ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 39

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

51e jaargang
13 februari 2008


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 106/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een communautair energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur (Omgewerkte versie)

1

 

*

Verordening (EG) nr. 107/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft

8

 

*

Verordening (EG) nr. 108/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1925/2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen

11

 

*

Verordening (EG) nr. 109/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen

14

 

*

Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad

16

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

13.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/1


VERORDENING (EG) Nr. 106/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2008

betreffende een communautair energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur

(Omgewerkte versie)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en met name op artikel 175, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 2422/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 betreffende een communautair energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur (3) moet op een aantal belangrijke punten worden gewijzigd. Om redenen van duidelijkheid dient de genoemde verordening te worden omgewerkt.

(2)

Kantoorapparatuur neemt een aanzienlijk deel van het totale elektriciteitsverbruik voor haar rekening. Het energieverbruiksniveau van de verschillende modellen die in de Gemeenschap verkrijgbaar zijn, loopt, bij vergelijkbare functionaliteit, sterk uiteen en er is een aanzienlijk potentieel voor een verbetering van de energie-efficiëntie.

(3)

Een verbetering van de energie-efficiëntie van kantoorapparatuur zou positieve effecten moeten hebben op het concurrentievermogen van de Gemeenschap, de continuïteit van haar energievoorziening en de bescherming van het milieu en de consument.

(4)

Het is belangrijk om de goede werking van de interne markt te bevorderen.

(5)

Het is wenselijk de nationale energie-efficiëntie-etiketteringsinitiatieven te coördineren om het nadelige effect van de verschillende uitvoeringsmaatregelen op handel en industrie zo klein mogelijk te houden.

(6)

Daar de doelstellingen van het overwogen optreden, namelijk het vaststellen van regels voor het communautaire energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(7)

In Kyoto is in het Protocol bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 11 december 1997 overeengekomen dat de Gemeenschap de uitstoot van broeikasgassen uiterlijk in de periode 2008-2012 met 8 % verminderd moet hebben. Om deze doelstelling te bereiken zijn strengere maatregelen nodig om de uitstoot van koolstofdioxide in de Gemeenschap te verminderen.

(8)

In Besluit nr. 2179/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998 betreffende de herziening van het beleidsplan en actieprogramma van de Europese Gemeenschap inzake het milieu en duurzame ontwikkeling „Op weg naar duurzame ontwikkeling” (4) wordt de invoering van energie-efficiëntie-etikettering van apparaten als een van de topprioriteiten voor de integratie van milieuvereisten met betrekking tot energie genoemd.

(9)

In de resolutie van de Raad van 7 december 1998 inzake energie-efficiëntie in de Europese Gemeenschap (5) wordt aangedrongen op meer etikettering van apparaten en uitrusting.

(10)

Het is wenselijk de energie-efficiëntievereisten, de etikettering en de testmethoden waar nodig te coördineren.

(11)

De meeste energie-efficiënte kantoorapparatuur kost weinig of niets extra, zodat de aanvankelijke meerkosten door de elektriciteitsbesparing veelal binnen een redelijk korte termijn terugverdiend worden. Doelstellingen inzake de reductie van de koolstofdioxide-emissies en energiebesparingen kunnen op dit gebied derhalve op een kostenefficiënte wijze bereikt worden, zonder dat de consument of het bedrijfsleven daar nadeel van ondervinden.

(12)

Kantoorapparatuur wordt wereldwijd verhandeld. De overeenkomst van 20 december 2006 over de coördinatie van programma’s voor energie-efficiëntie-etikettering voor kantoorapparatuur (6) waarover de regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap onderhandelen (hierna „de overeenkomst” genoemd), moet met betrekking tot deze apparatuur de internationale handel en de milieubescherming vergemakkelijken. De overeenkomst dient in de Gemeenschap ten uitvoer te worden gelegd.

(13)

Het Energy Star-etiket voor energie-efficiëntie wordt wereldwijd gebruikt. Om invloed te hebben op de vereisten van het wereldwijd gangbare Energy Star-etiketteringsprogramma, is het nuttig dat de Gemeenschap betrokken is bij het programma en het uitwerken van de technische specificaties. De Commissie dient, bij de vaststelling van deze technische specificaties in samenwerking met het United States Environmental Protection Agency (USEPA), te streven naar ambitieuze doelstellingen inzake energie-efficiëntie, met het oog op het communautaire energie-efficiëntie-beleid en de communautaire energie-efficiëntie-doelstellingen.

(14)

Er is een doeltreffend handhavingssysteem nodig om ervoor te zorgen dat het energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur correct wordt uitgevoerd, eerlijke mededingingsvoorwaarden garandeert en de rechten van de consument beschermt.

(15)

Deze verordening hoeft enkel van toepassing te zijn op kantoorapparatuur.

(16)

Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-productinformatie van huishoudelijke apparaten (7) is niet het meest geschikte instrument voor kantoorapparatuur. De meest doeltreffende maatregel om de energie-efficiëntie van kantoorapparatuur te bevorderen, is een vrijwillig etiketteringsprogramma.

(17)

De vaststelling en wijziging van de gemeenschappelijke technische specificaties moet worden opgedragen aan een daartoe geschikte instantie, het Energy Star-bestuur van de Europese Gemeenschap, met het oog op een efficiënte en neutrale uitvoering van het energie-efficiëntie-etiketteringsregeling. Dat bestuur dient te worden samengesteld uit nationale vertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de belanghebbende partijen.

(18)

Het energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur moet verenigbaar zijn en gecoördineerd worden met de prioriteiten van de Gemeenschap en met andere etiketterings- of kwaliteitscertificeringssystemen zoals diewelke werden vastgesteld door Richtlijn 92/75/EEG en door Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad van 23 maart 1992 inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (8).

(19)

Het energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma is een aanvulling op de maatregelen die zijn genomen in het kader van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten (9). Het Energy Star-programma moet derhalve verenigbaar zijn en worden gecoördineerd met de regeling inzake ecologisch ontwerp.

(20)

Het is wenselijk het communautaire Energy Star-programma op grond van de overeenkomst te coördineren met andere vrijwillige energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma’s voor kantoorapparatuur in de Gemeenschap om verwarring bij de consumenten te vermijden en verstoring van de markt te voorkomen.

(21)

Er moet worden gezorgd voor een transparante tenuitvoerlegging van het Energy Star-programma en verenigbaarheid met de desbetreffende internationale normen, zodat fabrikanten en exporteurs van landen buiten de Gemeenschap gemakkelijk aan het programma kunnen deelnemen.

(22)

Deze verordening houdt rekening met de ervaring die is opgedaan tijdens de eerste werkingsperiode van het Energy Star-programma in de Gemeenschap,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doelstelling

Deze verordening stelt de regels vast voor het communautaire energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor kantoorapparatuur (hierna „het Energy Star-programma” genoemd), zoals omschreven in de overeenkomst.

Artikel 2

Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op de in bijlage C bij de overeenkomst omschreven productgroepen van kantoorapparatuur, behoudens wijzigingen van die bijlage overeenkomstig artikel XII van de overeenkomst.

Artikel 3

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„gemeenschappelijk logo”: het teken dat is weergegeven in bijlage A bij de overeenkomst;

b)

„deelnemers aan het programma”: de fabrikanten, assembleurs, exporteurs, importeurs, verkopers en andere personen of instanties die toegezegd hebben om welbepaalde energie-efficiënte kantoorapparatuur die voldoet aan de gemeenschappelijke specificaties als gedefinieerd onder c), te zullen promoten en die zich bij de Commissie voor deelneming aan dit programma hebben aangemeld;

c)

„gemeenschappelijke specificaties”: eisen inzake energie-efficiëntie en resultaten, inclusief testmethoden, aan de hand waarvan wordt bepaald of energie-efficiënte kantoorapparatuur in aanmerking komt voor het gemeenschappelijk logo.

Artikel 4

Algemene beginselen

1.   Het Energy Star-programma wordt zo nodig gecoördineerd met andere communautaire etiketterings- of kwaliteitscertificeringsregelingen en regelingen zoals het communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren dat is ingevoerd bij Verordening (EEG) nr. 880/92, de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering, en in de standaard-productinformatie van huishoudelijke apparaten, die ingevoerd is bij Richtlijn 92/75/EEG, alsmede de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2005/32/EG.

2.   De deelnemers aan het programma mogen het gemeenschappelijk logo op hun kantoorapparatuur en in reclame daarvoor gebruiken.

3.   Deelneming aan het Energy Star-programma gebeurt op vrijwillige basis.

4.   Kantoorapparatuur waarvoor het gemeenschappelijk logo met toestemming van USEPA, mag worden gebruikt, wordt geacht aan deze verordening te voldoen, tenzij er bewijs is van het tegendeel.

5.   Onverminderd de communautaire voorschriften voor conformiteitsbeoordeling en conformiteitsmarkering en/of de internationale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen over de toegang tot de communautaire markt, mogen producten waarop deze verordening van toepassing is en die op de communautaire markt worden gebracht, door de Commissie of een lidstaat worden getest om na te gaan of ze voldoen aan de eisen van deze verordening.

Artikel 5

Registratie van de deelnemers aan het programma

1.   Verzoeken tot deelneming aan het programma worden ingediend bij de Commissie.

2.   De Commissie willigt een verzoek tot deelneming aan het programma eerst in, nadat zij heeft nagegaan of de aanvrager zich verbonden heeft tot naleving van de richtsnoeren voor de gebruikers van het gemeenschappelijk logo die zijn vermeld in bijlage B bij de overeenkomst. De Commissie zal op de website van Energy Star regelmatig een geactualiseerde lijst van de deelnemers bekendmaken en zij zal deze regelmatig aan de lidstaten doen toekomen.

Artikel 6

Promoten van criteria inzake energie-efficiëntie

Tijdens de looptijd van de overeenkomst stellen de Commissie, de andere instellingen van de Gemeenschap alsook de centrale overheidsinstanties als bedoeld in Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (10), energie-efficiëntie-eisen vast die niet minder streng zijn dan de gemeenschappelijke specificaties voor overheidsopdrachten voor leveringen die voldoen aan de drempels die zijn vastgesteld in artikel 7 van die richtlijn, onverminderd de communautaire en nationale wetgeving en economische criteria.

Artikel 7

Andere vrijwillige energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma’s

1.   Naast het Energy Star-programma kunnen in de lidstaten ook andere, bestaande of nieuwe, vrijwillige energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma’s voor kantoorapparatuur bestaan.

2.   De Commissie en de lidstaten zorgen voor de nodige coördinatie tussen het Energy Star-programma en de nationale en andere etiketteringsregelingen in de Gemeenschap en de lidstaten.

Artikel 8

EG-Energy Star-bestuur

1.   De Commissie stelt een EG-Energy Star-bestuur (hierna „ECESB” genoemd) in, dat bestaat uit de in artikel 9 bedoelde vertegenwoordigers van de lidstaten en vertegenwoordigers van de betrokken partijen. Het ECESB controleert de uitvoering van het Energy Star-programma in de Gemeenschap en adviseert en assisteert de Commissie, indien nodig, zodat deze haar taak van beheersinstantie vermeld in artikel IV van de overeenkomst kan uitvoeren.

2.   De Commissie zal er zoveel mogelijk voor zorgen dat het ECESB bij zijn activiteiten voor elke groep van kantoorapparatuur een evenwichtige participatie mogelijk maakt van alle relevante betrokken partijen, zoals fabrikanten, verkopers, importeurs, milieuverenigingen en consumentenorganisaties.

3.   De Commissie, bijgestaan door het ECESB, ziet toe op de marktpenetratie van producten die het gemeenschappelijke logo dragen alsook op de ontwikkeling van de energie-efficiëntie van kantoorapparatuur met het oog op een tijdige herziening van de gemeenschappelijke specificaties.

4.   De Commissie stelt het reglement van orde van het ECESB vast met inachtneming van de standpunten van de nationale vertegenwoordigers in het ECESB.

Artikel 9

Nationale vertegenwoordigers

Elke lidstaat wijst de energiebeleiddeskundigen, autoriteiten of personen aan (hierna „nationale vertegenwoordiger(s)” genoemd), die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de bij deze verordening bepaalde taken. Wanneer verscheidene nationale vertegenwoordigers worden aangewezen, bepaalt de lidstaat welke respectieve bevoegdheden deze krijgen en hoe zij worden gecoördineerd.

Artikel 10

Werkprogramma

Overeenkomstig de in artikel 1 bepaalde doelstellingen stelt de Commissie een werkprogramma op. Dit programma bevat een strategie voor de ontwikkeling van het Energy Star-programma voor de komende drie jaar, die de volgende elementen omvat:

a)

de doelstellingen voor de verbetering van de energie-efficiëntie, rekening houdend met de noodzaak van het nastreven van een hoog niveau van consumenten- en milieubescherming, en voor de marktpenetratie die het Energy Star-programma op communautair niveau wil bereiken;

b)

een niet-limitatieve lijst van kantoorapparatuur die prioritair in het Energy Star-programma moet worden opgenomen;

c)

voorlichtings- en promotiecampagnes;

d)

voorstellen voor de coördinatie en de samenwerking tussen het Energy Star-programma en andere vrijwillige energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma’s in de lidstaten.

De Commissie herziet het werkprogramma minstens één maal per jaar en stelt het ter beschikking van het publiek.

Artikel 11

Procedures ter voorbereiding van de wijziging van de technische criteria

1.   Voor de voorbereiding van de wijziging van de gemeenschappelijke specificaties en de in bijlage C opgenomen kantoorapparatuur-productgroepen wordt, alvorens een ontwerp-voorstel of een antwoord naar het USEPA wordt gestuurd volgens de in de overeenkomst en in Besluit 2006/1005/EG van de Raad van 18 december 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap over de coördinatie van programma’s voor energie-efficiëntie-etikettering voor kantoorapparatuur (11) bepaalde procedures, de procedure gevolgd van leden 2 tot en met 5.

2.   De Commissie kan het ECESB verzoeken een voorstel te doen om de overeenkomst of de gemeenschappelijke specificaties van een product te herzien. De Commissie kan aan het ECESB een voorstel formuleren om de overeenkomst of de gemeenschappelijke specificaties van een product te herzien. Het ECESB kan ook op eigen initiatief de Commissie een voorstel doen.

3.   De Commissie raadpleegt het ECESB wanneer zij van het USEPA een voorstel tot wijziging van de overeenkomst ontvangt.

4.   Bij hun advies aan de Commissie houden de leden van het ECESB rekening met de resultaten van haalbaarheids- en marktstudies en met de beschikbare technologie voor de vermindering van het energieverbruik.

5.   De Commissie besteedt bijzondere aandacht aan het streven naar ambitieuze gemeenschappelijke technische specificaties, als bedoeld in artikel I, derde alinea, van de overeenkomst met het oog op de vermindering van het energieverbruik, en houdt rekening met de beschikbare technologie en de kostprijs daarvan. Met name houdt het ECESB, voordat het zijn advies geeft over nieuwe gemeenschappelijke specificaties, rekening met de laatste resultaten van de studies over ecologisch ontwerp.

Artikel 12

Toezicht op de markt en controle op misbruik

1.   Het gemeenschappelijk logo mag alleen worden gebruikt in verband met producten die onder de overeenkomst vallen en overeenkomstig de in bijlage B van de overeenkomst vermelde richtsnoeren voor de gebruikers van het gemeenschappelijk logo.

2.   Bedrieglijke of misleidende reclame of het gebruik van keurmerken of logo’s die tot verwarring met het gemeenschappelijk logo kunnen leiden, is verboden.

3.   De Commissie ziet er, door het uitvoeren of coördineren van de in artikel IX, tweede, derde en vierde alinea, van de overeenkomst bedoelde maatregelen, op toe dat het gemeenschappelijk logo correct gebruikt wordt. De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat deze verordening op hun grondgebied wordt nageleefd en brengen de Commissie van die maatregelen op de hoogte. De lidstaten kunnen bewijsstukken waaruit blijkt dat deelnemers aan het programma de verordening niet naleven, aan de Commissie voorleggen, zodat deze actie kan ondernemen.

Artikel 13

Toetsing

Een jaar voor het verstrijken van de overeenkomst legt de Commissie een verslag aan het Europees Parlement en de Raad voor over de energie-efficiëntie van de in de Europese Gemeenschap op de markt gebrachte kantoorapparatuur en waarin de doeltreffendheid van het Energy Star-programma wordt geëvalueerd. Het verslag bevat zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens, alsook gegevens over de voordelen die voortvloeien uit het Energy Star-programma, met name energiebesparingen en milieubaten in de vorm van vermindering van de uitstoot van kooldioxide.

Artikel 14

Herziening

Voordat de partijen bij de overeenkomst onderhandelen over de verlenging ervan, overeenkomstig artikel XIV, tweede alinea, daarvan, maakt de Commissie een evaluatie van het Energy Star-programma, in het licht van de tijdens de werking ervan opgedane ervaring.

Article 15

Intrekking

Verordening (EG) nr. 2422/2001 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening, volgens de concordantietabel in de bijlage.

Artikel 16

Slotbepalingen

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  PB C 161 van 13.7.2007, blz. 97.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 10 juli 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 december 2007.

(3)  PB L 332 van 15.12.2001, blz. 1.

(4)  PB L 275 van 10.10.1998, blz. 1.

(5)  PB C 394 van 17.12.1998, blz. 1.

(6)  PB L 381 van 28.12.2006, blz. 26.

(7)  PB L 297 van 13.10.1992, blz. 16. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(8)  PB L 99 van 11.4.1992, blz. 1. Verordening ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1980/2000 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 237 van 21.9.2000, blz. 1).

(9)  PB L 191 van 22.7.2005, blz. 29.

(10)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1422/2007 van de Commissie (PB L 317 van 5.12.2007, blz. 34).

(11)  PB L 381 van 28.12.2006, blz. 24.


BIJLAGE

Verordening (EG) nr. 2422/2001

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 1, laatste zin

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 4

Artikel 4, lid 4

Artikel 4, lid 5

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6, lid 1

Artikel 6, lid 2

Artikel 6, lid 3

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 4

Artikel 8, lid 4

Artikel 8, lid 5

Artikel 9

Artikel 9

Artikel 10, eerste alinea, inleidend deel

Artikel 10, eerste alinea, inleidend deel

Artikel 10, eerste alinea, eerste streepje

Artikel 10, eerste alinea, onder a)

Artikel 10, eerste alinea, tweede streepje

Artikel 10, eerste alinea, onder b)

Artikel 10, eerste alinea, derde streepje

Article 10, eerste alinea, onder c)

Artikel 10, eerste alinea, vierde streepje

Artikel 10, eerste alinea, onder d)

Artikel 10, tweede alinea, eerste zin

Artikel 10, tweede alinea

Artikel 11, eerste alinea

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, punt 1

Artikel 11, lid 2

Artikel 11, punt 2

Artikel 11, lid 3

Artikel 11, punt 3, eerste zin

Article 11, lid 4

Artikel 11, punt 3, tweede zin

Artikel 11, lid 5, eerste zin

Artikel 11, lid 5, laatste zin

Artikel 12

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14, eerste alinea

Artikel 14

Artikel 14, tweede alinea

Artikel 15

Artikel 15

Artikel 16

Bijlage


13.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/8


VERORDENING (EG) Nr. 107/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) bepaalt dat de regelgevingsprocedure die is vastgesteld bij Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4) moet worden toegepast voor de vaststelling van de maatregelen ter uitvoering van die verordening.

(2)

Besluit 1999/468/EG is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, waardoor de regelgevingsprocedure met toetsing is ingevoerd voor de aanneming van maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit, onder meer door sommige van deze niet-essentiële onderdelen te schrappen of door het besluit aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

(3)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om communautaire maatregelen vast te stellen betreffende de etikettering, presentatie en het maken van publiciteit voor bepaalde levensmiddelen; afwijkingen vast te stellen van bepaalde bepalingen van Verordening (EG) nr. 1924/2006; voedingsprofielen vast te stellen en te actualiseren, alsook de voorwaarden en uitzonderingen voor hun gebruik vast te stellen; lijsten van voedings- en gezondheidsclaims vast te stellen en/of te wijzigen; en wijzigingen aan te brengen in de lijst van voedingsmiddelen waarvoor het doen van claims beperkt of verboden is. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, onder meer door deze verordening aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

(4)

Als er bepalingen in verband met gegevensbescherming van toepassing zijn, mag de vergunning die zich beperkt tot het gebruik door één individuele exploitant niet verhinderen dat andere aanvragers om vergunning verzoeken om dezelfde claim te gebruiken.

(5)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1924/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

„In het geval van niet-voorverpakte levensmiddelen (met inbegrip van verse producten zoals fruit, groenten of brood) die aan eindverbruikers of grootkeukens worden aangeboden en levensmiddelen die op verzoek van de koper op de plaats van verkoop worden verpakt, of die met het oog op onmiddellijke verkoop worden voorverpakt, zijn de bepalingen van artikel 7 en artikel 10, lid 2, onder a) en b), niet van toepassing. De nationale bepalingen kunnen blijven gelden totdat communautaire maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   Voor generieke omschrijvingen (benamingen) die traditioneel worden gebruikt om een eigenschap aan te geven van een categorie levensmiddelen of dranken die een effect kunnen hebben op de gezondheid, kan op verzoek van de betrokken exploitanten van levensmiddelenbedrijven tot een afwijking van lid 3, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, worden besloten volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Het verzoek moet worden ingediend bij de bevoegde nationale instantie van een lidstaat, die het onverwijld aan de Commissie doorstuurt. De Commissie bepaalt en publiceert de regels die vaststellen hoe exploitanten van levensmiddelenbedrijven een dergelijk verzoek kunnen indienen, om te waarborgen dat een verzoek transparant en binnen een redelijke termijn wordt behandeld.”.

2)

In artikel 3, tweede alinea, wordt punt d) vervangen door:

„d)

stellen, suggereren of impliceren dat een evenwichtige, gevarieerde voeding in het algemeen geen toereikende hoeveelheden nutriënten kan bieden. Afwijkingen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, kunnen worden vastgesteld voor nutriënten die niet in voldoende hoeveelheden voorkomen in een evenwichtige, gevarieerde voeding, ook wat betreft de voorwaarden voor het gebruik ervan volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, en rekening houdend met de bijzondere omstandigheden in lidstaten;”.

3)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de eerste alinea wordt vervangen door:

„1.   Uiterlijk op 19 januari 2009 stelt de Commissie volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing specifieke voedingsprofielen op, met inbegrip van de uitzonderingen, waaraan levensmiddelen of bepaalde categorieën levensmiddelen moeten voldoen om van voedings- of gezondheidsclaims voorzien te mogen zijn, evenals de voorwaarden voor het gebruik van voedings- of gezondheidsclaims met betrekking tot de voedingsprofielen. Dergelijke maatregelen beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen.”;

ii)

de zesde alinea wordt vervangen door:

„De voedingsprofielen en hun gebruiksvoorwaarden die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure, en na overleg met de belanghebbende partijen, met name exploitanten van levensmiddelenbedrijven en consumentenorganisaties, aan de wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied aangepast.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   Maatregelen ter bepaling van andere dan de in lid 3 bedoelde levensmiddelen of categorieën levensmiddelen, waarvoor voedings- of gezondheidsclaims beperkt of verboden moeten worden, en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing en in het licht van wetenschappelijke gegevens.”.

4)

Artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De bijlage wordt gewijzigd volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, en, indien van toepassing, na raadpleging van de Autoriteit. Zo nodig consulteert de Commissie belanghebbende partijen, met name exploitanten van levensmiddelenbedrijven en consumentenorganisaties, om de perceptie en de duidelijkheid van de claims te beoordelen.”.

5)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Na raadpleging van de Autoriteit, stelt de Commissie, volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, uiterlijk op 31 januari 2010 een communautaire lijst, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, vast van toegestane claims als bedoeld in lid 1 en van alle noodzakelijke voorwaarden voor het gebruik van deze claims.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   Aanpassingen van de in lid 3 bedoelde lijst op basis van algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs, en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, vastgesteld, na raadpleging van de Autoriteit, op initiatief van de Commissie of op verzoek van een lidstaat.”.

6)

Artikel 17, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Het definitieve besluit ten aanzien van de aanvraag, dat beoogt niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Als de Commissie echter op verzoek van de aanvrager ter bescherming van diens door eigendomsrechten beschermde gegevens voorstelt het gebruik van de claim ten gunste van de aanvrager te beperken, dan:

a)

wordt een besluit over de vergunning voor de claim genomen volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure. In een dergelijk geval vervalt de vergunning, indien afgegeven, na een periode van vijf jaar;

b)

legt de Commissie, mits de claim nog steeds voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgelegd, vóór afloop van de periode van vijf jaar de te nemen maatregelen voor de vergunning van de claim zonder een gebruiksbeperking, welke te nemen maatregelen niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, en waarover een besluit wordt genomen volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

7)

In artikel 18, lid 4, wordt de tweede alinea vervangen door:

„5.   Als de Autoriteit met een advies komt dat de opneming van de claim in de in lid 4 bedoelde lijst niet ondersteunt, dan wordt een besluit over de aanvraag, dat niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, genomen volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Als de Commissie echter op verzoek van de aanvrager ter bescherming van diens door eigendomsrechten beschermde gegevens voorstelt het gebruik van de claim ten gunste van de aanvrager te beperken, dan:

a)

wordt een besluit over de vergunning voor de claim genomen volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure. In een dergelijk geval vervalt de vergunning, indien afgegeven, na een periode van vijf jaar;

b)

legt de Commissie, mits de claim nog steeds voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening zijn vastgelegd, vóór afloop van de periode van vijf jaar de te nemen maatregelen voor de vergunning van de claim zonder een gebruiksbeperking, welke beoogde maatregelen niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, en waarover een besluit wordt genomen volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

8)

In artikel 20, lid 2, tweede alinea, worden de punten 2 en 3 vervangen door:

„2.

het feit dat de Commissie de vergunning voor de gezondheidsclaim heeft verleend op grond van door eigendomsrechten beschermde gegevens en er een gebruiksbeperking aan heeft opgelegd;

3.

in de in artikel 17, lid 3, tweede alinea en artikel 18, lid 5, tweede alinea, bedoelde gevallen het feit dat de vergunning voor de gezondheidsclaim tot een bepaalde periode is beperkt.”.

9)

Artikel 25 wordt vervangen door:

„Artikel 25

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

10)

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 4, eerste alinea, wordt letter b) vervangen door:

„b)

de Commissie neemt volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing een besluit met betrekking tot het gebruik van dergelijke claims aan, dat niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen.”;

b)

in lid 6, letter a), wordt punt ii) vervangen door:

„ii)

na raadpleging van de Autoriteit neemt de Commissie volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing een besluit met betrekking tot de gezondheidsclaims waaraan op die manier een vergunning werd verleend aan, dat niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  PB C 325 van 30.12.2006, blz. 37.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 7 juni 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 december 2007.

(3)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9; gerectificeerd in PB L 12 van 18.1.2007, blz. 3.

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).


13.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/11


VERORDENING (EG) Nr. 108/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1925/2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) bepaalt dat de regelgevingsprocedure die is vastgesteld bij Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (4), moet worden toegepast bij de vaststelling van de maatregelen ter uitvoering van die verordening.

(2)

Besluit 1999/468/EG is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, waardoor de regelgevingsprocedure met toetsing is ingevoerd voor de aanneming van maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit, onder meer door sommige van deze niet-essentiële onderdelen te schrappen of door het besluit aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen.

(3)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven wijzigingen aan de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 1925/2006 vast te stellen, bijkomende levensmiddelen vast te stellen waaraan bepaalde vitaminen en mineralen niet mogen worden toegevoegd, beslissingen te nemen om de lijsten van toegestane, verboden of onder beperkingen vallende andere stoffen vast te stellen, de voorwaarden vast te stellen waaronder vitaminen en mineralen mogen worden gebruikt, zoals zuiverheidscriteria, maximumhoeveelheden, minimumhoeveelheden en andere beperkingen of verboden betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen aan levensmiddelen, en afwijkingen van bepaalde bepalingen van die verordening vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die verordening, onder meer door die verordening aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

(4)

Wanneer om dwingende urgente redenen de normale termijnen van de regelgevingsprocedure met toetsing niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de schrapping van bepaalde vitaminen of mineralen in de bijlagen en voor de opname en wijziging van bepaalde andere stoffen in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1925/2006 de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bepaalde urgentieprocedure kunnen toepassen.

(5)

Verordening (EG) nr. 1925/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1925/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 3, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Wijzigingen in de in lid 1 van dit artikel bedoelde lijsten worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, met inachtneming van het advies van de Autoriteit.

Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 14, lid 4, bedoelde urgentieprocedure, om een vitamine of mineraal te schrappen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde lijsten.

Alvorens dergelijke wijzigingen vast te stellen, pleegt de Commissie overleg met de belanghebbende partijen, met name met de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de consumentengroeperingen.”.

2.

In artikel 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

„Maatregelen waarbij de lijst van levensmiddelen of categorieën levensmiddelen waaraan bepaalde vitaminen en mineralen niet mogen worden toegevoegd, wordt uitgebreid en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, kunnen in het licht van wetenschappelijke gegevens, met inachtneming van hun voedingswaarde, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

3.

Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Maatregelen waarbij de zuiverheidscriteria voor vitamineformuleringen en mineraalverbindingen van bijlage II worden bepaald en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, van deze verordening bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, tenzij zij van toepassing zijn krachtens lid 2 van dit artikel.”.

4.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   Wanneer een vitamine of mineraal aan levensmiddelen wordt toegevoegd, bedraagt de totale hoeveelheid van die vitamine of dat mineraal die voor ongeacht welk doel in het verkochte levensmiddel aanwezig is, niet meer dan maximumhoeveelheden. Maatregelen waarbij die hoeveelheid wordt bepaald en die niet-essentiële delen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Met het oog hierop kan de Commissie uiterlijk 19 januari 2009 een ontwerp voorleggen van de voor maximumhoeveelheden te nemen maatregelen. Voor geconcentreerde en gedehydrateerde producten zijn de vast te stellen maximumhoeveelheden de hoeveelheden die aanwezig zijn in de volgens de aanwijzingen van de fabrikant voor consumptie bereide levensmiddelen.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Eventuele voorwaarden houdende een beperking van of een verbod op de toevoeging van een specifieke vitamine of een specifiek mineraal aan een levensmiddel of een categorie levensmiddelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”;

c)

lid 6 wordt vervangen door:

„6.   Na toevoeging van een vitamine of mineraal aan een levensmiddel is die vitamine of dat mineraal in het levensmiddel aanwezig in ten minste een significante hoeveelheid, indien die is bepaald overeenkomstig de bijlage bij Richtlijn 90/496/EEG. Maatregelen waarbij de minimumhoeveelheden voor specifieke levensmiddelen of categorieën levensmiddelen, inclusief lagere hoeveelheden, die afwijken van de bovenbedoelde significante hoeveelheden worden bepaald en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, van deze verordening bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

5.

Artikel 7, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De etikettering en presentatie van en de reclame voor levensmiddelen waaraan vitaminen en mineralen zijn toegevoegd, mogen geen vermelding bevatten waarin gesteld of gesuggereerd wordt dat een evenwichtige, gevarieerde voeding niet kan voorzien in toereikende hoeveelheden nutriënten. In voorkomend geval kan een afwijking betreffende een specifieke nutriënt, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.”.

6.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Op eigen initiatief, of op basis van informatie van de lidstaten kan de Commissie, steeds na een beoordeling van de beschikbare informatie door de Autoriteit en volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, een besluit vaststellen dat niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen en indien nodig, de stof of het ingrediënt in bijlage III opnemen. Meer bepaald:

a)

indien een schadelijk effect op de gezondheid is vastgesteld, wordt die stof en/of het ingrediënt dat die stof bevat:

i)

opgenomen in deel A van bijlage III en wordt de toevoeging ervan aan levensmiddelen en het gebruik ervan bij de vervaardiging van levensmiddelen verboden, of

ii)

opgenomen in deel B van bijlage III en is de toevoeging ervan aan levensmiddelen en het gebruik ervan bij de vervaardiging van levensmiddelen slechts toegestaan onder de aldaar vermelde voorwaarden;

b)

indien de mogelijkheid van schadelijke gevolgen voor de gezondheid is vastgesteld, maar hieromtrent nog wetenschappelijke onzekerheid bestaat, wordt de stof opgenomen in deel C van bijlage III.

Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 14, lid 4, bedoelde urgentieprocedure om de stof of het ingrediënt in deel A of B van bijlage III op te nemen.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

„5.   Binnen vier jaar na de datum waarop een stof in deel C van bijlage III is opgenomen, wordt, een besluit vastgesteld dat niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing en met inachtneming van het advies van de Autoriteit over de overeenkomstig lid 4 van dit artikel ter beoordeling ingediende dossiers, om het gebruik van een in deel C van bijlage III opgenomen stof algemeen toe te staan, of om die stof in deel A of deel B van bijlage III op te nemen, naar gelang van het geval.

Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 14, lid 4, bedoelde urgentieprocedure om de stof of het ingrediënt in deel A of B van bijlage III op te nemen.”.

7.

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 ingestelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

4.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  PB C 325 van 30.12.2006, blz. 40.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 7 juni 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 december 2007.

(3)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 26.

(4)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).


13.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/14


VERORDENING (EG) Nr. 109/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2008

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) stelt voorschriften vast voor het gebruik van claims in de etikettering en presentatie van levensmiddelen en in reclame voor levensmiddelen.

(2)

Gezondheidsclaims zijn verboden tenzij zij in overeenstemming zijn met de algemene en specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1924/2006 en zijn opgenomen in de communautaire lijsten van toegestane gezondheidsclaims. Deze lijsten van gezondheidsclaims moeten nog worden vastgesteld volgens de in die verordening vermelde procedure. Daardoor golden deze lijsten op 1 juli 2007, de datum waarop die verordening van toepassing werd, nog niet.

(3)

Daarom voorziet Verordening (EG) nr. 1924/2006 in overgangsmaatregelen voor andere gezondheidsclaims dan claims inzake ziekterisicobeperking en claims die verband houden met de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen.

(4)

Voor gezondheidsclaims inzake ziekterisicobeperking was er geen overgangsmaatregel nodig. Aangezien Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (4) claims inzake het voorkomen, behandelen en genezen van een ziekte verbiedt en aangezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 een nieuwe categorie claims inzake ziekterisicobeperking heeft ingevoerd, hadden producten met dergelijke claims niet in de Gemeenschap in de handel mogen zijn.

(5)

De categorie claims die verband houden met de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen werd in een zeer late fase van de procedure voor de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1924/2006 ingevoerd, zonder dat er in overgangsmaatregelen werd voorzien. Producten met dergelijke claims zijn echter reeds in de Gemeenschap in de handel.

(6)

Om de markt niet te verstoren moeten daarom voor claims die verband houden met de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen dezelfde overgangsmaatregelen gelden als voor andere gezondheidsclaims.

(7)

Verordening (EG) nr. 1924/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1924/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 14, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Niettegenstaande artikel 2, lid 1, onder b), van Richtlijn 2000/13/EG mogen de volgende claims worden gedaan indien er volgens de procedure van de artikelen 15, 16, 17 en 19 van deze verordening een vergunning is verleend om ze op te nemen in een communautaire lijst van dergelijke toegestane claims, tezamen met alle noodzakelijke voorwaarden voor het gebruik van die claims:

a)

claims inzake ziekterisicobeperking;

b)

claims die verband houden met de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen.”.

2)

Artikel 28, lid 6, inleidende zin, wordt vervangen door:

„Ten aanzien van andere dan de in artikel 13, lid 1, onder a), en artikel 14, lid 1, onder a), genoemde gezondheidsclaims die, in overeenstemming met de nationale bepalingen, vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn gebruikt, geldt het volgende:”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  Advies uitgebracht op 26 september 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Advies van het Europees Parlement van 12 december 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 11 januari 2008.

(3)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9; gerectificeerd in PB L 12 van 18.1.2007, blz. 3.

(4)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/68/EG van de Commissie (PB L 310 van 28.11.2007, blz. 11).


13.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/16


VERORDENING (EG) Nr. 110/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 15 januari 2008

betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De sector gedistilleerde dranken is met goed gevolg gereguleerd bij Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken (3) en Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie van 24 april 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken (4). Blijkens de ervaring van de laatste tijd is het echter nodig de regels voor de definitie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken en de bescherming van geografische aanduidingen van bepaalde gedistilleerde dranken te verduidelijken waarbij rekening moet worden gehouden met traditionele productiemethoden. Daarom moet Verordening (EEG) nr. 1576/89 worden ingetrokken en vervangen.

