ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 150

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
10 juni 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 511/2008 van de Commissie van 9 juni 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 512/2008 van de Commissie van 9 juni 2008 tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 voor het verkoopseizoen 2007/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker

3

 

*

Verordening (EG) nr. 513/2008 van de Commissie van 5 juni 2008 tot vaststelling van een verbod op de visserij op schelvis in het gebied Noorse wateren van I en II door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

5

 

*

Verordening (EG) nr. 514/2008 van de Commissie van 9 juni 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 376/2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten en van de Verordeningen (EG) nr. 1439/95, (EG) nr. 245/2001, (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 2014/2005, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 1918/2006, (EG) nr. 341/2007, (EG) nr. 1002/2007, (EG) nr. 1580/2007 en (EG) nr. 382/2008, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1119/79

7

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2008/55/EG van de Raad van 26 mei 2008 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen (Gecodificeerde versie)

28

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2008/428/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 9 juni 2008 tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de kosten van de urgente maatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle in het Verenigd Koninkrijk in 2005 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2411)

39

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

10.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/1


VERORDENING (EG) Nr. 511/2008 VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2008

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 10 juni 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 9 juni 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

36,3

MK

49,7

TR

75,1

ZZ

53,7

0707 00 05

MK

23,0

TR

77,5

ZZ

50,3

0709 90 70

TR

104,4

ZZ

104,4

0805 50 10

AR

129,1

EG

150,8

TR

129,5

US

176,3

ZA

129,8

ZZ

143,1

0808 10 80

AR

97,2

BR

85,8

CL

88,6

CN

88,1

MK

50,7

NZ

110,0

US

123,1

UY

127,6

ZA

88,4

ZZ

95,5

0809 10 00

TR

219,4

US

317,3

ZZ

268,4

0809 20 95

TR

559,9

US

382,7

ZZ

471,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


10.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/3


VERORDENING (EG) Nr. 512/2008 VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2008

tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 voor het verkoopseizoen 2007/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2007/2008 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 462/2008 van de Commissie (4).

(2)

De bovenbedoelde prijzen en invoerrechten moeten op grond van de gegevens waarover de Commissie nu beschikt, overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 951/2006 worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 1109/2007 voor het verkoopseizoen 2007/2008 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde producten worden gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 10 juni 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1568/2007 (PB L 340 van 22.12.2007, blz. 62).

(3)  PB L 253 van 28.9.2007, blz. 5.

(4)  PB L 139 van 29.5.2008, blz. 3.


BIJLAGE

Met ingang van 10 juni 2008 geldende gewijzigde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en de producten van GN-code 1702 90 95

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg nettogewicht van het betrokken product

Aanvullend invoerrecht per 100 kg nettogewicht van het betrokken product

1701 11 10 (1)

18,26

7,17

1701 11 90 (1)

18,26

13,16

1701 12 10 (1)

18,26

6,98

1701 12 90 (1)

18,26

12,65

1701 91 00 (2)

21,75

15,18

1701 99 10 (2)

21,75

9,84

1701 99 90 (2)

21,75

9,84

1702 90 95 (3)

0,22

0,42


(1)  Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt III, bij Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1).

(2)  Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt II, bij Verordening (EG) nr. 318/2006.

(3)  Vastgesteld per procentpunt sacharosegehalte.


10.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/5


VERORDENING (EG) Nr. 513/2008 VAN DE COMMISSIE

van 5 juni 2008

tot vaststelling van een verbod op de visserij op schelvis in het gebied Noorse wateren van I en II door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 40/2008 van de Raad van 16 januari 2008 tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn quota voor 2008 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2008 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2008 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 juni 2008.

Voor de Commissie

Fokion FOTIADIS

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1).

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 11), laatstelijk gerectificeerd bij PB L 36 van 8.2.2007, blz. 6.

(3)  PB L 19 van 23.1.2008, blz. 1.


BIJLAGE

Nr.

07/T&Q

Lidstaat

PRT

Bestand

HAD/1N2AB.

Soort

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

Zone

Noorse wateren van I en II

Datum

14.5.2008


10.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/7


VERORDENING (EG) Nr. 514/2008 VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 376/2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten en van de Verordeningen (EG) nr. 1439/95, (EG) nr. 245/2001, (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 2014/2005, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 1918/2006, (EG) nr. 341/2007, (EG) nr. 1002/2007, (EG) nr. 1580/2007 en (EG) nr. 382/2008, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1119/79

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), en met name op artikel 59, lid 3, en artikel 62, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (2), en met name op artikel 134 en artikel 161, lid 3, in samenhang met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 204 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is de verordening met ingang van 1 juli 2008 van toepassing op enkele belangrijke sectoren van de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten. De Commissie moet daarom de noodzakelijke maatregelen treffen om de betrokken sectorale verordeningen te wijzigen of in te trekken, zodat de verordening met ingang van bovengenoemde datum op de juiste wijze ten uitvoer kan worden gelegd.

(2)

Krachtens artikel 130 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 kan de Commissie, onverminderd de gevallen waarin op grond van die verordening invoercertificaten moeten worden overgelegd, invoercertificaten verplicht stellen voor de invoer van één of meer producten van de sectoren waarop de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten betrekking heeft. Op grond van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is een invoercertificaat verplicht voor het beheer van de invoerregeling voor gedopte, volwitte en halfwitte rijst, om rekening te kunnen houden met de in te voeren hoeveelheden, en voor het beheer van de invoerregeling van suiker in het kader van preferentiële regelingen.

(3)

Wat betreft de uitvoer worden op grond van artikel 167 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 uitvoerrestituties voor de producten van artikel 162, lid 1, uitsluitend toegekend na overlegging van een uitvoercertificaat. Overeenkomstig artikel 161 kan de Commissie uitvoercertificaten verplicht stellen voor de uitvoer van één of meer producten.

(4)

In verband met het beheer van de in- en uitvoer is de Commissie bevoegd om te bepalen voor welke producten een in- of uitvoercertificaat moet worden overgelegd. Daarbij dient de Commissie rekening te houden met de passende instrumenten voor het beheer van de markten, en met name voor de controle op de invoer.

(5)

Deze situatie biedt de mogelijkheid om de bestaande regels in de verschillende sectoren grondig te bestuderen en de huidige praktijk met betrekking tot de certificaten te heroverwegen teneinde deze te vereenvoudigen en de administratieve belasting voor de lidstaten en de ondernemingen te verlagen. Omwille van de duidelijkheid moeten deze regels worden geïntegreerd in Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (3).

(6)

Een systeem van invoer-/uitvoercertificaten is het passende mechanisme voor het beheer van tariefcontingenten voor de in- en uitvoer op basis van een andere methode dan de chronologische volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend (het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”), gezien de beperkte toegestane omvang en het grote aantal aangevraagde hoeveelheden.

(7)

Een systeem van invoer-/uitvoercertificaten is ook het beste mechanisme voor de controle op bepaalde landbouwproducten die worden ingevoerd in het kader van preferentiële regelingen, gezien het grote voordeel van het verlaagde recht en de noodzaak om marktontwikkelingen te voorspellen.

(8)

Gezien het brede scala aan uitvoeringsvoorschriften en technische bepalingen met betrekking tot het beheer van de uitvoer met uitvoerrestituties in talrijke sectoren van de markt lijkt het in deze fase beter om deze bepalingen in de sectorale verordeningen te laten.

(9)

In de graansector moeten invoer- en uitvoercertificaten worden beschouwd als een indicatie van de handel op middellange termijn en de verwachte ontwikkeling van de markt. Zij vormen een belangrijk instrument voor het opstellen van de balans van de markt, die wordt gebruikt om de voorwaarden vast te stellen voor de verkoop van granen uit interventievoorraden op de EU-markt of voor uitvoer, dan wel om te bepalen of een uitvoerheffing moet worden toegepast. Vanwege hun grote invloed op de handelsstromen en op de interne markt moet daarom voor spelt, zachte tarwe en mengkoren, gerst, maïs, sorgho, durumtarwe, meel van zachte tarwe en spelt, en maniok een invoercertificaat worden overgelegd, en moet voor spelt, zachte tarwe en mengkoren, gerst, maïs, durumtarwe, rogge, haver en meel van zachte tarwe en spelt een uitvoercertificaat worden overgelegd.

(10)

In de rijstsector vormt de op basis van de certificaten verkregen informatie over de verwachte in- en uitvoer het uitgangspunt voor het markttoezicht, met name gezien de belangrijke positie die rijst in de consumptie binnen de Gemeenschap inneemt. Deze informatie wordt ook gebruikt om te controleren of vergelijkbare producten bij de juiste tariefpost zijn ingedeeld. Daarnaast wordt op grond van de artikelen 137 en 139 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 met de afgegeven certificaten rekening gehouden bij de berekening van de invoerrechten voor gedopte, volwitte en halfwitte rijst. Daarom moet een invoercertificaat verplicht worden gesteld voor gedopte, volwitte, halfwitte en breukrijst en moet een uitvoercertificaat verplicht worden gesteld voor gedopte, volwitte en halfwitte rijst.

(11)

In de suikersector is markttoezicht zeer belangrijk en zijn exacte gegevens over de uitvoer noodzakelijk. Daarom moet de uitvoer van suiker worden gecontroleerd en moet een uitvoercertificaat worden overgelegd. Bij invoer hoeft alleen een certificaat te worden overgelegd indien preferentiële invoerrechten van toepassing zijn, onverminderd de regels inzake de invoer van producten in het kader van een tariefcontingent.

(12)

Om te voorkomen dat illegale hennepteelt de gemeenschappelijke ordening van vezelhennep verstoort, dient te worden voorzien in een controle op de invoer van hennep en hennepzaad om te zorgen voor bepaalde garanties ten aanzien van het tetrahydrocannabinolgehalte van de betrokken producten. Voor de invoer daarvan moet daarom een invoercertificaat verplicht worden gesteld.

(13)

Voor groenten en fruit moet de informatie op basis van de invoercertificaten worden gebruikt om te controleren of de tariefposten voor soortgelijke producten, bijvoorbeeld gedroogde of bevroren knoflook, worden geëerbiedigd of om tariefcontingenten te beheren.

(14)

De appelproducenten in de Gemeenschap kampen sedert enige tijd met problemen die onder meer zijn toe te schrijven aan een aanzienlijke stijging van de invoer van appelen uit bepaalde derde landen van het zuidelijke halfrond. De controle op de invoer van appelen moet derhalve worden verbeterd. Het passende instrument daarvoor is een mechanisme op basis van invoercertificaten, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (4). Voor bananen is een invoercertificaat verplicht op grond van Verordening (EG) nr. 2014/2005 van de Commissie van 9 december 2005 met betrekking tot de certificaten in het kader van de regeling voor de invoer in de Gemeenschap van bananen die in het vrije verkeer zijn gebracht met toepassing van het in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde invoertarief (5). Om een compleet overzicht te krijgen van de producten waarvoor een certificaat verplicht is, moeten de desbetreffende vereisten ook worden opgenomen in Verordening (EG) nr. 376/2008.

