ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 141

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
31 mei 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 480/2008 van de Raad van 26 mei 2008 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de wijziging van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 18 januari 2005 tot en met 17 januari 2011, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, zoals bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek der Seychellen inzake de visserij voor de kust van de Seychellen

1

 

 

Verordening (EG) nr. 481/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

3

 

*

Verordening (EG) nr. 482/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 betreffende de invoering van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid door verleners van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005 ( 1 )

5

 

*

Verordening (EG) nr. 483/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 tot opneming van enkele namen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Σταφίδα Ζακύνθου (Stafida Zakynthou) (BOB), Miód wrzosowy z Borów Dolnośląskich (BGA), Chodské pivo (BGA))

11

 

 

Verordening (EG) nr. 484/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 juni 2008

13

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2008/404/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 21 mei 2008 tot wijziging van Beschikking 2003/467/EG wat betreft de verklaring dat een bepaalde administratieve regio in Italië officieel vrij van rundertuberculose is en dat bepaalde administratieve regio's in Polen officieel vrij van enzoötische boviene leukose zijn (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 1876)  ( 1 )

16

 

 

AANBEVELINGEN

 

 

Commissie

 

 

2008/405/EG

 

*

Aanbeveling van de Commissie van 28 mei 2008 betreffende risicoreductiemaatregelen voor de stoffen 2-nitrotolueen en 2,4-dinitrotolueen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2233)  ( 1 )

20

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006. Gerectificeerde versie in PB L 136 van 29.5.2007)

22

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/1


VERORDENING (EG) Nr. 480/2008 VAN DE RAAD

van 26 mei 2008

betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de wijziging van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 18 januari 2005 tot en met 17 januari 2011, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, zoals bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek der Seychellen inzake de visserij voor de kust van de Seychellen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37 juncto artikel 300, leden 2 en 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het protocol tot vaststelling, voor de periode van 18 januari 2005 tot en met 17 januari 2011, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, zoals bedoeld in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek der Seychellen inzake de visserij voor de kust van de Seychellen, is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 115/2006 van de Raad van 23 januari 2006 (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 9 van de overeenkomst hebben de Europese Gemeenschap en de Seychellen een vergadering van de gemengde commissie gehouden.

(3)

Na afloop van deze vergadering van de gemengde commissie zijn wijzigingen aangebracht in het protocol tot vaststelling, voor de periode van 18 januari 2005 tot en met 17 januari 2011, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst voor de visserijsector, welk protocol op 23 september 2004 werd geparafeerd en bij Verordening (EG) nr. 115/2006 werd aangenomen.

(4)

Het is in het belang van de Gemeenschap deze wijzigingen in het protocol goed te keuren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de wijziging van het protocol tot vaststelling, voor de periode van 18 januari 2005 tot en met 17 januari 2011, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek der Seychellen inzake de visserij voor de kust van de Seychellen, wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling is aan deze verordening gehecht (3).

Artikel 2

De in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden, die bij Verordening (EG) nr. 115/2006 van de Raad zijn goedgekeurd, worden niet gewijzigd, evenmin als de sleutel voor de verdeling ervan:

Visserijtypes

Lidstaat

Vangstmogelijkheden

Vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen

Frankrijk

17 vaartuigen

Spanje

22 vaartuigen

Italië

1 vaartuig

Vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug

Spanje

2 vaartuigen

Frankrijk

5 vaartuigen

Portugal

5 vaartuigen

Als met de door deze lidstaten ingediende vergunningsaanvragen niet alle in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, kan de Commissie vergunningsaanvragen van andere lidstaten in overweging nemen.

Artikel 3

De lidstaten waarvan de vaartuigen in het kader van deze overeenkomst vissen, melden de in de visserijzone van de Seychellen gevangen hoeveelheden van elk bestand aan de Commissie overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 500/2001 van de Commissie van 14 maart 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad wat betreft de controle op de vangsten van de communautaire vissersvaartuigen in de wateren van derde landen en in volle zee (4).

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 mei 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

D. RUPEL


(1)  PB C 286 E van 23.11.2006, blz. 481.

(2)  PB L 21 van 25.1.2006, blz. 1.

(3)  PB L 48 van 22.2.2008, blz. 33.

(4)  PB L 73 van 15.3.2001, blz. 8.


31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/3


VERORDENING (EG) Nr. 481/2008 VAN DE COMMISSIE

van 30 mei 2008

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 31 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 30 mei 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

53,6

MK

44,3

TN

105,3

TR

69,5

ZZ

68,2

0707 00 05

MK

30,3

TR

109,7

ZZ

70,0

0709 90 70

TR

103,1

ZZ

103,1

0805 10 20

EG

67,0

IL

65,9

MA

54,5

TN

91,4

TR

71,2

US

60,7

ZA

97,5

ZZ

72,6

0805 50 10

AR

154,7

IL

134,6

TR

149,9

US

152,9

UY

61,8

ZA

110,6

ZZ

127,4

0808 10 80

AR

126,8

BR

88,0

CA

61,8

CL

91,2

CN

85,5

MK

65,0

NZ

112,5

TR

85,9

US

120,1

UY

94,7

ZA

83,5

ZZ

92,3

0809 20 95

TR

465,8

US

508,1

ZZ

487,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/5


VERORDENING (EG) Nr. 482/2008 VAN DE COMMISSIE

van 30 mei 2008

betreffende de invoering van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid door verleners van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”) (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 550/2004 dient de Commissie de relevante Eurocontrol Safety Regulatory Requirements (ESARR’s) vast te stellen en goed te keuren met inachtneming van de bestaande communautaire regelgeving. ESARR 6, getiteld „Software in ATM systems”, omvat een aantal veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de invoering van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid.

