ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 125

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
9 mei 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 408/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 409/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm

3

 

 

Verordening (EG) nr. 410/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van witte suiker in het kader van de in Verordening (EG) nr. 900/2007 bedoelde permanente inschrijving

5

 

 

Verordening (EG) nr. 411/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van witte suiker in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1060/2007 bedoelde permanente inschrijving

6

 

*

Verordening (EG) nr. 412/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees

7

 

*

Verordening (EG) nr. 413/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot wijziging en rectificatie van Verordening (EG) nr. 27/2008 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor bepaalde producten van GN-code 0714 van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand

15

 

*

Verordening (EG) nr. 414/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad betreffende de toekenning van communautaire steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten in het opslagseizoen 2008/2009

17

 

*

Verordening (EG) nr. 415/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 inzake de verdeling tussen leveringen en rechtstreekse verkoop van de nationale referentiehoeveelheden die voor 2007/2008 zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad

22

 

*

Verordening (EG) nr. 416/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3600/92 wat betreft de beoordeling van de werkzame stof metalaxyl in het kader van artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen ( 1 )

25

 

*

Verordening (EG) nr. 417/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 tot wijziging van de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

27

 

 

Verordening (EG) nr. 418/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 betreffende de afgifte van uitvoercertificaten in de wijnsector

28

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2008/363/EG

 

*

Besluit van de Raad van 14 april 2008 tot verlenging van de geldigheidsduur van Besluit 2005/321/EG tot afsluiting van de procedure van overleg met de Republiek Guinee overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

29

 

 

Commissie

 

 

2008/364/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 28 april 2008 tot toelating van methoden voor de indeling van geslachte varkens in Litouwen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 1595)

32

 

 

2008/365/EG

 

*

Besluit van de Commissie van 30 april 2008 tot oprichting van een deskundigengroep voor financiële educatie

36

 

 

OVEREENKOMSTEN

 

 

Raad

 

*

Informatie betreffende de datum van inwerkingtreding van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren

39

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/1


VERORDENING (EG) Nr. 408/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 8 mei 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

59,5

TN

102,3

TR

102,4

ZZ

88,1

0707 00 05

MK

34,5

TR

152,4

ZZ

93,5

0709 90 70

TR

135,5

ZZ

135,5

0805 10 20

EG

46,6

IL

57,7

MA

51,6

TN

52,0

TR

65,0

US

49,8

ZZ

53,8

0805 50 10

AR

107,8

IL

134,7

TR

131,9

US

129,7

ZA

141,8

ZZ

129,2

0808 10 80

AR

91,7

BR

86,2

CA

92,0

CL

91,0

CN

98,3

MK

57,9

NZ

111,7

US

111,4

UY

76,8

ZA

77,8

ZZ

89,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/3


VERORDENING (EG) Nr. 409/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 33, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 32 van Verordening (EG) nr. 318/2006 is bepaald dat het verschil tussen de prijzen voor de in artikel 1, lid 1, onder b), van die verordening bedoelde producten op de wereldmarkt en op de interne markt mag worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

Gezien de huidige situatie op de suikermarkt moeten derhalve uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften en bepaalde criteria van de artikelen 32 en 33 van Verordening (EG) nr. 318/2006.

(3)

In artikel 33, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 318/2006 is bepaald dat de restitutie naar gelang van de bestemming kan variëren indien dat gezien de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is.

(4)

Alleen voor producten die tot het vrije verkeer in de Gemeenschap zijn toegelaten en voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 318/2006, mogen restituties worden verleend.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 318/2006 bedoelde restituties worden verleend voor de producten en met toepassing van de bedragen die zijn vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 van de Commissie (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).


BIJLAGE

Met ingang van 9 mei 2008 geldende restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm

GN-code

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

1701 11 90 9100

S00

EUR/100 kg

25,19 (2)

1701 11 90 9910

S00

EUR/100 kg

26,54 (2)

1701 12 90 9100

S00

EUR/100 kg

25,19 (2)

1701 12 90 9910

S00

EUR/100 kg

26,54 (2)

1701 91 00 9000

S00

EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct

0,2739

1701 99 10 9100

S00

EUR/100 kg

27,39

1701 99 10 9910

S00

EUR/100 kg

28,85

1701 99 10 9950

S00

EUR/100 kg

28,85

1701 99 90 9100

S00

EUR/1 % sacharose × 100 kg nettoproduct

0,2739

NB: De bestemmingen zijn als volgt vastgesteld:

S00

alle bestemmingen met uitzondering van de volgende:

a)

derde landen: Andorra, Liechtenstein, de Heilige Stoel (Staat Vaticaanstad), Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië (), Montenegro, Albanië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië;

b)

gebieden van lidstaten van de EU die niet tot het douanegebied van de Gemeenschap behoren: de Faeröer, Groenland, Helgoland, Ceuta, Melilla, de gemeenten Livigno en Campione d'Italia en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent;

c)

Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd en die niet tot het douanegebied van de Gemeenschap behoren: Gibraltar.


(1)  Met inbegrip van Kosovo, onder bescherming van de Verenigde Naties, overeenkomstig Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van 10 juni 1999.

(2)  Dit bedrag geldt voor ruwe suiker met een rendement van 92 %. Indien het rendement van de geëxporteerde ruwe suiker afwijkt van 92 %, wordt het bedrag van de toe te passen restitutie voor elke betrokken uitvoertransactie vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor die wordt verkregen door het overeenkomstig bijlage I, punt III, punt 3, van Verordening (EG) nr. 318/2006 berekende rendement van de geëxporteerde ruwe suiker te delen door 92.


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/5


VERORDENING (EG) Nr. 410/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van witte suiker in het kader van de in Verordening (EG) nr. 900/2007 bedoelde permanente inschrijving

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 33, lid 2, tweede alinea en derde alinea, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 900/2007 van de Commissie van 27 juli 2007 betreffende een permanente inschrijving voor de vaststelling van restituties bij uitvoer van witte suiker voor het verkoopseizoen 2007/2008 (2) moeten deelinschrijvingen worden gehouden.

(2)

Op grond van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 900/2007 en op grond van het onderzoek van de biedingen voor de op 8 mei 2008 verstrijkende deelinschrijving, dient de maximumrestitutie bij uitvoer in het kader van die deelinschrijving te worden vastgesteld.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De maximumrestitutie bij uitvoer van het in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 900/2007 bedoelde product wordt voor de op 8 mei 2008 verstrijkende deelinschrijving vastgesteld op 33,848 EUR/100 kg.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 van de Commissie (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  PB L 196 van 28.7.2007, blz. 26. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 148/2008 van de Commissie (PB L 46 van 21.2.2008, blz. 9).


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/6


VERORDENING (EG) Nr. 411/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van witte suiker in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1060/2007 bedoelde permanente inschrijving

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 33, lid 2, tweede alinea en derde alinea, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1060/2007 van de Commissie van 14 september 2007 met betrekking tot de opening van een permanente openbare inschrijving voor de verkoop voor uitvoer van suiker uit de voorraden van de interventiebureaus van België, Tsjechië, Spanje, Ierland, Italië, Hongarije, Polen, Slowakije en Zweden (2) moeten deelinschrijvingen worden gehouden.

(2)

Op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2007 en op grond van het onderzoek van de biedingen voor de op 7 mei 2008 verstrijkende deelinschrijving, dient de maximumrestitutie bij uitvoer in het kader van die deelinschrijving te worden vastgesteld.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De maximumrestitutie bij uitvoer van het in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1060/2007 bedoelde product wordt voor de op 7 mei 2008 verstrijkende deelinschrijving vastgesteld op 414,08 EUR/t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1260/2007 van de Commissie (PB L 283 van 27.10.2007, blz. 1). Verordening (EG) nr. 318/2006 wordt per 1 oktober 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  PB L 242 van 15.9.2007, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 148/2008 van de Commissie (PB L 46 van 21.2.2008, blz. 9).


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/7


VERORDENING (EG) Nr. 412/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), en met name op artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens WTO-lijst CXL moet de Gemeenschap jaarlijks een tariefcontingent openen voor de invoer van 50 700 ton voor verwerking bestemd bevroren rundvlees. De Gemeenschap heeft er zich bovendien toe verbonden dat contingent met ingang van 1 juli 2006 met 4 003 ton te verhogen als gevolg van de onderhandelingen die zijn uitgemond in de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Australië uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijsten van verbintenissen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, in verband met hun toetreding tot de Europese Unie (2), een overeenkomst die is goedgekeurd bij Besluit 2006/106/EG van de Raad (3).

(2)

De uitvoeringsbepalingen voor de opening en de wijze van beheer van dit invoercontingent moeten jaarlijks worden vastgesteld voor de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar.

(3)

Voor de invoer van bevroren rundvlees in het kader van het tariefcontingent gelden de invoerrechten en voorwaarden die zijn vastgesteld in het derde deel, bijlage 7, volgnummer 12, van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (4).

(4)

Overeenkomstig artikel 29, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 moet bij invoer in de Gemeenschap in het kader van het tariefcontingent een invoercertificaat worden overgelegd. Voor de op grond van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten dient het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (5) en in Verordening (EG) nr. 382/2008 van de Commissie van 21 april 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees (6) te gelden, onverminderd de bij de onderhavige verordening vastgestelde aanvullende voorschriften.

(5)

Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (7) bevat nadere bepalingen over invoerrechtenaanvragen, de status van de aanvragers en de afgifte van invoercertificaten. Verordening (EG) nr. 1301/2006 is van toepassing op de op grond van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten, onverminderd de bij de onderhavige verordening vastgestelde aanvullende voorschriften.

(6)

Het is dienstig dit invoertariefcontingent te beheren door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven, zoals is vastgesteld in artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1301/2006. Op die manier kunnen marktdeelnemers met invoerrechten in de loop van de contingentperiode beslissen wanneer zij, rekening houdend met de door hen verhandelde hoeveelheden, het best invoercertificaten aanvragen. Het dient mogelijk te worden gemaakt de certificaten af te geven nadat op basis van de aanvragen van in aanmerking komende verwerkers rechten tot invoer zijn toegewezen. Bij Verordening (EG) nr. 1301/2006 wordt de geldigheid van de certificaten in elk geval beperkt tot en met de laatste dag van de invoercontingentperiode.

(7)

Om speculatie te voorkomen, moet de toegang tot het contigent worden voorbehouden voor actieve verwerkers die de producten verwerken in verwerkingsinrichtingen die zijn erkend overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (8).

(8)

Ter voorkoming van speculatie dienen aan verwerkers slechts invoercertificaten te worden afgegeven voor de hoeveelheden waarvoor aan hen rechten tot invoer zijn toegewezen. Om dezelfde reden moet bovendien tegelijk met het aanvragen van rechten tot invoer een zekerheid worden gesteld. Het aanvragen van invoercertificaten die overeenstemmen met de toegewezen rechten, dient een primaire eis te zijn in de zin van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (9).