(15)

Voor zuivelproducten is de uit de certificaten verkregen informatie over de verwachte invoer tegen verlaagde rechten van belang voor het markttoezicht. Wat betreft de invoer tegen verlaagd tarief van rundvlees moet voor bepaalde producten een certificaat verplicht worden gesteld om de omvang van de handel met derde landen te controleren.

(16)

Voor de invoer van ethylalcohol uit landbouwproducten moet een certificaat verplicht worden gesteld omdat markttoezicht in een gevoelige bedrijfstak noodzakelijk is.

(17)

Om een helder en compleet overzicht te krijgen van de verplichtingen met betrekking tot de certificaten voor de handel in landbouwproducten, moet de lijst van producten waarvoor in- of uitvoercertificaten verplicht zijn, worden opgenomen in Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie.

(18)

Voor de toepassing van artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 376/2008 moeten de maximumhoeveelheden worden vastgesteld waarvoor geen invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaat hoeft te worden overgelegd, mits deze in- of uitvoer niet plaatsvindt in het kader van een preferentiële regeling. De lijst van de betrokken producten moet worden aangepast aan de wijziging van de certificaatverplichtingen.

(19)

Verordening (EG) nr. 376/2008 en de volgende verordeningen moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd:

Verordening (EG) nr. 1439/95 van de Commissie van 26 juni 1995 tot vaststelling van bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad inzake de invoer en de uitvoer van producten van de sector schapen- en geitenvlees (6);

Verordening (EG) nr. 245/2001 van de Commissie van 5 februari 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1673/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vezelvlas en -hennep (7);

Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten en houdende opening van tariefcontingenten (8);

Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (9);

Verordening (EG) nr. 2336/2003 van de Commissie van 30 december 2003 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 670/2003 van de Raad tot vaststelling van specifieke maatregelen betreffende de markt voor ethylalcohol uit landbouwproducten (10);

Verordening (EG) nr. 1345/2005 van de Commissie van 16 augustus 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoercertificatenregeling in de sector olijfolie (11);

Verordening (EG) nr. 2014/2005;

Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (12);

Verordening (EG) nr. 1918/2006 van de Commissie van 20 december 2006 inzake de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor olijfolie van oorsprong uit Tunesië (13);

Verordening (EG) nr. 341/2007 van de Commissie van 29 maart 2007 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en instelling van een stelsel van invoercertificaten en certificaten van oorsprong voor uit derde landen ingevoerde knoflook en bepaalde andere landbouwproducten (14);

Verordening (EG) nr. 1002/2007 van de Commissie van 29 augustus 2007 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2184/96 van de Raad betreffende de invoer van rijst van oorsprong en herkomst uit Egypte (15);

Verordening (EG) nr. 1580/2007;

Verordening (EG) nr. 382/2008 van de Commissie van 21 april 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees (Herschikking) (16);

(20)

Verordening (EEG) nr. 1119/79 van de Commissie van 6 juni 1979 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoercertificaten in de sector zaaizaad (17) moet derhalve worden ingetrokken.

(21)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 376/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

1.   Onverminderd afwijkende bepalingen in de communautaire regelgeving die specifiek voor bepaalde producten gelden, met name de producten van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad (18) en de daarbij behorende uitvoeringsbepalingen, worden bij de onderhavige verordening de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de regeling inzake invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten (hierna „certificaten” genoemd), waarin is voorzien in de hoofdstukken II en III van deel III van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (19) en in Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad (20), of die worden ingesteld bij de onderhavige verordening.

2.   Voor de volgende producten moet een certificaat worden overgelegd:

a)

bij invoer, wanneer de producten worden aangegeven voor het vrije verkeer:

i)

de producten van deel I van bijlage II, ingevoerd onder alle voorwaarden, behalve in het kader van tariefcontingenten, tenzij daarin anders is bepaald;

ii)

producten die worden ingevoerd in het kader van tariefcontingenten die worden beheerd met een andere methode dan die op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend (het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”), overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2545/93 (21);

iii)

producten die worden ingevoerd in het kader van tariefcontingenten die worden beheerd met een methode op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend, overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2545/93, die uitdrukkelijk worden genoemd in deel I van bijlage II bij de onderhavige verordening;

b)

bij uitvoer:

i)

de producten van deel II van bijlage II;

ii)

de producten van artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 waarvoor een uitvoerrestitutie, ook als die 0 bedraagt, of een uitvoerheffing is vastgesteld;

iii)

producten die worden uitgevoerd in het kader van een contingent of waarvoor een uitvoercertificaat moet worden overgelegd om in aanmerking te komen voor de toepassing van een contingent dat door een derde land wordt beheerd en in dat derde land is geopend voor de invoer van producten uit de Gemeenschap;

3.   Voor de producten als bedoeld in lid 2, onder a), punten i) en iii), en van lid 2, onder b), punt i), gelden het bedrag van de zekerheid en de geldigheidsduur die worden vastgesteld in bijlage II.

Voor de producten als bedoeld in lid 2, onder a), punt ii), en lid 2, onder b), punten ii) en iii), gelden specifieke uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de geldigheidsduur en het bedrag van de zekerheid, die worden vastgelegd in specifieke communautaire regels voor de desbetreffende producten.

4.   Voor de toepassing van het in lid 1 bedoelde systeem van uitvoer- en voorfixatiecertificaten is, als een restitutie is vastgesteld voor producten die niet in deel II van bijlage II worden vermeld en de marktdeelnemer geen aanvraag indient voor deze restitutie, de marktdeelnemer niet verplicht een certificaat over te leggen voor de uitvoer van de betrokken producten.

2.

Aan artikel 7 wordt het volgende lid toegevoegd:

„8.   Onverminderd artikel 1, lid 3, wordt de geldigheidsduur van de invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor elk product vastgesteld in bijlage II.”;

3.

Artikel 14, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Onverminderd artikel 1, lid 3, wordt het bedrag van de zekerheid voor invoer- en uitvoercertificaten vastgesteld in bijlage II. Wanneer een uitvoerheffing wordt vastgesteld, kan een aanvullend bedrag van toepassing zijn.

Een certificaataanvraag wordt afgewezen tenzij bij de bevoegde instantie uiterlijk om 13.00 uur van de dag van indiening van de aanvraag een voldoende zekerheid is gesteld.”;

4.

Bijlage II wordt vervangen door de tekst van bijlage I bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Schapen- en geitenvlees

Verordening (EG) nr. 1439/95 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

1.   Bij deze verordening worden specifieke uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten dat ten uitvoer is gelegd bij Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (22) voor de producten van deel XVIII van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (23).

2.   De Verordeningen (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (24) zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

2.

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

1.   In artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 is bepaald voor welke producten een certificaat moet worden overgelegd.

2.   Titel II van deze verordening is van toepassing op de invoer van producten van deel XVIII van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (25) die zijn ingevoerd in het kader van tariefcontingenten die worden beheerd met andere methoden dan die op basis van de chronologische volgorde van de indiening van aanvragen overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93 (26).

3.

De artikelen 4, 5 en 6 worden geschrapt.

Artikel 3

Hennep en vlas

Verordening (EG) nr. 245/2001 wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 17 bis, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Voor de producten die zijn vermeld in de afdelingen D, F en L van deel I van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 376/2008 (27) is de geldigheidsduur van het invoercertificaat in die afdelingen vastgesteld.

Artikel 4

Zuivelproducten

Verordening (EG) nr. 2535/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 is bepaald voor welke producten een certificaat moet worden overgelegd (28). De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij die verordening, onverminderd artikel 24, leden 3 en 4, van de onderhavige verordening.

De Verordeningen (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (29) zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

2.

In artikel 3 worden de leden 1 en 3 geschrapt.

3.

Aan artikel 24 worden de volgende leden toegevoegd:

„3.   Een certificaataanvraag wordt afgewezen tenzij bij de bevoegde instantie uiterlijk om 13.00 uur van de dag van indiening van de aanvraag een zekerheid is gesteld van 10 euro per 100 kilogram nettogewicht van het product.

4.   Het certificaat is geldig vanaf de dag van feitelijke afgifte in de zin van artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 tot en met het einde van de derde daaropvolgende maand.”

Artikel 5

Granen en rijst

Verordening (EG) nr. 1342/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

1.   Bij deze verordening worden specifieke uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten dat ten uitvoer is gelegd bij Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (30) voor de producten van de delen I en II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (31).

2.   De Verordeningen (EG) nr. 376/2008, (EG) nr. 1301/2006 (32) en (EG) nr. 1454/2007 van de Commissie (33) zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

2.

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

1.   De geldigheidsduur van de invoer- en uitvoercertificaten wordt als volgt vastgesteld:

a)

voor de producten van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 376/2008, met uitzondering van de in de punten b) en c) hieronder bedoelde producten: zoals vastgesteld in die bijlage;

b)

tenzij anders bepaald, voor producten die worden in- of uitgevoerd in het kader van tariefcontingenten die worden beheerd met een andere methode dan die op basis van de chronologische volgorde waarin de aanvragen zijn ingediend (het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”), overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EG) nr. 2545/1993 van de Commissie (34): vanaf de dag van feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008, tot en met het einde van de tweede daaropvolgende maand;

c)

voor uitgevoerde producten waarvoor een restitutie is vastgesteld en voor producten waarvoor op de dag waarop het certificaat wordt aangevraagd, een uitvoerheffing is vastgesteld: vanaf de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 376/2008, tot en met het einde van de vierde daaropvolgende maand.

2.   In afwijking van lid 1 is een uitvoercertificaat voor de in deel II, afdeling A, van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 376/2008 genoemde producten, waarvoor geen restitutie of vooraf vastgestelde restitutie is vastgesteld, geldig gedurende zestig dagen na de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1, van die verordening.

3.   In afwijking van lid 1 is een uitvoercertificaat waarvoor een restitutie is vastgesteld voor producten van de GN-codes 1702 30, 1702 40, 1702 90 en 2106 90, geldig tot en met:

a)

30 juni voor aanvragen die uiterlijk op 31 mei van elk verkoopseizoen worden ingediend;

b)

30 september voor aanvragen die worden ingediend in de periode van 1 juni van dat verkoopseizoen tot en met 31 augustus van het volgende verkoopseizoen;

c)

30 dagen vanaf de datum van afgifte van het certificaat voor aanvragen die worden ingediend in de periode van 1 tot en met 30 september van hetzelfde verkoopseizoen.