(2)

In de laatste zin van overweging 12 van Verordening (EG) nr. 2096/2005 van de Commissie van 20 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten (2) wordt gesteld dat „de relevante bepalingen van ESARR 1 betreffende veiligheidstoezicht bij de luchtverkeersbeveiliging en van ESARR 6 betreffende software in luchtverkeersbeveiligingssystemen in afzonderlijke Gemeenschapsbesluiten moeten worden vastgesteld en goedgekeurd.”.

(3)

Op grond van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005 dienen verleners van luchtvaartnavigatiediensten een veiligheidsbeheersysteem toe te passen, alsmede veiligheidseisen betreffende risicobeoordeling en -beperking bij wijzigingen. Binnen het kader van hun veiligheidsbeheersysteem en als onderdeel van hun procedure voor risicobeoordeling en -beperking bij wijzigingen dienen verleners van luchtvaartnavigatiediensten specifiek voor softwaregerelateerde aspecten een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid te ontwikkelen en in te voeren.

(4)

De belangrijkste doelstelling inzake softwareveiligheid waaraan functionele systemen die software bevatten, dienen te voldoen, is de risico’s die zijn verbonden aan het gebruik van de software binnen het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer („EATMN-software”), tot een aanvaardbaar niveau te reduceren.

(5)

Deze verordening dient geen betrekking te hebben op militaire operaties en trainingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) (3).

(6)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het gemeenschappelijke luchtruim,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden de eisen vastgesteld voor de definiëring en implementatie van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid door verleners van luchtverkeersdiensten (ATS), instanties die zorg dragen voor het beheer van de luchtverkeersstromen (ATFM) en luchtruimbeheer (ASM) voor het algemene luchtverkeer en verleners van communicatie-, navigatie en plaatsbepalingsdiensten (CNS).

Voorts worden de bindende bepalingen van de Eurocontrol Safety Regulatory Requirement — ESARR 6 — getiteld „Software in ATM systems” van 6 november 2003 vastgesteld en goedgekeurd.

2.   Deze verordening is van toepassing op nieuwe software en op elke wijziging van de software van ATS, ASM, ATFM en CNS-systemen.

Zij is niet van toepassing op software van onderdelen die zich aan boord van luchtvaartuigen of in de ruimte bevinden.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 549/2004.

Voorts wordt verstaan onder:

1.

„software”: computerprogramma’s en bijbehorende configuratiegegevens, met inbegrip van standaardsoftware, doch met uitzondering van elektronische elementen zoals toepassingsspecifieke geïntegreerde schakelingen, programmeerbare „gate arrays” of vaste logische regeleenheden;

2.

„configuratiegegevens”: gegevens om de algemene software af te stemmen op een specifieke toepassing;

3.

„standaardsoftware”: software die niet specifiek met het oog op het lopende contract is ontwikkeld;

4.

„verzekering van de veiligheid”: alle geplande en systematische handelingen die nodig zijn om voldoende zekerheid te verschaffen dat een product, een dienst, een organisatie of een functioneel systeem een aanvaardbaar of toelaatbaar veiligheidsniveau bereikt;

5.

„organisatie”: een verlener van ATS of CNS of een instantie die zorg draagt voor ATFM of ASM;

6.

„functioneel systeem”: een combinatie van systemen, procedures en personeel die zijn georganiseerd om een taak op het gebied van luchtverkeersbeheer te verrichten;

7.

„risico”: de combinatie van de algemene waarschijnlijkheid of de frequentie waarmee een schadelijk gevolg van een gevaar zich zal voordoen, en de ernst van dat gevolg;

8.

„gevaar”: omstandigheid of gebeurtenis die een ongeval kan veroorzaken;

9.

„nieuwe software”: software die is besteld of het voorwerp uitmaakt van een bindende overeenkomst die is ondertekend na de inwerkintreding van deze verordening;

10.

„veiligheidsdoelstelling”: een kwalitatieve of kwantitatieve vaststelling van de maximale frequentie of waarschijnlijkheid waarmee een gevaar zich naar verwachting zal voordoen;

11.

„veiligheidseis”: een op basis van de risicobeperkingsstrategie vastgesteld middel tot risicobeperking waarmee een specifieke veiligheidsdoelstelling wordt bereikt, met inbegrip van organisatorische, operationele, procedurele, functionele, prestatie- en interoperabiliteitseisen en omgevingskenmerken;

12.

