ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 312

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
30 november 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 1404/2007 van de Raad van 26 november 2007 tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

1

 

 

Verordening (EG) nr. 1405/2007 van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

10

 

*

Verordening (EG) nr. 1406/2007 van de Commissie van 29 november 2007 tot opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur betreffende Verordening (EG) nr. 130/2006 van de Raad tot instelling van definitieve antidumpingrechten op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot intrekking van het recht ten aanzien van een Chinese exporteur en tot registratie van de invoer

12

 

*

Verordening (EG) nr. 1407/2007 van de Commissie van 29 november 2007 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Třeboňský kapr (BGA))

16

 

*

Verordening (EG) nr. 1408/2007 van de Commissie van 28 november 2007 tot vaststelling van een verbod op de visserij op schol in ICES- zone IV; IIa (EG-wateren) door vaartuigen die de vlag van België voeren

17

 

*

Verordening (EG) nr. 1409/2007 van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van een verbod op de visserij op roodbaars in ICES-zone Vb (Faeröer-wateren) door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren

19

 

 

Verordening (EG) nr. 1410/2007 van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector varkensvlees

21

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn 2007/69/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde difethialon als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen ( 1 )

23

 

*

Richtlijn 2007/70/EG van de Commissie van 29 november 2007 tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde koolstofdioxide als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen ( 1 )

26

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2007/773/Euratom

 

*

Beschikking van de Raad van 26 november 2007 houdende de verlenging gedurende één jaar van het lopende aanvullende onderzoeksprogramma, voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ten uitvoer te leggen door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek

29

 

 

2007/774/EG

 

*

Besluit van de Raad van 30 oktober 2007 betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een protocol bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

32

Protocol bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

33

 

 

Commissie

 

 

2007/775/EG

 

*

Besluit van de Commissie van 13 november 2007 tot intrekking van Besluit 1999/572/EG tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, Hongarije, India, de Republiek Korea, Mexico, Oekraïne, Polen en Zuid-Afrika

44

 

 

2007/776/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 28 november 2007 tot wijziging van Richtlijn 92/34/EEG van de Raad met het oog op de verlenging van de periode waarin mag worden afgeweken van de voorwaarden voor invoer, uit derde landen, van teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5693)

48

 

 

2007/777/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor bepaalde uit derde landen ingevoerde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie en tot intrekking van Beschikking 2005/432/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5777)  ( 1 )

49

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Gemeenschappelijk Optreden 2007/778/GBVB van de Raad van 29 november 2007 tot wijziging en verlenging van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB betreffende de instelling van een planningsteam van de EU (EUPT Kosovo) met betrekking tot een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo

68

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/1


VERORDENING (EG) Nr. 1404/2007 VAN DE RAAD

van 26 november 2007

tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Gelet op Verordening (EG) nr. 847/1996 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (2), en met name op artikel 2,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1098/2007 van de Raad van 18 september 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren (3), en met name op artikel 5 en artikel 8, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke adviezen en met name het verslag van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij, maatregelen vaststellen waarbij de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden geregeld.

(2)

Krachtens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 dient de Raad de vangstmogelijkheden per visserijtak of groep van visserijtakken vast te stellen en deze aan de lidstaten toe te wijzen.

(3)

Voor een efficiënt beheer van de vangstmogelijkheden moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(4)

De beginselen van en bepaalde procedures voor het visserijbeheer moeten door de Gemeenschap worden vastgelegd om de lidstaten in staat te stellen het beheer van de onder hun vlag varende vissersvaartuigen te garanderen.

(5)

In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn definities vastgesteld die relevant zijn voor de toewijzing van de vangstmogelijkheden.

(6)

Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 moeten de bestanden waarop de daarin vervatte maatregelen van toepassing zijn, worden omschreven.

(7)

Bij de benutting van de vangstmogelijkheden moet worden voldaan aan de Gemeenschapswetgeving op dit gebied, en met name aan Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen (4) en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen, Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten (5), Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijke visserijbeleid (6), Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS) (7), Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (8), Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (9), Verordening (EG) nr. 2187/2005 van de Raad van 21 december 2005 betreffende de instandhouding door middel van technische maatregelen van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Sont (10), en Verordening (EG) nr. 1098/2007.

(8)

Overeenkomstig de tijdens de Raadszitting van 11-12 juni 2007 door de Commissie afgelegde verklaring dient rekening te worden gehouden met de inspanningen die de lidstaten hebben geleverd om de vlootcapaciteit in de Oostzee tijdens de afgelopen jaren aan te passen, zonder dat hierbij afbreuk wordt gedaan aan de algemene doelstelling van de bij Verordening (EG) nr. 1098/2007 vastgestelde regeling voor het beheer van de visserijinspanning.

(9)

Met het oog op de instandhouding van de visbestanden moet in 2008 een aantal aanvullende maatregelen op het gebied van technische visserijvoorschriften ten uitvoer worden -gelegd.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

WERKINGSSFEER EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voor het jaar 2008 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee vastgesteld, alsmede de voorschriften die bij de benutting van deze vangstmogelijkheden in acht moeten worden genomen.

Artikel 2

Werkingssfeer

1.   Deze verordening is van toepassing op alle in de Oostzee vissende vissersvaartuigen van de Gemeenschap (hierna: „vaartuigen van de Gemeenschap”) en op alle in de Oostzee vissende vissersvaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd staan in een derde land.

2.   In afwijking van lid 1 is deze verordening niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend worden uitgeoefend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met toestemming en onder het gezag van de betrokken lidstaat en waarvan de Commissie en de lidstaat in de wateren waarvan het onderzoek plaatsvindt, tevoren in kennis zijn gesteld.

Artikel 3

Definities

Naast de begripsomschrijvingen van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, wordt in deze verordening verstaan onder:

a)

„de zones van de ICES” (Internationale Raad voor het onderzoek van de zee, International Council for the Exploration of the Sea), de in Verordening (EEG) nr. 3880/91 afgebakende zones;

b)

„Oostzee”, ICES-sectoren IIIb, IIIc en IIId;

c)

„totaal toegestane vangsten (TAC’s)”, de hoeveelheid die per bestand per jaar mag worden gevangen;

d)

„quotum”, een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Gemeenschap, aan een lidstaat of aan een derde land;

e)

„buitengaats doorgebrachte dag”, elke ononderbroken periode van 24 uur of een gedeelte van die periode, waarin het vaartuig zich niet in de haven bevindt.

HOOFDSTUK II

VANGSTMOGELIJKHEDEN EN VISSERIJVOORSCHRIFTEN

Artikel 4

Vangstbeperkingen en toewijzingen

De vangstmogelijkheden, de toewijzing daarvan aan de lidstaten en de aanvullende voorwaarden als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96, zijn vastgesteld in bijlage I bij de onderhavige verordening.

Artikel 5

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)

het aan een andere lidstaat toewijzen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 1, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93;

c)

het aanvoeren van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)

het overdragen van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96;

e)

het toepassen van verminderingen of kortingen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96.

2.   Bij inhoudingen op de quota voor overdracht naar 2009 mag het bepaalde in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96, in afwijking van het bepaalde in die verordening, worden toegepast op alle bestanden waarvoor een analytische TAC is vastgesteld.

Artikel 6

Voorwaarden voor vangsten en bijvangsten

1.   Vis van bestanden waarvoor vangstmogelijkheden zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits die vis:

a)

is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en zijn quotum nog niet heeft opgebruikt;

b)

samen met andere soorten dan haring of sprot is gevangen met trawlnetten, Deense zegens of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van minder dan 32 mm, op voorwaarde dat de vangsten niet aan boord of bij aanvoer worden gesorteerd.

2.   Alle aangevoerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum of op het Gemeenschapsaandeel, met uitzondering van de in lid 1, onder b), bedoelde vangsten.

3.   Indien het aan een lidstaat toegewezen quotum voor haring is opgebruikt, mogen de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, in de Gemeenschap zijn geregistreerd en actief zijn in de visserijtak waarvoor het quotum is vastgesteld, geen ongesorteerde vangsten aanvoeren die haring bevatten.

4.   Indien het aan een lidstaat toegewezen quotum voor sprot is opgebruikt, mogen de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, in de Gemeenschap zijn geregistreerd en actief zijn in de visserijtak waarvoor het quotum is vastgesteld, geen ongesorteerde vangsten aanvoeren die sprot bevatten.

Artikel 7

Beperkingen van de visserijinspanning

De beperkingen van de visserijinspanning zijn vastgesteld in bijlage II.

Artikel 8

Technische overgangsmaatregelen

De technische overgangsmaatregelen zijn vastgesteld in bijlage III.

HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 9

Gegevensoverdracht

Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 november 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

J. SILVA


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1).

(2)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(3)  PB L 248 van 22.9.2007, blz. 1.

(4)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9.

(5)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1804/2005 (PB L 290 van 4.11.2005, blz. 10).

(6)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 9).

(7)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(8)  PB L 274 van 25.9.1986, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3259/94 (PB L 339 van 29.12.1994, blz. 11).

(9)  PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 448/2005 van de Commissie (PB L 74 van 19.3.2005, blz. 5).

(10)  PB L 349 van 31.12.2005, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 809/2007 (PB L 182 van 12.7.2007, blz. 1).


BIJLAGE I

Toegestane aanvoer en daarbij in acht te nemen voorschriften voor het meerjarenbeheer van de vangstmogelijkheden per soort en per zone voor vaartuigen van de Gemeenschap in zones met vangstbeperkingen

Onderstaande tabellen bevatten de TAC’s en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand, de toewijzing daarvan aan de lidstaten en de daaraan verbonden voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de quota.

Per zone staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. In deze tabellen worden voor de verschillende soorten de volgende codes gebruikt:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Clupea harengus

HER

Haring

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Platichthys flesus

FLE

Bot

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Salmo salar

SAL

Atlantische zalm

Sprattus sprattus

SPR

Sprot


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Deelsectoren 22-24

HER/3B23.; HER/3C22.; HER/3D24.

Denemarken

6 245

 

Duitsland

24 579

 

Finland

3

 

Polen

5 797

 

Zweden

7 926

 

EG

44 550

 

TAC

44 550

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Deelsectoren 30-31

HER/3D30.; HER/3D31.

Finland

71 344

 

Zweden

15 676

 

EG

87 020

 

TAC

87 020

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Deelsectoren 25-27, 28.2, 29 en 32

HER/3D25.; HER/3D26.; HER/3D27.; HER/3D28.; HER/3D29.; HER/3D32.

Denemarken

3 358

 

Duitsland

890

 

Estland

17 148

 

Finland

33 472

 

Letland

4 232

 

Litouwen

4 456

 

Polen

38 027

 

Zweden

51 047

 

EG

152 630

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Deelsector 28.1

HER/03D.RG

Estland

16 668

 

Letland

19 426

 

EG

36 094

 

TAC

36 094

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Deelsectoren 25-32 (EG-wateren)

COD/3D25.; COD/3D26.; COD/3D27.; COD/3D28.; COD/3D29.; COD/3D30.; COD/3D31.; COD/3D32.

Denemarken

8 905

 

Duitsland

3 542

 

Estland

868

 

Finland

681

 

Letland

3 311

 

Litouwen

2 181

 

Polen

10 255

 

Zweden

9 022

 

EG

38 765

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Deelsectoren 22-24 (EG-wateren)

COD/3B23.; COD/3C22.; COD/3D24.

Denemarken

8 390

 

Duitsland

4 102

 

Estland

186

 

Finland

165

 

Letland

694

 

Litouwen

450

 

Polen

2 245

 

Zweden

2 989

 

EG

19 221

 

TAC

19 221

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

IIIbcd (EG-wateren)

PLE/3B23.; PLE/3C22.; PLE/3D24.; PLE/3D25.; PLE/3D26.; PLE/3D27.; PLE/3D28.; PLE/3D29.; PLE/3D30.; PLE/3D31.; PLE/3D32.

Denemarken

2 293

 

Duitsland

255

 

Polen

480

 

Zweden

173

 

EC

3 201

 

TAC

3 201

Voorzorgs-TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Atlantische zalm

Salmo salar

Zone

:

IIIbcd (EG-wateren) met uitzondering van deelsector 32

SAL/3B23.; SAL/3C22.; SAL/3D24.; SAL/3D25.; SAL/3D26.; SAL/3D27.; SAL/3D28.; SAL/3D29.; SAL/3D30.; SAL/3D31.

Denemarken

75 511  (1)

 

Duitsland

8 401  (1)

 

Estland

7 674  (1)

 

Finland

94 157  (1)

 

Letland

48 028  (1)

 

Litouwen

5 646  (1)

 

Polen

22 907  (1)

 

Zweden

102 068  (1)

 

EG

364 392  (1)

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Atlantische zalm

Salmo salar

Zone

:

Deelsector 32

SAL/3D32.

Estland

1 581  (2)

 

Finland

13 838  (2)

 

EG

15 419  (2)

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort

:

Sprot

Sprattus sprattus

Zone

:

IIIbcd (EG-wateren)

SPR/3B23.; SPR/3C22.; SPR/3D24.; SPR/3D25.; SPR/3D26.; SPR/3D27.; SPR/3D28.; SPR/3D29.; SPR/3D30.; SPR/3D31.; SPR/3D32.

Denemarken

44 833

 

Duitsland

28 403

 

Estland

52 060

 

Finland

23 469

 

Letland

62 877

 

Litouwen

22 745

 

Polen

133 435

 

Zweden

86 670

 

EG

454 492

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.
Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1)  Aantal stuks.

(2)  Aantal stuks.


BIJLAGE II

1.   Beperkingen van de visserijinspanning

1.1.

De lidstaten zien erop toe dat de visserij door onder hun vlag varende vissersvaartuigen met trawlnetten, Deense zegens of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 90 mm of meer, met kieuwnetten, warnetten of schakelnetten met een maaswijdte van 90 mm of meer, met geankerde beugen, beuglijnen met uitzondering van vrije beuglijnen, met handlijnen of de peur, slechts wordt toegestaan gedurende ten hoogste:

a)

223 buitengaats doorgebrachte dagen in de deelsectoren 22-24, met uitzondering van de periode van 1 tot en met 30 april wanneer het bepaalde in artikel 8, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1098/2007 van toepassing is;

b)

178 buitengaats doorgebrachte dagen in de deelsectoren 25-27, en 28.2 met uitzondering van de periode van 1 juli tot en met 31 augustus wanneer het bepaalde in artikel 8, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1098/2007 van toepassing is.

1.2.

Het maximale aantal buitengaats doorgebrachte dagen per jaar gedurende welke een vaartuig zich in de in punt 1.1, onder a) en onder b), omschreven gebieden mag bevinden en daar met het in punt 1.1 bedoelde vistuig mag vissen, mag niet meer bedragen dan het hoogste aantal dagen dat voor een van de twee gebieden is toegekend.

1.3.

De Commissie mag ten hoogste vier extra buitengaats doorgebrachte dagen aan de lidstaten toewijzen op basis van de definitieve beëindigingen, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (1), van visserijactiviteiten die sinds 1 januari 2005 in de betrokken zones hebben plaatsgevonden met één van de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1098/2007 genoemde soorten vistuig.

1.4.

Lidstaten die wensen te profiteren van de in punt 1.3 bedoelde toewijzingen, dienen uiterlijk op 30 januari 2008 bij de Commissie een verzoek in dat vergezeld gaat van verslagen met de bijzonderheden over de betrokken definitieve beëindigingen van visserijactiviteiten. Op basis van dit verzoek kan de Commissie het in punt 1.1 vastgestelde aantal buitengaats doorgebrachte dagen voor de betrokken lidstaat wijzigen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.


(1)  PB L 337 van 30.12.1999, blz. 10. Verordening ingetrokken bij Verordening (EG) nr. 1198/2006 (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1).


BIJLAGE III

TECHNISCHE OVERGANGSMAATREGELEN

1.   Beperkingen van de visserij op bot en tarbot

1.1.