4.   In afwijking van lid 1 kan op verzoek van de marktdeelnemer worden bepaald dat de geldigheidsduur van een uitvoercertificaat waarvoor een restitutie is vastgesteld, voor producten van de GN-codes 1107 10 19, 1107 10 99 en 1107 20 00 afloopt op:

a)

30 september van het lopende kalenderjaar, voor certificaten die worden afgegeven in de periode van 1 januari tot en met 30 april;

b)

het einde van de elfde maand na de maand van afgifte, voor certificaten die worden afgegeven in de periode van 1 juli tot en met 31 oktober;

c)

30 september van het volgende kalenderjaar, voor certificaten die worden afgegeven in de periode van 1 november tot en met 31 december.

5.   In vak 22 van de certificaten die worden afgegeven overeenkomstig het bepaalde in de leden 2, 3 en 4, wordt een van de in bijlage X vastgestelde vermeldingen opgenomen.

6.   Wanneer voor invoer van oorsprong en van herkomst uit bepaalde derde landen een bijzondere geldigheidsduur van de invoercertificaten is vastgesteld, moet(en) in de vakken 7 en 8 van de certificaataanvraag en van het certificaat het land (de landen) van oorsprong en van herkomst worden vermeld. Het certificaat verplicht tot invoer uit dat land (die landen).

7.   In afwijking van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 376/2008 zijn de rechten die uit de in lid 1, onder b), en lid 4 van het onderhavige artikel bedoelde certificaten voortvloeien, niet overdraagbaar.

3.

Artikel 7 wordt geschrapt.

4.

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

1.   Een uitvoercertificaat voor een product waarvoor een restitutie of een heffing is vastgesteld, wordt afgegeven op de derde werkdag na de dag waarop de aanvraag werd ingediend, tenzij de Commissie in die periode een van de bijzondere maatregelen heeft genomen als bedoeld in artikel 9 van deze verordening, artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1501/1995 of artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1518/1995 (35) van de Commissie en mits de hoeveelheid waarvoor certificaten zijn aangevraagd, is meegedeeld overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder a), van deze verordening.

De eerste alinea geldt niet voor certificaten die worden afgegeven in het kader van een openbare inschrijving noch voor certificaten als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 376/2008, die worden afgegeven voor voedselhulptransacties in de zin van artikel 10, lid 4, van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw (36). In dit geval worden de uitvoercertificaten afgegeven op de eerste werkdag na die waarop de offerte is aanvaard.

2.   Voor producten waarvoor geen restitutie of heffing is vastgesteld, wordt het uitvoercertificaat afgegeven op de dag waarop de aanvraag wordt ingediend.

5.

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

1.   De Commissie kan de volgende besluiten nemen:

a)

een aanvaardingspercentage vaststellen voor de aangevraagde hoeveelheden waarvoor nog geen uitvoercertificaten zijn afgegeven;

b)

aanvragen waarvoor nog geen uitvoercertificaten zijn afgegeven, afwijzen;

c)

de indiening van certificaataanvragen gedurende ten hoogste vijf werkdagen schorsen.

De in punt c) hierboven bedoelde schorsing kan worden verlengd volgens de in artikel 195, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure.

2.   Indien de gevraagde hoeveelheden worden verlaagd of geweigerd, wordt de voor het certificaat gestelde zekerheid onmiddellijk vrijgegeven voor de hoeveelheid waarvoor de aanvraag niet wordt ingewilligd.

3.   De belanghebbende kan zijn certificaataanvraag intrekken binnen drie werkdagen na de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van een aanvaardingspercentage als bedoeld in lid 1, onder a), indien dit percentage lager is dan 80 %. De lidstaten geven in dat geval de zekerheid vrij.

4.   De op grond van lid 1 genomen maatregelen gelden niet voor de uitvoer van goederen in verband met communautaire of nationale voedselhulp in het kader van internationale overeenkomsten of aanvullende programma's of in verband met andere communautaire maatregelen inzake de kosteloze levering van voedsel.”.

6.

Artikel 11 wordt geschrapt.

7.

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

De in artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 bedoelde zekerheid die moet worden gesteld overeenkomstig titel III van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (37), wordt als volgt vastgesteld:

a)

voor de producten van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 376/2008, met uitzondering van de in de punten b) en c) hieronder bedoelde producten: zoals vastgesteld in die bijlage;

b)

tenzij anders bepaald, voor producten die worden in- of uitgevoerd in het kader van een tariefcontingent:

i)

30 euro per ton voor ingevoerde producten;

ii)

3 euro per ton voor zonder restitutie uitgevoerde producten;

c)

voor uitgevoerde producten waarvoor een restitutie is vastgesteld en voor certificaten voor producten waarvoor op de dag waarop het certificaat wordt aangevraagd, een uitvoerheffing is vastgesteld:

i)

20 euro per ton voor producten van de GN-codes 1102 20, 1103 13, 1104 19 50, 1104 23 10, 1108, 1702 en 2106;

ii)

10 euro per ton voor andere producten.

8.

De bijlagen I, II, III, XI, XII en XIII worden geschrapt.

9.

Bijlage X wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij de onderhavige verordening.

Artikel 6

Ethylalcohol uit landbouwproducten

Verordening (EG) nr. 2336/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De producten waarvoor een invoercertificaat moet worden overgelegd, zijn vermeld in artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (38). De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld overeenkomstig titel III van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (39), zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij Verordening (EG). nr. 376/2008.

2.

De artikelen 6, en 8 worden geschrapt.

Artikel 7

Olijfolie

Verordening (EG) nr. 1345/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (40) is bepaald in welke gevallen bij invoer van producten van de GN-codes 0709 90 39, 0711 20 90 en 2306 90 19 een invoercertificaat moet worden overgelegd. De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld, zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij die verordening.

2.

Artikel 3 wordt geschrapt.

Artikel 8

Bananen

Verordening (EG) nr. 2014/2005 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

1.   In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (41) is bepaald in welke gevallen bij invoer van bananen van GN-code 0803 00 19 een invoercertificaat moet worden overgelegd. Het certificaat wordt door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

2.   De invoercertificaataanvragen kunnen in elke lidstaat worden ingediend.

3.   De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld overeenkomstig titel III van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (42), zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij Verordening (EG). nr. 376/2008.

De geldigheidsduur loopt in ieder geval af op 31 december van het jaar waarin het certificaat is afgegeven.

4.   Behalve in geval van overmacht wordt de zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de transactie niet of slechts gedeeltelijk binnen die termijn heeft plaatsgevonden.

5.   In afwijking van het bepaalde in artikel 34, lid 4, van Verordening (EG) nr. 376/2008 moet het in artikel 32, lid 1, onder a), van diezelfde verordening bedoelde bewijs van het gebruik van het invoercertificaat, worden geleverd binnen 30 dagen na de datum waarop de geldigheidsduur van het invoercertificaat is verstreken, behoudens overmacht.

Artikel 9

Suiker

Verordening (EG) nr. 951/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 is bepaald voor welke producten een uitvoercertificaat moet worden overgelegd. (43).

De geldigheidsduur van het uitvoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld, zijn vastgesteld in deel II van bijlage II bij die verordening en gelden voor alle gevallen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b), van die verordening.

2.

In artikel 8 worden de leden 1, 2 en 3 geschrapt.

3.

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 is bepaald voor welke producten een invoercertificaat moet worden overgelegd.

De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld, zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij die verordening en gelden voor alle gevallen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), van die verordening.”.

4.

Artikel 11, lid 2, wordt vervangen door:

2.   „Wanneer een certificaat voor de in lid 1, eerste alinea, bedoelde producten betrekking heeft op een hoeveelheid van ten hoogste 10 ton, mag een gegadigde op dezelfde dag en bij dezelfde bevoegde autoriteit slechts één enkele aanvraag indienen en mag slechts één voor een hoeveelheid van ten hoogste tien ton afgegeven certificaat worden gebruikt voor uitvoer.”.

5.

In artikel 12 wordt lid 1 geschrapt.

Artikel 10

Olijfolie uit Tunesië

Verordening (EG) nr. 1918/2006 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 3, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   Het invoercertificaat is geldig gedurende 60 dagen vanaf de dag van feitelijke afgifte in de zin van artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 (44), en de zekerheid bedraagt 15 euro per 100 kilogram nettogewicht.

Artikel 11

Knoflook

Verordening (EG) nr. 341/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 is bepaald voor welke producten een invoercertificaat moet worden overgelegd. (45). De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld, zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij die verordening.

2.

In artikel 6 wordt lid 2 geschrapt.

3.

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Artikel 6, leden 3 en 4, is van overeenkomstige toepassing voor B-certificaten.”.

b)

lid 4 wordt geschrapt.

4.

Bijlage II wordt geschrapt.

Artikel 12

Rijst

Verordening (EG) nr. 1002/2007 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 3, lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Voor producten van de GN-codes 1006 20 en 1006 30 mag de zekerheid echter niet lager zijn dan is bepaald in artikel 12, onder b) i), van Verordening (EG) nr. 1342/2003.”.

Artikel 13

Appelen

Artikel 134 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Lid 1 wordt vervangen door:

„1.   In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (46) is bepaald in welke gevallen bij invoer van appelen van GN-code 0808 10 80 een invoercertificaat moet worden overgelegd.

2.

Lid 4 wordt vervangen door:

„4.   Bij de indiening van zijn aanvraag stelt de importeur een zekerheid overeenkomstig titel III van Verordening (EEG) nr. 2220/85 om de naleving van de verplichting tot invoer tijdens de geldigheidsduur van het invoercertificaat te garanderen.

Behalve in geval van overmacht wordt de zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de invoer niet of slechts gedeeltelijk heeft plaatsgevonden tijdens de geldigheidsduur van het invoercertificaat.

De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 376/2008.”.

3.

Lid 6 wordt vervangen door:

„6.   De invoercertificaten zijn uitsluitend geldig voor invoer van oorsprong uit het op het certificaat vermelde land.”

Artikel 14

Rundvlees

Verordening (EG) nr. 382/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 2, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   In artikel 1, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 376/2008 is bepaald voor welke producten een invoercertificaat moet worden overgelegd (47). De geldigheidsduur van het invoercertificaat en het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld, zijn vastgesteld in deel I van bijlage II bij die verordening.

2.

De artikelen 3 en 4 worden geschrapt.

3.

