ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 16

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

49e jaargang
20 januari 2006


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) Nr. 51/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

1

 

*

Verordening (EG) 52/2006 van de Raad van 22 december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

184

 

*

Addendum bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

200

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

20.1.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 16/1


VERORDENING(EG) Nr. 51/2006 VAN DE RAAD

van 22 december 2005

tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Gelet op Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (2), en met name op artikel 2,

Gelet op Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (3), en met name op de artikelen 6 en 8,

Gelet op Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (4), en met name op artikel 5,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke adviezen en met name van het verslag van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV), maatregelen vaststellen waarbij de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden geregeld.

(2)

Op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad de totaal toegestane vangsten (TAC's) vaststellen per visserijtak of groep van visserijtakken. De vangstmogelijkheden moeten over de lidstaten en derde landen worden verdeeld overeenkomstig artikel 20 van genoemde verordening.

(3)

Voor een efficiënt beheer van deze TAC's en quota moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(4)

De beginselen van en bepaalde procedures voor het visserijbeheer moeten door de Gemeenschap worden vastgesteld om de lidstaten in staat te stellen de vaartuigen die onder hun vlag varen, te beheren.

(5)

In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn definities vastgesteld die relevant zijn voor de toewijzing van de vangstmogelijkheden.

(6)

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 moet worden bepaald voor welke bestanden de verschillende, in die verordening bedoelde maatregelen moeten worden toegepast.

(7)

De Gemeenschap heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties, overleg over de visserijrechten gepleegd met Noorwegen (5), de Faeröer (6)en Groenland (7).

(8)

De Gemeenschap is verdragsluitende partij bij verscheidene regionale visserijorganisaties. Die organisaties hebben voor sommige soorten vangstbeperkingen en andere instandhoudingsmaatregelen aanbevolen. Die aanbevelingen moeten dan ook door de Gemeenschap worden uitgevoerd.

(9)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in juni 2005 heeft de Interamerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) vangstbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld, evenals technische bepalingen voor de behandeling van bijvangsten. Hoewel de Gemeenschap geen lid is van de IATTC, moeten deze maatregelen toch worden uitgevoerd om te zorgen voor een duurzaam beheer van de natuurlijke rijkdommen die onder de jurisdictie van die organisatie vallen.

(10)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2005 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) tabellen goedgekeurd van de onderbenutting en de overbenutting van de vangstmogelijkheden van de bij de ICCAT aangesloten partijen. In dit verband heeft de ICCAT geconstateerd dat de Gemeenschap in 2004 haar quota voor verschillende bestanden heeft onderbenut.

(11)

Om rekening te houden met de door de ICCAT in de quota van de Gemeenschap aangebrachte aanpassingen, is het noodzakelijk de uit die onderbenutting voortvloeiende vangstmogelijkheden over de lidstaten te spreiden op basis van het respectieve aandeel van elke lidstaat in de onderbenutting, zonder te raken aan de bij deze verordening voor de jaarlijkse verdeling van de TAC's bepaalde verdeelsleutel.

(12)

Bij het gebruik van de vangstmogelijkheden moet worden voldaan aan de communautaire wetgeving op dit gebied, en met name aan Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (8), Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten (9), Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (10), Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserij-inspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (11), Verordening (EG) nr. 1626/94 van de Raad van 27 juni 1994 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee (12), Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten (13), Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (14), Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (15), Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (16), Verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (17), Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (18), Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS) (19), Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (20), Verordening (EG) nr. 973/2001 van de Raad van 14 mei 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (21), Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (22) en Verordening (EG) nr. 2270/2004 van de Raad van 22 december 2004 tot vaststelling, voor 2005 en 2006, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (23).

(13)

Volgens het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) is het noodzakelijk een tijdelijke regeling toe te passen voor het beheer van de vangstbeperkingen voor ansjovis in ICES-deelgebied VIII.

(14)

Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een tijdelijke regeling toe te passen voor het beheer van de visserij-inspanning op zandspiering in ICES-deelgebied IV en sector IIIa Noord.

(15)

Gezien de wetenschappelijke kennis over de biologische status van de blauwewijtingbestanden en na onderhandelingen tussen de kuststaten over het beheer van die bestanden, is het noodzakelijk de beheersgebieden te wijzigen, daarbij rekening houdend met de specifieke kenmerken van de betrokken visserijsector.

(16)

Gezien het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES moet de visserij‐inspanning op bepaalde diepzeesoorten bij wijze van overgangsmaatregel verder worden verminderd.

(17)

Om de beperkingen van de visserij-inspanning op kabeljauw aan te passen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 423/2004, worden alternatieve regelingen voorgesteld teneinde de visserij-inspanning af te stemmen op de TAC, zoals bepaald in artikel 8, lid 3, van genoemde verordening.

(18)

Uit wetenschappelijk advies blijkt dat het bestand van de Noordzeeschol niet op duurzame wijze wordt bevist en dat er zeer veel vis wordt teruggegooid. Uit wetenschappelijk advies en advies van de regionale adviesraad voor de Noordzee blijkt dat de vangstmogelijkheden wat betreft de visserij‐inspanning van vaartuigen die op schol vissen, moeten worden aangepast.

(19)

Voor de tongbestanden in het Westelijk Kanaal moet een voorlopige regeling voor het beheer van de visserij-inspanning worden toegepast. Voor de kabeljauwbestanden in het Kattegat, in de Noordzee, het Skagerrak en het Westelijke kanaal, in de Ierse Zee en het Westen van Schotland, en voor de heek‐ en langoustinebestanden in de ICES‐sectoren VIIIc en IXa moeten de bestaande regelingen voor het beheer van de visserij-inspanning worden aangepast.

(20)

Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1434/98 volstaat niet om ervoor te zorgen dat de haringvangsten onder de voor die soort vastgestelde vangstbeperkingen blijven. Om het mogelijk te maken adequaat toezicht uit te oefenen op het aandeel haring in ongesorteerde vangsten en dit aandeel in mindering te brengen op de totale vangst, moeten derhalve overgangsmaatregelen worden ingevoerd.

(21)

Tegenwoordig worden bij de kieuwnetvisserij in de diepe wateren ten westen van Schotland en Ierland extreem lange netten gebruikt, met buitensporige uitzettijden en hoge bijvangsten tot gevolg. In netten die verloren gaan of opzettelijk worden achtergelaten en die nooit worden opgehaald, raakt jarenlang nog vis gevangen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze praktijk zeer bedreigend is voor diepzeesoorten; derhalve moet, in afwachting van de vaststelling van meer permanente maatregelen, bij wijze van overgangsmaatregel, een visserijverbod worden ingesteld.

(22)

Met het oog op de duurzame exploitatie van de heekbestanden en de verlaging van de bijvangsten, moeten, bij wijze van overgangsmaatregel, de meest recente ontwikkelingen op het gebied van selectief vistuig worden toegepast in sector VIII a, b, d.

(23)

De Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) heeft tijdens haar jaarlijkse bijeenkomst in 2004 een aanbeveling goedgekeurd ter beperking van de visserij in bepaalde gebieden om kwetsbare diepzeehabitats te beschermen. Deze aanbeveling dient door de Gemeenschap te worden uitgevoerd.

(24)

Ter bevordering van de instandhouding van octopus en met name om de jonge exemplaren te beschermen moet in 2006 een minimummaat worden vastgesteld voor octopus afkomstig uit de maritieme wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen in het CECAF-gebied, in afwachting van de goedkeuring van een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98.

(25)

In november 2005 heeft de NEAFC een aanbeveling goedgekeurd om verscheidene vaartuigen op te nemen in de lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst hebben bedreven. Deze aanbevelingen moeten worden omgezet in communautaire wetgeving.

(26)

De Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) heeft tijdens haar algemene vergadering van 2005 twee aanbevelingen goedgekeurd over respectievelijk de exploitatie van diepzeesoorten door bepaalde visserijtakken en de instelling van een GFCM-register voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 meter die in het GFCM‐gebied mogen vissen. Aangezien de Gemeenschap verdragsluitende partij bij de GFCM is, gelden deze aanbevelingen ook voor de Gemeenschap en dienen ze ten uitvoer te worden gelegd.

(27)

Met het oog op de instandhouding van de visbestanden moet in 2006 een aantal aanvullende technische en controlemaatregelen voor de visserij ten uitvoer worden gelegd.

(28)

Zo moeten er bepalingen worden vastgesteld inzake het gebruik van VMS‐gegevens voor een efficiëntere uitvoering van het toezicht, de controle en de bewaking met betrekking tot het inspanningsbeheer.

(29)

Om te zorgen voor een correcte boeking van de hoeveelheden blauwe wijting die vaartuigen van derde landen in wateren van de Gemeenschap vangen, moeten de controlebepalingen voor dergelijke vaartuigen worden verscherpt.

(30)

Volgens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad een besluit nemen over de voorwaarden in verband met de vangstbeperkingen en/of de beperkingen van de visserij-inspanning. Wetenschappelijk advies geeft aan dat omvangrijke vangsten die de overeengekomen TAC’s overschrijden, schadelijk zijn voor een duurzame uitoefening van de visserij. Daarom moeten er voorwaarden terzake worden ingevoerd die zullen leiden tot een betere uitvoering van de overeengekomen vangstmogelijkheden.

(31)

De ICCAT heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering van 2004 een aantal technische maatregelen aangenomen voor bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, en daarbij onder meer een nieuwe minimummaat voor blauwvintonijn vastgesteld, alsmede vangstbeperkingen in bepaalde gebieden en perioden ter bescherming van de grootoogtonijn, maatregelen betreffende recreatie- en sportvisserij in de Middellandse Zee, en een bemonsteringsprogramma voor de schatting van de maat van gekooide blauwvintonijn. Om bij te dragen tot de instandhouding van de visbestanden, moeten deze maatregelen in 2006 worden uitgevoerd in afwachting van de vaststelling van een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 973/2001.

(32)

De Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO) heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering van 2005 een maatregel goedgekeurd waarbij alle vaartuigen die in het verdragsgebied vissen op soorten die niet onder de instandhoudings‐ en beheersregelingen van andere bevoegde regionale visserijorganisaties vallen, met ingang van 1 januari 2006 moeten worden begeleid door aan boord verblijvende wetenschappelijke waarnemers. Deze aanbeveling is bindend voor de Gemeenschap en moet dus door haar ten uitvoer worden gelegd.

(33)

De Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) heeft tijdens haar 27e jaarlijkse vergadering van 19 tot en met 23 september 2005 een aantal technische en controlemaatregelen goedgekeurd. Die moeten worden uitgevoerd.

(34)

Om te voldoen aan de internationale verplichtingen die de Gemeenschap is aangegaan als verdragsluitende partij bij het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR), waaronder de verplichting om de door de CCAMLR-commissie vastgestelde maatregelen toe te passen, moeten de door die commissie voor het seizoen 2005‐2006 goedgekeurde TAC’s en de overeenkomstige periodes in acht worden genomen.

(35)

Tijdens haar 24e jaarlijkse vergadering van 2005 heeft de CCAMLR vangstbeperkingen vastgesteld voor bestanden die mogen worden bevist door traditionele vissers uit alle landen die zijn aangesloten bij de CCAMLR. De CCAMLR heeft ook ingestemd met de deelname van vaartuigen van de Gemeenschap aan de experimentele visserij op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) en 58.4.3b), en heeft voor de betrokken visserijactiviteiten vangst- en bijvangstbeperkingen vastgesteld, evenals bepaalde specifieke technische maatregelen. Deze beperkingen en technische maatregelen moeten ook worden toegepast.

(36)

Om het inkomen van de vissers in de Gemeenschap veilig te stellen, om te vermijden dat hulpbronnen in gevaar worden gebracht en om mogelijke problemen door het verstrijken van Verordening nr. 27/2005 van de Raad van 22 december 2004 tot vaststelling, voor 2005, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (24) te voorkomen, is het van essentieel belang dat deze visgronden op 1 januari 2006 worden opengesteld en dat in januari 2006 sommige voorschriften van de genoemde verordening van kracht blijven. Gezien de urgentie van deze kwestie moet een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken, als bedoeld in punt I.3 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voor het jaar 2006 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

Voor januari 2007 worden bovendien bepaalde beperkingen van de visserij-inspanning en visserijvoorschriften vastgesteld en voor bepaalde Antarctische bestanden worden de vangstmogelijkheden en de specifieke voorschriften vastgesteld voor de in bijlage IE vermelde perioden.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Tenzij anders bepaald, is deze verordening van toepassing op:

a)

vissersvaartuigen van de Gemeenschap, (hierna „vaartuigen van de Gemeenschap” te noemen), en

b)

vissersvaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd staan in een derde land (hierna „vaartuigen van derde landen” te noemen), in wateren van de Gemeenschap (hierna „EG-wateren” te noemen).

