ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 369

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

47e jaargang
16 december 2004


Inhoud

 

I   Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

Bladzijde

 

*

Verordening (EG) nr. 2132/2004 van de Raad van 6 december 2004 tot vaststelling, voor het visseizoen 2005, van de oriëntatieprijzen en de communautaire productieprijzen voor bepaalde visserijproducten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 104/2000

1

 

*

Verordening (EG) nr. 2133/2004 van de Raad van 13 december 2004 waarbij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting wordt ingevoerd om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, en waarbij de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het gemeenschappelijk handboek daartoe worden gewijzigd

5

 

 

Verordening (EG) nr. 2134/2004 van de Commissie van 15 december 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

11

 

*

Verordening (EG) nr. 2135/2004 van de Commissie van 14 december 2004 inzake de stopzetting van de visserij op Noordse garnaal door vaartuigen die de vlag van Polen voeren

13

 

*

Verordening (EG) nr. 2136/2004 van de Commissie van 14 december 2004 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 872/2004 van de Raad inzake verdere restrictieve maatregelen ten aanzien van Liberia

14

 

*

Verordening (EG) nr. 2137/2004 van de Commissie van 14 december 2004 houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen

18

 

*

Verordening (EG) nr. 2138/2004 van de Commissie van 15 december 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 14/2004 met betrekking tot de voorzieningsbalans voor de Canarische Eilanden voor melk en room

24

 

*

Verordening (EG) nr. 2139/2004 van de Commissie van 8 december 2004 tot aanpassing en uitvoering van Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad en tot wijziging van Beschikking 2000/115/EG, met het oog op de organisatie van communautaire enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven in 2005 en 2007

26

 

*

Verordening (EG) nr. 2140/2004 van de Commissie van 15 december 2004 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1245/2004 inzake de formaliteiten met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visserijvergunningen voor de wateren in de exclusieve economische zone van Groenland

49

 

*

Verordening (EG) nr. 2141/2004 van de Commissie van 15 december 2004 tot vaststelling, voor niet-geëgreneerde katoen, van de nadere raming van de productie voor het verkoopseizoen 2004/2005 en van de daarop gebaseerde nieuwe voorlopige verlaging van de streefprijs

53

 

 

Verordening (EG) nr. 2142/2004 van de Commissie van 15 december 2004 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 16 december 2004

55

 

 

II   Besluiten waarvan de publicatie niet voorwaarde is voor de toepassing

 

 

Raad

 

*

2004/853/EG:
Beschikking van de Raad van 7 december 2004 waarbij Frankrijk en Italië worden gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 3, lid 1, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting

58

 

*

2004/854/EG:
Beschikking van de Raad van 7 december 2004 tot wijziging van Beschikking 2001/865/EG van de Raad houdende machtiging van het Koninkrijk Spanje tot het toepassen van een maatregel die afwijkt van artikel 11 van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting

60

 

*

2004/855/EG:
Beschikking van de Raad van 7 december 2004 tot wijziging van artikel 3 van Beschikking 98/198/EG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd tot voortzetting van de toepassing van een maatregel die afwijkt van de artikelen 6 en 17 van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting

61

 

*

2004/856/EG:
Beschikking van de Raad van 7 december 2004 tot wijziging van Beschikking 2000/746/EG houdende machtiging van de Franse Republiek tot het toepassen van een maatregel die afwijkt van artikel 11 van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

63

 

 

Commissie

 

*

2004/857/EG:
Beschikking van de Commissie van 8 december 2004 tot wijziging van Beschikking 97/222/EG tot vaststelling van de lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van vleesproducten toestaan (Kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 4563)
 ( 1 )

65

 

*

2004/858/EG:
Besluit van de Commissie van 15 december 2004 tot oprichting van een uitvoerend agentschap, genaamd het Agentschap voor het volksgezondheidsprogramma, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van de volksgezondheid overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad

73

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing

16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/1


VERORDENING (EG) Nr. 2132/2004 VAN DE RAAD

van 6 december 2004

tot vaststelling, voor het visseizoen 2005, van de oriëntatieprijzen en de communautaire productieprijzen voor bepaalde visserijproducten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 104/2000

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (1), en met name op artikel 18, lid 3, en artikel 26, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 18, lid 1, en artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 is bepaald dat er elk visseizoen een oriëntatieprijs en een communautaire productieprijs moeten worden vastgesteld om het prijspeil voor de interventies op de markt voor bepaalde visserijproducten vast te stellen.

(2)

In artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 is bepaald dat voor alle in de bijlagen I en II bij die verordening vermelde producten of groepen van producten een oriëntatieprijs wordt vastgesteld.

(3)

Op grond van de thans beschikbare gegevens betreffende de prijzen voor de betrokken producten en op grond van de in artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde criteria is het dienstig de oriëntatieprijzen voor het visseizoen 2005 naar gelang van de vissoort te verhogen, ongewijzigd te laten of te verlagen.

(4)

In Verordening (EG) nr. 104/2000 is bepaald dat voor elk van de in bijlage III bij die verordening vermelde visserijproducten de communautaire productieprijs wordt vastgesteld. Het volstaat echter de communautaire productieprijs voor slechts een van de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde producten vast te stellen, aangezien de prijzen voor de andere producten met gebruikmaking van de bij Verordening (EEG) nr. 3510/82 van de Commissie (2) vastgestelde aanpassingscoëfficiënten kunnen worden berekend.

(5)

Uitgaande van de in artikel 18, lid 2, eerste en tweede streepje, en artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde criteria, moet de communautaire productieprijs voor het visseizoen 2005 worden aangepast.

(6)

Gezien de urgentie van de zaak, dient een uitzondering te worden gemaakt op de in punt I.3 van het aan het Verdrag van Amsterdam betreffende de Europese Unie gehechte protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie bedoelde periode van zes weken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het visseizoen van 1 januari tot en met 31 december 2005 zijn de in artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde oriëntatieprijzen de in bijlage I bij deze verordening vermelde prijzen.

Artikel 2

Voor het visseizoen van 1 januari tot en met 31 december 2005 zijn de in artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde communautaire productieprijzen de in bijlage II bij deze verordening vermelde prijzen.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

H. HOOGERVORST


(1)  PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(2)  PB L 368 van 28.12.1982, blz. 27. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3899/92 (PB L 392 van 31.12.1992, blz. 24).


BIJLAGE I

Bijlagen

Vissoort

Producten van de bijlagen I en II van Verordening (EG) nr. 104/2000

Aanbiedingsvorm

Oriëntatieprijs

(EUR/t)

I

1.

Haring van de soort Clupea harengus

In gehele staat

260

2.

Sardines van de soort Sardina pilchardus

In gehele staat

587

3.

Doornhaai (Squalus acanthias)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

1 101

4.

Hondshaai (Scyliorhinus spp.)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

759

5.

Noorse schelvis (Sebastes spp.)

In gehele staat

1 153

6.

Kabeljauw van de soort Gadus morhua

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

1 615

7.

Koolvis (Pollachius virens)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

751

8.

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

983

9.

Wijting (Merlangius merlangus)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

937

10.

Leng (Molva spp.)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

1 196

11.

Makreel van de soort (Scomber scombrus)

In gehele staat

314

12.

Makreel van de soort (Scomber japonicus)

In gehele staat

303

13.

Ansjovis (Engraulis spp.)

In gehele staat

1 270

14.

Schol (Pleuronectes platessa)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop van 1.1.2005 tot en met 30.4.2005

1 079

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop van 1.5.2005 tot en met 31.12.2005

1 499

15.

Heek van de soort (Merluccius merluccius)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

3 731

16.

Schartong (Lepidorhombus spp.)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

2 454

17.

Schar (Limanda limanda)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

877

18.

Bot (Platichthys flesus)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

530

19.

Witte tonijn (Thunnus alalunga)

In gehele staat

2 242

Ontdaan van ingewanden, met kop

2 515

20.

Inktvis (Sepia officinalis en Rossia macrosoma)

In gehele staat

1 621

21.

Zeeduivel (Lophius spp.)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

2 853

Zonder kop

5 869

22.

Garnalen van de soort Crangon crangon

Enkel gekookt in water

2 415

23.

Noorse garnaal (Pandalus Borealis)

Enkel gekookt in water

6 315

Vers of gekoeld

1 606

24.

Noordzeekrab (Cancer pagurus)

In gehele staat

1 740

25.

Langoestine (Nephrops norvegicus)

In gehele staat

5 364

Staarten

4 258

26.

Tong (Solea spp.)

In gehele staat of ontdaan van ingewanden, met kop

6 613

II

1.

Zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides)

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

1 956

2.

Heek van de soort Merluccius spp.

Bevroren, in gehele staat, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

1 239

Bevroren, filets, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

1 499

3.

Zeebrasem (Dentex dentex en Pagellus spp.)

Bevroren, in partijen of in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

1 602

4.

Zwaardvis (Xiphias gladius)

Bevroren, in gehele staat, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

4 019

5.

Inktvis (Sepia officinalis) (Rossia macrosoma) (Sepiola rondeletti)

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

1 946

6.

Achtarmige inktvis (Octopus spp.)

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

2 140

7.

Pijlinktvis (Loligo spp.)

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

1 168

8.

Pijlinktvis (Ommastrephes sagittatus)

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

961

9.

Illex argentinus

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

861

10.

Garnalen van de familie Penaeidae

Garnalen van de soort Parapenaeus Longirostris

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

3 995

Andere soorten van de familie Penaeidae

Bevroren, in oorspronkelijke verpakking, bevattende homogene producten

8 061


BIJLAGE II

Vissoort

Producten van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 104/2000

Handelskenmerken

Communautaire productieprijs

(in EUR/t)

Geelvintonijn (Thunnus albacares)

In gehele staat, wegende meer dan 10 kg per stuk

1 207

De communautaire productieprijzen voor andere producten van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 104/2000 worden vastgesteld met gebruikmaking van de aanpassingscoëfficiënten van Verordening (EEG) nr. 3510/82.


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/5


VERORDENING (EG) Nr. 2133/2004 VAN DE RAAD

van 13 december 2004

waarbij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting wordt ingevoerd om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, en waarbij de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het gemeenschappelijk handboek daartoe worden gewijzigd

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Tijdens de Europese Raad van Sevilla van 21 en 22 juni 2002 werd opgeroepen tot een versterking van de samenwerking om de illegale immigratie te bestrijden en werd de Commissie en de lidstaten verzocht operationele maatregelen te nemen om overal aan de buitengrenzen een gelijkwaardig niveau van controle te waarborgen.

(2)

De bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten Akkoord van 14 juni 1985 (2) en het gemeenschappelijk handboek (3) inzake de overschrijding van de buitengrenzen zijn onvoldoende duidelijk en nauwkeurig wat de verplichting betreft om bij de overschrijding van de buitengrenzen stempels in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen aan te brengen. Daardoor hebben zij in de lidstaten tot verschillende werkwijzen geleid en maken zij het moeilijk te controleren of is voldaan aan de voorwaarden inzake de duur van het kort verblijf van deze onderdanen van derde landen op het grondgebied van de lidstaten, namelijk ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden.

(3)

Tijdens zijn zitting van 27 en 28 februari 2003 steunde de Raad het voornemen van de Commissie om de ter zake geldende regels te verduidelijken en de lidstaten er met name door middel van een voorstel voor een verordening van de Raad toe te verplichten in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij de overschrijding van de buitengrenzen systematisch een in- of uitreisstempel aan te brengen.

(4)

In zijn conclusies van 8 mei 2003 heeft de Raad ertoe opgeroepen om duidelijk aangegeven gescheiden controlerijstroken voor de verschillende nationaliteiten in te voeren. Specifieke communautaire voorschriften inzake klein grensverkeer zullen leiden tot verbeteringen bij het beheer van de buitengrenzen door de bevoegde diensten, waardoor eventuele praktische moeilijkheden als gevolg van de verplichting in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen systematisch stempels aan te brengen, gemakkelijker zullen kunnen worden overwonnen. Deze maatregelen zullen er tevens toe bijdragen dat slechts bij hoge uitzondering eventuele maatregelen ter versoepeling van de personencontroles aan de buitengrenzen moeten worden genomen.

(5)

De aan de lidstaten opgelegde verplichting om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij de binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, in combinatie met de beperking van de omstandigheden waarin de personencontroles aan de buitengrenzen kunnen worden versoepeld, de mogelijkheid om aan het ontbreken van een stempel in deze reisdocumenten het vermoeden te verbinden dat de houder ervan niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake de duur van het kort verblijf.

(6)

De onderdaan van een derde land moet dit vermoeden echter kunnen weerleggen door middel van een relevant en geloofwaardig bewijsmiddel. In dergelijke gevallen dienen de bevoegde nationale autoriteiten de datum en de plaats van de betrokken grensoverschrijding te bevestigen, zodat zij de betrokken onderdaan van een derde land het bewijs verstrekken dat hij voldoet aan de voorwaarden inzake de verblijfsduur.

(7)

Door het aanbrengen van een stempel in het reisdocument kunnen de datum en de plaats van de grensoverschrijding met zekerheid worden vastgesteld, zonder dat daardoor in alle gevallen wordt vastgesteld dat alle vereiste controlemaatregelen inzake grensoverschrijdingsdocumenten zijn uitgevoerd.

(8)

Deze verordening dient tevens de categorieën personen te omschrijven in wier reisdocumenten niet systematisch een stempel behoeft te worden aangebracht bij de overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten. In dit verband moet worden benadrukt dat er thans wordt gewerkt aan communautaire voorschriften inzake klein grensverkeer, waaronder voorschriften inzake het afstempelen van de reisdocumenten van grensbewoners. In afwachting van de aanneming van communautaire voorschriften inzake klein grensverkeer, moet overeenkomstig bestaande bilaterale overeenkomsten inzake klein grensverkeer de mogelijkheid worden gehandhaafd om grensbewoners vrij te stellen van de verplichting hun reisdocumenten te laten afstempelen.

(9)

De bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het gemeenschappelijk handboek moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. Aangezien deze verordening is gericht op de verdere ontwikkeling van het Schengenacquis uit hoofde van het derde deel, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, beslist Denemarken op grond van artikel 5 van genoemd Protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit over deze verordening heeft genomen, of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

(11)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (4); deze ontwikkeling valt onder het gebied dat is genoemd in artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst (5).

(12)

Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis als bedoeld in de tussen de Raad van de Europese Unie en de Zwitserse Confederatie ondertekende overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (6); deze ontwikkeling valt onder het gebied dat is genoemd in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG juncto artikel 4, lid 1, van de Besluiten van de Raad van 25 oktober 2004, betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap, en inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst (7).

(13)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (8), niet deelneemt. Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat.

(14)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (9), niet deelneemt. Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is derhalve niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening heeft ten doel:

voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting te herhalen om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen;

de voorwaarden vast te stellen op grond waarvan het ontbreken van een inreisstempel in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen het vermoeden kan opleveren dat de toegestane duur van het kort verblijf van deze onderdanen van derde landen op het grondgebied van de lidstaten is overschreden.

Artikel 2

De Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 6, lid 2, onder e), wordt vervangen door:

„e)

wanneer wegens buitengewone en onvoorziene omstandigheden die ogenblikkelijke maatregelen vergen dergelijke controles niet kunnen worden uitgeoefend, dienen prioriteiten te worden gesteld; in dat geval dient in beginsel voorrang te worden gegeven aan de controle op het binnenkomend verkeer boven de controle op het uitgaand verkeer.”;

2)

de volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 6 bis

In de in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde grensoverschrijdingsdocumenten van de onderdanen van derde landen wordt systematisch een in- of uitreisstempel aangebracht.

Artikel 6 ter

1.   Wanneer in het grensoverschrijdingsdocument van een onderdaan van een derde land geen inreisstempel is aangebracht, mogen de bevoegde nationale autoriteiten hier het vermoeden aan verbinden dat de houder niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake verblijfsduur die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn.

2.   Dit vermoeden kan worden weerlegd wanneer de onderdaan van een derde land op enigerlei wijze geloofwaardige bewijsmiddelen overlegt, zoals vervoerbewijzen of bewijzen van zijn aanwezigheid buiten het grondgebied van de lidstaten, waaruit blijkt dat hij de voorwaarden inzake kort verblijf heeft nageleefd.

In dergelijke gevallen:

a)

indien de onderdaan van een derde land zich bevindt op het grondgebied van één van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, vermelden de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijken, in het grensoverschrijdingsdocument van de onderdaan van een derde land op welke datum en welke plaats hij de buitengrens van één van deze lidstaten heeft overschreden;

b)

indien de onderdaan van een derde land zich bevindt op het grondgebied van een lidstaat ten aanzien waarvan het besluit als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003 nog niet is genomen, vermelden de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijken, in het grensoverschrijdingsdocument van de onderdaan van een derde land op welke datum en welke plaats hij de buitengrens van die lidstaat heeft overschreden;

c)

naast de onder a) en b) bedoelde vermelding kan de betrokken onderdaan van een derde land tevens een formulier als vervat in bijlage worden verstrekt;

d)

de lidstaten brengen hun nationale praktijken met betrekking tot de in dit artikel bedoelde vermelding ter kennis van de andere lidstaten, de Commissie en het secretariaat van de Raad.

3.   Wanneer het in lid 1 bedoelde vermoeden niet wordt weerlegd, kan de onderdaan van een derde land door de bevoegde autoriteiten van het grondgebied van de betrokken lidstaten worden verwijderd.”

Artikel 3

Deel II van het gemeenschappelijk handboek wordt als volgt gewijzigd:

1)

paragraaf 1.3.5. wordt vervangen door:

„1.3.5.

In uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden kunnen de controles aan de landgrenzen worden versoepeld. Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden doen zich voor wanneer onverwachte gebeurtenissen, vóór het tijdstip van controle, een zodanige verkeersdrukte veroorzaken dat niettegenstaande uitputting van alle organisatorische en personele mogelijkheden, onredelijk lange wachttijden ontstaan.”;

2)

de volgende paragraaf 1.3.5.4. wordt ingevoegd:

„1.3.5.4.

Zelfs in geval van versoepeling van de controles dienen de plaatselijk verantwoordelijke ambtenaren van de met de grensbewaking belaste dienst zowel bij in- als uitreis een stempel aan te brengen in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen.”;

3)

paragraaf 2.1.1. wordt als volgt gewijzigd:

a)

de inleidende zin van de eerste alinea wordt vervangen door:

„2.1.1.

Bij het binnenkomen of verlaten van het grondgebied van een lidstaat wordt een stempel aangebracht in: […]”;

b)

de tweede alinea wordt vervangen door:

„Er wordt geen in- of uitreisstempel aangebracht in de documenten van burgers van de Europese Unie, van onderdanen van de landen van de Europese Economische Ruimte en van onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat.

Voorts wordt er geen inreisstempel aangebracht in de documenten van onderdanen van derde landen die familieleden zijn van burgers van de Europese Unie, van onderdanen van de landen van de Europese Economische Ruimte of van onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat, op voorwaarde dat zij een door een lidstaat of door één van deze derde landen afgegeven verblijfskaart overleggen, overeenkomstig Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (10).”

(10)  PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77."

4)

het volgende streepje wordt toegevoegd aan paragraaf 2.1.5:

„—

in de grensoverschrijdingsdocumenten van personen die vallen onder bilaterale overeenkomsten inzake klein grensverkeer waarin niet is voorzien in het afstempelen van deze documenten, indien deze bilaterale overeenkomsten stroken met het Gemeenschapsrecht;”;

5)

aan paragraaf 3.4.2.3. wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Zelfs in geval van versoepeling van de controles dienen de verantwoordelijke ambtenaren overeenkomstig paragraaf 1.3.5.4. te handelen.”.

Artikel 4

De tekst van de bijlage wordt aan het Gemeenschappelijk Handboek gehecht.

Artikel 5

De Commissie brengt uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening verslag uit over de uitvoering ervan.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, 13 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

B. R. BOT


(1)  Advies van 21.4.2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19. Overeenkomst werd laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 871/2004 (PB L 162 van 30.4.2004, blz. 29).

(3)  PB C 313 van 16.12.2002, blz. 97. Handboek laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2004/574/EG (PB L 261 van 6.8.2004, blz. 36).

(4)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(5)  PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(6)  Doc. 13054/04 te vinden op http://register.consilium.en.int

(7)  Doc. 13464/04 en doc. 13466/04 te vinden op http://register.consilium.en.int

(8)  PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(9)  PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.


BIJLAGE

„BIJLAGE 16

Image

Image


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/11


VERORDENING (EG) Nr. 2134/2004 VAN DE COMMISSIE

van 15 december 2004

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 16 december 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 december 2004.

Voor de Commissie

J. M. SILVA RODRÍGUEZ

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1947/2002 (PB L 299 van 1.11.2002, blz. 17).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 15 december 2004 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

052

110,3

204

86,2

624

182,9

999

126,5

0707 00 05

052

111,0

220

122,9

999

117,0

0709 90 70

052

115,2

204

69,2

999

92,2

0805 10 10, 0805 10 30, 0805 10 50

204

35,7

382

32,3

388

43,2

528

41,6

999

38,2

0805 20 10

204

59,7

999

59,7

0805 20 30, 0805 20 50, 0805 20 70, 0805 20 90

052

72,2

204

42,7

464

171,7

624

80,7

999

91,8

0805 50 10

052

56,1

528

38,6

999

47,4

0808 10 20, 0808 10 50, 0808 10 90

388

150,3

400

78,3

404

105,9

512

105,4

720

74,2

804

167,7

999

113,6

0808 20 50

400

121,4

528

47,1

720

42,1

999

70,2


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2081/2003 van de Commissie (PB L 313 van 28.11.2003, blz. 11). De code „999” staat voor „andere oorsprong”.


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/13


VERORDENING (EG) Nr. 2135/2004 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2004

inzake de stopzetting van de visserij op Noordse garnaal door vaartuigen die de vlag van Polen voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 2287/2003 van de Raad van 19 december 2003 tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn quota vastgesteld voor Noordse garnaal.

(2)

Om te garanderen dat de bepalingen inzake de kwantitatieve beperking van de vangsten van een bestand waarvoor een quotum geldt, in acht worden genomen, moet de Commissie de datum vaststellen waarop de vangsten van de vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, geacht worden het toegewezen quotum te hebben bereikt.

(3)

Volgens de aan de Commissie meegedeelde gegevens hebben de hoeveelheden Noordse garnaal die in de wateren van zone NAFO 3L zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Polen voeren of die in Polen zijn geregistreerd, het voor 2004 toegewezen quotum bereikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De hoeveelheden Noordse garnaal die in de wateren van zone NAFO 3L zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van Polen voeren of die in Polen zijn geregistreerd, worden geacht het voor 2004 aan Polen toegewezen quotum te hebben bereikt.

De visserij op Noordse garnaal in de wateren van zone NAFO 3L door vaartuigen die de vlag van Polen voeren of die in Polen zijn geregistreerd, alsmede het aan boord houden, het overladen en het lossen van vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen vanaf de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, zijn verboden.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 december 2004.

Voor de Commissie

Joe BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.

(2)  PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1.

(3)  PB L 344 van 31.12.2003, blz. 1.


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/14


VERORDENING (EG) Nr. 2136/2004 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2004

tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 872/2004 van de Raad inzake verdere restrictieve maatregelen ten aanzien van Liberia

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 872/2004 van de Raad van 29 april 2004 inzake verdere restrictieve maatregelen ten aanzien van Liberia (1), en met name op artikel 11, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 872/2004 worden de bevoegde autoriteiten vermeld die met bepaalde taken betreffende de tenuitvoerlegging van die verordening zijn belast.

(2)

Op 1 mei 2004 zijn Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie toegetreden. De Akte van toetreding voorziet evenwel niet in wijziging van die bijlage.

(3)

De bevoegde autoriteiten van de nieuwe lidstaten moeten derhalve met ingang van 1 mei 2004 in die bijlage worden opgenomen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 872/2004 wordt gewijzigd overeenkomstig het bepaalde in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 december 2004.

Voor de Commissie

Benita FERRERO-WALDNER

Lid van de Commissie


(1)  PB L 162 van 30.4.2004, blz. 32. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1580/2004 (PB L 289 van 10.9.2004, blz. 4).


BIJLAGE

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 872/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Tussen de vermeldingen voor België en Denemarken wordt het volgende ingevoegd:

 

„TSJECHIË

Ministerstvo průmyslu a obchodu

Licenční správa

Na Františku 32

110 15 Praha 1

Tel. (420-2) 24 06 27 20

Fax (420-2) 24 22 18 11

Ministerstvo financí

Finanční analytický útvar

PO Box 675

Jindřišská 14

111 21 Praha 1

Tel. (420-2) 57 04 45 01

Fax (420-2) 57 04 45 02”.

2)

Tussen de vermeldingen voor Duitsland en Griekenland wordt het volgende ingevoegd:

 

„ESTLAND

Sakala 4

15030 Tallinn

Tel. (372-6) 68 05 00

Fax (372-6) 68 05 01”.

3)

Tussen de vermeldingen voor Italië en Luxemburg wordt het volgende ingevoegd:

 

„CYPRUS

Υπουργείο Εξωτερικών

Λεωφ. Προεδρικού Μεγάρου

1447 Λευκωσία

Tel. (357-22) 30 06 00

Fax (357-22) 66 18 81

Ministry of Foreign Affairs

Presidential Palace Avenue

1447 Nicosia

Tel. (357-22) 30 06 00

Fax (357-22) 66 18 81

 

LETLAND

Latvijas Republikas Ārlietu ministrija

Brīvības iela 36

Rīga LV 1395

Tel. (371) 701 62 01

Fax (371) 782 81 21

Noziedzīgi iegūto līdzekļu legalizācijas novēršanas dienests

Kalpaka bulvārī 6

Rīga LV 1081

Tel.: (371) 704 44 31

Fax (371) 704 45 49

 

LITOUWEN

Economics Department

Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Lithuania

J. Tumo-Vaižganto 2

LT-2600 Vilnius

Tel. (370-5) 236 25 92

Fax (370-5) 231 30 90”.

4)

Tussen de vermeldingen voor Luxemburg en Nederland wordt het volgende ingevoegd:

 

„HONGARIJE

Artikelen 3 en 4

Hungarian National Police

Országos Rendőrfőkapitányság

1139 Budapest, Teve u. 4–6

Magyarország

Tel./Fax (36-1) 443 55 54

Artikel 7

Ministry of Finance (uitsluitend ten aanzien van fondsen)

Pénzügyminisztérium

1051 Budapest, József nádor tér 2–4

Magyarország

Postafiók: 1369 Pf.: 481

Tel. (36-1) 318 20 66, (36-1) 327 21 00

Fax (36-1) 318 25 70, (36-1) 327 27 49

 

MALTA

Bord ta' Sorveljanza dwar is-Sanzjonijiet

Direttorat ta' l-Affarijiet Multilaterali

Ministeru ta' l-Affarijiet Barranin

Palazzo Parisio

Triq il-Merkanti

Valletta CMR 02

Tel. (356-21) 24 28 53

Fax (356-21) 25 15 20”.

5)

Tussen de vermeldingen voor Oostenrijk en Portugal wordt het volgende ingevoegd:

 

„POLEN

Ministerstwo Spraw Zagranicznych

Departament Prawno – Traktatowy

Al. J. CH. Szucha 23

PL-00-580 Warszawa

Tel. (48-22) 523 93 48

Fax (48-22) 523 91 29”.

6)

Tussen de vermeldingen voor Portugal en Finland wordt het volgende ingevoegd:

 

„SLOVENIË

Bank of Slovenia

Slovenska 35

1505 Ljubljana

Tel. (386-1) 471 90 00

Fax. (386-1) 251 55 16

http://www.bsi.si

Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Slovenia

Prešernova 25

1000 Ljubljana

Tel. (386-1) 478 20 00

Fax (386-1) 478 23 47

http://www.gov.si/mzz

 

SLOWAKIJE

Voor financiële en technische bijstand in verband met militaire activiteiten:

Ministerstvo hospodárstva Slovenskej republiky

Sekcia obchodných vzťahov a ochrany spotrebiteľa

Mierová 19

827 15 Bratislava

Tel. (421-2) 48 54 21 16

Fax (421-2) 48 54 31 16

Voor tegoeden en economische middelen:

Ministerstvo financií Slovenskej republiky

Štefanovičova 5

817 82 Bratislava

Tel. (421-2) 59 58 22 01

Fax (421-2) 52 49 35 31”.

7)

Na de vermelding voor het Verenigd Koninkrijk wordt het volgende toegevoegd:

 

„EUROPESE GEMEENSCHAP

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-generaal Buitenlandse betrekkingen

Directoraat GBVB

Administratieve eenheid A2: Institutionele en juridische aangelegenheden inzake buitenlandse betrekkingen — Sancties

CHAR 12/163

B-1049 Brussel

Tel. (32-2) 295 81 48, (32-2) 296 25 56

Fax (32-2) 296 75 63”.


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/18


VERORDENING (EG) Nr. 2137/2004 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2004

houdende vaststelling van eenheidswaarden voor de bepaling van de douanewaarde van bepaalde aan bederf onderhevige goederen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1),

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (2) houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92, inzonderheid op artikel 173, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de artikelen 173 tot en met 177 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 is bepaald dat de Commissie periodieke eenheidswaarden vaststelt voor de producten die zijn omschreven in de in bijlage 26 van genoemde verordening opgenomen klasse-indeling.

(2)

De toepassing van de regels en maatstaven bepaald in voornoemde artikelen op de gegevens die overeenkomstig het bepaalde in artikel 173, lid 2, van voornoemde verordening aan de Commissie zijn medegedeeld, leidt ertoe voor de betrokken producten de eenheidswaarden vast te stellen die zijn vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De eenheidswaarden bedoeld in artikel 173, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 worden vastgesteld zoals in de in de bijlage opgenomen lijst vermeld.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 17 december 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 december 2004.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vice-voorzitter


(1)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).

(2)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2286/2003 van de Commissie (PB L 343 van 31.12.2003, blz. 1).


BIJLAGE

Rubriek

Omschrijving

Bedrag van de eenheidswaarden/100 kg netto

Soort, variëteit, GN-code

EUR

LTL

SEK

CYP

LVL

GBP

CZK

MTL

DKK

PLN

EEK

SIT

HUF

SKK

1.10

Nieuwe aardappelen (primeurs)

0701 90 50

 

 

 

 

1.30

Uien (andere dan plantuitjes)

0703 10 19

11,47

6,64

353,91

85,20

179,39

2 840,90

39,59

7,87

4,95

48,24

2 750,21

448,16

103,35

7,92

 

 

 

 

1.40

Knoflook

0703 20 00

110,96

64,27

3 425,24

824,57

1 736,21

27 494,66

383,14

76,12

47,89

466,90

26 616,93

4 337,36

1 000,23

76,70

 

 

 

 

1.50

Prei

ex 0703 90 00

56,11

32,50

1 732,03

416,96

877,94

13 903,11

193,74

38,49

24,22

236,10

13 459,27

2 193,26

505,78

38,78

 

 

 

 

1.60

Bloemkool

0704 10 00

1.80

Witte kool en rode kool

0704 90 10

13,55

7,85

418,26

100,69

212,01

3 357,42

46,79

9,30

5,85

57,01

3 250,24

529,64

122,14

9,37

 

 

 

 

1.90

Broccoli (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef var. italica Plenck)

ex 0704 90 90

61,43

35,58

1 896,22

456,49

961,17

15 221,13

212,11

42,14

26,51

258,48

14 735,21

2 401,18

553,73

42,46

 

 

 

 

1.100

Chinese kool

ex 0704 90 90

75,36

43,65

2 326,21

560,00

1 179,13

18 672,70

260,20

51,70

32,53

317,09

18 076,60

2 945,67

679,30

52,09

 

 

 

 

1.110

Kropsla

0705 11 00

1.130

Wortelen

ex 0706 10 00

26,74

15,49

825,41

198,70

418,39

6 625,64

92,33

18,34

11,54

112,51

6 414,12

1 045,21

241,03

18,48

 

 

 

 

1.140

Radijs

ex 0706 90 90

53,66

31,08

1 656,52

398,78

839,67

13 297,04

185,29

36,81

23,16

225,80

12 872,55

2 097,65

483,73

37,09

 

 

 

 

1.160

Erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen

0708 10 00

366,90

212,51

11 325,57

2 726,46

5 740,79

90 911,30

1 266,84

251,70

158,36

1 543,82

88 009,09

14 341,52

3 307,27

253,60

 

 

 

 

1.170

Bonen:

 

 

 

 

 

 

1.170.1

Bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)

ex 0708 20 00

144,74

83,83

4 467,75

1 075,54

2 264,65

35 863,01

499,75

99,29

62,47

609,01

34 718,14

5 657,49

1 304,66

100,04

 

 

 

 

1.170.2

Bonen (Phaseolus spp., vulgaris var. Compressus Savi)

ex 0708 20 00

155,62

90,14

4 803,68

1 156,41

2 434,92

38 559,52

537,32

106,76

67,17

654,80

37 328,57

6 082,87

1 402,76

107,56

 

 

 

 

1.180

Tuinbonen

ex 0708 90 00

1.190

Artisjokken

0709 10 00

1.200

Asperges:

 

 

 

 

 

 

1.200.1

Groene

ex 0709 20 00

238,71

138,26

7 368,42

1 773,83

3 734,96

59 146,92

824,21

163,75

103,03

1 004,41

57 258,74

9 330,59

2 151,71

164,99

 

 

 

 

1.200.2

Andere

ex 0709 20 00

527,94

305,78

16 296,38

3 923,10

8 260,43

130 812,38

1 822,86

362,17

227,86

2 221,40

126 636,39

20 636,02

4 758,83

364,91

 

 

 

 

1.210

Aubergines

0709 30 00

97,21

56,30

3 000,68

722,37

1 521,01

24 086,69

335,65

66,69

41,96

409,03

23 317,76

3 799,74

876,25

67,19

 

 

 

 

1.220

Bleekselderij (Apium graveolens L., var. dulce (Mill.) Pers.)

ex 0709 40 00

83,53

48,38

2 578,40

620,71

1 306,96

20 697,06

288,41

57,30

36,05

351,47

20 036,34

3 265,02

752,94

57,74

 

 

 

 

1.230

Cantharellen

0709 59 10

926,44

536,59

28 597,35

6 884,38

14 495,64

229 553,30

3 198,81

635,54

399,85

3 898,18

222 225,16

36 212,69

8 350,93

640,36

 

 

 

 

1.240

Niet-scherp smakende pepers

0709 60 10

156,89

90,87

4 842,97

1 165,87

2 454,84

38 874,95

541,72

107,63

67,72

660,16

37 633,92

6 132,63

1 414,23

108,44

 

 

 

 

1.250

Venkel

0709 90 50

1.270

Bataten (zoete aardappelen), geheel, vers (bestemd voor menselijke consumptie)

0714 20 10

101,08

58,55

3 120,28

751,16

1 581,63

25 046,72

349,02

69,34

43,63

425,33

24 247,14

3 951,19

911,18

69,87

 

 

 

 

2.10

Kastanjes (Castanea spp.), vers

ex 0802 40 00

2.30

Ananassen, vers

ex 0804 30 00

69,10

40,02

2 133,01

513,49

1 081,20

17 121,87

238,59

47,40

29,82

290,76

16 575,28

2 701,02

622,88

47,76

 

 

 

 

2.40

Avocaten, vers

ex 0804 40 00

160,36

92,88

4 949,91

1 191,61

2 509,04

39 733,31

553,68

110,01

69,21

674,73

38 464,88

6 268,04

1 445,46

110,84

 

 

 

 

2.50

Guaves en manga's, vers

ex 0804 50

2.60

Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers:

 

 

 

 

 

 

2.60.1

Bloedsinaasappelen en halfbloedsinaasappelen

0805 10 10

 

 

 

 

2.60.2

Navels, navelines, navelates, salustiana's, verna's, valencia lates, maltaises, shamoutis, ovalis, trovita, hamlins

0805 10 30

 

 

 

 

2.60.3

Andere

0805 10 50

 

 

 

 

2.70

Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen), vers; clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten, vers:

 

 

 

 

 

 

2.70.1

Clementines

ex 0805 20 10

 

 

 

 

2.70.2

Montreales en satsuma's

ex 0805 20 30

 

 

 

 

2.70.3

Mandarijnen en wilkings

ex 0805 20 50

 

 

 

 

2.70.4

Tangerines en andere

ex 0805 20 70

ex 0805 20 90

 

 

 

 

2.85

Lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia), vers

0805 50 90

214,98

124,52

6 636,01

1 597,52

3 363,71

53 267,84

742,28

147,48

92,79

904,57

51 567,35

8 403,15

1 937,83

148,59

 

 

 

 

2.90

Pompelmoezen en pomelo's of grapefruit, vers:

 

 

 

 

 

 

2.90.1

Witte

ex 0805 40 00

72,41

41,94

2 235,05

538,05

1 132,92

17 940,93

250,01

49,67

31,25

304,67

17 368,20

2 830,23

652,67

50,05

 

 

 

 

2.90.2

Roze

ex 0805 40 00

84,68

49,05

2 613,88

629,25

1 324,94

20 981,86

292,38

58,09

36,55

356,31

20 312,05

3 309,95

763,30

58,53

 

 

 

 

2.100

Druiven voor tafelgebruik

0806 10 10

236,28

136,85

7 293,40

1 755,77

3 696,93

58 544,69

815,82

162,09

101,98

994,18

56 675,74

9 235,59

2 129,80

163,31

 

 

 

 

2.110

Watermeloenen

0807 11 00

42,82

24,80

1 321,77

318,20

669,99

10 609,94

147,85

29,37

18,48

180,17

10 271,23

1 673,75

385,98

29,60

 

 

 

 

2.120

Andere meloenen:

 

 

 

 

 

 

2.120.1

Amarillo, Cuper, Honey Dew (daaronder begrepen Cantalene), Onteniente, Piel de Sapo (daaronder begrepen Verde Liso), Rochet, Tendral, Futuro

ex 0807 19 00

51,68

29,94

1 595,41

384,07

808,69

12 806,46

178,46

35,46

22,31

217,47

12 397,63

2 020,26

465,89

35,72

 

 

 

 

2.120.2

Andere

ex 0807 19 00

114,33

66,22

3 529,16

849,59

1 788,89

28 328,86

394,76

78,43

49,35

481,07

27 424,51

4 468,96

1 030,58

79,03

 

 

 

 

2.140

Peren:

 

 

 

 

 

 

2.140.1

Peren — Nashi (Pyrus pyrifolia),

Peren — Ya (Pyrus bretscheideri)

ex 0808 20 50

 

 

 

 

2.140.2

Andere

ex 0808 20 50

 

 

 

 

2.150

Abrikozen

0809 10 00

320,86

185,84

9 904,45

2 384,35

5 020,44

79 503,88

1 107,88

220,11

138,49

1 350,10

76 965,84

12 541,96

2 892,28

221,78

 

 

 

 

2.160

Kersen

0809 20 95

0809 20 05

704,37

407,97

21 742,63

5 234,21

11 021,06

174 529,89

2 432,06

483,20

304,01

2 963,80

168 958,29

27 532,59

6 349,23

486,86

 

 

 

 

2.170

Perziken

0809 30 90

241,90

140,11

7 467,08

1 797,59

3 784,97

59 938,90

835,25

165,95

104,41

1 017,86

58 025,44

9 455,53

2 180,52

167,20

 

 

 

 

2.180

Nectarines

ex 0809 30 10

229,01

132,64

7 068,94

1 701,74

3 583,16

56 743,01

790,71

157,10

98,84

963,59

54 931,57

8 951,37

2 064,26

158,29

 

 

 

 

2.190

Pruimen

0809 40 05

339,11

196,41

10 467,76

2 519,95

5 305,97

84 025,54

1 170,89

232,63

146,36

1 426,89

81 343,16

13 255,27

3 056,77

234,40

 

 

 

 

2.200

Aardbeien

0810 10 00

389,56

225,63

12 024,86

2 894,80

6 095,25

96 524,53

1 345,06

267,24

168,13

1 639,14

93 443,13

15 227,02

3 511,47

269,26

 

 

 

 

2.205

Frambozen

0810 20 10

304,95

176,63

9 413,20

2 266,08

4 771,43

75 560,51

1 052,93

209,20

131,62

1 283,14

73 148,36

11 919,89

2 748,82

210,78

 

 

 

 

2.210

Blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus)

0810 40 30

1 243,19

720,06

38 374,79

9 238,14

19 451,70

308 037,62

4 292,49

852,83

536,56

5 230,97

298 203,99

48 593,81

11 206,11

859,29

 

 

 

 

2.220

Kiwi's (Actinidia chinensis Planch.)

0810 50 00

118,95

68,90

3 671,85

883,94

1 861,22

29 474,27

410,72

81,60

51,34

500,52

28 533,35

4 649,65

1 072,25

82,22

 

 

 

 

2.230

Granaatappels

ex 0810 90 95

119,24

69,06

3 680,60

886,05

1 865,65

29 544,47

411,70

81,80

51,46

501,71

28 601,31

4 660,72

1 074,80

82,42

 

 

 

 

2.240

Kaki-appels (daaronder begrepen sharonvrucht)

ex 0810 90 95

68,65

39,76

2 118,96

510,11

1 074,07

17 009,06

237,02

47,09

29,63

288,84

16 466,07

2 683,23

618,77

47,45

 

 

 

 

2.250

Litchis

ex 0810 90


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/24


VERORDENING (EG) Nr. 2138/2004 VAN DE COMMISSIE

van 15 december 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 14/2004 met betrekking tot de voorzieningsbalans voor de Canarische Eilanden voor melk en room

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1454/2001 van de Raad van 28 juni 2001 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Canarische Eilanden en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1601/92 (Poseican) (1), en met name op artikel 3, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 14/2004 van de Commissie van 30 december 2003 tot vaststelling van de voorzieningsbalansen en van de communautaire steun voor de voorziening van bepaalde essentiële producten voor menselijke consumptie, voor verwerking of voor verbruik als productiemiddel in de landbouw en voor de levering van levende dieren en eieren aan de ultraperifere regio’s overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001 en (EG) nr. 1454/2001 van de Raad (2) zijn een geraamde voorzieningsbalans en de communautaire steun vastgesteld voor de producten die vallen onder de specifieke voorzieningsregelingen voor de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden.

(2)

Bij de tenuitvoerlegging van de jaarlijkse voorzieningsbalans voor de Canarische Eilanden voor melk en room van de GN-codes 0402 91 en 0402 99 is gebleken dat de hoeveelheden die met het oog op de voorziening met deze producten zijn vastgesteld, onvoldoende zijn ten opzichte van de behoeften, aangezien de vraag de verwachtingen overtreft.

(3)

De hoeveelheden van de hierboven genoemde producten moeten derhalve worden afgestemd op de daadwerkelijke behoeften van de betrokken regio.

(4)

Verordening (EG) nr. 14/2004 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage V bij Verordening (EG) nr. 14/2004 wordt aangepast overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

De verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 december 2004.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 198 van 21.7.2001, blz. 45. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1690/2004 (PB L 305 van 1.10.2004, blz. 1).

(2)  PB L 3 van 7.1.2004, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1997/2004 (PB L 344 van 20.11.2004, blz. 28).


BIJLAGE

In deel 11 van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 14/2004 wordt de tabel vervangen door:

„Omschrijving

GN-code

Hoeveelheid

(in t)

Steun (EUR/t)

I

II

III (1)

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (2)

0401

114 800 (3)

41

59

 (4)

Melk en room, ingedikt, of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (2)

0402

28 600 (5)

41

59

 (4)

Melk en room, ingedikt, of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een gehalte aan vetvrije melkdroge stof van 15 gewichtspercenten of meer en met een vetgehalte van niet meer dan 3 gewichtspercenten (6)

0402 91 19 9310

97

Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta’s (2)

0405

4 000

72

90

 (4)

Kaas (2)

0406

0406 30

0406 90 23

0406 90 25

0406 90 27

0406 90 76

0406 90 78

0406 90 79

0406 90 81

15 000

72

90

 (4)

0406 90 86

0406 90 87

0406 90 88

1 900

Melkbereidingen zonder vetstoffen

1901 90 99

800

59

 (7)

Melkbereidingen voor kinderen, bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, enz.

2106 90 92

45”.


(1)  In EUR/100 kg nettogewicht, tenzij anders aangegeven.

(2)  De betrokken producten en de voetnoten zijn dezelfde als die van de verordening van de Commissie tot vaststelling van de restituties op grond van artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1255/1999.

(3)  Waarvan 1 300 ton voor de sector verwerking en/of verpakking.

(4)  Het bedrag is gelijk aan de op grond van artikel 31 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 toegekende restitutie voor producten van dezelfde GN-code. Indien de op grond van artikel 31 van die verordening toegekende restituties uit meer dan één restitutievoet bestaan zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder e) en l), van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11), is het bedrag gelijk aan het hoogste bedrag dat als restitutie is toegekend voor producten van dezelfde GN-code (Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1)).

Voor de in het kader van Verordening (EG) nr. 2571/97 toegewezen boter is het bedrag evenwel gelijk aan het in kolom II aangegeven bedrag.

(5)  Als volgt te verdelen:

7 250 ton van GN-codes 0402 91 en/of 0402 99 voor rechtstreekse consumptie,

5 350 ton van GN-codes 0402 91 en/of 0402 99 voor de sector verwerking en/of verpakking,

16 000 ton van GN-codes 0402 10 en/of 0402 21 voor de sector verwerking en/of verpakking.

(6)  Indien het gehalte aan melkeiwitten (stikstofgehalte x 6,38) in de vetvrije melkdroge stof van een product van deze onderverdeling lager is dan 34 %, wordt geen steun toegekend. Indien, voor producten in poedervorm van deze onderverdeling, het watergehalte hoger is dan 5 gewichtspercenten, wordt geen steun toegekend. Bij het vervullen van de douaneformaliteiten moet de belanghebbende in de daarvoor bedoelde aangifte het minimumgehalte aan melkeiwitten in de vetvrije melkdroge stof vermelden en, voor de producten in poedervorm, het maximumgehalte aan water.

(7)  Het bedrag is gelijk aan de op grond van Verordening (EG) nr. 1520/2000 toegekende restitutie die is vastgesteld bij de verordening van de Commissie tot vaststelling van de restitutievoeten voor bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van niet onder bijlage I vallende goederen


16.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 369/26


VERORDENING (EG) Nr. 2139/2004 VAN DE COMMISSIE

van 8 december 2004

tot aanpassing en uitvoering van Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad en tot wijziging van Beschikking 2000/115/EG, met het oog op de organisatie van communautaire enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven in 2005 en 2007

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad van 29 februari 1988 houdende organisatie van communautaire enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven (1), en met name op artikel 8, leden 1 en 4, en bijlage II, punt 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ingevolge de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije op 1 mei 2004 moet de lijst van kenmerken in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 571/88 worden aangepast.

(2)

Met het oog op het nieuwe politieke streven naar een duurzaam gemeenschappelijk landbouwbeleid is meer informatie nodig, met name over de plattelandsontwikkeling.

(3)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (2) moet voor alle statistieken die de lidstaten aan de Commissie toezenden en die naar territoriale eenheden zijn ingedeeld, de NUTS-nomenclatuur worden gebruikt. Voor de enquêtes inzake de structuur van de landbouwbedrijven (hierna „de landbouwstructuurenquêtes” genoemd) moeten de regio's en gebieden derhalve volgens de NUTS-nomenclatuur worden afgebakend.

(4)

De Commissie moet de termijnen vaststellen voor de indiening van gevalideerde individuele gegevens uit de landbouwstructuurenquêtes en er daarbij rekening mee houden dat het tijdschema voor de uitvoering van de enquête van lidstaat tot lidstaat verschilt.

(5)

Verordening (EEG) nr. 571/88 zelf en Beschikking 2000/115/EG van de Commissie (3) betreffende de definities en toelichtingen met betrekking tot die verordening moeten dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, dat is opgericht bij Besluit 72/279/EEG van de Raad (4),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 571/88 wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Beschikking 2000/115/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

2)

Bijlage IV wordt geschrapt.

Artikel 3

1.   Voor de landbouwstructuurenquêtes 2005 en 2007 zijn de regio's de territoriale eenheden op NUTS 2-niveau, zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003.

In afwijking van het bovenstaande zijn de regio's voor Duitsland de territoriale eenheden op NUTS 1-niveau zoals bedoeld in die verordening.

2.   Voor de landbouwstructuurenquêtes 2005 en 2007 zijn de gebieden de territoriale eenheden op NUTS 3-niveau, zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003.

In afwijking van het bovenstaande zijn de gebieden voor Duitsland de territoriale eenheden op NUTS 2-niveau zoals bedoeld in die verordening.

3.   Voor de landbouwstructuurenquêtes 2005 en 2007 zijn de gemeenten de kleinere bestuurlijke eenheden zoals bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1059/2003. De lidstaten delen voor elk geënquêteerd landbouwbedrijf de gemeente mee.

Artikel 4

De lidstaten dienen gevalideerde individuele gegevens uit de landbouwstructuurenquêtes 2005 en 2007 in volgens het tijdschema van bijlage III bij deze verordening.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 december 2004.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 2.3.1988, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1435/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 268 van 16.8.2004, blz. 1).

(2)  PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1.

(3)  PB L 38 van 12.2.2000, blz. 1. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 2003.

(4)  PB L 179 van 7.8.1972, blz. 1.


BIJLAGE

„BIJLAGE I

LIJST VAN KENMERKEN VOOR 2005 EN 2007 (1)

Toelichting:

De in de bijlage met de letters „NE” aangeduide kenmerken worden geacht in de betreffende lidstaten niet te bestaan of een waarde dicht bij „0” te hebben.

De met de letters „NS” aangeduide kenmerken worden geacht in de betreffende lidstaten niet significant te zijn.

 

 

BE

CZ

DK

DE

EE

EL

ES

FR

IE

IT

CY

LV

LT

LU

HU

MT

NL

AT

PL

PT

SI

SK

FI

SE

UK

A.   

Geografische ligging van het bedrijf

1.

Gebied

code

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

Gemeente of deelgebied (2)

code

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Probleemgebied (2)

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

Berggebied (2)

ja/nee

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

NE

NE

NE

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

Landbouwgebieden met specifieke beperkingen op milieugebied

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

NE

 

 

NE

 

 

NE

 

 

 

B.   

Rechtspersoonlijkheid en beheer van het bedrijf (op de dag van de enquête)

1.   

Berusten de juridische en economische aansprakelijkheid voor het bedrijf bij:

a)

een natuurlijke persoon die het „enige bedrijfshoofd” op een zelfstandig bedrijf is?

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

een of meer natuurlijke personen die partners zijn op een bedrijf met een meerhoofdige bedrijfsvoering? (3)

ja/nee

 

 

NS

 

NS

NS

NS

 

NS

NS

 

 

 

NS

NS

 

 

NS

NS

NS

 

NE

 

NS

NS

c)

een rechtspersoon?

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Als het antwoord op vraag B.1 a) „ja” is, is deze persoon (het bedrijfshoofd) tevens de bedrijfsleider?

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

Als het antwoord op vraag B.2 „nee” is, is de bedrijfsleider een familielid van het bedrijfshoofd?

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

Als het antwoord op vraag B.2 a) „ja” is, is de bedrijfsleider de echtgenoot/echtgenote van het bedrijfshoofd?

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

Landbouwkundige beroepsopleiding van de bedrijfsleiders (uitsluitend praktische ervaring, basisopleiding, volledige landbouwopleiding) (4)

code

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

C.   

Exploitatievorm (gezien vanuit het standpunt van het bedrijfshoofd), verkaveling van het bedrijf en bedrijfssysteem

Oppervlakte cultuurgrond

1.

in eigendom

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

in pacht

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

in deelpacht of andere exploitatievorm

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

NS

 

 

 

 

NS

 

NE

NE

NS

5.

Bedrijfssysteem en werkwijzen

a)

oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast volgens regels van de Europese Gemeenschap

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

d)

oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf waarop wordt overgeschakeld op biologische landbouwproductiemethoden

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

e)

past het bedrijf ook bij de dierlijke productie biologische landbouwproductiemethoden toe?

totaal, gedeeltelijk, helemaal niet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

f)

rechtstreeks aan het bedrijf verleende investeringssteun in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid gedurende de afgelopen vijf jaar

i)

Ontving het bedrijf rechtstreeks overheidssteun voor productieve investeringen? (4)

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ii)

Ontving het bedrijf rechtstreeks overheidssteun in het kader van maatregelen voor plattelandsontwikkeling? (4)

ja/nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6.

Bestemming van de productie van het bedrijf:

a)

Verbruikt het huishouden van het bedrijfshoofd meer dan 50 % van de waarde van de eindproductie van het bedrijf? (4)

ja/nee

NS

 

NS

NE

 

 

 

NS

NS

 

 

 

 

NS

 

 

NE

 

 

 

 

 

NS

NS

NE

b)

Maakt de rechtstreekse verkoop aan consumenten meer dan 50 % van de totale verkoop uit? (4)

ja/nee

NS

 

NS

NS

 

 

 

NS

NS

 

 

 

 

NS

 

 

NS

 

 

 

 

 

NS

NS

NS

D.   

Bouwland

Granen voor korrelwinning (inclusief zaden):

1.

Zachte tarwe en spelt

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Durumtarwe

ha/a

NE

NS

NE

 

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

 

NE

NE

 

NE

 

NS

 

NE

NE

NS

3.

Rogge

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

NS

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4.

Gerst

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.

Haver

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6.

Korrelmaïs

ha/a

 

 

NE

 

NE

 

 

 

NE

 

NS

NE

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

NE

NE

NS

7.

Rijst

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

 

NE

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

NE

NE

8.

Overige granen voor korrelwinning

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.

Eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaden en mengsels van granen en peulvruchten)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan:

e)

erwten, veldbonen en niet-bittere lupinen

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

f)

linzen, kekers en wikke

ha/a

 

NS

NS

NS

NS

 

 

 

NS

 

 

 

 

NS

 

NE

NS

 

NS

 

NS

NS

 

NE

NS

g)

andere drooggeoogste eiwitrijke gewassen

ha/a

 

NS

 

NS

NS

 

 

 

NS

 

 

NS

 

NS

NS

NE

 

 

NS

 

NS

NS

NS

NS

NE

10.

Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11.

Suikerbieten (exclusief zaden)

ha/a

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12.

Voederhakvruchten (exclusief zaden)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

NS

NS

 

Handelsgewassen:

23.

Tabak

ha/a

 

NE

NE

 

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

 

NE

 

NE

NE

 

 

NS

NE

NS

NE

NE

NE

24.

Hop

ha/a

 

 

NE

 

NE

 

 

 

NE

 

NE

NS

 

NE

NS

NE

NE

 

 

NS

 

 

NE

NE

 

25.

Katoen

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

NE

NE

 

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NS

NE

NE

NE

NE

NE

26.

Kool- en raapzaad

ha/a

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

NE

 

 

 

NS

 

 

 

 

 

27.

Zonnebloemzaad

ha/a

NS

 

NS

 

NE

 

 

 

NE

 

NS

NE

NE

NE

 

NE

NS

 

 

 

 

 

 

NE

NS

28.

Sojabonen

ha/a

NE

 

NE

NE

NE

 

 

 

NE

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

 

NS

NS

 

 

NE

NE

NS

29.

Lijnzaad

ha/a

 

 

 

NS

 

 

 

 

NS

NS

NE

 

NE

NS

 

NE

 

 

NS

NS

NS

 

 

 

 

30.

Andere oliehoudende gewassen

ha/a

 

 

 

 

NS

 

 

 

NS

 

NE

NS

NE

 

 

NE

NE

 

NS

NS

 

 

 

NS

NS

31.

Vlas

ha/a

 

 

 

NS

 

 

 

 

NE

NS

NE

 

 

NS

NS

NE

 

 

 

NS

NS

 

 

NS

 

32.

Hennep

ha/a

NS

NS

 

NS

NE

 

 

 

NE

 

NE

NS

NE

NS

 

NE

 

 

 

NS

NS

NS

 

NS

NS

33.

Andere vezelgewassen

ha/a

 

 

NE

NE

NE

 

 

 

NE

 

NE

NE

 

NS

NE

NE

NE

 

NE

NS

NE

NE

NS

NE

NS

34.

Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

NE

 

NE

 

 

 

NS

NS

 

 

NS

 

35.

Handelsgewassen, niet elders genoemd

ha/a

 

 

 

 

NS

 

 

 

NS

 

NS

NS

 

 

 

NE

 

 

 

 

NS

 

 

NS

NS

Verse groenten, meloenen, aardbeien:

14.

in open lucht of onder lage beschermingsafdekking

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan:

a)

akkerbouwmatig geteeld

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

tuinbouwmatig geteeld

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

15.

onder glas of andere hoge (betreedbare) beschermingsinstallatie

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen):

16.

in open lucht of onder lage beschermingsafdekking

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

NS

 

17.

onder glas of andere hoge (betreedbare) beschermingsinstallatie

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18.   

Voedergewassen:

a)

tijdelijk grasland

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

overige groenvoedergewassen

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

waarvan:

i)

voedermaïs (kuilmaïs)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

NS

NS

 

iii)

andere voedergewassen

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

19.

Zaden en zaailingen op bouwland (exclusief granen, peulvruchten, aardappelen en oliehoudende gewassen)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

NE

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20.

Overige gewassen op bouwland

ha/a

 

 

 

NS

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

21.

Braakland, zonder financiële steun

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

22.

Braakland, zonder economische opbrengst, waarvoor financiële steun wordt verleend

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E.

Tuinen voor eigen gebruik

ha/a

NS

 

NS

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

 

NS

NS

NS

F.

Blijvend grasland

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.

Blijvend grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Weiden met geringe opbrengst

ha/a

NE

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

NE

NE

NE

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

G.   

Meerjarige cultures

1.

Boomgaarden en kleinfruit

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

vers fruit en kleinfruit van gematigde breedten (5)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

fruit en kleinfruit van subtropische breedten

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

NE

NE

c)

schaalvruchten

ha/a

NS

NS

NE

NS

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

 

NE

NS

NS

 

 

NS

NS

NE

NE

NS

 

2.

Citrusvruchtaanplantingen

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

 

NS

NE

NE

NE

NE

 

3.

Olijfboomgaarden

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

a)

waar gewoonlijk tafelolijven worden geproduceerd

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

NS

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

 

NS

NE

NE

NE

NE

b)

waar gewoonlijk olijven voor de oliewinning worden geproduceerd

ha/a

NE

NE

NE

NE

NE

 

 

NS

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

 

NE

NE

NE

 

 

NE

NE

NE

NE

 

4.

Wijngaarden

ha/a

NS

 

NE

 

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

 

 

 

NS

 

NS

 

 

 

NE

NE

 

a)

waar gewoonlijk kwaliteitswijn wordt geproduceerd

ha/a

NS

 

NE

 

NE

 

 

 

NE

 

NE

NE

NE

 

 

 

NS

 

NE

 

 

 

NE

NE

NE

b)

waar gewoonlijk andere wijn wordt geproduceerd

ha/a

NS

NE

NE

NS

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

 

 

NS

NE

NS

 

 

 

NE

NE

 

c)

waar gewoonlijk tafeldruiven worden geproduceerd

ha/a

NS

 

NE

NS

NE

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

NE

 

 

NS

NS

NE

 

NS

 

NE

NE

NE

d)

waar gewoonlijk rozijnen en krenten worden geproduceerd

ha/a

NS

NE

NE

NE

NE

 

 

NE

NE

NS

 

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NE

NS

NE

NE

NE

NE

NE

 

5.

Boomkwekerijgewassen

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6.

Andere meerjarige teelten

ha/a

 

 

 

NE

NE

 

 

 

NS

 

 

NS

 

 

NS

NS

NE

NE

 

 

NE

NS

NE

NE

NS

7.

Meerjarige cultures onder glas

ha/a

 

NS

 

NE

NE

 

 

NS

NS

 

 

NS

NE

NE

NS

NS

 

NE

 

NS

NE

NE

NE

NE

NE

 

H.   

Overig areaal

1.

Oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond (landbouwgrond die om economische, sociale of andere redenen niet meer in gebruik is en die niet in de vruchtwisseling is opgenomen)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

Bosareaal

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

Andere gronden (gebouwen, erven, wegen, vijvers, steengroeven, onvruchtbare gronden, rotsen enz.)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I.   

Elkaar opvolgende secundaire teelten, paddestoelen, irrigatie en uit productie genomen bouwland

1.

Elkaar opvolgende secundaire teelten (exclusief tuinbouw en teelten onder glas) (6)

ha/a

 

 

 

NE

NS

 

 

 

NE

 

 

NE

NE

 

 

 

NE

NS

 

 

 

 

NE

NE

NS

 

2.

Paddestoelen

ha/a

 

 

 

NS

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

NS

 

 

3.

Geïrrigeerd areaal

a)

irrigeerbaar areaal, totaal

ha/a

 

 

 

NS

NS

 

 

 

NS

 

 

NS

NS

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

areaal van de gewassen die worden geïrrigeerd

ha/a

 

 

 

NS

NS

 

 

 

NS

 

 

NS

NS

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

4.

Oppervlakten waarvoor financiële steun wordt verleend ingedeeld onder:

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

braakland zonder economische opbrengst (al opgenomen onder D.22)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

oppervlakten gebruikt voor de teelt van landbouwgrondstoffen die niet bestemd zijn voor menselijke of dierlijke voeding (bv. suikerbieten, koolzaad, niet onder de bosbouw vallende bomen en struiken enz., inclusief linzen, kekers en wikke; al opgenomen onder D en G)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

c)

oppervlakten omgezet in blijvend grasland (al opgenomen onder F.1 en F.2) (4)

ha/a

 

 

 

NS

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

NE

NE

d)

landbouwgrond omgezet in bossen, of voorbereid ter bebossing (al opgenomen onder H.2) (7)

ha/a

 

 

 

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NE

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

e)

andere (al opgenomen onder H.1 en H.3) (7)

ha/a

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

 

 

 

 

NE

 

 

J.   

Veestapel (op de referentiedag van de enquête)

1.

Eenhoevigen

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Runderen:

2.

mannelijke en vrouwelijke runderen, jonger dan een jaar

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4.

vrouwelijke runderen tussen een en twee jaar oud

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.

mannelijke runderen van twee jaar en ouder

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6.

vaarzen van twee jaar en ouder

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7.

melkkoeien

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8.

andere koeien

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schapen en geiten:

9.

schapen (alle leeftijden)

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a)

vrouwelijke schapen voor de voortplanting

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

andere schapen

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10.

geiten (alle leeftijden)

aantal dieren

 

 

NS

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

a)

vrouwelijke geiten voor de voortplanting

aantal dieren

 

 

NS

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

b)

andere geiten

aantal dieren

 

 

NS

NS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NS

 

Varkens

11.

biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12.

fokzeugen van 50 kg en meer

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13.

andere varkens

aantal dieren

 

 

 

 

 

 

 

</