Artikel 5, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Bij invoer in het kader van een tariefcontingent geldt het volgende:

a)

een certificaataanvraag wordt afgewezen tenzij bij de bevoegde instantie uiterlijk om 13.00 uur van de dag van indiening van de aanvraag een zekerheid is gesteld van 5 euro per levend dier en 12 euro per 100 kilogram nettogewicht voor andere producten;

b)

het certificaat is geldig vanaf de dag van feitelijke afgifte in de zin van artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 376/2008 tot en met het einde van de derde daaropvolgende maand.

c)

de instantie die het invoercertificaat afgeeft, vermeldt in vak 20 van het invoercertificaat of van de uittreksels daarvan het in het geïntegreerde tarief van de Europese Gemeenschappen (Taric) vermelde volgnummer van het contingent.”.

Artikel 15

Overgangsbepaling

1.   Deze verordening heeft geen betrekking op de geldigheidsduur en het bedrag van de zekerheid van certificaten in het kader van tariefcontingentperiodes die nog lopen op de in artikel 17 vastgestelde datum van inwerkingtreding van de verordening.

2.   Op verzoek van de belanghebbenden wordt de zekerheid voor invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten vrijgegeven wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het certificaat is nog geldig op de in lid 1 bedoelde datum;

b)

met ingang van de in lid 1 bedoelde datum is voor de producten niet langer een certificaat vereist;

c)

op de in lid 1 bedoelde datum is het certificaat slechts gedeeltelijk of in het geheel niet gebruikt.

Artikel 16

Slotbepaling

Verordening (EEG) nr. 1119/79 wordt ingetrokken.

Artikel 17

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is evenwel van toepassing:

a)

wat de sectoren graan, vlas en hennep, olijfolie, verse of verwerkte groenten en fruit, zaaizaad, rund- en kalfsvlees, schapen- en geitenvlees, varkensvlees, melk en zuivelproducten, eieren, vlees van pluimvee, ethylalcohol uit landbouwproducten, en andere productsectoren dan de sectoren rijst, suiker en wijn betreft, met ingang van 1 juli 2008;

b)

wat de wijnsector betreft, met ingang van 1 augustus 2008;

c)

wat de rijstsector betreft, met ingang van 1 september 2008;

d)

wat de suikersector betreft, met ingang van 1 oktober 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1781/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 248/2007 (PB L 76 van 19.3.2008, blz. 6).

(3)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(4)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 292/2008 (PB L 90 van 2.4.2008, blz. 3).

(5)  PB L 324 van 10.12.2005, blz. 3.

(6)  PB L 143 van 27.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 272/2001 (PB L 41 van 10.2.2001, blz. 3).

(7)  PB L 35 van 6.2.2001, blz. 18. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2006 (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52).

(8)  PB L 341 van 22.12.2001, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1565/2007 (PB L 340 van 22.12.2007, blz. 37).

(9)  PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1996/2006 (PB L 398 van 30.12.2006, blz. 1).

(10)  PB L 346 van 31.12.2003, blz. 19.

(11)  PB L 212 van 17.8.2005, blz. 13.

(12)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1568/2007 (PB L 340 van 22.12.2007, blz. 62).

(13)  PB L 365 van 21.12.2006, blz. 84.

(14)  PB L 90 van 30.3.2007, blz. 12.

(15)  PB L 226 van 30.8.2007, blz. 15.

(16)  PB L 115 van 29.4.2008, blz. 10.

(17)  PB L 139 van 7.6.1979, blz. 13. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3886/86 (PB L 361 van 20.12.1986, blz. 18).

(18)  PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18.

(19)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(20)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(21)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.”;

(22)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(23)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(24)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.”;

(25)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(26)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.”;

(27)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”;

(28)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(29)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.”.

(30)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(31)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(32)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13.

(33)  PB L 325 van 11.12.2007, blz. 69.”.

(34)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.”.

(35)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 55.

(36)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.”.

(37)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5.”.

(38)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(39)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5.”.

(40)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”.

(41)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(42)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5.”.

(43)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”.

(44)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”.

(45)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”.

(46)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”.

(47)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.”.


BIJLAGE I

„BIJLAGE II

DEEL I

CERTIFICAATVERPLICHTING — BIJ INVOER

Lijst van de in artikel 1, lid 2, onder a), punt i), bedoelde producten en de op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geldende maxima

(de volgorde is die van de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

A.   Granen (Deel I van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (1)

0714, behalve onderverdeling 0714 20 10

Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de sagopalm

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

5 000 kg

0714 20 10

Bataten (zoete aardappelen) voor menselijke consumptie

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

500 kg

1001 10

Harde tarwe, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

5 000 kg

1001 90 99

Spelt, zachte tarwe en mengkoren, niet bestemd voor zaaidoeleinden, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

5 000 kg

1003 00

Gerst

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

5 000 kg

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

5 000 kg

1007 00 90

Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

5 000 kg

1101 00 15

Meel van zachte tarwe en spelt

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

2303 10

Afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

2303 30 00

Bostel (brouwerijafval) en afvallen van branderijen

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

ex 2308 00 40

Residuen van citrusvruchtenpulp

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

2309 90 20

Producten bedoeld in aanvullende aantekening 5 bij hoofdstuk 23 van de gecombineerde nomenclatuur

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


B.   Rijst (Deel II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (2)

1006 20

Gedopte rijst, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

30 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

1006 30

Halfwitte of volwitte rijst, ook indien gepolijst of geglansd, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

30 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

1006 40 00

Breukrijst, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

1 euro/t

Tot het einde van de tweede maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

1 000 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


C.   Suiker (Deel III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (3)

1701

Alle producten die worden ingevoerd in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent

Bepalingen van Verordening (EG) nr. 950/2006 en Verordening (EG) nr. 1100/2006

Bepalingen van Verordening (EG) nr. 950/2006 en Verordening (EG) nr. 1100/2006

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


D.   Zaaizaad (Deel V van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (4)

ex 1207 99 15

Zaaizaad voor de inzaai van henneprassen

 (5)

Tot het einde van de zesde maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2, tenzij door de lidstaten anders is bepaald

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


E.   Olijfolie en tafelolijven (Deel VII van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (6)

0709 90 39

Verse olijven voor het vervaardigen van olie

100 euro/t

60 dagen vanaf de dag van de feitelijke afgifte in de zin van artikel 22, lid 2

100 kg

0711 20 90

Olijven, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie, voor het vervaardigen van olie, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

100 euro/t

60 dagen vanaf de dag van de feitelijke afgifte in de zin van artikel 22, lid 2

100 kg

2306 90 19

Perskoeken en andere afvallen, verkregen bij de winning van olijfolie, met een gehalte aan olijfolie van meer dan 3 gewichtspercenten

100 euro/t

60 dagen vanaf de dag van de feitelijke afgifte in de zin van artikel 22, lid 2

100 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


F.   Vezelvlas en -hennep (Deel VIII van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (7)

5302 10 00

Hennep, ruw of geroot

 (8)

Tot het einde van de zesde maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2, tenzij door de lidstaten anders is bepaald

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


G.   Groenten en fruit (Deel IX van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (9)

0703 20 00

Knoflook, vers of gekoeld, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 0703 90 00

Andere eetbare looksoorten, vers of gekoeld, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0808 10 80

Appelen, andere

15 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


H.   Verwerkte groenten en fruit (Deel X van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (10)

ex 0710 80 95

Knoflook (11) en Allium ampeloprasum, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 0710 90 00

Mengsels van groenten die knoflook (11) en/of Allium ampeloprasum bevatten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 0711 90 80

Knoflook (11) en Allium ampeloprasum, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 0711 90 90

Mengsels van groenten die knoflook (11) en/of Allium ampeloprasum bevatten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a) iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 0712 90 90

Gedroogde knoflook (11) en Allium ampeloprasum en mengsels van gedroogde groenten die knoflook (11) en/of Allium ampeloprasum bevatten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, met inbegrip van producten die worden ingevoerd in het kader van de in artikel 1, lid 2, onder a), punt iii), bedoelde tariefcontingenten

50 euro/t

drie maanden vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


I.   Bananen (Deel XI van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (12)

0803 00 19

Bananen, vers, ingevoerd met toepassing van het in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde invoertarief

15 euro/t

Tot het einde van de maand volgende op de maand van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


J.   Rundvlees (Deel XV van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (13)

0102 90 05 t/m 0102 90 79

Alle producten die worden ingevoerd in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent

5 euro per levend dier

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0201 en 0202

Alle producten die worden ingevoerd in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent

12 euro per 100 kg nettogewicht

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0206 10 95 en 0206 29 91

Alle producten die worden ingevoerd in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent

12 euro per 100 kg nettogewicht

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

1602 50 10, 1602 50 31 en 1602 50 95

Alle producten die worden ingevoerd in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent

12 euro per 100 kg nettogewicht

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

1602 90 61 en 1602 90 69

Alle producten die worden ingevoerd in het kader van een andere preferentiële regeling dan een tariefcontingent

12 euro per 100 kg nettogewicht

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


K.   Melk en zuivelproducten (Deel XVI van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (14)

Hoofdstuk 04, 17, 21 en 23

Alle melk en zuivelproducten die worden ingevoerd onder andere preferentiële voorwaarden dan tariefcontingenten, met uitzondering van kaas en wrongel (GN-code 0406) van oorsprong uit Zwitserland, ingevoerd zonder certificaat, als volgt:

 

 

 

0401

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0402

Melk en room, ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0403 10 11 t/m 0403 10 39

0403 90 11 t/m 0403 90 69

Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, niet gearomatiseerd noch met toegevoegde vruchten of cacao

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0404

Wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen; producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 0405

Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta's, met een vetgehalte van meer dan 75 gewichtspercenten doch minder dan 80 gewichtspercenten

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

0406

Kaas en wrongel, met uitzondering van kaas en wrongel van oorsprong uit Zwitserland, ingevoerd zonder certificaat

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

1702 19 00

Lactose (melksuiker) en melksuikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, bevattende minder dan 99 gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in kristalwatervrije lactose, berekend op de droge stof

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

2106 90 51

Suikerstroop van lactose, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

ex 2309

Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren:

Bereidingen en voedermiddelen, bevattende producten waarop Verordening (EG) nr. 1234/2007 rechtstreeks of uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1667/2006 van de Raad van toepassing is, met uitzondering van bereidingen en voedermiddelen waarop deel I van bijlage I bij eerstgenoemde verordening van toepassing is

10 euro/100 kg

Tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


L.   Andere producten (Deel XXI van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (15)

1207 99 91

Hennepzaad, andere dan voor zaaidoeleinden

 (16)

Tot het einde van de zesde maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2, tenzij door de lidstaten anders is bepaald

