ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 286

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
17 oktober 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 1544/2006 van de Raad van 5 oktober 2006 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bevordering van de zijderupsteelt (gecodificeerde versie)

1

 

 

Verordening (EG) nr. 1545/2006 van de Commissie van 16 oktober 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

4

 

*

Verordening (EG) nr. 1546/2006 van de Commissie van 4 oktober 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart ( 1 )

6

 

*

Verordening (EG) nr. 1547/2006 van de Commissie van 13 oktober 2006 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad

8

 

 

Verordening (EG) nr. 1548/2006 van de Commissie van 16 oktober 2006 tot wijziging van de vanaf 17 oktober 2006 geldende invoerrechten in de sector granen

12

 

*

Richtlijn 2006/79/EG van de Raad van 5 oktober 2006 inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter (gecodificeerde versie)

15

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

Besluit van de Raad van 17 juli 2006 inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

19

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

20

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/1


VERORDENING (EG) Nr. 1544/2006 VAN DE RAAD

van 5 oktober 2006

tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bevordering van de zijderupsteelt

(gecodificeerde versie)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 845/72 van de Raad van 24 april 1972 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bevordering van de zijderupsenteelt (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

(2)

In Verordening (EEG) nr. 827/68 van de Raad van 28 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor bepaalde in bijlage II van het Verdrag vermelde producten (5) zijn de maatregelen aangegeven die van toepassing zijn op het handelsverkeer in zijderupsen en eieren van zijderupsen, zonder dat evenwel is voorzien in steunmaatregelen binnen de Gemeenschap. De teelt van zijderupsen is belangrijk voor de economie van bepaalde gebieden in de Gemeenschap. Deze activiteit vormt een aanvullende bron van inkomsten voor de landbouwers van die gebieden. Derhalve dienen maatregelen te worden getroffen die ertoe kunnen bijdragen om aan de zijderupsentelers een redelijk inkomen te verzekeren.

(3)

Het is daartoe noodzakelijk dat er maatregelen kunnen worden genomen om de aanpassing van het aanbod aan de eisen van de markt te vergemakkelijken en dat aan de zijderupsenteelt steun wordt verleend ter vervanging van nationale steunregelingen voor dit product. Het is gezien de kenmerken van deze teelt dienstig de steun te verlenen in de vorm van een forfaitair bedrag per gebruikte doos zijderupseneieren.

(4)

De uitgaven van de lidstaten dienen ingevolge de uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende verplichtingen door de Gemeenschap te worden gefinancierd overeenkomstig de bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

(5)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (6),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Een steunregeling wordt ingevoerd voor in de Gemeenschap geteelde zijderupsen van GN-code 0106 90 00 en eieren van zijderupsen van GN-code 0511 99 90.

2.   De steun wordt aan de zijderupsentelers verleend voor de gebruikte dozen eieren van zijderupsen voor zover de dozen een nader te bepalen minimumhoeveelheid eieren bevatten en de rupsenteelt tot een goed einde gebracht is.

3.   Het steunbedrag per gebruikte doos zijderupseneieren wordt op 133,26 EUR vastgesteld.

Artikel 2

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde procedure.

Deze bepalingen betreffen met name de in artikel 1, lid 2, bedoelde minimumhoeveelheid, de door de lidstaten aan de Commissie mee te delen gegevens en alle controlemaatregelen om de financiële belangen van de Gemeenschap tegen fraude en andere onregelmatigheden te beschermen.

Artikel 3

Het teeltseizoen voor zijderupsen begint ieder jaar op 1 april en eindigt op 31 maart van het daaropvolgende jaar.

Artikel 4

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1673/2000 van de Raad van 27 juli 2000 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vezelvlas en -hennep (7) ingestelde Comité van beheer voor natuurlijke vezels, hierna „het comité” te noemen.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op één maand vastgesteld.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 5

De bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn van toepassing op de in artikel 1 bedoelde producten.

Artikel 6

Verordening (EEG) nr. 845/72 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 5 oktober 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

K. RAJAMÄKI


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(3)  PB L 100 van 27.4.1972, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1668/2000 (PB L 193 van 29.7.2000, blz. 6).

(4)  Zie bijlage I.

(5)  PB L 151 van 30.6.1968, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2004 (PB L 161 van 30.4.2004, blz. 97; gerectificeerd in PB L 206 van 9.6.2004, blz. 37).

(6)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(7)  PB L 193 van 29.7.2000, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 953/2006 (PB L 175 van 29.6.2006, blz. 1).


