ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 90

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
28 maart 2006


Inhoud

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Raad

 

*

Besluit van de Raad van 27 februari 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek

1

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek

2

Slotakte

18

 

*

Informatie over de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek

21

 

*

Besluit van de Raad van 27 februari 2006 betreffende de sluiting van een Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding, en een slotakte

22

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding

23

Slotakte

32

 

*

Informatie over de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding

35

 

*

Besluit van de Raad van 27 februari 2006 over de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende diens deelname aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk

36

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van Zwitserland aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk

37

 

*

Informatie over de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende diens deelname aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en informatienetwerk

48

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

28.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 februari 2006

betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek

(2006/233/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 20 juli 2000 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen met de Zwitserse Bondsstaat aan te gaan over een overeenkomst op het gebied van statistiek.

(2)

Overeenkomstig Besluit van de Raad van 26 oktober 2004, en onder voorbehoud van de sluiting op een latere datum, werd de overeenkomst op 26 oktober 2004 namens de Europese Gemeenschap ondertekend.

(3)

Deze overeenkomst moet worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek wordt bij dezen namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De Gemeenschap wordt in het ingevolge artikel 3 van de overeenkomst opgerichte gemengd comité vertegenwoordigd door de Commissie, die wordt bijgestaan door vertegenwoordigers van de lidstaten.

Het door de Gemeenschap in te nemen standpunt ten aanzien van besluiten van het gemengd comité over de financiële bijdrage van Zwitserland en over wezenlijke afwijkingen met betrekking tot de uitbreiding van Gemeenschapswetgeving tot Zwitserland wordt door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid vastgesteld. Voor alle andere besluiten van het gemengd comité en voor aanbevelingen wordt het standpunt van de Gemeenschap vastgesteld door de Commissie.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad doet namens de Europese Gemeenschap de in artikel 13 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (2).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, op 27 februari 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)  Advies uitgebracht op 14 december 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna „de Gemeenschap” genoemd,

en

De ZWITSERSE BONDSSTAAT, hierna „Zwitserland” genoemd,

hierna samen de „overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

VERLANGENDE de samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland op het gebied van statistiek te verbeteren en te dien einde door middel van deze overeenkomst de beginselen van en voorwaarden voor die samenwerking vast te stellen;

OVERWEGENDE dat passende maatregelen moeten worden vastgesteld om een geleidelijke harmonisatie tot stand te brengen en een coherente ontwikkeling van het rechtskader voor de gegevensverzameling, de classificaties, de definities en de methoden op statistisch gebied te waarborgen;

OVERWEGENDE dat gemeenschappelijke regels voor de productie van statistieken binnen het door de Gemeenschap en Zwitserland bestreken gebied moeten worden vastgesteld;

ERKENNENDE dat deze regels op de in de Gemeenschap van kracht zijnde wetgeving moeten worden gebaseerd;

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Onderwerp

1.   Deze overeenkomst is van toepassing op de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen op het gebied van statistiek; zij heeft ten doel te zorgen voor de productie en de verspreiding van samenhangende en vergelijkbare statistische informatie, met behulp waarvan alle aspecten van het voor de bilaterale samenwerking relevante economische, sociale en milieubeleid kunnen worden beschreven en gevolgd.

2.   Daartoe ontwikkelen de overeenkomstsluitende partijen geharmoniseerde methoden, definities en classificaties, alsmede gemeenschappelijke programma's en procedures voor de organisatie van de statistische werkzaamheden op de juiste administratieve niveaus en in overeenstemming met de bepalingen in deze overeenkomst, en passen zij deze toe.

3.   Bij de productie van statistieken nemen de overeenkomstsluitende partijen de beginselen van onpartijdigheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding in acht; hierbij mogen de marktdeelnemers geen buitensporige lasten worden opgelegd.

Artikel 2

Wetgeving op het gebied van statistiek

De in bijlage A genoemde besluiten, zoals aangepast bij deze overeenkomst, zijn verbindend voor de overeenkomstsluitende partijen.

Artikel 3

Gemengd Comité

1.   Er wordt een comité, „Statistisch Comité Gemeenschap/Zwitserland” geheten (hierna het „gemengd comité” genoemd), opgericht, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen.

Het gemengd comité is verantwoordelijk voor het beheer van deze overeenkomst en draagt zorg voor een goede uitvoering ervan. Het doet hiertoe aanbevelingen en neemt besluiten in de in deze overeenkomst bedoelde gevallen. Het spreekt zich uit in onderlinge overeenstemming. Een besluit van het gemengd comité is bindend voor de overeenkomstsluitende partijen.

2.   Het gemengd comité en het bij Besluit 89/382 (EEG/Euratom) van de Raad van 19 juni 1989 opgerichte Comité statistisch programma (CSP) organiseren hun werkzaamheden ten behoeve van deze overeenkomst in gemeenschappelijke vergaderingen.

3.   Het gemengd comité stelt bij besluit zijn reglement van orde vast, dat onder meer bepalingen omvat over de procedure voor het bijeenroepen van vergaderingen, de benoeming van de voorzitter en de vaststelling van het mandaat van de voorzitter.

4.   Het gemengd comité komt bijeen wanneer dat nodig is. Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan verzoeken een vergadering te beleggen. Het gemengd comité kan besluiten subcomités of werkgroepen op te richten om zich bij de uitoefening van zijn taken te laten bijstaan.

5.   Een overeenkomstsluitende partij kan op elk moment een onderwerp bij het gemengd comité aan de orde stellen.

6.   In elk besluit wordt de datum van tenuitvoerlegging aangegeven. De besluiten worden zo nodig ter ratificatie of goedkeuring aan de overeenkomstsluitende partijen, in overeenstemming met hun eigen procedures, voorgelegd; die doen de besluiten overeenkomstig hun eigen regels in werking treden.

Artikel 4

Nieuwe wetgeving

1.   De overeenkomst laat het recht van elk van de overeenkomstsluitende partijen onverlet om haar wetgeving inzake een bij deze overeenkomst geregeld punt unilateraal te wijzigen, mits zij dit doet met inachtneming van de bepalingen van deze overeenkomst.

2.   Gedurende de periode die aan de formele goedkeuring van nieuwe wetgeving voorafgaat, informeren en consulteren de overeenkomstsluitende partijen elkaar zo uitgebreid mogelijk. Op verzoek van elk van de overeenkomstsluitende partijen kan in het gemengd comité vooroverleg plaatsvinden.

3.   Zodra een overeenkomstsluitende partij een wijziging van haar wetgeving heeft goedgekeurd, stelt zij de andere overeenkomstsluitende partij daarvan in kennis.

4.   Het gemengd comité:

keurt een besluit tot herziening van bijlage A en/of bijlage B goed, of stelt zo nodig een herziening van de bepalingen van deze overeenkomst voor, ten einde de wijzigingen in de wetgeving in kwestie, zo nodig op basis van wederkerigheid, daarin te verwerken; of

keurt een besluit goed waarbij de wijzigingen in de wetgeving in kwestie in overeenstemming met de goede werking van deze overeenkomst worden beschouwd; of

neemt een ander besluit ter waarborging van de goede werking van deze overeenkomst.

Artikel 5

Statistische samenwerking

1.   Het in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek bedoelde communautair statistisch programma, zoals dat van tijd tot tijd bij besluit van het Europees Parlement en de Raad wordt goedgekeurd, vormt het kader voor de statistische maatregelen die Zwitserland gedurende de looptijd van elk statistisch programma moet uitvoeren. Alle belangrijke sectoren en statistische thema's van het communautair statistisch programma worden relevant geacht voor de statistische samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland en staan open voor volwaardige deelneming door Zwitserland.

2.   Ieder jaar wordt een specifiek statistisch jaarprogramma Gemeenschap/Zwitserland opgesteld als onderdeel van, en op één lijn met, het jaarlijks werkprogramma dat de Commissie ingevolge het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het desbetreffende communautair statistisch programma opstelt. Ieder statistisch jaarprogramma Gemeenschap/Zwitserland wordt voor onderzoek en ter goedkeuring voorgelegd aan het gemengd comité. Binnen de thema's van dit programma worden met name de maatregelen aangegeven die gedurende de looptijd van het programma relevant zijn en prioriteit hebben voor de statistische samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland.

3.   Statistische gegevens uit Zwitserland worden voor opslag, verwerking en verspreiding aan Eurostat toegezonden. Hiertoe werkt het Zwitserse bondsbureau voor de statistiek (Bundesamt für Statistik) nauw samen met Eurostat, ten einde ervoor te zorgen dat de gegevens uit Zwitserland op de juiste wijze worden verzonden, en via de normale kanalen aan de diverse gebruikersgroepen worden doorgegeven als onderdeel van de statistiek voor de Gemeenschap/Zwitserland.

De statistieken uit Zwitserland worden behandeld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad.

4.   Het gemengd comité onderzoekt de vorderingen die in het kader van de statistische maatregelen voor de Gemeenschap/Zwitserland worden gemaakt. Het gaat met name na of de doelen, prioriteiten en maatregelen die voor de eerste drie jaar waarin de overeenkomst wordt toegepast, zijn gepland, ook zijn bereikt. Verder gaat het na of de inhoud van bijlage I een goede afspiegeling vormt van de in artikel 1, lid 1, bedoelde relevantie.

Artikel 6

Deelnemers

1.   In Zwitserland gevestigde instellingen zijn gerechtigd aan specifieke door Eurostat beheerde communautaire programma's deel te nemen met dezelfde contractuele rechten en plichten als in de Gemeenschap gevestigde instellingen. In Zwitserland gevestigde instellingen hebben evenwel geen recht op financiële bijdragen van Eurostat.

2.   Nationale deskundigen uit Zwitserland kunnen bij Eurostat worden gedetacheerd. De kosten in verband met hun detachering, waaronder lonen, sociale premies, pensioenbijdragen en reis- en dagvergoedingen, worden volledig gedragen door Zwitserland.

3.   In de Gemeenschap gevestigde instellingen zijn gerechtigd aan specifieke door het Bundesamt für Statistik beheerde programma's deel te nemen met dezelfde contractuele rechten en plichten als in Zwitserland gevestigde instellingen.

Artikel 7

Andere vormen van samenwerking

1.   In onderling overleg kunnen het Bundesamt für Statistik en Eurostat technologie op het gebied van statistiek aan elkaar overdragen.

2.   De overeenkomstsluitende partijen kunnen iedere informatie op het gebied van statistiek uitwisselen.

3.   De statistische diensten van de overeenkomstsluitende partijen kunnen ambtenaren uitwisselen. Ook de statistische diensten van de lidstaten van de Gemeenschap kunnen ambtenaren met Zwitserland uitwisselen. De voorwaarden voor deze uitwisselingen worden direct door de betrokken statistische diensten overeengekomen.

Artikel 8

Financiële bepalingen

1.   Ter dekking van alle kosten van zijn deelneming draagt Zwitserland vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst op jaarbasis financieel bij aan de kosten van het communautair statistisch programma.

2.   De regels betreffende de financiële bijdrage van Zwitserland zijn uiteengezet in bijlage B.

Artikel 9

Non-discriminatie

Binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst en onverminderd de daarin vervatte bijzondere bepalingen is elke discriminatie op grond van nationaliteit verboden.

Artikel 10

Voldoen aan verplichtingen

De overeenkomstsluitende partijen nemen alle algemene of bijzondere maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst wordt voldaan. Zij onthouden zich van maatregelen die de doelstellingen van deze overeenkomst in gevaar kunnen brengen.

Artikel 11

Bijlagen

De bijlagen vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 12

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is onder de in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap neergelegde voorwaarden van toepassing op de gebieden waar dat Verdrag van toepassing is, enerzijds, en op het grondgebied van Zwitserland, anderzijds.

Artikel 13

Inwerkingtreding en duur

1.   Deze overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen geratificeerd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. Zij treedt in werking op de eerste dag van januari van het jaar volgende op de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen elkaar van de voltooiing van de procedures in kennis stellen.

2.   Deze overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van vijf jaar. Tenzij de overeenkomst zes maanden voor afloop van deze periode schriftelijk wordt opgezegd, wordt zij geacht voor onbepaalde tijd te zijn verlengd.

3.   Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan de overeenkomst schriftelijk bij de andere overeenkomstsluitende partijen opzeggen. De overeenkomst treedt dan zes maanden na de datum van deze kennisgeving buiten werking.

Artikel 14

Authentieke teksten

1.   Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

2.   De versie van deze overeenkomst in de Maltese taal wordt op basis van een briefwisseling door de overeenkomstsluitende partijen authentiek verklaard. Zij is gelijkelijk authentiek, op dezelfde wijze als de in lid 1 genoemde talen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder de overeenkomst hebben geplaatst.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendundvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

'Εγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizendvier.

Sporządzono w Luksemburgu, dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image

BIJLAGE A

WETGEVING OP HET GEBIED VAN STATISTIEK (BEDOELD IN ARTIKEL 2)

SECTORALE AANPASSING

1.

De tem „lidstaat” of „lidstaten” in de in deze bijlage genoemde besluiten wordt geacht om, naast de betekenis in de desbetreffende besluiten van de Gemeenschap, ook Zwitserland te omvatten.

2.

Bepalingen waarin is vastgelegd voor wiens rekening de kosten van uitvoering van enquêtes en dergelijke komen, zijn voor deze overeenkomst niet van toepassing.

