ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 143

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
30 mei 2006


Inhoud

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Raad

 

*

Besluit van de Raad van 14 februari 2006 betreffende de sluiting van de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds

1

Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds,

2

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

30.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 143/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 14 februari 2006

betreffende de sluiting van de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds

(2006/356/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 310, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, tweede zin, en lid 3, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de instemming van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, is, namens de Europese Gemeenschap, ondertekend te Luxemburg op 17 juni 2002, onder voorbehoud van eventuele sluiting op een later tijdstip.

(2)

De overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

1.   De Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, de daaraan gehechte bijlagen en protocollen, alsmede de aan de slotakte gehechte gemeenschappelijke verklaringen en verklaringen van de Europese Gemeenschap, worden namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

2.   De in lid 1 genoemde teksten maken deel uit van dit besluit.

Artikel 2

1.   Het standpunt dat de Gemeenschap inneemt in de Associatieraad en het Associatiecomité, wordt vastgesteld door de Raad, op voorstel van de Commissie, of, in voorkomend geval, door de Commissie, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de Verdragen.

2.   Het voorzitterschap van de Associatieraad wordt overeenkomstig artikel 75 van de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht, bekleed door de voorzitter van de Raad. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt overeenkomstig de overeengekomen procedures bekleed door een vertegenwoordiger van de Commissie.

3.   Per geval wordt door de Raad, respectievelijk door de Commissie, besloten tot bekendmaking van de besluiten van de Associatieraad en het Associatiecomité in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) namens de Europese Gemeenschap de akte van kennisgeving neder te leggen, als bedoeld in artikel 91 van de overeenkomst.

Gedaan te Brussel, 14 februari 2006.

Voor de Raad

De voorzitter

K.-H. GRASSER


EUROPEES-MEDITERRANE OVEREENKOMST

waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds,

HET KONINKRIJK BELGIË,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

IERLAND,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna „lidstaten” genoemd, en

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna „Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK LIBANON, hierna „Libanon” genoemd,

anderzijds,

GELET OP de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar lidstaten en Libanon, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;

OVERWEGENDE dat de Gemeenschap, haar lidstaten en Libanon deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;

GELET OP het belang dat de partijen hechten aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de economische vrijheden, waarop de Associatie is gegrondvest;

GELET OP de recente politieke en economische ontwikkelingen, zowel op het Europese vasteland als in het Midden-Oosten, en de daaruit voortvloeiende gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van de Europees-mediterrane regio;

GELET OP het belang voor de Gemeenschap en Libanon van vrijhandel, als bedoeld bij de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

GELET OP de verschillen tussen Libanon en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economisch en sociale ontwikkeling in Libanon te versterken;

BEVESTIGENDE dat de bepalingen van deze overeenkomst die vallen onder het toepassingsbereik van deel III, titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als een deel van de Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naar gelang het geval) Libanon ervan in kennis stelt dat het gebonden is als deel van de Gemeenschap, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het aan die verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken;

VERLANGENDE de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de implementatie van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst, teneinde de niveaus van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en Libanon dichter bij elkaar te brengen;

ZICH BEWUST VAN het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op reciprociteit van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;

VERLANGENDE een regelmatige politieke dialoog te ontwikkelen over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang;

REKENING HOUDENDE MET de bereidheid van de Gemeenschap Libanon steun te verlenen in zijn streven naar economische wederopbouw, hervorming en aanpassing en sociale ontwikkeling;

VERLANGENDE te komen tot de instelling, handhaving en intensivering van samenwerking, steunende op een regelmatige dialoog op economisch, wetenschappelijk, technologisch, sociaal, cultureel en audiovisueel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;

OVERTUIGD dat deze overeenkomst een gunstig klimaat zal scheppen voor de groei van hun economische betrekkingen, met name wat betreft handel en investeringen, die van doorslaggevend belang zijn voor het welslagen van het programma voor economische wederopbouw en herstructurering, alsmede voor de technologische modernisering,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

1.   Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Libanon, anderzijds.

2.   Deze associatie heeft ten doel:

a)

een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;

b)

de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;

c)

het handelsverkeer en evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Libanon en de Libanese bevolking te bevorderen;

d)

de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel, financieel en monetair gebied te bevorderen;

e)

de samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang te bevorderen.

Artikel 2

De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, wat aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag ligt en een essentieel element van deze overeenkomst is.

TITEL I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel 3

1.   Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Door middel van deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen tot stand worden gebracht, die zullen bijdragen tot welvaart, stabiliteit en veiligheid in het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen.

2.   Doelstellingen van de politieke dialoog en samenwerking zijn met name:

a)

de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;

b)

elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;

c)

te werken aan de consolidering van de veiligheid en stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en in het Midden-Oosten in het bijzonder;

d)

bevordering van gezamenlijke initiatieven.

Artikel 4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang, waarbij met name aandacht wordt besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het waarborgen van vrede en veiligheid door middel van steun voor samenwerking. De dialoog is tevens gericht op de totstandbrenging van nieuwe vormen van samenwerking met het oog op gezamenlijke doelstellingen.

Artikel 5

1.   De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, met name:

a)

op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;

b)

op het niveau van hoge ambtenaren die enerzijds Libanon vertegenwoordigen en anderzijds het voorzitterschap van de Raad en de Commissie;

c)

met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings door ambtenaren, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;

d)

indien nodig met alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.

2.   Er wordt een politieke dialoog ingesteld tussen het Europees Parlement en het Libanese parlement.

TITEL II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

BASISBEGINSELEN

Artikel 6

De Gemeenschap en Libanon brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” genoemd.

HOOFDSTUK 1

Industrieproducten

Artikel 7

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Libanon, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en van het Libanese douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1.

Artikel 8

Producten van oorsprong uit Libanon worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking.

Artikel 9

1.   Douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Libanon van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:

vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 88 % van het basisrecht;

zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 76 % van het basisrecht;

zeven jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 64 % van het basisrecht;

acht jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 52 % van het basisrecht;

negen jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

tien jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 28 % van het basisrecht;

elf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 16 % van het basisrecht;

twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen afgeschaft.

2.   Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kan het overeenkomstig lid 1 van toepassing zijnde tijdschema in onderling overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor herziening wordt aangevraagd voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Associatiecomité niet binnen 30 dagen na de kennisgeving van het verzoek van Libanon om herziening van het tijdschema een besluit heeft genomen, kan Libanon het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van ten hoogste één jaar.

3.   Het basisrecht waarop de verlagingen van lid 1 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht bedoeld in artikel 19.

Artikel 10

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 11

1.   Libanon mag in de vorm van verhoging of herinvoering van douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 9.

2.   Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van nieuwe en jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

3.   Invoerrechten die krachtens dergelijke uitzonderlijke maatregelen door Libanon worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan 20 % van het jaarlijks gemiddelde van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende de laatste drie jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

4.   Deze maatregelen mogen gedurende niet meer dan vijf jaar worden toegepast, tenzij het Associatiecomité toepassing ervan gedurende een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.

5.   Deze maatregelen kunnen voor een gegeven product niet langer worden getroffen, indien meer dan drie jaar is verstreken sinds de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren.

6.   Libanon stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Libanon aan het comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.

7.   In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan het Associatiecomité, in geval van problemen bij het opzetten van een nieuwe industrie, bij uitzondering Libanon toestaan krachtens lid 1 reeds genomen maatregelen te handhaven voor een periode van ten hoogste drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar.

HOOFDSTUK 2

Landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten

Artikel 12

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Libanon, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Libanese douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage 1.

Artikel 13

De Gemeenschap en Libanon liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn.

Artikel 14

1.   Voor de invoer in de Gemeenschap van de landbouwproducten van oorsprong uit Libanon genoemd in protocol 1 gelden de bepalingen van dat protocol.

2.   Voor de invoer in Libanon van de landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in protocol 2 gelden de bepalingen van dat protocol.

3.   Voor de handel in onder dit hoofdstuk vallende bewerkte landbouwproducten gelden de bepalingen van protocol 3.

Artikel 15

1.   Vijf jaar na de inwerkintreding van deze overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Libanon de situatie, teneinde vast te stellen welke maatregelen door de Gemeenschap en Libanon één jaar na de herziening van deze overeenkomst moeten worden toegepast om het in artikel 13 genoemde doel te bereiken.

2.   Onverminderd het bepaalde in lid 1 en het volume van de handel in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen, alsmede de bijzondere gevoeligheid van deze producten in aanmerking genomen, onderzoeken de Gemeenschap en Libanon in de Associatieraad regelmatig per product en op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om verdere wederzijdse concessies te verlenen.

Artikel 16

1.   Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid, kan de betrokken partij voor de betrokken producten de in deze overeenkomst vervatte regeling wijzigen.

2.   De partij die tot een dergelijke wijziging overgaat, stelt het Associatiecomité daarvan in kennis. Op verzoek van de andere partij komt het Associatiecomité bijeen om te voorzien in de belangen van de verzoekende partij.

3.   Indien de Gemeenschap of Libanon in toepassing van lid 1 de regeling van deze overeenkomst voor landbouwproducten wijzigt, wordt voor de invoer van producten van oorsprong uit de andere partij een voordeel toegekend dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze overeenkomst voorziet.

4.   Over de wijziging van de in deze overeenkomst bepaalde regeling wordt op verzoek van de andere partij overleg gepleegd in de Associatieraad.

Artikel 17

1.   Beide partijen komen overeen de mogelijkheden tot fraude bij de toepassing van de handelsbepalingen van deze overeenkomst te verminderen.

2.   Onverminderd de overige bepalingen van deze overeenkomst, geldt dat, indien één van de partijen van mening is dat er voldoende aanwijzingen zijn voor fraude, zoals een aanzienlijke toename van de handel in producten van de ene naar de andere partij, boven het niveau dat in overeenstemming is met economische omstandigheden als de normale productie en exportcapaciteit, of het niet-verlenen van de vereiste administratieve medewerking voor de controle van het bewijs van oorsprong door de andere partij, beide partijen onverwijld overleg plegen om een passende oplossing te vinden. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht. Bij de keuze van deze maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren.

HOOFDSTUK 3

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 18

1.   In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Libanon worden geen nieuwe douanerechten bij invoer of uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd, tenzij deze overeenkomst anders bepaalt.

2.   In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Libanon worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.

3.   In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Libanon worden kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst afgeschaft.

4.   De Gemeenschap en Libanon passen onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toe.

Artikel 19

1.   Het basisrecht waarop de in artikel 9, lid 1, vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product het op de datum waarop de onderhandelingen worden afgesloten, daadwerkelijk ten opzichte van de Gemeenschap toegepaste recht.

2.   In geval van toetreding van Libanon tot de WTO, zijn de rechten die van toepassing zijn op de onderlinge invoer van de partijen, de bij de WTO geconsolideerde rechten of de op de datum van toetreding toegepaste rechten, indien deze lager zijn. Indien de rechten na toetreding tot de WTO erga omnes zijn verlaagd, is het verlaagde recht van toepassing.

3.   Het bepaalde in lid 2 is van toepassing op elke tariefverlaging die erga omnes wordt toegepast na de datum waarop de onderhandelingen worden afgesloten.

4.   De partijen stellen elkaar in kennis van de door hen op de datum waarop de onderhandelingen worden afgesloten, toegepaste rechten.

Artikel 20

Voor producten van oorsprong uit Libanon geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de lidstaten onderling geldt.

Artikel 21

1.   De partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit de andere partij.

2.   Terugbetaling van binnenlandse belasting voor producten die naar een der partijen worden uitgevoerd, mag de bedragen van de op deze producten rustende directe of indirecte belastingen niet overschrijden.

Artikel 22

1.   Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2.   De partijen plegen in het Associatiecomité overleg over de overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Dit overleg vindt met name plaats bij toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Libanon.

Artikel 23

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping plaatsvindt in de zin van de geldende internationale regels, als gedefinieerd in artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en haar eigen wetgeving terzake, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar eigen wetgeving terzake.

Artikel 24

1.   Onverminderd het bepaalde in artikel 35 is de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.

2.   Tot de in artikel 35, lid 2, bedoelde regels zijn vastgesteld, kan, indien één der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping plaatsvindt in de zin van de geldende internationale regels, als gedefinieerd in de artikelen VI en XVI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en haar eigen wetgeving terzake, deze partij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van die regels, als gedefinieerd in de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.

Artikel 25

1.   De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en de betreffende binnenlandse wetgeving zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.

2.   Alvorens een partij vrijwaringsmaatregelen toepast, als gedefinieerd door de internationale regels, verstrekt de partij die voornemens is dergelijke maatregelen te nemen, het Associatiecomité alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen onverwijld overleg in het Associatiecomité. Indien de partijen niet binnen 30 dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden vermeden, kan de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen.

3.   Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren.

4.   De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, dat hierover periodiek overleg pleegt, in het bijzonder met het oog op opheffing van deze maatregelen, zodra de omstandigheden zulks toelaten.

Artikel 26

1.   Indien als gevolg van de naleving van artikel 18, lid 4,

a)

goederen opnieuw worden uitgevoerd naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen of heffingen van gelijke werking toepast,

of

b)

een ernstig tekort aan producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij, ontstaat of dreigt te ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de procedures van lid 2.

2.   De moeilijkheden die voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde omstandigheden worden ter beoordeling aan het Associatiecomité voorgelegd. Het Associatiecomité kan alle besluiten nemen die nodig zijn om aan de moeilijkheden een einde te maken. Indien het Associatiecomité niet binnen 30 dagen nadat de zaak aan het comité is voorgelegd een dergelijk besluit heeft genomen, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel 27

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of voor voorschriften betreffende goud en zilver en het behoud van uitputbare natuurlijke hulpbronnen. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen bij de overeenkomst vormen.

Artikel 28

Het begrip „producten van oorsprong” voor de toepassing van de bepalingen van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in protocol 4.

Artikel 29

Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Libanon worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Libanese douanetarief.

TITEL III

RECHT VAN VESTIGING EN VERLENING VAN DIENSTEN

Artikel 30

1.   De door de ene partij aan de andere toegekende behandeling met betrekking tot het recht van vestiging en de verlening van diensten is gebaseerd op de verbintenissen van elk der partijen en andere verplichtingen in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS). Deze bepaling is van kracht met ingang van de datum van de definitieve toetreding van Libanon tot de WTO.

2.   Libanon verstrekt de Europese Gemeenschap en haar lidstaten een tijdschema van specifieke verbintenissen inzake diensten, opgesteld overeenkomstig artikel XX van de GATS, zodra dat is vastgesteld.

3.   De partijen gaan na of de bovengenoemde bepalingen verder kunnen worden uitgewerkt met het oog op de totstandkoming van een overeenkomst inzake economische integratie, als gedefinieerd in artikel V van de GATS.

4.   De in lid 3 genoemde doelstelling wordt door de Associatieraad uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan een eerste onderzoek onderworpen.

5.   De partijen mogen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst tot de toetreding van Libanon tot de WTO geen maatregelen of acties nemen waardoor de voorwaarden voor de verlening van diensten door dienstverleners uit de Gemeenschap of Libanon meer discriminerend worden dan de voorwaarden op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

6.   In deze titel wordt verstaan onder:

a)

„dienstverlener” van een partij: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die diensten verleent of deze beoogt te verlenen;

b)

„rechtspersoon”: een vennootschap of een dochteronderneming die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat van de Gemeenschap of Libanon is opgericht en waarvan de statutaire zetel, de centrale administratie of de hoofdvestiging gelegen is op het grondgebied van de Gemeenschap of Libanon. Indien de rechtspersoon slechts haar statutaire zetel of centrale administratie heeft op het grondgebied van de Gemeenschap of Libanon, wordt zij beschouwd als rechtspersoon uit de Gemeenschap of Libanon wanneer uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van de Gemeenschap of Libanon naar voren treedt;

c)

„dochteronderneming”: een rechtspersoon die daadwerkelijk door een andere rechtspersoon wordt bestuurd;

d)

„natuurlijke persoon”: een persoon die onderdaan is van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Libanon volgens de respectieve nationale wetgeving.

TITEL IV

BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1

Lopende betalingen en kapitaalverkeer

Artikel 31

Binnen het kader van de bepalingen van deze overeenkomst en met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 33 en 34, zijn er geen beperkingen tussen de Gemeenschap enerzijds en Libanon anderzijds op kapitaalverkeer en is er geen discriminatie op basis van nationaliteit of woonplaats of plaats waar dergelijk kapitaal wordt geïnvesteerd.

Artikel 32

Lopende betalingen in verband met het verkeer van goederen, personen, diensten of kapitaal binnen het kader van deze overeenkomst zijn vrij van alle beperkingen.

Artikel 33

1.   Met inachtneming van andere bepalingen in deze overeenkomst en andere internationale verplichtingen van de Gemeenschap en Libanon, doen de bepalingen van de artikelen 31 en 32 geen afbreuk aan de toepassing van enige beperking tussen beide partijen op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen beide partijen waarbij directe investeringen worden verricht, onder andere in onroerend goed, vestiging, verrichting van financiële diensten of toelating van effecten tot de kapitaalmarkten.

2.   Een en ander is echter niet van toepassing op de overdracht naar het buitenland van investeringen in Libanon door onderdanen van de Gemeenschap of in de Gemeenschap door Libanese onderdanen, alsmede van alle opbrengsten daarvan.

Artikel 34

Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap dan wel Libanon in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te verkeren, kan de Gemeenschap, respectievelijk Libanon, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de GATT en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, beperkingen instellen ten aanzien van de lopende betalingen, indien dergelijke beperkingen strikt noodzakelijk zijn. De Gemeenschap, respectievelijk Libanon, stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK 2

Mededinging en andere economische vraagstukken

Artikel 35

1.   Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Libanon daardoor ongunstig kan worden beïnvloed:

a)

alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst, als vastgesteld bij hun respectieve nationale wetgeving;

b)

het misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Libanon of op een wezenlijk deel daarvan, als vastgesteld bij hun respectieve wetgeving.

2.   De partijen handhaven hun respectieve wetgeving op mededingingsgebied en wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van de vertrouwelijkheid. De Associatieraad neemt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst een besluit tot vaststelling van de nodige bepalingen voor samenwerking bij de implementatie van lid 1.

3.   Indien de Gemeenschap of Libanon van mening is dat een bepaalde praktijk niet verenigbaar is met het bepaalde in lid 1, en indien die praktijk de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden, kan de Gemeenschap of Libanon passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van 30 werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.

Artikel 36

De lidstaten en Libanon passen, zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen die in het kader van de GATT zijn aangegaan of nog worden aangegaan, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van Libanon geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel 37

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Libanon verstoren en strijdig zijn met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering de jure of de facto van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel 38

1.   Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in bijlage 2 zien de partijen toe op adequate en effectieve bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten, overeenkomstig de hoogste internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.

2.   De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 2 wordt regelmatig door de partijen geëvalueerd. Bij problemen op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten die afbreuk doen aan het handelsverkeer, wordt op verzoek van een partij spoedoverleg gevoerd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Artikel 39

1.   De partijen stellen zich een wederzijdse en geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel.

2.   De Associatieraad neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van lid 1.

TITEL V

ECONOMISCHE EN SECTORALE SAMENWERKING

Artikel 40

Doelstellingen

1.   De twee partijen bepalen samen de strategieën en procedures voor de verwezenlijking van de samenwerking op de terreinen van deze titel.

2.   De partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, in wederzijds belang en in de geest van partnerschap waarop deze overeenkomst is gebaseerd.

3.   De economische samenwerking heeft als doel Libanon te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling.

Artikel 41

Toepassingsgebied

1.   De samenwerking is in de eerste plaats gericht op terreinen waar zich interne beperkingen en problemen voordoen of die de gevolgen ondergaan van het liberaliseringsproces van de Libanese economie als geheel, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Libanon en de Gemeenschap.

2.   Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Libanon en de Gemeenschap dichter tot elkaar brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.

3.   De bescherming van het milieu en het ecologisch evenwicht is een centraal onderdeel van de verschillende terreinen van economische samenwerking.

4.   De partijen kunnen overeenkomen hun economische samenwerking uit te breiden tot sectoren die niet onder de bepalingen van deze titel vallen.

Artikel 42

Methoden en procedures

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

a)

een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

b)

regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;

c)

activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding;

d)

gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops;

e)

technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van regelgeving;

f)

verspreiding van informatie over samenwerking.

Artikel 43

Onderwijs en opleiding

De samenwerking is erop gericht:

a)

vast te stellen op welke manier de situatie op het gebied van onderwijs en opleiding, met name beroepsopleiding, drastisch kan worden verbeterd;

b)

de totstandkoming te bevorderen van nauwe banden tussen agentschappen die gespecialiseerd zijn in gezamenlijke acties, alsmede de uitwisseling te bevorderen van ervaring en knowhow, met name de uitwisseling van jongeren, uitwisselingen tussen universiteiten en andere onderwijsinstellingen, met het doel de verschillende culturen dichter tot elkaar te brengen;

c)

de toegang te bevorderen van vrouwen tot onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen.

Artikel 44

Wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking

De samenwerking is gericht op:

a)

het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de partijen, met name door:

Libanon toegang te verschaffen tot communautaire programma’s voor onderzoek en technologische ontwikkeling, zulks overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake deelname van derde landen aan deze programma’s;

Libanon deel te laten nemen aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

synergie tussen opleiding en onderzoek te bevorderen;

b)

de onderzoekscapaciteit en technologische ontwikkeling van Libanon te verbeteren;

c)

technologische innovatie, overdracht van nieuwe technologieën en verspreiding van knowhow te stimuleren;

d)

te onderzoeken op welke manieren Libanon kan deelnemen aan Europese kaderprogramma’s voor onderzoek.

Artikel 45

Milieu

1.   De partijen bevorderen samenwerking gericht op de voorkoming van de afbraak van het milieu, beheersing van verontreiniging en waarborgen van een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen om duurzame ontwikkeling tot stand te brengen.

2.   De samenwerking is met name gericht op:

a)

de waterkwaliteit van de Middellandse Zee en de bestrijding en voorkoming van verontreiniging van de zee;

b)

afvalbeheer, voornamelijk van giftige afvalstoffen;

c)

verzilting;

d)

beheer van het milieu van gevoelige kustgebieden;

e)

milieueducatie en -voorlichting;

f)

het gebruik van geavanceerde instrumenten voor milieubeheer en -monitoring, met name het gebruik van een milieuinformatiesysteem en milieueffectrapportages;

g)

de effecten van industriële ontwikkeling op het milieu in het algemeen en op de veiligheid van industriële installaties in het bijzonder;

h)

de gevolgen van de landbouw voor de bodem- en waterkwaliteit;

i)

bodembeheer en -conservering;

j)

rationeel beheer van de watervoorraden;

k)

gezamenlijke onderzoeks- en monitoringactiviteiten, alsmede programma’s en projecten.

Artikel 46

Industriële samenwerking

De samenwerking is gericht op:

a)

het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Libanon tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

b)

het steunen van de inspanningen om de Libanese publieke en particuliere industriesector te moderniseren en herstructureren (met inbegrip van de agro-industrie);

c)

het bevorderen van de totstandkoming van een gunstig klimaat voor particulier initiatief, teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde productie te stimuleren en te diversifiëren;

d)

het optimaal gebruiken van het menselijk potentieel en het potentieel van de industrie van Libanon door betere toepassing van beleid voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;

e)

het vergemakkelijken van de toegang tot kapitaalmarkten om productieve investeringen te financieren;

f)

het stimuleren van de ontwikkeling van het MKB, met name door:

het bevorderen van contacten tussen bedrijven, deels door gebruik te maken van communautaire netwerken en instrumenten voor de stimulering van industriële samenwerking en partnerschap;

het vergemakkelijken van de toegang tot krediet om investeringen te financieren;

het ter beschikking stellen van informatie en ondersteunende diensten;

het stimuleren van de menselijke hulpbronnen ter bevordering van innovatie, en het opzetten van projecten en economische activiteiten.

Artikel 47

Bevordering en bescherming van investeringen

1.   De samenwerking is gericht op versterking van de instroom van kapitaal, knowhow en technologie naar Libanon door onder meer:

a)

op gepaste wijze investeringsmogelijkheden en bronnen van informatie over investeringsregels te identificeren;

b)

informatie te verstrekken over Europese investeringsregelingen (technische bijstand, rechtstreekse financiële ondersteuning, fiscale stimuleringsmaatregelen, investeringsverzekering, enz.) voor investeringen buiten de EG, en Libanon beter in staat te stellen daarvan te profiteren;

c)

de mogelijkheden voor de oprichting van joint ventures te onderzoeken (met name ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf), en in voorkomend geval voor de sluiting van overeenkomsten tussen de lidstaten en Libanon;

d)

mechanismen in te stellen voor de stimulering en bevordering van investeringen;

e)

het instellen van een juridisch kader ter bevordering van investeringen, met name door de sluiting tussen Libanon en de lidstaten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen, voorzover nodig, en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing.

2.   De samenwerking kan zich uitstrekken tot planning en uitvoering van projecten waarmee ter plaatse de doeltreffende verwerving en aanwending van basistechnologieën, het gebruik van normen, de ontwikkeling van het menselijk potentieel en het creeren van werkgelegenheid kan worden gedemonstreerd.

Artikel 48

Samenwerking op het gebied van normalisatie en conformiteitsbeoordeling

De partijen werken samen op het vlak van:

a)

de vermindering van de verschillen op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitscontrole en conformiteitsbeoordeling;

b)

de verdere ontwikkeling van het op niveau brengen van de Libanese laboratoria;

c)

de uitwerking van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning, zodra in de voorwaarden daarvoor wordt voorzien;

d)

de versterking van de Libanese instellingen die verantwoordelijk zijn voor normalisatie, kwaliteit en intellectuele, industriële en commerciële eigendom.

Artikel 49

Harmonisatie van de wetgevingen

De partijen doen wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de implementatie van deze overeenkomst te vergemakkelijken.

Artikel 50

Financiële diensten

De samenwerking is gericht op de totstandbrenging van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere op de volgende gebieden:

a)

de ontwikkeling van de financiële markten in Libanon;

b)

de verbetering van boekhoudings- en auditingsystemen, toezicht op en reglementering van financiële diensten en financiële controle in Libanon.

Artikel 51

Landbouw en visserij

De samenwerking is gericht op de volgende doelstellingen:

a)

de ondersteuning van beleid om de productie te diversifiëren;

b)

de vermindering van de afhankelijkheid op voedselgebied;

c)

de bevordering van landbouwactiviteiten waarbij rekening gehouden wordt met het milieu;

d)

de totstandbrenging van nauwere betrekkingen tussen ondernemingen, groeperingen en beroepsorganisaties van beide partijen;

e)

de verlening van bijstand en technische opleiding; de ondersteuning van agronomisch onderzoek, adviesverlenende diensten, agrarisch onderwijs en technische opleiding van personeel in de landbouwsector;

f)

de harmonisatie van fytosanitaire en veterinaire normen;

g)

de ondersteuning van geïntegreerde plattelandsontwikkeling, met inbegrip van de verbetering van basisdiensten en de ontwikkeling van aanvullende economische activiteiten, met name in regio’s waar illegale gewassen worden uitgeroeid;

h)

de samenwerking tussen plattelandsgebieden, de uitwisseling van ervaring en knowhow inzake plattelandsontwikkeling;

i)

de ontwikkeling van de zeevisserij en de aquacultuur;

j)

de ontwikkeling van verpakkings-, opslag- en marketingtechnieken, en de verbetering van de distributiekanalen;

k)

de ontwikkeling van de watervoorraden in de landbouw;

l)

de ontwikkeling van de bosbouwsector, met name op het vlak van herbebossing, de preventie van bosbranden, bosweilanden en de bestrijding van woestijnvorming;

m)

de ontwikkeling van de landbouwmechanisatie en de bevordering van dienstverlenende landbouwcoöperaties;

n)

de versterking van het systeem voor landbouwkrediet.

