ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 316

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
2 december 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 1964/2005 van de Raad van 29 november 2005 inzake de invoertarieven voor bananen

1

 

 

Verordening (EG) nr. 1965/2005 van de Commissie van 1 december 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

3

 

*

Verordening (EG) nr. 1966/2005 van de Commissie van 1 december 2005 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2061/89 houdende indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

5

 

*

Verordening (EG) nr. 1967/2005 van de Commissie van 1 december 2005 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

7

 

 

Verordening (EG) nr. 1968/2005 van de Commissie van 1 december 2005 tot vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005

10

 

 

Verordening (EG) nr. 1969/2005 van de Commissie van 1 december 2005 betreffende de offertes voor de uitvoer van gerst die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005

11

 

 

Verordening (EG) nr. 1970/2005 van de Commissie van 1 december 2005 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van haver in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1438/2005

12

 

 

Verordening (EG) nr. 1971/2005 van de Commissie van 1 december 2005 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005

13

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Commissie

 

*

Beschikking van de Commissie van 30 november 2005 waarbij Frankrijk wordt gemachtigd de verkoop aan de eindgebruiker met het oog op zaaien of planten in bepaalde gebieden van Frankrijk van teeltmateriaal van Pinus pinaster Ait. dat afkomstig is van het Iberisch Schiereiland en dat voor gebruik in die gebieden ongeschikt is, op grond van Richtlijn 1999/105/EG te verbieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4534)

14

 

*

Beschikking van de Commissie van 30 november 2005 tot wijziging van aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003 wat betreft bepaalde inrichtingen in de vlees-, melk- en vissector in Polen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4595)  ( 1 )

17

 

*

Beschikking van de Commissie van 30 november 2005 tot wijziging van Beschikking 2005/734/EG tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4687)  ( 1 )

21

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Besluit 2005/629/EG van de Commissie van 26 augustus 2005 tot instelling van een Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (PB L 225 van 31.8.2005)

23

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/1


VERORDENING (EG) Nr. 1964/2005 VAN DE RAAD

van 29 november 2005

inzake de invoertarieven voor bananen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (1) is bepaald dat uiterlijk op 1 januari 2006 een uitsluitend op tarieven gebaseerde invoerregeling in werking treedt.

(2)

Op 12 juli 2004 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel XXVIII van de GATT 1994 onderhandelingen te beginnen met het oog op de wijziging van bepaalde concessies voor bananen. Bijgevolg heeft de Gemeenschap de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op 15 juli 2004 in kennis gesteld van haar voornemen om in EG-lijst CXL opgenomen concessies voor onderverdeling 0803 00 19 (bananen) te wijzigen. De Commissie heeft in overleg met het bij artikel 133 van het Verdrag ingestelde comité en met het Speciaal Comité landbouw onderhandelingen gevoerd aan de hand van de door de Raad vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren.

(3)

De Commissie heeft bij die onderhandelingen geen aanvaardbaar akkoord kunnen bereiken met Ecuador en Panama, die voor producten van GS-onderverdeling 0803 00 19 (bananen) een belang van voornaamste leverancier hebben, en evenmin met Colombia en Costa Rica, die voor dergelijke producten een belang van belangrijke leverancier hebben. Overeenkomstig de bijlage bij het besluit van de Ministeriële Conferentie van de WTO van 14 november 2001 over de Europese Gemeenschappen en de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst heeft de Commissie eveneens overleg gepleegd met andere WTO-leden. Dat overleg heeft niet tot een aanvaardbaar akkoord geleid.

(4)

Op 31 januari 2005 heeft de Gemeenschap de WTO in kennis gesteld van haar voornemen om haar concessies voor onderverdeling 0803 00 19 (bananen) te vervangen door een geconsolideerd recht van 230 EUR/t.

(5)

Op 30 maart 2005 is de arbitrageprocedure zoals omschreven in de bijlage bij het besluit ingeleid. In de op 1 augustus 2005 bekendgemaakte uitspraak van de arbiter is geconcludeerd dat het door de Europese Gemeenschap voorgestelde meestbegunstigingstarief van 230 EUR/t niet in overeenstemming was met die bijlage omdat het er niet toe zou leiden dat de totale markttoegang voor de meestbegunstigde leveranciers ten minste zou worden gehandhaafd. De Commissie heeft het EG-voorstel herzien in het licht van de bevindingen van de arbiter. In een tweede, op 27 oktober 2005 bekendgemaakte uitspraak concludeerde de arbiter dat het herziene voorstel voor een meestbegunstigingstarief van 187 EUR/t deze situatie niet rechtzet. De Commissie heeft derhalve haar voorstel opnieuw gewijzigd om deze zaak te corrigeren.

(6)

In overeenstemming met de verbintenissen van de Gemeenschap in het kader van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst dient ook een tariefcontingent voor bananen van oorsprong uit ACS-landen te worden geopend.

(7)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen, alsmede overgangsmaatregelen, met name inzake het beheer van het tariefcontingent voor bananen van oorsprong uit de ACS-landen, moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Met ingang van 1 januari 2006 bedraagt het invoertarief voor bananen (GN-code 0803 00 19) EUR 176/t.

2.   Elk jaar met ingang van 1 januari, de eerste maal met ingang van 1 januari 2006, wordt een autonoom tariefcontingent van 775 000 t nettogewicht met nulrecht geopend voor de invoer van bananen (GN-code 0803 00 19) van oorsprong uit ACS-landen.