(—)

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


M.   Ethylalcohol uit landbouwproducten (Deel I van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (17)

ex 2207 10 00

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80% vol of meer, verkregen uit in bijlage I bij het Verdrag vermelde landbouwproducten

1 euro per hectoliter

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

100 hl

ex 2207 20 00

Ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte, verkregen uit in bijlage I bij het Verdrag vermelde landbouwproducten

1 euro per hectoliter

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

100 hl

ex 2208 90 91

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80% vol, verkregen uit in bijlage I bij het Verdrag vermelde landbouwproducten

1 euro per hectoliter

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

100 hl

ex 2208 90 99

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80% vol, verkregen uit in bijlage I bij het Verdrag vermelde landbouwproducten

1 euro per hectoliter

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

100 hl

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

DEEL II

CERTIFICAATVERPLICHTING — BIJ UITVOER ZONDER RESTITUTIE EN VOOR PRODUCTEN WAARVOOR OP DE DAG VAN INDIENING GEEN UITVOERHEFFING IS VASTGESTELD

Lijst van de in artikel 1, lid 2, onder b), punt i), bedoelde producten en de op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geldende maxima

(de volgorde is die van de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

A.   Granen (Deel I van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)  (18)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (19)

1001 10

Harde tarwe

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

5 000 kg

1001 90 99

Spelt, zachte tarwe en mengkoren, niet bestemd voor zaaidoeleinden

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

5 000 kg

1002 00 00

Rogge

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

5 000 kg

1003 00

Gerst

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

5 000 kg

1004 00

Haver

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

5 000 kg

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

5 000 kg

1101 00 15

Meel van zachte tarwe en spelt

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

500 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


B.   Rijst (Deel II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (20)

1006 20

Gedopte rijst

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

500 kg

1006 30

Halfwitte of volwitte rijst, ook indien gepolijst of geglansd

3 euro/t

Tot het einde van de vierde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1

500 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.


C.   Suiker (Deel III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007)

GN-code

Beschrijving

Bedrag van de zekerheid

Geldigheidsduur

Nettohoeveelheden (21)

1701

Rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm

11 euro/100 kg

voor hoeveelheden van meer dan 10 t, tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

voor hoeveelheden van ten hoogste 10 t, tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1 (1) (22)

2 000 kg

1702 60 95

1702 90 95

Andere suiker in vaste vorm en suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, met uitzondering van lactose, glucose, maltodextrine en isoglucose

4,2 euro/100 kg

voor hoeveelheden van meer dan 10 t, tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

voor hoeveelheden van ten hoogste 10 t, tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1 (22)

2 000 kg

2106 90 59

Suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, andere dan stroop van isoglucose, van lactose, van glucose en van maltodextrine

4,2 euro/100 kg

voor hoeveelheden van meer dan 10 t, tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van de feitelijke afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 2

voor hoeveelheden van ten hoogste 10 t, tot het einde van de derde maand volgende op de maand van de dag van afgifte van het certificaat in de zin van artikel 22, lid 1 (22)

2 000 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

DEEL III

MAXIMA VOOR UITVOERCERTIFICATEN MET RESTITUTIE

Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen uitvoercertificaten hoeven te worden overgelegd

Omschrijving en GN-code

Nettohoeveelheid (23)

A.   

GRANEN:

Voor elk in deel I van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad genoemd product,

5 000 kg

met uitzondering van de onderverdelingen

0714 20 10, en 2302 50

(—)

1101 00 15

500 kg

B.   

RIJST:

Voor elk in deel II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad genoemd product

500 kg

C.   

SUIKER:

Voor elk in deel III van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad genoemd product

2 000 kg

D.   

MELK EN ZUIVELPRODUCTEN

Voor elk in deel XVI van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad genoemd product

150 kg

E.   

RUNDVLEES:

Voor in deel XV van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad genoemde levende dieren

Eén dier

Voor in deel XV van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad genoemd vlees

200 kg

G.   

VARKENSVLEES:

0203

1601

1602

250 kg

0210

150 kg

H.   

SLACHTPLUIMVEE:

0105 11 11 9000

0105 11 19 9000

0105 11 91 9000

0105 11 99 9000

4 000 kuikens

0105 12 00 9000

0105 19 20 9000

2 000 kuikens

0207

250 kg

I.   

EIEREN:

0407 00 11 9000

2 000 eieren

0407 00 19 9000

4 000 eieren

0407 00 30 9000

400 kg

0408 11 80 9100

0408 91 80 9100

100 kg

0408 19 81 9100

0408 19 89 9100

0408 99 80 9100

250 kg

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.”


(1)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(2)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(3)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(4)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(5)  Er wordt geen zekerheid geëist. Zie artikel 17 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 245/2001 voor andere voorwaarden.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(6)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(7)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(8)  Er wordt geen zekerheid geëist. Zie artikel 17 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 245/2001 voor andere voorwaarden.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(9)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(10)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(11)  Het betreft mede producten waarbij het woord „knoflook” slechts een onderdeel is van de benaming. Voorbeelden daarvan, niet als limitatieve opsomming bedoeld, zijn „soloknoflook”, „olifantenknoflook”, „éénteensknoflook” en „reuzenknoflook”.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(12)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(13)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(14)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(15)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(16)  Er wordt geen zekerheid geëist. Zie artikel 17 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 245/2001 voor andere voorwaarden.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(17)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de invoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(18)  Tenzij in Verordening (EG) nr. 1342/2003 anders is bepaald.

(19)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de uitvoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten, of wanneer een uitvoerheffing is vastgesteld.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(20)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de uitvoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten, of wanneer een uitvoerheffing is vastgesteld.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(21)  Maximumhoeveelheden waarvoor op grond van artikel 4, lid 1, onder d), geen certificaten hoeven te worden overgelegd. Deze beperkingen gelden niet voor de uitvoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten, of wanneer een uitvoerheffing is vastgesteld.

(22)  Voor hoeveelheden van ten hoogste 10 t mag de betrokkene niet meer dan één dergelijk certificaat per uitvoertransactie gebruiken.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.

(23)  Deze beperkingen gelden niet voor de uitvoer in het kader van een preferentiële regeling of van tariefcontingenten, of wanneer een uitvoerheffing is vastgesteld.

(—)

Voor alle hoeveelheden zijn certificaten vereist.”


BIJLAGE II

„BIJLAGE X

In artikel 6, lid 5 bedoelde vermeldingen

:

Bulgaars

:

специален срок на валидност, както е предвидено в член 6 от Регламент (ЕО) № 1342/2003

:

Spaans

:

período especial de validez conforme a lo dispuesto en el artículo 6 del Reglamento (CE) no 1342/2003

:

Tsjechisch

:

zvláštní doba platnosti stanovená v článku 6 nařízení (ES) č. 1342/2003

:

Deens

:

Særlig gyldighedsperiode, jf. artikel 6 i forordning (EF) nr. 1342/2003.

:

Duits

:

besondere Gültigkeitsdauer gemäß Artikel 6 der Verordnung (EG) Nr. 1342/2003

:

Ests

:

erikehtivusaeg ajavahemik vastavalt määruse (EÜ) nr 1342/2003 artiklile 6

:

Grieks

:

Ειδική περίοδος ισχύος όπως προβλέπεται στο άρθρο 6 του κανονισμού (ΕΚ) αριθ. 1342/2003

:

Engels

:

special period of validity as provided for in Article 6 of Regulation (EC) No 1342/2003

:

Frans

:

durées particulières de validité prévues à l’article 6 du règlement (CE) no 1342/2003

:

Italiaans

:

periodo di validità particolare di cui all'articolo 6 del regolamento (CE) n. 1342/2003

:

Lets

:

Regulas (EK) Nr. 1342/2003 6. pantā paredzētais īpašais derīguma termiņš

:

Litouws

:

specialus galiojimo terminas, kaip nustatyta Reglamento (EB) Nr. 1342/2003 6 straipsnyje

:

Hongaars

:

az 1342/2003/EK rendelet 6. cikke szerinti speciális érvényességi idő

:

Maltees

:

perjodu ta’ validità speċjali kif ipprovdut fl-Artikolu 6 tar-Regolament (KE) Nru 1342/2003

:

Nederlands

:

Bijzondere geldigheidsduur als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1342/2003

:

Pools

:

szczególny okres ważności przewidziany w art. 6 rozporządzenia (WE) nr 1342/2003

:

Portugees

:

período de eficácia especial conforme previsto no artigo 6.o do Regulamento (CE) n.o 1342/2003

:

Roemeens

:

perioadă de valabilitate specială, în conformitate cu articolul 6 din Regulamentul (CE) nr. 1342/2003

:

Slowaaks

:

osobitné obdobie platnosti podľa ustanovenia článku 6 nariadenia (ES) č. 1342/2003

:

Sloveens

:

posebno obdobje veljavnosti, kot je določeno v členu 6 Uredbe (ES) št. 1342/2003

:

Fins

:

Asetuksen (EY) N:o 1342/2003 6 artiklan mukainen erityinen voimassaolo aika

:

Zweeds

:

särskild giltighetstid enligt artikel 6 i förordning (EG) nr 1342/2003”


RICHTLIJNEN

10.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/28


RICHTLIJN 2008/55/EG VAN DE RAAD

van 26 mei 2008

betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen

(Gecodificeerde versie)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 93 en 94,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

De nationale bepalingen op het gebied van de invordering vormen, uitsluitend door het feit dat hun werkingssfeer beperkt is tot het nationale grondgebied, een hindernis voor de instelling of de werking van de interne markt. Deze situatie maakt integrale en rechtvaardige toepassing van de communautaire voorschriften, met name op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, onmogelijk en vergemakkelijkt frauduleuze handelingen.

(3)

Het is noodzakelijk het hoofd te bieden aan de uit de toenemende fraude voortvloeiende bedreiging voor de financiële belangen van de Gemeenschap en van de lidstaten, alsmede voor de interne markt.

(4)

Het is derhalve noodzakelijk gemeenschappelijke regels voor wederzijdse bijstand op het gebied van de invordering vast te stellen.

(5)

Deze regels moeten van toepassing zijn op de invordering van de schuldvorderingen die voortvloeien uit de diverse maatregelen die deel uitmaken van het stelsel van volledige of gedeeltelijke financiering door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, van de landbouwheffingen en de douanerechten, van de belasting over de toegevoegde waarde, geharmoniseerde accijnzen op tabaksfabrikaten, alcohol en alcoholhoudende dranken, en minerale oliën, alsmede van belastingen op inkomen en vermogen en belastingen op verzekeringspremies. Zij moeten eveneens van toepassing zijn op de invordering van interesten, bestuursrechtelijke sancties en boetes en kosten in verband met deze schuldvorderingen.