(2)

De sector gedistilleerde dranken is belangrijk voor de consumenten, de producenten en de landbouwsector in de Gemeenschap. De voor de sector gedistilleerde dranken geldende maatregelen moeten bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van consumentenbescherming, het voorkomen van bedrog, en het verwezenlijken van doorzichtigheid van de markt en eerlijke mededinging. In het kader van die maatregelen dient de reputatie die gedistilleerde dranken uit de Gemeenschap in de Gemeenschap zelf en op de wereldmarkt genieten, te worden hoog gehouden door rekening te blijven houden met de traditionele methoden die bij de productie van gedistilleerde dranken worden gebruikt en met de toegenomen behoefte aan bescherming en voorlichting van de consument. Ook met technologische innovatie moet rekening worden gehouden in de categorieën waarin deze de kwaliteit helpt te verbeteren, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het traditionele karakter van de betrokken gedistilleerde dranken.

(3)

De productie van gedistilleerde dranken is een belangrijke afzetmogelijkheid voor landbouwproducten uit de Gemeenschap. Deze sterke band met de landbouwsector moet door het regelgevingskader worden benadrukt.

(4)

Ter waarborging van een systematischer regelgeving voor gedistilleerde dranken, moet deze verordening duidelijk omschreven criteria bevatten voor de productie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken, alsmede voor de bescherming van geografische aanduidingen.

(5)

In het belang van de consumenten moet deze verordening gelden voor alle in de Gemeenschap in de handel gebrachte gedistilleerde dranken, ongeacht of deze in de Gemeenschap dan wel in derde landen zijn geproduceerd. Met het oog op de uitvoer van gedistilleerde dranken van hoge kwaliteit en om de reputatie van de gedistilleerde dranken uit de Gemeenschap op de wereldmarkt hoog te houden en te verbeteren, dient deze verordening ook te gelden voor gedistilleerde dranken die in de Gemeenschap worden geproduceerd om te worden uitgevoerd. Deze verordening is tevens van toepassing op het gebruik van ethylalcohol en/of distillaten uit landbouwproducten bij de productie van alcoholhoudende dranken, en op het gebruik van de namen van gedistilleerde dranken in de presentatie en de etikettering van levensmiddelen. In uitzonderlijke gevallen, als de wet van een importerend derde land zulks vereist, moet deze verordening voorzien in de mogelijkheid een afwijking van de bepalingen van de bijlagen I en II van deze verordening, volgens de regelgevingsprocedure met toetsing toe te staan.

(6)

In het algemeen dient in deze verordening de nadruk evenals voorheen te liggen op de definities van de verschillende gedistilleerde dranken die in categorieën dienen te worden onderverdeeld. Die definities moeten de traditionele methoden om een kwaliteitsproduct te verkrijgen in ere blijven houden, maar moeten worden aangevuld of aangepast waar zij leemten vertonen of ontoereikend zijn of waar zij in het licht van de technologische ontwikkeling kunnen worden verbeterd.

(7)

Teneinde rekening te houden met de verwachtingen van de consumenten met betrekking tot de grondstoffen voor wodka, in het bijzonder in de traditionele wodkaproducerende lidstaten, moet er, indien wodka bereid is met andere landbouwgrondstoffen dan granen en/of aardappelen, goede informatie worden gegeven over de gebruikte grondstoffen.

(8)

Bovendien mag, om aan de verwachtingen van de consument te voldoen en de traditionele methoden te behouden, voor de productie van gedistilleerde dranken en andere alcoholhoudende dranken uitsluitend ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten worden gebruikt. Dit dient ook afzetmogelijkheden voor basisproducten van de landbouw te scheppen.

(9)

Wegens het belang en de complexiteit van de sector gedistilleerde dranken dienen voor de aanduiding en de presentatie van deze dranken specifieke maatregelen te worden vastgesteld die verder gaan dan de horizontale voorschriften van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (5). Deze specifieke maatregelen moeten ook voorkomen dat van de term „gedistilleerde drank” of „gedistilleerd” en de namen van gedistilleerde dranken misbruik wordt gemaakt voor producten die niet aan de in deze verordening vastgelegde definities voldoen.

(10)

Hoewel het van belang is ervoor te zorgen dat in het algemeen de rijpingsduur of leeftijd alleen naar het jongste alcoholhoudende bestanddeel verwijst, moeten afwijkingen van deze verordening mogelijk zijn om rekening te houden met traditionele rijpingsprocessen die door de lidstaten zijn gereglementeerd.

(11)

Lidstaten moeten, in overeenstemming met het Verdrag en om een hoge kwaliteit van de gedistilleerde dranken en een grote verscheidenheid in de sector te verwezenlijken, op het gebied van de productie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van op hun eigen grondgebied geproduceerde gedistilleerde dranken regels kunnen vaststellen die strenger zijn dan de bepalingen van deze verordening.

(12)

Richtlijn 88/388/EEG van de Raad van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma’s voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma’s (6) geldt voor gedistilleerde dranken. Daarom hoeft deze verordening alleen de regels te bevatten die niet reeds bij die richtlijn zijn vastgesteld.

(13)

Het is belangrijk naar behoren rekening te houden met de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (hierna „TRIPs-overeenkomst”), en met name de artikelen 22 en 23 daarvan, en met de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel, welke overeenkomsten een integrerend deel uitmaken van de bij Besluit 94/800/EG van de Raad (7) goedgekeurde Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.

(14)

Aangezien Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (8) niet geldt voor gedistilleerde dranken, moeten de regels ter bescherming van geografische aanduidingen voor gedistilleerde dranken worden vastgesteld bij de onderhavige verordening. Geografische aanduidingen dienen te worden geregistreerd en aan te geven dat een gedistilleerde drank zijn oorsprong heeft op het grondgebied van een land of in een regio of plaats op dat grondgebied, wanneer een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van die gedistilleerde drank hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan zijn geografische oorsprong.

(15)

Deze verordening moet een niet-discriminerende procedure bevatten voor de registratie, inachtneming, wijziging en eventuele annulering van geografische aanduidingen van derde landen en van de Europese Unie overeenkomstig de TRIPs-overeenkomst, waarbij de bijzondere status van gevestigde geografische aanduidingen wordt erkend.

(16)

De voor de uitvoering van deze verordening benodigde maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (9).

(17)

Met name moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om afwijkingen van bepaalde delen van deze verordening toe te staan indien de wet van een importerend land zulks vereist; een maximaal gehalte verzoeting voor het op smaak afmaken; een afwijking van de voorschriften voor het vermelden van een rijpingsduur of ouderdom toe te staan; besluiten vast te stellen over aanvragen tot registratie, over annulering en verwijdering van geografische aanduidingen, alsmede over het wijzigen van het technisch dossier; de lijst van technische definities en eisen, de definities van gedistilleerde dranken, onderverdeeld in categorieën, en de lijst van geregistreerde geografische aanduidingen te wijzigen; en af te wijken van de procedure voor de registratie van geografische aanduidingen en het wijzigen van het technisch dossier. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, onder andere door bepaalde van deze onderdelen te schrappen of door deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen aan te vullen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing.

(18)

Bij de overgang van de regels in Verordening (EEG) nr. 1576/89 naar die in de onderhavige verordening kunnen zich problemen voordoen die in de onderhavige verordening niet worden behandeld. De maatregelen die voor deze overgang noodzakelijk zijn, evenals de maatregelen die noodzakelijk zijn om praktische problemen op te lossen die specifiek zijn voor de sector gedistilleerde dranken, moeten worden vastgesteld in overeenstemming met Besluit 1999/468/EG.

(19)

Teneinde de overgang van de regels in Verordening (EEG) nr. 1576/89 te vergemakkelijken, moet de productie van gedistilleerde dranken krachtens die verordening gedurende het eerste jaar van toepassing van deze verordening worden toegestaan. Voorts moet worden geregeld dat voorraden in de handel kunnen worden gebracht totdat zij zijn uitgeput,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

TOEPASSINGSGEBIED, DEFINITIE EN CATEGORIEËN VAN GEDISTILLEERDE DRANKEN

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden regels vastgesteld voor de definitie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken, alsmede voor de bescherming van de geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken.

2.   Deze verordening is van toepassing op alle gedistilleerde dranken die in de Gemeenschap in de handel worden gebracht, ongeacht of deze in de Gemeenschap of in derde landen zijn geproduceerd, alsmede op gedistilleerde dranken die in de Gemeenschap voor de export worden geproduceerd. Deze verordening is tevens van toepassing op het gebruik van ethylalcohol en/of distillaten verkregen uit landbouwproducten bij de productie van alcoholhoudende dranken, en op het gebruik van de namen van gedistilleerde dranken in de presentatie en de etikettering van levensmiddelen.

3.   In uitzonderlijke gevallen, indien de wet van een importerend derde land zulks vereist, kan worden afgeweken van de bepalingen van de bijlagen I en II, overeenkomstig de in artikel 25, lid 3 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 2

Definitie van gedistilleerde drank

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „gedistilleerde drank” verstaan een alcoholhoudende drank die:

a)

bestemd is voor menselijke consumptie,

b)

bijzondere organoleptische kenmerken bezit,

c)

een alcoholgehalte van ten minste 15 % vol heeft,

d)

is geproduceerd:

i)

hetzij rechtstreeks:

door distillatie van op natuurlijke wijze gegiste producten, al dan niet met toegevoegde aroma’s, en/of

door maceratie of soortgelijke bewerkingen van plantaardige materialen in ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten en/of distillaten verkregen uit landbouwproducten, en/of gedistilleerde dranken in de zin van deze verordening, en/of

door toevoeging van aroma’s, suikers of andere in punt 3 van bijlage I genoemde zoetstoffen en/of andere landbouwproducten en/of voedingsmiddelen aan ethylalcohol uit landbouwproducten en/of aan distillaten uit landbouwproducten en/of aan gedistilleerde dranken in de zin van deze verordening,

ii)

hetzij door vermenging van een gedistilleerde drank met een of meer:

andere gedistilleerde dranken, en/of

ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten of distillaten uit landbouwproducten, en/of

andere alcoholhoudende dranken, en/of

dranken.

2.   Dranken van de GN-codes 2203, 2204, 2205, 2206 en 2207 worden evenwel niet als gedistilleerde dranken beschouwd.

3.   Het in lid 1, onder c), genoemde minimumalcoholgehalte laat de definitie van het product in categorie 41 van bijlage II onverlet.

4.   Voor de toepassing van deze verordening worden de technische definities en eisen in bijlage I vastgesteld.

Artikel 3

Oorsprong van de ethylalcohol

1.   Bij de productie van gedistilleerde dranken en alle bestanddelen daarvan mag geen andere ethylalcohol worden gebruikt dan ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten in de zin van bijlage I bij het Verdrag.

2.   De bij de productie van gedistilleerde dranken gebruikte ethylalcohol voldoet aan de definitie in punt 1 van bijlage I bij deze verordening.

3.   Ethylalcohol waarmee bij de bereiding van gedistilleerde dranken gebruikte kleurstoffen, aroma’s of andere toegestane additieven worden verdund of opgelost, moet ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten zijn.

4.   Alcoholhoudende dranken mogen geen alcohol van synthetische oorsprong bevatten, noch andere alcohol die niet is verkregen uit landbouwproducten in de zin van bijlage I bij het Verdrag.

Artikel 4

Categorieën gedistilleerde dranken

Gedistilleerde dranken worden aan de hand van de in bijlage II vastgelegde definities ingedeeld in categorieën.

Artikel 5

Algemene regels betreffende de categorieën gedistilleerde dranken

1.   Onverminderd de specifieke regels die in bijlage II voor elk van de categorieën 1 tot en met 14 zijn vastgelegd, geldt dat de aldaar gedefinieerde gedistilleerde dranken:

a)

geproduceerd moeten zijn door alcoholische vergisting en distillatie uitsluitend verkregen uit de in de toepasselijke definitie van de desbetreffende gedistilleerde drank genoemde grondstoffen;

b)

geen toegevoegde alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I mogen bevatten;

c)

geen toegevoegde aromastoffen mogen bevatten;

d)

als middel om de kleur aan te passen uitsluitend toegevoegde karamel mogen bevatten;

e)

uitsluitend mogen worden verzoet om het product op smaak af te maken, overeenkomstig bijlage I, punt 3. Het maximale gehalte van de in bijlage I, punt 3, onder a) tot en met f), opgesomde producten voor het op smaak afmaken, wordt vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Daarbij moet rekening worden gehouden met de specifieke wetgeving van de lidstaten.

2.   Onverminderd de specifieke regels die in bijlage II voor elk van de categorieën 15 tot en met 46 zijn vastgelegd, geldt dat de aldaar gedefinieerde gedistilleerde dranken:

a)

mogen zijn verkregen uit ongeacht welke in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwgrondstof;

b)

toegevoegde alcohol in de zin van punt 5 van bijlage I bij deze verordening mogen bevatten;

c)

natuurlijke of natuuridentieke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), en in artikel 1, lid 2, onder c), van Richtlijn 88/388/EEG mogen bevatten;

d)

kleuring in de zin van punt 10 van bijlage I bij deze verordening mogen bevatten;

e)

mogen worden verzoet om specifieke productkenmerken te verkrijgen overeenkomstig punt 3 van bijlage I bij deze verordening, waarbij rekening moet worden gehouden met de specifieke wetgeving van de lidstaten.

3.   Onverminderd de specifieke regels die in bijlage II zijn vastgelegd, geldt dat andere gedistilleerde dranken die niet voldoen aan de eisen voor de categorieën 1 tot en met 46:

a)

mogen zijn verkregen uit ongeacht welke in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwgrondstof en/of elk daarin genoemd levensmiddel dat geschikt is voor menselijke consumptie;

b)

toegevoegde alcohol in de zin van punt 5 van bijlage I bij deze verordening mogen bevatten;

c)

een of meer aroma’s zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 88/388/EEG mogen bevatten;

d)

kleuring in de zin van punt 10 van bijlage I bij deze verordening mogen bevatten;

e)

mogen worden verzoet om specifieke productkenmerken te verkrijgen overeenkomstig punt 3 van bijlage I bij deze verordening.

Artikel 6

Wetgeving van de lidstaten

1.   Bij het toepassen van een kwaliteitsbeleid voor op hun eigen grondgebied gedistilleerde dranken en in het bijzonder voor de in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen of voor de vaststelling van nieuwe geografische aanduidingen, mogen de lidstaten voor de productie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering regels vaststellen die strenger zijn dan de regels in bijlage II, voor zover die regels verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht.

2.   De lidstaten mogen de invoer, de verkoop of het gebruik van gedistilleerde dranken die in overeenstemming zijn met deze verordening, niet verbieden of beperken.

HOOFDSTUK II

AANDUIDING, PRESENTATIE EN ETIKETTERING VAN GEDISTILLEERDE DRANKEN

Artikel 7

Definities

Voor de toepassing van deze verordening worden de termen „aanduiding”, „presentatie” en „etikettering” gedefinieerd in bijlage I, punten 14, 15 en 16.

Artikel 8

Verkoopbenaming

Overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2000/13/EG geldt voor verkoopbenamingen van gedistilleerde dranken het bepaalde in dit hoofdstuk.

Artikel 9

Specifieke regels betreffende verkoopbenamingen

1.   Een gedistilleerde drank die voldoet aan de in de categorieen 1 tot en met 46 van bijlage II vastgelegde specificaties voor een product, draagt in de aanduiding, de presentatie en de etikettering ervan de verkoopbenaming die in die specificaties aan dat product is toegekend.

2.   Een gedistilleerde drank die voldoet aan de definitie van artikel 2, maar niet voldoet aan de vereisten om in de categorieën 1 tot en met 46 van bijlage II te worden opgenomen, draagt in de aanduiding, de presentatie en de etikettering de verkoopbenaming „gedistilleerde drank”. Onverminderd lid 5 van dit artikel mag deze verkoopbenaming niet worden vervangen of gewijzigd.

3.   Indien een gedistilleerde drank voldoet aan de definities van meer dan één categorie gedistilleerde drank in bijlage II, mag hij worden verkocht onder een of meer van de benamingen die in bijlage II voor die categorieën zijn vermeld.

4.   Onverminderd lid 9 van dit artikel en artikel 10, lid 1, mag een benaming zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel niet worden gebruikt om enige andere drank dan de gedistilleerde drank waarvoor die benaming in bijlage II is vermeld en in bijlage III is geregistreerd, op welke wijze ook aan te duiden of te presenteren.

5.   Verkoopbenamingen mogen overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III worden aangevuld met of vervangen door een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding of, in overeenstemming met nationale regelgeving, worden aangevuld met een andere geografische aanduiding, mits de consument daardoor niet wordt misleid.

6.   De in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen mogen uitsluitend worden aangevuld:

a)

met termen die op 20 februari 2008 reeds in gebruik zijn voor gevestigde geografische aanduidingen in de zin van artikel 20, of

b)

overeenkomstig het van toepassing zijnde technisch dossier zoals bedoeld in artikel 7, lid 1.

7.   Een alcoholhoudende drank die aan geen van de in de categorieën 1 tot en met 46 van bijlage II vermelde definities voldoet, mag niet worden aangeduid, gepresenteerd of geëtiketteerd met gebruikmaking van een formulering waarin een woord zoals „genre”, „type”, „stijl”, „trant” of „smaak” of een andere soortgelijke term wordt in verband gebracht met een van de in deze verordening genoemde verkoopbenamingen en/of in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen.

8.   De verkoopbenaming van een gedistilleerde drank mag niet worden vervangen door een merknaam, een handelsnaam of een fantasienaam.

9.   De in de categorieën 1 tot en met 46 van bijlage II vermelde benamingen mogen worden opgenomen in een lijst van ingrediënten voor levensmiddelen, mits deze lijst in overeenstemming is met Richtlijn 2000/13/EG.

Artikel 10

Specifieke regels betreffende het gebruik van verkoopbenamingen en geografische aanduidingen

1.   Onverminderd Richtlijn 2000/13/EG, is het verboden om een in bijlage II voor de categorieën 1 tot en met 46 vermelde term of een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding te gebruiken in een samengestelde term of daarop te zinspelen in de presentatie van een levensmiddel, tenzij de alcohol uitsluitend afkomstig is van de betrokken gedistilleerde drank(en).

2.   Het gebruik van een samengestelde term zoals bedoeld in lid 1 is ook verboden wanneer een gedistilleerde drank is aangelengd waardoor het alcoholgehalte is verlaagd tot onder het minimumgehalte dat in de definitie van die gedistilleerde drank is vermeld.

3.   In afwijking van lid 1 vormt het bepaalde in deze verordening geen beletsel voor het eventuele gebruik van de term „amer” of „bitter” voor producten die niet onder deze verordening vallen.