Artikel 2

De uitvoeringsbepalingen voor deze verordening en de overgangsmaatregelen die nodig zijn om de overgang van de bestaande regelingen naar de in deze verordening vastgestelde regelingen te vergemakkelijken, worden vastgesteld volgens de in artikel 3, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 3

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 404/93 opgerichte Comité van beheer voor bananen.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

A. JOHNSON


(1)  PB L 47 van 25.2.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(2)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/3


VERORDENING (EG) Nr. 1965/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 1 december 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

60,8

204

33,2

999

47,0

0707 00 05

052

103,8

204

33,6

220

147,3

999

94,9

0709 90 70

052

116,3

204

102,4

999

109,4

0805 20 10

204

67,5

624

79,3

999

73,4

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

69,1

624

107,8

999

88,5

0805 50 10

052

66,9

220

47,3

999

57,1

0808 10 80

052

78,2

388

68,7

400

93,6

404

89,9

720

60,6

999

78,2

0808 20 50

052

101,8

400

92,7

720

49,3

999

81,3


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/5


VERORDENING (EG) Nr. 1966/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2061/89 houdende indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die de bijlage is bij Verordening (EEG) nr. 2658/87, dienen bepalingen te worden vastgesteld voor de indeling van de in bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op andere nomenclaturen die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, op de gecombineerde nomenclatuur zijn gebaseerd en die bij specifieke EG-voorschriften zijn vastgesteld met het oog op de toepassing van tariefmaatregelen of andere maatregelen in het goederenverkeer.

(3)

Bij Verordening (EEG) nr. 2061/89 van de Commissie van 7 juli 1989 houdende indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (2) werd het in de bijlage beschreven product nr. 5 bij de voedingssupplementen ingedeeld, zonder dat rekening werd gehouden met de specifieke therapeutische en profylactische eigenschappen van dit product bij de behandeling van een tekort aan vitamine C. Daarom moet de indeling van dit product worden gewijzigd, daar dit als een geneesmiddel is te beschouwen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De indeling van product nr. 5 in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2061/89 wordt vervangen door die in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1719/2005 van de Commissie (PB L 286 van 28.10.2005, blz. 1).

(2)  PB L 196 van 12.7.1989, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 936/1999 (PB L 117 van 5.5.1999, blz. 9).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

5.

Bereiding in de vorm van tabletten, opgemaakt voor de verkoop in het klein, voorzien van gegevens omtrent gebruiksdoel en dosering, bestemd voor de bestrijding van een gebrek aan vitamine C, met per tablet (750 mg) de volgende samenstelling:

ascorbinezuur: 500 mg

rozebottelpoeder, cellulose, plantaardige stearine, vaste deeltjes uit plantaardige oliën, magnesiumstearaat, siliciumdioxide en een omhulling van proteïne: 250 mg.

3004 50 10

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 30 en de tekst van de GN-codes 3004, 3004 50 en 3004 50 10.

Zie ook de GN-toelichtingen op hoofdstuk 30 (Algemene opmerkingen).

Elke tablet bevat duidelijk een veel grotere hoeveelheid vitamine C (500 mg) dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (RDA) (60 mg).

Aan alle voorwaarden van aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 30 is derhalve voldaan, zodat het product moet worden ingedeeld als geneesmiddel zoals bedoeld bij post 3004.


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/7


VERORDENING (EG) Nr. 1967/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 is gevoegd, dienen bepalingen te worden vastgesteld voor de indeling van de in de bijlage bij de onderhavige verordening opgenomen goederen.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke communautaire voorschriften is vastgesteld voor de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Met toepassing van genoemde algemene regels, dienen de in kolom 1 van de tabel omschreven goederen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze verordening te worden ingedeeld onder de daarmee corresponderende GN-codes die zijn vermeld in kolom 2, op grond van de motiveringen die zijn opgenomen in kolom 3 van voornoemde tabel.

(4)

Het is wenselijk dat een beroep kan worden gedaan op een door de douaneautoriteiten van de lidstaten verstrekte bindende tariefinlichting betreffende de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur die niet in overeenstemming is met de bepalingen van onderhavige verordening, door de rechthebbende, gedurende drie maanden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (2).

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De goederen omschreven in kolom 1 van de in de bijlage opgenomen tabel worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de corresponderende GN-codes vermeld in kolom 2 van voornoemde tabel.

Artikel 2

Op de door de douaneautoriteiten van de lidstaten verstrekte bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de onderhavige verordening, kan gedurende drie maanden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2913/92, een beroep worden gedaan.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1719/2005 van de Commissie (PB L 286 van 28.10.2005, blz. 1).

(2)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 117 van 4.5.2005, blz. 13).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

1.

Geel- tot amberkleurig product bestaande uit een heldere, licht schuimende vloeistof. Het heeft een alcohol-volumegehalte van 5,9 % vol.

Het product wordt verkregen door de gisting van een wort van 15,3 gewichtspercenten Plato. De gegiste oplossing wordt geklaard en gefilterd. Aan deze oplossing worden 3,34 % suikerstroop, 0,14 % aromatische bestanddelen (waarvan 75 % afkomstig van Tequila), 0,11 % citroenzuur en 0,002 % ascorbinezuur toegevoegd. Het product ruikt en smaakt naar bier.

Het product is bestemd voor onmiddellijke consumptie. Het wordt aangeboden als bier in flessen met een inhoud van 330 ml / 0,33 l, met dienovereenkomstige etikettering.

2203 00 01

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 2203 00 en 2203 00 01.

Het product is een drank en kan worden aangemerkt als bier vervaardigd van mout van post 2203. Het product kan niet worden uitgesloten van post 2203 aangezien de met behulp van de aromatische bestanddelen toegevoegde alcohol een alcohol-volumegehalte van slechts 0,04 % vol. oplevert. Het product kan derhalve niet worden ingedeeld onder post 2208.

De GS-toelichting op post 2203 vermeldt dat suiker, kleurstoffen, kooldioxide en andere zelfstandigheden kunnen worden toegevoegd. Derhalve mag bier van post 2203, onder andere, worden gearomatiseerd.

2.

Naadloze flexibele buis van kunststof van medische kwaliteit, vervaardigd van gematteerd poly(vinylchloride) (PVC) met een wanddikte van ongeveer 0,6 mm en een externe diameter van 5,7 mm. Het heeft een minimumdrukweerstand van 27,6 MPa en wordt ingevoerd op rollen van ongeveer 1 200 m lengte.

Het product is van de soort dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het geleiden, het vervoeren of het verdelen van gassen of van vloeistoffen.

