ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 45

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
16 februari 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

 

Verordening (EG) nr. 254/2005 van de Commissie van 15 februari 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

1

 

*

Verordening (EG) nr. 255/2005 van de Commissie van 15 februari 2005 tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding ( 1 )

3

 

 

Verordening (EG) nr. 256/2005 van de Commissie van 15 februari 2005 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 februari 2005

10

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Commissie

 

*

2005/130/EG:Beschikking van de Commissie van 30 december 2004 tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de operationele kosten van de uitroeiing van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk in 2001 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 5460)

13

 

*

2005/131/EG:Beschikking van de Commissie van 7 februari 2005 betreffende financiële steun van de Gemeenschap in 2005 voor bepaalde communautaire referentielaboratoria in de sector veterinaire aspecten van de volksgezondheid (biologische risico's) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 262)

15

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004)

18

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

16.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/1


VERORDENING (EG) Nr. 254/2005 VAN DE COMMISSIE

van 15 februari 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 16 februari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 februari 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 15 februari 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

128,5

204

86,4

624

230,6

628

104,0

999

137,4

0707 00 05

052

184,8

068

111,6

204

95,7

999

130,7

0709 10 00

220

39,4

999

39,4

0709 90 70

052

195,6

204

233,7

999

214,7

0805 10 20

052

41,7

204

47,4

212

46,1

220

38,1

448

35,8

624

49,2

999

43,1

0805 20 10

204

87,5

624

75,1

999

81,3

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

55,7

204

89,7

400

77,8

464

47,5

624

67,4

662

53,5

999

65,3

0805 50 10

052

50,4

999

50,4

0808 10 80

400

87,0

404

86,6

528

87,5

720

59,0

999

80,0

0808 20 50

388

76,3

400

88,4

512

70,8

528

76,1

720

55,6

999

73,4


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


16.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/3


VERORDENING (EG) Nr. 255/2005 VAN DE COMMISSIE

van 15 februari 2005

tot verlening van permanente vergunningen voor bepaalde toevoegingsmiddelen in diervoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (1), en met name op artikel 3 en artikel 9.D, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (2), en met name op artikel 25,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 wordt in de verlening van een vergunning voor het gebruik van toevoegingsmiddelen in diervoeding in de Europese Unie voorzien.

(2)

Artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 legt de overgangsmaatregelen inzake de aanvragen om een vergunning voor toevoegingsmiddelen vast die in overeenstemming met Richtlijn 70/524/EEG vóór de datum van toepassing van die verordening zijn ingediend.

(3)

De aanvragen om een vergunning voor in de bijlagen bij deze verordening vermelde toevoegingsmiddelen werden vóór de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingediend.

(4)

De eerste opmerkingen betreffende deze aanvragen werden krachtens artikel 4, lid 4, van Richtlijn 70/524/EEG door de lidstaten meegedeeld en vóór de datum van toepassing van Verordening (EG) nr. 1831/2003 aan de Commissie toegezonden. Dergelijke aanvragen worden derhalve ook in de toekomst in overeenstemming met artikel 4 van Richtlijn 70/524/EEG behandeld.

(5)

Voor het gebruik van het preparaat van micro-organismen Bacillus cereus var. toyoi (NCIMB 40112/CNCM I-1012) is bij Verordening (EG) nr. 1411/1999 van de Commissie (3) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor mestkalveren.

(6)

Voor het gebruik van het preparaat van micro-organismen Enterococcus faecium (DSM 10663/NCIMB 10415) is bij Verordening (EG) nr. 1636/1999 van de Commissie (4) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor kalveren.

(7)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van deze aanvragen om een vergunning zonder tijdsbeperking voor deze twee preparaten van micro-organismen, zoals omschreven in bijlage I bij deze verordening. Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3.A van Richtlijn 70/524/EEG voor een dergelijke vergunning wordt voldaan.

(8)

Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (NRRL 25541), is bij Verordening (EG) nr. 1436/98 van de Commissie (5) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend voor legkippen.

(9)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag om een vergunning zonder tijdsbeperking voor dit enzympreparaat.

(10)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op 14 september 2004 een advies uitgebracht over het gebruik van dit preparaat voor legkippen.

(11)

Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3.A van Richtlijn 70/524/EEG voor een dergelijke vergunning wordt voldaan.

(12)

Voor het gebruik van het enzympreparaat 6-fytase, geproduceerd door Aspergillus oryzae (DSM 11857), is voor mestkippen, legkippen, mestkalkoenen, biggen en mestvarkens bij Verordening (EG) nr. 1353/2000 van de Commissie (6) en voor zeugen bij Verordening (EG) nr. 261/2003 van de Commissie (7) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend. Voor het gebruik van dit enzympreparaat is een vergunning zonder tijdsbeperking voor deze categorieën dieren verleend bij Verordening (EG) nr. 1465/2004 van de Commissie (8).

(13)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag om een vergunning zonder tijdsbeperking voor een preparaat van hetzelfde enzympreparaat, geproduceerd door stam DSM 14223 van Aspergillus oryzae, voor dezelfde categorieën dieren.

(14)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft een advies uitgebracht over het gebruik van dit preparaat, wanneer geproduceerd met behulp van de stam DSM 14223 van Aspergillus oryzae in plaats van de stam DSM 11857, waarin wordt geconcludeerd dat dit preparaat onder de in bijlage II bij deze verordening vermelde voorwaarden geen risico voor de gezondheid van de mens, de vermelde categorieën dieren of het milieu inhoudt.

(15)

Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3.A van Richtlijn 70/524/EEG voor een vergunning zonder tijdsbeperking voor dit preparaat wordt voldaan.

(16)

Voor het gebruik van het enzympreparaat endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 270.95) is voor mestkippen bij Verordening (EG) nr. 1436/98 van de Commissie en voor mestkalkoenen bij Verordening (EG) nr. 654/2000 van de Commissie (9) voor het eerst een voorlopige vergunning verleend.

(17)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van de aanvraag om een vergunning zonder tijdsbeperking voor dit enzympreparaat.

(18)

Uit de beoordeling blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 3.A van Richtlijn 70/524/EEG voor een dergelijke vergunning wordt voldaan.

(19)

Het gebruik van deze drie enzympreparaten, zoals omschreven in bijlage II, moet daarom zonder tijdsbeperking worden toegestaan.

(20)

Uit de beoordeling van deze aanvragen blijkt dat er bepaalde procedures nodig zijn om de werknemers tegen blootstelling aan de in de bijlagen opgenomen toevoegingsmiddelen te beschermen. Die bescherming dient te worden gewaarborgd door toepassing van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (10).

(21)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de tot de groep „Micro-organismen” behorende preparaten die in bijlage I worden vermeld, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning zonder tijdsbeperking voor gebruik als toevoegingsmiddel in de diervoeding verleend.

Artikel 2

Voor de tot de groep „Enzymen” behorende preparaten die in bijlage II worden vermeld, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning zonder tijdsbeperking voor gebruik als toevoegingsmiddel in de diervoeding verleend.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 februari 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1800/2004 van de Commissie (PB L 317 van 16.10.2004, blz. 37).

(2)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(3)  PB L 164 van 30.6.1999, blz. 56.

(4)  PB L 194 van 27.7.1999, blz. 17.

(5)  PB L 191 van 7.7.1998, blz. 15.

(6)  PB L 155 van 28.6.2000, blz. 15.

(7)  PB L 37 van 13.2.2003, blz. 12.

(8)  PB L 270 van 18.8.2004, blz. 11.

(9)  PB L 79 van 30.3.2000, blz. 26.

(10)  PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.


BIJLAGE I

EG-nr.

Toevoegingsmiddel

Chemische formule, beschrijving

Diersoort of -categorie

Maximum-leeftijd

Minimum

Maximum

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder

Micro-organismen

„E 1701

Bacillus cereus var. Toyoi

NCIMB 40112/CNCM I-1012

Bereiding van Bacillus cereus var. Toyoi met ten minste:

1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

Mestkalveren

0,2 × 109

0,2 × 109

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

De hoeveelheid Bacillus cereus var. Toyoi in het dagrantsoen mag bij een lichaamsgewicht van 100 kg niet groter zijn dan 1 × 109 CFU. Voor elke volgende 100 kg lichaamsgewicht wordt dit met 0,2 × 109 CFU verhoogd.

Zonder tijdsbeperking

E 1707

Enterococcus faecium

DSM 10663/NCIMB 10415

Bereiding van Enterococcus faecium met ten minste:

Poeder en korrels:

3,5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

Gecoat:

2,0 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

Vloeibaar:

1 × 1010 CFU/ml toevoegingsmiddel

Kalveren

6 maanden

1 × 109

1 × 1010

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

Zonder tijdsbeperking”


BIJLAGE II

EG-nr

Toevoegingsmiddel

Chemische formule, beschrijving

Diersoort of -categorie

Maximum-leeftijd

Minimum

Maximum

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Aantal activiteitseenheden/kg volledig diervoeder

Enzymen

„E 1601

Endo-1,3(4)-bèta-glucanase EC 3.2.1.6

Bereiding van endo-1,3(4)-bèta-glucanase en endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (NRRL 25541), met een minimale activiteit van:

Endo-1,3(4)-beta-glucanase: 1 100 U (1)/g

Endo-1,4-bèta-xylanase: 1 600 U (2)/g

Legkippen

endo-1,3(4)-bèta-glucanase:

138 U

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: endo-1,3(4)-bèta-glucanase: 138 U endo-1,4-bèta-xylanase: 200 U.

3.

Voor gebruik in mengvoeders die rijk zijn aan niet-zetmeelpolysachariden (vooral arabinoxylanen en bèta-glucanen), bijvoorbeeld gemengde voeders die granen (bv. gerst, tarwe, rogge, triticale) bevatten.

Zonder tijdsbeperking

Endo-1,4-bèta-xylanase EC 3.2.1.8

endo-1,4-bèta-xylanase:

200 U

E 1614 (i)

6-fytase EC 3.1.3.26

Bereiding van 6-fytase, geproduceerd door Aspergillus oryzae (DSM 14223), met een minimale activiteit van:

Vast: 5 000 FYT (3)/g

Vloeibaar: 20 000 FYT/ml

Mestkippen

250 FYT

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 500-1 000 FYT.

3.

Voor gebruik in mengvoeders met meer dan 0,25 % aan fytine gebonden fosfor.

Zonder tijdsbeperking

Legkippen

300 FYT

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 450-1 000 FYT.

3.

Voor gebruik in mengvoeders met meer dan 0,25 % aan fytine gebonden fosfor.

Zonder tijdsbeperking

Mestkalkoenen

250 FYT

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 500-1 000 FYT.

3.

Voor gebruik in mengvoeders met meer dan 0,25 % aan fytine gebonden fosfor.

Zonder tijdsbeperking

Biggen

250 FYT

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 500-1 000 FYT.

3.

Voor gebruik in mengvoeders met meer dan 0,25 % aan fytine gebonden fosfor.

4.

Voor toediening aan gespeende biggen tot ongeveer 35 kg.

Zonder tijdsbeperking

Mestvarkens

250 FYT

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 500-1 000 FYT.

3.

Voor gebruik in mengvoeders met meer dan 0,25 % aan fytine gebonden fosfor.

Zonder tijdsbeperking

Zeugen

750 FYT

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 750-1 000 FYT.

3.

Voor gebruik in mengvoeders met meer dan 0,25 % aan fytine gebonden fosfor.

Zonder tijdsbeperking

E 1618

Endo-1,4-bèta-xylanase EC 3.2.1.8

Bereiding van endo-1,4-bèta-xylanase, geproduceerd door Aspergillus niger (CBS 270.95), met een minimale activiteit van:

Vast: 28 000 EXU (4)/g

Vloeibaar: 14 000 EXU/ml

Mestkippen

2 800 EXU

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 2 800-5 600 EXU.

3.

Voor gebruik in mengvoeders die rijk zijn aan niet-zetmeelpolysachariden (vooral arabinoxylanen), bv. voeders die meer dan 50 % tarwe bevatten.

Zonder tijdsbeperking

Mestkalkoenen

5 600 EXU

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen dosis per kg volledig diervoeder: 5 600 EXU

3.

Voor gebruik in mengvoeders die rijk zijn aan niet-zetmeelpolysachariden (vooral arabinoxylanen), bv. voeders die meer dan 50 % tarwe en 30 % rogge bevatten.

Zonder tijdsbeperking”


(1)  1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 4,0 en een temperatuur van 30 °C 1 micromol reducerende suikers (glucose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit bèta-glucaan van haver.

(2)  1 U is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 4,0 en een temperatuur van 30 °C 1 micromol reducerende suikers (xylose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit haverxylaan.

(3)  1 FYT is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,5 en een temperatuur van 37 °C 1 micromol anorganisch fosfaat per minuut vrijmaakt uit natriumfytaat.

(4)  1 EXU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 3,5 en een temperatuur van 55 °C 1 micromol reducerende suikers (xylose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit arabinoxylaan.


16.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/10


VERORDENING (EG) Nr. 256/2005 VAN DE COMMISSIE

van 15 februari 2005

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 februari 2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat bij de invoer van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden geheven. Voor de producten als bedoeld in lid 2 van dat artikel is het invoerrecht echter gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs van de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat de cif-invoerprijzen worden berekend aan de hand van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1249/96 zijn bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1784/2003 ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen.

(4)

De vastgestelde invoerrechten zijn van toepassing totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt.

(5)

Voor het normaal functioneren van het stelsel van invoerrechten moeten deze rechten worden berekend aan de hand van de in een referentieperiode geconstateerde representatieve marktkoersen.

(6)

De toepassing van Verordening (EG) nr. 1249/96 leidt ertoe de invoerrechten vast te stellen zoals vermeld in bijlage I bij deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen worden vastgesteld in bijlage I bij deze verordening en zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 16 februari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 februari 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).


BIJLAGE I

Vanaf 16 februari 2005 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(in EUR/ton)

1001 10 00

Harde tarwe van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

5,92

1001 90 91

Zachte tarwe, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden

0,00

1002 00 00

Rogge

38,70

1005 10 90

Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden

59,51

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed (2)

59,51

1007 00 90

Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

38,70


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of

2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Berekeningselementen

periode van 1.2.2005-14.2.2005

1)

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Beursnotering

Minneapolis

Chicago

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht)

HRS2 (14 %)

YC3

HAD2

Van gemiddelde kwaliteit (1)

Van lage kwaliteit (2)

US barley 2

Notering (EUR/t)

110,84 (3)

59,98

155,96

145,96

125,96

93,18

Golfpremie (EUR/t)

47,52

12,39

 

 

Grote-Merenpremie (EUR/t)

 

 

2)

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 28,00 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: — EUR/t.

3)

Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

0,00 EUR/t (HRW2)

0,00 EUR/t (SRW2).


(1)  Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Commissie

16.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/13


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de operationele kosten van de uitroeiing van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk in 2001

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 5460)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2005/130/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 3, lid 3, en artikel 11,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In 2001 heeft een uitbraak van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk plaatsgevonden. Het uitbreken van deze ziekte was een ernstig risico voor de veestapel in de Gemeenschap.

(2)

Krachtens Beschikking 2001/654/EG (2) en Beschikking 2003/23/EG (3) van de Commissie heeft de Gemeenschap een financiële bijdrage toegekend voor de schadeloosstelling van de eigenaars van dieren die uit hoofde van de uitroeiingsmaatregelen in verband met uitbraken van mond- en klauwzeer in 2001 verplicht geslacht zijn.

(3)

Krachtens Beschikking 2003/676/EG van de Commissie (4) heeft de Gemeenschap een aanvullende financiële bijdrage in de operationele en andere kosten van de uitroeiing van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk in 2001 toegekend.

(4)

Overeenkomstig artikel 1 van Beschikking 2003/676/EG is een voorschot van 40 miljoen EUR op de aanvullende financiële bijdrage betaald.

(5)

Overeenkomstig laatstgenoemde beschikking moest het saldo van de financiële bijdrage van de Gemeenschap zijn gebaseerd op het door het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 2003 ingediende betalingsverzoek, op uitvoerige bewijsstukken ter staving van de in het betalingsverzoek vermelde bedragen en op de resultaten van de door de Commissie verrichte controles ter plaatse.

(6)

Rekening houdend met voornoemde elementen, moet de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de operationele kosten van de uitroeiing van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk in 2001 nu worden vastgesteld.

(7)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De aanvullende financiële bijdrage van de Gemeenschap in de operationele en andere kosten van de uitroeiing van mond- en klauwzeer in het Verenigd Koninkrijk in 2001 uit hoofde van Beschikking 2003/676/EG van de Commissie wordt vastgesteld op 156 972 555 EUR.

Rekening houdend met het reeds betaalde voorschot van 40 miljoen EUR, wordt een saldo van 116 972 555 EUR betaald, zodra de nodige middelen beschikbaar zijn.

Artikel 2

Adressaat

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 325 van 12.12.2003, blz. 31).

(2)  PB L 230 van 28.8.2001, blz. 16.

(3)  PB L 8 van 14.1.2003, blz. 41.

(4)  PB L 249 van 1.10.2003, blz. 45.


16.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/15


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 7 februari 2005

betreffende financiële steun van de Gemeenschap in 2005 voor bepaalde communautaire referentielaboratoria in de sector veterinaire aspecten van de volksgezondheid (biologische risico's)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 262)

(Slechts de teksten in de Spaanse, de Franse, de Nederlandse en de Engelse taal zijn authentiek)

(2005/131/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 28, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 90/424/EEG bepaalt dat de Gemeenschap ertoe moet bijdragen de doeltreffendheid van veterinaire controles te verbeteren door financiële steun aan referentielaboratoria te verlenen. Elk referentielaboratium dat overeenkomstig de communautaire veterinaire wetgeving als zodanig is aangewezen, kan voor steun van de Gemeenschap in aanmerking komen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

(2)

Verordening (EG) nr. 156/2004 van de Commissie van 29 januari 2004 betreffende de financiële steun van de Gemeenschap aan de communautaire referentielaboratoria overeenkomstig artikel 28 van Beschikking 90/424/EEG (2) bepaalt dat de financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt betaald op voorwaarde dat de goedgekeurde werkprogramma's efficiënt worden uitgevoerd en de begunstigden de vereiste gegevens binnen de vastgestelde termijnen meedelen.

(3)

De Commissie heeft de door de communautaire referentielaboratoria ingediende werkprogramma's en bijbehorende begrotingsramingen voor het jaar 2005 geëvalueerd.

(4)

Bijgevolg moet financiële steun van de Gemeenschap worden verleend aan de communautaire referentielaboratoria die zijn aangewezen om de functies en taken uit te voeren die zijn vastgesteld in Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (3), Beschikking 93/383/EEG van de Raad van 14 juni 1993 met betrekking tot de referentielaboratoria voor de controle op mariene biotoxines (4), Beschikking 1999/313/EG van de Raad van 29 april 1999 met betrekking tot de referentielaboratoria voor de controle op bacteriologische en virale besmettingen bij tweekleppige weekdieren (5), Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (6) en Beschikking 2004/564/EG van de Commissie van 20 juli 2004 inzake communautaire referentielaboratoria voor de epidemiologie van zoönosen en voor salmonella en inzake nationale referentielaboratoria voor salmonella (7).

(5)

Naast de financiële steun van de Gemeenschap moet ook steun worden verleend voor de organisatie van workshops op gebieden die onder de verantwoordelijkheid van de communautaire referentielaboratoria vallen.

(6)

Verordening (EG) nr. 156/2004 stelt subsidievoorwaarden vast voor de door de communautaire referentielaboratoria georganiseerde workshops en beperkt de financiële bijstand tot maximaal 30 deelnemers aan workshops. Afwijkingen van deze beperking moeten worden toegestaan aan één communautair referentielaboratorium, dat met het oog op maximale rentabiliteit van zijn workshops steun voor meer dan 30 deelnemers nodig heeft.

(7)

Het is voor een gezond financieel beheer belangrijk dat rekening wordt gehouden met de terugkerende problemen in één communautair referentielaboratorium wanneer financiële steun van de Gemeenschap wordt verleend aan dit laboratorium, dat in de loop van het jaar moet worden gecontroleerd om verder na te gaan of het de in de communautaire voorschriften vastgestelde functies, taken en subsidievoorwaarden nakomt.

(8)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (8) worden de in overeenstemming met de communautaire voorschriften genomen veterinaire en fytosanitaire maatregelen gefinancierd uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Met het oog op de financiële controle zijn de artikelen 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van toepassing.

(9)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Financiële steun voor Spanje voor de functies en taken in het kader van Beschikking 93/383/EEG

1.   De Gemeenschap verleent financiële steun aan Spanje voor de in artikel 4 van Beschikking 93/383/EEG vastgestelde functies en taken die door het Laboratorio de Biotoxinas Marinas Area de Sanidad in Vigo (Spanje) moeten worden vervuld met betrekking tot het toezicht op mariene biotoxines.

De financiële steun bedraagt maximaal 201 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2005.

2.   Naast het in lid 1 vastgestelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap financiële steun aan Spanje voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 vermelde laboratorium. Deze steun bedraagt maximaal 30 000 EUR.

3.   De Commissie voert vóór 30 juni 2005 een technische en financiële audit van het in lid 1 vermelde laboratorium uit.

Artikel 2

Financiële steun voor Frankrijk voor de functies en taken in het kader van Richtlijn 92/46/EEG

1.   De Gemeenschap verleent financiële steun aan Frankrijk voor de in hoofdstuk II van bijlage D bij Richtlijn 92/46/EEG vastgestelde functies en taken die door het Laboratoire d'Etudes et de Recherches sur la Qualité des Aliments et sur les Procédés Agro-alimentaires van het Agence Française de Sécurité Sanitaire des Aliments (het voormalige Laboratoire d'Etudes et de Recherches sur l’Hygiène et la Qualité des Aliments) in Maisons-Alfort (Frankrijk) moeten worden vervuld met betrekking tot de analyse en het testen van melk en melkproducten.

De financiële steun bedraagt maximaal 200 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2005.

2.   Naast het in lid 1 vastgestelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap financiële steun aan Frankrijk voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 vermelde laboratorium. Deze steun bedraagt maximaal 27 000 EUR.

Artikel 3

Financiële steun voor Nederland voor de functies en taken in het kader van Beschikking 2004/564/EG

1.   De Gemeenschap verleent financiële steun aan Nederland voor de in Beschikking 2004/564/EG vastgestelde functies en taken die door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid in Bilthoven (Nederland) moeten worden vervuld met betrekking tot salmonella.

De financiële steun bedraagt maximaal 270 000 euro voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005.

2.   Naast het in lid 1 vastgestelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap financiële steun aan Nederland voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 vermelde laboratorium. Deze steun bedraagt maximaal 28 000 EUR.

Artikel 4

Financiële steun voor het Verenigd Koninkrijk voor de functies en taken in het kader van Beschikking 1999/313/EG

1.   De Gemeenschap verleent financiële steun aan het Verenigd Koninkrijk voor de in artikel 4 van Beschikking 1999/313/EG vastgestelde functies en taken die door het laboratorium van het Centre for Environment, Fisheries and Aquaculture Science in Weymouth (Verenigd Koninkrijk) moeten worden vervuld met betrekking tot het toezicht op virale en bacteriologische besmettingen bij tweekleppige weekdieren.

De financiële steun bedraagt maximaal 248 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2005.

2.   Naast het in lid 1 vastgestelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap financiële steun aan het Verenigd Koninkrijk voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 vermelde laboratorium. Deze steun bedraagt maximaal 30 000 EUR.

Artikel 5

Financiële steun voor het Verenigd Koninkrijk voor de functies en taken in het kader van Verordening (EG) nr. 999/2001

1.   De Gemeenschap verleent financiële steun aan het Verenigd Koninkrijk voor de in hoofdstuk B van bijlage X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 vastgestelde functies en taken die door het Veterinary Laboratories Agency in Addlestone (Verenigd Koninkrijk) moeten worden vervuld met betrekking tot het toezicht op overdraagbare spongiforme encefalopathieën.

De financiële steun bedraagt maximaal 500 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2005.

2.   Naast het in lid 1 vastgestelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap financiële steun aan het Verenigd Koninkrijk voor de organisatie van workshops door het in lid 1 vermelde laboratorium. Deze steun bedraagt maximaal 70 500 EUR.

3.   In afwijking van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 156/2004 kan het in lid 1 vermelde laboratorium aanspraak maken op financiële steun voor de deelname van maximaal 50 personen aan een van de in lid 2 van dit artikel vermelde workshops.

Artikel 6

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 7 februari 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 325 van 12.12.2003, blz. 31).

(2)  PB L 27 van 30.1.2004, blz. 5.

(3)  PB L 268 van 14.9.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(4)  PB L 166 van 8.7.1993, blz. 31. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(5)  PB L 120 van 8.5.1999, blz. 40.

(6)  PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 36/2005 van de Commissie (PB L 10 van 13.1.2005, blz. 9).

(7)  PB L 251 van 27.7.2004, blz. 14.

(8)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.


Rectificaties

16.2.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/18


Rectificatie van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad

( Publicatieblad van de Europese Unie L 145 van 30 april 2004 )

Bladzijde 38, artikel 65:

a)

de data worden als volgt ingevuld:

:

lid 1

:

„30 april 2006”

:

lid 2

:

„30 april 2007”

:

lid 3

:

„30 oktober 2006”

:

lid 4

:

„30 oktober 2006”

:

lid 6

:

„30 april 2005”;

b)

de voetnoten met de asterisken worden geschrapt.

Bladzijde 38, artikel 66 en bladzijde 39, artikel 67, punt 1 en artikel 68:

a)

de onvolledige titel van de genoemde richtlijn komt als volgt te luiden:

„Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (*)….”;

b)

voetnoot 1 wordt geschrapt en de bij genoemde richtlijn behorende voetnoot met een asterisk komt als volgt te luiden:

„(*) PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.”.

Bladzijde 39, artikel 69 en bladzijde 40, artikel 70, eerste alinea, en artikel 71, leden 1, 2, 3 en 4:

a)

de volgende datum wordt telkens ingevuld:

„30 april 2006”;

b)

de voetnoten met een asterisk, respectievelijk twee asterisken, worden geschrapt.

Bladzijde 40, artikel 71, lid 5

in plaats van:

„… en mits het desbetreffende verzoek binnen 18 maanden na de in artikel 70 bedoelde datum wordt ingediend.”

te lezen:

„… en mits het desbetreffende verzoek vóór 30 oktober 2007 wordt ingediend.”.