ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 160

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
14 juni 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad van 22 mei 2006 houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht

1

 

 

Verordening (EG) nr. 862/2006 van de Commissie van 13 juni 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

12

 

*

Verordening (EG) nr. 863/2006 van de Commissie van 13 juni 2006 tot aanpassing van de hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de krachtens het ACS-protocol en de overeenkomst met India in te voeren rietsuiker voor de leveringsperiode 2005/2006

14

 

*

Verordening (EG) nr. 864/2006 van de Commissie van 13 juni 2006 tot vaststelling van een verbod op de visserij op beryciden in de ICES-gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren) door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren

17

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

14.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/1


VERORDENING (EG) Nr. 861/2006 VAN DE RAAD

van 22 mei 2006

houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) is bepaald dat het gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna „GVB” genoemd) een exploitatie van de levende aquatische hulpbronnen die voor duurzame omstandigheden op economisch, milieu- en sociaal gebied zorgt, moet garanderen.

(2)

Het is van groot belang de financiële steun van de Gemeenschap ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het GVB zoals dit bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 en de uitvoeringsverordeningen daarvan is vastgesteld, doeltreffender te maken. Met het oog op de coherentie en de relevantie van die financiële steun moet worden gezorgd voor meer complementariteit en eenvoudigere, uniformere en beter gecoördineerde procedures, waarbij het niet alleen om de Europese Gemeenschap zelf gaat, maar ook om de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties.

(3)

Rekening moet worden gehouden met de bij de hervorming van het GVB in 2002 vastgestelde doelstellingen zoals deze door latere juridische en beleidsinstrumenten in de visserijsector zijn aangevuld.

(4)

De communautaire regelgeving moet aan die doelstellingen en aan de beleidslijnen inzake het financiële kader voor de periode 2007-2013 worden aangepast en tegelijk moet worden voldaan aan het bepaalde in Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (3) en in de bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (4) vastgestelde uitvoeringsvoorschriften daarvan en aan de eisen van vereenvoudiging en betere regelgeving.

(5)

Communautaire uitgaven kunnen al naar gelang de procedures van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 plaatsvinden in onder meer de vorm van een financieringsbesluit, een communautaire subsidieovereenkomst, een overheidsopdracht, memoranda van overeenstemming en administratieve regelingen.

(6)

Bovendien moet rekening worden gehouden met de conclusies van de Raad Landbouw en Visserij van 19 juli 2004 inzake partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied.

(7)

Het is nodig om op het gebied van de financiering door de Gemeenschap de doelstellingen, de actieterreinen en de verwachte resultaten duidelijk te omschrijven.

(8)

Regels moeten worden vastgesteld met betrekking tot de subsidiabiliteit van uitgaven, de hoogte van de financiële bijdrage van de Gemeenschap en de voorwaarden waarop die bijdrage beschikbaar kan worden gesteld.

(9)

Het is van gemeenschappelijk belang dat de lidstaten zo zijn uitgerust dat bij de uitvoering van de controles een hoog niveau wordt bereikt. De Gemeenschap dient de lidstaten steun te verlenen voor hun investeringen op controlegebied om ervoor te zorgen dat zij hun verplichtingen op grond van de GVB-regels kunnen nakomen.

(10)

Gegarandeerd moet worden dat de financiële middelen die nodig zijn voor het toezicht door de Commissie op de uitvoering van het GVB, beschikbaar zijn.

(11)

De Gemeenschap moet ook een bijdrage aan de begroting van het Communautair Bureau voor visserijcontrole leveren voor de uitvoering van zijn jaarlijkse werkprogramma, waarbij het mee gaat om uitrustings- en exploitatiekosten en om voor de vervulling van zijn taken noodzakelijke uitgaven.

(12)

Visserijbeheer is slechts mogelijk als gegevens beschikbaar zijn over de biologische toestand van de visbestanden en over de activiteit van de vissersvloten. De Gemeenschap moet financiële steun verlenen opdat de lidstaten de gegevens kunnen verzamelen die nodig zijn voor het voeren van het GVB, en opdat de Commissie aanvullende studies en proefprojecten kan ondernemen.

(13)

Financiële middelen moeten beschikbaar worden gesteld om op regelmatige basis wetenschappelijke adviezen te kunnen verkrijgen van de internationale wetenschappelijke organisaties die zijn belast met de coördinatie van het visserijonderzoek in de wateren waarin door communautaire vloten wordt gevist.

(14)

De hervorming van het GVB heeft geleid tot nieuwe behoeften aan wetenschappelijke adviezen, vooral met betrekking tot de invoering van een ecosysteemaanpak en het beheer van gemengde visserij. Financiële vergoedingen moeten beschikbaar worden gesteld om de erkende deskundigen op die gebieden of de instellingen waarvoor zij werken, in staat te stellen aan die extra behoeften te voldoen.

(15)

Ter bevordering van de dialoog en de communicatie met de visserijsector en met andere belangengroepen is het belangrijk ervoor te zorgen dat de sector en andere belanghebbenden in een zeer vroeg stadium over de voorgenomen initiatieven worden geïnformeerd en dat de doelstellingen en de maatregelen van het GVB duidelijk worden uiteengezet en toegelicht.

(16)

Gezien de taken van het bij Besluit 1999/478/EG van de Commissie inzake vernieuwing van het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (5) vernieuwde Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA), moet aan de in het RCVA vertegenwoordigde Europese beroepsorganisaties financiële steun voor de voorbereiding van de vergaderingen van het RCVA worden verleend met het doel de coördinatie tussen de nationale organisaties op Europees niveau te verbeteren en ten aanzien van onderwerpen van communautair belang voor meer samenhang binnen de sector te zorgen.

(17)

Om het bestuur in het kader van het GVB te verbeteren en ervoor te zorgen dat de bij Besluit 2004/585/EG van de Raad tot oprichting van regionale adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (6) opgerichte regionale adviesraden (RAR's) doeltreffend kunnen functioneren, moeten de RAR's tijdens hun aanloopfase financieel worden ondersteund en moet worden bijgedragen in hun kosten van tolken en vertalen.

(18)

Met het oog op coördinatie van de werkzaamheden van de RAR's met die van het RCVA moet het gemakkelijker worden gemaakt een vertegenwoordiger van het RCVA te laten deelnemen aan de vergaderingen van de RAR's.

(19)

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB speelt de Gemeenschap een actieve rol in de werkzaamheden van internationale organisaties en sluit zij visserijovereenkomsten, met inbegrip van partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied.

(20)

Het is van wezenlijk belang dat de Gemeenschap bijdraagt in de financiering van maatregelen voor de instandhouding op lange termijn en de duurzame exploitatie van de visserijhulpbronnen op volle zee en in de wateren van derde landen.

(21)

De uitgaven in verband met de voorbereidende, vervolg-, toezicht-, audit- en evaluatieactiviteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en de evaluatie van de maatregelen binnen de werkingssfeer van deze verordening en voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, dienen onder de maatregelen voor de financiering van technische bijstand te vallen.

(22)

Verschillende wijzen van beheer en van steunverlening moeten mogelijk zijn om op de onderscheiden terreinen van het GVB flexibel te kunnen werken en rekening te kunnen houden met de specifieke kenmerken van die terreinen.

(23)

Voorschriften inzake de inhoud van communautaire en nationale programma's voor diverse maatregelen op bepaalde terreinen van het GVB moeten worden vastgesteld.

(24)

De percentages van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven van de lidstaten dienen te worden vastgesteld. Overeenkomstig de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement „Bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst — Beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013” moet een financieel kader voor de periode 2007-2013 worden vastgesteld.

(25)

Ten aanzien van de acties die in het kader van deze verordening worden gefinancierd, moeten de financiële belangen van de Gemeenschap door een deugdelijke toepassing van de desbetreffende regelgeving worden beschermd en moeten door de lidstaten en door de Commissie passende controles worden verricht.

(26)

Om ervoor te zorgen dat de communautaire financiering doeltreffend is, moeten de in het kader van deze verordening gefinancierde acties op regelmatige basis worden geëvalueerd.

(27)

De maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van deze verordening, moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (7).

(28)

Verordening (EG) nr. 657/2000 van de Raad van 27 maart 2000 betreffende de versterking van de dialoog met de visserijsector en de bij het gemeenschappelijk visserijbeleid betrokken kringen (8), Beschikking 2000/439/EG van de Raad van 29 juni 2000 betreffende een financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven van de lidstaten voor het verzamelen van gegevens, alsmede in de financiering van studies en modelprojecten ter ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid (9) en Beschikking 2004/465/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de visserijcontroleprogramma's van de lidstaten (10) moeten met ingang van 1 januari 2007 worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt het kader vastgesteld voor communautaire financieringsmaatregelen voor de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna „GVB” genoemd) en op het gebied van het zeerecht (hierna „communautaire financieringsmaatregelen” genoemd).

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening geldt voor communautaire financieringsmaatregelen op de volgende gebieden:

a)

controle betreffende en handhaving van de GVB-regels;

b)

instandhoudingsmaatregelen, het verzamelen van gegevens en verbetering van de wetenschappelijke adviezen over een duurzaam beheer van de visserijhulpbronnen, een en ander binnen de werkingssfeer van het GVB;

c)

bestuur in het kader van het GVB;

d)

internationale betrekkingen op het gebied van het GVB en van het zeerecht.

HOOFDSTUK II

DOELSTELLINGEN

Artikel 3

Algemene doelstellingen

De in hoofdstuk III genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen specifiek bij tot de verwezenlijking van de volgende algemene doelstellingen:

a)

verbetering van de administratieve capaciteit en de middelen voor de controle betreffende en de handhaving van de GVB-regels;

b)

verbetering van het verzamelen van de voor het GVB benodigde gegevens;

c)

verbetering van de kwaliteit van de wetenschappelijke adviezen voor de doeleinden van het GVB;

d)

verbetering van de technische bijstand ter ondersteuning van het beheer van de communautaire vissersvloot voor de doeleinden van het GVB;

e)

verbetering van de betrokkenheid van de visserijsector en andere belangengroepen bij het GVB en bevordering van de dialoog en de communicatie tussen hen en de Commissie;

f)

uitvoering van maatregelen betreffende partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied en andere bilaterale of multilaterale overeenkomsten voor de doeleinden van het GVB, in het bijzonder om de duurzaamheid van de visserijhulpbronnen in de wateren van derde landen en op volle zee te garanderen;

g)

uitvoering van maatregelen betreffende het zeerecht.

Artikel 4

Specifieke doelstellingen op het gebied van controle en handhaving

De in artikel 8 genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van het doel de controle op de visserijactiviteiten te verbeteren met het oog op een doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid in en buiten de communautaire wateren, door de volgende acties te financieren:

a)

maatregelen van de lidstaten om hun activiteiten op het gebied van visserijcontrole op te voeren dan wel de daarin geconstateerde zwakke punten te verbeteren;

b)

de evaluatie en controle door de diensten van de Commissie van de toepassing van de GVB-regels door de lidstaten;

c)

de coördinatie van de controlemaatregelen, in het bijzonder aan de hand van de plannen voor de gezamenlijke inzet van nationale inspectie- en bewakingseenheden door tussenkomst van het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC).