(9)

De toepassing van het tariefcontingent vergt een strikt toezicht op de invoer en doeltreffende controles op het gebruik en de bestemming van de ingevoerde producten. Daarom dient te worden bepaald dat de verwerking alleen in de op het invoercertificaat vermelde inrichting mag plaatsvinden.

(10)

Een zekerheid dient te worden gesteld om te garanderen dat het ingevoerde vlees wordt gebruikt overeenkomstig de voorschriften die voor het tariefcontingent gelden. Bij de vaststelling van het bedrag van die zekerheid moet rekening worden gehouden met het verschil tussen de douanerechten die binnen het contingent gelden, en die welke daarbuiten van toepassing zijn.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar (hierna „de invoertariefcontingentperiode” genoemd) wordt onder de in deze verordening bepaalde voorwaarden jaarlijks een tariefcontingent geopend voor de invoer van 54 703 ton voor verwerking in de Gemeenschap bestemd bevroren rundvlees, uitgedrukt in vlees met been, van GN-code 0202 20 30, 0202 30 10, 0202 30 50, 0202 30 90 of 0206 29 91 (hierna „het contingent” genoemd).

Artikel 2

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt als A-product aangemerkt: een verwerkt product van GN-code 1602 10, 1602 50 31 of 1602 50 95 dat geen ander vlees dan rundvlees bevat, met een collageen/eiwitverhouding van maximaal 0,45 en met ten minste 20 gewichtspercenten mager vlees met uitzondering van slachtafvallen en vet, waarbij het vlees en de gelei ten minste 85 % van het totale nettogewicht uitmaken.

Als collageengehalte wordt beschouwd het gehalte aan hydroxyproline, vermenigvuldigd met factor 8. Het gehalte aan hydroxypoline wordt bepaald volgens ISO-methode 3496-1994.

Het gehalte aan mager rundvlees met uitzondering van vet wordt bepaald volgens de analyseprocedure die is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2429/86 van de Commissie (10).

De slachtafvallen omvatten: hoofden en delen daarvan (met inbegrip van oren), poten, staarten, harten, uiers, levers, nieren, zwezeriken (thymus), pancreas, hersenen, longen, kelen, middenriffen, milten, tongen, darmvliezen, ruggenmerg, eetbare huid, voortplantingsorganen (d.w.z. baarmoeders, eierstokken en teelballen), schildklieren en hypofyses.

Het product ondergaat een warmtebehandeling die voldoende is om de vleeseiwitten te doen stollen in het hele product, dat op het snijvlak geen sporen van een rozige vloeistof mag vertonen wanneer het wordt doorgesneden langs een lijn die door het dikste gedeelte ervan gaat.

2.   Voor de toepassing van deze verordening wordt onder B-producten verstaan: rundvlees bevattende verwerkte producten, andere dan:

a)

de in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1254/1999 vermelde producten; of

b)

de in lid 1 van dit artikel vermelde producten.

Een verwerkt product van GN-code 0210 20 90, dat zodanig is gedroogd of gerookt dat de kleur en consistentie van vers vlees volledig is verdwenen, en dat een water/eiwitverhouding van niet meer dan 3:2 heeft, wordt evenwel als B-product beschouwd.

Artikel 3

1.   De in artikel 1 vermelde totale hoeveelheid wordt opgesplitst in twee hoeveelheden:

a)

43 000 ton bevroren rundvlees, bestemd voor de vervaardiging van A-producten;

b)

11 703 ton bevroren rundvlees, bestemd voor de vervaardiging van B-producten.

2.   Het contingent heeft de volgende volgnummers:

a)

09.4057 voor de in lid 1, onder a), vermelde hoeveelheid;

b)

09.4058 voor de in lid 1, onder b), vermelde hoeveelheid.

3.   De douanerechten die gelden voor bevroren rundvlees dat in het kader van het contingent wordt ingevoerd, zijn opgenomen in bijlage I.

Artikel 4

1.   Het contingent wordt beheerd door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven.

2.   De Verordeningen (EG) nr. 1291/2000, (EG) nr. 1301/2006 en (EG) nr. 382/2008 zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

Artikel 5

1.   In afwijking van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 moet de aanvrager van invoerrechten niet aantonen dat hij handel drijft met derde landen, maar wel dat hij als verwerkingsinrichting is erkend overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 en rundvlees bevattende verwerkte producten heeft geproduceerd in elk van de twee in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde referentieperioden.

Elke invoerrechtenaanvraag heeft betrekking op maximaal 10 % van elke in artikel 3, lid 1, van de onderhavige verordening vermelde hoeveelheid.

2.   Bij het indienen van de invoerrechtenaanvraag wordt bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat is voldaan aan de in lid 1 vastgestelde voorwaarden.

In afwijking van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 beslist de bevoegde nationale autoriteit welke documenten aanvaardbaar zijn als bewijs van naleving van die voorwaarden.

Artikel 6

1.   Elke aanvraag voor rechten tot invoer voor de productie van A-producten of B-producten wordt uitgedrukt in vlees met been.

Voor de toepassing van dit lid stemt 100 kg vlees met been overeen met 77 kg vlees zonder been.

2.   Aanvragen voor rechten tot invoer met het oog op de vervaardiging van A-producten of B-producten worden ingediend uiterlijk om 13.00 uur, Belgische tijd, op 8 juni voorafgaand aan de jaarlijkse invoertariefcontingentperiode.

3.   Tegelijk met het aanvragen van rechten tot invoer wordt een zekerheid van 6 euro per 100 kg gesteld.

4.   Uiterlijk om 13.00 uur, Belgische tijd, op de tweede vrijdag na de in lid 2 bedoelde termijn voor het indienen van de aanvragen stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de totale hoeveelheden die voor de twee afzonderlijke productcategorieën zijn aangevraagd.

Artikel 7

1.   De invoerrechten worden van de zevende tot en met de zestiende werkdag na de in artikel 6, lid 4, bedoelde meldingstermijn toegekend.

2.   Indien de toepassing van de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde toewijzingscoëfficiënt ertoe leidt dat minder invoerrechten kunnen worden toegewezen dan werden aangevraagd, wordt de krachtens artikel 6, lid 3, van de onderhavige verordening gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

Artikel 8

1.   De hoeveelheden die in het kader van het contingent worden gegund, mogen pas na het overleggen van een invoercertificaat in het vrije verkeer worden gebracht.

2.   Invoercertificaataanvragen moeten betrekking hebben op de totale toegewezen hoeveelheid. Deze verplichting geldt als een primaire eis in de zin van artikel 20, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2220/85.

Artikel 9

1.   Certificaataanvragen mogen slechts worden ingediend in de lidstaat waarin de aanvrager rechten tot invoer in het kader van het contingent heeft aangevraagd en gekregen.

Telkens wanneer een invoercertificaat wordt afgegeven, worden de gekregen invoerrechten overeenkomstig verlaagd en de krachtens artikel 6, lid 3, gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

2.   Een invoercertificaat wordt afgegeven op naam van de marktdeelnemer die de invoerrechten heeft gekregen.

3.   De certificaataanvraag en het certificaat bevatten de volgende gegevens:

a)

in vak 8, het land van oorsprong;

b)

in vak 16, één van de in artikel 1 vermelde in aanmerking komende GN-codes;

c)

in vak 20, het volgnummer van het contingent, ten minste één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen en de naam en het adres van de verwerkingsinrichting.

4.   De invoercertificaten zijn geldig gedurende een periode van 120 dagen die ingaat op de dag van de feitelijke afgifte ervan in de zin van artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000.

Artikel 10

De lidstaten zetten een stelsel van fysieke controles en controles van de documenten op om ervoor te zorgen dat al het vlees binnen drie maanden na de datum van invoer in de op het betrokken invoercertificaat vermelde verwerkingsinrichting wordt verwerkt tot de op dat invoercertificaat vermelde productcategorie.

Dit stelsel omvat fysieke controles van de hoeveelheid en de kwaliteit aan het begin van de verwerking, tijdens de verwerking en na voltooiing van de verwerking. Daartoe moeten de verwerkers te allen tijde aan de hand van geschikte productieregisters de identiteit en het gebruik van het ingevoerde vlees kunnen aantonen.

Bij de technische verificatie van de productiemethode door de bevoegde autoriteit mag voor zover nodig rekening worden gehouden met dripverliezen en afsnijdsels.

Om de kwaliteit van het eindproduct te verifiëren en na te gaan of het eindproduct beantwoordt aan de formule van de verwerker voor de samenstelling ervan, nemen de lidstaten representatieve monsters en analyseren zij die producten. De kosten van deze werkzaamheden worden gedragen door de betrokken verwerker.

Artikel 11

1.   Bij de invoer wordt bij de bevoegde autoriteit een zekerheid gesteld om te garanderen dat de verwerker aan wie rechten tot invoer zijn toegewezen, binnen drie maanden na de dag van invoer de gehele hoeveelheid ingevoerd vlees in zijn inrichting die in de certificaataanvraag is vermeld, tot de voorgeschreven eindproducten zal verwerken.

De zekerheidsbedragen worden vastgesteld in bijlage III.

2.   De in lid 1 bedoelde zekerheid wordt vrijgegeven voor de hoeveelheid vlees waarvoor binnen een op de dag van invoer ingaande termijn van zeven maanden ten genoegen van de bevoegde autoriteit het bewijs is geleverd dat al het ingevoerde vlees of een deel daarvan binnen drie maanden na de dag van invoer in de betrokken inrichting geheel of gedeeltelijk is verwerkt tot de betrokken producten.

Indien het vlees evenwel is verwerkt na de in de eerste alinea vermelde termijn van drie maanden, wordt de zekerheid vrijgegeven, verminderd met 15 % en, voor de overblijvende hoeveelheid, met 2 % extra voor elke dag waarmee de termijn is overschreden.

Wanneer wordt aangetoond dat de verwerking binnen de in de eerste alinea vermelde termijn van zeven maanden heeft plaatsgevonden, maar het bewijs daarvan pas wordt overgelegd binnen 18 maanden na deze termijn van zeven maanden, wordt het verbeurde bedrag, verminderd met 15 % van het bedrag van de zekerheid, terugbetaald.

3.   Het niet vrijgegeven bedrag van de in lid 1 bedoelde zekerheid wordt verbeurd.

Artikel 12

1.   In afwijking van artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 delen de lidstaten de Commissie de volgende gegevens mee:

a)

uiterlijk op de tiende dag van elke maand, de hoeveelheden producten, ook als deze nul bedragen, waarvoor tijdens de vorige maand invoercertificaten werden afgegeven;

b)

uiterlijk op 31 oktober na het einde van elke invoertariefcontingentperiode, de hoeveelheden producten, ook als deze nul bedragen, waarvoor invoercertificaten of gedeelten daarvan niet zijn gebruikt en die overeenstemmen met het verschil tussen de op de achterzijde van de invoercertificaten afgeschreven hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor die invoercertificaten waren afgegeven.