4.   In afwijking van lid 1 en om rekening te houden met gevestigde productiemethoden, mogen de in categorie 32, onder d), van bijlage II vermelde samengestelde termen onder de aldaar vastgelegde voorwaarden worden gebruikt in de presentatie van in de Gemeenschap geproduceerde likeuren.

Artikel 11

Aanduiding, presentatie en etikettering van door vermenging verkregen producten

1.   Wanneer alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I is toegevoegd aan een gedistilleerde drank van de categorieën 1 tot en met 14 van bijlage II, draagt die gedistilleerde drank de verkoopbenaming „gedistilleerde drank. De drank mag op geen enkele wijze een benaming dragen die in de categorieën 1 tot en met 14 is gereserveerd.

2.   Indien een tot de categorieën 1 tot en met 46 van bijlage II behorende gedistilleerde drank is vermengd met:

a)

een of meer gedistilleerde dranken en/of

b)

een of meer distillaten verkregen uit landbouwproducten

draagt die gedistilleerde drank de verkoopbenaming „gedistilleerde drank”. Deze verkoopbenaming wordt duidelijk en zichtbaar op een prominente plaats op het etiket aangebracht en mag niet worden vervangen of gewijzigd.

3.   Lid 2 geldt niet voor de aanduiding, de presentatie of de etikettering van een door vermenging verkregen product zoals bedoeld in dat lid, indien dat product voldoet aan een van de in bijlage II voor de categorieën 1 tot en met 46 vastgestelde definities.

4.   Onverminderd Richtlijn 2000/13/EG mogen in de aanduiding, de presentatie of de etikettering van een door vermenging verkregen gedistilleerde drank zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel alleen een of meer van de in bijlage II vermelde termen voorkomen als die term geen deel uitmaakt van de verkoopbenaming, maar slechts is opgenomen in hetzelfde gezichtsveld, in de lijst van alle alcoholhoudende bestanddelen van het door vermenging verkregen product, voorafgegaan door de term „melange van gedistilleerde drank”.

De term „melange van gedistilleerde drank” wordt in de etikettering vermeld in uniforme letters van hetzelfde type en dezelfde kleur als die van de voor de verkoopbenaming gebruikte letters. De voor die tekst gebruikte letters mogen niet meer dan half zo groot zijn als de voor de verkoopbenaming gebruikte letters.

5.   In de etikettering en de presentatie van de in lid 2 bedoelde door vermenging verkregen producten waarop het voorschrift van vermelding van de alcoholhoudende bestanddelen krachtens lid 4 van toepassing is, wordt het aandeel van elk alcoholhoudend bestanddeel in afnemende volgorde van de gebruikte hoeveelheid als percentage vermeld. Dat aandeel is gelijk aan het volumepercentage zuivere alcohol dat het betrokken bestanddeel vertegenwoordigt in het totale volumegehalte aan zuivere alcohol van het door vermenging verkregen product.

Artikel 12

Specifieke regels inzake de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken

1.   Indien in de aanduiding, de presentatie of de etikettering van een gedistilleerde drank melding wordt gemaakt van de grondstof die is gebruikt voor de productie van de ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten, wordt elke gebruikte alcoholsoort verkregen uit landbouwproducten vermeld in afnemende volgorde van de gebruikte hoeveelheden.

2.   De aanduiding, de presentatie of de etikettering van een gedistilleerde drank mag alleen met de term „blend”, „blended” of „blending” worden aangevuld als de gedistilleerde drank blending als gedefinieerd in bijlage I, punt 7, heeft ondergaan.

3.   Onverminderd enige afwijking vastgesteld overeenkomstig de procedure zoals bedoeld in artikel 25, lid 3, mag in de aanduiding, de presentatie of de etikettering van een gedistilleerde drank alleen melding worden gemaakt van rijpingsduur of ouderdom als het daarbij gaat om het jongste alcoholhoudende bestanddeel en op voorwaarde dat de gedistilleerde drank is gerijpt onder toezicht van de belastingdienst of onder een toezicht dat vergelijkbare waarborgen bood.

Artikel 13

Verbod op het gebruik van loodhoudende capsules of folie

Gedistilleerde dranken mogen niet in voorraad worden gehouden met het oog op verkoop of in de handel worden gebracht in recipiënten met een sluiting waarover een loodhoudende capsule of loodhoudende folie is aangebracht.

Artikel 14

Taalgebruik in de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken

1.   De bij deze verordening voorgeschreven inlichtingen worden verstrekt in een of meer officiële talen van de Europese Unie op zodanige wijze dat de eindverbruiker elk van die inlichtingen gemakkelijk kan begrijpen, tenzij die inlichtingen met andere middelen ter kennis van de consumenten worden gebracht.

2.   De in bijlage II cursief vermelde termen en de in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen worden op het etiket en in de presentatie van de gedistilleerde drank niet vertaald.

3.   Voor gedistilleerde dranken van oorsprong uit derde landen wordt het gebruik toegestaan van een officiële taal van het derde land waar de gedistilleerde drank is bereid, mits de bij deze verordening voorgeschreven inlichtingen ook worden verstrekt in een officiële taal van de Europese Unie op zodanige wijze dat de eindverbruiker elke inlichting gemakkelijk kan begrijpen.

4.   Onverminderd lid 2 mogen de bij deze verordening voorgeschreven inlichtingen in een andere taal dan de officiële talen van de Europese Unie worden herhaald als het gaat om in de Gemeenschap geproduceerde gedistilleerde dranken die bestemd zijn voor uitvoer.

HOOFDSTUK III

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel 15

Geografische aanduidingen

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „geografische aanduiding” verstaan een aanduiding die aangeeft dat de betrokken gedistilleerde drank zijn oorsprong op het grondgebied van een land of in een regio of plaats op dat grondgebied heeft wanneer een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van die gedistilleerde drank hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan zijn geografische oorsprong.

2.   De geografische aanduidingen in de zin van lid 1 zijn geregistreerd in bijlage III.

3.   De in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen mogen niet verworden tot een soortnaam.

Benamingen die een soortnaam zijn geworden, kunnen niet in bijlage III worden geregistreerd.

Onder een benaming die een soortnaam is geworden, wordt verstaan de benaming van een gedistilleerde drank die weliswaar verband houdt met de plaats of regio waar dit product oorspronkelijk werd geproduceerd of in de handel werd gebracht, maar die de gangbare naam van een gedistilleerde drank in de Gemeenschap is geworden.

4.   Gedistilleerde dranken met een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding voldoen aan alle specificaties van het in artikel 17, lid 1, bedoelde technische dossier.

Artikel 16

Bescherming van geografische aanduidingen

Onverminderd artikel 10 worden de in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen beschermd tegen:

a)

direct of indirect commercieel gebruik voor niet onder de registratie vallende producten voor zover die producten vergelijkbaar zijn met de onder de betrokken geografische aanduiding geregistreerde gedistilleerde drank of voor zover dat gebruik erop is gericht van de reputatie van de geregistreerde geografische aanduiding te profiteren;

b)

elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van het product wordt vermeld of wanneer de geografische aanduiding in vertaling wordt gebruikt of vergezeld gaat van een formulering waarin een woord zoals „genre”, „type”, „stijl”, „trant” of „smaak” of een andere soortgelijke term voorkomt;

c)

andere onjuiste of misleidende vermeldingen betreffende de herkomst, de oorsprong, de aard of wezenlijke hoedanigheden van het product in de aanduiding, de presentatie of de etikettering ervan die tot misverstanden ten aanzien van de oorsprong van het product aanleiding kunnen geven;

d)

andere praktijken die de consument kunnen misleiden wat de werkelijke oorsprong van het product betreft.

Artikel 17

Registratie van geografische aanduidingen

1.   Een aanvraag tot registratie van een geografische aanduiding in bijlage III wordt bij de Commissie ingediend in een van de officiële talen van de Europese Unie of gaan, indien zij in een andere taal bij de Commissie wordt ingediend, vergezeld van een vertaling in een van die talen. De aanvraag bevat een degelijke motivering en een technisch dossier dat de specificaties bevat waaraan de betrokken gedistilleerde drank moet voldoen.

2.   Met betrekking tot geografische aanduidingen binnen de Gemeenschap, wordt de in lid 1 bedoelde aanvraag ingediend door de lidstaat van oorsprong van de gedistilleerde drank.

3.   Met betrekking tot geografische aanduidingen in een derde land, wordt de in lid 1 bedoelde aanvraag rechtstreeks of via de autoriteiten van het derde land toegezonden aan de Commissie, met inbegrip van het bewijs dat de betreffende benaming in het land van oorsprong een beschermde benaming is.

4.   Het in lid 1 bedoelde technisch dossier bevat ten minste de volgende belangrijke specificaties:

a)

de benaming en de categorie van de gedistilleerde drank, met inbegrip van de geografische aanduiding;

b)

een beschrijving van de gedistilleerde drank, met inbegrip van de belangrijkste fysische, chemische en/of organoleptische kenmerken ervan evenals de specifieke kenmerken van de gedistilleerde drank ten opzichte van de toepasselijke categorie;

c)

de afbakening van het betrokken geografische gebied;

d)

een beschrijving van de methode om de gedistilleerde drank te verkrijgen en, in voorkomend geval, van de authentieke plaatselijke werkwijzen waaraan wordt vastgehouden;

e)

de gegevens die het verband met het geografische milieu of met de geografische oorsprong staven;

f)

de eventuele eisen waaraan krachtens communautaire en/of nationale en/of regionale bepalingen moet worden voldaan;

g)

de naam en het contactadres van de aanvrager;

h)

eventuele aanvullingen op de geografische aanduiding en/of eventuele specifieke etiketteringsvoorschriften, overeenkomstig het desbetreffende technisch dossier.

5.   De Commissie onderzoekt binnen twaalf maanden na indiening van in lid 1 bedoelde aanvraag of deze voldoet aan deze verordening.

6.   Als de Commissie tot de slotsom komt dat de in lid 1 bedoelde aanvraag voldoet aan deze verordening, worden de in lid 4 bedoelde belangrijke specificaties uit het technisch dossier bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie.

7.   Iedere natuurlijke of rechtspersoon met een legitiem belang kan binnen zes maanden na de datum van de bekendmaking van het technisch dossier bezwaar aantekenen tegen de registratie van de geografische aanduiding in bijlage III als hij van opvatting is dat niet aan de in deze verordening vastgelegde voorwaarden wordt voldaan. Hiertoe wordt een naar behoren gemotiveerd bezwaarschrift in één van de officiële talen van de Europese Unie of vergezeld van een vertaling in een van die talen bij de Commissie ingediend.

8.   De Commissie neemt het besluit over de registratie van de geografische aanduiding in bijlage III volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, met inachtneming van de eventueel overeenkomstig lid 7 van dit artikel aangetekende bezwaren. Dat besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie.

Artikel 18

Annulering van een geografische aanduiding

Indien de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier niet langer wordt gewaarborgd, neemt de Commissie volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing een besluit om de registratie ongedaan te maken. Dat besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie.

Artikel 19

Gelijkluidende geografische aanduidingen

Bij de registratie van een gelijkluidende geografische aanduiding die aan de eisen van deze verordening voldoet, wordt naar behoren rekening gehouden met de plaatselijke en traditionele gebruiken en met het werkelijke risico van verwarring; met name geldt het volgende:

een gelijkluidende geografische aanduiding die bij de consument ten onrechte de indruk wekt dat het product van oorsprong is uit een ander grondgebied, wordt niet geregistreerd ook al geven de bewoordingen ervan correct aan uit welk grondgebied, welke regio of welke plaats de gedistilleerde drank feitelijk van oorsprong is;

een geregistreerde gelijkluidende geografische aanduiding mag slechts worden gebruikt indien in de praktijk een duidelijk onderscheid bestaat tussen deze later geregistreerde gelijkluidende aanduiding en de aanduiding die reeds eerder was geregistreerd, gezien de noodzaak de betrokken producenten billijk te behandelen en de consumenten niet te misleiden.

Artikel 20

Gevestigde geografische aanduidingen

1.   Voor elke geografische aanduiding die op 20 februari 2008 is geregistreerd in bijlage III, dienen de lidstaten uiterlijk op 20 februari 2015 een technisch dossier in de zin van artikel 17, lid 1, bij de Commissie in.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat dit technisch dossier toegankelijk is voor het publiek.

3.   Indien niet uiterlijk op 20 februari 2015 een technisch dossier bij de Commissie is ingediend, verwijdert de Commissie de geografische aanduiding uit bijlage III, volgens de procedure van artikel 25, lid 3.

Artikel 21

Wijziging van het technisch dossier

De procedure van artikel 17 is van overeenkomstige toepassing indien het in artikel 17, lid 1 en artikel 20, lid 1, bedoelde technisch dossier moet worden gewijzigd.

Artikel 22

Verificatie van de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier

1.   Waar het gaat om geografische aanduidingen in de Gemeenschap, wordt, alvorens het product in de handel wordt gebracht, de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier gewaarborgd door:

een of meer van de in artikel 24, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteiten, en/of

een of meer van de controleorganen in de zin van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen, en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (10) die als productcertificeringsorgaan fungeren.

Ongeacht de nationale wetgeving komen de kosten van de verificatie van de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier ten laste van de aan de controle onderworpen exploitant.

2.   Waar het gaat om geografische aanduidingen in een derde land, wordt, alvorens het product in de handel wordt gebracht, de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier gewaarborgd door:

een of meer door het betrokken derde land aangewezen overheidsinstanties en/of

een of meer productcertificeringsorganen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde organen voor productcertificering dienen te voldoen aan en vanaf 1 mei 2010 te zijn geaccrediteerd overeenkomstig Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 (Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen).

4.   Wanneer de in de leden 1 en 2 bedoelde autoriteiten of organen ervoor gekozen hebben de verificatie van de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier uit te voeren, dienen zij afdoende garanties inzake objectiviteit en onpartijdigheid te bieden, en over gekwalificeerd personeel en voldoende middelen voor de uitoefening van hun taken te beschikken.

Artikel 23

Verband tussen merken en geografische aanduidingen

1.   De inschrijving van een merk dat een in bijlage III geregistreerde geografische aanduiding bevat of uit een dergelijke aanduiding bestaat, wordt geweigerd of nietig verklaard als het gebruik van dat merk tot een van de in lid 16 bedoelde situaties zou leiden.

2.   Met inachtneming van het Gemeenschapsrecht mag een merk, dat hetzij vóór de datum waarop de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding in het land van oorsprong is beschermd, hetzij vóór 1 januari 1996 te goeder trouw is gedeponeerd of ingeschreven, of waarop, indien de betrokken wetgeving die mogelijkheid voorziet, door gebruik te goeder trouw op het grondgebied van de Gemeenschap rechten zijn verworven, gebruikt in situaties als bedoeld in artikel 16 verder worden gebruikt niettegenstaande de registratie van een geografische aanduiding, mits het merk geen reden geeft tot nietigverklaring of herroeping op grond van de eerste Richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (11) of Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk (12).

3.   Een geografische aanduiding wordt niet geregistreerd indien de registratie, rekening houdend met de reputatie en de bekendheid van een merk en met de tijd dat het reeds in gebruik is in de Gemeenschap, de consument kan misleiden ten aanzien van de ware identiteit van het product.

HOOFDSTUK IV

ALGEMENE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 24

Controle en bescherming van gedistilleerde dranken

1.   De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de controle van gedistilleerde dranken. Zij nemen de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening worden nageleefd, en met name wijzen zij de bevoegde autoriteit of autoriteiten aan die belast zijn met het controleren van de naleving van de verplichtingen vastgesteld in deze verordening in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 882/2004.

2.   De lidstaten en de Commissie delen elkaar de gegevens mee die voor de toepassing van deze verordening nodig zijn.

3.   In overleg met de lidstaten zorgt de Commissie voor de eenvormige toepassing van deze verordening en, indien nodig, stelt zij daartoe volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde regelgevingsproceduremaatregelen vast.

Artikel 25

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor gedistilleerde dranken.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 bis en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.

Artikel 26

Wijziging van de bijlagen

De bijlagen worden gewijzigd volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 27

Uitvoeringsmaatregelen

De voor de uitvoering van deze verordening noodzakelijke maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.

Artikel 28

Overgangs- en andere specifieke maatregelen

1.   Volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing worden, zo nodig, de volgende maatregelen tot wijziging van deze verordening vastgesteld:

a)

maatregelen om uiterlijk op 20 februari 2011 de overgang te vergemakkelijken van de bij Verordening (EEG) nr. 1576/89 vastgestelde regels naar de bij deze verordening vastgestelde regels;

b)

maatregelen om van de artikelen 17 en 22 af te wijken in gevallen waarin daarvoor een goede rechtvaardiging bestaat;

c)

maatregelen om een communautair symbool voor geografische aanduidingen voor de sector gedistilleerde dranken vast te stellen.

2.   Volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure worden indien nodig maatregelen vastgesteld om specifieke praktische problemen op te lossen, bijvoorbeeld door in bepaalde gevallen vermelding van de plaats van bereiding in de etikettering verplicht te stellen om te voorkomen dat de consument wordt misleid, en maatregelen om communautaire referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken in stand te houden en te ontwikkelen.

3.   De gedistilleerde dranken die niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen, mogen verder in overeenstemming met Verordening (EEG) nr. 1576/89 worden geproduceerd tot 20 mei 2009. Gedistilleerde dranken die niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen, maar wel vóór 20 februari 2008 of tot 20 mei 2009 in overeenstemming met Verordening (EEG) nr. 1576/89 zijn geproduceerd, mogen in de handel blijven totdat de voorraden zijn uitgeput.

Artikel 29

Intrekking

1.   Verordening (EEG) nr. 1576/89 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden geacht verwijzingen naar deze verordening te zijn.

2.   De Verordeningen (EEG) nr. 2009/92 (13), (EG) nr. 1267/94 (14) en (EG) nr. 2870/2000 (15) van de Commissie blijven van toepassing.

Artikel 30

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De verordening is van toepassing met ingang van 20 mei 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 15 januari 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  PB C 324 van 30.12.2006, blz. 12.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 19 juni 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 december 2007.

(3)  PB L 160 van 12.6.1989, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2005.

(4)  PB L 105 van 25.4.1990, blz. 9. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2140/98 (PB L 270 van 7.10.1998, blz. 9).

(5)  PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/68/EG van de Commissie (PB L 310 van 28.11.2007, blz. 11).

(6)  PB L 184 van 15.7.1988, blz. 61. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(7)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1.

(8)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(9)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

(10)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad.