Artikel 5

Specifieke doelstellingen op het gebied van het verzamelen van gegevens en wetenschappelijk advies

De in de artikelen 9, 10 en 11 genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van het doel het verzamelen en het beheer te verbeteren van de gegevens en de wetenschappelijke adviezen die nodig zijn voor de evaluatie van de toestand van de hulpbronnen, de mate van bevissing en de invloed van de visserij op de hulpbronnen en op het mariene ecosysteem en de prestaties van de visserijsector in en buiten de communautaire wateren, door aan de lidstaten financiële steun te verlenen voor de samenstelling van meerjarenreeksen van geaggregeerde met wetenschappelijke methoden verkregen gegevens die biologische, technische, milieu- en economische informatie omvatten.

Artikel 6

Specifieke doelstellingen op het gebied van bestuur

De in artikel 12 genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van het doel de belanghebbenden bij alle stadia van het GVB, van concipiëring tot en met uitvoering, te betrekken en hen voor te lichten over de doelstellingen en de maatregelen van het GVB, in voorkomend geval met inbegrip van de sociaal-economische impact.

Artikel 7

Specifieke doelstellingen op het gebied van internationale betrekkingen

1.   Op het gebied van de onderhandelingen over en de sluiting van visserijovereenkomsten, met inbegrip van partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied, dragen de in artikel 13 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bij tot de verwezenlijking van de volgende doelstellingen:

a)

het veilig stellen van de werkgelegenheid in de van de visserij afhankelijke regio's van de Gemeenschap;

b)

het waarborgen van het voortbestaan en de concurrentiekracht van de visserijsector in de Gemeenschap;

c)

de ontwikkeling, op partnerschapsbasis, van de capaciteit van derde landen voor het beheer en de controle van de visserijhulpbronnen om een duurzame visserij te waarborgen, alsmede de bevordering van de economische ontwikkeling van de visserijsector in die landen door de wetenschappelijke en technische evaluatie van de betrokken visserijtakken, het toezicht op en de controle van de visserijactiviteiten en de sanitaire omstandigheden, en het ondernemingsklimaat in de sector te verbeteren;

d)

het verzekeren van een toereikende voorziening van de communautaire markt.

2.   Op het gebied van de betrokkenheid van de Europese Gemeenschap bij regionale en internationale organisaties dragen de in artikel 13 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bij tot de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visserijhulpbronnen op internationaal niveau door de aanneming van passende beheersmaatregelen voor die hulpbronnen.

HOOFDSTUK III

COMMUNAUTAIRE FINANCIERINGSMAATREGELEN

Artikel 8

Maatregelen op het gebied van controle en handhaving

Op het gebied van de controle betreffende en de handhaving van de GVB-regels zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a)

de uitgaven die de lidstaten bij de toepassing van de voor het GVB geldende toezicht- en controlesystemen verrichten voor:

i)

investeringen ten behoeve van de controleactiviteiten die worden ontplooid door overheidsinstanties of door de privé-sector, met inbegrip van de implementatie van nieuwe controletechnologieën en de aanschaf en modernisering van controlemiddelen;

ii)

programma's voor de opleiding en uitwisseling van ambtenaren die zijn belast met toezicht-, controle- en bewakingstaken op visserijgebied;

iii)

de uitvoering van proefprogramma's met betrekking tot inspecties en waarnemers;

iv)

de kosten-batenanalyse, de evaluatie en het aan audits onderwerpen van de door de bevoegde autoriteiten verrichte uitgaven voor toezicht, controle en bewaking;

v)

initiatieven, met inbegrip van seminars en het gebruik van media-instrumenten, om enerzijds de vissers en andere actoren zoals inspecteurs, openbare aanklagers en rechters, en anderzijds het grote publiek bewuster te maken van de noodzaak om onverantwoorde en illegale visserij te bestrijden en om de GVB-regels toe te passen;

b)

de uitgaven in verband met administratieve regelingen die met het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of enig ander communautair adviesorgaan worden getroffen voor de analyse van de toepassing van nieuwe technologieën;

c)

alle operationele uitgaven in verband met de inspectie van de uitvoering van het GVB door de lidstaten door inspecteurs van de Commissie, en in het bijzonder de uitgaven voor inspectiebezoeken, veiligheidsvoorzieningen, de opleiding van de inspecteurs, vergaderingen en de huur of aanschaf door de Commissie van inspectiemiddelen;

d)

de bijdrage aan de begroting van het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC) ter dekking van personeels- en administratieve uitgaven en exploitatie-uitgaven in verband met het jaarlijkse werkprogramma van het Bureau, met inbegrip van communicatiekosten en uitgaven betreffende ruimtetechnologie.

Artikel 9

Maatregelen op het gebied van het verzamelen van basisgegevens

1.   Op het gebied van het verzamelen van basisgegevens zijn de communautaire financieringsmaatregelen van toepassing op de uitgaven die door de lidstaten worden verricht voor het verzamelen en het beheer van de basisgegevens over de visserij welke worden gebruikt voor:

i)

de evaluatie van de activiteiten van de verschillende vissersvloten en van de ontwikkeling van de vangstcapaciteit;

ii)

de opstelling van synthesen aan de hand van de op grond van de andere communautaire regelgeving inzake het GVB verzamelde gegevens, alsmede het verzamelen van aanvullende gegevens ten behoeve van de volgende werkzaamheden:

programma's uitwerken voor het, zo nodig steekproefsgewijs, verzamelen van gegevens die de op grond van de andere communautaire regelgeving te verzamelen gegevens aanvullen of die betrekking hebben op niet door deze laatste gegevens bestreken gebieden;

specificeren welke bewerkingen voor de verkrijging van de geaggregeerde gegevens worden uitgevoerd;

ervoor zorgen dat de gegevens waaruit de geaggregeerde gegevens zijn verkregen, steeds beschikbaar blijven voor eventuele herberekeningen;

iii)

de raming van de totale vangsten per bestand en per groep van vaartuigen, in voorkomend geval inclusief de overboord gezette hoeveelheden, en voorzover relevant de indeling van die vangsten naar geografisch gebied en naar tijdvak;

iv)

de raming van de omvang en de verspreiding van de bestanden. De betrokken ramingen mogen zowel zijn gebaseerd op gegevens die afkomstig zijn van de commerciële visserij, als op gegevens die zijn verzameld door middel van wetenschappelijk onderzoek op zee;

v)

de evaluatie van de invloed van de visserijactiviteiten op het milieu;

vi)

de evaluatie van de economische en de sociale situatie van de vangstsector;

vii)

het volgen van de prijzen voor de verschillende aangelande vangsten, zulks voor alle aanlandingen in de communautaire en de niet-communautaire havens en ook voor de invoer;

viii)

de evaluatie van de economische en sociale situatie van de verwerkings- en de aquacultuursector op basis van studies en van steekproeven die groot genoeg zijn om de betrouwbaarheid van de betrokken ramingen te garanderen.

2.   Bij de in lid 1, punt viii), bedoelde basisgegevens kan het gaan om:

a)

met betrekking tot de vissersvloten:

i)

de opbrengsten van de verkoop en de andere ontvangsten;

ii)

de productiekosten;

iii)

gegevens aan de hand waarvan de arbeidsplaatsen op zee kunnen worden geteld en ingedeeld;

b)

met betrekking tot de visverwerkende industrie:

i)

de productie, uitgedrukt in volume en in waarde, voor volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure te bepalen categorieën van producten;

ii)

het aantal ondernemingen en het aantal arbeidsplaatsen;

iii)

de ontwikkeling en de structuur van de productiekosten.

Artikel 10

Maatregelen op het gebied van het verzamelen van aanvullende gegevens

1.   Op het gebied van het verzamelen van aanvullende gegevens kan de Commissie studies en proefprojecten ondernemen. Onder meer de volgende actieterreinen kunnen in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen subsidiabel zijn:

a)

methodologische studies en projecten om de methoden voor het verzamelen van de in artikel 9 bedoelde gegevens te optimaliseren en te standaardiseren;

b)

verkennende projecten voor het verzamelen van gegevens op het gebied van met name de aquacultuur, de relatie van de visserij en de aquacultuur ten opzichte van het milieu en het banenscheppend vermogen van de visserij en de aquacultuur;

c)

economische en bio-economische analysen en simulaties in verband met in het kader van het GVB overwogen besluiten, onder meer herstel- en beheersplannen en ten behoeve van de evaluatie van de impact van het GVB;

d)

onderzoek naar de selectiviteit van de visserijtakken, met inbegrip van de selectiviteit die verband houdt met het ontwerp van het vistuig en met de visserijtechnieken, en onderzoek naar de relaties tussen vangstcapaciteit, visserij-inspanning en visserijsterfte in elke visserijtak;

e)

verbetering van de handhaving van het GVB, met name uit het oogpunt van de kosteneffectiviteit;

f)

evaluatie en beheer van de relaties tussen de visserij- en aquacultuuractiviteiten en de aquatische ecosystemen.

2.   De financiële middelen die worden besteed aan alle overeenkomstig lid 1 uitgevoerde studies en proefprojecten, mogen niet meer bedragen dan 15 % van de jaarlijkse kredieten die worden toegestaan voor de op grond van artikel 9 en het onderhavige artikel gefinancierde acties.

Artikel 11

Maatregelen op het gebied van wetenschappelijk advies

Op het gebied van het wetenschappelijk advies zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a)

de uitgaven voor partnerschapscontracten met nationale onderzoeksinstellingen voor de verstrekking van wetenschappelijke adviezen;

b)

de uitgaven voor administratieve regelingen met het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of enig ander communautair adviesorgaan om het secretariaat voor het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) te verzorgen, om de eerste analyse van gegevens te verrichten en om de voor de evaluatie van de toestand van de visserijhulpbronnen te gebruiken gegevens voor te bereiden;

c)

de vergoedingen die aan de leden van het WTECV en/of de door het WTECV uitgenodigde deskundigen worden betaald om deel te nemen aan vergaderingen van werkgroepen en voltallige vergaderingen en om in het kader daarvan werkzaamheden te verrichten;

d)

de vergoedingen die aan onafhankelijke deskundigen worden betaald om de Commissie wetenschappelijke adviezen te verstrekken of om administrateurs of belanghebbenden op te leiden voor de interpretatie van wetenschappelijke adviezen;

e)

de bijdragen aan internationale instanties die zijn belast met bestandsevaluaties.

Artikel 12

Maatregelen op het gebied van bestuur

Op het gebied van bestuur zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a)

de reis- en verblijfkosten van de leden van Europese beroepsorganisaties die moeten reizen om vergaderingen van het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA) voor te bereiden;

b)

de kosten voor deelneming aan vergaderingen van de regionale adviesraden (RAR's) door degenen die het RCVA als zijn vertegenwoordigers in die vergaderingen heeft aangewezen;

c)

de exploitatiekosten gedurende de aanloopfase (vijf jaar) en de kosten van vertalen en tolken van de RAR’s overeenkomstig het bepaalde in Besluit 585/2004/EG van de Raad;

d)

de kosten voor het uitleggen van de doelstellingen en de maatregelen van het GVB, in het bijzonder de voorstellen van de Commissie, en het verstrekken van relevante informatie op dit gebied aan de visserijsector en andere betrokken groepen, met inbegrip van de volgende acties, op initiatief van de Commissie:

i)

de productie en verspreiding van documentatiemateriaal dat is afgestemd op de specifieke behoeften van de betrokken groepen (schriftelijk, audiovisueel en elektronisch materiaal);

ii)

de verschaffing van zeer ruime toegang tot gegevens en verklarend materiaal over met name de voorstellen van de Commissie, door de internetsite van het directoraat-generaal Visserij te ontwikkelen, het uitbrengen van een periodieke publicatie en de organisatie van voorlichtings- en opleidingsseminars voor opinieleiders te organiseren.

