarkt rechtstreeks blootstaat aan mededinging.

(16)

De Tsjechische autoriteiten wijzen in hun antwoord van 9 oktober 2008 ook op CEZ-plannen om in de toekomst het merendeel van de grootschalige opwekkingsprojecten op transmissienetniveau op te zetten, waarbij met name wordt gedacht aan nucleaire nieuwbouw, een verlenging van de levensduur van de bestaande kerncentrale Dukovany en aan kolen- en gascentraleprojecten. Naast de CEZ-plannen hebben andere partijen ook plannen om deels op transmissieniveau, maar vooral op distributieniveau, projecten op te zetten, en met name projecten op het gebied van duurzame energiebronnen.

(17)

Voorts is de werking van de balanceringsmechanismen een indicator die eveneens in aanmerking moet worden genomen, ook al gaat het slechts om een klein deel van de totale hoeveelheid elektriciteit die in een lidstaat wordt geproduceerd of verbruikt. Volgens de beschikbare informatie werkt het balanceringsmechanisme, en met name de prijszetting op basis van marktwerking en de volwassen intra-daymarkt met „gate closures” van anderhalf uur (d.w.z. de mogelijkheid voor netgebruikers om hun positie om de anderhalf uur aan te passen) zodanig dat het geen belemmering vormt voor een rechtstreekse blootstelling van de elektriciteitsproductie aan mededinging.

(18)

Vanwege de kenmerken van het betrokken product (elektriciteit) en omdat er weinig of geen geschikte alternatieve producten of diensten voorhanden zijn, nemen de prijsconcurrentie en de prijsvorming een vrij belangrijke plaats in bij de beoordeling van de concurrentiesituatie op de elektriciteitsmarkten. Bij de grote industriële (eind)gebruikers kan het aantal afnemers dat op een andere leverancier overstapt, een indicator zijn voor prijsconcurrentie en dus indirect „een natuurlijke indicator” voor de doeltreffendheid van concurrentie vormen. „Als er maar weinig afnemers zijn die op een andere leverancier overstappen, is er waarschijnlijk een probleem met het functioneren van de markt, ook al zijn er wel degelijk voordelen verbonden aan de mogelijkheid om met de huidige leverancier over nieuwe voorwaarden te onderhandelen.” (21) Voorts wordt in de technische bijlage erop gewezen dat afnemers zich duidelijk laten leiden door bestaande gereguleerde eindgebruikersprijzen en dat hoewel er goede redenen kunnen zijn om in een overgangsperiode vast te houden aan prijsbeheersing, daardoor steeds sterkere verstoringen zullen ontstaan naarmate de noodzaak van investeringen dringender wordt (22).

(19)

In de meest recente informatie zijn de overstappercentages in Tsjechië als „hoog” aangemerkt (23) en volgens de meest recente informatie van de Tsjechische autoriteiten in hun antwoord van 9 oktober is „sinds de openstelling van de elektriciteitsmarkt bijna 50 % van de grote afnemers gewisseld van elektriciteitsleverancier”. In de eerdere elektriciteitsbeschikkingen liep het overstappercentage bij de grote tot zeer grote industriële gebruikers uiteen van 41,5 % (Beschikking 2008/585/EG voor Oostenrijk) tot meer dan 75 % (Beschikking 2006/422/EG voor Finland). Voorts zijn de leveringsmarkten (voor huishoudens, industriële afnemers etc.) in de eerdere beschikkingen van de Commissie als aparte productmarkten aangemerkt en kan het concurrentielandschap op deze markten door de invloed van sterke, gevestigde leveringsbedrijven afwijken van die van de groothandels- en de productiemarkt. Het hoge overstappercentage wijst dus niet eenduidig op een rechtstreekse blootstelling aan mededinging.