(6)

De wederzijdse bijstand moet inhouden dat de aangezochte autoriteit enerzijds aan de verzoekende autoriteit de inlichtingen verstrekt die haar van nut zijn voor de invordering van de schuldvorderingen die zijn ontstaan in de lidstaat waar zij is gevestigd en overgaat tot notificatie aan de debiteur van alle akten met betrekking tot deze schuldvorderingen welke uitgaan van deze lidstaat, en anderzijds op verzoek van de verzoekende autoriteit schuldvorderingen invordert welke zijn ontstaan in de lidstaat waar laatstgenoemde is gevestigd.

(7)

Deze verschillende vormen van bijstand moeten door de aangezochte autoriteit worden toegepast met inachtneming van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die ter zake gelden in de lidstaat waar zij is gevestigd.

(8)

De wijze waarop de verzoeken om bijstand door de verzoekende autoriteit moeten worden opgesteld, dient te worden vastgesteld en de bijzondere omstandigheden op grond waarvan de aangezochte autoriteit hieraan in sommige gevallen geen gevolg behoeft te geven, moeten limitatief worden omschreven.

(9)

Met het oog op een doeltreffender invordering van schuldvorderingen waarvoor een verzoek tot invordering is gedaan, dient de executoriale titel van de schuldvordering in beginsel op dezelfde wijze te worden behandeld als een titel van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd.

(10)

Wanneer de aangezochte autoriteit voor rekening van de verzoekende autoriteit een schuldvordering moet invorderen, moet zij, indien de in de lidstaat waar zij is gevestigd geldende bepalingen dit toelaten, en in overleg met de verzoekende autoriteit, aan de debiteur uitstel van betaling kunnen verlenen of een betaling in termijnen toestaan. De eventueel te innen interessen uit hoofde van het verlenen van deze faciliteiten dienen te worden overgemaakt aan de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd.

(11)

De aangezochte autoriteit moet op een met redenen omkleed verzoek van de verzoekende autoriteit eveneens, voor zover de in de lidstaat waar zij is gevestigd geldende bepalingen dit toelaten, kunnen overgaan tot het nemen van conservatoire maatregelen om de invordering te waarborgen van de schuldvorderingen die zijn ontstaan in de verzoekende lidstaat. Aan deze schuldvorderingen wordt niet noodzakelijkerwijs de preferentiële behandeling toegekend die geldt voor soortgelijke schuldvorderingen die ontstaan in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd.

(12)

Gedurende de invorderingsprocedure in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, kan het voorkomen dat de schuldvordering of de in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd afgegeven executoriale titel door de belanghebbende wordt betwist. In dit geval moet worden bepaald dat de zaak door deze voor de bevoegde instantie van de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, dient te worden gebracht en dat de aangezochte autoriteit de executieprocedure die zij heeft ingezet, dient te schorsen totdat deze bevoegde instantie heeft beslist.

(13)

Er dient te worden bepaald dat de in het kader van de wederzijdse bijstand betreffende invordering verstrekte documenten en inlichtingen niet voor andere doeleinden mogen worden gebruikt.

(14)

Behalve in uitzonderlijke omstandigheden, kan gebruikmaking van wederzijdse bijstand bij de invordering van schuldvorderingen niet worden gebaseerd op financiële voordelen of een aandeel in de verkregen resultaten. De lidstaten moeten echter afspraken kunnen maken over vergoeding indien zich bij de invordering een bijzonder probleem voordoet.

(15)

De bepalingen van deze richtlijn mogen geen beperking vormen voor de wederzijdse bijstand welke sommige lidstaten elkaar op grond van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen verlenen.

(16)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (5).

(17)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel C, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

In deze richtlijn worden de regels vastgesteld, die in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten dienen te worden opgenomen teneinde de invordering in elke lidstaat te verzekeren van de in artikel 2 bedoelde schuldvorderingen, die in een andere lidstaat zijn ontstaan.

Artikel 2

Deze richtlijn is van toepassing op alle schuldvorderingen die verband houden met:

a)

de restituties, interventies en andere maatregelen die deel uitmaken van het stelsel van algehele of gedeeltelijke financiering door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), met inbegrip van de in het kader van deze acties te innen bedragen;

b)

de heffingen en andere rechten uit hoofde van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker;

c)

de invoerrechten;

d)

de uitvoerrechten;

e)

de belasting over de toegevoegde waarde;

f)

de accijnzen op:

i)

tabaksfabricaten,

ii)

alcohol en alcoholhoudende dranken,

iii)

minerale oliën;

g)

belastingen op inkomen en vermogen;

h)

belastingen op verzekeringspremies;

i)

interesten, bestuursrechtelijke sancties en boetes, en kosten in verband met de onder a) tot en met h) bedoelde schuldvorderingen, met uitsluiting van de strafrechtelijke maatregelen als gedefinieerd in de geldende wetgeving van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit gevestigd is.

Deze richtlijn is eveneens van toepassing op schuldvorderingen die betrekking hebben op gelijke of in wezen soortgelijke heffingen op verzekeringspremies die in de toekomst naast of in de plaats van de in artikel 3, punt 6, bedoelde heffingen zouden worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen elkaar alsook de Commissie in kennis van de datum van de inwerkingtreding van die heffingen.

Artikel 3

In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.

„verzoekende autoriteit”: de bevoegde autoriteit van een lidstaat die een verzoek tot bijstand indient betreffende een schuldvordering, als bedoeld in artikel 2;

2.

„aangezochte autoriteit”: de bevoegde autoriteit van een lidstaat tot welke een verzoek tot bijstand is gericht;

3.

„invoerrechten”: douanerechten en heffingen van gelijke werking op invoer, alsmede invoerheffingen in het kader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid of in het kader van specifieke regelingen voor bepaalde goederen die door de verwerking van landbouwproducten worden verkregen;

4.

„uitvoerrechten”: douanerechten en heffingen van gelijke werking op uitvoer, alsmede uitvoerheffingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van specifieke regelingen voor bepaalde goederen die door de verwerking van landbouwproducten worden verkregen;

5.

„belastingen op inkomen en vermogen”: de belastingen die zijn genoemd in artikel 1, lid 3, van Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen (6), juncto artikel 1, lid 4, van die richtlijn;

6.

„heffingen op verzekeringspremies”:

a)

:

in België

:

i)

Taxe annuelle sur les contrats d’assurance

ii)

Jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten

b)

:

in Denemarken

:

i)

Afgift af lystfartøjsforsikringer

ii)

Afgift af ansvarsforsikringer for motorkøretøjer m.v.

iii)

Stempelafgift af forsikringspræmier

c)

:

in Duitsland

:

i)

Versicherungssteuer

ii)

Feuerschutzsteuer

d)

:

in Griekenland

:

i)

Φόρος κύκλου εργασιών (Φ.Κ.Ε)

ii)

Τέλη Χαρτοσήμου

e)

:

in Spanje

:

Impuesto sobre las primas de seguros

f)

:

in Frankrijk

:

Taxe sur les conventions d’assurances

g)

:

in Ierland

:

Levy on insurance premiums

h)

:

in Italië

:

Imposte sulle assicurazioni private ed i contratti vitalizi di cui alla legge 29.10.1967 nr. 1216

i)

:

in Luxemburg

:

i)

Impôt sur les assurances

ii)

Impôt dans l’intérêt du service d’incendie

j)

:

in Malta

:

Taxxa fuq Dokumenti u Trasferimenti

k)

:

in Nederland

:

Assurantiebelasting

l)

:

in Oostenrijk

:

i)

Versicherungssteuer

ii)

Feuerschutzsteuer

m)

:

in Portugal

:

Imposto de selo sobre os prémios de seguros

n)

:

in Slovenië

:

i)

davek od promenta zavarovalnih poslov

ii)

požarna taksa

o)

:

in Finland

:

i)

Eräistä vakuutusmaksuista suoritettava vero/skatt på vissa försäkringspremier

ii)

Palosuojelumaksu/brandskyddsavgift

p)

:

in het Verenigd Koninkrijk

:

Insurance premium tax (IPT)

Artikel 4

1.   Op verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit haar de inlichtingen die haar van nut zijn voor de invordering van een schuldvordering.

Teneinde zich deze inlichtingen te verschaffen, oefent de aangezochte autoriteit de bevoegdheden uit die zijn vastgesteld bij de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke van toepassing zijn voor de invordering van soortgelijke schuldvorderingen, ontstaan in de lidstaat waar zij gevestigd is.

2.   Het verzoek om inlichtingen vermeldt de naam en het adres van de persoon op wie de te verstrekken inlichtingen betrekking hebben en alle andere relevante informatie met betrekking tot zijn identiteit waartoe de verzoekende autoriteit normaliter toegang heeft alsmede de aard en het bedrag van de schuldvordering uit hoofde waarvan het verzoek wordt ingediend.

3.   De aangezochte autoriteit is niet gehouden inlichtingen te verstrekken:

a)

welke zij niet zou kunnen verkrijgen voor de invordering van soortgelijke schuldvorderingen, ontstaan in de lidstaat waar zij gevestigd is;

b)

waarmee een commercieel, een industrieel of een beroepsgeheim zou worden onthuld;

c)

of waarvan mededeling een aantasting zou kunnen vormen van de veiligheid of de openbare orde van deze staat.

4.   De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit op de hoogte van de beweegredenen die zich verzetten tegen het voldoen aan het verzoek tot inlichtingen.

Artikel 5

1.   Op verzoek van de verzoekende autoriteit gaat de aangezochte autoriteit over tot notificatie aan de geadresseerde, volgens de voor de notificatie van overeenkomstige akten geldende rechtsregels in de lidstaat waar zij gevestigd is, van alle, met inbegrip van de gerechtelijke, akten en beslissingen met betrekking tot een schuldvordering en/of de invordering daarvan, welke uitgaan van de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd.

2.   Het verzoek tot notificatie vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde en alle andere relevante informatie met betrekking tot diens identiteit waartoe de verzoekende autoriteit normaliter toegang heeft de aard en het onderwerp van de te notifiëren akte of beslissing en, in voorkomend geval, de naam en het adres van de debiteur en alle andere relevante informatie met betrekking tot diens identiteit waartoe de verzoekende autoriteit normaliter toegang heeft en de in de akte of de beslissing bedoelde schuldvordering, alsmede alle andere nuttige inlichtingen.

3.   De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot notificatie is gegeven en meer in het bijzonder van de datum waarop de akte of de beslissing aan de geadresseerde is toegezonden.

Artikel 6

Op verzoek van de verzoekende autoriteit gaat de aangezochte autoriteit volgens de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op de invordering van soortgelijke schuldvorderingen, ontstaan in de lidstaat waar zij gevestigd is, over tot invordering van de schuldvorderingen waarvoor een executoriale titel bestaat.

Daartoe wordt elke schuldvordering ten aanzien waarvan een verzoek tot invordering bestaat, behandeld als een schuldvordering van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, behoudens wanneer artikel 12 van toepassing is.

Artikel 7

1.   Het verzoek tot invordering van een schuldvordering dat de verzoekende autoriteit tot de aangezochte autoriteit richt, dient vergezeld te gaan van een officieel exemplaar of van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de executoriale titel, afgegeven in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd en, in voorkomend geval, van het origineel of van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van andere voor de invordering benodigde documenten.

2.   De verzoekende autoriteit kan slechts een verzoek tot invordering indienen:

a)

indien de schuldvordering of de executoriale titel niet betwist worden in de lidstaat waar zij gevestigd is of wanneer artikel 12, lid 2, tweede alinea, van toepassing is;

b)

wanneer zij in de lidstaat waar zij is gevestigd, de daartoe ter beschikking staande invorderingsprocedures heeft ingesteld, welke op grond van de in lid 1 bedoelde titel kunnen worden uitgevoerd, en de genomen maatregelen niet tot volledige betaling van de schuldvordering zullen leiden.

3.   In het verzoek tot invordering worden vermeld:

a)

naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de betrokken persoon en/of de derde die houder is van hem toebehorende vermogensbestanddelen;

b)

naam, adres en alle andere relevante informatie betreffende de identiteit van de verzoekende autoriteit;

c)

de executoriale titel die is afgegeven in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd;

d)

aard en bedrag van de schuldvordering, met inbegrip van hoofdsom, interest en alle andere verschuldigde sancties, boetes en kosten, uitgedrukt in de valuta van de lidstaten waar de beide betrokken autoriteiten zijn gevestigd;

e)

de datum waarop de geadresseerde door de verzoekende autoriteit en/of door de aangezochte autoriteit van de titel kennis is gegeven;

f)

de datum met ingang waarvan en de periode gedurende welke de executie mogelijk is volgens het geldende recht van de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd;

g)

alle overige relevante informatie.

Het verzoek tot invordering bevat voorts een verklaring waarin de verzoekende autoriteit bevestigt dat de voorwaarden van lid 2 zijn vervuld.

4.   De verzoekende autoriteit doet de aangezochte autoriteit, zodra zij hiervan kennis heeft, alle nuttige inlichtingen toekomen die betrekking hebben op de zaak welke de aanleiding was voor het verzoek tot invordering.

Artikel 8

De executoriale titel van de schuldvordering wordt rechtstreeks erkend en automatisch behandeld als executoriale titel van een schuldvordering van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd.

Onverminderd de eerste alinea kan de executoriale titel van de schuldvordering, in voorkomend geval en volgens de bepalingen welke van toepassing zijn in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, worden bekrachtigd als, erkend als, aangevuld met of vervangen door een op het grondgebied van dat land geldende executoriale titel.

Binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek tot invordering trachten de lidstaten de formaliteiten betreffende bekrachtiging, erkenning, aanvulling of vervanging van de titel te vervullen, behoudens in de in de vierde alinea bedoelde gevallen. Die formaliteiten kunnen niet worden geweigerd indien de executoriale titel in behoorlijke vorm is opgesteld. De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit in kennis van de redenen waarom de periode van drie maanden niet kan worden nageleefd.

Ingeval het vervullen van één van deze formaliteiten aanleiding geeft tot een betwisting van de schuldvordering en/of de door de verzoekende autoriteit afgegeven executoriale titel, is artikel 12 van toepassing.

Artikel 9

1.   De invordering geschiedt in de valuta van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd. De aangezochte autoriteit dient het volledige door haar ingevorderde bedrag van de schuldvordering aan de verzoekende autoriteit over te maken.

2.   De aangezochte autoriteit kan, indien de in de lidstaat waar zij gevestigd is geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen dit toelaten, en na raadpleging van de verzoekende autoriteit, aan de debiteur uitstel van betaling verlenen of een betaling in termijnen toestaan. De door de aangezochte autoriteit uit hoofde van dit uitstel van betaling geïnde interesten dienen eveneens te worden overgemaakt aan de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd.

Met ingang van de datum waarop de executoriale titel van de schuldvordering overeenkomstig artikel 8, eerste alinea, rechtstreeks is erkend of overeenkomstig artikel 8, tweede alinea, is bekrachtigd, erkend, aangevuld of vervangen, wordt interest geïnd wegens niet-tijdige betaling krachtens de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit gevestigd is, welke interest eveneens dient te worden overgemaakt aan de lidstaat waar de verzoekende autoriteit gevestigd is.

Artikel 10

Onverminderd artikel 6, tweede alinea, wordt aan de in te vorderen schuldvorderingen niet noodzakelijkerwijs de preferentiële behandeling toegekend die geldt voor soortgelijke schuldvorderingen die ontstaan in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd.

Artikel 11

De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld op de hoogte van het gevolg dat zij aan het verzoek tot invordering heeft gegeven.

Artikel 12

1.   Indien gedurende de invorderingsprocedure de schuldvordering of de in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd afgegeven executoriale titel door een belanghebbende worden betwist, wordt de zaak door deze voor de bevoegde instantie van de lidstaat gebracht, waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, overeenkomstig de in deze laatste lidstaat geldende rechtsregels. Deze vordering moet door de verzoekende autoriteit worden genotifieerd aan de aangezochte autoriteit. Bovendien kan zij door de belanghebbende worden genotifieerd aan de aangezochte autoriteit.

2.   Zodra de aangezochte autoriteit de in lid 1 bedoelde notificatie heeft ontvangen, hetzij van de verzoekende autoriteit, hetzij van de belanghebbende, schorst zij de executieprocedure in afwachting van de beslissing van de op dit gebied bevoegde instantie tenzij de verzoekende autoriteit overeenkomstig de tweede alinea van dit lid anders verzoekt. Indien de verzoekende instantie dit nodig acht, kan zij, onverminderd artikel 13, overgaan tot het nemen van conservatoire maatregelen om de invordering te waarborgen, voor zover de in de lidstaat waar zij gevestigd is geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zulks toestaan voor soortgelijke schuldvorderingen.

De verzoekende autoriteit kan overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat waar zij gevestigd is, de aangezochte autoriteit verzoeken een betwiste schuldvordering in te vorderen, voor zover de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve praktijken in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, zulks toelaten. Indien de uitkomst van deze betwisting vervolgens voor de schuldenaar gunstig uitvalt, is de verzoekende autoriteit gehouden tot terugbetaling van elk ingevorderd bedrag, vermeerderd met eventueel verschuldigde vergoedingen, overeenkomstig de in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd geldende wettelijke bepalingen.

3.   Wanneer de betwisting betrekking heeft op uitvoeringsmaatregelen die zijn getroffen in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, wordt de zaak voor de bevoegde instantie van deze lidstaat gebracht, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze lidstaat.

4.   Wanneer de bevoegde instantie waarvoor de zaak overeenkomstig lid 1 is gebracht, een gewone of administratieve rechter is, vormt de uitspraak van deze rechter, voor zover zij gunstig is voor de verzoekende autoriteit en zij het mogelijk maakt om de schuldvordering in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit gevestigd is, in te vorderen, de „executoriale titel” in de zin van de artikelen 6, 7 en 8 en wordt de schuldvordering op grond van deze uitspraak ingevorderd.

Artikel 13

Op met redenen omkleed verzoek van de verzoekende autoriteit gaat de aangezochte autoriteit over tot het nemen van conservatoire maatregelen teneinde de invordering van een schuldvordering te waarborgen, voor zover de in de lidstaat waar zij gevestigd is, geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zulks toestaan.

Voor de tenuitvoerlegging van de eerste alinea zijn artikel 6, artikel 7, leden 1, 3 en 4, en de artikelen 8, 11, 12 en 14 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

De aangezochte autoriteit is niet gehouden:

a)

de in de artikelen 6 tot en met 13 genoemde bijstand te verlenen, indien de invordering van de schuldvordering, wegens de situatie van de debiteur, ernstige moeilijkheden van economische of sociale aard zou kunnen opleveren in de lidstaat waar zij gevestigd is, voor zover de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat waar de aangezochte autoriteit gevestigd is zulks toelaten voor soortgelijke nationale schuldvorderingen;

b)

de in de artikelen 4 tot en met 13 bedoelde bijstand te verlenen, indien het eerste verzoek krachtens de artikelen 4, 5 of 6 betrekking heeft op schuldvorderingen die meer dan vijf jaar bestaan, te rekenen vanaf het tijdstip van vaststelling van de executoriale titel in overeenstemming met de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of de administratieve praktijken die gelden in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, tot de datum van het verzoek. In gevallen waarin de schuldvordering of de titel wordt betwist, wordt de termijn berekend vanaf het tijdstip waarop de verzoekende staat vaststelt dat de schuldvordering of executoriale titel van de schuldvordering niet langer kan worden betwist.

De aangezochte autoriteit brengt de verzoekende autoriteit op de hoogte van de beweegredenen die zich verzetten tegen het voldoen aan het verzoek tot bijstand. Deze met redenen omklede weigering wordt tevens ter kennis van de Commissie gebracht.

Artikel 15

1.   De vraagstukken met betrekking tot de verjaring worden uitsluitend geregeld door de rechtsregels die gelden in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd.

2.   De overeenkomstig het verzoek tot bijstand door de aangezochte autoriteit genomen maatregelen tot invordering, die, indien zij door de verzoekende autoriteit zouden zijn genomen, tot gevolg zouden hebben gehad dat de verjaring volgens de rechtsregels die gelden in de lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, zou zijn opgeschort of onderbroken, worden, voor wat dit gevolg betreft, beschouwd als te zijn genomen in deze laatste staat.

Artikel 16

De voor toepassing van deze richtlijn aan de aangezochte autoriteit verstrekte documenten en inlichtingen kunnen door deze slechts worden medegedeeld aan:

a)

de in het verzoek tot bijstand bedoelde persoon;

b)

de personen en autoriteiten belast met de invordering van de schuldvorderingen, en uitsluitend voor dat doel;

c)

de gerechtelijke instanties waarbij zaken met betrekking tot de invordering van de schuldvorderingen aanhangig worden gemaakt.

Artikel 17

De verzoeken om bijstand, de executoriale titel en de andere bijgevoegde stukken worden vergezeld van een vertaling in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, onverminderd het recht van deze laatste om van het overleggen van een dergelijke vertaling af te zien.

Artikel 18

1.   De aangezochte autoriteit verricht de invordering en de inhouding bij de betrokken persoon van alle aan de invordering verbonden kosten die deze autoriteit heeft gemaakt, overeenkomstig de ten aanzien van vergelijkbare schuldvorderingen geldende wettelijke of administratiefrechtelijke bepalingen in de lidstaat waar genoemde autoriteit is gevestigd.

2.   De lidstaten zien wederzijds af van vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de wederzijdse bijstand die zij elkaar overeenkomstig deze richtlijn verlenen.

3.   Bij een invordering waarbij zich een bijzonder probleem voordoet of waarbij de kosten zeer hoog zijn of die plaatsvindt in het kader van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit kunnen de verzoekende en de aangezochte autoriteiten per geval specifieke afspraken maken over de modaliteiten van de vergoeding.

4.   De lidstaat waar de verzoekende autoriteit is gevestigd, blijft ten opzichte van die waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, aansprakelijk voor de kosten en mogelijke verliezen welke het gevolg zijn van eisen die als niet gerechtvaardigd zijn erkend wat de gegrondheid van de schuldvordering of de geldigheid van de door de verzoekende autoriteit afgegeven titel betreft.

Artikel 19

De lidstaten delen elkaar de lijst mede van de autoriteiten die gemachtigd zijn verzoeken om bijstand in te dienen of te ontvangen.

Artikel 20

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het invorderingscomité, hierna „het comité” te noemen.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt drie maanden.

Artikel 21

Het comité kan elk vraagstuk betreffende de toepassing van deze richtlijn onderzoeken, dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een lidstaat aan de orde wordt gesteld.

Artikel 22

De regels voor toepassing van artikel 4, leden 2 en 4, artikel 5, leden 2 en 3, de artikelen 7, 8, 9 en 11, artikel 12, leden 1 en 2, artikel 14, artikel 18, lid 3, en artikel 24, alsmede voor de bepaling van de wijze waarop de mededelingen tussen de autoriteiten kunnen geschieden, de voorschriften inzake omrekening, overmaking van ingevorderde bedragen en de vaststelling van een minimumbedrag voor schuldvorderingen waarvoor een verzoek tot bijstand kan worden ingediend, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 23

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de toepassing van de meer uitgebreide wederzijdse bijstand welke sommige lidstaten elkaar krachtens overeenkomsten of regelingen verlenen of zouden kunnen verlenen, met inbegrip van het gebied van de notificatie van gerechtelijke of buitengerechtelijke akten.

Artikel 24

Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de maatregelen die hij treft voor de toepassing van deze richtlijn.

De Commissie doet deze inlichtingen toekomen aan de overige lidstaten.

Elke lidstaat deelt jaarlijks de Commissie mede: het aantal elk jaar verzonden en ontvangen verzoeken om informatie, kennisgeving en invordering; het bedrag van de betrokken schuldvorderingen en de ingevorderde bedragen.

De Commissie brengt aan het Europees Parlement en aan de Raad over de toepassing van deze bepalingen en over de resultaten tweejaarlijks verslag uit.

Artikel 25

Richtlijn 76/308/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage I, delen A en B, genoemde besluiten, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel C, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 26

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 27

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 26 mei 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

D. RUPEL


(1)  Advies van 19 juni 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB C 93 van 27.4.2007, blz. 15.

(3)  PB L 73 van 19.3.1976, blz. 18. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003. De oorspronkelijke titel van de richtlijn is: „Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten”. Zij is gewijzigd bij Richtlijn 79/1071/EEG (PB L 331 van 27.12.1979, blz. 10), bij Richtlijn 92/12/EEG (PB L 76 van 23.3.1992, blz. 1) en Richtlijn 2001/44/EG (PB L 175 van 28.6.2001, blz. 17).

(4)  Zie bijlage I, delen A en B.

(5)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

(6)  PB L 336 van 27.12.1977, blz. 15. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/98/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 129).


BIJLAGE I

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 25)

Richtlijn 76/308/EEG

(PB L 73 van 19.3.1976, blz. 18)

 

Richtlijn 79/1071/EEG

(PB L 331 van 27.12.1979, blz. 10)

 

Richtlijn 92/12/EEG

(PB L 76 van 23.3.1992, blz. 1)

uitsluitend artikel 30 bis

Richtlijn 92/108/EEG

(PB L 390 van 31.12.1992, blz. 124)

uitsluitend artikel 1, punt 9

Richtlijn 2001/44/EG

(PB L 175 van 28.6.2001, blz. 17)

 

DEEL B

Niet-ingetrokken wijzigingsbesluiten

Toetredingsakte van 1979

Toetredingsakte van 1985

Toetredingsakte van 1994

Toetredingsakte van 2003

DEEL C

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(bedoeld in artikel 25)

Richtlijn

Omzettingstermijn

76/308/EEG

1 januari 1978

79/1071/EEG

1 januari 1981

92/12/EEG

1 januari 1993 (1)

92/108/EEG

31 december 1992

2001/44/EG

van 30 juni 2002


(1)  Wat betreft artikel 9, lid 3, mag het Koninkrijk Denemarken de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan die bepaling te voldoen, uiterlijk op 1 januari 1993 in werking doen treden.


BIJLAGE II

Concordantietabel

Richtlijn 76/308/EEG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, aanhef, onder a) t/m e)

Artikel 2, eerste alinea, onder a) t/m e)

Artikel 2, aanhef, onder f), eerste, tweede en derde streepje

Artikel 2, eerste alinea, onder f), punt i), ii) en iii)

Artikel 2, aanhef, onder g) t/m i)

Artikel 2, eerste alinea, onder g) t/m i)

Artikel 3, eerste alinea, eerste tot en met vijfde streepje

Artikel 3, eerste alinea, punten 1 t/m 5

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder a)

Artikel 3, punt 6, punt 1

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder b)

Artikel 3, punt 6, onder a)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder c)

Artikel 3, punt 6, onder c)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder d)

Artikel 3, punt 6, onder b)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder e)

Artikel 3, punt 6, onder e)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder f)

Artikel 3, punt 6, onder d)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder g)

Artikel 3, punt 6, onder f)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder h)

Artikel 3, punt 6, onder o)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder i)

Artikel 3, punt 6, onder h)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder j)

Artikel 3, punt 6, onder g)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder k)

Artikel 3, punt 6, onder i)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder l)

Artikel 3, punt 6, onder k)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder m)

Artikel 3, punt 6, onder m)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder n)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder o)

Artikel 3, punt 6, onder p)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea onder p)

Artikel 3, punt 6, onder j)

Artikel 3, zesde streepje, eerste alinea, onder q)

Artikel 3, punt 6, onder n)

Artikel 3, zesde streepje, tweede alinea

Artikel 2, tweede alinea

Artikelen 4 en 5

Artikelen 4 en 5

Artikel 6, lid 1

Artikel 6, eerste alinea

Artikel 6, lid 2

Artikel 6, tweede alinea

Artikel 7, leden 1 en 2

Artikel 7, leden 1 en 2

Artikel 7, lid 3

Artikel 7, lid 3, eerste alinea

Artikel 7, lid 4

Artikel 7, lid 3, tweede alinea

Artikel 7, lid 5

Artikel 7, lid 4

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, eerste alinea

Artikel 8, lid 2, eerste, tweede en derde alinea

Artikel 8, tweede, derde en vierde alinea

Artikelen 9 t/m 19

Artikelen 9 t/m 19

Artikel 20, eerste en tweede alinea

Artikel 20, eerste en tweede alinea

Artikel 20, derde alinea

Artikelen 21, 22 en 23

Artikelen 21, 22 en 23

Artikel 24

Artikel 25, eerste alinea, eerste en tweede zin

Artikel 24, eerste en tweede alinea

Artikel 25, tweede alinea, eerste en tweede zin

Artikel 24, tweede en derde alinea

Artikel 26

Artikel 27

Bijlage I

Bijlage II


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

10.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 150/39


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2008

tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de kosten van de urgente maatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle in het Verenigd Koninkrijk in 2005

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2411)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2008/428/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 3, lid 3, en artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In het Verenigd Koninkrijk zijn in 2005 uitbraken van de ziekte van Newcastle geconstateerd. Het uitbreken van deze ziekte vormde een ernstig risico voor de veestapel in de Gemeenschap.

(2)

Om de verspreiding van de ziekte te voorkomen en haar zo snel mogelijk te helpen uitroeien, moet de Gemeenschap overeenkomstig Beschikking 90/424/EEG financieel bijdragen in de subsidiabele kosten die de lidstaat in het kader van de spoedmaatregelen ter bestrijding van de ziekte heeft gemaakt.

(3)

Bij Beschikking 2006/602/EG van de Commissie van 6 september 2006 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de spoedmaatregelen ter bestrijding van de ziekte van Newcastle in het Verenigd Koninkrijk in 2005 (2) is een financiële bijdrage toegekend van 50 % van de voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking komende uitgaven voor de maatregelen ter bestrijding van deze uitbraak.

(4)

Ingevolge die beschikking moet de financiële bijdrage van de Gemeenschap worden betaald op basis van het op 11 juni 2007 door het Verenigd Koninkrijk ingediende verzoek en van de bewijsstukken als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 349/2005 van de Commissie van 28 februari 2005 tot vaststelling van voorschriften inzake de communautaire financiering van de in Beschikking 90/424/EEG van de Raad bedoelde urgente maatregelen en maatregelen ter bestrijding van bepaalde dierziekten (3).

(5)

Rekening houdend met het bovenstaande moet nu het totale bedrag worden vastgesteld van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de subsidiabele uitgaven voor de uitroeiing van de ziekte van Newcastle in het Verenigd Koninkrijk in 2005.

(6)

Op grond van de resultaten van de controles die de Commissie overeenkomstig de veterinairrechtelijke voorschriften van de Gemeenschap en de voorwaarden voor het verlenen van communautaire financiële steun heeft uitgevoerd, kunnen niet alle kosten als subsidiabel worden aangemerkt.

(7)

De opmerkingen van de Commissie, de wijze van berekening van de subsidiabele kosten en de slotconclusies zijn per brief van 21 december 2007 aan het Verenigd Koninkrijk meegedeeld.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De totale financiële bijdrage van de Gemeenschap in de kosten van de uitroeiing van de ziekte van Newcastle in het Verenigd Koninkrijk in 2005 overeenkomstig Beschikking 2006/602/EG wordt vastgesteld op 75 958,12 EUR.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 246 van 8.9.2006, blz. 7.

(3)  PB L 55 van 1.3.2005, blz. 12.