2.   In afwijking van lid 1 is deze verordening niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend worden uitgeoefend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met toestemming en onder het gezag van de betrokken lidstaat en waarvan de Commissie en de lidstaat in de wateren waarvan het onderzoek plaatsvindt, tevoren in kennis zijn gesteld.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden naast de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde definities de volgende definities:

a)

„totaal toegestane vangsten” (TAC): de hoeveelheden die elk jaar van elk bestand mogen worden gevangen;

b)

„quotum”: een vast aandeel van de aan de Gemeenschap, de lidstaten, of derde landen toegewezen TAC;

c)

„internationale wateren”: wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

d)

„het gereglementeerde gebied van de NAFO”: het deel van het onder het Verdrag betreffende de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO-verdrag) vallende gebied waarover de kuststaten geen soevereiniteitsrechten of jurisdictie uitoefenen;

e)

het „Skagerrak”: het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

f)

het „Kattegat”: het gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

g)

„Golf van Cadiz”: het gebied van ICES-sector IXa ten oosten van 7o23′48″ WL.

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van de visserijzones:

a)

voor de zones van de ICES (Internationale Raad voor het onderzoek van de zee, International Council for the Exploration of the Sea): de afbakening van Verordening (EEG) nr. 3880/91. De toevoeging „EG‐wateren” aan een zone betekent dat alleen de EG‐wateren van die zone worden bedoeld;

b)

voor de zones van de CECAF (Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische Oceaan, Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic, of FAO-gebied 34): de afbakening van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (25);

c)

voor de zones van de NAFO (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, Northwest Atlantic Fisheries Organisation): de afbakening van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van 30 juni 1993 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (26);

d)

voor de zones van de CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, Convention for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources): de afbakening van Verordening (EG) nr. 601/2004.

HOOFDSTUK II

VANGSTMOGELIJKHEDEN EN VISSERIJVOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 5

Vangstbeperkingen en toewijzingen

1.   De vangstbeperkingen voor vaartuigen van de Gemeenschap in EG‐wateren of bepaalde niet‐EG‐wateren en de verdeling van deze vangstbeperkingen tussen de lidstaten, alsmede aanvullende voorwaarden overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn vastgesteld in bijlage I.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de in de artikelen 10, 17 en 18 vastgestelde voorschriften, vissen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie vallen van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

3.   De Commissie stopt onmiddellijk de visserijactiviteiten in verband met ansjovis in deelgebied VIII, indien het WTECV laat weten dat de biomassa van de paaipopulatie in de paaitijd van 2006 minder dan 28 000 ton bedraagt.

4.   De Commissie stelt de definitieve vangstbeperkingen voor de zandspieringvisserij in de ICES-sectoren IIa (EG-wateren), IIIa, en deelgebied IV (EG-wateren) vast volgens de regels in punt 6, van bijlage IID.

5.   De Commissie stelt de vangstmogelijkheden voor lodde in de zones V en XIV (wateren van Groenland) voor de Gemeenschap vast op 7,7% van de TAC voor lodde, zodra de TAC is vastgesteld.

6.   De vangstbeperkingen voor de bestanden zeeduivel in de zones IIa (EG-wateren) en IV (EG-wateren) alsmede in de zone Vb (EG-wateren), VI, XII en XIV, kunnen door de Commissie worden herzien volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002, nadat het WTECV de gegevens betreffende de waargenomen vangst per eenheid van inspanning voor het eerste kwartaal van 2006 heeft geanalyseerd.

7.   De vangstbeperkingen voor de keverbestanden in de zones IIa (EG-wateren), IIIa en IV (EG-wateren) alsmede voor sprot in de zones IIa (EG-wateren) en IV (EG-wateren), kunnen door de Commissie worden herzien volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002, in het licht van tijdens het eerste halfjaar van 2006 verzamelde wetenschappelijke informatie.

Artikel 6

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

1.   De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van quota op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 1, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93;

c)

het aanvoeren van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)

het overdragen van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96;

e)

verminderingen of kortingen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96.

2.   In afwijking van Verordening (EG) nr. 847/96 wordt voor de overdracht van quota naar 2007 artikel 4, lid 2, van die verordening toegepast op alle bestanden waarvoor analytische TAC’s zijn vastgesteld.

Artikel 7

Beperkingen van de visserij‐inspanning en daaraan verbonden voorwaarden voor het beheer van bestanden

1.   Vanaf 1 februari 2006 tot en met 31 januari 2007 zijn de beperkingen van de visserij-inspanning en daaraan verbonden voorwaarden die zijn vastgelegd in:

bijlage II A van toepassing op het beheer van bepaalde bestanden in het Kattegat, het Skagerrak, deelgebied IV en ICES-sectoren IIa (EG-wateren), IIIa, VIa, VIIa en VIId;

bijlage II A van toepassing op het beheer van heek in ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;

bijlage II C van toepassing op het beheer van tongbestanden in sector VIIe;

bijlage II D van toepassing op het beheer van zandspieringbestanden in het Skagerrak, ICES-deelgebied IV en sector IIa (EG-wateren).

2.   Voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2006 blijven voor de in lid 1 genoemde bestanden de visserij-inspanning en daaraan verbonden voorwaarden van bijlage IVa, IVb, IVc en V van Verordening (EG) nr. 27/2005 van toepassing.

3.   Vaartuigen die vistuig gebruiken als omschreven in punt 4 van bijlage IIa A en in de punten 3 van respectievelijk bijlage II A en bijlage IIC, en die vissen in gebieden als bepaald in punt 2 van bijlage II A en de punten 1 van respectievelijk bijlage II B en bijlage II C, moeten beschikken over speciale visdocumenten die zijn afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94, zoals in de genoemde bijlagen is bepaald.

4.   De definitieve, voor 2006 geldende visserij-inspanning voor de zandspieringvisserij in de ICES—sectoren IIa (EG—wateren), IIIa en deelgebied IV wordt door de Commissie vastgesteld volgens de regels in punt 6 van bijlage II D.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2006 geldende visserij-inspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met visdocumenten voor diepzeevisserij niet meer bedragen dan 80% van de gemiddelde jaarlijkse visserij-inspanning van de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 op reizen tijdens welke er werd beschikt over visdocumenten voor diepzeevisserij en er diepzeesoorten, als opgesomd in bijlage I en punt 15 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 2347/2002 werden gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan de grote zilvervis is gevangen.

Artikel 8

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

1.   Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits:

a)

die vis is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt, of

b)

die vis deel uitmaakt van een aandeel van de Gemeenschap dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat niet is opgebruikt.

2.   In afwijking van lid 1 mogen de volgende vissoorten aan boord worden gehouden en aangevoerd, zelfs indien de lidstaat er geen quota voor heeft of zijn quota of aandelen heeft opgebruikt:

a)

andere soorten dan haring en makreel, op voorwaarde dat

i)

die soorten samen met andere soorten gevangen zijn met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 850/98, en

ii)

de vangst noch aan boord, noch bij de aanvoer is gesorteerd;

of

b)

makreel, op voorwaarde dat

i)

die soort samen met horsmakreel of sardine is gevangen;

ii)

de vangst van die soort ten hoogste 10 % bedraagt van de totale, aan boord aanwezige hoeveelheid makreel, horsmakreel en sardine, en

iii)

de vangst noch aan boord, noch bij de aanvoer is gesorteerd.

3.   Artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1434/98 is niet van toepassing op haring die in ICES‐deelgebied IV en ICES‐sectoren IIa (EG-wateren), IIIa en VIId wordt gevangen.

4.   Alle aangevoerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum of, wanneer het aandeel van de Gemeenschap niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, op het Gemeenschapsaandeel, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde vangsten.

5.   Wanneer de aan een lidstaat opgelegde vangstbeperkingen voor haring in ICES‐deelgebieden II (EG‐wateren), IV en sectoren IIIa en VIId zijn opgebruikt, is het voor vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, in de Gemeenschap geregistreerd zijn en actief zijn in de visserijtakken waarvoor de betrokken vangstbeperkingen gelden, verboden om ongesorteerde vangsten aan te voeren die ook haring bevatten.

6.   Het percentage en de bestemming van de bijvangsten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 4 en 11 van Verordening (EG) nr. 850/98.

Artikel 9

Ongesorteerde aanvoer in ICES‐deelgebied IV en ICES‐sectoren IIa (EG‐wateren), IIIa en VIId

1.   De lidstaten zien erop toe dat er een adequaat bemonsteringsprogramma bestaat voor een effectief toezicht op ongesorteerde aanvoer van soorten die zijn gevangen in ICES‐deelgebied IV en ICES‐sectoren IIa (EG‐wateren), IIIa en VIId.

2.   Ongesorteerde vangsten uit ICES‐deelgebied IV en ICES‐sectoren IIa (EG‐wateren), IIIa en VIId mogen alleen worden aangevoerd in havens of andere aanvoerplaatsen waar een in lid 1 bedoeld bemonsteringsprogramma van kracht is.

Artikel 10

Toegangsbeperkingen

Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden in het Skagerrak binnen een zone van 12 zeemijl vanaf de basislijnen van Noorwegen te vissen. Vaartuigen die de vlag van Denemarken of Zweden voeren, mogen evenwel tot 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Noorwegen vissen.

Artikel 11

Overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied

De voor vaartuigen van de Gemeenschap geldende overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied worden vastgesteld in bijlage III.

HOOFDSTUK III

VANGSTBEPERKINGEN EN DAARAAN VERBONDEN VOORWAARDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN

Artikel 12

Overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied

De voor vissersvaartuigen van derde landen geldende overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied worden vastgesteld in bijlage III.

Artikel 13

Toestemming

Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Barbados, Guyana, Japan, Zuid-Korea, Noorwegen, Suriname, Trinidad en Tobago of Venezuela, alsook vaartuigen die op de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde vangstbeperkingen en de in de artikelen 14, 15 en 16 en 19 tot en met 25 vastgestelde voorwaarden, in Gemeenschapswateren vissen.

Artikel 14

Geografische beperkingen

1.   Visservaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren of geregistreerd staan op de Faeröer, mogen slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de lidstaten in ICES‐deelgebied IV, het Kattegat en de Atlantische Oceaan benoorden 43o00′ NB, met uitzondering van het in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde gebied.

2.   Vissersvaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren, mogen in het Skagerrak vissen buiten 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken en Zweden.

3.   Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Barbados, Guyana, Japan, Zuid-Korea, Suriname, Trinidad en Tobago of Venezuela, mogen slechts vissen in de delen van de 200‐mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van het Franse departement Guyana.

Artikel 15

Doorvaart door de wateren van de Gemeenschap

De netten van vissersvaartuigen uit derde landen die op doorvaart door de wateren van de Gemeenschap zijn, moeten met inachtneming van de volgende voorwaarden zo zijn opgeborgen dat ze niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt:

a)

netten, gewichten en dergelijk tuig moeten worden losgemaakt van de borden en van de trek- of sleepkabels en trek- of sleeptouwen,

b)

netten die zich op of boven het dek bevinden, moeten stevig worden vastgemaakt aan de bovenbouw.

Artikel 16

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits die vis is gevangen met vissersvaartuigen van een derde land dat een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt.

HOOFDSTUK IV

VERGUNNINGSVOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 17

Vergunningen en vergunningsvoorwaarden

1.   Onverminderd de algemene bepalingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten van Verordening (EG) nr. 1627/94, mogen vaartuigen van de Gemeenschap slechts in de wateren van een derde land vissen, indien zij daarvoor beschikken over een vergunning die door de autoriteiten van dat derde land is uitgereikt.

2.   Bij de visserij in de Noorse wateren in de Noordzee geldt lid 1 evenwel niet voor de volgende vaartuigen van de Gemeenschap:

a)

vaartuigen van 200 GT of minder, of

b)

vaartuigen die op andere soorten dan makreel vissen en waarvan de vangsten voor menselijke consumptie bestemd zijn, of

c)

vaartuigen die de vlag van Zweden voeren en traditioneel in het betrokken gebied vissen.

