ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 6

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

48e jaargang
8 januari 2005


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG, Euratom) nr. 23/2005 van de Raad van 20 december 2004 houdende aanpassing, met ingang van 1 juli 2004, van het pensioenbijdragepercentage van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen en met ingang van 1 januari 2005 van het rentepercentage voor de overdrachten tussen de communautaire pensioenregeling en de nationale pensioenregelingen

1

 

 

Verordening (EG) nr. 24/2005 van de Commissie van 7 januari 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

2

 

*

Verordening (EG) nr. 25/2005 van de Commissie van 7 januari 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad houdende verlenging van de communautaire tariefcontingenten voor jute- en kokosproducten

4

 

 

Verordening (EG) nr. 26/2005 van de Commissie van 7 januari 2005 betreffende de afgifte van certificaten voor de invoer van knoflook voor het kwartaal van 1 december 2004 tot en met 28 februari 2005

5

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

2005/12/EG:Beschikking van de Raad van 20 december 2004 tot wijziging van Beschikking 1999/847/EG betreffende de verlenging van het communautaire actieprogramma voor civiele bescherming ( 1 )

7

 

 

Commissie

 

*

2005/13/EG:Beschikking van de Commissie van 3 januari 2005 tot wijziging van Beschikking 2001/881/EG tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 5598)  ( 1 )

8

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

8.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/1


VERORDENING (EG, EURATOM) Nr. 23/2005 VAN DE RAAD

van 20 december 2004

houdende aanpassing, met ingang van 1 juli 2004, van het pensioenbijdragepercentage van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen en met ingang van 1 januari 2005 van het rentepercentage voor de overdrachten tussen de communautaire pensioenregeling en de nationale pensioenregelingen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 (1) en laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 723/2004 (2), en met name op artikel 83, artikel 83 bis en bijlage XII van genoemd statuut,

Gezien het voorstel van de Commissie, na advies van het Comité voor het statuut,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 13 van bijlage XII van het statuut, heeft Eurostat op 1 september 2004 het verslag over de vijfjaarlijkse actuariële raming 2004 van de pensioenregeling ingediend waarin de in deze bijlage vermelde parameters worden aangepast.

(2)

Op basis van dit verslag moet het percentage van de bijdrage worden aangepast om het actuariële evenwicht van de pensioenregeling voor de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen te kunnen garanderen. Op grond van artikel 2 van bijlage XII mag de aanpassing van 2004 niet leiden tot een bijdrage die hoger is dan 9,75 %.

(3)

Het in de artikelen 4 en 8 van bijlage VIII alsmede in de artikelen 40 en 110 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen bedoelde percentage dient overeenkomstig artikel 12 van bijlage XII te worden herzien,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het in artikel 83, lid 2, van het statuut bedoelde percentage van de bijdrage wordt met ingang van 1 juli 2004 vastgesteld op 9,75 %.

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 2005 wordt het in de artikelen 4 en 8 van bijlage VIII van het statuut alsmede in de artikelen 40 en 110 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen vermelde percentage vastgesteld op 3,9 %.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

P. VAN GEEL


(1)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(2)  PB L 124 van 27.4.2004, blz. 1.


8.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/2


VERORDENING (EG) Nr. 24/2005 VAN DE COMMISSIE

van 7 januari 2005

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 8 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 januari 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 7 januari 2005 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

92,6

204

86,3

999

89,5

0707 00 05

052

144,7

999

144,7

0709 90 70

052

115,6

204

100,1

999

107,9

0805 10 20

052

49,1

204

49,1

220

39,3

448

32,4

999

42,5

0805 20 10

204

67,0

999

67,0

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

67,7

204

47,0

400

79,9

464

140,9

624

76,8

999

82,5

0805 50 10

052

63,9

528

45,1

999

54,5

0808 10 80

400

113,0

404

112,4

720

60,2

999

95,2

0808 20 50

400

92,2

999

92,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


8.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/4


VERORDENING (EG) Nr. 25/2005 VAN DE COMMISSIE

van 7 januari 2005

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad houdende verlenging van de communautaire tariefcontingenten voor jute- en kokosproducten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad van 17 december 1999 betreffende de opening en het beheer van de in de GATT geconsolideerde communautaire tariefcontingenten en van enkele andere communautaire tariefcontingenten alsmede tot vaststelling van de voorwaarden voor de wijziging of aanpassing van die contingenten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1808/95 (1), en met name op artikel 9, lid 1, onder b), tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In overeenstemming met haar aanbod in het kader van de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (Unctad), heeft de Gemeenschap, naast haar stelsel van algemene preferenties (SAP), voor jute- en kokosproducten van oorsprong uit bepaalde ontwikkelingslanden sinds 1971 tariefpreferenties toegekend, bestaande uit een geleidelijke vermindering van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief en, van 1978 tot en met 31 december 1994, in een volledige schorsing van deze rechten.

(2)

Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe SAP op 1 januari 1995 heeft de Gemeenschap in de marge van de GATT bij Verordening (EG) nr. 2511/2001 (2) van de Commissie tot wijziging van Verordening (EG) nr. 32/2000 van de Raad, autonoom communautaire tariefcontingenten tegen nulrecht geopend voor bepaalde hoeveelheden jute- en kokosproducten, die geldig zijn tot en met 31 december 2004.

(3)

Aangezien het stelsel van algemene preferenties bij Verordening (EG) nr. 2211/2003 (3) van de Raad verlengd werd tot en met 31 december 2005, dient de tariefcontingentenregeling voor jute- en kokosproducten eveneens te worden verlengd tot en met 31 december 2005.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité Douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage III bij Verordening (EG) nr. 32/2000, vijfde kolom, („Contingentsperiode”), wordt voor de volgnummers 09.0107, 09.0109 en 09.0111, de tekst „van 1.1.2003 t/m 31.12.2003 en van 1.1.2004 t/m 31.12.2004” vervangen door „van 1.1.2005 t/m 31.12.2005”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 januari 2005.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 5 van 8.1.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 545/2004 van de Commissie (PB L 87 van 25.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 339 van 21.12.2001, blz. 17.

(3)  PB L 332 van 19.12.2003, blz. 1.


8.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/5


VERORDENING (EG) Nr. 26/2005 VAN DE COMMISSIE

van 7 januari 2005

betreffende de afgifte van certificaten voor de invoer van knoflook voor het kwartaal van 1 december 2004 tot en met 28 februari 2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 565/2002 van de Commissie van 2 april 2002 tot vaststelling van de wijze van beheer van tariefcontingenten en invoering van een stelsel van oorsprongscertificaten, voor uit derde landen ingevoerde knoflook (2), en met name op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De hoeveelheden waarvoor op 3 en 4 januari 2005 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 565/2002 door de nieuwe importeurs certificaten zijn aangevraagd, overtreffen de beschikbare hoeveelheden voor producten van oorsprong uit alle andere derde landen dan China en Argentinië.

(2)

Derhalve moet worden vastgesteld in welke mate de op 6 januari 2005 aan de Commissie toegezonden certificaataanvragen kunnen worden ingewilligd en moet, per importeurscategorie en per oorsprong van het product, worden bepaald tot welke data de afgifte van certificaten moet worden geschorst,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Invoercertificaataanvragen die op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 565/2002 zijn ingediend op 3 en 4 januari 2005 en die aan de Commissie zijn toegezonden op 6 januari 2005, worden ingewilligd tot de in bijlage I van deze verordening vermelde percentages van de gevraagde hoeveelheden.

Artikel 2

Voor de betrokken importeurscategorie en de betrokken oorsprong worden de invoercertificaataanvragen op grond van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 565/2002 die betrekking hebben op het kwartaal van 1 december 2004 tot en met 28 februari 2005 en die na 4 januari 2005 en vóór de in bijlage II van deze verordening genoemde datum zijn ingediend, afgewezen.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 8 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 januari 2005.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).

(2)  PB L 86 van 3.4.2002, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 537/2004 (PB L 86 van 24.3.2004, blz. 9).


BIJLAGE I

Oorsprong producten

Toekenningspercentages

China

Andere derde landen dan China en Argentinië

Argentinië

traditionele importeurs

(artikel 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 565/2002)

nieuwe importeurs

(artikel 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 565/2002)

26,242

„X”

:

Voor deze oorsprong geen contingent voor het betrokken kwartaal.

„—”

:

Er is de Commissie geen certificaataanvraag toegezonden.


BIJLAGE II

Oorsprong producten

Data

China

Andere derde landen dan China en Argentinië

Argentinië

traditionele importeurs

(artikel 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 565/2002)

28.2.2005

28.2.2005

28.2.2005

nieuwe importeurs

(artikel 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 565/2002)

28.2.2005

28.2.2005

28.2.2005


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

8.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/7


BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 20 december 2004

tot wijziging van Beschikking 1999/847/EG betreffende de verlenging van het communautaire actieprogramma voor civiele bescherming

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/12/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 1999/847/EG van de Raad van 9 december 1999 betreffende een communautair actieprogramma voor civiele bescherming (2) is voorzien in communautaire maatregelen op het gebied van preventie, paraatheid en reactie op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, zowel op land als op zee, voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2004.

(2)

Recente gebeurtenissen zoals de overstromingen in Midden- en Oost-Europa in de zomer van 2002, het ongeval met de Prestige in Spanje in november 2002 en de hittegolf en de zware bosbranden in Zuid-Europa in de zomer van 2003, tonen aan dat de maatregelen voor civiele bescherming die op Gemeenschapsniveau zijn getroffen, moeten worden voortgezet overeenkomstig Beschikking 1999/847/EG.

(3)

Om te vermijden dat er een leemte ontstaat tussen het vervallen van Beschikking 1999/847/EG en de datum van toepassing van een nieuwe rechtsgrond, moet het bij Beschikking 1999/847/EG ingevoerde actieprogramma met een periode van twee jaar worden verlengd.

(4)

Beschikking 1999/847/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Beschikking 1999/847/EG wordt als volgt gewijzigd:

a)

in artikel 1, lid 1, wordt „31 december 2004” vervangen door „31 december 2006”;

b)

de eerste alinea van artikel 2, lid 3 wordt vervangen door:

„Het financiële referentiebedrag voor de tenuitvoerlegging van het programma beloopt 7,5 miljoen EUR voor de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2004 en 4,0 miljoen EUR voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006”.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

P. VAN GEEL


(1)  Advies uitgebracht op 15 december 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 327 van 21.12.1999, blz. 53.


Commissie

8.1.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 6/8


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 3 januari 2005

tot wijziging van Beschikking 2001/881/EG tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 5598)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/13/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (1), en met name op artikel 6, lid 2,

Gelet op Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (2), en met name op artikel 6, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het behoud van veilige grenzen om te voorkomen dat potentieel schadelijke organismen voor de dier- en de volksgezondheid worden binnengebracht, is van vitaal belang en het Voedsel- en Veterinair Bureau van de Commissie moet toezien op de behoorlijke handhaving van de communautaire wetgeving.

(2)

Bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie (3) wordt de frequentie van de door de Commissie in grensinspectieposten in de Gemeenschap uit te voeren inspecties vastgesteld, met name wat de infrastructuur, de uitrusting en de werking van de grensinspectiepost betreft.

(3)

Sinds de invoering van geharmoniseerde normen voor de voorzieningen in grensinspectieposten bij Beschikking 2001/812/EG van de Commissie (4) voldoen de meeste grensinspectieposten aan de minimumvoorschriften voor dergelijke voorzieningen.

