ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 396

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
31 december 2004


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) Nr. 2269/2004 van de Raad van 20 december 2004 tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2340/2002 en (EG) nr. 2347/2002 ten aanzien van de vangstmogelijkheden voor diepzeesoorten voor de in 2004 toegetreden lidstaten

1

 

*

Verordening (EG) nr. 2270/2004 van de Commissie van 22 december 2004 tot vaststelling, voor 2005 en 2006, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

4

 

*

Verordening (EG) nr. 2271/2004 van de Raad van 22 december 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten

13

 

*

Verordening (EG) nr. 2272/2004 van de Raad van 22 december 2004 tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op cumarine uit de Volksrepubliek China tot cumarine die vanuit India of Thailand wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand

18

 

*

Verordening (EG, Euratom) nr. 2273/2004 van de Raad van 22 december 2004 tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 tot instelling van een Garantiefonds

28

 

 

Verordening (EG) nr. 2274/2004 van de Commissie van 30 december 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

30

 

 

Verordening (EG) nr. 2275/2004 van de Commissie van 30 december 2004 betreffende de opening van een openbare inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het recht bij invoer van sorgho, van herkomst uit derde landen, in Spanje

32

 

 

Verordening (EG) nr. 2276/2004 van de Commissie van 30 december 2004 betreffende de opening van een openbare inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Portugal

34

 

 

Verordening (EG) nr. 2277/2004 van de Commissie van 30 december 2004 betreffende de opening van een openbare inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Spanje

35

 

*

Verordening (EG) nr. 2278/2004 van de Commissie van 30 december 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2759/1999 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode

36

 

*

Verordening (EG) nr. 2279/2004 van de Commissie van 30 december 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 747/2001 van de Raad betreffende communautaire tariefcontingenten en referentiehoeveelheden voor bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook

38

 

 

Verordening (EG) nr. 2280/2004 van de Commissie van 30 december 2004 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 januari 2005

42

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

2004/927/EG:
Besluit van de Raad van 22 december 2004 betreffende de toepassing van de procedure zoals vastgelegd in artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op sommige gebieden die onder titel IV van het derde deel van dat Verdrag vallen

45

 

*

2004/928/EG:
Besluit van de Raad van 22 december 2004 inzake de benoeming van de speciale coördinator voor het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa

47

 

 

Commissie

 

*

2004/929/EG:
Besluit van de Commissie van 22 december 2004 tot wijziging van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 februari, 1 maart, 1 april, 1 mei en 1 juni 2004 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontracten van de Europese Gemeenschappen die in derde landen tewerkgesteld zijn en van een deel van de ambtenaren die tewerkgesteld blijven in de tien nieuwe lidstaten gedurende een periode van ten hoogste vijftien maanden na de toetreding

49

 

*

2004/930/EG:
Beschikking van de Commissie van 28 december 2004 inzake een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan activiteiten die de lidstaten hebben gepland met het oog op de tenuitvoerlegging van controle-, inspectie- en bewakingsprogramma’s in 2004 (tweede tranche) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 5310)

51

 

 

Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

 

*

2004/931/GBVB:
Besluit EUPOL Kinshasa/1/2004 van het Politiek en Veiligheidscomité van 9 december 2004 betreffende de benoeming van het hoofd van de missie van de EU-Politiemissie in Kinshasa (DRC), EUPOL Kinshasa

61

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Beschikking 2004/410/EG van de Commissie van 28 april 2004 betreffende de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor invoer van bepaalde dieren uit Saint Pierre en Miquelon en tot wijziging van Beschikking 79/542/EEG van de Raad ( PB L 208 van 10.6.2004 )

62

 

*

Rectificatie van Beschikking 2004/407/EG van de Commissie van 26 april 2004 inzake overgangsbepalingen op het gebied van hygiëne en certificatie krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de invoer van fotografische gelatine uit bepaalde derde landen ( PB L 208 van 10.6.2004 )

63

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/1


VERORDENING (EG) Nr. 2269/2004 VAN DE RAAD

van 20 december 2004

tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2340/2002 en (EG) nr. 2347/2002 ten aanzien van de vangstmogelijkheden voor diepzeesoorten voor de in 2004 toegetreden lidstaten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Akte betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (1), en met name op artikel 57, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de Toetredingsakte van 2003 is niet voorzien in de aanpassing van Verordening (EG) nr. 2340/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling, voor 2003 en 2004, van de vangstmogelijkheden voor bestanden van diepzeevissen (2) om vangstmogelijkheden toe te wijzen aan de nieuwe lidstaten. Derhalve moeten die vangstmogelijkheden voor 2004 aan de nieuwe lidstaten worden toegewezen op grond van visserijpatronen die vergelijkbaar zijn met de in 2002 gebruikte patronen, zodat de vissers van die lidstaten hun activiteiten kunnen voortzetten.

(2)

De toewijzing van vangstmogelijkheden mag er niet toe leiden dat vangsten die vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening op rechtmatige wijze zijn gedaan, aanleiding geven tot verlaging van de quota overeenkomstig artikel 23, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 (3), artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96 (4) of artikel 26 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (5).

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (6) zijn maxima vastgesteld ten aanzien van het motorvermogen en de capaciteit van de vissersvloot die grote hoeveelheden van diepzeesoorten mag aanlanden, en is een referentieperiode bepaald voor de vaststelling van die maxima, namelijk de drie jaren voorafgaand aan de inwerkingtreding van die verordening. De referentieperiode voor de vaststelling van die maxima moet rekening houden met recente jaren, teneinde de vissers van de nieuwe lidstaten in staat te stellen hun activiteiten voort te zetten.

(4)

Teneinde Verordening (EG) nr. 2340/2002 van de Raad van 16 december 2002 en Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 vanaf de toetredingsdatum op de nieuwe lidstaten te kunnen toepassen, is het absoluut noodzakelijk dat deze verordening op 1 mei 2004 in werking treedt.

(5)

Verordening (EG) nr. 2340/2002 en Verordening (EG) nr. 2347/2002 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2340/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1)

het volgende artikel 3 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 3 bis

1.   De vangsten tussen 1 januari en 1 mei 2004 van de vaartuigen van de in 2004 toegetreden lidstaten worden afgeboekt tegen de in bijlage I vermelde quota.

2.   Uiterlijk 15 dagen na de datum van bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie, delen de in lid 1 bedoelde lidstaten de Commissie hun vangsten tussen 1 januari en 1 mei 2004 mee.”.

2)

het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 4 bis

Het bepaalde in artikel 23, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93, in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96 en in artikel 26 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 (7) is niet van toepassing op de hoeveelheden die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening door vaartuigen van de in 2004 toegetreden lidstaten zijn gevangen boven de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2340/2002 vermelde quota.”;

(7)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59."

3)

bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Aan artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2347/2002 wordt het volgende lid toegevoegd:

„3.   In afwijking van lid 1 berekenen de in 2004 toegetreden lidstaten het totale vermogen en het totale volume van hun vaartuigen die in 2000, in 2001 of in 2002 meer dan 10 ton — ongeacht in welke verhouding — diepzeesoorten hebben gevangen. Deze totale waarden worden aan de Commissie meegedeeld.”

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in iedere lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

P. VAN GEEL


(1)  PB L 236 van 23.9.2003, blz. 1.

(2)  PB L 356 van 31.12.2002, blz. 1.

(3)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

(4)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(5)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(6)  PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6.


BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2340/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1.

De gegevens betreffende de soort zwarte haarstaartvis in deelgebied V, VI, VII en XII worden vervangen door:

„5. Soort

:

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

Deelgebied

:

V, VI, VII, XII (Wateren van de Gemeenschap en wateren niet vallende onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen)

Duitsland

37

Estland

32

Spanje

185

Frankrijk

2 600

Ierland

93

Letland

207

Litouwen

2

Polen

2

Verenigd Koninkrijk

185

Overige soorten (1)

10

EG

3 353”

2.

De gegevens betreffende de soort grenadiersvis in deelgebied Vb, VI en VII worden vervangen door:

„23. Soort

:

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Deelgebied

:

V b, VI, VII (Wateren van de Gemeenschap en wateren niet vallende onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen)

Duitsland

10

Estland

78

Spanje

86

Frankrijk

4 396

Ierland

346

Letland

0

Litouwen

101

Polen

51

Verenigd Koninkrijk

258

Overige soorten (2)

10

EG

5 336”

3.

De gegevens betreffende de soort blauwe leng in deelgebied VI en VII worden vervangen door:

„31. Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Deelgebied

:

VI, VII (Wateren van de Gemeenschap en wateren niet vallende onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen)

Duitsland

39

Estland

6

Spanje

122

Frankrijk

2 788

Ierland

10

Litouwen

2

Polen

1

Verenigd Koninkrijk

709

Overige soorten (3)

10

EG

3 687”


(1)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(2)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(3)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/4


VERORDENING (EG) Nr. 2270/2004 VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2004

tot vaststelling, voor 2005 en 2006, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 dient de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, de nodige maatregelen vast te stellen om de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten te waarborgen.

(2)

Krachtens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 dient de Raad de vangstmogelijkheden per visserijtak of groep van visserijtakken vast te stellen en deze overeenkomstig bovengenoemde criteria over de lidstaten te verdelen.

(3)

Uit het recentste wetenschappelijke advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) betreffende bepaalde bestanden van diepzeevissoorten, blijkt dat deze bestanden niet op duurzame wijze worden geëxploiteerd en dat de vangstmogelijkheden voor die bestanden met het oog op de duurzaamheid zouden moeten worden beperkt.

(4)

Voorts heeft de ICES in zijn advies verklaard dat het orange-roughybestand in ICES-deelgebied VII veel te intensief wordt geëxploiteerd. Uit ander wetenschappelijk advies blijkt dat de orange roughy in deelgebied VI ernstig uitgeput is en dat zich in bepaalde gebieden kwetsbare bestanden van deze soort bevinden. Derhalve is het dienstig de visserij op orange roughy in die gebieden te verbieden.

(5)

De Gemeenschap is partij bij de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, die heeft aanbevolen de visserij-inspanning op bepaalde diepzeevissoorten te beperken. Die aanbeveling moet door de Gemeenschap dan ook worden uitgevoerd.

(6)

Voor een efficiënt beheer van deze quota moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(7)

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota (2), moet worden bepaald voor welke bestanden de bij de verordening vastgestelde maatregelen worden toegepast.

(8)

Volgens het wetenschappelijk advies van de ICES over de meeste diepzeevissoorten moet de visserij-inspanning worden beperkt. Bij gebrek aan specifieke maatregelen om de activiteiten van vaartuigen die op diepzeevissoorten vissen, te beperken, is het dan ook dienstig de beschikbare visserij-inspanning aan te passen door het motorvermogen en de capaciteit van de vissersvloot te verlagen overeenkomstig het wetenschappelijke advies.

(9)

Bij het vaststellen van de in deze verordening vervatte maatregelen moet worden verwezen naar ICES-gebieden waarvan de afbakening is vastgelegd in Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (3) en naar gebieden volgens de afbakening van de CECAF (Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan), die is vastgelegd bij Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (4).

(10)

De vangstmogelijkheden moeten worden benut met inachtneming van de Gemeenschapswetgeving op dit gebied, met name Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (5), Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten (6), Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (7), Verordening (EG) Nr. 88/98 van de Raad van 18 december 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund (8), Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten (9) en Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (10).

(11)

Om het inkomen van de vissers in de Gemeenschap veilig te stellen, is het belangrijk dat deze visgronden op 1 januari 2005 worden opengesteld. Gezien de urgentie van deze kwestie moet een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken, als bedoeld in punt I.3 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen gehechte Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening worden voor bestanden van diepzeevissoorten voor 2005 en 2006 de jaarlijkse vangstmogelijkheden en de bij de visserij in acht te nemen bijzondere voorschriften vastgesteld voor vaartuigen van de Gemeenschap in zones van communautaire wateren en in bepaalde zones buiten communautaire wateren waar vangstbeperkingen nodig zijn.

Artikel 2

Definities

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „diepzeevisdocument” verstaan, het document bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2347/2002 van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (11).

2.   Voor de zones van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en die van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (CECAF) gelden de afbakeningen die zijn vastgelegd in respectievelijk Verordening (EEG) nr. 3880/91 en Verordening (EG) nr. 2597/95.

Artikel 3

Vangstmogelijkheden

De vangstmogelijkheden voor diepzeevissoorten voor vaartuigen van de Gemeenschap worden vastgesteld zoals aangegeven in bijlage I.

Artikel 4

Verdeling over de lidstaten

De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a)

het ruilen van quota op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2371/2002,

b)

nieuwe toewijzingen op grond van artikel 21, lid 4, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93, en artikel 23, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

c)

de aanvoer van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

d)

op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 ingehouden hoeveelheden;

e)

verminderingen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96 en artikel 23, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Artikel 5

Flexibiliteit

Voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 847/96 worden alle in bijlage I vastgestelde quota beschouwd als analytische quota.

De in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 bedoelde kortingen zijn evenwel niet op deze quota van toepassing.

Artikel 6

Aanvoervoorwaarden voor vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor bij deze verordening vangstmogelijkheden worden vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits deze vis is gevangen door vaartuigen van een lidstaat waarvan de quota nog niet zijn uitgeput. Alle aangevoerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum.

Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op vangsten voor wetenschappelijk onderzoek op grond van Verordening (EG) nr. 850/98, welke niet op de quota in mindering worden gebracht.

Artikel 7

Orange roughy

1.   De volgende zones worden aangeduid als beschermingsgebieden voor orange roughy:

a)

het gebied dat wordt ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

 

57° 00′ NB, 11° 00′ WL

 

57° 00′ NB, 8° 30′ WL

 

56° 23′ NB, 8° 30′ WL

 

55° 00′ NB, 9° 38′ WL

 

55° 00′ NB, 11° 00′ WL

 

57° 00′ NB, 11° 00′ WL

b)

het gebied dat wordt ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

 

55° 30′ NB, 15° 49′ WL

 

53° 30′ NB, 14° 11′ WL

 

50° 30′ NB, 14° 11′ WL

 

50° 30′ NB, 15° 49′ WL

c)

het gebied dat wordt ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

 

55° 00′ NB, 13° 51′ WL

 

55° 00′ NB, 10° 37′ WL

 

54° 15′ NB, 10° 37′ WL

 

53° 30′ NB, 11° 50′ WL

 

53° 30′ NB, 13° 51′ WL

De punten met deze geografische coördinaten, de overeenkomstige loxodromen en de posities van de vaartuigen worden gemeten volgens de WGS84-norm.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat vaartuigen in het bezit van een diepzeevisdocument terdege gecontroleerd worden door het visserijcontrolecentrum (VCC), dat beschikt over een systeem om op te sporen en te registreren wanneer vaartuigen de in lid 1 bedoelde gebieden binnenvaren, doorvaren en verlaten.

3.   Vaartuigen in het bezit van een diepzeevisdocument die de in lid 1 bedoelde gebieden binnenvaren, mogen geen orange roughy aan boord houden of overladen, noch orange roughy aanlanden aan het einde van een visreis, tenzij

alle tijdens de doorvaart meegevoerd vistuig is vastgesjord en geborgen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93;

de gemiddelde snelheid tijdens de doorvaart niet lager ligt dan 8 knopen.

Artikel 8

Inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden voor het beheer van bestanden

De lidstaten zorgen ervoor dat voor 2005 de visserij-inspanningsniveaus gemeten in buitengaats doorgebrachte kilowattdagen van vaartuigen in het bezit van een diepzeevisdocument, niet meer bedragen dan 90 % van de visserij-inspanning in 2003 van de vaartuigen van de betrokken lidstaat, die in het bezit waren van een diepzeevisdocument, tijdens visreizen, waarbij diepzeevissoorten als vermeld in bijlage I en bijlage II van Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad werden gevangen, met uitzondering van grote zilvervis.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

C. VEERMAN


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3.

(3)  PB L 365 van 31.12.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(4)  PB L 270 van 13.11.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad.

(5)  PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9.

(6)  PB L 276 van 10.10.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1965/2001 van de Commissie (PB L 268 van 9.10.2001, blz. 23).

(7)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

(8)  PB L 9 van 15.1.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 812/2004 (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 12).

(9)  PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7.

(10)  PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 602/2004 (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 30).

(11)  PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6.


BIJLAGE

Deel 1

Definitie van soorten en groepen van soorten

Voor elk gebied zijn de visbestanden telkens vermeld in de alfabetische volgorde van de wetenschappelijke naam van de soort. Hierna volgt een overzichtstabel waarin de gebruikelijke naam en de corresponderende wetenschappelijke naam naast elkaar zijn weergegeven:

Gewone benaming

Wetenschappelijke naam

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

Bericyden

Beryx spp.

Torsk

Brosme brosme

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Orange roughy

Hoplostethus atlanticus

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gaffelkabeljauwen

Phycis blennoides

Zeebrasem

Pagellus bogaraveo

Onder „diepzeehaaien” wordt verstaan, haaien die voorkomen in de volgende lijst van soorten: Portugese hondshaai (Centroscymnus coelopsis), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), spitssnuitsnavelhaai (Deania calceus), zwarte haai (Dalatias licha), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), zwarte doornhaai (Etmopterus spinax), zwarte lantaarnhaai (Centroscyllium fabricii), ruwe doornhaai (Centrophorus granulosus), Spaanse hondshaai (Galeus melastomus), muiskathaai (Galeus murinus), IJslandse hondshaai (Apristuris spp.).

Deel 2

Jaarlijkse vangstmogelijkheden, per soort en per gebied (in ton levend gewicht), welke gelden voor vaartuigen van de Gemeenschap in gebieden met vangstbeperkingen

Alle genoemde zones zijn ICES-deelgebieden, tenzij anders aangegeven.

Soort

:

Diepzeehaaien

Zone

:

V, VI, VII, VIII, IX (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

161

 

Spanje

767

 

Estland

10

 

Frankrijk

2 775

 

Ierland

448

 

Litouwen

10

 

Polen

10

 

Portugal

1 044

 

Verenigd Koninkrijk

1 538

 

EG

6 763

 


Soort

:

Diepzeehaaien

Zone

:

X (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Portugal

14

 

EG

14

 


Soort

:

Diepzeehaaien en Deania histricosa en Deania profondorum

Zone

:

XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

169

 

Frankrijk

54

 

Ierland

10

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

243

 


Soort

:

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

Zone

:

I, II, III, IV (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

10

 

Frankrijk

10

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

30

 


Soort

:

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

Zone

:

V, VI, VII, XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

35

Spanje

173

Estland

17

Frankrijk

2 433

Ierland

87

Letland

113

Litouwen

1

Polen

1

Verenigd Koninkrijk

173

Overige (1)

9

EG

3 042


Soort

:

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

Zone

:

VIII, IX, X (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

13

 

Frankrijk

31

 

Portugal

3 956

 

EG

4 000

 


Soort

:

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

Zone

:

CECAF 34.1.2. (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Portugal

4 285

 

EG

4 285

 


Soort

:

Bericyden

Beryx spp.

Zone

:

III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

74

 

Frankrijk

20

 

Ierland

10

 

Portugal

214

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

328

 


Soort

:

Torsk

Brosme brosme

Zone

:

I, II, XIV (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

10

Frankrijk

10

Verenigd Koninkrijk

10

Overige (2)

5

EG

35


Soort

:

Torsk

Brosme brosme

Zone

:

III (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Denemarken

20

 

Zweden

10

 

Duitsland

10

 

EG

40

 


Soort

:

Torsk

Brosme brosme

Zone

:

IV (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Denemarken

85

Duitsland

26

Frankrijk

60

Zweden

9

Verenigd Koninkrijk

128

Overige (3)

9

EG

317


Soort

:

Torsk

Brosme brosme

Zone

:

V, VI, VII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

9

Spanje

29

Frankrijk

353

Ierland

34

Verenigd Koninkrijk

170

Overige (4)

9

EG

604


Soort

:

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Zone

:

I, II, IV, Va (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Denemarken

2

 

Duitsland

2

 

Frankrijk

14

 

Verenigd Koninkrijk

2

 

EG

20

 


Soort

:

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Zone

:

III (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Denemarken

1 504

 

Duitsland

9

 

Zweden

77

 

EG

1 590

 


Soort

:

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Zone

:

Vb, VI, VII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

9

Estland

73

Spanje

74

Frankrijk

3 736

Ierland

294

Letland

32

Litouwen

131

Polen

676

Verenigd Koninkrijk

219

Overige (5)

9

EG

5 253


Soort

:

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

Zone

:

VIII, IX, X, XII, XIV (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

47

 

Spanje

5 165

 

Frankrijk

238

 

Ierland

10

 

Verenigd Koninkrijk

21

 

Letland

83

 

Litouwen

10

 

Polen

1 616

 

EG

7 190

 


Soort

:

Orange roughy

Hoplostethus atlanticus

Zone

:

VI (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

10

 

Frankrijk

58

 

Ierland

10

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

88

 


Soort

:

Orange roughy

Hoplostethus atlanticus

Zone

:

VII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

9

Frankrijk

866

Ierland

255

Verenigd Koninkrijk

9

Overige (6)

9

EG

1 148


Soort

:

Orange roughy

Hoplostethus atlanticus

Zone

:

I, II, III, IV, V, VIII, IX, X, XII, XIV (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

10

 

Frankrijk

52

 

Ierland

14

 

Portugal

16

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

102

 


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Zone

:

II, IV, V (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Denemarken

9

Duitsland

9

Frankrijk

52

Ierland

9

Verenigd Koninkrijk

31

Overige (7)

9

EG

119


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Zone

:

III (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Denemarken

10

 

Duitsland

5

 

Zweden

10

 

EG

25

 


Soort

:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Zone

:

VI, VII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

33

Estland

5

Spanje

104

Frankrijk

2 371

Ierland

9

Litouwen

2

Polen

1

Verenigd Koninkrijk

603

Overige (8)

9

EG

3 137


Soort

:

Zeebrasem

Pagellus bogaraveo

Zone

:

VI, VII, VIII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

238

Frankrijk

12

Ierland

9

Verenigd Koninkrijk

30

Overige (9)

9

EG

298


Soort

:

Zeebrasem

Pagellus bogaraveo

Zone

:

IX (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

850

 

Portugal

230

 

EG

1 080

 


Soort

:

Zeebrasem

Pagellus bogaraveo

Zone

:

X (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

10

 

Portugal

1 116

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

1 136

 


Soort

:

Gaffelkabeljauwen

Phycis blennoides

Zone

:

I, II, III, IV (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

10

 

Frankrijk

10

 

Verenigd Koninkrijk

16

 

EG

36

 


Soort

:

Gaffelkabeljauwen

Phycis blennoides

Zone

:

V, VI, VII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Duitsland

10

 

Spanje

588

 

Frankrijk

356

 

Ierland

260

 

Verenigd Koninkrijk

814

 

EG

2 028

 


Soort

:

Gaffelkabeljauwen

Phycis blennoides

Zone

:

VIII, IX (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Spanje

242

 

Frankrijk

15

 

Portugal

10

 

EG

267

 


Soort

:

Gaffelkabeljauwen

Phycis blennoides

Zone

:

X, XII (wateren van de Gemeenschap en internationale wateren)

Frankrijk

10

 

Portugal

43

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

EG

63

 


(1)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(2)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(3)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(4)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(5)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(6)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(7)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(8)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(9)  Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/13


VERORDENING (EG) Nr. 2271/2004 VAN DE RAAD

van 22 december 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/96 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 26,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is in het belang van de Gemeenschap de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief geheel of gedeeltelijk te schorsen voor een aantal nieuwe producten die niet zijn vermeld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 van de Raad van 27 juni 1996 houdende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde industrie-, landbouw- en visserijproducten (1).

(2)

De in genoemde verordening bedoelde producten, waarvoor het niet meer in het belang van de Gemeenschap is de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief te schorsen of waarvan de omschrijving, in verband met de technische ontwikkeling van producten en de economische ontwikkeling van de markt, gewijzigd dient te worden, dienen van de lijst in de bijlage bij die verordening geschrapt te worden.

(3)

Het is derhalve wenselijk de producten waarvan de omschrijving gewijzigd dient te worden, als nieuwe producten te beschouwen.

(4)

Het is daarom aangewezen om Verordening (EG) nr. 1255/66 dienovereenkomstig te wijzigen.

(5)

Gezien onderhavige verordening vanaf 1 januari 2005 van toepassing wordt, dient deze dan ook onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1255/96 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde producten worden ingevoegd;

2)

de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde producten worden geschrapt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

C. VEERMAN


(1)  PB L 158 van 29.6.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1241/2004 (PB L 238 van 8.7.2004, blz. 1).


BIJLAGE I

GN-code

TARIC

Omschrijving

Autonoom recht (%)

ex 2005 90 80

70

Bamboescheuten, bereid of verduurzaamd, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 5 kg

0

ex 2106 10 20

10

Sojaeiwitisolaat, bevattende 6,6 of meer doch niet meer dan 8,6 gewichtspercenten calciumfosfaat

0

ex 2309 90 99

20

Calciumnatriumfosfaat, met een gehalte van 0,005 of meer doch minder dan 0,2 gewichtspercenten fluor, berekend op het droge kristalwatervrije product, bestemd voor de vervaardiging van additieven voor diervoeder (1)

0

ex 2904 90 85

30

5-Nitro-1,2,4-trichloorbenzeen

0

ex 2908 90 00

40

3-Nitro-p-kresol

0

ex 2914 70 00

50

3'-Chloorpropiofenon

0

ex 2919 00 90

30

Aluminiumhydroxybis[2,2'-methyleenbis(4,6-di-tert-butylfenyl)fosfaat]

0

ex 2922 29 00

15

N-Methyl-2-(3,4-dimethoxyfenyl)ethylamine

0

ex 2924 29 95

75

3-Amino-p-anisanilide

0

ex 2924 29 95

95

N-{3-[3-(Dimethylamino)prop-2-eenoyl]fenyl}-N-ethylaceetamide

0

ex 2928 00 90

70

Tetrakis(4-methylpentaan-2-oximino)silaan

0

ex 2929 90 00

20

Ethylisocyaanacetaat

0

ex 2931 00 95

84

Methylbis(4-methylpentaan-2-oximino)vinylsilaan

0

ex 2932 99 85

20

(2-Butylbenzofuran-3-yl)(4-hydroxy-3,5-dijoodfenyl)keton

0

ex 2933 19 90

20

4-Amino-1-methyl-3-propylpyrazool-5-carbonamide

0

ex 2933 59 95

15

(2R)-4-Oxo-4-[3-(trifluormethyl)-5,6-dihydro[1,2,4]triazolo[4,3-a]= pyrazin 7(8H)-yl]-1-(2,4,5-trifluorfenyl)butyl-2-ammoniumfosfaat, monohydraat

0

ex 2933 99 90

40

trans-4-Hydroxy-L-proline

0

ex 2933 99 90

85

Pyrrolidine

0

ex 2934 99 90

80

Oblimersen-natrium (INNM)

0

ex 3707 90 90

10

Antireflectiemiddelen, bestaande uit een gewijzigd methacrylpolymeer, bevattende niet meer dan 10 gewichtspercenten polymeer, opgelost in 2-methoxy-1-methylethylacetaat en 1-methoxypropaan-2-ol

0

ex 3707 90 90

20

Antireflectiemiddelen, bestaande uit een copolymeer van hydroxystyreen en methylmethacrylaat, gewijzigd met chromofore groepen, bevattende niet meer dan 10 gewichtspercenten polymeer, opgelost in 1-methoxypropaan-2-ol en ethyllactaat

0

ex 3707 90 90

40

Antireflectiemiddelen, bestaande uit aminohars en gewijzigd fenolhars, opgelost in 1-methoxypropaan-2-ol en ethyllactaat, bevattende 15 of meer doch niet meer dan 24 gewichtspercenten polymeren, beide polymeren tezamen genomen

0

ex 3707 90 90

50

Antireflectiemiddelen, bevattende:

30 of meer doch niet meer dan 40 gewichtspercenten cyclohexanon,

30 of meer doch niet meer dan 40 gewichtspercenten 1-methyl-2-pyrrolidon,

20 of meer doch niet meer dan 30 gewichtspercenten tetrahydrofurfuryl alcohol

0

ex 3808 10 90

40

Spinosad (ISO)

0

ex 3815 90 90

81

Katalysatoren, bevattende 69 of meer doch niet meer dan 79 gewichtspercenten (2-hydroxy-1-methylethyl)trimethylammonium-2-ethylhexanoaat

0

ex 3817 00 80

10

Mengsel van alkylnaftalenen bevattende:

88 of meer doch niet meer dan 98 gewichtspercenten hexadecylnaftaleen

2 of meer doch niet meer dan 12 gewichtspercenten dihexadecylnaftaleen

0

ex 3824 90 64

06

Mengsel van inosine (INN), dimepranol (INN) en acedoben (INN)

0

ex 3824 90 99

96

Zirkoniumdioxide, gestabiliseerd met calciumoxide, in de vorm van poeder

0

ex 3907 20 21

10

Mengsel, bevattende 70 of meer doch niet meer dan 80 gewichtspercenten van een polymeer van glycerol en 1,2-epoxypropaan en 20 of meer doch niet meer dan 30 gewichtspercenten van een copolymeer van dibutylmaleaat en N-vinyl-2-pyrrolidon

0

ex 3908 90 00

30

Reactieproduct van mengsels van octadecaancarbonzuren, gepolymeriseerd met een alifatisch polyetherdiamine

0

ex 3911 90 99

85

Polymeer van ethyleen en styreen, vernet met divinylbenzeen, in de vorm van een suspensie

0

ex 3919 10 19

10

Reflecterende foliën, bestaande uit een laag polyurethaan, aan een zijde voorzien van beveiligingsmerktekens tegen namaak, verandering of vervanging van gegevens of kopiëren, of een officieel merkteken voor een bepaald gebruik, en ingebedde glazen bolletjes, en aan één zijde of aan beide zijden bedekt met een verwijderbare beschermingsfolie

0

ex 3919 10 38

20

ex 3919 90 38

10

ex 3920 99 28

20

ex 3919 10 31

10

Reflecterende gelaagde foliën, bestaande uit een folie van polycarbonaat, aan één zijde geheel voorzien van in een regelmatig patroon aangebrachte inpersingen, aan beide zijden bedekt met een of meer lagen kunststof en aan een zijde al dan niet bedekt met een kleeflaag en een verwijderbare beschermingsfolie

0

ex 3919 10 38

30

ex 3919 90 31

50

ex 3920 61 00

20

ex 3919 10 61

91

Reflecterende foliën, bestaande uit een laag van poly(vinylchloride), een laag van alkydpolyester, aan één zijde voorzien van beveiligheidsmerktekens tegen namaak, verandering of vervanging van gegevens of kopiëren, of een officieel merkteken voor een bepaald gebruik, die alleen zichtbaar zijn met behulp van retroreflecterende belichting, en ingebedde glazen bolletjes, en aan de andere zijde voorzien van een kleeflaag, aan één zijde of aan beide zijden bedekt met een verwijderbare beschermingsfolie

0

ex 3919 90 61

94

ex 3919 90 61

93

Kleeffoliën bestaande uit een basislaag van een copolymeer van ethyleen en vinylacetaat (EVA) met een dikte van 70 μm of meer, voorzien van een kleeflaag van acryl met een dikte van 5 μm of meer, bestemd voor de bescherming van het oppervlak van siliciumschijven (1)

0

ex 3919 90 69

93

ex 3920 10 89

25

ex 3920 10 89

35

Reflecterende foliën, bestaande uit een laag van polyethyleen, een laag van polyrethaan, aan één zijde voorzien van beveiligingsmerktekens tegen namaak, verandering of vervanging van gegevens of kopiëren, of een officieel merkteken voor een bepaald gebruik, die alleen zichtbaar zijn met behulp van retroreflecterende belichting, en ingebedde glazen bolletjes, en aan de andere zijde voorzien van een bij hoge termperatuur smeltende kleeflaag, aan één zijde of aan beide zijden bedekt met een verwijderbare beschermingsfolie

0

ex 3921 13 10

10

Vel van polyurethaanschuim, met een dikte van 3 mm (± 15 %) en een dichtheid van 0,09435 of meer doch niet meer dan 0,10092

0

ex 5404 10 90

50

Monofilamenten van polyester of poly(butyleentereftalaat), met een afmeting van de dwarsdoorsnede van 0,5 mm of meer doch niet meer dan 1 mm, voor de vervaardiging van ritssluitingen (1)

0

ex 5603 14 90

30

Gebonden textielvlies, bestaande uit een middenlaag van elastomere folie die aan beide zijden is bedekt met een door samensmelting van filamenten van polypropyleen verkregen vlies (spunbonded), met een gewicht van 200 of meer doch niet meer dan 300 g/m2

0

ex 7002 10 00

10

Kogels van E-glas, met een diameter van 20,3 of meer doch niet meer dan 26 mm

0

ex 8108 30 00

10

Resten en afval van titaan en titaanlegeringen daarvan, met uitzondering van die bevattende 1 of meer doch niet meer dan 2 gewichtspercenten aluminium

0

ex 8108 90 50

10

Legeringen van titaan en aluminium, met een gehalte van 1 of meer doch niet meer dan 2 gewichtspercenten aluminium, in vellen of op rollen, met een dikte van 0,49 of meer doch niet meer dan 3,1 mm, met een breedte van 1 000 of meer doch niet meer dan 1 254 mm, bestemd voor de vervaardiging van de producten bedoeld bij onderverdeling 8714 19 00 (1)

0

ex 8108 90 50

20

Legeringen van titaan, aluminium en vanadium, bevattende 2,5 of meer doch niet meer dan 3,5 gewichtspercenten aluminium en 2,0 of meer doch niet meer dan 3,0 gewichtspercenten vanadium, in bladen of op rollen, met een dikte van 0,6 of meer doch niet meer dan 0,9 mm, en een breedte van niet meer dan 1 000 mm, voor de vervaardiging van de producten bedoeld bij onderverdeling 8714 19 00 (1)

0

ex 8518 40 91

10

Audiofrequentieversterkereenheden, bestaande uit ten minste een audiofrequentversterker, een statische omvormer en een geluidsgenerator, bestemd voor de vervaardiging van actieve luidsprekerboxen (1)

0

ex 8522 90 98

48

Videokoppentrommel, met videokoppen of met video- en audiokoppen en een elektromotor, bestemd voor de vervaardiging van producten bedoeld bij post GN-code 8521 (1)

0

ex 8529 90 81

43

Plasmaschermmodules, enkel bestaande uit adresseer-elektroden en displayelektroden, met of zonder „driver” — en/of besturingselektronica uitsluitend voor pixeladresseringen en al dan niet voorzien van een elektrische voeding

0

ex 9002 90 90

60

Lenzen, gemonteerd, bestemd om te worden gebruikt bij de vervaardiging van televisieprojectietoestellen (1)

0


(1)  Indeling onder deze onderverdeling is onderworpen aan de voorwaarden en bepalingen vastgesteld bij de op dit gebied geldende communautaire bepalingen.


BIJLAGE II

GN-code

TARIC

ex 2005 90 80

70

ex 2106 10 20

10

ex 2912 42 00

10

ex 2916 20 00

40

ex 2916 39 00

10

ex 2920 90 85

30

ex 3208 90 19

60

ex 3208 90 19

70

ex 3208 90 19

80

ex 3504 00 00

30

ex 3707 90 90

10

ex 3707 90 90

20

ex 3815 90 90

81

ex 3824 90 99

86

ex 3911 90 99

20

ex 3919 10 31

10

ex 3919 10 38

20

ex 3919 10 38

30

ex 3919 10 61

91

ex 3919 90 31

50

ex 3919 90 38

10

ex 3919 90 61

93

ex 3919 90 61

94

ex 3919 90 69

93

ex 3920 10 89

25

ex 3920 10 89

35

ex 3920 99 28

20

ex 5404 10 90

50

ex 7019 32 00

10

ex 7019 39 00

8108 30 00

10

ex 8108 90 70

20

ex 8540 91 00

91

ex 8540 91 00

94


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/18


VERORDENING (EG) Nr. 2272/2004 VAN DE RAAD

van 22 december 2004

tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op cumarine uit de Volksrepubliek China tot cumarine die vanuit India of Thailand wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (de „basisverordening”), met name op artikel 13,

Gezien het voorstel dat de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Geldende maatregelen

(1)

Naar aanleiding van een onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 769/2002 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld van € 3 479 per ton op cumarine, ingedeeld onder GN-code ex 2932 21 00, uit de Volksrepubliek China.

2.   Verzoek

(2)

Op 24 februari 2004 heeft de Commissie een verzoek ontvangen, ingediend op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening, om een onderzoek in te stellen naar de eventuele ontduiking van het antidumpingrecht dat van toepassing was op cumarine uit de Volksrepubliek China. De indiener van het verzoek was de „European Chemical Industry Council (CEFIC)” namens de enige producent van cumarine in de Gemeenschap.

(3)

In het verzoek werd aangevoerd dat zich na de instelling van het antidumpingrecht op cumarine uit de Volksrepubliek China een wijziging in het handelspatroon had voorgedaan die bestond uit een sterke stijging van de invoer van dit product uit India en Thailand.

(4)

Dit gewijzigde handelspatroon zou het gevolg zijn van het feit dat cumarine uit de Volksrepubliek China via India en Thailand naar de Gemeenschap werd verzonden. Hiervoor zou, behalve het antidumpingrecht op cumarine uit de Volksrepubliek China, geen voldoende reden of economische rechtvaardiging zijn.

(5)

Tenslotte voerde de indiener van het verzoek aan dat de corrigerende werking van het antidumpingrecht werd aangetast, zowel in termen van hoeveelheden als van prijzen. De invoer van aanzienlijke hoeveelheden cumarine uit India en Thailand zou in de plaats zijn gekomen van de invoer van cumarine uit de Volksrepubliek China. Bovendien was er voldoende bewijsmateriaal dat deze stijgende invoer plaatsvond tegen prijzen die aanzienlijk lager waren dan de niet-schadeveroorzakende prijs die was vastgesteld bij het onderzoek dat tot de geldende antidumpingmaatregelen heeft geleid. Gelet op de normale waarden die eerder waren vastgesteld voor cumarine uit de Volksrepubliek China, zou de invoer uit India en Thailand tegen dumpingprijzen plaatsvinden.

3.   Opening van het onderzoek

(6)

De Commissie heeft bij Verordening (EG) nr. 661/2004 (3) („de inleidingsverordening”) een onderzoek geopend naar de eventuele ontduiking van het antidumpingrecht op cumarine uit de Volksrepubliek China door verzending van dit product via India of Thailand, bij invoer in de Gemeenschap al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand. Bij die verordening heeft de Commissie de douane, overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening, de opdracht gegeven de invoer van cumarine, ingedeeld onder GN-code ex 2932 21 00 (TARIC-codes 2932210011 en 2932210015), verzonden vanuit India of Thailand, en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand, met ingang van 9 april 2004 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van de Volksrepubliek China, India en Thailand van de opening van het onderzoek in kennis gesteld.

4.   Onderzoek

(7)

De Commissie heeft de autoriteiten van de Volksrepubliek China, India en Thailand, de producenten/exporteurs, de haar bekende belanghebbende importeurs in de Gemeenschap en de indiener van het verzoek van de opening van het onderzoek in kennis gesteld. Er werd een vragenlijst gezonden aan de producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China en India (producenten in Thailand waren niet bekend) en aan de importeurs in de Gemeenschap die in het verzoek waren vermeld of die de Commissie bekend waren van het onderzoek dat tot de instelling van de geldende maatregelen heeft geleid. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de termijn die bij de inleidingsverordening was vastgesteld schriftelijk opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alle partijen werden erop gewezen dat het niet verlenen van medewerking kon leiden tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening, hetgeen betekent dat de bevindingen op de beschikbare gegevens worden gebaseerd.

(8)

Geen enkele producent of exporteur in de Volksrepubliek China of Thailand beantwoordde de vragenlijst. Binnen de termijn werden antwoorden op de vragenlijst ontvangen van één producent/exporteur in India en één onafhankelijke importeur in de Gemeenschap. De Commissie heeft een controle ter plaatse uitgevoerd bij de volgende Indiase producent/exporteur:

Atlas Fine Chemicals Pvt. Ltd, Nasik, India

5.   Onderzoektijdvak

(9)

Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 april 2003 tot en met 31 maart 2004 („het onderzoektijdvak”). Gegevens over de periode van 2000 tot het einde van het onderzoektijdvak werden verzameld om het gewijzigde handelspatroon te onderzoeken.

B.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1.   Algemene overwegingen/mate van medewerking

a)   Thailand

(10)

Geen enkele Thaise producent of exporteur van cumarine heeft zich bekendgemaakt of medewerking verleend aan het onderzoek. Bijgevolg dienden de bevindingen inzake de invoer van cumarine vanuit Thailand te worden gebaseerd op de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. De Thaise autoriteiten zijn aan het begin van het onderzoek op de hoogte gebracht van de gevolgen van het niet verlenen van medewerking, overeenkomstig artikel 18, lid 6, van de basisverordening.

b)   India

(11)

Eén Indiase producent/exporteur, Atlas Fine Chemicals Pvt. Ltd, India („Atlas”), die in het onderzoektijdvak - in hoeveelheden en waarde – goed was voor meer dan 90 % van de totale invoer van cumarine uit India, heeft medewerking verleend.

(12)

Atlas had in zijn antwoord op de vragenlijst vermeld dat geen onderneming waarmee hij banden had rechtstreeks of onrechtstreeks bij de productie van en de handel in cumarine betrokken was. Bij het controle ter plaatse bleek evenwel dat Atlas met twee ondernemingen gelieerd was in India, Monolith Chemicals Pvt. Ltd. en Aims Impex Pvt. Ltd., die cumarine uit de Volksrepubliek China in India invoeren en het ingevoerde product vervolgens aan Atlas verkopen.

c)   Volksrepubliek China

(13)

Geen enkele Chinese producent of exporteur heeft medewerking aan het onderzoek verleend.

(14)

Deze ondernemingen werden erop gewezen dat het niet verlenen van medewerking kon leiden tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening. Zij werden ook ingelicht over de gevolgen van het niet verlenen van medewerking.

2.   Betrokken product en soortgelijk product

(15)

Het onderzoek heeft betrekking op cumarine, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 769/2002, ingedeeld onder GN-code ex 2932 21 00. Cumarine is een witachtig kristallijn poeder met de kenmerkende geur van vers gemaaid hooi. Het product wordt hoofdzakelijk gebruikt als scheikundige geurstof en als fixeermiddel bij de bereiding van geurmengsels voor de productie van wasmiddelen, cosmetica en fijne geurstoffen.

(16)

Cumarine kan volgens twee productieprocessen worden vervaardigd: de fenolroute waarbij gebruik wordt gemaakt van de Perkinreactie en de o-kresolroute waarbij gebruik wordt gemaakt van de Raschingreactie. Zowel de ene als de andere route levert cumarine op met dezelfde fysische en chemische basiskenmerken en dezelfde toepassingsmogelijkheden.

(17)

Aan de hand van de gegevens die bij de enige medewerkende Indiase producent werden verzameld en bij gebrek aan medewerking van andere producenten in India en Thailand en bewijs van het tegendeel, wordt geconcludeerd dat cumarine die vanuit de Volksrepubliek China in de Gemeenschap wordt ingevoerd en cumarine die vanuit India en Thailand in de Gemeenschap worden ingevoerd dezelfde fysische en chemische kenmerken en dezelfde toepassingsmogelijkheden hebben. Zij worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   Gewijzigd handelspatroon

(18)

Zoals hierboven vermeld, zou het gewijzigde handelspatroon het gevolg zijn van het feit dat cumarine uit de Volksrepubliek China via India en Thailand naar de Gemeenschap werd uitgevoerd.

Thailand

(19)

Omdat geen enkele Thaise onderneming aan het onderzoek medewerkte, moest de uitvoer uit Thailand naar de Gemeenschap vastgesteld worden aan de hand van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. Daarom werd gebruik gemaakt van de gegevens van Eurostat, die in dat verband het meest geschikt waren, om de omvang van de invoer van cumarine uit Thailand en de prijzen van cumarine uit Thailand vast te stellen.

(20)

De invoer van cumarine uit Thailand steeg van 0 ton in 2000 tot 211 ton in het onderzoektijdvak. Deze invoer uit Thailand nam een aanvang in oktober 2001, d.w.z. enkele maanden na de opening van het onderzoek bij het vervallen van de maatregelen dat in 2002 werd beëindigd („het vorige onderzoek”), toen niet kon worden uitgesloten dat de bij Verordening (EG) nr. 600/96 van de Raad van 25 maart 1996 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van cumarine van oorsprong uit de Volksrepubliek China (4) ingestelde maatregelen gehandhaafd zouden worden. Het aandeel van cumarine uit Thailand in de totale invoer van cumarine in de Gemeenschap steeg van 0 % in 2000 tot 50 % in het onderzoektijdvak, terwijl het aandeel van de cumarine uit de Volksrepubliek China in dezelfde periode gelijk bleef op 7 %. Bovendien bleek uit de Chinese exportstatistieken op het niveau van de GN-codes dat de uitvoer van cumarine uit de Volksrepubliek China naar Thailand in die periode aanmerkelijk was gestegen, namelijk van 1 ton in 2000 tot 270 ton in het onderzoektijdvak. De stijging van de invoer in de Gemeenschap vanuit Thailand heeft de daling van de invoer uit de Volksrepubliek China enigszins gecompenseerd sinds de instelling van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen bij Verordening (EG) nr. 600/96.

(21)

Bij gebrek aan medewerking en bewijs van het tegendeel wordt geconcludeerd dat zich vanaf 2000 tot in het onderzoektijdvak een wijziging heeft voorgedaan in het handelspatroon tussen de Volksrepubliek China, Thailand en de Gemeenschap en dat deze het gevolg was van het feit dat cumarine uit de Volksrepubliek China in Thailand werd overgeladen en van daaruit naar de Gemeenschap verzonden.

