ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 295

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
11 november 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 1826/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

 

Verordening (EG) nr. 1827/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling, voor de sector suiker, vanaf 11 november 2005 geldende representatieve prijzen en de bedragen van de aanvullende invoerrechten voor melasse

3

 

 

Verordening (EG) nr. 1828/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm

5

 

 

Verordening (EG) nr. 1829/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van het maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer naar bepaalde derde landen van witte suiker voor de 12e deelinschrijving in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1138/2005

7

 

 

Verordening (EG) nr. 1830/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen

8

 

 

Verordening (EG) nr. 1831/2005 van de Commissie van 10 november 2005 betreffende de afgifte van invoercertificaten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit

9

 

 

Verordening (EG) nr. 1832/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

10

 

 

Verordening (EG) nr. 1833/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor boter in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 581/2004

18

 

 

Verordening (EG) nr. 1834/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor mageremelkpoeder in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 582/2004

20

 

 

Verordening (EG) nr. 1835/2005 van de Commissie van 10 november 2005 houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op bepaalde graan- en rijstproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

21

 

 

Verordening (EG) nr. 1836/2005 van de Commissie van 10 november 2005 houdende wijziging van de restituties welke van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I van het Verdrag vermelde goederen

25

 

 

Verordening (EG) nr. 1837/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten

27

 

 

Verordening (EG) nr. 1838/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij de productie in de sector granen

30

 

 

Verordening (EG) nr. 1839/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge

31

 

 

Verordening (EG) nr. 1840/2005 van de Commissie van 10 november 2005 betreffende de offertes voor de uitvoer van gerst die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005

33

 

 

Verordening (EG) nr. 1841/2005 van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005

34

 

 

Verordening (EG) nr. 1842/2005 van de Commissie van 10 november 2005 betreffende de offertes voor de invoer van maïs die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1808/2005

35

 

 

Verordening (EG) nr. 1843/2005 van de Commissie van 10 november 2005 betreffende de offertes voor de invoer van maïs die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005

36

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

Besluit van de Raad van 6 juni 2005 betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

37

Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

38

 

 

Commissie

 

*

Beschikking van de Commissie van 3 mei 2005 betreffende de door Duitsland voorgenomen steunregeling Ontwikkeling van de gemeentelijke economische infrastructuur in het kader van de gemeenschappelijke taak Verbetering van de regionale economische structuur overeenkomstig deel II, punt 7 van het kaderplan Aanleg of uitbreiding van industrie-, technologie- en incubatorcentra die gebouwen en gemeenschappelijke diensten aanbieden voor KMO's 2004-2006 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1315)  ( 1 )

44

 

*

Beschikking van de Commissie van 14 oktober 2005 tot wijziging van de Beschikkingen 2001/689/EG, 2002/231/EG en 2002/272/EG teneinde de geldigheidsduur van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor bepaalde producten te verlengen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4102)  ( 1 )

51

 

 

Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

 

*

Besluit 2005/784/GBVB van de Raad van 7 november 2005 tot verlenging en wijziging van Besluit 1999/730/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja

53

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/1


VERORDENING (EG) Nr. 1826/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

66,1

096

36,8

204

43,7

999

48,9

0707 00 05

052

115,4

204

23,8

999

69,6

0709 90 70

052

108,7

204

64,4

999

86,6

0805 20 10

204

69,6

999

69,6

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

68,2

624

90,5

999

79,4

0805 50 10

052

70,0

388

54,9

999

62,5

0806 10 10

052

113,1

400

243,0

508

260,2

624

175,2

720

104,5

999

179,2

0808 10 80

052

93,3

388

102,0

400

104,9

404

98,8

512

131,2

720

26,7

800

160,8

804

82,0

999

100,0

0808 20 50

052

106,4

720

44,3

999

75,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/3


VERORDENING (EG) Nr. 1827/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling, voor de sector suiker, vanaf 11 november 2005 geldende representatieve prijzen en de bedragen van de aanvullende invoerrechten voor melasse

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 24, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 1422/95 van de Commissie van 23 juni 1995 tot vaststelling, voor de sector suiker, van de uitvoeringsbepalingen voor de invoer van melasse en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 785/68 (2) is bepaald dat de cif-invoerprijs voor melasse, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 785/68 van de Commissie (3), als „representatieve prijs” wordt aangemerkt. Deze prijs geldt voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 785/68.

(2)

Voor de vaststelling van de representatieve prijs moet rekening worden gehouden met alle in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 785/68 genoemde inlichtingen, behalve in de in artikel 4 van die verordening genoemde gevallen. In voorkomend geval, mag deze vaststelling plaatsvinden overeenkomstig de in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 785/68 aangegeven werkwijze.

(3)

Voor andere kwaliteiten dan de standaardkwaliteit moeten de prijzen naar gelang van de kwaliteit van de aangeboden melasse overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 785/68 worden verhoogd of verlaagd.

(4)

Indien er een verschil is tussen de reactieprijs voor het betrokken product en de representatieve prijs, moeten aanvullende invoerrechten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1422/95. Als de invoerrechten worden geschorst overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1422/95, moeten specifieke bedragen ter vervanging van die rechten worden vastgesteld.

(5)

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de betrokken producten moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, lid 2, en artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1422/95.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1422/95 bedoelde producten worden vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(2)  PB L 141 van 24.6.1995, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 79/2003 (PB L 13 van 18.1.2003, blz. 4).

(3)  PB 145 van 27.6.1968, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1422/95.


BIJLAGE

Vaststelling, voor de sector suiker, van de representatieve prijzen en de aanvullende invoerrechten voor melasse van toepassing vanaf 11 november 2005

(EUR)

GN-code

Representatieve prijs per 100 kg netto van het betrokken product

Aanvullend recht per 100 kg netto van het betrokken product

Toe te passen recht bij invoer als gevolg van schorsing van de invoerrechten, als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1422/95, per 100 kg netto van het betrokken product (1)

1703 10 00 (2)

11,14

0

1703 90 00 (2)

11,76

0


(1)  Dit bedrag vervangt, overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1422/95, het voor deze producten vastgestelde bedrag van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)  Vaststelling voor de standaardkwaliteit als gedefinieerd in artikel 1 van de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 785/68.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/5


VERORDENING (EG) Nr. 1828/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), inzonderheid op artikel 27, lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1260/2001 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1, lid 1, onder a), van die verordening genoemde producten en de prijzen voor deze producten in de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1260/2001 moeten de restituties voor witte suiker en ruwe suiker, welke niet gedenatureerd en in onveranderde vorm uitgevoerd zijn, vastgesteld worden rekening houdend met de toestand op de markt van de Gemeenschap en op de wereldmarkt voor suiker, en vooral met de in artikel 28 van genoemde verordening bedoelde prijs- en kostenelementen. Volgens dit artikel moet eveneens met het economische aspect van de voorgenomen uitvoertransactie rekening worden gehouden.

(3)

Voor ruwe suiker moet de restitutie vastgesteld worden voor de standaardkwaliteit die bepaald is in bijlage I, punt II, van Verordening (EG) nr. 1260/2001. Deze restitutie werd bovendien vastgesteld overeenkomstig artikel 28, lid 4, van deze verordening. Kandijsuiker werd omschreven in Verordening (EG) nr. 2135/95 van de Commissie van 7 september 1995 inzake uitvoeringsbepalingen voor de toekenning van uitvoerrestituties in de sector suiker (2). Het aldus berekende restitutiebedrag voor gearomatiseerde suiker en suiker waaraan kleurstoffen zijn toegevoegd, moet gelden voor de hoeveelheid sacharose in de betreffende suiker en bijgevolg worden vastgesteld per percent sacharosegehalte.

(4)

In bijzondere gevallen kan het bedrag van de restitutie worden vastgesteld bij besluiten van verschillende aard.

(5)

De restitutie moet elke twee weken worden vastgesteld. De restitutie kan tussentijds gewijzigd worden.

(6)

Krachtens artikel 27, lid 5, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 kan de restitutie voor de in artikel 1 van deze verordening genoemde producten naar bestemming variëren indien dat vanwege de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten noodzakelijk is.

(7)

De aanzienlijke en snelle toename van de preferentiële invoer van suiker uit de westelijke Balkanlanden sedert begin 2001 en de uitvoer van suiker uit de Gemeenschap naar die landen lijken grotendeels kunstmatig te zijn.

(8)

Ter voorkoming van misbruiken waarbij producten van de suikersector waarvoor een uitvoerrestitutie is toegekend, weer in de Gemeenschap worden ingevoerd, mag voor geen van de westelijke Balkanlanden een restitutie worden vastgesteld voor de in deze verordening bedoelde producten.

(9)

Op grond van bovenstaande overwegingen en van de huidige situatie van de suikermarkt, en met name van de noteringen of prijzen van suiker in de Gemeenschap en op de wereldmarkt, dienen de restituties op een passend niveau te worden vastgesteld.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij de uitvoer in onveranderde vorm van de in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 genoemde producten, welke niet gedenatureerd zijn, worden vastgesteld overeenkomstig de bedragen aangegeven in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(2)  PB L 214 van 8.9.1995, blz. 16.


BIJLAGE

RESTITUTIES BIJ UITVOER VAN WITTE SUIKER EN RUWE SUIKER IN ONVERANDERDE VORM VAN TOEPASSING VANAF 11 NOVEMBER 2005 (1)

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Restitutiebedrag

1701 11 90 9100

S00

EUR/100 kg

33,86 (2)

1701 11 90 9910

S00

EUR/100 kg

35,06 (2)

1701 12 90 9100

S00

EUR/100 kg

33,86 (2)

1701 12 90 9910

S00

EUR/100 kg

35,06 (2)

1701 91 00 9000

S00

EUR/1 % saccharose × 100 kg nettogewicht product

0,3681

1701 99 10 9100

S00

EUR/100 kg

36,81

1701 99 10 9910

S00

EUR/100 kg

38,12

1701 99 10 9950

S00

EUR/100 kg

38,12

1701 99 90 9100

S00

EUR/1 % saccharose × 100 kg nettogewicht product

0,3681

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

S00

:

alle bestemmingen (derde landen, andere gebieden, bevoorrading en met uitvoer uit de Gemeenschap gelijkgestelde bestemmingen) met uitzondering van Albanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro (met inbegrip van Kosovo, zoals gedefinieerd in Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 10 juni 1999) en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; de uitzondering geldt niet voor suiker die verwerkt is in producten als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad (PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29).


(1)  De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing met ingang van 1 februari 2005 overeenkomstig Besluit 2005/45/EG van de Raad van 22 december 2004 betreffende het sluiten en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat tot wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972, wat de bepalingen betreffende verwerkte landbouwproducten betreft (PB L 23 van 26.1.2005, blz. 17).

(2)  Dit bedrag geldt voor ruwe suiker met een rendement van 92 %. Indien het rendement van de geëxporteerde ruwe suiker afwijkt van 92 %, wordt het bedrag van de toe te passen restitutie berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/2001.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/7


VERORDENING (EG) Nr. 1829/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van het maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer naar bepaalde derde landen van witte suiker voor de 12e deelinschrijving in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1138/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), en met name op artikel 27, lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1138/2005 van de Commissie van 15 juli 2005 inzake een permanente inschrijving voor het verkoopseizoen 2005/2006 voor de vaststelling van heffingen en/of restituties bij uitvoer van witte suiker (2) worden deelinschrijvingen gehouden voor de uitvoer naar bepaalde derde landen van deze suiker.

(2)

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1138/2005, naar gelang van het geval, wordt een maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer vastgesteld voor de betrokken deelinschrijving, waarbij met name rekening wordt gehouden met de situatie en de te verwachten ontwikkeling van de suikermarkt in de Gemeenschap en daarbuiten.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor suiker,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de 12e deelinschrijving voor witte suiker, gehouden krachtens Verordening (EG) nr. 1138/2005, wordt het maximumbedrag van de restitutie bij uitvoer vastgesteld op 41,360 EUR/100 kg.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 van de Commissie (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(2)  PB L 185 van 16.7.2005, blz. 3.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/8


VERORDENING (EG) Nr. 1830/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het aan de Akte van Toetreding van Griekenland gehechte Protocol nr. 4 betreffende katoen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1050/2001 van de Raad (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1051/2001 van de Raad van 22 mei 2001 betreffende de steun voor de katoenproductie (2), en met name op artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt op gezette tijden een wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald, rekening houdende met de historische verhouding tussen de in aanmerking genomen wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen en de berekende prijs voor niet-geëgreneerde katoen. Deze historische verhouding is vastgesteld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1591/2001 van de Commissie van 2 augustus 2001, houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen (3). Als de wereldmarktprijs niet op die wijze kan worden bepaald, wordt hij bepaald op basis van de laatst vastgestelde prijs.

(2)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 wordt de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen bepaald voor een product met bepaalde kenmerken, waarbij rekening wordt gehouden met de gunstigste, voor de werkelijke markttendens representatief geachte aanbiedingen en noteringen. Om deze prijs te bepalen, wordt het gemiddelde berekend van de aanbiedingen en noteringen op één of meer Europese beurzen voor in een haven van Noord-Europa cif-geleverde producten uit de verschillende, voor de internationale handel als meest representatief beschouwde productielanden. Evenwel is bepaald dat deze criteria voor het bepalen van de wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen worden aangepast, om rekening te houden met de verschillen op grond van de kwaliteit van het geleverde product en de aard van de aanbiedingen en noteringen. In artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1591/2001 is bepaald welke aanpassingen kunnen plaatsvinden.

(3)

Op grond van bovenbedoelde criteria moet de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen op het hieronder aangegeven niveau worden vastgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1051/2001 bedoelde wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen wordt vastgesteld op 21,976 EUR/100 kg.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 148 van 1.6.2001, blz. 1.

(2)  PB L 148 van 1.6.2001, blz. 3.

(3)  PB L 210 van 3.8.2001, blz. 10. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1486/2002 (PB L 223 van 20.8.2002, blz. 3).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/9


VERORDENING (EG) Nr. 1831/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

betreffende de afgifte van invoercertificaten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 936/97 van de Commissie van 27 mei 1997 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit en voor bevroren buffelvlees (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 936/97 voorziet in de artikelen 4 en 5 de bepalingen voor het indienen en voor het afgeven van de invoercertificaten voor vlees zoals bedoeld in artikel 2, onder f).

(2)

In artikel 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 936/97 is de hoeveelheid met de omschrijving in die bepaling overeenstemmend vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, die in het tijdvak van 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006 onder bijzondere voorwaarden mag worden ingevoerd, vastgesteld op 11 500 t.