Hoewel de buis, wanneer deze op de juiste lengte is gesneden, kan worden gebruikt als onderdeel voor medische uitrustingen, inclusief die voor verdoving, intensivecaresystemen, catheters en slagadersystemen, wordt het niet specifiek gebruikt als onderdeel van medische uitrusting.

3917 31 90

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 8 op hoofdstuk 39 en de tekst van de GN-codes 3917, 3917 31 en 3917 31 90.

Aangezien het product voor ander gebruik dan het specifiek medische kan worden aangewend, met goederen van hoofdstuk 90, kan het niet worden aangemerkt als een instrument, apparaat of toestel voor de geneeskunde van post 9018.

De indeling is gebaseerd op de vorm van het product en het materiaal waaruit het bestaat. Op basis van aantekening 8 op hoofdstuk 39 moet het worden ingedeeld onder post 3917.

3.

Naadloze, niet versterkte kunststof buis van poly(vinylideenfluoride) (PVDF) die onder invloed van warmte krimpt, met een drukweerstand van minder dan 27,6 MPa, ongeveer 25 mm lang en met een diameter van 9 mm.

Door verwarmen krimpen deze buisjes dusdanig dat zij elk daarin geplaatst voorwerp volledig omsluiten.

Het product wordt gewoonlijk gebruikt voor de bescherming van elektriciteitsdraad.

3917 32 39

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 8 op hoofdstuk 39 en de tekst van de GN-codes 3917, 3917 32 en 3917 32 39.

De indeling is gebaseerd op het materiaal waaruit het product bestaat. Deze buisjes kunnen niet worden beschouwd als isolatoren als bedoeld bij post 8546. In overeenstemming met de GS-toelichting op post 8546 zijn isolatoren artikelen die enerzijds dienen om elektrische stroomgeleiders te bevestigen, te ondersteunen en te leiden en anderzijds om deze stroomgeleiders van elkaar en van de aarde te isoleren. Deze buisjes kunnen niet worden aangemerkt als isolatiebuizen van post 8547.

In overeenstemming met de GS-toelichting op post 8547, onder B), worden buizen die geheel vervaardigd zijn van isolerende stoffen (bv. rubber, kunststof, textielvlechten of garens van glasvezels) zonder metalen bekleding uitgezonderd en ingedeeld naar de grondstof waarvan zij zijn vervaardigd.

4.

Groenkleurige avocadopulp (guacomole), met de volgende samenstelling (in gewichtspercenten):

avocado

90,5

andere ingrediënten (bv. zout, kruiden, citroenzuur, antioxidant, stabilisator, conserveermiddel) minder dan

1

het gehalte aan diverse suikers overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 2, letter a, op hoofdstuk 20

9,6

Het product is opgemaakt in een verpakking met een netto-inhoud van niet meer dan 1 kg.

2008 99 67

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aanvullende aantekening (GN) 2, letter a en 3 op hoofdstuk 20 en de tekst van de GN-codes 2008, 2008 99 en 2008 99 67.

De bereiding kan niet worden aangemerkt als een saus of een samengestelde kruiderij van post 2103 (zie de GS-toelichting op post 2103) omdat zij geen aanzienlijke hoeveelheden kruiderijen bevat.

Aangezien een verdere bereiding heeft plaatsgevonden dan overeenkomstig hoofdstuk 8 is toegestaan, wordt de bereiding ingedeeld onder post 2008.

Het product wordt beschouwd als een product met toegevoegde suiker in de zin van aanvullende aantekening (GN) 3 op hoofdstuk 20.


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/10


VERORDENING (EG) Nr. 1968/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

tot vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een inschrijving voor de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Portugal is opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1809/2005 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie (3) kan de Commissie volgens de procedure van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 besluiten een maximumverlaging van het recht bij invoer vast te stellen. Bij deze vaststelling moet met name rekening worden gehouden met de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 genoemde criteria. Er wordt gegund aan elke inschrijver wiens offerte ten hoogste gelijk is aan de maximumverlaging van het recht bij invoer.

(3)

De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumverlaging van het recht bij invoer op het in artikel 1 vermelde bedrag.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de offertes die van 25 november tot 1 december 2005, in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005 worden meegedeeld, wordt de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs vastgesteld op 22,95 EUR/t voor een globale maximumhoeveelheid van 47 800 t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11)

(2)  PB L 291 van 5.11.2005, blz. 4.

(3)  PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2235/2005 (PB L 256 van 10.10.2005, blz. 13).


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/11


VERORDENING (EG) Nr. 1969/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

betreffende de offertes voor de uitvoer van gerst die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1058/2005 van de Commissie (2) is een inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst naar bepaalde derde landen opengesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie op grond van de meegedeelde offertes besluiten niet tot toewijzing over te gaan.

(3)

Het is, met name rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde criteria, niet wenselijk een maximumrestitutie vast te stellen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt geen gevolg gegeven aan de offertes van 25 november tot en met 1 december 2005 zijn meegedeeld in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1058/2005 bedoelde inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 174 van 7.7.2005, blz. 12.

(3)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/12


VERORDENING (EG) Nr. 1970/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van haver in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1438/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 7,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2), en met name op artikel 7,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1438/2005 van de Commissie van 2 september 2005 betreffende een bijzondere interventiemaatregel voor haver in Finland en Zweden voor het verkoopseizoen 2004-2005 voa het verkoopseizoen 2005-2006 (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er is een openbare inschrijving voor de vaststelling van de restitutie bij uitvoer uit Finland en Zweden van in die landen geproduceerd haver naar alle derde landen, met uitzondering van Bulgarije, Noorwegen, Roemenië en Zwitserland, opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1438/2005.

(2)

Het is, met name rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde criteria, wenselijk een maximumrestitutie vast te stellen.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de offertes die van 25 november tot 1 december 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1438/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van haver vastgesteld op 12,50 EUR/t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).

(3)  PB L 228 van 3.9.2005, blz. 5.


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/13


VERORDENING (EG) Nr. 1971/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 december 2005

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1059/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van zachte tarwe naar bepaalde derde landen opengesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie.