3.   Het maximumaantal vergunningen en de vergunningsvoorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage IV, deel I, is aangegeven. Vergunningsaanvragen dienen door de autoriteiten van de lidstaten aan de Commissie te worden gericht, met vermelding van de visserijtak en de naam en kenmerken van de vaartuigen van de Gemeenschap waarop de aanvragen betrekking hebben. De Commissie zendt de aanvragen door aan de autoriteiten van het betrokken derde land.

4.   Indien een lidstaat quota voor de in bijlage IV, deel I, genoemde visserijzones aan een andere lidstaat overdraagt (uitwisseling of „swap”) worden daarbij ook de overeenkomstige vergunningen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage IV, deel I, vermelde totale aantal vergunningen voor elke visserijzone mag echter niet worden overschreden.

5.   De vaartuigen van de Gemeenschap houden zich aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en alle andere voorschriften die gelden in de zone waar zij actief zijn.

Artikel 18

Faeröer

Vaartuigen van de Gemeenschap die een vergunning hebben om in de wateren van de Faeröer gericht te vissen op een bepaalde soort, mogen een andere soort gericht bevissen, mits zij de autoriteiten van de Faeröer tevoren in kennis stellen van deze wijziging.

HOOFDSTUK V

VERGUNNINGSREGELINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN

Artikel 19

Verplichtingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten

1.   In afwijking van artikel 28ter van Verordening (EEG) nr. 2847/93 hoeven vissersvaartuigen van minder dan 200 GT die de vlag van Noorwegen voeren, niet in het bezit te zijn van een visvergunning en een speciaal visdocument.

2.   De visvergunning en het speciale visdocument dienen aan boord te zijn. Deze verplichting geldt niet voor vaartuigen die op de Faeröer of in Noorwegen geregistreerd staan.

3.   Vissersvaartuigen van derde landen die op 31 december 2005 mogen vissen, mogen hun activiteiten vanaf 1 januari 2006 voortzetten totdat de lijst van vissersvaartuigen met een visvergunning aan de Commissie is voorgelegd en door haar is goedgekeurd.

Artikel 20

Aanvragen om visvergunningen en speciale visdocumenten

Aanvragen van de autoriteiten van derde landen aan de Commissie om visvergunningen en speciale visdocumenten dienen de volgende gegevens te bevatten:

a)

naam van het vaartuig;

b)

registratienummer;

c)

op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;

d)

haven van registratie;

e)

naam en adres van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

f)

brutotonnage (GT) en lengte over alles;

g)

motorvermogen;

h)

oproepnummer en radiofrequentie;

i)

vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt;

j)

gebied waarin zal worden gevist;

k)

soorten waarop zal worden gevist;

l)

periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Artikel 21

Aantal visvergunningen

Het aantal visvergunningen en de daaraan verbonden speciale voorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage IV, deel II, is aangegeven.

Artikel 22

Annulering en intrekking

1.   Visvergunningen en speciale visdocumenten kunnen worden geannuleerd met het oog op de afgifte van nieuwe visvergunningen en speciale visdocumenten. Dergelijke annuleringen worden van kracht op de dag vóór de datum van afgifte van de nieuwe visvergunning of het nieuwe speciale visdocument door de Commissie. De nieuwe visvergunningen en speciale visdocumenten treden in werking op de dag waarop zij worden afgegeven.

2.   Visvergunningen en speciale visdocumenten worden vóór de datum waarop zij aflopen geheel of gedeeltelijk ingetrokken als de in bijlage I voor het betrokken bestand vastgestelde quota zijn opgebruikt.

3.   Visvergunningen en speciale visdocumenten worden ingetrokken als niet wordt voldaan aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen.

Artikel 23

Niet-naleving

1.   Voor vissersvaartuigen van derde landen die de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet zijn nagekomen, worden gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden geen visvergunningen of speciale visdocumenten afgegeven.

2.   De Commissie stelt de autoriteiten van het betrokken derde land in kennis van de naam en de kenmerken van de vissersvaartuigen van derde landen die naar aanleiding van een overtreding van de voorschriften de volgende maand of maanden niet meer in het visserijgebied van de Gemeenschap mogen vissen.

Artikel 24

Verplichtingen voor de vergunninghouder

1.   Vissersvaartuigen van derde landen houden zich in de zone waar zij actief zijn aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en andere voorschriften die daar voor vaartuigen van de Gemeenschap gelden, met name de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 1381/87, (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94, (EG) nr. 88/98 (27), (EG) nr. 850/98 en (EG) nr. 1434/98.

2.   De in lid 1 bedoelde vissersvaartuigen van derde landen houden een logboek bij waarin de in bijlage V, deel I, genoemde gegevens moeten worden opgenomen.

3.   Vissersvaartuigen van derde landen, met uitzondering van vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren en in ICES-sector IIIa vissen, delen de Commissie de in bijlage VI bedoelde gegevens mee overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde voorschriften.

Artikel 25

Bijzondere bepalingen betreffende het Franse departement Guyana

1.   Visvergunningen voor de wateren van het Franse departement Guyana worden slechts afgegeven als de eigenaars van de vissersvaartuigen van derde landen zich ertoe verbinden om een waarnemer aan boord van hun vaartuig toe te laten als de Commissie daarom verzoekt.

2.   Kapiteins van vissersvaartuigen van derde landen met een vergunning om in de wateren van het Franse departement Guyana te vissen op vinvis of tonijn, moeten na iedere visreis bij aanvoer van de vangst bij de Franse autoriteiten een aangifte indienen waarin de hoeveelheden garnaal worden opgegeven die sinds de laatste aangifte gevangen en aan boord gehouden zijn. Deze aangifte moet worden opgesteld volgens het model in bijlage IV, deel III. De kapitein is verantwoordelijk voor de juistheid van de aangifte. De Franse autoriteiten nemen de nodige maatregelen om de juistheid van de aangiften te controleren, met name door ze te vergelijken met het in artikel 24, lid 2, genoemde logboek. Na controle wordt de aangifte door de bevoegde ambtenaar ondertekend. De Franse autoriteiten zenden vóór het einde van iedere maand alle aangiften met betrekking tot de voorafgaande maand aan de Commissie toe.

3.   Vissersvaartuigen van derde landen die vissen in de wateren van het Franse departement Guyana moeten een logboek bijhouden volgens het model in bijlage V, deel II. Uiterlijk 30 dagen na de laatste dag van elke visreis, moet een afschrift van dat logboek aan de Commissie worden toegezonden via de Franse autoriteiten.

4.   Als de Commissie gedurende één maand geen mededeling ontvangt over een vissersvaartuig van een derde land met een visvergunning voor de wateren van het Franse departement Guyana, wordt de visvergunning van dat vaartuig ingetrokken.

HOOFDSTUK VI

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET GEREGLEMENTEERDE GEBIED VAN DE NAFO

DEEL 1

Deelname van de Gemeenschap

Artikel 26

Lijst van vaartuigen

1.   Uitsluitend vaartuigen van de Gemeenschap van meer dan 50 GT die van de autoriteiten van hun vlaggenlidstaat een speciaal visdocument hebben ontvangen en die in het vlootregister van de NAFO ingeschreven staan, mogen met inachtneming van de voorwaarden van hun visdocument vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO vangen, aan boord houden, overladen en aanvoeren.

2.   Iedere lidstaat stelt de Commissie ten minste 15 dagen vóór het vaartuig het gereglementeerde gebied van de NAFO binnenvaart, in computerleesbare vorm in kennis van iedere wijziging in de lijst van vaartuigen die zijn vlag voeren, in de Gemeenschap geregistreerd staan en in het gereglementeerde gebied van de NAFO mogen vissen. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

3.   De in lid 2 bedoelde informatie omvat het volgende:

a)

het intern nummer van het vaartuig overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen (28);

b)

het internationale radio‐oproepnummer van het vaartuig;

c)

in voorkomend geval de partij die het vaartuig chartert;

d)

het type vaartuig.

4.   Voor vaartuigen die tijdelijk de vlag van een lidstaat voeren (huren van een vaartuig), verstrekken de lidstaten bovendien de volgende gegevens:

a)

de datum met ingang waarvan het vaartuig de vlag van de lidstaat mag voeren;

b)

de datum met ingang waarvan het vaartuig de toestemming van de lidstaat heeft gekregen om in het gereglementeerde gebied van de NAFO te vissen;

c)

de naam van de staat waar het vaartuig is geregistreerd of vroeger was geregistreerd en de datum met ingang waarvan het niet langer de vlag van die staat voert;

d)

de naam van het vaartuig;

e)

het officiële, door de bevoegde nationale autoriteiten aan het vaartuig toegekende registratienummer;

f)

de thuishaven van het vaartuig na de overdracht;

g)

de naam van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

h)

een verklaring waaruit blijkt dat de kapitein een exemplaar van de in het gereglementeerde gebied van de NAFO geldende voorschriften heeft ontvangen;

i)

de belangrijkste soorten waarop met het vaartuig in het gereglementeerde gebied van de NAFO mag worden gevist;

j)

de deelgebieden waar het vaartuig waarschijnlijk zal vissen.

DEEL 2

Technische maatregelen

Artikel 27

Maaswijdte van de netten

1.   Bij de gerichte visserij op de in bijlage VII vermelde bodemvissoorten mogen geen sleepnetten worden gebruikt met waar dan ook mazen van minder dan 130 mm. Bij de gerichte visserij op kortvinnige pijlinktvissen (Illex illecebrosus) mag de maaswijdte kleiner zijn, maar niet kleiner zijn dan 60 mm. Voor de gerichte visserij op roggen (Rajidae) wordt deze maaswijdte vergroot tot ten minste 280 mm in de kuil en 220 mm in alle andere delen van het sleepnet.

2.   Vaartuigen die op Noordse garnaal (Pandalus borealis) vissen, moeten netten gebruiken met een maaswijdte van ten minste 40 mm.

Artikel 28

Voorzieningen aan netten

1.   Het is verboden om aan netten andere dan de in dit artikel vermelde voorzieningen aan te brengen, indien daarvoor de mazen van het net worden versperd of de maaswijdte wordt verkleind.

2.   Zeildoek, want of ander materiaal mag aan de onderzijde van de kuil van het net worden bevestigd om beschadiging te verminderen of te voorkomen.

3.   Er mogen voorzieningen aan de bovenzijde van de kuil worden bevestigd, mits de mazen van de kuil daardoor niet worden versperd. Alleen de in bijlage VIII vermelde bovennetbeschermers zijn toegestaan.

4.   Vaartuigen die op Noordse garnaal (Pandalus borealis) vissen, gebruiken een sorteerrooster met een maximumafstand van 22 mm tussen de staven. Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal in sector 3L moeten bovendien voor het bevestigen van de klossenpees kettingen van minimaal 72 cm gebruiken, zoals beschreven in bijlage IX.

Artikel 29

Bijvangsten

1.   Er mag met vissersvaartuigen niet gericht worden gevist op soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden. Er wordt aangenomen dat er gericht op een soort wordt gevist wanneer die soort in gewicht procentueel het grootste deel van de vangst per trek uitmaakt.

2.   Bijvangsten van soorten ten aanzien waarvan de Gemeenschap voor een bepaald deel van het gereglementeerde gebied van de NAFO geen quota heeft vastgesteld en die in dat deel worden gevangen bij om het even welke gerichte visserij, mogen voor elke aan boord aanwezige soort niet meer bedragen dan 2 500 kg of 10 % van het gewicht van de totale vangst aan boord als dat meer is. Bijvangsten van de in bijlage ID vermelde soorten in een deel van het gereglementeerde gebied van de NAFO waar gerichte visserij op bepaalde soorten verboden is of waar een quotum „andere” volledig is opgebruikt, mogen echter niet meer bedragen dan respectievelijk 1 250 kg of 5 %.

3.   Als de totale in één trek gevangen hoeveelheden van soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden, groter zijn dan de in lid 2 vastgestelde grenswaarden, moet het vaartuig onmiddellijk ten minste 5 zeemijl verder varen voordat een nieuwe trek wordt gedaan. Als bij een volgende trek de totale hoeveelheden van soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden, groter zijn dan de genoemde grenswaarden, moet het vissersvaartuig onmiddellijk weer ten minste 5 zeemijl verder varen ten opzichte van de plaats waar de vorige trekken zijn gedaan en mag het ten minste 48 uur lang niet naar dit gebied terugkeren.