„omschakeling of hot swapping”: de vervanging van systeemcomponenten of software van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer (EATMN) terwijl het systeem operationeel is;

13.

„softwareveiligheidseis”: een omschrijving van de door de software op basis van een bepaalde input en randvoorwaarden te leveren output waardoor, indien aan de eis wordt voldaan, wordt gewaarborgd dat de EATMN-software veilig functioneert en voldoet aan de operationele behoeften;

14.

„EATMN-software”: software die wordt gebruikt in de in artikel 1 bedoelde EATMN-systemen;

15.

„validering van de eisen”: de bevestiging na onderzoek en het verstrekken van objectief bewijsmateriaal dat aan specifieke vereisten is voldaan;

16.

„onafhankelijk te voldoen”: de omstandigheid in een softwareverificatieprocedure dat het proces wordt uitgevoerd door een andere persoon dan de ontwikkelaar van het geverifieerde onderdeel;

17.

„softwarestoring”: wanneer een vereiste functie door een programma niet correct kan worden uitgevoerd;

18.

„softwarefalen”: wanneer een vereiste functie door een programma niet kan worden uitgevoerd;

19.

„COTS”: een in de handel verkrijgbare toepassing die is opgenomen in de publieke catalogus van een leverancier en niet bedoeld is om te worden aangepast of uitgebreid;

20.

„softwarecomponenten”: modules die kunnen worden toegevoegd of gekoppeld aan andere herbruikbare softwaremodules om een softwaretoepassing op maat van de klant samen te stellen;

21.

„onafhankelijke softwarecomponenten”: softwarecomponenten waarvan de werking niet wordt verstoord door dezelfde omstandigheden als die waardoor het gevaar wordt veroorzaakt;

22.

„responstijd”: de tijd die de software krijgt om te reageren op geleverde input of periodieke gebeurtenissen, en/of de prestaties van de software, uitgedrukt in aantal transacties of boodschappen per tijdseenheid;

23.

„softwarecapaciteit”: de capaciteit van de software om een bepaalde gegevensstroom te verwerken;

24.

„nauwkeurigheid”: de vereiste nauwkeurigheid van de berekende resultaten;

25.

„vereist geheugen”: het binnen een computersysteem beschikbare geheugen dat door de softwaretoepassing kan worden gebruikt;

26.

„stabiliteit van de software”: het gedrag van de software bij onverwachte gebeurtenissen, hardwaredefecten en stroomonderbrekingen, hetzij binnen het computersysteem, hetzij in daaraan gekoppelde apparatuur;

27.

„overbelastingstolerantie”: het gedrag van het systeem en met name zijn tolerantie bij een grotere input dan bij een normale werking van het systeem kan worden verwacht;

28.

„correcte en volledige verificatie van de EATMN-software”: situatie waarin alle softwareveiligheidseisen correct de eisen weergeven die in het kader van het risicobeoordelings- en -beperkingsproces aan de softwarecomponent worden gesteld en waarin de toepassing van die eisen overeenkomstig het vereiste softwarezekerheidsniveau is aangetoond;

29.

„gegevens betreffende de levenscyclus van de software”: de gegevens die gedurende de levenscyclus van de software worden gegenereerd om de activiteiten te plannen, te sturen, te verklaren, te definiëren, te registreren of aan te tonen; deze gegevens maken de goedkeuring van de softwarelevenscyclusprocessen, van het systeem of van de uitrusting en van wijzigingen van het softwareproduct na de goedkeuring mogelijk;

30.

„levenscyclus van de software”:

a)

een door een organisatie als toereikend en passend gedefinieerde geordende reeks processen om een softwareproduct te ontwikkelen;

b)

de periode tussen het moment waarop wordt beslist een softwareproduct te ontwikkelen of te wijzigen en het moment waarop dat product buiten dienst wordt gesteld;

31.

„systeemveiligheidseis”: een veiligheidseis die van toepassing is op een functioneel systeem.

Artikel 3

Algemene veiligheidseisen

1.   Wanneer een organisatie op grond van de toepasselijke communautaire of nationale wetgeving verplicht is een risicobeoordelings- en -beperkingsproces uit te voeren, dient zij een specifiek systeem ter verzekering van de softwareveiligheid te definiëren en te implementeren voor alle EATMN-softwaregerelateerde aspecten, waaronder alle online operationele aanpassingen en met name omschakeling of hot swapping.

2.   De organisatie zorgt ervoor dat haar systeem ter verzekering van de softwareveiligheid ten minste de volgende elementen aantoont en signaleert:

a)

de softwareveiligheidseisen geven correct weer waaraan de software dient te beantwoorden om aan de door middel van het risicobeoordelings- en -beperkingsproces vastgestelde veiligheidsdoelstellingen en -eisen te voldoen;

b)

de traceerbaarheid van alle softwareveiligheidseisen wordt verzekerd;

c)

de invoering van de software creëert geen functies die een negatieve invloed hebben op de veiligheid;

d)

de EATMN-software voldoet aan de toepasselijke eisen met een betrouwbaarheidsgraad die overeenstemt met de kritische factor van de software;

e)

zekerheden worden verschaft die bevestigen dat is voldaan aan de onder a) tot en met d) genoemde algemene veiligheidseisen; het bewijs dat de vereiste zekerheid wordt geboden, wordt steeds geleverd op basis van:

i)

een bekende operationele versie van de software,

ii)

een bekende reeks configuratiegegevens, en

iii)

bekende softwareproducten en -omschrijvingen, met inbegrip van de specificaties, die gebruikt zijn voor de productie van de betrokken versie.

3.   De organisatie stelt de vereiste zekerheden die aantonen dat aan de in lid 2 genoemde eisen is voldaan ter beschikking van de nationale toezichthoudende instantie.

Artikel 4

Voorschriften met betrekking tot het systeem ter verzekering van de softwareveiligheid

De organisatie zorgt ervoor dat het systeem ter verzekering van de softwareveiligheid ten minste:

1.

gedocumenteerd is als onderdeel van de algemene documentatie inzake risicobeoordeling en -beperking;

2.

een softwarezekerheidsniveau toewijst aan alle operationele EATMN-software overeenkomstig de in bijlage I genoemde eisen;

3.

zekerheid biedt met betrekking tot:

a)

de validering van softwareveiligheidseisen overeenkomstig de in bijlage II, deel A, genoemde eisen;

b)

verificatie van de software overeenkomstig de in bijlage II, deel B, genoemde eisen;

c)

het beheer van de softwareconfiguratie overeenkomstig de in bijlage II, deel C, genoemde eisen, en

d)

de traceerbaarheid van softwareveiligheidseisen overeenkomstig de in bijlage II, deel D, genoemde eisen;

4.

bepaalt met welke striktheidsgraad de zekerheid wordt vastgesteld; voor elk softwarezekerheidsniveau wordt de striktheidsgraad vastgesteld; deze stijgt evenredig met de kritische factor van de software; daartoe:

a)

moet de striktheidsgraad van de zekerheid per softwarezekerheidsniveau variëren overeenkomstig de volgende criteria:

i)

onafhankelijk te voldoen,

ii)

te voldoen,

iii)

niet vereist.

b)

dienen de met elk softwarezekerheidsniveau overeenstemmende zekerheden voldoende waarborgen te bieden dat de EATMN-software voldoet aan de geldende veiligheidsnormen.

5.

de feedback van de EATMN-software gebruikt om te bevestigen dat het systeem ter verzekering van de softwareveiligheid en de toegewezen zekerheidsniveaus passend zijn. De overeenkomstig de relevante eisen inzake rapportage en evaluatie van veiligheidsincidenten gerapporteerde effecten van een softwarestoring of -falen worden getoetst aan de voor het betrokken systeem vastgestelde effecten per in punt 3.2.4 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005 bepaalde ernstcategorie.

Artikel 5

Eisen inzake wijzigingen van de software en specifieke software

1.   Wanneer bij een wijziging in de software of in specifieke soorten software zoals COTS, standaardsoftware of reeds gebruikte software een aantal eisen van artikel 3, lid 2, onder d) of e), of van artikel 4, punten 2, 3, 4 of 5, niet kunnen worden toegepast, zorgt de organisatie ervoor dat het systeem ter verzekering van de softwareveiligheid op een andere in overleg met de toezichthoudende instantie bepaalde manier dezelfde betrouwbaarheid waarborgt als het voor vergelijkbare software vastgestelde softwarezekerheidsniveau.

Die middelen dienen voldoende te waarborgen dat de software voldoet aan de in het risicobeoordelings- en -beperkingsproces vastgestelde veiligheidsdoelstellingen en -eisen.

2.   Voor de beoordeling van de in lid 1 bedoelde middelen kan de nationale toezichthoudende instantie een beroep doen op een erkende organisatie of een aangemelde instantie.

Artikel 6

Wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005

Aan bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005 wordt het volgende deel toegevoegd:

„3.2.5   Deel 5

Systeem ter verzekering van de softwareveiligheid

Bij de toepassing van het veiligheidsbeheersysteem moet een verlener van luchtverkeersdiensten een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid invoeren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 482/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 betreffende de invoering van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid door verleners van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 (4).

Artikel 7

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is vanaf 1 januari 2009 van toepassing op de nieuwe software van de in artikel 1, lid 2, bedoelde EATMN-systemen.

Zij is vanaf 1 juli 2010 van toepassing op elke wijziging van de software van de in artikel 1, lid 2, bedoelde EATMN-systemen die op die datum in gebruik zijn.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2008.

Voor de Commissie

Antonio TAJANI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  PB L 335 van 21.12.2005, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1315/2007 (PB L 291 van 9.11.2007, blz. 16).

(3)  PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.

(4)  PB L 141 van 31.5.2008, blz. 5.”


BIJLAGE I

Eisen met betrekking tot het softwarezekerheidsniveau als bedoeld in artikel 4, punt 2

1.

Het softwarezekerheidsniveau is de relatie tussen de striktheid van de softwarezekerheid en de kritische factor van EATMN-software op basis van de in punt 3.2.4, deel 4, van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005 vastgestelde ernstcategorieën in combinatie met de waarschijnlijkheid dat een incident zich voordoet. Er worden ten minste vier softwarezekerheidsniveaus gedefinieerd, waarbij softwarezekerheidsniveau 1 het meest kritische niveau is.

