|
ISSN 1725-2598 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
51e jaargang |
|
|
|
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is |
|
|
|
|
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN |
|
|
|
|
Raad |
|
|
|
|
2008/628/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
Commissie |
|
|
|
|
2008/629/EG |
|
|
|
* |
||
|
|
|
2008/630/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 24 juli 2008 betreffende noodmaatregelen van toepassing op uit Bangladesh ingevoerde schaaldieren bestemd voor menselijke consumptie (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 3698) ( 1 ) |
|
|
|
|
2008/631/EG |
|
|
|
* |
Beschikking van de Commissie van 29 juli 2008 tot wijziging van Beschikking 2006/805/EG wat betreft bepaalde gebieden van de lidstaten, als vastgesteld in de bijlage, en de verlenging van de geldigheidsduur van die beschikking (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 3964) ( 1 ) |
|
|
|
III Besluiten op grond van het EU-Verdrag |
|
|
|
|
BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is
VERORDENINGEN
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 752/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („Integrale-GMO-verordening”) (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (2), en met name op artikel 138, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XV, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 510/2008 van de Commissie (PB L 149 van 7.6.2008, blz. 61).
(2) PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 590/2008 (PB L 163 van 24.6.2008, blz. 24).
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MK |
29,6 |
|
TR |
74,2 |
|
|
XS |
27,8 |
|
|
ZZ |
43,9 |
|
|
0707 00 05 |
TR |
106,2 |
|
ZZ |
106,2 |
|
|
0709 90 70 |
TR |
98,3 |
|
ZZ |
98,3 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
83,1 |
|
US |
47,0 |
|
|
UY |
69,9 |
|
|
ZA |
87,7 |
|
|
ZZ |
71,9 |
|
|
0806 10 10 |
CL |
60,6 |
|
EG |
134,7 |
|
|
IL |
145,6 |
|
|
MK |
76,7 |
|
|
TR |
157,0 |
|
|
ZZ |
114,9 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
100,7 |
|
BR |
102,2 |
|
|
CL |
107,2 |
|
|
CN |
82,9 |
|
|
NZ |
121,6 |
|
|
US |
100,6 |
|
|
ZA |
91,1 |
|
|
ZZ |
100,9 |
|
|
0808 20 50 |
AR |
70,7 |
|
CL |
82,0 |
|
|
TR |
155,9 |
|
|
ZA |
99,6 |
|
|
ZZ |
102,1 |
|
|
0809 20 95 |
CA |
344,6 |
|
TR |
417,9 |
|
|
US |
570,5 |
|
|
ZZ |
444,3 |
|
|
0809 30 |
TR |
160,6 |
|
ZZ |
160,6 |
|
|
0809 40 05 |
BA |
74,5 |
|
IL |
117,7 |
|
|
TR |
111,4 |
|
|
XS |
62,1 |
|
|
ZZ |
91,4 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „overige oorsprong”.
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 753/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1299/2007 betreffende de erkenning van de producentengroeperingen in de sector hop
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 127 juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 1952/2005 van de Raad van 23 november 2005 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen (2) wordt op 1 juli 2008 ingetrokken op grond van artikel 201, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 (integrale-GMO-verordening). |
|
(2) |
De bij Verordening (EG) nr. 1952/2005 vastgestelde bepalingen betreffende producentengroeperingen zijn niet allemaal opgenomen in de integrale-GMO-verordening. Met het oog op de goede werking van de hopsector moeten die bepalingen worden opgenomen in Verordening (EG) nr. 1299/2007 van de Commissie van 6 november 2007 betreffende de erkenning van de producentengroeperingen in de sector hop (3). |
|
(3) |
In artikel 122 van de integrale-GMO-verordening zijn de algemene voorwaarden vastgesteld voor de erkenning van producentenorganisaties door de lidstaten. Deze voorwaarden moeten ook gelden voor de hopsector. Met het oog op coherentie moet de term „producentengroepering” in deze sector verder worden gebruikt. |
|
(4) |
Teneinde elke discriminatie tussen de producenten te voorkomen en de eenheid en doeltreffendheid van eventuele maatregelen te garanderen, moeten voor de gehele Gemeenschap de voorwaarden worden vastgesteld waaraan producentengroeperingen moeten voldoen om door de lidstaten te worden erkend. Teneinde tot een doeltreffende concentratie van het aanbod te komen, moeten de groeperingen aantonen dat zij groot genoeg zijn om economisch leefbaar te zijn, en moet de gehele productie van de producenten hetzij rechtstreeks door de groepering, hetzij door de producenten in de handel worden gebracht volgens gemeenschappelijke regels. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 1299/2007 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1299/2007 wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Artikel 1 wordt vervangen door: „Artikel 1 1. De autoriteit die bevoegd is om producentenorganisaties, hierna „producentengroeperingen” genoemd, te erkennen op grond van artikel 122 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (*1), is de lidstaat op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de producentengroepering is gevestigd. 2. De lidstaten erkennen de producentengroeperingen die daartoe een aanvraag indienen en die aan de volgende algemene voorwaarden voldoen:
Onder „eerste handelsstadium” wordt verstaan de verkoop van hop door de producent zelf of, wanneer het gaat om een producentengroepering, de verkoop van hop door de leden van de groepering aan de groothandel of aan de be- of verwerkende industrie. 3. De in lid 2, onder c), vastgestelde verplichting geldt niet voor producten waarvoor de producenten vóór hun toetreding tot de producentengroepering verkoopcontracten hebben gesloten, voor zover de groepering van deze contracten in kennis is gesteld en haar instemming ermee heeft betuigd. 4. In afwijking van lid 2, onder c), ii), mogen de producenten die lid zijn van een groepering, met toestemming van die groepering en op de door de groepering vastgestelde voorwaarden:
5. De in lid 2, onder b) en onder c), i), bedoelde gemeenschappelijke regels worden schriftelijk vastgelegd. Zij hebben ten minste betrekking op:
|
|
2. |
Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door: „2. Overeenkomstig de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure, mag een lidstaat op zijn verzoek worden gemachtigd een groepering te erkennen waarvan het geregistreerde areaal minder dan 60 ha omvat, indien dit areaal is gelegen in een erkend productiegebied dat minder dan 100 ha omvat.”. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 510/2008 van de Commissie (PB L 149 van 7.6.2008, blz. 61).
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/6 |
VERORDENING (EG) Nr. 754/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 318/2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Gemeenschap en de desbetreffende quarantainevoorschriften
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (1), en met name op artikel 10, lid 3, tweede alinea, en artikel 10, lid 4, eerste alinea,
Gelet op Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (2), en met name op artikel 18, lid 1, vierde streepje,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 318/2007 van de Commissie (3) stelt de veterinairrechtelijke voorschriften vast voor de invoer van bepaalde vogels, met uitzondering van pluimvee, in de Gemeenschap en de desbetreffende quarantainevoorschriften die na invoer voor deze vogels gelden. |
|
(2) |
Bijlage V bij die verordening bevat een lijst van de quarantainevoorzieningen en -stations die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn erkend voor de invoer van bepaalde vogels, met uitzondering van pluimvee. |
|
(3) |
Cyprus, Hongarije, Italië, Oostenrijk, Portugal en het Verenigd Koninkrijk hebben hun erkende quarantainevoorzieningen of -stations aan een herziening onderworpen en hebben de Commissie een bijgewerkte lijst daarvan toegestuurd. De lijst van erkende quarantainevoorzieningen en -stations in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 318/2007 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
Verordening (EG) nr. 318/2007 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage V bij Verordening (EG) nr. 318/2007 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Androulla VASSILIOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352).
(2) PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/265/EG van de Commissie (PB L 114 van 1.5.2007, blz. 17).
(3) PB L 84 van 24.3.2007, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 607/2008 (PB L 166 van 27.6.2008, blz. 18).
BIJLAGE
„BIJLAGE V
LIJST VAN DE ERKENDE VOORZIENINGEN EN STATIONS, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6, LID 1
|
ISO-landcode |
Naam van het land |
Erkenningsnummer quarantainevoorziening of -station |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT OP Q1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT-KO-Q1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT-3-KO-Q2 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT-3-ME-Q1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT-3-HO-Q-1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT3-KR-Q1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT-4-KI-Q1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT-4-VB-Q1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT 6 10 Q 1 |
|
AT |
OOSTENRIJK |
AT 6 04 Q 1 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1003 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1010 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1011 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1012 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1013 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1016 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 1017 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 3001 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 3008 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 3014 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 3015 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 4009 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 4017 |
|
BE |
BELGIË |
BE VQ 7015 |
|
CZ |
TSJECHIË |
21750016 |
|
CZ |
TSJECHIË |
21750027 |
|
CZ |
TSJECHIË |
21750050 |
|
CZ |
TSJECHIË |
61750009 |
|
DE |
DUITSLAND |
BB-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
BW-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
BY-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
BY-2 |
|
DE |
DUITSLAND |
BY-3 |
|
DE |
DUITSLAND |
BY-4 |
|
DE |
DUITSLAND |
HE-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
HE-2 |
|
DE |
DUITSLAND |
NI-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
NI-2 |
|
DE |
DUITSLAND |
NI-3 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-2 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-3 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-4 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-5 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-6 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-7 |
|
DE |
DUITSLAND |
NW-8 |
|
DE |
DUITSLAND |
RP-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
SN-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
SN-2 |
|
DE |
DUITSLAND |
TH-1 |
|
DE |
DUITSLAND |
TH-2 |
|
ES |
SPANJE |
ES/01/02/05 |
|
ES |
SPANJE |
ES/05/02/12 |
|
ES |
SPANJE |
ES/05/03/13 |
|
ES |
SPANJE |
ES/09/02/10 |
|
ES |
SPANJE |
ES/17/02/07 |
|
ES |
SPANJE |
ES/04/03/11 |
|
ES |
SPANJE |
ES/04/03/14 |
|
ES |
SPANJE |
ES/09/03/15 |
|
ES |
SPANJE |
ES/09/06/18 |
|
ES |
SPANJE |
ES/10/07/20 |
|
FR |
FRANKRIJK |
38.193.01 |
|
GR |
GRIEKENLAND |
GR.1 |
|
GR |
GRIEKENLAND |
GR.2 |
|
IE |
IERLAND |
IRL-HBQ-1-2003 Unit A |
|
IT |
ITALIË |
003AL707 |
|
IT |
ITALIË |
305/B/743 |
|
IT |
ITALIË |
132BG603 |
|
IT |
ITALIË |
170BG601 |
|
IT |
ITALIË |
233BG601 |
|
IT |
ITALIË |
068CR003 |
|
IT |
ITALIË |
006FR601 |
|
IT |
ITALIË |
054LCO22 |
|
IT |
ITALIË |
I-19/ME/01 |
|
IT |
ITALIË |
119RM013 |
|
IT |
ITALIË |
006TS139 |
|
IT |
ITALIË |
133VA023 |
|
IT |
ITALIË |
015RM168 |
|
MT |
MALTA |
BQ 001 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13000 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13001 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13002 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13003 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13004 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13005 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13006 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13007 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13008 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13009 |
|
NL |
NEDERLAND |
NL-13010 |
|
PL |
POLEN |
14084501 |
|
PT |
PORTUGAL |
05 01 CQA |
|
PT |
PORTUGAL |
01 02 CQA |
|
PT |
PORTUGAL |
03 01 CQAR |
|
PT |
PORTUGAL |
05 07 CQAA |
|
UK |
VERENIGD KONINKRIJK |
21/07/01 |
|
UK |
VERENIGD KONINKRIJK |
21/07/02 |
|
UK |
VERENIGD KONINKRIJK |
01/08/01 |
|
UK |
VERENIGD KONINKRIJK |
21/08/01” |
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/10 |
VERORDENING (EG) Nr. 755/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (1), en met name op artikel 11, onder c), ii),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2005/36/EG is bepaald dat indien voor een bepaald gereglementeerd beroep een andere specifieke regeling is vastgesteld die in rechtstreeks verband staat met de erkenning van beroepskwalificaties, de overeenkomstige bepalingen van Richtlijn 2005/36/EG niet van toepassing zijn. Artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2005/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de wederzijdse erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden en tot wijziging van Richtlijn 2001/25/EG (2) voorziet in de automatische erkenning van bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden welke overeenkomstig de eisen van Richtlijn 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (3) door de lidstaten zijn afgegeven. Richtlijn 2005/36/EG mag derhalve niet van toepassing zijn op de erkenning van de kwalificaties van zeevarenden die werkzaam zijn aan boord van schepen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2001/25/EG vallen. |
|
(2) |
Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Italië, Roemenië en Nederland hebben een met redenen omkleed verzoek ingediend tot schrapping in punt 3, onder a), van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van hun onder Richtlijn 2001/25/EG vallende beroepen in de zeevaart. |
|
(3) |
Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Italië en Roemenië hebben gevraagd alle voor hun landen opgesomde beroepen en de bijbehorende beschrijving van de opleiding uit punt 3, onder a), van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG te schrappen. Nederland heeft gevraagd twee beroepen, namelijk „stuurman kleine handelsvaart (met aanvulling)” en „diploma motordrijver”, alsook de bijbehorende beschrijving van de opleiding uit punt 3, onder a), van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG te schrappen. |
|
(4) |
Het Verenigd Koninkrijk heeft een met redenen omkleed verzoek ingediend tot schrapping in punt 5 van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van zijn onder Richtlijn 2001/25/EG vallende beroepen in de zeevaart. |
|
(5) |
Richtlijn 2005/36/EG dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de erkenning van beroepskwalificaties, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG wordt overeenkomstig de bijlage bij deze verordening gewijzigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Charlie McCREEVY
Lid van de Commissie
(1) PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1430/2007 van de Commissie (PB L 320 van 6.12.2007, blz. 3).
(2) PB L 255 van 30.9.2005, blz. 160.
(3) PB L 136 van 18.5.2001, blz. 17. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/45/EG (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 160).
BIJLAGE
Bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Punt 3, onder a), komt als volgt te luiden:
|
|
2) |
Punt 5 wordt als volgt gewijzigd: Het tiende, het elfde, het twaalfde, het dertiende en het veertiende streepje worden geschrapt. |
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/13 |
VERORDENING (EG) Nr. 756/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 augustus 2008
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 [zachte tarwe van hoge kwaliteit], 1002 , ex 1005 met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007 met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief. |
|
(2) |
In artikel 136, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 1 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 00 , 1005 10 90 , 1005 90 00 en 1007 00 90 , de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 4 van die verordening. |
|
(4) |
Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 1 augustus 2008, die van toepassing zullen zijn totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt. |
|
(5) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 608/2008 van de Commissie van 26 juni 2008 houdende tijdelijke opschorting van de douanerechten bij invoer van bepaalde granen voor het verkoopseizoen 2008/2009 (3) wordt de toepassing van bepaalde bij de onderhavige verordening vastgestelde rechten evenwel opgeschort, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zijn vanaf 1 augustus 2008, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld op basis van de in bijlage II vermelde elementen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 510/2008 van de Commissie (PB L 149 van 7.6.2008, blz. 61).
(2) PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1816/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 5).
BIJLAGE I
Vanaf 1 augustus 2008 geldende invoerrechten voor de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten
|
GN-code |
Omschrijving |
Invoerrecht (1) (EUR/t) |
|
1001 10 00 |
HARDE TARWE van hoge kwaliteit |
0,00 (2) |
|
van gemiddelde kwaliteit |
0,00 (2) |
|
|
van lage kwaliteit |
0,00 (2) |
|
|
1001 90 91 |
ZACHTE TARWE, zaaigoed |
0,00 |
|
ex 1001 90 99 |
ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed |
0,00 (2) |
|
1002 00 00 |
ROGGE |
0,00 (2) |
|
1005 10 90 |
MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden |
0,00 |
|
1005 90 00 |
MAÏS, andere dan zaaigoed (3) |
0,00 (2) |
|
1007 00 90 |
GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden |
0,00 (2) |
(1) Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:
|
— |
3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, |
|
— |
2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt. |
(2) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 608/2008 wordt de toepassing van dit recht opgeschort.
(3) De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.
BIJLAGE II
Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten
16.7.2008-30.7.2008
|
1. |
Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. |
Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:
|
(1) Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(2) Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
(3) Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/16 |
VERORDENING (EG) Nr. 757/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 voor het verkoopseizoen 2007/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),
Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2007/2008 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 688/2008 van de Commissie (4). |
|
(2) |
De bovenbedoelde prijzen en invoerrechten moeten op grond van de gegevens waarover de Commissie nu beschikt, overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 951/2006 worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 voor het verkoopseizoen 2007/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde producten worden gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
(2) PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 514/2008 (PB L 150 van 10.6.2008, blz. 7).
BIJLAGE
Met ingang van 1 augustus 2008 geldende gewijzigde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en de producten van GN-code 1702 90 95
|
(EUR) |
||
|
GN-code |
Representatieve prijs per 100 kg nettogewicht van het betrokken product |
Aanvullend invoerrecht per 100 kg nettogewicht van het betrokken product |
|
1701 11 10 (1) |
21,79 |
5,41 |
|
1701 11 90 (1) |
21,79 |
10,69 |
|
1701 12 10 (1) |
21,79 |
5,22 |
|
1701 12 90 (1) |
21,79 |
10,21 |
|
1701 91 00 (2) |
23,89 |
13,68 |
|
1701 99 10 (2) |
23,89 |
8,77 |
|
1701 99 90 (2) |
23,89 |
8,77 |
|
1702 90 95 (3) |
0,24 |
0,40 |
(1) Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt III, bij Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1).
(2) Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt II, bij Verordening (EG) nr. 318/2006.
(3) Vastgesteld per procentpunt sacharosegehalte.
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/18 |
VERORDENING (EG) Nr. 758/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 711/2008 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in ongewijzigde staat
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 33, lid 2, vierde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De met ingang van 25 juli 2008 geldende uitvoerrestituties voor de in artikel 1, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 318/2006 genoemde producten zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 711/2008 (2). |
|
(2) |
In het licht van aanvullende informatie waarover de Commissie beschikt, met name met betrekking tot de wijziging in de verhouding tussen de prijzen op de interne markt en die op de wereldmarkt, moeten de momenteel geldende uitvoerrestituties worden aangepast. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 711/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 711/2008 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 van de Commissie (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
BIJLAGE
Met ingang van 1 augustus 2008 geldende restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm
|
GN-code |
Bestemming |
Meeteenheid |
Restitutiebedrag |
|||||||||
|
1701 11 90 9100 |
S00 |
EUR/100 kg |
16,82 (1) |
|||||||||
|
1701 11 90 9910 |
S00 |
EUR/100 kg |
16,82 (1) |
|||||||||
|
1701 12 90 9100 |
S00 |
EUR/100 kg |
16,82 (1) |
|||||||||
|
1701 12 90 9910 |
S00 |
EUR/100 kg |
16,82 (1) |
|||||||||
|
1701 91 00 9000 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 |
|||||||||
|
1701 99 10 9100 |
S00 |
EUR/100 kg |
18,29 |
|||||||||
|
1701 99 10 9910 |
S00 |
EUR/100 kg |
18,29 |
|||||||||
|
1701 99 10 9950 |
S00 |
EUR/100 kg |
18,29 |
|||||||||
|
1701 99 90 9100 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 |
|||||||||
|
NB: De bestemmingen zijn als volgt vastgesteld:
|
||||||||||||
(*1) Met inbegrip van Kosovo, onder bescherming van de Verenigde Naties, overeenkomstig Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van 10 juni 1999.
(1) Dit bedrag geldt voor ruwe suiker met een rendement van 92 %. Indien het rendement van de geëxporteerde ruwe suiker afwijkt van 92 %, wordt het bedrag van de toe te passen restitutie voor elke betrokken uitvoertransactie vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor die wordt verkregen door het overeenkomstig bijlage I, punt III, punt 3, van Verordening (EG) nr. 318/2006 berekende rendement van de geëxporteerde ruwe suiker te delen door 92.
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/20 |
VERORDENING (EG) Nr. 759/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 712/2008 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van stropen en bepaalde andere producten van de suikersector in ongewijzigde staat
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 33, lid 2, vierde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 712/2008 van de Commissie (2) zijn met ingang van 25 juli 2008 uitvoerrestituties vastgesteld voor de in artikel 1, lid 1, onder c), d) en g), van Verordening (EG) nr. 318/2006 bedoelde producten. |
|
(2) |
In het licht van voor de Commissie beschikbare aanvullende gegevens over met name de veranderde verhouding tussen de prijzen op de interne markt en die op de wereldmarkt is het noodzakelijk thans geldende uitvoerrestituties aan te passen. |
|
(3) |
Verordening (EG) nr. 712/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 712/2008 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Jean-Luc DEMARTY
Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling
(1) PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 van de Commissie (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
BIJLAGE
Met ingang van 1 augustus 2008 geldende restituties bij uitvoer van stropen en bepaalde andere producten van de suikersector in onveranderde vorm
|
GN-code |
Bestemming |
Meeteenheid |
Restitutiebedrag |
|||||||||
|
1702 40 10 9100 |
S00 |
EUR/100 kg droge stof |
18,29 |
|||||||||
|
1702 60 10 9000 |
S00 |
EUR/100 kg droge stof |
18,29 |
|||||||||
|
1702 60 95 9000 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 |
|||||||||
|
1702 90 30 9000 |
S00 |
EUR/100 kg droge stof |
18,29 |
|||||||||
|
1702 90 71 9000 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 |
|||||||||
|
1702 90 95 9100 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 |
|||||||||
|
1702 90 95 9900 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 (1) |
|||||||||
|
2106 90 30 9000 |
S00 |
EUR/100 kg droge stof |
18,29 |
|||||||||
|
2106 90 59 9000 |
S00 |
EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct |
0,1829 |
|||||||||
|
NB: De bestemmingen zijn als volgt vastgesteld:
|
||||||||||||
(*1) Met inbegrip van Kosovo, onder bescherming van de Verenigde Naties, overeenkomstig Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van 10 juni 1999.
(1) Het basisbedrag is niet van toepassing op het in de bijlage, punt 2, van Verordening (EEG) nr. 3513/92 van de Commissie (PB L 355 van 5.12.1992, blz. 12) bedoelde product.