4.   Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal (Pandalus borealis) en die in één trek een totale bijvangst hebben gedaan die in sector 3M meer dan 5 % en in sector 3L meer dan 2,5 % van het totale gewicht uitmaakt, moeten onverwijld ten minste 5 zeemijl verder varen.

5.   Vangsten van garnaal worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van het percentage van de bijvangst van bodemvissoorten.

Artikel 30

Minimummaat van de vis

1.   Vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO die niet de in bijlage X vermelde minimummaat heeft, mag niet worden verwerkt of aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moet onverwijld in zee worden teruggezet.

2.   Als de hoeveelheid gevangen vis die niet de in bijlage X bedoelde grootte heeft, meer bedraagt dan 10% van de totale vangst, moet het vaartuig zich ten minste vijf zeemijl van alle posities die het tijdens de vorige trek heeft ingenomen, verwijderen alvorens verder te vissen. Als verwerkte vis van de soorten waarvoor een minimummaat is vastgesteld, kleiner is dan de betrokken in bijlage X vastgestelde grootte, wordt ervan uitgegaan dat die verwerkte vis afkomstig is van ondermaatse vis.

DEEL 3

Controlemaatregelen

Artikel 31

Etikettering en gescheiden opslag

1.   Alle vis die in het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevangen, moet zo worden geëtiketteerd dat iedere in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (29) bedoelde soort en productcategorie duidelijk identificeerbaar is. Bovendien moet op de vis worden vermeld dat deze in het gereglementeerde gebied van de NAFO is gevangen.

2.   Op garnaal uit sector 3L en op zwarte heilbot uit deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO moet worden vermeld dat deze in één van die gebieden gevangen is.

3.   Met inachtneming van de wettelijke aansprakelijkheid van de kapitein van het vaartuig op het gebied van veiligheid en navigatie, geldt het volgende:

vangsten van een bepaalde soort moeten duidelijk gescheiden van vangsten van andere soorten worden opgeslagen. Alle vangsten die in het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gedaan, moeten gescheiden van vangsten van buiten dit gebied worden opgeslagen.

vangsten mogen in verschillende gedeelten van het ruim worden opgeslagen, mits deze in ieder gedeelte van het ruim duidelijk van vangsten van andere soorten worden gescheiden door middel van plastic, hout, netten o.i.d.

Artikel 32

Visserij- en productielogboeken en opslagplattegrond

1.   Kapiteins van vissersvaartuigen moeten de artikelen 6, 8, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 naleven en bovendien in hun logboek de in bijlage XI opgesomde gegevens noteren.

2.   Iedere lidstaat deelt de Commissie vóór de vijftiende dag van iedere maand in computerleesbare vorm de tijdens de voorafgaande maand aangevoerde hoeveelheden mee van de in bijlage XII vermelde bestanden, alsmede alle overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 ontvangen gegevens.

3.   Kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap zorgen met betrekking tot de vangst van de in bijlage IC genoemde soorten voor het bijhouden van:

a)

een productielogboek met de cumulatieve productie per soort die aan boord wordt gehouden, uitgedrukt in kg;

b)

een opslagplattegrond met de locatie van de verschillende soorten in de ruimen.

4.   De in lid 3 bedoelde productielogboeken en opslagplattegronden worden dagelijks bijgewerkt met de gegevens over de vorige dag tussen 00.00 uur (UTC) en 24.00 uur (UTC) en blijven aan boord tot het vaartuig volledig is gelost.

5.   Kapiteins verlenen de nodige assistentie met het oog op de controle van de in het productielogboek aangegeven hoeveelheden en de aan boord opgeslagen verwerkte producten.

6.   De nauwkeurigheid van de capaciteitsplannen voor alle vaartuigen van de Gemeenschap die een visvergunning hebben gekregen om op grond van artikel 26, lid 1, te vissen, wordt om de twee jaar door de lidstaten gecertificeerd. De kapitein zorgt ervoor dat een afschrift van dat certificeringsbewijs aan boord is en op verzoek aan een inspecteur kan worden getoond.

Artikel 33

Netten aan boord

1.   Bij gerichte visserij op een of meer van de in bijlage VII genoemde soorten mogen vaartuigen van de Gemeenschap geen netten aan boord hebben met een maaswijdte die kleiner is dan in artikel 27 is bepaald.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap waarmee tijdens dezelfde visreis in andere zones dan het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevist, mogen netten met een maaswijdte die kleiner is dan de in artikel 27 bepaalde grootte aan boord hebben, op voorwaarde dat deze zijn vastgesjord en opgeborgen en niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt. Deze netten moeten:

a)

zijn losgemaakt van de borden en van de sleepkabels en -lijnen, en

b)

stevig aan een deel van de bovenbouw vastgesjord zijn, indien ze zich op of boven het dek bevinden.

Artikel 34

Overlading

1.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen in het gereglementeerde gebied van de NAFO geen vangsten overladen, tenzij daarvoor vooraf toestemming is gegeven door hun bevoegde autoriteiten.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen geen vis overladen van of naar een vaartuig van een niet‐verdragsluitende partij waarvan is waargenomen of anderszins geconstateerd dat het in het gereglementeerde gebied van de NAFO heeft gevist.

3.   Vaartuigen van de Gemeenschap melden elke overlading die in het gereglementeerde gebied van de NAFO plaatsvindt, aan hun bevoegde autoriteiten. Deze gegevens worden door het overladende vaartuig ten minste 24 uur vóór de overlading en door het ontvangende vaartuig uiterlijk 1 uur na de overlading meegedeeld.

4.   De in lid 3 bedoelde mededeling bevat het tijdstip, de geografische positie, het totale afgeronde en in kg uitgedrukte gewicht van de geladen of geloste soorten en het oproepnummer van de bij de overlading betrokken vaartuigen.

5.   Bovendien meldt het ontvangende vaartuig, naast de totale vangst aan boord en het totale aan te voeren gewicht, uiterlijk 24 uur vóór aanvoer ook nog de haven en het geschatte aanvoertijdstip.

6.   De lidstaten zenden de in de leden 3 en 5 bedoelde mededelingen onverwijld toe aan de Commissie, die deze onverwijld doorzendt aan het secretariaat van de NAFO.

Artikel 35

Charteren van vaartuigen van de Gemeenschap

1.   Lidstaten mogen toestaan dat voor visservaartuigen die hun vlag voeren en in het gereglementeerde gebied van de NAFO mogen vissen, een charterovereenkomst wordt gesloten teneinde een deel of het geheel van de quota en/of visdagen te kunnen gebruiken die aan andere verdragsluitende partijen van de NAFO zijn toegewezen. Charterovereenkomsten voor vaartuigen die volgens de NAFO of een andere regionale visserijorganisatie aantoonbaar illegale, niet-aangegeven of niet-gereglementeerde visvangst (IUU) hebben bedreven, zijn verboden.

2.   Op de dag waarop een charterovereenkomst wordt gesloten, zendt de vlaggenlidstaat de volgende gegevens aan de Commissie, die deze doorzendt aan het secretariaat van de NAFO:

a)

de instemming van de lidstaat met de charterovereenkomst;

b)

de onder de charterovereenkomst vallende soorten en de op grond van de charterovereenkomst toegewezen vangstmogelijkheden;

c)

looptijd van de charterovereenkomst;

d)

de naam van de charteraar;

e)

de naam van de verdragsluitende partij die het voortuig heeft gecharterd;

f)

de maatregelen die de lidstaat heeft getroffen om ervoor te zorgen dat de gecharterde vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, de door de NAFO vastgestelde instandhoudings‐ en handhavingsmaatregelen tijdens de charterperiode in acht nemen.

3.   Wanneer de charterovereenkomst afloopt, meldt de lidstaat dat aan de Commissie, die deze informatie onverwijld doorzendt aan het secretariaat van de NAFO.

4.   De vlaggenlidstaat ziet erop toe dat:

a)

het vaartuig tijdens de charterperiode geen gebruik maakt van de aan de vlaggenlidstaat toegewezen vangstmogelijkheden;

b)

het vaartuig tijdens dezelfde periode niet onder meer dan één charterovereenkomst tegelijkertijd vist;

c)

het vaartuig de door de NAFO vastgestelde instandhoudings‐ en handhavingsmaatregelen tijdens de charterperiode in acht neemt;

d)

het gecharterde vaartuig de gegevens over alle vangsten en bijvangsten die in het kader van de charterregeling worden gedaan, apart van de andere vangstgegevens in het visserijlogboek registreert.

5.   De in lid 4, onder d), bedoelde vangsten en bijvangsten worden door de lidstaten apart van andere nationale vangstgegevens aan de Commissie meegedeeld. De Commissie zendt deze gegevens onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

Artikel 36

Toezicht op de visserij-inspanning

1.   Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de visserij‐inspanning van zijn vaartuigen in verhouding staat tot de vangstmogelijkheden waarover die lidstaat in het gereglementeerde gebied van de NAFO beschikt.

2.   De lidstaten delen de visplannen voor hun vaartuigen die in het gereglementeerde gebied van de NAFO vissen, uiterlijk op 31 januari 2006, en daarna ten minste 30 dagen vóór het voorgenomen aanvangstijdstip van de betrokken visserijactiviteiten, aan de Commissie mee. In het visplan wordt onder andere vermeld met welke vaartuigen in de betrokken visserijtakken zal worden gevist en hoeveel visdagen er voor die vaartuigen in het gereglementeerde gebied van de NAFO gepland zijn.

3.   De lidstaten brengen de Commissie op indicatieve basis op de hoogte van de voorgenomen activiteiten van de vaartuigen in andere gebieden.

4.   Voorts wordt in het visplan de totale visserij-inspanning die in het gereglementeerde gebied van de NAFO zal worden geleverd, opgegeven en wordt deze afgezet tegen de vangstmogelijkheden van de lidstaat die de mededeling doet.

5.   Lidstaten brengen uiterlijk op 31 december 2006 bij de Commissie verslag uit over de uitvoering van hun visplan. Deze verslagen bevatten het aantal vaartuigen die daadwerkelijk bij visserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied van de NAFO betrokken zijn, de vangstcijfers voor elk vaartuig en het totale aantal dagen die elk vaartuig in dat gebied heeft gevist. De gegevens over de activiteiten van vaartuigen die in de sectoren 3M en 3L op garnaal vissen, worden apart naar sector uitgesplitst.

DEEL 4

Speciale voorschriften voor het verzamelen van gegevens

Artikel 37

Het verzamelen van gegevens

1.   Waar mogelijk leggen de lidstaten voor vaartuigen die in de onderstaande gebieden vissen, speciale voorschriften voor het verzamelen van gegevens ten uitvoer.

Gebied

Coördinaat 1

Coördinaat 2

Coördinaat 3

Coördinaat 4

Orphan Knoll

50.00.30

47.00.30

51.00.30

45.00.30

51.00.30

47.00.30

50.00.30

45.00.30

Corner

Seamounts

35.00.00

48.00.00

36.00.00

48.00.00

36.00.00

52.00.00

35.00.00

52.00.00

Newfoundland

Seamounts

43.29.00

43.20.00

44.00.00

43.20.00

44.00.00

46.40.00

43.29.00

46.40.00

New England

Seamounts

35.00.00

57.00.00

39.00.00

57.00.00

39.00.00

64.00.00

35.00.00

64.00.00

2.   De in lid 1 bedoelde informatie moeten voor elke trek worden verzameld en moet, voorzover mogelijk, de volgende gegevens bevatten:

a)

aantal soorten en het gewicht per soort;

b)

lengtefrequentie;

c)

otolieten;

d)

de locatie van de trek, met vermelding van de lengte‐ en breedtegraad;

e)

vistuig;

f)

diepte waarop wordt gevist;

g)

tijdstip van de dag;

h)

duur van de trek;

i)

geopend sleepnet (voor mobiel vistuig);

j)

waar mogelijk, andere biologische bemonsteringsgegevens, bijv. over de volwassenheid van de vis.

3.   De in lid 1 bedoelde gegevens moeten zo spoedig mogelijk na elke visreis aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden gerapporteerd en vervolgens aan het secretariaat van de NAFO worden doorgezonden.

DEEL 5

Bijzondere bepalingen voor Noordse garnaal

Artikel 38

Visserij op Noordse garnaal

Iedere lidstaat meldt de Commissie dagelijks de hoeveelheden Noordse garnaal (Pandalus borealis) die in sector 3L van het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gevangen door vaartuigen die zijn vlag voeren en geregistreerd zijn in de Gemeenschap. Er mag uitsluitend in wateren van meer dan 200 meter diep worden gevist en nooit door meer dan één vaartuig per lidstaatquotum tegelijk.

DEEL 6

Bijzondere bepalingen voor roodbaars

Artikel 39

Visserij op roodbaars

1.   De kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap die in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO op roodbaars vissen, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan hun schip de vlag voert of waar het geregistreerd is, elke maandag om de twee weken mee welke hoeveelheden roodbaars in die gebieden zijn gevangen in de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om middernacht is geëindigd.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks op maandag plaatsvinden.

2.   De lidstaten melden de Commissie elke dinsdag om de twee weken vóór 12 uur 's middags, voor de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om middernacht is geëindigd, welke hoeveelheden roodbaars zijn gevangen in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO door vaartuigen die hun vlag voeren en op hun grondgebied geregistreerd zijn.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks plaatsvinden.

HOOFDSTUK VII

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET CCAMLR-GEBIED

DEEL 1

Beperkingen en vereisten inzake vaartuiggegevens

Artikel 40

Verboden en vangstbeperkingen

1.   Gerichte visserij op de in bijlage XIII vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.   Voor nieuwe en experimentele visserij zijn de maximale vangsten en bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage XIV.

Artikel 41

Vereiste mededelingen inzake vaartuigen met een vergunning om in het CCAMLR-gebied te vissen

1.   Naast de op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 601/2004 vereiste gegevens, delen de lidstaten vanaf 1 augustus 2006 de Commissie over bovenbedoelde vaartuigen de volgende gegevens mee:

a)

IMO-nummer van het vaartuig (indien afgegeven);

b)

vroegere vlag (indien van toepassing);

c)

internationaal radio-oproepnummer;

d)

naam en adres van de eigenaar(s) en eventuele aandeelhouder(s) van het vaartuig, indien bekend;

e)

type vaartuig;

f)

bouwplaats en bouwjaar;

g)

lengte;

h)

kleurenfoto’s van het vaartuig, bestaande uit:

i)

een foto van minimaal 12x7 cm van de stuurboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;

ii)

een foto van minimaal 12x7 cm van de bakboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;

iii)

een foto van minimaal 12x7 cm van de achterzijde van het vaartuig, recht van achteren gefotografeerd;

i)

maatregelen om ervoor te zorgen dat het satellietvolgsysteem aan boord fraudebestendig functioneert.

2.   Met ingang van 1 augustus 2006 delen de lidstaten, voorzover mogelijk, de Commissie voor alle vaartuigen met een vergunning om in het CCAMLR-gebied te vissen, bovendien de volgende gegevens mee:

a)

naam en adres van de exploitant, indien verschillend van de eigenaar(s);

b)

naam en nationaliteit van de kapitein en, indien van toepassing, van de vangstkapitein;

c)

type vismethode(n);

d)

boom (m);

e)

brutotonnage;

f)

communicatiemiddelen en -nummers van het vaartuig (INMARSAT A, B en C nummers);

g)

reguliere bemanning;

h)

vermogen van de hoofdmotor(en) (kW);

i)

totale vervoerscapaciteit (tonnen), aantal visruimen en capaciteit (m3);

j)

overige nuttig geachte gegevens (bijv. ijswaardigheid).

DEEL 2

Experimentele visserij

Artikel 42

Deelname aan experimentele visserij

1.   Vissersvaartuigen die de vlag van Spanje voeren en er geregistreerd staan, en die bij de CCAMLR zijn aangemeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 601/2004 mogen uitsluitend deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op de Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) buiten gebieden onder nationale jurisdictie, en 58.4.3b) buiten gebieden onder nationale jurisdictie.

2.   In de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) mag nooit meer dan één vissersvaartuig tegelijk vissen.

3.   De maximale totale vangsten en bijvangsten in deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2, en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU’s) in elk gebied staan vermeld in bijlage XIV. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten het toegestane maximum hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij gesloten wordt.

4.   De visserijactiviteiten moeten plaatsvinden in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel verschillende diepten als mogelijk om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en inspanningen te voorkomen. In de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 is het echter verboden om te vissen in wateren van minder dan 550 m diepte.

Artikel 43

Meldingsregelingen

Op vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 42 bedoelde experimentele visserij, zijn de volgende regelingen voor de melding van vangsten en inspanningen van toepassing:

a)

het in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde stelsel van vijfdaagse meldingen van vangsten en inspanningen, met dien verstande dat de lidstaten vangsten en inspanningen uiterlijk twee werkdagen na het einde van iedere meldingsperiode meedelen aan de Commissie, waarna deze onmiddellijk moeten worden doorgezonden aan de CCAMLR. In deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 worden de gegevens meegedeeld per SSRU;

b)

de in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde regeling van maandelijkse meldingen van gedetailleerde vangst- en inspanningsgegevens;

c)

met betrekking tot Dissostichus eleginoides en Dissostichus mawsoni, het totale aantal en gewicht, met inbegrip van vissen met „jellymeat”-verschijnselen.

Artikel 44

Bijzondere vereisten

1.   De in artikel 42 bedoelde experimentele visserij moet voldoen aan de bepalingen van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (30) met betrekking tot de toepasselijke maatregelen ter beperking van de incidentele sterfte van zeevogels bij de beugvisserij. Naast die maatregelen:

a)

geldt bij deze visserijactiviteiten een verbod op de teruggooi van afval;

b)

zijn vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 en die voldoen aan de CCAMLR-protocollen (A, B of C) inzake het verzwaren van de beug, niet verplicht om ’s nachts te vissen; vaartuigen die in totaal drie (3) zeevogels vangen, moeten echter weer onmiddellijk ’s nachts gaan vissen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 601/2004;

c)

vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) en die in totaal drie (3) zeevogels vangen, moeten de visserij onmiddellijk staken en mogen gedurende de rest van het seizoen 2005/2006 niet meer buiten de reguliere visserij vissen.

2.   Voor vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 gelden bovendien de volgende extra vereisten:

a)

het is de vaartuigen niet toegestaan het volgende op zee te lozen:

i)

olie, olieproducten of residuen van olie, tenzij toegestaan op grond van bijlage I bij MARPOL 73/78 (Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen);

ii)

afval;

iii)

voedselresten die niet door een rooster met een maaswijdte van maximaal 25 mm kunnen;

iv)

pluimvee of delen daarvan (met inbegrip van eierschalen);

v)

afvalwater binnen 12 zeemijlen van land of ijs of terwijl het vaartuig een snelheid van minder dan vier knopen heeft; en

vi)

verbrandingsresten;

b)

levend pluimvee en andere levende vogels mogen deelgebieden 88.1 en 88.2 niet worden binnengebracht en niet-geconsumeerd bereid gevogelte moet uit deelgebieden 88.1 en 88.2 worden verwijderd;

c)

de visserij op Dissostichus spp. in deelgebieden 88.1 en 88.2 is verboden binnen 10 zeemijlen van de kust van de Balleny Islands.

Artikel 45

Definitie van een uitzetting

1.   Voor de toepassing van dit deel wordt onder „uitzetting” het uitzetten van een of meer beuglijnen op een bepaalde visgrond verstaan. Voor de melding van vangsten en visserij-inspanningen geldt als de juiste geografische positie van een uitzetting bij de beugvisserij het middelpunt van de uitgezette beuglijn(en).

2.   Een uitzetting geldt als onderzoeksuitzetting, mits:

a)

de afstand tussen twee onderzoeksuitzettingen ten minste 5 zeemijlen bedraagt, gemeten vanaf het geografische middelpunt van iedere onderzoeksuitzetting;

b)

bij iedere uitzetting minimaal 3 500 en maximaal 10 000 haken worden gebruikt; daarbij mag op dezelfde locatie ook een reeks aparte lijnen worden uitgezet;

c)

de uitzettijd van iedere beug ten minste zes uur bedraagt, gemeten vanaf het moment waarop het uitzetten is voltooid tot het moment waarop met het ophalen wordt begonnen.

Artikel 46

Onderzoeksplannen

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 42 bedoelde experimentele visserij, moeten een onderzoeksplan uitvoeren in alle afzonderlijke SSRU's waarin de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het onderzoeksplan moet als volgt worden uitgevoerd:

a)

wanneer een vaartuig een SSRU voor het eerst binnenvaart, gelden de eerste tien uitzettingen, „eerste reeks” te noemen, als „onderzoeksuitzettingen”, die moeten voldoen aan de in artikel 45, lid 2, vermelde criteria;

b)

de volgende 10 uitzettingen of de eerste 10 ton gevangen vis, als die hoeveelheid eerder wordt behaald, worden aangeduid als de „tweede reeks”. Uitzettingen tijdens de tweede reeks kunnen naar goeddunken van de kapitein worden gevist als onderdeel van normale experimentele visserij. Indien de uitzettingen voldoen aan de vereisten van artikel 45, lid 2, mogen zij echter ook worden beschouwd als onderzoeksuitzettingen;

c)

na de eerste en de tweede reeks moet het vaartuig, als de kapitein in de SSRU wil blijven vissen, een „derde reeks” uitzettingen verrichten, tot er uiteindelijk tijdens de drie reeksen 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden. De derde reeks uitzettingen moet plaatsvinden tijdens het zelfde verblijf in de SSRU als dat waarin de eerste en de tweede reeks hebben plaatsgevonden;

d)

nadat er 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden, mag het vaartuig in de SSRU blijven vissen;

e)

in de SSRU's A, B, C, E en G van de deelgebieden 88.1 en 88.2 waar de bevisbare bodemoppervlakte kleiner is dan 15 000 km2, is het bepaalde onder b), c), en d) niet van toepassing en mag het vaartuig na 10 onderzoeksuitzettingen de visserij in de SSRU voortzetten.

Artikel 47

Gegevensverzamelingsplannen

1.   Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 42 bedoelde experimentele visserij, moeten een gegevensverzamelingsplan uitvoeren in alle afzonderlijke SSRU's waarin de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het gegevensverzamelingsplan moet het volgende omvatten:

a)

de positie en diepte van de uiteinden van iedere lijn in een uitzetting;

b)

de tijden waarop de beug is uitgezet, in het water is gebleven en is opgehaald;

c)

het aantal en de soorten vissen die aan de oppervlakte verloren zijn gegaan;

d)

het aantal haken dat is aangebracht;

e)

het type aas;

f)

het percentage aas dat is aangenomen;

g)

het type haken, en

h)

de gesteldheid van zee en wolken en de maanfase ten tijde van het uitzetten van de lijnen.

2.   Alle in lid 1 genoemde gegevens moeten voor iedere onderzoeksuitzetting worden verzameld; met name moeten bij iedere onderzoeksuitzetting de eerste 100 vissen worden gemeten en moet voor biologisch onderzoek een monster van ten minste 30 vissen worden genomen. Als er meer dan 100 vissen worden gevangen, moet een willekeurige steekproef van de vissen worden genomen.

Artikel 48

Merkprogramma

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 42 bedoelde experimentele visserij, moeten het volgende merkprogramma uitvoeren:

a)

gedurende het gehele seizoen moet per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. één exemplaar worden gemerkt en vrijgelaten overeenkomstig het merkprotocol („tagging protocol”) van de CCAMLR. Het merken mag pas worden gestaakt zodra het vaartuig 500 exemplaren heeft gemerkt of wanneer de visgrond wordt verlaten en per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. steeds één exemplaar is gemerkt;

b)

het programma moet worden gericht op exemplaren van verschillende grootte om te voldoen aan de vereiste om per ton gevangen onverwerkte vis één exemplaar te merken. Alle teruggezette exemplaren moeten worden voorzien van twee merktekens en over een zo groot mogelijk geografisch gebied gespreid worden vrijgelaten;

c)

alle merktekens moeten duidelijk zijn bedrukt met een uniek serienummer en een retouradres zodat de oorsprong van de merktekens kan worden bepaald ingeval een exemplaar opnieuw wordt gevangen;

d)

opnieuw gevangen exemplaren (d.w.z. vissen met een eerder aangebracht merkteken) mogen niet worden vrijgelaten, zelfs niet als zij na het merken slechts korte tijd in vrijheid zijn geweest;

e)

alle opnieuw gevangen exemplaren moeten biologisch worden beschreven (lengte, gewicht, geslacht, toestand van de gonaden) en, indien mogelijk, digitaal worden gefotografeerd, en hun otolieten en merktekens moeten worden verwijderd;

f)

alle gegevens van de merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten in het CCAMLR-formaat elektronisch aan de CCAMLR worden gemeld uiterlijk drie maanden nadat het vaartuig de visserij in het betrokken gebied heeft beëindigd;

g)

alle gegevens betreffende merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten in het CCAMLR-formaat elektronisch worden gemeld aan het betrokken regionale meldpunt overeenkomstig het merkprotocol van de CCAMLR.

Artikel 49

Wetenschappelijke waarnemers

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 42 bedoelde experimentele visserij, moeten bij alle visserijactiviteiten in het visserijseizoen ten minste twee wetenschappelijk waarnemers aan boord hebben waarvan er één is aangewezen volgens de CCAMLR-regeling voor internationale wetenschappelijke waarneming.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 50

Gegevensoverdracht

Wanneer de lidstaten op grond van de artikelen 15, lid 1, en 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 gegevens over de aanvoer van de hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie zenden, maken zij daartoe gebruik van de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

Artikel 51

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Voor TAC’s voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2006, is artikel 40 van toepassing vanaf de begindatum van de betrokken TAC‐toepassingsperioden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

B. BRADSHAW


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(3)  PB L 70 van 9.3.2004, blz. 8.

(4)  PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1.

(5)  PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48.

(6)  PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12.

(7)  PB L 29 van 1.2.1985, blz. 9.

(8)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9..

(9)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1804/2005 (PB L 290 van 4.11.2005, blz. 10).

(10)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 768/2005 (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

(11)  PB L 289 van 7.11.2001, blz. 1.

(12)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 813/2004 (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 32).

(13)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7.

(14)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16.

(15)  PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1568/2005 (PB L 252 van 28.9.2005, blz. 2).

(16)  PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 448/2005 (PB L 74 van 19.3.2005, blz. 5).

(17)  PB L 191 van 7.7.1998, blz. 10.

(18)  PB L 70 van 9.3.2004, blz. 8.

(19)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(20)  PB L 274 van 25.9.1986, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3259/94 (PB L 339 van 29.12.1994, blz. 11).

(21)  PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 831/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 33).

(22)  PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2269/2004 (PB L 396 van 31.12.2004, blz. 1).

(23)  PB L 396 van 31.12.2004, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 860/2005 (PB L 134 van 8.6.2005, blz. 1).

(24)  PB L 12 van 14.1.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1936/2005 (PB L 311 van 26.11.2005, blz. 1).

(25)  PB L 270 van 13.11.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(26)  PB L 186 van 28.7.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(27)  Verordening (EG) nr. 88/98 van de Raad van 18 december 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund (PB L 9 van 15.1.1998, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2005 (PB L 49 van 22.2.2005, blz. 1).

(28)  PB L 5 van 9.1.2004, blz. 25.

(29)  PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(30)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 1..


BIJLAGE I

VANGSTMOGELIJKHEDEN, PER SOORT EN PER GEBIED (IN TON LEVEND GEWICHT, TENZIJ ANDERS VERMELD), VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN GEBIEDEN MET VANGSTBEPERKINGEN EN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN DE WATEREN VAN DE GEMEENSCHAP

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstbeperkingen worden als quota beschouwd voor de toepassing van artikel 5 van deze verordening en derhalve geldt daarvoor het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2847/93, inzonderheid in de artikelen 14 en 15.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. In onderstaande overzichtstabel staan naast de in deze verordening gebruikte wetenschappelijke namen de corresponderende populaire namen vermeld:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Populaire naam

Ammodytidae

SAN

Zandspiering

Anarhichas lupus

CAT

Zeewolf

Aphanopus carbo

BSF

Zwarte haarstaartvis

Argentina silus

ARU

Grote zilvervis

Beryx spp.

ALF

Bericyden

Boreogadus saida

POC

Arctische kabeljauw

Brosme brosme

USK

Torsk

Centrophorus squamosus

GUQ

Donkere doornhaai

Centroscymnus coelolepis

CYO

Portugese hondshaai

Cetorhinus maximus

BSK

Reuzenhaai

Chaenocephalus aceratus

SSI

Scotiazee-ijsvis

Champsocephalus gunnari

ANI

IJsvis

Channichthys rhinoceratus

LIC

Langsnuitijsvis

Chionoecetes spp.

PCR

Sneeuwkrab

Clupea harengus

HER

Haring

Coryphaenoides rupestris

RNG

Grenadiervis

Dalatias licha

SCK

Zwarte haai

Deania calcea

DCA

Spitssnuitdoornhaai

Dissostichus eleginoides

TOP

Zwarte Patagonische ijsvis

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Etmopterus princeps

ETR

Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

ETP

Gladde lantaarnhaai

Etmopterus spinax

ETX

Zwarte doornhaai

Euphausia superba

KRI

Krielgarnaal

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Galeorhinus galeus

GAG

Ruwe haai

Germo alalunga

ALB

Witte tonijn

Glyptocephalus cynoglossus

WIT

Witje

Gobionotothen gibberifrons

NOG

Bultenijsvis

Hippoglossoides platessoides

PLA

Lange schol

Hippoglossus hippoglossus

HAL

Heilbot

Hoplostethus atlanticus

ORY

Orange roughy

Illex illecebrosus

SQI

Kortvinnige pijlinktvis

Lamna nasus

POR

Haringhaai

Lampanyctus achirus

LAC

Lantaarnvis

Lepidonotothen squamifrons

NOS

Grauwe ijsvis

Lepidorhombus spp.

LEZ

Schartongen

Limanda ferruginea

YEL

Zandschar

Limanda limanda

DAB

Schar

Lophiidae

ANF

Zeeduivel

Macrourus berglax

RHG

Noordelijke grenadier

Macrourus spp.

GRV

Grenadiervissen

Makaira nigricans

BUM

Blauwe marlijn

Mallotus villosus

CAP

Lodde

Martialia hyadesi

SQS

Pijlinktvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

Schelvis

Merlangius merlangus

WHG

Wijting

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Micromesistius poutassou

WHB

Blauwe wijting

Microstomus kitt

LEM

Tongschar

Molva dypterigia

BLI

Blauwe leng

Molva macrophthalmus

SLI

Middellandse-Zeeleng

Molva molva

LIN

Leng

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Notothenia rossii

NOR

Gemarmerde ijsvis

Pagellus bogaraveo

SBR

Zeebrasem

Pandalus borealis

PRA

Noordse garnaal

Paralomis spp.

PAI

Krabben

Penaeus spp.

PEN

Peneide garnalen

Phycis spp.

FOX

Gaffelkabeljauwen

Platichthys flesus

FLX

Bot

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Pleuronectiformes

FLX

Platvis

Pollachius pollachius

POL

Pollak

Pollachius virens

POK

Koolvis

Psetta maxima

TUR

Tarbot

Pseudochaenichthus georgianus

SGI

Georgia-ijsvis

Rajidae

SRX-RAJ

Roggen

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

Zwarte heilbot

Salmo salar

SAL

Atlantische zalm

Scomber scombrus

MAC

Makreel

Scopthalmus rhombus

BLL

Griet

Sebastes spp.

RED

Roodbaarzen

Solea solea

SOL

Tong

Solea spp.

SOX

Tongen

Squalus acanthias

DGS

Doornhaai

Tetrapturus alba

WHM

Witte marlijn

Thunnus alalunga

ALB

Witte tonijn

Thunnus albacares

YFT

Geelvintonijn

Thunnus obesus

BET

Grootoogtonijn

Thunnus thynnus

BFT

Blauwvintonijn

Trachurus spp.

JAX

Horsmakrelen

Trisopterus esmarki

NOP

Kever

Urophycis tenuis

HKW

Witte heek

Xiphias gladius

SWO

Zwaardvis

BIJLAGE I A

SKAGERRAK, KATTEGAT, NOORDZEE, EN WESTELIJKE WATEREN VAN DE GEMEENSCHAP, ICES-gebieden Vb (EG-wateren), VI, VII, VIII, IX en X, CEGAF (EG-wateren) en Frans Guyana

Soort:

Zandspiering

Ammodytidae

Zone:

IV (Noorse wateren)

SAN/04-N.

Denemarken

0 (1)

 

Verenigd Koninkrijk

0 (1)

 

EG

0 (1)

 

TAC

Niet relevant

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zandspiering

Ammodytidae

Zone:

IIa (EG-wateren) (2), IIIa, IV (EG-wateren) (2)

SAN/2A3A4.

Denemarken

Niet vastgesteld

 

Verenigd Koninkrijk

Niet vastgesteld

 

Alle lidstaten

Niet vastgesteld (3)

 

EG

Niet vastgesteld

 

Noorwegen

0 (4)  (5)

 

TAC

Niet vastgesteld

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van zones I en II

ARU/1/2.

Duitsland

31

 

Frankrijk

10

 

Nederland

25

 

Verenigd Koninkrijk

50

 

EG

116

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van de zones III en IV

ARU/3/4.

Denemarken

1 180

 

Duitsland

12

 

Frankrijk

8

 

Ierland

8

 

Nederland

55

 

Zweden

46

 

Verenigd Koninkrijk

21

 

EG

1 331

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van de zones V, VI en VII

ARU/567.

Duitsland

405

 

Frankrijk

9

 

Ierland

375

 

Nederland

4 225

 

Verenigd Koninkrijk

297

 

EG

5 310

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI, VII

USK/2A47-C

EG

Niet relevant (6)

 

Noorwegen

4 000 (7)  (8)

 

TAC

Niet relevant

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Torsk

Brosme brosme

Zone:

IV (Noorse wateren)

USK/04-N.

België

1

 

Denemarken

191

 

Duitsland

1

 

Frankrijk

1

 

Nederland

1

 

Verenigd Koninkrijk

5

 

EG

200

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Reuzenhaai

Cetorhinus maximus

Zone:

EG-wateren van de zones IV, VI en VII

BSK/467.

EG

0

 

TAC

0

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (9)

Clupea harengus

Zone:

IIIa

HER/03A.

Denemarken

34 052

 

Duitsland

545

 

Zweden

35 620

 

EG

70 217

 

Faeröer

500 (10)

 

TAC

81 600

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (11)

Clupea harengus

Zone:

IV benoorden 53°30' NB

HER/04A., 04B.

Denemarken

76 348

 

Duitsland

47 836

 

Frankrijk

22 769

 

Nederland

57 938

 

Zweden

4 627

 

Verenigd Koninkrijk

63 333

 

EG

272 851

 

Noorwegen

50 000 (12)

 

TAC

454 751

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren bezuiden 62° NB (HER/*04N-)

EG

50 000


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

HER/04-N.

Zweden

963 (13)

 

EG

963

 

TAC

Niet relevant

 


Soort:

Haring (14)

Clupea harengus

Zone:

IIIa (bijvangsten)

HER/03A-BC

Denemarken

17 547

 

Duitsland

156

 

Zweden

2 825

 

EG

20 528

 

TAC

20 528

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (15)

Clupea harengus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV, VIId bijvangsten

HER/2A47DX

België

211

 

Denemarken

40 684

 

Duitsland

211

 

Frankrijk

211

 

Nederland

211

 

Zweden

199

 

Verenigd Koninkrijk

773

 

EG

42 500

 

TAC

42 500

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring (16)

Clupea harengus

Zone:

IVc (17), VIId

HER/4CXB7D

België

9 122 (18)

 

Denemarken

1 088 (18)

 

Duitsland

682 (18)

 

Frankrijk

12 347 (18)

 

Nederland

21 998 (18)

 

Verenigd Koninkrijk

4 786 (18)

 

EG

50 023

 

TAC

454 751

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

Vb, VIaN (19)(EG-wateren), VIb

HER/5B6ANB

Duitsland

3 727

 

Frankrijk

705

 

Ierland

5 036

 

Nederland

3 727

 

Verenigd Koninkrijk

20 145

 

EG

33 340

 

Faeröer

660 (20)

 

TAC

34 000

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIaS (21),VIIbc

HER/6AS7BC

Ierland

14 000

 

Nederland

1 400

 

EG

15 400

 

TAC

15 400

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIa Clyde (22)

HER/06ACL.

Verenigd Koninkrijk

800

 

EG

800

 

TAC

 

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIa (23)

HER/07A/MM

Ierland

1 250

 

Verenigd Koninkrijk

3 550

 

EG

4 800

 

TAC

4 800

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIe,f

HER/7EF.

Frankrijk

500

 

Verenigd Koninkrijk

500

 

EG

1 000

 

TAC

1 000

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Haring

Clupea harengus

Zone:

VIIg,h,j,k (24)

HER/7G-K.

Duitsland

123

 

Frankrijk

682

 

Ierland

9 549

 

Nederland

682

 

Verenigd Koninkrijk

14

 

EG

11 050

 

TAC

11 050

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Zone:

VIII

ANE/08.

Spanje

4 500 (25)

 

Frankrijk

500 (25)

 

EG

5 000 (25)

 

TAC

5 000 (25)

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Zone:

IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

ANE/9/3411

Spanje

3 826

 

Portugal

4 174

 

EG

8 000

 

TAC

8 000

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Skagerrak

COD/03AN.

België

8

 

Denemarken

2 652

 

Duitsland

66

 

Nederland

17

 

Zweden

464

 

EG

3 207

 

TAC

3 315

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Kattegat

COD/03AS.

Denemarken

524

 

Duitsland

11

 

Zweden

315

 

EG

850

 

TAC

850

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

IIa (EG-wateren), IV

COD/2AC4.

België

686

 

Denemarken

3 940

 

Duitsland

2 498

 

Frankrijk

847

 

Nederland

2 226

 

Zweden

26

 

Verenigd Koninkrijk

9 037

 

EG

19 260

 

Noorwegen

3 945 (26)

 

TAC

23 205

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren (COD/*04N-)

EG

16 740


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

COD/04-N.

Zweden

382

 

EG

382

 

TAC

Niet relevant

Analytical TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

COD/561214

België

1

 

Duitsland

9

 

Frankrijk

97

 

Ierland

138

 

Verenigd Koninkrijk

368

 

EG

613

 

TAC

613

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Vb (EG-zone), VIa (COD/*5BC6A)

België

1

Duitsland

9

Frankrijk

93

Ierland

132

Verenigd Koninkrijk

353

EG

588


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

VIIa

COD/07A.

België

24

 

Frankrijk

67

 

Ierland

1 204

 

Nederland

6

 

Verenigd Koninkrijk

527

 

EG

1 828

 

TAC

1 828

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone:

VIIb-k, VIII, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

COD/7X7A34

België

236

 

Frankrijk

4 053

 

Ierland

818

 

Nederland

34

 

Verenigd Koninkrijk

439

 

EG

5 580

 

TAC

5 580

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartongen

Lepidorhombus spp.

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

LEZ/2AC4-C

België

5

 

Denemarken

4

 

Duitsland

4

 

Frankrijk

28

 

Nederland

22

 

Verenigd Koninkrijk

1 677

 

EG

1 740

 

TAC

1 740

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartongen

Lepidorhombus spp.

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

LEZ/561214

Spanje

327

 

Frankrijk

1 277

 

Ierland

373

 

Verenigd Koninkrijk

903

 

EG

2 880

 

TAC

2 880

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartongen

Lepidorhombus spp.

Zone:

VII

LEZ/07.

België

494

 

Spanje

5 490

 

Frankrijk

6 663

 

Ierland

3 029

 

Verenigd Koninkrijk

2 624

 

EG

18 300

 

TAC

18 300

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartongen

Lepidorhombus spp.

Zone:

VIIIabde

LEZ/8ABDE.

Spanje

1 176

 

Frankrijk

949

 

EG

2 125

 

TAC

2 125

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schartongen

Lepidorhombus spp.

Zone:

VIIIc, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

LEZ/8C3411

Spanje

1 171

 

Frankrijk

59

 

Portugal

39

 

EG

1 269

 

TAC

1 269

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schar en bot

Limanda limanda en Platichthys flesus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

D/F/2AC4-C

België

466

 

Denemarken

1 752

 

Duitsland

2 627

 

Frankrijk

182

 

Nederland

10 594

 

Zweden

6

 

Verenigd Koninkrijk

1 473

 

EG

17 100

 

TAC

17 100

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

ANF/2AC4-C

België

365

 

Denemarken

804

 

Duitsland

393

 

Frankrijk

75

 

Nederland

276

 

Zweden

9

 

Verenigd Koninkrijk

8 392

 

EG

10 314 (27)

 

TAC

10 314 (27)

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

IV (Noorse wateren)

ANF/04-N.

België

53

 

Denemarken

1 343

 

Duitsland

21

 

Nederland

19

 

Verenigd Koninkrijk

314

 

EG

1 750

 

TAC

Niet relevant

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

NF/561214

België

168

 

Duitsland

192

 

Spanje

180

 

Frankrijk

2 073

 

Ierland

469

 

Nederland

162

 

Verenigd Koninkrijk

1 442

 

EG

4 686 (28)

 

TAC

4 686 (28)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VII

ANF/07.

België

2 445 (29)

 

Duitsland

273 (29)

 

Spanje

971 (29)

 

Frankrijk

15 688 (29)

 

Ierland

2 005 (29)

 

Nederland

317 (29)

 

Verenigd Koninkrijk

4 757 (29)

 

EG

26 456 (29)

 

TAC

26 456 (29)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VIIIa,b,d,e

ANF/8ABDE.

Spanje

1 137

 

Frankrijk

6 325

 

EG

7 462

 

TAC

7 462

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone:

VIIIc, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

ANF/8C3411

Spanje

1 629

 

Frankrijk

2

 

Portugal

324

 

EG

1 955

 

TAC

1 955

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

IIIa, IIIbcd (EG-wateren)

HAD/3A/BCD

België

15

 

Denemarken

2 468

 

Duitsland

157

 

Nederland

3

 

Zweden

292

 

EG

2 935 (30)

 

TAC

3 189

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV

HAD/2AC4.

België

472

 

Denemarken

3 248

 

Duitsland

2 067

 

Frankrijk

3 602

 

Nederland

354

 

Zweden

229

 

Verenigd Koninkrijk

34 574

 

EG

44 546 (31)

 

Noorwegen

7 016

 

TAC

51 850

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren (HAD/*04N-)

EG

33 350


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

Noorse wateren, bezuiden 62° NB

HAD/04-N.

Zweden

707

 

EG

707

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

VIb, XII, XIV

HAD/6B1214

België

1

 

Duitsland

2

 

Frankrijk

66

 

Ierland

47

 

Verenigd Koninkrijk

481

 

EG

597

 

TAC

597

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

Vb, VIa (EG-wateren)

HAD/5BC6A.

België

18

 

Duitsland

21

 

Frankrijk

862

 

Ierland

615

 

Verenigd Koninkrijk

6 294

 

EG

7 810

 

TAC

7 810

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone:

VII , VIII, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

HAD/7/3411

België

128

 

Frankrijk

7 680

 

Ierland

2 560

 

Verenigd Koninkrijk

1 152

 

EG

11 520

 

TAC

11 520

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de opgegeven hoeveelheden:

 

VIIa (HAD/*07A.)

België

20

Frankrijk

92

Ierland

552

Verenigd Koninkrijk

611

EG

1 275

Bij melding van de vangsten aan de Commissie, moeten de lidstaten de in VIIa gevangen hoeveelheden apart opgeven. Aan land brengen van schelvis uit sector VIIa is verboden wanneer de totale aanvoer meer dan 1 275 ton bedraagt.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

IIIa

WHG/03A.

Denemarken

819

 

Nederland

3

 

Zweden

88

 

EG

910 (32)

 

TAC

1 500

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV

WHG/2AC4.

België

531

 

Denemarken

2 297

 

Duitsland

597

 

Frankrijk

3 452

 

Nederland

1 328

 

Zweden

3

 

Verenigd Koninkrijk

9 162

 

EG

17 370 (33)

 

Noorwegen

2 380 (34)

 

TAC

23 800

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren (WHG/*04N-)

EG

14 512


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

WHG/561214

Duitsland

8

 

Frankrijk

166

 

Ierland

406

 

Verenigd Koninkrijk

780

 

EG

1 360

 

TAC

1 360

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VIIa

WHG/07A.

België

1

 

Frankrijk

15

 

Ierland

252

 

Nederland

0

 

Verenigd Koninkrijk

169

 

EG

437

 

TAC

437

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VIIb-k

WHG/7X7A.

België

195

 

Frankrijk

11 964

 

Ierland

5 544

 

Nederland

97

 

Verenigd Koninkrijk

2 140

 

EG

19 940

 

TAC

19 940

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

VIII

WHG/08.

Spanje

1 440

 

Frankrijk

2 160

 

EG

3 600

 

TAC

3 600

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone:

IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

WHG/9/3411

Portugal

653

 

EG

653

 

TAC

653

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Wijting en pollak

Merlangius merlangus en Pollachius pollachius

Zone:

Noorse wateren, bezuiden 62° NB

W/P/04-N.

Zweden

190

 

EG

190

 

TAC

Niet relevant

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

IIIa, IIIbcd (EG-wateren)

HKE/3A/BCD

Denemarken

1 219

 

Zweden

104

 

EG

1 323

 

TAC

1 323 (35)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

HKE/2AC4-C

België

22

 

Denemarken

891

 

Duitsland

102

 

Frankrijk

197

 

Nederland

51

 

Verenigd Koninkrijk

278

 

EG

1 541

 

TAC

1 541 (36)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, VII, XII, XIV

HKE/571214

België

226

 

Spanje

7 257

 

Frankrijk

11 206

 

Ierland

1 358

 

Nederland

146

 

Verenigd Koninkrijk

4 424

 

EG

24 617

 

TAC

24 617 (37)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

VIIIabde (HKE/*8ABDE)

België

29

Spanje

1 171

Frankrijk

1 171

Ierland

146

Nederland

15

Verenigd Koninkrijk

658

EG

3 190


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

VIIIa,b,d,e

HKE/8ABDE.

België

7

 

Spanje

5 052

 

Frankrijk

11 345

 

Nederland

15

 

EG

16 419

 

TAC

16 419 (38)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Vb (EG-wateren), VI, VII, XII, XIV (HKE/*57-14)

België

1

Spanje

1 463

Frankrijk

2 635

Nederland

4

EG

4 103


Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Zone:

VIIIc, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

HKE/8C3411

Spanje

4 263

 

Frankrijk

409

 

Portugal

1 989

 

EG

6 661

 

TAC

6 661

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

IV (Noorse wateren)

WHB/04-N.

Denemarken

18 050

 

Verenigd Koninkrijk

950

 

EG

19 000

 

TAC

2 000 000

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIabde, XII en XIV (EG-wateren en internationale wateren)

WHB/1 X 14

Denemarken

52 529 (43)

 

Duitsland

20 424 (43)

 

Spanje

44 533 (43)

 

Frankrijk

36 556 (43)

 

Ierland

40 677 (43)

 

Nederland

64 053 (43)

 

Portugal

4 137 (43)

 

Zweden

12 994 (43)

 

Verenigd Koninkrijk

68 161 (43)

 

EG

344 063 (43)

 

Noorwegen

152 442 (39)  (40)

 

Faeröer

45 000 (41)  (42)

 

TAC

2 000 000

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

WHB/8c3411.

Spanje

46 795 (44)

 

Portugal

11 699 (44)

 

EG

58 494 (44)

 

TAC

2 000 000

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone:

EG-wateren van II, IVa (46), V, VI (47), VII (48)

WHB/24A567

Noorwegen

320 189 (45)

 

TAC

2 000 000

 


Soort:

Tongschar en witje

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

L/W/2AC4-C

België

334

 

Denemarken

921

 

Duitsland

118

 

Frankrijk

252

 

Nederland

767

 

Zweden

10

 

Verenigd Koninkrijk

3 773

 

EG

6 175

 

TAC

6 175

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Blauwe leng

Molva dypterigia

Zone:

IIa, IV, Vb, VI, VII (EG-wateren)

BLI/2A47-C

EG

Niet relevant (49)

 

Noorwegen

200

 

TAC

Niet relevant

 


Soort:

Blauwe leng

Molva dypterigia

Zone:

EG-wateren van de zones VIa (benoorden 56° 30' NB), VIb

BLI/6AN6B.

Faeröer

400 (50)

 

TAC

Niet relevant

 


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van zones I en II

LIN/1/2.

Denemarken

10

 

Duitsland

10

 

Frankrijk

10

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

Others (51)

5

 

EG

45

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

III (EG-wateren)

LIN/03.

België

10

 

Denemarken

76

 

Duitsland

10

 

Zweden

30

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

136

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

IV (EG-wateren)

LIN/04.

België

25

 

Denemarken

397

 

Duitsland

246

 

Frankrijk

221

 

Nederland

8

 

Zweden

17

 

Verenigd Koninkrijk

3 052

 

EG

3 966

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

V (EG-wateren en internationale wateren)

LIN/05.

België

12

 

Denemarken

9

 

Duitsland

9

 

Frankrijk

9

 

Verenigd Koninkrijk

9

 

EG

48

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

EG-wateren en internationale wateren van de zones VI, VII,VIII, IX, X, XII, XIV

LIN/6X14.

België

56

 

Denemarken

10

 

Duitsland

204

 

Spanje

4 124

 

Frankrijk

4 397

 

Ierland

1 102

 

Portugal

10

 

Verenigd Koninkrijk

5 063

 

EG

14 966

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI, VII

LIN/2A47-C

EG

Niet relevant (52)

 

Noorwegen

6 800 (53)  (54)

 

Faeröer

300 (55)  (56)

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Leng

Molva molva

Zone:

IV (Noorse wateren)

LIN/04-N.

België

7

 

Denemarken

878

 

Duitsland

25

 

Frankrijk

10

 

Nederland

1

 

Verenigd Koninkrijk

79

 

EG

1 000

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

IIIa (EG-wateren), IIIbcd (EG-wateren)

NEP/3A/BCD

Denemarken

3 800

 

Duitsland

11

 

Zweden

1 359

 

EG

5 170

 

TAC

5 170

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

NEP/2AC4-C

België

1 472

 

Denemarken

1 472

 

Duitsland

22

 

Frankrijk

43

 

Nederland

758

 

Verenigd Koninkrijk

24 380

 

EG

28 147

 

TAC

28 147

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

IV (Noorse wateren)

NEP/04-N.

Denemarken

1 230

 

Duitsland

1

 

Verenigd Koninkrijk

69

 

EG

1 300

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

Vb (EG-wateren), VI

NEP/5BC6.

Spanje

36

 

Frankrijk

143

 

Ierland

239

 

Verenigd Koninkrijk

17 257

 

EG

17 675

 

TAC

17 675

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

VII

NEP/07.

Spanje

1 290

 

Frankrijk

5 228

 

Ierland

7 928

 

Verenigd Koninkrijk

7 052

 

EG

21 498

 

TAC

21 498

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

VIIIa,b,d,e

NEP/8ABDE.

Spanje

242

 

Frankrijk

3 788

 

EG

4 030

 

TAC

4 030

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

VIIIc

NEP/08C.

Spanje

140

 

Frankrijk

6

 

EG

146

 

TAC

146

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone:

IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

NEP/9/3411

Spanje

122

 

Portugal

364

 

EG

486

 

TAC

486

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone:

IIIa

PRA/03A.

Denemarken

3 887

 

Zweden

2 094

 

EG

5 981

 

TAC

11 200

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

PRA/2AC4-C

Denemarken

3 700

 

Nederland

35

 

Zweden

149

 

Verenigd Koninkrijk

1 096

 

EG

4 980

 

TAC

4 980

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone:

Noorse wateren, bezuiden 62° NB

PRA/04-N.

Denemarken

900

 

Zweden

158 (57)

 

EG

1 058

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Peneide garnalen

Penaeus spp

Zone:

Frans-Guyana

PEN/FGU.

Frankrijk

4 000 (58)

 

EG

4 000 (58)

 

Barbados

24 (58)

 

Guyana

24 (58)

 

Suriname

0 (58)

 

Trinidad en Tobago

60 (58)

 

TAC

4 108 (58)

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

Skagerrak

PLE/03AN.

België

46

 

Denemarken

5 979

 

Duitsland

31

 

Nederland

1 150

 

Zweden

320

 

EG

7 526

 

TAC

7 680

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

Kattegat

PLE/03AS.

Denemarken

1 709

 

Duitsland

19

 

Zweden

192

 

EG

1 920

 

TAC

1 920

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

IIa (EG-wateren), IV

PLE/2AC4.

België

3 435

 

Denemarken

11 164

 

Duitsland

3 220

 

Frankrijk

644

 

Nederland

21 470

 

Verenigd Koninkrijk

15 887

 

EG

55 820

 

Noorwegen

1 621

 

TAC

57 441

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren (PLE/*04N-)

EG

22 905


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

PLE/561214

Frankrijk

22

 

Ierland

287

 

Verenigd Koninkrijk

477

 

EG

786

 

TAC

786

Precautionary TACArtikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

VIIa

PLE/07A.

België

41 (59)

 

Frankrijk

18 (59)

 

Ierland

1 051 (59)

 

Nederland

13 (59)

 

Verenigd Koninkrijk

485 (59)

 

EG

1 608 (59)

 

TAC

1 608 (59)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

VIIb,c

PLE/7BC.

Frankrijk

29

 

Ierland

115

 

EG

144

 

TAC

144

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

VIId,e

PLE/7DE.

België

843

 

Frankrijk

2 810

 

Verenigd Koninkrijk

1 498

 

EG

5 151

 

TAC

5 151

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

VIIf,g

PLE/7FG.

België

118

 

Frankrijk

213

 

Ierland

33

 

Verenigd Koninkrijk

112

 

EG

476

 

TAC

476

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

VIIh,j,k

PLE/7HJK.

België

25

 

Frankrijk

50

 

Ierland

172

 

Nederland

99

 

Verenigd Koninkrijk

50

 

EG

396

 

TAC

396

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone:

VIII, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

PLE/8/3411

Spanje

75

 

Frankrijk

298

 

Portugal

75

 

EG

448

 

TAC

448

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

POL/561214

Spanje

6

 

Frankrijk

216

 

Ierland

63

 

Verenigd Koninkrijk

165

 

EG

450

 

TAC

450

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone:

VII

POL/07.

België

476

 

Spanje

29

 

Frankrijk

10 959

 

Ierland

1 168

 

Verenigd Koninkrijk

2 668

 

EG

15 300

 

TAC

15 300

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone:

VIIIa,b,d,e

POL/8ABDE.

Spanje

286

 

Frankrijk

1 394

 

EG

1 680

 

TAC

1 680

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone:

VIIIc

POL/08C.

Spanje

236

 

Frankrijk

26

 

EG

262

 

TAC

262

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone:

IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

POL/9/3411

Spanje

278

 

Portugal

10

 

EG

288

 

TAC

288

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Zone:

IIa (EG-wateren), IIIa, IIIbcd (EG-wateren), IV

POK/2A34.

België

43

 

Denemarken

5 111

 

Duitsland

12 906

 

Frankrijk

30 374

 

Nederland

129

 

Zweden

702

 

Verenigd Koninkrijk

9 895

 

EG

59 160

 

Noorwegen

64 090 (60)

 

TAC

123 250

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

POK/561214

Duitsland

798

 

Frankrijk

7 930

 

Ierland

467

 

Verenigd Koninkrijk

3 592

 

EG

12 787

 

TAC

12 787

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Koolvis

Pollachius virens

Zone:

VII, VIII, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

POK/7X1034

België

12

 

Frankrijk

2 666

 

Ierland

1 333

 

Verenigd Koninkrijk

727

 

EG

4 738

 

TAC

4 738

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tarbot en griet

Psetta maxima en Scopthalmus rhombus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

T/B/2AC4-C

België

317

 

Denemarken

677

 

Duitsland

173

 

Frankrijk

82

 

Nederland

2 401

 

Zweden

5

 

Verenigd Koninkrijk

668

 

EG

4 323

 

TAC

4 323

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Roggen

Rajidae

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

SRX/2AC4-C

België

461

 

Denemarken

18

 

Duitsland

23

 

Frankrijk

72

 

Nederland

393

 

Verenigd Koninkrijk

1 770

 

EG

2 737

 

TAC

2 737

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides

Zone:

IIa (EG-wateren) IV, VI (EG-wateren en internationale wateren)

GHL/2A-C46

Denemarken

8

 

Duitsland

14

 

Estonia

8

 

Spanje

8

 

Frankrijk

130

 

Ierland

8

 

Litouwen

8

 

Poland

8

 

Verenigd Koninkrijk

510

 

EG

1 052 (61)

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Zone:

IIa (EG-wateren), IIIa, IIIb,c,d (EG-wateren), IV

MAC/2A34.

België

154

 

Denemarken

12 287

 

Duitsland

160

 

Frankrijk

483

 

Nederland

487

 

Zweden

3 599 (62)  (63)

 

Verenigd Koninkrijk

451

 

EG

17 621 (62)

 

Noorwegen

30 178 (64)

 

TAC

415 824 (65)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

IIIa MAC/*03A.

IIIa, IVb,c MAC/*3A4BC

IVb MAC/*04B.

IVc MAC/*04C

IIa (niet-EG-wateren), VI, van 1 januari tot en met 31 maart 2006 MAC/*2A6

Denemarken

 

4 130

 

 

4 020

Frankrijk

 

467

 

 

 

Nederland

 

470

 

 

 

Zweden

 

 

390

10

 

Verenigd Koninkrijk

 

435

 

 

 

Noorwegen

3 000

 

 

 

 


Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Zone:

IIa (niet-EG-wateren), Vb(EG-wateren), VI, VII, VIIIabde, XII, XIV

MAC/2CX14

Duitsland

14 369

 

Spanje

20

 

Estland

119

 

Frankrijk

9 580

 

Ierland

47 894

 

Letland

88

 

Litouwen

88

 

Nederland

20 954

 

Polen

1 012

 

Verenigd Koninkrijk

131 713

 

EG

225 837

 

Noorwegen

9 000 (66)

 

Faeröer

3 496 (67)

 

TAC

415 824 (68)

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota, mag in onderstaande zones niet meer dan de volgende hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.

 

IVa (EC waters) MAC/*04A-C

Duitsland

4 336

Frankrijk

2 891

Ierland

14 453

Nederland

6 323

Verenigd Koninkrijk

39 748

EG

67 751

Faeröer

9 000

Noorwegen

1 055 ()

()  Benoorden 59° NB (EG-wateren) van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.


Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Zone:

VIIIc, IX, X, CEGAF 34.1.1 (EG-wateren)

MAC/8C3411

Spanje

21 574 (70)

 

Frankrijk

143 (70)

 

Portugal

4 459 (70)

 

EG

26 176

 

TAC

26 176

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

VIIIb (MAC/*08B.)

Spanje

1 812

Frankrijk

12

Portugal

374


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

IIIa, IIIbcd (EG-wateren)

SOL/3A/BCD

Denemarken

755

 

Duitsland

44

 

Nederland

73

 

Zweden

28

 

EG

900

 

TAC

900

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

II, IV (EG-wateren)

SOL/24.

België

1 456

 

Denemarken

666

 

Duitsland

1 165

 

Frankrijk

291

 

Nederland

13 143

 

Verenigd Koninkrijk

749

 

EG

17 470

 

Noorwegen

200

 

TAC

17 670

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

SOL/561214

Ierland

54

 

Verenigd Koninkrijk

14

 

EG

68

 

TAC

68

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

VIIa

SOL/07A.

België

474

 

Frankrijk

6

 

Ierland

117

 

Nederland

150

 

Verenigd Koninkrijk

213

 

EG

960

 

TAC

960

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

VIIb,c

SOL/7BC.

Frankrijk

10

 

Ierland

54

 

EG

64

 

TAC

64

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

VIId

SOL/07D.

België

1 540

 

Frankrijk

3 080

 

Verenigd Koninkrijk

1 100

 

EG

5 720

 

TAC

5 720

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

VIIe

SOL/07E.

België

33

 

Frankrijk

354

 

Verenigd Koninkrijk

553

 

EG

940

 

TAC

940

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

VIIf,g

SOL/7FG.

België

594

 

Frankrijk

59

 

Ierland

30

 

Verenigd Koninkrijk

267

 

EG

950

 

TAC

950

Analytische TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Tong

Solea solea

Zone:

VIIh,j,k

SOL/7HJK.

België

54

 

Frankrijk

108

 

Ierland

293

 

Nederland

87

 

Verenigd Koninkrijk

108

 

EG

650

 

TAC

650

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Sprot

Sprottus Sprottus

Zone:

IIIa

SPR/03A.

Denemarken

34 843

 

Duitsland

73

 

Zweden

13 184

 

EG

48 100

 

TAC

52 000

Voorzorgs-TAC.Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.


Soort:

Sprot

Sprottus Sprottus

Zone:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

SPR/2AC4-C

België

3 033

 

Denemarken

240 068

 

Duitsland

3 033

 

Frankrijk

3 033

 

Nederland

3 033

 

Zweden

1 330 (71)

 

Verenigd Koninkrijk