ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 73

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
15 maart 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 229/2008 van de Raad van 10 maart 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 533/2004 inzake het opzetten van Europese partnerschappen in het kader van het stabilisatie- en associatieproces

1

 

 

Verordening (EG) nr. 230/2008 van de Commissie van 14 maart 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

3

 

 

Verordening (EG) nr. 231/2008 van de Commissie van 14 maart 2008 met betrekking tot de afgifte van invoercertificaten voor olijfolie in het kader van het tariefcontigent voor Tunesië

5

 

*

Verordening (EG) nr. 232/2008 van de Commissie van 14 maart 2008 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 382/2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen

6

 

 

Verordening (EG) nr. 233/2008 van de Commissie van 14 maart 2008 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 maart 2008

10

 

 

DOOR HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD GEZAMENLIJK AANGENOMEN BESLUITEN

 

*

Besluit nr. 234/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 tot oprichting van een Europees Raadgevend Comité voor de statistiek en tot intrekking van Besluit 91/116/EEG van de Raad ( 1 )

13

 

*

Besluit nr. 235/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 tot instelling van de Europese Adviescommissie voor statistische governance ( 1 )

17

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2008/224/EG

 

*

Besluit van de Raad van 18 februari 2008 inzake de sluiting van protocollen tot wijziging van de Overeenkomsten inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en respectievelijk de regering van Georgië, de Republiek Libanon, de Republiek der Maldiven, de Republiek Moldavië, de regering van de Republiek Singapore en de Republiek ten oosten van de Uruguay teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

20

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

22

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

24

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

26

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

27

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Singapore inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

29

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek ten oosten van de Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

31

 

 

Commissie

 

 

2008/225/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 14 maart 2008 tot wijziging van Beschikking 2006/805/EG wat betreft maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met klassieke varkenspest in Duitsland (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 956)  ( 1 )

32

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

 

2008/226/GBVB

 

*

Besluit EU SSR GUINEE-BISSAU/1/2008 van het Politiek en Veiligheidscomité van 5 maart 2008 tot benoeming van het hoofd van de missie van de Europese Unie ter ondersteuning van de hervorming van de veiligheidssector in de Republiek Guinee-Bissau, EU SSR GUINEE-BISSAU

34

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/1


VERORDENING (EG) Nr. 229/2008 VAN DE RAAD

van 10 maart 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 533/2004 inzake het opzetten van Europese partnerschappen in het kader van het stabilisatie- en associatieproces

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 181 a, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 533/2004 van de Raad (2) is bepaald dat met alle landen van de westelijke Balkan partnerschappen zullen worden opgezet.

(2)

De Europese Raad besloot in Brussel in december 2005 de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de status van kandidaat-lidstaat van de Europese Unie toe te kennen.

(3)

De betrekkingen tussen de Europese Unie en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moeten daarom de vorm aannemen van een toetredingspartnerschap in plaats van een Europees partnerschap en Verordening (EG) nr. 533/2004 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De statenunie van Servië en Montenegro is ontbonden. Daarom moet de verordening worden aangepast aan het feit dat Servië en Montenegro nu twee onafhankelijke staten zijn.

(5)

De verordening heeft betrekking op zowel toetredingspartnerschappen als Europese partnerschappen. De tekst moet daarom overal worden aangepast aan het bovenstaande,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 533/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1 wordt vervangen door:

„Artikel 1

Er worden Europese partnerschappen opgezet voor Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Servië met inbegrip van Kosovo, als vastgesteld bij Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999 (hierna „de partnerlanden” genoemd). De Europese partnerschappen bieden een kader voor de aan de hand van een analyse van de situatie in elk van de partnerlanden vastgestelde prioriteiten, waarop de voorbereidingen voor verdere integratie in de Europese Unie in het licht van de door de Europese Raad vastgestelde criteria moeten worden geconcentreerd, alsmede voor de vooruitgang met de uitvoering van het stabilisatie- en associatieproces, eventueel met inbegrip van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten, en in het bijzonder regionale samenwerking.”.

2.

Artikel 1 bis wordt vervangen door:

„Artikel 1 bis

Als onderdeel van het stabilisatie- en associatieproces worden toetredingspartnerschappen opgezet voor Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. De toetredingspartnerschappen bieden een kader voor de aan de hand van een analyse van de situatie in elk land vastgestelde prioriteiten, waarop de voorbereidingen voor de toetreding in het licht van de door de Europese Raad vastgestelde criteria van Kopenhagen moeten worden geconcentreerd, alsmede voor de vooruitgang met de uitvoering van het stabilisatie- en associatieproces, eventueel met inbegrip van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten met die landen (*1), en in het bijzonder regionale samenwerking.

(*1)  Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds (PB L 84 van 20.3.2004, blz. 13). Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds (PB L 26 van 28.1.2005, blz. 3).”."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

D. RUPEL


(1)  Advies uitgebracht op 15 januari 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB L 86 van 24.3.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 269/2006 (PB L 47 van 17.2.2006, blz. 7).


15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/3


VERORDENING (EG) Nr. 230/2008 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2008

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 138, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 138 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 15 maart 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 350 van 31.12.2007, blz. 1.


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 14 maart 2008 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

JO

65,0

MA

61,0

TN

129,8

TR

106,6

ZZ

90,6

0707 00 05

JO

178,8

MA

90,4

TR

167,6

ZZ

145,6

0709 90 70

MA

106,1

TR

141,4

ZZ

123,8

0709 90 80

EG

238,6

ZZ

238,6

0805 10 20

EG

48,6

IL

55,8

MA

54,4

TN

56,9

TR

50,7

ZA

43,3

ZZ

51,6

0805 50 10

EG

107,9

IL

106,3

SY

105,3

TR

123,0

ZA

147,5

ZZ

118,0

0808 10 80

AR

93,9

BR

85,0

CA

105,3

CL

96,0

CN

96,2

MK

42,9

US

106,8

UY

87,8

ZA

69,5

ZZ

87,0

0808 20 50

AR

79,8

CL

105,1

CN

74,4

ZA

92,5

ZZ

88,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ ZZ ” staat voor „andere oorsprong”.


15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/5


VERORDENING (EG) Nr. 231/2008 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2008

met betrekking tot de afgifte van invoercertificaten voor olijfolie in het kader van het tariefcontigent voor Tunesië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Besluit 2000/822/EG van de Raad van 22 december 2000 betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Tunesië inzake de liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de wijziging van de landbouwprotocollen bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en de Republiek Tunesië (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name op artikel 7, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 3, leden 1 en 2, van Protocol nr. 1 bij de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en de Republiek Tunesië anderzijds (3) is voorzien in een tariefcontingent, met nulrecht, voor de invoer van geheel in Tunesië verkregen en rechtstreeks van dit land naar de Gemeenschap vervoerde ruwe olijfolie van de GN-codes 1509 10 10 en 1509 10 90 , binnen een per jaar vastgestelde maximumhoeveelheid.

(2)

Artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1918/2006 van de Commissie van 20 december 2006 inzake de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor olijfolie van oorsprong uit Tunesië (4) voorziet ook in maximumhoeveelheden per maard, waarvoor certicaten mogen worden afgegeven.

(3)

Bij de bevoegde autoriteiten zijn, overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1918/2006, aanvragen voor invoercertificaten ingediend voor een totale hoeveelheid die de voor maart vastgestelde maximumhoeveelheid van 4 000 ton overschrijdt.

(4)

Derhalve moet de Commissie een gunningscoefficient vaststellen om de certificaten te kunnen afgeven naar rato van de beschikbare hoeveelheden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Invoercertificaten die op 10 en 11 maart 2008 zijn aangevraagd op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1918/2006, worden afgegeven voor 77,057570 % van de gevraagde hoeveelheid. De voor maart vastgestelde maximumhoeveelheid van 4 000 ton is bereikt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 15 maart 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 336 van 30.12.2000, blz. 92.

