ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 274

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
18 oktober 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 1209/2007 van de Commissie van 17 oktober 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 1210/2007 van de Commissie van 17 oktober 2007 betreffende de opening van een inschrijving voor de toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen, druiven voor tafelgebruik en appelen)

3

 

*

Verordening (EG) nr. 1211/2007 van de Commissie van 17 oktober 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad, wat betreft de handel in producten van de wijnbouwsector met derde landen

5

 

*

Verordening (EG) nr. 1212/2007 van de Commissie van 17 oktober 2007 houdende wijziging van verscheidene verordeningen, wat betreft de codes van de gecombineerde nomenclatuur voor sommige producten van de bloementeelt, voor sommige soorten groenten en fruit, en voor sommige verwerkte producten op basis van groenten en fruit

7

 

*

Verordening (EG) nr. 1213/2007 van de Commissie van 17 oktober 2007 tot verlaging, voor het verkoopseizoen 2007/2008, van de steunbedragen voor de producenten van bepaalde citrussoorten in verband met de overschrijding van de verwerkingsdrempel in bepaalde lidstaten

9

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2007/668/EG

 

*

Besluit van de Raad van 25 juni 2007 betreffende de uitoefening van de aan het voorlopige lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie verbonden rechten en plichten door de Europese Gemeenschap

11

 

 

Commissie

 

 

2007/669/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 15 oktober 2007 houdende de principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op de eventuele opneming van Adoxophyes orana granulovirus, amisulbrom, emamectin, pyridalil en Spodoptera litteralis kernpolyedervirus in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, volledig zijn (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4647)  ( 1 )

15

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

*

Besluit 2007/670/GBVB van de Raad van 1 oktober 2007 betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende de deelname van Nieuw-Zeeland aan de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)

17

Overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende de deelname van Nieuw-Zeeland aan de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)

18

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/1


VERORDENING (EG) Nr. 1209/2007 VAN DE COMMISSIE

van 17 oktober 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 18 oktober 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 oktober 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 756/2007 (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 41).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 17 oktober 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

53,6

MK

28,7

TR

121,8

ZZ

68,0

0707 00 05

EG

151,2

MA

40,3

MK

39,8

TR

143,1

ZZ

93,6

0709 90 70

TR

110,6

ZZ

110,6

0805 50 10

AR

75,7

TR

85,3

UY

81,6

ZA

57,6

ZZ

75,1

0806 10 10

BR

254,1

TR

115,1

US

284,6

ZZ

217,9

0808 10 80

AU

188,0

CA

101,5

CL

86,4

MK

33,9

NZ

81,3

US

96,7

ZA

78,4

ZZ

95,2

0808 20 50

CN

66,0

TR

123,9

ZA

84,6

ZZ

91,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/3


VERORDENING (EG) Nr. 1210/2007 VAN DE COMMISSIE

van 17 oktober 2007

betreffende de opening van een inschrijving voor de toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen, druiven voor tafelgebruik en appelen)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 35, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie (2) zijn de uitvoeringsbepalingen voor de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit vastgesteld.

(2)

Op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2200/96 kan, voor zover dit nodig is om een economisch significante uitvoer mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, een uitvoerrestitutie worden betaald voor de door de Gemeenschap uitgevoerde producten.

(3)

Overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 is het dienstig erop toe te zien dat de eerder door de restitutieregeling op gang gebrachte handelsstromen niet worden verstoord. Daarom, en wegens de seizoengebondenheid van de uitvoer van groenten en fruit, moeten contingenten per product worden vastgesteld, op basis van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties zoals vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3). Deze hoeveelheden moeten worden verdeeld met inachtneming van de bederfelijkheid van de betrokken producten.

(4)

Krachtens artikel 35, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij de vaststelling van de restituties rekening gehouden met de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot de prijzen van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden enerzijds, en de prijzen in de internationale handel anderzijds. Voorts moeten ook de afzet- en vervoerskosten en het economische aspect van de beoogde uitvoer in aanmerking worden genomen.

(5)

Overeenkomstig artikel 35, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij het bepalen van de marktprijzen van de Gemeenschap rekening gehouden met de prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn.

(6)

Wegens de omstandigheden in de internationale handel of specifieke vereisten van bepaalde markten, kan het nodig zijn de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar gelang van de bestemming van dat product.

(7)

Voor tomaten, sinaasappelen, citroenen, druiven voor tafelgebruik en appelen van de kwaliteitsklassen Extra, I en II van de gemeenschappelijke handelsnormen kan de uitvoer economisch significant zijn.

(8)

Met het oog op een optimaal gebruik van de beschikbare middelen en gelet op de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap is het dienstig een inschrijving te houden, en het indicatieve restitutiebedrag en de verwachte hoeveelheden voor de betrokken periode vast te stellen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een inschrijving geopend voor de toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel. In de bijlage worden de betrokken producten, de periode voor de indiening van de offertes, de indicatieve eenheidsbedragen van de restitutie en de verwachte hoeveelheden vastgesteld.

2.   Certificaten die in het kader van de voedselhulp worden afgegeven, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet afgeboekt op de in de bijlage bij de onderhavige verordening bedoelde hoeveelheden.

3.   De certificaten van het A3-stelsel zijn slechts geldig tot en met 31 december 2007.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 25 oktober 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 oktober 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).

(2)  PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 548/2007 (PB L 130 van 22.5.2007, blz. 3).

(3)  PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 532/2007 (PB L 125 van 15.5.2007, blz. 7).

(4)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.


BIJLAGE

TOEKENNING VAN UITVOERCERTIFICATEN VAN HET A3-STELSEL IN DE SECTOR GROENTEN EN FRUIT (TOMATEN, SINAASAPPELEN, CITROENEN, DRUIVEN VOOR TAFELGEBRUIK EN APPELEN)

Periode voor de indiening van de offertes: 25 en 26 oktober 2007

Productcode (1)

Bestemming (2)

Indicatief restitutiebedrag

(in EUR/t netto)

Verwachte hoeveelheden

(in t)

0702 00 00 9100

A00

30

5 000

0805 10 20 9100

A00

36

56 667

0805 50 10 9100

A00

60

16 667

0806 10 10 9100

A00

23

1 667

0808 10 80 9100

F04, F09

32

50 000


(1)  De codes van de producten zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

(2)  De codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87. De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

F04

:

Hongkong, Singapore, Maleisië, Sri Lanka, Indonesië, Thailand, Taiwan, Papoea-Nieuw-Guinea, Laos, Cambodja, Vietnam, Japan, Uruguay, Paraguay, Argentinië, Mexico en Costa Rica.

F09

:

De volgende bestemmingen: Noorwegen, IJsland, Groenland, Faeröer, Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Servië, Montenegro, Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oezbekistan, Oekraïne, Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar, Oman, Verenigde Arabische Emiraten (Abu Dhabi, Dubai, Sharjah, Ajman, Umm al-Qaiwayn, Ras al-Khaimah en Fujairah), Koeweit, Jemen, Syrië, Iran, Jordanië, Bolivia, Brazilië, Venezuela, Peru, Panama, Ecuador en Colombia, landen en gebieden van Afrika, met uitzondering van Zuid-Afrika, bestemmingen in de zin van artikel 36 van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).


18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/5


VERORDENING (EG) Nr. 1211/2007 VAN DE COMMISSIE

van 17 oktober 2007

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad, wat betreft de handel in producten van de wijnbouwsector met derde landen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), en met name op artikel 63, lid 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1057/2007 van de Commissie (2) voorziet in een wijziging van, enerzijds, het restitutiebedrag voor producten van bepaalde codes en, anderzijds, de lijst van voor restituties in aanmerking komende bestemmingen, beide als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2805/95 van de Commissie van 5 december 1995 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de wijnbouwsector en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2137/93 (3).

(2)

Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie (4) moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

De in deze verordening vastgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 883/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 9, lid 6, wordt vervangen door:

„6.   De in de leden 4 en 5 genoemde maatregelen kunnen naar categorie producten en bestemmingszone worden aangepast. De bestemmingszones zijn:

zone 1: Afrika,

zone 2: Azië en Oceanië, en

zone 3: Oost-Europa, met inbegrip van het GOS.

De lijst van alle landen per bestemmingszone is opgenomen in bijlage IV.”.

2.

Bijlage II wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

3.

In bijlage IV wordt het gedeelte betreffende „Zone 4: West-Europa” geschrapt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 oktober 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 241 van 14.9.2007, blz. 14.

(3)  PB L 291 van 6.12.1995, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1057/2007.

(4)  PB L 128 van 10.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 560/2007 (PB L 132 van 24.5.2007, blz. 31).


BIJLAGE

„BIJLAGE II

Categorieën producten bedoeld in artikel 8, lid 1

Code

Categorie

2009 69 11 9100

2009 69 19 9100

2009 69 51 9100

2009 69 71 9100

2204 30 92 9100

2204 30 96 9100

1

2204 30 94 9100

2204 30 98 9100

2

2204 21 79 9910

3.1

2204 29 62 9910

2204 29 64 9910

2204 29 65 9910

3.2

2204 21 79 9100

4.1.1

2204 29 62 9100

2204 29 64 9100

2204 29 65 9100

4.1.2

2204 21 80 9100

4.2.1

2204 29 71 9100

2204 29 72 9100

2204 29 75 9100

4.2.2

2204 21 79 9200

5.1.1

2204 29 62 9200

2204 29 64 9200

2204 29 65 9200

5.1.2

2204 21 80 9200

5.2.1

2204 29 71 9200

2204 29 72 9200

2204 29 75 9200

5.2.2

2204 21 84 9100

6.1.1

2204 29 83 9100

6.1.2

2204 21 85 9100

6.2.1

2204 29 84 9100

6.2.2

2204 21 94 9910

2204 21 98 9910

2204 29 94 9910

2204 29 98 9910

7

2204 21 94 9100

2204 21 98 9100

2204 29 94 9100

2204 29 98 9100

8”


18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/7


VERORDENING (EG) Nr. 1212/2007 VAN DE COMMISSIE

van 17 oktober 2007

houdende wijziging van verscheidene verordeningen, wat betreft de codes van de gecombineerde nomenclatuur voor sommige producten van de bloementeelt, voor sommige soorten groenten en fruit, en voor sommige verwerkte producten op basis van groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 234/79 van de Raad van 5 februari 1979 inzake de procedure voor aanpassingen van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief voor landbouwproducten (1), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (2) is de gecombineerde nomenclatuur gewijzigd voor sommige soorten groenten en fruit en sommige verwerkte producten op basis van groenten en fruit.

