ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 333

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
20 december 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 2077/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 2078/2005 van de Commissie van 19 december 2005 betreffende de opening van een inschrijving voor de toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen)

3

 

*

Verordening (EG) nr. 2079/2005 van de Commissie van 19 december 2005 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2001, Verordening (EG) nr. 1037/2001 van de Raad en Verordening (EG) nr. 2303/2003, wat betreft de verlenging van bepaalde afwijkingen inzake de certificering en etikettering van wijn, en oenologische procédés

6

 

*

Verordening (EG) nr. 2080/2005 van de Commissie van 19 december 2005 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 865/2004 van de Raad met betrekking tot de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt, de activiteitenprogramma’s van deze organisaties en de financiering daarvan

8

 

*

Verordening (EG) nr. 2081/2005 van de Commissie van 19 december 2005 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor 2006 voor maniok van oorsprong uit Thailand

19

 

*

Verordening (EG) nr. 2082/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1497/2001 tot instelling van voorlopige antidumpingrechten op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië, tot aanvaarding van de verbintenis van een producent/exporteur in Bulgarije en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van Egypte en Polen

26

 

*

Verordening (EG) nr. 2083/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot wijziging van de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot hun toepassingsdrempels inzake procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten ( 1 )

28

 

 

Verordening (EG) nr. 2084/2005 van de Commissie van 19 december 2005 betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië

30

 

 

Verordening (EG) nr. 2085/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sectoren eieren en slachtpluimvee, die in december 2005 worden ingediend op grond van de Verordeningen (EG) nr. 593/2004 en (EG) nr. 1251/96

32

 

 

Verordening (EG) nr. 2086/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector slachtpluimvee, die in december 2005 worden ingediend op grond van de regeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor slachtpluimvee en bepaalde andere landbouwproducten

34

 

 

Verordening (EG) nr. 2087/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector slachtpluimvee, die in december 2005 worden ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 2497/96

36

 

 

Verordening (EG) nr. 2088/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector varkensvlees, die in december 2005 worden ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor varkensvlees en bepaalde andere landbouwproducten

38

 

 

Verordening (EG) nr. 2089/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten, die in december 2005 worden ingediend op grond van de tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde producten in de varkensvleessector voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

40

 

 

Verordening (EG) nr. 2090/2005 van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van de communautaire producentenprijzen en de communautaire invoerprijzen voor anjers en rozen in het kader van de toepassing van de regeling voor de invoer van bepaalde producten van de bloementeelt van oorsprong uit Jordanië

42

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

Besluit van de Raad van 21 november 2005 inzake de sluiting van een protocol tot wijziging van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap

44

Protocol tot wijziging van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap

45

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap

46

 

 

Commissie

 

*

Beschikking van de Commissie van 16 december 2005 waarbij Tsjechië, Estland, Cyprus en Litouwen voor de tussen 1 januari 2003 en 1 mei 2004 gevormde voorraden worden gemachtigd af te wijken van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 5160)

49

 

*

Besluit nr. 1/2005 van de Gemengde Commissie die is ingesteld bij de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, certificaten en markeringen tussen de Europese Gemeenschap en Australië van 11 november 2005 tot opneming van een overeenstemmingsbeoordelingsorgaan in de sectorbijlage betreffende automobielproducten

51

 

*

Besluit nr. 2/2005 van de Gemengde Commissie die is ingesteld bij de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, certificaten en markeringen tussen de Europese Gemeenschap en Australië van 11 november 2005 tot opneming van een overeenstemmingsbeoordelingsorgaan in de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit

53

 

 

Europese Centrale Bank

 

*

Beschikking van de Europese Centrale Bank van 9 december 2005 inzake de goedkeuring met betrekking tot de omvang van de muntenuitgifte in 2006 (ECB/2005/14)

55

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/1


VERORDENING (EG) Nr. 2077/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 20 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 19 december 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

58,8

204

55,5

212

92,7

999

69,0

0707 00 05

052

109,0

204

82,1

628

155,5

999

115,5

0709 90 70

052

152,4

204

113,1

999

132,8

0805 10 20

052

66,3

204

61,9

220

66,6

999

64,9

0805 20 10

052

59,8

204

59,2

999

59,5

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

50,8

220

36,8

400

83,8

464

143,2

624

79,6

999

78,8

0805 50 10

052

54,5

999

54,5

0808 10 80

096

18,3

400

95,5

404

93,9

720

65,2

999

68,2

0808 20 50

052

138,4

400

94,3

720

42,4

999

91,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/3


VERORDENING (EG) Nr. 2078/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

betreffende de opening van een inschrijving voor de toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 35, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1961/2001 van de Commissie (2) zijn de uitvoeringsbepalingen voor de uitvoerrestituties in de sector groenten en fruit vastgesteld.

(2)

Op grond van artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2200/96 kan, voor zover dit nodig is om een economisch significante uitvoer mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, een uitvoerrestitutie worden betaald voor de door de Gemeenschap uitgevoerde producten.

(3)

Overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 is het dienstig erop toe te zien dat de eerder door de restitutieregeling op gang gebrachte handelsstromen niet worden verstoord. Daarom, en wegens de seizoengebondenheid van de uitvoer van groenten en fruit, moeten contingenten per product worden vastgesteld, op basis van de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties zoals vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (3). Deze hoeveelheden moeten worden verdeeld met inachtneming van de bederfelijkheid van de betrokken producten.

(4)

Krachtens artikel 35, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij de vaststelling van de restituties rekening gehouden met de situatie en de verwachte ontwikkeling met betrekking tot de prijzen van groenten en fruit op de markt van de Gemeenschap en de beschikbare hoeveelheden enerzijds, en de prijzen in de internationale handel anderzijds. Voorts moeten ook de afzet- en vervoerskosten en het economische aspect van de beoogde uitvoer in aanmerking worden genomen.

(5)

Overeenkomstig artikel 35, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2200/96 wordt bij het bepalen van de marktprijzen van de Gemeenschap rekening gehouden met de prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn.

(6)

Wegens de omstandigheden in de internationale handel of specifieke vereisten van bepaalde markten, kan het nodig zijn de restitutie voor een bepaald product te differentiëren naar gelang van de bestemming van dat product.

(7)

Voor tomaten, sinaasappelen, citroenen en appelen van de kwaliteitsklassen Extra, I en II van de gemeenschappelijke handelsnormen kan de uitvoer economisch significant zijn.

(8)

Met het oog op een optimaal gebruik van de beschikbare middelen en gelet op de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap is het dienstig een inschrijving te houden en het indicatieve restitutiebedrag en de verwachte hoeveelheden voor de betrokken periode vast te stellen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een inschrijving geopend voor de toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel. In de bijlage worden de betrokken producten, de periode voor de indiening van de offertes, de indicatieve eenheidsbedragen van de restitutie en de verwachte hoeveelheden vastgesteld.

2.   Certificaten die in het kader van de voedselhulp worden afgegeven, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie (4), worden niet afgeboekt op de in de bijlage bij deze verordening bedoelde hoeveelheden.

3.   Onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1961/2001 bedraagt de geldigheidsduur van de certificaten van het A3-stelsel twee maanden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).

(2)  PB L 268 van 9.10.2001, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).

(3)  PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 558/2005 (PB L 94 van 13.4.2005, blz. 22).

(4)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.


BIJLAGE

Toekenning van uitvoercertificaten van het A3-stelsel in de sector groenten en fruit (tomaten, sinaasappelen, citroenen, appelen)

Periode voor de indiening van de offertes: 5 en 6 januari 2006.


Productcode (1)

Bestemming (2)

Indicatief restitutiebedrag

(in EUR/t netto)

Verwachte hoeveelheden

(in t)

0702 00 00 9100

F08

40

9 770

0805 10 20 9100

A00

46

142 183

0805 50 10 9100

A00

70

20 210

0808 10 80 9100

F04, F09

44

83 660


(1)  De codes van de producten zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

(2)  De codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 3846/87. De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

F03

:

Alle bestemmingen met uitzondering van Zwitserland.

F04

:

Hongkong, Singapore, Maleisië, Sri Lanka, Indonesië, Thailand, Taiwan, Papoea-Nieuw-Guinea, Laos, Cambodja, Vietnam, Japan, Uruguay, Paraguay, Argentinië, Mexico en Costa Rica.

F08

:

Alle bestemmingen met uitzondering van Bulgarije.

F09

:

De volgende bestemmingen:

Noorwegen, IJsland, Groenland, Faeröer, Roemenië, Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Servië en Montenegro, Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, Rusland, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oezbekistan, Oekraïne, Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar, Oman, Verenigde Arabische Emiraten (Abu Dhabi, Dubai, Sharjah, Ajman, Umm al-Qaiwayn, Ras al-Khaimah en Fujairah), Koeweit, Jemen, Syrië, Iran, Jordanië, Bolivia, Brazilië, Venezuela, Peru, Panama, Ecuador en Colombia,

landen en gebieden van Afrika, met uitzondering van Zuid-Afrika,

bestemmingen in de zin van artikel 36 van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11).


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/6


VERORDENING (EG) Nr. 2079/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2001, Verordening (EG) nr. 1037/2001 van de Raad en Verordening (EG) nr. 2303/2003, wat betreft de verlenging van bepaalde afwijkingen inzake de certificering en etikettering van wijn, en oenologische procédés

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), en met name op artikel 53 en artikel 68, lid 3,

Gelet op Besluit 2005/798/EG van de Raad van 14 november 2005 inzake de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over aangelegenheden betreffende de handel in wijn (2), en met name op artikel 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 24, lid 2, artikel 26 en artikel 27, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie van 24 april 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen (3) is de vereenvoudigde procedure betreffende de voorschriften voor opstelling en gebruik van het certificaat en het analyseverslag voor de invoer van wijn van toepassing op wijn die uit de Verenigde Staten van Amerika wordt ingevoerd, tot en met 31 december 2005.

(2)

Verordening (EG) nr. 2303/2003 van de Commissie van 29 december 2003 met betrekking tot specifieke voorschriften voor de etikettering van uit de Verenigde Staten van Amerika ingevoerde wijn (4) voorziet in een aantal tijdelijke, eveneens op 31 december 2005 aflopende afwijkingen voor de etikettering van wijn.

(3)

Onverminderd artikel 45, lid 1, Van Verordening (EG) nr. 1493/1999 is het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1037/2001 van de Raad van 22 mei 2001 houdende machtiging tot aanbieding of levering, voor rechtstreekse menselijke consumptie, van bepaalde ingevoerde wijnen waarop oenologische procédés kunnen zijn toegepast die niet zijn geregeld in Verordening (EG) nr. 1493/1999 (5) toegestaan om in de Gemeenschap wijn van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika in te voeren die bepaalde, niet in de communautaire regels opgenomen oenologische procédés heeft ondergaan. Voor de in punt 1, onder b), van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1037/2001 opgenomen procédés loopt die toestemming eveneens af op 31 december 2005.

(4)

Na onderhandelingen is op 14 september 2005 een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over de handel in wijn geparafeerd. Krachtens de artikelen 4 en 9 van die overeenkomst zullen wijnen van oorsprong uit de Verenigde Staten op dezelfde manier worden behandeld als in de Verordeningen (EG) nr. 883/2001, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 2303/2003. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van die overeenkomst zijn de bepalingen van artikel 4 en artikel 9 echter slechts van toepassing vanaf de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst door de Commissie van de in artikel 6, lid 3, van de overeenkomst bedoelde schriftelijke kennisgeving. Daarom moest worden onderhandeld over een aparte overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over aangelegenheden betreffende de handel in wijn (6), voor de periode vanaf 31 december 2005 tot de datum waarop de artikelen 4 en 9 van de overeenkomst over de handel in wijn van toepassing worden.

(5)

Om handelsverstoringen te voorkomen, moeten er bepalingen voor de uitvoering van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling worden vastgesteld en moeten met name de drie in de Verordeningen (EG) nr. 883/2001, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 2303/2003 vastgestelde afwijkingen van kracht blijven tot de datum waarop de artikelen 4 en 9 van de overeenkomst over de handel in wijn van toepassing worden, maar niet langer dan drie jaar na de datum waarop de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling in werking treedt.

(6)

De Verordeningen (EG) nr. 883/2001, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 2303/2003 moeten dienovereenkomstig worden aangepast.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 27, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/2001 wordt vervangen door:

„2.   Artikel 24, lid 2, en artikel 26 zijn van toepassing tot de datum waarop de artikelen 4 en 9 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over de handel in wijn van toepassing worden, maar niet langer dan drie jaar na de datum waarop de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over aangelegenheden betreffende de handel in wijn (7) in werking treedt.

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 1037/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, lid 1, tweede alinea, wordt als volgt gewijzigd:

„Voor het gebruik van de in punt 1, onder b), van de bijlage genoemde oenologische procédés geldt deze toestemming echter slechts tot de datum waarop de artikelen 4 en 9 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over de handel in wijn van toepassing worden, maar niet langer dan drie jaar na de datum waarop de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over aangelegenheden betreffende de handel in wijn (8) in werking treedt.

2)

In punt 1, onder b), van de bijlage wordt „uiterlijk tot en met 31 december 2003” vervangen door:

„uiterlijk tot en met de in artikel 1, lid 1, tweede alinea, vermelde datum”.

Artikel 3

Artikel 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2303/2003 wordt vervangen door:

„Zij is van toepassing tot de datum waarop de artikelen 4 en 9 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over de handel in wijn van toepassing worden, maar niet langer dan drie jaar na de datum waarop de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika over aangelegenheden betreffende de handel in wijn (9) in werking treedt.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1795/2003 van de Commissie (PB L 262 van 14.10.2003, blz. 13).

(2)  PB L 301 van 18.11.2005, blz. 14.

(3)  PB L 128 van 10.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1747/2005 (PB L 280 van 25.10.2005, blz. 9).

(4)  PB L 342 van 30.12.2003, blz. 5.

(5)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2324/2003 (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 24).

(6)  PB L 301 van 18.11.2005, blz. 16.

(7)  PB L 301 van 18.11.2005, blz. 16.”.

(8)  PB L 301 van 18.11.2005, blz. 16.”.

(9)  PB L 301 van 18.11.2005, blz. 16.”.