(2)   PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2007 (PB L 78 van 17.3.2007, blz. 17).

(3)   PB L 97 van 30.3.1998, blz. 1.

(4)   PB L 365 van 21.12.2006, blz. 84.


15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/6


VERORDENING (EG) Nr. 232/2008 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2008

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 382/2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (1), en met name op artikel 71, lid 2, tweede alinea,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (2), en met name op artikel 90 en artikel 194, onder a), juncto artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen (3) wordt op 1 april 2008 ingetrokken op grond van artikel 201, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(2)

Krachtens artikel 86, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt verwerkingssteun verleend aan bedrijven die producten van de sector gedroogde voedergewassen verwerken. De voorwaarden en voorschriften die deze bedrijven in acht moeten nemen, zijn momenteel vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1786/2003 en in de bij Verordening (EG) nr. 382/2005 van de Commissie (4) vastgestelde bepalingen voor de uitvoering van die verordening.

(3)

Krachtens artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1786/2003 moeten de verwerkingsbedrijven met name een voorraadboekhouding voeren. In artikel 12 van die verordening is bepaald welke gegevens in de in artikel 86, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde contracten moeten worden vermeld, en krachtens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1786/2003 moeten de lidstaten een controlesysteem invoeren.

(4)

Deze voorwaarden en voorschriften zijn niet opgenomen in Verordening (EG) nr. 1234/2007.

(5)

Om de goede werking van de sector gedroogde voedergewassen te garanderen en omwille van de duidelijkheid en de rationalisering, moeten deze voorwaarden en voorschriften worden vastgesteld in Verordening (EG) nr. 382/2005.

(6)

Om in aanmerking te komen voor steun moet in bepaalde gevallen een contract tussen de telers en de verwerkingsbedrijven worden gesloten. Om de productieketen transparanter te maken en essentiële controles te vergemakkelijken, dienen sommige gegevens verplicht te worden opgenomen in de contracten.

(7)

Om steun te kunnen ontvangen, moeten verwerkingsbedrijven bijgevolg een voorraadboekhouding met de voor de toetsing van het recht op steun benodigde gegevens voeren en moeten zij alle andere nodige bewijzen kunnen leveren.

(8)

Wanneer de telers en de verwerkingsbedrijven geen contracten hebben gesloten, dienen deze bedrijven andere gegevens te verstrekken met het oog op de toetsing van hun recht op steun.

(9)

Verordening (EG) nr. 382/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 382/2005 moeten de lidstaten onder meer wijzigingen in de arealen leguminosen en andere groenvoedergewassen aan de Commissie meedelen. Met het oog op de nauwkeurigheid van deze bepaling moet worden gespecificeerd dat de betrokken arealen de arealen zijn waarvan de productie in het vorige verkoopseizoen is verwerkt met als doel de in artikel 88 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde steun te ontvangen.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 382/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 12 wordt vervangen door:

„Artikel 12

Voorraadboekhouding van de verwerkingsbedrijven

1.   De in artikel 86, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (*1) bedoelde steun wordt slechts verleend aan bedrijven die de in deel IV van bijlage I bij die verordening opgenomen producten verwerken en aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij voeren een voorraadboekhouding waarin ten minste worden vermeld:

i)

de verwerkte hoeveelheden groenvoedergewassen en, in voorkomend geval, in de zon gedroogde voedergewassen; wanneer de bijzondere situatie van het bedrijf dit vereist, kan evenwel worden toegestaan dat de hoeveelheden worden geraamd op basis van de ingezaaide oppervlakte;

ii)

de geproduceerde hoeveelheden gedroogde voedergewassen, alsmede de hoeveelheden en de kwaliteit van de gedroogde voedergewassen die het bedrijf verlaten;

b)

zij leggen alle andere bewijsstukken over die nodig zijn om na te gaan of het bedrijf aanspraak kan maken op de steun.

2.   De in lid 1 bedoelde voorraadboekhouding van de verwerkingsbedrijven wordt gevoerd in samenhang met de financiële boekhouding en maakt het mogelijk om per dag op de hoogte te zijn van:

a)

de hoeveelheden producten die in het bedrijf binnenkomen om kunstmatig te worden gedroogd en/of te worden vermalen, alsmede voor elke levering:

i)

de datum van binnenkomst,

ii)

de betrokken hoeveelheid,

iii)

de soort of soorten zoals bedoeld in deel IV van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 voor kunstmatig te drogen voedergewassen en, in voorkomend geval, in de zon gedroogde voedergewassen,

iv)

het vochtgehalte van de kunstmatig te drogen voedergewassen,

v)

een verwijzing naar het contract en/of de leveringsaangifte zoals bedoeld in artikel 14 of 15 van de onderhavige verordening;

b)

de geproduceerde hoeveelheden en de hoeveelheden van alle eventueel bij de vervaardiging gebruikte toevoegingen;

c)

de afgevoerde hoeveelheden, waarbij voor elke partij de datum van afvoer en het geconstateerde vocht- en eiwitgehalte worden vermeld;

d)

de hoeveelheden gedroogde voedergewassen waarvoor de steun reeds aan een verwerkingsbedrijf is toegekend en die (opnieuw) op het bedrijfsterrein van het bedrijf worden binnengebracht;

e)

de voorraad gedroogde voedergewassen aan het einde van elk verkoopseizoen;

f)

de producten die zijn vermengd met of toegevoegd aan door het bedrijf gedroogde en/of vermalen voedergewassen, met vermelding van de aard, de naam, het totale stikstofgehalte in de droge stof en het procentuele aandeel in het eindproduct van elk van die producten.

3.   De verwerkingsbedrijven voeren een afzonderlijke voorraadboekhouding voor alle in bijlage I, deel IV, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 opgenomen categorieën gedroogde voedergewassen.

4.   Wanneer een verwerkingsbedrijf door kunstmatige droging of door behandeling ook andere producten dan gedroogde voedergewassen vervaardigt, voert het voor die andere activiteiten op het gebied van kunstmatige droging of van behandeling een afzonderlijke voorraadboekhouding.

(*1)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.”."

2.

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Contracten

1.   Elk contract zoals bedoeld in artikel 86, lid 1, onder a) en c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bevat met name de volgende gegevens:

a)

de aan de teler van de groenvoedergewassen en, in voorkomend geval, van de in de zon gedroogde voedergewassen te betalen prijs;

b)

de oppervlakte waarvan de oogst aan het verwerkingsbedrijf moet worden geleverd;

c)

de leverings- en betalingsvoorwaarden;

d)

de naam en het adres van de contractsluitende partijen;

e)

de datum waarop het contract is gesloten;

f)

het betrokken verkoopseizoen;

g)

de soort of soorten te verwerken voedergewassen en de te verwachten hoeveelheid daarvan;

h)

de identificatie van het perceel of de percelen landbouwgrond waarop de te verwerken voedergewassen worden geteeld, met een verwijzing naar de verzamelsteunaanvraag waarin dat perceel of die percelen overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 796/2004 is of zijn aangegeven, of, voor een contract dat wordt gesloten of een leveringsaangifte die wordt opgesteld vóór de datum waarop de verzamelsteunaanvraag wordt ingediend, een verbintenis om dat perceel of die percelen in de verzamelsteunaanvraag aan te geven.

2.   Wanneer een verwerkingsbedrijf een contract voor verwerking in loonwerk zoals bedoeld in artikel 86, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 uitvoert dat is gesloten met een onafhankelijke teler of met een of meer van zijn eigen leden, worden in dat contract bovendien de volgende gegevens vermeld:

a)

het te leveren eindproduct,

b)

de door de producent te betalen kosten.”.