Artikel 52

Vervoer

De samenwerking is gericht op:

a)

de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die gekoppeld is aan de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang;

b)

de vaststelling en handhaving van exploitatie- en veiligheidsnormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

c)

de verbetering van technische installaties om aan de communautaire normen te voldoen voor multimodaal vervoer, containervervoer en overlading;

d)

de verbetering van het transitoverkeer over de weg en over zee en het multimodale transitoverkeer, en het beheer van havens, luchthavens, maritieme en luchtverkeerscontroles, spoorwegen en navigatiehulpmiddelen;

e)

de reorganisatie en herstructurering van de sector voor grootschalig vervoer, waaronder het openbaar vervoer.

Artikel 53

Informatiemaatschappij en telecommunicatie

1.   De partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën een cruciaal element zijn van een moderne samenleving, een vitale factor voor de economische en sociale ontwikkeling en een hoeksteen van de opkomende informatiemaatschappij.

2.   De samenwerking op dit gebied is gericht op:

a)

een dialoog over de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, zoals het telecommunicatiebeleid;

b)

de uitwisseling van informatie en technische bijstand op het gebied van regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en certificering in verband met informatietechnologieën en telecommunicatie;

c)

de verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en geactualiseerde faciliteiten voor geavanceerde communicatie, informatiediensten en technologie;

d)

de bevordering en implementatie van gezamenlijke projecten voor onderzoek, technische ontwikkeling en industriële toepassingen in informatietechnologieën, communicatie, telematica en de informatiemaatschappij;

e)

de deelname van Libanese organisaties aan proefprojecten en Europese programma’s, zulks binnen de gevestigde kaders;

f)

de interconnectie en interoperabiliteit van telematicanetwerken en -diensten in de Gemeenschap en Libanon;

g)

een dialoog over regelgevende samenwerking op het gebied van internationale diensten, met inbegrip van aspecten met betrekking tot de bescherming van gegevens en privacy.

Artikel 54

Energie

De samenwerking is met name gericht op:

a)

de bevordering van duurzame energiebronnen;

b)

de bevordering van energiebesparing en energierendement;

c)

toegepast onderzoek naar netwerken van gegevensbanken om de economische en sociale actoren van beide partijen met elkaar in verbinding te brengen;

d)

de ondersteuning van de modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en de interconnectie van deze netwerken met netwerken in de Gemeenschap.

Artikel 55

Toerisme

De samenwerking is gericht op:

a)

de stimulering van investeringen in toerisme;

b)

de verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en het zorgen voor meer samenhang van beleid dat van invloed is op het toerisme;

c)

de bevordering van een betere seizoenspreiding van toerisme;

d)

de benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme;

e)

het zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en milieu;

f)

de versterking van het concurrentievermogen van het toerisme door steun voor hogere normen en professionalisme;

g)

de verbetering van de informatiestromen;

h)

de intensivering van de opleidingsactiviteiten op het gebied van hotelmanagement en hoteladministratie, en opleiding inzake andere beroepen in het hotelwezen;

i)

de uitwisseling van ervaring met het oog op een evenwichtige, duurzame ontwikkeling van het toerisme, in het bijzonder door de uitwisseling van informatie, tentoonstellingen, conferenties en publicaties over toerisme.

Artikel 56

Samenwerking op douanegebied

1.   De partijen ontwikkelen de samenwerking op douanegebied, teneinde erop toe te zien dat de handelsbepalingen worden nageleefd. Daartoe stellen zij een dialoog in over douanevraagstukken.

2.   De samenwerking is met name gericht op:

a)

de vereenvoudiging van de controles en procedures voor in- en uitklaring van goederen;

b)

de mogelijkheid van koppeling van de douanevervoersystemen van de Gemeenschap en Libanon;

c)

de uitwisseling van informatie tussen deskundigen, beroepsopleiding;

d)

technische bijstand, voorzover van toepassing.

3.   Onverminderd de andere vormen van samenwerking waarin deze overeenkomst voorziet, met name op het gebied van de bestrijding van drugsmisbruik en het witwassen van geld, verlenen de administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen elkaar wederzijdse bijstand overeenkomstig de bepalingen van protocol nr. 5.

Artikel 57

Samenwerking op het gebied van de statistiek

De samenwerking is gericht op de harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van gegevens, met inbegrip van gegevensbanken, over alle onder deze overeenkomst vallende terreinen waarvoor statistische gegevens kunnen worden verzameld.

Artikel 58

Bescherming van de consument

De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen voor de bescherming van de consument in de Gemeenschap en Libanon en is voorzover mogelijk gericht op:

a)

de versterking van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;

b)

de totstandkoming, ontwikkeling en onderlinge koppeling van systemen voor wederzijdse verstrekking van informatie over gevaarlijke voedingsmiddelen en industrieproducten (systemen voor vroegtijdige waarschuwing);

c)

de uitwisseling van informatie en deskundigen;

d)

de organisatie van opleidingsregelingen en verlening van technische bijstand.

Artikel 59

Samenwerking bij institutionele versterking en opbouw van de rechtsstaat

De partijen wijzen nogmaals op het belang dat zij hechten aan de rechtsstaat en de goede werking van instellingen op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en op het gebied van de rechtshandhaving en het justitieel apparaat in het bijzonder. Een onafhankelijk en efficiënt justitieel apparaat en een goed opgeleide rechterlijke macht zijn in deze context van bijzonder belang.

Artikel 60

Witwassen van geld

1.   De partijen zijn het erover eens dat moet worden samengewerkt om te voorkomen dat hun financiële stelsels worden gebruikt voor het witwassen van opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2.   De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de totstandkoming van doeltreffende normen en efficiënte implementatie daarvan op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld, in overeenstemming met de internationale normen.

Artikel 61

Preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit

1.   De partijen werken samen bij de preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, met name op de volgende gebieden: mensenhandel; exploitatie voor seksuele doeleinden; corruptie; vervalsing van financiële instrumenten; illegale handel in verboden, vervalste of illegaal gekopieerde producten, illegale transacties van, met name, industrieel afval of radioactief materiaal; handel in vuurwapens en explosieven; computercriminaliteit; gestolen auto’s.

2.   De partijen werken nauw samen met het oog op de totstandkoming van passende mechanismen en normen.

3.   De technische en administratieve samenwerking op dit gebied omvat opleiding en de versterking van de doeltreffendheid van de autoriteiten en structuren die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding en preventie van criminaliteit en de totstandkoming van maatregelen op het gebied van misdaadpreventie.

Artikel 62

Samenwerking op het gebied van drugs

1.   In het kader van hun respectieve bevoegdheden en bekwaamheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van de bestrijding van drugs. Drugsbeleid en drugsmaatregelen zijn gericht op de vermindering van het aanbod van, de handel in en de vraag naar drugs, maar ook op een doeltreffendere controle van precursoren.

2.   De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De maatregelen zijn gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen die berusten op de vijf basisbeginselen die zijn goedgekeurd op de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over drugs van 1998 (UNGASS).

3.   De samenwerking tussen de partijen kan technische en administratieve bijstand omvatten, met name op de volgende terreinen: opstelling van nationale wetgeving en nationaal beleid; oprichting van instellingen en informatiecentra; opleiding van personeel; onderzoek in verband met drugs; preventie van oneigenlijk gebruik van precursoren voor de illegale productie van drugs. De partijen kunnen overeenkomen de samenwerking uit te breiden tot andere terreinen.

TITEL VI

SAMENWERKING INZAKE SOCIALE EN CULTURELE VRAAGSTUKKEN

HOOFDSTUK 1

Dialoog en samenwerking op sociaal gebied

Artikel 63

De twee partijen bepalen gezamenlijk welke methoden nodig zijn voor de verwezenlijking van samenwerking op de onder deze titel vallende terreinen.

Artikel 64

1.   Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over elk onderwerp op sociaal gebied dat voor hen van belang is.

2.   In het kader van deze dialoog wordt onderzocht op welke wijze vooruitgang kan worden geboekt op het gebied van het verkeer van werknemers, gelijke behandeling en sociale integratie van onderdanen van Libanon en van de lidstaten van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.

3.   De dialoog heeft met name betrekking op alle vraagstukken betreffende:

a)

de levens- en werkomstandigheden van de migrantengemeenschappen;

b)

migratie;

c)

illegale immigratie;

d)

activiteiten en programma’s ter bevordering van de gelijke behandeling van ingezetenen van Libanon en van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, de bevordering van tolerantie en de afschaffing van discriminatie.

Artikel 65

1.   Teneinde de samenwerking tussen de partijen op sociaal gebied te consolideren, worden activiteiten en programma’s uitgevoerd op elk gebied dat voor hen van belang is, waaronder:

a)

de verbetering van de levensomstandigheden, met name in gebieden met een achterstand en gebieden waarvan de bevolking ontheemd is geraakt;

b)

de bevordering van de rol van vrouwen in het proces van economische en sociale ontwikkeling, met name door onderwijs en de media;

c)

de ontwikkeling en versterking van Libanese programma’s voor geboorteregeling en bescherming van moeder en kind;

d)

de verbetering van de stelsels voor sociale zekerheid en ziektekostenverzekering;

e)

de verbetering van het gezondheidszorgstelsel, met name door samenwerking op het gebied van de volksgezondheid en preventie, gezondheid en veiligheid, alsmede opleiding en management op medisch vlak;

f)

de implementatie en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsbestedingsprogramma’s voor gemengde groepen van Europese en Libanese jongeren, jeugdwerkers, vertegenwoordigers van NGO’s voor jongeren en andere deskundigen op dit gebied die in de lidstaten verblijven, met het oog op de bevordering van de kennis van elkaars cultuur en de stimulering van tolerantie.

2.   De partijen stellen een dialoog in over alle aspecten van wederzijds belang, met name over sociale problemen als werkloosheid, revalidatie van minder gezonde bevolkingsgroepen, gelijke behandeling van mannen en vrouwen, arbeidsverhoudingen, beroepsopleiding en veiligheid en gezondheid op het werk.

Artikel 66

De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden geïmplementeerd in overleg met de lidstaten en relevante internationale organisaties.

HOOFDSTUK 2

Samenwerking op het gebied van cultuur, audiovisuele media en informatie

Artikel 67

1.   De partijen bevorderen de culturele samenwerking op gebieden van wederzijds belang, in een geest van respect voor elkaars cultuur. Zij stellen een duurzame dialoog in over cultuur. De samenwerking is met name gericht op het bevorderen van:

a)

de conservering en restauratie van historisch en cultureel erfgoed (monumenten en locaties van cultuurhistorische waarde, artefacten, zeldzame boeken en handschriften en dergelijke);

b)

de uitwisseling van kunsttentoonstellingen en kunstenaars;

c)

de opleiding van personen die in de cultuursector werkzaam zijn.

2.   De samenwerking op het gebied van de audiovisuele media is gericht op de bevordering van coproducties en opleidingsactiviteiten. De partijen streven ernaar de deelname van Libanon aan communautaire initiatieven in deze sector te stimuleren.

3.   De partijen zijn het erover eens dat cultuurprogramma’s van de Gemeenschap en een of meer lidstaten, alsmede andere activiteiten van wederzijds belang, tot Libanon kunnen worden uitgebreid.

4.   De partijen stimuleren culturele samenwerking van commerciële aard, met name door middel van gezamenlijke projecten (voor productie, investering en marketing), opleiding en uitwisseling van informatie.

5.   Bij de vaststelling van samenwerkingsprojecten en -programma’s en gezamenlijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren, zelfexpressie, monumentenzorg, verspreiding van cultuur, en communicatievaardigheden met gebruikmaking van schriftelijke en audiovisuele media.

6.   De samenwerking wordt geïmplementeerd als uiteengezet in artikel 42.

HOOFDSTUK 3

Samenwerking bij de voorkoming en beheersing van illegale immigratie

Artikel 68

1.   De partijen komen overeen samen te werken bij de voorkoming en beheersing van illegale immigratie. Daartoe wordt het volgende overeengekomen:

a)

iedere lidstaat van de Europese Gemeenschap verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van Libanon verblijven op verzoek van Libanon zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd;

b)

Libanon verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschap verblijven op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd.

Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Libanon hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.

2.   Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft, zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht geacht worden hun onderdanen te zijn overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie.

3.   Wat Libanon betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het Libanese rechtsstelsel en alle relevante wetgeving betreffende het staatsburgerschap geacht worden onderdanen van Libanon te zijn.

Artikel 69

1.   Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst openen de partijen op verzoek van een van hen onderhandelingen over de sluiting van onderlinge bilaterale overeenkomsten waarin hun specifieke verplichtingen betreffende de overname van hun onderdanen worden geregeld. Indien een partij zulks noodzakelijk acht, bevatten dergelijke overeenkomsten tevens regelingen voor de overname van onderdanen van derde landen. In die regelingen wordt bepaald welke categorieën van personen onder de regelingen vallen, alsmede op welke wijze de overname dient te geschieden.

2.   Libanon wordt passende financiële en technische steun verleend voor de implementatie van deze regelingen.

Artikel 70

De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie.

TITEL VII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 71

1.   Teneinde zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt een financiële samenwerking ten gunste van Libanon in overweging genomen volgens de passende financiële procedures en met de passende financiële middelen.