(4)

De uitvoering van doeltreffende controles op de invoer hangt af van de beschikbaarheid van behoorlijke voorzieningen en van de doeltreffende toepassing van de in de wetgeving inzake veterinaire controles vastgestelde procedures, en de door het Voedsel- en Veterinair Bureau uitgevoerde inspecties moeten nu vooral op de toepassing van deze procedures worden gericht.

(5)

Verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie (5) tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie biedt de lidstaten een wettelijk kader voor de uitvoering van controles op alle plaatsen van binnenkomst in de Gemeenschap naast de controles in grensinspectieposten in het kader van de regeling voor veterinaire controles; het Voedsel- en Veterinair Bureau moet ook toezicht uitoefenen op dergelijke controles buiten de grensinspectieposten.

(6)

De frequentie en de reikwijdte van de door het Voedsel- en Veterinair Bureau uit te voeren inspecties met het oog op de beoordeling van de invoercontroles in de grensinspectieposten in de lidstaten moeten worden vastgesteld op grond van de risico’s voor de dier- en de volksgezondheid in de Gemeenschap, rekening houdend met alle informatie waarover de Commissie beschikt, waaronder de handelsstromen in de Gemeenschap, de krachtens de veterinaire wetgeving beschikbare statistische gegevens, de resultaten van eerdere inspecties door het Bureau, de vastgestelde probleemgebieden en andere relevante informatie.

(7)

Beschikking 2001/881/EG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 2 van Beschikking 2001/881/EG van de Commissie wordt vervangen door:

„Artikel 2

1.   De veterinaire deskundigen van de Commissie voeren in de lidstaten in samenwerking met de deskundigen van de lidstaten regelmatige inspecties uit met het oog op de beoordeling van de naleving van de communautaire wetgeving inzake invoercontroles in de grensinspectieposten die in de lijst in de bijlage zijn opgenomen. De inspecties hebben ten doel de risico’s voor de dier- en volksgezondheid in de Gemeenschap te beoordelen en betreffen alle aspecten van de uitvoering van de communautaire wetgeving inzake veterinaire invoercontroles, waaronder infrastructuur, uitrusting en procedures.

2.   De Commissie kan in overleg met de lidstaten ook de controles beoordelen die ten aanzien van de dier- en de volksgezondheid worden uitgevoerd op de invoer en op de persoonlijke bagage van passagiers op andere plaatsen van binnenkomst die niet in de lijst van grensinspectieposten staan vermeld.

3.   De inspecties van de veterinaire deskundigen van de Commissie zijn gebaseerd op een beoordeling van alle relevante factoren, als aangegeven in lid 4, en de potentiële risico’s en het effect van deze factoren voor de dier- en de volksgezondheid in de Gemeenschap.

4.   De Commissie stelt bij de planning van de inspecties van het Voedsel- en Veterinair Bureau prioriteiten in verband met bestemming en frequentie vast, rekening houdend met de reeds eerder in de lidstaten uitgevoerde inspecties, de in het kader van het Traces-systeem verzamelde gegevens, de door de lidstaten krachtens Verordening (EG) nr. 745/2004 van de Commissie verstrekte informatie en de volgende parameters:

de kwantitatieve en kwalitatieve handelsstromen van elke lidstaat, waaronder gegevens over het type en de soort dieren of producten, en hun land van oorsprong,

relevante informatie over mogelijke illegale invoer en de potentiële risico’s van het binnenbrengen van ziekten,

in het kader van het systeem voor snelle waarschuwing beschikbare informatie,

andere relevante informatie.

5.   Elk jaar zendt de Commissie aan de lidstaten een kopie van het inspectieverslag voor alle in de voorafgaande 12 maanden bezochte grensinspectieposten, samen met een verslag over de ontwikkeling van de algemene situatie met betrekking tot de grensinspectieposten.”

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 3 januari 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).

(2)  PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(3)  PB L 326 van 11.12.2001, blz. 44. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/608/EG (PB L 274 van 24.8.2004, blz. 15).

(4)  PB L 306 van 23.11.2001, blz. 28.

(5)  PB L 122 van 26.4.2004, blz. 1.