ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 298

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
15 november 2005


Inhoud

 

Hof van Justitie

Bladzijde

 

*

Wijziging van het reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg

1

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


Hof van Justitie

15.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 298/1


WIJZIGING VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VAN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 224, vijfde alinea,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 140, lid 5,

Gezien artikel 63 van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie,

Gezien de goedkeuring van het Hof van Justitie,

Gezien de goedkeuring van de Raad, verleend op 18 juli 2005 en 3 oktober 2005,

Overwegende hetgeen volgt,

(1)

Gelet op de opgedane ervaring, dient een aantal bepalingen van het reglement voor de procesvoering te worden gewijzigd om de strekking ervan te verduidelijken of om deze aan te passen aan de vereisten van een efficiënte organisatie van het procesverloop.

(2)

De bepalingen betreffende de rechtsbijstand dienen te worden aangepast aan die van Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen (1).

(3)

De hogere voorziening tegen de beslissingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie, ingesteld bij Besluit 2004/752/EG, Euratom van de Raad van 2 november 2004 (2) dient te worden geregeld,

STELT DE NAVOLGENDE WIJZIGING VAN ZIJN REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING VAST:

Artikel 1

Het reglement voor de procesvoering van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 2 mei 1991 (3), gewijzigd op 15 september 1994 (4), 17 februari 1995 (5), 6 juli 1995 (6), 12 maart 1997 (7), 17 mei 1999 (8), 6 december 2000 (9), 21 mei 2003 (10)19 april 2004 (11) en 21 april 2004 (12), wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 7, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De rechters kiezen onmiddellijk na hun gedeeltelijke vervanging, bedoeld in de artikelen 224 EG-Verdrag en 140 EGA-Verdrag, uit hun midden voor drie jaar de president van het Gerecht.”;

2)

artikel 9, tweede alinea, wordt vervangen door:

„Bij gelijktijdige afwezigheid of verhindering van de president van het Gerecht en van de kamerpresidenten, almede wanneer hun ambten gelijktijdig vacant zijn, wordt het presidentschap waargenomen door een van de andere rechters volgens de in artikel 6 bepaalde rangorde.”;

3)

artikel 24, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Ter griffie wordt onder verantwoordelijkheid van de griffier een register gehouden, waarin achter elkander, in de volgorde van indiening, alle processtukken en de ter ondersteuning daarvan neergelegde bescheiden worden ingeschreven.”;

4)

aan artikel 32, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Indien in de grote kamer of in een van de uit vijf rechters bestaande kamers ten gevolge van de afwezigheid of verhindering van een rechter vóór de datum waarop de mondelinge behandeling wordt geopend, het in artikel 10, lid 1, bedoelde aantal rechters niet wordt bereikt, wordt deze kamer aangevuld door een rechter die door de president van het Gerecht wordt aangewezen om weer tot het voorgeschreven aantal rechters te komen.”;

5)

artikel 41, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst:

„1.   Indien het Gerecht van oordeel is dat een raadsman of advocaat zich voor het Gerecht, de president, een rechter of de griffier gedraagt op een wijze die onverenigbaar is met de waardigheid van het Gerecht of met de eisen van een goede rechtsbedeling, of dat deze raadsman of advocaat van de hem met het oog op zijn functie toegekende rechten een ander gebruik maakt dan waartoe die rechten hem zijn verleend, deelt het dit de betrokkene mee. Het Gerecht kan de bevoegde autoriteiten onder wiens gezag de betrokkene valt, daarvan op de hoogte stellen; een afschrift van de tot deze autoriteiten gerichte brief wordt aan de betrokkene toegezonden.

