ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 137

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
25 mei 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 778/2006 van de Commissie van 24 mei 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 779/2006 van de Commissie van 24 mei 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 488/2005 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in rekening gebrachte vergoedingen en rechten ( 1 )

3

 

*

Verordening (EG) nr. 780/2006 van de Commissie van 24 mei 2006 tot wijziging van bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

9

 

*

Verordening (EG) nr. 781/2006 van de Commissie van 24 mei 2006 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

15

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

 

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

 

*

Aanbeveling van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA nr. 59/05/COL van 5 april 2005 over het gecoördineerde controleprogramma op het gebied van diervoeding voor 2005

19

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

25.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/1


VERORDENING (EG) Nr. 778/2006 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2006

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 25 mei 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2006.

Voor de Commissie

J. L. DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 24 mei 2006 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

79,4

204

36,2

212

113,4

999

76,3

0707 00 05

052

85,5

628

151,2

999

118,4

0709 90 70

052

116,5

999

116,5

0805 10 20

052

36,5

204

39,4

220

38,6

388

77,6

624

52,2

999

48,9

0805 50 10

052

42,5

508

59,9

528

56,4

999

52,9

0808 10 80

388

88,6

400

122,8

404

110,3

508

78,9

512

82,4

524

88,5

528

86,0

720

95,6

804

104,9

999

95,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


25.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/3


VERORDENING (EG) Nr. 779/2006 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2006

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 488/2005 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in rekening gebrachte vergoedingen en rechten

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (1), en met name op artikel 53, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 488/2005 van de Commissie van 21 maart 2005 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in rekening gebrachte vergoedingen en rechten (2), met name op artikel 6, lid 5,

Na raadpleging van de raad van beheer van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om het evenwicht tussen de totale uitgaven van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in het kader van haar certificeringswerkzaamheden en de inkomsten uit de door haar geïnde rechten te waarborgen, dienen de rechten te worden aangepast op basis van de financiële resultaten en de ramingen van het Agentschap.

(2)

De administratieve procedures voor de inning van de rechten en de tenuitvoerlegging daarvan door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart en de aanvragers mogen de certificeringsprocedures niet vertragen.

(3)

Verordening (EG) nr. 488/2005 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 54, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 488/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2, onder g) wordt als volgt gewijzigd:

„g)

„indirecte kosten”: het gedeelte van de algemene infrastructuur-, organisatie- en beheerskosten van het Agentschap dat is toe te schrijven aan de certificeringswerkzaamheden dat niet onder directe en specifieke kosten valt, inclusief de kosten voor het opstellen van een gedeelte van de regelgevende documenten,”.

2)

Artikel 12 komt als volgt te luiden:

„Artikel 12

1.   De rechten zijn verschuldigd door de aanvrager. Zij moeten worden betaald in euro.

2.   Een certificaat of goedkeuring wordt pas afgegeven, gehandhaafd of gewijzigd wanneer de verschuldigde rechten volledig zijn betaald, tenzij anders is overeengekomen tussen het Agentschap en de aanvrager. Wanneer de rechten niet worden betaald, kan het Agentschap het certificaat of de goedkeuring intrekken na de aanvrager hiervan formeel in kennis te hebben gesteld.

3.   De schaal van de door het Agentschap in rekening gebrachte rechten en de wijze waarop deze moeten worden betaald, worden aan de aanvrager meegedeeld wanneer hij zijn aanvraag indient.

4.   Indien voor de certificeringswerkzaamheden een variabel gedeelte moet worden betaald, deelt het Agentschap de aanvrager op verzoek een kostenraming mee. Deze raming kan door het Agentschap worden aangepast indien blijkt dat de werkzaamheden eenvoudiger en sneller kunnen worden uitgevoerd dan aanvankelijk gepland of, in het tegenovergestelde geval, indien zij complexer zijn en meer tijd in beslag nemen dan het Agentschap redelijkerwijze kon verwachten.

5.   De rechten voor de handhaving van bestaande certificaten en goedkeuringen dienen te worden betaald volgens een tijdschema dat door het Agentschap wordt vastgesteld en aan de houders van deze certificaten en goedkeuringen wordt meegedeeld. Dit tijdschema is gebaseerd op de inspecties die het Agentschap uitvoert om na te gaan of de geldigheid van de certificaten en goedkeuringen kan worden gehandhaafd.

6.   Indien het Agentschap, na een eerste onderzoek, besluit om geen gevolg te geven aan een aanvraag, worden alle reeds betaalde rechten aan de aanvrager terugbetaald, met uitzondering van een bedrag dat de administratieve kosten van de behandeling van de aanvraag dekt. Dit bedrag stemt overeen met het in de bijlage vermelde vaste recht D.

7.   Indien het Agentschap certificeringswerkzaamheden moet onderbreken omdat de aanvrager over ontoereikende middelen beschikt of zijn verplichtingen niet naleeft, dient het saldo van de verschuldigde rechten volledig te worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap zijn werkzaamheden beëindigt.”.

3)

De punten i), ii), v), vi), x), xii) en xiii) van de bijlage worden vervangen als vermeld in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

De in de tabellen in punt 3 vermelde jaarlijkse rechten en de in de tabellen 4, 5 en 7 van de bijlage vermelde toezichtrechten zijn betaalbaar vanaf de eerste jaarlijkse termijn na de inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2006.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vice-voorzitter


(1)  PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1643/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 7).

(2)  PB L 81 van 30.3.2005, blz. 7.


BIJLAGE

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 488/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan de inleiding van punt i) wordt een vierde streepje toegevoegd:

„—

voor elke door het Agentschap verleende dienst die, hetzij direct, hetzij indirect, verband houdt met de afgifte, handhaving of wijziging van certificaten en goedkeuringen als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1592/2002, wordt een recht aangerekend overeenkomstig hoofdstuk II van deze verordening.”.

2)

De tabel onder punt ii) wordt vervangen door:

„Producttype

Opmerkingen

Coëfficiënt vast recht

CS-25

Grote vliegtuigen

significant

5

niet significant

4

niet-significant volgens een eenvoudig ontwerp

2

CS-23.A

Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.2 (pendelvliegtuigen)

significant

5

niet significant

4

CS-23.B

Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 art 1.a.1 met MSG tussen 2 000 kg en 5 670 kg

significant

3

niet significant

2

CS-29

Grote draagschroefvliegtuigen

significant

4

niet significant

4

CS-27

Kleine draagschroefvliegtuigen

0,5

CS-E.T.A

Turbinemotoren met een startstuwkracht gelijk aan of groter dan 25 000 N of een afgegeven vermogen gelijk aan of groter dan 2 000 kW

significant

1

niet significant

1

CS-E.T.B

Turbinemotoren met een startstuwkracht van minder dan 25 000 N of een afgegeven vermogen van minder dan 2 000 kW

0,5

CS-E.NT

Niet-turbinemotoren

0,2


CS-23.C

Luchtvaartuigen gedefinieerd in CS-23 artikel 1.a.1 met MSG van minder dan 2 000 kg

1

CS-22

Zweefvliegtuigen en gemotoriseerde zweefvliegtuigen

0,2

CS-VLA

heel lichte luchtvaartuigen

0,2

CS-VLR

heel lichte draagschroefvliegtuigen

0,2

CS-APU

hulpaggregaat

0,25

CS-P.A

Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-25 (of gelijkwaardig)

0,25

CS-P.B

Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-23, CS-VLA and CS-22 (of gelijkwaardig)

0,15

CS-22.J

Voor gebruik op luchtvaartuigen gecertificeerd volgens CS-22

0,15

CS-22.H

niet-turbinemotoren

0,15

CS-balloons

nog niet beschikbaar

0,2

CS-airships

nog niet beschikbaar

0,5”.

3)

Punt v) wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de inleidende tekst wordt het eerste streepje vervangen door de volgende tekst:

„—

Jaarlijkse rechten worden geheven van alle huidige houders van typecertificaten, beperkte typecertificaten en ETSO-vergunningen van het Agentschap.”.

b)

de eerste tabel wordt vervangen door:

„Producttype (1)

Typecertificaat Producten ontworpen door een ontwerp-organisatie uit een EU-lidstaat

in (EUR)

Typecertificaat Producten ontworpen door een ontwerp-organisatie uit een derde land

in (EUR)

Beperkt typecertificaat Producten ontworpen door een ontwerp-organisatie uit een EU-lidstaat

in (EUR)

Beperkt typecertificaat Producten ontworpen door een ontwerp-organisatie uit een derde land

in (EUR)

CS-25 (grote vliegtuigen met MSG van meer dan 50 t)

480 000

160 000

30 000

10 000

CS-25 (grote vliegtuigen met MSG tussen 22 ton en 50 t)

200 000

66 000

12 500

4 167

CS-25 (grote vliegtuigen met MSG van minder dan 22 t)

100 000

33 000

6 250

2 083

CS-23.A

12 000

4 000

3 000

1 000

CS-23.B

2 000

667

500

167

CS-23.C

1 000

333

250

100

CS-22

450

150

112,50

100

CS-VLA

450

150

112,50

100

CS-29

75 000

25 000

6 250

2 083

CS-27

20 000

6 667

5 000

1 667

CS-VLR

1 000

333

250

100

CS-APU

800

267

200

100

CS-P.A

1 500

500

375

125

CS-P.B

400

133

100

100

CS-22.J

150

100

100

100

CS-E.T.A

90 000

30 000

7 500

2 500

CS-E.T.B

15 000

5 000

3 750

1 250

CS-E.NT

1 000

333

250

100

CS-22.H

200

100

100

100

CS-balloons

300

100

100

100

CS-airships

500

167

125

100

CS-34

0

0

0

0

CS-36

0

0

0

0

CS-AWO

0

0

0

0


Type uitrusting

Vergunning voor onderdelen of toepassingen ontworpen door een ontwerporganisatie uit een EU-lidstaat

in (EUR)

Vergunning voor onderdelen of toepassingen ontworpen door een ontwerporganisatie uit een derde land

in (EUR)

CS-ETSO.A (Waarde van de uitrusting meer dan 20 000 EUR)

2 000

666

CS-ETSO.B (Waarde van de uitrusting tussen 2 000 en 20 000 EUR)

1 000

333

CS-ETSO.A (Waarde van de uitrusting van minder dan 2 000 EUR)

500

200”.

4)

De tabel onder vi) wordt vervangen door:

„Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (in EUR)

Coëfficiënt

Minder dan 500 001

0,1

tussen 500 001 en 700 000

0,2

tussen 700 001 en 1 200 000

0,5

tussen 1 200 001 en 2 800 000

1

tussen 2 800 001 en 4 200 000

1,5

tussen 4 200 001 en 5 000 000

2,5

tussen 5 000 001 en 7 000 000

3

tussen 7 000 001 en 9 800 000

3,5

tussen 9 800 001 en 14 000 000

4,8

tussen 14 000 001 en 50 000 000

7

tussen 50 000 001 en 140 000 000

12,8

tussen 140 000 001 en 250 000 000

18

tussen 250 000 001 en 500 000 000

50

tussen 500 000 001 en 750 000 000

200

meer dan 750 000 000

600”.

5)

De tabel onder x) wordt vervangen door:

„Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (in EUR)

Coëfficiënt

minder dan 500 001

0,5

tussen 500 001 en 700 000

0,75

tussen 700 001 en 1 400 000

1

tussen 1 400 001 en 2 800 000

1,75

tussen 2 800 001 en 5 000 000

2,5

tussen 5 000 001 en 7 000 000

4

tussen 7 000 001 en 14 000 000

6

tussen 14 000 001 en 21 000 000

8

tussen 21 000 001 en 42 000 000

8,5

tussen 42 000 001 en 70 000 000

9

tussen 70 000 001 en 84 000 000

9,5

tussen 84 000 001 en 105 000 000

10

meer dan 105 000 000

10,5”.