2.   Uiterlijk op 31 oktober na het einde van elke invoertariefcontingentperiode delen de lidstaten de Commissie de hoeveelheden producten mee die tijdens de voorgaande invoertariefcontingentperiode in het vrije verkeer werden gebracht.

3.   Voor de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde mededelingen worden de in kilogram productgewicht uitgedrukte hoeveelheden vermeld per productcategorie zoals aangegeven in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 382/2008.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 98/2008 van de Commissie (PB L 29 van 2.2.2008, blz. 5). Verordening (EG) nr. 1254/1999 wordt met ingang van 1 juli 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  PB L 47 van 17.2.2006, blz. 54.

(3)  PB L 47 van 17.2.2006, blz. 52.

(4)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1352/2007 van de Commissie (PB L 303 van 21.11.2007, blz. 3).

(5)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1423/2007 (PB L 317 van 5.12.2007, blz. 36).

(6)  PB L 115 van 29.4.2008, blz. 10.

(7)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2007 (PB L 78 van 17.3.2007, blz. 17).

(8)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1243/2007 (PB L 281 van 25.10.2007, blz. 8).

(9)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2006 (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52).

(10)  PB L 210 van 1.8.1986, blz. 39.


BIJLAGE I

INVOERRECHTEN

Product

(GN-code)

Voor de vervaardiging van A-producten

Voor de vervaardiging van B-producten

0202 20 30

20 %

20 % + 994,5 EUR/1 000 kg netto

0202 30 10

20 %

20 % + 1 554,3 EUR/1 000 kg netto

0202 30 50

20 %

20 % + 1 554,3 EUR/1 000 kg netto

0202 30 90

20 %

20 % + 2 138,4 EUR/1 000 kg netto

0206 29 91

20 %

20 % + 2 138,4 EUR/1 000 kg netto


BIJLAGE II

Vermeldingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 3, onder c)

:

in het Bulgaars

:

Лицензия, валидна в … (държава-членка издател) / месо, предназначено за преработка в …[продукти А] [продукти Б] (ненужното се зачертава) в … (точно наименование и номер на одобрението на предприятието, където ще се извърши преработката) / Регламент (ЕО) № 382/2008

:

in het Spaans

:

Certificado válido en … (Estado miembro expedidor) / carne destinada a la transformación … [productos A] [productos B] (táchese lo que no proceda) en … (designación exacta y número de registro del establecimiento en el que vaya a procederse a la transformación) / Reglamento (CE) no 382/2008

:

in het Tsjechisch

:

Licence platná v … (vydávající členský stát) / Maso určené ke zpracování … [výrobky A] [výrobky B] (nehodící se škrtněte) v (přesné určení a číslo schválení zpracovatelského zařízení, v němž se má zpracování uskutečnit) / nařízení (ES) č. 382/2008

:

in het Deens

:

Licens gyldig i … (udstedende medlemsstat) / Kød bestemt til forarbejdning til (A-produkter) (B-produkter) (det ikke gældende overstreges) i … (nøjagtig betegnelse for den virksomhed, hvor forarbejdningen sker) / forordning (EF) nr. 382/2008

:

in het Duits

:

In … (ausstellender Mitgliedstaat) gültige Lizenz / Fleisch für die Verarbeitung zu [A-Erzeugnissen] [B-Erzeugnissen] (Unzutreffendes bitte streichen) in … (genaue Bezeichnung des Betriebs, in dem die Verarbeitung erfolgen soll) / Verordnung (EG) Nr. 382/2008

:

in het Ests

:

Litsents on kehtiv … (välja andev liikmesriik) / Liha töötlemiseks … [A toode] [B toode] (kustuta mittevajalik) … (ettevõtte asukoht ja loanumber, kus toimub töötlemine / määrus (EÜ) nr 382/2008

:

in het Grieks

:

Η άδεια ισχύει … (κράτος μέλος έκδοσης) / Κρέας που προορίζεται για μεταποίηση … [προϊόντα Α] [προϊόντα Β] (διαγράφεται η περιττή ένδειξη) … (ακριβής περιγραφή και αριθμός έγκρισης της εγκατάστασης όπου πρόκειται να πραγματοποιηθεί η μεταποίηση) / Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 382/2008

:

in het Engels

:

Licence valid in … (issuing Member State) / Meat intended for processing … [A-products] [B-products] (delete as appropriate) at … (exact designation and approval No of the establishment where the processing is to take place) / Regulation (EC) No 382/2008

:

in het Frans

:

Certificat valable … (État membre émetteur) / viande destinée à la transformation de … [produits A] [produits B] (rayer la mention inutile) dans … (désignation exacte et numéro d’agrément de l’établissement dans lequel la transformation doit avoir lieu) / règlement (CE) no 382/2008

:

in het Italiaans

:

Titolo valido in … (Stato membro di rilascio) / Carni destinate alla trasformazione … [prodotti A] [prodotti B] (depennare la voce inutile) presso … (esatta designazione e numero di riconoscimento dello stabilimento nel quale è prevista la trasformazione) / Regolamento (CE) n. 382/2008

:

in het Lets

:

Atļauja derīga … (dalībvalsts, kas izsniedz ievešanas atļauju) / pārstrādei paredzēta gaļa … [A produktu] [B produktu] ražošanai (nevajadzīgo nosvītrot) … (precīzs tā uzņēmuma apzīmējums un apstiprinājuma numurs, kurā notiks pārstrāde) / Regula (EK) Nr. 382/2008

:

in het Litouws

:

Licencija galioja … (išdavusioji valstybė narė) / Mėsa skirta perdirbimui … [produktai A] [produktai B] (ištrinti nereikalingą) … (tikslus įmonės, kurioje bus perdirbama, pavadinimas ir registracijos Nr.) / Reglamentas (EB) Nr. 382/2008

:

in het Hongaars

:

Az engedély … (kibocsátó tagállam) területén érvényes. / Feldolgozásra szánt hús … [A-termék][Btermék] (a nem kívánt törlendő) … (pontos rendeltetési hely és a feldolgozást végző létesítmény engedélyezési száma) 382/2008/EK rendelet

:

in het Maltees

:

Liċenzja valida fi … (Stat Membru tal-ħruġ) / Laħam maħsub għall-ipproċessar … [Prodotti-A] [Prodotti-B] (ħassar skond kif ikun xieraq) fi … (deżinjazzjoni eżatta u Nru ta' l-istabbiliment fejn se jsir l-ipproċessar) / Ir-Regolament (KE) Nru 382/2008

:

in het Nederlands

:

Certificaat geldig in … (lidstaat van afgifte) / Vlees bestemd voor verwerking tot [A-producten] [B-producten] (doorhalen wat niet van toepassing is) in … (nauwkeurige aanduiding en toelatingsnummer van het bedrijf waar de verwerking zal plaatsvinden) / Verordening (EG) nr. 382/2008

:

in het Pools

:

Pozwolenie ważne w … (wystawiające państwo członkowskie) / mięso przeznaczone do przetworzenia … [produkty A] [produkty B] (niepotrzebne skreślić) w … (dokładne miejsce przeznaczenia i nr zatwierdzenia zakładu, w którym ma mieć miejsce przetwarzanie) / rozporządzenie (WE) nr 382/2008

:

in het Portugees

:

Certificado válido em … (Estado-Membro emissor) / carne destinada à transformação … [produtos A] [produtos B] (riscar o que não interessa) em … (designação exacta e número de aprovação do estabelecimento em que a transformação será efectuada) / Regulamento (CE) n.o 382/2008

:

in het Roemeens

:

Licență valabilă în … (statul membru emitent) / Carne destinată procesării … [produse-A] [produse-B] (se șterge unde este cazul) la … (desemnarea exactă și nr. de aprobare al stabilimentului unde va avea loc procesarea) / Regulamentul (CE) nr. 382/2008

:

in het Slowaaks

:

Licencia platná v … (vydávajúci členský štát) / Mäso určené na spracovanie … [výrobky A] [výrobky B] (nehodiace sa prečiarknite) v … (presné určenie a číslo schválenia zariadenia, v ktorom spracovanie prebehne) / nariadenie (ES) č. 382/2008

:

in het Sloveens

:

Dovoljenje velja v … (država članica, ki ga je izdala) / Meso namenjeno predelavi … [proizvodi A] [proizvodi B] (črtaj neustrezno) v … (točno namembno območje in št. odobritve obrata, kjer bo predelava potekala) / Uredba (ES) št. 382/2008

:

in het Fins

:

Todistus on voimassa … (myöntäjäjäsenvaltio) / Liha on tarkoitettu [A-luokan tuotteet] [B-luokan tuotteet] (tarpeeton poistettava) jalostukseen … :ssa (tarkka ilmoitus laitoksesta, jossa jalostus suoritetaan, hyväksyntänumero mukaan lukien) / Asetus (EY) N:o 382/2008

:

in het Zweeds

:

Licensen är giltig i … (utfärdande medlemsstat) / Kött avsett för bearbetning … [A-produkter] [B-produkter] (stryk det som inte gäller) vid … (exakt angivelse av och godkännandenummer för anläggningen där bearbetningen skall ske) / Förordning (EG) nr 382/2008


BIJLAGE III

BEDRAGEN VAN DE ZEKERHEID (1)

(in EUR/1000 kg netto)

Product

(GN-code)

Voor de vervaardiging van A-producten

Voor de vervaardiging van B-producten

0202 20 30

1 414

420

0202 30 10

2 211

657

0202 30 50

2 211

657

0202 30 90

3 041

903

0206 29 91

3 041

903


(1)  De omrekeningskoers is die welke geldt op de dag vóór de dag waarop de zekerheid wordt gesteld.


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/15


VERORDENING (EG) Nr. 413/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot wijziging en rectificatie van Verordening (EG) nr. 27/2008 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor bepaalde producten van GN-code 0714 van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL, die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (1), en met name op artikel 1, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij de toepassing van Verordening (EG) nr. 27/2008 van de Commissie van 15 januari 2008 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor producten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand (2) is gebleken dat, voor een goed beheer van de contingenten, de verordening op een aantal punten moet worden aangepast.

(2)

Voor een goed beheer van de contingenten en met inachtneming van de opgedane ervaring lijkt het aangewezen de doorstroming op de markt voor de betrokken producten te verbeteren en te zorgen voor een betere benutting van de contingenten. De marktdeelnemers moeten derhalve de mogelijkheid krijgen om meer dan één certificaataanvraag per contingentperiode in te dienen en daarom moet worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie (3).

(3)

Om het beheer van de betrokken contingenten op basis van het betrokken contingentjaar te garanderen, moet nader worden bepaald dat, wanneer in december certificaataanvragen worden ingediend die betrekking hebben op het contingent van het volgende jaar, de lidstaten deze voortijdig ontvangen aanvragen pas aan de Commissie meedelen in de eerste periode van het volgende jaar.

(4)

Met het oog op rationalisatie en vereenvoudiging van de follow-up van de aanvragen door de Commissie en om het aantal mededelingen van de lidstaten aan de Commissie te beperken, moet worden voorzien in één enkele mededeling per week.

(5)

In het kader van de codificatie, bij Verordening (EG) nr. 27/2008, van Verordening (EG) nr. 2449/96 van de Commissie van 18 december 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor producten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand (4), is met betrekking tot GN-code 0714 10 99 geen rekening gehouden met de bij Verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie (5) vastgestelde wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur op grond waarvan met name GN-code 0714 10 99 is vervangen door GN-code ex 0714 10 98. Bijgevolg moet de betrokken verordening worden gewijzigd en moet de titel worden gerectificeerd.

(6)

De in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 27/2008 vastgestelde toewijzing van de hoeveelheden, namelijk 1 320 590, respectievelijk 32 000 ton, aan wel, respectievelijk niet bij de WTO aangesloten landen, is niet helemaal duidelijk. Om verwarring te voorkomen, moet deze bepaling anders worden geformuleerd.

(7)

Verordening (EG) nr. 27/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd en gerectificeerd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 27/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 1 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

„Voor de toepassing van deze verordening wordt onder producten van GN-code ex 0714 10 98 verstaan: andere producten dan uit meel en gries vervaardigde pellets, van GN-code 0714 10 98.”.

2.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„In afwijking van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 kan de aanvrager meer dan één certificaataanvraag per contingentperiode indienen. De aanvrager mag echter slechts één certificaataanvraag per week indienen.”;

b)

de leden 2, 3 en 4 worden vervangen door:

„2.   Voor de producten van oorsprong uit Indonesië of China mogen de in december ingediende certificaataanvragen betrekking hebben op de in het volgende jaar te verrichten invoer, op voorwaarde dat die invoer plaatsvindt op basis van uitvoercertificaten die door de Indonesische of Chinese autoriteiten zijn afgegeven voor dat jaar.

3.   Na afloop van de in lid 1, eerste alinea, vastgestelde periode voor het indienen van de aanvragen en uiterlijk op de daaropvolgende donderdag om 13.00 uur, delen de lidstaten de Commissie de volgende gegevens mee:

a)

de totale hoeveelheid waarop de certificaataanvragen betrekking hebben, uitgesplitst naar oorsprong en naar productcode;

b)

het nummer van het overgelegde certificaat van oorsprong en de in het origineel van het document, of in een uittreksel ervan, vermelde totale hoeveelheid;

c)

de referenties van de uitvoercertificaten die door de Indonesische of Chinese autoriteiten zijn afgegeven, en de daarmee overeenstemmende hoeveelheden, alsmede de naam van het schip.

Voor de in lid 2 bedoelde certificaten delen de lidstaten deze gegevens evenwel mee samen met de mededelingen van de eerste week van het volgende jaar.

4.   Het invoercertificaat wordt afgegeven op de vierde werkdag na afloop van de in lid 3 bedoelde mededelingstermijn.”.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 27/2008 wordt als volgt gerectificeerd:

1.

In de titel wordt de GN-code „0714 10 99” vervangen door „ex 0714 10 98”.

2.

Artikel 1, eerste alinea, wordt als volgt gerectificeerd:

a)

de inleidende zin wordt vervangen door:

„Met ingang van 1 januari 1997 worden voor producten van de GN-codes 0714 10 91, ex 0714 10 98, 0714 90 11 en 0714 90 19 de volgende jaarlijkse tariefcontingenten geopend met een douanerecht van 6 % ad valorem:”;

b)

de punten c) en d) worden vervangen door:

„c)

een contingent van 145 590 t voor de betrokken producten van oorsprong uit andere lidstaten van de WTO dan Thailand, China en Indonesië;

d)

een contingent van 32 000 t voor de betrokken producten van oorsprong uit niet bij de WTO aangesloten landen, waarvan 2 000 t is gereserveerd voor de invoer van producten van de GN-codes 0714 10 91 en 0714 90 11.”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.

(2)  PB L 13 van 16.1.2008, blz. 3.

(3)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2007 (PB L 78 van 17.3.2007, blz. 17).

(4)  PB L 333 van 21.12.1996, blz. 14. Verordening ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 27/2008.

(5)  PB L 286 van 31.10.2007, blz. 1.


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/17


VERORDENING (EG) Nr. 414/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad betreffende de toekenning van communautaire steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten in het opslagseizoen 2008/2009

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kan steun worden verleend voor de particuliere opslag van soorten bewaarkaas en van kaassoorten die zijn geproduceerd op basis van schapenmelk en/of geitenmelk en die ten minste zes maanden moeten rijpen, indien uit de ontwikkeling van prijzen en voorraden van deze kaassoorten een ernstig gebrek aan evenwicht op de markt blijkt dat door seizoenopslag kan worden opgeheven of verminderd.

(2)

De seizoengebondenheid van de productie van bepaalde soorten bewaarkaas en van Pecorino Romano, Kefalotyri en Kasseri wordt nog verergerd door de omgekeerde seizoengebondenheid van het verbruik van deze kaassoorten. Bovendien worden de gevolgen van deze seizoengebondenheid nog verzwaard door de versnipperde productie van deze kaassoorten. Bijgevolg moet voor deze kaassoorten een seizoengebonden opslag plaatsvinden voor een hoeveelheid die overeenkomt met het verschil tussen de productie in de zomermaanden en die in de wintermaanden.

(3)

De voor de steun in aanmerking komende kaassoorten en maximumhoeveelheden, alsmede de duur van de overeenkomsten moeten naar gelang van de werkelijke marktbehoeften en de bewaarmogelijkheden voor de betrokken kaassoorten worden vastgesteld.

(4)

De inhoud van de opslagovereenkomst en de belangrijkste maatregelen inzake identificatie en controle van de kaas waarvoor de overeenkomst geldt, moeten nader worden bepaald. Bij de vaststelling van de steunbedragen moet rekening worden gehouden met de opslagkosten en met het in acht te nemen evenwicht tussen de kaas die voor deze steun in aanmerking komen en de andere op de markt gebrachte kaas. In het licht van deze elementen en van de beschikbare middelen hoeft het totale steunbedrag niet te worden gewijzigd.

(5)

Ook moeten nadere voorschriften worden vastgesteld die betrekking hebben op de documentatie en de boekhouding, alsmede op de frequentie van de controles en de wijze waarop deze moeten worden verricht. In dit verband moet worden bepaald dat de lidstaten de controlekosten geheel of gedeeltelijk aan de contractant mogen aanrekenen.

(6)

Er moet duidelijk worden gesteld dat enkel hele kazen in aanmerking komen voor steun voor de particulier opslag.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de toekenning van de in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 bedoelde communautaire steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten (hierna „de steun” te noemen) in het opslagseizoen 2008/2009.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„opgeslagen partij”: een hoeveelheid van minstens 2 t kaas van dezelfde soort, die op dezelfde dag in dezelfde opslagplaats is ingeslagen;

b)

„eerste dag van contractuele opslag”: de dag na die van inslag;

c)

„laatste dag van contractuele opslag”: de dag vóór die van uitslag;

d)

„opslagseizoen”: de periode waarin de kaas onder de regeling inzake particuliere opslag kan vallen, als omschreven in de bijlage voor elke kaassoort.

Artikel 3

Voor de steun in aanmerking komende kaassoorten

1.   Onder de in de bijlage bepaalde voorwaarden wordt steun verleend voor bepaalde soorten bewaarkaas en voor Pecorino Romano, Kefalotyri en Kasseri. Alleen hele kazen komen in aanmerking voor steun.

2.   De kaas moet in de Gemeenschap vervaardigd zijn en aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

op de kaas moet in onuitwisbare letters de onderneming waar hij vervaardigd is, alsmede de dag en de maand van vervaardiging worden vermeld, waarbij deze vermeldingen eventueel in de vorm van een code mogen worden aangebracht;

b)

de kaas moet een kwaliteitsonderzoek hebben ondergaan waaruit blijkt dat hij voldoende waarborgen biedt om na rijping in één van de in de bijlage aangegeven categorieën te worden ingedeeld.

Artikel 4

Opslagovereenkomst

1.   De overeenkomsten voor de particuliere opslag van kaas worden gesloten tussen het interventiebureau van de lidstaat waar de kaas is opgeslagen, en natuurlijke personen of rechtspersonen, hierna „contractanten” te noemen.

2.   De opslagovereenkomst wordt schriftelijk gesloten op grond van een aanvraag tot sluiting van een overeenkomst.

Deze aanvraag moet binnen 30 dagen na de inslagdatum in het bezit zijn van het interventiebureau en mag slechts betrekking hebben op partijen kaas waarvoor de inslag beëindigd is. Het interventiebureau registreert de datum waarop het de aanvraag ontvangt.

Wanneer de aanvraag het interventiebureau binnen niet meer dan tien werkdagen na de bovengenoemde uiterste termijn bereikt, kan de opslagovereenkomst alsnog worden gesloten, maar het steunbedrag wordt dan met 30 % verlaagd.

3.   De opslagovereenkomst wordt voor één of meer opslagpartijen gesloten en omvat met name bepalingen inzake:

a)

de hoeveelheid kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft;

b)

de data voor de uitvoering van de overeenkomst;

c)

het steunbedrag;

d)

de identificatie van de opslagplaatsen.

4.   De opslagovereenkomst wordt gesloten binnen 30 dagen na de datum waarop de aanvraag tot sluiting van een overeenkomst geregistreerd is.

5.   De controlemaatregelen, en met name die welke in artikel 7 bedoeld zijn, worden door het interventiebureau in een bestek beschreven. In het opslagcontract wordt naar dit bestek verwezen.

Artikel 5

Inslag en uitslag

1.   De inslag- en uitslagperioden zijn vermeld in de bijlage.

2.   De uitslag moet steeds betrekking hebben op een volledige partij.

3.   Wanneer na het verstrijken van de eerste 60 dagen contractuele opslag de kwaliteitsvermindering van de kaas groter is dan ze normaliter als gevolg van de bewaring zou mogen zijn, kunnen de contractanten worden gemachtigd eenmaal voor iedere opslagpartij de betrokken hoeveelheden op hun kosten te vervangen.

Wanneer in het kader van de controles tijdens de opslag of bij de uitslag bepaalde hoeveelheden ondeugdelijk worden bevonden, wordt voor deze hoeveelheden geen steun toegekend. Bovendien mag de voor steun in aanmerking komende overblijvende hoeveelheid van de opslagpartij niet minder dan twee ton bedragen.

De tweede alinea geldt ook bij uitslag van een gedeelte van een partij vóór het begin van de in lid 1 bedoelde uitslagperiode of vóór afloop van de in artikel 8, lid 2, vastgestelde minimumopslagtermijn.

4.   In het in lid 3, eerste alinea, bedoelde geval geldt voor de berekening van de steun voor de vervangen hoeveelheden als eerste dag van contractuele opslag de dag waarop de periode van contractuele opslag is ingegaan.

Artikel 6

Opslagvoorwaarden

1.   De lidstaat vergewist zich ervan dat aan de voorwaarden om aanspraak op uitbetaling van de steun te kunnen maken, wordt voldaan.

2.   De contractant of, op verzoek of machtiging van de lidstaat, de beheerder van de opslagplaats, houdt ten behoeve van de met de controle belaste bevoegde instantie alle documenten ter beschikking die voor de producten die zich in particuliere opslag bevinden, uitsluitsel geven over:

a)

de eigenaar van de producten op het tijdstip van de inslag;

b)

de oorsprong en de vervaardigingsdatum van de kaas;

c)

de inslagdatum;

d)

de aanwezigheid van de kaas in de opslagplaats en het adres van de opslagplaats;

e)

de uitslagdatum.

3.   De contractant of, in voorkomend geval, de beheerder van de opslagplaats voert een in de opslagplaats beschikbaar te houden voorraadboekhouding, met de volgende gegevens:

a)

het partijnummer van de producten die zich in particuliere opslag bevinden;

b)

de inslag- en uitslagdatum;

c)

voor elke opgeslagen partij, het aantal kazen met vermelding van het gewicht per stuk;

d)

de plaats waar de producten zich in de opslagplaats bevinden.

4.   De opgeslagen producten moeten gemakkelijk identificeerbaar en vlot toegankelijk zijn en per overeenkomst uit elkaar kunnen worden gehouden. De opgeslagen kazen moeten van een bijzonder merkteken worden voorzien.

Artikel 7

Controles

1.   Bij de inslag voert de bevoegde instantie controles uit om met name te waarborgen dat de opgeslagen producten voor steun in aanmerking komen en om elke mogelijkheid tot vervanging van producten in de periode van contractuele opslag te voorkomen.

2.   De bevoegde instantie voert een onaangekondigde steekproefcontrole op de aanwezigheid van de producten in de opslagplaats uit. De steekproef moet representatief zijn en betrekking hebben op minstens 10 % van de totale hoeveelheid waarvoor in het raam van een steunmaatregel voor de particuliere opslag een overeenkomst is gesloten.

Deze controle omvat naast de in artikel 6, lid 3, bedoelde controle van de voorraadboekhouding een fysieke controle van gewicht, aard en identificatie van de producten. Deze fysieke controle moet worden uitgevoerd bij minstens 5 % van de hoeveelheid waarop de onaangekondigde controle betrekking heeft.

3.   Aan het einde van de periode van contractuele opslag gaat de bevoegde instantie na of de producten nog aanwezig zijn. Indien de producten ook na het verstrijken van de maximumperiode van contractuele opslag nog opgeslagen blijven, mag deze controle evenwel bij de uitslag worden verricht.

Met het oog op de in de eerste alinea bedoelde controle waarschuwt de contractant de bevoegde instantie, met vermelding van de betrokken opslagpartijen, ten minste vijf werkdagen vóór het verstrijken van de contractuele opslagperiode of ten minste vijf werkdagen vóór het begin van de uitslag wanneer die tijdens of na afloop van de periode van contractuele opslag plaatsvindt.

De lidstaat kan instemmen met een waarschuwingstermijn die korter is dan de in de tweede alinea bedoelde vijf werkdagen.

4.   Over de controles op grond van de leden 1, 2 en 3 wordt een verslag opgesteld waarin worden vermeld:

a)

de datum van de controle;

b)

de duur ervan;

c)

de verrichte controlewerkzaamheden.

Het controleverslag moet worden ondertekend door de bevoegde ambtenaar en medeondertekend door de contractant of, in voorkomend geval, door de beheerder van de opslagplaats en moet bij het betalingsdossier worden gevoegd.

5.   Wanneer bij 5 % of meer van de hoeveelheid gecontroleerde producten onregelmatigheden worden geconstateerd, wordt een door de bevoegde instantie te bepalen ruimere steekproef gecontroleerd.

De lidstaten delen de onregelmatigheden binnen vier weken aan de Commissie mee.

6.   De lidstaten kunnen voorschrijven dat de controlekosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de contractant komen.

Artikel 8

Steun voor de opslag

1.   De steunbedragen worden als volgt vastgesteld:

i)

0,38 EUR per ton en per dag contractuele opslag, wat bewaarkaas betreft;

ii)

0,45 EUR per ton en per dag contractuele opslag, wat Pecorino Romano betreft;

iii)

0,59 EUR per ton en per dag contractuele opslag, wat Kefalotyri en Kasseri betreft.

2.   Er wordt geen steun verleend wanneer de periode van contractuele opslag minder dan 60 dagen bedraagt. Het maximumsteunbedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met een periode van contractuele opslag van 180 dagen.

Wanneer de contractant de termijn als bedoeld in artikel 7, lid 3, tweede of, in voorkomend geval, derde alinea, niet in acht neemt, wordt de steun met 15 % verminderd en slechts betaald voor de periode waarvoor de contractant ten genoegen van de bevoegde instantie het bewijs levert dat de kaas contractueel was opgeslagen.

3.   De steun wordt uitbetaald op verzoek van de contractant, binnen 120 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek en voor zover de in artikel 7, lid 3, bedoelde controles zijn uitgevoerd en is voldaan aan de voorwaarden die recht geven op uitbetaling van de steun.

Wanneer echter een administratief onderzoek loopt naar het recht op steun, vindt uitbetaling eerst plaats nadat de aanspraak op de steun is erkend.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1152/2007 (PB L 258 van 4.10.2007, blz. 3).


BIJLAGE

Categorie kaas

Voor steun in aanmerking komende hoeveelheden

Minimale rijping

Inslagperiode

Uitslagperiode

Franse bewaarkaas:

gecontroleerde oorsprongsbenaming voor de soorten beaufort of comté

„label rouge” voor „emmental grand cru”

klasse A of B voor emmentaler of gruyère

16 000 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Duitse bewaarkaas:

„Markenkäse” of „Klasse fein” Emmentaler/Bergkäse

1 000 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Ierse bewaarkaas:

 

„Irish long keeping cheese.

 

Emmental, special grade”

900 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Oostenrijkse bewaarkaas:

1. Güteklasse Emmentaler/Bergkäse/Alpkäse

1 700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Finse bewaarkaas:

„I luokka”

1 700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Zweedse bewaarkaas:

„Västerbotten/Prästost/Svecia/Grevé”

1 700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Poolse bewaarkaas:

 

„Podlaski/Piwny/Ementalski/Ser

 

Corregio/Bursztyn/Wielkopolski”

3 000 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Sloveense bewaarkaas:

„Ementalec/Zbrinc”

200 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Litouwse bewaarkaas:

„Goja/Džiugas”

700 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Letse bewaarkaas:

„Rigamond, Itālijas, Ementāles tipa un Ekstra klases siers”

500 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Hongaarse bewaarkaas:

„Hajdú”

300 t

10 dagen

van 1 juni tot en met 30 september 2008

van 1 oktober 2008 tot en met 31 maart 2009

Pecorino Romano

19 000 t

90 dagen en vervaardigd na 1 oktober 2007

van 1 juni tot en met 31 december 2008

vóór 31 maart 2009

Kefalotyri en Kasseri vervaardigd van schapen- of geitenmelk of van een mengsel van beide soorten melk

2 500 t

90 dagen en vervaardigd na 30 november 2007

van 1 juni tot en met 30 november 2008

vóór 31 maart 2009


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/22


VERORDENING (EG) Nr. 415/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

inzake de verdeling tussen „leveringen” en „rechtstreekse verkoop” van de nationale referentiehoeveelheden die voor 2007/2008 zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 kunnen de producenten beschikken over een of over twee individuele referentiehoeveelheden (een voor leveringen en een voor rechtstreekse verkoop) die alleen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de producent kunnen worden omgezet van de ene in de andere referentiehoeveelheid.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 607/2007 van de Commissie van 1 juni 2007 inzake de verdeling tussen „leveringen” en „rechtstreekse verkoop” van de nationale referentiehoeveelheden die voor 2006/2007 zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad (2) is voor de periode van 1 april 2006 tot en met 31 maart 2007 de verdeling tussen „leveringen” en „rechtstreekse verkoop” vastgesteld voor België, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1186/2007 van de Commissie van 10 oktober 2007 houdende wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten, wat betreft de verdeling tussen de leveringen en de rechtstreekse verkoop voor Roemenië en Bulgarije (3) is de verdeling tussen leveringen en rechtstreekse verkoop voor de betrokken lidstaten bij het begin van de quotaregeling op 1 april 2007 vastgesteld.

(4)

Overeenkomstig artikel 25, lid 2, van Verordening (EG) nr. 595/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten (4) hebben België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk de referentiehoeveelheden meegedeeld die op verzoek van de producenten definitief zijn omgezet van leveringen in rechtstreekse verkoop of omgekeerd.

(5)

Overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 is de totale nationale referentiehoeveelheid voor België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk voor 2007/2008 groter dan die voor 2006/2007, en deze lidstaten hebben de Commissie in kennis gesteld van de verdeling tussen „leveringen” en „rechtstreekse verkoop” van de extra referentiehoeveelheden.

(6)

Met betrekking tot de voor het tijdvak van 1 april 2007 tot en met 31 maart 2008 geldende nationale referentiehoeveelheden die zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003, moet derhalve de verdeling tussen „leveringen” en „rechtstreekse verkoop” worden aangebracht.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De voor het tijdvak van 1 april 2007 tot en met 31 maart 2008 geldende nationale referentiehoeveelheden die zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003, worden overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening verdeeld tussen „leveringen” en „rechtstreekse verkoop”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 123. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1186/2007 van de Commissie (PB L 265 van 11.10.2007, blz. 22).

(2)  PB L 141 van 2.6.2007, blz. 28.

(3)  PB L 265 van 11.10.2007, blz. 22.

(4)  PB L 94 van 31.3.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 228/2008 (PB L 70 van 14.3.2008, blz. 7).


BIJLAGE

(in tonnen)

Lidstaten

Leveringen

Rechtstreekse verkoop

België

3 283 279,969

60 255,031

Bulgarije

893 688,028

85 311,972

Tsjechië

2 735 402,882

2 528,118

Denemarken

4 499 580,144

319,856

Duitsland

28 049 011,176

93 454,385

Estland

636 070,323

10 297,677

Ierland

5 393 711,092

2 052,908

Griekenland

819 371,000

1 142,000

Spanje

6 050 995,383

65 954,617

Frankrijk

24 132 388,327

345 767,673

Italië

10 271 286,160

258 773,840

Cyprus

142 848,981

2 351,019

Letland

717 342,228

11 305,772

Litouwen

1 631 990,068

72 848,932

Luxemburg

271 274,000

465,000

Hongarije

1 881 124,791

108 935,209

Malta

48 698,000

0,000

Nederland

11 112 857,000

72 583,000

Oostenrijk

2 679 104,617

98 788,992

Polen

9 211 606,546

168 536,454

Portugal (1)

1 930 253,126

8 933,874

Roemenië

1 320 555,428

1 736 444,572

Slovenië

555 673,766

20 964,234

Slowakije

1 029 752,282

11 035,718

Finland

2 424 447,811

7 384,196

Zweden

3 332 630,000

3 400,000

Verenigd Koninkrijk

14 619 120,370

136 526,631


(1)  Behalve Madeira


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/25


VERORDENING (EG) Nr. 416/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3600/92 wat betreft de beoordeling van de werkzame stof metalaxyl in het kader van artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 8, lid 2, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Metalaxyl is een van de werkzame stoffen die zijn opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie van 11 december 1992 houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (2).

(2)

Als gevolg van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 2007 in zaak C-326/05 P (3), dat Beschikking 2003/308/EG van de Commissie (4) betreffende de niet-opneming van metalaxyl in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad nietig verklaarde, heeft de Commissie Verordening (EG) nr. 1313/2007 van 8 november 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2076/2002 wat betreft de verlenging van de in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad bedoelde termijn voor metalaxyl en Verordening (EG) nr. 2024/2006 wat betreft het schrappen van de afwijking voor metalaxyl (5) vastgesteld.

(3)

Volgens artikel 233 van het Verdrag moet de instelling waarvan een handeling nietig is verklaard de nodige maatregelen nemen om het arrest van het Hof van Justitie uit te voeren. Er zijn bijgevolg verdere maatregelen nodig ten aanzien van Verordening (EEG) nr. 3600/92, met name wat betreft de termijnen voor de indiening van de resultaten van aanvullende proeven en aanvullende informatie.

(4)

Die verdere maatregelen moeten worden bekeken in het licht van de unieke feitelijke situatie van het arrest in zaak C-326/05 P. IQV had nooit een volledig dossier ingediend en wilde zich in plaats daarvan beroepen op door een andere kennisgever ingediende studies. IQV voerde aan dat het alleen verder materiaal moest toevoegen dat niet voorkwam in het dossier van de andere kennisgever, dat overigens ook lacunes bevatte. De toegang tot het dossier werd echter aan IQV geweigerd door de andere kennisgever, die zich intussen had teruggetrokken. Tijdens de gehele procedure hield de Commissie staande dat IQV moest aantonen dat metalaxyl voldeed aan de criteria voor opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Dit standpunt werd niet door het Hof betwist. Aangezien IQV geen toegang had tot het dossier van de andere kennisgever, was de Commissie van mening dat de intercollegiale toetsing niet met succes kon worden uitgevoerd, omdat bij de intercollegiale toetsing vragen zouden worden gesteld over de in het andere dossier vervatte studies. IQV, dat geen toegang had tot het dossier, zou niet in staat zijn op dergelijke vragen te antwoorden. De als rapporteur optredende lidstaat diende het ontwerpbeoordelingsverslag voor de stof op 26 januari 2001 in op grond van alle op dat ogenblik beschikbare studies. Tijdens de evaluatie bleken de geconstateerde lacunes in de gegevens echter van dien aard te zijn dat een opneming van de stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG niet kon worden overwogen.

(5)

Tijdens contacten met IQV op 17 september en 14 november 2007 stelde de Commissie IQV in kennis van haar voornemen om de evaluatie van de stof te voltooien.

(6)

De tot nu toe bij de Commissie ingediende informatie over metalaxyl is onvolledig en maakt een opneming van metalaxyl in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG niet mogelijk. De Commissie is niet in staat te garanderen dat de studies en de gegevens die door IQV voor de evaluatie krachtens Verordening (EEG) nr. 3600/92 zullen worden verstrekt, toereikend zullen zijn voor de aanvulling van de geconstateerde lacunes en bijgevolg zullen volstaan om aan te tonen dat metalaxyl naar verwachting over het algemeen zal voldoen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG.

(7)

De Commissie en de lidstaten zullen voor een pragmatische aanpak kiezen door voor zover juridisch mogelijk uit te gaan van reeds bestaande gegevens. Het is gebruikelijk dat tijdens de intercollegiale toetsing vragen worden gesteld. Deze vragen kunnen betrekking hebben op alle elementen van het dossier en het is uitsluitend aan IQV om in voorkomend geval een antwoord op deze vragen te geven.

(8)

Voor de voltooiing van de beoordeling van metalaxyl vóór de in Verordening (EG) nr. 2076/2002 vastgestelde datum is het van essentieel belang dat in de verschillende fasen van de procedure stringente termijnen worden aangehouden. Daarom kan er niet van worden uitgegaan dat eventuele later in het dossier geconstateerde lacunes door het verstrekken van verdere studies kunnen worden verholpen, aangezien dit de beoordeling zou vertragen.

(9)

Om metalaxyl te kunnen onderzoeken moeten bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3600/92 vastgestelde termijnen worden aangepast.

(10)

Verordening (EEG) nr. 3600/92 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 7, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 3600/92 worden het eerste en het tweede streepje vervangen door:

„—

de termijn voor indiening van de betrokken uitslagen, respectievelijk gegevens bij de als rapporteur optredende lidstaat en bij de overeenkomstig lid 2 aangewezen deskundigen. Tenzij de Commissie voor een bepaalde werkzame stof een eerdere datum vaststelt, is de termijn hiervoor 25 mei 2002 en voor metalaxyl uiterlijk 31 oktober 2008, behalve voor de uitslagen van langetermijnstudies die de als rapporteur optredende lidstaat en de Commissie bij het onderzoek van het dossier noodzakelijk achten en die vermoedelijk niet binnen de vastgestelde termijn volledig beëindigd kunnen worden, voor zover de verstrekte informatie het bewijs omvat dat opdracht gegeven is tot deze studies en dat de uitslagen ervan uiterlijk op 25 mei 2003 overgelegd zullen worden. In uitzonderlijke gevallen mag, wanneer de als rapporteur optredende lidstaat en de Commissie op 25 mei 2001 nog niet in staat waren dergelijke studies aan te wijzen, een andere datum voor de beëindiging ervan worden vastgesteld, voor zover de kennisgever de als rapporteur optredende lidstaat het bewijs levert dat binnen drie maanden na het verzoek tot het uitvoeren van de studies opdracht tot deze studies gegeven is, en uiterlijk op 25 mei 2002 hierover een protocol en voortgangsverslag worden ingediend;

de termijn voor toezending, aan de als rapporteur optredende lidstaat en aan de Commissie, van de door de kennisgevers na te komen verbintenis om de gevraagde uitslagen, respectievelijk gegevens binnen de in het eerste streepje bedoelde termijn mede te delen. Voor metalaxyl bedraagt die termijn echter één maand na de inwerkingtreding van deze verordening.”.

Artikel 2

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2008/45/EG van de Commissie (PB L 94 van 5.4.2008, blz. 21).

(2)  PB L 366 van 15.12.1992, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2266/2000 (PB L 259 van 13.10.2000, blz. 27).

(3)  Jurisprudentie 2007, I-6557.

(4)  PB L 113 van 7.5.2003, blz. 8.

(5)  PB L 291 van 9.11.2007, blz. 11.


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/27


VERORDENING (EG) Nr. 417/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

tot wijziging van de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 1, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Zout is een kwaliteitslevensmiddel met typische kenmerken die nauw verbonden zijn met het geografische productiegebied en de plaatselijke productiemethoden. De zoutproductie draagt bij aan de economische en sociale ontwikkeling van vele regio's.

(2)

Katoen is een landbouwproduct dat zeer belangrijk is in bepaalde regio's. Door katoen op te nemen in de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 510/2006 kan een sterke impuls worden gegeven aan de beeldvorming rond en het gebruik van katoen.

(3)

Om aan de verwachtingen van bepaalde producenten en marktdeelnemers voor wie de productie van zout of katoen een van de belangrijkste bronnen van inkomsten is, te voldoen, moeten deze producten worden opgenomen in de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 510/2006. Deze opneming doet niets af aan het in hoofdzaak agrarische karakter van de onder Verordening (EG) nr. 510/2006 vallende producten.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor beschermde geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 510/2006 wordt gewijzigd als volgt:

1.

in bijlage I wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

zout”;

2.

in bijlage II wordt het volgende streepje toegevoegd:

„—

katoen”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/28


VERORDENING (EG) Nr. 418/2008 VAN DE COMMISSIE

van 8 mei 2008

betreffende de afgifte van uitvoercertificaten in de wijnsector

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie van 24 april 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen (1), en met name op artikel 7 en artikel 9, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 63, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (2) is bepaald dat de uitvoerrestituties voor producten van de wijnsector worden toegekend voor maximaal de hoeveelheden en bedragen die bepaald zijn in de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw.

(2)

In artikel 9 van Verordening (EG) nr. 883/2001 is bepaald onder welke voorwaarden de Commissie bijzondere maatregelen kan vaststellen om te voorkomen dat de in het kader van die overeenkomst toegestane hoeveelheden of uitgaven worden overschreden.

(3)

Volgens de gegevens betreffende de uitvoercertificaten waarover de Commissie op 7 mei 2008 beschikt, dreigen de voor de in artikel 9, lid 5, van Verordening (EG) nr. 883/2001 bedoelde bestemmingszones 1 (Afrika) en 3 (Oost-Europa) voor de periode tot en met 30 juni 2008 nog beschikbare hoeveelheden te worden overschreden indien de afgifte van uitvoercertificaten met vaststelling vooraf van de restitutie niet wordt beperkt. Derhalve moet op de van 1 tot en met 6 mei 2008 ingediende aanvragen een uniform verminderingspercentage worden toegepast en moeten de afgifte van certificaten voor de ingediende aanvragen en de indiening van aanvragen voor deze zones worden geschorst tot en met 30 juni 2008,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De uitvoercertificaten met vaststelling vooraf van de restitutie in de wijnsector waarvoor van 1 tot en met 6 mei 2008 aanvragen op grond van Verordening (EG) nr. 883/2001 zijn ingediend, worden afgegeven voor 28,98 % van de aangevraagde hoeveelheden voor bestemmingszone 1 (Afrika) en voor 91,31 % van de aangevraagde hoeveelheden voor bestemmingszone 3 (Oost-Europa).

2.   Voor de in lid 1 bedoelde producten van de wijnsector worden de afgifte van uitvoercertificaten waarvoor aanvragen op 7 mei 2008 of later zijn ingediend, en ook de indiening, met ingang van 9 mei 2008, van aanvragen van uitvoercertificaten voor de bestemmingszones 1 (Afrika) en 3 (Oost-Europa) tot en met 30 juni 2008 geschorst.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 9 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 128 van 10.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1211/2007 (PB L 274 van 18.10.2007, blz. 5).

(2)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/29


BESLUIT VAN DE RAAD

van 14 april 2008

tot verlenging van de geldigheidsduur van Besluit 2005/321/EG tot afsluiting van de procedure van overleg met de Republiek Guinee overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

(2008/363/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend in Cotonou op 23 juni 2000 (1) en herzien in Luxemburg op 25 juni 2005 (2), en met name op artikel 96,

Gezien het intern akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, inzake maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (3), en met name artikel 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 2005/321/EG (4) voorziet in een geldigheidsperiode van 36 maanden, te rekenen vanaf de dag van goedkeuring voor de controle op de passende maatregelen en de geldigheidsduur zou op 14 april 2008 verstrijken.

(2)

Aan het eind van deze controleperiode is gebleken dat talloze verbintenissen zijn nagekomen en dat de belangrijkste resterende verbintenissen tot concrete initiatieven hebben geleid. Enkele belangrijke maatregelen met betrekking tot de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou moeten echter nog worden genomen,

BESLUIT:

Artikel 1

De geldigheidsduur van Besluit 2005/321/EG wordt met twaalf maanden verlengd. Het wordt tweemaal per jaar getoetst.

De aan dit besluit gehechte brief wordt aan de premier van de Republiek Guinee gezonden.

Artikel 2

De maatregelen die bij Besluit 2005/321/EG zijn goedgekeurd als passende maatregelen in de zin van artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou, blijven ongewijzigd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

De geldigheidsduur van dit besluit verstrijkt op 14 april 2009.

Artikel 4

Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 14 april 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

I. JARC


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.

(3)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376.

(4)  PB L 104 van 23.4.2005, blz. 33.


BIJLAGE

Brief aan de premier, regeringsleider van de Republiek Guinee

Excellentie,

De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. Eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, waarop het ACS-EU-partnerschap is gebaseerd, zijn essentiële onderdelen van deze overeenkomst en vormen derhalve de grondslag van onze betrekkingen.

De Europese Unie heeft in 2004 vastgesteld dat de politieke situatie in Guinee van dien aard was dat deze essentiële elementen worden geschonden en in juli 2004 overleg geopend uit hoofde van artikel 96 van de overeenkomst. Het overleg heeft geleid tot conclusies die ter kennis zijn gebracht van de regeringsleider bij brief van 14 april 2005.

De passende maatregelen voorzien in een controleperiode van 36 maanden, die op 14 april 2008 verstrijkt. Tijdens deze periode heeft een versterkte politieke dialoog plaatsgevonden, zoals onder andere blijkt uit de vier gezamenlijke controlemissies van de Raad en de Commissie in mei 2005, februari 2006, mei 2007 en maart 2008, en het bezoek van commissaris Michel in oktober 2006. Eind december 2006 besloot de Europese Unie op grond van de geconstateerde vooruitgang een bedrag van 85,8 miljoen EUR aan Guinee ter beschikking te stellen uit hoofde van de A-portefeuille van het 9e EOF.

De laatste follow-upmissie heeft aldus kunnen bevestigen dat de maatregelen van de Guinese autoriteiten in het algemeen positief zijn, met name ten aanzien van het verkiezingsproces, dat krachtig door de Europese Unie wordt ondersteund, en op het gebied van het macro-economische beleid. De organisatie van parlementsverkiezingen, waaronder het bepalen van een datum, is echter een van de belangrijkste verbintenissen van de Guinese regering die nog niet is uitgevoerd. Gezien de huidige dynamiek zouden deze verbintenissen binnen twaalf maanden moeten kunnen worden nagekomen.

Gezien de positieve dynamiek die zich in Guinee heeft ontwikkeld en de weg die nog moet worden afgelegd, heeft de Europese Unie besloten de in het besluit van 14 april 2005 genoemde periode te verlengen tot 48 maanden, teneinde de Guinese autoriteiten in de gelegenheid te stellen al hun verbintenissen na te komen. Dit besluit kan te allen tijde worden herzien aan de hand van de ontwikkeling van de situatie.

In dit verband blijven de passende maatregelen zoals beschreven in de brief van 14 april 2005 van kracht.

Met bijzondere hoogachting,

Gedaan te Brussel,

Voor de Commissie

Voor de Raad


Commissie

9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/32


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 28 april 2008

tot toelating van methoden voor de indeling van geslachte varkens in Litouwen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 1595)

(Slechts de tekst in de Litouwse taal is authentiek)

(2008/364/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3220/84 van de Raad van 13 november 1984 tot vaststelling van het communautaire indelingsschema voor geslachte varkens (1), en met name op artikel 5, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 2, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3220/84 moeten geslachte varkens worden ingedeeld door het aandeel mager vlees te schatten met behulp van statistisch verantwoorde methoden die zijn gebaseerd op de fysieke meting van een of meer anatomische delen van het geslachte varken. Indelingsmethoden worden slechts toegelaten wanneer een maximumtolerantie voor de statistische fout bij de schatting in acht wordt genomen. Deze tolerantie is vastgesteld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2967/85 van de Commissie van 24 oktober 1985 houdende nadere bepalingen voor de toepassing van het communautaire indelingsschema voor geslachte varkens (2).

(2)

De Litouwse regering heeft de Commissie verzocht toestemming te verlenen voor het gebruik van vier methoden voor de indeling van geslachte varkens en heeft de resultaten van de versnijdingsproeven overgelegd in deel twee van het protocol als bedoeld in artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2967/85.

(3)

Uit het onderzoek van dit verzoek is gebleken dat aan de voorwaarden voor toelating van deze indelingsmethoden is voldaan.

(4)

De apparaten of de indelingsmethoden mogen slechts worden gewijzigd bij een nieuwe beschikking van de Commissie waarin met de opgedane ervaring rekening is gehouden. In dat geval kan de bij de onderhavige beschikking verleende toelating worden ingetrokken.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor varkensvlees,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Voor de indeling van geslachte varkens overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3220/84 mogen in Litouwen de volgende methoden worden gebruikt:

1.

het apparaat „Fat-O-Meat'er (FOM)” en de bijbehorende schattingsmethoden, die nader zijn beschreven in deel 1 van de bijlage,

2.

het „Hennessy Grading Probe (HGP 7)” genaamde apparaat en de bijbehorende schattingsmethoden, die nader zijn beschreven in deel 2 van de bijlage,

3.

het „IM-03” genaamde apparaat en de bijbehorende schattingsmethoden, die nader zijn beschreven in deel 3 van de bijlage,

4.

het „tweepuntenmethode (ZP), meting met liniaal (liniaalmethode)” genaamde apparaat en de bijbehorende schattingsmethoden, die nader zijn beschreven in deel 4 van de bijlage.

De manuele methode (ZP) mag slechts worden toegepast in slachthuizen die niet meer dan 200 varkens per week slachten.

Artikel 2

De apparaten en de schattingsmethoden mogen niet worden gewijzigd.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Litouwen.

Gedaan te Brussel, 28 april 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 301 van 20.11.1984, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3513/93 (PB L 320 van 22.12.1993, blz. 5).

(2)  PB L 285 van 25.10.1985, blz. 39. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1197/2006 (PB L 217 van 8.8.2006, blz. 6).


BIJLAGE

METHODEN VOOR DE INDELING VAN GESLACHTE VARKENS IN LITOUWEN

Deel 1

FAT-O-MEAT’ER (FOM)

1.

De geslachte varkens worden ingedeeld met behulp van het „Fat-O-Meat’er (FOM)” genaamde apparaat.

2.

Het apparaat is uitgerust met een sonde van 6 millimeter diameter met fotodiode Siemens SFH 950/960 en heeft een meetbereik van 3 tot 103 millimeter. De verkregen meetwaarden worden met behulp van een computer omgezet in een geschat magervleesaandeel.

3.

Het magervleesaandeel van een geslacht varken wordt berekend aan de hand van de onderstaande formule:

Image = 59,98500 - 0,20051 × F1 - 0,62340 × F2 + 0,21878 × M2

waarbij:

Image

=

het geschatte percentage mager vlees van het geslachte varken,

F1

=

de spekdikte (met inbegrip van het zwoerd) in millimeter, gemeten tussen de 3de en de 4de wervel, op 8 cm van de slachtlijn,

F2

=

de spekdikte (met inbegrip van het zwoerd) in millimeter, gemeten tussen de derde- en de vierdelaatste rib, op 6 cm van de slachtlijn,

M2

=

de dikte van het magere vlees in millimeter, gemeten tussen de derde- en de vierdelaatste rib, op 6 cm van de slachtlijn.

Deze formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 50 en 110 kg.

Deel 2

HENNESSY GRADING PROBE (HGP7)

1.

De geslachte varkens worden ingedeeld door middel van het „Hennessy Grading Probe (HGP 7)” genaamde apparaat.

2.

Het toestel is uitgerust met een sonde van 5,95 millimeter diameter (die aan de top uitloopt op een puntvormig mesblad waarvan het breedste gedeelte 6,3 mm breed is) met fotodiode (Siemens LED type LYU 260-EO en fotodetector type 58 MR) en een meetbereik van 0 tot 120 millimeter. De meetwaarden worden omgerekend in een schatting van het magervleesaandeel door de HPG 7 zelf en door een daaraan gekoppelde computer.

3.

Het magervleesaandeel van een geslacht varken wordt berekend aan de hand van de onderstaande formule:

Image = 62,56600 - 0,85013 × F2 + 0,16150 × M2

waarbij:

Image

=

het geschatte percentage mager vlees van het geslachte varken,

F2

=

de spekdikte (met inbegrip van het zwoerd) in millimeter, gemeten tussen de derde- en de vierdelaatste rib, op 6 cm van de slachtlijn,

M2

=

de dikte van het magere vlees in millimeter, gemeten tussen de derde- en de vierdelaatste rib, op 6 cm van de slachtlijn.

Deze formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 50 en 110 kg.

Deel 3

IM-03

1.

De geslachte varkens worden ingedeeld met het „IM-03” genaamde apparaat.

2.

Het apparaat is voorzien van een optische naaldsonde (single line scanner SLS01) met een diameter van 7 mm. Op de sonde zijn in een lineaire opstelling CIS-sensoren (contact image sensors) en groene luminescentiedioden aangebracht. Het apparaat heeft een meetbereik van 0 tot 132 millimeter.

3.

Het magervleesaandeel van een geslacht varken wordt berekend aan de hand van de onderstaande formule:

Image = 62,01600 - 0,78101 × F2 + 0,17202 × M2 - 0,03763 × W

waarbij:

Image

=

het geschatte percentage mager vlees van het geslachte varken,

F2

=

de spekdikte (met inbegrip van het zwoerd) in millimeter, gemeten tussen de derde- en de vierdelaatste rib, op 6 cm van de slachtlijn,

M2

=

de dikte van het magere vlees in millimeter, gemeten tussen de derde- en de vierdelaatste rib, op 6 cm van de slachtlijn,

W

=

het warm geslacht gewicht in kilogram.

Deze formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 50 en 110 kg.

Deel 4

MANUELE METHODE (ZP)

1.

De geslachte varkens worden ingedeeld door middel van de „manuele methode (ZP) of tweepuntenmethode”, waarbij wordt gemeten met behulp van een liniaal.

2.

Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van een liniaal met een maatverdeling op basis van de voorspellingsvergelijking. Het gaat om een manuele meting van de spekdikte en de spierdikte op het kliefvlak.

3.

Het aandeel mager vlees van het geslachte varken wordt berekend aan de hand van de onderstaande formule:

Image = 54,57800 - 0,47534 × F + 0,27035 × M – 0,09201 × W

waarbij:

Image

=

het geschatte aandeel mager vlees van het geslachte varken,

F

=

de spekdikte (met inbegrip van zwoerd) in millimeter, gemeten op de slachtlijn op de smalste plaats boven de musculus gluteus medius,

M

=

de dikte van de lendenspier in millimeter, gemeten op de slachtlijn als kortste afstand tussen het voorste (craniale) uiteinde van de musculus gluteus medius en het bovenste (dorsale) uiteinde van het wervelkanaal,

W

=

het warm geslacht gewicht in kilogram.

De formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 50 en 110 kg.


9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/36


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 30 april 2008

tot oprichting van een deskundigengroep voor financiële educatie

(2008/365/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap heeft de Gemeenschap onder meer tot taak een interne markt tot stand te brengen die wordt gekenmerkt door de afschaffing tussen de lidstaten van hinderpalen voor het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.

(2)

In artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is bepaald dat de Commissie bij haar met de totstandbrenging en werking van de interne markt verband houdende voorstellen op het gebied van de consumentenbescherming moet uitgaan van een hoog beschermingsniveau en daarbij in het bijzonder rekening moet houden met alle nieuwe ontwikkelingen die op wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd.

(3)

Krachtens artikel 149 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap moet de Gemeenschap bijdragen tot de ontwikkeling van onderwijs van een hoog gehalte door samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en zo nodig door hun activiteiten te ondersteunen en aan te vullen, met volledige eerbiediging van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud van het onderwijs en de opzet van het onderwijsstelsel en van hun culturele en taalkundige verscheidenheid.

(4)

In artikel 153 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is bepaald dat de Gemeenschap, om de belangen van de consumenten te bevorderen en een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, moet bijdragen tot de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de economische belangen van de consumenten alsmede tot de bevordering van hun recht op voorlichting en vorming, en hun recht van vereniging om hun belangen te behartigen.

(5)

Zoals in de mededeling van de Commissie Een interne markt voor het Europa van de 21ste eeuw  (1) wordt aangestipt, is financiële educatie van essentieel belang om te waarborgen dat de interne markt directe voordelen oplevert voor de Europese burgers door ervoor te zorgen dat zij voldoende zijn voorgelicht om met kennis van zaken beslissingen over de aankoop van financiële diensten te nemen en om de fundamentele beginselen van de financiële dienstverlening aan particulieren te begrijpen.

(6)

Het belang van financiële educatie is ook erkend in het witboek over het beleid op het gebied van financiële diensten 2005-2010 (2), het groenboek over financiële diensten voor consumenten in de interne markt (3), de conclusies van de Raad (Ecofin) van 8 mei 2007 (4) en de resolutie van het Europees Parlement over het beleid op het gebied van financiële diensten (5).

(7)

De Commissie heeft een mededeling over financiële educatie (6) gepubliceerd, waarin onder meer de oprichting van een groep van deskundigen met praktische ervaring op het gebied van financiële educatie werd aangekondigd.

(8)

De deskundigengroep moet bijdragen tot de uitwisseling en bevordering van optimale werkwijzen op het gebied van financiële educatie en dient tevens het optreden van de Commissie op het gebied van financiële educatie te ondersteunen.

(9)

De deskundigengroep moet bestaan uit personen die deskundig zijn op het gebied van financiële educatie, en een breed spectrum van belanghebbenden uit de publieke en de particuliere sfeer vertegenwoordigen.

(10)

Derhalve dient een deskundigengroep voor financiële educatie te worden opgericht, waarvan het mandaat en de structuur nader moeten worden omschreven,

BESLUIT:

Artikel 1

Er wordt een deskundigengroep voor financiële educatie (hierna „de groep” genoemd) opgericht.

Artikel 2

Taken

De groep heeft tot taak:

optimale werkwijzen op het gebied van financiële educatie uit te wisselen en te bevorderen;

de Commissie van advies te dienen over de wijze waarop de in de mededeling van de Commissie over financiële educatie vervatte beginselen voor het opzetten van financiële-educatieprogramma's van goede kwaliteit in praktijk worden gebracht;

de Commissie te helpen bij het opsporen van wettelijke, bestuursrechtelijke en andere belemmeringen voor financiële educatie;

de Commissie van advies te dienen over de wijze waarop de geconstateerde belemmeringen moeten worden aangepakt;

te helpen bij de voorbereiding van de diverse initiatieven die in de mededeling over financiële educatie worden gepresenteerd en een bijdrage te leveren aan de evaluatie van de in de periode tot 2010 geplande initiatieven.

De Commissie kan de groep raadplegen over om het even welk onderwerp in verband met financiële educatie.

Artikel 3

Samenstelling — benoeming

1.   Na aanneming van dit besluit publiceert de Commissie een oproep tot het indienen van sollicitaties door nationale instanties, academische instellingen, aanbieders van financiële diensten, consumentenorganisaties en eventuele andere groepen die kandidaat-groepsleden wensen voor te dragen. Ook sollicitaties van natuurlijke personen worden in aanmerking genomen.

2.   De leden van de groep zijn deskundig en hebben ervaring op het gebied van financiële educatie en worden benoemd door de Commissie. De leden worden op persoonlijke titel benoemd en adviseren de Commissie onafhankelijk van invloeden van buitenaf.

3.   Personen die geschikt worden geacht lid te zijn van de groep maar die niet zijn benoemd, kunnen op een reservelijst worden geplaatst die de Commissie kan gebruiken om plaatsvervangers te benoemen.

4.   De groep bestaat uit ten hoogste 25 leden.

5.   De volgende bepalingen zijn van toepassing:

de leden van de groep worden benoemd voor een hernieuwbare ambtstermijn van drie jaar. Zij blijven in functie tot zij worden vervangen of tot hun ambtstermijn afloopt. Hun ambtstermijn vangt aan op de datum waarop de eerste vergadering van de groep plaatsvindt;

leden die geen effectieve bijdrage aan de beraadslagingen van de groep meer kunnen leveren, hun ontslag indienen of zich niet houden aan de voorwaarden die in dit lid of in artikel 287 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zijn vastgelegd, kunnen voor de rest van hun ambtstermijn worden vervangen;

de op persoonlijke titel benoemde leden tekenen elk jaar een verklaring waarin zij zich ertoe verbinden in het algemeen belang te handelen, alsmede een verklaring waaruit blijkt of zij al dan niet belangen hebben die afbreuk kunnen doen aan hun objectiviteit;

de namen van de leden worden bekendgemaakt in het openbaar register van deskundigengroepen en op de internetsite van het directoraat-generaal Interne markt en diensten. De verzameling, verwerking en publicatie van de namen van de leden vinden plaats overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

Artikel 4

Werking

1.   De Commissie zit de groep voor.

2.   Met instemming van de Commissie kunnen subgroepen worden opgericht om specifieke kwesties te onderzoeken op basis van een door de groep opgesteld mandaat. Deze subgroepen worden ontbonden zodra hun mandaat is uitgevoerd.

3.   Indien zulks nuttig en/of nodig is, kan de voorzitter waarnemers met specifieke kennis op het gebied van een geagendeerd onderwerp uitnodigen om aan de beraadslagingen van de groep of een subgroep deel te nemen.

4.   De bij de deelneming aan de beraadslagingen van de groep of subgroep verkregen informatie mag niet openbaar worden gemaakt wanneer de Commissie deze als vertrouwelijk aanmerkt.

5.   De groep en haar subgroepen vergaderen gewoonlijk in de lokalen van de Commissie overeenkomstig de procedures en het tijdschema die door de Commissie worden vastgesteld. Het secretariaat wordt verzorgd door de Commissie. Andere ambtenaren van de Commissie die belang hebben bij de besprekingen, kunnen de vergaderingen van de groep en haar subgroepen bijwonen.

6.   De groep stelt haar reglement van orde vast op basis van het door de Commissie vastgestelde standaardreglement van orde (7).

7.   De Commissie mag op de internetsite van het directoraat-generaal Interne markt en diensten samenvattingen, conclusies, deelconclusies of werkdocumenten van de groep publiceren in de oorspronkelijke taal van het document in kwestie.

Artikel 5

Vergaderkosten

1.   Reis- en verblijfkosten die door de leden en waarnemers in het kader van de werkzaamheden van de groep worden gemaakt, worden door de Commissie vergoed overeenkomstig de bij deze instelling geldende bepalingen. De leden ontvangen geen bezoldiging.

2.   Vergaderkosten worden vergoed voor zover de middelen die volgens de jaarlijkse toewijzingsprocedure aan de betrokken dienst zijn toegekend, hiervoor volstaan.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 30 april 2008.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  COM(2007) 724 en het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie „Initiatives in the Area of Retail Financial Services”, SEC(2007) 1520.

(2)  COM(2005) 629 definitief.

(3)  COM(2007) 226.

(4)  9171/07 (Presse 97).

(5)  P6_TA-PROV(2007)0338/A6-0248/2007.

(6)  COM(2007) 808.

(7)  SEC(2005) 1004, bijlage III.


OVEREENKOMSTEN

Raad

9.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/39


Informatie betreffende de datum van inwerkingtreding van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren

De Europese Gemeenschap en de regering van de Unie der Comoren hebben elkaar respectievelijk op 3 mei 2007 en op 6 maart 2008 kennis gegeven van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding van de overeenkomst noodzakelijke procedures.

De overeenkomst is bijgevolg krachtens artikel 16 op 6 maart 2008 in werking getreden.