(2)

Bij verordeningen tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 (3) is de gecombineerde nomenclatuur in voorgaande jaren eveneens gewijzigd ten aanzien van sommige soorten groenten en fruit en sommige verwerkte producten op basis van groenten en fruit, en niet al deze wijzigingen zijn weergegeven in de onderstaande verordeningen inzake de gemeenschappelijke ordening der markten voor producten van de bloementeelt, voor groenten en fruit en voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit: Verordening (EEG) nr. 316/68 van de Raad van 12 maart 1968 houdende vaststelling van kwaliteitsnormen voor verse snijbloemen en vers snijgroen (4), Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (5), Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (6) en Verordening (EG) nr. 1466/2003 van de Commissie van 19 augustus 2003 tot vaststelling van de handelsnorm voor artisjokken en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 963/98 (7).

(3)

De Verordeningen (EEG) nr. 316/68, (EG) 3223/94, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1466/2003 moeten derhalve dienovereenkomstig worden aangepast.

(4)

De bij deze verordening vastgestelde wijzigingen moeten van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2007, de datum van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1549/2006.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor levende planten en producten van de bloementeelt, het Comité van beheer voor verse groenten en fruit en het Comité van beheer voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 316/68 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 1, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

in het eerste streepje wordt „post 06.03 A” vervangen door „GN-code 0603”;

b)

het tweede streepje wordt vervangen door:

„—

loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, vers, van GN-code 0604 van het gemeenschappelijk douanetarief.”.

2.

In bijlage I, punt I, wordt „post 06.03 A” vervangen door „GN-code 0603”.

3.

In bijlage II, punt I, wordt „post 06.04 A” vervangen door „GN-code 0604”.

Artikel 2

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 3223/94, deel A, wordt „ex 0709 10 00” vervangen door „ex 0709 90 80”.

Artikel 3

Artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 wordt als volgt gewijzigd:

1.

onder a), onder „ex 0812”, wordt „ex 0812 90 99” vervangen door „ex 0812 90 98”;

2.

onder b), onder „ex 2005”, wordt „2005 90 10” vervangen door „2005 99 10”.

Artikel 4

In artikel 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1466/2003 wordt „0709 10 00” vervangen door „0709 90 80”.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 oktober 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 34 van 9.2.1979, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (PB L 349 van 31.12.1994, blz. 105).

(2)  PB L 301 van 31.10.2006, blz. 1.

(3)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 733/2007 (PB L 169 van 29.6.2007, blz. 1).

(4)  PB L 71 van 21.3.1968, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 309/79 van de Commissie (PB L 42 van 17.2.1979, blz. 21).

(5)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 756/2007 (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 41).

(6)  PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië.

(7)  PB L 210 van 20.8.2003, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 907/2004 (PB L 163 van 30.4.2004, blz. 50).


18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/9


VERORDENING (EG) Nr. 1213/2007 VAN DE COMMISSIE

van 17 oktober 2007

tot verlaging, voor het verkoopseizoen 2007/2008, van de steunbedragen voor de producenten van bepaalde citrussoorten in verband met de overschrijding van de verwerkingsdrempel in bepaalde lidstaten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2202/96 van de Raad van 28 oktober 1996 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde citrussoorten (1), en met name op artikel 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2202/96 is voor de Gemeenschap een over de lidstaten verdeelde drempel voor de verwerking van bepaalde citrussoorten vastgesteld, zoals aangegeven in bijlage II bij die verordening.

(2)

In artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2202/96 is bepaald dat, als de communautaire verwerkingsdrempel wordt overschreden, de in bijlage I bij die verordening vermelde steunbedragen worden verminderd in elke lidstaat waar de betrokken verwerkingsdrempel is overschreden. De overschrijding van de drempel wordt berekend op basis van het gemiddelde van de hoeveelheden die met steun zijn verwerkt in de laatste drie verkoopseizoenen vóór het verkoopseizoen waarvoor de steun moet worden vastgesteld, of in een overeenkomstige periode.

(3)

De lidstaten hebben de met steun verwerkte hoeveelheden sinaasappelen meegedeeld overeenkomstig artikel 39, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 2111/2003 van de Commissie (2), waarin bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2202/96 zijn vastgesteld. Blijkens deze gegevens is de communautaire verwerkingsdrempel met 376 023 ton overschreden. Binnen deze overschrijding blijken de drempels voor Italië, Griekenland en Portugal te zijn overschreden. Bijgevolg moeten de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2202/96 vermelde steunbedragen voor sinaasappelen voor het verkoopseizoen 2007/2008 in Italië met 55,91 %, in Griekenland met 8,34 % en in Portugal met 52,88 % worden verlaagd.

(4)

De lidstaten hebben de met steun verwerkte hoeveelheden kleine citrusvruchten meegedeeld overeenkomstig artikel 39, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 2111/2003. Blijkens deze gegevens is de communautaire verwerkingsdrempel met 104 734 ton overschreden. Binnen deze overschrijding blijken de drempels voor Italië, Spanje, Portugal en Cyprus te zijn overschreden. Bijgevolg moeten de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2202/96 vermelde steunbedragen voor mandarijnen, clementines en satsuma’s voor het verkoopseizoen 2007/2008 in Italië met 62,30 %, in Spanje, met betrekking tot kleine citrusvruchten voor verwerking tot sap, met 12 %, in Portugal met 80,66 % en in Cyprus met 53,27 % worden verlaagd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wat Italië, Griekenland en Portugal betreft, zijn voor het verkoopseizoen 2007/2008 de steunbedragen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2202/96 voor sinaasappelen die voor verwerking worden geleverd, vermeld in bijlage I bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Wat Italië, Spanje, Portugal en Cyprus betreft, zijn voor het verkoopseizoen 2007/2008 de steunbedragen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2202/96 voor mandarijnen, clementines en satsuma’s die voor verwerking worden geleverd, vermeld in bijlage II bij de onderhavige verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 oktober 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 297 van 21.11.1996, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(2)  PB L 317 van 2.12.2003, blz. 5.


BIJLAGE I

(EUR/100 kg)

 

Meerjarencontracten

Seizoenscontracten

Individuele telers

Italië

4,97

4,32

3,89

Griekenland

10,33

8,98

8,08

Portugal

5,31

4,62

4,16


BIJLAGE II

(EUR/100 kg)

 

Meerjarencontracten

Seizoenscontracten

Individuele telers

Italië

3,95

3,43

3,09

Spanje — kleine citrusvruchten voor verwerking tot sap

9,21

8,01

7,21

Portugal

2,03

1,76

1,58

Cyprus

4,89

4,25

3,83


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/11


BESLUIT VAN DE RAAD

van 25 juni 2007

betreffende de uitoefening van de aan het voorlopige lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie verbonden rechten en plichten door de Europese Gemeenschap

(2007/668/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133, in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 19 maart 2001 besloten de Commissie te machtigen namens de Europese Gemeenschap te onderhandelen over de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Werelddouaneorganisatie (1).

(2)

De overeenkomst tot oprichting van een Internationale Douaneraad zal naar verwachting op de 109e/110e vergadering van de Raad van de Werelddouaneorganisatie in juni 2007 worden gewijzigd om het mogelijk te maken dat douane-unies en economische unies, waaronder de Europese Gemeenschap, lid worden van de Werelddouaneorganisatie.

(3)

De lidstaten van de Europese Gemeenschap dienen steun te verlenen aan die ontwerp-wijziging waardoor de Gemeenschap, na goedkeuring ervan door de Raad van de Werelddouaneorganisatie, zou kunnen toetreden tot de gewijzigde Overeenkomst.

(4)

Na voorbereidende besprekingen met de Werelddouaneorganisatie hebben de Europese Gemeenschap en de Werelddouaneorganisatie de mogelijkheid onderzocht dat de Europese Gemeenschap de rechten en plichten op zich neemt die verbonden zijn aan het lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie in afwachting van de ratificatie van de gewijzigde overeenkomst tot oprichting van een Internationale Douaneraad door alle leden van de Werelddouaneorganisatie.

(5)

De Europese Gemeenschap is naar verwachting in staat deze rechten en plichten op zich te nemen in het kader van de overeenkomst tot oprichting van een Internationale Douaneraad in aangelegenheden die onder de haar bevoegdheid vallen.

(6)

De lidstaten van de Europese Gemeenschap behouden hun status in de Werelddouaneorganisatie.

(7)

Zowel de Europese Gemeenschap als haar lidstaten hebben bevoegdheden op gebieden die worden bestreken door de overeenkomst tot oprichting van een Internationale Douaneraad.

(8)

Voor onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap vallende aangelegenheden moet een standpunt van de Europese Gemeenschap worden vastgesteld. Voor aangelegenheden die gedeeltelijk onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap vallen, moeten de lidstaten van de Europese Gemeenschap ernaar streven een gemeenschappelijk standpunt te bepalen ter waarborging van de eenheid van externe vertegenwoordiging van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten.

(9)

Gelet op het voorgaande moet de Raad een regeling treffen voor de uitoefening van de rechten en plichten die aan een voorlopig lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie zijn verbonden, met inbegrip van de betaling van een jaarlijkse bijdrage,

BESLUIT:

Enig artikel

1.   De lidstaten van de Europese Gemeenschap stemmen voor het besluit van de Raad van de Werelddouaneorganisatie dat ertoe strekt de Europese Gemeenschap voorlopig dezelfde rechten te verlenen als die welke de leden van de Werelddouaneorganisatie hebben, onder de daarin vermelde voorwaarden.

2.   De Europese Gemeenschap aanvaardt de rechten en plichten die verbonden zijn aan het lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie, zoals vastgesteld bij het besluit van de Raad van de Werelddouaneorganisatie in afwachting van de inwerkingtreding van de wijziging van de overeenkomst tot oprichting van een Internationale Douaneraad.

3.   De Commissie wordt gemachtigd de Werelddouaneorganisatie mee te delen dat de Europese Gemeenschap de aan het lidmaatschap van de Werelddouaneorganisatie verbonden rechten aanvaardt, en de in de bijlage vermelde verklaring van bevoegdheden aan de Werelddouaneorganisatie te doen toekomen.

4.   De Europese Gemeenschap zal vanaf 1 juli 2007 een jaarlijkse bijdrage aan de Werelddouaneorganisatie betalen om het werk van die organisatie te steunen en de extra administratieve uitgaven te dekken.

Gedaan te Luxemburg, 25 juni 2007.

Voor de Raad

De voorzitster

A. SCHAVAN


(1)  De Werelddouaneorganisatie werd opgericht bij de Overeenkomst tot oprichting van een Internationale Douaneraad (ondertekend op 15 december 1950). De overeenkomst is in 1952 in werking getreden. In 1994 heeft de Internationale Douaneraad de werknaam „Werelddouaneorganisatie” aangenomen om het terrein van zijn werkzaamheden duidelijker tot uiting te brengen. De Werelddouaneorganisatie heeft momenteel 171 leden.


BIJLAGE

Verklaring van bevoegdheid van de Europese Gemeenschap in aangelegenheden waarop de Overeenkomst tot oprichting van de Internationale Douaneraad van toepassing is

Overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, zoals gewijzigd, wordt hierbij een verklaring gegeven over de bevoegdheden die de lidstaten van de Europese Gemeenschap aan de Europese Gemeenschap hebben overgedragen in aangelegenheden die zijn geregeld bij de overeenkomst tot oprichting van de Internationale Douaneraad.

De Europese Gemeenschap verklaart dat zij, overeenkomstig de artikelen 131-134 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, exclusieve bevoegdheid op het gebied van de handelspolitiek bezit.

De Europese Gemeenschap kan te allen tijde internationale overeenkomsten sluiten wanneer de interne bevoegdheden al zijn gebruikt om maatregelen te nemen ter uitvoering van vormen van gemeenschappelijk beleid of indien een internationale overeenkomst nodig is om één van de doelstellingen van de Europese Gemeenschap te verwezenlijken. De externe bevoegdheid van de Europese Gemeenschap is exclusief voor zover een internationale overeenkomst interne voorschriften van de Europese Gemeenschap raakt of de draagwijdte ervan wijzigt. In die gevallen is het niet aan de lidstaten van de Europese Gemeenschap, maar aan de Europese Gemeenschap om internationale verbintenissen met derde staten of internationale organisaties aan te gaan. In de lijst van juridische instrumenten in de bijlage bij deze verklaring gaat een lijst van maatregelen die de Gemeenschap op douanegebied heeft aangenomen.

De uitoefening van de bevoegdheden die de lidstaten van de Europese Gemeenschap ingevolge de Verdragen aan de Europese Gemeenschap hebben overgedragen is uit de aard der zaak aan voortdurende wijzigingen onderhevig. De Europese Gemeenschap behoudt zich daarom het recht voor de verklaring aan te passen.

Bijlage

EG-WETGEVING

Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek

Besluit 2003/231/EG van de Raad van 17 maart 2003 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Protocol tot wijziging van de Internationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures (Overeenkomst van Kyoto)

Richtlijn 2002/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap

Besluit 80/271/EEG van de Raad van 10 december 1979 betreffende de sluiting van de multilaterale overeenkomsten waarover tijdens de handelsbesprekingen 1973-1979 overeenstemming is bereikt (PB L 71 van 17.3.1980, blz. 1).

Verscheidene besluiten van comité’s waarvan derde landen lid zijn, bv. 2006/343/EG: Besluit nr. 2/2005 van het Gemengd Comité EG-IJsland van 22 december 2005 tot wijziging van protocol nr. 3 bij de Overeenkomst betreffende de definitie van het begrip producten van oorsprong en de methoden van administratieve samenwerking

Besluit 87/369/EEG van de Raad: Besluit van de Raad van 7 april 1987 inzake de sluiting van het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, alsmede van het daarbij behorende protocol van wijziging

Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

Verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

De artikelen 26 en 133 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 2505/96 van de Raad van 20 december 1996 betreffende de opening en wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3059/95 betreffende de opening en wijze van beheer van autonome communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouw- en industrieproducten (eerste reeks 1996)

Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap

Verordening (EG) nr. 3285/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 518/94, zoals gewijzigd

Verordening (EG) nr. 515/97 van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften

Verordening (EEG) nr. 3677/90 van de Raad van 13 december 1990 houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen

Verordening (EEG) nr. 3769/92 van de Commissie van 21 december 1992 ter uitvoering en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3677/90 van de Raad houdende maatregelen om te voorkomen dat bepaalde stoffen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen

Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren

Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten

Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten

Verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2005 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

Overeenkomst tussen de Europese Europese Gemeenschap, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat inzake een gemeenschappelijke regeling voor douanevervoer van 20 mei 1987

Besluit 93/329/EEG van de Raad van 15 maart 1993 betreffende de sluiting van de Overeenkomst inzake tijdelijke invoer en de aanvaarding van de daarbij behorende bijlagen


Commissie

18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/15


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 15 oktober 2007

houdende de principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op de eventuele opneming van Adoxophyes orana granulovirus, amisulbrom, emamectin, pyridalil en Spodoptera litteralis kernpolyedervirus in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad, volledig zijn

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4647)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/669/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 6, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 91/414/EEG voorziet in de opstelling van een communautaire lijst van werkzame stoffen die mogen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen.

(2)

Op 29 november 2004 heeft Andermatt Biocontrol GmbH bij de autoriteiten van Duitsland een dossier ingediend met een aanvraag om Adoxophyes orana granulovirus op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Op 24 maart 2006 heeft Nissan Chemical Europe S.A.R.L. bij de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een dossier ingediend met een aanvraag om amisulbrom op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Op 23 juni 2006 heeft Syngenta Ltd. bij de autoriteiten van Nederland een dossier ingediend met een aanvraag om emamectin op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Op 28 maart 2006 heeft Sumitomo Chemical Agro Europe SAS bij de autoriteiten van Nederland een dossier ingediend met een aanvraag om pyridalil op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Op 2 januari 2007 heeft Andermatt Biocontrol GmbH bij de autoriteiten van Estland een dossier ingediend met een aanvraag om Spodoptera litteralis kernpolyedervirus op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG.

(3)

De autoriteiten van Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Estland hebben de Commissie meegedeeld dat de dossiers betreffende deze werkzame stoffen op grond van een eerste onderzoek blijken te voldoen aan de in bijlage II bij Richtlijn 91/414/EEG vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie. De ingediende dossiers blijken ten aanzien van één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof in kwestie bevat, ook te voldoen aan de in bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG hebben de aanvragers de dossiers aan de Commissie en de andere lidstaten toegezonden en zijn de dossiers aan het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid voorgelegd.

(4)

Met deze beschikking moet op het niveau van de Gemeenschap officieel worden bevestigd dat de dossiers in beginsel voldoen aan de in bijlage II vastgestelde voorschriften inzake gegevens en informatie en, voor ten minste één gewasbeschermingsmiddel dat de desbetreffende werkzame stof bevat, aan de in bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde voorschriften.

(5)

Deze beschikking mag geen afbreuk doen aan het recht van de Commissie om de aanvrager te verzoeken aanvullende gegevens of informatie in te dienen teneinde bepaalde punten uit het dossier te verduidelijken.

(6)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Onverminderd artikel 6, lid 4, van Richtlijn 91/414/EEG voldoen de dossiers betreffende de in de bijlage bij deze beschikking genoemde werkzame stoffen, die aan de Commissie en de lidstaten zijn voorgelegd met het oog op opneming van deze stoffen in bijlage I bij die richtlijn, in beginsel aan de in bijlage II bij die richtlijn vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie.

De dossiers voldoen ten aanzien van één gewasbeschermingsmiddel dat de desbetreffende werkzame stof bevat, rekening houdend met het beoogde gebruik van dat middel, ook aan de in bijlage III bij die richtlijn vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie.

Artikel 2

De als rapporteur aangewezen lidstaten bestuderen de in artikel 1 genoemde dossiers grondig en delen de conclusies van hun onderzoek, vergezeld van een aanbeveling over het al dan niet opnemen van de in artikel 1 genoemde werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG en van eventuele aan die opneming te verbinden voorwaarden, zo spoedig mogelijk en uiterlijk één jaar na de bekendmaking van deze beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie, aan de Commissie mee.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 15 oktober 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/52/EG van de Commissie (PB L 214 van 17.8.2007, blz. 3).


BIJLAGE

ONDER DEZE BESCHIKKING VALLENDE WERKZAME STOFFEN

Benaming, CIPAC-identificatienummer

Aanvrager

Datum van de aanvraag

Als rapporteur aangewezen lidstaat

Adoxophyes orana granulovirus

CIPAC-nr.: niet van toepassing

Andermatt Biocontrol GmbH

29 november 2004

DE

Amisulbrom

CIPAC-nr.: 789

Nissan Chemical Europe S.A.R.L.

24 maart 2006

UK

Emamectin

CIPAC-nr.: 791

Syngenta Ltd.

23 juni 2006

NL

Pyridalil

CIPAC-nr.: 792

Sumitomo Chemical Agro Europe SAS

28 maart 2006

NL

Spodoptera litteralis kernpolyedervirus

CIPAC-nr.: niet van toepassing

Andermatt Biocontrol GmbH

2 januari 2007

EE


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

18.10.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 274/17


BESLUIT 2007/670/GBVB VAN DE RAAD

van 1 oktober 2007

betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende de deelname van Nieuw-Zeeland aan de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 24,

Gezien de aanbeveling van het voorzitterschap,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 30 mei 2007 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB aangenomen inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) (1).

(2)

Artikel 12, lid 5, van Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB bepaalt dat de nadere regelingen voor wat betreft de deelname van derde staten worden vastgelegd in een overeenkomst conform artikel 24 van het Verdrag.

(3)

Op 13 september 2004 heeft de Raad het voorzitterschap, voor zover nodig bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, gemachtigd om in geval van toekomstige door de Europese Unie geleide civiele crisisbeheersingsmissies onderhandelingen met derde staten te openen met het oog op de sluiting van een overeenkomst op basis van de modelovereenkomst tussen de Europese Unie en een derde staat inzake de deelname van een derde staat aan een civiele crisisbeheersingsoperatie van de Europese Unie. Op grond daarvan heeft het voorzitterschap via onderhandelingen een overeenkomst met Nieuw-Zeeland tot stand gebracht betreffende de deelname van Nieuw-Zeeland aan de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN).

(4)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende de deelname van Nieuw-Zeeland aan de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) wordt hierbij namens de Europese Unie goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst te ondertekenen teneinde daardoor de Europese Unie te binden.

Artikel 3

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Luxemburg, 1 oktober 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

M. LINO


(1)  PB L 139 van 31.5.2007, blz. 33.


VERTALING

OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende de deelname van Nieuw-Zeeland aan de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN)

DE EUROPESE UNIE (EU),

enerzijds, en

NIEUW-ZEELAND,

anderzijds,

hierna de „partijen” te noemen,

REKENING HOUDEND MET:

de vaststelling door de Raad van de Europese Unie van Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB van 30 mei 2007 inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN),

de uitnodiging aan Nieuw-Zeeland om deel te nemen aan EUPOL AFGHANISTAN,

het besluit van Nieuw-Zeeland om deel te nemen aan EUPOL AFGHANISTAN,

het besluit van het Politiek en Veiligheidscomité betreffende de aanvaarding van de bijdrage van Nieuw-Zeeland aan EUPOL AFGHANISTAN,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Deelname aan de operatie

1.   Nieuw-Zeeland sluit zich aan bij Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB van 30 mei 2007 inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN), en bij ieder gemeenschappelijk optreden of besluit waarbij de Raad van de Europese Unie besluit EUPOL AFGHANISTAN te verlengen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst en de eventueel vereiste uitvoeringsregelingen.

2.   De deelname van Nieuw-Zeeland aan EUPOL AFGHANISTAN doet geen afbreuk aan de autonome besluitvorming van de Europese Unie.

3.   Nieuw-Zeeland draagt er zorg voor dat het personeel dat aan EUPOL AFGHANISTAN deelneemt, zijn taak uitoefent overeenkomstig:

Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB en de eventuele latere wijzigingen daarvan,

het operatieplan,

de uitvoeringsmaatregelen.

4.   Personeel dat door Nieuw-Zeeland bij EUPOL AFGHANISTAN gedetacheerd wordt, laat zich bij de uitvoering van zijn taken en in zijn gedrag uitsluitend leiden door het belang van EUPOL AFGHANISTAN.

5.   Nieuw-Zeeland informeert te gelegener tijd het hoofd van de missie van EUPOL AFGHANISTAN en het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie over elke wijziging in zijn bijdrage aan EUPOL AFGHANISTAN.

6.   Het bij EUPOL AFGHANISTAN gedetacheerde personeel wordt door een bevoegde autoriteit van Nieuw-Zeeland medisch gekeurd, ingeënt en medisch geschikt verklaard voor de taak. Bij EUPOL AFGHANISTAN gedetacheerd personeel verstrekt een afschrift van deze verklaring.

Artikel 2

Status van het personeel

1.   Onverminderd eventuele regelingen die tussen de regering van Nieuw-Zeeland en de regering van de Islamitische Republiek Afghanistan worden gesloten, wordt de status van het personeel dat door Nieuw-Zeeland wordt geleverd voor EUPOL AFGHANISTAN geregeld door de overeenkomst over de status van de missie die wordt gesloten door de Europese Unie en de Islamitische Republiek Afghanistan.

2.   Onverminderd de in lid 1 bedoelde overeenkomst betreffende de status van de missie oefent Nieuw-Zeeland bevoegdheid uit ten aanzien van zijn personeel dat aan EUPOL AFGHANISTAN deelneemt.

3.   Nieuw-Zeeland is verantwoordelijk voor de afhandeling van schadevorderingen uit hoofde van, aangaande of met betrekking tot de deelname van zijn personeel aan EUPOL AFGHANISTAN. Nieuw-Zeeland stelt overeenkomstig zijn wet- en regelgeving in voorkomend geval een, inzonderheid juridische of disciplinaire, vordering in tegen leden van zijn personeel.

4.   Nieuw-Zeeland legt bij de ondertekening van deze overeenkomst een verklaring af inzake het afzien van schadevorderingen tegen een aan EUPOL AFGHANISTAN deelnemend land. Een voorbeeld van een dergelijke verklaring is aan deze overeenkomst gehecht.

5.   De Europese Unie draagt er zorg voor dat haar lidstaten bij de ondertekening van deze overeenkomst een verklaring afleggen inzake het afzien van schadevorderingen wat betreft de deelname van Nieuw-Zeeland aan EUPOL AFGHANISTAN.

Artikel 3

Gerubriceerde informatie

1.   Nieuw-Zeeland neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat gerubriceerde EU-informatie wordt beschermd overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad van de Europese Unie, vervat in Besluit 2001/264/EG van de Raad (1) en overeenkomstig verdere richtsnoeren van de bevoegde autoriteiten, waaronder het hoofd van de missie van de EUPOL AFGHANISTAN

2.   Indien de Europese Unie en Nieuw-Zeeland een overeenkomst zijn aangegaan over beveiligingsvoorschriften voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie, gelden de bepalingen daarvan ook voor EUPOL AFGHANISTAN.

Artikel 4

Commandostructuur

1.   Al het aan de EUPOL AFGHANISTAN deelnemend personeel blijft volledig onder bevel van de autoriteiten van zijn land.

2.   De nationale autoriteiten dragen de operationele controle over aan het hoofd van de missie van EUPOL AFGHANISTAN, dat het bevel voert via een hiërarchische commando- en controlestructuur.

3.   Het hoofd van de missie leidt EUPOL AFGHANISTAN en draagt zorg voor de dagelijkse leiding ervan.

4.   Overeenkomstig de in artikel 1, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde rechtsinstrumenten heeft Nieuw-Zeeland wat betreft de dagelijkse leiding van EUPOL AFGHANISTAN dezelfde rechten en verplichtingen als de aan de operatie deelnemende EU-lidstaten.

5.   Het hoofd van de missie van EUPOL AFGHANISTAN is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel van EUPOL AFGHANISTAN. De betrokken nationale autoriteit neemt zo nodig tuchtrechtelijke maatregelen.

6.   Een contactpersoon voor het nationaal contingent (NPC) wordt door Nieuw-Zeeland aangesteld om zijn nationaal contingent in EUPOL AFGHANISTAN te vertegenwoordigen. De NPC rapporteert over nationale aangelegenheden aan het hoofd van de missie van EUPOL AFGHANISTAN, en is verantwoordelijk voor de dagelijkse discipline van het contingent.

7.   Het besluit om de operatie te beëindigen wordt door de Europese Unie genomen na overleg met Nieuw-Zeeland, voor zover dit land nog steeds deelneemt aan EUPOL AFGHANISTAN op het ogenblik dat de operatie wordt beëindigd.

Artikel 5

Financiële aspecten

1.   Nieuw-Zeeland draagt alle kosten in verband met zijn deelname aan de operatie, afgezien van de kosten die vallen onder de gemeenschappelijke financiering zoals omschreven in de operationele begroting van de operatie.

2.   Ingeval natuurlijke personen of rechtspersonen van het land/de landen waar de operatie plaatsvindt, overlijden, lichamelijk letsel oplopen of verlies of schade lijden, betaalt Nieuw-Zeeland, behoudens regelingen, gesloten tussen de Regering van de Islamitische Republiek en de Regering van Nieuw-Zeeland, indien de aansprakelijkheid van dit land is vastgesteld, schadevergoeding onder de voorwaarden, genoemd in de overeenkomst over de status van de missie, indien beschikbaar, als bedoeld in artikel 2, lid 1, van de overeenkomst.

Artikel 6

Bijdragen aan de operationele begroting

Aangezien Nieuw-Zeeland een aanzienlijke bijdrage levert die essentieel is voor deze operatie, is het vrijgesteld van bijdragen in de operationele begroting van EUPOL AFGHANISTAN.

Artikel 7

Regelingen voor de uitvoering van deze overeenkomst

De voor de uitvoering van deze overeenkomst noodzakelijke technische en administratieve regelingen worden getroffen door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger en de bevoegde autoriteiten van Nieuw-Zeeland.

Artikel 8

Niet-naleving

Indien een van de partijen de in voorgaande artikelen neergelegde verplichtingen niet nakomt, heeft de andere partij het recht om deze overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand.

Artikel 9

Beslechting van geschillen

Geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst worden langs diplomatieke weg tussen de partijen opgelost.

Artikel 10

Inwerkingtreding

1.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de partijen elkaar kennis hebben gegeven van de voltooiing van de daartoe vereiste interne procedures.

2.   Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van de ondertekening.

3.   Deze overeenkomst blijft van kracht zolang de deelname van Nieuw-Zeeland aan de operatie duurt.

Gedaan te Brussel, op drie oktober tweeduizend zeven, in twee exemplaren in de Engelse taal.

Image

Voor de Europese Unie

Image

Voor Nieuw-Zeeland


(1)  PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij besluit 2007/438/EG (PB L 164 van 26.6.2007, blz. 24).

BIJLAGE

VERKLARINGEN

Bedoeld in artikel 2, lid 4 en lid 5, van de overeenkomst

Verklaring van de lidstaten van de Europese Unie:

„De lidstaten van de Europese Unie die Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB van 30 mei 2007 inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) uitvoeren, zullen, voor zover hun nationale rechtsstelsel dit toelaat op basis van wederkerigheid, zoveel mogelijk afzien van schadevorderingen tegen Nieuw-Zeeland wegens lichamelijk letsel of dood van een lid van hun personeel, c.q. schade aan of verlies van middelen die zijn eigendom zijn en die door EUPOL AFGHANISTAN zijn gebruikt, wanneer het letsel, het overlijden, de schade of het verlies:

door personeel van Nieuw-Zeeland werd veroorzaakt bij de uitvoering van zijn taken in het kader van EUPOL AFGHANISTAN, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, of

voortvloeit uit het gebruik van middelen die eigendom zijn van Nieuw-Zeeland, op voorwaarde dat deze middelen ten behoeve van de operatie werden gebruikt, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van het uit Nieuw-Zeeland afkomstige personeel van EUPOL AFGHANISTAN dat deze middelen gebruikte.”

Verklaring van Nieuw-Zeeland:

„Nieuw-Zeeland, dat zich heeft aangesloten bij Gemeenschappelijk Optreden 2007/369/GBVB van 30 mei 2007 inzake de totstandbrenging van de politiemissie van de Europese Unie in Afghanistan (EUPOL AFGHANISTAN) zal, op basis van wederkerigheid, voor zover zijn nationale rechtsstelsel dit toelaat, zoveel mogelijk afzien van schadevorderingen tegen andere aan EUPOL AFGHANISTAN deelnemende landen wegens lichamelijk letsel of dood van een lid van hun personeel, c.q. schade aan of verlies van middelen die zijn eigendom zijn en die door EUPOL AFGHANISTAN zijn gebruikt, wanneer het letsel, het overlijden, de schade of het verlies:

door personeel werd veroorzaakt bij de uitvoering van zijn taken in het kader van EUPOL AFGHANISTAN, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, of

voortvloeit uit het gebruik van middelen die eigendom zijn van aan EUPOL AFGHANISTAN deelnemende landen, op voorwaarde dat deze middelen ten behoeve van de operatie werden gebruikt, behalve in gevallen van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van het personeel van EUPOL AFGHANISTAN dat deze middelen gebruikte.”.