(20)

Wat de productie van elektriciteit in Tsjechië betreft, kan de situatie dus als volgt worden samengevat: de drie grootste producten hebben samen een groot marktaandeel, maar wat belangrijker is: de grootste producent heeft alleen al een marktaandeel van bijna 70 %, zonder dat dit wordt gecompenseerd door elektriciteitsinvoer, aangezien Tsjechië in ten minste de afgelopen vijf jaar juist steeds een netto-exporteur van aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit is geweest. In overweging 17 is erop gewezen dat het balanceringsmechanisme geen belemmering vormt voor een rechtstreekse blootstelling van de markt voor de elektriciteitsproductie aan mededinging en dat er sprake is van een hoog overstappercentage. Het goed werkende balanceringsmechanisme en het hoge overstappercentage wegen echter niet op tegen het hoge concentratieniveau, en met name het grote aandeel van de grootste producent, dit mede gezien de in overweging 14 genoemde rechtspraak.

IV.   CONCLUSIES

(21)

Gezien de overwegingen 9 tot en met 20 moet worden geconcludeerd dat de productie van elektriciteit in Tsjechië thans niet rechtstreeks blootstaat aan mededinging. Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is derhalve niet van toepassing op opdrachten om deze activiteiten in Tsjechië te kunnen verrichten. Bijgevolg blijft Richtlijn 2004/17/EG van toepassing wanneer aanbestedende diensten opdrachten plaatsen om in Tsjechië productieactiviteiten op elektriciteitsgebied te kunnen verrichten, of wanneer zij prijsvragen organiseren om dergelijke activiteiten in Tsjechië te verrichten.

(22)

Deze beschikking is gebaseerd op de juridische en feitelijke situatie van juli tot en met oktober 2008, zoals die blijkt uit de informatie van Tsjechië, de mededeling van 2007 en het werkdocument 2007 van de diensten van de Commissie, het eindverslag en het voortgangsverslag 2007 en de bijlage daarbij. Zij kan worden herzien wanneer de juridische of feitelijke situatie zodanig verandert dat wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van toepassing is,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG is niet van toepassing op de productie van elektriciteit in de Tsjechische Republiek. Bijgevolg blijft Richtlijn 2004/17/EG van toepassing op door aanbestedende diensten geplaatste opdrachten om deze activiteiten in de Tsjechische Republiek te kunnen verrichten.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Tsjechische Republiek.

Gedaan te Brussel, 22 december 2008.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  PB L 27 van 30.1.1997, blz. 20.

(3)  PB L 176 van 15.7.2003, blz. 37.

(4)  19,78 % om precies te zijn. De totale (bruto) export bedroeg 31,45 % van de totale netto-opwekking en de totale import bedroeg 11,67 % van de totale netto-opwekking. Afgezet tegen het binnenlandse netto-elektriciteitsverbruik in 2007 (circa 59,7 TWh volgens de Tsjechische autoriteiten) bedroeg de totale export 42,88 %, de netto-export 26,97 % en de totale invoer 15,91 %.

(5)  Zie COM(2006) 851 def. van 10.1.2007: Mededeling van de Commissie — Onderzoek op grond van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1/2003 naar de Europese gas- en elektriciteitssectoren, hierna „het eindverslag” genoemd, bijlage B, punt A.2.7, blz. 339.

(6)  Zie Beschikking 2008/585/EG van de Commissie van 7 juli 2008 tot vrijstelling van de elektriciteitsproductie in Oostenrijk van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, PB L 188 van 16.7.2008, blz. 28, en Beschikking 2008/741/EG van de Commissie van 11 september 2008 waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, niet van toepassing is op de productie van en groothandel in elektriciteit in Polen (PB L 251 van 19.9.2008, blz. 35).

(7)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad. Zie persbericht IP/08/1774 van 26.11.2008.

(8)  Laatstelijk in de bovengenoemde Beschikkingen 2008/585/EG en 2008/741/EG.

(9)  COM(2008) 192 definitief van 15.4.2008, hierna de bijlage bij het voortgangsverslag van 2007 genoemd. Het verslag zelf (SEC(2008) 460) wordt hierna „het voortgangsverslag 2007” genoemd.