Het is verboden de volgende vissoorten die zijn gevangen in de geografische zones en tijdens de perioden die hierna worden gespecificeerd, aan boord te houden:

Soort

Geografische zone

Periode

Bot (Platichthys flesus)

Deelsectoren 26-28, 29, bezuiden 59°30′NB

Deelsector 32

15 februari tot en met 15 mei

15 februari tot en met 31 mei

Tarbot (Psetta maxima)

Deelsectoren 25-26, 28, bezuiden 56°50′NB

1 juni tot en met 31 juli

2.   In afwijking van het bepaalde in punt 1 geldt dat, wanneer wordt gevist met trawlnetten, Deense zegens of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 105 mm of meer, of met kieuwnetten, warnetten of schakelnetten met een maaswijdte van 100 mm of meer, de bijvangsten van bot en tarbot aan boord mogen worden gehouden en aangevoerd, mits het aandeel van deze soorten niet meer bedraagt dan 10 % van de totale vangst in levend gewicht die aan boord wordt gehouden en aangevoerd tijdens de in dat punt vastgestelde verbodsperioden.


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/10


VERORDENING (EG) Nr. 1405/2007 VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 30 november 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 756/2007 (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 41).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 29 november 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

114,0

MA

71,3

TR

84,2

ZZ

89,8

0707 00 05

JO

196,3

MA

51,7

TR

85,6

ZZ

111,2

0709 90 70

MA

44,1

TR

98,9

ZZ

71,5

0709 90 80

EG

301,9

ZZ

301,9

0805 20 10

MA

64,9

ZZ

64,9

0805 20 30 , 0805 20 50 , 0805 20 70 , 0805 20 90

CN

63,1

HR

26,3

IL

67,3

TR

102,5

UY

82,5

ZZ

68,3

0805 50 10

AR

72,2

EG

78,5

TR

108,6

ZA

59,3

ZZ

79,7

0808 10 80

AR

87,7

CA

86,9

CL

86,0

CN

72,1

MK

27,8

US

97,1

ZA

78,3

ZZ

76,6

0808 20 50

AR

48,8

CN

46,0

TR

145,7

US

109,4

ZZ

87,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/12


VERORDENING (EG) Nr. 1406/2007 VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur betreffende Verordening (EG) nr. 130/2006 van de Raad tot instelling van definitieve antidumpingrechten op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot intrekking van het recht ten aanzien van een Chinese exporteur en tot registratie van de invoer

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap („de basisverordening”) (1), en met name op artikel 11, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VERZOEK OM EEN NIEUW ONDERZOEK

(1)

De Commissie heeft een verzoek ontvangen om een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening. Het verzoek werd ingediend door Fuyang Genebest Chemical Industry Co. Ltd. („de indiener van het verzoek”), een producent/exporteur in de Volksrepubliek China („het betrokken land”).

B.   PRODUCT

(2)

Het verzoek heeft betrekking op wijnsteenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder GN-code 2918 12 00. Deze GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.

C.   BESTAANDE MAATREGELEN

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 130/2006 van de Raad (2) werd een definitief antidumpingrecht van 34,9 % ingesteld op het betrokken product van oorsprong uit de Volksrepubliek China dat ook van toepassing is op de indiener van het verzoek. Voor enkele in die verordening met name genoemde ondernemingen geldt een individueel antidumpingrecht.

D.   MOTIVERING VAN HET NIEUWE ONDERZOEK

(4)

De indiener van het verzoek beweert dat hij op marktvoorwaarden werkt in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening en dus als marktgerichte onderneming wenst te worden beschouwd of dat hij anders in aanmerking wenst te komen voor een individuele behandeling overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening, dat hij het betrokken product niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd in het onderzoektijdvak waarop de thans geldende antidumpingmaatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen de periode van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004 (hierna „het oorspronkelijke onderzoektijdvak” genoemd) en dat hij niet verbonden is met producenten/exporteurs van het betrokken product die aan bovengenoemde antidumpingmaatregelen zijn onderworpen.

(5)

De indiener van het verzoek beweert voorts dat hij eerst na het oorspronkelijke onderzoektijdvak begonnen is met de uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap.

E.   PROCEDURE

(6)

De bekende betrokken communautaire producenten zijn van het bovenstaande verzoek in kennis gesteld en hebben daarop kunnen reageren. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

(7)

Na onderzoek van het bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit toereikend is om een onderzoek te openen ten behoeve van een nieuwe exporteur overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening. Hierbij zal worden vastgesteld of de indiener van het verzoek op marktvoorwaarden opereert in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening of dat hij, indien dit niet het geval is, aan de voorwaarden voor een individuele behandeling voldoet overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening, in welk geval voor hem een individuele dumpingmarge zal worden vastgesteld. Indien blijkt dat het door hem vervaardigde product met dumping in de Gemeenschap wordt ingevoerd, zal voor hem een antidumpingrecht worden vastgesteld.

(8)

Indien blijkt dat de indiener van het verzoek aan de voorwaarden voor de vaststelling van een individueel recht voldoet, kan het noodzakelijk zijn het recht te wijzigen dat momenteel van toepassing is op het betrokken product afkomstig van ondernemingen die niet met naam zijn vermeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 130/2006.

a)

Vragenlijsten

Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek een vragenlijst toezenden.

b)

Het schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie

Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en bewijsmateriaal toe te zenden.

Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de bij onderhavige verordening vastgestelde termijn kenbaar maakt.

c)

Status van marktgerichte onderneming

De normale waarde wordt overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening vastgesteld indien de indiener van het verzoek kan aantonen dat hij op marktvoorwaarden opereert, dat wil zeggen indien hij voldoet aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. Hiertoe moet hij een met bewijsmateriaal ondersteunde aanvraag indienen binnen de in artikel 4, lid 3, van deze verordening vermelde termijn. De Commissie zal aanvraagformulieren toezenden aan de indiener van het verzoek en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China.

d)

Selectie van het land met een markteconomie

Indien de indiener van het verzoek geen behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, maar hij wel voor een individuele behandeling in aanmerking komt overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening, zal, overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening, een geschikt derde land met een markteconomie worden gekozen om de normale waarde voor de Volksrepubliek China vast te stellen. De Commissie is voornemens hiervoor weer Argentinië te gebruiken, zoals bij het onderzoek dat heeft geleid tot de instelling van het antidumpingrecht op het betrokken product uit de Volksrepubliek China. Opmerkingen over deze keuze moeten binnen de in artikel 4, lid 2, van deze verordening vermelde bijzondere termijn worden toegezonden.

Indien de indiener van het verzoek een behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend, kan de Commissie de bevindingen over de normale waarde in het geschikte derde land met een markteconomie zo nodig ook voor hem gebruiken, bijvoorbeeld indien in de Volksrepubliek China geen betrouwbare gegevens beschikbaar zijn over kosten of prijzen voor de vaststelling van de normale waarde. De Commissie is voornemens ook hiervoor Argentinië als referentieland te gebruiken.

F.   INTREKKING VAN HET RECHT EN REGISTRATIE VAN DE INVOER

(9)

Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het antidumpingrecht worden ingetrokken ten aanzien van het betrokken product dat door de indiener van het verzoek wordt vervaardigd en naar de Gemeenschap uitgevoerd. Tevens moet de invoer van dit product, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, worden geregistreerd zodat eventueel met terugwerkende kracht antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van opening van dit nieuwe onderzoek, indien bij het onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek het betrokken product met dumping in de Gemeenschap invoert. In dit stadium kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn.

G.   TERMIJNEN

(10)

In het belang van een behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen:

a)

belanghebbenden zich bij de Commissie kenbaar kunnen maken, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en hun antwoorden op de in artikel 4, lid 1, van deze verordening genoemde vragenlijst en alle andere gegevens die zij voor het onderzoek nuttig achten, kunnen inzenden;

b)

belanghebbenden schriftelijk kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord;

c)

belanghebbenden op- of aanmerkingen kunnen maken over de keuze van Argentinië als geschikt derde land met een markteconomie voor de vaststelling van de normale waarde van het betrokken product in de Volksrepubliek China, ingeval de indiener van het verzoek geen behandeling als marktgerichte onderneming wordt toegekend;

d)

de indiener van het verzoek de aanvraag, vergezeld van bewijsmateriaal, moet indienen om als marktgerichte onderneming te worden behandeld.

H.   NIET-MEDEWERKING

(11)

Indien een belanghebbende binnen de vastgestelde termijnen toegang tot de nodige gegevens weigert, deze niet verstrekt of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze informatie buiten beschouwing gelaten en kan overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend,

I.   VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

(12)

Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3).

J.   HOORDER

(13)

Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de hoorder van DG Trade wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen over procedurele kwesties aangaande de bescherming van de belangen van de belanghebbenden tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen. Nadere informatie en hoe u contact kunt opnemen vindt u op de webpagina's van de hoorder op de website van DG Trade (http://ec.europa.eu/trade),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad wordt een nieuw onderzoek ten aanzien van Verordening (EG) nr. 130/2006 geopend teneinde vast te stellen of en in welke mate de invoer van wijnsteenzuur, vallende onder GN-code 2918 12 00, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, vervaardigd en verkocht voor uitvoer naar de Gemeenschap door Fuyang Genebest Chemical Industry Co. Ltd. (aanvullende Taric-code A851), moet worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 130/2006 is ingesteld.

Artikel 2

Het bij Verordening (EG) nr. 130/2006 ingestelde antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 omschreven product.

Artikel 3

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad wordt de douaneautoriteiten van de lidstaten opgedragen de nodige maatregelen te nemen om de invoer van het in artikel 1 omschreven product te registreren. Deze registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

Artikel 4

1.   Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders vermeld, binnen 40 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en de antwoorden op de in overweging 10, onder a), genoemde vragenlijst en eventuele andere gegevens verstrekken. Verzoeken om te worden gehoord dienen schriftelijk binnen dezelfde termijn van 40 dagen te worden ingediend.

2.   Opmerkingen over de keuze van Argentinië als derde land met een markteconomie voor het vaststellen van de normale waarde voor de Volksrepubliek China, dienen binnen tien dagen na inwerkingtreding van deze verordening te worden toegezonden.

3.   Aanvragen om als marktgerichte onderneming te worden behandeld moeten, vergezeld van bewijsmateriaal, binnen 21 dagen na inwerkingtreding van deze verordening in het bezit van de Commissie zijn.

4.   Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) worden toegezonden onder opgave van naam, adres, e-mailadres en telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in deze verordening gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (4) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.

Alle informatie over deze kwestie en verzoeken om een mondeling onderhoud moeten aan het volgende adres worden gericht:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat H

Kamer: J-79 4/23

B-1049 Brussel

Fax (32 2) 295 65 05

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).

(2)  PB L 23 van 27.1.2006, blz. 1.

(3)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(4)  Dit betekent dat het document uitsluitend voor intern gebruik bestemd is. Het document is beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het document is vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/16


VERORDENING (EG) Nr. 1407/2007 VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Třeboňský kapr (BGA))

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 7, lid 4, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 6, lid 2, eerste alinea, en artikel 17, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 is de door Tsjechië ingediende aanvraag tot registratie van de benaming „Třeboňský kapr” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006, dient deze benaming te worden ingeschreven,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze verordening vermelde benaming wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB C 66 van 22.3.2007, blz. 1.


BIJLAGE

In bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten voor menselijke consumptie:

Categorie 1.7

Verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren en producten op basis van verse vis en schaal-, schelp- en weekdieren

TSJECHIË

Třeboňský kapr (BGA).


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/17


VERORDENING (EG) Nr. 1408/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 november 2007

tot vaststelling van een verbod op de visserij op schol in ICES- zone IV; IIa (EG-wateren) door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn quota voor 2007 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2007 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2007 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 november 2007.

Voor de Commissie

Fokion FOTIADIS

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1).

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 9), gerectificeerd in PB L 36 van 8.2.2007, blz. 6.

(3)  PB L 15 van 20.1.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 898/2007 van de Commissie (PB L 196 van 28.7.2007, blz. 22).


BIJLAGE

Nr.

77

Lidstaat

België

Bestand

PLE/2AC4.

Soort

Schol (Pleuronectes platessa)

Zone

IV; IIa (EG-wateren)

Datum

15.11.2007


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/19


VERORDENING (EG) Nr. 1409/2007 VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot vaststelling van een verbod op de visserij op roodbaars in ICES-zone Vb (Faeröer-wateren) door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn quota voor 2007 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2007 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2007 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Fokion FOTIADIS

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 1).

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 9), gerectificeerd in PB L 36 van 8.2.2007, blz. 6.

(3)  PB L 15 van 20.1.2007, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 898/2007 van de Commissie (PB L 196 van 28.7.2007, blz. 22).


BIJLAGE

Nr.

76

Lidstaat

Frankrijk

Bestand

RED/05B-F.

Soort

Roodbaars (Sebastes spp.)

Zone

Vb (Faeröer-wateren)

Datum

13.11.2007


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/21


VERORDENING (EG) Nr. 1410/2007 VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector varkensvlees

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees (1), en met name op artikel 13, lid 3, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 is bepaald dat het verschil tussen de wereldmarktprijs voor de in artikel 1 van die verordening genoemde producten en de prijs voor deze producten op de markt van de Gemeenschap kan worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Gezien de huidige marktsituatie in de sector varkensvlees moeten derhalve uitvoerrestituties worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 vastgestelde voorschriften en criteria.

(3)

Krachtens artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2759/75 kan de restitutie voor de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 genoemde producten variëren naar gelang van de bestemming, indien de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.

(4)

Restituties mogen uitsluitend worden toegekend voor producten die vrij in de Gemeenschap kunnen circuleren en die zijn voorzien van een gezondheidsmerk zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (2). Deze producten moeten ook voldoen aan het bepaalde in Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (3) en in Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (4).

(5)

Het Comité van beheer voor varkensvlees heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2759/75 bedoelde uitvoerrestituties worden toegekend voor de producten en met toepassing van de bedragen die zijn vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening, op voorwaarde dat aan het bepaalde in lid 2 van het onderhavige artikel wordt voldaan.

2.   De op grond van lid 1 voor een restitutie in aanmerking komende producten moeten voldoen aan de desbetreffende eisen van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004, namelijk dat zij zijn vervaardigd in een erkende inrichting en dat zij voldoen aan de in bijlage I, sectie I, hoofdstuk III, bij Verordening (EG) nr. 854/2004 vastgestelde bepalingen inzake gezondheidsmerken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 30 november 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 282 van 1.11.1975, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2). Verordening (EEG) nr. 2759/75 wordt per 1 juli 2008 vervangen door Verordening (EG) nr. 1234/2007 (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(2)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1243/2007 (PB L 281 van 25.10.2007, blz. 8).

(3)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(4)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206, gerectificeerd in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006.


BIJLAGE

Uitvoerrestituties in de sector varkensvlees voor de periode vanaf 30 november 2007

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

0203 11 10 9000

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 21 10 9000

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 12 11 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 12 19 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 19 11 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 19 13 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 19 55 9110

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 22 11 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 22 19 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 29 11 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 29 13 9100

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 29 55 9110

A00

EUR/100 kg

31,10

0203 19 15 9100

A00

EUR/100 kg

19,40

0203 19 55 9310

A00

EUR/100 kg

19,40

0203 29 15 9100

A00

EUR/100 kg

19,40

0210 11 31 9110

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 11 31 9910

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 19 81 9100

A00

EUR/100 kg

54,20

0210 19 81 9300

A00

EUR/100 kg

54,20

1601 00 91 9120

A00

EUR/100 kg

19,50

1601 00 99 9110

A00

EUR/100 kg

15,20

1602 41 10 9110

A00

EUR/100 kg

29,00

1602 41 10 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

1602 42 10 9110

A00

EUR/100 kg

22,80

1602 42 10 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

1602 49 19 9130

A00

EUR/100 kg

17,10

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A ” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.


RICHTLIJNEN

30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/23


RICHTLIJN 2007/69/EG VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde difethialon als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (1), en met name op artikel 16, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 2032/2003 van de Commissie van 4 november 2003 inzake de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1896/2000 (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG dienen te worden beoordeeld. Difethialon is in die lijst opgenomen.

(2)

Krachtens Verordening (EG) nr. 2032/2003 is difethialon overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in productsoort 14 (rodenticiden), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG.

(3)

Noorwegen is als rapporterende lidstaat aangewezen en heeft het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling overeenkomstig artikel 10, leden 5 en 7, van Verordening (EG) nr. 2032/2003 op 11 oktober 2005 bij de Commissie ingediend.

(4)

Het verslag van de bevoegde instantie is door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2032/2003 zijn de conclusies van de toetsing door het Permanent Comité voor biociden op 21 juni 2007 in een beoordelingsverslag opgenomen.

(5)

Bij de beoordeling van difethialon zijn geen onbeantwoorde vragen of zorgwekkende aspecten naar voren gekomen die door het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's moeten worden besproken.

(6)

Uit de onderzoeken blijkt dat biociden die als rodenticide gebruikt worden en difethialon bevatten, naar verwachting geen risico voor de mens inhouden, afgezien van accidentele inname door kinderen. Voor niet-doeldieren en het milieu blijkt er een risico te bestaan. Difethialon wordt echter met het oog op de volksgezondheid en de hygiëne nog als essentieel beschouwd. Opneming van difethialon in bijlage I is dus gerechtvaardigd om ervoor te zorgen dat in alle lidstaten overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 98/8/EG toelatingen voor biociden die als rodenticide worden gebruikt en difethialon bevatten, kunnen worden verleend, gewijzigd of ingetrokken.

(7)

Gezien de conclusies van het beoordelingsverslag moet worden vereist dat bij de toelating van producten die difethialon bevatten en als rodenticide worden gebruikt specifieke risicobeperkende maatregelen worden voorgeschreven. Die maatregelen moeten gericht zijn op het beperken van het risico van primaire en secundaire blootstelling van mensen en niet-doeldieren en de langetermijneffecten van de stof op het milieu.

(8)

Vanwege de geconstateerde risico's en de kenmerken van de stof, waardoor die persistent, bioaccumulerend en toxisch, of zeer persistent en sterk bioaccumulerend kan zijn, mag difethialon slechts voor vijf jaar in bijlage I worden opgenomen en moet er overeenkomstig artikel 10, lid 5, onder i), tweede alinea, van Richtlijn 98/8/EG een vergelijkende risicobeoordeling worden uitgevoerd voordat de opneming in bijlage I wordt verlengd.

(9)

Het is belangrijk dat de bepalingen van deze richtlijn in alle lidstaten tegelijkertijd worden toegepast teneinde een gelijke behandeling van biociden die op de markt zijn en als werkzame stof difethialon bevatten, te waarborgen en tevens het goede functioneren van de markt voor biociden in het algemeen te vergemakkelijken.

(10)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof in bijlage I wordt opgenomen, teneinde de lidstaten en de betrokken partijen de gelegenheid te geven om zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen die dit met zich meebrengt te voldoen en om ervoor te zorgen dat aanvragers die dossiers hebben samengesteld, volledig kunnen profiteren van de periode van tien jaar voor gegevensbescherming die overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder c), punt ii), van Richtlijn 98/8/EG op de datum van opneming ingaat.

(11)

Na de opneming moeten de lidstaten een redelijke periode krijgen voor de uitvoering van artikel 16, lid 3, van Richtlijn 98/8/EG en met name voor de verlening, wijziging of intrekking van toelatingen voor biociden van productsoort 14 die difethialon bevatten, om ervoor te zorgen dat ze aan Richtlijn 98/8/EG voldoen.

(12)

Richtlijn 98/8/EG moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(13)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 oktober 2008 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 november 2009.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/47/EG (PB L 247 van 21.9.2007, blz. 21).

(2)  PB L 307 van 24.11.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1849/2006 (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 63).


BIJLAGE

De volgende vermelding wordt als „nr. 4” in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG toegevoegd:

Nr.

Triviale naam

IUPAC-naam

Identificatienummers

Minimale zuiverheid van de werkzame stof in het biocide zoals het op de markt wordt gebracht

Datum van opneming

Termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3 (behalve voor producten die meer dan een werkzame stof bevatten; in dat geval is de termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3, de termijn die wordt vastgesteld in het laatste besluit voor de opneming van de werkzame stoffen daarvan)

Datum waarop de opneming verstrijkt

Productsoort

Specifieke bepalingen (*)

„4

Difethialon

3-[3-(4′-broom[1,1′bifenyl]-4-yl)-1,2,3,4-tetrahydronaft-1-yl]-4-hydroxy-2H-1-benzothiopyran-2-on

EG-nr.: n.v.t.

CAS-nr.: 104653-34-1

976  g/kg

1 november 2009

31 oktober 2011

31 oktober 2014

14

Vanwege de kenmerken van de werkzame stof, waardoor die persistent, bioaccumulerend en toxisch, of zeer persistent en sterk bioaccumulerend kan zijn, moet overeenkomstig artikel 10, lid 5, punt i), tweede alinea, van Richtlijn 98/8/EG een vergelijkende risicobeoordeling voor de stof worden uitgevoerd voordat de opneming in bijlage I wordt verlengd.

De lidstaten zorgen ervoor dat bij toelating de volgende voorwaarden worden gesteld:

(1)

de nominale concentratie van de werkzame stof in de producten mag niet meer bedragen dan 0,0025 % (m/m) en alleen kant-en-klaar aas is toegestaan;

(2)

de producten moeten een bitterstof en zo mogelijk een kleurstof bevatten;

(3)

de producten mogen niet als traceerpoeder worden gebruikt;

(4)

de primaire en secundaire blootstelling van mensen, niet-doeldieren en het milieu moeten zoveel mogelijk worden beperkt door de inoverwegingneming en toepassing van alle passende en beschikbare risicobeperkende maatregelen. Deze omvatten onder meer de beperking tot uitsluitend professioneel gebruik, de vaststelling van een maximale verpakkingsgrootte en de verplichting om veilige, niet te openen lokdozen te gebruiken.”


(*)  Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/26


RICHTLIJN 2007/70/EG VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot wijziging van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad teneinde koolstofdioxide als werkzame stof in bijlage I bij die richtlijn op te nemen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (1), en met name op artikel 16, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 2032/2003 van de Commissie van 4 november 2003 inzake de tweede fase van het in artikel 16, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden bedoelde tienjarige werkprogramma en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1896/2000 (2) is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die met het oog op een mogelijke opneming daarvan in bijlage I, IA of IB bij Richtlijn 98/8/EG dienen te worden beoordeeld. Koolstofdioxide is in die lijst opgenomen.

(2)

Krachtens Verordening (EG) nr. 2032/2003 is koolstofdioxide overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 98/8/EG beoordeeld voor gebruik in productsoort 14 (rodenticiden), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Richtlijn 98/8/EG.

(3)

Frankrijk is als rapporterende lidstaat aangewezen en heeft het verslag van de bevoegde instantie samen met een aanbeveling overeenkomstig artikel 10, leden 5 en 7, van Verordening (EG) nr. 2032/2003 op 15 mei 2006 bij de Commissie ingediend.

(4)

Het verslag van de bevoegde instantie is door de lidstaten en de Commissie getoetst. Overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2032/2003 zijn de conclusies van de toetsing door het Permanent Comité voor biociden op 21 juni 2007 in een beoordelingsverslag opgenomen.

(5)

Bij de beoordeling van koolstofdioxide zijn geen onbeantwoorde vragen of zorgwekkende aspecten naar voren gekomen die door het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s moeten worden besproken.

(6)

Uit de verschillende uitgevoerde onderzoeken blijkt dat van biociden die als rodenticide worden gebruikt en koolstofdioxide bevatten, kan worden verwacht dat ze slechts een klein risico voor mens, dier en milieu vertonen en aan de eisen van artikel 5 van Richtlijn 98/8/EG voldoen, met name ten aanzien van de toepassingen die zijn onderzocht en in het beoordelingsverslag worden besproken. Koolstofdioxide dient derhalve in bijlage IA te worden opgenomen om ervoor te zorgen dat in alle lidstaten overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 98/8/EG toelatingen of registraties voor biociden die als rodenticide worden gebruikt en koolstofdioxide bevatten, kunnen worden verleend, gewijzigd of ingetrokken.

(7)

Het is belangrijk dat de bepalingen van deze richtlijn in alle lidstaten tegelijkertijd worden toegepast teneinde een gelijke behandeling van biociden die op de markt zijn en als werkzame stof koolstofdioxide bevatten, te waarborgen en tevens het goede functioneren van de markt voor biociden in het algemeen te vergemakkelijken.

(8)

Er dient een redelijke periode te verstrijken voordat een werkzame stof in bijlage IA wordt opgenomen, teneinde de lidstaten en de betrokken partijen de gelegenheid te geven om zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen die dit met zich meebrengt te voldoen en om ervoor te zorgen dat aanvragers die dossiers hebben samengesteld, volledig kunnen profiteren van de periode van tien jaar voor gegevensbescherming die overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder c), ii), van Richtlijn 98/8/EG op de datum van opneming ingaat.

(9)

Na de opneming moeten de lidstaten een redelijke periode krijgen voor de uitvoering van artikel 16, lid 3, van Richtlijn 98/8/EG en met name voor de verlening, wijziging of intrekking van toelatingen of registraties voor biociden van productsoort 14 die koolstofdioxide bevatten, om ervoor te zorgen dat ze aan Richtlijn 98/8/EG voldoen.

(10)

Richtlijn 98/8/EG moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IA bij Richtlijn 98/8/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

Omzetting

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 oktober 2008 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 november 2009.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/47/EG (PB L 247 van 21.9.2007, blz. 21).

(2)  PB L 307 van 24.11.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1849/2006 (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 63).


BIJLAGE

De volgende tabel met vermelding „nr. 1” wordt in bijlage IA bij Richtlijn 98/8/EG ingevoegd:

„Nr.

Triviale naam

IUPAC-naam

Identificatienummers

Minimale zuiverheid van de werkzame stof in het biocide zoals het op de markt wordt gebracht

Datum van opneming

Termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3

(behalve voor producten die meer dan een werkzame stof bevatten; in dat geval is de termijn voor de naleving van artikel 16, lid 3, de termijn die wordt vastgesteld in het laatste besluit voor de opneming van de werkzame stoffen daarvan)

Datum waarop de opneming verstrijkt

Productsoort

Specifieke bepalingen

1

Koolstofdioxide

Koolstofdioxide

EG-nr.: 204-696-9

CAS-nr.: 124-38-9

990 ml/l

1 november 2009

31 oktober 2011

31 oktober 2019

14

Alleen voor gebruiksklare gaspatronen voor koolstofdioxidevallen.

NB: Met het oog op de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen van bijlage VI zijn de inhoud en de conclusies van de beoordelingsverslagen beschikbaar op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/comm/environment/biocides/index.htm”


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/29


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 26 november 2007

houdende de verlenging gedurende één jaar van het lopende aanvullende onderzoeksprogramma, voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ten uitvoer te leggen door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek

(2007/773/Euratom)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 7,

Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na raadpleging van het Wetenschappelijk en Technisch Comité,

Gezien het advies van de raad van beheer van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (GCO),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De ontwikkeling van de nucleaire geneeskunde in de Europese Unie draagt bij tot de bescherming van de volksgezondheid en vereist dat in sterkere mate proefreactoren voor medische doeleinden worden gebruikt.

(2)

De Raad heeft op 19 februari 2004 een beschikking vastgesteld tot vaststelling van een door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (1) uit te voeren aanvullend onderzoeksprogramma. Dat programma is vastgesteld voor een periode van drie jaar en loopt tot 1 januari 2007.

(3)

In het kader van het gemeenschappelijke beleid op het gebied van wetenschap en technologie is het aanvullende onderzoeksprogramma waarin gebruik wordt gemaakt van de hogefluxreactor te Petten (HFR) een van de voornaamste instrumenten van het Vijfde kaderprogramma van Euratom OTO-activiteiten om bij te dragen tot de ondersteuning en beproeving van medische diagnostische en therapeutische methoden, om de materiaalkunde verder te ontwikkelen en om veilige nucleaire technologieën te ondersteunen.

(4)

De HFR is in staat om ten minste tot 2015 te functioneren en in februari 2005 is aan de reactorexploitant een geactualiseerde exploitatievergunning verleend. Het aanvullende onderzoeksprogramma dient derhalve met één jaar te worden verlengd teneinde de technisch beschikbare middelen te gebruiken. De verlenging dient met terugwerkende kracht van kracht te worden om de lopende programma-activiteiten in de periode vanaf 1 januari 2007 te omvatten.

(5)

De financiële bijdragen voor de verlenging van dit aanvullende programma zullen rechtstreeks worden geleverd door Nederland en Frankrijk,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het aanvullende onderzoeksprogramma voor de exploitatie van de HFR (het „programma”) waarvan de doelstellingen in bijlage I zijn uiteengezet, wordt verlengd voor een periode van één jaar die ingaat op 1 januari 2007.

Artikel 2

De voor de uitvoering van het programma noodzakelijk geachte financiële bijdragen worden geraamd op 8,5 miljoen euro. De verdeling van de bijdragen staat in bijlage II.

Artikel 3

De Commissie draagt via haar Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma. De raad van beheer van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek wordt op de hoogte gehouden van de uitvoering van het programma.

Artikel 4

De Commissie brengt vóór 15 juni 2008 aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de uitvoering van deze beschikking.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze beschikking is van toepassing vanaf 1 januari 2007.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 26 november 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

J. SILVA


(1)  Besluit 2004/185/Euratom van de Raad van 19 februari 2004 (PB L 57 van 25.2.2004, blz. 25).


BIJLAGE I

WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNISCHE DOELSTELLINGEN VAN HET PROGRAMMA

De voornaamste doelstellingen van het programma zijn:

1.

De veilige en betrouwbare exploitatie van de hogefluxreactor (HFR) in Petten; dit omvat het normale gebruik van de installatie gedurende meer dan 250 dagen per jaar en het beheer van de splijtstofcyclus met inachtneming van de veiligheids- en kwaliteitszorg.

2.

Een rationeel gebruik van de HFR voor een breed scala van disciplines. De belangrijke onderzoeks- en ontwikkelingsthema’s waarbij de HFR wordt gebruikt, omvatten: verbetering van de veiligheid van bestaande kernreactoren, volksgezondheid inclusief de ontwikkeling van medische isotopen om een antwoord te geven op vragen vanuit het medisch onderzoek en voor het testen van medische therapeutische technieken, kernfusie, fundamenteel onderzoek en opleiding, afvalbeheer, inclusief de mogelijkheid om splijtstof te ontwikkelen door de verwijdering van plutonium uit kernwapens.


BIJLAGE II

UITSPLITSING VAN DE BIJDRAGEN ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 2

De bijdragen voor het programma komen van Nederland en Frankrijk.

De uitsplitsing van de bijdragen is als volgt:

Nederland

:

8 200 000 EUR

Frankrijk

:

300 000 EUR

Totaal

:

8 500 000 EUR.


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/32


BESLUIT VAN DE RAAD

van 30 oktober 2007

betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een protocol bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

(2007/774/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 310, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin,

Gelet op de Toetredingsakte van 2005, en met name op artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 23 oktober 2006 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten met Egypte onderhandelingen te openen over aanpassingen van de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds (1), („de Europees-mediterrane overeenkomst”), teneinde rekening te houden met de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.

(2)

Deze onderhandelingen zijn tot tevredenheid van de Commissie afgerond.

(3)

Op grond van artikel 9, lid 2, van het met Egypte overeengekomen protocol wordt het protocol vóór de inwerkingtreding ervan voorlopig toegepast.

(4)

Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip dient het protocol bij de Europees-mediterrane overeenkomst namens de Europese Gemeenschap te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast,

BESLUIT:

Artikel 1

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die gemachtigd is (zijn) namens de Europese Gemeenschap en haar lidstaten over te gaan tot ondertekening van het protocol bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (2).