(3)

Er moet aan herinnerd worden dat de in deze verordening bedoelde certificaten slechts tijdens de gehele geldigheidsduur ervan gebruikt kunnen worden voorzover de veterinairrechtelijke voorschriften in acht worden genomen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Elke aanvraag om een invoercertificaat, die van 1 tot en met 5 november 2005 is ingediend voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 936/97, wordt in haar geheel ingewilligd.

2.   Aanvragen om certificaten kunnen overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 936/97 gedurende de eerste vijf dagen van de maand december 2005 voor 5 132,33 t worden ingediend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 137 van 28.5.1997, blz. 10. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1118/2004 (PB L 217 van 17.6.2004, blz. 10).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/10


VERORDENING (EG) Nr. 1832/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), inzonderheid op artikel 31, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kan het verschil tussen de in de internationale handel geldende prijzen van de producten als bedoeld in artikel 1 van genoemde verordening en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij de uitvoer voorzover de akkoorden gesloten overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag dat toestaan.

(2)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1255/1999 moeten de restituties voor de producten als bedoeld in artikel 1 van die verordening, die als zodanig worden uitgevoerd, worden vastgesteld rekening houdend met:

de situatie en de verwachte ontwikkeling op de markt van de Gemeenschap met betrekking tot de prijzen voor melk en zuivelproducten en de beschikbare hoeveelheden, evenals met de prijzen voor melk en zuivelproducten in de internationale handel,

de afzetkosten en de meest gunstige vervoerskosten, berekend vanaf de markten van de Gemeenschap tot aan de havens of andere plaatsen van uitvoer van de Gemeenschap, evenals met de aanvoerkosten tot aan de landen van bestemming,

de doelstellingen van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten, zijnde het verzekeren van een evenwichtige en een natuurlijke ontwikkeling van de prijzen en het handelsverkeer op deze markten,

de beperkingen die resulteren uit de akkoorden gesloten overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag,

het belang dat erin gelegen is om verstoringen op de markt van de Gemeenschap te voorkomen,

het economisch aspect van de beoogde uitvoer.

(3)

Krachtens artikel 31, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 worden de prijzen in de Gemeenschap bepaald met inachtneming van de toegepaste prijzen die met het oog op de uitvoer het gunstigst blijken te zijn. Bij de bepaling van de prijzen in de internationale handel wordt met name rekening gehouden met:

a)

de prijzen die op de markten in derde landen worden toegepast,

b)

de gunstigste prijzen bij invoer in de derde landen van bestemming uit andere derde landen,

c)

de producentenprijzen die in de uitvoerende derde landen worden geconstateerd en, in voorkomend geval, met inachtneming van de subsidies die door deze landen worden toegekend,

d)

de aanbiedingsprijzen franco grens van de Gemeenschap.

(4)

Krachtens artikel 31, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kunnen de situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten het noodzakelijk maken dat voor de producten als bedoeld in artikel 1 van genoemde verordening naar gelang van hun bestemming een verschillend restitutiebedrag wordt vastgesteld.

(5)

Artikel 31, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 voorziet erin dat de lijst van producten waarvoor een restitutie wordt verleend bij uitvoer, en het bedrag van deze restitutie ten minste eenmaal per vier weken worden vastgesteld. Het bedrag van de restitutie kan echter gedurende meer dan vier weken op hetzelfde niveau gehandhaafd blijven.

(6)

Krachtens artikel 16 van Verordening (EG) nr. 174/1999 van de Commissie van 26 januari 1999 tot vaststelling van de specifieke uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad inzake de uitvoercertificaten en de invoerrestituties in de sector melk en zuivelproducten (2), is de verleende restitutie voor zuivelproducten met toegevoegde suiker gelijk aan de som van twee elementen. Het ene element dient om rekening te houden met de hoeveelheid zuivelproducten en wordt berekend door het basisbedrag te vermenigvuldigen met het gehalte aan zuivelproducten van het betrokken product, het andere element dient om rekening te houden met de hoeveelheid toegevoegde sacharose en wordt berekend door het basisbedrag van de restitutie die op de dag van uitvoer geldt voor de producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (3), te vermenigvuldigen met het sacharosegehalte van het gehele product. Dit laatste element evenwel wordt uitsluitend in aanmerking genomen als de sacharose is geproduceerd uit in de Gemeenschap geteelde suikerbieten of in de Gemeenschap geteeld suikerriet.

(7)

Bij Verordening (EEG) nr. 896/84 van de Commissie (4), zijn aanvullende bepalingen ingesteld inzake de toekenning van de restituties in geval van wijziging van het verkoopseizoen. Deze bepalingen voorzien in de mogelijkheid de restituties naar gelang van de datum waarop de producten zijn vervaardigd, te differentiëren.

(8)

Voor de berekening van het restitutiebedrag voor smeltkaas moet worden bepaald dat de eventueel toegevoegde hoeveelheid aan caseïne en/of caseïnaten niet in aanmerking wordt genomen.

(9)

Bij het vaststellen van producten en bestemmingen die in aanmerking komen voor restitutie is het aangewezen om er op te letten dat van de ene kant, de competitieve positie van bepaalde communautaire producten niet rechtvaardigt om hun uitvoer aan te moedigen, en dat van de andere kant, de geografische nabijheid van bepaalde grondgebieden de omleiding van het handelsverkeer en misbruiken dreigt te vergemakkelijken.

(10)

De toepassing van deze regels op de huidige marktsituatie in de zuivelsector, in het bijzonder op de prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt, leidt tot het vaststellen van de restitutie voor de producten op de bedragen aangegeven in de bijlage.

(11)

Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bedoeld in artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 voor de uitgevoerde producten in ongewijzigde staat worden vastgesteld op de bedragen als aangegeven in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(2)  PB L 20 van 27.1.1999, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1513/2005 (PB L 241 van 17.9.2005, blz. 45).

(3)  PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 39/2004 (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 16).

(4)  PB L 91 van 1.4.1984, blz. 71. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 222/88 (PB L 28 van 1.2.1988, blz. 1).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer in de sector melk en zuivelproducten

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

0401 30 31 9100

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

13,20

A01

EUR/100 kg

18,86

0401 30 31 9400

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

20,62

A01

EUR/100 kg

29,47

0401 30 31 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

22,75

A01

EUR/100 kg

32,49

0401 30 39 9100

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

13,20

A01

EUR/100 kg

18,86

0401 30 39 9400

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

20,62

A01

EUR/100 kg

29,47

0401 30 39 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

22,75

A01

EUR/100 kg

32,49

0401 30 91 9100

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

25,92

A01

EUR/100 kg

37,04

0401 30 99 9100

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

25,92

A01

EUR/100 kg

37,04

0401 30 99 9500

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

38,10

A01

EUR/100 kg

54,43

0402 10 11 9000

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,28

A01

EUR/100 kg

10,00

0402 10 19 9000

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,28

A01

EUR/100 kg

10,00

0402 10 91 9000

L01

EUR/kg

068

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,0828

A01

EUR/kg

0,1000

0402 10 99 9000

L01

EUR/kg

068

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,0828

A01

EUR/kg

0,1000

0402 21 11 9200

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,28

A01

EUR/100 kg

10,00

0402 21 11 9300

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

35,03

A01

EUR/100 kg

44,94

0402 21 11 9500

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

36,55

A01

EUR/100 kg

46,92

0402 21 11 9900

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

38,94

A01

EUR/100 kg

50,00

0402 21 17 9000

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,28

A01

EUR/100 kg

10,00

0402 21 19 9300

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

35,03

A01

EUR/100 kg

44,94

0402 21 19 9500

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

36,55

A01

EUR/100 kg

46,92

0402 21 19 9900

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

38,94

A01

EUR/100 kg

50,00

0402 21 91 9100

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,19

A01

EUR/100 kg

50,30

0402 21 91 9200

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,42

A01

EUR/100 kg

50,61

0402 21 91 9350

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,84

A01

EUR/100 kg

51,12

0402 21 91 9500

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

42,80

A01

EUR/100 kg

54,94

0402 21 99 9100

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,19

A01

EUR/100 kg

50,30

0402 21 99 9200

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,42

A01

EUR/100 kg

50,61

0402 21 99 9300

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,84

A01

EUR/100 kg

51,12

0402 21 99 9400

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

42,03

A01

EUR/100 kg

53,96

0402 21 99 9500

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

42,80

A01

EUR/100 kg

54,94

0402 21 99 9600

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

45,83

A01

EUR/100 kg

58,82

0402 21 99 9700

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

47,52

A01

EUR/100 kg

61,03

0402 21 99 9900

L01

EUR/100 kg

068

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

49,51

A01

EUR/100 kg

63,55

0402 29 15 9200

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,0828

A01

EUR/kg

0,1000

0402 29 15 9300

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3503

A01

EUR/kg

0,4494

0402 29 15 9500

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3655

A01

EUR/kg

0,4692

0402 29 15 9900

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3894

A01

EUR/kg

0,5000

0402 29 19 9300

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3503

A01

EUR/kg

0,4494

0402 29 19 9500

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3655

A01

EUR/kg

0,4692

0402 29 19 9900

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3894

A01

EUR/kg

0,5000

0402 29 91 9000

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3919

A01

EUR/kg

0,5030

0402 29 99 9100

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3919

A01

EUR/kg

0,5030

0402 29 99 9500

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,4203

A01

EUR/kg

0,5396

0402 91 11 9370

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

4,127

A01

EUR/100 kg

5,895

0402 91 19 9370

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

4,127

A01

EUR/100 kg

5,895

0402 91 31 9300

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

4,877

A01

EUR/100 kg

6,967

0402 91 39 9300

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

4,877

A01

EUR/100 kg

6,967

0402 91 99 9000

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

15,93

A01

EUR/100 kg

22,76

0402 99 11 9350

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,1055

A01

EUR/kg

0,1508

0402 99 19 9350

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,1055

A01

EUR/kg

0,1508

0402 99 31 9150

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,1095

A01

EUR/kg

0,1565

0402 99 31 9300

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,0953

A01

EUR/kg

0,1362

0402 99 39 9150

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,1095

A01

EUR/kg

0,1565

0403 90 11 9000

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,18

A01

EUR/100 kg

9,86

0403 90 13 9200

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,18

A01

EUR/100 kg

9,86

0403 90 13 9300

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

34,70

A01

EUR/100 kg

44,55

0403 90 13 9500

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

36,23

A01

EUR/100 kg

46,50

0403 90 13 9900

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

38,61

A01

EUR/100 kg

49,55

0403 90 19 9000

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

38,84

A01

EUR/100 kg

49,86

0403 90 33 9400

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3470

A01

EUR/kg

0,4455

0403 90 33 9900

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3861

A01

EUR/kg

0,4955

0403 90 59 9310

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

13,20

A01

EUR/100 kg

18,86

0403 90 59 9340

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

19,32

A01

EUR/100 kg

27,59

0403 90 59 9370

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

19,32

A01

EUR/100 kg

27,59

0403 90 59 9510

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

19,32

A01

EUR/100 kg

27,59

0404 90 21 9120

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

7,07

A01

EUR/100 kg

8,53

0404 90 21 9160

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,28

A01

EUR/100 kg

10,00

0404 90 23 9120

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

8,28

A01

EUR/100 kg

10,00

0404 90 23 9130

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

35,03

A01

EUR/100 kg

44,94

0404 90 23 9140

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

36,55

A01

EUR/100 kg

46,92

0404 90 23 9150

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

38,94

A01

EUR/100 kg

50,00

0404 90 29 9110

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,19

A01

EUR/100 kg

50,30

0404 90 29 9115

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,42

A01

EUR/100 kg

50,61

0404 90 29 9125

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

39,84

A01

EUR/100 kg

51,12

0404 90 29 9140

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

42,80

A01

EUR/100 kg

54,94

0404 90 81 9100

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,0828

A01

EUR/kg

0,1000

0404 90 83 9110

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,0828

A01

EUR/kg

0,1000

0404 90 83 9130

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3503

A01

EUR/kg

0,4494

0404 90 83 9150

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3655

A01

EUR/kg

0,4692

0404 90 83 9170

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,3894

A01

EUR/kg

0,5000

0404 90 83 9936

L01

EUR/kg

L02

EUR/kg

0,1055

A01

EUR/kg

0,1508

0405 10 11 9500

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

66,57

A01

EUR/100 kg

89,76

0405 10 11 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,24

A01

EUR/100 kg

92,00

0405 10 19 9500

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

66,57

A01

EUR/100 kg

89,76

0405 10 19 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,24

A01

EUR/100 kg

92,00

0405 10 30 9100

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

66,57

A01

EUR/100 kg

89,76

0405 10 30 9300

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,24

A01

EUR/100 kg

92,00

0405 10 30 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,24

A01

EUR/100 kg

92,00

0405 10 50 9300

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,24

A01

EUR/100 kg

92,00

0405 10 50 9500

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

66,57

A01

EUR/100 kg

89,76

0405 10 50 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,24

A01

EUR/100 kg

92,00

0405 10 90 9000

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

70,73

A01

EUR/100 kg

95,37

0405 20 90 9500

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

62,41

A01

EUR/100 kg

84,16

0405 20 90 9700

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

64,90

A01

EUR/100 kg

87,51

0405 90 10 9000

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

85,16

A01

EUR/100 kg

114,82

0405 90 90 9000

L01

EUR/100 kg

L02

EUR/100 kg

68,11

A01

EUR/100 kg

91,83

0406 10 20 9100

A00

EUR/100 kg

0406 10 20 9230

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

12,99

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

16,24

0406 10 20 9290

A00

EUR/100 kg

0406 10 20 9300

A00

EUR/100 kg

0406 10 20 9610

A00

EUR/100 kg

0406 10 20 9620

A00

EUR/100 kg

0406 10 20 9630

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

19,96

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

24,94

0406 10 20 9640

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

29,32

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

36,65

0406 10 20 9650

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

24,44

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

30,55

0406 10 20 9830

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

9,08

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

11,33

0406 10 20 9850

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

10,99

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

13,74

0406 20 90 9100

A00

EUR/100 kg

0406 20 90 9913

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

21,76

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

27,20

0406 20 90 9915

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

29,54

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

36,93

0406 20 90 9917

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

31,41

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

39,24

0406 20 90 9919

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,08

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

43,86

0406 30 31 9710

A00

EUR/100 kg

0406 30 31 9730

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

3,91

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

9,17

0406 30 31 9910

A00

EUR/100 kg

0406 30 31 9930

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

3,91

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

9,17

0406 30 31 9950

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

5,69

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

13,34

0406 30 39 9500

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

3,91

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

9,17

0406 30 39 9700

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

5,69

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

13,34

0406 30 39 9930

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

5,69

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

13,34

0406 30 39 9950

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

6,44

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

15,09

0406 30 90 9000

A00

EUR/100 kg

0406 40 50 9000

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

34,48

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

43,09

0406 40 90 9000

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,41

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

44,26

0406 90 13 9000

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

39,25

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

56,18

0406 90 15 9100

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

40,57

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

58,06

0406 90 17 9100

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

40,57

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

58,06

0406 90 21 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

39,43

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

56,30

0406 90 23 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,35

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

50,82

0406 90 25 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

34,67

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

49,63

0406 90 27 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

31,39

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

44,95

0406 90 31 9119

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

29,03

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

41,60

0406 90 33 9119

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

29,03

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

41,60

0406 90 33 9919

A00

EUR/100 kg

0406 90 33 9951

A00

EUR/100 kg

0406 90 35 9190

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

41,33

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

59,45

0406 90 35 9990

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

41,33

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

59,45

0406 90 37 9000

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

39,25

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

56,18

0406 90 61 9000

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

44,68

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

64,65

0406 90 63 9100

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

44,02

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

63,49

0406 90 63 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

42,31

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

61,32

0406 90 69 9100

A00

EUR/100 kg

0406 90 69 9910

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

42,93

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

62,22

0406 90 73 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

36,12

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

51,75

0406 90 75 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

36,84

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

52,98

0406 90 76 9300

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

32,71

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

46,82

0406 90 76 9400

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

36,63

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

52,44

0406 90 76 9500

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

33,92

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

48,15

0406 90 78 9100

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,88

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

52,42

0406 90 78 9300

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,54

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

50,76

0406 90 78 9500

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

34,55

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

49,04

0406 90 79 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

29,35

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

42,19

0406 90 81 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

36,63

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

52,44

0406 90 85 9930

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

40,16

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

57,80

0406 90 85 9970

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

36,84

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

52,98

0406 90 86 9100

A00

EUR/100 kg

0406 90 86 9200

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,61

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

52,80

0406 90 86 9300

A00

EUR/100 kg

0406 90 86 9400

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

38,16

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

55,80

0406 90 86 9900

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

40,16

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

57,80

0406 90 87 9100

A00

EUR/100 kg

0406 90 87 9200

A00

EUR/100 kg

0406 90 87 9300

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

33,16

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

49,00

0406 90 87 9400

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

33,86

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

49,49

0406 90 87 9951

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,97

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

51,50

0406 90 87 9971

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,97

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

51,50

0406 90 87 9972

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

15,21

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

21,86

0406 90 87 9973

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,33

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

50,57

0406 90 87 9974

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

37,84

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

53,93

0406 90 87 9975

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

37,52

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

53,02

0406 90 87 9979

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

35,35

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

50,82

0406 90 88 9100

A00

EUR/100 kg

0406 90 88 9300

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

29,29

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

43,13

0406 90 88 9500

L03

EUR/100 kg

L04

EUR/100 kg

30,20

400

EUR/100 kg

A01

EUR/100 kg

43,15

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 750/2005 van de Commissie (PB L 126 van 19.5.2005, blz. 12).

De andere bestemmingen worden als volgt vastgesteld:

L01

Ceuta, Melilla, Heilige Stoel (gebruikelijke naam: Vaticaanstad), de Verenigde Staten van Amerika en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

L02

Andorra en Gibraltar.

L03

Ceuta, Melilla, IJsland, Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein, Kroatië, Andorra, Gibraltar, Heilige Stoel (gebruikelijke naam: Vaticaanstad), Turkije, Roemenië, Bulgarije, Kroatië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.

L04

Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Servië, Montenegro en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/18


VERORDENING (EG) Nr. 1833/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor boter in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 581/2004

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 581/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 tot opening van een permanente inschrijving voor de bepaling van de uitvoerrestituties voor bepaalde soorten boter (2) voorziet in een permanente inschrijving.

(2)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 580/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 houdende een inschrijvingsprocedure tot vaststelling van de uitvoerrestituties voor bepaalde zuivelproducten (3) moet, na bestudering van de offertes die in het kader van de inschrijving zijn ingediend, een maximumuitvoerrestitutie worden vastgesteld voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 8 november 2005.

(3)

Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de bij Verordening (EG) nr. 581/2004 geopende permanente inschrijving wordt voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 8 november 2005, de maximumuitvoerrestitutie toegepast op de in artikel 1, lid 1, van die verordening vermelde producten, zoals vermeld in de bijlage van deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(2)  PB L 90 van 27.3.2004, blz. 64. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1239/2005 (PB L 200 van 30.7.2005, blz. 32).

(3)  PB L 90 van 27.3.2004, blz. 58. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2250/2004 (PB L 381 van 28.12.2004, blz. 25).


BIJLAGE

(EUR/100 kg)

Product

Productcodes

Maximumuitvoerrestitutie voor uitvoer naar de in artikel 1, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 581/2004 vermelde bestemmingen

Boter

ex ex 0405 10 19 9500

93,00

Boter

ex ex 0405 10 19 9700

98,60

Butteroil

ex ex 0405 90 10 9000

120,29


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/20


VERORDENING (EG) Nr. 1834/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de maximumuitvoerrestitutie voor mageremelkpoeder in het kader van de permanente inschrijving van Verordening (EG) nr. 582/2004

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), en met name op artikel 31, lid 3, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 582/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 een permanente inschrijving voor de bepaling van de uitvoerrestituties voor mageremelkpoeder (2) voorziet in een permanente inschrijving.

(2)

Krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 580/2004 van de Commissie van 26 maart 2004 houdende een inschrijvingsprocedure tot vaststelling van de uitvoerrestituties voor bepaalde zuivelproducten (3) moet, na bestudering van de offertes die in het kader van de inschrijving zijn ingediend, een maximumuitvoerrestitutie worden vastgesteld voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 8 november 2005.

(3)

Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In het kader van de bij Verordening (EG) nr. 582/2004 geopende permanente inschrijving wordt voor de inschrijvingsperiode die eindigt op 8 november 2005, een maximaal restitutiebedrag van 12,29 EUR/100 kg toegepast op het product en de bestemmingen als vermeld in artikel 1, lid 1, van die verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(2)  PB L 90 van 27.3.2004, blz. 67. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1239/2005 (PB L 200 van 30.7.2005, blz. 32).

(3)  PB L 90 van 27.3.2004, blz. 58. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2250/2004 (PB L 381 van 28.12.2004, blz. 25).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/21


VERORDENING (EG) Nr. 1835/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

houdende vaststelling van de restituties die van toepassing zijn op bepaalde graan- en rijstproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), en met name op artikel 14, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen van de in artikel 1 van deze beide verordeningen bedoelde producten op de wereldmarkt enerzijds en de prijzen in de Gemeenschap anderzijds door een restitutie bij de uitvoer worden overbrugd.

(2)

In Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad wat betreft de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen (3), is aangegeven voor welke producten een restitutie moet worden vastgesteld wanneer ze worden uitgevoerd in de vorm van goederen bedoeld naar gelang van het geval in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003 of bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1785/2003.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 moet de restitutievoet per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten maandelijks worden vastgesteld.

(4)

De naleving van de verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot de restituties die kunnen worden toegekend bij de uitvoer van landbouwproducten die zijn verwerkt in niet onder bijlage I bij het Verdrag vallende goederen, kan in het gedrang komen door de vaststelling vooraf van hoge restituties. In deze situatie moeten derhalve vrijwaringsmaatregelen worden genomen zonder dat daardoor de sluiting van langetermijncontracten wordt verhinderd. De vaststelling van een specifieke restitutie voor de voorfixatie van restituties is een maatregel die aan deze verschillende doelstellingen beantwoordt.

(5)

Rekening houdend met de regeling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika met betrekking tot de uitvoer van deegwaren uit de Gemeenschap naar de Verenigde Staten, goedgekeurd bij Besluit 87/482/EEG van de Raad (4), moet de restitutie voor goederen van de GN-codes 1902 11 00 en 1902 19 naar gelang van de bestemming worden gedifferentieerd.

(6)

Ingevolge artikel 15, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 moet een verlaagde restitutievoet worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met het bedrag van de restitutie bij de productie tijdens de veronderstelde periode van de vervaardiging van de goederen, die krachtens Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie (5) op het verwerkte basisproduct van toepassing is.

(7)

Alcoholhoudende dranken worden geacht minder gevoelig te zijn voor de prijs van de granen die voor de vervaardiging ervan worden gebruikt. In protocol nr. 19 van het Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken wordt evenwel bepaald dat de maatregelen moeten worden vastgesteld die noodzakelijk zijn om het gebruik van granen uit de Gemeenschap voor de vervaardiging van alcoholhoudende dranken uit granen te vergemakkelijken. Daarom moet de restitutie die wordt toegepast op granen die in de vorm van alcoholhoudende dranken worden uitgevoerd, worden aangepast.

(8)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties die van toepassing zijn op de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 en in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 of in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 opgenomen basisproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen vermeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003, respectievelijk in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1785/2003, worden vastgesteld zoals in de bijlage is aangegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96.

(3)  PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24.

(4)  PB L 275 van 29.9.1987, blz. 36.

(5)  PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1584/2004 (PB L 280 van 31.8.2004, blz. 11).


BIJLAGE

Restituties die met ingang van 11 november 2005 van toepassing zijn op bepaalde producten van de sector granen en de sector rijst, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen (1)

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving (2)

Restitutievoet per 100 kg basisproduct

Bij vaststelling vooraf van de restituties

Andere

1001 10 00

Harde tarwe:

 

 

– in geval van uitvoer van goederen van de GN-codes 1902 11 en 1902 19 naar de Verenigde Staten van Amerika

– in andere gevallen

1001 90 99

Zachte tarwe en mengkoren:

 

 

– in geval van uitvoer van goederen van de GN-codes 1902 11 en 1902 19 naar de Verenigde Staten van Amerika

– in andere gevallen:

 

 

– – in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (3)

– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (4)

– – in andere gevallen

1002 00 00

Rogge

1003 00 90

Gerst

 

 

– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (4)

– in andere gevallen

1004 00 00

Haver

1005 90 00

Maïs, gebruikt in de vorm van:

 

 

– zetmeel:

 

 

– – in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (3)

3,567

3,973

– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (4)

1,866

1,866

– – in andere gevallen

3,973

3,973

– glucose, glucosestroop, maltodextrine, maltodextrinestroop van de GN-codes 1702 30 51, 1702 30 59, 1702 30 91, 1702 30 99, 1702 40 90, 1702 90 50, 1702 90 75, 1702 90 79, 2106 90 55 (5):

 

 

– – in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (3)

2,574

2,980

– – in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (4)

1,400

1,400

– – in andere gevallen

2,980

2,980

– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (4)

1,866

1,866

– andere (ook als zodanig)

3,973

3,973

Aardappelzetmeel van GN-code 1108 13 00 gelijkgesteld aan een verwerkingsproduct van maïs:

 

 

– in geval van toepassing van artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1043/2005 (3)

3,030

3,453

– in geval van uitvoer van goederen van post 2208 (4)

1,866

1,866

– in andere gevallen

3,973

3,973

ex 1006 30

Volwitte rijst:

 

 

– rondkorrelig

– halflangkorrelig

– langkorrelig

1006 40 00

Breukrijst

1007 00 90

Graansorgho (m.u.v. hybriden, bestemd voor zaaidoeleinden)


(1)  De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing op de uitvoer naar Bulgarije met ingang van 1 oktober 2004, noch op de goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II bij Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972 en die met ingang van 1 februari 2005 naar de Zwitserse Bondsstaat of naar het Vorstendom Liechtenstein worden uitgevoerd.

(2)  Voor landbouwproducten verkregen door verwerking van een basisproduct en/of een daarmee gelijkgesteld product gelden de coëfficiënten vermeld in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie.

(3)  De betrokken goederen vallen onder GN-code 3505 10 50.

(4)  Goederen opgenomen in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1784/2003 of bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2825/93 (PB L 258 van 16.10.1993, blz. 6).

(5)  Voor stropen van de GN-codes 1702 30 99, 1702 40 90 en 1702 60 90, verkregen door het mengen van glucose- en fructosestropen, betreft de uitvoerrestitutie alleen glucosestroop.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/25


VERORDENING (EG) Nr. 1836/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

houdende wijziging van de restituties welke van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I van het Verdrag vermelde goederen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten (1), inzonderheid op artikel 31, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De restitutiebedragen welke met ingang van af 27 oktober 2005 worden toegepast op de in de bijlage bedoelde producten, uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage I van het Verdrag vermelde goederen, zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1763/2005 van de Commissie (2).

(2)

Toepassing van de regels en criteria welke zijn aangehaald in Verordening (EG) nr. 1763/2005 op de gegevens waarover de Commissie op het huidige tijdstip beschikt, geeft aanleiding tot wijziging van de op dit tijdstip geldende restituties in de zin als vermeld in de bijlage bij deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restitutiebedragen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1763/2005 worden gewijzigd zoals in de bijlage van deze verordening aangegeven.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vicevoorzitter


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1787/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 121).

(2)  PB L 285 van 28.10.2005, blz. 18.


BIJLAGE

Restituties welke van toepassing zijn vanaf 11 november 2005 op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het verdrag vallen (1)

(EUR/100 kg)

GN-code

Omschrijving

Restituties

Bij vaststelling vooraf van de restituties

Overige gevallen

ex 0402 10 19

Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van minder dan 1,5 gewichtspercenten (PG 2):

 

 

a)

in geval van uitvoer van goederen van GN-code 3501

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

10,00

10,00

ex 0402 21 19

Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van 26 gewichtspercenten (PG 3):

 

 

a)

bij uitvoer van producten, bevattende boter of room in de vorm van een aan PG 3 gelijkgesteld product, tegen verlaagde prijs krachtens Verordening (EG) nr. 2571/97

23,57

23,57

b)

in geval van uitvoer van andere goederen

50,00

50,00

ex 0405 10

Boter met een vetgehalte van 82 gewichtspercenten (PG 6):

 

 

a)

bij uitvoer van producten, bevattende boter of room tegen verlaagde prijs, vervaardigd overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2571/97

51,00

51,00

b)

in geval van uitvoer van goederen behorende tot GN-code 2106 90 98, met een vetgehalte van 40 of meer gewichtspercenten

99,25

99,25

c)

in geval van uitvoer van andere goederen

92,00

92,00


(1)  De in deze bijlage vastgestelde restituties zijn niet van toepassing op de uitvoer naar Bulgarije met ingang van 1 oktober 2004, noch op de goederen die zijn opgenomen in de tabellen I en II bij Protocol nr. 2 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972 en die met ingang van 1 februari 2005 naar de Zwitserse Bondsstaat of naar het Vorstendom Liechtenstein worden uitgevoerd.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/27


VERORDENING (EG) Nr. 1837/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 13, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (2), inzonderheid op artikel 14, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 en artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1 van deze verordeningen genoemde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij de uitvoer.

(2)

Krachtens artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1785/2003 moeten de restituties worden vastgesteld met inachtneming van de bestaande situatie en de vooruitzichten voor de ontwikkeling, enerzijds van de beschikbare hoeveelheden granen, rijst en breukrijst, evenals van hun prijzen op de markt van de Gemeenschap, en anderzijds van de prijzen van granen, rijst en breukrijst en de producten in de sector granen op de wereldmarkt. Krachtens deze artikelen moeten ook waarborgen worden geschapen dat op de graan- en rijstmarkten een evenwichtige toestand heerst en een natuurlijke ontwikkeling op het gebied van de prijzen en de handel plaatsvindt en moet bovendien rekening worden gehouden met het economische aspect van de bedoelde uitvoer en de noodzaak verstoringen op de markt van de Gemeenschap te vermijden.

(3)

Verordening (EG) nr. 1518/95 van de Commissie (3) betreffende de regeling voor de invoer en de uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten heeft in artikel 4 de specifieke criteria vastgesteld waarmee rekening moet worden gehouden voor de berekening van de restitutie voor deze producten.

(4)

Het is wenselijk de aan bepaalde verwerkte producten toe te kennen restitutie, al naar gelang van het product, hoger of lager vast te stellen volgens het asgehalte, het gehalte aan ruwe celstof, het gehalte aan doppen, het eiwitgehalte, het vetgehalte of het zetmeelgehalte, daar deze gehaltes van bijzondere betekenis zijn voor de hoeveelheid basisproduct die werkelijk voor de vervaardiging van het verwerkte product is gebruikt.

(5)

Ten aanzien van maniokwortel en andere tropische wortels en knollen en het daarvan vervaardigde meel behoeft het economische aspect van de uitvoeren die zouden kunnen worden overwogen, in het bijzonder gezien de aard en de herkomst van deze producten, op het ogenblik geen vaststelling van een restitutie bij uitvoer. Voor bepaalde verwerkte producten is het, gezien het geringe aandeel van de Gemeenschap aan de wereldhandel, op het ogenblik niet noodzakelijk een restitutie bij uitvoer vast te stellen.

(6)

De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor zekere producten kunnen een differentiatie van de restitutie, naar gelang van de bestemming, nodig maken.

(7)

De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan in de tussentijd worden gewijzigd.

(8)

Bepaalde verwerkte producten op basis van maïs kunnen een warmtebehandeling ondergaan, waardoor een restitutie zou kunnen worden uitgekeerd die niet overeenstemt met de kwaliteit van het product. Duidelijk moet worden aangegeven dat deze producten, die voorgegelatineerd zetmeel bevatten, niet in aanmerking komen voor uitvoerrestituties.

(9)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten van Verordening (EG) nr. 1518/95 van toepassing is, worden vastgesteld in overeenstemming met de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1549/2004 van de Commissie (PB L 280 van 31.8.2004, blz. 13).

(3)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 55. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2993/95 (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 25).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van op basis van granen en rijst verwerkte producten

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

1102 20 10 9200 (1)

C10

EUR/t

55,62

1102 20 10 9400 (1)

C10

EUR/t

47,68

1102 20 90 9200 (1)

C10

EUR/t

47,68

1102 90 10 9100

C11

EUR/t

0,00

1102 90 10 9900

C11

EUR/t

0,00

1102 90 30 9100

C11

EUR/t

0,00

1103 19 40 9100

C10

EUR/t

0,00

1103 13 10 9100 (1)

C10

EUR/t

71,51

1103 13 10 9300 (1)

C10

EUR/t

55,62

1103 13 10 9500 (1)

C10

EUR/t

47,68

1103 13 90 9100 (1)

C10

EUR/t

47,68

1103 19 10 9000

C10

EUR/t

0,00

1103 19 30 9100

C10

EUR/t

0,00

1103 20 60 9000

C12

EUR/t

0,00

1103 20 20 9000

C11

EUR/t

0,00

1104 19 69 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 12 90 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 12 90 9300

C10

EUR/t

0,00

1104 19 10 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 19 50 9110

C10

EUR/t

63,57

1104 19 50 9130

C10

EUR/t

51,65

1104 29 01 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 29 03 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 29 05 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 29 05 9300

C10

EUR/t

0,00

1104 22 20 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 22 30 9100

C10

EUR/t

0,00

1104 23 10 9100

C10

EUR/t

59,60

1104 23 10 9300

C10

EUR/t

45,69

1104 29 11 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 29 51 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 29 55 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 30 10 9000

C10

EUR/t

0,00

1104 30 90 9000

C10

EUR/t

9,93

1107 10 11 9000

C13

EUR/t

0,00

1107 10 91 9000

C13

EUR/t

0,00

1108 11 00 9200

C10

EUR/t

0,00

1108 11 00 9300

C10

EUR/t

0,00

1108 12 00 9200

C10

EUR/t

63,57

1108 12 00 9300

C10

EUR/t

63,57

1108 13 00 9200

C10

EUR/t

63,57

1108 13 00 9300

C10

EUR/t

63,57

1108 19 10 9200

C10

EUR/t

0,00

1108 19 10 9300

C10

EUR/t

0,00

1109 00 00 9100

C10

EUR/t

0,00

1702 30 51 9000 (2)

C10

EUR/t

62,28

1702 30 59 9000 (2)

C10

EUR/t

47,68

1702 30 91 9000

C10

EUR/t

62,28

1702 30 99 9000

C10

EUR/t

47,68

1702 40 90 9000

C10

EUR/t

47,68

1702 90 50 9100

C10

EUR/t

62,28

1702 90 50 9900

C10

EUR/t

47,68

1702 90 75 9000

C10

EUR/t

65,26

1702 90 79 9000

C10

EUR/t

45,29

2106 90 55 9000

C10

EUR/t

47,68

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

De andere bestemmingen zijn als volgt gedefinieerd:

C10

:

Alle bestemmingen

C11

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Bulgarije

C12

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Roemenië

C13

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Bulgarije en Roemenië


(1)  Er worden geen restituties toegekend voor producten die een warmtebehandeling hebben ondergaan waardoor het zetmeel is voorgegelatineerd.

(2)  De restituties worden toegekend overeenkomstig de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 2730/75 van de Raad (PB L 281 van 1.11.1975, blz. 20).

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in de gewijzigde Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1).

De numerieke codes voor de bestemmingen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2081/2003 (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11).

De andere bestemmingen zijn als volgt gedefinieerd:

C10

:

Alle bestemmingen

C11

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Bulgarije

C12

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Roemenië

C13

:

Alle bestemmingen, uitgezonderd Bulgarije en Roemenië


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/30


VERORDENING (EG) Nr. 1838/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de restituties bij de productie in de sector granen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 van de Commissie van 30 juni 1993 tot vaststelling van de toepassingsbepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 1766/92 en (EEG) nr. 1418/76 van de Raad wat de regelingen inzake de productierestituties in de sector granen respectievelijk rijst betreft (2) zijn de voorwaarden voor de toekenning van de productierestitutie vastgesteld. De berekeningsgrondslag is bepaald in artikel 3 van genoemde verordening. De aldus berekende restitutie, zo nodig gedifferentieerd voor aardappelmeel, moet eenmaal per maand worden vastgesteld en mag slechts gewijzigd worden wanneer de maïs- en/of tarweprijzen een significante verandering te zien geven.

(2)

De in deze verordening vastgestelde productierestituties moeten worden aangepast met de in bijlage II bij Verordening (EEG) nr. 1722/93 bepaalde coëfficiënten, teneinde het juiste te betalen bedrag te verkrijgen.

(3)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1722/93 bedoelde productierestitutie per ton zetmeel wordt vastgesteld op:

a)

12,99 EUR/t voor zetmeel uit maïs, tarwe, gerst en haver;

b)

21,86 EUR/t voor aardappelmeel.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 159 van 1.7.1993, blz. 112. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1548/2004 (PB L 280 van 31.8.2004, blz. 11).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/31


VERORDENING (EG) Nr. 1839/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 kan het verschil tussen de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten en de prijzen van deze producten in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

(2)

De restituties moeten worden vastgesteld met inachtneming van de elementen als bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (2).

(3)

Voor meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge moet de restitutie worden berekend met inachtneming van de hoeveelheid granen benodigd voor de vervaardiging van de betreffende producten. Deze hoeveelheden zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1501/95.

(4)

De situatie op de wereldmarkt of de specifieke eisen van bepaalde markten voor sommige producten kunnen een differentiatie van de restitutie naar bestemming nodig maken.

(5)

De restitutie moet eenmaal per maand worden vastgesteld. Zij kan tussentijds worden gewijzigd.

(6)

De toepassing van deze regelen op de huidige situatie in de sector granen en met name op de noteringen of prijzen van deze producten in de Gemeenschap en op de wereldmarkt voert tot het vaststellen van de bedragen van de restitutie zoals vermeld in de bijlage.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restituties bij uitvoer in ongewijzigde staat van de in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten, met uitzondering van mout, worden op de in de bijlage aangegeven bedragen vastgesteld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 10 november 2005 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer voor granen en meel, gries en griesmeel van tarwe of van rogge

Productcode

Bestemming

Meeteenheid

Bedrag van de restitutie

1001 10 00 9200

EUR/t

1001 10 00 9400

A00

EUR/t

0

1001 90 91 9000

EUR/t

1001 90 99 9000

A00

EUR/t

0

1002 00 00 9000

A00

EUR/t

0

1003 00 10 9000

EUR/t

1003 00 90 9000

A00

EUR/t

0

1004 00 00 9200

EUR/t

1004 00 00 9400

A00

EUR/t

0

1005 10 90 9000

EUR/t

1005 90 00 9000

A00

EUR/t

0

1007 00 90 9000

EUR/t

1008 20 00 9000

EUR/t

1101 00 11 9000

EUR/t

1101 00 15 9100

C01

EUR/t

6,85

1101 00 15 9130

C01

EUR/t

6,40

1101 00 15 9150

C01

EUR/t

5,90

1101 00 15 9170

C01

EUR/t

5,45

1101 00 15 9180

C01

EUR/t

5,10

1101 00 15 9190

EUR/t

1101 00 90 9000

EUR/t

1102 10 00 9500

A00

EUR/t

0

1102 10 00 9700

A00

EUR/t

0

1102 10 00 9900

EUR/t

1103 11 10 9200

A00

EUR/t

0

1103 11 10 9400

A00

EUR/t

0

1103 11 10 9900

EUR/t

1103 11 90 9200

A00

EUR/t

0

1103 11 90 9800

EUR/t

NB: De codes van de producten en de codes van de bestemmingen serie „A” zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1), zoals gewijzigd.

C01

:

Alle derde landen met uitzondering van Albanië, Bulgarije, Roemenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Liechtenstein en Zwitserland.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/33


VERORDENING (EG) Nr. 1840/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

betreffende de offertes voor de uitvoer van gerst die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1058/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1058/2005 van de Commissie (2) is een inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst naar bepaalde derde landen opengesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie op grond van de meegedeelde offertes besluiten niet tot toewijzing over te gaan.

(3)

Het is, met name rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 genoemde criteria, niet wenselijk een maximumrestitutie vast te stellen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt geen gevolg gegeven aan de offertes van 4 tot en met 10 november 2005 zijn meegedeeld in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1058/2005 bedoelde inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van gerst.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 174 van 7.7.2005, blz. 12.

(3)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/34


VERORDENING (EG) Nr. 1841/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

tot vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 13, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1059/2005 van de Commissie (2) is een openbare inschrijving voor de restitutie bij uitvoer van zachte tarwe naar bepaalde derde landen opengesteld.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1501/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling van enkele toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor wat de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen betreft (3) kan de Commissie, op grond van de meegedeelde offertes, besluiten een maximumrestitutie bij uitvoer vast te stellen, daarbij rekening houdend met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1501/95 bedoelde criteria. In dat geval wordt gegund aan de inschrijver(s) wiens (wier) offerte niet hoger is dan de vastgestelde maximumrestitutie.

(3)

De toepassing van de bovenbedoelde criteria op de huidige marktsituatie leidt voor de betrokken graansoort tot de vaststelling van de maximumrestitutie bij uitvoer.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de offertes die van 4 tot en met 10 november 2005 in het kader van de inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2005 werden meegedeeld, wordt de maximumrestitutie bij uitvoer van zachte tarwe vastgesteld op 5,00 EUR/t.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 174 van 7.7.2005, blz. 15.

(3)  PB L 147 van 30.6.1995, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/35


VERORDENING (EG) Nr. 1842/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

betreffende de offertes voor de invoer van maïs die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1808/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er is een inschrijving voor de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in Spanje van oorsprong uit derde landen opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1808/2005 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie (3), kan de Commissie volgens de procedure van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 op grond van de meegedeelde offertes besluiten niet tot toewijzing over te gaan.

(3)

Met name rekening houdend met de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 genoemde criteria, is het niet wenselijk een maximumverlaging van het recht vast te stellen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt geen gevolg gegeven aan de offertes die van 4 tot en met 10 november 2005 zijn meegedeeld in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1808/2005 bedoelde inschrijving voor de verlaging van het recht bij invoer van maïs.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 291 van 5.11.2005, blz. 3.

(3)  PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1558/2005 (PB L 249 van 24.9.2005, blz. 6).


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/36


VERORDENING (EG) Nr. 1843/2005 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2005

betreffende de offertes voor de invoer van maïs die zijn meegedeeld in het kader van de openbare inschrijving bedoeld in Verordening (EG) nr. 1809/2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er is een inschrijving voor de maximumverlaging van het recht bij invoer van maïs in Portugal van oorsprong uit derde landen opengesteld bij Verordening (EG) nr. 1809/2005 van de Commissie (2).

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie (3), kan de Commissie volgens de procedure van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 op grond van de meegedeelde offertes besluiten niet tot toewijzing over te gaan.

(3)

Met name rekening houdend met de in de artikelen 6 en 7 van Verordening (EG) nr. 1839/95 genoemde criteria, is het niet wenselijk een maximumverlaging van het recht vast te stellen.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt geen gevolg gegeven aan de offertes die van 4 tot en met 10 november 2005 zijn meegedeeld in het kader van de in Verordening (EG) nr. 1809/2005 bedoelde inschrijving voor de verlaging van het recht bij invoer van maïs.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 11 november 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 november 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 291 van 5.11.2005, blz. 4.

(3)  PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1558/2005 (PB L 249 van 24.9.2005, blz. 6).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/37


BESLUIT VAN DE RAAD

van 6 juni 2005

betreffende de sluiting van de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

(2005/781/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 170, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft namens de Gemeenschap met de Federale Republiek Brazilië onderhandeld over een overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking.

(2)

De op 3 december 2002 geparafeerde overeenkomst is, onder voorbehoud van de eventuele sluiting ervan op een later tijdstip, op 19 januari 2004 ondertekend.

(3)

Deze overeenkomst dient te worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

De Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht (2).

Artikel 2

De voorzitter van de Raad gaat namens de Gemeenschap over tot de in artikel XII van de overeenkomst bedoelde kennisgeving.

Gedaan te Luxemburg, 6 juni 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. KRECKÉ


(1)  Advies van het Europees Parlement van 28 april 2005 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(2)  Zie bladzijde 38 van dit Publicatieblad.


OVEREENKOMST

voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Federale Republiek Brazilië

DE EUROPESE GEMEENSCHAP (hierna „de Gemeenschap” genoemd),

enerzijds,en

DE REGERING VAN DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË (hierna „Brazilië” genoemd)

anderzijds,

hierna gezamenlijk de „partijen” genoemd,

OVERWEGENDE de op 29 juni 1992 gesloten kaderovereenkomst inzake samenwerking tussen Brazilië en de Europese Gemeenschap, welke overeenkomst op 1 november 1995 in werking is getreden;

OVERWEGENDE het belang van wetenschap en technologie voor de economische en sociale ontwikkeling van Brazilië en de Gemeenschap;

OVERWEGENDE de huidige wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen Brazilië en de Gemeenschap;

OVERWEGENDE dat de partijen momenteel onderzoekactiviteiten alsmede demonstratieprojecten uitvoeren en ondersteunen op een aantal gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder d), van deze overeenkomst en dat gezamenlijke deelneming aan onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten op basis van wederkerigheid wederzijdse voordelen kan opleveren;

VERLANGENDE een formeel kader op te zetten voor samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek waardoor de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten op gebieden van gemeenschappelijk belang wordt uitgebreid en versterkt en de toepassing van de resultaten van die samenwerking zodanig wordt bevorderd dat het sociaal en economisch belang van beide partijen daardoor wordt gediend;

OVERWEGENDE dat de onderhavige overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking deel uitmaakt van de algemene samenwerking tussen Brazilië en de Gemeenschap,

ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN:

Artikel I

Doel

De partijen stimuleren, ontwikkelen en vergemakkelijken samenwerkingsactiviteiten op gebieden van gemeenschappelijk belang door wetenschappelijke en technologische onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten uit te voeren en te ondersteunen.

Artikel II

Definities

In deze overeenkomst:

a)

wordt onder „samenwerkingsactiviteit” verstaan: een activiteit die de partijen ontplooien of ondersteunen in het kader van deze overeenkomst, met inbegrip van gezamenlijk onderzoek;

b)

wordt onder „informatie” verstaan: wetenschappelijke of technische gegevens, resultaten of onderzoek- en ontwikkelingsmethoden die voortvloeien uit gezamenlijk onderzoek, alsmede alle andere gegevens die door de deelnemers aan de samenwerkingsactiviteiten en, waar nodig, door de partijen zelf, noodzakelijk worden geacht;

c)

heeft „intellectuele eigendom” de betekenis gedefinieerd in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor intellectuele eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967;

d)

wordt onder „gezamenlijk onderzoek” verstaan projecten voor onderzoek, technologische ontwikkeling of demonstratie uitgevoerd met financiële steun van een van de partijen of van beide partijen en waarbij deelnemers uit zowel Brazilië als uit de Gemeenschap zijn betrokken; onder „demonstratieprojecten” worden projecten verstaan om de haalbaarheid aan te tonen van nieuwe technologieën die een potentieel economisch voordeel bieden, maar nog niet onmiddellijk commercieel kunnen worden toegepast. De partijen houden elkaar regelmatig op de hoogte van activiteiten die worden beschouwd als gezamenlijke onderzoekactiviteiten ingevolge artikel 6;

e)

wordt onder „deelnemers” of „onderzoekentiteiten” verstaan alle personen, universitaire instellingen, onderzoekcentra of enigerlei andere in Brazilië of in de Gemeenschap gevestigde juridische entiteit of firma die betrokken is bij samenwerkingsactiviteiten, met inbegrip van de partijen zelf.

Artikel III

Principes

De samenwerkingsactiviteiten worden uitgevoerd op basis van onderstaande beginselen:

a)

wederzijds voordeel gebaseerd op een algeheel evenwichtige verdeling van de voordelen;

b)

wederzijdse toegang tot de onderzoek- en technologische ontwikkelingsactiviteiten van elke partij;

c)

tijdige uitwisseling van informatie die van invloed kan zijn op de samenwerkingsactiviteiten;

d)

behoorlijke bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel IV

Gebieden waarop samenwerkingsactiviteiten kunnen worden ontplooid

Samenwerking in het kader van deze overeenkomst kan, rekening houdend met artikel 6, lid 3, onder b), plaatsvinden op alle gebieden van wederzijds belang waarop beide partijen onderzoek- en technologische ontwikkelingsactiviteiten (hierna „OTO” genoemd) uitvoeren of ondersteunen. Dergelijke activiteiten moeten erop gericht zijn de vooruitgang van wetenschap, industrieel concurrentievermogen en economische en sociale ontwikkeling te bevorderen, waarbij de nadruk ligt op de volgende gebieden:

biotechnologie,

informatie- en communicatietechnologieën,

bio-informatica,

ruimtevaart,

micro- en nanotechnologieën,

materiaalonderzoek,

schone technologieën,

beheer en duurzaam gebruik van milieurijkdommen,

bioveiligheid,

gezondheid en geneeskunde,

luchtvaart,

metrologie, normalisatie en overeenstemmingsbeoordeling, en

menswetenschappen.

Artikel V

Samenwerkingsregelingen en -activiteiten

1.   De partijen stimuleren:

a)

deelname van onderzoekentiteiten aan de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst, in overeenstemming met hun eigen beleidslijnen en voorschriften, teneinde vergelijkbare mogelijkheden te creëren voor deelname aan hun activiteiten op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en de voordelen daarvan goed te benutten;

b)

wederzijdse toegang tot de activiteiten die elke partij in het kader van lopende nationale programma’s of beleidsmaatregelen steunt.

2.   De samenwerkingsactiviteiten kunnen de volgende vorm aannemen:

a)

gezamenlijke OTO-projecten;

b)

bezoeken en uitwisselingen van wetenschappers, onderzoekers en technische deskundigen;

c)

gezamenlijk organiseren van wetenschappelijke seminars, conferenties, symposia en workshops, alsmede deelname van deskundigen aan deze activiteiten;

d)

gecoördineerde acties, bijvoorbeeld het poolen van OTO-projecten die reeds worden uitgevoerd in overeenstemming met de voor de OTO-programma’s van iedere partij geldende procedures, en wetenschappelijke netwerken;

e)

uitwisseling en gezamenlijk gebruik van uitrusting en materiaal;

f)

uitwisseling van informatie over praktijken, wetten, voorschriften en programma’s die van belang zijn voor de samenwerking in het kader van deze overeenkomst, met inbegrip van informatie over beleid inzake wetenschap en technologie;

g)

alle andere regelingen die worden aanbevolen door het ingevolge artikel VI op te richten stuurcomité en die in overeenstemming worden geacht met de voor beide partijen geldende beleidslijnen en procedures.

3.   De gezamenlijke OTO-projecten worden uitgevoerd wanneer de deelnemers een gezamenlijk plan voor technologiebeheer hebben opgesteld zoals aangegeven in de bijlage bij deze overeenkomst.

Artikel VI

Coördinatie en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten

1.   Voor de coördinatie en vergemakkelijking van samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst wordt namens de Gemeenschap zorg gedragen door de diensten van de Commissie, welke instanties optreden als uitvoerende organen, en namens Brazilië door het ministerie van Buitenlandse Zaken.

2.   De uitvoerende organen richten een stuurcomité voor wetenschappelijke en technische samenwerking op dat verantwoordelijk is voor het beheer van deze overeenkomst; het comité is samengesteld uit officiële vertegenwoordigers van elke partij en stelt zijn reglement van orde vast.

3.   Het stuurcomité heeft onder meer tot taak:

a)

in overeenstemming met artikel 5 samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst voor te stellen en te ondersteunen;

b)

ingevolge artikel 5, lid 1, onder b), voor het volgend jaar van alle voor OTO-samenwerking in aanmerking komende sectoren die prioritaire sectoren of subsectoren van gemeenschappelijk belang aan te wijzen waarin samenwerking wordt nagestreefd;

c)

onderzoekers van beide partijen voorstellen te doen inzake het poolen van projecten van wederzijds belang of elkaar aanvullende projecten;

d)

aanbevelingen te doen als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder g);

e)

de partijen te adviseren over de wijze waarop de samenwerking kan worden uitgebreid en verbeterd overeenkomstig de in deze overeenkomst neergelegde beginselen;

f)

te beoordelen of de overeenkomst efficiënt functioneert en ten uitvoer wordt gelegd;

g)

jaarlijks aan de partijen verslag uit te brengen over de stand, de bereikte resultaten en de doeltreffendheid van de samenwerking in het kader van deze overeenkomst. Dit verslag wordt voorgelegd aan de gemengde commissie die is opgericht bij de op 29 juni 1992 tussen de partijen gesloten kaderovereenkomst inzake samenwerking.

4.   Het stuurcomité, dat verslag uitbrengt aan de gemengde commissie, vergadert normaliter jaarlijks, bij voorkeur voordat de vergadering van de gemengde commissie plaatsvindt, volgens een van tevoren gezamenlijk overeengekomen tijdschema. De vergaderingen vinden afwisselend in de Gemeenschap en in Brazilië plaats. Op verzoek van één van beide partijen kunnen buitengewone vergaderingen worden georganiseerd.

5.   De kosten die worden gemaakt door vertegenwoordigers die de vergaderingen van het stuurcomité bijwonen, worden gedragen door de partij die zij vertegenwoordigen.

Artikel VII

Financiering

De samenwerkingsactiviteiten zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van toegewezen middelen en onderworpen aan de van toepassing zijnde wetten en voorschriften, beleidslijnen en programma’s van de partijen. Kosten die door de deelnemers aan samenwerkingsactiviteiten worden gemaakt, worden normaliter niet vergoed door de overdracht van middelen tussen de partijen.

Artikel VIII

Toelating van personeel en apparatuur

1.   Elke partij treft alle passende maatregelen en stelt al het mogelijke in het werk om, binnen de op het grondgebied van elke partij geldende wetten en voorschriften, de toegang tot, het verblijf op en het vertrek uit haar grondgebied te vergemakkelijken voor bij de samenwerkingsactiviteiten die de partijen in het kader van deze overeenkomst opzetten, betrokken c.q. gebruikte personen, materiaal, gegevens en apparatuur. Een en ander wordt vrijgesteld van belastingen en douanerechten overeenkomstig de op het grondgebied van elke partij geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

2.   Wanneer de specifieke samenwerkingsregelingen van de ene partij voorzien in financiële steun aan deelnemers van de andere partij, worden subsidies, financiële bijdragen enz. van de ene partij aan de deelnemers van de andere partij ter ondersteuning van deze activiteiten vrijgesteld van belastingen en douanerechten, overeenkomstig de op het grondgebied van elke partij geldende wetgeving.

Artikel IX

Intellectuele eigendom

Vragen over intellectuele eigendom die voortvloeien uit deze overeenkomst, worden behandeld overeenkomstig de bijlage die integrerend deel uitmaakt van deze overeenkomst.

Artikel X

Communautaire activiteiten ten behoeve van ontwikkelingslanden

Deze overeenkomst heeft geen gevolgen voor de deelname van Brazilië, als ontwikkelingsland, aan activiteiten van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek ten behoeve van ontwikkeling.

Artikel XI

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van de Federale Republiek Brazilië.

Artikel XII

Inwerkingtreding, beëindiging en regeling van geschillen

1.   Deze overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de partijen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat hun onderscheiden interne procedures voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn voltooid.

2.   Deze overeenkomst wordt gesloten voor een initiële duur van vijf jaar en kan met instemming van beide partijen, na een evaluatie tijdens het voorlaatste jaar van elke successieve periode, worden verlengd.

3.   Deze overeenkomst kan met instemming van beide partijen worden gewijzigd. Wijzigingen treden in werking onder de in lid 1 genoemde voorwaarden.

4.   Deze overeenkomst kan te allen tijde door elke partij worden opgezegd, mits de andere partij daarvan zes maanden tevoren schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis wordt gesteld. Het aflopen of de beëindiging van deze overeenkomst heeft geen invloed op de geldigheid of de looptijd van eventuele in het kader van de overeenkomst lopende gezamenlijke onderzoekprojecten, noch op specifieke rechten en verplichtingen die uit hoofde van de bijlage bij deze overeenkomst zijn ontstaan.

5.   Alle vraagstukken of geschillen in verband met de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze overeenkomst worden in onderlinge overeenstemming tussen de partijen geregeld.

Gedaan te Brasilia, de negentiende januari tweeduizend vier, in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie tussen deze talen geldt de Engelse tekst.

Por la Comunidad Europea

For Det Europæiske Fællesskab

Für die Europäische Gemeinschaft

Για την Ευρωπαϊκή Κοινότητα

For the European Community

Pour la Communauté européenne

Per la Comunità europea

Voor de Europese Gemeenschap

Pela Comunidade Europeia

Euroopan yhteisön puolesta

På Europeiska gemenskapens vägnar

Image

Por la República Federativa de Brasil

For Den Føderative Republik Brasilien

Für die Föderative Republik Brasilien

Για την Ομοσπονδιακή Δημοκρατία της Βραζιλίας

For the Federative Republic of Brazil

Pour la République fédérative du Brésil

Per la Repubblica Federativa del Brasile

Voor de Federale Republiek Brazilië

Pela República Federativa do Brasil

Brasilian liittotasavallan puolesta

För Förbundsrepubliken Brasilien

Image

BIJLAGE

INTELLECTUELE EIGENDOM

Overeenkomstig artikel 9 van deze overeenkomst:

 

Dragen de partijen ervoor zorg dat de intellectuele eigendom die in het kader van deze overeenkomst wordt voortgebracht, op passende en doeltreffende wijze wordt beschermd.