(10)  Beschikking van de Commissie van 8 maart 2006 waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, van toepassing is op de elektriciteitsopwekking in Engeland, Schotland en Wales (PB L 76 van 15.3.2006, blz. 6).

(11)  Beschikking van de Commissie van 26 februari 2007 waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coordinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, van toepassing is op de levering van gas en elektriciteit in Engeland, Schotland en Wales (PB L 62 van 1.3.2007, blz. 23).

(12)  Beschikking van de Commissie van 7 juli 2008 tot vrijstelling van de elektriciteitsproductie in Oostenrijk van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coordinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 188 van 16.7.2008, blz. 28).

(13)  Beschikking 2008/741/EG van de Commissie van 11 september 2008 waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, niet van toepassing is op de productie van en groothandel in elektriciteit in Polen (PB L 251 van 19.9.2008, blz. 35).

(14)  Beschikking van de Commissie van 19 juni 2006 waarbij wordt vastgesteld dat artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, van toepassing is op de productie en de verkoop van elektriciteit in Finland, exclusief de Ålandseilanden (PB L 168 van 21.6.2006, blz. 33).

(15)  Beschikking van de Commissie van 29 oktober 2007 tot vrijstelling van de productie en verkoop van elektriciteit in Zweden van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 287 van 1.11.2007, blz. 18).

(16)  Zie punt 328 van het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Derde Kamer) van 28 februari 2002, Atlantic Container Line AB en anderen tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen, zaak T-395/94, Jurispr. 2002, blz. II-875.

(17)  Dat wil zeggen de hoeveelheid voor intern verbruik en uitvoer benodigde elektriciteit.

(18)  23,5 % volgens de informatie van de Oostenrijkse instanties.

(19)  Zie overweging 10 van Beschikking 2008/585/EG: „[…] de ingevoerde elektriciteit is goed voor ongeveer een kwart van zijn totale behoefte, met name op basislastniveau”.

(20)  Zie overweging 12 van Beschikking 2007/706/EG. In het geval van Zweden en Finland is in het midden gelaten of er sprake is van een regionale markt, maar als deze als referentiepunt wordt genomen, komen de concentratieniveaus uit op 40 %.

(21)  Verslag van 2005, blz. 9.

(22)  Zie de technische bijlage, blz. 17.

(23)  Zie het voortgangsverslag 2007, blz. 8, punt 7.


23.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/62


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 22 januari 2009

tot vrijstelling van bepaalde partijen van de uitbreiding tot bepaalde rijwielonderdelen van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad ingestelde antidumpingrecht op rijwielen uit de Volksrepubliek China, laatstelijk gehandhaafd en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1095/2005, en tot opheffing van de bij Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie vastgestelde schorsing van het tot bepaalde rijwielonderdelen uit de Volksrepubliek China uitgebreide antidumpingrecht voor bepaalde partijen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 157)

(2009/48/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”),

Gelet op Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van 10 januari 1997 tot uitbreiding van het definitieve anti-dumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 voor rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen uit de Volksrepubliek China en tot heffing van het uitgebreide recht op dergelijke uit hoofde van Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde invoer (2) („de uitbreidingsverordening”),

Gelet op Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie van 20 januari 1997 tot goedkeuring van de vrijstelling van de invoer van bepaalde delen van rijwielen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad ingestelde antidumpingrecht (3) („de vrijstellingsverordening”), en met name op artikel 7,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Na de inwerkingtreding van de vrijstellingsverordening heeft een aantal rijwielassemblagebedrijven op grond van artikel 3 van die verordening een aanvraag ingediend om vrijstelling van het antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 71/97 was uitgebreid tot bepaalde rijwielonderdelen uit de Volksrepubliek China („het uitgebreide antidumpingrecht”). De Commissie heeft in het Publicatieblad verscheidene malen lijsten van rijwielassemblagebedrijven (4) bekendgemaakt waarvoor het uitgebreide antidumpingrecht op de invoer van voor het vrije verkeer aangegeven hoofdonderdelen van rijwielen was geschorst op grond van artikel 5, lid 1, van de vrijstellingsverordening.

(2)

Na de bekendmaking van een lijst van partijen waarvan de aanvraag werd onderzocht (5), werd een onderzoektijdvak gekozen. Dit onderzoektijdvak liep van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2008. Aan alle bedrijven waarvan de aanvraag werd onderzocht, werd een lijst gezonden met vragen over hun assemblageactiviteiten in de onderzoekperiode.

A.   VRIJSTELLINGSAANVRAGEN VAN PARTIJEN WAARVOOR HET UITGEBREIDE ANTIDUMPINGRECHT EERDER WAS GESCHORST

1.   Ontvankelijke vrijstellingsaanvragen

(3)

De Commissie heeft van de in tabel 1vermelde partijen alle informatie ontvangen die nodig is om over de ontvankelijkheid van hun aanvragen te oordelen. De betaling van uitgebreide antidumpingrechten door deze partijen is daarna geschorst. De ontvangen informatie werd onderzocht en zo nodig ter plaatse gecontroleerd. De Commissie heeft op basis van deze informatie vastgesteld dat de aanvragen van de in tabel 1 genoemde partijen op grond van artikel 4, lid 1, van de vrijstellingsverordening ontvankelijk zijn.

Tabel 1

Naam

Adres

Land

Aanvullende Taric-code

Blue Ocean Hungary Ltd

Sukorói u. 8, 8097 Nadap

HU

A858

Canyon Bicycles GmbH

Koblenzer Strasse 236, 56073 Koblenz

DE

A856

Euro Bike Products

Ul. Starolecka 18, 61-361 Poznan

PL

A849

KOVL spol. s.r.o.

Choceradská 3042/20, 14100 Prague

CZ

A838

MICPOL

Ul. Myśliborska 93A/62, 03-185 Warsaw

PL

A839

N&W Cycle GmbH

Mühlenhof 5, 51598 Friesenhagen

DE

A852

Radsportvertrieb Dietmar Bayer GmbH

Zum Acker 1, 56244 Freirachdorf

DE

A850

Special Bike Società Cooperativa

Via dei Mille n. 50, 71042 Cerignola (FG)

IT

A533

(4)

De Commissie heeft kunnen vaststellen dat de waarde van de onderdelen uit de Volksrepubliek China die deze bedrijven bij de assemblage van rijwielen hebben gebruikt minder dan 60 % was van de totale waarde van de onderdelen die bij de assemblage werd gebruikt en dat artikel 13, lid 2, van de basisverordening derhalve niet op hen van toepassing is.

(5)

Daarom en overeenkomstig artikel 7, lid 1, van de vrijstellingsverordening moeten de in de bovenstaande tabel vermelde partijen van het uitgebreide antidumpingrecht worden vrijgesteld.

(6)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de vrijstellingsverordening dienen de in tabel 1 vermelde bedrijven met ingang van de datum van ontvangst van hun aanvraag van het uitgebreide antidumpingrecht te worden vrijgesteld. Voorts moet hun douaneschuld uit hoofde van het uitgebreide antidumpingrecht als nietig worden beschouwd vanaf de datum van ontvangst van hun vrijstellingsaanvraag.

2.   Afgewezen en ingetrokken vrijstellingsaanvragen

(7)

De in tabel 2 vermelde partij heeft ook een aanvraag ingediend om van het uitgebreide antidumpingrecht te worden vrijgesteld.

Tabel 2

Naam

Adres

Land

Aanvullende Taric-code

Eusa Mart

European Sales & Marketing GmbH & Co. KG

An der Welle 4, 60322 Frankfurt am Main

DE

A857

(8)

Dit bedrijf heeft geen antwoorden op de vragenlijst ingezonden.

(9)

Daar het in tabel 2 genoemde bedrijf niet heeft voldaan aan de criteria van artikel 6, lid 2, van de vrijstellingsverordening, moet de Commissie zijn aanvraag om vrijstelling afwijzen overeenkomstig artikel 7, lid 3, van die verordening. Daarom moet de schorsing van het uitgebreide antidumpingrecht, als bedoeld in artikel 5 van de vrijstellingsverordening, worden opgeheven en moet het uitgebreide antidumpingrecht worden geheven vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag van dit bedrijf.

B.   VRIJSTELLINGSAANVRAGEN VAN PARTIJEN WAARVOOR HET UITGEBREIDE ANTIDUMPINGRECHT NIET EERDER WAS GESCHORST

1.   Ontvankelijke vrijstellingsaanvragen waarvoor schorsing moet worden verleend

(10)

Voorts werd van het in tabel 3 vermelde bedrijf nog een aanvraag om vrijstelling ontvangen op grond van artikel 3 van de vrijstellingsverordening. De schorsing van het uitgebreide recht naar aanleiding van deze aanvraag moet in werking treden op de datum die is vermeld in de kolom „Datum van inwerkingtreding”.

Tabel 3

Naam

Adres

Land

Vrijstelling krachtens Verordening (EG) nr. 88/97

Datum van inwerkingtreding

Aanvullende Taric-code

Winora-Staiger GmbH

Max-Planck-Strasse 6, 97526 Sennfeld

DE

Artikel 5

27/11/2008

A894

2.   Onontvankelijke vrijstellingsaanvragen

(11)

De in tabel 4 genoemde partijen hebben ook een aanvraag ingediend om van het uitgebreide antidumpingrecht te worden vrijgesteld.

Tabel 4

Naam

Adres

Land

Cicli B Radsport Bornmann Import + Versand

Königstor 48, 34117 Kassel

DE

MSC Bikes SL

C/Hostalets, Nave 3. Pol. Ind. Puig-Xorigué, 08540 Centelles, Barcelona

ES

(12)

Opgemerkt zij dat de aanvragen van deze partijen niet aan de ontvankelijkheidscriteria van artikel 4, lid 1, van de vrijstellingsverordening voldeden aangezien al deze partijen hoofdbestanddelen van rijwielen voor de productie of assemblage van rijwielen gebruiken in hoeveelheden van minder dan 300 eenheden per soort per maand.

(13)

Deze partijen werden van deze conclusie in kennis gesteld en konden hierover opmerkingen maken. Deze bedrijven werd geen vrijstelling verleend,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De in tabel 1 vermelde partijen worden vrijgesteld van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad (6) werd ingesteld op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, en dat bij Verordening (EG) nr. 71/97 werd uitgebreid tot bepaalde rijwielonderdelen uit de Volksrepubliek China.

De vrijstelling treedt in werking op de dag die voor elke partij is vermeld in de kolom „Datum van inwerkingtreding”.

Tabel 1

Vrijgestelde partijen

Naam

Adres

Land

Vrijstelling krachtens Verordening (EG) nr. 88/97

Datum van inwerkingtreding

Aanvullende Taric-code

Blue Ocean Hungary Ltd

Sukorói u. 8, 8097 Nadap

HU

Artikel 7

30/01/2008

A858

Canyon Bicycles GmbH

Koblenzer Strasse 236, 56073 Koblenz

DE

Artikel 7

04/12/2007

A856

Euro Bike Products

Ul. Starolecka 18, 61-361 Poznan

PL

Artikel 7

06/08/2007

A849

KOVL spol. s.r.o

Choceradská 3042/20, 14100 Prague

CZ

Artikel 7

29/03/2007

A838

MICPOL

Ul. Myśliborska 93A/62, 03-185 Warsaw

PL

Artikel 7

17/04/2007

A839

N&W Cycle GmbH

Mühlenhof 5, 51598 Friesenhagen

DE

Artikel 7

11/10/2007

A852

Radsportvertrieb Dietmar Bayer GmbH

Zum Acker 1, 56244 Freirachdorf

DE

Artikel 7

25/06/2007

A850

Special Bike Società Cooperativa

Via dei Mille n. 50, 71042 Cerignola (FG)

IT

Artikel 7

22/01/2008

A533

Artikel 2

De aanvraag om vrijstelling van het uitgebreide antidumpingrecht die op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 88/97 is ingediend door de in tabel 2 vermelde partij wordt afgewezen.

De schorsing van het uitgebreide antidumpingrecht op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 88/97 wordt opgeheven voor de betrokken partij vanaf de datum die is vermeld in de kolom „Datum van inwerkingtreding”.

Tabel 2

Partijen waarvoor de schorsing wordt opgeheven

Naam

Adres

Land

Schorsing op grond van Verordening (EG) nr. 88/97

Datum van inwerkingtreding

Aanvullende Taric-code

Eusa Mart

European Sales & Marketing GmbH & Co. KG

An der Welle 4, 60322 Frankfurt am Main

DE

Artikel 5

07/01/2008

A857

Artikel 3

De in tabel 3 hieronder genoemde partij vormt de bijgewerkte lijst van partijen waarvan de aanvraag op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 88/97 wordt onderzocht. De schorsing van het uitgebreide recht naar aanleiding van deze aanvragen trad in werking op de datum die is vermeld in de kolom „Datum van inwerkingtreding” in tabel 3.

Tabel 3

Naam

Adres

Land

Schorsing op grond van Verordening (EG) nr. 88/97

Datum van inwerkingtreding

Aanvullende Taric-code

Winora-Staiger GmbH

Max-Planck-Strasse 6, 97526 Sennfeld

DE

Artikel 5

27/11/2008

A894

Artikel 4

De aanvragen om vrijstelling van het uitgebreide antidumpingrecht die zijn ingediend door de in tabel 4 vermelde partijen worden afgewezen.

Tabel 4

Partijen waarvan de vrijstellingsaanvraag wordt afgewezen

Naam

Adres

Land

Cicli B Radsport Bornmann Import + Versand

Königstor 48, 34117 Kassel

DE

MSC Bikes SL

C/Hostalets, Nave 3. Pol. Ind. Puig-Xorigué, 08540 Centelles, Barcelona

ES

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten en tot de in de artikelen 1, 2, 3 en 4 genoemde partijen.

Gedaan te Brussel, 22 januari 2009.

Voor de Commissie

Catherine ASHTON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2)  PB L 16 van 18.1.1997, blz. 55.

(3)  PB L 17 van 21.1.1997, blz. 17.

(4)  PB C 45 van 13.2.1997, blz. 3; PB C 112 van 10.4.1997, blz. 9; PB C 220 van 19.7.1997, blz. 6; PB C 378 van 13.12.1997, blz. 2; PB C 217 van 11.7.1998, blz. 9; PB C 37 van 11.2.1999, blz. 3; PB C 186 van 2.7.1999, blz. 6; PB C 216 van 28.7.2000, blz. 8; PB C 170 van 14.6.2001, blz. 5; PB C 103 van 30.4.2002, blz. 2; PB C 35 van 14.2.2003, blz. 3; PB C 43 van 22.2.2003, blz. 5; PB C 54 van 2.3.2004, blz. 2; PB C 299 van 4.12.2004, blz. 4; PB L 17 van 21.1.2006, blz. 16; PB L 313 van 14.11.2006, blz. 5; PB L 81 van 20.3.2008, blz. 73; PB C 310 van 5.12.2008, blz. 19.

(5)  PB L 81 van 20.3.2008, blz. 73.

(6)  PB L 228 van 9.9.1993, blz. 1. Verordening gehandhaafd bij Verordening (EG) nr. 1524/2000 (PB L 175 van 14.7.2000, blz. 39) en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1095/2005 (PB L 183 van 14.7.2005, blz. 1).