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/22 |
VERORDENING (EG) Nr. 760/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat de toestemming voor het gebruik van caseïne en caseïnaten bij de bereiding van kaas betreft
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (1), en met name op artikel 121, onder i), en de artikelen 192 en 194, juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad van 24 juli 1990 tot vaststelling van aanvullende algemene voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten ten aanzien van kaas (2) is met ingang van 1 juli 2008 ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1234/2007. |
|
(2) |
De in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2204/90 vastgestelde bepalingen inzake gegevensuitwisseling, controles en administratieve maatregelen zijn niet opgenomen in Verordening (EG) nr. 1234/2007. Op grond van de artikelen 192 en 194 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 moeten deze bepalingen worden geïntegreerd in Verordening (EG) nr. 1547/2006 van de Commissie van 13 oktober 2006 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad (3). |
|
(3) |
Ter wille van de duidelijkheid en de logica moet Verordening (EG) nr. 1547/2006 worden ingetrokken en vervangen door een nieuwe verordening. |
|
(4) |
In artikel 119 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat caseïne en caseïnaten niet zonder voorafgaande toestemming bij de bereiding van kaas mogen worden gebruikt. Er moeten uitvoeringsbepalingen voor het verlenen van die toestemming worden vastgesteld met inachtneming van de noodzaak de bedrijven te controleren. Om de tenuitvoerlegging en de controle van de betrokken afwijkingen te vergemakkelijken, moet deze toestemming voor een specifieke periode worden verleend. |
|
(5) |
Krachtens artikel 121, onder i), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 moeten voor de hoeveelheden caseïne en caseïnaten die in kaas mogen worden verwerkt, maximumpercentages worden vastgesteld aan de hand van objectieve criteria in verband met wat technologisch noodzakelijk is. Deze percentages dienen op Gemeenschapsniveau te worden vastgesteld op basis van de beschikbare kennis. Om de controle op de naleving van deze bepaling te vergemakkelijken, verdient het de voorkeur globale percentages in plaats van percentages per product vast te stellen, met dien verstande dat op nationaal niveau strengere normen kunnen worden vastgelegd. |
|
(6) |
Met betrekking tot het gebruik van caseïne en caseïnaten in kaas moeten de internationale normen inzake kaas worden nageleefd, met name wat de verhouding weiproteïnen/caseïneproteïnen (4) betreft. |
|
(7) |
Er dienen uitvoeringsbepalingen inzake controles en sancties te worden vastgesteld met inachtneming van de structuur van de sector. Het sanctieniveau moet worden bepaald wanneer de in artikel 100 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun weer wordt ingevoerd. |
|
(8) |
Zonder afbreuk te doen aan nationale sancties voor wijzen van gebruik van caseïne en caseïnaten bij de kaasbereiding waarvoor geen toestemming is verleend, moet, wanneer op grond van artikel 100 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 een steunbedrag is vastgesteld, een sanctie worden opgelegd op basis van de waarde van de caseïne en de caseïnaten enerzijds, en de waarde van een overeenkomstige hoeveelheid mageremelkpoeder anderzijds, om op die manier ten minste het economische voordeel dat voortvloeit uit het niet-toegestane gebruik teniet te doen. Zolang de steun voor de productie van caseïne en caseïnaten op nul is vastgesteld, dient het niveau van de sanctie niet nader te worden bepaald. |
|
(9) |
In artikel 204, lid 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is bepaald dat de verordening met ingang van 1 juli 2008 van toepassing is wat de sector melk en zuivelproducten betreft, met uitzondering van de bepalingen van hoofdstuk III van titel I van deel II. Bij die verordening wordt Verordening (EG) nr. 2204/90 met ingang van dezelfde datum ingetrokken. Derhalve dient de onderhavige verordening van toepassing te worden op 1 juli 2008. |
|
(10) |
Om de sector de gelegenheid te geven zich aan het nieuwe verwerkingspercentage aan te passen en de toepassing daarvan uit te breiden naar andere kaassoorten, dient te worden voorzien in een afwijking met een looptijd van zes maanden. |
|
(11) |
Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De in artikel 119 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde toestemming wordt op verzoek van de betrokken bedrijven verleend voor twaalf maanden, mits vooraf een schriftelijke verbintenis wordt aangegaan tot aanvaarding en naleving van de bepalingen van artikel 3 van de onderhavige verordening.
2. De toestemming wordt verleend met een volgnummer per bedrijf of, in voorkomend geval, per productie-eenheid.
3. De toestemming kan, naargelang van de door het betrokken bedrijf ingediende aanvraag, voor één of meer kaassoorten gelden.
Artikel 2
1. Het in artikel 121, onder i), punt i), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde percentage voor verwerking in producten van GN-code 0406 bedraagt 10 %. Dit percentage wordt toegepast op het gewicht van de kaas die het betrokken bedrijf of de betrokken productie-eenheid in een periode van zes maanden heeft geproduceerd.
Kaas met toegevoegde caseïne of caseïnaten dient een verhouding weiproteïnen/caseïneproteïnen te bevatten die niet groter is dan die van melk, en moet voldoen aan de in het land van productie vigerende nationale wetgeving inzake het gebruik van caseïne en caseïnaten.
2. In afwijking van lid 1 bedraagt het in de eerste alinea van dat lid bedoelde maximumpercentage tot en met 31 december 2008 5 % voor:
|
a) |
smeltkaas van GN-code 0406 30 ; |
|
b) |
geraspte smeltkaas van GN-code ex 0406 20 , in continubedrijf vervaardigd zonder toevoeging van vooraf bereide smeltkaas; |
|
c) |
smeltkaas in poeder van GN-code ex 0406 20 , in continubedrijf vervaardigd zonder toevoeging van vooraf bereide smeltkaas. |
Artikel 3
1. De bedrijven moeten:
|
a) |
bij de bevoegde autoriteit de vervaardigde hoeveelheden en soorten kaas en de in de verschillende producten verwerkte hoeveelheden caseïne en caseïnaten aangeven; |
|
b) |
een voorraadboekhouding bijhouden die het mogelijk maakt de vervaardigde hoeveelheden en soorten kaas, de aangekochte en/of vervaardigde hoeveelheden caseïne en caseïnaten en de bestemming en/of het gebruik daarvan na te gaan. |
2. De in lid 1, onder b), bedoelde voorraadboekhouding omvat gegevens over de oorsprong, de samenstelling en de hoeveelheid van de bij de bereiding van de kaas gebruikte grondstoffen. De lidstaten kunnen voorschrijven dat monsters worden genomen om deze gegevens te verifiëren. De lidstaten zien erop toe dat de bij de bedrijven verzamelde gegevens als vertrouwelijk worden behandeld.
Artikel 4
1. De lidstaten voeren met het oog op de naleving van deze verordening administratieve en fysieke controles uit aan de hand van, met name:
|
a) |
frequente en onaangekondigde controles ter plaatse om de voorraadboekhouding te vergelijken met de betreffende handelsbescheiden en de feitelijke voorraden; dergelijke controles dienen te worden verricht op een representatief aantal in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde aangiften; |
|
b) |
steekproefsgewijze controles van bedrijven die kaas bereiden en waaraan geen toestemming is verleend. |
2. Elk bedrijf waaraan een toestemming is verleend, wordt ten minste eens per jaar gecontroleerd.
Artikel 5
De lidstaten voeren een boekhouding van:
|
a) |
het aantal verleende en/of ingetrokken toestemmingen; |
|
b) |
de op grond van die toestemmingen aangegeven hoeveelheden caseïne en caseïnaten, en de hoeveelheid daarmee bereide kaas; |
|
c) |
de gevallen waarin gebruik is gemaakt van caseïne of caseïnaten zonder dat daar toestemming voor is verleend of zonder dat de vastgestelde percentages in acht zijn genomen, met vermelding van de hoeveelheden caseïne of caseïnaten die in dat verband zonder toestemming zijn gebruikt. |
Artikel 6
1. Onverminderd de door de betrokken lidstaten vastgestelde sancties, wordt een sanctie toegepast op wijzen van gebruik van caseïne of caseïnaten waarvoor geen toestemming is verleend. Deze sanctie moet worden bepaald wanneer het in artikel 100 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steunniveau wordt gewijzigd.
2. De op grond van lid 1 geïnde bedragen worden beschouwd als bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 883/2006 van de Commissie (5) en dienen overeenkomstig artikel 5 van die verordening bij de Commissie te worden gedeclareerd.
Artikel 7
1. Verordening (EG) nr. 1547/2006 wordt ingetrokken.
Toestemmingen die zijn verleend overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1547/2006, blijven evenwel geldig tot de datum waarop zij verstrijken.
2. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening en naar artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2204/90 gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en moeten worden gelezen overeenkomstig de in de bijlage opgenomen concordantietabel.
Artikel 8
Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2008. Artikel 2, lid 1, is evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2009.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 510/2008 van de Commissie (PB L 149 van 7.6.2008, blz. 61).
(2) PB L 201 van 31.7.1990, blz. 7. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2583/2001 (PB L 345 van 29.12.2001, blz. 6)
(3) PB L 286 van 17.10.2006, blz. 8.
(4) Algemene norm voor kaas in de Codex Alimentarius (CODEX STAN A-6, gewijzigd in 2006).
BIJLAGE
Concordantietabel
|
Verordening (EG) nr. 1547/2006 |
Verordening (EEG) nr. 2204/90 |
Deze verordening |
|
Artikelen 1 en 2 |
|
Artikelen 1 en 2 |
|
|
Artikel 3, lid 1, onder a) en b) |
Artikel 3, lid 1 |
|
|
Artikel 3, lid 1, onder c) |
Artikel 4, lid 1 |
|
Artikel 3, lid 1 |
|
Artikel 3, lid 2 |
|
Artikel 3, lid 2 |
|
Artikel 4, lid 2 |
|
Artikel 3, lid 3 |
|
Artikel 5, onder c) |
|
Artikel 4, lid 1 |
|
Artikel 6 |
|
Artikel 4, lid 2 |
|
— |
|
Artikel 5 |
|
Artikel 5, onder a) en b) |
|
Artikel 6 |
|
— |
|
— |
|
Artikel 7 |
|
Artikel 7 |
|
Artikel 8 |
|
Bijlage I |
|
— |
|
Bijlage II |
|
— |
|
Bijlage III |
|
— |
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/26 |
VERORDENING (EG) Nr. 761/2008 VAN DE COMMISSIE
van 31 juli 2008
houdende wijziging van de restituties die worden toegepast voor bepaalde producten van de sector suiker die worden uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I van het Verdrag vermelde goederen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 33, lid 2, onder a), en lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De restitutiebedragen welke met ingang van 25 juli 2008 worden toegepast op de in de bijlage bedoelde producten, uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I van het Verdrag vermelde goederen, zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 716/2008 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Toepassing van de regels en criteria welke zijn aangehaald in Verordening (EG) nr. 716/2008 op de gegevens waarover de Commissie op het huidige tijdstip beschikt, geeft aanleiding tot wijziging van de op dit tijdstip geldende restituties in de zin als vermeld in de bijlage bij deze verordening, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De restitutiebedragen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 716/2008 worden gewijzigd zoals in de bijlage van deze verordening aangegeven.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2008.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Commissie
Heinz ZOUREK
Directeur-generaal Ondernemingen en industrie
(1) PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EEG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).
BIJLAGE
Restituties die worden toegepast vanaf 1 augustus 2008 voor bepaalde producten van de sector suiker die worden uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I bij het Verdrag vermelde goederen (1)
|
GN-code |
Omschrijving |
Restituties in EUR/100 kg |
|
|
Bij vaststelling vooraf van de restituties |
Overige gevallen |
||
|
1701 99 10 |
Witte suiker |
18,29 |
18,29 |
(1) De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing op de uitvoer naar:
|
a) |
derde landen: Andorra, Liechtenstein, de Heilige Stoel (Staat Vaticaanstad), Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië (*1), Montenegro, Albanië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en op de naar de Zwitserse Bondsstaat uitgevoerde goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II van Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972; |
|
b) |
gebieden van lidstaten van de EU die niet tot het douanegebied van de Gemeenschap behoren: de Faeröer, Groenland, Helgoland, Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d'Italia en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent; |
|
c) |
Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd en die niet tot het douanegebied van de Gemeenschap behoren: Gibraltar. |
(*1) Met inbegrip van Kosovo, onder bescherming van de Verenigde Naties, overeenkomstig Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van 10 juni 1999.