BESLUITEN

ONDERNEMINGENSTATISTIEK

397 R 0058: Verordening (EG, Euratom) nr. 58/97 van de Raad van 20 december 1996 inzake structurele bedrijfsstatistieken (PB L 14 van 17.1.1997, blz. 1), gewijzigd bij:

398 R 0410: Verordening (EG, Euratom) nr. 410/98 van de Raad van 16 februari 1998 (PB L 52 van 21.2.1998, blz. 1),

32002 R 2056: Verordening (EG) nr. 2056/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 (PB L 317 van 21.11.2002, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

het eerste referentiejaar waarvoor Zwitserland statistieken moet opstellen is:

voor bijlage 1, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 11 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2002,

voor bijlage 2, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 10 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2002 voor alle jaarlijkse statistieken, het kalenderjaar 2003 voor de tweejaarlijkse kenmerken 20210 tot en met 20310, het kalenderjaar 2002 voor het driejaarlijkse kenmerk 23110, het kalenderjaar 2004 voor het vierjaarlijkse kenmerk 16135 en het kalenderjaar 2003 voor de vierjaarlijkse kenmerken 15420, 15441 en 15442,

voor bijlage 3, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 10 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2002 voor alle jaarlijkse statistieken, het kalenderjaar 2002 voor de vijfjaarlijkse kenmerken betreffende afdeling 52, het kalenderjaar 2003 voor de vijfjaarlijkse kenmerken betreffende afdeling 51 en het kalenderjaar 2005 voor de vijfjaarlijkse kenmerken betreffende afdeling 50,

voor bijlage 4, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 10 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2002 voor alle jaarlijkse statistieken, het kalenderjaar 2003 voor de tweejaarlijkse kenmerken 20210 tot en met 20310, het kalenderjaar 2002 voor de vierjaarlijkse kenmerken 16131 en 16132, en het kalenderjaar 2003 voor de driejaarlijkse kenmerken 23110, 23120, 15420, 15441 en 15442,

voor bijlage 5, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 9 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2002,

voor bijlage 6, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 10 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2004,

voor bijlage 7, sectie 5 (Eerste referentiejaar) en sectie 10 (Overgangsperiode): het kalenderjaar 2003;

b)

wat de bijlagen 1 tot en met 7 betreft, bedraagt de overgangsperiode voor de opstelling van de statistieken die zijn vermeld in sectie 5 van deze bijlagen, zoals gewijzigd onder a), niet meer dan vier jaar na het desbetreffende eerste referentiejaar;

c)

voor de bijlagen 1, 2, 3, 4 en 5 is Zwitserland vrijgesteld van het verschaffen van gegevens, in de overeenkomstig punt a) gewijzigde versie, voor de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005;

d)

voor de bijlagen 6 en 7 is Zwitserland vrijgesteld van het verschaffen van gegevens, in de overeenkomstig punt a) gewijzigde versie, voor de jaren 2003, 2004, 2005 en 2006;

e)

Zwitserland is niet gebonden aan de door de verordening verlangde regionale indeling van de gegevens;

f)

Zwitserland is vrijgesteld van het verschaffen van gegevens op 4-cijferniveau van de NACE REV 1;

g)

Zwitserland is vrijgesteld van het verschaffen van de door de verordening verlangde gegevens voor eenheden van economische activiteit.

398 R 2700: Verordening (EG) nr. 2700/98 van de Commissie van 17 december 1998 betreffende de definities van kenmerken voor de structurele bedrijfsstatistieken (PB L 344 van 18.12.1998, blz. 49), gewijzigd bij:

32002 R 2056: Verordening (EG) nr. 2056/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 (PB L 317 van 21.11.2002).

398 R 2701: Verordening (EG) nr. 2701/98 van de Commissie van 17 december 1998 betreffende reeksen gegevens die moeten worden geproduceerd voor de structurele bedrijfsstatistieken (PB L 344 van 18.12.1998, blz. 81), gewijzigd bij:

32002 R 2056: Verordening (EG) nr. 2056/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 (PB L 317 van 21.11.2002, blz. 1).

398 R 2702: Verordening (EG) nr. 2702/98 van de Commissie van 17 december 1998 betreffende het technische formaat voor de indiening van structurele bedrijfsstatistieken (PB L 344 van 18.12.1998, blz. 102), gewijzigd bij:

32002 R 2056: Verordening (EG) nr. 2056/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 (PB L 317 van 21.11.2002, blz. 1).

399 R 1618: Verordening (EG) nr. 1618/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 inzake de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling van structurele bedrijfsstatistieken (PB L 192 van 24.7.1999, blz. 11).

399 R 1225: Verordening (EG) nr. 1225/99 van de Commissie van 27 mei 1999 betreffende de definities van kenmerken voor de statistieken van verzekeringsdiensten (PB L 154 van 19.6.1999, blz. 1).

399 R 1227: Verordening (EG) nr. 1227/99 van de Commissie van 28 mei 1999 betreffende het technische formaat voor de indiening van statistieken van verzekeringsdiensten (PB L 154 van 19.6. 1999, blz. 75).

399 R 1228: Verordening (EG) nr. 1228/99 van de Commissie van 28 mei 1999 betreffende de reeksen gegevens die moeten worden geproduceerd voor de statistieken van verzekeringsdiensten (PB L 154 van 19.6.1999, blz. 91).

398 R 1165: Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad van 19 mei 1998 inzake kortetermijnstatistieken (PB L 162 van 5.6.1998, blz. 1), gewijzigd bij:

32001 R 0586: Verordening (EG) nr. 586/2001 van de Commissie van 26 maart 2001 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad inzake kortetermijnstatistieken, wat de definitie van belangrijke industriegroepen (BIG's) betreft (PB L 86 van 27.3.2001, blz. 11),

32001 R 0588: Verordening (EG) nr. 588/2001 van de Commissie van 26 maart 2001 @ (PB L 86 van 27.3.2001, blz. 18).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

Zwitserland levert gegevens vanaf het eerste kwartaal van 2007;

b)

Zwitserland is vrijgesteld van het verschaffen van gegevens op 4-cijferniveau van de NACE REV 1;

393 R 2186: Verordening (EEG) nr. 2186/93 van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de communautaire coördinatie van de inrichting van ondernemingsregisters voor statistische doeleinden (PB L 196 van 5.8.1993, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

Zwitserland doet de nodige maatregelen in werking treden om met ingang van 1 januari 2006 aan deze verordening te voldoen;

b)

Punt 1 k) van bijlage II bij de verordening is voor Zwitserland niet van toepassing.

VERVOERS- EN TOERISMESTATISTIEK

398 R 1172: Verordening (EG) nr. 1172/98 van de Raad van 25 mei 1998 betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer over de weg (PB L 163 van 6.6.1998, blz. 1), gewijzigd bij:

399 R 2691: Verordening (EG) nr. 2691/99 van de Commissie van 17 december 1999 (PB L 326 van 18.12.1999, blz. 39).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Zwitserland verzamelt de op grond van deze verordening verlangde gegevens uiterlijk vanaf 2006.

32001 R 2163: Verordening (EG) nr. 2163/2001 van de Commissie van 7 november 2001 betreffende de technische aspecten van de toezending van gegevens voor de statistiek van het goederenvervoer over de weg (PB L 291 van 8.11.2001, blz. 13).

32003 R 0006: Verordening (EG) nr. 6/2003 van de Commissie van 30 december 2002 betreffende de verspreiding van statistieken inzake het goederenvervoer over de weg (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 45).

32003 R 0091: Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer (PB L 14 van 21.1.2003, blz. 1), gewijzigd bij:

32003 R 1192: Verordening (EG) nr. 1192/2003 van de Commissie van 3 juli 2003 (PB L 167 van 4.7.2003, blz. 13).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Zwitserland verzamelt de op grond van deze verordening verlangde gegevens uiterlijk vanaf 2006.

380 L 1119: Richtlijn 80/1119/EEG van de Raad van 17 november 1980 betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer over de binnenwateren (PB L 339 van 15.12.1980, blz. 30).

395 L 0064: Richtlijn 95/64/EG van de Raad van 8 december 1995 betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen (PB L 320 van 30.12.1995, blz. 25), gewijzigd bij:

398 D 0385: Beschikking 98/385/EG van de Commissie van 13 mei 1998 (PB L 174 van 18.6.1998, blz. 1),

32000 D 0363: Beschikking 363/2000/EG van de Commissie van 28 april 2000 (PB L 132 van 5.6.2000, blz. 1).

32001 D 0423: Beschikking 2001/423/EG van de Commissie van 22 mei 2001 betreffende regelingen voor de bekendmaking of verspreiding van statistische gegevens die zijn verzameld ingevolge Richtlijn 95/64/EG van de Raad betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen (PB L 151 van 7.6.2001, blz. 41).

32003 R 0437: Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht (PB L 66 van 11.3.2003, blz. 1), gewijzigd bij:

32003 R 1358: Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie van 31 juli 2003 (PB L 194 van 1.8.2003, blz. 9).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Zwitserland verzamelt de op grond van deze verordening verlangde gegevens uiterlijk vanaf het begin van 2006.

393 D 0704: Beschikking 93/704/EG van de Raad van 30 november 1993 betreffende de oprichting van een communautaire gegevensbank inzake ongevallen in het wegverkeer (PB L 329 van 30.12.1993, blz. 63).

395 L 0057: Richtlijn 95/57/EG van de Raad van 23 november 1995 betreffende de verzameling van statistische informatie op het gebied van het toerisme (PB L 291 van 6.12.1995, blz. 32).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt gelezen:

Zwitserland verzamelt de op grond van deze richtlijn verlangde gegevens uiterlijk vanaf 2007.

399 D 0035: Beschikking 1999/35/EG van de Commissie van 9 december 1998 inzake de procedures ter uitvoering van Richtlijn 95/57/EG van de Raad betreffende de verzameling van statistische informatie op het gebied van het toerisme (PB L 9 van 15.1.1999, blz. 23).

STATISTIEK VAN DE BUITENLANDSE HANDEL

395 R 1172: Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad van 22 mei 1995 betreffende de statistieken van het goederenverkeer van de Gemeenschap en haar lidstaten met derde landen (PB L 118 van 25.5.1995, blz. 10), gewijzigd bij:

397 R 0476: Verordening (EG) nr. 476/97 van de Raad van 13 maart 1997 (PB L 75 van 15.3.1997, blz. 1),

398 R 0374: Verordening (EG) nr. 374/98 van de Raad van 12 februari 1998 (PB L 48 van 19.2.1998, blz. 6).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

het statistische registratiegebied van Zwitserland omvat het douanegebied;

b)

Zwitserland is niet verplicht statistieken voor het handelsverkeer tussen Zwitserland en Liechtenstein op te stellen;

c)

de in artikel 8, lid 2, bedoelde indeling vindt ten minste op 6-cijferniveau plaats;

d)

artikel 10, lid 1, onder h) en j), is niet van toepassing;

e)

artikel 10, lid 1, onder i): de nationaliteit van het vervoermiddel dat de grens overschrijdt, is alleen van toepassing voor het wegvervoer.

32000 R 1917: Verordening (EG) nr. 1917/2000 van de Commissie van 7 september 2000 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad wat de statistiek van de buitenlandse handel betreft (PB L 229 van 9.9.2000, blz. 14), gewijzigd bij:

32001 R 1669: Verordening (EG) nr. 1669/2001 van de Commissie van 20 augustus 2001 (PB L 224 van 21.8.2001, blz. 3).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

de verwijzing in artikel 6, lid 1, naar Verordening (EG) nr. 2454/96 is niet van toepassing;

b)

aan artikel 7, lid 1, onder a), wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Voor Zwitserland is het „land van oorsprong” het land waar de goederen hun oorsprong hebben in de zin van de nationale oorsprongsregels.”;

c)

aan artikel 9, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Voor Zwitserland wordt de douanewaarde gedefinieerd overeenkomstig de nationale regels.”;

d)

artikel 11, lid 2, is niet van toepassing;

e)

hoofdstuk 2 (artikelen 16-19) is niet van toepassing.

32002 R 1779: Verordening (EG) nr. 1779/2002 van de Commissie van 4 oktober 2002 betreffende de nomenclatuur van landen en gebieden voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de lidstaten (PB L 269 van 5.10.2002, blz. 6).

STATISTISCHE BEGINSELEN, STATISTISCHE GEHEIMHOUDING

390 R 1588: Verordening (Euratom/EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (PB L 151 van 15.6.1990, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

aan artikel 2 wordt het volgende punt toegevoegd:

11.

„personeelsleden van het Bureau van de statistisch adviseur van de EVA: personeelsleden van het EVA-secretariaat die ten kantore van het BSEG werkzaam zijn.”;

b)

in de tweede zin van artikel 5, lid 1, wordt „BSEG” vervangen door „BSEG en van het Bureau van de statistisch adviseur van de EVA”;

c)

aan artikel 5, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De vertrouwelijke statistische gegevens die door het Bureau van de statistisch adviseur van de EVA aan het BSEG worden toegezonden, zijn ook toegankelijk voor de personeelsleden van dat Bureau.”;

d)

in artikel 6 wordt onder „BSEG” in dit verband ook het Bureau van de statistisch adviseur van de EVA verstaan.

397 R 0322: Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (PB L 52 van 22. 2.1997, blz. 1).

32002 R 0831: Verordening (EG) nr. 831/2002 van de Commissie van 17 mei 2002 tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek, met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden (PB L 133 van 18.5.2002, blz. 7).

SOCIALE EN BEVOLKINGSSTATISTIEK

376 R 0311: Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers (PB L 39 van 14.2.1976, blz. 1).

398 R 0577: Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap (PB L 77 van 14.3.1998, blz. 3), gewijzigd bij:

32002 R 1991: Verordening (EG) nr. 1991/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 8 oktober 2002 (PB L 308 van 9.11.2002, blz. 1),

32002 R 2104: Verordening (EG) nr. 2104/2002 van de Commissie van 28 november 2002 (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 14).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

ongeacht de bepalingen van artikel 1 mag Zwitserland tot 2007 een jaarlijkse enquête houden;

b)

voor Zwitserland is de steekproefeenheid ongeacht de bepalingen van artikel 2, lid 4, het individu en kan de informatie voor de andere leden van het huishouden ten minste de in artikel 4, lid 1, genoemde kenmerken omvatten.

32000 R 1575: Verordening (EG) nr. 1575/2000 van de Commissie van 19 juli 2000 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap, wat de te gebruiken codering voor de overbrenging van de gegevens vanaf het jaar 2001 betreft (PB L 181 van 20.7.2000 blz. 16)

32000 R 1897: Verordening (EG) nr. 1897/2000 van de Commissie van 7 september 2000 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap, wat de operationele definitie van werkloosheid betreft (PB L 228 van 8.9.2000, blz. 18).

32002 R 2104: Verordening (EG) nr. 2104/2002 van de Commissie van 28 november 2002 tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap, alsmede van Verordening (EG) nr. 1575/2000 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad, wat de lijst van variabelen voor onderwijs en opleiding en de vanaf 2003 voor de indiening van gegevens te gebruiken codering van deze variabelen betreft (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 14).

32003 R 0246: Verordening (EG) nr. 246/2003 van de Commissie van 10 februari 2003 tot vaststelling van het programma van speciale modules voor de jaren 2004-2006 bij de steekproefenquête naar de arbeidskrachten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad (PB L 34 van 11.2.2003, blz. 3).

399 R 0530: Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten (PB L 63 van 12.3.1999, blz. 6).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

Zwitserland verzamelt de in deze verordening verlangde gegevens voor het eerst in 2008 wat de statistiek van het peil en de samenstelling van de loonkosten betreft, en in 2006 wat de structuur en de spreiding van de lonen betreft;

b)

voor 2006 en 2008 mag Zwitserland de in artikel 6, lid 1, onder a), en lid 2, onder a), verlangde gegevens op basis van ondernemingen verstrekken.

32000 R 0452: Verordening (EG) nr. 452/2000 van de Commissie van 28 februari 2000 betreffende de toepassing van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten, wat de kwaliteitsbeoordeling van loonkostenstatistieken betreft (PB L 55 van 29.2.2000, blz. 53).

32000 R 1916: Verordening (EG) nr. 1916/2000 van de Commissie van 8 september 2000 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten, wat de definitie en de indiening van gegevens over de loonstructuur betreft (PB L 229 van 9.9.2000, blz. 3).

399 R 1726: Verordening (EG) nr. 1726/1999 van de Commissie van 27 juli 1999 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad betreffende structuurstatistieken van lonen en loonkosten, wat de definitie en de indiening van gegevens over de loonkosten betreft (PB L 203 van 3.8.1999, blz. 28).

32002 R 0072: Verordening (EG) nr. 72/2002 van de Commissie van 16 januari 2002 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad, wat de kwaliteitsbeoordeling van loonstructuurstatistieken betreft (PB L 15 van 17.1.2002, blz. 7).

32003 R 0450: Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de loonkostenindex (PB L 69 van 13.3.2003, blz. 1), geïmplementeerd bij:

32003 R 1216: Verordening (EG) nr. 1216/2003 van de Commissie van 7 juli 2003 betreffende de loonkostenindex (PB L 169 van 8.7.2003, blz. 37).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Zwitserland stelt de bij deze verordening verlangde gegevens begin 2007 voor het eerst op en vervolgens ieder kwartaal.

32003 R 1177: Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 inzake de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) (PB L 165 van 3.7.2003, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Zwitserland verzamelt de op grond van deze verordening verlangde gegevens uiterlijk vanaf 2007.

ECONOMISCHE STATISTIEK

32003 R 1287: Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen („BNI-verordening”) (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1).

395 R 2494: Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen (PB L 257 van 27.10.1995, blz. 1).

Voor Zwitserland is de verordening van toepassing op de harmonisatie van de indexcijfers van de consumptieprijzen voor internationale vergelijkingen. Zij is daarentegen niet relevant voor zover het uitdrukkelijk gaat om de berekening van geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen in het kader van de Economische en Monetaire Unie.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

artikel 2, onder c), en de verwijzingen naar het MUICP in artikel 8, lid 1, en artikel 11 zijn niet van toepassing;

b)

artikel 5, lid 1, onder a), is niet van toepassing;

c)

artikel 5, lid 2, is niet van toepassing;

d)

de in artikel 5, lid 3, genoemde raadpleging van het EMI is niet van toepassing;

e)

Zwitserland levert de bij deze verordening verlangde gegevens uiterlijk vanaf het indexcijfer voor januari 2007.

396 R 1749: Verordening (EG) nr. 1749/96 van de Commissie van 9 september 1996 inzake initiële maatregelen tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad inzake geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen (PB L 229 van 10.9.1996, blz. 3), gewijzigd bij:

398 R 1687: Verordening (EG) nr. 1687/98 van de Raad van 20 juli 1998 (PB L 214 van 31.7.1998, blz. 12).

398 R 1688: Verordening (EG) nr. 1688/98 van de Raad van 20 juli 1998 (PB L 214 van 31.7.1998, blz. 23).

396 R 2214: Verordening (EG) nr. 2214/96 van de Commissie van 20 november 1996 inzake geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen: indiening en verspreiding van subindexcijfers van het GICP (PB L 296 van 21.11.1996, blz. 8), gewijzigd bij:

399 R 1617: Verordening (EG) nr. 1617/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 (PB L 192 van 24.7.1999, blz. 9),

399 R 1749: Verordening (EG) nr. 1749/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 (PB L 214 van 13.8.1999, blz. 1), gerectificeerd in PB L 267 van 15.10.1999, blz. 59,

32001 R 1920: Verordening (EG) nr. 1920/2001 van de Commissie van 28 september 2001 (PB L 261 van 29.9.2001, blz. 46), gerectificeerd in PB L 295 van 13.11.2001, blz. 34.

396 R 2223: Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (PB L 310 van 30.11.1996, blz. 1), gewijzigd bij:

398 R 0448: Verordening (EG) nr. 448/98 van de Raad van 16 februari 1998 (PB L 58 van 27.2.1998, blz. 1),

32000 R 1500: Verordening (EG) nr. 1500/2000 van de Commissie van 10 juli 2000 (PB L 172 van 12.7.2000, blz. 3),

32000 R 2516: Verordening (EG) nr. 2516/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 7 november 2000 (PB L 290 van 17.11.2000, blz. 1),

32001 R 0995: Verordening (EG) nr. 995/2001 van de Commissie van 22 mei 2001 (PB L 139 van 23.5.2001, blz. 3),

32001 R 2558: Verordening (EG) nr. 2558/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 1),

32002 R 113: Verordening (EG) nr. 113/2002 van de Commissie van 23 januari 2002 (PB L 21 van 24.1.2002, blz. 3),

32002 R 1889: Verordening (EG) nr. 1889/2002 van de Commissie van 23 oktober 2002 (PB L 286 van 24.10.2002, blz. 1),

32003 R 1267: Verordening (EG) nr. 1267/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 (PB L 180 van 18.7.2003, blz. 1).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

Zwitserland mag de gegevens opstellen naar institutionele eenheid wanneer de verordening spreekt van bedrijfstak;

b)

Zwitserland is niet gebonden aan de in de verordening verlangde regionale indeling van de gegevens;

c)

Zwitserland is niet gebonden aan de in de verordening verlangde indeling van de in- en uitvoer van diensten in EU en derde landen;

d)

Zwitserland doet de nodige maatregelen in werking treden om de IGDFI uiterlijk vanaf 2006 toe te rekenen;

e)

in bijlage B, Afwijkingen met betrekking tot de tabellen die moeten worden geleverd in het kader van de „ESR 1995”-vragenlijst per land, wordt na punt 15 (IJsland) het volgende toegevoegd:

16.   „ZWITSERLAND

16.1

Afwijkingen voor de tabellen

Tabel nr.

Tabel

Afwijking

Tot

1

Belangrijkste aggregaten, jaarlijks en driemaandelijks

Indiening vanaf 1990

 

2

Belangrijkste aggregaten van de overheid

Indieningstermijn: t+8 maanden

Frequentie: jaarlijks

Indiening vanaf 1990

Onbeperkt

Onbeperkt

3

Tabellen per bedrijfstak

Indiening vanaf 1990

 

4

In- en uitvoer ingedeeld naar EU en derde landen

Indiening vanaf 1998

 

5

Consumptieve bestedingen van huishoudens naar functie

Indiening vanaf 1990

 

6

Financiële rekeningen naar institutionele sector

Indiening vanaf 1998

2006

7

Balansen voor vorderingen en schulden

Indiening vanaf 1998

2006

8

Niet-financiële rekeningen naar institutionele sector

Indieningstermijn: t+18 maanden

Indiening vanaf 1990

Onbeperkt

9

Gedetailleerde opbrengsten van de belastingen en de sociale premies naar sector

Indieningstermijn: t+18 maanden

Indiening vanaf 1998

Onbeperkt

10

Tabellen naar bedrijfstak en regio, NUTS II, A17

Geen regionale indeling

 

11

Overheidsuitgaven naar functie

Indiening vanaf 205

Geen retropolaties

2007

12

Tabellen naar bedrijfstak en regio, NUTS III, A3

Geen regionale indeling

 

13

Rekeningen van de huishoudens naar regio, NUTS II

Geen regionale indeling

 

14-22

In overeenstemming met afwijking a) op deze verordening is Zwitserland vrijgesteld van het verstrekken van gegevens voor de tabellen 14 tot en met 22.”

 

398 D 0715: Beschikking 98/715/EG van de Commissie van 30 november 1998 ter verduidelijking van bijlage A van Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap met betrekking tot de beginselen voor prijs- en volumemetingen (PB L 340 van 16.12.1998, blz. 33).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt gelezen:

Artikel 3 (Classificatie van methoden per product) geldt niet voor Zwitserland.

397 D 0178: Beschikking 97/178/EG, Euratom van de Commissie van 10 februari 1997 inzake de vaststelling van methoden voor de overgang tussen het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (ESR 95) en het Europees stelsel van economische rekeningen (ESER, 2e druk) (PB L 75 van 15.3.1997, blz. 44).

397 R 2454: Verordening (EG) nr. 2454/97 van de Commissie van 10 december 1997 houdende vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad met betrekking tot minimumnormen voor de kwaliteit van GICP-wegingen (PB L 340 van 11.12.1997, blz. 24).

398 R 2646: Verordening (EG) nr. 2646/98 van de Commissie van 9 december 1998 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad wat de minimumnormen voor de behandeling van tarieven in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen betreft (PB L 335 van 10.12.1998, blz. 30).

399 R 1617: Verordening (EG) nr. 1617/1999 van de Commissie van 23 juli 1999 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad wat de minimumnormen voor de behandeling van verzekeringen in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen betreft, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2214/96 (PB L 192 van 24.7.1999, blz. 9).

399 R 2166: Verordening (EG) nr. 2166/1999 van de Raad van 8 oktober 1999 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 voor wat betreft de minimumnormen voor de behandeling van tot de sectoren gezondheid, onderwijs en sociale bescherming behorende producten in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen (PB L 266 van 14.10.1999, blz. 1).

399 D 0622: Beschikking 1999/622/EG, Euratom van de Commissie van 8 september 1999 over de behandeling van BTW-teruggaven aan niet-belastingplichtige eenheden en aan belastingplichtige eenheden voor vrijgestelde handelingen bij de uitvoering van Richtlijn 89/130/EEG, Euratom van de Raad betreffende de harmonisatie van de opstelling van het bruto nationaal product tegen marktprijzen (PB L 245 van 17.9.1999, blz. 51).

32000 R 2601: Verordening (EG) nr. 2601/2000 van de Commissie van 17 november 2000 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad wat het moment van registratie van aankoopprijzen in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen betreft (PB L 300 van 29.11.2000, blz. 16).

32000 R 2602: Verordening (EG) nr. 2602/2000 van de Commissie van 17 november 2000 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad wat de minimumnormen voor de behandeling van kortingen in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen betreft (PB L 300 van 29.11.2000, blz. 16), gewijzigd bij:

32001 R 1921: Verordening (EG) nr. 1921/2001 van de Commissie van 28 september 2001 (PB L 261 van 29.9.2001, blz. 49), gerectificeerd in PB L 295 van 13.11.2001, blz. 34.

32001 R 1920: Verordening (EG) nr. 1920/2001 van de Commissie van 28 september 2001 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad wat de minimumnormen voor de behandeling van in een percentage van de transactiewaarde uitgedrukte kosten van diensten in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen betreft, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2214/96 (PB L 261 van 29.9.2001, blz. 46), gerectificeerd in PB L 295 van 13.11.2001, blz. 34.

32001 R 1921: Verordening (EG) nr. 1921/2001 van de Commissie van 28 september 2001 houdende gedetailleerde regels voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad wat de minimumnormen voor de behandeling van in een percentage van de transactiewaarde uitgedrukte kosten van diensten in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen betreft, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2602/2000 (PB L 261 van 29.9.2001, blz. 49), gerectificeerd in PB L 295 van 13.11.2001, blz. 34.

NOMENCLATUREN

390 R 3037: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB nr. L 293 van 24.10.1990, blz. 1), gewijzigd bij:

393 R 0761: Verordening (EEG) nr. 761/93 van de Raad van 24 maart 1993 (PB L 83 van 3.4.1993, blz. 1),

32002 R 0029: Verordening (EG) nr. 29/2002 van de Commissie van 19 december 2001 (PB L 6 van 10.1.2002, blz. 3).

393 R 0696: Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap (PB L 76 van 30.3.1993, blz. 1).

393 R 3696: Verordening (EEG) nr. 3696/93 van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende de statistische classificatie van producten, gekoppeld aan de economische activiteiten in de Europese Economische Gemeenschap (CPA) (PB L 342 van 31.12.1993, blz. 1), gewijzigd bij:

398 R 1232: Verordening (EG) nr. 1232/98 van de Commissie van 17 juni 1998 (PB L 177 van 22.6.1998, blz. 1),

32002 R 0204: Verordening (EG) nr. 204/2002 van de Commissie van 19 december 2001 (PB L 36 van 6.2.2002, blz. 1).

32003 R 1059: Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

LANDBOUWSTATISTIEK

396 L 0016: Richtlijn 96/16/EG van de Raad van 19 maart 1996 betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten (PB L 78 van 28.3.1996, blz. 27).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt gelezen:

Zwitserland is niet gebonden aan de in de richtlijn verlangde regionale indeling van de gegevens.

397 D 0080: Beschikking 97/80/EG van de Commissie van 18 december 1996 houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 96/16/EG betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten (PB L 24 van 25.1.1997, blz. 26), gewijzigd bij:

398 D 0582: Beschikking 98/582/EG van de Raad van 6 oktober 1998 (PB L 281 van 17.10.1998, blz. 36).

388 R 0571: Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad van 29 februari 1988 houdende organisatie van communautaire enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven in het tijdvak van 1988 tot en met 1997 (PB L 56 van 2.3.1988, blz. 1), gewijzigd bij:

396 R 2467: Verordening (EG) nr. 2467/96 van de Raad van 17 december 1996 (PB L 335 van 24.12.1996, blz. 3),

32002 R 143: Verordening (EG) nr. 143/2002 van de Commissie van 24 januari 2002 (PB L 24 van 26.1.2002, blz. 16).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a)

in artikel 4 is het tekstgedeelte dat begint met „en in de mate waarin de volgende regionale eenheden van lokaal belang zijn” en eindigt met „de bijzondere productierichtingen in de zin van dezelfde beschikking” niet van toepassing;

b)

in artikel 6, tweede alinea, wordt „bruto standaardsaldo, in de zin van Beschikking 85/377/EEG” vervangen door:

„bruto standaardsaldo, in de zin van Beschikking 85/377/EEG, of aan de waarde van de totale landbouwproductie”;

c)

de artikelen 10, 12 en 13 en bijlage II zijn niet van toepassing;

d)

Zwitserland is niet gehouden de in de artikelen 6, 7, 8 en 9 en in bijlage I bij deze verordening bedoelde indeling naar type toe te passen. Zwitserland verschaft evenwel de nodige aanvullende informatie om een dergelijke indeling achteraf mogelijk te maken;

e)

ongeacht de bepalingen van de verordening mag Zwitserland de enquête in mei houden en de gegevens uiterlijk 18 maanden daarna te leveren.

390 R 0837: Verordening (EEG) nr. 837/90 van de Raad van 26 maart 1990 inzake door de lidstaten te verstrekken statistische informatie over de graanproductie (PB L 88 van 3.4.1990, blz. 1).

393 R 0959: Verordening (EEG) nr. 959/93 van de Raad van 5 april 1993 betreffende door de lidstaten te verstrekken statistische informatie over andere gewassen dan granen (PB L 98 van 24.4.1993, blz. 1), gewijzigd bij:

32003 R 0296: Verordening (EG) nr. 296/2003 van de Commissie van 17 februari 2003 (PB L 43 van 18.2.2003, blz. 18).

VISSERIJSTATISTIEK

391 R 1382: Verordening (EEG) nr. 1382/91 van de Raad van 21 mei 1991 inzake de indiening van gegevens over de aanvoer van visserijproducten in de lidstaten (PB L 133 van 28.5.1991, blz. 1), gewijzigd bij:

393 R 2104: Verordening (EG) nr. 2104/93 van de Raad van 22 juli 1993 (PB L 191 van 31.7.1993, blz. 1).

391 R 3880: Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1), gewijzigd bij:

32001 R 1637: Verordening (EG) nr. 1637/2001 van de Commissie van 23 juli 2001 (PB nr. L 222 van 17.8.2001, blz. 20).

393 R 2018: Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van 30 juni 1993 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 186 van 28.7.1993, blz. 1), gewijzigd bij:

32001 R 1636: Verordening (EG) nr. 1636/2001 van de Commissie van 23 juli 2001 (PB L 222 van 17.8.2001, blz. 1).

395 R 2597: Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 270 van 13.11.1995, blz. 1), gewijzigd bij:

32001 R 1638: Verordening (EG) nr. 1638/2001 van de Commissie van 24 juli 2001 (PB nr. L 222 van 17.8.2001, blz. 29).

396 R 0788: Verordening (EG) nr. 788/96 van de Raad van 22 april 1996 betreffende de indiening door de lidstaten van statistieken over de aquacultuurproductie (PB L 108 van 1.5.1996, blz. 1).

ENERGIESTATISTIEK

390 L 0377: Richtlijn 90/377/EEG van de Raad van 29 juni 1990 betreffende een communautaire procedure inzake de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindgebruikers (PB L 185 van 17.7.1990, blz. 16).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt gelezen:

Zwitserland doet de nodige maatregelen in werking treden om met ingang van 1 januari 2006 aan deze richtlijn te voldoen.

BIJLAGE B

FINANCIËLE REGELING BETREFFENDE DE BIJDRAGE VAN ZWITSERLAND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8

1.   Vaststelling van de financiële bijdrage

1.1.

Zwitserland levert ieder jaar een financiële bijdrage aan het communautair statistisch programma.

1.2.

Deze bijdrage wordt gebaseerd op drie elementen

de totale kosten van Eurostat [kosten];

het aantal lidstaten van de Europese Unie [# lidstaten];

het deel van statistische programma waaraan Zwitserland geacht wordt deel te nemen [deel].

1.3.

De financiële bijdrage beloopt: [kosten] * [deel]/[# lidstaten]

1.4.

De afzonderlijke elementen worden als volgt berekend:

1.4.1.

De totale kosten van Eurostat worden vastgesteld als het bedrag aan vastleggingskredieten voor het beleidsterrein Statistiek (titel 29) van de begroting van de Europese Unie, volgens de classificatie van het op activiteiten gebaseerde begrotingssysteem. Hiertoe behoren de uitgaven voor beheer en ondersteuning voor het beleidsterrein Statistiek (uitgaven voor personeel in actieve dienst, extern personeel en andere beheersuitgaven, gebouwen en daarmee samenhangende uitgaven en ondersteunende uitgaven voor maatregelen) en de financiële steun voor de productie van statistische informatie. [kosten]

1.4.2.

Het aantal lidstaten wordt gedefinieerd als het aantal lidstaten van de Europese Unie op 1 januari van het desbetreffende jaar. [# lidstaten]

1.4.3.

Het deel van het statistisch programma waaraan Zwitserland geacht wordt deel te nemen wordt gedefinieerd als de verhouding tussen Eurostats schatting van de totale omvang van de middelen die ingevolge artikel 29 02 01 van de begroting van de Europese Unie of het desbetreffende artikel in een latere begroting bestemd zijn voor de modules van het jaarlijkse statistische programma van de Commissie waaraan Zwitserland deelneemt en het totaal van alle middelen die voor dat artikel bestemd zijn. [deel]

1.5.

Onmiddellijk na de goedkeuring van het voorontwerp van begroting van de Europese Unie voor het desbetreffende jaar wordt een ontwerpberekening van de financiële bijdrage gemaakt. De definitieve berekening wordt onmiddellijk na de goedkeuring van de begroting voor dat jaar gemaakt.

2.   Betalingsprocedures

2.1.

Uiterlijk op 15 maart en 15 juni van elk begrotingsjaar doet de Commissie aan Zwitserland een verzoek tot storting in verband met de bijdrage van Zwitserland in het kader van deze overeenkomst. Dit verzoek tot storting betreft de betaling van onderscheidenlijk:

 

zes twaalfden van de bijdrage van Zwitserland uiterlijk op 20 april, en

 

zes twaalfden van de bijdrage van Zwitserland uiterlijk op 15 juli.

2.2.

De bijdragen van Zwitserland worden uitgedrukt en betaald in euro.

2.3.

Zwitserland betaalt zijn bijdrage in het kader van deze overeenkomst volgens het in punt 2.1 vermelde tijdschema. Voor elke te late betaling wordt interest betaald ten belope van de Interbank Offered Rate voor één maand in euro (EURIBOR) op de vervaldatum, als vermeld op pagina 248 van Telerate. Dit percentage wordt met 1,5 procentpunt verhoogd voor elke maand vertraging. De verhoogde interest geldt voor de gehele periode van de betalingsachterstand. De interest is evenwel pas verschuldigd als de betaling meer dan dertig dagen na de in punt 2.1 genoemde termijnen plaatsvindt.

2.4.

De kosten van Zwitserse vertegenwoordigers en deskundigen die deelnemen aan vergaderingen die door de Commissie in het kader van deze overeenkomst worden bijeengeroepen, worden niet door de Commissie vergoed. Zoals in artikel 6, lid 2, wordt bepaald, komen de kosten in verband met de detachering van Zwitserse nationale ambtenaren bij Eurostat geheel ten laste van Zwitserland.

Onder voorbehoud van een overeenkomst tussen Eurostat en het Bundesamt für Statistik mag Zwitserland de kosten van gedetacheerde nationale deskundigen van zijn financiële bijdrage aftrekken. Het maximumbedrag dat per ambtenaar mag worden afgetrokken, is niet hoger dan het maximum dat wordt afgetrokken voor ambtenaren uit de EER-EVA-landen die in het kader van de EER-overeenkomst bij Eurostat gedetacheerd zijn. Dit bedrag wordt jaarlijks overeengekomen.

2.5.

Betalingen door Zwitserland worden gecrediteerd als begrotingsontvangsten die bestemd zijn voor de desbetreffende begrotingsregel van de staat van ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Unie. Het financieel reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, is ook van toepassing op het beheer van de kredieten.

3.   Uitvoeringsvoorwaarden

3.1.

Normaliter wordt de financiële bijdrage van Zwitserland overeenkomstig artikel 8 in de loop van het begrotingsjaar in kwestie niet gewijzigd.

3.2.

Bij de afsluiting van de rekeningen over elk begrotingsjaar (n) gaat de Commissie in het kader van de opstelling van de jaarrekening over tot een regularisering van de rekeningen in verband met de bijdrage van Zwitserland; daarbij houdt zij rekening met de wijzigingen die zich in de loop van het begrotingsjaar hebben voorgedaan door overschrijvingen, annuleringen, overboekingen of aanvullende en gewijzigde begrotingen. Met deze regularisering, die geschiedt in het kader van de opstelling van de begroting voor het volgende jaar (n+2), moet rekening worden gehouden in het verzoek tot storting.

4.   Informatie

4.1.

Uiterlijk op 31 mei van elk begrotingsjaar (n+1) wordt de staat van de kredieten voor de operationele en administratieve financiële verplichtingen van Eurostat in verband met het voorgaande begrotingsjaar (n) opgesteld en ter informatie aan Zwitserland toegezonden in de voor de jaarrekening van de Commissie gebruikelijke opmaak.

4.2.

De Commissie verstrekt Zwitserland alle andere algemene financiële gegevens met betrekking tot Eurostat die ook beschikbaar wordt gesteld aan de EVA-EER-landen.


SLOTAKTE

De gevolmachtigden

van de EUROPESE GEMEENSCHAP

en

van de ZWITSERSE BONDSSTAAT

op 26 oktober 2004 in vergadering bijeen te Luxemburg voor de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek hebben nota genomen van de Gezamenlijke Verklaring, die aan deze slotakte is gehecht.

Gezamenlijke Verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de herziening van bijlagen A en B door het Gemengd Comité.

Zij hebben tevens nota genomen van de volgende verklaring die aan de Slotakte is gehecht:

Verklaring van de Raad over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendundvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

'Εγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizendvier.

Sporządzono w Luksemburgu, dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN

betreffende de herziening van bijlagen A en B door het Gemengd Comité

Het Gemengd Comité komt zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de overeenkomst bijeen om een herziening van bijlage A voor te bereiden met het oog op de bijwerking van de lijst van daarin vermelde rechtshandelingen en om het geldende communautair statistisch programma daarin op te nemen. Het Gemengd Comité werkt de bijlagen A en B bij en herziet deze op de inwerkingtreding van elk in artikel 5, lid 1, bedoeld nieuw meerjarig statistisch programma om een verwijzing naar dat programma toe te voegen en om rekening te houden met de bijzonderheden daarvan, met inbegrip van de regelingen voor de financiële bijdrage.

VERKLARING VAN DE RAAD

over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies

De Raad komt overeen dat vertegenwoordigers van Zwitserland vanaf het begin van de samenwerking in verband met de in artikel 5, lid 2, van de overeenkomst bedoelde programma's en maatregelen, voor zover de onderwerpen voor hen van belang zijn, mogen deelnemen aan vergaderingen van de comités, commissies en andere organen die de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij het beheer van de ontwikkeling van deze programma's en maatregelen bijstaan, maar dat zij geen stemrecht hebben.

In het geval van andere comités en commissies die onderwerpen behandelen waarop deze overeenkomst van toepassing is en op welk gebied Zwitserland hetzij de Gemeenschapswetgeving heeft overgenomen hetzij gelijkwaardige wetgeving toepast, raadpleegt de Commissie de deskundigen van Zwitserland overeenkomstig het bepaalde in artikel 100 van de EER-Overeenkomst.


28.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/21


Informatie over de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek (1)

Op 27 februari 2006 zijn de vereiste procedures afgerond voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek, welke overeenkomst op 26 oktober 2004 te Luxemburg is ondertekend; derhalve zal deze overeenkomst, ingevolge artikel 13, lid 1, daarvan, op 1 januari 2007 in werking treden.


(1)  Zie bladzijde 2 van dit Publicatieblad.


28.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/22


BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 februari 2006

betreffende de sluiting van een Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding, en een slotakte

(2006/234/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 150, lid 4, en artikel 157, lid 3, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft namens de Europese Gemeenschap onderhandeld over een overeenkomst om de Zwitserse Bondsstaat in staat te stellen aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding deel te nemen, alsook over een slotakte bij die overeenkomst.

(2)

De overeenkomst en de slotakte zijn op 26 oktober 2004, onder voorbehoud van sluiting op een latere datum, namens de Gemeenschap ondertekend.

(3)

Deze overeenkomst en de slotakte dienen door de Gemeenschap te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding, alsmede de slotakte, worden namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst en de slotakte zijn aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De Commissie vertegenwoordigt de Gemeenschap in het gemengd comité als bedoeld in artikel 8 van de overeenkomst.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad verricht namens de Gemeenschapde in artikel 13 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (2).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 Februari 2006

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT, hierna „Zwitserland” genoemd,

anderzijds,

beide hierna „de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

OVERWEGENDE dat de Gemeenschap krachtens Besluit nr. 2000/821/EG van de Raad van 20 december 2000 en Besluit nr. 163/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 januari 2001, laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. 846/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 en Besluit nr. 845/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004, een programma ter aanmoediging van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken en een opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (hierna „MEDIA-programma” genoemd) heeft vastgesteld,

OVERWEGENDE dat het MEDIA-programma onder bepaalde voorwaarden voorziet in de deelneming van derde landen die partij zijn bij de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake grensoverschrijdende televisie en die geen bij de EER-overeenkomst aangesloten EVA-lidstaten en kandidaat-lidstaten voor toetreding tot de Europese Unie zijn, op basis van aanvullende kredieten, onder de voorwaarden die in overeenkomsten tussen de betrokken partijen worden vastgelegd,

OVERWEGENDE dat in voornoemde bepalingen de openstelling van de programma's voor deze derde landen afhankelijk wordt gesteld van een voorafgaand onderzoek naar de verenigbaarheid van de nationale wetgeving van deze landen met het relevante acquis communautaire,

OVERWEGENDE dat Zwitserland en de Gemeenschap in de Gemeenschappelijke verklaring over toekomstige verdere onderhandelingen in de Slotakte van de zeven overeenkomsten van 21 juni 1999 de wens hebben geuit om over de deelneming van Zwitserland aan deze programma's te onderhandelen,

OVERWEGENDE dat Zwitserland zich ertoe verbindt zijn wetgevend kader aan te vullen om te zorgen voor het vereiste niveau van verenigbaarheid met het acquis communautaire; en dat Zwitserland bijgevolg op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voldoet aan de in voornoemde besluiten vastgestelde deelnemingsvoorwaarden,

OVERWEGENDE met name dat een samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland met het oog op het nastreven van de voor het MEDIA-programma vastgestelde doelstellingen, in de context van de transnationale samenwerkingsactiviteiten waarbij de Gemeenschap en Zwitserland zijn betrokken, van dien aard is dat zij het effect van de verschillende, ter uitvoering van dit programma ondernomen acties vergroot en het kwalificatieniveau van de menselijke hulpbronnen in de Gemeenchap en Zwitserland versterkt,

OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen een gemeenschappelijk belang hebben bij de ontwikkeling van de Europese industrie van audiovisuele programma's in het kader van een bredere samenwerking,

OVERWEGENDE dat de overeenkomstsluitende partijen bijgevolg wederzijds profijt trekken van de deelneming van Zwitserland aan het MEDIA-programma,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

Onderwerp van de overeenkomst

De samenwerking tussen de Gemeenschap en Zwitserland, zoals vastgesteld in deze overeenkomst, beoogt de deelneming van Zwitserland aan alle acties van het MEDIA-programma. Tenzij in deze overeenkomst anders bepaald, worden hierbij de doelstellingen, criteria, procedures en termijnen in acht genomen, zoals vastgesteld in de in bijlage I opgenomen besluiten betreffende de programma's.

Artikel 2

Verenigbaarheid van de wetgevende kaders

Om in staat te zijn op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst aan de in voornoemde besluiten vastgestelde deelnemingsvoorwaarden te voldoen, zal Zwitserland de in bijlage II opgenomen bepalingen ten uitvoer leggen, die ten doel hebben het Zwitserse wetgevend kader aan te vullen om te zorgen voor het vereiste niveau van verenigbaarheid met het acquis communautaire.

Artikel 3

In aanmerking komende instellingen, organisaties en particuliere personen

Tenzij in deze overeenkomst anders bepaald, geldt het volgende:

1.

De voorwaarden met betrekking tot de deelneming van organisaties en particuliere personen uit Zwitserland aan elke actie zijn dezelfde als die welke van toepassing zijn op organisaties en particuliere personen uit de lidstaten van de Gemeenschap.

2.

In aanmerking komen instellingen, organisaties en particuliere personen uit Zwitserland die voldoen aan de bepalingen van de in bijlage I opgenomen besluiten betreffende de programma's.

3.

Teneinde de communautaire dimensie van de programma's te waarborgen, komen de projecten en activiteiten, die een Europees partnerschap vereisen, alleen voor financiële steun van de Gemeenschap in aanmerking als er ten minste één partner uit een lidstaat van de Gemeenschap bij betrokken is. De andere projecten en acties moeten een duidelijke Europese en communautaire dimensie hebben.

Artikel 4

Procedures

1.   Voor instellingen, organisaties en particuliere personen uit Zwitserland gelden met betrekking tot de indiening, evaluatie en selectie van aanvragen dezelfde voorwaarden als die welke van toepassing zijn op instellingen, organisaties en particuliere personen uit de lidstaten van de Gemeenschap.

2.   Overeenkomstig de relevante bepalingen van de in bijlage I opgenomen akten kan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna „de Commissie” genoemd) bij de benoeming van onafhankelijke deskundigen ook deskundigen uit Zwitserland aanwijzen om haar bij de evaluatie van de projecten te helpen.

3.   In alle contacten met de Commissie, bij het indienen van aanvragen, het opstellen van overeenkomsten en verslagen en andere administratieve aangelegenheden in verband met de programma's dient gebruik te worden gemaakt van een van de officiële talen van de Gemeenschap.

Artikel 5

Nationale structuren

1.   Zwitserland zet de passende structuren op nationaal niveau op en neemt alle andere maatregelen die nodig zijn voor de coördinatie en de organisatie op nationaal vlak van de tenuitvoerlegging van het MEDIA-programma overeenkomstig de relevante bepalingen van de in bijlage I opgenomen akten. Zwitserland verbindt zich er met name toe om in samenwerking met de Commissie een MEDIA Desk op te richten.

2.   De maximale financiële steun die door de programma's aan de activiteiten van de MEDIA Desk kan worden toegekend, bedraagt niet meer dan 50 % van de totale begroting voor deze activiteiten.

Artikel 6

Financiële bepalingen

Om de uit de deelneming aan het MEDIA-programma voortvloeiende kosten te dekken, betaalt Zwitserland elk jaar overeenkomstig de in bijlage III vermelde voorwaarden een bijdrage in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 7

Financiële controle

De regels betreffende de financiële controle met betrekking tot de Zwitserse deelnemers aan het MEDIA-programma staan vermeld in bijlage IV.

Artikel 8

Gemengd comité

1.   Er wordt een gemengd comité opgericht.

2.   Het gemengd comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap, enerzijds, en vertegenwoordigers van Zwitserland, anderzijds. Het spreekt zich uit met algemene stemmen.

3.   Het gemengd comité is verantwoordelijk voor het beheer en de correcte toepassing van deze overeenkomst.

4.   Op verzoek van een van beide partijen wisselen de overeenkomstsluitende partijen in het gemengd comité informatie uit en plegen zij overleg over de onder deze overeenkomst vallende activiteiten en de daarmee verband houdende financiële aspecten.

5.   Om te discussiëren over de goede werking van deze overeenkomst komt het gemengd comité op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen bijeen. Het stelt zijn reglement van orde vast en het kan werkgroepen oprichten om het bij de uitvoering van zijn taak bij te staan.

6.   De overeenkomstsluitende partijen kunnen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst aan het gemengd comité voorleggen. Het gemengd comité kan het geschil beslechten. Het gemengd comité krijgt de beschikking over alle nuttige inlichtingen om de situatie diepgaand te onderzoeken en een aanvaardbare oplossing te vinden. Het gemengd comité onderzoekt hiertoe alle mogelijkheden waardoor de goede werking van de overeenkomst behouden kan blijven.

7.   Het gemengd comité onderzoekt periodiek de bijlagen bij deze overeenkomst. Het gemengd comité kan op voorstel van een van de partijen besluiten om de bijlagen bij deze overeenkomst te wijzigen.

Artikel 9

Toezicht, evaluatie en verslagen

Onverminderd de verantwoordelijkheden van de Commissie in verband met het toezicht op en de evaluatie van het programma overeenkomstig de bepalingen van de in bijlage I opgenomen akten betreffende de programma's wordt voortdurend toezicht gehouden op de deelneming van Zwitserland aan het MEDIA-programma, en wel in het kader van een partnerschap tussen de Commissie en Zwitserland. Teneinde de Commissie te helpen bij de opstelling van verslagen over de ervaring die bij de uitvoering van het programma is opgedaan, legt Zwitserland de Commissie een bijdrage voor waarin de nationale maatregelen worden beschreven, die het daartoe heeft genomen. Zwitserland neemt deel aan alle andere specifieke activiteiten die daartoe door de Gemeenschap worden voorgesteld.

Artikel 10

Bijlagen

De bijlagen bij deze overeenkomst maken er integrerend deel van uit.

Artikel 11

Territoriaal toepassingsgebied

Deze overeenkomst is enerzijds van toepassing op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Zwitserland.

Artikel 12

Duur en opzegging

1.   Deze overeenkomst wordt gesloten voor de duur van het MEDIA-programma.

2.   Als de Gemeenschap nieuwe meerjarenprogramma's op het gebied van de aanmoediging van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken en op dat van de opleiding voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie aanneemt, kan deze overeenkomst onder onderling door de partijen overeen te komen voorwaarden worden herzien of hernieuwd.

3.   De Gemeenschap of Zwitserland kunnen deze overeenkomst door middel van een kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst houdt op van kracht te zijn twaalf maanden na de datum van de kennisgeving. Bij beëindiging van de overeenkomst worden de lopende projecten en activiteiten voltooid onder de in deze overeenkomst vastgestelde voorwaarden. De overeenkomstsluitende partijen treffen in onderling overleg een regeling voor de eventuele andere gevolgen van de opzegging.

Artikel 13

Inwerkingtreding

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op die waarin de overeenkomstsluitende partijen elkaar kennis geven van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

Artikel 14

Talen

1.   Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estische, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

2.   De versie van deze overeenkomst in de Maltese taal wordt op basis van een briefwisseling authentiek verklaard door de overeenkomstsluitende partijen. Die versie zal gelijkelijk authentiek zijn, op dezelfde wijze als de in lid 1 genoemde talen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder de overeenkomst hebben geplaatst.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendundvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizendvier.

Sporządzono w Luksemburgu, dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image

BIJLAGE I

Lijst van de akten betreffende het MEDIA-programma

Besluit nr. 2000/821/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende de uitvoering van een programma ter aanmoediging van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken (MEDIA Plus — Ontwikkeling, distributie en promotie) (2001-2005) (PB L 336 van 31.12.2000, blz. 82).

Besluit nr. 163/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 januari 2001 betreffende de uitvoering van een opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (MEDIA Opleiding) (2001-2005) (PB L 26 van 27.1.2001, blz. 1).

Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1334/2000, (EG) nr. 2157/2001, (EG) nr. 152/2002, (EG) nr. 1499/2002, (EG) nr. 1500/2003 en (EG) nr. 1798/2003 van de Raad, de Besluiten nr. 1719/1999/EG, nr. 1720/1999/EG, nr. 253/2000/EG, nr. 508/2000/EG, nr. 1031/2000/EG, nr. 163/2001/EG, nr. 2235/2002/EG en nr. 291/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad, en de Besluiten 1999/382/EG, 2000/821/EG, 2003/17/EG en 2003/893/EG van de Raad op het gebied van vrij verkeer van goederen, vennootschapsrecht, landbouw, belastingen, onderwijs en opleiding, cultuur en audiovisueel beleid, en externe betrekkingen, in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1).

Besluit nr. 845/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot wijziging van Besluit nr. 163/2001/EG betreffende de uitvoering van een opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (MEDIA-Opleiding) (2001-2005) (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 1).

Besluit nr. 846/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot wijziging van Besluit 2000/821/EG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van een programma ter bevordering van de ontwikkeling, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken (MEDIA Plus — Ontwikkeling, distributie en promotie) (2001-2005) (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 4).

BIJLAGE II

Artikel 1

Vrijheid van ontvangst en doorgifte van televisieprogramma's

1.   Wanneer een lidstaat van de Gemeenschap partij is bij de Europese Overeenkomst inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa, garandeert Zwitserland de vrijheid van ontvangst en doorgifte op zijn grondgebied van televisie-uitzendingen die overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst onder de bevoegdheid van die lidstaat vallen.

2.   In andere gevallen dan die bedoeld in lid 1 garandeert Zwitserland de vrijheid van ontvangst en doorgifte op zijn grondgebied van televisie-uitzendingen die onder de bevoegdheid van een lidstaat van de Gemeenschap vallen (zoals bepaald krachtens Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten, hierna richtlijn „Televisie zonder grenzen” genoemd, gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad), en wel op de volgende wijze: Zwitserland behoudt zich het recht voor om

a)

de doorgifte op te schorten van uitzendingen van een onder de bevoegdheid van een lidstaat van de Gemeenschap vallende televisie-omroeporganisatie die op duidelijke, belangrijke en ernstige wijze de regels inzake de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid heeft geschonden, als vermeld in de artikelen 22 en 22 bis van de richtlijn „Televisie zonder grenzen”;

b)

maatregelen te nemen tegen een televisie-omroeporganisatie die op het grondgebied van een lidstaat van de Gemeenschap is gevestigd maar waarvan de activiteit volledig of hoofdzakelijk op het Zwitserse grondgebied is gericht, wanneer deze vestiging heeft plaatsgevonden om zich te onttrekken aan de regels die op deze organisatie van toepassing zouden zijn, als zij op het grondgebied van Zwitserland was gevestigd. Deze voorwaarden zullen worden geïnterpreteerd in het licht van de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (zaak 33/74, Van Binsbergen tegen Bestuur van de Bedrijfsvereniging, Jurispr. 1974, blz. 1299; en zaak C-23/93, TV10 SA tegen Commissariaat voor de Media, Jurispr. 1994, blz. I-4795).

3.   In de in lid 2 van dit artikel bedoelde gevallen zullen de maatregelen worden genomen na een gedachtewisseling in het bij deze overeenkomst opgerichte gemengd comité.

Artikel 2

Bevordering van de distributie en de productie van televisieprogramma's

1.   Zwitserland past op overeenkomstige wijze de artikelen 4 en 5 toe van Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten, als gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997, en ziet erop toe dat de onder de bevoegdheid van zijn autoriteiten vallende omroeporganisaties deze ten uitvoer leggen.

2.   Voor de tenuitvoerlegging van het voorgaande lid is de definitie van Europese productie van toepassing, als omschreven in artikel 6 van Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten, als gewijzigd bij Richtlijn 97/36/EG.

3.   Zwitserland ziet erop toe dat de uit lidstaten van de Gemeenschap afkomstige werken niet worden getroffen door discriminerende maatregelen in het kader van de toepassing van deze overeenkomst en de duur daarvan.

4.   De wijze waarop deze verbintenissen worden uitgevoerd, wordt vastgelegd in het Zwitsers regelgevend kader dat op de televisie-omroepactiviteiten van toepassing is en dat van kracht wordt op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. Dit regelgevend kader bepaalt dat de omroeporganisaties erop toezien dat de in Richtlijn 89/552/EEG bedoelde gedeelten van de zendtijd worden gerealiseerd overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel en dat zij ieder jaar aan de Zwitserse regelgevende instantie een verslag overleggen over de gerealiseerde gedeelten van de zendtijd en de redenen voor de eventuele niet-naleving daarvan. Wanneer deze gedeelten van de zendtijd deels worden gehaald en de aangevoerde redenen ontoereikend zijn, stelt de bevoegde autoriteit passende maatregelen vast. In ieder geval streven de omroeporganisaties ernaar dat de in de richtlijn vastgestelde gedeelten van de zendtijd worden bereikt.

BIJLAGE III

Financiële bijdrage van Zwitserland in „MEDIA Plus” en „MEDIA-Opleiding”

1.

De financiële bijdrage in de begroting van de Europese Unie die door Zwitserland moet worden betaald om te kunnen deelnemen aan de programma's „MEDIA Plus” en „MEDIA-Opleiding” en die evenredig over de respectieve budgetten van de programma's zal worden verdeeld, is als volgt (in miljoen euro):

2005

2006

4,2

4,2

2.

Het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschap is van toepassing, met name wat het beheer van de bijdrage van Zwitserland betreft.

3.

De reis- en verblijfkosten van de vertegenwoordigers en deskundigen van Zwitserland in het kader van hun deelneming aan door de Commissie georganiseerde vergaderingen in verband met de uitvoering van de programma's worden door de Commissie vergoed op dezelfde basis en volgens de procedures die gelden voor de deskundigen van de lidstaten van de Gemeenschap.

4.

Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en aan het begin van elk daaropvolgend jaar doet de Commissie aan Zwitserland een verzoek tot storting overeenkomend met zijn bijdrage in het budget van de programma's overeenkomstig deze overeenkomst.

Deze bijdrage wordt in euro's uitgedrukt en wordt op een bankrekening in euro's van de Commissie gestort.

5.

Zwitserland betaalt zijn bijdrage vóór 1 april, als het verzoek tot storting vóór 1 maart door de Commissie wordt verstuurd, dan wel uiterlijk 30 dagen na het verzoek tot storting, als het later door de Commissie wordt verstuurd.

Voor elke te late betaling van de bijdrage wordt door Zwitserland achterstandsrente op het vanaf de vervaldatum verschuldigde bedrag betaald. Als rente geldt de rentevoet die de Europese Centrale Bank op de vervaldatum hanteert voor haar operaties in euro's, verhoogd met 3,5 procentpunt.

BIJLAGE IV

Financiële controle met betrekking tot de Zwitserse deelnemers aan het Media-programma

Artikel 1

Rechtstreekse contacten

De Commissie neemt rechtstreeks contact op met de in Zwitserland gevestigde deelnemers aan het programma en met hun subcontractanten. Deze kunnen alle dienstige informatie en documentatie die zij moeten verstrekken op grond van de in deze overeenkomst genoemde instrumenten en de ter uitvoering daarvan gesloten contracten, rechtstreeks aan de Commissie toezenden.

Artikel 2

Audits

1.   Overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en de andere regels waarnaar deze overeenkomst verwijst, kan in de met de in Zwitserland gevestigde deelnemers aan het programma gesloten contracten worden bepaald dat functionarissen van de Commissie of andere door haar gemachtigde personen bij hen en hun subcontractanten te allen tijde wetenschappelijke, financiële, technologische of andere audits kunnen uitvoeren.

2.   Aan de functionarissen van de Commissie en andere door haar gemachtigde personen wordt passende toegang geboden tot plaatsen, werken en documenten en tot alle nodige informatie, inclusief informatie in elektronische vorm, om deze audits uit te voeren. Dit toegangsrecht wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten die worden gesloten ingevolge de in deze overeenkomst vermelde instrumenten.

3.   De Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen heeft dezelfde rechten als de Commissie.

4.   De audits kunnen ook worden uitgevoerd na afloop van het programma of deze overeenkomst, overeenkomstig de in de desbetreffende contracten vastgestelde voorwaarden.

5.   De Zwitserse financiële controledienst wordt van tevoren in kennis gesteld van de audits die op het Zwitserse grondgebied worden uitgevoerd. Deze kennisgeving is geen juridische voorwaarde voor de uitvoering van deze audits.

Artikel 3

Controles ter plaatse

1.   In het kader van deze overeenkomst is de Commissie (OLAF) gemachtigd om overeenkomstig de regels en voorwaarden van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden op het Zwitserse grondgebied controles en verificaties ter plaatse uit te voeren.

2.   De controles en verificaties ter plaatse worden door de Commissie voorbereid en uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Zwitserse financiële controledienst of andere door de Zwitserse financiële controledienst aangewezen bevoegde Zwitserse instanties, die tijdig in kennis worden gesteld van het voorwerp, het doel en de juridische grondslag van de controles en verificaties, zodat zij alle nodige hulp kunnen bieden. De functionarissen van de bevoegde Zwitserse instanties kunnen daartoe deelnemen aan de controles en verificaties ter plaatse.

3.   Wanneer de betrokken Zwitserse instanties dat verlangen, worden de controles en verificaties ter plaatse gezamenlijk door de Commissie en henzelf uitgevoerd.

4.   Wanneer de deelnemers aan de MEDIA-programma zich verzetten tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Zwitserse instanties aan de controleurs van de Commissie, in overeenstemming met de nationale voorschriften, de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun taken wat de controles en verificaties ter plaatse betreft uit te voeren.

5.   De Commissie stelt de Zwitserse financiële controledienst onverwijld in kennis van elk feit of elke verdenking in verband met een onregelmatigheid waarvan zij in verband met de uitvoering van de controle of verificatie ter plaatse kennis heeft gekregen. De Commissie stelt in ieder geval de bovengenoemde instantie in kennis van het resultaat van deze controles en verificaties.

Artikel 4

Informatie en overleg

1.   Met het oog op de goede uitvoering van deze bijlage wisselen de bevoegde Zwitserse en communautaire instanties regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een van hen overleg.

2.   De bevoegde Zwitserse instanties stellen de Commissie onverwijld in kennis van elk feit of elke verdenking waarvan zij kennis hebben gekregen betreffende onregelmatigheden in verband met de sluiting en uitvoering van de contracten die worden gesloten ingevolge de in de overeenkomst genoemde instrumenten.

Artikel 5

Vertrouwelijkheid

Ingevolge deze bijlage meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt op dezelfde wijze beschermd als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Zwitserse recht en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Gemeenschap. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de instellingen van de Gemeenschap of in de lidstaten of Zwitserland op grond van hun functie op de hoogte moeten zijn van deze informatie, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de overeenkomstsluitende partijen.

Artikel 6

Administratieve maatregelen en sancties

Onverminderd de toepassing van het Zwitserse strafrecht kan de Commissie administratieve maatregelen en sancties opleggen in overeenstemming met de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002, (EG, Euratom) nr. 2342/2002 en (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 7

Invordering en tenuitvoerlegging

De besluiten die de Commissie ingevolge het MEDIA-programma neemt binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst, welke voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen in Zwitserland executoriale titel. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die daartoe door de Zwitserse regering wordt aangewezen. Van de aanwijzing geeft zij kennis aan de Commissie. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Zwitserse regels. De rechtsgeldigheid van het besluit dat executoriale titel vormt, wordt ter controle voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule, vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.


SLOTAKTE

De gevolmachtigden

van de EUROPESE GEMEENSCHAP

en

de ZWITSERSE BONDSSTAAT,

bijeengekomen te Luxemburg op 26 oktober 2004 voor de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's MEDIA Plus en MEDIA Opleiding, hebben de volgende verklaring aangenomen, die aan deze slotakte is gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de ontwikkeling van een dialoog van wederzijds belang over het audiovisueel beleid.

Zij hebben ook akte genomen van de volgende verklaring, die aan deze slotakte is gehecht:

Verklaring van de Raad betreffende de deelneming van Zwitserland aan de comités.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendundvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

Έγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizendvier.

Sporządzono w Luksemburgu, dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de ontwikkeling van een dialoog van wederzijds belang over het audiovisueel beleid

Beide partijen verklaren dat met het oog op de waarborging van de goede uitvoering van de overeenkomst en de versterking van de samenwerkingsgeest in aangelegenheden met betrekking tot het audiovisueel beleid, de ontwikkeling van een dialoog over deze aangelegenheden van wederzijds belang is.

Beide partijen verklaren dat deze dialoog zal plaatsvinden zowel in het kader van het bij de overeenkomst opgerichte gemengd comité als in andere instanties, waar en voorzover dit passend en nodig blijkt. Beide partijen verklaren dat in deze geest vertegenwoordigers van Zwitserland kunnen worden uitgenodigd voor vergaderingen in de marge van de vergaderingen van het „contactcomité” dat is opgericht bij Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 tot wijziging van Richtlijn 89/552/EEG betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten.

VERKLARING VAN DE RAAD

betreffende de deelneming van Zwitserland aan de comités

De Raad stemt ermee in dat de vertegenwoordigers van Zwitserland, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, deelnemen aan de vergaderingen van de comités en de deskundigengroepen van de MEDIA-programma's. De stemming in deze comités en deskundigengroepen wordt door de vertegenwoordigers van Zwitserland niet bijgewoond.


28.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/35


Informatie over de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding (1)

Op 27 februari 2006 zijn de vereiste procedures afgerond voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat op audiovisueel gebied tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelneming van de Zwitserse Bondsstaat aan de communautaire programma's Media Plus en Media Opleiding, welke overeenkomst op 26 oktober 2004 te Luxemburg is ondertekend; derhalve zal deze overeenkomst, ingevolge artikel 13 daarvan, op 1 april 2006 in werking treden.


(1)  Zie bladzijde 23 van dit Publicatieblad.


28.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/36


BESLUIT VAN DE RAAD

van 27 februari 2006

over de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende diens deelname aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk

(2006/235/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, artikel 300, lid 3, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 4,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De activiteiten van het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk, opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad (2), zijn reeds uitgebreid tot andere Europese landen door middel van door de Gemeenschap gesloten bilaterale overeenkomsten, waarbij rekening is gehouden met de grensoverschrijdende aard van milieuvraagstukken en het belang van een betere internationale samenwerking op het gebied van het milieu.

(2)

Op 20 juli 2000 heeft de Raad de Commissie gemachtigd met de Zwitserse Bondsstaat onderhandelingen te voeren over een overeenkomst betreffende de deelname van Zwitserland aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk.

(3)

De overeenkomst is op 26 oktober 2004 namens de Gemeenschap ondertekend, onder voorbehoud van sluiting op een latere datum.

(4)

De overeenkomst dient door de Gemeenschap te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van Zwitserland aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad doet namens de Europese Gemeenschap de in artikel 20 van de overeenkomst bedoelde kennisgeving (3).

Artikel 3

De Commissie vertegenwoordigt de Gemeenschap in het gemengd comite als bedoeld in artikel 16 van de overeenkomst.

Het standpunt van de Gemeenschap met betrekking tot besluiten van het gemengd comité wordt door de Raad op voorstel van de Commissie bij gekwalificeerde meerderheid vastgesteld bij aangelegenheden in verband met de financiële bijdrage van Zwitserland en wanneer het gaat om een beduidende afwijking aangaande de opneming van communautaire wetsteksten van bijlage I of om enige wijziging van bijlage III van de overeenkomst.

Voor alle andere besluiten van het Gemengd Comité, inclusief betreffende de geregelde opneming van communautaire wetsteksten in bijlage I, behoudens eventueel noodzakelijke technische aanpassingen, en zaken in verband met de interne werking van het Gemengd Comité, wordt het standpunt van de Gemeenschap door de Commissie vastgesteld.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 februari 2006

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  PB L 120 van 11.5.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1641/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 1).

(3)  De datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.


OVEREENKOMST

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de deelname van Zwitserland aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna „de Gemeenschap” genoemd, enerzijds,

en

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT, hierna „Zwitserland” genoemd, anderzijds,

hierna de „Partijen” genoemd,

ERKENNENDE de grensoverschrijdende aard van milieuvraagstukken en het belang van een betere internationale samenwerking op het gebied van het milieu,

REKENING HOUDENDE met Verordening (EEG) nr. 1210/90 van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk, als gewijzigd bij de Verordening (EG) nr. 933/1999 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1641/2003 van het Europees Parlement en de Raad,

IN AANMERKING NEMENDE dat de activiteiten van het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk reeds bij wege van door de Europese Gemeenschap gesloten bilaterale overeenkomsten tot andere Europese landen zijn uitgebreid,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Zwitserland neemt volledig deel aan de werkzaamheden van het Europees Milieuagentschap, hierna het „Agentschap” genoemd, en van het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk (EIONET), en geeft uitvoering aan de in bijlage I genoemde besluiten.

Artikel 2

Zwitserland draagt als volgt financieel bij tot de in artikel 1 genoemde activiteiten (Agentschap en EIONET):

a)

De jaarlijkse bijdrage voor een gegeven jaar wordt berekend op basis van de subsidie die de Gemeenschap voor dat jaar aan de begroting van het Agentschap verleent, gedeeld door het aantal lidstaten van de Gemeenschap.

b)

De verdere voorwaarden voor de financiële bijdrage van Zwitserland zijn uiteengezet in bijlage II.

Artikel 3

Zwitserland neemt volledig deel, zonder stemrecht, aan de werkzaamheden van de Raad van Bestuur van het Agentschap en wordt betrokken bij de werkzaamheden van het Wetenschappelijk Comité van het Agentschap.

Artikel 4

Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst informeert Zwitserland het Agentschap over de voornaamste componenten van zijn nationale informatienetwerken als uiteengezet in de in bijlage I genoemde besluiten.

Artikel 5

Onder de in artikel 4 bedoelde instellingen of andere op zijn grondgebied gevestigde organisaties wijst Zwitserland met name een „nationaal knooppunt” aan voor de coördinatie en/of verzending van de informatie die op nationaal niveau moet worden verstrekt aan het Agentschap en aan de instellingen of organisaties die deel uitmaken van het EIONET, met inbegrip van de in artikel 6 bedoelde thematische centra.

Artikel 6

Binnen de in artikel 4 genoemde periode kan Zwitserland ook de op zijn grondgebied gevestigde instellingen of organisaties aanwijzen waaraan specifiek de taak wordt toevertrouwd samen te werken met het Agentschap op het gebied van bepaalde thema's van bijzonder belang. Een aldus aangewezen instelling moet in staat zijn een overeenkomst te sluiten met het Agentschap om voor specifieke opdrachten als thematisch centrum voor het netwerk op te treden. Deze centra werken samen met andere instellingen die deel uitmaken van het netwerk.

Artikel 7

Binnen zes maanden na de ontvangst van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde informatie herbeziet de Raad van Bestuur van het Agentschap de voornaamste componenten van het netwerk teneinde rekening te houden met de deelname van Zwitserland.

Artikel 8

Zwitserland verstrekt, op voorwaarde dat de vertrouwelijkheid wordt beschermd, gegevens overeenkomstig de verplichtingen en praktijken als vastgelegd in het werkprogramma van het Agentschap.

Artikel 9

Het Agentschap kan met de door Zwitserland aangewezen instellingen of organisaties die deel uitmaken van het netwerk, als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, de nodige regelingen treffen, en met name contracten sluiten, met het oog op de succesvolle uitvoering van de taken die het deze kan toevertrouwen.

Artikel 10

De milieugegevens die het Agentschap ontvangt of meedeelt, kunnen openbaar worden gemaakt en zijn toegankelijk voor het publiek, op voorwaarde dat vertrouwelijke informatie binnen Zwitserland dezelfde graad van bescherming krijgt als binnen de Gemeenschap.

Artikel 11

Het Agentschap krijgt rechtspersoonlijkheid in Zwitserland en het geniet in Zwitserland de ruimste handelingsbevoegdheid die door de nationale wetgeving aan rechtspersonen wordt toegekend.

Artikel 12

Zwitserland past ten aanzien van het Agentschap het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen toe, dat als bijlage III is gevoegd.

Artikel 13

In afwijking van artikel 12, lid 2, onder a), van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de overige personeelsleden van deze Gemeenschappen, kunnen staatsburgers van Zwitserland welke over hun volledige burgerrechten beschikken door de Uitvoerend Directeur van het Agentschap onder contract worden aangeworven.

Artikel 14

De bepalingen inzake de door de Gemeenschap in Zwitserland uit te oefenen financiële controle op deelnemers aan activiteiten van het Europees Milieuagentschap of het EIONET zijn opgenomen in bijlage IV.

Artikel 15

De Partijen nemen alle algemene of specifieke maatregelen die nodig zijn om hun verplichtingen krachtens de Overeenkomst na te komen. Zij zorgen ervoor dat de in de Overeenkomst vastgelegde doelstellingen worden bereikt.

Artikel 16

1.   Een Gemengd Comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Partijen, ziet toe op een goede uitvoering van de Overeenkomst. Het Comité komt bijeen op verzoek van één der Partijen.

2.   Het Gemengd Comité wisselt van gedachten over de implicaties van nieuwe communautaire wetgeving tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1210/90, of enig ander juridisch instrument waarnaar in deze Overeenkomst wordt verwezen, inclusief, in voorkomend geval, over enige verwachte implicaties in verband met de in artikel 2 en bijlage II van deze Overeenkomst bepaalde financiële bijdrage.

3.   In overeenstemming met de respectieve interne procedures van de Partijen kan het Gemengd Comité een besluit goedkeuren ter wijziging van de bijlagen van deze Overeenkomst of tot enige andere maatregel besluiten om een behoorlijke werking van de Overeenkomst te waarborgen.

4.   Het Gemengd Comité neemt zijn besluiten in onderlinge overeenstemming.

Artikel 17

De bijlagen bij deze Overeenkomst maken hiervan, met inbegrip van het aanhangsel, integrerend deel uit.

Artikel 18

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op het grondgebied waarbinnen het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap geldt, en dit onder de in dit Verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van Zwitserland.

Artikel 19

Deze Overeenkomst geldt voor een onbeperkte periode. Elke Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door kennisgeving aan de andere Partij. Er komt een einde aan deze Overeenkomst zes maanden na de datum van een dergelijke kennisgeving.

Artikel 20

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen goedgekeurd overeenkomstig hun onderscheiden procedures. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat hun procedures zijn afgerond.

Artikel 21

1.   Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud, in de Deense, Duitse, Engelse, Estische, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Nederlandse, Poolse, Portugese, Sloveense, Slowaakse, Spaanse, Tsjechische en Zweedse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.

2.   De versie van deze Overeenkomst in de Maltese taal wordt op basis van een briefwisseling authentiek verklaard door de overeenkomstsluitende partijen. Die versie zal gelijkelijk authentiek zijn, op dezelfde wijze als de in lid 1 genoemde talen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder de overeenkomst hebben geplaatst.

Hecho en Luxemburgo, el veintiséis de octubre de dos mil cuatro.

V Lucemburku dne dvacátého šestého října dva tisíce čtyři.

Udfærdiget i Luxembourg den seksogtyvende oktober to tusind og fire.

Geschehen zu Luxemburg am sechsundzwanzigsten Oktober zweitausendundvier.

Kahe tuhande neljanda aasta oktoobrikuu kahekümne kuuendal päeval Luxembourgis.

'Εγινε στo Λουξεμβούργο, στις είκοσι έξι Οκτωβρίου δύο χιλιάδες τέσσερα.

Done at Luxembourg on the twenty-sixth day of October in the year two thousand and four.

Fait à Luxembourg, le vingt-six octobre deux mille quatre.

Fatto a Lussemburgo, addì ventisei ottobre duemilaquattro.

Luksemburgā, divi tūkstoši ceturtā gada divdesmit sestajā oktobrī.

Priimta du tūkstančiai ketvirtų metų spalio dvidešimt šeštą dieną Liuksemburge.

Kelt Luxembourgban, a kettőezer-negyedik év október havának huszonhatodik napján.

Magħmula fil-Lussemburgu fis-sitta u għoxrin jum ta' Ottubru tas-sena elfejn u erbgħa.

Gedaan te Luxemburg, de zesentwintigste oktober tweeduizendvier.

Sporządzono w Luksemburgu, dnia dwudziestego szóstego października roku dwa tysiące czwartego.

Feito no Luxemburgo, em vinte e seis de Outubro de dois mil e quatro.

V Luxemburgu dvadsiateho šiesteho októbra dvetisícštyri.

V Luxembourgu, dne šestindvajsetega oktobra leta dva tisoč štiri

Tehty Luxemburgissa kahdentenakymmenentenäkuudentena päivänä lokakuuta vuonna kaksituhattaneljä.

Som skedde i Luxemburg den tjugosjätte oktober tjugohundrafyra.

Por la Comunidad Europea

Za Evropské společenství

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Euroopa Ühenduse nimel

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Eiropas Kopienas vārdā

Europos bendrijos vardu

az Európai Közösség részéről

Għall-Komunità Ewropea

Voor de Europese Gemeenschap

W imieniu Wspólnoty Europejskiej

Pela Comunidade Europeia

Za Európske spoločenstvo

za Evropsko skupnost

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Für die Schweizerische Eidgenossenschaft

Pour la Confédération suisse

Per la Confederazione svizzera

Image

BIJLAGE I

Van toepassing zijnde besluiten

Wanneer in deze bijlage gespecificeerde besluiten verwijzingen bevatten naar de lidstaten van de Europese Gemeenschap, of een eis betreffende een verband met laatstgenoemde, gelden deze verwijzingen, voor de toepassing van deze Overeenkomst, als eveneens van toepassing op Zwitserland, of op de eis van een verband met Zwitserland.

Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk (PB L 120 van 11.5.1990, blz. 1), als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 933/1999 van de Raad van 29 april 1999 (PB L 117 van 5.5.1999, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 1641/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 1).

BIJLAGE II

Financiële bijdrage van Zwitserland aan het Europees Milieuagentschap

1.

De door Zwitserland voor zijn deelname aan het Agentschap te betalen financiële bijdrage aan de begroting van de Europese Unie zal worden berekend op basis van de jaarsubsidie die de Gemeenschap voor dat jaar aan de begroting van het Agentschap verleent, gedeeld door het aantal lidstaten van de Gemeenschap.

2.

De bijdrage van Zwitserland wordt beheerd overeenkomstig het financieel reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Europese Gemeenschap.

3.

Reis- en verblijfskosten van Zwitserse vertegenwoordigers en deskundigen in verband met hun deelname aan activiteiten of vergaderingen van het Agentschap in het kader van de uitvoering van het werkprogramma van het Agentschap worden door het Agentschap vergoed op dezelfde grondslag en volgens de procedures die gelden voor de lidstaten van de Gemeenschap.

4.

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en aan het begin van ieder nieuw jaar zal de Commissie van de Europese Gemeenschappen, hierna „de Commissie” genoemd, Zwitserland een verzoek tot storting doen toekomen ter hoogte van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende bijdrage van dat land aan het Agentschap. Voor het eerste kalenderjaar van zijn deelname betaalt Zwitserland een bijdrage die op pro rata-basis wordt berekend vanaf de datum van het begin van zijn deelname tot het jaareinde. De hierop volgende jaren stemt de bijdrage overeen met de bepalingen van deze Overeenkomst.

Deze bijdrage wordt uitgedrukt in euro en betaald op een eurobankrekening van de Europese Commissie.

5.

Zwitserland betaalt zijn bijdrage overeenkomstig het verzoek tot storting tegen 1 mei mits het verzoek door de Commissie vóór 1 april is toegezonden, of uiterlijk binnen een periode van 30 dagen nadat het verzoek tot storting is toegezonden.

Elk uitstel van betaling geeft vanaf de vervaldatum aanleiding tot betaling door Zwitserland van interesten op het uitstaande bedrag. De rentevoet stemt overeen met de door de Europese Centrale Bank op de vervaldag voor haar eurotransacties gehanteerde rentevoet, vermeerderd met 1,5 procentpunten.

BIJLAGE III

Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN,

OVERWEGENDE dat krachtens de bepalingen van artikel 28 van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, deze Gemeenschappen en de Europese Investeringsbank op het grondgebied van de lidstaten de immuniteiten en voorrechten genieten welke nodig zijn ter vervulling van hun taak,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT omtrent de volgende bepalingen welke aan dit Verdrag zijn gehecht:

HOOFDSTUK I

EIGENDOMMEN, FONDSEN, BEZITTINGEN EN VERRICHTINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Artikel 1

De gebouwen en terreinen van de Gemeenschappen zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking, vordering, verbeurdverklaring of onteigening.

De eigendommen en bezittingen van de Gemeenschappen kunnen zonder toestemming van het Hof van Justitie niet worden getroffen door enige dwangmaatregel van bestuursrechtelijke of gerechtelijke aard.

Artikel 2

Het archief van de Gemeenschappen is onschendbaar.

Artikel 3

De Gemeenschappen, hun bezittingen, inkomsten en andere eigendommen zijn vrijgesteld van alle directe belastingen.

Telkens wanneer hun dit mogelijk is, treffen de regeringen van de lidstaten passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag der indirecte belastingen en van belastingen op de verkoop, welke een deel vormen van de prijs van onroerende of roerende goederen, wanneer de Gemeenschappen voor haar officieel gebruik belangrijke aankopen doen van goederen in de prijs waarvan zodanige belastingen begrepen zijn. De toepassing van deze bepalingen mag evenwel niet tot gevolg hebben dat de mededinging binnen de Gemeenschappen wordt vervalst.

Geen enkele vrijstelling wordt verleend van belastingen, heffingen en rechten die niet anders zijn dan eenvoudige vergoedingen voor diensten van openbaar nut.

Artikel 4

De Gemeenschappen zijn vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot goederen bestemd voor officieel gebruik van de Gemeenschappen; de aldus ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van het land alwaar zij zijn ingevoerd niet onder bezwarende titel of om niet worden overgedragen, tenzij op voorwaarden welke door de regering van dat land zijn goedgekeurd.

Zij zijn eveneens vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot hun publicaties.

Artikel 5

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal kan alle soorten van deviezen en rekeningen in iedere geldsoort aanhouden.

HOOFDSTUK II

MEDEDELINGEN EN LAISSEZ-PASSER

Artikel 6

De instellingen van de Gemeenschappen genieten, voor hun officiële mededelingen en het overbrengen van al hun documenten op het grondgebied van iedere lidstaat de behandeling, welke door deze staat aan diplomatieke missies wordt toegestaan.

De officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van de instellingen van de Gemeenschappen zijn niet aan censuur onderworpen.

Artikel 7

1.   Laissez-passer, waarvan de vorm door de Raad wordt vastgesteld en welke als geldige reispapieren worden erkend door de overheidsinstanties van de lidstaten kunnen door de voorzitters van de instellingen van de Gemeenschappen aan de leden en het personeel van deze instellingen worden verstrekt. Deze laissez-passer worden aan de ambtenaren, en overige personeelsleden verstrekt overeenkomstig de bepalingen van het statuut van de ambtenaren en de regeling voor de andere personeelsleden van de Gemeenschappen.

De Commissie kan akkoorden sluiten teneinde deze laissez-passer te doen erkennen als geldige reispapieren voor het grondgebied van derde staten.

2.   De bepalingen van artikel 6 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal blijven echter tot de toepassing van de bepalingen van lid 1 toepasselijk op de leden en personeelsleden van de instellingen, die bij de inwerkingtreding van dit Verdrag in het bezit van de in dat artikel bedoelde laissez-passer zijn.

HOOFDSTUK III

LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Artikel 8

De bewegingsvrijheid der leden van het Europees Parlement die zich naar de plaats van bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren wordt op geen enkele wijze beperkt door voorschriften van bestuursrechtelijke of andere aard.

Aan de leden van het Europees Parlement worden, wat betreft douane en deviezencontrole, toegekend:

a)

door hun eigen regering, dezelfde faciliteiten als zijn toegekend aan hoge ambtenaren, die zich, belast met een tijdelijke officiële zending, naar het buitenland begeven,

b)

door de regeringen van de andere lidstaten, dezelfde faciliteiten als zijn toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen, belast met een tijdelijke officiële zending.

Artikel 9

Tegen de leden van het Europees Parlement kan geen opsporing plaatsvinden, noch kunnen zij worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem, die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht.

Artikel 10

Tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement genieten de leden:

a)

op hun eigen grondgebied, de immuniteiten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend,

b)

op het grondgebied van elke andere lidstaat, vrijstelling van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook.

De immuniteit beschermt hen eveneens, wanneer zij zich naar de plaats van de bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren.

Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen dat het Europees Parlement het recht uitoefent de immuniteit van een van zijn leden op te heffen.

HOOFDSTUK IV

DE AAN DE WERKZAAMHEDEN VAN DE INSTELLINGEN DER EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DEELNEMENDE VERTEGENWOORDIGERS DER LIDSTATEN

Artikel 11

De aan de werkzaamheden van de instellingen van de Gemeenschappen deelnemende vertegenwoordigers der lidstaten, alsmede hun raadslieden en de deskundigen, genieten gedurende de uitoefening van hun ambt en op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst de gebruikelijke voorrechten, immuniteiten en faciliteiten.

Dit artikel is eveneens van toepassing op de leden der raadgevende organen van de Gemeenschappen.

HOOFDSTUK V

AMBTENAREN EN OVERIGE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Artikel 12

De ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen zijn, ongeacht hun nationaliteit, op het grondgebied van elk der lidstaten:

a)

vrijgesteld van rechtsvervolging voor hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven, behoudens de toepassing van de bepalingen der Verdragen, die betrekking hebben op de verantwoordelijkheid van de ambtenaren en overige personeelsleden tegenover de Gemeenschappen, en voorts op de bevoegdheid van het Hof om uitspraak te doen in geschillen tussen de Gemeenschappen en hun ambtenaren en overige personeelsleden. Zij blijven deze immuniteit genieten nadat zij hun ambt hebben neergelegd;

b)

tezamen met hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten vrijgesteld van immigratiebeperkingen en vreemdelingenregistratie;

c)

inzake monetaire of deviezenregelingen in het genot van de gebruikelijke faciliteiten welke aan ambtenaren van internationale organisaties worden toegekend;

d)

gerechtigd om de eerste maal, dat zij hun post bezetten, in het betrokken land hun huisraad en goederen voor persoonlijk gebruik vrij van rechten in te voeren, en bij het neerleggen van hun ambt hun huisraad en goederen voor persoonlijk gebruik uit genoemd land vrij van rechten weder uit te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden welke de regering van het land waar dit recht wordt uitgeoefend, als noodzakelijk beschouwt;

e)

gerechtigd uit een lidstaat hun voor persoonlijk gebruik bestemde personenauto die in het land waar zij het laatst hun verblijfplaats hebben gehad of in het land waarvan zij onderdaan zijn, verkregen is op de voorwaarden die op de binnenlandse markt van dat land gelden, vrij van rechten in te voeren, en deze vrij van rechten weder uit te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden welke de regering van het betrokken land als noodzakelijk beschouwt.

Artikel 13

Onder de voorwaarden en volgens de procedure welke door de Raad op voorstel van de Commissie worden vastgesteld, worden de ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen onderworpen aan een belasting ten bate van de Gemeenschappen op de door hun betaalde salarissen, lonen en emolumenten.

Zij zijn vrijgesteld van nationale belastingen op de door de Gemeenschappen betaalde salarissen, lonen en emolumenten.

Artikel 14

De ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen, die zich uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van hun ambt in dienst van de Gemeenschappen vestigen op het grondgebied van een andere lidstaat dan de staat van de fiscale woonplaats, welke zij bezitten op het ogenblik van hun indiensttreding bij de Gemeenschappen, worden voor de toepassing van de inkomsten-, vermogens- en successiebelastingen, alsmede van de tussen de lidstaten van de Gemeenschappen gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting, zowel in de staat waar zij zich gevestigd hebben als in de staat van de fiscale woonplaats, geacht hun woonplaats te hebben behouden in de laatstgenoemde staat, indien deze lid is van de Gemeenschappen. Deze bepaling geldt eveneens voor de echtgenoot voorzover deze geen eigen beroepsbezigheden uitoefent, alsmede voor de kinderen die ten laste zijn en onder toezicht staan van de in dit artikel bedoelde personen.

De roerende goederen welke toebehoren aan de in de vorige alinea bedoelde personen en zich bevinden op het grondgebied van de staat van verblijf, worden in de staat vrijgesteld van successiebelasting; voor de heffing van die belasting worden die roerende goederen geacht zich in de staat van de fiscale woonplaats te bevinden, onder voorbehoud van de rechten van derde staten en de mogelijke toepassing van de bepalingen der internationale overeenkomsten betreffende dubbele belasting.

De uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van een ambt in dienst van andere internationale organisaties verkregen woonplaats wordt niet in aanmerking genomen bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 15

Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met eenparigheid van stemmen de regeling vast inzake de sociale voorzieningen, welke op de ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen van toepassing zijn.

Artikel 16

Op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de overige betrokken instellingen, bepaalt de Raad op welke categorieën van ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen de bepalingen van de artikelen 12, 13, tweede alinea, en 14 geheel of ten dele van toepassing zijn.

De namen, hoedanigheden en adressen der ambtenaren en overige personeelsleden, welke onder deze categorieën zijn begrepen, worden op gezette tijden aan de regeringen van de lidstaten medegedeeld.

HOOFDSTUK VI

VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN DER BIJ DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN GEACCREDITEERDE MISSIES VAN DERDE STATEN

Artikel 17

De lidstaat, op wiens grondgebied de zetel van de Gemeenschappen is gevestigd, verleent aan de missies der bij de Gemeenschappen geaccrediteerde derde staten de gebruikelijke diplomatieke immuniteiten en voorrechten.

HOOFDSTUK VII

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 18

De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden aan de ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschappen uitsluitend in het belang van de Gemeenschappen verleend.

Elke instelling van de Gemeenschappen is gehouden de aan een ambtenaar of ander personeelslid verleende immuniteit op te heffen in alle gevallen, waarin zulks naar haar mening niet strijdig is met de belangen van de Gemeenschappen.

Artikel 19

Voor de toepassing van dit protocol handelen de instellingen van de Gemeenschappen in overeenstemming met de verantwoordelijke autoriteiten van de betrokken lidstaten.

Artikel 20

De artikelen 12 tot en met 15 en 18 zijn van toepassing op de leden van de Commissie.

Artikel 21

De artikelen 12 tot en met 15 en 18 zijn van toepassing op de rechters, de griffier en de toegevoegde rapporteurs van, alsmede op de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, onverminderd de bepalingen van artikel 3 van de protocollen betreffende het statuut van het Hof van Justitie nopens de vrijstelling van rechtsvervolging van de rechters en de advocaten-generaal.

Artikel 22

Dit Protocol is eveneens van toepassing op de Europese Investeringsbank, de leden van haar organen, haar personeel en de vertegenwoordigers der lidstaten, die aan haar werkzaamheden deelnemen, onverminderd de bepalingen van het protocol betreffende haar statuten.

De Europese Investeringsbank wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale en parafiscale heffing ter gelegenheid van de uitbreiding van haar aandelenkapitaal, alsmede van de verschillende formaliteiten welke deze verrichtingen kunnen medebrengen in de staat waar de zetel gevestigd is. Haar opheffing en liquidering zullen evenmin enige heffing medebrengen. Ten slotte geeft de werkzaamheid van de Bank en van haar organen, uitgeoefend onder de statutaire voorwaarden, geen aanleiding tot de heffing van omzetbelastingen.

Artikel 23

Dit protocol is eveneens van toepassing op de Europese Centrale Bank, de leden van haar organen en haar personeel, onverminderd de bepalingen van het protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank.

De Europese Centrale Bank wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale en parafiscale heffing bij de uitbreiding van haar kapitaal, alsmede van de verschillende formaliteiten welke hieraan verbonden zijn in de staat waar de zetel van de Bank gevestigd is. De werkzaamheden van de Bank en van haar organen, uitgeoefend overeenkomstig de statuten van het Europese Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, geven geen aanleiding tot de heffing van omzetbelasting.

Bovengenoemde bepalingen zijn eveneens van toepassing op het Europees Monetair Instituut. De ontbinding of liquidatie ervan brengt geen enkele heffing met zich.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben gesteld.

Gedaan te Brussel de achtste april negentienhonderdvijfenzestig.

Aanhangsel bij BIJLAGE III

Wijze van toepassing in Zwitserland van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten

1.   Uitbreiding van de toepassing van het Protocol tot Zwitserland

Iedere verwijzing naar de lidstaten in het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen (hierna „het Protocol” genoemd) moet worden opgevat als zijnde eveneens van toepassing op Zwitserland, tenzij in het onderstaande anders wordt bepaald.

2.   Agentschap vrijgesteld van indirecte belastingen (met inbegrip van BTW)

Op vanuit Zwitserland geëxporteerde goederen en diensten wordt geen belasting over de toegevoegde waarde (BTW) geheven. Wat goederen en diensten betreft die het Agentschap in Zwitserland voor officieel gebruik worden geleverd, geschiedt de BTW-vrijstelling, overeenkomstig artikel 3, tweede alinea, van het Protocol, door middel van teruggave van de betaalde bedragen. Vrijstelling van BTW wordt verleend indien de effectieve aankoopprijs voor de in de factuur of een gelijkwaardig document vermelde goederen en dienstverstrekkingen (inclusief belastingen) ten minste 100 Zwitserse frank bedraagt.

Restitutie van de betaalde BTW-bedragen volgt op vertoon van de speciaal hiertoe bestemde Zwitserse formulieren aan de afdeling BTW van de federale belastingautoriteiten. De aanvragen worden in beginsel behandeld binnen drie maanden, te rekenen vanaf de indiening van het van de nodige bewijsstukken vergezelde verzoek om terugbetaling.

3.   Wijze van toepassing van de regelgeving betreffende het personeel van het Agentschap

Wat artikel 13, tweede alinea, van het Protocol betreft, stelt Zwitserland, volgens de beginselen van zijn intern recht, de ambtenaren en overige personeelsleden van het Agentschap in de zin van artikel 2 van Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 549/69 van 25 maart 1969 (PB L 74 van 27.3.1969, blz. 1) vrij van federale, kantonnale en gemeentelijke belastingen op salarissen, lonen en emolumenten die door de Gemeenschap worden betaald en waarop, te harer gunste, een interne belasting van toepassing is.

Voor de toepassing van artikel 14 van het Protocol wordt Zwitserland niet als een lidstaat in de zin van bovenstaande paragraaf 1 beschouwd.

De ambtenaren en overige personeelsleden van het Agentschap, alsook hun gezinsleden die zijn aangesloten bij het op de ambtenaren en overige personeelsleden van de Gemeenschap van toepassing zijnde socialeverzekeringsstelsel, vallen niet verplicht onder het Zwitserse socialeverzekeringsstelsel.

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft uitsluitende bevoegdheid voor alle kwesties betreffende de betrekkingen tussen de Commissie of het Agentschap en zijn personeel, wat betreft de toepassing van Verordening (EEG/Euratom/EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1) en de andere bepalingen van communautair recht tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden.

BIJLAGE IV

Financiële controle op Zwitserse deelnemers aan de activiteiten van het Europees Milieuagentschap en het EIONET

Artikel 1

Rechtstreekse communicatie

Het Agentschap en de Commissie onderhouden rechtstreekse contacten met alle in Zwitserland gevestigde personen of entiteiten die betrokken zijn bij de activiteiten van het Agentschap of het EIONET, als contractant, als deelnemer aan een programma van het Agentschap, als begunstigde van een betaling uit de begroting van het Agentschap of van de Gemeenschap, of als onderaannemer. Deze personen kunnen alle dienstige informatie en documentatie die zij gehouden zijn te verstrekken op grond van de in deze Overeenkomst genoemde instrumenten en van de ter uitvoering daarvan gesloten contracten of overeenkomsten, alsmede van de in het kader daarvan genomen besluiten, rechtstreeks aan de Commissie en het Agentschap doen toekomen.

Artikel 2

Audits

1.   In overeenstemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van 25 juni 2002 en het door de Raad van Bestuur van het Agentschap op 26 maart 2003 overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 23 december 2002 goedgekeurde financieel reglement, alsook met de overige regelingen waarnaar in deze Overeenkomst wordt verwezen, kan in de contracten of overeenkomsten die met in Zwitserland gevestigde begunstigden worden gesloten en in de besluiten die in dat kader worden genomen, worden bepaald dat bij deze begunstigden of bij hun onderaannemers op ieder tijdstip wetenschappelijke, financiële of technologische audits of andere controles kunnen worden verricht door functionarissen van het Agentschap en de Commissie of door andere door dezen hiertoe gemachtigde personen.

2.   De functionarissen van het Agentschap en de Commissie alsook de andere door dezen hiertoe gemachtigde personen krijgen passende toegang tot locaties, werkzaamheden en documenten, alsmede tot alle nodige informatie, inclusief informatie in elektronische vorm, om deze audits naar behoren te kunnen uitvoeren. Dit recht van toegang wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten of overeenkomsten die worden gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in deze Overeenkomst wordt verwezen.

3.   De Europese Rekenkamer heeft dezelfde rechten als de Commissie.

4.   De audits kunnen plaatsvinden vijf jaar na het verstrijken van deze Overeenkomst dan wel volgens het bepaalde in de contracten of overeenkomsten of in de ter zake genomen besluiten.

5.   De Zwitserse financiële controledienst (Eidgenössische Finanzkontrolle) wordt van tevoren over de op het Zwitserse grondgebied te verrichten audits geïnformeerd. Deze kennisgeving is evenwel geen wettelijke voorwaarde voor de uitvoering van deze audits.

Artikel 3

Controles ter plaatse

1.   In het kader van deze Overeenkomst is de Commissie (OLAF) gemachtigd op het Zwitserse grondgebied controles en verificaties ter plaatse te verrichten, zulks overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996.

2.   De controles en verificaties ter plaatse worden door de Commissie voorbereid en uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Zwitserse financiële controledienst of met de andere door deze controledienst aangewezen bevoegde Zwitserse autoriteiten, die tijdig over het voorwerp, het doel en de rechtsgrondslag van de controles en verificaties worden ingelicht, teneinde aldus alle nodige hulp te kunnen verstrekken. Te dien einde kunnen functionarissen van de bevoegde Zwitserse autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen.

3.   Indien de betrokken Zwitserse autoriteiten dit wensen, worden de controles en verificaties ter plaatse door de Commissie en die autoriteiten gezamenlijk verricht.

4.   Wanneer deelnemers aan het programma zich verzetten tegen een controle of verificatie ter plaatse, verlenen de Zwitserse autoriteiten de controleurs van de Commissie, overeenkomstig de nationale bepalingen ter zake, de nodige assistentie om laatstgenoemden in staat te stellen de hun opgedragen controles en verificaties ter plaatse tot een goed einde te brengen.

5.   De Commissie doet de Zwitserse financiële controledienst ten spoedigste mededeling van iedere onregelmatigheid en van ieder vermoeden betreffende een onregelmatigheid waarvan zij in het kader van de controle of verificatie ter plaatse kennis heeft gekregen. De Commissie is hoe dan ook gehouden bovenbedoelde autoriteit in kennis te stellen van het resultaat van die controles en verificaties.

Artikel 4

Informatie en raadpleging

1.   Met het oog op een goede uitvoering van deze bijlage wisselen de bevoegde Zwitserse en communautaire autoriteiten op gezette tijden informatie uit en plegen zij, op verzoek van een hunner, overleg.

2.   De bevoegde Zwitserse autoriteiten stellen het Agentschap en de Commissie onverwijld in kennis van ieder onder hun aandacht gebracht feit waaraan het vermoeden zou kunnen worden ontleend dat er zich onregelmatigheden hebben voorgedaan bij de sluiting en de uitvoering van de contracten of overeenkomsten die zijn gesloten in uitvoering van de instrumenten waarnaar in deze Overeenkomst wordt verwezen.

Artikel 5

Vertrouwelijkheid

Ingevolge deze bijlage meegedeelde of verkregen informatie, in eender welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt op dezelfde wijze beschermd als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Zwitserse recht en de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de Instellingen van de Gemeenschappen. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de Instellingen van de Gemeenschappen of in de lidstaten of Zwitserland op grond van hun functie op de hoogte moeten zijn van deze informatie, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel 6

Administratieve maatregelen en sancties

Onverminderd de toepassing van het Zwitserse strafrecht kan het Agentschap of de Commissie administratieve maatregelen en sancties opleggen in overeenstemming met de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van 25 juni 2002 en (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van 23 december 2002 alsmede Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 7

Invordering en tenuitvoerlegging

Besluiten die het Agentschap of de Commissie neemt binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst, welke voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen in Zwitserland executoriale titel. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de autoriteit die daartoe door de Zwitserse regering wordt aangewezen. Van deze aanwijzing geeft zij kennis aan het Agentschap of de Commissie. De tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Zwitserse regels. De rechtsgeldigheid van het besluit dat executoriale titel vormt, is onderworpen aan de controle van het Hof van Justitie.

Arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die worden gewezen ingevolge een arbitrageclausule vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel.


28.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 90/48


Informatie over de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende diens deelname aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en informatienetwerk (1)

Op 27 februari 2006 zijn de vereiste procedures afgerond voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende diens deelname aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en informatienetwerk, welke overeenkomst op 26 oktober 2004 te Luxemburg is ondertekend; derhalve zal deze overeenkomst, ingevolge artikel 20 daarvan, op 1 april 2006 in werking treden.


(1)  Zie bladzijde 37 van dit Publicatieblad.