BIJLAGE I

Ingetrokken verordening met de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EEG) nr. 845/72 van de Raad

(PB L 100 van 27.4.1972, blz. 1)

Verordening (EEG) nr. 4005/87 van de Commissie

(PB L 377 van 31.12.1987, blz. 48)

Verordening (EEG) nr. 2059/92 van de Raad

(PB L 215 van 30.7.1992, blz. 19)

Verordening (EG) nr. 1668/2000 van de Raad

(PB L 193 van 29.7.2000, blz. 6)


BIJLAGE II

Concordantietabel

Verordening (EEG) nr. 845/72

De onderhavige verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7

Bijlage I

Bijlage II


17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/4


VERORDENING (EG) Nr. 1545/2006 VAN DE COMMISSIE

van 16 oktober 2006

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 17 oktober 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 oktober 2006.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 16 oktober 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

73,9

096

36,2

204

40,7

999

50,3

0707 00 05

052

45,8

096

18,4

999

32,1

0709 90 70

052

93,3

999

93,3

0805 50 10

052

59,0

388

57,7

524

58,7

528

54,7

999

57,5

0806 10 10

052

99,3

066

54,3

092

44,8

096

48,4

400

191,3

999

87,6

0808 10 80

388

86,5

400

101,8

512

82,4

800

182,6

804

101,5

999

111,0

0808 20 50

052

114,4

388

102,9

720

48,0

999

88,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/6


VERORDENING (EG) Nr. 1546/2006 VAN DE COMMISSIE

van 4 oktober 2006

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (1), en met name op artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2320/2002 moet de Commissie, voor zover nodig, maatregelen vaststellen voor de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart in de hele Gemeenschap. Het eerste wetsbesluit waarbij dergelijke maatregelen werden genomen, was Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (2).

(2)

Er is behoefte aan maatregelen die de gemeenschappelijke basisnormen verder preciseren, met name gezien het toegenomen risico dat vloeibare explosieven aan boord van luchtvaartuigen worden gebracht. Deze maatregelen moeten om de zes maanden opnieuw worden bezien in het licht van technische ontwikkelingen, operationele implicaties in luchthavens en de impact op de passagiers.

(3)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2320/2002 en teneinde wederrechtelijke daden te voorkomen, zijn de in Verordening (EG) nr. 622/2003 vastgestelde normen geheim en mogen ze niet worden gepubliceerd. Hetzelfde geldt voor alle wijzigingsbesluiten. Desondanks moeten de passagiers duidelijk worden geïnformeerd over de regels met betrekking tot voorwerpen die niet aan boord van luchtvaartuigen mogen worden gebracht.

(4)

Verordening (EG) nr. 622/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de beveiliging van de burgerluchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 622/2003 wordt gewijzigd zoals uiteengezet in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3 van die verordening is van toepassing met betrekking tot de vertrouwelijke aard van de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 oktober 2006.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)  PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 849/2004 (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 1).

(2)  PB L 89 van 5.4.2003, blz. 9. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 240/2006 (PB L 40 van 11.2.2006, blz. 3).


BIJLAGE

Overeenkomstig artikel 1 is de bijlage geheim en wordt deze niet gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.


17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/8


VERORDENING (EG) Nr. 1547/2006 VAN DE COMMISSIE

van 13 oktober 2006

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad van 24 juli 1990 tot vaststelling van aanvullende algemene voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten ten aanzien van kaas (1), en met name op artikel 1, tweede alinea, artikel 3, lid 3, tweede alinea, en artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EEG) nr. 2742/90 van de Commissie van 26 september 1990 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2204/90 van de Raad (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

(2)

In artikel 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 is bepaald dat caseïne en caseïnaten niet zonder voorafgaande toestemming bij de bereiding van kaas mogen worden gebruikt. Er moeten nadere voorschriften voor het verlenen van die toestemming worden vastgesteld met inachtneming van de noodzaak tot controle op de bedrijven. Met name moet worden voorgeschreven dat de toestemming slechts voor bepaalde tijd wordt verleend om de lidstaten in staat te stellen eventuele overtreding van de betrokken Gemeenschapsvoorschriften te bestraffen.

(3)

In artikel 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 is bepaald dat voor de hoeveelheden caseïne en caseïnaten die in kaas mogen worden verwerkt, maximumpercentages worden vastgesteld aan de hand van objectieve criteria bij de bepaling waarvan rekening wordt gehouden met hetgeen technologisch noodzakelijk is. De bedoelde percentages moeten met name aan de hand van de door de lidstaten verstrekte gegevens worden vastgesteld. Om de controle op de naleving van die bepaling te vergemakkelijken, is het dienstig om deze percentages globaal en niet per product toe te passen.

(4)

De lidstaten zijn op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 verplicht een administratieve en een fysieke controle in te stellen. Er moeten nadere voorschriften inzake deze controles, en met name de frequentie ervan, worden vastgesteld.

(5)

In artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 is bepaald dat voor de zonder toestemming gebruikte hoeveelheden caseïne en caseïnaten per 100 kg een bedrag moet worden betaald dat gelijk is aan 110 % van het verschil tussen de waarde van de ondermelk bepaald op basis van de marktprijs voor de mageremelkpoeder die nodig is voor de vervaardiging van 100 kg caseïne en caseïnaten enerzijds en de marktprijs voor caseïne en caseïnaten anderzijds. Bij de bepaling van dit bedrag moet rekening worden gehouden met de gedurende een referentieperiode geconstateerde marktprijzen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2204/90 bedoelde toestemming wordt op aanvraag van de belanghebbenden voor twaalf maanden verleend op voorwaarde dat zij zich vooraf schriftelijk ertoe verbinden de in artikel 3, lid 1, onder a) en b), van genoemde verordening bedoelde verplichtingen in acht te nemen, respectievelijk zich aan de aldaar onder c) bedoelde controles te onderwerpen.

