ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 5

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

52e jaargang
9 januari 2009


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 13/2009 van de Raad van 18 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening), met het oog op het opzetten van een schoolfruitregeling

1

 

 

Verordening (EG) nr. 14/2009 van de Commissie van 8 januari 2009 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

5

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2009/9/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 8 december 2008 betreffende de niet-opneming van nicotine in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 7714)  ( 1 )

7

 

 

 

*

Bericht aan de lezer (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

9.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/1


VERORDENING (EG) Nr. 13/2009 VAN DE RAAD

van 18 december 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”), met het oog op het opzetten van een schoolfruitregeling

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 36 en 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1182/2007 van de Raad (2) zijn met het oog op een ingrijpende hervorming van de sector groenten en fruit specifieke voorschriften voor deze sector vastgesteld om het concurrentievermogen en de marktgerichtheid ervan te verbeteren en de sector meer in overeenstemming te brengen met de rest van het hervormde gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De hervormde regeling heeft onder meer tot doel de dalende tendens in de consumptie van groenten en fruit om te buigen.

(2)

Het is wenselijk de geringe consumptie van groenten en fruit door kinderen aan te pakken door het aandeel van groenten en fruit in het dieet van kinderen duurzaam te vergroten in het stadium waarin hun eetgewoonten worden gevormd. De verlening van communautaire steun ten bate van een schoolfruitregeling om groente-, fruit- en banaanproducten aan kinderen in onderwijsinstellingen te verstrekken, moet jonge consumenten waardering doen krijgen voor groenten en fruit en zodoende in de toekomst het verbruik stimuleren. Bijgevolg zou de schoolfruitregeling stroken met de doelstellingen van het GLB, zoals het stimuleren van de inkomsten van de landbouw, het stabiliseren van de markten en het veiligstellen van zowel de huidige als de toekomstige voorziening.

(3)

Op grond van artikel 35, onder b), van het Verdrag kunnen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid gemeenschappelijke acties — zoals de schoolfruitregeling — voor de verhoging van het verbruik van bepaalde producten worden ondernomen.

(4)

In artikel 152, lid 1, van het Verdrag wordt bovendien geëist dat bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid wordt verzekerd. De duidelijke gezondheidsbaten van de schoolfruitregeling geven aan dat deze regeling in de uitvoering van het GLB geïntegreerd moet worden.

(5)

Daarom moet worden voorzien in communautaire steun om de verstrekking aan kinderen in onderwijsinstellingen van bepaalde gezonde producten uit de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen, alsmede bepaalde daarmee gepaard gaande kosten op het gebied van logistiek, distributie, materieel, communicatie, toezicht en evaluatie te cofinancieren.

(6)

De communautaire schoolfruitregeling mag geen afbreuk doen aan nationale schoolfruitregelingen die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapsregelgeving, zodat de voordelen van die regelingen behouden blijven. Zij dient de diversiteit van de onderwijsstelsels van de lidstaten te eerbiedigen. Daarom kunnen onderwijsinstellingen waarvoor de schoolfruitregeling geldt, kleuterscholen, andere voorschoolse instellingen, basisscholen en middelbare scholen omvatten.

(7)

De lidstaten die aan de schoolfruitregeling willen deelnemen, moeten de communautaire steun voor de verstrekking van de gezonde producten en voor bepaalde daarmee gepaard gaande kosten kunnen aanvullen met nationale steun. Om de regeling doeltreffend te maken zullen er begeleidende maatregelen nodig zijn, voor de financiering waarvan de lidstaten derhalve nationale ondersteuning moeten kunnen verlenen. In het licht van de budgettaire beperkingen moet de lidstaten worden toegestaan hun financiële bijdrage aan de schoolfruitregeling te vervangen door bijdragen van de particuliere sector.

(8)

Met het oog op een degelijke uitvoering van de schoolfruitregeling op nationaal of regionaal niveau moeten lidstaten die van de regeling gebruik wensen te maken, vooraf een strategie opstellen.

(9)

De regeling mag geen ongezonde producten omvatten, bijvoorbeeld producten met een hoog percentage vet of toegevoegde suiker. Daarom dient de Commissie een lijst op te stellen van producten en ingrediënten die van de schoolfruitregeling moeten worden uitgesloten. De vrijheid van de lidstaten om de producten te kiezen, moet voor het overige niet onnodig worden beperkt. Zij moeten hun keuze van in aanmerking komende producten dus kunnen baseren op objectieve criteria, waaronder seizoensoverwegingen, beschikbaarheid van de producten of milieuoverwegingen. Lidstaten moeten in dit verband de voorkeur kunnen geven aan producten van oorsprong uit de Gemeenschap. Voor de duidelijkheid moeten de lidstaten bij de vaststelling van hun strategie een lijst opstellen van de producten die voor hun regeling in aanmerking komen.

(10)

In het belang van een goed bestuur en begrotingsbeheer moeten de lidstaten die aan de regeling deelnemen, elk jaar een aanvraag voor communautaire steun indienen. Op basis van de aanvragen van de lidstaten dient de Commissie binnen de grenzen van de in de begroting beschikbare kredieten te besluiten over de definitieve toewijzingen.

(11)

De communautaire steun moet aan elke lidstaat worden toegewezen op basis van objectieve criteria, gebaseerd op het percentage kinderen in de voornaamste doelgroep van zes tot tien jaar. Deze leeftijdsgroep is gekozen om begrotingsredenen, maar ook omdat eetgewoonten op jonge leeftijd worden gevormd. De beperkte demografische omvang van een lidstaat mag die lidstaat er echter niet van weerhouden een kostenefficiënte regeling in te voeren. Derhalve dient elke deelnemende lidstaat een bepaald minimumbedrag aan communautaire steun te ontvangen.

(12)

Met het oog op een gezond begrotingsbeheer moeten de communautaire steun en de cofinanciering aan een maximum worden gebonden en moet de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de regeling worden toegevoegd aan de lijst van maatregelen die in aanmerking komen voor ELGF-financiering als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (3).

(13)

Gezien hun sociale, structurele en economische problemen moet een hoger cofinancieringspercentage gelden voor de regio’s die in aanmerking komen voor steun uit hoofde van de convergentiedoelstelling overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (4), en voor de in artikel 299, lid 2, van het Verdrag bedoelde ultraperifere gebieden.

(14)

Om de algehele doeltreffendheid van de schoolfruitregeling niet te beperken, mag de communautaire steun niet worden gebruikt ter vervanging van de financiering van reeds bestaande nationale schoolfruitregelingen of andere regelingen voor de verstrekking van, onder meer, fruit op scholen. De resultaten die een lidstaat met de invoering van een nationale schoolfruitregeling nu al heeft bereikt, moeten echter wel behouden blijven. Daarom moet toch communautaire steun verstrekt kunnen worden, indien een lidstaat reeds beschikt over een regeling die anders in aanmerking zou komen voor communautaire steun, en van plan is die regeling uit te breiden of haar doeltreffender te maken, mits bepaalde maximale cofinancieringsniveaus worden nagekomen wat betreft de verhouding van de communautaire steun tot de totale nationale financiering. In dat geval moet de lidstaat in zijn strategie aangeven hoe hij zijn regeling wil uitbreiden of doeltreffender wil maken.

(15)

Aangezien de vlotte uitvoering van de regeling tijd zal vergen, moet de regeling met ingang van het schooljaar 2009-2010 van toepassing worden. Na drie jaar moet over de uitvoering van de regeling worden gerapporteerd.

(16)

Om de regeling doeltreffender te maken, moet de Gemeenschap financiële steun kunnen verlenen voor voorlichtings-, toezicht- en evaluatiemaatregelen die het publiek beter bekendmaken met de schoolfruitregeling en tot meer netwerkvorming met betrekking tot de schoolfruitregeling moet leiden, zulks onverminderd de bevoegdheden van de Gemeenschap om in het kader van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad (5), cofinanciering te verstrekken voor de noodzakelijke begeleidende maatregelen om mensen meer bewust te maken van de gezondheidsvoordelen van groente- en fruitconsumptie.

(17)

De Commissie moet gedetailleerde regels vaststellen voor de toepassing van de schoolfruitregeling, waaronder regels betreffende de toewijzing van steun aan de lidstaten, het financieel en budgettair beheer, nationale strategieën, de ermee gepaard gaande kosten, begeleidende maatregelen en voorlichtings-, toezicht-, evaluatie- en netwerkmaatregelen.

(18)

De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1182/2007 zijn met ingang van 1 juli 2008 in Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (6) geïntegreerd in Verordening (EG) nr. 361/2008 van de Raad (7).

(19)

De Verordeningen (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 1234/2007 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005

Aan artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 wordt het volgende punt toegevoegd:

„f)

de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de in artikel 103 octies bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (8) genoemde schoolfruitregeling.

Artikel 2

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007

Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie IV bis:

a)

wordt na artikel 103 octies de volgende subsectie II bis ingevoegd:

„Subsectie II bis

Schoolfruitregeling

Artikel 103 octies bis

Steun voor de verstrekking van groente- en fruitproducten, verwerkte groente- en fruitproducten en banaanproducten aan kinderen

1.   Onder door de Commissie vast te stellen voorwaarden wordt met ingang van het schooljaar 2009-2010 communautaire steun verleend voor:

a)

de verstrekking aan kinderen in onderwijsinstellingen, daaronder begrepen kleuterscholen, andere voorschoolse instellingen, basisscholen en middelbare scholen, van producten van de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen; en

b)

bepaalde daarmee gepaard gaande kosten op het gebied van logistiek en distributie, materieel, communicatie, toezicht en evaluatie.

2.   Lidstaten die op nationaal of regionaal niveau aan de regeling wensen deel te nemen, stellen vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling vast, met in het bijzonder de begroting voor hun regeling, met inbegrip van de communautaire en de nationale bijdragen, de duur, de doelgroep, de in aanmerking komende producten en de betrokkenheid van de belanghebbenden ter zake. Zij nemen tevens de begeleidende maatregelen aan die noodzakelijk zijn voor de doeltreffendheid van de regeling.

3.   Bij de vaststelling van hun strategie stellen de lidstaten een lijst op van de producten van de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen die in het kader van hun regeling in aanmerking zullen komen. Er mogen op de lijst evenwel geen producten voorkomen die overeenkomstig een door de Commissie op grond van artikel 103 nonies, onder f), aangenomen maatregel zijn uitgesloten. Zij baseren hun productkeuze op objectieve criteria, die seizoensoverwegingen, beschikbaarheid van de producten en milieuoverwegingen kunnen omvatten. lidstaten kunnen in dit verband de voorkeur geven aan producten van oorsprong uit de Gemeenschap.

4.   De in lid 1 bedoelde communautaire steun mag niet

a)

meer bedragen dan 90 miljoen EUR per schooljaar,

b)

meer bedragen dan 50 % van de in lid 1 bedoelde kosten voor de verstrekking en daarmee gepaard gaande kosten, of 75 % van dergelijke kosten in gebieden die overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (9) in aanmerking komen voor steun uit hoofde van de convergentiedoelstelling, en in de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 299, lid 2, van het Verdrag,

c)

worden gebruikt ter dekking van andere dan de in lid 1 bedoelde kosten voor de verstrekking en daarmee gepaard gaande kosten.

5.   De in lid 1 bedoelde communautaire steun wordt aan elke lidstaat toegewezen op basis van objectieve criteria, gebaseerd op het percentage kinderen van zes tot tien jaar. De lidstaten die aan de regeling deelnemen ontvangen echter elk ten minste 175 000 EUR aan communautaire steun. De lidstaten die aan de regeling deelnemen, dienen elk jaar op basis van hun strategie een aanvraag voor communautaire steun in. Op basis van de aanvragen van de lidstaten besluit de Commissie binnen de grenzen van de in de begroting beschikbare kredieten over de definitieve toewijzingen.

6.   De in lid 1 bedoelde communautaire steun wordt niet gebruikt ter vervanging van de financiering van bestaande nationale schoolfruitregelingen of andere regelingen voor de verstrekking van, onder meer, fruit op scholen. Indien een lidstaat echter reeds beschikt over een regeling die uit hoofde van deze verordening in aanmerking zou komen voor communautaire steun, en van plan is die regeling uit te breiden of haar doeltreffender te maken, onder meer wat betreft de doelgroep van de regeling, de duur ervan of de in aanmerking komende producten, kan communautaire steun worden verstrekt, mits de maxima van lid 4, onder b), worden nagekomen wat betreft de verhouding van de communautaire steun tot de totale nationale bijdrage. In dat geval geeft de lidstaat in zijn strategie aan hoe hij zijn regeling wil uitbreiden of doeltreffender wil maken.

7.   De lidstaten kunnen de communautaire steun aanvullen met nationale steun voor de in lid 1 bedoelde kosten van de verstrekking en daarmee gepaard gaande kosten. Deze kosten mogen ook worden gedekt door bijdragen van de particuliere sector. De lidstaten mogen tevens nationale steun verlenen voor de financiering van de in lid 2 bedoelde begeleidende maatregelen.

8.   De communautaire schoolfruitregeling laat aparte nationale schoolfruitregelingen die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapsregelgeving, onverlet.

9.   De Gemeenschap kan krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 tevens financiering verlenen voor voorlichtings-, toezicht- en evaluatiemaatregelen met betrekking tot de schoolfruitregeling, onder meer met het oog op de bewustmaking van het publiek, en voor maatregelen op het gebied van netwerkvorming in dit verband.

b)

vóór artikel 103 nonies wordt het volgende opschrift ingevoegd:

c)

aan artikel 103 nonies wordt het volgende punt toegevoegd:

„f)

bepalingen betreffende de in artikel 103 octies bis genoemde schoolfruitregeling, met inbegrip van een lijst van producten en ingrediënten die van de schoolfruitregeling moeten worden uitgesloten, de definitieve toewijzing van steun aan de lidstaten, het financieel en budgettair beheer, en de ermee gepaard gaande kosten, de strategieën van de lidstaten, begeleidende maatregelen en voorlichtings-, toezicht-, evaluatie- en netwerkmaatregelen.”.

2.

In artikel 180 wordt vóór „artikel 182”„artikel 103 octies bis en” ingevoegd.

3.

Aan artikel 184 wordt het volgende punt toegevoegd:

„5.

vóór 31 augustus 2012 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de toepassing van de in artikel 103 octies bis genoemde schoolfruitregeling, zo nodig vergezeld van passende voorstellen. Er wordt met name gerapporteerd over de mate waarin de regeling het opzetten van goed werkende schoolfruitregelingen in de lidstaten en de verbetering van de eetgewoonten van kinderen heeft bevorderd.”.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

M. BARNIER


(1)  Advies uitgebracht op 18 november 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 273 van 17.10.2007, blz. 1.

(3)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(4)  PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25.

(5)  Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad van 17 december 2007 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen (PB L 3 van 5.1.2008, blz. 1).

(6)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(7)  PB L 121 van 7.5.2008, blz. 1.

(8)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.”.

(9)  PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25.”.


9.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/5


VERORDENING (EG) Nr. 14/2009 VAN DE COMMISSIE

van 8 januari 2009

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 januari 2009.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

56,1

TR

138,0

ZZ

97,1

0707 00 05

JO

167,2

MA

93,8

TR

154,1

ZZ

138,4

0709 90 70

MA

85,9

TR

157,0

ZZ

121,5

0805 10 20

BR

44,6

CL

44,1

EG

49,8

IL

51,0

MA

58,1

TR

72,2

ZA

44,1

ZZ

52,0

0805 20 10

MA

64,4

ZZ

64,4

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

CN

49,4

IL

66,7

TR

79,4

ZZ

65,2

0805 50 10

EG

47,1

MA

59,6

TR

60,5

ZZ

55,7

0808 10 80

CN

82,1

MK

39,4

US

110,7

ZZ

77,4

0808 20 50

CN

88,0

US

115,7

ZZ

101,9


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

9.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/7


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 8 december 2008

betreffende de niet-opneming van nicotine in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 7714)

(Voor de EER relevante tekst)

(2009/9/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 8, lid 2, vierde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG bepaalt dat een lidstaat gedurende een periode van twaalf jaar na de kennisgeving van die richtlijn mag toestaan dat gewasbeschermingsmiddelen die niet in bijlage I bij die richtlijn opgenomen werkzame stoffen bevatten en die twee jaar na de datum van kennisgeving van de richtlijn reeds op de markt zijn, op zijn grondgebied op de markt worden gebracht terwijl deze stoffen in het kader van een werkprogramma geleidelijk worden onderzocht.

(2)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 1112/2002 (2) en (EG) nr. 2229/2004 (3) van de Commissie zijn de bepalingen voor de uitvoering van de vierde fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgesteld en is een lijst opgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht met het oog op hun opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Nicotine is in die lijst opgenomen.

(3)

Voor nicotine zijn de uitwerking op de menselijke gezondheid en het milieueffect overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 1112/2002 en (EG) nr. 2229/2004 beoordeeld voor een aantal door de kennisgever voorgestelde toepassingen. Bovendien worden in die verordeningen de als rapporteur optredende lidstaten aangewezen die overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2229/2004 de desbetreffende evaluatieverslagen met aanbevelingen bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) moeten indienen. Voor nicotine was het Verenigd Koninkrijk de rapporterende lidstaat en was alle relevante informatie ingediend in januari 2008.

(4)

De Commissie heeft nicotine overeenkomstig artikel 24 bis van Verordening (EG) nr. 2229/2004 onderzocht. Een ontwerpevaluatieverslag voor die stof is door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 26 september 2008 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie.

(5)

Tijdens het onderzoek van deze werkzame stof door het comité is geconcludeerd dat, rekening houdend met de van de lidstaten ontvangen opmerkingen, het bestaande bewijsmateriaal ontoereikend is om een veilig gebruik van de stof ten aanzien van toedieners, werknemers, omstanders en consumenten aan te tonen. Bovendien zijn andere problemen die door de als rapporteur optredende lidstaat in zijn evaluatieverslag aan de orde zijn gesteld, in het evaluatieverslag voor de stof opgenomen.

(6)

De Commissie heeft de kennisgever verzocht haar zijn opmerkingen over de resultaten van de intercollegiale toetsing te doen toekomen en aan te geven of hij al dan niet van plan was om de stof verder te ondersteunen. De kennisgever heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht. Ondanks de door de kennisgever aangevoerde argumenten blijven de geconstateerde problemen echter bestaan en de evaluaties op basis van de verstrekte gegevens hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die nicotine bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden, in het algemeen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen.

(7)

Nicotine mag daarom niet in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen.

(8)

De nodige maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de verleende toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die nicotine bevatten, binnen een bepaalde termijn worden ingetrokken en niet worden verlengd, en dat voor dergelijke producten geen nieuwe toelatingen worden verleend.

(9)

De eventuele door de lidstaten toegestane termijnen voor de verwijdering, de opslag, het op de markt brengen en het gebruik van bestaande voorraden gewasbeschermingsmiddelen die nicotine bevatten, moeten worden beperkt tot twaalf maanden, zodat de bestaande voorraden nog gedurende één extra groeiseizoen mogen worden gebruikt. Dit betekent dat gewasbeschermingsmiddelen die nicotine bevatten, vanaf de vaststelling van deze beschikking nog gedurende achttien maanden beschikbaar blijven voor de landbouwers.

(10)

Deze beschikking laat de indiening van een aanvraagdossier voor nicotine overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG en Verordening (EG) nr. 33/2008 van de Commissie van 17 januari 2008 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de uitvoering van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad met betrekking tot een normale en een versnelde procedure voor de beoordeling van werkzame stoffen die deel uitmaakten van het in artikel 8, lid 2, van die richtlijn bedoelde werkprogramma, maar niet in bijlage I ervan zijn opgenomen (4) met het oog op de eventuele opneming van deze stof in bijlage I onverlet.

(11)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Nicotine wordt niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen.

Artikel 2

De lidstaten zorgen ervoor dat:

a)

toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die nicotine bevatten, uiterlijk op 8 juni 2009 worden ingetrokken;

b)

met ingang van de datum van bekendmaking van deze beschikking geen toelatingen voor nicotine bevattende gewasbeschermingsmiddelen meer worden verleend of verlengd.

Artikel 3

Eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane termijnen lopen zo snel mogelijk en uiterlijk op 8 juni 2010 af.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 december 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(2)  PB L 168 van 27.6.2002, blz. 14.

(3)  PB L 379 van 24.12.2004, blz. 13.

(4)  PB L 15 van 18.1.2008, blz. 5.


9.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 5/s3


BERICHT AAN DE LEZER

De instellingen hebben besloten in hun teksten niet langer te verwijzen naar de laatste wijziging van de aangehaalde besluiten.

Tenzij anders vermeld, zijn de besluiten waarnaar in de hierin gepubliceerde teksten wordt verwezen, de besluiten zoals die momenteel van kracht zijn.