(11)  PB L 40 van 11.2.1989, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Besluit 92/10/EEG van de Raad (PB L 6 van 11.1.1992, blz. 35).

(12)  PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1891/2006 (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 14).

(13)  Verordening (EEG) Nr. 2009/92 van de Commissie van 20 juli 1992 tot vaststelling van de communautaire methoden voor de analyse van ethylalcohol uit landbouwproducten die wordt gebruikt voor de bereiding van gedistilleerde dranken, gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten (PB L 203 van 21.7.1992, blz. 10).

(14)  Verordening (EG) nr. 1267/94 van de Commissie van 1 juni 1994 houdende toepassing van de overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen inzake de wederzijdse erkenning van bepaalde gedistilleerde dranken (PB L 138 van 2.6.1994, blz. 7). Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1434/97 (PB L 196 van 24.7.1997, blz. 56).

(15)  Verordening (EG) nr. 2870/2000 van de Commissie van 19 december 2000 tot vaststelling van communautaire referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken (PB L 333 van 29.12.2000, blz. 20). Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2091/2002 (PB L 322 van 27.11.2002, blz. 11).


BIJLAGE I

TECHNISCHE DEFINITIES EN EISEN

De technische definities en eisen als bedoeld in artikel 2, lid 4 en artikel 7 zijn de volgende:

1.

Ethylalcohol uit landbouwproducten

Ethylalcohol uit landbouwproducten heeft de volgende eigenschappen:

a)

organoleptische kenmerken: geen andere waarneembare smaak dan die van de gebruikte grondstof;

b)

minimaal alcoholvolumegehalte: 96,0 % vol;

c)

maximale residugehalten:

i)

totale zuurgraad, uitgedrukt in grammen azijnzuur per hectoliter alcohol van 100 % vol: 1,5,

ii)

esters, uitgedrukt in grammen ethylacetaat per hectoliter alcohol van 100 % vol: 1,3,

iii)

aldehyden, uitgedrukt in grammen aceetaldehyd per hectoliter alcohol van 100 % vol: 0,5,

iv)

hogere alcoholen, uitgedrukt in grammen 2-methyl-1-propanol per hectoliter alcohol van 100 % vol: 0,5,

v)

methanol, uitgedrukt in grammen per hectoliter alcohol van 100 % vol: 30,

vi)

droge stof, uitgedrukt in grammen per hectoliter alcohol van 100 % vol: 1,5,

vii)

vluchtige stikstofbasen, uitgedrukt in grammen stikstof per hectoliter alcohol van 100 % vol: 0,1,

viii)

furfural: niet aantoonbaar.

2.

Distillaat uit landbouwproducten

Onder „distillaat uit landbouwproducten” wordt verstaan een alcoholhoudende vloeistof die is verkregen door in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten te distilleren na alcoholische vergisting ervan en die niet de kenmerken van ethylalcohol of van een gedistilleerde drank vertoont, maar wel een aroma en smaak van de gebruikte grondstof(fen) heeft behouden.

Wordt de gebruikte grondstof vermeld, dan moet het distillaat uitsluitend uit die grondstof zijn verkregen.

3.

Verzoeting

Onder „verzoeting” wordt verstaan het gebruik van een of meer van de volgende producten bij de bereiding van gedistilleerde dranken:

a)

halfwitte suiker, witte suiker, geraffineerde witte suiker, dextrose, fructose, glucosestroop, vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker en invertsuikerstroop zoals gedefinieerd in Richtlijn 2001/111/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake bepaalde voor menselijke voeding bestemde suikers (1);

b)

gerectificeerde geconcentreerde druivenmost, geconcentreerde druivenmost en verse druivenmost;

c)

gekarameliseerde suiker (karamel), waaronder wordt verstaan het product dat uitsluitend is verkregen door beheerste verhitting van sacharose zonder toevoeging van basen, minerale zuren of andere chemische additieven.

d)

honing zoals gedefinieerd in Richtlijn 2001/110/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake honing (2);

e)

sint-jansbroodstroop;

f)

andere natuurlijke koolhydraten die een soortgelijke werking hebben als de bovengenoemde producten;

4.

Vermenging

Onder „vermenging” wordt verstaan de samenvoeging van twee of meer verschillende dranken om een nieuwe drank te bereiden.

5.

Toevoeging van alcohol

Onder „toevoeging van alcohol” wordt verstaan de bewerking waarbij ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten en/of distillaten verkregen uit landbouwproducten worden toegevoegd aan een gedistilleerde drank.

6.

Toevoeging van water

Bij de bereiding van gedistilleerde dranken mag water worden toegevoegd op voorwaarde dat de kwaliteit van het water in overeenstemming is met Richtlijn 80/777/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van natuurlijk mineraalwater (3) en Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (4) en dat het toegevoegde water de aard van het product niet verandert.

Het mag gedistilleerd, gedemineraliseerd, gepermuteerd of verzacht water betreffen.

7.

Blending

Onder „blending” wordt verstaan de samenvoeging van twee of meer gedistilleerde dranken van dezelfde categorie die slechts nuanceverschillen in samenstelling vertonen als gevolg van een of meer van de volgende factoren:

a)

de bereidingsmethode;

b)

de gebruikte distilleertoestellen;

c)

de rijpingsduur;

d)

het geografische productiegebied.

De aldus verkregen gedistilleerde drank moet van dezelfde categorie gedistilleerde drank zijn als de oorspronkelijke gedistilleerde dranken vóór de blending.

8.

Rijping

Onder „rijping” wordt verstaan het in geschikte recipiënten langs natuurlijke weg laten ontstaan van bepaalde reacties waardoor de betrokken gedistilleerde drank organoleptische eigenschappen krijgt die hij voordien niet had.

9.

Aromatisering

Onder „aromatisering” wordt verstaan dat bij de bereiding van een gedistilleerde drank een of meer aroma's zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder a), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

10.

Kleuring

Onder „kleuring” wordt verstaan dat bij de bereiding van een gedistilleerde drank een of meer kleurstoffen zoals gedefinieerd in Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1994 inzake kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (5) worden gebruikt.

11.

Alcoholvolumegehalte

Onder „alcoholvolumegehalte” wordt verstaan de verhouding tussen het volume zuivere alcohol dat bij een temperatuur van 20 oC in het betrokken product aanwezig is, en het totale volume van dat product bij dezelfde temperatuur.

12.

Gehalte aan vluchtige stoffen

Onder „gehalte aan vluchtige stoffen” wordt verstaan het gehalte van andere vluchtige stoffen dan ethylalcohol en methanol in uitsluitend door distillatie verkregen gedistilleerde drank, welk gehalte uitsluitend het gevolg is van distillatie of herdistillatie van de gebruikte grondstoffen.

13.

Plaats van bereiding

Onder „plaats van bereiding” wordt verstaan de plaats of regio waar de fase van het bereidingsproces van het eindproduct plaatsvond die de gedistilleerde drank zijn eigen karakter en zijn wezenlijke definitieve eigenschappen heeft gegeven.

14.

Aanduiding

Onder „aanduiding” wordt verstaan de termen die worden gebruikt in de etikettering, de presentatie en de verpakking, in de documenten die de gedistilleerde drank bij het vervoer ervan vergezellen, in de handelsdocumenten, vooral de facturen en de leveringsbonnen, en in reclame voor de drank.

15.

Presentatie

Onder „presentatie” wordt verstaan de termen die worden gebruikt op de etikettering en op de verpakking, alsmede in reclame en bij promotie, in afbeeldingen en dergelijke, evenals op de recipiënt, waaronder begrepen de fles en de sluiting.

16.

Etikettering

Onder „etikettering” wordt verstaan alle aanduidingen en andere verwijzingen, tekens, afbeeldingen en handelsmerken die onderscheidend zijn voor de betrokken gedistilleerde drank en die voorkomen op dezelfde recipiënt, met inbegrip van de sluiting ervan, het hangetiket en de halswikkel van flessen.

17.

Verpakking

Onder „verpakking” wordt verstaan de beschermende omhulsels, zoals papier, alle soorten hulzen, kartons en kisten, die worden gebruikt voor het vervoer en/of de verkoop van één of meer recipiënten.


(1)  PB L 10 van 12.1.2002, blz. 53.

(2)  PB L 10 van 12.1.2002, blz. 47.

(3)  PB L 229 van 30.8.1980, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn (EG) nr. 1882/2003.

(4)  PB L 330 van 5.12.1998, blz. 32. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn (EG) nr. 1882/2003.

(5)  PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn (EG) nr. 1882/2003.


BIJLAGE II

GEDISTILLEERDE DRANKEN

Categorieën gedistilleerde dranken

1.   Rum

a)

Rum is:

i)

een gedistilleerde drank die uitsluitend is bereid door alcoholische vergisting en distillatie tot minder dan 96 % vol van hetzij melasse of stroop die afkomstig is van de productie van rietsuiker, hetzij het suikerrietsap zelf op zodanige wijze dat het distillatieproduct waarneembaar de specifieke organoleptische kenmerken van rum bezit, of

ii)

een uitsluitend door alcoholische vergisting en distillatie van suikerrietsap verkregen gedistilleerde drank die de specifieke aromatische kenmerken van rum bezit en een gehalte aan vluchtige stoffen heeft dat ten minste 225 g per hectoliter alcohol van 100 % vol alcohol bedraagt. Deze gedistilleerde drank kan in de handel worden gebracht met het woord „boeren-”, dat de verkoopbenaming „rum” nader omschrijft, vergezeld van een van de in bijlage III geregistreerde geografische aanduidingen van de Franse overzeese departementen en het Autonoom gebied Madeira.

b)

Het alcoholvolumegehalte van rum bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Aan rum mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Rum wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan rum uitsluitend karamel worden toegevoegd.

f)

Aan elk van de in categorie 1 van bijlage III opgenomen geografische aanduidingen mag het woord „traditionnel” worden toegevoegd als de rum is geproduceerd door distillatie tot minder dan 90 % vol na alcoholische vergisting van daarvoor geschikte grondstoffen die uitsluitend van oorsprong zijn uit de betrokken plaats van productie. Deze rum moet een gehalte aan vluchtige stoffen hebben dat ten minste 225 g per hectoliter van 100 % vol alcohol bedraagt, en mag niet zijn verzoet. Ook bij gebruik van het woord „traditionnel” mag aan de verkoopbenaming „rum” en aan geografische aanduidingen de nadere omschrijving „nevenproduct van de suikerproductie” of „boeren-” (voor rum van het type „rhum agricole”) worden toegevoegd.

De bovenstaande bepaling laat de mogelijkheid om voor alle niet onder die bepaling vallende producten het woord „traditionnel” te gebruiken overeenkomstig de voor die producten geldende specifieke criteria onverlet.

2.   Whisky of Whiskey

a)

Whisky of whiskey is een gedistilleerde drank die uitsluitend bereid is door:

i)

distillatie van een beslag van gemoute granen, al dan niet met hele korrels van andere granen, dat vooraf

is versuikerd door diastase van de erin aanwezige mout, al dan niet met andere natuurlijke enzymen,

is vergist onder inwerking van gist;

ii)

vervolgens door een of meer distillaties is gedistilleerd tot minder dan 94,8 % vol op zodanige wijze dat het distillatieproduct een aroma en een smaak heeft die afkomstig zijn van de gebruikte grondstoffen;

iii)

waarna het einddistillaat gedurende ten minste drie jaar rijpt op houten fusten met een capaciteit van niet meer dan 700 l.

Het einddistillaat, waaraan alleen water en zuivere karamel (ten behoeve van kleuring) mogen worden toegevoegd, moet zijn kleur, aroma en smaak die het gevolg zijn van het in de punten i), ii) en iii), beschreven productieproces, behouden.

b)

Het alcoholvolumegehalte van whisky of whiskey bedraagt ten minste 40 % vol.

c)

Aan whisky of whiskey mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Whisky of whiskey wordt niet verzoet of gearomatiseerd en bevat geen andere toegevoegde kleurstoffen dan zuivere karamel.

3.   Gedistilleerde drank van granen

a)

Gedistilleerde drank van granen is een gedistilleerde drank die uitsluitend door distillatie van een gegist beslag van volle granen is verkregen en organoleptische kenmerken bezit die afkomstig zijn van de gebruikte grondstoffen.

b)

Behalve in het geval van „Korn” bedraagt het alcoholvolumegehalte van gedistilleerde drank van granen ten minste 35 % vol.

c)

Aan gedistilleerde drank van granen mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Gedistilleerde drank van granen wordt niet gearomatiseerd.

e)

Aan gedistilleerde drank van granen mag uitsluitend karamel worden toegevoegd als middel om de kleur aan te passen.

f)

Gedistilleerde drank van granen mag slechts de verkoopbenaming „granen-eau-de-vie” dragen als hij door distillatie tot minder dan 95 % vol van een gegist beslag van volle granen is verkregen en organoleptische kenmerken bezit die afkomstig zijn van de gebruikte grondstoffen.

4.   Wijn-eau-de-vie

a)

Wijn-eau-de-vie is een gedistilleerde drank die:

i)

uitsluitend is verkregen door distillatie tot minder dan 86 % vol van wijn of van distillatiewijn of door herdistillatie tot minder dan 86 % vol van een wijndistillaat,

ii)

een gehalte aan vluchtige stoffen heeft dat ten minste 125 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt en

iii)

een gehalte aan methanol heeft dat ten hoogste 200 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van wijn-eau-de-vie bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Aan wijn-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Wijn-eau-de-vie wordt niet gearomatiseerd. Dit sluit traditionele productiemethoden niet uit.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan wijn-eau-de-vie uitsluitend karamel worden toegevoegd.

f)

Gerijpte wijn-eau-de-vie mag in de handel blijven als „wijn-eau-de-vie”, op voorwaarde dat het product een rijpingsperiode heeft gehad die gelijk is aan of langer is dan de periode die in categorie 5 van deze bijlage voor de gedistilleerde drank is vastgesteld.

5.   Brandy of Weinbrand

a)

Brandy of Weinbrand is een gedistilleerde drank die:

i)

is verkregen uit wijn-eau-de-vie waaraan al dan niet een wijndistillaat is toegevoegd dat tot minder dan 94,8 % vol is gedistilleerd, waarbij dat distillaat geen groter aandeel in het alcoholvolumegehalte van het eindproduct mag hebben dan 50 %,

ii)

gedurende ten minste één jaar is gerijpt in eikenhouten recipiënten, of gedurende ten minste zes maanden als de capaciteit van de eikenhouten fusten minder dan 1 000 l bedraagt,

iii)

een gehalte aan vluchtige stoffen heeft dat ten minste 125 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt en dat uitsluitend afkomstig is van de distillatie of herdistillatie van de gebruikte grondstoffen, en

iv)

een gehalte aan methanol heeft dat ten hoogste 200 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van brandy of Weinbrand bedraagt ten minste 36 % vol.

c)

Aan Brandy of Weinbrand mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Brandy of Weinbrand wordt niet gearomatiseerd. Dit sluit traditionele productiemethoden niet uit.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan brandy of Weinbrand uitsluitend karamel worden toegevoegd.

6.   Druivendraf-eau-de-vie of marc

a)

Druivendraf-eau-de-vie of marc is een gedistilleerde drank die aan de volgende voorwaarden voldoet:

i)

de drank wordt uitsluitend verkregen door gegiste druivendraf te distilleren hetzij rechtstreeks door middel van waterdamp, hetzij na toevoeging van water;

ii)

aan de druivendraf mag ten hoogste 25 kg wijnmoer per 100 kg gebruikte druivendraf worden toegevoegd;

iii)

de van de wijnmoer afkomstige hoeveelheid alcohol mag niet meer bedragen dan 35 % van de totale hoeveelheid alcohol in het eindproduct;

iv)

de drank wordt met gebruikmaking van de druivendraf zelf gedistilleerd tot minder dan 86 % vol;

v)

herdistillatie tot dat alcoholgehalte is toegestaan;

vi)

de drank heeft een gehalte aan vluchtige stoffen dat ten minste 140 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt, en een gehalte aan methanol dat ten hoogste 1 000 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van druivendraf-eau-de-vie of marc bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Aan druivendraf-eau-de-vie of marc mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Druivendraf-eau-de-vie of marc wordt niet gearomatiseerd. Dit sluit traditionele productiemethoden niet uit.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan aan druivendraf-eau-de-vie of marc uitsluitend karamel worden toegevoegd.

7.   Vruchtendraf-eau-de-vie

a)

Vruchtendraf-eau-de-vie is een gedistilleerde drank die aan de volgende voorwaarden voldoet:

i)

de drank wordt uitsluitend verkregen door vergisting en distillatie tot minder dan 86 % vol van vruchtendraf met uitzondering van druivendraf;

ii)

de drank heeft een gehalte aan vluchtige stoffen dat ten minste 200 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt;

iii)

een gehalte aan methanol heeft dat ten hoogste 1 500 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt;

iv)

voor vruchtendraf-eau-de-vie van steenvruchten bedraagt het gehalte aan cyaanwaterstof ten hoogste 7 g per hectoliter alcohol van 100 % vol;

v)

herdistillatie tot het onder i) genoemde alcoholgehalte is toegestaan.

b)

Het alcoholvolumegehalte van vruchtendraf-eau-de-vie bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Aan vruchtendraf-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Vruchtendraf-eau-de-vie wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan vruchtendraf-eau-de-vie uitsluitend karamel worden toegevoegd.

f)

De verkoopbenaming van dit product is „draf-eau-de-vie”, voorafgegaan door de naam van de betrokken vrucht. Als draf van verschillende soorten vruchten is gebruikt, luidt de verkoopbenaming „vruchtendraf-eau-de-vie”.

8.   Rozijnen- of krenten-eau-de-vie of raisin brandy

a)

Rozijnen- of krenten-eau-de-vie of raisin brandy is een gedistilleerde drank die uitsluitend is verkregen door het product van de alcoholische vergisting van een extract van krenten van het ras „zwarte van Corinthe” of „muskaat van Alexandrië” tot minder dan 94,5 % vol te distilleren op zodanige wijze dat het distillatieproduct een aroma en een smaak heeft die afkomstig zijn van de gebruikte grondstof.

b)

Het alcoholvolumegehalte van rozijnen- of krenten-eau-de-vie of raisin brandy bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Aan rozijnen- of krenten-eau-de-vie of raisin brandy mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Rozijnen- of krenten-eau-de-vie of raisin brandy wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan rozijnen- of krenten-eau-de-vie of raisin brandy uitsluitend karamel worden toegevoegd.

9.   Vruchten-eau-de-vie

a)

Vruchten-eau-de-vie is een gedistilleerde drank die:

i)

uitsluitend is verkregen door alcoholische vergisting en distillatie van vlezige vruchten of most van dergelijke vruchten, bessen of groenten, al dan niet met de pitten ervan,

ii)

tot minder dan 86 % vol is gedistilleerd op zodanige wijze dat het distillatieproduct een aroma en een smaak heeft die van de gedistilleerde grondstoffen afkomstig zijn,

iii)

een gehalte aan vluchtige stoffen heeft dat ten minste 200 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt, en

iv)

in het geval van eau-de-vie van steenvruchten, een gehalte aan cyaanwaterstof bevat dat ten hoogste 7 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt.

b)

een gehalte aan methanol heeft dat ten hoogste 1 000 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt.

Voor de volgende vruchten-eaux-de-vie bedraagt het maximumgehalte aan methanol evenwel:

i)

1 200 g per hectoliter alcohol van 100 % vol die is verkregen uit de volgende vruchten of bessen:

pruimen (Prunus domestica L.),

mirabellen (Prunus domestica L. subsp. syriaca (Borkh.), Janch. ex Mansf.),

kwetsen (Prunus domestica L.),

appels (Malus domestica Borkh.),

peren (Pyrus communis L.) met uitzondering van Williams-peren (Pyrus communis L. cv „Williams”),

frambozen (Rubus idaeus L.),

bramen (Rubus fruticosus auct. aggr.),

abrikozen (Prunus armeniaca L.),

perziken (Prunus persica (L.) Batsch);

ii)

1 350 g per hectoliter alcohol van 100 % vol die is verkregen uit de volgende vruchten of bessen:

Williams-peren (Pyrus communis L. cv „Williams”),

aalbessen (Ribes rubrum L.),

zwarte bessen (Ribes nigrum L.),

peerlijsterbessen (Sorbus Aucuparia L.),

vlierbessen (Sambucus nigra L.),

kweeperen (Cydonia oblonga Mill.),

jeneverbessen (Juniperus communis L en/of Juniperus oxicedrus L.).

c)

Het alcoholvolumegehalte van vruchten-eau-de-vie bedraagt ten minste 37,5 % vol.

d)

Aan vruchten-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

e)

Vruchten-eau-de-vie wordt niet gearomatiseerd.

f)

De verkoopbenaming van vruchten-eau-de-vie is „-eau-de-vie”, voorafgegaan door de naam van de vrucht, bes of groente zoals: kersen-eau-de-vie of kirsch, pruimen-eau-de-vie of slivovitz, mirabellen-eau-de-vie en voorts dergelijke benamingen met als eerste element perziken-, appel-, peren-, abrikozen-, vijgen-, citrusvruchten-, druiven- of de naam van een andere vrucht.

Vruchten-eaux-de-vie mag ook de verkoopbenaming „-wasser”, voorafgegaan door de naam van de vrucht, dragen.

Uitsluitend voor de volgende vruchten mag „-eau-de-vie”, voorafgegaan door de naam van de vrucht, worden vervangen door alleen de naam van de vrucht:

mirabellen (Prunus domestica L. subsp. syriaca (Borkh.), Janch. ex Mansf.),

pruimen (Prunus domestica L.),

kwetsen (Prunus domestica L.),

aardbeiboomvruchten (Arbutus unedo L.),

appels van het ras Golden Delicious.

Mocht het gevaar bestaan dat de eindverbruiker een van deze verkoopbenamingen niet gemakkelijk begrijpt, dan dient op de etikettering de term „eau-de-vie” te worden vermeld, eventueel met een toelichting.

g)

Alleen in de verkoopbenaming van peren-eau-de-vie die uitsluitend uit peren van het ras „Williams” is verkregen, mag de term „Williams” worden gebruikt.

h)

Indien twee of meer soorten vruchten, bessen of groenten samen zijn gedistilleerd, is de verkoopbenaming van het product „vruchten-eau-de-vie” of, waar van toepassing, „groenten-eau-de-vie”. Deze verkoopbenaming mag worden aangevuld met de naam van elk van die vruchten-, bessen- of groentesoorten, vermeld in afnemende volgorde van de gebruikte hoeveelheden.

10.   Appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie

a)

Appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie zijn gedistilleerde dranken die:

i)

uitsluitend zijn verkregen door appelcider of perencider tot minder dan 86 % vol te distilleren op zodanige wijze dat het distillatieproduct een aroma en een smaak heeft die afkomstig zijn van de vruchten,

ii)

een gehalte aan vluchtige stoffen hebben dat ten minste 200 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt, en

iii)

een gehalte aan methanol heeft dat ten hoogste 1 000 g per hectoliter alcohol van 100 % vol bedraagt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Aan appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie worden niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie uitsluitend karamel worden toegevoegd.

11.   Honing-eau-de-vie

a)

Honing-eau-de-vie is een gedistilleerde drank die:

i)

uitsluitend is verkregen door vergisting en distillatie van een beslag van honing,

ii)

is gedistilleerd tot minder dan 86 % vol op zodanige wijze dat het distillatieproduct de organoleptische kenmerken heeft die afkomstig zijn van de gebruikte grondstof.

b)

Het alcoholvolumegehalte van honing-eau-de-vie bedraagt ten minste 35 % vol.

c)

Aan honing-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Honing-eau-de-vie wordt wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan honing-eau-de-vie uitsluitend karamel worden toegevoegd.

f)

Honing-eau-de-vie mag uitsluitend worden verzoet met honing.

12.   Hefebrand of moer-eau-de-vie

a)

Hefebrand of moer-eau-de-vie is een gedistilleerde drank die uitsluitend is verkregen door distillatie tot minder dan 86 % vol van wijnmoer of moer van vergiste vruchten.

b)

Het alcoholvolumegehalte van Hefebrand of moer-eau-de-vie bedraagt ten minste 38 % vol.

c)

Aan Topinambur of aardpeer-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Hefebrand of moer-eau-de-vie wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan Hefebrand of moer-eau-de-vie uitsluitend karamel worden toegevoegd.

f)

De verkoopbenaming „Hefebrand” of „moer-eau-de-vie” wordt aangevuld met de naam van de gebruikte grondstof.

13.   Bierbrand of eau de vie de bière

a)

Bierbrand of eau de vie de bière is een gedistilleerde drank die uitsluitend is verkregen door vers bier rechtstreeks onder normale druk tot een alcoholvolumegehalte van minder dan 86 % vol te distilleren op zodanige wijze dat het verkregen distillaat organoleptische kenmerken bezit die afkomstig zijn van het bier.

b)

Het alcoholvolumegehalte van Bierbrand of eau de vie de bière bedraagt ten minste 38 % vol.

c)

Aan Bierbrand of eau de vie de bière mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Bierbrand of eau de vie de bière wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan Bierbrand of eau de vie de bière uitsluitend karamel worden toegevoegd.

14.   Topinambur of aardpeer-eau-de-vie

a)

Topinambur of aardpeer-eau-de-vie is een gedistilleerde drank die uitsluitend door vergisting en distillatie tot minder dan 86 % vol van knollen van de aardpeer (Helianthus tuberosus L.) is verkregen.

b)

Het alcoholvolumegehalte van Topinambur of aardpeer-eau-de-vie bedraagt ten minste 38 % vol.

c)

Aan Topinambur of aardpeer-eau-de-vie mag geen alcohol, al dan niet verdund, in de zin van punt 5 van bijlage I worden toegevoegd.

d)

Topinambur of aardpeer-eau-de-vie wordt niet gearomatiseerd.

e)

Als middel om de kleur aan te passen mag aan Topinambur of aardpeer-eau-de-vie uitsluitend karamel worden toegevoegd.

15.   Wodka

a)

Wodka is een gedistilleerde drank die is verkregen uit ethylalcohol uit landbouwproducten, welke ethylalcohol is bereid door:

i)

aardappelen en/of granen of

ii)

andere landbouwgrondstoffen met behulp van gist te vergisten en

het aldus verkregen product te distilleren en/of te rectificeren op zodanige wijze dat de organoleptische kenmerken van de gebruikte grondstoffen en van de bij de vergisting gevormde bijproducten selectief worden verzwakt.

Dit bereidingsprocédé mag worden gevolgd door herdistillatie en/of een behandeling met geschikte technische hulpstoffen, met inbegrip van actieve kool, om het product bijzondere organoleptische kenmerken te geven.

De maximale residugehalten zijn die welke in bijlage I zijn vastgesteld voor ethylalcohol uit landbouwproducten, behalve dat het methanolgehalte in het eindproduct niet meer mag bedragen dan 10 g per hectoliter 100 % volumeprocent alcohol.

b)

Het alcoholvolumegehalte van wodka bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Geen andere aroma’s mogen worden toegevoegd dan natuurlijke complexe aroma’s die aanwezig zijn in het distillaat van de vergiste grondstoffen. Daarnaast mogen aan het product bijzondere organoleptische kenmerken worden gegeven, mits deze niet het overheersende aroma uitmaken.

d)

In de aanduiding, presentatie of etikettering van wodka die niet uitsluitend geproduceerd is met de grondstoffen die staan vermeld onder a), alinea i), worden aangegeven de vermelding „geproduceerd uit …”, aangevuld met de naam van de grondstof(fen) die gebruikt is (zijn) voor de productie van de ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten. De etikettering beantwoordt aan artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG.

16.   Eau-de-vie (voorafgegaan door de naam van de vrucht), verkregen door maceratie en distillatie

a)

Eau-de-vie (voorafgegaan door de naam van de vrucht), verkregen door maceratie en distillatie, is een gedistilleerde drank die:

i)

is verkregen door de maceratie van onder punt 2 genoemde vruchten of bessen, hetzij gedeeltelijk vergist, hetzij niet vergist, eventueel aangevuld met ten hoogste 20 l ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten of uit dezelfde vruchten verkregen eau-de-vie en/of distillaat per 100 kg vergiste vruchten of bessen, gevolgd door distillatie tot minder dan 86 % vol.

ii)

is verkregen uit de volgende vruchten of bessen:

bramen (Rubus fruticosus auct. aggr.),

aardbeien (Fragaria spp.),

blauwe bosbessen (Vaccinium myrtillus L.),

frambozen (Rubus idaeus L.),

aalbessen (Ribes rubrum L.),

sleepruimen (Prunus spinosa L.),

lijsterbessen (Sorbus aucuparia L.),

peerlijsterbessen (Sorbus domestica L.),

hulstbessen (Ilex cassine L.),

elsbessen (Sorbus torminalis (L.) Crantz),

vlierbessen (Sambucus nigra L.),

rozenbottels (Rosa canina L.),

zwarte bessen (Ribes nigrum L.),

bananen (Musa spp.),

passievruchten (Passiflora edulis Sims),

ambarella of kedondong (Spondias dulcis Sol. ex Parkinson),

mombinpruim (Spondias mombin L.).

b)

Het alcoholvolumegehalte van eau-de-vie (voorafgegaan door de naam van de vrucht), verkregen door maceratie en distillatie, bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Eau-de-vie (voorafgegaan door de naam van de vrucht), verkregen door maceratie en distillatie wordt niet gearomatiseerd.

d)

Voor de etikettering en de presentatie van eau-de-vie (voorafgegaan door de naam van de vrucht), verkregen door maceratie en distillatie, geldt dat in de aanduiding, de presentatie of de etikettering de woorden „verkregen door maceratie en distillatie” moeten voorkomen in letters van hetzelfde type, dezelfde grootte en dezelfde kleur en in hetzelfde gezichtsveld als de woorden „(naam van de vrucht)-eau-de-vie”, waarbij in het geval van flessen een en ander op het buiketiket moet staan.

17.   Geist (voorafgegaan door de naam van de vrucht of de gebruikte grondstof)

a)

Geist (voorafgegaan door de naam van de vrucht of de gebruikte grondstof) is een gedistilleerde drank die wordt verkregen door in categorie 16, onder a), ii), van deze bijlage vermelde niet-vergiste vruchten en bessen, dan wel groenten, noten of andere plantaardige materialen zoals kruiden of rozenblaadjes te macereren in ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten, gevolgd door distillatie tot minder dan 86 % vol.

b)

Het alcoholvolumegehalte van geist (voorafgegaan door de naam van de vrucht of de gebruikte grondstof) bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Geist (voorafgegaan door de naam van de vrucht of de gebruikte grondstof) wordt niet gearomatiseerd.

18.   Gentiaan

a)

Gentiaan is een gedistilleerde drank die uit een gentiaandistillaat op basis van vergiste gentiaanwortels wordt bereid, al dan niet met toevoeging van ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten.

b)

Het alcoholvolumegehalte van gentiaan bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Gentiaan wordt niet gearomatiseerd.

19.   Met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde drank

a)

Met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde drank is een gedistilleerde drank die is verkregen door ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten en/of granen-eau-de-vie en/of granendistillaat te aromatiseren met jeneverbessen (Juniperus communis L. en/of Juniperus oxicedrus L.).

b)

Het alcoholvolumegehalte van met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde drank bedraagt ten minste 30 % vol.

c)

Als aanvulling mogen andere natuurlijke en/of natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), van Richtlijn 88/388/EEG en/of aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder c), van die richtlijn en/of planten of plantendelen met aromatische eigenschappen worden gebruikt, maar de organoleptische kenmerken van de jeneverbes moeten waarneembaar blijven, zij het soms in mindere mate.

d)

Voor met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde drank mag de verkoopbenaming „Wacholder”, of „genebra” worden gebruikt.

20.   Gin

a)

Gin is een met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde drank die is verkregen door organoleptisch geschikte ethylalcohol uit landbouwproducten te aromatiseren met jeneverbessen (Juniperus communis L.).

b)

Het alcoholvolumegehalte van gin bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Bij de bereiding van gin mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke en/of natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), van Richtlijn 88/388/EEG en/of aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder c), van die richtlijn worden gebruikt en de aromatisering moet op zodanige wijze gebeuren dat de smaak van de jeneverbes overheerst.

21.   Gedistilleerde gin

a)

Gedistilleerde gin is:

i)

een met jeneverbessen gearomatiseerde gedistilleerde drank die uitsluitend is verkregen door organoleptisch geschikte ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten van een passende kwaliteit met een aanvankelijk alcoholgehalte van ten minste 96 % vol met gebruikmaking van jeneverbessen (Juniperus communis L.) en andere natuurlijke plantaardige materialen te herdistilleren in distilleertoestellen van een vanouds voor gin gebruikt type, met dien verstande dat de smaak van de jeneverbes moet overheersen, of

ii)

een mengsel van het product van een dergelijke distillatie en ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten met dezelfde samenstelling, dezelfde zuiverheid en hetzelfde alcoholgehalte; om gedistilleerde gin te aromatiseren mogen ook natuurlijke en/of natuuridentieke aromastoffen en/of aromatiserende preparaten zoals bedoeld in categorie 20, onder c), worden gebruikt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van gedistilleerde gin bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Gin die louter door toevoeging van essences of aroma’s aan ethylalcohol uit landbouwproducten is verkregen, is geen gedistilleerde gin.

22.   London gin

a)

London gin is een soort van gedistilleerde gin die als volgt wordt bereid:

i)

de gebruikte ethylalcohol uit landbouwproducten mag geen hoger gehalte aan methanol dan 5 g per hectoliter alcohol van 100 % vol hebben en de aromatisering gebeurt uitsluitend door ethylalcohol met gebruikmaking van alle gebruikte natuurlijke plantaardige materialen te herdistilleren in traditionele distilleertoestellen,

ii)

het aldus verkregen distillaat moet een alcoholvolumegehalte van ten minste 70 % vol hebben,

iii)

eventueel nog toegevoegde ethylalcohol uit landbouwproducten moet beantwoorden aan de in punt 1 van bijlage I genoemde kenmerken, maar mag geen hoger gehalte aan methanol bevatten dan 5 g per hectoliter alcohol van 100 % vol,

iv)

er worden niet meer dan 0,1 g suikers per liter eindproduct en geen kleurstoffen toegevoegd,

v)

er worden geen andere ingrediënten meer toegevoegd dan water.

b)

Het alcoholvolumegehalte van London gin bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

De term „London gin” mag worden aangevuld met de term „dry”.

23.   Met karwij gearomatiseerde gedistilleerde drank

a)

Met karwij gearomatiseerde gedistilleerde drank is een gedistilleerde drank die is verkregen door ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten te aromatiseren met karwij (Carum carvi L.).

b)

Het alcoholvolumegehalte van met karwij gearomatiseerde gedistilleerde drank bedraagt ten minste 30 % vol.

c)

Als aanvulling mogen andere natuurlijke en/of natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), van Richtlijn 88/388/EEG en/of aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder c), van die richtlijn worden gebruikt, maar de smaak van karwij moet overheersen.

24.   Akvavit of aquavit

a)

Akvavit of aquavit is een met karwij en/of dillezaad gearomatiseerde gedistilleerde drank waarbij voor de aromatisering een distillaat van kruiden of specerijen is gebruikt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van akvavit of aquavit bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Als aanvulling mogen andere natuurlijke en/of natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), van Richtlijn 88/388/EEG en/of aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder c), van die richtlijn worden gebruikt, maar het aroma van deze drank moet grotendeels afkomstig zijn van distillaten van zaad van karwij (Carum carvi L.) en/of van dillezaad (Anethum graveolens L.), waarbij het gebruik van etherische oliën is verboden.

d)

De bittere stoffen mogen de smaak niet sterk overheersen; het gehalte aan droge stof mag niet meer dan 1,5 g per 100 ml bedragen.

25.   Met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank

a)

Met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank is een gedistilleerde drank die is verkregen door ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten met natuurlijke extracten van steranijs (Illicium verum Hook f.), groene anijs (Pimpinella anisum L.), venkel (Foeniculum vulgare Mill.) of welke andere plant ook die hetzelfde aromatische hoofdbestanddeel bevat, te aromatiseren met behulp van een van de volgende procedés of een combinatie daarvan:

i)

maceratie en/of distillatie,

ii)

herdistillatie van de alcohol met gebruikmaking van de zaden of andere delen van de bovengenoemde planten,

iii)

toevoeging van door distillatie verkregen natuurlijke extracten van door een anijsaroma gekenmerkte planten.

b)

Het alcoholvolumegehalte van met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Bij de bereiding van met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

d)

Als aanvulling mogen andere natuurlijke plantaardige extracten of aromatische zaden worden gebruikt, maar de smaak van anijs moet blijven overheersen.

26.   Pastis

a)

Pastis is een met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank die tevens natuurlijke extracten van zoethout (Glycyrrhiza spp.) bevat, wat de aanwezigheid tot gevolg heeft enerzijds van „chalconen” genoemde kleurstoffen, en anderzijds van glycyrrhizinezuur, waarvan het minimum- en het maximumgehalte respectievelijk 0,05 en 0,5 g per liter moeten bedragen.

b)

Het alcoholvolumegehalte van pastis bedraagt ten minste 40 % vol.

c)

Bij de bereiding van pastis mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

d)

Pastis bevat minder dan 100 g suiker per liter, uitgedrukt in invertsuiker, en heeft een minimum- en een maximumgehalte aan anethool van respectievelijk 1,5 en 2 g per liter.

27.   Pastis de Marseille

a)

Pastis de Marseille is een pastis met een anethoolgehalte van 2 g per liter.

b)

Het alcoholvolumegehalte van pastis de Marseille bedraagt ten minste 45 % vol.

c)

Bij de bereiding van pastis de Marseille mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

28.   Anis

a)

Anis is een met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank waarvan het kenmerkende aroma uitsluitend afkomstig is van groene anijs (Pimpinella anisum L.) en/of steranijs (Illicium verum Hook f.) en/of venkel (Foeniculum vulgare Mill.).

b)

Het alcoholvolumegehalte van anis bedraagt ten minste 35 % vol.

c)

Bij de bereiding van anis mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

29.   Gedistilleerde anis

a)

Gedistilleerde anis is anis die met gebruikmaking van de in categorie 28, onder a), genoemde zaden gedistilleerde alcohol en, in het geval van geografische aanduidingen, mastiek en andere aromatische zaden, planten en vruchten bevat, waarbij die alcohol ten minste 20 % van het alcoholgehalte van de gedistilleerde anis uitmaakt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van gedistilleerde anis bedraagt ten minste 35 % vol.

c)

Bij de bereiding van gedistilleerde anis mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en gearomatiseerde preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

30.   Gedistilleerde drank met bittere smaak of bitter

a)

Gedistilleerde drank met bittere smaak of bitter is een gedistilleerde drank met een overheersende bittere smaak die is verkregen door ethylalcohol uit landbouwproducten te aromatiseren met natuurlijke en/of natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), van Richtlijn 88/388/EEG en/of aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder c), van die richtlijn.

b)

Het alcoholvolumegehalte van gedistilleerde drank met bittere smaak of bitter bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Voor gedistilleerde drank met bittere smaak of bitter mag ook de verkoopbenaming „amer” of „bitter”, al dan niet gecombineerd met een andere term, worden gebruikt.

31.   Gearomatiseerde wodka

a)

Gearomatiseerde wodka is wodka waaraan een overheersend aroma is gegeven dat niet het aroma van de grondstoffen is.

b)

Het alcoholvolumegehalte van gearomatiseerde wodka bedraagt ten minste 37,5 % vol.

c)

Gearomatiseerde wodka mag verzoeting, blending, aromatisering, rijping of kleuring ondergaan.

d)

De verkoopbenaming van gearomatiseerde wodka mag ook de naam van enig overheersend aroma samen met het woord „wodka” zijn.

32.   Likeur

a)

Likeur is een gedistilleerde drank die:

i)

een gehalte aan suiker, uitgedrukt in invertsuiker, heeft van ten minste:

70 g per liter voor kersenlikeur waarvan de ethylalcohol uitsluitend uit kersen-eau-de vie bestaat,

80 g per liter voor gentiaanlikeur of soortgelijke likeuren bij de bereiding waarvan gentiaanplanten of soortgelijke planten als aromastof zijn gebruikt,

100 g per liter in alle overige gevallen;

ii)

is verkregen door ethylalcohol uit landbouwproducten of een distillaat uit landbouwproducten of een of meer gedistilleerde dranken of een mengsel van dergelijke producten die zijn verzoet en waaraan eventueel landbouwproducten of voedingsmiddelen zoals room, melk of andere zuivelproducten, vruchten, wijn of gearomatiseerde wijn zoals gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad van 10 juni 1991 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten (1) zijn toegevoegd.

b)

Het alcoholvolumegehalte van likeur bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Bij de bereiding van likeur mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG en natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), ii), van die richtlijn worden gebruikt.

Natuuridentieke aromastoffen zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), ii), van de genoemde richtlijn mogen echter niet worden gebruikt bij de bereiding van de volgende likeuren:

i)

vruchtenlikeuren:

zwarte bessen,

kersen,

frambozen,

bramen,

blauwe bosbessen,

citrusvruchten,

bergframbozen,

poolbramen,

veenbessen,

rode bosbessen,

duindoornbessen,

ananas;

ii)

plantenlikeuren:

munt,

gentiaan,

anijs,

alsem,

wondkruid.

d)

De volgende samengestelde termen mogen in de presentatie van in de Gemeenschap geproduceerde likeuren worden gebruikt in het geval dat ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten is gebruikt volgens gangbare productiemethoden:

prune brandy,

orange brandy,

apricot brandy,

cherry brandy,

solbaerrom, ook zwartebessenrum genoemd.

Wat de etikettering en de presentatie van die likeuren betreft, moet de samengestelde term in de etikettering op één regel in uniforme letters van hetzelfde lettertype, dezelfde grootte en dezelfde kleur voorkomen en moet het woord „likeur” er vlakbij staan in letters die niet kleiner zijn dan die welke voor de samengestelde term zijn gebruikt. Indien de alcohol niet afkomstig is van de vermelde gedistilleerde drank, moet de oorsprong ervan in de etikettering worden aangegeven in hetzelfde gezichtsveld als dat waarin de samengestelde term en het woord „likeur” voorkomen, hetzij door te vermelden om welk type alcohol uit landbouwproducten het gaat, hetzij door de vermelding „alcohol uit landbouwproducten” te gebruiken, altijd voorafgegaan door de woorden „vervaardigd uit”, „bereid met” of „op basis van”.

33.   Crème de (gevolgd door de naam van de betrokken vrucht of van de gebruikte grondstof)

a)

Een gedistilleerde drank met de benaming „crème de” (gevolgd door de naam van de betrokken vrucht of van de gebruikte grondstof), exclusief zuivelproducten, is een likeur die een gehalte aan suiker, uitgedrukt in invertsuiker, van ten minste 250 g per liter heeft.

b)

Het alcoholvolumegehalte van crème de (gevolgd door de naam van de betrokken vrucht of van de gebruikte grondstof) bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Voor deze gedistilleerde drank gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

34.   Crème de cassis

a)

Crème de cassis is een zwarte-bessenlikeur die ten minste 400 g suiker, uitgedrukt in invertsuiker, per liter bevat.

b)

Het alcoholvolumegehalte van crème de cassis bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Voor crème de cassis gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

35.   Guignolet

a)

Guignolet is een likeur die is verkregen door kersen te macereren in ethylalcohol uit landbouwproducten.

b)

Het alcoholvolumegehalte van guignolet bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Voor guignolet gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

36.   Punch au rhum

a)

Punch au rhum is een likeur waarvan het alcoholgehalte uitsluitend afkomstig is van rum.

b)

Het alcoholvolumegehalte van punch au rhum bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Voor punch au rhum gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

37.   Sloe gin

a)

Sloe gin is een likeur die is verkregen door sleepruimen te macereren in gin en eventueel sleepruimensap toe te voegen.

b)

Het alcoholvolumegehalte van sloe gin bedraagt ten minste 25 % vol.

c)

Bij de bereiding van sloe gin mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

38.   Sambuca

a)

Sambuca is een kleurloze met anijs gearomatiseerde likeur die:

i)

distillaten van groene anijs (Pimpinella anisum L.) en/of van steranijs (Illicium verum L.) en eventueel van andere aromatische kruiden bevat,

ii)

een gehalte aan suiker, uitgedrukt in invertsuiker, van ten minste 350 g per liter heeft en

iii)

een gehalte aan natuurlijk anethool van ten minste 1 doch niet meer dan 2 g per liter heeft.

b)

Het alcoholvolumegehalte van sambuca bedraagt ten minste 38 % vol.

c)

Voor sambuca gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

39.   Maraschino, marrasquino of Maraskino

a)

Maraschino, marrasquino of Maraskino is een kleurloze likeur die hoofdzakelijk met behulp van een distillaat van marascakersen of van het product van de maceratie van marascakersen of delen daarvan in alcohol uit landbouwproducten is gearomatiseerd en die een gehalte aan suiker, uitgedrukt in invertsuiker, van ten minste 250 g per liter heeft.

b)

Het alcoholvolumegehalte van maraschino, marrasquino of maraskino bedraagt ten minste 24 % vol.

c)

Voor maraschino, marrasquino of maraskino gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

40.   Nocino

a)

Nocino is een likeur die hoofdzakelijk door maceratie en/of distillatie van hele, onrijpe walnoten (Juglans regia L.) is gearomatiseerd en die een gehalte aan suiker, uitgedrukt in invertsuiker, van ten minste 100 g per liter heeft.

b)

Het alcoholvolumegehalte van nocino bedraagt ten minste 30 % vol.

c)

Voor nocino gelden de in categorie 32 vastgelegde regels betreffende aromastoffen en aromatiserende preparaten in likeuren.

d)

De verkoopbenaming mag worden aangevuld met de term „likeur”.

41.   Eierlikeur of advocaat of avocat of advokat

a)

Eierlikeur of advocaat of avocat of advokat is een al dan niet gearomatiseerde gedistilleerde drank op basis van ethylalcohol uit landbouwproducten, distillaat en/of eau-de-vie die de ingrediënten kwaliteitseigeel, eiwit en suiker of honing bevat. Het gehalte aan suiker of honing, uitgedrukt in invertsuiker, bedraagt ten minste 150 g per liter. Het gehalte aan kwaliteitseigeel bedraagt ten minste 140 g per liter eindproduct.

b)

In afwijking van artikel 2, lid 1, onder c), bedraagt het alcoholvolumegehalte van eierlikeur of advocaat of avocat of advokat ten minste 14 % vol.

c)

Bij de bereiding van eierlikeur of advocaat of avocat of advokat mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke of natuuridentieke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i) en ii), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

42.   Likeur met ei

a)

Likeur met ei is een al dan niet gearomatiseerde gedistilleerde drank op basis van ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten, distillaat en/of eau-de-vie die de kenmerkende ingrediënten kwaliteitseigeel, eiwit en suiker of honing bevat. Het gehalte aan suiker of honing, uitgedrukt in invertsuiker, bedraagt ten minste 150 g per liter. Het gehalte aan eigeel bedraagt ten minste 70 g per liter eindproduct.

b)

Het alcoholvolumegehalte van likeur met ei bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Bij de bereiding van likeur met ei mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

43.   Mistrà

a)

Mistrà is een kleurloze met anijs of met natuurlijk anethool gearomatiseerde likeur:

i)

die een anethoolgehalte van ten minste 1 doch niet meer dan 2 g per liter heeft,

ii)

waaraan eventueel een distillaat van aromatische kruiden is toegevoegd en

iii)

die geen toegevoegde suiker bevat.

b)

Het alcoholvolumegehalte van mistrà bedraagt ten minste 40 % vol doch niet meer dan 47 % vol.

c)

Bij de bereiding van mistrà mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

44.   Väkevä glögi of spritglögg

a)

Väkevä glögi of spritglögg is een gedistilleerde drank die is verkregen door ethylalcohol uit landbouwproducten met natuurlijk of natuuridentiek aroma van kruidnagel en/of kaneel te aromatiseren door middel van een van de volgende procedés: maceratie en/of distillatie, herdistillatie van de alcohol met gebruikmaking van delen van de betrokken specerijplanten, toevoeging van natuurlijk of natuuridentiek aroma van kruidnagel of kaneel of een combinatie van deze procedés.

b)

Het alcoholvolumegehalte van väkevä glögi of spritglögg bedraagt ten minste 15 % vol.

c)

Andere natuurlijke of natuuridentieke plantenaroma’s zoals bedoeld in Richtlijn 88/388/EEG mogen eveneens worden gebruikt, maar het aroma van de bovengenoemde specerijen moet overheersen.

d)

Het gehalte aan wijn of wijnbouwproducten mag niet meer dan 50 % van het eindproduct bedragen.

45.   Berenburg of beerenburg

a)

Berenburg of beerenburg is een gedistilleerde drank die:

i)

is gebaseerd op ethylalcohol verkregen uit landbouwproducten,

ii)

wordt verkregen door vruchten of planten of delen daarvan te macereren,

iii)

als specifiek aroma distillaat van gentiaanwortel (Gentiana lutea L.), van jeneverbessen (Juniperus communis L.) en van laurierbladeren (Laurus nobilis L.) bevat,

iv)

een kleur heeft die varieert tussen lichtbruin en donkerbruin,

v)

eventueel is verzoet tot een gehalte aan suiker, uitgedrukt in invertsuiker, van ten hoogste 20 g per liter.

b)

Het alcoholvolumegehalte van berenburg of beerenburg bedraagt ten minste 30 % vol.

c)

Bij de bereiding van berenburg of beerenburg mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruikt.

46.   Honingnectar of medenectar

a)

Honingnectar of medenectar is een gedistilleerde drank die wordt verkregen door een gegist beslag van honing te vermengen met honingdistillaat en/of ethylalcohol uit landbouwproducten, en waarin het volumegehalte van gegist honingbeslag ten minste 30 % bedraagt.

b)

Het alcoholvolumegehalte van honingnectar of medenectar bedraagt ten minste 22 % vol.

c)

Bij de bereiding van honingnectar of medenectar mogen geen andere aroma’s dan natuurlijke aromastoffen en aromatiserende preparaten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2, onder b), i), en onder c), van Richtlijn 88/388/EEG worden gebruik, met dien verstande dat de honingsmaak moet overheersen.

d)

Honingnectar of medenectar mag uitsluitend worden verzoet met honing.

Andere gedistilleerde dranken

1.

Rum-Verschnitt is een in Duitsland bereid product dat is verkregen door vermenging van rum en alcohol, waarbij ten minste 5 % van de in het eindproduct aanwezige alcohol afkomstig moet zijn van rum. Het alcoholvolumegehalte van Rum-Verschnitt bedraagt ten minste 37,5 % vol. Wat de etikettering en de presentatie van het product Rum-Verschnitt betreft, moet het woord Verschnitt in de aanduiding, de presentatie en de etikettering in letters van hetzelfde lettertype, dezelfde grootte en dezelfde kleur als die van, en op dezelfde regel als, het woord „Rum” voorkomen, waarbij dit in het geval van flessen op het buiketiket moet zijn. Indien dit product buiten de Duitse markt wordt verkocht, moet de alcoholische samenstelling ervan op het etiket zijn vermeld.

2.

Slivovice is een in Tsjechië bereid product dat is verkregen door aan pruimendistillaat vóór de einddistillatie ten hoogste 30 volumeprocenten ethylalcohol uit landbouwproducten toe te voegen. Dit product moet als „gedistilleerde drank” worden aangeduid en daarbij mag op het buiketiket in hetzelfde gezichtsveld ook de benaming slivovice worden gebruikt. Indien deze Tsjechische slivovice in de Gemeenschap in de handel wordt gebracht, moet de alcoholische samenstelling ervan op het etiket zijn vermeld. Deze bepaling laat het gebruik van de benaming slivovice voor vruchten-eau-de-vie overeenkomstig categorie 9 onverlet.


(1)  PB L 149 van 14.6.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2005.


BIJLAGE III

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Productcategorie

Geografische aanduiding

Land van oorsprong (de exacte geografische oorsprong wordt in het technisch dossier omschreven)

1.

Rum

 

 

 

Rhum de la Martinique

Frankrijk

 

Rhum de la Guadeloupe

Frankrijk

 

Rhum de la Réunion

Frankrijk

 

Rhum de la Guyane

Frankrijk

 

Rhum de sucrerie de la Baie du Galion

Frankrijk

 

Rhum des Antilles françaises

Frankrijk

 

Rhum des départements français d’outre-mer

Frankrijk

 

Ron de Málaga

Spanje

 

Ron de Granada

Spanje

 

Rum da Madeira

Portugal

2.

Whisky/Whiskey

 

 

 

Scotch Whisky

Verenigd Koninkrijk (Schotland)

 

Irish Whiskey/Uisce Beatha Eireannach/Irish Whisky  (1)

Ierland

 

Whisky español

Spanje

 

Whisky breton/Whisky de Bretagne

Frankrijk

 

Whisky alsacien/Whisky d’Alsace

Frankrijk

3.

Gedistilleerde drank van granen

 

 

 

Eau-de-vie de seigle de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Korn/Kornbrand

Duitsland, Oostenrijk, België (Duitstalige gemeenschap)

 

Münsterländer Korn/Kornbrand

Duitsland

 

Sendenhorster Korn/Kornbrand

Duitsland

 

Bergischer Korn/Kornbrand

Duitsland

 

Emsländer Korn/Kornbrand

Duitsland

 

Haselünner Korn/Kornbrand

Duitsland

 

Hasetaler Korn/Kornbrand

Duitsland

 

Samanė

Litouwen

4.