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/8


VERORDENING (EG) Nr. 2080/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 865/2004 van de Raad met betrekking tot de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt, de activiteitenprogramma’s van deze organisaties en de financiering daarvan

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 865/2004 van de Raad van 29 april 2004 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor olijfolie en tafelolijven en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 827/68 (1), en met name op artikel 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om ervoor te zorgen dat het bij de erkende organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt om doeltreffende organisaties gaat, moet de erkenning betrekking hebben op de verschillende categorieën marktdeelnemers die intensief bij de sector olijfolie of tafelolijven zijn betrokken, en moet tevens worden gegarandeerd dat de betrokken organisaties kunnen zorgen voor de inachtneming van bepaalde minimumvoorwaarden die voldoende zijn om economische resultaten van enige betekenis te kunnen behalen.

(2)

Om het de producerende lidstaten mogelijk te maken het administratieve beheer te voeren van de regeling inzake de erkende organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt, dienen de procedures en de maximale termijnen voor de erkenning van deze organisaties, de criteria voor de selectie van hun programma’s en de betalingsvoorschriften voor en de verdeling van de communautaire financiering te worden vastgesteld.

(3)

Op grond van artikel 110 decies, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad (2), waarbij gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en bepaalde steunregelingen voor landbouwers zijn vastgesteld, kunnen de lidstaten tot 10 % van het olijfolieaandeel in het in artikel 41 van die verordening bedoelde nationale maximum inhouden met het oog op een communautaire financiering van de door organisaties van erkende marktdeelnemers opgestelde activiteitenprogramma’s op een of meer van de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 865/2004 genoemde actieterreinen.

(4)

In overeenstemming met de gemeenschappelijke voorschriften voor de financiering van de rechtstreekse steun en met het oog op de besteding door de lidstaten van de bovenbedoelde beschikbare bedragen is het noodzakelijk dat de jaarlijkse uitgaven ter uitvoering van de activiteitenprogramma’s niet hoger zijn dan de jaarlijkse bedragen die overeenkomstig artikel 110 decies, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 door de lidstaten worden ingehouden.

(5)

Met het oog op een algehele coherentie van de activiteiten van de erkende organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt dient te worden gepreciseerd welke soorten acties subsidiabel zijn en welke niet. Tevens dienen de voorschriften voor de indiening van de programma’s en de criteria voor de selectie van die programma’s te worden vastgesteld. Het is evenwel wenselijk de betrokken lidstaten de mogelijkheid te bieden aanvullende voorwaarden te stellen waaraan de acties moeten voldoen om in aanmerking te komen, zulks voor een betere aanpassing van de acties aan de feitelijke situatie in de sector olijven en olijfolie in het betrokken land.

(6)

De ervaring leert dat het dienstig is een ondergrens voor de communautaire financiering vast te stellen voor op zijn minst het actieterrein „verbetering van de milieueffecten van de olijventeelt” en het actieterrein „traceerbaarheid en certificering en bescherming van de kwaliteit van olijfolie en tafelolijven, in het bijzonder door bewaking van de kwaliteit van de aan eindverbruikers verkochte olijfolie, onder het gezag van de nationale overheid”, zulks om de uitvoering te garanderen van een minimum aan acties op terreinen die gevoelig en tegelijk prioritair zijn.

(7)

Om te garanderen dat de activiteitenprogramma’s binnen vastgestelde termijnen en overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 865/2004 worden uitgevoerd, en om te zorgen voor een doeltreffend administratief beheer van de regeling inzake de erkende organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt, dienen voorschriften te worden vastgesteld voor de aanvragen tot goedkeuring van activiteitenprogramma’s en voor de selectie en de goedkeuring van die programma’s.

(8)

Om een correcte besteding van de per lidstaat beschikbare financiering mogelijk te maken, moet worden voorzien in een jaarlijkse procedure voor het wijzigen van de voor het volgende jaar goedgekeurde activiteitenprogramma’s opdat rekening kan worden gehouden met eventuele naar behoren aangetoonde veranderingen ten opzichte van de oorspronkelijke omstandigheden. Ook moeten de lidstaten de voorwaarden kunnen bepalen die moeten zijn vervuld voor een wijziging van de activiteitenprogramma’s en een herverdeling van de toegewezen bedragen op zodanige wijze dat geen overschrijding plaatsvindt van de jaarlijkse bedragen die de producerende lidstaten overeenkomstig artikel 110 decies, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 hebben ingehouden.

(9)

Om een tijdige start van de werkzaamheden mogelijk te maken, moeten de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt een voorschot van ten hoogste 90 % van de jaarlijkse subsidiabele uitgaven voor het goedgekeurde activiteitenprogramma kunnen ontvangen mits een zekerheid wordt gesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (3).

(10)

Met het oog op een goed beheer van de regels inzake de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt is het noodzakelijk dat de betrokken lidstaten een controleplan opstellen en dat er een sanctieregeling is voor eventuele onregelmatigheden. Bovendien moet worden verlangd dat de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt de resultaten van hun activiteiten meedelen aan de nationale autoriteiten van de betrokken lidstaten en ook dat die resultaten worden doorgegeven aan de Commissie.

(11)

Ter wille van de duidelijkheid en de doorzichtigheid dient Verordening (EG) nr. 1334/2002 van de Commissie van 23 juli 2002 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1638/98 van de Raad ten aanzien van de activiteitenprogramma’s van de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004 en 2004/2005 (4) te worden ingetrokken en door een nieuwe verordening te worden vervangen.

(12)

Het Comité van beheer voor olijfolie en tafelolijven heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Bij de onderhavige verordening worden de uitvoeringsbepalingen van de artikelen 7 en 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 vastgesteld met betrekking tot de erkenning van de organisaties van marktdeelnemers, de voor communautaire financiering in aanmerking komende acties, de goedkeuring van de activiteitenprogramma’s en de uitvoering van de goedgekeurde activiteitenprogramma’s.

Artikel 2

Voorwaarden voor de erkenning van de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt

1.   De lidstaat erkent de organisaties van marktdeelnemers die in aanmerking komen voor communautaire financiering van activiteitenprogramma’s zoals bedoeld in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004.

2.   De lidstaten stellen de erkenningsvoorwaarden vast, die ten minste de volgende voorwaarden omvatten:

a)

de producentenorganisaties bestaan uitsluitend uit olijvenproducenten die niet ook tot een andere erkende producentenorganisatie behoren;

b)

de unies van producentenorganisaties bestaan uitsluitend uit erkende producentenorganisaties die niet ook tot een andere unie van erkende producentenorganisaties behoren;

c)

de andere organisaties van marktdeelnemers bestaan uitsluitend uit deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt die niet tot een andere erkende organisatie van marktdeelnemers behoren;

d)

de brancheorganisaties worden gekenmerkt door een ruime en evenwichtige vertegenwoordiging van alle beroepsgroepen die zijn betrokken bij de productie, de verwerking en de verhandeling van olijfolie en/of tafelolijven;

e)

de organisatie van marktdeelnemers is in staat om een activiteitenprogramma in te dienen voor ten minste één van de in artikel 5, lid 1, onder a) tot en met e), genoemde actieterreinen;

f)

de organisatie van marktdeelnemers verbindt zich ertoe zich aan de in artikel 14 bedoelde controles te onderwerpen.

3.   Voor de beoordeling van de door de organisaties van marktdeelnemers ingediende erkenningsaanvragen nemen de lidstaten met name de volgende aspecten in aanmerking:

a)

de bijzondere kenmerken van de sector olijven en olijfolie in elk door de lidstaten begrensd regionaal productiegebied (hierna „regionaal productiegebied” genoemd);

b)

het belang van de consument en het marktevenwicht;

c)

de verbetering van de kwaliteit van de productie van olijfolie en van tafelolijven;

d)

de schatting van de doeltreffendheid van de ingediende activiteitenprogramma's.

Artikel 3

Procedure voor de erkenning van de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt

1.   Met het oog op haar erkenning dient een organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt vóór een door de lidstaat te bepalen datum en uiterlijk op 15 februari van elk jaar een erkenningsaanvraag in waarin wordt aangetoond dat zij voldoet aan de in artikel 2, lid 2, bedoelde voorwaarden.

De erkenningsaanvraag wordt opgesteld volgens een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat verstrekt model zodat kan worden gecontroleerd of aan de in artikel 2, lid 2, bedoelde voorwaarden wordt voldaan. Zij bevat met name de nodige gegevens om elk lid van de organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt te kunnen identificeren.

2.   Uiterlijk op 1 april van elk jaar van uitvoering van het goedgekeurde activiteitenprogramma wordt de organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt door de lidstaat erkend en ontvangt zij een erkenningsnummer.

3.   De erkenning wordt geweigerd of onverwijld geschorst of ingetrokken indien de organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt niet aan de in artikel 2, lid 2, bedoelde voorwaarden voldoet.

4.   De organisatie van marktdeelnemers behoudt evenwel de rechten die voortvloeien uit haar erkenning tot het tijdstip van de intrekking daarvan, op voorwaarde dat zij te goeder trouw heeft gehandeld wat de naleving van de in artikel 2, lid 2, bedoelde voorwaarden betreft.

Indien de intrekking van de erkenning het gevolg is van het feit dat de organisatie van marktdeelnemers de in artikel 2, lid 2, bedoelde erkenningsvoorwaarden opzettelijk of door grove nalatigheid niet heeft nageleefd, is het intrekkingsbesluit van kracht met ingang van het tijdstip waarop niet langer aan de erkenningsvoorwaarden was voldaan.

5.   De erkenning wordt geweigerd of onverwijld geschorst of ingetrokken indien de organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt:

a)

een sanctie opgelegd heeft gekregen wegens een inbreuk op de bij Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad (5) ingestelde regeling inzake productiesteun in de loop van de verkoopseizoenen 2002/2003 of 2003/2004,

b)

een sanctie opgelegd heeft gekregen wegens een inbreuk op de bij Verordening (EG) nr. 1638/98 van de Raad (6) ingestelde regeling voor de financiering van de activiteitenprogramma’s van de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt in de loop van de verkoopseizoenen 2002/2003 of 2003/2004.

6.   De organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt die door de lidstaat zijn erkend op grond van Verordening (EG) nr. 1334/2002 of tijdens de verkoopseizoenen 2002/2003 tot en met 2004/2005 hebben geprofiteerd van de financiering van activiteitenprogramma’s van organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt, kunnen als erkend op grond van de onderhavige verordening worden beschouwd indien zij aan de in artikel 2, lid 2, bedoelde voorwaarden voldoen.

Artikel 4

Communautaire financiering

1.   De jaarlijkse communautaire financiering van de activiteitenprogramma’s van de organisaties van marktdeelnemers wordt gewaarborgd binnen de grenzen van het op grond van artikel 110 decies, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingehouden bedrag.

De lidstaten vergewissen zich ervan dat de jaarlijkse uitgaven ter uitvoering van goedgekeurde activiteitenprogramma’s niet hoger zijn dan het in de eerste alinea bedoelde bedrag.

2.   De lidstaten zien erop toe dat de communautaire financiering wordt toegewezen naar evenredigheid van de duur van de in artikel 8, lid 1, bedoelde periode.

Artikel 5

Voor communautaire financiering in aanmerking komende acties

1.   De acties die overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 865/2004 voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking komen (hierna „subsidiabele acties” genoemd), zijn de volgende acties:

a)

op het gebied van de follow-up en het administratieve beheer van de markt in de sector olijfolie en tafelolijven:

i)

het verzamelen van gegevens over de sector en de markt overeenkomstig de door de bevoegde nationale autoriteit opgestelde specificaties wat methode, geografische representativiteit en nauwkeurigheid betreft;

ii)

het verrichten van studies, met name over onderwerpen die verband houden met de overige activiteiten die zijn opgenomen in het activiteitenprogramma van de betrokken organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt;

b)

op het gebied van de verbetering van de milieueffecten van de olijventeelt:

i)

collectieve werkzaamheden voor het onderhoud van de olijfgaarden die zeer waardevol zijn voor het milieu, maar verwaarloosd dreigen te worden, uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden die de bevoegde nationale autoriteit op basis van objectieve criteria heeft bepaald ten aanzien van met name de regionale productiegebieden die in aanmerking kunnen komen, en de oppervlakte en het minimumaantal olijvenproducenten waarom het bij die werkzaamheden moet gaan om er effect mee te sorteren;

ii)

de uitwerking van goede landbouwmethoden voor de teelt van de olijfboom op basis van aan de plaatselijke omstandigheden aangepaste milieucriteria, de verspreiding van die methoden onder de olijvenproducenten en de follow-up van de praktische toepassing ervan;

iii)

projecten om de bestrijding van de olijfvlieg met andere technieken dan de toepassing van chemische producten in de praktijk te demonstreren;

iv)

projecten om op milieubescherming en landschapsonderhoud gerichte olijventeelttechnieken, zoals biologische, milieuvriendelijke en geïntegreerde landbouw, in de praktijk te demonsteren;

v)

de toevoeging van gegevens die een milieukarakter dragen, aan het in artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde geografische informatiesysteem voor de olijventeelt;

c)

op het gebied van de verbetering van de kwaliteit van de productie van olijfolie en tafelolijven:

i)

verbetering van de omstandigheden waaronder de olijven worden geteeld, met name door bestrijding van de olijfvlieg, en van de omstandigheden waaronder de olijven worden geoogst, geleverd en opgeslagen vóór de verwerking ervan, in overeenstemming met de door de bevoegde nationale autoriteit vastgestelde technische specificaties;

ii)

rasverbetering in de olijfgaarden van individuele bedrijven op voorwaarde dat daardoor wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het activiteitenprogramma;

iii)

verbetering van de opslagomstandigheden voor en de wijze waarop een meerwaarde wordt gegeven aan de restproducten van de productie van olijfolie en tafelolijven;

iv)

de verlening van technische bijstand aan de olijvenverwerkende industrie ten aanzien van aspecten die verband houden met de kwaliteit van de producten;

v)

de oprichting en de verbetering van laboratoria voor de analyse van olijfolie van eerste persing;

vi)

de opleiding van proevers voor de organoleptische controle van olijfolie van eerste persing;

d)

op het gebied van traceerbaarheid en certificering en bescherming van de kwaliteit van olijfolie en tafelolijven, in het bijzonder door bewaking van de kwaliteit van de aan de eindverbruikers verkochte olijfolie, onder het gezag van de nationale overheid:

i)

de totstandbrenging en het beheer van systemen waarmee de producten kunnen worden getraceerd vanaf de productie door de olijvenproducent tot de verpakking en de etikettering, in overeenstemming met de door de bevoegde nationale autoriteit vastgestelde specificaties;

ii)

de totstandbrenging en het beheer van systemen voor kwaliteitscertificering die op een systeem van risicoanalyse en controle van de kritieke punten zijn gebaseerd, volgens een bestek dat voldoet aan de door de bevoegde nationale autoriteit vastgestelde technische criteria;

iii)

de totstandbrenging en het beheer van follow-upsystemen om na te gaan of de echtheids-, kwaliteits- en handelsnormen voor de op de markt gebrachte olijfolie en tafelolijven worden nageleefd, in overeenstemming met de door de bevoegde nationale autoriteit vastgestelde specificaties;

e)

op het gebied van de verspreiding van informatie over de activiteiten die organisaties van marktdeelnemers ontplooien ter verbetering van de kwaliteit van olijfolie en tafelolijven:

i)

de verspreiding van informatie over de werkzaamheden die de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt verrichten op de onder a), b), c) en d), genoemde gebieden;

ii)

de totstandbrenging en het onderhoud van een internetsite over de activiteiten die de organisaties van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt ontplooien op de onder a), b), c) en d), genoemde gebieden.