Artikel 2

Het protocol wordt voorlopig toegepast met ingang van 1 januari 2007, onder voorbehoud van eventuele sluiting op een later tijdstip.

Gedaan te Luxemburg, 30 oktober 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

F. NUNES CORREIA


(1)  PB L 304 van 30.9.2004, blz. 39.

(2)  Zie bladzijde 33 van dit Publicatieblad.


PROTOCOL

bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

DE REPUBLIEK HONGARIJE,

MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

hierna „de lidstaten” van de Europese Gemeenschap genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie,

en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna „de Gemeenschap” genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Commissie,

enerzijds, en

DE ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, hierna „Egypte” genoemd,

anderzijds,

OVERWEGENDE dat op 25 juni 2001 in Luxemburg de Europees-mediterrane overeenkomst is ondertekend tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, hierna „de Europees-mediterrane overeenkomst” genoemd, en dat zij op 1 juni 2004 in werking is getreden,

OVERWEGENDE dat op 25 april 2005 in Luxemburg het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie en de bijbehorende Akte zijn ondertekend en dat deze op 1 januari 2007 in werking zijn getreden,

OVERWEGENDE dat, uit hoofde van artikel 6, lid 2, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden, de toetreding van de nieuwe partijen tot de Europees-mediterrane overeenkomst moet worden overeengekomen door sluiting van een protocol bij de Europees-mediterrane overeenkomst,

OVERWEGENDE dat, overeenkomstig artikel 21 van de Europees-mediterrane overeenkomst, tussen de partijen overleg is gevoerd, teneinde de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Egypte in aanmerking te kunnen nemen,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

De Republiek Bulgarije en Roemenië worden partij bij de Europees-mediterrane overeenkomst en zullen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van de Gemeenschap, de teksten van de overeenkomst alsmede de gemeenschappelijke verklaringen, verklaringen en briefwisselingen respectievelijk goedkeuren en er nota van nemen.

HOOFDSTUK 1

WIJZIGINGEN VAN DE TEKST VAN DE EUROPEES-MEDITERRANE OVEREENKOMST EN DE BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN DAARBIJ

Artikel 2

Landbouwproducten

Protocol nr. 1 wordt gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in de bijlage bij dit protocol.

Artikel 3

Oorsprongsregels

Protocol nr. 4 wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 1, worden de verwijzingen naar de nieuwe lidstaten geschrapt.

2.

Bijlage IVa wordt vervangen door:

„BIJLAGE IVA

Bulgaarse versie

Износителят на продуктите, обхванати от този документ (митническо разрешение № … (1)) декларира, че освен кьдето ясно е посочено друго, тези продукти са с … преференциален произход (2).

Spaanse versie

El exportador de los productos incluidos en el presente documento [autorización aduanera no … (1)] declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial … (2).

Tsjechische versie

Vývozce výrobků uvedených v tomto dokumentu (číslo povolení … (1)) prohlašuje, že kromě zřetelně označených mají tyto výrobky preferenční původ v … (2).

Deense versie

Eksportøren af varer, der er omfattet af nærværende dokument, (toldmyndighedernes tilladelse nr. … (1)), erklærer, at varerne, medmindre andet tydeligt er angivet, har præferenceoprindelse i … (2).

Duitse versie

Der Ausführer (Ermächtigter Ausführer; Bewilligungsnr. … (1)) der Waren, auf die sich dieses Handelspapier bezieht, erklärt, dass diese Waren, soweit nicht anders angegeben, präferenzbegünstigte … (2) Ursprungswaren sind.

Estse versie

Käesoleva dokumendiga hõlmatud toodete eksportija (tolli kinnitus nr … (1)) deklareerib, et need tooted on … (2) sooduspäritoluga, välja arvatud juhul, kui on selgelt näidatud teisiti.

Griekse versie

Ο εξαγωγέας των προϊόντων που καλύπτονται από το παρόν έγγραφο [άδεια τελωνείου υπ' αριθ. … (1)] δηλώνει ότι, εκτός εάν δηλώνεται σαφώς άλλως, τα προϊόντα αυτά είναι προτιμησιακής καταγωγής … (2).

Engelse versie

The exporter of the products covered by this document (customs authorization No … (1)) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of … (2) preferential origin.

Franse versie

L’exportateur des produits couverts par le présent document [autorisation douanière no … (1)] déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l’origine préférentielle … (2).

Italiaanse versie

L’esportatore delle merci contemplate nel presente documento [autorizzazione doganale n. … (1)] dichiara che, salvo indicazione contraria, le merci sono di origine preferenziale … (2).

Letse versie

To produktu eksportētājs, kuri ietverti šajā dokumentā (muitas atļauja Nr. … (1)), deklarē, ka, izņemot tur, kur ir citādi skaidri noteikts, šiem produktiem ir preferenciāla izcelsme … (2).

Litouwse versie

Šiame dokumente išvardintų prekių eksportuotojas (muitinės liudijimo Nr. … (1)) deklaruoja, kad, jeigu kitaip nenurodyta, tai yra … (2) preferencinės kilmės prekės.

Hongaarse versie

A jelen okmányban szereplő áruk exportőre (vámfelhatalmazási szám: … (1)) kijelentem, hogy eltérő egyértelmű jelzés hiányában az áruk preferenciális … (2) származásúak.

Maltese versie

L-esportatur tal-prodotti koperti b’dan id-dokument (awtorizzazzjoni tad-dwana nru … (1)) jiddikjara li, ħlief fejn indikat b’mod ċar li mhux hekk, dawn il-prodotti huma ta’ oriġini preferenzjali … (2).

Nederlandse versie

De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (douanevergunning nr. … (1)), verklaart dat, behoudens uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van preferentiële … oorsprong zijn (2).

Poolse versie

Eksporter produktów objętych tym dokumentem (upoważnienie władz celnych nr … (1)) deklaruje, że – z wyjątkiem gdzie jest to wyraźnie określone – produkty te mają … (2) preferencyjne pochodzenie.

Portugese versie

O abaixo-assinado, exportador dos produtos abrangidos pelo presente documento [autorização aduaneira n.o … (1)], declara que, salvo indicação expressa em contrário, estes produtos são de origem preferencial … (2).

Roemeense versie

Exportatorul produselor ce fac obiectul acestui document [autorizația vamală nr. … (1)] declară că, exceptând cazul în care în mod expres este indicat altfel, aceste produse sunt de origine preferențială … (2).

Sloveense versie

Izvoznik blaga, zajetega s tem dokumentom (pooblastilo carinskih organov št. … (1)) izjavlja, da, razen če ni drugače jasno navedeno, ima to blago preferencialno … (2) poreklo.

Slowaakse versie

Vývozca výrobkov uvedených v tomto dokumente [číslo povolenia … (1)] vyhlasuje, že okrem zreteľne označených, majú tieto výrobky preferenčný pôvod v … (2).

Finse versie

Tässä asiakirjassa mainittujen tuotteiden viejä (tullin lupa n:o … (1)) ilmoittaa, että nämä tuotteet ovat, ellei toisin ole selvästi merkitty, etuuskohteluun oikeutettuja … alkuperätuotteita (2).

Zweedse versie

Exportören av de varor som omfattas av detta dokument (tullmyndighetens tillstånd nr. … (1)) försäkrar att dessa varor, om inte annat tydligt markerats, har förmånsberättigande … ursprung (2).

Arabische versie

Image

3.

Bijlage IVb wordt vervangen door:

„BIJLAGE IVB

Bulgaarse versie

Износителят на продуктите, обхванати от този документ (митническо разрешение № … (1)) декларира, че освен кьдето ясно е посочено друго, тези продукти са с … преференциален произход (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Spaanse versie

El exportador de los productos incluidos en el presente documento [autorización aduanera no … (1)] declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Tsjechische versie

Vývozce výrobků uvedených v tomto dokumentu (číslo povolení … (1)) prohlašuje, že kromě zřetelně označených mají tyto výrobky preferenční původ v … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Deense versie

Eksportøren af varer, der er omfattet af nærværende dokument, (toldmyndighedernes tilladelse nr. … (1)), erklærer, at varerne, medmindre andet tydeligt er angivet, har præferenceoprindelse i … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Duitse versie

Der Ausführer (Ermächtigter Ausführer; Bewilligungsnr. … (1)) der Waren, auf die sich dieses Handelspapier bezieht, erklärt, dass diese Waren, soweit nicht anders angegeben, präferenzbegünstigte … (2) Ursprungswaren sind:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Estse versie

Käesoleva dokumendiga hõlmatud toodete eksportija (tolli kinnitus nr … (1)) deklareerib, et need tooted on … (2) sooduspäritoluga, välja arvatud juhul, kui on selgelt näidatud teisiti:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Griekse versie

Ο εξαγωγέας των προϊόντων που καλύπτονται από το παρόν έγγραφο [άδεια τελωνείου υπ' αριθ. … (1)] δηλώνει ότι, εκτός εάν δηλώνεται σαφώς άλλως, τα προϊόντα αυτά είναι προτιμησιακής καταγωγής … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Engelse versie

The exporter of the products covered by this document (customs authorization No … (1)) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of … (2) preferential origin:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Franse versie

L’exportateur des produits couverts par le présent document [autorisation douanière no … (1)] déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l’origine préférentielle … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Italiaanse versie

L’esportatore delle merci contemplate nel presente documento [autorizzazione doganale n. … (1)] dichiara che, salvo indicazione contraria, le merci sono di origine preferenziale … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Letse versie

To produktu eksportētājs, kuri ietverti šajā dokumentā (muitas atļauja Nr. … (1)), deklarē, ka, izņemot tur, kur ir citādi skaidri noteikts, šiem produktiem ir preferenciāla izcelsme … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Litouwse versie

Šiame dokumente išvardytų prekių eksportuotojas (muitinės liudijimo Nr. … (1)) deklaruoja, kad, jeigu kitaip nenurodyta, tai yra … (2) preferencinės kilmės prekės:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Hongaarse versie

A jelen okmányban szereplő áruk exportőre (vámfelhatalmazási szám: … (1)) kijelentem, hogy eltérő egyértelmű jelzés hiányában az áruk preferenciális … (2) származásúak:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Maltese versie

L-esportatur tal-prodotti koperti b’dan id-dokument (awtorizzazzjoni tad-dwana nru … (1)) jiddikjara li, ħlief fejn indikat b’mod ċar li mhux hekk, dawn il-prodotti huma ta’ oriġini preferenzjali … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Nederlandse versie

De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (douanevergunning nr. … (1)), verklaart dat, behoudens uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van preferentiële … oorsprong zijn (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Poolse versie

Eksporter produktów objętych tym dokumentem (upoważnienie władz celnych nr … (1)) deklaruje, że – z wyjątkiem gdzie jest to wyraźnie określone – produkty te mają … (2) preferencyjne pochodzenie:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Portugese versie

O abaixo-assinado, exportador dos produtos abrangidos pelo presente documento [autorização aduaneira n.o … (1)], declara que, salvo indicação expressa em contrário, estes produtos são de origem preferencial … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Roemeense versie

Exportatorul produselor ce fac obiectul acestui document [autorizația vamală nr. … (1)] declară că, exceptând cazul în care în mod expres este indicat altfel, aceste produse sunt de origine preferențială … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Sloveense versie

Izvoznik blaga, zajetega s tem dokumentom (pooblastilo carinskih organov št. … (1)) izjavlja, da, razen če ni drugače jasno navedeno, ima to blago preferencialno … (2) poreklo:

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Slowaakse versie

Vývozca výrobkov uvedených v tomto dokumente [číslo povolenia … (1)] vyhlasuje, že, okrem zreteľne označených, majú tieto výrobky preferenčný pôvod v … (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Finse versie

Tässä asiakirjassa mainittujen tuotteiden viejä (tullin lupa n:o … (1)) ilmoittaa, että nämä tuotteet ovat, ellei toisin ole selvästi merkitty, etuuskohteluun oikeutettuja … alkuperätuotteita (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Zweedse versie

Exportören av de varor som omfattas av detta dokument (tullmyndighetens tillstånd nr. … (1)) försäkrar att dessa varor, om inte annat tydligt markerats, har förmånsberättigande … ursprung (2):

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).

Arabische versie

Image

cumulation applied with … (name of the country/countries)

no cumulation applied (3).”

HOOFDSTUK 2

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 4

Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking

1.   Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Egypte of een van de nieuwe lidstaten zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden in de betrokken landen in het kader van dit protocol aanvaard, mits:

a)

de verkrijging van de oorsprong een preferentiële tariefbehandeling tot gevolg heeft overeenkomstig de in de overeenkomst tussen de Europese Unie en Egypte of in het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap opgenomen preferentiële tariefmaatregelen;

b)

het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;

c)

het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douane wordt ingediend.

Indien goederen vóór de datum van toetreding zijn aangegeven voor invoer in Egypte of een nieuwe lidstaat op grond van op dat moment tussen Egypte en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen achteraf afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.

2.   Egypte en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:

a)

een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Egypte vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst; en

b)

de toegelaten exporteurs de krachtens die overeenkomst geldende oorsprongsregels toepassen.

Deze vergunningen worden uiterlijk een jaar na de toetredingsdatum vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven.

3.   Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van in de leden 1 en 2 bedoelde preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen kunnen door de bevoegde douaneautoriteiten van Egypte of de nieuwe lidstaten worden ingediend en worden door die autoriteiten aanvaard gedurende drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong.

Artikel 5

Goederen in doorvoer

1.   De bepalingen van de overeenkomst kunnen worden toegepast op goederen die uit Egypte naar een van de nieuwe lidstaten of uit een van de nieuwe lidstaten naar Egypte worden uitgevoerd, die voldoen aan de bepalingen van Protocol nr. [4] en die op de datum van toetreding onderweg zijn of in tijdelijke opslag zijn, in een douane-entrepot of in een vrije zone in Egypte of in die nieuwe lidstaat.

2.   In dergelijke gevallen kan preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.

ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6

De Arabische Republiek Egypte verbindt zich ertoe geen claim, verzoek of beroep in te dienen, noch concessies te wijzigen of in te trekken op grond van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT 1994 naar aanleiding van deze uitbreiding van de Gemeenschap.

Artikel 7

Dit protocol is een integrerend onderdeel van de Europees-mediterrane overeenkomst.

De bijlagen bij dit protocol zijn een integrerend onderdeel daarvan.

Artikel 8

1.   Dit protocol wordt door de Gemeenschap, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door de Arabische Republiek Egypte volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

2.   De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de in voorgaand lid bedoelde procedures. De akten van goedkeuring worden nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 9

1.   Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum waarop de laatste akte van goedkeuring is nedergelegd.

2.   Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

3.   Niettegenstaande de leden 1 en 2 is de vergroting van de omvang van het tariefcontingent voor sinaasappelen, waarin in de bijlage bij dit protocol is voorzien, van toepassing met ingang van 1 juli 2007.

Artikel 10

Dit protocol is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de overeenkomstsluitende partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 11

De tekst van de Europees-mediterrane overeenkomst, met inbegrip van de bijlagen en protocollen die ervan een integrerend onderdeel zijn, alsmede de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen, worden opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal (1), en deze teksten zijn evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten. De Associatieraad keurt deze teksten goed.

Съставено в Брюксел на двадесет и шести ноември две хиляди и седма година.

Hecho en Bruselas, el veintiseis de noviembre de dos mil siete.

V Bruselu dne dvacátého šestého listopadu dva tisíce sedm.

Udfærdiget i Bruxelles den seksogtyvende november to tusind og syv.

Geschehen zu Brüssel am sechsundzwanzigsten November zweitausendsieben.

Kahe tuhande seitsmenda aasta novembrikuu kahekümne kuuendal päeval Brüsselis.

'Εγινε στις Βρυξέλλες, στις είκοσι έξι Νοεμβρίου δύο χιλιάδες επτά.

Done at Brussels on the twenty sixth day of November in the year two thousand and seven.

Fait à Bruxelles, le vingt-six novembre deux mille sept.

Fatto a Bruxelles, addì ventisei novembre duemilasette.

Briselē, divtūkstoš septītā gada divdesmit sestajā novembrī.

Priimta du tūkstančiai septintųjų metų lapkričio dvidešimt šeštą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-hetedik év november huszonhatodik napján.

Magħmul fi Brussell, fis-sitta u għoxrin jum ta’ Novembru tas-sena elfejn u sebgħa.

Gedaan te Brussel, de zesentwintigste november tweeduizend zeven.

Sporządzono w Brukseli dnia dwudziestego szóstego listopada roku dwa tysiące siódmego.

Feito em Bruxelas, em vinte e seis de Novembro de dois mil e sete.

Întocmit la Bruxelles, la douăzecișișase noiembrie două mii șapte.

V Bruseli dvadsiateho šiesteho novembra dvetisícsedem.

V Bruslju, dne šestindvajsetega novembra leta dva tisoč sedem.

Tehty Brysselissä kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä marraskuuta vuonna kaksituhattaseitsemän.

Som skedde i Bryssel den tjugosjätte november tjugohundrasju.

Image

За държавите-членки

Por los Estados miembros

Za členské státy

For medlemsstaterne

Für die Mitgliedstaaten

Liikmesriikide nimel

Για τα κράτη μέλη

For the Member States

Pour les États membres

Per gli Stati membri

Dalībvalstu vārdā

Valstybių narių vardu

A tagállamok részéről

Għall-Istati Membri

Voor de lidstaten

W imieniu państw członkowskich

Pelos Estados-Membros

Pentru statele membre

Za členské štáty

Za države članice

Jäsenvaltioiden puolesta

På medlemsstaternas vägnar

Image

Image

За Европейската общност

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

Az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Pentru Comunitatea Europeană

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Image

Image

За Арабска република Египет

Por la República Arabe de Egipto

Za Egyptskou arabskou republiku

For Den Arabiske Republik Egypten

Für die Arabische Republik Ägypten

Egiptuse Araabia Vabariigi nimel

Για την Αραβική Δημοκρατία της Αιγύπτου

For the Arab Republic of Egypt

Pour la République arabe d'Égypte

Per la Repubblica araba d'Egitto

Eğiptes Arābu Republikas vārdā

Egipto Arabų Respublikos vardu

Az Egyiptomi Arab Köztársaság részéről

Għar-Repubblika Għarbija ta' l-Eġittu

Voor de Arabische Republiek Egypte

W imieniu Arabskiej Republiki Egiptu

Pela República Árabe do Egipto

Pentru Republica Arabă Egipt

Za Egyptskú arabskú republiku

Za Arabsko republiko Egipt

Egyptin arabitasavallan puolesta

På Arabrepubliken Egyptens vägnar

Image

Image


(1)  De Bulgaarse en de Roemeense versie van de overeenkomst worden later in de bijzondere uitgave van het Publicatieblad bekendgemaakt.

BIJLAGE

WIJZIGING VAN PROTOCOL NR. 1 REGELING VAN TOEPASSING BIJ DE INVOER IN DE GEMEENSCHAP VAN LANDBOUWPRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT EGYPTE

1.

De in deze bijlage bedoelde concessies komen voor de producten van onderverdeling 0805 10 en van post 1006 in de plaats van de concessies die thans worden toegepast in het kader van de artikelen van de associatieovereenkomst (Protocol nr. 1). Voor alle in deze bijlage niet genoemde producten blijven de thans toegepaste concessies ongewijzigd.

GN-code (*)

Omschrijving (**)

a

b

c

d

Verlaging meestbegunstigingsrecht (1) % of specifiek recht

Tariefcontingent

(ton nettogewicht)

Verlaging douanerecht boven tariefcontingent (1) %

Bijzondere bepalingen

0805 10

Sinaasappelen, vers of gedroogd

100

70 320  (2)

60

Bijzondere bepalingen in protocol 1, punt 5

1006

Rijst

25

32 000

 

100

5 605

 

1006 20

Gedopte rijst

11 EUR/t

57 600

 

1006 30

Halfwitte of volwitte rijst

33 EUR/t

19 600

 

1006 40 00

Breukrijst

13 EUR/t

5 000

 

2.

De in punt 5 van Protocol nr. 1 bedoelde hoeveelheid (34 000 t) wordt vervangen door 36 300 t.


(*)  GN-codes overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1549/2006 (PB L 301 van 31 oktober 2006).

(**)  Onverminderd de bepalingen voor de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de goederen geacht slechts een indicatieve waarde te hebben, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes het preferentiestelsel bepalen. Wanneer ex GN-codes zijn vermeld, zijn de GN-codes tezamen met de daarbij horende beschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

(1)  De rechtenverlaging geldt uitsluitend voor rechten ad valorem. Voor de producten die onder de codes 0703 20 00, 0709 90 39, 0709 90 60, 0711 20 90, 0712 90 19, 0714 20 90, 1006, 1212 91, 1212 99 20, 1703 en 2302 vallen, is de concessie echter ook van toepassing op de specifieke rechten.

(2)  Tariefcontingent van toepassing van 1 juli tot en met 30 juni. Hiervan is 36 300 t bestemd voor verse sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), ingedeeld onder GN-code 0805 10 20, gedurende de periode van 1 december tot en met 31 mei.


Commissie

30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/44


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 13 november 2007

tot intrekking van Besluit 1999/572/EG tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van stalen kabels uit de Volksrepubliek China, Hongarije, India, de Republiek Korea, Mexico, Oekraïne, Polen en Zuid-Afrika

(2007/775/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), en met name op de artikelen 8 en 9,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VORIG ONDERZOEK EN GELDENDE MAATREGELEN

(1)

In augustus 1999 stelde de Raad bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 (2) een definitief antidumpingrecht in op staalkabel van oorsprong uit onder meer Zuid-Afrika.

(2)

Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregel uit hoofde van artikel 11, lid 2 van de basisverordening, besloot de Raad in november 2005 bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 (3) dat de antidumpingmaatregelen die van toepassing waren op het betrokken product van oorsprong uit onder meer Zuid-Afrika, moesten worden gehandhaafd.

(3)

Bij Besluit 1999/572/EG van 13 augustus 1999 (4) aanvaardde de Commissie een prijsverbintenis van een Zuid-Afrikaanse onderneming, Scaw Metals Group Haggie Steel Wire Rope („Haggie” of „de onderneming”).

(4)

Bij Besluit 1999/572/EG aanvaardde de Commissie ook prijsverbintenissen van de volgende ondernemingen: Usha Martin Industries & Usha Beltron Ltd, India; Aceros Camesa SA de CV, Mexico; en Joint Stock Company Silur, Oekraïne. Bij Verordening (EG) nr. 1678/2003 (5) heeft de Commissie de aanvaarding van de door Joint Stock Company Silur, Oekraïne, aangeboden verbintenis ingetrokken. De antidumpingmaatregelen met betrekking tot staalkabel van oorsprong uit Mexico zijn op 12 augustus 2004 vervallen (6). Bij Besluit 2006/38/EG van 22 december 2005 heeft de Commissie de aanvaarding van de door Usha Martin Industries & Usha Beltron Ltd aangeboden verbintenis ingetrokken.

(5)

Dit betekende dat de invoer in de Gemeenschap van het betrokken product van oorsprong uit Zuid-Afrika dat door de onderneming is vervaardigd, en van het producttype dat onder de verbintenis valt („het onder de verbintenis vallende product”), werd vrijgesteld van de definitieve antidumpingrechten.

(6)

In dit verband zij erop gewezen dat bepaalde door Haggie vervaardigde typen staalkabel van de verbintenis zijn uitgesloten. Wanneer dergelijke staalkabel in de Gemeenschap in het vrije verkeer wordt gebracht, moet daarop dus het antidumpingrecht worden betaald.

B.   SCHENDINGEN VAN DE VERBINTENIS

1.   Verplichtingen van de onderneming in het kader van de verbintenis

(7)

De onderneming is krachtens de door haar aangeboden verbintenis onder meer verplicht om bij uitvoer van het onder de verbintenis vallende product naar de Europese Gemeenschap bepaalde minimumprijzen (MIP) in acht te nemen.

(8)

De onderneming erkende dat vrijstelling van de antidumpingrechten uit hoofde van de verbintenis alleen kan worden verleend als aan de douaneautoriteiten van de Gemeenschap een „verbintenisfactuur” wordt overgelegd. Bovendien had de onderneming zich ertoe verbonden een dergelijke verbintenisfactuur niet af te geven bij uitvoer van typen van het betrokken product die niet onder de verbintenis vallen en waarvoor derhalve het antidumpingrecht geldt. De onderneming erkende ook dat de afgegeven verbintenisfacturen de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1796/1999 en later in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 vermelde gegevens moeten bevatten.

(9)

De verbintenis verplicht de onderneming ook de Commissie regelmatig nauwkeurige informatie te verstrekken in de vorm van een driemaandelijks gedetailleerd informatie over haar uitvoer van het betrokken product naar de Europese Gemeenschap. In dergelijke verslagen moeten niet alleen de onder de verbintenis vallende producten worden opgenomen waarvoor vrijstelling van het antidumpingrecht geldt, maar ook de andere typen staalkabel die niet onder de verbintenis vallen en waarvoor derhalve het antidumpingrecht verschuldigd is.

(10)

Het is duidelijk dat bovengenoemde verslagen over de uitvoer volledig moeten zijn en correcte informatie moeten bevatten en dat de transacties volledig in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van de verbintenis.

(11)

Om de naleving van de verbintenis te verzekeren, is de onderneming ook de verplichting aangegaan controles ter plaatse toe te laten waarbij de nauwkeurigheid en waarheidsgetrouwheid van de gegevens in de driemaandelijkse verslagen worden gecontroleerd, alsmede alle door de Commissie noodzakelijk geachte informatie te verstrekken.

(12)

Overigens heeft de onderneming op 28 oktober 2003 van de diensten van de Commissie al een aanmaningsbrief ontvangen wegens schending van de verbintenis door het afgeven van verbintenisfacturen voor producten die niet onder de verbintenis vallen, maar waarop wel de antidumpingmaatregelen van toepassing zijn. In de aanmaningsbrief stond dat het, gezien de bijzondere omstandigheden waarin deze schendingen hadden plaatsgevonden, niet de bedoeling was de aanvaarding van de verbintenis in te trekken, maar dat de eerstvolgende inbreuk op de verbintenis, hoe klein ook, het de Commissie moeilijk zou maken de aanvaarding van de door de onderneming aangegane verbintenis te handhaven.

(13)

In dit verband is op 5 en 6 februari 2007 een controlebezoek gebracht aan de onderneming in Zuid-Afrika. Het controlebezoek had betrekking op de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006.

2.   Resultaten van het controlebezoek aan de onderneming

(14)

Bij het controlebezoek werd vastgesteld dat de onderneming twee verbintenisfacturen (nrs. 935515 en 935516) had opgesteld voor de producten waarop de antidumpingmaatregel van toepassing is, maar die niet onder de verbintenis vallen. Deze transacties hebben bijgevolg op onrechtmatige wijze vrijstelling van het antidumpingrecht genoten.

(15)

Ook werd vastgesteld dat de onderneming de verkoopprijs per eenheid een keer niet volgens de betalingsvoorwaarden had aangepast. Door geen correctie toe te passen voor de financiële kosten in verband met de werkelijke betalingstermijn, kwam de verkoopprijs per eenheid onder de geldende MIP te liggen.

(16)

Voorts werd bij het controlebezoek vastgesteld dat de onderneming herhaaldelijk verbintenisfacturen had afgegeven die niet in overeenstemming waren met de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1858/2005, omdat zij de zin „Voor verkoop in het buitenland, mag niet in de Europese Unie worden verkocht” bevatten.

(17)

Uit het onderzoek van de verbintenisfacturen die waren afgegeven in de periode waarop het controlebezoek betrekking had, is gebleken dat in het bij de Commissie ingediende driemaandelijkse verslag over de uitvoer in het kader van de verbintenis één transactie niet was opgenomen. Ook werd vastgesteld dat de onderneming transacties betreffende producten die niet bestemd waren om in de Gemeenschap in het vrije verkeer te worden gebracht, wel als zodanig had gerapporteerd. Bij het controlebezoek bleken ook diverse transacties als doorvoer te zijn gerapporteerd, terwijl de goederen in werkelijkheid in de Gemeenschap in het vrije verkeer waren gebracht. Bovendien werden verschillen vastgesteld tussen de driemaandelijkse verslagen over de uitvoer in het kader van de verbintenis en de desbetreffende facturen.

3.   Redenen om de aanvaarding van de verbintenis in te trekken

(18)

Het feit dat de onderneming verbintenisfacturen heeft afgegeven voor producten die niet onder de verbintenis vallen, en het feit dat deze producten de vrijstelling van het antidumpingrecht hebben genoten die alleen voor de onder de verbintenis vallende producten is verleend, vormen schendingen van de verbintenis.

(19)

De onderneming is haar verplichting om bij uitvoer van het onder de verbintenis vallende product de MIP in acht te nemen, niet nagekomen.

(20)

De afgifte van verbintenisfacturen die niet in overeenstemming zijn met de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1858/2005 wat de uitvoer van het onder de verbintenis vallende product betreft, kan verwarrend zijn voor de douaneautoriteiten, zodat zij niet langer effectief toezicht kunnen houden op de naleving van de verbintenis, die daardoor onuitvoerbaar wordt.

(21)

De in overweging 17 beschreven feiten hebben geleid tot de conclusie dat de door de onderneming ingediende driemaandelijkse verslagen over de uitvoer in het kader van de verbintenis niet volledig waren en onjuiste informatie bevatten en zodoende niet betrouwbaar genoeg waren om voor het toezicht op de naleving van die verbintenis te worden gebruikt. Niet-naleving van de rapportageverplichtingen vormt eveneens een schending van de verbintenis.

4.   Schriftelijke opmerkingen en hoorzitting

a)   Onvoldoende inzicht in de verbintenis

(22)

In haar schriftelijke opmerkingen gaf de onderneming toe dat er bij de opstelling van verbintenisfacturen en bij de voorbereiding van de verslagen fouten waren gemaakt wegens gebrek aan inzicht in de technische bepalingen van de verbintenis, verkeerde interpretatie van de tekst en/of het niet raadplegen ervan. In die schriftelijke opmerkingen en tijdens de hoorzitting van 26 april 2007 werd ook vastgesteld dat veranderingen in de directie en de herstructurering van de organisatie hadden bijgedragen tot een gebrek aan inzicht in de complexe eisen van de verbintenis.

(23)

De onderneming gaf ook toe dat zij op 28 oktober 2003 de aanmaningsbrief van de diensten van de Commissie had ontvangen. Zij beweerde echter nooit een controleverslag te hebben ontvangen waarin de fout in kwestie nader zou zijn toegelicht. Volgens haar zou het feit dat zij van die fouten niet op de hoogte was gesteld, er ook aan hebben bijgedragen dat zij haar gewoonten in verband met de opstelling van de verslagen in het kader van de verbintenis niet heeft veranderd en er niet in geslaagd is meer inzicht te verwerven.

(24)

In antwoord op deze argumenten moet erop worden gewezen dat de onderneming op 18 september 2003 een brief van de Commissie heeft ontvangen waarin de vastgestelde schendingen nader werden toegelicht. In de aanmaningsbrief van 28 oktober 2003 werd deze toelichting niet meer herhaald, maar werd verwezen naar de vorige correspondentie tussen de Commissie en de onderneming.

(25)

Voorts was de onderneming misschien in de war toen zij het over een controleverslag had. De Commissie had immers geen controlebezoek uitgevoerd voordat zij de aanmaningsbrief op 28 oktober 2003 verstuurde, omdat de schendingen die aanleiding hadden gegeven tot de aanmaningsbrief, werden vastgesteld op grond van een deskanalyse van de verslagen in het kader van de verbintenis. De Commissie heeft in mei 2004 wel een controlebezoek gebracht, maar aangezien die controle geen aanleiding gaf tot verdere actie, is daarover geen brief naar de onderneming gestuurd.

(26)

Bovendien heeft de onderneming tijdens de hoorzitting te kennen gegeven dat zij na het controlebezoek haar hele systeem op basis van de ter plaatse gemaakte opmerkingen heeft herzien om de nodige wijzigingen aan te brengen en zo aan de eisen van de verbintenis te voldoen.

(27)

De argumenten die de onderneming als verdediging voor haar gebrek aan inzicht in de verbintenis heeft aangevoerd, doen geen afbreuk aan het standpunt van de Commissie dat de onderneming de verplichtingen van de verbintenis niet is nagekomen. Overigens heeft de onderneming in het verleden al een aanmaningsbrief wegens schending van de verbintenis ontvangen en heeft zij niet de nodige maatregelen genomen om nieuwe schendingen van de verbintenis te voorkomen. Het gebrek aan inzicht in de eisen van de verbintenis betekent een groot risico voor de toereikendheid en betrouwbaarheid van het toezicht op de naleving ervan.

b)   Evenredigheid

(28)

De onderneming heeft toegegeven dat de prijsverbintenis eenmaal is geschonden, omdat zij de verkoopprijs in verband met laattijdige betaling niet had aangepast. Zij voerde evenwel aan dat de verkoopprijzen van alle andere transacties volledig in overeenstemming waren met de MIP. Bovendien was de laattijdige betaling volgens haar het gevolg van onvoorziene omstandigheden, aangezien de betrokken klant de goederen meestal vóór de verzending al betaalt.

(29)

In antwoord op deze argumenten moet erop worden gewezen dat de onderneming overeenkomstig de verbintenis de verplichting is aangegaan ervoor te zorgen dat alle uitvoer waarop de verbintenis van toepassing is, plaatsvindt tegen een nettoverkoopprijs die niet onder het niveau van de in de verbintenis vastgelegde MIP ligt.

(30)

Bovendien is, wat de evenredigheid betreft, in de basisverordening noch direct, noch indirect vastgelegd dat een schending van de verbintenis betrekking moet hebben op een minimumpercentage van de uitvoer of van de MIP.

(31)

Deze benadering werd ook bevestigd door de jurisprudentie van het Gerecht van Eerste Aanleg dat oordeelde dat elke schending van een verbintenis voor de Commissie reeds voldoende grond kan zijn om haar aanvaarding van die verbintenis in te trekken (7).

(32)

De door de onderneming naar voren gebrachte argumenten met betrekking tot de evenredigheid doen dus geen afbreuk aan het standpunt van de Commissie dat een schending van de verbintenis heeft plaatsgevonden en dat de aanvaarding van de verbintenis moet worden ingetrokken.

c)   Goede trouw van de onderneming

(33)

De onderneming argumenteerde dat zij er op het ogenblik van de indiening van haar geregelde verslagen bij de Commissie van uit was gegaan dat die verslagen compleet waren en correcte informatie bevatten.

(34)

Zij heeft nooit getracht onjuiste gegevens te rapporteren of informatie achter te houden.

(35)

Zowel in haar schriftelijke opmerkingen als tijdens de hoorzitting heeft de onderneming er ook de nadruk op gelegd dat zij, behalve in twee gevallen, van de schendingen van de verbintenis geen enkel voordeel heeft getrokken en dat de fouten niet zijn gemaakt om wat dan ook te ontwijken.

(36)

In verband met bovenstaande overwegingen zij erop gewezen dat de onderneming niet werd geacht opzettelijk profijt te hebben willen trekken door de verbintenis niet na te leven of het toezicht op de naleving ervan in de weg te staan. Het herhaaldelijk optreden van de fouten maakt een behoorlijk toezicht op de naleving van de verbintenis echter onmogelijk.

C.   INTREKKING VAN BESLUIT 1999/572/EG

(37)

In het licht van het voorgaande moet de aanvaarding van de verbintenis worden opgezegd en moet Besluit 1999/572/EG van de Commissie worden ingetrokken. Bijgevolg is het bij artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1858/2005 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht van toepassing,

BESLUIT:

Artikel 1

Besluit 1999/572/EG wordt ingetrokken.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 13 november 2007.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).

(2)  PB L 217 van 17.8.1999, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1674/2003 (PB L 238 van 25.9.2003, blz. 1).

(3)  PB L 299 van 16.11.2005, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 121/2006 (PB L 22 van 26.1.2006, blz. 1).

(4)  PB L 217 van 17.8.1999, blz. 63. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2006/38/EG (PB L 22 van 26.1.2006, blz. 54).

(5)  PB L 238 van 25.9.2003, blz. 13.

(6)  PB C 203 van 11.8.2004, blz. 4.

(7)  Zie in dit verband zaak T-51/96, Miwon/Raad (Jurispr. 2000, blz. II-1841, punt 52) en zaak T-340/99, Arne Mathisen S/Raad (Jurispr. 2002, blz. II-2905, punt 80).


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/48


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 28 november 2007

tot wijziging van Richtlijn 92/34/EEG van de Raad met het oog op de verlenging van de periode waarin mag worden afgeweken van de voorwaarden voor invoer, uit derde landen, van teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5693)

(2007/776/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/34/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (1), en met name op artikel 16, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 16, lid 1, van Richtlijn 92/34/EEG wordt door de Commissie besloten of teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die in een derde land zijn geproduceerd en die inzake verplichtingen van de leverancier, identiteit, kenmerken, fytosanitair aspect, substraat, verpakking, voorschriften met betrekking tot inspectie, waarmerking en plombering, dezelfde garantie bieden als teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen die in de Gemeenschap zijn geproduceerd, in al deze opzichten gelijkwaardig zijn aan laatstgenoemde producten en aan de eisen en voorschriften van die richtlijn voldoen.

(2)

In dit stadium kan de Commissie echter ten aanzien van geen enkel derde land een dergelijk besluit nemen omdat er momenteel onvoldoende informatie over in derde landen geldende voorwaarden beschikbaar is.

(3)

Om te voorkomen dat het normale handelspatroon wordt verstoord, moet worden toegestaan dat lidstaten die teeltmateriaal van fruitgewassen en fruitgewassen uit derde landen invoeren, voor die invoer doorgaan met de toepassing, overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Richtlijn 92/34/EEG, van voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die gelden voor soortgelijke producten uit de Gemeenschap. Bijgevolg moet de termijn voor de toepassing van de in Richtlijn 92/34/EEG vastgestelde afwijking voor de invoer van dergelijke producten worden verlengd tot na 31 december 2007.

(4)

Richtlijn 92/34/EEG moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal en gewassen van geslachten en soorten fruit,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

In artikel 16, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 92/34/EEG wordt de datum „31 december 2007” vervangen door „31 december 2010”.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 28 november 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 157 van 10.6.1992, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/54/EG (PB L 22 van 26.1.2005, blz. 16).


30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/49


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2007

tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor bepaalde uit derde landen ingevoerde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen voor menselijke consumptie en tot intrekking van Beschikking 2005/432/EG

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5777)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/777/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (1), en met name op artikel 10, lid 2, onder c),

Gelet op Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 8, inleidende zin, punt 1, eerste alinea, en punt 4, en artikel 9, lid 2, onder b), en lid 4, onder b) en c),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2005/432/EG van de Commissie van 3 juni 2005 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften en het model van de certificaten voor uit derde landen ingevoerde vleesproducten voor menselijke consumptie en tot intrekking van de Beschikkingen 97/41/EG, 97/221/EG en 97/222/EG (3) bevat de veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften en de certificeringseisen voor de invoer van zendingen van bepaalde vleesproducten in de Gemeenschap, en bevat ook de lijsten van derde landen en delen daarvan waaruit de invoer van dergelijke producten toegestaan is.

(2)

In Beschikking 2005/432/EG, zoals gewijzigd bij Beschikking 2006/80/EG (4), is rekening gehouden met de gezondheidsvoorschriften en de definities van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (5), Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (6) en Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (7).

(3)

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004 bevat afzonderlijke definities van vleesproducten en van behandelde magen, blazen en darmen.

(4)

De specifieke behandelingen die in Beschikking 2005/432/EG voor elk derde land zijn vastgesteld, zijn gebaseerd op de behandelingen die in Richtlijn 2002/99/EG zijn voorgeschreven om het eventuele risico voor de diergezondheid dat verbonden is aan het verse vlees dat voor de bereiding van die vleesproducten wordt gebruikt, weg te nemen. Aan magen, blazen en darmen zijn uit een oogpunt van diergezondheid dezelfde risico's verbonden als aan vleesproducten. Daarom moeten zij dezelfde specifieke behandelingen ondergaan als in Beschikking 2005/432/EG zijn vastgelegd en aan dezelfde geharmoniseerde certificeringseisen voldoen om in de Gemeenschap te mogen worden ingevoerd.

(5)

Beschikking 2003/779/EG (8) bevat veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van darmen in de EU. De onder Beschikking 2003/779/EG vallende producten moeten daarom worden uitgesloten van de definitie van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen van deze beschikking.

(6)

Beschikking 2004/432/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot goedkeuring van door derde landen ingediende residubewakingsplannen overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG van de Raad (9) bevat een lijst van derde landen waarvan het residubewakingsplan is goedgekeurd en die daarom naar de Gemeenschap mogen uitvoeren.

(7)

Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (10) bevat voorschriften, waaronder bepaalde certificeringsvoorschriften, betreffende veterinaire controles van dierlijke producten die met het oog op invoer en doorvoer uit derde landen de Gemeenschap binnenkomen.

(8)

In verband met de geografische ligging van Kaliningrad en wegens de klimatologische omstandigheden die ertoe leiden dat een aantal havens gedurende een deel van het jaar niet kunnen worden gebruikt, moeten er voor de doorvoer van partijen vleesproducten van en naar Rusland via de Gemeenschap speciale voorschriften komen.

(9)

Bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles (11) is vastgesteld welke grensinspectieposten voor de controle van de doorvoer van partijen vleesproducten van en naar Rusland via de Gemeenschap zijn erkend.

(10)

Bijlage II bij Beschikking 79/542/EEG van de Raad van 21 december 1976 tot vaststelling van een lijst van derde landen of delen van derde landen, alsmede tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van levende dieren en vers vlees daarvan (12) bevat een lijst van derde landen of delen daarvan waaruit de invoer van vers vlees uit bepaalde landen toegestaan is. IJsland is in bijlage II bij die beschikking opgenomen als land dat vers vlees van bepaalde dieren mag uitvoeren. Daarom moet de invoer van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen van die dieren uit IJsland worden toegestaan zonder dat een verdere behandeling wordt geëist.

(11)

Bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondstaat inzake de handel in landbouwproducten (13) bevat de sanitaire en zoötechnische maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten. Vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen uit Zwitserland moeten dus zoals bepaald in die overeenkomst worden behandeld. Die behandelingen hoeven dus niet in de bijlage bij deze beschikking te worden vermeld.

(12)

Bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (14) is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 722/2007 van de Commissie van 25 juni 2007 tot wijziging van de bijlagen II, V, VI, VIII, IX en XI bij Verordening (EG) nr. 999/2001 (15) en bij Verordening (EG) nr. 1275/2007 van de Commissie tot wijziging van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (16). In het certificaat moeten de nieuwe eisen ten aanzien van de BSE-status van derde landen voor de uitvoer van vleesproducten en behandelde darmen naar de Gemeenschap worden opgenomen.

(13)

In Beschikking 2007/453/EG van de Commissie van 29 juni 2007 tot vaststelling van de BSE-status van lidstaten, derde landen of gebieden daarvan naar gelang van hun BSE-risico (17) worden de landen of gebieden in drie groepen ingedeeld, namelijk met een verwaarloosbaar, een gecontroleerd en een onbepaald BSE-risico. In het certificaat moet naar die lijst worden verwezen.

(14)

Voor de duidelijkheid van de communautaire wetgeving is het wenselijk Beschikking 2005/432/EG in te trekken en door deze beschikking te vervangen.

(15)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Deze beschikking bevat veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften voor de invoer in, de doorvoer door en de opslag in de Gemeenschap van zendingen:

a)

vleesproducten zoals omschreven in punt 7.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004, en

b)

behandelde magen, blazen en darmen, zoals omschreven in punt 7.9 van die bijlage, die een van de in bijlage II, deel 4, bij deze beschikking genoemde behandelingen hebben ondergaan.

Deze voorschriften omvatten de lijsten van derde landen en delen daarvan waaruit die producten mogen worden ingevoerd alsmede de modellen van de volksgezondheids- en diergezondheidscertificaten die voor de invoer van die producten vereist zijn en de voorschriften voor de oorsprong en de behandeling voor die producten.

2.   Deze beschikking geldt onverminderd de Beschikkingen 2004/432/EG en 2003/779/EG.

Artikel 2

Voorschriften betreffende diersoorten en dieren

De lidstaten zorgen ervoor dat in de Gemeenschap alleen zendingen vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, verkregen van vlees of vleesproducten, worden ingevoerd die afkomstig zijn van de volgende diersoorten of dieren:

a)

pluimvee, waaronder kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten en patrijzen, die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de productie van vlees of van consumptie-eieren of om in het wild te worden uitgezet;

b)

als huisdier gehouden dieren van de volgende diersoorten: runderen, met inbegrip van Bubalus bubalis en Bison bison, varkens, schapen, geiten en eenhoevigen;

c)

konijnen en hazen, en gekweekt wild zoals omschreven in punt 1.6 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004;

d)

vrij wild, zoals omschreven in punt 1.5 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004.

Artikel 3

Veterinairrechtelijke voorschriften betreffende de oorsprong en de behandeling van de vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen

De lidstaten staan de invoer in de Gemeenschap van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen toe indien:

a)

zij voldoen aan de voorschriften betreffende de oorsprong en de behandeling van bijlage I, punten 1 en 2, en

b)

zij van oorsprong zijn uit de volgende derde landen of delen daarvan:

i)

voor vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die geen specifieke behandeling hebben ondergaan, als bedoeld in punt 1, onder b), van bijlage I, de in deel 2 van bijlage II opgenomen derde landen en de in deel 1 van die bijlage opgenomen delen van derde landen;

ii)

voor vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die een specifieke behandeling hebben ondergaan, als bedoeld in punt 2, onder a) ii), van bijlage I, de in de delen 2 en 3 van bijlage II opgenomen derde landen en de in deel 1 van die bijlage opgenomen delen van die derde landen.

Artikel 4

Gezondheidsvoorschriften voor vers vlees dat gebruikt is voor de productie van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die in de Gemeenschap worden ingevoerd en veterinaire en gezondheidscertificaten

De lidstaten zorgen ervoor dat:

a)

alleen zendingen vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die zijn verkregen van vers vlees, zoals omschreven in punt 1.10 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004, die voldoen aan de communautaire gezondheidsvoorschriften, in de Gemeenschap worden ingevoerd;

b)

alleen zendingen vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die voldoen aan de voorschriften in het in bijlage III opgenomen model van het gezondheidscertificaat, in de Gemeenschap worden ingevoerd;

c)

dergelijke zendingen vergezeld gaan van dat certificaat, dat naar behoren door de officiële dierenarts van het derde land van verzending is ingevuld en ondertekend.

Artikel 5

Zendingen vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die door de Gemeenschap worden doorgevoerd of er worden opgeslagen

De lidstaten zorgen ervoor dat zendingen vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en bestemd zijn om onmiddellijk of na opslag overeenkomstig artikel 12, lid 4, of artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG naar een derde land te worden doorgevoerd en niet om in de Gemeenschap te worden ingevoerd, voldoen aan de volgende voorschriften:

a)

zij zijn afkomstig van het grondgebied van een in bijlage II genoemd derde land of deel daarvan en hebben de in die bijlage aangegeven, voor de invoer van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen van de betrokken diersoort vereiste minimale behandeling ondergaan;

b)

zij voldoen aan de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor de betrokken diersoort zoals vermeld in het in bijlage III opgenomen model van het gezondheidscertificaat;

c)

zij gaan vergezeld van een veterinair certificaat volgens het model in bijlage IV, dat naar behoren door een officiële dierenarts van het betrokken derde land is ondertekend;

d)

de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst in de Gemeenschap heeft op het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst verklaard dat de vleesproducten kunnen worden doorgevoerd of opgeslagen, al naar gelang van het geval.

Artikel 6

Afwijking voor bepaalde bestemmingen in Rusland

1.   In afwijking van artikel 5 staan de lidstaten, onder de volgende voorwaarden, toe dat zendingen vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die afkomstig zijn uit en bestemd zijn voor Rusland, rechtstreeks of via een ander derde land, over de weg of per spoor door de Gemeenschap worden doorgevoerd tussen de daartoe aangewezen communautaire grensinspectieposten die zijn vermeld in bijlage IV bij Beschikking 2001/881/EG:

a)

de zending is in de grensinspectiepost van binnenkomst in de Gemeenschap door de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien;

b)

de documenten die de zending vergezellen, zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 97/78/EG, worden op elke bladzijde door de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit van de grensinspectiepost van binnenkomst in de Gemeenschap voorzien van het stempel „ALLEEN VOOR DOORVOER DOOR DE EG NAAR RUSLAND”;

c)

aan de procedurevoorschriften van artikel 11 van Richtlijn 97/78/EG is voldaan;

d)

de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit in de grensinspectiepost van binnenkomst heeft op het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst verklaard dat de zending mag worden doorgevoerd.

2.   De lidstaten staan niet toe dat dergelijke zendingen overeenkomstig artikel 12, lid 4, of artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG in de Gemeenschap worden gelost of opgeslagen.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit op gezette tijden audits verricht om na te gaan of het aantal zendingen en de hoeveelheid vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, afkomstig van of bestemd voor Rusland, die het grondgebied van de Gemeenschap binnengekomen zijn respectievelijk verlaten hebben, met elkaar in overeenstemming zijn.

Artikel 7

Overgangsbepaling

Zendingen waarvoor vóór 1 mei 2008 veterinaire certificaten zijn afgegeven volgens de in Beschikking 2005/432/EG opgenomen modellen, mogen tot en met 1 juni 2008 in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Artikel 8

Intrekking

Beschikking 2005/432/EG wordt ingetrokken.

Artikel 9

Datum van toepassing

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 december 2007.

Artikel 10

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, op 29 november 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 445/2004 van de Commissie (PB L 72 van 11.3.2004, blz. 60).

(2)  PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(3)  PB L 151 van 14.6.2005, blz. 3. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1792/2006 van de Commissie (PB L 362 van 20.12.2006, blz. 1).

(4)  PB L 329 van 25.11.2006, blz. 26.

(5)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1; rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 3.

(6)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55; rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(7)  PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206; rectificatie in PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad.

(8)  PB L 285 van 1.11.2003, blz. 38. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2004/414/EG (PB L 151 van 30.4.2004, blz. 56).

(9)  PB L 154 van 30.4.2004, blz. 44. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/362/EG (PB L 138 van 30.5.2007, blz. 18).

(10)  PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/104/EG (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352).

(11)  PB L 326 van 11.12.2006, blz. 44. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/276/EG (PB L 116 van 4.5.2007, blz. 34).

(12)  PB L 146 van 14.6.1979, blz. 15. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(13)  PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132.

(14)  PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 727/2007 (PB L 165 van 27.6.2007, blz. 8).

(15)  PB L 164 van 26.6.2007, blz. 7.

(16)  PB L 284 van 30.10.2007, blz. 8.

(17)  PB L 172 van 30.6.2007, blz. 84.


BIJLAGE I

1.

Vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, van oorsprong uit de in artikel 3, onder b) i), bedoelde derde landen of delen daarvan:

a)

zijn vervaardigd van vlees dat in de Gemeenschap mag worden ingevoerd als vers vlees, zoals omschreven in punt 1.10 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004, en

b)

zijn afkomstig van een of meer diersoorten of dieren en hebben een niet-specifieke behandeling ondergaan zoals aangegeven in deel 4, onder A, van bijlage II.

2.

Vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, van oorsprong uit de in artikel 3, onder b) ii), bedoelde derde landen of delen daarvan, voldoen aan de hierna onder a), b) of c) genoemde voorwaarden:

a)

de vleesproducten en/of behandelde magen, blazen en darmen:

i)

zijn vervaardigd met vlees van en/of vleesproducten die afkomstig zijn van één diersoort of één dier overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II, waarbij wordt aangegeven om welke diersoort of welk dier het gaat, en

ii)

hebben ten minste de in deel 4 van bijlage II aangegeven specifieke behandeling voor vlees van de betrokken diersoort of het betrokken dier ondergaan;

b)

de vleesproducten en/of behandelde magen, blazen en darmen:

i)

zijn vervaardigd met vers, verwerkt of gedeeltelijk verwerkt vlees van meer dan één diersoort of dier overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II, dat is gemengd voordat de laatste behandeling overeenkomstig deel 4 van bijlage II wordt toegepast, en

ii)

de onder i) bedoelde laatste behandeling is ten minste even streng als de strengste in deel 4 van bijlage II vastgestelde behandeling voor vlees van de betrokken diersoorten of dieren overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II;

c)

de uiteindelijke vleesproducten en/of behandelde magen, blazen en darmen:

i)

zijn bereid door menging van vooraf behandeld vlees van meer dan één diersoort of dier, en

ii)

hebben de onder i) bedoelde behandeling ondergaan die ten minste even streng is als de behandeling die overeenkomstig deel 4 van bijlage II moet worden toegepast voor de betrokken diersoorten of dieren overeenkomstig de desbetreffende kolom in de delen 2 en 3 van bijlage II voor elk vleesbestanddeel van het vleesproduct en de behandelde magen, blazen en darmen.

3.

De in deel 4 van bijlage II vastgestelde behandelingen zijn de om veterinaire redenen geldende minimale verwerkingsvoorschriften waaraan moet worden voldaan voor vleesproducten en magen, blazen en darmen, afkomstig van de betrokken diersoort die of het betrokken dier dat van oorsprong is uit de in bijlage II genoemde derde landen of delen daarvan.

Wanneer de invoer van slachtafval echter wegens veterinairrechtelijke beperkingen van de Gemeenschap overeenkomstig Beschikking 79/542/EEG niet is toegestaan, mag het als vleesproduct of behandelde maag, blaas of darm worden ingevoerd of in een vleesproduct worden gebruikt, mits de in deel 2 van bijlage II bedoelde behandeling wordt toegepast en aan de communautaire gezondheidsvoorschriften wordt voldaan.

Bovendien kan het een inrichting in een in bijlage II genoemd land worden toegestaan vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen te vervaardigen die de in deel 4 van bijlage II bedoelde behandeling B, C of D hebben ondergaan, ook indien die inrichting is gevestigd in een derde land of deel daarvan dat geen vers vlees naar de Gemeenschap mag uitvoeren, mits aan de communautaire gezondheidsvoorschriften wordt voldaan.


BIJLAGE II

DEEL 1

Geregionaliseerde gebieden voor de in de delen 2 en 3 genoemde landen

Land

Gebied

Omschrijving van het gebied

ISO-code

Versie

Argentinië

AR

01/2004

Het hele land

AR-1

01/2004

Geheel Argentinië, met uitzondering van de provincies Chubut, Santa Cruz en Tierra del Fuego voor de diersoorten zoals bedoeld in Beschikking 79/542/EEG (zoals laatstelijk gewijzigd)

AR-2

01/2004

De provincies Chubut, Santa Cruz en Tierra del Fuego voor de diersoorten zoals bedoeld in Beschikking 79/542/EEG (zoals laatstelijk gewijzigd)

Brazilië

BR

01/2004

Het hele land

BR-1

01/2005

De staten Rio Grande do Sul, Santa Catarina, Paraná, São Paulo en Mato Grosso do Sul

BR-2

01/2005

Deel van de staat Mato Grosso do Sul (behalve de gemeenten Sonora, Aquidauana, Bodoqueno, Bonito, Caracol, Coxim, Jardim, Ladario, Miranda, Pedro Gomes, Porto Murtinho, Rio Negro, Rio Verde de Mato Grosso en Corumbá)

De staat Paraná

De staat São Paulo

Deel van de staat Minas Gerais (behalve de regionale delegaties Oliveira, Passos, São Gonçalo de Sapucai, Setelagoas en Bambuí)

De staat Espíritu Santo

De staat Rio Grande do Sul

De staat Santa Catarina

De staat Goiás

Deel van de staat Mato Grosso, omvattende:

de regionale eenheid Cuiabá (behalve de gemeenten San Antonio de Leverger, Nossa Senhora do Livramento, Pocone en Barão de Melgaço); de regionale eenheid Cáceres (behalve de gemeente Cáceres); de regionale eenheid Lucas do Rio Verde; de regionale eenheid Rondonópolis (behalve de gemeente Itiquiora); de regionale eenheid Barra do Garças en de regionale eenheid Barra do Bugres.

BR-3

01/2005

De staten Goiás, Minas Gerais, Mato Grosso, Mato Grosso do Sul, Paraná, Rio Grande do Sul, Santa Catarina en São Paulo

Maleisië

MY

01/2004

Het hele land

MY-1

01/2004

Alleen schiereiland West-Maleisië

Namibië

NA

01/2005

Het hele land

NA-1

01/2005

Het gebied ten zuiden van de afsluitingen die lopen van Palgrave Point in het westen tot Gam in het oosten

Zuid-Afrika

ZA

01/2005

Het hele land

ZA-1

01/2005

Het hele land, met uitzondering van:

het deel van het gebied waar mond-en-klauwzeer wordt bestreden, gelegen in de veterinaire gebieden Mpumalanga en de noordelijke provincies, in het district Ingwavuma in het veterinaire gebied Natal en in het grensgebied met Botswana ten oosten van de 28e lengtegraad, en het district Camperdown in de provincie KwaZuluNatal.

DEEL 2

Derde landen of delen daarvan waaruit vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen in de EU mogen worden ingevoerd (zie deel 4 van deze bijlage voor de verklaring van de in de tabel gebruikte codes)

ISO-code

Land van oorsprong of deel daarvan

1.

Als huisdier gehouden runderen

2.

Gekweekt evenhoevig wild, met uitzondering van wilde varkens

Als huisdier gehouden schapen en geiten

1.

Als huisdier gehouden varkens

2.

Gekweekt evenhoevig wild

(wilde varkens)

Als huisdier gehouden eenhoevigen

1.

Pluimvee

2.

Gekweekt vederwild

(met uitzondering van loopvogels)

Gekweekte loopvogels

Tamme konijnen en gekweekte leporidae

Vrij evenhoevig wild

(met uitzondering van wilde varkens)

Wilde varkens

Wilde eenhoevigen

Wilde leporidae

(konijnen en hazen)

Vrij vederwild

Niet als huisdier gehouden landzoogdieren

(met uitzondering van hoefdieren en leporidae)

AR

Argentinië AR

C

C

C

A

A

A

A

C

C

XXX

A

D

XXX

Argentinië AR-1 (1)

C

C

C

A

A

A

A

C

C

XXX

A

D

XXX

Argentinië AR-2 (1)

A (2)

A (2)

C

A

A

A

A

C

C

XXX

A

D

XXX

AU

Australië

A

A

A

A

D

D

A

A

A

XXX

A

D

A

BH

Bahrein

B

B

B

B

XXX

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

XXX

BR

Brazilië

XXX

XXX

XXX

A

D

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

Brazilië BR-1

XXX

XXX

XXX

A

XXX

A

A

XXX

XXX

XXX

A

A

XXX

Brazilië BR-2

C

C

C

A

D

D

A

C

XXX

XXX

A

D

XXX

Brazilië BR-3

XXX

XXX

XXX

A

A

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

BW

Botswana

B

B

B

B

XXX

A

A

B

B

A

A

XXX

XXX

BY

Belarus

C

C

C

B

XXX

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

XXX

CA

Canada

A

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

A

CH

Zwitserland (*)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CL

Chili

A

A

A

A

A

A

A

B

B

XXX

A

A

XXX

CN

China

B

B

B

B

B

B

A

B

B

XXX

A

B

XXX

CO

Colombia

B

B

B

B

XXX

A

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

ET

Ethiopië

B

B

B

B

XXX

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

GL

Groenland

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

A

A

HK

Hongkong

B

B

B

B

D

D

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

HR

Kroatië

A

A

D

A

A

A

A

A

D

XXX

A

A

XXX

IL

Israël

B

B

B

B

A

A

A

B

B

XXX

A

A

XXX

IN

India

B

B

B

B

XXX

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

IS

IJsland

A

A

B

A

A

A

A

A

B

XXX

A

A

XXX

KE

Kenia

B

B

B

B

XXX

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

KR

Zuid-Korea

XXX

XXX

XXX

XXX

D

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

MA

Marokko

B

B

B

B

XXX

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

ME

Montenegro

A

A

D

A

D

D

A

D

D

XXX

A

XXX

XXX

MG

Madagaskar

B

B

B

B

D

D

A

B

B

XXX

A

D

XXX

MK

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (**)

A

A

B

A

XXX

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

MU

Mauritius

B

B

B

B

XXX

XXX

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

MX

Mexico

A

D

D

A

D

D

A

D

D

XXX

A

D

XXX

MY

Maleisië MY

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

Maleisië MY-1

XXX

XXX

XXX

XXX

D

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

NA

Namibië (1)

B

B

B

B

D

A

A

B

B

A

A

D

XXX

NZ

Nieuw-Zeeland

A

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

A

PY

Paraguay

C

C

C

B

XXX

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

XXX

RS

Servië (***)

A

A

D

A

D

D

A

D

D

XXX

A

XXX

XXX

RU

Rusland

C

C

C

B

XXX

XXX

A

C

C

XXX

A

XXX

A

SG

Singapore

B

B

B

B

D

D

A

B

B

XXX

A

XXX

XXX

SZ

Swaziland

B

B

B

B

XXX

XXX

A

B

B

A

A

XXX

XXX

TH

Thailand

B

B

B

B

A

A

A

B

B

XXX

A

D

XXX

TN

Tunesië

C

C

B

B

A

A

A

B

B

XXX

A

D

XXX

TR

Turkije

XXX

XXX

XXX

XXX

D

D

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

UA

Oekraïne

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

US

Verenigde Staten

A

A

A

A

A

A

A

A

A

XXX

A

A

XXX

UY

Uruguay

C

C

B

A

D

A

A

XXX

XXX

XXX

A

D

XXX

ZA

Zuid-Afrika (1)

C

C

C

A

D

A

A

C

C

A

A

D

XXX

ZW

Zimbabwe (1)

C

C

B

A

D

A

A

B

B

XXX

A

D

XXX

DEEL 3

Derde landen of delen daarvan waaruit invoer na niet-specifieke behandeling (A) niet is toegestaan, maar waaruit biltong/jerky en gepasteuriseerde vleesproducten in de EU mogen worden ingevoerd

ISO-code

Land van oorsprong of deel daarvan

1.

Als huisdier gehouden runderen

2.

Gekweekt evenhoevig wild

(met uitzondering van wilde varkens)

Als huisdier gehouden schapen en geiten

1.

Als huisdier gehouden varkens

2.

Gekweekt evenhoevig wild

(wilde varkens)

Als huisdier gehouden eenhoevigen

1.

Pluimvee

2.

Gekweekt vederwild

Loopvogels

Tamme konijnen en gekweekte leporidae

Vrij evenhoevig wild

(met uitzondering van wilde varkens)

Wilde varkens

Wilde eenhoevigen

Wilde leporidae

(konijnen en hazen)

Vrij vederwild

Niet als huisdier gehouden landzoogdieren

(met uitzondering van hoefdieren en leporidae)

AR

Argentinië - AR

F

F

XXX

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

XXX

A

XXX

XXX

NA

Namibië

XXX

XXX

XXX

XXX

E

E

A

XXX

XXX

A

A

E

XXX

Namibië NA-1

E

E

XXX

XXX

E

E

A

XXX

XXX

A

A

E

ZA

Zuid-Afrika

XXX

XXX

XXX

XXX

E

E

A

XXX

XXX

A

A

E

XXX

Zuid Afrika ZA-1

E

E

XXX

XXX

E

E

A

XXX

XXX

A

A

E

 

ZW

Zimbabwe

XXX

XXX

XXX

XXX

E

E

A

XXX

XXX

E

A

E

XXX

DEEL 4

Verklaring van de in de tabellen in de delen 2 en 3 gebruikte codes

IN BIJLAGE I BEDOELDE BEHANDELINGEN

Niet-specifieke behandeling

A

=

Voor vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen wordt geen op veterinairrechtelijke gronden gebaseerde minimumeis vastgesteld ten aanzien van temperatuur of andere behandeling. Het vlees van de vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen moet wel een zodanige behandeling hebben ondergaan dat, wanneer het wordt doorgesneden, het snijvlak niet langer de kenmerken vertoont van vers vlees en het gebruikte verse vlees moet ook voldoen aan de veterinairrechtelijke voorschriften die van toepassing zijn op de uitvoer van vers vlees naar de Gemeenschap.

Specifieke behandelingen (in afnemende volgorde van intensiteit)

B

=

Behandeling in een hermetisch gesloten recipiënt tot een Fo-waarde van 3 of meer.

C

=

Tijdens de bereiding van het vleesproduct en de magen, blazen en darmen moet overal in het vlees en/of de magen, blazen en darmen een temperatuur worden bereikt van ten minste 80 °C.

D

=

Tijdens de bereiding van het vleesproduct en de magen, blazen en darmen moet overal in het vlees en/of de magen, blazen en darmen een temperatuur worden bereikt van ten minste 70 °C; voor rauwe ham volstaat een behandeling bestaande uit een natuurlijke fermentatie en rijping gedurende ten minste negen maanden, resulterend in de volgende eigenschappen:

Aw ten hoogste 0,93,

pH ten hoogste 6,0.

E

=

Voor producten van het type „biltong” een behandeling die resulteert in:

Aw ten hoogste 0,93,

pH ten hoogste 6,0.

F

=

Een warmtebehandeling die garandeert dat een kerntemperatuur van ten minste 65 °C wordt bereikt gedurende een voldoende lange tijd om een pasteurisatiewaarde (pw) van ten minste 40 te bereiken.


(1)  Zie deel 3 van deze bijlage voor minimumeisen voor de behandeling van gepasteuriseerde vleesproducten en biltong.

(2)  Voor vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die zijn bereid met vers vlees van dieren die zijn geslacht na 1 maart 2002.

(*)  In overeenstemming met de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over de handel in landbouwproducten.

(**)  Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; voorlopige code die geenszins vooruitloopt op de definitieve nomenclatuur voor dit land, die zal worden vastgesteld na afsluiting van de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties.

(***)  Uitgezonderd Kosovo zoals omschreven in Resolutie 1244 van 10 juni 1999 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

XXX

Geen certificaat vastgesteld; de invoer van vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen die zijn vervaardigd met vlees van deze diersoort is niet toegestaan.


BIJLAGE III

Model van het gezondheidscertificaat voor bepaalde vleesproducten en behandelde magen, blazen en darmen, bestemd voor verzending uit een derde land naar de Europese Unie

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE IV

(Doorvoer en/of opslag)

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

30.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 312/68


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2007/778/GBVB VAN DE RAAD

van 29 november 2007

tot wijziging en verlenging van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB betreffende de instelling van een planningsteam van de EU (EUPT Kosovo) met betrekking tot een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie op het gebied van de rechtsstaat en eventueel op andere gebieden in Kosovo

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 10 april 2006 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB (1) vastgesteld.

(2)

Op 16 oktober 2007 is het Politiek en Veiligheidscomité (PVC° overeengekomen de opdracht van het EUPT Kosovo met vier maanden te verlengen van 30 november 2007 tot en met 31 maart 2008.

(3)

Het civiel plannings- en uitvoeringsvermogen bij het secretariaat van de Raad en het EUPT Kosovo zullen voortgaan met de technische voorbereidingen voor een toekomstige EVDB-missie in Kosovo, onder meer voor een informele en indicatieve opbouw van de troepenmacht, de deelneming van derde landen en aanbestedingen.

(4)

Een operationele risicobeoordeling van het starten van een mogelijke toekomstige EVDB-missie heeft uitgewezen dat, om te garanderen dat de missie kan worden uitgerust volgens het geplande schema voor vorming van de troepenmacht en op tijd voor de dag waarop het gezag wordt overgedragen, ervoor moet worden gezorgd dat er vooraf een aanzienlijke hoeveelheid materieel voor die missie wordt aangekocht.

(5)

De aankoop van materieel wordt geacht vooraf grote financiële risico's met zich mee te brengen.

(6)

De aankoop van materieel vooraf staat los van enig later politiek besluit inzake het inzetten van de missie, en laat dat onverlet.

(7)

Op 18 juni 2007 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan richtsnoeren voor de commando- en controlestructuur van de civiele crisisbeheersingsoperaties van de EU. In deze richtsnoeren is met name bepaald dat een civiele operationele commandant op strategisch niveau het commando en de controle uitoefent voor de planning en de uitvoering van alle civiele crisisbeheersingsoperaties, onder het politieke toezicht en de strategische aansturing van het PVC en onder het algemene gezag van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB (SG/HV); in de richtsnoeren is voorts bepaald dat de directeur van het binnen het secretariaat-generaal van de Raad ingestelde civiel plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) voor iedere civiele crisisbeheersingsoperatie de civiele operationele commandant is.

(8)

De bovengenoemde commando- en controlestructuur laat de contractuele aansprakelijkheid van het hoofd van het EUPT Kosovo ten aanzien van de Commissie voor de uitvoering van de begroting van het EUPT Kosovo onverlet.

(9)

Voor het EUPT Kosovo moet de binnen het secretariaat-generaal van de Raad opgerichte wachtdienst in werking worden gesteld.

(10)

Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB moet dienovereenkomstig worden verlengd en gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

1.

artikel 2, punt 5, wordt vervangen door:

„5.   Vaststellen waaraan de mogelijke toekomstige EU-crisisbeheersingsoperatie behoefte heeft op het stuk van ondersteuningsmiddelen, met inbegrip van alle apparatuur, diensten en gebouwen, en opstellen van richtsnoeren of technische specificaties dienaangaande. Voorstellen van acties voor de aanschaf van de vereiste apparatuur, diensten en gebouwen, ermee rekening houdend dat geschikte apparatuur, gebouwen en materialen kunnen worden overgenomen van bestaande bronnen, waaronder UNMIK, indien dit relevant, haalbaar en kostenefficiënt is. Starten van aanbestedingsprocedures en gunnen van opdrachten om ervoor te zorgen dat apparatuur, diensten en gebouwen tijdig kunnen worden geleverd, zodat de missie uiterlijk op de dag waarop het gezag wordt overgedragen, adequaat is uitgerust. Dit geschiedt in twee fasen. De eerste fase, die begint na de aanneming van dit gemeenschappelijk optreden, is bedoeld voor de aankoop van materieel, met name voertuigen, IT-apparatuur, communicatieapparatuur, gebouwen (aansluitingen en meubilering), beveiligingsapparatuur en uniforms, voor ten hoogste 75 % van het voor kapitaaluitgaven toegewezen budget. De tweede fase, die de resterende aankoopbehoeften van de missie behelst, begint nadat de Raad overeenstemming heeft bereikt over het opzetten van een EU crisisbeheersingsoperatie.”;

2.

het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 3 bis

Civiele operationele commandant

1.   De directeur van het civiele plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) is de civiele operationele commandant van het EUPT Kosovo.

2.   De civiele operationele commandant oefent, onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en onder het algemene gezag van de SG/HV, het commando en de controle op strategisch niveau uit op het EUPT Kosovo.

3.   De civiele operationele commandant zorgt voor een adequate en efficiënte uitvoering van de besluiten van de Raad, alsmede van het PVC, ook, waar nodig, door middel van instructies op strategisch niveau aan het hoofd van het EUPT Kosovo.

4.   Alle gedetacheerde personeelsleden blijven onder het volledige gezag staan van de nationale autoriteiten van de zendstaat of de EU-instelling. De nationale autoriteiten dragen de operationele controle (OPCON) over hun personeel, teams en eenheden over aan de civiele operationele commandant.

5.   De civiele operationele commandant heeft de algehele verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de Europese Unie zich naar behoren van haar zorgplicht kwijt.”;

3.

artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

Hoofd van het EUPT Kosovo en personeel

1.   Het hoofd van het EUPT Kosovo neemt de verantwoordelijkheid voor de missie op zich en oefent het commando en de controle over het EUPT Kosovo uit op het terrein.

2.   Het hoofd van het EUPT Kosovo oefent het commando en de controle uit over het personeel, de teams en de eenheden van de bijdragende staten die door de civiele operationele commandant ter beschikking zijn gesteld, en heeft de administratieve en logistieke verantwoordelijkheid, ook over de aan het EUPT Kosovo ter beschikking gestelde activa, middelen en informatie.

3.   Het hoofd van het EUPT Kosovo geeft instructies aan alle personeelsleden van het EUPT Kosovo, waaronder in dit geval ook aan het ondersteunend element in Brussel, met het oog op de effectieve uitvoering van het EUPT Kosovo op het terrein, en zorgt voor de coördinatie en de dagelijkse leiding van de operatie volgens de instructies van de civiele operationele commandant.

4.   Het hoofd van het EUPT Kosovo is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting van het EUPT Kosovo. Daartoe ondertekent het hoofd van het EUPT Kosovo een contract met de Commissie.

5.   Het hoofd van het EUPT Kosovo is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel. Voor gedetacheerd personeel wordt het tuchtrecht uitgeoefend door de betrokken nationale of EU-autoriteit.

6.   Het hoofd van het EUPT Kosovo vertegenwoordigt het EUPT Kosovo in het operatiegebied en zorgt voor passende zichtbaarheid van het EUPT Kosovo.

7.   Het hoofd van het EUPT Kosovo zorgt, in voorkomend geval, voor coördinatie met andere EU-actoren op het terrein.

8.   Het EUPT Kosovo bestaat voornamelijk uit civiel personeel dat door de lidstaten of EU-instellingen is gedetacheerd. Elke lidstaat of EU-instelling draagt de kosten in verband met elk door hem of haar gedetacheerd personeelslid, met inbegrip van salarissen, ziektekosten, kosten voor vervoer van en naar Kosovo, en vergoedingen met uitzondering van dagvergoedingen.

9.   Het EUPT Kosovo kan ook zo nodig internationaal personeel en lokaal personeel op contractbasis aannemen.

10.   Alle personeelsleden vervullen hun plichten en handelen in het belang van het EUPT Kosovo. Alle personeelsleden eerbiedigen de beginselen en minimumnormen voor de beveiliging die zijn vastgesteld bij Besluit 2001/264/EG van de Raad van 19 maart 2001 tot vaststelling van beveiligingsvoorschriften van de Raad (hierna „de beveiligingsvoorschriften van de Raad” genoemd). (2).”;

4.

artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

Commandostructuur

1.   Het EUPT Kosovo heeft een eengemaakte commandostructuur.

2.   Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) zorgt, onder de verantwoordelijkheid van de Raad, voor het politiek toezicht op en de strategische aansturing van het EUPT Kosovo.

3.   De civiele operationele commandant is, onder het politiek toezicht en de strategische leiding van het PVC en onder het algemene gezag van de SG/HV, de commandant van het EUPT Kosovo op strategisch niveau en geeft, in die hoedanigheid, instructies aan het hoofd van het EUPT Kosovo en verleent hem advies en technische ondersteuning. Na de installatie van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo en voordat de operationele fase van deze operatie ingaat, geeft de civiele operationele commandant instructies aan het hoofd van het EUPT Kosovo via het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.

4.   De civiele operationele commandant brengt via de SG/HV verslag uit aan de Raad.

5.   Het hoofd van het EUPT Kosovo oefent het commando en de controle op het terrein uit over het EUPT Kosovo en legt rechtstreeks verantwoording af aan de civiele operationele commandant. Na de installatie van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo en voordat de operationele fase van deze operatie ingaat, handelt het hoofd van het EUPT Kosovo onder het gezag van het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.

6.   Het hoofd van het EUPT Kosovo rapporteert aan de civiele operationele commandant. Na de installatie van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo en voordat de operationele fase van deze operatie ingaat, brengt het hoofd van het EUPT Kosovo verslag uit aan de civiele operationele commandant, via het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo, zodra dit hoofd is benoemd.

7.   Zodra het PVC een principeakkoord heeft bereikt over de benoeming van het hoofd van de EU-crisisbeheersingsoperatie, zorgt het hoofd van het EUPT Kosovo voor de totstandbrenging van de nodige contacten en coördinatie.”;

5.

artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

Politiek toezicht en strategische aansturing

1.   Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad, de politieke controle uit op en geeft strategische aansturing aan het EUPT Kosovo. Hierbij machtigt de Raad het PVC de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag. Deze machtiging omvat ook de bevoegdheid om, in het licht van het voorgaande, vervolgens besluiten te nemen betreffende de benoeming van het hoofd van het EUPT Kosovo. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de opdracht van het EUPT Kosovo blijven berusten bij de Raad.

2.   Het PVC brengt regelmatig verslag uit aan de Raad.

3.   Het PVC ontvangt, op gezette tijden en naar gelang van de behoefte, door de civiele operationele commandant en het hoofd van het EUPT Kosovo opgestelde verslagen over aangelegenheden die onder hun respectieve bevoegdheden vallen.”;

6.

artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Beveiliging

1.   De civiele operationele commandant neemt de leiding over de planning van de beveiligingsmaatregelen door het hoofd van het EUPT Kosovo op zich en zorgt voor een adequate en efficiënte uitvoering daarvan voor het EUPT Kosovo, overeenkomstig de artikelen 3 bis en 5 en in overleg met de Dienst beveiliging van het secretariaat-generaal van de Raad.

2.   Het hoofd van het EUPT Kosovo is verantwoordelijk voor de veiligheid van het EUPT Kosovo en voor de naleving van de minimumbeveiligingsvereisten die op het EUPT Kosovo van toepassing zijn, overeenkomstig het beleid van de Europese Unie inzake de veiligheid van EU-personeel dat op grond van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de daarvan afgeleide teksten in een operationele hoedanigheid wordt ingezet buiten de EU.

3.   Het EUPT Kosovo beschikt over een speciaal voor de missie bestemde beveiligingsbeambte die aan het hoofd van het EUPT Kosovo rapporteert.

4.   De personeelsleden van het EUPT volgen vóór hun indiensttreding een verplichte beveiligingsopleiding.”;

7.

het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 13 bis

Wachtdienst

Voor het EUPT Kosovo wordt het wachtdienstvermogen geactiveerd.”;

8.

Artikel 14 wordt vervangen door:

„Artikel 14

Herziening

De Raad gaat uiterlijk op 31 januari 2008 na of de opdracht van het EUPT Kosovo na 31 maart 2008 moet worden verlengd, en houdt er daarbij rekening mee dat de overgang naar een mogelijke EU-crisisbeheersingsoperatie in Kosovo soepel moet verlopen.”;

9.

In artikel 15 wordt lid 2 vervangen door:

„2.   Zij vervalt op 31 maart 2008.”.

Artikel 2

Het financiële referentiebedrag als bedoeld in artikel 9, punt 1, tweede alinea, van Gemeenschappelijk Optreden 2006/304/GBVB, wordt met 22 000 000 EUR verhoogd tot een totaal van 76 500 000 EUR ten behoeve van de uitgaven in verband met het mandaat van het EUPT Kosovo voor de periode van 1 december 2007 tot en met 31 maart 2008.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 november 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

M. LINO


(1)  PB L 112 van 26.4.2006, blz. 19. Gemeenschappelijk Optreden laatstelijk gewijzigd bij Gemeenschappelijk Optreden 2007/520/GBVB (PB L 192 van 24.7.2007, blz. 28).

(2)  PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2007/438/EG (PB L 164 van 26.6.2007, blz. 24).