2.

Het toegewezen softwarezekerheidsniveau wordt afgestemd op het ernstigste gevolg dat door een softwarestoring of -falen kan worden veroorzaakt, als bedoeld in punt 3.2.4, deel 4, van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005. Hierbij wordt met name rekening gehouden met de risico’s die een softwarestoring of -falen met zich brengt en de aanwezige architecturale en/of procedurele veiligheidsmaatregelen.

3.

Aan EATMN-softwarecomponenten waarvan niet kan worden aangetoond dat zij onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren, wordt het softwarezekerheidsniveau van de meest kritische afhankelijke component toegewezen.


BIJLAGE II

Deel A:   Eisen met betrekking tot de zekerheid betreffende de validering van de softwareveiligheidseisen als bedoeld in artikel 4, punt 3, onder a)

1.

In de softwareveiligheidseisen wordt het functionele gedrag van de EATMN-software bij normaal en gestoord bedrijf alsmede de passende responstijd, capaciteit, nauwkeurigheid, het vereiste geheugen op de doelhardware, de stabiliteit in uitzonderlijke omstandigheden en overbelastingstolerantie omschreven.

2.

De softwareveiligheidseisen dienen volledig en correct te zijn en te beantwoorden aan de systeemveiligheidseisen.

Deel B:   Eisen met betrekking tot de zekerheid betreffende de verificatie van de software als bedoeld in artikel 4, punt 3, onder b)

1.

Het functionele gedrag van de EATMN-software, de responstijd, capaciteit, nauwkeurigheid, het vereiste geheugen op de doelhardware, de stabiliteit in uitzonderlijke omstandigheden en overbelastingstolerantie dienen te voldoen aan de software-eisen.

2.

De EATMN-software dient op passende wijze te worden gecontroleerd door middel van analyse en/of tests en/of gelijkwaardige middelen en overeenkomstig de afspraken met de nationale toezichthoudende instantie.

3.

De verificatie van de EATMN-software dient correct en volledig te gebeuren.

Deel C:   Eisen met betrekking tot de zekerheid betreffende het beheer van de softwareconfiguratie als bedoeld in artikel 4, punt 3, onder c)

1.

Er wordt voorzien in procedures voor de identificatie, traceerbaarheid en status van de configuratie zodat kan worden aangetoond dat de gegevens betreffende de levenscyclus van de software tijdens de volledige levenscyclus van de EATMN-software aan een configuratiecontrole worden onderworpen.

2.

Procedures voor de rapportage van storingen, tracking en de vaststelling van corrigerende maatregelen zodat kan worden aangetoond dat veiligheidsproblemen die met de software te maken hebben, worden opgevangen.

3.

Opzoekings- en releaseprotocollen waardoor gegevens betreffende de levenscyclus van de software gedurende de gehele levenscyclus van de EATMN-software kunnen worden gegenereerd en geproduceerd.

Deel D:   Eisen met betrekking tot de zekerheid betreffende de traceerbaarheid van de softwareveiligheidseisen als bedoeld in artikel 4, punt 3, onder d)

1.

Elke softwareveiligheidseis moet kunnen worden gekoppeld aan het ontwerpniveau waarop de conformiteit is aangetoond.

2.

Elke softwareveiligheidseis moet op elk ontwerpniveau waarop zijn conformiteit is aangetoond, kunnen worden gekoppeld aan een systeemveiligheidseis.


31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/11


VERORDENING (EG) Nr. 483/2008 VAN DE COMMISSIE

van 30 mei 2008

tot opneming van enkele namen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Σταφίδα Ζακύνθου (Stafida Zakynthou) (BOB), Miód wrzosowy z Borów Dolnośląskich (BGA), Chodské pivo (BGA))

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 7, lid 4, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ter uitvoering van artikel 6, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 510/2006 en met inachtneming van artikel 17, lid 2, van die verordening zijn de door Polen ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Miód wrzosowy z Borów Dolnośląskich”, de door Griekenland ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Σταφίδα Ζακύνθου” (Stafida Zakynthou) en de door Tsjechië ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Chodské pivo” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2).

(2)

Bij de Commissie is geen enkel bezwaarschrift zoals bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 ingediend en bijgevolg moeten die namen worden geregistreerd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze verordening vermelde namen worden geregistreerd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 417/2008 van de Commissie (PB L 125 van 9.5.2008, blz. 27).

(2)  PB C 179 van 1.8.2007, blz. 15 (Miód wrzosowy z Borów Dolnośląskich), PB C 179 van 1.8.2007, blz. 19 (Σταφίδα Ζακύνθου (Stafida Zakynthou)), PB C 184 van 7.8.2007, blz. 19 (Chodské pivo).


BIJLAGE

1.

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.4.   Andere producten van dierlijke oorsprong (eieren, honing, diverse zuivelproducten met uitzondering van boter, enz.)

POLEN

Miód wrzosowy z Borów Dolnośląskich (BGA)

Categorie 1.6.   Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt

GRIEKENLAND

Σταφίδα Ζακύνθου (Stafida Zakynthou) (BOB)

2.

In bijlage I bij de verordening genoemde levensmiddelen:

Categorie 2.1.   Bier

TSJECHIË

Chodské pivo (BGA)


31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/13


VERORDENING (EG) Nr. 484/2008 VAN DE COMMISSIE

van 30 mei 2008

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 juni 2008

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00, 1001 90 91, ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002, ex 1005, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 2 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00, 1001 90 91, ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 00, 1005 10 90, 1005 90 00 en 1007 00 90, de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 4 van die verordening.

(4)

Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 1 juni 2008, die van toepassing zullen zijn tot er nogmaals nieuwe invoerrechten worden vastgesteld en in werking treden.

(5)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2008 van de Raad van 20 december 2007 houdende tijdelijke opschorting van de douanerechten bij invoer van bepaalde granen voor het verkoopseizoen 2007/2008 (3) wordt de toepassing van bepaalde bij de onderhavige verordening vastgestelde rechten evenwel tijdelijk opgeschort,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zullen zijn vanaf 1 juni 2008, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld zoals zij zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 735/2007 (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 6). Verordening (EG) nr. 1784/2003 wordt per 1 juli 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1816/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 5).

(3)  PB L 1 van 4.1.2008, blz. 1.


BIJLAGE I

Vanaf 1 juni 2008 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 10 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00 (3)

van gemiddelde kwaliteit

0,00 (3)

van lage kwaliteit

0,00 (3)

1001 90 91

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00 (3)

1002 00 00

ROGGE

0,00 (3)

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

0,00

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

0,00 (3)

1007 00 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

0,00 (3)


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt,

2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.

(3)  Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2008 wordt de toepassing van dit recht opgeschort.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

15.5.2008-29.5.2008

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe van gemiddelde kwaliteit (2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (3)

Gerst

Beurs

Minnéapolis

Chicago

Notering

256,08

149,57

Fob-prijs VSA

325,14

315,14

295,14

156,80

Golfpremie

4,24

Grote-Merenpremie

28,69

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

51,23 EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

58,10 EUR/t


(1)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/16


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 mei 2008

tot wijziging van Beschikking 2003/467/EG wat betreft de verklaring dat een bepaalde administratieve regio in Italië officieel vrij van rundertuberculose is en dat bepaalde administratieve regio's in Polen officieel vrij van enzoötische boviene leukose zijn

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 1876)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/404/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (1), en met name op bijlage A, deel I, punt 4, en bijlage D, hoofdstuk I, deel E,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 64/432/EEG bepaalt dat de rundveebeslagen in lidstaten of delen van lidstaten officieel vrij van rundertuberculose en enzoötische boviene leukose kunnen worden verklaard, als aan bepaalde in die richtlijn vastgestelde voorwaarden is voldaan.

(2)

Beschikking 2003/467/EG van de Commissie van 23 juni 2003 houdende erkenning van bepaalde lidstaten en delen van lidstaten als officieel tuberculosevrij, officieel brucellosevrij en officieel vrij van enzoötische boviene leukose ten aanzien van de rundveebeslagen (2) bevat de lijsten van de regio's in de lidstaten die vrij van rundertuberculose en enzoötische boviene leukose zijn verklaard.

(3)

Italië heeft bij de Commissie documenten ingediend waaruit blijkt dat alle provincies van de regio Veneto aan de voorwaarden van Richtlijn 64/432/EEG voldoen zodat die regio als een officieel van rundertuberculose vrije regio in Italië mag worden beschouwd.

(4)

Na de evaluatie van die documenten moet die regio worden erkend als een officieel van rundertuberculose vrije regio in Italië.

(5)

Ook Polen heeft bij de Commissie documenten ingediend waaruit blijkt dat twee administratieve regio's (powiaty) in de wojewodstvo Małopolskie aan de voorwaarden van Richtlijn 64/432/EEG voldoen zodat die regio's als officieel van enzoötische boviene leukose vrije regio's in Polen mogen worden beschouwd.

(6)

Na de evaluatie van die documenten moeten die regio's (powiaty) worden erkend als officieel van enzoötische boviene leukose vrije regio's in Polen.

(7)

Beschikking 2003/467/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlagen I en III bij Beschikking 2003/467/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 mei 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/729/EG van de Commissie (PB L 294 van 13.11.2007, blz. 26).

(2)  PB L 156 van 25.6.2003, blz. 74. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2008/234/EG (PB L 76 van 19.3.2008, blz. 58).


BIJLAGE

De bijlagen I en III bij Beschikking 2003/467/EG worden als volgt gewijzigd:

(1)

In bijlage I wordt hoofdstuk 2 vervangen door:

„HOOFDSTUK 2

Officieel tuberculosevrije regio's van lidstaten

In Italië:

regio Abruzzo: de provincie Pescara,

regio Emilia-Romagna,

regio Friuli-Venezia Giulia,

regio Lombardia: de provincies Bergamo, Como, Lecco en Sondrio,

regio Marche: de provincie Ascoli Piceno,

regio Piemonte: de provincies Novara, Verbania en Vercelli,

regio Toscana: de provincies Grossetto, Livorno, Lucca, Prato, Pisa, Pistoia en Siena,

regio Trentino-Alto Adige: de provincies Bolzano en Trento,

regio Veneto.”

(2)

In hoofdstuk 2 van bijlage III wordt de tweede alinea over Polen vervangen door:

„In Polen:

Wojewodstvo Dolnośląskie

Powiaty:

Bolesławiecki, Dzierżoniowski, Głogowski, Górowski, Jaworski, Jeleniogórski, Jelenia Góra, Kamiennogórski, Kłodzki, Legnicki, Legnica, Lubański, Lubiński, Lwówecki, Milicki, Oleśnicki, Oławski, Polkowicki, Strzeliński, Średzki, Świdnicki, Trzebnicki, Wałbrzyski, Wałbrzych, Wołowski, Wrocławski, Wrocław, Ząbkowicki, Zgorzelecki, Złotoryjski.

Wojewodstvo Lubelskie

Powiaty:

Bialski, Biała Podlaska, Biłgorajski, Chełmski, Chełm, Hrubieszowski, Janowski, Krasnostawski, Kraśnicki, Lubartowski, Lubelski, Lublin, Łęczyński, Łukowski, Opolski, Parczewski, Puławski, Radzyński, Rycki, Świdnicki, Tomaszowski, Włodawski, Zamojski, Zamość.

Wojewodstwo Kujawsko-Pomorskie

Powiaty:

Aleksandrowski, Chełmiński, Golubsko-Dobrzyński, Grudziądzki, Grudziądz, Toruński, Toruń, Wąbrzeski.

Wojewodstvo Łódzkie

Powiaty:

Bełchatowski, Brzeziński, Kutnowski, Łaski, Łęczycki, Łowicki, Łódzki, Łódź, Opoczyński, Pabianicki, Pajęczański, Piotrkowski, Piotrków Trybunalski, Poddębicki, Radomszczański, Rawski, Sieradzki, Skierniewicki, Skierniewice, Tomaszowski, Wieluński, Wieruszowski, Zduńskowolski, Zgierski.

Wojewodstvo Małopolskie

Powiaty:

Brzeski, Bocheński, Chrzanowski, Dąbrowski, Gorlicki, Krakowski, Kraków, Limanowski, Miechowski, Myślenicki, Nowosądecki, Nowotarski, Nowy Sącz, Oświęcimski, Olkuski, Proszowicki, Suski Tarnowski, Tarnów, Tatrzański, Wadowicki, Wielicki.

Wojewodstvo Opolskie

Powiaty:

Brzeski, Głubczycki, Kędzierzyńsko-Kozielski, Kluczborski, Krapkowicki, Namysłowski, Nyski, Oleski, Opolski, Opole, Prudnicki, Strzelecki.

Wojewodstvo Podkarpackie

Powiaty:

Bieszczadzki, Brzozowski, Jasielski, Krośnieński, Krosno, Leski, Leżajski, Łańcucki, Rzeszowski, Rzeszów, Sanocki, Strzyżowski.

Wojewodstvo Śląskie

Powiaty:

Będziński, Bielski, Bielsko Biała, Bytom, Chorzów, Cieszyński, Częstochowski, Częstochowa, Dąbrowa, Gliwicki, Gliwice, Jastrzębie Zdrój, Jaworzno, Katowice, Kłobucki, Lubliniecki, Mikołowski, Mysłowice, Myszkowski, Piekary Śląskie, Pszczyński, Raciborski, Ruda Śląska, Rybnicki, Rybnik, Siemianowice, Sosnowiec, Świętochłowice, Tarnogórski, Tychy, Tyski, Wodzisławski, Zabrze, Zawierciański, Żory, Żywiecki.

Wojewodstvo Świętokrzyskie

Powiaty:

Buski, Jędrzejowski, Kazimierski, Kielecki, Kielce, Konecki, Opatowski, Ostrowiecki, Pińczowski, Sandomierski, Skarżyski, Starachowicki, Staszowski, Włoszczowski.

Wojewodstvo Wielkopolskie

Powiaty:

Jarociński, Kaliski, Kalisz, Kępiński, Kolski, Koniński, Konin, Krotoszyński, Ostrzeszowski, Słupecki, Turecki, Wrzesiński.”


AANBEVELINGEN

Commissie

31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/20


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 28 mei 2008

betreffende risicoreductiemaatregelen voor de stoffen 2-nitrotolueen en 2,4-dinitrotolueen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 2233)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/405/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico’s van bestaande stoffen (1), en met name op artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2364/2000 van de Commissie van 25 oktober 2000 betreffende de vierde lijst van prioriteitsstoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (2) zijn de volgende stoffen aangemerkt als prioriteitsstoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 moeten worden geëvalueerd:

2-nitrotolueen,

2,4-dinitrotolueen.

(2)

De volgens deze verordeningen aangewezen rapporterende lidstaat heeft voor die stoffen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie van 28 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen voor de beoordeling van de risico’s voor mens en milieu van bestaande stoffen (3), de beoordeling van de risico’s voor mens en milieu afgerond en voorstellen gedaan voor een strategie ter beperking van de risico’s in overeenstemming met Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad.

(3)

Het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s (WCGM) is geraadpleegd over de door de rapporterende lidstaat uitgevoerde risicobeoordelingen en heeft hierover advies uitgebracht. De adviezen zijn op de website van het Wetenschappelijk Comité gepubliceerd.

(4)

De resultaten van de risicobeoordeling en de verdere resultaten van de strategieën ter beperking van de risico’s worden vermeld in de desbetreffende mededeling van de Commissie (4).

(5)

Uitgaande van die evaluatie is het passend voor sommige stoffen bepaalde risicoreductiemaatregelen aan te bevelen. Voor stoffen die niet in expliciet in deze lijst worden genoemd, worden geen aanbevelingen geformuleerd.

(6)

De voor werknemers aanbevolen risicoreductiemaatregelen moeten worden bekeken binnen het kader van de wetgeving ter bescherming van werknemers, welke als een afdoende kader wordt beschouwd om de aan de stof verbonden risico’s te beperken voor zover dit nodig is.

(7)

De in deze aanbeveling vervatte risicoreductiemaatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 793/93 ingestelde comité,

BEVEELT AAN:

DEEL 1

2,4-DINITROTOLUEEN

(CAS-nr. 121-14-2; Einecs-nr. 204-450-0)

Risicoreductiemaatregelen voor het milieu (1, 2, 3)

1.

De bevoegde autoriteiten in de betrokken lidstaten dienen in de overeenkomstig Richtlijn 2008/1/EG (5) van het Europees Parlement en de Raad afgegeven vergunningen voorwaarden, emissiegrenswaarden of gelijkwaardige parameters of technische maatregelen voor 2,4-dinitrotolueen vast te leggen, om ervoor te zorgen dat de exploitatie van de installaties in kwestie op basis van de beste beschikbare technieken (BBT) geschiedt, rekening houdend met de technische karakteristieken van de betrokken installaties, de geografische ligging ervan en de plaatselijke milieuomstandigheden.

2.

De lidstaten dienen zorgvuldig toezicht uit te oefenen op de uitvoering van BBT inzake 2,4-dinitrotolueen en belangrijke ontwikkelingen in het kader van de uitwisseling van informatie over BBT aan de Commissie te rapporteren.

3.

Lokale emissies van 2,4 DNT in het aquatisch milieu en in de lucht moeten waar nodig door nationale voorschriften worden gereguleerd om ervoor te zorgen dat er geen risico’s voor het milieu te verwachten zijn.

DEEL 2

ADRESSATEN

4.

Deze aanbeveling is gericht tot alle sectoren waarin de genoemde stoffen worden ingevoerd, geproduceerd, vervoerd, opgeslagen, in een preparaat geformuleerd of anderszins verwerkt, gebruikt, verwijderd of teruggewonnen, en tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 28 mei 2008.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 273 van 26.10.2000, blz. 5.

(3)  PB L 161 van 29.6.1994, blz. 3.

(4)  PB C 134 van 31.5.2008, blz. 4.

(5)  PB L 24 van 29.1.2008, blz. 8.


Rectificaties

31.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 141/22


Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie

( Publicatieblad van de Europese Unie L 396 van 30 december 2006 . Gerectificeerde versie in Publicatieblad van de Europese Unie L 136 van 29 mei 2007 )

De onderstaande referenties hebben betrekking op de publicatie in PB L 136 van 29.5.2007, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1354/2007 (PB L 304 van 22.11.2007, blz. 1).

Bladzijde 21, artikel 3, punt 20, onder c):

in plaats van:

„c)

de stof is in de Gemeenschap, of in de landen die op 1 januari 1995, 1 mei 2004 of 1 januari 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, vóór de inwerkingtreding van deze verordening door de fabrikant of importeur in de handel gebracht en is een stof waarvan overeenkomstig artikel 8, lid 1, eerste streepje, van Richtlijn 67/548/EEG wordt geacht kennisgeving te zijn gedaan, maar de stof voldoet niet aan de definitie van een polymeer van deze verordening, mits dit door de fabrikant of importeur met schriftelijke bewijsstukken kan worden gestaafd;”,

te lezen:

„c)

de stof is in de Gemeenschap, of in de landen die op 1 januari 1995, 1 mei 2004 of 1 januari 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, in de handel gebracht door de fabrikant of importeur, op een tijdstip tussen 18 september 1981 tot en met 31 oktober 1993, en werd vóór de inwerkingtreding van deze verordening beschouwd als een stof waarvan kennisgeving was gedaan overeenkomstig het eerste streepje van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG, in de versie van artikel 8, lid 1, die voortvloeit uit de wijziging aangebracht bij Richtlijn 79/831/EEG, maar de stof voldoet niet aan de definitie van een polymeer van de onderhavige verordening, mits dit door de fabrikant of importeur met schriftelijke bewijsstukken kan worden gestaafd;”.