India

(22)

Het aandeel van cumarine uit India in de totale invoer van cumarine in de Gemeenschap steeg van 11 % in 2000 tot 35 % in het onderzoektijdvak, terwijl het aandeel van cumarine uit de Volksrepubliek China in die periode gelijk bleef op 7 %. Bovendien blijkt uit Chinese uitvoerstatistieken op het niveau van de GN-codes dat de uitvoer van cumarine uit de Volksrepubliek China naar India in die periode aanmerkelijk steeg, namelijk van 88 ton in 2000 tot 687 ton in het onderzoektijdvak. De stijging van de invoer in de Gemeenschap vanuit India heeft de daling van de invoer uit de Volksrepubliek China enigszins gecompenseerd sinds de instelling van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen bij Verordening (EG) nr. 600/96.

a)   Medewerkende producent/exporteur in India

(23)

Atlas heeft zijn export naar de Gemeenschap voortdurend aanzienlijk opgevoerd, namelijk van 100 (5) in het boekjaar 2000/2001 (6) tot 1 957 in het onderzoektijdvak. In dezelfde periode is de aankoop door Atlas van cumarine uit de Volksrepubliek China aanzienlijk gestegen, namelijk van 100 in het boekjaar 2000/2001 tot 1 411 in het onderzoektijdvak. Daarom wordt geconcludeerd dat Atlas cumarine uit de Volksrepubliek China heeft aangekocht en deze na een lichte wijziging naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, waardoor het aandeel van cumarine dat vanuit India in de Gemeenschap werd ingevoerd aanzienlijk is gestegen.

b)   Niet-medewerkende bedrijven

(24)

In het verzoek was één andere Indiase producent vermeld. Voor deze niet-medewerkende onderneming – en voor alle andere producenten die er eventueel in India zijn maar die geen medewerking hebben verleend – moesten omvang en waarde van de uitvoer te worden vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. De gegevens van Eurostat, die in dit verband als de meest geschikte werden beschouwd, werden derhalve gebruikt om de omvang van de uitvoer en de exportprijzen van de niet-medewerkende onderneming vast te stellen. Aan de hand van deze gegevens werd vastgesteld dat de uitvoer van niet-medewerkende ondernemingen enigszins was gedaald. Overigens maakte de invoer van cumarine, afkomstig van niet-medewerkende ondernemingen – in hoeveelheid en waarde – in het onderzoektijdvak slechts 4 à 7 % (7) uit van de totale invoer van cumarine uit India. Daar de niet-medewerkende ondernemingen slechts een gering marktaandeel vertegenwoordigden, was de conclusie dat de gegevens die over deze niet-medewerkende ondernemingen beschikbaar waren niet van dien aard waren dat zij de bevinding inzake een wijziging van het handelspatroon ongeldig maken.

c)   Conclusie voor India

(25)

Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat er vanaf 2000 tot in het onderzoektijdvak een wijziging in het handelspatroon is opgetreden tussen India, de Volksrepubliek China en de Gemeenschap en dat deze het gevolg was van het feit dat cumarine uit de Volksrepubliek China, na een lichte wijziging door de medewerkende onderneming, vanuit India in de Gemeenschap werd ingevoerd en dat niet-medewerkende ondernemingen cumarine uit de Volksrepubliek China in India hebben overgeladen en naar de Gemeenschap hebben uitgevoerd.

4.   Onvoldoende reden of economische rechtvaardiging

Thailand

(26)

Omdat Thaise ondernemingen geen medewerking hebben verleend en het tegendeel niet werd bewezen, wordt geconcludeerd, daar de invoer in de Gemeenschap van cumarine uit Thailand enkele maanden na de opening van het vorige onderzoek een aanvang nam, waarschijnlijk in de verwachting dat de geldende antidumpingmaatregelen zouden worden gehandhaafd, dat het bestaan van antidumpingmaatregelen de oorzaak is van het gewijzigde handelspatroon en dat voor dit gewijzigde handelspatroon geen andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening aanwezig is.

India

(27)

Voor de medewerkende Indiase producent/exporteur, Atlas, werd vastgesteld dat hij cumarine die volgens de o-kresolroute was geproduceerd uit de Volksrepubliek China had ingevoerd via twee gelieerde ondernemingen in India. Het ingevoerde product werd door Atlas verder gezuiverd en dit product werd vervolgens naar de Gemeenschap uitgevoerd. In het onderzoektijdvak bedroeg de hoeveelheid cumarine die deze behandeling onderging 75 % van de totale productie van Atlas (8). De overige 25 % (8) was cumarine die werkelijk door Atlas was geproduceerd volgens de fenolroute. Daar cumarine uit de Volksrepubliek China en de verder gezuiverde cumarine die door Atlas naar de Gemeenschap werd uitgevoerd onder dezelfde GN-code vallen, wordt geconcludeerd dat beide producten als een en hetzelfde product kunnen worden beschouwd en dat het verder gezuiverde cumarine de Chinese oorsprong behoudt.

(28)

Atlas stelde dat de GN-code slechts een indicatief element is om de oorsprong van een product vast te stellen en dat de verdere zuivering van cumarine als een laatste ingrijpende be- of verwerking moet worden beschouwd in een onderneming die voor dit doel is uitgerust en dat het dus gaat om de vervaardiging van een nieuw product. Volgens Atlas was het door hem verder gezuiverde cumarine dus van oorsprong uit India.

(29)

Vastgesteld werd dat de verdere zuivering van cumarine dat reeds geschikt is voor de cosmetische industrie, de oorsprong van dat product niet wijzigt.

(30)

Bovendien bleek bij het onderzoek dat de kosten van de verdere zuivering van cumarine niet hoog waren en daarom werd geconcludeerd dat dit proces slechts bestond uit een geringe wijziging van cumarine om de zuiverheid te verbeteren en niet uit de vervaardiging van een nieuw product. Het verder gezuiverde cumarine valt overigens onder de definitie van het product waarop het onderzoek betrekking heeft. Dit werd niet betwist door Atlas.

(31)

Volgens Atlas zou, bij de beoordeling of de bewerking als ingrijpend kan worden beschouwd, de waarde van cumarine uit de Volksrepubliek China die bij verdere zuivering verloren gaat als kosten van het zuiveringsproces moeten worden beschouwd. De waardevermindering van cumarine bij zuivering ontstaat echter bij aankoop van dat product. Deze waardevermindering kan daarom niet beschouwd worden als kosten die door de zuivering zelf ontstaan.

(32)

De onderneming voegde hieraan toe dat de voornaamste reden om cumarine uit de Volksrepubliek China uit te voeren het risico was van stakingen in India. Maar zelfs indien het stakingsrisico als een rechtvaardiging voor bepaalde besluiten van de onderneming wordt beschouwd, dan moet erop worden gewezen dat stakingen op beide productieprocessen van Atlas, dus zowel op de productie van Indiase cumarine volgens de fenolroute als op de zuivering van cumarine uit de Volksrepubliek China volgens de o-kresolroute van invloed kunnen zijn. Stakingen zijn derhalve geen voldoende verklaring voor het feit dat het aandeel van cumarine uit de Volksrepubliek China waarvan Atlas gebruik maakte steeg van ongeveer 25 % in 2000 tot meer dan 70 % in de het onderzoektijdvak (9).

(33)

Derhalve wordt geconcludeerd dat het gewijzigde handelspatroon veroorzaakt wordt door het bestaan van het antidumpingrecht en niet door een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening.

(34)

De uitvoer van de niet-medewerkende Indiase ondernemingen daalde na het boekjaar 2001/2002, terwijl het marktaandeel van Atlas sterk steeg, maar, gelet op de geringe omvang van de uitvoer van de niet-medewerkende ondernemingen, had dit geen invloed op de conclusie dat er een wijziging in het handelspatroon was opgetreden.

5.   Aantasting van de corrigerende werking van het antidumpingrecht

Thailand

(35)

Zoals hierboven beschreven, werd vastgesteld dat de wijziging in het patroon van de invoer in de Gemeenschap verband hield met het bestaan van antidumpingmaatregelen. Tot oktober 2001 was geen cumarine, aangegeven als van oorsprong uit Thailand, op de EG-markt aanwezig, maar in het onderzoektijdvak werd 211 ton cumarine vanuit Thailand in de Gemeenschap ingevoerd. Deze hoeveelheid vertegenwoordigde 30,7 % van het bij het vorige onderzoek vastgestelde verbruik in de Gemeenschap.

(36)

Bij het onderzoek bleek dat de gemiddelde prijzen van cumarine uit Thailand zelfs lager waren dan de prijzen van cumarine uit de Volksrepubliek China - en dus ook lager dan de prijzen van de EG-producent - die in het kader van het vorige onderzoek waren vastgesteld. De gemiddelde prijzen van cumarine uit Thailand waren ook 20 % lager dan de prijzen van cumarine uit de Volksrepubliek China die waren vastgesteld voor het onderzoektijdvak van onderhavig onderzoek.

(37)

Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het gewijzigde handelspatroon en de abnormaal lage prijzen van cumarine uit Thailand de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen hebben aangetast zowel in termen van hoeveelheden als in termen van prijzen.

India

(38)

Zoals hierboven beschreven werd vastgesteld dat de wijziging in het patroon van de invoer in de Gemeenschap verband houdt met het bestaan van antidumpingmaatregelen. Vanuit India verzonden cumarine maakte in 2000 slechts 11 % uit van de totale invoer van cumarine in de Gemeenschap, maar in het onderzoektijdvak 35 %. Deze hoeveelheid vertegenwoordigde 18-22 % (10) van het bij het vorige onderzoek vastgestelde verbruik in de Gemeenschap.

(39)

Bij het onderzoek bleek dat de gemiddelde prijzen van cumarine uit India zelfs lager waren dan de prijzen van cumarine uit de Volksrepubliek China– en dus lager dan de prijzen van de EG-producent – die in het kader van het vorige onderzoek waren vastgesteld. De gemiddelde prijzen van cumarine uit India waren ook 14 % lager dan de prijzen van cumarine uit de Volksrepubliek China die waren vastgesteld voor het onderzoektijdvak van onderhavig onderzoek.

(40)

Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het gewijzigde handelspatroon en de abnormaal lage prijzen van cumarine uit India de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen hebben aangetast zowel in termen van hoeveelheden als in termen van prijzen.

(41)

Atlas beweerde dat het onredelijk was de prijzen van cumarine uit de Volksrepubliek China die voor 1994 waren vastgesteld (dat wil zeggen het onderzoektijdvak van de procedure die in 1996 tot het instellen van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen leidde) te vergelijken met de huidige prijzen van cumarine uit India omdat inmiddels tien jaar zijn verstreken.

(42)

In werkelijkheid echter werden de prijzen bij uitvoer uit India vergeleken met de prijzen bij uitvoer uit de Volksrepubliek China die werden vastgesteld in het kader van het vorige onderzoek dat in 2002 werd afgesloten.

6.   Vergelijking met de eerder vastgestelde normale waarden

Thailand

(43)

Om vast te stellen of cumarine uit Thailand in het onderzoektijdvak met dumping was ingevoerd, werd gebruik gemaakt van de gegevens van Eurostat overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

(44)

Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening moet worden bewezen dat dumping plaatsvindt in vergelijking met de eerder vastgestelde normale waarden.

(45)

Met het oog op een billijke vergelijking van de normale waarde met de exportprijs werden correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die gevolgen hebben voor de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Deze correcties vonden plaats overeenkomstig artikel 2, lid 10 van de basisverordening voor verschillen in de kosten van vervoer en verzekering, op basis van de beschikbare gegevens, in dit geval de gegevens die het verzoek bevatte, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

(46)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werd een vergelijking gemaakt van de gewogen gemiddelde normale waarde die in het kader van het vorige onderzoek was vastgesteld met de gewogen gemiddelde exportprijs die in het kader van onderhavig onderzoek was vastgesteld. Hierbij bleek dat cumarine uit Thailand met dumping was ingevoerd en dat de dumpingmarge meer dan 100 % was van de cif-prijs grens Gemeenschap, vóór inklaring.

India

(47)

Om vast te stellen of cumarine uit India in het onderzoektijdvak met dumping was ingevoerd, werd gebruik gemaakt van de exportprijzen van de medewerkende Indiase producent, terwijl voor de niet-medewerkende ondernemingen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, gebruik werd gemaakt van de gegevens van Eurostat.

a)   Medewerkende producent/exporteur

(48)

Met het oog op een billijke vergelijking van de normale waarde met de exportprijs van Atlas werden correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid van deze prijzen. Deze correcties werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening toegepast voor verschillen in de kosten van vervoer, verzekering, laden, lossen, op- en overslag en aanverwante kosten, verpakking alsmede de omrekening van valuta, waarbij gebruik werd gemaakt van de door Atlas verstrekte gegevens.

(49)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werd een vergelijking gemaakt van de gewogen gemiddelde normale waarde die in het kader van het vorige onderzoek was vastgesteld met de gewogen gemiddelde exportprijs die in het kader van onderhavig onderzoek was vastgesteld. Hierbij bleek dat cumarine, afkomstig van Atlas, met dumping was ingevoerd en dat de dumpingmarge meer dan 80 % bedroeg van de cif-prijs grens Gemeenschap, vóór inklaring.

(50)

Atlas voerde aan dat de conclusie uit de vergelijking van de gemiddelde normale waarde die in het kader van het vorige onderzoek was vastgesteld met de gewogen gemiddelde exportprijs die in het kader van onderhavig onderzoek was vastgesteld niet pertinent kon zijn vanwege het tijdsverschil van tien jaar tussen de twee onderzoektijdvakken.

(51)

De gegevens voor de gewogen gemiddelde normale waarde zijn echter afkomstig van het vorige onderzoek dat in 2002 werd afgesloten en daarom is het tijdsverschil tussen de onderzoektijdvakken van de twee onderzoeken slechts twee jaar. Dit is in overeenstemming met de eisen van artikel 13, lid 1, van de basisverordening.

b)   Niet-medewerkende ondernemingen

(52)

Met het oog op een billijke vergelijking van de normale waarde met de exportprijs werden correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van deze prijzen. Deze correcties werden overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening toegepast voor verschillen in de kosten van vervoer, verzekering, laden, lossen, op- en overslag en aanverwante kosten, verpakking alsmede de omrekening van valuta, aan de hand van door Atlas verstrekte gegevens.

(53)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening werd een vergelijking gemaakt van de gewogen gemiddelde normale waarde die in het kader van het vorige onderzoek was vastgesteld met de gewogen gemiddelde exportprijs die in het kader van onderhavig onderzoek was vastgesteld. Hierbij bleek dat cumarine, afkomstig van niet-medewerkende ondernemingen in India, met dumping was ingevoerd en dat de dumpingmarge meer dan 60 % bedroeg van de cif-prijs grens Gemeenschap, vóór inklaring.

C.   MAATREGELEN

(54)

Gelet op bovenstaande conclusies inzake ontduiking in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening, moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van cumarine uit de Volksrepubliek China worden uitgebreid tot cumarine die vanuit India en Thailand in de Gemeenschap wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand.

(55)

Het recht dat wordt uitgebreid is het recht dat is vastgesteld bij artikel 1, lid 2, van de Verordening (EG) nr. 769/2002.

(56)

Daar in artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening is bepaald dat de uitgebreide maatregelen moeten worden toegepast op goederen waarvan de invoer is geregistreerd, moet het antidumpingrecht worden geheven van cumarine, verzonden uit India en Thailand, waarvan de invoer volgens de inleidingsverordening werd geregistreerd. Gelet echter op de fungibele aard van het product en de bijzondere omstandigheden van dit geval was het niet mogelijk de invoer van cumarine dat daadwerkelijk in India was geproduceerd te onderscheiden van de invoer van cumarine die vanuit de Volksrepubliek China in India was ingevoerd, aldaar gezuiverd en vervolgens naar de Gemeenschap uitgevoerd. Het uitgebreide antidumpingrecht moet daarom niet achteraf worden geheven van cumarine die in de registratieperiode door Atlas uit India werd uitgevoerd.

D.   VERZOEK OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF VAN UITBREIDING VAN HET RECHT

(57)

De enige medewerkende exporteur, Atlas, heeft, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening, een verzoek ingediend om vrijstelling van registratie en van de voorgenomen uitbreiding van de antidumpingmaatregelen.

(58)

Bij het onderzoek is gebleken dat Atlas de antidumpingmaatregelen heeft ontdoken door de uitvoer, na een lichte wijziging, van cumarine uit de Volksrepubliek China. Ook werd vastgesteld dat Atlas cumarine naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd die daadwerkelijk in India, volgens de fenolroute, werd geproduceerd (zie overweging 27). Daar Atlas de antidumpingmaatregelen ook heeft ontdoken, komt deze onderneming niet in aanmerking voor vrijstelling overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening.

E.   VERBINTENIS

(59)

Gelet evenwel op de fungibele aard van het product en de moeilijkheden die Atlas in het onderzoektijdvak heeft gehad om in India volgens de fenolroute geproduceerde cumarine te onderscheiden van cumarine van Chinese oorsprong die verder werd gezuiverd en naar de Gemeenschap uitgevoerd, wordt het bij wijze van uitzondering toch passend geacht van Atlas een verbintenis te aanvaarden, volgens welke de onderneming slechts werkelijk in India geproduceerde cumarine naar de Gemeenschap zal uitvoeren tot een bepaalde maximumhoeveelheid die overeenstemt met de hoeveelheid die in het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap werd uitgevoerd. Het uitgebreide antidumpingrecht is niet van toepassing op cumarine die in het kader van de verbintenis naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd.

(60)

De verbintenis van Atlas kan bij een besluit van de Commissie worden aanvaard.

(61)

Atlas heeft zich ertoe verbonden de Commissie regelmatig nauwkeurige gegevens te doen toekomen over haar uitvoer naar de Gemeenschap om de Commissie in staat te stellen de naleving van de verbintenis te controleren.

(62)

Om de Commissie verder in staat te stellen de naleving van de verbintenis te controleren, wordt vrijstelling van het antidumpingrecht afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat wanneer de aangifte voor het vrije verkeer bij de douane wordt ingediend een handelsfactuur wordt overgelegd die ten minste de in de bijlage vermelde gegevens bevat. Deze gegevens moeten ook worden verstrekt om de douane in staat te stellen erop toe te zien dat de goederen met de handelsdocumenten overeenstemmen. Indien een dergelijke factuur niet wordt overgelegd of niet overeenstemt met de goederen die bij de douane zijn aangebracht moet het toepasselijke antidumpingrecht worden betaald.

Gelet op het voorgaande wordt de aangeboden verbintenis aanvaardbaar geacht en Atlas is in kennis gesteld van de voornaamste feiten, overwegingen en verplichtingen waarop de aanvaarding van de verbintenis berust.

(63)

Indien Atlas de verbintenis niet naleeft of indien de verbintenis op de een of andere wijze niet goed uitvoerbaar is, kan de Commissie haar aanvaarding intrekken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het definitieve antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 769/2002 op cumarine, ingedeeld onder GN-code ex 2932 21 00, uit de Volksrepubliek China, wordt uitgebreid tot cumarine, ingedeeld onder GN-code ex 2932 21 00, die vanuit India of Thailand in de Gemeenschap wordt ingevoerd, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand (TARIC-codes 2932210011 en 2932210015).

2.   Het bij lid 1 uitgebreide recht wordt geheven van cumarine waarvan de invoer werd geregistreerd overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 661/2004 van de Commissie en artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96, met uitzondering van cumarine die is uitgevoerd door Atlas Fine Chemicals Pvt Ltd, Debhanu Mansion, Nasik-Pune Highway, Nasik Road, MS 422 101, India, (aanvullende Taric-code A579).

3.   In afwijking van lid 1 is het definitieve antidumpingrecht niet van toepassing op cumarine die overeenkomstig artikel 2 in het vrije verkeer wordt gebracht.

4.   De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

1.   Cumarine wordt vrijgesteld van het bij artikel 1 uitgebreide recht indien dit product is vervaardigd door ondernemingen waarvan de Commissie een verbintenis heeft aanvaard en waarvan de naam in het besluit van de Commissie is genoemd, zoals eventueel gewijzigd, en die overeenkomstig de bepalingen van genoemd besluit van de Commissie wordt ingevoerd.

2.   De in lid 1 bedoelde cumarine is vrijgesteld van het antidumpingrecht mits:

a)

bij de indiening van de aangifte voor het vrije verkeer bij de douane van de betrokken lidstaat een handelsfactuur wordt overgelegd die ten minste de in de bijlage genoemde gegevens bevat; en

b)

de bij de douane aangegeven en aangebrachte goederen nauwkeurig overeenstemmen met de beschrijving op de handelsfactuur.

Artikel 3

1.   Verzoeken om vrijstelling van het recht dat bij artikel 1 werd uitgebreid moeten schriftelijk worden ingediend in een van de officiële talen van de Gemeenschap en worden ondertekend door een persoon die bevoegd is de indiener van het verzoek te vertegenwoordigen. Het verzoek moet aan het volgende adres worden gericht:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

Bureau: J-79 05/17

B-1049 Brussel

Fax (32 2) 295 65 05

Telex COMEU B 21877.

2.   Na raadpleging van het Raadgevend Comité kan de Commissie bij besluit machtiging verlenen tot vrijstelling van het bij artikel 1, lid 1, uitgebreide antidumpingrecht voor cumarine die afkomstig is van ondernemingen die een dergelijk verzoek hebben ingediend.

Artikel 4

De douane wordt opgedragen de registratie van de invoer overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 661/2004 van de Commissie te beëindigen.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De Voorzitter

C. VEERMAN


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 123 van 9.5.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1854/2003 (PB L 272 van 23.10.2003, blz. 1).

(3)  PB L 104 van 8.4.2004, blz. 99.

(4)  PB L 86 van 4.4.1996, blz. 1.

(5)  Omdat het om vertrouwelijke gegevens gaat, worden deze in indexvorm weergegeven.

(6)  Het boekjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart van het volgende jaar.

(7)  Om redenen van vertrouwelijkheid worden de cijfers met een zekere marge weergegeven.

(8)  Om redenen van vertrouwelijkheid worden geen nauwkeurige cijfers vermeld.

(9)  Om redenen van vertrouwelijkheid worden geen nauwkeurige gegevens vermeld.

(10)  Om redenen van vertrouwelijkheid worden de cijfers binnen een zekere bandbreedte weergegeven.


BIJLAGE

De volgende gegevens worden vermeld in de handelsfactuur die de cumarine vergezelt waarop de verbintenis van toepassing is:

1.

Het kopje „COMMERCIAL INVOICE ACCOMPANYING GOODS SUBJECT TO AN UNDERTAKING”;

2.

De naam van de in artikel 2, lid 1, vermelde onderneming die de handelsfactuur heeft opgesteld.

3.

Het nummer van de handelsfactuur;

4.

De datum van afgifte van de handelsfactuur;

5.

De aanvullende TARIC-code waaronder de in de factuur vermelde cumarine aan de grens van de Gemeenschap worden ingeklaard;

6.

Een nauwkeurige omschrijving van de goederen, met inbegrip van:

het productcodenummer (PCN) dat in het kader van het onderzoek en de verbintenis is gebruikt,

de omschrijving van de cumarine die met het betrokken PCN overeenstemt;

de productcode die het bedrijf gebruikt (CPC of company product code), indien van toepassing;

de GN-code;

hoeveelheid (in kilogram).

7.

De naam van de onderneming in de Gemeenschap die als importeur optreedt en die de rechtstreekse ontvanger is van de factuur die de cumarine vergezelt waarop de verbintenis betrekking heeft.

8.

De naam van de gemachtigde van de onderneming die de handelsfactuur heeft afgegeven en de volgende ondertekende verklaring:

„Ondergetekende verklaart dat de verkoop voor rechtstreekse uitvoer naar de Europese Gemeenschap van de onder deze factuur vallende goederen plaatsvindt in het kader en op de voorwaarden van de verbintenis die is aangeboden door [onderneming], en die door de Europese Commissie is aanvaard bij Besluit XXX/YYY/EG. Ik verklaar dat de gegevens in deze factuur juist en volledig zijn.”


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/28


VERORDENING (EG, Euratom) Nr. 2273/2004 VAN DE RAAD

van 22 december 2004

tot wijziging van Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 tot instelling van een Garantiefonds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 203,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van de Rekenkamer (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 1 mei 2004 zijn tien nieuwe lidstaten toegetreden.

(2)

Voorts moet er rekening worden gehouden met de mogelijkheid van nieuwe toetredingen.

(3)

De Gemeenschappen hebben leningen en leninggaranties verstrekt aan de toetredingslanden of voor projecten in die landen. Deze leningen en garanties zijn momenteel gedekt door het Garantiefonds en blijven ook na de toetredingsdatum nog uitstaan of geldig. Aangezien het vanaf die datum niet langer om extern optreden van de Gemeenschappen gaat, moeten ze rechtstreeks door de algemene begroting van de Europese Unie, en niet langer door het Garantiefonds, worden gedekt.

(4)

De Europese Investeringsbank moet de Commissie op de hoogte stellen van het bedrag van haar operaties met communautaire garantie in de nieuwe lidstaten dat op de datum van hun toetreding nog uitstaat.

(5)

In het verslag dat ze overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 van de Raad van 31 oktober 1994 tot instelling van een Garantiefonds (2) heeft opgesteld, concludeert de Commissie dat in verband met de uitbreiding van de Europese Unie geen parameters van het Garantiefonds hoeven te worden gewijzigd.

(6)

Gezien de hoeveelheid informatie die voor het op grond van artikel 7 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 vereiste jaarverslag nodig is en gelet op de complexiteit van de procedures die vóór de indiening van het verslag moeten worden uitgevoerd, moet de termijn voor de opstelling ervan worden verlengd.

(7)

Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De Verdragen verlenen voor de goedkeuring van deze verordening geen andere bevoegdheden dan die van artikel 308 van het EG-Verdrag en artikel 203 van het Euratom-Verdrag,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG, Euratom) nr. 2728/94 wordt als volgt gewijzigd:

1)

aan artikel 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Alle operaties ten gunste van een derde land of ter financiering van projecten in een derde land vallen buiten het toepassingsgebied van deze verordening vanaf de datum waarop dat land tot de Europese Unie toetreedt.”;

2)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 3 bis

Na de toetreding van een nieuwe lidstaat tot de Europese Unie wordt het streefbedrag verminderd met een bedrag dat op basis van de in artikel 1, derde alinea, bedoelde operaties wordt berekend.

Om de omvang van de vermindering te berekenen, wordt het op de toetredingsdatum geldende percentage als bedoeld in artikel 3, tweede alinea, toegepast op het bedrag van de bedoelde operaties die op die datum nog uitstaan.

Het surplus wordt teruggeboekt naar een specifiek begrotingsonderdeel in de staat van ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Unie.”;

3)

in artikel 7 wordt „31 maart” vervangen door „31 mei”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

C. VEERMAN


(1)  PB C 19 van 23.1.2004, blz. 3.

(2)  PB L 293 van 12.11.1994, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1149/1999 (PB L 139 van 2.6.1999, blz. 1).


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/30


VERORDENING (EG) Nr. 2274/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 31 december 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 30 december 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

75,5

204

47,8

999

61,7

0709 90 70

204

55,6

999

55,6

0805 10 10, 0805 10 30, 0805 10 50

448

33,6

999

33,6

0805 20 10

204

47,1

999

47,1

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

204

47,4

999

47,4

0805 50 10

052

50,9

999

50,9

0808 10 20, 0808 10 50, 0808 10 90

720

48,3

999

48,3

0808 20 50

400

87,0

999

87,0


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/32


VERORDENING (EG) Nr. 2275/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

betreffende de opening van een openbare inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het recht bij invoer van sorgho, van herkomst uit derde landen, in Spanje

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap heeft zich er ingevolge de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten landbouwovereenkomst (2) toe verbonden een bepaalde hoeveelheid sorgho in Spanje in te voeren.

(2)

Bij Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie van 26 juli 1995 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de tariefcontingenten voor de invoer van maïs en sorgho in Spanje enerzijds en maïs in Portugal anderzijds (3), zijn de voor de uitvoering van de openbare inschrijving vereiste bijzondere bepalingen vastgesteld.

(3)

Gezien de huidige behoeften van de Spaanse markt, moet een inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het bij invoer van sorgho geldende recht worden geopend.

(4)

Bij Verordening (EG) nr. 2286/2002 van de Raad van 10 december 2002 tot vaststelling van de regeling voor landbouwproducten en door verwerking daarvan verkregen goederen, van oorsprong uit de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (de ACS-staten), en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1706/98 (4) is met name voorzien in een verlaging met 60 % van het invoerrecht voor sorgho binnen een contingent van 100 000 t per kalenderjaar en met 50 % boven dat contingent. Cumulatie van deze vermindering met de korting op de heffing in het kader van de onderhavige verordening kan resulteren in een verstoring van de Spaanse graanmarkt. Het is derhalve dienstig een dergelijke cumulatie uit te sluiten.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een openbare inschrijving gehouden voor de vaststelling van de verlaging van het in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde recht bij invoer van sorgho in Spanje.

2.   De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1839/95 zijn van toepassing, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

3.   De in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2286/2002 vastgestelde verlaging van het recht bij invoer van sorgho is niet van toepassing in het kader van deze inschrijving.

Artikel 2

De inschrijving blijft geopend tot en met 15 december 2005. Tijdens de geldigheidsduur ervan worden wekelijks deelinschrijvingen gehouden, waarvoor de hoeveelheden en de uiterste data voor de indiening van de offertes in het bericht van inschrijving worden vastgesteld.

Artikel 3

De in het kader van de openbare inschrijving afgegeven invoercertificaten zijn 50 dagen geldig vanaf de datum van afgifte in de zin van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1839/95.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

(3)  PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).

(4)  PB L 348 van 21.12.2002, blz. 5.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/34


VERORDENING (EG) Nr. 2276/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

betreffende de opening van een openbare inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Portugal

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap heeft zich er ingevolge de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten landbouwovereenkomst (2) toe verbonden een bepaalde hoeveelheid maïs in Portugal in te voeren.

(2)

Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie van 26 juli 1995 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de tariefcontingenten voor de invoer van maïs en sorgho in Spanje enerzijds en maïs in Portugal anderzijds (3) heeft de voor de uitvoering van de openbare inschrijving vereiste aanvullende bepalingen vastgesteld.

(3)

Gezien de huidige behoeften van de Portugese markt, moet een inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het bij invoer van maïs geldende recht worden geopend.

(4)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de verlaging van het recht bij invoer, zoals bedoeld in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003, van maïs in Portugal wordt een openbare inschrijving gehouden.

2.   De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1839/95 zijn van toepassing voorzover in deze verordening niets anders is bepaald.

Artikel 2

De inschrijving blijft geopend tot en met 17 maart 2005. Tijdens de geldigheidsduur ervan wordt wekelijks een deelinschrijving gehouden waarvoor de hoeveelheden en de uiterste data voor de indiening van de offertes in het bericht van inschrijving worden vastgesteld.

Artikel 3

De in het kader van de onderhavige openbare inschrijving afgegeven invoercertificaten zijn 50 dagen geldig vanaf de datum van afgifte, in de zin van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1839/95.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

(3)  PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/35


VERORDENING (EG) Nr. 2277/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

betreffende de opening van een openbare inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het recht bij invoer van maïs, van herkomst uit derde landen, in Spanje

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), inzonderheid op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Gemeenschap heeft zich er ingevolge de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten landbouwovereenkomst (2) toe verbonden een bepaalde hoeveelheid maïs in Spanje in te voeren.

(2)

Verordening (EG) nr. 1839/95 van de Commissie van 26 juli 1995 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de tariefcontingenten voor de invoer van maïs en sorgho in Spanje enerzijds en maïs in Portugal anderzijds (3), heeft de voor de uitvoering van de openbare inschrijving vereiste aanvullende bepalingen vastgesteld.

(3)

Gezien de huidige behoeften van de Spaanse markt, moet een inschrijving voor de vaststelling van de verlaging van het bij invoer van maïs geldende recht worden geopend.

(4)

Het Comité van beheer voor granen heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de verlaging van het recht bij invoer, zoals bedoeld in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003, van maïs in Spanje wordt een openbare inschrijving gehouden.

2.   De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1839/95 zijn van toepassing voorzover in deze verordening niet anders is bepaald.

Artikel 2

De inschrijving blijft geopend tot en met 28 april 2005. Tijdens de geldigheidsduur ervan wordt wekelijks een deelinschrijving gehouden waarvoor de hoeveelheden en de uiterste data voor de indiening van de offertes in het bericht van inschrijving worden vastgesteld.

Artikel 3

De in het kader van de onderhavige openbare inschrijving afgegeven invoercertificaten zijn 50 dagen geldig vanaf de datum van afgifte, in de zin van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1839/95.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

(3)  PB L 177 van 28.7.1995, blz. 4. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 777/2004 (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 50).


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/36


VERORDENING (EG) Nr. 2278/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2759/1999 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1268/1999 van de Raad van 21 juni 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa gedurende de pretoetredingsperiode (1), en met name op artikel 12, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (2), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1783/2003 (3), bevat een aantal bepalingen die niet rechtstreeks van toepassing zijn op de landen die profiteren van de bij Verordening (EG) nr. 1268/1999 ingevoerde regeling. Bijgevolg moet de verwijzing naar artikel 26 in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2759/1999 van de Commissie (4) worden geschrapt. Daarom moeten in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2759/1999 specifieke bepalingen worden vastgesteld om rekening te houden met de situatie betreffende de kandidaat-lidstaten.

(2)

Artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1268/1999 heeft betrekking op de hoogte van de bijdrage van de Gemeenschap en op de steunintensiteiten. Krachtens lid 2 van dat artikel geldt een hoger maximum voor overheidssteun die bestemd is voor investeringen in landbouwbedrijven, bijvoorbeeld indien die door jonge landbouwers en/of in berggebieden worden gedaan. Die voorwaarden moeten worden gedefinieerd overeenkomstig de beginselen die gelden voor de lidstaten.

(3)

Verordening (EG) nr. 2759/1999 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2759/1999 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Er kan steun worden verleend voor de in artikel 25 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 bedoelde investeringen die gericht zijn op verbetering van de verwerking en de afzet van de in bijlage I bij het Verdrag genoemde landbouwproducten, visserijproducten inbegrepen. Landbouwproducten, met uitzondering van visserijproducten, moeten afkomstig zijn van de kandidaat-lidstaten of van de Gemeenschap. Investeringen op het niveau van de detailhandel zijn evenwel van steunverlening uitgesloten.

De steun wordt toegekend aan de personen die uiteindelijk de verantwoordelijkheid dragen voor de financiering van de investeringen in bedrijven die voldoen aan de in artikel 2, lid 2, eerste en tweede streepje, van deze verordening vastgestelde voorwaarden.

Als de met het acquis samenhangende minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn evenwel pas kort voor het tijdstip van ontvangst van de aanvraag zijn vastgesteld, wordt de steun toegekend op voorwaarde dat het bedrijf aan die nieuwe normen voldoet bij de voltooiing van de investering.”.

2)

In artikel 8 wordt lid 4 vervangen door:

„4.   Met het oog op de toepassing van artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1268/1999 wordt verstaan onder:

a)

„jonge landbouwers”: landbouwers die op het tijdstip waarop het besluit om steun te verlenen wordt genomen, jonger zijn dan 40 jaar en die over voldoende vakbekwaamheid en deskundigheid beschikken;

b)

„berggebieden”: bergstreken zoals gedefinieerd in artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1257/1999;

c)

„overheidssteun”: alle dergelijke steun ongeacht of deze wel of niet in het kader van het programma wordt toegekend.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2008/2004 (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 12-13).

(2)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 583/2004 (PB L 91 van 30.3.2004, blz. 1).

(3)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 70.

(4)  PB L 331 van 23.12.1999, blz. 51. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 775/2003 (PB L 112 van 6.5.2003, blz. 9).


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/38


VERORDENING (EG) Nr. 2279/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 747/2001 van de Raad betreffende communautaire tariefcontingenten en referentiehoeveelheden voor bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 747/2001 van de Raad van 9 april 2001 betreffende de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten en referentiehoeveelheden voor producten die voor preferenties in aanmerking komen op grond van overeenkomsten met bepaalde landen in het Middellandse-Zeegebied en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1981/94 en (EG) nr. 934/95 (1), en met name op artikel 5, lid 1, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit van 22 december 2004 (2), sloot de Raad een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) ten behoeve van de Palestijnse Autoriteit van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen 1 en 2 bij de Interim-associatieovereenkomst tussen de EG en de Palestijnse Autoriteit. Deze nieuwe Overeenkomst is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

(2)

Het nieuwe Protocol 1 betreffende de regelingen die van toepassing zijn op invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten uit de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, hierna het „nieuwe Protocol 1” genoemd, voorziet in nieuwe tariefconcessies en in wijzigingen in de bestaande concessies zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 747/2001, waarvan sommige in het kader van communautaire tariefcontingenten en referentiehoeveelheden vallen.

(3)

Met het oog op de tenuitvoerlegging van de tariefconcessies van het nieuwe Protocol 1 moet Verordening (EG) nr. 747/2001 worden gewijzigd.

(4)

Met het oog op de berekening van de tariefcontingenten en referentiehoeveelheden voor het eerste toepassingsjaar moet worden bepaald dat, wanneer de periode van het contingent of de referentiehoeveelheid aanvangt vóór de datum waarop de nieuwe Overeenkomst van toepassing is, het volume van het tariefcontingent of de referentiehoeveelheid moet worden verlaagd naar rata van het gedeelte van de periode dat voor die datum verstreken is.

(5)

Teneinde het beheer van bepaalde bij Verordening (EG) nr. 747/2001 ingestelde tariefcontingenten en referentiehoeveelheden te vergemakkelijken, moeten de hoeveelheden die zijn ingevoerd in het kader van deze contingenten en referentiehoeveelheden, worden afgeboekt op de maatregelen die zijn geopend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 747/2001, zoals gewijzigd bij deze verordening.

(6)

In overeenstemming met het nieuwe Protocol 1 moeten de volumes van de tariefcontingenten voor bepaalde producten tweemaal worden verhoogd.

(7)

Aangezien de bepalingen van deze verordening vanaf de datum van toepassing van de nieuwe Overeenkomst moeten gelden, moet deze verordening zo spoedig mogelijk in werking treden.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité Douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 747/2001 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Voor de contingentperiode en de toepassingsperiodes van de referentiehoeveelheden die op 1 januari 2005 nog open zijn, worden de hoeveelheden die op grond van Verordening (EG) nr. 747/2001 in de Gemeenschap in het vrije verkeer zijn gebracht in het kader van het tariefcontingent en de referentiehoeveelheden met volgnummers 09.1381, 18.0310, 18.0340 en 18.0380, afgeboekt op het tariefcontingent en de referentiehoeveelheden die zijn vastgesteld in bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 747/2001, zoals gewijzigd bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)  PB L 109 van 19.4.2001, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2256/2004 van de Commissie (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 24).

(2)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


BIJLAGE

„BIJLAGE VIII

WESTELIJKE JORDAANOEVER EN GAZASTROOK

Onverminderd de bepalingen voor de uitlegging van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de goederen geacht slechts een indicatieve waarde te hebben, aangezien in het kader van deze bijlage het preferentiestelsel bepaald wordt door de GN-codes die van toepassing zijn op het ogenblik waarop deze verordening wordt aangenomen. Daar waar de GN-code wordt voorafgegaan door de aanduiding „ex”, wordt het preferentiestelsel zowel door de strekking van de GN-code als door de bijbehorende omschrijving bepaald.

DEEL A: Tariefcontingenten

Volgnummer

GN-code

Omschrijving

Contingentperiode

Volume van het contingent

(in t nettogewicht)

Contingentrecht

09.1383

0409 00 00

Natuurhoning

van 1.1 t/m 31.12.2005

500

Vrij

van 1.1 t/m 31.12.2006

750

van 1.1 t/m 31.12.2007 en voor elke daaropvolgende periode van 1.1 t/m 31.12

1 000

09.1382

0603 10

Afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering, vers

van 1.1 t/m 31.12.2005

2 000

Vrij

van 1.1 t/m 31.12.2006

2 250

van 1.1 t/m 31.12.2007 en voor elke daaropvolgende periode van 1.1 t/m 31.12

2 500

09.1384

0712 31 00

0712 32 00

0712 33 00

0712 39 00

Paddestoelen, judasoren (Auricularia spp.), trilzwammen (Tremella spp.) en truffels, gedroogd

van 1.1 t/m 31.12

500

Vrij

09.1385

0806 10 10

Druiven voor tafelgebruik, vers

van 1.2 t/m 14.7.2005

1 000

Vrij

van 1.2 t/m 14.7.2006

1 500

van 1.2 t/m 14.7.2007 en voor elke daaropvolgende periode van 1.2 t/m 14.7

2 000

09.1381

0810 10 00

Verse aardbeien

van 1.11.2004 t/m 31.3.2005

1 680

Vrij

van 1.11.2005 t/m 31.3.2006

2 500

van 1.11.2006 t/m 31.3.2007 en voor elke daaropvolgende periode van 1.11 t/m 31.3

3 000

09.1386

1509 10

Olijfolie verkregen bij de eerste persing

van 1.1 t/m 31.12.2005

2 000

Vrij

van 1.1 t/m 31.12.2006

2 500

van 1.1 t/m 31.12.2007 en voor elke daaropvolgende periode van 1.1 t/m 31.12

3 000


DEEL B: Referentiehoeveelheden

Volgnummer

GN-code

Taric-onderverdeling

Omschrijving

Toepassingsperiode van de referentiehoeveelheid

Volume van de referentiehoeveelheid

(in t nettogewicht)

Recht in het kader van de referentiehoeveelheid

18.0310

0702 00 00

 

Tomaten, vers of gekoeld

van 1.12.2004 t/m 31.3.2005

1 750

Vrij (1)

van 1.12.2005 t/m 31.3.2006 en voor elke daaropvolgende periode van 1.12 t/m 31.3

2 000

18.0320

0709 30 00

 

Aubergines, vers of gekoeld

van 15.1 t/m 30.4

3 000

Vrij

18.0330

ex 0709 60

 

Vruchten van de geslachten „Capsicum” en „Pimenta”, vers of gekoeld:

van 1.1 t/m 31.12

1 000

Vrij

0709 60 10

niet-scherpsmakende pepers

0709 60 99

andere

18.0340

0709 90 70

 

Kleine pompoenen (zogenaamde courgettes), vers of gekoeld

van 1.12 t/m 28/29.2

300

Vrij (1)

18.0350

0805 10 20

 

Sinaasappelen, vers

van 1.1 t/m 31.12

25 000

Vrij (1)

ex 0805 10 80

10

18.0360

ex 0805 20 10

05

Mandarijnen (tangerines en satsuma’s daaronder begrepen), clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers

van 1.1 t/m 31.12

500

Vrij (1)

ex 0805 20 30

05

ex 0805 20 50

07, 37

ex 0805 20 70

05

ex 0805 20 90

05, 09

18.0370

ex 0805 50 10

10

Citroenen (Citrus limon, Citrus limonum), vers

van 1.1 t/m 31.12

800

Vrij (1)

18.0380

0807 19 00

 

Meloenen (uitgezonderd watermeloenen), vers

van 1.11 t/m 31.5

10 000

Vrij”


(1)  De vrijstelling is slechts van toepassing op het ad-valoremrecht.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/42


VERORDENING (EG) Nr. 2280/2004 VAN DE COMMISSIE

van 30 december 2004

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 1 januari 2005

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1249/96 van de Commissie van 28 juni 1996 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (2), en met name op artikel 2, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat bij de invoer van de in artikel 1 van die verordening bedoelde producten de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden geheven. Voor de producten als bedoeld in lid 2 van dat artikel is het invoerrecht echter gelijk aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs van de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 is bepaald dat de cif-invoerprijzen worden berekend aan de hand van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1249/96 zijn bepalingen vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1784/2003 ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen.

(4)

De vastgestelde invoerrechten zijn van toepassing totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt.

(5)

Voor het normaal functioneren van het stelsel van invoerrechten moeten deze rechten worden berekend aan de hand van de in een referentieperiode geconstateerde representatieve marktkoersen.

(6)

De toepassing van Verordening (EG) nr. 1249/96 leidt ertoe de invoerrechten vast te stellen zoals vermeld in bijlage I bij deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde invoerrechten in de sector granen worden vastgesteld in bijlage I bij deze verordening en zijn bepaald aan de hand van de in bijlage II vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 december 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78.

(2)  PB L 161 van 29.6.1996, blz. 125. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1110/2003 (PB L 158 van 27.6.2003, blz. 12).


BIJLAGE I

Vanaf 1 januari 2005 geldende invoerrechten voor de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1784/2003 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)

(in EUR/ton)

1001 10 00

Harde tarwe van hoge kwaliteit

0,00

van gemiddelde kwaliteit

0,00

van lage kwaliteit

12,63

1001 90 91

Zachte tarwe, zaaigoed

0,00

ex 1001 90 99

Zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan voor zaaidoeleinden

0,00

1002 00 00

Rogge

45,09

1005 10 90

Maïs, zaaigoed, andere dan hybriden

55,51

1005 90 00

Maïs, andere dan zaaigoed (2)

55,51

1007 00 90

Graansorgho, andere dan hybriden bestemd voor zaaidoeleinden

45,09


(1)  Voor producten die via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Gemeenschap worden aangevoerd (artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1249/96) komt de importeur in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR/t, als de loshaven aan de Middellandse Zee ligt, of

2 EUR/t, als de loshaven in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Estland, Letland, Litouen, Polen, Finland, Zweden of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt.

(2)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR/t, als aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1249/96 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Berekeningselementen

periode van 15.12.2004-29.12.2004

1)

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Beursnotering

Minneapolis

Chicago

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Minneapolis

Product (eiwitgehalte bij 12 % vocht)

HRS2 (14 %)

YC3

HAD2

Van gemiddelde kwaliteit (1)

Van lage kwaliteit (2)

US barley 2

Notering (EUR/t)

108,75 (3)

60,16

145,51

135,51

115,51

83,05

Golfpremie (EUR/t)

39,75

12,46

 

 

Grote-Merenpremie (EUR/t)

 

 

2)

Gemiddelden over de referentieperiode bepaald in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

Vrachttarieven/kosten: Golf van Mexico–Rotterdam: 31,03 EUR/t; Grote Meren–Rotterdam: — EUR/t.

3)

Subsidies bedoeld in artikel 4, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1249/96:

0,00 EUR/t (HRW2)

0,00 EUR/t (SRW2).


(1)  Een korting van 10 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(2)  Een korting van 30 EUR/t (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).

(3)  Premie van 14 EUR/t inbegrepen (artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1249/96).


II Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

Raad

31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/45


BESLUIT VAN DE RAAD

van 22 december 2004

betreffende de toepassing van de procedure zoals vastgelegd in artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op sommige gebieden die onder titel IV van het derde deel van dat Verdrag vallen

(2004/927/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 67, lid 2, tweede streepje;

Gezien het advies van het Europees Parlement;

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens het Verdrag van Amsterdam heeft de Europese Gemeenschap de bevoegdheid verkregen om maatregelen aan te nemen op het stuk van visa, asiel, immigratie en andere met het vrije verkeer van personen verband houdende beleidssectoren, zoals is vastgelegd in titel IV van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap („het Verdrag”).

(2)

Overeenkomstig artikel 67 van het Verdrag, zoals ingevoerd door het Verdrag van Amsterdam, diende de Raad het merendeel van die maatregelen met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement aan te nemen.

(3)

Overeenkomstig lid 2, tweede streepje, van voornoemd artikel 67, moet de Raad na een overgangsperiode van vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam, met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement, een besluit nemen teneinde de procedure van artikel 251 van het Verdrag op alle onder titel IV vallende gebieden, dan wel delen ervan toe te passen.

(4)

Overeenkomstig het bij het Verdrag van Nice aangebrachte amendement op het Verdrag moet de Raad de maatregelen inzake asiel waarin artikel 63, punt 1 en punt 2, onder a) voorziet, nu reeds volgens de in artikel 251 vastgelegde procedure aannemen voorzover de Raad met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement communautaire regelgeving heeft aangenomen waarin de gemeenschappelijke regels en de grondbeginselen op dit gebied zijn vastgesteld. Hetzelfde geldt voor de in artikel 65 bedoelde maatregelen inzake samenwerking in burgerlijke zaken, met uitzondering van de aspecten die betrekking hebben op het familierecht. Dit besluit laat de bepalingen ter zake onverlet.

(5)

Overeenkomstig het protocol inzake artikel 67 van het EG-Verdrag, dat bij het Verdrag van Nice aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, moet de Raad vanaf 1 mei 2004 tevens de in artikel 66 van het Verdrag bedoelde maatregelen aannemen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, zulks op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement. Dit besluit laat voornoemd protocol onverlet.

(6)

Naast hetgeen volgt uit het Verdrag van Nice, heeft de Europese Raad bij de aanneming van „het Haags Programma - Versterking van vrijheid, veiligheid en recht in de Europese Unie” tijdens de bijeenkomst op 4 en 5 november 2004, de Raad gevraagd om uiterlijk op 1 april 2005 op grond van artikel 67, lid 2, van het Verdrag een besluit te nemen dat de Raad verplicht te handelen in overeenstemming met de procedure van artikel 251 bij de aanneming, overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie betreffende de keuze van de rechtsgrondslag voor communautaire besluiten, van de maatregelen die zijn bedoeld in artikel 62, punten 1, 2, onder a), en 3, en artikel 63, punten 2, onder b), en 3, onder b), van het Verdrag.

(7)

De Europese Raad was evenwel van oordeel dat de Raad, in afwachting van de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen moet blijven handelen bij de aanneming van de in artikel 63, punten 3, onder a), en 4 van het Verdrag bedoelde maatregelen betreffende de legale migratie van onderdanen van derde landen naar en tussen lidstaten.

(8)

De overgang naar medebeslissingsprocedures voor de aanneming van de in artikel 62, punt 1, van het Verdrag bedoelde maatregelen doet geen afbreuk aan de verplichting van de Raad om met eenparigheid van stemmen te handelen bij het nemen van de besluiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte, artikel 15, lid 1, van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (1), artikel 4 van het Protocol tot opneming van het Schengenacquis in het kader van de Europese Unie en de komende toetredingsverdragen.

(9)

De overgang naar medebeslissingsprocedures voor de aanneming van de maatregelen zoals bedoeld in artikel 62, punt 2, onder a), van het Verdrag doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten met betrekking tot de geografische afbakening van hun grenzen overeenkomstig het internationaal recht.

(10)

De Raad kan, in overeenstemming met de in het Verdrag voorziene passende rechtsgrondslag, stimuleringsmaatregelen aannemen ter ondersteuning van het optreden van de lidstaten met betrekking tot de integratie van onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven.

(11)

Ingevolge de overgang naar medebeslissingsprocedures voor de aanneming van de maatregelen zoals bedoeld in artikel 62, punten 2 en 3, van het Verdrag, dienen de verordeningen waarbij aan de Raad uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures voor de behandeling van visumaanvragen en de uitvoering van de controle en de bewaking aan de grenzen in die zin worden gewijzigd dat de Raad in deze gevallen verplicht wordt te handelen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

(12)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit besluit; Denemarken is dan ook niet door het besluit gebonden en behoeft het niet toe te passen.

(13)

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, hebben deze lidstaten te kennen geven dat zij aan de aanneming en toepassing van dit besluit wensen deel te nemen.

BESLUIT:

Artikel 1

1.   Met ingang van 1 januari 2005 handelt de Raad overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de aanneming van de maatregelen die zijn bedoeld in artikel 62, punt 1, punt 2, onder a), en punt 3, van dat Verdrag.

2.   Met ingang van 1 januari 2005 handelt de Raad overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de aanneming van de maatregelen die zijn bedoeld in artikel 63, punt 2, onder b), en punt 3, onder b), van dat Verdrag.

Artikel 2

Artikel 251 van het Verdrag is van toepassing op adviezen van het Europees Parlement die de Raad vóór 1 januari 2005 ontvangt met betrekking tot voorstellen voor maatregelen ten aanzien waarvan de Raad, uit hoofde van dit besluit moet handelen overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag.

Artikel 3

1.   In artikel 1, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 789/2001 van de Raad van 24 april 2001 tot verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures voor de behandeling van visumaanvragen (2) worden de woorden „handelend bij eenparigheid van stemmen” met ingang van 1 januari 2005 vervangen door de woorden „handelend met gekwalificeerde meerderheid van stemmen”.

2.   In artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 790/2001 van de Raad van 24 april 2001 tot verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures inzake de uitvoering van de controle en de bewaking aan de grenzen (3) worden de woorden „handelend bij eenparigheid van stemmen” met ingang van 1 januari 2005 vervangen door de woorden „handelend met gekwalificeerde meerderheid van stemmen”.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

C. VEERMAN


(1)  Raadsdocument 13054/04 beschikbaar op http://register.consilium.eu.int

(2)  PB L 116 van 26.4.2001, blz. 2

(3)  PB L 116 van 26.4.2001, blz. 5.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/47


BESLUIT VAN DE RAAD

van 22 december 2004

inzake de benoeming van de speciale coördinator voor het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa

(2004/928/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1080/2000 van 22 mei 2000 betreffende de ondersteuning van de tijdelijke missie van de Verenigde Naties voor Kosovo (UNMIK), het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger in Bosnië en Herzegovina (OHR) en het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa (SP) (1), inzonderheid artikel 1bis,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 10 juni 1999 zijn de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie en de Europese Commissie samen met de andere deelnemers aan het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa, een Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa overeengekomen, hierna „het Stabiliteitspact” te noemen.

(2)

Artikel 1bis van Verordening (EG) nr. 1080/2000 bepaalt dat de speciale coördinator van het Stabiliteitspact telkens voor een jaar wordt benoemd.

(3)

Samen met de benoeming dient het mandaat van de speciale coördinator te worden vastgesteld. Uit ervaring blijkt dat het mandaat vastgesteld bij Besluit (EG) nr. 2003/910 van de Raad van 22 december 2003 inzake de benoeming van de speciale coördinator van het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa voor het jaar 2004 (2) passend is.

(4)

De taakomschrijving dient duidelijk te worden afgebakend en er moeten richtsnoeren voor coördinatie en verslaglegging worden vastgesteld.

BESLUIT:

Artikel 1

De heer Erhard BUSEK wordt benoemd tot speciaal coördinator van het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa.

Artikel 2

De speciale coördinator voert de functies uit die zijn vastgesteld in punt 13 van het document inzake het Stabiliteitspact van 10 juni 1999.

Artikel 3

Teneinde de in artikel 2 bedoelde doelstellingen te bereiken, wordt de speciale coördinator met het volgende mandaat belast:

a)

bevorderen van de verwezenlijking van de doelstellingen van het Stabiliteitspact in en tussen de afzonderlijke landen waar het Stabiliteitspact zijn meerwaarde heeft bewezen;

b)

fungeren als voorzitter van het Regionaal Overlegorgaan voor Zuidoost-Europa;

c)

nauwe contacten onderhouden met alle deelnemers en steunverlenende staten, organisaties en instellingen van het Stabiliteitspact en met de relevante regionale initiatieven en organisaties, ter bevordering van de regionale samenwerking en ter versterking van de zelfbeschikking van de regio;

d)

nauw samenwerken met alle instellingen van de Europese Unie en haar lidstaten teneinde de rol van de Europese Unie in het Stabiliteitspact overeenkomstig de punten 18, 19 en 20 van het document betreffende het Stabiliteitspact te versterken, en te zorgen voor complementariteit van de werkzaamheden van het Stabiliteitspact en die van het Stabilisatie- en Associatieproces;

e)

regelmatig en zo nodig met alle betrokkenen tegelijk vergaderen met de voorzitters van de werkgroepen met het oog op algemene strategische coördinatie, en uitvoeren van de secretariaatswerkzaamheden van het Regionaal Overlegorgaan voor Zuidoost-Europa en de instrumenten daarvan;

f)

werken aan de hand van een van tevoren in overleg met de deelnemers aan het Stabiliteitspact overeengekomen lijst van de prioritaire maatregelen die in 2005 in het kader van het Stabiliteitspact moeten worden uitgevoerd, en toetsing van de werkmethoden en structuren van het Stabiliteitspact, teneinde te zorgen voor samenhang en een doeltreffend gebruik van de middelen.

Artikel 4

De speciale coördinator sluit met de Commissie een financieringsovereenkomst.

Artikel 5

De activiteiten van de speciale coördinator worden gecoördineerd met die van de secretaris-generaal van de Raad/de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB, het voorzitterschap van de Raad en de Commissie, met name in het kader van het Informeel Raadgevend Comité. Ter plaatse worden nauwe contacten onderhouden met het voorzitterschap van de Raad, de Commissie, de hoofden van de missies van de lidstaten, de speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie, het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger in Bosnië en Herzegovina, en het civiele bestuur van de Verenigde Naties in Kosovo.

Artikel 6

De speciale coördinator brengt in voorkomend geval verslag uit aan de Raad en de Commissie. Hij blijft het Europees Parlement regelmatig informeren omtrent zijn activiteiten.

Artikel 7

Dit besluit wordt van kracht de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005.

Gedaan te Brussel, 22 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

C. VEERMAN


(1)  PB L 122 van 24.5.2000, blz. 27. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2098/2003 (PB L 316 van 29.11.2003, blz. 1).

(2)  PB L 342 van 30.12.2003, blz. 51.


Commissie

31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/49


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2004

tot wijziging van de aanpassingscoëfficiënten die met ingang van 1 februari, 1 maart, 1 april, 1 mei en 1 juni 2004 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontracten van de Europese Gemeenschappen die in derde landen tewerkgesteld zijn en van een deel van de ambtenaren die tewerkgesteld blijven in de tien nieuwe lidstaten gedurende een periode van ten hoogste vijftien maanden na de toetreding

(2004/929/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 (1), en met name op artikel 13, tweede alinea, van bijlage X,

Gelet op het Verdrag tot toetreding van tien nieuwe lidstaten, en met name op artikel 33, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1785/2004 (2) van de Raad zijn voor de laatste maal volgens het oude Statuut, overeenkomstig artikel 13, eerste alinea, van bijlage X bij dit Statuut, de aanpassingscoëfficiënten vastgesteld die met ingang van 1 januari 2004 van toepassing zijn op de bezoldigingen die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald aan de ambtenaren die in derde landen zijn tewerkgesteld.

(2)

Met ingang van 1 februari, 1 maart, 1 april, 1 mei en 1 juni 2004 dienen bepaalde van deze aanpassingscoëfficiënten overeenkomstig artikel 13, tweede alinea, van bijlage X bij dit Statuut te worden gewijzigd daar uit statistische gegevens waarover de Commissie beschikt, is gebleken dat de wijziging van de kosten van levensonderhoud, die aan de hand van de aanpassingscoëfficiënt en de desbetreffende wisselkoers wordt gemeten, voor bepaalde derde landen sedert de laatste aanpassing meer dan 5 % bedraagt,

BESLUIT:

Enig artikel

Met ingang van 1 februari, 1 maart, 1 april, 1 mei en 1 juni 2004 worden de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontracten die in derde landen zijn tewerkgesteld, en van een deel van de ambtenaren die tewerkgesteld blijven in de tien nieuwe lidstaten gedurende een periode van ten hoogste vijftien maanden na de toetreding, en die in de valuta van het land van tewerkstelling worden uitbetaald, gewijzigd overeenkomstig de bijlage.

De voor de berekening van deze bezoldigingen toegepaste wisselkoersen worden vastgesteld in overeenstemming met de uitvoering van het Financieel Reglement en hebben betrekking op de in de eerste alinea bedoelde datum.

Gedaan te Brussel, op 22 december 2004.

Voor de Commissie

Benita FERRERO-WALDNER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 857/2004 (PB L 161 van 30.4.2004, blz. 11).

(2)  PB L 317 van 16.10.2004, blz. 1.


BIJLAGE

Land van tewerkstelling

Aanpassingscoëfficiënten

Februari 2004

Dominicaanse Republiek

33,1

Suriname

49,3

Zimbabwe

31,9


Land van tewerkstelling

Aanpassingscoëfficiënten

Maart 2004

Dominicaanse Republiek

38,9

Zimbabwe

33,5


Land van tewerkstelling

Aanpassingscoëfficiënten

April 2004

Dominicaanse Republiek

43,8

Sierra Leone

65,6

Zimbabwe

38,7


Land van tewerkstelling

Aanpassingscoëfficiënten

Mei 2004

Georgië

87,4

Malawi

71,6

Dominicaanse Republiek

48,6

Zimbabwe

42,9


Land van tewerkstelling

Aanpassingscoëfficiënten

Juni 2004

Kazachstan

94,0

Dominicaanse Republiek

46,4

Sierra Leone

71,0

Zimbabwe

44,7


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/51


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 28 december 2004

inzake een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan activiteiten die de lidstaten hebben gepland met het oog op de tenuitvoerlegging van controle-, inspectie- en bewakingsprogramma’s in 2004 (tweede tranche)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 5310)

(2004/930/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 2004/465/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake een financiële bijdrage van de Gemeenschap aan de visserijcontroleprogramma's van de lidstaten (1), en met name op artikel 6, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De visserijcontroleprogramma’s van de lidstaten voor de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 zijn ingediend bij de Commissie, samen met aanvragen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven die voor de uitvoering van die programma's moeten worden gedaan.

(2)

Activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4 van Beschikking 2004/465/EG kunnen in aanmerking komen voor financiering door de Gemeenschap.

(3)

Het totale bedrag van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de subsidiabele uitgaven voor 2004 moet worden vastgesteld voor elk steunbedrag dat een lidstaat toekent voor activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4 van Beschikking 2004/465/EG. Tevens moet worden overgegaan tot vaststelling van het percentage van de financiële bijdrage van de Gemeenschap tot dergelijke activiteiten, en van de voorwaarden voor terugbetaling van de nationale uitgaven door de Gemeenschap.

(4)

Overeenkomstig artikel 8 van Beschikking 2004/465/EG moeten de lidstaten uiterlijk twaalf maanden na het einde van het jaar waarin de onderhavige beschikking aan hen is meegedeeld, hun uitgaven vastleggen. Ook moeten zij zich houden aan hetgeen in de eerstgenoemde beschikking is bepaald met betrekking tot het starten van hun projecten en het indienen van aanvragen om terugbetaling.

(5)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserij en aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze beschikking wordt voor elke lidstaat het totale bedrag van de financiële bijdrage van de Gemeenschap vastgesteld, alsmede het percentage van de financiële bijdrage van de Gemeenschap en de voorwaarden waaronder de bijdrage mag worden toegekend voor de in artikel 4 van Beschikking 2004/465/EG opgenomen activiteiten.

Artikel 2

Elektronische plaatsbepalingsapparatuur

1.   Met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde grenzen mag een maximale bijdrage van 4 500 EUR per vaartuig worden toegekend voor uitgaven betreffende de aanschaf en installatie aan boord van vissersvaartuigen van elektronische plaatsbepalingsapparatuur waarmee visserijtoezichtcentra de vissersvaartuigen met behulp van een satellietvolgsysteem (VMS) op afstand kunnen volgen.

2.   Binnen het in lid 1 vastgestelde maximumbedrag van 4 500 EUR wordt de eerste 1 500 EUR aan subsidiabele uitgaven voor 100 % door de Gemeenschap vergoed.

3.   De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor subsidiabele uitgaven tussen 1 500 EUR en 4 500 EUR per vaartuig bedraagt maximaal 50 % van die uitgaven.

4.   De elektronische plaatsbepalingsapparatuur moet voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS) (2).

Artikel 3

Nieuwe technologieën en IT-netwerken

Met inachtneming van de in bijlage II vastgestelde grenzen mag een financiële bijdrage van 50 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend voor de aanschaf en installatie van, en technische bijstand voor computertechnologie en de totstandbrenging van IT-netwerken voor een efficiënte en veilige gegevensuitwisseling in verband met toezicht, controle en bewaking inzake visserijactiviteiten. Voor investeringen betreffende het op de Kerguelen-eilanden gevestigde station voor de ontvangst en verwerking van radarsatellietgegevens mag, met inachtneming van de in bijlage II vastgestelde grenzen, een financiële bijdrage van 40 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend.

Artikel 4

Proefprojecten inzake nieuwe technologieën

1.   Met inachtneming van de in bijlage III vastgestelde grenzen mag een financiële bijdrage van 50 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend voor proefprojecten inzake de toepassing van nieuwe technologieën ter verbetering van de controle van de visserijactiviteiten.

2.   De proefprojecten moeten voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 1461/2003 van de Commissie van 18 augustus 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen betreffende proefprojecten op het gebied van het elektronisch doorgeven van informatie over visserijactiviteiten en teledetectie (3).

Artikel 5

Opleiding

Met inachtneming van de in bijlage IV vastgestelde grenzen mag een financiële bijdrage van 50 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend voor opleidings- en uitwisselingsprogramma's voor ambtenaren die zijn belast met toezicht-, controle- en bewakingstaken op visserijgebied.

Artikel 6

Proefprogramma’s voor inspecties en waarnemingen

1.   Met inachtneming van de in bijlage V vastgestelde grenzen mag een financiële bijdrage van 50 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend voor de uitvoering van proefprogramma's voor inspecties en waarnemingen.

2.   Deze projecten moeten met name voldoen aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 812/2004 van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de bijvangsten van walvisachtigen bij de visserij en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 88/98 (4).

Artikel 7

Evaluatie van de uitgaven

Met inachtneming van de in bijlage VI vastgestelde grenzen mag een financiële bijdrage van 50 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend voor de tenuitvoerlegging van een systeem voor de evaluatie van de uitgaven die gepaard gaan met de controle van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Artikel 8

Seminars en media-instrumenten

Met inachtneming van de in bijlage VII vastgestelde grenzen mag een financiële bijdrage van 75 % van de subsidiabele uitgaven worden toegekend voor initiatieven zoals seminars en media-instrumenten om vissers, andere actoren zoals inspecteurs, openbare aanklagers en rechters, en het grote publiek meer bewust te maken van de noodzaak om onverantwoorde en illegale visserij te bestrijden en van de uitvoering van de regels inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Artikel 9

Patrouillevaartuigen en verkenningsvliegtuigen

Met inachtneming van de in bijlage VIII vastgestelde grenzen mag voor de aanschaf en modernisering van vaartuigen en luchtvaartuigen die door de bevoegde autoriteiten in de lidstaten worden ingezet voor inspectie en bewaking van visserijactiviteiten, een financiële bijdrage worden toegekend van:

50 % van de subsidiabele uitgaven die worden gedaan door de op 1 mei 2004 toegetreden lidstaten,

25 % van de subsidiabele uitgaven die worden gedaan door andere lidstaten.

Artikel 10

Aanvragen om terugbetaling

De aanvragen om terugbetaling van uitgaven en om betaling van voorschotten moeten in overeenstemming zijn met de artikelen 12 en 13 en met bijlage I, deel C, van Beschikking 2004/465/EG.

Artikel 11

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 28 december 2004.

Voor de Commissie

Joe BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 157 van 30.4.2004, blz. 114. Beschikking gerectificeerd in PB L 195 van 2.6.2004, blz. 36.

(2)  PB L 333 van 20.12.2003, blz. 17.

(3)  PB L 208 van 19.8.2003, blz. 14.

(4)  PB L 150 van 30.4.2004, blz. 12.


BIJLAGE I

Elektronische plaatsbepalingsapparatuur

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

0

0

Duitsland

0

0

Estland

0

0

Griekenland

0

0

Spanje

0

0

Frankrijk

0

0

Ierland

0

0

Italië

0

0

Cyprus

0

0

Letland

0

0

Litouwen

0

0

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

0

0

Nederland

0

0

Oostenrijk

0

0

Polen

585 000

468 000

Portugal

0

0

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

0

0

Zweden

0

0

Verenigd Koninkrijk

0

0

Totaal

585 000

468 000


BIJLAGE II

Nieuwe technologieën en IT-netwerken

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

271 000

135 500

Duitsland

235 000

117 500

Estland

0

0

Griekenland

0

0

Spanje

0

0

Frankrijk

1 800 000

750 000

Ierland

2 000 000

1 000 000

Italië

1 755 953

877 977

Cyprus

0

0

Letland

0

0

Litouwen

110 000

55 000

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

96 763

48 381

Nederland

310 325

155 163

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

2 291 616

1 145 808

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

545 000

272 500

Zweden

87 430

43 715

Verenigd Koninkrijk

179 134

89 567

Totaal

9 682 221

4 691 111


BIJLAGE III

Proefprojecten inzake nieuwe technologieën

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

0

0

Duitsland

0

0

Estland

0

0

Griekenland

200 000

100 000

Spanje

0

0

Frankrijk

0

0

Ierland

0

0

Italië

0

0

Cyprus

0

0

Letland

0

0

Litouwen

0

0

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

0

0

Nederland

0

0

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

586 000

293 000

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

0

0

Zweden

0

0

Verenigd Koninkrijk

0

0

Totaal

786 000

393 000


BIJLAGE IV

Opleiding

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

5 000

2 500

Tsjechië

0

0

Denemarken

56 500

28 250

Duitsland

52 500

26 250

Estland

9 590

4 795

Griekenland

0

0

Spanje

183 703

91 852

Frankrijk

130 000

65 000

Ierland

0

0

Italië

1 270 816

635 408

Cyprus

20 000

10 000

Letland

0

0

Litouwen

20 000

10 000

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

600 901

300 451

Nederland

139 674

69 837

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

102 967

51 484

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

30 000

15 000

Zweden

132 790

66 395

Verenigd Koninkrijk

175 512

87 756

Totaal

2 929 953

1 464 978


BIJLAGE V

Proefprogramma’s voor inspecties en waarnemingen

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

0

0

Duitsland

0

0

Estland

0

0

Griekenland

0

0

Spanje

0

0

Frankrijk

0

0

Ierland

0

0

Italië

0

0

Cyprus

0

0

Letland

0

0

Litouwen

0

0

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

0

0

Nederland

0

0

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

94 910

47 455

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

0

0

Zweden

474 400

237 200

Verenigd Koninkrijk

0

0

Totaal

569 310

284 655


BIJLAGE VI

Evaluatie van de uitgaven

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

0

0

Duitsland

0

0

Estland

0

0

Griekenland

0

0

Spanje

0

0

Frankrijk

0

0

Ierland

0

0

Italië

0

0

Cyprus

0

0

Letland

0

0

Litouwen

0

0

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

0

0

Nederland

0

0

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

50 000

25 000

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

0

0

Zweden

0

0

Verenigd Koninkrijk

0

0

Totaal

50 000

25 000


BIJLAGE VII

Seminars en media-instrumenten

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

0

0

Duitsland

0

0

Estland

0

0

Griekenland

200 000

150 000

Spanje

6 000

4 500

Frankrijk

0

0

Ierland

0

0

Italië

0

0

Cyprus

30 000

22 500

Letland

0

0

Litouwen

10 000

7 500

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

0

0

Nederland

0

0

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

0

0

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

0

0

Zweden

230 000

172 500

Verenigd Koninkrijk

0

0

Totaal

476 000

357 000


BIJLAGE VIII

Patrouillevaartuigen en verkenningsvliegtuigen

(in EUR)

Lidstaat

Uitgaven die zijn gepland in de nationale visserijcontroleprogramma's

Bijdrage van de Gemeenschap

België

0

0

Tsjechië

0

0

Denemarken

0

0

Duitsland

77 798

19 449

Estland

0

0

Griekenland

1 050 000

262 500

Spanje

22 238 597

5 559 649

Frankrijk

0

0

Ierland

1 000 000

250 000

Italië

0

0

Cyprus

1 400 000

700 000

Letland

0

0

Litouwen

0

0

Luxemburg

0

0

Hongarije

0

0

Malta

600 000

300 000

Nederland

0

0

Oostenrijk

0

0

Polen

0

0

Portugal

4 630 000

1 157 500

Slovenië

0

0

Slowakije

0

0

Finland

105 000

26 250

Zweden

5 700 000

1 425 000

Verenigd Koninkrijk

13 758 956

3 439 739

Totaal

50 560 351

13 140 087


Besluiten aangenomen krachtens titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie

31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/61


BESLUIT EUPOL KINSHASA/1/2004 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 9 december 2004

betreffende de benoeming van het hoofd van de missie van de EU-Politiemissie in Kinshasa (DRC), EUPOL „Kinshasa”

(2004/931/GBVB)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 25, lid 3,

Gelet op Gemeenschappelijk Optreden 2004/847/GBVB van de Raad van 9 december 2004 betreffende de start van de EU-Politiemissie in Kinshasa (DRC), EUPOL Kinshasa (1), en met name op de artikelen 5 en 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de artikelen 5 en 8 van Gemeenschappelijk Optreden 2004/847/GBVB staat dat de Raad het Politiek en Veiligheidscomité machtigt de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met inbegrip van de benoeming, op voorstel van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, van een hoofd van de missie.

(2)

De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger heeft de benoeming van de heer Adílio CUSTÓDIO voorgesteld,

BESLUIT:

Artikel 1

De heer Adílio CUSTÓDIO wordt benoemd tot hoofd van de missie van de EU-Politiemissie in Kinshasa (DRC) met betrekking tot de geïntegreerde politie-eenheid (GPE) (EUPOL Kinshasa) vanaf de dag dat de missie van start gaat. Tot die datum fungeert hij als hoofd van het planningsteam.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag van zijn aanneming.

Het is van toepassing tot en met 31 december 2005.

Gedaan te Brussel, 9 december 2004.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

A. HAMER


(1)  PB L 367 van 14.12.2004, blz. 30.


Rectificaties

31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/62


Rectificatie van Beschikking 2004/410/EG van de Commissie van 28 april 2004 betreffende de specifieke veterinairrechtelijke voorschriften voor invoer van bepaalde dieren uit Saint Pierre en Miquelon en tot wijziging van Beschikking 79/542/EEG van de Raad

( Publicatieblad van de Europese Unie L 208 van 10 juni 2004 )

Bladzijde 35, bijlage 1 , aan de „Lijst van derde landen of delen daarvan” wordt het volgende toegevoegd:

„Specifieke voorwaarden: (zie de voetnoten in elk certificaat)

„I”

:

gebied waar de aanwezigheid van BSE bij inheemse runderen zeer onwaarschijnlijk wordt geacht in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens de modelcertificaten BOV-X en BOV-Y.

„II”

:

gebied dat als officieel tuberculosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat BOV-X.

„III”

:

gebied dat als officieel brucellosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat BOV-X.

„IVa”

:

gebied dat als officieel vrij van enzoötische boviene leukose (EBL) is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat BOV-X.

„IVb”

:

gebied met bedrijven die als officieel vrij van enzoötische boviene leukose (EBL) zijn erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat BOV-X.

„V”

:

gebied dat als officieel brucellosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat OVI-X.

„VI”

:

Geografische beperkingen:

„VII”

:

gebied dat als officieel tuberculosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat RUM.

„VIII”

:

gebied dat als officieel brucellosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat RUM.

„IX”

:

gebied dat als officieel vrij van de ziekte van Aujeszky is erkend in het kader van de uitvoer naar de Europese Gemeenschap van dieren die zijn gecertificeerd volgens het modelcertificaat POR-X.”.

Bladzijde 37, bijlage II, onder punt 10.2:

in plaats van:

„soit” en „ou”,

te lezen:

„hetzij” en „of”.

Op bladzijde 42, bijlage IV, „Deel 4”, de titel „Diersoort” toevoegen.


31.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 396/63


Rectificatie van Beschikking 2004/407/EG van de Commissie van 26 april 2004 inzake overgangsbepalingen op het gebied van hygiëne en certificatie krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de invoer van fotografische gelatine uit bepaalde derde landen

( Publicatieblad van de Europese Unie L 208 van 10 juni 2004 )

Bladzijde 9, bijlage I:

In de eerste kolom wordt het kopje als volgt gelezen: „Derde land van oorsprong”. In de vierde kolom wordt het kopje als volgt gelezen: „Grensinspectiepost van eerste binnenkomst”.

Bladzijde 16, bijlage III, Gezondheidscertificaat, laatste vak:

in plaats van:

„Officiell stempel en handtekening”,

te lezen:

„Officieel stempel en handtekening”;

in plaats van:

„(lugar)”,

te lezen:

„(plaats)”;

in plaats van:

„(nombre, apellidos, cargo y titulación en letras mayúsculas)”,

te lezen:

„(naam, kwalificatie en functie, in blokletters)”.