Om dezelfde redenen kan het Gerecht te allen tijde de betrokkene bij beschikking van de procedure uitsluiten, na hem te hebben gehoord. Deze beschikking is onmiddellijk uitvoerbaar.”;

6)

artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 6 wordt de volgende zin toegevoegd:

„Artikel 102, lid 2, is niet van toepassing op deze termijn van tien dagen.”;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„7.   Onverminderd het bepaalde in de leden 1, eerste alinea, en 2 tot en met 5, kan het Gerecht bij besluit bepalen onder welke voorwaarden een elektronisch aan de griffie toegezonden stuk als het origineel van dit stuk wordt beschouwd. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.”;

7)

artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste zin vervangen door:

„Binnen twee maanden na de betekening van het verzoekschrift dient de verwerende partij een verweerschrift in.”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

„3.   Op met redenen omkleed verzoek van de verwerende partij kan de president, in buitengewone omstandigheden, de in lid 1 bedoelde termijn verlengen.”;.

8)

artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de enige alinea wordt lid 1;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„2.   De gemachtigden, raadslieden en advocaten van alle partijen bij gevoegde zaken, met inbegrip van de interveniërende partijen, kunnen ter griffie de processtukken raadplegen die aan de partijen in de andere betrokken zaken zijn betekend. De president kan evenwel op verzoek van een partij geheime of vertrouwelijke stukken van deze raadpleging uitsluiten, onverminderd artikel 67, lid 3.”;

9)

artikel 55, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Het Gerecht neemt van de aanhangig gemaakte zaken kennis in de volgorde waarin de instructie is gesloten. Indien in meerdere zaken de instructie gelijktijdig werd gesloten, wordt de volgorde bepaald door de datum van inschrijving van de verzoekschriften in het register.”;

10)

artikel 64, lid 5, eerste alinea, wordt vervangen door:

„5.   Indien het Gerecht in volle samenstelling of in grote kamer besluit tot maatregelen tot organisatie van de procesgang, doch de uitvoering ervan niet aan zich houdt, draagt het deze op aan de kamer waaraan de zaak oorspronkelijk was toegewezen, dan wel aan de rechter-rapporteur.”;

11)

artikel 67, lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:

„1.   Indien het Gerecht in volle samenstelling of in grote kamer tot maatregelen van instructie besluit, doch de uitvoering ervan niet aan zich houdt, draagt het deze op aan de kamer waaraan de zaak oorspronkelijk was toegewezen, dan wel aan de rechter-rapporteur.”;

12)

artikel 76 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1, tweede alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:

„In dit verzoek kan worden aangegeven dat bepaalde middelen of argumenten of bepaalde passages van het verzoekschrift of van het verweerschrift slechts zijn aangevoerd voor het geval niet volgens een versnelde procedure uitspraak zou worden gedaan, in het bijzonder door bij het verzoek een samengevatte versie van het verzoekschrift te voegen, alsmede een lijst van de bijlagen die enkel in aanmerking dienen te worden genomen wanneer volgens een versnelde procedure uitspraak zou worden gedaan.”

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de enige alinea wordt alinea 2;

ii)

de volgende alinea wordt ingevoegd:

„In afwijking van het bepaalde in artikel 46, lid 1, bedraagt de termijn voor de indiening van een verweerschrift een maand, wanneer de verzoekende partij overeenkomstig lid 1 om een uitspraak volgens een versnelde procedure heeft verzocht. Indien het Gerecht besluit om dit verzoek niet in te willigen, wordt de verwerende partij een aanvullende termijn van een maand verleend om het verweerschrift in te dienen dan wel, in voorkomend geval, aan te vullen. De in deze alinea bedoelde termijnen kunnen met toepassing van artikel 46, lid 3, worden verlengd.”;

c)

het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

„4.   Aan het besluit van het Gerecht om volgens een versnelde procedure uitspraak te doen, kunnen voorwaarden worden verbonden betreffende de omvang en de indiening van de memories van partijen, het verdere verloop van de procedure of de middelen en argumenten waarover het Gerecht uitspraak zal dienen te doen.

Indien een van de partijen zich niet aan een van deze voorwaarden houdt, kan het besluit om volgens een versnelde procedure uitspraak te doen, worden herroepen. De procedure verloopt dan volgens de normale procedure.”;

13)

artikel 93 wordt vervangen door de volgende tekst:

„Artikel 93

1.   De kas van het Gerecht en zijn schuldenaren doen hun betalingen in euro's.

2.   Wanneer de invorderbare kosten zijn gemaakt in een andere munteenheid dan de euro, of de handelingen die tot schadeloosstelling aanleiding geven, zijn verricht in een land waar de euro niet de valuta van het land is, geschiedt de omrekening van de valuta volgens de officiële referentiekoers van de Europese Centrale Bank op de dag van betaling.”;

14)

het zevende hoofdstuk van de tweede titel wordt vervangen door de volgende tekst:

„Zevende hoofdstuk

VAN DE RECHTSBIJSTAND

Artikel 94

1.   Om een daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen, wordt voor de procedures voor het Gerecht rechtsbijstand verleend met inachtneming van de navolgende regels.

De rechtsbijstand dekt volledig of gedeeltelijk de kosten in verband met de bijstand en de vertegenwoordiging in rechte voor het Gerecht. Deze kosten komen ten laste van de kas van het Gerecht.

2.   Iedere natuurlijke persoon die wegens zijn economische situatie geheel of ten dele niet in staat de in lid 1 bedoelde kosten te dragen, heeft recht op rechtsbijstand.

De economische situatie wordt beoordeeld aan de hand van objectieve criteria, zoals inkomen, vermogen en gezinssituatie.

3.   Rechtsbijstand wordt geweigerd indien de rechtsvordering ten aanzien waarvan zij wordt gevraagd, kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond lijkt.

Artikel 95

1.   Om rechtsbijstand kan worden verzocht voor of na de instelling van het beroep.

Het verzoek kan zonder bijstand van een advocaat worden ingediend.

2.   Het verzoek om rechtsbijstand moet vergezeld gaan van alle inlichtingen en bewijsstukken op grond waarvan de economische situatie van de verzoeker kan worden beoordeeld, zoals een verklaring van een nationale bevoegde autoriteit betreffende deze economische situatie.

Indien het verzoek vóór de instelling van het beroep wordt ingediend, moet de verzoeker summier het voorwerp van het in te stellen beroep, de feiten van de zaak en de argumenten ter ondersteuning van het beroep uiteenzetten. Het verzoek dient vergezeld te gaan van de desbetreffende bewijsstukken.

3.   Het Gerecht kan overeenkomstig artikel 150 bepalen dat voor de indiening van het verzoek om rechtsbijstand een formulier moet worden gebruikt.

Artikel 96

1.   Alvorens op het verzoek om rechtsbijstand te beslissen, nodigt het Gerecht de wederpartij uit om haar schriftelijke opmerkingen in te dienen, tenzij reeds op grond van de ingediende stukken blijkt dat niet aan de in artikel 94, lid 2, bepaalde voorwaarden wordt voldaan of dat is voldaan aan het gestelde in lid 3.

2.   De beslissing op het verzoek om rechtsbijstand wordt bij beschikking door de president genomen. Hij kan de beslissing naar het Gerecht verwijzen.

De beschikking waarbij het verzoek om rechtsbijstand wordt afgewezen, wordt met redenen omkleed.

3.   In de beschikking waarbij in het verzoek om rechtsbijstand wordt bewilligd, wordt aan de betrokkene een advocaat aangewezen om hem te vertegenwoordigen.

Indien de betrokkene niet zelf een advocaat heeft voorgesteld, of indien zijn keuze niet kan worden bekrachtigd, zendt de griffier de beschikking waarbij in het verzoek om rechtsbijstand wordt bewilligd, en een afschrift van het verzoek aan de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat, genoemd in bijlage II bij het Additioneel reglement van het Hof. De advocaat die met de vertegenwoordiging van de verzoeker wordt belast, wordt aangewezen met inachtneming van de door deze instantie toegezonden voorstellen.

In de beschikking waarbij in het verzoek om rechtsbijstand wordt bewilligd, kan een bedrag worden vastgesteld dat aan de aldus aangewezen advocaat zal worden betaald, of een maximum worden bepaald voor de verschotten en honoraria van de advocaat, dat in beginsel niet mag worden overschreden. Daarin kan worden voorzien in een bijdrage van de betrokkene aan de in artikel 94, lid 1, bedoelde kosten, rekening houdend met zijn economische situatie.

4.   De indiening van een verzoek om rechtsbijstand schorst de voor de instelling van het beroep bepaalde termijn tot en met de datum van betekening van de beschikking waarbij op dit verzoek wordt beslist, of, in de gevallen bedoeld in de tweede alinea van lid 3, de beschikking waarbij de advocaat wordt aangewezen die de betrokkene dient te vertegenwoordigen.

5.   Wanneer in de loop van het geding blijkt dat de omstandigheden op grond waarvan de rechtsbijstand is verleend, zijn gewijzigd, kan de president, ambtshalve dan wel op verzoek, de betrokkene gehoord, de desbetreffende beschikking intrekken. Hij kan de beslissing naar het Gerecht verwijzen.

De beschikking tot intrekking van de rechtsbijstand wordt met redenen omkleed.

6.   De krachtens dit artikel gegeven beschikkingen zijn niet vatbaar voor hogere voorziening.

Artikel 97

1.   Indien rechtsbijstand wordt verleend, kan de president, op verzoek van de advocaat van de betrokkene, beslissen dat aan de advocaat een voorschot wordt betaald.

2.   Wanneer op grond van de beslissing waardoor een einde komt aan het geding, de begunstigde van de rechtsbijstand zijn eigen kosten moet dragen, stelt de president bij niet voor hogere voorziening vatbare, met redenen omklede beschikking de verschotten en honoraria van de advocaat vast die ten laste van de kas van het Gerecht komen. Hij kan de beslissing naar het Gerecht verwijzen.

3.   Wanneer het Gerecht in de beslissing waardoor een einde komt aan het geding, een andere partij heeft veroordeeld om de kosten van de begunstigde van de rechtsbijstand te dragen, dient deze andere partij de aan rechtsbijstand voorgeschoten bedragen aan de kas van het Gerecht te vergoeden.

In geval van een geschil of indien de partij geen gevolg geeft aan het verzoek van de griffier om deze bedragen te vergoeden, beslist de president bij niet voor hogere voorziening vatbare, met redenen omklede beschikking. Hij kan de beslissing naar het Gerecht verwijzen.

4.   Wanneer de begunstigde van de rechtsbijstand in het ongelijk wordt gesteld, kan het Gerecht, indien de billijkheid dit vergt, bij zijn uitspraak over de kosten in de beslissing waardoor een einde komt aan het geding, gelasten dat een of meer andere partijen hun eigen kosten dragen of dat deze bij wege van rechtsbijstand geheel of ten dele ten laste komen van de kas van het Gerecht.”;

15)

artikel 113 wordt vervangen door:

„Artikel 113

Het Gerecht kan in iedere stand van het geding ambtshalve, na partijen te hebben gehoord, uitspraak doen over de middelen van niet-ontvankelijkheid die van openbare orde zijn of vaststellen dat het beroep zonder voorwerp is geraakt en dat er niet op behoeft te worden beslist; de beslissing wordt genomen met inachtneming van het bepaalde in artikel 114, leden 3 en 4.”;

16)

artikel 114, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Na de inleiding van de inleidende akte bepaalt de president een termijn waarbinnen de wederpartij schriftelijk haar conclusies en gronden, zowel feitelijk als rechtens, kan voordragen.”;

17)

de volgende titel wordt ingevoegd:

„VIJFDE TITEL

VAN DE HOGERE VOORZIENING TEGEN BESLISSINGEN VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN VAN DE EUROPESE UNIE

Artikel 137

1.   Hogere voorziening wordt ingesteld door nederlegging van een verzoekschrift ter griffie van het Gerecht van eerste aanleg of van het Gerecht voor ambtenarenzaken.

2.   De griffie van het Gerecht voor ambtenarenzaken zendt het dossier van de eerste aanleg en, in voorkomend geval, het verzoekschrift in hogere voorziening onverwijld door aan de griffie van het Gerecht van eerste aanleg.

Artikel 138

1.   Het verzoekschrift in hogere voorziening bevat:

a)

de naam en de woonplaats van de verzoekende partij, genoemd: de rekwirant;

b)

de aanduiding van de andere partijen in de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken;

c)

de aangevoerde middelen en argumenten rechtens;

d)

de conclusies van de rekwirant.

Artikel 43 en artikel 44, leden 2 en 3, zijn op het verzoekschrift van toepassing.

2.   De beslissing van het Gerecht voor ambtenarenzaken, waartegen de hogere voorziening is gericht, moet bij het verzoekschrift worden gevoegd, met vermelding van de datum waarop zij aan de rekwirant is betekend.

3.   Indien het verzoekschrift niet beantwoordt aan het bepaalde bij artikel 44, lid 3, of bij lid 2 van dit artikel, is artikel 44, lid 6, van toepassing.

Artikel 139

1.   Hogere voorziening moet strekken tot:

a)

gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van het Gerecht voor ambtenarenzaken;

b)

gehele of gedeeltelijke toewijzing van het in eerste aanleg gevorderde; nieuwe conclusies zijn niet toegelaten.

2.   In hogere voorziening mag het voorwerp van het geding voor het Gerecht voor ambtenarenzaken niet worden gewijzigd.

Artikel 140

Het verzoekschrift wordt betekend aan alle in de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken betrokken partijen. Artikel 45 is van toepassing.

Artikel 141

1.   Iedere partij in de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken kan een memorie van antwoord indienen binnen twee maanden te rekenen vanaf de betekening van het verzoekschrift. Deze termijn wordt niet verlengd.

2.   De memorie van antwoord bevat:

a)

de naam en de woonplaats van de partij die de memorie indient;

b)

de datum waarop het verzoekschrift haar is betekend;

c)

de aangevoerde middelen en argumenten rechtens;

d)

de conclusies.

Artikel 43 en artikel 44, leden 2 en 3, zijn van toepassing.

Artikel 142

1.   De conclusies van de memorie van antwoord moeten strekken tot:

a)

gehele of gedeeltelijke verwerping van de hogere voorziening, dan wel gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van het Gerecht voor ambtenarenzaken;

b)

gehele of gedeeltelijke toewijzing van het in eerste aanleg gevorderde; nieuwe conclusies zijn niet toegelaten.

2.   In de memorie van antwoord mag het voorwerp van het geding voor het Gerecht voor ambtenarenzaken niet worden gewijzigd.

Artikel 143

1.   Het verzoekschrift in hogere voorziening en de memorie van antwoord kunnen worden aangevuld door een memorie van repliek en een memorie van dupliek, wanneer de president, na een desbetreffend verzoek van de rekwirant, dat binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de betekening van de memorie van antwoord, moet worden ingediend, zulks noodzakelijk oordeelt en de neerlegging van een memorie van repliek uitdrukkelijk toestaat teneinde de rekwirant in staat te stellen zijn standpunt te verdedigen, dan wel om de beslissing in hogere voorziening voor te bereiden. De president bepaalt de datum waarop de memorie van repliek dient te worden neergelegd en, bij de betekening van deze memorie, de datum waarop de memorie in dupliek dient te worden neergelegd.

2.   Wanneer de conclusies van een memorie van antwoord strekken tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van het Gerecht voor ambtenarenzaken op een grond die in het verzoekschrift niet is aangevoerd, kan de rekwirant of iedere andere partij een memorie van repliek betreffende uitsluitend die grond indienen, en wel binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de betekening van de betrokken memorie van antwoord. Lid 1 is van toepassing op elke nieuwe memorie waarmee die repliek wordt beantwoord.

Artikel 144

Onverminderd de volgende bepalingen, zijn artikel 48, lid 2, en de artikelen 49, 50, 51, lid 1, de artikelen 52, 55 tot en met 64, 76 bis tot en met 110, artikel 115, leden 2 en 3, en de artikelen 116, 123 tot en met 127 en 129 van toepassing op de procedure voor het Gerecht van eerste aanleg in hogere voorziening tegen een beslissing van het Gerecht voor ambtenarenzaken.

Artikel 145

Wanneer de hogere voorziening geheel of gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, kan het Gerecht van eerste aanleg op ieder moment, op rapport van de rechter-rapporteur, de advocaat-generaal gehoord, bij met redenen omklede beschikking de hogere voorziening geheel of gedeeltelijk afwijzen.

Artikel 146

Na de indiening van de in artikel 141, lid 1, en, in voorkomend geval, artikel 143, leden 1 en 2, bedoelde memories kan het Gerecht van eerste aanleg, op rapport van de rechter-rapporteur, de advocaat-generaal en partijen gehoord, besluiten om zonder mondelinge behandeling in hogere voorziening uitspraak te doen, tenzij een van de partijen een verzoek indient waarin zij aangeeft om welke redenen zij wenst te worden gehoord. Dit verzoek wordt ingediend binnen een maand nadat de sluiting van de schriftelijke behandeling aan de partij is betekend. De president kan deze termijn verlengen.

Artikel 147

Het in artikel 52 bedoelde rapport wordt aan het Gerecht van eerste aanleg voorgelegd na de indiening van de memories bedoeld in artikel 141, lid 1, en, in voorkomend geval, artikel 143, leden 1 en 2. Zijn dergelijke memories niet ingediend, dan geldt dezelfde procedure na het verstrijken van de termijn voor de indiening van de memories.

Artikel 148

Wanneer de hogere voorziening ongegrond is of wanneer, bij gegrondheid ervan, het Gerecht van eerste aanleg zelf de zaak afdoet, beslist het Gerecht van eerste aanleg ten aanzien van de proceskosten.

Artikel 88 is slechts van toepassing indien de hogere voorziening door een instelling is ingesteld.

In afwijking van artikel 87, lid 2, kan het Gerecht van eerste aanleg in geval van hogere voorziening ingesteld door een ambtenaar of ander personeelslid van een instelling, de kosten over de partijen verdelen indien de billijkheid dit vergt.

Wordt de hogere voorziening ingetrokken, dan is artikel 87, lid 5, van toepassing.

Artikel 149

Het verzoek tot tussenkomst in de hogerevoorzieningsprocedure voor het Gerecht van eerste aanleg moet worden gedaan binnen een termijn van één maand na de publicatie van de mededeling bedoeld in artikel 24, lid 6.”;

18)

artikel 136 bis wordt artikel 150 en artikel 137 wordt artikel 151.

Artikel 2

Deze wijzigingen van het reglement voor de procesvoering, zijnde authentiek in de talen bedoeld in artikel 35, lid 1, van dit reglement, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij treden in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op hun bekendmaking, met uitzondering van de punten 17 en 18 van artikel 1.

De punten 17 en 18 van artikel 1 treden in werking op de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van bijlage I bij het Statuut van het Hof overeenkomstig artikel 4, tweede alinea, van Besluit 2004/752/EG, Euratom.

Gedaan te Luxemburg, op 12 oktober 2005.

De Griffier

E. COULON

De President

B. VESTERDORF


(1)  PB L 26 van 31.3.2005, blz. 41.

(2)  PB L 333 van 9.11.2004, blz. 7.

(3)  PB L 136 van 30.5.1991, blz. 1.

(4)  PB L 249 van 24.9.1994, blz. 17.

(5)  PB L 44 van 28.2.1995, blz. 64.

(6)  PB L 172 van 22.7.1995, blz. 3.

(7)  PB L 103 van 19.4.1997, blz. 6.

(8)  PB L 135 van 29.5.1999, blz. 92.

(9)  PB L 322 van 19.12.2000, blz. 4.

(10)  PB L 147 van 14.6.2003, blz. 22.

(11)  PB L 132 van 29.4.2004, blz. 3.

(12)  PB L 127 van 29.4.2004, blz. 108.