6)

De titel van punt xii) wordt als volgt gewijzigd:

7)

De tabel onder xiii) wordt vervangen door:

„Categorie rechten volgens de waarde van de aan erkenning onderworpen activiteiten (in EUR)

Coëfficiënt

Minder dan 500 001

0,5

tussen 500 001 en 700 000

0,75

tussen 700 001 en 1 400 000

1

tussen 1 400 001 en 2 800 000

1,75

tussen 2 800 001 en 5 000 000

2,5

tussen 5 000 001 en 7 000 000

4

tussen 7 000 001 en 14 000 000

6

tussen 14 000 001 en 21 000 000

8

tussen 21 000 001 en 42 000 000

9,5

tussen 42 000 001 en 84 000 000

10

meer dan 84 000 000

10,5”.


(1)  Voor vrachtversies van een luchtvaartuig wordt een coëfficiënt van 0,85 toegepast op de rechten voor de equivalente passagiersversie.


25.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/9


VERORDENING (EG) Nr. 780/2006 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2006

tot wijziging van bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 13, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 5, lid 8, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 worden limitatieve lijsten van de in lid 3, onder c) en d), en lid 5 bis, onder d) en e), van dat artikel bedoelde ingrediënten en stoffen vastgesteld in de delen A en B van bijlage VI bij die verordening. De gebruiksvoorwaarden voor deze ingrediënten en stoffen kunnen nader worden gespecificeerd.

(2)

In verband met de opneming in Verordening (EEG) nr. 2092/91 van voorschriften voor de biologische productie van dieren en dierlijke producten moeten die lijsten worden aangepast om er stoffen in op te nemen die worden verwerkt in producten voor menselijke consumptie die ingrediënten van dierlijke oorsprong bevatten.

(3)

Tevens moet worden bepaald welke additieven mogen worden gebruikt bij de bereiding van andere vruchtenwijnen dan de wijnen die vallen onder Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (2).

(4)

Verordening (EEG) nr. 2092/91 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 opgerichte Comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 december 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2006.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 198 van 22.7.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 699/2006 (PB L 121 van 6.5.2006, blz. 36).

(2)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2165/2005 (PB L 345 van 28.12.2005, blz. 1).


BIJLAGE

Bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De tekst onder het hoofd „ALGEMENE BEGINSELEN” wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea wordt vervangen door:

„In de delen A, B en C zijn alle ingrediënten en technische hulpstoffen vermeld die mogen worden gebruikt bij de bereiding van levensmiddelen die hoofdzakelijk bestaan uit een of meer ingrediënten van plantaardige en/of dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), van de onderhavige verordening, met uitzondering van de wijnen die vallen onder Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad (1).

Producten van dierlijke oorsprong waarop een naar de biologische productiemethode verwijzende aanduiding voorkomt en die rechtmatig zijn geproduceerd vóór de datum van het van toepassing worden van Verordening (EG) nr. 780/2006 van de Commissie (2), mogen in de handel worden gebracht zolang de voorraad strekt.

b)

de tweede alinea wordt vervangen door:

„Indien een levensmiddel is samengesteld uit ingrediënten van plantaardige en dierlijke oorsprong, zijn de bij artikel 3 van Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) vastgestelde voorschriften van toepassing.

De opneming van natriumnitriet en kaliumnitraat in subdeel A.1 wordt vóór 31 december 2007 opnieuw bezien met het doel het gebruik van deze additieven te beperken of niet langer toe te staan.

2)

Deel A wordt als volgt gewijzigd:

a)

subdeel A.1 wordt vervangen door:

„A.1.   Levensmiddelenadditieven, inclusief dragers

Code

Naam

Bereiding van levensmiddelen van plantaardige oorsprong

Bereiding van levensmiddelen van dierlijke oorsprong

Specifieke gebruiksvoorwaarden

E 153

Carbo medicinalis vegetabilis

 

X

Met een laagje gemalen houtskool bedekte geitenkaas

„Morbier”-kaas

E 160b

Annatto, bixine, norbixine

 

X

„Red Leicester”-kaas

„Double Gloucester”-kaas

Schotse cheddar

„Mimolette”-kaas

E 170

Calciumcarbonaat

X

X

Mag niet als kleurstof worden gebruikt en mag niet worden gebruikt om producten met calcium te verrijken

E 220

of

Zwaveldioxide

X

X

In vruchtenwijnen (5) zonder toegevoegde suiker (met inbegrip van appel- en perenwijn) of in honingwijn:

50 mg (4).

In appel- en perenwijn waaraan na de gisting suiker of sapconcentraat is toegevoegd:

100 mg (4).

E 224

Kaliumdisulfiet

X

X

E 250

of

Natriumnitriet

 

X

Vleesproducten (8)

Voor E 250: indicatie inzake de toegevoegde hoeveelheid, uitgedrukt als NaNO2: 80 mg/kg

Voor E 252: indicatie inzake de toegevoegde hoeveelheid, uitgedrukt als NaNO3: 80 mg/kg

Voor E 250: maximaal toegestaan residu, uitgedrukt als NaNO2: 50 mg/kg

Voor E 252: maximaal toegestaan residu, uitgedrukt als NaNO3: 50 mg/kg

E 252

Kaliumnitraat

 

X

E 270

Melkzuur

X

X

 

E 290

Kooldioxide

X

X

 

E 296

Appelzuur

X

 

 

E 300

Ascorbinezuur

X

X

Vleesproducten (7)

E 301

Natriumascorbaat

 

X

Vleesproducten in verband met nitrieten of nitraten (7)

E 306

Sterk tocoferolhoudend extract

X

X

Antioxidant in oliën en vetten

E 322

Lecithinen

X

X

Zuivelproducten (7)

E 325

Natriumlactaat

 

X

Producten op basis van melk en vleesproducten

E 330

Citroenzuur

X

 

 

E 331

Natriumcitraten

 

X

 

E 333

Calciumcitraten

X

 

 

E 334

Wijnsteenzuur (L(+)–)

X

 

 

E 335

Natriumtartraten

X

 

 

E 336

Kaliumtartraten

X

 

 

E 341 (i)

Monocalciumfosfaat

X

 

Rijsmiddel voor zelfrijzend bakmeel

E 400

Alginezuur

X

X

Producten op basis van melk (7)

E 401

Natriumalginaat

X

X

Producten op basis van melk (7)

E 402

Kaliumalginaat

X

X

Producten op basis van melk (7)

E 406

Agar-agar

X

X

Producten op basis van melk en vleesproducten (7)

E 407

Carrageen

X

X

Producten op basis van melk (7)

E 410

Johannesbroodpitmeel

X

X

 

E 412

Guarpitmeel

X

X

 

E 414

Arabische gom

X

X

 

E 415

Xanthaangom

X

X

 

E 422

Glycerol

X

 

Voor plantenextracten

E 440 (i)

Pectine

X

X

Producten op basis van melk (7)

E 464

Hydroxypropylmethylcellulose

X

X

Materiaal voor het omhulsel van capsules

E 500

Natriumcarbonaten

X

X

„Dulce de leche” (6) en uit aangezuurde room bereide boter (7)

E 501

Kaliumcarbonaten

X

 

 

E 503

Ammoniumcarbonaten

X

 

 

E 504

Magnesiumcarbonaten

X

 

 

E 509

Calciumchloride

 

X

Doen coaguleren van melk

E 516

Calciumsulfaat

X

 

Drager

E 524

Natriumhydroxide

X

 

Oppervlaktebehandeling van „Laugengebäck

E 551

Siliciumdioxide

X

 

Antiklontermiddel voor kruiden en specerijen

E 553b

Talk

X

X

Een deklaagje aanbrengen op vleesproducten

E 938

Argon

X

X

 

E 939

Helium

X

X

 

E 941

Stikstof

X

X

 

E 948

Zuurstof

X

X

 

b)

subdeel A.4 wordt vervangen door:

„A.4.   Preparaten op basis van micro-organismen

Preparaten op basis van micro-organismen die gewoonlijk worden gebruikt bij de productie van levensmiddelen, met uitzondering van genetisch gemodificeerde organismen in de zin van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (9).

c)

het volgende subdeel A.6 wordt toegevoegd:

„A.6.   Gebruik van bepaalde kleurstoffen voor het stempelen van producten

In het geval dat kleurstoffen worden gebruikt voor het stempelen van eierschalen, is het bepaalde in artikel 2, lid 9, van Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (10) van toepassing.

3)

Deel B wordt vervangen door:

„DEEL B —   TECHNISCHE HULPSTOFFEN EN ANDERE PRODUCTEN DIE MOGEN WORDEN GEBRUIKT VOOR DE BEREIDING EN VERWERKING VAN UIT BIOLOGISCHE LANDBOUWPRODUCTEN VERKREGEN INGREDIËNTEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, LID 3, ONDER d), EN LID 5 BIS, ONDER e), VAN VERORDENING (EEG) Nr. 2092/91

Naam

Bereiding van levensmiddelen van plantaardige oorsprong

Bereiding van levensmiddelen van dierlijke oorsprong

Specifieke gebruiksvoorwaarden

Water

X

X

Drinkwater in de zin van Richtlijn 98/83/EG van de Raad (12)

Calciumchloride

X

 

Coagulatiemiddel

Calciumcarbonaat

X

 

 

Calciumhydroxide

X

 

 

Calciumsulfaat

X

 

Coagulatiemiddel

Magnesiumchloride (of nigari)

X

 

Coagulatiemiddel

Kaliumcarbonaat

X

 

Drogen van druiven

Natriumcarbonaat

X

 

Suikerproductie

Citroenzuur

X

 

Olieproductie en zetmeelhydrolyse

Natriumhydroxide

X

 

Suikerproductie

Olieproductie uit koolzaad/raapzaad (Brassica spp.)

Zwavelzuur

X

 

Suikerproductie

Isopropanol (2-propanol)

X

 

Voor het kristallisatieproces bij de suikerbereiding, met inachtneming van het bepaalde in Richtlijn 88/344/EEG van de Raad, voor de periode tot en met 31 december 2006

Kooldioxide

X

X

 

Stikstof

X

X

 

Ethanol

X

X

Oplosmiddel

Looizuur

X

 

Hulpstof bij filtreren

Eiwitalbumine

X

 

 

Caseïne

X

 

 

Gelatine

X

 

 

Isinglass

X

 

 

Plantaardige oliën

X

X

Plaatsmeermiddel, losmiddel of antischuimmiddel

Siliciumdioxidegel of colloïdale oplossing

X

 

 

Actieve kool

X

 

 

Talk

X

 

 

Bentoniet

X

X

Klaringsmiddel voor honingwijn (11)

Kaolien

X

X

Propolis (11)

Diatomeeënaarde

X

 

 

Perliet

X

 

 

Hazelnootdoppen

X

 

 

Rijstmeel

X

 

 

Bijenwas

X

 

Losmiddel

Carnaubawas

X

 

Losmiddel


(1)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(2)  PB L 137 van 25.5.2006, blz. 9.”;

(3)  PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1.”.

(4)  Maximumgehalte aan de stof uit alle bronnen, uitgedrukt als SO2 in mg/l.

(5)  In dit verband wordt onder „vruchtenwijn” verstaan wijn die is bereid uit andere vruchten dan druiven.

(6)  „Dulce de leche” of „Confiture de lait” is een zeer zoete zachte bruine crème die wordt bereid door het inkoken van gezoete melk

(7)  De beperking betreft alleen dierlijke producten.

(8)  Dit additief mag alleen worden gebruikt als ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat een technologisch alternatief dat dezelfde gezondheidsgaranties biedt en/of waarmee de specifieke kenmerken van het product kunnen worden behouden, niet voorhanden is.”;

(9)  PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1.”;

(10)  PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13.”.

(11)  De beperking betreft alleen dierlijke producten.

Preparaten op basis van micro-organismen en enzymen:

Preparaten op basis van micro-organismen en enzymen die gewoonlijk als technische hulpstof bij de productie van levensmiddelen worden gebruikt, met uitzondering van genetisch gemodificeerde micro-organismen en met uitzondering van enzymen die zijn geproduceerd met „genetisch gemodificeerde organismen” in de zin van Richtlijn 2001/18/EG.

(12)  PB L 330 van 5.12.1998, blz. 32.”.


25.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/15


VERORDENING (EG) Nr. 781/2006 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2006

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 is gevoegd, dienen bepalingen te worden vastgesteld voor de indeling van het in de bijlage bij de onderhavige verordening opgenomen goed.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke communautaire voorschriften is vastgesteld voor de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Met toepassing van genoemde algemene regels, dient het in kolom 1 van de tabel omschreven goed dat is opgenomen in de bijlage bij deze verordening te worden ingedeeld onder de daarmee corresponderende GN-code die is vermeld in kolom 2, op grond van de motiveringen die zijn opgenomen in kolom 3.

(4)

Het is wenselijk dat een beroep kan worden gedaan op een door de douaneautoriteiten van de lidstaten verstrekte bindende tariefinlichting betreffende de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur die niet in overeenstemming is met de bepalingen van onderhavige verordening, door de rechthebbende, gedurende drie maanden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2).

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het goed omschreven in kolom 1 van de in de bijlage opgenomen tabel wordt in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de corresponderende GN-code vermeld in kolom 2 van voornoemde tabel.

Artikel 2

Op de door de douaneautoriteiten van de lidstaten verstrekte bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de onderhavige verordening, kan gedurende drie maanden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92, een beroep worden gedaan.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2006.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 486/2006 (PB L 88 van 25.3.2006, blz. 1).

(2)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 117 van 4.5.2005, blz. 13).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling GN-code

Motivering

(1)

(2)

(3)

Doosje van stevig karton met afneembaar dekseltje (zonder scharnier of andere sluiting). Beide delen zijn aan de buitenzijde bekleed met papier. Het doosje is 5,5 cm lang, 4,5 cm breed en 3 cm hoog. Op het deksel is een sierlint bevestigd.

Het doosje is voorzien van een 1 cm dikke uitneembare laag kunststof met celstructuur. De bovenzijde hiervan is bedekt met textiel voorzien van imitatiefluweel. In het midden van deze kunststof laag is een volledige inkeping aangebracht in de vorm van een halve cirkel, bedoeld om een sieraad vast te klemmen (bv. een ring).

(juwelendoosje)

(Zie de foto’s nrs. 637 A + B + C) (1)

4202 99 00

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 2, onder h), op hoofdstuk 48 en de tekst van de GN-codes 4202 en 4202 99 00.

De stevigheid van het karton wijst erop dat het artikel geschikt is voor langdurig gebruik. Bovendien krijgt het artikel door de afmetingen van de laag kunststof (precies passend in het doosje en de dikte daarvan), het uiterlijk aanzien (imitatiefluweel) en vooral de vorm van de inkeping, de kenmerken van een bergingsmiddel voorzien van een deksel, gelijkend op „juwelendoosjes”, uitgerust om één enkel sieraad te bevatten. Zie de zevende alinea van de GS-toelichting op post 4202.

Bovendien is het artikel bekleed met papier waardoor het voldoet aan de voorwaarden voor bergingsmiddelen zoals genoemd in het tweede deel van de bewoording van post 4202.

Gelet op de objectieve kenmerken (stevig karton, specifieke kenmerken van de laag kunststof) is het artikel geschikt om er een bepaald artikel, in dit geval een sieraad, in op te bergen. Het is derhalve een artikel zoals genoemd in het tweede deel van de bewoording van post 4202 en is als zodanig uitgezonderd van hoofdstuk 48 overeenkomstig aantekening 2, onder h), op hoofdstuk 48. Zie ook de eerste volzin van de eerste alinea van punt A van de GS-toelichting op post 4819.

Image

Image

Image


(1)  De foto’s dienen slechts ter informatie.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

25.5.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/19


AANBEVELING VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA

Nr. 59/05/COL

van 5 april 2005

over het gecoördineerde controleprogramma op het gebied van diervoeding voor 2005

DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), inzonderheid op artikel 109 en Protocol 1,

Gelet op de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, en met name op artikel 5, lid 2, onder b), en Protocol 1,

Gelet op het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 31a, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Richtlijn 95/53/EG van de Raad van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding  (1)), gewijzigd, en aangepast aan de EER-Overeenkomst bij Protocol 1 daarvan, met name op artikel 22, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In 2004 hebben de lidstaten een aantal onderwerpen vastgesteld waarvoor in 2005 een gecoördineerd controleprogramma zou moeten worden uitgevoerd.

(2)

Het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 33, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding  (2)) stelt weliswaar maximale gehaltes aan aflatoxine B1 in diervoeders vast, maar er zijn geen communautaire voorschriften voor andere mycotoxinen, zoals ochratoxine A, zearalenon, deoxynivalenol en fumonisinen. Met het oog op de opstelling van wetgeving zou het verzamelen van informatie over de aanwezigheid van die mycotoxinen door steekproefsgewijze bemonstering nuttige gegevens voor een beoordeling van de situatie kunnen opleveren. Vooral bepaalde voedermiddelen zoals granen en oliehoudende zaden staan bloot aan verontreiniging met mycotoxinen door de omstandigheden bij de oogst, de opslag en het vervoer. Aangezien de mycotoxineconcentratie van jaar tot jaar varieert, moeten voor alle genoemde mycotoxinen gegevens voor opeenvolgende jaren worden verzameld.

(3)

Andere antibiotica dan coccidiostatica en histomonostatica mogen slechts tot en met 31 december 2005 als toevoegingsmiddel in het voeder in de handel worden gebracht en worden gebruikt. Vroegere controles op de aanwezigheid van antibiotica en coccidiostatica in bepaalde diervoeders waarin sommige van deze stoffen niet zijn toegestaan, duiden erop dat dergelijke inbreuken nog steeds voorkomen. De frequentie van dergelijke vondsten en de gevoeligheid van de materie rechtvaardigen de voortzetting van de controles. Er moet op worden toegezien dat de verbodsbepalingen ten aanzien van het gebruik van voedermiddelen van dierlijke oorsprong in diervoeders, zoals vastgesteld in de desbetreffende EER-wetgeving, daadwerkelijk worden toegepast.

(4)

De deelname van Noorwegen en IJsland aan de programma’s binnen de werkingssfeer van bijlage II van deze aanbeveling over stoffen die niet als toevoegingsmiddel in diervoeders zijn toegelaten, moet worden beoordeeld in het licht van hun vrijstellingen van de bepalingen van hoofdstuk II van bijlage I bij de EER-overeenkomst, en in het bijzonder van het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 1a, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst, Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(5)

De deelname van IJsland aan de programma’s binnen de werkingssfeer van bijlage III van deze aanbeveling betreffende verbodsbepalingen ten aanzien van de productie en het gebruik van voedermiddelen van dierlijke oorsprong moet worden beoordeeld in het licht van de vrijstellingen van de bepalingen van hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-overeenkomst.

(6)

Er moet op worden toegezien dat het gehalte aan de sporenelementen koper en zink in mengvoeders voor varkens het maximumgehalte van het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 1zq, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie van 25 juli 2003 tot wijziging van de toelatingsvoorwaarden voor een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen in diervoeders  (3)), gewijzigd, niet overschrijdt. De deelname van Noorwegen aan de programma’s binnen de werkingssfeer van bijlage IV moet worden beoordeeld in het licht van de vrijstellingen van de bepalingen van hoofdstuk II van bijlage I bij de EER-overeenkomst.

(7)

De in deze aanbeveling vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité plantgoed en diervoeding van de EVA, dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA bijstaat,

BEVEELT AAN:

1)

De EVA-staten wordt aanbevolen gedurende 2005 een gecoördineerd controleprogramma uit te voeren met het oog op de controle op:

a)

de concentratie van mycotoxinen (aflatoxine B1, ochratoxine A, zearalenon, deoxynivalenol en fumonisinen) in diervoeders, waarbij zij de analysemethoden aangeven. De bemonstering moet zowel steekproefsgewijs als gericht geschieden. Bij gerichte bemonstering moet het bij de monsters gaan om voedermiddelen waarvan vermoed wordt dat ze hogere mycotoxineconcentraties bevatten, zoals granen, oliehoudende zaden en vruchten, producten en bijproducten daarvan, alsmede voedermiddelen die lange tijd opgeslagen zijn geweest of over grote afstand over zee zijn aangevoerd; in het geval van aflatoxine B1 moet bijzondere aandacht worden besteed aan mengvoeders voor ander melkvee dan rundvee; voor de verslaglegging over de resultaten van de controles moet gebruik worden gemaakt van het model in bijlage I;

b)

antibiotica, coccidiostatica en/of histomonostatica, of deze nu wel of niet voor bepaalde diersoorten en -categorieën als toevoegingsmiddel in het voeder zijn toegelaten, die vaak voorkomen in niet-gemedicineerde voormengsels en mengvoeders waarin deze geneeskrachtige stoffen niet zijn toegestaan; bij de controles moet gericht naar deze geneeskrachtige stoffen in voormengsels en mengvoeders worden gezocht als de bevoegde autoriteit denkt dat het vrij waarschijnlijk is dat er onregelmatigheden worden aangetroffen; voor de verslaglegging over de resultaten van de controles moet gebruik worden gemaakt van het model in bijlage II;

c)

de tenuitvoerlegging van verbodsbepalingen ten aanzien van de productie en het gebruik van voedermiddelen van dierlijke oorsprong, zoals uiteengezet in bijlage III;

d)

het gehalte aan koper en zink in mengvoeders voor varkens, zoals aangegeven in bijlage IV.

2)

De EVA-staten wordt aanbevolen de resultaten van de in punt 1 bedoelde gecoördineerde controleprogramma’s op te nemen in een afzonderlijk hoofdstuk van het jaarverslag over de controleactiviteiten dat uiterlijk op 1 april 2006 in overeenstemming met de laatste versie van het geharmoniseerd modelverslag en krachtens artikel 22, lid 2, van het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 31a, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Richtlijn 95/53/EG van de Raad van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de beginselen inzake de organisatie van de officiële controles op het gebied van diervoeding) aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA moet worden verstrekt.

Gedaan te Brussel, 5 april 2005.

Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

Niels FENGER

Directeur

Bernd HAMMERMANN

Lid van het College


(1)  PB L 265 van 8.11.1995, blz. 17. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 234 van 1.9.2001, blz. 55).

(2)  PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/100/EG van de Commissie (PB L 285 van 1.11.2003, blz. 33).

(3)  PB L 187 van 26.7.2003, blz. 11.


BIJLAGE I

Concentratie van bepaalde mycotoxinen (aflatoxine B1, ochratoxine A, zearalenon, deoxynivalenol en fumonisinen) in diervoeders

Individuele resultaten van alle geteste monsters; model voor de in punt 1, onder a), bedoelde verslagen

Diervoeders

Monsterneming

(steekproef of gericht)

Type en concentratie van de mycotoxinen (μg/kg voor een diervoeder met een vochtgehalte van 12 %)

Type

Land van herkomst

Aflatoxine B1

Ochratoxine A

Zearalenon

Deoxynivalenol

Fumonisinen (1)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bevoegde autoriteit moet ook het volgende aangeven:

de maatregelen die worden genomen wanneer de maximale gehaltes aan aflatoxine B1 worden overschreden;

de gebruikte analysemethoden;

de aantoonbaarheidsgrenzen.


(1)  De concentratie aan fumonisinen omvat het totaal van de fumonisinen B1, B2 en B3.


BIJLAGE II

Aanwezigheid van bepaalde geneeskrachtige stoffen die niet als toevoegingsmiddel in diervoeders zijn toegelaten

Sommige antibiotica, coccidiostatica en andere geneeskrachtige stoffen kunnen legitiem als toevoegingsmiddel in voormengsels en mengvoeders voor bepaalde diersoorten en -categorieën aanwezig zijn indien wordt voldaan aan de eisen van artikel 10 van het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 1a, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding  (1)).

De aanwezigheid van niet-toegelaten geneeskrachtige stoffen in diervoeders vormt een inbreuk.

Op de volgende geneeskrachtige stoffen moet controle worden uitgeoefend:

1)

Geneeskrachtige stoffen die alleen voor bepaalde diersoorten of -categorieën als toevoegingsmiddel in het voeder zijn toegelaten:

 

avilamycine

 

decoquinaat

 

diclazuril

 

flavofosfolipol

 

halofuginone-hydrobromide

 

lasalocide A natrium

 

maduramicine-ammonium alfa

 

monensin-natrium

 

narasin

 

narasin — nicarbazine

 

robenidinehydrochloride

 

salinomycine-natrium

 

semduramicin-natrium

2)

Geneeskrachtige stoffen die niet meer als toevoegingsmiddel in diervoeders zijn toegelaten:

 

amprolium

 

amprolium/ethopabaat

 

arprinocide

 

avoparcine

 

carbadox

 

dimetridazol

 

dinitolmide

 

ipronidazol

 

meticlorpindol

 

meticlorpindol/methylbenzoquaat

 

nicarbazine

 

nifursol

 

olaquindox

 

ronidazol

 

spiramycine

 

tetracyclinen

 

tylosinefosfaat

 

virginiamycine

 

zinkbacitracine

 

andere antimicrobiële stoffen

3)

Geneeskrachtige stoffen die nooit als toevoegingsmiddel in diervoeders waren toegelaten:

 

overige stoffen.

Individuele resultaten van alle niet-conforme monsters; model voor de in punt 1, onder b), bedoelde verslagen

Soort diervoeder (diersoort en -categorie)

Ontdekte stof

Gevonden gehalte

Reden voor de inbreuk (2)

Genomen maatregel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bevoegde autoriteit moet ook het volgende aangeven:

het totale aantal geteste monsters;

de namen van de onderzochte stoffen;

de gebruikte analysemethoden;

de aantoonbaarheidsgrenzen.


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Reden waarom de niet-toegelaten stof zich in het diervoeder bevindt: resultaat van een onderzoek door de bevoegde autoriteit.


BIJLAGE III

Verbodsbepalingen ten aanzien van de productie en het gebruik van voedermiddelen van dierlijke oorsprong

Onverminderd de artikelen 3 tot en met 13 en 15 van Richtlijn 95/53/EG voeren de EVA-staten in 2005 een gecoördineerd controleprogramma uit om na te gaan of de verbodsbepalingen ten aanzien van de productie en het gebruik van voedermiddelen van dierlijke oorsprong in acht zijn genomen.

Met name om ervoor te zorgen dat het verbod op het vervoederen van verwerkte dierlijke eiwitten aan bepaalde dieren, zoals neergelegd in bijlage IV bij het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk I, punt 7.1.12, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën  (1)), daadwerkelijk wordt toegepast, voeren de lidstaten een specifiek controleprogramma op basis van gerichte controles uit. Overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 95/53/EG gaan die controleprogramma's uit van een risicogebaseerde strategie die alle stadia van de productie omvat, alsmede alle soorten inrichtingen waar diervoeders worden vervaardigd, gehanteerd en toegediend. De EVA-staten besteden bijzondere aandacht aan de vaststelling van criteria die aan een risico gerelateerd kunnen worden. Het gewicht dat aan elk criterium wordt toegekend, moet in verhouding staan tot het risico. De frequentie van de controles en het aantal in de inrichting onderzochte monsters moeten correleren met de som van de aan die inrichting toegekende gewichten.

Ter indicatie dienen de onderstaande inrichtingen en criteria bij de opstelling van een controleprogramma in aanmerking te worden genomen.

Gebouwen

Criteria

Gewicht

Diervoederfabriek

Diervoederfabrieken van zowel mengvoeders voor herkauwers als mengvoeders voor niet-herkauwers die toegestane verwerkte dierlijke eiwitten bevatten

Diervoederfabrieken waar eerder overtredingen zijn geconstateerd of waar die worden vermoed

Diervoederfabrieken met een grote hoeveelheid ingevoerde diervoeders met een hoog eiwitgehalte, zoals vismeel, sojameel, maïsglutenmeel en eiwitconcentraten

Diervoederfabrieken met een hoge mengvoederproductie

Risico op kruisverontreiniging als gevolg van interne operationele procedures (speciale silo's, controle op de daadwerkelijke scheiding van de productielijnen, controle op de ingrediënten, intern laboratorium, bemonsteringsprocedures)

 

Grensinspectieposten en andere punten van binnenkomst in de Gemeenschap

Grote/kleine hoeveelheid ingevoerde diervoeders

Diervoeders met een hoog eiwitgehalte

 

Landbouwbedrijven

Zelfmengers die toegestane verwerkte dierlijke eiwitten gebruiken

Landbouwbedrijven waar herkauwers en andere diersoorten worden gehouden (risico op vermenging/verwisseling van voeder)

Landbouwbedrijven die diervoeders in bulk aanschaffen

 

Handelaren

Opslagloodsen en tussenopslag van diervoeders met een hoog eiwitgehalte

Grote hoeveelheid diervoeders in bulk verhandeld

Handelaren in mengvoeders die in het buitenland geproduceerd zijn

 

Mobiele mengvoederbereiders

Mengvoederbereiders die zowel voor herkauwers als voor niet-herkauwers produceren

Mengvoederbereiders waar eerder overtredingen zijn geconstateerd of waar die worden vermoed

Mengvoederbereiders die diervoeders met een hoog eiwitgehalte verwerken

Mengvoederbereiders met een hoge diervoederproductie

Een groot aantal landbouwbedrijven als afnemers, waaronder bedrijven met herkauwers

 

Transportmiddelen

Voertuigen die voor het vervoer van zowel verwerkte dierlijke eiwitten als diervoeders worden gebruikt

Voertuigen waarbij eerder overtredingen zijn geconstateerd of waarbij die worden vermoed

 

Als alternatief voor deze indicatieve inrichtingen en criteria mogen de EVA-staten hun eigen risicobeoordeling vóór 31 maart 2005 aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA sturen.

De bemonstering moet worden gericht op partijen of gebeurtenissen waarbij kruisverontreiniging met verboden verwerkte eiwitten het waarschijnlijkst is (eerste partij na het vervoer van diervoeders die voor deze volgende partij verboden dierlijke eiwitten bevatten, technische problemen of veranderingen in de productielijnen, veranderingen in de opslagbunkers of silo's voor bulkmateriaal).

In 2005 moeten de EVA-staten zich concentreren op de analyse van suikerbietenpulp en ingevoerde voedermiddelen.

Per jaar moeten er in een EVA-staat minimaal 10 controles per 100 000 ton geproduceerd mengvoeder plaatsvinden. Het minimumaantal officiële monsters per jaar in een EVA-staat dient 20 per 100 000 ton geproduceerd mengvoeder te zijn. In afwachting van de goedkeuring van alternatieve methoden moet voor de analyse van de monsters de microscopische identificatie en schatting zoals beschreven in het besluit waarnaar wordt verwezen in hoofdstuk II, punt 31i, van bijlage I bij de EER-Overeenkomst (Richtlijn 2003/126/EG van de Commissie inzake de analysemethoden voor de bepaling van bestanddelen van dierlijke oorsprong in het kader van de officiële controle van diervoeders  (2)) worden gebruikt. Iedere aanwezigheid van verboden bestanddelen van dierlijke oorsprong in diervoeders dient als overtreding van het voederverbod te worden beschouwd.

De resultaten van de controleprogramma's moeten aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden meegedeeld aan de hand van onderstaande tabellen.

Overzicht van de controles betreffende het voederverbod voor diervoeder van dierlijke oorsprong (vervoederen van verboden verwerkte dierlijke eiwitten)

A.   Gedocumenteerde controles

Stadium

Aantal controles op de aanwezigheid van verwerkte dierlijke eiwitten

Aantal overtredingen die niet op grond van laboratoriumtests, maar van documentaire controles zijn vastgesteld

Invoer van voedermiddelen

 

 

Opslag van voedermiddelen

 

 

Diervoederfabriek

 

 

Zelfmengers/mobiele mengvoederbereiders

 

 

Intermediairs

 

 

Vervoermiddel

 

 

Bedrijven met niet-herkauwers

 

 

Bedrijven met herkauwers

 

 

Overige: ...

 

 


B.   Bemonstering en testen van voedermiddelen en mengvoeders op verwerkte dierlijke eiwitten

Gebouwen

Aantal officiële monsters, getest op verwerkte dierlijke eiwitten

Aantal niet-conforme monsters

Aanwezigheid van verwerkte dierlijke eiwitten van landdieren

Aanwezigheid van verwerkte dierlijke eiwitten van vis

Voedermiddelen

Mengvoeders

Voedermiddelen

Mengvoeders

Voedermiddelen

Mengvoeders

voor herkauwers

voor niet-herkauwers

voor herkauwers

voor niet-herkauwers

voor herkauwers

voor niet-herkauwers

Bij de invoer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Diervoederfabriek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Intermediairs/opslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervoermiddel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zelfmengers/mobiele mengvoederbereiders

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op het landbouwbedrijf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige: ...

 

 

 

 

 

 

 

 

 


C.   Overzicht van verboden verwerkte dierlijke eiwitten die zijn aangetroffen in voor herkauwers bedoelde diervoeders

 

Maand van bemonstering

Aard, mate en oorsprong van verontreiniging

Sancties (of andere maatregelen)

1

 

 

 

2

 

 

 

3

 

 

 

4

 

 

 

5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


(1)  PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1993/2004 van de Commissie (PB L 344 van 20.11.2004, blz. 12).

(2)  PB L 339 van 24.12.2003, blz. 78.


BIJLAGE IV

Individuele resultaten van alle (zowel conforme als niet-conforme) monsters betreffende het gehalte aan koper en zink in mengvoeders voor varkens

Soort mengvoeder

(diercategorie)

Sporenelement

(koper of zink)

Aangetroffen gehalte

(mg/kg volledig diervoeder)

Reden voor de overschrijding van het maximumgehalte (1)

Genomen maatregel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Zoals geconcludeerd na een onderzoek door de bevoegde autoriteit.