2.   Deze procedures worden in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten en met ingang van de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

3.   Naast de in de titels V en VI van deze overeenkomst genoemde terreinen kan de samenwerking ook betrekking hebben op:

a)

de vergemakkelijking van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;

b)

de wederopbouw en het op peil brengen van de economische infrastructuur;

c)

de bevordering van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;

d)

de bestudering van de gevolgen van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone voor de Libanese economie, met name vanuit het oogpunt van het op peil brengen en herstructureren van de betrokken economische sectoren, zoals de industriesector;

e)

de totstandkoming van flankerende maatregelen voor beleid in de sociale sectoren, met name met het oog op de hervorming van de sociale zekerheid.

Artikel 72

In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma’s voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Libanese autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de geschikte middelen ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Libanon die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het creëren van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.

Artikel 73

Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Libanon in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL VIII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 74

1.   Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt, op initiatief van zijn voorzitter en overeenkomstig de bepalingen in het reglement van orde.

2.   De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 75

1.   De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en leden van de regering van Libanon anderzijds.

2.   De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te stellen voorwaarden.

3.   De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

4.   De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van Libanon, overeenkomstig de bepalingen in het reglement van orde.

Artikel 76

1.   De Associatieraad heeft voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst beslissingsbevoegdheid in de daarin genoemde gevallen.

2.   Besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook aanbevelingen doen.

3.   Besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen vastgesteld.

Artikel 77

1.   Hierbij wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op de implementatie van deze overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Associatieraad toegekende bevoegdheden.

2.   De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren.

Artikel 78

1.   Het Associatiecomité vergadert op het niveau van ambtenaren en bestaat uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en vertegenwoordigers van de regering van Libanon anderzijds.

2.   Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

3.   Het Associatiecomité vergadert in beginsel beurtelings in de Gemeenschap en in Libanon.

Artikel 79

1.   Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van de overeenkomst en op de terreinen waarop de Associatieraad bevoegdheden aan het Associatiecomité heeft gedelegeerd.

2.   Besluiten van het Associatiecomité worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen. Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan.

Artikel 80

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van deze overeenkomst nodig zijn. Hij stelt voor alle aldus aan hem ondergeschikte werkgroepen of lichamen de werkopdracht vast.

Artikel 81

De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter vergemakkelijking van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en het Libanese parlement, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de tegenhanger van deze instelling in Libanon.

Artikel 82

1.   Elk der partijen kan ieder geschil in verband met de toepassing of interpretatie van deze overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.

2.   De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.

3.   Elke partij is gebonden de maatregelen verbonden aan de uitvoering van het in lid 2 genoemde besluit te treffen.

4.   Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk der partijen de andere partij ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter dient aan te wijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de lidstaten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.

De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.

De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.

Elke partij bij het geschil treft de maatregelen die voor de tenuitvoerlegging van het besluit van de scheidsrechters noodzakelijk zijn.

Artikel 83

Niets in deze overeenkomst belet een der partijen maatregelen te nemen:

a)

die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

b)

die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

c)

die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 84

Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd de daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

a)

de regelingen die Libanon ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;

b)

de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Libanon toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Libanese onderdanen of vennootschappen.

Artikel 85

Ten aanzien van directe belastingen heeft geen der bepalingen van deze overeenkomst tot gevolg dat:

a)

de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is, worden uitgebreid;

b)

de vaststelling of toepassing door een der partijen van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking, wordt verhinderd;

c)

afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de terzake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in een zelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 86

1.   De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2.   Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

3.   Bij de keuze van maatregelen als bedoeld in lid 2 wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren. De partijen komen voorts overeen dat deze maatregelen in overeenstemming dienen te zijn met het internationale recht en in verhouding dienen te staan tot de schending.

Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 87

De bijlagen 1 en 2 en de protocollen 1 tot en met 5 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 88

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan: enerzijds de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden en anderzijds Libanon.

Artikel 89

1.   Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

2.   Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt deze overeenkomst op van toepassing te zijn.

Artikel 90

Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat Verdrag voorziet en anderzijds het grondgebied van Libanon.

Artikel 91

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Zij wordt nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 92

1.   Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

2.   De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar kennisgeving doen van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde procedures.

3.   Bij haar inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Libanon en de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Libanon, die op 3 mei 1977 te Brussel werden ondertekend.

Artikel 93

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat indien, in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Libanon tot uitvoering worden gebracht, in dergelijke omstandigheden voor de toepassing van de titels II en IV van deze overeenkomst, van de bijlagen 1 en 2 en van de protocollen 1 tot en met 5 daarbij, onder „datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” wordt verstaan: de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen, bijlagen en protocollen zijn opgenomen.

Hecho en Luxemburgo, el diecisiete de junio de dos mil dos.

Udfærdiget i Luxembourg den syttende juni to tusind og to.

Geschehen zu Luxemburg am siebzehnten Juni zweitausendundzwei.

Έγινε στο Λουξεμβούργο, στις δέκα εφτά Ιουνίου δύο χιλιάδες δύο.

Done at Luxembourg on the seventeenth day of June in the year two thousand and two.

Fait à Luxembourg, le dix-sept juin deux mille deux.

Fatto a Lussemburgo, addì diciassette giugno duemiladue.

Gedaan te Luxemburg, de zeventiende juni tweeduizendtwee.

Feito no Luxemburgo, em dezassete de Junho de dois mil e dois.

Tehty Luxemburgissa seitsemäntenätoista päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakaksi.

Som skedde i Luxemburg den sjuttonde juni tjugohundratvå.

Image

Pour le Royaume de Belgique

Voor het Koninkrijk België

Für das Königreich Belgien

Image

Cette signature engage également la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale.

Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Diese Unterschrift bindet zugleich die Deutschsprachige Gemeinschaft, die Flämische Gemeinschaft, die Französische Gemeinschaft, die Wallonische Region, die Flämische Region und die Region Brüssel-Hauptstadt.

På Kongeriget Danmarks vegne

Image

Für die Bundesrepublik Deutschland

Image

Για την Ελληνική Δημοκρατία

Image

Por el Reino de España

Image

Pour la République française

Image

Thar cheann Na hÉireann

For Ireland

Image

Per la Repubblica italiana

Image

Pour le Grand-Duché de Luxembourg

Image

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

Image

Für die Republik Österreich

Image

Pela República Portuguesa

Image

Suomen tasavallan puolesta

För Republiken Finland

Image

För Konungariket Sverige

Image

For the United Kingdom of Great britain and Northern Ireland

Image

Por la Comunidad Europea

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Voor de Europese Gemeenschap

Pela Comunidade Europeia

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Image

Image

Image

BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN

BIJLAGE 1

Landbouwproducten en bewerkte landbouwproducten vallend onder de GS-hoofdstukken 25 tot en met 97, bedoeld in de artikelen 7 en 12

BIJLAGE 2

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom bedoeld in artikel 38

PROTOCOL 1

betreffende de regelingen die van toepassing zijn op de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Libanon bedoeld in artikel 14, lid 1

PROTOCOL 2

betreffende de regelingen die van toepassing zijn op de invoer in Libanon van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap bedoeld in artikel 14, lid 2

PROTOCOL 3

inzake de handel tussen Libanon en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten bedoeld in artikel 14, lid 3

BIJLAGE I

betreffende regelingen die van toepassing zijn op de invoer in de Gemeenschap van bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit Libanon

BIJLAGE II

betreffende regelingen die van toepassing zijn op de invoer in Libanon van bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

PROTOCOL 4

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking

PROTOCOL 5

inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

BIJLAGE 1

Landbouwproducten en bewerkte landbouwproducten vallend onder de GS-hoofdstukken 25 tot en met 97, bedoeld in de artikelen 7 en 12

GS-code

2905 43

(mannitol)

GS-code

2905 44

(sorbitol)

GS-code

2905 45

(glycerol)

GS-post

3301

(etherische oliën)

GS-code

3302 10

(geurige oliën)

GS-posten

3501 t/m 3505

(eiwitstoffen; gewijzigd zetmeel; lijm)

GS-code

3809 10

(appreteermiddelen)

GS-post

3823

(industriële vetzuren; bij raffinage verkregen acid-oils; industriële vetalcoholen)

GS-code

3824 60

(sorbitol n.e.g.)

GS-posten

4101 t/m 4103

(huiden en vellen)

GS-post

4301

(pelterijen, niet gelooid noch anderszins bereid)

GS-posten

5001 t/m 5003

(ruwe zijde; afval van zijde)

GS-posten

5101 t/m 5103

(wol; fijn haar; grof haar)

GS-posten

5201 t/m 5203

(katoen, niet gekaard en niet gekamd; afval van katoen; katoen, gekaard of gekamd)

GS-post

5301

(ruwe vlas)

GS-post

5302

(ruwe hennep)

BIJLAGE 2

Intellectuele, industriële en commerciële eigendom bedoeld in artikel 38

1.

Vóór het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, ratificeert Libanon de herzieningen op de volgende multilaterale verdragen inzake intellectuele eigendom waar de lidstaten en Libanon partij bij zijn of die door de lidstaten de facto worden toegepast:

Overeenkomst van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, geamendeerd 1979);

Berner conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs 1971, geamendeerd 1979);

Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, geamendeerd 1979);

2.

Vóór het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, treedt Libanon toe tot de volgende multilaterale verdragen waar de lidstaten en Libanon partij bij zijn of die door de lidstaten de facto worden toegepast:

Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, geamendeerd 1979 en gewijzigd 1984);

Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd 1980).

Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Madrid 1989);

Verdrag betreffende het merkenrecht (Genève 1994);

Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (UPOV) (Akte van Genève, 1991);

Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (TRIPs, Marrakesh 1994).

De partijen stellen alles in het werk om de volgende multilaterale verdragen zo spoedig mogelijk te ratificeren:

WIPO-verdrag inzake auteursrecht (Genève 1996);

WIPO-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (Genève 1996).

3.

De Associatieraad kan besluiten dat punt 1 op andere multilaterale verdragen op dit gebied van toepassing is.

PROTOCOL 1

betreffende regelingen die van toepassing zijn op de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Libanon bedoeld in artikel 14, lid 1

1.

Voor invoer in de Europese Gemeenschap van de volgende producten van oorsprong uit de Republiek Libanon gelden onderstaande voorwaarden.

2.

Landbouwproducten van oorsprong uit de Republiek Libanon, andere dan die bedoeld in dit protocol, worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten.

3.

Voor het eerste jaar van toepassing van deze overeenkomst wordt de omvang van de tariefcontingenten berekend naar verhouding van de basishoeveelheden, rekening houdend met het gedeelte van de termijn dat is verstreken voor de datum waarop deze overeenkomst van toepassing werd.

 

A

B

C

D

E

F

GN-code 2002

Omschrijving (1)

Verlaging van het meest-begunstigingsrecht (2)

Tariefcontingent

Verlaging van het douanerecht boven het tariefcontingent (B) (2)

Jaarlijkse toename

Specifieke bepalingen

(%)

(ton nettogewicht)

(%)

(hoeveelheid)

(ton nettogewicht)

0603

Afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering

0

 

 

0701 90 50

Nieuwe aardappelen (primeurs), vers of gekoeld, van 1 januari tot en met 31 mei

100

10 000

 

1 000

 

0701 90 50

ex 0701 90 90

Nieuwe aardappelen (primeurs), vers of gekoeld, van 1 juni tot en met 31 juli

100

20 000

 

2 000

 

ex 0701 90 90

Nieuwe aardappelen (primeurs), vers of gekoeld, van 1 oktober tot en met 31 december

100

20 000

 

2 000

 

0702 00 00

Tomaten, vers of gekoeld

100

5 000

60

onbeperkt

1 000

 (2)

0703 20 00

Knoflook, vers of gekoeld

100

5 000

60

3 000

0

 (3)

0707 00

Komkommers en augurken, vers of gekoeld

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

0709 10 00

Artisjokken, vers of gekoeld

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

0709 90 31

Olijven, vers of gekoeld, bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen van olie

100

1 000

0

 (4)

0709 90 70

Kleine pompoenen (zogenaamde courgettes), vers of gekoeld

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

0711 20 10

Verduurzaamde olijven, vers of gekoeld, bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen van olie

100

1 000

0

 (4)

0805 10

Sinaasappelen, vers of gedroogd

60

onbeperkt

 

 

 

 (2)

0805 20

Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers of gedroogd

60

onbeperkt

 

 

 

 (2)

0805 50

Citroenen en lemmetjes, vers of gedroogd

40

onbeperkt

 

 

 (2)

ex 0806

Druiven, vers of gedroogd, andere dan druiven voor tafelgebruik, van 1 oktober tot en met 30 april en van 1 juni tot en met 11 juli en andere dan druiven voor tafelgebruik van de soort „Empereur” (Vitis vinifera c.v.)

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

ex 0806 10 10

Verse druiven voor tafelgebruik, van 1 oktober tot en met 30 april en van 1 juni tot en met 11 juli en andere dan druiven voor tafelgebruik van de soort „Empereur” (Vitis vinifera c.v.)

100

6 000

60

4 000

 (2)

0808 10

Appelen, vers

100

10 000

60

onbeperkt

 (2)

0808 20

Peren en kweeperen, vers

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

0809 10 00

Abrikozen, vers

100

5 000

60

onbeperkt

 (2)

0809 20

Kersen, vers

100

5 000

60

onbeperkt

 (2)

0809 30

Perziken (nectarines daaronder begrepen), vers

100

2 000

500

 (2)

ex 0809 40

Pruimen en sleepruimen, vers, van 1 september tot en met 30 april

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

ex 0809 40

Pruimen en sleepruimen, vers, van 1 mei tot en met 31 augustus

100

5 000

 (2)

1509 10

1510 00 10

Olijfolie

100

1 000

 (5)

1701

Rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm

0

 

2002

Tomaten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur

100

1 000

 

2009 61

2009 69

Druivensap (druivenmost daaronder begrepen)

100

onbeperkt

 

 

 

 (2)

2204

Wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivenmost, andere dan bedoeld bij post 2009

0

 


(1)  Onverminderd de regels voor de implementatie van de gecombineerde nomenclatuur, dient de omschrijving van de goederen slechts als indicatief te worden beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de GN-codes bepalend zijn voor de preferentieregeling. Wanneer de GN-code door de letters „ex” wordt voorafgegaan, dan wordt het preferentiële schema zowel door de GN-code als door de omschrijving bepaald.

(2)  De verlaging is uitsluitend op het „ad valorem” deel van het douanerecht van toepassing.

(3)  Voor indeling onder deze code gelden de voorwaarden die zijn vastgelegd in de betreffende communautaire bepalingen (zie de artikelen 1 tot en met 13 van Verordening (EG) nr. 1047/2001 van de Commissie (PB L 145, 31.5.2001, blz. 35) en opeenvolgende wijzigingen).

(4)  Voor indeling onder deze code gelden de voorwaarden die zijn vastgelegd in de betreffende communautaire bepalingen (zie de artikelen 291 tot en met 300 van Verordening (EG) nr. 2454/93 van de Commissie (PB L 253, 11.10.1993, blz. 71) en opeenvolgende wijzigingen).

(5)  De concessie is van toepassing op de invoer in de Gemeenschap van geheel in Libanon verkregen en rechtstreeks van dit land naar de Gemeenschap vervoerde ruwe olijfolie.

PROTOCOL 2

betreffende de regelingen die van toepassing zijn op de invoer in Libanon van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap bedoeld in artikel 14, lid 2

1.

Voor invoer in de Republiek Libanon van de volgende producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap gelden onderstaande voorwaarden.

2.

De verlaging in kolom B van het douanerecht in (A) is niet van toepassing op het minimumrecht en ook niet op de accijns in (C).

 

A

B

C

Libanese douanetarief

Omschrijving (1)

Huidig douanerecht

Verlaging van het douanerecht in (A) m.i.v. jaar 5 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

Specifieke bepalingen

(%)

(%)

0101

Paarden, ezels, muildieren en muilezels, levend

5

100

 

0102

Levende runderen

Vrij

Vrij

 

0103

Levende varkens

5

100

 

0104 10

Levende schapen

Vrij

Vrij

 

0104 20

Levende geiten

5

100

 

0105 11

Levend pluimvee, hanen en kippen, met een gewicht van niet meer dan 185 g

5

100

 

0105 12

Levende kalkoenen, met een gewicht van niet meer dan 185 g

5

100

 

0105 19

Ander levend pluimvee, met een gewicht van niet meer dan 185 g

5

100

 

0105 92

Levend pluimvee, hanen en kippen, met een gewicht van niet meer dan 2 000 g

70

20

Minimumrecht: LBP 2 250/netto kg

0105 93

Levend pluimvee, hanen en kippen, met een gewicht van meer dan 2 000 g

70

20

Minimumrecht: LBP 2 250/netto kg

0105 99

Ander levend pluimvee (eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders)

5

100

 

0106

Andere levende dieren

5

100

 

0201

Vlees van runderen, vers of gekoeld

5

100

 

0202

Vlees van runderen, bevroren

5

100

 

0203

Vlees van varkens, vers, gekoeld of bevroren

5

100

 

0204

Vlees van schapen of van geiten, vers, gekoeld of bevroren

5

100

 

0205 00

Vlees van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren

5

100

 

0206

Eetbare slachtafvallen van runderen, van varkens, van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren

5

100

 

0207 11

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren: van hanen of van kippen: niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 4 200/netto kg

0207 12

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren: van hanen of van kippen: niet in stukken gesneden, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 4 200/netto kg

0207 13

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren: van hanen of van kippen: delen en slachtafvallen, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 9 000/netto kg

0207 14

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), vers, gekoeld of bevroren: van hanen of van kippen: delen en slachtafvallen, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 9 000/netto kg

0207 24

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van kalkoenen, niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

5

100

 

0207 25

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van kalkoenen, niet in stukken gesneden, bevroren

5

100

 

0207 26

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van kalkoenen, delen en slachtafvallen, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 2 100/netto kg

0207 27

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van kalkoenen, delen en slachtafvallen, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 2 100/netto kg

0207 32

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van eenden, van ganzen of van parelhoenders, niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

5

100

 

0207 33

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van eenden, van ganzen of van parelhoenders, niet in stukken gesneden, bevroren

5

100

 

0207 34

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van eenden, van ganzen of van parelhoenders, vette levers (foies gras), vers of gekoeld

5

100

 

0207 35

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van eenden, van ganzen of van parelhoenders, andere, vers of gekoeld

5

100

 

0207 36

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105), van eenden, van ganzen of van parelhoenders, andere, bevroren

5

100

 

0208

Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren

5

100

 

0209 00

Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet en vet van gevogelte, niet gesmolten noch anderszins geëxtraheerd, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt

5

100

 

0210

Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie

5

100

 

0401 10 10

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van niet meer dan 1 gewichtspercent

70

30

Minimumrecht: LBP 700/l+accijns LBP 25/l

0401 10 90

Andere, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van niet meer dan 1 gewichtspercent

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0401 20 10

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van meer dan 1 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

70

30

Minimumrecht: LBP 700/l+accijns LBP 25/l

0401 20 90

Andere, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van meer dan 1 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

5

A

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0401 30 10

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van meer dan 6 gewichtspercenten

70

30

Minimumrecht: LBP 700/l+accijns LBP 25/l

0401 30 90

Andere, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van meer dan 6 gewichtspercenten

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0402 10

Melk en room, ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0402 21

Melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0402 29

Melk en room, in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent, andere

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0402 91

Melk en room, andere dan in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0402 99 10

Melk en room, andere dan in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, in vloeibare vorm, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

70

30

Minimumrecht: LBP 700/l+accijns LBP 25/l

0402 99 90

Andere

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

ex 0403 10

Yoghurt, niet gearomatiseerd

70

43

Minimrecht LBP 1 000/semi-bruto kg+accijns LBP 25/l

0403 90 10

Labneh

70

43

Minimumrecht: LBP 4 000/semi-bruto kg

ex 0403 90 90

Andere producten, niet gearomatiseerd, bedoeld bij post 0403

20

30

Accijns LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0404 10

Wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

5

100

 

0404 90

Andere producten dan wei, bestaande uit natuurlijke melkbestanddelen, niet elders genoemd noch elders onder begrepen

5

100

 

0405 10

Boter

Vrij

Vrij

 

0405 90

Andere van melk afkomstige vetstoffen en oliën

Vrij

Vrij

 

0406 10

Verse (niet gerijpte) kaas, weikaas daaronder begrepen, en wrongel

70

30

Minimumrecht: LBP 2 500/semi-bruto kg

0406 20

Kaas van alle soorten, geraspt of in poeder

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0406 30

Smeltkaas, niet geraspt noch in poeder

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0406 40

Blauw-groen geaderde kaas

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

ex 0406 90

Kashkaval

35

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

ex 0406 90

Andere kaas, behalve Kashkaval-kaas

35

20

Deze concessie geldt vanaf de inwerkingtreding (jaar 1) van de overeenkomst

0407 00 10

Vogeleieren in de schaal, vers, van pluimvee

50

25

Minimumrecht: LBP 100/eenheid

0407 00 90

Andere vogeleieren

20

25

 

0408 11

Eigeel, gedroogd

5

100

 

0408 19

Eigeel, niet gedroogd

5

100

 

0408 91

Andere vogeleieren, niet in schaal, gedroogd

5

100

 

0408 99

Andere vogeleieren, niet in schaal, andere dan gedroogd

5

100

 

0409 00

Natuurhoning

35

25

Minimumrecht: LBP 8 000/netto kg

0410 00

Eetbare producten van dierlijke oorsprong, niet elders genoemd noch elders onder begrepen

5

100

 

0504 00

Darmen, blazen en magen van dieren (andere dan die van vissen), in hun geheel of in stukken, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt

Vrij

Vrij

 

0511 10

Rundersperma

5

100

 

0511 91

Producten, n.e.g, van vis, schaaldieren, weekdieren of andere ongewervelde waterdieren; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 3

Vrij

Vrij

 

0511 99

Andere dierlijke producten, niet elders genoemd

Vrij

Vrij

 

0601

Bollen, knollen en wortelstokken, ook indien in blad of in bloei; cichoreiplanten en -wortels, andere dan die bedoeld bij post 1212

5

100

 

0602 10

Levende stekken zonder wortels en enten

5

100

 

0602 20

Bomen en heesters, voor de teelt van eetbare vruchten, ook indien geënt

5

100

 

0602 30

Rododendrons en azalea's, ook indien geënt

30

100

Het douanerecht dat momenteel wordt toegepast en is aangegeven in kolom A, wordt verlaagd tot 5 % vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0602 40

Rozen, ook indien geënt

5

100

 

0602 90 10

Andere woudbomen en woudheesters, decoratieve planten in individuele potten met een doorsnee van meer dan 5 cm

30

100

Het douanerecht dat momenteel wordt toegepast en is aangegeven in kolom A, wordt verlaagd tot 5 % vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0602 90 90

Andere

5

100

 

0603

Afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering, vers, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd

70

25

Het douanerecht dat momenteel wordt toegepast en is aangegeven in kolom A, wordt verlaagd tot 30 % vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0604

Loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, zonder bloemen, bloesems of bloemknoppen, alsmede grassen, mossen en korstmossen, voor bloemstukken of voor versiering, vers, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd

70

25

Het douanerecht dat momenteel wordt toegepast en is aangegeven in kolom A, wordt verlaagd tot 30 % vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

0701 10

Pootaardappelen, vers of gekoeld

5

100

 

0701 90

Aardappelen, andere dan pootaardappelen, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 550/bruto kg

0702 00

Tomaten, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 750/bruto kg

0703 10 10

Plantuitjes, vers of gekoeld

5

100

 

0703 10 90

Andere, sjalotten, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0703 20

Knoflook, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

0703 90

Prei en andere eetbare looksoorten, vers of gekoeld

25

25

 

0704 10

Bloemkool, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 300/bruto kg

0704 20

Spruitjes, vers of gekoeld

25

25

 

0704 90

Rode kool, witte kool, bloemkool, spruitjes, koolrabi, boerenkool en dergelijke eetbare kool van het geslacht „Brassica”, vers of gekoeld, andere dan bloemkool en spruitjes

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0705 11

Kropsla, vers of gekoeld

25

25

 

0705 19

Andere sla, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 300/eenheid

0705 21

Witloof, vers of gekoeld

25

25

 

0705 29

Andere witloof, vers of gekoeld

25

25

 

0706 10

Wortelen en rapen, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 300/bruto kg

0706 90 10

Radijs

70

20

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

0706 90 90

Andere, vers of gekoeld

25

25

 

0707 00

Komkommers en augurken, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 600/bruto kg

0708 10

Erwten, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 550/bruto kg

0708 20

Bonen, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0708 90

Andere peulgroenten, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0709 10

Artisjokken, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0709 20

Asperges, vers of gekoeld

25

25

 

0709 30

Aubergines, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0709 40

Selderij, andere dan knolselderij, vers of gekoeld

25

25

 

0709 51

Paddenstoelen, vers of gekoeld, van het geslacht „Agaricus”

25

25

 

0709 52

Truffels, vers of gekoeld

25

25

 

0709 59

Andere paddenstoelen en truffels

25

25

 

0709 60

Vruchten van de geslachten „Capsicum” en „Pimenta”, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0709 70

Spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie en tuinmelde, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0709 90 10

Olijven, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 1 200/bruto kg

0709 90 20

Pompoenen, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 400/bruto kg

0709 90 30

Verse malve, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 300/bruto kg

0709 90 40

Postelein (portulaca), peterselie, roket (argula), koriander, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 750/bruto kg

0709 90 50

Snijbiet, vers of gekoeld

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0709 90 90

Andere verse of gekoelde groenten

25

25

 

0710 10

Aardappelen, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 1 200/bruto kg

0710 21

Erwten, bevroren

35

25

 

0710 22

Bonen, bevroren

35

25

 

0710 29

Andere mengsels van peulgroenten, bevroren

35

25

 

0710 30

Spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie en tuinmelde, bevroren

35

25

 

0710 80

Andere bevroren groenten

35

25

 

0710 90

Mengsels van groenten, bevroren

35

25

 

ex 0711

Groenten, voorlopig verduurzaamd, doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

5

100

 

0712 20

Uien, gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

25

25

 

0712 31

Paddenstoelen van het geslacht „Agaricus”, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

25

25

 

0712 32

Judasoren (Auricularia spp.), gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

25

25

 

0712 33

Trilzwammen (Tremella spp.), gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

25

25

 

0712 39

Andere paddenstoelen en truffels, gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

25

25

 

0712 90 10

Suikermaïs

5

100

 

0712 90 90

Andere gedroogde groenten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm

25

25

 

0713

Gedroogde zaden van peulgroenten, ook indien gepeld (bijvoorbeeld spliterwten)

Vrij

Vrij

 

0714 10

Maniokwortel

5

100

 

0714 20

Bataten (zoete aardappelen)

5

100

 

0714 90 10

Taro (dasheen)

25

25

Minimumrecht: LBP 300/bruto kg

0714 90 90

Andere wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel en inuline en merg van de sagopalm

5

100

 

0801

Kokosnoten, paranoten en cashewnoten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal

5

100

 

0802 11

Amandelen, in de dop

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0802 12

Amandelen, zonder dop

5

100

 

0802 21

Hazelnoten, in de dop

5

100

 

0802 22

Hazelnoten, zonder dop

5

100

 

0802 31

Walnoten (okkernoten), in de dop

5

100

 

0802 32

Walnoten, zonder dop

5

100

 

0802 40

Kastanjes

5

100

 

0802 50

Pimpernoten (pistaches)

5

100

 

0802 90 10

Pignolen

70

20

Minimumrecht: LBP 15 000/netto kg

0802 90 90

Andere noten

5

100

 

0803 00

Bananen, „plantains” daaronder begrepen, vers of gedroogd

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/semi-bruto kg

0804 10

Dadels, vers of gedroogd

5

100

 

0804 20 10

Vijgen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 400/bruto kg

0804 20 90

Vijgen, gedroogd

5

100

 

0804 30

Ananassen, vers of gedroogd

70

20

Minimumrecht: LBP 2 000/bruto kg

0804 40

Avocado’s, vers of gedroogd

70

20

Minimumrecht: LBP 2 000/bruto kg

0804 50

Guaves, mango’s en manggistans, vers of gedroogd

70

20

Minimumrecht: LBP 2 000/bruto kg

0805

Citrusvruchten, vers of gedroogd

70

20

Minimumrecht: LBP 400/bruto kg

0806 10

Druiven, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0806 20

Druiven, gedroogd

5

100

 

0807 11

Watermeloenen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0807 19

Andere meloenen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0807 20

Papaja’s, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 2 000/bruto kg

0808 10

Appelen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 800/bruto kg

0808 20

Peren en kweeperen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 800/bruto kg

0809 10

Abrikozen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 350/bruto kg

0809 20

Kersen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 800/bruto kg

0809 30

Perziken (nectarines daaronder begrepen), vers

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0809 40

Pruimen en sleepruimen, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 400/bruto kg

0810 10

Aardbeien, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

0810 20

Frambozen, bramen, moerbeien en loganbessen, vers

5

100

 

0810 30

Zwarte, witte of rode aalbessen en kruisbessen, vers

5

100

 

0810 40

Veenbessen, bosbessen en andere vruchten van het geslacht „Vaccinium”, vers

5

100

 

0810 50

Kiwi’s, vers

70

20

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

0810 60

Doerians

25

25

 

0810 90 10

Litchis, passievruchten, kaneelappels, kaki’s

70

20

Minimumrecht: LBP 5 000/bruto kg

0810 90 20

Loquats

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0810 90 30

Granaatappel

70

20

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0810 90 40

Jojoba

45

25

Minimumrecht: LBP 500/bruto kg

0810 90 90

Ander fruit, vers

25

25

 

0811 10

Aardbeien, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

0811 20

Frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen, zwarte, witte of rode aalbessen en kruisbessen, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

0811 90

Ander fruit en noten, bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

0812

Fruit en noten, voorlopig verduurzaamd, doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

5

100

 

0813 10

Gedroogde abrikozen

15

25

 

0813 20

Gedroogde pruimen

25

25

 

0813 30

Gedroogde appelen

25

25

 

0813 40

Andere gedroogde vruchten, andere dan bedoeld bij de posten 0801 tot en met 0806

25

25

 

0813 50

Mengsels van noten of gedroogde vruchten, bedoeld bij hoofdstuk 08

25

25

 

0814 00

Schillen van citrusvruchten en van meloenen (watermeloenen daaronder begrepen), vers, bevroren of gedroogd, dan wel in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd

5

100

 

0901

Koffie, ook indien gebrand of cafeïnevrij; bolsters en schillen van koffie; koffiesurrogaten die koffie bevatten, ongeacht de mengverhouding

5

100

 

0902

Thee, ook indien gearomatiseerd

5

100

 

0904

Peper van het geslacht „Piper”; vruchten van de geslachten „Capsicum” en „Pimenta”, gedroogd, fijngemaakt of gemalen

5

100

 

0905 00

Vanille

5

100

 

0906

Kaneel en kaneelknoppen

5

100

 

0907 00

Kruidnagels, moernagels en kruidnagelstelen

5

100

 

0908

Muskaatnoten, foelie, amomen en kardemom

5

100

 

0909

Anijszaad, steranijszaad, venkelzaad, korianderzaad, komijnzaad en karwijzaad;

5

100

 

0910 10

Gember

5

100

 

0910 20

Saffraan

5

100

 

0910 30

Kurkuma

5

100

 

0910 40 10

Thijm

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

0910 40 90

Laurierbladeren

5

100

 

0910 50

Kerrie

5

100

 

0910 91

Andere specerijen, mengsels bedoeld in aantekening 1, onder b), bij hoofdstuk 9

5

100

 

0910 99

Andere specerijen, andere dan mengsels bedoeld in aantekening 1, onder b), bij hoofdstuk 9

5

100

 

1001

Tarwe en mengkoren

Vrij

Vrij

 

1002 00

Rogge

Vrij

Vrij

 

1003 00

Gerst

Vrij

Vrij

 

1004 00

Haver

Vrij

Vrij

 

1005 10

Maïs, zaaigoed

5

100

 

1005 90

Maïs, andere dan zaaigoed

Vrij

Vrij

 

1006

Rijst

5

100

 

1007 00

Graansorgho

5

100

 

1008

Boekweit, gierst (andere dan sorgho) en kanariezaad; andere granen

5

100

 

1101 00

Meel van tarwe of van mengkoren

Vrij

Vrij

 

1102

Meel van granen, andere dan van tarwe of van mengkoren

Vrij

Vrij

 

1103 11

Gries en griesmeel van tarwe

Vrij

Vrij

 

1103 13

Gries en griesmeel van maïs

5

100

 

1103 19

Gries en griesmeel van andere granen

5

100

 

1103 20

Pellets

5

100

 

1104

Op andere wijze bewerkte granen (bijvoorbeeld gepeld, geplet, in vlokken, gepareld, gesneden of gebroken), andere dan rijst bedoeld bij post 1006; graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen

5

100

 

1105

Meel, gries, poeder, vlokken, korrels en pellets, van aardappelen

5

100

 

1106

Meel, gries en poeder, van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 0713, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714 en van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8

5

100

 

1107

Mout, ook indien gebrand

Vrij

Vrij

 

1108

Zetmeel; inuline

5

100

 

1109 00

Tarwegluten, ook indien gedroogd

Vrij

Vrij

 

1201 00

Sojabonen, ook indien gebroken

Vrij

Vrij

 

1202

Grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, ook indien gedopt of gebroken

Vrij

Vrij

 

1203 00

Kopra

Vrij

Vrij

 

1204 00

Lijnzaad, ook indien gebroken

Vrij

Vrij

 

1205 00

Kool- en raapzaad, ook indien gebroken

Vrij

Vrij

 

1206 00

Zonnebloempitten, ook indien gebroken

Vrij

Vrij

 

1207 10

Palmnoten en palmpitten

Vrij

Vrij

 

1207 20

Katoenzaad

Vrij

Vrij

 

1207 30

Ricinuszaad

Vrij

Vrij

 

1207 40

Sesamzaad

5

100

 

1207 50

Mosterdzaad

Vrij

Vrij

 

1207 60

Saffloerzaad

Vrij

Vrij

 

1207 91

Papaverzaad

Vrij

Vrij

 

1207 99

Ander zaad

Vrij

Vrij

 

1208

Meel van oliehoudende zaden en vruchten, ander dan mosterdmeel

Vrij

Vrij

 

1209

Zaaigoed, sporen daaronder begrepen

5

100

 

1210

Hopbellen, vers of gedroogd, ook indien fijngemaakt, gemalen of in pellets; lupuline

Vrij

Vrij

 

1211 10

Zoethout

5

100

 

1211 20

Ginsengwortel

5

100

 

1211 30

Cocabladeren

5

100

 

1211 40

Papaverbolkaf

5

100

 

1211 90 10

Verse munt

70

20

Minimumrecht: LBP 750/bruto kg

1211 90 90

Andere planten, plantendelen, van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm

5

100

 

1212 10

Sint-jansbrood, sint-jansbroodpitten daaronder begrepen

5

100

 

1212 30

Pitten van abrikozen, van perziken of van pruimen, ook indien in de steen

5

100

 

1212 91

Suikerbieten

5

100

 

1212 99

Andere

5

100

 

1213 00

Stro en kaf van graangewassen, onbewerkt, ook indien gehakt, gemalen, geperst of in pellets

5

100

 

1214

Koolrapen, voederbieten, voederwortels, hooi, luzerne, klaver, hanenkammetjes (esparcette), mergkool, lupine, wikke en dergelijke voedergewassen, ook indien in pellets

5

100

 

1301 10

Gomlak (schellak)

5

100

 

1301 20

Arabische gom

5

100

 

1301 90

Andere lak en gomlak

Vrij

Vrij

 

1302 11

Opium

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1302 39

Andere

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1501 00

Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, met uitzondering van vet van de posten 0209 of 1503

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1502 00

Rund-, schapen- of geitenvet, andere dan dat bedoeld bij post 1503

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1503 00

Varkensstearine, spekolie, oleostearine, oleomargarine en talkolie, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1504 10

Oliën uit vislevers en fracties daarvan

Vrij

Vrij

 

1504 20

Vetten en oliën van vis, alsmede fracties daarvan, andere dan oliën uit vislevers

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1504 30

Vetten en oliën van zeezoogdieren, alsmede fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1507 10

Ruwe sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1507 90

Andere sojaolie dan ruwe sojaolie, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1508 10

Ruwe grondnotenolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1508 90

Grondnotenolie en fracties daarvan, andere dan ruwe grondnotenolie, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1509

Olijolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

70

0

Minimumrecht: LBP 6 000/eenheid

1510 00

Andere olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, mengsels daarvan met olijfolie of fracties daarvan, bedoeld bij post 1509, daaronder begrepen

15

0

 

1511 10

Ruwe palmolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1511 90

Palmolie en fracties daarvan, andere dan ruwe palmolie, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1512 11

Zonnebloemzaad-, saffloer- en katoenzaadolie, alsmede fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1512 19

Zonnebloemzaad-, saffloer- en katoenzaadolie, alsmede fracties daarvan, andere dan ruwe zonnebloemzaad-, saffloer- en katoenzaadolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1512 21

Ruwe katoenzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien ontdaan van gossypol

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1512 29

Katoenzaadolie, alsmede fracties daarvan, andere dan ruwe katoenzaadolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1513 11

Ruwe kokosolie (kopraolie) en fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1513 19

Kokosolie (kopraolie) alsmede fracties daarvan, andere dan ruwe kokosolie (kopraolie)

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1513 21

Ruwe palmpittenolie of babassunotenolie, alsmede fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1513 29

Palmpittenolie of babassunotenolie, alsmede fracties daarvan, andere dan ruwe palmpittenolie of babassunotenolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1514 11

Ruwe koolzaad-, raapzaad-, en mosterdzaadolie, met een laag gehalte aan erucazuur, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1514 19

Koolzaad-, raapzaad-, en mosterdzaadolie met een laag gehalte aan erucazuur, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, andere dan ruwe koolzaad-, raapzaad-, en mosterdzaadolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1514 91

Andere ruwe koolzaad-, raapzaad- en mosterdzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1514 99

Andere ruwe koolzaad-, raapzaad- en mosterdzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, andere dan ruwe koolzaad-, raapzaad- en mosterdzaadolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 11

Lijnolie en fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 19

Lijnolie en fracties daarvan, andere dan ruwe lijnolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 21

Ruwe maïsolie en fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 29

Maïsolie en fracties daarvan, andere dan ruwe maïsolie

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 30

Ricinusolie en fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 40

Tungolie en fracties daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 50

Sesamolie en fracties daarvan

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1515 90 10

Laurierolie en jojobaolie, alsmede fracties daarvan

Vrij

Vrij

 

1515 90 90

Andere oliën

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1516 10

Dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

ex 1516 20

Plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, andere dan gehydrogeneerde ricinusolie (opal-wax)

15

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1601 00

Worst van alle soorten, van vlees, van slachtafvallen of van bloed; bereidingen van deze producten, voor menselijke consumptie

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 10

Gehomogeniseerde bereidingen van vlees, van slachtafvallen of van bloed

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 20

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers van dieren van alles soorten

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 31 10

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers van kalkoenen, in luchtdichte metalen verpakkingen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 31 90

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers van kalkoenen, andere

35

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 32 10

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers van hanen en kippen, in luchtdichte metalen verpakkingen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 32 90

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers van hanen en kippen, andere

35

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 39 10

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers, andere, in luchtdichte metalen verpakkingen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 39 90

Andere bereidingen en conserven, van vlees van levers, andere, andere

35

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 41

Andere bereidingen en conserven, van vlees van varkens, hammen en delen daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 42

Andere bereidingen en conserven, van vlees van varkens, schouders en delen daarvan

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 49

Andere bereidingen en conserven, van vlees van varkens, andere, mengsels daaronder begrepen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 50

Andere bereidingen en conserven, van vlees van runderen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1602 90

Andere bereidingen en conserven, bereidingen van bloed van dieren van alle soorten daaronder begrepen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

1701

Rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm

5

100

 

1702 11

Lactose (melksuiker) en melksuikerstroop, bevattende 99 of meer gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in kristalwatervrije lactose, berekend op de droge stof

5

100

 

1702 19

Lactose (melksuiker) en melksuikerstroop, andere

5

100

 

1702 20

Ahornsuiker en ahornsuikerstroop

5

100

 

1702 30

Glucose en glucosestroop, in droge toestand geen of minder dan 20 gewichtspercenten fructose bevattend

5

100

 

1702 40

Glucose en glucosestroop, in droge toestand 20 of meer doch minder dan 50 gewichtspercenten fructose bevattend, behalve invertsuiker

5

100

 

1702 60

Andere fructose en fructosestroop, in droge toestand meer dan 50 gewichtspercenten fructose bevattend, behalve invertsuiker

5

100

 

1702 90 90

Andere, invertsuiker daaronder begrepen, en andere mengsels van suiker en suikersiroop, in droge toestand meer dan 50 % gewichtspercenten fructose bevattend

5

100

 

1703 10 10

Gezuiverde melasse, van rietsuiker

5

100

 

1703 10 90

Andere melasse, van rietsuiker

Vrij

Vrij

 

1703 90 10

Gezuiverde melasse, andere dan melasse van rietsuiker

5

100

 

1703 90 90

Niet-gezuiverde melasse, andere dan melasse van rietsuiker

Vrij

Vrij

 

1801 00

Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand

Vrij

Vrij

 

1802 00

Cacaoschillen, -vliezen en andere afvallen van cacao

5

100

 

1904 30

Bulgur tarwe

10

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2001 10

Komkommers en augurken, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur

70

30

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

2001 90 10

Olijven, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur

70

20

Minimumrecht: LBP 6 000/bruto kg

ex 2001 90 90

Andere groenten, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur, met uitzondering van suikermaïs, broodwortelen en palmharten

70

30

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

2002 10

Tomaten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, geheel of in stukken

70

20

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

2002 90 10

Tomatensap, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen van 100 kg netto of meer

5

100

 

2002 90 90

Andere

35

25

 

2003 10

Paddenstoelen van het geslacht „Agaricus”, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur

35

30

 

2003 90

Andere paddenstoelen en truffels

35

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

ex 2004 10

Aardappelen, vorm van meel, gries of vlokken, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, met uitzondering van aardappelen, in de vorm van meel, gries of vlokken

70

43

Minimumrecht: LBP 1 200/bruto kg

2004 90 10

Mengsels van groenten. Tomaten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, geheel of in stukken, bevroren

70

43

Minimumrecht: LBP 1 500/bruto kg

ex 2004 90 90

Andere, met inbegrip van mengsels, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, met uitzondering van suikermaïs

35

43

 

2005 10

Gehomogeniseerde groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

5

100

 

ex 2005 20

Aardappelen, vorm van meel, gries of vlokken, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, met uitzondering van aardappelen, in de vorm van meel, gries of vlokken

70

43

Minimumrecht: LBP 1 200/bruto kg

2005 40

Erwten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

35

25

 

2005 51

Bonen, zonder dop, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

35

25

 

2005 59

Andere bonen, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

35

25

 

2005 60

Asperges, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

35

25

 

2005 70

Olijven, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 6 000/bruto kg

2005 90 10

Komkommers, augurken, aubergines, rapen, uien, bloemkool, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

2005 90 90

Andere bereide of verduurzaamde groenten en mengsels van groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren

35

25

 

2006 00

Groenten, vruchten, vruchtenschillen en andere plantendelen, gekonfijt met suiker (uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd)

30

25

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2007 10

Jam, vruchtengelei, marmelade enz., gehomogeniseerde bereidingen

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2007 91

Jam, vruchtengelei, marmelade enz., van citrusvruchten

40

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2007 99 10

Ingedikte puree, van de soort „dibs”

40

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2007 99 20

Puree van guaves of van mango’s, in verpakkingen met een netto-inhoud van 3 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2007 99 30

Puree van bananen, van aardbeien of van abrikozen, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2007 99 90

Andere jam, vruchtengelei, marmelade enz.

40

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

ex 2008 11

Grondnoten, met uitzondering van pindakaas

30

50

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2008 19

Andere noten en andere zaden, met inbegrip van mengsels, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 20

Ananassen, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 30

Citrusvruchten, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 40

Peren, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 50

Abrikozen, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 60

Kersen, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 70

Perziken, nectarines daaronder begrepen, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 80

Aarbeien, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

2008 92

Mengsels, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2008 19, op andere wijze bereid of verduurzaamd

30

25

 

ex 2008 99

Andere, op andere wijze bereid of verduurzaamd, met uitzondering van maïs, andere dan suikermaïs, broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) enz.

30

30

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 11 10

Bevroren sinaasappelsap, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 11 90

Bevroren sinaasappelsap, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 12

Sinaasappelsap, niet bevroren, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 19 10

Sinaasappelsap, ander dan bevroren, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 19 90

Sinaasappelsap, ander dan bevroren, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 21

Sap van pompelmoezen of van pomelo’s, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 29 10

Sap van pompelmoezen of van pomelo’s, ander dan met een Brix-waarde van niet meer dan 20, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 29 90

Sap van pompelmoezen of van pomelo’s, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 31

Sap van andere citrusvruchten, niet onderling vermengd, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 39 10

Sap van andere citrusvruchten, ander dan met een Brix-waarde van niet meer dan 20, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 39 90

Sap van andere citrusvruchten, ander, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 41

Ananassap, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 49 10

Ananassap, ander dan met een Brix-waarde van niet meer dan 20, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 49 90

Ananassap, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 50

Tomatensap

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 61

Druivensap, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 69 10

Druivensap, ander dan met een Brix-waarde van niet meer dan 20, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 69 90

Druivensap, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 71

Appelsap, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 79 10

Appelsap, ander dan met een Brix-waarde van niet meer dan 20, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 79 90

Appelsap, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 80 10

Sap van andere vruchten of groenten, niet onderling vermengd, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 80 90

Sap van andere vruchten of groenten, niet onderling vermengd, ander

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 90 10

Mengsels van sappen, ingedikt door verdamping, geen toegevoegde suiker bevattende, in verpakkingen met een netto-inhoud van 100 kg of meer

5

100

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2009 90 90

Mengsels van sappen, andere

40

30

Accijns: LBP 25/l

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2106 90 30

Mengsels van thijm en andere voor consumptie bestemde producten

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/bruto kg

2204 10

Mousserende wijn

15

25

Accijns: LBP 200/l

ex 2204 21

Kwaliteitswijn, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l

70

50

Accijns: LBP 200/l

ex 2204 21

Wijn, andere dan kwaliteitswijn, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l

70

20

Accijns: LBP 200/l

2204 29

Wijn, in verpakkingen inhoudende meer dan 2 l

70

20

Accijns: LBP 200/l

2204 30

Andere druivenmost

5

100

Accijns: LBP 200/l

2206 00

Andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank), mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen

15

100

Accijns: LBP 200/l;

De procentuele verlaging in (B) geschiedt geleidelijk, beginnende in jaar 5 en lopende tot jaar 12 vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst

2209 00 10

Wijnazijn en appelazijn

70

20

Minimumrecht: LBP 1 000/l

2209 00 90

Andere azijn

5

100

 

2301

Meel, poeder en pellets van vlees, van slachtafvallen, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijke consumptie; kanen

5

100

 

2302

Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen of van peulvruchten, ook indien in pellets

5

100

 

2303

Afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen, bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie, bostel (brouwerijafval), afvallen van branderijen, ook indien in pellets

5

100

 

2304 00

Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets

5

100

 

2305 00

Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van grondnotenolie, ook indien fijngemaakt of in pellets

5

100

 

2306

Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van plantaardige vetten of oliën, ook indien fijngemaakt of in pellets, andere dan die bedoeld bij post 2304 of 2305

5

100

 

2307 00

Wijnmoer; ruwe wijnsteen

5

100

 

2308 00

Plantaardige zelfstandigheden en plantaardig afval, plantaardige residuen en bijproducten, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, elders genoemd noch elders onder begrepen

5

100

 

2309

Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren

5

100

 

2401

Ruwe en niet tot verbruik bereide tabak; afvallen van tabak

Vrij

Vrij

Accijns: 48 % ad valorem


(1)  Onverminderd de regels voor de implementatie van de Libanese douanenomenclatuur, dient de omschrijving van de goederen slechts als indicatief te worden beschouwd, aangezien in het kader van deze bijlage de Libanese douanecodes bepalend zijn voor de preferentieregeling. Wanneer de code door de letters „ex” wordt voorafgegaan, dan wordt het preferentiële schema zowel door de code als door de omschrijving bepaald.

PROTOCOL 3

inzake de handel tussen Libanon en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten bedoeld in artikel 14, lid 3

Artikel 1

Voor bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Republiek Libanon gelden bij invoer in de Gemeenschap de in bijlage 1 bij dit protocol genoemde douanerechten en heffingen van gelijke werking.

Artikel 2

1.   Voor bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap gelden bij invoer in de Republiek Libanon de in bijlage 2 bij dit protocol genoemde douanerechten en heffingen van gelijke werking.

2.   Het tijdschema voor de afschaffing van de rechten dat overeenkomstig lid 1 wordt toegepast, is het in artikel 9, lid 1, van de overeenkomst bedoelde tijdschema, tenzij anders gespecificeerd in bijlage 2 bij dit protocol.

Artikel 3

De in de bijlagen 1 en 2 genoemde verlagingen van de douanerechten zijn van toepassing op de in artikel 19 van de overeenkomst bedoelde basisrechten.

Artikel 4

1.   De overeenkomstig de artikelen 1 en 2 toegepaste douanerechten kunnen worden verminderd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Libanon de op de basisproducten toegepaste rechten zijn verlaagd of wanneer deze verminderingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies op het gebied van bewerkte landbouwproducten.

2.   Met betrekking tot de door de Gemeenschap toegepaste rechten, worden de in lid 1 bedoelde verlagingen berekend op het gedeelte van het recht dat wordt aangemerkt als het agrarisch element dat overeenstemt met de landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de bewerkte landbouwproducten in kwestie zijn gebruikt en dat in mindering wordt gebracht op de rechten waaraan deze referentielandbouwproducten zijn onderworpen.

3.   De in lid 1 bedoelde vermindering, de lijst van betrokken producten, en, in voorkomend geval, de tariefcontingenten, waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld.

Artikel 5

De Europese Gemeenschap en Libanon stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten.

Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

BIJLAGE I

Betreffende regelingen die van toepassing zijn op de invoer in de gemeenschap van bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit libanon

Onverminderd de regels voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur is de omschrijving van de producten slechts indicatief, aangezien in het kader van deze bijlage de bij goedkeuring van dit besluit geldende GN-codes bepalend zijn voor de preferentieregeling. Voor ex GN-codes zijn de GN-code en de omschrijving gezamenlijk bepalend voor de preferentiële regeling.

LIJST 1

GN-code 2002

Omschrijving

Recht

0501 00 00

Mensenhaar, onbewerkt, ook indien gewassen of ontvet; afval van mensenhaar

0 %

0502

Haar van varkens of van wilde zwijnen; dassenhaar en ander dierlijk haar, voor borstelwerk; afval van dit haar

 

0502 10 00

Haar van varkens of van wilde zwijnen

0 %

0502 90 00

andere

0 %

0503 00 00

Paardenhaar (crin) en afval van paardenhaar, ook indien in vliezen, al dan niet op een onderlaag

0 %

0505

Vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, veren en delen van veren (ook indien bijgesneden) en dons, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet verder bewerkt; poeder en afval, van veren of van delen van veren:

 

0505 10

Veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt; dons

 

0505 10 10

– –

Ruw

0 %

0505 10 90

– –

andere

0 %

0505 90 00

andere

0 %

0506

Beenderen en hoornpitten, ruw, ontvet of eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van gelatine; poeder en afval van deze stoffen

 

0506 10 00

Osseïne en met zuur behandelde beenderen

0 %

0506 90 00

andere:

0 %

0507

Ivoor, schildpad, walvisbaarden (walvisbaardhaar daaronder begrepen), horens, geweien, hoeven, nagels, klauwen en snavels, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet in vorm gesneden; poeder en afval van deze stoffen:

 

0507 10 00

Ivoor; poeder en afval, van ivoor

0 %

0507 90 00

andere

0 %

0508 00 00

Koraal en dergelijke stoffen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet verder bewerkt; schelpen en schalen, van schaaldieren, van weekdieren of van stekelhuidigen, alsmede rugplaten van inktvissen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet in vorm gesneden, alsmede poeder en afval van deze stoffen

0 %

0509 00

Echte sponzen:

 

0509 00 10

Ruw

0 %

0509 00 90

andere

0 %

0510 00 00

Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd

0 %

0903 00 00

Maté

0 %

1212 20 00

zeewier en andere algen

0 %

1302

Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd:

 

 

plantensappen en plantenextracten:

 

1302 12 00

– –

van zoethout

0 %

1302 13 00

– –

van hop

0 %

1302 14 00

– –

van pyretrum of van wortels van rotenon bevattende planten

0 %

 

– –

andere

 

1302 19 30

– – –

plantenextracten, onderling vermengd, voor de vervaardiging van dranken of van producten voor menselijke consumptie

0 %

1302 19 91

– – – –

Andere, voor geneeskundig gebruik

0 %

1302 20

pectinestoffen, pectinaten en pectaten:

 

1302 20 10

– –

in droge toestand

0 %

1302 20 90

– –

andere

0 %

1302 31 00

– –

agar-agar

0 %

1302 32

– –

plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, uit sint-jansbrood, uit sint-jansbroodpitten of uit guarzaden:

 

1302 32 10

– – –

uit sint-jansbrood of uit sint-jansbroodpitten

0 %

1401

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de mandenmakerij of voor vlechtwerk (bij voorbeeld bamboe, rotan, riet, bies, teen, raffia, lindebast, alsmede gezuiverd, gebleekt of geverfd stro van graangewassen)

 

1401 10 00

Bamboe

0 %

1401 20 00

Rotting

0 %

1401 90 00

andere

0 %

1402 00 00

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt als opvulmateriaal (bijvoorbeeld kapok, plantenhaar („crin végétal”), zeegras), ook indien in vliezen, al dan niet bevestigd op een onderlaag of tussen twee lagen, van andere stof

0 %

1403 00 00

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt voor het vervaardigen van bezems en van borstels (bij voorbeeld sorghopluimen en -stro, piassava, hondsgras, istle), ook indien in wrongen of in bosjes

0 %

1404

Plantaardige producten, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

1404 10 00

ruw plantaardig materiaal van de soort hoofdzakelijk gebruikt als verf- of looistof

0 %

1404 20 00

Katoenlinters

0 %

1404 90 00

andere

0 %

1505

Wolvet en daaruit verkregen vetstoffen, lanoline daaronder begrepen:

 

1505 00 10

ruw wolvet

0 %

1505 00 90

andere

0 %

1506 00 00

Andere dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

0 %

1515

Andere plantaardige vetten en vette oliën (jojobaolie daaronder begrepen), alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd:

 

1515 90 15

Jojobaolie, oiticicaolie; myricawas en japanwas; fracties van deze producten

0 %

1516

Dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid:

 

1516 20

Plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan:

 

1516 20 10

– –

gehydrogeneerde ricinusolie, zogeheten „opal wax”