3.

Het volgende artikel 22 bis wordt in hoofdstuk 5 ingevoegd:

„Artikel 22 bis

Controlesystemen

1.   De lidstaten voeren een controlesysteem in om bij elk verwerkingsbedrijf te kunnen nagaan of:

a)

is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 1 en 3 en de artikelen 86 tot en met 89 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en van de artikelen 12 en 14 van de onderhavige verordening;

b)

de hoeveelheden waarvoor steun wordt aangevraagd, overeenkomen met de hoeveelheden gedroogde voedergewassen van de minimumkwaliteit die het verwerkingsbedrijf verlaten.

2.   Wanneer de gedroogde voedergewassen het verwerkingsbedrijf verlaten, worden deze gewogen en worden monsters genomen.

3.   De lidstaten delen de voorschriften die zij met het oog op de toepassing van lid 1 willen vaststellen, vooraf mee aan de Commissie.”.

4.

Artikel 33, lid 2, onder e), wordt vervangen door:

„e)

uiterlijk op 31 mei van elk jaar, voor het voorgaande verkoopseizoen, een overeenkomstig bijlage I bij de onderhavige verordening opgesteld overzicht van het energieverbruik voor de productie van kunstmatig gedroogde voedergewassen en een overeenkomstig bijlage II van de onderhavige verordening opgesteld overzicht van de wijzigingen in de arealen leguminosen en andere groenvoedergewassen die worden verwerkt overeenkomstig artikel 86, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007;”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2008.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 146/2008 (PB L 46 van 21.2.2008, blz. 1).

(2)   PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(3)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 114. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 456/2006 (PB L 82 van 21.3.2006, blz. 1).

(4)   PB L 61 van 8.3.2005, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1388/2007 (PB L 310 van 28.11.2007, blz. 3).


15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/10


VERORDENING (EG) Nr. 233/2008 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2008

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 maart 2008

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 , ex 1005 , met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007 , met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 2 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00 , 1001 90 91 , ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 00 , 1005 10 90 , 1005 90 00 en 1007 00 90 , de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 4 van die verordening.

(4)

Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 16 maart 2008, die van toepassing zullen zijn tot er nogmaals nieuwe invoerrechten worden vastgesteld en in werking treden.

(5)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2008 van de Raad van 20 december 2007 houdende tijdelijke opschorting van de douanerechten bij invoer van bepaalde granen voor het verkoopseizoen 2007/2008 (3) wordt de toepassing van bepaalde bij de onderhavige verordening vastgestelde rechten evenwel tijdelijk opgeschort,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zullen zijn vanaf 16 maart 2008, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld zoals zij zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 15 maart 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2008.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 735/2007 (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 6). Verordening (EG) nr. 1784/2003 wordt per 1 juli 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)   PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1816/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 5).

(3)   PB L 1 van 4.1.2008, blz. 1.


BIJLAGE I

Vanaf 16 maart 2008 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 10 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00  (*1)

van gemiddelde kwaliteit

0,00  (*1)

van lage kwaliteit

0,00  (*1)

1001 90 91

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00  (*1)

1002 00 00

ROGGE

0,00  (*1)

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

0,00

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

0,00  (*1)

1007 00 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

0,00  (*1)


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt,

2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.

(*1)  Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2008 wordt de toepassing van dit recht opgeschort.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

29.2.2008-13.3.2008

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (*1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe van gemiddelde kwaliteit (*2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (*3)

Gerst

Beurs

Minnéapolis

Chicago

Notering

364,10

144,71

Fob-prijs VSA

446,78

436,78

416,78

176,70

Golfpremie

95,51

10,40

Grote-Merenpremie

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

43,76  EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

36,26  EUR/t


(*1)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(*2)  Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(*3)  Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


DOOR HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD GEZAMENLIJK AANGENOMEN BESLUITEN

15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/13


BESLUIT Nr. 234/2008/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 maart 2008

tot oprichting van een Europees Raadgevend Comité voor de statistiek en tot intrekking van Besluit 91/116/EEG van de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Raadpleging van gebruikers, producenten en verstrekkers van statistische informatie is essentieel voor de voorbereiding en ontwikkeling van communautair beleid inzake statistische informatie.

(2)

Het Europees Raadgevend Comité voor statistische informatie op economisch en sociaal gebied, dat is opgericht bij Besluit 91/116/EEG van de Raad (3), staat de Raad en de Commissie bij in de coördinatie van de doelstellingen van het communautaire beleid inzake statistische informatie, rekening houdend met de gebruikersbehoeften en de door de informatieverstrekkers en -producenten te dragen kosten.

(3)

Het Europees Raadgevend Comité voor statistische informatie op economisch en sociaal gebied heeft weliswaar zijn nut bewezen, maar door de veranderingen die in de Gemeenschap hebben plaatsgehad, en met name de uitbreiding tot 27 lidstaten, zijn er wijzigingen nodig wat de rol, het mandaat, de samenstelling en de procedures van het comité betreft. Omwille van de duidelijkheid moet dat comité worden vervangen door een nieuw Europees Raadgevend Comité voor de statistiek (hierna „het Comité” te noemen).

(4)

Het Comité moet bijdragen aan een nauwe samenwerking bij de programmaplanning, ten einde het bestuur van het Europees statistisch systeem en de kwaliteit van de communautaire statistieken te verbeteren. Hiervoor moet de nauwe samenwerking worden voortgezet met het Comité statistisch programma, ingesteld bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (4), en met het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek, ingesteld bij Besluit 91/115/EEG van de Raad (5).

(5)

Er moet een balans worden bereikt tussen de noodzakelijke vermindering van het aantal leden zodat het Comité efficiënt in een uitgebreide Gemeenschap kan werken en de noodzaak dat alle belanghebbenden bij de communautaire statistieken worden vertegenwoordigd, zoals verzocht in de conclusies van 8 november 2005 van de Raad.

(6)

Teneinde te voldoen aan de doelstellingen ter zake van een betere beoordeling en afweging van de kosten en baten van de communautaire statistische behoeften en een evenwichtigere verdeling en vermindering van de lasten van de communautaire statistiekwetgeving om zo beter in te spelen op de toenemende vraag, moet het Comité een grotere rol spelen bij de voorbereiding en uitvoering van het communautaire statistische programma.

(7)

Het Comité moet fungeren als kanaal voor advies van gebruikers, verstrekkers en producenten van statistische informatie over de doelstellingen van het communautaire beleid inzake statistische informatie.

(8)

Besluit 91/116/EEG moet derhalve worden ingetrokken,

BESLUITEN:

Artikel 1

Europees Raadgevend Comité voor de statistiek

1.   Hierbij wordt het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek (hierna „het Comité” te noemen) ingesteld.

2.   Het Comité staat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij door te zorgen dat er bij de coördinatie van de strategische doelen en prioriteiten van het communautaire beleid inzake statistische informatie rekening wordt gehouden met de gebruikersbehoeften en met de kosten voor de informatieverstrekkers en -producenten.

3.   Deze assistentie betreft alle gebieden van de statistiek die van belang zijn voor het communautaire beleid inzake statistische informatie.

Artikel 2

Taken

1.   De Commissie raadpleegt het Comité in een vroeg stadium van de voorbereiding van het communautaire statistische programma. Het Comité brengt advies uit, waarbij de nadruk ligt op:

a)

de relevantie van het communautaire statistische programma voor de vereisten van Europese integratie en ontwikkeling, zoals geformuleerd door de Gemeenschapsinstellingen, de nationale en regionale autoriteiten, de verschillende economische en sociale sectoren en de wetenschappelijke wereld;

b)

de relevantie van het communautaire statistische programma voor de activiteiten van de Gemeenschap, rekening houdend met economische, sociale en technische ontwikkelingen;

c)

de balans wat betreft prioriteiten en middelen tussen de verschillende gebieden van het communautaire statistische programma, het jaarlijkse statistische werkprogramma van de Commissie en de mogelijkheden om de prioriteit van statistisch werk aan te passen;

d)

de toereikendheid van de vereiste middelen om het communautaire statistische programma uit te voeren, inclusief de kosten die rechtstreeks door de Gemeenschap en de nationale autoriteiten worden gedragen, en de vraag of de omvang, de gedetailleerdheid en de kosten van de communautaire statistieken in overeenstemming zijn met de gebruikersbehoeften;

e)

de kosten in verband met de verstrekking van statistische informatie door informatieverstrekkers en de mogelijkheden om de lasten in verband met de informatieverstrekking te verlichten, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen.

2.   Het Comité vestigt de aandacht van de Commissie ook op gebieden waar het noodzakelijk kan zijn nieuwe statistische activiteiten te ontwikkelen en adviseert de Commissie over de wijze waarop de relevatie van de communautaire statistieken voor de gebruikers kan worden verbeterd, rekening houdend met de kosten voor de informatieverstrekkers en -producenten.

Artikel 3

Relaties met communautaire instellingen en andere organen

1.   Op verzoek van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie brengt het Comité advies uit over kwesties in verband met gebruikersbehoeften en de kosten van gegevensverstrekkers bij de ontwikkeling van het communautaire beleid inzake statistische informatie, prioriteiten van het communautaire statistische programma, de evaluatie van bestaande statistieken, de kwaliteit van gegevens en het publicatiebeleid.

2.   Het Comité brengt zo vaak zij dit voor de vervulling van haar taak noodzakelijk acht, adviezen uit aan en dient verslagen in bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over gebruikersbehoeften en over de kosten voor de informatieverstrekkers bij de productie en de verspreiding van communautaire statistieken.

De Commissie brengt jaarlijks verslag uit over de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met de adviezen van het Comité.

3.   Om haar taak te kunnen vervullen, werkt het Comité samen met het Comité statistisch programma en het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek. Het stelt deze twee comités regelmatig op de hoogte van zijn adviezen betreffende de in artikel 2 omschreven taken en stuurt hun de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde adviezen en verslagen toe.

4.   Het Comité onderhoudt betrekkingen met de nationale raden van statistiekgebruikers.

Artikel 4

Samenstelling en benoemingsprocedure

1.   Het Comité bestaat uit vierentwintig leden en is samengesteld als volgt.

a)

Twaalf leden worden benoemd door de Commissie na raadpleging van het Europees Parlement en de Raad. Zij handelen onafhankelijk. Met het oog op de benoeming van deze twaalf leden verstrekt elke lidstaat de Commissie een lijst met drie kandidaten met een gevestigde reputatie op statistiekgebied. De Commissie ziet erop toe dat bij de keuze van de twaalf leden de gebruikers, respondenten en andere belanghebbenden bij de communautaire statistieken (met inbegrip van de wetenschappelijke wereld, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld) gelijk vertegenwoordigd zijn. De twaalf leden verrichten hun taak op persoonlijke titel.

b)

Elf leden worden rechtstreeks benoemd door de instellingen en organen waartoe zij behoren, namelijk:

i)

een lid dat het Europees Parlement vertegenwoordigt,

ii)

een lid dat de Raad vertegenwoordigt,

iii)

een lid dat het Europees Economisch en Sociaal Comité vertegenwoordigt,

iv)

een lid dat het Comité van de Regio’s vertegenwoordigt,

v)

een lid dat de Europese Centrale Bank vertegenwoordigt,

vi)

twee leden die het Comité statistisch programma vertegenwoordigen,

vii)

een lid dat de Europese ondernemingsorganisatie (Businesseurope) vertegenwoordigt,

viii)

een lid dat het Europees Verbond van Vakverenigingen vertegenwoordigt,

ix)

een lid dat de Europese Unie van ambachten en van het midden- en kleinbedrijf vertegenwoordigt,

x)

de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming.

c)

De directeur-generaal van Eurostat is ambtshalve lid zonder stemrecht van het Comité.

2.   De lijst van leden van het Comité wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie.

Artikel 5

Duur van het mandaat

1.   De leden van het Comité worden benoemd voor een termijn van vijf jaar, die eenmaal kan worden verlengd. Na afloop van hun ambtstermijn blijven de leden in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn is voorzien.

2.   Indien een lid voor het einde van zijn of haar ambtstermijn terugtreedt, wordt hij of zij voor de rest van die periode vervangen door een nieuw lid dat overeenkomstig artikel 4 wordt benoemd.

Artikel 6

Structuur en werking

1.   Het Comité kiest zijn voorzitter uit de leden die door de Commissie zijn benoemd. De voorzitter wordt benoemd voor een termijn van vijf jaar, die eenmaal kan worden verlengd.

2.   De voorzitter roept het Comité ten minste eenmaal per jaar bijeen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van ten minste een derde van de leden.

3.   Ter voorbereiding van adviezen over zeer complexe statistische aangelegenheden kan het Comité in overeenstemming met de Commissie tijdelijke werkgroepen onder voorzitterschap van een lid van het Comité instellen. Elke werkgroep wordt samengesteld uit deskundigen met een passende verdeling van professionele achtergronden en geografische spreiding. De voorzitters van deze werkgroepen leggen de resultaten van hun werkzaamheden tijdens een vergadering van het Comité voor in de vorm van een verslag.

4.   Ten behoeve van de uitvoering van zijn taken kan het Comité studies laten uitvoeren en seminars houden.

5.   Vertegenwoordigers van betrokken diensten van de Commissie mogen als waarnemer deelnemen aan de vergaderingen van het Comité en van de werkgroepen.

De voorzitter kan andere waarnemers tot de vergaderingen van het Comité toelaten.

6.   De diensten van de Commissie verzorgen het secretariaat van het Comité en van de werkgroepen.

7.   De uitgaven van het Comité vallen onder de begrotingsramingen van de Commissie.

Artikel 7

Besluitvormingsprocedures

De besluitvormingsprocedures van het Comité worden gedetailleerd omschreven in zijn reglement van orde.

Artikel 8

Vertrouwelijkheid

Onverminderd artikel 287 van het Verdrag zijn de leden van het Comité gehouden de gegevens waarvan zij via de werkzaamheden van het Comité of van de werkgroepen kennis hebben gekregen, niet openbaar te maken indien de Commissie hun mededeelt dat dergelijke informatie op legitieme gronden als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel het antwoord op een verzoek om advies of een gestelde vraag zou leiden tot de openbaarmaking van dergelijke vertrouwelijke informatie.

Artikel 9

Reglement van orde

Na raadpleging van de Commissie stelt het Comité zijn reglement van orde vast. Het reglement van orde wordt ter informatie aan het Europees Parlement en de Raad gezonden.

Artikel 10

Intrekking

Besluit 91/116/EEG wordt ingetrokken.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt uiterlijk op 15 juni 2008 in werking.

Gedaan te Straatsburg, 11 maart 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)   PB C 97 van 28.4.2007, blz. 1.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 24 oktober 2007 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 14 februari 2008.

(3)   PB L 59 van 6.3.1991, blz. 21. Besluit gewijzigd bij Besluit 97/255/EG (PB L 102 van 19.4.1997, blz. 32).

(4)   PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.

(5)   PB L 59 van 6.3.1991, blz. 19. Besluit vervangen door Besluit 2006/856/EG (PB L 332 van 30.11.2006, blz. 21).