 

Zullen de partijen elkaar tijdig op de hoogte brengen van alle uitvindingen of andere in het kader van deze overeenkomst voortgebrachte werken die aan intellectuele-eigendomsrechten kunnen worden onderworpen.

I.   WERKINGSSFEER

A.

Ten behoeve van deze overeenkomst heeft „intellectuele eigendom” de betekenis die daaraan wordt toegekend in artikel 2 van het verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO), gesloten in Stockholm op 14 juli 1967.

B.

Deze bijlage houdt geen wijziging in van of doet geen afbreuk aan de toekenning van rechten, belangen en intellectuele eigendom tussen een partij en haar onderdanen of deelnemers, welke wordt geregeld overeenkomstig de wetten en gebruiken van de partij in kwestie.

C.

Geschillen over intellectuele eigendom worden geregeld in overleg tussen de betrokken deelnemende instellingen of, indien nodig, door de partijen of hun gemachtigde vertegenwoordigers. Wanneer de partijen daarmee instemmen, kunnen geschillen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen van internationaal recht. Tenzij de partijen of hun gemachtigde vertegenwoordigers anders overeenkomen, zijn de arbitragenormen van de commissie van de Verenigde Naties voor internationaal handelsrecht (Uncitral) van toepassing.

D.

Wanneer één van beide partijen van mening is dat een bepaald gezamenlijk onderzoekproject in het kader van deze overeenkomst heeft geleid of zal leiden tot het ontstaan of verlenen van een vorm van intellectuele eigendom die niet wordt beschermd door de op het grondgebied van de andere partij vigerende wetgeving, plegen de partijen onverwijld overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden die in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving.

II.   TOEKENNING VAN RECHTEN

A.

Elke partij kan, onverminderd de bepalingen van haar nationaal recht, door middel van een contract een niet-exclusieve, onherroepelijke licentie, vrij van royalty’s, verwerven om de artikelen, verslagen en technische en wetenschappelijke boeken die rechtstreeks zijn voortgebracht door de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst, te vertalen, te reproduceren, aan te passen, door te geven en in het openbaar te verspreiden, mits de wettelijke bepalingen inzake de eigendom en overdracht van auteursrechten in verband met het tot stand brengen van het werk worden nageleefd. Op alle exemplaren van door auteursrechten beschermde werken, die overeenkomstig deze bepalingen zijn voortgebracht en in het openbaar worden verspreid, dienen de namen van de auteurs te worden vermeld, tenzij de auteurs uitdrukkelijk afstand hebben gedaan van dat recht.

B.

Rechten voor alle vormen van intellectuele eigendom die niet zijn beschreven in hoofdstuk II, onder A, worden als volgt toegekend:

1)

Gastonderzoekers, bijvoorbeeld wetenschappers die een instituut in de eerste plaats bezoeken ten behoeve van hun opleiding, ontvangen intellectuele-eigendomsrechten volgens regelingen met hun gastinstituten in overeenstemming met de bepalingen van de toepasselijke nationale wetgeving. Bovendien heeft elke gastonderzoeker die als uitvinder wordt vermeld, op dezelfde wijze als de onderzoekers van het gastinstituut het recht op een proportioneel aandeel in alle royalty’s die het gastinstituut ontvangt uit licenties voor het gebruik van de intellectuele eigendom.

2)

In verband met intellectuele eigendom die door gezamenlijk onderzoek wordt of kan worden voortgebracht stellen de deelnemers een gezamenlijk plan voor technologiebeheer op, dat wordt overeengekomen in de vorm van een schriftelijke overeenkomst tussen de deelnemers aan gezamenlijke onderzoekprojecten en waarin van tevoren een eerlijke en evenwichtige verdeling van de uit de samenwerking voortvloeiende resultaten of voordelen wordt geregeld, rekening houdend met de relatieve bijdrage van de partijen of hun deelnemers, en waarin strikt de hand wordt gehouden aan de voor elke partij geldende wetten inzake intellectuele eigendom en de internationale overeenkomsten inzake intellectuele eigendom waarvan de partijen ondertekenaar zijn.

a)

Wanneer de partijen in de beginfase van hun samenwerking geen gezamenlijk plan voor technologiebeheer hebben aangenomen en zij geen overeenstemming kunnen bereiken binnen een redelijke termijn, die niet meer dan zes maanden zal bedragen, nadat een partij in kennis is gekomen van het ontstaan of waarschijnlijke ontstaan van de betrokken intellectuele eigendom als resultaat van het gezamenlijke onderzoek, plegen de partijen onverwijld overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. In afwachting van een oplossing van de kwestie is de betrokken intellectuele eigendom gezamenlijk eigendom van de partijen of hun deelnemers, tenzij zij anders overeenkomen.

b)

Wanneer een gezamenlijk onderzoekproject in het kader van deze overeenkomst leidt tot een resultaat dat waarschijnlijk zal worden beschermd door intellectuele-eigendomsrechten die niet worden erkend door de vigerende wetgeving van één van de partijen, plegen de partijen onverwijld overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden die in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving is.

III.   VERTROUWELIJKE INFORMATIE

A.

Elke partij en haar deelnemers beschermen alle zakelijke en/of industriële geheimen die als vertrouwelijk zijn aangemerkt en die in het kader van deze overeenkomst zijn voortgebracht of verstrekt, in overeenstemming met de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken, als overeengekomen tussen de partijen.

B.

De partijen en hun deelnemers mogen zonder voorafgaande toestemming geen als vertrouwelijk aangemerkte informatie openbaar maken, behalve aan werknemers die tot de ambtenarencategorieën behoren, contractanten of subcontractanten; het verstrekken van informatie moet strikt worden beperkt tot de partners die betrokken zijn bij het gezamenlijke onderzoekproject dat tussen de deelnemers is overeengekomen en/of gemachtigd personeel van overheidsorganen die betrokken zijn bij het project of bij deze overeenkomst.

C.

De informatie mag alleen met schriftelijke toestemming van de partijen worden bekendgemaakt en mag in geen geval op grotere schaal worden verspreid dan strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, verplichtingen of contracten waarvoor de vrijgegeven informatie bestemd is.

D.

De ontvangers van vertrouwelijke informatie verbinden zich er schriftelijk toe deze informatie als vertrouwelijk te behandelen; de partijen dragen ervoor zorg dat deze verplichting wordt nageleefd.

E.

Wanneer een partij niet in staat is of waarschijnlijk niet in staat zal zijn te voorkomen dat vertrouwelijke informatie openbaar wordt gemaakt, stelt zij de andere partij daarvan onverwijld in kennis. De partijen plegen overleg om een passende gedragslijn vast te stellen.


Commissie

11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/44


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 3 mei 2005

betreffende de door Duitsland voorgenomen steunregeling Ontwikkeling van de gemeentelijke economische infrastructuur in het kader van de gemeenschappelijke taak „Verbetering van de regionale economische structuur” overeenkomstig deel II, punt 7 van het kaderplan Aanleg of uitbreiding van industrie-, technologie- en incubatorcentra die gebouwen en gemeenschappelijke diensten aanbieden voor KMO's 2004-2006

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1315)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/782/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Gelet op Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (1), en met name op artikel 7,

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (2), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Bij brief van 19 september 2002, die op 20 september 2002 bij het secretariaat-generaal van de Commissie werd ingeschreven, heeft Duitsland bovengenoemde steunregeling overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag bij de Commissie aangemeld. Duitsland beschouwde de maatregel niet als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag, maar heeft deze toch omwille van de rechtszekerheid aangemeld. De steun werd als steungeval N 644/g/2002 ingeschreven. Bij brieven van 9 oktober 2002, 17 januari 2003, 30 juni 2003 en 25 september 2003 verzocht de Commissie om aanvullende informatie. Deze werd door Duitsland bij brieven van 18 november 2002, 11 en 12 februari 2003, 24 juli 2003 en 30 oktober 2003 aan de Commissie toegezonden. Bij brief van 26 november 2003 stemde Duitsland in met verlenging van de termijn van twee maanden overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 659/1999 tot 5 februari 2004 en deed de Commissie nadere gegevens toekomen.

(2)

Bij schrijven van 18 februari 2004 deelde de Commissie Duitsland mee dat zij had besloten de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden.

(3)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Unie  (3) bekendgemaakt. De Commissie verzocht belanghebbenden hun opmerkingen kenbaar te maken.

(4)

Bij brief van 2 november 2004, die op 3 november 2004 werd ingeschreven, ontving de Commissie opmerkingen van ADT — Bundesverband deutscher Innovations-, Technologie- und Gründerzentren e.V. (hierna „ADT”). Zij heeft deze opmerkingen bij brief van 15 november 2004 en voor een reactie aan Duitsland doorgezonden. Duitsland heeft op deze opmerkingen echter niet gereageerd.

(5)

Op 19 maart 2004 werden opmerkingen van Duitsland ontvangen. Op 22 april 2004 had een bijeenkomst plaats, waarna Duitsland na twee herinneringsbrieven van de Commissie van 9 juli en 9 september 2004 bij brief van 16 september 2004, die werd ingeschreven op 22 september, aanvullende informatie zond. Op 16 december 2004 werd een tweede bijeenkomst gehouden, waarna de Duitse autoriteiten, na een herinneringsbrief van de Commissie van 14 februari 2005, bij brieven van 3 en 23 maart 2005, die op dezelfde dag werden ingeschreven, aanvullende informatie toezonden en de maatregel wijzigden.

II.   BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

(6)

De maatregel wordt door de Bondsregering en de deelstaten gezamenlijk gefinancierd. Zij wordt door regeringen van de deelstaten beheerd, wat ertoe leidt dat een aantal details van de maatregel in de individuele deelstaten op licht uiteenlopende wijze worden behandeld.

(7)

De ondersteuning door de staat wordt in de vorm van subsidies aan de voor de centra verantwoordelijke instanties verleend en bedraagt ten hoogste 90 % van de bouw- of uitbreidingskosten van de centra. Het is de bedoeling dat de in het kader van de steunregeling verstrekte financiële steun ten voordele van de gebruikers van de centra komt. Dit moet niet zo worden opgevat dat het zou betekenen dat de voor de centra verantwoordelijke instanties of de gebruikers steun ten belope van 90 % van de subsidiabele kosten ontvangen. De maatregel geldt zowel voor gebieden van artikel 87, lid 3, onder a) en c), als voor niet-gesteunde gebieden (circa 5 % van de gebieden die onder de maatregel vallen). De maatregel loopt tot 31 december 2006 en de uitgetrokken middelen bedragen circa 120 miljoen EUR per jaar.

(8)

Met de maatregel wordt beoogd bepaalde faciliteiten voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) te verschaffen. Daarbij gaat het voor KMO's in eerste instantie om de mogelijkheid ruimte in een centrum te huren. Bovendien zullen de KMO's in deze centra van diensten gebruik kunnen maken, zoals consulentendiensten, uitrusting voor onderzoek en mogelijkheden van samenwerking met bijvoorbeeld universiteiten en onderzoeksinstituten of netwerken met andere ondernemingen.

(9)

De KMO's worden echter niet rechtstreeks, doch binnen een complexere structuur ondersteund. Duitsland zal financiële middelen aan de verantwoordelijke instanties ter beschikking stellen om hen ertoe aan te zetten een gebouw, dat wil zeggen een industrie- of technologiepark of een incubatorcentrum, te bouwen en/of uit te breiden zodat aan de gebruikers, te weten KMO's, faciliteiten kunnen worden verhuurd en diensten worden verstrekt. De verantwoordelijke instanties moeten de werking van de centra gedurende minstens 15 jaar waarborgen.

(10)

De voor de centra verantwoordelijke instanties zijn gewoonlijk gemeenten en hun organisaties, maar kunnen ook openbare of particuliere organisaties zonder winstoogmerk zijn.

(11)

De centra zijn doorgaans hetzij gemeentebedrijven in eigen beheer zonder winstoogmerk hetzij afzonderlijke rechtspersonen zonder winstoogmerk.

(12)

Er zijn verschillende soorten centra: Terwijl bedrijvencentra gewoonlijk bedrijfsruimte voor allerlei KMO's van een bepaalde sector of van alle sectoren aanbieden, zijn technologiecentra toegesneden op kleine bedrijven die onderzoeksactiviteiten hebben; zij bieden hun de daartoe noodzakelijke uitrusting, bijvoorbeeld laboratoria, consulentendiensten en contacten met universiteiten en onderzoeksinstituten. Incubatorcentra zijn bedoeld voor pas opgerichte ondernemingen, met name micro-ondernemingen. Mengvormen zijn echter ook mogelijk. Vooral wanneer niet alle ruimte aan de doelgroep kan worden verhuurd, trekken centra doorgaans andere doelgroepen aan. Zo zou een technologiecentrum bijvoorbeeld gedeeltelijk als bedrijvencentrum kunnen worden gebruikt.

(13)

De KMO's die diensten van de centra gebruiken (hierna „de gebruikers”), moeten voor de door hen gehuurde ruimte huur betalen en toeslagen voor het gebruik van andere faciliteiten (zoals laboratoria of specialistische apparatuur) en/of van consulentendiensten, indien beschikbaar. De huur en/of de prijs voor andere faciliteiten/diensten kan onder de marktprijs liggen. Huurders kunnen de centra normaal gesproken gedurende vijf jaar (in uitzonderlijke gevallen acht jaar) gebruiken.

(14)

In onderstaande grafiek wordt geïllustreerd hoe de maatregel werkt.

Image

III.   REDENEN VOOR DE INLEIDING VAN DE PROCEDURE

(15)

In haar besluit tot inleiding van de formele onderzoeksprocedure uitte de Commissie twijfels over de vraag of de maatregel verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, aangezien Duitsland op een aantal punten niet voldoende informatie had verschaft, met name over de vraag of er op alle niveaus van de maatregel sprake was van steun en vooral of de voor de centra verantwoordelijke instanties en de KMO's die van de diensten in de centra gebruik maken worden begunstigd dan wel of de steun in zijn geheel aan de KMO's ten goede komt.

IV.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(16)

Het ADT betoogde dat de diensten die door de centra worden geboden, niet op de markt verkrijgbaar zijn. Volgens ADT omvatten de door de centra geboden diensten consulentendiensten (opstellen van bedrijfsplannen, ondersteuning bij het verkrijgen van startkapitaal, enz.), kortlopende huurovereenkomsten, samenwerking en clusters met regionale onderzoeksinstellingen, universiteiten of andere ondernemingen en onderzoekfaciliteiten binnen de centra (laboratoria, specialistische apparatuur, enz.).

(17)

Daarnaast wees ADT erop dat circa 90 % van pas opgerichte ondernemingen in de centra de eerste drie jaar overleven, wat in vergelijking met nieuwe bedrijven elders zeer veel is.

V.   OPMERKINGEN VAN DE DUITSE AUTORITEITEN

(18)

In zijn oorspronkelijke opmerkingen betoogde Duitsland dat de maatregel ertoe dient om marktfalen in de onroerendgoedsector, die niet in staat is om met name pas opgerichte ondernemingen faciliteiten tegen voor hen betaalbare prijzen te bezorgen, te compenseren. In de ervaring van Duitsland aarzelt de particuliere markt om innovatieve beginnende ondernemingen faciliteiten te verschaffen aangezien deze bedrijven doorgaans risicovolle ondernemingen zijn. Daarnaast zijn kleinschalige ruimten kennelijk niet op de markt verkrijgbaar.

(19)

Duitsland hield voorts staande dat alle steun aan de gebruikers van de centra ten goede zou komen. Wat het voor de gebruikers bestemde steunelement betreft, stelde Duitsland in eerste instantie dat de steunintensiteit op het niveau van de gebruikers niet meer dan 10-20 % van de vergelijkbare marktprijzen zou bedragen. In zijn brief van 22 september 2004 betoogde Duitsland daarentegen dat de marktprijzen normaal gesproken door de gebruikers worden betaald (prijzen aan de ondergrens van de marktprijsschaal) en dat het steunbedrag in ieder geval onder de 100 000 EUR over een periode van drie jaar ligt (tot 23 000 EUR jaarlijks per gebruiker gedurende een tijdsspanne van vijf jaar). Duitsland deed opmerkingen van iedere lidstaat toekomen, waarvan een aantal naar studies verwezen waarin het positieve effect voor de gebruikers en de positieve regionale effecten van de centra worden beschreven. Tot dat moment had Duitsland nog niet toegezegd alle voorwaarden van Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun (4), met name artikel 3 betreffende cumulering en controle, te vervullen.

(20)

Ten slotte heeft Duitsland in zijn meest recente opmerkingen en met name bij brief van 3 maart 2005 de oorspronkelijke aanmelding gewijzigd en verplichtte dit land zich ertoe artikel 5 van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (5) ten aanzien van subsidies voor consulentendiensten voor KMO's die de centra gebruiken, in acht te nemen. Ook zegde Duitsland toe Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie te zullen toepassen op andere ondersteuningsmaatregelen voor KMO's die de centra gebruiken, met name voor de huur van ruimte en laboratoria en het gebruik van onderzoekfaciliteiten of andere uitrusting. Alhoewel voor de steun op grond van de verordeningen een ontheffing geldt, verzocht Duitsland de Commissie omwille van de rechtszekerheid om een definitieve beschikking.

VI.   BEOORDELING VAN DE MAATREGEL

(21)

De Commissie heeft de maatregel onderzocht in het licht van artikel 87 e.v. van het EG-Verdrag en artikel 61 e.v. van de EER-Overeenkomst, alsook in het licht van Verordeningen (EG) nr. 69/2001 en (EG) nr. 70/2001.

1.   Bestaan van steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag

(22)

Bij de beoordeling van de maatregel in het licht van de staatssteunregels van het EG-Verdrag moet allereerst worden nagegaan of het staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag betreft.

(23)

Overeenkomstig artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. Het begrip staatssteun omvat iedere bevoordeling die direct of indirect wordt gefinancierd uit overheidsmiddelen en die wordt verleend door de staat zelf of door instellingen die hun activiteiten verrichten op grond van een overheidsmandaat. Een maatregel wordt aangemerkt als staatssteun wanneer deze aan alle criteria van artikel 87, lid 1 van het EG-Verdrag beantwoordt.

(24)

Wanneer moet worden beoordeeld of er sprake is van staatssteun bij maatregelen in de vorm van een subsidie of een lening is normaal gesproken duidelijk welke onderneming potentieel de begunstigde is. De steunmaatregel in kwestie is echter gecompliceerder, aangezien de Duitse autoriteiten stimuleringsmaatregelen voor één groep marktdeelnemers (de verantwoordelijke instanties) in het leven roepen om een andere groep (de gebruikers) te steunen. Bovendien wordt door de maatregel een derde groep potentiële marktdeelnemers (de centra) in het leven geroepen, die los van de verantwoordelijke instanties en de gebruikers bestaat. Zelfs indien Duitsland slechts voornemens is de gebruikers een voordeel te geven, kunnen bedrijven op alle drie niveaus mogelijkerwijs ontvangers van staatssteun zijn.

(25)

Het bestaan van staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG Verdrag dient derhalve te worden beoordeeld op drie verschillende niveaus: de verantwoordelijke instanties, de centra en de gebruikers.

1.   Eerste niveau: de verantwoordelijke instanties

(26)

Het staat buiten kijf dat de maatregel met staatsmiddelen wordt gefinancierd. Het percentage van de staatssteun hangt af van de vraag of de verantwoordelijke instantie een gemeente, een organisatie van gemeenten of een openbare of particuliere organisatie zonder winstoogmerk is. In het eerste geval is het centrum gebouwd met 100 % financiering met staatsmiddelen (tot 90 % uit middelen van de centrale overheid en van de deelstaten en minstens 10 % afkomstig van de gemeenten of hun organisaties). Wanneer echter een organisatie zonder winstoogmerk deelneemt, moet deze minstens 10 % van de financiering verschaffen, waarbij de staat het resterende bedrag (tot 90 %) voor zijn rekening neemt. Niettemin zijn de eigenlijke begunstigden van de steun KMO's; de staatsmiddelen zijn noodzakelijk om de subsidiabele kosten van de bouw van het gebouw te dekken en zeggen niets over de hoogte van de aan de KMO's verleende steun.

(27)

Er zijn twee soorten verantwoordelijke instanties: 1. gemeenten, hun organisaties en de openbare ondernemingen die in hun bezit zijn, en 2. openbare of particuliere organisaties zonder winstoogmerk zoals universiteiten of onderzoekscentra. Ongeacht de rechtsvorm van de verantwoordelijke instanties en het feit dat zij geen winstoogmerk hebben, is de Commissie, zoals reeds in haar Beschikking 98/353/EG van 16 september 1997 inzake staatssteun ten gunste van Gemeinnützige Abfallverwertung GmbH (6) staat, van oordeel dat de verantwoordelijke autoriteiten als ondernemingen in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG Verdrag moeten worden beschouwd indien zij een economische activiteit op de markt uitoefenen.

(28)

Weliswaar worden gemeenten en hun organisaties normaal gesproken niet als ondernemingen beschouwd. Maar, hoewel zij een aantal openbare taken uitvoeren en de functie van openbare macht uitoefenen, kunnen zij, volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1987 in zaak C-118/85 (Commissie tegen Italië) (7), worden beschouwd als ondernemingen die op de markt een economische activiteit ontplooien. Er moet van worden uitgegaan dat dit hier het geval is, met name wanneer de gemeenten hun activiteiten verrichten via een gemeentebedrijf dat in eigen beheer wordt geëxploiteerd.

(29)

In het kader van de maatregel in kwestie zijn de instanties verantwoordelijk voor de bouw en het beheer van een centrum. Aldus creëren zij de mogelijkheid dat een centrum aan KMO's ruimte kan verhuren en/of andere diensten kan aanbieden. Zelfs wanneer het bij de verantwoordelijke instanties organisaties zonder winstoogmerk betreft, oefenen zij een economische activiteit uit die zou kunnen worden verricht door, bijvoorbeeld, particuliere onroerendgoedbedrijven of particuliere adviesbureaus.

(30)

De verantwoordelijke instanties moeten echter niet zelf van de maatregel profiteren omdat de staatssteun is bedoeld om bedrijfsruimte en diensten aan KMO's beschikbaar te stellen. De staatsmiddelen die aan de verantwoordelijke instanties ter beschikking werden gesteld zijn bedoeld om alleen de gebruikers een economisch voordeel te verschaffen. Verschillende mechanismen zorgen ervoor dat er geen voordeel op het niveau van de verantwoordelijke instanties blijft.

(31)

Voor de bouw of de uitbreiding van een centrum wordt een openbare aanbesteding georganiseerd overeenkomstig de wetgeving inzake overheidsopdrachten.

(32)

De verantwoordelijke instanties zijn verplicht het bezit of gebruik van het centrum voor een periode van minstens 15 jaar aan de gebruikers over te dragen. In zoverre krijgen zij gedurende die periode van 15 jaar, gedurende welke de gebouwen als centra moeten worden gebruikt, geen voordeel.

(33)

Niettemin zou, aangezien de centra na 15 jaar in het bezit van de verantwoordelijke instanties blijven en zolang geen compensatie voor de restwaarde moet worden betaald, hun waarde een voordeel vormen voor de verantwoordelijke instanties (de eigenaren van het gebouw) aangezien het dan voor andere activiteiten kan worden gebruikt of kan worden verkocht. Om te waarborgen dat op het niveau van de verantwoordelijke instanties na 15 jaar geen voordeel overblijft, heeft Duitsland zich, in de loop van het onderzoek van de Commissie, ertoe verbonden ervoor te zorgen dat de winst na die periode wordt afgeroomd. Dit gebeurt hetzij door toepassing van de discounted cash-flow method hetzij, in ieder geval, op basis van een methode die overeenkomt met de in artikel 29, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen (8) vastgelegde methode. Daarbij wordt alle winst die door de verantwoordelijke instanties is gemaakt in de 15 jaar waarin zij het centrum hebben geëxploiteerd, alsook de geleden verliezen, in aanmerking genomen, met inbegrip van de restwaarde van het gebouw. Dit wijst erop dat de bedrijfsactiviteit van de centra op het niveau van de verantwoordelijke instanties moet worden geplaatst, aangezien deze het aan het centrum verbonden economisch risico uiteindelijk dragen.

(34)

Aangezien de verantwoordelijke instanties geen enkel economisch voordeel ontvangen, kunnen zij niet als begunstigden van staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG Verdrag worden beschouwd. Zij moeten louter worden gezien als het vehikel dat ervoor zorgt dat via de centra aan de gebruikers ondersteuning ter beschikking wordt gesteld.

2.   Tweede niveau: de centra en hun beheerders

(35)

De in het kader van de maatregel in kwestie ter beschikking gestelde staatsmiddelen zijn bestemd voor de bouw of de uitbreiding van de centra. Aangezien alleen de bouwkosten in het kader van de maatregel subsidiabel zijn, worden de exploitatiekosten van de centra in het kader van onderhavige maatregel niet gedekt. Dit kan worden nagegaan door verificatie van het gebruik dat van de middelen is gemaakt (Verwendungsnachweisprüfung), dat wil zeggen toezicht op de steun door Duitsland. De centra die zich in het bezit van de verantwoordelijke instanties bevinden, dienen uitsluitend ertoe aan de gebruikers ruimte en diensten aan te bieden.

(36)

Ook wordt verwezen naar de in overweging 33 genoemde afroming van de winst, die Duitsland heeft toegezegd ook op het niveau van de centra te zullen toepassen. Op deze wijze wordt ervoor gezorgd dat er voor de centra na 15 jaar geen onterecht voordeel overblijft.

(37)

Bovendien heeft Duitsland toegezegd voor het beheer van een centrum overeenkomstig de wetgeving inzake overheidsopdrachten een openbare aanbesteding te zullen uitschrijven indien dit door derden wordt overgenomen. De beheerders van een centrum zullen slechts een marktconforme vergoeding ontvangen die in de uitnodiging tot inschrijving wordt vastgelegd.

(38)

Dientengevolge ontvangen noch de centra noch hun beheerders een economisch voordeel en kunnen zij niet zelf als steunontvangers worden beschouwd maar alleen als vehikel dat ervoor zorgt dat de steun aan de gebruikers ter beschikking wordt gesteld. Derhalve wordt in het kader van de maatregel op het niveau van de centra en hun beheerders geen steun verleend.

3.   Derde niveau: de gebruikers

(39)

Via de voor de centra verantwoordelijke instanties en de centra zelf profiteren de KMO's die in de centra faciliteiten huren indirect van staatsmiddelen. Niettemin moet erop worden gewezen dat voor de doelgroep, de KMO's, in de regeling geen steunintensiteit van 90 % is voorzien. De kosten die tot 90 % of zelfs voor 100 % met staatsmiddelen worden gefinancierd, zijn noodzakelijk om een centrum te kunnen bouwen.

(40)

De centra bieden KMO's velerlei faciliteiten (bedrijfsruimte, apparatuur, mogelijkheden voor samenwerking, laboratoria en consulenten- en andere diensten). De huur die de KMO's voor de ruimte betalen en de prijzen die zij betalen voor de overige faciliteiten (zoals laboratoria en specialistische apparatuur) kunnen onder de marktprijs liggen, aangezien het voor sommige KMO's bijzonder moeilijk zou zijn dergelijke bedrijfsruimte en faciliteiten op de markt te vinden, althans voor prijzen die zij zich financieel kunnen veroorloven. Het voordeel voor de KMO's bestaat dan ook in het gebruik — tegen geringe kosten in vergelijking met de marktprijzen — van de ruimte van het centrum, de toegang tot andere diensten daarbij inbegrepen. De Commissie gaat ervan uit dat de maatregel in zoverre aan de KMO's-gebruikers een voordeel verleent dat de huur en/of de overige faciliteiten onder de marktprijs liggen.

(41)

De concurrentie wordt door de maatregel ongunstig beinvloed of mogelijkerwijze ongunstig beïnvloed, aangezien zij gericht is op bepaalde bedrijven, waarbij de doelgroep door het soort centrum wordt bepaald. Zoals in de overwegingen 6 tot en met 14 werd gesteld, zijn bedrijvencentra voornamelijk op alle soorten KMO's ingesteld, terwijl technologiecentra op innovatieve KMO's zijn gericht en incubatorcentra op pas opgerichte kleine en micro-ondernemingen. Er is natuurlijk ook een groot aantal mengvormen: zo kunnen bijvoorbeeld pas opgerichte ondernemingen ook innovatief zijn.

(42)

In het kader van de maatregel wordt niet uitgesloten dat de steun aan ondernemingen wordt verleend die activiteiten hebben in economische sectoren waar intracommunautair handelsverkeer plaatsvindt. Derhalve moet worden aangenomen dat de maatregel het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(43)

Derhalve is de maatregel op het niveau van de gebruikers staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag in zoverre het de minimis-plafond van 100 000 EUR per begunstigde gedurende een periode van drie jaar overeenkomstig Verordening (EG) nr. 69/2001 niet wordt overschreden.

(44)

Wat de toepassing betreft van het de minimis-plafond op de diverse faciliteiten die door de centra worden geboden, stelt de Commissie het volgende vast:

Wat de huur van bedrijfsruimte betreft, heeft Duitsland zich ertoe verbonden de bepalingen van Verordening (EG) nr. 69/2001 op het niveau van de gebruikers van de centra te zullen naleven. Het eerdere gebrek aan transparantie van de maatregel wordt gecorrigeerd aangezien Duitsland zich ertoe heeft verbonden de in de huurprijs voor de door de KMO's gehuurde ruimte vervatte steunelementen te berekenen op basis van vergelijkbare huurprijzen voor soortgelijke bedrijfsruimten, en met name de officiële tabellen waarin de commerciële huurprijzen worden aangegeven (Gewerbemietspiegel). Op deze wijze zal Duitsland ervoor zorgen dat het de minimis-plafond van 100 000 EUR gedurende een periode van drie jaar in acht wordt genomen. Duitsland verbindt zich er daarom toe, aan iedere gebruiker van een centrum duidelijk te maken dat het gebruik van de diensten van het centrum steunelementen zou kunnen bevatten, die gelden als de minimis-steun, waarop de bepalingen van Verordening (EG) nr. 69/2001 van toepassing zijn.

Wat het gebruik van laboratoria en andere specialistische apparatuur betreft (met name in technologiecentra), deelde Duitsland mee dat eventuele steunelementen in een toeslag bij de door de gebruiker te betalen huur zijn weerspiegeld. Dit kan derhalve van de gewone huur worden gescheiden. Er wordt op gewezen dat Duitsland ook ten aanzien van deze toeslag voor het gebruik van laboratoria en specialistische apparatuur Verordening (EG) nr. 69/2001 in acht zal nemen.

Ten aanzien van de consulentendiensten echter is het steunelement niet beperkt tot het de minimis-plafond en moet dit derhalve als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG Verdrag worden beoordeeld.

2.   Rechtmatigheid van de maatregel

(45)

Duitsland heeft zijn verplichting met betrekking tot artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag nageleefd.

3.   Verenigbaarheid van de maatregel met het EG-Verdrag

(46)

Aangezien de in het kader van de steunregeling mogelijke maatregelen ten behoeve van KMO's (bv. ruimte, laboratoria en specialistische apparatuur), met uitzondering van consulentendiensten, niet als staatssteun worden beschouwd in zoverre het de minimis-plafond en de bepalingen van Verordening (EG) nr. 69/2001 in acht worden genomen, moeten alleen nog de consulentendiensten voor KMO's op verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt worden beoordeeld.

(47)

Met de steunregeling wordt beoogd de verspreiding en het commercieel gebruik van nieuw Duits en internationaal onderzoek en ontwikkeling op het gebied van algemeen management en ontwikkeling van ondernemingen te stimuleren. Zij bevordert derhalve technologieoverdracht en samenwerking tussen ondernemingen.

(48)

Overeenkomstig artikel 157 van het EG-Verdrag zijn de bevordering van technologie-overdracht en samenwerking tussen ondernemingen twee van de belangrijkste doelstellingen van de Gemeenschap. In zoverre draagt de steunregeling bij aan de doelstellingen van artikel 157. De Commissie heeft echter nog geen specifieke criteria opgesteld voor de beoordeling van steunmaatregelen die specifiek op die doelstellingen zijn toegesneden, ook al worden dit soort maatregelen dikwijls in het kader van het regionaal beleid van de Gemeenschap via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling bevorderd.

(49)

In dit verband wijst de Commissie tevens naar haar mededeling aan de Europese Voorjaarsraad „Samen werken aan werkgelegenheid en groei” (9), waarin het belang van het stimuleren van innovatie en innovatieclusters wordt onderstreept. De doelgroep voor de hier te onderzoeken maatregel omvat innovatieve technologiegeoriënteerde KMO's in de startfase; dit is tevens de belangrijkste doelgroep voor het stimuleren van de economische groei en werkgelegenheid.

(50)

Wat de consulentendiensten betreft, moet erop worden gewezen dat Duitsland zich ertoe heeft verbonden geen steun van meer dan 50 % van de subsidiabele kosten te verlenen. De steun voor consulentendiensten is derhalve in overeenstemming met Verordening, (EG) nr. 70/2001, en met name artikel 5.

(51)

De maatregel dient derhalve door de Commissie gunstig te worden beoordeeld.

VII.   CONCLUSIE

(52)

Na de door Duitsland tijdens de formele onderzoeksprocedure aangebrachte wijzigingen komt de Commissie tot de volgende conclusie.

(53)

Wat de steun betreft die in het kader van de regeling aan een aantal KMO's wordt verleend voor het huren van bedrijfsruimte en het gebruik van laboratoria, specialistische apparatuur en/of andere faciliteiten, neemt de Commissie kennis van de toezegging van Duitsland ten aanzien van de regeling in kwestie Verordening (EG) nr. 69/2001 in acht te nemen.

(54)

Voorzover in het kader van de steunregeling voor de KMO's steun voor consulentendiensten voor KMO's in de centra wordt verleend, heeft Duitsland zich ertoe verbonden dit soort steun in overeenstemming met Verordening, (EG) nr. 70/2001, en met name artikel 5, te verlenen,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1.   De steunregeling die Duitsland voornemens is in de periode 2004-2006 in te voeren voor de ontwikkeling van de gemeentelijke economische infrastructuur in het kader van de gemeenschappelijke taak „Verbetering van de regionale economische structuur” voor de aanleg en uitbreiding van industrie-/technologieparken die gebouwen en gemeenschappelijke diensten aanbieden voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen, overeenkomstig deel II, punt 7 van het kaderplan, is geen steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag voorzover Duitsland zijn toezegging om voor de huur van bedrijfsruimte, laboratoria, specialistische apparatuur en/of andere faciliteiten Verordening (EG) nr. 69/2001 in acht te nemen, nakomt.

2.   De in lid 1 genoemde steunregeling is steun die verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag voorzover Duitsland zijn toezegging nakomt om alle steun voor consulentendiensten ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen die gebruikmaken van de diensten welke worden geboden in bedrijven-, technologie en incubatorcentra in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 70/2001 te verlenen.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 3 mei 2005.

Voor de Commissie

Neelie KROES

Lid van de Commissie


(1)  PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(2)  PB C 84 van 3.4.2004, blz. 2.

(3)  Zie voetnoot 2.

(4)  PB L 10 van 13.1.2001, blz. 30.

(5)  PB L 10 van 13.1.2001, blz. 33. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 364/2004 (PB L 63 van 28.2.2004, blz. 22).

(6)  PB L 159 van 3.6.1998, blz. 58.

(7)  Jurispr. 1987, blz. 2599, r.o. 7 en 8.

(8)  PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 173/2005 (PB L 29 van 2.2.2005, blz. 3).

(9)  COM(2005) 24 def.


11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/51


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 14 oktober 2005

tot wijziging van de Beschikkingen 2001/689/EG, 2002/231/EG en 2002/272/EG teneinde de geldigheidsduur van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor bepaalde producten te verlengen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 4102)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/783/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1980/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1), en met name op artikel 6, lid 1, tweede alinea,

Na raadpleging van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De geldigheidsduur van de definitie van de productengroep en van de milieucriteria die zijn vastgesteld bij Beschikking 2001/689/EG van de Commissie van 28 augustus 2001 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur aan vaatwassers (2) loopt af op 28 augustus 2006.

(2)

Beschikking 2002/231/EG van de Commissie van 18 maart 2002 tot vaststelling van de herziene milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor schoeisel en tot wijziging van Beschikking 1999/179/EG (3) loopt af op 31 maart 2007.

(3)

Beschikking 2002/272/EG van de Commissie van 25 maart 2002 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor harde vloeren (4) loopt af op 31 maart 2007.

(4)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 heeft een tijdige herziening plaatsgevonden van de milieukeurcriteria en de eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving daarvan die bij die beschikkingen zijn vastgesteld.

(5)

In het licht van de herziening van die criteria en eisen dient in alle drie de gevallen de geldigheidsduur van de milieucriteria en eisen met één jaar te worden verlengd.

(6)

Aangezien de bij Verordening (EG) nr. 1980/2000 opgelegde herzieningsverplichting alleen betrekking heeft op de milieucriteria en de eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving daarvan, dienen de Beschikkingen 2002/231/EG en 2002/272/EG van kracht te blijven.

(7)

De Beschikkingen 2001/689/EG, 2002/231/EG en 2002/272/EG moeten bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1980/2000 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 3 van Beschikking 2001/689/EG wordt vervangen door:

„Artikel 3

De milieucriteria voor de productengroep vaatwassers en de eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving daarvan blijven geldig tot en met 28 augustus 2007.”.

Artikel 2

Artikel 5 van Beschikking 2002/231/EG wordt vervangen door:

„Artikel 5

De milieucriteria voor de productengroep schoeisel en de eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving daarvan blijven geldig tot en met 31 maart 2008.”.

Artikel 3

Artikel 4 van Beschikking 2002/272/EG wordt vervangen door:

„Artikel 4

De milieucriteria voor de productengroep harde vloeren en de eisen inzake beoordeling en toezicht op de naleving daarvan blijven geldig tot en met 31 maart 2008.”.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 14 oktober 2005.

Voor de Commissie

Stavros DIMAS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 237 van 21.9.2000, blz. 1.

(2)  PB L 242 van 12.9.2001, blz. 23.

(3)  PB L 77 van 20.3.2002, blz. 50.

(4)  PB L 94 van 11.4.2002, blz. 13.


Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

11.11.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/53


BESLUIT 2005/784/GBVB VAN DE RAAD

van 7 november 2005

tot verlenging en wijziging van Besluit 1999/730/GBVB met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien Gemeenschappelijk Optreden 2002/589/GBVB van de Raad van 12 juli 2002 met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja (1), en met name op artikel 6, in samenhang met artikel 23, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 15 november 1999 Besluit 1999/730/GBVB (2) aangenomen met het oog op een bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens in Cambodja.

(2)

Besluit 1999/730/GBVB is laatstelijk verlengd en gewijzigd bij Besluit 2004/792/GBVB.

(3)

Bepaalde einddoelstellingen kunnen niet vóór 15 november 2005, de datum waarop Besluit 1999/730/GBVB verstrijkt, worden gerealiseerd, terwijl andere na die datum geconsolideerd en verruimd moeten worden. Het project ter zake is een meerjarenproject.

(4)

Besluit 1999/730/GBVB moet bijgevolg worden verlengd en gewijzigd,

BESLUIT:

Artikel 1

Besluit 1999/730/GBVB wordt als volgt gewijzigd:

a)

in artikel 3, lid 1, wordt het financieel referentiebedrag van „1 375 565 EUR” vervangen door „600 000 EUR”;

b)

in artikel 4, tweede alinea, wordt „15 november 2005” vervangen door „15 november 2006”;

c)

artikel 5 wordt geschrapt;

d)

de bijlage wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 16 november 2005.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 7 november 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. STRAW


(1)  PB L 191 van 19.7.2002, blz. 1.

(2)  PB L 294 van 16.11.1999, blz. 5. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2004/901/GBVB (PB L 379 van 24.12.2004, blz. 111).


BIJLAGE

„BIJLAGE

RICHTSNOEREN VOOR DE PROJECTLEIDER (2006)

1.

Ter uitvoering van artikel 1, onder d), blijft de projectleider, in samenwerking met de Cambodjaanse strijdkrachten, inspanningen doen op het stuk van archiveringsmethoden en het beheer en de beveiliging van wapenvoorraden, en van de ontwikkeling van een beleid, richtsnoeren en praktijken ter zake. Daartoe zorgt de projectleider voor de follow-up van de projecten die voordien zijn uitgevoerd in militair gebied nr. 1 (Stung Treng), militair gebied nr. 2 (Kampong Cham), militair gebied nr. 3 (Kampong Speu), militair gebied nr. 4 (Siem Reap), militair gebied nr. 5 (Battambang), het speciale militaire gebied (Phnom Penh) en de Koninklijke Gendarmerie. In nauwe samenwerking met het ministerie van Defensie wordt door hem een bijkomend project uitgewerkt en uitgevoerd voor de veilige opslag en registratie van wapens van de lucht- en de zeemacht. Dit omvat het bouwen van opslagvoorzieningen voor de middellange en de korte termijn, opleiding van het personeel daarvoor op alle niveaus, en de registratie van alle wapens in het gecentraliseerde geautomatiseerde gegevensbestand van het ministerie van Defensie. Het uitgevoerde project moet, met de steun van deskundigen, bijstand omvatten voor het regeringsprogramma van openbare ceremonies rond de vernietiging van overtollige militaire wapens, in voorkomend geval, van ingezamelde wapens, en van overtollige wapens die nog in het bezit zouden zijn van het leger en de politie- en veiligheidsdiensten.

2.

Zo nodig, blijft de projectleider advies verstrekken — en waar mogelijk bijstand verlenen — aan de regering, internationale organisaties en plaatselijke NGO’s over vraagstukken betreffende wapenbeveiliging, en de huidige en vroegere activiteiten van de ASAC van de Europese Unie.

3.

De projectleider zorgt voor passende procedures om de activiteiten efficiënt te kunnen controleren en evalueren. Daartoe streeft hij naar volledige samenwerking met de regering van Cambodja en de politie- en veiligheidsdiensten.

4.

Na de voltooiing van het project voor de veilige opslag en registratie van wapens van de lucht- en de zeemacht, voert de projectleider, op basis van de richtsnoeren voor de projectleider 2005, de plannen uit voor de consolidatie van archiveringsmethoden en het beheer en de beveiliging van wapenvoorraden alsmede voor het afsluiten en afwikkelen van het project.”