0 %

1517 90 93

– – –

mengsels en bereidingen voor menselijke consumptie van de soorten gebruikt als preparaten voor het insmeren van bakvormen

0 %

1518 00

Standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen op andere wijze chemisch gewijzigd, andere dan die bedoeld bij post 1516; mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, niet geschikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

1518 00 10

Linoxyne

0 %

 

andere:

 

1518 00 91

– –

standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd, andere dan die bedoeld bij post 1516

0 %

 

– –

Andere:

 

1518 00 95

– – –

mengsels en bereidingen van dierlijke vetten en oliën of van dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, niet geschikt voor menselijke consumptie

0 %

1518 00 99

– – –

andere

0 %

1520 00 00

Ruwe glycerol; glycerolwater en glycerollogen

0 %

1521

Plantaardige was (andere dan triglyceriden), bijenwas, was van andere insecten, alsmede walschot (spermaceti), ook indien geraffineerd of gekleurd:

 

1521 10 00

Plantaardige was

0 %

1521 90

andere:

 

1521 90 10

– –

walschot (spermaceti), ruw of geraffineerd, ook indien gekleurd

0 %

 

– –

bijenwas, was van andere insecten, ook indien geraffineerd of gekleurd

 

1521 90 91

– –

Ruw

0 %

1521 90 99

– – –

andere

0 %

1522 00

Dégras; afvallen, afkomstig van de behandeling van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was:

 

1522 00 10

dégras

0 %

1702 90

andere, invertsuiker daaronder begrepen:

 

1702 90 10

– –

chemisch zuivere maltose

0 %

1704

Suikerwerk zonder cacao (witte chocolade daaronder begrepen):

 

1704 90

andere:

 

1704 90 10

– –

zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichtspercenten sacharose, zonder andere toegevoegde stoffen

0 %

1803

Cacaopasta, ook indien ontvet:

 

1803 10 00

niet ontvet

0 %

1803 20 00

geheel of gedeeltelijk ontvet

0 %

1804 00 00

Cacaoboter, cacaovet en cacao-olie

0 %

1805 00 00

Cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

0 %

1806

Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten:

 

1806 10

cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd:

 

1806 10 15

– –

geen sacharose bevattend of met een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van minder dan 5 gewichtspercenten

0 %

1901 90 91

– – –

bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose (het gehalte aan invertsuiker daaronder begrepen) of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel, geen bereidingen in poeder voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 bevattend

0 %

2001 90 60

– –

palmharten

0 %

2008 11 10

– – –

pindakaas

0 %

 

andere, mengsels met andere dan die van post 2008 19 daaronder begrepen:

 

2008 91 00

– –

palmharten

0 %

2101

Extracten, essences en concentraten, van koffie, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie, van thee of van maté; gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan:

 

 

extracten, essences en concentraten, van koffie en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie:

 

2101 11

– –

extracten, essences en concentraten:

 

2101 11 11

– – –

met een gehalte aan droge uit koffie afkomstige stof van 95 of meer gewichtspercenten

0 %

2101 11 19

– – –

andere

0 %

2101 12

– –

preparaten op basis van extracten, essences of concentraten of op basis van koffie:

 

2101 12 92

– – –

preparaten op basis van extracten, essences of concentraten van koffie

0 %

2101 20

extracten, essences en concentraten, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van thee of van maté:

 

2101 20 20

– –

extracten, essences en concentraten

0 %

 

– –

preparaten:

 

2101 20 92

– – –

op basis van extracten, essences en concentraten, van thee of van maté

0 %

2101 30

gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan:

 

 

– –

gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten:

 

2101 30 11

– – –

gebrande cichorei

0 %

 

– –

extracten, essences en concentraten van gebrande cichorei en van andere gebrande koffiesurrogaten:

 

2101 30 91

– – –

van gebrande cichorei

0 %

2102

Gist (actief of inactief); andere eencellige micro-organismen, dood (andere dan de vaccins bedoeld bij post 3002); samengesteld bakpoeder:

 

2102 10

levende gist:

 

2102 10 10

– –

reinculturen van gist

0 %

 

– –

bakkersgist:

 

2102 10 31

– – –

gedroogd

0 %

2102 10 39

– – –

andere

0 %

2102 10 90

– –

andere

0 %

2102 20

inactieve gist; andere eencellige micro-organismen, dood:

 

 

– –

inactieve gist:

 

2102 20 11

– – –

in tabletten, in blokken of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

0 %

2102 20 19

– – –

andere

0 %

2102 20 90

– –

andere

0 %

2102 30 00

samengesteld bakpoeder

0 %

2103

Sauzen en preparaten voor sauzen; samengestelde kruiderijen en dergelijke producten; mosterdmeel en bereide mosterd:

 

2103 10 00

sojasaus

0 %

2103 20 00

tomatenketchup en andere tomatensauzen

0 %

2103 30

mosterdmeel en bereide mosterd:

 

2103 30 10

– –

mosterdmeel

0 %

2103 30 90

– –

bereide mosterd

0 %

2103 90

Andere:

 

2103 90 10

– –

mangochutney, vloeibaar

0 %

2103 90 30

– –

aromatische bitters met een alcoholvolumegehalte van 44,2 of meer doch niet meer dan 49,2 % vol, bevattende 1,5 of meer doch niet meer dan 6 gewichtspercenten gentianine, kruiden en diverse ingrediënten en met een suikergehalte van 4 of meer doch niet meer dan 10 gewichtspercenten, in verpakkingen met een inhoudsruimte van niet meer dan 0,5 l

0 %

2103 90 90

– –

andere

0 %

2104

Preparaten voor soep of voor bouillon; samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie:

 

2104 10

preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon

 

2104 10 10

– –

gedroogd

0 %

2104 10 90

– –

andere

0 %

2104 20 00

samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie

0 %

2106

Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:

 

2106 10

proteïneconcentraten en getextureerde proteïnestoffen:

 

2106 10 20

– –

bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

0 %

2106 90

Overig:

 

 

– –

Andere:

 

2106 90 92

– – –

bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

0 %

2201

Water, natuurlijk of kunstmatig mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, noch gearomatiseerd; ijs en sneeuw:

 

2201 10

mineraalwater en spuitwater:

 

 

– –

Natuurlijk mineraalwater:

 

2201 10 11

– – –

Niet-koolzuurgashoudend

0 %

2201 10 19

– – –

andere

0 %

2201 10 90

– –

andere

0 %

2201 90 00

andere

0 %

2202

Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentensappen bedoeld bij post 2009:

 

2202 10 00

water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd

0 %

2202 90

andere:

 

2202 90 10

– –

geen producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 of vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 bevattend

0 %

2203 00

Bier van mout:

 

 

in verpakkingen inhoudende niet meer dan 10 l:

 

2203 00 01

– –

verpakt in flessen

0 %

2203 00 09

– –

andere

0 %

2203 00 10

in verpakkingen inhoudende meer dan 10 l

0 %

2208

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten:

 

2208 20

dranken, gedistilleerd uit wijn of druivenmoer:

 

 

– –

in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l:

 

2208 20 12

– – –

Cognac

0 %

2208 20 14

– – –

Armagnac

0 %

2208 20 26

– – –

Grappa

0 %

2208 20 27

– – –

Brandy de Jerez

0 %

2208 20 29

– – –

andere

0 %

 

– –

in verpakkingen inhoudende meer dan 2 l:

 

2208 20 40

– – –

Ruw distillaat

0 %

2208 20 62

– – – –

Cognac

0 %

2208 20 64

– – – –

Armagnac

0 %

2208 20 86

– – – –

Grappa

0 %

2208 20 87

– – – –

Brandy de Jerez

0 %

2208 20 89

– – – –

andere

0 %

2208 30

whisky:

 

 

– –

zogenaamde Bourbon whisky, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 30 11

– – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 30 19

– – –

2 l of meer

0 %

 

– –

zogenaamde Scotch whisky:

 

 

– – –

zogenaamde malt whisky, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 30 32

– – – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 30 38

– – – –

2 l of meer

0 %

 

– – –

zogenaamde blended whisky, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 30 52

– – – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 30 58

– – – –

2 l of meer

0 %

 

– – –

andere, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 30 72

– – – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 30 78

– – – –

2 l of meer

0 %

 

– – –

andere, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 30 82

– – – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 30 88

– – – –

2 l of meer

0 %

2208 50

gin en jenever:

 

 

– –

Gin, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 50 11

– – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 50 19

– – –

2 l of meer

0 %

 

– –

jenever, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 50 91

– – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 50 99

– – –

2 l of meer

0 %

2208 60

wodka:

 

 

– –

met een alcoholvolumegehalte van niet meer dan 45,4 % vol, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 60 11

– – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 60 19

– – –

2 l of meer

0 %

 

– –

met een alcoholvolumegehalte van meer dan 45,4 % vol, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 60 91

– – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 60 99

– – –

2 l of meer

0 %

2208 70

likeuren:

 

2208 70 10

– –

in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l

0 %

2208 70 90

– –

in verpakkingen inhoudende meer dan 2 l

0 %

2208 90

andere:

 

 

– –

Arak, in verpakkingen inhoudende:

 

2208 90 11

– – –

niet meer dan 2 l

0 %

2208 90 19

– – –

2 l of meer

0 %

 

– –

pruimenbrandewijn, perenbrandewijn of kersenbrandewijn (likeuren uitgezonderd), in verpakkingen inhoudende:

 

2208 90 33

– – –

niet meer dan 2 l:

0 %

2208 90 38

– – –

2 l of meer

0 %

2208 90 41

– – – –

Ouzo

0 %

2208 90 45

– – – – – – –

Calvados

0 %

2208 90 48

– – – – – – –

andere

0 %

2208 90 52

– – – – – – – – –

zogeheten „Korn”

0 %

2208 90 57

– – – – – – – – –

andere

0 %

2208 90 69

– – – – – –

andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten

0 %

2208 90 71

– – – – –

gedistilleerde dranken uit fruit

0 %

2208 90 74

– – – –

andere

0 %

2208 90 78

– – – –

andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten

0 %

2402

Sigaren, cigarillo's en sigaretten, van tabak of van tabakssurrogaten:

 

2402 10 00

sigaren en cigarillo’s, tabak bevattend

0 %

2402 20

sigaretten, tabak bevattend:

 

2402 20 10

– –

kruidnagels bevattend

0 %

2402 20 90

– –

andere

0 %

2402 90 00

andere

0 %

2403

Andere tabak en tabakssurrogaten, tot verbruik bereid: „gehomogeniseerde” en „gereconstitueerde” tabak; tabaksextracten en tabakssausen:

 

2403 10

rooktabak, ook indien tabakssurrogaten bevattend, ongeacht in welke verhouding:

 

2403 10 10

– –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 500 g

0 %

2403 10 90

– –

andere:

0 %

2403 91 00

– –

„gehomogeniseerde” en „gereconstitueerde” tabak

0 %

2403 99

– –

andere

 

2403 99 10

– – –

pruimtabak en snuif

0 %

2403 99 90

– – –

andere

0 %

2905 45 00

– –

glycerol

0 %

3301

Etherische oliën (ook indien daaruit de terpenen zijn afgesplitst), vast of vloeibaar; harsaroma’s; door extractie verkregen oleoharsen; geconcentreerde oplossingen van etherische oliën in vet, in vette oliën, in was of in dergelijke stoffen, verkregen door enfleurage of door maceratie; terpeenhoudende bijproducten, afgesplitst uit etherische oliën; gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën:

 

3301 90

andere:

 

3301 90 10

– –

terpeenhoudende bijproducten, afgesplitst uit etherische oliën

0 %

 

– –

door extractie verkregen oleoharsen:

 

3301 90 21

– – –

van zoethout en van hop

0 %

3301 90 30

– – –

andere

0 %

3301 90 90

– –

andere

0 %

3302

Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie; andere bereidingen op basis van reukstoffen van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken:

 

3302 10

van de soort gebruikt in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie:

 

 

– –

van de soort gebruikt in de drankenindustrie:

 

3302 10 10

– –

met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol

0 %

3302 10 21

– – – – –

bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

0 %

3501

Caseïne, caseïnaten en andere derivaten van caseïne; lijm van caseïne:

 

3501 10

caseïne:

 

3501 10 10 (1)

– –

bestemd voor het vervaardigen van kunstmatige textielvezels

0 %

3501 10 50 (1)

– –

bestemd voor andere industriële doeleinden dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie of van veevoeder

0 %

3501 10 90

andere

0 %

3501 90

– –

andere:

 

3501 90 90

– – –

andere

0 %

3823

Industriële eenwaardige vetzuren; bij raffinage verkregen acid-oils; industriële vetalcoholen:

 

 

industriële eenwaardige vetzuren; bij raffinage verkregen acid-oils:

 

3823 11 00

– –

stearinezuur

0 %

3823 12 00

– –

oliezuur

0 %

3823 13 00

– –

tallvetzuren

0 %

3823 19

– –

andere:

 

3823 19 10

– – –

gedistilleerde vetzuren

0 %

3823 19 30

– – –

vetzuurdistillaat

0 %

3823 19 90

– – –

andere

0 %

3823 70 00

industriële vetalcoholen

0 %

LIJST 2

GN-code 2002

Omschrijving

Recht

0403

Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao:

 

0403 10

Yoghurt:

 

 

– –

gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao:

 

 

– – –

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen:

 

0403 10 51

– – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

0 %

0403 10 53

– – – –

Van meer dan 1,5 % doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

0 %

0403 10 59

– – – –

Van meer dan 27 gewichtspercenten

0 %

 

– – –

andere, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen:

 

0403 10 91

– – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercent

0 %

0403 10 93

– – – –

Van meer dan 3 % doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

0 %

0403 10 99

– – – –

Van meer dan 6 gewichtspercenten

0 %

0403 90

andere:

 

 

– –

gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao:

 

 

– – –

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen: