ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 131

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
25 mei 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 778/2005 van de Raad van 23 mei 2005 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op magnesiumoxide uit de Volksrepubliek China

1

 

*

Verordening (EG) nr. 779/2005 van de Raad van 23 mei 2005 tot beëindiging van de tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van siliciumcarbide uit Oekraïne

18

 

 

Verordening (EG) nr. 780/2005 van de Commissie van 24 mei 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

22

 

*

Verordening (EG) nr. 781/2005 van de Commissie van 24 mei 2005 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart ( 1 )

24

 

*

Verordening (EG) nr. 782/2005 van de Commissie van 24 mei 2005 tot vaststelling van het formaat voor de toezending van de resultaten van afvalstoffenstatistieken ( 1 )

26

 

*

Verordening (EG) nr. 783/2005 van de Commissie van 24 mei 2005 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffenstatistieken ( 1 )

38

 

*

Verordening (EG) nr. 784/2005 van de Commissie van 24 mei 2005 tot goedkeuring van afwijkingen van Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffenstatistieken, wat Litouwen, Polen en Zweden betreft ( 1 )

42

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Commissie

 

*

Besluit nr. 1/2005 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Landbouwcomité van 25 februari 2005 inzake aanhangsel 1, onder B, punt 9, van bijlage 7

43

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van de rectificatie van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB L 25 van 28.1.2005)

45

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/1


VERORDENING (EG) Nr. 778/2005 VAN DE RAAD

van 23 mei 2005

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op magnesiumoxide uit de Volksrepubliek China

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 11, lid 2,

Gelet op het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Na een onderzoek naar aanleiding van het feit dat de antidumpingmaatregelen binnenkort zouden vervallen, heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1334/1999 (2) weer een definitief antidumpingrecht ingesteld op magnesiumoxide uit de Volksrepubliek China (hierna „China” genoemd) in de vorm van een minimuminvoerprijs. Na een tussentijdse herziening heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 985/2003 (3) de vorm van het antidumpingrecht gewijzigd door de minimumprijs op bepaalde voorwaarden te handhaven en in alle overige gevallen een ad-valoremrecht van 27,1 % in te stellen.

(2)

Op te merken valt dat het oorspronkelijke recht werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1473/93 van de Raad (4).

B.   ONDERHAVIG ONDERZOEK

(3)

Na de bekendmaking van het bericht (5) dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van magnesiumoxide uit China binnenkort zouden vervallen, heeft de Commissie een verzoek ontvangen voor de opening van een onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Dit verzoek werd op 9 maart 2004 ingediend door Eurométaux namens producenten die goed zijn voor een groot deel, namelijk 96 %, van de productie van magnesiumoxide in de Europese Gemeenschap. Volgens het verzoek zou het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk leiden tot een voortzetting dan wel herhaling van dumping en van schade voor de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap.

(4)

Na overleg in het Raadgevend Comité heeft de Commissie vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was om een herzieningsprocedure bij het vervallen van de maatregelen in te leiden op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Zij heeft dit bekendgemaakt (6) en is met een onderzoek begonnen.

(5)

De Commissie heeft de EG-producenten die het verzoek hebben ingediend, de andere EG-producent die de klacht steunde, de producenten/exporteurs in China, importeurs/handelaren, de haar bekende bedrijven die magnesiumoxide gebruiken en de vertegenwoordigers van de Chinese regering in kennis gesteld van de inleiding van de herzieningsprocedure. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn.

(6)

De Commissie heeft alle haar bekende belanghebbenden een vragenlijst toegezonden, evenals de partijen die daarom binnen de in het bericht van inleiding vastgestelde termijn hadden verzocht.

(7)

Gezien het kennelijk grote aantal producenten/exporteurs in China alsook importeurs van het betrokken product werd in het bericht van inleiding vermeld dat de Commissie overwoog om overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening gebruik te maken van een steekproef. Om te kunnen besluiten of het nodig was van een steekproef gebruik te maken en — indien dat het geval was — deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie iedere betrokken producent/exporteur en importeur een vragenlijst toegezonden waarin zij om gegevens over de gemiddelde omvang van de verkoop en prijzen verzocht. Van geen enkele producent/exporteur of importeur werd een antwoord ontvangen. Daarom werden geen steekproeven samengesteld.

(8)

Voorts werd ook een vragenlijst toegezonden aan alle bekende producenten in de Verenigde Staten van Amerika (hierna „de Verenigde Staten” genoemd), Australië en India (mogelijke referentielanden).

(9)

Van de vier EG-producenten die het verzoek hebben ingediend, en van één producent in het referentieland, namelijk de Verenigde Staten, werden antwoorden op de vragenlijst ontvangen.

(10)

De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig had om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat dumping en schade zouden worden voortgezet of zich opnieuw zouden voordoen en om het belang van de Europese Gemeenschap vast te stellen. Bij de volgende bedrijven werd ter plaatse een controle verricht:

 

EG-producenten

Grecian Magnesite SA, Athene, Griekenland

Magnesitas Navarras, SA, Pamplona, Spanje

Magnesitas de Rubian, SA, Sarria (Lugo), Spanje

Styromag GmbH, St. Katharein an der Laming, Oostenrijk

 

Producent in het referentieland

Premier Chemicals, LLC, King of Prussia, Pennsylvania, Verenigde Staten

(11)

Het onderzoek naar de mogelijke voortzetting of herhaling van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004 (hierna „het onderzoektijdvak” genoemd). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling of het waarschijnlijk is dat de schade zal voortduren of opnieuw zal optreden, had betrekking op de periode van 1 januari 2000 tot het einde van het onderzoektijdvak (hierna „de beoordelingsperiode” genoemd).

C.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

(12)

De procedure heeft betrekking op hetzelfde product als de eerdere onderzoeken die tot de instelling van de geldende maatregelen hebben geleid, dat wil zeggen magnesiumoxide, meer bepaald natuurlijk caustisch gebrand magnesiet, dat onder GN-code ex 2519 90 90 (Taric-code 25199090*10) is ingedeeld.

(13)

Magnesiumoxide wordt vervaardigd van op natuurlijke wijze voorkomend magnesiumcarbonaat of magnesiet. Voor de productie van magnesiumoxide wordt magnesiet gedolven, geplet, gesorteerd en vervolgens in een oven op temperaturen van 700 tot 1 000° Celsius gebrand. Dit levert magnesiumoxide van verschillende magnesiumoxidegehaltes of -kwaliteiten op. De voornaamste onzuiverheden in magnesiumoxide zijn SiO2, Fe2O3, Al2O3, CaO en B2O3 (siliciumoxide, ijzeroxide, aluminiumoxide, calciumoxide en booroxide). Magnesiumoxide wordt hoofdzakelijk gebruikt in de landbouw voor diervoeding of als meststof en in de bouwnijverheid in de vorm van vloerplaten en isolatie, voorts bij de productie van pulp, papier, schuurmiddelen, brandvertragers, in de chemische en farmaceutische industrie en ten slotte ook voor milieubescherming.

(14)

Zoals in de vorige onderzoeken wordt ook in dit herzieningsonderzoek bevestigd dat magnesiumoxide uit China en magnesiumoxide dat door de EG-producenten wordt vervaardigd en op de EG-markt verkocht alsook magnesiumoxide dat door de producent in het referentieland wordt vervaardigd en op zijn binnenlandse markt verkocht, dezelfde fysische en chemische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Zij zijn daarom soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

D.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN EEN VOORTZETTING VAN DUMPING

(15)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of het waarschijnlijk was dat het vervallen van de maatregelen tot een voortzetting van de dumping zou leiden.

(16)

Aangezien geen enkele Chinese producent/exporteur noch enige importeur in de Europese Gemeenschap medewerking heeft verleend, moest het onderzoek worden gebaseerd op gegevens uit andere bronnen. Overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening werd gebruik gemaakt van de Eurostatgegevens over het betrokken product op het niveau van de achtcijferige GN-code en op het niveau van de tiencijferige Taric-code, die tegen andere bronnen werden gecontroleerd.

(17)

Opgemerkt wordt dat de Eurostatgegevens betreffende de achtcijferige GN-code ook andere producten dan het betrokken product omvatten, terwijl de gegevens betreffende de tiencijferige Taric-code voor de beoordelingsperiode niet de tien toetredingslanden omvatten.

(18)

Daarom werden de Eurostatgegevens betreffende de tiencijferige Taric-code gebruikt voor de vijftien lidstaten die de Europese Unie vormden vóór de uitbreiding, terwijl de Eurostatgegevens betreffende de achtcijferige GN-code werden gebruikt voor de tien nieuwe lidstaten. Voorts werden de voor de tien nieuwe lidstaten gebruikte Eurostatgegevens op het niveau van de achtcijferige GN-code gecorrigeerd voor het verschil met de tiencijferige Taric-code zoals aangegeven door de tien nieuwe lidstaten in de zes maanden na de uitbreiding, om andere producten dan het betrokken product uit te sluiten.

(19)

Uitgaande van de gecorrigeerde Taric-gegevens werd geconstateerd dat in het onderzoektijdvak 115 225 t magnesiumoxide uit China was ingevoerd, wat overeenkomt met ongeveer 29 % van het verbruik in de Europese Gemeenschap.

(20)

Tijdens het onderzoektijdvak van het vorige onderzoek bij het vervallen van de maatregelen bedroeg de invoer van magnesiumoxide uit China 110 592 t, dat wil zeggen ongeveer 31 % van het verbruik in de Europese Gemeenschap.

(21)

Gezien de uitbreiding van de Europese Gemeenschap tot 25 lidstaten kunnen exportvolumes en marktaandelen van het vorige en huidige onderzoek niet worden vergeleken.

(22)

Overeenkomstig artikel 11, lid 9, van de basisverordening heeft de Commissie van dezelfde werkwijze gebruik gemaakt als bij het oorspronkelijke onderzoek, waarbij een dumpingmarge van 27,1 % werd vastgesteld.

(23)

Aangezien China een economie in een overgangsfase is, moest de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening gebaseerd worden op informatie verkregen in een derde land met markteconomie.

(24)

Aangezien bij de vorige herzieningsprocedure India als referentieland was gekozen voor de vaststelling van de normale waarde, werd een verzoek om medewerking aan Indiase producenten gezonden. Voorts werd ook een verzoek om medewerking gezonden aan alle bekende producenten in Australië en de Verenigde Staten, die in het verzoek om de herziening als mogelijke referentielanden waren voorgesteld.

(25)

Eén Indiase producent was tot medewerking bereid, maar beantwoordde de vragenlijst niet. Eén Australische producent reageerde wel, maar meende dat hij niet in de positie verkeerde om de Commissie met de gevraagde informatie te kunnen helpen. Slechts één Amerikaanse producent was bereid de gevraagde informatie te verstrekken.

(26)

Wat de Verenigde Staten betreft, werd geconstateerd dat de concurrentie op de Amerikaanse markt voldoende sterk is. Er gelden immers geen antidumpingrechten ten aanzien van de invoer van magnesiumoxide, er worden aanzienlijke hoeveelheden magnesiumoxide uit verschillende derde landen ingevoerd en er zijn twee binnenlandse producenten die met elkaar concurreren. Het productieproces van de medewerkende Amerikaanse producent is vergelijkbaar met dat van de Chinese producenten. De omvang van de verkoop van de Amerikaanse producent op de binnenlandse markt is groot genoeg: deze bedraagt namelijk ongeveer 83 % van de omvang van de invoer in de Europese Gemeenschap vanuit China in het onderzoektijdvak.

(27)

De conclusie luidt derhalve dat de Verenigde Staten een geschikt referentieland zijn voor de vaststelling van de normale waarde.

(28)

Overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening werd nagegaan of de binnenlandse verkoop van de producent in de Verenigde Staten, gelet op de prijzen, als verkoop in het kader van normale handelstransacties kon worden beschouwd. Hiertoe werden de productiekosten per eenheid in het onderzoektijdvak vergeleken met de gemiddelde verkoopprijs per eenheid in dezelfde periode. De verkoop bleek in alle gevallen winstgevend te zijn. Ook bleek de medewerkende producent in de Verenigde Staten steeds aan onafhankelijke afnemers te verkopen. Daarom werd voor de vaststelling van de normale waarde, overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de basisverordening, gebruik gemaakt van de op de Amerikaanse binnenlandse markt in het kader van normale handelstransacties door onafhankelijke afnemers betaalde of te betalen prijzen.

(29)

Zoals reeds vermeld is de exportprijs wegens het ontbreken van andere, meer betrouwbare informatie gebaseerd op de Eurostatgegevens. Er werd vastgesteld dat de prijsgegevens van Eurostat waren geregistreerd op basis van een cif-prijs grens Europese Gemeenschap. Deze prijzen werden tot fob-basis teruggebracht door aftrek van de kosten van zeevervoer en verzekering. De voor de vaststelling van deze kosten noodzakelijke gegevens werden door de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap verstrekt en bij gebrek aan andere, meer betrouwbare informatie bij de berekeningen gebruikt.

(30)

Om een billijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de exportprijs „af fabriek”, werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast voor verschillen waarvan werd aangetoond dat zij van invloed waren op de vergelijkbaarheid van de prijzen. In dit verband werden correcties toegepast voor de kosten van vervoer.

(31)

Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de dumpingmarge vastgesteld door vergelijking van de gewogen gemiddelde normale waarde met de gewogen gemiddelde exportprijs, bepaald zoals hierboven omschreven. Uit deze vergelijking bleek dat er sprake was van dumping. De dumpingmarge was 100,73 % van de cif-prijs grens Europese Gemeenschap, vóór inklaring, en was dus duidelijk hoger dan de dumpingmarge die bij het vorige onderzoek was vastgesteld (41,9 %).

(32)

Uitgaande van de analyse waaruit bleek dat er in het onderzoektijdvak sprake was van dumping, werd ook nagegaan hoe waarschijnlijk het was dat de dumping zou worden voortgezet. Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten/exporteurs en gelet op het feit dat er nauwelijks publieke informatie over de Chinese magnesiumoxidebranche beschikbaar is, berusten de onderstaande conclusies hoofdzakelijk op beschikbare informatie, namelijk marktonderzoekgegevens op basis van Japanse handelsstatistieken, cijfers van het Amerikaanse Telbureau en Chinese douanegegevens, verstrekt door de indiener van het verzoek.

(33)

Volgens het verzoek om herziening zou de reserveproductiecapaciteit bij de Chinese producenten aanzienlijk zijn, daar zij over de grootste magnesietvoorraden ter wereld beschikken, die op 1 300 000 t worden geraamd. De totale Chinese productiecapaciteit voor het betrokken product wordt geraamd op 800 000 tot 1 000 000 t per jaar, het Chinese binnenlandse verbruik op circa 250 000 t en de uitvoer op circa 550 000 t per jaar. De Chinese productie zou dus snel kunnen worden verhoogd indien de marktomstandigheden dit toelaten.

(34)

Uitgaande van dezelfde bron werd vastgesteld dat de totale wereldwijde uitvoer van Chinees magnesiumoxide met 17 % is gestegen, namelijk van 465 900 t in 1999 tot 545 600 t in 2003. De prijzen bij uitvoer naar andere landen, zoals Japan of de Verenigde Staten zijn circa 38 % lager dan bij uitvoer naar de Europese Gemeenschap; de exporteurs zouden dus worden gestimuleerd om meer uit te voeren naar de Europese Gemeenschap dan naar andere landen indien de bestaande maatregelen vervallen.

(35)

Bovendien zijn de prijzen bij uitvoer uit China naar Japan in 2003 ongeveer 13 % gedaald, dat wil zeggen van 109,4 Verenigde Staten dollar per ton in 2000 tot 95 Verenigde Staten dollar per ton in 2003. Ook de prijzen bij uitvoer uit China naar de Verenigde Staten zijn in die periode met ongeveer 8 % gedaald, dat wil zeggen van 133 Verenigde Staten dollar per ton in 2000 tot 122 Verenigde Staten dollar per ton in 2003.

(36)

Dit toont duidelijk aan dat, indien de maatregelen vervallen, de Chinese exporteurs worden gestimuleerd om zich op de EG-markt te richten gezien hun aanzienlijke reserveproductiecapaciteit en het hogere prijspeil in de Europese Gemeenschap.

(37)

Ook het prijspeil van magnesiumoxide op de EG-markt maakt die markt zeer aantrekkelijk. Dit is een extra prikkel om de productie en de uitvoer naar de Europese Gemeenschap te verhogen. Er werd reeds vermeld dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen lager waren dan bij uitvoer naar de Europese Gemeenschap. Het is evenwel niet waarschijnlijk dat de aantrekkelijke en relatief hoge prijzen op de EG-markt op lange termijn zullen worden gehandhaafd. Indien de antidumpingmaatregelen vervallen, zouden de talrijke Chinese exporteurs zich specifiek op de EG-markt richten om hun marktaandeel te vergroten. Een dergelijke toegenomen concurrentie zou de prijzen echter kunnen doen dalen. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat alle aanbieders op de EG-markt hun prijzen zouden moeten verlagen.

(38)

Het onderzoek heeft aangetoond dat China zijn dumpingpraktijken in het onderzoektijdvak in veel sterkere mate dan voordien heeft voortgezet. Aangezien China over een aanzienlijke reserveproductiecapaciteit beschikt en bij uitvoer naar derde landen nog lagere prijzen hanteert dan bij uitvoer naar de Europese Gemeenschap, is het zeer waarschijnlijk dat veel meer magnesiumoxide uit China met dumping in de Europese Gemeenschap zal worden ingevoerd indien de thans geldende antidumpingmaatregelen vervallen.

E.   DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP

(39)

De vier EG-producenten die het verzoek hebben ingediend, hebben de vragenlijst beantwoord en aan het onderzoek meegewerkt. Zij waren in het onderzoektijdvak goed voor 96 % van de productie in de Europese Gemeenschap.

(40)

Op deze basis worden de vier EG-producenten die het verzoek hebben ingediend, geacht de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap te vormen in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening.

F.   SITUATIE OP DE EG-MARKT

(41)

De cijfers over het verbruik in de Europese Gemeenschap zijn gebaseerd op de cijfers over de verkoop van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap in de Europese Gemeenschap, de invoer uit China en de invoer uit andere derde landen.

Tabel 1 —   Verbruik in de Europese Gemeenschap (op basis van de verkoop)

Verbruik in de Europese Gemeenschap

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Ton

423 791

448 234

456 197

398 038

392 416

 

Index

100

106

108

94

93

– 7

Procentuele ontwikkeling op jaarbasis

 

6

2

– 14

– 1

 

Bron: Eurostat.

(42)

Het verbruik van magnesiumoxide in de Europese Gemeenschap steeg van 2000 op 2002, bereikte in 2002 een piek met 456 197 t en daalde vervolgens in 2003 en in het onderzoektijdvak tot 392 416 t. In totaal was er over de gehele beoordelingsperiode een daling van 7 %, maar van 2000 op 2001 een stijging van 6 %.

(43)

Als het verbruik van magnesiumoxide op- en neerwaartse schommelingen tot 10 % per jaar vertoont, kan hieruit geen langetermijnontwikkeling worden afgeleid. De bedrijfstak van de Europese Gemeenschap blijft bij zijn standpunt dat de magnesiumoxidemarkt in het algemeen relatief stabiel is en dat deze lichte schommelingen binnen het normale verbruik op lange termijn vallen.

(44)

De invoer uit China volgde dezelfde ontwikkeling als het verbruik in de Europese Gemeenschap. Hij steeg met gemiddeld 8 % tot 2002 en begon nadien te dalen. Over de hele linie daalde de invoer uit China in de beoordelingsperiode met 18 %, namelijk van 140 171 t tot 115 225 t.

Tabel 2 —   Invoer uit China

Invoer uit China

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Ton

140 171

150 403

163 116

126 387

115 225

 

Index

100

107

116

90

82

– 18

Ontwikkeling op jaarbasis

 

7

9

– 26

– 8

 

Bron: Eurostat.

(45)

Het marktaandeel van magnesiumoxide uit China steeg in 2002 tot 36 % en volgde daarmee de stijging van het verbruik in de Europese Gemeenschap. Vanaf 2003 begon het marktaandeel enigszins te dalen, maar het bedroeg in het onderzoektijdvak nog altijd 29 %.

Tabel 3 —   Marktaandeel van magnesiumoxide uit China

Marktaandeel magnesiumoxide uit China

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Aandeel in %

33

34

36

32

29

 

Index

100

103

109

97

88

– 12

Bron: Eurostat.

(46)

De gemiddelde prijs van magnesiumoxide uit China daalde in de beoordelingsperiode voortdurend, in totaal met 24 %.

Tabel 4 —   Gemiddelde prijs van magnesiumoxide uit China

Gemiddelde prijs magnesiumoxide uit China

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

EUR/ton

174

164

149

135

133

 

Index

100

94

86

78

76

– 24

Bron: Eurostat.

(47)

De gemiddelde prijs bij invoer uit China in het onderzoektijdvak was EUR 133 per ton cif grens Europese Gemeenschap (op het niveau van de tiencijferige Taric-code). Met het oog op de vaststelling van eventuele prijsonderbieding werden de gemiddelde verkoopprijzen (af fabriek) van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap vergeleken met de Chinese invoerprijzen in het onderzoektijdvak, waarbij correcties werden toegepast voor de kosten na invoer, douane- en antidumpingrechten. Er werd geen prijsonderbieding geconstateerd.

Tabel 5 —   Productie

Productie

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

104

102

97

95

– 5

Ontwikkeling op jaarbasis

 

4

– 2

– 5

– 2

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(48)

De productie van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap steeg met 4 % van 2000 op 2001, waarmee zij de ontwikkeling van het verbruik in de Europese Gemeenschap enigermate volgde. Nadien vertoonde zij evenwel een constante daling die, over de gehele beoordelingsperiode, in totaal 5 % bedroeg. In het onderzoektijdvak was door de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap geproduceerd magnesiumoxide goed voor circa 55 % van het verbruik in de Europese Gemeenschap.

Tabel 6 —   Productiecapaciteit

Productiecapaciteit

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

100

100

100

100

0

Ontwikkeling op jaarbasis

 

0

0

0

0

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(49)

De productiecapaciteit is in de beoordelingsperiode stabiel gebleven.

Tabel 7 —   Bezettingsgraad

Bezettingsgraad

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

104

102

97

95

– 5

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(50)

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de bezettingsgraad in de beoordelingsperiode dezelfde ontwikkeling kende als de productie. Na een stijging van 2000 op 2001 volgde een constante daling. Over de gehele beoordelingsperiode bedroeg de daling 5 procentpunten.

Tabel 8 —   Verkoop op de EG-markt (in t)

Verkoop op de EG-markt

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

aan niet-verbonden afnemers

Index

100

98

94

87

89

– 11

aan verbonden afnemers

Index

100

149

150

150

157

57

aan verbonden en niet-verbonden afnemers

Index

100

104

101

95

97

– 3

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(51)

De verkoop van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap aan niet-verbonden afnemers in de Europese Gemeenschap daalde in de beoordelingsperiode met 11 %. De verkoop aan verbonden afnemers steeg in die periode met 57 %. Het betrof hier de verkoop van één enkele onderneming aan dochterondernemingen van dezelfde groep. Deze was goed voor circa 17 % van de gehele verkoop van magnesiumoxide in de beoordelingsperiode.

(52)

De verkoop op de EG-markt daalde in de beoordelingsperiode met 3 %.

Tabel 9 —   Verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap

Prijs bedrijfstak Europese Gemeenschap bij verkoop aan niet-verbonden afnemers

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

108

110

109

109

9

Ontwikkeling op jaarbasis

 

8

2

– 1

– 1

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(53)

In de beoordelingsperiode stegen de gemiddelde prijzen van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de EG-markt met 9 %. De verkoopprijzen bereikten een hoogtepunt in 2002 en daalden opnieuw enigszins in 2003 en het onderzoektijdvak.

Tabel 10 —   Marktaandeel

Marktaandeel van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Aandeel in %

62

61

59

63

65

 

Index

100

98

95

102

105

5

Bron: Eurostat en gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(54)

Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap steeg van 62 % in 2000 tot 65 % in het onderzoektijdvak. De grootste stijging vond plaats van 2002 op 2003 (7 % marktaandeel).

(55)

Het lijkt erop dat de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap marktaandeel heeft kunnen winnen dankzij zijn prijzen die concurrerend waren vergeleken met die van andere derde landen.

Tabel 11 —   Voorraden

Voorraden

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

107

94

101

81

– 19

Ontwikkeling op jaarbasis

 

7

– 13

7

– 20

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(56)

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de voorraden in de beoordelingsperiode met 19 % daalden. Van 2000 tot 2003 bedroegen de voorraden ongeveer 43 000 t, terwijl zij in het onderzoektijdvak iets meer dan 35 000 t bedroegen.

(57)

De voorraden, die in 2000 ongeveer 16 % van de omvang van de verkoop in de Europese Gemeenschap bedroegen, vielen in het onderzoektijdvak terug tot ongeveer 14 % van de verkoop in de Europese Gemeenschap.

(58)

In de beoordelingsperiode ontwikkelde de winstgevendheid zich, in procenten van de nettoverkoopwaarde aan niet-verbonden afnemers, als volgt:

Tabel 12 —   Winstgevendheid

Winstgevendheid

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

113

538

13

200

100

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(59)

Na verliezen in 2000 begon de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap opnieuw winst te maken tot het einde van het onderzoektijdvak. In 2002 bereikte de winst een piek van 4,3 %, maar deze viel terug tot 0,1 % in 2003 en 1,6 % in het onderzoektijdvak. De daling in 2003 was te wijten aan de daling van de verkoop en de druk op de prijzen door de invoer uit China, waardoor de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap zijn prijzen niet kon verhogen tot het niveau waarop een redelijke winst kon worden behaald.

(60)

Wanneer rekening wordt gehouden met de verkoop aan verbonden afnemers, zou de winstgevendheid iets lager uitvallen, maar de ontwikkelingen zouden toch dezelfde zijn.

Tabel 13 —   Kasstroom

Kasstroom

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

128

160

82

134

34

Ontwikkeling op jaarbasis

 

28

33

– 79

52

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(61)

De kasstroom verbeterde in de beoordelingsperiode met 34 % en kende daarmee een soortgelijke ontwikkeling als de winstgevendheid.

Tabel 14 —   Investeringen

Investeringen

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

92

76

74

81

– 19

Ontwikkeling op jaarbasis

 

– 8

– 16

– 2

6

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(62)

De investeringen daalden in de beoordelingsperiode met circa 19 %. Toch waren de investeringen in het huidige onderzoektijdvak 24 % hoger dan in het onderzoektijdvak van het vorige onderzoek waarin zij een piek van 4 219 000 ECU bereikten. De investeringen hadden voornamelijk betrekking op de verbetering en de verdere rationalisering van het productieproces met het oog op kostenbesparingen en aanpassingen aan milieuvereisten.

Tabel 15 —   Rendement van investeringen

Rendement van investeringen

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

129

700

14

231

131

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(63)

Na een negatief resultaat in 2000 steeg het rendement van de investeringen in de beoordelingsperiode met circa 11,6 procentpunten en kende het een soortgelijke ontwikkeling als de winstgevendheid.

(64)

De bedrijfstak van de Europese Gemeenschap bleef in de beoordelingsperiode in staat kapitaal aan te trekken.

Tabel 16 —   Werkgelegenheid

Werkgelegenheid

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

99

90

85

80

– 20

Ontwikkeling op jaarbasis

 

– 1

– 9

– 5

– 5

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(65)

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de werkgelegenheid in de beoordelingsperiode met 20 % is gedaald. De grootste daling vond plaats vanaf 2001.

(66)

Aangezien de productie trager daalde dan het aantal arbeidsplaatsen, is de productiviteit over dezelfde periode met 19 % gestegen, zoals blijkt uit onderstaande tabel.

Tabel 17 —   Productiviteit

Productiviteit

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

105

113

115

119

19

Ontwikkeling op jaarbasis

 

5

8

2

4

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(67)

In de beoordelingsperiode zijn de lonen van de werknemers in de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap met ongeveer 4 % gedaald.

Tabel 18 —   Lonen

Lonen

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Index

100

104

99

100

96

– 4

Ontwikkeling op jaarbasis

 

4

– 4

0

– 3

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(68)

De exportactiviteiten van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap bleken zich als volgt te hebben ontwikkeld:

Tabel 19 —   Export

Export van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Ton

9 240

9 206

15 671

9 962

10 022

 

Index

100

100

170

108

108

8

Ontwikkeling op jaarbasis

 

0

70

– 62

1

 

Bron: gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap op de vragenlijst.

(69)

De export van magnesiumoxide door de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap steeg over de gehele beoordelingsperiode met 8 %, waarbij de sterkste stijging zich in 2002 voordeed. Een stijging van de export zal echter nauwelijks effect hebben gehad op de situatie van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap, aangezien deze export gemiddeld slechts zo’n 4 % van de totale verkoop van die bedrijfstak uitmaakte.

(70)

De invoer van magnesiumoxide uit andere landen dan China en de gemiddelde prijzen daarvan ontwikkelden zich als volgt:

Tabel 20 —   Invoer uit andere derde landen (hoeveelheid)

in ton

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Turkije

2 704

3 116

7 010

2 105

1 373

Verenigde Staten

849

1 518

326

704

897

Israël

2 417

2 558

2 714

3 156

2 725

Mexico

703

781

627

856

755

Japan

1 949

1 658

2 081

627

455

Australië

1 115

749

42

341

301

Noorwegen

459

198

72

117

149

Andere derde landen

56

1 462

679

109

516

Totaal

10 252

12 041

13 550

8 016

7 172

Bron: Eurostat.

Tabel 21 —   Invoer uit andere derde landen (gemiddelde prijs)

in euro

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Turkije

128

147

154

169

195

Verenigde Staten

1 475

509

1 431

796

795

Israël

964

712

607

611

667

Mexico

458

718

870

591

617

Japan

1 164

1 173

1 044

713

458

Australië

609

495

466

407

431

Noorwegen

284

0

495

295

270

Andere derde landen

0

528

740

200

191

Bron: Eurostat.

Tabel 22 —   Marktaandeel van magnesiumoxide uit andere derde landen

Marktaandeel van magnesiumoxide uit andere derde landen

2000

2001

2002

2003

Onderzoektijdvak

Onderzoektijdvak/2000

Aandeel in %

2

2

3

2

1

– 1

Index

100

117

129

80

73

 

Bron: Eurostat.

(71)

De totale invoer van magnesiumoxide uit andere landen dan China daalde in de beoordelingsperiode van 10 252 t in 2000 tot 7 172 t in het onderzoektijdvak. Bij de berekening van het marktaandeel van magnesiumoxide uit andere derde landen werd een kleine correctie toegepast: er werd namelijk geen rekening gehouden met magnesiumoxide dat door een EG-producent was aangekocht bij een dochteronderneming in Turkije en door hem op de EG-markt verkocht. Het marktaandeel van magnesiumoxide uit andere derde landen daalde over deze periode van circa 2 % tot 1 %. De belangrijkste exporteurs naar de Europese Gemeenschap waren Turkije, Israël, Australië en de Verenigde Staten.

(72)

De gemiddelde prijzen bij invoer uit andere derde landen waren in het onderzoektijdvak beduidend hoger dan die van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap. Er zij evenwel opgemerkt dat de Eurostatgegevens op het niveau van de tiencijferige Taric-code ook betrekking hebben op synthetisch magnesiumoxide dat veel zuiverder is dan het product waarop deze procedure betrekking heeft en daarom ook duurder. Er zijn geen nauwkeurige gegevens beschikbaar over de verhouding tussen beide onder dezelfde tiencijferige Taric-code ingedeelde producten, maar redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het algemene prijspeil van magnesiumoxide uit derde landen in het onderzoektijdvak hoger was dan dat van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap.

(73)

Zoals hierboven vermeld, kende het verbruik van magnesiumoxide in de beoordelingsperiode een lichte daling. Evenals in het vorige herzieningsonderzoek wordt het verbruik in de Europese Gemeenschap evenwel niet geacht een grote invloed te hebben gehad op de situatie van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap in de beoordelingsperiode, zoals in overweging 42 over het verbruik in de Europese Gemeenschap wordt uitgelegd.

(74)

De geldende maatregelen hebben gezorgd voor een gedeeltelijk herstel van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap sinds 2000. Economische indicatoren zoals marktaandeel, winstgevendheid, rendement van investeringen, kasstroom, productiviteit en eindvoorraden toonden een positieve ontwikkeling. De verkoop van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap was winstgevend van 2001 (0,9 %) tot het onderzoektijdvak (1,6 %). Als gevolg van de druk door de invoer uit China waren de winsten van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap evenwel onvoldoende om zijn voortbestaan zeker te stellen. De neerwaartse trend in de productie (– 5 %), de bezettingsgraad (– 5 %) en de verkoop op de EG-markt (– 3 %) was min of meer in overeenstemming met de daling van het verbruik. Dit is evenwel ten koste van de werkgelegenheid (– 20 %) en de investeringen (– 19 %) gegaan. Opgemerkt wordt dat de verkoop van één EG-producent aan verbonden afnemers de situatie van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap in het algemeen niet wijzigde. Er kan daarom worden geconcludeerd dat de situatie van die bedrijfstak, ondanks een verbetering, kwetsbaar blijft, onder meer als gevolg van de voortdurende invoer met dumping uit China. De bedrijfstak van de Europese Gemeenschap is er dus niet ten volle in geslaagd om zijn concurrentiepositie te verbeteren.

(75)

Anderzijds wordt ook opgemerkt dat de omvang van de invoer uit China en het marktaandeel van het betrokken product uit China in de beoordelingsperiode zijn afgenomen. Voorts werd geconstateerd dat de prijzen van magnesiumoxide uit China niet lager waren dan die van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap. In deze omstandigheden en met name gelet op de beperkte verbetering in de situatie van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap, de daling van de invoer uit China en van het marktaandeel van het Chinese product, en het feit dat er geen prijsonderbieding is, kon niet worden vastgesteld of nog steeds schade wordt geleden door invoer met dumping. Daarom werd onderzocht of het waarschijnlijk was dat er opnieuw schade zou optreden indien de maatregelen kwamen te vervallen.

(76)

Om de waarschijnlijke gevolgen voor de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap te kunnen beoordelen indien de geldende maatregelen vervallen, werd een reeks factoren bekeken in overeenstemming met de elementen die in bovenstaande overwegingen werden samengevat.

(77)

Zoals reeds vermeld, is het zeer waarschijnlijk dat, indien de antidumpingmaatregelen vervallen, de invoer met dumping van magnesiumoxide uit China aanzienlijk zal toenemen gezien de grote reserveproductiecapaciteit waarover het land beschikt doordat het de grootste magnesietvoorraden ter wereld heeft.

(78)

De prijzen van magnesiumoxide uit China en uit andere derde landen lopen sterk uiteen. De prijzen van magnesiumoxide uit andere derde landen waren in de beoordelingsperiode hoog, terwijl het Chinese magnesiumoxide werd verkocht tegen voortdurend dalende dumpingprijzen. Ook het feit dat de prijzen van het Chinese magnesiumoxide bij uitvoer naar andere belangrijke markten 38 % lager waren dan bij uitvoer naar de Europese Gemeenschap, toont duidelijk aan dat de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap onder sterkere druk zou komen te staan door een nog grotere invoer met dumping uit China, rekening houdende met het feit dat deze al een neerwaartse druk op de EG-prijzen heeft uitgeoefend in de beoordelingsperiode.

(79)

Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het vervallen van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid tot gevolg zal hebben dat de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap opnieuw schade zal lijden.

G.   BELANG VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP

(80)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of de handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het algemene belang van de Europese Gemeenschap. Het belang van de Europese Gemeenschap werd beoordeeld aan de hand van een afweging van de belangen van alle betrokkenen, dat wil zeggen de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap, de importeurs/handelaren en de gebruikers en toeleveranciers van het betrokken product.

(81)

Er wordt aan herinnerd dat het bij het vorige onderzoek niet in strijd met het belang van de Europese Gemeenschap werd geacht om de antidumpingmaatregelen te handhaven. Aangezien dit onderzoek ook een herzieningsonderzoek is, is het mogelijk na te gaan of de thans geldende antidumpingmaatregelen nadelige gevolgen hebben gehad.

(82)

Onderzocht werd of er, ondanks de conclusie inzake de waarschijnlijkheid van een voortzetting van schadeveroorzakende dumping, dwingende redenen waren die tot de conclusie leiden dat het in dit bijzondere geval niet in het belang van de Europese Gemeenschap is de maatregelen te handhaven.

(83)

Zoals eerder vermeld, is vastgesteld dat het waarschijnlijk is dat de dumping van het betrokken product uit China zal worden voortgezet en dat het risico bestaat dat de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap hierdoor weer schade zal ondervinden. Er werd ook vastgesteld dat de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap nog altijd in een kwetsbare situatie verkeert. Een verlenging van de maatregelen zou hem moeten helpen zich geheel te herstellen en verdere schade te voorkomen. Het is derhalve in het belang van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap om de maatregelen tegen invoer met dumping uit China te handhaven.

(84)

De Commissie heeft aan 23 in de klacht genoemde importeurs/handelaren een vragenlijst toegezonden. Daarop werd geen enkel antwoord ontvangen.

(85)

Daarom werd geconcludeerd dat de geldende maatregelen geen ernstige gevolgen hebben gehad voor de importeurs/handelaren en dat de verlenging van de maatregelen dus ook geen ernstige gevolgen voor hen zal hebben. Dit stemt overeen met de bevindingen van eerdere onderzoeken.

(86)

De Commissie heeft aan vier gebruikers (bedrijven die het betrokken product verwerken) een vragenlijst toegezonden. Daarop werd geen enkel antwoord ontvangen.

(87)

Aangezien de vragenlijsten onbeantwoord bleven en er geen controleerbare gegevens zijn die pleiten voor het laten vervallen van de geldende maatregelen, net zoals in het vorige herzieningsonderzoek, luidt de conclusie dat de verlenging van de maatregelen geen beduidende gevolgen voor de gebruikers zal hebben.

H.   CONCLUSIE

(88)

Uit het onderzoek is gebleken dat de Chinese exporteurs hun dumpingpraktijken in het onderzoektijdvak hebben voortgezet. Ook is gebleken dat de EG-markt een interessante markt is voor de Chinese exporteurs, gelet op de prijzen die zij op andere exportmarkten aanrekenen en rekening houdend met de aanzienlijke reservecapaciteit in China. Indien de maatregelen vervallen, is het waarschijnlijk dat grote hoeveelheden van het betrokken product met dumping in de Europese Gemeenschap zullen worden ingevoerd.

(89)

De situatie van de bedrijfstak van de Europese Gemeenschap, die in de beoordelingsperiode tot uiting kwam in gedaalde productie-, verkoop- en werkgelegenheidscijfers alsook het te lage winstniveau, zal, indien de maatregelen vervallen, waarschijnlijk verslechteren, indien nog grotere hoeveelheden magnesiumoxide uit China op de EG-markt zullen worden gedumpt.

(90)

Wat het belang van de Europese Gemeenschap betreft, wordt geconcludeerd dat er geen dwingende redenen zijn om geen antidumpingmaatregelen in te stellen ten aanzien van de invoer van magnesiumoxide uit China.

(91)

Het wordt derhalve passend geacht de huidige antidumpingmaatregelen ten aanzien van magnesiumoxide uit China te handhaven.

(92)

Alle partijen werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens is de aanbeveling te doen de thans geldende maatregelen te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er zijn geen opmerkingen ontvangen naar aanleiding waarvan de bovengenoemde conclusies moesten worden gewijzigd.

(93)

Uit het bovenstaande vloeit voort dat de antidumpingmaatregelen die bij Verordening (EG) nr. 1334/1999 van de Raad, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 985/2003, werden ingesteld ten aanzien van magnesiumoxide uit China, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op magnesiumoxide, ingedeeld onder GN-code ex 2519 90 90 (Taric-code 25199090*10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   Het bedrag van het antidumpingrecht is:

a)

gelijk aan het verschil tussen de minimuminvoerprijs van EUR 112 per ton en de nettoprijs, franco grens Europese Gemeenschap, vóór inklaring, wanneer laatstgenoemde prijs:

lager is dan de minimuminvoerprijs en

vastgesteld is aan de hand van een door een exporteur in de Volksrepubliek China opgestelde factuur die rechtstreeks is gericht aan een niet-verbonden onderneming in de Europese Gemeenschap (aanvullende Taric-code A420);

b)

nihil, indien de nettoprijs, franco grens Europese Gemeenschap, vóór inklaring, vastgesteld aan de hand van een door een exporteur in de Volksrepubliek China opgestelde factuur die rechtstreeks is gericht aan een niet-verbonden partij in de Europese Gemeenschap, gelijk is aan of hoger dan de minimuminvoerprijs van EUR 112 per ton (aanvullende Taric-code A420);

c)

gelijk aan een ad-valoremrecht van 27,1 % in alle andere gevallen dan die welke onder a) en b) zijn beschreven (aanvullende Taric-code A999).

Wanneer het antidumpingrecht wordt vastgesteld overeenkomstig lid 2, onder a), en de goederen, voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht, zijn beschadigd waardoor de werkelijk betaalde of te betalen prijs verhoudingsgewijs is aangepast voor de vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig artikel 145 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (7), wordt bovengenoemde minimuminvoerprijs verminderd met het percentage dat overeenstemt met de aanpassing van de werkelijk betaalde of te betalen prijs. Het verschuldigde recht is dan gelijk aan het verschil tussen de verminderde minimuminvoerprijs en de verminderde nettoprijs, franco grens Europese Gemeenschap, vóór inklaring.

3.   Tenzij anders vermeld, zijn de bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. ASSELBORN


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 159 van 25.6.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 985/2003 van de Raad (PB L 143 van 11.6.2003, blz. 1).

(3)  PB L 143 van 11.6.2003, blz. 1.

(4)  PB L 145 van 17.6.1993, blz. 1.

(5)  PB C 230 van 26.9.2003, blz. 2.

(6)  PB C 138 van 18.5.2004, blz. 2.

(7)  PB C 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).


25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/18


VERORDENING (EG) Nr. 779/2005 VAN DE RAAD

van 23 mei 2005

tot beëindiging van de tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van siliciumcarbide uit Oekraïne

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 11, lid 3,

Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Thans geldende maatregelen

(1)

In het kader van een herzieningsprocedure bij het vervallen van antidumpingmaatregelen heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 821/94 (2), definitieve antidumpingrechten ingesteld op siliciumcarbide uit onder meer Oekraïne (hierna „de maatregelen” genoemd). In het kader van een herzieningsprocedure bij het vervallen van de maatregelen heeft de Raad, op verzoek van de European Chemical Industry Council („CEFIC”), de maatregelen bij Verordening (EG) nr. 1100/2000 (3) op hun oorspronkelijke niveau gehandhaafd. Bij Verordening (EG) nr. 991/2004 (4) heeft de Raad Verordening (EG) nr. 1100/2000 gewijzigd vanwege de uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten (hierna „EU10” genoemd) op 1 mei 2004, om het mogelijk te maken, in geval van aanvaarding van een verbintenis door de Commissie, de invoer in de Gemeenschap op de voorwaarden van de verbintenis vrij te stellen van de bij Verordening (EG) nr. 1100/2000 ingestelde antidumpingrechten. Bij de Besluiten 2004/498/EG (5) en 2004/782/EG (6) heeft de Commissie de verbintenissen aanvaard die waren aangeboden door de Open Joint Stock Company „Zaporozhsky Abrasivny Combinat” (hierna „ZAC” genoemd), een Oekraïense producent/exporteur.

(2)

Op siliciumcarbide uit Oekraïne is momenteel een recht van 24 % van toepassing op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring.

2.   Huidig onderzoek

(3)

De Commissie heeft van ZAC een verzoek ontvangen om de inleiding van een tussentijdse procedure voor de herziening van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening.

(4)

Het verzoek is gebaseerd op door de indiener van het verzoek voorgelegd bewijsmateriaal waaruit zou blijken dat de omstandigheden die aanleiding gaven tot de instelling van de maatregelen, duurzame wijzigingen hebben ondergaan. De indiener van het verzoek voert onder meer aan dat de omstandigheden ingrijpend zijn gewijzigd wat zijn status van marktgericht bedrijf betreft. Hij zou thans voldoen aan de criteria voor de toekenning van de status van marktgericht bedrijf overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening. Voorts heeft de indiener van het verzoek bewijsmateriaal voorgelegd waaruit zou blijken dat de vergelijking van de normale waarde, gebaseerd op zijn eigen kosten/binnenlandse prijzen, met de door hem gehanteerde prijzen bij uitvoer naar de Verenigde Staten, een derde land met een markteconomie dat met de Europese Unie vergelijkbaar is, een aanmerkelijk lagere dumpingmarge oplevert dan de dumpingmarge die tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. De indiener van het verzoek voert derhalve aan dat de maatregelen niet langer op het huidige niveau hoeven te worden gehandhaafd om de gevolgen van dumping te compenseren.

(5)

Na overleg in het Raadgevend Comité heeft de Commissie op 7 januari 2004 de inleiding van een tussentijdse procedure voor een eventuele herziening bekendgemaakt door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (7). Het onderzoek zou beperkt zijn tot een onderzoek naar dumping en de status van marktgericht bedrijf wat de indiener van het verzoek betrof.

(6)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie aan de indiener van het verzoek een vragenlijst toegezonden samen met een aanvraagformulier om als marktgericht bedrijf te worden behandeld.

(7)

De Commissie heeft alle informatie die zij voor de vaststelling van dumping en de toekenning van de status van marktgericht bedrijf nodig achtte, ingewonnen en geverifieerd. Bij de indiener van het verzoek werd een controle ter plaatse verricht.

(8)

Het onderzoek naar dumping had betrekking op de periode van 1 januari tot en met 31 december 2003 (hierna „het onderzoektijdvak” genoemd).

3.   Belanghebbenden

(9)

De Commissie heeft de producent/exporteur, de vertegenwoordigers van het exportland en de producenten van de Gemeenschap officieel van de inleiding van de herzieningsprocedure in kennis gesteld en heeft belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, informatie en bewijsmateriaal te verstrekken en te verzoeken te worden gehoord binnen de in het bericht van inleiding gestelde termijn. Alle belanghebbenden die verzochten te worden gehoord en konden aantonen dat daartoe redenen bestonden, werden gehoord.

(10)

Volgende belanghebbenden hebben hun standpunt uiteengezet:

a)

Vereniging van de producenten van de Gemeenschap

European Chemical Industry Council (CEFIC).

b)

Producent van de Gemeenschap

Best-Business, Kunštát na Moravě, Tsjechië.

c)

Producent/exporteur

Zaporozhsky Abrasivny Combinat, Zaporozhye, Oekraïne.

d)

Producenten in vergelijkbare landen

Volzhsky Abrasive, Volshsky, Regio Volgograd, Rusland;

Saint-Gobain Materiais Cerâmicos Ltda, Barbacena, Brazilië.

B.   BETROKKEN PRODUCT

(11)

Deze procedure heeft betrekking op siliciumcarbide, dat wordt ingedeeld onder GN-code 2849 20 00 (hierna „siliciumcarbide” of „het betrokken product” genoemd). Er kon niet worden aangetoond dat de omstandigheden met betrekking tot het betrokken product ingrijpend zijn gewijzigd sedert de instelling van de maatregelen.

C.   RESULTAAT VAN HET ONDERZOEK

1.   Voorafgaande opmerking

(12)

Overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening heeft dit soort onderzoek ten doel na te gaan of de maatregelen op hun huidige niveau moeten worden gehandhaafd. In het kader van een tussentijdse herzieningsprocedure kan de Commissie onder meer nagaan of de omstandigheden met betrekking tot dumping al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. De Commissie heeft alle argumenten van de indiener van het verzoek onderzocht, evenals de omstandigheden die ingrijpend zouden kunnen zijn gewijzigd sedert de instelling van de maatregelen: status van marktgericht bedrijf, individuele behandeling, de keuze van een vergelijkbaar land en de exportprijzen van de indiener van het verzoek.

2.   Status van marktgericht bedrijf

(13)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening heeft de indiener van het verzoek verzocht om een behandeling als marktgericht bedrijf. Te dien einde heeft hij binnen de in het bericht van inleiding gestelde termijn het aanvraagformulier ingediend.

(14)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening wordt bij antidumpingonderzoeken betreffende producten uit Oekraïne de normale waarde vastgesteld overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 van dat artikel, indien kan worden aangetoond dat de producenten voldoen aan de vijf in artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening vermelde criteria.

(15)

Uit het onderzoek is gebleken dat de indiener van het verzoek niet aan alle criteria voldoet:

CRITERIA VOOR DE STATUS VAN MARKTGERICHT BEDRIJF

Artikel 2, lid 7, onder c), eerste streepje

Artikel 2, lid 7, onder c), tweede streepje

Artikel 2, lid 7, onder c), derde streepje

Artikel 2, lid 7, onder c), vierde streepje

Artikel 2, lid 7, onder c), vijfde streepje

Niet voldaan

Niet voldaan

Niet voldaan

Voldaan

Voldaan

Bron: Gecontroleerde antwoorden van de indiener van het verzoek op het aanvraagformulier om als marktgericht bedrijf te worden behandeld.

(16)

Uit het onderzoek is gebleken dat ZAC een privatiseringsproces doormaakte onder toezicht van de Oekraïense staat. De grootste aandeelhouder van en particuliere investeerder in ZAC heeft in het kader van de privatisering een overeenkomst met een staatsinstelling gesloten. Tot het einde van het onderzoektijdvak vloeiden uit deze overeenkomst verschillende verplichtingen voor ZAC voort, met name inzake personeel en activiteiten. De staat controleerde jaarlijks of deze verplichtingen waren nagekomen en op niet-nakoming stonden sancties. De bij overeenkomst opgelegde voorwaarden bleken verder te gaan dan die welke een particuliere investeerder in normale markteconomische omstandigheden zou aanvaarden. De conclusie luidt derhalve dat de ondernemingsbesluiten van ZAC inzake arbeid, productie en verkoop niet werden genomen als reactie op marktsignalen van vraag en aanbod. Er was integendeel sprake van een aanzienlijke inmenging van de staat in de besluitvorming.

(17)

Voorts is uit het onderzoek gebleken dat de boekhouding en de controles van de boekhouding niet betrouwbaar waren. ZAC kon belangrijke gegevens in het boekhoudprogramma wijzigen (data en waarden in een afgesloten boekingsperiode) en het bleek niet mogelijk bepaalde financiële transacties terug te vinden in de boekhouding van ZAC. In het accountantsverslag was geen melding gemaakt van deze ernstige tekortkomingen. De conclusie luidt derhalve dat ZAC niet beschikt over een duidelijke basisboekhouding die onder controle staat van een onafhankelijke accountant in overeenstemming met de internationale boekhoudnormen (IAS) en die alle terreinen bestrijkt.

(18)

Ten slotte is uit het onderzoek gebleken dat de activa, de productiekosten en financiële situatie van ZAC, als gevolg van de opname in de balans van militaire defensieartikelen die eigendom zijn van de staat en de afschrijving van deze artikelen, onderhevig zijn aan verstoringen van betekenis die nog voortvloeien uit het vroegere systeem zonder markteconomie. De productiekosten zijn tevens onderhevig aan verstoringen als gevolg van het feit dat ZAC tijdens het privatiseringsproces een renteloze lening van een investeerder had aanvaard.

(19)

Gezien het voorgaande is de conclusie dat niet is voldaan aan alle criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening en dat de indiener van het verzoek niet op marktvoorwaarden opereert.

(20)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek en de producenten van de Gemeenschap in kennis gesteld van voorgaande bevindingen en heeft hen in de gelegenheid gesteld om hierover opmerkingen te maken. De producenten van de Gemeenschap steunden de bevindingen van de Commissie. De opmerkingen van de indiener van het verzoek gaven geen aanleiding tot een wijziging van de bevindingen inzake de status van marktgericht bedrijf.

3.   Individuele behandeling

(21)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening wordt een voor het gehele land geldend recht ingesteld voor de landen waarop artikel 2, lid 7, van toepassing is, behalve wanneer ondernemingen kunnen aantonen dat zij aan alle voorwaarden van artikel 9, lid 5, van de basisverordening voldoen.

(22)

De indiener van het verzoek heeft verzocht om een individuele behandeling en de toekenning van een individueel antidumpingrecht indien hem niet de status van marktgericht bedrijf zou worden verleend. Uit het onderzoek is echter niet gebleken dat er in Oekraïne nog andere producenten van het betrokken product zijn, doch wel dat de indiener van het verzoek de enige bekende producent van het betrokken product in Oekraïne is. In dat geval wordt het verzoek om individuele behandeling geacht niet relevant te zijn, omdat de individuele dumpingmarge dan gelijk zou zijn aan de voor het gehele land geldende dumpingmarge.

4.   Vergelijkbaar land

(23)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening wordt de normale waarde voor landen zonder markteconomie en, voorzover de status van marktgericht bedrijf niet kon worden toegekend, landen met een overgangseconomie, vastgesteld aan de hand van de prijs of de geconstrueerde waarde in een vergelijkbaar land. De indiener van het verzoek voerde aan dat het land dat in het oorspronkelijke onderzoek werd gebruikt, namelijk Brazilië, niet geschikt was en dat voor het huidige onderzoek Rusland moest worden gekozen als het meest, om niet te zeggen het enige geschikte vergelijkbare land voor de vaststelling van de normale waarde voor Oekraïne.

(24)

De argumenten die de indiener van het verzoek ten voordele van Rusland aanvoerde, zijn: i) de toegang tot grondstoffen, energiebronnen en andere belangrijke productiemiddelen, de productietechnologieën en de productieomvang van Rusland zouden vergelijkbaar zijn met die van Oekraïne, ii) de binnenlandse verkoop van Rusland zou representatief zijn, omdat die ten minste 5 % zou bedragen van de omvang van de uitvoer uit Oekraïne, en iii) de concurrentiepositie van Rusland zou vergelijkbaar zijn met die van Oekraïne.

(25)

De Commissie heeft het voorstel van de indiener van het verzoek onderzocht. Om te beginnen werd voor de uitvoer van het betrokken product uit Rusland in het oorspronkelijke onderzoek dumping vastgesteld. Die situatie wijst op zich al op een wanverhouding tussen de normale waarde en de exportprijs en doet twijfel rijzen omtrent de geschiktheid van Rusland als vergelijkbaar land. De diensten van de Commissie hebben desalniettemin op uitdrukkelijk verzoek van de indiener van het verzoek de Russische producent/exporteur uitgenodigd tot samenwerking in deze procedure. De Russische onderneming heeft evenwel geen medewerking verleend.

(26)

Gelet op het voorgaande kon Rusland niet worden gekozen als vergelijkbaar land voor de vaststelling van de normale waarde voor Oekraïne. Voorts kon evenmin worden aangetoond dat de omstandigheden, wat het vergelijkbare land in het oorspronkelijke onderzoek betreft, gewijzigd waren in het voordeel van de indiener van het verzoek.

5.   Exportprijs

(27)

Overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening is de exportprijs de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het product dat vanuit het exportland met het oog op uitvoer naar de Gemeenschap wordt verkocht. Wanneer geen exportprijs voorhanden is, mag de exportprijs worden geconstrueerd overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening, aan de hand van de prijs waartegen het product voor het eerst aan een onafhankelijke afnemer wordt doorverkocht of, indien het product niet aan een onafhankelijke afnemer wordt doorverkocht of niet wordt doorverkocht in de staat waarin het is ingevoerd, op elke redelijke grondslag.

(28)

De indiener van het verzoek voerde aan dat de omstandigheden met betrekking tot de door hem gehanteerde exportprijzen waren gewijzigd en dat bij gebrek aan representatieve uitvoer naar de Gemeenschap de prijzen bij uitvoer naar een niet-EU-markt die met de Gemeenschap vergelijkbaar is, moeten worden gebruikt als een redelijke grondslag voor de vaststelling van de dumpingmarge. Te dien einde stelde de indiener van het verzoek de Verenigde Staten of de EU10 als referentieland voor.

(29)

De Commissie heeft de voorstellen van de indiener van het verzoek onderzocht, aangezien in zeer uitzonderlijke omstandigheden een beroep op de prijzen bij uitvoer naar derde landen als basis voor de vergelijking met de normale waarde inderdaad zou kunnen worden overwogen. In deze zaak werd evenwel vastgesteld dat de hoeveelheden die de indiener van het verzoek in het onderzoektijdvak naar de Verenigde Staten had uitgevoerd, zelfs niet representatief waren, zodat de vraag of de prijzen bij uitvoer naar de Verenigde Staten geschikt waren, niet aan de orde was. Het verzoek om de berekening van de dumpingmarge te baseren op de prijzen bij uitvoer naar de Verenigde Staten, werd derhalve afgewezen. Voorts waren er geen aanwijzingen dat gebruik van de prijzen bij uitvoer naar de EU10 in het voordeel van de indiener van het verzoek zou uitvallen. Ten slotte werd bevestigd dat in het onderzoektijdvak geen representatieve uitvoer naar de Gemeenschap heeft plaatsgevonden.

6.   Conclusie

(30)

Gelet op het voorgaande kan de indiener van het verzoek niet de status van marktgericht bedrijf worden verleend. In deze zaak is de vraag om individuele behandeling niet relevant. Voorts zijn alle argumenten van de indiener van het verzoek in verband met de keuze van een vergelijkbaar land en de door hem gehanteerde exportprijzen afgewezen. Op grond hiervan is geoordeeld dat de omstandigheden met betrekking tot dumping niet ingrijpend zijn gewijzigd ten opzichte van de situatie die bestond in het onderzoektijdvak van het onderzoek dat tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid. De conclusie luidt derhalve dat de tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van siliciumcarbide uit Oekraïne moet worden beëindigd zonder dat de thans geldende maatregelen worden gewijzigd of ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van het antidumpingrecht op siliciumcarbide uit Oekraïne wordt beëindigd.

2.   Het definitieve antidumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1100/2000, wordt gehandhaafd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. ASSELBORN


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 94 van 13.4.1994, blz. 21. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1786/97 (PB L 254 van 17.9.1997, blz. 6).

(3)  PB L 125 van 26.5.2000, blz. 3.

(4)  PB L 182 van 19.5.2004, blz. 18.

(5)  PB L 183 van 20.5.2004, blz. 88.

(6)  PB L 344 van 20.11.2004, blz. 37.

(7)  PB C 3 van 7.1.2004, blz. 4.


25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/22


VERORDENING (EG) Nr. 780/2005 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 25 mei 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 24 mei 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

85,0

204

84,2

212

97,2

999

88,8

0707 00 05

052

88,0

204

30,3

999

59,2

0709 90 70

052

88,1

624

50,3

999

69,2

0805 10 20

052

48,3

204

39,0

212

108,2

220

47,9

388

54,6

400

48,8

528

45,4

624

60,9

999

56,6

0805 50 10

052

107,2

388

62,1

400

69,6

528

64,3

624

61,9

999

73,0

0808 10 80

388

96,0

400

101,0

404

78,7

508

59,6

512

67,8

524

72,2

528

67,7

720

61,8

804

97,5

999

78,0

0809 20 95

400

385,0

999

385,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/24


VERORDENING (EG) Nr. 781/2005 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2005

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (1), en met name op artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EG) nr. 2320/2002 dient de Commissie maatregelen vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart in de gehele Europese Unie. Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (2) was het eerste besluit dat dergelijke maatregelen bevatte.

(2)

Er is behoefte aan maatregelen om de gemeenschappelijke basisnormen nader te preciseren.

(3)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2320/2002 en teneinde illegale acties te voorkomen, dienen de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 622/2003 vermelde maatregelen geheim te zijn en mogen zij niet worden gepubliceerd. Dezelfde regel is uiteraard ook van toepassing voor besluiten tot wijziging daarvan.

(4)

Verordening (EG) nr. 622/2003 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de beveiliging van de burgerluchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 622/2003 wordt gewijzigd zoals uiteengezet in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3 van die verordening is van toepassing met betrekking tot de vertrouwelijke aard van de bijlage.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2005.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vice-voorzitter


(1)  PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1.

(2)  PB L 89 van 5.4.2003, blz. 9. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 68/2004 (PB L 10 van 16.1.2004, blz. 14).


BIJLAGE

Overeenkomstig artikel 1 is de bijlage geheim en wordt deze niet gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.


25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/26


VERORDENING (EG) Nr. 782/2005 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2005

tot vaststelling van het formaat voor de toezending van de resultaten van afvalstoffenstatistieken

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (1), en met name op artikel 6, onder e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet de Commissie de bepalingen voor de uitvoering van die verordening vaststellen.

(2)

Overeenkomstig artikel 6, onder e), van Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet de Commissie het passende formaat voor de toezending van de resultaten door de lidstaten vaststellen.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het passende formaat voor de toezending van de resultaten van afvalstoffenstatistieken aan de Commissie (Eurostat) is vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.

De lidstaten gebruiken dit formaat voor de gegevens over het referentiejaar 2004 en de daaropvolgende jaren.

Artikel 2

De lidstaten zenden de Commissie (Eurostat) de bij Verordening (EG) nr. 2150/2002 voorgeschreven gegevens en metagegevens toe in een elektronisch formaat dat voldoet aan een door de Commissie (Eurostat) voorgestelde uitwisselingsnorm.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2005.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 574/2004 van de Commissie (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15).

(2)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.


BIJLAGE

FORMAAT VOOR DE TOEZENDING VAN RESULTATEN VAN AFVALSTATISTIEKEN

De gegevens moeten systeemonafhankelijk worden toegezonden, in overeenstemming met een door de Commissie (Eurostat) voorgestelde uitwisselingsnorm.

Gegevensverzamelingen

Het door Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken bestreken gebied omvat vijf gegevensverzamelingen:

vrijkomen van afval (GENER),

verbranding (INCIN),

activiteiten die tot terugwinning kunnen leiden (RECOV),

verwijdering (DISPO),

aantal en capaciteit van de terugwinnings- en verwijderingsinrichtingen; NUTS 2-regio's die onder een regeling voor afvalinzameling vallen (REGIO).

Voor elke gegevensverzameling moet een bestand worden toegezonden. De bestandsnaam bestaat uit zes delen:

Domein

5

Waarde: WASTE

Verzameling

5

GENER, INCIN, RECOV, DISPO, REGIO

Frequentie

2

Waarde: A2

Landcode

2

Tweelettercode voor het land (zie lijst A)

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

Periode

4

Waarde: 0000 (nul, nul, nul, nul) voor jaargegevens

De delen van de bestandsnaam worden door een laag streepje gescheiden. Het formaat is op tekst gebaseerd. Zo zal bijvoorbeeld de gegevensverzameling over het vrijkomen van afval in België voor 2004 de volgende naam krijgen: WASTE_GENER_A2_BE_2004_0000.

Ontbrekende waarden

In de classificatievariabelen (afvalcategorie, economische activiteit, NUTS 2-regio, soort afvalbehandelingsinstallatie) zijn ontbrekende waarden niet toegestaan. Voor elke combinatie van classificatievariabelen moeten records worden ingediend. Alle records die geen combinatie bevatten, moeten met waarde 0 (nul) worden ingediend. Voor records waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn, moet de desbetreffende waarde als ontbrekend worden gecodeerd (met de letter „M”). Ontbrekende waarden moeten in het kwaliteitsrapport worden verklaard; zij kunnen bijvoorbeeld te wijten zijn aan de gebruikte methoden. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen echte nullen en ontbrekende waarden, aangezien geen aggregaten kunnen worden berekend wanneer gegevens ontbreken. Wanneer een combinatie om logische redenen niet mogelijk is, moet in de cel de code „L” worden ingevuld. Dit is bijvoorbeeld het geval voor slib van industrieel afvalwater dat door huishoudens zou zijn geproduceerd. Om overeenstemmingscontroles en de correctie van fouten te vergemakkelijken, moeten ook de totalen worden ingediend.

Geheimhouding

Wanneer vertrouwelijke gegevens worden toegezonden, moeten deze duidelijk als zodanig worden gemarkeerd. Wat als vertrouwelijk moet worden beschouwd, hangt af van het nationale geheimhoudingsbeleid. In het algemeen kan informatie vertrouwelijk zijn wanneer de identiteit van de informatieverstrekker bekend kan worden. Dit is het geval wanneer de informatie een of twee respondenten betreft of indien een of twee respondenten de gegevens domineren. Overheidsgegevens worden in het algemeen niet als vertrouwelijk beschouwd.

Ook secundaire geheimhouding moet worden aangegeven. Deze moet zodanig worden aangewend dat (sub)totalen voor publicatie beschikbaar blijven. De Commissie (Eurostat) zal de vertrouwelijke informatie gebruiken voor de berekening van (EU-)aggregaten, maar geen vertrouwelijke informatie op nationaal niveau bekendmaken.

Maten

De vereiste velden zijn alfanumeriek, wat betekent dat zij geen scheidingstekens of decimale symbolen mogen bevatten, behalve voor de gegevenswaarden. De afvalhoeveelheden worden uitgedrukt in 1 000 t per jaar, met drie decimalen. Als decimaalsymbool wordt een komma gebruikt. Bij schattingen zal nauwkeurigheid met drie cijfers niet steeds mogelijk zijn. In dat geval moet de waarde alleen met de significante cijfers worden ingediend. Voor alle afvalcategorieën is de hoeveelheid gebaseerd op (normaal) nat afval; voor het vrijkomen van slib (volgnummers 11, 12 en 40) wordt de hoeveelheid ook in 1 000 t droge stof berekend. Ook in de gegevensverzamelingen over afvalbehandeling moet slib zowel in (normaal) nat afval als in droge stof worden gemeten. Dit zal alleen worden toegepast waar slib een afzonderlijk volgnummer is; dit is het geval voor gewoon slib (volgnummer 12) in de verzamelingen verbranding en verwijdering.

Het aantal afvalbehandelingsinstallaties wordt als geheel getal uitgedrukt. Om de afvalbehandelingscapaciteit te beschrijven, worden verschillende maatregelen genomen, afhankelijk van het soort terugwinnings- of verwijderingsactiviteit (zie lijst I). Voor een betere vergelijkbaarheid wordt de voorkeur gegeven aan de indiening van de verbrandingscapaciteit in 1 000 t. Landen die de verbrandingscapaciteit ook in terajoule (1012 joule) kunnen aangeven, wordt verzocht dat te doen. Landen die dat niet kunnen, moeten de waarde als ontbrekend (met code „M”). aangeven. De terugwinningscapaciteit wordt in 1 000 t gemeten. De verwijderingscapaciteit moet in kubieke meter of in ton worden ingediend, afhankelijk van het soort verwijdering. Alleen in 1 000 t gemeten waarden worden als reëel getal met drie decimalen verstrekt; alle andere waarden worden als gehele getallen verstrekt.

Het bereik van de regeling voor de inzameling van gemengd huishoudelijk en soortgelijk afval moet als percentage van de bevolking of als percentage van het aantal woningen worden aangegeven.

Herzieningen

De gegevensverzamelingen moeten worden toegezonden in afzonderlijke bestanden die alle records bevatten. Zo bevat bijvoorbeeld de gegevensverzameling over het vrijkomen van afval 51 afvalcategorieën naar 21 NACE-groepen gemeten in nat afval en 3 afvalcategorieën naar 21 NACE-groepen gemeten in droge stof. De verzameling bevat bijgevolg 1 134 records.

Ook herziene gegevens moeten in een volledige verzameling worden toegezonden, waarbij de herziene cellen met „R” worden gemarkeerd. Voorlopige gegevens worden met „P” gemarkeerd. Voorlopige gegevens moeten altijd worden herzien. Zowel voorlopige als herziene gegevens moeten in het kwaliteitsrapport worden verklaard.

Gegevensverzameling 1:   vrijkomen van afval

Veld

Maximumlengte

Waarden

Domein

8

Waarde: WASTE

Verzameling

6

Waarde: GENER (de verzameling bestaat uit 51 × 21 records gemeten in nat afval en 3 × 21 records gemeten in droge stof, per land)

Landcode

2

Tweelettercode voor het land (zie lijst A)

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

Volgnummer afval

2

Code die verwijst naar EAC-Stat v. 3 (zie lijst B)

Activiteitencategorie

2

Code die verwijst naar de NACE (zie lijst C)

Nat/Droog

1

Voor alle afvalcategorieën hoeveelheid in (normaal) nat afval (code W); voor slib (volgnummers 11, 12 en 40) tevens hoeveelheid in droge stof (code D)

Vrijgekomen afval

12

Hoeveelheid in 1 000 t per jaar. De hoeveelheid wordt aangegeven als een reëel getal met drie decimalen. Als decimaalsymbool wordt een komma gebruikt. Bijvoorbeeld: 19,876. Dit veld moet altijd een waarde bevatten. Indien er geen combinatie is, is de waarde 0 (nul). Ontbrekende gegevens worden als „M”. gecodeerd. Als combinaties logisch onmogelijk zijn, wordt dit met „L” aangegeven.

Bijwerkingsvlag

1

Voorlopige gegevens worden met (P), herziene gegevens met (R) aangegeven; anders leeg.

Geheimhoudingsvlag

1

Geeft vertrouwelijke gegevens aan (zie lijst D)


Gegevensverzameling 2:   verbranding

Veld

Maximumlengte

Waarden

Domein

8

Waarde: WASTE

Verzameling

6

Waarde: INCIN (de verzameling bestaat uit 17 × 2 records gemeten in nat afval en 1 × 2 records gemeten in droge stof, per NUTS 1-regio)

Landcode

2

Tweelettercode voor het land (zie lijst A)

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

NUTS 1-code

3

Regiocode overeenkomstig de NUTS-classificatie in Verordening (EG) nr. 1059/2003 (1); voor het nationale totaal moet de code TT worden gebruikt

Volgnummer afval

2

Code die verwijst naar EAC-Stat v. 3 (zie lijst E)

Terugwinnings- of verwijderingsactiviteit

1

Code die verwijst naar de bijlagen bij Richtlijn 75/442/EEG van de Raad (2) (zie lijst F); alleen activiteiten 1 en 2 zijn in deze verzameling van toepassing

Nat/Droog

1

Voor alle afvalcategorieën hoeveelheid in (normaal) nat afval (code W); voor slib (volgnummer 12) tevens hoeveelheid in droge stof (code D)

Verbrand afval

12

Hoeveelheid in 1 000 t per jaar. De hoeveelheid wordt aangegeven als een reëel getal met drie decimalen. Als decimaalsymbool wordt een komma gebruikt. Bijvoorbeeld: 19,876. Dit veld moet altijd een waarde bevatten. Indien er geen combinatie is, is de waarde 0 (nul). Ontbrekende gegevens worden als „M” gecodeerd. Als combinaties logisch onmogelijk zijn, wordt dit met „L” aangegeven.

Bijwerkingsvlag

1

Voor het aangeven van voorlopige gegevens (P) of herziene gegevens (R); anders leeg.

Geheimhoudingsvlag

1

Geeft vertrouwelijke gegevens aan (zie lijst D)


Gegevensverzameling 3:   activiteiten die kunnen leiden tot terugwinning (met uitzondering van energieterugwinning)

Veld

Maximumlengte

Waarden

Domein

8

Waarde: WASTE

Verzameling

6

Waarde: RECOV (de verzameling bestaat uit 20 records per NUTS 1-regio)

Landcode

2

Tweelettercode voor het land (zie lijst A)

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

NUTS 1-code

3

Regiocode overeenkomstig de NUTS-classificatie in Verordening (EG) nr. 1059/2003; voor het nationale totaal moet de code TT worden gebruikt

Volgnummer afval

2

Code die verwijst naar EAC-Stat v. 3 (zie lijst G)

Terugwinnings- of verwijderingsactiviteit

1

Code die verwijst naar de bijlagen bij Richtlijn 75/442/EEG (zie lijst F); alleen activiteit 3 is in deze verzameling van toepassing

Nat/Droog

1

Voor alle afvalcategorieën hoeveelheid in (normaal) nat afval (code W)

Teruggewonnen afval

12

Hoeveelheid in 1 000 t per jaar. De hoeveelheid wordt aangegeven als een reëel getal met drie decimalen. Als decimaalsymbool wordt een komma gebruikt. Bijvoorbeeld: 19,876. Dit veld moet altijd een waarde bevatten. Indien er geen combinatie is, is de waarde 0 (nul). Ontbrekende gegevens worden als „M” gecodeerd. Als combinaties logisch onmogelijk zijn, wordt dit met „L” aangegeven.

Bijwerkingsvlag

1

Voorlopige gegevens worden met (P), herziene gegevens met (R) aangegeven; anders leeg.

Geheimhoudingsvlag

1

Geeft vertrouwelijke gegevens aan (zie lijst D)


Gegevensverzameling 4:   verwijdering (behalve verbranding)

Veld

Maximumlengte

Waarden

Domein

8

Waarde: WASTE

Verzameling

6

Waarde: DISPO (de verzameling bestaat uit 19 × 2 records gemeten in nat afval en 1 × 2 records gemeten in droge stof per NUTS 1-regio)

Landcode

2

Tweelettercode voor het land (zie lijst A)

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

NUTS 1-code

3

Regiocode overeenkomstig de NUTS-classificatie in Verordening (EG) nr. 1059/2003; voor het nationale totaal moet de code TT worden gebruikt

Volgnummer afval

2

Code die verwijst naar EAC-Stat v. 3 (zie lijst H)

Terugwinnings- of verwijderingsactiviteit

1

Code die verwijst naar de bijlagen bij Richtlijn 75/442/EEG (zie lijst F); alleen activiteiten 4 en 5 zijn in deze verzameling van toepassing

Nat/Droog

1

Voor alle afvalcategorieën hoeveelheid in (normaal) nat afval (code W); voor slib (volgnummer 12) tevens hoeveelheid in droge stof (code D)

Verwijderd afval

12

Hoeveelheid in 1 000 t per jaar. De hoeveelheid wordt aangegeven als een reëel getal met drie decimalen. Als decimaalsymbool wordt een komma gebruikt. Bijvoorbeeld: 19,876. Dit veld moet altijd een waarde bevatten. Indien er geen combinatie is, is de waarde 0 (nul). Ontbrekende gegevens worden als „M” gecodeerd. Als combinaties logisch onmogelijk zijn, wordt dit met „L” aangegeven.

Bijwerkingsvlag

1

Voorlopige gegevens worden met (P), herziene gegevens met (R) aangegeven; anders leeg.

Geheimhoudingsvlag

1

Geeft vertrouwelijke gegevens aan (zie lijst D)


Gegevensverzameling 5:   aantal en capaciteit van de terugwinnings- en verwijderinginrichtingen en bevolking die door een regeling voor afvalinzameling per regio wordt bereikt

Veld

Maximumlengte

Waarden

Domein

8

Waarde: WASTE

Verzameling

6

Waarde: REGIO (de verzameling bestaat uit 14 records per NUTS 2-regio)

Landcode

2

Tweelettercode voor het land (zie lijst A)

Jaar

4

Referentiejaar (eerste referentiejaar 2004)

NUTS 2-code

4

Regiocode overeenkomstig de NUTS-classificatie in Verordening (EG) nr. 1059/2003; voor het nationale totaal moet de code TT worden gebruikt

Terugwinnings- of verwijderingsactiviteit

1

Code die verwijst naar de bijlagen bij Richtlijn 75/442/EEG (zie lijst F); leeg voor de bevolking die door de regeling voor afvalinzameling wordt bereikt

Variabele

1

Aantal inrichtingen (N), capaciteit (C) of bevolking die door de regeling voor afvalinzameling wordt bereikt (P)

Maatregel

1

Code voor meting van de capaciteit afhankelijk van het soort terugwinnings- of verwijderingsactiviteit (zie lijst I); voor het aantal inrichtingen code N, voor de bevolking die door de regeling voor afvalinzameling wordt bereikt ofwel P (bevolking) of D (woningen)

Waarde

12

Alle waarden, het aantal inrichtingen, het percentage van de bevolking of woningen dat door de regeling voor afvalinzameling wordt bereikt en de capaciteit worden in gehele getallen uitgedrukt. Dit veld moet altijd een waarde bevatten. Indien er geen combinatie is, is de waarde 0 (nul). Ontbrekende gegevens worden als „M” gecodeerd. Als combinaties logisch onmogelijk zijn, wordt dit met „L” aangegeven.

Bijwerkingsvlag

1

Voorlopige gegevens worden met (P), herziene gegevens met (R) aangegeven; anders leeg.

Geheimhoudingsvlag

1

Geeft vertrouwelijke gegevens aan (zie lijst D)


Lijst A — Landcodes

België

BE

Tsjechië

CZ

Denemarken

DK

Duitsland

DE

Estland

EE

Griekenland

EL

Spanje

ES

Frankrijk

FR

Ierland

IE

Italië

IT

Cyprus

CY

Letland

LV

Litouwen

LT

Luxemburg

LU

Hongarije

HU

Malta

MT

Nederland

NL

Oostenrijk

AT

Polen

PL

Portugal

PT

Slovenië

SI

Slowakije

SK

Finland

FI

Zweden

SE

Verenigd Koninkrijk

UK

Bulgarije

BG

Kroatië

HR

Roemenië

RO

Turkije

TR

IJsland

IS

Liechtenstein

LI

Noorwegen

NO


Lijst B — Afvalcategorieën

EAC-Stat v. 3 (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15)

Omschrijving

Code

Gevaarlijk

Volgnummer afval

Afgewerkte oplosmiddelen

01.1

G

1

Zure, basische en zoute afvalstoffen

01.2

 

2

Zure, basische en zoute afvalstoffen

01.2

G

3

Afgewerkte olie

01.3

G

4

Afgewerkte chemische katalysatoren

01.4

 

5

Afgewerkte chemische katalysatoren

01.4

G

6

Afval van chemische preparaten

02

 

7

Afval van chemische preparaten

02

G

8

Chemische afzettingen en residuen

03.1

 

9

Chemische afzettingen en residuen

03.1

G

10

Slib van industrieel afvalwater

03.2

 

11

Slib van industrieel afvalwater

03.2

G

12

Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval

05

 

13

Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval

05

G

14

Metaalafval

06

 

15

Metaalafval

06

G

16

Glasafval

07.1

 

17

Glasafval

07.1

G

18

Papier- en kartonafval

07.2

 

19

Rubberafval

07.3

 

20

Kunststofafval

07.4

 

21

Houtafval

07.5

 

22

Houtafval

07.5

G

23

Textielafval

07.6

 

24

Afvalstoffen die PCB's bevatten

07.7

G

25

Afgedankt materiaal (met uitzondering van sloopauto's en afgedankte batterijen en accu's)

08 (m.u.v. 08.1, 08.41)

 

26

Afgedankt materiaal (met uitzondering van sloopauto's en afgedankte batterijen en accu's)

08 (m.u.v. 08.1, 08.41)

G

27

Sloopauto's

08.1

 

28

Sloopauto's

08.1

G

29

Afgedankte batterijen en accu's

08.41

 

30

Afgedankte batterijen en accu's

08.41

G

31

Dierlijk en plantaardig afval (met uitzondering van dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten en van gier en mest)

09 (m.u.v. 09.11, 09.3)

 

32

Dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten

09.11

 

33

Gier en mest

09.3

 

34

Huishoudelijk en soortgelijk afval

10.1

 

35

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

10.2

 

36

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

10.2

G

37

Scheidingsresiduen

10.3

 

38

Scheidingsresiduen

10.3

G

39

Gewoon slib (met uitzondering van baggerspecie)

11 (m.u.v. 11.3)

 

40

Baggerspecie

11.3

 

41

Mineraal afval (met uitzondering van verbrandingsafval en verontreinigde grond en baggerspecie)

12 (excl. (m.u.v. 12.4, 12.6)

 

42

Mineraal afval (met uitzondering van verbrandingsafval en verontreinigde grond en baggerspecie)

12 (m.u.v. 12.4, 12.6)

G

43

Verbrandingsafval

12.4

 

44

Verbrandingsafval

12.4

G

45

Verontreinigde grond en baggerspecie

12.6

G

46

Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval

13

 

47

Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval

13

G

48

Totaal, niet gevaarlijk

 

 

TN

Totaal, gevaarlijk

 

G

TG

Totaal-generaal

 

 

TT


Lijst C — Activiteitencategorieën

Categorie NACE Rev. 1.1 (Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad (3)

Omschrijving

Activiteitencategorie

A

Landbouw, jacht en bosbouw

1

B

Visserij

2

C

Winning van delfstoffen

3

DA

Vervaardiging van voedings- en genotmiddelen

4

DB + DC

Vervaardiging van textiel en textielproducten

Vervaardiging van leer en producten van leer

5

DD

Houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout

6

DE

Vervaardiging van pulp, papier en papierwaren; uitgeverijen en drukkerijen

7

DF

Vervaardiging van cokes, geraffineerde aardolieproducten en splijt- en kweekstoffen

8

DG + DH

Vervaardiging van chemische producten en van synthetische of kunstmatige vezels

Vervaardiging van producten van rubber of kunststof

9

DI

Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten

10

DJ

Vervaardiging van metalen in primaire vorm en vervaardiging van producten van metaal

11

DK + DL + DM

Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen (n.e.g.)

Vervaardiging van elektrische en optische apparaten en instrumenten

Vervaardiging van transportmiddelen

12

DN (m.u.v. 37)

Overige industrie n.e.g.

13

E

Productie en distributie van elektriciteit, gas en water

14

F

Bouwnijverheid

15

G-Q (m.u.v. 51.57 en 90)

Overige economische activiteiten (diensten)

16

37

Recycling

17

51.57

Groothandel in afval en schroot

18

90

Inzameling en verwerking van afvalwater en afval

19

HH

Huishoudelijk afval

20

Totaal

 

TA


Lijst D — Geheimhoudingsvlag

Te weinig ondernemingen

A

Bijvoorbeeld 1 of 2 ondernemingen in de populatie

Eén onderneming domineert de gegevens

B

Niet te weinig ondernemingen, maar één onderneming produceert/behandelt bijvoorbeeld meer dan 70 %

Twee ondernemingen domineren de gegevens

C

Niet te weinig ondernemingen, maar twee ondernemingen produceren/behandelen bijvoorbeeld meer dan 70 %

Vertrouwelijk in verband met secundaire geheimhouding

D

Niet vertrouwelijk op zich (vlag A, B, C), maar om indirecte ontsluiting van vertrouwelijke gegevens te voorkomen

De waarde is niet vertrouwelijk

Blanco

 


Lijst E — Afvalcategorieën voor verbranding

Volgnummer afval

EAC-Stat v. 3 (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15)

Gevaarlijk/

Niet gevaarlijk afval

Code

Omschrijving

1

01 + 02 + 03

Chemisch afval

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Niet gevaarlijk

2

01 + 02 + 03 m.u.v. 01.3

Chemisch afval met uitzondering van afgewerkte olie

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Gevaarlijk

3

01.3

Afgewerkte olie

Gevaarlijk

4

05

Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval

Niet gevaarlijk

5

05

Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval

Gevaarlijk

6

07.7

Afvalstoffen die PCB's bevatten

Gevaarlijk

7

10.1

Huishoudelijk en soortgelijk afval

Niet gevaarlijk

8

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Niet gevaarlijk

9

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Gevaarlijk

10

10.3

Scheidingsresiduen

Niet gevaarlijk

11

10.3

Scheidingsresiduen

Gevaarlijk

12

11

Gewoon slib

Niet gevaarlijk

13

06 + 07 + 08 + 09 + 12 + 13

Ander afval

(Metaalafval + Niet-metaalafval + Afgedankt materiaal + Dierlijk en plantaardig afval + Mineraal afval + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Niet gevaarlijk

14

06 + 07 + 08 + 09 + 12 + 13 m.u.v. 07.7

Ander afval

(Metaalafval + Niet-metaalafval met uitzondering van afvalstoffen die PCB's bevatten + Afgedankt materiaal + Dierlijk en plantaardig afval + Mineraal afval + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Gevaarlijk

TN

 

Totaal, niet gevaarlijk

Niet gevaarlijk

TG

 

Totaal, gevaarlijk

Gevaarlijk

TT

 

Totaal-generaal

 


Lijst F — Terugwinnings- en verwijderingsactiviteiten; de codes verwijzen naar de codes in de bijlagen bij Richtlijn 75/442/EEG

Activiteit

Code

Soorten terugwinnings- en verwijderingsactiviteiten

Verbranding

1

R1

Hoofdgebruik als brandstof of een andere wijze van energieopwekking

2

D10

Verbranding te land

Activiteiten die kunnen leiden tot terugwinning (met uitzondering van energieterugwinning)

3

R2 +

Terugwinning van oplosmiddelen

R3 +

Recycling/terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (met inbegrip van compostbemesting en bemesting met andere biologisch omgezette stoffen)

R4 +

Recycling/terugwinning van metalen en metaalverbindingen

R5 +

Recycling/terugwinning van andere anorganische stoffen

R6 +

Terugwinning van zuren of basen

R7 +

Terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan

R8 +

Terugwinning van bestanddelen uit katalysatoren

R9 +

Herraffinage van olie en ander hergebruik van olie

R10 +

Uitrijden voor landbouwkundige of ecologische verbetering

R11

Gebruik van afvalstoffen die bij een van de onder R1 tot en met R10 genoemde behandelingen vrijkomen

Verwijderingsactiviteiten

4

D1 +

Storten op of in de bodem (bv. op een vuilstortplaats enz.)

D3 +

Injectie in de diepe ondergrond (bv. injectie van verpompbare afvalstoffen in putten, zoutkoepels of natuurlijk gevormde holten enz.)

D4 +

Opslag in waterbekkens (bv. het lozen van vloeibaar of slibachtig afval in putten, vijvers of lagunen enz.)

D5 +

Verwijderen op speciaal ingerichte locaties (bv. in afzonderlijke beklede, afgedekte cellen die onderling en van de omgeving afgeschermd zijn enz.)

D12

Permanente opslag (bv. plaatsen van houders in mijnen enz.)

5

D2 +

Uitrijden (bv. biodegradatie van vloeibaar of slibachtig afval in de bodem enz.)

D6 +

Lozen in wateren, behalve zeeën en oceanen

D7

Verwijderen in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de bodem


Lijst G — Afvalcategorieën voor activiteiten die kunnen leiden tot terugwinning (met uitzondering van energieterugwinning)

Volgnummer afval

EAC-Stat v. 3 (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15)

Gevaarlijk/Niet gevaarlijk afval

Code

Omschrijving

1

01.3

Afgewerkte olie

Gevaarlijk

2

06

Metaalafval

Niet gevaarlijk

3

06

Metaalafval

Gevaarlijk

4

07.1

Glasafval

Niet gevaarlijk

5

07.1

Glasafval

Gevaarlijk

6

07.2

Papier- en kartonafval

Niet gevaarlijk

7

07.3

Rubberafval

Niet gevaarlijk

8

07.4

Kunststofafval

Niet gevaarlijk

9

07.5

Houtafval

Niet gevaarlijk

10

07.6

Textielafval

Niet gevaarlijk

11

09 (m.u.v. 09.11, 09.3,

Dierlijk en plantaardig afval

(met uitzondering van dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten en van gier en mest)

Niet gevaarlijk

12

09.11

Dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten

Niet gevaarlijk

13

09.3

Gier en mest

Niet gevaarlijk

14

12

Mineraal afval

Niet gevaarlijk

15

12

Mineraal afval

Gevaarlijk

16

01 + 02 + 03 + 05 + 08 + 10 + 11 + 13

Ander afval

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval + Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Afgedankt materiaal + Gemengd gewoon afval + Gewoon slib + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Niet gevaarlijk

17

01 + 02 + 03 + 05 + 07.5 + 07.7 + 08 + 10 + 11 + 13 m.u.v. 01.3

Ander afval

(Afval van chemische verbindingen met uitzondering van afgewerkte olie + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval + Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Houtafval + Afvalstoffen die PCB's bevatten + Afgedankt materiaal + Gemengd gewoon afval + Gewoon slib + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Gevaarlijk

TN

 

Totaal, niet gevaarlijk

Niet gevaarlijk

TG

 

Totaal, gevaarlijk

Gevaarlijk

TT

 

Totaal-generaal

 


Lijst H — Afvalcategorieën voor verwijdering (behalve verbranding)

Volgnummer

EAC-Stat v. 3 (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15)

Gevaarlijk/Niet gevaarlijk afval

Code

Omschrijving

1

01 + 02 + 03

Chemisch afval

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Niet gevaarlijk

2

01 + 02 + 03 m.u.v. 01.3

Chemisch afval met uitzondering van afgewerkte olie

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Gevaarlijk

3

01.3

Afgewerkte olie

Gevaarlijk

4

09 (m.u.v. 09.11, 09.3,

Dierlijk en plantaardig afval

(met uitzondering van dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten en van gier en mest)

Niet gevaarlijk

5

09.11

Dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten

Niet gevaarlijk

6

09.3

Gier en mest

Niet gevaarlijk

7

10.1

Huishoudelijk en soortgelijk afval

Niet gevaarlijk

8

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Niet gevaarlijk

9

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Gevaarlijk

10

10.3

Scheidingsresiduen

Niet gevaarlijk

11

10.3

Scheidingsresiduen

Gevaarlijk

12

11

Gewoon slib

Niet gevaarlijk

13

12

Mineraal afval

Niet gevaarlijk

14

12

Mineraal afval

Gevaarlijk

15

05 + 06 + 07 + 08 + 13

Ander afval

(Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Metaalafval + Niet-metaalafval + Afgedankt materiaal + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Niet gevaarlijk

16

05 + 06 + 07 + 08 + 13

Ander afval

(Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Metaalafval + Niet-metaalafval + Afgedankt materiaal + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Gevaarlijk

TN

 

Totaal, niet gevaarlijk

Niet gevaarlijk

TG

 

Totaal, gevaarlijk

Gevaarlijk

TT

 

Totaal-generaal

 


Lijst I — Meting van de capaciteit

Activiteit

Meting van de capaciteit

Meetcode

1

1 000 t per jaar met drie decimalen

T

 

Terajoule per jaar (1012)

J

2

1 000 t per jaar met drie decimalen

T

 

Terajoule per jaar (1012)

J

3

1 000 per jaar met drie decimalen

T

4

Kubieke meter per jaar

M

5

1 000 t per jaar met drie decimalen

T


(1)  PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1

(2)  PB L 194 van 25.7.1975, blz. 39. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(3)  PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad.


25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/38


VERORDENING (EG) Nr. 783/2005 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2005

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffenstatistieken

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (1), en met name op artikel 1, lid 5, en artikel 6, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet de Commissie de bepalingen voor de uitvoering van die verordening vaststellen.

(2)

Ingevolge artikel 6, onder b), van Verordening (EG) nr. 2150/2002 kan de Commissie de specificaties in de bijlagen bij die verordening aanpassen.

(3)

Verordening (EG) nr. 574/2004 van de Commissie wijzigt de statistische classificatie in de bijlagen I en III bij Verordening (EG) nr. 2150/2002. Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet in verband met deze wijziging ook worden aangepast.

(4)

Verordening (EG) nr. 2150/2002 moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2150/2002 wordt sectie 2 vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2005.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 574/2004 van de Commissie (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15).

(2)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.


BIJLAGE

„BIJLAGE II

SECTIE 2

Afvalcategorieën

De afvalcategorieën waarvoor statistieken voor de in sectie 8, punt 2, genoemde terugwinnings- of verwijderingsactiviteiten moeten worden opgesteld, zijn:

Verbranding

Volgnummer

EAC-Stat v. 3

Gevaarlijk/Niet gevaarlijk afval

Code

Omschrijving

1

01 + 02 + 03

Chemisch afval

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Niet gevaarlijk

2

01 + 02 + 03 m.u.v. 01.3

Chemisch afval met uitzondering van afgewerkte olie

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Gevaarlijk

3

01.3

Afgewerkte olie

Gevaarlijk

4

05

Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval

Niet gevaarlijk

5

05

Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval

Gevaarlijk

6

07.7

Afvalstoffen die PCB's bevatten

Gevaarlijk

7

10.1

Huishoudelijk en soortgelijk afval

Niet gevaarlijk

8

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Niet gevaarlijk

9

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Gevaarlijk

10

10.3

Scheidingsresiduen

Niet gevaarlijk

11

10.3

Scheidingsresiduen

Gevaarlijk

12

11

Gewoon slib

Niet gevaarlijk

13

06 + 07 + 08 + 09 + 12 + 13

Ander afval

(Metaalafval + Niet-metaalafval + Afgedankt materiaal + Dierlijk en plantaardig afval + Mineraal afval + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Niet gevaarlijk

14

06 + 07 + 08 + 09 + 12 + 13 m.u.v. 07.7

Ander afval

(Metaalafval + Niet-metaalafval met uitzondering van afvalstoffen die PCB's bevatten + Afgedankt materiaal + Dierlijk en plantaardig afval + Mineraal afval + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Gevaarlijk


Activiteiten die kunnen leiden tot terugwinning

(met uitzondering van energieterugwinning)

Volgnummer

EAC-Stat v. 3

Gevaarlijk/Niet gevaarlijk afval

Code

Omschrijving

1

01.3

Afgewerkte olie

Gevaarlijk

2

06

Metaalafval

Niet gevaarlijk

3

06

Metaalafval

Gevaarlijk

4

07.1

Glasafval

Niet gevaarlijk

5

07.1

Glasafval

Gevaarlijk

6

07.2

Papier- en kartonafval

Niet gevaarlijk

7

07.3

Rubberafval

Niet gevaarlijk

8

07.4

Kunststofafval

Niet gevaarlijk

9

07.5

Houtafval

Niet gevaarlijk

10

07.6

Textielafval

Niet gevaarlijk

11

09 (m.u.v. 09.11, 09.3

Dierlijk en plantaardig afval

(met uitzondering van dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten en van gier en mest)

Niet gevaarlijk

12

09.11

Dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten

Niet gevaarlijk

13

09.3

Gier en mest

Niet gevaarlijk

14

12

Mineraal afval

Niet gevaarlijk

15

12

Mineraal afval

Gevaarlijk

16

01 + 02 + 03 + 05 + 08 + 10 + 11 + 13

Ander afval

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval + Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Afgedankt materiaal + Gemengd gewoon afval + Gewoon slib + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Niet gevaarlijk

17

01 + 02 + 03 + 05 + 07.5 + 07.7 + 08 + 10 + 11 + 13 m.u.v. 01.3

Ander afval

(Afval van chemische verbindingen met uitzondering van afgewerkte olie + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval + Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Houtafval + Afvalstoffen die PCB's bevatten + Afgedankt materiaal + Gemengd gewoon afval + Gewoon slib + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Gevaarlijk


Verwijdering (behalve verbranding)

Volgnummer

EAC-Stat v. 3

Gevaarlijk/Niet gevaarlijk afval

Code

Omschrijving

1

01 + 02 + 03

Chemisch afval

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Niet gevaarlijk

2

01 + 02 + 03 m.u.v. 01.3

Chemisch afval met uitzondering van afgewerkte olie

(Afval van chemische verbindingen + Afval van chemische preparaten + Ander chemisch afval)

Gevaarlijk

3

01.3

Afgewerkte olie

Gevaarlijk

4

09 (m.u.v. 09.11, 09.3)

Dierlijk en plantaardig afval

(met uitzondering van dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten en van gier en mest)

Niet gevaarlijk

5

09.11

Dierlijk afval van voedingsbereiding en voedingsproducten

Niet gevaarlijk

6

09.3

Gier en mest

Niet gevaarlijk

7

10.1

Huishoudelijk en soortgelijk afval

Niet gevaarlijk

8

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Niet gevaarlijk

9

10.2

Gemengde en ongedifferentieerde materialen

Gevaarlijk

10

10.3

Scheidingsresiduen

Niet gevaarlijk

11

10.3

Scheidingsresiduen

Gevaarlijk

12

11

Gewoon slib

Niet gevaarlijk

13

12

Mineraal afval

Niet gevaarlijk

14

12

Mineraal afval

Gevaarlijk

15

05 + 06 + 07 + 08 + 13

Ander afval

(Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Metaalafval + Niet-metaalafval + Afgedankt materiaal + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Niet gevaarlijk

16

05 + 06 + 07 + 08 + 13

Ander afval

(Afval van de gezondheidszorg en biologisch afval + Metaalafval + Niet-metaalafval + Afgedankt materiaal + Verhard, gestabiliseerd en verglaasd afval)

Gevaarlijk”


25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/42


VERORDENING (EG) Nr. 784/2005 VAN DE COMMISSIE

van 24 mei 2005

tot goedkeuring van afwijkingen van Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffenstatistieken, wat Litouwen, Polen en Zweden betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Gezien het verzoek van Litouwen van 2 juli 2004,

Gezien het verzoek van Polen van 13 juli 2004,

Gezien het verzoek van Zweden van 26 augustus 2004,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2150/2002 kan de Commissie gedurende een overgangsperiode afwijkingen van bepaalde bepalingen van de bijlagen bij die verordening toestaan.

(2)

Zulke afwijkingen moeten op hun verzoek worden toegestaan aan Litouwen, Polen en Zweden.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De volgende afwijkingen van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2150/2002 worden hierbij toegestaan:

a)

Aan Litouwen en Polen worden afwijkingen toegestaan voor de opstelling van resultaten betreffende sectie 8, punt 1.1, volgnummers 1 (landbouw, jacht en bosbouw), 2 (visserij) en 16 (diensten) van bijlage I en betreffende sectie 8, punt 2, van bijlage II.

b)

Aan Zweden worden afwijkingen toegestaan voor de opstelling van resultaten betreffende sectie 8, punt 1.1, volgnummers 1 (landbouw, jacht en bosbouw), 2 (visserij) en 16 (diensten) van bijlage I.

2.   De in lid 1 bedoelde afwijkingen worden alleen toegestaan voor gegevens betreffende het eerste referentiejaar, namelijk 2004.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2005.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 574/2004 van de Commissie (PB L 90 van 27.3.2004, blz. 15).

(2)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Commissie

25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/43


BESLUIT Nr. 1/2005 VAN HET BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUCTEN OPGERICHTE GEMENGD LANDBOUWCOMITÉ

van 25 februari 2005

inzake aanhangsel 1, onder B, punt 9, van bijlage 7

(2005/394/EG)

HET GEMENGD COMITÉ,

Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, en met name op artikel 11,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Deze overeenkomst is op 1 juni 2002 in werking getreden.

(2)

Bijlage 7 heeft tot doel de handel in wijnbouwproducten tussen de partijen te vergemakkelijken.

(3)

Op grond van artikel 27, lid 1, van bijlage 7 onderzoekt de werkgroep alle vraagstukken in verband met de tenuitvoerlegging van bijlage 7 en stelt met name, op grond van artikel 27, lid 2, van bijlage 7, voorstellen op die hij aan het Comité voorlegt om de aanhangsels van bijlage 7 aan te passen en bij te werken.

(4)

In aanhangsel 1, onder B, punt 9, van bijlage 7 is het begeleidende document voor uit Zwitserland ingevoerde wijn opgenomen, overeenkomstig het bepaalde in aanhangsel 1, onder B, punt 9, van de oorspronkelijke versie van de overeenkomst,

BESLUIT:

Artikel 1

Het bepaalde in aanhangsel 1, onder B, punt 9, van bijlage 7 wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 oktober 2004.

Gedaan te Brussel, 25 februari 2005.

Voor het Gemengd Landbouwcomité

De voorzitter, hoofd van de Zwitserse delegatie

Christian HÄBERLI

Voor de Europese Gemeenschap

Hoofd van de eenheid AGRI AI/2

Aldo LONGO

Het secretariaat van het Comité

De secretaris

Remigi WINZAP


BIJLAGE

Image


Rectificaties

25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 131/45


Rectificatie van de rectificatie van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag

( Publicatieblad van de Europese Unie L 25 van 28 januari 2005 )

Op bladzijde 74

in plaats van:

„Op bladzijde 134 wordt het volgende formulier toegevoegd:”,

te lezen:

„Op bladzijde 128 wordt het volgende formulier toegevoegd aan het einde van bijlage I, deel III:”.