Wat de in de eerste alinea, onder c), ii), bedoelde actie betreft, vergewissen de lidstaten zich ervan dat passende maatregelen zijn genomen om de investering of de restwaarde ervan terug te krijgen in het geval dat het lid dat het individuele bedrijf in bezit heeft, de organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt verlaat.

2.   De lidstaat kan aanvullende voorwaarden vaststellen die de subsidiabele acties nader omschrijven, op voorwaarde dat de indiening of de uitvoering van die acties niet onmogelijk wordt gemaakt.

Artikel 6

Verdeling van de communautaire financiering

Op het niveau van elke lidstaat wordt aan elk van de in artikel 5, lid 1, eerste alinea, onder b), van de onderhavige verordening bedoelde actieterreinen ten minste 20 % besteed van het op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 beschikbare bedrag aan communautaire financiering en wordt aan het in artikel 5, lid 1, eerste alinea, onder d), van de onderhavige verordening bedoelde actieterrein ten minste 12 % van dat bedrag aan communautaire financiering besteed.

Indien het in de eerste alinea vermelde minimumpercentage niet volledig voor de daar genoemde actieterreinen wordt gebruikt, mogen de niet-gebruikte bedragen niet voor andere actieterreinen worden gebruikt, maar worden zij opnieuw aan de Gemeenschapsbegroting toegewezen.

Artikel 7

Niet voor communautaire financiering in aanmerking komende activiteiten en kosten

1.   De volgende activiteiten komen niet voor communautaire financiering op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 in aanmerking:

a)

activiteiten waarvoor een andere communautaire financiering dan die waarin artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 voorziet, wordt ontvangen;

b)

activiteiten die rechtstreeks op verhoging van de productie zijn gericht of tot een verhoging van de opslag- of verwerkingscapaciteit leiden;

c)

activiteiten die verband houden met de aankoop of opslag van olijfolie of tafelolijven en activiteiten die van invloed zijn op de prijzen van deze producten;

d)

activiteiten die verband houden met commerciële promotie voor olijfolie of tafelolijven;

e)

activiteiten die verband houden met wetenschappelijk onderzoek;

f)

activiteiten die kunnen leiden tot concurrentievervalsing bij de andere economische activiteiten van de organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt.

2.   Als garantie voor de naleving van het bepaalde in lid 1, onder a), verbinden de organisaties van marktdeelnemers zich er in eigen naam en namens hun leden schriftelijk toe om voor de acties die daadwerkelijk overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 worden gefinancierd, af te zien van elke financiering op grond van een andere communautaire of nationale steunregeling.

3.   In het kader van de uitvoering van de in artikel 5 bedoelde acties zijn onder meer de volgende kostenposten niet subsidiabel:

a)

de aflossingen van leningen (met name in de vorm van annuïteiten) die zijn gesloten voor een actie die volledig of gedeeltelijk vóór de aanvang van het activiteitenprogramma is uitgevoerd;

b)

de bedragen die aan marktdeelnemers die aan vergaderingen en opleidingsprogramma’s deelnemen, worden betaald ter compensatie van de inkomensverliezen;

c)

de door de lidstaten en door de begunstigden van steun uit het EOGFL verrichte uitgaven voor administratieve en personeelskosten worden niet door het EOGFL gefinancierd;

d)

de aankoop van onbebouwde grond;

e)

de aankoop van tweedehandsmaterieel;

f)

de aan leaseovereenkomsten verbonden kosten zoals belastingen, rente en verzekeringskosten;

g)

huur in het geval dat daaraan de voorkeur wordt gegeven boven aankoop, en de operationele kosten die met gehuurde goederen zijn gemoeid.

4.   De lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden vaststellen die de in de leden 1 en 3 bedoelde niet-subsidiabele activiteiten en kosten nader omschrijven.

Artikel 8

Activiteitenprogramma’s en aanvraag tot goedkeuring

1.   De op grond van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 865/2004 voor communautaire financiering in aanmerking komende activiteitenprogramma’s moeten worden uitgevoerd over een periode van ten hoogste drie jaar. De eerste periode begint op 1 april 2006. De volgende perioden beginnen om de drie jaar op 1 april.

2.   Elke overeenkomstig de onderhavige verordening erkende organisatie van marktdeelnemers kan vóór een door de lidstaat te bepalen datum en uiterlijk op 15 februari van elk jaar een aanvraag tot goedkeuring indienen voor een enkel activiteitenprogramma.

De aanvraag tot goedkeuring omvat de volgende elementen:

a)

de identificatie van de betrokken organisatie van deelnemers aan de olijven- en olijfoliemarkt;

b)

de gegevens met betrekking tot de in artikel 9, lid 1, genoemde selectiecriteria;

c)

een beschrijving, de motivering en het tijdschema voor de uitvoering van elke voorgestelde actie;

d)

het uitgavenplan, uitgesplitst naar actie en naar actieterrein zoals aangegeven in artikel 5 en verdeeld in tranches van twaalf maanden vanaf de datum van goedkeuring van het activiteitenprogramma, met aparte vermelding van de algemene kosten, die niet meer dan 2 % van het totaal mogen bedragen, en van de overige belangrijkste kostensoorten;

e)

het financieringsplan naar actieterrein zoals aangegeven in artikel 5, verdeeld in tranches van ten hoogste twaalf maanden vanaf de datum van goedkeuring van het activiteitenprogramma, onder vermelding van met name de gevraagde communautaire financiering met inbegrip van de voorschotten en, in voorkomend geval, de financiële bijdragen van de marktdeelnemers en de nationale bijdrage;

f)

een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve doeltreffendheidsindicatoren die het mogelijk zullen maken om het programma tijdens de uitvoering en achteraf te evalueren op basis van de door de lidstaat vastgestelde algemene beginselen;

g)

het bewijs dat een bankgarantie voor een bedrag dat ten minste gelijk is aan 5 % van de gevraagde communautaire financiering, is gesteld;

h)

een verzoek tot betaling van een voorschot overeenkomstig artikel 11;

i)

de in artikel 7, lid 2, bedoelde verbintenis;

j)

voor de brancheorganisaties en de unies van producentenorganisaties, de identificatie van de organisaties van marktdeelnemers die verantwoordelijk zijn voor de daadwerkelijke uitvoering van de uitbestede acties in hun programma’s;

k)

voor de organisaties van marktdeelnemers die deel uitmaken van een unie van producentenorganisaties of een brancheorganisatie, een verklaring dat de in hun programma’s geplande acties niet vallen onder een andere aanvraag voor communautaire financiering overeenkomstig deze verordening.

Artikel 9

Selectie en goedkeuring van de activiteitenprogramma’s

1.   De lidstaat selecteert de activiteitenprogramma’s aan de hand van de volgende criteria:

a)

de algemene kwaliteit van het programma en de coherentie ervan met de door de lidstaat vastgestelde beleidslijnen en prioriteiten voor de sector olijven en olijfolie in het betrokken regionale productiegebied;

b)

de financiële geloofwaardigheid van de organisatie van marktdeelnemers en de vraag of haar middelen zijn afgestemd op de doeleinden die met de uitvoering van de voorgestelde acties worden beoogd;

c)

de grootte van het regionale productiegebied waarop het activiteitenprogramma betrekking heeft;

d)

de verscheidenheid van de economische situaties in het regionale productiegebied waarmee in het activiteitenprogramma rekening wordt gehouden;

e)

de aanwezigheid van verscheidene actieterreinen en de hoogte van de financiële bijdrage van de marktdeelnemers;

f)

de door de lidstaat vastgestelde kwantitatieve en kwalitatieve doeltreffendheidsindicatoren die het mogelijk zullen maken het programma tijdens de uitvoering en achteraf te evalueren.

De lidstaat houdt rekening met de verdeling van de aanvragen over de verschillende soorten organisaties van marktdeelnemers en met het belang van elk regionaal productiegebied voor de sector olijven en olijfolie.

2.   De lidstaat wijst de activiteitenprogramma’s af die onvolledig zijn of onjuiste gegevens bevatten of een van de in artikel 7 genoemde niet-subsidiabele activiteiten bevatten.

3.   Uiterlijk op 15 maart van elk jaar stelt de lidstaat de organisaties van marktdeelnemers in kennis van de goedgekeurde activiteitenprogramma’s en in voorkomend geval van de activiteitenprogramma’s waarvoor hij de desbetreffende nationale financiering toekent.

De definitieve goedkeuring van een activiteitenprogramma kan afhankelijk worden gesteld van de opneming daarin van wijzigingen die door de lidstaat nuttig worden geacht. In dat geval deelt de betrokken organisatie van marktdeelnemers haar instemming mee binnen 15 dagen te rekenen vanaf de mededeling van de wijzigingen.

4.   In het geval dat het voorgestelde activiteitenprogramma niet wordt goedgekeurd, geeft de lidstaat de in artikel 8, lid 2, onder g), bedoelde garantie onmiddellijk vrij.

5.   De lidstaten zorgen ervoor dat het bedrag aan communautaire financiering binnen elke categorie van organisaties van marktdeelnemers wordt toegewezen met inachtneming van de waarde van de door de leden van de organisaties van marktdeelnemers geproduceerde of verkochte olijfolie.

Artikel 10

Wijziging van de activiteitenprogramma’s

1.   Een organisatie van marktdeelnemers kan volgens een door de lidstaat te bepalen procedure verzoeken wijzigingen in de inhoud en de begroting van haar reeds goedgekeurde activiteitenprogramma te mogen aanbrengen met dien verstande dat deze wijzigingen niet mogen leiden tot een overschrijding van het overeenkomstig artikel 110 decies, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingehouden bedrag.

2.   Elk verzoek het activiteitenprogramma te mogen wijzigen, gaat vergezeld van toelichtingen waarin de reden voor en de aard en de gevolgen van de voorgestelde wijzigingen nader zijn omschreven. De organisatie van marktdeelnemers dient het verzoek ten minste zes maanden vóór het begin van de uitvoering van de betrokken actie in bij de bevoegde autoriteit.

3.   Indien organisaties van marktdeelnemers die zijn gefuseerd, voordien afzonderlijke activiteitenprogramma’s uitvoerden, voeren zij die programma’s op parallelle en afzonderlijke wijze uit tot 1 januari van het jaar na de fusie. Deze organisaties voegen hun activiteitenprogramma’s samen door overeenkomstig de leden 1 en 2 te verzoeken hun respectieve activiteitenprogramma’s te mogen wijzigen.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten de organisaties van marktdeelnemers die daar om gegronde redenen om verzoeken, toestemming verlenen om hun respectieve activiteitenprogramma’s op parallelle wijze uit te voeren zonder deze samen te voegen.

4.   Uiterlijk twee maanden na ontvangst van het in lid 2 bedoelde wijzigingsverzoek deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat, na de verstrekte documenten te hebben onderzocht, haar besluit aan de betrokken organisatie van marktdeelnemers mee. Elk wijzigingsverzoek waarover niet binnen deze termijn een besluit is genomen, wordt geacht te zijn ingewilligd.

5.   In het geval dat de door de organisatie van marktdeelnemers verkregen communautaire financiering lager is dan die waarin het goedgekeurde programma voorziet, mogen de begunstigden hun programma aan de verkregen financiering aanpassen.

Artikel 11

Voorschotten

1.   De organisatie van marktdeelnemers die overeenkomstig artikel 8, lid 2, onder h), daarom heeft verzocht, ontvangt onder de in lid 2 van het onderhavige artikel vermelde voorwaarden een voorschot van in totaal ten hoogste 90 % van de subsidiabele uitgaven die zijn gepland voor elk jaar waarop het goedgekeurde activiteitenprogramma betrekking heeft.

2.   In de loop van de maand na het begin van de uitvoering voor elk jaar van het goedgekeurde activiteitenprogramma betaalt de lidstaat de betrokken organisatie van marktdeelnemers een eerste tranche ten belope van een derde van het in lid 1 bedoelde bedrag.

Een tweede tranche die overeenkomt met de resterende twee derde van het in lid 1 bedoelde bedrag, wordt betaald na de in lid 3 bedoelde verificatie.

3.   De lidstaat verifieert of elke tranche van het voorschot daadwerkelijk is besteed alvorens de volgende tranche te betalen.

Hij verricht deze verificatie aan de hand van het in artikel 13 bedoelde verslag of door een controle ter plaatse zoals bedoeld in artikel 14.

4.   De in lid 2 bedoelde betalingen worden slechts verricht indien de betrokken organisatie van marktdeelnemers overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2220/85 een zekerheid heeft gesteld ten belope van 110 % van het gevraagde voorschotbedrag. De primaire eis in de zin van artikel 20, lid 2, van de genoemde verordening is de uitvoering van de acties die in het goedgekeurde activiteitenprogramma zijn opgenomen.

Nadat de in de eerste alinea bedoelde zekerheid is gesteld, geeft de lidstaat de in artikel 8, lid 2, onder g), bedoelde garantie onmiddellijk vrij.

5.   Vóór een door de lidstaat te bepalen datum en uiterlijk aan het einde van elk jaar van uitvoering van het activiteitenprogramma kunnen de betrokken organisaties van marktdeelnemers een verzoek tot vrijgave van de in lid 4 bedoelde zekerheid indienen voor ten hoogste een bedrag dat gelijk is aan de helft van de daadwerkelijk verrichte uitgaven. De lidstaat bepaalt en controleert de bewijsstukken waarvan dit verzoek vergezeld gaat, en geeft de zekerheden voor de betrokken uitgaven vrij uiterlijk in de loop van de tweede maand na die waarin het verzoek is ingediend.

Artikel 12

Aanvraag voor communautaire financiering

1.   Met het oog op de betaling van de communautaire financiering zoals bedoeld in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 dient een organisatie van marktdeelnemers vóór een door de lidstaat te bepalen datum en uiterlijk drie maanden na het einde van elk jaar van uitvoering van haar activiteitenprogramma een financieringsaanvraag in bij het betaalorgaan.

De lidstaat kan de organisaties van marktdeelnemers het saldo van de communautaire financiering voor elk jaar van uitvoering van het activiteitenprogramma betalen na aan de hand van het in artikel 13 bedoelde verslag of door een controle ter plaatse zoals bedoeld in artikel 14 te hebben geverifieerd of de in artikel 11, lid 2, bedoelde twee voorschottranches daadwerkelijk zijn besteed.

Elke aanvraag voor communautaire financiering die na de in de eerste alinea bedoelde datum wordt ingediend, is onontvankelijk en de bedragen die eventueel bij wijze van communautaire financiering van het programma zijn ontvangen, worden volgens de procedure van artikel 17 terugbetaald.

2.   De aanvraag voor communautaire financiering wordt volgens een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat te verstrekken model opgesteld. Om ontvankelijk te zijn moet de aanvraag vergezeld gaan van:

a)

de bewijzen van:

i)

de in de periode van uitvoering van het activiteitenprogramma gedane uitgaven (facturen en bankdocumenten die de betaling ervan bewijzen);

ii)

in voorkomend geval, de daadwerkelijke betaling van de financiële bijdragen van de marktdeelnemers en de betrokken lidstaat;

b)

een verslag dat de volgende elementen omvat:

i)

een nauwkeurige beschrijving van de onderdelen van het programma die zijn uitgevoerd, ingedeeld naar de actieterreinen zoals aangegeven in artikel 5;

ii)

in voorkomend geval, de rechtvaardiging en de financiële gevolgen van de verschillen tussen de onderdelen van het door de lidstaat goedgekeurde activiteitenprogramma en de daadwerkelijk uitgevoerde onderdelen van het activiteitenprogramma;

iii)

een evaluatie van het uitgevoerde activiteitenprogramma aan de hand van de in artikel 8, lid 2, onder f), bedoelde indicatoren.

3.   Elke financieringsaanvraag die niet aan de in de leden 1 en 2 vastgestelde voorwaarden voldoet, wordt afgewezen. De betrokken organisatie van marktdeelnemers kan binnen een door de lidstaat te bepalen termijn een nieuwe financieringsaanvraag indienen.

4.   Elke aanvraag betreffende uitgaven die meer dan twee maanden na het einde van de periode van uitvoering van het activiteitenprogramma zijn betaald, wordt afgewezen.

5.   Uiterlijk drie maanden na de datum waarop de financieringsaanvraag en de in lid 2 bedoelde begeleidende documenten zijn ingediend, gaat de lidstaat, na de begeleidende documenten te hebben onderzocht en de in artikel 14 bedoelde controles te hebben verricht, ertoe over de verschuldigde communautaire financiering te betalen en in voorkomend geval de in artikel 8, lid 2, onder g), bedoelde garantie of de in artikel 11, lid 4, bedoelde zekerheid vrij te geven.

Artikel 13

Verslag van de organisaties van marktdeelnemers

1.   Vanaf het jaar 2007 dienen de organisaties van marktdeelnemers elk jaar vóór 1 mei jaarverslagen in over de tenuitvoerlegging van de activiteitenprogramma’s in het voorgaande kalenderjaar. Deze verslagen hebben betrekking op de volgende elementen:

a)

de uitgevoerde of in uitvoering zijnde onderdelen van het activiteitenprogramma;

b)

de belangrijkste wijzigingen van het activiteitenprogramma;

c)

een evaluatie van de reeds behaalde resultaten aan de hand van de in artikel 8, lid 2, onder f), bedoelde indicatoren.

Voor het laatste jaar van uitvoering van het activiteitenprogramma worden de in de eerste alinea bedoelde verslagen vervangen door een eindverslag.

2.   Voor de activiteitenprogramma’s met een looptijd van minder dan één jaar moet het eindverslag worden ingediend uiterlijk twee maanden na het einde van de uitvoering van het programma.

3.   Het eindverslag vormt een evaluatie van het activiteitenprogramma en omvat ten minste de volgende elementen:

a)

een uiteenzetting, gebaseerd op ten minste de in artikel 9, lid 1, onder f), bedoelde indicatoren en op welke andere relevante criteria dan ook, waarin wordt aangegeven in hoeverre de met het programma nagestreefde doelstellingen zijn verwezenlijkt;

b)

een uiteenzetting waarin de in het activiteitenprogramma aangebrachte wijzigingen worden toegelicht;

c)

in voorkomend geval, informatie over de elementen waarmee bij de uitwerking van het volgende activiteitenprogramma rekening moet worden gehouden.

Artikel 14

Controles ter plaatse

1.   De lidstaten gaan na of de voorwaarden voor toekenning van de communautaire financiering worden nageleefd, met name wat de volgende aspecten betreft:

a)

de naleving van de erkenningsvoorwaarden;

b)

de uitvoering van de goedgekeurde activiteitenprogramma's, en met name van de investeringsmaatregelen;

c)

de daadwerkelijk verrichte uitgaven in vergelijking met de gevraagde financiering en de financiële bijdrage van de betrokken marktdeelnemers.

2.   De bevoegde autoriteit zet plannen voor controles ter plaatse op die overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 865/2004 betrekking hebben op een steekproef van organisaties van marktdeelnemers. De bevoegde autoriteit selecteert de steekproef door middel van een risicoanalyse op zodanige wijze dat:

de producentenorganisaties en de unies van producentenorganisaties alle ten minste eenmaal na de betaling van het voorschot en vóór de eindbetaling van de communautaire financiering ter plaatse worden gecontroleerd;

de overige organisaties van marktdeelnemers en de brancheorganisaties alle in elk jaar van de periode van uitvoering van elk goedgekeurd activiteitenprogramma worden gecontroleerd tenzij zij in de loop van het jaar een voorschot hebben ontvangen, in welk geval de controle wordt verricht na de datum waarop dat voorschot is betaald.

Indien de controles onregelmatigheden aan het licht brengen, verricht de bevoegde autoriteit in het lopende jaar extra controles en verhoogt zij het in het volgende jaar te controleren aantal organisaties van marktdeelnemers.

3.   De controles ter plaatse worden onverwachts uitgevoerd. Om de materiële organisatie van de controles te vergemakkelijken, mag een te verrichten controle evenwel ten hoogste 48 uur van tevoren aan de te controleren organisatie van marktdeelnemers worden gemeld.

4.   De bevoegde autoriteit bepaalt de te controleren organisaties van marktdeelnemers op basis van een risicoanalyse aan de hand van de volgende criteria:

a)

het bedrag van de financiering voor het goedgekeurde activiteitenprogramma;

b)

de aard van de in het kader van het activiteitenprogramma gefinancierde acties;

c)

de mate van voortgang bij de uitvoering van de activiteitenprogramma’s;

d)

de bevindingen bij de controles ter plaatse of bij de verificaties in het kader van de erkenningsprocedure;

e)

andere, door de lidstaten te bepalen risicocriteria.

5.   De duur van elke controle ter plaatse is in overeenstemming met de mate van voortgang bij de uitvoering van het goedgekeurde activiteitenprogramma.

Artikel 15

Controleverslagen

Over elke controle ter plaatse wordt een gedetailleerd controleverslag opgesteld waarin met name de volgende gegevens worden vermeld:

a)

de datum en de duur van de controle;

b)

een lijst van de aanwezige personen;

c)

een lijst van de gecontroleerde facturen;

d)

referentiegegevens over facturen die zijn geselecteerd in de boekhoudbescheiden (aankoop- of verkoopadministratie en BTW-administratie waarin de geselecteerde facturen zijn ingeschreven);

e)

de bankdocumenten die de betaling van de geselecteerde bedragen bewijzen;

f)

een opgave van de reeds uitgevoerde acties die specifiek ter plaatse zijn onderzocht.

Artikel 16

Correcties en sancties

1.   Indien de in artikel 3, lid 3, bedoelde intrekking van de erkenning het gevolg is van het feit dat de organisatie van marktdeelnemers de gestelde voorwaarden opzettelijk of door grove nalatigheid niet heeft nageleefd, wordt de organisatie van marktdeelnemers uitgesloten van financiering voor het gehele activiteitenprogramma en betaalt zij de bevoegde autoriteit tevens een bedrag dat gelijk is aan het bedrag aan financiering waarop de uitsluiting betrekking heeft.

2.   Indien een bepaalde actie niet overeenkomstig het activiteitenprogramma wordt uitgevoerd, wordt de organisatie van marktdeelnemers uitgesloten van financiering voor de betrokken actie. Deze uitsluiting geldt niet indien de organisatie van marktdeelnemers correcte feitelijke gegevens heeft verstrekt of op enige andere wijze kan aantonen dat haar geen schuld treft.

3.   De volgende sancties gelden voor de organisaties van marktdeelnemers wanneer onregelmatigheden bij de uitvoering van het activiteitenprogramma worden geconstateerd:

a)

in geval van een onregelmatigheid door nalatigheid:

i)

wordt de organisatie van marktdeelnemers uitgesloten van financiering voor de betrokken actie;

ii)

betaalt de organisatie van marktdeelnemers de bevoegde autoriteit tevens een bedrag dat gelijk is aan het bedrag aan financiering waarop de uitsluiting betrekking heeft;

b)

in geval van een opzettelijke onregelmatigheid, valse verklaringen daaronder begrepen:

i)

wordt de organisatie van marktdeelnemers uitgesloten van financiering voor het gehele activiteitenprogramma;

ii)

betaalt de organisatie van marktdeelnemers de bevoegde autoriteit tevens een bedrag dat gelijk is aan het bedrag aan financiering waarop de uitsluiting betrekking heeft;

iii)

wordt de organisatie van marktdeelnemers uitgesloten van communautaire financiering in het kader van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 865/2004 gedurende de gehele periode van drie jaar na die waarvoor de onregelmatigheid is geconstateerd.

4.   De bedragen die voortvloeien uit de toepassing van correcties of sancties overeenkomstig het onderhavige artikel, worden overgemaakt aan het betaalorgaan en in mindering gebracht op de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw gefinancierde uitgaven.

Artikel 17

Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen

1.   Elk onverschuldigd betaald bedrag, in voorkomend geval verhoogd met de overeenkomstig lid 2 berekende rente, wordt door de bevoegde autoriteit van de lidstaat teruggevorderd.

2.   De rente wordt berekend:

a)

op basis van de periode die tussen de betaling en de terugbetaling door de begunstigde is verstreken;

b)

op basis van de op de datum van de onverschuldigde betaling geldende rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties van de Europese Centrale Bank zoals bekendgemaakt in reeks C van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met 3 procentpunten.

3.   De lidstaat kan in het geval dat een later niet subsidiabel gebleken maatregel is uitgevoerd overeenkomstig het goedgekeurde activiteitenprogramma, besluiten de verschuldigde financiering te betalen of reeds betaalde bedragen niet terug te vorderen indien een dergelijk besluit is toegestaan in uit de nationale begroting gefinancierde vergelijkbare gevallen en indien de organisatie van marktdeelnemers niet uit nalatigheid of met opzet heeft gehandeld.

4.   De op grond van dit artikel ingevorderde of betaalde bedragen worden overgemaakt aan het betaalorgaan en in mindering gebracht op de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw gefinancierde uitgaven.

Artikel 18

Mededelingen door de lidstaten

1.   Uiterlijk op 31 januari 2006 stellen de olijfolieproducerende lidstaten de Commissie in kennis van de nationale maatregelen ter uitvoering van deze verordening, en met name van de maatregelen met betrekking tot:

a)

de in artikel 2, lid 2, bedoelde voorwaarden voor de erkenning van de organisaties van marktdeelnemers;

b)

de aanvullende voorwaarden die de subsidiabele acties nader omschrijven, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2;

c)

de in artikel 9, lid 1, onder a), bedoelde beleidslijnen en prioriteiten voor de sector olijven en olijfolie en de in artikel 9, lid 1, onder f), bedoelde kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren;

d)

de nadere voorschriften inzake de in artikel 11 bedoelde voorschottenregeling en, in voorkomend geval, de regeling voor de betaling van de nationale financieringen;

e)

de toepassing van de in artikel 14 bedoelde controles en van de in artikel 16 bedoelde sancties en correcties;

f)

de in artikel 12, lid 3, bedoelde termijn.

2.   Uiterlijk op 1 mei van elk jaar van uitvoering van de goedgekeurde activiteitenprogramma’s verstrekken de lidstaten de Commissie de gegevens over:

a)

de erkende organisaties van marktdeelnemers;

b)

de activiteitenprogramma’s en de kenmerken daarvan, uitgesplitst naar de soorten van organisaties van marktdeelnemers, naar de actieterreinen en naar de regionale productiegebieden;

c)

het voor elk activiteitenprogramma toegewezen bedrag aan financiering;

d)

het voor de communautaire financiering per begrotingsjaar beoogde tijdschema voor de gehele looptijd van de activiteitenprogramma’s.

3.   Uiterlijk op 10 september van elk jaar van uitvoering van de goedgekeurde activiteitenprogramma’s doen de lidstaten de Commissie een verslag over de uitvoering van deze verordening toekomen dat ten minste de volgende elementen omvat:

a)

het aantal gefinancierde activiteitenprogramma’s, de begunstigden, de voor de olijventeelt gebruikte oppervlakten, de oliefabrieken, de verwerkingsinstallaties en de betrokken hoeveelheden olijfolie en tafelolijven;

b)

de kenmerken van de op elk van de actieterreinen ontwikkelde acties;

c)

de verschillen tussen de voorgenomen en de daadwerkelijk uitgevoerde acties en de gevolgen daarvan voor de uitgaven;

d)

een beschrijving en een evaluatie van de resultaten, met name op basis van de in artikel 12, lid 2, onder b), iii), bedoelde evaluaties van de activiteitenprogramma’s;

e)

de statistische gegevens over de overeenkomstig de artikelen 14 en 15 verrichte controles en de overeenkomstig artikel 16 toegepaste sancties of correcties;

f)

de uitgaven, uitgesplitst naar de activiteitenprogramma’s en naar de actieterreinen, en de communautaire financiële bijdragen, de nationale financiële bijdragen en de financiële bijdragen van de marktdeelnemers.

4.   De in dit artikel bedoelde mededelingen gebeuren langs elektronische weg volgens de door de Commissie aan de lidstaten gegeven aanwijzingen.

Artikel 19

Overgangsbepaling

1.   De lidstaten kunnen de communautaire financiering voor het eerste jaar van uitvoering van het programma voorschieten.

2.   Dit voorschot moet beperkt blijven tot het bedrag dat overeenstemt met de communautaire financiering.

3.   De uitgaven die voortvloeien uit de betaling van het in lid 2 bedoelde voorschot, worden gedeclareerd in het kader van de uitgaven die worden verricht in de periode van 16 tot en met 31 oktober 2006.

Artikel 20

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1334/2002 wordt ingetrokken.

Artikels 9, 10 en 11, lid 3, van die verordening blijven evenwel van toepassing voor de activiteitenprogramma’s voor het verkoopseizoen 2004/2005.

Artikel 21

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 161 van 30.4.2004, blz. 97; gerectificeerd in PB L 206 van 9.6.2004, blz. 37.

(2)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 118/2005 van de Commissie (PB L 24 van 27.1.2005, blz. 15).

(3)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 673/2004 (PB L 105 van 14.4.2004, blz. 17).

(4)  PB L 195 van 24.7.2002, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1331/2004 (PB L 247 van 21.7.2004, blz. 5).

(5)  PB 172 van 30.9.1966, blz. 3025/66.

(6)  PB L 210 van 28.7.1998, blz. 32.


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/19


VERORDENING (EG) Nr. 2081/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor 2006 voor maniok van oorsprong uit Thailand

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van de Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL, die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (1), en met name op artikel 1, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap heeft zich er bij de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie toe verbonden om voor producten van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714 10 99, van oorsprong uit Thailand, een tariefcontingent te openen van maximaal 21 miljoen t per periode van vier jaar, waarvoor het douanerecht tot 6 % wordt verlaagd. Dit contingent moet door de Commissie worden geopend en beheerd.

(2)

Aan de hand van een beheersysteem moet worden gegarandeerd dat in het kader van het betrokken tariefcontingent alleen producten van oorsprong uit Thailand kunnen worden ingevoerd. Daarom moet blijven gelden dat voor de afgifte van een invoercertificaat een door de Thaise autoriteiten afgegeven uitvoercertificaat moet worden overgelegd, waarvan het model aan de Commissie is meegedeeld.

(3)

Aangezien de invoer van de betrokken producten in de Gemeenschap traditioneel wordt beheerd op kalenderjaarbasis, is het dienstig dit systeem te handhaven. Derhalve moet een contingent voor 2006 worden geopend.

(4)

Voor invoer van producten van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714 10 99 moet een invoercertificaat worden overgelegd overeenkomstig de voorschriften die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (2), alsmede overeenkomstig de voorschriften die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1342/2003 van de Commissie van 28 juli 2003 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (3).

(5)

In het licht van de opgedane ervaring en aangezien de communautaire concessie betrekking heeft op een totale hoeveelheid voor vier jaar van 21 000 000 t, met een jaarlijks maximum van 5 500 000 t, is het dienstig maatregelen te handhaven waardoor het mogelijk wordt om hetzij de hoeveelheid boven de in het invoercertificaat vermelde hoeveelheid onder bepaalde voorwaarden in het vrije verkeer te brengen, hetzij toe te staan dat het verschil wordt overgeboekt wanneer de werkelijk ingevoerde hoeveelheid kleiner is dan de in het invoercertificaat vermelde hoeveelheid.

(6)

Met het oog op een correcte toepassing van de overeenkomst moet een strikte en stelselmatige controle worden ingevoerd waarbij rekening wordt gehouden met de in het Thaise uitvoercertificaat vermelde gegevens en met de werkwijze die de Thaise autoriteiten volgen met betrekking tot de afgifte van de uitvoercertificaten.

(7)

Wanneer meer wordt aangevraagd dan beschikbaar is, moeten de hoeveelheden met behulp van een verminderingsmechanisme worden verlaagd, om te voorkomen dat de vastgestelde jaarlijkse hoeveelheid wordt overschreden.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

OPENING VAN HET CONTINGENT

Artikel 1

1.   Er wordt een tariefcontingent geopend voor de invoer van 5 500 000 t maniok van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714 10 99, van oorsprong uit Thailand, in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2006.

In het kader van dit contingent wordt een douanerecht van 6 % ad valorem toegepast.

Dit contingent heeft volgnummer 09.4008.

2.   De in lid 1 bedoelde producten vallen onder de in deze verordening vastgestelde regeling indien zij worden ingevoerd met een invoercertificaat dat wordt afgegeven tegen overlegging van een door het Department of Foreign Trade, Ministry of Commerce, Government of Thailand, afgegeven certificaat voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, hierna „uitvoercertificaat” te noemen.

HOOFDSTUK II

UITVOERCERTIFICATEN

Artikel 2

1.   Van het uitvoercertificaat worden een origineel en ten minste één kopie opgesteld op een formulier dat overeenstemt met het model in bijlage I.

Het formaat van het formulier is ongeveer 210 × 297 mm. Het origineel wordt gedrukt op wit papier met een geguillocheerde gele onderdruk die vervalsingen met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

2.   Het uitvoercertificaat wordt in het Engels ingevuld.

3.   Het origineel en de kopieën van het uitvoercertificaat worden met de schrijfmachine of met de hand ingevuld. In het laatste geval moeten zij met inkt en in drukletters worden ingevuld.

4.   Elk uitvoercertificaat heeft een voorgedrukt volgnummer; bovendien wordt in het bovenste vak een certificaatnummer aangebracht. Het origineel en de kopieën hebben dezelfde nummers.

Artikel 3

1.   De uitvoercertificaten zijn 120 dagen geldig vanaf de datum van afgifte. De datum van afgifte van het certificaat is begrepen in de geldigheidsduur.

Het uitvoercertificaat is slechts geldig indien de vakken op het certificaat naar behoren zijn ingevuld, overeenkomstig de aanwijzingen, en het naar behoren is geviseerd overeenkomstig lid 2. In het vak „Shipped weight” moet de hoeveelheid worden aangegeven in cijfers en in letters.

2.   Het uitvoercertificaat is naar behoren geviseerd wanneer de datum van afgifte is vermeld en wanneer het is voorzien van het stempel van de instantie van afgifte en de handtekening van de bevoegde persoon of personen.

HOOFDSTUK III

INVOERCERTIFICATEN

Artikel 4

De aanvraag om een invoercertificaat voor producten van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714 10 99, van oorsprong uit Thailand, opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1291/2000 en Verordening (EG) nr. 1342/2003 moet bij de bevoegde instanties van de lidstaten worden ingediend samen met het origineel van het uitvoercertificaat.

Het origineel van dit uitvoercertificaat wordt bewaard door de instantie die het invoercertificaat afgeeft. Als het invoercertificaat echter slechts voor een gedeelte van de op het uitvoercertificaat vermelde hoeveelheid wordt aangevraagd, vermeldt de instantie die het invoercertificaat afgeeft, op het origineel van het uitvoercertificaat de hoeveelheid waarvoor dat uitvoercertificaat is gebruikt, voorziet het van haar stempel en geeft het terug aan de belanghebbende.

Voor de afgifte van het invoercertificaat dient alleen rekening te worden gehouden met de op het uitvoercertificaat als „Shipped weight” vermelde hoeveelheid.

Artikel 5

Wanneer wordt geconstateerd dat bij een levering hoeveelheden worden gelost die groter zijn dan de hoeveelheden die zijn vermeld in de voor deze levering afgegeven invoercertificaten, doen de bevoegde autoriteiten die de betrokken invoercertificaten op verzoek van de importeur hebben afgegeven, voor ieder geval afzonderlijk en zo spoedig mogelijk via elektronische weg aan de Commissie mededeling van de nummers van de Thaise uitvoercertificaten, de nummers van de invoercertificaten, de geloste extra hoeveelheid en de naam van het schip.

De Commissie stelt zich in verbinding met de Thaise autoriteiten voor het opstellen van nieuwe uitvoercertificaten.

In afwachting dat de certificaten worden opgesteld, mogen de overtollige hoeveelheden niet onder de in deze verordening bepaalde voorwaarden in het vrije verkeer worden gebracht zolang voor de betrokken hoeveelheden geen nieuwe invoercertificaten worden overgelegd.

De nieuwe invoercertificaten worden afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.

Artikel 6

Wanneer echter wordt vastgesteld dat de bij een levering feitelijk geloste hoeveelheden niet meer dan 2 % groter zijn dan de in de overgelegde invoercertificaten vermelde hoeveelheden, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het betrokken product in het vrije verkeer wordt gebracht, op verzoek van de importeur in afwijking van artikel 5, derde alinea, toestaan dat de geloste extra hoeveelheden tegen betaling van een tot 6 % ad valorem beperkt douanerecht in het vrije verkeer worden gebracht, voor zover de importeur een zekerheid stelt waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen het in het douanetarief vastgestelde douanerecht en het door hem betaalde douanerecht.

De zekerheid wordt vrijgegeven tegen overlegging van een aanvullend invoercertificaat voor de betrokken hoeveelheden aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar deze hoeveelheden in het vrije verkeer worden gebracht. De aanvraag om een aanvullend certificaat houdt niet de verplichting in om de in artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 of in artikel 8 van deze verordening bedoelde zekerheid met betrekking tot het certificaat te stellen.

Het aanvullende invoercertificaat wordt afgegeven onder de in artikel 10 bepaalde voorwaarden en tegen overlegging van één of meer nieuwe door de Thaise autoriteiten afgegeven uitvoercertificaten.

In vak 20 van het aanvullende invoercertificaat moet één van de in bijlage II opgenomen vermeldingen voorkomen.

Behoudens overmacht wordt de zekerheid verbeurd voor de hoeveelheden waarvoor geen aanvullend invoercertificaat is overgelegd binnen vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de in de eerste alinea bedoelde aangifte tot het in het vrije verkeer brengen is aanvaard. Meer in het bijzonder wordt de zekerheid verbeurd voor de hoeveelheden waarvoor op grond van artikel 10, eerste alinea, geen aanvullend invoercertificaat kon worden afgegeven.

Nadat het aanvullende invoercertificaat door de bevoegde autoriteit is afgeboekt en geviseerd, wordt het bij de vrijgave van de in de eerste alinea bedoelde zekerheid zo spoedig mogelijk aan de instantie van afgifte teruggezonden.

Artikel 7

De invoercertificaataanvragen op grond van deze verordening kunnen in elke lidstaat worden ingediend en de afgegeven certificaten zijn in de gehele Gemeenschap geldig.

Artikel 5, lid 1, eerste alinea, vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 geldt niet voor invoer in het kader van deze verordening.

Artikel 8

In afwijking van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2003 bedraagt de zekerheid voor de in deze verordening bedoelde invoercertificaten 5 EUR per ton.

Artikel 9

1.   In vak 8 van de aanvraag om het invoercertificaat en van het certificaat zelf moet de vermelding „Thailand” worden aangebracht.

2.   Op het invoercertificaat komt het volgende voor:

a)

in vak 24, één van de in bijlage III opgenomen vermeldingen;

b)

in vak 20, de volgende vermeldingen:

i)

de naam van het schip zoals aangegeven in het Thaise uitvoercertificaat,

ii)

het nummer en de datum van het Thaise uitvoercertificaat.

3.   Het invoercertificaat kan slechts tot staving van de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen worden aanvaard wanneer met name uit een kopie van het connossement die door de belanghebbende wordt overgelegd, blijkt dat de producten waarvoor de toelating tot het vrije verkeer wordt gevraagd, naar de Gemeenschap zijn vervoerd met het schip dat is vermeld op het invoercertificaat.

4.   Onder voorbehoud van artikel 6 van deze verordening en in afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 mag de in het vrije verkeer gebrachte hoeveelheid niet groter zijn dan de in de vakken 17 en 18 van het invoercertificaat vermelde hoeveelheid. In vak 19 van het certificaat wordt daartoe het cijfer „0” ingevuld.

Artikel 10

1.   Wanneer de certificaataanvragen betrekking hebben op een hoeveelheid die groter is dan de in artikel 1 vastgestelde hoeveelheid, stelt de Commissie vast welk percentage van de aangevraagde hoeveelheden kan worden aanvaard of beslist zij de aanvragen af te wijzen.

2.   Het invoercertificaat wordt afgegeven op de vijfde werkdag na de datum waarop de aanvraag is ingediend, behalve indien de Commissie maatregelen heeft getroffen overeenkomstig lid 1.

3.   Wanneer op grond van lid 1 een percentage voor de aanvaarding van de aanvragen is vastgesteld, hebben de aanvragers vanaf de datum van bekendmaking van dat percentage tien werkdagen de tijd om hun aanvraag in te trekken.

Bij intrekking van de aanvragen worden de overeenkomstig lid 2 afgegeven certificaten teruggegeven.

Bij intrekking van de aanvraag wordt de zekerheid vrijgegeven. De zekerheid wordt eveneens vrijgegeven voor de afgewezen aanvragen.

4.   Als de voorwaarden voor afgifte van het invoercertificaat niet in acht zijn genomen, kan de Commissie eventueel na overleg met de Thaise autoriteiten passende maatregelen nemen.

Artikel 11

In afwijking van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1342/2003 is de laatste dag waarop het invoercertificaat geldig is, de dertigste dag volgende op de laatste dag van de geldigheidsduur van het overeenkomstige uitvoercertificaat.

Artikel 12

1.   De lidstaten verstrekken de Commissie elke werkdag via elektronische weg de volgende gegevens over elke invoercertificaataanvraag:

a)

de hoeveelheid waarvoor het invoercertificaat wordt aangevraagd met, eventueel, de vermelding „Aanvullend invoercertificaat”;

b)

de naam van de aanvrager van het certificaat;

c)

het nummer van het overgelegde uitvoercertificaat, dat is vermeld in het bovenste vak van het certificaat;

d)

de datum van afgifte van het uitvoercertificaat;

e)

de totale hoeveelheid waarvoor het uitvoercertificaat is afgegeven;

f)

de naam van de exporteur, zoals vermeld op het uitvoercertificaat.

2.   Uiterlijk op het einde van het eerste halfjaar van 2007 delen de met de afgifte van de invoercertificaten belaste autoriteiten de Commissie via elektronische weg de volledige lijst mee van de niet afgeboekte hoeveelheden die op de achterzijde van de invoercertificaten voorkomen, alsmede de namen van de schepen en de nummers van de overeenkomsten voor het vervoer naar de Gemeenschap en de nummers van de betrokken uitvoercertificaten.

HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 146 van 20.6.1996, blz. 1.

(2)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1856/2005 (PB L 297 van 15.11.2005, blz. 7).

(3)  PB L 189 van 29.7.2003, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1092/2004 (PB L 209 van 11.6.2004, blz. 9).


BIJLAGE I

Image


BIJLAGE II

:

in het Spaans

:

Certificado complementario, artículo 6 del Reglamento (CE) no 2081/2005,

:

in het Tsjechisch

:

Licence pro dodatečné množství, čl. 6 nařízení (ES) č. 2081/2005,

:

in het Deens

:

Supplerende licens, forordning (EF) nr. 2081/2005, artikel 6,

:

in het Duits

:

Zusätzliche Lizenz — Artikel 6 der Verordnung (EG) Nr. 2081/2005,

:

in het Ests

:

Lisakoguse litsents, määruse (EÜ) nr 2081/2005 artikkel 6,

:

in het Grieks

:

Συμπληρωματικό πιστοποιητικό — Άρθρο 6 του κανονισμού (ΕΚ) αριθ. 2081/2005,

:

in het Engels

:

Licence for additional quantity, Article 6 of Regulation (EC) No 2081/2005,

:

in het Frans

:

Certificat complémentaire, article 6 du règlement (CE) no 2081/2005,

:

in het Italiaans

:

Titolo complementare, regolamento (CE) n. 2081/2005 articolo 6,

:

in het Lets

:

Atļauja par papildu daudzumu, Regulas (EK) Nr. 2081/2005 6. pants,

:

in het Litouws

:

Papildomoji licencija, Reglamento (EB) Nr. 2081/2005 6 straipsnio,

:

in het Hongaars

:

Kiegészítő engedély, 2081/2005/EK rendelet 6. cikk,

:

in het Nederlands

:

Aanvullend certificaat — artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2081/2005,

:

in het Pools

:

Uzupełniające pozwolenie, rozporządzenie (WE) nr 2081/2005 art. 6,

:

in het Portugees

:

Certificado complementar, artigo 6.o do Regulamento (CE) n.o 2081/2005,

:

in het Slowaaks

:

Dodatočné povolenie, článok 6 nariadenia (ES) č. 2081/2005,

:

in het Sloveens

:

Dovoljenje za dodatne količine, člen 6, Uredba (ES) št. 2081/2005,

:

in het Fins

:

Lisätodistus, asetuksen (EY) N:o 2081/2005 6 artikla,

:

in het Zweeds

:

Kompletterande licens, artikel 6 i förordning (EG) nr 2081/2005.


BIJLAGE III

:

in het Spaans

:

Derechos de aduana limitados al 6 % ad valorem [Reglamento (CE) no 2081/2005],

:

in het Tsjechisch

:

Clo limitované 6 % ad valorem (nařízení (ES) č. 2081/2005),

:

in het Deens

:

Toldsatsen begrænses til 6 % af værdien (forordning (EF) nr. 2081/2005),

:

in het Duits

:

Beschränkung des Zolls auf 6 % des Zollwerts (Verordnung (EG) Nr. 2081/2005),

:

in het Ests

:

Väärtuseline tollimaks piiratud 6 protsendini (määrus (EÜ) nr 2081/2005),

:

in het Grieks

:

Τελωνειακός δασμός κατ' ανώτατο όριο 6 % κατ' αξία [κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 2081/2005],

:

in het Engels

:

Customs duties limited to 6 % ad valorem (Regulation (EC) No 2081/2005),

:

in het Frans

:

Droits de douane limités a 6 % ad valorem [règlement (CE) no 2081/2005],

:

in het Italiaans

:

Dazi doganali limitati al 6 % ad valorem [regolamento (CE) n. 2081/2005],

:

in het Lets

:

Muitas nodokļi nepārsniedz 6 % ad valorem (Regula (EK) Nr. 2081/2005),

:

in het Litouws

:

Muito mokestis neviršija 6 % ad valorem (Reglamentas (EB) Nr. 2081/2005),

:

in het Hongaars

:

Mérsékelt, 6 %-os értékvám (2081/2005/EK rendelet),

:

in het Nederlands

:

Douanerechten beperkt tot 6 % ad valorem (Verordening (EG) nr. 2081/2005),

:

in het Pools

:

Należności celne ograniczone do 6 % ad valorem (Rozporządzenie (WE) nr 2081/2005),

:

in het Portugees

:

Direitos aduaneiros limitados a 6 % ad valorem [Regulamento (CE) n.o 2081/2005],

:

in het Slowaaks

:

Dovozné clo so stropom 6 % ad valorem (Nariadenie (ES) č 2081/2005),

:

in het Sloveens

:

Omejitev carinskih dajatev na 6 % ad valorem (Uredba (ES) št. 2081/2005),

:

in het Fins

:

Arvotulli rajoitettu 6 prosenttiin (asetus (EY) N:o 2081/2005),

:

in het Zweeds

:

Tullsatsen begränsad till 6 % av värdet (förordning (EG) nr 2081/2005).


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/26


VERORDENING (EG) Nr. 2082/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1497/2001 tot instelling van voorlopige antidumpingrechten op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië, tot aanvaarding van de verbintenis van een producent/exporteur in Bulgarije en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van Egypte en Polen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hierna de „basisverordening” genoemd) (1), en met name op de artikelen 8 en 9,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VOORAFGAANDE PROCEDURE

(1)

Op 21 oktober 2000 heeft de Commissie, door een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure (2), betreffende de invoer van ureum uit Belarus, Bulgarije, Egypte, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne, Polen en Roemenië.

(2)

In het kader van deze procedure werden in juli 2001, bij Verordening (EG) nr. 1497/2001 van de Commissie (3), voorlopige antidumpingrechten ingesteld op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië en werd de procedure ten aanzien van Egypte en Polen beëindigd.

(3)

Bij diezelfde verordening heeft de Commissie een verbintenis aanvaard die was aangeboden door Chimco AD, een Bulgaarse producent/exporteur. Op de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1497/2001 werd door deze onderneming geproduceerd ureum overeenkomstig artikel 3, lid 1, van die verordening vrijgesteld van de voorlopige antidumpingrechten.

(4)

Vervolgens werden bij Verordening (EG) nr. 92/2002 van de Raad (4) (hierna de „definitieve verordening” genoemd) definitieve antidumpingrechten ingesteld op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië. Bij die verordening en op de daarin vermelde voorwaarden werd Chimco AD vrijgesteld van het definitieve antidumpingrecht, mits het door deze onderneming geproduceerde ureum rechtstreeks wordt uitgevoerd naar de eerste onafhankelijke afnemer in de EU, daar in de voorlopige fase van de procedure reeds definitief een verbintenis van die onderneming was aanvaard. Zoals vermeld in overweging 137 van de definitieve verordening werd de voor Chimco AD geldende minimumprijs aangepast vanwege de wijziging van de schademarge.

B.   NIET-NAKOMING VAN DE VERBINTENIS

1.   Verplichtingen van de onderneming waarvan een verbintenis is aanvaard

(5)

Volgens de verbintenis moet Chimco AD, bij de uitvoer van ureum naar de EU, onder andere prijzen hanteren die gelijk zijn aan of hoger dan de in de verbintenis vermelde minimuminvoerprijzen. Of de minimuminvoerprijs in acht is genomen, wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde invoerprijs per kwartaal. Chimco AD heeft zich er ook toe verbonden de verbintenis niet te ontduiken door compensatieregelingen met derden.

(6)

Voorts is Chimco AD ertoe verplicht de Europese Commissie ieder kwartaal een verslag te doen toekomen over zijn gehele uitvoer van ureum naar de EU, zodat deze kan controleren of de verbintenis in acht wordt genomen. Deze verslagen moeten gegevens bevatten over alle facturen die in het kwartaal zijn uitgegaan bij verkoop op de voorwaarden van de verbintenis en waarvoor om vrijstelling van antidumpingrechten is verzocht. De gegevens in deze verslagen moeten in alle opzichten volledig en correct zijn.

(7)

De verbintenis bevat de bepaling dat de Europese Commissie verdere technische instructies kan geven om te kunnen controleren of de verbintenis in acht wordt genomen en dat de onderneming medewerking moet verlenen door alle informatie te verstrekken die de Europese Commissie in verband met toezicht op de naleving van de verbintenis nodig acht.

2.   Niet-nakoming van de verbintenis

(8)

De Europese Commissie heeft Chimco AD in december 2003 meegedeeld dat een nieuw systeem ter beschikking zou worden gesteld om de kwartaalverslagen inzake de uitvoer naar de EU toe te zenden. Dit systeem zou voor verslagen vanaf 2004 worden gebruikt, indien de onderneming het daarmee eens was.

(9)

De onderneming zond een verklaring dat zij het nieuwe verslagsysteem in het kader van verbintenissen aanvaardde en wenste haar verbintenis voort te zetten. De eerste twee verslagen in het kader van het nieuwe systeem werden de Europese Commissie op correcte wijze toegezonden.

(10)

Verslagen over het derde en vierde kwartaal werden niet ontvangen in het kader van het nieuwe systeem. De onderneming werd meegedeeld dat zij in gebreke was gebleven en kreeg voldoende tijd om de situatie te herstellen. Er werd echter geen reactie ontvangen van de onderneming.

(11)

Voorts heeft de onderneming in 2005 geen kwartaalverslagen naar de Europese Commissie gezonden. De onderneming heeft derhalve niet voldaan aan de verplichting om verslag te doen over de uitvoer naar de EU.

(12)

Door het niet uitbrengen van verslagen in overeenstemming met de technische specificaties en het niet toezenden van de kwartaalverslagen werd de verbintenis geschonden. De onderneming is derhalve schriftelijk in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was haar aanvaarding van de verbintenis in te trekken en de aanbeveling te doen een definitief antidumpingrecht in te stellen. Er werd geen reactie ontvangen van de onderneming die nu in staat van faillissement verkeert.

C.   WIJZIGING VAN VERORDENING (EG) Nr. 1497/2001 VAN DE COMMISSIE

(13)

Gelet op het voorgaande moet artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1497/2001, waarbij een verbintenis van Chimco AD werd aanvaard, worden geschrapt en moeten de artikelen 4 en 5 van die verordening dienovereenkomstig worden hernummerd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De aanvaarding van de door Chimco AD aangeboden verbintenis wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 2

1.   Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1497/2001 wordt geschrapt.

2.   Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1497/2001 wordt „Artikel 3”.

3.   Artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1497/2001 wordt „Artikel 4”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB C 301 van 21.10.2000, blz. 2.

(3)  PB L 197 van 21.7.2001, blz. 4.

(4)  PB L 17 van 19.1.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1107/2002 (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 1).


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/28


VERORDENING (EG) Nr. 2083/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot wijziging van de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot hun toepassingsdrempels inzake procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (1), en met name op artikel 69,

Gelet op Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (2), en met name op artikel 78,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit 94/800/EG van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (3) heeft de Raad de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (hierna de „Overeenkomst” genoemd) goedgekeurd; deze is opgenomen in bijlage 4 bij genoemd besluit. Volgens de Overeenkomst moeten de daarin opgenomen voorschriften worden nageleefd zodra de waarde van de opdrachten bepaalde bedragen (hierna „drempels” genoemd), die in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt, bereikt of overschrijdt.

(2)

De Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG hebben onder meer tot doel de aanbestedende instanties en aanbestedende diensten die de richtlijnen toepassen, in staat te stellen tegelijkertijd de verplichtingen uit de Overeenkomst na te leven. Daartoe moet de Commissie de in genoemde richtlijnen opgenomen drempels waarop de Overeenkomst betrekking heeft, controleren en zo nodig naar boven of naar beneden aanpassen, zodat zij overeenkomen met de tegenwaarde in euro, afgerond op het lagere duizendtal, van de door de Overeenkomst vastgestelde drempels. De drempelbedragen van de richtlijnen komen niet overeen met de voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007 herberekende tegenwaarde van de drempels van de Overeenkomst. Zij moeten bijgevolg worden herzien.

(3)

Voorts zijn in de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG, om het aantal na te leven drempels te verminderen, de niet uit de Overeenkomst voortvloeiende drempels aangepast aan de uit de Overeenkomst voortvloeiende drempels. Zij moeten derhalve eveneens worden herzien.

(4)

Deze wijzigingen laten de nationale uitvoeringsbepalingen van de Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG onverlet vanaf de drempels die lager zijn dan de in de richtlijnen genoemde drempels.

(5)

De Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2004/17/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) wordt „473 000 EUR” vervangen door „422 000 EUR”;

b)

onder b) wordt „5 923 000 EUR” vervangen door „5 278 000 EUR”.

2)

Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt „473 000 EUR” vervangen door „422 000 EUR”;

b)

in lid 2 wordt „473 000 EUR” vervangen door „422 000 EUR”.

Artikel 2

Richtlijn 2004/18/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) wordt „154 000 EUR” vervangen door „137 000 EUR”;

b)

onder b) wordt „236 000 EUR” vervangen door „211 000 EUR”;

c)

onder c) wordt „5 923 000 EUR” vervangen door „5 278 000 EUR”.

2)

Artikel 8, eerste alinea, wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) wordt „5 923 000 EUR” vervangen door „5 278 000 EUR”;

b)

onder b) wordt „154 000 EUR” vervangen door „211 000 EUR”.

3)

In artikel 56 wordt „5 923 000 EUR” vervangen door „5 278 000 EUR”.

4)

In artikel 63, lid 1, eerste alinea, wordt „5 923 000 EUR” vervangen door „5 278 000 EUR”.

5)

Artikel 67, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

onder a) wordt „154 000 EUR” vervangen door „137 000 EUR”;

b)

onder b) wordt „236 000 EUR” vervangen door „211 000 EUR”;

c)

onder c) wordt „236 000 EUR” vervangen door „211 000 EUR”.

Artikel 3

Verordening (EG) nr. 1874/2004 van de Commissie (4) wordt per 1 januari 2006 ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

Charlie McCREEVY

Lid van de Commissie


(1)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd in PB L 358 van 3.12.2004. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/51/EG van de Commissie (PB L 257 van 1.10.2005, blz. 127).

(2)  PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114, gerectificeerd in PB L 351 van 26.11.2004. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/75/EG van de Commissie (PB L 323 van 9.12.2005, blz. 55).

(3)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1.

(4)  PB L 326 van 29.10.2004, blz. 17.


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/30


VERORDENING (EG) Nr. 2084/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

betreffende de invoercertificaten voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98 (2),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2247/2003 van de Commissie van 19 december 2003 houdende bepalingen ter uitvoering, in de sector rundvlees, van Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten) (3), en met name op artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2247/2003 kunnen voor producten van de sector rundvlees van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië invoercertificaten worden afgegeven. De invoer mag evenwel de voor ieder van de betrokken uitvoerende derde landen vastgestelde hoeveelheid niet overschrijden.

(2)

Voor producten van oorsprong uit Botswana, Kenia, Madagaskar, Swaziland, Zimbabwe en Namibië overstijgen de hoeveelheden, uitgedrukt in vlees zonder been, waarvoor van 1 tot en met 10 december 2005 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2247/2003 certificaten zijn aangevraagd, niet de voor deze landen beschikbare hoeveelheden. Bijgevolg kunnen voor de aangevraagde hoeveelheden invoercertificaten worden afgegeven.

(3)

De hoeveelheden, waarvoor met ingang van 1 januari 2006 certificaten kunnen worden aangevraagd binnen de totale hoeveelheid van 52 100 t, dienen te worden vastgesteld.

(4)

Er dient op te worden gewezen dat deze verordening Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (4) onverlet laat,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De hieronder vermelde lidstaten geven op 21 december 2005 voor de onderstaande hoeveelheden producten van de sector rundvlees, uitgedrukt in vlees zonder been, van oorsprong uit sommige staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, invoercertificaten af voor de daarbij vermelde landen van oorsprong:

Verenigd Koninkrijk:

34 t van oorsprong uit Botswana,

Artikel 2

Certificaataanvragen kunnen overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2247/2003 in de eerste tien dagen van de maand januari 2006 worden ingediend voor de volgende hoeveelheden rundvlees zonder been:

Botswana:

18 916 t,

Kenia:

142 t,

Madagaskar:

7 579 t,

Swaziland:

3 363 t,

Zimbabwe:

9 100 t,

Namibië:

13 000 t.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 21 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1899/2004 van de Commissie (PB L 328 van 30.10.2004, blz. 67).

(2)  PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5.

(3)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 37. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).

(4)  PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/32


VERORDENING (EG) Nr. 2085/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sectoren eieren en slachtpluimvee, die in december 2005 worden ingediend op grond van de Verordeningen (EG) nr. 593/2004 en (EG) nr. 1251/96

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 593/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor producten van de sector eieren en voor ovoalbumine (1), en met name op artikel 5, lid 5,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1251/96 van de Commissie van 28 juni 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van de tariefcontingenten voor producten van de sector slachtpluimvee (2), en met name op artikel 5, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

Voor een aantal producten zijn de in de invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 aangevraagde hoeveelheden niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en deze kunnen derhalve volledig ingewilligd worden, terwijl voor een aantal andere producten de beschikbare hoeveelheden worden overschreden, zodat de aangevraagde hoeveelheden, met het oog op een billijke verdeling, met een vast percentage verminderd moeten worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van de Verordeningen (EG) nr. 593/2004 en (EG) nr. 1251/96 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 worden ingewilligd voor het in de bijlage van deze verordening aangegeven percentage.

2.   In de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006 kunnen overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 592/2004 en (EG) nr. 1251/96 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in de bijlage bij deze verordening aangegeven hoeveelheid.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 94 van 31.3.2004, blz. 10.

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 136. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1043/2001 (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 24).


BIJLAGE

Groep

Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006

(in t)

E1

100,0

134 833,700

E2

40,047434

1 750,000

E3

100,0

9 257,817

P1

100,0

3 684,000

P2

100,0

3 861,500

P3

1,754385

175,000

P4

100,0

484,000


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/34


VERORDENING (EG) Nr. 2086/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector slachtpluimvee, die in december 2005 worden ingediend op grond van de regeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor slachtpluimvee en bepaalde andere landbouwproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1431/94 van de Commissie van 22 juni 1994 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector slachtpluimvee, van de invoerregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor slachtpluimvee en bepaalde andere landbouwproducten (1), en met name op artikel 4, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

Voor een aantal producten zijn de in de invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 aangevraagde hoeveelheden niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en deze kunnen derhalve volledig ingewilligd worden, terwijl voor een aantal andere producten de beschikbare hoeveelheden worden overschreden, zodat de aangevraagde hoeveelheden, met het oog op een billijke verdeling, met een vast percentage verminderd moeten worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van Verordening (EG) nr. 1431/94 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 worden ingewilligd voor het in de bijlage bij deze verordening aangegeven percentage.

2.   In de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006 kunnen overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1431/94 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in de bijlage bij deze verordening aangegeven totale hoeveelheid.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 156 van 23.6.1994, blz. 9. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1043/2001 (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 24).


BIJLAGE

Groep

Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006

(in t)

1

1,261034

1 775,00

2

2 550,00

3

1,302083

825,00

4

1,620745

450,00

5

2,044989

175,00


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/36


VERORDENING (EG) Nr. 2087/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector slachtpluimvee, die in december 2005 worden ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 2497/96

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2497/96 van de Commissie van 18 december 1996 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector slachtpluimvee, van de regeling waarin is voorzien in de Associatieovereenkomst en de Interim-overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Israël (1), en met name op artikel 4, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

De in de invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 aangevraagde hoeveelheden zijn groter dan de beschikbare hoeveelheden, zodat de aangevraagde hoeveelheden, met het oog op een billijke verdeling, met een vast percentage verminderd moeten worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van Verordening (EG) nr. 2497/96 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 worden ingewilligd voor de in de bijlage aangegeven percentages.

2.   In de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006 kunnen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2497/96 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in de bijlage bij deze verordening aangegeven hoeveelheid.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 338 van 28.12.1996, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 361/2004 (PB L 63 van 28.2.2004, blz. 15).


BIJLAGE

Groep

Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006

(in t)

I1

4,336409

381,50

I2

100,0

136,25


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/38


VERORDENING (EG) Nr. 2088/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten voor bepaalde producten in de sector varkensvlees, die in december 2005 worden ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor varkensvlees en bepaalde andere landbouwproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1432/94 van de Commissie van 22 juni 1994 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering, in de sector varkensvlees, van de invoerregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 774/94 van de Raad houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor varkensvlees en bepaalde andere landbouwproducten (1), en met name op artikel 4, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De in de invoercertificaten voor het eerste kwartaal van 2006 aangevraagde hoeveelheden zijn niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en de aanvragen kunnen derhalve volledig worden ingewilligd.

(2)

De voor de volgende periode overblijvende hoeveelheid moet worden bepaald.

(3)

Het is dienstig er de aandacht van de handelaren op te vestigen dat de certificaten slechts gebruikt mogen worden voor producten die voldoen aan alle in de Gemeenschap geldende veterinairrechtelijke voorschriften,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van Verordening (EG) nr. 1432/94 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 worden ingewilligd voor het in de bijlage I aangegeven percentage.

2.   Voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006 kunnen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1432/94 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in bijlage II aangegeven hoeveelheid.

3.   De certificaten mogen slechts worden gebruikt voor producten die voldoen aan alle in de Gemeenschap geldende veterinairrechtelijke voorschriften.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 156 van 23.6.1994, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 341/2004 (PB L 53 van 26.2.2005, blz. 28).


BIJLAGE I

Groep

Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

1


BIJLAGE II

(t)

Groep

Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006

1

3 500,0


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/40


VERORDENING (EG) Nr. 2089/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van de mate waarin gevolg kan worden gegeven aan de aanvragen om invoercertificaten, die in december 2005 worden ingediend op grond van de tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde producten in de varkensvleessector voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1458/2003 van de Commissie van 18 augustus 2003 betreffende de opening en wijze van beheer van de tariefcontingenten in de varkensvleessector (1), en met name op artikel 5, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De in de invoercertificaten voor het eerste kwartaal 2006 aangevraagde hoeveelheden zijn niet groter dan de beschikbare hoeveelheden en kunnen derhalve volledig worden ingewilligd.

(2)

De overblijvende hoeveelheid moet worden bepaald die bij de beschikbare hoeveelheid voor de volgende periode wordt gevoegd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op grond van Verordening (EG) nr. 1458/2003 ingediende aanvragen om invoercertificaten voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006 worden ingewilligd voor het in bijlage I aangegeven percentage.

2.   In de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006 kunnen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1458/2003 invoercertificaten worden aangevraagd tot de in bijlage II aangegeven hoeveelheid.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 208 van 19.8.2003, blz. 3. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 341/2005 (PB L 53 van 26.2.2005, blz. 28).


BIJLAGE I

Groep

Percentage waarvoor de invoercertificaten worden ingewilligd voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2006

G2

100

G3

G4

G5

G6

G7

100


BIJLAGE II

(t)

Groep

Totale beschikbare hoeveelheid voor de periode van 1 april tot en met 30 juni 2006

G2

30 297,9

G3

5 000,0

G4

3 000,0

G5

6 100,0

G6

15 000,0

G7

5 300,0


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/42


VERORDENING (EG) Nr. 2090/2005 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2005

tot vaststelling van de communautaire producentenprijzen en de communautaire invoerprijzen voor anjers en rozen in het kader van de toepassing van de regeling voor de invoer van bepaalde producten van de bloementeelt van oorsprong uit Jordanië

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 4088/87 van de Raad van 21 december 1987 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toepassing van preferentiële douanerechten bij invoer van bepaalde producten van de bloementeelt van oorsprong uit Cyprus, Israël, Jordanië, Marokko alsmede de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook (1), en met name op artikel 5, lid 2, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 2, lid 2, en artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 4088/87 is bepaald dat voor eenbloemige anjers (standaard), veelbloemige anjers (tros), grootbloemige rozen en kleinbloemige rozen om de twee weken communautaire invoerprijzen en communautaire producentenprijzen worden vastgesteld die telkens voor twee weken gelden. Overeenkomstig artikel 1 ter van Verordening (EEG) nr. 700/88 van de Commissie van 17 maart 1988 houdende een aantal uitvoeringsbepalingen van de regeling inzake de invoer in de Gemeenschap van bepaalde producten van de bloementeelt van oorsprong uit Cyprus, Israël, Jordanië en Marokko alsmede de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook (2) worden deze prijzen vastgesteld voor perioden van twee weken op basis van de door de lidstaten verstrekte gewogen gegevens.

(2)

De bovengenoemde prijzen dienen onverwijld te worden vastgesteld opdat de toe te passen douanerechten kunnen worden bepaald.

(3)

Als gevolg van de toetreding van Cyprus tot de Europese Unie per 1 mei 2004 hoeft voor dat land niet langer een invoerprijs te worden vastgesteld.

(4)

Voor Israël, Marokko en de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook hoeft evenmin nog een invoerprijs te worden vastgesteld in verband met de overeenkomsten die zijn goedgekeurd bij Besluit 2003/917/EG van de Raad van 22 december 2003 inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen nrs. 1 en 2 bij de Associatieovereenkomst EG-Israël (3), Besluit 2003/914/EG van de Raad van 22 december 2003 betreffende de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake de liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen nr. 1 en nr. 3 bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en het Koninkrijk Marokko (4) en Besluit 2005/4/EG van de Raad van 22 december 2004 inzake de sluiting van een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen nrs. 1 en 2 bij de interim associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Palestijnse Autoriteit (5).

(5)

De Commissie dient, in de periodes tussen de vergaderingen van her Comité van beheer voor levende planten en producten van de bloementeelt, deze maatregelen zonder het advies van het comité vast te stellen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De communautaire producentenprijzen en de communautaire invoerprijzen voor de in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4088/87 bedoelde eenbloemige anjers (standaard), veelbloemige anjers (tros), grootbloemige rozen en kleinbloemige rozen worden in de bijlage bij de onderhavige verordening vastgesteld voor de periode van 21 december 2005 tot en met 4 januari 2006.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 382 van 31.12.1987, blz. 22. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1300/97 (PB L 177 van 5.7.1997, blz. 1).

(2)  PB L 72 van 18.3.1988, blz. 16. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2062/97 (PB L 289 van 22.10.1997, blz. 1).

(3)  PB L 346 van 31.12.2003, blz. 65.

(4)  PB L 345 van 31.12.2003, blz. 117.

(5)  PB L 2 van 5.1.2005, blz. 4.


BIJLAGE

(EUR/100 stuks)

Periode: 21 december 2005 tot en met 4 januari 2006

Communautaire producentenprijzen

Eenbloemige anjers

(standaard)

Veelbloemige anjers

(tros)

Grootbloemige rozen

Kleinbloemige rozen

 

20,99

11,92

45,33

15,62

Communautaire invoerprijzen

Eenbloemige anjers

(standaard)

Veelbloemige anjers

(tros)

Grootbloemige rozen

Kleinbloemige rozen

Jordanië


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/44


BESLUIT VAN DE RAAD

van 21 november 2005

inzake de sluiting van een protocol tot wijziging van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap

(2005/914/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133 juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 28 februari 2005 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te onderhandelen over een wijziging van de preferentiële regelingen voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap in het kader van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds (1) (hierna „de SAA” genoemd).

(2)

De onderhandelingen zijn inmiddels met succes afgesloten en de Gemeenschap dient over te gaan tot sluiting van het protocol tot wijziging van de SAA.

(3)

De Commissie moet de bepalingen inzake de uitvoering van dit protocol vaststellen overeenkomstig de procedure voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (2),

BESLUIT:

Artikel 1

Het Protocol tot wijziging van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van het protocol wordt bij dit besluit gevoegd.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon/personen aan te wijzen die bevoegd is/zijn het protocol te ondertekenen teneinde de Gemeenschap te binden.

Artikel 3

De Commissie stelt de bepalingen voor de uitvoering van het protocol vast overeenkomstig de in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde procedure.

Gedaan te Brussel, 21 november 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. STRAW


(1)  PB L 84 van 20.3.2004, blz. 13.

(2)  PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).


PROTOCOL

tot wijziging van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap

DE EUROPESE GEMEENSCHAP,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

DE VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË,

anderzijds,

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

(1)

De stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, (hierna „de SAA” genoemd) is op 9 april 2001 in Luxemburg ondertekend en op 1 april 2004 in werking getreden.

(2)

Er zijn onderhandelingen gevoerd over een wijziging van de in de SAA vastgestelde preferentiële regelingen voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap.

(3)

De SAA moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

De SAA wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:

„1.   De Gemeenschap gaat over tot de afschaffing van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.”;

b)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Producten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur worden binnen een jaarlijks tariefcontingent van 7 000 t (nettogewicht) rechtenvrij in de Gemeenschap ingevoerd.”

2)

In de tabel in bijlage I bij Protocol nr. 3 worden de verwijzingen naar de producten van post 1702 van de gecombineerde nomenclatuur geschrapt.

Artikel 2

Dit protocol vormt een integrerend onderdeel van de SAA.

Artikel 3

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum van ondertekening ervan.

Artikel 4

Dit protocol wordt in tweevoud opgesteld in alle officiële talen van de overeenkomstsluitende partijen en alle teksten zijn gelijkelijk authentiek.

Gedaan te Brussel, 21 november 2005.

Voor de Europese Gemeenschap

Voor de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië


OVEREENKOMST IN DE VORM VAN EEN BRIEFWISSELING

tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, wat betreft de vaststelling van een tariefcontingent voor de invoer van suiker en suikerproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Gemeenschap

Brussels, 13 December 2005

H. E. Mr Sasko STEFKOV

Ambassador

Head of the Mission of the former Yugoslav Republic of Macedonia to the European Union

Dear Sir,

I have the honour to propose that, if it is acceptable to your Government, this letter and your confirmation shall together take the place of signature of the Protocol amending the Stabilisation and Association Agreement between the European Communities and their Member States, of the one part, and the former Yugoslav Republic of Macedonia, of the other part, on a tariff quota for the imports of sugar products originating in the former Yugoslav Republic of Macedonia into the Community.

The text of the aforementioned Protocol, herewith annexed, has been approved by Decision of the Council of the European Union on 21 November 2005. In accordance with its Article 3 this Protocol shall therefore enter into force on the first day of the month following the date on which the Council receives your letter of confirmation.

Please accept, Sir, the assurance of my highest consideration.

For the European Community

Image

Brussels, 13 December 2005

Dear Sirs,

I have the honour to acknowledge receipt of your letter regarding the signature of the Protocol amending the Stabilization and Association Agreement between the European Communities and their Member States and the Republic of Macedonia on a tariff quota for the import of sugar and sugar products originating in the Republic of Macedonia into the Community.

I confirm the acceptance of my Government that this letter and your letter shall together take place of the signature of the Protocol.

We note that the Protocol has been approved by Decision of the Council of the European Union on 21 November 2005 and that in accordance with its Article 3 this Protocol shall enter into force on the first day of the month following the date on which the Council receives our letter of confirmation.

However, I declare that the Republic of Macedonia does not accept the denomination used for my country in the abovementioned Protocol, having in view that the constitutional name of my country is the Republic of Macedonia.

Please accept, Sirs, the assurances of my highest consideration.

Ambassador,

Image

Saško Stefkov

Brussels, 13 December 2005

H. E. Mr Sasko STEFKOV

Ambassador

Head of the Mission of the former Yugoslav Republic of Macedonia to the European Union

Av. Louise 209 A

1050 — BRUSSELS

Dear Sir,

I have the honour to acknowledge receipt of your letter of today's date.

The European Union notes that the Exchange of Letters between the European Union and the Former Yugoslav Republic of Macedonia, which takes the place of signature of the Agreement between the European Union and the former Yugoslav Republic of Macedonia on the Protocol amending the Stabilisation and Association Agreement between the European Communities and their Member States, of the one part, and the former Yugoslav Republic of Macedonia, of the other part, on a tariff quota for the imports of sugar and sugar products originating in the former Yugoslav Republic of Macedonia into the Community, has been accomplished and that this cannot be interpreted as acceptance or recognition by the European Union in whatever form or content of a denomination other than the „former Yugoslav Republic of Macedonia”.

Please accept, Sir, the assurance of my highest consideration.

For the European Community

Image


Commissie

20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/49


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 16 december 2005

waarbij Tsjechië, Estland, Cyprus en Litouwen voor de tussen 1 januari 2003 en 1 mei 2004 gevormde voorraden worden gemachtigd af te wijken van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 5160)

(2005/915/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Akte van toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en met name op artikel 42,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 42 van de Akte betreffende de toetreding kan de Commissie overgangsmaatregelen vaststellen indien deze noodzakelijk zijn om de overgang te vergemakkelijken van het bestaande stelsel in de nieuwe lidstaten naar het stelsel dat voortvloeit uit de toepassing van de communautaire voorschriften op veterinair en fytosanitair gebied. Deze voorschriften omvatten de bepalingen inzake het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.

(2)

Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (1) bepaalt dat bosbouwkundig teeltmateriaal alleen dan in de handel mag worden gebracht als aan de vereisten van artikel 6, leden 1 en 3, is voldaan.

(3)

Volgens Richtlijn 1999/105/EG mogen voorraden bosbouwkundig teeltmateriaal die vóór 1 januari 2003 gevormd zijn, volledig in de handel worden gebracht.

(4)

Tsjechië, Estland, Cyprus en Litouwen hebben de Commissie en de andere lidstaten in kennis gesteld van het bestaan van voorraden bosbouwkundig teeltmateriaal dat tussen 1 januari 2003 en 1 mei 2004 op hun respectieve grondgebied is geproduceerd. Dit materiaal mag niet in de handel worden gebracht tenzij een afwijking van de bepalingen van bovengenoemde richtlijn wordt toegestaan.

(5)

Om die landen in staat te stellen de tussen 1 januari 2003 en 1 mei 2004 gevormde voorraden teeltmateriaal in de handel te brengen, moet hun worden toegestaan teeltmateriaal dat in bovengenoemde periode is geproduceerd, tot en met 30 april 2007 op hun respectieve grondgebied in de handel te brengen overeenkomstig andere bepalingen dan die van bovengenoemde richtlijn.

(6)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

In afwijking van artikel 6, leden 1 en 3, van Richtlijn 1999/105/EG worden Tsjechië, Estland, Cyprus en Litouwen gemachtigd teeltmateriaal dat tussen 1 januari 2003 en de datum van toetreding werd geproduceerd en dat officieel niet in overeenstemming met de bepalingen van die richtlijn werd geproduceerd, tot en met 30 april 2007 op hun respectieve grondgebied in de handel te brengen.

Gedurende die periode mag dit teeltmateriaal alleen op het grondgebied van de betrokken lidstaten in de handel worden gebracht. Alle officiële en andere etiketten en documenten die krachtens deze beschikking op het teeltmateriaal zijn aangebracht of dit vergezellen, moeten duidelijk vermelden dat het teeltmateriaal uitsluitend bedoeld is om op het grondgebied van het betrokken land in de handel te worden gebracht.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 16 december 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17.


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/51


BESLUIT Nr. 1/2005 VAN DE GEMENGDE COMMISSIE DIE IS INGESTELD BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE WEDERZIJDSE ERKENNING VAN OVEREENSTEMMINGSBEOORDELING, CERTIFICATEN EN MARKERINGEN TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN AUSTRALIË

van 11 november 2005

tot opneming van een overeenstemmingsbeoordelingsorgaan in de sectorbijlage betreffende automobielproducten

(2005/916/EG)

DE GEMENGDE COMMISSIE,

Gelet op de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Australië, en met name op artikel 12,

Overwegende dat de Gemengde Commissie uitvoering dient te geven aan een besluit tot opneming van een of meer overeenstemmingsbeoordelingsorganen in een sectorbijlage,

BESLUIT:

1)

Het in de bijlage vermelde overeenstemmingsbeoordelingsorgaan wordt toegevoegd aan de lijst van overeenstemmingsbeoordelingsorganen die in afdeling II van de sectorbijlage betreffende automobielproducten is opgenomen.

2)

De specifieke reikwijdte, wat de producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures betreft, van het in de bijlage vermelde overeenstemmingsbeoordelingsorgaan, is door de partijen overeengekomen en zal door hen worden gehandhaafd.

Dit besluit, opgemaakt in twee exemplaren, wordt ondertekend door vertegenwoordigers van de Gemengde Commissie die gemachtigd zijn de overeenkomst namens de partijen te wijzigen. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop de laatste van deze handtekeningen is aangebracht.

Gedaan te Canberra, 11 november 2005.

Namens Australië

Brian PHILLIPS

Gedaan te Brussel, 21 oktober 2005.

Namens de Europese Gemeenschap

Andra KOKE


BIJLAGE

Het hierna vermelde Duitse overeenstemmingsbeoordelingsorgaan wordt toegevoegd aan de lijst van overeenstemmingsbeoordelingsorganen in afdeling II van de sectorbijlage betreffende automobielproducten

DEKRA Automobil GmbH

Technology Center

Automobil Test Center

Senftenberger Straße 30

D-01998 Klettwitz

Tel. (49-35754) 73 44 500

Fax (49-35754) 73 45 500


20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/53


BESLUIT Nr. 2/2005 VAN DE GEMENGDE COMMISSIE DIE IS INGESTELD BIJ DE OVEREENKOMST INZAKE WEDERZIJDSE ERKENNING VAN OVEREENSTEMMINGSBEOORDELING, CERTIFICATEN EN MARKERINGEN TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN AUSTRALIË

van 11 november 2005

tot opneming van een overeenstemmingsbeoordelingsorgaan in de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit

(2005/917/EG)

DE GEMENGDE COMMISSIE,

Gelet op de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Australië, en met name op artikel 12,

Overwegende dat de Gemengde Commissie uitvoering dient te geven aan een besluit tot opneming van één of meer overeenstemmingsbeoordelingsorganen in een sectorbijlage,

BESLUIT:

1)

Het in aanhangsel A vermelde overeenstemmingsbeoordelingsorgaan wordt toegevoegd aan de lijst van overeenstemmingsbeoordelingsorganen die in afdeling II van de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit is opgenomen.

2)

De specifieke reikwijdte, wat de producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures betreft, van het in aanhangsel A vermelde overeenstemmingsbeoordelingsorgaan, is door de partijen overeengekomen en zal door hen worden gehandhaafd.

Dit besluit, opgemaakt in twee exemplaren, wordt ondertekend door vertegenwoordigers van de Gemengde Commissie die gemachtigd zijn de overeenkomst namens de partijen te wijzigen. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop de laatste van deze handtekeningen is aangebracht.

Gedaan te Canberra, 11 november 2005.

Namens Australië

Brian PHILLIPS

Gedaan te Brussel, 21 oktober 2005.

Namens de Europese Gemeenschap

Andra KOKE


BIJLAGE

Het hierna vermelde Finse overeenstemmingsbeoordelingsorgaan wordt toegevoegd aan de lijst van overeenstemmingsbeoordelingsorganen in afdeling II van de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit

Nordic Accredited Testing Laboratories Oy

NATLABS

PO Box 677 (Koneenkatu 12)

05801 Hyvinkää

Finland

Tel. (358-20) 475 2600

Fax (358-20) 475 2719


Europese Centrale Bank

20.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 333/55


BESCHIKKING VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 9 december 2005

inzake de goedkeuring met betrekking tot de omvang van de muntenuitgifte in 2006

(ECB/2005/14)

(2005/918/EG)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 106, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft vanaf 1 januari 1999 het alleenrecht de omvang van de uitgifte van munten door de lidstaten die de euro hebben aangenomen (de deelnemende lidstaten) goed te keuren.

(2)

De deelnemende lidstaten hebben hun schattingen, voorzien van een toelichting betreffende de gevolgde schattingsmethodologie, van de omvang van de uitgifte van euromunten in 2006 ter goedkeuring aan de ECB voorgelegd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Goedkeuring met betrekking tot de omvang van de uitgifte van euromunten in 2006

De ECB keurt hierbij de omvang van de uitgifte van munten door de deelnemende lidstaten in 2006, zoals in onderstaande tabel beschreven, goed.

(miljoen EUR)

 

Uitgifte van munten bestemd voor de circulatie en uitgifte van munten voor verzamelaars (niet bestemd voor de circulatie) in 2006

België

145,5

Duitsland

500,0

Griekenland

71,4

Spanje

625,0

Frankrijk

362,0

Ierland

76,0

Italië

772,4

Luxemburg

45,0

Nederland

60,0

Oostenrijk

177,0

Portugal

150,0

Finland

60,0

Artikel 2

Slotbepaling

Deze beschikking is gericht tot de deelnemende lidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 9 december 2005.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET