ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 272

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
14 oktober 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 995/2008 van de Commissie van 13 oktober 2008 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 996/2008 van de Commissie van 13 oktober 2008 tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 945/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2008/2009

3

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2008/792/EG

 

*

Besluit van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

5

Protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

6

 

 

Commissie

 

 

2008/793/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 1 oktober 2008 inzake de subsidieerbaarheid van de door sommige lidstaten in 2008 verrichte uitgaven voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 4013)

11

 

 

2008/794/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 9 oktober 2008 betreffende de toewijzing aan het Verenigd Koninkrijk van extra zeedagen in ICES-sector VIIe (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 5657)

15

 

 

2008/795/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 10 oktober 2008 tot vaststelling van bepaalde tijdelijke beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 in Duitsland (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6026)  ( 1 )

16

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Gemeenschappelijk Optreden 2008/796/GBVB van de Raad van 13 oktober 2008 houdende wijziging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus

19

 

 

 

*

Bericht aan de lezer (zie bladzijde 3 van de omslag)

s3

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/1


VERORDENING (EG) Nr. 995/2008 VAN DE COMMISSIE

van 13 oktober 2008

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 oktober 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 oktober 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

79,4

MK

53,7

TR

62,5

ZZ

65,2

0707 00 05

JO

156,8

MK

81,9

TR

97,4

ZZ

112,0

0709 90 70

TR

125,7

ZZ

125,7

0805 50 10

AR

71,0

BR

51,8

TR

105,0

UY

95,7

ZA

86,6

ZZ

82,0

0806 10 10

BR

224,6

TR

85,5

US

224,7

ZZ

178,3

0808 10 80

AR

67,2

CL

42,0

CN

53,8

CR

67,4

MK

35,3

NZ

89,4

US

106,3

ZA

81,5

ZZ

67,9

0808 20 50

CN

39,1

TR

129,5

ZA

99,5

ZZ

89,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/3


VERORDENING (EG) Nr. 996/2008 VAN DE COMMISSIE

van 13 oktober 2008

tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 945/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten uit de sector suiker voor het verkoopseizoen 2008/2009

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36, lid 2, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2008/2009 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 945/2008 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 991/2008 van de Commissie (4).

(2)

Naar aanleiding van de gegevens waarover de Commissie momenteel beschikt, dienen deze bedragen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 951/2006 te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 951/2006 voor het verkoopseizoen 2008/2009 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 945/2008 bedoelde producten worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 oktober 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 oktober 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24.

(3)  PB L 258 van 26.9.2008, blz. 56.

(4)  PB L 269 van 10.10.2008, blz. 3.


BIJLAGE

Gewijzigde bedragen van de representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en producten van GN-code 1702 90 95 die gelden met ingang van 14 oktober 2008

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

1701 11 10 (1)

23,14

4,73

1701 11 90 (1)

23,14

9,96

1701 12 10 (1)

23,14

4,54

1701 12 90 (1)

23,14

9,53

1701 91 00 (2)

24,05

13,57

1701 99 10 (2)

24,05

8,69

1701 99 90 (2)

24,05

8,69

1702 90 95 (3)

0,24

0,40


(1)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt III, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage IV, punt II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(3)  Vaststelling per procent sacharose.


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/5


BESLUIT VAN DE RAAD

van 25 februari 2008

betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

(2008/792/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 44, lid 2, artikel 47, lid 2, derde volzin, artikel 55, artikel 57, lid 2, artikel 71, artikel 80, lid 2, en de artikelen 93, 94, 133 en 181 A, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede volzin,

Gelet op het Toetredingsverdrag van de Republiek Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 4, lid 3,

Gelet op de Toetredingsakte van de Republiek Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 23 oktober 2006 heeft de Raad de Commissie gemachtigd namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten met Oezbekistan te onderhandelen over een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie.

(2)

Onder voorbehoud van sluiting ervan op een later tijdstip, dient het protocol namens de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten te worden ondertekend.

(3)

In afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting ervan dient het protocol met ingang van 1 januari 2007 voorlopig te worden toegepast,

BESLUIT:

Artikel 1

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon of de personen aan te wijzen die bevoegd is/zijn namens de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten over te gaan tot ondertekening van het protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, zulks onder voorbehoud van sluiting ervan op een later tijdstip.

De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

In afwachting van zijn inwerkingtreding wordt het protocol met ingang van 1 januari 2007 op voorlopige basis toegepast.

Gedaan te Brussel, 25 februari 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

A. VIZJAK


PROTOCOL

bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

hierna „de lidstaten” genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,

hierna „de Gemeenschappen” genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Commissie,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK OEZBEKISTAN,

anderzijds,

hierna voor de toepassing van dit protocol „de partijen” genoemd,

GELET OP de bepalingen van het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, dat op 25 april 2005 te Luxemburg is ondertekend en vanaf 1 januari 2007 van toepassing is,

GEZIEN de nieuwe situatie van de betrekkingen tussen Oezbekistan en de Europese Unie die het gevolg is van de toetreding van twee nieuwe lidstaten tot de Europese Unie en die nieuwe mogelijkheden biedt voor verdere samenwerking tussen Oezbekistan en de Europese Unie,

REKENING HOUDENDE MET de wens van de partijen om de verwezenlijking en tenuitvoerlegging van de doelstellingen en beginselen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst te garanderen,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De Republiek Bulgarije en Roemenië worden partij bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, die op 21 juni 1996 te Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden (hierna „de overeenkomst” genoemd), en dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten, de tekst van de overeenkomst en die van de gemeenschappelijke verklaringen, de briefwisselingen en de verklaring van de Republiek Oezbekistan die aan de op diezelfde datum ondertekende slotakte zijn gehecht, alsmede het protocol bij de overeenkomst van 30 april 2004, dat op 1 november 2005 in werking is getreden, goed te keuren dan wel er nota van te nemen.

Artikel 2

Dit protocol vormt een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel 3

1.   Dit protocol wordt door de Gemeenschappen, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door de Republiek Oezbekistan volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

2.   De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de in voorgaand lid bedoelde procedures. De akten van goedkeuring worden nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 4

1.   Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum waarop de laatste akte van goedkeuring is nedergelegd.

2.   Dit protocol is in afwachting van zijn inwerkingtreding voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 5

1.   De tekst van de overeenkomst, van de slotakte en van alle daaraan gehechte documenten, alsmede het protocol bij de overeenkomst van 30 april 2004, worden opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal.

2.   Zij zijn aan dit protocol gehecht en zijn evenzeer authentiek als de teksten in de andere talen waarin de overeenkomst, de slotakte en de daaraan gehechte documenten zijn opgesteld, alsmede het protocol bij de overeenkomst van 30 april 2004.

Artikel 6

Dit protocol is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oezbeekse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Съставено в Брюксел на двадесетия ден от м. май две хиляди и осма година.

Hecho en Bruselas, el veinte de mayo de dos mil ocho.

V Bruselu dne dvacátého května dva tisíce osm.

Udfærdiget i Bruxelles den tyvende maj to tusind og otte.

Geschehen zu Brüssel am zwanzigsten Mai zweitausendacht.

Kahe tuhande kaheksanda aasta maikuu kahekümnendal päeval Brüsselis.

'Εγινε στις Βρυξέλλες, στις είκοσι Μαΐου δύο χιλιάδες οκτώ.

Done at Brussels on the twentieth day of May in the year two thousand and eight.

Fait à Bruxelles, le vingt mai deux mille huit.

Fatto a Bruxelles, addì venti maggio duemilaotto.

Briselē, divtūkstoš astotā gada divdesmitajā maijā.

Priimta du tūkstančiai aštuntų metų gegužės dvidešimtą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-nyolcadik év május huszadik napján.

Magħmul fi Brussell, fl-għoxrin jum ta’ Mejju tas-sena elfejn u tmienja.

Gedaan te Brussel, de twintigste mei tweeduizend acht.

Sporządzono w Brukseli, dnia dwudziestego maja roku dwa tysiące ósmego.

Feito em Bruxelas, em vinte de Maio de dois mil e oito.

Încheiat la Bruxelles, la douăzeci mai două mii opt.

V Bruseli dvadsiateho mája dvetisícosem.

V Bruslju, dne dvajsetega maja leta dva tisoč osem.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenä päivänä toukokuuta vuonna kaksituhattakahdeksan.

Utfärdat i Bryssel den tjugonde maj tjugohundraåtta.

Image

За дьржавите-членки

Por los Estados miembros

Za členské státy

For medlemsstaterne

Für die Mitgliedstaaten

Liikmesriikide nimel

Για τα κράτη μέλη

For the Member States

Pour les États membres

Per gli Stati membri

Dalīvalstu vārdā

Valstybių narių vardu

A tagállamok részéről

Għall-Istati Membri

Voor de lidstaten

W imieniu państw członkowskich

Pelos Estados-Membros

Pentru statele membre

Za členské štáty

Za države članice

Jäsenvaltioiden puolesta

På medlemsstaternas vägnar

Image

Image

За Европейската общност

Por las Comunidades Europeas

Za Evropská společenství

For De Europæiske Fællesskaber

Für die Europäischen Gemeinschaften

Euroopa ühenduste nimel

Για τις Ευρωπαϊκές Κοινότητες

For the European Communities

Pour les Communautés européennes

Per le Comunità europee

Eiropas Kopienu vārdā

Europos Bendrijų vardu

Az Európai Közösségek részéről

Għall-Komunitajiet Ewropej

Voor de Europese Gemeenschappen

W imieniu Wspólnot Europejskich

Pelas Comunidades Europeias

Pentru Comunitatea Europenă

Za Európske spoločenstvá

Za Evropske skupnosti

Euroopan yhteisöjen puolesta

På Europeiska gemenskapernas vägnar

Image

Image

За Република Узбекистан

Por la República de Uzbekistán

Za Uzbeckou republiku

For Republikken Usbekistan

Für die Republik Usbekistan

Usbekistani Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία του Ουζμπεκιστάν

For the Republic of Uzbekistan

Pour la République d’Ouzbékistan

Per la Repubblica dell’Uzbekistan

Uzbekistānas Republikas vārdā

Uzbekistano Respublikos vardu

Az Üzbég Köztársaság részéről

Għar-Repubblika ta' l-Użbekistan

Voor de Republiek Oezbekistan

W imieniu Republiki Uzbekistanu

Pela República do Usbequistão

Pentru Republica Uzbekistan

Za Uzbeckú republiku

Za Republiko Uzbekistan

Uzbekistanin tasavallan puolesta

På Republiken Uzbekistans vägnar

Image

Image


Commissie

14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/11


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2008

inzake de subsidieerbaarheid van de door sommige lidstaten in 2008 verrichte uitgaven voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 4013)

(2008/793/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht (1), en met name op artikel 24, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 861/2006 is vastgesteld tegen welke voorwaarden de lidstaten een bijdrage van de Gemeenschap kunnen ontvangen voor uitgaven die zij in het kader van hun nationale programma’s voor het verzamelen en beheren van gegevens verrichten.

(2)

Deze programma’s moeten worden opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1543/2000 van de Raad van 29 juni 2000 tot instelling van een communautair kader voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) en Verordening (EG) nr. 1639/2001 van de Commissie van 25 juli 2001 tot vaststelling van het communautaire minimumprogramma en uitgebreide programma voor gegevensverzameling in de visserijsector en tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1543/2000 van de Raad (3).

(3)

België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Finland, Roemenië, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hebben hun nationale programma’s voor 2008 ingediend overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1543/2000. Deze lidstaten hebben tevens een financiële bijdrage van de Gemeenschap aangevraagd.

(4)

De Commissie heeft de programma’s van de lidstaten onderzocht en heeft de subsidiabiliteit van de uitgaven beoordeeld.

(5)

In artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1543/2000 is de basis gelegd voor een communautair minimumprogramma dat de voor de wetenschappelijke evaluaties onontbeerlijke gegevens omvat, alsmede voor een uitgebreid communautair programma dat, behalve de gegevens van het minimumprogramma, gegevens omvat die de wetenschappelijke evaluatie significant vooruit kunnen helpen.

(6)

Krachtens artikel 24, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 861/2006 dient de Commissie een besluit te nemen over het percentage van de financiële bijdrage. Krachtens artikel 16 van Verordening (EG) nr. 861/2006 mag de medefinanciering die de Gemeenschap voor het verzamelen van basisgegevens verleent, niet meer bedragen dan 50 % van de subsidiabele uitgaven die de lidstaten voor de uitvoering van een programma voor het verzamelen en beheren van gegevens verrichten. In artikel 24, lid 2, van de reeds genoemde verordening is bepaald dat voorrang moet worden gegeven aan de acties die het meest geschikt zijn om het verzamelen van de voor het GVB benodigde gegevens te verbeteren.

(7)

Om het de lidstaten gemakkelijker te maken hun nationale programma uit te voeren, dient hun een voorschot te worden verleend. De volledige financiële bijdrage van de Gemeenschap ten gunste van de nationale programma’s mag slechts worden betaald indien de Commissie het in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1639/2001 bedoelde technische jaarverslag en de daarmee gepaard gaande kosten heeft goedgekeurd.

(8)

Deze beschikking dient te worden beschouwd als een financieringsbesluit in de zin van artikel 75, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (4).

(9)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Bij deze beschikking worden, voor 2008, het bedrag van de subsidiabele uitgaven van elke lidstaat voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, en de financiële bijdrage van de Gemeenschap vastgesteld.

Artikel 2

De in bijlage I opgenomen uitgaven voor het verzamelen en het beheren van voor het gemeenschappelijk visserijbeleid essentiële gegevens komen in aanmerking voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 50 % van de subsidiabele uitgaven in het kader van het minimumprogramma als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1543/2000.

Artikel 3

De in bijlage II opgenomen uitgaven voor het verzamelen en het beheren van voor het gemeenschappelijk visserijbeleid essentiële gegevens komen in aanmerking voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 35 % van de subsidiabele uitgaven in het kader van het uitgebreide programma als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1543/2000.

Artikel 4

1.   De Gemeenschap betaalt na kennisgeving van deze beschikking aan de lidstaten een eerste tranche van 50 % van de in de bijlagen I en II opgenomen financiële bijdrage van de Gemeenschap.

2.   Uiterlijk op 31 mei 2009 dienen de lidstaten de volgende stukken in:

a)

een technisch verslag als bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1639/2000;

b)

een aanvraag tot vergoeding van in 2008 door hen verrichte uitgaven, samen met een financieel verslag en bewijsstukken.

3.   De tweede tranche van de financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt betaald na ontvangst en goedkeuring van de in lid 2 bedoelde financiële en technische verslagen.

Artikel 5

1.   De wisselkoers van de euro die wordt gebruikt voor de berekening van de bedragen die in het kader van deze beschikking subsidiabel zijn, is de in mei 2007 geldende koers.

2.   De uitgavendeclaraties in nationale valuta die worden ingediend door de lidstaten die niet deelnemen aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, worden in euro omgerekend tegen de koers die geldt voor de maand waarin de Commissie die declaraties ontvangt.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2008.

Voor de Commissie

Joe BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)  PB L 176 van 15.7.2000, blz. 1.

(3)  PB L 222 van 17.8.2001, blz. 53.

(4)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.


BIJLAGE I

MINIMUMPROGRAMMA

(in EUR)

Lidstaat

Subsidiabele uitgaven

Maximumbijdrage van de Gemeenschap

BELGIË

1 258 218

629 109

BULGARIJE

196 760

98 380

CYPRUS

524 938

262 469

DENEMARKEN

5 314 755

2 657 377

DUITSLAND

3 032 194

1 516 097

ESTLAND

588 717

294 359

GRIEKENLAND

1 890 488

945 244

SPANJE

8 041 538

4 020 769

FRANKRIJK

7 894 314

3 947 157

IERLAND

4 572 608

2 286 304

ITALIË

4 272 453

2 136 227

LETLAND

407 811

203 905

LITOUWEN

141 602

70 801

MALTA

485 022

242 511

NEDERLAND

3 356 144

1 678 072

POLEN

729 794

364 897

PORTUGAL

3 398 883

1 699 441

ROEMENIË

420 866

210 433

SLOVENIË

178 910

89 455

FINLAND

1 447 228

723 614

ZWEDEN

3 345 165

1 672 582

VERENIGD KONINKRIJK

7 266 446

3 633 223

Totaal

58 764 854

29 382 426


BIJLAGE II

UITGEBREID PROGRAMMA

(in EUR)

Lidstaat

Subsidiabele uitgaven

Maximumbijdrage van de Gemeenschap

BELGIË

BULGARIJE

CYPRUS

DENEMARKEN

DUITSLAND

744 300

260 505

ESTLAND

37 300

13 055

GRIEKENLAND

243 180

85 113

SPANJE

1 377 713

482 200

FINLAND

159 392

55 787

FRANKRIJK

438 480

153 468

IERLAND

540 267

189 093

ITALIË

581 666

203 583

LETLAND

10 817

3 786

LITOUWEN

 

 

MALTA

NEDERLAND

437 111

152 989

POLEN

 

 

PORTUGAL

247 515

86 630

ROEMENIË

SLOVENIË

ZWEDEN

60 457

21 160

VERENIGD KONINKRIJK

1 024 755

358 664

Totaal

5 902 953

2 066 033


14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/15


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 oktober 2008

betreffende de toewijzing aan het Verenigd Koninkrijk van extra zeedagen in ICES-sector VIIe

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 5657)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2008/794/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 40/2008 van de Raad van 16 januari 2008 tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (1), en met name op punt 9 van bijlage IIC,

Gezien het door het Verenigd Koninkrijk ingediende verzoek,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In punt 7 van bijlage IIC bij Verordening (EG) nr. 40/2008 is het maximumaantal dagen (192) vastgesteld waarop vaartuigen van de Gemeenschap met een lengte over alles gelijk aan of groter dan 10 m, die boomkorren met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 80 mm, dan wel staande netten met inbegrip van kieuwnetten, schakelnetten en warnetten met een maaswijdte van minder dan 220 mm aan boord hebben, in de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 januari 2009 aanwezig mogen zijn in ICES-sector VIIe.

(2)

Op grond van punt 9 van de genoemde bijlage kan de Commissie, op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004, extra zeedagen toekennen waarop een vaartuig met de genoemde boomkorren of staande netten aan boord in dat gebied aanwezig mag zijn.

(3)

Uit de door het Verenigd Koninkrijk meegedeelde gegevens blijkt dat de visserijinspanning van de vaartuigen die sinds 1 januari 2004 hun activiteiten hebben beëindigd, met uitsluiting van de onttrekking waarmee de vorige jaren reeds rekening is gehouden, gelijk is aan 3,36 % van de visserijinspanning in 2003, het jaar dat wordt aangehouden als referentieperiode voor de in het gebied aanwezige vaartuigen die boomkorren met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 80 mm aan boord hebben.

(4)

Gelet op de verstrekte gegevens moeten, bij toepassing van de in punt 9.1 van de genoemde bijlage vastgestelde berekeningsmethode, voor de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 januari 2009 aan het Verenigd Koninkrijk zes extra zeedagen in het gebied worden toegewezen voor vaartuigen die de genoemde boomkorren aan boord hebben.

(5)

Voor de duidelijkheid geeft deze beschikking het totale aantal extra dagen weer dat aan het Verenigd Koninkrijk is toegewezen, en wordt dus rekening gehouden met de 22 extra zeedagen in het gebied die reeds zijn toegewezen bij de Beschikkingen 2006/461/EG (2) en 2007/487/EG (3) van de Commissie betreffende de toewijzing aan het Verenigd Koninkrijk van extra dagen aanwezigheid in ICES-sector VIIe, aangezien die extra dagen in 2008 toegewezen blijven.

(6)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het in tabel I van bijlage IIC bij Verordening (EG) nr. 40/2008 vastgestelde maximumaantal zeedagen (192) waarop een vissersvaartuig dat de vlag van het Verenigd Koninkrijk voert en boomkorren met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 80 mm aan boord heeft, aanwezig mag zijn in ICES-sector VIIe, wordt verhoogd met 28. Het maximumaantal zeedagen bedraagt dus 220 in plaats van 192.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 9 oktober 2008.

Voor de Commissie

Joe BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 19 van 23.1.2008, blz. 1.

(2)  PB L 180 van 4.7.2006, blz. 25.

(3)  PB L 182 van 12.7.2007, blz. 33.


14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/16


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 10 oktober 2008

tot vaststelling van bepaalde tijdelijke beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 in Duitsland

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 6026)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/795/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name op artikel 9, lid 3,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name op artikel 10, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (3), en met name op artikel 18, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aviaire influenza is een virale infectieziekte bij vogels, waaronder pluimvee. Infectie met aviaire-influenzavirussen bij gedomesticeerd pluimvee veroorzaakt twee hoofdvormen van de ziekte met een verschillende virulentie. De laagpathogene vorm leidt in de regel slechts tot milde symptomen, terwijl de hoogpathogene vorm bij de meeste pluimveesoorten een zeer hoge sterfte veroorzaakt. Die ziekte kan ernstige gevolgen hebben voor de rentabiliteit van de pluimveehouderij.

(2)

Aviaire influenza wordt vooral bij vogels aangetroffen, maar onder bepaalde omstandigheden kan de infectie ook bij mensen voorkomen, al is die kans in de regel erg klein.

(3)

Bij een uitbraak van aviaire influenza bestaat het risico dat de ziekteverwekker naar andere pluimveebedrijven en naar wilde vogels wordt verspreid. Dan kan de ziekte zich ook van de ene lidstaat naar de andere en naar derde landen verspreiden door de handel in levende vogels en producten daarvan en door de trek van wilde vogels.

(4)

Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (4) bevat maatregelen voor de bestrijding van zowel laagpathogene als hoogpathogene vormen van aviaire influenza. Artikel 16 van die richtlijn voorziet in de instelling van beschermings-, toezichts- en andere beperkingsgebieden in geval van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza.

(5)

Beschikking 2006/415/EG van de Commissie van 14 juni 2006 betreffende bepaalde beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 bij pluimvee in de Gemeenschap en tot intrekking van Beschikking 2006/135/EG (5) bevat verdere beschermende maatregelen die moeten worden getroffen door een lidstaat waar zich een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 voordoet om te voorkomen dat de ziekte zich verspreidt, waarbij de specifieke epidemiologie van die virusstam in aanmerking is genomen.

(6)

Artikel 4 van Beschikking 2006/415/EG schrijft voor dat de lidstaten onmiddellijk na een vermoedelijke of bevestigde uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 een hoogrisicogebied (gebied A) instellen, dat bestaat uit het beschermings- en het toezichtgebied, alsmede een laagrisicogebied (gebied B), dat de scheiding tussen gebied A en de ziektevrije gebieden van de getroffen lidstaat vormt. Die gebieden staan in de bijlage bij die beschikking vermeld.

(7)

Duitsland heeft de Commissie in kennis gesteld van een bevestigde uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N1 op zijn grondgebied en heeft de nodige maatregelen overeenkomstig Beschikking 2006/415/EG genomen, waaronder de instelling van gebieden A en B.

(8)

De Commissie heeft die beschermende maatregelen inmiddels samen met Duitsland bestudeerd en heeft geconstateerd dat de grenzen van de door de bevoegde autoriteit van die lidstaat ingestelde gebieden A en B op voldoende afstand van de plaats van de bevestigde uitbraak liggen.

(9)

Om onnodige verstoring van het intracommunautaire handelsverkeer te voorkomen en te vermijden dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen invoeren moet er met spoed op Gemeenschapsniveau een lijst van de gebieden A en B in Duitsland worden vastgelegd.

(10)

Daarom moeten in deze beschikking, in afwachting van de volgende vergadering van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, gebieden A en B in Duitsland worden vastgelegd waarin de beschermende maatregelen van Beschikking 2006/415/EG gelden, en moet de duur van die regionalisatie worden vastgesteld.

(11)

Deze beschikking wordt opnieuw bezien op de eerstvolgende vergadering van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

In deze beschikking worden de gebieden omschreven waarin de tijdelijke beschermende maatregelen overeenkomstig Beschikking 2006/415/EG gelden en wordt de geldigheidsduur van die maatregelen vastgesteld.

Artikel 2

1.   Het in deel A van de bijlage bij deze beschikking vermelde gebied wordt beschouwd als het hoogrisicogebied („gebied A”), bedoeld in artikel 3, lid 1, van Beschikking 2006/415/EG.

2.   Het in deel B van de bijlage bij deze beschikking vermelde gebied wordt beschouwd als het laagrisicogebied („gebied B”), bedoeld in artikel 3, lid 2, van Beschikking 2006/415/EG.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 10 oktober 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  PB L 146 van 13.6.2003, blz. 1.

(4)  PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16.

(5)  PB L 164 van 16.6.2006, blz. 51.


BIJLAGE

DEEL A

Gebied A als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Beschikking 2006/415/EG:

ISO-landcode

Lidstaat

Gebied A

Datum einde geldigheid art. 4, lid 4, onder b) iii)

Code

(indien voorhanden)

Naam

DE

DUITSLAND

Görlitz

14292

Görlitz

Markersdorf

Schöpstal

Königshain

Reichenbach/O.L.

Sohland a. Rotstein

Bernstadt a. d. Eigen

Schönau-Berzdorf a. d. Eigen

Kodersdorf

Vierkirchen

Waldhufen

8.11.2008

DEEL B

Gebied B als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Beschikking 2006/415/EG:

ISO-landcode

Lidstaat

Gebied B

Datum einde geldigheid art. 4, lid 4, onder b) iii)

Code

(indien voorhanden)

Naam

DE

DUITSLAND

Görlitz

14292

Neißeaue

Horka

Niesky

Quitzdorf am See

Hohendubrau

Kittlitz

Löbau

Rosenbach

Berthelsdorf

Großhennersdorf

Schlegel

Ostritz

8.11.2008

Bautzen

14272

Weißenberg


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/19


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2008/796/GBVB VAN DE RAAD

van 13 oktober 2008

houdende wijziging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14, artikel 18, lid 5, en artikel 23, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 18 februari 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/132/GBVB houdende wijziging en verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de zuidelijke Kaukasus (1) vastgesteld.

(2)

Op 15 september 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (2), vastgesteld.

(3)

Op 25 september 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/760/GBVB houdende benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de crisis in Georgië (3) vastgesteld,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJKE OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

Gemeenschappelijk Optreden 2008/132/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 3 wordt het volgende punt ingevoegd:

„d bis)

aan het hoofd van de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië (EUMM Georgië) op plaatselijk niveau politieke richtsnoeren te verstrekken;”.

2.

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Coördinatie

1.   De SVEU bevordert de algehele politieke coördinatie van de Europese Unie. Hij helpt ervoor te zorgen dat alle instrumenten ter plaatse op coherente wijze worden ingezet om de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie te verwezenlijken. Daartoe worden de activiteiten van de SVEU gecoördineerd met die van het voorzitterschap en de Commissie, en met die van de andere SVEU’s die actief zijn in de regio, in het bijzonder de SVEU voor de crisis in Georgië. De SVEU verstrekt regelmatig informatie aan de missies van de lidstaten en aan de delegaties van de Commissie.

2.   Ter plaatse worden nauwe contacten onderhouden met het voorzitterschap, de Commissie en de missiehoofden van de lidstaten, die alles doen wat in hun vermogen ligt om de SVEU bij te staan in de uitvoering van zijn mandaat. De SVEU verstrekt aan het hoofd van de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië (EUMM Georgia) op plaatselijk niveau politieke richtsnoeren. De SVEU en de civiele operationele commandant plegen indien nodig overleg. De SVEU onderhoudt eveneens contacten met de andere internationale en regionale actoren ter plaatse.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 3

Bekendmaking

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 13 oktober 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

B. KOUCHNER


(1)  PB L 43 van 19.2.2008, blz. 30.

(2)  PB L 248 van 17.9.2008, blz. 26.

(3)  PB L 259 van 27.9.2008, blz. 16.


14.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 272/s3


BERICHT AAN DE LEZER

De instellingen hebben besloten in hun teksten niet langer te verwijzen naar de laatste wijziging van de aangehaalde besluiten.

Tenzij anders vermeld, zijn de besluiten waarnaar in de hierin gepubliceerde teksten wordt verwezen, de besluiten zoals die momenteel van kracht zijn.