RICHTLIJNEN
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/28 |
RICHTLIJN 2008/72/EG VAN DE RAAD
van 15 juli 2008
betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad
(Voor de EER relevante tekst)
(Gecodificeerde versie)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Richtlijn 92/33/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan. |
|
(2) |
In de agrarische productie van de Gemeenschap neemt de teelt van groentegewassen een belangrijke plaats in. |
|
(3) |
Bevredigende resultaten bij de teelt van groentegewassen hangen in ruime mate af van de kwaliteit en de fytosanitaire staat, niet alleen van het zaad dat reeds valt onder Richtlijn 2002/55/EG van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (4), maar ook van het plantgoed en het teeltmateriaal van groentegewassen dat voor de vermeerdering ervan wordt gebruikt. |
|
(4) |
Het uiteenlopende beleid van de lidstaten ten aanzien van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen kan handelsbelemmeringen veroorzaken en kan zo voor het vrije verkeer van deze goederen binnen de Gemeenschap een hinderpaal zijn. |
|
(5) |
Door middel van geharmoniseerde voorschriften op communautair niveau moet worden gegarandeerd dat de kopers in de gehele Gemeenschap teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen ontvangen die fytosanitair in orde en van goede kwaliteit zijn. |
|
(6) |
Wat het fytosanitaire aspect betreft, moeten de geharmoniseerde voorschriften coherent zijn met het bepaalde in Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten of voor plantaardige producten schadelijke organismen (5). |
|
(7) |
Onverminderd de fytosanitaire voorschriften van Richtlijn 2000/29/EG, is het niet dienstig de communautaire voorschriften voor het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen toe te passen wanneer wordt aangetoond dat deze producten voor uitvoer naar derde landen bestemd zijn, aangezien de in die landen geldende voorschriften kunnen afwijken van de voorschriften van de onderhavige richtlijn. |
|
(8) |
Voor de vaststelling van fytosanitaire eisen en kwaliteitsnormen is voor elk geslacht en elke soort groente uitvoerig en gedetailleerd technisch en wetenschappelijk onderzoek vereist. Daartoe moet derhalve worden voorzien in een procedure. |
|
(9) |
Het is in de eerste plaats de taak van de leveranciers van teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen om ervoor te zorgen dat hun producten aan de voorschriften van deze richtlijn voldoen. |
|
(10) |
De bevoegde instanties van de lidstaten moeten er via controles en keuringen op toezien dat deze leveranciers deze voorschriften naleven. |
|
(11) |
Communautaire controlemaatregelen moeten worden vastgesteld om te garanderen dat de normen van deze richtlijn in alle lidstaten op gelijke wijze worden toegepast. |
|
(12) |
Het is in het belang van de koper van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen dat de benaming van het ras bekend is en dat de identiteit wordt gevrijwaard. |
|
(13) |
Daartoe moet, voor zover mogelijk, worden bepaald dat de voorschriften inzake het rasaspect, zoals die ten aanzien van het in de handel brengen van groentezaad zijn vastgesteld, van toepassing zijn. |
|
(14) |
Met het oog op een correcte identificatie en een geordende afzet van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen moeten communautaire voorschriften worden vastgesteld met regels betreffende het apart houden van de partijen en de waarmerking. Op de gebruikte etiketten moeten alle gegevens worden vermeld die voor de officiële controle en de informatie van de gebruiker nodig zijn. |
|
(15) |
Er moeten regels worden vastgesteld op grond waarvan bij tijdelijke moeilijkheden op het gebied van de voorziening, teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen in de handel mogen worden gebracht die aan minder strenge eisen voldoen dan die welke bij deze richtlijn zijn vastgesteld. |
|
(16) |
De lidstaten moet een verbod worden opgelegd om voor de in bijlage II bedoelde geslachten en soorten waarvoor een schema zal worden opgesteld nog andere eisen of beperkingen voor het in de handel brengen vast te stellen dan die welke bij deze richtlijn zijn vastgesteld. |
|
(17) |
Er moet worden bepaald dat in derde landen geproduceerd teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht, op voorwaarde dat voor deze producten in alle gevallen dezelfde garanties worden gegeven als voor het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen die in de Gemeenschap worden geproduceerd en die aan de communautaire voorschriften voldoen. |
|
(18) |
Om de verschillende, in de lidstaten toegepaste technische controlemethoden te harmoniseren en het in de Gemeenschap geproduceerde teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen te kunnen vergelijken met de producten uit derde landen, moeten vergelijkingsproeven worden uitgevoerd om na te gaan of deze producten aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen. |
|
(19) |
De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (6). |
|
(20) |
Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Deze richtlijn is van toepassing op het in de handel brengen in de Gemeenschap van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad.
2. De voorschriften van de artikelen 2 tot en met 20 en van artikel 23 zijn van toepassing op de in bijlage II genoemde geslachten en soorten, alsmede op hybriden daarvan.
Die artikelen zijn ook van toepassing op onderstammen en andere plantendelen van geslachten of soorten of op hybriden daarvan, wanneer een van deze geslachten of soorten of hybriden daarvan daarop wordt of moet worden geënt.
3. Wijzigingen in de lijst van de in bijlage II genoemde geslachten en soorten worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde procedure.
Artikel 2
Onverminderd de gezondheidsvoorschriften van Richtlijn 2000/29/EG is deze richtlijn niet van toepassing op teeltmateriaal en plantgoed waarvan wordt aangetoond dat zij voor uitvoer naar derde landen bestemd zijn, mits zij duidelijk als zodanig zijn geïdentificeerd en in voldoende mate apart worden gehouden.
De uitvoeringsmaatregelen van de eerste alinea, met name wat betreft de identificatie en het apart houden, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 3
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
|
a) |
teeltmateriaal: plantendelen en alle plantmateriaal met inbegrip van onderstammen, bestemd voor de vermeerdering en de productie van groentegewassen; |
|
b) |
plantgoed: volledige planten en plantendelen, waaronder voor geënte planten de enten inbegrepen die bestemd zijn om te worden uitgeplant voor de productie van groentegewassen; |
|
c) |
leverancier: elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepshalve ten minste één van de volgende activiteiten verricht met betrekking tot teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen: vermeerderen, produceren, beschermen en/of behandelen en in de handel brengen; |
|
d) |
in de handel brengen: het ter beschikking of in voorraad houden, tentoonstellen of te koop aanbieden, verkopen en/of leveren aan een andere persoon, in gelijk welke vorm, van teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen; |
|
e) |
verantwoordelijke officiële instantie:
De onder i) en ii) bedoelde instanties kunnen, overeenkomstig de nationale wetgeving, hun in deze richtlijn bedoelde taken die onder hun gezag en toezicht moeten worden verricht, overdragen aan een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon die, krachtens zijn officieel goedgekeurde statuten, uitsluitend belast is met specifieke taken van openbaar belang, op voorwaarde dat deze rechtspersoon en de leden daarvan geen enkel persoonlijk voordeel trekken uit het resultaat van de maatregelen die zij nemen. De lidstaten zorgen voor een nauwe samenwerking van de in punt i) bedoelde instanties met de in punt ii) bedoelde instanties. Bovendien kan, overeenkomstig de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure, een andere namens een onder i) of ii) bedoelde instantie ingestelde rechtspersoon die onder het gezag en toezicht van een dergelijke instantie handelt, worden erkend, op voorwaarde dat deze rechtspersoon geen enkel persoonlijk voordeel trekt uit het resultaat van de maatregelen die hij neemt. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van hun verantwoordelijke officiële instanties. De Commissie zendt deze informatie toe aan de andere lidstaten; |
|
f) |
officiële maatregelen: door de verantwoordelijke officiële instantie genomen maatregelen; |
|
g) |
officiële inspectie: door de verantwoordelijke officiële instantie verrichte inspectie; |
|
h) |
officiële verklaring: door de verantwoordelijke officiële instantie of onder haar verantwoordelijkheid afgegeven verklaring; |
|
i) |
partij: een aantal eenheden van één product, identificeerbaar door zijn homogene samenstelling en oorsprong; |
|
j) |
laboratorium: een publiek- of privaatrechtelijke dienst die analyses uitvoert en adequate diagnoses stelt aan de hand waarvan de producent de kwaliteit van de productie kan controleren. |
Artikel 4
Voor elk geslacht of elke soort vermeld in bijlage II of voor onderstammen van andere geslachten en soorten, wanneer materiaal van het geslacht en/of de soort daarop geënt wordt of moet worden, wordt volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde procedure in bijlage I een schema opgesteld waarin wordt verwezen naar de fytosanitaire eisen van Richtlijn 2000/29/EG die op het betrokken geslacht en/of de betrokken soort van toepassing zijn; dat schema bevat:
|
a) |
de voorwaarden waaraan het plantgoed van groentegewassen moet voldoen, met name de voorwaarden inzake de kwaliteit van het gewas, de zuiverheid van het gewas en indien van toepassing de raskenmerken. Deze voorwaarden zullen worden opgenomen in deel A van bijlage I; |
|
b) |
de voorwaarden waaraan het teeltmateriaal moet voldoen, met name met betrekking tot het toegepaste vermeerderingsprocédé, de zuiverheid van het staand gewas en, indien van toepassing, de raskenmerken. Deze voorwaarden zullen worden opgenomen in deel B van bijlage I. |
Artikel 5
1. De lidstaten zien erop toe dat de leveranciers alle noodzakelijke maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat in alle fasen van de productie en het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen aan de voorschriften van deze richtlijn wordt voldaan.
2. Voor de toepassing van lid 1 moeten de leveranciers controles op de volgende grondslagen uitvoeren dan wel laten uitvoeren door een erkende leverancier of de verantwoordelijke officiële instantie:
|
— |
identificatie van de kritische punten in hun productieproces op basis van de toegepaste productiemethoden; |
|
— |
uitwerking en toepassing van methoden voor toezicht op en controle van de in het eerste streepje bedoelde kritische punten; |
|
— |
nemen van monsters voor analyse in een door de verantwoordelijke officiële instantie erkend laboratorium om te controleren of aan de normen van deze richtlijn is voldaan; |
|
— |
registratie, hetzij schriftelijk hetzij op een andere op bestendiging gerichte wijze, van de in het eerste, tweede en derde streepje bedoelde gegevens, alsmede bijhouden van een register betreffende de productie en het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed, welke registers ter beschikking moeten worden gehouden van de verantwoordelijke officiële instantie. Deze documenten en registers dienen ten minste één jaar te worden bewaard. |
Leveranciers die hun activiteiten in dit verband beperken tot enkel distributie van teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen die niet op hun eigen bedrijf zijn geproduceerd en verpakt, hoeven echter alleen een register of een onuitwisbaar bewijs bij te houden van de aan- en verkoop en/of levering van deze producten.
De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing op leveranciers die hun activiteiten in dit verband beperken tot het leveren van kleine hoeveelheden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen aan niet-professionele eindverbruikers.
3. Indien uit hun eigen controles of uit de informatie waarover de in lid 1 bedoelde leveranciers beschikken blijkt dat één of meer van de in Richtlijn 2000/29/EG bedoelde schadelijke organismen of — in een grotere hoeveelheid dan gewoonlijk is toegestaan om aan de normen te voldoen — van de in de overeenkomstig artikel 4 van deze richtlijn opgestelde schema’s genoemde schadelijke organismen voorkomen, dienen de leveranciers dit onmiddellijk aan de verantwoordelijke officiële instantie te melden en dienen zij de door deze instantie opgelegde maatregelen uit te voeren. Leveranciers dienen een register bij te houden van alle gevallen waarin schadelijke organismen op hun bedrijf zijn voorgekomen en van alle maatregelen die in verband met die gevallen zijn genomen.
4. De uitvoeringsbepalingen van lid 2, tweede alinea, worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
Artikel 6
1. De verantwoordelijke officiële instantie erkent leveranciers wanneer zij heeft vastgesteld dat hun productiemethoden en bedrijf voldoen aan de eisen van deze richtlijn met betrekking tot de aard van hun activiteiten. Wanneer een leverancier besluit andere activiteiten te verrichten dan die waarvoor hij is erkend, is een nieuwe erkenning nodig.
2. De verantwoordelijke officiële instantie erkent laboratoria wanneer zij heeft vastgesteld dat het laboratorium, de procedés en de bedrijfsvoorzieningen voldoen aan de volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure gepreciseerde eisen van deze richtlijn met betrekking tot hun controlewerkzaamheden. Wanneer een laboratorium besluit andere activiteiten te verrichten dan die waarvoor het is erkend, is er een nieuwe erkenning nodig.
3. De verantwoordelijke officiële instanties nemen de nodige maatregelen wanneer niet meer aan de in de leden 1 en 2 bedoelde eisen wordt voldaan. Daartoe houden zij in het bijzonder rekening met de conclusies van de overeenkomstig artikel 7 uitgevoerde controles.
4. Op gezette tijden worden de leveranciers, bedrijven en laboratoria onderworpen aan toezicht en controle door of onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke officiële instantie, die te allen tijde vrije toegang dient te hebben tot alle delen van de bedrijven, teneinde zich ervan te vergewissen dat aan de eisen van deze richtlijn wordt voldaan. Volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure kunnen zo nodig uitvoeringsbepalingen betreffende het toezicht en de controle worden vastgesteld.
Indien bij het toezicht en de controles blijkt dat niet aan de eisen van deze richtlijn wordt voldaan, neemt de verantwoordelijke officiële instantie passende maatregelen.
Artikel 7
1. Deskundigen van de Commissie kunnen, in samenwerking met de verantwoordelijke officiële instanties van de lidstaten, zo nodig controles ter plaatse verrichten om een uniforme toepassing van deze richtlijn te waarborgen, in het bijzonder om na te gaan of de leveranciers de voorschriften van deze richtlijn daadwerkelijk in acht nemen. De lidstaat op het grondgebied waarvan een controle wordt verricht, dient de deskundigen alle nodige bijstand te verlenen bij de uitvoering van hun taken. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van het resultaat van het uitgevoerde onderzoek.
2. De uitvoeringsbepalingen van lid 1 worden vastgesteld volgens de in artikel 21,lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 8
1. Teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen mogen alleen door erkende leveranciers in de handel worden gebracht, mits zij daarenboven voldoen aan de eisen die in het in artikel 4 bedoelde schema staan.
2. Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 2000/29/EG is lid 1 niet van toepassing op:
|
a) |
teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen bestemd voor proeven of voor wetenschappelijke doeleinden; |
|
b) |
teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen bestemd voor selectie; |
|
c) |
maatregelen tot instandhouding van de genetische diversiteit. |
3. De uitvoeringsbepalingen van lid 2, onder a), b) en c), worden, zo nodig, vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 9
1. Onverminderd artikel 2 worden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die behoren tot de in bijlage II genoemde geslachten en/of soorten en tevens onder Richtlijn 2002/55/EG vallen, binnen de Gemeenschap alleen in de handel gebracht wanneer zij behoren tot een ras dat overeenkomstig die richtlijn is toegelaten.
2. Onverminderd artikel 2 en lid 3 van het onderhavige artikel worden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die behoren tot de in bijlage II genoemde geslachten en/of soorten, maar niet onder Richtlijn 2002/55/EG vallen, binnen de Gemeenschap alleen in de handel gebracht wanneer zij behoren tot een ras dat in ten minste één lidstaat officieel is toegelaten.
Wat de toelatingsvoorwaarden betreft, zijn de artikelen 4 en 5 en artikel 9, lid 3, van Richtlijn 2002/55/EG van toepassing.
Wat de procedures en formaliteiten voor de toelating en de op instandhouding gerichte selectie betreft, zijn artikel 3, leden 2 en 4, de artikelen 6, 7 en 8 en artikel 9, leden 1, 2 en 4 en de artikelen 10 tot en met 15 van die richtlijn van overeenkomstige toepassing.
Resultaten van onofficiële onderzoeken en praktische informatie die bij het kweken is verkregen, kunnen in alle gevallen in aanmerking worden genomen.
3. De overeenkomstig lid 2 officieel toegelaten rassen worden opgenomen in de in artikel 17 van Richtlijn 2002/55/EG bedoelde „Gemeenschappelijke rassenlijst voor groentegewassen”. Artikel 16, lid 2, en de artikelen 17, 18 en 19 van die richtlijn zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
1. Tijdens de groei, tijdens het rooien of tijdens het wegnemen van enten bij het uitgangsmateriaal worden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen in afzonderlijke partijen gehouden.
2. Wanneer teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen van verschillende oorsprong bij verpakking, opslag, vervoer of levering worden samengevoegd of gemengd, houdt de leverancier een register bij met de volgende gegevens: samenstelling van de partij en oorsprong van de samenstellende delen.
3. De lidstaten vergewissen zich er door middel van officiële inspecties van dat de in de leden 1 en 2 bedoelde voorschriften in acht worden genomen.
Artikel 11
1. Onverminderd artikel 10, lid 2, worden teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen slechts in voldoende homogene partijen in de handel gebracht en nadat is vastgesteld dat zij voldoen aan de bepalingen van de onderhavige richtlijn en indien zij vergezeld gaan van een document dat door de leverancier is opgemaakt in overeenstemming met de voorwaarden als opgenomen in het in artikel 4 bedoelde schema. Wanneer op dit document een officiële verklaring voorkomt, moet deze duidelijk van de rest van de inhoud van het document gescheiden zijn.
De voorschriften inzake het etiketteren en/of plomberen en verpakken van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen worden opgenomen in het in artikel 4 bedoelde schema.
2. Bij levering van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen door een kleinhandelaar aan niet-professionele eindverbruikers, kunnen de etiketteringsvoorschriften worden beperkt tot de noodzakelijke informatie betreffende het product.
Artikel 12
1. De lidstaten kunnen ontheffing verlenen
|
a) |
van de toepassing van artikel 11, aan kleine producenten waarvan de volledige productie en verkoop van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen bestemd is voor uiteindelijk gebruik door personen op de lokale markt die niet beroepshalve betrokken zijn bij de productie van gewassen („lokaal verkeer”); |
|
b) |
van de in artikel 18 bedoelde controles en officiële inspectie, voor lokaal verkeer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, geproduceerd door aldus vrijgestelde personen. |
2. Overeenkomstig de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld betreffende andere eisen inzake de in lid 1 van dit artikel bedoelde ontheffingen, in het bijzonder voor de begrippen „kleine producenten” en „lokale markt” en betreffende de procedures dienaangaande.
Artikel 13
Onverminderd de fytosanitaire voorschriften van Richtlijn 2000/29/EG kunnen in geval van tijdelijke moeilijkheden bij de levering van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die voldoen aan de eisen van deze richtlijn, volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure maatregelen worden aangenomen die ertoe strekken het in de handel brengen van deze producten aan minder stringente eisen te onderwerpen.
Artikel 14
1. Voor het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die voldoen aan de eisen en voorwaarden van deze richtlijn, mogen geen andere dan de in deze richtlijn vastgestelde beperkingen gelden wat de leverancier, de fytosanitaire aspecten, het substraat en de inspectievoorschriften betreft.
2. Voor het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen waarvan het ras is opgenomen in de „Gemeenschappelijke rassenlijst voor groentegewassen”, mogen ten aanzien van het ras geen andere dan de in deze richtlijn vastgestelde beperkingen gelden.
Artikel 15
Voor het in de handel brengen van de in bijlage II bedoelde producten leggen de lidstaten geen stringentere voorwaarden of andere beperkingen op dan die van de in artikel 4 bedoelde schema’s of, bij ontstentenis daarvan, dan die welke op 28 april 1992 bestaan.
Artikel 16
1. Volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure wordt besloten of teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die in een derde land zijn geproduceerd en dezelfde garanties bieden inzake verplichtingen van de leverancier, identiteit, kenmerken, fytosanitaire aspecten, substraat, verpakking, voorschriften met betrekking tot inspectie, waarmerking en plombering, in al deze opzichten gelijkwaardig zijn aan teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die in de Gemeenschap zijn geproduceerd en aan de eisen en voorschriften van deze richtlijn voldoen.
2. In afwachting van het in lid 1 bedoelde besluit kunnen de lidstaten tot en met 31 december 2012 en onverminderd Richtlijn 2000/29/EG op de invoer van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen uit derde landen voorwaarden toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die op tijdelijke of permanente basis zijn opgenomen in de in artikel 4 van deze richtlijn bedoelde schema’s. Indien in deze schema’s niet in dergelijke voorwaarden is voorzien, dienen de voorwaarden voor de invoer ten minste gelijkwaardig te zijn aan de voorwaarden die gelden voor de productie in de betrokken lidstaat.
In afwachting van het in lid 1 bedoelde besluit kan bovengenoemde termijn volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure voor de onderscheiden derde landen verlengd worden.
Voor teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die door een lidstaat worden ingevoerd overeenkomstig een besluit dat die lidstaat overeenkomstig de eerste alinea van dit lid heeft genomen, mogen ten aanzien van de in lid 1 van dit artikel vermelde punten in andere lidstaten geen beperkingen voor het in de handel brengen gelden.
Artikel 17
De lidstaten dragen er zorg voor dat teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen tijdens de productie en het in de handel brengen steekproefsgewijs officieel worden geïnspecteerd, ten einde na te gaan of de eisen en voorwaarden van deze richtlijn in acht zijn genomen.
Artikel 18
Volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure worden, zo nodig, uitvoeringsbepalingen betreffende de in artikel 5 bedoelde controles en de in de artikelen 10 en 17 bedoelde officiële inspectie, inclusief bemonsteringsmethoden, vastgesteld.
Artikel 19
1. Wanneer bij het toezicht en de controle als bedoeld in artikel 6, lid 4, de officiële inspectie bedoeld in artikel 17 of de proeven bedoeld in artikel 20 blijkt dat teelmateriaal of plantgoed van groentegewassen niet aan de eisen van deze richtlijn voldoen, neemt de verantwoordelijke officiële instantie van de betrokken lidstaat passende maatregelen om te bewerkstelligen dat deze producten aan deze bepalingen voldoen of, indien zulks niet mogelijk is, om het in de handel brengen van teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen dat daar niet aan voldoet, in de Gemeenschap te verbieden.
2. Wanneer blijkt dat teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die door een bepaalde leverancier in de handel worden gebracht, niet aan de eisen en voorwaarden van deze richtlijn voldoen, draagt de betrokken lidstaat er zorg voor dat tegen deze leverancier passende maatregelen worden genomen. Wanneer deze leverancier geen teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen in de handel mag brengen, stelt de lidstaat de Commissie en de bevoegde nationale instanties in de lidstaten in kennis van dit verbod.
3. Krachtens lid 2 genomen maatregelen worden ingetrokken zodra met voldoende zekerheid is vastgesteld dat het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen die bestemd zijn om door de leverancier in de handel te worden gebracht, voortaan aan de eisen en voorwaarden van deze richtlijn zullen voldoen.
Artikel 20
1. Er worden in de lidstaten proeven of zo nodig tests op monsters uitgevoerd om na te gaan of het teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen voldoet aan de voorschriften en voorwaarden van deze richtlijn, met inbegrip van de fytosanitaire voorschriften. De Commissie kan de proeven door vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie laten inspecteren.
2. Er kunnen in de Gemeenschap communautaire vergelijkende tests en proeven worden verricht voor een nacontrole door middel van monsters van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen dat in de handel is gebracht overeenkomstig de verplicht dan wel facultatief toe te passen bepalingen van deze richtlijn, met inbegrip van de fytosanitaire bepalingen. De vergelijkende tests en proeven kunnen ook betrekking hebben op:
|
— |
in derde landen geproduceerd teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, |
|
— |
voor biologische landbouw geschikt teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, |
|
— |
teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die in de handel worden gebracht in verband met maatregelen met het oog op de instandhouding van de genetische diversiteit. |
3. Deze vergelijkende tests en proeven worden gebruikt om de technische methoden voor het onderzoek van het teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen te harmoniseren en om te onderzoeken of aan de voor het materiaal bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
4. Volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure worden de nodige maatregelen voor het verrichten van de vergelijkende tests en proeven getroffen. De Commissie stelt het in artikel 21, lid 1, bedoelde comité in kennis van de technische maatregelen voor de uitvoering van die tests en proeven en van de resultaten ervan. Wanneer zich fytosanitaire problemen voordoen, stelt de Commissie het Permanent Plantenziektekundig Comité daarvan in kennis.
5. De Gemeenschap kan een financiële bijdrage verlenen voor het uitvoeren van de in de leden 2 en 3 bedoelde vergelijkende tests en proeven.
De financiële bijdrage wordt vastgesteld binnen de grenzen van de door de begrotingsautoriteit uitgetrokken jaarlijkse middelen.
6. De vergelijkende tests en proeven waarvoor een financiële bijdrage van de Gemeenschap kan worden verleend en de uitvoeringsbepalingen inzake het verlenen van de financiële bijdrage worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure.
7. De in de leden 2 en 3 bedoelde vergelijkende tests en proeven mogen uitsluitend worden uitgevoerd door autoriteiten van een staat of door rechtspersonen die handelen onder de verantwoordelijkheid van een staat.
Artikel 21
1. De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw, hierna „het comité” genoemd.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
Artikel 22
Wijzigingen van de overeenkomstig artikel 4 opgestelde schema’s en van de voorwaarden en bepalingen ter uitvoering van deze richtlijn worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 23
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen die op hun grondgebied worden geproduceerd om in de handel te worden gebracht, voldoen aan de eisen van deze richtlijn.
2. Wanneer bij officiële inspectie blijkt dat teeltmateriaal of plantgoed van groentegewassen niet in de handel mogen worden gebracht omdat niet aan een fytosanitaire eis is voldaan, neemt de betrokken lidstaat passende officiële maatregelen om de daaraan verbonden fytosanitaire gevaren weg te nemen.
Artikel 24
Wat de artikelen 5 tot en met 11, 14, 15, 17, 19 en 23 betreft, wordt de toepassingsdatum voor elk geslacht of elke soort, bedoeld in bijlage II, volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld bij de opstelling van het in artikel 4 bedoelde schema.
Artikel 25
Richtlijn 92/33/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage III, deel A, genoemde besluiten, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen.
Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.
Artikel 26
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 27
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 15 juli 2008.
Voor de Raad
De voorzitter
M. BARNIER
(1) Advies uitgebracht op 11 maart 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) PB L 157 van 10.6.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/699/EG van de Commissie (PB L 284 van 30.10.2007, blz. 33).
(3) Zie bijlage III, deel A.
(4) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/124/EG van de Commissie (PB L 339 van 6.12.2006, blz. 12).
(5) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2008/64/EG van de Commissie (PB L 168 van 28.6.2008, blz. 31).
(6) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).
BIJLAGE I
Overeenkomstig artikel 4 vast te stellen voorwaarden
DEEL A
Voorwaarden waaraan het plantgoed van groentegewassen moet voldoen.
DEEL B
Schema’s voor niet in Richtlijn 2002/55/EG genoemde geslachten en soorten, met de voorwaarden waaraan het teeltmateriaal moet voldoen.
BIJLAGE II
Lijst van de in artikel 1, lid 2, bedoelde geslachten en soorten
|
Allium cepa L. |
|||
|
Ui Echalion |
||
|
Sjalot |
||
|
Allium fistulosum L. |
Stengelui |
||
|
Allium porrum L. |
Prei |
||
|
Allium sativum L. |
Knoflook |
||
|
Allium schoenoprasum L. |
Bieslook |
||
|
Anthriscus cerefolium (L.) Hoffm. |
Kervel |
||
|
Apium graveolens L. |
Bleekselderij Knolselderij |
||
|
Asparagus officinalis L. |
Asperge |
||
|
Beta vulgaris L. |
Rode biet, inclusief Cheltenham beet Snijbiet |
||
|
Brassica oleracea L. |
Boerenkool Bloemkool Broccoli Spruitkool Savooiekool Wittekool Rodekool Koolrabi |
||
|
Brassica rapa L. |
Chinese kool Meiraap/stoppelknol |
||
|
Capsicum annuum L. |
Paprika of Spaanse peper |
||
|
Chicorium endivia L. |
Krulandijvie Andijvie |
||
|
Chicorium intybus L. |
Witlof Bladcichorei Cichorei voor de industrie |
||
|
Citrullus lanatus (Thunb.) Matsum. et Nakai |
Watermeloen |
||
|
Cucumis melo L. |
Meloen |
||
|
Cucumis sativus L. |
Komkommer Augurk |
||
|
Cucurbita maxima Duchesne |
Pompoen |
||
|
Cucurbita pepo L. |
Courgette |
||
|
Cynara cardunculus L. |
Artisjok Kardoen |
||
|
Daucus carota L. |
Wortel Voederwortel |
||
|
Foeniculum vulgare Mill. |
Knolvenkel |
||
|
Lactuca sativa L. |
Sla |
||
|
Lycopersicon esculentum Mill. |
Tomaat |
||
|
Petroselinum crispum (Mill.) Nyman ex A. W. Hill |
Peterselie |
||
|
Phaseolus coccineus L. |
Pronkboon |
||
|
Phaseolus vulgaris L. |
Stamboon Stokboon |
||
|
Pisum sativum L. (partim) |
Kreukzadige doperwt Rondzadige doperwt Peul |
||
|
Raphanus sativus L. |
Radijs Rammenas |
||
|
Rheum rhabarbarum L. |
Rabarber |
||
|
Scorzonera hispanica L. |
Schorseneer |
||
|
Solanum melongena L. |
Aubergine |
||
|
Spinacia oleracea L. |
Spinazie |
||
|
Valerianelle locusta (L.) Laterr. |
Veldsla |
||
|
Vicia faba L. (partim) |
Tuinboon |
||
|
Zea mays L. (partim) |
Suikermais Pofmais |
||
BIJLAGE III
DEEL A
Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan
(bedoeld in artikel 25)
|
Richtlijn 92/33/EEG van de Raad |
|
|
Beschikking 93/400/EEG van de Commissie |
|
|
Beschikking 94/152/EG van de Commissie |
|
|
Beschikking 95/25/EG van de Commissie |
|
|
Beschikking 97/109/EG van de Commissie |
|
|
Beschikking 1999/29/EG van de Commissie |
|
|
Beschikking 2002/111/EG van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 806/2003 van de Raad |
Uitsluitend bijlage II, punt 6, en bijlage III, punt 27 |
|
Richtlijn 2003/61/EG van de Raad |
Uitsluitend artikel 1, punt 4 |
|
Beschikking 2005/55/EG van de Commissie |
|
|
Richtlijn 2006/124/EG van de Commissie |
Uitsluitend artikel 1 en bijlage |
|
Beschikking 2007/699/EG van de Commissie |
|
DEEL B
Termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing
(bedoeld in artikel 25)
|
Richtlijn |
Omzettingstermijn |
Toepassingsdatum |
|
92/33/EEG |
31 december 1992 |
— |
|
2003/61/EG |
10 oktober 2003 |
— |
|
2006/124/EG |
30 juni 2007 |
1 juli 2007 (1) |
(1) Overeenkomstig artikel 3, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2006/124/EG: „Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 juli 2007. Zij kunnen echter de toepassing van de bepalingen in verband met de officiële aanvaarding van de rassen behorende tot Allium cepa L. (Aggregatum-groep), Allium fistulosum L., Allium sativum L., Allium schoenoprasum L., Rheum rhabarbarum L. en Zea mays L. tot 31 december 2009 uitstellen.”.
BIJLAGE IV
CONCORDANTIETABEL
|
Richtlijn 92/33/EEG |
De onderhavige richtlijn |
|
Artikelen 1, 2 en 3 |
Artikelen 1, 2 en 3 |
|
Artikel 4, aanhef |
Artikel 4, aanhef |
|
Artikel 4, onder i) en ii) |
Artikel 4, onder a) en b) |
|
Artikelen 5, 6 en 7 |
Artikelen 5, 6 en 7 |
|
Artikel 8, lid 1 |
Artikel 8, lid 1 |
|
Artikel 8, lid 2, eerste alinea |
Artikel 8, lid 2 |
|
Artikel 8, lid 2, tweede alinea |
Artikel 8, lid 3 |
|
Artikel 9, leden 1 en 2 |
Artikel 9, leden 1 en 2 |
|
Artikel 9, lid 3 |
— |
|
Artikel 9, lid 4, eerste alinea |
Artikel 9, lid 3 |
|
Artikel 9, lid 4, tweede alinea |
— |
|
Artikelen 10 en 11 |
Artikelen 10 en 11 |
|
Artikel 12, eerste alinea, aanhef |
Artikel 12, lid 1, aanhef |
|
Artikel 12, eerste alinea, eerste en tweede streepje |
Artikel 12, lid 1, onder a) en b) |
|
Artikel 12, tweede alinea |
Artikel 12, lid 2 |
|
Artikelen 13 tot en met 20 |
Artikelen 13 tot en met 20 |
|
Artikel 21, leden 1 en 2 |
Artikel 21, leden 1 en 2 |
|
Artikel 21, lid 3 |
Artikel 21, lid 4 |
|
Artikel 22, lid 1 |
— |
|
Artikel 22, lid 2 |
Artikel 21, lid 3 |
|
Artikel 23 |
Artikel 22 |
|
Artikel 24 |
Artikel 23 |
|
Artikel 25, lid 1 |
— |
|
Artikel 25, lid 2 |
Artikel 24 |
|
— |
Artikel 25 |
|
— |
Artikel 26 |
|
Artikel 26 |
Artikel 27 |
|
Bijlagen I en II |
Bijlagen I en II |
|
— |
Bijlagen III en IV |
II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is
BESLUITEN/BESCHIKKINGEN
Raad
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/40 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 25 februari 2008
betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kirgizstan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie
(2008/628/EG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 44, lid 2, artikel 47, lid 2, derde zin, artikel 55, artikel 57, lid 2, artikel 71, artikel 80, lid 2, en de artikelen 93, 94, 133 en 181 A, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, en met name op artikel 4, lid 3,
Gelet op de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 6, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 23 oktober 2006 heeft de Raad de Commissie gemachtigd namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten met Kirgizstan te onderhandelen over een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kirgizstan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie. |
|
(2) |
Onder voorbehoud van sluiting ervan op een later tijdstip, dient het protocol namens de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten te worden ondertekend. |
|
(3) |
In afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting ervan dient het protocol met ingang van 1 januari 2007 voorlopig te worden toegepast, |
BESLUIT:
Artikel 1
De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon of de personen en aan te wijzen die bevoegd is/zijn namens de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten over te gaan tot ondertekening van het protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kirgizstan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, zulks onder voorbehoud van sluiting ervan op een later tijdstip.
De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht (1).
Artikel 2
In afwachting van zijn inwerkingtreding wordt het protocol met ingang van 1 januari 2007 op voorlopige basis toegepast.
Gedaan te Brussel, 25 februari 2008.
Voor de Raad
De voorzitter
A. VIZJAK
(1) Zie bladzijde 42 van dit Publicatieblad.
PROTOCOL
bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kirgizstan, anderzijds, om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie
HET KONINKRIJK BELGIË,
DE REPUBLIEK BULGARIJE,
DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK DENEMARKEN,
DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,
DE REPUBLIEK ESTLAND,
IERLAND,
DE HELLEENSE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK SPANJE,
DE FRANSE REPUBLIEK,
DE ITALIAANSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK CYPRUS,
DE REPUBLIEK LETLAND,
DE REPUBLIEK LITOUWEN,
HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,
DE REPUBLIEK HONGARIJE,
DE REPUBLIEK MALTA,
HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,
DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,
DE REPUBLIEK POLEN,
DE PORTUGESE REPUBLIEK,
ROEMENIË,
DE REPUBLIEK SLOVENIË,
DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK FINLAND,
HET KONINKRIJK ZWEDEN,
HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,
hierna „de lidstaten” genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie, en
DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE,
hierna „de Gemeenschappen” genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Commissie,
enerzijds, en
DE REPUBLIEK KIRGIZSTAN,
anderzijds,
hierna voor de toepassing van dit protocol „de partijen” genoemd,
GELET OP de bepalingen van het Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie), en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, dat op 25 april 2005 te Luxemburg is ondertekend en vanaf 1 januari 2007 wordt toegepast,
GEZIEN de nieuwe situatie van de betrekkingen tussen Kirgizstan en de Europese Unie die het gevolg is van de toetreding van twee nieuwe lidstaten tot de Europese Unie en die nieuwe mogelijkheden biedt en uitdagingen vormt voor de samenwerking tussen Kirgizstan en de Europese Unie,
REKENING HOUDENDE MET de wens van de partijen om de verwezenlijking en tenuitvoerlegging van de doelstellingen en beginselen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst te garanderen,
ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:
Artikel 1
De Republiek Bulgarije en Roemenië worden partij bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kirgizstan, anderzijds, die op 9 februari 1995 te Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden (hierna „de overeenkomst” genoemd), en dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten, de tekst van de overeenkomst, en die van de gemeenschappelijke verklaringen, de briefwisselingen en de verklaring van de Republiek Kirgizstan die aan de op diezelfde datum ondertekende slotakte zijn gehecht, alsmede het protocol bij de overeenkomst van 30 april 2004, dat op 1 juni 2006 in werking is getreden, goed te keuren dan wel er nota van te nemen.
Artikel 2
Dit protocol vormt een integrerend onderdeel van de overeenkomst.
Artikel 3
1. Dit protocol wordt door de Gemeenschappen, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door de Republiek Kirgizstan volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
2. De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de in voorgaand lid bedoelde procedures. De akten van goedkeuring worden nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 4
1. Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum waarop de laatste akte van goedkeuring is nedergelegd.
2. Dit protocol is in afwachting van zijn inwerkingtreding voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 5
1. De tekst van de overeenkomst, van de slotakte en van alle daaraan gehechte documenten, alsmede het protocol bij de overeenkomst van 30 april 2004, worden opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal.
2. Zij zijn aan dit protocol gehecht en zijn evenzeer authentiek als de teksten in de andere talen waarin de overeenkomst, de slotakte en de daaraan gehechte documenten zijn opgesteld, alsmede het protocol bij de overeenkomst van 30 april 2004.
Artikel 6
Dit protocol is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Kirgizische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Съставено в Брюксел на единадесети юни две хиляди и осма година.
Hecho en Bruselas, el once de junio de dosmile ocho.
V Bruselu dne jedenáctého června dva tisíce osm.
Udfærdiget i Bruxelles den ellevte juni to tusind og otte.
Geschehen zu Brüssel am elften Juni zweitausendacht.
Kahe tuhande kaheksanda aasta juunikuu üheteistkümnendal päeval Brüsselis.
Έγινε στις Βρυξέλλες, στις ένδεκα Ιουνίου δύο χιλιάδες οκτώ.
Done at Brussels on the eleventh day of June in the year two thousand and eight.
Fait à Bruxelles, le onze juin deux mille huit.
Fatto a Bruxelles, addì undici giugno duemilaotto.
Briselé, divtūkstoš astotā gada vienpadsmitajā jūnijā.
Priimta du tūkstančiai aštuntų metų birželio vienuoliktą dieną Briuselyje.
Kelt Brüsszelben, a kétezer-nyolcadik év június tizenegyedik napján.
Maghmul fi Brussell, fil-ħdax-il jum ta' Ġunju tas-sena elfejn u tmienja.
Gedaan te Brussel, de elfde juni tweeduizend acht.
Sporządzono w Brukseli, dnia jedenastego czerwca dwa tysiące ósmego roku.
Feito em Bruxelas, em onze de Junho de dois mil e oito.
Încheiat la Bruxelles, la unsprezece iunie două mii opt.
V Bruseli dňa jedenásteho júna dvetisícosem.
V Bruslju, dne enajstega junija leta dva tisoč osem.
Tehty Brysselissä yhdentenätoista päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakahdeksan.
Som skedde i Bryssel den elfte juni tjugohundraåtta.
Составлено в Брюсселе одинадцатого июня две тысячи восьмого года.
За дьржавите-членки
Por los Estados miembros
Za členské státy
For medlemsstaterne
Für die Mitgliedstaaten
Liikmesriikide nimel
Για τα κράτη μέλη
For the Member States
Pour les États membres
Per gli Stati membri
Dalīvalstu vārdā
Valstybių narių vardu
A tagállamok részéről
Għall-Istati Membri
Voor de lidstaten
W imieniu państw członkowskich
Pelos Estados-Membros
Pentru statele membre
Za členské štáty
Za države članice
Jäsenvaltioiden puolesta
På medlemsstaternas vägnar
За Государства-Члены
За Европейската общност
Por las Comunidades Europeas
Za Evropská společenství
For De Europæiske Fællesskaber
Für die Europäischen Gemeinschaften
Euroopa ühenduste nimel
Για τις Ευρωπαϊκές Κοινότητες
For the European Communities
Pour les Communautés européennes
Per le Comunità europee
Eiropas Kopienu vārdā
Europos Bendrijų vardu
Az Európai Közösségek részéről
Għall-Komunitajiet Ewropej
Voor de Europese Gemeenschappen
W imieniu Wspólnot Europejskich
Pelas Comunidades Europeias
Pentru Comunitatea Europenă
Za Európske spoločenstvá
Za Evropske skupnosti
Euroopan yhteisöjen puolesta
På Europeiska gemenskapernas vägnar
За Европейские Сообщества
За Киргизката република
Por la República Kirguisa
Za Kyrgyzskou Republiku
For den Kirgisiske Republik
Für die Kirgisische Republik
Kirgiisi Vabariigi nimel
Για τη Δημοκρατία του Κιργιζιστάν
For the Kyrgyz Republic
Pour la République kirghize
Per la Repubblica del Kirghizistan
Kirgizijos Respublikos vardu
Kirgizstānas Republikas vārdā
A Kirgiz Köztársaság részéről
Għar-Repubblika Kirgιża
Voor de Republiek Kirgizstan
W imieniu Republiki Kirgiskiej
Pela República do Quirguizistão
Pentru Republica Kârgâzstan
Za Kirgizskú republiku
Za Kirgiško Republiko
Kirgisian tasavallan puolesta
För Republiken Kirgizistan
Зa Кыргызcкую Республику
Commissie
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/47 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 12 juni 2008
tot wijziging van Besluit 2005/56/EG tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur — overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad
(2008/629/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (1), en met name op artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 4, lid 1 van Besluit 2005/56/EG van de Commissie (2) is het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur (hierna het „agentschap” genoemd) het beheer toevertrouwd van communautaire programma’s op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, en in het bijzonder met het beheer van het programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (MEDIA 2007) (2007-2013), zoals bepaald in Besluit nr. 1718/2006/EG van het Parlement en de Raad (3), het programma ter aanmoediging van de ontwikkeling van Europese audiovisuele werken (Media Plus — Ontwikkeling, distributie en promotie) (2001-2006), zoals bepaald in Besluit 2000/821/EG van de Raad (4), en het opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisueleprogramma-industrie (Media-opleiding) (2001-2006), zoals bepaald in Besluit nr. 163/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad (5). |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Besluit 2005/56/EG zal het agentschap door de Commissie gemachtigd worden, na het ontvangen van het oordeel van het Comité voor de uitvoerende agentschappen, om verdere taken uit te voeren binnen de communautaire programma’s op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur. |
|
(3) |
Het mandaat van het agentschap moet ook betrekking hebben op het beheer en de afsluiting van projecten onder het opleidingsprogramma voor de vakmensen van de Europese audiovisueleprogramma-industrie (MEDIA II — Opleiding) (1996-2000), zoals bepaald in Besluit 95/564/EG van de Raad (6), en het programma ter bevordering van de ontwikkeling en de distributie van Europese audiovisuele werken (MEDIA II — Ontwikkeling en distributie) (1996-2000), zoals bepaald in Besluit 95/563/EG van de Raad (7). |
|
(4) |
Besluit 2005/56/EG moet bijgevolg worden gewijzigd. |
|
(5) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de uitvoerende agentschappen, |
BESLUIT:
Enig artikel
In Besluit 2005/56/EG worden de volgende punten 29 en 30 toegevoegd aan artikel 4, lid 1:
|
„29) |
het opleidingsprogramma voor de vakmensen van de Europese audiovisueleprogramma-industrie (MEDIA II — Opleiding) (1996-2000), zoals bepaald in Besluit 95/564/EG van de Raad (*1); |
|
30) |
het programma ter bevordering van de ontwikkeling en de distributie van Europese audiovisuele werken (MEDIA II — Ontwikkeling en distributie) (1996-2000), zoals bepaald in Besluit 95/563/EG van de Raad (*2). |
Gedaan te Brussel, 12 juni 2008.
Voor de Commissie
Viviane REDING
Lid van de Commissie
(1) PB L 11 van 16.1.2003, blz. 1.
(2) PB L 24 van 27.1.2005, blz. 35. Besluit gewijzigd bij Besluit 2007/114/EG (PB L 49 van 17.2.2007, blz. 21).
(3) PB L 327 van 24.11.2006, blz. 12.
(4) PB L 336 van 30.12.2000, blz. 82. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004 (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1).
(5) PB L 26 van 27.1.2001, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 885/2004.
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/49 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 24 juli 2008
betreffende noodmaatregelen van toepassing op uit Bangladesh ingevoerde schaaldieren bestemd voor menselijke consumptie
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 3698)
(Voor de EER relevante tekst)
(2008/630/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name op artikel 53, lid 1, onder b) ii),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 178/2002 stelt de algemene beginselen vast inzake levensmiddelen en diervoeders in het algemeen en de voedsel- en voederveiligheid in het bijzonder, op Gemeenschaps- en nationaal niveau. Hierin wordt bepaald dat de nodige maatregelen moeten worden vastgesteld wanneer blijkt dat uit een derde land ingevoerde levensmiddelen of diervoeders een ernstig risico kunnen vormen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu en dat dit risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de betrokken lidsta(a)t(en) getroffen maatregelen. |
|
(2) |
Krachtens Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in dierlijke producten (2) moet op het productieproces van dieren en primaire producten van dierlijke oorsprong toezicht worden gehouden met het oog op de opsporing van bepaalde residuen en stoffen bij levende dieren, in de excreta en biologische vloeistoffen daarvan, alsmede in weefsel, dierlijke producten, diervoeders en drinkwater. |
|
(3) |
Er zijn residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik en niet-toegestane stoffen vastgesteld in uit Bangladesh ingevoerde schaaldieren die waren bestemd voor menselijke consumptie. De aanwezigheid van deze producten en stoffen in voedsel kan een risico voor de volksgezondheid vormen. |
|
(4) |
De resultaten van het laatste communautaire inspectiebezoek aan Bangladesh tonen ernstige tekortkomingen aan in het controlesysteem voor residuen in levende dieren en dierlijke producten en een gebrek aan geschikte laboratoriumcapaciteit voor het onderzoeken van bepaalde residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levende dieren en dierlijke producten. |
|
(5) |
Bangladesh heeft onlangs maatregelen genomen in verband met die tekortkomingen wat hantering en keuring van visserijproducten betreft. |
|
(6) |
Aangezien deze maatregelen niet volstaan, moeten op communautair niveau bepaalde noodmaatregelen worden genomen die van toepassing zijn op uit Bangladesh ingevoerde schaaldieren om de doeltreffende en uniforme bescherming van de volksgezondheid in alle lidstaten te garanderen. |
|
(7) |
Daarom mogen lidstaten uit Bangladesh ingevoerde schaaldieren enkel toestaan als kan worden bewezen dat ze een analytische test hebben ondergaan in de plaats van herkomst die bevestigt dat ze geen niet-toegestane stoffen bevatten en dat het niveau van bepaalde residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik het maximumgehalte niet overschrijdt dat werd vastgelegd in de communautaire wetgeving. |
|
(8) |
Ingevoerde zendingen die niet vergezeld gaan van de resultaten van de analytische test uit de plaats van herkomst, mogen echter wel worden toegestaan op voorwaarde dat de invoerende lidstaten garanderen dat die zendingen de passende controles ondergaan bij aankomst aan de communautaire grens. |
|
(9) |
Deze beschikking moet opnieuw worden bekeken in het licht van de door Bangladesh geboden garanties en op basis van de resultaten van de door de lidstaten uitgevoerde analytische tests. |
|
(10) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op zendingen van uit Bangladesh ingevoerde schaaldieren die zijn bestemd voor menselijke consumptie („de producten”).
Artikel 2
De lidstaten staan de invoer van de producten in de Gemeenschap toe op voorwaarde dat zij vergezeld gaan van de resultaten van een analytische test die in de plaats van herkomst werd uitgevoerd om te garanderen dat ze geen gevaar vormen voor de volksgezondheid („de analytische test”).
De analytische tests moeten in het bijzonder worden uitgevoerd met het oog op het opsporen van chlooramfenicol, metabolieten van nitrofuranen, tetracycline, malachietgroen en kristalviolet overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad (3) en Beschikking 2002/657/EG van de Commissie (4).
Artikel 3
In afwijking van artikel 2 mogen lidstaten de invoer van producten toestaan die niet vergezeld gaan van de resultaten van de analytische test op voorwaarde dat de invoerende lidstaten garanderen dat elke zending van die producten de passende controles ondergaat bij aankomst aan de communautaire grens om ervoor te zorgen dat ze geen gevaar vormt voor de volksgezondheid.
Die zendingen moeten echter aan de communautaire grens worden vastgehouden totdat de laboratoriumtests aantonen dat de in artikel 2 genoemde stoffen die niet toegestaan zijn krachtens de communautaire wetgeving, niet aanwezig zijn of dat de maximumresidugehalten die zijn vastgesteld krachtens de in dat artikel genoemde communautaire wetgeving voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik niet worden overschreden.
Artikel 4
1. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis als de analytische tests aantonen dat:
|
a) |
stoffen aanwezig zijn die niet zijn toegestaan krachtens de communautaire wetgeving, of |
|
b) |
residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik de maximumwaarden overschrijden die zijn vastgelegd in de communautaire wetgeving. |
De lidstaten maken voor de indiening van dergelijke informatie gebruik van het bij Verordening (EG) nr. 178/2002 opgezette systeem voor snelle waarschuwing voor levensmiddelen en diervoeders.
2. De lidstaten brengen elke drie maanden verslag uit bij de Commissie over alle resultaten van de analytische tests.
Deze verslagen worden in de loop van de maand na elk kwartaal (april, juli, oktober en januari) ingediend.
Artikel 5
Alle uit deze beschikking voortvloeiende kosten zijn voor rekening van de verzender, de ontvanger of hun zaakwaarnemer.
Artikel 6
De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de maatregelen die zij nemen om aan deze beschikking te voldoen.
Artikel 7
Deze beschikking moet opnieuw worden bekeken op basis van de door Bangladesh geboden garanties en op basis van de resultaten van de door de lidstaten uitgevoerde analytische tests.
Artikel 8
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 24 juli 2008.
Voor de Commissie
Androulla VASSILIOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 202/2008 van de Commissie (PB L 60 van 5.3.2008, blz. 17).
(2) PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352).
(3) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 542/2008 van de Commissie (PB L 157 van 17.6.2008, blz. 43).
(4) PB L 221 van 17.8.2002, blz. 8. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking (EG) nr. 2004/25/EG (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 38).
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/51 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 29 juli 2008
tot wijziging van Beschikking 2006/805/EG wat betreft bepaalde gebieden van de lidstaten, als vastgesteld in de bijlage, en de verlenging van de geldigheidsduur van die beschikking
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 3964)
(Voor de EER relevante tekst)
(2008/631/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name op artikel 9, lid 4,
Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name op artikel 10, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Beschikking 2006/805/EG van de Commissie van 24 november 2006 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met klassieke varkenspest in sommige lidstaten (3) is vastgesteld als reactie op uitbraken van klassieke varkenspest in bepaalde lidstaten. Bij die beschikking zijn bepaalde maatregelen vastgesteld ter bestrijding van klassieke varkenspest in die lidstaten. |
|
(2) |
Beschikking 2006/805/EG is van toepassing tot en met 31 juli 2008. Gezien de ziektesituatie van klassieke varkenspest in bepaalde gebieden in Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Hongarije en Slowakije moet de geldigheidsduur van die beschikking worden verlengd tot en met 31 juli 2009. |
|
(3) |
Bulgarije heeft de Commissie geïnformeerd over de recente ontwikkeling van klassieke varkenspest bij wilde varkens en op bedrijven gehouden varkens op zijn grondgebied. Overeenkomstig die informatie is de situatie van de ziekte in die lidstaat aanzienlijk verbeterd wat wilde varkens betreft. Bovendien wordt niet langer vermoed dat klassieke varkenspest endemisch is bij op bedrijven gehouden varkens. Bulgarije heeft de Commissie ook meegedeeld dat aanvullende maatregelen zijn genomen om uit te sluiten dat op commerciële bedrijven gehouden varkens die naar een slachthuis worden verzonden, besmet zijn met het virus van klassieke varkenspest. Het verbod op de verzending van vers varkensvlees, varkensvleesbereidingen en varkensvleesproducten uit Bulgarije naar andere lidstaten, als vastgesteld in Beschikking 2006/805/EG, mag daarom niet langer van toepassing zijn. |
|
(4) |
Hoewel de ziektesituatie bij wilde varkens in Bulgarije is verbeterd, bestaat er nog steeds een risico van uitbraken van klassieke varkenspest in die lidstaat. Daarom moet het verbod op de verzending van levende varkens naar andere lidstaten blijven gelden voor het gehele grondgebied van Bulgarije. Dat gehele grondgebied moet bijgevolg worden opgenomen in deel II van de bijlage bij Beschikking 2006/805/EG. |
|
(5) |
Hongarije en Slowakije hebben ook de Commissie geïnformeerd over de recente ontwikkeling van klassieke varkenspest bij wilde varkens op hun grondgebied. In het licht van de beschikbare epidemiologische informatie moeten de gebieden in die lidstaten waar maatregelen ter bestrijding van klassieke varkenspest van toepassing zijn, worden uitgebreid tot bepaalde gebieden van de provincies Heves en Borsod-Abaúj-Zemplén in Hongarije en de gehele districten Rimavská Sobota, Nové Zámky, Levice en Komárno in Slowakije. Beschikking 2006/805/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Beschikking 2006/805/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
In artikel 14 wordt de datum „31 juli 2008” vervangen door „31 juli 2009”. |
|
2. |
De delen II en III van de bijlage worden vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking. |
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 29 juli 2008.
Voor de Commissie
Androulla VASSILIOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33; gerectificeerd in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 12).
(2) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 315 van 19.11.2002, blz. 14).
(3) PB L 329 van 25.11.2006, blz. 67. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2008/225/EG (PB L 73 van 15.3.2008, blz. 32).
BIJLAGE
„DEEL II
1. Bulgarije
Het hele grondgebied van Bulgarije.
2. Hongarije
Het grondgebied van de provincie Nógrád en het grondgebied van de provincie Pest, gelegen ten noorden en ten oosten van de Donau, ten zuiden van de grens met Slowakije, ten westen van de grens met de provincie Nógrád en ten noorden van autoweg E71, het grondgebied van de provincie Heves, gelegen ten oosten van de grens van de provincie Nógrád, ten zuiden en ten westen van de grens met de provincie Borsod-Abaúj-Zemplén en ten noorden van autoweg E71, en het grondgebied van de provincie Borsod-Abaúj-Zemplén, gelegen ten zuiden van de grens met Slowakije, ten oosten van de grens met de provincie Heves, ten noorden en ten westen van autoweg E71, ten zuiden van hoofdweg nr. 37 (het gedeelte tussen autoweg E71 en hoofdweg nr. 26) en ten westen van hoofdweg nr. 26.
3. Slowakije
Het grondgebied van de districten ressorterend onder de raad voor diergeneeskunde en levensmiddelen (DVFA’s) van Žiar nad Hronom (districten Žiar nad Hronom, Žarnovica en Banská Štiavnica), Zvolen (districten Zvolen, Krupina en Detva), Lučenec (districten Lučenec en Poltár), Veľký Krtíš (district Veľký Krtíš), Komárno (district Komárnot), Nové Zámky (district Nové Zámky), Levice (district Levice) en Rimavská Sobota (district Rimavská Sobota).
DEEL III”
III Besluiten op grond van het EU-Verdrag
BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG
|
1.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 205/53 |
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2008/632/GBVB VAN DE RAAD
van 31 juli 2008
tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB houdende beperkende maatregelen tegen Zimbabwe
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB (1) heeft de Raad de beperkende maatregelen tegen Zimbabwe verlengd, die met name ten doel hebben de erdoor getroffen personen aan te moedigen een beleid te verwerpen waarbij de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting met voeten worden getreden en goed openbaar bestuur wordt belemmerd. |
|
(2) |
Ingevolge de door de autoriteiten van Zimbabwe georganiseerde en begane gewelddadigheden tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 2008, die deze verkiezingen tot een aanfluiting van de democratie hebben gemaakt, heeft de Raad besloten bepaalde personen en entiteiten toe te voegen aan de lijst in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB, zulks door aanneming op 22 juli 2008 van Besluit 2008/605/GBVB. |
|
(3) |
De beperkende maatregelen moeten eveneens worden aangescherpt wat betreft het verbod op binnenkomst op of doorreis via het grondgebied van de lidstaten van de in de bijlage bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB vermelde natuurlijke personen, |
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:
Artikel 1
Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
In artikel 4 wordt lid 1 vervangen door: „1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of de doorreis via hun grondgebied te beletten van de leden van de regering van Zimbabwe en van de met hen geassocieerde natuurlijke personen, alsmede van andere natuurlijke personen die zich schuldig maken aan activiteiten die de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen. De in dit lid bedoelde personen staan vermeld in de bijlage.”. |
|
2. |
Aan artikel 4, lid 3, wordt het volgende punt toegevoegd:
|
|
3. |
In artikel 4 worden de leden 5 en 6 vervangen door: „5. De lidstaten kunnen ontheffingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden die deze reizen absoluut noodzakelijk maken of, bij wijze van uitzondering, wanneer de reis plaatsvindt om intergouvernementele vergaderingen bij te wonen, met inbegrip van vergaderingen waarvoor het initiatief is genomen door de Europese Unie, wanneer daar een politieke dialoog wordt gevoerd die rechtstreeks, onmiddellijk en in aanzienlijke mate beoogt de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe te bevorderen. 6. Een lidstaat die de in lid 5 bedoelde ontheffingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer leden van de Raad binnen 48 uur na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing schriftelijk bezwaar maken bij de Raad. Indien een of meer leden van de Raad bezwaar maken, wordt de ontheffing niet verleend, behalve in gevallen waarin een lidstaat de ontheffing wenst te verlenen op grond van dringende humanitaire noden en absolute noodzaak. In deze gevallen kan de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.”. |
|
4. |
In artikel 4 wordt lid 7 vervangen door: „7. In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3 tot en met 6 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging strikt voor het doel waarvoor ze is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.”. |
|
5. |
In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door: „1. Alle tegoeden en economische middelen die in het bezit zijn van leden van de regering van Zimbabwe of van de met hen geassocieerde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten en lichamen, dan wel van andere natuurlijke of rechtspersonen wier activiteiten de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen, worden bevroren. De lijst van de in dit lid bedoelde personen en entiteiten staat in de bijlage.”. |
Artikel 2
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de datum van vaststelling.
Artikel 3
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 31 juli 2008.
Voor de Raad
De voorzitter
B. KOUCHNER
(1) PB L 50 van 20.2.2004, blz. 66. Gemeenschappelijk standpunt laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2008/605/GBVB (PB L 194 van 23.7.2008, blz. 34).