Artikel 13

Maatregelen op het gebied van internationale betrekkingen

1.   Op het gebied van internationale betrekkingen zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a)

de uitgaven in verband met de visserijovereenkomsten en de partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied met derde landen die de Gemeenschap heeft gesloten of wil vernieuwen of waarover zij wil onderhandelen;

b)

de uitgaven in verband met de verplichte bijdragen van de Europese Gemeenschap aan de begroting van internationale organisaties;

c)

de uitgaven in verband met het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap van en haar vrijwillige financiële bijdrage aan de organisaties van de Verenigde Naties; voorts de uitgaven in verband met het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap van en haar vrijwillige financiële bijdrage aan enige internationale organisatie die werkzaam is op het gebied van het zeerecht;

d)

vrijwillige financiële bijdragen voor de voorbereiding van nieuwe internationale organisaties of internationale verdragen die van belang zijn voor de Gemeenschap;

e)

vrijwillige financiële bijdragen voor door internationale organisaties uitgevoerde wetenschappelijke werkzaamheden of programma's die voor de Gemeenschap van bijzonder belang zijn;

f)

financiële bijdragen voor activiteiten (werk-, informele of buitengewone vergaderingen van de overeenkomstsluitende partijen) die de belangen van de Gemeenschap in internationale organisaties dienen en de samenwerking met haar partners in die organisaties versterken. In dit verband worden de kosten gedragen voor deelneming door vertegenwoordigers van derde landen aan onderhandelingen en vergaderingen in internationale fora en organisaties, zodra de aanwezigheid van die vertegenwoordigers noodzakelijk wordt met het oog op de belangen van de Gemeenschap.

2.   De in het kader van lid 1, onder a) en b), gefinancierde maatregelen worden uitgevoerd op grond van met name de verordeningen en besluiten betreffende de sluiting van visserijovereenkomsten en/of -protocollen tussen de Europese Gemeenschap en derde landen en de verordeningen en besluiten betreffende de ondertekening door de Europese Gemeenschap van overeenkomsten over internationale visserijorganisaties.

Artikel 14

Technische bijstand

In het kader van de communautaire financieringsmaatregelen kunnen worden gedekt de uitgaven in verband met de voorbereidings-, vervolg-, toezicht-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor de uitvoering en de beoordeling van de onder deze verordening vallende maatregelen en voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, zoals studies, vergaderingen, door deskundigen verleende diensten en voorlichtings-, bewustmakings-, opleidings- en publicatieactiviteiten, de uitgaven in verband met informatietechnologie met inbegrip van computernetwerken voor de uitwisseling van gegevens, de uitgaven voor tijdelijk personeel en enigerlei andere uitgaven voor administratieve of technische bijstand die eventueel door de Commissie worden verricht.

HOOFDSTUK IV

MEDEFINANCIERINGSPERCENTAGES

Artikel 15

Medefinancieringspercentages op het gebied van de toezicht- en controlesystemen

In het kader van de in artikel 8, onder a), genoemde communautaire financieringsmaatregelen wordt niet meer dan 50 % van de subsidiabele uitgaven medegefinancierd. De Commissie kan echter besluiten dat voor de acties die worden genoemd in artikel 8, onder a), punt i), met uitzondering van de aanschaf van vaartuigen en vliegtuigen, punt iii) en punt v), meer dan 50 % van de subsidiabele uitgaven wordt medegefinancierd.

Artikel 16

Medefinancieringspercentages op het gebied van het verzamelen van basisgegevens

In het kader van de in artikel 9 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bedraagt de medefinanciering niet meer dan 50 % van de subsidiabele overheidsuitgaven voor de uitvoering van een programma zoals bedoeld in artikel 23, lid 1.

Artikel 17

Medefinancieringspercentages op het gebied van het verzamelen van aanvullende gegevens

In het kader van de in artikel 10 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bedraagt de medefinanciering in het geval van acties die worden ondernomen na een oproep tot het indienen van voorstellen, niet meer dan 50 % van de subsidiabele uitgaven; universitaire instellingen en openbare onderzoeksinstellingen die volgens het nationale recht waaronder zij vallen, de marginale kosten in rekening moeten brengen, kunnen voorstellen op basis van een financiering tot 100 % van de marginale kosten voor de uitvoering van het betrokken project indienen.

Artikel 18

Financieringspercentages voor de reis- en verblijfkosten van leden van het RCVA

1.   Het financieringspercentage in het kader van de in artikel 12, onder a) en b), genoemde communautaire financieringsmaatregelen wordt bepaald overeenkomstig de leden 2 en 3 van het onderhavige artikel.

2.   Aan elke beroepsorganisatie die lid is van de voltallige vergadering van het RCVA, wordt door middel van een financieringsovereenkomst met de Commissie een trekkingsrecht toegekend naar evenredigheid van het aantal rechthebbenden in de voltallige vergadering van het RCVA en afhankelijk van de beschikbare financiële middelen.

3.   Dit trekkingsrecht en de gemiddelde kosten van een reis door een lid van een beroepsorganisatie zijn bepalend voor het aantal reizen dat elke organisatie aldus kan financieren voor de voorbereiding van vergaderingen. Elke organisatie houdt forfaitair 20 % van het trekkingsrecht in ter dekking van haar logistieke en administratieve kosten die strikt verband houden met de organisatie van de betrokken voorbereidende vergaderingen.

HOOFDSTUK V

FINANCIERINGSPROCEDURES

AFDELING 1

Procedures op het gebied van de toezicht- en controlesystemen

Artikel 19

Inleidende bepaling

De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de nationale programma's die de lidstaten aannemen in het kader van de toepassing van de voor het GVB geldende toezicht- en controlesystemen, wordt verleend volgens de in deze afdeling vastgestelde procedures.

Artikel 20

Programmering

1.   De aanvragen van de lidstaten tot toepassing van de betrokken communautaire financieringsmaatregelen worden uiterlijk op 31 januari van elk jaar bij de Commissie ingediend.

Deze aanvragen gaan vergezeld van een jaarlijks visserijcontroleprogramma dat de volgende gegevens bevat:

a)

de doelstellingen van het jaarlijkse visserijcontroleprogramma;

b)

de beschikbare personeelsmiddelen;

c)

de beschikbare financiële middelen;

d)

het aantal beschikbare vaartuigen en vliegtuigen;

e)

een lijst van de projecten waarvoor om een financiële bijdrage wordt verzocht;

f)

de voor de uitvoering van de projecten geplande totale uitgaven;

g)

het tijdschema voor de voltooiing van elk in het jaarlijkse visserijcontroleprogramma opgenomen project;

h)

een lijst van de indicatoren die zullen worden gebruikt voor de beoordeling van de doeltreffendheid van het programma.

2.   Voor elk project moeten in het visserijcontroleprogramma een van de in artikel 8, onder a), genoemde acties en het doel, een beschrijving, de eigenaar, de locatie, de geraamde kosten, de te volgen administratieve procedure en het tijdschema voor de uitvoering worden vermeld.

3.   Voor vaartuigen en vliegtuigen moet in het visserijcontroleprogramma ook worden vermeld:

a)

in welke mate zij door de bevoegde autoriteiten voor controledoeleinden zullen worden gebruikt, uitgedrukt in percenten van het gebruik ervan bij de totale activiteiten in een jaar;

b)

hoeveel uren of dagen in een jaar zij waarschijnlijk voor visserijcontroledoeleinden zullen worden gebruikt;

c)

in het geval van modernisering, wat de verwachte gebruiksduur ervan is.

Artikel 21

Besluit van de Commissie

1.   Op basis van de door de lidstaten ingediende visserijcontroleprogramma's worden elk jaar volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure besluiten genomen over de communautaire financiële bijdrage voor de nationale programma's.

2.   In de in lid 1 bedoelde besluiten wordt voorrang gegeven aan de acties die het meest geschikt zijn om de toezicht-, controle- en bewakingsactiviteiten doelmatiger te maken, en daarbij wordt ook rekening gehouden met de prestaties van de lidstaten bij de uitvoering van de eerder goedgekeurde programma's.

3.   In de in lid 1 bedoelde besluiten worden vastgesteld:

a)

het totale bedrag van de aan elke lidstaat voor de in artikel 8, onder a), genoemde acties te verlenen financiële bijdrage;

b)

het percentage van de financiële bijdrage;

c)

de voorwaarden die eventueel krachtens de communautaire regelgeving voor de financiële bijdrage gelden.

AFDELING 2

Procedures op het gebied van het verzamelen van gegevens

Artikel 22

Inleidende bepaling

De financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven die de lidstaten verrichten voor het verzamelen en het beheer van de in artikel 9 bedoelde basisgegevens over de visserij, wordt verleend volgens de in deze afdeling vastgestelde procedures.

Artikel 23

Programmering

1.   Volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure wordt een communautair programma vastgesteld, dat de voor de wetenschappelijke evaluaties onontbeerlijke gegevens bestrijkt.

2.   Elke lidstaat stelt een nationaal programma voor het verzamelen en het beheer van gegevens op. In het programma wordt enerzijds het verzamelen van gedetailleerde gegevens beschreven, en anderzijds de bewerkingen die moeten worden uitgevoerd om geaggregeerde gegevens te verkrijgen in overeenstemming met de in artikel 5 omschreven doelstellingen.

3.   Elke lidstaat neemt in zijn nationale programma de op hem betrekking hebbende onderdelen op die voorzien zijn in het overeenkomstig lid 1 vastgestelde communautaire programma.

4.   De lidstaten kunnen om financiële steun van de Gemeenschap verzoeken voor die gedeelten van hun nationale programma die overeenstemmen met de op hen betrekking hebbende onderdelen van het communautaire programma.

Artikel 24

Besluit van de Commissie

1.   Op basis van de door de lidstaten ingediende programma's worden elk jaar volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure besluiten genomen over de communautaire financiële bijdrage voor de nationale programma's.

2.   In de in lid 1 bedoelde besluiten wordt voorrang gegeven aan de acties die het meest geschikt zijn om het verzamelen van de voor het GVB benodigde gegevens te verbeteren.

3.   In de in lid 1 bedoelde besluiten worden vastgesteld:

a)

het totale bedrag van de aan iedere lidstaat voor de in artikel 9 bedoelde activiteiten toe te kennen financiële bijdrage;

b)

het percentage van de financiële bijdrage;

c)

de voorwaarden die eventueel krachtens de communautaire regelgeving voor de financiële bijdrage gelden.

HOOFDSTUK VI

TOEWIJZING VAN FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel 25

Begrotingsmiddelen

De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Artikel 26

Cumulatie van communautaire steun

Voor de op grond van deze verordening gefinancierde acties kan geen steun worden ontvangen uit andere communautaire financieringsinstrumenten. De begunstigden in het kader van deze verordening verstrekken de Commissie gegevens over enigerlei andere ontvangen financiële middelen en over de lopende financieringsaanvragen.

HOOFDSTUK VII

CONTROLE EN EVALUATIE

Artikel 27

Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap

1.   De Commissie zorgt ervoor dat bij de uitvoering van de op grond van de onderhavige verordening gefinancierde acties de financiële belangen van de Gemeenschap overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (11), Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (12) en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (13) worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en enigerlei andere illegale activiteiten, door doeltreffende controles en door de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en, bij ontdekking van onregelmatigheden, door het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.

2.   Voor de op grond van de onderhavige verordening gefinancierde communautaire acties geldt het bepaalde in Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 ten aanzien van elke uit een handeling of verzuim van een economisch subject voortvloeiende inbreuk op een bepaling van de communautaire regelgeving, met inbegrip van de niet-nakoming van een op basis van een programma vastgelegde contractuele verplichting, voorzover die inbreuk tot gevolg heeft of zou hebben dat door middel van een ongerechtvaardigde uitgavenpost nadeel wordt berokkend aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen of aan door hen beheerde begrotingen.

3.   De voor een actie toegekende financiële steun wordt door de Commissie verlaagd, geschorst of teruggevorderd indien de Commissie onregelmatigheden constateert, zoals de niet-naleving van deze verordening of van het individuele besluit, het contract of de overeenkomst waarbij de betrokken financiële steun is toegekend, of indien de actie zonder dat de Commissie om goedkeuring is verzocht, een wijziging blijkt te hebben ondergaan die strijdig is met de aard ervan of met de uitvoeringsvoorwaarden die ervoor gelden.

Artikel 28

Audits en financiële correcties

1.   Onverminderd de audits die de lidstaten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen verrichten, kunnen ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer of hun vertegenwoordigers de op grond van deze verordening gefinancierde acties gedurende een periode van maximaal drie jaar na de eindbetaling door de Commissie te allen tijde aan audits ter plaatse onderwerpen; deze audits moeten ten minste tien werkdagen van tevoren worden aangekondigd, behalve in dringende gevallen.

Ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer of hun vertegenwoordigers die naar behoren gemachtigd zijn tot het verrichten van audits ter plaatse, krijgen inzage in de boeken en alle andere documenten, inclusief documenten en metagegevens die in elektronische vorm zijn opgetekend of ontvangen en vastgelegd, die betrekking hebben op uitgaven die gefinancierd zijn overeenkomstig deze verordening.

De bovengenoemde auditbevoegdheden doen niet af aan de toepassing van de nationale bepalingen die bepaalde handelingen voorbehouden aan bij nationaal recht specifiek aangewezen ambtenaren. Met name nemen ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer of hun vertegenwoordigers niet deel aan huiszoekingen of aan de formele ondervraging van personen overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat. Zij hebben evenwel toegang tot de aldus verkregen informatie.

Indien op grond van deze verordening toegekende communautaire financiële steun vervolgens wordt toegewezen aan een derde als eindbegunstigde, verstrekt de oorspronkelijke begunstigde, dit is de ontvanger van de communautaire financiële steun, de Commissie alle relevante informatie over de identiteit van die eindbegunstigde.

Met het oog op de bovenbedoelde audits moeten de begunstigden alle betrokken documenten gedurende een periode van maximaal drie jaar na de eindbetaling door de Commissie beschikbaar houden.

De Commissie kan ook verlangen dat de betrokken lidstaat de op grond van deze verordening gefinancierde acties als bedoeld in de artikelen 8 en 9 aan audits ter plaatse onderwerpt. Ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer of hun vertegenwoordigers mogen aan dergelijke audits deelnemen.

2.   Indien de Commissie van mening is dat communautaire middelen niet in overeenstemming met de bij deze verordening of bij enig ander toepasselijk communautair besluit vastgestelde voorwaarden zijn gebruikt, stelt zij de begunstigden, met inbegrip van eventuele eindbegunstigden in de zin van lid 1, daarvan in kennis, welke begunstigden over een termijn van een maand vanaf de datum van die kennisgeving beschikken om hun opmerkingen aan de Commissie toe te zenden.

Indien de begunstigden niet binnen die termijn antwoorden of indien hun opmerkingen de Commissie geen aanleiding geven om haar mening te wijzigen, verlaagt de Commissie de toegekende financiële bijdrage of trekt zij deze in of schorst zij de betalingen.

Elk onverschuldigd betaald bedrag moet aan de Commissie worden terugbetaald. Niet tijdig terugbetaalde bedragen worden overeenkomstig het bepaalde in het Financieel Reglement vermeerderd met rente.

3.   De Commissie zorgt ervoor dat ter uitvoering van artikel 53, lid 7, en artikel 165 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 passende regelingen bestaan voor de controle en audit van de betrokken gefinancierde acties.

4.   Overeenkomstig het beginsel van de nationale soevereiniteit kan de Commissie de middelen die aan derde landen worden betaald voor op grond van artikel 13, onder a), gefinancierde maatregelen, slechts in overleg met het betrokken derde land aan financiële audits onderwerpen of laten onderwerpen.

Artikel 29

Evaluatie en verslaglegging

1.   Op de op grond van deze verordening gefinancierde acties wordt een regelmatig toezicht uitgeoefend om de uitvoering van die acties te kunnen volgen.

2.   De Commissie draagt zorg voor een regelmatige onafhankelijke externe evaluatie van de gefinancierde acties.

3.   De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad in:

a)

uiterlijk op 31 maart 2011, een verslag over een tussentijdse evaluatie dat betrekking heeft op de behaalde resultaten en de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de uitvoering van de op grond van deze verordening gefinancierde acties;

b)

uiterlijk op 30 augustus 2012, een mededeling over de voortzetting van de op grond van deze verordening gefinancierde acties;

c)

uiterlijk op 31 december 2014, een verslag over een evaluatie achteraf.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 30

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 30, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 genoemde Comité voor de visserij en de aquacultuur (hierna „het comité” genoemd).

2.   Wanneer naar het onderhavige lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op 20 werkdagen.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 31

Uitvoeringsbepalingen

Uitvoeringsbepalingen voor deze verordening kunnen volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld voor de in artikel 8, onder a), en artikel 9 genoemde maatregelen.

Artikel 32

Intrekking van vervallen besluiten

Verordening (EG) nr. 657/2000, Beschikking 2000/439/EG en Beschikking 2004/465/EG worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 33

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 mei 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

J. PRÖLL


(1)  Advies van 15 december 2005 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1242/2004 (PB L 236 van 7.7.2004, blz. 1).

(3)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1261/2005 (PB L 201 van 2.8.2005, blz. 3).

