ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 88

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
29 maart 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 329/2007 van de Raad van 27 maart 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

1

 

 

Verordening (EG) nr. 330/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

12

 

 

Verordening (EG) nr. 331/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1002/2006 voor het verkoopseizoen 2006/2007 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker

14

 

*

Verordening (EG) nr. 332/2007 van de Commissie van 27 maart 2007 betreffende de technische regelingen voor de indiening van statistieken over het spoorvervoer ( 1 )

16

 

*

Verordening (EG) nr. 333/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen ( 1 )

29

 

*

Verordening (EG) nr. 334/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart ( 1 )

39

 

*

Verordening (EG) nr. 335/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1702/2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken ( 1 )

40

 

*

Verordening (EG) nr. 336/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 houdende wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten, wat betreft het referentievetgehalte voor Roemenië

43

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Commissie

 

 

2007/193/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 26 april 2006 waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-overeenkomst (Zaak COMP/M.3916 — T-Mobile Austria/tele.ring) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1695)

44

 

 

2007/194/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 14 november 2006 waarbij een concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst wordt verklaard (Zaak COMP/M.4180 — Gaz de France/Suez) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 5419)

47

 

 

2007/195/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 27 maart 2007 tot vaststelling van een regeling voor de toewijzing van quota aan producenten en importeurs van chloorfluorkoolwaterstoffen voor de jaren 2003 tot en met 2009 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 819_2)

51

 

 

AANBEVELINGEN

 

 

2007/196/EG

 

*

Aanbeveling van de Commissie van 28 maart 2007 betreffende de monitoring op de aanwezigheid van furan in levensmiddelen ( 1 )

56

 

 

III   Besluiten op grond van het EU-Verdrag

 

 

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

 

 

2007/197/GBVB

 

*

Gemeenschappelijke EU-Lijst van militaire goederen (door de Raad aangenomen op 19 maart 2007) (goederen waarop de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer van toepassing is) (Actualiseert en vervangt de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen die op 27 februari 2006 door de Raad is aangenomen)

58

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/1


VERORDENING (EG) Nr. 329/2007 VAN DE RAAD

van 27 maart 2007

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60 en 301,

Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB van de Raad van 20 november 2006 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea (1),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 oktober 2006 hechtte de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn goedkeuring aan Resolutie 1718 (2006), waarin de door de Democratische Volkrepubliek Korea (hierna „Noord-Korea” genoemd) op 9 oktober 2006 uitgevoerde kernproef wordt veroordeeld, waarin wordt gesteld dat er een duidelijke bedreiging van de internationale vrede en veiligheid bestaat en waarbij aan alle leden van de Verenigde Naties de verplichting wordt opgelegd een reeks beperkende maatregelen toe te passen.

(2)

Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB voorziet in de tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen van Resolutie 1718 (2006) en meer bepaald in een verbod op de export van goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten en op daarmee verband houdende dienstverleningen, een verbod op de aanschaf van goederen en technologie uit Noord-Korea, een verbod op de export van luxegoederen naar Noord-Korea, en bevriezing van de tegoeden en economische middelen van personen, entiteiten en lichamen die betrokken zijn bij of steun verlenen aan de genoemde programma's van Noord-Korea.

(3)

Deze maatregelen vallen binnen de werkingssfeer van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast, is derhalve communautaire wetgeving nodig voor de tenuitvoerlegging ervan voor zover het de Gemeenschap betreft.

(4)

Wat de export naar en de import uit Noord-Korea betreft, heeft deze verordening voorrang op de bestaande Gemeenschapswetgeving die voorziet in algemene voorschriften voor export naar en import uit derde landen, en met name op Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik (2). De meeste van deze producten en technologie dienen onder deze verordening te vallen.

(5)

Het is aangewezen de procedure te verduidelijken die moet worden gevolgd voor de goedkeuring van de export van goederen en technologie en de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand.

(6)

Om praktische redenen is het wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd om de lijst te publiceren van goederen en technologie die zal worden goedgekeurd door het Sanctiecomité of door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en zonodig daaraan de referentienummers toe te voegen van de Gecombineerde Nomenclatuur als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (3).

(7)

Het is tevens wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd zo nodig de lijst van luxegoederen te wijzigen in het licht van een definitie of van richtsnoeren die het Sanctiecomité eventueel uitvaardigt om de tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen met betrekking tot luxegoederen te vergemakkelijken, daarbij rekening houdend met de lijsten van luxegoederen die door andere bevoegde instanties zijn opgesteld.

(8)

Om praktische redenen is het tevens wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd de lijst te wijzigen van personen, entiteiten en lichamen wier tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren, op basis van besluiten die door het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn genomen.

(9)

De lidstaten stellen de op te leggen sancties vast voor overtredingen van de bepalingen van deze verordening. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(10)

Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

„Sanctiecomité”: het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat bij punt 12 van Resolutie 1718 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is ingesteld;

2)

„Noord-Korea”: de Democratische Volksrepubliek Korea;

3)

„technische bijstand”: alle technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienstverlening; technische bijstand kan worden verleend in de vorm van instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten; met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

4)

„tegoeden”: financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

a)

contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

b)

deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldo's op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

c)

in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

d)

rente, dividenden of andere inkomsten over of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

e)

krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

f)

kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven; en

g)

bewijsstukken van een belang in fondsen of financiële middelen;

5)

„bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

6)

„economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

7)

„bevriezing van economische middelen”: het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

8)

„grondgebied van de Gemeenschap”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

Artikel 2

1.   Het volgende is verboden:

a)

het rechtstreeks of onrechtstreeks verkopen, leveren, overdragen aan of exporteren naar natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea, van de in bijlage I genoemde goederen en technologie, met inbegrip van computerprogrammatuur, ongeacht of die goederen van oorsprong zijn uit de Gemeenschap;

b)

het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

2.   Bijlage I omvat alle artikelen, of materieel, uitrusting, goederen en technologie, met inbegrip van programmatuur, die goederen voor tweeërlei gebruik zijn in de zin van Verordening (EG) nr. 1334/2000 en die zouden kunnen bijdragen tot de programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten, als bepaald door het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Zij omvat niet de goederen en technologie die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU (4).

3.   Het is verboden de goederen en technologie als genoemd in bijlage I uit Noord-Korea aan te schaffen, in te voeren of te vervoeren, ongeacht of het betrokken artikel van oorsprong is uit Noord-Korea.

Artikel 3

1.   Het volgende is verboden:

a)

het rechtstreeks of onrechtstreeks verlenen van technische bijstand in verband met goederen en technologie als genoemd in de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU of in bijlage I, en het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen als bedoeld in de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU of in bijlage I, ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea;

b)

het rechtstreeks of onrechtstreeks verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie als genoemd in de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU of in bijlage I, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Noord-Korea;

c)

het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) of b) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.

2.   De verbodsbepalingen van lid 1 gelden niet voor andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen die zijn gemaakt van of uitgerust met materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de EU en haar lidstaten in Noord-Korea.

Artikel 4

Het volgende is verboden:

a)

het rechtstreeks of onrechtstreeks verkopen, leveren, overdragen aan of exporteren naar Noord-Korea van de in bijlage III genoemde luxegoederen;

b)

het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

Artikel 5

1.   Indien in een bijzonder geval een afwijking van artikel 2, lid 1, onder a), van artikel 3, lid 1, onder a) of b), of artikel 4, onder a), noodzakelijk wordt geacht, kan de betrokken verkoper, leverancier, vervoerder, exporteur of dienstverlener bij de bevoegde autoriteiten van een lidstaat als bedoeld in de websites genoemd in bijlage II daartoe een naar behoren gemotiveerd verzoek indienen. De lidstaat die het verzoek ontvangt, dient daarop, indien hij de afwijking gegrond acht, bij de VN-Veiligheidsraad een verzoek in voor een specifieke goedkeuring.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elk verzoek tot goedkeuring dat overeenkomstig lid 1 bij de VN-Veiligheidsraad wordt ingediend.

3.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten die in de websites genoemd in bijlage II zijn opgesomd, kunnen de verkoop, de levering, het vervoer, de uitvoer of de verlening van technische bijstand, onder voorwaarden die zij passend achten, toestaan, indien de VN-Veiligheidsraad heeft ingestemd met het verzoek voor een specifieke goedkeuring.

Artikel 6

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder controle staan van de personen, entiteiten en lichamen die in bijlage IV zijn vermeld, worden bevroren. Bijlage IV omvat alle personen, entiteiten en lichamen die door het Sanctiecomité of de VN-veiligheidsraad zijn aangewezen overeenkomstig punt 8, onder d), van Resolutie 1718 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

2.   Er worden geen tegoeden of economische middelen rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in bijlage IV genoemde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

3.   Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen rechtstreeks of onrechtstreeks te omzeilen.

Artikel 7

1.   In afwijking van artikel 6 kunnen de in de websites genoemd in bijlage II bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:

a)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in bijlage IV genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn; zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en openbare voorzieningen;

b)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

c)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het loutere houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; en

op voorwaarde dat de betrokken lidstaat het Sanctiecomité in kennis heeft gesteld van deze vaststelling en van zijn voornemen deze toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité binnen vijf werkdagen na de kennisgeving daartegen geen bezwaar heeft geuit.

2.   In afwijking van artikel 6 mogen de in de websites genoemd in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor de betaling van buitengewone kosten, mits de betrokken bevoegde autoriteiten die vaststelling hebben bekendgemaakt aan het Sanctiecomité, en het Sanctiecomité die vaststelling heeft goedgekeurd.

3.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van de leden 1 en 2 verleende toestemming.

Artikel 8

In afwijking van artikel 6 kunnen de in de websites genoemd in bijlage II bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn vóór 14 oktober 2006 in een gerechtelijk, administratief of scheidsrechterlijk onderpand gegeven of er is vóór die datum een gerechtelijke, administratieve of scheidsrechterlijke uitspraak over gedaan;

b)

de tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk onderpand zijn gewaarborgd of door een dergelijke uitspraak geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wetten en reglementen tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

c)

het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage IV;

d)

de erkenning van het onderpand of van de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat;

e)

het onderpand of de uitspraak is door de lidstaat bekendgemaakt aan het Sanctiecomité.

Artikel 9

1.   Artikel 6, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen in de Gemeenschap die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.   Artikel 6, lid 2, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a)

rente of andere inkomsten, of

b)

betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die voor 14 oktober 2006 zijn gesloten of ontstaan,

mits deze rente, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 6, lid 1, worden bevroren.

Artikel 10

1.   Onverminderd de geldende regels inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim moeten natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen:

a)

alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 6 zijn bevroren, onverwijld verstrekken aan de in de websites genoemd in bijlage II bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of waar zij gevestigd zijn, en deze informatie, rechtstreeks of via de bedoelde lidstaten, aan de Commissie doorgeven;

b)

bij de verificatie van deze informatie samenwerken met de in de websites genoemd in bijlage II bedoelde bevoegde autoriteiten.

2.   Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de betrokken lidstaat.

3.   Alle overeenkomstig dit artikel verstrekte of ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie werd verstrekt of ontvangen.

Artikel 11

De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, mag geen aanleiding geven tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke of rechtspersoon of de entiteit die, dan wel van het lichaam dat deze maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

Artikel 12

De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onverwijld in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en wisselen onderling alle andere voor deze verordening relevante informatie waarover zij beschikken uit, met name betreffende inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.

Artikel 13

De Commissie wordt gemachtigd:

a)

bijlage I op basis van de vaststellingen van het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te wijzigen, en zonodig daaraan de referentienummers toe te voegen van de Gecombineerde Nomenclatuur als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87;

b)

bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

c)

indien nodig of passend bijlage III te wijzigen met het oog op een verfijning of aanpassing van de lijst van de daarin opgenomen goederen, in het licht van een definitie of van richtsnoeren die het Sanctiecomité eventueel uitvaardigt en rekening houdend met de lijsten die door andere bevoegde instanties zijn opgesteld, of daaraan de referentienummers toe te voegen van de Gecombineerde Nomenclatuur overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87;

d)

bijlage IV te wijzigen op basis van de vaststellingen van het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en

e)

de bijlagen I of IV te wijzigen ingevolge een besluit van de Raad op basis van Gemeenschappelijk Standpunt 2006/795/GBVB.

Artikel 14

1.   De lidstaten stellen regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op overtreding van de bepalingen van deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.   De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van die regels en stellen haar op de hoogte van eventuele wijzigingen.

Artikel 15

1.   De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren hen in, of door middel van de websites opgesomd in bijlage II.

2.   Onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze richtlijn stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun bevoegde autoriteiten en brengen haar op de hoogte van elke daaropvolgende wijziging.

Artikel 16

Deze verordening is van toepassing:

a)

op het grondgebied van de Gemeenschap;

b)

aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c)

op alle zich op of buiten het grondgebied van de Gemeenschap bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d)

op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

e)

op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Gemeenschap verrichte zakelijke transacties.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 maart 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

P. STEINBRÜCK


(1)  PB L 322 van 22.11.2006, blz. 32.

(2)  PB L 159 van 30.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 394/2006 (PB L 74 van 13.3.2006, blz. 1).

(3)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 129/2007 (PB L 56 van 23.2.2007, blz. 1).

(4)  De huidige versie van deze lijst is bekendgemaakt in dit Publicatieblad op bladzijde 58.


BIJLAGE I

Goederen en technologie als bedoeld in de artikelen 2 en 3

A.

Goederen

(later aan te vullen)

B.

Technologie

(later aan te vullen)


BIJLAGE II

Websites voor informatie over de in de artikelen 5, 7, 8 en 10 bedoelde bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie

 

BELGIË

http://www.diplomatie.be/eusanctions

 

BULGARIJE

(p.m.)

 

TSJECHIË

http://www.mfcr.cz/mezinarodnisankce

 

DENEMARKEN

http://www.um.dk/da/menu/Udenrigspolitik/FredSikkerhedOgInternationalRetsorden/Sanktioner/

 

DUITSLAND

http://www.bmwi.de/BMWi/Navigation/Aussenwirtschaft/Aussenwirtschaftsrecht/embargos.html

 

ESTLAND

http://web-visual.vm.ee/est/kat_622/

 

GRIEKENLAND

http://www.ypex.gov.gr/www.mfa.gr/en-US/Policy/Multilateral+Diplomacy/International+Sanctions/

 

SPANJE

www.mae.es/es/MenuPpal/Asuntos/Sanciones+Internacionales

 

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/autorites-sanctions/

 

IERLAND

www.dfa.ie/un_eu_restrictive_measures_ireland/competent_authorities

 

ITALIË

http://www.esteri.it/UE/deroghe.html

 

CYPRUS

http://www.mfa.gov.cy/sanctions

 

LETLAND

http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539

 

LITOUWEN

http://www.urm.lt

 

LUXEMBURG

http://www.mae.lu/sanctions

 

HONGARIJE

http://www.kulugyminiszterium.hu/kum/hu/bal/nemzetkozi_szankciok.htm

 

MALTA

http://www.doi.gov.mt/EN/bodies/boards/sanctions_monitoring.asp

 

NEDERLAND

http://www.minbuza.nl/sancties

 

OOSTENRIJK

(p.m.)

 

POLEN

http://www.msz.gov.pl

 

PORTUGAL

http://www.min-nestrangeiros.pt

 

ROEMENIË

http://www.mae.ro/index.php?unde=doc&id=32311&idlnk=1&cat=3

 

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/zunanja_politika/mednarodna_varnost/omejevalni_ukrepi/

 

SLOWAKIJE

http://www.foreign.gov.sk

 

FINLAND

http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet

 

ZWEDEN

(p.m.)

 

VERENIGD KONINKRIJK

www.fco.gov.uk/competentauthorities

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

DG Buitenlandse betrekkingen

Directoraat A. Crisisplatform en beleidscoördinatie in het GBVB

Eenheid A2. Crisisbeheer en conflictpreventie

CHAR 12/106

B-1049 Brussel (België)

e-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu

Tel. (32-2) 295 55 85, 299 11 76

Fax (32-2) 299 08 73


BIJLAGE III

Lijst van de in artikel 4 bedoelde luxegoederen

1.

Volbloedpaarden

2.

Kaviaar en kaviaarsurrogaten

3.

Truffels en bereidingen daarvan

4.

Wijnen van hoge kwaliteit (inclusief schuimwijnen), alcohol en sterke drank

5.

Sigaren en cigarillo's van hoge kwaliteit

6.

Luxe parfums, reukwaters en cosmetica, waaronder schoonheids- en make-upproducten

7.

Lederwaren, zadels en reisgoederen, handtassen en dergelijke artikelen van hoge kwaliteit

8.

Kleding, kledingaccessoires en schoeisel van hoge kwaliteit (ongeacht het materiaal)

9.

Handgeknoopte tapijten, handgeweven vloerkleden en wandkleden

10.

Parels, edel- en halfedelstenen, artikelen van parels, juwelen, goud- en zilverwerk

11.

Niet in omloop zijnde munten en bankbiljetten

12.

Bestek van edelmetaal of van metaal geplateerd met edelmetaal

13.

Servies van porselein, steen of aardewerk of fijne keramiek van hoge kwaliteit

14.

Loodkristallen glaswerk van hoge kwaliteit

15.

Elektronische apparatuur van het hoogste gamma voor huisgebruik

16.

Elektrische/elektronische of optische apparaten van het hoogste gamma voor opname en reproductie van geluid en beeld

17.

Luxevoertuigen voor het vervoer van personen over land, lucht of water, alsook accessoires en onderdelen daarvoor

18.

Luxeklokken en -uurwerken en onderdelen

19.

Muziekinstrumenten van hoge kwaliteit

20.

Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

21.

Ski-, golf-, duik- en watersportartikelen en -uitrusting

22.

Artikelen en uitrusting voor biljart, automatische bowling, casinospelen en spelen die met munten of bankbiljetten in werking worden gesteld


BIJLAGE IV

Lijst van de in artikel 6 bedoelde personen, entiteiten en lichamen

A.

Natuurlijke personen

(later aan te vullen)

B.

Rechtspersonen, entiteiten en lichamen

(later aan te vullen)


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/12


VERORDENING (EG) Nr. 330/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 29 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 28 maart 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

271,1

MA

100,0

SN

320,6

TN

137,2

TR

178,4

ZZ

201,5

0707 00 05

JO

171,8

MA

64,1

TR

160,8

ZZ

132,2

0709 90 70

MA

59,7

TR

111,8

ZZ

85,8

0709 90 80

EG

242,2

IL

80,8

ZZ

161,5

0805 10 20

CU

47,3

EG

45,4

IL

50,3

MA

51,0

TN

57,6

TR

54,2

ZZ

51,0

0805 50 10

IL

64,2

TR

52,4

ZZ

58,3

0808 10 80

AR

77,0

BR

77,2

CA

101,7

CL

89,3

CN

73,9

NZ

114,6

US

106,8

UY

65,8

ZA

87,2

ZZ

88,2

0808 20 50

AR

75,0

CL

95,8

CN

54,5

ZA

77,3

ZZ

75,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/14


VERORDENING (EG) Nr. 331/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

tot wijziging van de bij Verordening (EG) nr. 1002/2006 voor het verkoopseizoen 2006/2007 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor bepaalde producten van de sector suiker

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 951/2006 van de Commissie van 30 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft de handel met derde landen in de sector suiker (2), en met name op artikel 36,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en bepaalde stropen voor het verkoopseizoen 2006/2007 zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1002/2006 van de Commissie (3). Deze prijzen en rechten zijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 262/2007 van de Commissie (4).

(2)

De bovenbedoelde prijzen en invoerrechten moeten op grond van de gegevens waarover de Commissie nu beschikt, overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 951/2006 worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bij Verordening (EG) nr. 1002/2006 voor het verkoopseizoen 2006/2007 vastgestelde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor de in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 951/2006 bedoelde producten worden gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 29 maart 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2011/2006 (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 178 van 1.7.2006, blz. 24. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2031/2006 (PB L 414 van 30.12.2006, blz. 43).

(3)  PB L 179 van 1.7.2006, blz. 36.

(4)  PB L 72 van 13.3.2007, blz. 12.


BIJLAGE

Met ingang van 29 maart 2007 geldende gewijzigde representatieve prijzen en aanvullende invoerrechten voor witte suiker, ruwe suiker en de producten van GN-code 1702 90 99

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg nettogewicht van het betrokken product

Aanvullend invoerrecht per 100 kg nettogewicht van het betrokken product

1701 11 10 (1)

20,09

6,26

1701 11 90 (1)

20,09

11,88

1701 12 10 (1)

20,09

6,07

1701 12 90 (1)

20,09

11,37

1701 91 00 (2)

26,55

11,96

1701 99 10 (2)

26,55

7,44

1701 99 90 (2)

26,55

7,44

1702 90 99 (3)

0,27

0,38


(1)  Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt III, bij Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1).

(2)  Vastgesteld voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in bijlage I, punt II, bij Verordening (EG) nr. 318/2006.

(3)  Vastgesteld per procentpunt sacharosegehalte.


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/16


VERORDENING (EG) Nr. 332/2007 VAN DE COMMISSIE

van 27 maart 2007

betreffende de technische regelingen voor de indiening van statistieken over het spoorvervoer

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer (1), en met name op artikel 6, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het formaat van de gegevens over het spoorvervoer moeten bij de Commissie (Eurostat) voldoende gedetailleerd worden ingediend, zodat de gegevens snel en kosteneffectief kunnen worden verwerkt.

(2)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De gegevens worden bij de Commissie (Eurostat) ingediend in het technische formaat dat in de bijlage is gespecificeerd.

De lidstaten gebruiken dit formaat voor de gegevens betreffende het referentiejaar 2007 en de daaropvolgende jaren.

Artikel 2

De krachtens Verordening (EG) nr. 91/2003 verstrekte gegevens worden in elektronische vorm bij het centrale punt voor gegevenstoezending bij de Commissie (Eurostat) ingediend door de organisatie die daartoe door de nationale instanties is aangewezen. De ingediende gegevens moeten in overeenstemming zijn met een door Eurostat gespecificeerde uitwisselingsnorm.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 maart 2007.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 14 van 21.1.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1192/2003 van de Commissie (PB L 167 van 4.7.2003, blz. 13).

(2)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.


BIJLAGE

TECHNISCH FORMAAT VOOR DE INDIENING VAN GEGEVENS

1.   GEGEVENSSTRUCTUUR

De afzonderlijke records die voor elk kwartaal, elk jaar of elke periode van vijf jaar aan Eurostat moeten worden toegezonden, omvatten negen gegevensverzamelingen, die elk met een bijlage bij Verordening (EG) nr. 91/2003 overeenkomen. Deze gegevensverzamelingen bevatten dus de volgende gegevens:

jaarstatistieken over het goederenvervoer — gedetailleerde rapportage (bijlage A);

jaarstatistieken over het goederenvervoer — vereenvoudigde rapportage (bijlage B);

jaarstatistieken over het reizigersvervoer — gedetailleerde rapportage (bijlage C);

jaarstatistieken over het reizigersvervoer — vereenvoudigde rapportage (bijlage D);

kwartaalstatistieken over het goederen- en reizigersvervoer (bijlage E);

vijfjaarlijkse regionale statistieken over het goederen- en reizigersvervoer (bijlage F);

vijfjaarlijkse statistieken over verkeersstromen op het spoorwegnet (bijlage G);

statistieken over ongevallen (bijlage H);

een lijst van spoorwegondernemingen waarvoor statistieken worden ingediend (bijlage I).

In de bijlagen B en D worden de gegevens genoemd die bij een vereenvoudigde rapportage moeten worden verstrekt en die de lidstaten, in het geval van ondernemingen die onder de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 91/2003 genoemde drempelwaarden blijven, als alternatief voor de normale gedetailleerde rapportage van de bijlagen A en C kunnen gebruiken.

2.   LIJST VAN VELDEN

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 91/2003 moet voor elke bijlage één gegevensverzameling worden ingediend in de vorm van een plat bestand met een kommapunt „;” als veldscheidingsteken. Elke gegevensverzameling, behalve C, moet gegevens bevatten voor alle volgens de bijlage verplichte tabellen. Voor elke gegevensverzameling is het aantal velden in elke record vastgesteld. Dit betekent dat alle velden voorhanden moeten zijn, ook al zijn ze leeg (twee opeenvolgende veldscheidingstekens geven een leeg veld aan).

De afzonderlijke velden zijn hieronder beschreven:

„veldnummer”: geeft de plaats van het veld in de record aan;

„veldnaam”: verwijst naar een variabele in Verordening (EG) nr. 91/2003 ofwel naar een interne identificatiecode die wordt gebruikt om de record te identificeren;

„omschrijving”: korte beschrijving van de inhoud van het veld;

„codering”: in de tabellen A2 en A4 moeten sommige velden worden gecodeerd overeenkomstig de bijlagen J en K bij Verordening (EG) nr. 91/2003. Hier zijn bijkomende codeerregels opgenomen. Nadere toelichtingen en aanbevelingen over codering zijn door Eurostat verstrekt in de richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 91/2003;

„veldtype”: geeft aan of het veld numerieke gegevens of tekst bevat; alle numerieke gegevens moeten als gehele getallen worden ingediend;

„maximumlengte”: de verwachte maximale lengte van de gegevens voor een bepaald veld. Te lange gegevens kunnen niet worden geladen;

„vetrouwelijkheidsvlag” (FlagC): geeft aan of de lidstaat de record als vertrouwelijk beschouwt (Verordeningen (EG) nr. 322/97 van de Raad , artikel 13, lid 1, en (Euratom, EG) nr. 1588/90 van de Raad (1), artikel 13, lid 1, en (Euratom, EG) nr. 1588/90 van de Raad (2), artikel 2);

„vlag toestemming voor verspreiding” (FlagD): geeft aan of door de lidstaat ingediende vertrouwelijke gegevens mogen worden verspreid (Verordeningen (EG) nr. 322/97, artikel 13, lid 2, en (Euratom, EEG) nr. 1588/90, artikel 5, lid 4). De Commissie heeft het recht in specifieke gevallen het oordeel van de lidstaat niet in acht te nemen. Dit gebeurt door FlagD=1 te veranderen in FlagD=0 wanneer FlagC=1.

Gegevensverzameling voor bijlage A: jaarstatistieken over het goederenvervoer — gedetailleerde rapportage

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Maximale lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

A1 t/m A9

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

Period

Referentieperiode

A0

Tekst

2

 

5

TransID

Soort vervoer

0

:

totaal vervoer

1

:

binnenlands vervoer

2

:

internationaal vervoer — totaal

3

:

internationaal vervoer — naar het buitenland

4

:

internationaal vervoer — uit het buitenland

5

:

doorvoer

Tekst

1

 

6

Goods

Soort goederen

Bijlage J bij de verordening

Tekst

2

 

7

DGoods

Soort gevaarlijke goederen

Bijlage K bij de verordening

Tekst

3

 

8

LDG

Land van laden

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

XX

9

UNL

Land van lossen

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

XX

10

Consgmt

Soort verzending

1

:

gesloten trein

2

:

wagonlading

3

:

overige

9

:

onbekend

Tekst

1

 

11

TTU

Soort vervoerseenheid

1

:

containers en wissellaadbakken

2

:

opleggers (niet begeleid)

3

:

wegvoertuigen (begeleid)

9

:

onbekend

Tekst

1

 

12

Tonnes

Totaal goederenvervoer

Ton

Numeriek

10

 

13

Tkm

Totaal goederenvervoer in 1 000 tonkilometer

1 000 tonkilometer

Numeriek

10

 

14

NbrITU

Aantal intermodale vervoerseenheden (ITU's)

Aantal ITU's

Numeriek

8

 

15

TeuITU

Vervoerde intermodale vervoerseenheden in TEU's

TEU's

Numeriek

8

 

16

TrainKM

Verplaatsing goederentreinen in 1 000 kilometer

1 000 treinkilometer

Numeriek

8

 

17

FlagC

Vertrouwelijkheidsvlag

1

:

vertrouwelijk

0

:

niet vertrouwelijk

Tekst

1

 

18

FlagD

Vlag toestemming voor verspreiding

1

:

verspreiding niet toegestaan

0

:

verspreiding toegestaan

Tekst

1

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage A bevat elke record 18 velden. De volgende tabel laat zien welke velden (grijze cellen) voor de verschillende tabellen van bijlage A moeten worden verstrekt. De witte cellen komen overeen met lege recordvelden. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

 

DsetID

Veldnummer

Veldnaam

A1

A2

A3

A4

A5 (3)

A6

A7

A8

A9

1

RCount

*

*

*

*

*

*

*

*

*

2

DsetID

*

*

*

*

*

*

*

*

*

3

Year

*

*

*

*

*

*

*

*

*

4

Period

*

*

*

*

*

*

*

*

*

5

TransID

*

 

*

 

 

*

*

*

 

6

Goods

 

*

 

 

 

 

 

 

 

7

DGoods

 

 

 

*

 

 

 

 

 

8

LDG

 

 

*

 

 

 

 

 

 

9

UNL

 

 

*

 

 

 

 

 

 

10

Consgmt

 

 

 

 

*

 

 

 

 

11

TTU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

Tonnes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

Tkm

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

NbrITU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

TeuITU

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

TrainKm

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

FlagC

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18

FlagD

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gegevensverzameling voor bijlage B: jaarstatistieken over het goederenvervoer — vereenvoudigde rapportage

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Maximale lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

B1 en B2

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

Period

Referentieperiode

A0

Tekst

2

 

5

TransID

Soort vervoer

0

:

totaal vervoer

1

:

binnenlands vervoer

2

:

internationaal vervoer — totaal

3

:

internationaal vervoer — naar het buitenland

4

:

internationaal vervoer — uit het buitenland

5

:

doorvoer

Tekst

1

 

6

Tonnes

Totaal goederenvervoer

Ton

Numeriek

10

 

7

Tkm

Totaal goederenvervoer in 1 000 tonkilometer

1 000 tonkilometer

Numeriek

10

 

8

TrainKm

Verplaatsing goederentreinen in 1 000 treinkilometer

1 000 treinkilometer

Numeriek

8

 

9

FlagC

Vertrouwelijkheidsvlag

1

:

vertrouwelijk

0

:

niet vertrouwelijk

Tekst

1

 

10

FlagD

Vlag toestemming voor verspreiding

1

:

verspreiding niet toegestaan

0

:

verspreiding toegestaan

Tekst

1

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage B bevat elke record 10 velden. De volgende tabel laat zien welke velden (grijze cellen) voor elk van beide tabellen van bijlage B moeten worden verstrekt. De witte cellen komen overeen met lege recordvelden. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

 

DsetID

Veldnummer

Veldnaam

B1

B2

1

RCount

*

*

2

DsetID

*

*

3

Year

*

*

4

Period

*

*

5

TransID

*

 

6

Ton

 

 

7

Tkm

 

 

8

TrainKM

 

 

9

FlagC

 

 

10

FlagD

 

 

Gegevensverzameling voor bijlage C: jaarstatistieken over het reizigersvervoer — gedetailleerde rapportage

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Maximale lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

C1 t/m C5

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

Period

Referentieperiode

A0

Tekst

2

 

5

TransID

Soort vervoer

1

:

binnenlands vervoer

2

:

internationaal vervoer — totaal

3

:

internationaal vervoer — naar het buitenland

4

:

internationaal vervoer — uit het buitenland

Tekst

1

 

6

LDG

Land van instappen

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

XX

7

UNL

Land van uitstappen

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

XX

8

Pass

Totaal reizigersvervoer

Reizigers

Numeriek

10

 

9

PassKm

Totaal reizigersvervoer in 1 000 reizigerskilometer

1 000 reizigerskilometer

Numeriek

10

 

10

TrainKm

Verplaatsing reizigerstreinen in 1 000 treinkilometer

1 000 treinkilometer

Numeriek

8

 

11

FlagC

Vertrouwelijkheidsvlag

1

:

vertrouwelijk

0

:

niet vertrouwelijk

Tekst

1

 

12

FlagD

Vlag toestemming voor verspreiding

1

:

verspreiding niet toegestaan

0

:

verspreiding toegestaan

Tekst

1

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage C bevat elke record 12 velden. De volgende tabel laat zien welke velden (grijze cellen) voor de verschillende tabellen van bijlage C moeten worden verstrekt. De witte cellen komen overeen met lege recordvelden. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

Voorlopige gegevens (tabellen C1 en C2) en definitieve geconsolideerde gegevens (tabellen C3 en C4) moeten op verschillende tijdstippen met dezelfde structuur worden toegezonden.

 

DsetID

Veldnummer

Veldnaam

C1 (4)

C2 (4)

C3 (5)

C4 (5)

C5

1

RCount

*

*

*

*

*

2

DsetID

*

*

*

*

*

3

Year

*

*

*

*

*

4

Period

*

*

*

*

*

5

TransID

* 1 & 2

* 3 & 4

* 1 & 2

* 3 & 4

 

6

LDG

 

*

 

*

 

7

UNL

 

*

 

*

 

8

Pass

 

 

 

 

 

9

PassKm

 

 

 

 

 

10

TrainKm

 

 

 

 

 

11

FlagC

 

 

 

 

 

12

FlagD

 

 

 

 

 

Gegevensverzameling voor bijlage D: jaarstatistieken over het reizigersvervoer — vereenvoudigde rapportage

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Maximale lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

D1 en D2

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

Period

Referentieperiode

A0

Tekst

2

 

5

Pass

Totaal reizigersvervoer

Reizigers

Numeriek

10

 

6

Passkm

Totaal reizigersvervoer in 1 000 reizigerskilometer

1 000 reizigerskilometer

Numeriek

10

 

7

TrainKm

Verplaatsing reizigerstreinen in 1 000 treinkilometer

1 000 treinkilometer

Numeriek

8

 

8

FlagC

Vertrouwelijkheidsvlag

1

:

vertrouwelijk

0

:

niet vertrouwelijk

Tekst

1

 

9

FlagD

Vlag toestemming voor verspreiding

1

:

verspreiding niet toegestaan

0

:

verspreiding toegestaan

Tekst

1

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage D bevat elke record 9 velden. De volgende tabel laat zien welke velden (grijze cellen) voor elk van beide tabellen van bijlage D moeten worden verstrekt. De witte cellen komen overeen met lege recordvelden. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

 

DsetID

Veldnummer

Veldnaam

D1

D2

1

RCount

*

*

2

DsetID

*

*

3

Year

*

*

4

Period

*

*

5

Pass

 

 

6

PassKm

 

 

7

TrainKm

 

 

8

FlagC

 

 

9

FlagD

 

 

Gegevensverzameling voor bijlage E: kwartaalstatistieken over het goederen- en reizigersvervoer

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Max. lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

E1 en E2

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

Period

Referentieperiode

Q1 t/m Q4

Tekst

2

 

5

Tonnes

Totaal goederenvervoer

Ton

Numeriek

10

 

6

Tkm

Totaal goederenvervoer in 1 000 tonkilometer

1 000 tonkilometer

Numeriek

10

 

7

Pass

Totaal reizigersvervoer

Reizigers

Numeriek

10

 

8

Passkm

Totaal reizigersvervoer in 1 000 reizigerskilometer

1 000 reizigerskilometer

Numeriek

10

 

9

FlagC

Vertrouwelijkheidsvlag

1

:

vertrouwelijk

0

:

niet vertrouwelijk

Tekst

1

 

10

FlagD

Vlag toestemming voor verspreiding

1

:

verspreiding niet toegestaan

0

:

verspreiding toegestaan

Tekst

1

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage E bevat elke record 10 velden. De volgende tabel laat zien welke velden (grijze cellen) voor elk van beide tabellen van bijlage E moeten worden verstrekt. De witte cellen komen overeen met lege recordvelden. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

 

DsetID

Veldnummer

Veldnaam

E1

E2

1

RCount

*

*

2

DsetID

*

*

3

Year

*

*

4

Period

*

*

5

Tonnes

 

 

6

Tkm

 

 

7

Pass

 

 

8

PassKm

 

 

9

FlagC

 

 

10

FlagD

 

 

Gegevensverzameling voor bijlage H: statistieken over ongevallen

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Maximale lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

H1 t/m H4

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

Period

Referentieperiode

A0

Tekst

2

 

5

AccID

Soort ongeval

1

:

botsingen

2

:

ontsporingen

3

:

ongevallen op spoorwegovergangen

4

:

ongevallen, veroorzaakt door rijdend materieel, waarvan personen het slachtoffer zijn

5

:

branden in rijdend materieel

6

:

overige

7

:

totaal

9

:

onbekend

Tekst

1

 

6

PersID

Categorie personen

1

:

reizigers

2

:

werknemers

3

:

overige

4

:

totaal

[5:

gebruikers spoorwegovergangen]

[6:

onbevoegde personen op spoorwegterreinen]

9

:

onbekend

Tekst

1

 

7

NbAccSign

Aantal ernstige ongevallen

Aantal

Numeriek

8

 

8

NbAccInj

Aantal ongevallen met zwaargewonden

Aantal

Numeriek

8

 

9

NbAccDGIn

Aantal ongevallen bij het vervoer van gevaarlijke goederen

Aantal

Numeriek

8

 

10

NbAccDGRe

Aantal ongevallen waarbij gevaarlijke goederen zijn vrijgekomen

Aantal

Numeriek

8

 

11

NbPersK

Aantal dodelijke slachtoffers

Aantal

Numeriek

8

 

12

NbPersI

Aantal zwaargewonden

Aantal

Numeriek

8

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage H bevat elke record 12 velden. De volgende tabel laat zien welke velden (grijze cellen) voor de verschillende tabellen van bijlage H moeten worden verstrekt. De witte cellen komen overeen met lege recordvelden. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

De tabel bevat nog twee andere categorieën personen die in de toekomst vereist kunnen zijn: „5: gebruikers spoorwegovergangen” en „6: onbevoegde personen op spoorwegterreinen”.

 

DsetID

Veldnummer

Veldnaam

H1

H2

H3

H4

1

RCount

*

*

*

*

2

DsetID

*

*

*

*

3

Year

*

*

*

*

4

Period

*

*

*

*

5

AccID

*

 

*

*

6

PersID

 

 

*

*

7

NbAccSign

 

 

 

 

8

NbAccInj (6)

 

 

 

 

9

NbAccDGIn

 

 

 

 

10

NbAccDGRe

 

 

 

 

11

NbPersK

 

 

 

 

12

NbPersI

 

 

 

 

Gegevensverzameling voor bijlage I

Veldnummer

Veldnaam

Omschrijving

Codering

Veldtype

Maximale lengte

Specifieke codes voor ontbrekende waarden

1

RCount

Rapporterend land

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

 

2

DsetID

Identificatiecode gegevensverzameling

I1

Tekst

2

 

3

Year

Jaar gegevensverzameling

4 cijfers

Tekst

4

 

4

UCode

Code onderneming (onveranderlijk in de loop der jaren)

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk + getal met 3 cijfers

Tekst

5

XX

5

UName

Naam onderneming

 

Tekst

100

 

6

CountID

Land van vestiging van de onderneming

ISO 3166 alpha2-nomenclatuur behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

Tekst

2

XX

7

IntFret

Activiteit goederenvervoer: internationaal

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

8

Natfret

Activiteit goederenvervoer: binnenlands

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

9

Intpass

Activiteit reizigersvervoer: internationaal

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

10

Natpass

Activiteit reizigersvervoer: binnenlands

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

11

DsetA

Gegevens in bijlage A

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

12

DsetB

Gegevens in bijlage B

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

13

DsetC

Gegevens in bijlage C

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

14

DsetD

Gegevens in bijlage D

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

15

DsetE

Gegevens in bijlage E

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

16

DsetF

Gegevens in bijlage F

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

17

DsetG

Gegevens in bijlage G

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

18

DsetH

Gegevens in bijlage H

1

:

JA

0

:

NEEN

Tekst

1

 

19

Tonnes

Totaal goederenvervoer (in ton)

Ton

Numeriek

10

 

20

Tkm

Totaal goederenvervoer (1 000 tkm)

1 000 tonkilometer

Numeriek

10

 

21

Pass

Totaal reizigersvervoer (aantal reizigers)

Aantal reizigers

Numeriek

10

 

22

PassKm

Totaal reizigersvervoer (1 000 reizigerskilometer)

1 000 reizigerskilometer

Numeriek

10

 

In het platte bestand met de gegevens voor bijlage I bevat elke record 22 velden. In de volgende tabel zijn alle cellen grijs omdat bijlage I slechts één tabel bevat. Facultatieve velden mogen leeg blijven. Een asterisk geeft een kernveld aan. De combinatie van de waarden van de kernvelden voor een record moet een enkele kernwaarde binnen het bestand aangeven. Als twee keer dezelfde kernwaarde wordt gevonden, zal het bestand niet correct worden geladen.

Veldnummer

Veldnaam

DsetID I1

1

RCount

*

2

DsetID

*

3

Year

*

4

UCode

*

5

UName (7)

 

6

CountID

 

7

IntFret

 

8

Natfret

 

9

Intpass

 

10

Natpass

 

11

DsetA

 

12

DsetB

 

13

DsetC

 

14

DsetD

 

15

DsetE

 

16

DsetF

 

17

DsetG

 

18

DsetH

 

19

Tonnes (8)

 

20

Tkm (9)

 

21

Pass (10)

 

22

Passkm (11)

 

3.   ONTBREKENDE WAARDEN

Voor bepaalde velden kan Eurostat aanbevelen voor ontbrekende waarden of andere bijzondere waarden specifieke codes te gebruiken (zie kolom „specifieke codes voor ontbrekende waarden”).

Aanvullende informatie wordt verstrekt in de richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 91/2003.

4.   ALTERNATIEVE STANDAARDFORMATEN

De lidstaten kunnen andere standaardformaten gebruiken als die geschikt zijn voor de bovengenoemde gegevensstructuren en door Eurostat worden voorgesteld.

5.   VALIDATIE VAN DE GEGEVENS DOOR EUROSTAT

Eurostat zal een aantal validatiecontroles op de door de lidstaten ingediende gegevens toepassen, alvorens deze in de productiedatabank in te voeren. Wanneer een beduidend aantal records deze controles niet doorstaat, zal Eurostat de lidstaat meedelen welke records fout zijn en aangeven waarom ze niet zijn aanvaard. De lidstaat zal worden gevraagd de gemelde fouten te corrigeren en vervolgens de volledige gegevensverzameling (niet alleen de foute records) opnieuw in te dienen. Deze procedure is nodig om de juistheid van de gegevens binnen en tussen de gegevensverzamelingen te waarborgen.

6.   BENAMING VAN GEGEVENSVERZAMELINGSBESTAND

Bestanden moeten overeenkomstig de volgende structuur worden genoemd:

„RAIL_annex_frequency_CC_YYYY_period[_OptionalField].format” waarbij:

RAIL

Voor gegevens over het spoorvervoer

Annex

Identificatie gegevensverzameling (m.a.w. bijlage bij de verordening):

A

:

jaarstatistieken over het goederenvervoer — gedetailleerde rapportage

B

:

jaarstatistieken over het goederenvervoer — vereenvoudigde rapportage

C

:

jaarstatistieken over het reizigersvervoer — gedetailleerde rapportage

D

:

jaarstatistieken over het reizigersvervoer — vereenvoudigde rapportage

E

:

kwartaalstatistieken over het goederen- en reizigersvervoer

F

:

regionale statistieken over het goederen- en reizigersvervoer

G

:

statistieken over verkeersstromen op het spoorwegnet

H

:

statistieken over ongevallen

I

:

lijst van spoorwegondernemingen

Frequency

A: jaarlijks

Q: per kwartaal

5: om de vijf jaar

CC

Rapporterend land: gebruik ISO 3166 alpha2 behalve „UK” voor Verenigd Koninkrijk

YYYY

Referentiejaar (bv. 2004)

Period

0000: jaarlijks

0001: eerste kwartaal

0002: tweede kwartaal

0003: derde kwartaal

0004: vierde kwartaal

0005: om de vijf jaar

[_OptionalField]

Kan een keten van 1 t/m 220 tekens bevatten (alleen „A” t/m „Z”, „0” t/m „9” of „_” zijn toegestaan). Dit veld wordt door de Eurostat-tools niet geïnterpreteerd.

.format

Bestandsformaat: (bv. „CSV” voor Comma Separated Value met kommapunt als veldscheidingsteken, „GES” voor Gesmes)

Voor elke bijlage bij de verordening en voor elke periode moet één bestand worden ingediend.

Voorbeeld:

Het bestand „RAIL_E_Q_FR_2004_0002.csv” is het gegevensbestand met de gegevens van Frankrijk voor bijlage E bij de verordening, voor het tweede kwartaal van het jaar 2004.

7.   METHODE VAN INDIENING

Gegevens moeten in elektronische vorm bij het centrale punt voor gegevenstoezending bij Eurostat worden ingediend of ge-upload. Deze methode garandeert de veilige indiening van vertrouwelijke gegevens.


(1)  PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1.

(2)  PB L 151 van 15.6.1990, blz. 1.

(3)  Tabel A5 is een facultatieve tabel.

(4)  Voorlopige gegevens.

(5)  Definitieve geconsolideerde gegevens.

(6)  Aantal ongevallen met zwaargewonden (NbAccInj) is een facultatieve variabele in tabel H1.

(7)  Naam van de onderneming (UName) is een facultatieve variabele.

(8)  Totaal goederenvervoer (in ton) is een facultatieve variabele.

(9)  Totaal goederenvervoer (1 000 tkm) (Tkm) is een facultatieve variabele.

(10)  Totaal reizigersvervoer (aantal reizigers) (Pass) is een facultatieve variabele.

(11)  Totaal reizigersvervoer (1 000 reizigerskilometer) (PassKm) is een facultatieve variabele.


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/29


VERORDENING (EG) Nr. 333/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name op artikel 11, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (2) bepaalt dat er maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen moeten worden vastgesteld met het oog op de bescherming van de volksgezondheid.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (3) worden maximumgehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in bepaalde levensmiddelen vastgesteld.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 882/2004 worden algemene beginselen voor de officiële controle van levensmiddelen vastgesteld. In bepaalde gevallen zijn echter meer specifieke bepalingen nodig om ervoor te zorgen dat de officiële controles in de Gemeenschap op een geharmoniseerde wijze plaatsvinden.

(4)

De bemonsteringswijzen en analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, 3-MCPD, anorganisch tin en benzo(a)pyreen in bepaalde levensmiddelen zijn vastgesteld bij, respectievelijk, Richtlijn 2001/22/EG van de Commissie van 8 maart 2001 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de maximumgehalten aan lood, cadmium, kwik en 3-MCPD in levensmiddelen (4), Richtlijn 2004/16/EG van de Commissie van 12 februari 2004 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op het tingehalte in levensmiddelen in blik (5), en Richtlijn 2005/10/EG van de Commissie van 4 februari 2005 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan benzo(a)pyreen in levensmiddelen (6).

(5)

Veel bepalingen over bemonstering en analyse voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen vertonen grote gelijkenis. Voor de duidelijkheid van de wetgeving is het dan ook wenselijk die bepalingen in één wetgevingsbesluit bijeen te brengen.

(6)

De Richtlijnen 2001/22/EG, 2004/16/EG en 2005/10/EG moeten derhalve worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De bemonstering en de analyse voor de officiële controle van de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen als vermeld in de afdelingen 3, 4 en 6 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 worden uitgevoerd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

2.   Lid 1 is van toepassing onverminderd Verordening (EG) nr. 882/2004.

Artikel 2

De Richtlijnen 2001/22/EG, 2004/16/EG en 2005/10/EG worden ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(3)  PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5.

(4)  PB L 77 van 16.3.2001, blz. 14. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/4/EG (PB L 19 van 21.1.2005, blz. 50).

(5)  PB L 42 van 13.2.2004, blz. 16.

(6)  PB L 34 van 8.2.2005, blz. 15.


BIJLAGE

DEEL A

DEFINITIES

In deze bijlage zijn de volgende definities van toepassing:

„partij”

:

een identificeerbare, in één keer geleverde hoeveelheid van een bepaald levensmiddel waarbij de ambtenaar gemeenschappelijke kenmerken heeft geconstateerd [zoals herkomst, soort, verpakkingstype, verpakker, verzender of merktekens]. In geval van vissen dienen ook de afmetingen van de vissen vergelijkbaar te zijn;

„subpartij”

:

aangeduid deel van een grote partij waarop de bemonsteringsmethode zal worden toegepast. Elke subpartij moet fysiek van de hoofdpartij gescheiden zijn en identificeerbaar zijn;

„basismonster”

:

hoeveelheid materiaal die op één plaats uit de partij of de subpartij is genomen;

„verzamelmonster”

:

het totaal van alle uit de partij of de subpartij genomen basismonsters; verzamelmonsters worden geacht representatief te zijn voor de partijen of subpartijen waaruit ze zijn genomen;

„laboratoriummonster”

:

voor het laboratorium bestemd monster.

DEEL B

BEMONSTERINGSMETHODEN

B.1.   ALGEMENE BEPALINGEN

B.1.1.   Personeel

De monsters worden genomen door een door de lidstaat aangewezen gemachtigde.

B.1.2.   Te bemonsteren materiaal

Elke partij of subpartij die moet worden geanalyseerd, wordt afzonderlijk bemonsterd.

B.1.3.   Voorzorgsmaatregelen

Bij de bemonstering wordt voorkomen dat zich veranderingen voordoen waardoor het gehalte aan verontreinigingen kan veranderen en de analyses of de representativiteit van het verzamelmonster kunnen worden beïnvloed.

B.1.4.   Basismonsters

De basismonsters worden zoveel mogelijk op verschillende plaatsen uit de partij of de subpartij genomen. Als hiervan wordt afgeweken, wordt dit in het in punt B.1.8 van deze bijlage bedoelde verslag vermeld.

B.1.5.   Voorbehandeling van het verzamelmonster

Het verzamelmonster wordt verkregen door de basismonsters door elkaar te mengen.

B.1.6.   Monsters voor controle-, verhaal- en arbitragedoeleinden

Van het gehomogeniseerde verzamelmonster worden monsters voor controle-, verhaal- en referentiedoeleinden genomen, mits dit in overeenstemming is met de regelgeving van de lidstaat inzake de rechten van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf.

B.1.7.   Verpakking en verzending van de monsters

Elk monster wordt in een schone recipiënt van inert materiaal geplaatst die een degelijke bescherming biedt tegen verontreiniging, verlies van analyten door adsorptie aan de binnenwand van de recipiënt en beschadiging tijdens het vervoer. Voorts worden de nodige voorzorgsmaatregelen genomen om verandering in de samenstelling van het monster tijdens vervoer of opslag te voorkomen.

B.1.8.   Verzegeling en etikettering van de monsters

Elk officieel monster wordt op de plaats van bemonstering verzegeld en geïdentificeerd volgens de in de lidstaten geldende voorschriften.

Van elke bemonstering wordt een bemonsteringsverslag opgesteld aan de hand waarvan de bemonsterde partij of subpartij ondubbelzinnig kan worden geïdentificeerd (het partijnummer moet worden vermeld); hierin worden de bemonsteringsdatum en -plaats en alle andere voor de analist nuttige gegevens vermeld.

B.2.   BEMONSTERING

Grote partijen worden in subpartijen verdeeld, mits de subpartij en de partij fysiek van elkaar kunnen worden gescheiden. Voor producten die in bulkzendingen worden verhandeld (bv. granen) geldt tabel 1. Voor de overige producten geldt tabel 2. Aangezien de partijen niet altijd een gewicht hebben dat een exact veelvoud is van het gewicht van de subpartijen, mag het gewicht van de subpartijen het aangegeven gewicht met maximaal 20 % overschrijden.

Het verzamelmonster heeft een gewicht van ten minste 1 kg of een volume van ten minste 1 l, tenzij dat niet mogelijk is, bv. als het monster uit één verpakking of eenheid bestaat.

Het minimumaantal basismonsters dat van de partij of subpartij moet worden genomen, is in tabel 3 aangegeven.

In geval van onverpakte vloeibare producten wordt de partij of subpartij voor zover mogelijk en voor zover dit de kwaliteit van het product niet beïnvloedt, net vóór de bemonstering goed gemengd, hetzij handmatig, hetzij mechanisch. In dat geval wordt verondersteld dat de verontreinigingen homogeen over de partij of subpartij zijn verdeeld. Drie basismonsters van een partij of subpartij zijn daarom voldoende om het verzamelmonster te vormen.

De basismonsters moeten van vergelijkbaar gewicht zijn. Een basismonster heeft een gewicht van ten minste 100 g of een volume van ten minste 100 ml, zodat een verzamelmonster van ten minste ongeveer 1 kg of 1 l wordt verkregen. Als hiervan wordt afgeweken, wordt dit in het in punt B.1.8 van deze bijlage bedoelde verslag vermeld.

Tabel 1

Onderverdeling van partijen in subpartijen bij in bulkzendingen verhandelde producten

Gewicht van de partij (in ton)

Gewicht van de subpartijen of aantal subpartijen

≥ 1 500

500 t

> 300 en < 1 500

3 subpartijen

≥ 100 en ≤ 300

100 t

< 100


Tabel 2

Onderverdeling van partijen in subpartijen bij overige producten

Gewicht van de partij (in ton)

Gewicht van de subpartijen of aantal subpartijen

≥ 15

15-30 t

< 15


Tabel 3

Minimumaantal van de partij of subpartij te nemen basismonsters

Gewicht of volume van de partij/subpartij (in kg of l)

Minimumaantal basismonsters

< 50

3

≥ 50 en ≤ 500

5

> 500

10

Indien de partij of subpartij uit afzonderlijke verpakkingen of eenheden bestaat, wordt voor het verzamelmonster een aantal verpakkingen of eenheden genomen overeenkomstig tabel 4.

Tabel 4

Aantal verpakkingen of eenheden (basismonsters) waaruit het verzamelmonster wordt samengesteld indien de partij of subpartij uit afzonderlijke verpakkingen of eenheden bestaat

Aantal verpakkingen of eenheden in de partij/subpartij

Aantal te nemen verpakkingen of eenheden

≤ 25

Minimaal 1 verpakking of eenheid

26-100

Circa 5 %, minimaal 2 verpakkingen of eenheden

> 100

Circa 5 %, maximaal 10 verpakkingen of eenheden

De maximumgehalten voor anorganisch tin gelden voor de inhoud van elk blik, maar om praktische redenen moet de methode van het verzamelmonster worden gebruikt. Als het testresultaat voor een verzamelmonster blikken onder, maar dichtbij het maximumgehalte aan anorganisch tin ligt en als vermoed wordt dat voor afzonderlijke blikken het maximumgehalte kan worden overschreden, kan het nodig zijn nader onderzoek te verrichten.

B.3.   BEMONSTERING IN DE DETAILHANDEL

De bemonstering van levensmiddelen in de detailhandel wordt zo mogelijk verricht overeenkomstig de bemonsteringsvoorschriften in de punten B.1 en B.2 van deze bijlage.

Is dit niet mogelijk, dan kan in de detailhandel een alternatieve bemonsteringsmethode worden toegepast, mits deze een voldoende representativiteit voor de bemonsterde partij of subpartij biedt.

DEEL C

VOORBEHANDELING EN ANALYSE VAN DE MONSTERS

C.1.   DOOR DE LABORATORIA TE BIEDEN KWALITEITSGARANTIES

De laboratoria moeten voldoen aan de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 882/2004 (1).

De laboratoria nemen deel aan geschikte bekwaamheidstests die voldoen aan het onder auspiciën van IUPAC/ISO/AOAC opgestelde „International Harmonised Protocol for the Proficiency Testing of (Chemical) Analytical Laboratories” (2).

De laboratoria moeten kunnen aantonen dat zij over procedures voor interne kwaliteitscontrole beschikken. Voorbeelden daarvan zijn de „ISO/AOAC/IUPAC Guidelines on Internal Quality Control in Analytical Chemistry Laboratories” (3).

Waar mogelijk wordt een schatting van de juistheid van de analyses gemaakt door geschikte gecertificeerde referentiematerialen in de analyse mee te nemen.

C.2.   MONSTERVOORBEHANDELING

C.2.1.   Voorzorgsmaatregelen en algemene overwegingen

Eerste vereiste is dat een representatief, homogeen laboratoriummonster wordt verkregen zonder dat daarbij secundaire verontreinigingen worden geïntroduceerd.

Voor de voorbehandeling van het laboratoriummonster wordt al het monstermateriaal gebruikt dat het laboratorium heeft ontvangen.

Op basis van de gehalten die in de laboratoriummonsters worden geconstateerd, wordt bepaald of de bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 vastgestelde maximumgehalten in acht zijn genomen.

C.2.2.   Specifieke procedures voor monstervoorbehandeling

C.2.2.1.   Specifieke procedures voor lood, cadmium, kwik en anorganisch tin

De analist moet ervoor zorgen dat de monsters tijdens de voorbehandeling niet worden gecontamineerd. Voor zover mogelijk bevatten apparatuur en benodigdheden die met het monster in aanraking komen, niet de te bepalen metalen, zijn zij gemaakt van inert materiaal, bv. kunststof zoals polypropyleen, polytetrafluorethyleen (PTFE) enz., en worden zij met zuur schoongemaakt om het contaminatierisico tot een minimum te beperken. Voor snijkanten kan roestvrij staal van hoge kwaliteit worden gebruikt.

Er bestaan tal van geschikte specifieke monstervoorbehandelingsprocedures die voor de betrokken producten kunnen worden gebruikt. De procedures zoals beschreven in de CEN-norm „Voedingsmiddelen — Bepaling van sporenelementen — Prestatie-eisen, algemene overwegingen en monstervoorbehandeling” (4) blijken te voldoen, maar andere procedures kunnen evenzeer bruikbaar zijn.

In geval van anorganisch tin wordt ervoor gezorgd dat al het materiaal in de oplossing wordt opgenomen daar zich, zoals bekend is, gemakkelijk verliezen voordoen, met name vanwege hydrolyse tot onoplosbaar gehydrateerd Sn(IV)-oxide.

C.2.2.2.   Specifieke procedures voor benzo(a)pyreen

De analist zorgt ervoor dat de monsters tijdens de voorbehandeling niet worden verontreinigd. De recipiënten worden vóór gebruik gereinigd met aceton of hexaan met een hoge zuiverheidsgraad om het contaminatierisico tot een minimum te beperken. Voor zover mogelijk zijn apparatuur en benodigdheden die met het monster in aanraking komen, gemaakt van inert materiaal zoals aluminium, glas of gepolijst roestvrij staal. Kunststoffen zoals polypropyleen of PTFE moeten worden vermeden omdat de analyt op deze materialen kan adsorberen.

C.2.3.   Behandeling van het monster dat het laboratorium ontvangt

Het volledige verzamelmonster wordt fijngemalen (waar nodig) en zorgvuldig gemengd volgens een procedure waarvan is aangetoond dat ze een volledig homogeen product oplevert.

C.2.4.   Monsters voor controle-, verhaal- en arbitragedoeleinden

Van het gehomogeniseerde materiaal worden monsters voor controle-, verhaal- en arbitragedoeleinden genomen, mits dit in overeenstemming is met de regelgeving van de lidstaat inzake monsterneming wat de rechten van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf betreft.

C.3.   ANALYSEMETHODEN

C.3.1.   Definities

De volgende definities zijn van toepassing:

„r”

=

herhaalbaarheid: waarde waarvoor geldt dat het absolute verschil tussen de resultaten van twee afzonderlijke bepalingen die onder herhaalbaarheidsomstandigheden zijn uitgevoerd (hetzelfde monster, dezelfde persoon, dezelfde apparatuur, hetzelfde laboratorium, en kort na elkaar) met de gekozen waarschijnlijkheid (in principe 95 %) daarbeneden ligt, zodat r = 2,8 × sr.

„sr

=

standaardafwijking, berekend op basis van resultaten die onder herhaalbaarheidsomstandigheden zijn verkregen.

„RSDr

=

relatieve standaardafwijking, berekend op basis van resultaten die onder herhaalbaarheidsomstandigheden zijn verkregen [(sr/

Image

) × 100].

„R”

=

reproduceerbaarheid: waarde waarvoor geldt dat het absolute verschil tussen de resultaten van afzonderlijke bepalingen die onder reproduceerbaarheidsomstandigheden zijn uitgevoerd (identiek monstermateriaal, bepalingen met de gestandaardiseerde testmethode uitgevoerd door personen in verschillende laboratoria) met de gekozen waarschijnlijkheid (in principe 95 %) daarbeneden ligt, zodat R = 2,8 × sR.

„sR

=

standaardafwijking, berekend op basis van resultaten die onder reproduceerbaarheidsomstandigheden zijn verkregen.

„RSDR

=

relatieve standaardafwijking, berekend op basis van resultaten die onder reproduceerbaarheidsomstandigheden zijn verkregen [(sR/

Image

) × 100].

„LOD”

=

aantoonbaarheidsgrens, laagste gemeten gehalte waarvan de aanwezigheid van de analyt met redelijke statistische zekerheid kan worden afgeleid. De aantoonbaarheidsgrens is numeriek gelijk aan driemaal de standaardafwijking van het gemiddelde van blancobepalingen (n > 20).

„LOQ”

=

bepaalbaarheidsgrens, laagste analytgehalte dat met redelijke statistische zekerheid kan worden gemeten. Indien zowel de nauwkeurigheid als de precisie constant zijn over een concentratiebereik rond de aantoonbaarheidsgrens, is de bepaalbaarheidsgrens numeriek gelijk aan zes- of tienmaal de standaardafwijking van het gemiddelde van blancobepalingen (n > 20).

„HORRATr

=

de waargenomen RSDr gedeeld door de met behulp van de vergelijking van Horwitz (5) geschatte RSDr, onder de aanname r = 0,66R.

„HORRATR

=

de waargenomen RSDR gedeeld door de met behulp van de vergelijking van Horwitz berekende RSDR.

„u”

=

standaardmeetonzekerheid.

„U”

=

uitgebreide meetonzekerheid, met een dekkingsfactor 2, die een betrouwbaarheidsniveau van ongeveer 95 % oplevert (U = 2u).

„Uf”

=

maximale standaardmeetonzekerheid.

C.3.2.   Algemene voorschriften

De analysemethoden voor de controle op levensmiddelen moeten voldoen aan de bepalingen van de punten 1 en 2 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 882/2004.

Analysemethoden voor totaal tin zijn geschikt voor officiële controle op gehalten aan anorganisch tin.

Voor de analyse van lood in wijn wordt in hoofdstuk 35 van de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2676/90 van de Commissie (6) de te gebruiken methode vastgesteld.

C.3.3.   Specifieke voorschriften

C.3.3.1.   Prestatiecriteria

Als op communautair niveau geen specifieke methoden voor de bepaling van verontreinigingen in levensmiddelen zijn voorgeschreven, mogen de laboratoria zelf een gevalideerde analysemethode kiezen (voor zover mogelijk wordt bij de validatie een gecertificeerd referentiemateriaal opgenomen), mits de gekozen methode voldoet aan de in de tabellen 5-7 vermelde prestatiecriteria.

Tabel 5

Prestatiecriteria voor analysemethoden voor lood, cadmium, kwik en anorganisch tin

Parameter

Waarde/opmerking

Van toepassing op

de in Verordening (EG) nr. 1881/2006 genoemde levensmiddelen

LOD

Voor anorganisch tin minder dan 5 mg/kg

Voor andere elementen minder dan één tiende van het maximumgehalte in Verordening (EG) nr. 1881/2006, behalve indien het maximumgehalte voor lood minder is dan 100 μg/kg. In laatstgenoemd geval minder dan één vijfde van het maximumgehalte

LOQ

Voor anorganisch tin minder dan 10 mg/kg

Voor andere elementen minder dan één vijfde van het maximumgehalte in Verordening (EG) nr. 1881/2006, behalve indien het maximumgehalte voor lood minder is dan 100 μg/kg. In laatstgenoemd geval minder dan twee vijfde van het maximumgehalte

Precisie

HORRATr- of HORRATR-waarden van minder dan 2

Terugvindingspercentage

De bepalingen van punt D.1.2 zijn van toepassing

Specificiteit

Vrij van matrixeffecten of spectrale storingen


Tabel 6

Prestatiecriteria voor analysemethoden voor 3-MCPD

Criterium

Aanbevolen waarde

Concentratie

Veldblanco's

Onder de LOD

Terugvindingspercentage

75-110 %

Alle

LOD

Maximaal 5 μg/kg op basis van de droge stof

 

LOQ

Maximaal 10 μg/kg op basis van de droge stof

Precisie

< 4 μg/kg

20 μg/kg

< 6 μg/kg

30 μg/kg

< 7 μg/kg

40 μg/kg

< 8 μg/kg

50 μg/kg

< 15 μg/kg

100 μg/kg


Tabel 7

Prestatiecriteria voor analysemethoden voor benzo(a)pyreen

Parameter

Waarde/opmerking

Van toepassing op

De in Verordening (EG) nr. 1881/2006 genoemde levensmiddelen

LOD

Minder dan 0,3 μg/kg

LOQ

Minder dan 0,9 μg/kg

Precisie

HORRATr- of HORRATR-waarden van minder dan 2

Terugvindingspercentage

50-120 %

Specificiteit

Vrij van matrixeffecten of spectrale storingen, verificatie van positieve detectie

C.3.3.2.   Geschiktheidsbenadering („fitness for purpose”)

Indien het aantal volledig gevalideerde analysemethoden beperkt is, mag als alternatief een geschiktheidsbenadering („fitness for purpose”) worden gebruikt om de geschiktheid van de analysemethode te beoordelen. Voor officiële controle geschikte methoden moeten resultaten opleveren met standaardmeetonzekerheden onder de maximale standaardmeetonzekerheid die aan de hand van de volgende formule wordt berekend:

Formula

waarbij:

 

Uf de maximale standaardmeetonzekerheid is (μg/kg);

 

LOD de aantoonbaarheidsgrens van de methode is (μg/kg);

 

C de desbetreffende concentratie is (μg/kg);

 

α een numerieke factor is die afhangt van de waarde van C. De te gebruiken waarden staan in tabel 8.

Tabel 8

Voor de constante α in bovenstaande formule te gebruiken getalwaarden, afhankelijk van de desbetreffende concentratie

C (μg/kg)

α

≤ 50

0,2

51-500

0,18

501-1 000

0,15

1 001-10 000

0,12

> 10 000

0,1

DEEL D

RAPPORTERING EN INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN

D.1.   RAPPORTERING

D.1.1.   Weergave van de resultaten

De resultaten worden in dezelfde eenheden en met hetzelfde aantal significante cijfers weergegeven als de in Verordening (EG) nr. 1881/2006 vastgestelde maximumgehalten.

D.1.2.   Berekening van het terugvindingspercentage

Wanneer in de analysemethode een extractiestap wordt toegepast, wordt het analyseresultaat gecorrigeerd voor terugvinding. In dit geval moet het terugvindingspercentage worden gerapporteerd.

Wanneer in de analysemethode geen extractiestap wordt toegepast (bv. bij metalen), mag het resultaat zonder correctie voor terugvinding worden gerapporteerd indien het bewijs wordt geleverd, idealiter door gebruik te maken van geschikt gecertificeerd referentiemateriaal, dat, rekening houdend met de meetonzekerheid, de gecertificeerde concentratie wordt bereikt (d.w.z. grote meetnauwkeurigheid). Als het resultaat zonder correctie voor terugvinding wordt gerapporteerd, dient dit te worden vermeld.

D.1.3.   Meetonzekerheid

Het analyseresultaat wordt weergegeven als x +/– U, waarbij x het analyseresultaat en U de uitgebreide meetonzekerheid is, met een dekkingsfactor 2, die een betrouwbaarheidsniveau van ongeveer 95 % oplevert (U = 2u).

De analist neemt nota van het „Report on the relationship between analytical results, measurement uncertainty, recovery factors and the provisions in EU food and feed legislation” (7).

D.2.   INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN

D.2.1.   Aanvaarding van een partij of subpartij

De partij of subpartij wordt aanvaard als het analyseresultaat van het laboratoriummonster het respectieve maximumgehalte zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1881/2006 niet overschrijdt, rekening houdend met de uitgebreide meetonzekerheid en de correctie van het resultaat voor terugvinding wanneer in de gebruikte analysemethode een extractiestap is toegepast.

D.2.2.   Weigering van een partij of subpartij

De partij of subpartij wordt geweigerd als het analyseresultaat van het laboratoriummonster het respectieve maximumgehalte zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1881/2006 buiten redelijke twijfel overschrijdt, rekening houdend met de uitgebreide meetonzekerheid en de correctie van het resultaat voor terugvinding wanneer in de gebruikte analysemethode een extractiestap is toegepast.

D.2.3.   Toepasselijkheid

Deze interpretatievoorschriften gelden voor het analyseresultaat voor het monster voor controledoeleinden. Op de analyse voor verhaal- of arbitragedoeleinden zijn de nationale voorschriften van toepassing.


(1)  Zoals gewijzigd bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2076/2005 van de Commissie (PB L 338 van 22.12.2005, blz. 83).

(2)  „The international harmonized protocol for the proficiency testing of analytical chemistry laboratories”, by M. Thompson, S.L.R. Ellison and R. Wood, Pure Appl. Chem., 2006, 78, 145-96.

(3)  Edited by M. Thompson and R. Wood, Pure Appl. Chem., 1995, 67, 649-666.

(4)  Norm EN 13804:2002: „Voedingsmiddelen — Bepaling van sporenelementen — Prestatie-eisen, algemene overwegingen en monstervoorbehandeling, CEN, Stassartstraat 36, B-1050 Brussel.”.

(5)  M. Thompson, Analyst, 2000, 125, 385-386.

(6)  PB L 272 van 3.10.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1293/2005 (PB L 205 van 6.8.2005, blz. 12).

(7)  http://europa.eu.int/comm/food/food/chemicalsafety/contaminants/sampling_en.htm


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/39


VERORDENING (EG) Nr. 334/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (1), en met name artikel 6, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 bepaalt dat producten, onderdelen en uitrustingsstukken moeten voldoen aan de milieubeschermingseisen van bijlage 16 bij het Verdrag voor de internationale burgerluchtvaart (hierna „het Verdrag van Chicago” genoemd) zoals uitgevaardigd in maart 2002 wat betreft volume I, en in november 1999 wat betreft volume II, met uitzondering van de aanhangsels.

(2)

Het Verdrag van Chicago en de bijlagen daarvan zijn sinds de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1592/2002 gewijzigd.

(3)

Daarom dient Verordening (EG) nr. 1592/2002 te worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 54, lid 3, van genoemde verordening.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 54 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 opgerichte comité van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1592/2002 wordt lid 1 vervangen door onderstaande tekst:

„1.   Producten, onderdelen en uitrustingsstukken moeten voldoen aan de milieubeschermingseisen van wijziging 8 van volume I en van wijziging 5 van volume II van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago, zoals toepasselijk op 24 november 2005, met uitzondering van de aanhangsels van bijlage 16.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)  PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1701/2003 van de Commissie (PB L 243 van 27.9.2003, blz. 5).


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/40


VERORDENING (EG) Nr. 335/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1702/2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (1), en met name op de artikelen 5 en 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Eén van de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1592/2002 is de lidstaten te helpen bij de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Chicago door te zorgen voor een gemeenschappelijke en uniforme tenuitvoerlegging van de bepalingen daarvan.

(2)

Aan Verordening (EG) nr. 1592/2002 is uitvoering gegeven door Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (2).

(3)

Artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1702/2003 bepaalt dat voor producten, onderdelen en uitrustingsstukken certificaten worden afgegeven als omschreven in de bijlage (deel 21).

(4)

In aanhangsel VI van de bijlage (deel 21) bij Verordening (EG) nr. 1702/2003 is het EASA-formulier 45 weergegeven dat moet worden gebruikt voor de afgifte van geluidscertificaten.

(5)

Volume I van bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago is op 23 februari 2005 gewijzigd wat betreft de normen en richtsnoeren voor het beheer van de documentatie op het gebied van geluidscertificatie.

(6)

Er zijn enkele aanpassingen nodig in de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1702/2003 om de bijlage ervan in overeenstemming te brengen met de gewijzigde bijlage 16, volume 1.

(7)

Verordening (EG) nr. 1702/2003 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze Verordening voorziene maatregelen zijn gebaseerd op het overeenkomstig artikel 12, lid 2, onder b), en artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 uitgebrachte advies van het Agentschap.

(9)

De in onderhavige verordening voorziene maatregelen zijn in overeenstemming met advies van het bij artikel 54, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage (deel 21) van Verordening (EG) nr. 1702/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 21A.204 b), in punt 1, onder ii) vervalt de zin „Deze informatie moet worden opgenomen in het vlieghandboek, indien een vlieghandboek vereist wordt door de toepasselijke luchtwaardigheidsvoorschriften voor het betreffende luchtvaartuig”.

2)

In artikel 21A.204 b), in punt 2, onder i), vervalt de zin „Deze informatie moet worden opgenomen in het vlieghandboek, indien een vlieghandboek vereist wordt door de toepasselijke luchtwaardigheidsvoorschriften voor het betreffende luchtvaartuig”.

3)

Aanhangsel VI wordt vervangen door de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)  PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1701/2003 van de Commissie (PB L 243 van 27.9.2003, blz. 5).

(2)  PB L 243 van 27.9.2003, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 706/2006 (PB L 122 van 9.5.2006, blz. 16).


BIJLAGE

Aanhangsel VI — EASA Formulier 45 Geluidscertificaat van de bijlage (deel 21) wordt vervangen door onderstaand formulier:

Image


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/43


VERORDENING (EG) Nr. 336/2007 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

houdende wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten, wat betreft het referentievetgehalte voor Roemenië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 9, lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Met het oog op de herziening van het in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 vastgestelde referentievetgehalte overeenkomstig artikel 9, lid 5, van die verordening, heeft Roemenië aan de Commissie een verslag overgelegd waarin de resultaten en tendensen met betrekking tot het vetgehalte van de daadwerkelijke melkproductie in 2004 worden weergegeven in het licht van het officiële onderzoek.

(2)

Als gevolg van dit verslag en een door de diensten van de Commissie uitgevoerd onderzoek dient het in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 voor Roemenië vastgestelde referentievetgehalte te worden aangepast.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 wordt de voor Roemenië geldende referentiewaarde „35,93” vervangen door „38,5”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 123. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1406/2006 (PB L 265 van 26.9.2006, blz. 8).


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Commissie

29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/44


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 26 april 2006

waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-overeenkomst

(Zaak COMP/M.3916 — T-Mobile Austria/tele.ring)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 1695)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(2007/193/EG)

Op 26 april 2006 heeft de Commissie een beschikking gegeven met betrekking tot een zaak in het kader van artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (1). Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van de beschikking is in de oorspronkelijke taal van de zaak en in de werktalen van de Commissie te vinden op de website van het directoraat-generaal Concurrentie op het volgende adres: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_en.html

SAMENVATTING VAN DE BESCHIKKING

(1)

Deze zaak heeft betrekking op een voorgenomen transactie overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 (hierna „de concentratieverordening” genoemd), waarbij de onderneming T-Mobile Austria GmbH (hierna „T-Mobile” genoemd), Oostenrijk, onderdeel van het Duitse concern Deutsche Telekom AG (hierna „Deutsche Telekom” genoemd) in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van de concentratieverordening controle verwerft over de volledige onderneming tele.ring Unternehmensgruppe (hierna „tele.ring” genoemd), Oostenrijk.

(2)

T-Mobile en tele.ring exploiteren mobiele netwerken in Oostenrijk en zijn ook actief op gerelateerde eindafnemers- en groothandelsmarkten.

(3)

Door de voorgenomen transactie zou T-Mobile alle aandelen in tele.ring verwerven.

(4)

Uit het marktonderzoek is gebleken dat de daadwerkelijke mededinging op de Oostenrijkse markt voor mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers door de concentratie ernstig zou worden belemmerd, voornamelijk door unilaterale effecten. De door de partijen voorgestelde toezeggingen zijn evenwel geschikt om de mededingingsbezwaren weg te nemen.

1.   De relevante productmarkten

(5)

Uit het marktonderzoek voor de afbakening van de relevante productmarkten is gebleken dat er één enkele markt is voor de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers en dat geen verder onderscheid — bijvoorbeeld op basis van afnemersprofiel, spraaktelefonie en datadiensten, 2G- en 3G-netwerken — dient te worden gemaakt.

(6)

Wat de groothandelsmarkt voor gespreksafgifte betreft, is het netwerk van elke exploitant één enkele markt. De Commissie heeft deze benadering ook in vorige beschikkingen ingenomen. En voorts komt dit standpunt tot uiting in Aanbeveling 2003/311/EG van de Commissie (2) betreffende relevante producten- en dienstenmarkten in de elektronischecommunicatiesector.

(7)

Wat de groothandelsmarkt voor internationale roaming betreft, bieden beide ondernemingen aan hun klanten internationale roamingdiensten aan en bijgevolg hebben zij internationale roamingovereenkomsten met buitenlandse exploitanten van mobiele netwerken afgesloten. De verschillende Oostenrijkse netwerken voor mobiele telefonie beconcurreren elkaar voor zowel het inkomende als het uitgaande verkeer.

2.   De relevante geografische markten

(8)

Uit het marktonderzoek voor de afbakening van de relevante geografische markten is gebleken dat de geografische reikwijdte met betrekking tot de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers, net zoals de groothandelsmarkt voor gespreksafgifte en de groothandelsmarkt voor internationale roaming, nationaal is, dus beperkt tot Oostenrijk.

3.   Betrokken markten en onderzoek uit het oogpunt van de mededinging

(9)

De aangemelde concentratie beïnvloedt de markt voor de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers, waarop momenteel vier telecombedrijven mobiele 2G/GSM- en 3G/UMTS-netwerken exploiteren en één bedrijf, Hutchison (hierna „H3G” genoemd), uitsluitend een 3G/UMTS-netwerk exploiteert. De vijf netwerkexploitanten bieden hun klanten een brede waaier van diensten aan. Na de transactie zou het marktaandeel van de nieuwe entiteit T-Mobile/tele.ring stijgen tot een niveau (van ongeveer [30-40 %] (3) afhankelijk van de omzet of het aantal klanten), hetgeen overeenstemt met het marktaandeel van het gevestigde telecombedrijf Mobilkom (4). De twee andere telecombedrijven, de nummers drie en vier op de markt, hebben een marktaandeel van ongeveer [10-20 %] * voor ONE en [0-10 %] * voor H3G. De rol van onafhankelijke serviceproviders op de Oostenrijkse markt is verwaarloosbaar klein. Tevens heeft YESSS!, het discountmerk van ONE, slechts een zeer bescheiden marktaandeel. Gezien het beperkte dienstenaanbod van YESSS!, kan deze onderneming niet beschouwd worden als een telecombedrijf dat op hetzelfde niveau met de andere exploitanten concurreert.

(10)

De voorgenomen transactie zou aanleiding geven tot niet-gecoördineerde effecten, hoewel de fusie er niet toe zou leiden dat T-Mobile het belangrijkste telecombedrijf wordt. Uit het onderzoek van de marktaandelen vloeit voort dat tele.ring tijdens de laatste drie jaren door het voeren van een succesvolle agressieve prijsstrategie veruit de meest actieve rol op de markt heeft gespeeld. Hierbij is het telecombedrijf erin geslaagd zijn marktaandeel aanzienlijk te verhogen, terwijl de marktaandelen van de andere exploitanten grotendeels constant zijn gebleven of zelfs enigszins zijn afgenomen. Uit de berekening van de Herfindahl-Hirschman Index bleek dat er reeds sprake is van een hoge concentratie die als gevolg van de transactie nog aanzienlijk zou toenemen. T-Mobile wijst weliswaar op kostenverbeteringen, maar de partijen konden niet aantonen dat deze in het belang van de gebruikers zouden zijn.

(11)

Uit het onderzoek van de overschakelingspercentages bleek dat de helft van alle klanten die overschakelden, klant werden bij tele.ring. Voorts zouden meer dan de helft van de klanten die T-Mobile en Mobilkom verlieten, klant bij tele.ring zijn geworden. Uit dit onderzoek wordt bevestigd dat tele.ring aanzienlijke concurrentiedruk op beide grote exploitanten heeft uitgeoefend.

(12)

Uit een onderzoek van de gemiddelde prijs per minuut op basis van alle door de verschillende netwerkexploitanten toegepaste tarieven waarbij gebruik werd gemaakt van de gegevens van de Oostenrijkse toezichthouder en de consumentenorganisatie AK Wien, bleek dat tele.ring de meest actieve onderneming op de markt is geweest. De prijzen van tele.ring behoorden tot de laagste tarieven, waardoor in het bijzonder op T-Mobile en Mobilkom […] * concurrentiedruk werd uitgeoefend. H3G volgde het prijsbeleid van tele.ring op de voet. De tarieven van ONE, de derde speler op de markt, stemden eerder overeen met die van de grote telecombedrijven T-Mobile en Mobilkom.

(13)

In het algemeen wordt de prikkel die een exploitant ertoe aanzet nieuwe klanten met agressieve prijsoffertes naar een bestaand netwerk aan te trekken, bepaald door de omvang van diens klantenbestand. Bij zijn besluit om wel of niet een agressieve prijsstelling te hanteren, moet elke exploitant de verwachte winsten als gevolg van de toegenomen inkomsten van de door lagere tarieven aangetrokken nieuwe klanten afwegen tegen het risico van een afnemende winstgevendheid van zijn bestaande klanten waaraan — ten minste op middellange en lange termijn — de prijsvermindering niet kan worden geweigerd. Doorgaans neemt dit risico op een verlies van winstgevendheid toe naarmate de omvang van het klantenbestand van een exploitant groter is. Bijgevolg is tele.ring begonnen met een bescheiden klantenbestand dat met een agressief prijsbeleid werd uitgebreid om de noodzakelijke grootte te bereiken. Daarentegen heeft zowel Mobilkom als T-Mobile in het verleden geen dergelijk beleid gevoerd waarbij bijzonder agressieve prijsoffertes werden gemaakt.

(14)

Voorts worden de prijzen ook beïnvloed door de structuur en de capaciteit van het netwerk. Wat de nationale netwerkdekking betreft, zijn er geen belangrijke verschillen tussen Mobilkom, T-Mobile, ONE en tele.ring. Met betrekking tot H3G is er wel een verschil, aangezien het netwerk van H3G momenteel slechts ongeveer 50 % van de Oostenrijkse bevolking dekt. Voor de dekking van het resterende gebied is H3G afhankelijk van een nationale roamingovereenkomst met Mobilkom. Bijgevolg kan H3G buiten zijn eigen netwerk geen schaalvoordelen tot stand brengen, hetgeen dus gevolgen heeft voor zijn huidige prijsbeleid.

(15)

Na de transactie is T-Mobile voornemens van de locaties van tele.ring […] * en […] *. Derhalve zou de transactie niet alleen […] *, maar uit de benchmarkanalyse is gebleken dat […] *. […] * in beschikbare capaciteit zou evenwel een negatief effect op de mededinging kunnen hebben.

(16)

Geen van de resterende concurrenten bleek na de fusie evenwel in staat te zullen zijn om de rol van tele.ring over te nemen. Tot nu toe kon H3G niet worden beschouwd als een volwaardige netwerkexploitant, aangezien de onderneming slechts een beperkte netwerkdekking heeft en afhankelijk is van de nationale roamingovereenkomst met Mobilkom. Voorts zijn de mogelijkheden van H3G begrensd, omdat de onderneming momenteel slechts over beperkte 3G/UMTS-zendfrequenties beschikt. Tot nu toe heeft ONE met zijn standaardmerk geen agressief prijsbeleid gevoerd. Onlangs heeft ONE zijn discountmerk YESSS! geïntroduceerd, dat lagere tarieven aanbiedt maar slechts beschikt over een beperkt aantal mobiele telefoniediensten. Derhalve kan er niet van worden uitgegaan dat YESSS! op hetzelfde niveau als de andere operatoren concurreert.

(17)

De partijen voeren aan dat de agressieve prijsstrategie van tele.ring binnenkort zou worden beëindigd. Uit relevante interne documenten van tele.ring blijkt evenwel dat […] *. In hun antwoorden op de mededeling van punten van bezwaar voeren de partijen verder aan dat […] *. […] * hebben evenwel de agressieve prijsoffertes van tele.ring niet beïnvloed.

(18)

Op de groothandelsmarkt voor gespreksafgifte zou de voorgenomen transactie noch op horizontaal noch op verticaal niveau aanleiding geven tot mededingingsbezwaren. Er is geen overlapping, aangezien elk netwerk een afzonderlijke markt vormt, en er is geen risico voor afscherming van de invoer, aangezien de prijsstelling voor deze diensten door de Oostenrijkse toezichthouder wordt gereguleerd en de prijzen een neerwaarts verloop kennen, waarbij in 2009 een drempelwaarde zal worden bereikt die voor alle exploitanten zal gelden.

(19)

Wat de groothandelsmarkt voor internationale roaming betreft, zal de voorgenomen transactie geen aanleiding geven tot mededingingsbezwaren, aangezien zowel de partijen als hun concurrenten talrijke internationale roamingovereenkomsten hebben afgesloten om aan hun klanten inkomend zowel als uitgaand verkeer te kunnen aanbieden. Hoewel een voorselectie van roamingpartners lijkt plaats te vinden, heeft geen enkele Oostenrijkse netwerkexploitant een aanzienlijke plaats op de internationale roamingmarkt in Oostenrijk veroverd.

Conclusie

(20)

Derhalve kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen concentratie in haar aangemelde vorm wellicht tot gevolg zal hebben dat de daadwerkelijke mededinging op significante wijze zal worden belemmerd op de Oostenrijkse markt voor de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers.

4.   Door de partijen aangeboden toezeggingen

(21)

Om de bovenvermelde mededingingsbezwaren weg te nemen op de markt voor de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers, hebben de partijen de volgende toezeggingen gedaan.

(22)

Samengevat komen de toezeggingen erop neer dat T-Mobile twee 5 MHz 3G/UMTS-frequentieblokken, waarvoor momenteel aan tele.ring een vergunning is gegeven, verkoopt aan concurrenten met kleinere marktaandelen, op voorwaarde dat de Oostenrijkse toezichthouder en de Commissie hiermee instemmen. Ten minste één frequentiepakket zal aan H3G (5) worden toegewezen. Voorts zal T-Mobile een aanzienlijk aantal van de locaties voor mobiele telecommunicatie van tele.ring afstoten. Slechts ongeveer [10-20 %] * van de locaties van tele.ring zal in handen van T-Mobile blijven voor de integratie van de klanten van tele.ring. Ongeveer […] * van de sites van tele.ring komt in handen van H3G en […] * van de locaties zal naar ONE gaan, indien ONE hiervoor interesse heeft. Voorts zal H3G van T-Mobile […] * ontvangen.

(23)

Op 28 februari 2006 hebben T-Mobile en H3G een juridisch bindend „term sheet” (beginselakkoord) gesloten en hebben zij een overeenkomst bereikt over de essentiële voorwaarden met betrekking tot de overdracht van het frequentiepakket en de locaties voor mobiele telecommunicatie […] *.

5.   Beoordeling van de gedane toezeggingen

(24)

Zoals bleek uit de resultaten van de door de Commissie verrichte markttoets, kunnen deze toezeggingen als voldoende worden beschouwd om de mededingingsbezwaren weg te nemen op de markt voor de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers.

(25)

Derhalve kan worden geconcludeerd dat dankzij de door de partijen gedane toezeggingen de aangemelde concentratie niet tot gevolg zal hebben dat de daadwerkelijke mededinging op significante wijze wordt belemmerd op de gemeenschappelijke markt of een wezenlijk deel daarvan voor de markt voor de verstrekking van mobiele telecommunicatiediensten aan eindafnemers. De voorgenomen concentratie dient dus verenigbaar te worden verklaard met de gemeenschappelijke markt overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de concentratieverordening en artikel 57 van de EER-overeenkomst.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  PB L 114 van 8.5.2003, blz. 45.

(3)  Gedeelten van deze tekst zijn bewerkt om ervoor te zorgen dat zakengeheimen niet worden bekendgemaakt. Die gedeelten staan tussen vierkante haken en zijn door een asterisk aangegeven.

(4)  Wordt door Telekom Austria gecontroleerd.

(5)  Zie punt 24.


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/47


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 14 november 2006

waarbij een concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst wordt verklaard

(Zaak COMP/M.4180 — Gaz de France/Suez)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 5419)

(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)

(2007/194/EG)

Op 14 november 2006 heeft de Commissie een beschikking gegeven met betrekking tot een zaak in het kader van artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (1). Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van de beschikking is beschikbaar in de oorspronkelijke taal van de zaak en in de werktalen van de Commissie op de website van het directoraat-generaal Concurrentie: http://ec.europa.eu/comm/competition/index_fr.html

A.   DE PARTIJEN

(1)

GDF is een energieconcern dat aanwezig is op alle gebieden van de voorziening van aardgas en de daarmee samenhangende energiediensten en dat activiteiten heeft op het gebied van exploratie, productie, vervoer, opslag, distributie en de verkoop van aardgas, hoofdzakelijk in Frankrijk, maar ook in België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg, Hongarije en Spanje. In België oefent Gaz de France samen met Centrica de zeggenschap uit over SPE (2), dat aanwezig is op de Belgische markten voor elektriciteit en aardgas en energiediensten levert.

(2)

De Suez-groep heeft activiteiten in de nutsindustrie en in de openbare nutsdiensten. De organisatie van het concern is opgebouwd rond vier operationele vertakkingen op twee gebieden van activiteit, te weten energie en milieu. De belangrijkste dochterondernemingen van Suez op energiegebied zijn Electrabel (elektriciteit en gas), Distrigaz (gas) Fluxys (vervoer en opslag van gas), Elyo (in januari 2006 omgedoopt tot Suez Energy Services), Fabricom, GTI, Axima en Tractebel Engineering in de sector energiediensten. Volgens de door de partijen verschafte inlichtingen heeft Suez Energie Europe een minderheidsbelang van 27,5 % in Elia, beheerder van het elektriciteitsvervoernetwerk in België.

B.   DE OPERATIE

(3)

Door de aangemelde operatie zal Suez opgaan in GDF; Suez verdwijnt dus als rechtspersoon. Het voorstel voor een concentratie zal ter goedkeuring (bij gekwalificeerde meerderheid) worden voorgelegd aan de buitengewone algemene vergaderingen van de twee groepen en vereist niet dat een openbaar bod op de Suez-aandelen wordt uitgebracht. De raden van bestuur van de twee groepen hebben de voorgenomen fusie reeds goedgekeurd (Suez op 25 februari 2006 en GDF op 26 februari 2006). De fusie vindt plaats via een een-op-een aandelenruil.

(4)

De fusie kan pas doorgaan wanneer het Franse parlement de wet van 9 augustus 2004 wijzigt om het belang van de staat in het kapitaal van GDF tot onder de 50 % te verlagen.

(5)

Gelet op het voorgaande is de aangemelde operatie een concentratie in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van concentratieverordening (EG) nr. 139/2004.

C.   MEDEDINGINGSANALYSE

1.   Mededingingsbezwaren waartoe de fusie aanleiding geeft

(6)

In de beschikking stelt de Commissie dat de fusie de daadwerkelijke mededinging in vier sectoren significant zal belemmeren: de gassector in België, de gassector in Frankrijk, de elektriciteitssector in België en de stadsverwarming in Frankrijk.

De gassector in België

(7)

Wat de gassector in België betreft worden belangrijke belemmeringen voor een daadwerkelijke mededinging vastgesteld op de volgende (op landelijk niveau gedefinieerde) markten voor de levering van H- en/of L-gas:

aan als tussenpersoon optredende distributeurs (dat wil zeggen de „intercommunales”, „standaardleveranciers” zoals ECS (Electrabel Customer Solutions) en nieuwkomers op de markt voor de levering van gas in België zoals Essent en Nuon;

aan grote industriële verbruikers;

aan kleine verbruikers in industrie en handel;

aan huishoudens; in de beschikking wordt niet aangegeven of het bij deze geografische markten nationale dan wel kleinere markten betreft (de drie regio's Brussel, Vlaanderen en Wallonië met hun verschillende tijdschema's voor liberalisatie);

aan gasgestookte elektriciteitscentrales.

Op al deze markten zouden de partijen zeer hoge gecumuleerde marktaandelen hebben en een machtspositie bekleden.

(8)

Door de fusie zou de best geplaatste concurrent van de gevestigde leverancier wegvallen. Bovendien zou geen andere onderneming dan nog in staat zijn om hetzelfde niveau van concurrentiedruk als GDF uit te oefenen. Men kan stellen dat de aanzienlijke marktaandelen van GDF zijn te verklaren door een aantal specifieke sterke kanten en voordelen die deze onderneming geniet en die geen enkele nieuwe marktpartij in dezelfde mate bezit. Naast het feit dat het de traditionele producent in een groot buurland betreft, die toegang heeft tot een uitgebreide en gediversifieerde gasportefeuille, met name voor LNG, beschikt GDF over prioritaire toegang tot de opslag van H-gas in België, bezit de onderneming opslagcapaciteit voor L-gas in Frankrijk bij de grens met België, is zij mede-eigenaar van verscheidene gastransportleidingen die door België lopen, heeft zij gezamenlijk toezicht op enkele entry-punten en heeft zij terzelfder tijd capaciteitsreservering op enkele entry-punten. Zo kunnen bijvoorbeeld voor L-gas nieuwe concurrenten op de Belgische markt, zoals Nuon en Essent, alleen gas betrekken van Suez en GDF, die langetermijncontracten met […] (3) hebben ondertekend en die de volledige uitvoer van genoemde onderneming naar België en Frankrijk bestrijken.

(9)

Daarnaast wordt in de beschikking onderstreept dat de hoge toegangsbelemmeringen het horizontale effect van de hierboven beschreven cumulering van marktaandelen versterken. De belemmeringen hebben betrekking op de toegang tot gas (de fuserende partijen hebben toegang tot het grootste gedeelte van het gas dat in België wordt ingevoerd, en zij hebben bijna alle langlopende overeenkomsten voor de invoer van gas, toegang tot de infrastructuur (met inbegrip van de controle van de partijen over Fluxys, de netwerkexploitant, beheer van het transportnet door Distrigaz, onvoldoende entry-capaciteit, congestie van het netwerk), toegang tot LNG (de enige terminal in België, die zich in Zeebrugge bevindt, wordt beheerd door Fluxys LNG, een dochteronderneming van Suez), toegang tot de opslag van H-gas in België (de Franse opslagcapaciteit, die in handen van GDF is, vormt het beste alternatief buiten België), kwaliteitseisen en de afwezigheid van liquiditeit in de terminal te Zeebrugge. Alhoewel een groot aantal van deze belemmeringen al voor de concentratie bestond, worden enkele ervan door de concentratie versterkt (bijvoorbeeld eigendom van de gasleidingen, de capaciteitsreservering en opslag).

De gassector in Frankrijk

(10)

Wat de gassector in Frankrijk betreft, zijn de geografische markten in kwestie gebaseerd op de verdeling van het land in vijf balanceerzones: noord, west, oost, zuid en zuidwest; terwijl voor laatstgenoemde zone het belangrijkste vervoernetwerk wordt beheerd door Total Infrastructure Gaz France (TIGF), voor 100 % een dochter van Total, wordt dat van de vier andere zones beheerd door GDF Réseau transport (GRTgaz), voor 100 % een dochteronderneming van GDF. Volgens het marktonderzoek worden de vijf balanceerzones nog steeds gekenmerkt door afzonderlijke concurrentievoorwaarden, wat bijvoorbeeld door de congesties tussen de verschillende zones wordt geïllustreerd.

(11)

Gelet op deze geografische onderverdeling in vijf zones worden in de beschikking belangrijke belemmeringen voor een daadwerkelijke mededinging op de volgende markten vastgesteld:

de markten voor de levering van H-gas aan grote klanten die gebruik hebben gemaakt van hun recht om hun leverancier te kiezen in de zones noord, oost, west en zuid, en voor L-gas in de zone noord;

de markten voor de levering van H-gas aan kleine klanten die gebruik hebben gemaakt van hun recht om hun leverancier te kiezen in elk van de vijf zones, en voor L-gas in de zone noord;

de markten voor de levering van H-gas aan plaatselijke distributiebedrijven die gebruik hebben gemaakt van hun recht om hun leverancier te kiezen, in de zones noord en oost, en voor L-gas in de zone noord;

de markten voor de levering van H-gas aan particulieren vanaf 1 juli 2007 in elk van de vijf geografische zones, en voor L-gas in de zone noord; deze markten zijn nog enkele maanden potentieel; niettemin zal de oprichting van de nieuwe eenheid en de gevolgen daarvan, te weten de verdwijning van Suez (4) als concurrent van GDF, tot gevolg hebben dat andere potentiële concurrenten worden afgeschrikt en daardoor de belemmeringen voor het betreden van deze markt, die al hoog zijn, worden versterkt;

de markten voor de levering van H-gas aan gasgestookte elektriciteitscentrales in de zones noord en oost, en de levering van L-gas in de noordelijke zone. Deze markten blijven potentieel (5) maar, gelet op het voornemen om dit soort centrales in de komende jaren in gebruik te nemen, zou de operatie tot gevolg hebben dat de best geplaatste concurrent van GDF wegvalt.

GDF heeft op al deze markten een machtspositie. In ieder geval wordt de dominante speler versterkt door het wegvallen van Suez (Distrigaz) dat tot de bestgeplaatste en sterkste alternatieven behoort.

(12)

In de beschikking wordt duidelijk gemaakt hoe de belangrijke belemmeringen voor het betreden van de markt, wat de toegang tot aardgas en infrastructuur betreft, in Frankrijk net zoals in België de horizontale effecten van de fusie versterken. Wat de toegang tot gas betreft hebben de fuserende partijen toegang tot het meeste gas dat in Frankrijk wordt ingevoerd en hebben zij bijna alle langlopende invoerovereenkomsten. Bijna alle gasinfrastructuur (met uitzondering van infrastructuur in het zuidwesten, die eigendom is van en beheerd wordt door Total) is in handen van GDF, hetzij rechtstreeks hetzij via haar 100 % dochter GRTgaz.

De elektriciteitssector in België

(13)

In de beschikking worden belangrijke belemmeringen vastgesteld voor een daadwerkelijke concurrentie op de volgende markten:

De nationale Belgische markt voor stroomopwekking en de groothandel in elektriciteit: door de fusie neemt de Belgische gevestigde producent Electrabel (Suez) zijn grootste concurrent (SPE) over, waarvan de centrales zich in het midden- tot bovengedeelte van de prestatiecurve bevinden (6); dit versterkt nog het vermogen van de uit de fusie voortgekomen entiteit om de prijzen op de wholesalemarkt voor stroom in België te bepalen;

de nationale markt voor ondersteunende diensten en balanceringsvermogen, waarop de fusie de twee enige leveranciers van deze diensten aan Elia, de exploitant van het transmissienet, bijeenbrengt;

de nationale markt voor de levering van elektriciteit aan grote afnemers in industrie en handel (>70kV) waarop, naast Electrabel (Suez) alleen RWE en EDF thans actief zijn (SPE (GDF) is onlangs actief geworden); op deze markt wordt de bestaande machtspositie van Electrabel (Suez) door het verdwijnen van een van de slechts twee goedgeplaatste concurrenten (SPE (GDF) en EDF) verder versterkt;

de nationale markt voor de levering van elektriciteit aan kleine eindafnemers in industrie en handel (<70kV), waarop het marktaandeel van SPE de machtpositie van Suez nog verder versterkt;

de markt voor levering van elektriciteit aan huishoudens die hun leverancier kunnen kiezen, op welke markt de partijen hun machtspositie zouden hebben en zouden versterken, los van de vraag of de nationale markt of regionale markten als de geografisch relevante markt wordt beschouwd.

(14)

In de beschikking worden naast de horizontale effecten van de fusie ook verticale gevolgen vastgesteld, die de machtspositie van Suez op de elektriciteitsmarkten in België zouden versterken.

(15)

Aangezien aardgas voor stroomopwekking wordt gebruikt, wordt er in de beschikking van uitgegaan dat de partijen de mogelijkheid zouden hebben om de kosten van gas, en in het bijzonder de kosten van de flexibele levering van gas aan gasgestookte centrales, te verhogen en dat er voor hen ook stimulansen zijn om deze mogelijkheid te benutten.

(16)

In de beschikking wordt er voorts op gewezen dat de partijen op de hoogte zouden zijn van de details van het belangrijkste kostenelement van de gasgestookte centrales van hun rivalen en, dientengevolge, hun prijs en productiebeleid zouden kennen.

(17)

Aangezien de partijen de voornaamste leveranciers zijn van ondersteunende diensten en balanceringsvermogen aan ELIA, zijn naar de mening van de Commissie de mogelijkheden en de stimulansen aanwezig om de kosten van dit soort diensten voor hun concurrenten te verhogen.

(18)

Het vierde probleempunt — wat de verticale effecten betreft — dat in de beschikking wordt aangehaald is de uitschakeling van de enige concurrent van Suez die op dit ogenblik aan kleine ondernemingen en huishoudens de levering van zowel gas als stroom kan aanbieden.

(19)

In de beschikking wordt uitgelegd waarom belangrijke belemmeringen voor marktbetreding ten aanzien van i) toegang tot elektriciteitsopwekkingscapaciteit, ii) groene en CHP-certificaten, iii) de niet-liquide aard van de handel in elektriciteit en iv) de toegang tot transmissie- en distributie-infrastructuur de horizontale effecten van de fusie versterken.

Warmtenetwerken in Frankrijk

(20)

Van de verschillende „energiegerelateerde diensten” die door de twee fuserende ondernemingen worden aangeboden, leidt de operatie op één van de markten tot mededingingsbezwaren: de als nationaal gedefinieerde markt voor de uitbesteding van het beheer van de openbare dienst van stadsverwarming in Frankrijk („warmtenet”).

(21)

De langetermijncontracten (12-24 jaar) voor het beheren van stadsverwarmingssystemen worden door de betrokken gemeenten gegund na een officiële aanbestedingsprocedure, waaraan in de praktijk slechts enkele gespecialiseerde Franse ondernemingen deelnemen. Deze leveranciers zijn: Dalkia (Veolia-groep), SES-Elyo (Suez-groep), Soccram (Thion-groep) en Cogac (Cofathec-Coriance, GDF-groep). Cogac (GDF-groep) bezit een aanzienlijk belang in Soccram (Thion-groep) en heeft zonder twijfel deel aan de zeggenschap over dit bedrijf.

(22)

Na de fusie zouden de partijen de grootste speler op deze markt zijn. De fusie schakelt Cogac (GDF-groep) uit, dat zich als een „buitenbeentje” op de markt heeft gedragen, wat het ontbreken van coördinatie op de markt verklaart.

(23)

Bovendien is de positie van GDF als de dominante leverancier van gas voor eenieder die meedingt in een aanbesteding voor het beheer van een stadsverwarmingsnet in Frankrijk een extra factor die de concurrentiedruk op deze markt vermindert.

2.   Door de partijen aangeboden toezeggingen

(24)

Om de mededingingsbezwaren van de Commissie weg te nemen hebben de partijen op 20 september 2006 toezeggingen aangeboden.

(25)

Uit verreweg de meeste antwoorden van de door de Commissie geraadpleegde marktpartijen bleek dat deze toezeggingen niet volstaan om de mededingingsbezwaren die de aangemelde fusie met zich brengt, weg te nemen.

(26)

Nadat de deelnemende ondernemingen door de Commissie op de hoogte waren gebracht van de resultaten van het marktonderzoek hebben zij op 13 oktober 2006 hun aanvankelijke toezeggingen gewijzigd.

Inhoud van de toezeggingen van 13 oktober 2006

(27)

De door de partijen aangeboden toezeggingen omvatten vijf hoofdelementen:

De verkoop van de deelneming van de Suez-groep in Distrigaz. In dit geval kan de uit de fusie ontstane onderneming Distrigaz verzoeken gas aan haar te leveren voor de behoeften van haar elektriciteitscentrales en van de klanten van ECS. De omvang van deze leveringen is echter beperkt en neemt geleidelijk af, de maximumduur van de desbetreffende overeenkomsten is voor het grootste deel van de leveringen […] * jaar (vanaf de datum waarop Distrigaz wordt afgestoten);

De verkoop van de deelneming van 25,5 % van Gaz de France in SPE;

Het afzien door de partijen van iedere zeggenschap — de jure en de facto — over Fluxys S.A, dat na de reorganisatie van haar bedrijfsactiviteiten alle aan regelgeving onderworpen gasinfrastructuur (vervoer-/transitnetwerk, opslag, LNG-terminal Zeebrugge) alleen beheert. In dit kader zal het managementcomité van Fluxys S.A., dat niet onder de zeggenschap van de partijen zal vallen, alleen over het investeringsprogramma voor de gereguleerde gasinfrastructuur beslissen;

Een pakket aanvullende maatregelen betreffende de gasinfrastructuur in België en Frankrijk;

De verkoop van Cofathec Coriance alsook de verwarmingsnetwerken van Cofathec Service, met uitzondering van de deelneming van Cofathec Coriance in Climespace en SESAS.

Beoordeling van de toezeggingen door de Commissie

(28)

Op basis van haar beoordeling van de gegevens die al in het kader van het onderzoek zijn verstrekt en met name van de resultaten van het voorafgaande marktonderzoek, is de Commissie van oordeel dat zij zonder verder marktonderzoek kan vaststellen dat de gewijzigde verbintenissen die op 13 oktober 2006 door de partijen zijn voorgesteld volstaan om de mededingingsbezwaren die door de aangemelde operatie in België en Frankrijk worden opgeworpen op te lossen, en wel om de volgende redenen:

De verkoop van Distrigaz, van het belang van GDF in SPE, van Cofathec Coriance en van de verwarmingsnetwerken van Cofathec Service nemen de overlappingen tussen de partijen weg op alle markten waar zij tot mededingingsbezwaren leidden. Door deze verkopen worden ook de verticale afschermingsproblemen tussen de gas- en de elektriciteitsmarkt opgelost;

Het verlies van de zeggenschap van de partijen over Fluxys S.A en de corrigerende maatregelen met betrekking tot de gasinfrastructuur in België en Frankrijk volstaan om de belemmeringen voor de markttoegang zodanig te verlagen dat daadwerkelijke concurrentie zich kan ontwikkelen.

D.   CONCLUSIE

(29)

De aangemelde concentratie zou de concurrentie op een aantal markten in aanzienlijke mate belemmeren. De gewijzigde toezeggingen die op 13 oktober 2006 werden voorgesteld volstaan om de door de Commissie aangeduide mededingingsbezwaren weg te nemen. Daarom wordt in de beschikking vastgesteld dat de fusie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar is in zoverre de partijen de toezeggingen die op 13 oktober 2006 werden voorgesteld en op 6 november 2006 werden bekrachtigd, nakomen.

(30)

In de beschikking van de Commissie wordt de aangemelde transactie derhalve overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de concentratieverordening verenigbaar verklaard met de gemeenschappelijke markt en de werking van de EER-Overeenkomst.


(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(2)  GDF en Centrica hebben elk 50 % in handen van de houdstermaatschappij die in 2005 51 % van SPE verwierf. Zij oefenen de gezamenlijke zeggenschap uit over SPE. De vorige eigenaren van SPE, ALG en Publilum hebben via een andere houdstermaatschappij 49 % van SPE in handen, maar oefenen geen zeggenschap uit.

(3)  Delen van deze tekst zijn weggelaten om ervoor te zorgen dat geen vertrouwelijke informatie openbaar wordt gemaakt; deze zijn tussen vierkante haken gezet en met een asterisk gemarkeerd.

(4)  De Suez-groep heeft bij grote industriële klanten voor gaslevering (via Distrigaz) een aanzienlijke positie opgebouwd en heeft (via Lyonnaise des Eaux) als waterleveringsbedrijf in Frankrijk al met enkele miljoenen particuliere klanten contact opgenomen; hiermee is de groep een van de best geplaatste concurrenten van GDF wanneer de markt voor de levering aan huishoudens op 1 juli 2007 wordt opengesteld.

(5)  Op de datum van deze beschikking exploiteerde GDF de enige gasgestookte elektriciteitscentrale in Frankrijk en leverde de onderneming de centrale het benodigde gas.

(6)  Op een markt waar concurrentie heerste worden de elektriciteitsprijzen bepaald door de centrale met de hoogste marginale kosten die op een gegeven ogenblik stroom produceert, dat wil zeggen door de elektriciteitsproducent die zich op het hoogste punt van de aanbodcurve (in de elektriciteitssector ook wel „prestatiecurve” genoemd) bevindt.


29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/51


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 27 maart 2007

tot vaststelling van een regeling voor de toewijzing van quota aan producenten en importeurs van chloorfluorkoolwaterstoffen voor de jaren 2003 tot en met 2009 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 819_2)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Litouwse, de Nederlandse, de Poolse, de Sloveense, de Spaanse en de Zweedse taal zijn authentiek)

(2007/195/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (1), en met name op artikel 4, lid 3, punt ii),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Communautaire maatregelen, zoals met name vervat in Verordening (EG) nr. 3093/94 van de Raad van 15 december 1994 betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken (2), die is vervangen door Verordening (EG) nr. 2037/2000, hebben in de loop van de jaren geleid tot een vermindering van het totale verbruik van chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's).

(2)

In verband met die vermindering werden voor de afzonderlijke producenten en importeurs quota vastgesteld die op historische marktaandelen waren gebaseerd en werden berekend aan de hand van het vermogen van deze stoffen om de ozonlaag af te breken.

(3)

Sinds 1997 is de markt voor die stoffen ten aanzien van de verschillende toepassingen stabiel. Bijna twee derde van de HCFK’s werd gebruikt voor de productie van schuim, totdat deze toepassing van HCFK’s op 1 januari 2003 werd verboden.

(4)

Om te voorkomen dat de gebruikers van HCFK's die andere producten dan schuim produceren met ingang van 1 januari 2003 worden benadeeld, hetgeen zou gebeuren als de toewijzingsregeling op het historische marktaandeel bij het gebruik van HCFK's voor schuimproducten zou worden gebaseerd, dient er een nieuwe toewijzingsregeling voor het gebruik van HCFK's voor de vervaardiging van andere producten dan schuim na die datum te worden ingevoerd. Voor 2004 tot en met 2009 wordt een toewijzingsregeling op basis van uitsluitend het gemiddelde historische marktaandeel voor HCFK’s die voor andere producten dan schuim worden gebruikt, het meest geschikt geacht.

(5)

Het is weliswaar wenselijk het beschikbare quotum voor elke importeur te beperken tot zijn respectieve procentuele marktaandeel in 1999, en voor elke importeur in een op 1 mei 2004 toegetreden lidstaat tot het gemiddelde van zijn procentuele marktaandeel in 2002 en 2003, maar er dient ook een regeling te zijn om invoerquota die in een bepaald jaar niet zijn geclaimd en toegewezen, aan geregistreerde HCFK-importeurs toe te wijzen.

(6)

Beschikking 2005/103/EG van de Commissie (3) die een regeling voor de toewijzing van quota aan producenten en importeurs van chloorfluorkoolwaterstoffen voor de jaren 2003 tot en met 2009 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2037/2000 vaststelt, dient te worden gewijzigd om rekening te houden met de gewijzigde referentieperiode voor producenten en importeurs in de lidstaten die op 1 mei 2004 zijn toegetreden en met de verhoogde quota voor chloorfluorkoolwaterstoffen (groep VIII) in bijlage III van Verordening (EG) nr. 2037/2000, zoals gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 2005, en het historische marktaandeel van ondernemingen in de lidstaten die op 1 januari 2007 zijn toegetreden.

(7)

In het belang van de juridische duidelijkheid en transparantie moet Beschikking 2005/103/EG derhalve worden vervangen.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2037/2000 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze beschikking gelden de onderstaande definities:

a)

„marktaandeel voor koelmiddelen”: het gemiddelde marktaandeel van een producent in de verkoop van chloorfluorkoolwaterstoffen als koelmiddel in de jaren 1997, 1998 en 1999 als percentage van de totale markt voor het gebruik als koelmiddel;

b)

„marktaandeel voor de productie van schuim”: het gemiddelde marktaandeel van een producent in de verkoop van chloorfluorkoolwaterstoffen voor de productie van schuim in de jaren 1997, 1998 en 1999 als percentage van de totale markt voor de productie van schuim; en

c)

„marktaandeel voor oplosmiddelen”: het gemiddelde marktaandeel van een producent in de verkoop van chloorfluorkoolwaterstoffen als oplosmiddel in de jaren 1997, 1998 en 1999 als percentage van de totale markt voor het gebruik als oplosmiddel.

Artikel 2

Grondslag voor de berekening van quota

De indicatieve hoeveelheden die voor het verbruik van chloorfluorkoolwaterstoffen als koelmiddel, voor de productie van schuim en als oplosmiddel zijn toegewezen uit het aandeel van de producenten in de berekende niveaus die in artikel 4, lid 3, punt i), onder e) en f), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 zijn vastgesteld, worden in bijlage I van deze beschikking vastgesteld.

Het marktaandeel van elke producent in de respectieve markten wordt in bijlage II vastgesteld (4).

Artikel 3

Quota voor producenten

1.   Voor 2007 is voor elke producent het quotum van het in artikel 4, lid 3, punt i), onder e), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 vastgestelde berekende niveau van chloorfluorkoolwaterstoffen dat hij op de markt brengt of voor eigen rekening gebruikt, niet hoger dan de som van:

a)

het marktaandeel voor koelmiddelen van de producent in de totale indicatieve hoeveelheid die in 2004 voor koelmiddelen is toegewezen;

b)

het marktaandeel voor oplosmiddelen van de producent in de totale indicatieve hoeveelheid die in 2004 voor oplosmiddelen is toegewezen.

2.   Voor de jaren 2008 en 2009 is voor elke producent het quotum van het in artikel 4, lid 3, punt i), onder f), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 vastgestelde berekende niveau van chloorfluorkoolwaterstoffen dat hij op de markt brengt of voor eigen rekening gebruikt, op een pro-ratabasis niet hoger dan de som van:

a)

het marktaandeel voor koelmiddelen van de producent in de totale indicatieve hoeveelheid die in 2004 voor koelmiddelen is toegewezen;

b)

het marktaandeel voor oplosmiddelen van de producent in de totale indicatieve hoeveelheid die in 2004 voor oplosmiddelen is toegewezen.

Artikel 4

Quota voor importeurs

Het berekende niveau van chloorfluorkoolwaterstoffen dat elke importeur op de markt mag brengen of voor eigen rekening mag gebruiken, is, als percentage van het in artikel 4, lid 3, punt i), onder d), e) en f), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 vastgestelde berekende niveau, niet hoger dan het procentuele aandeel dat in 1999 aan die importeur is toegewezen.

In afwijking van het voorgaande is het berekende niveau van chloorfluorkoolwaterstoffen dat elke importeur in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije op de markt mag brengen of voor eigen rekening mag gebruiken, als percentage van het in artikel 4, lid 3, punt i), onder d), e) en f), van Verordening (EG) nr. 2037/2000 vastgestelde berekende niveau, niet hoger dan het gemiddelde van zijn procentuele marktaandeel in 2002 en 2003.

Hoeveelheden die niet op de markt kunnen worden gebracht omdat de daartoe gerechtigde importeurs geen invoerquotum hebben aangevraagd, worden echter toegewezen aan de importeurs die een invoerquotum hebben gekregen.

De niet toegewezen hoeveelheid wordt over de importeurs verdeeld naar evenredigheid van de grootte van de quota welke reeds voor die importeurs zijn vastgesteld.

Artikel 5

Beschikking 2005/103/EG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken beschikking worden gelezen als verwijzingen naar deze beschikking.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de volgende ondernemingen:

 

Arkema S.A.

Cours Michelet — La Défense 10

F-92091 Paris-La Défense

 

Arkema Química SA

Avenida de Burgos 12, planta 7

E-28036 Madrid

 

DuPont de Nemours (Nederland) bv

Baanhoekweg 22

3313 LA Dordrecht

Nederland

 

Honeywell Fluorine Products Europe bv

Laarderhoogtweg 18,

1101 EA Amsterdam

Nederland

 

Ineos Fluor Ltd

PO Box 13

The Heath

Runcorn Cheshire WA7 4QF

United Kingdom

 

Phosphoric Fertilizers Industry S.A.

Thessaloniki Plant

P.O. Box 10183

GR-541 10 Thessaloniki

 

Rhodia UK Ltd

PO Box 46 — St Andrews Road

Avonmouth, Bristol BS11 9YF

United Kingdom

 

Solvay Électrolyse France

12, cours Albert 1er

F-75383 Paris

 

Solvay Fluor GmbH

Hans-Böckler-Allee 20

D-30173 Hannover

 

Solvay Ibérica SL

C/ Mallorca 269

E-08008 Barcelona

 

Solvay Solexis SpA

Viale Lombardia, 20

I-20021 Bollate (MI)

 

AB Ninolab

P.O. Box 137

S-194 22 Upplands Väsby

 

Advanced Chemical SA

C/ Balmes 69, pral. 3o

E-08007 Barcelona

 

Alcobre SA

C/ Luis I, Nave 6-B

Polígono Industrial Vallecas

E-28031 Madrid

 

AGC Chemicals Europe

World Trade Center

Zuidplein 80

H-Tower, Level 9

1077 XV Amsterdam

Nederland

 

Avantec

26, avenue du Petit-Parc

F-94683 Vincennes Cedex

 

BaySystems Iberia S/A

Crta. Vilaseca

La Pineda s/n

E-43006 Tarragona

 

Blye Engineering Co. Ltd

Naxxar Road

San Gwann SGN 07

Malta

 

BOC Gazy

ul. Pory 59

02-757 Warzawa

Polska

 

Boucquillon nv

Nijverheidslaan 38

B-8540 Deerlijk

 

Calorie Fluor

503, rue Hélène-Boucher

Z.I. Buc

B.P. 33

F-78534 Buc Cedex

 

Caraibes Froids SARL

B.P. 6033

Sainte-Thérèse

4,5 km, route du Lamentin

F-97219 Fort-de-France (Martinique)

 

Celotex Limited

Lady Lane Industrial Estate

Hadleigh, Ipswich, Suffolk,

IP7 6BA

United Kingdom

 

Efisol

14/24, rue des Agglomérés

F-92024 Nanterre Cedex

 

Empor d.o.o.

Leskoškova 9a

SI-1000 Ljubljana

 

Etis d.o.o.

Tržaška 333

SI-1000 Ljubljana

 

Fibran S.A.

6th km Thessaloniki

Oreokastro

P.O. Box 40306

GR-560 10 Thessaloniki

 

Fiocco Trade SL

C/ Molina 16, pta. 5

E-46006 Valencia

 

Freolitus JSC

Centrinė g. 1D

LT-54464 Ramučiai, Kauno raj.

Lietuva

 

G.AL.Cycle-Air Ltd

3, Sinopis Str., Strovolos

P.O. Box 28385

Nicosia, Cyprus

 

Galco S.A.

Avenue Carton de Wiart 79

B-1090 Bruxelles

 

Galex S.A.

B.P. 128

F-13321 Marseille Cedex 16

 

UAB „Genys”

Lazdijų 20

LT-46393 Kaunas

Lietuva

 

GU Thermo Technology Ltd

Greencool Refrigerants

Unit 12

Park Gate Business Centre

Chandlers Way, Park Gate

Southampton SO31 1FQ

United Kingdom

 

Harp International

Gellihirion Industrial Estate

Rhondda Cynon Taff

Pontypridd CF37 5SX

United Kingdom

 

H&H International Ltd.

Richmond Bridge House

419 Richmond Road

Richmond TW1 2EX

United Kingdom

 

ICC Chemicals Ltd.

Northbridge Road

Berkhamsted

Hertfordshire HP4 1EF

United Kingdom

 

Kal y Sol

P.I. Can Roca

C/ Sant Martí s/n

E-08107 Martorell (Barcelona)

 

Linde Gaz Polska Sp. z o.o.

ul. Jana Pawła II 41a

31-864 Kraków

Polska

 

Matero Ltd

37 St. Kyriakides Ave.

CY-3508 Limassol

 

Mebrom

Assenedestraat 4

B-9940 Rieme-Ertvelde

 

Nagase Europe Ltd

Berliner Allee 59

D-40212 Düsseldorf

 

OU A Sektor

Kasteheina 6-9

EE-31024 Kohtla-Järve

 

Plasfi SA

Ctra. Montblanc s/n

E-43420 Sta. Coloma de Queralt

(Tarragona)

 

Prodex-System sp. z o.o.

ul. Artemidy 24

01-497 Warszawa

Polska

 

PW Gaztech

ul. Kopernika 5

11-200 Bartoszyce

Polska

 

Quimidroga SA

C/ Tuset 26

E-08006 Barcelona

 

Refrigerant Products Ltd.

Banyard road

Portbury West

Bristol BS 20 7XH

United Kingdom

 

Resina Chemie bv

Korte Groningerweg 1A

9607 PS Foxhol

Nederland

 

Sigma Aldrich Chimie SARL

80, rue de Luzais

L’isle d’abeau-Chesnes

F-38297 Saint-Quentin-Fallavier

 

Sigma Aldrich Company Ltd

The Old Brickyard

New Road

Gillingham SP8 4XT

United Kingdom

 

SJB Chemical Products bv

Slagveld 15

3230 AG Brielle

Nederland

 

Solquimia Iberia SL

C/ Mexico 9, P.I. Centrovía

E-50196 La Muela (Zaragoza)

 

Synthesia Española SA

C/ Conde Borrell 62

E-08015 Barcelona

 

Tazzetti Fluids Srl

Corso Europa, 600/a

I-10088 Volpiano (TO)

 

Termo-Schiessl Sp. z o.o.

ul. Raszyńska 13

05-500 Piaseczno

Polska

 

Universal Chemistry & Technology SpA

Viale A. Filippetti, 20

I-20122 Milano

 

Vrec-Co Export-Import Kft.

Kossuth u. 12

H-6763 Szatymaz

 

Vuoksi Yhtiö Oy

Lappeentie 12

FI-55100 Imatra

 

Wigmors

ul. Irysowa 5

51-117 Wrocław

Polska

Gedaan te Brussel, 27 maart 2007.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 244 van 29.9.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 333 van 22.12.1994, blz. 1.

(3)  PB L 33 van 5.2.2005, blz. 65.

(4)  Bijlage II wordt niet bekendgemaakt en evenmin ter kennis van alle adressaten gebracht omdat zij vertrouwelijke informatie bevat.


BIJLAGE I

Indicatieve hoeveelheden die voor 2006, 2007 en 2008 zijn toegewezen in ton/ozonafbrekend vermogen.

Markt

2006

2007

2008

Koelmiddelen

2 054,47

2 094,63

1 744,59

Schuimproductie

0,00

0,00

0,00

Oplosmiddelen

66,17

67,01

55,81

Totaal

2 120,64

2 161,64

1 800,40


AANBEVELINGEN

29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/56


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2007

betreffende de monitoring op de aanwezigheid van furan in levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/196/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In mei 2004 publiceerde de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de resultaten van een onderzoek naar de aanwezigheid van furan in producten die een hittebehandeling hebben ondergaan. Furan werd aangetroffen in uiteenlopende levensmiddelen (onder meer conserven, babyvoeding, koffie, soepen en sauzen enz.).

(2)

Het Wetenschappelijk Panel voor contaminanten in de voedselketen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) achtte deze resultaten van urgent belang en stelde op 7 december 2004 een wetenschappelijk rapport over furan in levensmiddelen samen.

(3)

In dat rapport concludeerde de EFSA dat de beschikbare gegevens uitwijzen dat er een relatief klein verschil is tussen de mogelijke blootstelling van mensen en de doses bij proefdieren waarbij kankerverwekkende effecten optreden en dat voor een betrouwbare risicobeoordeling nadere gegevens over zowel toxiciteit als blootstelling nodig zijn.

(4)

Om de EFSA in staat te stellen een betrouwbare risicobeoordeling uit te voeren, moeten in de hele EU betrouwbare gegevens worden verzameld over het furangehalte van levensmiddelen die een hittebehandeling hebben ondergaan. In 2007 en 2008 moet de gegevensverzameling bijzondere aandacht krijgen. Daarna moet de gegevensverzameling op routinematige wijze worden voortgezet.

(5)

Er moeten gegevens worden verzameld over in de handel gebrachte levensmiddelen als zodanig, zonder enige verdere bereiding (bv. gemalen koffie, sappen, niet opgewarmde producten uit blikjes en potten) en over in de handel gebrachte levensmiddelen die in het laboratorium voorafgaand aan de analyse verder zijn bereid voor consumptie (bv. bereide koffie, opgewarmde producten uit blikjes en potten). In het laatste geval moeten de eventuele aanwijzingen op het etiket worden gevolgd. Thuis met verse ingrediënten bereide gerechten (zoals groentesoep van verse groenten, zelfgemaakte Ierse stoofpot) moeten niet in dit monitoringprogramma worden betrokken omdat de effecten van thuisbereiding op het furangehalte van levensmiddelen beter in een onderzoeksproject kunnen worden onderzocht.

(6)

Om te waarborgen dat de onderzochte monsters representatief zijn voor de onderzochte partij, moeten de procedures in deel B van de bijlage bij Verordening (EG) nr 333/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 betreffende bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen (1) worden gevolgd. De analyse van de monsters moet worden uitgevoerd overeenkomstig de punten 1 en 2 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2).

(7)

Het is belangrijk dat de analyseresultaten en de specifieke aanvullende informatie die voor de beoordeling van de resultaten nodig is op gezette tijden aan de EFSA worden gerapporteerd. De vorm voor deze rapportage wordt door de EFSA vastgesteld. De EFSA zal deze gegevens in een databank opnemen,

BEVEELT AAN:

1)

dat de lidstaten gedurende 2007 en 2008 een monitoring uitvoeren op de aanwezigheid van furan in levensmiddelen die een hittebehandeling hebben ondergaan. De monitoring moet betrekking hebben op in de handel gebrachte levensmiddelen als zodanig, zonder enige verdere bereiding (3), en op in de handel gebrachte levensmiddelen die in het laboratorium voorafgaand aan de analyse verder zijn bereid voor consumptie (4);

2)

dat de lidstaten de EFSA op gezette tijden de door haar verlangde monitoringgegevens verstrekken in de door haar voorgeschreven vorm;

3)

dat de lidstaten, om te waarborgen dat de onderzochte monsters representatief zijn voor de onderzochte partij, de bemonsteringsprocedures in deel B van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 333/2007 volgen. De bereiding van de monsters voorafgaand aan de analyse dient met de nodige zorg te geschieden om te waarborgen dat het furangehalte van het monster niet wordt gewijzigd;

4)

dat de lidstaten de furananalyse overeenkomstig de punten 1 en 2 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 882/2004 uitvoeren.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  Zie bladzijde 29 van dit Publicatieblad.

(2)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(3)  In de handel gebrachte levensmiddelen als zodanig, zonder enige verdere bereiding: bv. gemalen koffie, sappen, niet opgewarmde producten uit blikjes en potten.

(4)  In de handel gebrachte levensmiddelen die in het laboratorium voorafgaand aan de analyse verder zijn bereid voor consumptie: bv. bereide koffie, opgewarmde producten uit blikjes en potten. Hierbij worden de eventuele aanwijzingen op het etiket gevolgd. Thuis met verse ingrediënten bereide gerechten (zoals groentesoep van verse groenten, zelfgemaakte Ierse stoofpot) worden niet in dit monitoringprogramma betrokken.


III Besluiten op grond van het EU-Verdrag

BESLUITEN OP GROND VAN TITEL V VAN HET EU-VERDRAG

29.3.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/58


GEMEENSCHAPPELIJKE EU-LIJST VAN MILITAIRE GOEDEREN

(door de Raad aangenomen op 19 maart 2007)

(goederen waarop de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer van toepassing is)

(Actualiseert en vervangt de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen die op 27 februari 2006 door de Raad is aangenomen)

(2007/197/GBVB)

Opmerking 1: Termen tussen aanhalingstekens („”) zijn gedefinieerde termen. Zie de „Definities van de in deze lijst gebruikte termen” in bijlage dezes.

Opmerking 2: Stoffen zijn vermeld met naam en CAS-nummer. Voor stoffen met dezelfde structuurformule (inclusief hydraten) geldt de vergunningplicht, ongeacht naam of CAS-nummer. De CAS-nummers zijn vermeld om gemakkelijker te kunnen nagaan of een bepaalde stof of een bepaald mengsel onder de vergunningplicht valt, ongeacht de nomenclatuur. CAS-nummers kunnen niet als eenduidige identificatienummers gebruikt worden, omdat sommige vormen van de op de lijst vermelde stoffen andere CAS-nummers hebben, en ook mengsels die een op de lijst voorkomende stof bevatten, andere CAS-nummers kunnen hebben.

ML1

Wapens met gladde loop met een kaliber van minder dan 20 mm, andere wapens en machinegeweren met een kaliber van 12,7 mm (kaliber 0,50 inch) of minder en toebehoren, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Geweren, karabijnen, revolvers, pistolen, machinepistolen en machinegeweren:

Noot: In ML1.a) worden niet bedoeld:

1.

musketten, geweren en karabijnen die van voor het jaar 1938 dateren;

2.

replica's van musketten, geweren en karabijnen waarvan de originelen van vóór het jaar 1890 dateren;

3.

revolvers, pistolen en machinegeweren die van vóór het jaar 1890 dateren en replica's daarvan.

b)

Wapens met gladde loop, als hieronder:

1.

speciaal voor militair gebruik ontworpen wapens met gladde loop;

2.

andere wapens met gladde loop, als hieronder:

a)

van het volautomatische type;

b)

van het halfautomatische of pomptype.

c)

Wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van munitie zonder huls.

d)

Geluiddempers, speciale statieven, klemmen, wapenvizieren en vlamonderdrukkers voor wapens bedoeld in ML1.a), ML1.b) of ML1.c).

Noot 1: In ML1 worden niet bedoeld wapens met gladde loop die worden gebruikt voor jacht- of sportdoeleinden. Dergelijke wapens mogen niet speciaal zijn ontworpen voor militair gebruik en ook niet volautomatisch zijn.

Noot 2: In ML1 worden niet bedoeld vuurwapens die speciaal zijn ontworpen voor exercitiemunitie en die geen enkele soort vergunningplichtige munitie kunnen afvuren.

Noot 3: In ML1 worden niet bedoeld wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van randvuurmunitie en die niet volautomatisch zijn.

Noot 4: In ML1.d) worden niet bedoeld optische vizieren voor wapens zonder elektronische beeldverwerking, met een vergroting van 4 of minder, voor zover niet speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.

ML2

Wapens met gladde loop met een kaliber van 20 mm of meer, andere wapens met een kaliber groter dan 12,7 mm (kaliber 0,50 inch), werpers en toebehoren daarvoor, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Kanonnen, houwitsers, vuurmonden, mortieren, antitankwapens, projectielwerpers en raketlanceerinrichtingen, militaire vlammenwerpers, geweren, terugstootloze vuurmonden, wapens met gladde loop en signatuurreductietoestellen daarvoor.

Noot 1: ML2.a) omvat mede injectors, meetapparaten, opslagtanks en andere speciaal ontworpen onderdelen voor gebruik met vloeibare stuwstoffen voor in ML2.a) bedoelde apparatuur.

Noot 2: In ML2.a) worden niet bedoeld:

1.

musketten, geweren en karabijnen die van voor het jaar 1938 dateren;

2.

replica's van musketten, geweren en karabijnen waarvan de originelen vóór 1890 zijn vervaardigd.

b)

Toestellen voor het gericht verspreiden of voortbrengen van rook, gas en pyrotechnische stoffen, voor militaire doeleinden.

Noot: In ML2.b) worden geen signaalpistolen bedoeld.

c)

Wapenvizieren.

ML3

Munitie en ontstekingsinstellingsinrichtingen, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Munitie voor wapens genoemd in ML1, ML2 of ML12.

b)

Ontstekingsinstellingsinrichtingen die speciaal zijn ontworpen voor munitie genoemd in ML3.a).

Noot 1: Onder speciaal ontworpen onderdelen worden mede begrepen:

a)

van metaal of plastic gefabriceerde onderdelen zoals slaghoedjes, kogelmantels, schakels, geleibanden en metalen munitiedelen;

b)

wapeningsmechanismen, ontstekers, sensors en contacten voor exploding bridge wire;

c)

stroombronnen met een hoge eenmalige stootkracht;

d)

brandbare hulzen voor ladingen;

e)

submunitie waaronder granaatjes en mijnen en tot aan het doel geleide projectielen.

Noot 2: In ML3.a) worden niet bedoeld losse flodders (blankstar) en exercitiemunitie met geperforeerde huls.

Noot 3: In ML3.a) worden niet bedoeld patronen die speciaal zijn ontworpen voor de volgende doeleinden:

a)

het geven van signalen;

b)

het afschrikken van vogels; of

c)

het ontsteken van affakkelvlammen bij oliebronnen.

ML4

Bommen, torpedo's, raketten, geleide projectielen, andere ontploffingsmechanismen en ladingen en toebehoren, als hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

NB: Voor geleidings- en navigatieapparatuur, zie ML11, noot 7.

a)

Bommen, torpedo's, granaten, rookbussen, raketten, mijnen, geleide projectielen, dieptebommen, vernielingsladingen, -toestellen en -sets, „pyrotechnische” middelen, patronen en simulatoren (dat wil zeggen uitrusting die de kenmerken van een van deze goederen simuleert).

Noot: In ML4.a) worden ook bedoeld:

1.

rookgranaten, brandbommen en ontploffingsmechanismen;

2.

raketstraalpijpen en uit de ruimte terugkerende neuskegels.

b)

Uitrusting, speciaal ontworpen voor het hanteren, besturen, in werking stellen, éénmalig toedienen van energie, lanceren, leggen, vegen, ontsteken, misleiden, storen, detoneren of opsporen van in ML4.a) bedoelde voorwerpen.

Noot: In ML4.b) worden ook bedoeld:

1.

mobiele uitrusting voor het vloeibaar maken van gas, geschikt voor het produceren van 1 000 kg of meer vloeibaar gas per dag;

2.

drijvende elektrische stroomkabel geschikt voor het vegen van magnetische mijnen.

Technische noot:

Handapparatuur die qua ontwerp alleen geschikt is voor het detecteren van metalen voorwerpen en geen onderscheid kan maken tussen mijnen en andere metalen voorwerpen, wordt geacht niet speciaal ontworpen te zijn voor het detecteren van goederen bedoeld in ML4.a).

ML5

Vuurgeleidingssystemen en aanverwante alarm- en waarschuwingssystemen, en aanverwante systemen controle- en uitrichtingsapparatuur en apparatuur voor tegenmaatregelen, als hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

Wapenvizieren, computers gebezigd bij bombardementen, geschutrichtapparaten en boordbesturingssystemen voor wapens.

b)

Systemen voor het opsporen, aanwijzen, verkennen of volgen van het doelwit en voor het bepalen van de schootsafstand; toestellen voor opsporing, herkenning en identificatie; en toestellen voor sensorintegratie.

c)

Apparatuur voor tegenmaatregelen voor goederen als bedoeld onder ML5.a) en ML5.b).

d)

Veldtest- en uitlijnapparatuur, speciaal ontworpen voor goederen als bedoeld onder ML5.a) en ML5.b).

ML6

Voertuigen en onderdelen daarvoor, als hieronder:

NB: Voor geleidings- en navigatieapparatuur, zie ML11, noot 7.

a)

Voertuigen en onderdelen daarvoor, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.

Technische noot:

In ML6.a) omvat de term voertuigen tevens trailers.

b)

Alle voertuigen met wielaandrijving die geschikt zijn voor gebruik buiten de wegen en vervaardigd of voorzien zijn van materialen om ballistische bescherming te bieden tot niveau III (NIJ-norm 0108.01 van september 1985, of een vergelijkbare nationale norm) of beter.

NB: Zie ook ML13.a).

Noot 1: In ML6.a) worden ook bedoeld:

a)

tanks en andere militaire bewapende voertuigen en militaire voertuigen met voorzieningen voor het daarop monteren van vuurwapens of apparatuur voor het leggen van mijnen of voor het lanceren van munitie bedoeld onder ML4;

b)

gepantserde militaire voertuigen;

c)

amfibievoertuigen en voertuigen voor het doorwaden van diep water;

d)

bergingsvoertuigen en voertuigen voor het trekken of vervoeren van munitie of wapensystemen en aanverwante apparatuur voor ladingoverslag.

Noot 2: Onder speciale aanpassingen aan een in ML6.a) bedoeld voertuig voor militair gebruik wordt verstaan een structurele, elektrische of mechanische wijziging die inhoudt dat een onderdeel wordt vervangen door ten minste één speciaal ontworpen militair onderdeel. Deze componenten zijn onder meer:

a)

luchtbanden die speciaal zodanig zijn geconstrueerd dat zij kogelbestendig zijn of in leeggelopen toestand kunnen rijden;

b)

drukregelsystemen voor het oppompen van banden die van binnen uit een zich voortbewegend voertuig worden bediend;

c)

bepantsering van vitale delen (zoals brandstoftanks of de cabine van het voertuig);

d)

speciale versterkingsplaten of bevestigingspunten voor wapens;

e)

verduisteringslichten.

Noot 3: Onder ML6 worden niet bedoeld civiele automobielen of voertuigen, ontworpen of geschikt gemaakt voor geld- of waardetransporten, met bepantsering of ballistische bescherming.

ML7

Chemisch of biologisch toxisch materiaal, „stoffen voor oproerbeheersing”, radioactief materiaal, aanverwante apparatuur, onderdelen en materialen, als hieronder:

a)

Biologische en radioactieve stoffen, „aangepast voor gebruik in oorlogssituaties” teneinde slachtoffers te veroorzaken onder mensen en dieren, schade toe te brengen aan de werking van apparatuur, aan gewassen of aan het milieu.

b)

Stoffen voor chemische oorlogvoering, waaronder:

1.

Zenuwgassen:

a)

O-alkyl (gelijk aan of kleiner dan C10, met inbegrip van cycloalkyl) alkyl (methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonofluoridaten, zoals:

 

Sarin (GB): O-isopropylmethylfosfonofluoridaat (CAS 107-44-8); en

 

Soman (GD): O-pinacolylmethylfosfonofluoridaat (CAS 96-64-0);

b)

O-alkyl (gelijk aan of kleiner dan C10, met inbegrip van cycloalkyl) N,N-dialkyl(methyl-, ehtyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosforamidocyanidaten, zoals:

Tabun (GA): O-ethyl N,N-dimethylfosforamidocyanidaat (CAS 77-81-6);

c)

O-alkyl (H of gelijk aan of kleiner dan C10, inclusief cycloalkyl) S-2-dialkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)ami noethylalkyl (methyl-, ethyl-, n-propyl-, of isopropyl-)fosfonothiolaten en overeenkomstige gealkyleerde en geprotoneerde zouten zoals:

VX: O-ethyl S-2-diisopropylaminoethylmethylfosfonothiolaat (CAS 50782-69-9).

2.

Blaarvormende gassen:

a)

zwavelmosterdgassen, zoals:

1.

2-chloorethylchloormethylsulfide (CAS 2625-75-5);

2.

bis(2-chloorethyl)sulfide (CAS 505-60-2);

3.

bis(2-chloorethylthio)methaan (CAS 63869-13-6);

4.

1,2-bis(2-chloorethylthio)ethaan (CAS 3563-36-8);

5.

1,3-bis(2-chloorethylthio)-n-propaan (CAS 6390 5-10-2);

6.

1,4-bis(2-chloorethylthio)-n-butaan (CAS 142868-93-7);

7.

1,5-bis(2-chloorethylthio)-n-pentaan (CAS 142868-94-8);

8.

bis(2-chloorethylthiomethyl)ether (CAS 63918-90-1);

9.

bis(2-chloorethylthioethyl)ether (CAS 63918-89-8);

b)

lewisieten, zoals:

1.

2-chloorvinyldichloorarsine (CAS 541-25-3);

2.

tris(2-chloorvinyl)arsine (CAS 40334-70-1);

3.

bis(2-chloorvinyl)chloorarsine (CAS 40334-69-8);

c)

stikstofmosterdgassen, zoals:

1.

HN1: bis(2-chloorethyl)ethylamine (CAS 538-07-8);

2.

HN2: bis(2-chloorethyl)methylamine (CAS 51-75-2);

3.

HN3: tris(2-chloorethyl)amine (CAS 555-77-1).

3.

Verdovende gassen, zoals:

a)

3-chinuclidinylbenzilaat (BZ) (CAS 6581-06-2).

4.

Ontbladeringsmiddelen, zoals:

a)

Butyl 2-chloor-4-fluorofenoxyacetaat (LNF);

b)

2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur gemengd met 2,4-dichloorfenoxyazijnzuur (Agent Orange).

c)

Voorlopers voor binaire stoffen en sleutelvoorlopers voor chemische oorlogvoering, als hieronder:

1.

Alkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonofluoridaten, zoals:

DF: methylfosfonyldifluoride (CAS 676-99-3);

2.

O-alkyl (H of gelijk aan of kleiner dan C10, inclusief cycloalkyl) 0-2-dialkyl- (methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-) aminoethylalkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonieten en overeenkomstige gealkyleerde en geprotoneerde zouten zoals:

QL: O-ethyl S-2-diisopropylaminoethylmethylfosfoniet (CAS 50782-69-9);

3.

Chloorsarin: O-isopropylmethylfosfonochloridaat (CAS 1445-76-7);

4.

Chloorsoman: O-pinacolylmethylfosfonochloridaat (CAS 7040-57-5).

d)

„Stoffen voor oproerbeheersing”, chemische stoffen met werkzame bestanddelen en combinaties daarvan, waaronder:

1.

α-broombenzeenacetonitril (broombenzylcyanide) (CA) (CAS 5798-79-8);

2.

[(2-chloorfenyl)methyleen]propaandinitril, (o-chloorbenzylideenmalononitril (CS) (CAS 2698-41-1);

3.

2-chloor-1-phenylethanon, fenylacylchloride (ω-chlooracetofenon) (CN) (CAS 532-27-4);

4.

Dibenz-(b,f)-1,4-oxazefine (CR) (CAS 257-07-8);

5.

10-chloor-5,10-dihydrophenarsazine, (phenarsazinechloride), (adamsiet), (DM) (CAS 578-94-9);

6.

N-nonanoylmorfoline (MPA) (CAS 5299-64-9).

Noot 1: In ML7.d) worden niet bedoeld „stoffen voor oproerbeheersing” in individuele verpakkingen die zijn bedoeld voor zelfverdediging.

Noot 2: In ML7.d) worden niet bedoeld chemische stoffen met werkzame bestanddelen en combinaties daarvan die zijn bestemd en verpakt voor de productie van levensmiddelen of voor medische doeleinden.

e)

Apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor verspreiding van de volgende stoffen of middelen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

1.

stoffen of middelen bedoeld in ML7.a), ML7.b) of ML7.d); of

2.

stoffen voor chemische oorlogsvoering gemaakt uit voorlopers bedoeld in ML7.c).

f)

Veiligheids- en decontaminatieapparatuur, speciaal ontworpen onderdelen daarvoor, en speciaal samengestelde chemische mengsels, als hieronder:

1.

apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor bescherming tegen de in ML7.a), ML7.b) of ML7.d) bedoelde stoffen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;

2.

apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor de decontaminatie van voorwerpen besmet met de in ML7.a) of ML7.b) bedoelde stoffen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;

3.

chemische mengsels, speciaal ontwikkeld/samengesteld voor de decontaminatie van voorwerpen besmet met de in ML7.a) of ML7.b) bedoelde stoffen.

Noot: In ML7.f)1 worden ook bedoeld:

a)

luchtbehandelingseenheden, speciaal ontworpen of aangepast voor nucleaire, biologische of chemische filtratie;

b)

beschermende kleding.

NB: Voor civiele gasmaskers, veiligheids- en decontaminatieapparatuur, zie ook 1A004 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

g)

Apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor opsporing en identificatie van de in ML7.a), ML7.b) of ML7.d) bedoelde stoffen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

Noot: In ML7.g) worden niet bedoeld individuele dosismeters voor stralingscontrole.

NB: Zie ook 1A004 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

h)

„Biopolymeren”, speciaal ontworpen of bewerkt voor het opsporen en determineren van stoffen voor chemische oorlogsvoering als bedoeld in ML7.b) en de specifieke celkweken die worden gebruikt voor de vervaardiging daarvan.

i)

„Biokatalysatoren” voor het decontamineren en afbreken van stoffen voor chemische oorlogsvoering, en biologische systemen daarvoor, als hieronder:

1.

„biokatalysatoren”, speciaal ontworpen voor de decontaminatie en het afbreken van de in ML7.b) bedoelde stoffen voor chemische oorlogsvoering, welke het resultaat zijn van gerichte laboratoriumselectie of van genetische manipulatie van biologische systemen;

2.

biologische systemen, als hieronder: „expressievectoren”, virussen of celkweken, die de genetische informatie bevatten die specifiek is voor de productie van „biokatalysatoren” als bedoeld in ML7.i)1.

Noot 1: In ML7.b) en ML7.d) worden niet bedoeld:

a)

cyanogeenchloride(chloorcyaan) (CAS 506-77-4). Zie 1C450.a)5 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik;

b)

hydrogeencyanide (blauwzuur) (CAS 74-90-8);

c)

chloor (CAS 7782-50-5);

d)

carbonylchloride (fosgeen) (CAS 75-44-5). Zie 1C450.a)4 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik;

e)

difosgeen (trichloormethylchloorformiaat) (CAS 503-38-8);

f)

geschrapt;

g)

xylylbromide, ortho-: (CAS 89-92-9), meta: (CAS 620-13-3), para: (CAS 104-81-4);

h)

benzylbromide (CAS 100-39-0);

i)

benzyljodide (CAS 620-05-3);

j)

broomaceton (CAS 598-31-2);

k)

cyanogeenbromide (CAS 506-68-3);

l)

broommethylethylketon (CAS 816-40-0);

m)

chlooraceton (CAS 78-95-5);

n)

ethyljoodacetaat (CAS 623-48-3);

o)

joodaceton (CAS 3019-04-3);

p)

chloorpicrine (CAS 76-06-2). Zie 1C450.a)7 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

Noot 2: De in ML7.h) en ML7.i)2 genoemde celkweken en biologische systemen vormen een limitatieve opsomming en in deze rubrieken worden niet bedoeld cellen of biologische systemen voor civiele doeleinden, zoals toepassingen in de landbouw, farmaceutische industrie, op medisch, veterinair en milieuhygiënisch gebied, in het afvalbeheer en in de voedingsindustrie.

ML8

„Energetische materialen”, en aanverwante substanties, als hieronder:

NB: Zie ook 1C011 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

Technische noten:

1.

In deze rubriek betekent de term mengsel een samenstelling van twee of meer stoffen waarvan er ten minste een voorkomt in de rubrieken van ML8.

2.

Bedoeld in deze lijst zijn alle stoffen die voorkomen in de ML8-rubrieken, ook wanneer deze gebruikt worden in een andere toepassing dan vermeld. (Zo wordt TAGN voornamelijk als springstof gebruikt, maar kan deze stof ook als brandstof of oxidatiemiddel dienen.)

a)

„Springstoffen” als hieronder, en mengsels daarvan:

1.

ADNBF (aminodinitrobenzofuroxan of 7-amino-4-6-dinitrobenzofurazan-1-oxide (CAS 97096-78-1);

2.

BNCP (cis-bis(5-nitrotetrazolato) tetraaminekobalt (III) perchloraat) (CAS 117412-28-9);

3.

CL-14 (diaminodinitrobenzofuroxan of 5,7-diamino-4,6-dinitrobenzofurazaan-1-oxide (CAS 117907-74-1);

4.

CL-20 (HNIW of hexanitrohexaazaisowurtzitaan) (CAS 135285-90-4); chlatraten van CL-20 (zie ook ML8.g)3 en g)4 voor de „voorlopers”);

5.

CP (2(5-cyaantetrazolato) pentaaminekobalt ( III) perchloraat) (CAS 70247-32-4);

6.

DADE (1,1-diamino-2,2-dinitroethyleen, FOX7);

7.

DATB (diaminotrinitrobenzeen) (CAS 1630-08-6);

8.

DDFP (1,4-dinitrodifurazanpiperazine);

9.

DDPO (2,6-diamino-3,5-dinitropyrazine-1-oxide, PZO) (CAS 194486-77-6);

10.

DIPAM (3,3′-diamino-2,2′,4,4′,6,6′-hexanitrobifenyl of dipicramide) (CAS 17215-44-0);

11.

DNGU (DINGU of dinitroglycoluril ) (CAS 55510-04-8);

12.

Furazanen, als hieronder:

a)

DAAOF (diaminoazoxyfurazan);

b)

DAAzF (diaminoazofurazan) (CAS 78644-90-3);

13.

HMX en derivaten (zie ook ML8.g)5 voor de „voorlopers”), als hieronder:

a)

HMX (cyclotetramethyleentetranitramine, octahydro-1,3,5,7-tetranitro-1,3,5,7-tetrazine, 1,3,5,7-tetranitro-1,3,5,7-tetraza-cyclooctaan, octogen of octogeen) (CAS 2691-41-0);

b)

difluorgeamineerde analoga van HMX;

c)

K-55 (2,4,6,8-tetranitro-2,4,6,8-tetraazabicyclo[3,3,0]-octanon-3, tetranitrosemiglycouril of keto-bicylisch HMX) (CAS 130256-72-3);

14.

HNAD (hexanitroadamantaan) (CAS 143850-71-9);

15.

HNS (hexanitrostilbeen) (CAS 20062-22-0);

16.

Imidazolen, als hieronder:

a)

BNNII (Octahydro-2,5-bis(nitroimino)imidazo [4,5-d]imidazool);

b)

DNI (2,4-dinitroimidazool) (CAS 5213-49-0);

c)

FDIA (1-fluoro-2,4-dinitroimidazool);

d)

NTDNIA (N-(2-nitrotriazolo)-2,4-dinitroimidazool);

e)

PTIA (1-picryl-2,4,5-trinitroimidazool);

17.

NTNMH (1-(2-nitrotriazolo)-2-dinitromethyleenhydrazine);

18.

NTO (ONTA of 3-nitro-1,2,4-triazool-5-on) (CAS 932-64-9);

19.

Polynitrocubanen met meer dan vier nitrogroepen;

20.

PYX (2,6-bis(picrylamino)-3,5-dinitropyridine) (CAS 38082-89-2);

21.

RDX en derivaten, als hieronder:

a)

RDX (cyclotrimethyleentrinitramine, cycloniet, T4, hexahydro-1,3,5-trinitro-1,3,5-triazine, 1,3,5-trinitro-1,3,5-triazacyclohexaan, hexogen of hexogeen) (CAS 121-82-4);

b)

Keto-RDX (K-6 of 2,4,6-trinitro-2,4,6-triazacyclohexanon) (CAS 115029-35-1);

22.

TAGN (triaminoguanidinenitraat) (CAS 4000-16-2);

23.

TATB (triaminotrinitrobenzeen) (CAS 3058-38-6) (zie ook ML8.g)7 voor de „voorlopers”);

24.

TEDDZ (3,3,7,7-tetrabis(difluoramine)octahydro-1,5-dinitro-1,5-diazocine);

25.

Tetrazolen, als hieronder:

a)

NTAT (nitrotriazoolaminotetrazool);

b)

NTNT (1-N-(2-nitrotriazolo)-4-nitrotetrazool);

26.

Tetryl (trinitrofenylmethylnitramine) (CAS 479-45-8);

27.

TNAD (1,4,5,8-tetranitro-1,4,5,8-tetraazadecaline) (CAS 135877-16-6) (zie ook ML8.g)6 voor de „voorlopers”);

28.

TNAZ (1,3,3-trinitroazetidine) (CAS 97645-24-4) (zie ook ML8.g)2 voor de „voorlopers”);

29.

TNGU (SORGUYL of tetranitroglycoluril) (CAS 55510-03-7);

30.

TNP (1,4,5,8-tetranitro-pyridazino[4,5-d]pyridazine) (CAS 229176-04-9);

31.

Triazinen, als hieronder:

a)

DNAM (2-oxy-4,6-dinitroamino-s-triazine) (CAS 19899-80-0);

b)

NNHT (2-nitroimino-5-nitro-hexahydro-1,3,5-triazine) (CAS 130400-13-4);

32.

Triazolen, als hieronder:

a)

5-azido-2-nitrotriazool;

b)

ADHTDN (4-amino-3,5-dihydrazino-1,2,4-triazooldinitramide) (CAS 1614-08-0);

c)

ADNT (1-amino-3,5-dinitro-1,2,4-triazool);

d)

BDNTA ([bis-dinitrotriazool]amine);

e)

DBT (3,3′-dinitro-5,5-bis-1,2,4-triazool) (CAS 30003-46-4);

f)

DNBT (dinitrobistriazool) (CAS 70890-46-9);

g)

NTDNA (2-nitrotriazool-5-dinitramide) (CAS 75393-84-9);

h)

NTDNT (1-N-(2-nitrotriazolo)-3,5-dinitrotriazool);

i)

PDNT (1-picryl-3,5-dinitrotriazool);

j)

TACOT (tetranitrobenzeentriazoolbenzeentriazool) (CAS 25243-36-1);

33.

Elke springstof die niet elders in ML8.a) is opgenomen met een detonatiesnelheid groter dan 8 700 m/s bij maximale dichtheid of een detonatiedruk in de schokgolf van groter dan 34 Gpa (340 kilobar);

34.

Andere organische springstoffen die niet elders in ML8.a) zijn opgenomen, die een detonatiedruk in de schokgolf van 25 Gpa (250 kilobar) of meer opleveren, en die gedurende vijf minuten of langer stabiel blijven bij een temperatuur van 523 K (250 oC) of hoger.

b)

„Stuwstoffen”, als hieronder:

1.

Elke vaste „stuwstof” uit VN-klasse 1.1 met een theoretische specifieke impuls (onder standaardomstandigheden) van meer dan 250 seconden bij niet-gemetalliseerde samenstellingen, of meer dan 270 seconden bij gealumineerde samenstellingen;

2.

Elke vaste „stuwstof” uit VN-klasse 1.3 met een theoretische specifieke impuls (onder standaardomstandigheden) van meer dan 230 seconden bij niet-gehalogeniseerde samenstellingen, 250 seconden bij niet-gemetalliseerde samenstellingen, of meer dan 266 seconden bij gemetalliseerde samenstellingen;

3.

„Stuwstoffen” met een krachtconstante groter dan 1 200 kJ/kg;

4.

„Stuwstoffen” die een onveranderlijke verbrandingssnelheid kunnen onderhouden groter dan 38 mm per seconde onder standaardomstandigheden (gemeten in de vorm van een geïnhibeerde enkele streng) van een druk van 6,89 Mpa (68,9 bar) en een temperatuur van 294 K (21 °C);

5.

Met elastomeer gemodificeerde gegoten „stuwstoffen” op basis van twee stuwstoffen (EMCDB) met een uitrekbaarheid bij maximale spanning groter dan 5 % bij 233 K (– 40 oC);

6

Elke „stuwstof” die in ML8.a) opgenomen substanties bevat.

c)

„Pyrotechnische stoffen” als hieronder, en mengsels daarvan:

1.

Brandstoffen voor vliegtuigen die speciaal voor militaire doeleinden zijn samengesteld;

2.

Alane (aluminiumhydride) (CAS 7784-21-6);

3.

Carboranen; decaboraan (CAS 17702-41-9); pentaboranen (CAS 19624-22-7 en 18433-84-6) en derivaten;

4.

Hydrazine en derivaten, als hieronder (zie ook ML8.d)8 en d)9 voor oxiderende hydrazinederivaten):

a)

hydrazine (CAS 302-01-2) in concentraties van 70 % of meer;

b)

monomethylhydrazine (CAS 60-34-4);

c)

symmetrisch dimethylhydrazine (CAS 540-73-8);

d)

asymmetrisch dimethylhydrazine (CAS 57-14-7);

5.

Metaalbrandstoffen in deeltjesvorm, hetzij bolvormig, verstoven, sferoïdisch, in vlokkenvorm of gemalen, vervaardigd uit materiaal dat voor 99 % of meer bestaat uit één of meer van de volgende stoffen:

a)

metalen en mengsels daarvan, als hieronder:

1.

beryllium (CAS 7440-41-7) met een deeltjesgrootte van 60 micrometer of minder;

2.

fijn ijzerpoeder (CAS 7439-89-6) met een deeltjesgrootte van 3 micrometer of minder, vervaardigd door reductie van ijzeroxide met waterstof;

b)

mengsels die één van de volgende stoffen bevatten:

1.

zirkonium (CAS 7440-67-7), magnesium (CAS 7439-95-4) en hun legeringen met een deeltjesgrootte van minder dan 60 micrometer;

2.

brandstoffen van borium (CAS 7440-42-8) of boriumcarbide (CAS 12069-32-8) met een zuiverheid van 85 % of hoger en een deeltjesgrootte van minder dan 60 micrometer;

6.

Militaire materialen welke verdikkingsmiddelen voor koolwaterstofbrandstoffen bevatten die speciaal zijn samengesteld voor gebruik in vlammenwerpers of pyrogene munitie, zoals metaalstearaten of -palminaten (bv. octal (CAS 637-12-7)) en M1, M2 en M3 verdikkingsmiddelen;

7.

Perchloraten, chloraten en chromaten, samengesteld met verpoederd metaal of andere brandstofcomponenten met hoge energie;

8.

Bolvormig aluminiumpoeder (CAS 7429-90-5) met een deeltjesgrootte van 60 micrometer of kleiner, vervaardigd van materiaal met een aluminiumgehalte van 99 % of meer;

9.

Titaansubhybride (TiHn) met de stoichiometriewaarde n = 0,65-1,68.

Noot 1: De in ML8.c)1 bedoelde brandstoffen voor vliegtuigen betreffen de eindproducten en niet de bestanddelen daarvan.

Noot 2: In ML8.c)4.a) zijn niet bedoeld hydrazinemengsels die speciaal zijn samengesteld voor corrosiebestrijding.

Noot 3: Explosieven en brandstoffen die de in ML8.c)5 vermelde metalen of legeringen bevatten zijn vergunningplichtig, ongeacht of de metalen of legeringen zijn ingekapseld in aluminium, magnesium, zirkonium of beryllium.

Noot 4: In ML8.c)5.b)2 worden niet bedoeld borium en boriumcarbide verrijkt met borium-10 (20 % of meer borium-10 bevattend).

d)

Oxidatiemiddelen als hieronder, en mengsels daarvan:

1.

ADN (ammoniumdinitramide of SR 12) (CAS 140456-78-6);

2.

AP (ammoniumperchloraat) (CAS 7790-98-9);

3.

Samenstellingen bestaande uit fluor en één of meer van de volgende stoffen:

a)

andere halogenen;

b)

zuurstof; of

c)

stikstof;

Noot 1: In ML8.d)3 is niet bedoeld chloortrifluoride. Zie 1C238 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

Noot 2: In ML8.d)3 is niet bedoeld stikstoftrifluoride in gasvormige toestand.

4.

DNAD (1,3-dinitro-1,3-diazetidine) (CAS 78246-06-7);

5.

HAN (hydroxylammoniumnitraat) (CAS 13465-08-2);

6.

HAP (hydroxylammoniumperchloraat) (CAS 15588-62-2);

7.

HNF (hydraziniumnitroformaat) (CAS 20773-28-8);

8.

Hydrazinenitraat (CAS 37836-27-4);

9.

Hydrazineperchloraat (CAS 27978-54-7);

10.

Vloeibare oxidatiemiddelen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit geïnhibeerd roodrokend salpeterzuur (IRFNA) (CAS 8007-58-7).

Noot: In ML8.d)10 is niet bedoeld niet-geïnhibeerd rokend salpeterzuur.

e)

Bindmiddelen, weekmakers, monomeren en polymeren, als hieronder:

1.

AMMO (azidomethylmethyloxetaan en de polymeren daarvan) (CAS 90683-29-7) (zie ook ML8.g)1 voor de „voorlopers”);

2.

BAMO (bisazidomethyloxetaan en de polymeren daarvan) (CAS 17607-20-4) (zie ook ML8.g)1 voor de „voorlopers”);

3.

BDNPA (bis(2,2-dinitropropyl)acetaal) (CAS 5108-69-0);

4.

BDNPF (bis(2,2-dinitropropyl)formal) (CAS 5917-61-3);

5.

BTTN (butaantriooltrinitraat (CAS 6659-60-50) (zie ook ML8.g)8 voor de „voorlopers”);

6.

Energetische monomeren, weekmakers en polymeren die nitro-, azido-, nitraat , nitraza- of difluoraminogroepen bevatten die speciaal voor militaire doeleinden zijn samengesteld;

7.

FAMAO (3-difluoroaminomethyl-3-azidomethyloxetaan) en de polymeren daarvan;

8.

FEFO (bis-(2-fluoro-2,2 dinitroethyl)formal) (CAS 17003-79-1);

9.

FPF-1 (poly-2,2,3,3,4,4-hexafluorpentaan-1,5-diol formal) (CAS 376-90-9);

10.

FPF-3 (poly-2,4,4,5,5,6,6-heptafluor-2-trifluormethyl-3-oxaheptaan-1,7-diol formal);

11.

GAP (glycidylazidepolymeer) (CAS 143178-24-9) en derivaten daarvan;

12.

HTPB (hydroxyl eindstandig polybutadieen) met een hydroxylfunctionaliteit gelijk aan of groter dan 2,2 en minder dan of gelijk aan 2,4, een hydroxylwaarde van minder dan 0,77 meq/g, en een viscositeit bij 30 °C van minder dan 47 poise (CAS 69102-90-5);

13.

Poly(epichloorhydrine) met een laag molecuulgewicht (minder dan 10 000) en voorzien van alcoholfuncties; poly(epichloorhydrinediol) en triol;

14.

NENAs (nitratoethylnitramineverbindingen) (CAS 17096-47-8, 85068-73-1, 82486-83-7, 82486-82-6 en 85954-06-9);

15.

PGN (poly-GLYN, polyglycidylnitraat of poly(nitratomethyloxiraan)(CAS 27814-48-8);

16.

Poly-NIMMO (polynitraatmethylmethyloxetaan) of poly-NMMO (poly[3-nitraatmethyl,3-methyloxetaan]) (CAS 84051-81-0);

17.

Polynitroorthocarbonaten;

18.

TVOPA (1,2,3-tris[1,2-bis(difluoramino)ethoxy]propaan of tris vinoxypropaanadduct (CAS 53159-39-0).

f)

Toevoegingen, als hieronder:

1.

Basisch kopersalicylaat (CAS 62320-94-9);

2.

BHEGA (bis-(2-hydroxyethyl) glycolamide) (CAS 17409-41-5);

3.

BNO (butadieennitriloxide) (CAS 9003-18-3);

4.

Ferroceenderivaten, als hieronder:

a)

butaceen (CAS 125856-62-4);

b)

catoceen (2,2-bis-ethylferrocenylpropaan) (CAS 37206-42-1);

c)

ferroceencarboxylzuren;

d)

n-butyl-ferroceen (CAS 31904-29-7);

e)

andere additiepolymeren van ferroceenderivaten;

5.

Lood-beta-resorcylaat (CAS 20936-32-7);

6.

Loodcitraat (CAS 14450-60-3);

7.

Lood/koperchelaten van betaresorcylaat of salicylaten (CAS 68411-07-4);

8.

Loodmaleaat (CAS 19136-34-6);

9.

Loodsalicylaat (CAS 15748-73-9);

10.

Loodstannaat (CAS 12036-31-6);

11.

MAPO (tris-1-(2-methyl) aziridinylfosfineoxide (CAS 57-39-6); BOBBA 8 (bis(2-methylaziridinyl)-2-(2-hydroxypropanoxy) propylaminofosfineoxide); en andere MAPO-derivaten;

12.

Methyl BAPO (bis(2-methylaziridinyl)methylaminofosfineoxide (CAS 85068-72-0);

13.

N-methyl-p-nitroaniline (CAS 100-15-2);

14.

3-nitraza-1,5-pentaandiisocyanaat (CAS 7406-61-9);

15.

Organometaal-koppelaars, als hieronder:

a)

neopentyl[diallyl] oxy, tri [dioctyl]fosfaattitanaat (CAS 103850-22-2); ook wel bekend onder de benaming titaan IV, 2,2[bis 2-propenolato-methyl, butanolaat, tris(dioctyl) fosfato] (CAS 110438-25-0); of LICA 12 (CAS 103850-22-2);

b)

titaan IV [(2-propenolato-1)methyl, n-propanolatomethyl]butanolaat-1, tris[dioctyl]pyrofosfaat of KR3538;

c)

titaan IV [(2-propenolato-1)methyl, n-propanolatomethyl]butanolaat-1, tris(dioctyl)fosfaat;

16.

Polycyaandifluoraminoethyleenoxide;

17.

Polyfunctionele aziridineamiden: met ketenstructuren van isoftaalzuur, trimesinezuur (BITA of butyleeniminetrimesamide), isocyanuurzuur of trimethyladipinezuur en 2-methyl of 2-ethylsubstituenten aan de aziridine ring;

18.

Propyleenimine (2-methylaziridine) (CAS 75-55-8);

19.

Superfijn ijzeroxide (Fe2O3) met een specifiek oppervlak groter dan 250 m2/g en een gemiddelde deeltjesgrootte van 3,0 nm of kleiner;

20.

TEPAN (tetraethyleenpentamineacrylnitril) (CAS 68412-45-3); gecyaanethyleerde polyamines en de zouten daarvan;

21.

TEPANOL (tetraethyleenpentamineacrylnitrilglycidol) (CAS 68412-46-4); cyaanethyl-gesubstitueerde polyamines geaddeerd met glycidol en de zouten daarvan;

22.

TBP (trifenylbismut) (CAS 603-33-8).

g)

„Voorlopers”, als hieronder:

NB: In ML8.g) zijn 3 bedoeld uit deze substanties vervaardigde „Energetische materialen” die onder de vergunningplicht vallen.

1.

BCMO (bischloormethyloxetaan) (CAS 142173-26-0) (zie ook ML8.e)1 en e)2);

2.

Dinitroazetidine-t-butylzout (CAS 125735-38-8) (zie ook ML8.a)28);

3.

HBIW (hexabenzylhexaazaisowurtzitaan) (CAS 124782-15-16) (zie ook ML8.a)4);

4.

TAIW (tetraacetyldibenzylhexaazaisowurtzitaan) (zie ook ML8.a)4);

5.

TAT (1,3,5,7-tetraacetyl-1,3,5,7,-tetraaza-cyclooctaan) (CAS 41378-98-7) (zie ook ML8.a)13);

6.

1,4,5,8-tetraazadecaline (CAS 5409-42-7) (zie ook ML8.a)27);

7.

1,3,5 trichloorbenzeen (CAS 108-70-3) (zie ook ML8.a)23);

8.

1,2,4 trihydroxybutaan (1,2,4 butaantriol) (CAS 3068-00-6) (zie ook ML8.e)5).

Noot 5: Voor ladingen en mechanismen, zie ML4.

Noot 6: De volgende stoffen, wanneer niet samengesteld of gemengd met het „energetisch materiaal” vermeld in ML8.a) of metalen in poedervorm vermeld in ML8.c), zijn niet bedoeld in ML8:

a)

Ammoniumpicraat;

b)

Zwart kruit;

c)

Hexanitrodifenylamine;

d)

Difluoramine;