ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 99

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
14 april 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

 

Verordening (EG) nr. 402/2007 van de Commissie van 13 april 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 403/2007 van de Commissie van 13 april 2007 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 april 2007

3

 

 

Verordening (EG) nr. 404/2007 van de Commissie van 13 april 2007 tot vaststelling van de maximumbedragen van de steun voor room, boter en boterconcentraat die gelden voor de 29e bijzondere inschrijving in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet

6

 

 

Verordening (EG) nr. 405/2007 van de Commissie van 13 april 2007 tot vaststelling van het maximumbedrag van de steun voor boterconcentraat voor de 29e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet

8

 

*

Verordening (EG) nr. 406/2007 van de Commissie van 12 april 2007 tot vaststelling van een verbod op de visserij op haring in EG-wateren en internationale wateren van de zones I en II door vaartuigen die de vlag van het Verenigd Koninkrijk voeren

9

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2007/229/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 11 april 2007 tot wijziging van Beschikking 2004/452/EG tot vaststelling van een lijst van organen waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1546)  ( 1 )

11

 

 

2007/230/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 12 april 2007 tot vaststelling van een formulier in het kader van de sociale wetgeving met betrekking tot het wegvervoer (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1470)

14

 

 

2007/231/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 12 april 2007 tot wijziging van Beschikking 2006/502/EG waarbij de lidstaten worden verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat uitsluitend kinderveilige aanstekers op de markt worden gebracht en dat het op de markt brengen van novelty lighters wordt verboden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1567)  ( 1 )

16

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Kaderbesluit 2005/667/JBZ van de Raad van 12 juli 2005 tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van verontreiniging vanaf schepen (PB L 255 van 30.9.2005)

18

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/1


VERORDENING (EG) Nr. 402/2007 VAN DE COMMISSIE

van 13 april 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 13 april 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

85,6

TN

143,7

TR

159,0

ZZ

129,4

0707 00 05

JO

171,8

MA

78,8

TR

150,0

ZZ

133,5

0709 90 70

MA

60,6

TR

119,3

ZZ

90,0

0709 90 80

IL

84,1

ZZ

84,1

0805 10 20

EG

45,9

IL

41,3

MA

43,7

TN

63,5

TR

74,9

ZZ

53,9

0805 50 10

IL

65,6

TR

38,7

ZZ

52,2

0808 10 80

AR

83,0

BR

84,1

CA

124,4

CL

89,6

CN

78,8

NZ

118,6

US

129,1

UY

79,6

ZA

92,5

ZZ

97,7

0808 20 50

AR

79,1

CL

99,1

ZA

79,3

ZZ

85,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/3


VERORDENING (EG) Nr. 403/2007 VAN DE COMMISSIE

van 13 april 2007

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 april 2007

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00, 1001 90 91, ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002, ex 1005, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, en ex 1007, met uitzondering van hybriden voor zaaidoeleinden, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 2 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de betrokken producten worden vastgesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is de prijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 10 00, 1001 90 91, ex 1001 90 99 (zachte tarwe van hoge kwaliteit), 1002 00, 1005 10 90, 1005 90 00 en 1007 00 90, de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 4 van die verordening.

(4)

Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 16 april 2007, die van toepassing zullen zijn tot er nogmaals nieuwe invoerrechten worden vastgesteld en in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zullen zijn vanaf 16 april 2007, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld zoals zij zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 16 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1816/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 5).


BIJLAGE I

Vanaf 16 april 2007 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(EUR/t)

1001 10 00

HARDE TARWE van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

0,00

1001 90 91

ZACHTE TARWE, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

ZACHTE TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

1002 00 00

ROGGE

0,00

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, ander dan hybriden

16,39

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (2)

16,39

1007 00 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

0,00


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd, komt de importeur op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt,

2 EUR/t als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

Periode van 30 maart-12 april 2007

1.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

(EUR/t)

 

Zachte tarwe (1)

Maïs

Harde tarwe van hoge kwaliteit

Harde tarwe van gemiddelde kwaliteit (2)

Harde tarwe van lage kwaliteit (3)

Gerst

Beurs

Minneapolis

Chicago

Notering

149,53

106,17

Fob-prijs VSA

179,81

169,81

149,81

137,06

Golfpremie

7,52

Grote-Merenpremie

12,98

2.

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

31,23 EUR/t

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

31,29 EUR/t


(1)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/6


VERORDENING (EG) Nr. 404/2007 VAN DE COMMISSIE

van 13 april 2007

tot vaststelling van de maximumbedragen van de steun voor room, boter en boterconcentraat die gelden voor de 29e bijzondere inschrijving in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (2) kunnen de interventiebureaus bepaalde hoeveelheden boter uit hun interventievoorraden verkopen door middel van een permanente openbare inschrijving en kunnen zij steun toekennen voor room, boter en boterconcentraat. In artikel 25 van die verordening is bepaald dat in het licht van de voor elke bijzondere inschrijving ontvangen offertes een minimumverkoopprijs voor boter en een maximumbedrag van de steun voor room, boter en boterconcentraat worden vastgesteld. Voorts is bepaald dat die prijs of steun kan worden gedifferentieerd volgens de bestemming van de boter, het vetgehalte ervan en de bijmengingsmethode. Het bedrag van de in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1898/2005 bedoelde verwerkingszekerheid moet dienovereenkomstig worden vastgesteld.

(2)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de 29e bijzondere inschrijving in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet, worden de maximumbedragen van de steun voor room, boter en boterconcentraat en de bedragen van de verwerkingszekerheid zoals bedoeld in respectievelijk artikel 25 en artikel 28 van die verordening, vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)  PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).


BIJLAGE

Maximumbedragen van de steun voor room, boter en boterconcentraat en bedragen van de verwerkingszekerheid voor de 29e bijzondere inschrijving in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet

(EUR/100 kg)

Formule

A

B

Bijmengingsmethode

Met verklikstoffen

Zonder verklikstoffen

Met verklikstoffen

Zonder verklikstoffen

Maximumbedrag van de steun

Boter ≥ 82 %

11,5

8

8

Boter < 82 %

7,7

Boterconcentraat

13

9,5

13

9,75

Room

6

3,4

Verwerkingszekerheid

Boter

13

Boterconcentraat

14

14

Room

7


14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/8


VERORDENING (EG) Nr. 405/2007 VAN DE COMMISSIE

van 13 april 2007

tot vaststelling van het maximumbedrag van de steun voor boterconcentraat voor de 29e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 1898/2005 van de Commissie van 9 november 2005 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad, wat betreft maatregelen voor de afzet van room, boter en boterconcentraat op de markt van de Gemeenschap (2), houden de interventiebureaus een permanente openbare inschrijving voor de toekenning van steun voor boterconcentraat. In artikel 54 van die verordening is bepaald dat in het licht van de voor elke bijzondere inschrijving ontvangen offertes een maximumbedrag van de steun voor boterconcentraat met een vetgehalte van ten minste 96 % moet worden vastgesteld.

(2)

Een bestemmingszekerheid zoals bedoeld in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1898/2005 moet worden gesteld om de overname van het boterconcentraat door de detailhandel te waarborgen.

(3)

Het maximumbedrag van de steun moet in het licht van de ontvangen offertes op het passende niveau worden vastgesteld en de bestemmingszekerheid moet dienovereenkomstig worden bepaald.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de 29e bijzondere inschrijving die wordt gehouden in het kader van de permanente openbare inschrijving waarin Verordening (EG) nr. 1898/2005 voorziet, wordt het maximumbedrag van de steun voor boterconcentraat met een vetgehalte van ten minste 96 % zoals bedoeld in artikel 47, lid 1, van die verordening vastgesteld op 12,00 EUR/100 kg.

De bestemmingszekerheid zoals bedoeld in artikel 53, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1898/2005 wordt vastgesteld op 13 EUR/100 kg.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 april 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)  PB L 308 van 25.11.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2107/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 20).


14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/9


VERORDENING (EG) Nr. 406/2007 VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2007

tot vaststelling van een verbod op de visserij op haring in EG-wateren en internationale wateren van de zones I en II door vaartuigen die de vlag van het Verenigd Koninkrijk voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn quota voor 2007 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2007 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2007 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 april 2007.

Voor de Commissie

Fokion FOTIADIS

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 11, gerectificeerd in PB L 36 van 8.2.2007, blz. 6).

(3)  PB L 15 van 20.1.2007, blz. 11.


BIJLAGE

Nr.

02

Lidstaat

Het Verenigd Koninkrijk

Bestand

HER/1/2

Soort

Haring (Clupea harengus)

Zone

EG-wateren en internationale wateren van de zones I en II

Datum

9 maart 2007


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/11


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 11 april 2007

tot wijziging van Beschikking 2004/452/EG tot vaststelling van een lijst van organen waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1546)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/229/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (1), en met name op artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 831/2002 van de Commissie van 17 mei 2002 tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek, met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden (2), stelt, met het oog op statistische conclusies voor wetenschappelijke doeleinden, vast onder welke voorwaarden toegang kan worden verleend tot aan de communautaire instantie toegezonden vertrouwelijke gegevens, en bepaalt de regels voor samenwerking tussen de Gemeenschap en de nationale overheden ter vereenvoudiging van deze toegang.

(2)

Bij Beschikking 2004/452/EG van de Commissie (3) is een lijst van organen vastgesteld waarvan de onderzoekers voor wetenschappelijke doeleinden toegang hebben tot vertrouwelijke gegevens.

(3)

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Otwikkeling (OESO), de Family and Labour Studies Division van Statistics Canada, Ottawa, Ontario, Canada, de eenheid Econometrie en statistische ondersteuning van de fraudebestrijding (ESAF) van het directoraat-generaal Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie en de eenheid Steun voor de Europese onderzoeksruimte (SERA) van het directoraat-generaal Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie moeten worden beschouwd als organen die aan de vereiste voorwaarden voldoen, en moeten derhalve worden toegevoegd aan de lijst van agentschappen, organisaties en instellingen als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 831/2002.

(4)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch geheim,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 2004/452/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 11 april 2007.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 133 van 18.5.2002, blz. 7. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1104/2006 (PB L 197 van 19.7.2006, blz. 3).

(3)  PB L 156 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 202 van 7.6.2004, blz. 1. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2007/81/EG (PB L 28 van 3.2.2007, blz. 23).


BIJLAGE

„BIJLAGE

ORGANEN WAARVAN DE ONDERZOEKERS VOOR WETENSCHAPPELIJKE DOELEINDEN TOEGANG HEBBEN TOT VERTROUWELIJKE GEGEVENS

Europese Centrale Bank

Spaanse centrale bank

Italiaanse centrale bank

Cornell University (staat New York, Verenigde Staten van Amerika)

Department of Political Science, Baruch College, New York City University (staat New York, Verenigde Staten van Amerika)

Duitse centrale bank

Eenheid Werkgelegenheidsanalyse van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen van de Commissie

Universiteit van Tel. Aviv (Israël)

Wereldbank

Center of Health and Wellbeing (CHW) van de Woodrow Wilson School of Public and International Affairs van Princeton University, New Jersey, Verenigde Staten van Amerika

University of Chicago (UofC), Illinois, Verenigde Staten van Amerika

Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)

Family and Labour Studies Division van Statistics Canada, Ottawa, Ontario, Canada

Eenheid Econometrie en statistische ondersteuning van de fraudebestrijding (ESAF) van het directoraat-generaal Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie

Eenheid Steun voor de Europese onderzoeksruimte (SERA) van het directoraat-generaal Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie”


14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/14


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2007

tot vaststelling van een formulier in het kader van de sociale wetgeving met betrekking tot het wegvervoer

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1470)

(2007/230/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad (1), en met name op artikel 11, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2006/22/EG dient de Commissie een elektronisch en afdrukbaar formulier op te stellen dat wordt gebruikt wanneer de bestuurder met ziekteverlof of jaarlijkse vakantie is geweest of wanneer de bestuurder met een ander voertuig heeft gereden dat niet onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (2) valt.

(2)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 18, lid 1, van Verordening (EΕG) nr. 3821/85 (3) opgerichte comité.

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het formulier als bedoeld in artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2006/22/EG wordt vastgesteld als in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 april 2007.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)  PB L 102 van 11.4.2006, blz. 35.

(2)  PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1.

(3)  PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EΕG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).


BIJLAGE

Image


14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/16


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 12 april 2007

tot wijziging van Beschikking 2006/502/EG waarbij de lidstaten worden verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat uitsluitend kinderveilige aanstekers op de markt worden gebracht en dat het op de markt brengen van „novelty lighters” wordt verboden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1567)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/231/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (1), en met name op artikel 13,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2006/502/EG van de Commissie (2) worden de lidstaten verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat uitsluitend kinderveilige aanstekers op de markt worden gebracht en dat het op de markt brengen van „novelty lighters” wordt verboden.

(2)

Beschikking 2006/502/EG is slechts van toepassing tot twaalf maanden na de datum van kennisgeving. De beschikking kan echter worden verlengd overeenkomstig artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2001/95/EG.

(3)

In het licht van de tot nu toe opgedane ervaring en bij ontstentenis van een permanent communautair rechtsbesluit over de veiligheid van aanstekers is het nodig dat de geldigheidsduur van de beschikking met twaalf maanden wordt verlengd.

(4)

Beschikking 2006/502/EG verbiedt het op de markt brengen van niet-kinderveilige aanstekers en „novelty lighters” met ingang van 11 maart 2007. Na die datum mogen niet-kinderveilige aanstekers en „novelty lighters” nog aan consumenten worden geleverd totdat de voorraden zijn uitgeput. Aangezien niet-kinderveilige aanstekers en „novelty lighters” een ernstig risico vormen, moet de levering van dergelijke aanstekers aan de consumenten worden verboden.

(5)

Voor de toepassing van de bij deze beschikking vastgestelde maatregelen moeten de kortst mogelijke overgangsperioden worden toegestaan om verdere ongevallen te voorkomen. Daarbij moet met technische randvoorwaarden rekening worden gehouden en moet het evenredigheidsbeginsel worden gewaarborgd. Er zijn ook overgangsperioden nodig om de lidstaten in staat te stellen ervoor te zorgen dat de maatregelen doeltreffend worden toegepast. Het verbod op de levering van niet-kinderveilige aanstekers en „novelty lighters” aan de consumenten moet bijgevolg van toepassing zijn één jaar na de datum van toepassing van het verbod op het op de markt brengen van dergelijke producten.

(6)

Richtlijn 2006/502/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij Richtlijn 2001/95/EG opgerichte comité,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Beschikking 2006/502/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

„3.   De lidstaten zorgen ervoor dat met ingang van 11 maart 2008 alleen kinderveilige aanstekers aan de consumenten worden geleverd.

4.   De lidstaten verbieden de levering van „novelty lighters” aan de consumenten met ingang van 11 maart 2008.”.

2)

Artikel 6, lid 2, komt als volgt te luiden:

„2.   Deze beschikking is van toepassing tot en met 11 mei 2008.”.

Artikel 2

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om uiterlijk op 11 mei 2007 aan deze beschikking te voldoen en zij maken die maatregelen bekend. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 april 2007.

Voor de Commissie

Meglena KUNEVA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4.

(2)  PB L 198 van 20.7.2006, blz. 41.


Rectificaties

14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 99/18


Rectificatie van Kaderbesluit 2005/667/JBZ van de Raad van 12 juli 2005 tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van verontreiniging vanaf schepen

( Publicatieblad van de Europese Unie L 255 van 30 september 2005 )

Bladzijde 165, artikel 4, lid 4:

in plaats van:

„… ingeval door het delict over een uitgestrekt gebied grote schade is veroorzaakt aan de kwaliteit van water of aan dier- en plantensoorten of delen daarvan, dan wel de dood is veroorzaakt van of ernstig letsel is toegebracht aan personen.”,

te lezen:

„… ingeval door het delict over een uitgestrekt gebied grote schade is veroorzaakt aan de kwaliteit van water of aan dier- en plantensoorten of delen daarvan, en de dood is veroorzaakt van of ernstig letsel is toegebracht aan personen.”.

Bladzijde 165, artikel 4, lid 6:

in plaats van:

„… indien door het delict over een uitgestrekt gebied grote schade is veroorzaakt aan de kwaliteit van water of aan dier- en plantensoorten of delen daarvan, dan wel de dood is veroorzaakt van of ernstig letsel is toegebracht aan personen.”,

te lezen:

„… ingeval door het delict over een uitgestrekt gebied grote schade is veroorzaakt aan de kwaliteit van water of aan dier- en plantensoorten of delen daarvan, en de dood is veroorzaakt van of ernstig letsel is toegebracht aan personen.”.