(5)  PB L 187 van 20.7.1999, blz. 70. Besluit gewijzigd bij Besluit 2004/864/EG van de Commissie (PB L 370 van 17.12.2004, blz. 91).

(6)  PB L 256 van 3.8.2004, blz. 17. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/191/EG van de Commissie (PB L 66 van 8.3.2006, blz. 50).

(7)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(8)  PB L 80 van 31.3.2000, blz. 7.

(9)  PB L 176 van 15.7.2000, blz. 42. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2005/703/EG van de Raad (PB L 267 van 12.10.2005, blz. 26).

(10)  PB L 157 van 30.4.2004, blz. 114; gerectificeerd in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 36. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/2/EG (PB L 2 van 5.1.2006, blz. 4).

(11)  PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1; gerectificeerd in PB L 36 van 10.2.1998, blz. 16.

(12)  PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(13)  PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.


14.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/12


VERORDENING (EG) Nr. 862/2006 VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2006

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 14 juni 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 13 juni 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

70,0

204

33,8

999

51,9

0707 00 05

052

81,6

068

46,6

999

64,1

0709 90 70

052

85,1

999

85,1

0805 50 10

052

51,3

388

74,2

508

52,0

528

43,8

999

55,3

0808 10 80

388

90,4

400

112,5

404

82,8

508

83,5

512

91,5

524

45,3

528

104,5

720

93,9

804

95,2

999

88,8

0809 10 00

052

243,0

204

61,1

624

135,7

999

146,6

0809 20 95

052

325,5

068

95,0

999

210,3

0809 30 10, 0809 30 90

624

182,5

999

182,5


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


14.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/14


VERORDENING (EG) Nr. 863/2006 VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2006

tot aanpassing van de hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de krachtens het ACS-protocol en de overeenkomst met India in te voeren rietsuiker voor de leveringsperiode 2005/2006

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 39, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1159/2003 van de Commissie van 30 juni 2003 tot vaststelling, voor de verkoopseizoenen 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van rietsuiker in het kader van bepaalde tariefcontingenten en preferentiële overeenkomsten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1464/95 en (EG) nr. 779/96 (2) zijn de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de bepaling van de in wittesuikerequivalent uitgedrukte verplichtingen tot levering tegen nulrecht van producten van GN-code 1701 in het kader van de invoer van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol, respectievelijk de overeenkomst met India hebben ondertekend.

(2)

Voor de leveringsperiode 2005/2006 zijn die hoeveelheden vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 180/2006 van de Commissie (3).

(3)

Bij artikel 7, leden 1 en 2, van het ACS-protocol zijn de bepalingen met betrekking tot de niet-levering van de voor een ACS-staat overeengekomen hoeveelheden vastgesteld.

(4)

De bevoegde autoriteiten van Saint Kitts en Nevis en van Trinidad en Tobago hebben de Commissie meegedeeld dat zij niet in staat zullen zijn de gehele overeengekomen hoeveelheid te leveren en dat zij geen verlenging van de leveringsperiode wensen.

(5)

Derhalve moet na overleg met de betrokken ACS-staten de niet-geleverde hoeveelheid opnieuw worden toegewezen voor levering in de leveringsperiode 2005/2006.

(6)

Bijgevolg is het noodzakelijk Verordening (EG) nr. 180/2006 in te trekken en de hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de periode 2005/2006 overeenkomstig artikel 9, lid 1, en lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 1159/2003 aan te passen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 180/2006 voor elk betrokken land van uitvoer voor de leveringsperiode 2005/2006 vastgestelde hoeveelheden van de leveringsverplichtingen in het kader van de invoer van in wittesuikerequivalent uitgedrukte producten van GN-code 1701 van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol, respectievelijk de overeenkomst met India hebben ondertekend, worden aangepast; de aangepaste hoeveelheden staan in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 180/2006 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(2)  PB L 162 van 1.7.2003, blz. 25. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 568/2005 (PB L 97 van 15.4.2005, blz. 9).

(3)  PB L 29 van 2.2.2006, blz. 28.


BIJLAGE

In tonnen wittesuikerequivalent uitgedrukte hoeveelheden van de leveringsverplichtingen voor de leveringsperiode 2005/2006 in het kader van de invoer van preferentiële suiker van oorsprong uit de landen die het ACS-protocol, respectievelijk de overeenkomst met India hebben ondertekend

Land dat het ACS-protocol, respectievelijk de overeenkomst met India heeft ondertekend

Leveringsverplichtingen 2005/2006

Barbados

32 638,29

Belize

42 013,37

Congo

10 225,97

Fiji

167 600,53

Guyana

161 497,20

India

10 781,10

Ivoorkust

10 772,81

Jamaica

120 692,78

Kenia

6 413,05

Madagaskar

14 217,02

Malawi

22 510,23

Mauritius

499 321,82

Mozambique

7 390,93

Oeganda

0,00

Saint Kitts en Nevis

785,00

Suriname

0,00

Swaziland

118 464,53

Tanzania

10 298,66

Trinidad en Tobago

40 000,00

Zambia

8 470,78

Zimbabwe

31 870,71

Totaal

1 315 964,78


14.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/17


VERORDENING (EG) Nr. 864/2006 VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2006

tot vaststelling van een verbod op de visserij op beryciden in de ICES-gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren) door vaartuigen die de vlag van Frankrijk voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2270/2004 van de Commissie van 22 december 2004 tot vaststelling, voor 2005 en 2006, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (3) zijn quota voor 2005 en 2006 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2006 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2006 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2006.

Voor de Commissie

Jörgen HOLMQUIST

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 768/2005 (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

(3)  PB L 396 van 31.12.2004, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 742/2006 van de Commissie (PB L 130 van 18.5.2006, blz. 7).


BIJLAGE

Nr.

08

Lidstaat

FRANKRIJK

Bestand

ALF/3X12-

Soort

Beryciden (Beryx spp.)

Zone

III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Datum

14 mei 2006