2.   De toestemming wordt verleend met een volgnummer per bedrijf, dat voor dat bedrijf of, in voorkomend geval, voor elk van de productie-eenheden daarvan geldt.

3.   De toestemming kan, naar gelang van de aanvraag van de belanghebbende, voor één of meer kaassoorten gelden.

Artikel 2

1.   De in artikel 1, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 bedoelde maximale verwerkingspercentages zijn vastgesteld in bijlage I bij deze verordening. Zij worden toegepast op het gewicht van de in die bijlage vermelde kaassoorten die het betrokken bedrijf of de betrokken productie-eenheid in een periode van zes maanden heeft geproduceerd.

2.   De in bijlage I opgenomen lijst van producten en de betrokken maximumpercentages worden gewijzigd op grond van met redenen omklede aanvragen, waarin wordt aangetoond dat de toevoeging van caseïne of caseïnaten technisch noodzakelijk is.

Artikel 3

1.   De in artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2204/90 bedoelde voorraadadministratie omvat, met name, gegevens over de oorsprong, de samenstelling en de hoeveelheid van de bij de bereiding van de kaas gebruikte grondstoffen. De lidstaten kunnen voorschrijven dat monsters worden genomen om deze gegevens te verifiëren. De lidstaten zien erop toe dat deze bij de bedrijven verzamelde gegevens als vertrouwelijk worden behandeld.

2.   De in artikel 3, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 2204/90 bedoelde controles moeten aan de volgende bepalingen voldoen:

a)

elk kwartaal wordt ten minste 30 % van de bedrijven waaraan toestemming is verleend, gecontroleerd;

b)

elk bedrijf waaraan toestemming is verleend, wordt ten minste éénmaal per jaar gecontroleerd en de bedrijven met een productie van meer dan 300 ton kaas per jaar worden ten minste tweemaal per jaar gecontroleerd.

3.   De lidstaten stellen de Commissie, binnen een maand na de vaststelling van de inbreuk, in kennis van de gevallen waarin caseïne en/of caseïnaten zijn gebruikt zonder dat de toegestane percentages zijn nageleefd of zonder dat toestemming was verleend.

Artikel 4

1.   Het op grond van artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 verschuldigde bedrag is gelijk aan 22,00 EUR per 100 kg caseïne en/of caseïnaten.

2.   De in dit verband geïnde bedragen worden aan de betaalorganen of -diensten overgemaakt en door deze op de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven in mindering gebracht.

Artikel 5

Naast de mededelingen op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2204/90 verstrekken de lidstaten vóór het einde van elk kwartaal aan de Commissie over het voorafgaande kwartaal de volgende inlichtingen:

a)

het aantal verleende en/of ingetrokken toestemmingen;

b)

de uit hoofde van die toestemmingen aangegeven hoeveelheden caseïne en caseïnaten, gespecificeerd per kaassoort.

Artikel 6

Verordening (EEG) nr. 2742/90 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 oktober 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 201 van 31.7.1990, blz. 7. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2583/2001 (PB L 345 van 29.12.2001, blz. 6).

(2)  PB L 264 van 27.9.1990, blz. 20. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1815/2005 (PB L 292 van 8.11.2005, blz. 4).

(3)  Zie bijlage II.


BIJLAGE I

In artikel 2, lid 1, bedoelde maximale verwerkingspercentages:

a)

smeltkaas van GN-code 0406 30: 5 %;

b)

geraspte smeltkaas van GN-code ex 0406 20: 5 % (1);

c)

smeltkaas in poeder van GN-code ex 0406 20: 5 % (1).


(1)  In continubedrijf vervaardigd zonder toevoeging van vooraf bereide smeltkaas.


BIJLAGE II

Ingetrokken verordening met de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EEG) nr. 2742/90 van de Commissie

(PB L 264 van 27.9.1990, blz. 20)

 

Verordening (EEG) nr. 837/91 van de Commissie

(PB L 85 van 5.4.1991, blz. 15)

 

Verordening (EEG) nr. 2146/92 van de Commissie

(PB L 214 van 30.7.1992, blz. 23)

 

Verordening (EG) nr. 1802/95 van de Commissie

(PB L 174 van 26.7.1995, blz. 27)

Uitsluitend wat de verwijzingen in de bijlage naar Verordening (EEG) nr. 2742/90 betreft

Verordening (EG) nr. 78/96 van de Commissie

(PB L 15 van 20.1.1996, blz. 15)

 

Verordening (EG) nr. 265/2002 van de Commissie

(PB L 43 van 14.2.2002, blz. 13)

