ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 12

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
14 januari 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 27/2005 van de Raad van 22 december 2004 tot vaststelling, voor 2005, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

1

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

14.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 12/1


VERORDENING (EG) Nr. 27/2005 VAN DE RAAD

van 22 december 2004

tot vaststelling, voor 2005, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Gelet op Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (2), en met name op de artikelen 6 en 8,

Gelet op Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (3), en met name op artikel 5,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke adviezen en met name van het verslag van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij, maatregelen vaststellen waarbij de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden geregeld.

(2)

Op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad de totaal toegestane vangsten (TAC's) vaststellen per visserijtak of groep van visserijtakken. De vangstmogelijkheden moeten over de lidstaten en derde landen worden verdeeld overeenkomstig artikel 20 van genoemde verordening.

(3)

Voor een efficiënt beheer van deze TAC's en quota moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(4)

De beginselen van en bepaalde procedures voor het visserijbeheer moeten door de Gemeenschap worden vastgesteld om de lidstaten in staat te stellen de vaartuigen die onder hun vlag varen, te beheren.

(5)

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (4), moet worden bepaald voor welke bestanden de verschillende, in de verordening bedoelde maatregelen worden toegepast.

(6)

De Gemeenschap heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties, over de visserijrechten overleg gepleegd met Noorwegen (5), de Faeröer (6) en Groenland (7).

(7)

Overeenkomstig artikel 6 van de Toetredingsakte van 2003 wordt het beheer van de visserijovereenkomsten van Letland en Litouwen met derde landen waargenomen door de Gemeenschap. Uit hoofde van die overeenkomsten heeft de Gemeenschap overleg gepleegd met de Russische Federatie.

(8)

De Gemeenschap is verdragsluitende partij bij verscheidene regionale visserijorganisaties. Die organisaties hebben voor sommige soorten vangstbeperkingen en andere instandhoudingsmaatregelen aanbevolen. Die aanbevelingen moeten dan ook door de Gemeenschap worden uitgevoerd.

(9)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in juni 2004 heeft de Interamerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) vangstbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vastgesteld, evenals technische bepalingen voor de behandeling van bijvangsten. Hoewel de Gemeenschap geen lid is van de IATTC, moeten deze maatregelen toch worden uitgevoerd om te zorgen voor een duurzaam beheer van de natuurlijke rijkdommen die onder de jurisdictie van die organisatie vallen.

(10)

Tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2004 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) tabellen goedgekeurd van de onderbenutting en de overbenutting van de vangstmogelijkheden van de bij de ICCAT aangesloten partijen. In dit verband heeft de ICCAT geconstateerd dat de Europese Gemeenschap in 2003 zijn quota voor verschillende bestanden heeft onderbenut.

(11)

Om rekening te houden met de door de ICCAT in de quota van de Gemeenschap aangebrachte aanpassingen, is het noodzakelijk de uit die onderbenutting voortvloeiende vangstmogelijkheden over de lidstaten te spreiden op basis van het respectieve aandeel van elke lidstaat daarin, zonder te raken aan de bij deze verordening voor de jaarlijkse verdeling van de TAC's bepaalde verdeelsleutel.

(12)

De ICCAT heeft tijdens haar jaarlijkse bijeenkomst een aantal technische maatregelen aangenomen voor bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, en daarbij onder meer een nieuwe minimummaat voor blauwvintonijn, vangstbeperkingen in bepaalde gebieden en perioden ter bescherming van de grootoogtonijn, maatregelen betreffende recreatie- en sportvisserij in de Middellandse Zee, en een bemonsteringsprogramma voor de schatting van de maat van de gekooide blauwvintonijn vastgesteld. Om bij te dragen tot de instandhouding van de visbestanden moeten deze maatregelen in 2005 worden uitgevoerd in afwachting van de aanneming van een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 973/2001 van 14 mei 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (8).

(13)

De Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) heeft tijdens haar jaarlijkse bijeenkomst in 2004 een aanbeveling goedgekeurd ter beperking van de visserij in bepaalde gebieden om kwetsbare diepwaterhabitats te beschermen. Deze aanbeveling dient door de Gemeenschap te worden uitgevoerd.

(14)

Als tijdelijke maatregel worden hoeveelheden haring die samen met andere soorten worden gevangen als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 973/2001, in mindering gebracht op het betrokken quotum voor haring.

(15)

Als tijdelijke maatregel moet de visserij-inspanning betreffende bepaalde diepzeesoorten worden verminderd overeenkomstig het wetenschappelijk advies van de ICES.

(16)

Bij de toepassing van de vangstmogelijkheden moet worden voldaan aan de communautaire wetgeving op dit gebied, en met name aan Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (9), Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten (10), Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (11), Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserij-inspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap, Verordening (EG) nr. 1626/94 van de Raad van 27 juni 1994 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee (12), Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten (13), Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (14), Verordening (EG) nr. 88/98 van de Raad van 18 december 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund (15), Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (16), Verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (17), Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (18), Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS) (19), Verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (20), Verordening (EG) nr. 973/2001 van de Raad van 14 mei 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (21), Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (22) en Verordening (EG) nr. 2270/2004 van de Raad van 22 december 2004 tot vaststelling, voor 2005 en 2006, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen (23).

(17)

Met het oog op de instandhouding van de visbestanden moet een aantal aanvullende technische en controlemaatregelen voor de visserij in het jaar 2005 ten uitvoer worden gelegd.

(18)

Voor de tongbestanden in het Westelijke Kanaal, van zuidelijke heek en Nephrops, moet een voorlopige regeling voor het beheer van de visserij-inspanning worden toegepast. Voor de kabeljauwbestanden in het Kattegat, in de Noordzee en het Skagerrak en het Westelijke kanaal, in de Ierse Zee en het Westen van Schotland, moeten de bestaande regelingen voor het beheer van de visserij-inspanning worden aangepast.

(19)

Volgens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad een besluit nemen over de voorwaarden in verband met de vangstbeperkingen en/of de beperkingen van de visserij-inspanning. Wetenschappelijk advies geeft aan dat omvangrijke vangsten die de overeengekomen TAC's overschrijden schadelijk zijn voor een duurzame uitoefening van de visserij. Daarom moeten er voorwaarden terzake worden ingevoerd die zullen leiden tot een betere uitvoering van de overeengekomen vangstmogelijkheden.

(20)

Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een tijdelijke regeling voor het beheer van de visserij-inspanning toe te passen voor de industriële visserij op zandspiering in ICES-deelgebied IV en sector IIIa Noord.

(21)

Wetenschappelijk advies geeft aan dat het bestand van de Noordzeeschol niet op duurzame wijze wordt bevist en dat er zeer veel wordt teruggegooid. Wetenschappelijk advies en advies van de regionale adviesraad voor de Noordzee geven aan dat de vangstmogelijkheden wat betreft de visserijinspanning van vaartuigen die op schol vissen, moeten worden aangepast.

(22)

Om de beperkingen van de visserij-inspanning aan te passen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 423/2004, worden alternatieve regelingen voorgesteld teneinde de visserij-inspanning af te stemmen op de TAC, zoals bepaald in artikel 8, lid 3, van genoemde verordening.

(23)

Tijdens haar 25e jaarlijkse vergadering van 15 tot en met 19 september 2003 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (Northwest Atlantic Fisheries Organisation, NAFO) een herstelplan goedgekeurd voor de zwarte heilbot in NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO. Het plan voorziet in een verlaging van de TAC tot 2007 en in extra maatregelen om de doeltreffendheid van het plan te bevorderen. Dit plan moet in 2005 worden toegepast in afwachting van de goedkeuring van een verordening van de Raad inzake meerjarige maatregelen voor het herstel van het zwarteheilbotbestand.

(24)

Tijdens haar 26e jaarlijkse vergadering van 13 tot en met 17 september 2004 heeft de NAFO beheersmaatregelen goedgekeurd voor enkele tot dusverre niet gereglementeerde bestanden, namelijk roggen in sectoren 3LNO, roodbaars in sector 3O en witte heek in sector 3NO. Deze maatregelen moeten worden toegepast en de vangstmogelijkheden moeten over de lidstaten worden verdeeld.

(25)

Om te voldoen aan de internationale verplichtingen die de Gemeenschap is aangegaan als verdragsluitende partij bij het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR), waaronder de verplichting om de door de CCAMLR-commissie vastgestelde maatregelen toe te passen, moeten de door laatstgenoemde commissie voor het seizoen 2004-2005 goedgekeurde TAC’s en de overeenkomstige periodes in acht worden genomen.

(26)

Tijdens haar XXIIIe jaarlijkse vergadering in 2004 heeft de CCAMLR de maximaal toegestane vangsten bepaald voor bestanden die mogen worden bevist door traditionele vissers uit alle landen die zijn aangesloten bij de CCAMLR. De CCAMLR-commissie heeft ook ingestemd met de deelname van vissersvaartuigen die de vlag van een EU-lidstaat voeren, aan de experimentele visserij op Dissostichus spp. in FAO-deelgebied 88.1 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) en 58.4.3b), en heeft voor de betrokken visserijactiviteiten vangst- en bijvangstbeperkingen vastgesteld, evenals bepaalde specifieke technische maatregelen. Deze beperkingen en technische maatregelen moeten ook worden toegepast.

(27)

Om het inkomen van de vissers in de Gemeenschap veilig te stellen, is het belangrijk dat deze visgronden op 1 januari 2005 worden opengesteld. Gezien de urgentie van deze kwestie moet een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken, als bedoeld in punt I.3 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen gehechte Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voor het jaar 2005 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld, alsmede de bij de visserij in acht te nemen specifieke voorschriften.

Voor bepaalde Antarctische bestanden worden echter vangstmogelijkheden en specifieke voorschriften vastgesteld voor de in bijlage IF vermelde periode.

Artikel 2

Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op:

a)

vissersvaartuigen van de Gemeenschap, hierna „vaartuigen van de Gemeenschap” te noemen,

b)

vaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd staan in een derde land, hierna „vaartuigen van derde landen” te noemen, in wateren onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de lidstaten, hierna „Gemeenschapswateren” of „EG-wateren” te noemen.

Artikel 3

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„vangstmogelijkheden”:

i)

de totaal toegestane vangsten („TAC’s”) of het aantal vaartuigen waarvoor visvergunningen zijn toegekend en/of de geldigheidsduur daarvan,

ii)

delen van de voor de Gemeenschap beschikbare TAC’s,

iii)

aan de Gemeenschap in de wateren van derde landen toegewezen quota,

iv)

een verdeling van de onder ii) en iii) bedoelde vangstmogelijkheden van de Gemeenschap over de lidstaten in de vorm van quota,

v)

aan derde landen in Gemeenschapswateren toegewezen quota;

b)

„internationale wateren”: wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

c)

„het gereglementeerde gebied van de NAFO”: het deel van het onder het Verdrag betreffende de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO-verdrag) vallende gebied waarover de kuststaten geen soevereiniteitsrechten of jurisdictie uitoefenen;

d)

het „Skagerrak”: het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

e)

het „Kattegat”: het gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

f)

„Noordzee”: ICES-deelgebied IV en het gedeelte van ICES-sector IIIa dat geen deel uitmaakt van het Skagerrak zoals omschreven onder d);

g)

„Golf van Riga”: de wateren begrensd in het westen door een lijn van de vuurtoren van Ovisi (57° 34,1234′ NB, 21° 42,9574′ OL) op de westkust van Letland rechtwijzend naar de zuidelijke rots van Kaap Loode (57° 57,4760′ NB, 21° 58,2789′ OL) op het eiland Saaremaa, vandaar rechtwijzend naar het meest zuidelijke punt van het schiereiland Sõrve en vandaar rechtwijzend in noordoostelijke richting langs de oostkust van het eiland Saaremaa; en in het noorden door een lijn van 58°30,0′ NB 23°13,2′ OL tot 58°30,0′ NB 23°41,1′ OL;

h)

„Golf van Cadiz”: het gebied van ICES-sector IXa ten oosten van 7°23′48″ WL.

Artikel 4

Visserijzones

In deze verordening gelden:

a)

voor de zones van de ICES (Internationale Raad voor het onderzoek van de zee, International Council for the Exploration of the Sea) de afbakening van Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lidstaten die in het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (24);

b)

voor de zones van de CECAF (Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische Oceaan, Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic, of FAO-gebied 34) de afbakening van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (25);

c)

voor de zones van de NAFO (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, Northwest Atlantic Fisheries Organisation) de afbakening van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van 30 juni 1993 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de Lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (26);

d)

voor de zones van de CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, Convention for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources) de afbakening van Verordening (EG) nr. 601/2004.

HOOFDSTUK II

VANGSTMOGELIJKHEDEN EN VISSERIJVOORSCHRIFTEN VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 5

Vangstmogelijkheden en toewijzingen

1.   De vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap in Gemeenschapswateren of in bepaalde wateren buiten de Gemeenschap en de verdeling van deze vangstmogelijkheden per lidstaat worden vastgesteld zoals aangegeven in bijlage I.

2.   Vaartuigen van de Gemeenschap mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de in de artikelen 9, 16 en 17 vastgestelde voorschriften, vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie vallen van de Faeröer, Groenland, Noorwegen, de visserijzone rond Jan Mayen.

3.   De Commissie stelt de vangstmogelijkheden voor lodde in de zones V en XIV (wateren van Groenland) voor de Gemeenschap vast op 7,7 % van de TAC voor lodde, zodra de TAC is vastgesteld.

4.   De vangstmogelijkheden voor de bestanden blauwe wijting in de gebieden I-XIV (EG-wateren en internationale wateren) en haring in de gebieden I en II (EG-wateren en internationale wateren) mogen door de Commissie worden verhoogd volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 indien derde landen deze bestanden niet op verantwoordelijke wijze beheren.

Artikel 6

Bijzondere bepalingen en toewijzingen

De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van quota op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002,

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 1, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93,

c)

het aanvoeren van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96,

d)

het overdragen van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96,

e)

verminderingen of kortingen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96.

Artikel 7

Flexibiliteit

Voor 2005 is het bepaalde in bijlage I van toepassing op de volgende bestanden:

a)

de bestanden waarvoor een bij wijze van voorzorgsmaatregel vastgestelde of een analytische TAC geldt;

b)

de bestanden waarop flexibiliteit volgens de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing is;

c)

de bestanden waarop de in artikel 5, lid 2, van de laatstgenoemde verordening bedoelde kortingen van toepassing zijn.

Artikel 8

Aanvoervoorwaarden voor vangsten en bijvangsten

1.   Vis van bestanden waarvoor vangstmogelijkheden zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits:

a)

die vis is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt, of

b)

die vis deel uitmaakt van een aandeel van de Gemeenschap dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat niet is opgebruikt, of

c)

wat andere soorten dan haring en makreel betreft, de vangsten uit verschillende soorten bestaan en overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 850/98 met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm zijn gedaan en noch aan boord, noch bij aanvoer zijn gesorteerd, of

d)

wat haring betreft, de vangsten voldoen aan de in punt 12 van bijlage III bedoelde maatregelen, of

e)

het aandeel van makreel in gemengde vangsten van makreel met horsmakreel of sardines niet meer dan 10 % van het totale gewicht aan makreel, horsmakreel en sardines aan boord bedraagt, en de vangsten noch aan boord, noch bij aanvoer zijn gesorteerd, of

f)

het gaat om vangsten voor wetenschappelijk onderzoek op grond van Verordening (EG) nr. 850/98 of Verordening (EG) nr. 88/98.

2.   Alle aangevoerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum of, wanneer het aandeel van de Gemeenschap niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, op het Gemeenschapsaandeel, met uitzondering van vangsten als bedoeld in lid 1, onder c), e) en f).

3.   In afwijking van lid 1 is het, wanneer de vangstmogelijkheden van een lidstaat voor haring in de deelgebieden II (EG-wateren), III en IV en in sector VIId, zijn opgebruikt, voor vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geregistreerd zijn in de Gemeenschap en actief zijn in visserijtakken waarvoor de betreffende vangstbeperkingen gelden, verboden om ongesorteerde vangsten aan te voeren die ook haring bevatten.

4.   Het percentage en de bestemming van de bijvangsten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 4 en 11 van Verordening (EG) nr. 850/98 en de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 88/98.

Artikel 9

Toegangsbeperkingen

Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden in het Skagerrak binnen een zone van 12 zeemijl vanaf de basislijnen van Noorwegen te vissen. Vaartuigen die de vlag van Denemarken of Zweden voeren, mogen evenwel tot 4 mijl vanaf de basislijnen van Noorwegen vissen.

Artikel 10

Bijzondere voorwaarden voor het aanvoeren van ongesorteerde vangsten uit de deelgebieden IIa (EG-wateren), III, IV en VIId.

De in bijlage II vastgestelde maatregelen gelden voor het aanvoeren van ongesorteerde aanvoer uit de deelgebieden IIa (EG-wateren), III, IV en VIId.

Artikel 11

Overige technische en controlemaatregelen

De in bijlage III vastgestelde technische maatregelen gelden in 2005 naast die van de Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 88/98, (EG) nr. 1626/94 en (EG) nr. 973/2001.

Nadere bepalingen voor de tenuitvoerlegging van punt 10 van bijlage III kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Artikel 12

Inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden voor het beheer van bestanden

1.   Voor de periode van 1 januari tot en met 31 januari 2005 gelden voor het beheer van de kabeljauwbestanden in het Kattegat, de Noordzee, het Oostelijk Kanaal, in het Skagerrak, de wateren ten westen van Schotland en de Ierse Zee de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden van de punten 1-5, 6a, 6c, 6d, 6e en 7-22 van Bijlage V van Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (27).

2.   Voor de periode van 1 februari 2005 tot en met 31 december 2005 gelden voor het beheer van de in lid 1 genoemde kabeljauwbestanden de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden van Bijlage IVa.

3.   Vanaf 1 februari 2005 gelden voor het beheer van de visserij in de Cantabrische Zee en in de wateren ten westen van het Iberisch schiereiland, de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden van Bijlage IVB.

4.   Vanaf 1 februari 2005 gelden voor het beheer van het tongbestand in het Westelijke Kanaal de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden van Bijlage IVc.

5.   Voor het beheer van de zandspieringbestanden in het Skagerrak en de Noordzee gelden de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden van Bijlage V.

6.   De Commissie stelt de definitieve visserij-inspanning in 2005 voor de visserij op zandspiering in de zones IIa, IIIa en IV vast volgens de regels van punt 6 van bijlage V.

7.   Alle vaartuigen die soorten vistuig gebruiken als omschreven in de punten 4 van respectievelijk de Bijlagen IVa, IVb en IVc en die vissen in gebieden als bepaald in de punten 2 van respectievelijk de bijlagen IVa, IVb en IVc krijgen speciale visdocumenten, afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94.

8.   De lidstaten zorgen ervoor dat de visserij-inspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met visdocumenten voor diepzeevisserij niet meer bedragen dan 90 % van de jaarlijkse visserij-inspanning van de vaartuigen van die lidstaat in 2003 op reizen tijdens welke er werd beschikt over vergunningen voor diepzeevisserij en er diepzeesoorten, als opgesomd in Bijlage I en Bijlage II van Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad werden gevangen, met uitzondering van de grote zilvervis.

HOOFDSTUK III

VANGSTMOGELIJKHEDEN EN DAARAAN VERBONDEN VOORWAARDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN

Artikel 13

Toestemming

Vaartuigen die de vlag voeren van Barbados, Guyana, Japan, Zuid-Korea, Noorwegen, Suriname, Trinidad en Tobago of Venezuela, alsook vaartuigen die in de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de in de artikelen 14, 15 en 18 tot en met 24 vastgestelde voorwaarden, in Gemeenschapswateren vissen.

Artikel 14

Geografische beperkingen

Vaartuigen die de vlag voeren van:

a)

Noorwegen of die geregistreerd zijn op de Faeröer, mogen slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de lidstaten in de Noordzee, het Kattegat en de Atlantische Oceaan benoorden 43°00′ noorderbreedte, met uitzondering van het gebied bedoeld in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2371/2002; vaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen mogen in het Skagerrak vissen buiten 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken en Zweden;

b)

Barbados, Guyana, Suriname, Trinidad en Tobago, Japan, Zuid-Korea of Venezuela, mogen slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van het Franse departement Guyana.

Artikel 15

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor vangstmogelijkheden zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits die vis is gevangen met vaartuigen van een derde land dat een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt.

HOOFDSTUK IV

VERGUNNINGSREGELING VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP

Artikel 16

Vergunningen en daaraan verbonden voorwaarden

1.   Niettegenstaande de algemene bepalingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten van Verordening (EG) nr. 1627/94, mag in de wateren van derde landen slechts worden gevist op grond van een vergunning die door de autoriteiten van het betrokken derde land is afgegeven.

De eerste alinea geldt bij de visserij in de Noorse wateren in de Noordzee evenwel niet voor de volgende vaartuigen van de Gemeenschap:

a)

vaartuigen van 200 GT of minder,

b)

vaartuigen die op andere soorten dan makreel vissen en waarvan de vangsten voor menselijke consumptie bestemd zijn,

c)

vaartuigen van Zweden die traditioneel in het betrokken gebied vissen.

2.   Het maximale aantal vergunningen en de overige voorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage VI, deel I, is aangegeven. Vergunningsaanvragen dienen, met vermelding van de visserijtak en de naam en kenmerken van de vaartuigen waarop de aanvragen betrekking hebben, door de autoriteiten van de lidstaten aan de Commissie te worden gericht. De Commissie stuurt de aanvragen door naar de autoriteiten van het betrokken derde land.

Indien een lidstaat quota in de in bijlage VI, deel I, genoemde visserijzones aan een andere lidstaat overdraagt (uitwisseling of „swap”) worden daarbij ook de overeenkomstige vergunningen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage VI, deel I, vermelde totale aantal vergunningen voor elke visserijzone mag echter niet worden overschreden.

3.   De vaartuigen van de Gemeenschap houden zich aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en alle andere voorschriften welke van toepassing zijn in de zone waar zij actief zijn.

Artikel 17

Faeröer

Vaartuigen van de Gemeenschap die vergunning hebben om in de wateren van de Faeröer gericht te vissen op een bepaalde soort, mogen een andere tak van gerichte visserij uitoefenen mits zij de autoriteiten van de Faeröer tevoren kennis geven van deze wijziging.

HOOFDSTUK V

VERGUNNINGSREGELING VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN

Artikel 18

Verplichtingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten

1.   In afwijking van artikel 28ter van Verordening (EG) nr. 2847/93 hoeven vaartuigen van minder dan 200 GT die de vlag van Noorwegen voeren, niet in het bezit te zijn van een visvergunning en een speciaal visdocument.

2.   De vergunning en het speciale visdocument dienen aan boord te zijn. Deze verplichting geldt niet voor vaartuigen die in Noorwegen of op de Faeröer geregistreerd staan.

3.   Vaartuigen van derde landen die op 31 december 2004 mogen vissen, mogen hun activiteiten vanaf 1 januari 2005 voortzetten totdat de lijsten van vaartuigen met vergunning aan de Commissie zijn voorgelegd en door haar zijn goedgekeurd.

Artikel 19

Aanvragen om vergunningen en speciale visdocumenten

Aanvragen van de autoriteiten van derde landen aan de Commissie om vergunningen en speciale visdocumenten dienen de volgende gegevens te bevatten:

a)

de naam van het vaartuig;

b)

registratienummer;

c)

op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;

d)

haven van registratie;

e)

naam en adres van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

f)

brutotonnage (GT) en lengte over alles;

g)

motorvermogen;

h)

oproepnummer en radiofrequentie;

i)

vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt;

j)

gebied waarin gevist zal worden;

k)

vissoorten waarop gevist zal worden;

l)

periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Artikel 20

Aantal vergunningen

Het aantal vergunningen en de vergunningsvoorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage VI, deel II, is aangegeven.

Artikel 21

Annulering en intrekking

1.   Vergunningen en speciale visdocumenten kunnen worden geannuleerd met het oog op de afgifte van nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten. Dergelijke annuleringen worden van kracht op de dag vóór de datum van afgifte van de nieuwe vergunning of het nieuwe speciale visdocument door de Commissie. De nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten treden in werking op de dag waarop zij worden afgegeven.

2.   Vergunningen en speciale visdocumenten worden vóór de datum waarop zij aflopen geheel of gedeeltelijk ingetrokken als de in bijlage I voor het betrokken bestand vastgestelde quota zijn opgebruikt.

3.   Vergunningen en speciale visdocumenten worden ingetrokken als niet wordt voldaan aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen.

Artikel 22

Niet-naleving

1.   Voor vaartuigen die de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet zijn nagekomen, worden gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden geen vergunningen en speciale visdocumenten afgegeven.

2.   De Commissie stelt de autoriteiten van het betrokken derde land in kennis van de naam en de kenmerken van de vaartuigen die naar aanleiding van een overtreding van de voorschriften de volgende maand of maanden niet meer in het visserijgebied van de Gemeenschap mogen vissen.

Artikel 23

Verplichtingen van de vergunninghouder

1.   Vaartuigen van derde landen houden zich in de zone waar zij actief zijn aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en alle andere voorschriften die daar voor vaartuigen van de Gemeenschap gelden, met name de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94, (EG) nr. 88/98, (EG) nr. 850/98, nr. 1434/98 en (EEG) nr. 1381/87.

2.   De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen een logboek bij te houden waarin de in bijlage VII, deel I, genoemde gegevens moeten worden opgenomen.

3.   Vaartuigen van derde landen, met uitzondering van vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren en in ICES-sector IIIa vissen, delen de Commissie de in bijlage VIII bepaalde gegevens mee overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde voorschriften.

Artikel 24

Bijzondere bepalingen betreffende het Franse departement Guyana

1.   Visvergunningen voor de wateren van het Franse departement Guyana worden slechts afgegeven als de eigenaar van het betrokken vaartuig zich ertoe verbindt om een waarnemer aan boord van zijn vaartuig toe te laten als de Commissie daarom verzoekt.

2.   Kapiteins van vaartuigen met een vergunning om in de wateren van het Franse departement Guyana te vissen op vis of tonijn, moeten na iedere visreis bij aanvoer van de vangst bij de Franse autoriteiten een aangifte indienen waarin de hoeveelheden garnaal worden opgegeven die sinds de laatste aangifte gevangen en aan boord gehouden zijn. Deze aangifte moet worden opgesteld naar het model in bijlage VI, deel III. Voor de juistheid van de aangifte is alleen de kapitein verantwoordelijk. De Franse autoriteiten nemen de nodige maatregelen om de juistheid van de aangiften te controleren, met name door ze te vergelijken met het in artikel 23, lid 2, genoemde logboek. Na controle wordt de aangifte door de bevoegde beambte ondertekend. De Franse autoriteiten zenden de Commissie vóór het einde van iedere maand alle aangiften met betrekking tot de vorige maand.

3.   Vaartuigen die vissen in de wateren van het Franse departement Guyana moeten echter een logboek bijhouden van het model in bijlage VII, deel II. Binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de laatste dag van elke visreis, moet een afschrift daarvan aan de Commissie worden toegezonden via de Franse autoriteiten.

4.   Als de Commissie gedurende 1 maand geen mededeling ontvangt over een vaartuig met een visvergunning voor de wateren van het Franse departement Guyana, wordt de vergunning van dat vaartuig ingetrokken.

HOOFDSTUK VI

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET GEREGLEMENTEERDE GEBIED VAN DE NAFO

DEEL 1

Deelname van de Gemeenschap

Artikel 25

Lijst van vaartuigen

1.   Uitsluitend vaartuigen van de Gemeenschap van meer dan 50 GT die van de autoriteiten van hun vlaggenlidstaat een speciaal visdocument hebben ontvangen en die staan ingeschreven in het vlootregister van de NAFO, mogen met inachtneming van de voorwaarden van hun vergunning vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO vangen, aan boord houden, overladen en aanvoeren.

2.   Iedere lidstaat stelt de Commissie binnen 15 dagen vóór het vaartuig het gereglementeerde gebied van de NAFO binnenvaart, in computerleesbare vorm in kennis van iedere wijziging in de lijst van vaartuigen die zijn vlag voeren, in de Gemeenschap geregistreerd staan en vergunning hebben om te vissen in het gereglementeerde gebied van de NAFO. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

3.   De in lid 2 bedoelde gegevens omvatten het volgende:

a)

het intern nummer van het vaartuig overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen (28);

b)

de internationale roepnaam van het vaartuig;

c)

in voorkomend geval de partij die het vaartuig chartert;

d)

het type vaartuig.

4.   Voor vaartuigen die tijdelijk de vlag van een lidstaat voeren (gecharterd vaartuig), verstrekken de lidstaten de volgende gegevens:

a)

de datum met ingang waarvan het vaartuig de vlag van de lidstaat mag voeren;

b)

de datum met ingang waarvan het vaartuig door de lidstaat is toegestaan in het gereglementeerde gebied van de NAFO te vissen;

c)

de naam van de staat waar het vaartuig is geregistreerd of vroeger was geregistreerd en de datum met ingang waarvan het niet langer de vlag van die staat voert;

d)

de naam van het vaartuig;

e)

het officiële, door de bevoegde nationale instanties aan het vaartuig toegekende registratienummer;

f)

de thuishaven van het vaartuig na de overdracht;

g)

de naam van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

h)

een verklaring waaruit blijkt dat de kapitein een exemplaar van de in het gereglementeerde gebied van de NAFO geldende voorschriften heeft ontvangen;

i)

de belangrijkste soorten waarop met het vaartuig in het gereglementeerde gebied van de NAFO kan worden gevist;

j)

de deelgebieden waar het vaartuig zal vissen.

DEEL 2

Technische maatregelen

Artikel 26

Maaswijdte van de netten

1.   Bij de gerichte visserij op de in bijlage IX vermelde soorten mogen geen sleepnetten worden gebruikt met waar dan ook mazen van minder dan 130 mm. Bij de gerichte visserij op kortvinnige pijlinktvissen (Illex illecebrosus) mag de maaswijdte niet kleiner zijn dan 60 mm. Voor de gerichte visserij op roggen (Rajidae) wordt deze maaswijdte verhoogd tot ten minste 280 mm in de kuil en 220 mm in alle andere delen van het sleepnet.

2.   Vaartuigen die op Noordse garnaal (Pandalus borealis) vissen moeten netten gebruiken met een maaswijdte van ten minste 40 mm.

Artikel 27

Voorzieningen aan netten

1.   Het is verboden andere dan de in dit artikel vermelde voorzieningen aan netten aan te brengen die de mazen van het net versperren of waardoor de maaswijdte wordt verkleind.

2.   Zeildoek, want of ander materiaal mag aan de onderzijde van de kuil van het net worden bevestigd om beschadiging te verminderen of te voorkomen.

3.   Er mogen voorzieningen aan de bovenzijde van de kuil worden bevestigd, mits de mazen van de kuil daardoor niet worden versperd. Alleen de in bijlage X vermelde bovennetbeschermers zijn toegestaan.

4.   Vaartuigen die op Noordse garnaal (Pandalus borealis) vissen, gebruiken een sorteerrooster met een maximumafstand van 22 mm tussen de staven. Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal in sector 3L moeten bovendien voor het bevestigen van de klossenpees kettingen van minimaal 72 cm gebruiken als beschreven in aanhangsel 4 bij bijlage III.

Artikel 28

Bijvangsten

1.   De kapiteins van vissersvaartuigen mogen niet gericht vissen op soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden. Er wordt aangenomen dat er gericht op een soort wordt gevist wanneer die soort in gewicht procentueel het grootste deel van de vangst van een trek uitmaakt.

2.   Bijvangsten van in bijlage ID vermelde soorten ten aanzien waarvan de Gemeenschap voor een bepaald deel van het gereglementeerde gebied van de NAFO geen quota heeft vastgesteld en die in dit deel worden gevangen bij welke gerichte visserij dan ook, mogen voor elk van de soorten aan boord van het vaartuig niet meer bedragen dan 2 500 kg of 10 % van het gewicht van de totale vangst aan boord als dat meer is. Bijvangsten van de in bijlage ID vermelde soorten in een deel van het gereglementeerde gebied van de NAFO waar gerichte visserij op bepaalde soorten verboden is of waar een „ander” quotum volledig is opgebruikt, mogen echter niet meer bedragen dan respectievelijk 1 250 kg of 5 %.

3.   Als de totale hoeveelheden van soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden, groter zijn dan de in lid 2 vastgestelde limieten, moet het vissersvaartuig onmiddellijk ten minste 5 zeemijl verder varen voordat een nieuwe trek wordt gedaan. Als bij een volgende trek de totale hoeveelheden van soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden, groter zijn dan de genoemde limieten, moet het vissersvaartuig weer onmiddellijk ten minste 5 zeemijl verder varen ten opzichte van de plaats waar de vorige trekken zijn gedaan en ten minste 48 uur niet naar dit gebied terugkeren.

4.   Vaartuigen die vissen op Noordse garnaal (Pandalus borealis) en waarvan de bijvangst van de vissoorten vermeld in bijlage ID in een trek in sector 3M meer dan 5 % en in sector 3L meer dan 2,5 % van het totale gewicht uitmaakt, moeten onmiddellijk ten minste 5 zeemijl verder varen.

5.   Vangsten van garnaal worden niet gebruikt bij de berekening van het percentage van de bijvangst van bodemvis.

Artikel 29

Minimummaat van de vissen

Vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO die niet de in bijlage XI vermelde minimummaat heeft, mag niet worden verwerkt of aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moet onmiddellijk in zee worden teruggezet. Als de gevangen hoeveelheid ondermaatse vis meer bedraagt dan 10 % van de totale vangst, moet het vissersvaartuig zich ten minste vijf zeemijl van alle posities tijdens de vorige trek verwijderen alvorens verder te vissen. Als verwerkte vis van de soorten waarvoor een minimummaat is vastgesteld, kleiner is dan de betrokken in bijlage XI vastgestelde grootte, wordt die verwerkte vis geacht afkomstig te zijn van ondermaatse vis.

DEEL 3

Controlemaatregelen

Artikel 30

Etikettering en gescheiden opslag

1.   Alle vis die in het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevangen, moet zo worden geëtiketteerd dat iedere soort en iedere productcategorie duidelijk identificeerbaar zijn. Bovendien moet op de vis worden vermeld dat deze in het gereglementeerde gebied van de NAFO gevangen is.

2.   Op alle garnaal die wordt gevangen in sector 3L en op alle zwarte heilbot die wordt gevangen in deelgebied 2 en in sectoren 3KLMNO moet worden vermeld in welk gebied deze gevangen is.

3.   Vangsten van een bepaalde soort moeten duidelijk gescheiden van vangsten van andere soorten worden opgeslagen. Alle vangsten die in het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gedaan, moeten gescheiden van vangsten buiten dit gebied worden opgeslagen.

De betrokken vangsten mogen in verschillende gedeelten van het ruim worden opgeslagen, mits deze in ieder gedeelte van het ruim duidelijk van andere vangsten worden gescheiden door middel van plastic, hout, netten o.i.d.

Artikel 31

Logboek en opslagplattegrond

1.   Kapiteins van vissersvaartuigen moeten de artikelen 6, 8, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 naleven en bovendien in hun logboek de in bijlage XII genoemde gegevens noteren.

2.   Iedere lidstaat deelt de Commissie vóór de 15e van iedere maand in computerleesbare vorm de tijdens de voorgaande maand aangelande hoeveelheden mee van de in bijlage XIII vermelde bestanden, en delen haar alle ontvangen informatie mee als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

3.   Door kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap, wordt over de vangst van de in bijlage ID genoemde soorten:

a)

een productielogboek bijgehouden met de cumulatieve productie per soort;

b)

een opslagplattegrond bijgehouden met de locatie van de verschillende soorten in het ruim en de hoeveelheden die van iedere soort aan boord worden gehouden, uitgedrukt in kg product.

4.   Het productielogboek en de opslagplattegrond als bedoeld in lid 3 worden dagelijks bijgewerkt met de gegevens over de voorgaande dag tussen 00.00 uur (UTC) en 24.00 uur (UTC) en blijven aan boord tot het vaartuig volledig gelost is.

5.   Kapiteins moeten de nodige assistentie verlenen voor controle van de in het logboek aangegeven hoeveelheden en de aan boord opgeslagen verwerkte producten.

Artikel 32

Netten

Bij gerichte visserij op een of meer van de in bijlage IX genoemde soorten zijn geen netten aan boord met een maaswijdte kleiner dan in artikel 26 is bepaald. Vaartuigen waarmee tijdens dezelfde visreis in andere zones dan het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevist, mogen echter dergelijke netten aan boord hebben op voorwaarde dat deze zijn vastgesjord en dat ze niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt. Dit houdt in dat:

a)

de netten moeten zijn losgemaakt van de borden en van de sleepkabels en -lijnen, en

b)

indien deze zich op of boven het dek bevinden, goed aan een deel van de bovenbouw moeten zijn vastgesjord.

Artikel 33

Overlading

Vaartuigen van de Gemeenschap mogen in het gereglementeerde gebied van de NAFO geen vangsten overladen, tenzij de kapiteins daarvoor vooraf de toestemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteiten.

Artikel 34

Controle op de visserij-inspanning

1.   Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de visserij-inspanning van zijn in artikel 25 bedoelde vaartuigen in verhouding staat tot de vangstmogelijkheden waarover die lidstaat in het gereglementeerde gebied van de NAFO beschikt.

2.   De lidstaten delen de visplannen voor hun vaartuigen die in het gereglementeerde gebied van de NAFO vissen, uiterlijk op 31 januari 2005, en daarna ten minste 30 dagen vóór het voorgenomen aanvangstijdstip van de betrokken visserijactiviteiten, aan de Commissie mee. In het visplan wordt onder andere vermeld met welke vaartuigen in de betrokken visserijtakken zal worden gevist en wordt het beoogde aantal visdagen opgegeven in het gereglementeerde gebied van de NAFO.

De lidstaten brengen de Commissie op indicatieve basis op de hoogte van de voorgenomen activiteiten van de vaartuigen in andere gebieden.

In het visplan wordt de totale voorgenomen visserij-inspanning in de betrokken visserijtak afgezet tegen de vangstmogelijkheden waarover de lidstaat die de mededeling doet, beschikt.

Uiterlijk op 31 december 2005 brengen de lidstaten verslag uit aan de Commissie over de uitvoering van hun visplannen, inclusief het aantal vaartuigen dat bij die visserijactiviteiten zijn ingezet en het totale aantal visdagen.

DEEL 4

Bijzondere bepalingen voor Noordse garnalen

Artikel 35

Visserij op Noordse garnalen

Iedere lidstaat meldt de Commissie dagelijks de hoeveelheden Noordse garnaal (Pandalus borealis) die in sector 3L van het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gevangen door vaartuigen die zijn vlag voeren en geregistreerd zijn in de Gemeenschap. Er mag uitsluitend in wateren van ten minste 200 meter diep worden gevist en nooit door meer dan één vaartuig per lidstaatquotum tegelijk.

DEEL 5

Bijzondere bepalingen voor een herstelplan voor zwarte heilbot

Artikel 36

Verbod met betrekking tot zwarte heilbot

Het is vaartuigen van de Gemeenschap niet toegestaan op zwarte heilbot te vissen in NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO of in dat gebied gevangen zwarte heilbot aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren, tenzij zij een door hun vlaggenlidstaat afgegeven speciaal visdocument aan boord hebben.

Artikel 37

Lijst van vaartuigen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat vaartuigen waarvoor een speciaal visdocument als bedoeld in artikel 36 moet worden afgegeven, worden opgenomen in een lijst met hun naam en het in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004 gedefinieerde interne nummer. De lidstaten geven het speciaal visdocument alleen af indien het vaartuig ingeschreven staat in het vlootregister van de NAFO.

2.   Elke lidstaat zendt de in lid 1 bedoelde lijst en alle daaropvolgende wijzigingen in computerleesbare vorm toe aan de Commissie.

3.   Wijzigingen in de in lid 1 bedoelde lijst worden ten minste vijf dagen vóór de datum waarop het aan de lijst toegevoegde vaartuig deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO binnenvaart, aan de Commissie meegedeeld. De Commissie zendt deze wijzigingen onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

4.   Elke lidstaat neemt de maatregelen die nodig zijn om zijn quota voor zwarte heilbot te verdelen onder de vaartuigen die op de in lid 1 bedoelde lijst staan vermeld. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de verdeling van de quota.

Artikel 38

Verslagen

1.   De kapiteins van de in artikel 37, lid 2, bedoelde vaartuigen delen de vlaggenlidstaat het volgende mee:

a)

de hoeveelheden zwarte heilbot aan boord op het moment dat het vaartuig van de Gemeenschap NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO binnenvaart. Deze mededeling vindt niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur vóór het binnenvaren van het gebied plaats;

b)

de wekelijkse vangsten aan zwarte heilbot. Deze mededeling wordt voor de eerste maal niet later dan het einde van de zevende dag nadat het vaartuig deelgebied 2 en de sectoren 3KLMNO is binnengevaren, dan wel, wanneer de visreis langer duurt dan zeven dagen, ten laatste op de maandag voor vangsten die gedurende de voorgaande week eindigend op zondag middernacht in deelgebied 2 en de sectoren 3KLMNO zijn opgehaald;

c)

de hoeveelheden zwarte heilbot aan boord op het moment dat het vaartuig van de Gemeenschap NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO verlaat. Deze mededeling vindt niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur vóór het verlaten van het gebied plaats, en moet vergezeld gaan van het aantal visdagen en de totale vangst in het gebied;

d)

de hoeveelheden zwarte heilbot die bij iedere overlading tijdens het verblijf van het vaartuig in NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO zijn geladen of gelost. Deze mededeling vindt niet later dan 24 uur na het voltooien van de overlading plaats.

2.   Na ontvangst sturen de lidstaten de in lid 1, onder a), c) en d) bedoelde mededelingen door aan de Commissie.

3.   Wanneer door de vangsten aan zwarte heilbot die overeenkomstig lid 2 zijn meegedeeld, naar schatting 70 % van het aan de lidstaat toegewezen quotum is opgebruikt, delen de kapiteins de in lid 1, onder b), bedoelde gegevens eens in de drie dagen mee.

Artikel 39

Aangewezen havens

1.   Het is niet toegestaan hoeveelheden zwarte heilbot aan te voeren in andere dan de door de verdragsluitende partijen van de NAFO aangewezen havens. De aanvoer van zwarte heilbot in havens van niet-verdragsluitende partijen is niet toegestaan.

2.   Elke lidstaat wijst de havens aan waar zwarte heilbot mag worden aangevoerd en stellen de in dit verband geldende inspectie- en toezichtprocedures vast, met inbegrip van de voorwaarden voor de registratie en de opgave van de aangevoerde hoeveelheden zwarte heilbot bij iedere aanvoer.

3.   Elke lidstaat deelt de Commissie uiterlijk 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening een lijst van de aangewezen havens mee, alsmede binnen de daaropvolgende 15 dagen, de desbetreffende inspectie- en toezichtprocedures als bedoeld in lid 2. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.

4.   De Commissie zendt alle lidstaten onverwijld een lijst toe van de in lid 2 bedoelde aangewezen havens en van de havens aangewezen door de overige verdragsluitende partijen van de NAFO.

Artikel 40

Inspectie in de haven

1.   De lidstaten zien erop toe dat alle vaartuigen die een aangewezen haven aandoen om in deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO gevangen zwarte heilbot aan te voeren en/of over te laden, worden onderworpen aan een inspectie in de haven overeenkomstig de haveninspectieregeling van de NAFO.

2.   Het is niet toegestaan vangsten van vaartuigen als bedoeld in lid 1 te lossen en/of over te laden voordat de inspecteurs ter plaatse zijn.

3.   Alle geloste hoeveelheden worden per soort gewogen alvorens naar de koelopslag of enige andere bestemming te worden vervoerd.

4.   De lidstaten doen het betrokken haveninspectieverslag uiterlijk 7 werkdagen na de datum waarop de inspectie is voltooid, aan de NAFO toekomen met een kopie aan de Commissie.

Artikel 41

Verbod op aanvoer of overlading voor vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen

De lidstaten verbieden de aanvoer en overlading van zwarte heilbot door vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen die in het gereglementeerde gebied van de NAFO hebben gevist.

Artikel 42

Follow-up van visserijactiviteiten

De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op 31 december 2005 een verslag over de uitvoering van de in de artikelen 36 tot en met 41 bedoelde maatregelen toekomen met onder meer het totale aantal visdagen.

DEEL 6

Bijzondere bepalingen voor roodbaars

Artikel 43

Visserij op roodbaars

1.   De kapiteins van vaartuigen van de Gemeenschap, die in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO op roodbaars vissen, delen de bevoegde instanties van de lidstaat waarvan hun schip de vlag voert of waar het geregistreerd is, om de andere maandag mee welke hoeveelheden roodbaars in die gebieden zijn gevangen in de periode van twee weken die de voorafgaande zondag middernacht is geëindigd.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks op maandag plaatsvinden.

2.   De lidstaten melden de Commissie om de twee weken op dinsdag vóór 12 uur 's middags, voor de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om 12 uur 's nachts is geëindigd, welke hoeveelheden roodbaars zijn gevangen in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO door vaartuigen die hun vlag voeren en op hun grondgebied geregistreerd zijn.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks plaatsvinden.

HOOFDSTUK VII

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN HET CCAMLR-GEBIED

DEEL 1

Beperkingen en vereisten inzake vaartuiggegevens

Artikel 44

Verboden en vangstbeperkingen

1.   Gerichte visserij op de in bijlage XIV vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.   Voor nieuwe en experimentele visserij zijn de maximale vangsten en bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage XV.

Artikel 45

Vereiste mededelingen inzake vaartuigen met vergunning tot vissen in het CCAMLR-gebied

1.   Naast de op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 601/2004 vereiste gegevens, delen de lidstaten vanaf 1 augustus 2005 de Commissie over bovenbedoelde vaartuigen de volgende gegevens mee:

a)

IMO-nummer van het vaartuig (indien afgegeven);

b)

vroegere vlag (indien van toepassing);

c)

de internationale roepnaam van het vaartuig;

d)

naam en adres van de eigenaar(s) en eventuele aandeelhouder(s), indien bekend;

e)

type vaartuig;

f)

plaats waar en jaar waarin het vaartuig is gebouwd;

g)

lengte;

h)

kleurenfoto’s van het vaartuig, bestaande uit:

i)

een foto van minimaal 12 × 7 cm van de stuurboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;

ii)

een foto van minimaal 12 × 7 cm van de bakboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;

iii)

een foto van minimaal 12 × 7 cm van de achterzijde van het vaartuig, recht van achteren gefotografeerd;

i)

maatregelen om ervoor te zorgen dat het satellietvolgsysteem aan boord fraudebestendig functioneert.

2.   Met ingang van 1 augustus 2005 delen de lidstaten, voorzover mogelijk, de Commissie voor alle vaartuigen met vergunning om te vissen in het CCAMLR-gebied, de volgende gegevens mee:

a)

naam en adres van de exploitant, indien verschillend van de eigenaar(s);

b)

naam en nationaliteit van de kapitein en, indien van toepassing, van de vangstkapitein;

c)

type vismethode(n);

d)

boom (m);

e)

brutoregistertonnage;

f)

communicatiemiddelen en -nummers van het vaartuig (INMARSAT A, B en C nummers);

g)

reguliere bemanning;

h)

vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren (kW);

i)

totale vervoerscapaciteit (tonnen), aantal visruimen en capaciteit (m3);

j)

overige nuttig geachte gegevens (bijv. ijswaardigheid).

DEEL 2

Experimentele visserij

Artikel 46

Deelname aan experimentele visserij

1.   Vissersvaartuigen die de vlag van Spanje voeren en er geregistreerd staan, en die bij de CCAMLR zijn aangemeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 601/2004 mogen uitsluitend deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op de Dissostichus spp. in FAO-deelgebied 88.1 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) buiten gebieden onder nationale jurisdictie, en 58.4.3b) buiten gebieden onder nationale jurisdictie.

2.   In de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) mag nooit meer dan één vissersvaartuig tegelijk vissen.

3.   De maximale totale vangsten en bijvangsten in deelgebied 88.1 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2, en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU’s) in elk gebied staan vermeld in bijlage XV. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten het toegestane maximum hebben bereikt, waarna dit vak gedurende de rest van het seizoen voor de visserij gesloten blijft.

4.   De visserijactiviteiten moeten plaatsvinden in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zoveel verschillende diepten als mogelijk om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en inspanningen te voorkomen. In de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 is het echter verboden om te vissen in wateren van minder dan 550 m diepte.

Artikel 47

Meldingsregelingen

Op vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in artikel 43, zijn de volgende stelsels voor de melding van vangsten en inspanningen van toepassing:

a)

het in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde stelsel van vijfdaagse meldingen van de vangsten en visserij-inspanningen, met dien verstande dat de lidstaten vangsten en visserij-inspanningen uiterlijk twee werkdagen na het einde van iedere periode mededelen aan de Commissie, waarna deze onverwijld moeten worden doorgezonden aan de CCAMLR. In deelgebied 88.1 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 worden de gegevens meegedeeld per SSRU;

b)

het in artikel 13, van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde stelsel van maandelijkse meldingen van gedetailleerde vangst- en visserij-inspanningsgegevens;

c)

de melding van het totale aantal vissen en het gewicht aan Dissostichus eleginoides en Dissostichus mawsoni, met inbegrip van vissen met „jellymeat”-verschijnselen.

Artikel 48

Bijzondere vereisten

1.   De in artikel 46 bedoelde experimentele visserij moet voldoen aan de bepalingen van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (29) met betrekking tot de toepasselijke maatregelen ter beperking van de incidentele sterfte van zeevogels bij de beugvisserij. Naast bedoelde maatregelen:

a)

geldt bij deze visserijactiviteiten een verbod op de teruggooi van afval;

b)

zijn vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 en die voldoen aan de CCAMLR-protocollen (A, B of C) inzake het verzwaren van de beug, niet verplicht om ’s nachts te vissen; vaartuigen die in totaal drie (3) zeevogels vangen moeten echter weer onmiddellijk ’s nachts gaan vissen overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 601/2004;

c)

vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in deelgebied 88.1 en in de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) en die in totaal drie (3) zeevogels vangen, moeten de visserij onmiddellijk staken en mogen gedurende de rest van het seizoen 2004/2005 niet meer buiten de reguliere visserij vissen.

2.   Voor vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in FAO-deelgebied 88.1 gelden bovendien de volgende extra vereisten:

a)

het is de vaartuigen niet toegestaan het volgende op zee te lozen:

i)

olie, olieproducten of residuen van olie, tenzij toegestaan op grond van bijlage I van MARPOL 73/78 (Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen);

ii)

afval;

iii)

voedselresten die niet door een rooster met een maaswijdte van maximaal 25 mm kunnen;

iv)

pluimvee of delen daarvan (met inbegrip van eierschalen);

v)

afvalwater binnen 12 zeemijlen van land of ijs of terwijl het vaartuig een snelheid van minder dan vier knopen heeft;

vi)

verbrandingsresten;

b)

levend pluimvee of andere levende vogels mogen deelgebied 88.1 niet worden binnengebracht en niet-geconsumeerd bereid gevogelte moet uit deelgebied 88.1 worden verwijderd;

c)

de visserij op Dissostichus spp. in deelgebied 88.1 is verboden binnen 10 zeemijlen van de kust van de Balleny Islands.

Artikel 49

Definitie van uitzettingen

1.   Voor de toepassing van dit deel wordt onder „uitzetting” het uitzetten van een of meer beuglijnen op een bepaalde visgrond verstaan. Voor de melding van vangsten en visserij-inspanningen geldt als de juiste geografische positie van een uitzetting bij de beugvisserij het middelpunt van de uitgezette beuglijn(en).

2.   Een uitzetting geldt als onderzoeksuitzetting, mits:

a)

de afstand tussen twee onderzoeksuitzettingen ten minste 5 zeemijlen bedraagt, gemeten vanaf het geografische middelpunt van iedere onderzoeksuitzetting;

b)

bij iedere uitzetting minimaal 3 500 en maximaal 10 000 haken worden gebruikt; daarbij mag op dezelfde locatie ook een reeks aparte lijnen worden uitgezet;

c)

de uitzettijd van iedere beug ten minste zes uur bedraagt, gemeten vanaf het moment waarop het uitzetten is voltooid tot het moment waarop met het ophalen wordt begonnen;

Artikel 50

Onderzoeksplannen

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in artikel 46, moeten een onderzoeksplan toepassen in alle afzonderlijke SSRU's waarin FAO-deelgebied 88.1 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het onderzoeksplan moet als volgt worden toegepast:

a)

wanneer een vaartuig een SSRU voor het eerst binnenvaart, gelden de eerste tien uitzettingen, „eerste reeks” te noemen, als „onderzoeksuitzettingen”, welke moeten voldoen aan de in artikel 49, lid 2, vermelde criteria;

b)

de volgende 10 uitzettingen of de eerste 10 ton gevangen vis, als die hoeveelheid eerder wordt behaald, worden aangeduid als de „tweede reeks”. Uitzettingen tijdens de tweede reeks kunnen naar goeddunken van de kapitein worden gevist als onderdeel van normale experimentele visserij. Indien de uitzettingen beantwoorden aan de vereisten van artikel 49, lid 2, mogen zij echter ook worden beschouwd als onderzoeksuitzettingen;

c)

na de eerste en de tweede reeks moet het vaartuig, als de kapitein in de SSRU wil blijven vissen, een „derde reeks” uitzettingen verrichten, tot er uiteindelijk tijdens de drie reeksen 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden. De derde reeks uitzettingen moet plaatsvinden tijdens hetzelfde verblijf in de SSRU als de eerste en de tweede reeks;

d)

nadat er 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden, mag het vaartuig in de SSRU blijven vissen;

e)

in SSRU's A, B, C, E en G van deelgebied 88.1 waar de bevisbare bodemoppervlakte kleiner is dan 15 000 km2, is het bepaalde onder b), c), en d) niet van toepassing en mag het vaartuig na 10 onderzoekstrekken de visserij in de SSRU voortzetten.

Artikel 51

Gegevensverzamelingsplannen

1.   Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in artikel 46, moeten een gegevensverzamelingsplan toepassen in alle afzonderlijke SSRU's waarin FAO-deelgebied 88.1 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het gegevensverzamelingsplan moet het volgende omvatten:

a)

de positie en diepte van de uiteinden van iedere lijn in een uitzetting;

b)

de tijden waarop de beug is uitgezet, in het water is gebleven en is opgehaald;

c)

het aantal en de soorten vissen verloren gegaan aan de oppervlakte;

d)

het aantal haken dat is aangebracht;

e)

het type aas;

f)

het percentage aas dat is aangenomen;

g)

het type haken;

h)

de gesteldheid van zee en wolken en de maanfase ten tijde van het uitzetten van de lijnen.

2.   Alle in lid 1 genoemde gegevens moeten voor iedere onderzoeksuitzetting worden verzameld; met name moeten bij iedere onderzoeksuitzetting de eerste 100 vissen worden gemeten en moet voor biologisch onderzoek een monster van ten minste 30 vissen worden genomen. Als er meer dan 100 vissen worden gevangen, moet een willekeurige steekproef van de vissen worden genomen.

Artikel 52

Merkprogramma

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in lid 46, moeten onderstaand merkprogramma uitvoeren:

a)

gedurende het gehele seizoen moet per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. één exemplaar worden gemerkt en vrijgelaten volgens het merkprotocol („tagging protocol”) van de CCAMLR. Het merken mag pas worden gestaakt zodra het vaartuig 500 exemplaren heeft gemerkt of wanneer de visgrond wordt verlaten en per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. steeds één exemplaar is gemerkt;

b)

het programma moet worden gericht op exemplaren van verschillende grootte om te voldoen aan de vereiste om per ton gevangen onverwerkte vis één exemplaar te merken. Alle teruggezette exemplaren moeten worden voorzien van twee merktekens en over een zo groot mogelijk geografisch gebied gespreid worden vrijgelaten;

c)

alle merktekens moeten duidelijk zijn bedrukt met een uniek serienummer en een retouradres zodat de oorsprong van de merktekens kan worden bepaald ingeval een exemplaar opnieuw wordt gevangen;

d)

opnieuw gevangen exemplaren (d.w.z. vissen met een eerder aangebracht merkteken) mogen niet worden vrijgelaten, zelfs niet als zij na het merken slechts korte tijd in vrijheid zijn geweest;

e)

alle opnieuw gevangen exemplaren moeten biologisch beschreven worden (lengte, gewicht, geslacht, toestand van de gonaden) en indien mogelijk digitaal gefotografeerd worden, en hun otolieten en merktekens moeten worden verwijderd;

f)

alle gegevens van de merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten in het CCAMLR-formaat elektronisch aan de CCAMLR worden gemeld binnen drie maanden nadat het vaartuig de visserij in het betrokken gebied heeft beëindigd;

g)

alle gegevens betreffende merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten in het CCAMLR-formaat elektronisch worden gemeld aan het betrokken regionale meldpunt overeenkomstig het merkprotocol van de CCAMLR.

Artikel 53

Wetenschappelijke waarnemers

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in artikel 43, moeten bij alle visserijactiviteiten in het visserijseizoen ten minste twee wetenschappelijk waarnemers aan boord hebben waarvan er één is aangewezen volgens de CCAMLR-regeling voor internationale wetenschappelijke waarneming.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 54

Wetenschappelijk toezicht

1.   Deze verordening is niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend worden uitgeoefend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met toestemming en onder het gezag van de betrokken lidstaat of lidstaten en waarvan de Commissie en de lidstaat of lidstaten in de wateren waarvan het onderzoek plaatsvindt, tevoren in kennis zijn gesteld.

2.   Mariene organismen die voor de onder a) genoemde doeleinden gevangen zijn, mogen worden verkocht, opgeslagen, uitgestald of te koop aangeboden, op voorwaarde dat zij:

a)

voldoen aan de normen van bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 850/98 en aan de handelsnormen die zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (30)

b)

rechtstreeks worden verkocht voor andere doeleinden dan menselijke consumptie.

Artikel 55

Gegevensoverdracht

Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2847/93 doen de lidstaten de gegevens met betrekking tot het aanlanden van hoeveelheden gevangen vis in computerleesbare vorm met gebruikmaking van de in iedere tabel vermelde codes voor de bestanden aan de Commissie toekomen.

Artikel 56

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag dat zij wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is met ingang van 1 januari 2005 van toepassing.

Voor TAC’s voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2005, is artikel 44 van toepassing vanaf de begindatum van de betrokken TAC-toepassingsperioden.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

C. VEERMAN


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 70 van 9.3.2004, blz. 8.

(3)  PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1.

(4)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(5)  PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48.

(6)  PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12.

(7)  PB L 29 van 1.2.1985, blz. 9.

(8)  PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 831/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 33).

(9)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9.

(10)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1965/2001 (PB L 268 van 9.10.2001, blz. 23).

(11)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

(12)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 813/2004 (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 32).

(13)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7.

(14)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16.

(15)  PB L 9 van 15.1.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 812/2004 (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 12).

(16)  PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 602/2004 (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 30).

(17)  PB L 191 van 7.7.1998, blz. 10.

(18)  PB L 70 van 9.3.2004, blz. 8.

(19)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(20)  PB L 274 van 28.9.1986, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3259/94 (PB L 339 van 29.12.1994, blz. 11).

(21)  PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 831/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 33).

(22)  PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6.

(23)  PB L 396 van 31.12.2004, blz. 4.

(24)  PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(25)  PB L 270 van 13.11.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(26)  PB L 186 van 28.7.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(27)  PB L 344 van 31.12.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1928/2004 (PB L 332 van 6.11.2004, blz. 5).

(28)  PB L 5 van 9.1.2004, blz. 25.

(29)  PB L 97 van 1.4.2004, blz. 1.

(30)  PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.


BIJLAGE I

VANGSTMOGELIJKHEDEN, PER SOORT EN PER GEBIED (IN TON LEVEND GEWICHT, TENZIJ ANDERS VERMELD), VOOR VAARTUIGEN VAN DE GEMEENSCHAP IN GEBIEDEN MET VANGSTBEPERKINGEN EN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN DE WATEREN VAN DE GEMEENSCHAP

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstbeperkingen worden als quota beschouwd voor de toepassing van artikel 9 van deze verordening en derhalve geldt daarvoor het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2847/93, inzonderheid in de artikelen 14 en 15.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Hierna volgt een overzichtstabel waarin de gebruikelijke naam en de corresponderende wetenschappelijke naam naast elkaar zijn weergegeven:

Gewone benaming

Drielettercode

Wetenschappelijke naam

Witte tonijn

ALB

Thunnus alalunga

Bericyden

ALF

Beryx spp.

Lange schol

PLA

Hippoglossoides platessoides

Ansjovis

ANE

Engraulis encrasicolus

Zeeduivel

ANF

Lophiidae

IJsvis

ANI

Champsocephalus gunnari

Zwarte Patagonische ijsvis

TOP

Dissostichus eleginoides

Zeewolf

CAT

Anarhichas lupus

Heilbot

HAL

Hippoglossus hippoglossus

Atlantische zalm

SAL

Salmo salar

Reuzenhaai

BSK

Cetorhinus maximus

Grootoogtonijn

BET

Thunnus obesus

Spitssnuitdoornhaai

DCA

Deania calcea

Zwarte haarstaartvis

BSF

Aphanopus carbo

Scotiazee-ijsvis

SSI

Chaenocephalus aceratus

Blauwe leng

BLI

Molva dypterigia

Blauwe marlijn

BUM

Makaira nigricans

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn

BFT

Thunnus thynnus

Kabeljauw

COD

Gadus morhua

Tong

SOL

Solea solea

Krab

PAI

Paralomis spp.

Schar

DAB

Limanda limanda

Platvis

FLX

Pleuronectiformes

Bot

FLX

Platichthys flesus

Gaffelkabeljauwen

FOX

Phycis spp.

Grote zilvervis

ARU

Argentina silus

Zwarte heilbot

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Grenadiers

GRV

Macrourus spp.

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Grijze zuidpoolkabeljauw

NOS

Lepidonotothen squamifrons

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Heek

HKE

Merluccius merluccius

Haring

HER

Clupea harengus

Horsmakreel

JAX

Trachurus spp.

Groene zuidpoolkabeljauw

NOG

Gobionotothen gibberifrons

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Krielgarnaal

KRI

Euphausia superba

Lantaarnvis

LAC

Lampanyctus achirus

Donkere doornhaai

GUQ

Centrophorus squamosus

Tongschar

LEM

Microstomus kitt

Leng

LIN

Molva molva

Makreel

MAC

Scomber scombrus

Gemarmerde ijsvis

NOR

Notothenia rossii

Schartong

LEZ

Lepidorhombus spp.

Noordse garnaal

PRA

Pandalus borealis

Langoestine

NEP

Nephrops norvegicus

Kever

NOP

Trisopterus esmarki

Orange roughy

ORY

Hoplostethus atlanticus

Peneide garnalen

PEN

Penaeus spp.

Schol

PLE

Pleuronectes platessa

Arctische kabeljauw

POC

Boreogadus saida

Pollak

POL

Pollachius pollachius

Haringhaai

POR

Lamna nasus

Portugese hondshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Roodbaarzen

RED

Sebastes spp.

Zeebrasem

SBR

Pagellus bogaraveo

Noordelijke grenadier

RHG

Macrourus berglax

Grenadiervis

RNG

Coryphaenoides rupestris

Koolvis

POK

Pollachius virens

Zandspiering

SAN

Ammodytidae

Kortvinnige pijlinktvis

SQI

Illex illecebrosus

Roggen

SRX-RAJ

Rajidae

Gladde lantaarnhaai

ETP

Etmopterus pusillus

Sneeuwkrabben

PCR

Chionoecetes spp.

Georgia ijsvis

SGI

Pseudochaenichthys georgianus

Middellandse-Zeeleng

SLI

Molva macrophthalmus

Sprot

SPR

Sprattus sprattus

Doornhaai

DGS

Squalus acanthias

Zwaardvis

SWO

Xiphias gladius

Ruwe haai

GAG

Galeorhinus galeus

Tarbot

TUR

Psetta maxima

Torsk

USK

Brosme brosme

Langsnuitijsvis

LIC

Channichthys rhinoceratus

Zwarte doornhaai

ETX

Etmopterus spinax

Witte heek

HKW

Urophycis tenuis

Witte marlijn

WHM

Tetrapturus alba

Wijting

WHG

Merlangius merlangus

Witje

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Geelvintonijn

YFT

Thunnus albacares

Geelstaartschar

YEL

Limanda ferruginea

BIJLAGE I A

OOSTZEE

Alle TAC’s in dit gebied, behalve die voor schol en kabeljauw in de sectoren 25-32, zijn vastgesteld in de Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee (IBSFC).

Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Sectoren 30-31

HER/3D30.; HER/3D31.

Finland

52 471

 

Zweden

11 529

 

EG

64 000

 

TAC

64 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Sectoren 22-24

HER/3B23.; HER/3C22.; HER/3D24.

Denemarken

6 448

 

Duitsland

25 380

 

Finland

3

 

Polen

5 985

 

Zweden

8 184

 

EG

46 000

 

TAC

46 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Sectoren 25-29 (m.u.v. Golf van Riga) en 32

HER/3D25.; HER/3D26.; HER/3D27.; HER/3D28.; HER/3D29.; HER/3D32.

Denemarken

2 588

 

Duitsland

686

 

Estland

13 218

 

Finland

25 801

 

Letland

3 262

 

Litouwen

3 405 (1)

 

Polen

27 862 (2)

 

Zweden

39 350

 

EG

116 172 (3)

 

TAC

130 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Golf van Riga

HER/03D.RG

Estland

16 972 (4)

 

Letland

20 452

 

EG

37 424 (4)

 

TAC

38 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Sectoren 25-32 (EG-wateren)

COD/3D25.; COD/3D26.; COD/3D27.; COD/3D28.; COD/3D29.; COD/3D30.; COD/3D31.; COD/3D32.

Denemarken

8 959

 

Duitsland

3 564

 

Estland

873

 

Finland

686

 

Letland

3 331

 

Litouwen

2 189 (5)

 

Polen

10 203 (6)

 

Zweden

9 077

 

EG

38 882 (7)

 

TAC

n.v.t.

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Sectoren 22-24 (EG-wateren)

COD/3B23.; COD/3C22.; COD/3D24.

Denemarken

10 781

 

Duitsland

5 271

 

Estland

239

 

Finland

212

 

Letland

892

 

Litouwen

579

 

Polen

2 885

 

Zweden

3 841

 

EF

24 700

 

TAC

24 700

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

IIIbcd (EG-wateren)

PLE/3B23.; PLE/3C22.; PLE/3D24.; PLE/3D25.; PLE/3D26.; PLE/3D27.; PLE/3D28.; PLE/3D29.; PLE/3D30.; PLE/3D31.; PLE/3D32.

Denemarken

2 697

 

Duitsland

300

 

Zweden

203

 

Polen

565

 

EG

3 766

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Atlantische zalm

Salmo salar

Zone

:

IIIbcd (EG-wateren) met uitzondering van sector 32

SAL/3B23.; SAL/3C22.; SAL/3D24.; SAL/3D25.; SAL/3D26.; SAL/3D27.; SAL/3D28.; SAL/3D29.; SAL/3D30.; SAL/3D31.

Denemarken

93 512 (8)

 

Duitsland

10 404 (8)

 

Estland

9 504 (8)

 

Finland

116 603 (8)

 

Letland

59 478 (8)

 

Litouwen

6 992 (8)

 

Polen

28 368 (8)

 

Zweden

126 400 (8)

 

EG

451 260 (8)

 

TAC

460 000 (8)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Atlantische zalm

Salmo salar

Zone

:

Sector 32

SAL/3D32.

Estland

1 581 (9)

 

Finland

13 838 (9)

 

EG

15 419 (9)

 

TAC

17 000 (9)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Sprot

Sprattus sprattus

Zone

:

IIIbcd (EG-wateren)

SPR/3B23.; SPR/3C22.; SPR/3D24.; SPR/3D25.; SPR/3D26.; SPR/3D27.; SPR/3D28.; SPR/3D29.; SPR/3D30.; SPR/3D31.; SPR/3D32.

Denemarken

48 785

 

Duitsland

30 907

 

Estland

56 650

 

Finland

25 538

 

Letland

68 420

 

Litouwen

24 750

 

Polen

141 275 (10)

 

Zweden

94 311

 

EG

490 636 (10)

 

TAC

550 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


(1)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 30 ton verlaagd.

(2)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 1 450 ton verlaagd.

(3)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 1 480 ton verlaagd.

(4)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 576 ton verlaagd.

(5)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 6 ton verlaagd.

(6)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 112 ton verlaagd.

(7)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 118 ton verlaagd.

(8)  Uitgedrukt in aantal exemplaren.

(9)  Uitgedrukt in aantal exemplaren.

(10)  Wegens overbevissing in 2003 is het quotum overeenkomstig besluiten van de IBSFC met 3 924 ton verlaagd.

BIJLAGE I B

SKAGERRAK, KATTEGAT, NOORDZEE, EN WESTELIJKE WATEREN VAN DE GEMEENSCHAP

ICES-gebieden Vb (EG-wateren), VI, VII, VIII, IX en X, CECAF (EG-wateren) en Frans Guyana

Soort

:

Zandspiering

Ammodytidae

Zone

:

IV (Noorse wateren)

SAN/04-N.

Denemarken

9 500

 

Verenigd Koninkrijk

500

 

EG

10 000

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Zandspiering

Ammodytidae

Zone

:

IIa (1), IIIa, IV (1)

SAN/2A3A4.

Denemarken

618 767

 

Verenigd Koninkrijk

13 525

 

Alle lidstaten

23 668 (2)

 

EG

655 960

 

Noorwegen

5 000 (3)

 

TAC

660 960

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone

:

I, II (Communautaire wateren en internationale wateren)

Duitsland

31

 

Frankrijk

10

 

Nederland

25

 

Verenigd Koninkrijk

50

 

EG

116

 


Soort

:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone

:

III, IV (Communautaire wateren en internationale wateren)

Denemarken

1 180

 

Duitsland

12

 

Frankrijk

8

 

Ierland

8

 

Nederland

55

 

Zweden

46

 

Verenigd Koninkrijk

21

 

EG

1 331

 


Soort

:

Grote zilvervis

Argentina silus

Zone

:

V, VI, VII (Communautaire wateren en internationale wateren)

Duitsland

405

 

Frankrijk

9

 

Ierland

375

 

Nederland

4 225

 

Verenigd Koninkrijk

297

 

EG

5 310

 

TAC

5 310

 


Soort

:

Torsk

Brosme brosme

Zone

:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI, VII

USK/2A47-C

EG

Niet relevant (4)

 

Noorwegen

4 000 (5)  (6)

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Torsk

Brosme brosme

Zone

:

IV (Noorse wateren)

USK/04-N.

België

1

 

Denemarken

191

 

Duitsland

1

 

Frankrijk

1

 

Nederland

1

 

Verenigd Koninkrijk

5

 

EG

200

 

TAC

Niet relevant

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Reuzenhaai

Cetorhinus maximus

Zone

:

EG-wateren van de zones IV, VI en VII

BSK/467.

EG

0

 

TAC

0

 


Soort

:

Haring (7)

Clupea harengus

Zone

:

IIIa

HER/03A.

Denemarken

40 104

 

Duitsland

642

 

Zweden

41 950

 

EG

82 696

 

Faeröer

500 (8)

 

TAC

96 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring (9)

Clupea harengus

Zone

:

IV benoorden 53°30′ NB

HER/4AB.

Denemarken

95 211

 

Duitsland

57 215

 

Frankrijk

20 548

 

Nederland

56 745

 

Zweden

5 443

 

Verenigd Koninkrijk

70 395

 

EG

305 557

 

Noorwegen

50 000 (10)

 

TAC

535 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren bezuiden 62° NB

(HER/*04N-)

EG

50 000


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

HER/04-N.

Zweden

1 102 (11)

 

EG

1 102

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Haring (12)

Clupea harengus

Zone

:

IIIa

HER/03A-BC

Denemarken

20 642

 

Duitsland

184

 

Zweden

3 324

 

EG

24 150

 

TAC

24 150

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring (13)

Clupea harengus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV, VIId

HER/2A47DX

België

248

 

Denemarken

47 865

 

Duitsland

248

 

Frankrijk

248

 

Nederland

248

 

Zweden

234

 

Verenigd Koninkrijk

909

 

EG

50 000

 

TAC

50 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring (14)

Clupea harengus

Zone

:

IVc (15), VIId

HER/4CXB7D

België

9 684 (16)

 

Denemarken

1 882 (16)

 

Duitsland

1 131 (16)

 

Frankrijk

19 341 (16)

 

Nederland

34 704 (16)

 

Verenigd Koninkrijk

7 551 (16)

 

EG

74 293

 

TAC

535 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

Vb, VIaN (17) (EG-wateren), VIb

HER/5B6ANB

Duitsland

3 291

 

Frankrijk

623

 

Ierland

4 447

 

Nederland

3 291

 

Verenigd Koninkrijk

17 788

 

EG

29 440

 

Faeröer

660 (18)

 

TAC

30 100

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

VIaS (19), VIIbc

HER/6AS7BC

Ierland

12 727

 

Nederland

1 273

 

EG

14 000

 

TAC

14 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

VIa Clyde (20)

HER/06ACL.

Verenigd Koninkrijk

1 000

 

EG

1 000

 

TAC

1 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

VIIa (21)

HER/07A/MM

Ierland

1 250

 

Verenigd Koninkrijk

3 550

 

EG

4 800

 

TAC

4 800

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

VIIe,f

HER/7EF.

Frankrijk

500

 

Verenigd Koninkrijk

500

 

EG

1 000

 

TAC

1 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

VIIg,h,j,k (22)

HER/7G-K.

Duitsland

144

 

Frankrijk

802

 

Ierland

11 236

 

Nederland

802

 

Verenigd Koninkrijk

16

 

EG

13 000

 

TAC

13 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Zone

:

VIII

ANE/08.

Spanje

27 000

 

Frankrijk

3 000

 

EG

30 000

 

TAC

30 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Zone

:

IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

ANE/9/3411

Spanje

3 826

 

Portugal

4 174

 

EG

8 000

 

TAC

8 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Skagerrak

COD/03AN.

België

10

 

Denemarken

3 119

 

Duitsland

78

 

Nederland

20

 

Zweden

546

 

EG

3 773

 

TAC

3 900

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Kattegat

COD/03AS.

Denemarken

617

 

Duitsland

13

 

Zweden

370

 

EG

1 000

 

TAC

1 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV

COD/2AC4.

België

807

 

Denemarken

4 635

 

Duitsland

2 939

 

Frankrijk

997

 

Nederland

2 619

 

Zweden

31

 

Verenigd Koninkrijk

10 631

 

EG

22 659

 

Noorwegen

4 641 (23)

 

TAC

27 300

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren

(COD/*04N-)

EG

19 694


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

COD/04-N.

Zweden

411

 

EG

411

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

COD/561214

België

1

 

Duitsland

11

 

Frankrijk

114

 

Ierland

162

 

Verenigd Koninkrijk

433

 

EG

721

 

TAC

721

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Vb (EG-zone), VIa

(COD/*5BC6A)

België

1

Duitsland

10

Frankrijk

110

Ierland

156

Verenigd Koninkrijk

415

EG

692


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

VIIa

COD/07A.

België

29

 

Frankrijk

79

 

Ierland

1 416

 

Nederland

7

 

Verenigd Koninkrijk

619

 

EG

2 150

 

TAC

2 150

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Kabeljauw

Gadus morhua

Zone

:

VIIb-k, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

COD/7X7A34

België

266

 

Frankrijk

4 554

 

Ierland

849

 

Nederland

38

 

Verenigd Koninkrijk

493

 

EG

6 200

 

TAC

6 200

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

LEZ/2AC4-C

België

5

 

Denemarken

4

 

Duitsland

4

 

Frankrijk

28

 

Nederland

22

 

Verenigd Koninkrijk

1 677

 

EG

1 740

 

TAC

1 740

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

LEZ/561214

Spanje

327

 

Frankrijk

1 277

 

Ierland

373

 

Verenigd Koninkrijk

903

 

EG

2 880

 

TAC

2 880

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone

:

VII

LEZ/07.

België

520

 

Spanje

5 779

 

Frankrijk

7 013

 

Ierland

3 189

 

Verenigd Koninkrijk

2 762

 

EG

19 263

 

TAC

19 263

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone

:

VIIIa,b,d,e

LEZ/8ABDE.

Spanje

1 238

 

Frankrijk

999

 

EG

2 237

 

TAC

2 237

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schartong

Lepidorhombus spp.

Zone

:

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

LEZ/8C3411

Spanje

1 233

 

Frankrijk

62

 

Portugal

41

 

EG

1 336

 

TAC

1 336

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schar en bot

Limanda limanda en Platichthys flesus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

D/F/2AC4-C

België

491

 

Denemarken

1 844

 

Duitsland

2 766

 

Frankrijk

192

 

Nederland

11 151

 

Zweden

6

 

Verenigd Koninkrijk

1 550

 

EG

18 000

 

TAC

18 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

ANF/2AC4-C

België

365

 

Denemarken

804

 

Duitsland

393

 

Frankrijk

75

 

Nederland

276

 

Zweden

9

 

Verenigd Koninkrijk

8 392

 

EG

10 314

 

TAC

10 314

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone

:

IV (Noorse wateren)

ANF/04-N.

België

54

 

Denemarken

1 381

 

Duitsland

22

 

Nederland

20

 

Verenigd Koninkrijk

323

 

EG

1 800

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

ANF/561214

België

168

 

Duitsland

192

 

Spanje

180

 

Frankrijk

2 073

 

Ierland

469

 

Nederland

162

 

Verenigd Koninkrijk

1 442

 

EG

4 686

 

TAC

4 686

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone

:

VII

ANF/07.

België

2 318

 

Duitsland

258

 

Spanje

921

 

Frankrijk

14 874

 

Ierland

1 901

 

Nederland

300

 

Verenigd Koninkrijk

4 510

 

EG

25 082

 

TAC

25 082

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone

:

VIIIa,b,d,e

ANF/8ABDE.

Spanje

932

 

Frankrijk

5 188

 

EG

6 120

 

TAC

6 120

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Zeeduivel

Lophiidae

Zone

:

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

ANF/8C3411

Spanje

1 629

 

Frankrijk

2

 

Portugal

324

 

EG

1 955

 

TAC

1 955

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone

:

IIIa, IIIb,c,d (EG-wateren)

HAD/3A/BCD

België

18

 

Denemarken

3 036

 

Duitsland

193

 

Nederland

4

 

Zweden

359

 

EG

3 610 (24)

 

TAC

4 018

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV

HAD/2AC4.

België

544

 

Denemarken

3 742

 

Duitsland

2 381

 

Frankrijk

4 150

 

Nederland

408

 

Zweden

264

 

Verenigd Koninkrijk

39 832

 

EG

51 321 (25)

 

Noorwegen

14 679

 

TAC

66 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren

(HAD/*04N-)

EG

38 175


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone

:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

HAD/04-N.

Zweden

761

 

EG

761

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone

:

VIb, XII, XIV

HAD/6B1214

België

2

 

Duitsland

2

 

Frankrijk

77

 

Ierland

55

 

Verenigd Koninkrijk

566

 

EG

702

 

TAC

702

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone

:

Vb, VIa (EG-wateren)

HAD/5BC6A.

België

17

 

Duitsland

20

 

Frankrijk

838

 

Ierland

598

 

Verenigd Koninkrijk

6 127

 

EG

7 600

 

TAC

7 600

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Zone

:

VII, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

HAD/7/3411

België

128

 

Frankrijk

7 680

 

Ierland

2 560

 

Verenigd Koninkrijk

1 152

 

EG

11 520

 

TAC

11 520

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de opgegeven hoeveelheden:

 

VIIa

(HAD/*07A.)

België

24

Frankrijk

109

Ierland

649

Verenigd Koninkrijk

718

EG

1 500

Bij melding van de vangsten aan de Commissie, moeten de lidstaten de in VIIa gevangen hoeveelheden apart opgeven. Aan land brengen van schelvis uit sector VIIa verboden wanneer de totale aanvoer meer dan 1 500 ton bedraagt.


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

IIIa

WHG/03A.

Denemarken

651

 

Nederland

2

 

Zweden

70

 

EG

723 (26)

 

TAC

1 500

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV

WHG/2AC4.

België

605

 

Denemarken

2 618

 

Duitsland

681

 

Frankrijk

3 935

 

Nederland

1 513

 

Zweden

4

 

Verenigd Koninkrijk

10 444

 

EG

19 800 (27)

 

Noorwegen

2 800 (28)

 

TAC

28 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren

(WHG/*04N-)

EG

17 073


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

WHG/561214

Duitsland

10

 

Frankrijk

195

 

Ierland

478

 

Verenigd Koninkrijk

917

 

EG

1 600

 

TAC

1 600

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

VIIa

WHG/07A.

België

1

 

Frankrijk

18

 

Ierland

296

 

Nederland

0

 

Verenigd Koninkrijk

199

 

EG

514

 

TAC

514

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

VIIb-k

WHG/7X7A.

België

211

 

Frankrijk

12 960

 

Ierland

6 006

 

Nederland

105

 

Verenigd Koninkrijk

2 318

 

EG

21 600

 

TAC

21 600

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

VIII

WHG/08.

Spanje

1 440

 

Frankrijk

2 160

 

EG

3 600

 

TAC

3 600

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Wijting

Merlangius merlangus

Zone

:

IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

WHG/9/3411

Portugal

816

 

EG

816

 

TAC

816

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Wijting en pollak

Merlangius merlangus en Pollachius pollachius

Zone

:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

W/P/04-N.

Zweden

190

 

EG

190

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Zone

:

IIIa, IIIb,c,d (EG-wateren)

HKE/3A/BCD

Denemarken

1 183

 

Zweden

101

 

EG

1 284

 

TAC

1 284 (29)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

HKE/2AC4-C

België

21

 

Denemarken

866

 

Duitsland

99

 

Frankrijk

191

 

Nederland

50

 

Verenigd Koninkrijk

269

 

EG

1 496

 

TAC

1 496 (30)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, VII, XII, XIV

HKE/571214

België

220

 

Spanje

7 042

 

Frankrijk

10 873

 

Ierland

1 318

 

Nederland

142

 

Verenigd Koninkrijk

4 293

 

EG

23 888

 

TAC

23 888 (31)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

VIIIabde

(HKE/*8ABDE)

België

28

Spanje

1 137

Frankrijk

1 137

Ierland

142

Nederland

14

Verenigd Koninkrijk

639

EG

3 096


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Zone

:

VIIIa,b,d,e

HKE/8ABDE.

België

7

 

Spanje

4 902

 

Frankrijk

11 009

 

Nederland

14

 

EG

15 932

 

TAC

15 932 (32)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Vb (EG-wateren), VI, VII, XII, XIV (HKE/*57-14)

België

1

Spanje

1 420

Frankrijk

2 557

Nederland

4

EG

3 982


Soort

:

Heek

Merluccius merluccius

Zone

:

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

HKE/8C3411

Spanje

3 819

 

Frankrijk

367

 

Portugal

1 782

 

EG

5 968

 

TAC

5 968

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

WHB/2AC4-C

Denemarken

118 475

 

Duitsland

195

 

Nederland

359

 

Zweden

382

 

Verenigd Koninkrijk

2 613

 

EG

122 024

 

Noorwegen

40 000 (33)

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

IV (Noorse wateren)

WHB/04-N.

Denemarken

18 050

 

Verenigd Koninkrijk

950

 

EG

19 000

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

V, VI, VII, XII, en XIV

WHB/571214

Denemarken

9 803

 

Duitsland

37 947

 

Spanje

63 244 (34)

 

Frankrijk

52 809

 

Ierland

75 893

 

Nederland

119 216

 

Portugal

4 743 (34)

 

Verenigd Koninkrijk

110 678

 

EG

474 333

 

Noorwegen

120 000 (35)  (36)

 

Faeröer

45 000 (37)  (38)

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

IVa WHB/*04A-C

Noorwegen

40 000


Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

VIIIa,b,d,e

WHB/8ABDE.

Spanje

24 404

 

Frankrijk

18 936

 

Portugal

3 661

 

Verenigd Koninkrijk

17 672

 

EG

64 673

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Alle delen van bovengenoemde quota mogen in ICES-sector Vb (EG-wateren), deelgebieden VI, VII, XII en XIV (WHB/*5B-14) worden gevangen.


Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

WHB/8C3411

Spanje

107 382

 

Portugal

26 845

 

EG

134 227

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Tongschar en witje

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

L/W/2AC4-C

België

352

 

Denemarken

970

 

Duitsland

125

 

Frankrijk

265

 

Nederland

807

 

Zweden

11

 

Verenigd Koninkrijk

3 970

 

EG

6 500

 

TAC

6 500

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterigia

Zone

:

IIa, IV, Vb, VI, VII (Gemeenschapswateren)

BLI/2A47-C

EG

Niet relevant (39)

 

Noorwegen

200

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterigia

Zone

:

EG-wateren van sectoren VIa (benoorden 56°30′ NB), VIb

BLI/6AN6B.

Faeröer

900 (40)

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

I, II (Communautaire wateren en internationale wateren)

Denemarken

10

 

Duitsland

10

 

Frankrijk

10

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

Overigen (41)

5

 

EG

45

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

III (Communautaire wateren en internationale wateren)

België

10 (42)

 

Denemarken

4 976

 

Duitsland

610

 

Zweden

1 930

 

Verenigd Koninkrijk

610 (42)

 

EG

8 136

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

IV (Gemeenschapswateren en internationale wateren)

België

25

 

Denemarken

397

 

Duitsland

246

 

Frankrijk

221

 

Nederland

8

 

Zweden

17

 

Verenigd Koninkrijk

3 052

 

EG

3 966

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

V (Gemeenschapswateren en internationale wateren)

België

12

 

Denemarken

9

 

Duitsland

9

 

Frankrijk

9

 

Verenigd Koninkrijk

9

 

EG

48

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV (Gemeenschapswateren en internationale wateren)

België

56

 

Denemarken

10

 

Duitsland

204

 

Spanje

4 124

 

Frankrijk

4 397

 

Ierland

1 102

 

Portugal

10

 

Verenigd Koninkrijk

5 063

 

EG

14 966

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI, VII

LIN/2A47-C

EG

Niet relevant (43)

 

Noorwegen

6 800 (44)  (45)

 

Faeröer

800 (46)  (47)

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Leng

Molva molva

Zone

:

IV (Noorse wateren)

LIN/04-N.

België

7

 

Denemarken

878

 

Duitsland

25

 

Frankrijk

10

 

Nederland

1

 

Verenigd Koninkrijk

79

 

EG

1 000

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

IIIa (EG-wateren), IIIbcd (EG-wateren)

NEP/3A/BCD

Denemarken

3 454

 

Duitsland

10

 

Zweden

1 236

 

EG

4 700

 

TAC

4 700

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

NEP/2AC4-C

België

1 117

 

Denemarken

1 117

 

Duitsland

16

 

Frankrijk

33

 

Nederland

575

 

Verenigd Koninkrijk

18 492

 

EG

21 350

 

TAC

21 350

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

IV (Noorse wateren)

NEP/04-N.

Denemarken

946

 

Duitsland

1

 

Verenigd Koninkrijk

53

 

EG

1 000

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI

NEP/5BC6.

Spanje

26

 

Frankrijk

103

 

Ierland

172

 

Verenigd Koninkrijk

12 399

 

EG

12 700

 

TAC

12 700

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

VII

NEP/07.

Spanje

1 173

 

Frankrijk

4 753

 

Ierland

7 207

 

Verenigd Koninkrijk

6 411

 

EG

19 544

 

TAC

19 544

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

VIIIabde

NEP/8ABDE.

Spanje

186

 

Frankrijk

2 914

 

EG

3 100

 

TAC

3 100

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

VIIIc

NEP/08C.

Spanje

156

 

Frankrijk

6

 

EG

162

 

TAC

162

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Zone

:

IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

NEP/9/3411

Spanje

135

 

Portugal

405

 

EG

540

 

TAC

540

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone

:

IIIa

PRA/03A.

Denemarken

3 717

 

Zweden

2 002

 

EG

5 719

 

TAC

10 710

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

PRA/2AC4-C

Denemarken

3 626

 

Nederland

34

 

Zweden

146

 

Verenigd Koninkrijk

1 074

 

EG

4 880

 

TAC

4 980

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Zone

:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

PRA/04-N.

Denemarken

900

 

Zweden

151 (48)

 

EG

1 051

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Peneide garnalen

Penaeus spp.

Zone

:

Frans-Guyana

PEN/FGU.

Frankrijk

4 000 (49)

 

EG

4 000 (49)

 

Barbados

24 (49)

 

Guyana

24 (49)

 

Suriname

0 (49)

 

Trinidad en Tobago

60 (49)

 

TAC

4 108 (49)

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

Skagerrak

PLE/03AN.

België

46

 

Denemarken

5 917

 

Duitsland

30

 

Nederland

1 138

 

Zweden

317

 

EG

7 448

 

TAC

7 600

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

Kattegat

PLE/03AS.

Denemarken

1 691

 

Duitsland

19

 

Zweden

190

 

EG

1 900

 

TAC

1 900

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV

PLE/2AC4.

België

3 530

 

Denemarken

11 474

 

Duitsland

3 310

 

Frankrijk

662

 

Nederland

22 066

 

Verenigd Koninkrijk

16 328

 

EG

57 370

 

Noorwegen

1 630

 

TAC

59 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren

(PLE/*04N-)

EG

30 000


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

PLE/561214

Frankrijk

27

 

Ierland

358

 

Verenigd Koninkrijk

597

 

EG

982

 

TAC

982

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

VIIa

PLE/07A.

België

41

 

Frankrijk

18

 

Ierland

1 051

 

Nederland

13

 

Verenigd Koninkrijk

485

 

EG

1 608

 

TAC

1 608

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

VIIbc

PLE/7BC.

Frankrijk

32

 

Ierland

128

 

EG

160

 

TAC

160

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

VIIde

PLE/7DE.

België

843

 

Frankrijk

2 810

 

Verenigd Koninkrijk

1 498

 

EG

5 151

 

TAC

5 151

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

VIIfg

PLE/7FG.

België

73

 

Frankrijk

132

 

Ierland

202

 

Verenigd Koninkrijk

69

 

EG

476

 

TAC

476

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

VIIhjk

PLE/7HJK.

België

29

 

Frankrijk

58

 

Ierland

204

 

Nederland

117

 

Verenigd Koninkrijk

58

 

EG

466

 

TAC

466

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Schol

Pleuronectes platessa

Zone

:

VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

PLE/8/3411

Spanje

75

 

Frankrijk

298

 

Portugal

75

 

EG

448

 

TAC

448

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

POL/561214

Spanje

8

 

Frankrijk

270

 

Ierland

79

 

Verenigd Koninkrijk

206

 

EG

563

 

TAC

563

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone

:

VII

POL/07.

België

529

 

Spanje

32

 

Frankrijk

12 177

 

Ierland

1 298

 

Verenigd Koninkrijk

2 964

 

EG

17 000

 

TAC

17 000

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone

:

VIIIabde

POL/8ABDE.

Spanje

286

 

Frankrijk

1 394

 

EG

1 680

 

TAC

1 680

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone

:

VIIIc

POL/08C.

Spanje

295

 

Frankrijk

33

 

EG

328

 

TAC

328

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Pollak

Pollachius pollachius

Zone

:

IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

POL/9/3411

Spanje

278

 

Portugal

10

 

EG

288

 

TAC

288

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Koolvis

Pollachius virens

Zone

:

IIa (EG-wateren), IIIa, IIIbcd (EG-wateren), IV

POK/2A34.

België

51

 

Denemarken

6 013

 

Duitsland

15 184

 

Frankrijk

35 733

 

Nederland

152

 

Zweden

826

 

Verenigd Koninkrijk

11 641

 

EG

69 600

 

Noorwegen

75 400 (50)

 

TAC

145 000

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

Noorse wateren

(POK/*04N-)

EG

69 600


Soort

:

Koolvis

Pollachius virens

Zone

:

Noorse wateren bezuiden 62° NB

POK/04-N.

Zweden

947

 

EG

947

 

TAC

Niet relevant

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.


Soort

:

Koolvis

Pollachius virens

Zone

:

Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

POK/561214

Duitsland

984

 

Frankrijk

9 774

 

Ierland

494

 

Verenigd Koninkrijk

3 792

 

EG

15 044

 

TAC

15 044

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Koolvis

Pollachius virens

Zone

:

VII, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

POK/7X1034

België

14

 

Frankrijk

3 137

 

Ierland

1 568

 

Verenigd Koninkrijk

855

 

EG

5 574

 

TAC

5 574

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Tarbot en griet

Psetta maxima en Scopthalmus rhombus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

T/B/2AC4-C

België

334

 

Denemarken

713

 

Duitsland

182

 

Frankrijk

86

 

Nederland

2 527

 

Zweden

5

 

Verenigd Koninkrijk

703

 

EG

4 550

 

TAC

4 550

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Roggen

Rajidae

Zone

:

IIa (EG-wateren), IV (EG-wateren)

SRX/2AC4-C

België

542

 

Denemarken

21

 

Duitsland

27

 

Frankrijk

85

 

Nederland

462

 

Verenigd Koninkrijk

2 083

 

EG

3 220

 

TAC

3 220

Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.


Soort

:

Zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides

Zone

:

IIa (Gemeenschapswateren), IV, VI (Gemeenschapswateren en internationale wateren)

Denemarken

10

 

Duitsland

18

 

Estland

10

 

Spanje

10

 

Frankrijk

168

 

Ierland

10

 

Polen

10

 

Verenigd Koninkrijk

661

 

EG

1 042

 

Noorwegen

145 (51)  (52)  (53)

 

TAC

Niet relevant

 


Soort

:

Makreel

Scomber scombrus

Zone

:

IIa (EG-wateren), IIIa, IIIbcd (EG-wateren), IV

MAC/2A34.

België

148

 

Denemarken

11 866

 

Duitsland

155

 

Frankrijk

467

 

Nederland

470

 

Zweden

3 526 (54)  (55)  (56)

 

Verenigd Koninkrijk

435

 

EG

17 067 (55)

 

Noorwegen

28 676 (57)

 

TAC

420 000 (58)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

IIIa

MAC/*03A.

IIIa, IVbc

MAC/*3A4BC

IVb

MAC/*04B.

IVc

MAC/*04C.

IIa (niet-EG-wateren), VI, van 1 januari tot en met 31 maart 2005

MAC/*2A6.

Denemarken

 

4 130

 

 

4 020

Frankrijk

 

467

 

 

 

Nederland

 

470

 

 

 

Zweden

 

 

390

10

 

Verenigd Koninkrijk

 

435

 

 

 

Noorwegen

3 000

 

 

 

 


Soort

:

Makreel

Scomber scombrus

Zone

:

IIa (niet-EG-wateren), Vb (EG-wateren), VI, VII, VIIIabde, XII, XIV

MAC/2CX14-

Duitsland

13 845

 

Spanje

20

 

Estland

115

 

Frankrijk

9 231

 

Ierland

46 149

 

Letland

85

 

Litouwen

85

 

Nederland

20 190

 

Polen

844

 

Verenigd Koninkrijk

126 913

 

EG

217 477

 

Noorwegen

8 500 (59)

 

Faeröer

3 322 (60)

 

TAC

420 000 (61)

Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing zijn.

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.

 

IVa (EG- wateren)

MAC/*04A-C

Duitsland

4 175

Spanje

0

Frankrijk

2 784</