15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/17


BESLUIT Nr. 235/2008/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 maart 2008

tot instelling van de Europese Adviescommissie voor statistische governance

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De noodzaak om voor heel Europa geldende normen voor de onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire statistische instanties vast te stellen, was een reden voor het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom (2) van de Raad opgerichte Comité statistisch programma om tijdens de vergadering van 24 februari 2005 unaniem zijn goedkeuring te verlenen aan de Praktijkcode Europese statistieken („de Praktijkcode”), zoals deze was voorgesteld in de aanbeveling van de Commissie van 25 mei 2005 inzake de onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van nationale en communautaire statistische instanties.

(2)

De Praktijkcode heeft een tweeledig doel, namelijk enerzijds de vergroting van het vertrouwen in de statistische instanties, waartoe een aantal institutionele en organisatorische maatregelen wordt voorgesteld, en anderzijds verbetering van de kwaliteit van de door hen geproduceerde statistieken.

(3)

In haar mededeling van 25 mei 2005 aan het Europees Parlement en de Raad over de onafhankelijkheid, de integriteit en de verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire statistische instanties heeft de Commissie het nut erkend van een extern adviesorgaan dat een actieve rol kan spelen bij het overzien hoe de praktijkcode wordt uitgevoerd door het Europees statistisch systeem in zijn geheel. In haar aanbeveling van 25 mei 2005 heeft de Commissie verklaard te overwegen de oprichting van een dergelijk extern adviesorgaan voor te stellen.

(4)

Op 8 november 2005 is de Raad tot de conclusie gekomen dat een adviesorgaan van hoog niveau zou bijdragen tot de onafhankelijkheid, de integriteit en de verantwoordingsplicht van de Commissie (Eurostat) en, in de context van de collegiale toetsing van de toepassing van de Praktijkcode, van het Europees statistisch systeem. De Raad adviseerde het orgaan samen te stellen uit een kleine groep onafhankelijke personen, benoemd op basis van hun deskundigheid.

(5)

De leden van het orgaan dienen te beschikken over een elkaar aanvullende combinatie van vaardigheden en ervaring, met bijvoorbeeld mensen die worden aangetrokken uit de academische wereld en mensen die nationaal en/of internationaal beroepservaring op statistisch gebied hebben opgedaan.

(6)

Het orgaan dient voor de Commissie (Eurostat) een evaluatie over de toepassing van de Praktijkcode op te stellen naar het voorbeeld van de collegiale toetsing van de nationale bureaus voor de statistiek.

(7)

Waar dat nuttig is, dient een dialoog over de praktijkcode te worden aangemoedigd met het Comité statistisch programma en het Europees Raadgevend Comité voor statistische informatie, opgericht bij Besluit van het Europees Parlement en de Raad nr. 234/2008/EG (3) alsook met de belanghebbende organen van de lidstaten.

(8)

Daarom moet, onverminderd artikel 5 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, een adviescommissie worden ingesteld en moeten haar taken en structuur worden bepaald,

BESLUITEN:

Artikel 1

Adviescommissie

Hierbij wordt de Europese Adviescommissie voor statistische governance (hierna „de adviescommissie” te noemen) ingesteld. Het doel van de adviescommissie is objectief toezicht op het Europees statistisch systeem te houden wat betreft de uitvoering van de Praktijkcode Europese statistieken (hierna „Praktijkcode” te noemen).

Artikel 2

Taken

1.   De adviescommissie krijgt de volgende taken:

a)

een jaarverslag voor het Europees Parlement en de Raad opstellen over de toepassing van de praktijkcode met betrekking tot de Commissie (Eurostat), en dit verslag aan de Commissie toezenden voordat het aan het Europees Parlement en de Raad wordt voorgelegd;

b)

in dit jaarverslag een evaluatie opnemen van de toepassing van de praktijkcode in het Europees statistisch systeem als geheel;

c)

de Commissie adviseren over passende maatregelen om de toepassing van de praktijkcode met betrekking tot de Commissie (Eurostat) en het Europees statistisch systeem als geheel, te vergemakkelijken;

d)

de Commissie (Eurostat) adviseren over de wijze waarop de praktijkcode onder de aandacht van gebruikers en gegevensverstrekkers kan worden gebracht;

e)

de Commissie (Eurostat) en het Comité statistisch programma adviseren over het bijwerken van de praktijkcode.

2.   In overeenstemming met de in lid 1 vastgelegde taken, kan de adviescommissie de Commissie adviseren over kwesties rond het vertrouwen van de gebruikers in Europese statistieken en beantwoordt zij vragen van de Commissie ter zake.

Artikel 3

Samenstelling van de adviescommissie

1.   De adviescommissie bestaat uit zeven leden, met inbegrip van de voorzitter. De leden van de adviescommissie handelen onafhankelijk. De Commissie (Eurostat) wordt als waarnemer vertegenwoordigd.

2.   De leden van de adviescommissie worden gekozen uit deskundigen met een bijzondere bekwaamheid op statistiekgebied, verrichten hun taak op persoonlijke titel en worden zo geselecteerd dat zij beschikken over een elkaar aanvullend scala aan vaardigheden en ervaring.

3.   Na raadpleging van de Commissie wijst de Raad de voorzitter van de adviescommissie aan en keurt het Europees Parlement diens benoeming goed.

De voorzitter mag op dat moment geen lid zijn van een nationaal bureau voor de statistiek of van de Commissie en mag een dergelijke functie de afgelopen twee jaar niet hebben bekleed.

Na raadpleging van de Commissie benoemen het Europees Parlement en de Raad elk drie leden van de adviescommissie.

4.   De ambtstermijn voor de voorzitter en de leden van de adviescommissie bedraagt drie jaar, en kan eenmaal worden verlengd.

5.   Indien een lid voor het einde van zijn of haar ambtstermijn terugtreedt, wordt hij of zij vervangen door een nieuw lid dat overeenkomstig dit artikel wordt benoemd en een volledige ambtstermijn vervult.

Artikel 4

Procedure

1.   De adviescommissie stelt haar reglement van orde vast, dat openbaar zal worden gemaakt.

2.   Het in artikel 2, lid 1, onder a), genoemde jaarverslag van de adviescommissie wordt openbaar gemaakt nadat het aan het Europees Parlement en de Raad is voorgelegd. Bovendien kan de adviescommissie besluiten om iedere conclusie, deelconclusie of werkdocument bekend te maken, op voorwaarde dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (Eurostat) of enig ander betrokken orgaan daarvan van tevoren in kennis is gesteld en voldoende gelegenheid heeft gekregen daarop te reageren.

3.   Behoudens het bepaalde in artikel 287 van het Verdrag zijn de leden van de adviescommissie gehouden om de inlichtingen waartoe zij door de procedures van de adviescommissie toegang hebben, niet openbaar te maken indien de Commissie hun meedeelt dat dergelijke informatie, op legitieme gronden als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel het antwoord op een verzoek om advies of een gestelde vraag zou leiden tot de openbaarmaking van dergelijke vertrouwelijke informatie.

4.   De adviescommissie wordt bijgestaan door een secretariaat, dat door de Commissie ter beschikking wordt gesteld, maar onafhankelijk van de Commissie moet opereren. De secretaris van de adviescommissie wordt benoemd door de Commissie na raadpleging van de adviescommissie. De secretaris handelt op instructie van de adviescommissie.

5.   De uitgaven van de adviescommissie vallen onder de begrotingsramingen van de Commissie.

Artikel 5

Drie jaar na de instelling van de adviescommissie worden de rol en de effectiviteit ervan aan een evaluatie onderworpen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Straatsburg, 11 maart 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  Advies van het Europees Parlement van 24 oktober 2007 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt) en besluit van de Raad van 14 februari 2008.

(2)   PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.

(3)  Zie bladzijde 13 van dit Publicatieblad.


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/20


BESLUIT VAN DE RAAD

van 18 februari 2008

inzake de sluiting van protocollen tot wijziging van de Overeenkomsten inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en respectievelijk de regering van Georgië, de Republiek Libanon, de Republiek der Maldiven, de Republiek Moldavië, de regering van de Republiek Singapore en de Republiek ten oosten van de Uruguay teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

(2008/224/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2, juncto artikel 300, id 2, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gelet op de Toetredingsakte van 2005, en met name op artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Republiek Bulgarije en Roemenië hebben elk een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten met Georgië ondertekend, respectievelijk op 19 januari 1995 en 26 maart 1996.

(2)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (2) is ondertekend te Brussel op 3 mei 2006.

(3)

De Republiek Bulgarije en Roemenië hebben elk een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten met de Republiek Libanon ondertekend, respectievelijk op 17 februari 1967 en 25 februari 1967.

(4)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (3) is ondertekend te Beiroet op 7 juli 2006.

(5)

De Republiek Bulgarije heeft een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten met de Republiek der Maldiven ondertekend te Male op 13 augustus 2006.

(6)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (4) is ondertekend te Brussel op 21 september 2006.

(7)

De Republiek Bulgarije en Roemenië hebben elk een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten met de Republiek Moldavië ondertekend, respectievelijk op 17 april 1996 en 28 juni 1993.

(8)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (5) is ondertekend te Brussel op 11 april 2006.

(9)

De Republiek Bulgarije en Roemenië hebben elk een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten met de Republiek Singapore ondertekend, respectievelijk op 28 november 1969 en 11 januari 1978.

(10)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Singapore inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (6) is ondertekend te Luxemburg op 9 juni 2006.

(11)

Roemenië heeft een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten met de Republiek ten oosten van de Uruguay ondertekend te Boekarest op 31 mei 1996.

(12)

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek ten oosten van de Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (7) is ondertekend te Montevideo op 3 november 2006.

(13)

Het Toetredingsverdrag van 2005 is op 25 april 2005 ondertekend te Luxemburg en is op 1 januari 2007 in werking getreden.

(14)

Om rekening te houden met de toetreding van deze twee bovengenoemde overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en de betrokken staten is een protocol tot wijziging van bijlagen I en II bij elk van de bovenvermelde horizontale overeenkomsten nodig.

(15)

De onderhandelingen waren gebaseerd op het onderhandelingsmandaat dat de Commissie op 5 juni 2003 van de Raad heeft gekregen.

(16)

Derhalve moeten de protocollen worden gesloten namens de Gemeenschap,

BESLUIT:

Artikel 1

De volgende protocollen worden hierbij goedgekeurd namens de Gemeenschap:

het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten;

het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten;

het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten;

het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten;

het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Singapore inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten;

het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek ten oosten van de Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten.

De tekst van de protocollen is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad doet namens de Gemeenschap de in artikel 3 van elk van de protocollen bedoelde kennisgeving.

Gedaan te Brussel, 18 februari 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

D. RUPEL


(1)  Advies van het Europees Parlement uitgebracht op 11 december 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB L 134 van 20.5.2006, blz. 24.

(3)   PB L 215 van 5.8.2006, blz. 17.

(4)   PB L 286 van 17.10.2006, blz. 20

(5)   PB L 126 van 13.5.2006, blz. 24.

(6)   PB L 243 van 6.9.2006, blz. 22.

(7)   PB L 330 van 28.11.2006, blz. 19.


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REGERING VAN GEORGIË,

anderzijds,

(hierna „de partijen” genoemd),

GELET OP de overeenkomsten tussen de Republiek Bulgarije en Roemenië enerzijds en Georgië anderzijds, die respectievelijk op 19 januari 1995 te Sofia en op 26 maart 1996 te Tbilisi zijn ondertekend,

GELET OP de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend te Brussel op 3 mei 2006 (hierna „de horizontale overeenkomst” genoemd),

GELET OP de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage I, onder a), van de horizontale overeenkomst, na de bepalingen betreffende respectievelijk Oostenrijk en Nederland:

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Bulgarije en de regering van de Republiek Georgië, opgesteld te Sofia op 19 januari 1995, hierna de „overeenkomst tussen Georgië en Bulgarije” genoemd, in bijlage II;”;

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van Roemenië en de regering van Georgië, opgesteld te Tbilisi op 26 maart 1996, hierna de „overeenkomst tussen Georgië en Roemenië” genoemd, in bijlage II;”.

Artikel 2

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage II bij de horizontale overeenkomst na de bepalingen betreffende de overeenkomst tussen Georgië en Bulgarije en de overeenkomst tussen Georgië en Polen:

a)

onder a) „Aanwijzing door een lidstaat”:

„—

Artikel 3, lid 5, van de overeenkomst tussen Georgië en Bulgarije;”;

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Georgië en Roemenië;”;

b)

onder b) „Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen”:

„—

Artikel 4, lid 1, onder a), van de overeenkomst tussen Georgië en Bulgarije;”;

„—

Artikel 4, lid 1, onder a), van de overeenkomst tussen Georgië en Roemenië;”;

c)

onder d) „Belasting op vliegtuigbrandstof”:

„—

Artikel 5 van de overeenkomst tussen Georgië en Bulgarije;”;

„—

Artikel 9 van de overeenkomst tussen Georgië en Roemenië;”;

d)

onder e) „Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap”:

„—

Artikel 6 van de overeenkomst tussen Georgië en Bulgarije;”;

„—

Artikel 8 van de overeenkomst tussen Georgië en Roemenië;”.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van het protocol hebben voltooid.

Artikel 4

Dit protocol wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Georgische taal, waarbij elk van deze teksten authentiek is.


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK LIBANON,

anderzijds,

(hierna „de partijen” genoemd),

GELET OP de overeenkomsten tussen de Republiek Bulgarije en Roemenië enerzijds en de Republiek Libanon anderzijds, die respectievelijk op 17 februari 1967 te Beiroet en op 25 februari 1967 te Beiroet zijn ondertekend,

GELET OP de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Libanon inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend te Beiroet op 7 juli 2006 (hierna „de horizontale overeenkomst” genoemd),

GELET OP de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage I, onder a), van de horizontale overeenkomst, na de bepalingen betreffende respectievelijk België en Polen:

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Bulgarije en de regering van de Republiek Libanon, opgesteld te Beiroet op 17 februari 1967, hierna de „overeenkomst tussen Libanon en Bulgarije” genoemd;”;

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van de Socialistische Republiek Roemenië en de regering van de Republiek Libanon, opgesteld te Beiroet op 25 februari 1967, hierna de „overeenkomst tussen Libanon en Roemenië” genoemd;”.

Artikel 2

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage II bij de horizontale overeenkomst, na de bepalingen betreffende respectievelijk de overeenkomst tussen Libanon en België en de overeenkomst tussen Libanon en Polen:

a)

onder a) „Aanwijzing door een lidstaat”:

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Libanon en Bulgarije;”;

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Libanon en Roemenië;”;

b)

onder b) „Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen”:

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Libanon en Bulgarije;”;

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Libanon en Roemenië;”;

c)

onder d) „Belasting op vliegtuigbrandstof”:

„—

Artikel 6 van de overeenkomst tussen Libanon en Bulgarije;”;

„—

Artikel 8 van de overeenkomst tussen Libanon en Roemenië;”;

d)

onder e) „Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap”:

„—

Artikel 10 van de overeenkomst tussen Libanon en Bulgarije;”;

„—

Artikel 9 van de overeenkomst tussen Libanon en Roemenië;”.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van het protocol hebben voltooid.

Artikel 4

Dit protocol wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Arabische taal, waarbij elk van deze teksten authentiek is.


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK DER MALDIVEN,

anderzijds,

(hierna „de partijen” genoemd),

GELET OP de overeenkomst tussen de Republiek Bulgarije en de Republiek der Maldiven, ondertekend te Male op 13 augustus 1996,

GELET OP de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend te Brussel op 21 september 2006 (hierna „de horizontale overeenkomst” genoemd),

GELET OP de toetreding van de Republiek Bulgarije tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Het volgende streepje wordt ingevoegd in bijlage I, onder a), van de horizontale overeenkomst, na de bepaling betreffende Oostenrijk:

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Bulgarije en de regering van de Republiek der Maldiven, opgesteld te Male op 13 augustus 2006, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en Bulgarije” genoemd;”.

Artikel 2

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage II bij de horizontale overeenkomst, na de bepaling betreffende de overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk:

a)

onder a) „Aanwijzing door een lidstaat”:

„—

Artikel 3, lid 1, van de overeenkomst tussen de Maldiven en Bulgarije;”;

b)

onder b) „Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen”:

„—

Artikel 4, lid 1, onder a), van de overeenkomst tussen de Maldiven en Bulgarije;”;

c)

onder d) „Belasting op vliegtuigbrandstof”:

„—

Artikel 7 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Bulgarije;”;

d)

onder e) „Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap”:

„—

Artikel 9 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Bulgarije;”.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van het protocol hebben voltooid.

Artikel 4

Dit protocol wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Maldivische Dhivehi taal, waarbij elk van deze teksten authentiek is.


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK MOLDAVIË,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

GELET OP de overeenkomsten tussen de Republiek Bulgarije en Roemenië enerzijds en de Republiek Moldavië anderzijds, ondertekend op respectievelijk 17 april 1996 te Sofia en 28 juni 1993 te Chisinau,

GELET OP de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend op 11 april 2006 te Brussel (hierna „de horizontale overeenkomst” genoemd),

GELET OP de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

In bijlage I, onder a), van de horizontale overeenkomst worden de volgende bepalingen ingevoegd, na de bepaling betreffende Oostenrijk:

„—

Overeenkomst tussen de regering van Bulgarije en de regering van de Republiek Moldavië inzake luchtdiensten tussen hun grondgebieden en over de grenzen van hun grondgebieden heen, ondertekend te Sofia op 17 april 1996, hierna de „overeenkomst tussen Moldavië en Bulgarije” genoemd;”;

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van Roemenië en de regering van de Republiek Moldavië, ondertekend te Chisinau op 28 juni 1993, zoals gewijzigd bij het aanvullend protocol ondertekend te Boekarest op 31 januari 2003, laatstelijk gewijzigd bij de uitwisseling van nota’s van respectievelijk 5 en 12 mei 2004, hierna de „overeenkomst tussen Moldavië en Roemenië” genoemd;”.

Artikel 2

In bijlage II bij de horizontale overeenkomst worden de volgende streepjes ingevoegd, na de bepalingen betreffende respectievelijk de overeenkomst tussen Moldavië en Oostenrijk en de overeenkomst tussen Moldavië en Polen:

a)

onder a) „Aanwijzing door een lidstaat”:

„—

artikel 3, lid 5, van de overeenkomst tussen Moldavië en Bulgarije;”;

„—

artikel 3 van de overeenkomst tussen Moldavië en Roemenië;”;

b)

onder b) „Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen”:

„—

artikel 4, lid 1, onder a), van de overeenkomst tussen Moldavië en Bulgarije;”;

„—

artikel 4, lid 1, onder a), van de overeenkomst tussen Moldavië en Roemenië;”;

c)

onder d) „Belasting op vliegtuigbrandstof”:

„—

artikel 7 van de overeenkomst tussen Moldavië en Bulgarije;”;

„—

artikel 9 van de overeenkomst tussen Moldavië en Roemenië;”;

d)

onder e) „Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap”:

„—

artikel 9 van de overeenkomst tussen Moldavië en Bulgarije;”;

„—

artikel 8 van de overeenkomst tussen Moldavië en Roemenië;”.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking op de datum waarop de partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van het protocol hebben voltooid.

Artikel 4

Dit protocol wordt opgesteld in de officiële talen van de partijen, waarbij elk van deze teksten authentiek is.


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Singapore inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REGERING VAN DE REPUBLIEK SINGAPORE,

anderzijds,

(hierna „de partijen” genoemd),

GELET OP de overeenkomsten tussen de Republiek Bulgarije en Roemenië enerzijds en de regering van de Republiek Singapore anderzijds, die respectievelijk op 28 november 1969 te Singapore en op 11 januari 1978 te Singapore zijn ondertekend,

GELET OP de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Singapore inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend te Luxemburg op 9 juni 2006 (hierna „de horizontale overeenkomst” genoemd),

GELET OP de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage I, onder a), van de horizontale overeenkomst, na de bepalingen betreffende respectievelijk België en Portugal:

„—

Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Volksrepubliek Bulgarije voor luchtdiensten tussen hun grondgebieden en over de grenzen van hun grondgebieden heen, opgesteld te Singapore op 28 november 1969, hierna de „overeenkomst tussen Singapore en Bulgarije” genoemd;”;

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van de Socialistische Republiek Roemenië en de regering van de Republiek Singapore, opgesteld te Singapore op 11 januari 1978, hierna de „overeenkomst tussen Singapore en Roemenië” genoemd;”.

Artikel 2

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage II bij de horizontale overeenkomst, na de bepalingen betreffende respectievelijk de overeenkomst tussen Singapore en België en de overeenkomst tussen Singapore en Portugal:

a)

onder a) „Aanwijzing door een lidstaat”:

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Singapore en Bulgarije;”;

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Singapore en Roemenië;”;

b)

onder b) „Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen”:

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Singapore en Bulgarije;”;

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Singapore en Roemenië;”;

c)

onder d) „Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap”:

„—

Artikel 8 van de overeenkomst tussen Singapore en Bulgarije;”;

„—

Artikel 9 van de overeenkomst tussen Singapore en Roemenië;”.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van het protocol hebben voltooid.

Artikel 4

Dit protocol wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal. In geval van geschillen is de Engelse tekst bindend.


PROTOCOL

tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek ten oosten van de Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK TEN OOSTEN VAN DE URUGUAY,

anderzijds,

(hierna „de partijen” genoemd),

GELET OP de overeenkomst tussen Roemenië en de Republiek ten oosten van de Uruguay, ondertekend te Boekarest op 31 mei 1996,

GELET OP de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek ten oosten van de Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, ondertekend te Montevideo op 3 november 2006 (hierna „de horizontale overeenkomst” genoemd),

GELET OP de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie en derhalve ook tot de Gemeenschap op 1 januari 2007,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Het volgende streepje wordt ingevoegd in bijlage I, onder a), van de horizontale overeenkomst, na de bepaling betreffende Portugal:

„—

Overeenkomst inzake luchtdiensten tussen de regering van Roemenië en de regering van de Republiek ten oosten van de Uruguay, opgesteld te Boekarest op 31 mei 1996, hierna de „overeenkomst tussen Uruguay en Roemenië” genoemd, in bijlage II;”.

Artikel 2

De volgende streepjes worden ingevoegd in bijlage II bij de horizontale overeenkomst, na de bepalingen betreffende de overeenkomst tussen Uruguay en Portugal:

a)

onder a) „Aanwijzing”:

„—

Artikel 3 van de overeenkomst tussen Uruguay en Roemenië;”;

b)

onder b) „Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen”:

„—

Artikel 4, lid 1, van de overeenkomst tussen Uruguay en Roemenië;”;

c)

onder d) „Belasting op vliegtuigbrandstof”:

„—

Artikel 9 van de overeenkomst tussen Uruguay en Roemenië;”;

d)

onder e) „Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap”:

„—

Artikel 8 van de overeenkomst tussen Uruguay en Roemenië;”.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van het protocol hebben voltooid.

Artikel 4

Dit protocol wordt opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Slowaakse, de Sloveense, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal. In geval van tegenstrijdigheden is de Spaanse tekst bindend.


Commissie

15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/32


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2008

tot wijziging van Beschikking 2006/805/EG wat betreft maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met klassieke varkenspest in Duitsland

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 956)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/225/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name op artikel 10, lid 4,

Gelet op Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name op artikel 9, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2006/805/EG van de Commissie van 24 november 2006 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met klassieke varkenspest in sommige lidstaten (3) is gegeven als reactie op uitbraken van klassieke varkenspest in bepaalde lidstaten. Bij die beschikking zijn bepaalde maatregelen vastgesteld ter bestrijding van klassieke varkenspest in die lidstaten.

(2)

Duitsland heeft de Commissie meegedeeld dat de ziektesituatie in bepaalde gebieden van de deelstaat Nordrhein-Westfalen aanzienlijk verbeterd is. De maatregelen van Beschikking 2006/805/EG betreffende die gebieden hoeven dan ook niet langer te worden toegepast.

(3)

Voor de transparantie van de Gemeenschapswetgeving moet de lijst van de betrokken lidstaten of regio’s daarvan zoals opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2006/805/EG worden vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking.

(4)

Beschikking 2006/805/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 2006/805/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 315 van 19.11.2002, blz. 14).

(2)   PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33; gerectificeerd in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 12).

(3)   PB L 329 van 25.11.2006, blz. 67. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/862/EG (PB L 337 van 21.12.2007, blz. 119).


BIJLAGE

„BIJLAGE

DEEL I

1.   Duitsland

A.   Rheinland-Pfalz:

a)

in de Kreis Ahrweiler: de gemeenten Adenau en Altenahr;

b)

in de Landkreis Vulkaneifel: de gemeenten Obere Kyll en Hillesheim, in de gemeente Daun de deelgemeenten Betteldorf, Dockweiler, Dreis-Brück, Hinterweiler en Kirchweiler, in de gemeente Kelberg de deelgemeenten Beinhausen, Bereborn, Bodenbach, Bongard, Borler, Boxberg, Brücktal, Drees, Gelenberg, Kelberg, Kirsbach, Mannebach, Neichen, Nitz, Reimerath en Welcherath, in de gemeente Gerolstein de deelgemeenten Berlingen, Duppach, Hohenfels-Essingen, Kalenborn-Scheuern, Neroth, Pelm en Rockeskyll, en de stad Gerolstein;

c)

in de Eifelkreis Bitburg-Prüm: in de gemeente Prüm de deelgemeenten Büdesheim, Kleinlangenfeld, Neuendorf, Olzheim, Roth bei Prüm, Schwirzheim en Weinsheim.

B.   Nordrhein-Westfalen:

a)

in de Kreis Euskirchen: de steden Bad Münstereifel, Mechernich, Schleiden, in de stad Euskirchen de deelgemeenten Billig, Euenheim, Euskirchen (centrum), Flamersheim, Kirchheim, Kuchenheim, Kreuzweingarten, Niederkastenholz, Palmersheim, Rheder, Roitzheim, Schweinheim, Stotzheim en Wißkirchen, en de gemeenten Blankenheim, Dahlem, Hellenthal, Kall en Nettersheim;

b)

in de Rhein-Sieg-Kreis: in de stad Meckenheim de deelgemeenten Ersdorf en Altendorf, in de stad Rheinbach de deelgemeenten Oberdrees, Niederdrees, Wormersdorf, Todenfeld, Hilberath, Merzbach, Irlenbusch, Queckenberg, Kleinschlehbach, Großschlehbach, Loch, Berscheidt, Eichen en Kurtenberg, en in de gemeente Swisttal de deelgemeenten Miel en Odendorf.

2.   Frankrijk

Het grondgebied van de departementen Bas-Rhin en Moselle ten westen van de Rijn en het Rijn-Marne-kanaal, ten noorden van de autosnelweg A 4, ten oosten van de Saar en ten zuiden van de grens met Duitsland, en de gemeenten Holtzheim, Lingolsheim en Eckbolsheim.

DEEL II

1.   Hongarije

Het grondgebied van het district Nógrád en het grondgebied van het district Pest ten noorden en ten oosten van de Donau, ten zuiden van de grens met Slowakije, ten westen van de grens met het district Nógrád en ten noorden van de autosnelweg E 71.

2.   Slowakije

Het grondgebied van de DVFA’s (districten ressorterend onder de raad voor diergeneeskunde en levensmiddelen) Žiar nad Hronom (de districten Žiar nad Hronom, Žarnovica en Banská Štiavnica), Zvolen (de districten Zvolen, Krupina en Detva), Lučenec (de districten Lučenec en Poltár), Veľký Krtíš (het district Veľký Krtíš), Komárno (het grondgebied ten oosten van de autosnelweg 64, ten noorden van de grens met Hongarije en ten westen van het district Nové Zámky), Nové Zámky (het grondgebied ten oosten van het district Komárno en ten oosten van de autoweg 64, ten zuiden van de autoweg 75 en ten noorden van de grens met Hongarije) en Levice (het grondgebied ten oosten van het district Nové Zámky en ten oosten van de autoweg 66 (E 77), ten zuiden van de autoweg 75, ten noorden van de grens met Hongarije en ten westen van het district Veľký Krtíš).

DEEL III

1.   Bulgarije

Het hele grondgebied van Bulgarije.”


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

15.3.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/34


BESLUIT EU SSR GUINEE-BISSAU/1/2008 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 5 maart 2008

tot benoeming van het hoofd van de missie van de Europese Unie ter ondersteuning van de hervorming van de veiligheidssector in de Republiek Guinee-Bissau, EU SSR GUINEE-BISSAU

(2008/226/GBVB)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 25, derde alinea,

Gelet op Gemeenschappelijk Optreden 2008/112/GBVB van de Raad van 12 februari 2008 betreffende de missie van de Europese Unie ter ondersteuning van de hervorming van de veiligheidssector in de Republiek Guinee-Bissau, (EU SSR GUINEE-BISSAU) (1), en met name op artikel 8, lid 1, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 8, lid 1, tweede alinea, van Gemeenschappelijk Optreden 2008/112/GBVB is bepaald dat het PVC gemachtigd is om overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag de relevante besluiten te nemen met het oog op het politieke toezicht op en de strategische aansturing van EU SSR GUINEE-BISSAU, met inbegrip van een besluit tot benoeming van het hoofd van de missie.

(2)

De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger heeft voorgesteld de heer Juan Esteban Verástegui te benoemen tot hoofd van EU SSR GUINEE-BISSAU,

BESLUIT:

Artikel 1

De heer Juan Esteban Verástegui wordt hierbij benoemd tot hoofd van de missie van de Europese Unie ter ondersteuning van de hervorming van de veiligheidssector in de Republiek Guinee-Bissau, EU SSR GUINEE-BISSAU.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Het is van toepassing totdat Gemeenschappelijk Optreden 2008/112/GBVB verstrijkt.

Gedaan te Brussel, 5 maart 2008.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

M. IPAVIC


(1)   PB L 40 van 14.2.2008, blz. 11.