Wijn-eau-de-vie

 

 

 

Eau-de-vie de Cognac

Frankrijk

 

Eau-de-vie des Charentes

Frankrijk

 

Eau-de-vie de Jura

Frankrijk

 

Cognac

Frankrijk

 

(De aanduiding „Cognac” mag worden aangevuld met de volgende termen:

 

 

Fine

Frankrijk

 

Grande Fine Champagne

Frankrijk

 

Grande Champagne

Frankrijk

 

Petite Fine Champagne

Frankrijk

 

Petite Champagne

Frankrijk

 

Fine Champagne

Frankrijk

 

Borderies

Frankrijk

 

Fins Bois

Frankrijk

 

Bons Bois)

Frankrijk

 

Fine Bordeaux

Frankrijk

 

Fine de Bourgogne

Frankrijk

 

Armagnac

Frankrijk

 

Bas-Armagnac

Frankrijk

 

Haut-Armagnac

Frankrijk

 

Armagnac-Ténarèze

Frankrijk

 

Blanche Armagnac

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin de la Marne

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire d’Aquitaine

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin de Bourgogne

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire du Centre-Est

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire de Franche-Comté

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire du Bugey

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin de Savoie

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire des Coteaux de la Loire

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin des Côtes-du-Rhône

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire de Provence

Frankrijk

 

Eau-de-vie de Faugères/Faugères

Frankrijk

 

Eau-de-vie de vin originaire du Languedoc

Frankrijk

 

Aguardente de Vinho Douro

Portugal

 

Aguardente de Vinho Ribatejo

Portugal

 

Aguardente de Vinho Alentejo

Portugal

 

Aguardente de Vinho da Região dos Vinhos Verdes

Portugal

 

Aguardente de Vinho da Região dos Vinhos Verdes de Alvarinho

Portugal

 

Aguardente de Vinho Lourinhã

Portugal

 

Сунгурларска гроздова ракия/Гроздова ракия от Сунгурларе/Sungurlarska grozdova rakya/Grozdova rakya from Sungurlare

Bulgarije

 

Сливенска перла (Сливенска гроздова ракия/Гроздова ракия от Сливен)/Slivenska perla (Slivenska grozdova rakya/Grozdova rakya from Sliven)

Bulgarije

 

Стралджанска Мускатова ракия/Мускатова ракия от Стралджа/Straldjanska Muscatova rakya/Muscatova rakya from Straldja

Bulgarije

 

Поморийска гроздова ракия/Гроздова ракия от Поморие/Pomoriyska grozdova rakya/Grozdova rakya from Pomorie

Bulgarije

 

Русенска бисерна гроздова ракия/Бисерна гроздова ракия от Русе/Russenska biserna grozdova rakya/Biserna grozdova rakya from Russe

Bulgarije

 

Бургаска Мускатова ракия/Мускатова ракия от Бургас/Bourgaska Muscatova rakya/Muscatova rakya from Bourgas

Bulgarije

 

Добруджанска мускатова ракия/Мускатова ракия от Добруджа/Dobrudjanska muscatova rakya/muscatova rakya from Dobrudja

Bulgarije

 

Сухиндолска гроздова ракия/Гроздова ракия от Сухиндол/Suhindolska grozdova rakya/Grozdova rakya from Suhindol

Bulgarije

 

Карловска гроздова ракия/Гроздова Ракия от Карлово/Karlovska grozdova rakya/Grozdova Rakya from Karlovo

Bulgarije

 

Vinars Târnave

Roemenië

 

Vinars Vaslui

Roemenië

 

Vinars Murfatlar

Roemenië

 

Vinars Vrancea

Roemenië

 

Vinars Segarcea

Roemenië

5.

Brandy/Weinbrand

 

 

 

Brandy de Jerez

Spanje

 

Brandy del Penedés

Spanje

 

Brandy italiano

Italië

 

Brandy Αττικής/Brandy uit Attica

Griekenland

 

Brandy Πελοποννήσου/Brandy uit de Peloponnesos

Griekenland

 

Brandy Κεντρικής Ελλάδας/Brandy uit Midden-Griekenland

Griekenland

 

Deutscher Weinbrand

Duitsland

 

Wachauer Weinbrand

Oostenrijk

 

Weinbrand Dürnstein

Oostenrijk

 

Pfälzer Weinbrand

Duitsland

 

Karpatské brandy špeciál

Slowakije

 

Brandy français/Brandy de France

Frankrijk

6.

Druivendraf-eau-de-vie

 

 

 

Marc de Champagne/Eau-de-vie de marc de Champagne

Frankrijk

 

Marc d’Aquitaine/Eau-de-vie de marc originaire d’Aquitaine

Frankrijk

 

Marc de Bourgogne/Eau-de-vie de marc de Bourgogne

Frankrijk

 

Marc du Centre-Est/Eau-de-vie de marc originaire du Centre-Est

Frankrijk

 

Marc de Franche-Comté/Eau-de-vie de marc originaire de Franche-Comté

Frankrijk

 

Marc du Bugey/Eau-de-vie de marc originaire de Bugey

Frankrijk

 

Marc de Savoie/Eau-de-vie de marc originaire de Savoie

Frankrijk

 

Marc des Côteaux de la Loire/Eau-de-vie de marc originaire des Coteaux de la Loire

Frankrijk

 

Marc des Côtes-du-Rhône/Eau-de-vie de marc des Côtes du Rhône

Frankrijk

 

Marc de Provence/Eau-de-vie de marc originaire de Provence

Frankrijk

 

Marc du Languedoc/Eau-de-vie de marc originaire du Languedoc

Frankrijk

 

Marc d’Alsace Gewürztraminer

Frankrijk

 

Marc de Lorraine

Frankrijk

 

Marc d’Auvergne

Frankrijk

 

Marc du Jura

Frankrijk

 

Aguardente Bagaceira Bairrada

Portugal

 

Aguardente Bagaceira Alentejo

Portugal

 

Aguardente Bagaceira da Região dos Vinhos Verdes

Portugal

 

Aguardente Bagaceira da Região dos Vinhos Verdes de Alvarinho

Portugal

 

Orujo de Galicia

Spanje

 

Grappa

Italië

 

Grappa di Barolo

Italië

 

Grappa piemontese/Grappa del Piemonte

Italië

 

Grappa lombarda/Grappa di Lombardia

Italië

 

Grappa trentina/Grappa del Trentino

Italië

 

Grappa friulana/Grappa del Friuli

Italië

 

Grappa veneta/Grappa del Veneto

Italië

 

Südtiroler Grappa/Grappa dell’Alto Adige

Italië

 

Grappa Siciliana/Grappa di Sicilia

Italië

 

Grappa di Marsala

Italië

 

Τσικουδιά/Tsikoudia

Griekenland

 

Τσικουδιά Κρήτης/Tsikoudia van Kreta

Griekenland

 

Τσίπουρο/Tsipouro

Griekenland

 

Τσίπουρο Μακεδονίας/Tsipouro uit Macedonië

Griekenland

 

Τσίπουρο Θεσσαλίας/Tsipouro uit Thessaloniki

Griekenland

 

Τσίπουρο Τυρνάβου/Tsipouro uit Tyrnavos

Griekenland

 

Eau-de-vie de marc de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Ζιβανία/Τζιβανία/Ζιβάνα/Zivania

Cyprus

 

Törkölypálinka

Hongarije

9.

Vruchten-eau-de-vie

 

 

 

Schwarzwälder Kirschwasser

Duitsland

 

Schwarzwälder Mirabellenwasser

Duitsland

 

Schwarzwälder Williamsbirne

Duitsland

 

Schwarzwälder Zwetschgenwasser

Duitsland

 

Fränkisches Zwetschgenwasser

Duitsland

 

Fränkisches Kirschwasser

Duitsland

 

Fränkischer Obstler

Duitsland

 

Mirabelle de Lorraine

Frankrijk

 

Kirsch d’Alsace

Frankrijk

 

Quetsch d’Alsace

Frankrijk

 

Framboise d’Alsace

Frankrijk

 

Mirabelle d’Alsace

Frankrijk

 

Kirsch de Fougerolles

Frankrijk

 

Williams d’Orléans

Frankrijk

 

Südtiroler Williams/Williams dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Aprikot/Aprikot dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Marille/Marille dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Kirsch/Kirsch dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Zwetschgeler/Zwetschgeler dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Obstler/Obstler dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Gravensteiner/Gravensteiner dell’Alto Adige

Italië

 

Südtiroler Golden Delicious/Golden Delicious dell’Alto Adige

Italië

 

Williams friulano/Williams del Friuli

Italië

 

Sliwovitz del Veneto

Italië

 

Sliwovitz del Friuli-Venezia Giulia

Italië

 

Sliwovitz del Trentino-Alto Adige

Italië

 

Distillato di mele trentino/Distillato di mele del Trentino

Italië

 

Williams trentino/Williams del Trentino

Italië

 

Sliwovitz trentino/Sliwovitz del Trentino

Italië

 

Aprikot trentino/Aprikot del Trentino

Italië

 

Medronho do Algarve

Portugal

 

Medronho do Buçaco

Portugal

 

Kirsch Friulano/Kirschwasser Friulano

Italië

 

Kirsch Trentino/Kirschwasser Trentino

Italië

 

Kirsch Veneto/Kirschwasser Veneto

Italië

 

Aguardente de pêra da Lousã

Portugal

 

Eau-de-vie de pommes de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Eau-de-vie de poires de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Eau-de-vie de kirsch de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Eau-de-vie de quetsch de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Eau-de-vie de mirabelle de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Eau-de-vie de prunelles de marque nationale luxembourgeoise

Luxemburg

 

Wachauer Marillenbrand

Oostenrijk

 

Szatmári Szilvapálinka

Hongarije

 

Kecskeméti Barackpálinka

Hongarije

 

Békési Szilvapálinka

Hongarije

 

Szabolcsi Almapálinka

Hongarije

 

Gönci Barackpálinka

Hongarije

 

Pálinka

Hongarije,

Oostenrijk (voor abrikozen-eau-de-vie die uitsluitend is geproduceerd in de deelstaten: Niederösterreich, Burgenland, Steiermark, Wenen)

 

Bošácka Slivovica

Slowakije

 

Brinjevec

Slovenië

 

Dolenjski sadjevec

Slovenië

 

Троянска сливова ракия/Сливова ракия от Троян/Troyanska slivova rakya/Slivova rakya from Troyan

Bulgarije

 

Силистренска кайсиева ракия/Кайсиева ракия от Силистра/Silistrenska kaysieva rakya/Kaysieva rakya from Silistra

Bulgarije

 

Тервелска кайсиева ракия/Кайсиева ракия от Тервел/Tervelska kaysieva rakya/Kaysieva rakya from Tervel

Bulgarije

 

Ловешка сливова ракия/Сливова ракия от Ловеч/Loveshka slivova rakya/Slivova rakya from Lovech

Bulgarije

 

Pălincă

Roemenië

 

Ţuică Zetea de Medieşu Aurit

Roemenië

 

Ţuică de Valea Milcovului

Roemenië

 

Ţuică de Buzău

Roemenië

 

Ţuică de Argeş

Roemenië

 

Ţuică de Zalău

Roemenië

 

Ţuică Ardelenească de Bistriţa

Roemenië

 

Horincă de Maramureş

Roemenië

 

Horincă de Cămârzana

Roemenië

 

Horincă de Seini

Roemenië

 

Horincă de Chioar

Roemenië

 

Horincă de Lăpuş

Roemenië

 

Turţ de Oaş

Roemenië

 

Turţ de Maramureş

Roemenië

10.

Appelcider-eau-de-vie en perencider-eau-de-vie

 

 

 

Calvados

Frankrijk

 

Calvados Pays d’Auge

Frankrijk

 

Calvados Domfrontais

Frankrijk

 

Eau-de-vie de cidre de Bretagne

Frankrijk

 

Eau-de-vie de poiré de Bretagne

Frankrijk

 

Eau-de-vie de cidre de Normandie

Frankrijk

 

Eau-de-vie de poiré de Normandie

Frankrijk

 

Eau-de-vie de cidre du Maine

Frankrijk

 

Aguardiente de sidra de Asturias

Spanje

 

Eau-de-vie de poiré du Maine

Frankrijk

15.

Wodka

 

 

 

Svensk Vodka/Swedish Vodka

Zweden

 

Suomalainen Vodka/Finsk Vodka/Vodka of Finland

Finland

 

Polska Wódka/Polish Vodka

Polen

 

Laugarício Vodka

Slowakije

 

Originali Lietuviška degtinė/Original Lithuanian vodka

Litouwen

 

Kruidenwodka uit de noordelijke laagvlakte van Podlachië, gearomatiseerd met veenreukgrasextract/Wódka ziolowa z Niziny Pólnocnopodlaskiej aromatyzowana ekstraktem z trawy żubrowej

Polen

 

Latvijas Dzidrais

Letland

 

Rīgas Degvīns

Letland

 

Estonian vodka

Estland

17.

Geist

 

 

 

Schwarzwälder Himbeergeist

Duitsland

18.

Gentiaan

 

 

 

Bayerischer Gebirgsenzian

Duitsland

 

Südtiroler Enzian/Genziana dell’Alto Adige

Italië

 

Genziana trentina/Genziana del Trentino

Italië

19.

Met jeneverbes-sen gearomatiseerde gedistilleerde drank

 

 

 

Genièvre/Jenever/Genever

België, Nederland, Frankrijk (de departementen Nord (59) en Pas-de-Calais(62)), Duitsland (de Duitse deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen)

 

Genièvre de grains, Graanjenever, Graangenever

België, Nederland, Frankrijk (de departementen Nord (59) en Pas-de-Calais (62))

 

Jonge jenever, jonge genever

België, Nederland

 

Oude jenever, oude genever

België, Nederland

 

Hasseltse jenever/Hasselt

België (Hasselt, Zonhoven, Diepenbeek)

 

Balegemse jenever

België (Balegem)

 

O' de Flander-Oost-Vlaamse Graanjenever

België (Oost-Vlaanderen)

 

Peket-Pékêt/Peket-Pékêt de Wallonie

België (Waals Gewest)

 

Genièvre Flandres Artois

Frankrijk (de departementen Nord (59) en Pas-de-Calais (62))

 

Ostfriesischer Korngenever

Duitsland

 

Steinhäger

Duitsland

 

Plymouth Gin

Verenigd Koninkrijk

 

Gin de Mahón

Spanje

 

Vilniaus Džinas/Vilnius Gin

Litouwen

 

Spišská Borovička

Slowakije

 

Slovenská Borovička Juniperus

Slowakije

 

Slovenská Borovička

Slowakije

 

Inovecká Borovička

Slowakije

 

Liptovská Borovička

Slowakije

24.

Akvavit/aquavit

 

 

 

Dansk Akvavit/Dansk Aquavit

Denemarken

 

Svensk Aquavit/Svensk Akvavit/Swedish Aquavit

Zweden

25.

Met anijs gearomatiseerde gedistilleerde drank

 

 

 

Anis español

Spanje

 

Anís Paloma Monforte del Cid

Spanje

 

Hierbas de Mallorca

Spanje

 

Hierbas Ibicencas

Spanje

 

Évora anisada

Portugal

 

Cazalla

Spanje

 

Chinchón

Spanje

 

Ojén

Spanje

 

Rute

Spanje

 

Janeževec

Slovenië

29.

Gedistilleerde anis

 

 

 

Ouzo/Ούζο

Cyprus, Griekenland

 

Ούζο Μυτιλήνης/Ouzo uit Mitilene

Griekenland

 

Ούζο Πλωμαρίου/Ouzo uit Plomari

Griekenland

 

Ούζο Καλαμάτας/Ouzo uit Kalamata

Griekenland

 

Ούζο Θράκης/Ouzo uit Thracië

Griekenland

 

Ούζο Μακεδονίας/Ouzo uit Macedonië

Griekenland

30.

Gedistilleerde drank met bittere smaak of bitter

 

 

 

Demänovka bylinná horká

Slowakije

 

Rheinberger Kräuter

Duitsland

 

Trejos devynerios

Litouwen

 

Slovenska travarica

Slovenië

32.

Likeur

 

 

 

Berliner Kümmel

Duitsland

 

Hamburger Kümmel

Duitsland

 

Münchener Kümmel

Duitsland

 

Chiemseer Klosterlikör

Duitsland

 

Bayerischer Kräuterlikör

Duitsland

 

Irish Cream

Ierland

 

Palo de Mallorca

Spanje

 

Ginjinha portuguesa

Portugal

 

Licor de Singeverga

Portugal

 

Mirto di Sardegna

Italië

 

Liquore di limone di Sorrento

Italië

 

Liquore di limone della Costa d’Amalfi

Italië

 

Genepì del Piemonte

Italië

 

Genepì della Valle d’Aosta

Italië

 

Benediktbeurer Klosterlikör

Duitsland

 

Ettaler Klosterlikör

Duitsland

 

Ratafia de Champagne

Frankrijk

 

Ratafia catalana

Spanje

 

Anis português

Portugal

 

Suomalainen Marjalikööri/Suomalainen Hedelmälikööri/Finsk Bärlikör/Finsk Fruktlikör/Finnish berry liqueur/Finnish fruit liqueur

Finland

 

Grossglockner Alpenbitter

Oostenrijk

 

Mariazeller Magenlikör

Oostenrijk

 

Mariazeller Jagasaftl

Oostenrijk

 

Puchheimer Bitter

Oostenrijk

 

Steinfelder Magenbitter

Oostenrijk

 

Wachauer Marillenlikör

Oostenrijk

 

Jägertee/Jagertee/Jagatee

Oostenrijk

 

Hüttentee

Duitsland

 

Allažu Kimelis

Letland

 

Čepkelių

Litouwen

 

Demänovka Bylinný Likér

Slowakije

 

Polish Cherry

Polen

 

Karlovarská hořká

Tsjechië

 

Pelinkovec

Slovenië

 

Blutwurz

Duitsland

 

Cantueso Alicantino

Spanje

 

Licor café de Galicia

Spanje

 

Licor de hierbas de Galicia

Spanje

 

Génépi des Alpes/Genepì degli Alpi

Frankrijk, Italië

 

Μαστίχα Χίου/Masticha van Chios

Griekenland

 

Κίτρο Νάξου/Kitro van Naxos

Griekenland

 

Κουμκουάτ Κέρκυρας/Koum Kouat van Corfu

Griekenland

 

Τεντούρα/Tentoura

Griekenland

 

Poncha da Madeira

Portugal

34.

Crème de cassis

 

 

 

Cassis de Bourgogne

Frankrijk

 

Cassis de Dijon

Frankrijk

 

Cassis de Saintonge

Frankrijk

 

Cassis du Dauphiné

Frankrijk

 

Cassis de Beaufort

Luxemburg

40.

Nocino

 

 

 

Nocino di Modena

Italië

 

Orehovec

Slovenië

Andere gedistilleerde dranken

 

Pommeau de Bretagne

Frankrijk

 

Pommeau du Maine

Frankrijk

 

Pommeau de Normandie

Frankrijk

 

Svensk Punsch/Swedish Punch

Zweden

 

Pacharán navarro

Spanje

 

Pacharán

Spanje

 

Inländerrum

Oostenrijk

 

Bärwurz

Duitsland

 

Aguardiente de hierbas de Galicia

Spanje

 

Aperitivo Café de Alcoy

Spanje

 

Herbero de la Sierra de Mariola

Spanje

 

Königsberger Bärenfang

Duitsland

 

Ostpreußischer Bärenfang

Duitsland

 

Ronmiel

Spanje

 

Ronmiel de Canarias

Spanje

 

Genièvre aux fruits/Vruchtenjenever/Jenever met vruchten/Fruchtgenever

België, Nederland, Frankrijk (de departementen Nord (59) en Pas-de-Calais(62)), Duitsland (de Duitse deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen)

 

Domači rum

Slovenië

 

Irish Poteen/Irish Póitín

Ierland

 

Trauktinė

Litouwen

 

Trauktinė Palanga

Litouwen

 

Trauktinė Dainava

Litouwen


(1)  De geografische aanduiding Irish Whiskey/Uisce Beatha Eireannach/Irish Whisky bestrijkt in Ierland en Noord-Ierland geproduceerde whisky/whiskey.