(3)

De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de offertes die van 25 november tot 1 december 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe vastgesteld op 5,00 EUR/t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 2 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 december 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 174 van 7.7.2005, blz. 15.

(3)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Commissie

2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/14


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2005

waarbij Frankrijk wordt gemachtigd de verkoop aan de eindgebruiker met het oog op zaaien of planten in bepaalde gebieden van Frankrijk van teeltmateriaal van Pinus pinaster Ait. dat afkomstig is van het Iberisch Schiereiland en dat voor gebruik in die gebieden ongeschikt is, op grond van Richtlijn 1999/105/EG te verbieden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4534)

(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)

(2005/853/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (1), en met name op artikel 17, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Frankrijk heeft toestemming gevraagd om de verkoop van teeltmateriaal van Pinus pinaster Ait. van oorsprong uit het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) aan de eindgebruiker met het oog op zaaien of planten in alle administratieve regio’s van Frankrijk behalve Provence-Alpes-Côte-d’Azur, Languedoc-Roussillon en Corsica te verbieden.

(2)

Ter staving van zijn verzoek heeft Frankrijk alle informatie verstrekt als bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a) en b), van Richtlijn 1999/105/EG, zoals nader uitgewerkt bij Verordening (EG) nr. 1602/2002 van de Commissie van 9 september 2002 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad inzake de machtiging van lidstaten om het verkopen van gespecificeerd bosbouwkundig teeltmateriaal aan de eindgebruiker te verbieden (2).

(3)

Aan de hand van gegevens uit de commerciële bosbouw heeft Frankrijk aangetoond dat bomen van Pinus pinaster Ait. uit zaad van oorsprong uit bepaalde gebieden van het Iberisch Schiereiland en geteeld in Franse gebieden met uitzondering van bovengenoemde, niet geschikt zijn voor de in deze gebieden heersende lage temperaturen, getuige de catastrofale gevolgen van de strenge vorst in met name 1956, 1963 en 1985 voor de overlevingskansen van bomen van deze oorsprong. Een vergelijking van de klimatologische omstandigheden in de afzonderlijke herkomstgebieden op het Iberisch Schiereiland met die in de regio’s van Frankrijk, uitgezonderd Provence-Alpes-Côte-d’Azur, Languedoc-Roussillon en Corsica, werd naar behoren uitgevoerd. Van de herkomstgebieden zoals omschreven in artikel 2, onder g), van Richtlijn 1999/105/EG, werd overeenkomstig artikel 9 van diezelfde richtlijn een lijst opgesteld, die is gepubliceerd en aan de Commissie en de andere lidstaten is toegezonden.

(4)

Frankrijk dient gemachtigd te worden de verkoop van dit bosbouwkundig teeltmateriaal aan de eindgebruiker te verbieden.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Frankrijk wordt gemachtigd de verkoop van teeltmateriaal van Pinus pinaster Ait. van oorsprong uit de in de bijlage genoemde gebieden aan de eindgebruiker met het oog op zaaien of planten in alle administratieve regio’s van Frankrijk behalve Provence-Alpes-Côte-d’Azur, Languedoc-Roussillon en Corsica te verbieden.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.

Gedaan te Brussel, 30 november 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17. Richtlijn gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(2)  PB L 242 van 10.9.2002, blz. 18.


BIJLAGE

Herkomstgebieden op het Iberisch Schiereiland voor Pinus pinaster Ait.

a)

Spanje:

Referentie van het herkomstgebied in de officiële Spaanse lijst van goedgekeurd uitgangsmateriaal die overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 1999/105/EG van de Raad door Spanje is gepubliceerd

Naam van het herkomstgebied

1a

Noroeste-litoral

1b

Noroeste-interior

5

Bajo Tietar

15

Sierra de Espadan

16

Levante

18

Moratalla

19

Sierra Almijara-Nevada

20

Sierra Bermeja

A

Benicasim

C

Litoral Catalan

D

La Safor

E

Fuencaliente

F

Sierra de Oria

G

Serrania de Ronda

b)

Portugal:

het hele grondgebied.


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/17


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2005

tot wijziging van aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003 wat betreft bepaalde inrichtingen in de vlees-, melk- en vissector in Polen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4595)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/854/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Toetredingsakte van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (1), en met name op bijlage XII, hoofdstuk 6, afdeling B, onderafdeling I, punt 1, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aan Polen is voor bepaalde in aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003 vermelde inrichtingen een overgangsperiode toegestaan.

(2)

Aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003 is gewijzigd bij de Beschikkingen 2004/458/EG (2), 2004/471/EG (3), 2004/474/EG (4), 2005/271/EG (5) en 2005/591/EG (6) van de Commissie.

(3)

Uit een officiële verklaring van de bevoegde Poolse autoriteit blijkt dat bepaalde inrichtingen in de vlees-, melk- en vissector hun moderniseringsproces hebben voltooid en nu volledig aan het Gemeenschapsrecht voldoen. Deze inrichtingen moeten daarom worden geschrapt van de lijst van inrichtingen waarvoor een overgangsregeling geldt.

(4)

Twee inrichtingen in de vleessector hebben een einde aan het moderniseringsproces gemaakt en een aanvraag tot overplaatsing van de categorie „inrichtingen met een hoge capaciteit” naar de categorie „inrichtingen met een geringe capaciteit” ingediend. Volgens een officiële verklaring van de bevoegde Poolse autoriteit voldoen deze instellingen volledig aan de communautaire vereisten voor inrichtingen met een geringe capaciteit. Twee visinrichtingen hebben hun activiteiten gestaakt. Deze inrichtingen moeten daarom ook worden geschrapt van de lijst van inrichtingen waarvoor een overgangsregeling geldt.

(5)

Aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid is van de in deze beschikking vervatte maatregelen in kennis gesteld,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De in de bijlage bij deze beschikking vermelde inrichtingen worden geschrapt uit aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 30 november 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33.

(2)  PB L 156 van 30.4.2004, blz. 53; gerectificeerd in PB L 202 van 7.6.2004, blz. 39.

(3)  PB L 160 van 30.4.2004, blz. 56; gerectificeerd in PB L 212 van 12.6.2004, blz. 31.

(4)  PB L 160 van 30.4.2004, blz. 73; gerectificeerd in PB L 212 van 12.6.2004, blz. 44.

(5)  PB L 86 van 5.4.2005, blz. 13.

(6)  PB L 200 van 30.7.2005, blz. 96.


BIJLAGE

Lijst van inrichtingen die geschrapt moeten worden uit aanhangsel B van bijlage XII bij de Toetredingsakte van 2003

VLEESINRICHTINGEN

Oorspronkelijke lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

151

24020313

Przetwórstwo Mięsno–Wędliniarskie „Musiał Bestwinka”

227

30220202

Zakład Rzeźniczo Wędliniarski Tadeusz Szczepaniak


Aanvullende lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

2

02190117

Rolmeks, Spółka z o.o. ul. Kwiatowa 19, 58-130 Żarów, Buków

6

04050204

P.P.H.U. Irex, Irena Jasinska

10

06040201

Masarnia z Ubojnią Stanisław Kurantowicz

11

06050201

Zakład Przetwórstwa Mięsa „MATTHIAS” Sp. z o.o.

13

06180201

Zakład Przetwórstwa Mięsnego sp. j. P. Zubrzycki, J. Zieliński

16

10030202

Zakład Wędliniarski i Ubojnia Grzegorz Kępa

19

10080209

P.P.H. „Jamir” Skup, Ubój, Przetwórstwo Mięsa

20

10090302

Sp. j. LIWA Pajęczno

21

10120204

Ubojnia Zwierząt Rzeźnych Zofia Polcyn, Hucisko

25

10180302

Zakłady Mięsne Makro Walichnowy sp. z o.o.

40

12100113

Handel Zwierzętami Rzeźnymi i Ubój „Antocel”, Antoni Słaby

45

12133807

„Lepro.Pol” Sp. j. Ubój Zwierząt Rzeźnych, Hurtowa Sprzedaż Mięsa

58

16610301

Zakład Przetwórstwa Mięsnego Matejka Joachim

63

18110208

ZPM „Kabanos”, Sp. z o.o.

65

18160206

ZM „Smak.Eko” sp. z o.o.

76

24150201

Zakład Rzeźniczo – Wędliniarski B. M. Janeta sp. j.

77

24690317

„Selgros” Sp. z o.o. Dział Produkcji Mięsa

98

30240204

Rolniczy Kombinat Spółdzielczy im. Ludowego Lotnictwa Polskiego w Wilczynie

99

32120201

Z.P.M. Eugeniusz Kowalczyk

101

06180201

Zakład Przetwórstwa Mięsnego Sp. J., Piotr Zubrzycki, Janusz Zieliński, w Kolonii Łaszczówka 49; 22-600 Tomaszów Lubelski

102

06040201

Masarnia z Ubojnią, Stanisław Kurantowicz, ul. Ceglana 25, 22-500 Hrubieszów

104

06050201

ZPM „MATTHIAS” Sp. z o.o. Kolonia Zamek 48, 23-310 Modliborzyce

124

12090225

Zakład Uboju i Przetwórstwa Mięsnego „WĘDZONKA” Józef Górka, 32-400 Myślenice, ul. Słowackiego 100

131

18040202

Zakład Przetwórstwa Mięsnego „SZAREK”, 37-500 Jarosław, ul. Widna Góra 74A

152

24150101

P.P.H-U Rzeźnictwo – Wędliniarstwo, Handel i Gastronomia, Tadeusz Kaczyna Zakład nr 1, 44-373 Wodzisław – Zawada, ul. Szybowa 1

154

24150103

PPH „ROMA” Romana Leks-Krzanowska 44-361 Syrynia, ul. 3 Maja 74

167

2040306

Masarnia i Ubojnia, Bernard Uchman, 72-132 Mosty 52E

168

2040202

ZPM Grupa „Farmer”, Ignacy Zaniewski, 72-200 Nowogard

PLUIMVEEVLEES

Oorspronkelijke lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

44

30050503

„IKO” Kompania Drobiarska, Zakład Drobiarski Sp. z o.o


Aanvullende lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

170

4010501

Zakład Przemysłu Mięsnego „Dróbalex” s.c. w Rudnikach

174

6064301

Ubojnia i Handel Drobiem „Ko–Ko” Sp. j. w Świerczowie

178

24690401

Firma Produkcyjno – Handlowa Hydro sp. z o.o. w Katowicach

190

24700401

PPH „Szendera” S. Szendera 41-408 Mysłowice, ul. Morgowska 5b

196

30240501

Zakład Drobiarski ROWEX sp z o.o. Ostroróg

198

1661102

Chłodnia Olsztyn Sp. z o.o. Oddział Opole

MELKSECTOR

Oorspronkelijke lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

36

12081602

Oddz. Produkcyjny w Miechowie, ul. B. Prusa 5, 32-200 Miechów, OSM Miechów

71

24141602

OSM Bieruń


Aanvullende lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

3

6081601

Okręgowa Spółdzielnia Mleczarska w Lubartowie

5

06641601

Zamojska Spółdzielnia Mleczarska; Zamość

8

12101602

Zakład Produkcji Mleczarskiej Z.J.J.Dominik Sp. j.

11

4031601

Okręgowa Spółdzielnia Mleczarska w Garwolinie

12

14091601

„Mleko” spółka z o.o. w Lipsku

16

8621604

„Olmlek” Sp. z o.o., Olsztyn

19

32091601

Spółdzielnia Mleczarska „Mlekosz” w Koszalinie Serownia w Bobolicach

20

32611601

Spółdzielnia Mleczarska „Mlekosz” Zakład Mleczarski w Koszalinie

21

04041602

Spółdzielnia Mleczarska w Lisewie, 86-230 Lisewo, ul. Chełmińska 48

22

04141602

Spółdzielnia Mleczarska ul. Podgórna 11, 86-140 Drzycim

23

10081603

Łódzka Spóldzielnia Mleczarska Oddział Produkcyjny Puczniew

31

32011601

Okręgowa Spółdzielnia Mleczarska, 78-200 Białogard, ul. Chocimska 2

VISSECTOR

Oorspronkelijke lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

14

22111813

PPH „Pikling” s.c. E. Kosecki & K. Strachanowski

21

24041802

PPHU „Hur-Pol”


Aanvullende lijst

Nr.

Veterinair erkenningsnummer

Naam van de inrichting

5

24091801

„SONA”, Sp. z o.o.

21

32151801

„Rybpol” Spółka Jawna, 78-422 Gwda Wielka, Strażacko

22

06621801

Przedsiębiorstwo Produkcyjno – Handlowe „AMIKA” Zakład Przetwórstwa Rybnego, 22-100 Chełm, ul. Rejowiecka 169

23

24141801

„ADMIRAŁ” Sp. z o.o. 43-143 Lędziny, ul. Pokoju 20

24

24141802

BIG _ FISH’ Sp. z o.o. Zakład Produkcyjny, 43-143 Lędziny, ul. Pokoju 5


2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/21


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2005

tot wijziging van Beschikking 2005/734/EG tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4687)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/855/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name op artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft Beschikking 2005/732/EG van 17 oktober 2005 tot goedkeuring van de programma's voor het uitvoeren van onderzoek naar aviaire influenza bij pluimvee en bij in het wild levende vogels in 2005 in de lidstaten en tot vaststelling van rapporterings- en subsidiabiliteitsregels voor de financiële bijdragen van de Gemeenschap in de kosten voor de uitvoering van deze programma's (2) vastgesteld om de situatie in de lidstaten te volgen.

(2)

Om het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, door in het wild levende vogels naar pluimveebedrijven en andere inrichtingen waar vogels in gevangenschap worden gehouden, te beperken, heeft de Commissie Beschikking 2005/734/EG van 19 oktober 2005 tot vaststelling van bioveiligheidsmaatregelen ter beperking van het risico van overdracht van hoogpathogene aviaire influenza, veroorzaakt door het influenza A-virus subtype H5N1, van in het wild levende vogels naar pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels en tot instelling van een systeem voor vroege opsporing in risicogebieden (3) vastgesteld.

(3)

Krachtens die beschikking moeten de lidstaten de afzonderlijke bedrijven identificeren waar pluimvee of andere vogels worden gehouden en die volgens epidemiologische en ornithologische gegevens een bijzonder risico lopen om via in het wild levende vogels door het aviaire-influenza A-virus subtype H5N1 te worden besmet.

(4)

In het licht van de epidemiologische en ornithologische ontwikkelingen is het nodig dat dergelijke risico’s op regelmatige en continue wijze worden bekeken met het oog op de aanpassing van de risicogebieden.

(5)

Er is meer duidelijkheid nodig wat betreft de epidemiologische rol van vogels die deelnemen aan vliegwedstrijden in het kader van culturele evenementen.

(6)

Bovendien is het nodig dat de uitvoeringstermijn voor de in Beschikking 2005/734/EG bedoelde maatregelen in het licht van de epidemiologische en ornithologische ontwikkelingen wordt verlengd.

(7)

Beschikking 2005/734/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Beschikking 2005/734/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 1 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

„4.   De lidstaten bekijken regelmatig de maatregelen die zij hebben genomen krachtens lid 1 en in het licht van de onderzoeken die zij overeenkomstig Beschikking 2005/732/EG hebben uitgevoerd met het oog op de aanpassing aan de veranderende epidemiologische en ornithologische situatie van de delen van hun grondgebied die zij als risicogebied voor de insleep van aviaire influenza hebben aangemerkt.”.

2)

Artikel 2 bis, lid 2, komt als volgt te luiden:

„2.   De lidstaten zorgen ervoor dat het bijeenbrengen van pluimvee en andere vogels op markten, shows, tentoonstellingen en culturele evenementen, waaronder vliegwedstrijden voor vogels, wordt verboden.

De bevoegde autoriteit kan echter op basis van een gunstige risicobeoordeling toestaan dat pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels wel voor dergelijke gelegenheden worden bijeengebracht.”.

3)

In artikel 4 wordt de datum „1 december 2005” vervangen door „31 mei 2006”.

4)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

De lidstaten nemen onmiddellijk de nodige maatregelen om aan deze beschikking te voldoen en zij maken die maatregelen bekend. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 30 november 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 315 van 19.11.2002, blz. 14).

(2)  PB L 274 van 20.10.2005, blz. 95.

(3)  PB L 274 van 20.10.2005, blz. 105. Beschikking gewijzigd bij Beschikking 2005/745/EG (PB L 279 van 22.10.2005, blz. 79).


BIJLAGE

In bijlage I bij Beschikking 2005/734/EG komt het eerste streepje van deel I als volgt te luiden:

„—

Ligging van het bedrijf langs vogeltrekroutes, met name van vogels komend uit Centraal- en Oost-Azië, de gebieden rond de Kaspische Zee en de Zwarte Zee, het Midden-Oosten en Afrika;”.


Rectificaties

2.12.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 316/23


Rectificatie van Besluit 2005/629/EG van de Commissie van 26 augustus 2005 tot instelling van een Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij

( Publicatieblad van de Europese Unie L 225 van 31 augustus 2005 )

Besluit 2005/629/EG moet als volgt worden gelezen:

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 26 augustus 2005

tot instelling van een Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij

(2005/629/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 33, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De tenuitvoerlegging van het beleid van de Gemeenschap inzake visserij en aquacultuur vereist bijstand van hooggekwalificeerde wetenschappelijke medewerkers, met name op het gebied van de mariene en visserijbiologie, visserijtechniek, visserijeconomie en verwante vakgebieden, en in verband met de vereisten inzake onderzoek en gegevensverzameling met betrekking tot visserij en aquacultuur.

(2)

Deze bijstand moet worden geboden door een permanent Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) dat binnen de Commissie wordt ingesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Commissie het WTECV op gezette tijden raadplegen over aangelegenheden betreffende de instandhouding en het beheer van levende aquatische hulpbronnen, met inbegrip van biologische, economische, milieu-, sociale en technische overwegingen, en moet zij bij voorstellen inzake visserijbeheer uit hoofde van die verordening rekening houden met het advies van het WTECV.

(4)

Het advies van het WTECV over aangelegenheden in verband met visserij moet steunen op de beginselen van deskundigheid, onafhankelijkheid, onpartijdigheid en doorzichtigheid.

(5)

Het is van essentieel belang dat het WTECV optimaal gebruikmaakt van externe deskundigheid die binnen en buiten de Gemeenschap aanwezig is, als dat noodzakelijk is voor een specifiek probleem.

(6)

Gelet op het aantal noodzakelijke wijzigingen en de omvang daarvan, moet Besluit 93/619/EG van de Commissie van 19 november 1993 betreffende de instelling van een Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (2) worden ingetrokken,

BESLUIT:

Artikel 1

Instelling van het comité

Er wordt een Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij ingesteld, hierna „WTECV” genoemd.

Artikel 2

Rol van het WTECV

1.   Op gezette tijden of wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, verzoekt de Commissie het WTECV om advies over vraagstukken zoals bedoeld in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002. De Commissie kan voor het uitbrengen van een dergelijk advies een bepaalde termijn stellen.

2.   Het WTECV kan de Commissie op eigen initiatief advies geven over vraagstukken zoals bedoeld in artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

3.   Het WTECV stelt jaarlijks een rapport op over:

a)

de situatie van de voor de Europese Gemeenschap relevante visbestanden;

b)

de economische consequenties van de situatie van deze visbestanden;

c)

de ontwikkeling van de visserijactiviteit, onder verwijzing naar de biologische, technische en economische aspecten;

d)

andere economische factoren die op de visserij van invloed zijn.

Artikel 3

Structuur

1.   Het WTECV bestaat uit minimaal 30 en maximaal 35 leden.

2.   Leden van het WTECV zijn wetenschappelijke deskundigen op het gebied van mariene biologie, mariene ecologie, visserijwetenschappen, natuurbescherming, bestandsdynamiek, statistiek, vistuigtechnologie, aquacultuur en de economische aspecten van visserij en aquacultuur.

Artikel 4

Benoeming van leden van het WTECV en vaststelling van een reservelijst

1.   De leden van het WTECV worden door de Commissie benoemd op basis van een lijst van geschikte kandidaten. Deze lijst wordt opgesteld nadat in het Publicatieblad van de Europese Unie en op de website van de Commissie een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling is bekendgemaakt.

2.   Leden van het WTECV worden benoemd op grond van hun deskundigheid en volgens een geografische spreiding die de diversiteit van de wetenschappelijke problemen en benaderingen binnen de Gemeenschap weerspiegelt.

3.   Een lijst van de leden van het WTECV wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en samen met een beknopt curriculum vitae van elk lid op de website van de Commissie geplaatst.

4.   Kandidaten die voor het WTECV geschikt worden bevonden maar niet worden benoemd, worden op een reservelijst geplaatst. Uit die reservelijst kan de Commissie geschikte kandidaten kiezen ter vervanging van leden die het WTECV verlaten overeenkomstig artikel 6, lid 3.

5.   De reservelijst wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie en op de website van de Commissie bekendgemaakt.

Artikel 5

Verkiezing van de voorzitter en vicevoorzitters

Het WTECV kiest uit zijn leden een voorzitter en twee vicevoorzitters voor een periode van drie jaar. De voorzitter en de vicevoorzitters van het WTECV kunnen niet meer dan twee opeenvolgende periodes voor dezelfde functie worden gekozen.

Artikel 6

Ambtstermijn

1.   De ambtstermijn van leden van het WTECV bedraagt drie jaar en kan steeds voor een periode van drie jaar worden verlengd.

2.   Na afloop van de periode van drie jaar blijven de leden, de voorzitter en de vicevoorzitters van het WTECV in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn is voorzien.

3.   Wanneer een lid niet actief aan de werkzaamheden van het WTECV deelneemt, tegenstrijdige belangen vertegenwoordigt of ontslag wil nemen, kan de Commissie zijn lidmaatschap beëindigen.

Artikel 7

Externe deskundigen

Indien de Commissie daarmee instemt, kan het WTECV deskundigen uitnodigen die geen lid zijn van het WTECV en van wie de relevante wetenschappelijke kennis en deskundigheid kan bijdragen tot het werk van het WTECV.

Artikel 8

Werkgroepen

Indien de Commissie daarmee instemt, kan het WTECV specifieke werkgroepen oprichten voor het verrichten van duidelijk omschreven taken. De werkgroepen bestaan uit externe deskundigen en ten minste twee leden van het WTECV. Zij brengen binnen een bepaalde termijn verslag uit aan het WTECV.

Artikel 9

Vergoedingen

1.   Overeenkomstig het bepaalde in de bijlage hebben leden van het WTECV en externe deskundigen recht op een vergoeding voor hun deelname aan de vergaderingen van de WTECV en van de werkgroepen, evenals voor hun werkzaamheden als rapporteur voor bepaalde vraagstukken.

2.   De reis- en verblijfkosten voor leden van het WTECV en externe deskundigen worden door de Commissie betaald.

Artikel 10

Verhouding tussen het WTECV en de Commissie

1.   Vergaderingen van het WTECV en zijn werkgroepen worden door de Commissie goedgekeurd en bijeengeroepen.

2.   De Commissie mag aan vergaderingen van het WTECV en zijn werkgroepen deelnemen.

3.   De Commissie mag deskundigen die geen lid zijn van het WTECV, uitnodigen om aan vergaderingen van het WTECV en zijn werkgroepen deel te nemen.

Artikel 11

Reglement van orde

1.   Het WTECV stelt na goedkeuring van de Commissie zijn reglement van orde vast. Het reglement van orde waarborgt dat het WTECV zijn taken verricht met inachtneming van de beginselen van deskundigheid, onafhankelijkheid en doorzichtigheid, waarbij tegelijkertijd aan gewettigde verzoeken om eerbiediging van fiscale en zakengeheimen gevolg wordt gegeven.

2.   Het reglement van orde voorziet met name in:

a)

de verkiezing van een voorzitter en vicevoorzitters van het WTECV;

b)

procedures voor:

i)

de afhandeling van verzoeken om advies;

ii)

de goedkeuring van adviezen onder normale omstandigheden en, in spoedeisende gevallen, volgens een versnelde schriftelijke procedure;

c)

de oprichting en organisatie van werkgroepen, de benoeming van voorzitters van werkgroepen en de omschrijving van hun taken;

d)

de notulen van de vergaderingen, met inbegrip van bijzonderheden over van het goedgekeurde advies afwijkende standpunten;

e)

de rol van externe deskundigen;

f)

de aanstelling van rapporteurs en de omschrijving van hun taken;

g)

de vorm en inhoud van wetenschappelijke adviezen en procedures om hun samenhang te waarborgen en te bevorderen;

h)

de verantwoordelijkheden en de plichten van leden van het WTECV en externe deskundigen in hun contacten met derden;

i)

de vertegenwoordiging van het WTECV in het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA);

j)

de deelname van leden van het WTECV aan regionale adviesraden.

3.   Het reglement van orde wordt op de website van de Commissie bekendgemaakt.

Artikel 12

Besluiten en adviezen

1.   Het WTECV beslist bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Besluiten en adviezen kunnen uitsluitend worden goedgekeurd indien ten minste 70 % van de leden van het WTECV zijn stem heeft uitgebracht of zich heeft onthouden.

2.   Met redenen omklede minderheidsstandpunten worden steeds opgenomen in het advies van het WTECV, met vermelding van de naam van de leden die deze standpunten hebben ingenomen.

3.   Adviezen van het WTECV worden onverwijld en met eerbiediging van zakengeheimen op de website van de Commissie bekendgemaakt.

Artikel 13

Onafhankelijkheid

1.   Leden van het WTECV worden op persoonlijke titel benoemd en externe deskundigen worden op persoonlijke titel uitgenodigd. Zij mogen hun bevoegdheden niet delegeren.

2.   Leden van het WTECV en externe deskundigen handelen onafhankelijk van de lidstaten en van belanghebbenden. Zij leggen een verklaring af waarin zij zich ertoe verbinden te handelen in het openbaar belang en een verklaring waarin zij aangeven of zij al dan niet belangen hebben waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij aan hun onafhankelijkheid afbreuk doen. Deze verklaringen worden schriftelijk gedaan en zijn openbaar. De leden van het WTECV leggen de verklaringen jaarlijks af.

3.   Leden van het WTECV en externe deskundigen maken op elke vergadering van het WTECV en van de werkgroepen de specifieke belangen kenbaar waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat zij aan hun onafhankelijkheid met betrekking tot de agendapunten afbreuk doen.

Artikel 14

Vertrouwelijkheid

1.   Leden van het WTECV en externe deskundigen mogen inlichtingen die hun naar aanleiding van de werkzaamheden van het WTECV of een van de werkgroepen ter kennis zijn gekomen, niet openbaar maken, met uitzondering van de adviezen van het WTECV.

2.   Indien de Commissie het WTECV meedeelt dat het gevraagde advies vertrouwelijk is, zijn bij de betrokken vergadering uitsluitend leden van het WTECV en vertegenwoordigers van de Commissie aanwezig.

Artikel 15

Secretariaat van het WTECV

1.   De Commissie voert het secretariaat van het WTECV en zijn werkgroepen.

2.   Het secretariaat zorgt voor technische en administratieve bijstand en coördinatie ten behoeve van de efficiënte werking van het WTECV en organiseert de vergaderingen van de werkgroepen.

3.   Indien nodig zorgt het secretariaat voor de coördinatie van de activiteiten van het WTECV en van de werkgroepen met die van andere communautaire en internationale organen.

Artikel 16

Slotbepalingen

1.   Besluit 93/619/EG wordt ingetrokken.

2.   De leden van het WTECV die overeenkomstig artikel 1 van Besluit 93/619/EG zijn benoemd, blijven in functie als leden van het bij dit besluit ingestelde comité totdat overeenkomstig artikel 3 van dit besluit nieuwe leden zijn benoemd.

3.   Het bepaalde in artikel 5 is van overeenkomstige toepassing bij het verstrijken van de ambtstermijn van de in lid 2 bedoelde leden.

Gedaan te Brussel, 26 augustus 2005.

Voor de Commissie

Joe BORG

Lid van de Commissie

BIJLAGE

VERGOEDINGEN

Voor hun deelname aan de werkzaamheden van het WTECV ontvangen leden van het WTECV en externe deskundigen de volgende vergoedingen:

Deelname aan vergaderingen van het WTECV en werkgroepen

EUR per volledige dag

Vergadering WTECV

Werkgroepen

Voorzitter

300

300

Vicevoorzitter (3)

300

0

Overige aanwezigen

250

250

Wanneer de deelname beperkt blijft tot een voor- of namiddag, bedraagt de vergoeding 50 % van de vergoeding voor een volledige dag.

Verslagen

EUR

Adviezen van het WTECV tijdens plenaire vergaderingen of per correspondentie (4)

Verslagen met achtergrondinformatie (5) ter voorbereiding van vergaderingen van het WTECV of werkgroepen

Rapporteur

300

300 (6)


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 297 van 2.12.1993, blz. 25.

(3)  Uitsluitend aanwezig bij vergaderingen van het WTECV.

(4)  De vergoeding wordt betaald voor de voltooiing van een advies.

(5)  Samenvattingen, onderzoeken en achtergrondinformatie.

(6)  De vergoeding wordt betaald voor een periode van maximaal 15 dagen op basis van de termijnen die de Commissie in haar voorafgaande schriftelijke overeenkomst heeft vastgesteld. De Commissie kan het aantal dagen evenwel verhogen indien zij dit nodig acht..