 

Verordening (EG) nr. 1815/2005 van de Commissie

(PB L 292 van 8.11.2005, blz. 4)

 


BIJLAGE III

Concordantietabel

Verordening (EEG) nr. 2742/90

De onderhavige verordening

Artikelen 1 tot en met 4

Artikelen 1 tot en met 4

Artikel 5, punten 1 en 2

Artikel 5, onder a) en b)

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7

Bijlage, eerste tot en met derde streepje

Bijlage I, onder a) tot en met c)

Bijlage II

Bijlage III


17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/12


VERORDENING (EG) Nr. 1548/2006 VAN DE COMMISSIE

van 16 oktober 2006

tot wijziging van de vanaf 17 oktober 2006 geldende invoerrechten in de sector granen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoerrechten in de sector granen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1538/2006 van de Commissie (3).

(2)

In artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1249/96 is bepaald dat, indien in de loop van een toepassingsperiode het berekende gemiddelde van de invoerrechten 5 EUR per ton verschilt van het vastgestelde recht, een overeenkomstige aanpassing wordt uitgevoerd. Dit verschil heeft zich voorgedaan. De in Verordening (EG) nr. 1538/2006 vastgestelde invoerrechten moeten derhalve worden aangepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I en II bij de Verordening (EG) nr. 1538/2006 worden vervangen door de bijlagen I en II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 17 oktober 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 oktober 2006.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 270 van 29.9.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).

(3)  PB L 283 van 14.10.2006, blz. 11.


BIJLAGE I

Vanaf 17 oktober 2006 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(in EUR/ton)

1001 10 00

Harde tarwe van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

0,00

1001 90 91

Zachte tarwe, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden

0,00

1002 00 00

Rogge

0,00

1005 10 90

Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden

15,68

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed (2)

15,68

1007 00 90

Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

0,00


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of

2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Berekeningselementen

(13.10.2006)

1)

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Beursnotering

Minneapolis

Chicago

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht)

HRS2

YC3

HAD2

Van gemiddelde kwaliteit (1)

Van lage kwaliteit (2)

US barley 2

Notering (EUR/t)

157,11 (3)

98,66

168,07

158,07

138,07

127,60

Golfpremie (EUR/t)

18,98

 

 

Grote-Merenpremie (EUR/t)

12,63

 

 

2)

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 23,71 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: 32,81 EUR/t.

3)

Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

0,00 EUR/t (HRW2)

0,00 EUR/t (SRW2).


(1)  Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/15


RICHTLIJN 2006/79/EG VAN DE RAAD

van 5 oktober 2006

inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter

(gecodificeerde versie)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 78/1035/EEG van de Raad van 19 december 1978 inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan.

(2)

Het is wenselijk de invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter van omzetbelastingen en accijnzen vrij te stellen.

(3)

Dienaangaande moeten om redenen van praktische aard de grenzen waarbinnen bedoelde vrijstelling dient te worden verleend, zoveel mogelijk dezelfde zijn als die welke gelden in de communautaire regeling inzake douanevrijstellingen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (5).

(4)

Het is vooralsnog noodzakelijk voor bepaalde producten bijzondere maxima vast te stellen wegens de hoge belasting waaraan deze producten thans in de lidstaten zijn onderworpen.

(5)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Goederen die zijn vervat in kleine zendingen zonder commercieel karakter die door een particulier vanuit een derde land worden verzonden naar een andere particulier die zich in een lidstaat bevindt, zijn bij invoer vrijgesteld van omzetbelasting en accijnzen.

2.   In de zin van lid 1 wordt verstaan onder „kleine zendingen zonder commercieel karakter”, zendingen die tegelijkertijd:

a)

een incidenteel karakter dragen;

b)

uitsluitend goederen bevatten, bestemd voor persoonlijk gebruik van de geadresseerde dan wel voor gebruik door de leden van zijn gezin, mits blijkens de aard en de hoeveelheid der goederen aan die zendingen geen commerciële overwegingen ten grondslag liggen;

c)

zijn samengesteld uit goederen waarvan de totale waarde niet meer bedraagt dan 45 EUR;

d)

door de afzender aan de geadresseerde worden gezonden zonder dat hiervoor enigerlei betaling plaatsvindt.

Artikel 2

1.   Artikel 1 geldt voor de hierna vermelde goederen slechts met inachtneming van de volgende kwantitatieve beperkingen:

a)

tabaksproducten:

i)

50 sigaretten

of

ii)

25 cigarillo's (sigaren die per stuk niet meer dan 3 gram wegen)

of

iii)

10 sigaren

of

iv)

50 gram rooktabak;

b)

alcohol en alcoholische dranken:

i)

gedistilleerde en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol; niet-gedenatureerde ethylalcohol van 80 % vol en hoger: 1 fles van het gebruikelijke type (tot 1 liter)

of

ii)

gedistilleerde en alcoholhoudende dranken, aperitieven op basis van wijn of van alcohol, tafia, saké of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van 22 % vol of minder; mousserende wijnen, likeurwijnen: 1 fles van het gebruikelijke type (tot 1 liter)

of

iii)

niet-mousserende wijnen: 2 liter;

c)

parfum: 50 gram

of

toiletwater 1/4 liter of 8 ounce;

d)

koffie: 500 gram

of

koffie-extracten en -essences 200 gram;

e)

thee: 100 gram

of

thee-extracten en -essences 40 gram.

2.   De lidstaten mogen voor de in lid 1 bedoelde producten de vrijstelling van omzetbelasting en accijnzen beperken of uitsluiten.

Artikel 3

De in artikel 2 genoemde goederen die in een kleine zending zonder commercieel karakter zijn vervat, maar de in dat artikel vastgestelde hoeveelheden overschrijden, worden geheel van de vrijstelling uitgesloten.

Artikel 4

1.   De voor de toepassing van deze richtlijn in aanmerking te nemen tegenwaarde in nationale valuta van de euro wordt eens per jaar vastgesteld. De toe te passen koersen zijn die van de eerste werkdag van oktober; zij worden met ingang van 1 januari van het jaar daarop van kracht.

2.   De lidstaten mogen de bedragen in nationale valuta voortvloeiende uit de omrekening van het in euro luidende bedrag als bedoeld in artikel 1, lid 2, afronden met ten hoogste 2 EUR.

3.   De lidstaten kunnen het tijdens de in lid 1 bedoelde jaarlijkse aanpassing geldende bedrag van de vrijstelling onveranderd laten indien de omrekening van het in euro uitgedrukte bedrag van de vrijstelling, vóór de in lid 2 bedoelde afronding, leidt tot een wijziging van de in nationale valuta uitgedrukte vrijstelling met minder dan 5 %.

Artikel 5

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis.

Artikel 6

Richtlijn 78/1035/EEG wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 7

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 8

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Luxemburg, 5 oktober 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

K. RAJAMÄKI


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(3)  PB L 366 van 28.12.1978, blz. 34. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

(4)  Zie bijlage I, deel A.

(5)  PB L 105 van 23.4.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.


BIJLAGE I

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Richtlijn 78/1035/EEG van de Raad (1)

(PB L 366 van 28.12.1978, blz. 34)

 

Richtlijn 81/933/EEG van de Raad

(PB L 338 van 25.11.1981, blz. 24)

uitsluitend artikel 2

Richtlijn 85/576/EEG van de Raad

(PB L 372 van 31.12.1985, blz. 30)

 


DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht

(bedoeld in artikel 6)

Richtlijn

Omzettingstermijn

78/1035/EEG

1 januari 1979

81/933/EEG

31 december 1981

85/576/EEG

30 juni 1986


(1)  Richtlijn 78/1035/EEG is voorts gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.


BIJLAGE II

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 78/1035/EEG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 2, eerste streepje

Artikel 1, lid 2, onder a)

Artikel 1, lid 2, tweede streepje

Artikel 1, lid 2, onder b)

Artikel 1, lid 2, derde streepje

Artikel 1, lid 2, onder c)

Artikel 1, lid 2, vierde streepje

Artikel 1, lid 2, onder d)

Artikel 2, lid 1, onder a), van de woorden „50 sigaretten” tot en met de woorden „of 50 gram rooktabak”

Artikel 2, lid 1, onder a), i) tot en met iv)

Artikel 2, lid 1, onder b)

Artikel 2, lid 1, onder b)

Artikel 2, lid 1, onder b), eerste streepje

Artikel 2, lid 1, onder b), i)

Artikel 2, lid 1, onder b), tweede streepje

Artikel 2, lid 1, onder b), ii)

Artikel 2, lid 1, onder b), derde streepje

Artikel 2, lid 1, onder b), iii)

Artikel 2, lid 1, onder c), d) en e)

Artikel 2, lid 1, onder c), d) en e)

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 3

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 4

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 2

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 6

Artikel 8

Bijlage I

Bijlage II


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

17.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/19


BESLUIT VAN DE RAAD

van 17 juli 2006

inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

(2006/695/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft de Commissie op 5 juni 2003 gemachtigd met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten door een communautaire overeenkomst.

(2)

Overeenkomstig de mechanismen en richtsnoeren in de bijlage bij het besluit van de Raad waarbij de Commissie werd gemachtigd om met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten door een communautaire overeenkomst, heeft de Commissie namens de Gemeenschap met de Republiek der Maldiven onderhandeld over een overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten.

(3)

Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip dient de overeenkomst waarover de Commissie heeft onderhandeld, te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast,

BESLUIT:

Artikel 1

De ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd, onder voorbehoud van het besluit van de Raad betreffende de sluiting van deze overeenkomst.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) om namens de Europese Gemeenschap de overeenkomst te ondertekenen, onder voorbehoud van sluiting.

Artikel 3

In afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst komen de partijen overeen deze overeenkomst voorlopig toe te passen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

Artikel 4

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de in artikel 9, lid 2, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving te verrichten.

Gedaan te Brussel, 17 juli 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

E. TUOMIOJA


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Maldiven inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

DE EUROPESE GEMEENSCHAP

enerzijds, en

DE REPUBLIEK DER MALDIVEN (hierna „de Maldiven” genoemd)

anderzijds,

(hierna „de partijen” genoemd)

VASTSTELLEND dat verscheidene lidstaten van de Europese Gemeenschap met de Maldiven bilaterale overeenkomsten met betrekking tot luchtdiensten hebben gesloten die bepalingen bevatten welke in strijd zijn met het Europese Gemeenschapsrecht,

VASTSTELLEND dat de Europese Gemeenschap exclusief bevoegd is voor diverse aspecten die kunnen worden opgenomen in bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap en derde landen met betrekking tot luchtdiensten,

VASTSTELLEND dat in een lidstaat gevestigde communautaire luchtvervoerders overeenkomstig het Europese Gemeenschapsrecht recht hebben op niet-discriminerende toegang tot luchtroutes tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap en derde landen,

GELET OP de overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en bepaalde derde landen waarin onderdanen van deze derde landen de mogelijkheid wordt geboden eigendom te verwerven in luchtvervoerders die een vergunning hebben gekregen overeenkomstig het Europese Gemeenschapsrecht,

ERKENNENDE dat sommige bepalingen van de tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap en de Maldiven gesloten bilaterale overeenkomsten met betrekking tot luchtdiensten die in strijd zijn met het Europese Gemeenschapsrecht met deze wetgeving in overeenstemming moeten worden gebracht om een degelijke rechtsgrond voor luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en de Maldiven tot stand te brengen en om de continuïteit van dergelijke luchtdiensten te garanderen,

VASTSTELLEND dat luchtvervoerders krachtens het Europese Gemeenschapsrecht in beginsel geen overeenkomsten mogen sluiten die de handel tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap beïnvloeden en die als doel of gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of verstoord,

ERKENNENDE dat sommige bepalingen van de tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap en de Maldiven gesloten bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten die i) luchtvaartmaatschappijen verplichten of aanzetten tot overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de relevante routes wordt verhinderd, beperkt of vervalst; of ii) de gevolgen van dergelijke overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen versterken; of iii) waarbij de verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen die de mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen op de relevante routes verhinderen, beperken of verstoren, wordt toevertrouwd aan luchtvaartmaatschappijen of andere particuliere economische operatoren, het effect van de op de ondernemingen toepasselijke mededingingsregels ongedaan kunnen maken,

VASTSTELLEND dat de Europese Gemeenschap er in het kader van deze onderhandelingen niet naar streeft het totale volume aan luchtverkeer tussen de Europese Gemeenschap en de Maldiven te doen toenemen, noch om het evenwicht tussen communautaire luchtvervoerders en luchtvervoerders uit de Maldiven te wijzigen, noch om te onderhandelen over wijzigingen van de bepalingen van bestaande bilaterale overeenkomsten inzake verkeersrechten,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Algemene bepalingen

1.   In deze overeenkomst wordt onder „lidstaten” lidstaten van de Europese Gemeenschap verstaan.

2.   Wanneer in de in bijlage I vermelde overeenkomsten wordt verwezen naar onderdanen van de lidstaat die partij is bij de overeenkomst, wordt dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten.

3.   Wanneer in de in bijlage I vermelde overeenkomsten wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van de lidstaat die partij is bij de overeenkomst, wordt dit begrepen als een verwijzing naar de door die lidstaat aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen.

Artikel 2

Aanwijzing door een lidstaat

1.   De bepalingen van de leden 2 en 3 van dit artikel hebben voorrang op de overeenkomstige bepalingen van de in bijlage II, onder a) en b), genoemde artikelen wat betreft de aanwijzing van een luchtvervoerder door de desbetreffende lidstaat, de vergunningen en machtigingen die door de Maldiven aan deze luchtvervoerder zijn toegekend en de weigering, intrekking, opschorting of beperking van de vergunningen en machtigingen van de luchtvervoerder.

2.   Wanneer de Maldiven een aanwijzing door een lidstaat ontvangen, verlenen zij zo spoedig mogelijk de passende vergunningen en machtigingen mits:

i)

de luchtvervoerder, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, op het grondgebied van de aanwijzende lidstaat is gevestigd en beschikt over een geldige exploitatievergunning overeenkomstig het Europese Gemeenschapsrecht;

ii)

de lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operators Certificate op doeltreffende wijze controleert of de luchtvervoerder de regelgeving naleeft, en de bevoegde luchtvaartautoriteit duidelijk in de aanwijzing is vermeld; en

iii)

de luchtvervoerder rechtstreeks of door een meerderheidsbelang eigendom is van lidstaten en/of onderdanen van lidstaten, of van andere in bijlage III vermelde landen en/of onderdanen van die landen, en deze landen en/of onderdanen daadwerkelijk zeggenschap uitoefenen over de luchtvervoerder.

3.   De Maldiven mogen de vergunningen of machtigingen van een door een lidstaat aangewezen luchtvervoerder weigeren, intrekken, opschorten of beperken mits:

i)

de luchtvervoerder, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, niet op het grondgebied van de aanwijzende lidstaat is gevestigd en niet beschikt over een geldige exploitatievergunning overeenkomstig het Europese Gemeenschapsrecht; of

ii)

de lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operators Certificate niet op doeltreffende wijze controleert of de luchtvervoerder de regelgeving naleeft, of de relevante luchtvaartautoriteit niet duidelijk in de aanwijzing is vermeld; of

iii)

de luchtvervoerder niet rechtstreeks of door een meerderheidsbelang eigendom is van lidstaten en/of onderdanen van lidstaten of van andere in bijlage III vermelde landen en/of onderdanen van die landen, of deze landen en/of onderdanen niet daadwerkelijk zeggenschap uitoefenen over de luchtvervoerder.

Bij de uitoefening van de rechten die haar krachtens dit lid zijn verleend, mogen de Maldiven geen onderscheid maken tussen communautaire luchtvervoerders op grond van nationaliteit.

Artikel 3

Veiligheid

1.   De bepalingen van lid 2 van dit artikel vormen een aanvulling op de desbetreffende bepalingen in de in bijlage II, onder c), vermelde artikelen.

2.   Wanneer een lidstaat een luchtvervoerder heeft aangewezen die door een andere lidstaat wordt gecontroleerd op naleving van de regelgeving, zijn de rechten van de Maldiven uit hoofde van de veiligheidsvoorschriften van de overeenkomst tussen de lidstaat die de luchtvervoerder heeft aangewezen en de Maldiven zowel van toepassing op de goedkeuring, naleving of handhaving van veiligheidsnormen door die andere lidstaat als op de exploitatievergunning van die luchtvervoerder.

Artikel 4

Belasting op vliegtuigbrandstof

1.   De bepalingen van lid 2 van dit artikel vormen een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van de in bijlage II, onder d), vermelde artikelen.

2.   Niettegenstaande eventuele andersluidende bepalingen, beletten de in bijlage II, onder d), vermelde overeenkomsten op generlei wijze dat de lidstaten op niet-discriminerende wijze belastingen, heffingen, accijnzen, vergoedingen of kosten in rekening brengen voor de brandstof die op hun grondgebied wordt geleverd voor gebruik in een vliegtuig van een aangewezen luchtvervoerder van de Maldiven dat een plaats op het grondgebied van die lidstaat verbindt met een andere plaats op het grondgebied van die lidstaat of op het grondgebied van een andere lidstaat.

Artikel 5

Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap

1.   De bepalingen van lid 2 van dit artikel vormen een aanvulling op de desbetreffende bepalingen in de in bijlage II, onder e), vermelde artikelen.

2.   De tarieven die de luchtvervoerder(s) welke door de Maldiven is/zijn aangewezen krachtens een in bijlage I vermelde overeenkomst die een in bijlage II, onder e), vermelde bepaling bevat, in rekening brengt/brengen voor vervoer dat volledig binnen de Europese Gemeenschap plaatsvindt, zijn onderworpen aan het Europese Gemeenschapsrecht.

Artikel 6

Verenigbaarheid met de mededingingsregels

1.   Bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en de Maldiven laten de mededingingsregels van de partijen onverlet.

2.   De bepalingen van bijlage II, onder f), worden geschrapt en zijn niet langer van toepassing.

Artikel 7

Bijlagen bij de overeenkomst

De bijlagen bij deze overeenkomst maken een integrerend deel uit van de overeenkomst.

Artikel 8

Herziening of wijziging

De partijen mogen deze overeenkomst op elk ogenblik met wederzijdse instemming wijzigen.

Artikel 9

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

1.   Deze overeenkomst treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van de overeenkomst hebben voltooid.

2.   Onverminderd het bepaalde in lid 1 stemmen de partijen ermee in deze overeenkomst voorlopig toe te passen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

3.   Een overeenkomst tussen een lidstaat en de Maldiven die op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst nog niet in werking is getreden en niet voorlopig wordt toegepast, wordt vermeld in bijlage I, onder b). Zodra deze overeenkomst in werking treedt of voorlopig wordt toegepast, valt zij onder de onderhavige overeenkomst.

Artikel 10

Beëindiging

1.   Wanneer een in bijlage I vermelde overeenkomst wordt stopgezet, worden ook alle bepalingen van de onderhavige overeenkomst die betrekking hebben op de desbetreffende in bijlage I vermelde overeenkomst tegelijkertijd stopgezet.

2.   Wanneer alle in bijlage I vermelde overeenkomsten worden stopgezet, wordt de onderhavige overeenkomst tegelijkertijd stopgezet.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan te Brussel, in tweevoud, de eenentwintigste september tweeduizend zes, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Maldivische (Dhivehi) taal.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

Az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

Za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

För Europeiska gemenskapen

Image

Image

Por la República de Maldivas

Za Maledivskou republiku

For Republikken Maldiverne

Für die Republik Malediven

Maldiivi Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία των Μαλδιβών

For the Republic of Maldives

Pour la République des Maldives

Per la Repubblica delle Maldive

Maldivu Republikas vārdā

Ma1dyvų Respublikos vardu

A Maldív Köztársaság részéről

Għar-Repubblika tal-Maldivi

Voor de Republiek der Maldiven

W imieniu Republiki Malediwów

Pela República das Maldivas

Za Maldivskú republiku

Za Republiko Maldivi

Malediivien tasavallan puolesta

För Republiken Maldiverna

Image

BIJLAGE I

Lijst van de overeenkomsten waarnaar wordt verwezen in artikel 1 van deze overeenkomst

a)

Overeenkomsten voor luchtdiensten tussen de Maldiven en lidstaten van de Europese Gemeenschap die, op de datum van ondertekening van onderhavige overeenkomst, zijn gesloten, ondertekend en/of voorlopig worden toegepast

Luchtvervoersovereenkomst tussen de Oostenrijkse bondsregering en de regering van de Maldiven, ondertekend te Malé op 4 februari 1997, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk” genoemd, in bijlage II;

Overeenkomst tussen de regering van de Franse Republiek en de regering van de Maldiven met betrekking tot luchtdiensten, ondertekend te Malé op 5 februari 2001, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk” genoemd, in bijlage II;

Luchtvervoersovereenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Maldiven, ondertekend te Malé op 10 november 1993, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en Duitsland” genoemd, in bijlage II;

Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Maldiven inzake luchtdiensten tussen hun respectieve grondgebieden en over de grenzen van deze grondgebieden heen, ondertekend te Den Haag op 23 juni 1994, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland” genoemd, in bijlage II;

Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de regering van de Maldiven, ondertekend te Malé op 20 januari 1996, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en het Verenigd Koninkrijk” genoemd, in bijlage II;

gewijzigd bij een intentieverklaring, gedaan te Malé op 7 september 2000;

b)

Een geparafeerde of ondertekende overeenkomst tussen de Maldiven en een lidstaat van de Europese Gemeenschap met betrekking tot luchtdiensten die, op de datum van ondertekening van onderhavige overeenkomst, nog niet van kracht is geworden en niet voorlopig wordt toegepast

Overeenkomst tussen de regering van de Italiaanse Republiek en de regering van de Maldiven met betrekking tot luchtdiensten, geparafeerd te Malé op 20 januari 2000, hierna de „overeenkomst tussen de Maldiven en Italië” genoemd, in bijlage II.

BIJLAGE II

Lijst van de artikelen van de in bijlage I vermelde overeenkomsten waarnaar wordt verwezen in de artikelen 2 tot en met 6 van onderhavige overeenkomst

a)

Aanwijzing door een lidstaat:

artikel 3 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk,

artikel 3 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk,

artikel 4 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Italië,

artikel 4 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland,

artikel 4 van de overeenkomst tussen de Maldiven en het Verenigd Koninkrijk;

b)

Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen en machtigingen:

artikel 4 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk,

artikel 4 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk,

artikel 5 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Italië,

artikel 5 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland,

artikel 5 van de overeenkomst tussen de Maldiven en het Verenigd Koninkrijk;

c)

Veiligheid:

artikel 7 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk,

artikel 11 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Italië,

artikel 14 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland;

d)

Belasting op vliegtuigbrandstof:

artikel 7 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk,

artikel 10 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk,

artikel 6 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Duitsland,

artikel 6 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Italië,

artikel 10 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland,

artikel 8 van de overeenkomst tussen de Maldiven en het Verenigd Koninkrijk;

e)

Tarieven voor vervoer binnen de Europese Gemeenschap:

artikel 11 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk,

artikel 14 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk,

artikel 10 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Duitsland,

artikel 8 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Italië,

artikel 6 van de overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland,

artikel 7 van de overeenkomst tussen de Maldiven en het Verenigd Koninkrijk;

f)

Verenigbaarheid met de mededingingsregels:

artikel 11, leden 2 t/m 6, van de overeenkomst tussen de Maldiven en Oostenrijk,

artikel 14, leden 3 t/m 5, van de overeenkomst tussen de Maldiven en Frankrijk,

artikel 8, leden 3 en 6, van de overeenkomst tussen de Maldiven en Italië,

artikel 6, leden 2 t/m 5, van de overeenkomst tussen de Maldiven en Nederland.

BIJLAGE III

Lijst van andere landen waarnaar wordt verwezen in artikel 2 van deze overeenkomst

a)

De Republiek IJsland (in het kader van de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte);

b)

Het Vorstendom Liechtenstein (in het kader van de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte);

c)

Het Koninkrijk Noorwegen (in het kader van de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte);

d)

De Zwitserse Bondsstaat (in het kader van de overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat).